<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-404780/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Tynaarlo</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten Gemeente Tynaarlo 2026</titel></kop><regeling><aanhef /><regeling-tekst><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al>Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten Gemeente Tynaarlo 2026  (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- onderwijshuisvestingsprojecten Gemeente Tynaarlo 2026)</al><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3, van de Systeemcode elektriciteit 2026;</al><al>besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:</al><al><nadruk type="vet">Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten Gemeente Tynaarlo 2026</nadruk></al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al><al>- bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel  7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026;</al><al>- BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de  Omgevingswet, zijnde een activiteit, inhoudende: </al><al> a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze    zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het      omgevingsplan, of </al><al> b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;</al><al>- civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst,  erfpachtovereenkomst of ieder andere overeenkomst als bedoeld in tabel 4 van bijlage 3  van de Systeemcode Elektriciteit 2026 waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde  tijd start;</al><al>- college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo;</al><al>- congestiegebied: gebied binnen de gemeente waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld  dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is als bedoeld in artikel  7.18 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;</al><al>- netbeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet  die het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het congestiegebied;</al><al>- project: realisatie van een basisbehoefte als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de  Systeemcode Elektriciteit 2026, zijnde:</al><al>- a. <nadruk type="cur">woonbehoefte</nadruk>, waaronder zowel algemene woonbehoefte als collectieve woonvormen;  en</al><al>- b. <nadruk type="cur">onderwijsvoorzieningen</nadruk>, zijnde primair onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet  onderwijs waarvoor de gevraagde transportcapaciteit aantoonbaar noodzakelijk is voor de  uitvoering van de wettelijke onderwijstaak.</al><al>- projectlocatie: locatie waar het project zal worden ontwikkeld; </al><al>- projectontwikkelaar: een rechtspersoon, stichting, vereniging of natuurlijke persoon die  een project realiseert of initieert; </al><al>- prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit als  bedoeld in artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;</al><al>- start bouw: het moment waarop de feitelijke bouwwerkzaamheden van het project op de  projectlocatie aanvangen, waaronder in ieder geval begrepen zijn  ontgravingswerkzaamheden, funderingswerkzaamheden of andere vergelijkbare fysieke  werkzaamheden. Onder start bouw worden niet verstaan voorbereidende werkzaamheden,  zoals het opstellen van ontwerpen, het aanvragen of verkrijgen van vergunningen, het  sluiten van overeenkomsten, sloopwerkzaamheden, saneringswerkzaamheden, het  bouwrijp maken van de projectlocatie of andere administratieve of voorbereidende  handelingen.</al><al>- projectdossier: geheel van documenten ter onderbouwing van een prioriteringsverzoek en  transportverzoek;</al><al>- transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet;</al><al>- transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit als bedoeld in  artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet;</al><al>- volgordelijst: de door de gemeente vastgestelde rangordelijst van woningbouw- en  onderwijshuisvestingsprojecten conform tabel 3 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit  2026, waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken indient bij de netbeheerder.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><al>1. Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van projecten op de volgordelijst.  Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars als om projecten die de  gemeente zelf realiseert of initieert.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Deze beleidsregels hebben tot doel:</al><al>a. het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot eerder aanvragen van  transportcapaciteit en prioritering zoals aan de gemeente toegewezen in de Systeemcode  Elektriciteit 2026;</al><al>b. het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte en onderwijshuisvesting in  congestiegebieden, in uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht voor voldoende  woongelegenheid en onderwijshuisvesting, die de grondslag vormt voor de opname van  woonbehoefte en onderwijs in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode  Elektriciteit 2026;</al><al>c. het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling  van posities op de volgordelijst, waarbij aansluiting is gezocht bij de Didam-jurisprudentie  (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661);</al><al>d. het beperken van aansprakelijkheidsrisico's voor de gemeente als aanvrager van  transportcapaciteit bij de netbeheerder, in het bijzonder het risico van   schadevergoedingsclaims wegens ongelijke behandeling van projectontwikkelaars; en</al><al>e. het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar bevoegdheid als  aanvrager van prioritering van transportcapaciteit uitoefent.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Gelijke behandeling projecten</titel></kop><al>1. Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels  beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars.</al><al>2. Een gemeentelijk project geniet geen voorrangspositie, tenzij een hogere positie op grond  van de prioriteringsregels dit rechtvaardigt.</al><al>3. De gemeente motiveert op transparante wijze de positie van gemeentelijke projecten op  de volgordelijst.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Procedure verzoek opname volgordelijst</titel></kop><al>1. De periode voor het indienen van een verzoek tot plaatsing van een project op de  volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van deze beleidsregels in het  gemeenteblad.</al><al>2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan worden ingediend tot 9.00 uur op 7 september  2026.</al><al>3. Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van  de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het  betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de  beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar</titel></kop><al>1. De projectontwikkelaar zorgt voor een volledig projectdossier van een project bij een  verzoek tot opname op de volgordelijst waarbij hij voor het indienen van het verzoek   gebruik maakt van het daartoe beschikbaar gestelde formulier.</al><al>2. De gemeente stuurt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging van het verzoek  waarbij tevens wordt gewezen op de in artikel 13 genoemde  rechtsbeschermingsprocedure.</al><al>3. Een verzoek dat onvolledig is, wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de  projectontwikkelaar hiervan schriftelijk binnen twee dagen in kennis en informeert de  projectontwikkelaar over de al dan niet bestaande mogelijkheid om het dossier nog aan te  vullen. Ook aanvullingen dienen binnen twee dagen en uiterlijk voor 9.00 uur op 7  september 2026 ingediend te worden.</al><al>4. Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen  toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.  Daarvoor moet een nieuw verzoek worden ingediend.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Opname op de volgordelijst van eigen projecten</titel></kop><al>1. De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij initieert of  realiseert voor opname op de volgordelijst.</al><al>2. Toewijzing op de volgordelijst is project en projectlocatie gebonden. Een verkregen  toewijzing wordt niet overgeheveld naar een ander project of andere projectlocatie.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Bestuursverklaring</titel></kop><al>De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat:</al><al>a. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit  noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving van woonbehoefte algemeen en  collectief, bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;</al><al>b. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit  noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of de taken, bedoeld in tabel 3 van  bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en niet kan starten zonder de gevraagde  transportcapaciteit;</al><al>c. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning  van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van  de aansluiting, zal starten;</al><al>d. een verklaring dat de bewijsstukken, bedoeld in tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode  Elektriciteit 2026 compleet zijn;</al><al>e. een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld;</al><al>f. instemming met het feit dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt  afgenomen als de verklaring niet naar waarheid is ingevuld of als er sprake is van  vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 3 Systeemcode  Elektriciteit 2026;</al><al>g. als sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke  motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te  realiseren; en</al><al>h. als sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat  deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Rangordebepaling volgordelijst</titel></kop><al>De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.:</al><al /><al><nadruk type="vet">Stap 1: start bouw</nadruk></al><al>Als eerste stap vindt een rangschikkingsplaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd.</al><al /><al><nadruk type="vet">Stap 2: projectrijpheid</nadruk></al><al>Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met zes:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="12*" /><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="74*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Rangorde:</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Beschikbare documenten:</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie. <nadruk type="cur">(hierbij gaan we er dus van uit dat in de onherroepelijke bouwvergunning indirect ook sprake is van een planologische toestemming)</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>Er is een civielrechtelijke overeenkomst, en een onherroepelijk omgevingsplan vastgesteld in werking die het plan planologisch toestaat of onherroepelijke omgevingsvergunning voor de planologische activiteit voor de projectlocatie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>Er is alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleend voor de projectlocatie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>Er is alleen een civielrechtelijke overeenkomst.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>Er is alleen een omgevingsplan vastgesteld in werking die het plan planologisch toestaat of omgevingsvergunning voor de planologische activiteit verleend voor de projectlocatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>Er zijn andere bewijsstukken waardoor een project in aanmerking komt voor prioritering.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al><nadruk type="vet">Stap 3: maatschappelijk belang</nadruk></al><al>Binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van het maatschappelijk belang van het project, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als het voldoet aan één of meer van de volgende eisen:</al><al>a.  het aandeel sociale huur, betaalbare koop of midden huurwoningen conform de jaarlijks       landelijk vastgestelde koopprijs/huurprijsgrenzen bedraagt meer dan 30%;</al><al>b.  het voorziet in de huisvesting voor onderwijs of bijzondere doelgroepen (ouderen,  zorgbehoevenden, asielzoekers, statushouders, spoedzoekers); </al><al>Vervolgens wordt een project, in geval van gelijk maatschappelijk belang, hoger gerangschikt als er in het project meer woningen worden gerealiseerd dan in andere projecten binnen de op basis van de stappen 1 en 2 gemaakte onderverdeling</al><al /><al><nadruk type="vet">Stap 4: datum oplevering</nadruk></al><al>Binnen de op basis van de stappen 1 tot en met 3 gemaakte onderverdeling vindt een onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.</al><al /><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst</titel></kop><al>1. Als twee of meer projecten op basis van artikel 9 dezelfde positie behalen, bepaalt de  gemeente de onderlinge volgorde door middel van een openbare loting.</al><al>2. De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.</al><al>3. Betrokken projectontwikkelaars worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen.</al><al>4. De uitkomst van de loting is bindend. De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.</al><al /><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Transparantie en motivering</titel></kop><al>1. De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar door per  project de toepassing van de stappen 1 tot en met 4 en eventuele loting te vermelden.</al><al>2. Op verzoek van de projectontwikkelaar verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting  op de positie die aan zijn project is toegekend.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Bekendmaking volgordelijst</titel></kop><al>1. De gemeente maakt de voorlopige volgordelijst uiterlijk 17 september 2026 openbaar via  de gemeentelijke website. </al><al>2. De gemeente maakt, na het aflopen van de reactietermijn zoals benoemd in artikel 13 lid  1, de definitieve volgordelijst eveneens openbaar via de gemeentelijke website voor de  datum van indiening bij de netbeheerder.</al><al>3. Op de gepubliceerde volgordelijst staat per project vermeld: de projectnaam, de locatie,  het aantal woningen, en de positie op de lijst.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Rechtsbescherming</titel></kop><al>1. Een projectontwikkelaar die het niet eens is met zijn positie op de volgordelijst of tegen  de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan binnen tien  kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst schriftelijk een reactie  indienen bij  de gemeente. Na deze termijn vervalt het recht om een reactie in te dienen.</al><al>2. Een projectontwikkelaar die het niet eens is met zijn positie op de volgordelijst of tegen  de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan na de in het eerste lid  bedoelde procedure binnen tien dagen een kort geding aanhangig maken. Na deze termijn  vervalt het recht om een kort geding aanhangig te maken.</al><al>3. Het aanhangig maken van een kort geding heeft geen opschortende werking. Dit betekent  dat de gemeente verder zal gaan met het proces ter voorbereiding op en het  daadwerkelijk indienen van de volgordelijst bij de netbeheerder, tenzij de  projectontwikkelaar aan de gemeente uiterlijk twee werkdagen vóór de indieningsdatum  schriftelijk vraagt om het project van de volgordelijst te halen. Projectontwikkelaar  realiseert zich dat dit ertoe kan leiden dat er geen prioriteit voor de transportcapaciteit  wordt verkregen, doordat diens project dan niet door de gemeente bij de netbeheerder  wordt ingediend.</al><al>4. Door indiening van een verzoek overeenkomstig artikel 6 stemt de projectontwikkelaar  uitdrukkelijk in met de in dit artikel geregelde rechtsbeschermingsprocedure. </al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Wijziging en intrekking van de volgordepositie</titel></kop><al>1. De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken als:</al><al> a. de projectontwikkelaar aantoonbaar onjuiste of onvolledige informatie heeft    verstrekt;</al><al> b. het project naar het oordeel van de gemeente aantoonbaar niet meer voor realisatie   in aanmerking komt;</al><al> c. de projectontwikkelaar het project heeft gewijzigd en dit een herbeoordeling vergt; </al><al> d. het project naar het oordeel van de gemeente onuitvoerbaar is geworden.</al><al>2. Een herbeoordeling na wijziging van het project kan betekenen dat het project een andere  (hogere of lagere) plek op de volgordelijst zal krijgen.</al><al>3. De gemeente stelt de intrekking of wijziging vast en stelt de projectontwikkelaar hiervan  onverwijld in kennis.</al><al>4. Wijzigen op grond van dit artikel is slechts mogelijk zolang de volgordelijst nog niet door  de gemeente is ingediend bij de netbeheerder</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Indienen verzoek conform volgordelijst</titel></kop><al>1. De gemeente verzoekt de netbeheerder conform de positie op de volgordelijst het  prioriteringsverzoek en transportverzoek in behandeling te nemen nadat de  reactietermijn, bedoeld in artikel 13 is verstreken, dan wel als tijdig een reactie is  ingediend en nadat  de gemeente de ingediende reactie heeft  beoordeeld .</al><al>2. Bij projecten waarvoor de gemeente niet zelf initiatiefnemer is, komen eventuele kosten  die voortvloeien uit het prioriteringsverzoek, het transportverzoek en eventuele daarmee  samenhangende verplichtingen jegens de netbeheerder voor rekening van de  projectontwikkelaar.</al><al>3. De projectontwikkelaar verklaart bij indiening van zijn verzoek tot opname op de  volgordelijst dat hij beschikt over voldoende financiële middelen dan wel  financieringsmogelijkheden om de kosten en verplichtingen als bedoeld in het tweede lid  te kunnen voldoen.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregels worden aangehaald als de: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten Gemeente Tynaarlo 2026.</al><al /><al /><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van 25-08-2026.</al><al /><al>De burgemeester,</al><al>De secretaris,</al><al /><al /><al /><al> </al><al><nadruk type="vet">Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Tynaarlo tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten Gemeente Tynaarlo 2026 (Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten Gemeente Tynaarlo 2026</nadruk>)</al><al /><al><nadruk type="vet">Algemeen</nadruk></al><al /><al><nadruk type="cur">Inleiding</nadruk></al><al>Met deze beleidsregels geeft de gemeente Tynaarlo invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet bestaande bevoegdheid om prioriteringsverzoeken en transportcapaciteitsverzoeken in te dienen voor de functie woonbehoefte en onderwijshuisvesting bij de netbeheerder.</al><al /><al><nadruk type="cur">Aanleiding</nadruk></al><al>Netbeheerders hebben onvoldoende elektriciteitstransportcapaciteit om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen te voldoen. Voor onder andere woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten heeft dit concrete gevolgen. Projecten die planologisch gereed zijn, komen niet van de grond door een gebrek aan beschikbare aansluiting. In veel regio’s dreigen projecten vertraging op te lopen of te stranden. </al><al /><al>Netbeheerders kenden transportcapaciteit tot voor kort toe op volgorde van binnenkomst, het zogenaamde ‘first come, first served’-principe. Dit systeem houdt echter niet genoeg rekening met de maatschappelijke urgentie van bepaalde projecten en de behoefte om die voorrang te verlenen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft daarom op 2 december 2025 het Codebesluit prioriteringsruimte transportverzoeken vastgesteld (gepubliceerd in Staatscourant 2025, nr. 42323, in werking getreden op 1 januari 2026). Dit Codebesluit verplicht netbeheerders om in congestiegebieden af te wijken van het 'first come, first served'-beginsel en in plaats daarvan te werken met landelijke voorrangsregels op basis van maatschappelijk belang. Binnen de prioritering categorieën 2 en 3, evenals voor niet-prioritaire partijen, blijft ‘first come, first served’ bestaan, waarbij de datum van aanvraag van transportcapaciteit leidend is. Dit kader is later opgenomen in de Systeemcode Elektriciteit 2026 en aangevuld tot het nu geldend recht.</al><al /><al>De Systeemcode Elektriciteit 2026 onderscheidt drie prioriteitscategorieën:</al><al>1. Netcongestieverzachters — partijen die direct bijdragen aan het vergroten van de  beschikbare netcapaciteit;</al><al>2. Veiligheid — partijen waarvan het niet aansluiten een directe bedreiging vormt voor de  nationale veiligheid of volksgezondheid;</al><al>3. Basisbehoeften — partijen die voorzien in een eerste levensbehoefte, waaronder  woonbehoefte.</al><al /><al>Vanaf 1 juli 2026 worden groot- en kleinverbruikers in één en dezelfde rangorde beoordeeld. Er is geen overgangsperiode voorzien: alle aanvragen worden vanaf dat moment aan de nieuwe voorrangsregels getoetst.</al><al /><al>Gemeenten kunnen vanaf 1 oktober 2026 gebruikmaken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. Deze werkwijze stelt gemeenten in staat om al in een vroeg planningsstadium transportcapaciteit te reserveren voor onder meer woningbouw- en onderwijshuisvesting, ook al voordat een ontwikkelaar definitief betrokken is. De bewijsvereisten voor dit aanvragen zijn hiervoor specifiek op gemeenten toegesneden (tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026). </al><al /><al>Als aanvrager van transportcapaciteit ten behoeve van derden, bevindt de gemeente zich in een dubbele rechtsrelatie. Enerzijds als contractpartij jegens de netbeheerder, anderzijds met projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers die aanspraak maken op die capaciteit. Hoewel het aanvragen van transportcapaciteit een privaatrechtelijke bevoegdheid is, moet de gemeente daarbij op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek de beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen, en met name het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de Didam-arresten (ECLI:NL:HR:2021:1778 en ECLI:NL:HR:2024:1661).</al><al /><al>De VNG heeft gemeenten bij ledenbrief van 16 april 2026 opgeroepen vóór 1 oktober 2026 beleidsregels vast te stellen, zodat aanvragen op die datum gereed zijn voor indiening. De onderhavige beleidsregels zijn opgesteld om een juridisch houdbaar vertrekpunt te bieden voor de inrichting van de gemeentelijke aanvraagrol.</al><al /><al><nadruk type="cur">Doelstelling</nadruk></al><al>De doelstelling van deze beleidsregels is om de gemeentelijke bevoegdheid tot het aanvragen van elektriciteitstransportcapaciteit voor woningbouw- en onderwijshuisvestingsprojecten op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze in te richten. De gemeente geeft daarmee uitvoering aan haar taak om te voorzien in voldoende woongelegenheid. Deze taak kan in gebieden met netcongestie niet meer vanzelfsprekend tot uitvoering worden gebracht. </al><al /><al>De gemeente heeft via de Systeemcode Elektriciteit 2026 de mogelijkheid om als aanvrager vroeg in het planproces transportcapaciteit te reserveren voor woningbouw en onderwijshuisvesting. Deze aanvragen hebben gevolgen voor de verdeling van schaarse transportcapaciteit door de netbeheerder. Gelet op de impact op deze schaarsteverdeling is een transparante, objectieve en niet-discriminatoire werkwijze vereist op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Deze beleidsregels voorzien daarin. De beleidsregels stellen de rangschikkingscriteria vast, beschrijven de aanvraagprocedure en borgen de gelijke behandeling van gemeentelijke en andere projecten.</al><al /><al><nadruk type="cur">Verhouding tot andere regelgeving</nadruk></al><al>De beleidsregels zijn vastgesteld op grond van:</al><al>• Artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet: het college is bevoegd tot  privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten.</al><al>• Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht: een bestuursorgaan kan beleidsregels  vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid.</al><al>• De artikelen 7.21 tot en met 7.23, en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode  Elektriciteit 2026: het ACM-prioriteringskader stelt eisen aan de verdeling van  transportcapaciteit in congestiegebieden en de gemeentelijke rol.</al><al>• Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens  het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of  ongeschreven regels van publiek recht. Hieruit vloeit de verplichting voort het  gelijkheidsbeginsel in acht te nemen bij privaatrechtelijk handelen.</al><al /><al>De beleidsregels vullen het ACM-prioriteringskader aan op het niveau van de gemeente. Daarbij beperken de beleidsregels zich tot de prioriteitsfunctie: woonbehoefte (subfuncties: algemeen en collectieve woonvormen) en onderwijshuisvesting. Deze beleidsregels hebben geen betrekking op andere functies waarvoor de gemeente gelet op artikel 7.21 en tabel 3 van bijlage 3, van de Systeemcode Elektriciteit 2026 bevoegd is een prioriteringsverzoek in te dienen. Zij bepalen ook niet welke projecten prioriteit krijgen ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder, dat is immers de exclusieve bevoegdheid van de netbeheerder op grond van het ACM-prioriteringskader, maar regelen de interne gemeentelijke rangschikking die bepaalt welke verzoeken de gemeente indient en in welke volgorde.</al><al /><al>De beleidsregels laten de bevoegdheden op grond van de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Huisvestingswet onverlet. De gemeente kan Omgevingswet-instrumenten, zoals het regionale programma en het omgevingsplan benutten om projecten voor te bereiden op het ACM-prioriteringskader.</al><al /><al><nadruk type="cur">VNG-modelbeleidsregels</nadruk></al><al>Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruik gemaakt van de VNG-modelbeleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten. </al><al /><al><nadruk type="cur">Inspraak</nadruk></al><al>Bij het opstellen van deze beleidsregels is geen inspraakprocedure gevolgd. De aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als gevolg van het niet tijdig vaststellen van beleidsregels met betrekking tot de aanvraag van prioriteit voor transportcapaciteit maken dat sprake is van spoedeisend belang bij het vaststellen van deze beleidsregels, waardoor inspraak niet kon worden afgewacht (zie artikel 2, lid 1, onder f  van de Verordening inwoner- en overheidsparticipatie gemeente Tynaarlo 2025</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikelsgewijs</nadruk></al><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 1. Definities</nadruk></al><al>De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.</al><al /><al><nadruk type="cur">Civielrechtelijke overeenkomst</nadruk></al><al>De definitie van 'civielrechtelijke overeenkomst' volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.</al><al /><al><nadruk type="cur">Project</nadruk></al><al>De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026. Als een project meerdere fases bevat dan wordt elke fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode elektriciteit 2026, op basis waarvan voor elke fase een afzonderlijke aanvraag wordt ingediend.</al><al /><al><nadruk type="cur">Volgordelijst</nadruk></al><al>De definitie van 'volgordelijst' sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit en de werkwijze 'Eerder aanvragen' zoals beschreven in de VNG-ledenbrief lbr-26-010 (april 2026).</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2. Toepassingsbereik</nadruk></al><al>Door het toepassingsbereik helder af te baken wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ een intermediaire rol tussen netbeheerder en marktpartijen. Deze intermediaire positie brengt een dubbele rechtsrelatie mee: enerzijds met de netbeheerder als contractspartij voor transportcapaciteit, anderzijds met projectontwikkelaars die aanspraak maken op die capaciteit. Artikel 2 bakent af op welke beslissingen de beleidsregels van toepassing zijn. Het gaat om realisatie van de basisbehoefte woonbehoefte en onderwijs als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. In dat kader hanteert de gemeente een volgordelijst, waarop projecten geplaatst worden met het oog op het indienen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek bij de netbeheerder. De regels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om projecten niet op de volgordelijst te plaatsen.</al><al /><al>De gemeente gaat uiteraard niet over de wijze waarop een buurgemeente haar bevoegdheden uitoefent. Op het moment dat een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente daarom in overleg met de buurgemeente om af te stemmen wie het prioriteringsverzoek in zal dienen bij de netbeheerder. Uitgangspunt voor de inzet daarbij is dat de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen het project opneemt op haar volgordelijst en het prioriteringsverzoek indient.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3. Doel</nadruk></al><al>De rol die de gemeente heeft op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 betreft het uitoefenen van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het gaat om het contracteren van transportcapaciteit met de netbeheerder. Dit is het sluiten van een overeenkomst. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. Besluiten ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn uitgesloten van de mogelijkheid van bezwaar en beroep (artikel 8:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Eventuele conflicten zullen aan de civiele rechter moeten worden voorgelegd. De gemeente oefent de bevoegdheid tot het aanvragen van transportcapaciteit bij de netbeheerder uit als een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarbij gebonden aan de beginselen van behoorlijk bestuur op grond van artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke grondslag van het gelijkheidsbeginsel in de Didam-jurisprudentie.</al><al /><al><nadruk type="cur">Algemene beginselen van behoorlijk bestuur</nadruk></al><al>De Hoge Raad heeft in het Didam-I arrest (26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778) bepaald dat overheden bij vervreemding van onroerend goed het gelijkheidsbeginsel in acht moeten nemen en gelijke kansen aan potentiële gegadigden moeten bieden. In het Didam-II arrest (15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661) heeft de Hoge Raad deze lijn aangescherpt en de toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder zorgvuldigheid, gelijkheid, evenredigheid en motivering – ook buiten de context van gronduitgifte bevestigd. Artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat een bevoegdheid krachtens burgerlijk recht niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven recht.</al><al /><al>De gemeente handelt bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit privaatrechtelijk, maar is desondanks als bestuursorgaan gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het gelijkheidsbeginsel verplicht de gemeente niet tot een formele aanbesteding, maar wel tot een openbare, transparante procedure met vooraf bekendgemaakte, objectieve en toetsbare criteria. Afwijking is slechts gerechtvaardigd als slechts één gegadigde in aanmerking kan komen (de 'unieke gegadigde'-uitzondering), en dit moet vooraf gemotiveerd en gepubliceerd worden.</al><al /><al><nadruk type="cur">Uitwerking</nadruk></al><al>De beleidsregels hebben tot doel uitwerking te geven aan deze plichten. Zo dragen deze beleidsregels bij aan de realisatie van woningen en onderwijshuisvesting in congestiegebieden binnen de kaders waaraan de gemeente moet voldoen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4. Gelijke behandeling projecten</nadruk></al><al>De gelijke behandeling van gemeentelijke en private projecten is een cruciaal element van de Didam-doctrine. Artikel 4 borgt het gelijkheidsbeginsel door expliciet te bepalen dat gemeentelijke projecten niet worden bevoordeeld en dat de gemeente transparant is over de motivering van de rangorde van eigen projecten ten opzichte van projecten van projectontwikkelaars.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst</nadruk></al><al>Het bieden van een transparante verdelingsprocedure, door vooraf kenbaar te maken wanneer een verzoek kan worden in gediend vormt een belangrijk element van de Didam-doctrine. De beleidsregels voorzien in een transparante selectieprocedure, waarbij artikel 5 voorziet in het vooraf kenbaar maken van het proces en de daaraan verbonden tijdvakken.</al><al /><al>Door de aanvraagperiode direct te koppelen aan de publicatie van de beleidsregels is voor iedere projectontwikkelaar onmiddellijk duidelijk wanneer een verzoek kan worden ingediend. Door het benoemen van een concrete einddatum kan er ook geen misverstand bestaan over voor welke datum het verzoek moet worden ingediend om in aanmerking te komen voor plaatsing op de volgordelijst op basis waarvan de gemeente het verzoek om prioritering in zal dienen.</al><al /><al>De gemeente gaat uitsluitend een inspanningsverplichting aan jegens de projectontwikkelaar. Bij een resultaatsverplichting zou de gemeente instaan voor de daadwerkelijke toewijzing van transportcapaciteit, waarbij aansprakelijkheid op grond van wanprestatie open zou staan bij niet levering. Dat is niet mogelijk, nu niet de gemeente, maar de netbeheerder daarover gaat.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar</nadruk></al><al>Een helder aanvraagproces is essentieel voor een rechtmatige uitvoering. Artikel 6 regelt daarom de aanvraagprocedure en bepaalt de informatiestroom tussen de projectontwikkelaar en de gemeente die de basis vormt voor de rangschikking.</al><al /><al>Voor de aanvraag van transportcapaciteit en prioritering moeten gemeenten zorgen voor een volledig projectdossier dat kan worden ingediend bij de netbeheerder. Van de projectontwikkelaar die de gemeente verzoekt om een project op de prioriteringslijst te zetten met het oog op het doen van een transportverzoek en prioriteringsverzoek wordt verwacht dan hij daartoe de noodzakelijke informatie aanlevert. De gemeente stelt met het oog hierop een standaardaanvraagformulier beschikbaar waarin alle vereiste gegevens worden gevraagd. Dit formulier is te vinden op de gemeentelijke website en bevat tevens het in artikel 13, derde lid genoemde akkoord met de van toepassing zijnde bepalingen omtrent de rechtsbescherming.</al><al /><al><nadruk type="ondlijn">Aanvraag transportcapaciteit</nadruk></al><al>Een volledig projectdossier bevat voor het onderdeel transportcapaciteit ten minste:</al><al>a. naam, contactgegevens en rechtsvorm van de gemeente, dan wel naam, contactgegevens  en rechtsvorm van de projectontwikkelaar;</al><al>b. omschrijving en locatie van het project, onder vermelding van het type bouw (hoogbouw,  laagbouw of een combinatie) en de geografische begrenzing van het projectgebied (bij  voorkeur als polygoon);</al><al>c. het verwachte totale aantal en type woningen (sociaal, midden huur, koop);</al><al>d. de verwachte elektrische belasting van het project, omvattende:</al><al> 1 het aantal en de grootte (doorlaatwaarde) van de benodigde aansluitingen,     uitgesplitst naar wooneenheden, collectieve voorzieningen en onlosmakelijk    verbonden activiteiten;</al><al> 2 de op planniveau gehanteerde wijze van verwarmen, als meest bepalende factor in   de netbelasting;</al><al> 3 de gewenste datum van de definitieve aansluitingen, uitgesplitst per projectfase en   met een maximale loopduur van tien jaar na datum van indiening.</al><al /><al><nadruk type="ondlijn">Aanvragen van prioritering volgens het prioriteringskader</nadruk></al><al>Een volledig projectdossier bevat voor de aanvraag van prioritering (overeenkomstig tabel 4 van bijlage 3 Systeemcode Elektriciteit 2026) de volgende bewijsstukken die per subfunctie als volgt zijn vereist:</al><al /><al>Woningbouw — algemeen:</al><al>1. Bestuursverklaring (zie artikel 5);</al><al>2. Civiele overeenkomst gemeente–ontwikkelaar (primair) óf omgevingsplan (fallback);</al><al>3. Optioneel: aanvullende bestuursverklaring (artikel 7.21, vierde lid, van de Systeemcode  Elektriciteit 2026) + bewijsstuk bij kleinschalige activiteiten/collectieve voorzieningen.</al><al /><al>Woningbouw — collectieve woonvormen:</al><al>1. Bestuursverklaring (zie artikel 5);</al><al>2. Overeenkomst over collectieve woonvorm (primair) óf omgevingsplan (fallback).</al><al /><al> </al><al>Onderwijs:</al><al>1. Bestuursverklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde lid, onderdelen a tot en met f, door  of namens het college van burgemeester en wethouders;</al><al>2. Afschrift van het Integraal Huisvestingsplan waarin de onderwijslocatie is vermeld;</al><al>3. Indien de onderwijslocatie niet is vermeld in het Integraal Huisvestingsplan, een afschrift  van het omgevingsplan waaruit blijkt dat de onderwijslocatie is voorzien op de specifieke  locatie;</al><al /><al>Verder is van belang:</al><al>1. Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over de juistheid en volledigheid  van de verstrekte gegevens, ondertekend door een bevoegde vertegenwoordiger van de  projectontwikkelaar, welke de gemeente vrijwaart voor aansprakelijkheden van onjuiste  informatie jegens de netbeheerder; </al><al>2. Een verklaring afgegeven door de projectontwikkelaar over dat hij instemt met de op de  procedure van toepassing zijnde rechtsbescherming, en dat zij hierbij expliciet akkoord  gaat met de vervaltermijnen conform artikel 13; </al><al>3. Een verklaring dat het gaat om een inspanningsverplichting van de gemeente tot het  aanvragen van prioritering en transportcapaciteit, niet een resultaatsverplichting; en</al><al>4. Indien voor het project op grond van de Omgevingswet een instructie als bedoeld in  artikel 2.33 van de Omgevingswet is gegeven door gedeputeerde staten van de provincie,  dan wel het project valt onder instructieregels van de provinciale omgevingsverordening  (artikel 2.22 jo. artikel 2.6 van de Omgevingswet), of voor het project een projectbesluit  als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet door de provincie is genomen, dient de  aanvrager bij het projectdossier aan te tonen dat het project in overeenstemming is met  deze provinciale besluiten dan wel dat de vereiste afstemming met of toestemming van  gedeputeerde staten heeft plaatsgevonden. </al><al /><al>Het projectdossier wordt ingediend via het door de gemeente aangewezen digitale kanaal op de gemeentelijke website. De gemeente bevestigt ontvangst van het dossier binnen twee erkdagen. Dit sluit aan bij de systematiek van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer.</al><al /><al>Een verzoek dat onvolledig is wordt niet in behandeling genomen. Het in het verzoek opgenomen project komt dan ook niet op basis van het verzoek in aanmerking voor opname op de volgordelijst. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis, waarbij ook wordt aangegeven in hoeverre het nog mogelijk is alsnog een volledig verzoek in te dienen. Dit is alleen mogelijk als de in artikel 5, tweede lid genoemde termijn voor het indienen van een verzoek nog niet is verstreken.</al><al>Het is niet mogelijk om op basis van een al ingediend verzoek een ander project aan te dragen dan waarvoor het verzoek is gedaan. Daarvoor moet, conform de daarvoor geldende bepalingen een nieuw verzoek worden ingediend.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 8. Bestuursverklaring</nadruk></al><al>De bestuursverklaring is het centrale bewijsstuk van het prioriteringsverzoek. Deze stelt de netbeheerder in staat te toetsen of het verzoek daadwerkelijk betrekking heeft op een prioriteitswaardige activiteit en of de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk en reëel is. Zonder deugdelijk ingevulde bestuursverklaring is het verzoek incompleet en zal de netbeheerder de aanvraag afwijzen. De elementen in artikel 8 zijn cumulatief: alle onderdelen moeten zijn opgenomen. De eisen komen overeen met de eisen die zijn opgenomen in artikel 7.21, derde en vierde lid van de Systeemcode Elektriciteit 2026. </al><al>De Systeemcode Elektriciteit 2026 stelt dat partijen in de bestuursverklaring moeten onderbouwen dat de gevraagde transportcapaciteit nodig is voor de uitoefening van hun geprioriteerde taken, dat de capaciteit noodzakelijk is om te starten, en dat de activiteit op korte termijn na toekenning zal aanvangen. De elementen uit artikel 8 corresponderen rechtstreeks met deze Systeemcode Elektriciteit 2026-vereisten.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst</nadruk></al><al>De prioriteringscriteria vormen de kern van deze beleidsregels. Zij bepalen de volgorde op de volgordelijst en dienen objectief, toetsbaar en redelijk te zijn. Dit zijn de drie eisen die de Didam-jurisprudentie stelt aan selectiecriteria. </al><al>Artikel 9 werkt de prioritering uit in vier achtereenvolgende stappen. Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing wanneer de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.</al><al /><al><nadruk type="cur">Stap 1 – Start bouw</nadruk></al><al>Projecten met een eerder geplande maand van start bouw staan hoger op de volgordelijst dan projecten met een latere start bouw. Het gaat hier niet om een wens, maar om een start bouwmaand die is onderbouwd met: een planning, een overeenkomst, subsidievoorwaarden of een vergunning planning.</al><al>De bewijsstukken moeten de opgegeven start bouwdatum concreet en plausibel maken, op basis van bewijsstukken zoals opgesomd in de rangorde van stap 2. Een omgevingsplan of BOPA zonder verdere planningsonderbouwing volstaat in de regel niet om een specifieke start bouwmaand te staven. Een combinatie van een civielrechtelijke overeenkomst met een planning, subsidieafspraken of vergunningsconditie biedt dat wel. De gemeente beoordeelt per geval of de bewijsstukken de opgegeven datum afdoende onderbouwen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Stap 2- Projectrijpheid</nadruk></al><al>Stap 2 is gebaseerd op de planologische en de privaatrechtelijke positie van het project. De rangschikking weerspiegelt de mate van realisatiezekerheid: hoe concreter de positie, hoe groter de kans dat de aangevraagde transportcapaciteit ook daadwerkelijk en tijdig wordt benut. </al><al>De hiërarchie van de bewijsstukken berust op de planologische zekerheid en de privaatrechtelijke binding. Voor de rangschikking zijn drie soorten bewijsstukken relevant: de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, de civielrechtelijke overeenkomst en het onherroepelijk omgevingsplan of de onherroepelijke vergunning voor een BOPA. Elk bewijsstuk vertegenwoordigt een andere mate van zekerheid over de realisatie van het project.</al><al>Een project wordt ingedeeld in de hoogste subcategorie waaraan het de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Voldoet een project aan meerdere subcategorieën tegelijk, dan geldt de hoogste. De gemeente motiveert de indeling per project transparant.</al><al>Een anterieure overeenkomst, koopovereenkomst of exploitatieovereenkomst die voor 1 juli 2026 is gesloten, verleent geen automatisch recht op transportcapaciteit en levert evenmin een bevoorrechte positie op de volgordelijst op. Dergelijke overeenkomsten worden voor de toepassing van stap 2 gelijkgesteld met andere civielrechtelijke overeenkomsten die na 1 juli 2026 zijn gesloten. Zij kunnen bijdragen aan de projectrijpheidonderbouwing, maar worden beoordeeld aan de hand van dezelfde rangorde als overeenkomsten die na inwerkingtreding zijn gesloten.</al><al /><al>Onder categorie 6 onder stap 2 worden projecten bedoeld met de volgende bewijsstukken:</al><al>- Overeenkomst tussen gemeente en het Rijk over rijkssubsidies voor woningbouw.</al><al>- Prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties.</al><al>- College- of raadsbesluit met gemeente als initiatiefnemer voor woningbouwontwikkeling.</al><al /><al><nadruk type="cur">Stap 3 – Maatschappelijk belang</nadruk></al><al>De gemeente acht het van belang om het maatschappelijk belang van een project een rol te geven bij de verdere rangschikking van gelijkwaardige aanvragen, nadat stap 1 en stap 2 geen onderscheid hebben opgeleverd. De in deze stap opgenomen criteria houden verband met de volkshuisvestelijke doelstellingen zoals opgenomen in de gemeentelijke woonvisie en woondeal. </al><al /><al><nadruk type="cur">Stap 4 – Datum van oplevering</nadruk></al><al>Stap 4 is van toepassing wanneer na toepassing van de eerdere stappen nog geen onderscheid bestaat. De verwachte maand waarop het project wordt opgeleverd biedt de laatste onderscheiding tussen gelijkwaardige projecten. Een eerder verwacht tijdstip van oplevering geeft een sterkere aanwijzing dat de toegewezen transportcapaciteit ook daadwerkelijk en snel wordt benut. Dit sluit aan op het doel van het ACM-prioriteringskader: transportcapaciteit wordt toegewezen aan de partij die die capaciteit het eerst benut. Een project dat eerder zijn eerste woningen oplevert, doet al eerder een beroep op het net.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst</nadruk></al><al>Loting als tiebreaker is noodzakelijk om te voorkomen dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. De overgangsperiode bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen’ brengt een specifiek risico mee: als alle projecten gelijktijdig worden ingediend en de selectiecriteria geen onderscheid bieden, kan loting als enige objectieve methode gelden. Loting is een door de rechtspraak erkende en objectieve methode bij gelijkwaardigheid van aanvragen. De openbaarheid van de loting is vereist om de transparantie te waarborgen en bezwaren te voorkomen.</al><al /><al>De uitslag moet vastgelegd worden in een officieel proces-verbaal. Alle deelnemers worden individueel geïnformeerd over de uitslag en krijgen transparantie over hoe het proces is verlopen. Zij worden ook uitgenodigd om de loting bij te wonen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst</nadruk></al><al>De publicatietermijn van twee weken vóór de datum van indiening door de gemeente is afgestemd op de reactietermijn van artikel 13. Aanvragers hebben tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst om een reactie in te dienen. De resterende dagen binnen de twee-wekentermijn bieden de gemeente de benodigde verwerkingstijd om eventuele correcties naar aanleiding van de reacties door te voeren en de definitieve volgordelijst in te dienen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 13. Rechtsbescherming</nadruk></al><al>Het aanvragen van transportcapaciteit is een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente op grond van artikel 160, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van die rechtshandeling. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht is dan ook geen sprake. Bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan niet open voor de projectontwikkelaar. Er wordt desondanks gekozen om toch een alternatieve rechtsbeschermingsprocedure te creëren.</al><al>De reactietermijn van tien kalenderdagen wijkt bewust af van de twintig-dagentermijn die in het aanbestedingsrecht geldt. Tien kalenderdagen is voldoende, omdat aanvragers voorafgaand aan indiening volledig zijn geïnformeerd over de selectiecriteria en de rangschikkingsmethode, en omdat het spoedeisende belang van de werkwijze 'Eerder aanvragen' — in het bijzonder de deadline van 1 oktober 2026 — een compacte procedure vereist die tijdige indiening van prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder niet in gevaar brengt. Hierdoor krijgen aanvragers een concrete termijn om hun positie te beoordelen en zo nodig een reactie in te dienen , zonder dat de procedure onnodig lang blokkerende werking heeft op de indiening bij de netbeheerder. Artikel 15, eerste lid, verankert die standstill. </al><al>Het tweede en derde lid introduceren een contractuele vervaltermijn voor twee onderscheiden rechtsmiddelen:  de reactie bij de gemeente en de kortgedingprocedure bij de civiele rechter. Het recht op het indienen van een reactie bij de gemeente vervalt tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst, tien kalenderdagen hierna vervalt het recht om een kortgedingprocedure aanhangig te maken. De contractuele grondslag maakt de termijn robuuster dan een eenzijdig door de gemeente vastgestelde termijn: zij berust op de wilsovereenstemming van de aanvrager, zodat een beroep op rechtsverwerking wegens het niet-tijdig aanwenden van een rechtsmiddel een sterkere basis heeft. De VNG Handreiking Toepassing Didam-regels in de gemeentelijke gronduitgiftepraktijk beveelt een dergelijke constructie aan.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie</nadruk></al><al>De volgordepositiebepaling is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling; van een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is geen sprake. </al><al>Een volgordepositie wordt toegekend op basis van de informatie en het programma die de projectontwikkelaar op het moment van indiening heeft aangeleverd, of waarover de gemeente bij eigen projecten zelf over beschikt. De limitatieve gronden in het eerste lid kunnen rechtvaardigen dat de gemeente de positie herziet. Intrekking of wijziging op andere gronden vindt niet plaats. Relevante wijzigingen zijn wijzigingen die van invloed zijn op de plaatsing op de volgordelijst, zoals bijvoorbeeld het moment van start bouw.</al><al>Over de wijziging in rangorde wordt transparant gecommuniceerd. Uiteraard kan wijziging alleen plaatsvinden voor zolang de volgordelijst nog niet is ingediend bij de netbeheerder. Op het moment dat de lijst is ingediend ligt de verdere verantwoordelijkheid bij de netbeheerder en kan die, op grond van de hem toekomende bevoegdheden, naar bevinden handelen. Hier speelt ook mee dat een wijziging die meer transportcapaciteit of een andere locatie vergt, op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 kwalificeert als een nieuw verzoek en daarmee de bestaande prioriteitspositie doet vervallen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 15. Indienen verzoek conform volgordelijst</nadruk></al><al>Het indienen van de transportverzoeken en prioriteringsverzoeken vormt het sluitstuk van een zorgvuldige selectieprocedure door de gemeente. Dit indienen vindt dan ook niet plaats eerst nadat projectontwikkelaars nog de gelegenheid hebben gehad om een reactie in te dienen over de volgordelijst. Daarmee kunnen eventuele omissies worden hersteld, voordat er vervelende consequenties ontstaan. De gemeente volgt bij het indienen van de verzoeken de vastgestelde volgordelijst.</al><al /><al>Met de aanvullende bepalingen in artikel 15 wordt verduidelijkt dat de financiële gevolgen van een prioriteringsverzoek en transportverzoek bij projecten van derden voor rekening van de initiatiefnemer komen. De gemeente verricht geen zelfstandige beoordeling van de financiële draagkracht van initiatiefnemers, maar mag afgaan op de door de initiatiefnemer afgelegde verklaring dat voldoende financiële middelen of financieringsmogelijkheden aanwezig zijn om aan de daarmee samenhangende verplichtingen te voldoen.</al><al /></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>