<OfficielePublicatie schemaversie="1.2.0" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <ExpressionIdentificatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <FRBRWork>/akn/nl/officialGazette/gmb/2026/38258</FRBRWork>
    <FRBRExpression>/akn/nl/officialGazette/gmb/2026/38258/nld@2026-01-28</FRBRExpression>
    <soortWork>/join/id/stop/work_015</soortWork>
  </ExpressionIdentificatie>
  <OfficielePublicatieVersieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <gepubliceerdOp>2026-01-28</gepubliceerdOp>
  </OfficielePublicatieVersieMetadata>
  <OfficielePublicatieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <heeftCiteertitelInformatie>
      <CiteertitelInformatie>
	<citeertitel>Omgevingsplan gemeente Sliedrecht</citeertitel>
	<isOfficieel>true</isOfficieel>
      </CiteertitelInformatie>
    </heeftCiteertitelInformatie>
    <eindverantwoordelijke>/tooi/id/gemeente/gm0610</eindverantwoordelijke>
    <grondslagen>
      <grondslag>
	<TekstReferentie>
	  <uri>jci1.31:c:BWBR0037885&amp;artikel=2.4</uri>
	  <label>artikel 2.4 van de Omgevingswet</label>
	  <soortRef>JCI</soortRef>
	</TekstReferentie>
      </grondslag>
      <grondslag>
	<TekstReferentie>
	  <uri>jci1.31:c:BWBR0037885&amp;artikel=22.2&amp;lid=1</uri>
	  <label>artikel 22.2, lid 1 van de Omgevingswet</label>
	  <soortRef>JCI</soortRef>
	</TekstReferentie>
      </grondslag>
    </grondslagen>
    <informatieobjectRefs>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_bd85d25ca9c849898d28498f8434e685/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_9c2f3eda2785436585b4cb5710ecacd0/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d3130945bbc14f0e974bb14d2fc79374/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_5f0e02afcabf4a35940b4137aba7ca09/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_f56b949d8aca46489b81370338d2b80e/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_8c934ccd43804227878b1c229cbb0e59/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_9c89b6da7fd748cabeca9e265a99932b/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_c4c382db0a4f46aba689aa29175520f4/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_c140fe2a8f11413dbeda57e7e88d91e8/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_04d91d8019e44fc88d6beb2357d0f4cb/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_0b28ae374da440c986164148d86c7cfb/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_1e18b66415344dc4a51492f233faa966/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_3f0e7ed8da264cbab0c2de52757f9e8c/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_36a98b4c19164b34a797270a3d9694ab/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d1b33985683d4111862877c7e56e2bb2/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_9d24c47276f54b8389777724d684c394/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_70cabd4aecbe4f099c033c90b2f5d505/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_e88b423d414e43089b02f05be9413b4c/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_6d2a4436956c4b6b99d5675dd70689f6/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_62ba17e3546949778114941bbf5ecc72/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d82c1309e38847d0a63cde571af7c02c/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_83f13a572eae4653b67698a6ab798090/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_15768ac04afc494d83977ffade0d977a/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_38bdff3bb6364e6b924ed5f88ab09a47/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_50e1d4c4d9d04f0ab614fd5503e2124c/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_89bcb23f09914826b2cfed3df5bb9f35/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d5367e2163c847a3977b869768989850/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_df6bb5be31af44cea419b1ca1f01f509/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_179e7e3441ef4724b5e4e39fd7d911f3/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_bd9505f4844848f7bb819e6b9dca4cce/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_7dba8ac89ea340a4bdc9f324faa43274/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_0dab14f16edb4ed3949ebb017f255d15/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_07c8ec7b2a334da193c18e562e5dc5e3/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_8584bf91a97c4a6492166c57f231f3f9/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_dd9437687cf349fab9fbd511522a7b91/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_997f456f82f842a1974375e51bad2f1c/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_6cdb4f55133b410295f19f4e14c82772/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_0b0fb15731674542b56380b12fd85ea8/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_5dc72d4f8e344320be9798052546bf7a/nld@2026-01-26;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/Bijlage_OER_beoordeling_OP_1_0/nld@2026-01-28;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0610/2026/Motivering_wijziging_omgevingsplan_OP_1_0/nld@2026-01-28;1</informatieobjectRef>
    </informatieobjectRefs>
    <jaargang>2026</jaargang>
    <maker>/tooi/id/gemeente/gm0610</maker>
    <officieleTitel>Omgevingsplan gemeente Sliedrecht</officieleTitel>
    <ondertekendOp>2025-10-15</ondertekendOp>
    <onderwerpen>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_beb01b1c</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_a6a9eddd</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_2408fb5a</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_70e03904</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_9f410ab6</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_75809540</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_db2fbedb</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_afa30a11</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_a6c5e5b8</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_cfc7d5ab</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_9af4b880</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_389a72e6</onderwerp>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_124eaf3a</onderwerp>
    </onderwerpen>
    <publicatieIdentifier>gmb-2026-38258</publicatieIdentifier>
    <publicatienaam>Gemeenteblad 2026, 38258</publicatienaam>
    <publicatieblad>/tooi/def/concept/c_81cc2eb5</publicatieblad>
    <publicatienummer>38258</publicatienummer>
    <publiceert>/akn/nl/bill/gm0610/2026/besluit-omgevingsplan-20260128-154140/nld@2026-01-28;1</publiceert>
    <soortProcedure>/join/id/stop/proceduretype_definitief</soortProcedure>
    <rechtsgebieden>
      <rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</rechtsgebied>
    </rechtsgebieden>
    <uitgever>/tooi/id/gemeente/gm0610</uitgever>
    <soortPublicatie>/join/id/stop/soortpublicatie_001</soortPublicatie>
  </OfficielePublicatieMetadata>
  <OfficielePublicatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
    <Gemeenteblad>
      <Bladaanduiding>
	<Titelregel>Gemeenteblad</Titelregel>
	<Titelregel>Officiële uitgave van de gemeente Sliedrecht</Titelregel>
      </Bladaanduiding>
      <BesluitCompact schemaversie="1.2.0">
	<RegelingOpschrift wId="longTitle" eId="longTitle">
	  <Al>Omgevingsplan gemeente Sliedrecht</Al>
	</RegelingOpschrift>
	<Aanhef wId="formula_1" eId="formula_1">
	  <Al>
               <b>Besluit tot wijziging van het omgevingsplan, Omgevingsplan 1.0</b>
            </Al>
	  <Al>De raad van gemeente Sliedrecht;</Al>
	  <Al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 september 2025;</Al>
	  <Al>gelet op de artikelen 2.4, 4.1 en 4.2 van de Omgevingswet;</Al>
	  <Al>overwegende dat:</Al>
	  <Al>overeenkomstig artikel 16.30 Omgevingswet en afdeling 3.4 Awb, het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen en er in die periode geen zienswijzen zijn ontvangen;</Al>
	  <Al>B E S L U I T :</Al>
	</Aanhef>
	<Lichaam wId="body" eId="body">
	  <WijzigArtikel wId="gm0610_16c7fdef8c2a4b3dae83ef6088fe2450__art_I" eId="art_I">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>I</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>Het omgevingsplan Sliedrecht te wijzigen zoals is weergegeven in '<IntRef ref="cmp_A">bijlage A</IntRef>'.</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <Artikel wId="gm0610_e28c9a0207fb415698aab83e293406c9__art_I" eId="art_II">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>II</Nummer>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>De omgevingsplanwijziging met betrekking tot het centrumgebied vast te stellen.<br/><br/></Al>
	    </Inhoud>
	  </Artikel>
	</Lichaam>
	<Sluiting wId="formula_2" eId="formula_2">
	  <Al>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Sliedrecht op 14 oktober 2025.</Al>
	  <Ondertekening>
	    <Al>De griffier,</Al>
	    <Al>mr. R.P.A. van Aalst</Al>
	    <Al>De voorzitter,</Al>
	    <Al>mr. drs. J.M. de Vries</Al>
	  </Ondertekening>
	</Sluiting>
	<WijzigBijlage wId="gm0610_4b293da928524cbf9eb8f7ed082c2a48__cmp_A" eId="cmp_A">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>A</Nummer>
	    <Opschrift>Omgevingsplan gemeente Sliedrecht</Opschrift>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="regeling" was="/akn/nl/act/gm0610/2020/omgevingsplan/nld@2025-07-17;V2" wordt="/akn/nl/act/gm0610/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-28">
	    <VoegToe positie="volgtOp" context="gm0610_1-0__chp_1__art_1.1">
	      <Nummer>A</Nummer>
	      <Wat>Na artikel 1.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_1__art_1.2" eId="chp_1__art_1.2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>1.2</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene indieningsvereisten omgevingsvergunning</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit, als bedoeld in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> worden in aanvulling op de algemene indieningsvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling, in ieder geval de volgende bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_1__art_1.2__list_o_1" eId="chp_1__art_1.2__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_1__art_1.2__list_o_1__item_a" eId="chp_1__art_1.2__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de naam en woonplaats van de aanvrager;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_1__art_1.2__list_o_1__item_b" eId="chp_1__art_1.2__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een kopie van een geldig legitimatiebewijs;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_1__art_1.2__list_o_1__item_c" eId="chp_1__art_1.2__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een handtekening van aanvrager;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_1__art_1.2__list_o_1__item_d" eId="chp_1__art_1.2__list_o_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>indien relevant een onderbouwing waaruit blijkt dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6" scope="Afdeling">afdeling 7.6</IntRef>.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </VoegToe>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.3">
	      <Nummer>B</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.3" eId="chp_5__subchp_5.3">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.3</Nummer>
		  <Opschrift>Bedrijfsactiviteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.3__art_5.74" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>5.1</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze afdeling gaat over de activiteit '<IntIoRef wId="gm0610_b4834631d01a41a8a848c47a15dc6253__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.1__ref_o_1" ref="gm0610_0d3ef294787f4ad6a93e4570368dff64__ref_1">bedrijf</IntIoRef>'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.3__art_5.75" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>5.2</Nummer>
		    <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.3__art_5.75__para_1" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Bedrijf' is alleen toegestaan als de activiteit binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_539c3c9625c642128d06639d9e5b1d41__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.2__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_0d3ef294787f4ad6a93e4570368dff64__ref_1">bedrijf</IntIoRef>' wordt uitgevoerd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.3__art_5.75__para_2" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid geldt niet voor bestaande bedrijfsactiviteiten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.3__art_5.76" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.3" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>5.3</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bedrijf' uit te voeren buiten de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_f4eb40ad5f284892900b91348799ba4f__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.3__art_5.3__ref_o_1" ref="gm0610_0d3ef294787f4ad6a93e4570368dff64__ref_1">bedrijf</IntIoRef>'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5">
	      <Nummer>C</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 5.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5" eId="chp_5__subchp_5.5">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.5</Nummer>
		  <Opschrift>Detailhandelsactiviteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.5.1</Nummer>
		    <Opschrift>Detailhandelsactiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.77" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.4">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.4</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.77__para_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.4__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'detailhandel'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.77__para_2" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.4__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf gaat niet over de activiteit 'Detailhandelsactiviteiten uitvoeren in de vorm van een supermarkt', 'Detailhandelsactiviteiten uitvoeren in de vorm van voluminieuze goederen', 'Ondergeschikte detailhandelsactiviteiten' of 'Detailhandelsactiviteiten uitvoeren in de vorm van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">ambulante handel</IntRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.78" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.5">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.5</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.78__para_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.5__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De activiteit 'Detailhandel' is alleen toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_802e2b0bf5aa48f58f1597a3ff6335ff__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.5__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_3ff0671f11aa4e5bb3675d054e00d51e__ref_1">detailhandel</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.78__para_2" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.5__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.3__art_5.2__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt niet voor bestaande detailhandelsactiviteiten.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.78__para_3" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.5__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.3__art_5.2__para_1">eerste lid</IntRef> is de activiteit 'detailhandel' binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_aeffbe6fe8094ead97ac643df668092b__ref_o_2" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.5__para_3__ref_o_1" ref="gm0610_89ce3c51536e45d0abefc2a6db1fca7f__ref_1">detailhandel - begane grond</IntIoRef>' alleen toegestaan op de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">begane grond</IntRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.79" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.6">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.6</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Detailhandel' uit te voeren, buiten de locaties '<IntIoRef wId="gm0610_539bea80f81d4ba5b00dd3c4081626a6__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.6__ref_o_1" ref="gm0610_3ff0671f11aa4e5bb3675d054e00d51e__ref_1">detailhandel</IntIoRef>' en '<IntIoRef wId="gm0610_a6aef29f3faf4d4cba0bb1e6470fe746__ref_o_2" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.6__ref_o_2" ref="gm0610_89ce3c51536e45d0abefc2a6db1fca7f__ref_1">detailhandel - begane grond</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.80" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.7">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.7</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.3__art_5.3">artikel 5.3</IntRef> wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_caeb8710671f4fecbbcd2bcc498f46cf__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.7__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.80__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.7__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'detailhandel' wordt uitgevoerd binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_c0e9afec652d4a2ab7ae7e69812671b2__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.80__list_o_1__item_a__ref_o_2" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.7__list_o_1__item_a__ref_o_1" ref="gm0610_4afa4b11116e4e11858c13c0f81c467b__ref_1">schil kernwinkelgebied</IntIoRef>'; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.80__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.1__art_5.7__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6">afdeling 7.6</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.2" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.5.2</Nummer>
		    <Opschrift>Detailhandelsactiviteiten in de vorm van een supermarkt uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.2__art_5.81" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.2__art_5.8">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.8</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'supermarkt'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.2__art_5.82" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.2__art_5.9">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.9</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De activiteit 'Supermarkt' is alleen toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_35107a445da14e67b73068520f6ca049__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.2__art_5.9__ref_o_1" ref="gm0610_e1c874320bdb46a997b20e16d8a4f49d__ref_1">supermarkt</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.3" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.3" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.5.3</Nummer>
		    <Opschrift>Detailhandelsactiviteiten in de vorm van volumineuze goederen uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.3__art_5.83" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.3__art_5.10">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.10</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_61" scope="Begrip">Handel in volumineuze goederen</IntRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.3__art_5.84" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.3__art_5.11">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.11</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_61">Handel in volumineuze goederen</IntRef>' is alleen toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_928eed61417f437f9389deb8392005a2__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.3__art_5.11__ref_o_1" ref="gm0610_37b0d12a0ad440a5a397a62e49ec8cab__ref_1">volumineuze detailhandel</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.5.4</Nummer>
		    <Opschrift>Ondergeschikte detailhandelsactiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.85" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.12">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.12</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ondergeschikte detailhandel' als ondergeschikte activiteit binnen een andere gebruiksactiviteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.86" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.13">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.13</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.86__para_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.13__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Ondergeschikte detailhandel' is alleen toegestaan bij het uitvoeren van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_06b592eac9364e4e9828af401304c6c9__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.13__para_1__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.86__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.13__para_1__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'bedrijf', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.3">afdeling 5.3</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.86__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.13__para_1__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'dienstverlening', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.6">afdeling 5.6</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.86__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.13__para_1__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Horeca', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7">afdeling 5.7</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.86__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.13__para_1__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Kantoor', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.8">afdeling 5.8</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.86__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.13__para_1__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'maatschappelijk' als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.9">afdeling 5.9</IntRef>.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.86__para_2" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.4__art_5.13__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De ondergeschikte detailhandel is naar aard en omvang ondergeschikt aan het hoofdgebruik.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.5.5</Nummer>
		    <Opschrift>Detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.87" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.14">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.14</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.87__para_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.14__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ambulante handel'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.87__para_2" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.14__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf gaat niet over:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.87__para_2__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.14__para_2__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.87__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.14__para_2__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.87__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.14__para_2__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>een vaste plaats op een evenement; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.87__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.14__para_2__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>een standplaats op een weg in beheer bij het Rijk, de provincie of het waterschap.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.88" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.15">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.15</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.88__para_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.15__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De activiteit 'Ambulante handel' is toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_055b311877884e56ac0ea66a0e5c11fe__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.15__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_b3f87dbc60ea41b3aaa7a60338b8e689__ref_1">standplaats</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.88__para_2" eId="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.15__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.5__subsec_5.5.5__art_5.15__para_1">eerste lid</IntRef> valt in ieder geval het gebruik van gronden voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">ambulante handel</IntRef> op een standplaats conform het bepaalde in de vergunning.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.6">
	      <Nummer>D</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 5.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.6" eId="chp_5__subchp_5.6">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.6</Nummer>
		  <Opschrift>Dienstverleningsactiviteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1" eId="chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.6.1</Nummer>
		    <Opschrift>Dienstverleningsactiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.89" eId="chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.16">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.16</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'dienstverlening'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.90" eId="chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.17">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.17</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.90__para_1" eId="chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.17__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren van de activiteit 'dienstverleningsactiviteit uitvoeren' is alleen toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_b89ca11440b54446a4162519a4493338__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.17__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_37a7ae7e167d44bda68c7d6a9c049bf8__ref_1">dienstverlening</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.90__para_2" eId="chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.17__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.17__para_1">eerste lid</IntRef> is het uitvoeren van de activiteit 'dienstverleningsactiviteit uitvoeren' binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_ff726b83b2be4e968f58b990833b02b9__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.6__subsec_5.6.1__art_5.17__para_2__ref_o_1" ref="gm0610_31dba925afee4f85b789f11c2c12e6f5__ref_1">dienstverlening - begane grond</IntIoRef>' alleen toegestaan op de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">begane grond</IntRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7">
	      <Nummer>E</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 5.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7" eId="chp_5__subchp_5.7">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.7</Nummer>
		  <Opschrift>Horeca-activiteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.7.1</Nummer>
		    <Opschrift>Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 2</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.91" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.18">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.18</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.92" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.19">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.19</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.92__para_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.19__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' is alleen toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_194edf90d42e42b180807730ff660f93__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.19__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_e79929614772497dbf1fef6fca69faa3__ref_1">horeca-categorie 2</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.92__para_2" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.19__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het eerste lid geldt niet voor bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">horeca</IntRef>-activiteiten.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.93" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.20">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.20</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' uit te voeren buiten de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_24391ae04a9544dda03c1b2b6008c380__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.20__ref_o_1" ref="gm0610_e79929614772497dbf1fef6fca69faa3__ref_1">horeca-categorie 2</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.94" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.21">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.21</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.20">artikel 5.20</IntRef> wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.94__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.21__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.94__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.21__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' wordt uitgevoerd binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_b7b25b3f9039492ba58ae455fc583d50__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.94__list_o_1__item_a__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.21__list_o_1__item_a__ref_o_1" ref="gm0610_4afa4b11116e4e11858c13c0f81c467b__ref_1">schil kernwinkelgebied</IntIoRef>';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.94__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.1__art_5.21__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6">afdeling 7.6</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.7.2</Nummer>
		    <Opschrift>Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 3</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.95" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.22">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.22</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.96" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.23">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.23</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.96__para_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.23__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3' is alleen toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_7bf2a2f846de4cdba3b6ebc74a310dbe__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.23__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_eb880f0b4bba43bb8941590abdac2709__ref_1">horeca-categorie 3</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.96__para_2" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.23__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het eerste lid geldt niet voor bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">horeca</IntRef>-activiteiten.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.97" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.24">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.24</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3' uit te voeren buiten de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_43006a18d5d142688c5a4f9d898bd5eb__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.24__ref_o_1" ref="gm0610_eb880f0b4bba43bb8941590abdac2709__ref_1">horeca-categorie 3</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.98" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.25">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.25</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.24">artikel 5.24</IntRef> wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.98__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.25__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.98__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.25__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3' wordt uitgevoerd binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_3c51a1cff11c4abbb6a81cd79d141eba__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.98__list_o_1__item_a__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.25__list_o_1__item_a__ref_o_1" ref="gm0610_4afa4b11116e4e11858c13c0f81c467b__ref_1">schil kernwinkelgebied</IntIoRef>';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.98__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.2__art_5.25__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6">afdeling 7.6</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.7.3</Nummer>
		    <Opschrift>Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 4</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.99" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.26">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.26</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.100" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.27">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.27</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.100__para_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.27__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4' is alleen toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_c978e841cdac4b888cd96f381e9d44d3__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.27__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_4d63cab266c4484c91527f7ccc49425f__ref_1">horeca-categorie 4</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.100__para_2" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.27__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het eerste lid geldt niet voor bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">horeca</IntRef>-activiteiten.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.101" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.28">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.28</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4' uit te voeren buiten de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_5a307913e8db432092afaa9e25650a40__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.28__ref_o_1" ref="gm0610_4d63cab266c4484c91527f7ccc49425f__ref_1">horeca-categorie 4</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.102" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.29">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.29</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.28">artikel 5.28</IntRef> wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.102__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.29__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.102__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.29__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in categorie 4' wordt uitgevoerd binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_9b2de5f8046f418cb0b03f0f4feb8451__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.102__list_o_1__item_a__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.29__list_o_1__item_a__ref_o_1" ref="gm0610_4afa4b11116e4e11858c13c0f81c467b__ref_1">schil kernwinkelgebied</IntIoRef>';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.102__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.3__art_5.29__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6">afdeling 7.6</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.7.4</Nummer>
		    <Opschrift>Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 5</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.103" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.30">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.30</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.104" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.31">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.31</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.104__para_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.31__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' is alleen toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_5e9d941707fa41a4aedde834c07a6f81__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.31__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_c749b56a85bf4d599a1fb252b1f7dc06__ref_1">horeca-categorie 5</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.104__para_2" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.31__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.31__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt niet voor bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">horeca</IntRef>-activiteiten.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.104__para_3" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.31__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.31__para_1">eerste lid</IntRef> geldt dat de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_462b024e565a40efacff69e96ad5cd4d__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.31__para_3__ref_o_1" ref="gm0610_205a90c29257471f94e8013213b36ebb__ref_1">horeca-categorie 5 - eerste verdieping</IntIoRef>' alleen is toegestaan op de eerste verdieping.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.105" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.32">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.32</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' uit te voeren buiten de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_9acf0331fe834b02acce7b9db7bd5ee8__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.32__ref_o_1" ref="gm0610_c749b56a85bf4d599a1fb252b1f7dc06__ref_1">horeca-categorie 5</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.106" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.33">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.33</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.32">artikel 5.32</IntRef> wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.106__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.33__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.106__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.33__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in categorie 5' wordt uitgevoerd binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_8c12954053ae4077a86d4a4a6440ad7b__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.106__list_o_1__item_a__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.33__list_o_1__item_a__ref_o_1" ref="gm0610_4afa4b11116e4e11858c13c0f81c467b__ref_1">schil kernwinkelgebied</IntIoRef>';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.106__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.4__art_5.33__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6">afdeling 7.6</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.7.5</Nummer>
		    <Opschrift>Ondergeschikte horeca-activiteiten uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.107" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.34">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.34</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ondergeschikte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">horeca</IntRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.108" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.35">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.35</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.108__para_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.35__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Ondergeschikte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65">horeca</IntRef>' is toegestaan bij het uitvoeren van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_f735e5b17537405296094d8120a9efe2__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.35__para_1__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.108__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.35__para_1__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Bedrijf', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.3">afdeling 5.3</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.108__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.35__para_1__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Dienstverlening', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.6">afdeling 5.6</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.108__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.35__para_1__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Horeca', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7">afdeling 5.7</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.108__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.35__para_1__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Kantoor', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.8">afdeling 5.8</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.108__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.35__para_1__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Maatschappelijk' als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.9">afdeling 5.9</IntRef>.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.108__para_2" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.5__art_5.35__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De ondergeschikte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">horeca</IntRef> is naar aard en omvang ondergeschikt aan het hoofdgebruik.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.7.6</Nummer>
		    <Opschrift>Ondergeschikte zaalhuur uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.109" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.36">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.36</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'ondergeschikte zaalhuur'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.110" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.37">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.37</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het uitvoeren van de activiteit 'ondergeschikte zaalhuur' is alleen toegestaan als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.110__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.37__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.110__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.37__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de ondergeschikte zaalhuur ondersteunend is aan maatschappelijke activiteiten, als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.43">artikel 5.43</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.110__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.37__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de ondergeschikte zaalhuur niet zelfstandig wordt uitgevoerd; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.110__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.37__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de ondergeschikte zaalhuur plaatsvindt binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_15de462dd8d14346b05e71bfba8c8cf6__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.110__list_o_1__item_c__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.6__art_5.37__list_o_1__item_c__ref_o_1" ref="gm0610_2948e09d265f4beaad15660e140c7324__ref_1">ondergeschikte zaalhuur</IntIoRef>'.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.7.7</Nummer>
		    <Opschrift>Terrasactiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.111" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.38">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.38</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Terras'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.112" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.39">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.39</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Terras' is alleen toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_c822403e229241d4a1e8f1573c3c38f1__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.39__ref_o_1" ref="gm0610_a49d7ac6bcb143babadf5f3e12dcb1e8__ref_1">terrassen</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.113" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.40">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.40</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Terras' uit te voeren buiten de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_c87499b7f51841afa4623813325a4ebc__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.40__ref_o_1" ref="gm0610_a49d7ac6bcb143babadf5f3e12dcb1e8__ref_1">terrassen</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.114" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.41">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.41</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.40">artikel 5.40</IntRef> wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.114__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.41__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.114__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.41__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Terras' binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_8474340649794f7abec2e995690bd8e4__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.114__list_o_1__item_a__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.41__list_o_1__item_a__ref_o_1" ref="gm0610_d26a5e9f05f640feb22342b30cfb33bd__ref_1">kernwinkelgebied</IntIoRef>' plaatsvinden;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.114__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.41__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>wordt voldaan aan de Beleidsregel 'Terrasvergunningen Sliedrecht' of een rechtsopvolger daarvan, zoals die geldt ten tijde van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.114__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.41__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6">afdeling 7.6</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.115" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.42">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.42</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.40" scope="Artikel">artikel 5.40</IntRef> worden in aanvulling op de algemene indieningsvereisten uit <IntRef ref="chp_1__art_1.2" scope="Artikel">artikel 1.2</IntRef> de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.115__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.42__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.115__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.42__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een onderbouwing waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan het bepaalde in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7__subsec_5.7.7__art_5.41" scope="Artikel">artikel 5.41</IntRef>, sub b.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8">
	      <Nummer>F</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 5.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8" eId="chp_5__subchp_5.8">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.8</Nummer>
		  <Opschrift>Kantooractiviteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.8.1</Nummer>
		    <Opschrift>Kantooractiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.116" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.43">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.43</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Kantoor'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.117" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.44">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.44</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.117__para_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.44__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Kantoor' is alleen toegestaan als de activiteit binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_0972b70ee66c4df69ed7b348ebd3cd22__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.44__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_d7e70b4ad4ab41f689606f70d7291e5f__ref_1">kantoren</IntIoRef>' wordt uitgevoerd.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.117__para_2" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.44__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>In aanvulling op het eerste lid is het uitvoeren van de activiteit 'Kantoor' binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_f92fec423a1b45338f325fa8a4fe413b__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.44__para_2__ref_o_1" ref="gm0610_0866282cde604e1d99b01e5b70e315a5__ref_1">kantoren - begane grond</IntIoRef>' alleen toegestaan op de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">begane grond</IntRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.118" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.45">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.45</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Kantoor' uit te voeren buiten de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_3e70fc8e9fb14686b7d4de6d6e1377b9__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.45__ref_o_1" ref="gm0610_d7e70b4ad4ab41f689606f70d7291e5f__ref_1">kantoren</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.46</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.45">artikel 5.45</IntRef> kan worden verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_c1e053c1db5e4c43b9fa611deb5d4340__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_72">kantoor</IntRef> niet ligt in een <IntIoRef wId="gm0610_ce8223fee1424238b0b56b4a905f5c27__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119__list_o_1__item_a__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1__item_a__ref_o_1" ref="gm0610_36d0c9b751664d30bf7f7ba604995867__ref_1">gebied</IntIoRef> dat primair is aangewezen voor de activiteit wonen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de kantooractiviteit voldoet aan ten minste één van de volgende criteria:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_98ac762dba8d46a9a7f3912c2aac663b__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1__item_b__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>het betreft een kleinschalig zelfstandig kantoor met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.000 m² per vestiging, waarbij geen clustering van meer dan vijf zelfstandige kantoren binnen een straal van 250 meter ontstaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>het betreft een kantoor dat in overeenstemming is met de regionale behoefte aan kantoren waarover bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>het betreft een kantoor van een gemeentelijke dienst of hulpdienst;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>het betreft een bedrijfsgebonden kantoor waarvan de bruto-vloeroppervlakte minder bedraagt dan 50% van het totale bruto-vloeroppervlakte van het bedrijf;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>indien sprake is van een kleinschalig zelfstandig kantoor als bedoeld onder b onder 1 dan moet het kantoor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_80">lokaal verzorgingsgebied</IntRef> hebben en aantoonbaar bijdragen aan de versterking van de lokale economie; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.119__list_o_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.46__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6">afdeling 7.6</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.120" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.47">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.47</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.45">artikel 5.45</IntRef> worden in aanvulling op <IntRef ref="chp_1__art_1.2">artikel 1.2</IntRef> de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.120__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.47__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.120__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.47__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een plattegrond waaruit blijkt dat het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_41">brutovloeroppervlak</IntRef> van een kleinschalig zelfstandig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_72">kantoor</IntRef> ten hoogste 1.000 m<sup>2</sup> is of waaruit blijkt dat het brutovloeroppervlak van een bedrijfsgebonden kantoor minder is dan 50% van het totale brutovloeroppervlak van het bedrijf;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.120__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.1__art_5.47__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een onderbouwing waaruit blijkt dat het kantoor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_80">lokaal verzorgingsgebied</IntRef> heeft en aantoonbaar bijdraagt aan de versterking van de lokale economie.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.8.2</Nummer>
		    <Opschrift>Ondergeschikte kantooractiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.121" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.48">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.48</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ondergeschikt <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_72" scope="Begrip">kantoor</IntRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.49</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren de activiteit 'Ondergeschikte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_72">kantoor</IntRef>' is toegestaan bij het uitvoeren van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_ea16ef06e9704c3993ee7dfe7147ade4__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_1__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_1__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Bedrijf', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.3">afdeling 5.3</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_1__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Dienstverlening', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.6">afdeling 5.6</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_1__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Horeca', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.7">afdeling 5.7</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_1__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Kantoor', als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.8">afdeling 5.8</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_1__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Maatschappelijk' als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.9">afdeling 5.9</IntRef>.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_2" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De ondergeschikte kantoren zijn naar aard en omvang ondergeschikt aan het hoofdgebruik.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_3" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De brutovloeroppervlakte van ondergeschikte kantoren is:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_3__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_3__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_3__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>ten hoogste 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte van het hoofdgebruik; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.122__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.8__subsec_5.8.2__art_5.49__para_3__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>ten hoogste 1.000 m<sup>2</sup>.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9">
	      <Nummer>G</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 5.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9" eId="chp_5__subchp_5.9">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.9</Nummer>
		  <Opschrift>Maatschappelijke activiteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.9.1</Nummer>
		    <Opschrift>Maatschappelijke activiteiten uitvoeren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.123" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.50">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.50</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.123__para_1" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.50__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze afdeling gaat over de activiteit 'Maatschappelijk'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.123__para_2" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.50__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Onder maatschappelijke activiteiten wordt in deze paragraaf verstaan activiteiten op het gebied van onderwijs, religie, cultuur, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening, of een daarmee vergelijkbare voorziening, alsmede bibliotheken, kinderdagverblijven en kinderopvang.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.124" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.51</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.124__para_1" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Maatschappelijk' is alleen toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_524ea1cc1200429c9ab08ceae554d51d__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_abd68f61a9714e1abb17481bf279849a__ref_1">maatschappelijk</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.124__para_2" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt niet voor bestaande maatschappelijke activiteiten.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.124__para_3" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_5cbd086c510c4f8ba4a9742885c9a360__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_3__ref_o_1" ref="gm0610_ddfc6ecce0524906ac389d4e5e043572__ref_1">maatschappelijk - onderwijs</IntIoRef>' is de activiteit 'maatschappelijk' alleen in de vorm van onderwijs toegestaan.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.124__para_4" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Binnen de locatie 'maatschappelijk - brandweerkazerne' is de activiteit 'Maatschappelijk' alleen in de vorm van een brandweerkazerne toegestaan. [gereserveerd]</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.124__para_5" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_5">
		      <LidNummer>5.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_701f6f89bdc54301acd0e912e40b48ea__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_5__ref_o_1" ref="gm0610_51a1afdf2f77412abde117dd8cad37a9__ref_1">maatschappelijk - sportzaal</IntIoRef>' is de activiteit 'maatschappelijk' alleen in de vorm van een sportzaal toegestaan.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.124__para_6" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_6">
		      <LidNummer>6.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Binnen de locatie 'maatschappelijk - dansschool' is de activiteit 'Maatschappelijk' alleen in de vorm van een dansschool toegestaan. [gereserveerd]</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.124__para_7" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_7">
		      <LidNummer>7.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_895acc7e2d4f4b99b9bfedab63bdb803__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_7__ref_o_1" ref="gm0610_e13335ab168f4029922b02cdbd08f7a3__ref_1">maatschappelijk - zorg</IntIoRef>' is de activiteit 'maatschappelijk' alleen in de vorm van zorg toegestaan.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.124__para_8" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_8">
		      <LidNummer>8.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_7c03d9af2dfd4cadb1082fe34b2e6d18__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.51__para_8__ref_o_1" ref="gm0610_e2bd5960d8604bda99e7ceb782990063__ref_1">maatschappelijk - zorg op begane grond</IntIoRef>' is de activiteit 'maatschappelijk' alleen in de vorm van zorg op de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15">begane grond</IntRef> toegestaan.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.125" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.52">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.52</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Maatschappelijk' uit te voeren buiten de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_f5bf5c2aa96549a3a61bbb5f3583b986__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.9__subsec_5.9.1__art_5.52__ref_o_1" ref="gm0610_abd68f61a9714e1abb17481bf279849a__ref_1">maatschappelijk</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.10">
	      <Nummer>H</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 5.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.10" eId="chp_5__subchp_5.10">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.10</Nummer>
		  <Opschrift>Nutsvoorzieningen</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.10__subsec_5.10.1" eId="chp_5__subchp_5.10__subsec_5.10.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.10.1</Nummer>
		    <Opschrift>Nutsvoorzieningen oprichten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.10__subsec_5.10.1__art_5.126" eId="chp_5__subchp_5.10__subsec_5.10.1__art_5.53">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.53</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze afdeling gaat over de activiteit 'Oprichten nutsvoorziening'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.10__subsec_5.10.1__art_5.127" eId="chp_5__subchp_5.10__subsec_5.10.1__art_5.54">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.54</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De activiteit 'Oprichten nutsvoorziening' is toegestaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13">
	      <Nummer>I</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 5.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13" eId="chp_5__subchp_5.13">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.13</Nummer>
		  <Opschrift>Verkeer</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.13.1</Nummer>
		    <Opschrift>Gebruik van gronden voor verkeer</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.128" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.55">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.55</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'verkeer en verblijf in openbare ruimte'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.129" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.56</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.129__para_1" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De activiteit 'Verkeer en verblijf in openbare ruimte' is toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_488670bab519406ca3cabdb051e69f2f__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_0b387c09390543979d0b5a2a0069f577__ref_1">verkeer</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.129__para_2" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_1">eerste lid</IntRef> valt in ieder geval het gebruik voor:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.129__para_2__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_2__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.129__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_2__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>wegen, woonstraten, paden voor langzaam verkeer en pleinen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.129__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_2__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>parkeervoorzieningen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.129__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_2__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>groenvoorzieningen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.129__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_2__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>speelvoorzieningen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.129__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_2__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>nutsvoorzieningen; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.129__para_2__list_o_1__item_f" eId="chp_5__subchp_5.13__subsec_5.13.1__art_5.56__para_2__list_o_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>water en waterhuishoudkundige voorzieningen.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14">
	      <Nummer>J</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 5.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14" eId="chp_5__subchp_5.14">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.14</Nummer>
		  <Opschrift>Wonen</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.14.1</Nummer>
		    <Opschrift>Woonruimte gebruiken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.130" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.57">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.57</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Woonruimte gebruiken'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.131" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.58">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.58</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.131__para_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.58__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De activiteit 'Woonruimte gebruiken' vindt plaats binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_2fa467d2460a40b3b2c22fe3dc241907__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.58__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_edfae355ca5544e9adfea395efb4c32a__ref_1">wonen</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.131__para_2" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.58__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_011f6997afd44431a996354b497606ae__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.58__para_2__ref_o_1" ref="gm0610_9116e72d81364bda838a0126162fa4fc__ref_1">wonen op verdieping</IntIoRef>' vindt de activiteit 'Woonruimte gebruiken' alleen plaats op de verdieping.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.131__para_3" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.58__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>In een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_154" scope="Begrip">zelfstandige woning</IntRef> is maximaal één <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_67" scope="Begrip">huishouden</IntRef> toegestaan.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.131__para_4" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.1__art_5.58__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden niet gebruikt als zelfstandige woningen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.14.2</Nummer>
		    <Opschrift>Woonruimte toevoegen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.132" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.59">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.59</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Woningen toevoegen'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.133" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.60">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.60</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.133__para_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.60__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder een omgevingsvergunning woonruimte toe te voegen door nieuwbouw, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_139" scope="Begrip">verbouw</IntRef> of woningsplitsing.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.133__para_2" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.60__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het verbod, als bedoeld in het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.60__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, geldt niet voor:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.133__para_2__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.60__para_2__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.133__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.60__para_2__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>het toevoegen van een woning door <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_141" scope="Begrip">vervangende nieuwbouw</IntRef>, waarbij het aantal woningen niet meer is dan het aantal woningen dat wordt vervangen; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.133__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.60__para_2__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>het toevoegen van een woning waarvoor een omgevingsvergunning in procedure is of verleend op het moment dat deze regels voor de betreffende locatie zijn gaan gelden.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.134" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.61">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.61</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning, als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.60" scope="Artikel">artikel 5.60</IntRef>, <IntRef ref="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.60__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.134__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.61__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.134__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.61__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de toevoeging van woningen naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanvaardbaar is uit onder andere stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig oogpunt;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.134__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.61__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het aantal toe te voegen woningen niet meer dan 15 is;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.134__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.61__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de te realiseren woningen passen binnen de regionale afspraken; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.134__list_o_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.61__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6" scope="Afdeling">afdeling 7.6</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.135" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.62">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.62</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.60" scope="Artikel">artikel 5.60</IntRef> worden in aanvulling op <IntRef ref="chp_1__art_1.2" scope="Artikel">artikel 1.2</IntRef> de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.135__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.62__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.135__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.2__art_5.62__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een onderbouwing waaruit de stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeerskundige en milieukundige inpasbaarheid van de activiteit blijkt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.14.3</Nummer>
		    <Opschrift>Beroep of bedrijf aan huis</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.136" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.63">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.63</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' als activiteit bij het wonen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.137" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.64">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.64</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.137__para_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.64__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' is alleen toegestaan op locaties met de functie wonen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.137__para_2" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.64__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Bij de uitvoering van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' moet voldaan worden aan:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.137__para_2__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.64__para_2__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.137__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.64__para_2__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>het uitvoeren van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' vindt plaats in de woning of een daarbij bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.137__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.64__para_2__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>de oppervlakte bedraagt maximaal 30% van de woning of een daarbij bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.137__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.64__para_2__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>de oppervlakte bedraagt maximaal 40 m<sup>2</sup>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.137__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.64__para_2__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>het uitvoeren van de activiteit is alleen toegestaan als dit geen onevenredige milieuhygienische hinder voor omwonenden veroorzaakt;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.137__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.64__para_2__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>het uitoefenen van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' heeft geen nadelige invloed op de normale verkeersafwikkeling; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.137__para_2__list_o_1__item_f" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.3__art_5.64__para_2__list_o_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6">afdeling 7.6</IntRef>.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.14.4</Nummer>
		    <Opschrift>Uitvoeren van mantelzorg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.138" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.65">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.65</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Mantelzorg' bij het wonen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.66</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het uitvoeren van de activiteit 'Mantelzorg' is toegestaan als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>op hetzelfde perceel de activiteit 'wonen' plaatsvindt;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53">gebouw</IntRef> waarin de activiteit plaatsvindt, rechtmatig is gebouwd;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het perceel waarop de activiteit plaatsvindt niet grenst aan een perceel waar de volgende activiteiten kunnen worden uitgevoerd:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_c__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>activiteit 'bedrijf';</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>activiteit 'detailhandel';</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>activiteit 'dienstverlening';</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_c__list_o_1__item_4" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_c__list_o_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>activiteit 'Horeca-horecacategorie 1', 'Horeca-horecacategorie 2', ''Horeca-horecacategorie 3', 'Horeca-horecacategorie 4' en ''Horeca-horecacategorie 5';</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_c__list_o_1__item_5" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_c__list_o_1__item_5">
			      <LiNummer>5.</LiNummer>
			      <Al>activiteit 'Kantoor';</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_c__list_o_1__item_6" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_c__list_o_1__item_6">
			      <LiNummer>6.</LiNummer>
			      <Al>activiteit 'maatschappelijk';</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_c__list_o_1__item_7" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_c__list_o_1__item_7">
			      <LiNummer>7.</LiNummer>
			      <Al>activiteit 'Sport'</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.139__list_o_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het perceel niet valt binnen een aandachts- of beperkingengebied als gevolg van een milieubelastende activiteit.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.140" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.67">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.67</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">bestaand bouwwerk</IntRef> te gebruiken voor huisvesting in verband met mantelzorg dat niet voldoet aan het bepaalde in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.66" scope="Artikel">artikel 5.66</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.141" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.68">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.68</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.67" scope="Artikel">artikel 5.67</IntRef> bedoelde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.141__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.68__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.141__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.68__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> rechtmatig is gebouwd;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.141__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.68__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het geluid op het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.141__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.68__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het gebruik van het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> voor huisvesting in verband met mantelzorg niet leidt tot beperkingen bij de bestaande uitoefening van milieubelastende activiteiten, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.2__subsec_11.2.2" scope="Paragraaf">paragraaf 11.2.2</IntRef></Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.142" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.69">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.69</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.67" scope="Artikel">artikel 5.67</IntRef> worden in aanvulling op <IntRef ref="chp_1__art_1.2" scope="Artikel">artikel 1.2</IntRef> de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.142__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.69__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.142__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.69__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een berekening waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de normen voor geluidbelasting;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.142__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.14__subsec_5.14.4__art_5.69__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een onderbouwing waaruit blijkt dat de activiteit niet leidt tot beperkingen bij de bestaande uitoefening van milieubelastende activiteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_11" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 11</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <VoegToe positie="volgtOp" context="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.14">
	      <Nummer>K</Nummer>
	      <Wat>Na afdeling 5.14 worden twee afdelingen ingevoegd, luidende:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15" eId="chp_5__subchp_5.15">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.15</Nummer>
		  <Opschrift>Water</Opschrift>
		</Kop>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.15.1</Nummer>
		    <Opschrift>Gebruik van gronden voor water</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.143" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.70">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.70</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'water in openbare ruimte'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.144" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.71</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.144__para_1" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De activiteit 'Water in openbare ruimte' is toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_853fd2f69f9244d293146e3121f4d667__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_dfe10cb07eea4e79aae36e8fe09cdd5f__ref_1">water</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.144__para_2" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71__para_1">eerste lid</IntRef> valt in ieder geval het gebruik voor:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.144__para_2__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71__para_2__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.144__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71__para_2__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>waterlopen en waterpartijen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.144__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71__para_2__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>voorzieningen voor waterberging, wateraanvoer en waterafvoer, waaronder duikers;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.144__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71__para_2__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>groenvoorzieningen en oevers;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.144__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71__para_2__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder bruggen en steigers; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.144__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_5__subchp_5.15__subsec_5.15.1__art_5.71__para_2__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>nutsvoorzieningen.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16" eId="chp_5__subchp_5.16">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>5.16</Nummer>
		  <Opschrift>Groen</Opschrift>
		</Kop>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>5.16.1</Nummer>
		    <Opschrift>Gebruik van gronden voor groenvoorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.145" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.72">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.72</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Groenvoorzieningen in openbare ruimte'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.146" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>5.73</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.146__para_1" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De activiteit 'Groenvoorzieningen in openbare ruimte' is toegestaan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_ed42292a3cb547f2a40a26b928c56b19__ref_o_1" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_54da78a7598145939c275f734a5b07db__ref_1">groen</IntIoRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.146__para_2" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het <IntRef ref="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_1">eerste lid</IntRef> valt in ieder geval het gebruik voor:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.146__para_2__list_o_1" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_2__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.146__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_2__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>plantsoenen, parken, bermen, groenstroken en beplanting;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.146__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_2__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>paden voor langzaam verkeer;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.146__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_2__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>parkeervoorzieningen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.146__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_2__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>speelvoorzieningen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.146__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_2__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>nutsvoorzieningen; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.146__para_2__list_o_1__item_f" eId="chp_5__subchp_5.16__subsec_5.16.1__art_5.73__para_2__list_o_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>water en waterhuishoudkundige voorzieningen.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </VoegToe>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1">
	      <Nummer>L</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1" eId="chp_6__subchp_6.1">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.1</Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Algemene bepalingen</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Bouwwerken algemeen  </NieuweTekst>
                        </Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.81" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.1</Nummer>
		    <Opschrift>Normadressaat</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.81__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.1__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bouwwerk' uitvoert, moet zich houden aan de regels die dit hoofdstuk aan deze activiteiten stelt, behalve waar dit hoofdstuk bepaalt dat die regels niet gelden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.81__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.1__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die de activiteit(en) uitvoert, zorgt dat hij of zij zich tijdens uitvoering van de activiteit(en) aan de regels houdt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.82" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.2</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit hoofdstuk gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bouwwerk' waaronder wordt verstaan:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.82__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.82__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> en in stand houden van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.82__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> en in stand houden van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.82__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> en in stand houden van een ander <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.83" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.3" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.3</Nummer>
		    <Opschrift>Verboden bouwactiviteiten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.83__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden om de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bouwwerk' uit te voeren, als dat niet toegestaan wordt in dit hoofdstuk.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.83__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_1">eerste lid</IntRef> zijn de volgende bouwactiviteiten verboden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_690838e1157e4587b14df1dc1aa91af9__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.83__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van <IntIoRef wId="gm0610_2b914be02dc6466eb8b999d8c3fb12b4__chp_6__subchp_6.1__art_6.83__para_2__list_o_1__item_a__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_2__list_o_1__item_a__ref_o_1" ref="gm0610_8d65bd262abc4e869a09533d027b2ba4__ref_1">nieuwe</IntIoRef> gebouwen binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_dd842239a05340f39d4c3b2d74e1a82d__chp_6__subchp_6.1__art_6.83__para_2__list_o_1__item_a__ref_o_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_2__list_o_1__item_a__ref_o_2" ref="gm0610_f8ac8803acd9498dbee97f5764938741__ref_1">beperkingengebied - dijk - 1</IntIoRef>'.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.83__para_3" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod als bedoeld in het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> en het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> geldt niet voor bestaande bouwwerken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.84" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.4" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.4</Nummer>
		    <Opschrift>Uitzondering verbod</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het verbod als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.3">artikel 6.3</IntRef>, <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.3__para_2">tweede lid</IntRef>, op voorwaarde dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.84__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.4__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.84__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.4__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de waterkerende functie van de waterkering niet wordt aangetast; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.84__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.4__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>vooraf schriftelijk advies ingewonnen is bij de verantwoordelijk waterbeheerder.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.85" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.5" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.5</Nummer>
		    <Opschrift>Anti-dubbeltelbepaling</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het beoordelen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_122" scope="Begrip">nieuw bouwplan</IntRef> wordt grond waarop eerder een bouwplan is goedgekeurd waar wel of nog geen uitvoering aan is gegeven niet meegenomen in de overweging.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.86" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.6" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.6</Nummer>
		    <Opschrift>Geldende vergunning</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als er voor dezelfde activiteit meerdere vergunningen verleend zijn, geldt de recentste vergunning.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.87" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.7" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.7</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke zorgplicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.87__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.7__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Mogelijke beschadigingen of belemmeringen van de in sub a tot en met sub c genoemde objecten moeten worden voorkomen of beëindigd:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.87__para_1__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.7__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.87__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.7__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>wegen, en/of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.87__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.7__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>in wegen gelegen werken, en/of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.87__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.7__para_1__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of openbare ruimte die grenst aan het bouw- of sloopterrein.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.87__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.7__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die bouw- en sloopactiviteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat mogelijke beschadigingen of belemmeringen als bedoeld in het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.7__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> op kunnen treden is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of te beëindigen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.88" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.8" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.8</Nummer>
		    <Opschrift>Overschrijding bouwgrenzen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.88__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.8__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is toegestaan om ondergeschikte onderdelen van bouwwerken buiten de grenzen van de locatie 'bouwvlak' te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.88__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.8__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het gaat om de volgende ondergeschikte onderdelen van bouwwerken:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.88__para_2__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.8__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.88__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.8__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken die tot gebouwen behoren, op voorwaarde dat deze onderdelen maximaal 2,50 meter buiten het bouwvlak vallen; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.88__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.8__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, op voorwaarde dat deze onderdelen maximaal 1,50 meter buiten het bouwvlak vallen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.89" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.9" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.9</Nummer>
		    <Opschrift>Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor bestaande bouwwerken waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen afwijken van de recentste regels voor die bouwwerken gelden de volgende regels:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.89__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.9__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.89__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.9__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>Bestaande maten die groter zijn dan wat in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> maximaal is voorgeschreven, mogen behouden blijven, maar niet verder toenemen.</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.89__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.9__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>Bestaande maten die kleiner zijn dan wat in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> minimaal is voorgeschreven, mogen behouden blijven, maar mogen niet verder afnemen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.90" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.10" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.10</Nummer>
		    <Opschrift>Uitzetten rooilijnen en bebouwingsgrenzen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.90__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.10__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden om te beginnen met de bouw van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is verleend, voordat, voor zover nodig:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.90__para_1__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.10__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.90__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.10__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.90__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.10__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134">straatpeil</IntRef> is uitgezet.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.90__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.10__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op het eerste lid moet voldaan worden aan de overige regels die aan de omgevingsvergunning worden gesteld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.91" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.11" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.11</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkvoorschrift controle rooilijnen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.10" scope="Artikel">artikel 6.10</IntRef>, eerste lid sub a en bepalen dat het verboden is om te beginnen met de bouw van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> totdat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.91__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.11__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.91__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.11__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de rooilijnen of bebouwingsgrenzen zijn gecontroleerd door bevoegd gezag; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.91__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.11__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134" scope="Begrip">straatpeil</IntRef> is gecontroleerd door bevoegd gezag.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.92" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.12" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.12</Nummer>
		    <Opschrift>Aansluiting distributienet voor elektriciteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.92__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.12__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De elektriciteitsvoorziening van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> is aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.92__para_1__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.12__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.92__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.12__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> niet groter is dan 100 meter; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.92__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.12__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>groter is dan 100 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> van 100 meter.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.92__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.12__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid geldt niet voor de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' voor wonen dat gebouwd is in particulier opdrachtgeverschap of op drijvende bouwwerken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.93" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.13" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.13</Nummer>
		    <Opschrift>Aansluiting distributienet voor gas</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De gasvoorziening van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> is aangesloten op het distributienet voor gas als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.93__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.13__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.93__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.13__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het volgende artikel van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is: artikel 10, lid 6, onder a of b; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.93__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.13__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voldaan wordt aan één van de volgende bepalingen:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.93__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.13__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.93__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.13__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">aansluitafstand</IntRef> niet groter is dan 40 meter; of</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.93__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.13__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">aansluitafstand</IntRef> van 40 meter.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.93__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.13__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>sub a geldt niet voor de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' voor wonen dat gebouwd is in particulier opdrachtgeverschap of op drijvende bouwwerken.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.94" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.14" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.14</Nummer>
		    <Opschrift>Aansluiting distributienet voor drinkwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een drinkwatervoorziening in een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> is aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef>:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.94__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.14__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.94__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.14__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>niet groter is dan 40 meter; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.94__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.14__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> van 40 meter.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.15</Nummer>
		    <Opschrift>Aansluiting voor afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een ondergrondse gebouwriolering voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater dat door een uitwendige scheidingsconstructie van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> loopt, ligt zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructies.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De gebouwaansluiting van een gebouwriolering voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de buitenriolering, gelegen op het eigen <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_52" scope="Begrip">erf</IntRef> of terrein, is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer niet aangetast wordt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_3" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een terreinleiding waar huishoudelijk afvalwater door wordt geleid:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_3__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_3__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_3__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>heeft geen vernauwing in de stroomrichting;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_3__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>heeft een vloeiend beloop;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_3__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_3__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>is waterdicht;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_3__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_3__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>heeft een voldoende inwendige middellijn; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_3__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_3__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>bevat geen beer- of rottingput.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_4" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een maatwerkvoorschrift kan in ieder geval worden bepaald:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_4__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_4__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_4__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem, als bedoeld in artikel 2.16, lid 3, Omgevingswet, aanwezig is, waarop de afvoer van huishoudelijk afvalwater kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de perceelaansluitleiding bij de gevel van dat <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> of de grens van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_52" scope="Begrip">erf</IntRef> of de grens van het terrein wordt aangelegd.</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_4__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>Als een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is, waarop de afvoer van hemelwater kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte, en met welke inwendige middellijn de <u>p</u>erceelaansluitleiding bij de gevel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> of de grens van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_52" scope="Begrip">erf</IntRef> of de grens van het terrein wordt aangelegd; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.95__para_4__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.15__para_4__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>of en zo ja, hoe de afvoervoorziening of de op het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_52" scope="Begrip">erf</IntRef> of terrein gelegen riolering aangepast moet worden om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te kunnen garanderen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.96" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.16" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.16</Nummer>
		    <Opschrift>Bluswatervoorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.96__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.16__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> heeft een toereikende bluswatervoorziening, behalve als de aard, de ligging of het gebruik van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> dat niet verlangt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.96__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.16__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, of als een brandweeringang niet aanwezig is, tot de toegang van het bouwwerk is maximaal 40 meter.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.96__para_3" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.16__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.17</Nummer>
		    <Opschrift>Bereikbaarheid voor hulpverleningsvoertuigen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Tussen de openbare weg en minimaal 1 toegang van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> of ander <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> voor het verblijven van personen, ligt een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt niet:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_2__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>voor gebruiksfuncties met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 vierkante meter en met een vuurbelasting van maximaal 500 MJ/vierkante meter, bepaald volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_86" scope="Begrip">NEN 6090</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> met een gebruiksoppervlakte van maximaal 50 vierkante meter;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_2__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>voor lichte industriefuncties alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van maximaal 150 MJ/vierkante meter, bepaald volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_86" scope="Begrip">NEN 6090</IntRef>.</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_2__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>als de toegang van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> op maximaal 10 meter van een openbare weg ligt; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_2__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>als de aard, de ligging of het gebruik van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> geen verbindingsweg verlangt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_3" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een verbindingsweg heeft, behalve als er andere regels in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> of in een gemeentelijke verordening zijn gesteld:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_3__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_3__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_3__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een breedte van minimaal 4,05 meter;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_3__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een verharding over een breedte van minimaal 3,25 meter die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van minimaal 14.500 kilogram;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_3__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_3__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van minimaal 4,20 meter; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_3__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_3__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een doeltreffende afwatering.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_4" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een verbindingsweg is over de hoogte en breedte als bedoeld in het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.97__para_5" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.18</Nummer>
		    <Opschrift>Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> voor het verblijven van personen zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt niet:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98__para_2__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>voor een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 vierkante meter en een vuurbelasting van maximaal 500 MJ/vierkante meter, bepaald volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_86" scope="Begrip">NEN 6090</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voor een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> met een gebruiksoppervlakte van maximaal 50 vierkante meter;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_2__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>voor een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van maximaal 150 MJ/vierkante meter, bepaald volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_86" scope="Begrip">NEN 6090</IntRef>; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_2__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>als de aard, de ligging of het gebruik van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> geen opstelplaatsen verlangt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98__para_3" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of artikel 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als een brandweeringang niet aanwezig is, de afstand tot een toegang van het bouwwerk is maximaal 40 meter.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98__para_4" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.17" scope="Artikel">artikel 6.17</IntRef>, <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.17__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> vrijgehouden voor brandweervoertuigen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.98__para_5" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.18__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.99" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.19" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.19</Nummer>
		    <Opschrift>Meetbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.99__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.19__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De waarden die in dit hoofdstuk in meters of vierkante meters zijn uitgedrukt, worden als volgt gemeten:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.99__para_1__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.19__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.99__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.19__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>afstanden loodrecht;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.99__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.19__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij het volgende niet meegerekend wordt: plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>, die niet noodzakelijk zijn voor de bouw daarvan; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.99__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.19__para_1__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard volgens de bepaling in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.8" scope="Artikel">artikel 6.8</IntRef> niet worden meegerekend.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.99__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.19__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor het toepassen van <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.19__para_1">eerste lid</IntRef>, aanhef en onder b, wordt een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> als dit ligt op een erf- of perceelsgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.100" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.20" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.20</Nummer>
		    <Opschrift>Vergunningsvrij veranderen bouwwerken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is toegestaan om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Veranderen van een bouwwerk' uit te voeren, op voorwaarde dat het niet gaat om een:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.100__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.20__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.100__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.20__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>uitbreiding van de bebouwde oppervlakte;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.100__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.20__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>uitbreiding van het bouwvolume;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.100__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.20__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>
                                    <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.100__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.20__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>wijziging van een constructie van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.21</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29">artikel 6.29</IntRef>, en de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.54">artikel 6.54</IntRef>, <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.61">artikel 6.61</IntRef> en <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.65">artikel 6.65</IntRef>, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een opgave van de bouwkosten;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het beoogde en het huidige gebruik van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> en de bijbehorende gronden waar de aanvraag over gaat;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een opgave van de bruto-inhoud in kubieke meters en de brutovloeroppervlakte in vierkante meters van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> waar de aanvraag over gaat;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een situatietekening van de bestaande toestand en een situatie van de nieuwe toestand met daarop:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_d__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_d__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>de ligging van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_d__list_o_1__item_3" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_d__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>de manier waarop de locatie wordt ontsloten;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_d__list_o_1__item_4" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_d__list_o_1__item_4">
			    <LiNummer>4.</LiNummer>
			    <Al>de aangrenzende locaties en de daarop aanwezige <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">bebouwing</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_d__list_o_1__item_5" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_d__list_o_1__item_5">
			    <LiNummer>5.</LiNummer>
			    <Al>het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de hoogte van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> ten opzichte van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134">straatpeil</IntRef> en het aantal bouwlagen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_f" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_g" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>de volgende gegevens voor de toetsing van de regels over het uiterlijk van bouwwerken, beoordeeld volgens paragraaf [welstand]:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_g__list_o_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_g__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_g__list_o_2__item_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_g__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>tekeningen van alle gevels van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>, inclusief de gevels van aangrenzende <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">bebouwing</IntRef>, waaruit blijkt hoe het geplande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> in de omgeving past;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_g__list_o_2__item_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_g__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>principedetails van gezichtsbepalende delen van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_g__list_o_2__item_3" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_g__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3.</LiNummer>
			    <Al>kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">bebouwing</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_g__list_o_2__item_4" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_g__list_o_1__item_4">
			    <LiNummer>4.</LiNummer>
			    <Al>een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_g__list_o_2__item_5" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_g__list_o_1__item_5">
			    <LiNummer>5.</LiNummer>
			    <Al>het bepaalde onder iv geldt alleen voor hoofdgebouwen; en</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.101__list_o_1__item_h" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.21__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125">omgevingsplan</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.102" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.22" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.22</Nummer>
		    <Opschrift>Redelijke eisen van welstand voor bouwen van een bouwwerk - [gereserveerd]</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.102__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.22__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geldt voor de activiteit 'bouwen van een bouwwerk' binnen de locatie 'welstandsgebied'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.102__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.22__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geldt niet voor:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.102__para_2__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.22__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.102__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.22__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een tijdelijk <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> dat geen seizoensgebonden <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> is;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.102__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.22__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>bouwwerken die op grond van het Bbl of dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125">omgevingsplan</IntRef> vergunningvrij gebouwd mogen worden in de locatie 'achtererfgebied'.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.102__para_3" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.22__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het uiterlijk van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> mag niet in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.102__para_4" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.22__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De redelijke eisen van welstand, bedoeld in het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.22__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> worden beoordeeld aan de welstandscriteria, als beschreven in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_148" scope="Begrip">welstandsbeleid</IntRef> zoals dat geldt op het moment van een ontvankelijke aanvraag van een omgevingsvergunning.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.102__para_5" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.22__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld voor de uitwerking van de toepassing van het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.22__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.103" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.23" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.23</Nummer>
		    <Opschrift>Redelijke eisen van welstand voor in stand houden van een bouwwerk [gereserveerd]</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.103__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.23__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geldt voor het in stand houden van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> binnen de locatie 'welstandsgebied'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.103__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.23__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geldt niet voor een tijdelijk <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> dat geen seizoensgebonden <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.103__para_3" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.23__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het uiterlijk van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> mag niet in ernstige mate in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.103__para_4" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.23__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De redelijke eisen van welstand, bedoeld in het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.23__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> worden beoordeeld aan de welstandscriteria voor excessen, als beschreven in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_148" scope="Begrip">welstandsbeleid</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.104" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.24" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.24</Nummer>
		    <Opschrift>Vergunningplicht binnen locatie welstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> dat niet voldoet aan het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.22" scope="Artikel">artikel 6.22</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.105" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.25" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.25</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning binnen de locatie welstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.24" scope="Artikel">artikel 6.24</IntRef> wordt verleend als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.105__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.25__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.105__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.25__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het uiterlijk en de plaatsing van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.105__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.25__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>naar het oordeel van het college de omgevingsvergunning in afwijking van sub a toch moet worden verleend.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.106" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.26" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.26</Nummer>
		    <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.25" scope="Artikel">artikel 6.25</IntRef> worden in aanvulling op <IntRef ref="chp_1__art_1.2" scope="Artikel">artikel 1.2</IntRef> de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.106__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.26__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.106__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.26__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>tekeningen van alle gevels van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> en van de gevels van aangrenzende <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">bebouwing</IntRef>, waaruit blijkt hoe het geplande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> in de directe omgeving past;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.106__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.26__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>principedetails van gezichtsbepalende delen van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.106__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.26__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">bebouwing</IntRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.106__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.26__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten en boeidelen en de dakbedekking.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.27</Nummer>
		    <Opschrift>Hemelwaterafvoer bij bouwwerken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>' als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2" scope="Afdeling">afdeling 6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3" scope="Afdeling">afdeling 6.3</IntRef> voorzover het gaat om:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_1__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>bouw van nieuwe gebouwen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>
                                       <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_139" scope="Begrip">verbouw</IntRef> van bestaande gebouwen na 1 januari 2024 als de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_139" scope="Begrip">verbouw</IntRef> leidt tot uitbreiding van het bebouwd oppervlak.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_2" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt niet als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_2__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> voor 1 januari 2024 is aangevraagd;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voor 1 januari 2024 afspraken over (mogelijke) herontwikkeling gemaakt zijn; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_2__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>op grond van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving geen omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> nodig is.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_3" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Hemelwater dat op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> en het perceel waarop dat <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> staat, valt wordt vastgehouden en verwerkt op dat perceel.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_4" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als niet voldaan kan worden aan het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> vindt de activiteit 'Lozen van afvloeiend hemelwater' vanaf een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> en het perceel waarop dat <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> staat plaats als volgt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_4__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_4__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_4__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>bovengronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of een lokale groenvoorziening;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_4__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>ondergronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of een lokale groenvoorziening via een hemelwaterstelsel; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_4__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_4__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie, samen met het huishoudelijk afvalwater en/of bedrijfsafvalwater.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_5" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij maatwerkvoorschrift kan in ieder geval worden bepaald:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_5__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_5__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_5__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_5__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>wanneer afgeweken kan worden van de regels als bedoeld in het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.1__art_6.107__para_5__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.1__art_6.27__para_5__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>of en hoe wateroverlast in de openbare ruimte of schade aan naburige percelen en gebouwen door de activiteit 'Lozen van afvloeiend hemelwater' voorkomen kan worden.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2">
	      <Nummer>M</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 6.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2" eId="chp_6__subchp_6.2">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.2</Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Bouwwerk slopen</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Hoofdgebouw bouwen  </NieuweTekst>
                        </Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>6.2.1</Nummer>
		    <Opschrift>Algemeen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.108" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.28">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.28</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.109" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.29</Nummer>
		      <Opschrift>Vergunningplicht bouwen en in stand houden</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw' te verrichten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.110" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.30">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.30</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling worden de gegevens en bescheiden als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.21" scope="Artikel">artikel 6.21</IntRef> verstrekt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>6.2.2</Nummer>
		    <Opschrift>Hoofdgebouw anders dan wonen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.31</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw' voor:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'bedrijf';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'detailhandel';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'dienstverlening';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'groen';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 1' [gereserveerd];</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_f" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_g" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_h" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_h">
			  <LiNummer>h.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_i" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_i">
			  <LiNummer>i.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_j" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_j">
			  <LiNummer>j.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Kantoor';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_k" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_k">
			  <LiNummer>k.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'maatschappelijk';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_l" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_l">
			  <LiNummer>l.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Sport' [gereserveerd].</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.111__list_o_1__item_m" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31__list_o_1__item_m">
			  <LiNummer>m.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'wonen' in combinatie met een activiteit zoals bedoeld onder a tot en met l, alleen waar deze combinatie toegestaan is in <IntRef ref="chp_5">hoofdstuk 5</IntRef> .</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.32</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels - algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29">artikel 6.29</IntRef> wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_42739bedf3924c589c4a3731c4b0dd11__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> in de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedraagt dan binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_b35f46c4462243bcac0e28c520dfe4c4__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_b__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_b__ref_o_1" ref="gm0610_d541e2e45f1049edb2d810a113f46f26__ref_1">maximum bebouwingspercentage</IntIoRef>' met de omgevingsnorm 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de goothoogte niet meer is dan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_dafc511dcec6466bad572ff659ced6e0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_c__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>4 meter als het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 1 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>7 meter als het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 2 bouwlagen bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> boven de tweede <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> in het geval dat het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 3 of meer bouwlagen bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_c__list_o_1__item_4" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_c__list_o_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>de goothoogte binnen de locatie 'maximum goothoogte' die met de omgevingsnorm 'maximum goothoogte' is aangegeven, als geen sprake is van gevallen onder 1 <sup/>tot en met 3. - [gereserveerd]</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de bouwhoogte niet meer is dan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_76530245ec1545a0a713e426d0cc29ec__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_d__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_d__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_d__list_o_2__item_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>4 meter als het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 1 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_d__list_o_2__item_2" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>7 meter als het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 1 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> met kap, of 2 bouwlagen zonder kap bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_d__list_o_2__item_3" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_d__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>10 meter als het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 2 bouwlagen met kap bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_d__list_o_2__item_4" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_d__list_o_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> boven de tweede <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> in het geval dat het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_d__list_o_2__item_5" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_d__list_o_1__item_5">
			      <LiNummer>5.</LiNummer>
			      <Al>10 meter vermeerderd met 3 meter voor elke <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> boven de tweede <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> in het geval dat het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_d__list_o_2__item_6" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_d__list_o_1__item_6">
			      <LiNummer>6.</LiNummer>
			      <Al>de bouwhoogte die binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_48f7e93afd994d658f1677c9a6e49b71__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_d__list_o_2__item_6__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_d__list_o_1__item_6__ref_o_1" ref="gm0610_60f472fb655b4cf0baddb926c9117582__ref_1">maximum bouwhoogte</IntIoRef>' met de omgevingsnorm 'maximum bouwhoogte' is aangegeven, als geen sprake is van gevallen onder 1 tot en met 5;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_d__list_o_2__item_7" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_d__list_o_1__item_7">
			      <LiNummer>7.</LiNummer>
			      <Al>3 meter voor garageboxen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.112__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>bij de combinatie van wonen met een andere functie als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub o wordt voldaan aan het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32">artikel 6.32</IntRef>, sub a tot en met sub e.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.113" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.33</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.113__para_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Binnen de locatie 'plat dak' wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29" scope="Artikel">artikel 6.29</IntRef> verleend als de bovenkant van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef> plat afgedekt is. - [gereserveerd]</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.113__para_2" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_d62a7aa57e8e426bb3a05277f87d17bb__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_2__ref_o_1" ref="gm0610_54da78a7598145939c275f734a5b07db__ref_1">groen</IntIoRef>' wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29">artikel 6.29</IntRef> verleend als de diepte van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> niet meer bedraagt dan de bestaande diepte.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.113__para_3" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29">artikel 6.29</IntRef> wordt verleend als het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> voor de activiteit 'detailhandel', de activiteit 'dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor' en de activiteit 'maatschappelijk':</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_096269c9ccc948e6aa07fae4dcfabf69__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_3__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.113__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_3__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>met de voorgevel in of maximaal 5 meter achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak wordt gebouwd;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.113__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_3__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>op niet minder afstand van de zijdelingse perceelsgrens staat dan de bestaande afstand;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.113__para_3__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_3__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>niet dieper is dan de bestaande diepte.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.113__para_4" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29">artikel 6.29</IntRef> wordt verleend als binnen de locatie:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_0438546b8cef42f1b6ce1c557c11c567__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_4__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.113__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_4__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>'onderdoorgang - 1' een ruimte vrij wordt gehouden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">bebouwing</IntRef> met een hoogte van ten minste de bestaande verdiepingshoogte minus de constructiehoogte vanaf peil; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.113__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_4__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>'onderdoorgang - 2' een ruimte vrij wordt gehouden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">bebouwing</IntRef> met een hoogte van ten minste 2,5 meter.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.114" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.34">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.34</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering nutsvoorziening</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29">artikel 6.29</IntRef> geldt niet als het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> voor een nutsvoorziening wordt gebouwd en deze:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_02f6f09d14b74d3db6cbb3823ccecc89__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.34__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.114__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.34__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.114__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.34__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een oppervlakte heeft die maximaal 25 m<sup>2</sup> is; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.114__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.34__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>binnen of buiten de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.115" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.35">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.35</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering bouwen binnen bouwvlak</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.115__para_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.35__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> voor de activiteit 'bedrijf', de activiteit 'detailhandel' of de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub o mag, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32">artikel 6.32</IntRef>, sub a, buiten het bouwvlak worden gebouwd als:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_74582a5cb7a0423e96c63debad94d456__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.35__para_1__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.115__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.35__para_1__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>de oppervlakte van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> dat buiten het bouwvlak ligt, maximaal 10 m<sup>2</sup> bedraagt; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.115__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.35__para_1__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>de bouwhoogte van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> dat buiten het bouwvlak ligt, maximaal de eerste <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> bedragen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.115__para_2" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.35__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Als de bestaande maten van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> dat buiten het bouwvlak ligt, meer bedragen dan bedoeld in het <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.35__para_1">eerste lid</IntRef>, sub a of b, dan gelden de bestaande maten als maximum.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.116" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.36">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.36</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering bebouwingspercentage</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> voor de activiteit 'bedrijf', de activiteit 'detailhandel', de activiteit 'maatschappelijk' of de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub m mag het bouwvlak, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32">artikel 6.32</IntRef>, sub b, volledig worden bebouwd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.117" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.37">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.37</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering goothoogte</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De goothoogte van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> mag, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32">artikel 6.32</IntRef>, sub c:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.117__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.37__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.117__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.37__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>voor de activiteit 'detailhandel', de activiteit 'dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'maatschappelijk' of de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub m maximaal 7 meter bedragen, in het geval dat <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32">artikel 6.32</IntRef>, sub c niet van toepassing is; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.117__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.37__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>maximaal de bestaande goothoogte bedragen in het geval dat deze goothoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32">artikel 6.32</IntRef>, sub c.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.118" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.38">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.38</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering bouwhoogte</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De bouwhoogte van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> mag, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32">artikel 6.32</IntRef> sub d:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_2209d8cb75b74df8805f5e006fe7f7b1__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.38__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.118__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.38__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>voor de activiteit 'detailhandel', de activiteit 'dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'maatschappelijk' of de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub m maximaal 10 meter bedragen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.118__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.38__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 1' maximaal 4 meter bedragen, gemeten vanaf de bovenkant van de straat Kerkbuurt;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.118__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.38__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>binnen de locatie 'garage' maximaal 3 meter bedragen; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.118__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.38__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen in het geval dat deze bouwhoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.32">artikel 6.32</IntRef>, sub d.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.119" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.39">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.39</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering diepte gebouw</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De diepte van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> mag voor de activiteit 'detailhandel', de activiteit 'dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'maatschappelijk' of de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub m in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33">artikel 6.33</IntRef>, <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.33__para_3">derde lid</IntRef>, meer bedragen dan de bestaande diepte in het geval dat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_68795e76b47842be84d35d0770d06065__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.39__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.119__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.39__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 2' ligt;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.119__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.39__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>er geen afbreuk wordt gedaan aan de toegestane gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.119__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.39__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de uitbreiding van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.119__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.39__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte als bedoeld in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6">afdeling 7.6</IntRef></Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>6.2.3</Nummer>
		    <Opschrift>Hoofdgebouw wonen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.120" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.40">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.40</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.120__para_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.40__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'wonen' en gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef>' .</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.120__para_2" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.40__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere functie als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub m, en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef>' en de activiteit 'In stand houden van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef>' als er sprake is van een combinatie van de activiteit 'wonen' met een andere functie.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.41</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29">artikel 6.29</IntRef> wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_6bc7e2a8aa194b6c872b3631b5902816__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> in de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de bestaande inhoudsmaat van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> niet wordt vergroot;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> met de voorgevel in of maximaal 5 meter achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak wordt gebouwd;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de afstand van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder bedraagt dan de bestaande afstand;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de diepte van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> niet meer bedraagt dan de bestaande diepte;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_f" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>de goothoogte niet meer is dan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_14150af6542e4b21b44050b39206416e__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_f__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_f__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_f__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_f__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>4 meter als het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 1 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_f__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_f__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>7 meter als het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 2 bouwlagen bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_f__list_o_1__item_3" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_f__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> boven de tweede <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> in het geval dat het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 3 of meer bouwlagen bestaat;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_g" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>de bouwhoogte niet meer is dan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_153f1ef590ee4f71a503ac4382285e0d__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_g__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_g__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_g__list_o_2__item_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_g__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>4 meter als het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 1 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_g__list_o_2__item_2" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_g__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>7 meter als het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 1 <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> met kap, of 2 bouwlagen zonder kap bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_g__list_o_2__item_3" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_g__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>10 meter als het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> uit 2 bouwlagen met kap bestaat;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_g__list_o_2__item_4" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_g__list_o_1__item_4">
			      <LiNummer>4.</LiNummer>
			      <Al>7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> boven de tweede <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> in het geval dat het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_g__list_o_2__item_5" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_g__list_o_1__item_5">
			      <LiNummer>5.</LiNummer>
			      <Al>10 meter vermeerderd met 3 meter voor elke <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> boven de tweede <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35">bouwlaag</IntRef> in het geval dat het bestaande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; en</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_h" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_h">
			  <LiNummer>h.</LiNummer>
			  <Al>de bouwhoogte van parkeergarages, met uitzondering van in- en uitritten, maximaal 2 meter bedraagt;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_i" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_i">
			  <LiNummer>i.</LiNummer>
			  <Al>de bovenkant van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> plat afgedekt is binnen de locatie waarvoor de omgevingsnorm 'plat dak' geldt - [gereserveerd];</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_j" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_j">
			  <LiNummer>j.</LiNummer>
			  <Al>binnen de locatie 'onderdoorgang - 2' minimaal een ruimte met een hoogte van 2,5 meter vrij wordt gehouden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">bebouwing</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_k" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_k">
			  <LiNummer>k.</LiNummer>
			  <Al>binnen de locatie 'dove gevel' de geveldelen van gebouwen vanaf een bouwhoogte van 3,5 meter als <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_50">dove gevel</IntRef> worden uitgevoerd - [gereserveerd];</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_l" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_l">
			  <LiNummer>l.</LiNummer>
			  <Al>binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 1' uitspringende geveldelen niet voorkomen boven een goothoogte van 12 meter;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_m" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_m">
			  <LiNummer>m.</LiNummer>
			  <Al>binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 2' de begane grondvloer van hoofdgebouwen minimaal 0,5 meter boven de hoogte van de direct naastgelegen weg ligt;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.121__list_o_1__item_n" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41__list_o_1__item_n">
			  <LiNummer>n.</LiNummer>
			  <Al>binnen de locatie [geluidaandachtsgebied Molendijk - Industrieweg] als de geluidbelasting op de woning als gevolg van milieubelastende activiteiten op het industrieterrein Molendijk/Industrieweg niet hoger is dan [PM] - [gereserveerd].</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.122" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.42">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.42</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering nutsvoorziening</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29">artikel 6.29</IntRef> geldt niet als het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> voor een nutsvoorziening wordt gebouwd en:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_4bfaa68fd0964bc4bd2f57761c6f8a2a__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.42__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.122__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.42__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.122__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.42__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een oppervlakte heeft die maximaal 25 m<sup>2</sup> is; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.122__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.42__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>binnen of buiten de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.123" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.43">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.43</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering vergroting hoofdgebouw</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De bestaande inhoudsmaat van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef> mag, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41" scope="Artikel">artikel 6.41</IntRef>, sub j, worden vergroot als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.123__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.43__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.123__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.43__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>er sprake is van een vergroting door:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.123__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.43__list_o_1__item_a__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.123__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.43__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			      <LiNummer>1°.</LiNummer>
			      <Al>dakkapellen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.123__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.43__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			      <LiNummer>2°.</LiNummer>
			      <Al>aanbouwen die toegestaan zijn op grond van <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1" scope="Paragraaf">paragraaf 6.3.1</IntRef>; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.123__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.43__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3_x00B0_">
			      <LiNummer>3°.</LiNummer>
			      <Al>
                                             <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_141" scope="Begrip">vervangende nieuwbouw</IntRef>; en</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.123__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.43__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de inhoudsmaat binnen de locatie 'inhoud' over twee bouwlagen wordt vergroot door het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef> met maximaal 1,10 meter aan de achterzijde uit te breiden. - [gereserveerd]</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.124" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.44">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.44</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering diepte hoofdgebouw - [gereserveerd]</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De diepte van hoofdgebouwen voor wonen in het dijklint binnen de locatie 'wonen in dijklint' mag, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41">artikel 6.41</IntRef>, sub e, worden vergroot tot een diepte van 10 meter als de bestaande diepte minder dan 10 meter bedraagt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.125" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.45">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.45</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering goothoogte</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De goothoogte van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef> mag, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41" scope="Artikel">artikel 6.41</IntRef>, sub f:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.125__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.45__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.125__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.45__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>maximaal de bestaande goothoogte bedragen in het geval dat deze goothoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41" scope="Artikel">artikel 6.41</IntRef>, sub f;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.125__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.45__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>maximaal de bestaande goothoogte bedragen, vermeerderd met maximaal 3 meter, binnen de locatie 'gevelopbouw' of de locatie 'dakopbouw'; of - [gereserveerd]</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.125__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.45__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>alleen waar dit is aangeduid met de omgevingsnorm 'plat dak' maximaal de bouwhoogte bedragen. - [gereserveerd]</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.126" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.46">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.46</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering bouwhoogte</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De bouwhoogte van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef> mag, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41" scope="Artikel">artikel 6.41</IntRef>, sub g:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.126__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.46__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.126__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.46__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen in het geval dat deze bouwhoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.41" scope="Artikel">artikel 6.41</IntRef>, sub g;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.126__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.46__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>alleen binnen de locatie 'dakopbouw' maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen, vermeerderd met maximaal 3 meter; of - [gereserveerd]</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.126__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.46__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>alleen waar dit is aangeduid met de omgevingsnorm 'plat dak' maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen. - [gereserveerd]</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>6.2.4</Nummer>
		    <Opschrift>Hoofdgebouw voor een nutsvoorziening in de openbare ruimte</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.127" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.47">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.47</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over een nutsvoorziening in de openbare ruimte waarbij sprake is van de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.128" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.48">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.48</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.1__art_6.29">artikel 6.29</IntRef> geldt niet als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.128__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.48__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.128__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.48__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> voor een nutsvoorziening:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.128__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.48__list_o_1__item_a__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.128__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.48__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>wordt gebouwd binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_99ba8eb02d8748fdb4b883247bd0d0fb__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.128__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.48__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__ref_o_1" ref="gm0610_f8ced4fdde77414985ce9d9c92176e7a__ref_1">nutsvoorziening</IntIoRef>';</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.128__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.48__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.128__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.48__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>een oppervlakte heeft die maximaal 25 m<sup>2</sup> is; en</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.128__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.4__art_6.48__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>overstekende delen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> voor een nutsvoorziening in de openbare ruimte gebouwd worden, waarbij in de openbare ruimte een hoogte van drie meter, gemeten vanaf peil, vrij blijft van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">bebouwing</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3">
	      <Nummer>N</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3" eId="chp_6__subchp_6.3">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.3</Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Bouwwerk</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen,</NieuweTekst> in stand houden<NieuweTekst> of gebruiken  </NieuweTekst></Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>6.3.1</Nummer>
		    <Opschrift>Bouwen van een bijbehorend bouwwerk voor wonen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.129" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.49">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.49</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.129__para_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.49__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'wonen' als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.40">artikel 6.40</IntRef> en gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.129__para_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.49__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub a tot en met sub l en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>' als er sprake is van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> anders dan een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> bij alleen de activiteit 'wonen'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.50</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van een op de grond staand bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">achtererfgebied</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de voorgevellijn;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_156">zijerfgrens</IntRef> als deze aan de openbare weg ligt;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de goothoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 3 meter;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de bouwhoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 5 meter;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_f" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>de diepte van op de grond staande aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de achterzijde van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> is niet meer dan 4 meter;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_g" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerken in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> bedraagt:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_g__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_g__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_g__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_g__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> van 100 m<sup>2</sup> of minder: niet meer dan 50% van dat <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef>;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_g__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_g__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> tussen de 100 m<sup>2</sup> en 300 m<sup>2</sup>: niet meer dan 50 m<sup>2</sup> plus 20% van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> dat groter is dan 100 m<sup>2</sup>; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_g__list_o_1__item_3" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_g__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>bij een bouwvlak van meer dan 300 m<sup>2</sup>: 90 m<sup>2</sup> plus 10% van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> dat groter is dan 300 m<sup>2</sup> tot niet meer dan 150 m<sup>2</sup>; en</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.130__list_o_1__item_h" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50__list_o_1__item_h">
			  <LiNummer>h.</LiNummer>
			  <Al>de afstand tussen op de grond staande bijbehorende bouwwerken in de vorm van aanbouwen en in de vorm van bijgebouwen op het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">achtererf</IntRef> is niet minder dan 2 meter.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.131" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.51">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.51</Nummer>
		      <Opschrift>Verbod bouwen van een op de grond staand bouwwerk - [gereserveerd]</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50">artikel 6.50</IntRef>, onder a, verboden om bijbehorende bouwwerken te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> binnen de locatie 'bijbehorend bouwwerk uitgesloten'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.52</Nummer>
		      <Opschrift>Bouwen van een bijbehorend bouwwerk binnen locatie bijgebouw - [gereserveerd]</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Bijbehorende bouwwerken mogen, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50" scope="Artikel">artikel 6.50</IntRef>, onder b, voor de voorgevellijn gebouwd worden op voorwaarde dat:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_1__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_1__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_1__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>het bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> binnen de locatie 'bijgebouw 1' staat;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_1__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>de oppervlakte van het bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> maximaal 6 m<sup>2</sup> bedraagt;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_1__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>de bouwhoogte van het bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> maximaal de bouwhoogte van de eerste <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">bouwlaag</IntRef> bedraagt; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_1__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>het bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> een berging is.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Bijbehorende bouwwerken mogen, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50" scope="Artikel">artikel 6.50</IntRef>, onder b, voor de voorgevellijn gebouwd worden op voorwaarde dat:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>de bijbehorende bouwwerken binnen de locatie 'bijgebouw 2' staan;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>de bijbehorende bouwwerken in de periode vóór 14 maart 2016 in de voortuin gebouwd zijn;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken maximaal 40% van de oppervlakte van het gezamenlijk voorerf bedraagt, met een maximum van 25 m<sup>2</sup>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>de bijbehorende bouwwerken op maximaal 2 meter afstand van de voorerfgrens worden gebouwd;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>achter de voorgevellijn maximaal 1 vrijstaand bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> wordt gebouwd;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2__list_o_1__item_f" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2__list_o_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>de oppervlakte van het bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> als bedoeld onder e maximaal 6 m<sup>2</sup> bedraagt;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2__list_o_1__item_g" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2__list_o_1__item_g">
			    <LiNummer>g.</LiNummer>
			    <Al>een aangebouwd bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> achter de achtergevel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef> mag worden gebouwd;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2__list_o_1__item_h" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2__list_o_1__item_h">
			    <LiNummer>h.</LiNummer>
			    <Al>de diepte van het aangebouwde bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> als bedoeld onder g maximaal 2 meter bedraagt; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.132__para_2__list_o_1__item_i" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.52__para_2__list_o_1__item_i">
			    <LiNummer>i.</LiNummer>
			    <Al>de afstand tussen de bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn en de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_156" scope="Begrip">zijerfgrens</IntRef> minimaal 1 meter bedraagt.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.133" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.53">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.53</Nummer>
		      <Opschrift>Afwijkende oppervlakte bijbehorende bouwwerken achter voorgevelrooilijn</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Maximaal 50% van de oppervlakte van gronden achter de voorgevellijn mogen, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50" scope="Artikel">artikel 6.50</IntRef>, onder g, bebouwd worden met bijbehorende bouwwerken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.134" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.54">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.54</Nummer>
		      <Opschrift>Vergunningplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>' te verrichten als dat bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> niet voldoet aan de regels als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.50" scope="Artikel">artikel 6.50</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.135" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.55">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.55</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.54" scope="Artikel">artikel 6.54</IntRef> kan worden verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.135__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.55__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.135__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.55__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> binnen het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">achtererfgebied</IntRef> wordt gebouwd;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.135__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.55__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> niet leidt tot een onnodig nadelige verandering van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.135__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.55__list_o_1__item_b__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.135__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.55__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			      <LiNummer>1°.</LiNummer>
			      <Al>de bezonningssituatie op de aangrenzende erven;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.135__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.55__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			      <LiNummer>2°.</LiNummer>
			      <Al>de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende erven;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.135__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.55__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3_x00B0_">
			      <LiNummer>3°.</LiNummer>
			      <Al>het woon- en leefklimaat;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.135__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.55__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden wordt; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.135__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.1__art_6.55__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de oppervlakte van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> maximaal 50 m<sup>2</sup> bedraagt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>6.3.2</Nummer>
		    <Opschrift>Dakkapel op een woning</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.136" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.56">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.56</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een dakkapel die niet voldoet aan artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.137" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.57">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.57</Nummer>
		      <Opschrift>Vergunningplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakkapel te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> die niet voldoet aan de regels bedoeld in artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.138" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.58">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.58</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.2__art_6.57" scope="Artikel">artikel 6.57</IntRef>, kan worden verleend als niet voldaan wordt aan de maatvoeringseisen zoals bepaald in artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar de afwijking naar het oordeel van bevoegd gezag aanvaardbaar is uit stedenbouwkundig oogpunt en passend is in het straatbeeld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>6.3.3</Nummer>
		    <Opschrift>Bouwen van een bijbehorend bouwwerk behorend bij een bedrijf</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.139" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.59">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.59</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.139__para_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.59__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'bedrijf' als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub a en gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.139__para_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.59__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De paragraaf is niet bedoeld voor de activiteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub b tot en met sub l en de activiteit 'wonen' als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.40">artikel 6.40</IntRef>, en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>' als er sprake is van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> anders dan bij de activiteit 'bedrijf'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.60</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van een op de grond staand bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_2b49742edb3a419bb16efae3f2e0d3f6__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan binnen de locatie 'bouwvlak';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de bouwhoogte van op de grond staande bijbehorend bouwwerken is niet meer dan 3 meter;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>bijbehorende bouwwerken staan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_ad41580416454269904c02ee721abda6__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_c__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>in de zij- of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">achtererfgrens</IntRef>, of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>minimaal 1 meter uit de zij- of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5">achtererfgrens</IntRef>; en</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerken in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> bedraagt:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_e3b67b426f1d4822a563af02feefd263__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_d__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_d__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_d__list_o_2__item_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> van 100 m<sup>2</sup> of minder: niet meer dan 50% van dat <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef>;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_d__list_o_2__item_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> tussen de 100 m<sup>2 </sup>en 300 m<sup>2</sup>: niet meer dan 50 m<sup>2</sup> plus 20% van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> dat groter is dan 100 m<sup>2</sup>; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.140__list_o_1__item_d__list_o_2__item_3" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60__list_o_1__item_d__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>bij een bouwvlak van meer dan 300 m<sup>2</sup>: 90 m<sup>2</sup> plus 10% van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> dat groter is dan 300 m<sup>2</sup>, tot niet meer dan 150 m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.141" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.61">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.61</Nummer>
		      <Opschrift>Vergunningplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>' te verrichten als dat bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> niet voldoet aan de regels als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.60" scope="Artikel">artikel 6.60</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.142" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.62">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.62</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.61">artikel 6.61</IntRef> kan worden verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_c11dd820be004cf2b4fd59521c07cdea__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.62__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.142__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.62__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> binnen de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.142__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.62__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> niet leidt tot een onnodig nadelige verandering van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_b95ea1c4e0964a0691fc85cec70fd638__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.142__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.62__list_o_1__item_b__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.142__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.62__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>de bezonningssituatie op de aangrenzende erven;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.142__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.62__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende erven;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.142__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.62__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>het woon- en leefklimaat;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.142__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.62__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden wordt; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.142__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.3__art_6.62__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de oppervlakte van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> maximaal 50 m<sup>2</sup> bedraagt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>6.3.4</Nummer>
		    <Opschrift>Bouwen van een bijbehorend bouwwerk anders dan bij bedrijf en wonen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.63</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>' voor:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'detailhandel';</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'dienstverlening';</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'groen';</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 1' [gereserveerd];</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2';</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_f" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3';</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_g" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_g">
			    <LiNummer>g.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4';</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_h" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_h">
			    <LiNummer>h.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5';</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_i" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_i">
			    <LiNummer>i.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Kantoor';</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_j" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_j">
			    <LiNummer>j.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'maatschappelijk';</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_k" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_k">
			    <LiNummer>k.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'Sport' [gereserveerd];</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_1__list_o_1__item_l" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1__list_o_1__item_l">
			    <LiNummer>l.</LiNummer>
			    <Al>de activiteit 'wonen' in combinatie met een activiteit zoals bedoeld onder a tot en met k, alleen waar deze combinatie toegestaan is in <IntRef ref="chp_5">hoofdstuk 5</IntRef> .</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.143__para_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteit 'bedrijf' als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.2__art_6.31">artikel 6.31</IntRef>, sub a en de activiteit 'wonen' als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.2__subsec_6.2.3__art_6.40">artikel 6.40</IntRef>, en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen en instand houden van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>' als er sprake is van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> bij de activiteit 'bedrijf' of de activiteit 'wonen' zonder combinatie met een andere functie als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.63__para_1">eerste lid</IntRef>, sub a tot en met k.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.64</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van een op de grond staand bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">achtererfgebied</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de voorgevellijn;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_156">zijerfgrens</IntRef> als deze aan de openbare weg ligt;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerken in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> bedraagt:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_d__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_d__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1.</LiNummer>
			      <Al>bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> van 100 m<sup>2</sup> of meer: niet meer dan 50% van dat <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef>;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2.</LiNummer>
			      <Al>bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> tussen de 100 m<sup>2 </sup>en 300 m<sup>2</sup>: niet meer dan 50 m<sup>2</sup> plus 20% van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> dat groter is dan 100 m<sup>2</sup>; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_d__list_o_1__item_3" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_d__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3.</LiNummer>
			      <Al>bij een bouwvlak van meer dan 300 m<sup>2</sup>: 90 m<sup>2 </sup>plus 10% van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">bebouwingsgebied</IntRef> dat groter is dan 300 m<sup>2</sup>, tot niet meer dan 150 m<sup>2</sup>;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de goothoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 3 meter;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_f" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>de bouwhoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 5 meter;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_g" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>de diepte van op de grond staande aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de achterzijde van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef> bedraagt maximaal 4 meter; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.144__list_o_1__item_h" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64__list_o_1__item_h">
			  <LiNummer>h.</LiNummer>
			  <Al>de afstand tussen op de grond staande bijbehorende bouwwerken in de vorm van aanbouwen en in de vorm van bijgebouwen op het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3">achtererf</IntRef> is niet meer dan 2 meter.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.145" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.65">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.65</Nummer>
		      <Opschrift>Vergunningplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>' te verrichten als dat bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> niet voldoet aan de regels als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.64" scope="Artikel">artikel 6.64</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.146" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.66">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.66</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.65" scope="Artikel">artikel 6.65</IntRef> kan worden verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.146__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.66__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.146__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.66__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> binnen het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">achtererfgebied</IntRef> wordt gebouwd;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.146__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.66__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> niet leidt tot een onnodig nadelige verandering van:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.146__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.66__list_o_1__item_b__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.146__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.66__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			      <LiNummer>1°.</LiNummer>
			      <Al>de bezonningssituatie op de aangrenzende erven; en</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.146__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.66__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			      <LiNummer>2°.</LiNummer>
			      <Al>de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende erven;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.146__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.66__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3_x00B0_">
			      <LiNummer>3°.</LiNummer>
			      <Al>het woon- en leefklimaat;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.146__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.66__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden wordt; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.146__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.4__art_6.66__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de oppervlakte van een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> maximaal 50 m<sup>2</sup> bedraagt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>6.3.5</Nummer>
		    <Opschrift>Bouwen van erkers en serres</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.147" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.67</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een erker of serre aan de voorgevel van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63">hoofdgebouw</IntRef>' voor:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1afb17ece84e4afea39acd44cb75f7c7__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.147__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'detailhandel';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.147__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'dienstverlening';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.147__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.147__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.147__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.147__list_o_1__item_f" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67__list_o_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.147__list_o_1__item_g" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67__list_o_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'Kantoor';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.147__list_o_1__item_h" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67__list_o_1__item_h">
			  <LiNummer>h.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'maatschappelijk';</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.147__list_o_1__item_i" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.67__list_o_1__item_i">
			  <LiNummer>i.</LiNummer>
			  <Al>de activiteit 'wonen'.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.148" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.68">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.68</Nummer>
		      <Opschrift>Vergunningplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een erker of serre aan de voorgevel van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef>' te verrichten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.149" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.69">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>6.69</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.68" scope="Artikel">artikel 6.68</IntRef> wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.149__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.69__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.149__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.69__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een erker of serre voor de voorgevellijn maximaal 2 meter buiten de voorgevellijn staat;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.149__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.69__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de breedte van de erker of serre maximaal twee-derde van de breedte van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef> is;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.149__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.69__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de afstand tussen de voorste perceelsgrens en de erker of serre minimaal 2 meter is;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.149__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.69__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een erker of serre alleen op de begane grondlaag gebouwd wordt; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.149__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.3__subsec_6.3.5__art_6.69__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>naar het oordeel van bevoegd gezag aanvaardbaar is uit stedenbouwkundig oogpunt en passend is in het straatbeeld.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <VervangKop wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4">
	      <Nummer>O</Nummer>
	      <Wat>Het opschrift van afdeling 6.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.4</Nummer>
		<Opschrift>
                        <VerwijderdeTekst>Bouwwerk</VerwijderdeTekst>
                        <NieuweTekst>Ander bouwwerk</NieuweTekst> bouwen<NieuweTekst>, in stand houden of gebruiken  </NieuweTekst></Opschrift>
	      </Kop>
	    </VervangKop>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1">
	      <Nummer>P</Nummer>
	      <Wat>Paragraaf 6.4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.4.1</Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Gebouw of een uitbreiding daarvan bouwen</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken in de openbare ruimte  </NieuweTekst>
                        </Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.150" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.70" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.70</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf gaat over het in de openbare ruimte uitvoeren van de activiteit 'Bouwen en in stand houden van andere bouwwerken'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.71</Nummer>
		    <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van een ander <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de activiteit 'verkeer' is maximaal 6 meter;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de activiteit 'water' is maximaal 5 meter;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een luifel is maximaal 4 meter;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van geluidschermen is maximaal 6,5 meter;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van masten en palen is maximaal 10 meter;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1__item_f" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor nutsvoorzieningen is maximaal 4 meter en de oppervlakte is maximaal 25 m<sup>2</sup>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1__item_g" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>de hoogte van speeltoestellen is maximaal 4 meter;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1__item_h" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet genoemd zijn in sub a tot en met g en binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_47fc0ec6068e4bec8025b16e2da4dd50__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1__item_h__ref_o_1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1__item_h__ref_o_1" ref="gm0610_54da78a7598145939c275f734a5b07db__ref_1">groen</IntIoRef>' liggen, is maximaal 6 meter;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.151__list_o_1__item_i" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet genoemd zijn in sub a tot en met g is maximaal 3 meter.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.152" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.72" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.72</Nummer>
		    <Opschrift>Uitzondering bouwwerken halte waterbus</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Binnen de locatie 'halte waterbus' zijn lichtmasten, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__art_6.71">artikel 6.71</IntRef>, sub a en b, met een hoogte van maximaal 10 meter zonder omgevingsvergunning toegestaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Vervang>
	    <Verwijder wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__subsec_6.4.1.1">
	      <Nummer>Q</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 6.4.1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__subsec_6.4.1.1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__subsec_6.4.1.1_inst2">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>6.4.1.1</Nummer>
		  <Opschrift>Dakkapel bouwen</Opschrift>
		</Kop>
		<Vervallen/>
	      </Subparagraaf>
	    </Verwijder>
	    <Verwijder wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__subsec_6.4.1.2">
	      <Nummer>R</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 6.4.1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__subsec_6.4.1.2" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.1__subsec_6.4.1.2_inst2">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>6.4.1.2</Nummer>
		  <Opschrift>Bodemgevoelig gebouw bouwen op een bodemgevoelige locatie</Opschrift>
		</Kop>
		<Vervallen/>
	      </Subparagraaf>
	    </Verwijder>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2">
	      <Nummer>S</Nummer>
	      <Wat>Paragraaf 6.4.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.4.2</Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken anders dan in de openbare ruimte  </NieuweTekst>
                        </Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.153" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.73" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.73</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf gaat over het buiten de openbare ruimte uitvoeren van de activiteit 'Bouwen en in stand houden van andere bouwwerken'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.74</Nummer>
		    <Opschrift>Algemene regels ander bouwwerk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van een ander <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_08fc2e2121be4a87a84c38198ea1a7e8__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>andere bouwwerken staan binnen of buiten het 'bouwvlak';</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is maximaal 2 meter;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van masten en palen is maximaal:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_bce1d123fe544849ac55c2c10b9b16a5__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_c__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>10 meter voor:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_0c69e53262d641ba9e9b8aff9f6b4000__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1__list_o_1__item_i" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al>de activiteit 'bedrijf';</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1__list_o_1__item_ii" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>de activiteit 'detailhandel';</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1__list_o_1__item_iii" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1__list_o_1__item_iii">
				<LiNummer>iii.</LiNummer>
				<Al>de activiteit 'dienstverlening';</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1__list_o_1__item_iv" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1__list_o_1__item_iv">
				<LiNummer>iv.</LiNummer>
				<Al>de activiteit 'maatschappelijk'.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>7 meter voor de activiteit 'wonen'.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een ander <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 1' is maximaal 5 meter hoog;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>andere bouwwerken dan bedoeld in sub a, sub b en sub c voor de activiteit 'Verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' zijn maximaal 6 meter hoog.</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_f" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van een luifel is maximaal:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_8d26cfad1c254082bc04c83908bb86f8__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_f__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_f__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_f__list_o_2__item_1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_f__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1.</LiNummer>
			    <Al>6 meter binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - luifel';</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_f__list_o_2__item_2" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_f__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2.</LiNummer>
			    <Al>[gereserveerd voor andere specifieke bouwhoogten over luifels]</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.154__list_o_1__item_g" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>de bouwhoogte van een ander <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> dan bedoeld in sub a tot en met sub f is maximaal 3 meter hoog.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.155" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.75" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.75</Nummer>
		    <Opschrift>Uitzondering erf- en terreinafscheiding bij bedrijf</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Erf- en terreinafscheidingen binnen en buiten het bouwvlak voor de activiteit 'bedrijf' zijn, in afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__art_6.74">artikel 6.74</IntRef>, sub b met een hoogte van maximaal 3 meter zijn zonder omgevingsvergunning toegestaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Vervang>
	    <Verwijder wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1">
	      <Nummer>T</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 6.4.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.2__subsec_6.4.2.1_inst2">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>6.4.2.1</Nummer>
		  <Opschrift>Bodemgevoelig bijbehorend bouwwerk bouwen op een bodemgevoelige locatie</Opschrift>
		</Kop>
		<Vervallen/>
	      </Subparagraaf>
	    </Verwijder>
	    <Verwijder wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.3">
	      <Nummer>U</Nummer>
	      <Wat>Paragraaf 6.4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.3" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.3_inst2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.4.3</Nummer>
		  <Opschrift>Ander bouwwerk bouwen</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd/>
	      </Paragraaf>
	    </Verwijder>
	    <Verwijder wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.4">
	      <Nummer>V</Nummer>
	      <Wat>Paragraaf 6.4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.4" eId="chp_6__subchp_6.4__subsec_6.4.4_inst2">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>6.4.4</Nummer>
		  <Opschrift>Ondergronds bouwwerk bouwen</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd/>
	      </Paragraaf>
	    </Verwijder>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5">
	      <Nummer>W</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 6.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5" eId="chp_6__subchp_6.5">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.5</Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen, in stand houden of gebruiken</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Bouwwerk slopen  </NieuweTekst>
                        </Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.156" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.76" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.76</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze afdeling gaat over de activiteit 'Slopen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>' binnen de locatie 'karakteristiek'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.157" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.77" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.77</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod veranderen bouwwerk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden om binnen de locatie 'karakteristiek' de grondoppervlakte, de goothoogte, de bouwhoogte en de dakhelling van gebouwen te wijzigen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.158" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.78" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.78</Nummer>
		    <Opschrift>Vergunningplicht slopen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Slopen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>' <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">bebouwing</IntRef> binnen de locatie 'karakteristiek' geheel of gedeeltelijk te slopen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.159" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.79" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.79</Nummer>
		    <Opschrift>Uitzondering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.5__art_6.78">artikel 6.78</IntRef> geldt niet voor:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.159__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.79__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.159__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.79__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>normale sloop- of onderhoudsactiviteiten die gericht zijn op de instandhouding van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">bebouwing</IntRef> en daarvoor noodzakelijk zijn;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.159__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.79__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>werkzaamheden van ondergeschikte betekenis, in het geval dat door burgemeester en wethouders is aangegeven dat voor die werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het slopen is vereist;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.159__list_o_1__item_c" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.79__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de activiteit 'Slopen van een bouwwerk' als voor die activiteit al een omgevingsvergunning is verleend;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.159__list_o_1__item_d" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.79__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het beperken van de directe gevolgen van calamiteiten; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.159__list_o_1__item_e" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.79__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>het terugbouwen van oorspronkelijke cultuurhistorische waarden van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.160" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.80" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.80</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De vergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.5__art_6.78" scope="Artikel">artikel 6.78</IntRef> kan alleen worden verleend als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.160__list_o_1" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.80__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.160__list_o_1__item_a" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.80__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de karakteristieke waarde van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> zo min mogelijk wordt aangetast; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.160__list_o_1__item_b" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.80__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het niet redelijk is om een aanvraag van de vergunning te weigeren omdat het behouden van het karakteristieke <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> tot onevenredig hoge kosten leidt.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.5__art_6.161" eId="chp_6__subchp_6.5__art_6.81" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>6.81</Nummer>
		    <Opschrift>Vergunningvoorschriften</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Aan een vergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.5__art_6.78" scope="Artikel">artikel 6.78</IntRef> kunnen door het college van burgemeester en wethouders voorwaarden verbonden worden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <VervangKop wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.6">
	      <Nummer>X</Nummer>
	      <Wat>Het opschrift van afdeling 6.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Kop>
		<Label>Afdeling</Label>
		<Nummer>6.6</Nummer>
		<Opschrift>
                        <VerwijderdeTekst>Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken</VerwijderdeTekst>
                        <NieuweTekst>Bouwwerk slopen in een gemeentelijk beschermd of rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht  </NieuweTekst>
                     </Opschrift>
	      </Kop>
	    </VervangKop>
	    <Verwijder wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.7">
	      <Nummer>Y</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 6.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.7" eId="chp_6__subchp_6.7_inst2">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.7</Nummer>
		  <Opschrift>Dakkapel bouwen, in stand houden of gebruiken</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd/>
	      </Afdeling>
	    </Verwijder>
	    <Verwijder wat="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.8">
	      <Nummer>Z</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 6.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_6__subchp_6.8" eId="chp_6__subchp_6.8_inst2">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>6.8</Nummer>
		  <Opschrift>Ondergronds bouwen</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd/>
	      </Afdeling>
	    </Verwijder>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.3">
	      <Nummer>AA</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.3" eId="chp_7__subchp_7.3">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>7.3</Nummer>
		  <Opschrift>Terras aanbrengen</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.3__subsec_7.3.1" eId="chp_7__subchp_7.3__subsec_7.3.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>7.3.1</Nummer>
		    <Opschrift>Terras aanbrengen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Gereserveerd/>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6">
	      <Nummer>BB</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 7.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6" eId="chp_7__subchp_7.6">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>7.6</Nummer>
		  <Opschrift>Parkeeractiviteit verrichten</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>7.6.1</Nummer>
		    <Opschrift>Parkeren motorvoertuigen bij wijziging functies</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.5" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.1">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>7.1</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over het parkeren of stallen van motorvoertuigen bij functies als bedoeld in <IntRef ref="chp_5" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 5</IntRef> of de activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>' als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.2" scope="Artikel">artikel 6.2</IntRef>, onder a.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.6" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.2">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>7.2</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.6__para_1" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.2__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Als op grond van het bepaalde in <IntRef ref="chp_5" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 5</IntRef> of <IntRef ref="chp_6" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 6</IntRef> een omgevingsvergunning nodig is, wordt die omgevingsvergunning alleen verleend als in voldoende mate ruimte is aangebracht voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.6__para_2" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.2__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Of in voldoende mate ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen is aangebracht, toetst het bevoegd gezag aan de gemeentelijke parkeernormennota, zoals die geldt op het moment van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag;</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.6__para_3" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.2__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>In afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.1__art_7.2__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> kan worden afgeweken van de gemeentelijke parkeernormennota als deze vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig bezwarend zijn.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>7.6.2</Nummer>
		    <Opschrift>Fietsparkeren bij wijziging functies</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.7" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.3">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>7.3</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over het parkeren of stallen van fietsen bij functies als bedoeld in <IntRef ref="chp_5" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 5</IntRef> of de activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>' als bedoeld in <IntRef ref="chp_6__subchp_6.1__art_6.2" scope="Artikel">artikel 6.2</IntRef>, onder a.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.8" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.4">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>7.4</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.8__para_1" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.4__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Als op grond van het bepaalde in <IntRef ref="chp_5" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 5</IntRef> of <IntRef ref="chp_6" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 6</IntRef> een omgevingsvergunning nodig is, wordt die omgevingsvergunning alleen verleend als in voldoende mate ruimte is aangebracht voor het parkeren of stallen van fietsen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.8__para_2" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.4__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Of in voldoende mate ruimte voor het parkeren of stallen van fietsen is aangebracht, toetst het bevoegd gezag aan de gemeentelijke parkeernormennota, zoals die geldt op het moment van de ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.8__para_3" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.4__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Bij het bepalen van de hoeveelheid ruimte voor parkeren of stallen van fietsen, als bedoeld in het <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.4__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, geldt binnen de locatie 'centrum' dat de parkeerkencijfers behorend bij 'centrum en schil' en 'centrum' aangehouden moeten worden. - [gereserveerd]</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.8__para_4" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.4__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Bij het bepalen van de hoeveelheid ruimte voor parkeren of stallen van fietsen, als bedoeld in het <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.4__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, geldt binnen de locatie 'rest bebouwde kom' dat de parkeer kencijfers behorend bij 'rest bebouwde kom', 'schil centrum', 'binnen de bebouwde kom' en 'rand bebouwde kom' aangehouden moeten worden. - [gereserveerd]</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.8__para_5" eId="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.4__para_5">
		      <LidNummer>5.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>In afwijking van het bepaalde in <IntRef ref="chp_7__subchp_7.6__subsec_7.6.2__art_7.4__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> kan worden afgeweken van de Fietsparkeerkencijfers als deze vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig bezwarend zijn.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1">
	      <Nummer>CC</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 8.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1" eId="chp_8__subchp_8.1">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>8.1</Nummer>
		  <Opschrift>Archeologisch waardevolle gebieden</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>8.1.1</Nummer>
		    <Opschrift>Bouwactiviteiten in beperkingengebied Archeologie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.13" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.1">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.1</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van bouwwerken' binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_57caf0c4fb8a4a719e73386c6212272c__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.1__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.14" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.2">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.2</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_f261832a2fb34c0e8dbe5b15b253c34b__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.2__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.15" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.3">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.3</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering op de vergunningplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het verbod, bedoeld in <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.2">artikel 8.2</IntRef>, geldt binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_0ad8535ee95d4879a432836a926d758d__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.15__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.3__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>' niet voor het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van bouwwerken:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.15__list_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.3__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.15__list_o_1__item_a" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.3__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>waarvan de oppervlakte niet meer is dan 100 m<sup>2</sup>; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.15__list_o_1__item_b" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.3__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>waarbij de bodem niet dieper wordt verstoord dan 30 cm.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.16" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.4">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.4</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.2" scope="Artikel">artikel 8.2</IntRef>, wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.16__list_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.4__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.16__list_o_1__item_a" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.4__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de bouwactiviteiten niet leiden tot verstoring van archeologische waarden; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.16__list_o_1__item_b" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.4__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de bouwactiviteiten kunnen leiden tot verstoring van archeologische waarden, maar deze verstoring kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning één of meer van de vergunningvoorschriften, bedoeld in <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.6" scope="Artikel">artikel 8.6</IntRef> te verbinden.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.17" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.5">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.5</Nummer>
		      <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.2" scope="Artikel">artikel 8.2</IntRef>, worden de volgende documenten en gegevens verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.17__list_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.5__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.17__list_o_1__item_a" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.5__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een rapport waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.18" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.6">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.6</Nummer>
		      <Opschrift>Vergunningvoorschriften</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.2" scope="Artikel">artikel 8.2</IntRef>, kunnen de volgende vergunningvoorschriften worden verbonden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.18__list_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.6__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.18__list_o_1__item_a" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.6__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, zodat archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.18__list_o_1__item_b" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.6__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de verplichting tot het doen van opgravingen; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.18__list_o_1__item_c" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.1__art_8.6__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>8.1.2</Nummer>
		    <Opschrift>Aanlegactiviteiten in beperkingengebied Archeologie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.19" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.7">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.7</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over activiteiten binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_bc3691c15f704cbaadef9446af61d8a3__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.7__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.20" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.8</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.20__para_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'diepwortelende beplanting of bomen plaatsen' te verrichten binnen het <IntIoRef wId="gm0610_344ba00ff54e441581203b918a1b0ee7__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.20__para_2" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'grondwerkzaamheden verrichten' uit te voeren binnen het <IntIoRef wId="gm0610_6109ec71bd8642bb96682d461f708f91__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_2__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.20__para_3" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_3">
		      <LidNummer>3.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'dempen van een watergang of waterpartij' te verrichten binnen het <IntIoRef wId="gm0610_5d82123b2ab5414abd4aa2def772f1e8__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_3__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.20__para_4" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_4">
		      <LidNummer>4.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'graven of verbreden van een watergang of waterpartij' te verrichten binnen het <IntIoRef wId="gm0610_f1055a4d7aa340b2ad0389b962e5e02c__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_4__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.20__para_5" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_5">
		      <LidNummer>5.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'ophogen van gronden' te verrichten binnen het <IntIoRef wId="gm0610_72cd4a6c935a4c0e9a1fd190c28626e0__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_5__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.20__para_6" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_6">
		      <LidNummer>6.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'aanleggen van verhardingen' te verrichten binnen het <IntIoRef wId="gm0610_a4e5e630ec7f4175925d103a5d3207e9__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_6__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.20__para_7" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_7">
		      <LidNummer>7.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'waterpeil wijzigen' te verrichten binnen het <IntIoRef wId="gm0610_57c7f3dcea9e4f8495c2060dbca89335__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8__para_7__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.21" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.9">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.9</Nummer>
		      <Opschrift>Uitzondering op de vergunningplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>De verboden, bedoeld in <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8">artikel 8.8</IntRef>, gelden binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_21685896c3be4464a6b31bdab2b6f08a__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.21__list_o_1__ref_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.9__ref_o_1" ref="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1">beperkingengebied archeologie</IntIoRef>' niet voor:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.21__list_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.9__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.21__list_o_1__item_a" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.9__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>activiteiten die normaal onderhoud en/of gebruik betreft; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.21__list_o_1__item_b" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.9__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>activiteiten die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde niet van ingrijpende betekenis zijn.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.22" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.10">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.10</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8" scope="Artikel">artikel 8.8</IntRef>, wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.22__list_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.10__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.22__list_o_1__item_a" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.10__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de aanlegactiviteiten niet leiden tot verstoring van archeologische waarden; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.22__list_o_1__item_b" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.10__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de aanlegactiviteiten kunnen leiden tot verstoring van archeologische waarden, maar deze verstoring kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning één of meer van de vergunningvoorschriften, bedoeld in <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.12" scope="Artikel">artikel 8.12</IntRef> te verbinden; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.22__list_o_1__item_c" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.10__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>door burgemeester en wethouders schriftelijk advies is ingewonnen bij een archeologisch deskundige.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.23" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.11">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.11</Nummer>
		      <Opschrift>Aanvraagvereisten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8" scope="Artikel">artikel 8.8</IntRef>, worden de volgende documenten en gegevens verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.23__list_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.11__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.23__list_o_1__item_a" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.11__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een rapport waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.24" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.12">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>8.12</Nummer>
		      <Opschrift>Vergunningvoorschriften</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.8" scope="Artikel">artikel 8.8</IntRef>, kunnen de volgende vergunningvoorschriften worden verbonden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.24__list_o_1" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.12__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.24__list_o_1__item_a" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.12__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, zodat archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.24__list_o_1__item_b" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.12__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de verplichting tot het doen van opgravingen; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.24__list_o_1__item_c" eId="chp_8__subchp_8.1__subsec_8.1.2__art_8.12__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.3">
	      <Nummer>DD</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.3">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.3</Nummer>
		  <Opschrift>Aanwijzing bodembeheergebied met bijbehorende bodemkwaliteitskaarten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er is een locatie '<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><IntIoRef wId="gm0610_4b321735aea84b5895bccfc06b7c333b__ref_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.3__ref_o_1" ref="gm0610_0fc2f0fd82da464aaa899a4317af6091__ref_1">bodembeheergebied grond en baggerspecie</IntIoRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>' met daarbinnen '<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26">bodemkwaliteitsklassen</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>' en '<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_136">toepassingszones</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>' voor het toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem en voor het afwijken via een maatwerkvoorschrift van de kwaliteitseisen voor het toepassen van grond of baggerspecie op grond van de artikelen 4.1273, 4.1275 en 4.1279 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4">
	      <Nummer>EE</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.4</Nummer>
		  <Opschrift>Aanwijzing bodemfunctieklassen binnen bodembeheergebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Er zijn locaties die zijn ingedeeld in de volgende <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_24">bodemfunctieklassen</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>landbouw/natuur;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>wonen; en</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.4__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>industrie.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.6">
	      <Nummer>FF</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.6" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.6">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.6</Nummer>
		  <Opschrift>Oogmerken toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, gesteld met het oog op het voorkomen van achteruitgang of verslechtering van de bestaande gebiedskwaliteit, waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <VoegToe positie="volgtOp" context="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.7">
	      <Nummer>GG</Nummer>
	      <Wat>Na artikel 11.7 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.8</Nummer>
		  <Opschrift>Aanvraagvereisten vergunning thermisch gereinigde grond</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.7" scope="Artikel">artikel 11.7</IntRef>, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; </Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een planning van de werkzaamheden; </Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen grond of baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid, kritische parameters van deze bouwstof en indien relevant de eisen van het productcertificaat;  </Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>de ligging en de omvang van de toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>een identificatie en een beschrijving van kritische aspecten en hoe hier de zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt ingevuld, waaronder in ieder geval grondwater en oppervlaktewater in de nabijheid, zetting, PH-buffercapaciteit, kwetsbare objecten en ecologie; </Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_f" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_f">
		      <LiNummer>f.</LiNummer>
		      <Al>een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving wordt voorkomen in de vorm van stofvorming en ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang, als dit vrijkomt uit het materiaal, wordt voorkomen;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_g" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_g">
		      <LiNummer>g.</LiNummer>
		      <Al>een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat grond of baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden of anderszins in strijd met de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_h" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_h">
		      <LiNummer>h.</LiNummer>
		      <Al>de toepassingshoogte ten opzichte van de grondwaterstand (GHG);</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_i" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_i">
		      <LiNummer>i.</LiNummer>
		      <Al>de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; </Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_j" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_j">
		      <LiNummer>j.</LiNummer>
		      <Al>het akkoord van de opdrachtgever; </Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_k" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_k">
		      <LiNummer>k.</LiNummer>
		      <Al>de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; </Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.73__list_o_1__item_l" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1__item_l">
		      <LiNummer>l.</LiNummer>
		      <Al>de verwachte zetting voor de komende 100 jaar.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.9</Nummer>
		  <Opschrift>Beoordelingsregels thermisch gereinigde grond</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De omgevingsvergunning, als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.7" scope="Artikel">artikel 11.7</IntRef>, wordt alleen verleend als:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>de toepassing verenigbaar is met het belang van:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_c__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3_x00B0_">
			  <LiNummer>3°.</LiNummer>
			  <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>de toepassing past bij de functie van de locatie;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_f" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_f">
		      <LiNummer>f.</LiNummer>
		      <Al>de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_g" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_g">
		      <LiNummer>g.</LiNummer>
		      <Al>de thermisch gereinigde grond:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_g__list_o_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_g__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_g__list_o_2__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_g__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>zodanig wordt toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) ligt en niet in contact komt met het grond- en oppervlaktewater; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_g__list_o_2__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_g__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>wordt toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_h" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_h">
		      <LiNummer>h.</LiNummer>
		      <Al>de bovenafdichting waaronder de thermisch gereinigde grond wordt toegepast binnen 1 jaar na toepassing wordt aangebracht; en</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.74__list_o_1__item_i" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1__item_i">
		      <LiNummer>i.</LiNummer>
		      <Al>de thermisch gereinigde grond wordt toegepast over een oppervlakte van minimaal 1.000 m2.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </VoegToe>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8">
	      <Nummer>HH</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.10">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>
                           <VerwijderdeTekst>11.8</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>11.10</NieuweTekst>
                        </Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Aanvraagvereisten vergunning thermisch gereinigde</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Bodemvreemd materiaal in toe te passen</NieuweTekst> grond<NieuweTekst> of baggerspecie</NieuweTekst></Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.10__para_1" wijzigactie="nieuweContainer">
		  <LidNummer>
                           <NieuweTekst>1.</NieuweTekst>
                        </LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.7" scope="Artikel">artikel 11.7</IntRef> , worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een planning van de werkzaamheden; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen grond of baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid, kritische parameters van deze bouwstof en indien relevant de eisen van het productcertificaat;  </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de ligging en de omvang van de toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een identificatie en een beschrijving van kritische aspecten en hoe hier de zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt ingevuld, waaronder in ieder geval grondwater en oppervlaktewater in de nabijheid, zetting, PH-buffercapaciteit, kwetsbare objecten en ecologie; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_f" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving wordt voorkomen in de vorm van stofvorming en ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang, als dit vrijkomt uit het materiaal, wordt voorkomen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_g" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat grond of baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden of anderszins in strijd met de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_h" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>de toepassingshoogte ten opzichte van de grondwaterstand (GHG);</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_i" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_j" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>het akkoord van de opdrachtgever; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_k" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_l" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__list_o_1_inst2__item_l">
			<LiNummer>l.</LiNummer>
			<Al>de verwachte zetting voor de komende 100 jaar.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in afwijking van artikel 4.1271, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, binnen de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_24">bodemfunctieklassen</IntRef> landbouw/natuur en wonen alleen grond of baggerspecie toegepast, als daarin niet meer dan 5 gewichtsprocent steenachtig materiaal of hout voorkomt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.8__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.10__para_2" wijzigactie="voegtoe">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.10__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing op een grootschalige toepassing als bedoeld in artikel 4.1274 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van de afdeklaag als bedoeld in het vierde lid van dat artikel.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9">
	      <Nummer>II</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>
                           <VerwijderdeTekst>11.9</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>11.11</NieuweTekst>
                        </Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Beoordelingsregels thermisch gereinigde</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen</NieuweTekst> grond<NieuweTekst> of baggerspecie</NieuweTekst></Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_1" wijzigactie="voegtoe">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen grond of baggerspecie toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen en bijbehorende zones als bepaald in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_1__table_o_1">tabel 11.11.1</IntRef>.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__para_1__table_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_1__table_o_1">
		      <title>Tabel 11.11.1 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Alle zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>pH </strong>  waarde is minimaal 5 en maximaal 9</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Alle zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 200 mg/kg droge stof  <strong>chloride</strong></Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Alle zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 920 mg/kg droge stof  <strong>barium</strong></Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Wonen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 90 mg/kg droge stof  <strong>lood</strong></Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Volks-/Moestuin</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 50 mg/kg droge stof  <strong>lood</strong></Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Asbestgevoelige locatie</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 10 mg/kg droge stof  <strong>asbest</strong> (gewogen gehalte)  </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2" wijzigactie="nieuweContainer">
		  <LidNummer>
                           <NieuweTekst>2.</NieuweTekst>
                        </LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">De omgevingsvergunning, als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.7" scope="Artikel">artikel 11.7</IntRef> , wordt alleen verleend als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de toepassing verenigbaar is met het belang van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_c__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_c__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_c__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_c__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_c__list_o_1__item_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_c__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de toepassing past bij de functie van de locatie;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_f" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_g" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>de thermisch gereinigde grond:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_g__list_o_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_g__list_o_2">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_g__list_o_2__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_g__list_o_2__item_1">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>zodanig wordt toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) ligt en niet in contact komt met het grond- en oppervlaktewater; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_g__list_o_2__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_g__list_o_2__item_2">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>wordt toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_h" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>de bovenafdichting waaronder de thermisch gereinigde grond wordt toegepast binnen 1 jaar na toepassing wordt aangebracht; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_i" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__list_o_1_inst2__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>de thermisch gereinigde grond wordt toegepast over een oppervlakte van minimaal 1.000 m2.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Met het oog op het gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stof nikkel niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_f208f9bef50244f3a6479610cb487076__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2__list_o_1" wijzigactie="voegtoe">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>afkomstig is uit en toegepast wordt binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_778d08c788d74722a9e9c4464d6dff04__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__para_2__list_o_1__item_b__ref_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2__list_o_1__item_b__ref_o_1" ref="gm0610_0fc2f0fd82da464aaa899a4317af6091__ref_1">bodembeheergebied grond en baggerspecie</IntIoRef>'; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>voor de stof nikkel voldoet aan de kwaliteitseisen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2__table_o_1">tabel 11.11.2</IntRef> die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.9__para_2__table_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2__table_o_1" wijzigactie="voegtoe">
		      <title>Tabel 11.11.2 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Wonen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 56 mg/kg droge stof <strong>nikkel</strong></Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.10">
	      <Nummer>JJ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.10" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>
                           <VerwijderdeTekst>11.10</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>11.12</NieuweTekst>
                        </Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Bodemvreemd materiaal in toe te passen grond of</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van</NieuweTekst> baggerspecie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.10__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in afwijking van artikel 4.1271, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, binnen de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7" scope="Begrip">bodemfunctieklassen</IntRef> landbouw/natuur en wonen alleen grond of baggerspecie toegepast, als daarin niet meer dan 5 gewichtsprocent steenachtig materiaal of hout voorkomt.</Al>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Met het oog op het beschermen van het milieu wordt in aanvulling op artikel 4.1278, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen baggerspecie toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen als bepaald in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12__para_1__table_o_1" scope="table">tabel 11.12.1</IntRef>.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.10__para_1__table_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12__para_1__table_o_1" wijzigactie="voegtoe">
		      <title>Tabel 11.12.1 afwijkende kwaliteitseisen voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Kwaliteitseisen (voor standaardbodem)</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Alle zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.10__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Het <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.10__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing op een grootschalige toepassing als bedoeld in artikel 4.1274 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van de afdeklaag als bedoeld in het vierde lid van dat artikel.</Al>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Het eerste lid is niet van toepassing als de baggerspecie wordt verspreid op een naastgelegen perceel of op percelen die reeds belast zijn met chloride in gehalten boven de kwaliteitseis. Dit dient middels een (water)<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27">bodemonderzoek</IntRef> of beheerplan te zijn aangetoond.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11">
	      <Nummer>KK</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.13">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>
                           <VerwijderdeTekst>11.11</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>11.13  </NieuweTekst>
                        </Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>GERESERVEERD</NieuweTekst>
                        </Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="voegtoe"/>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen grond of baggerspecie toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen en bijbehorende zones als bepaald in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_1__table_o_1" scope="table">tabel 11.11.1</IntRef> .</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_1_inst2__table_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_1_inst2__table_o_1">
		      <title>Tabel 11.11.1 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Kwaliteitseisen (voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">standaardbodem</IntRef> )</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Alle zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>pH</strong>
                                          </Al>
			      <Al>waarde is minimaal 5 en maximaal 9</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Alle zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 200 mg/kg droge stof</Al>
			      <Al>
                                             <strong>chloride</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Alle zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 920 mg/kg droge stof</Al>
			      <Al>
                                             <strong>barium</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Wonen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 90 mg/kg droge stof</Al>
			      <Al>
                                             <strong>lood</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Volks-/Moestuin</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 50 mg/kg droge stof</Al>
			      <Al>
                                             <strong>lood</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Asbestgevoelige locatie</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 10 mg/kg droge stof</Al>
			      <Al>
                                             <strong>asbest</strong>
                                          </Al>
			      <Al>(gewogen gehalte)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stof nikkel niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie:</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__table_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__table_o_1">
		      <title>Tabel 11.11.2 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Kwaliteitseisen (voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">standaardbodem</IntRef> )</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Wonen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 56 mg/kg droge stof</Al>
			      <Al>
                                             <strong>nikkel</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>afkomstig is uit en toegepast wordt binnen de locatie ' <IntIoRef wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__list_o_1__item_b__ref_o_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__list_o_1__item_b__ref_o_2" ref="gm0610_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1_inst2__ref_o_1">bodembeheergebied grond en baggerspecie</IntIoRef> '; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2_inst2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>voor de stof nikkel voldoet aan de kwaliteitseisen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.11__para_2__table_o_1" scope="table">tabel 11.11.2</IntRef> die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12">
	      <Nummer>LL</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>
                           <VerwijderdeTekst>11.12</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>11.14</NieuweTekst>
                        </Nummer>
		  <Opschrift>Afwijkende kwaliteitseisen <NieuweTekst>toepassen grond of baggerspecie </NieuweTekst>voor <VerwijderdeTekst>toepassen van baggerspecie</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>wegbermen buiten bebouwde kom</NieuweTekst></Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beschermen van het milieu wordt<NieuweTekst>,</NieuweTekst> in aanvulling op artikel <VerwijderdeTekst>4.1278</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>4.1272</NieuweTekst>, eerste lid, <NieuweTekst>onder a, </NieuweTekst>van het Besluit activiteiten leefomgeving, <NieuweTekst>bij wegbermen buiten de bebouwde kom </NieuweTekst>alleen <NieuweTekst>grond of </NieuweTekst>baggerspecie toegepast <VerwijderdeTekst>als deze voldoet aan</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>met</NieuweTekst> de <VerwijderdeTekst>kwaliteitseisen als bepaald in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12__para_1__table_o_1" scope="table">tabel 11.12.1</IntRef> </VerwijderdeTekst><NieuweTekst>kwaliteitsklassen wonen of landbouw/natuur</NieuweTekst>.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12__para_1__table_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12__para_1__table_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
		      <title>Tabel 11.12.1 afwijkende kwaliteitseisen voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Kwaliteitseisen (voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">standaardbodem</IntRef> )</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Alle zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.12__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Het eerste lid is niet van toepassing als de baggerspecie wordt verspreid op een naastgelegen perceel of op percelen die reeds belast zijn met chloride in gehalten boven de kwaliteitseis. Dit dient middels een (water) <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> of beheerplan te zijn aangetoond.</Al>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Onder een wegberm buiten de bebouwde kom wordt verstaan: een strook grond langs een weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet of langs een spoorweg, die buiten de bebouwde kom van de gemeente ligt. Een afstand van 10 meter geldt daarbij als maximale bermbreedte, gemeten vanaf de verhardingskant.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.13">
	      <Nummer>MM</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.13" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>
                           <VerwijderdeTekst>11.13</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>11.15</NieuweTekst>
                        </Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>GERESERVEERD</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor bedrijventerreinen</NieuweTekst>
                        </Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Inhoud wijzigactie="voegtoe">
		  <Al>Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_419bef7646ab4098ada5dd82bb531925__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.13__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>afkomstig is uit het '<IntIoRef wId="gm0610_63688b93888e4d1d8a4746c81ec1218e__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.13__list_o_1__item_a__ref_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1__item_a__ref_o_1" ref="gm0610_0fc2f0fd82da464aaa899a4317af6091__ref_1">bodembeheergebied grond en baggerspecie</IntIoRef>' en toegepast wordt op een bedrijventerrein met een oppervlakte groter dan 2 hectare; en</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.13__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>voldoet aan de kwaliteitseisen van de kwaliteitsklassen industrie, wonen of landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d, tweede en derde lid van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14">
	      <Nummer>NN</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>
                           <VerwijderdeTekst>11.14</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>11.16</NieuweTekst>
                        </Nummer>
		  <Opschrift>Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie <VerwijderdeTekst>voor wegbermen buiten bebouwde kom</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>PFAS</NieuweTekst></Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__para_1" wijzigactie="verwijderContainer">
		  <LidNummer>
                           <VerwijderdeTekst>1.</VerwijderdeTekst>
                        </LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij wegbermen buiten de bebouwde kom alleen grond of baggerspecie toegepast met de kwaliteitsklassen wonen of landbouw/natuur.</Al>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stoffen PFOA (perfluoroctaanzuur), PFOS (perfluoroctaansulfonaten) en overige PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1" wijzigactie="voegtoe">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>afkomstig is uit en toegepast wordt binnen het gebied 'zone B PFAS zonekaart'; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>voor de stoffen PFOA en PFOS voldoet aan de kwaliteitseisen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__table_o_1" scope="table">tabel 11.16.1</IntRef> die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__table_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__table_o_1" wijzigactie="voegtoe">
		      <title>Tabel 11.16.1 afwijkende kwaliteitseisen zone B</title>
		      <tgroup cols="3" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.333*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Stof</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in mg/kg droge stof)</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Landbouw/natuur</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>PFOA</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,0023</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Landbouw/natuur</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>PFOS</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,0024</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Moestuinen en Volkstuinen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>PFOA</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,0023</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Moestuinen en Volkstuinen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>PFOS</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,0024</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.14__para_2_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onder een wegberm buiten de bebouwde kom wordt verstaan: een strook grond langs een weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet of langs een spoorweg, die buiten de bebouwde kom van de gemeente ligt. Een afstand van 10 meter geldt daarbij als maximale bermbreedte, gemeten vanaf de verhardingskant.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15">
	      <Nummer>OO</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>
                           <VerwijderdeTekst>11.15</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>11.17</NieuweTekst>
                        </Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Afwijkende kwaliteitseisen</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Maatwerkregel milieukwaliteitseisen</NieuweTekst> toepassen grond of baggerspecie<VerwijderdeTekst> voor bedrijventerreinen</VerwijderdeTekst></Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17__para_1" wijzigactie="nieuweContainer">
		  <LidNummer>
                           <NieuweTekst>1.</NieuweTekst>
                        </LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1_inst2__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1_inst2__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>afkomstig is uit het ' <IntIoRef wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1_inst2__item_a__ref_o_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1_inst2__item_a__ref_o_3" ref="gm0610_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1_inst2__ref_o_1">bodembeheergebied grond en baggerspecie</IntIoRef> ' en toegepast wordt op een bedrijventerrein met een oppervlakte groter dan 2 hectare; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1_inst2__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__list_o_1_inst2__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voldoet aan de kwaliteitseisen van de kwaliteitsklassen industrie, wonen of landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d, tweede en derde lid van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Voor zover de milieuverklaring bodemkwaliteit, als bedoeld in artikel 4.1272, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart, wordt ook met een verkennend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> aangetoond dat aan het eerste en tweede lid van artikel 4.1272 van dat besluit wordt voldaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17__para_2" wijzigactie="voegtoe">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het eerste lid wordt het verkennend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef>:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__para_2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>verricht overeenkomstig de onderzoeksstrategieën voor (grootschalige) onverdachte locaties, als bedoeld in <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_85" scope="Begrip">NEN 5740</IntRef>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>gebaseerd op een vooronderzoek dat overeenkomstig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_84" scope="Begrip">NEN 5725</IntRef> is verricht waarbij het standaard stoffenpakket is aangevuld met andere verontreinigende stoffen die op grond van historie van de te onderzoeken locatie kunnen worden verwacht; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>niet gedaan naar de kwaliteit van het grondwater.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Verwijder wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17">
	      <Nummer>PP</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.17</Nummer>
		  <Opschrift>Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover de milieuverklaring bodemkwaliteit, als bedoeld in artikel 4.1272, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart, wordt ook met een verkennend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> aangetoond dat aan het eerste en tweede lid van artikel 4.1272 van dat besluit wordt voldaan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op het eerste lid wordt het verkennend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> :</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2__para_2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>verricht overeenkomstig de onderzoeksstrategieën voor (grootschalige) onverdachte locaties, als bedoeld in <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_28" scope="Begrip">NEN 5740</IntRef> ;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>gebaseerd op een vooronderzoek dat overeenkomstig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">NEN 5725</IntRef> is verricht waarbij het standaard stoffenpakket is aangevuld met andere verontreinigende stoffen die op grond van historie van de te onderzoeken locatie kunnen worden verwacht; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17_inst2__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>niet gedaan naar de kwaliteit van het grondwater.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Verwijder>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16">
	      <Nummer>QQ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>
                           <VerwijderdeTekst>11.16</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>11.18</NieuweTekst>
                        </Nummer>
		  <Opschrift>
                           <VerwijderdeTekst>Afwijkende kwaliteitseisen</VerwijderdeTekst>
                           <NieuweTekst>Maatwerkregel informatieplicht</NieuweTekst> toepassen grond of baggerspecie<VerwijderdeTekst> PFAS</VerwijderdeTekst></Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18__para_1" wijzigactie="voegtoe">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Artikel 4.1267, tweede lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving is niet van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18__para_2" wijzigactie="nieuweContainer">
		  <LidNummer>
                           <NieuweTekst>2.</NieuweTekst>
                        </LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stoffen PFOA (perfluoroctaanzuur), PFOS (perfluoroctaansulfonaten) en overige PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie:</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__table_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__table_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
		      <title>Tabel 11.16.1 afwijkende kwaliteitseisen zone B</title>
		      <tgroup cols="3" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.333*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Zones</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Stof</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Kwaliteitseisen (voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">standaardbodem</IntRef> , uitgedrukt in mg/kg droge stof)</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Landbouw/natuur</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>PFOA</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,0023</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Landbouw/natuur</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>PFOS</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,0024</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Moestuinen en Volkstuinen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>PFOA</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,0023</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Moestuinen en Volkstuinen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>PFOS</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,0024</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1_inst2__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1_inst2__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1_inst2__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1_inst2__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>afkomstig is uit en toegepast wordt binnen het gebied 'zone B PFAS zonekaart'; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1_inst2__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__list_o_1_inst2__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>voor de stoffen PFOA en PFOS voldoet aan de kwaliteitseisen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__table_o_1" scope="table">tabel 11.16.1</IntRef> die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">In aanvulling op artikel 4.1267, eerste lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden ook de volgende rapporten verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__para_2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18__para_2__list_o_1" wijzigactie="voegtoe">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een verkennend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17" scope="Artikel">artikel 11.17</IntRef> als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een rapport van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit, als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een rapport van een partijkeuring als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een partijkeuring.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.16__para_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18__para_3" wijzigactie="voegtoe">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 4.1267 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij de toepassing van grond of baggerspecie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Verwijder wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18">
	      <Nummer>RR</Nummer>
	      <Wat>Artikel 11.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>11.18</Nummer>
		  <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Artikel 4.1267, tweede lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving is niet van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 4.1267, eerste lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden ook de volgende rapporten verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een verkennend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.17" scope="Artikel">artikel 11.17</IntRef> als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een rapport van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit, als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> ; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een rapport van een partijkeuring als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een partijkeuring.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18__para_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.18_inst2__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 4.1267 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij de toepassing van grond of baggerspecie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Verwijder>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3">
	      <Nummer>SS</Nummer>
	      <Wat>Paragraaf 11.1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.3</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassen van bouwstoffen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.20" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.20_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.20</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk toepassen van bouwstoffen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> , gesteld met het oog op het voorkomen van schade aan het milieu door het gebruik van bouwstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.17" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.19" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.19  </Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik toepassen van bouwstoffen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'toepassen van bouwstoffen op of in de landbodem'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.18" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.20" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.20  </Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerk toepassen van bouwstoffen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef>, gesteld met het oog op het voorkomen van schade aan het milieu door het gebruik van bouwstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.19" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.21">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.19</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.21</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Toepassingsbereik toepassen van bouwstoffen</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'toepassen van bouwstoffen op of in de landbodem'.</Al>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in aanvulling op paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden zonder omgevingsvergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, toe te passen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.21" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.21_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.21</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in aanvulling op paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden zonder omgevingsvergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> , <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, toe te passen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.22</Nummer>
		    <Opschrift>Aanvraagvereisten vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.21" scope="Artikel">artikel 11.21</IntRef> , worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.1258 van het Besluit activiteiten leefomgeving; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een planning van de werkzaamheden; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de RD-coördinaten van de ontvangende landbodem;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de ligging, de omvang en de dimensionering van de functionele toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing van de toepassingshoogte na zetting van het werk ten opzichte van de grondwaterstand (GHG);</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_f" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de hoeveelheid AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> , <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_g" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>de aanduiding van de functionele toepassing, als bedoeld in artikel 4.1260 Bal, in het kader waarvan de AVI-bodemassen, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> , immobilisatie, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, worden toegepast; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_h" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen de AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> , <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, die de kwaliteit duidt, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid en kritische parameters van deze bouwstof; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_i" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_j" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>het akkoord van de opdrachtgever;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_k" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_l" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_l">
			<LiNummer>l.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van stofvorming wordt voorkomen en, indien de bouwstof met een toepassingseis gericht op het voorkomen van permanent in contact komen van de bouwstof met hemel-, grond- en oppervlaktewater wordt geleverd, ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang als dit vrijkomt uit het materiaal wordt voorkomen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_m" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_m">
			<LiNummer>m.</LiNummer>
			<Al>bij het toepassen van immobilisaten: een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de toevoeging van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">bindmiddelen</IntRef> aan de bodem de zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_n" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_n">
			<LiNummer>n.</LiNummer>
			<Al>bij het toepassen van immobilisaten: de hoeveelheid <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">bindmiddelen</IntRef> en de exacte beschrijving en receptuur van het type immobilisaat die in totaal voor de immobilisatie of stabilisatie van de bodem zal worden toegepast;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_o" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22_inst2__list_o_1__item_o">
			<LiNummer>o.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de voorzieningen en de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> , <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.23</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregels vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22" scope="Artikel">artikel 11.22</IntRef> , wordt alleen verleend als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de toepassing verenigbaar is met het belang van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_c__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de locatie van de toepassing zich niet in een waterwingebied bevindt, tenzij het de uitvoering van taken betreft door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_f" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de toepassing past bij de functie van de locatie;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_g" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_h" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>de AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> , <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_h__list_o_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_h__list_o_2">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_h__list_o_2__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_h__list_o_2__item_1">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>zodanig worden toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) liggen en niet in contact komen met het grond- en oppervlaktewater; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_h__list_o_2__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_h__list_o_2__item_2">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>worden toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_i" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>indien de bouwstoffen met aanvullende toepassingseisen (zogenaamde 'wenken' voor de toepasser) worden geleverd, wordt voldaan aan de aanvullende toepassingseisen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_j" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>beschreven is welke voorzieningen of maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> , <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, in de aanlegfase en in de gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_k" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23_inst2__list_o_1__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>de toepassing in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.22</Nummer>
		    <Opschrift>Aanvraagvereisten vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.21" scope="Artikel">artikel 11.21</IntRef>, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.1258 van het Besluit activiteiten leefomgeving; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een planning van de werkzaamheden; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de RD-coördinaten van de ontvangende landbodem;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de ligging, de omvang en de dimensionering van de functionele toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing van de toepassingshoogte na zetting van het werk ten opzichte van de grondwaterstand (GHG);</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_f" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de hoeveelheid AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_g" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>de aanduiding van de functionele toepassing, als bedoeld in artikel 4.1260 Bal, in het kader waarvan de AVI-bodemassen, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef>, immobilisatie, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, worden toegepast; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_h" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen de AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, die de kwaliteit duidt, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid en kritische parameters van deze bouwstof; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_i" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; </Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_j" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>het akkoord van de opdrachtgever;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_k" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_l" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_l">
			<LiNummer>l.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van stofvorming wordt voorkomen en, indien de bouwstof met een toepassingseis gericht op het voorkomen van permanent in contact komen van de bouwstof met hemel-, grond- en oppervlaktewater wordt geleverd, ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang als dit vrijkomt uit het materiaal wordt voorkomen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_m" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_m">
			<LiNummer>m.</LiNummer>
			<Al>bij het toepassen van immobilisaten: een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de toevoeging van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_23" scope="Begrip">bindmiddelen</IntRef> aan de bodem de zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_n" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_n">
			<LiNummer>n.</LiNummer>
			<Al>bij het toepassen van immobilisaten: de hoeveelheid <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_23" scope="Begrip">bindmiddelen</IntRef> en de exacte beschrijving en receptuur van het type immobilisaat die in totaal voor de immobilisatie of stabilisatie van de bodem zal worden toegepast;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.75__list_o_1__item_o" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22__list_o_1__item_o">
			<LiNummer>o.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de voorzieningen en de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.23</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregels vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.22" scope="Artikel">artikel 11.22</IntRef>, wordt alleen verleend als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de toepassing verenigbaar is met het belang van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_c__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3_x00B0_">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>de locatie van de toepassing zich niet in een waterwingebied bevindt, tenzij het de uitvoering van taken betreft door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_f" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>de toepassing past bij de functie van de locatie;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_g" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_h" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>de AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_h__list_o_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_h__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_h__list_o_2__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_h__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>zodanig worden toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) liggen en niet in contact komen met het grond- en oppervlaktewater; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_h__list_o_2__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_h__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>worden toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_i" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>indien de bouwstoffen met aanvullende toepassingseisen (zogenaamde 'wenken' voor de toepasser) worden geleverd, wordt voldaan aan de aanvullende toepassingseisen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_j" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>beschreven is welke voorzieningen of maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grondstabilisatie</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" scope="Begrip">metaalslakken</IntRef> bestaan, in de aanlegfase en in de gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.76__list_o_1__item_k" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.23__list_o_1__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>de toepassing in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4">
	      <Nummer>TT</Nummer>
	      <Wat>Paragraaf 11.1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.4</Nummer>
		  <Opschrift>Opslaan van grond en baggerspecie</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.24" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.24_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.24</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.25" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.25_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.25</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerken opslaan van grond en baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> , gesteld met het oog op het voorkomen van achteruitgang of verslechtering van de bestaande gebiedskwaliteit, waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.26</Nummer>
		    <Opschrift>Afscherming bij opslaan grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26_inst2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen wordt, in aanvulling op paragraaf 4.122 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen en industrie:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26_inst2__para_1__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26_inst2__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26_inst2__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26_inst2__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het depot grond afgeschermd van de omgeving, en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26_inst2__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26_inst2__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>indien sprake is van asbesthoudende grond: de bovenzijde van het depot met een zeil afgedekt. Er is sprake van asbesthoudende grond als meer dan 10 mg/kg droge stof asbest aanwezig is in de grond of als asbesthoudend materiaal zichtbaar aanwezig is in de partij grond.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26_inst2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.27" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.27_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.27</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 5.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden aan het bevoegd gezag de resultaten van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.20" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.24" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.24  </Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.21" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.25" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.25  </Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerken opslaan van grond en baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef>, gesteld met het oog op het voorkomen van achteruitgang of verslechtering van de bestaande gebiedskwaliteit, waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.22" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.26</Nummer>
		    <Opschrift>Afscherming bij opslaan grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.22__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen wordt, in aanvulling op paragraaf 4.122 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen en industrie:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.22__para_1__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.22__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het depot grond afgeschermd van de omgeving, en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.22__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>indien sprake is van asbesthoudende grond: de bovenzijde van het depot met een zeil afgedekt. Er is sprake van asbesthoudende grond als meer dan 10 mg/kg droge stof asbest aanwezig is in de grond of als asbesthoudend materiaal zichtbaar aanwezig is in de partij grond.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.22__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.26__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.23" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.27" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.27</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 5.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden aan het bevoegd gezag de resultaten van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.1">
	      <Nummer>UU</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 11.1.5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.1">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.5.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepalingen graven in de bodem</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.1__art_11.24" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.1__art_11.28" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.28  </Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerken graven in de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2" scope="Subparagraaf"> subparagraaf 11.1.5.2  </IntRef> en <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 11.1.5.3</IntRef> zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> gesteld met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en doelmatig beheer van afvalstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.1__art_11.28" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.1__art_11.28_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.28</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerken graven in de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2" scope="Subparagraaf">subparagraaf 11.1.5.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 11.1.5.3</IntRef> zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> gesteld met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en doelmatig beheer van afvalstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Subparagraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2">
	      <Nummer>VV</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 11.1.5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.5.2</Nummer>
		  <Opschrift>Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.29" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.29_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.29</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.30" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.30_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.30</Nummer>
		    <Opschrift>Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Paragraaf 4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ook van toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) onder of gelijk aan 0,060 mg/kg droge stof.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.31" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.31_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.31</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij het graven in de bodem.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.25" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.29" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.29  </Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.26" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.30" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.30  </Nummer>
		    <Opschrift>Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Paragraaf 4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ook van toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) onder of gelijk aan 0,060 mg/kg droge stof.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.28" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.2__art_11.31" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.31  </Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij het graven in de bodem.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Subparagraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3">
	      <Nummer>WW</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 11.1.5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.5.3</Nummer>
		  <Opschrift>Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.33" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.33_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.33</Nummer>
		    <Opschrift>Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Paragraaf 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op het graven in de bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) van meer dan 0,060 mg/kg droge stof.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.34" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.34_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.34</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 4.1225, tweede lid, onder a, Besluit activiteiten leefomgeving, worden de resultaten van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> ook verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.29" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.32" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.32  </Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.30" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.33" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.33  </Nummer>
		    <Opschrift>Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Paragraaf 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op het graven in de bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) van meer dan 0,060 mg/kg droge stof.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.31" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.34" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.34</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 4.1225, tweede lid, onder a, Besluit activiteiten leefomgeving, worden de resultaten van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> ook verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.32" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.32</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.35  </NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.32__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35__para_1" wijzigactie="nieuweContainer">
		    <LidNummer>
                              <NieuweTekst>1.  </NieuweTekst>
                           </LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">In aanvulling op artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste vier weken voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij de het graven in de bodem.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.32__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35__para_2" wijzigactie="voegtoe">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, geldt bij het tijdelijk uitnemen van grond een termijn van een week, als bedoeld in artikel 4.1226, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.35</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35_inst2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In aanvulling op artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste vier weken voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij de het graven in de bodem.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35_inst2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__subsec_11.1.5.3__art_11.35__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , geldt bij het tijdelijk uitnemen van grond een termijn van een week, als bedoeld in artikel 4.1226, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Subparagraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1">
	      <Nummer>XX</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 11.1.6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.6.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepalingen saneren van de bodem</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.33" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.36  </Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerken saneren van de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2" scope="Subparagraaf"> subparagraaf 11.1.6.2  </IntRef> en <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 11.1.6.3</IntRef> zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef>, gesteld met het oog op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.33__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.33__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.33__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.36</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerken saneren van de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2" scope="Subparagraaf">subparagraaf 11.1.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 11.1.6.3</IntRef> zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> , gesteld met het oog op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36_inst2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36_inst2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36_inst2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36_inst2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36_inst2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.1__art_11.36_inst2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Subparagraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2">
	      <Nummer>YY</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 11.1.6.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.6.2</Nummer>
		  <Opschrift>Regels voor saneren van de bodem</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.34" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.37" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.37  </Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik saneren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'saneren van de bodem'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.35" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.38  </Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen duurzaam aaneengesloten verhardingslaag</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.35__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op het beschermen van het milieu kan, in afwijking van artikel 4.1241, derde en vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een afdeklaag worden toegepast bestaande uit:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.35__para_1__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.35__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een halfopen verharding als hieronder tenminste 10 cm grond van de kwaliteit landbouw/natuur aanwezig is en de grond in de halfopen verharding ook van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur is;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.35__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een boomrooster; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.35__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een gelijkwaardige maatregel die hetzelfde doel bereikt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.35__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor een gelijkwaardige maatregel, bedoeld in het eerste lid onder c, is toestemming als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet niet vereist.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.36" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.39" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.39  </Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en het beschermen van het milieu heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.39__table_o_1" scope="table">tabel 11.39.1  </IntRef> voor het betreffende bodemgebruik.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.36__table_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.39__table_o_1">
		      <title>Tabel 11.39.1 minimale dikte van de afdeklaag</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Minimale dikte leeflaag (in cm)</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Bodemgebruik</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>50</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrie- en bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.37" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.40">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.37</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.40</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Toepassingsbereik saneren</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'saneren van de bodem'.</Al>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Met het oog op het beschermen van de gezondheid en de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verontreiniging van de bodem verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof die boven de waarde, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58">artikel 11.58</IntRef> was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan de waarde opgenomen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.40__table_o_1">tabel 11.40.1</IntRef> voor de betreffende zone.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.37__table_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.40__table_o_1" wijzigactie="voegtoe">
		      <title>Tabel 11.40.1 terugsaneerwaarden bij verwijderen van verontreiniging</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Zone en bodemfunctieklasse/ gebruiksfunctie</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Waarden stof (in mg/kg droge stof voor standaard bodem)</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>
                                                <i>Lood</i>
                                             </strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top"/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Moes- en volkstuinen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Wonen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>90</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>
                                                <i>PFOA zone B</i>
                                             </strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top"/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Landbouw/natuur</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,0023</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Moes- en volkstuinen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,0023</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Wonen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,007</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Industrie</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,007</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>
                                                <i>PFOA zone A</i>
                                             </strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top"/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Landbouw/natuur</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,0019</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Moes- en volkstuinen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,0019</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Wonen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,007</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Industrie</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,007</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.41">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.38</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.41</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel saneringsaanpak: <VerwijderdeTekst>aanbrengen duurzaam aaneengesloten verhardingslaag</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging</NieuweTekst></Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1" wijzigactie="verwijderContainer">
		    <LidNummer>
                              <VerwijderdeTekst>1.</VerwijderdeTekst>
                           </LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Met het oog op het beschermen van het milieu kan, in afwijking van artikel 4.1241, derde en vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een afdeklaag worden toegepast bestaande uit:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1_inst2__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1_inst2__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een halfopen verharding als hieronder tenminste 10 cm grond van de kwaliteit landbouw/natuur aanwezig is en de grond in de halfopen verharding ook van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur is;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1_inst2__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1_inst2__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een boomrooster; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1_inst2__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_1__list_o_1_inst2__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>een gelijkwaardige maatregel die hetzelfde doel bereikt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor het saneren van de bodem op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_25" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> met vluchtige stoffen in de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving, de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging, bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.38__para_2_inst2" wijzigactie="verwijder">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor een gelijkwaardige maatregel, bedoeld in het eerste lid onder c, is toestemming als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet niet vereist.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.41" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.41_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.41</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor het saneren van de bodem op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> met vluchtige stoffen in de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving, de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging, bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.39" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.42">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.39</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.42</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel <VerwijderdeTekst>saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>meldingsplicht saneren</NieuweTekst></Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en het beschermen van het milieu heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.39__table_o_1" scope="table">tabel 11.39.1</IntRef> voor het betreffende bodemgebruik.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.39__table_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.39__table_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
		      <title>Tabel 11.39.1 minimale dikte van de afdeklaag</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Minimale dikte leeflaag (in cm)</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Bodemgebruik</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>50</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrie- en bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">In aanvulling op artikel 4.1236, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de resultaten van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> ook verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.42" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.42_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.42</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel meldingsplicht saneren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 4.1236, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de resultaten van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> ook verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.40" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.43">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.40</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.43  </NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Maatwerkregel informatieplicht aan het begin van de activiteit saneren</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Met het oog op het beschermen van de gezondheid en de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verontreiniging van de bodem verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof die boven de waarde, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58</IntRef> was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan de waarde opgenomen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.40__table_o_1" scope="table">tabel 11.40.1</IntRef> voor de betreffende zone.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.40__table_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.40__table_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
		      <title>Tabel 11.40.1 terugsaneerwaarden bij verwijderen van verontreiniging</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Zone en bodemfunctieklasse/ gebruiksfunctie</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Waarden stof (in mg/kg droge stof voor standaard bodem)</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>
                                                <i>Lood</i>
                                             </strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top"/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Moes- en volkstuinen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Wonen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>90</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>
                                                <i>PFOA zone B</i>
                                             </strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top"/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Landbouw/natuur</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,0023</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Moes- en volkstuinen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,0023</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Wonen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,007</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Industrie</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,007</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>
                                                <i>PFOA zone A</i>
                                             </strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top"/>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Landbouw/natuur</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,0019</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Moes- en volkstuinen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,0019</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Wonen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,007</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Industrie</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,007</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">In aanvulling op artikel 4.1237 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden ten minste vier weken voor het begin van de activiteit extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij het saneren van de bodem.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.43" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.2__art_11.43_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.43</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht aan het begin van de activiteit saneren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 4.1237 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden ten minste vier weken voor het begin van de activiteit extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij het saneren van de bodem.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Subparagraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3">
	      <Nummer>ZZ</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 11.1.6.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.6.3</Nummer>
		  <Opschrift>Regels voor grondwatersaneringen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.46</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel saneringsaanpak grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46_inst2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving: de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging als bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46_inst2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het eerste lid, kan de saneringsaanpak afdekken, bedoeld in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast indien:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46_inst2__para_2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46_inst2__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46_inst2__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46_inst2__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de afdeklaag bestaat uit een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46_inst2__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46_inst2__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>aannemelijk wordt gemaakt dat de saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.41" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.44" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.44  </Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik grondwatersaneringen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze subparagraaf is van toepassing op het saneren van de grondwaterbodem ter uitvoering van een bronaanpak als bedoeld in artikel 7.32, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.42" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.45" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.45  </Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkvoorschrift grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een maatwerkvoorschrift voor een andere saneringsaanpak dan bedoeld in artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt alleen gesteld als deze saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.43" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.46  </Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel saneringsaanpak grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.43__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving: de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging als bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.43__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het eerste lid, kan de saneringsaanpak afdekken, bedoeld in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast indien:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.43__para_2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.43__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de afdeklaag bestaat uit een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.43__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.46__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>aannemelijk wordt gemaakt dat de saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.44" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.47">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.44</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.47  </NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Toepassingsbereik grondwatersaneringen</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Maatwerkregel informatieplicht bij begin van de grondwaterbodemactiviteit</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Deze subparagraaf is van toepassing op het saneren van de grondwaterbodem ter uitvoering van een bronaanpak als bedoeld in artikel 7.32, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">In aanvulling op artikel 4.1237 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt ook een afschrift van de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten verstrekt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.47" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.47_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.47</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht bij begin van de grondwaterbodemactiviteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In aanvulling op artikel 4.1237 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt ook een afschrift van de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten verstrekt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.45" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.48">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.45</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.48  </NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Maatwerkvoorschrift grondwaterverontreiniging</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Maatwerkregel informatieplicht bij beëindiging van de grondwaterbodemactiviteit</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">Een maatwerkvoorschrift voor een andere saneringsaanpak dan bedoeld in artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt alleen gesteld als deze saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.</Al>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Ten hoogste vier weken na het beëindigen van de sanering wordt een afschrift van het evaluatieverslag, bedoeld in artikel 4.1246, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, aan Gedeputeerde Staten verstrekt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.48" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.48_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.48</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht bij beëindiging van de grondwaterbodemactiviteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten hoogste vier weken na het beëindigen van de sanering wordt een afschrift van het evaluatieverslag, bedoeld in artikel 4.1246, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, aan Gedeputeerde Staten verstrekt.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Subparagraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7">
	      <Nummer>AAA</Nummer>
	      <Wat>Paragraaf 11.1.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.7</Nummer>
		  <Opschrift>Nazorg</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.49</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik nazorg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>saneren van de bodem heeft plaatsgevonden, waarbij een afdeklaag is aangebracht die blootstelling van mensen aan verontreiniging op of in de bodem voorkomt, op grond van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>dit omgevingsplan;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>een omgevingsvergunning; of</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4">
			    <LiNummer>4°.</LiNummer>
			    <Al>een maatwerkvoorschrift;</Al>
			    <Al>of</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49_inst2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>tijdelijke beschermingsmaatregelen zijn getroffen, die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.50" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.50_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.50</Nummer>
		    <Opschrift>Nazorg na afloop van saneren van de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beschermen van de gezondheid, treft de eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie opgenomen binnen de locatie ' <IntIoRef wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.50_inst2__ref_o_4" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.50_inst2__ref_o_4" ref="gm0610_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1_inst2">locaties nazorg Omgevingswet</IntIoRef> ' de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van de aangebrachte afdeklaag.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.51" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.51_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.51</Nummer>
		    <Opschrift>Nazorg tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondst</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beschermen van de gezondheid, eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie opgenomen binnen de locatie ' <IntIoRef wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.51_inst2__ref_o_5" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.51_inst2__ref_o_5" ref="gm0610_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1_inst2">locaties nazorg Omgevingswet</IntIoRef> ' de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van de tijdelijke beschermingsmaatregelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.46" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.49</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik nazorg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.46__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.46__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>saneren van de bodem heeft plaatsgevonden, waarbij een afdeklaag is aangebracht die blootstelling van mensen aan verontreiniging op of in de bodem voorkomt, op grond van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.46__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49__list_o_1__item_a__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.46__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.46__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.46__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3_x00B0_">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>een omgevingsvergunning; of</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.46__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4_x00B0_">
			    <LiNummer>4°.</LiNummer>
			    <Al>een maatwerkvoorschrift;</Al>
			    <Al>of</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.46__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.49__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>tijdelijke beschermingsmaatregelen zijn getroffen, die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.47" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.50" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.50</Nummer>
		    <Opschrift>Nazorg na afloop van saneren van de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beschermen van de gezondheid, treft de eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie opgenomen binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_b43af8713f904eefbbb89987e974aaea__ref_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.50__ref_o_1" ref="gm0610_dbda97a560114bddbb0bdf77f3613b3c__ref_1">Locaties nazorg Omgevingswet</IntIoRef>' de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van de aangebrachte afdeklaag.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.48" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.51" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.51</Nummer>
		    <Opschrift>Nazorg tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondst</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beschermen van de gezondheid, eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie opgenomen binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_940e219bfdef44deb9c1e6df80bf8dfb__ref_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.51__ref_o_1" ref="gm0610_dbda97a560114bddbb0bdf77f3613b3c__ref_1">Locaties nazorg Omgevingswet</IntIoRef>' de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van de tijdelijke beschermingsmaatregelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8">
	      <Nummer>BBB</Nummer>
	      <Wat>Paragraaf 11.1.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.8</Nummer>
		  <Opschrift>Historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.52" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.52_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.52</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of een nader <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> dat voldoet aan NTA 5755, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.53" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.53_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.53</Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerken historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> , gesteld met het oog op het beschermen van het milieu, waaronder het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.54" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.54_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.54</Nummer>
		    <Opschrift>Mitigerende maatregelen historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.54__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.54_inst2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.52" scope="Artikel">artikel 11.52</IntRef> verricht, neemt in het belang van de bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.54__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.54_inst2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.52" scope="Artikel">artikel 11.52</IntRef> verricht, neemt in het belang van het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen maatregelen om verdere verontreiniging van het grondwater, al dan niet indirect vanuit de vaste bodem, te voorkomen of te beperken, of als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.49" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.52" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.52</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of een nader <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> dat voldoet aan NTA 5755, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.50" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.53" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.53  </Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerken historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef>, gesteld met het oog op het beschermen van het milieu, waaronder het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.51" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.54" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.54  </Nummer>
		    <Opschrift>Mitigerende maatregelen historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.51__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.54__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.52" scope="Artikel">artikel 11.52  </IntRef> verricht, neemt in het belang van de bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.51__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.54__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.8__art_11.52" scope="Artikel">artikel 11.52  </IntRef> verricht, neemt in het belang van het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen maatregelen om verdere verontreiniging van het grondwater, al dan niet indirect vanuit de vaste bodem, te voorkomen of te beperken, of als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9">
	      <Nummer>CCC</Nummer>
	      <Wat>Paragraaf 11.1.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.9</Nummer>
		  <Opschrift>Bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.52" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.55</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.52__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een bodemgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_25" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.52__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Onder een bodemgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> wordt verstaan:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.52__para_2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.52__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> of een gedeelte van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> dat de bodem raakt; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.52__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een woonschip of woonwagen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.53" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.56" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.56  </Nummer>
		    <Opschrift>Oogmerken bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef>, gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu, waaronder het beschermen en verbeteren van de kwaliteit bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.54" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.57" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.57</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van een bodemgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_25">bodemgevoelige locatie</IntRef>' uit te voeren, voor zover de activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53">gebouw</IntRef> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef>', 'bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef>' of 'bouwactiviteit' als vergunningplichtig is aangewezen in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125">omgevingsplan</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.55</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.58</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Toepassingsbereik bouwen van een bodemgevoelig gebouw</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> '.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Voor de stoffen, bedoeld in bijlage XIIIa van het Besluit kwaliteit leefomgeving, gelden de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een bodemgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_25" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2__list_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2__list_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2__list_o_1_inst2__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2__list_o_1_inst2__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2__list_o_1_inst2__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_2__list_o_1_inst2__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een woonschip of woonwagen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Er is sprake van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_3" wijzigactie="voegtoe">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het tweede lid is het zinsdeel "in meer dan 25 m3 bodemvolume" niet van toepassing op de stof asbest.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_4" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_4" wijzigactie="voegtoe">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het eerste lid zijn voor lood de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_5__table_o_1" scope="table">tabel 11.58.1</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_5" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_5" wijzigactie="voegtoe">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het eerste lid zijn voor PFOA de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_5__table_o_1">tabel 11.58.1</IntRef>.</Al>
		      <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.55__para_5__table_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_5__table_o_1">
			<title>Tabel 11.58.1 waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem voor lood en PFOA per gebruiksfunctie</title>
			<tgroup cols="2" align="left">
			  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			  <thead valign="top">
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Gebruiksfunctie (in de zin van de bodemfunctiekaart en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_24">bodemfunctieklassen</IntRef>)</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>Gebruiksfunctie Waarden (in mg/kg droge stof)</Al>
			      </entry>
			    </row>
			  </thead>
			  <tbody valign="top">
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>
                                                   <i>Lood</i>
                                                </strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top"/>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Landbouw/natuur</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>370</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Wonen</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>370</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>
                                                   <i>PFOA (perfluoroctaanzuur)</i>
                                                </strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top"/>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Landbouw/natuur</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>0,030</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Wonen</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>0,030</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Industrie</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>0,030</Al>
			      </entry>
			    </row>
			  </tbody>
			</tgroup>
		      </table>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.56" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.59">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.56</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.59</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Oogmerken bouwen van een bodemgevoelig gebouw</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> , gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu, waaronder het beschermen en verbeteren van de kwaliteit bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen.</Al>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een bodemgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een locatie waar sprake is van een overschrijding van de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is uitsluitend toegestaan als een sanering van de bodem wordt uitgevoerd volgens paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.57" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.57</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.60</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Aanvraagvereisten omgevingsvergunning</NieuweTekst> bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.57__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1" wijzigactie="nieuweContainer">
		    <LidNummer>
                              <NieuweTekst>1.</NieuweTekst>
                           </LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> ' uit te voeren, voor zover de activiteit 'gebouw bouwen', 'bijbehorend bouwwerk bouwen' of 'bouwactiviteit' als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een bodemgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_25" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef>' worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.57__para_1__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1__list_o_1" wijzigactie="voegtoe">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.57__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.57__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.57__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_2" wijzigactie="voegtoe">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De resultaten van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.58</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.61</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Waarde toelaatbare kwaliteit van</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een</NieuweTekst> bodemgevoelige locatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Voor de stoffen, bedoeld in bijlage XIIIa van het Besluit kwaliteit leefomgeving, gelden de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> .</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">De omgevingsvergunning voor het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een bodemgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_25" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> wordt alleen verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_1__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1__list_o_1" wijzigactie="voegtoe">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet worden overschreden;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>bij overschrijding van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Er is sprake van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van risico's voor de gezondheid, voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning als het bevoegd gezag van oordeel is dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, maar door het stellen van voorschriften nog geschikt kan worden gemaakt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_3_inst2" wijzigactie="verwijder">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het tweede lid is het zinsdeel "in meer dan 25 m3 bodemvolume" niet van toepassing op de stof asbest.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_4" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_4_inst2" wijzigactie="verwijder">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het eerste lid zijn voor lood de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_5__table_o_1" scope="table">tabel 11.58.1</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_5" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_5_inst2" wijzigactie="verwijder">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het eerste lid zijn voor PFOA de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_5__table_o_1" scope="table">tabel 11.58.1</IntRef> .</Al>
		      <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_5_inst2__table_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58__para_5_inst2__table_o_1">
			<title>Tabel 11.58.1 waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem voor lood en PFOA per gebruiksfunctie</title>
			<tgroup cols="2" align="left">
			  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			  <thead valign="top">
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Gebruiksfunctie (in de zin van de bodemfunctiekaart en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7" scope="Begrip">bodemfunctieklassen</IntRef> )</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>Gebruiksfunctie Waarden (in mg/kg droge stof)</Al>
			      </entry>
			    </row>
			  </thead>
			  <tbody valign="top">
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>
                                                   <i>Lood</i>
                                                </strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top"/>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Landbouw/natuur</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>370</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Wonen</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>370</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>
                                                   <i>PFOA (perfluoroctaanzuur)</i>
                                                </strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top"/>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Landbouw/natuur</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>0,030</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Wonen</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>0,030</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>Industrie</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>0,030</Al>
			      </entry>
			    </row>
			  </tbody>
			</tgroup>
		      </table>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.59" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.59</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.62</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.59__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62__para_1" wijzigactie="nieuweContainer">
		    <LidNummer>
                              <NieuweTekst>1.</NieuweTekst>
                           </LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een locatie waar sprake is van een overschrijding van de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is uitsluitend toegestaan als een sanering van de bodem wordt uitgevoerd volgens paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Het is verboden een bodemgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_25" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.59__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62__para_2" wijzigactie="voegtoe">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.60</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.63</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Aanvraagvereisten omgevingsvergunning</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Indieningsvereisten melding</NieuweTekst> bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> ' worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Een melding als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62" scope="Artikel">artikel 11.62</IntRef> bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>
                                       <NieuweTekst>de resultaten van </NieuweTekst>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;<VerwijderdeTekst> en</VerwijderdeTekst></Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_1__list_o_1__item_b" wijzigactie="voegtoe">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_1__list_o_1__item_c" wijzigactie="voegtoe">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_1__list_o_1__item_d" wijzigactie="voegtoe">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de dagtekening; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_1__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>
                                       <VerwijderdeTekst>b</VerwijderdeTekst>
                                       <NieuweTekst>e</NieuweTekst>.</LiNummer>
			  <Al>
                                       <VerwijderdeTekst>als de</VerwijderdeTekst>
                                       <NieuweTekst>bij overschrijding van een</NieuweTekst> waarde <VerwijderdeTekst>voor de toelaatbare kwaliteit van </VerwijderdeTekst><NieuweTekst>als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58</IntRef> </NieuweTekst>de <VerwijderdeTekst>bodem wordt overschreden: </VerwijderdeTekst>gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">De resultaten van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Dit artikel is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.60__para_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_3" wijzigactie="voegtoe">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De resultaten van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.63</Nummer>
		    <Opschrift>Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een melding als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62" scope="Artikel">artikel 11.62</IntRef> bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de resultaten van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> ;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de dagtekening; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_1__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>bij overschrijding van een waarde als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58</IntRef> de gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63__para_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.63_inst2__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De resultaten van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.64">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.61</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.64  </NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Maatwerkvoorschriften meldingsplicht bouwen van een bodemgevoelig gebouw</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> wordt alleen verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1_inst2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1_inst2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1_inst2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1_inst2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet worden overschreden;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1_inst2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_1_inst2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>bij overschrijding van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61__para_2" wijzigactie="verwijderContainer">
		    <LidNummer>
                              <VerwijderdeTekst>2.</VerwijderdeTekst>
                           </LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van risico's voor de gezondheid, voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning als het bevoegd gezag van oordeel is dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, maar door het stellen van voorschriften nog geschikt kan worden gemaakt.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over bouwactiviteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62" scope="Artikel">artikel 11.62  </IntRef>. <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61" scope="Artikel">artikel 11.61  </IntRef> is van overeenkomstige toepassing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.64" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.64_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.64</Nummer>
		    <Opschrift>Maatwerkvoorschriften meldingsplicht bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over bouwactiviteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62" scope="Artikel">artikel 11.62</IntRef> . <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61" scope="Artikel">artikel 11.61</IntRef> is van overeenkomstige toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.65">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.62</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.65</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62__para_1" wijzigactie="verwijderContainer">
		    <LidNummer>
                              <VerwijderdeTekst>1.</VerwijderdeTekst>
                           </LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Het is verboden een bodemgevoelig gebouw te bouwen op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Bij overschrijding van een waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt een bodemgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> of een gedeelte daarvan op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_25" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> alleen in gebruik genomen nadat het college is geïnformeerd over de wijze waarop de maatregelen, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.59" scope="Artikel">artikel 11.59</IntRef>, zijn getroffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.62__para_2_inst2" wijzigactie="verwijder">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.65" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.65_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.65</Nummer>
		    <Opschrift>Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij overschrijding van een waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">bodemgevoelige locatie</IntRef> alleen in gebruik genomen nadat het college is geïnformeerd over de wijze waarop de maatregelen, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.59" scope="Artikel">artikel 11.59</IntRef> , zijn getroffen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10">
	      <Nummer>DDD</Nummer>
	      <Wat>Paragraaf 11.1.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10">
		<Kop>
		  <Label>Paragraaf</Label>
		  <Nummer>11.1.10</Nummer>
		  <Opschrift>Bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.63" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.66</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.63__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een grondwatergevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> als bedoeld in paragraaf 7.3.5.1 Toelaten van een bouwactiviteit op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.63__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Onder een significante verontreiniging van het grondwater wordt verstaan een significante verontreiniging van het grondwater als bedoeld in artikel 3.131 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.64" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.67" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.67</Nummer>
		    <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van een grondwatergevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58">grondwatergevoelige locatie</IntRef>' uit te voeren, voor zover de activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53">gebouw</IntRef> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef>', 'bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36">bouwwerk</IntRef> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef>' of 'bouwactiviteit' als vergunningplichtig is aangewezen in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125">omgevingsplan</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.65" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.68</Nummer>
		    <Opschrift>Voorafgaand grondwateronderzoek</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.65__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een grondwatergevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> is alleen toegestaan als onderzocht is of sprake is van een verontreiniging van het grondwater als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.65__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan het eerste lid wordt voldaan door:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.65__para_2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.65__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het verrichten van voorafgaand <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef>; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.65__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29, in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.66</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.69</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">grondwatergevoelig gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> als bedoeld in paragraaf 7.3.5.1 Toelaten van een bouwactiviteit op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een grondwatergevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> bij een verontreiniging van grondwater als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is uitsluitend toegestaan als een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Onder een significante verontreiniging van het grondwater wordt verstaan een significante verontreiniging van het grondwater als bedoeld in artikel 3.131 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Het eerste lid is niet van toepassing als de bron van verontreiniging van het grondwater:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2__list_o_1" wijzigactie="voegtoe">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>zich niet langer bevindt in de vaste bodem van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef>, tenzij uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, of uit een beschikking als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68" scope="Artikel">artikel 11.68</IntRef>, tweede lid, onder b, blijkt dat er sprake is van een zak- of drijflaag; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>zich in de vaste bodem van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> bevindt en diffuus van aard is.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3" wijzigactie="voegtoe">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is ook niet van toepassing als de verontreiniging van grondwater:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_3__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het gevolg is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.66__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een restverontreiniging na het uitvoeren van een grondwatersanering betreft en als zodanig is opgenomen in een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 3.141e van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of een beschikt evaluatieverslag als bedoeld in artikel 39c van de Wet bodembescherming, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.67" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.67</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.70</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Sanerende maatregelen bij significante grondwaterverontreiniging</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.67__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1" wijzigactie="nieuweContainer">
		    <LidNummer>
                              <NieuweTekst>1.</NieuweTekst>
                           </LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'bouwen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">grondwatergevoelig gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> ' uit te voeren, voor zover de activiteit 'gebouw bouwen', 'bijbehorend bouwwerk bouwen' of 'bouwactiviteit' als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een grondwatergevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> is alleen toegestaan als de volgende sanerende maatregelen worden getroffen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.67__para_1__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1__list_o_1" wijzigactie="voegtoe">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.67__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een bronaanpak overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving als na uitvoering van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_59" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef>; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.67__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een grondwatersanering, zoals bepaald in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening indien sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_59" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> die direct aandacht behoeft vanuit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.67__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_2" wijzigactie="voegtoe">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid, aanhef onder b, is niet van toepassing indien sprake is van een diffuse <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_59" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef>, waarbij geen specifieke bron van verontreiniging aanwijsbaar is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.68</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.71</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Voorafgaand grondwateronderzoek</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Het bouwen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">grondwatergevoelig gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> is alleen toegestaan als onderzocht is of sprake is van een verontreiniging van het grondwater als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een grondwatergevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68" scope="Artikel">artikel 11.68</IntRef>, verstrekt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Aan het eerste lid wordt voldaan door:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2__list_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2__list_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2__list_o_1_inst2__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2__list_o_1_inst2__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het verrichten van voorafgaand <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> ; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2__list_o_1_inst2__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_2__list_o_1_inst2__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29, in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3" wijzigactie="voegtoe">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschrift verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_3__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>indien sprake is van een verontreiniging van grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			      <LiNummer>1°.</LiNummer>
			      <Al>een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			      <LiNummer>2°.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft verricht;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3_x00B0_">
			      <LiNummer>3°.</LiNummer>
			      <Al>een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in artikel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; en</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4_x00B0_">
			      <LiNummer>4°.</LiNummer>
			      <Al>de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>indien sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_59" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef>: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70" scope="Artikel">artikel 11.70</IntRef>, eerste lid, wordt verricht; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68__para_3__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>indien sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_59" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering wordt verricht.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.72">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.69</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.72</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_1" wijzigactie="verwijderContainer">
		    <LidNummer>
                              <VerwijderdeTekst>1.</VerwijderdeTekst>
                           </LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Het bouwen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">grondwatergevoelig gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> bij een verontreiniging van grondwater als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is uitsluitend toegestaan als een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">De omgevingsvergunning voor de activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een grondwatergevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef>' wordt alleen verleend als aannemelijk is gemaakt dat sanerende maatregelen als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70" scope="Artikel">artikel 11.70</IntRef> worden getroffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2_inst2" wijzigactie="verwijder">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is niet van toepassing als de bron van verontreiniging van het grondwater:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2_inst2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2_inst2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2_inst2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2_inst2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>zich niet langer bevindt in de vaste bodem van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> , tenzij uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, of uit een beschikking als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68" scope="Artikel">artikel 11.68</IntRef> , tweede lid, onder b, blijkt dat er sprake is van een zak- of drijflaag; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2_inst2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_2_inst2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>zich in de vaste bodem van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> bevindt en diffuus van aard is.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3_inst2" wijzigactie="verwijder">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid is ook niet van toepassing als de verontreiniging van grondwater:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3_inst2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3_inst2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3_inst2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3_inst2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het gevolg is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3_inst2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.69__para_3_inst2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een restverontreiniging na het uitvoeren van een grondwatersanering betreft en als zodanig is opgenomen in een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 3.141e van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of een beschikt evaluatieverslag als bedoeld in artikel 39c van de Wet bodembescherming, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.73">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.70</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.73</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Sanerende maatregelen bij significante grondwaterverontreiniging</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Meldingsplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</NieuweTekst>
                           </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1" wijzigactie="verwijderContainer">
		    <LidNummer>
                              <VerwijderdeTekst>1.</VerwijderdeTekst>
                           </LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Het bouwen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">grondwatergevoelig gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> is alleen toegestaan als de volgende sanerende maatregelen worden getroffen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1__list_o_1_inst2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1__list_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1__list_o_1_inst2__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1__list_o_1_inst2__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een bronaanpak overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving als na uitvoering van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_20" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> ; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1__list_o_1_inst2__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_1__list_o_1_inst2__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een grondwatersanering, zoals bepaald in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening indien sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_20" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> die direct aandacht behoeft vanuit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Het is verboden de activiteit '<IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een grondwatergevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef>' uit te voeren zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70__para_2_inst2" wijzigactie="verwijder">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het eerste lid, aanhef onder b, is niet van toepassing indien sprake is van een diffuse <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_20" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> , waarbij geen specifieke bron van verontreiniging aanwijsbaar is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.73" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.73_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.73</Nummer>
		    <Opschrift>Meldingsplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden de activiteit 'bouwen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">grondwatergevoelig gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> ' uit te voeren zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.71</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.74</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Aanvraagvereisten omgevingsvergunning</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Indieningsvereisten melding</NieuweTekst> bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">grondwatergevoelig gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68" scope="Artikel">artikel 11.68</IntRef> , verstrekt.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Een melding bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_1__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_1__list_o_1" wijzigactie="voegtoe">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het adres waar de bouwactiviteit wordt verricht;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_1__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de dagtekening;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_1__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het voorafgaand onderzoek, als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68" scope="Artikel">artikel 11.68</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_1__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>als er sprake is van verontreiniging van grondwater; een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_1__list_o_1__item_f" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_1__list_o_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_59" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef>: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70" scope="Artikel">artikel 11.70</IntRef> wordt verricht; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_1__list_o_1__item_g" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_1__list_o_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_59" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt verricht.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al wijzigactie="verwijder">De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.</Al>
		      <Al wijzigactie="voegtoe">Dit artikel is niet van toepassing als voor de bouwactiviteit op grond van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> een omgevingsvergunning is vereist.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2" wijzigactie="verwijder">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschrift verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>indien sprake is van een verontreiniging van grondwater:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
			      <LiNummer>1°.</LiNummer>
			      <Al>een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
			      <LiNummer>2°.</LiNummer>
			      <Al>de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft verricht;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3">
			      <LiNummer>3°.</LiNummer>
			      <Al>een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in artikel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; en</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4">
			      <LiNummer>4°.</LiNummer>
			      <Al>de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>indien sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_20" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> : een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70" scope="Artikel">artikel 11.70</IntRef> , eerste lid, wordt verricht; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.71__para_3_inst2__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>indien sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_20" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering wordt verricht.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.74</Nummer>
		    <Opschrift>Indieningsvereisten melding bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een melding bevat:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>het adres waar de bouwactiviteit wordt verricht;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de dagtekening;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>het voorafgaand onderzoek, als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.68" scope="Artikel">artikel 11.68</IntRef> ;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>als er sprake is van verontreiniging van grondwater; een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_f" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_20" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> : een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70" scope="Artikel">artikel 11.70</IntRef> wordt verricht; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_g" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_1__list_o_1__item_g">
			  <LiNummer>g.</LiNummer>
			  <Al>als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_20" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt verricht.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74__para_2" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.74_inst2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is niet van toepassing als voor de bouwactiviteit op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.72" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>
                              <VerwijderdeTekst>11.72</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>11.75</NieuweTekst>
                           </Nummer>
		    <Opschrift>
                              <VerwijderdeTekst>Beoordelingsregel omgevingsvergunning</VerwijderdeTekst>
                              <NieuweTekst>Informatieplicht ingebruikname na maatregelen</NieuweTekst> bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al wijzigactie="verwijder">De omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">grondwatergevoelig gebouw</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> ' wordt alleen verleend als aannemelijk is gemaakt dat sanerende maatregelen als bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70" scope="Artikel">artikel 11.70</IntRef> worden getroffen.</Al>
		    <Al wijzigactie="voegtoe">Bij aanwezigheid van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_59" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> als bedoeld in artikel 3.131, onder b of c, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wordt een grondwatergevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> of een gedeelte daarvan op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> alleen in gebruik genomen na de bouwactiviteit, nadat het college is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende maatregelen, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70" scope="Artikel">artikel 11.70</IntRef>, zijn getroffen, of als de sanerende maatregelen nog in uitvoering zijn, de wijze waarop de ingebruikname van het grondwatergevoelige <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> de sanerende maatregel niet belemmert.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>11.75</Nummer>
		    <Opschrift>Informatieplicht ingebruikname na maatregelen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij aanwezigheid van een significante <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_20" scope="Begrip">grondwaterverontreiniging</IntRef> als bedoeld in artikel 3.131, onder b of c, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wordt een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" scope="Begrip">grondwatergevoelig gebouw</IntRef> of een gedeelte daarvan op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">grondwatergevoelige locatie</IntRef> alleen in gebruik genomen na de bouwactiviteit, nadat het college is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende maatregelen, bedoeld in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.70" scope="Artikel">artikel 11.70</IntRef> , zijn getroffen, of als de sanerende maatregelen nog in uitvoering zijn, de wijze waarop de ingebruikname van het grondwatergevoelige gebouw de sanerende maatregel niet belemmert.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Paragraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1">
	      <Nummer>EEE</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 14.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1" eId="chp_14__subchp_14.1">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>14.1</Nummer>
		  <Opschrift>Waterberging</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>14.1.1</Nummer>
		    <Opschrift>Bouwactiviteiten in beperkingengebied Waterbergingsgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.9" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.1">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>14.1</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik - [gereserveerd]</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van bouwwerken' binnen de locatie 'beperkingengebied waterbergingsgebied'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.10" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.2">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>14.2</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels - [gereserveerd]</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van bouwwerken binnen het beperkingsgebied waterbergingsgebied is alleen toegestaan als het gaat om bouwwerken ten dienste van waterzuivering en waterberging.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.11" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.3">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>14.3</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplicht - [gereserveerd]</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken, anders dat bouwwerken ten dienste van waterzuivering en waterberging, te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> binnen de locatie 'beperkingengebied waterbergingsgebied'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.12" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.4">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>14.4</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels - [gereserveerd]</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.3" scope="Artikel">artikel 14.3</IntRef> , wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.12__list_o_1" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.4__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.12__list_o_1__item_a" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.4__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>wordt voldaan aan de regels voor bouwactiviteiten, bedoeld in <IntRef ref="chp_6" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 6</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.12__list_o_1__item_b" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.4__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>door de bouwactiviteiten de waterbergingsfunctie niet wordt aangetast.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
		<Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Paragraaf</Label>
		    <Nummer>14.1.2</Nummer>
		    <Opschrift>Bouwactiviteiten in beperkingengebied waterkering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.13" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.5">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>14.5</Nummer>
		      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van bouwwerken' binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_08e1a71692944788b79a23022ff1d185__ref_o_1" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.5__ref_o_1" ref="gm0610_1b81f9e146774e8e8e5f8b6894c7a22e__ref_1">beperkingengebied waterkering</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.14" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.6">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>14.6</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.14__para_1" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.6__para_1">
		      <LidNummer>1.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> van bouwwerken binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_00790eebc113477b938995a077c881e5__ref_o_1" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.6__para_1__ref_o_1" ref="gm0610_1b81f9e146774e8e8e5f8b6894c7a22e__ref_1">beperkingengebied waterkering</IntIoRef>' is alleen toegestaan als het gaat om bouwwerken ten dienste van het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		    <Lid wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.14__para_2" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.6__para_2">
		      <LidNummer>2.</LidNummer>
		      <Inhoud>
			<Al>De bouwhoogte van bouwwerken, bedoeld in het eerste lid, niet meer dan 10 meter bedraagt.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Lid>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.15" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.7">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>14.7</Nummer>
		      <Opschrift>Aanwijzing vergunningplicht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken, anders dat bouwwerken ten dienste van het in stand houden, het beheer, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34">bouwen</IntRef> binnen de locatie '<IntIoRef wId="gm0610_dff4e49c55314e9382f092647d0de0a6__ref_o_1" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.7__ref_o_1" ref="gm0610_1b81f9e146774e8e8e5f8b6894c7a22e__ref_1">beperkingengebied waterkering</IntIoRef>'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		  <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.16" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.8">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>14.8</Nummer>
		      <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning, bedoeld in <IntRef ref="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.7" scope="Artikel">artikel 14.7</IntRef>, wordt verleend als:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.16__list_o_1" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.8__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.16__list_o_1__item_a" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.8__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>wordt voldaan aan de regels voor bouwactiviteiten, bedoeld in <IntRef ref="chp_6" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 6</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.16__list_o_1__item_b" eId="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.8__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>door de bouwactiviteiten de waterkerende functie niet wordt aangetast.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Artikel>
		</Paragraaf>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2">
	      <Nummer>FFF</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 15.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2" eId="chp_15__subchp_15.2">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>15.2</Nummer>
		  <Opschrift>Bomen kappen</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.13" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.1</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Kappen van bomen en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" scope="Begrip">vellen</IntRef> van houtopstanden'.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.2</Nummer>
		    <Opschrift>Verbod</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de activiteit 'Kappen van bomen en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" scope="Begrip">vellen</IntRef> van houtopstanden' uit te voeren of uit te laten voeren voor:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_a__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>bomen die vermeld zijn op de lijst Bijzonder waardevolle bomen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>bomen of houtopstanden die geplant zijn op basis van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_62" scope="Begrip">herplantplicht</IntRef> als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.8" scope="Artikel">artikel 15.8</IntRef>, in het geval dat die <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_62" scope="Begrip">herplantplicht</IntRef> minder dan 12 jaar geleden is opgelegd;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3_x00B0_">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>bomen in publiek eigendom met een stamomtrek van minimaal 0,40 meter; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4_x00B0_">
			    <LiNummer>4°.</LiNummer>
			    <Al>bomen in particulier eigendom met een stamomtrek van minimaal 1 meter.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>om bomen of houtopstanden die publiek eigendom zijn:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_b__list_o_2" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>te bekladden of te beplakken of ernstig te beschadigen; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>te snoeien, behalve als het gaat om boomverzorgende taken die door de publiek rechthebbenden zijn opgedragen.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.14__list_o_1__item_c" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>om zonder schriftelijke toestemming of opdracht van het college van burgemeester en wethouders één of meer voorwerpen aan gemeentelijke bomen aan te brengen of op een andere manier te bevestigen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.15" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.3" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.3</Nummer>
		    <Opschrift>Uitzondering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het verbod als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.2" scope="Artikel">artikel 15.2</IntRef> geldt niet voor:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.15__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.15__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>bomen of houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 11.111, lid 2, sub c tot en met sub f van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.15__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>bomen die moeten worden gekapt of houtopstanden die moeten worden geveld volgens de Plantgezondheidswet;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.15__list_o_1__item_c" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.3__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>bomen die moeten worden gekapt of houtopstanden die moeten worden geveld volgens een aanschrijving van het college;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.15__list_o_1__item_d" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.3__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het periodiek <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" scope="Begrip">vellen</IntRef> van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_60" scope="Begrip">hakhout</IntRef> ter uitvoering van het reguliere onderhoud;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.15__list_o_1__item_e" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.3__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>het periodiek knotten of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_71" scope="Begrip">kandelaberen</IntRef> als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.15__list_o_1__item_f" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.3__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>een velling die alleen bedoeld is als verzorgingsmaatregel, tot het dunnen van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef>, met het doel bevordering van groei van overblijvende <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.15__list_o_1__item_g" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.3__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>het snoeien - anders dan <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_71" scope="Begrip">kandelaberen</IntRef> - van bomen met achterstallig onderhoud waarbij meer dan 20% moet worden gesnoeid, door of op aanwijzen van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_28" scope="Begrip">bomendeskundige</IntRef>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.4</Nummer>
		    <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een vergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.2" scope="Artikel">artikel 15.2</IntRef> kan in ieder geval worden geweigerd als het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef>:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_1__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>natuurwaarden;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>waarden voor het milieu;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_1__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>landschappelijke waarden;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_1__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>cultuurhistorische waarden;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_1__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>waarden voor recreatie en leefbaarheid;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_1__list_o_1__item_f" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_1__list_o_1__item_f">
			  <LiNummer>f.</LiNummer>
			  <Al>
                                       <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_46" scope="Begrip">dendrologische waarde</IntRef>.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_2" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij de belangenafweging als bedoeld in het <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> kan de levensverwachting van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef> meegewogen worden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_3" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning voor het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_73">kappen</IntRef> van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30">boom</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66">houtopstand</IntRef> die is opgenomen op de lijst van Bijzonder waardevolle bomen als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.2">artikel 15.2</IntRef>, onder 1 wordt in principe niet verleend, behalve als sprake is van:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_3__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_3__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_3__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een gecertificeerde <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_28">bomendeskundige</IntRef> die beoordeelt dat instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_3__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de bijzonder waardevolle <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30">boom</IntRef>, en alternatieven om de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30">boom</IntRef> te behouden uitvoerig zijn onderzocht en zijn afgevallen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.16__para_4" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.4__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In beginsel wordt geen vergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.2" scope="Artikel">artikel 15.2</IntRef> verleend als het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_73" scope="Begrip">kappen</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" scope="Begrip">vellen</IntRef> strijdig is met de Omgevingswet of andere regelgeving over natuurbescherming.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.5</Nummer>
		    <Opschrift>Voorschriften</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Aan een vergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.2" scope="Artikel">artikel 15.2</IntRef> kunnen door het college van burgemeester en wethouders voorschriften verbonden worden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_2" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_2__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>volgens de door het college van burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_3" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In de voorschriften als bedoeld in het <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> wordt telkens bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke manier herplantbomen die slecht groeien, ziek of dood zijn, moeten worden vervangen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_4" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene aan wie de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_62" scope="Begrip">herplantplicht</IntRef> is opgelegd of zijn rechtsopvolger is na het uitvoeren van de herplant verplicht om die herplant aan het college van burgemeester en wethouders te melden. In het voorschrift als bedoeld in het <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> wordt bepaald hoe en binnen welke termijn die melding dient plaats te vinden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_5" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_5">
		    <LidNummer>5.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als niet ter plaatse kan worden herplant, kan aan een vergunning tot <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" scope="Begrip">vellen</IntRef> het voorschrift toegevoegd worden dat een geldbedrag gestort dient te worden in het gemeentelijke herplantfonds.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_6" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_6">
		    <LidNummer>6.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Tot aan de vergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.2" scope="Artikel">artikel 15.2</IntRef> te verbinden voorschriften, kan het voorschrift behoren:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_6__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_6__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_6__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_6__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>dat pas met het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_73" scope="Begrip">kappen</IntRef> van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> of het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" scope="Begrip">vellen</IntRef> van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef> bij bouw- en aanlegactiviteiten of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie werkzaamheden mag worden gestart nadat andere ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_6__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_6__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_7" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_7">
		    <LidNummer>7.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Tot aan de vergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.2" scope="Artikel">artikel 15.2</IntRef> te verbinden voorschriften kunnen behoren:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_7__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_7__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_7__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_7__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen bomen en/of struiken; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.17__para_7__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_7__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>voorschriften ter bescherming van flora en fauna die in en rond de te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" scope="Begrip">vellen</IntRef> bomen aanwezig zijn.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.18" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.6" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.6</Nummer>
		    <Opschrift>Intrekking of wijziging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het college van burgemeester en wethouders kan na verlening een omgevingsvergunning intrekken of wijzigen:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.18__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.6__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.18__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.6__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>in het geval dat onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt om de ontheffing of vergunning te verkrijgen; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.18__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.6__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>als dit door veranderde inzichten of omstandigheden na verlening van de omgevingsvergunning noodzakelijk is.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.19" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.7" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.7</Nummer>
		    <Opschrift>Beperking geldigheidsduur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.19__para_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.7__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als van de vergunning tot <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" scope="Begrip">vellen</IntRef>, als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.2" scope="Artikel">artikel 15.2</IntRef> geen gebruik is gemaakt, vervalt de vergunning van rechtswege twee jaar na datum van inwerkingtreding van het besluit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.19__para_2" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.7__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.7__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt niet als het college van burgemeester en wethouders schriftelijk een langere termijn heeft toegestaan omdat het college van burgemeester en wethouders een langere uitvoeringstermijn van een project hebben voorzien.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.19__para_3" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.7__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als sprake is van een vergunningsvoorschrift als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.5" scope="Artikel">artikel 15.5</IntRef><IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.5__para_6" scope="Lid">zesde lid</IntRef>, sub a en sub b, start de termijn van twee jaar na datum van inwerkingtreding, bedoeld in het eerste lid, vanaf de dag waarop de andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures die in het voorschrift worden genoemd onherroepelijk zijn geworden, of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.8</Nummer>
		    <Opschrift>Herplant-/instandhoudingsplicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als de activiteit 'Kappen van bomen en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" scope="Begrip">vellen</IntRef> van houtopstanden' in strijd met <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.2" scope="Artikel">artikel 15.2</IntRef> uitgevoerd is, of een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> of houtopstand op een andere manier verloren zijn gegaan:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_1__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>legt het college van burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef> zich bevond(en) of aan een andere (rechts)persoon die voorzieningen mag treffen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			      <LiNummer>1°.</LiNummer>
			      <Al>de verplichting op om te herplanten;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			      <LiNummer>2°.</LiNummer>
			      <Al>volgens de door hen te geven aanwijzingen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3_x00B0_">
			      <LiNummer>3°.</LiNummer>
			      <Al>binnen een door hen te stellen termijn; en</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>legt het college van burgemeester en wethouders naast de fysieke <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_62" scope="Begrip">herplantplicht</IntRef> een storting in het gemeentelijke herplantfonds op.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_2" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het opleggen van een verplichting als bedoeld in het <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, kan daarbij ook worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke manier herplantbomen die slecht groeien, ziek of dood zijn moeten worden vervangen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_3" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene aan wie de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_62" scope="Begrip">herplantplicht</IntRef> is opgelegd of zijn rechtsopvolger is na het uitvoeren van de herplant verplicht om die herplant aan het college van burgemeester en wethouders te melden. In de verplichting als bedoeld in het <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> wordt bepaald hoe en binnen welke termijn die melding, zoals bedoeld in lid 3, moet plaatsvinden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_4" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef>, die volgens <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.2" scope="Artikel">artikel 15.2</IntRef>, sub a vergunningplichtig is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, om welke reden dan ook, waaronder door bouw- en aanlegwerken, dan kan het college van burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef> staan of aan een andere (rechts)persoon die voorzieningen mag treffen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_4__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_4__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_4__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de verplichting opleggen om voorzieningen te treffen waardoor de bedreiging wordt weggenomen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_4__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>volgens de door hen te geven aanwijzingen, gericht op het wegnemen van de bedreiging;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_4__list_o_1__item_c" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_4__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>binnen een door hen te stellen termijn, gericht op het wegnemen van de bedreiging; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.20__para_4__list_o_1__item_d" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.8__para_4__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_29" scope="Begrip">bomeneffectanalyse</IntRef> (BEA) te maken en aan te bieden aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.21" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.9" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.9</Nummer>
		    <Opschrift>Bestrijding van boomziekten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.21__para_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.9__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als het college van burgemeester en wethouders beoordeelt dat een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef> gevaar oplevert voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van ziekteverspreiders zoals insecten, is degene die over de boom of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef> kan <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" scope="Begrip">beschikken</IntRef>, als hij hierover door het college is aangeschreven, verplicht om binnen de termijn zoals vastgesteld in de aanschrijving:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.21__para_1__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.9__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.21__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.9__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_73" scope="Begrip">kappen</IntRef> of de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef> te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" scope="Begrip">vellen</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.21__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.9__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>volgens de richtlijnen uit de aanschrijving en binnen de door de gemeente gestelde termijn de gekapte <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> of gevelde <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" scope="Begrip">houtopstand</IntRef> op een die manier te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.21__para_2" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.9__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het niet voldoen aan de aanschrijving als bedoeld in het eerste lid leidt tot het toepassen van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden door of namens de gemeente kunnen worden verricht, voor risico en voor rekening van degene die is aangeschreven.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.21__para_3" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.9__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is verboden om gekapte bomen of gevelde houtopstanden of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren als er een wezenlijke kans bestaat dat deze bomen of delen daarvan een boomziekte verspreiden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.21__para_4" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.9__para_4">
		    <LidNummer>4.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het derde lid geldt niet voor de afvoer van de bomen of delen daarvan direct na de kap.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.22" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.10" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.10</Nummer>
		    <Opschrift>Strafbepaling</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.5" scope="Artikel">artikel 15.5</IntRef> is gegeven, of aan wie een verplichting is opgelegd zoals bedoeld in <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.8" scope="Artikel">artikel 15.8</IntRef> of <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2__art_15.9" scope="Artikel">artikel 15.9</IntRef>, eerste lid, en diens rechtsopvolger, moet naar dat voorschrift of die verplichting handelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.23" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.11" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.11</Nummer>
		    <Opschrift>Toezicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Door de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering, en daartoe door het college aangewezen personen wordt erop toegezien dat de regels in deze <IntRef ref="chp_15__subchp_15.2" scope="Afdeling">afdeling 15.2</IntRef> worden nageleefd.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>15.12</Nummer>
		    <Opschrift>Bijzonder waardevolle bomen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het college van burgemeester en wethouders stelt de lijst van bijzonder waardevolle bomen vast:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_1__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>de lijst met bijbehorende kaart wordt, zo nodig, iedere 4 jaar herzien en vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de lijst bevat in ieder geval de lokale bijzonder waardevolle bomen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_1__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>de lijst bevat in ieder geval de bomen die voorkomen in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke Bomenstichting;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_1__list_o_1__item_d">
			  <LiNummer>d.</LiNummer>
			  <Al>de lijst geeft aan om welke boomsoort het gaat; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_1__list_o_1__item_e">
			  <LiNummer>e.</LiNummer>
			  <Al>de lijst geeft aan op welke locatie de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> staat.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_2" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De gemeente geeft eigenaren van bijzonder waardevolle bomen de mogelijkheid om eens in de 5 jaar het onderhoud van de bomen, gericht op gezondheid, veiligheid en een zo hoog mogelijke levensverwachting van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef>, op kosten van de gemeente uit te laten voeren.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_3" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_3">
		    <LidNummer>3.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De eigenaar van een bijzonder waardevolle <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> is verplicht het college van burgemeester en wethouders onmiddellijk schriftelijk te informeren:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_3__list_o_1" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_3__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_3__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als sprake is van het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een bijzonder waardevolle <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef>, anders dan door het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_73" scope="Begrip">kappen</IntRef> op grond van een verleende vergunning; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_15__subchp_15.2__art_15.24__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_15__subchp_15.2__art_15.12__para_3__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>als sprake is van een dreiging dat de bijzonder waardevolle <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" scope="Begrip">boom</IntRef> geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1">
	      <Nummer>GGG</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 22.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1" eId="chp_22__subchp_22.1">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>22.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemeen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.1" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.1</Nummer>
		    <Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De regels in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2" scope="Afdeling">afdeling 22.2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, met uitzondering van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.2.7.3</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>-, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>De regels in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.2" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.2</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_1" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor de toepassing van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">22.288</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">22.290</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.293" scope="Artikel">22.293</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">22.295</IntRef> wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is van toepassing:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.1__art_22.3" eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.3">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.3</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7">
	      <Nummer>HHH</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.7</Nummer>
		  <Opschrift>Repressief welstand</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">bestaand bouwwerk</IntRef>, met uitzondering van een tijdelijk <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> dat geen seizoensgebonden <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> is; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een te<VerwijderdeTekst> bouwen bouwwerk </VerwijderdeTekst><NieuweTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef><IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> </NieuweTekst>waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10">
	      <Nummer>III</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.10</Nummer>
		  <Opschrift>Aansluiting op distributienet voor warmte</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te<VerwijderdeTekst> bouwen bouwwerk </VerwijderdeTekst><NieuweTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef><IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> </NieuweTekst>met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_147" scope="Begrip">warmteplan</IntRef> bedoelde <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_49" scope="Begrip">distributienet voor warmte</IntRef> als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_147" scope="Begrip">warmteplan</IntRef> geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> nog niet is bereikt; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> van 40 m.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_49" scope="Begrip">distributienet voor warmte</IntRef> heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_147" scope="Begrip">warmteplan</IntRef> voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onverminderd het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, zijn het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> niet van toepassing op het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_49" scope="Begrip">distributienet voor warmte</IntRef> geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14">
	      <Nummer>JJJ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.14</Nummer>
		  <Opschrift>Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> of ander <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup> en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, bepaald volgens<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_86" scope="Begrip">NEN 6090</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, bepaald volgens<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_86" scope="Begrip">NEN 6090</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>als de toegang van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>als de aard, de ligging of het gebruik van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> geen verbindingsweg vereist.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Tenzij elders in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een breedte van ten minste 4,5 m;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een doeltreffende afwatering.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_5" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15">
	      <Nummer>KKK</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.15</Nummer>
		  <Opschrift>Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m<VerwijderdeTekst><sup>2</sup></VerwijderdeTekst><NieuweTekst><sup>2 </sup></NieuweTekst>en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, bepaald volgens<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_86" scope="Begrip">NEN 6090</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, bepaald volgens<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_86" scope="Begrip">NEN 6090</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>als de aard, de ligging of het gebruik van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> geen opstelplaatsen vereist.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14" scope="Artikel">artikel 22.14</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_5" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16">
	      <Nummer>LLL</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.16</Nummer>
		  <Opschrift>Overbewoning woonruimte</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup> gebruiksoppervlakte; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup> gebruiksoppervlakte.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19">
	      <Nummer>MMM</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.19</Nummer>
		  <Opschrift>Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op een open <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_52" scope="Begrip">erf</IntRef> of terrein nabij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>de verpakking tegen normale behandeling bestand is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3_x00B0_">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen</title>
		      <tgroup cols="4" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al wijzigactie="verwijder">
                                             <strong>ADR-klasse</strong>
                                          </Al>
			      <Al>
                                             <NieuweTekst>
                                                <strong>ADR-klasse</strong>
                                             </NieuweTekst>
                                             <Noot type="tabel" id="t1">
				  <NootNummer>1)</NootNummer>
				  <Al>Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).<NieuweTekst> Terug naar link van noot.  </NieuweTekst></Al>
				</Noot>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Omschrijving</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>Verpakkingsgroep</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>Toegestane maximum hoeveelheid</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>2</Al>
			      <Al>UN 1950 spuitbussen &amp; UN 2037 houders, klein, gas</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>n.v.t.</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>50 kg</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>3</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>II</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>25 liter</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>III</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>50 liter</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>4.1, 4.2, 4.3</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders</Al>
			      <Al>4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink</Al>
			      <Al>4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>II en III</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>50 kg</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>5.1</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>II en III</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>50 liter</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>5.2</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>n.v.t.</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>1 liter</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22">
	      <Nummer>NNN</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.22</Nummer>
		  <Opschrift>Vrijstelling van archeologisch onderzoek</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als er in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is van overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup> geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23">
	      <Nummer>OOO</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.23</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene afbakeningseisen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">22.27</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef> zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de toepassing van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">22.27</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef> blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> of een uitbreiding daarvan als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder a, of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder a, of een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" scope="Begrip">bestaand bouwwerk</IntRef> als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24">
	      <Nummer>PPP</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.24</Nummer>
		  <Opschrift>Meetbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor de toepassing van de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2" scope="Subparagraaf">22.2.7.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">22.2.7.3</IntRef> worden de waarden die daarin in m of m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup> zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>afstanden loodrecht;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor de toepassing van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, aanhef en onder b, wordt een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>, voor zover dit zich bevindt op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_52" scope="Begrip">erf</IntRef>- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26">
	      <Nummer>QQQ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.26</Nummer>
		  <Opschrift>Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te<VerwijderdeTekst> bouwen bouwwerk </VerwijderdeTekst><NieuweTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef><IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> </NieuweTekst>in stand te houden en te gebruiken.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27">
	      <Nummer>RRR</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.27 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.27</Nummer>
		  <Opschrift>Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 - omgevingsplan onverminderd van toepassing</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Het verbod, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>op de grond staand;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>gelegen in <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">achtererfgebied</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3_x00B0_">
			  <LiNummer>3°.</LiNummer>
			  <Al>op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4_x00B0_">
			  <LiNummer>4°.</LiNummer>
			  <Al>niet hoger dan 5 m;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_5" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_5_x00B0_">
			  <LiNummer>5°.</LiNummer>
			  <Al>de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">bouwlaag</IntRef>, alleen op de eerste <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35" scope="Begrip">bouwlaag</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_6" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_6_x00B0_">
			  <LiNummer>6°.</LiNummer>
			  <Al>niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>op de grond staand;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>niet hoger dan 5 m; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3_x00B0_">
			  <LiNummer>3°.</LiNummer>
			  <Al>de oppervlakte niet meer dan 70 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>gelegen in een gebied dat of een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> dat in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>voorzien van een plat dak;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3_x00B0_">
			  <LiNummer>3°.</LiNummer>
			  <Al>gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_1__item_4_x00B0_">
			  <LiNummer>4°.</LiNummer>
			  <Al>onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_5" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_1__item_5_x00B0_">
			  <LiNummer>5°.</LiNummer>
			  <Al>bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_6" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_1__item_6_x00B0_">
			  <LiNummer>6°.</LiNummer>
			  <Al>zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_4__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>niet hoger dan 4 m; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_4__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f">
		      <LiNummer>f.</LiNummer>
		      <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_52" scope="Begrip">erf</IntRef>- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_52" scope="Begrip">erf</IntRef> of perceel waarop al een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5__item_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_1__item_3_x00B0_">
			  <LiNummer>3°.</LiNummer>
			  <Al>achter de lijn die langs de voorkant van dat <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g">
		      <LiNummer>g.</LiNummer>
		      <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>, geen <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> zijnde, in <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">achtererfgebied</IntRef> voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_6" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_6__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>een silo; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_6__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>een ander <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> niet hoger dan 2 m;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_h" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_h">
		      <LiNummer>h.</LiNummer>
		      <Al>een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i">
		      <LiNummer>i.</LiNummer>
		      <Al>een te veranderen <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>, als wordt voldaan aan de volgende eisen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>geen uitbreiding van het bouwvolume; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7__item_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_1__item_3_x00B0_">
			  <LiNummer>3°.</LiNummer>
			  <Al>geen <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28">
	      <Nummer>SSS</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.28</Nummer>
		  <Opschrift>Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> niet van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> de functie- aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> alleen van toepassing voor zover het gaat om:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>inpandige wijzigingen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> op een gebouwerf aan de achterkant van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef>, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>
                              <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">Artikel 22.27</IntRef>, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" scope="Artikel">artikel 22.22</IntRef> over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" scope="Artikel">artikel 22.22</IntRef> over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29">
	      <Nummer>TTT</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.29</Nummer>
		  <Opschrift>Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te<VerwijderdeTekst> bouwen bouwwerk</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef><IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef></NieuweTekst>, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de activiteit niet in strijd is met de in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> gestelde regels over het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef>, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4" scope="Paragraaf">paragraaf 22.2.4</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het uiterlijk of de plaatsing van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>, met uitzondering van een tijdelijk <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> dat geen seizoensgebonden <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>VERVALLEN</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, aanhef en onder b, is niet van toepassing als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het gaat om een in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32">
	      <Nummer>UUU</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.32</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, aanhef en onder a, kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34">
	      <Nummer>VVV</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.34</Nummer>
		  <Opschrift>Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als dat in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>
                              <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">Artikel 22.303</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35">
	      <Nummer>WWW</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.35</Nummer>
		  <Opschrift>Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een opgave van de bouwkosten;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>het beoogde en het huidige gebruik van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een opgave van de bruto inhoud in m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> en de bruto vloeroppervlakte in m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup> van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> waarop de aanvraag betrekking heeft;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>de situering van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_3_x00B0_">
			  <LiNummer>3°.</LiNummer>
			  <Al>de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_4_x00B0_">
			  <LiNummer>4°.</LiNummer>
			  <Al>de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">bebouwing</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_5" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_5_x00B0_">
			  <LiNummer>5°.</LiNummer>
			  <Al>het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_e">
		      <LiNummer>e.</LiNummer>
		      <Al>de hoogte van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> ten opzichte van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134" scope="Begrip">straatpeil</IntRef> en het aantal bouwlagen;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_f">
		      <LiNummer>f.</LiNummer>
		      <Al>de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_g" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_g">
		      <LiNummer>g.</LiNummer>
		      <Al>gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_h" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_h">
		      <LiNummer>h.</LiNummer>
		      <Al>voor zover dat in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i">
		      <LiNummer>i.</LiNummer>
		      <Al>de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>tekeningen van alle gevels van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>, inclusief de gevels van belendende <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">bebouwing</IntRef>, waaruit blijkt hoe het geplande <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> in de directe omgeving past;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>principedetails van gezichtsbepalende delen van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_1__item_3_x00B0_">
			  <LiNummer>3°.</LiNummer>
			  <Al>kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">bebouwing</IntRef>; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_1__item_4_x00B0_">
			  <LiNummer>4°.</LiNummer>
			  <Al>een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_j" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_j">
		      <LiNummer>j.</LiNummer>
		      <Al>VERVALLEN</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_k" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_k">
		      <LiNummer>k.</LiNummer>
		      <Al>overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3">
	      <Nummer>XXX</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 22.2.7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>22.2.7.3</Nummer>
		  <Opschrift>Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.36</Nummer>
		    <Opschrift>Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onverminderd de overige bepalingen van deze afdeling en de bepalingen van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3">afdeling 22.3</IntRef> zijn in ieder geval in overeenstemming met dit omgevingsplan:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27">artikel 22.27</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder a, als in aanvulling op de in dat onderdeel gestelde eisen ook wordt voldaan aan de volgende eisen:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al>5 m;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_ii" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_iii" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_iii">
				<LiNummer>iii.</LiNummer>
				<Al>het hoofdgebouw;</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al>als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; en</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_1__item_ii" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg;</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al wijzigactie="verwijder">bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5" scope="Begrip">bebouwingsgebied</IntRef> kleiner dan of gelijk aan 100 m <sup>2</sup> : 50% van dat  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5" scope="Begrip">bebouwingsgebied</IntRef> ;</Al>
				<Al wijzigactie="voegtoe">bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m<sup>2</sup>: 50% van dat bebouwingsgebied;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_1__item_ii" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup> en kleiner dan of gelijk aan 300 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>: 50 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; en</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_1__item_iii" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_1__item_iii">
				<LiNummer>iii.</LiNummer>
				<Al>bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>: 90 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, tot een maximum van in totaal 150 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; en</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4">
			    <LiNummer>4<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw, anders dan:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al>een woonwagen;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_1__item_ii" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_1__item_iii" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_1__item_iii">
				<LiNummer>iii.</LiNummer>
				<Al>een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden;</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het bouwen, in stand houden en gebruiken van een erf- of perceelafscheiding als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27">artikel 22.27</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder f; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.37</Nummer>
		    <Opschrift>Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_1">
		    <LidNummer>1<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef> is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" scope="Begrip">hoofdgebouw</IntRef> is gelegen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder a, onder 2°, onder ii, van overeenkomstige toepassing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2">
		    <LidNummer>2<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Als een bijbehorend <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder a, onder 3°, gestelde eisen de volgende eisen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>in zijn geheel of in delen verplaatsbaar;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>de oppervlakte niet meer dan 100 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_c">
			  <LiNummer>c.</LiNummer>
			  <Al>buiten de bebouwde kom.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.38</Nummer>
		    <Opschrift>Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>
                              <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">Artikel 22.36</IntRef>
                              <NieuweTekst> </NieuweTekst>is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>op een locatie waaraan in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.39</Nummer>
		    <Opschrift>Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>
                              <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">Artikel 22.36</IntRef>, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>-6</sup> per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3_x00B0_">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_4" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_4_x00B0_">
			    <LiNummer>4°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_5" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_5_x00B0_">
			    <LiNummer>5°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_6" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_6_x00B0_">
			    <LiNummer>6°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_7" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_7_x00B0_">
			    <LiNummer>7°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_8" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_8_x00B0_">
			    <LiNummer>8°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_9" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_9_x00B0_">
			    <LiNummer>9°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_10" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_10_x00B0_">
			    <LiNummer>10°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_11" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_11_x00B0_">
			    <LiNummer>11°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_12" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_12_x00B0_">
			    <LiNummer>12°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_13" eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_13_x00B0_">
			    <LiNummer>13°.</LiNummer>
			    <Al>artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Subparagraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41">
	      <Nummer>YYY</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.41</Nummer>
		  <Opschrift>Algemeen toepassingsbereik</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling</IntRef> is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3">afdeling</IntRef> is niet van toepassing op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>wonen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een evenement:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_g" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>VERVALLEN</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44">
	      <Nummer>ZZZ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.44</Nummer>
		  <Opschrift>Specifieke zorgplicht</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">artikel 22.42</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is verplicht:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze plicht houdt in ieder geval in dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de beste beschikbare technieken worden toegepast;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_g" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_h" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_j" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De plicht, bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, houdt in ieder geval ook in dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, voor zover het ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45">
	      <Nummer>AAAA</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.45</Nummer>
		  <Opschrift>Maatwerkvoorschriften</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">22.44</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49" scope="Artikel">22.49</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">22.50</IntRef> en de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">22.3.2</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26" scope="Paragraaf">22.3.26</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49" scope="Artikel">22.49</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">22.50</IntRef> en de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">22.3.2</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26" scope="Paragraaf">22.3.26</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het oog op de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">artikel 22.42</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over een milieubelastende activiteit zijn de instructieregels in paragraaf 5.1.4 en artikel 5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47">
	      <Nummer>BBBB</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.47</Nummer>
		  <Opschrift>Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voordat de naam of het adres, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46" scope="Artikel">artikel 22.46</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52">
	      <Nummer>CCCC</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.52 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.52</Nummer>
		  <Opschrift>Energie: maatregelen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar worden getroffen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>als het energieverbruik van de activiteit en andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die de activiteit functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar kleiner is dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> aardgasequivalenten aan brandstoffen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>als artikel 15.51 of 16.5 van de Wet milieubeheer van toepassing is; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>op energiebesparende maatregelen aan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> of gedeelte daarvan als bedoeld in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Aan het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> wordt in ieder geval voldaan door het treffen van de maatregelen die zijn opgenomen in bijlage VII, onderdeel 16, bij de Omgevingsregeling.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing tot 1 december 2023.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54">
	      <Nummer>DDDD</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.54</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>
                              <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4" scope="Paragraaf">Paragraaf 22.3.4</IntRef>
                              <NieuweTekst> </NieuweTekst>is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> dat is toegelaten op grond van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>op of in een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, dat geheel of gedeeltelijk ligt op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef> of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>op of in een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, dat is toegelaten op grond van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>op een niet-geluidgevoelige gevel.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55">
	      <Nummer>EEEE</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.55</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54" scope="Artikel">artikel 22.54</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54" scope="Artikel">artikel 22.54</IntRef> is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> dat nog niet aanwezig is als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> mag worden gebouwd op grond van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60">
	      <Nummer>FFFF</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.60 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.60</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: onderzoek</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1">
		  <LidNummer>1<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horeca-activiteiten de kern vormen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_g" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_h" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>bij een buitenschietbaan als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79">artikel 22.79</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Aeq</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al>70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1__item_ii" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder i; of</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_2">
		  <LidNummer>2<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_3">
		  <LidNummer>3<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking van het eerste lid, onder a, het aantal transportbewegingen tussen 19.00 en 6.00 uur.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4">
		  <LidNummer>4<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Uit het rapport van een geluidonderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen of wordt voldaan aan:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de waarden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2" scope="Subparagraaf">22.3.4.2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3" scope="Subparagraaf">22.3.4.3</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4" scope="Subparagraaf">22.3.4.4</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de van toepassing zijnde geluidswaarden van de omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen worden getroffen om te voorkomen dat de waarden, bedoeld onder a en b, worden overschreden.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61">
	      <Nummer>GGGG</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.61 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.61</Nummer>
		  <Opschrift>Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a">
	      <Nummer>HHHH</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.61a wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.61a</Nummer>
		  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing op een activiteit op een<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van toepassing op een activiteit waar:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het mede op basis van de aard van de activiteit, niet aannemelijk is dat in enige ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt verricht het equivalente geluidsniveau (LA<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>eq</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder 1°;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>in de buitenlucht of op een open terrein geen muziek ten gehore wordt gebracht;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>geen gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht worden gebruikt;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_g" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto's;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_h" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, worden gebruikt;</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit artikel is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61" scope="Artikel">artikel 22.61</IntRef> of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>de grenzen van het terrein; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>de ligging van de gebouwen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_5" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62">
	      <Nummer>IIII</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.62 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.62</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3" scope="Subparagraaf">22.3.4.3</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4" scope="Subparagraaf">22.3.4.4</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid waarvoor bij maatwerkvoorschrift of maatwerkregel is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63">
	      <Nummer>JJJJ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.63 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.63</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw</title>
		      <tgroup cols="4" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>07.00 – 19.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>19.00 - 23.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>23.00 - 07.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Ar,LT</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>45 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>40 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax </sub>als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>70 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>65 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>60 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van het eerste lid, het geluid van een activiteit die wordt verricht op een<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, op een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> op dat terrein, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.2.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</title>
		      <tgroup cols="4" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>07.00 – 19.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>19.00 - 23.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>23.00 - 07.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Ar,LT</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>55 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>50 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>45 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax </sub>als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>75 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>70 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>65 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw</title>
		      <tgroup cols="4" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>07.00 – 19.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>19.00 - 23.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>23.00 - 07.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Ar,LT</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>35 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>30 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>25 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax </sub>als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>55 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>50 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>45 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> opgenomen maximale geluidniveaus L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub> zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64">
	      <Nummer>KKKK</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.64 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.64</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">derde</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.4.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.4 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden</title>
		      <tgroup cols="3" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.333*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>07.00 – 21.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>21.00 - 07.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Ar,LT</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>40 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Maximaal geluidniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>70 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>60 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> opgenomen maximale geluidniveaus L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub> zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65">
	      <Nummer>LLLL</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.65 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.65</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.5.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.5 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied</title>
		      <tgroup cols="4" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>06.00 – 19.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>19.00 - 22.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>22.00 - 06.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L<sub>Ar,LT </sub>veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>45 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>40 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>35 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Maximaal geluidniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>70 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>65 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>60 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.6.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_2__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_2__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.6 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied.</title>
		      <tgroup cols="4" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>06.00 – 19.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>19.00 - 22.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>22.00 - 06.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Ar,LT</sub> veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>35 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>30 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>25 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Maximaal geluidniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>55 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>50 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>45 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>), bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>laden en lossen en het in- en uitrijden van landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in die periode plaatsvindt; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66">
	      <Nummer>MMMM</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.66 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.66</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.7.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.7 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied</title>
		      <tgroup cols="4" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>06.00 – 19.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>19.00 - 22.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>22.00 - 06.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L<sub>Ar,LT </sub>als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>45 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>40 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Maximaal geluidniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>70 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>65 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>60 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.8.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_2__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_2__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.8 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied</title>
		      <tgroup cols="4" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/>
			<colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>06.00 – 19.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>19.00 – 22.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>22.00 - 06.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Ar,LT</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>35 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>30 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>25 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Maximaal geluidniveau L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>55 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>50 dB(A)</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col4" valign="top">
			      <Al>45 dB(A)</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het laden en lossen in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in de genoemde periode plaatsvindt; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67">
	      <Nummer>NNNN</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.67 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.67</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als een activiteit wordt verricht in een concentratiegebied voor horecabedrijven of in een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven dat bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening als zodanig is aangewezen en waarin andere waarden zijn opgenomen dan de waarden, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63">artikel 22.63</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als een agrarische activiteit wordt verricht in een gebied waarvoor bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening andere waarden gelden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Ar,LT</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>) op geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65" scope="Artikel">22.65</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66" scope="Artikel">22.66</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68">
	      <Nummer>OOOO</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.68 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.68</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Voor een drijvende woonfunctie is de waarde 5 dB(A) hoger dan de waarden, bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64" scope="Artikel">22.64</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65" scope="Artikel">22.65</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66" scope="Artikel">22.66</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, als de locatie van de drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>voor een woonschip was bestemd; of</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>in een gemeentelijke verordening is aangewezen om door een drijvende woonfunctie te worden ingenomen en:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>voor 1 juli 2022 voor een woonschip is bestemd; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>de aanwezigheid van een woonschip voor 1 juli 2022 in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> is toegelaten.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70">
	      <Nummer>PPPP</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.70 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.70</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69" scope="Artikel">22.69</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.71" scope="Artikel">22.71</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, blijft buiten beschouwing:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het stemgeluid van bezoekers op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor het primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_g" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire terreinen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_h" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>het ten gehore brengen van muziek wegens het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uur per week op militaire terreinen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>het ten gehore brengen van onversterkte muziek, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_j" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>het traditioneel schieten, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.21</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>), bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67" scope="Artikel">22.67</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69" scope="Artikel">22.69</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" scope="Begrip">horeca</IntRef>-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De maximale geluidniveaus (L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>), bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69" scope="Artikel">22.69</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.71">
	      <Nummer>QQQQ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.71" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.71">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.71</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Als de activiteit wordt verricht op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef> of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Ar,LT</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>), bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64" scope="Artikel">22.64</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> ook op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72">
	      <Nummer>RRRR</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.72</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69" scope="Artikel">22.69</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, blijft het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden, buiten beschouwing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het stomen van grond met een installatie van derden worden maatregelen of voorzieningen getroffen die betrekking hebben op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de periode waarin het stomen van grond plaatsvindt;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de locatie waarop de installatie wordt opgesteld; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het aanbrengen van geluidbeperkende voorzieningen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73">
	      <Nummer>SSSS</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.73 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.73</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: festiviteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De waarden, bedoeld in de in artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.71" scope="Artikel">22.71</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.74">
	      <Nummer>TTTT</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.74" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.74">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.74</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Ar,LT</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>) of het maximaal geluidniveau (L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>Amax</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>), bedoeld in deze paragraaf, zijn de artikelen 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.76">
	      <Nummer>UUUU</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.76" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.76">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.76</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: waarden windturbines</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark op een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, ten hoogste 47 L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>den</sub> en 41 L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>night</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77">
	      <Nummer>VVVV</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.77</Nummer>
		  <Opschrift>Registratie gegevens windturbines</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De volgende gegevens worden geregistreerd:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de emissieterm L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>E</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, bedoeld in onderdeel 3.1 van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling, gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de voor de duur van een handhavingsmeting benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte, bedoeld in paragraaf 1.6 van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.78">
	      <Nummer>WWWW</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.78 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.78" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.78">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.78</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op het bepalen van het geluid L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>den</sub> of L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>night</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, bedoeld in artikel 22.76, is artikel 6.8 van de Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.80">
	      <Nummer>XXXX</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.80 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.80" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.80">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.80</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: waarden buitenschietbanen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79" scope="Artikel">artikel 22.79</IntRef> op een geluidgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> ten hoogste 50 B<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>s,dan</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.82">
	      <Nummer>YYYY</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.82 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.82" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.82">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.82</Nummer>
		  <Opschrift>Geluid: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op het bepalen van het geluid B<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>s,dan</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.80" scope="Artikel">artikel 22.80</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is artikel 6.9 van de Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84">
	      <Nummer>ZZZZ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.84 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.84</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83" scope="Artikel">artikel 22.83</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder b, is deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5" scope="Paragraaf">paragraaf</IntRef> ook van toepassing op trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88">
	      <Nummer>AAAAA</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.88</Nummer>
		  <Opschrift>Trillingen: waarden voor continue trillingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A<VerwijderdeTekst><sub>1</sub></VerwijderdeTekst><NieuweTekst><sub>1 </sub></NieuweTekst>trillingssterkte V<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>max</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, bedoeld in tabel 22.3.9.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>2</sub> trillingssterkte V<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>max</sub> en A<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>3</sub> trillingssterkte V<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>per</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, bedoeld in tabel 22.3.9.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_2__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_2__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.9 Waarde voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten</title>
		      <tgroup cols="3" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.333*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Soort</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>waarden</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>07.00 – 23.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>23.00 - 07.00 uur</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>A<VerwijderdeTekst><sub>1</sub></VerwijderdeTekst><NieuweTekst><sub>1 </sub></NieuweTekst>trillingssterkte V<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>max</sub></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,1</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,1</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>A<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>2</sub> trillingssterkte V<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>max</sub></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,4</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,2</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>A<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>3</sub> trillingssterkte V<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>per</sub></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>0,05</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,05</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.89">
	      <Nummer>BBBBB</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.89" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.89">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.89</Nummer>
		  <Opschrift>Trillingen: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op het bepalen van de continue trillingen, bedoeld in deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5" scope="Paragraaf">paragraaf</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is artikel 6.11 van de Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1">
	      <Nummer>CCCCC</Nummer>
	      <Wat>Subparagraaf 22.3.6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Subparagraaf wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1">
		<Kop>
		  <Label>Subparagraaf</Label>
		  <Nummer>22.3.6.1</Nummer>
		  <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.90</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de geur door een activiteit op een<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat is toegelaten op grond van een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.91</Nummer>
		    <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1">
		    <LidNummer>1.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90" scope="Artikel">artikel 22.90</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		  <Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2">
		    <LidNummer>2.</LidNummer>
		    <Inhoud>
		      <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90" scope="Artikel">artikel 22.90</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Lid>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.92</Nummer>
		    <Opschrift>Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De waarden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, voor de geur door een activiteit op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> gelden:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>als het gaat om een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>: op of tot de gevel;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>als het gaat om een nieuw te <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef> geurgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>: op of tot de locatie waar een gevel mag komen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op of tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.93" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.93">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.93</Nummer>
		    <Opschrift>Geur: functionele binding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De waarden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, zijn niet van toepassing als het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> een functionele binding heeft met de activiteit.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.94</Nummer>
		    <Opschrift>Geur: voormalige functionele binding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een activiteit zijn de waarden, bedoeld in paragraaf <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, niet van toepassing op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>op grond van het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, behoort of heeft behoord tot die activiteit en door een derde bewoond mag worden; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>eerder functioneel verbonden was met die activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.96 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden en afstanden voor geur niet van toepassing zijn.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.95" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.95">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>22.95</Nummer>
		    <Opschrift>Geur: cumulatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de waarden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is geen rekening gehouden met de cumulatie van geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Subparagraaf>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98">
	      <Nummer>DDDDD</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.98 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.98</Nummer>
		  <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75">landbouwhuisdieren met geuremissiefactor</IntRef> de geur op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54">geurgevoelig object</IntRef> door de activiteit niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.10.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.10 Waarde voor geur ou<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>E</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst><sub/></VerwijderdeTekst> als 98-percentiel op een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Geurgevoelig object</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Waarde</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom en buiten een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_43">concentratiegebied geurhinder en veehouderij</IntRef></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>2,0 ou<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>E</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup></Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom en binnen een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_43">concentratiegebied geurhinder en veehouderij</IntRef></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>3,0 ou<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>E</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup></Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Gelegen buiten de bebouwde kom en buiten een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_43">concentratiegebied geurhinder en veehouderij</IntRef></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>8,0 ou<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>E</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup></Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Gelegen buiten de bebouwde kom en binnen een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_43">concentratiegebied geurhinder en veehouderij</IntRef></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>14,0 ou<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>E</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup></Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het berekenen van de geur, bedoeld in het eerste lid, is artikel 6.14 van de Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99">
	      <Nummer>EEEEE</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.99 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.99</Nummer>
		  <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij waarden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet de geur op een locatie rechtmatig meer bedraagt dan de waarde, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">artikel 22.98</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, mag, in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">artikel 22.98</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, bij het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met geuremissiefactor<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>:<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het aantal <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met geuremissiefactor</IntRef> per diercategorie niet toenemen, en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de geur door het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met geuremissiefactor</IntRef> op die locatie niet toenemen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor gevallen als bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> mag het aantal landbouwhuisdieren van een of meer diercategorieën met geuremissiefactor alleen toenemen als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een geurbelastingreducerende maatregel wordt getroffen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de totale geur na het uitbreiden niet meer bedraagt dan het gemiddelde van de waarde, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96" scope="Artikel">artikel 22.96</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en de waarde van de geur die de activiteit onmiddellijk voorafgaand aan het treffen van de maatregel rechtmatig mocht veroorzaken.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100">
	      <Nummer>FFFFF</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.100</Nummer>
		  <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige objecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>
                           <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">Artikel 22.98</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is niet van toepassing bij het houden van<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met geuremissiefactor</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, als de afstand op een locatie gelijk of groter is dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.11, tot de volgende geurgevoelige objecten:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat een functionele binding heeft met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden een functionele binding te hebben met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> met een woonfunctie dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>op een locatie die op dat tijdstip werd gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van het dierenverblijf; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3_x00B0_">
			  <LiNummer>3°.</LiNummer>
			  <Al>in samenhang met de sloop van een dierenverblijf of bedrijfsgebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren of voor functioneel ondersteunende activiteiten; en</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat aanwezig is op een locatie waar een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> met een woonfunctie als bedoeld onder c is gebouwd.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__table_o_1">
		    <title>Tabel 22.3.11 Afstand tot een geurgevoelig object met functionele binding of geen functionele binding meer op of na 19 maart 2000 en ruimte-voor-ruimtewoning bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor</title>
		    <tgroup cols="2" align="left">
		      <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
		      <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
		      <thead valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1" valign="top">
			    <Al>
                                          <strong>Geurgevoelig object met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000</strong>
                                       </Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2" valign="top">
			    <Al>Afstand</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </thead>
		      <tbody valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1" valign="top">
			    <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2" valign="top">
			    <Al>100 m</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1" valign="top">
			    <Al>Gelegen buiten de bebouwde kom</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2" valign="top">
			    <Al>50 m</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </tbody>
		    </tgroup>
		  </table>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101">
	      <Nummer>GGGGG</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.101 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.101</Nummer>
		  <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's voor het berijden: afstand</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76" scope="Begrip">landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor</IntRef> of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden, de afstand tot een<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.12.</Al>
		  <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101__table_o_1">
		    <title>Tabel 22.3.12 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden</title>
		    <tgroup cols="2" align="left">
		      <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
		      <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
		      <thead valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1" valign="top">
			    <Al>
                                          <strong>Geurgevoelig object</strong>
                                       </Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2" valign="top">
			    <Al>
                                          <strong>Afstand</strong>
                                       </Al>
			  </entry>
			</row>
		      </thead>
		      <tbody valign="top">
			<row>
			  <entry colname="col1" valign="top">
			    <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2" valign="top">
			    <Al>100 m</Al>
			  </entry>
			</row>
			<row>
			  <entry colname="col1" valign="top">
			    <Al>Gelegen buiten de bebouwde kom</Al>
			  </entry>
			  <entry colname="col2" valign="top">
			    <Al>50 m</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </tbody>
		    </tgroup>
		  </table>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102">
	      <Nummer>HHHHH</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.102 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.102</Nummer>
		  <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>
                              <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101" scope="Artikel">Artikel 22.101</IntRef>
                              <NieuweTekst> </NieuweTekst>is niet van toepassing als op een locatie waarop onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in dat artikel.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In een geval als bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> mag het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen en de afstand tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet afnemen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103">
	      <Nummer>IIIII</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.103 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.103</Nummer>
		  <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren en paarden of pony's voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenverblijf</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onverminderd de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">22.98</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102" scope="Artikel">22.102</IntRef> is bij het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met geuremissiefactor</IntRef> of zonder geuremissiefactor of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden, de afstand niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.13.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.13 Afstand gevel dierenverblijf tot een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Geurgevoelig object</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Afstand</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Gelegen buiten de bebouwde kom</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>25 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.97" scope="Artikel">artikel 22.97</IntRef> geldt de afstand, bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, vanaf de gevel van een dierenverblijf.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104">
	      <Nummer>JJJJJ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.104 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.104</Nummer>
		  <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met geuremissiefactor</IntRef> op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" scope="Artikel">artikel 22.103</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met geuremissiefactor<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>:<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>die afstand niet afnemen;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>de geur door het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met geuremissiefactor</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet toenemen; en</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie met geuremissiefactor niet toenemen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105">
	      <Nummer>KKKKK</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.105 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.105</Nummer>
		  <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76" scope="Begrip">landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor</IntRef> of paarden of pony's die gehouden worden voor het berijden, op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" scope="Artikel">artikel 22.103</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76" scope="Begrip">landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor</IntRef> of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>die afstand niet afnemen; en</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>het aantal <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76" scope="Begrip">landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor</IntRef> of het aantal paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114">
	      <Nummer>LLLLL</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.114 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.114</Nummer>
		  <Opschrift>Geur opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing op het opslaan van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>vaste mest die afkomstig is van landbouwhuisdieren of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>champost; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>dikke fractie.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>is niet van toepassing op:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie met een totaal volume van 3 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> of minder;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie korter dan twee weken op een plek; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het opslaan van meer dan 600 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> vaste mest.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.17.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.17 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Opslaan van vaste mest, champost en dikke fractie</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Afstand</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>100 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115">
	      <Nummer>MMMMM</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.115</Nummer>
		  <Opschrift>Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong: afstand</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing op het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong met een totaal volume van meer dan 3 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.18.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.18 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Afstand</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>100 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116">
	      <Nummer>NNNNN</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.116</Nummer>
		  <Opschrift>Geur opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing op het opslaan van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume van meer dan 3 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van toepassing op in plasticfolie verpakte veevoederbalen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.19.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.19 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Afstand</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Niet afgedekt opslaan</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Afgedekt opslaan</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>25 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117">
	      <Nummer>OOOOO</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.117</Nummer>
		  <Opschrift>Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 750 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup> of een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 2.500 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin vanaf het dichtstbijzijnde punt van het mestbassin tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.20.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.20 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin</title>
		      <tgroup cols="3" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.333*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Afstand tot geurgevoelig gevoelig object</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Gezamenlijke oppervlakte minder dan 350 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50 m</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>25 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Gezamenlijke oppervlakte 350 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup> tot en met 750 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>2</sup></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>100 m</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>50 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119">
	      <Nummer>PPPPP</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.119 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.119</Nummer>
		  <Opschrift>Geur composteren of opslaan van groenafval: afstand</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing op het composteren of opslaan van groenafval met een volume van 3 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> tot en met 600 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van toepassing op groenafval dat een gevaarlijke afvalstof of gebruikt substraatmateriaal is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand vanaf het dichtstbijzijnde punt van de composteringshoop of de opslagplaats voor groenafval tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.22.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.22 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het composteren of opslaan van groenafval</title>
		      <tgroup cols="2" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Composteren of opslaan van groenafval</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Afstand</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Geurgevoelig object, gelegen binnen de bebouwde kom</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>100 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Geurgevoelig object, gelegen buiten de bebouwde kom</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>50 m</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120">
	      <Nummer>QQQQQ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.120 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.120</Nummer>
		  <Opschrift>Geur overige agrarische activiteiten: eerbiedigende werking</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing op het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel 22.114</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, het opslaan van substraatmateriaal van plantaardige oorsprong, bedoeld in artikel 22.113, het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel 22.116</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en het composteren of opslaan van groenafval, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">artikel 22.119</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het opslaan al voor 1 januari 2013 plaatsvond;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de afstand tussen een activiteit en een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> op 1 januari 2013 rechtmatig kleiner was dan de afstand, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel 22.114</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115" scope="Artikel">22.115</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">22.116</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">22.119</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>verplaatsing van de opslagplaats of composteringshoop redelijkerwijs niet kan worden gevergd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" scope="Artikel">artikel</IntRef> is ook van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117" scope="Artikel">artikel 22.117</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de afstand tussen de activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117" scope="Artikel">artikel 22.117</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> op 1 januari 2013 rechtmatig kleiner was dan de afstand, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117" scope="Artikel">artikel 22.117</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het mestbassin voor 1 januari 2013 is opgericht; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>verplaatsing van het mestbassin redelijkerwijs niet kan worden gevergd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel 22.114</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115" scope="Artikel">22.115</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">22.116</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117" scope="Artikel">22.117</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">22.119</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, niet van toepassing en neemt de afstand tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet af.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122">
	      <Nummer>RRRRR</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.122 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.122</Nummer>
		  <Opschrift>Geur zuiveringtechnisch werk: waarde</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de geur op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.23.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.23 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk op een geurgevoelig object</title>
		      <tgroup cols="3" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.333*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Activiteit</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Geurgevoelig object</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Grenswaarde</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" morerows="1" valign="top">
			      <Al>Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</IntRef></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>0,5 ou<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>E</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup></Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Gelegen:</Al>
			      <Al>- op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef>;</Al>
			      <Al>- op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;</Al>
			      <Al wijzigactie="verwijder">- op een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein, of</Al>
			      <Al wijzigactie="voegtoe">- op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</IntRef>, of</Al>
			      <Al>- buiten de bebouwde kom</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>1 ou<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>E</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup></Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is de geur op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en onherroepelijk was, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.24.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.24 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk opgericht voor 1 februari 1996 op een geurgevoelig object</title>
		      <tgroup cols="3" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.333*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Activiteit</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Geurgevoelig object</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Grenswaarde</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" morerows="1" valign="top">
			      <Al>Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, opgericht voor 1 februari 1996</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6" scope="Begrip">Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</IntRef></Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>1,5 ou<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>E</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup></Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Gelegen:</Al>
			      <Al>- op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef>;</Al>
			      <Al>- op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;</Al>
			      <Al>- op een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein, of</Al>
			      <Al>- buiten de bebouwde kom</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>3,5 ou<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>E</sub><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup></Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het berekenen van de geur is artikel 6.13 van de Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123">
	      <Nummer>SSSSS</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.123 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.123</Nummer>
		  <Opschrift>Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige objecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>De waarden, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122" scope="Artikel">artikel 22.122</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, zijn niet van toepassing op de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk waarvoor tot 1 januari 2011 een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, op geurgevoelige objecten die:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>op het moment van verlening van de vergunning niet aanwezig waren en voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gebouwd; of</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>in de vergunning niet als geurgevoelig werden beschouwd.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.124">
	      <Nummer>TTTTT</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.124 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.124" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.124">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.124</Nummer>
		  <Opschrift>Geur zuiveringtechnisch werk: eerbiedigende werking</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Bij het wijzigen van een zuiveringtechnisch werk als bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122" scope="Artikel">22.122</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123" scope="Artikel">22.123</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is de waarde van de geur op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> als gevolg van dat zuiveringtechnisch werk niet hoger dan de waarde voor geur op een<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, voorafgaand aan de verandering, tenzij de waarden, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122" scope="Artikel">artikel 22.122</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, niet worden overschreden.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138">
	      <Nummer>UUUUU</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.138 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.138</Nummer>
		  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137" scope="Artikel">artikel 22.137</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de aard en omvang van de lozing; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_2">tweede lid</IntRef> gelden niet voor het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering, als:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het lozen plaatsvindt bij wonen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140">
	      <Nummer>VVVVV</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.140 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.140</Nummer>
		  <Opschrift>Lozen van grondwater bij ontwatering</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering, dat niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering en dat geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is, worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l en voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool duurt niet langer dan 8 weken en de geloosde hoeveelheid is ten hoogste 5 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/u.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_5" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_2">tweede</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_4">vierde lid</IntRef> zijn niet van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering bij wonen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141">
	      <Nummer>WWWWW</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.141 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.141</Nummer>
		  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het bemonsteren van afvalwater is <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_89" scope="Begrip">NEN 6600-1</IntRef> van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het conserveren van een monster is <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_101" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 5667-3</IntRef> van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voor BTEX:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_114" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15680</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_119" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 17993</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_106" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 10301</IntRef> of<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_114" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15680</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, waarbij voor vinylchloride enkel <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_114" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15680</IntRef> gebruikt kan worden;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>voor minerale olie:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_104" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 9377-2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_91" scope="Begrip">NEN 6966</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_117" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 17294-2</IntRef> of<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_108" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 11885</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, waarbij de elementen worden ontsloten volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_112" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15587-1</IntRef> of NEN-EN- ISO 15587-2;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>voor kwik: <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_117" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 17294-2</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_109" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 12846</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_118" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 17852</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, waarbij kwik wordt ontsloten volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_112" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15587-1</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_113" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15587-2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_g" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>voor onopgeloste stoffen:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_94" scope="Begrip">NEN-EN 872</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_h" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_h">
			<LiNummer>h.</LiNummer>
			<Al>voor chloride:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_115" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15682</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_i">
			<LiNummer>i.</LiNummer>
			<Al>voor cyaniden totaal: <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_110" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 14403-1</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_111" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 14403-2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_j" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_j">
			<LiNummer>j.</LiNummer>
			<Al>voor ammonium, nitraat, totaal-fosfaat en sulfaat:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_121" scope="Begrip">NEN-ISO 15923-1</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_k" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_k">
			<LiNummer>k.</LiNummer>
			<Al>voor fluoride: <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_88" scope="Begrip">NEN 6589</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_87" scope="Begrip">NEN 6578</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_l" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_l">
			<LiNummer>l.</LiNummer>
			<Al>voor endosulfan, α-HCH, y-HCH (lindaan), DDT (incl. DDD en DDE), aldrin, dieldrin, endrin, hexachloorbutadieen en hexachloorbenzeen:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_99" scope="Begrip">NEN-EN 16693</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_m" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_m">
			<LiNummer>m.</LiNummer>
			<Al>voor dichloorpropeen:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_114" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15680</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_n" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_n">
			<LiNummer>n.</LiNummer>
			<Al>voor mecoprop:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_116" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15913</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_o" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_o">
			<LiNummer>o.</LiNummer>
			<Al>voor trichloorfenolen, tetrachloorfenol, dichloorfenolen en pentachloorfenol:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_98" scope="Begrip">NEN-EN 12673</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_p" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_p">
			<LiNummer>p.</LiNummer>
			<Al>voor minerale olie:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_104" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 9377-2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_q" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_q">
			<LiNummer>q.</LiNummer>
			<Al>voor anthraceen, fenanthreen, chryseen, fluorantheen, benzo(a)anthraceen, benzo(k)fluorantheen, benzo(a)pyreen, benzo(ghi)peryleen en indeno(l23cd)pyreen:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_119" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 17993</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_r" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_r">
			<LiNummer>r.</LiNummer>
			<Al>voor trihalomethanen (THM):<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_70" scope="Begrip">ISO 11423-1</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_s" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_s">
			<LiNummer>s.</LiNummer>
			<Al>voor adsorbeerbare organische halogeenverbindingen (AOX):<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_105" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 9562</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_t" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_t">
			<LiNummer>t.</LiNummer>
			<Al>voor de zuurgraad (pH):<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_107" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 10523</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_u" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_u">
			<LiNummer>u.</LiNummer>
			<Al>voor ijzerverbindingen:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_117" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 17294-2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144">
	      <Nummer>XXXXX</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.144 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.144</Nummer>
		  <Opschrift>Lozen van afvloeiend hemelwater</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Afvloeiend hemelwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de bodem, in een schoonwaterriool of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2">tweede lid</IntRef> is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>afkomstig is van wonen; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Besluit lozen buiten inrichtingen op de lozing van toepassing werd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen in een schoonwaterriool geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_5" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het lozen vanuit een pompkelder van een tunnel of een verdiept weggedeelte is, als dat redelijkerwijs mogelijk is, een voorziening aanwezig om, in afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, het meest vervuilde hemelwater in een vuilwaterriool te lozen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146">
	      <Nummer>YYYYY</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.146 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.146</Nummer>
		  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148" scope="Artikel">artikel 22.148</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de wijze van behandeling van het afvalwater; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149">
	      <Nummer>ZZZZZ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.149 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.149</Nummer>
		  <Opschrift>Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.27.</Al>
		    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_2__table_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_2__table_o_1">
		      <title>Tabel 22.3.27 Emissiegrenswaarden</title>
		      <tgroup cols="3" align="left">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.333*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.333*"/>
			<thead valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Stof</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3" valign="top">
			      <Al>
                                             <strong>Emissiegrenswaarden in mg/l</strong>
                                          </Al>
			    </entry>
			  </row>
			</thead>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top"/>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>Representatief etmaalmonster</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>Steekmonster</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Biochemisch zuurstofverbruik</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>30 mg/l</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>60 mg/l</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Chemisch zuurstofverbruik</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>150 mg/l</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>300 mg/l</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry colname="col1" valign="top">
			      <Al>Onopgeloste stoffen</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col2" valign="top">
			      <Al>30 mg/l</Al>
			    </entry>
			    <entry colname="col3" valign="top">
			      <Al>60 mg/l</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat kan het, in afwijking van het tweede lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>met een nominale inhoud van 6 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> of meer, volgens<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_97" scope="Begrip">NEN-EN 12566-1</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_97" scope="Begrip">NEN-EN 12566-1</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150">
	      <Nummer>AAAAAA</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.150 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.150</Nummer>
		  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het bemonsteren van afvalwater is <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_89" scope="Begrip">NEN 6600-1</IntRef> van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het conserveren van een monster is <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_101" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 5667-3</IntRef> van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voor biochemisch zuurstofverbruik:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_102" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 5815-1</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>/2; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voor chemisch zuurstofverbruik:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_120" scope="Begrip">NEN-ISO 15705</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152">
	      <Nummer>BBBBBB</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.152 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.152</Nummer>
		  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.151" scope="Artikel">artikel 22.151</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de maximale warmtevracht; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158">
	      <Nummer>CCCCCC</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.158 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.158</Nummer>
		  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.156" scope="Artikel">artikel 22.156</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de opgeslagen goederen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158">artikel</IntRef> is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van wonen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168">
	      <Nummer>DDDDDD</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.168 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.168</Nummer>
		  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.167" scope="Artikel">artikel 22.167</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de aard en omvang van de activiteit; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171">
	      <Nummer>EEEEEE</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.171 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.171</Nummer>
		  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voor het begin van het lozen, bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174" scope="Artikel">22.174</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.175" scope="Artikel">22.175</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de aard en omvang van de lozing;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de plaats van de lozingspunten; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de verwachte datum van het begin van de activiteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180">
	      <Nummer>FFFFFF</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.180 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.180</Nummer>
		  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het bemonsteren van afvalwater is <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_89" scope="Begrip">NEN 6600-1</IntRef> van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het conserveren van een monster is <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_101" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 5667-3</IntRef> van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voor chemisch zuurstofverbruik:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_120" scope="Begrip">NEN-ISO 15705</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voor onopgeloste stoffen:<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_94" scope="Begrip">NEN-EN 872</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190">
	      <Nummer>GGGGGG</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.190 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.190</Nummer>
		  <Opschrift>Water</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Er worden in goede staat verkerende afkwetsrollen gebruikt en er wordt een doelmatige zilverterugwininstallatie toegepast.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>hoeft geen zilverterugwininstallatie te worden toegepast als per jaar minder dan 700 liter aan gebruiksklare fixeer wordt gebruikt en er gedragsvoorschriften zijn opgesteld en worden nageleefd gericht op het beperken van de emissie van zilver.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor het afvalwater is de emissiegrenswaarde voor zilver 4 milligram per liter, gemeten in een steekmonster.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191">
	      <Nummer>HHHHHH</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.191 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.191</Nummer>
		  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het bemonsteren van afvalwater is <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_89" scope="Begrip">NEN 6600-1</IntRef> van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het conserveren van een monster is <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_101" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 5667-3</IntRef> van toepassing.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Op het analyseren van zilver is<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_91" scope="Begrip">NEN 6966</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>,<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_117" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 17294-2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_108" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 11885</IntRef> of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_90" scope="Begrip">NEN 6965</IntRef> van toepassing, waarbij onopgeloste stoffen worden meegenomen in de analyse en elementen worden ontsloten volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_112" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15587-1</IntRef> of<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_113" scope="Begrip">NEN-EN-ISO 15587-2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194">
	      <Nummer>IIIIII</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.194 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.194</Nummer>
		  <Opschrift>Water</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het wassen van motorvoertuigen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het lozen op of in de bodem is toegestaan, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>volgens NEN-EN 858-1 of <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_92" scope="Begrip">NEN-EN 858-1/A1</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_93" scope="Begrip">NEN-EN 858-2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198">
	      <Nummer>JJJJJJ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.198 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.198</Nummer>
		  <Opschrift>Water</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als niet in een vuilwaterriool kan worden geloosd, kan het afvalwater op de bodem worden geloosd, als het afvalwater gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater wordt geloosd en de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Afvalwater dat afvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een vetafscheider en slibvangput volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_95" scope="Begrip">NEN-EN 1825-1</IntRef> en<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_96" scope="Begrip">NEN-EN 1825-2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_5" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_95" scope="Begrip">NEN-EN 1825-1</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_96" scope="Begrip">NEN-EN 1825-2</IntRef> kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199">
	      <Nummer>KKKKKK</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.199 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.199</Nummer>
		  <Opschrift>Geur</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder worden afgezogen dampen en gassen die naar de buitenlucht worden geëmitteerd:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">bebouwing</IntRef> afgevoerd; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>geleid door een ontgeuringsinstallatie.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dampen die vrijkomen bij het bereiden van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur door frituren, bakken in olie of vet of grillen, anders dan met houtskool, worden afgezogen en geleid door een vetvangend filter.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> zijn niet van toepassing:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>op het bereiden van voedingsmiddelen met keukenapparatuur; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>als het mogelijke effect van de geuremissie van de uittredende lucht van een afzuiginstallatie beperkt blijft tot een<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein met minder dan één geurgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> per hectare.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204">
	      <Nummer>LLLLLL</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.204 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.204</Nummer>
		  <Opschrift>Water: lozingsroute en zuivering</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater vindt het slachten van dieren en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten inpandig plaats.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Te lozen afvalwater kan worden geloosd in een vuilwaterriool, als dat afvalwater afkomstig is van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het bewerken van dierlijke bijproducten; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het reinigen en desinfecteren van ruimtes waar een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202" scope="Artikel">artikel 22.202</IntRef> is uitgevoerd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een vetafscheider en slibvangput volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_95" scope="Begrip">NEN-EN 1825-1</IntRef> en<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_96" scope="Begrip">NEN-EN 1825-2</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een flocculatieafscheider die is geplaatst voor 1 januari 2013 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_5" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_5">
		  <LidNummer>5.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_95" scope="Begrip">NEN-EN 1825-1</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_96" scope="Begrip">NEN-EN 1825-2</IntRef> kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan in die normen vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_6" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_6">
		  <LidNummer>6.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het afvalwater wordt niet door een biologische zuivering geleid.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_7" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_7">
		  <LidNummer>7.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208">
	      <Nummer>MMMMMM</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.208 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.208</Nummer>
		  <Opschrift>Bodem: eindonderzoek bodem</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt, geproduceerd of uitgestoten op het gedeelte van de locatie waar het pekelen van dierlijke bijproducten of organen is verricht.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> voldoet aan <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_84" scope="Begrip">NEN 5725</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_85" scope="Begrip">NEN 5740</IntRef> en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">BRL SIKB 2000</IntRef> of een certificatie- instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9" scope="Begrip">AS SIKB 2000</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211">
	      <Nummer>NNNNNN</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.211 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.211</Nummer>
		  <Opschrift>Bodem: herstel van de bodemkwaliteit</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem de bodemkwaliteit hersteld tot:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_85" scope="Begrip">NEN 5740</IntRef> dat is opgesteld voor het begin van de het pekelen van dierlijke bijproducten of organen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_40" scope="Begrip">BRL SIKB 7000</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215">
	      <Nummer>OOOOOO</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.215 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.215</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214" scope="Artikel">artikel 22.214</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef>, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214" scope="Artikel">artikel 22.214</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.217">
	      <Nummer>PPPPPP</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.217 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.217" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.217">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.217</Nummer>
		  <Opschrift>Slagschaduw: functionele binding</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>
                           <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216" scope="Artikel">Artikel 22.216</IntRef>
                           <NieuweTekst> </NieuweTekst>is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">gebouw</IntRef> dat een functionele binding heeft met de windturbine.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230">
	      <Nummer>QQQQQQ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.230 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.230</Nummer>
		  <Opschrift>Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het beperken van verontreiniging van de bodem, vindt traditioneel schieten plaats boven een bodembeschermende voorziening, als bij het schieten hulzen van verschoten munitie vrijkomen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>De voorziening voor het opvangen van afgeschoten kogels, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.229" scope="Artikel">artikel 22.229</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, is opgesteld boven een bodembeschermende voorziening.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232">
	      <Nummer>RRRRRR</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.232 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.232</Nummer>
		  <Opschrift>Bodem: eindonderzoek bodem</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij het beëindigen van het traditioneel schieten wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het eindonderzoek bodem gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt op het gedeelte van de locatie waar het traditioneel schieten heeft plaatsgevonden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" scope="Begrip">bodemonderzoek</IntRef> voldoet aan <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_84" scope="Begrip">NEN 5725</IntRef> en <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_85" scope="Begrip">NEN 5740</IntRef> en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39" scope="Begrip">BRL SIKB 2000</IntRef> of een certificatie- instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9" scope="Begrip">AS SIKB 2000</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235">
	      <Nummer>SSSSSS</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.235 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.235</Nummer>
		  <Opschrift>Bodem: herstel van de bodemkwaliteit</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem, de bodemkwaliteit hersteld tot:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_85" scope="Begrip">NEN 5740</IntRef> dat is opgesteld voor het begin van de activiteit;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of artikel 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_40" scope="Begrip">BRL SIKB 7000</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240">
	      <Nummer>TTTTTT</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.240 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.240</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van vaste mest met een totaal volume van ten minste 3 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> en ten hoogste 600 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>op het opslaan van vaste mest, korter dan twee weken op één plek; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.90, 3.200, 3.208, 3.211, 3.215 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245">
	      <Nummer>UUUUUU</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.245 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.245</Nummer>
		  <Opschrift>Geur</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder wordt vaste mest opgeslagen:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>in een afgesloten voorziening voor een periode van ten hoogste twee weken; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>op ten minste 50 m afstand vanaf de begrenzing van de opslag van vaste mest tot een<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst> <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing op het opslaan van vaste mest afkomstig van landbouwhuisdieren of van paarden en pony's die worden gehouden voor het berijden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246">
	      <Nummer>VVVVVV</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.246 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.246</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume van meer dan 3 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.200 of 3.215 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262">
	      <Nummer>WWWWWW</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.262 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.262</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning propaan of propeen op te slaan in meer dan twee opslagtanks met een inhoud van meer dan 150 l.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het aantal opslagtanks, met voor iedere opslagtank:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen in kubieke meters;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>de grootte in kubieke meters; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3_x00B0_">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>een aanduiding of het gaat om een bovengrondse of ondergrondse opslagtank;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>de jaarlijkse doorzet in kubieke meters;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>als het gaat om een bovengrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt en de opslagtank;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3_x00B0_">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>als het gaat om een ondergrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4_x00B0_">
			    <LiNummer>4°.</LiNummer>
			    <Al>een beschrijving van de ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet, die zich kunnen voordoen en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen daarvan; en</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> of meer dan 50 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> propaan of propeen:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>de gegevens en bescheiden, genoemd onder b;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000, 1 op de 10.000.000 en 1 op de 100.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3__item_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3_x00B0_">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263">
	      <Nummer>XXXXXX</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.263 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.263</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsvergunning tanken met LPG</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning voertuigen of werktuigen te tanken met LPG.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het aantal opslagtanks dat aanwezig is;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de coördinaten van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>het vulpunt;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>de bovengrondse vloeistofvoerende leiding;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3_x00B0_">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>de aansluitpunten van die leiding en pomp;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4_x00B0_">
			    <LiNummer>4°.</LiNummer>
			    <Al>de bovengrondse opslagtank; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5_x00B0_">
			    <LiNummer>5°.</LiNummer>
			    <Al>de tankzuil;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>de hoeveelheid LPG die ten hoogste wordt opgeslagen; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een inschatting van de doorzet van LPG in m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> per jaar.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267">
	      <Nummer>YYYYYY</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.267 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.267</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsvergunning opslaan dierlijke meststoffen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>drijfmest, digestaat of dunne fractie op te slaan in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 750 m<VerwijderdeTekst><sup>2</sup></VerwijderdeTekst><NieuweTekst><sup>2 </sup></NieuweTekst>of een gezamenlijke inhoud groter dan 2.500 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>meer dan 600 m<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sup>3</sup> vaste mest op te slaan.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het totaal volume of de totale oppervlakte van de mestbassins; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het totaal volume van de opslagcapaciteit vaste mest in kubieke meters.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.270">
	      <Nummer>ZZZZZZ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.270 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.270" eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.270">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.270</Nummer>
		  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Op het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteiten, bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261" scope="Artikel">22.261</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269" scope="Artikel">22.269</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273">
	      <Nummer>AAAAAAA</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.273 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.273</Nummer>
		  <Opschrift>Aandachtsgebied</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het aandachtsgebied van een weg, met inbegrip van een spoorweg die is verweven of gebundeld met delen van die weg, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" scope="Artikel">artikel 22.272</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, strekt zich aan weerszijden van de as van de weg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste rijstrook of spoorstaaf:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>binnen een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bebouwde kom, tenzij het een autoweg of autosnelweg betreft:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 200 m; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken of drie of meer sporen: 350 m; en</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>buiten die bebouwde kom of voor een autoweg of autosnelweg:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken of een of twee sporen: 250 m;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken of drie of meer sporen: 400 m; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3_x00B0_">
			    <LiNummer>3°.</LiNummer>
			    <Al>voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 m.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het aandachtsgebied van een spoorweg die niet is verweven of gebundeld met delen van een weg, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" scope="Artikel">artikel 22.272</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, strekt zich aan weerszijden van de as van de spoorweg uit tot de volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>voor een spoorweg in een tunnel: 25 m; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>voor een andere spoorweg: 100 m.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_3" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_3">
		  <LidNummer>3.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Als zich langs een weg of spoorweg een aandachtsgebied bevindt dat bestaat uit delen met een onderling verschillende breedte, geldt voor de aansluiting van de verschillende delen dat het breedste deel over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van dat deel, gemeten vanaf het punt van versmalling van de breedte, nog langs de as van de weg of spoorweg doorloopt en met een loodlijn aansluit op het smalste aandachtsgebied.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_4" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_4">
		  <LidNummer>4.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Aan de uiteinden van een weg of spoorweg loopt het aandachtsgebied door over een afstand gelijk aan de breedte van dat gebied ter hoogte van dat uiteinde. Het aandachtsgebied loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de as van de weg of spoorweg en behoudt de breedte die het had ter hoogte van het uiteinde.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274">
	      <Nummer>BBBBBBB</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.274 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.274</Nummer>
		  <Opschrift>Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" scope="Artikel">artikel 22.272</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>een akoestisch onderzoek naar:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			  <LiNummer>1°.</LiNummer>
			  <Al>het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg ondervinden;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			  <LiNummer>2°.</LiNummer>
			  <Al>het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van maatregelen die de geluidsbelasting beperken;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3_x00B0_">
			  <LiNummer>3°.</LiNummer>
			  <Al>het geluid door andere wegen of niet te wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal leiden tot een toename van meer dan 2 dB van het geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen of delen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4_x00B0_">
			  <LiNummer>4°.</LiNummer>
			  <Al>de doeltreffendheid van de in aanmerking komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder 1°, de standaardwaarde, zijnde 53 L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>den</sub> voor een weg en 55 L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>den</sub> voor een spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid onmiddellijk voorafgaand aan de wijziging;</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>een beschrijving van de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder a, onder 4°; en</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een beschrijving van te treffen geluidwerende maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het toekomstige geluid hoger wordt dan de standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.275">
	      <Nummer>CCCCCCC</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.275 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.275" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.275">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.275</Nummer>
		  <Opschrift>Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" scope="Artikel">artikel 22.272</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, wordt alleen verleend als de activiteit er niet toe leidt dat de grenswaarde 70 L<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><sub>den</sub> wordt overschreden.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.276">
	      <Nummer>DDDDDDD</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.276 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.276" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.276">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.276</Nummer>
		  <Opschrift>Voorschriften binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" scope="Artikel">artikel 22.272</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden voorschriften verbonden die ertoe strekken dat:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>maatregelen als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.274" scope="Artikel">artikel 22.274</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder a, onder 4°, worden getroffen, als deze doelmatig zijn; en</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>maatregelen als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.274" scope="Artikel">artikel 22.274</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, onder c, worden getroffen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283">
	      <Nummer>EEEEEEE</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.283 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.283</Nummer>
		  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die is vereist op grond van:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1">
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>
                                 <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef>
                                 <NieuweTekst> </NieuweTekst>van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>;</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>een andere gemeentelijke regeling dan dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet; of</Al>
		    </Li>
		    <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288">
	      <Nummer>FFFFFFF</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.288 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.288</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij een aanvraag als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">artikel 22.287</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden, voor zover het gaat om een archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1_x00B0_">
			    <LiNummer>1°.</LiNummer>
			    <Al>de omvang in vierkante meters; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2_x00B0_">
			    <LiNummer>2°.</LiNummer>
			    <Al>de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een topografische kaart voorzien van een noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto's van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_g" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>een rapport waarin de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2__item_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>de exacte locatie;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>de omvang; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>de diepte ten opzichte van het maaiveld;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_3" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_3__item_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>een bestek met bijbehorende tekeningen; of</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_3__item_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290">
	      <Nummer>GGGGGGG</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.290 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.290</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1">
		  <LidNummer>1<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de aanvraag, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287">artikel 22.287</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>foto’s van de bestaande toestand;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de volgende tekeningen:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al>plattegronden;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_ii" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>doorsneden;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iii" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iii">
				<LiNummer>iii.</LiNummer>
				<Al>gevelaanzichten; of</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iv" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iv">
				<LiNummer>iv.</LiNummer>
				<Al>een dakaanzicht; en</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>slooptekeningen; en</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2">
		  <LidNummer>2<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291">
	      <Nummer>HHHHHHH</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.291 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.291</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1">
		  <LidNummer>1<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de aanvraag, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287">artikel 22.287</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>overzichtsfoto’s van de bestaande situatie;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>foto’s van de bestaande toestand; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>de volgende tekeningen:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al>plattegronden;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2__list_o_1__item_ii" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>doorsneden;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iii" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iii">
				<LiNummer>iii.</LiNummer>
				<Al>gevelaanzichten; of</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iv" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iv">
				<LiNummer>iv.</LiNummer>
				<Al>een dakaanzicht; en</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al>plattegronden;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3__list_o_1__item_ii" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>doorsneden;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3__list_o_1__item_iii" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3__list_o_1__item_iii">
				<LiNummer>iii.</LiNummer>
				<Al>gevelaanzichten; of</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3__list_o_1__item_iv" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3__list_o_1__item_iv">
				<LiNummer>iv.</LiNummer>
				<Al>een dakaanzicht;</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2">
		  <LidNummer>2<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292">
	      <Nummer>IIIIIII</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.292 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.292</Nummer>
		  <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1">
		  <LidNummer>1<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de aanvraag, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287">artikel 22.287</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht;</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>de volgende tekeningen:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al>plattegronden;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_ii" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>doorsneden;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iii" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iii">
				<LiNummer>iii.</LiNummer>
				<Al>gevelaanzichten; of</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iv" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2__list_o_1__item_iv">
				<LiNummer>iv.</LiNummer>
				<Al>een dakaanzicht;</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
			    <LiNummer>3<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen;</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
			    <LiNummer>4<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4__list_o_1__item_i" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4__list_o_1__item_i">
				<LiNummer>i.</LiNummer>
				<Al>plattegronden;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4__list_o_1__item_ii" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4__list_o_1__item_ii">
				<LiNummer>ii.</LiNummer>
				<Al>doorsneden;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4__list_o_1__item_iii" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4__list_o_1__item_iii">
				<LiNummer>iii.</LiNummer>
				<Al>gevelaanzichten; of</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4__list_o_1__item_iv" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4__list_o_1__item_iv">
				<LiNummer>iv.</LiNummer>
				<Al>een dakaanzicht; en</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5">
			    <LiNummer>5<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met:</Al>
			<Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
			    <LiNummer>1<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
			    <LiNummer>2<VerwijderdeTekst>°</VerwijderdeTekst>.</LiNummer>
			    <Al>als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2">
		  <LidNummer>2<VerwijderdeTekst>.</VerwijderdeTekst></LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_e" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_e">
			<LiNummer>e.</LiNummer>
			<Al>aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_f" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_f">
			<LiNummer>f.</LiNummer>
			<Al>voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_g" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_g">
			<LiNummer>g.</LiNummer>
			<Al>als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303">
	      <Nummer>JJJJJJJ</Nummer>
	      <Wat>Artikel 22.303 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>22.303</Nummer>
		  <Opschrift>Voorschriften over archeologische monumentenzorg</Opschrift>
		</Kop>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1">
		  <LidNummer>1.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef>, of een werkzaamheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284" scope="Artikel">artikel 22.284</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>, die van invloed is op een archeologisch monument kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval voorschriften worden verbonden, die inhouden een plicht tot:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1">
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_a" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_b" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_c" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>het laten begeleiden van een activiteit die tot bodemverstoring leidt door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; en</Al>
		      </Li>
		      <Li wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_d" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>het verrichten van een opgraving of een archeologische begeleiding op een bepaalde wijze, als die wijze in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Lid>
		<Lid wId="gm0610_1-0__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_2" eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_2">
		  <LidNummer>2.</LidNummer>
		  <Inhoud>
		    <Al>Aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften over de wijze van slopen worden verbonden.</Al>
		  </Inhoud>
		</Lid>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_25">
	      <Nummer>KKKKKKK</Nummer>
	      <Wat>Hoofdstuk 25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Hoofdstuk wId="gm0610_1-0__chp_25" eId="chp_25">
		<Kop>
		  <Label>Hoofdstuk</Label>
		  <Nummer>25</Nummer>
		  <Opschrift>Procesregels</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_25__subchp_25.1" eId="chp_25__subchp_25.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Afdeling</Label>
		    <Nummer>25.1</Nummer>
		    <Opschrift>Voorbereiding van besluiten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Gereserveerd/>
		</Afdeling>
		<Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_25__subchp_25.2" eId="chp_25__subchp_25.2" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Afdeling</Label>
		    <Nummer>25.2</Nummer>
		    <Opschrift>Gemeentelijke projecten van publiek belang</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Gereserveerd/>
		</Afdeling>
		<Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_25__subchp_25.3" eId="chp_25__subchp_25.3" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Afdeling</Label>
		    <Nummer>25.3</Nummer>
		    <Opschrift>Advies</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.1" eId="chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.1">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>25.3.1</Nummer>
		      <Opschrift>Gemeentelijke adviescommissie</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Paragraaf>
		  <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.2" eId="chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.2">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>25.3.2</Nummer>
		      <Opschrift>Advies veiligheidsregio</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Paragraaf>
		  <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.3" eId="chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.3">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>25.3.3</Nummer>
		      <Opschrift>Advies waterbeheerder</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.3__art_25.2" eId="chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.3__art_25.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>25.1</Nummer>
			<Opschrift>Advies waterbeheerder</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="gm0610_1-0__chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.3__art_25.2__para_1" eId="chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.3__art_25.1__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Burgemeester en wethouders vragen schriftelijk advies aan de betrokken waterbeheerder over een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van bouwwerken binnen het beperkingengebied waterbergingsgebied', bedoeld in <IntRef ref="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.1__art_14.3" scope="Artikel">artikel 14.3</IntRef>. - [gereserveerd]</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="gm0610_1-0__chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.3__art_25.2__para_2" eId="chp_25__subchp_25.3__subsec_25.3.3__art_25.1__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Burgemeester en wethouders vragen schriftelijk advies aan de betrokken waterbeheerder over een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van bouwwerken binnen het beperkingengebied waterkering, bedoeld in <IntRef ref="chp_14__subchp_14.1__subsec_14.1.2__art_14.7">artikel 14.7</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Paragraaf>
		</Afdeling>
	      </Hoofdstuk>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_28">
	      <Nummer>LLLLLLL</Nummer>
	      <Wat>Hoofdstuk 28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Hoofdstuk wId="gm0610_1-0__chp_28" eId="chp_28">
		<Kop>
		  <Label>Hoofdstuk</Label>
		  <Nummer>28</Nummer>
		  <Opschrift>Overgangsrecht</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd wijzigactie="verwijder"/>
		<Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1" eId="chp_28__subchp_28.1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Afdeling</Label>
		    <Nummer>28.1</Nummer>
		    <Opschrift>Eerbiedigend overgangsrecht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>28.1.1</Nummer>
		      <Opschrift>Overgangsrecht gebruik</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>28.1</Nummer>
			<Opschrift>Overgangsrecht gebruik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_1" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het gebruik van gronden en bouwwerken voor een bestaande activiteit dat bestond op het tijdstip waarop een wijziging van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> in werking is getreden en daarmee in strijd is, mag worden voortgezet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_2" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing op het gebruik dat voorafgaand aan wijziging van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> reeds in strijd was met de voorheen geldende regels over gebruik in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_3" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_3">
			<LidNummer>3.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het is verboden het strijdige gebruik, bedoeld in het <IntRef ref="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, te veranderen in een ander met het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_4" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_4">
			<LidNummer>4.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Indien het strijdig gebruik, bedoeld in het <IntRef ref="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.1__art_28.1__para_1">eerste lid</IntRef>, na inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wijziging voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. </Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Paragraaf>
		  <Paragraaf wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2">
		    <Kop>
		      <Label>Paragraaf</Label>
		      <Nummer>28.1.2</Nummer>
		      <Opschrift>Overgangsrecht bouwen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>28.2</Nummer>
			<Opschrift>Overgangsrecht bouwen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2__para_1" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> dat op het tijdstip dat een wijziging van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> in werking is getreden aanwezig is en afwijkt van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> na wijziging, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2__para_2" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> dat op het tijdstip dat een wijziging van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> in werking is getreden aanwezig is, wordt in dit artikel tevens verstaan een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> dat in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" scope="Begrip">bouwen</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2__para_3" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2__para_3">
			<LidNummer>3.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip dat een wijziging van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> in werking is getreden, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de voorheen geldende regels over bouwwerken in dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid wId="gm0610_1-0__chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2__para_4" eId="chp_28__subchp_28.1__subsec_28.1.2__art_28.2__para_4">
			<LidNummer>4.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" scope="Begrip">bouwwerk</IntRef> waarop het overgangsrecht voor bestaande bouwwerken in het tijdelijke deel van dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is, mag in stand worden gehouden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		  </Paragraaf>
		</Afdeling>
	      </Hoofdstuk>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_29__subchp_29.1">
	      <Nummer>MMMMMMM</Nummer>
	      <Wat>Afdeling 29.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Afdeling wId="gm0610_1-0__chp_29__subchp_29.1" eId="chp_29__subchp_29.1">
		<Kop>
		  <Label>Afdeling</Label>
		  <Nummer>29.1</Nummer>
		  <Opschrift>Bodem</Opschrift>
		</Kop>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_29__subchp_29.1__art_29.1" eId="chp_29__subchp_29.1__art_29.1">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>29.1</Nummer>
		    <Opschrift>Delegatie afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het college kan voor bedrijventerreinen binnen het '<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><IntIoRef wId="gm0610_6d563fc997f94898bc2136924823a4f4__ref_o_1" eId="chp_29__subchp_29.1__art_29.1__ref_o_1" ref="gm0610_0fc2f0fd82da464aaa899a4317af6091__ref_1">bodembeheergebied grond en baggerspecie</IntIoRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>' bepalen dat <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15">artikel 11.15</IntRef> niet van toepassing is.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
		<Artikel wId="gm0610_1-0__chp_29__subchp_29.1__art_29.2" eId="chp_29__subchp_29.1__art_29.2">
		  <Kop>
		    <Label>Artikel</Label>
		    <Nummer>29.2</Nummer>
		    <Opschrift>Delegatie locaties nazorg aanwijzen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het college kan de locatie '<VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst><IntIoRef wId="gm0610_065f9220c51e4d04b53cc82daf7f1288__ref_o_1" eId="chp_29__subchp_29.1__art_29.2__ref_o_1" ref="gm0610_dbda97a560114bddbb0bdf77f3613b3c__ref_1"><VerwijderdeTekst>locaties</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>Locaties</NieuweTekst> nazorg Omgevingswet</IntIoRef><VerwijderdeTekst> </VerwijderdeTekst>' wijzigen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Artikel>
	      </Afdeling>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__chp_23__art_23.1">
	      <Nummer>NNNNNNN</Nummer>
	      <Wat>Het opschrift van artikel 30.1   wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Artikel wId="gm0610_1-0__chp_23__art_23.1" eId="chp_30__art_30.1" renvooi:alleenKopKentJuridischeWijziging="true" xmlns:renvooi="https://standaarden.overheid.nl/renvooi/">
		<Kop>
		  <Label>Artikel</Label>
		  <Nummer>30.1<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Nummer>
		  <Opschrift>Citeertitel<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Dit <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" scope="Begrip">omgevingsplan</IntRef> wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Sliedrecht.</Al>
		</Inhoud>
	      </Artikel>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__cmp_I">
	      <Nummer>OOOOOOO</Nummer>
	      <Wat>Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Bijlage wId="gm0610_1-0__cmp_I" eId="cmp_I">
		<Kop>
		  <Label>Bijlage</Label>
		  <Nummer>I</Nummer>
		  <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1" eId="cmp_I__content_o_1">
		  <Inhoud>
		    <Begrippenlijst wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1">
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>aanbouw</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			<Term>aansluitafstand<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>achtererf</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>achtererfgebied</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het achtererfgebied zoals bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>achtererfgrens</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de van de weg afgekeerde grens van een perceel; indien er meerdere zijden van het perceel van de weg zijn afgekeerd wijst het bevoegd gezag een achterste erfgrens aan.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			<Term>Activiteitenbesluit-bedrijventerrein<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>ambulante handel</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de verkoop en het te koop aanbieden alsmede de uitstalling daarvan van waren aan consumenten buiten vestigingen onder ambulante handel wordt mede verstaan weekmarkten en standplaatsen buiten de markten, onder ambulante handel wordt niet verstaan het venten.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3_inst2" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3_inst2" wijzigactie="verwijder">
			<Term>asbestgevoelige locatie</Term>
			<Definitie>
			  <Al>openbare kinderspeelplaatsen, achtertuinen bij woningen, volks-/moestuinen, tuinen en verhardingen die horen bij een school en openbare plantsoenen in woonwijken;</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>ander ondergeschikt onderdeel van een gebouw</Term>
			<Definitie>
			  <Al>onderdeel van een gebouw die uitsluitend gerealiseerd wordt of gerealiseerd is bij een gebouw en daar zowel functioneel als naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			<Term>AS SIKB 2000<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07-02-2014, met wijzigingsblad van 10-02-2018<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>asbestgevoelige locatie</Term>
			<Definitie>
			  <Al>openbare kinderspeelplaatsen, achtertuinen bij woningen, volkstuinen, tuinen en verhardingen die horen bij een school en openbare plantsoenen in woonwijken .  </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bebouwing</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een of meer gebouwen en/of bouwwerken.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			<Term>bebouwingsgebied<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bebouwingsgrens</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een grens van een bouwperceel welke niet door bouwwerken mag worden overschreden.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bedrijf</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>begane grond</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de bouwlaag van een gebouw die ter hoogte van het maaiveld is gelegen waarop in de meeste gevallen de hoofdtoegang van het gebouw is gesitueerd en waaronder zich een kruipruimte kelder of souterrain kunnen bevinden.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>beroep of bedrijf aan huis</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een beroeps- of bedrijfsactiviteit, uitgeoefend door de hoofdbewoner, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publiekstrekkend zijn en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning grotendeels haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die past bij de woonfunctie.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>beschikken</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de bevoegdheid hebben om te beslissen over een boom, krachtens zakelijk recht (bijvoorbeeld eigendom) of krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid (bijvoorbeeld gemeentelijk groenbeheerder).</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bestaand bouwwerk</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een bouwwerk dat gebouwd is of mag worden op basis van een omgevingsvergunning, of een bouwwerk dat gebouwd is of mag worden volgens de geldende regels.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_20" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_19" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bestaand gebruik</Term>
			<Definitie>
			  <Al>gebruik dat plaats mag vinden op basis van een omgevingsvergunning of volgens de geldende regels.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_21" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_20" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>afstands- hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die zijn of mogen worden op basis van een omgevingsververgunning, of volgens de geldende regels.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_21" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bijbehorend bouwwerk</Term>
			<Definitie>
			  <Al>uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met dak.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_37" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_22" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bijzonder waardevolle boom</Term>
			<Definitie>
			  <Al>bijzondere beschermwaardige boom met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere ecologische, cultuurhistorische, landschappelijke of zeldzaamheidswaarde, die vermeld wordt op de lijst Bijzonder waardevolle bomen van Gemeente Sliedrecht.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_22" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_23">
			<Term>bindmiddelen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>niet-vormgegeven stoffen die aan de bodem worden toegevoegd met als resultaat dat samen met de in de bodem aanwezige grond een stabilisaat ontstaat, waaronder in ieder geval kalk, cement en gips<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_23" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_24">
			<Term>bodemfunctieklassen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de klassen die zijn vastgelegd in de bodemfunctiekaart. De meest actuele versie van de bodemfunctiekaart is te vinden via de website www.ozhz.nl<VerwijderdeTekst>/;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_24" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_25">
			<Term>bodemgevoelige locatie</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een bodemgevoelige locatie als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving in artikel 5.89h<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_25" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26">
			<Term>bodemkwaliteitsklassen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de klassen die zijn vastgelegd in de bodemkwaliteitskaarten. De meest actuele versie van de bodemkwaliteitskaarten is te vinden via de website www.ozhz.nl<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_26" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27">
			<Term>bodemonderzoek</Term>
			<Definitie>
			  <Al>onderzoeken als bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_28" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_28" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bomendeskundige</Term>
			<Definitie>
			  <Al>iemand met grote kennis bomen, aantoonbaar vanuit ervaring of via certificaten, zoals VCA, BVC of ETW.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_27" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_29" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bomeneffectanalyse</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_29" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>boom</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een houtig opgaand gewas, zowel levend als afgestorven, met één of meer stammen.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_30" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_31" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>boom in publiek eigendom</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een boom die staat op grond die eigendom is van een Nederlands overheidsorgaan of een woningbouwvereniging, voor zover die grond publiek toegankelijk is.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_31" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_32" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>boomstructuur</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een aantal bomen die in een samenhangende vorm geplant zijn, zoals een laan, bomenrij of boomgroep.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_32" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_33" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>boomwaarde</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de financiële waarde van een boom wordt getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen of met de meest recente Nederlandse versie van het programma i-Tree.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_33" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bouwen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>bouwen zoals bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_34" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bouwlaag</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_35" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_36" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bouwwerk</Term>
			<Definitie>
			  <Al>bouwwerk zoals bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_37" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bouwwerken bedoeld voor waterzuivering en waterberging</Term>
			<Definitie>
			  <Al>bouwwerken die nodig zijn voor een goede aan- en afvoer van water ten behoeve van waterberging of waterzuivering, zoals stuwen, inlaten, sluizen, dammen, duikers en gemalen.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>branchering van standplaatsen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>De gemeente Sliedrecht maakt bij de branchering onderscheid tussen food en non-food (deze lijst is niet volledig):</Al>
			  <Al>Food</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>Aardappelen, groente en fruit;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>Kaas en andere zuivelproducten;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_c" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_3">
			      <Al>Snacks, friet en ijs;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_d" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_4">
			      <Al>Vis en visproducten;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_e" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_5">
			      <Al>Brood, koek en banket;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_f" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_6">
			      <Al>Gebak en oliebollen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_g" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_7">
			      <Al>Snoepgoed;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_h" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_8">
			      <Al>Vlees en vleeswaren;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_i" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_9">
			      <Al>Wild en gevogelte;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_j" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_10">
			      <Al>Kruidenierswaren;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_1__item_k" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_1__item_o_11">
			      <Al>IJs.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Non-food</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_2" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_2">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_2__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_2__item_o_1">
			      <Al>Bloemen en planten;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_2__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_2__item_o_2">
			      <Al>Kleding en dergelijke;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_2__item_c" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_2__item_o_3">
			      <Al>Huishoudelijke artikelen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_2__item_d" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_2__item_o_4">
			      <Al>Drogisterij artikelen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_2__item_e" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_2__item_o_5">
			      <Al>Doe-het-zelf artikelen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_2__item_f" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_2__item_o_6">
			      <Al>Dierenbenodigdheden;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_2__item_g" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_2__item_o_7">
			      <Al>Posters en schilderijen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39__list_o_2__item_h" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_38__list_o_2__item_o_8">
			      <Al>Kerstbomen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_40" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_39">
			<Term>BRL SIKB 2000<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12-12-2013<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_41" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_40">
			<Term>BRL SIKB 7000<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19-06-2014, met wijzigingsblad van 12-02-2015<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_42" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_41" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>brutovloeroppervlak</Term>
			<Definitie>
			  <Al>bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in NEN 2580.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_43" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_42" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>BVC-cyclus</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de cyclus van regelmatige boomveiligheidscontroles, uitgevoerd door gecertificeerde BVC-controleurs.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_46" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_43">
			<Term>concentratiegebied geurhinder en veehouderij<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_44" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_44" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>cultuurhistorische waarde</Term>
			<Definitie>
			  <Al>belang in geschiedkundig opzicht, onder andere met betrekking tot het ontstaan van het gebied, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het occupatiepatroon en de bebouwing.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_45" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_45" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>cultuurhistorische waarde (boom/houtopstand)</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de waarde van een boom als overblijfsel van / of herinnering aan de ruimtelijke situatie zoals die op én rond de locatie van de boom 50 of meer jaren geleden was of de waarde van een boom als herdenkingsboom.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_47" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_46" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>dendrologische waarde</Term>
			<Definitie>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_47__list_o_3" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_46__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_47__list_o_3__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_46__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>van een gemeentelijk dan wel landelijk zeldzame soort;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_47__list_o_3__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_46__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>van wetenschappelijk belang, bijvoorbeeld een moederboom van een soort;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_47__list_o_3__item_c" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_46__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>met een bijzondere groeivorm als gevolg van natuurlijke oorzaken, bijvoorbeeld tweestammig, meerstammig.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_48" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_47" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>detailhandel</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_49" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_48" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>dienstverlening</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen. Seksinrichtingen worden hiertoe niet gerekend.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_50" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_49">
			<Term>distributienet voor warmte<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_51" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_50" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>dove gevel</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen als bedoeld in Bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_52" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_51" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>eerste bouwlaag</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een bouwlaag waarvan de vloer op gelijke of bij benadering gelijke hoogte als het peil ligt.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_52" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>erf</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het al dan niet bebouwde perceelsgedeelte, direct gelegen bij hoofdgebouw, ingericht ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>gebouw</Term>
			<Definitie>
			  <Al>elk bouwwerk, dat een voor een mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54">
			<Term>geurgevoelig object<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55__list_o_4" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55__list_o_4__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>gebouw:</Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55__list_o_4__item_a__list_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54__list_o_1__item_a__list_o_1">
				<Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55__list_o_4__item_a__list_o_1__item_i" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54__list_o_1__item_a__list_o_1__item_i">
				  <LiNummer>i.</LiNummer>
				  <Al>dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> ,</NieuweTekst> en<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>  </NieuweTekst></Al>
				</Li>
				<Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55__list_o_4__item_a__list_o_1__item_ii" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54__list_o_1__item_a__list_o_1__item_ii">
				  <LiNummer>ii.</LiNummer>
				  <Al>dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .</NieuweTekst> en</Al>
				</Li>
				<Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55__list_o_4__item_a__list_o_1__item_iii" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54__list_o_1__item_a__list_o_1__item_iii">
				  <LiNummer>iii.</LiNummer>
				  <Al>dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> ,</NieuweTekst> of</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55__list_o_4__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55">
			<Term>gezoneerd industrieterrein<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56">
			<Term>grondstabilisatie</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het stabiliseren van de bodem tot een stabilisaat als gevolg van de toevoeging van bindmiddelen aan de bodem<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_59" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57">
			<Term>
                                    <VerwijderdeTekst>grondwatergevoelige locatie</VerwijderdeTekst>
                                    <NieuweTekst>grondwatergevoelig gebouw</NieuweTekst>
                                 </Term>
			<Definitie>
			  <Al>een <VerwijderdeTekst>locatie</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>gebouw</NieuweTekst> als bedoeld in artikel <VerwijderdeTekst>7.28</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>7.27</NieuweTekst> van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_58">
			<Term>
                                    <VerwijderdeTekst>grondwatergevoelig gebouw</VerwijderdeTekst>
                                    <NieuweTekst>grondwatergevoelige locatie</NieuweTekst>
                                 </Term>
			<Definitie>
			  <Al>een <VerwijderdeTekst>gebouw</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>locatie</NieuweTekst> als bedoeld in artikel <VerwijderdeTekst>7.27</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>7.28</NieuweTekst> van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_60" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_59">
			<Term>grondwaterverontreiniging</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een verontreiniging als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV)<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_61" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_60" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>hakhout</Term>
			<Definitie>
			  <Al>loofboomstronk of - stobbe, met nieuw uitgroeiende takken, die in een meerjarige cyclus verwijderd of geoogst worden.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_62" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_61" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>Handel in volumineuze goederen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling zoals verkoop van auto`s, boten, caravans, tuininrichting artikelen, grove bouwmaterialen, keukens, meubels en woninginrichting en sanitair.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_62" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>herplantplicht</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de verplichting die het bevoegd gezag kan opleggen aan degene die over een boom mag beschikken om op of bij de locatie van een te vellen of gevelde boom één of meer vervangende bomen te planten.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>hoofdgebouw</Term>
			<Definitie>
			  <Al>gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkste is.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_63" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_64">
			<Term>hoogovenslak</Term>
			<Definitie>
			  <Al>slak die is vrijgekomen bij de bereiding van ruwijzer in een hoogoven<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_64" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>horeca</Term>
			<Definitie>
			  <Al>Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waarbij de volgende categorieën worden onderscheiden:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_64__list_o_5" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_64__list_o_5__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Horeca in horeca-categorie 1: hotel: een activiteit, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken daaraan ondergeschikt is;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_64__list_o_5__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Horeca in horeca-categorie 2: restaurant: een activiteit, die in hoofdzaak bestaat uit verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van dranken daaraan ondergeschikt is;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_64__list_o_5__item_c" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>Horeca in horeca-categorie 3: een horeca-activiteit die qua openingstijden vergelijkbaar is met detailhandelsactiviteiten, zoals een dagcafé, lunchroom, koffiehuis, koffieshop en ijssalon;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_64__list_o_5__item_d" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>Horeca in horeca-categorie 4: cafetaria: een activiteit, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van kleine eetwaren, niet zijnde maaltijden;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_64__list_o_5__item_e" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>Horeca in horeca-categorie 5: cafés, bars, avond- en nachtgelegenheid: een horeca-activiteit die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en/of het gelegenheid bieden voor dansen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_67" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_66" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>houtopstand</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een verzameling van meerdere bomen, boomvormers of andere houtige gewassen op één locatie.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_68" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_67" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>huishouden</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_70" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_68" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>in stand houden van een bouwwerk</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het uitvoeren van alle werkzaamheden die nodig zijn, zodat het bouwwerk zijn functie kan blijven vervullen.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_69" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_69" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>incidentele standplaats</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een tijdelijke standplaats die slechts af en toe en niet met regelmaat wordt ingenomen. Het gaat hier om verkoop of promotie van commerciële producten of diensten. Een incidentele standplaats kan voor één dag(deel) en maximaal drie aaneensluitende dagen worden ingenomen.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_71" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_70">
			<Term>ISO 11423-1<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_72" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_71" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>kandelaberen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het drastisch inkorten van de hoofdtakken van een boom, waarbij weinig of geen rekening gehouden wordt met de zijtakken en waarmee de kroon van de boom met tenminste 50% verkleind wordt.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_73" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_72" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>kantoor</Term>
			<Definitie>
			  <Al>Gebruiksfunctie voor administratie.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_74" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_73" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>kappen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het verwijderen van de bovengrondse delen van een boom, waarbij de stobbe en het wortelgestel intact blijven.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_74" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>knotboom</Term>
			<Definitie>
			  <Al>boom die op 1 tot 2,5 meter boven maaiveld is afgezaagd, met daarop nieuw uitgroeiende takken, die in een meerjarige cyclus verwijderd of geoogst worden.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75">
			<Term>landbouwhuisdieren met geuremissiefactor<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76__list_o_6" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76__list_o_6__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>varkens, kippen, schapen of geiten<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst> en</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76__list_o_6__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>als deze worden gehouden voor de vleesproductie:</Al>
			      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76__list_o_6__item_b__list_o_2" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75__list_o_1__item_b__list_o_1">
				<Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76__list_o_6__item_b__list_o_2__item_i" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75__list_o_1__item_b__list_o_1__item_i">
				  <LiNummer>
                                                   <VerwijderdeTekst>1</VerwijderdeTekst>
                                                   <NieuweTekst>i</NieuweTekst>.</LiNummer>
				  <Al>rundvee tot 24 maanden<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>,</NieuweTekst></Al>
				</Li>
				<Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76__list_o_6__item_b__list_o_2__item_ii" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75__list_o_1__item_b__list_o_1__item_ii">
				  <LiNummer>
                                                   <VerwijderdeTekst>2</VerwijderdeTekst>
                                                   <NieuweTekst>ii</NieuweTekst>.</LiNummer>
				  <Al>kalkoenen<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>,</NieuweTekst></Al>
				</Li>
				<Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76__list_o_6__item_b__list_o_2__item_iii" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75__list_o_1__item_b__list_o_1__item_iii">
				  <LiNummer>
                                                   <VerwijderdeTekst>3</VerwijderdeTekst>
                                                   <NieuweTekst>iii</NieuweTekst>.</LiNummer>
				  <Al>eenden<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>,</NieuweTekst> of</Al>
				</Li>
				<Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76__list_o_6__item_b__list_o_2__item_iv" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_75__list_o_1__item_b__list_o_1__item_iv">
				  <LiNummer>
                                                   <VerwijderdeTekst>4</VerwijderdeTekst>
                                                   <NieuweTekst>iv</NieuweTekst>.</LiNummer>
				  <Al>parelhoenders<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>.</NieuweTekst></Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_77" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_76">
			<Term>landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_78" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_77" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>landschappelijke waarde</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de visuele waarde van de boom als onderdeel van zijn omgeving, vaak in samenhang met andere landschapselementen, zoals andere groenelementen, wegen, open water en gebouwen. De boom kan bijvoorbeeld een landschapsstructuur (b.v. weg of waterloop) accentueren, onderdeel zijn van een boomstructuur of een herkenningspunt zijn in het landschap.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_79" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_78">
			<Term>LD-staalslak</Term>
			<Definitie>
			  <Al>slak die vrijkomt bij de bereiding van staal volgens de methode van Linz-Donawitz<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_80" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_79" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>leiboom</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een boom waarvan de takken in een bepaalde richting geleid worden. De boom wordt jaarlijks teruggesnoeid tot op de hoofdtakken.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_81" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_80" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>lokaal verzorgingsgebied</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het geografische gebied dat bestaat uit de gemeente Sliedrecht en de direct aangrenzende gemeenten waarin het merendeel van de gebruikers van een voorziening woonachtig is.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_81" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>maatschappelijke functie</Term>
			<Definitie>
			  <Al>voorziening op het gebied van onderwijs, religie, cultuur, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening, of een daarmee vergelijkbare voorziening.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_84" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_82">
			<Term>metaalslakken</Term>
			<Definitie>
			  <Al>metaalslakken zoals hoogovenslak, fosforslak, gieterijslak, koperslak of LD-staalslak<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_83" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_83" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>natuurwaarde</Term>
			<Definitie>
			  <Al>gebruikswaarde van de boom voor diverse Nederlandse planten- en diersoorten, zoals voortplantingslocatie, (winter-)verblijfplaats, foerageergelegenheid, zaadbron (genetische waarde) of als onderdeel van een ecologische verbinding.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_85" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_84">
			<Term>NEN 5725<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_86" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_85">
			<Term>NEN 5740<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_87" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_86">
			<Term>NEN 6090<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_89" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_87">
			<Term>NEN 6578</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>.</NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_88" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_88">
			<Term>NEN 6589<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_90" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_89">
			<Term>NEN 6600-1<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_91" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_90">
			<Term>NEN 6965<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_92" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_91">
			<Term>NEN 6966<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_93" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_92">
			<Term>NEN-EN 858-1/A1</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_94" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_93">
			<Term>NEN-EN 858-2</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_95" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_94">
			<Term>NEN-EN 872</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN 872:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen - Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_96" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_95">
			<Term>NEN-EN 1825-1</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_97" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_96">
			<Term>NEN-EN 1825-2</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_98" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_97">
			<Term>NEN-EN 12566-1<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_99" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_98">
			<Term>NEN-EN 12673<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_100" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_99">
			<Term>NEN-EN 16693<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN 16693:2015: Water - Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_101" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_100">
			<Term>NEN-EN-ISO 2813</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_102" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_101">
			<Term>NEN-EN-ISO 5667-3</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_103" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_102">
			<Term>NEN-EN-ISO 5815-1</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_104" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_103">
			<Term>NEN-EN-ISO 5815-2</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_105" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_104">
			<Term>NEN-EN-ISO 9377-2</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_106" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_105">
			<Term>NEN-EN-ISO 9562</Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_107" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_106">
			<Term>NEN-EN-ISO 10301<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_108" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_107">
			<Term>NEN-EN-ISO 10523<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 10523:2012: Water - Bepaling van de pH, versie 2012<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_109" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_108">
			<Term>NEN-EN-ISO 11885<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_110" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_109">
			<Term>NEN-EN-ISO 12846<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_111" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_110">
			<Term>NEN-EN-ISO 14403-1<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_112" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_111">
			<Term>NEN-EN-ISO 14403-2<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_113" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_112">
			<Term>NEN-EN-ISO 15587-1<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_114" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_113">
			<Term>NEN-EN-ISO 15587-2<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_115" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_114">
			<Term>NEN-EN-ISO 15680<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 15680:2003: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_116" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_115">
			<Term>NEN-EN-ISO 15682<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_117" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_116">
			<Term>NEN-EN-ISO 15913<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_118" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_117">
			<Term>NEN-EN-ISO 17294-2<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_119" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_118">
			<Term>NEN-EN-ISO 17852<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_120" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_119">
			<Term>NEN-EN-ISO 17993<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_121" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_120">
			<Term>NEN-ISO 15705<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_122" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_121">
			<Term>NEN-ISO 15923-1<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_123" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_122" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>nieuw bouwplan</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een bouwplan waar op grond van dit omgevingsplan of in afwijking van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning voor verleend moet worden voordat bouwwerken gebouwd mogen worden.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_124" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_123" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>nieuw gebouw</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een gebouw dat nog niet daadwerkelijk gebouwd is, waarbij het niet van belang is of het gebouw mag worden gebouwd op basis van een omgevingsvergunning of volgens de geldende regels.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_124" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>nutsvoorziening</Term>
			<Definitie>
			  <Al>Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_125" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>omgevingsplan</Term>
			<Definitie>
			  <Al>omgevingsplan gemeente Sliedrecht.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_126" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_126" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>ondergeschikte detailhandel</Term>
			<Definitie>
			  <Al>detailhandel waarbij de detailhandelsactiviteit uitsluitend is of wordt gerealiseerd binnen een andere planologische gebruiksactiviteit, daar functioneel ondergeschikt aan is en waarbij de detailhandelsactiviteit niet meer dan 30% van het brutovloeroppervlak beslaat.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_127" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_127" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>ondergeschikte zaalhuur</Term>
			<Definitie>
			  <Al>niet-zelfstandige zaalhuur, die uitsluitend wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar zowel functioneel als naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_128" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_128" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>onzelfstandige woonruimte</Term>
			<Definitie>
			  <Al>woonruimte, die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_129" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_129" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>rooien</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het volledig verwijderen van een boom, met inbegrip van de ondergrondse delen: de stobbe en evt. het wortelgestel.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_130" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_130" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>rooilijn</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de grens tussen de openbare weg en de aangrenzende eigendommen.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_131" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_131" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>seizoensgebonden standplaats</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een locatie die door de vergunninghouder wordt ingenomen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_131__list_o_7" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_131__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_131__list_o_7__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_131__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>in een vooraf (in de omgevingsvergunning) toegewezen periode van het seizoen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_131__list_o_7__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_131__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>van waaruit seizoensgebonden producten worden verkocht; en</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_131__list_o_7__item_c" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_131__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>voor maximaal 15 kalenderjaren;</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>De seizoensgebonden standplaats telt niet mee voor de branchering.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_132" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_132" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>stamomtrek boom</Term>
			<Definitie>
			  <Al>De omtrek van de stam, uitgedrukt in centimeters, gemeten met een meetband op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65_inst2" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_65_inst2" wijzigactie="verwijder">
			<Term>standaardbodem</Term>
			<Definitie>
			  <Al>standaardbodem als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit 2022, bijlage GII</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_133" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_133" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>standplaats</Term>
			<Definitie>
			  <Al>Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel, waaronder niet wordt verstaan:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_133__list_o_8" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_133__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_133__list_o_8__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_133__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_133__list_o_8__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_133__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening Sliedrecht 2022 en iedere vastgestelde opvolger die ervoor in de plaats komt.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134">
			<Term>straatpeil<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134__list_o_9" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134__list_o_9__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134__list_o_9__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_134__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_135" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_135" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>supermarkt</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een detailhandelsactiviteit in een winkel met een minimale brutovloeroppervlak van 500 m<sup>2</sup> gericht op de dagelijkse artikelensector (levensmiddelen), niet zijnde kleinschalige speciaalzaken.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_136" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_136">
			<Term>toepassingszones</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de zones die zijn vastgelegd in de toepassingskaart, dit is een combinatie van bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctiekaarten. De meest actuele versie van de toepassingskaart is te vinden via de website www.ozhz.nl<VerwijderdeTekst>/;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst>  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>vaste standplaats</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een vaste locatie verstaan die door de vergunninghouder wordt ingenomen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137__list_o_10" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137__list_o_10__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>op een vooraf (in de omgevingsvergunning) toegewezen dag met een wekelijkse of maandelijkse regelmaat, uitgezonderd 6 weken (waarvan maximaal 4 weken aaneengesloten) vakantie per jaar;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137__list_o_10__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>voor een maximum van twee dagen per week;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137__list_o_10__item_c" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>structureel, dus het gehele jaar door is toegestaan; en</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137__list_o_10__item_d" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_137__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>voor maximaal 15 kalenderjaren.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Van het maximum van twee dagen per week kan worden afgeweken als er voor de betreffende locatie geen concurrerende omgevingsvergunningsaanvragen zijn ontvangen of als de vaste standplaats op privéterrein ligt.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>vellen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>onder de definitie van vellen vallen de volgende handelingen:</Al>
			  <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_11" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_11__item_a" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>rooien;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_11__item_b" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>kappen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_11__item_c" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>verplanten;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_11__item_d" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_1__item_d">
			      <LiNummer>d.</LiNummer>
			      <Al>het snoeien van meer dan 20% van de kroon en/of het wortelgestel, met inbegrip van eenmalig kandelaberen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_11__item_e" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_138__list_o_1__item_e">
			      <LiNummer>e.</LiNummer>
			      <Al>het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van een boom tot gevolg kunnen hebben.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_139" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_139" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>verbouw</Term>
			<Definitie>
			  <Al>verbouwen als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_140" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_140" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>verplanten</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het levend verplaatsen van een volledige boom, inclusief het wortelgestel, met als doel dat de boom op de nieuwe locatie verder groeit.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_141" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_141" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>vervangende nieuwbouw</Term>
			<Definitie>
			  <Al>nieuwbouw van woningen als gevolg van recente sloop, met dien verstande dat de situering in hoofdzaak onveranderd blijft.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_142" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_142" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>verzorgingsgebied</Term>
			<Definitie>
			  <Al>Een gebied tot waar mensen naar een bepaalde voorziening toereizen.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_143" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_143">
			<Term>volks-/moestuin</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een perceel grond dat geen deel uitmaakt van de grond waarop de woning van de gebruiker staat, waarop de gebruiker gewassen kweekt voor eigen gebruik<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_144" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_144" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>voorgevellijn</Term>
			<Definitie>
			  <Al>lijn die per bouwperceel wordt bepaald door de gevel van het gebouw die het dichtste bij de weg of de langzaam verkeersroute ligt.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_145" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_145" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>waarde voor het milieu</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de waarde van de boom voor verbetering van de leefomstandigheden voor mens en dier in zijn omgeving, zoals beschaduwing, windbreking, vasthouden van water, regeling luchtvochtigheid, geluidsdemping en afvanging van fijn stof.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_146" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_146" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>waarde voor recreatie en leefbaarheid</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de bijdrage die de boom levert aan een omgeving die mensen stimuleert om naar buiten te gaan en/of die het welzijn van mensen verhoogt.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_147" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_147">
			<Term>warmteplan<VerwijderdeTekst>  </VerwijderdeTekst></Term>
			<Definitie>
			  <Al>besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen<VerwijderdeTekst>;</VerwijderdeTekst><NieuweTekst> .  </NieuweTekst></Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_148" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_148" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>welstandsbeleid</Term>
			<Definitie>
			  <Al>Het document ‘Welstand Sliedrecht 2011’, gewijzigd in oktober 2013, en iedere vastgestelde opvolger die in de plaats van dit document komt.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_149" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_149" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>werkingsgebied</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een geografisch gebied, gekaderd en gedefinieerd door een set coördinaten waarop regels van toepassing zijn.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_150" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_150" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>wijziging van gebruiksactiviteit</Term>
			<Definitie>
			  <Al>Het veranderen van het toegelaten gebruik op een locatie, als bedoeld in hoofdstuk 5 van dit omgevingsplan.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_151" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_151" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>wonen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het houden van verblijf, het verhuren en tevens (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een huis/ woning, evenwel met uitzondering van woonvormen met een maatschappelijk karakter met intensieve begeleiding, met dien verstande dat kamerverhuur in een pand beperkt is en blijft tot maximaal 4 personen.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_152" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_152" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>woongebouw (gestapelde woningen)</Term>
			<Definitie>
			  <Al>Een woongebouw bestaat uit woningen die geheel of gedeeltelijk boven of onder een andere woning is gelegen met dien verstande dat ook een gestapelde woning rechtstreeks toegankelijk op het straatniveau kan zijn en waarvan een van de bouwlagen aansluit op het maaiveld.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_153" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_153" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>zaalhuur</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het al dan niet bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie, waarbij het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of drank voor consumptie ter plaatse mogelijk is.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_154" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_154" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>zelfstandige woning</Term>
			<Definitie>
			  <Al>woonruimte die een eigen toegang heeft en door een huishouden kan worden bewoond zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_156" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_155" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>zijerf</Term>
			<Definitie>
			  <Al>het bij een gebouw behorende erf, dat is gelegen naast de zijgevellijn van dat gebouw.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_155" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_156" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>zijerfgrens</Term>
			<Definitie>
			  <Al>de kadastrale grens van een perceel tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_157" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_157" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>zijgevel</Term>
			<Definitie>
			  <Al>De zijgevel links of rechts, meestal haaks op de voorgevel, zoals deze bij de bouw is gerealiseerd en grenzend aan het zijerf.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_158" eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_158" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>zijgevellijn</Term>
			<Definitie>
			  <Al>een lijn, welke zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de zijgevels van de hoofdgebouwen.</Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		    </Begrippenlijst>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Bijlage>
	    </Vervang>
	    <Vervang wat="gm0610_1-0__cmp_II">
	      <Nummer>PPPPPPP</Nummer>
	      <Wat>Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <Bijlage wId="gm0610_1-0__cmp_II" eId="cmp_II">
		<Kop>
		  <Label>Bijlage</Label>
		  <Nummer>II</Nummer>
		  <Opschrift>Overzicht Informatieobjecten</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst wId="gm0610_1-0__cmp_II__content_o_1" eId="cmp_II__content_o_1">
		  <Inhoud>
		    <Begrippenlijst wId="gm0610_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1">
		      <Begrip wId="gm0610_8123b405e4fe428f86ac7cbecf2c667e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bedrijf</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_0d3ef294787f4ad6a93e4570368dff64__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_bd85d25ca9c849898d28498f8434e685/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_bd85d25ca9c849898d28498f8434e685/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_df4a707911364204bcf17a0697327c50__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>beperkingengebied - dijk - 1</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_f8ac8803acd9498dbee97f5764938741__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_5dc72d4f8e344320be9798052546bf7a/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_5dc72d4f8e344320be9798052546bf7a/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_44055d7478184d7ebe4f28010a957fff__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>beperkingengebied archeologie</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_bebb8d1cdd5e469aaa44c8852a93ff9c__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_9c2f3eda2785436585b4cb5710ecacd0/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_9c2f3eda2785436585b4cb5710ecacd0/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_a80fb2c4524f4ebc92294a4c1de56263__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>beperkingengebied waterkering</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_1b81f9e146774e8e8e5f8b6894c7a22e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d3130945bbc14f0e974bb14d2fc79374/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d3130945bbc14f0e974bb14d2fc79374/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_dea985ad19cd4715a41000741f197bf3__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>Bijlage OER beoordeling OP 1.0.pdf</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_52bdb25ab9454ca5a0bc870b0d721850__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/Bijlage_OER_beoordeling_OP_1_0/nld@2026-01-28;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/Bijlage_OER_beoordeling_OP_1_0/nld@2026-01-28;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1_inst2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1_inst2" wijzigactie="verwijder">
			<Term>Bodembeheergebied grond en baggerspecie</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1_inst2__ref_o_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1_inst2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2024/Bodembeheergebied_grond_en_baggerspecie/nld@2025-07-14;10002" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2024/Bodembeheergebied_grond_en_baggerspecie/nld@2025-07-14;10002</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_43616ebdd0da48ebbcc1abeb2b6ffeda__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>bodembeheergebied grond en baggerspecie</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_0fc2f0fd82da464aaa899a4317af6091__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_5f0e02afcabf4a35940b4137aba7ca09/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_5f0e02afcabf4a35940b4137aba7ca09/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_8a2f2d3b75d84f73b81846cc1a342c30__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_7" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_7" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>detailhandel</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_3ff0671f11aa4e5bb3675d054e00d51e__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_f56b949d8aca46489b81370338d2b80e/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_f56b949d8aca46489b81370338d2b80e/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_5978ce52edb840079871f7054e7b2798__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_8" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_8" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>detailhandel - begane grond</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_89ce3c51536e45d0abefc2a6db1fca7f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_8c934ccd43804227878b1c229cbb0e59/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_8c934ccd43804227878b1c229cbb0e59/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_3395c5485b1b4becb12f2b9e86efca68__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_9" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_9" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>dienstverlening</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_37a7ae7e167d44bda68c7d6a9c049bf8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_9c89b6da7fd748cabeca9e265a99932b/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_9c89b6da7fd748cabeca9e265a99932b/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_26098e8b4ba240f9bd3c7ad62d49b0db__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_10" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_10" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>dienstverlening - begane grond</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_31dba925afee4f85b789f11c2c12e6f5__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_c4c382db0a4f46aba689aa29175520f4/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_c4c382db0a4f46aba689aa29175520f4/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_7c1afe5f3036465b8232578f8b6f122e__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>gebied</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_36d0c9b751664d30bf7f7ba604995867__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_997f456f82f842a1974375e51bad2f1c/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_997f456f82f842a1974375e51bad2f1c/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_e6114d2d2bbd4a748f973edf7bb410be__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>groen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_54da78a7598145939c275f734a5b07db__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_c140fe2a8f11413dbeda57e7e88d91e8/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_c140fe2a8f11413dbeda57e7e88d91e8/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_0525c97c0a6c40638baab2d5d27a57f9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>horeca-categorie 2</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_e79929614772497dbf1fef6fca69faa3__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_04d91d8019e44fc88d6beb2357d0f4cb/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_04d91d8019e44fc88d6beb2357d0f4cb/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_16061f38ce054d23a2fe416363695c67__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>horeca-categorie 3</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_eb880f0b4bba43bb8941590abdac2709__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_0b28ae374da440c986164148d86c7cfb/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_0b28ae374da440c986164148d86c7cfb/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_7b5263f7a75542d38b274202d31fcc0c__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_15" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_15" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>horeca-categorie 4</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_4d63cab266c4484c91527f7ccc49425f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_1e18b66415344dc4a51492f233faa966/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_1e18b66415344dc4a51492f233faa966/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_64094a9c3a7e471fbd07331665215078__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>horeca-categorie 5</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_c749b56a85bf4d599a1fb252b1f7dc06__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_3f0e7ed8da264cbab0c2de52757f9e8c/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_3f0e7ed8da264cbab0c2de52757f9e8c/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_7d919eedd92049c8b051f53cb87f6251__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>horeca-categorie 5 - eerste verdieping</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_205a90c29257471f94e8013213b36ebb__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_36a98b4c19164b34a797270a3d9694ab/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_36a98b4c19164b34a797270a3d9694ab/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_629416bc925d4840b7b80801f11f5110__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>kantoren</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_d7e70b4ad4ab41f689606f70d7291e5f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d1b33985683d4111862877c7e56e2bb2/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d1b33985683d4111862877c7e56e2bb2/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_07dab235a7304a099a0af623fdece60b__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_19" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_19" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>kantoren - begane grond</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_0866282cde604e1d99b01e5b70e315a5__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_9d24c47276f54b8389777724d684c394/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_9d24c47276f54b8389777724d684c394/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_e17000e3214045f9aeb9317982e5f6b0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_20" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_20" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>kernwinkelgebied</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_d26a5e9f05f640feb22342b30cfb33bd__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_20__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_70cabd4aecbe4f099c033c90b2f5d505/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_70cabd4aecbe4f099c033c90b2f5d505/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_6eb1e75d1ffc47cea162b894f65d47e7__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_21" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_21">
			<Term>Locaties nazorg Omgevingswet</Term>
			<Definitie>
			  <Al wijzigactie="verwijder">
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_1-0__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1_inst2" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1_inst2" ref="/join/id/regdata/gm0610/2024/Locaties_nazorg_Omgevingswet/nld@2025-07-14;10002" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2024/Locaties_nazorg_Omgevingswet/nld@2025-07-14;10002</ExtIoRef>
                                    </Al>
			  <Al wijzigactie="voegtoe">
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_dbda97a560114bddbb0bdf77f3613b3c__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_21__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_e88b423d414e43089b02f05be9413b4c/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_e88b423d414e43089b02f05be9413b4c/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_fa9487e4f7bd4fd8b438673f05a49a43__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_22" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_22" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>maatschappelijk</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_abd68f61a9714e1abb17481bf279849a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_22__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_6d2a4436956c4b6b99d5675dd70689f6/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_6d2a4436956c4b6b99d5675dd70689f6/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_d672ad9ec39845f4bed08858f38173f7__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_23" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_23" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>maatschappelijk - onderwijs</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_ddfc6ecce0524906ac389d4e5e043572__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_23__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_62ba17e3546949778114941bbf5ecc72/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_62ba17e3546949778114941bbf5ecc72/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_b9a5b5173b494d159385ebcec409d47a__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_24" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_24" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>maatschappelijk - sportzaal</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_51a1afdf2f77412abde117dd8cad37a9__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_24__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d82c1309e38847d0a63cde571af7c02c/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d82c1309e38847d0a63cde571af7c02c/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_23be8916a2c04209bcfd0d7511e1fe37__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_25" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_25" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>maatschappelijk - zorg</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_e13335ab168f4029922b02cdbd08f7a3__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_25__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_83f13a572eae4653b67698a6ab798090/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_83f13a572eae4653b67698a6ab798090/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_d7848b7e445a419c8229b6c19f6f0857__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_26" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_26" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>maatschappelijk - zorg op begane grond</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_e2bd5960d8604bda99e7ceb782990063__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_26__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_15768ac04afc494d83977ffade0d977a/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_15768ac04afc494d83977ffade0d977a/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_3ff1204aaaac4ef19f30dc47f746121f__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_27" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_27" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>maximum bebouwingspercentage</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_d541e2e45f1049edb2d810a113f46f26__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_27__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_6cdb4f55133b410295f19f4e14c82772/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_6cdb4f55133b410295f19f4e14c82772/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_7870d95552fd4efc9517addfe50dc743__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_28" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_28" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>maximum bouwhoogte</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_60f472fb655b4cf0baddb926c9117582__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_28__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_0b0fb15731674542b56380b12fd85ea8/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_0b0fb15731674542b56380b12fd85ea8/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_d2b85fc9f13347f9afe3a6b7476e31b6__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_29" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_29" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>Motivering wijziging omgevingsplan OP 1.0.pdf</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_130be23e45064109a3ce852086518a22__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_29__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/Motivering_wijziging_omgevingsplan_OP_1_0/nld@2026-01-28;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/Motivering_wijziging_omgevingsplan_OP_1_0/nld@2026-01-28;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_20d0570f0d9d4b559169e959b9be1ab4__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_30" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_30" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>nieuwe</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_8d65bd262abc4e869a09533d027b2ba4__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_30__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_dd9437687cf349fab9fbd511522a7b91/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_dd9437687cf349fab9fbd511522a7b91/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_8b1df398fdb44303af96c9424bdb36b3__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_31" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_31" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>nutsvoorziening</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_f8ced4fdde77414985ce9d9c92176e7a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_31__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_38bdff3bb6364e6b924ed5f88ab09a47/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_38bdff3bb6364e6b924ed5f88ab09a47/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_c9c8172750d44dec9cd490ed235c9835__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_32" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_32" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>ondergeschikte zaalhuur</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_2948e09d265f4beaad15660e140c7324__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_32__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_50e1d4c4d9d04f0ab614fd5503e2124c/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_50e1d4c4d9d04f0ab614fd5503e2124c/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_d0fc7a4efc744fc3b72ecfe7708bd48a__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_33" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_33" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>schil kernwinkelgebied</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_4afa4b11116e4e11858c13c0f81c467b__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_33__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_89bcb23f09914826b2cfed3df5bb9f35/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_89bcb23f09914826b2cfed3df5bb9f35/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_04191de57549421db3c13afe9f4c5b10__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_34" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_34" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>standplaats</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_b3f87dbc60ea41b3aaa7a60338b8e689__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_34__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d5367e2163c847a3977b869768989850/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_d5367e2163c847a3977b869768989850/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_41a991401a0b4e2ea76f80b067591ba9__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_35" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_35" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>supermarkt</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_e1c874320bdb46a997b20e16d8a4f49d__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_35__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_df6bb5be31af44cea419b1ca1f01f509/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_df6bb5be31af44cea419b1ca1f01f509/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_f7ea7f07f0384dc2bb67a7e21259c239__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_36" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_36" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>terrassen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_a49d7ac6bcb143babadf5f3e12dcb1e8__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_36__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_179e7e3441ef4724b5e4e39fd7d911f3/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_179e7e3441ef4724b5e4e39fd7d911f3/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_b92e249147b843479fee6fabf25e44df__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_37" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_37" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>verkeer</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_0b387c09390543979d0b5a2a0069f577__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_37__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_bd9505f4844848f7bb819e6b9dca4cce/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_bd9505f4844848f7bb819e6b9dca4cce/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_2db11505fbd14f58b083ef32b7c90aad__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_38" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_38" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>volumineuze detailhandel</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_37b0d12a0ad440a5a397a62e49ec8cab__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_38__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_7dba8ac89ea340a4bdc9f324faa43274/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_7dba8ac89ea340a4bdc9f324faa43274/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_eac47bd6ab084097aecf16f8db53ac18__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_39" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_39" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>water</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_dfe10cb07eea4e79aae36e8fe09cdd5f__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_39__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_0dab14f16edb4ed3949ebb017f255d15/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_0dab14f16edb4ed3949ebb017f255d15/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_fa1347a6cca4412e933fea234f3a45e4__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_40" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_40" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>wonen</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_edfae355ca5544e9adfea395efb4c32a__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_40__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_07c8ec7b2a334da193c18e562e5dc5e3/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_07c8ec7b2a334da193c18e562e5dc5e3/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		      <Begrip wId="gm0610_7c6f67eb68a3476c903ea10374b1ef54__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_41" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_41" wijzigactie="voegtoe">
			<Term>wonen op verdieping</Term>
			<Definitie>
			  <Al>
                                       <ExtIoRef wId="gm0610_9116e72d81364bda838a0126162fa4fc__ref_1" eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_41__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_8584bf91a97c4a6492166c57f231f3f9/nld@2026-01-26;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:ogc="http://www.opengis.net/ogc" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:se="http://www.opengis.net/se" xmlns:geo="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/geo/" xmlns:xs="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">/join/id/regdata/gm0610/2026/locatiegroep_8584bf91a97c4a6492166c57f231f3f9/nld@2026-01-26;1</ExtIoRef>
                                    </Al>
			</Definitie>
		      </Begrip>
		    </Begrippenlijst>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Bijlage>
	    </Vervang>
	    <VoegToe positie="volgtOp" context="gm0610_1-0__cmp_II">
	      <Nummer>QQQQQQQ</Nummer>
	      <Wat>Na bijlage II wordt een bijlage ingevoegd, luidende:</Wat>
	      <Bijlage wId="gm0610_63c4bfb45520496b85c14b58c101de98__cmp_C" eId="cmp_III">
		<Kop>
		  <Label>Bijlage</Label>
		  <Nummer>III</Nummer>
		  <Opschrift>Overzicht PDF bijlagen</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst wId="gm0610_c91f3a48cc3b4561861daa9620b58a37__cmp_C__content_o_1" eId="cmp_III__content_o_1">
		  <Inhoud>
		    <Al>
                              <IntIoRef wId="gm0610_b97dd3a409bb4dbd8117862d240ce567__ref_o_1" eId="cmp_III__content_o_1__ref_o_1" ref="gm0610_52bdb25ab9454ca5a0bc870b0d721850__ref_1">Bijlage OER beoordeling OP 1.0.pdf</IntIoRef>
                           </Al>
		    <Al>
                              <IntIoRef wId="gm0610_b0e0e599d7e3429fbae77b9284a17bb9__ref_o_1" eId="cmp_III__content_o_1__ref_o_1_inst1" ref="gm0610_130be23e45064109a3ce852086518a22__ref_1">Motivering wijziging omgevingsplan OP 1.0.pdf</IntIoRef>
                           </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Bijlage>
	    </VoegToe>
	    <Vervang wat="artrecital">
	      <Nummer>RRRRRRR</Nummer>
	      <Wat>Artikelsgewijze toelichting wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:</Wat>
	      <ArtikelgewijzeToelichting wId="artrecital" eId="artrecital">
		<Kop>
		  <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_291" eId="artrecital__div_o_291_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_291__content_291" eId="artrecital__div_o_291_inst2__content_291">
		    <Inhoud>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB's geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22. <br/> Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor <IntRef ref="chp_22" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 22</IntRef> nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB's en de Omgevingsregeling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_292" eId="artrecital__div_o_292_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.1 Oogmerken bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_292__content_292" eId="artrecital__div_o_292_inst2__content_292">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan welk oogmerk, oftewel aan welk(e) doel(en) de regels voor de activiteit toepassen van grond of baggerspecie moeten bijdragen. Achter het oogmerk zit een afweging tussen het zoveel mogelijk hergebruiken van primaire grondstoffen en het beschermen van de bodemkwaliteit op gebiedsniveau. Bij duurzaam bodembeheer wordt gestreefd naar een balans tussen de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én ruimte voor maatschappelijke ontwikkelingen. Doel is het mogelijk maken van ontwikkelingen zonder de bodem (onevenredig) te schaden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_293" eId="artrecital__div_o_293_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.2 Maatwerkvoorschriften bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_293__content_293" eId="artrecital__div_o_293_inst2__content_293">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan dat maatwerk mogelijk is op de regels in dit hoofdstuk.</Al>
		      <Al>In dit artikel is vastgelegd dat het bevoegd gezag een maatwerkvoorschrift kan opstellen of een verzoek tot maatwerkvoorschrift door een initiatiefnemer gedaan kan worden. Een maatwerkvoorschrift is vergelijkbaar met een vergunningvoorschrift. Het is een apart besluit waarin in specifieke gevallen specifieke regels worden gesteld (vaak voor onvoorziene lokale omstandigheden) in aanvulling of afwijking van de algemene regel.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_294" eId="artrecital__div_o_294_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.3 Aanwijzing bodembeheergebied met bijbehorende bodemkwaliteitskaarten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_294__content_294" eId="artrecital__div_o_294_inst2__content_294">
		    <Inhoud>
		      <Al>In het omgevingsplan moet de geometrische begrenzing van het aangewezen bodembeheergebied worden vastgesteld. Deze regel vervangt de regel in het voormalige Besluit Bodemkwaliteit (art. 44 om specifiek te zijn). Het bodembeheergebied betreft hier de 10 gemeenten van Zuid-Holland Zuid. De bodemkwaliteitskaarten en toepassingskaarten zijn te raadplegen op: https://geo.ozhz.nl/?@Bodemkwaliteitskaart</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_295" eId="artrecital__div_o_295_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.4 Aanwijzing bodemfunctieklassen binnen bodembeheergebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_295__content_295" eId="artrecital__div_o_295_inst2__content_295">
		    <Inhoud>
		      <Al>In het omgevingsplan moet de gemeente de landbodem van het grondgebied indelen in bodemfunctieklassen. De landbodem wordt ingedeeld in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie. Bij de indeling in bodemfunctieklassen wordt rekening gehouden met de functie die in het omgevingsplan aan de locatie is toegedeeld. Deze regel vervangt de regel in het voormalige Besluit Bodemkwaliteit (art. 55 om specifiek te zijn). De bodemfunctiekaart is te raadplegen op: https://geo.ozhz.nl/?@Bodemkwaliteitskaart</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_296" eId="artrecital__div_o_296_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.5 Toepassingsbereik toepassen van grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_296__content_296" eId="artrecital__div_o_296_inst2__content_296">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan over welke activiteit de regels in deze paragraaf gaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_297" eId="artrecital__div_o_297_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.6 Oogmerken toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_297__content_297" eId="artrecital__div_o_297_inst2__content_297">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef></Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_298" eId="artrecital__div_o_298_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.7 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen thermisch gereinigde grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_298__content_298" eId="artrecital__div_o_298_inst2__content_298">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bepaalt dat voor het toepassen van thermische gereinigde grond een vergunningplicht geldt. Voor het toepassen van deze bouwstoffen moet eerst een omgevingsvergunning aangevraagd worden om het te kunnen toepassen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_299" eId="artrecital__div_o_299_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.8 Aanvraagvereisten vergunning thermisch gereinigde grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_299__content_299" eId="artrecital__div_o_299_inst2__content_299">
		    <Inhoud>
		      <Al>De aanvraagvereisten zijn nodig bij het beoordelen, opstellen en afgeven van een omgevingsvergunning. De gegevens zijn ook nodig voor het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken door het bevoegd gezag.</Al>
		      <Al>In lid a en b wordt gevraagd om de verwachte begintijd van de activiteit en een planning hiervan. De planning wordt mede gevraagd om te beoordelen of aan de zorgplicht wordt voldaan. Bijvoorbeeld een lange tussentijdse opslag van de thermisch gereinigde grond voordat deze wordt toegepast/verwerkt in het werk (als gevolg van bijvoorbeeld een zomervakantie) kan onnodige risico's voor het milieu opleveren.</Al>
		      <Al>Met de gegevens gevraagd in lid c kan mede gecontroleerd worden of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		      <Al>In lid d wordt gevraagd om de ligging, omvang en locatietekeningen van het toe te passen materiaal. Op basis hiervan bijvoorbeeld worden beoordeeld of de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte. Daarnaast kan de ligging op basis hiervan ook worden geregistreerd.</Al>
		      <Al>Aan de hand van de leden e, f en g kan beoordeeld worden of het materiaal in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Uit de gevraagde beschrijving moet blijken dat vooraf nagedacht is over de invulling van de zorgplicht tijdens het werk. Voor bijvoorbeeld de kritische aspecten, zoals stofvorming, contact materiaal met water en beïnvloedding oppervlaktewater, dient aangegeven te worden hoe hier in de aanlegfase mee omgegaan wordt.</Al>
		      <Al>Op basis van de in lid h en i opgegeven toepassingshoogte kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de eis dat de toepassing vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) liggen en niet in contact komen met het grond- en oppervlaktewater.</Al>
		      <Al>De leden j, k en l geven inzicht in wie verantwoordelijk is tijdens de aanlegfase, gebruiksfase en buiten gebruik stelling van het werk. Deze gegevens zijn nodig voor vergunningverlening, toezicht en eventuele handhaving.</Al>
		      <Al>Met de gegevens uit de leden kunnen verder ook de nog niet benoemde aspecten uit de beoordelingsregels worden beoordeeld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_300" eId="artrecital__div_o_300_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.9 Beoordelingsregels thermisch gereinigde grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_300__content_300" eId="artrecital__div_o_300_inst2__content_300">
		    <Inhoud>
		      <Al>Een omgevingsvergunning wordt verleend als de toepassing past bij de functie van een locatie en omgeving en als in voldoende mate rekening wordt gehouden met de zorgplicht.</Al>
		      <Al>Allereerst (lid a) wordt gecontroleerd of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In deze paragraaf staan algemeen geldende regels voor het toepassen van thermisch gereinigde grond. Zo wordt bijvoorbeeld getoetst of sprake is van een nuttige en functionele toepassing in een werk; bijvoorbeeld als fundatie onder infrastructuur of bouwwerk en wordt de kwaliteit van de toe te passen grond gecontroleerd.</Al>
		      <Al>Daarnaast (lid b) wordt ook beoordeeld of de zorgplicht tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd. Bij de aanvraagvereisten worden gegevens gevraagd over specifieke aspecten die vaak voorkomen bij het werk. Deze gegevens worden in ieder geval beoordeeld in dit kader.</Al>
		      <Al>Het belang zoals in lid c en d wordt omschreven is afkomstig uit de instructieregel in de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 7.39g) voor milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen. Dit belang is overgenomen aangezien de toepassing van thermisch gereinigde grond gevolgen kan hebben voor watersystemen.</Al>
		      <Al>In lid e, f en i wordt overwogen of de toepassing bij de gebruiksfunctie van de locatie en omgeving past. De toepassing past bijvoorbeeld bij locaties gelegen op bedrijfs- of industrieterreinen of grootschalige infrastructuur. Toepassing in woon-, grondwaterbeschermings-, landbouw- of natuur- gebieden past minder goed bij de functie van het gebied. Indien sprake is van hergebruik op plaats van vrijkomen is dit wel weer te overwegen. Toepassing in grootschalige werken (lid g) zoals een (snel)weg of viaduct is passend, maar in een kleinschalig werk zoals een fietspad of een kleine brug is toepassing minder voor de hand liggend. Het is van belang dat als na toepassing graafwerkzaamheden plaatsvinden dat dan de aanwezigheid van de grond herkend wordt.</Al>
		      <Al>In lid g en h staan maatregelen om uitspoeling van stoffen naar de bodem en oppervlaktewater te voorkomen. Het doel van de afdekking en hoge ligging is het voorkomen van contact van de toepassing met water. Op die manier wordt uitspoeling voorkomen.</Al>
		      <Al>Getoetst wordt of de grond boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand wordt aangelegd en deze ook na zetting tijdens de gebruiksfase blijft liggen. Daarnaast wordt getoetst of de toepassing wordt afgedekt met een gesloten verharding. Een gesloten verharding betreft bijvoorbeeld een asfaltverharding en een vergelijkbare afdekking kan bijvoorbeeld een kleilaag in combinatie met folie zijn.</Al>
		      <Al>Indien afgeweken wordt van de criteria in dit omgevingsplan, dan is het is mogelijk om een buitenplanse omgevingsvergunning voor afwijking op het omgevingsplan (BOPA) aan te vragen.</Al>
		      <Al>Buiten de scope van de beoordeling van de omgevingsvergunning vallen mogelijk andere van toepassing zijnde regelgeving, zoals bijvoorbeeld regels, zoals artikel 3.41 ZHOV ten aanzien van grondwaterbeschermingsgebieden (Zuid-Hollandse Omgevingsverordening). Op basis van deze regelgeving kan het verplicht zijn om een omgevingsvergunning bij (Omgevingsdienst Haaglanden namens) de provincie aan te vragen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_301" eId="artrecital__div_o_301_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.10 Bodemvreemd materiaal in toe te passen grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_301__content_301" eId="artrecital__div_o_301_inst2__content_301">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In dit artikel staat dat in gebieden die volgens de bodemfunctiekaart de functieklasse Landbouw/natuur of Wonen hebben, geen grond of baggerspecie mag worden toegepast met meer dan 5 gewichtsprocent steenachtig materiaal of hout. Dit in tegenstelling tot de in het Besluit activiteiten leefomgeving genoemde 20 gewichtsprocent in artikel 4.1271 lid 1 onder a.</Al>
		      <Al>Alleen bij een partijkeuring wordt het percentage bodemvreemd materiaal daadwerkelijk aangegeven bij de keuring door de veldwerker. Dit is niet zo bij (water)bodemonderzoeken. Dit is ook niet in het protocol hiervoor vastgelegd (protocol 2001). Hier wordt praktisch mee omgegaan. Matig, sterk of uiterst steenachtig of houtachtig materiaal houdend wordt ingeschat als meer dan 5%. Sporen en licht steenachtig of houtachtig materiaal houdend wordt ingeschat als minder dan 5%.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel is van toepassing op grond en baggerspecie die wordt toegepast in gebieden met de functie landbouw/natuur of wonen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_302" eId="artrecital__div_o_302_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.12 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_302__content_302" eId="artrecital__div_o_302_inst2__content_302">
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij verspreiden van baggerspecie in het beheergebied mag de bagger niet zilt of zout zijn. Van zilte of zoute grond is sprake bij een chloridegehalte van 200 mg/kg of hoger. Deze norm is ontleend aan de eisen die gesteld worden aan ontzilt zeezand. Het verspreiden van zilte of zoute bagger in zoetwatersystemen is niet wenselijk, omdat dit negatief effect heeft op de flora en fauna. Omdat bagger ook van nature (door kwel) zilt of zout kan zijn, wordt wel toegestaan dat de bagger nabij de locatie van vrijkomen op de kant wordt gezet of op locaties wordt verspreid waar tevens sprake is van nature zilte/zoute omstandigheden. Op deze manier wordt invulling gegeven aan de zorgplicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_303" eId="artrecital__div_o_303_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.11 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_303__content_303" eId="artrecital__div_o_303_inst2__content_303">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>
                                 <u>Lid 1</u>
                                 <br/>In dit artikel wordt bij lid 1 aangegeven welke kwaliteitseisen strenger zijn in dit beheergebied dan de landelijke regels (artikel 4.1272 uit het Besluit activiteiten leefomgeving). Dit geldt voor het toepassen van grond of baggerspecie op landbodem die zowel uit het beheergebied afkomstig is als van elders komt.</Al>
		      <Al>PH (zuurgraad): Bij toepassing van grond of baggerspecie in het beheergebied moet de pH-waarde van de toe te passen grond of bagger tussen de 5 en 9 liggen. Grond met andere pH-waarden zijn niet toegestaan. In ons beheergebied komt over het algemeen een pH van tussen de 5 en 9 voor, dit sluit aan bij het natuurlijke ecologische systeem. Vreemde gronden (zure gronden of antropogene gronden) worden weleens aangeboden, maar zijn vanuit ecologisch oogpunt niet wenselijk, de toepassing van deze gronden wordt hiermee uitgesloten.</Al>
		      <Al>Chloride: Bij toepassing van grond of baggerspecie in het beheergebied mag de grond of bagger niet zilt of zout zijn. Van zilte of zoute grond is sprake bij een chloridegehalte van 200 mg/kg of hoger. Deze norm is ontleend aan de eisen die gesteld worden aan ontzilt zeezand. Het toepassen van zilte of zoute gronden is niet wenselijk, omdat dit negatief effect heeft op de flora en fauna in ons gebied. De toepassing van deze gronden wordt hiermee uitgesloten. Er is wel maatwerk (maatwerkbesluit) mogelijk voor bijzondere situaties.</Al>
		      <Al>Barium: Bij toepassing van grond of baggerspecie in het beheergebied geldt een maximale waarde van 920 mg/kg droge stof (standaard bodem). Voor barium is geen toetsingswaarde opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit bij indeling van grond en baggerspecie in een kwaliteitsklasse. In ons beheergebied komen van nature gehalten tot de voormalige interventiewaarde van 920 mg/kg droge stof voor. Barium wordt standaard meegenomen in de analyse van de grond of baggerspecie en kan ook een antropogene verontreiniging zijn. Het gehalte barium boven de voormalige interventiewaarde kan duiden op een sterke antropogene verontreiniging. Hergebruik van grond met een sterke verontreiniging wordt hiermee uitgesloten.</Al>
		      <Al>Lood: In gebieden met de functie wonen geldt voor lood een maximale waarde van 90 mg/kg droge stof (standaard bodem) en voor volks- en moestuinen (loodgevoelige locatie) een maximale waarde van 50 mg/kg droge stof (standaard bodem). Deze ten opzichte van het landelijke beleid (Regeling bodemkwaliteit) strengere waarden vloeien voort uit het provinciale handelingskader voor lood (2020) dat is opgesteld naar aanleiding van advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016). De waarden sluiten gezondheidsrisico's uit en bij deze waarden is de bodem duurzaam geschikt voor de beoogde bodemfunctie.</Al>
		      <Al>Asbest: Op asbestgevoelige locaties geldt voor asbest een maximale waarde van 10 mg/kg droge stof (gewogen gehalte). Dit verkleint de kans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal in opgebrachte grond. Asbestgevoelige locaties zijn openbare kinderspeelplaatsen, achtertuinen bij woningen, volks- en moestuinen, tuinen en verhardingen die horen bij een school en openbare plantsoenen in woonwijken.</Al>
		      <Al>
                                 <u>Lid 2</u>
                                 <br/>In dit artikel wordt in lid 2 aangegeven welke kwaliteitseisen soepeler zijn in dit beheergebied dan de landelijke eisen (artikel 4.1272 uit het Besluit activiteiten leefomgeving). Met het versoepelen van de kwaliteitseisen zorgen we ervoor dat meer grond en baggerspecie kan worden hergebruikt, zonder dat de risico's voor de gezondheid of de bodemkwaliteit toenemen. Dit geldt voor het toepassen van grond of baggerspecie op landbodem afkomstig uit ons beheergebied. Grond die van elders komt dient aan de landelijke eisen te voldoen.</Al>
		      <Al>Nikkel: Voor toepassen van grond of baggerspecie in een gebied met gebruiksfunctie landbouw/natuur en wonen geldt een maximaal gehalte nikkel van 56 mg/kg droge stof (standaard bodem). In ons beheergebied komen gehalten voor tot 56 mg/kg droge stof. Dit is de P95 (95ste percentiel) van ons beheergebied. Deze waarden leiden niet tot gezondheidsrisico's.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>De kwaliteitseisen ten aanzien van pH, barium, chloride, lood en asbest gelden voor alle grond of baggerspecie die in het beheergebied wordt toegepast. De soepele kwaliteitseisen ten aanzien van nikkel geldt voor grond die vrijkomt en wordt toegepast binnen het beheergebied.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_304" eId="artrecital__div_o_304_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.14 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor wegbermen buiten bebouwde kom</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_304__content_304" eId="artrecital__div_o_304_inst2__content_304">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>De kwaliteit van wegbermen is de laatste decennia beter geworden, vanwege schonere voertuigen, kwaliteit van het wegdek en wegonderhoud. Wegbermen vormen een steeds belangrijker groenvoorziening en bron voor biodiversiteit. Dat blijkt o.a. uit beleid van de provincie Zuid-Holland en een veranderend groenbeheer in gemeenten. Er zijn aantoonbaar negatieve effecten van enkele zware metalen en bestrijdingsmiddelen op planten, insecten en bodemfauna. Deze hopen zich op in de voedselketen. Wegbermen betreffen 'Groen met natuurwaarden' met 'gemiddelde generieke bescherming'. Dit komt overeen met de bodemkwaliteitsklasse "wonen". Om het milieu te beschermen is in dit artikel opgenomen dat alleen grond van de kwaliteitsklasse wonen of schoner (landbouw/natuur) mag worden toegepast in wegbermen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Het betreft het toepassen van grond en baggerspecie van uit de regio en van buiten de regio in wegbermen. Het is niet van toepassing op grootschalige toepassingen. Bij tijdelijke uitname van grond gelden de regels uit paragraaf 3.2.21 (Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit) van het Besluit activiteit leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_305" eId="artrecital__div_o_305_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.15 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor bedrijventerreinen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_305__content_305" eId="artrecital__div_o_305_inst2__content_305">
		    <Inhoud>
		      <Al>De grond die op een industrie- of bedrijventerrein van groter dan 2 hectare mag worden toegepast mag van de kwaliteit industrie (en schoner) zijn. Met deze regel wordt niet gekeken naar de bestaande bodemkwaliteit, maar alleen naar de gebruiksfunctie van de locatie. Dit is een verruiming van de mogelijkheden voor hergebruik van de grond, zonder dat hierdoor risico's voor de gezondheid of de bodemkwaliteit ontstaan. Dit beleid is overgenomen uit de bodembeheernota van 2010. Dit zijn locaties waar de gemeente andere ambities ten aanzien van de bodemkwaliteit heeft.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit betreft alleen grond uit het beheergebied die wordt toegepast in het beheergebied op een industrie- of bedrijventerreinen, met uitzondering van terreinen waar de gemeente andere ambities heeft ten aanzien van de bodemkwaliteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_306" eId="artrecital__div_o_306_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.17 Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_306__content_306" eId="artrecital__div_o_306_inst2__content_306">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven dat een milieuverklaring voor bodemkwaliteit niet enkel mag bestaan uit een verklaring op grond van de de bodemkwaliteitskaart, maar dat de kwaliteit tevens tenminste moet zijn bevestigd met een verkennend bodemonderzoek. Een milieuverklaring voor de bodemkwaliteit kan bestaan uit een verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verklaring op basis van de bodemkwaliteitskaart. Deze kan niet bestaan uit enkel een verklaring op basis van de bodemkwaliteitskaart. In het tweede lid staat aangegeven dat dit alleen kan als sprake is van een onverdachte locatie en dat het verkennend bodemonderzoek moet voldoen aan de NEN5725 en NEN5740. Indien uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit slechter is dan wat de bodemkwaliteitskaart aangeeft, dient een kwaliteitsbewijs voor de bodemkwaliteit te bestaan uit een verklaring op grond van een partijkeuring. Ook als de locatie verdacht is, dient een kwaliteitsbewijs voor de bodemkwaliteit te bestaan uit een verklaring op grond van een partijkeuring. <br/> Een onderzoek conform NEN5740 betreft ook grondwateronderzoek. Omdat het om toepassen van grond of baggerspecie gaat, hoeft de kwaliteit van het grondwater niet te worden onderzocht. Dit is dan ook uitgesloten in het derde lid van dit artikel.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Door dit artikel wordt het niet toegestaan om enkel op grond van de bodemkwaliteitskaart grondverzet te plegen. De grond moet tenminste zijn onderzocht met een verkennend bodemonderzoek. De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op een gemiddelde bodemkwaliteit, dit betekent dat de kwaliteit van een vrijkomende partij grond slechter kan zijn dan de kaart aangeeft. Daarom is specifiek bodemonderzoek naar de te verplaatsen partij grond nodig. In de praktijk is grond die vrijkomt meestal al onderzocht en vindt grondverzet plaats op basis van een partijkeuring of een representatief verkennend bodemonderzoek in combinatie met de bodemkwaliteitskaart.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_307" eId="artrecital__div_o_307_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.16 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie PFAS</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_307__content_307" eId="artrecital__div_o_307_inst2__content_307">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In de regio Zuid-Holland Zuid komt een omvangrijke diffuse bodemverontreiniging met PFOA voor met concentraties die aanzienlijk hoger zijn dan de landelijke achtergrondwaarde. Om hergebruik mogelijk te maken zijn lokale normen nodig. We willen grond en baggerspecie zo veel mogelijk hergebruiken, omdat dan storten van grond en winning van nieuwe grondstoffen (primair materiaal) minder nodig is. Dit is een invulling van het rijksbeleid voor duurzaam bodembeheer (Besluit bodemkwaliteit en Handelingskader PFAS 2021).</Al>
		      <Al>Ten behoeve van het lokale hergebruiksbeleid is een zone A en B gedefinieerd. In zone A worden over het algemeen gehalten PFAS (P95) verwacht die liggen onder de landelijke achtergrondwaarden. Daarom gelden hier geen afwijkende kwaliteitseisen. In zone B komen gehalten voor die hoger zijn dan de landelijke achtergrondwaarden voor PFOA en in mindere mate ook PFOS. Zie figuur 1.</Al>
		      <Figuur wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_307_inst2__content_307__img_o_1" eId="artrecital__div_o_307_inst2__content_307__img_o_1">
			<Titel>Figuur 1 Zonekaart PFAS Zuid-Holland Zuid</Titel>
			<Illustratie naam="gmb-2026-38258-1.jpeg" breedte="840" hoogte="572" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="150"/>
			<Bron>Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid</Bron>
		      </Figuur>
		      <Al>In onderdeel a van dit artikel staat aangegeven dat de grond voor de andere stoffen dan PFOA en PFOS aan de kwaliteitseisen moet voldoen. In onderdeel b staat dat het gaat om grond afkomstig uit zone B en toegepast wordt in zone B van de PFAS-zonekaart. Voor de gebruiksfunctie landbouw/natuur en voor moestuinen en volkstuinen zijn afwijkende (soepelere) eisen gesteld voor de stof PFOA en PFOS. Voor de gebruiksfunctie wonen en industrie zijn de landelijke normen wat ruimer. De grond die nu aangeboden wordt in die gebieden voldoet in de meeste gevallen aan de landelijke norm, een regionale norm is hier niet nodig.</Al>
		      <Al>In grondwaterbeschermingsgebieden gelden ook eisen vanuit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Op dit moment voldoen de eisen ook aan de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		      <Al>In onderdeel c van dit artikel staan de lokale normen voor PFOA en PFOS voor de gebruiksfuncties landbouw/natuur en voor moestuinen en volkstuinen. De normen zijn een balans tussen de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én ruimte voor maatschappelijke ontwikkelingen. Gezondheidsrisico's zijn hierbij uitgesloten.</Al>
		      <Al>Dit resulteert samengevat in het volgende overzicht van lokale en landelijke normen (weergegeven in µg/kg in plaats van in het artikel in mg/kg) voor hergebruik van PFAS-houdende grond:</Al>
		      <Figuur wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_307_inst2__content_307__img_o_2" eId="artrecital__div_o_307_inst2__content_307__img_o_2">
			<Titel>Tabel 1: Toepassen grond/baggerspecie Zone A - conform landelijk beleid</Titel>
			<Illustratie naam="gmb-2026-38258-2.jpeg" breedte="538" hoogte="135" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="300"/>
		      </Figuur>
		      <Figuur wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_307_inst2__content_307__img_o_3" eId="artrecital__div_o_307_inst2__content_307__img_o_3">
			<Titel>Tabel 2: Toepassen grond/baggerspecie Zone B - conform landelijk beleid</Titel>
			<Illustratie naam="gmb-2026-38258-3.jpeg" breedte="538" hoogte="111" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="300"/>
		      </Figuur>
		      <Al>
                                 <i>Kanttekening</i>
                              </Al>
		      <Al>De kwaliteitseisen in dit artikel bieden voor grond uit zone B onvoldoende hergebruiksruimte. Dit is niet met een algemeen geldend artikel op te lossen. Met maatwerk kan wel ruimte worden geboden waar dit verantwoord is. In zone B kan daarom, onder voorwaarden, ruimte worden geboden voor maatwerk voor grond met hogere hergebruiksnormen. Per locatie kan hiervoor een maatwerkvoorschrift worden aangevraagd. Het beleid is verder uitgewerkt in het beleidsstuk “hergebruik PFAS houdende grond en bagger Zuid-Holland Zuid”. Deze staat op de website van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>De in dit artikel opgenomen Lokale Maximale Waarden gelden alleen voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Zuid-Holland Zuid, die wordt toegepast in zone B. Het betreft niet het verspreiden van baggerspecie (en weilanddepots voor baggerspecie). Voor de overige PFAS zijn geen Lokale Maximale Waarden opgesteld, maar is het landelijke beleid geldig.</Al>
		      <Al>Ter plaatse van puntbronnen (bijvoorbeeld plaatsen waar met blusschuim is gewerkt) kunnen sterk verhoogde gehalten aan PFAS voorkomen in de bodem. Dit artikel geldt alleen voor grond met verhoogde gehalten als gevolg van de regionale diffuse verontreiniging met PFOA. Ook bij perceelsmatching zijn verhoogde gehalten als gevolg van puntbronnen in zowel de toe te passen grond als de ontvangende bodem uitgesloten van de toets. Puntbronnen vallen onder andere regelgeving, zoals het overgangsrecht van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_308" eId="artrecital__div_o_308_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.18 Maatwerkregel informatieplicht toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_308__content_308" eId="artrecital__div_o_308_inst2__content_308">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit toepassing van grond of baggerspecie staat in lid 1 dat bij het toepassen van grond of baggerspecie van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur tevens een milieuverklaring bodemkwaliteit moet worden verstrekt. In artikel 4.1267, tweede lid, onder c van het Besluit activiteiten leefomgeving staat dat dit niet hoeft. Maar met dit artikel wordt de uitzondering buiten werking gesteld en moet dit dus wel. Zonder dit rapport kan het bevoegd gezag haar VTH-taken niet uitvoeren.</Al>
		      <Al>In lid 2 van dit artikel wordt aangegeven dat het verkennend bodemonderzoek uit het vorige artikel ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit toepassen van grond of baggerspecie moet worden verstrekt.</Al>
		      <Al>Verder staat in het tweede lid dat naast een milieuverklaring bodemkwaliteit ook de hieraan ten grondslag liggende rapporten moeten worden ingediend bij het bevoegd gezag. Zonder deze rapporten kan het bevoegd gezag haar VTH-taken niet uitvoeren.</Al>
		      <Al>In het derde lid wordt aangegeven welke gegevens ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit toepassen van grond of baggerspecie moeten worden verstrekt. De gevraagde gegevens hier betreffen enkele vragen over de milieubelastende activiteit, zoals het percentage bodemvreemd materiaal en of de grond van een saneringslocatie komt. Deze gegevens zijn wel bekend, alleen bij ontvangst van de melding niet digitaal toegankelijk. Het gaat dus om gegevens die bij de aanvrager bekend zijn. De gegevens zijn bedoeld om de risico's van een toepassing inzichtelijk te maken. Dit stelt het bevoegd gezag in staat tot een risico gestuurde uitvoering van de VTH-taken.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt. In aanvulling op de gegevens en bescheiden van artikel 4.1267 van het Besluit activiteiten leefomgeving moeten ook de hierboven vermelde gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover deze van toepassing zijn en moeten ook gegevens en bescheiden worden verstrekt ten aanzien van de risico's van de activiteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_309" eId="artrecital__div_o_309_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.19 Toepassingsbereik toepassen van bouwstoffen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_309__content_309" eId="artrecital__div_o_309_inst2__content_309">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel geeft aan waar deze paragraaf over gaat.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_310" eId="artrecital__div_o_310_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.20 Oogmerk toepassen van bouwstoffen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_310__content_310" eId="artrecital__div_o_310_inst2__content_310">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_311" eId="artrecital__div_o_311_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.24 Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_311__content_311" eId="artrecital__div_o_311_inst2__content_311">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan waar deze paragraaf over gaat.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_312" eId="artrecital__div_o_312_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.21 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_312__content_312" eId="artrecital__div_o_312_inst2__content_312">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bepaalt dat voor het toepassen van secundaire bouwstoffen, specifiek de bouwstoffen AVI-bodemassen, metaalslakken, immobilisaten en grondstabilisatie of een bouwstof met 20% gewichtsprocent aan één van deze vier bouwstoffen een vergunningplicht geldt. Voor het toepassen van deze bouwstoffen moet eerst een omgevingsvergunning aangevraagd worden om het te kunnen toepassen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_313" eId="artrecital__div_o_313_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.25 Oogmerken opslaan van grond en baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_313__content_313" eId="artrecital__div_o_313_inst2__content_313">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_314" eId="artrecital__div_o_314_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.26 Afscherming bij opslaan grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_314__content_314" eId="artrecital__div_o_314_inst2__content_314">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Niet afgeschermde depots grond vormen een risico voor spelende kinderen (graven van kuilen/grotten). Niet afgeschermde depots grond zijn gevoelig voor illegale bijstort van grond en afval. Depots kunnen makkelijk verstuiven. Dat is zeer ongewenst voor asbesthoudende grond. Daarom worden aanvullende voorzieningen voorgeschreven bij het opslaan van grond die erop gericht zijn dit te voorkomen. Het betreft het afschermen van het depot van de omgeving (bv door een hekwerk) en het afdekken van asbesthoudende grond.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit betreft vooral het eenmalig opslaan van één partij grond buiten een onderneming.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_315" eId="artrecital__div_o_315_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.22 Aanvraagvereisten vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_315__content_315" eId="artrecital__div_o_315_inst2__content_315">
		    <Inhoud>
		      <Al>De aanvraagvereisten zijn nodig bij het beoordelen, opstellen en afgeven van een omgevingsvergunning. De gegevens zijn ook nodig voor het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken door bevoegd gezag.</Al>
		      <Al>In lid a en b wordt gevraagd om de verwachte begintijd van de activiteit en een planning hiervan. De planning wordt mede gevraagd om te beoordelen of aan de zorgplicht wordt voldaan. Bijvoorbeeld een lange tussentijdse opslag van de bouwstof voordat deze wordt toegepast/verwerkt in het werk (als gevolg van bijvoorbeeld een zomervakantie) kan onnodige risico's voor het milieu opleveren.</Al>
		      <Al>Lid c en d betreffen de locatie van de toepassing. Deze zijn nodig om de locatie te registreren. En te toetsen of de toepassing past bij de functie van de locatie en niet in een waterwingebied ligt.</Al>
		      <Al>Op basis van de in lid e opgegeven toepassingshoogte kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de eis dat de toepassing vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ligt en niet in contact komt met het grond- en oppervlaktewater. Een onderbouwing kan bestaan uit bijvoorbeeld een zettingsberekening.</Al>
		      <Al>In lid f wordt gevraagd om de hoeveelheid van toe te passen materiaal. Eerder in b werd ook al de omvang gevraagd, deze zouden in overeenstemming met elkaar moeten zijn. Daarnaast kan op basis hiervan ook worden beoordeeld of de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte.</Al>
		      <Al>Met de gegevens gevraagd in lid g en h kan mede gecontroleerd worden of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		      <Al>De leden i, j en k geven inzicht in wie verantwoordelijk is tijdens de aanlegfase, gebruiksfase en buiten gebruik stelling van het werk. Deze gegevens zijn nodig voor vergunningverlening, toezicht en eventuele handhaving.</Al>
		      <Al>Aan de hand van de leden l, m, n en o kan beoordeeld worden of de toepassing in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Uit de gevraagde beschrijving moet blijken dat vooraf is nagedacht over de invulling van de zorgplicht tijdens het werk. Voor bijvoorbeeld de kritische aspecten, zoals stofvorming, contact bouwstof met water en beïnvloedding oppervlaktewater, dient aangegeven te worden hoe hier in de aanlegfase mee omgegaan wordt. Indien sprake is van immobilisaat is ook van belang:</Al>
		      <Al>het type materiaal (inclusief de dikte en het moment van aanbrengen) wat gebruikt gaat worden om de uitdroging, slijtage en erosie van het immobilisaat te voorkomen tijdens het uithardingsproces;</Al>
		      <Al>een beschrijving en visualisatie van hoe de randen en taluds van de definitieve toepassing worden afgewerkt;</Al>
		      <Al>een beschrijving van alle uit te voeren metingen en werkwijzen met betrekking tot de vereiste controles van de verdichtingsgraad van de ondergrond en het aan te brengen immobilisaat (verwijzing naar RAW bepalingen is onvoldoende). Daarnaast ook een beschrijving wat de minimale druksterkte (in Mpa) moet zijn van het aangebracht immobilisaat voordat dit immobilisaat wordt betreden met hei/funderingsmachines.</Al>
		      <Al>Met de gegevens uit de leden kunnen verder ook de nog niet benoemde aspecten uit de beoordelingsregels worden beoordeeld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_316" eId="artrecital__div_o_316_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.27 Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_316__content_316" eId="artrecital__div_o_316_inst2__content_316">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Indien bij het beëindigen van de activiteit een eindsituatie bodemonderzoek moet worden ingediend, dan moet deze ook in XML-format worden ingediend. Dit XML-format gebruikt het bevoegd gezag om invulling te geven aan de Wet basisregistratie ondergrond.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Alleen als een eindsituatie bodemonderzoek moet worden verstrekt, wordt aanvullend een XML-format van dit bodemonderzoek gevraagd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_317" eId="artrecital__div_o_317_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.23 Beoordelingsregels vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_317__content_317" eId="artrecital__div_o_317_inst2__content_317">
		    <Inhoud>
		      <Al>In deze beoordelingsregel is bepaald wanneer het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent.</Al>
		      <Al>Allereerst (lid a) wordt gecontroleerd of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In deze paragraaf staan algemeen geldende regels voor het toepassen van bouwstoffen. Zo wordt bijvoorbeeld getoetst of sprake is van een nuttige en functionele toepassing in een werk; bijvoorbeeld als fundatie onder infrastructuur of bouwwerk en wordt de kwaliteit van de bouwstof gecontroleerd.</Al>
		      <Al>Daarnaast (lid b) wordt ook beoordeeld of de zorgplicht tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd. Bij de aanvraagvereisten worden gegevens gevraagd over specifieke aspecten die vaak voorkomen bij het werk. Deze gegevens worden in ieder geval beoordeeld in dit kader.</Al>
		      <Al>Het belang zoals in lid c en d wordt omschreven is afkomstig uit de instructieregel in de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 7.39g) voor milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen. Dit belang is overgenomen aangezien de toepassing van deze bouwstoffen gevolgen kan hebben voor watersystemen.</Al>
		      <Al>Ook lid e is overgenomen uit de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 3.103 (aanwijzing verboden gevallen)). Het is volgens de verordening verboden om in een waterwingebied de activiteit toepassen van een bouwstof te verrichten. In artikel 3.18, tweede lid, van de ZHOV is bepaald dat afdeling 3.3 van de ZHOV niet geldt voor de uitvoering van taken door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet. Met waterwingebied wordt bedoeld een waterwingebied zoals blijkt uit de geometrische begrenzing van grondwaterbeschermingsgebieden die is vastgelegd in bijlage II van de ZHOV.</Al>
		      <Al>In lid f wordt overwogen of de toepassing bij de gebruiksfunctie van de locatie en omgeving past. De toepassing past bijvoorbeeld bij locaties gelegen op bedrijfs- of industrieterreinen of grootschalige infrastructuur. Toepassing in woon-, grondwaterbeschermings-, landbouw- of natuur- gebieden past minder goed bij de functie van het gebied. Indien sprake is van hergebruik op plaats van vrijkomen is dit wel weer te overwegen. Toepassing in grootschalige werken (lid g) zoals een (snel)weg of viaduct is passend, maar in een kleinschalig werk zoals een fietspad, parkeerplaats of een kleine brug is toepassing minder voor de hand liggend. Meest gewenste toepassingslocaties zijn in weg- en waterbouwkundige werken als aanvul-, ophoog- en funderingsmateriaal en als steunlaagmateriaal op stortplaatsen.</Al>
		      <Al>Lid g: Herkenbaar en beheersbaar door voldoende schaalgrootte: hiermee wordt bedoeld dat als er in de grond wordt gegraven waar deze bouwstof is toegepast, dat je herkent dat er een bouwstof aanwezig is in de grond.</Al>
		      <Al>Toepassing in grootschalige werken verdient milieuhygiënisch en beheersmatig gezien de voorkeur. De omvang (schaalgrootte) is van belang voor de levensduur van de toepassing, waarbij de bouwstof niet doorgraven mag worden, goed aanwijsbaar/terug vindbaar en goed terug neembaar moet zijn. Het is van belang dat als na toepassing graafwerkzaamheden plaatsvinden, de aanwezigheid van een bouwstof herkent wordt. Bij een grootschalige toepassing kun je denken aan bijvoorbeeld toepassing over een oppervlakte van 1000 m2 of omvang van 5000 m3. In lid g wordt gesproken over voldoende, omdat hier geen exact getal aan te verbinden is. Zo kan bijvoorbeeld een toepassing onder een loods met een oppervlakte van 500-1000 m2 ook herkenbaar en beheersbaar zijn.</Al>
		      <Al>In lid h staan maatregelen om uitspoeling van stoffen naar de bodem en oppervlaktewater te voorkomen. Het doel van de afdekking en hoge ligging is het voorkomen van contact van de toepassing met water. Op die manier wordt uitspoeling voorkomen.</Al>
		      <Al>Getoetst wordt of de bouwstof boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand wordt aangelegd en deze ook na zetting tijdens de gebruiksfase blijft liggen. Daarnaast wordt getoetst of de toepassing wordt afgedekt met een gesloten verharding. Een gesloten verharding betreft bijvoorbeeld een asfaltverharding en een vergelijkbare afdekking kan bijvoorbeeld een kleilaag in combinatie met folie zijn. De gesloten verharding is rekkelijk maar hangt ook af van de functie, locatie en soort toepassing en onder welke condities de bouwstof wordt toegepast.</Al>
		      <Al>Lid i: Ook kunnen voorzieningen of maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de bouwstof in de aanlegfase en gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden. Bij het verlenen van een vergunning wordt afgewogen of voldoende rekening wordt gehouden met de effecten van de toepassing op mens en milieu (nadere invulling van de zorgplicht).</Al>
		      <Al>Lid j: Als randvoorwaarde bij het verlenen van een vergunning geldt altijd dat de veiligheid, gezondheid en milieu niet geschaad mogen worden.</Al>
		      <Al>Indien afgeweken wordt van de criteria in dit omgevingsplan, dan is het is mogelijk om een buitenplanse omgevingsvergunning voor afwijking op het omgevingsplan (BOPA) aan te vragen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_318" eId="artrecital__div_o_318_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.28 Oogmerken graven in de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_318__content_318" eId="artrecital__div_o_318_inst2__content_318">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_319" eId="artrecital__div_o_319_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.29 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_319__content_319" eId="artrecital__div_o_319_inst2__content_319">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan waar deze paragraaf over gaat.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_320" eId="artrecital__div_o_320_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.30 Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_320__content_320" eId="artrecital__div_o_320_inst2__content_320">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Met dit artikel wordt de milieubelastende activiteit "graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit" ook van toepassing verklaard als dit gaat om graven in grond met een kwaliteit voor PFOA onder of gelijk aan de INEV (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging), wat een verglijkbare waarde is als de interventiewaarde.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte en werking</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij het graven in de bodem met een bodemvolume groter dan 25 m3 waarin een niet-sterke verontreiniging (gehalten onder de INEV) met PFOA voorkomt is de milieubelastende activiteit "graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit" van toepassing. Dit betekent dat de algemene regels die gelden voor het graven in niet-sterk met reguliere stoffen verontreinigde grond nu ook gelden voor het graven in niet-sterk met PFOA verontreinigde grond. De regels geven onder andere aan dat milieuhygiënisch gewerkt moet worden en dat er een informatieplicht is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_321" eId="artrecital__div_o_321_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.32 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_321__content_321" eId="artrecital__div_o_321_inst2__content_321">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan waar deze paragraaf over gaat.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_322" eId="artrecital__div_o_322_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.31 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_322__content_322" eId="artrecital__div_o_322_inst2__content_322">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens nog meer als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit moeten worden verstrekt. De gevraagde gegevens hier betreffen enkele vragen over de milieubelastende activiteit, zoals of sprake is van verschillende kwaliteiten grond. Deze gegevens zijn wel bekend, alleen bij ontvangst van de melding niet digitaal toegankelijk. Het gaat dus om gegevens die bij de aanvrager bekend zijn. De gegevens zijn bedoeld om de risico's van de graafactiviteit inzichtelijk te maken. Dit stelt het bevoegd gezag in staat tot een risico gestuurde uitvoering van de VTH-taken.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt. In aanvulling op de gegevens en bescheiden van artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving moeten ook gegevens en bescheiden worden verstrekt over de risico's van de activiteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_323" eId="artrecital__div_o_323_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.34 Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_323__content_323" eId="artrecital__div_o_323_inst2__content_323">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit moet worden verstrekt. Bij de melding is het verplicht om een bodemonderzoek in te dienen. In dit artikel wordt aangegeven dat ook in XML-format van het bodemonderzoek moet worden ingediend. Dit XML-format gebruikt het bevoegd gezag om invulling te geven aan de Wet basisregistratie ondergrond.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_324" eId="artrecital__div_o_324_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.33 Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_324__content_324" eId="artrecital__div_o_324_inst2__content_324">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Met dit artikel worden de regels van het Bal over de milieubelastende activiteit "graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit" van overeenkomstige toepassing verklaard als dit gaat om graven in grond met een kwaliteit voor PFOA boven de INEV (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging), wat een vergelijkbare waarde is als de interventiewaarde.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte en werking</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij het graven in de bodem met een bodemvolume groter dan 25 m3 waarin een sterke verontreiniging (gehalten boven de INEV) met PFOA voorkomt zijn de regels van het Bal voor de milieubelastende activiteit "graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit" van overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat de algemene regels die gelden voor het graven in sterk met reguliere stoffen verontreinigde grond nu ook gelden voor het graven in sterk met PFOA verontreinigde grond. De regels geven onder andere aan dat milieuhygiënisch gewerkt moet worden en dat er een meldplicht is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_325" eId="artrecital__div_o_325_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.36 Oogmerken saneren van de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_325__content_325" eId="artrecital__div_o_325_inst2__content_325">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_326" eId="artrecital__div_o_326_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.35 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_326__content_326" eId="artrecital__div_o_326_inst2__content_326">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit moeten worden verstrekt. De gevraagde gegevens hier betreffen enkele vragen over de milieubelastende activiteit, zoals of sprake is van verschillende kwaliteiten grond. Deze gegevens zijn wel bekend, alleen bij ontvangst van de melding niet digitaal toegankelijk. Het gaat dus om gegevens die bij de aanvrager bekend zijn. De gegevens zijn bedoeld om de risico's van de graafactiviteit inzichtelijk te maken. Dit stelt het bevoegd gezag in staat tot een risico gestuurde uitvoering van de VTH-taken.</Al>
		      <Al>Dit artikel maakt mogelijk dat de gegevens en bescheiden c.q. vragen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet kunnen worden gesteld.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt. In aanvulling op de gegevens en bescheiden van artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving moeten ook gegevens en bescheiden worden verstrekt ten aanzien van de risico's van de activiteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_327" eId="artrecital__div_o_327_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.38 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen duurzaam aaneengesloten verhardingslaag</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_327__content_327" eId="artrecital__div_o_327_inst2__content_327">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij sanering van de bodem met de saneringsaanpak afdekken wordt een afdeklaag aangebracht die blootstelling van mensen aan verontreiniging op of in de bodem voorkomt. De afdeklaag kan bestaan uit een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag. Onder een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag wordt, volgens artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving, in ieder geval verstaan een verhardingslaag die bestaat uit beton, asfalt, asfaltbeton, betonplaat of bestrating met klinkers of tegels. Met dit artikel wordt aangegeven dat onder een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag ook wordt verstaan een halfopen verharding (zoals grasbetontegels of verharding met ruimtes/ groene voegen ertussen) met hieronder tenminste 10 cm grond van de kwaliteit 'landbouw/natuur'. De grond in de halfopen verharding dient ook van de kwaliteitsklasse 'landbouw/natuur' te zijn. Bij bomen kan een boomrooster worden toegepast. Er is geen maatwerkbesluit voor nodig.</Al>
		      <Al>Ten behoeve van duurzaamheid zijn waterdoorlatende verhardingen vaak gewenst en vanuit het oogpunt van bodemrisico is dit acceptabel. Ook met dergelijke verhardingen wordt namelijk voorzien in een zodanige isolatie dat geen blootstelling aan de verontreiniging mogelijk is.</Al>
		      <Al>In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel met hetzelfde doel van dit artikel geen maatwerkbesluit of melding (artikel 4.7 Omgevingswet) vereist is. Dergelijke gelijkwaardige maatregelen mogen zonder voorafgaande toestemming worden genomen. De gemeente kan in het kader van regulier toezicht wel vragen om de gelijkwaardigheid van de maatregel aan te tonen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Het betreft saneringen die worden uitgevoerd met een afdeklaag bestaande uit een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag. Wat wordt verstaan onder zo een verhardingslaag wordt uitgebreid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_328" eId="artrecital__div_o_328_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.39 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_328__content_328" eId="artrecital__div_o_328_inst2__content_328">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij sanering van de bodem met de saneringsaanpak afdekken wordt een afdeklaag aangebracht die blootstelling van mensen aan verontreiniging op of in de bodem voorkomt. De afdeklaag kan bestaan uit een laag grond of baggerspecie met een minimale dikte van 1,0 meter met een kwaliteit die volgt uit artikel 4.1272 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij bepaalde bodemgebruiken is een dunnere leeflaag veelal afdoende. Dit geldt voor industrieterreinen, groenzones op industrieterreinen, zonneparken en bermen bij infrastructuur. Met dit artikel wordt bij deze bodemgebruiken een afdeklaag bestaande uit een laag grond of baggerspecie met een minimale dikte van 0,5 meter gerekend tot de standaard saneringsaanpak. Er is geen maatwerkbesluit voor nodig.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Het betreft saneringen die worden uitgevoerd met een afdeklaag bestaande uit een laag grond of baggerspecie met een kwaliteit die volgt uit artikel 4.1272 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij het bodemgebruik industrieterreinen, groenzones op industrieterreinen, zonneparken en bermen bij infrastructuur is de vereiste minimale laagdikte versoepeld van 1,0 naar van 0,5 meter.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_329" eId="artrecital__div_o_329_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.37 Toepassingsbereik saneren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_329__content_329" eId="artrecital__div_o_329_inst2__content_329">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan waar deze subparagraaf over gaat.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_330" eId="artrecital__div_o_330_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.41 Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_330__content_330" eId="artrecital__div_o_330_inst2__content_330">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In dit artikel wordt voorgeschreven dat de sanering van vluchtige stoffen alleen mag plaatsvinden met de saneringsaanpak: verwijderen van verontreiniging (zoals bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Hiermee wordt de saneringsaanpak: afdekken (zoals bedoeld in artikel 4.1241 van dat besluit), niet meer mogelijk.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte en werking</i>
                              </Al>
		      <Al>Van de in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving voorgeschreven saneringsaanpak 'verwijderen van de verontreiniging' is sprake bij sanering van de bodem en als de grond verontreinigd is met vluchtige stoffen. Door het verwijderen van de verontreiniging wordt het risico op uitdamping (wat tot gezondheidsrisico's kan leiden) geminimaliseerd.</Al>
		      <Al>Hierbij een kanttekening:</Al>
		      <Al>Het kan zijn dat het verwijdering, zoals aangegeven in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet volledig technisch of financieel haalbaar is. Het saneren van een bodemverontreiniging met vluchtige stoffen is over het algemeen maatwerk. Dit was het ook onder de voormalige Wet bodembescherming. Een verzoek tot maatwerkvoorschriften kan op dit artikel worden aangevraagd op basis van artikel 2.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		      <Al>Bij aanvraag van maatwerkvoorschriften dienen de voorschriften te voorkomen dat blootstelling kan plaatsvinden aan uitdamping vanuit die verontreinigingen naar een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De aanvrager dient hierbij rekening te houden met de volgende uitgangspunten:</Al>
		      <Al>a. de verontreiniging dient zoveel als mogelijk te worden verwijderd;</Al>
		      <Al>b. blootstelling aan uitdamping vanuit die verontreiniging naar een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie dient voorkomen te worden;</Al>
		      <Al>c. geurhinder als gevolg van die verontreiniging op een bodemgevoelige locatie dient zoveel als mogelijk te worden voorkomen;</Al>
		      <Al>d. de nazorg dient zoveel als mogelijk te worden voorkomen of beperkt;</Al>
		      <Al>e. bovenstaande dient aannemelijk te worden gemaakt in een saneringsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_331" eId="artrecital__div_o_331_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.42 Maatwerkregel meldingsplicht saneren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_331__content_331" eId="artrecital__div_o_331_inst2__content_331">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven dat bij een melding van de milieubelastende activiteit saneren van de bodem de onderzoeken (bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving) tevens in XML-format moeten worden verstrekt.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op de gegevens die bij de melding van deze activiteit moeten worden verstrekt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_332" eId="artrecital__div_o_332_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.40 Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_332__content_332" eId="artrecital__div_o_332_inst2__content_332">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving is te lezen dat, bij verwijdering van een verontreiniging als saneringsaanpak, de verontreiniging moet worden verwijderd tot onder of gelijk aan de waarde die gelijk is aan de waarde voor de bodemfunctieklasse van die locatie. Ten aanzien van lood en PFOA gelden voor een aantal gebruiksfuncties met dit artikel lokale waarden.</Al>
		      <Al>In principe hoeven alleen die stoffen te worden gesaneerd, die in sterk verhoogde gehalten voorkomen (in gehalten die de toelaatbare kwaliteit van de bodem overschrijden). Dit wordt met aanhaling van <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58</IntRef> expliciet genoemd en zo staat het voor andere stoffen ook in het Besluit activiteiten leefomgeving genoemd waar dit artikel maatwerk op is.</Al>
		      <Al>Lood: De Omgevingswet en bruidsschat sluiten voor lood aan op de oude normen. Maar de normen zijn reeds achterhaald door het onderzoek en advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016). De huidige normen voor lood bieden onvoldoende bescherming voor jonge kinderen. De provincie Zuid-Holland heeft, op basis van de rapporten van het RIVM en de GGD, in 2020 een handelingskader voor lood vastgesteld met advieswaarden. De huidige norm voor de functieklasse landbouw/natuur voldoet aan de advieswaarden. Voor de gevoelige gebruiken van volks- en moestuinen wordt hierbij aangesloten. De norm voor wonen is lager dan de landelijke norm en is gelijkgesteld aan de advieswaarde van de provincie. De gebruiksfunctie industrie is niet gevoelig, daarom wordt hiervoor aangesloten bij de landelijke normen voor de functieklasse industrie. De waarden sluiten aan bij de hergebruiksnormen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2" scope="Paragraaf">paragraaf 11.1.2</IntRef> .</Al>
		      <Al>PFOA: De terugsaneerwaarden die per gebruiksfunctie behaald moeten worden na sanering zijn in dit artikel gelijk gesteld aan de hergebruiksnormen die gelden bij die gebruiksfunctie. Zoals in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving is aangegeven, is het gebruikelijk en ook logisch om met terugsaneerwaarden aan te sluiten bij de waarde die past bij de bodemfunctieklasse, omdat deze waarden zijn gebaseerd op een duurzaam bodemgebruik en zijn afgestemd op de gebruiksfunctie. Opgemerkt wordt dat maatwerk mogelijk is. Dit zal per situatie moeten worden afgestemd. Per locatie kan hiervoor een maatwerkbesluit worden aangevraagd. Ook bij maatwerk moet de gezondheid van de mens beschermd blijven. Voor maatwerkmogelijkheden is het beleid dat geldt voor maatwerk op hergebruik van grond van toepassing.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel is van toepassing op het saneren van de bodem met de standaardaanpak verwijderen van de verontreiniging en wel bij de sanering van een verontreiniging met lood en/of PFOA.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_333" eId="artrecital__div_o_333_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.43 Maatwerkregel informatieplicht aan het begin van de activiteit saneren</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_333__content_333" eId="artrecital__div_o_333_inst2__content_333">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit saneren van de bodem moeten worden verstrekt. De gevraagde gegevens hier betreffen enkele vragen over de milieubelastende activiteit, zoals of sprake is van een complexe sanering. Deze gegevens zijn wel bekend, alleen bij ontvangst van de melding niet digitaal toegankelijk. Het gaat dus om gegevens die bij de aanvrager bekend zijn. De gegevens zijn bedoeld om de risico's van een toepassing inzichtelijk te maken. Dit stelt het bevoegd gezag in staat tot een risico gestuurde uitvoering van de VTH-taken.</Al>
		      <Al>Dit artikel maakt het mogelijk dat de gegevens en bescheiden c.q. vragen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet kunnen worden gesteld.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt. In aanvulling op de gegevens en bescheiden van artikel 4.1237 van het Besluit activiteiten leefomgeving moeten ook gegevens en bescheiden worden verstrekt ten aanzien van de risico's van de activiteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_334" eId="artrecital__div_o_334_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.44 Toepassingsbereik grondwatersaneringen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_334__content_334" eId="artrecital__div_o_334_inst2__content_334">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan waar deze paragraaf over gaat.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_335" eId="artrecital__div_o_335_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.45 Maatwerkvoorschrift grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_335__content_335" eId="artrecital__div_o_335_inst2__content_335">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven dat maatwerkvoorschriften bij een bronaanpak als bedoeld in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening alleen zijn toegestaan als de saneringsaanpak leidt tot beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater. Dit artikel geeft invulling aan artikel 7.38 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op de beoordeling van maatwerkvoorschriften bij een bronaanpak.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_336" eId="artrecital__div_o_336_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.46 Maatwerkregel saneringsaanpak grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_336__content_336" eId="artrecital__div_o_336_inst2__content_336">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie waar een significante grondwaterverontreiniging aanwezig is, is alleen toegelaten als een bronaanpak als sanerende maatregelen wordt getroffen. Een bronaanpak is gericht op het voorkomen dat een mobiele verontreiniging, die zich in de vaste bodem bevindt, leidt tot een inbreng naar het grondwater dan wel het beperken van de inbreng naar het grondwater.</Al>
		      <Al>In lid 1 van dit artikel staat dat de bronaanpak uitsluitend mag worden uitgevoerd met de saneringsaanpak verwijderen van de verontreiniging. Lid 2 bepaalt dat (in afwijking van het eerste lid) afdekken ook mag, maar alleen onder voorwaarde is toegestaan bij het uitvoeren van een bronaanpak. Dit omdat afdekken niet leidt tot het verminderen of voorkomen van de mobiele verontreiniging die zich in de vaste bodem bevindt. In sommige gevallen is echter denkbaar dat een afdeklaag wel ertoe leidt dat de in de vaste bodem aanwezige mobiele verontreiniging niet langer, of in ieder geval minder, uitspoelt naar het grondwater. Dit kan alleen aan de orde zijn bij een afdeklaag die bestaat uit een verhardingslaag waarbij aantoonbaar minder uitspoeling ontstaat van de mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel is van toepassing op het uitvoeren van een bronaanpak als sanerende maatregel. Een bronaanpak is bijvoorbeeld verplicht bij het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie waar een significante grondwaterverontreiniging aanwezig is. Ook kan een initiatiefnemer besluiten om vrijwillig een bronaanpak uit te voeren.</Al>
		      <Al>In het geval er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft is (naast de bronaanpak) ook een grondwatersanering verplicht. Het saneren van de bodem in een grondwaterbeschermingsgebied is uitgesloten van het toepassingsbereik. Op grond van artikel 3.134 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is een omgevingsvergunning vereist voor:</Al>
		      <Al>- het saneren van een (mobiele) verontreiniging in de bodem binnen een grondwaterbeschermingsgebied;</Al>
		      <Al>- het saneren van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_337" eId="artrecital__div_o_337_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.47 Maatwerkregel informatieplicht bij begin van de grondwaterbodemactiviteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_337__content_337" eId="artrecital__div_o_337_inst2__content_337">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__subsec_11.1.6.3__art_11.48" scope="Artikel">artikel 11.48</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_338" eId="artrecital__div_o_338_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.48 Maatwerkregel informatieplicht bij beëindiging van de grondwaterbodemactiviteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_338__content_338" eId="artrecital__div_o_338_inst2__content_338">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij beëindiging van een bronaanpak dient het evaluatieverslag als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving te worden verstrekt aan de gemeente als het bevoegd gezag voor het saneren van de bodem. Dit artikel garandeert dat hetzelfde evaluatieverslag ook wordt aangeleverd aan Gedeputeerde Staten. Dit is in het belang van de provincie, omdat die verantwoordelijkheden heeft voor het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn water voor grondwater en het daardoor van belang is zicht te hebben op het saneringsresultaat.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit betreft saneringen waarbij sprake is van een bronaanpak (bijvoorbeeld bij het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie of vrijwillige bronaanpak). Een bronaanpak is gericht op het voorkomen dat een mobiele verontreiniging, die zich in de vaste bodem bevindt, leidt tot een inbreng naar het grondwater dan wel het beperken van de inbreng naar het grondwater.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_339" eId="artrecital__div_o_339_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.49 Toepassingsbereik nazorg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_339__content_339" eId="artrecital__div_o_339_inst2__content_339">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over nazorg na een bodemsanering. In onderdeel a staat dat als bij het saneren een afdeklaag is aangebracht boven op de sterke verontreiniging, dat dan nazorg van toepassing is. De afdeklaag kan op grond van meerdere wet- en regelgeving zijn aangebracht. In dit onderdeel staat opgesomd welke. Onderdeel b geldt voor nazorg na tijdelijke beschermingsmaatregelen die genomen zijn in het kader van een toevalsvondst en die blootstelling aan verontreinigingen voorkomen.</Al>
		      <Al>Onder een afdeklaag wordt verstaan een afdeklaag zoals aangegeven in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving met eventueel maatwerk hierop zoals aangegeven in dit omgevingsplan of een maatwerkbesluit. Dit betreft bijvoorbeeld een laag grond of een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag (beton, asfalt en/of bestrating) die blootstelling aan een sterke bodemverontreiniging daaronder voorkomt.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel betreft enkel nazorg op afdeklagen van saneringen en tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondsten na inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_340" eId="artrecital__div_o_340_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.50 Nazorg na afloop van saneren van de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_340__content_340" eId="artrecital__div_o_340_inst2__content_340">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Het artikel betreft nazorg na sanering van de bodem met een afdeklaag. De afdeklaag dient in stand te worden gehouden, te worden onderhouden of te worden vervangen. De locaties staan op de genoemde kaart.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel betreft enkel nazorg op afdeklagen van bodemsaneringen na inwerkingtreding van de Omgevingswet (1-1-2024).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_341" eId="artrecital__div_o_341_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.51 Nazorg tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondst</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_341__content_341" eId="artrecital__div_o_341_inst2__content_341">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Het artikel betreft nazorg na het nemen van tijdelijke beschermingsmaatregelen in het kader van een toevalsvondst om blootstelling hieraan voorkomen. De tijdelijke beschermingsmaatregelen dienen in stand te worden gehouden, te worden onderhouden of te worden vervangen. De locaties staan op de genoemde kaart.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel betreft enkel nazorg op tijdelijke beschermingsmaatregelen genomen naar aanleiding van een toevalsvondst na inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_342" eId="artrecital__div_o_342_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.52 Toepassingsbereik historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_342__content_342" eId="artrecital__div_o_342_inst2__content_342">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg en reikwijdte artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op locaties waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking als bedoeld in artikel 29 van de Wet bodembescherming is verleend, waarin is vastgesteld dat het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging niet leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
		      <Al>En deze paragraaf is van toepassing op activiteiten op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking als bedoeld in artikel 29 van de Wet bodembescherming is verleend, waarin is vastgesteld dat het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging niet leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. Daarnaast is deze paragraaf ook van toepassing op activiteiten op locaties waar uit nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755 volgt dat er sprake is van een zogenaamde ernst, niet-spoedlocatie. In de provincie Zuid-Holland zijn er immers veel locaties onderzocht waaruit is gebleken dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar welke nooit beschikt zijn opdat er geen spoedige sanering noodzakelijk was. De paragraaf is daarmee van toepassing op activiteiten op alle bekende ernst, niet-spoedlocaties, ongeacht of deze beschikt zijn.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_343" eId="artrecital__div_o_343_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.53 Oogmerken historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_343__content_343" eId="artrecital__div_o_343_inst2__content_343">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef></Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_344" eId="artrecital__div_o_344_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.54 Mitigerende maatregelen historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_344__content_344" eId="artrecital__div_o_344_inst2__content_344">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Uit lid 1 volgt dat degene die op de locatie met een historische bodemverontreiniging een activiteit verricht, in het belang van bescherming van de bodem maatregelen neemt die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken, of - als en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is als onderdeel van een activiteit die wordt verricht - ongedaan te maken. Zie verder hierna over de mogelijkheden en beperkingen van dit artikel. Er geldt een licht beschermingsregime voor deze bekende verontreinigde locaties in afwachting van sanering, net als onder de Wet bodembescherming.</Al>
		      <Al>Lid 1 heeft betrekking op zogenoemde niet-spoed locaties, zoals deze waren beschikt als saneringsgeval op grond van de Wet bodembescherming. In de toelichting bij de Aanvullingswet bodem is aangegeven dat de beschikking niet-spoed als zodanig bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt. Er is overgangsrecht geregeld voor onder meer gebruiksbeperkingen op grond van artikel 37, vierde lid, van de Wet bodembescherming (artikelen 3.1 en 3.2 Aanvullingswet bodem).</Al>
		      <Al>Voor de spoedlocaties is overgangsrecht opgenomen in de Aanvullingswet bodem (artikel 3.1), zodat daarvoor de bestaande regels bij of krachtens de Wet bodembescherming blijven gelden. Locaties met een verontreiniging boven de interventiewaarde die onder de Wet bodembescherming waren aangemerkt als niet-spoed worden in het nieuwe stelsel, net als onder de Wet bodembescherming, gesaneerd op een natuurlijk moment, meestal bouwen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en dit omgevingsplan regelen dat saneren een voorwaarde is voor het bouwen en de saneringsaanpak. De milieubelastende activiteit graven regelt hoe om te gaan met graven in verontreiniging boven de interventiewaarde. Bij deze activiteiten is een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift mogelijk bijvoorbeeld als een bronaanpak aan de orde is die om een specifieke saneringsaanpak vraagt.</Al>
		      <Al>Lid 1 heeft een tweeledig doel. Ten eerste om de in het verleden beschikte locaties, die niet onder overgangsrecht vallen, kenbaar te houden onder de Omgevingswet en het instrumentarium van de Omgevingswet te kunnen toepassen. Ten tweede om een (licht) beschermingsregime van toepassing te laten zijn op deze locaties, aangezien het gaat om niet eerder gesaneerde locaties waar nog bodemverontreiniging aanwezig is.</Al>
		      <Al>Ten behoeve van het eerste doel (kenbaarheid) is het mogelijk om met een maatwerkvoorschrift een individuele locatie te koppelen aan deze algemene regel in dit omgevingsplan, wat het voor de huidige of toekomstige eigenaar beter inzichtelijk maakt. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn maatwerkvoorschriften namelijk (nog) niet zichtbaar in DSO met de zogenoemde 'klik op de kaart'. Het inzien van de (voormalige) registratie van de niet-spoed beschikkingen in het Kadaster blijft nodig om het volledige beeld te hebben van de exacte locaties (gekoppeld aan kadastrale percelen) waar dit artikel op van toepassing is.</Al>
		      <Al>Voor wat betreft het tweede doel (beschermen in afwachting van sanering) geldt dat het mogelijk is om het lichte basisregime dat geldt op deze locaties te concretiseren, verder aan te vullen of toe te spitsen op de individuele locatie. Dat kan door middel van een maatwerkvoorschrift, dat voor een initiatiefnemer voldoende concreet maakt welke actie het bevoegd gezag verwacht. Bij de activiteiten bouwen, saneren of graven voorziet de Omgevingswet al in die mogelijkheid, daarom heeft dit artikel vooral betekenis als sprake is van een andere activiteit dan bouwen, saneren of graven. Ook kan dit basisregime een aangrijpingspunt bieden voor een individueel maatwerkvoorschrift om in sommige situaties van een initiatiefnemer te verlangen dat die als onderdeel van een voorgenomen activiteit van de gelegenheid gebruik maakt om aanwezige verontreiniging van de bodem te verwijderen of mitigerende maatregelen te treffen. Gelet op die inkadering is voornamelijk gedoeld op situaties waarin de extra moeite en kosten van het beperken of verwijderen van verontreiniging niet onevenredig belastend zijn voor de initiatiefnemer. Dit basisregime is zodanig ingekaderd dat er geen sprake is van een zelfstandige saneringsplicht.</Al>
		      <Al>Onder verontreiniging van de bodem wordt ook verstaan de verontreiniging van het grondwater, maar aangezien grondwaterkwaliteit primair tot de taken en bevoegdheden van de provincie ligt het voor de hand dat het vooral gaat om de vaste bodem en eventuele bronnen van verontreiniging die zich verspreiden naar het grondwater.</Al>
		      <Al>Lid 2 heeft betrekking op zogenoemde ernst niet-spoed locaties, zoals deze waren beschikt of bekend op grond van nader bodemonderzoek, als saneringsgeval op grond van de Wet bodembescherming. In de toelichting bij de Aanvullingswet bodem is aangegeven dat de verplichtingen die de Wet bodembescherming kent ten aanzien van het verrichten van handelingen in een geval van ernstige verontreiniging voor deze bekende ernst, niet-spoedlocaties bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt. Er is overgangsrecht geregeld voor onder meer gebruiksbeperkingen op grond van artikel 37, vierde lid, van de Wet bodembescherming (artikelen 3.1 en 3.2 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet).</Al>
		      <Al>Voor de spoedlocaties is overgangsrecht opgenomen in de Aanvullingswet bodem Omgevingswet (artikel 3.1), zodat daarvoor de bestaande regels bij of krachtens de Wet bodembescherming blijven gelden.</Al>
		      <Al>Dit artikel heeft een tweeledig doel. Ten eerste om de bekende historische verontreinigingen, die niet onder overgangsrecht vallen, kenbaar te houden onder de Omgevingswet en het instrumentarium van de Omgevingswet te kunnen toepassen. Ten tweede om een (licht) beschermingsregime van toepassing te laten zijn op deze locaties, aangezien het gaat om niet eerder gesaneerde locaties waar nog altijd een (bron van) een significante grondwaterverontreiniging aanwezig is.</Al>
		      <Al>Aanvullend op artikel 1 vraagt dit artikel specifiek aandacht voor maatregelen die zich richten tot de bescherming van het grondwater. Historische bodemverontreinigingen omvatten immers ook verontreiniging van het grondwater. Maatregelen hoeven niet altijd nodig te zijn ter bescherming van de gezondheid, terwijl de aanwezige verontreiniging wel degelijk een risico vormt voor het grondwater. Dit kan een risico zijn ten aanzien van de doelen die de kaderrichtlijn water (KRW) aan het grondwater stelt, voor grondwater dat gebruikt wordt voor de openbare drinkwatervoorziening of overige vormen van gebruik die afhangen van het grondwater. Denk hierbij aan veedrenking of irrigatie van landbouwgewassen. Indien zich een natuurlijk moment voordoet, zoals een activiteit op een dergelijke locatie, dan wordt van de initiatiefnemer verwacht om maatregelen te treffen die verdere verontreiniging van het grondwater voorkomen of verminderen en - indien redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit - ongedaan te maken. De maatregelen kunnen zich ook richten tot het verminderen of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging in de vaste bodem naar het grondwater, de zogeheten bronaanpak.</Al>
		      <Al>Het Besluit activiteiten leefomgeving in samenhang met dit omgevingsplan (instructie Voorbeschermingsregels Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening 2022 grondwaterkwaliteit) regelt het uitvoeren van een bronaanpak. De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening bevat regels voor het uitvoeren van een grondwatersanering. Op grond van dit omgevingsplan (instructie artikel 2.1 Voorbeschermingsregels Wijziging Zuid-Hollandse Omgevingsverordening 2022 grondwaterkwaliteit) zijn in ieder geval een bronaanpak en eventueel ook een grondwatersanering een voorwaarde voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie in geval van een significante grondwaterverontreiniging.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_345" eId="artrecital__div_o_345_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.55 Toepassingsbereik bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_345__content_345" eId="artrecital__div_o_345_inst2__content_345">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel geeft het toepassingsbereik van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie aan. Daar wordt de instructieregel uit het Bkl opgevolgd. Lid 2 geeft aan wat een bodemgevoelig gebouw is. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt.</Al>
		      <Al>De term gebouw is in het Bkl en het Bbl gedefinieerd als: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. De term bouwwerk is in de Omgevingswet gedefinieerd. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen (onder b).</Al>
		      <Al>Voor de definitie voor een bodemgevoelig gebouw wordt via maatwerk afgeweken van de definitie in het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.89g. Anders dan in het Bkl is ook sprake van een bodemgevoelig gebouw als er minder dan twee uur per dag personen aaneengesloten aanwezig zijn (verblijfsfunctie in de Woningwet). Voorbeelden van dit soort gebouwen zijn een transformatorhuisje, een gemaal, een schuur bij een woning of een loods waar alleen kort wordt geladen of gelost en waar de rest van de tijd geen personen of werknemers verblijven. Deze vallen met het derde lid dus ook binnen de definitie van een bodemgevoelig gebouw. De reden hiervan staat bij de reikwijdte van dit artikel aangegeven.</Al>
		      <Al>Voor de definitie van een bodemgevoelige locatie wordt geheel aangesloten bij de definitie zoals gegeven in artikel 5.89h Bkl.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte en reden artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel is van toepassing op het bouwen (toelaten) van een gebouw of een deel van een gebouw dat de grond raakt. De ratio hiervan is dat daar blootstelling kan plaatsvinden en risico's voor de gezondheid kunnen optreden. Het gaat bijvoorbeeld niet om het aanbouwen van een uitbouw op de eerste verdieping of een dakkapel (voor zover daarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist), omdat bij een dergelijke bouwactiviteit de gezondheidsrisico's door de bodemkwaliteit niet toenemen. Daarnaast wordt ook aangesloten bij dit natuurlijke moment dat de bodemverontreiniging kan worden aangepakt (werk met werk maken). Hierbij wordt naast gezondheidsrisico's ook gekeken naar duurzaam bodembeheer (gebruik en functie afstemmen).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_346" eId="artrecital__div_o_346_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.56 Oogmerken bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_346__content_346" eId="artrecital__div_o_346_inst2__content_346">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef></Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_347" eId="artrecital__div_o_347_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.57 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_347__content_347" eId="artrecital__div_o_347_inst2__content_347">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel betreft een beleidsneutrale omzetting van artikel <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> (bruidsschat). Het bepaalt dat voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (o.a. gebouw dat de bodem raakt) een vergunning aangevraagd moet worden.</Al>
		      <Al>Met de bouwactiviteit wordt bedoeld:</Al>
		      <Al>- In dit omgevingsplan in Hst. 6 aangewezen vergunningplichtige gebouwen en bouwwerken bouwen</Al>
		      <Al>- In dit omgevingsplan in Hst. 22 aangewezen vergunningplichtige bouwactiviteit ( <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> ).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_348" eId="artrecital__div_o_348_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_348__content_348" eId="artrecital__div_o_348_inst2__content_348">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>De gemeente heeft op grond van de Omgevingswet onder meer de bevoegdheid om in het omgevingsplan functies evenwichtig toe te delen aan locaties en met het oog hierop algemene regels vast te stellen. Artikel 5.89i van het Bkl bevat de verplichting voor de gemeenten om in het omgevingsplan waarden op te nemen voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor bodemgevoelige locaties waar een bodemgevoelig gebouw is toegelaten. In artikel 5.89j Bkl staat aan welke randvoorwaarden deze waarden moeten voldoen.</Al>
		      <Al>De reikwijdte van de instructieregel is beperkt tot een vaste stoffenlijst, opgenomen in bijlage VC bij het Bkl. Wanneer er een vermoeden bestaat van de aanwezigheid van andere gezondheidsbedreigende stoffen is het aan de gemeente om ook voor die andere stoffen een waarde in het omgevingsplan vast te stellen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Eerste lid</i>
                                 <br/>In het omgevingsplan wordt als lokale waarde de interventiewaarde bodemkwaliteit vastgelegd in bijlage IIA Bal. Voorheen was dit ook de waarde waaraan de bodemkwaliteit getoetst werd.</Al>
		      <Al>Een verbod om te bouwen op verontreinigde bodem (boven de lokale waarde) zonder omgevingsvergunning als er geen maatregelen worden getroffen, volgt uit het samenstel van de vergunningplicht voor bouwen met de beoordelingsregel, dat die vergunning alleen wordt verleend in de situatie die is gedefinieerd in de specifieke beoordelingsregel.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Tweede lid</i>
                                 <br/>Gelijkwaardig met de regels van de voormalige Wet bodembescherming is hierbij opgenomen dat sprake is van een overschrijding van deze interventiewaarde als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie is overschreden in meer dan 25 m3 bodemvolume. Voorheen werd dit 'het geval van verontreiniging' genoemd. Hierbij kan sprake zijn van onaanvaardbare risico's en moet, afhankelijk van de functie en het gebruik, wellicht worden gesaneerd of een andere beschermende maatregel worden getroffen. Anders dan bij een saneringsgeval onder de Wet bodembescherming is het niet noodzakelijk om de exacte hoeveelheid verontreiniging of de contour voor een bepaalde concentratie stoffen in beeld te brengen; de grens van 25 m3 is alleen bedoeld om te voorkomen dat de beoordelingsregel elke emmer verontreiniging vangt. De regel is niet gericht op het opsporen en aanpakken van hele kleine verontreinigingen en vereist daarom alleen maatregelen als het om meer dan 25 m3 verontreiniging binnen een perceel gaat.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Derde lid</i>
                                 <br/>De grens van 25 m3 uit het tweede lid geldt niet voor asbest, omdat asbest ook in kleine hoeveelheden gevaar voor de gezondheid kan opleveren. Ook bij een kleinere hoeveelheid dan 25 m3 moeten de in het omgevingsplan omschreven maatregelen worden getroffen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Vierde lid</i>
                                 <br/>In afwijking van het eerste lid zijn voor lood andere waarden opgenomen. Dit omdat de interventiewaarde voor lood achterhaald is door het onderzoek en advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016). De huidige interventiewaarde voor lood bieden onvoldoende bescherming voor jonge kinderen. De provincie Zuid-Holland heeft, op basis van de rapporten van het RIVM en de GGD, in 2020 een handelingskader voor lood vastgesteld met advieswaarden.</Al>
		      <Al>De aangegeven maximale waarde voor toelaatbare kwaliteit voor de gebruiksfunctie landbouw/natuur/wonen is met dit artikel gelijkgesteld aan de advieswaarde van de provincie behorende bij de functie wonen waarboven sprake is van een 'onvoldoende bodemloodkwaliteit'. De gebruiksfunctie industrie is niet gevoelig, daarom wordt hiervoor wel aangesloten bij de interventiewaarde.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Vijfde lid</i>
                                 <br/>Voor PFOA wordt aangesloten bij de maximale advieswaarde voor duurzaam bodemgebruik (RIVM 2021). In dit artikel worden geen waarden voor overige PFAS aangegeven omdat deze in de regio niet zodanig diffuus verhoogd zijn, dat sprake is van gezondheidsrisico's of geen sprake is van duurzaam bodemgebruik. Overige PFAS en andere stoffen worden wel meegenomen in de beoordeling van een omgevingsvergunning bouw of melding bouw, maar dan op een andere manier (bij de beoordelingsregel van de vergunning of melding). De Omgevingswet biedt geen ruimte om op deze plek een onuitputtelijke lijst of omschrijving te geven van 'overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit bodem'.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel betreft het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. Dit geldt voor de in bijlage IIA van het Bal genoemde stoffen en ook voor PFOA.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_349" eId="artrecital__div_o_349_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.59 Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_349__content_349" eId="artrecital__div_o_349_inst2__content_349">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. De vraag is louter of het technisch mogelijk is om het geschikt te maken. Het antwoord op die vraag is niet afhankelijk van de goede wil van de initiatiefnemer maar alleen of het objectief, technisch, milieuhygiënisch mogelijk is.</Al>
		      <Al>Saneringsmaatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin staan twee standaardaanpakken beschreven. Indien deze aanpakken niet voldoen, kan degene die saneert een maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd gezag.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel is van toepassing als sprake is van een overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit. In het voorgaande <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58</IntRef> staat wanneer hier sprake van is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_350" eId="artrecital__div_o_350_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.60 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_350__content_350" eId="artrecital__div_o_350_inst2__content_350">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij een aanvraag om een vergunning voor het bouwen wordt een bodemonderzoek overgelegd. In lid 2 is aangegeven dat de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek ook in digitaal format (XML-format) moet worden verstrekt.</Al>
		      <Al>Dit bodemonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is overschreden. In dat geval zijn sanerende of andere beschermende maatregelen een voorwaarde voor het bouwen <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61" scope="Artikel">artikel 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie</IntRef> en <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</IntRef> . Digitale aanlevering is nodig om te kunnen voldoen aan de Wet basisregistratie ondergrond.</Al>
		      <Al>Dit is een voortzetting van artikel 8 van de Woningwet in samenhang met de lokale bouwverordening.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit betreft aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_351" eId="artrecital__div_o_351_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_351__content_351" eId="artrecital__div_o_351_inst2__content_351">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel bevat voorwaarden voor het toelaten van een bouwactiviteit, kortgezegd het bouwen van een bouwwerk of gebouw, op een bodemgevoelige locatie. Deze activiteit mag niet uitgevoerd worden zonder een omgevingsvergunning. Het eerste deel geeft onder a en b criteria waaraan een omgevingsvergunningaanvraag van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt getoetst. Het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit is alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen.</Al>
		      <Al>Het tweede deel geeft een criteria aan waaraan tevens een omgevingsvergunningaanvraag van een binnenplanse omgevingsactiviteit wordt getoetst. Het criteria bestaat uit het oordeel van bevoegd gezag of de bodem geschikt is voor het beoogde doel. Als dit naar haar oordeel niet het geval is, kan zij voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning om de bodem geschikt te maken. Dit artikel is bedoeld als vangnet voor overige stoffen die niet in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</IntRef> van dit omgevingsplan staan.</Al>
		      <Al>Het doel van dit artikel is om een gelijk beschermingsniveau (voor mens en milieu) te borgen dat bestond onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Woningwet. Deze ging uit van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de voormalige Wet bodembescherming en uitgewerkt in de voormalige Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.</Al>
		      <Al>Bij de beoordeling van bevoegd gezag of de bodemkwaliteit toelaatbaar is, zal aangesloten worden bij dit beschermingsniveau. In deze voormalige wet- en regelgeving staat aangegeven hoe wordt omgegaan met niet-reguliere en/of niet genormeerde stoffen. Het Bevoegd gezag kan hiermee bij overschrijding van de interventiewaarde of vergelijkbare waarde (in een bodemvolume groter dan 25 m3) voor elke stof sanerende of andere beschermende maatregelen voorschrijven, mits die technisch mogelijk zijn.</Al>
		      <Al>Het tweede deel bepaalt dat het college bij ernstige bodemverontreiniging aanvullende maatregelen aan de omgevingsvergunning kan verbinden.</Al>
		      <Al>Bijvoorbeeld bij de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning bouw voor een kantoorpand op een bedrijfsterrein met chemische industrie of de bouw van een woning op een locatie wat voorheen een tankstation was of een voormalige scheepswerf. Op deze locaties kan sprake zijn van een sterke verontreiniging met bijvoorbeeld tributyltin, MTBE, ETBE, detergenten of diethyltriamine. Voor deze verontreinigingen kunnen bij de bouwactiviteit op basis van dit artikel sanerende of andere beschermende maatregelen worden voorgeschreven in de vergunning. Deze kunnen niet worden voorgeschreven op basis van <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</IntRef> , omdat de in het voorbeeld genoemde verontreinigde stoffen niet binnen de reikwijdte van deze artikelen valt. Het Besluit kwaliteit leefomgeving biedt onvoldoende ruimte om dit te regelen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte en werking</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel betreft het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie.</Al>
		      <Al>Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. Dit geldt voor de in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</IntRef> genoemde stoffen. Daarnaast kan het bevoegd gezag in een omgevingsvergunning bouwen ook voor andere stoffen, die maken dat de bodem een ontoelaatbare kwaliteit heeft, sanerende of andere beschermende maatregelen voorschrijven.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_352" eId="artrecital__div_o_352_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.62 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_352__content_352" eId="artrecital__div_o_352_inst2__content_352">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel legt vast dat voor bouwactiviteiten waar geen omgevingsvergunning voor moet worden aangevraagd wel een meldplicht geldt als het bouwen van een bodemgevoelig gebouw betreft. Lid 1 bepaalt dat vooraf aan het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (definitie staat in eerder artikel) een melding bij het bevoegd gezag gedaan moet worden. Het is verboden de activiteit te starten zonder de melding te doen. Met een melding wordt het bevoegd gezag op de hoogte gesteld van de te starten activiteit (het bouwen van een bodemgevoelig gebouw).</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte en werking</i>
                              </Al>
		      <Al>Het artikel geldt als sprake is van een het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, tenzij deze activiteit vergunningplichtig is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_353" eId="artrecital__div_o_353_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.63 Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_353__content_353" eId="artrecital__div_o_353_inst2__content_353">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In dit artikel is puntsgewijs aangegeven welke gegevens moeten worden aangeleverd bij de melding. Bij het tweede lid wordt voor overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit verwezen naar <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58</IntRef> in dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>In lid 3 is aangegeven dat de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek uit lid 1 onder a ook in digitaal format (XML-format) moet worden verstrekt.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte en werking</i>
                              </Al>
		      <Al>Met dit artikel worden voor de bodemkwaliteit bij een melding dezelfde voorwaarden als voor een omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw opgelegd voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Het vangnetartikel (lid 2 van <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61" scope="Artikel">artikel 11.61</IntRef> ) is van toepassing bij een melding.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_354" eId="artrecital__div_o_354_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.64 Maatwerkvoorschriften meldingsplicht bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_354__content_354" eId="artrecital__div_o_354_inst2__content_354">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2" scope="Artikel">artikel 11.2</IntRef> is een algemene bepaling opgenomen voor het stellen van maatwerkvoorschriften door het bevoegd gezag (op verzoek van een initiatiefnemer). Dat artikel is van toepassing op alle paragrafen in hoofdstuk 11. In aanvulling hierop is deze specifieke bepaling voor het stellen van maatwerkvoorschriften opgenomen in artikel 11.61 voor de meldingen voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Met dit artikel maken we naar de buitenwereld duidelijk dat het bevoegd gezag voor deze melding dezelfde voorschriften wil kunnen stellen als bij de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Dit artikel vormt tegelijk een vangnet voor de meldingen, zodoende kan gebruik worden gemaakt van het vangnetartikel <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61" scope="Artikel">artikel 11.61</IntRef> ).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_355" eId="artrecital__div_o_355_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.65 Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_355__content_355" eId="artrecital__div_o_355_inst2__content_355">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Voordat een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte van een bodemgevoelig gebouw in gebruik genomen wordt, wordt die informatie verstrekt waaruit blijkt hoe de sanerende of andere beschermende maatregelen, bedoeld in artikel paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn uitgevoerd.</Al>
		      <Al>Ter bescherming van de gezondheid van de gebruikers van een bodemgevoelig gebouw is het van belang om te waarborgen dat de voorgeschreven maatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Daartoe dient het voldoen aan deze informatieplicht als voorwaarde voor ingebruikname. Het Besluit activiteiten leefomgeving kent ook een vergelijkbare informatieplicht na beëindiging van de activiteit bodemsanering. De initiatiefnemer kan in één keer aan beide informatieplichten voldoen.</Al>
		      <Al>De strekking is dat de initiatiefnemer na afloop van de sanering het bevoegd gezag informeert dat en hoe hij de sanering heeft uitgevoerd. Dit geeft het bevoegd gezag de gelegenheid om adequaat en tijdig toezicht te houden voordat het gebouw in gebruik wordt genomen om te beoordelen of de sanering is afgerond en inderdaad heeft opgeleverd dat het bodemgevoelige gebouw geschikt is voor gebruik.</Al>
		      <Al>Dit artikel is gericht op een vergunningvoorschrift met een verbod op ingebruikname als niet is voldaan aan de voorwaarde (voldoen aan de informatieplicht). Het voldoen aan deze informatieplicht heft dat verbod op. Ingeval van het verzuimen om te informeren of het ontbreken van de benodigde informatie kan het bevoegd gezag dus handhaven op overtreding van deze informatieplicht. Toezicht en handhaving op de wijze van saneren en of die in overeenstemming is met de voorschriften over saneren in het Besluit activiteiten leefomgeving vindt plaats op basis van dat besluit.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit betreft de in gebruik name van een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte van een bodemgevoelig gebouw waar sanerende of andere beschermende maatregelen waren voorgeschreven in een omgevingsvergunning bouw.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_356" eId="artrecital__div_o_356_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.66 Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_356__content_356" eId="artrecital__div_o_356_inst2__content_356">
		    <Inhoud>
		      <Al>De definitie van een grondwatergevoelig gebouw is van belang omdat bij het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie door middel van onderzoek (paragraaf 7.3.5.1 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening) vastgesteld moet worden of er sprake is van verontreiniging van het grondwater. Bij verontreiniging van het grondwater volgt dat een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.4.2 (Module risicobeoordeling grondwaterkwaliteit uit de ZHOV) verplicht is. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging, zijn sanerende maatregelen verplicht.</Al>
		      <Al>Voor het bepalen wat een grondwatergevoelig gebouw is allereerst aangesloten bij de definitie die het Rijk in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft voor bodemgevoelige gebouwen. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt waar minimaal 2 uur per dag blootstelling plaatsvindt. Ook bijbehorende bouwwerken horen bij een bodemgevoelig gebouw, mits ze groter dan 50 m2 zijn.</Al>
		      <Al>Het toepassingsbereik van een grondwatergevoelig gebouw omvat daarnaast ook niet-bodemgevoelige gebouwen. Of een mobiele verontreiniging in de vaste bodem een risico vormt voor het grondwater staat immers los van of er blootstelling plaatsvindt. Voor gebouwen die geen bodemgevoelig gebouw zijn, vindt de provincie het echter niet proportioneel de regels in deze paragraaf te koppelen aan zeer kleine gebouwen. De provincie heeft daarom niet-bodemgevoelige gebouwen die kleiner zijn dan 50 m2 uitgesloten van het toepassingsbereik. Het gaat hier om het oppervlak van het deel van het gebouw dat de bodem raakt.</Al>
		      <Al>Met de definitie van een grondwatergevoelige locatie stuurt de provincie er op het aangrijpen van dat het natuurlijk moment om een mobiele bron van verontreiniging in de vaste bodem in samenhang met een activiteit aan te pakken.</Al>
		      <Al>Voor het bepalen wat een grondwatergevoelig locatie is, is allereerst aangesloten bij de definitie die het Rijk in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft voor een bodemgevoelige locatie. Een bodemgevoelige locaties, omvat ook het perceel en de tuin.</Al>
		      <Al>Voor niet-bodemgevoelige gebouwen vindt de provincie het niet proportioneel om naar het gehele perceel te kijken of het natuurlijk moment aangegrepen kan worden voor het verbeteren van de grondwaterkwaliteit. De instructieregels richten zich tot het deel van het perceel waar de ontwikkeling of herinrichting daadwerkelijk plaatsvindt in samenhang met de bouw van het grondwatergevoelige gebouw zodat in samenhang met de activiteit, net als onder de Wet bodembescherming, het natuurlijk moment aangegrepen wordt bij dergelijke verontreinigingen. Zodoende is geduid dat het enkel gaat om het aangrenzende tuin of perceel voor zover het samenhang heeft met het te bouwen grondwatergevoelige gebouw.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_357" eId="artrecital__div_o_357_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.67 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_357__content_357" eId="artrecital__div_o_357_inst2__content_357">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel betreft een beleidsneutrale omzetting van de vergunningplicht opgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Het bepaalt dat er niet zonder een vergunning een grondwatergevoelig gebouw (o.a. gebouw dat de bodem raakt) gebouwd mag worden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_358" eId="artrecital__div_o_358_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.68 Voorafgaand grondwateronderzoek</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_358__content_358" eId="artrecital__div_o_358_inst2__content_358">
		    <Inhoud>
		      <Al>Het voorafgaand onderzoek heeft tot doel om vast te stellen of er sprake is van verontreiniging van het grondwater. Hiervoor kan de initiatiefnemer gebruik maken van het voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving. In gevallen waar in het verleden de locatie al beschikt is onder de Wet bodembescherming, bevat de beschikking vaak al voldoende informatie om vast te stellen of er al dan niet sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
		      <Al>Er is reeds sprake van verontreiniging van het grondwater als voor éen of meer verontreinigende stoffen de waarde als bedoeld in artikel 7.30 overschreden wordt. Vaak biedt het vooronderzoek als bedoeld in artikel 5.7 a van het Besluit activiteiten leefomgeving al voldoende informatie om de verontreiniging al dan niet vast te stellen. Indien het vooronderzoek niet voldoende informatie bevat, zal een verkennend bodemonderzoek, bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving voldoende informatie bevatten. Het verkennend bodemonderzoek dient te voldoen aan NEN5740. Het nemen van grondwatermonsters is, vooralsnog, onderdeel van de NEN-protocollen betreffende bodemonderzoek. Zuid-Holland zal de regels aanpassen indien hier een wijziging in komt om zodoende aan te sluiten bij de laatste versie van de NEN-bodemonderzoeksprotocollen.</Al>
		      <Al>De initiatiefnemer hoeft in deze fase in ieder geval alleen onderzoek uit te voeren, en te overleggen, om vast te stellen of er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_359" eId="artrecital__div_o_359_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.69 Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_359__content_359" eId="artrecital__div_o_359_inst2__content_359">
		    <Inhoud>
		      <Al>De risicobeoordeling moet uitgevoerd worden als er sprake is van een verontreiniging van het grondwater, tenzij -in geval van een toetsing aan de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering - de concentraties dermate laag zijn dat onmiddellijk of toekomstig gevaar voor het grondwater, gegeven het gebruik, op voorhand uit te sluiten zijn.</Al>
		      <Al>De risicobeoordeling grondwaterkwaliteit bepaalt in welke mate de verontreiniging leidt tot gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van het watersystemen en het vervullen van aan watersystemen toegekende maatschappelijke functies (lees: KRW-doelen). Bovendien bepaalt de risicobeoordeling of de verontreiniging daadwerkelijk risico's oplevert voor het grondwater en het gebruik daarvan, zoals oppervlaktewater, water dat bestemd is voor menselijke consumptie of grondwaterafhankelijke natuur.</Al>
		      <Al>Als er sprake is van verontreiniging van het grondwater waar op grond van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van blijkt dat het geen significante grondwaterverontreiniging betreft, zijn er geen voorschriften nodig ter bescherming van het grondwater en kan de bouw direct starten na het verlenen van de omgevingsvergunning of nadat de termijn voor de melding verstreken is.</Al>
		      <Al>Er is een aantal situaties waar sprake is van verontreiniging van het grondwater en er geen risicobeoordeling grondwaterkwaliteit verplicht is.</Al>
		      <Al>Dit is in ieder geval aan de orde indien er geen puntbron of er zich niet langer een (punt)bron van een mobiele verontreiniging in de vaste bodem bevindt. Zodoende kan er nooit sprake zijn van een bouwactiviteit waarbij een grondwatersanering verlangd wordt als dit niet in samenhang met een bronaanpak plaatsvindt. Een grondwatersanering is alleen redelijk te verlangen van een initiatiefnemer indien dit in samenhang met een bronaanpak plaatsvindt. Ditzelfde geldt indien de bron in de vaste bodem afkomstig is van een diffuse bron, zoals bijvoorbeeld atmosferische depositie. Het is in een dergelijk geval niet redelijk - en in strijd met het “vervuiler betaald principe”- en bovendien ook weinig effectief om een bronaanpak te verlangen.</Al>
		      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt ook niet verlangd indien de verontreiniging van het grondwater het gevolg is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. De provincie volgt hierbij de lijn zoals opgenomen in de Beleidsregel onderzoek sanering van bodemverontreiniging die aangeeft dat in gebieden waar voor arseen, nikkel, zink, lood en barium sprake is van verontreiniging van het grondwater, maar er geen specifieke bron voor deze verontreiniging aanwijsbaar is, geen nader onderzoek nodig is. Dit geldt alleen indien dit samengaat met gehalten in de vaste bodem die lager zijn dan de landelijke achtergrondwaarden of specifieke achtergrondwaarden.</Al>
		      <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is ook niet aan de orde indien de aanwezige verontreiniging het resultaat is van een eerder uitgevoerde grondwatersanering. De grondwatersanering kan hebben plaatsgevonden op grond van regels in deze omgevingsverordening of op grond van de Wet bodembescherming.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_360" eId="artrecital__div_o_360_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.70 Sanerende maatregelen bij significante grondwaterverontreiniging</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_360__content_360" eId="artrecital__div_o_360_inst2__content_360">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" scope="Artikel">artikel 11.75</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_361" eId="artrecital__div_o_361_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.71 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_361__content_361" eId="artrecital__div_o_361_inst2__content_361">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" scope="Artikel">artikel 11.75</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_362" eId="artrecital__div_o_362_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.72 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_362__content_362" eId="artrecital__div_o_362_inst2__content_362">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" scope="Artikel">artikel 11.75</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_363" eId="artrecital__div_o_363_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.73 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_363__content_363" eId="artrecital__div_o_363_inst2__content_363">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" scope="Artikel">artikel 11.75</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_364" eId="artrecital__div_o_364_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.74 Indieningsvereisten melding bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_364__content_364" eId="artrecital__div_o_364_inst2__content_364">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" scope="Artikel">artikel 11.75</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_365" eId="artrecital__div_o_365_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 11.75 Informatieplicht ingebruikname na maatregelen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_365__content_365" eId="artrecital__div_o_365_inst2__content_365">
		    <Inhoud>
		      <Al>Uitleg artikel</Al>
		      <Al>De risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd conform de regels in paragraaf 3.4.2 van deze omgevingsverordening. Het is daarmee aan Gedeputeerde Staten om toe te zien of de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit inhoudelijk goed is uitgevoerd. Om de provincie in staat te stellen de risicobeoordeling te beoordelen, moeten er op grond van artikel 7.33, tweede lid, onder b en artikel 7.34, tweede lid, onder e, ZHOV minstens vier weken zitten tussen het verstrekken van de resultaten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit aan Gedeputeerde Staten en het aanleveren van dezelfde gegevens aan de gemeente ten behoeve van de aanvraag om een omgevingsvergunning dan wel melding voor het bouwen van het grondwatergevoelige gebouw op een grondwatergevoelige locatie. Zodoende kan de gemeente ook vertrouwen dat de aangeleverde gegevens en bescheiden inhoudelijk juist zijn.</Al>
		      <Al>Als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante verontreiniging van het grondwater, volgt uit artikel 7.33, eerste lid, onder a de verplichting dat het omgevingsplan heeft geregeld dat een bronaanpak uitgevoerd moet worden conform de algemene rijksregels van de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, met de gemeente als bevoegd gezag. Er is immers altijd sprake van een (punt)bron in de vaste bodem, want indien er (niet langer) een bron aanwezig is op de grondwatergevoelige locatie is er op grond van artikel 7.31, tweede lid, immers geen noodzaak tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. De voorgeschreven saneringsaanpak dient hierbij op grond van paragraaf 7.3.5.1 wel te leiden tot het beperken of voorkomen van een indirecte inbreng van een mobiele verontreinigende stof in de vaste bodem naar het grondwater. Er kan pas gestart worden met bouwen indien op grond van artikel 7.33, tweede lid, onder c uit de gegevens en bescheiden blijkt dat de initiatiefnemer de milieubelastende activiteit bodemsanering gaat verrichten. De melding bij aanvang van het saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving dient als bewijslast.</Al>
		      <Al>Bij een grondwaterverontreiniging waar op grond van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit sprake is van een significante grondwaterverontreiniging, is een bronaanpak verplicht, ongeacht of de significante grondwaterverontreiniging nu al tot een onaanvaardbaar risico leidt en daarmee de doelen die de kaderrichtlijn water stelt nu al bedreigt. De grondwaterrichtlijn verlangt immers al maatregelen indien er sprake is van een inbreng, tenzij gebruik gemaakt kan worden van een uitzonderingsbepaling.</Al>
		      <Al>Bij een significante verontreiniging kan nu wellicht geen sprake zijn van een onaanvaardbaar risico voor het grondwater of het gebruik dat afhangt van het grondwater, maar kan een risico in de toekomst niet uit te sluiten zijn. In deze situaties vindt de provincie het lonen om, indien dit redelijkerwijs te verlangen is, het natuurlijk moment van een activiteit te benutten om de bron aan te pakken of op z'n minst de inbreng van de mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater te verminderen of beheersen.</Al>
		      <Al>Als er sprake is van een verontreiniging in het grondwater, waarbij op grond van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is vastgesteld dat sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoefte, dan levert de grondwaterverontreiniging op dat moment al een risico op voor het grondwater of het gebruik dat afhangt van het grondwater. Voor aanvang van de bouwactiviteit dient de initiatiefnemer, naast het uitvoeren van een bronaanpak een grondwatersanering uit te voeren. Voor het uitvoeren van de grondwatersanering dient de initiatiefnemer bij de provincie een aanvraag voor een grondwatersanering als bedoeld in artikel 3.130 te doen. Uit artikel 7.33, eerste lid volgt dat pas gestart kan worden met bouwen als aannemelijk gemaakt wordt dat de initiatiefnemer de grondwatersanering gaat treffen. Op grond van artikel 7.33, tweede lid, onder d volgt dat een afschrift van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een grondwatersanering bij de provincie als bevoegd gezag, volstaat als bewijslast.</Al>
		      <Al>Met de in artikel 7.32 verplichte maatregelen volgt de provincie het Europese beginsel de "vervuiler betaalt". In artikel 7.32, tweede lid is de plicht tot het treffen van een grondwatersanering uitgezonderd indien het gaat om diffuse grondwaterverontreinigingen. Van een initiatiefnemer kan redelijkerwijs niet verlangd worden een grondwaterverontreiniging te saneren waar hij niet verantwoordelijk voor is. Mogelijk is een bronaanpak echter wel aan de orde. De aanwezigheid van een diffuse grondwaterverontreiniging sluit de aanwezigheid van een puntbron niet uit. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een diffuse grondwaterverontreiniging ziet de provincie primair een rol voor zichzelf weggelegd om te komen tot een gebiedsgerichte aanpak.</Al>
		      <Al>Het gebouw kan in gebruik genomen worden als uit gegevens en bescheiden blijkt dat de bronaanpak is uitgevoerd of eventueel ook de grondwatersanering. Een bronaanpak kan bewezen worden door de gegevens en bescheiden, als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aangeleverd moeten worden na het uitvoeren van de milieubelastende activiteiten saneren van de bodem. De gegevens en bescheiden die aan dat aan Gedeputeerde Staten verstrekt moet worden na het uitvoeren van een grondwatersanering bevatten voldoende bewijslast voor de gemeente om te bepalen of de maatregel getroffen is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366" eId="artrecital__div_o_366_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.1 Voorrangsbepaling</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366__content_366" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>In het tijdelijke deel van dit omgevingsplan worden zowel ruimtelijke besluiten (artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet) als de omgevingsplanregels van rijkswege (artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet) opgenomen. Deze omgevingsplanregels van rijkswege wordt ook wel de bruidsschat genoemd. Onder het tijdelijke deel van het omgevingsplan vallen bijvoorbeeld bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte op grond van de voormalige Crisis- en herstelwet. In deze bestemmingsplannen is er afgeweken van bepalingen bij of krachtens de voormalige Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Dat betekent dat de omgevingsplanregels uit die bestemmingsplannen op onderdelen in strijd zijn met de omgevingsplanregels van rijkswege. Ook kan in een bestemmingsplan toepassing zijn gegeven aan artikel 2, onder a, van de voormalige Interimwet stad-en-milieubenadering waarin is bepaald dat de gemeenteraad in een bestemmingsplan kan afwijken van een milieukwaliteitsnorm voor bodem, geluid en lucht. Omdat ook deze bestemmingsplannen samen met de omgevingsplanregels van rijkswege in het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden opgenomen moet er een voorrangsregel worden opgenomen. Deze voorrangsregel geldt ook bij strijdigheid tussen de omgevingsplanregels van rijkswege en de:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_1" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_1__item_a">
			  <Al>voorwaarden aan het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een riool in een gemeentelijke verordening op grond van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_1__item_b">
			  <Al>de aanwijzing van concentratiegebieden en waardsen of afstanden voor geur bij het houden van landbouwhuisdieren in een geurverordening op grond van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Om die reden is in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dit artikel bepaald dat de regels van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2" scope="Afdeling">afdeling 22.2</IntRef> , met uitzondering van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.2.7.3</IntRef> , en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit omgevingsplan niet van toepassing zijn voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. De toets of er sprake is van 'strijd' omvat ook een toets of wel of niet sprake is van regels met hetzelfde oogmerk. Als de regels een ander oogmerk hebben, doet 'strijd' in de zin van de bepaling zich niet voor. Dit is vergelijkbaar met de wijze waarop bij de toepassing van artikel 121 van de Gemeentewet wordt getoetst of er sprake is van 'strijd' met een hogere regeling. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">Subparagraaf 22.2.7.3</IntRef> van dit omgevingsplan is van de werking van het eerste lid van de voorrangsbepaling uitgezonderd. Deze paragraaf regelt dat bepaalde bouw- en gebruiksactiviteiten van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan, ongeacht wat er in het omgevingsplan concreet is bepaald. Daarmee zijn deze activiteiten, voor zover die in strijd zouden zijn met het omgevingsplan, aangewezen als vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten. Als <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.2.7.3</IntRef> niet van de werking van het eerste lid van de voorrangsbepaling zou worden uitgezonderd, waardoor die paragraaf toch opzij gezet zou kunnen worden door andersluidende bepalingen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, zou als gevolg daarvan de werking van die paragraaf worden ontkracht. Dat is onwenselijk.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat een voorrangbepaling voor vergunningvoorschriften in een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, die met toepassing van het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is verleend. Het gaat hierbij om een vergunningplichtige milieubelastende activiteit die in hoofdstuk 3 van het Bal is aangewezen en waarbij deze vergunningvoorschriften bevat voor een onderwerp dat naar het omgevingsplan is verschoven. Op grond van het overgangsrecht van artikel 4.13, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijven deze vergunningvoorschriften gelden. De vergunningvoorschriften gelden naast het omgevingsplan. De strengste regel is dan bepalend. Ten tijde van de vergunningverlening zijn juist bewust strengere of soepeler voorschriften gesteld, afgestemd op de locatie. De regels in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing, voor zover zo'n vergunningvoorschrift geldt. De uitdrukking 'voor zover' betekent 'in de mate dat'. Dat houdt in dat alleen die voorschriften van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit omgevingsplan buiten toepassing blijven waarvoor voorschriften in de omgevingsvergunning zijn gesteld. Als bijvoorbeeld de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit voor geluid alleen voorschriften met waarden bevat, dan blijft <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef> van dit omgevingsplan met geluidwaarden voor geluidgevoelige gebouwen buiten toepassing. Maar <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef> van dit omgevingsplan, dat bepaalt wanneer een akoestisch onderzoek gedaan moet worden, is wel van toepassing. Deze voorrangsbepaling kan relevant zijn voor de volgende onderdelen van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit omgevingsplan:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_a" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_a">
			  <Al>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.2 Energiebesparing</IntRef>
                                    </Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_b" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_b">
			  <Al>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.3" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.3 Zwerfafval</IntRef>
                                    </Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_c" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_c">
			  <Al>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.4 Geluid</IntRef>
                                    </Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_d" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_d">
			  <Al>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.5 Trillingen</IntRef>
                                    </Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_e" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_e">
			  <Al>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.10 Lozen bij maken van betonmortel</IntRef>paragraaf 22.3.11 Uitwassen van beton</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_f" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_f">
			  <Al>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.13 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal</IntRef>
                                    </Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_g" eId="artrecital__div_o_366_inst2__content_366__list_o_2__item_g">
			  <Al>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.19 In werking hebben van een acculader</IntRef>
                                    </Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Dit omgevingsplan voorziet niet in een voorrangsbepaling voor bestaande vergunningvoorschriften of maatwerkvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer die op grond van het algemene overgangsrecht maatwerkvoorschriften zijn geworden en die afwijken van of een nadere invulling geven aan de omgevingsplanregels in dit omgevingsplan. Uit de wetssystematiek volgt al dat een maatwerkvoorschrift voorrang heeft op een algemene bepaling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_367" eId="artrecital__div_o_367_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_367__content_367" eId="artrecital__div_o_367_inst2__content_367">
		    <Inhoud>
		      <Al>Bijlage I bij het Bbl bevat de begrippen 'gemeentelijk monument' en 'voorbeschermd gemeentelijk monument'. Deze begrippen gelden op grond van <IntRef ref="chp_1__art_1.1" scope="Artikel">artikel 1.1</IntRef> , <IntRef ref="chp_1__art_1.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , van dit omgevingsplan ook voor dit plan. Deze begrippen worden gebruikt in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">22.288</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">22.290</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.293" scope="Artikel">22.293</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">Artikel 22.295</IntRef> .</Al>
		      <Al>De begripsomschrijvingen van bovengenoemde begrippen zijn toegesneden op de wijze waarop de bescherming van monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau via het toekennen van een beschermde status en daardoor het van toepassing worden van bepaalde regels onder het nieuwe recht van de Omgevingswet vorm krijgt. Dit gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven en, als het gaat om een voorbeschermd monument of archeologisch monument, door het voor de locatie van het monument of archeologisch monument toevoegen van een voorbeschermingsregel aan dit omgevingsplan via een voorbereidingsbesluit vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie- aanduiding gemeentelijk monument te geven.</Al>
		      <Al>Daarmee zouden buiten de reikwijdte van bovengenoemde begrippen vallen monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau die onder het voor de Omgevingswet geldende recht als gemeentelijk monument of archeologisch monument zijn aangewezen op grond van een gemeentelijke verordening of een voorbeschermde status hebben verkregen op grond van een zodanige verordening, en waaraan nog niet direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of waarvoor op dat moment in het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel is opgenomen. In de praktijk werden onder het voormalige recht onder de begrippen 'gemeentelijk monument' en 'voorbeschermd gemeentelijk monument' dergelijke monumenten en archeologische monumenten verstaan (hierna samen te noemen: gemeentelijke monumenten 'oude stijl').</Al>
		      <Al>Dit gevolg, dat niet is beoogd, kan zich voordoen tot het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop gemeenten over een omgevingsplan moeten beschikken dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet. Uiteraard moeten de hier bedoelde gemeentelijke monumenten 'oude stijl' gedurende deze overgangsfase wel adequaat worden beschermd. Dit is het geval zolang deze in dit omgevingsplan nog niet zijn voorzien van de functie-aanduiding gemeentelijk monument in het omgevingsplan of, voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten of archeologische monumenten, ter zake een voorbeschermingsregel in dit omgevingsplan is opgenomen. Daarbij wordt er voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten op gewezen dat die onder de Omgevingswet niet per se eerst via een door een voorbereidingsbesluit toe te voegen voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan hoeven te worden omgezet naar een voorbeschermd gemeentelijk monument in de zin van de begripsomschrijving uit bijlage I bij het Bbl. Afhankelijk van het tijdsverloop van de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening en van de procedure om tot vaststelling van een nieuw omgevingsplan te komen, kan er voor deze voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten ook voor worden gekozen om deze direct, dus zonder hiervoor eerst een voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan toe te voegen, in het nieuwe deel van het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Dit zal zich met name voordoen als de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening gedurende hetzelfde tijdvak gaande is als de procedure tot vaststelling van het omgevingsplan. In dat geval kan het zo zijn dat die procedure tot aanwijzing voldoende voorziet in de benodigde voorbescherming en hoeft die voorbescherming niet afzonderlijk met voorbeschermingsregels in het omgevingsplan te worden gecreëerd.</Al>
		      <Al>Voor zover het gaat om de continuering van de gelding van de gemeentelijke verordeningen zelf en een eventueel daarin opgenomen vergunningplicht wordt in de bescherming van de hier bedoelde gemeentelijke monumenten 'oude stijl' al voorzien door de artikelen 22.4 en 22.8 van de Omgevingswet, zoals die artikelen bij de Invoeringswet Omgevingswet worden toegevoegd. Maar voor een adequate bescherming van deze gemeentelijke monumenten 'oude stijl' is ook vereist dat de onderdelen van de artikelen 22.28, 22.38, 22.276,22.277, 22.279 tot en met 22.282 en 22.284 die betrekking hebben op gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten in overeenstemming met de daarvoor geldende begripsomschrijvingen, ook op deze gemeentelijke monumenten 'oude stijl' van toepassing zijn. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">Artikel 22.2</IntRef> van dit omgevingsplan voorziet hierin. Daarbij is het uiteraard zo dat als bij voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten de uitkomst van de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening is dat wordt afgezien van de aanwijzing, op dat moment de voorbescherming vervalt en niet langer sprake is van een 'monument of archeologisch monument waarop die verordening van overeenkomstige toepassing is' als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> . Het van toepassing zijn van dit artikel op de hier bedoelde gemeentelijke monumenten 'oude stijl' kan dus niet alleen worden beëindigd doordat gedurende de overgangsfase daaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument wordt gegeven of ter zake in het omgevingsplan een voorbeschermingsregel wordt opgenomen (de situaties beschreven in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> ), waardoor de desbetreffende monumenten en archeologische monumenten rechtstreeks onder de begrippen gemeentelijk monument en voorbeschermd gemeentelijk monument komen te vallen, maar ook doordat de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening uiteindelijk niet tot een aanwijzing leidt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_368" eId="artrecital__div_o_368_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_368__content_368" eId="artrecital__div_o_368_inst2__content_368">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat voor rijksbeschermde stads- en dorpgezichten vergelijkbaar overgangsrecht als <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef> voor gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten. Bij onder het oud recht aangewezen rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten doet zich in relatie tot de toepassing van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> , en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef> , aanhef en onder b, van dit omgevingsplan de situatie voor dat deze bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet buiten de bescherming vallen die deze artikelonderdelen bieden aan rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Deze artikelonderdelen koppelen de bescherming namelijk aan de in het omgevingsplan aan een locatie gegeven functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht maar deze functie-aanduiding zal er op het moment van de inwerkingtreding van de Omgevingswet veelal niet zijn. Dit omdat de systematiek van bescherming van rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten naar oud recht, anders dan onder de Omgevingswet, niet alleen via het bestemmingsplan en welstandseisen in de gemeentelijke welstandsnota verliep, maar ook via het rechtstreeks werkend sloopvergunningenstelsel in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Onder de Omgevingswet is het sloopvergunningenregime voor rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten een onderwerp dat als onderdeel van het omgevingsplan wordt geregeld. Direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is in het algemeen nog niet in een adequaat sloopvergunningenregime in het omgevingsplan voorzien, omdat in bestemmingsplannen nog is uitgegaan van het bestaan van de wettelijke vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Om te voorkomen dat door het wegvallen van die rechtstreeks uit de wet voortvloeiende vergunningplicht een hiaat in de bescherming van een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht ontstaat, is in artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet bepaald dat totdat het omgevingsplan voorziet in een adequaat beschermingsregime dat voldoet aan de in dat artikellid gestelde eisen, voor het slopen in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Artikel 4.35, tweede lid, van die wet verklaart op deze vergunningplicht de op de vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht betrekking hebbende weigeringsgrond uit artikel 2.16 van die wet van overeenkomstige toepassing.</Al>
		      <Al>Voor de toepassing van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> , en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">artikel 22.38</IntRef> , aanhef en onder b, van dit omgevingsplan, zou het ontbreken in het omgevingsplan van de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht met zich brengen dat - zolang in dit omgevingsplan aan een locatie waarvoor een op grond van het oude recht gegeven aanwijzing als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht geldt - die functie-aanduiding nog niet is gegeven, op die locatie zonder beperking op grond van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">22.27</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef> van dit omgevingsplan, vergunningvrij mag worden gebouwd. Dit is uiteraard onwenselijk. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">Artikel 22.3</IntRef> zorgt dat dit gevolg zich niet voordoet door te bepalen dat de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> , en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef> , aanhef en onder b, van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing zijn op deze locaties tot aan het moment waarop daaraan in dit omgevingsplan wel de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.</Al>
		      <Al>Hoewel de achtergrond van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">22.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">22.3</IntRef> vergelijkbaar is, heeft <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">artikel 22.3</IntRef> een iets andere opzet dan <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef> . Dit komt door het feit dat voor de begrippen 'gemeentelijk monument' en 'voorbeschermd gemeentelijk monument' in bijlage I bij het Bbl in begripsomschrijvingen is voorzien. Maar er is binnen het stelsel van de Omgevingswet geenbegripsomschrijving voor 'rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht'. Om die reden is er in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">artikel 22.3</IntRef> voor gekozen om de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef> , aanhef en onder b, van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing te verklaren.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_369" eId="artrecital__div_o_369_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.4 Maatwerkvoorschriften</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_369__content_369" eId="artrecital__div_o_369_inst2__content_369">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel wordt de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften breed opengesteld voor alle artikelen in deze afdeling. Aangezien alle onderwerpen in deze afdeling van landelijke regelgeving zijn overgeheveld naar de gemeente is het onnodig om de maatwerkmogelijkheid te clausuleren. Voorheen bevatten verschillende artikelen van het Bouwbesluit 2012 een uitdrukkelijke mogelijkheid voor het bevoegd gezag om anders te besluiten dan opgenomen in de in het betrokken artikel opgenomen eis. In deze afdeling wordt die mogelijkheid niet voor afzonderlijke artikelen opgenomen, aangezien maatwerk met dit artikel breed openstaat. Het bevoegd gezag kan dus altijd bepalen of in het concrete geval met een gemotiveerd maatwerkvoorschrift kan worden gewerkt. Een uitzondering op het niet meer specifiek benoemen van afwijkmogelijkheden in het artikel zelf is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12" scope="Artikel">artikel 22.12</IntRef> over de aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater. De voorheen in het Bouwbesluit opgenomen mogelijkheid voor het bevoegd gezag om aanwijzingen te geven is voor de duidelijkheid van bevoegd gezag en de gebruiker wel in dit artikel overgenomen. Het is op basis van de brede bevoegdheid om maatwerk te stellen op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" scope="Artikel">artikel 22.4</IntRef> echter ook mogelijk dat het maatwerkvoorschrift in een concreet geval anders moet komen te luiden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_370" eId="artrecital__div_o_370_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_370__content_370" eId="artrecital__div_o_370_inst2__content_370">
		    <Inhoud>
		      <Al>In door het bevoegd gezag te bepalen situaties kan het nodig zijn dat, voorafgaande aan het bouwen, door of namens het bevoegd gezag rooilijnen, bebouwingsgrenzen of het meetniveau van het te bouwen bouwwerk op het bouwterrein worden vastgesteld en gemarkeerd (uitgezet). In dit artikel is geregeld dat vergunningplichtige bouwwerkzaamheden pas mogen beginnen als door of namens het bevoegd gezag de rooilijnen of bebouwingsgrenzen of het straatpeil zijn uitgezet. Het kan hierbij gaan om activiteiten die op grond van artikel 5.1, tweede lid onder a, van de Omgevingswet vergunningplichtig zijn (de technische bouwactiviteit) of activiteiten die op grond van dit omgevingsplan vergunningplichtig zijn.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_371" eId="artrecital__div_o_371_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.7 Repressief welstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_371__content_371" eId="artrecital__div_o_371_inst2__content_371">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op het repressief welstandstoezicht en was voorheen opgenomen in artikel 12 van de Woningwet. Het uiterlijk van bestaande bouwwerken of te bouwen bouwwerken waar op grond van dit plan geen omgevingsvergunning voor nodig is, mogen niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold. Op grond van artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet geldt die welstandsnota als een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. In het voormalige artikel 13a van de Woningwet was opgenomen dat bij een overtreding van artikel 12, eerste lid, het bevoegd gezag de eigenaar kon verplichten zodanige door het bevoegd gezag aan te geven voorzieningen te treffen, dat daarmee werd voldaan aan artikel 12 van die wet. In de systematiek van de Omgevingswet is dit een maatwerkvoorschrift. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" scope="Artikel">artikel 22.4</IntRef> kan het bevoegd gezag zo'n maatwerkvoorschrift ook stellen voor het onderwerp welstand. Omdat de vraag of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7" scope="Artikel">artikel 22.7</IntRef> overtreden is, beantwoord moet worden door de criteria van de welstandsnota te beoordelen, ligt het voor de hand dat het bevoegd gezag door middel van een maatwerkvoorschrift aan de eigenaar van een gebouw duidelijk maakt op welke punten aanpassing nodig is om de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand op te heffen.</Al>
		      <Al>Als de gemeente geen welstandsnota heeft vastgesteld, gelden er voor de gehele gemeente geen welstandsregels waaraan het uiterlijk van bestaande bouwwerken moet voldoen. Optreden tegen welstandsexcessen is dan niet mogelijk. Op grond van het tweede lid is welstandstoezicht evenmin aan de orde voor door de gemeenteraad aangewezen bouwwerken in daarbij aangewezen (zogenoemde welstandsvrije) gebieden. Op grond artikel 12, tweede lid, van de Woningwet, kon de gemeenteraad die welstandsvrije bouwwerken en gebieden aanwijzen. Deze besluiten zijn in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, toegevoegd aan het tijdelijke deel van het omgevingsplan waar zowel voor het repressieve welstandstoezicht (in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7" scope="Artikel">artikel 22.7</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> ) als voor de beoordeling van een nieuw te bouwen vergunningplichtig bouwwerk aan redelijke eisen van welstand ( <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> , onderdeel a.), een uitzondering is gemaakt. Het repressieve welstandsvereiste is niet van toepassing op tijdelijke bouwwerken, met uitzondering van seizoensgebonden bouwwerken zoals strandtenten.</Al>
		      <Al>De vraag of het uiterlijk van nieuw te bouwen bouwwerken waarvoor wel een omgevingsvergunning op grond van het omgevingsplan nodig is aan daarop van toepassing zijnde welstandseisen voldoet, wordt tijdens het proces van vergunningverlening getoetst. Zie hiervoor <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_372" eId="artrecital__div_o_372_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.8 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_372__content_372" eId="artrecital__div_o_372_inst2__content_372">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel schrijft voor in welke gevallen de elektriciteitsvoorziening van een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor elektriciteit. Een aansluiting is voorgeschreven wanneer de aansluitafstand niet groter is dan 100 m. Bij een afstand van meer dan 100 m is de aansluiting voorgeschreven wanneer de aansluitkosten niet hoger zijn dan ze zouden zijn bij een afstand van 100 m. In gevallen dat de afstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten hoger, kan worden gekozen voor een vrijwillige aansluiting op het distributienet of voor een individuele voorziening zoals bijvoorbeeld een generator. De wijze waarop de in dit artikellid genoemde afstanden moeten worden gemeten, vloeit voort uit de in dit omgevingsplan opgenomen begripsbepaling 'aansluitafstand'.</Al>
		      <Al>De aansluitplicht houdt alleen de plicht in tot het aanbrengen van de technische voorzieningen die het betrekken van elektriciteit mogelijk maken. Of elektriciteit daadwerkelijk wordt geleverd, is afhankelijk van een met het energiebedrijf te sluiten contract.</Al>
		      <Al>Overigens is een aansluiting op het distributienet niet verplicht wanneer op grond van het gelijkwaardigheidsbeginsel een alternatieve voorziening voor het betrekken van elektriciteit is toegestaan.</Al>
		      <Al>De in dit artikel opgenomen aansluitplicht op het distributienet voor elektriciteit geldt niet voor het bouwen van drijvende bouwwerken of voor woonfuncties die gebouwd worden in particulier opdrachtgeverschap. Dit sluit aan bij de gelijkluidende uitzonderingen uit het Bouwbesluit 2012. Uiteraard staat het een initiatiefnemer wel vrij om vrijwillig op het distributienet aan te sluiten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_373" eId="artrecital__div_o_373_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.9 Aansluiting op distributienet voor gas</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_373__content_373" eId="artrecital__div_o_373_inst2__content_373">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel schrijft voor in welke gevallen de gasvoorziening van een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor gas. De aansluitplicht geldt voor een aansluitafstand die niet groter is dan 40 m of wanneer de aansluitkosten niet hoger zijn dan ze zouden zijn bij een aansluitafstand van 40 m. Opgemerkt wordt dat het sinds de wijzigingen in de Gaswet van 1 juli 2018 en de daarop aansluitende wijziging van het Bouwbesluit 2012 in veel gevallen niet meer mogelijk is nieuw te bouwen gebouwen te voorzien van een gasaansluiting voor zogenoemde kleinverbruikers. In dit artikel is net zoals voorheen in het Bouwbesluit 2012 de relatie met artikel 10, zesde lid, onderdeel a of b, van de Gaswet gelegd om duidelijk te maken dat dit artikel van de Gaswet van invloed is op de vraag of er bij nieuwbouw wel een aansluiting op het gasnet gerealiseerd kan worden door de netbeheerder. Het artikel in de Gaswet gaat niet over bestaande aansluitingen die al gerealiseerd zijn. Daarnaast geldt de aansluitplicht in dit artikel alleen als de aansluitafstand 40 m of kleiner is, of als de aansluitkosten niet hoger liggen dan bij een aansluitafstand van 40 m.</Al>
		      <Al>De in dit artikel opgenomen aansluitplicht op het distributienet voor gas geldt niet voor het bouwen van drijvende bouwwerken of voor woonfuncties die gebouwd worden in particulier opdrachtgeverschap. Dit sluit aan bij de gelijkluidende uitzonderingen uit het Bouwbesluit 2012. Deze bouwwerken hoeven dus al sinds enkele jaren niet meer aan te sluiten op het distributienet voor gas. Daarnaast is het sinds de bovengenoemde aanpassing van de Gaswet in 2018 in slechts enkele gevallen nog mogelijk is om nieuwe bouwwerken aan te sluiten op het distributienet voor gas. Het tweede lid van dit artikel bewerkstelligt dat er in drijvende bouwwerken en woning gebouwd in particulier opdrachtgeverschap nooit een aansluitplicht geldt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_374" eId="artrecital__div_o_374_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.10 Aansluiting op distributienet voor warmte</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_374__content_374" eId="artrecital__div_o_374_inst2__content_374">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel stelt een eis voor nieuw te bouwen bouwwerken met een verblijfsgebied. Een dergelijk bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor warmte als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de aansluitkosten niet hoger zijn dan ze zouden zijn bij een aansluitafstand van 40 m. Die plicht is niet alleen afhankelijk van de aansluitafstand maar ook van de vraag of het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om vergunning voor het bouwen nog niet is bereikt. Bij een distributienet voor warmte kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een netwerk voor stadsverwarming. Op grond van het tweede lid zal bij een beroep op een daaraan gelijkwaardige oplossing niet alleen rekening moeten worden gehouden met veiligheid maar ook met energiezuinigheid en milieu. Met het tweede lid wordt de toepassing van het gelijkwaardigheidsbeginsel op de aansluiting op het distributienet ingekaderd. In dat tweede lid is aangegeven aan welke energiezuinigheids- en milieucriteria een andere oplossing dan een aansluiting op het warmtenet moet voldoen om in een voorkomend geval als gelijkwaardig aan die aansluiting te kunnen worden aangemerkt. Bij de beoordeling van die gelijkwaardigheid moeten de energiezuinigheids- en milieuprestaties van de aangedragen andere oplossing vergeleken worden met de prestaties bij aansluiting op het warmtenet. Referentiekader daarbij is de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu zoals deze in het warmteplan is opgenomen. De prestaties van het warmtenet moeten daarom voldoende concreet in het warmteplan, als onderdeel van het omgevingsplan, zijn opgenomen. Als, bijvoorbeeld, in het warmteplan alleen gegevens over de CO2-uitstoot van het warmtenet zijn opgenomen en niet over NOx-effecten, dan moeten de milieuprestaties van de te beoordelen andere oplossing alleen voor de CO2-uitstoot worden bepaald en mag NOx niet als factor in beschouwing worden genomen. Als een gemeente voor energiezuinigheid de wettelijk vastgestelde energieprestatiecoëfficiënt (EPC) wil realiseren, dan kan de gemeente in het warmteplan volstaan met de vermelding dat de wettelijke EPC wordt nagestreefd. Aanleg van nieuwe warmtenetten geschiedt veelal in gebieden met een grote bouwopgave (bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk met meerdere duizenden woningen). De uitvoering van zo'n bouwopgave en – in samenhang daarmee – van de aanleg van het distributienet voor warmte geschiedt niet in één keer, maar gefaseerd. De uiteindelijke prestatie van het distributienet voor energiezuinigheid en bescherming van het milieu treedt pas op vanaf het moment dat het in het warmteplan aangegeven aantal aansluitingen is bereikt. De beoordeling van de gelijkwaardigheid van een aangedragen andere oplossing moet daarom plaatsvinden op basis van die uiteindelijke energiezuinigheids- en milieuprestaties van het warmtenet, zoals die in het warmteplan zijn aangegeven. Zie verder ook de toelichting op de omschrijvingen van de begrippen distributienet voor warmte en warmteplan.</Al>
		      <Al>De in dit artikel opgenomen aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt niet voor het bouwen van drijvende bouwwerken of voor woonfuncties die gebouwd worden in particulier opdrachtgeverschap. Dit sluit aan bij de gelijkluidende uitzonderingen uit het Bouwbesluit 2012. Wanneer er een lokale aansluitplicht gold als bedoeld in het vierde lid van dit artikel, blijft deze aansluitplicht wel van kracht. Uiteraard staat het een initiatiefnemer daarnaast ook vrij om vrijwillig op het distributienet aan te sluiten.</Al>
		      <Al>Het overgangsrecht uit artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 dat behoort bij artikel 6.10, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 is inhoudelijk ongewijzigd opgenomen in het vierde lid van dit artikel. Dit lid zet de bestaande overgangsbepaling voort, voor die gebieden waar voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 6.10, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 op basis van de gemeentelijke bouwverordening en eventuele daarop gebaseerde nadere afspraken een aansluitplicht op een distributienet voor warmte (stadsverwarming) gold. In die gebieden blijft die aansluitplicht ook met inwerkingtreding van dit omgevingsplan bestaan. Als er na de inwerkingtreding van dit omgevingsplan in een dergelijk gebied wordt bijgebouwd dan geldt de aansluitplicht ook voor deze nieuwe gebouwen. Met dit overgangsrecht wordt rekening gehouden met de bijzondere eigenschappen van een warmtenet. Alleen wanneer in een bepaald gebied de aansluitplicht op een warmtenet over een langere periode is gewaarborgd, is een dergelijk systeem uit het oogpunt van energiezuinigheid en milieu haalbaar. Met gebied wordt bedoeld het gebied waarvoor een gemeente daadwerkelijk een concessie voor de aanleg en exploitatie van een warmtenet aan een netbeheerder heeft gegund. Dit kan ook de hele gemeente zijn. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10" scope="Artikel">Artikel 22.10</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , is, als het overgangsrecht nog geldt, dus niet van toepassing. Genoemd eerste lid is wel van toepassing op nieuwe bouwwerken in gebieden waar op het moment van inwerkingtreding van dit omgevingsplan nog geen stadsverwarming is aangelegd en ook geen concessie volgens bovenstaande is verleend.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_375" eId="artrecital__div_o_375_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.11 Aansluiting op distributienet voor drinkwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_375__content_375" eId="artrecital__div_o_375_inst2__content_375">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel regelt in welke gevallen de drinkwatervoorziening moet zijn aangesloten op het openbare distributienet voor drinkwater. De wijze waarop de in dit artikel bedoelde afstanden moeten worden gemeten volgt uit de begripsbepaling van aansluitafstand opgenomen in dit omgevingsplan. Overigens houdt de aansluitplicht niet in dat het drinkwaterbedrijf tot de levering van drinkwater verplicht is of dat de aangeslotene tot het afnemen van drinkwater verplicht is. De aansluitplicht houdt slechts de plicht in tot het aanbrengen van de technische voorzieningen die het betrekken van drinkwater mogelijk maken. Of drinkwater wordt geleverd, is afhankelijk van een met het drinkwaterbedrijf te sluiten contract. Een aansluiting op het distributienet is niet verplicht wanneer door toepassing van het gelijkwaardigheidsbeginsel een alternatieve voorziening voor het betrekken van drinkwater is toegestaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_376" eId="artrecital__div_o_376_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.12 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_376__content_376" eId="artrecital__div_o_376_inst2__content_376">
		    <Inhoud>
		      <Al>In het <i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef></i>en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> zijn technische eisen over de aansluiting van de gebouwriolering op de buitenriolering opgenomen. Het <i>derde</i> lid bevat technische eisen aan de uitvoering van een eventueel aanwezige buitenriolering. De eerste drie leden gelden ongeacht de vraag of het bouwwerk aangesloten is op een openbare voorziening voor het beheer van afvalwater. Het <i>vierde</i> lid is alleen van toepassing als er een openbare voorziening voor de afvoer van afvalwater (huishoudelijk afvalwater of hemelwater) aanwezig is waarop kan worden aangesloten. Onderdeel a heeft betrekking op het geval dat er voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is. Onderdeel b heeft betrekking op het geval dat er een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is. In die gevallen bepaalt het bevoegd gezag op welke plaats, op welke hoogte en met welke middellijn de voor de aansluiting van de afvoervoorziening noodzakelijke aansluiting bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd. Op grond van onderdeel c kan het bevoegd gezag voorzieningen eisen om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. Dit kan met een maatwerkvoorschrift op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" scope="Artikel">artikel 22.4</IntRef> . Voor de duidelijkheid is de formulering die voorheen in het Bouwbesluit 2012 was opgenomen over deze aanwijzing overgenomen in dit artikel, omdat een maatwerkvoorschrift over dit onderwerp naar verwachting in de meeste gevallen deze inhoud zal krijgen. Het is echter op grond van artikel 22.4 ook mogelijk dat er in gevallen door het bevoegd gezag op een andere manier invulling zal worden gegeven aan het maatwerk.</Al>
		      <Al>In paragraaf 2.4.1 van de Omgevingswet zijn de overheidszorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater beschreven. Onder stedelijk afvalwater wordt verstaan huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De regels over het lozen van huishoudelijk afvalwater, afstromend hemelwater en overtollig grondwater in de openbare riolering staan elders in dit omgevingsplan (en eventueel in het deel van dit omgevingsplan dat is voortgekomen uit de voormalige verordening over afvoer van hemel- en grondwater op grond van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer). In dit artikel zijn vervolgens de bouw- en installatietechnische eisen opgenomen die gelden voor de afvoer vanuit of vanaf bouwwerken die aangesloten worden op de perceelaansluiting en in het verlengde daarvan op de openbare voorzieningen voor het beheer van afvalwater.</Al>
		      <Al>Die overheidszorgplicht voor afvalwater is zowel bij huishoudelijk afvalwater als bij hemelwater niet absoluut. Wanneer de aanleg van voorzieningen voor huishoudelijk afvalwater in het buitengebied niet doelmatig is, moeten burgers en bedrijven zelf in de afvoer of zuivering van huishoudelijk afvalwater voorzien.</Al>
		      <Al>De zorgplicht voor hemelwater gaat ervan uit dat gemeenten ook in stedelijk gebied niet hoeven in te zamelen als burgers en bedrijven zelf in afvoer van hemelwater kunnen voorzien. <br/> Waar wel wordt ingezameld, kan de gemeente bij de invulling van haar zorgplicht kiezen tussen de gemengde of afzonderlijke inzameling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_377" eId="artrecital__div_o_377_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.13 Bluswatervoorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_377__content_377" eId="artrecital__div_o_377_inst2__content_377">
		    <Inhoud>
		      <Al>Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moeten gebouwen en andere bouwwerken een toereikende bluswatervoorziening hebben. Doel van dit voorschrift is te waarborgen dat voor de brandweer een adequate openbare of niet-openbare bluswatervoorziening in of bij een bouwwerk beschikbaar is. Wanneer geen toereikende openbare bluswatervoorziening aanwezig is, moet worden zorg gedragen voor een toereikende niet-openbare bluswatervoorziening. Voorbeelden van bluswatervoorzieningen zijn een brandkraan of andere aansluiting op het drinkwater- of ander leidingnet voor bluswater, een watervoorraad, zoals een reservoir, een bassin, een blusvijver, een waterput of een bron (grondwater) of oppervlaktewater zoals een meer, de zee, een sloot, of een kanaal. Een bluswatervoorziening moet bereikbaar en betrouwbaar zijn, dus ook bij droogte of vorst. Daarom is in het artikel opgenomen dat een bluswatervoorziening niet nodig is als dit naar oordeel van het bevoegd gezag gezien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk niet nodig is.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> regelt de maximaal toegestane afstand tussen een bluswatervoorziening en een ingang van een bouwwerk (gebouw of bouwwerk geen gebouw zijnde). Als het bouwwerk op grond van het Bbl over een brandweeringang moet beschikken, wordt de maximale afstand tussen de bluswatervoorziening en die specifieke ingang geregeld. <br/> De afstand mag niet meer dan 40 m bedragen. Wanneer in de straat of de weg een fysieke scheiding aanwezig is, zoals een gracht of beschermde trambaan, dan moet rekening worden gehouden met de omweg die daar het gevolg van is.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> regelt dat de bluswatervoorziening altijd direct bereikbaar moet zijn. Zo kan het bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om maatregelen te treffen om te voorkomen dat een bluswatervoorziening wordt geblokkeerd door geparkeerde auto's of andere objecten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_378" eId="artrecital__div_o_378_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_378__content_378" eId="artrecital__div_o_378_inst2__content_378">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat regels bestemd voor de bereikbaarheid van gebouwen en bouwwerken die geen gebouw zijn waarin personen kunnen verblijven, voor brandweervoertuigen en voertuigen van andere hulpverleningsdiensten. Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moet tussen de openbare weg en de toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg aanwezig zijn die geschikt is voor het te verwachten verkeer, zoals brandweervoertuigen en voertuigen van andere hulpverleningsdiensten. Niet elk gebouw of elk bouwwerk geen gebouw zijnde waarin personen kunnen verblijven hoeft over zo'n verbindingsweg te beschikken. Zo'n weg is niet vereist in de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> aangegeven gevallen, zoals bij een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m <sup>2</sup> of als de toegang tot het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt of wanneer het bevoegd gezag van oordeel is dat de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk de aanwezigheid van die voorziening niet nodig maakt.</Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> is aangegeven aan welke eisen een verbindingsweg als bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moet voldoen. De voorgeschreven minimumbreedte van de verbindingsweg en het voorgeschreven minimum draagvermogen van die weg zijn afgestemd op het gebruik door gangbare voertuigen zonder dat deze elkaar hoeven te kunnen passeren. Aan de in het derde lid gestelde eisen hoeft niet te worden voldaan wanneer in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening een afwijkende regel is opgenomen.</Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> is bepaald dat op een voorgeschreven verbindingsweg (de in het eerste lid bedoelde weg) geen obstakels aanwezig mogen zijn die de voor de doorgang van brandweervoertuigen benodigde vrije hoogte en breedte blokkeren. Zo mag die weg niet worden geblokkeerd door geparkeerde auto's of overhangende takken.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_5" scope="Lid">vijfde lid</IntRef> bepaalt dat een verbindingsweg niet zodanig mag zijn afgesloten dat dit de brandweer of andere hulpdiensten onnodig hindert.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_379" eId="artrecital__div_o_379_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_379__content_379" eId="artrecital__div_o_379_inst2__content_379">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op opstelplaatsen voor brandweervoertuigen bij bouwwerken die voor het verblijf van personen zijn bestemd. Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moeten bij een gebouw en bij een bouwwerk geen gebouw zijnde waarin personen kunnen verblijven opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig zijn, zodat die voertuigen op doeltreffende wijze kunnen worden aangesloten op de bluswatervoorziening. Die opstelplaatsen moeten in voldoende aantal aanwezig zijn, al naar gelang de grootte van het bouwwerk. Zulke opstelplaatsen zijn niet vereist in de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> aangegeven gevallen, zoals bij een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m <sup>2</sup> of als de aard, de ligging of het gebruik van het gebouw respectievelijk het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> regelt de maximaal toegestane afstand tussen een opstelplaats en een ingang van het gebouw/bouwwerk. Als het bouwwerk op grond van het Bbl over een brandweeringang moet beschikken, wordt de maximale afstand tussen de bluswatervoorziening en die specifieke ingang geregeld. De afstand mag niet meer dan 40 m bedragen. In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> is bepaald dat een opstelplaats over de voorgeschreven hoogte en breedte moet worden vrijgehouden voor brandweervoertuigen. Zo mag een opstelplaats niet worden geblokkeerd door geparkeerde auto's of overhangende takken. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_5" scope="Lid">vijfde lid</IntRef> bepaalt dat een opstelplaats niet zodanig door hekwerken mag zijn afgesloten dat dit de brandweer of andere hulpdiensten (onnodig) hindert. Een eventueel ontsluitingssysteem moet in overleg met het bevoegd gezag worden gekozen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_380" eId="artrecital__div_o_380_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.16 Overbewoning woonruimte</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_380__content_380" eId="artrecital__div_o_380_inst2__content_380">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is bedoeld om te voorkomen dat de gezondheid van de bewoners door overbewoning in het geding komt. Dit voorschrift is nadrukkelijk niet bedoeld als normstelling in het kader van de verdeling van woonruimte. Op basis van dit voorschrift kan het bevoegd gezag alleen optreden in het uitzonderlijke geval dat er zoveel mensen in een woning of woonwagen wonen dat dit problemen voor de gezondheid kan opleveren.</Al>
		      <Al>Voor de normering in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is aangesloten bij wat hierover in het Bouwbesluit 2012 was opgenomen. Voor dat besluit werd het onderwerp lokaal in de bouwverordening geregeld en werden verschillende afmetingen gehanteerd. Door opname van dit onderdeel in de omgevingsplanregels van rijkswege kunnen gemeenten bezien of lokaal een eis op het vlak van overbewoning nodig is en zo ja, met welke maatvoering.</Al>
		      <Al>Uit het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> blijkt dat de eis over overbewoning niet van toepassing is op een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden. Zo'n opvang moet voldoen aan de normen zoals vastgelegd in de Richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten (2003/9/EG).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_381" eId="artrecital__div_o_381_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.17 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_381__content_381" eId="artrecital__div_o_381_inst2__content_381">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op het staken van het gebruik van een bouwwerk als dat gebruik gevaarlijk is in verband met de bouwvalligheid van een nabij gelegen bouwwerk. Voordat sprake kan zijn van een overtreding waartegen handhavend kan worden opgetreden is het nodig dat het bevoegd gezag eerst een mededeling heeft gedaan dat het gebruik vanwege de technische kwaliteit van dat andere bouwwerk gevaarlijk is. Die mededeling is een mededeling van feitelijke aard en geen beschikking. Als het gebruik na ontvangst van de bedoelde mededeling toch wordt voortgezet, kan op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht handhavend worden opgetreden door oplegging van een last onder bestuursdwang of een last onder de dwangsom. In spoedeisende gevallen kan bestuursdwang zo nodig zonder voorafgaande last worden toegepast (artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_382" eId="artrecital__div_o_382_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.18 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_382__content_382" eId="artrecital__div_o_382_inst2__content_382">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel zijn onderdelen terug te vinden die voorheen waren opgenomen in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, en de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit 2012. Deze zorgplicht ('kapstokartikel') heeft betrekking op gebruik van bouwwerken waarin niet is voorzien door de andere voorschriften van dit omgevingsplan en het Bbl. Hiermee heeft het bevoegd gezag een 'kapstok' om in een specifiek geval in te grijpen wanneer het gebruik van een bouwwerk leidt tot hinder, overlast, gezondheidsrisico's en veiligheidsrisico's anders dan de brandveiligheidsrisico's die al in het Bbl zijn geregeld.</Al>
		      <Al>De zorgplicht opgenomen in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt voor eenieder die een bouwwerk gebruikt. De term gebruiken moet ruim worden uitgelegd en omvat zowel het zelf gebruiken als het door een ander laten gebruiken. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> regardeert dus enerzijds degene die (als eigenaar, beheerder, verhuurder of anders) het gebouw laat gebruiken door een ander, evenals degene die (zelf) gebruik maakt van een bouwwerk. Al deze personen zijn gehouden het noodzakelijke te doen, voor zover dat in hun vermogen ligt, om het ontstaan of voortduren van gevaar voor de gezondheid of veiligheid te voorkomen of te beëindigen. Dit vereist adequaat en tijdig optreden waarbij zowel (tijdelijke) beheersmaatregelen als (permanente) eindmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn, afhankelijk van de aard en omvang van een bepaald gevaar.</Al>
		      <Al>De zorgplicht is steeds van toepassing, ook in het kader van vergund of op een andere manier toegestaan handelen, al zal in de regel het naleven van de reguliere veiligheids- en gezondheidsbepalingen ertoe leiden dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat of voortduurt. De geëiste maatregelen op grond van dit artikel moeten altijd in verhouding staan tot het te bestrijden risico. De gemeente zal de noodzaak hiervan in het concrete geval moeten kunnen onderbouwen.</Al>
		      <Al>Enkele voorbeelden van situaties waarin een beroep op dit zorgplichtartikel gerechtvaardigd kan zijn:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1" eId="artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_a">
			  <Al>als sprake is van geluidhinder;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_b">
			  <Al>als sprake is van ernstige rookhinder door het stoken van hout of andere stoffen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_c">
			  <Al>als stankverwekkende stoffen zijn opgeslagen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_d" eId="artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_d">
			  <Al>als sprake is van een illegale hennepkwekerij;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_e" eId="artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_e">
			  <Al>als op gevaarlijke wijze materiaal is gestapeld (bijvoorbeeld voor kinderen bereikbare vaten die kunnen gaan rollen);</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_f" eId="artrecital__div_o_382_inst2__content_382__list_o_1__item_f">
			  <Al>als asbestbevattende materialen of restanten hiervan zich in een zodanige staat bevinden dat het risico van verspreiding van asbestvezels te vrezen valt. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 ziet op de situatie van sloop en is niet toepasbaar op de situatie van verweren of slijtage.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Met het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> , onderdeel c, is beoogd dat een bouwwerk in een dusdanig nette staat is dat daardoor geen hinder voor personen ontstaat en dat er geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid ontstaat. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld worden opgetreden wanneer in een woning overmatig veel last is van schadelijk of hinderlijk gedierte of wanneer de algemene reinheid (gezondheid) dat betaamt. Het moet gaan om ernstige gevallen.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> geeft aan dat dit artikel niet gaat over gebruik van bouwwerken dat al geregeld is in afdeling 6.2 van het Bbl (zie ook hierboven). Die regels zijn namelijk uitputtend en er bestaat geen ruimte dat gebruik daarnaast onderwerp van dit omgevingsplan te laten zijn.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_383" eId="artrecital__div_o_383_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_383__content_383" eId="artrecital__div_o_383_inst2__content_383">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op de aanwezigheid van relatief beperkte hoeveelheden brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken, de zogenoemde huishoudelijke opslag. De regels over opslag van brandgevaarlijke stoffen waren voorheen opgenomen in het Bouwbesluit 2012 (voor opslag in, op of nabij een bouwwerk) en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (voor opslag in, op of nabij een bouwsel). De inwerkingtreding van de Omgevingswet brengt geen verandering in de regeling van de opslag in, op of nabij een bouwsel, wel in de regeling van de opslag in, op of nabij een bouwwerk. De opslag in of op een bouwwerk is voortaan geregeld in het Bbl. Dat besluit bevat geen regels over de opslag nabij een bouwwerk omdat het geen regels bevat over zaken buiten een bouwwerk. Om te voorkomen dat er op dit punt een hiaat in de regelgeving ontstaat, wordt de opslag van brandgevaarlijke stoffen nabij een bouwwerk voortaan geregeld in dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Onder brandgevaarlijke stoffen wordt in dit verband verstaan: vaste stoffen, vloeistoffen en gassen die brandbaar of brandbevorderend zijn of bij brand gevaar opleveren. Voor zover die stoffen aanwezig zijn in of op een bouwwerk is die aanwezigheid voortaan landelijk geregeld met de specifieke zorgplicht voor het brandveilig gebruik van bouwwerken (artikel 6.4 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken). Het stellen van regels over bedrijfsmatige opslag van stoffen die zowel brand- als milieugevaarlijk zijn, geschiedt in het Bal en in omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten. Dit artikel beperkt zich tot huishoudelijke opslag, dat wil zeggen kleinere hoeveelheden die – rekening houdend met de gevaarsaspecten van die stoffen – voor de goede bedrijfsvoering als werkvoorraad mogen worden beschouwd. Dit is in dit artikel uitgewerkt in een verbod op het aanwezig hebben van brandgevaarlijke stoffen in combinatie met expliciete uitzonderingen op dat verbod. In de bij dit artikel opgenomen tabel 22.2.1 is per soort stof en verpakkingsgroep aangegeven welke hoeveelheid van een brandgevaarlijke stof is toegestaan.</Al>
		      <Al>In de eerste kolom van de tabel zijn die stoffen geordend in overeenstemming met de deelverzameling 'stoffen die zowel milieu- als brandgevaarlijk zijn' van de ADR (Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg; Trb. 1959, 171). Conform de ADR-terminologie wordt daarbij de netto massa in kilo's gehanteerd als eenheid voor het vaststellen van hoeveelheden vaste stoffen, vloeibaar gemaakte gassen en onder druk opgeloste gassen en wordt de nominale inhoud in liters als eenheid gehanteerd wanneer het gaat om vloeistoffen en samengeperste gassen.</Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is het verbod op het aanwezig hebben van een brandgevaarlijke stof opgenomen. Of iets een brandgevaarlijke stof is, is te lezen in tabel 22.2.1. Uit deze tabel blijkt dat ook medicinale zuurstof een gas is dat onder het voorschrift van dit artikel valt.</Al>
		      <Al>Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is het in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> gestelde verbod niet van toepassing wanneer de toegestane maximum hoeveelheid van een bepaalde stof niet wordt overschreden (onderdeel a), de stof deugdelijk is verpakt (onderdeel b) en die stof met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen wordt gebruikt (onderdeel c). Hierbij geldt dat de totale hoeveelheid stoffen niet meer mag zijn dan 100 kilogram of liter. De stof moet zodanig verpakt zijn dat de verpakking tegen een normale behandeling bestand is (wat bij de originele verpakking in de regel al het geval zal zijn) en van de inhoud niets onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen (wat bij deugdelijke sluiting van een geopende originele verpakking in de regel het geval zal zijn). Bij gebruik in overeenstemming met de gevaarsaanduiding moeten de zogenoemde R- en S-zinnen in acht worden genomen. Die zinnen, die in de regel op de originele verpakking zijn aangegeven, geven de producteigenschappen aan (R = risc: bijvoorbeeld 'ontvlambaar') en bevatten gebruiksinstructies (S = safety: bijvoorbeeld 'niet roken tijdens het gebruik').</Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> wordt een aantal zelfstandig te lezen afwijkingen van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> gegeven. Bij de bepaling van de totale hoeveelheid toegestane stoffen hoeft geen rekening te worden gehouden met de in het derde lid opgenomen stoffen. Er hoeft bijvoorbeeld geen rekening te worden gehouden met de in een auto of scooter aanwezige motorbrandstoffen (onder a) of met voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken (onder c).</Al>
		      <Al>Onderdeel f van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> bepaalt dat het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> niet van toepassing is op brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan bij of krachtens de Omgevingswet is toegestaan. Hiermee wordt zeker gesteld dat voor die stoffen alleen eventuele algemene regels en een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit gelden en zodoende strijdige voorschriften worden uitgesloten.</Al>
		      <Al>Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> moet de inhoudsmaat van een aangebroken verpakking volledig worden meegerekend. Als bijvoorbeeld in een vat nog vier liter zit van de oorspronkelijke tien liter dan moet gerekend worden met tien liter.</Al>
		      <Al>Enkele rekenvoorbeelden op basis van dit artikel. Ongeacht de aanwezigheid van andere stoffen mogen altijd gasflessen met een maximum inhoud van in totaal 115 liter en maximaal 1.000 liter diesel-, gas- of lichte stookolie (vlampunt tussen 61°C en 100°C) aanwezig zijn. Bij de overige stoffen gaat het niet alleen om een maximum hoeveelheid voor stoffen per ADR-klasse (bijvoorbeeld: geen grotere hoeveelheid van stoffen van ADR-klasse 3 uit verpakkingsgroep II dan totaal 25 liter) maar mag ook de hoeveelheid van stoffen uit alle genoemde ADR-klassen samen niet meer dan 100 kilogram of liter bedragen. Wanneer bijvoorbeeld in een bouwwerk 50 liter vloeistof van ADR-klasse 3 uit verpakkingsgroep III en 50 kilogram stoffen van ADR-klasse 5.1 aanwezig zijn, is die grens van de toegestane maximum hoeveelheid van 100 kilogram of liter bereikt. In dat geval mogen daarnaast nog wel de eerdergenoemde gasflessen en oliesoorten tot maximaal de daarvoor aangegeven maximum hoeveelheid aanwezig zijn maar geen van de overige in de tabel aangegeven stoffen.</Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5" scope="Lid">vijfde lid</IntRef> is geregeld dat in afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> , onder e, meer dan 1.000 liter van een in dat artikelonderdeel bedoelde oliesoort aanwezig mag zijn als de wijze van opslag en gebruik daarvan zodanig is dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende worden voorkomen. Op grond daarvan kan het bevoegd gezag dus instemmen met de aanwezigheid van een grotere hoeveelheid. De reikwijdte van die bevoegdheid is beperkt tot gevallen die buiten de werkingssfeer van de het Bal of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit vallen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_384" eId="artrecital__div_o_384_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.20 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_384__content_384" eId="artrecital__div_o_384_inst2__content_384">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel zijn onderdelen terug te vinden die voorheen waren opgenomen in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, en de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit. <br/> Deze zorgplicht ('kapstokartikel') heeft betrekking op de staat en het gebruik van open erven en terreinen waarin niet is voorzien door de andere voorschriften van dit omgevingsplan. Hiermee heeft het bevoegd gezag een 'kapstok' om in een specifiek geval in te grijpen wanneer de staat of het gebruik van een open erf of terrein leidt tot hinder, gezondheidsrisico's en veiligheidsrisico's. Ook als de staat of het gebruik op zich voldoet aan de voorschriften van dit omgevingsplan kan er reden zijn voor een beroep op dit artikel.</Al>
		      <Al>De zorgplicht opgenomen in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt voor eenieder die een open erf of terrein gebruikt. De term gebruiken moet ruim worden uitgelegd en omvat zowel het zelf gebruiken als het door een ander laten gebruiken. Al deze personen zijn gehouden het noodzakelijke te doen, voor zover dat in hun vermogen ligt, om het ontstaan of voortduren van gevaar voor de gezondheid of veiligheid te voorkomen of te beëindigen. Dit vereist adequaat en tijdig optreden waarbij zowel (tijdelijke) beheersmaatregelen als (permanente) eindmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn, afhankelijk van de aard en omvang van een bepaald gevaar.</Al>
		      <Al>De zorgplicht is steeds van toepassing, ook in het kader van vergund of op een andere manier toegestaan handelen, al zal in de regel het naleven van de reguliere veiligheidsbepalingen ertoe leiden dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat of voortduurt.</Al>
		      <Al>De geëiste maatregelen op grond van dit artikel moeten altijd in verhouding staan tot het te bestrijden risico. De gemeente zal de noodzaak hiervan in het concrete geval moeten kunnen aantonen.</Al>
		      <Al>Enkele voorbeelden van situaties waarin een beroep op dit kapstokartikel gerechtvaardigd kan zijn:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1" eId="artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_a">
			  <Al>als sprake is van lawaaihinder;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_b">
			  <Al>als sprake is van ernstige rookhinder door het stoken van hout of andere stoffen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_c">
			  <Al>als stankverwekkende stoffen zijn opgeslagen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_d" eId="artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_d">
			  <Al>als sprake is van een illegale hennepkwekerij;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_e" eId="artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_e">
			  <Al>op gevaarlijke wijze materiaal is gestapeld (bijvoorbeeld voor kinderen bereikbare vaten die kunnen gaan rollen);</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_f" eId="artrecital__div_o_384_inst2__content_384__list_o_1__item_f">
			  <Al>als asbestbevattende materialen of restanten hiervan zich in een zodanige staat bevinden dat het risico van verspreiding van asbestvezels te vrezen valt. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 ziet op de situatie van sloop en is niet toepasbaar op de situatie van verweren of slijtage.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Met het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> onderdeel c is beoogd dat een open erf of terrein in een dusdanig nette staat verkeert dat daardoor geen hinder voor personen ontstaat en dat er geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid ontstaat. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld worden opgetreden wanneer op een erf overmatig veel last is van schadelijk of hinderlijk gedierte of wanneer de algemene reinheid (gezondheid) dat betaamt. Een open erf en terrein behoort geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid op te leveren door drassigheid, stank, verontreiniging, (on)gedierte, begroeiing of voorwerpen. Het moet gaan om ernstige gevallen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_385" eId="artrecital__div_o_385_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.21 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_385__content_385" eId="artrecital__div_o_385_inst2__content_385">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op het staken van het gebruik van een open erf of terrein als dat gebruik gevaarlijk is in verband met de bouwvalligheid van een nabij gelegen bouwwerk. Voordat sprake kan zijn van een overtreding waartegen het handhavend kan worden opgetreden is het nodig dat het bevoegd gezag eerst een mededeling heeft gedaan dat het gebruik vanwege de technische kwaliteit van dat andere bouwwerk gevaarlijk is. Die mededeling is een mededeling van feitelijke aard en geen beschikking. Als het gebruik na ontvangst van de bedoelde mededeling toch wordt voortgezet kan op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht handhavend worden opgetreden door oplegging van een last onder bestuursdwang of een last onder de dwangsom. In spoedeisende gevallen kan bestuursdwang zo nodig zonder voorafgaande last worden toegepast (artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_386" eId="artrecital__div_o_386_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_386__content_386" eId="artrecital__div_o_386_inst2__content_386">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 41a van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, dat een vrijstelling van de archeologische onderzoeksplicht bevatte. Dit artikel voorkomt dat er in dit omgevingsplan een lacune zou ontstaan door het wegvallen van artikel 41a. Het gaat hierbij om bodemverstoringen op huis-tuin-en- keukenniveau. Er worden geen grootschalige projecten mee vrijgesteld. Zie ook de toelichting bij artikel 5.130 van het Bkl <Noot type="voet" id="v1_inst2">
			  <NootNummer>[1]</NootNummer>
			  <Al>Stb. 2018, nr. 292, p. 384 e.v.</Al>
			</Noot>.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> bepaalt dat als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels zijn gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (ook wel: aanlegactiviteit), deze regels niet gelden als de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m <sup>2</sup> . Deze activiteiten zijn vrijgesteld van het vereiste om bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een archeologisch rapport aan te leveren en van eventuele vergunningvoorschriften in het belang van de archeologische monumentenzorg.</Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is bepaald dat als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, (voor een locatie) voor bodemverstorende activiteiten een grotere of kleinere oppervlakte dan 100 m2 is vastgesteld voor de vrijstelling van de archeologische onderzoeksplicht, die afwijkende andere oppervlakte geldt. In dat verband wordt erop gewezen dat aan een vastgestelde afwijkende andere oppervlakte, voor zover die minder dan 50 m <sup>2</sup> bedraagt, geen praktische betekenis toekomt als het gaat om het vergunningvrij bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf dat voldoet aan de in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> , onder a en b, van dit omgevingsplan gestelde eisen. De vergunningplicht voor een bouwactiviteit op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> van dit omgevingsplan geldt dan immers niet. Een archeologische onderzoeksplicht zal voor die gevallen overigens wel kunnen worden opgelegd via andere omgevingsvergunningen die op grond van dit omgevingsplan kunnen zijn vereist, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden ter voorbereiding van de bouwactiviteit. Hiervoor wordt nader verwezen naar <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">artikel 22.28</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> van dit omgevingsplan en de toelichting daarop.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_387" eId="artrecital__div_o_387_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.23 Algemene afbakeningseisen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_387__content_387" eId="artrecital__div_o_387_inst2__content_387">
		    <Inhoud>
		      <Al>De in dit artikel opgenomen afbakeningseisen zijn ongewijzigd overgenomen uit artikel 5, eerste en tweede lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. In het eerste lid is opgenomen dat vergunningvrij bouwen niet is toegestaan als het oorspronkelijke bouwwerk waarin, waaraan, waarop of waarbij gebouwd wordt, zonder de daarvoor vereiste vergunning is gebouwd of wordt gebruikt. Dit kan zowel gaan om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet als een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van die wet. In het geval het bouwwerk (geheel of gedeeltelijk) illegaal is gebouwd of wordt gebruikt, is het onwenselijk dat eventuele latere aanpassingen van of uitbreidingen aan of bij dit gebouw vergunningvrij en daarmee legaal zouden kunnen zijn. De mogelijkheid tot vergunningvrij bouwen is daarom zowel hier, als in het Bbl uitgesloten.</Al>
		      <Al>In het tweede lid wordt geregeld dat het aantal woningen niet mag toenemen door de vergunningvrije mogelijkheden, tenzij voor huisvesting in verband met mantelzorg.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_388" eId="artrecital__div_o_388_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.24 Meetbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_388__content_388" eId="artrecital__div_o_388_inst2__content_388">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel zijn de bepalingen over de wijze van meten uit het tweede en derde lid van artikel 1 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht ongewijzigd overgenomen. De in deze afdeling genoemde waarden worden gemeten conform dit artikel.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_389" eId="artrecital__div_o_389_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.25 Mantelzorg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_389__content_389" eId="artrecital__div_o_389_inst2__content_389">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is ongewijzigd overgenomen uit artikel 1, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Voor de toepassing van de genoemde paragrafen wordt huisvesting in verband met mantelzorg altijd als functioneel verbonden met het hoofdgebouw aangemerkt. Daarmee wordt bewerkstelligd dat een bijgebouw dat of een aan- of uitbouw die wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg vanwege de expliciet bepaalde functionele verbondenheid met het hoofdgebouw, ook moet worden aangemerkt als een functioneel verbonden bouwwerk en daarmee als bijbehorend bouwwerk als bedoeld in dit omgevingsplan. Daarmee wordt het mogelijk het bijgebouw of de aan- of uitbouw op de grondslag van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> , aanhef en onder a, of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef> , aanhef en onder a, van dit omgevingsplan vergunningvrij te bouwen. In de praktijk blijkt de vraag wel eens te ontstaan of er bij de toewijzing van een eigen huisnummer aan een bij een woning aanwezige mantelzorgvoorziening, nog sprake kan zijn van een bijbehorend bouwwerk. Het al dan niet toekennen van een afzonderlijk huisnummer is echter niet van belang voor de uitleg van deze bepaling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_390" eId="artrecital__div_o_390_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.26 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_390__content_390" eId="artrecital__div_o_390_inst2__content_390">
		    <Inhoud>
		      <Al>Op grond van dit artikel is het verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken. Als onderdeel van de omgevingsplanregels van rijkswege wordt hiermee de vergunningplicht voortgezet, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover die betrekking heeft op artikel 2.10, eerste lid, onder c en d, van die wet. In afdeling 3.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet, is uitvoerig ingegaan op het expliciet maken dat deze vergunningplicht voor een bouwactiviteit ook betrekking heeft op het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.</Al>
		      <Al>Het verbod behoudens vergunning geldt overigens niet als het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Omgevingswet aangewezen geval. Die vergunningvrije gevallen zijn aangewezen in artikel 2.15f van het Bbl. Bij die aanwijzing gaat het om een landelijk uniforme categorie gevallen waarin geen omgevingsvergunning is vereist voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk (zoals bouwen, verbouwen, vervangen of uitbreiden). In zo'n geval is geen omgevingsvergunning vereist, ook niet als de bouw in strijd zou zijn met een in het omgevingsplan gestelde regel. Voldoet een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk niet aan de in het besluit gestelde voorwaarden, dan mag die activiteit niet zonder omgevingsvergunning worden verricht. In aanvulling op de landelijke categorie vergunningvrije gevallen kunnen in het omgevingsplan meer categorieën bouwactiviteiten worden aangewezen waarvoor geen omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is vereist. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> van dit omgevingsplan is van die bevoegdheid gebruik gemaakt om bouwactiviteiten die voorheen waren opgenomen in artikel 3 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, onder gelijkwaardige voorwaarden, als vergunningvrije omgevingsplanactiviteit mogelijk te maken. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef> is geregeld dat de onderdelen van artikel 2, bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, die niet langer landelijk uniform vergunningvrij zijn op grond van het Bbl, op grond van het omgevingsplan onder dezelfde voorwaarden vergunningvrij zijn. Het betreft hier de bijbehorende bouwwerken, erf- en perceelafscheidingen hoger dan een meter en gebruik van bestaande bouwwerken voor mantelzorg. De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef> bevatten uitzonderingen op dat vergunningvrije bouwen als dat bouwen betrekking heeft op monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en archeologisch erfgoed.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_391" eId="artrecital__div_o_391_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.27 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 - omgevingsplan onverminderd van toepassing</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_391__content_391" eId="artrecital__div_o_391_inst2__content_391">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel zijn de bouwwerken aangewezen waarvoor de vergunningplicht, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> , niet van toepassing is. Met deze categorie van bouwwerken wordt artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, met enkele ondergeschikte aanpassingen en een aanvulling van erf- en perceelafscheiding (hoger dan een meter maar niet hoger dan twee meter), voortgezet. Zoals ook in afdeling 3.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet toegelicht, geldt voor deze bouwwerken weliswaar niet de vergunningplicht uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> , maar de overige regels uit het omgevingsplan blijven onverminderd van kracht. Dat betekent dat een bouwwerk onverminderd aan de materiële regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van het bouwwerk moet voldoen. Onderdeel van die regels kan ook een bepaling zijn dat daarvan bij omgevingsvergunning van kan worden afgeweken. Deze binnenplanse vergunningplichten kunnen bijvoorbeeld op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening, in een van het tijdelijk deel uitmakend bestemmingsplan zijn opgenomen. Ook deze binnenplanse vergunningplichten blijven onverminderd van kracht, met als gevolg dat er toch een binnenplanse vergunning nodig kan zijn voor de betrokken bouwwerken. Als zo'n binnenplanse vergunning niet kan worden verleend of als het bouwwerk of het voorgenomen gebruik daarvan, niet voldoet aan andere in het omgevingsplan gestelde materiële regels, is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In dat geval is er voor het bouwwerk een buitenplanse vergunning nodig op grond artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet. Net als bij de werking van artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, zijn de betrokken bouwwerken dus alleen maar vergunningvrij als aan alle overige regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken uit dit omgevingsplan wordt voldaan. Als op grond van die andere regels een vergunning nodig is, of als het bouwwerk of het voorgenomen gebruik in strijd is met andere regels uit dit omgevingsplan, moet toch een vergunning worden aangevraagd.</Al>
		      <Al>Zoals al beschreven betreft het hier een voortzetting van de bouwwerken die in artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht waren opgenomen. Op enkele onderdelen zijn daarin wijzigingen aangebracht. Zo is de eis in onderdeel a, onder 3°, dat een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan op meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied moet zijn gelegen, niet langer afhankelijk van de gelding van redelijke eisen van welstand voor het betrokken gebied of bouwwerk. Hiermee wordt de praktische toepassing van de regeling verbeterd.</Al>
		      <Al>Onderdeel h zondert van de binnenplanse vergunningplicht uit buisleidingen anders dan buisleidingen waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Bbl (bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet oorspronkelijk genummerd als artikel 2.15f, onder p, aanhef en onder 4°) van toepassing is. Hierdoor ontstaat een vergelijkbare samenhang tussen dit artikelonderdeel van de bruidsschat en het genoemde artikelonderdeel uit het Bbl als de samenhang tussen de onderdelen in de artikelen 2 en 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht.</Al>
		      <Al>In onderdeel i zijn enkele voorwaarden geschrapt (geen verandering van de draagconstructie of (sub)brandcompartimentering), aangezien die om bouwtechnische redenen gesteld werden en geen invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van het bouwen zoals die door een omgevingsplan wordt gereguleerd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_392" eId="artrecital__div_o_392_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_392__content_392" eId="artrecital__div_o_392_inst2__content_392">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">Artikel 22.28</IntRef>bevat uitzonderingen en aanvullende randvoorwaarden voor de in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> aangewezen gevallen. Gevolg is dat, als uitzondering op de uitzondering, de vergunningplicht uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> toch blijft gelden voor die gevallen (als niet aan de aanvullende randvoorwaarden wordt voldaan). Deze systematiek is overgenomen uit de artikelen 4a en 5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. De vergunningvrije mogelijkheden zijn in het kader van de bescherming van cultureel erfgoed beperkt in geval van (voor)beschermde monumenten en archeologische monumenten en rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">Artikel 22.28</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> , is een voortzetting van artikel 5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, waarbij op basis van de jurisprudentie één wijziging is aangebracht. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">Artikel 22.28</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> , aanhef, verklaart als hoofdregel de op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> , aanhef en onder a en b, van dit omgevingsplan bestaande mogelijkheden om een bijbehorend bouwwerk of een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf te bouwen zonder de op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> van dit omgevingsplan vereiste omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit buiten toepassing, als er op de locatie van het bouwwerk regels gelden als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" scope="Artikel">artikel 22.22</IntRef> van dit omgevingsplan over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">artikel 22.28</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> , onder a, is de al onder het Besluit omgevingsrecht bestaande uitzondering op deze hoofdregel opgenomen dat deze niet geldt als de oppervlakte van het bouwwerk minder dan 50 m <sup>2</sup> bedraagt. Op basis van de jurisprudentie is aan de regeling in dit omgevingsplan een subonderdeel toegevoegd ( <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">artikel 22.28</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> , onder b). Per saldo leidt dit nieuwe subonderdeel ertoe dat de vergunningvrije bouwmogelijkheden voor een bijbehorend bouwwerk en een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> , aanhef en onder a en b, van dit omgevingsplan in een groter aantal gevallen van toepassing blijven, ook al gelden er op de locatie van het bouwwerk regels als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" scope="Artikel">artikel 22.22</IntRef> van dit omgevingsplan over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Het nieuwe subonderdeel regelt namelijk dat die vergunningvrije bouwmogelijkheden in dat geval ook van toepassing blijven als het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om zonder omgevingsvergunning grondwerkzaamheden te verrichten die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit en daarop regels als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" scope="Artikel">artikel 22.22</IntRef> van dit omgevingsplan over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn. Op het moment dat sprake is van een dergelijk verbod met daarop betrekking hebbende regels over het verrichten van archeologisch onderzoek, is er geen reden om de desbetreffende vergunningvrije gevallen uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> te beperken. In dat geval is de bescherming van de archeologische waarden op de locatie voldoende verzekerd. De uitzondering op de vergunningplicht uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> kan dan blijven gelden. De toevoeging van dit nieuwe subonderdeel is een uitvloeisel van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met nummer ECLI:NL:RVS:2014:2066. Bij deze uitspraak heeft de Afdeling kort samengevat geoordeeld dat het bestaan van een vergunningplicht voor een bouwactiviteit een eventuele vergunningplicht voor het uitvoeren van grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit onverlet laat. Om die reden is het niet langer meer nodig om de bescherming van archeologische waarden die gevolgen kunnen ondervinden van grondwerkzaamheden in het kader van een bouwactiviteit, te laten plaatsvinden via regels die betrekking hebben op die bouwactiviteit. Het zijn twee zelfstandige kaders. In de voormalige planologische regelingen die onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is dit uiteraard nog niet tot uitdrukking gebracht. Om die reden gebeurt dit nu in het nieuwe subonderdeel. Het is aan gemeenten om dit bij het vaststellen van het omgevingsplan verder te regelen en de regels die met het oog op de bescherming van archeologische waarden op een locatie worden gesteld aan het bouwen en het uitvoeren van grondwerkzaamheden in onderlinge samenhang te bezien en desgewenst aan te passen.</Al>
		      <Al>In aanvulling op de toelichting op artikel 2.30 van het Bbl (bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet oorspronkelijk genummerd als artikel 2.15g) wordt hieronder ingegaan op de instructieregels en instructies die in ieder geval in acht genomen moeten worden bij het in het omgevingsplan aanpassen van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">22.26</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">22.27</IntRef> van dit omgevingsplan en de in dit artikel ( <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef> ) opgenomen uitzonderingen daarop voor cultureel erfgoed. Bij aanpassing van het omgevingsplan moet de gemeente de instructieregels en instructies van de provincie en het Rijk in acht nemen. Bij dit onderwerp gaat het dan in ieder geval om de instructieregels uit het Bkl over het behoud van cultureel erfgoed (artikel 5.130) en werelderfgoed (artikel 5.131), de provinciale instructieregels over werelderfgoed (op grond van artikel 7.4, derde lid, van het Bkl) en de instructies ter bescherming van rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten, bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet (in samenhang met artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet). Voor omgevingsplanactiviteiten <i>in, aan</i> of <i>op</i> via het omgevingsplan (voor)beschermde monumenten of archeologische monumenten zal het daarbij vooral draaien om de vraag of de activiteit van invloed kan zijn op de monumentale waarden. De omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk valt hier immers één op één samen met de omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een (gemeentelijk of provinciaal) beschermd monument of archeologisch monument. Als een gemeente niet tot een vergunningvrijregime per locatie wil overgaan, ligt een vergelijkbaar regime als opgenomen in artikel 13.11 van het Bal, waarin de vergunningvrije gevallen voor de rijksmonumentenactiviteit zijn aangewezen, voor de hand. In de omgeving van – <i>bij</i> – (voor)beschermde monumenten is in ieder geval relevant de instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, onder 1°, van het Bkl, dat de aantasting van de omgeving van deze monumenten moet worden voorkomen voor zover deze daardoor zouden worden ontsierd of beschadigd. De mogelijkheden om binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht meer omgevingsplanactiviteiten vergunningvrij te maken, worden enerzijds specifiek begrensd door het niveau van bescherming dat ten tijde van de aanwijzing als beschermd gezicht op grond van de Monumentenwet 1988 of de instructie op grond van artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet voldoende beschermend werd geacht. Anderzijds vormt de generieke instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, onder 2°, van het Bkl in algemene zin een ondergrens. Deze instructieregel bepaalt dat aantasting van het karakter van beschermde stads- en dorpsgezichten (ongeacht op welk overheidsniveau deze zijn beschermd) moet worden voorkomen. Hoewel in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.130 van het Bkl is opgemerkt dat het tweede lid, onder d, onder 2°, zich in eerste instantie richt op stads- en dorpsgezichten (en cultuurlandschappen) die op initiatief van de gemeente zelf worden beschermd, is de bepaling uitdrukkelijk ook van toepassing op rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Dit is ook nodig, omdat veel aanwijzingen als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht inmiddels zo'n vijftig jaar oud zijn en de meeste nog op het oude stelsel zijn geënt, waarin van rechtswege een bouwvergunningplicht gold. Daardoor zijn die als instructie aangemerkte oude aanwijzingen in de praktijk niet altijd leesbaar als een actuele en gedetailleerde instructie als bedoeld in artikel 2.34 van de Omgevingswet. De instructieregel in artikel 5.130, eerste lid, van het Bkl verplicht de gemeente in zo'n geval de karakteristieken van het beschermde gezicht aanvullend te analyseren en te betrekken bij de vraag of er ruimte is voor aanvullende vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten. Het ligt niet voor de hand dat er op gemeentelijk niveau generiek veel meer vergunningvrij zal kunnen worden verklaard. Voornoemde instructieregel voor beschermde stads- en dorpsgezichten geldt overigens ook voor eventuele via het omgevingsplan beschermde cultuurlandschappen, iets wat met name in het buitengebied aan de orde zou kunnen zijn.</Al>
		      <Al>In het licht van het voorgaande wordt ook nog gewezen op het – ook rechtstreeks de gemeenten bindende – verdrag van Granada. Op basis van artikel 4 van dat verdrag moet het beschermingsregime zo ingericht worden dat het bevoegd gezag ter voorkoming van ontsiering, vernieling of afbraak van beschermd cultureel erfgoed in een passende controle en goedkeuringsprocedure in kennis wordt gesteld van alle plannen tot het slopen of wijzigen (“afbraak of verandering”) van een (voor)beschermd monument of aantasting van de omgeving van zo'n monument, of waardoor een beschermd gezicht of cultuurlandschap geheel dan wel gedeeltelijk wordt aangetast als gevolg van de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen, of belangrijke veranderingen waardoor het karakter van het gezicht of cultuurlandschap zou worden aangetast. Artikel 14, eerste lid, van dit verdrag vraagt verder in de verschillende stadia van besluitvorming te zorgen voor passende structuren voor informatie, overleg en samenwerking tussen de centrale overheid, de regionale en lokale overheden, culturele instellingen en verenigingen en het publiek (participatie). In de meeste gevallen zal een preventieve toets aan het omgevingsplan in de vorm van een vergunningplicht met het oog op bovenstaande overwegingen wenselijk blijven. De hoeveelheid activiteiten in, aan, op en bij beschermde monumenten en archeologische monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten die in een gebied vergunningvrij zullen kunnen worden na aanpassing van het omgevingsplan zal naar verwachting dus ook niet veel afwijken van de mogelijkheden die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet landelijk in het voormalige Besluit omgevingsrecht waren opgenomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_393" eId="artrecital__div_o_393_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_393__content_393" eId="artrecital__div_o_393_inst2__content_393">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel regelt wanneer een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk wordt verleend. Het artikel is een voortzetting van artikel 2.10, eerste lid, onder c en d, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , wordt de vergunning alleen verleend als het bouwplan niet in strijd is met de regels die in dit omgevingsplan zijn gesteld over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken (onderdeel a) en dat het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota (onderdeel b). In onderdeel a is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4" scope="Paragraaf">paragraaf 22.2.4</IntRef> expliciet uitgezonderd omdat het hier om voormalige rijksregels gaat waar op grond van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ook niet aan getoetst werd bij de vergunningverlening. Daarnaast zijn er in dit omgevingsplan (als onderdeel van de omgevingsplanregels van rijkswege) tal van regels opgenomen die niet over bouwwerken gaan, maar bijvoorbeeld over open erven en terreinen. Deze regels vallen alle buiten het beoordelingskader voor de omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op bouwwerken. Het tweede lid bevat een aantal uitzonderingen op de eis dat het bouwwerk niet in strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand. Ook deze uitzonderingen zijn een voortzetting van het recht zoals dat gold onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet.</Al>
		      <Al>De redactie van het eerste lid sluit aan bij artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl. Het imperatieve karakter ('wordt verleend') houdt in dat de vergunning moet worden verleend als het bouwplan niet in strijd is met de daarvoor gestelde regels in het omgevingsplan. Er kunnen buiten het omgevingsplan om dus geen aanvullende redenen worden gehanteerd om een vergunning toch te weigeren. Het limitatieve karakter komt tot uiting doordat 'alleen' op grondslag van de in het omgevingsplan gestelde regels het 'binnenplans' verlenen van een vergunning mogelijk is. Als het bevoegd gezag op basis van de regels in het omgevingsplan tot het oordeel komt dat vergunningverlening niet mogelijk of (bij beslissingsruimte) niet wenselijk is, moet de activiteit als strijdig met het omgevingsplan worden aangemerkt. In dat geval is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt dat op grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl, de vergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een verdere toelichting hierover wordt verwezen naar de nota van toelichting bij artikel 8.0a van het Bkl.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel c</i>
                              </Al>
		      <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> is het verboden om zonder vergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.</Al>
		      <Al>Dit onderdeel bevat de aanvullende beoordelingsregels waaraan een aanvraag om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt getoetst.</Al>
		      <Al>Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. De vraag is louter of het technisch mogelijk is om het geschikt te maken. Het antwoord op die vraag is niet afhankelijk van de goede wil van de initiatiefnemer maar alleen of het objectief, technisch, milieuhygiënisch mogelijk is.</Al>
		      <Al>Saneringsmaatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin staan twee standaardaanpakken beschreven. Indien deze aanpakken niet voldoen, kan degene die saneert een maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd gezag. In het omgevingsplan van de gemeenten die vallen in het zinkassengebied De Kempen staan maatwerkregels ten opzichte van de voorschriften in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_394" eId="artrecital__div_o_394_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.30 Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_394__content_394" eId="artrecital__div_o_394_inst2__content_394">
		    <Inhoud>
		      <Al>VERVALLEN</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_395" eId="artrecital__div_o_395_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_395__content_395" eId="artrecital__div_o_395_inst2__content_395">
		    <Inhoud>
		      <Al>VERVALLEN</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_396" eId="artrecital__div_o_396_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.32 Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_396__content_396" eId="artrecital__div_o_396_inst2__content_396">
		    <Inhoud>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dit artikel wordt, in aanvulling op de beoordelingsregels uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> , de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning toch te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, maar niet in strijd is met de regels die zijn gesteld voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit betreft regels die in (van het tijdelijke deel van het omgevingsplan deel uitmakende) bestemmingsplannen of inpassingsplannen kunnen zijn opgenomen op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Voor het voortzetten van de figuren van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen is niet in overgangsrecht voorzien. Het college van burgemeester en wethouders kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook geen toepassing meer geven aan deze bepalingen. In plaats van deze specifieke wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten, kan toepassing worden gegeven aan de generieke delegatiemogelijkheid op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet. Als vergunningverlening op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , aanhef en onder a, niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in strijd is met de regels die zijn gegeven voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat overigens beslissingsruimte. Onder de werking van de voormalige Wet ruimtelijke ordening moest bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht (voor zover de bij een uitwerkingsplicht in acht te nemen regels daarvoor de ruimte laten) ook nog zelfstandig beoordeeld worden of het wijzigings- of uitwerkingsplan, los van de daarbij in acht te nemen regels, in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is geen imperatief karakter gegeven aan deze aanvullende mogelijkheid om een vergunning voor een bouwplan, dat niet in strijd is met die voor een wijziging- of uitwerking gegeven regels, toch te kunnen verlenen. Het gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar kan worden geacht.</Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit artikel worden alle instructieregels en instructies waaraan moet worden getoetst bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van overeenkomstige toepassing verklaard op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> kan worden verleend. Ook dit vindt zijn oorsprong in de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht moesten, los van de daarbij in acht te nemen regels uit het moederplan, ook de regels uit het voormalige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de provinciale ruimtelijke verordening in acht worden genomen. Met het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> wordt verzekerd dat ook bij de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geïntroduceerde mogelijkheid om binnenplans een vergunning te verlenen met toepassing van de regels die zijn gesteld voor een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, geen situatie ontstaat die niet is toegelaten op grond van een onder nieuw recht gestelde instructieregel of gegeven instructie.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_397" eId="artrecital__div_o_397_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.33 Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_397__content_397" eId="artrecital__div_o_397_inst2__content_397">
		    <Inhoud>
		      <Al>Ook in dit artikel zijn aanvullende beoordelingsregels gegeven. Deze aanvullende beoordelingsregels zien op twee specifieke overgangsrechtelijke situaties die verband houden met het feit dat de Omgevingswet niet langer een aanhoudingsplicht kent zoals die was geregeld in artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Die aanhoudingsplicht kon gelden vanwege een voorbereidingsbesluit dat was genomen ter voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan of vanwege een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan gold.</Al>
		      <Al>Toepassing van deze beoordelingsregels leidt ertoe dat, ondanks dat aan de beoordelingsregels uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> wordt voldaan, de vergunning toch moet worden geweigerd als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft op grond van de in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , genoemde bepalingen van de Invoeringswet Omgevingswet een nog onder oud recht genomen voorbereidingsbesluit van kracht is, of een tracébesluit of een besluit krachtens de Wet luchtvaart dat op grond van het oude recht gold als een zodanig voorbereidingsbesluit, of een onder oud recht gedane aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend omgevingsplan geldt. Op de plicht om in zo'n geval de vergunning te weigeren bestaat een uitzondering in het geval het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan dat in voorbereiding is. Dit is vergelijkbaar met de situatie onder oud recht, waarin artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid bood de onder oud recht toepasselijke aanhoudingsplicht te doorbreken.</Al>
		      <Al>In praktische zin betekent de regeling dat onder nieuw recht aangevraagde omgevingsvergunningen voor het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk in een gebied waar een nog onder oud recht tot stand gekomen regime van voorbereidingsbescherming van toepassing is, respectievelijk dat onder oud recht als beschermd stads- of dorpsgezicht is aangewezen maar waarop nog geen voldragen beschermingsregime van toepassing is, in beginsel moeten worden geweigerd. Zo kan de vergunning dus worden geweigerd voor activiteiten die in de toekomst niet meer wenselijk worden geacht en onmogelijk zullen worden gemaakt met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. De vergunning kan ook worden geweigerd voor activiteiten waarvan het nog onvoldoende zeker is om te kunnen vaststellen of deze met het toekomstige omgevingsplan aanvaardbaar zullen blijven. Ten tijde van de te nemen beslissing op de aanvraag is het besluit tot wijziging van het omgevingsplan immers nog in voorbereiding en is het mogelijk nog onvoldoende vastomlijnd om te kunnen vaststellen of bepaalde activiteiten daarin uiteindelijk zullen worden toegestaan. Een andere mogelijkheid in zo'n geval kan overigens ook zijn om met instemming van de aanvrager, met toepassing van artikel 4:15, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, de beslistermijn op te schorten tot een moment waarop de voorbereiding zich in een zodanig stadium bevindt dat wel kan worden vastgesteld hoe het bouwplan zich verhoudt tot het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. Gewezen wordt in dat verband op het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> , dat de mogelijkheid biedt om de vergunning toch te verlenen als kan worden vastgesteld dat de betrokken activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht. In het laatste geval zal een dergelijk omgevingsplan onder meer moeten voorzien in op de karakteristieken van het beschermde stads- of dorpsgezicht afgestemde beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Zie ook artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Met dit tweede lid wordt een vergelijkbare voorziening getroffen als in het al eerder genoemde artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Verschil is echter dat met het tweede lid niet de toepasselijke aanhoudingsplicht wordt doorbroken maar dat in plaats van de vergunning te moeten weigeren, de mogelijkheid is gegeven om de vergunning, onder de vergelijkbare condities dat de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan, toch te verlenen. Voor een meer uitgebreide toelichting op de gevolgen van het vervallen van de aanhoudingsplicht op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt verwezen naar de toelichting bij de tweede nota van wijziging van het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet (Kamerstukken II 2018/19, 34986, nr. 9, p. 35-42).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_398" eId="artrecital__div_o_398_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.34 Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_398__content_398" eId="artrecital__div_o_398_inst2__content_398">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is voor de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit de voortzetting van de regeling in artikel 2.22, tweede lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2, eerste lid, van het voormalige Besluit omgevingsrecht. Het gaat hier om de gevallen, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> . Deze bepaling vloeit voort uit artikel 5.2, eerste lid, van het voormalige Besluit omgevingsrecht, waarin de mogelijkheid tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg afhankelijk was gesteld van een expliciete regeling in het bestemmingsplan.</Al>
		      <Al>Op het verbinden van deze voorschriften is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">artikel 22.303</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , van overeenkomstige toepassing. Dat artikellid omschrijft nader welke voorschriften in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval kunnen worden verbonden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284" scope="Artikel">artikel 22.284</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , die van invloed is op een archeologisch monument. Gelet op deze van overeenkomstige toepassing verklaring wordt hier verder volstaan met een verwijzing naar <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">artikel 22.303</IntRef> en de toelichting daarop.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_399" eId="artrecital__div_o_399_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_399__content_399" eId="artrecital__div_o_399_inst2__content_399">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk. De aanvraagvereisten zijn grotendeels ontleend aan de artikelen uit de voormalige Regeling omgevingsrecht met aanvraagvereisten vanwege planologische voorschriften en stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening en vanwege redelijke eisen van welstand, voor zover deze eisen onder de Omgevingswet nog relevant zijn voor in het omgevingsplan geregelde bouwactiviteiten. Anders dan in de Regeling omgevingsrecht zijn deze aanvraagvereisten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35" scope="Artikel">artikel 22.35</IntRef> geregeld in één artikel, omdat alle genoemde aspecten, inclusief de redelijke eisen van welstand, onder de Omgevingswet worden geregeld in het omgevingsplan. Voor de redelijke eisen van welstand wordt in dit verband verwezen naar de beoordelingsregel in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , aanhef en onder b, van dit omgevingsplan. Aan de aanvraagvereisten is verder toegevoegd de eis dat een opgave van de bouwkosten wordt gedaan. De bouwkosten vormen doorgaans de grondslag voor de legesberekening voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In de voormalige Regeling omgevingsrecht was in de algemene aanvraagvereisten geregeld dat van de kosten van de werkzaamheden van de te verrichten activiteiten opgave wordt gedaan. In de Omgevingsregeling komt dit als algemeen aanvraagvereiste niet meer voor. Daarom moet dit bij een activiteit waarvoor dit van belang is, zoals de in dit artikel bedoelde omgevingsplanactiviteit, bij de specifieke aanvraagvereisten voor die activiteit worden geregeld.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel j</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij een aanvraag om een vergunning voor het bouwen wordt een bodemonderzoek overgelegd. Dit bodemonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is overschreden. In dat geval zijn sanerende of andere beschermende maatregelen een voorwaarde voor het bouwen ( <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> , derde lid, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30" scope="Artikel">22.30</IntRef> ).</Al>
		      <Al>Dit is een voortzetting van artikel 8 van de Woningwet in samenhang met de lokale bouwverordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_400" eId="artrecital__div_o_400_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.36 Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_400__content_400" eId="artrecital__div_o_400_inst2__content_400">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel is geregeld dat de onderdelen van artikel 2 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, die niet langer landelijk uniform vergunningvrij zijn op grond van het Bbl, op grond van het omgevingsplan onder dezelfde voorwaarden vergunningvrij zijn. Het betreft hier de bijbehorende bouwwerken en erf- en perceelafscheidingen hoger dan een meter maar niet hoger dan twee meter. Met dit artikel wordt geregeld dat het bouwen, in stand houden en gebruiken van deze bouwwerken, mits voldaan wordt aan de hierbij gegeven randvoorwaarden, van rechtswege in overeenstemming is met het omgevingsplan. In combinatie met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> , waarin deze bouwwerken eveneens zijn aangewezen, leidt dit ertoe dat deze bouwwerken zonder vergunning zijn toegelaten op grond van het omgevingsplan. Er is geen binnenplanse vergunning en ook geen buitenplanse vergunning voor deze bouwwerken nodig. De vergunningplicht, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> , is immers niet van toepassing omdat de bouwwerken zijn aangewezen in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> . Evenmin is een andere binnenplanse vergunningplicht of een buitenplanse vergunningplicht aan de orde, omdat hier wordt bepaald dat de aangewezen bouwwerken van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan. Dit betekent ook dat een omgevingsvergunning die is vereist op grond van een eventuele in het tijdelijke deel van het omgevingsplan opgenomen bepaling dat voor een activiteit van een bepaalde regel (zoals bijvoorbeeld een toegelaten bouwhoogte) bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken, niet nodig is.</Al>
		      <Al>Een uitzondering geldt voor de in de aanhef van het artikel opgenomen regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan. Dit betreft de omgevingsplanregels van rijkswege, afkomstig uit onder meer het Bouwbesluit 2012, de Woningwet en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze regels, die ook betrekking kunnen hebben op het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, zijn onverminderd van toepassing. Zo geldt voor deze bouwwerken bijvoorbeeld onverminderd het repressieve welstandsvereiste uit artikel 22.7. Als een bouwwerk in strijd zou zijn met één of meer van deze regels, is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en dus een omgevingsvergunning vereist.</Al>
		      <Al>Bijzondere vermelding verdient nog het in dit artikel in onderdeel c aangewezen gebruik van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg. Omdat het hier slechts gaat om gebruik van een bestaand bouwwerk en niet om het bouwen, in stand houden en gebruiken van een te bouwen bouwwerk, is de vergunningplicht uit artikel 22.26 op deze activiteit niet van toepassing en hoeft deze activiteit dus ook niet te worden aangewezen in artikel 22.27. De aanwijzing in artikel 22.36 leidt ertoe dat een binnenplanse noch buitenplanse vergunning nodig is voor gebruik van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_401" eId="artrecital__div_o_401_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.37 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_401__content_401" eId="artrecital__div_o_401_inst2__content_401">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat de specifieke bepalingen voor bijbehorende bouwwerken, zoals die waren opgenomen in artikel 7 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Inhoudelijk zijn deze bepalingen ongewijzigd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_402" eId="artrecital__div_o_402_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.38 Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_402__content_402" eId="artrecital__div_o_402_inst2__content_402">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat uitzonderingen en randvoorwaarden voor het vergunningvrij bouwen als bedoeld in 6 <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef> . Deze uitzonderingen waren in artikel 4a van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht opgenomen. Het gaat om uitzonderingen voor (voor)beschermde monumenten en archeologische monumenten en rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_403" eId="artrecital__div_o_403_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.39 Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_403__content_403" eId="artrecital__div_o_403_inst2__content_403">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat uitzonderingen op de mogelijkheden om vergunningvrije activiteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef> te verrichten vanwege het belang van de externe veiligheid. Deze uitzonderingen waren opgenomen in artikel 5, derde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Hieraan ligt ten grondslag de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van ten hoogste een op de miljoen per jaar voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties die op grond van artikel 5.7 van het Bkl in een omgevingsplan in acht moet worden genomen. Voor zover <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef> betrekking heeft op die gebouwen - de onderdelen a en c - is het niet wenselijk dat op locaties waar door de in die onderdelen bedoelde activiteiten overschrijding van de norm voor het plaatsgebonden risico aan de orde zou kunnen zijn, vergunningvrij de in die onderdelen bedoelde activiteiten zouden kunnen worden verricht.</Al>
		      <Al>De locaties waar deze activiteiten niet mogelijk zijn, zijn in de eerste plaats de locaties waarvoor het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, zelf al vanwege de overschrijding van het plaatsgebonden risico bouwmogelijkheden die kunnen leiden tot kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen niet toelaat. Het gaat hier om <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef> , onder a en b, dat een omzetting is van artikel 5, derde lid, onder a en b, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. De verwijzing naar dit omgevingsplan is hier uitdrukkelijk beperkt tot het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, dat kort samengevat bestaat uit de onder het voormalige recht geldende planologische regelingen. Dit omdat die regelingen uitgaan van de in de desbetreffende onderdelen van artikel 5, derde lid, gehanteerde begrippen en systematiek, die onder de Omgevingswet anders zijn. Het is aan gemeenten om daar bij het vaststellen van het omgevingsplan toepassing aan te geven. Hierop kan niet in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet worden vooruitgelopen.</Al>
		      <Al>
                                 <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">Artikel 22.39</IntRef>, onder c, zondert daarnaast ook vergunningvrije activiteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef> , onder a en c, uit, als de beoogde locatie voor die activiteiten is gelegen binnen afstanden die degene die een vergunningvrije milieubelastende activiteit verricht op grond van het Bal in verband met het plaatsgebonden risico in acht moet nemen. Het gaat dan om de afstanden tussen bepaalde installaties of opslagvoorzieningen waar met stoffen wordt gewerkt die een veiligheidsrisico voor de omgeving met zich kunnen brengen en te beschermen gebouwen en locaties. Op grond van het Bal geldt als hoofdregel dat veiligheidsafstanden zoals hier bedoeld gelden tot de begrenzing van de locatie waarop de milieubelastende activiteit wordt verricht. Hierdoor zijn er ook geen beperkingen aan de gebruiksruimte buiten die begrenzing. Maar het Bal staat in een aantal situaties afwijking van deze regel toe. Onderdeel c is alleen voor die gevallen van praktisch belang. De zinsnede 'voor zover ... van toepassing is' in de verschillende subonderdelen van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef> , onder c, brengt dat tot uitdrukking. Degene die een milieubelastende activiteit als hier bedoeld verricht, moet op grond van het Bal op het moment dat de veiligheidsafstanden van toepassing worden buiten de locatie waar hij zijn activiteit verricht, het bevoegd gezag daarover informeren. Het bevoegd gezag moet ervoor zorgen dat deze gegevens terecht komen in het landelijk register externe veiligheidsrisico's en aldus voor eenieder kenbaar zijn.</Al>
		      <Al>Bij de opsomming van activiteiten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef> , onder c, is aangesloten bij de opsomming van activiteiten in bijlage VII, onder A, bij het Bkl. Dat onderdeel van die bijlage geeft voor de daarin genoemde vergunningvrije milieubelastende activiteiten uit het Bal vastgestelde afstanden waarbij wordt voldaan aan de norm voor het plaatsgebonden risico. De opgesomde activiteiten, zoals die in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef> , onder c, onder verwijzing naar de desbetreffende artikelen uit het Bal zijn overgenomen, omvatten zes activiteiten die niet worden genoemd in artikel 5, derde lid, onder c, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Het gaat hier om de subonderdelen 2°, 5°, 6°, 7°, 12° en 13°. Voor de activiteit, bedoeld in subonderdeel 2° (het tanken van voertuigen of werktuigen met LPG), heeft dat als achtergrond dat deze activiteit onder het recht voor de Omgevingswet nog vergunningplichtig was. Door de verschuiving van vergunningplichtig naar vergunningvrij moet de activiteit nu aan de opsomming in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef> , onder c, worden toegevoegd. Voor de overige toegevoegde activiteiten is gelet op het belang van de externe veiligheid evenmin aanleiding om deze voor de toepassing van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef> , onder c, buiten beschouwing te laten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_404" eId="artrecital__div_o_404_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.40 Overgangsrecht bestaande bouwwerken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_404__content_404" eId="artrecital__div_o_404_inst2__content_404">
		    <Inhoud>
		      <Al>Met dit artikel wordt gecodificeerd dat het overgangsrecht voor bouwwerken, zoals dat in bestemmingsplannen moest zijn opgenomen op grond van artikel 3.2.1 van het voormalige Besluit ruimtelijke ordening en dat betrekking had op de voorwaarden waaronder de in dat artikel bedoelde bouwwerken mogen worden vernieuwd of veranderd, ook voorziet in het in stand mogen houden van die bouwwerken. Het uitdrukkelijk regelen van het in stand mogen houden van die bouwwerken, is een logisch gevolg van het codificeren dat de vergunningplicht in de bruidsschat voor de bouwactiviteit ook ziet op het in stand houden van het te bouwen bouwwerk. In paragraaf 3.2.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet is hierop ingegaan. Het in stand mogen houden van een bouwwerk wordt hiermee onder het nieuwe recht uitdrukkelijk geregeld. Voor de bouwwerken die onder het planologisch overgangsrecht vielen zoals opgenomen in voormalige bestemmingsplannen, welk overgangsrecht met de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel is geworden van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, treden hiermee geen veranderingen op. Ook bij het vaststellen van nieuwe regels over bouwwerken in het omgevingsplan ligt het, zoals al toegelicht in paragraaf 3.2.2, in de rede dat wordt gekozen voor eerbiedigende overgangsbepalingen. In het nieuwe stelsel wordt het echter mogelijk om onder omstandigheden ook minder eerbiedigende vormen van overgangsrecht te kiezen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_405" eId="artrecital__div_o_405_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.41 Algemeen toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_405__content_405" eId="artrecital__div_o_405_inst2__content_405">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel staat het algemeen toepassingsbereik dat geldt voor de hele <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> . <br/> Alle paragrafen in deze afdeling zijn ook voorzien van een toepassingsbereik. Dat betekent dat voor beantwoording van de vraag of een regel uit deze afdeling wel of niet geldt, getoetst moet worden of een activiteit valt binnen het algemene toepassingsbereik zoals staat in dit artikel. Als dat niet het geval is, is de gehele afdeling niet van toepassing. Ook niet als de activiteit past binnen de omschrijving van het toepassingsbereik in een van de paragrafen van deze afdeling.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> zijn milieubelastende activiteiten als bedoeld in de Omgevingswet onder het toepassingsbereik van deze afdeling gebracht. Dit zijn dus alle activiteiten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, anders dan lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk en wateronttrekkingsactiviteiten.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De onderdelen a tot en met f van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> sluiten bepaalde milieubelastende activiteiten uit van het algemene toepassingsbereik van deze afdeling.</Al>
		      <Al>Op grond van artikel 22.2, eerste lid, van de Omgevingswet mogen de omgevingsplanregels van rijkswege alleen gaan over regels die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij of krachtens de wet waren gesteld of daaraan gelijkwaardige regels. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de voormalige Wet geurhinder en veehouderij waren alleen van toepassing op inrichtingen als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Wet milieubeheer. Omdat het begrip milieubelastende activiteit in de Omgevingswet breder is dan dat begrip inrichting, is in dit lid een afbakening van het toepassingsbereik opgenomen.</Al>
		      <Al>Bij de overgang naar een nieuwe wetsystematiek en begrippenkader is het niet te voorkomen dat er enkele verschuivingen in de uitvoering van de regelgeving optreden. Aanmerkelijke verschuivingen in het toepassingsbereik zijn niet beoogd. Desondanks zullen er op kleine schaal wel enige verschuivingen optreden, omdat de oude criteria van het begrip inrichting niet één op één zijn overgenomen. De omschrijving van het toepassingsbereik in dit artikel vraagt enige mate van interpretatie. Ook de criteria van het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer vroegen om interpretatie, en werden door verschillende bevoegde instanties enigszins verschillend geïnterpreteerd.</Al>
		      <Al>Bij de interpretatie van het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, is het raadzaam om aan te sluiten bij de praktijk van de voormalige regelgeving. Als een activiteit als Wet milieubeheer-inrichting werd beschouwd, kan deze ook onder de regels voor milieubelastende activiteiten van deze afdeling vallen.</Al>
		      <Al>Een beperkte verschuiving is op zich niet bezwaarlijk, als dit er niet toe leidt dat: <br/> a) activiteiten die eerst niet onder rijksregels vielen door de regels van deze afdeling van dit omgevingsplan worden beperkt; <br/> b) activiteiten die wel onder de regels vielen en reële risico's voor de fysieke leefomgeving inhouden ongeregeld blijven.</Al>
		      <Al>Situaties als bedoeld onder a zullen niet snel voorkomen. Juist aan de 'onderkant' van het inrichtingenbegrip golden er naast de regels van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer ook andere regels die ervoor zorgen dat ook activiteiten die geen inrichting waren toch aan regels ter bescherming van de leefomgeving waren gebonden. Denk bijvoorbeeld aan de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening, maar ook het restrisico-artikel van het Bouwbesluit 2012 (artikel 7.22). Deze regels van de Algemene Plaatselijke Verordening blijven op het moment van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van het algemeen overgangsrecht (artikel 22.4 van de Omgevingswet bepaalt namelijk dat artikel 122 van de Gemeentewet tijdelijk niet van toepassing is) gelden. Het restrisico-artikel van het Bouwbesluit 2012 is ook opgenomen als regel van rijkswege in het omgevingsplan. Bovendien zijn de regels van deze afdeling voor activiteiten waarop ze van toepassing zouden worden zelden feitelijk beperkend, omdat bij het op gebruikelijke wijze uitvoeren van de activiteit aan de regels wordt voldaan.</Al>
		      <Al>Ook voor situaties als bedoeld onder b hoeft in zijn algemeenheid niet te worden gevreesd. Veelal gold voor de activiteiten aan de onderkant van het inrichtingenbegrip naast de zorgplicht van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 2.1) alleen een beperkt aantal regels, zoals de geluidregels. Een eventuele overtreding van de zorgplicht van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer zal in veel gevallen ook als overtreding van de algemene zorgplicht van de Omgevingswet kunnen worden aangemerkt. En omdat de rijksregels niet gelden, zal ook de Algemene Plaatselijke Verordening veelal een deel van de bescherming overnemen.</Al>
		      <Al>Het algemene overgangsrecht in artikel 22.4 van de Omgevingswet en de mogelijkheden voor maatwerk op grond van deze afdeling zullen eventuele nadelige gevolgen van de beperkte verschuivingen voldoende ondervangen.</Al>
		      <Al>Bij het voorbereiden van deze afdeling zijn al verschillende mogelijke verschuivingen in het toepassingsbereik geïdentificeerd. Belangrijke aandachtspunten worden hieronder benoemd. De onderdelen in dit tweede lid beogen de criteria 'een omvang alsof zij bedrijfsmatig is', 'binnen een zekere begrenzing' en 'pleegt te worden verricht' binnen de omschrijving van het begrip inrichting in de Wet milieubeheer te vervangen. De categorieën uit bijlage I bij het Besluit omgevingsrecht zijn niet overgenomen. Sommige ondergrenzen in die categorieën kunnen eventueel terugkomen in het toepassingsbereik van de paragrafen in deze afdeling.</Al>
		      <Al>Kleine winkels waar geen installaties met meer dan 1,5 kW elektromotorisch vermogen aanwezig zijn, waren bijvoorbeeld meestal geen Wet milieubeheer-inrichting, maar vallen nu wel onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling in het omgevingsplan. Alhoewel er geen specifieke voorschriften voor gelden, moeten deze activiteiten wel voldoen aan de specifieke zorgplicht.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>De omgevingsplanregels van rijkswege voor de milieubelastende activiteit zijn alleen van toepassing op milieubelastende activiteiten, anders dan wonen. Hiermee wordt aangesloten op het toepassingsbereik voor de instructieregels voor geluid, trillingen en geur in het Bkl.</Al>
		      <Al>Als een hobby een bepaalde omvang overstijgt kan dit ertoe leiden dat het verrichten van een activiteit niet meer onder wonen valt. Denk hierbij aan het in een bepaalde omvang houden van dieren, sleutelen aan auto's, meubels maken of bereiden van voedingsmiddelen. Waar de grens ligt, is een grijs gebied. Hetzelfde geldt voor bedrijven aan huis. De gemeente mag hier ook zelf invulling aan geven in het omgevingsplan. Overigens was bij de toetsing of er sprake was van een Wet milieubeheer-inrichting het criterium 'een omvang alsof zij bedrijfsmatig is' ook altijd een grijs gebied.</Al>
		      <Al>Een ander bekend voorbeeld van onduidelijkheid over de vraag of een activiteit een Wet milieubeheer-inrichting was, is het opslaan van huisbrandolie of propaan in tanks bij particulieren. Onder het regime van de Omgevingswet wordt dit afgedekt door het Bal.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Het feitelijk verrichten van bouw- en sloopactiviteiten of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein, vallen niet onder deze afdeling. Ook in het Bbl zijn eisen opgenomen voor zowel geluid als trillingen bij bouw- en sloopactiviteiten. Het Bbl bevat voor het verrichten van die activiteiten ook een specifieke zorgplicht. Verder bevat de Algemene Plaatselijke Verordening vaak regels ter voorkoming van hinder door bouw- en sloopgerelateerde activiteiten. Het algemene overgangsrecht van de Omgevingswet in artikel 22.4 van de Omgevingswet zorgt ervoor dat deze regels van de Algemene Plaatselijke Verordening bij de inwerkingtreding van de wet blijven gelden. Naast deze regels bevat <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2" scope="Afdeling">afdeling 22.2</IntRef> van dit omgevingsplan een specifieke zorgplicht voor het gebruik van een bouwwerk ( <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18" scope="Artikel">artikel 22.18</IntRef> ). Het is dus niet zo dat er, door de uitzondering in dit onderdeel, voor deze activiteiten geen regels gelden.</Al>
		      <Al>Onder het regime van de Wet milieubeheer gebeurde het in bijzondere gevallen wel dat bouwwerkzaamheden die langer duurden dan zes maanden, als een Wet milieubeheer-inrichting werden gezien. Deze activiteiten vallen buiten het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, maar ook daarvoor geldt dat de hiervoor genoemde regels van toepassing zijn.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel c</i>
                              </Al>
		      <Al>Deze uitzondering beoogt de activiteiten die in de openbare buitenruimte plaatsvinden uit te sluiten. Voorbeelden zijn kermissen en andere evenementen, weekmarkten, mobiele installaties/activiteiten zoals draaiorgels, ophalen van vuilnis en gevelreiniging (met uitzondering van lozen). Het voor korte periode bezetten van een stukje openbaar toegankelijk terrein, maakt het daarmee niet ontoegankelijk. Activiteiten in een openbaar toegankelijk gebouw, zoals een publieke parkeergarage of het stadhuis, vallen wel onder het toepassingsbereik. Ook het laden en lossen op de openbare weg in de onmiddellijke nabijheid van een winkel, of het verkeer van en naar het bedrijf valt wel onder het toepassingsbereik van deze afdeling.</Al>
		      <Al>Voor enkele activiteiten zoals het exploiteren van een mobiele vis-, friet-, oliebollen- of marktkraam of het exploiteren van een terras, was het afhankelijk van de situatie en de interpretatie van het bevoegd gezag of ze gezien werden als een Wet milieubeheer-inrichting. Deze interpretatieverschillen kunnen zich ook nu weer voordoen. Zoals al aangegeven in de inleiding van de toelichting op dit artikel is er in principe geen verschuiving in het toepassingsbereik van deze afdeling in het omgevingsplan ten opzichte van het oude begrip Wet milieubeheer-inrichting beoogd.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel d</i>
                              </Al>
		      <Al>Doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen valt niet onder deze afdeling van dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel e</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit onderdeel sluit evenementen, waarover geluidregels zijn gesteld in bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening of een evenementenverordening uit van het toepassingsbereik van deze afdeling over milieubelastende activiteiten. Deels gebeurt dit al met onderdeel c, omdat evenementen vaak plaatsvinden in de openbare buitenruimte. Maar regelmatig zijn evenementen ook besloten of vinden ze plaats in een tijdelijk leegstaand gebouw. Deze uitzondering geldt niet voor activiteiten waarvoor geen geluidregels gelden bij of krachtens een gemeentelijke verordening, maar waarvoor geluidregels waren opgenomen in een omgevingsvergunning voor een inrichting op grond van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Voorbeelden hiervan kunnen zijn permanente evenemententerreinen of evenementenhallen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel f</i>
                              </Al>
		      <Al>Deze uitzondering beoogt vooral het gebruik van landbouwvoertuigen op weilanden en akkers uit te sluiten van het algemene toepassingsbereik voor deze afdeling. De opslag van vaste mest op een weiland of akker valt wel onder dit algemene toepassingsbereik. Een installatie die verplaatsbaar is maar gedurende een langere periode achtereen op een weiland of akkers wordt gebruikt, wordt niet gezien als mobiele installatie en valt ook onder de regels voor de milieubelastende activiteiten in dit omgevingsplan. Bijvoorbeeld een antihagelkanon. Ook verplaatsbare mijnbouwwerken vallen onder het toepassingsbereik van deze afdeling.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel g</i>
                              </Al>
		      <Al>Vaste objecten zoals bruggen, sluizen en tunnels kunnen door de aanwezigheid van elektromotorisch vermogen gezien worden als milieubelastende activiteiten. Bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen vallen niet onder het toepassingsbereik van afdeling 22.3 van dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bleven elektromotoren van bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen buiten beschouwing bij het bepalen of sprake was van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Dit was bepaald in categorie 1, 1.2, onder c, van bijlage I, onderdeel C, bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Lozingen in de bodem en in de riolering die vielen onder het Besluit lozing afvalwater huishoudens of het Besluit lozen buiten inrichtingen (en de daarmee corresponderende artikelen van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer) worden ook gedecentraliseerd en vallen daarom onder het toepassingsbereik van deze afdeling. Het gaat alleen om de gevolgen van die lozingen voor de bodem, de riolering of het zuiveringtechnisch werk. Zo valt bijvoorbeeld de hoeveelheid en kwantiteit van het lozen van water afkomstig van het ontwateren van een bouwput in de riolering, wel onder de regels van deze afdeling, maar de geluidhinder of geurhinder veroorzaakt door het ontwateren niet.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De regels voor bodembeheer, zoals opgenomen in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.7</IntRef> gelden voor alle milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in de Omgevingswet. De voorschriften gelden dus ook voor milieubelastende activiteiten buiten voormalige wet milieubeheer-inrichtingen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_406" eId="artrecital__div_o_406_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.42 Oogmerken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_406__content_406" eId="artrecital__div_o_406_inst2__content_406">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel somt op met welke oogmerken de algemene regels voor de milieubelastende activiteiten in dit (tijdelijke) omgevingsplan zijn gesteld. De wet kent een aantal maatschappelijke doelen. De algemene regels over milieubelastende activiteiten in dit omgevingsplan zijn gesteld vanwege een concretisering van deze doelen. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">Artikel 22.42</IntRef> somt deze oogmerken limitatief op. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">Artikel 22.42</IntRef> werkt ook door in de bevoegdheden van bestuursorganen tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Meer uitleg hierover staat bij de toelichting op <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> .</Al>
		      <Al>Het artikel sluit aan bij de oogmerken van artikel 4.22 van de Omgevingswet, voor het stellen van rijksregels. Het artikel bouwt voort op de te beschermen belangen die in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer zijn genoemd. Onderdeel c van dit artikel benoemt enkele milieuthema's, maar ook andere milieuaspecten zoals geluid, trillingen en geur vallen onder de oogmerken van deze afdeling.</Al>
		      <Al>Bij de activiteiten in deze afdeling zullen niet steeds alle oogmerken of milieuthema's een rol spelen, en zullen zeker niet alle milieuaspecten bij een activiteit terugkomen in meer uitgewerkte regels. Als voor een bepaald oogmerk geen nader uitgewerkte regels in dit omgevingsplan zijn opgenomen, geldt wel de specifieke zorgplicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_407" eId="artrecital__div_o_407_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.43 Normadressaat</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_407__content_407" eId="artrecital__div_o_407_inst2__content_407">
		    <Inhoud>
		      <Al>De regels van deze afdeling zijn gericht tot degene die de activiteit verricht waarop die regels betrekking hebben. Diegene moet zorg dragen voor de naleving van de regels die voor de activiteit gelden. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2 over de normadressaat van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bal.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_408" eId="artrecital__div_o_408_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.44 Specifieke zorgplicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_408__content_408" eId="artrecital__div_o_408_inst2__content_408">
		    <Inhoud>
		      <Al>De specifieke zorgplicht zorgt ervoor dat degene die een activiteit verricht, alles moet doen en laten om negatieve gevolgen voor de veiligheid, het milieu en de gezondheid te voorkomen. Soms lukt voorkomen niet. Dan moet hij ervoor zorgen dat er zo min mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid zijn.</Al>
		      <Al>Deze specifieke zorgplichtbepaling komt grotendeels overeen met de specifieke zorgplichtbepaling in het Bal. Dit artikel geldt daarom niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Dit is bepaald in het vierde lid. Voor meer informatie over de inhoud en werking van de specifieke zorgplicht wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bal.</Al>
		      <Al>De specifieke zorgplichten die in dit artikel zijn opgenomen, blijven gelden naast de algemene regels van deze afdeling in dit omgevingsplan, eventuele maatwerkvoorschriften en de vergunningplichten die in deze afdeling zijn opgenomen.</Al>
		      <Al>Tegen een overtreding van de specifieke zorgplicht kan handhavend worden opgetreden. Handhavend optreden ligt voor de hand bij evidente overtredingen van de specifieke zorgplicht. Daarvan is sprake in situaties waarin het handelen of nalaten van degene die de activiteit verricht, onmiskenbaar in strijd is met de specifieke zorgplicht. Er kunnen ook situaties aan de orde zijn waarin niet direct duidelijk is of van onmiskenbare strijd sprake is. Het bevoegd gezag zal dan een keuze moeten maken tussen een handhavingstraject of het eerst verduidelijken wat de specifieke zorgplicht inhoudt. Die verduidelijking kan in de vorm van het stellen van een maatwerkvoorschrift (zie het navolgende artikel) maar dat hoeft niet. Ook wanneer het bevoegd gezag degene die de activiteit verricht mondeling of schriftelijk informeert over wat er in een concreet geval onder de specifieke zorgplicht moet worden verstaan, is het voor diegene na ontvangst van die informatie duidelijk wat er verwacht wordt. Als daar geen gevolg aan wordt gegeven, is er sprake van onmiskenbare strijd met de specifieke zorgplicht. Een uitgebreidere uiteenzetting van de mogelijkheden om handhavend op te treden tegen overtredingen van de specifieke zorgplicht is opgenomen in de nota van toelichting bij het Bal <Noot type="voet" id="v2_inst2">
			  <NootNummer>[2]</NootNummer>
			  <Al>Stb. 2018, 293, p. 526–527.</Al>
			</Noot>.</Al>
		      <Al>Deze specifieke zorgplicht vervangt onder meer artikel 2.7a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer dat ging over geurhinder. Dit houdt in dat als bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, daarbij de geurhinder bij het geurgevoelige gebouw tot een aanvaardbaar niveau moet worden beperkt. Wat aanvaardbaar is, hangt af van de situatie. Hierbij kan rekening gehouden worden met onder meer de volgende aspecten:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1" eId="artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_a">
			  <Al>de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_b">
			  <Al>de geurbelasting ter plaatse van het geurgevoelige gebouw;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_c">
			  <Al>de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de activiteit;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_d" eId="artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_d">
			  <Al>de historie van degene die de activiteit verricht en het klachtenpatroon over geurhinder;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_e" eId="artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_e">
			  <Al>de bestaande en verwachte geurhinder van de activiteit; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_f" eId="artrecital__div_o_408_inst2__content_408__list_o_1__item_f">
			  <Al>de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Deze specifieke zorgplicht geldt naast de verplichtingen die in de paragrafen en subparagrafen van deze afdeling zijn gesteld voor het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van en naar de activiteit betreffen hinder door bezoekersverkeer en indirecte geluidhinder.</Al>
		      <Al>Bezoekersverkeer is het bezoek van klanten of bezoekers aan een activiteit. De Handreiking Vervoermanagement (november 2017) geeft inzicht in de wijze waarop invulling gegeven kan worden aan dit aspect van de specifieke zorgplicht. Daarnaast legt de handreiking de relatie met de EED, the European Energy Efficiency Directive en hoe daar mee om te gaan. De verschillende doelgroepen krijgen met deze handreiking meer inzicht in de mogelijkheden voor een 'integrale' aanpak van duurzame mobiliteit.</Al>
		      <Al>Onder indirecte geluidhinder wordt geluidhinder verstaan die niet wordt veroorzaakt door activiteiten of installaties binnen de begrenzing van de locatie waarop de activiteit plaatsvindt, maar die wel aan die activiteit zijn toe te rekenen. In de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56" scope="Artikel">artikel 22.56</IntRef> (geluid: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit) wordt nader ingegaan op het verschil tussen directe geluidhinder en indirecte geluidhinder.</Al>
		      <Al>Het bevoegd gezag heeft op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> de bevoegdheid maatwerkvoorschriften te stellen. Maatwerkvoorschriften kunnen ook inhouden dat de activiteiten worden beschreven en dat metingen, berekeningen of tellingen moeten worden verricht om de mate waarin nadelige gevolgen voor het milieu worden veroorzaakt, te bepalen. De resultaten van een dergelijk onderzoek kunnen aanleiding zijn aanvullende maatwerkvoorschriften te stellen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen voor het milieu, zoals het voorschrijven van maatregelen en gedragsvoorschriften. Bij het stellen van maatwerkvoorschriften ter voorkoming van indirecte geluidhinder vanwege wegverkeer kan de circulaire van 29 februari 1996 van de Minister van VROM, getiteld 'Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer' als hulpmiddel dienen. Dit is niet veranderd ten opzichte van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		      <Al>Voor een verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Bal, stonden in artikel 21 van het voormalige Besluit algemene regels milieu mijnbouw en artikel 4 van de voormalige Regeling algemene regels milieu mijnbouw, regels over geluid door verkeersbewegingen. Deze regels hielden in dat de etmaalwaarde van de verkeersbewegingen van en naar de mobiele installatie niet hoger was dan 50 dB(A), beoordeeld volgens de hierboven genoemde circulaire van 29 februari 1996. Deze regels komen niet expliciet terug in deze afdeling, maar vallen wel onder de specifieke zorgplicht van dit omgevingsplan, bedoeld in dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> .</Al>
		      <Al>Anders dan bij de plichten uit het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit artikel, geldt de zorgplicht uit dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> ook voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal. Niet voor alle nadelige gevolgen van milieubelastende activiteiten voor de fysieke leefomgeving zijn rijksregels gesteld in het Bal. Anders dan in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 2.1, eerste lid, in samenhang met het tweede lid, onderdeel k en q) maken de nadelige gevolgen van het verkeer van personen of goederen van en naar een activiteit en de bescherming van het donkere landschap geen onderdeel uit van de belangen die met het Bal worden behartigd. Voor de belangen die buiten het Bal vallen, kunnen voor het waarborgen van deze belangen op decentraal niveau regels worden gesteld. In dit artikel is dit gedaan, door in het derde lid <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> het voorkomen of beperken van hinder, veroorzaakt door verkeer van en naar de activiteit en het beschermen van de duisternis en het donkere landschap op te nemen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal geldt de specifieke zorgplicht uit artikel 2.11 van het Bal. Daarom is in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> bepaald dat het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit artikel niet gelden voor dergelijke milieubelastende activiteiten. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> geldt wel voor milieubelastende activiteiten die onder het Bal vallen. In het derde lid zijn immers aspecten genoemd die niet behoren tot het oogmerk van de regels in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Bal.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_409" eId="artrecital__div_o_409_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.45 Maatwerkvoorschriften</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_409__content_409" eId="artrecital__div_o_409_inst2__content_409">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel is de bevoegdheid opgenomen om maatwerkvoorschriften te stellen. De beperkingen die het Activiteitenbesluit milieubeheer stelde aan de mogelijkheden voor maatwerkvoorschriften, zijn daarbij niet overgenomen. Dit sluit aan bij de systematiek van het Bal. Het is niet logisch om beperkingen op te leggen aan het stellen van maatwerkvoorschriften, omdat die beperkingen altijd omzeild kunnen worden via een buitenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Met een maatwerkvoorschrift mag niet worden afgeweken van de specifieke zorgplicht, zoals opgenomen in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> . Daarmee zou namelijk buiten de oogmerken van deze afdeling worden getreden. Wel mag er met maatwerkvoorschriften invulling gegeven worden aan de specifieke zorgplichten van deze afdeling. Maatwerk houdt altijd rekening met de oogmerken uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">artikel 22.42</IntRef> en mag daar niet mee in strijd zijn.</Al>
		      <Al>Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift volgt het bevoegd gezag de instructieregels van het Bkl. Voorbeeld: Dit omgevingsplan bepaalt voor verschillende situaties dat onversterkt stemgeluid niet meegenomen wordt in de beoordeling van de toelaatbare geluidwaarde. Een gemeente kan niet zomaar voorschrijven dat onversterkt stemgeluid toch meegenomen wordt bij de beoordeling van de geluidwaarde. Het Bkl stelt namelijk in artikel 5.73 (uitzonderingen geluidbronnen) dat dit in de meeste gevallen niet kan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_410" eId="artrecital__div_o_410_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.46 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_410__content_410" eId="artrecital__div_o_410_inst2__content_410">
		    <Inhoud>
		      <Al>Als op grond van een paragraaf in deze afdeling van dit omgevingsplan, gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag worden verstrekt, worden die gegevens begeleid door een aantal algemene gegevens. De plicht om gegevens te verstrekken vloeit niet voort uit dit artikel. Die plicht is namelijk per activiteit opgenomen in de paragrafen van deze afdeling. Als in een paragraaf van deze afdeling het verstrekken van gegevens en bescheiden is voorgeschreven, bijvoorbeeld vóórdat wordt begonnen met die activiteit, wordt daarbij om specifieke gegevens gevraagd. Die gegevens worden dan verstrekt in aanvulling op de algemene gegevens uit dit artikel.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_411" eId="artrecital__div_o_411_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.47 Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_411__content_411" eId="artrecital__div_o_411_inst2__content_411">
		    <Inhoud>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47" scope="Artikel">artikel 22.47</IntRef> regelt dat een naamswijziging of adreswijziging wordt doorgegeven aan het bevoegd gezag vóórdat de wijziging een feit is. Dat is vooral voor de initiatiefnemer zelf van belang: diegene wil immers dat correspondentie van het bevoegd gezag op het juiste adres aankomt. Het tweede lid regelt dat bij overdracht van de activiteit naar iemand anders, de daardoor gewijzigde gegevens aan het bevoegd gezag worden verstrekt. Bijvoorbeeld omdat een bedrijf onder dezelfde bedrijfsnaam en op hetzelfde adres wordt voorgezet, maar wisselt van eigenaar. Dit sluit aan op artikel 5.37 van de Omgevingswet, waar hetzelfde over vergunninghouders is geregeld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_412" eId="artrecital__div_o_412_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.48 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_412__content_412" eId="artrecital__div_o_412_inst2__content_412">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel regelt dat gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt aan het bevoegd gezag, als dat bevoegd gezag die gegevens en bescheiden nodig heeft om voor een specifieke activiteit of een specifieke locatie te beoordelen of de algemene regels en eventuele maatwerkvoorschriften die voor die activiteit of die locatie gelden, nog volstaan. Het gaat om gegevens en bescheiden waar het bevoegd gezag om vraagt. Degene die de activiteit verricht hoeft dus niet uit eigen beweging gegevens of bescheiden op te sturen; al staat dat natuurlijk vrij.</Al>
		      <Al>Het gaat in dit artikel alleen om de situatie dat het bevoegd gezag wil bekijken of de algemene regels en maatwerkvoorschriften voor de activiteit nog toereikend zijn gezien ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de gezondheid en de ontwikkelingen van de kwaliteit van het milieu. Bij ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu kan gedacht worden aan het beschikbaar komen van nieuwe passende preventieve maatregelen of de actualisatie van de beste beschikbare technieken. De ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu kunnen bijvoorbeeld aan de orde zijn als er door cumulatie van activiteiten een verslechtering van de kwaliteit van lucht, veiligheid, geluid, oppervlaktewater of grondwater optreedt. Met deze formulering is aangesloten op dezelfde regeling voor vergunningplichtige gevallen, zoals opgenomen in artikel 16.56 in combinatie met artikel 5.38 van de Omgevingswet. Zie de artikelsgewijze toelichting op die artikelen voor verdere uitleg over 'ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu' en 'ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu'. Gegevens waarover degene die de activiteit uitvoert niet redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, hoeven uiteraard niet te worden verstrekt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_413" eId="artrecital__div_o_413_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.49 Informeren over een ongewoon voorval</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_413__content_413" eId="artrecital__div_o_413_inst2__content_413">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zodra vastgesteld is dat er sprake is van een ongewoon voorval moet het bevoegd gezag direct worden geïnformeerd; vertraging is gezien de gevolgen voor de gezondheid en het milieu niet wenselijk. Het gaat hier om voorvallen met een duidelijk negatief gevolg voor het milieu. Voor deze ongewone voorvallen bevat de Omgevingswet in hoofdstuk 19 regels gericht tot bestuursorganen.</Al>
		      <Al>De definitie in de Omgevingswet beperkt ongewone voorvallen tot afwijkende gebeurtenissen die significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen hebben. In navolging daarvan verplicht de regeling in dit omgevingsplan er niet toe om het bevoegd gezag te informeren over gebeurtenissen die afwijken van het normale verloop van een activiteit maar die geen significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving hebben. Zie voor verdere uitleg over ongewone voorvallen afdeling 3.6 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bal.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bepaalt dat de informatieplicht niet geldt bij milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal en bij wonen. Het Bal bevat zelf al een informatieplicht voor ongewone voorvallen. Ongewone voorvallen bij de activiteit wonen komen zelden voor, en ook in het oude recht gold daarvoor geen informatieplicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_414" eId="artrecital__div_o_414_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.50 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_414__content_414" eId="artrecital__div_o_414_inst2__content_414">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel is omschreven welke gegevens en bescheiden over het ongewoon voorval aan het bevoegd gezag moeten worden verstrekt, zodra deze informatie beschikbaar is. Dat hoeft dus niet met dezelfde spoed als het informeren over het ongewone voorval zelf.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_415" eId="artrecital__div_o_415_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.51 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_415__content_415" eId="artrecital__div_o_415_inst2__content_415">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op activiteiten die in afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Bal aangewezen zijn als milieubelastende activiteiten. Voor die activiteiten gelden de artikelen van paragraaf 5.4.1 van het Bal.</Al>
		      <Al>De milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in afdeling 3.2 van het Bal, de bedrijfstakoverstijgende activiteiten, vallen wel onder deze paragraaf van dit omgevingsplan. De activiteiten van afdeling 3.2 van het Bal waren onder het oude recht zelden een zelfstandige inrichting, maar meestal onderdeel van een grotere inrichting. Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn ze meestal onderdeel van een grotere milieubelastende activiteit. Activiteiten, anders dan de activiteiten uit afdeling 3.2 van het Bal, zijn ofwel geregeld in het Bal in de afdelingen 3.3 en verder, ofwel in het omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Als een richtingaanwijzer in het Bal de energiemodule aanwijst voor een bepaalde activiteit en daarbij ook een activiteit uit afdeling 3.2 van het Bal plaatsvindt, dan is de energiemodule ook van toepassing op de activiteit uit afdeling 3.2, die dan immers een functioneel ondersteunende activiteit is.</Al>
		      <Al>De regels van deze paragraaf gelden voor milieubelastende activiteiten waarbij het energieverbruik van alle milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die de milieubelastende activiteit functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar, gezamenlijk gelijk is aan of groter dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m <sup>3</sup> aardgasequivalenten aan brandstoffen. Hierbij moeten de activiteiten die in afdeling 3.2 van het Bal zijn geregeld ook worden meegenomen. Dus als bijvoorbeeld een supermarkt of horecagelegenheid een activiteit uit afdeling 3.2 van het Bal verricht, dan gelden ook daarvoor de energiebesparingsregels van dit omgevingsplan, tenzij het energieverbruik van de activiteiten op de locatie, gezamenlijk niet boven de drempel uitkomt.</Al>
		      <Al>Activiteiten uit afdeling 3.2 van het Bal die zelfstandig boven de drempel kunnen uitkomen, zoals de zuiveringsvoorziening uit paragraaf 3.2.17 van het Bal, waren in de regel onder het oude recht een inrichting, zodat het logisch is dat daarvoor de energiebesparingsregels uit dit omgevingsplan gelden.</Al>
		      <Al>Overigens is de gelding van deze paragraaf beperkt tot 1 december 2023. Dit hangt samen met het beleidsvoornemen om in het kader van de voorziene regelgeving over de actualisatie van de energiebesparingsplicht alsnog op rijksniveau ook voor bepaalde milieubelastende activiteiten die niet zijn aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Bal regels over energiebesparing te stellen. Met het opnemen van de datum van 1 december 2023 in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52" scope="Artikel">artikel 22.52</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> , dat betrekking heeft op de verplichting energiebesparende maatregelen te treffen, is aansluiting gezocht bij de datum van het van toepassing worden van de geactualiseerde regels over energiebesparing zoals deze is opgenomen in de hiervoor genoemde voorziene regelgeving. Ook de gelding van artikel 22.52a, dat betrekking heeft op het overgangsrecht voor de regels over energiebesparing zoals deze golden onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, is gekoppeld aan deze datum. Als een gemeente voor 1 december 2023 is overgegaan tot aanpassing van artikel 22.52 of 22.52a van dit omgevingsplan, zal na die datum op grond van de geactualiseerde regels over energiebesparing in het Bal moeten worden bezien of deze regels in het omgevingsplan kunnen blijven voortbestaan als maatwerkregel.</Al>
		      <Al>De regels in deze paragraaf, die betrekking hebben op zogeheten procesgebonden energiebesparende maatregelen, laten onverlet de regels over de zogeheten gebouwgebonden energiebesparende maatregelen, zoals deze zijn gesteld in de artikelen 3.84, 3.84a en 3.84b van het Bbl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_416" eId="artrecital__div_o_416_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.52 Energie: maatregelen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_416__content_416" eId="artrecital__div_o_416_inst2__content_416">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel vervangt artikel 2.15 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze paragraaf is overgenomen uit paragraaf 5.4.1 van het Bal. Zie de bij die paragraaf horende toelichting voor een uitleg van deze artikelen.</Al>
		      <Al>Het bevoegd gezag kan, als aannemelijk is dat niet wordt voldaan aan dit artikel, met een maatwerkvoorschrift op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan een onderzoek verlangen waaruit blijkt of aan dit artikel wordt voldaan.</Al>
		      <Al>Bijlage VII, onderdeel 16, bij de Omgevingsregeling bevat energiebesparende maatregelen die kunnen worden getroffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_417" eId="artrecital__div_o_417_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.52a Energie: overgangsrecht maatregelen en informatieplicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_417__content_417" eId="artrecital__div_o_417_inst2__content_417">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat overgangsrecht voor milieubelastende activiteiten die onder het toepassingsbereik van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.2</IntRef> van dit omgevingsplan vallen en waarvoor al op grond van het recht voor de Omgevingswet – in concreto artikel 2.15, tweede, tiende of elfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer – door het betrokken bedrijf of de betrokken instelling een rapportage informatieplicht aan het bevoegd gezag is verstrekt of had moeten worden verstrekt.</Al>
		      <Al>Dit overgangsrecht heeft in de eerste plaats tot gevolg dat tot 1 december 2023 kan worden volstaan met het treffen van de energiebesparende maatregelen, bedoeld in artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit is inclusief de bijbehorende regels en bijlagen uit afdeling 2.5 van de Activiteitenregeling milieubeheer, zoals de lijst met erkende energiebesparende maatregelen, de rekenmethode voor de terugverdientijd en de rekenmethode voor de hoeveelheid aardgasequivalent. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a" scope="Artikel">artikel 22.52a</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> , is in dat licht gedurende de periode, bedoeld in het eerste lid van het artikel, artikel 22.52 op de betreffende milieubelastende activiteiten niet van toepassing verklaard.</Al>
		      <Al>Daarnaast volgt uit dit overgangsrecht dat als voor een onder het toepassingsbereik vallende milieubelastende activiteit die is gestart voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet door het betrokken bedrijf of de betrokken instelling een rapportage informatieplicht had moeten worden verstrekt, maar dat nog niet is gebeurd, tot 1 december 2023 nog steeds in overeenstemming met de daaraan in artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gestelde eisen aan de informatieplicht moet worden voldaan.</Al>
		      <Al>Met het opnemen van de datum van 1 december 2023 als einddatum voor het overgangsrecht is aansluiting gezocht bij de datum van het van toepassing worden van de geactualiseerde regels over energiebesparing zoals deze is opgenomen in de hiervoor in de toelichting bij artikel 22.51 genoemde voorziene regelgeving.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_418" eId="artrecital__div_o_418_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.53 Afval: zwerfvuil</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_418__content_418" eId="artrecital__div_o_418_inst2__content_418">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een nadere invulling van de specifieke zorgplicht uit dit omgevingsplan of uit artikel 2.11 van het Bal. Anders dan onder het oude recht, geldt dit artikel ook voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. <br/> De voorrangsbepaling van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit omgevingsplan is ook relevant voor deze vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. Als het aspect zwerfafval bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet al in een voorschrift van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is geregeld, is deze omgevingsplanregel niet van toepassing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_419" eId="artrecital__div_o_419_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.54 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_419__content_419" eId="artrecital__div_o_419_inst2__content_419">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw. Alleen geluidgevoelige gebouwen die op een locatie toegelaten zijn op grond van het omgevingsplan of via een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, worden beschermd tegen het geluid veroorzaakt door een activiteit.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Activiteiten</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel geldt in beginsel voor alle milieubelastende activiteiten die onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> vallen. Dat algemene toepassingsbereik probeert het oude Wet milieubeheer begrip inrichting te vangen. Zie daarover meer in de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> . De geluidvoorschriften van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer waren alleen van toepassing op deze Wet milieubeheer- inrichtingen.</Al>
		      <Al>Dat betekent dat het geluid door activiteiten die buiten het algemene toepassingsbereik van deze afdeling vallen, niet hoeft te voldoen aan de bepalingen van deze geluidparagraaf. Voor die activiteiten blijven op grond van artikel 22.4 van de Omgevingswet onder meer de regels gelden over geluidhinder uit de Algemene Plaatselijke Verordening.</Al>
		      <Al>Ook is er in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> van dit omgevingsplan een algemene voorrangsbepaling opgenomen. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dat artikel bevat een voorrangsregel voor geluidregels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, op grond van artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet, voor zover die regels afwijken van de geluidregels in deze paragraaf van dit omgevingsplan. Een voorbeeld hiervan zijn afwijkende geluidwaarden in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op grond van de voormalige Crisis- en herstelwet.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> van dit omgevingsplan bevat een voorrangbepaling voor vergunningvoorschriften in een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die op grond van het oude recht is verleend. De geluidvoorschriften uit die vergunningen krijgen voorrang op de geluidregels in dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Geluidgevoelig gebouw en geluidgevoelige ruimte</i>
                              </Al>
		      <Al>Onder de Omgevingswet zijn begrippen geüniformeerd. Dat betekent dat voor sommige begrippen een nieuwe definitie geldt. Meestal is daar geen beleidsmatige verandering in bedoeld, maar soms kan de nieuwe definitie wel een iets andere uitwerking hebben. Zo wordt niet meer gesproken over een gevoelig gebouw of een gevoelig object. In plaats daarvan wordt gesproken over een geluidgevoelig gebouw.</Al>
		      <Al>Of een gebouw geluidgevoelig is, is afhankelijk van de gebruiksfuncties van dat gebouw. Zo wordt onder de Omgevingswet gesproken van een gebouw met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, in plaats van over een woning.</Al>
		      <Al>In bestemmingsplannen werden specifieke ruimtes vaak niet bestemd. Het hele gebouw heeft dan dezelfde bestemming. Hierdoor kan in bestaande situaties een verandering ontstaan in de plaats waar de geluidwaarde geldt. Denk aan een aan- of inpandige garage, die wel een nevengebruiksfunctie van wonen heeft, maar geen verblijfsruimte is. De geluidwaarde geldt dan op de gevel van die garage.</Al>
		      <Al>Overigens is het begrip geluidgevoelige ruimte in het Bkl ook anders gedefinieerd dan in de voormalige Wet geluidhinder en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Zo heeft de oude regelgeving het over een keuken van ten minste 11 m <sup>2</sup> . Die ondergrens van 11 m <sup>2</sup> vervalt. Een geluidgevoelige ruimte wordt gedefinieerd als een verblijfsruimte of verblijfsgebied van de aangewezen gebruiksfuncties.</Al>
		      <Al>In de praktijk kunnen zodoende kleine verschillen optreden. Als dit bij toepassing van de omgevingsplanregels van rijkswege in een concreet geval een probleem oplevert, dan kan dit opgelost worden met maatwerkvoorschriften.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Met dit artikel wordt bepaald dat het geluid van een activiteit niet geldt op een geluidgevoelig gebouw dat tijdelijk is toegelaten. <br/> De aanwezigheid van een tijdelijk geluidgevoelig gebouw kan wel aanleiding zijn voor het (met maatwerk) opleggen van een andere waarde dan de standaardwaarde of voor het opleggen van maatregelen of gedragsvoorschriften. De specifieke zorgplicht voor een milieubelastende activiteit is ook van toepassing op geluid door een activiteit op deze tijdelijke geluidgevoelige gebouwen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                              </Al>
		      <Al>Een gevel kan bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen met toepassing van de artikelen 5.78y of 5.78aa van het Bkl, als niet-geluidgevoelige gevel in het omgevingsplan worden aangemerkt. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting op de artikelen 5.78y en 5.78aa in het (voorgenomen) Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. Deze niet-geluidgevoelige gevels vervangen in het nieuwe stelsel de gevels die onder de voormalige Wet geluidhinder als 'doof' werden aangemerkt of waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en- milieubenadering werd afgeweken van de wettelijke norm.</Al>
		      <Al>In het overgangsrecht van het (voorgenomen) Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet is in artikel 12.17 bepaald dat onder 'niet-geluidgevoelige gevel' ook wordt verstaan een gevel die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is aangemerkt als zogenoemde 'dove gevel', evenals een gevel waarvoor de Interimwet stad-en-milieubenadering is toegepast. Ook die gevels blijven na inwerkingtreding van de Omgevingswet niet geluidgevoelig.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Voor activiteiten met verplaatsbare mijnbouwwerken als bedoeld in artikel 4.1116 van het Bal worden geluidwaarden gesteld in paragraaf 4.109 'Werkzaamheden met verplaatsbaar mijnbouwwerk' van het Bal.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen valt niet onder de regels van deze paragraaf. Andere geluiden door een spoorwegemplacement, zoals geluid door het wassen van de treinwagons, vallen wel onder deze paragraaf. <br/> Voor het geluid door wegverkeersbewegingen van en naar een spoorwegemplacement geldt de specifieke zorgplicht uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> , onder a, van dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Een winkel was onder het oude recht vaak geen Wet milieubeheer-inrichting. De regels van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden daarom niet voor activiteiten bij detailhandel. Winkels vielen wel onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer als de volgende installaties aanwezig waren:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_419_inst2__content_419__list_o_1" eId="artrecital__div_o_419_inst2__content_419__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_419_inst2__content_419__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_419_inst2__content_419__list_o_1__item_a">
			  <Al>elektromotoren met een opgeteld vermogen groter dan 1,5 kW (bijvoorbeeld in automatische rolluiken of airco's); of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_419_inst2__content_419__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_419_inst2__content_419__list_o_1__item_b">
			  <Al>stookinstallaties met een opgeteld thermisch vermogen van meer dan 130 kW.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Met dit artikel wordt voorkomen dat de geluidwaarden uit deze paragraaf gaan gelden voor die winkels waarvoor de geluidnormen uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer niet golden. Wel geldt voor deze winkels de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit omgevingsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_420" eId="artrecital__div_o_420_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_420__content_420" eId="artrecital__div_o_420_inst2__content_420">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De uitzondering in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54" scope="Artikel">artikel 22.54</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> , onder b, voor een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw, geldt alleen voor een geluidgevoelig gebouw dat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar, waarbij getoetst is aan de kwalitatieve norm 'aanvaardbaar' uit artikel 5.59, tweede lid van het Bkl.</Al>
		      <Al>Voor een geluidgevoelig gebouw dat al voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten geldt de uitzondering niet. Zo'n gebouw valt wel binnen het toepassingsbereik van deze paragraaf en hiervoor blijft wel een waarde gelden voor het geluid door een activiteit op de gevel van een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw. <br/> De reden voor het uitzonderen is dat onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer de geluidnormen wel golden voor gebouwen waarvoor het tijdelijk toegelaten is om ze te gebruiken als geluidgevoelig gebouw.</Al>
		      <Al>Zie het schema in de volgende alinea voor een overzicht van de gevallen waarin een waarde voor geluid geldt bij verschillende situaties van geluidgevoelige gebouwen die tijdelijk toegelaten zijn versus activiteiten.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen geprojecteerde en in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen geen bescherming tegen geluid van milieubelastende activiteiten. Dit is wel zo bij de instructieregels van het Bkl. De geluidwaarde geldt dan op de locatie waar volgens het omgevingsplan of de omgevingsvergunning de gevel van het gebouw gebouwd mag worden. Omdat de voormalige bestemmingsplannen van rechtswege zijn overgegaan in omgevingsplannen, zou toetsing op een geprojecteerd gebouw ertoe kunnen leiden dat een bestaande activiteit opeens niet meer voldoet aan de geluideisen. In de transitieperiode is dit ongewenst: voor rechtmatige bestaande situaties moeten niet ineens strengere waarden voor geluid gaan gelden. Daarom is in de omgevingsplanregels van rijkswege, voor situaties die al toegestaan zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de uitzondering opgenomen dat onder een geluidgevoelig gebouw niet wordt verstaan een geprojecteerd gebouw of een geluidgevoelig gebouw in aanbouw. Het uitgangspunt voor het overgangsrecht is dat de initiatiefnemer onder dezelfde condities zijn activiteit moet kunnen blijven voortzetten. Als na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten bij een bestaande activiteit, of een nieuwe activiteit begint bij een bestaand geluidgevoelig gebouw, gelden al wel de nieuwe regels. Dit verschil werkt ook door naar de omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
		      <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_420_inst2__content_420__table_o_1" eId="artrecital__div_o_420_inst2__content_420__table_o_1">
			<title/>
			<tgroup cols="3" align="left">
			  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.333*"/>
			  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.333*"/>
			  <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.333*"/>
			  <tbody valign="top">
			    <row>
			      <entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>Schema: of waarden voor geluid gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke geluidgevoelig gebouwen versus situatie activiteiten</strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top"/>
			      <entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>Activiteiten</strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>Geluidgevoelig gebouw</strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>al rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col3" valign="top">
				<Al>nog niet rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn niet van toepassing</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col3" valign="top">
				<Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>in het nieuwe deel van hetomgevingsplan toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col3" valign="top">
				<Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col3" valign="top">
				<Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>in het nieuwe deel van het omgevingsplan toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col3" valign="top">
				<Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			  </tbody>
			</tgroup>
		      </table>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_421" eId="artrecital__div_o_421_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.56 Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_421__content_421" eId="artrecital__div_o_421_inst2__content_421">
		    <Inhoud>
		      <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden de geluidnormen voor de gehele inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Dus voor het samenstel van activiteiten die binnen de inrichting plaatsvinden. Deze bepaling beoogt hetzelfde. Wanneer op een locatie meerdere, onderling samenhangende activiteiten worden verricht, gelden de geluidregels voor dit samenstel van activiteiten. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de activiteiten behoren tot een bedrijf. Dit artikel geeft aan welke clustering van activiteiten als één activiteit beschouwd moet worden. Dit kunnen twee milieubelastende activiteiten zijn die elkaar functioneel ondersteunen. Uit de systematiek van het Bal volgt al dat een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de paragrafen 3.3 tot en met 3.11, bestaat uit de kernactiviteit, inclusief functioneel ondersteunende activiteiten. Dit is ook zo als die functioneel ondersteunende activiteiten zelf ook als milieubelastende activiteit in hoofdstuk 3 aangewezen zijn. Ook twee of meer milieubelastende activiteiten op één locatie die rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan worden op grond van dit artikel beschouwd als één activiteit.</Al>
		      <Al>De inhoud van dit artikel wijkt af van artikel 5.58 in het Bkl. Dit is gedaan om de omgevingsplanregels van rijkswege beter aan te laten sluiten bij de situatie zoals die was onder het oude recht.</Al>
		      <Al>Deze bepaling beoogt niet het algemene toepassingsbereik van deze afdeling over de milieubelastende activiteit uit te breiden. Bijvoorbeeld met het geluid van een landbouwvoertuig op een akker. Deze bepaling trekt die activiteit niet alsnog 'binnen' de activiteit.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Directe hinder, laden en lossen versus indirecte hinder</i>
                              </Al>
		      <Al>Ook activiteiten die niet hoofzakelijk op de locatie van het terrein van een bedrijf plaatsvinden, maar in de onmiddellijke nabijheid daarvan, kunnen onderdeel zijn van een activiteit in de zin van dit artikel. Dit wordt beschouwd als 'directe hinder'. Een voorbeeld hiervan zijn laad- en losactiviteiten die op de openbare weg worden uitgevoerd. Het geluid van dit laden en lossen moet dus ook voldoen aan de waarde voor geluid van een activiteit, zoals opgenomen in deze paragraaf. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden de geluidnormen ook voor deze activiteiten in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting.</Al>
		      <Al>De geluidvoorschriften in deze paragraaf gelden dus voor het geluid dat beschouwd wordt als 'directe hinder'. Geluid, veroorzaakt door het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit (totdat het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld) wordt beschouwd als 'indirecte hinder'. Voor indirecte hinder geldt alleen de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit omgevingsplan. Zie ook de toelichting bij a <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> .</Al>
		      <Al>Overigens was het onder het oude recht ook afhankelijk van de omstandigheden van het geval wanneer laden en lossen overgaat in het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit. Deze omgevingsplanregels van rijkswege brengen hier geen verandering in.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_422" eId="artrecital__div_o_422_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.57 Geluid: waar waarden gelden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_422__content_422" eId="artrecital__div_o_422_inst2__content_422">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is gebaseerd op artikel 5.60 van het Bkl. Kortheidshalve wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij dat besluit.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel c</i>
                              </Al>
		      <Al>Net als voorheen worden de ligplaatsen van woonschepen en de standplaatsen van woonwagens beschermd tegen geluidhinder. Anders dan onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer worden woonschepen en woonwagens wel als geluidgevoelig gebouw aangemerkt en wordt daarvoor niet de aparte benaming 'gevoelige terreinen' gehanteerd. Dit artikel bepaalt vervolgens dat de waarden voor geluid voor woonschepen en woonwagens geldt op de grens van de locatie. Langs andere weg wordt daarmee hetzelfde bereikt.</Al>
		      <Al>In bijlage I bij het Bkl is een woonschip gedefinieerd als 'drijvende woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip'.</Al>
		      <Al>In bijlage I bij het Bbl wordt onder een woonwagen verstaan: woonfunctie op een locatie bestemd voor het plaatsen van een woonwagen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_423" eId="artrecital__div_o_423_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.58 Geluid: functionele binding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_423__content_423" eId="artrecital__div_o_423_inst2__content_423">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor geluid niet van toepassing zijn op geluid door een activiteit, op of in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit. Dit artikel sluit aan bij artikel 5.61 van het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_424" eId="artrecital__div_o_424_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.59 Geluid: voormalige functionele binding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_424__content_424" eId="artrecital__div_o_424_inst2__content_424">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor geluid op of in een geluidgevoelig gebouw, dat voorheen onderdeel was van de Wet milieubeheer-inrichting of functioneel verbonden was met een agrarische activiteit, niet gelden voor het geluid door die agrarische activiteit op dat geluidgevoelige gebouw.</Al>
		      <Al>Het gebouw blijft wel beschermd tegen geluid, veroorzaakt door andere omliggende activiteiten.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel a regelt dit voor zogenaamde 'plattelandswoningen' die als plattelandswoning zijn aangewezen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit was onder het oude recht bepaald in de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 1.1a) en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 1.3c).</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel b regelt dit in het geval van een agrarische activiteit, voor een gebouw met een voormalige functionele binding in het nieuwe deel van het omgevingsplan.</Al>
		      <Al>In een situatie als bedoeld onder b wordt in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor de woning waar het om gaat (of een ander geluidgevoelig gebouw) bepaald dat deze woning geen bescherming geniet in de vorm van geluidwaarden, tegen geluidhinder door de agrarische activiteit waarmee de woning voorheen was verbonden.</Al>
		      <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet erin dat de waarden voor geluid uit dit tijdelijke deel van het omgevingsplan, die gelden voor de agrarische activiteit, ook daadwerkelijk niet gaan gelden op de gevel van de naastgelegen woning, die nu geen functionele binding meer heeft.</Al>
		      <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van artikel 5.62 van het Bkl. Dat artikel biedt ruimere mogelijkheden bij geluidgevoelige gebouwen met een voormalige functionele binding. Deze ruimere mogelijkheden zijn niet opgenomen in de omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
		      <Al>Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 5.62 van het Bkl en paragraaf 2.3.8, onder 'Voormalige bedrijfswoningen', en paragraaf 8.1.3 onder 'Functioneel verbonden en functioneel ondersteunende gebouwen en locaties', van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_425" eId="artrecital__div_o_425_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.60 Geluid: onderzoek</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_425__content_425" eId="artrecital__div_o_425_inst2__content_425">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 1.11 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit artikel wordt bij een aantal activiteiten bepaald dat een rapport van een geluidonderzoek moet worden ingediend. Het gaat daarbij onder meer om het onder bepaalde omstandigheden ten gehore brengen van muziekgeluid en om transportactiviteiten in de avond- en nachtperiode (tussen 19.00 en 7.00 uur). In de gevallen waarvoor bij de specifieke bepalingen een plicht is opgenomen tot het indienen van een akoestisch rapport, leert de ervaring dat doorgaans problemen te verwachten zijn bij toetsing aan de geluidwaarden.</Al>
		      <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond ook een specifieke mogelijkheid voor het bevoegd gezag om bij besluit ook voor andere activiteiten een geluidonderzoek te eisen. Deze mogelijkheid heeft het bevoegd gezag nog steeds, via de maatwerkmogelijkheid in artikel 22.45 van dit omgevingsplan. Hiervoor moet het bevoegd gezag aannemelijk maken dat het geluidsniveau of het maximale geluidsniveau meer bedraagt dan de waarden die gelden voor de activiteit op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning. Het gaat om gevallen waarin gelet op de te verwachten bronvermogens en afstanden tot gevoelige gebouwen het aannemelijk is dat de normen zullen worden overschreden.</Al>
		      <Al>De maatwerkmogelijkheid kan ook gebruikt worden om in voorkomende gevallen van de plicht tot het verstrekken van een geluidonderzoek af te zien. <br/> In sommige gevallen kan het voor zonebeheer noodzakelijk zijn de geluidsproductie van activiteiten gelegen op een gezoneerd industrieterrein te weten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een activiteit aan de rand van het industrieterrein is gelegen of als een activiteit met de waarden, genoemd in dit omgevingsplan, een onevenredig groot beslag zou leggen op de nog beschikbare geluidsruimte, zonder dat die activiteit de bij deze waarden behorende geluidsruimte daadwerkelijk nodig heeft. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan kan dan een rapport van een geluidonderzoek verlangd worden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_426" eId="artrecital__div_o_426_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_426__content_426" eId="artrecital__div_o_426_inst2__content_426">
		    <Inhoud>
		      <Al>Ten minste vier weken voor het begin of wijziging van de activiteit moet het geluidonderzoek aan het bevoegd gezag versterkt worden. Behalve het geluidonderzoek moeten ook de gegevens zoals vermeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46" scope="Artikel">artikel 22.46</IntRef> worden verstrekt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_427" eId="artrecital__div_o_427_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.61a Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_427__content_427" eId="artrecital__div_o_427_inst2__content_427">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel heeft als doel om gemeenten op de hoogte te stellen van nieuwe of gewijzigde activiteiten op een gezoneerd industrieterrein.</Al>
		      <Al>Deze informatieplicht geldt niet als de gemeente al via een aanvraag om een omgevingsvergunning, via het overleggen van een geluidonderzoek op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61" scope="Artikel">22.61</IntRef> of via een informatieplicht ergens anders in deze afdeling van dit omgevingsplan of in het Besluit activiteiten leefomgeving, op de hoogte wordt gesteld van het begin of de wijziging van de activiteit. In artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet is daarnaast nog bepaald dat gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
		      <Al>Naar aanleiding van de ontvangen gegevens en bescheiden kan de gemeente vervolgens beoordelen of het noodzakelijk is om een geluidonderzoek te laten verrichten voor het zonebeheer. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan kan dan een rapport van een geluidonderzoek verlangd worden van de initiatiefnemer.</Al>
		      <Al>Deze verplichting geldt niet voor activiteiten op een gezoneerd industrieterrein waar geen activiteiten verricht worden of installaties gebruikt worden zoals bedoeld in het tweede lid. Deze activiteiten en grenzen zijn overgenomen uit de begripsbepaling inrichting Type A in artikel 1.2 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Onder het oude recht hoefde voor een inrichting Type A geen melding te worden gedaan. Voor de informatieplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a" scope="Artikel">artikel 22.61a</IntRef> van het omgevingsplan is alleen gekeken naar die grenzen uit het oude begrip inrichting Type A die mede gesteld waren met het oogmerk om geluidhinder te voorkomen of beperken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_428" eId="artrecital__div_o_428_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.62 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_428__content_428" eId="artrecital__div_o_428_inst2__content_428">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze paragraaf geldt voor activiteiten waarvoor waarden voor langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAR,LT) of het maximaal geluidsniveau (LAmax) gesteld worden. Voor windturbines en buitenschietbanen worden voor geluid andere waarden gesteld, namelijk voor Lden en Lnight en geluid Bs,dan.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op geluid dat niet representatief is voor een activiteit. Uitgangspunt is dat elke activiteit onderdeel is van de representatieve bedrijfssituatie en het geluid van elke activiteit representatief geluid is. Niet representatief geluid is alleen het geluid door een uitzonderlijke bedrijfssituatie, dat in een maatwerkbesluit als zodanig is aangemerkt. <br/> Het is aan het oordeel van het bevoegd gezag wat een uitzonderlijke bedrijfssituatie is. In paragraaf 4.2 van bijlage IVh van de Omgevingsregeling zijn richtlijnen gegeven die daarbij kunnen worden toegepast. Hiermee wordt – grofweg – de situatie uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de Handleiding meten en rekenen industrielawaai voortgezet dat incidentele bedrijfssituaties niet worden meegenomen bij het bepalen van het geluid. In het voormalige Activiteitenbesluit is een incidentele bedrijfssituatie een bedrijfssituatie waarvoor op grond van artikel 2.20, zesde lid, andere waarden zijn vastgesteld.</Al>
		      <Al>Voor het geluid dat niet representatief is voor een activiteit kan het bevoegd gezag als dat nodig is, wel regels stellen, bijvoorbeeld waarden, tijdstippen of werkwijzen voor de gebeurtenissen die het niet-representatieve geluid veroorzaken. Artikel 5.59 van het Bkl bepaalt namelijk dat het omgevingsplan erin moet voorzien dat ook het niet-representatieve geluid aanvaardbaar is.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>In het toepassingsbereik worden windparken met 3 of meer windturbines expliciet uitgesloten, omdat zij ook niet vallen onder <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.3.4.3</IntRef> over het geluid door windturbines.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_429" eId="artrecital__div_o_429_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_429__content_429" eId="artrecital__div_o_429_inst2__content_429">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> bepaalt hoeveel geluid toelaatbaar is op de gevel van een geluidgevoelig gebouw en komt overeen met de geluidnormen die in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stonden. In de instructieregels van het Bkl zijn geen normen meer opgenomen voor het LAmax in de dagperiode.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kende in artikel 2.17, derde lid, de regeling dat voor geluidgevoelige gebouwen op Activiteitenbesluit-bedrijventerreinen (geen gezoneerde industrieterreinen zijnde) het beschermingsniveau op de gevel 5 dB(A) lager ligt. Om te voorkomen dat activiteiten opeens niet meer aan de geluidwaarden voldoen, is deze regeling in het tweede lid van dit artikel overgenomen. In bijlage I bij de omgevingsplanregels van rechtswege is een begrip Activiteitenbesluit-bedrijventerrein opgenomen. Het Bkl biedt in artikel 5.65, tweede lid, voor zulke bedrijventerreinen de mogelijkheid om een 5 dB(A) hogere waarde te stellen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>In de instructieregels (artikel 5.65) van het Bkl zijn de geldende binnenwaarden opgenomen voor in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. Deze komen, voor wat betreft het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, overeen met de waarden zoals deze op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden. In de instructieregels van het Bkl zijn geen waarden meer opgenomen voor het LAmax in de dagperiode, en de waarden in de avondperiode zijn strenger dan onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Om te voorkomen dat in de transitieperiode andere waarden voor de activiteiten gaan gelden, zijn in dit artikel de waarden uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer overgenomen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> gaat in op de piekgeluiden die veroorzaakt worden door het laden en lossen in de dagperiode. Laden en lossen valt via <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> (algemeen toepassingsbereik) en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56" scope="Artikel">artikel 22.56</IntRef> (meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit) onder de activiteit, en daarmee onder de geluidwaarden die in de tabellen zijn gesteld. Dat geldt dus ook voor laden en lossen dat op de openbare weg ('in de onmiddellijke nabijheid van') plaatsvindt. Om te voorkomen dat in de periode waarin de gemeenten hun omgevingsplannen nog niet hebben aangepast aan de Omgevingswet, het overdag laden en lossen onder de norm voor het piekgeluid gaat vallen, is het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> toegevoegd. Dit lid bepaalt uitdrukkelijk dat – net als onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer– voor het laden en lossen in de dagperiode geen geluidwaarden voor het piekgeluidniveau gelden. Ook het Bkl geeft geen afzonderlijke waarden voor de piekniveaus in de dagperiode, en dus ook niet voor de piekniveaus van het laden en lossen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_430" eId="artrecital__div_o_430_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.64 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_430__content_430" eId="artrecital__div_o_430_inst2__content_430">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.17, vierde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit artikel geldt alleen voor bedrijven die uitsluitend of in hoofdzaak een inrichting voor verkoop van brandstoffen aan derden zijn. Door het vervangen van het begrip Wet milieubeheer- inrichting door activiteiten is het niet meer mogelijk gebruik te maken van dit zogenoemde hoofdzaakcriterium. Daarvoor is het tankstation nu omschreven als het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd.</Al>
		      <Al>Het Bkl gaat in de instructieregels niet meer uit van een apart geluidregime met afwijkende dagperioden voor tankstations. Wel zijn er op grond van de flexibiliteitsbepalingen van deze instructieregels mogelijkheden om in het omgevingsplan rekening te houden met de bijzondere kenmerken van het geluid bij een tankstation, zoals de pieken bij dichtslaan van autoportieren, als het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen maar aanvaardbaar is en er voldaan wordt aan de grenswaarden in het Bkl. In dit artikel wordt het onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geldende geluidregime overgenomen, zodat de geluidsituatie niet verandert zolang de gemeente nog geen nieuw omgevingsplan heeft vastgesteld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_431" eId="artrecital__div_o_431_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.65 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_431__content_431" eId="artrecital__div_o_431_inst2__content_431">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.17, vijfde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		      <Al>Het begrip agrarische activiteiten wordt in dit omgevingsplan niet meer specifiek gedefinieerd. Het gaat om activiteiten die betrekking hebben op gewassen of landbouwhuisdieren voor zover deze geteeld of gekweekt respectievelijk gefokt, gemest, gehouden of verhandeld worden. Daaronder wordt ook verstaan agrarisch gemechaniseerd loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverlening. Dit artikel geldt alleen voor bedrijven of andere locaties waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten of activiteiten die daarmee verband houden worden verricht. Door het vervangen van het Wet milieubeheer begrip inrichting door activiteiten is het niet meer mogelijk gebruik te maken van dit zogenoemde hoofdzaakcriterium. Daarvoor in de plaats wordt gesteld dat het moet gaan om een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd.</Al>
		      <Al>In navolging van het voormalige Besluit landbouw milieubeheer en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer worden voor de in het eerste lid genoemde activiteiten mobiele bronnen niet meegewogen bij het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Daarom zijn de waarden in tabel 22.3.5, die zien op het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, alleen van toepassing op de vast opgestelde installaties en toestellen. De waarden voor maximale geluidsniveaus zijn van toepassing op alle bronnen: vast en mobiel.</Al>
		      <Al>Voor het geluid van deze mobiele installaties geldt alleen de specifieke zorgplicht. Voor agrarische bedrijven die bij inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsvergunning voor milieuactiviteiten hebben, blijven op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> , de voorschriften van de omgevingsvergunning gelden.</Al>
		      <Al>Belangrijke verschillen tussen dit artikel en de instructieregels voor geluid van het Bkl zijn:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_431_inst2__content_431__list_o_1" eId="artrecital__div_o_431_inst2__content_431__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_431_inst2__content_431__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_431_inst2__content_431__list_o_1__item_a">
			  <Al>Dit artikel geeft standaard 5 dB(A) lagere geluidwaarden en afwijkende tijdsperioden voor agrarische activiteiten. De instructieregels van het Bkl kennen voor agrarische activiteiten niet standaard 5 dB(A) lagere geluidwaarden en ook geen afwijkende tijdsperioden. Het Bkl biedt wel de mogelijkheid om een agrarisch gebied aan te wijzen waar de toelaatbare waarde 5 dB(A) lager is.</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_431_inst2__content_431__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_431_inst2__content_431__list_o_1__item_b">
			  <Al>In dit artikel gelden de standaardwaarden niet voor mobiele installaties. De standaardwaarden van het Bkl gelden ook voor de mobiele installaties bij een agrarisch bedrijf als die vallen onder de representatieve bedrijfsituatie.</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_431_inst2__content_431__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_o_431_inst2__content_431__list_o_1__item_c">
			  <Al>Akkers en weilanden zijn voor de toepassing van dit artikel geen onderdeel van de activiteit. De instructieregels van het Bkl gaan over al het geluid van locatiegebonden activiteiten, als dat geluid representatief is voor die activiteit.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>In dit artikel wordt het onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geldende geluidregime overgenomen, zodat de geluidsituatie niet verandert zolang de gemeente nog geen nieuw deel van het omgevingsplan heeft vastgesteld</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_432" eId="artrecital__div_o_432_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.66 Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_432__content_432" eId="artrecital__div_o_432_inst2__content_432">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.17, zesde lid van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		      <Al>De begrippen glastuinbouwbedrijf en glastuinbouwgebied worden in dit omgevingsplan niet meer specifiek gedefinieerd. Het gaat dan respectievelijk om een activiteit die in de kern bestaat uit het in een kas telen van gewassen en een cluster aaneengesloten percelen voor glastuinbouwbedrijven.</Al>
		      <Al>De instructieregels van het Bkl kennen voor geluid door glastuinbouwbedrijven niet standaard 5 dB(A) lagere geluidwaarden en ook geen afwijkende tijdsperioden. Het Bkl biedt wel de mogelijkheid om een agrarisch gebied aan te wijzen waar de toelaatbare waarde 5 dB(A) lager is. In dit artikel wordt het onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geldende geluidregime overgenomen, zodat de geluidsituatie niet verandert zolang de gemeente nog geen nieuw omgevingsplan heeft vastgesteld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_433" eId="artrecital__div_o_433_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.67 Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_433__content_433" eId="artrecital__div_o_433_inst2__content_433">
		    <Inhoud>
		      <Al>In artikel 2.17, zevende lid, juncto 2.17a, vijfde lid, en de artikelen 2.18, vijfde lid, en 2.19a, tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond een mogelijkheid om bij of krachtens een gemeentelijke verordening hogere of lagere normen te laten gelden, dan de standaardnormen. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet blijven die regels zoals opgenomen in een gemeentelijke verordening (in veel gevallen in de Algemene Plaatselijke Verordening) nog gelden. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67" scope="Artikel">Artikel 22.67</IntRef> van dit omgevingsplan zorgt ervoor dat de waarden uit die verordening, voorrang hebben op de waarden zoals opgenomen in dit (tijdelijk deel) van het Omgevingsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_434" eId="artrecital__div_o_434_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.68 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_434__content_434" eId="artrecital__div_o_434_inst2__content_434">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van het overgangsrecht voor ligplaatsen, zoals was opgenomen in artikel 2.17, vierde lid, onder d, vijfde lid, onder f, en het zesde lid, onder d, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. <br/> Het in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64" scope="Artikel">22.64</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65" scope="Artikel">22.65</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66" scope="Artikel">22.66</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> opgenomen langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximaal geluidsniveau wordt verhoogd met 5 dB(A). Deze verhoging geldt voor drijvende woonschepen die als zodanig voor 1 juli 2012 in dit omgevingssplan zijn toegelaten èn voor drijvende woonfuncties die voor 1 juli 2012 waren opgenomen in een gemeentelijke verordening en nadien, maar voor 1 juli 2022, alsnog zijn opgenomen in een omgevingsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_435" eId="artrecital__div_o_435_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.69 Geluid: eerbiedigende werking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_435__content_435" eId="artrecital__div_o_435_inst2__content_435">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze bepaling geldt ter vervanging van artikel 2.17a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. In de meeste algemene maatregelen van bestuur op grond van het vervallen artikel 8.40 Wet milieubeheer, zoals het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, was een overgangsbepaling opgenomen die teruggreep op zogenaamde '8.40-AMvB's' die daarvóór in werking waren. Dit lid is van toepassing op activiteiten die worden verricht op de locatie van inrichtingen die onder de werking van die oudere besluiten vielen. Voor deze activiteiten worden de waarden in tabel 22.3.1 (standaard) en tabel 22.3.7 (glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied) met 5 dB(A) verhoogd, tenzij voordien volgens een milieuvergunning lagere waarden golden. Overigens wordt in artikel 2.17a, eerste tot en met derde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer abusievelijk verwezen naar artikel 2.17, in plaats van artikel 2.17a.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_436" eId="artrecital__div_o_436_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_436__content_436" eId="artrecital__div_o_436_inst2__content_436">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.18, eerste tot en met vierde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Net als in artikel 5.73, eerste lid, onder a, van het Bkl is bepaald dat de geluidwaarden die in het omgevingsplan zijn opgenomen geen betrekking hebben op het geluid van de spoedeisende inzet van hulpvoertuigen. Dat geldt voor het gemiddelde geluidniveau en voor het maximale geluidniveau. Deze uitzondering geldt alleen voor de spoedeisende inzet en dus niet voor het geluid als gevolg van niet-spoedeisende inzet van hulpvoertuigen of bijvoorbeeld het onderhouden en testen van die voertuigen.</Al>
		      <Al>Anders dan in artikel 2.22 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, gaat deze omgevingsplanregel ook over geluid van traumahelikopters en over het Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT.</Al>
		      <Al>De mogelijkheid om met maatwerkvoorschriften gebruiksregels op te nemen geldt niet voor de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval. Zie de toelichting bij de artikelen 5.71 en 5.72 van het Bkl voor een verduidelijking.</Al>
		      <Al>Op grond van artikel 2.22, tweede lid van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was het mogelijk om maatwerkvoorschriften te stellen over te treffen technische en organisatorische maatregelen bij het uitrukken van motorvoertuigen voor ongevallenbestrijding, spoedeisende medische hulpverlening, brandbestrijding of gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval. Dit is dus veranderd in de instructieregels van het Bkl en deze omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
		      <Al>Bij het toedelen van functies aan locaties betrekt de gemeenteraad wel al het geluid vanwege de toegelaten activiteiten bij de vraag of het geluidniveau op een bepaalde locatie aanvaardbaar is. Het feit dat er in het omgevingsplan, maatwerkvoorschrift of omgevingsvergunning geen waarden of maatregelen mogen worden opgenomen voor het geluid van de spoedeisende inzet van hulpvoertuigen, betekent dus niet dat die geluidbronnen bij de toepassing van artikel 5.59, eerste lid, van het Bkl buiten beschouwing mogen blijven.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdelen b tot en met e</i>
                              </Al>
		      <Al>Voor onversterkt stemgeluid geldt dat de omgevingsplanregels van rijkswege geen verandering teweegbrengen ten opzichte van de situatie onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit betekent dat het stemgeluid afkomstig van bijvoorbeeld onverwarmde of onoverdekte terrassen, schoolpleinen en sportvelden, buiten beschouwing wordt gelaten bij het beoordelen van de geluidwaarden veroorzaakt door een activiteit.</Al>
		      <Al>Op grond van de instructieregel in artikel 5.73 van het Bkl, moet onversterkt stemgeluid vaker buiten beschouwing worden gelaten dan onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en in deze omgevingsplanregels van rijkswege. Op grond van de instructieregel wordt onversterkt menselijk stemgeluid buiten beschouwing gelaten, tenzij het muziekgeluid is of daarmee vermengd is.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel f</i>
                              </Al>
		      <Al>Voor geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging geldt dat de omgevingsplanregels van rijkswege geen verandering teweegbrengen ten opzichte van de situatie onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. <br/> In de Grondwet is bepaald dat iedereen het recht heeft zijn godsdienst of levensovertuiging individueel of in gemeenschap met anderen vrij te belijden. Wel kunnen volgens de Grondwet regels worden gesteld ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdelen g en h</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang bij militaire inrichtingen en het ten gehore brengen van muziek vanwege het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht kan soms niet worden voldaan aan de waarden uit de artikelen in deze paragraaf. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid in de buitenlucht is het doorgaans niet mogelijk om maatregelen te treffen ter beperking van de geluidsemissie. Omdat het onwenselijk is deze activiteiten onmogelijk te maken, worden ze bij het bepalen van de geluidsniveaus buiten beschouwing gelaten.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdelen i en j</i>
                              </Al>
		      <Al>Voor onversterkte muziek en traditioneel schieten geldt dat de omgevingsplanregels van rijkswege geen verandering teweegbrengen ten opzichte van de situatie onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit betekent dat onversterkte muziek en traditioneel schieten buiten beschouwing wordt gelaten, tenzij anders is bepaald in een Algemene Plaatselijke Verordening.</Al>
		      <Al>In de instructieregels van het Bkl wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen versterkte en onversterkte muziek, wat betekent dat onder het Bkl, anders dan onder het oude recht, onversterkte muziek wél onder de standaardwaarden voor geluid valt. Het Bkl biedt wel de flexibiliteit om bijvoorbeeld alsnog een splitsing aan te brengen tussen versterkte en onversterkte muziek. Deze flexibiliteit geldt ook voor traditioneel schieten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_437" eId="artrecital__div_o_437_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.71 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_437__content_437" eId="artrecital__div_o_437_inst2__content_437">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.17, tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. De aanvullende eis van 50 dB(A) op 50 m geldt altijd, ongeacht of er een geluidgevoelig gebouw (buiten het gezoneerd industrieterrein) op minder dan 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, is gelegen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_438" eId="artrecital__div_o_438_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.72 Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_438__content_438" eId="artrecital__div_o_438_inst2__content_438">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.18, zesde tot en met achtste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		      <Al>Het geluid dat wordt veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden wordt buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. In bedrijven waar het systeem van substraatteelt niet wordt toegepast, maar waar in de grond wordt geteeld, moet op gezette tijden ontsmetting van de grond plaatsvinden. Dit geschiedt door de grond te stomen. Grondstomen vindt niet vaker dan enkele keren per jaar plaats. De frequentie hangt af van het te telen gewas. Gelet op de frequentie van het grondstomen en het feit dat het een activiteit is die door derden wordt uitgevoerd, kan deze activiteit niet worden beschouwd als een representatieve bedrijfssituatie zoals bedoeld in de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai'. Daarom blijft bij het bepalen van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef> , het door deze activiteit veroorzaakte geluid buiten beschouwing. Het grondstomen wordt in de regel uitgevoerd door gespecialiseerde bedrijven. Deze bedrijven plaatsen tijdelijk een mobiele installatie bij het tuinbouwbedrijf. Als het grondstomen met een eigen ketelinstallatie plaatsvindt, wordt het wel meegeteld bij het bepalen van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus omdat die installatie een vast onderdeel is van de activiteit, vaker kan worden gebruikt en door degene die de activiteit verricht zodanig kan worden aangepast dat het geluid gereduceerd wordt.</Al>
		      <Al>Omdat het grondstomen dat plaatsvindt met een installatie van derden buiten beschouwing blijft bij het bepalen van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, moeten maatregelen of voorzieningen getroffen worden om de geluidhinder zo veel mogelijk te reduceren. De maatregelen of voorzieningen zijn in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> omschreven. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen, waarmee de maatregelen of voorzieningen meer specifiek kunnen worden ingevuld.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_439" eId="artrecital__div_o_439_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.73 Geluid: festiviteiten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_439__content_439" eId="artrecital__div_o_439_inst2__content_439">
		    <Inhoud>
		      <Al>In artikel 2.21, tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond ook een bevoegdheid voor gemeenten om bij of krachtens een gemeentelijke verordening voorwaarden te verbinden aan festiviteiten om geluidhinder te beperken of te voorkomen. Deze regels in een gemeentelijke verordening blijven na inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet mag de gemeente voorwaarden verbinden aan festiviteiten in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_440" eId="artrecital__div_o_440_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.74 Geluid: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_440__content_440" eId="artrecital__div_o_440_inst2__content_440">
		    <Inhoud>
		      <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd voor de manier van meten van - en rekenen met industrielawaai, verwezen naar de Handreiking meten en rekenen industrielawaai. Deze Handreiking meten en rekenen industrielawaai is nu verwerkt in de Omgevingsregeling. Deze meet- en rekenvoorschriften voor geluid blijven landelijk geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van de Omgevingswet. In dit omgevingsplan hoeven dus in principe geen verwijzingen opgenomen te worden naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is hier wel gedaan voor de leesbaarheid van de regelgeving. In de Omgevingsregeling zijn deze meet- en rekenbepalingen voor geluid opgenomen in paragraaf 6.2.1.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_441" eId="artrecital__div_o_441_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.75 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_441__content_441" eId="artrecital__div_o_441_inst2__content_441">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is een voorzetting van de regeling voor geluid veroorzaakt door windturbines uit paragraaf 3.2.3 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op nieuwe windparken met 3 of meer windturbines.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_442" eId="artrecital__div_o_442_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.76 Geluid: waarden windturbines</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_442__content_442" eId="artrecital__div_o_442_inst2__content_442">
		    <Inhoud>
		      <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stonden hele concrete maatwerkmogelijkheden voor geluid van windturbines. Die mogelijkheden zijn er nu op grond van de maatwerkmogelijkheid van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan. Die mogelijkheden worden begrensd door onder andere de instructieregels van het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_443" eId="artrecital__div_o_443_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.77 Registratie gegevens windturbines</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_443__content_443" eId="artrecital__div_o_443_inst2__content_443">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 3.14e van de voormalige Activiteitenregeling milieubeheer. <br/> Die ministeriële regeling bevatte in de artikelen 3.14a tot en met 3.14d ook veel gedetailleerde regels over de wijze van meten en rekenen van het geluid door windturbines. Deze regels staan niet in dit omgevingsplan maar zijn opgenomen in de Omgevingsregeling. Een geluidonderzoek voor windturbines wordt wel in dit omgevingsplan voorgeschreven in artikel 22.60.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_444" eId="artrecital__div_o_444_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.78 Geluid: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_444__content_444" eId="artrecital__div_o_444_inst2__content_444">
		    <Inhoud>
		      <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd voor de manier van meten van - en rekenen met industrielawaai, verwezen naar de Handreiking meten en rekenen industrielawaai. Deze Handreiking meten en rekenen industrielawaai is nu verwerkt in de Omgevingsregeling. Deze meet- en rekenvoorschriften voor geluid blijven landelijk geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van de Omgevingswet. In dit omgevingsplan hoeven dus in principe geen verwijzingen opgenomen te worden naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is hier wel gedaan voor de leesbaarheid van de regelgeving. In de Omgevingsregeling zijn deze meet- en rekenbepalingen voor geluid opgenomen in paragraaf 6.2.1.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_445" eId="artrecital__div_o_445_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.79 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_445__content_445" eId="artrecital__div_o_445_inst2__content_445">
		    <Inhoud>
		      <Al>De regeling voor buitenschietbanen in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer is overgenomen in de omgevingsplanregels van rijkswege. Hierdoor ontstaat bij de invoering van de Omgevingswet geen rechtsvacuüm voor buitenschietbanen. Hoewel het toepassingsbereik in dit artikel iets anders wordt verwoord dan onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer het geval was, is geen beleidswijziging beoogd. Hieronder vallen dus nog steeds de civiele en militaire schietbanen, en het kleiduivenschieten, dat ook een civiele buitenschietbaan is waar met vuurwapens wordt geschoten. Daarnaast is het toepassingsbereik uitgebreid met militaire springterreinen. Geluid door militaire springterreinen werd onder het oude recht geregeld in de omgevingsvergunning voor milieu. In de Beleidsregel schietlawaai defensieterreinen staat een beoordelingswijze die overeenkomt met de beoordelingswijze voor buitenschietbanen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_446" eId="artrecital__div_o_446_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.80 Geluid: waarden buitenschietbanen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_446__content_446" eId="artrecital__div_o_446_inst2__content_446">
		    <Inhoud>
		      <Al>In bijlage I bij het Bkl wordt het geluid Bs,dan gedefinieerd als: geluid op een plaats over alle dag-, avond- en nachtperioden van een jaar, berekend in overeenstemming met de bij ministeriële regeling aangewezen berekeningsmethode voor schietgeluid.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_447" eId="artrecital__div_o_447_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.81 Registratie gegevens buitenschietbanen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_447__content_447" eId="artrecital__div_o_447_inst2__content_447">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 3.118a van de voormalige Activiteitenregeling milieubeheer. <br/> Die ministeriële regeling bevatte in artikel 3.118 ook gedetailleerde regels over de wijze van meten en rekenen van het geluid bij buitenschietbanen. Deze regels staan niet in dit omgevingsplan maar zijn opgenomen in de Omgevingsregeling.</Al>
		      <Al>In dit artikel is een registratieverplichting opgenomen. Aangezien het door de vele overdrachtsgegevens die deel uitmaken van de rekenmethodiek nauwelijks mogelijk is controlemetingen uit te voeren, wordt door de handhavende instanties gebruik gemaakt van het geregistreerde aantal schoten, het kaliber van de verschoten munitie en de dagdelen waarin deze verschoten is. Deze parameters komen overeen met die van het geluidonderzoek dat is voorgeschreven op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef> van dit omgevingsplan. Op deze wijze is bestuursrechtelijk toezicht mogelijk van de akoestische belasting op de omgeving.</Al>
		      <Al>In de Omgevingsregeling zijn deze meet- en rekenbepalingen voor geluid voor buitenschietbanen opgenomen in artikel 6.9.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_448" eId="artrecital__div_o_448_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.82 Geluid: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_448__content_448" eId="artrecital__div_o_448_inst2__content_448">
		    <Inhoud>
		      <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd voor de manier van meten van - en rekenen met industrielawaai verwezen naar de Handreiking meten en rekenen industrielawaai. Deze Handreiking meten en rekenen industrielawaai is nu verwerkt in de Omgevingsregeling. Deze meet- en rekenvoorschriften voor geluid blijven landelijk geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van de Omgevingswet. In dit omgevingsplan hoeven dus in principe geen verwijzingen opgenomen te worden naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is hier wel gedaan voor de leesbaarheid van de regelgeving. In de Omgevingsregeling staan deze meet- en rekenbepalingen voor geluid in paragraaf 6.2.1.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_449" eId="artrecital__div_o_449_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.83 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_449__content_449" eId="artrecital__div_o_449_inst2__content_449">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen door een activiteit, in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Dit artikel geldt alleen voor activiteiten die ook onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling voor milieubelastende activiteiten, bedoeld in 1 <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> vallen. Dat algemene toepassingsbereik probeert het oude begrip Wet milieubeheer- inrichting grotendeels te dekken. Zie daarover meer in de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> . De trillingvoorschriften van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer waren alleen van toepassing op deze Wet milieubeheer-inrichtingen. Deze paragraaf is alleen van toepassing op activiteiten die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaken. Dat bleek onder het Activiteitenbesluit milieubeheer impliciet door de verwijzing naar normwaarden in de Meet- en beoordelingsrichtlijn B 'Hinder voor personen' van de Stichting Bouwresearch.</Al>
		      <Al>De trillingparagraaf uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was niet van toepassing op vergunningplichtige inrichtingen. Deze paragraaf van dit omgevingsplan is wel van toepassing op vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten werden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, soms trillingnormen of andere voorschriften ter beperking van trillinghinder opgenomen in de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten. Deze bestaande vergunningvoorschriften blijven op grond van artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet gelden en hebben op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit omgevingsplan voorrang op de regels voor trillingen in deze paragraaf van dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd bij de bescherming tegen trillinghinder verwezen naar de begrippen 'geluidgevoelige ruimten' en 'verblijfsruimten', bedoeld in de voormalige Wet geluidhinder. Het Bkl bevat eigen begrippen 'trillinggevoelige gebouwen' en 'trillinggevoelige ruimten'. Deze gelden op grond van <IntRef ref="chp_1__art_1.1" scope="Artikel">artikel 1.1</IntRef> , <IntRef ref="chp_1__art_1.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , van dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Overigens is het begrip trillinggevoelige ruimte in het Bkl wel anders gedefinieerd dan een geluidgevoelige ruimte in de voormalige Wet geluidhinder en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Zo heeft de oude regelgeving het over een keuken van ten minste 11 m <sup>2</sup> . Die ondergrens van 11 m <sup>2</sup> vervalt. Een trillinggevoelige ruimte wordt gedefinieerd als een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een aangewezen gebruiksfunctie. In de praktijk kunnen dus kleine verschillen optreden. Als dit bij toepassing van de omgevingsplanregels van rijkswege in een concreet geval een probleem oplevert, dan kan dit opgelost worden met maatwerkvoorschriften.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Met dit artikel wordt bepaald dat deze paragraaf niet geldt voor trillingen in een trillinggevoelig gebouw dat tijdelijk is toegelaten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_450" eId="artrecital__div_o_450_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.84 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_450__content_450" eId="artrecital__div_o_450_inst2__content_450">
		    <Inhoud>
		      <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83" scope="Artikel">artikel 22.83</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> , onder b is de uitzondering opgenomen dat deze paragraaf niet geldt voor trillingen in een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar . <br/> Op grond van dit artikel, geldt die uitzondering alleen voor een trillinggevoelig gebouw dat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar, waarbij getoetst is aan de kwalitatieve norm 'aanvaardbaar' uit artikel 5.83, tweede lid, van het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_451" eId="artrecital__div_o_451_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.85 Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_451__content_451" eId="artrecital__div_o_451_inst2__content_451">
		    <Inhoud>
		      <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden de trillingnormen voor de gehele inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Dus voor het samenstel van activiteiten die binnen de inrichting plaatsvonden. Deze bepaling beoogt hetzelfde. Wanneer op een locatie meerdere, onderling samenhangende activiteiten worden verricht, gelden de waarden voor trillingen voor dit samenstel van activiteiten. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de activiteiten behoren tot een bedrijf. Dit artikel geeft aan welke clustering van activiteiten als één activiteit beschouwd moet worden. Dit kunnen twee milieubelastende activiteiten zijn die elkaar functioneel ondersteunen. Uit de systematiek van het Bal volgt al dat een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de paragrafen 3.3 tot en met 3.11, bestaat uit de kernactiviteit, inclusief functioneel ondersteunende activiteiten. Dit is ook zo als die functioneel ondersteunende activiteiten zelf ook als milieubelastende activiteit in hoofdstuk 3 aangewezen zijn. Ook twee of meer milieubelastende activiteiten op één locatie die rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan worden op grond van dit artikel beschouwd als één activiteit.</Al>
		      <Al>De inhoud van dit artikel wijkt af van artikel 5.82 in het Bkl. Dit is gedaan om de omgevingsplanregels van rijkswege beter aan te laten sluiten bij de situatie zoals die was onder het oude recht.</Al>
		      <Al>Deze bepaling beoogt niet het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> , uit te breiden. Deze bepaling trekt een activiteit, zoals bijvoorbeeld landbouwvoertuigen op de weg, niet alsnog 'binnen' de activiteit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_452" eId="artrecital__div_o_452_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.86 Trillingen: functionele binding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_452__content_452" eId="artrecital__div_o_452_inst2__content_452">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor trillingen niet van toepassing zijn op trillingen door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat functioneel verbonden is met de activiteit. <br/> Dit artikel sluit aan bij artikel 5.84 van het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_453" eId="artrecital__div_o_453_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.87 Trillingen: voormalige functionele binding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_453__content_453" eId="artrecital__div_o_453_inst2__content_453">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor trillingen in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat voorheen onderdeel was van een Wet milieubeheer-inrichting of functioneel verbonden was met een agrarische activiteit, niet gelden voor trillingen door die agrarische activiteit in dat trillinggevoelige gebouw.</Al>
		      <Al>Het gebouw blijft wel beschermd tegen trillingen, veroorzaakt door andere omliggende activiteiten.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel a regelt dit voor zogenaamde 'plattelandswoningen' die in het tijdelijke deel van het omgevingsplan als zodanig zijn aangewezen. Dit was onder het oude recht bepaald in de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 1.1a) en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 1.3c).</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel b regelt dit voor trillingen door een agrarische activiteit, voor een gebouw met een voormalige functionele binding in het nieuwe deel van het omgevingsplan.</Al>
		      <Al>In een situatie als bedoeld onder b wordt in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, voor de woning waar het om gaat (of ander trillinggevoelig gebouw), bepaald dat deze woning geen bescherming geniet via waarden tegen trillinghinder door de agrarische activiteit waarmee de woning voorheen was verbonden.</Al>
		      <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet erin dat de waarden voor trillingen uit dit omgevingsplan, die gelden voor de agrarische activiteit, ook daadwerkelijk niet gaan gelden in de trillinggevoelige ruimten van de naastgelegen woning die nu geen functionele binding meer heeft.</Al>
		      <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van artikel 5.85 van het Bkl. <br/> Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 5.85 van het Bkl en paragraaf 2.3.8, onder 'Voormalige bedrijfswoningen', en paragraaf 8.1.3 onder 'Functioneel verbonden en functioneel ondersteunende gebouwen en locaties', van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_454" eId="artrecital__div_o_454_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.88 Trillingen: waarden voor continue trillingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_454__content_454" eId="artrecital__div_o_454_inst2__content_454">
		    <Inhoud>
		      <Al>Over de verhouding tussen de standaardwaarde A1 enerzijds en standaardwaarden A2 en A3 anderzijds wordt het volgende opgemerkt. Bij de continue trillingen moet in eerste instantie worden voldaan aan waarde A1 wat betreft het maximaal optredende trillingniveau (uitgedrukt als trillingssterkte Vmax). Als daar niet aan kan worden voldaan, mag het maximaal optredende trillingniveau weliswaar hoger zijn dan waarde A1, namelijk A2, maar dan moet het gemiddelde trillingniveau (uitgedrukt als trillingssterkte V <sub>per</sub> ) wel onder een bepaalde waarde (A3) blijven. Met andere woorden: er wordt voldaan aan de waarden als:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_454_inst2__content_454__list_o_1" eId="artrecital__div_o_454_inst2__content_454__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_454_inst2__content_454__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_454_inst2__content_454__list_o_1__item_a">
			  <Al>de waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (V <sub>max</sub> ) kleiner is dan A1, of als</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_454_inst2__content_454__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_454_inst2__content_454__list_o_1__item_b">
			  <Al>de waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (V <sub>max</sub> ) kleiner is dan A2 waarbij de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor deze ruimte (V <sub>per</sub> ) kleiner is dan A3.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Deze systematiek is een voortzetting van die onder het voorheen geldende recht. In artikel 2.23 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd verwezen naar tabel 2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn voor trillingen, deel B. Dat is de richtlijn Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B 'Hinder voor personen in gebouwen' van de Stichting Bouwresearch Rotterdam. De waarden voor continue trillingen zijn ontleend aan tabel 2 van deze richtlijn.</Al>
		      <Al>Degene die de activiteit verricht waardoor continue trillingen worden veroorzaakt, heeft dus de keuze tussen voldoen aan de waarden onder A1, of aan de waarden onder A2 én A3 zoals opgenomen in dit omgevingsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_455" eId="artrecital__div_o_455_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.89 Trillingen: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_455__content_455" eId="artrecital__div_o_455_inst2__content_455">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze meet- en rekenvoorschriften voor trillingen worden landelijk geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van de Omgevingswet. In dit omgevingsplan zijn dus in principe geen verwijzingen nodig naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is in dit geval wel gedaan voor de leesbaarheid van de regelgeving. In artikel 6.11 van de Omgevingsregeling staan deze meet- en rekenbepalingen voor trillingen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_456" eId="artrecital__div_o_456_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.90 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_456__content_456" eId="artrecital__div_o_456_inst2__content_456">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                    <br/>Activiteiten <br/></i>Deze paragraaf is van toepassing op geur door alle milieubelastende activiteiten die onder het algemeen toepassingsbereik, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> , van dit omgevingsplan vallen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Geurgevoelige objecten</i>
                              </Al>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object. <br/> Uit de begripsomschrijving in bijlage I bij dit omgevingsplan volgt dat een geurgevoelig object is:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_456_inst2__content_456__list_o_1" eId="artrecital__div_o_456_inst2__content_456__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_456_inst2__content_456__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_456_inst2__content_456__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>een geurgevoelig object zoals bedoeld in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de voormalige Wet geurhinder en veehouderij; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_456_inst2__content_456__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_456_inst2__content_456__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteiten mag worden gebouwd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Het begrip geurgevoelig gebouw is omschreven in artikel 5.91 van het Bkl.</Al>
		      <Al>Het begrip geurgevoelig object is anders dan het begrip geurgevoelig gebouw in het Bkl. Meer uitleg over het verschil tussen de twee begrippen staat in de toelichting op het begrip geurgevoelig object zoals opgenomen in bijlage I bij dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Het Bkl biedt wel de flexibiliteit om het begrip geurgevoelig gebouw uit te breiden naar gebouwen die nu ook vallen onder het begrip geurgevoelig object. Het gaat hierbij om gebouwen waar hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel sluit aan bij artikel 5.90 van het Bkl. Daarin zijn geurgevoelige gebouwen die zijn toegelaten voor de duur van niet meer dan tien jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de bepalingen over geur in dat besluit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_457" eId="artrecital__div_o_457_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_457__content_457" eId="artrecital__div_o_457_inst2__content_457">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>In artikel 5.90 van het Bkl zijn geurgevoelige gebouwen die zijn toegelaten voor de duur van niet meer dan tien jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de bepalingen over geur in dat besluit. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen deze gebouwen dezelfde bescherming tegen geurhinder als alle andere geurgevoelige objecten.</Al>
		      <Al>Dit artikellid zorgt ervoor dat de tijdelijke geurgevoelige objecten die toegelaten zijn op grond van het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel bescherming in de vorm van geurwaarden en afstandseisen blijven houden. Dit tot het moment dat bij:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_457_inst2__content_457__list_o_1" eId="artrecital__div_o_457_inst2__content_457__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_457_inst2__content_457__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_457_inst2__content_457__list_o_1__item_a">
			  <Al>het vaststellen van het nieuwe deel van dit omgevingsplan; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_457_inst2__content_457__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_457_inst2__content_457__list_o_1__item_b">
			  <Al>het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit beoordeeld is dat de situatie ook zonder geldende waarde of afstanden voor geur op het tijdelijke geurgevoelige gebouw aanvaardbaar is.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel b van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> gaat over geprojecteerde en in aanbouw zijnde geurgevoelige gebouwen die op grond van het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet toegelaten zijn. Deze gebouwen krijgen op grond van dit onderdeel geen bescherming voor geur. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer bood namelijk geen bescherming voor geur aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.</Al>
		      <Al>
                                 <strong>Schema: of waarden of afstanden voor geur gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke geurgevoelig gebouwen of objecten</strong>
                              </Al>
		      <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_457_inst2__content_457__table_o_1" eId="artrecital__div_o_457_inst2__content_457__table_o_1">
			<title/>
			<tgroup cols="2" align="left">
			  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			  <tbody valign="top">
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>Geurgevoelig gebouw of object</strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>Activiteit</strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>geurgevoelig object dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar .</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>geurgevoelig gebouw dat in het nieuwe deel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar.</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			  </tbody>
			</tgroup>
		      </table>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_458" eId="artrecital__div_o_458_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.92 Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_458__content_458" eId="artrecital__div_o_458_inst2__content_458">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel regelt waar de waarden of afstanden gelden die voor geur door een activiteit op een geurgevoelig object gelden. Als het geurgevoelige gebouw al gerealiseerd is, gelden de waarden of afstanden op of tot de gevel van het geurgevoelige gebouw (onderdeel a). Als het geurgevoelige gebouw nog niet gerealiseerd is, gelden de waarden of afstanden op of tot de plaats waar de gevel van het geurgevoelige gebouw mag worden gerealiseerd (onderdeel b).</Al>
		      <Al>Voor woonwagens en woonschepen geldt dat, anders dan bij andere geurgevoelige objecten, de waarden gelden op een begrenzing van de locatie. De woonwagen en het woonschip wordt dus niet zelf beschermd, maar de locatie waarop de woonwagen of het woonschip geplaatst kan worden. Dit heeft te maken met de verplaatsbaarheid van de woonwagen en het woonschip binnen de locatie en de lagere eisen aan de gevels van zulke gebouwen. Dit artikel sluit aan bij de artikelen 5.93 en 5.94 van het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_459" eId="artrecital__div_o_459_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.93 Geur: functionele binding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_459__content_459" eId="artrecital__div_o_459_inst2__content_459">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor geur niet van toepassing zijn op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat een functionele binding heeft met die activiteit. Dit artikel sluit aan bij artikel 5.95 van het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_460" eId="artrecital__div_o_460_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.94 Geur: voormalige functionele binding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_460__content_460" eId="artrecital__div_o_460_inst2__content_460">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bepaalt dat voor een geurgevoelig object dat voorheen onderdeel was van de Wet milieubeheer-inrichting of functioneel verbonden was met een agrarische activiteit, de afstanden en waarden voor geur door die agrarische activiteit niet gelden. Het gebouw blijft wel beschermd tegen geur, veroorzaakt door andere omliggende bedrijven.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel a regelt dat de afstanden en waarden voor geur door een activiteit niet gelden voor de zogenaamde 'plattelandswoningen' die in het tijdelijke deel van het omgevingsplan als zodanig zijn aangewezen. Dit was onder het oude recht bepaald in de bepalingen van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij (artikel 2, derde lid) en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 1.3c).</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel b regelt dat de afstanden en waarden voor geur voor een agrarische activiteit niet gelden voor een gebouw met een voormalige functionele binding in het nieuwe deel van het omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Dit betekent dat in dit omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, voor de woning waar het om gaat (of ander geurgevoelig gebouw), wordt bepaald dat deze woning geen bescherming krijgt tegen geurhinder door de agrarische activiteit waarmee de woning voorheen was verbonden, via waarden of afstanden.</Al>
		      <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet er vervolgens in dat de waarden en afstanden voor geur uit dit omgevingsplan die gelden voor de agrarische activiteit, niet gaan gelden op de gevel van de naastgelegen woning die nu geen functionele binding meer heeft.</Al>
		      <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van artikel 5.96 Bkl. <br/> Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 5.96 Bkl en paragraaf 2.3.8, onder 'Voormalige bedrijfswoningen', en paragraaf 8.1.3 onder 'Functioneel verbonden en functioneel ondersteunende gebouwen en locaties', van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_461" eId="artrecital__div_o_461_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.95 Geur: cumulatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_461__content_461" eId="artrecital__div_o_461_inst2__content_461">
		    <Inhoud>
		      <Al>De bepalingen in deze paragraaf van het tijdelijke deel van het omgevingsplan stellen waarden of minimumafstanden voor geur voor een individuele activiteit. In de paragrafen voor het houden van landbouwhuisdieren gaat het om een waarde of minimumafstanden voor een individuele veehouderij en alleen vanwege dierenverblijven. Hierbij is geen rekening gehouden met cumulatie van geur, veroorzaakt door meerdere veehouderijen in een gebied of cumulatie door meerdere bronnen binnen de veehouderij. Cumulatie kan een reden zijn om strengere eisen te stellen dan de waarden of afstanden die afgeleid zij van een individuele activiteit. Op grond van het Bal is het houden van landbouwhuisdieren in veel gevallen vergunningplichtig. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit moet bij het beoordelen van de significante milieuverontreiniging, bedoeld in artikel 8.9 van het Bkl, rekening worden gehouden met cumulatie van geur. Dat kan leiden tot strengere vergunningvoorschriften dan de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Bij niet-vergunningplichtige veehouderijen kunnen strengere eisen zo nodig in een maatwerkvoorschrift worden vastgelegd.</Al>
		      <Al>Bij het opnemen van omgevingsplanregels in het nieuwe deel van het omgevingsplan moet op grond van artikel 5.92, eerste lid, van het Bkl, cumulatie betrokken worden. Dat kan leiden tot strengere regels in het nieuwe deel dan de regels van het tijdlijke deel. Als in het nieuwe deel van het omgevingsplan waarden worden opgenomen waarbij cumulatie al is meegewogen, zal bij het verlenen van de omgevingsvergunningen in beginsel geen noodzaak bestaan om in de vergunning strengere eisen op te nemen. Een andere mogelijkheid is dat in situaties waarin er een vergunningplicht voor een veehouderijen op grond van het Bal geldt, ook het nieuwe deel van het omgevingsplan expliciet uit zal gaan van geurhinder als gevolg van de geurbelasting door de individuele activiteit, en de beoordeling van cumulatieve geurbelasting overlaat aan het traject van vergunningverlening. In dat geval zullen omgevingsvergunningen in cumulatieve situaties strengere eisen kunnen bevatten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_462" eId="artrecital__div_o_462_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.96 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_462__content_462" eId="artrecital__div_o_462_inst2__content_462">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze paragraaf gaat over beginnen, wijzigen of uitbreiden van het houden in een dierenverblijf van landbouwhuisdieren en paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden. <br/> Paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden zijn specifiek benoemd omdat deze niet vallen onder het begrip landbouwhuisdieren in het Bal. Het begrip landbouwhuisdieren in het Bal is op grond van <IntRef ref="chp_1__art_1.1" scope="Artikel">artikel 1.1</IntRef> van dit omgevingsplan van toepassing op dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Het gaat in deze paragraaf dus om: <br/> landbouwhuisdieren zoals bedoeld in Bijlage I bij het Bal, zijnde:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_462_inst2__content_462__list_o_1" eId="artrecital__div_o_462_inst2__content_462__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_462_inst2__content_462__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_462_inst2__content_462__list_o_1__item_a">
			  <Al>zoogdieren of vogels voor de productie van vlees, eieren, melk, wol, pels of veren of paarden of pony's voor het fokken; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_462_inst2__content_462__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_462_inst2__content_462__list_o_1__item_b">
			  <Al>paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Bovenstaande komt overeen met het begrip landbouwhuisdier uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor bijvoorbeeld kinderboerderijen, dierentuinen, hondenkennels en volières gelden deze voorschriften niet. Het gaat bij deze bedrijven namelijk niet om het houden van landbouwhuisdieren, omdat deze dieren niet voor de productie worden gehouden. Deze activiteiten vallen wel onder <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.25</IntRef> . Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren of andere vogels of zoogdieren.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Als ondergrens voor het van toepassing zijn van deze paragraaf is aangesloten bij de ondergrenzen zoals die ook golden in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, namelijk: minder dan 10 schapen, 5 paarden en pony's, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen en 10 overige landbouwhuisdieren.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_463" eId="artrecital__div_o_463_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.97 Geur vanaf waar afstanden gelden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_463__content_463" eId="artrecital__div_o_463_inst2__content_463">
		    <Inhoud>
		      <Al>De afstanden zoals opgenomen in deze paragraaf worden gemeten tussen het emissiepunt van het dierenverblijf en het dichtstbijzijnde geurgevoelige object.</Al>
		      <Al>Het gaat om het emissiepunt als bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Bal. Op grond van dat artikel wordt onder emissiepunt verstaan: <br/> a. het punt waarop een relevante hoeveelheid emissie buiten het dierenverblijf treedt of wordt gebracht; of</Al>
		      <Al>b. bij een gedeeltelijk overdekt dierenverblijf: het punt waarop een relevante hoeveelheid emissie buiten het overdekte gedeelte van het dierenverblijf treedt of wordt gebracht.</Al>
		      <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" scope="Artikel">artikel 22.103</IntRef> wordt hier een uitzondering op gemaakt voor de zogenaamde gevel- gevelafstanden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_464" eId="artrecital__div_o_464_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.98 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_464__content_464" eId="artrecital__div_o_464_inst2__content_464">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Dit lid is een voorzetting van artikel 3.115, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 3 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij. In dit artikel worden de standaardwaarden voor geurbelasting in odour units gegeven voor dierenverblijven met dieren waarvoor een emissiefactor is vastgesteld.</Al>
		      <Al>De waarden gelden alleen voor beginnen, wijzigen of uitbreiden. Dit staat in het toepassingsbereik van deze paragraaf. Of de situatie overbelast is, maakt niet uit zolang niet wordt uitgebreid of gewijzigd.</Al>
		      <Al>Op grond van bijlage I bij dit omgevingsplan wordt onder landbouwhuisdieren met geuremissiefactor verstaan: landbouwhuisdieren waarvoor een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: <br/> a. varkens, kippen, schapen of geiten; of</Al>
		      <Al>b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie:</Al>
		      <Al>1°. rundvee tot 24 maanden;</Al>
		      <Al>2°. kalkoenen;</Al>
		      <Al>3°. eenden; of</Al>
		      <Al>4°. parelhoenders.</Al>
		      <Al>Er wordt net zoals in de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer onderscheid gemaakt tussen geurgevoelige objecten binnen en buiten de bebouwde kom. Het begrip 'bebouwde kom' was en is niet gedefinieerd. De grens van de bebouwde kom wordt niet alleen bepaald door de wegenverkeerswetgeving, maar ook door de aard van de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. In het Bkl wordt de bebouwde kom vervangen door de bebouwingscontour die in het omgevingsplan moet worden opgenomen, zodat vooraf hierover altijd duidelijkheid is. Gemeenten wijzen dan bebouwingscontouren aan in het omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Voor dit artikel geldt dat als in een geurverordening op grond van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij een andere waarde is vastgesteld dan de waarde in dit lid, die andere waarde voorrang heeft op de waarde zoals opgenomen in dit artikel. Dit is geregeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> , eerste lid, van dit omgevingsplan. Deze voorrang werkt ook door in de volgende artikelen van deze paragraaf, bijvoorbeeld voor het berekenen van de geur in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> of de eerbiedigende werking in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99" scope="Artikel">artikel 22.99</IntRef> .</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd voor de manier van berekenen van de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor verwezen naar de ministeriële regeling die op grond van artikel 10 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij was vastgesteld. In de Omgevingsregeling is deze methode voor het berekenen van de geurwaarden verwerkt in artikel 6.14.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_465" eId="artrecital__div_o_465_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.99 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij waarden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_465__content_465" eId="artrecital__div_o_465_inst2__content_465">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor situaties waar op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet niet voldaan wordt aan de immissiewaarden die gelden op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.97" scope="Artikel">artikel 22.97</IntRef> . De standaardwaarden uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">artikel 22.98</IntRef> gelden niet voor het op een locatie wijzigen of uitbreiden van het aantal of soort landbouwhuisdieren met geuremissiefactor in dierenverblijven, als sprake is van een rechtmatig voor geur overbelaste situatie op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
		      <Al>Er hoeft in dat geval dus niet aan de standaardwaarden te worden voldaan, maar uitbreiden en wijzigen is alleen mogelijk in de volgende gevallen:</Al>
		      <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_465_inst2__content_465__list_o_1" eId="artrecital__div_o_465_inst2__content_465__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_465_inst2__content_465__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_465_inst2__content_465__list_o_1__item_a">
			  <LiNummer>a.</LiNummer>
			  <Al>Zolang de geur op een geurgevoelig gebouw door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig object niet toeneemt en het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet toeneemt. Dit is de voortzetting van de artikelen 3, derde lid, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en 3.115, tweede lid, onder c, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_465_inst2__content_465__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_465_inst2__content_465__list_o_1__item_b">
			  <LiNummer>b.</LiNummer>
			  <Al>Als aan de 50%-regeling wordt voldaan. <br/> In rechtmatig toegestane overschrijdingssituaties mag het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet toenemen, tenzij er een geurbelastingreducerende maatregel getroffen is en de toegestane overschrijding van de geur gehalveerd wordt. Bij het toepassen van de 50%-regeling moet gerekend worden met de waarden zoals opgenomen in het omgevingsplan of in de geurverordening.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Voor wat betreft de geur die rechtmatig veroorzaakt mocht worden, gaat het om de geur die onmiddellijk voorafgaand aan het toepassen van de maatregel rechtmatig mocht worden veroorzaakt. <br/> Daarmee is voorzien in de eerbiedigende regeling voor het houden van landbouwhuisdieren in bestaande dierenverblijven waarbij sprake is van een toegestane overschrijdingssituatie.</Al>
		      <Al>Dit lid vormt de voortzetting van artikel 3, vierde lid, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en artikel 3.115, tweede lid, onder b en c, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de 50%-regeling is aangesloten bij de formulering zoals die in artikel 3.115, tweede lid, onder b, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer is opgenomen in plaats van de formulering in artikel 3, vierde lid, van de voormalige Wet geurhinder veehouderij. Hierdoor hoeft niet berekend te worden wat de reductie als gevolg van de geurbelastingreducerende maatregelen zou zijn, gelet op de bestaande (oude) situatie. Dit is eenvoudiger voor de praktijk.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_466" eId="artrecital__div_o_466_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.100 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige objecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_466__content_466" eId="artrecital__div_o_466_inst2__content_466">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel staan de minimumafstanden tussen een dierenverblijf met landbouwhuisdieren waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld en een geurgevoelig object dat hoort of heeft gehoord bij een andere veehouderij of een ruimte-voor-ruimtewoning. Het gaat hier om woningen bij omliggende veehouderijen, woningen bij omliggende veehouderijen die na 19 maart 2000 zijn gestopt of woningen die zijn gebouwd na 19 maart 2000 tegelijk met het (deels) beëindigen van een omliggende veehouderij. De genoemde geurgevoelige objecten krijgen minder bescherming dan andere geurgevoelige objecten, maar er moet wel sprake zijn van een minimaal beschermingsniveau. Dit minimale beschermingsniveau wordt bereikt door een afstand aan te houden van 100 meter tot een object binnen de bebouwde kom en 50 meter tot een object buiten de bebouwde kom. Als niet voldaan wordt aan de minimumafstand, dan moet wel aan artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">22.98</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99" scope="Artikel">22.99</IntRef> voldaan worden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_467" eId="artrecital__div_o_467_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.101 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's voor het berijden: afstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_467__content_467" eId="artrecital__div_o_467_inst2__content_467">
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor landbouwhuisdieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld gelden geen waarden, maar is het uitgangspunt dat afstanden worden aangehouden. Deze afstanden zijn in dit artikel opgenomen. Het gaat hierbij om vaste afstanden: de afstand is niet gekoppeld aan het aantal landbouwdieren.</Al>
		      <Al>In dit omgevingsplan wordt onder landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor verstaan: landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld met uitzondering van pelsdieren. Deze begripsbepaling staat opgenomen in Bijlage 1 bij dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 4, eerste lid, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en artikel 3.117, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		      <Al>Voor dit artikel geldt dat als in een geurverordening op grond van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij een andere afstand is vastgesteld dan de afstand in dit artikel, die andere afstand uit de geurverordening voorrang heeft op de afstand zoals opgenomen in dit artikel. Dit is geregeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> van dit omgevingsplan. Deze voorrang werkt ook door in de volgende artikelen van deze paragraaf over de eerbiedigende werking.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_468" eId="artrecital__div_o_468_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.102 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_468__content_468" eId="artrecital__div_o_468_inst2__content_468">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor situaties waar op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet niet voldaan wordt aan de vereiste afstanden die gelden op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101" scope="Artikel">artikel 22.101</IntRef> .</Al>
		      <Al>In dat geval is uitbreiden toegestaan als het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden, niet toeneemt en de afstand tot een geurgevoelig object niet kleiner wordt.</Al>
		      <Al>Dit lid vormt de voortzetting van de artikelen 4, derde lid, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en 3.117, tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_469" eId="artrecital__div_o_469_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.103 Geur landbouwhuisdieren en paarden of pony's voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenverblijf</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_469__content_469" eId="artrecital__div_o_469_inst2__content_469">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat afstanden gemeten vanaf (de buitenzijde van) de gevel van het dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelig object, de zogenaamde gevel tot gevelafstanden.</Al>
		      <Al>De afstanden, bedoeld in dit artikel, gelden naast de waarden die op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">artikel 22.98</IntRef> gelden en naast de afstanden die op grond van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100" scope="Artikel">22.100</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101" scope="Artikel">22.101</IntRef> gelden.</Al>
		      <Al>Dit artikel geldt voor het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor en voor landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en voor het houden van paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden. Door dit artikel wordt geborgd dat er altijd een zekere afstand is tussen een geurgevoelig object en een dierenverblijf. Dit onderdeel is een voortzetting van artikel 5, eerste lid, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en artikel 3.119, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_470" eId="artrecital__div_o_470_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.104 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_470__content_470" eId="artrecital__div_o_470_inst2__content_470">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor het wijzigen of uitbreiden van het in een dierenverblijf houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, voor locaties waar de afstand tussen de gevel van een dierenverblijf voor het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor en een geurgevoelig object rechtmatig kleiner is dan de afstand, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" scope="Artikel">artikel 22.103</IntRef> . Dat houdt in dat bij wijzigen of uitbreiden op die locatie, de gevel tot gevelafstand niet mag afnemen, het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet mag toenemen én de geur op een geurgevoelig gebouw door het houden van</Al>
		      <Al>landbouwhuisdieren met geuremissiefactor niet mag toenemen. De eisen zoals gesteld onder a, b en c zijn cumulatief.</Al>
		      <Al>Dit artikel is de voortzetting van artikel 5, tweede lid, onder a, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en artikel 3.119, tweede lid, onder a en b, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_471" eId="artrecital__div_o_471_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.105 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_471__content_471" eId="artrecital__div_o_471_inst2__content_471">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor een soortgelijke situatie als in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104" scope="Artikel">artikel 22.104</IntRef> , maar dan voor landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden. Dat houdt in dat bij wijzigen of uitbreiden op die locatie, de gevel tot gevelafstand niet mag afnemen en het aantal het aantal landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden niet mag toenemen. De eisen gesteld onder a en b zijn cumulatief.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_472" eId="artrecital__div_o_472_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.114 Geur opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_472__content_472" eId="artrecital__div_o_472_inst2__content_472">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel vormt een voortzetting van de artikelen 1.1, eerste lid, 3.45, eerste lid, en 3.46, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Die artikelen zagen op het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen. Dit artikel ziet niet op alle agrarische bedrijfsstoffen, maar enkel op een deel ervan. De regels voor de andere agrarische bedrijfsstoffen zijn elders in paragraaf 22.3.6.4 geregeld.</Al>
		      <Al>Dit artikel geldt voor alle milieubelastende activiteiten die vallen onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in 1 <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> , waaronder opslag van vaste mest op een weiland of akker.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel geldt niet voor de opslag van vaste mest afkomstig van andere dieren dan landbouwhuisdieren of paarden en pony's die gehouden worden in verband met het berijden, zoals honden, dieren op de kinderboerderij of dieren in dierentuinen. Voor de geurhinder, veroorzaakt door die mestopslagen geldt artikel 22.240.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij het opslaan van minder dan 3 m <sup>3</sup> vaste mest, champost of dikke fractie gelden geen eisen, anders dan de specifieke zorgplicht.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Als vaste mest, champost of dikke fractie korter dan twee weken op één plek opgeslagen ligt, dan is dit artikel niet van toepassing. Wel geldt de specifieke zorgplicht.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                              </Al>
		      <Al>Een opslag van meer dan 600 m <sup>3</sup> vaste mest valt niet onder het toepassingsbereik van dit artikel. In artikel 22.262 is aanvullend op deze bovengrens een vergunningplicht opgenomen voor de opslag van meer dan 600 m <sup>3</sup> vaste mest.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De afstanden in dit lid komen overeen met de afstanden in artikel 3.46, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. <br/> De maatwerkmogelijkheid in artikel 3.46, achtste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer is niet specifiek overgenomen. Dit valt nu onder de generieke maatwerkbevoegdheid van deze afdeling van dit omgevingsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_473" eId="artrecital__div_o_473_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.115 Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong: afstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_473__content_473" eId="artrecital__div_o_473_inst2__content_473">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel vormt een voortzetting van de artikelen 1.1, eerste lid, 3.45, eerste lid, en 3.46, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Die artikelen zagen op het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen. Dit artikel ziet niet op alle agrarische bedrijfsstoffen, maar enkel op substraatmateriaal van plantaardige oorsprong. De regels voor de andere agrarische bedrijfsstoffen zijn elders in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.3.6.4</IntRef> geregeld.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Bij het opslaan van minder dan 3 m <sup>3</sup> gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong gelden geen eisen, anders dan de specifieke zorgplicht.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De afstanden in dit lid komen overeen met de afstanden in artikel 3.46, eerste lid van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_474" eId="artrecital__div_o_474_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.116 Geur opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_474__content_474" eId="artrecital__div_o_474_inst2__content_474">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel regelt het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen. Kuilvoer is veevoer dat door inkuilen als wintervoorraad opgeslagen wordt. Kuilgras en snijmaïs kunnen onder meer als kuilvoer gebruikt worden. In bijlage I bij het Bal worden vaste bijvoedermiddelen omschreven als plantaardige restproducten uit de landbouw en tuinbouw. Ook de plantaardige restproducten afkomstig van voedselbereiding en voedselverwerking vallen onder vaste bijvoedermiddelen. Dat geldt niet voor voedselresten afkomstig van restaurants, cateringfaciliteiten en keukens.</Al>
		      <Al>Dit artikel vormt een voortzetting van de artikelen 1.1, eerste lid, 3.45, eerste lid, en 3.46, eerste, vijfde en negende lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Die artikelen van dat besluit zagen op het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen. Dit artikel ziet niet op alle agrarische bedrijfsstoffen, maar enkel op kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen. De afstandseisen voor het opslaan van vaste bijvoedermiddelen en kuilvoer gelden niet als er sprake is van een totaal volume van minder dan 3 m <sup>3</sup> . Dit is in lijn met de regels uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. In de instructieregels van het Bkl en in het Bal is deze grens van 3 m3 vervallen.</Al>
		      <Al>Dit artikel geldt voor alle milieubelastende activiteiten die vallen onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> . Zo gelden deze regels voor het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen bij bijvoorbeeld een veehouderij, een manege of dierentuin.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_475" eId="artrecital__div_o_475_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.117 Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_475__content_475" eId="artrecital__div_o_475_inst2__content_475">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Met dit artikellid en de begripsomschrijvingen in het Bal zijn de artikelen 3.50, derde lid, en 3.51, elfde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer omgezet. <br/> Het mestbassin is bovengronds gelegen en kan ook uit een mestzak of foliebassin bestaan. Voor de berekening van de gezamenlijke oppervlakte en de gezamenlijke inhoud worden de oppervlakte en inhoud van mestkelders en ondergrondse mestbassins die zijn voorzien van een afdekking die als vloer fungeert niet meegerekend. Is sprake van meerdere bassins, dan worden deze voor de oppervlakte- of inhoudsbepaling dus bij elkaar opgeteld. Een uitgebreide toelichting over het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie is te lezen in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 4.855 van het Bal.</Al>
		      <Al>In het Bal staat geen vergunningplicht voor het opslaan van dierlijke meststoffen die verpompbaar zijn in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 750 m <sup>2</sup> of een gezamenlijke inhoud groter dan 2.500 m <sup>3</sup> . Deze vergunningplicht komt wel terug in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262" scope="Artikel">artikel 22.262</IntRef> van dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De afstand die ten minste in acht moet worden genomen, is kleiner voor bassins met een (gezamenlijke) oppervlakte kleiner dan 350 m <sup>2</sup> dan voor bassins met een (gezamenlijke) oppervlakte van 350 m <sup>2</sup> of meer. Verder geldt een kleinere afstand van het bassin tot een geurgevoelig object of een geprojecteerd geurgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met een veehouderij in de directe omgeving dan een te beschermen object zonder die functionele binding met een veehouderij.</Al>
		      <Al>Ondanks dat de afstanden in acht worden genomen, kan toch geuroverlast optreden. Het bevoegd gezag heeft dan de mogelijkheid om aanvullende eisen te stellen met maatwerkvoorschriften. Dit kan bijvoorbeeld voor de situering van het mestbassin, het afdekken ervan en de frequentie en tijdstip van de aan- en afvoer. Dit geldt ook voor mestkelders. Met name het leegpompen van mestkelders kan leiden tot geuroverlast.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_476" eId="artrecital__div_o_476_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.118 Geur voorziening biologisch behandelen dierlijke meststoffen voor of na vergisten: afstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_476__content_476" eId="artrecital__div_o_476_inst2__content_476">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                    <br/>
                                 </i>Dit artikel is van toepassing op een voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten van dierlijke meststoffen.</Al>
		      <Al>Dit artikel geldt bij alle milieubelastende activiteiten, die vallen onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> . Zo is dit artikel niet alleen van toepassing bij een bedrijf voor mestbehandeling, als bedoeld in artikel 3.225 van het Bal, maar op alle mestvergistingsinstallaties die voldoen aan de omschrijving in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> .</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in het Bal. <br/> Een vergunningplicht kan onder meer gelden bij mestverwerking van meer dan 25.000 m <sup>3</sup> mest van derden (grootschalige mestverwerking, artikel 3.91 Bal) of als de vergistingsinstallatie onderdeel is van een IPPC-installatie.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Dit lid is een voortzetting van de artikelen 3.129c en 3.129g, eerste en tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Het bepaalde in artikel 3.129g, derde lid, van dat besluit, dat regelde dat bepaalde gebruikseisen bij maatwerkvoorschrift kon worden vastgelegd, valt nu onder de generieke maatwerkbevoegdheid van deze afdeling van dit omgevingsplan. Het stellen van gebruiksregels, ofwel maatwerkvoorschriften, aanvullend op de afstandseis kan nodig zijn om te voldoen aan artikel 5.92 van het Bkl, dat vereist dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Hierbij kan gedacht worden aan maatwerkvoorschriften over:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_476_inst2__content_476__list_o_1" eId="artrecital__div_o_476_inst2__content_476__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_476_inst2__content_476__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_476_inst2__content_476__list_o_1__item_a">
			  <Al>de situering van de voorziening;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_476_inst2__content_476__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_476_inst2__content_476__list_o_1__item_b">
			  <Al>het gesloten uitvoeren van de voorziening;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_476_inst2__content_476__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_o_476_inst2__content_476__list_o_1__item_c">
			  <Al>de ligging en afvoerhoogte van het emissiepunt, wanneer emissies worden afgezogen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_476_inst2__content_476__list_o_1__item_d" eId="artrecital__div_o_476_inst2__content_476__list_o_1__item_d">
			  <Al>de toepassing van een doelmatige ontgeuringsinstallatie.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_477" eId="artrecital__div_o_477_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.119 Geur composteren of opslaan van groenafval: afstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_477__content_477" eId="artrecital__div_o_477_inst2__content_477">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van de artikelen 1.1, eerste lid, 3.45 en 3.46, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, voor zover het gaat om het opslaan van groenafval inclusief afgedragen gewas (restmateriaal afkomstig van de teelt van gewassen), en de artikelen 3.106 en 3.108, eerste en tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, voor zover het gaat om composteren van groenafval.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef></i>
                              </Al>
		      <Al>Dit artikel ziet op de geur door het composteren of opslaan van groenafval, bedoeld in artikel 4.879 van het Bal.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het bepaalde in de artikelen 3.46, achtste lid, en 3.108, derde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, dat regelde dat bepaalde gebruikseisen bij maatwerkvoorschrift konden worden vastgelegd, valt nu onder de generieke maatwerkbevoegdheid van deze afdeling van dit omgevingsplan. Het stellen van gebruiksregels aanvullend op de afstandseis kan nodig zijn om te voldoen aan artikel 5.92 van het Bkl. Dat artikel vereist dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_478" eId="artrecital__div_o_478_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.120 Geur overige agrarische activiteiten: eerbiedigende werking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_478__content_478" eId="artrecital__div_o_478_inst2__content_478">
		    <Inhoud>
		      <Al>In beginsel geldt bij geur die veroorzaakt wordt door de activiteiten, bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">22.114</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">22.119</IntRef> , de afstanden die in die artikelen zijn genoemd. Deze afstandseisen gelden niet bij 'overbelaste situaties'. Dit artikel bevat een regeling met 'eerbiedigende werking' voor zulke bestaande situaties. Zie voor een nadere toelichting hierover de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.126 van het Bkl.</Al>
		      <Al>Als dit artikel van toepassing is, heeft degene die de activiteit verricht op grond van de specifieke zorgplichtbepaling de plicht om maatregelen of voorzieningen te treffen die geurhinder voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen over:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_478_inst2__content_478__list_o_1" eId="artrecital__div_o_478_inst2__content_478__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_478_inst2__content_478__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_478_inst2__content_478__list_o_1__item_a">
			  <Al>de situering van de plaats van de opgeslagen bedrijfsstoffen;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_478_inst2__content_478__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_478_inst2__content_478__list_o_1__item_b">
			  <Al>het afdekken van de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_478_inst2__content_478__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_o_478_inst2__content_478__list_o_1__item_c">
			  <Al>de frequentie van de afvoer van de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond ook dat degene die de inrichting drijft op verzoek van het bevoegd gezag aangeeft welke maatregelen of voorzieningen hij daarvoor heeft getroffen of zal treffen. Deze gegevens kan het bevoegd gezag ook vragen op grond van de toezichtsbevoegdheden van de Algemene wet bestuursrecht. Deze plicht komt dus niet expliciet terug in de omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_479" eId="artrecital__div_o_479_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.121 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_479__content_479" eId="artrecital__div_o_479_inst2__content_479">
		    <Inhoud>
		      <Al>Kortheidshalve wordt voor een uitleg over het exploiteren van een zuiveringstechnisch werk verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3.173 van het Bal. De verwijzing naar artikel 3.173 van het Bal brengt met zich mee dat het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk ook andere milieubelastende activiteiten omvat die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteit functioneel ondersteunen. De activiteiten worden gezien als één activiteit. Er is dan dus geen sprake van cumulatie van geur door verschillende activiteiten.</Al>
		      <Al>Dit artikel betreft een voortzetting van artikel 3.5a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. De regels van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.3.6.5</IntRef> kent als gevolg van aansluiting bij het Bal een breder toepassingsbereik ten opzichte van artikel 3.5a van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 3.5a van het Activiteitenbesluit milieubeheer bepaalde namelijk dat de regels alleen van toepassing waren op zuiveringtechnische werken voor zover het de waterlijn betrof met inbegrip van slibindikking en mechanische slibontwatering.</Al>
		      <Al>Deze paragraaf stelt alleen regels voor het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder. De regels die zien op andere belangen zijn opgenomen in paragraaf 4.49 van het Bal.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_480" eId="artrecital__div_o_480_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.122 Geur zuiveringtechnisch werk: waarde</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_480__content_480" eId="artrecital__div_o_480_inst2__content_480">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 3.5b, eerste en tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat hogere waarden voor het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996, en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer was verleend en onherroepelijk was.</Al>
		      <Al>De geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten wordt bepaald met behulp van een rekenmethode. In de Omgevingsregeling is deze methode voor het berekenen van de geurwaarden verwerkt in artikel 6.13.</Al>
		      <Al>In de Omgevingsregeling is bepaald dat als voor een procesonderdeel in bijlage XXIX bij die Omgevingsregeling geen geuremissiefactor is vastgesteld, de emissie van geur door dat onderdeel wordt bepaald met een geuronderzoek volgens NTA 9065 'Luchtkwaliteit - Geurmetingen - Meten en rekenen geur'. Op grond van de algemene maatwerkmogelijkheid in deze afdeling van dit omgevingsplan kan het bevoegd gezag ook een geuronderzoek vragen voor het begin van de activiteit. Het bevoegd gezag kan op grond van deze informatie beoordelen of extra maatregelen moeten worden getroffen om geurhinder zoveel mogelijk te voorkomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_481" eId="artrecital__div_o_481_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.123 Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige objecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_481__content_481" eId="artrecital__div_o_481_inst2__content_481">
		    <Inhoud>
		      <Al>De waarden die in dit omgevingsplan zijn opgenomen, gelden niet voor de geur door een zuiveringtechnisch werk op bepaalde geurgevoelige objecten als voor het zuiveringtechnisch werk tot 1 januari 2011 een omgevingsvergunning voor een inrichting op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was verleend en onherroepelijk was. Het gaat daarbij in de eerste plaats om geurgevoelige objecten die op het moment van verlening van de omgevingsvergunning milieu niet aanwezig waren en voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn gebouwd (onderdeel a). In de tweede plaats gaat het om geurgevoelige objecten die in de omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet als geurgevoelig object werden beschouwd (onderdeel b).</Al>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 3.5b, zevende lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_482" eId="artrecital__div_o_482_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.124 Geur zuiveringtechnisch werk: eerbiedigende werking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_482__content_482" eId="artrecital__div_o_482_inst2__content_482">
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij wijziging van een zuiveringtechnisch werk mag de geur niet toenemen als voor dat zuiveringtechnisch werk rechtmatig een hogere waarde geldt, dan de waarde, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" scope="Artikel">artikel 22.120</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> . De geur mag wel toenemen als die binnen de waarden bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" scope="Artikel">artikel 22.120</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> blijft.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_483" eId="artrecital__div_o_483_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.125 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_483__content_483" eId="artrecital__div_o_483_inst2__content_483">
		    <Inhoud>
		      <Al>VERVALLEN</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_484" eId="artrecital__div_o_484_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.126 Nazorg na afloop van saneren van de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_484__content_484" eId="artrecital__div_o_484_inst2__content_484">
		    <Inhoud>
		      <Al>VERVALLEN</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_485" eId="artrecital__div_o_485_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.127 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_485__content_485" eId="artrecital__div_o_485_inst2__content_485">
		    <Inhoud>
		      <Al>VERVALLEN</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_486" eId="artrecital__div_o_486_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.128 Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_486__content_486" eId="artrecital__div_o_486_inst2__content_486">
		    <Inhoud>
		      <Al>VERVALLEN</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_487" eId="artrecital__div_o_487_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.129 Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_487__content_487" eId="artrecital__div_o_487_inst2__content_487">
		    <Inhoud>
		      <Al>VERVALLEN</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_488" eId="artrecital__div_o_488_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.130 Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_488__content_488" eId="artrecital__div_o_488_inst2__content_488">
		    <Inhoud>
		      <Al>VERVALLEN</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_489" eId="artrecital__div_o_489_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.131 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_489__content_489" eId="artrecital__div_o_489_inst2__content_489">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op locaties waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking als bedoeld in artikel 29 van de Wet bodembescherming is verleend, waarin is vastgesteld dat het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging niet leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_490" eId="artrecital__div_o_490_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.132 Bodem: mitigerende maatregelen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_490__content_490" eId="artrecital__div_o_490_inst2__content_490">
		    <Inhoud>
		      <Al>Degene die op de locatie, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3__art_22.131" scope="Artikel">artikel 22.131</IntRef> , een activiteit verricht, neemt in het belang van bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken, of – als en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is als onderdeel van een activiteit die wordt verricht – ongedaan te maken. Zie verder hierna over de mogelijkheden en beperkingen van dit artikel. Er geldt een licht beschermingsregime voor deze bekende verontreinigde locaties in afwachting van sanering, net als onder de Wet bodembescherming.</Al>
		      <Al>Dit artikel heeft betrekking op zogenoemde niet-spoed locaties, zoals deze waren beschikt als saneringsgeval op grond van de Wet bodembescherming. In de toelichting bij de Aanvullingswet bodem is aangegeven dat de beschikking niet-spoed als zodanig bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt. Er is overgangsrecht geregeld voor onder meer gebruiksbeperkingen op grond van artikel 37, vierde lid, van de Wet bodembescherming (artikelen 3.1 en 3.2 Aanvullingswet bodem).</Al>
		      <Al>Voor de spoedlocaties is overgangsrecht opgenomen in de Aanvullingswet bodem (artikel 3.1), zodat daarvoor de bestaande regels bij of krachtens de Wet bodembescherming blijven gelden. Locaties met een verontreiniging boven de interventiewaarde die onder de Wet bodembescherming waren aangemerkt als niet-spoed worden in het nieuwe stelsel, net als onder de Wet bodembescherming, gesaneerd op een natuurlijk moment, meestal bouwen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en dit omgevingsplan regelen dat saneren een voorwaarde is voor het bouwen en de saneringsaanpak. De milieubelastende activiteit graven regelt hoe om te gaan met graven in verontreiniging boven de interventiewaarde. Bij deze activiteiten is een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift mogelijk bijvoorbeeld als een bronaanpak aan de orde is die om een specifieke saneringsaanpak vraagt.</Al>
		      <Al>
                                 <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3__art_22.132" scope="Artikel">Artikel 22.132</IntRef>geschikte locaties, die niet onder overgangsrecht vallen, kenbaar te houden onder de Omgevingswet en het instrumentarium van de Omgevingswet te kunnen toepassen. Ten tweede om een (licht) beschermingsregime van toepassing te laten zijn op deze locaties, aangezien het gaat om niet eerder gesaneerde locaties waar nog bodemverontreiniging aanwezig is.</Al>
		      <Al>Ten behoeve van het eerste doel (kenbaarheid) is het mogelijk om met een maatwerkvoorschrift een individuele locatie te koppelen aan deze algemene regel in dit omgevingsplan, wat het voor de huidige of toekomstige eigenaar beter inzichtelijk maakt. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn maatwerkvoorschriften namelijk (nog) niet zichtbaar in DSO met de zogenoemde 'klik op de kaart'. Het inzien van de (voormalige) registratie van de niet-spoed beschikkingen in het Kadaster blijft nodig om het volledige beeld te hebben van de exacte locaties (gekoppeld aan kadastrale percelen) waar dit artikel op van toepassing is.</Al>
		      <Al>Voor wat betreft het tweede doel (beschermen in afwachting van sanering) geldt dat het mogelijk is om het lichte basisregime dat geldt op deze locaties te concretiseren, verder aan te vullen of toe te spitsen op de individuele locatie. Dat kan door middel van een maatwerkvoorschrift, dat voor een initiatiefnemer voldoende concreet maakt welke actie het bevoegd gezag verwacht. Bij de activiteiten bouwen, saneren of graven voorziet de Omgevingswet al in die mogelijkheid, daarom heeft dit artikel vooral betekenis als sprake is van een andere activiteit dan bouwen, saneren of graven. Ook kan dit basisregime een aangrijpingspunt bieden voor een individueel maatwerkvoorschrift om in sommige situaties van een initiatiefnemer te verlangen dat die als onderdeel van een voorgenomen activiteit van de gelegenheid gebruik maakt om aanwezige verontreiniging van de bodem te verwijderen of mitigerende maatregelen te treffen. Gelet op die inkadering is voornamelijk gedoeld op situaties waarin de extra moeite en kosten van het beperken of verwijderen van verontreiniging niet onevenredig belastend zijn voor de initiatiefnemer. Dit basisregime is zodanig ingekaderd dat er geen sprake is van een zelfstandige saneringsplicht.</Al>
		      <Al>Onder verontreiniging van de bodem wordt ook verstaan de verontreiniging van het grondwater, maar aangezien grondwaterkwaliteit primair tot de taken en bevoegdheden van de provincie ligt het voor de hand dat het vooral gaat om de vaste bodem en eventuele bronnen van verontreiniging die zich verspreiden naar het grondwater.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_491" eId="artrecital__div_o_491_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.137 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_491__content_491" eId="artrecital__div_o_491_inst2__content_491">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, en op het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering. Bij dat laatste kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een bouwputbemaling.</Al>
		      <Al>Lozingen afkomstig van onderzoeken voorafgaand aan bodemsaneringen zijn geregeld in het Bal. In paragraaf 6.2 van de nota van toelichting bij het (voorgenomen) Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet is ingegaan op de keuze om voor grondwatersaneringen geen algemene rijksregels meer te stellen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_492" eId="artrecital__div_o_492_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.138 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_492__content_492" eId="artrecital__div_o_492_inst2__content_492">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
		      <Al>De plicht om het bevoegd gezag te informeren geldt niet voor lozingen bij ontwatering (bijvoorbeeld bronbemalingen) van minder dan 48 uur, of bij lozingen vanuit huishoudens. Voor lozingen bij ontwatering met een duur tussen 48 uur en 8 weken geldt een afwijkende termijn voor het verstrekken van gegevens en bescheiden: 5 werkdagen in plaats van 4 weken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_493" eId="artrecital__div_o_493_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.139 Lozen van grondwater bij saneringen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_493__content_493" eId="artrecital__div_o_493_inst2__content_493">
		    <Inhoud>
		      <Al>Afvalwater afkomstig van het saneren van de bodem of het grondwater (of een aan een grondwatersanering voorafgaand onderzoek) is qua biologische afbreekbaarheid niet vergelijkbaar met huishoudelijk afvalwater. In lijn met de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater, opgenomen in artikel 10.29a van de Wet milieubeheer, heeft het de voorkeur om dit afvalwater na zuivering lokaal terug te brengen in het milieu en niet af te voeren naar de RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie) via het openbare vuilwaterriool. Daarom is in dit artikel het lozen op of in de bodem of in een schoonwaterriool (ieder riool dat geen vuilwaterriool is) toegestaan. Deze paragraaf geldt ook voor lozingen afkomstig van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal. In dat geval zijn de regels van deze paragraaf maatwerkregels op grond van artikel 2.12 van dat besluit.</Al>
		      <Al>Bij het saneren kunnen, naast het positieve milieueffect dat de sanering heeft, ook nadelige gevolgen optreden. Om de nadelige gevolgen voor de bodem of de oppervlaktewaterkwaliteit van bij het saneren vrijkomend afvalwater te beperken, zijn in dit artikel emissiegrenswaarden opgenomen voor het lozen daarvan. Vaak wordt dit water ter plaatse gezuiverd. Het afvalwater wordt vervolgens in de bodem of een schoonwaterriool geloosd.</Al>
		      <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen was ook bepaald dat het afvalwater doelmatig moest kunnen worden bemonsterd. Die regel is nu opgenomen in de specifieke zorgplicht in deze afdeling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_494" eId="artrecital__div_o_494_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.140 Lozen van grondwater bij ontwatering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_494__content_494" eId="artrecital__div_o_494_inst2__content_494">
		    <Inhoud>
		      <Al>Grondwater bij ontwatering is de algemene term voor grondwater dat vrijkomt bij bijvoorbeeld bronneringen en water uit drainagebuizen. Dit kunnen kleinschalige activiteiten betreffen die na een paar uur zijn afgerond, maar ook grootschalige projecten (vooral in de bouw) die jaren duren en waar zeer grote hoeveelheden grondwater worden weggepompt.</Al>
		      <Al>De regeling voor het lozen van grondwater heeft de voorkeursvolgorde voor het beheer van afwater (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) als uitgangspunt. Over het algemeen kan het grondwater dat lokaal bij ontwatering vrijkomt zonder problemen lokaal in het milieu teruggebracht worden. Maar het is niet uitgesloten dat afhankelijk van de locatie waar het vrijkomt grondwater in enige mate verontreinigd kan zijn of van nature stoffen bevat, waarvan de lozing bezwaarlijk kan zijn. Veelal is dit lokaal bekend uit gegevens bij het bedrijf zelf of bij de overheid. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van degene die loost om de gemeente te informeren over de bekende gegevens over de samenstelling en eventuele verontreiniging van het grondwater. Dit is met name van belang daar waar de samenstelling van het grondwater afwijkt van de in het gebied voorkomende grondwaterkwaliteit. Bij twijfel over de vraag of hiervan sprake zou kunnen zijn, is het raadzaam om contact op te nemen met de gemeente om na te gaan of er in dit gebied nog stoffen in de bodem aanwezig zijn, waarvan lozing tot problemen zou kunnen leiden. Dit artikel is niet van toepassing op lozingen van grondwater bij de activiteit wonen, omdat het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens geen inhoudelijke regels over deze lozingen kende. Voor wonen wordt daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van deze afdeling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_495" eId="artrecital__div_o_495_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.141 Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_495__content_495" eId="artrecital__div_o_495_inst2__content_495">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren, conserveren en ontsluiten. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in deze paragraaf emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN- normen zijn opgenomen in de begripsbepalingen van bijlage I.</Al>
		      <Al>Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN 6600-1 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse. Omdat de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_496" eId="artrecital__div_o_496_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.142 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_496__content_496" eId="artrecital__div_o_496_inst2__content_496">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf heeft betrekking op het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een verplichte bodembeschermende voorziening. Het gaat met name om afvloeiend hemelwater van daken en van verhardingen, waar geen bodembedreigende activiteiten plaatsvinden. Dit artikel is wel van toepassing op afvloeiend hemelwater afkomstig van bodembeschermende voorzieningen die vrijwillig zijn aangebracht. Onder afvloeiend hemelwater wordt niet verstaan het hemelwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van het Bal of drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van dat besluit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_497" eId="artrecital__div_o_497_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.143 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_497__content_497" eId="artrecital__div_o_497_inst2__content_497">
		    <Inhoud>
		      <Al>Lozingen van afstromend hemelwater vormen in het algemeen geen risico voor de bodem of de riolering. Het is daarom niet nodig om voorafgaand aan de start of wijziging van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Alleen wanneer er een rijksweg of provinciale weg wordt aangelegd of gewijzigd, moet het bevoegd gezag tijdig op de hoogte worden gesteld. Het bevoegd gezag kan dan samen met de wegbeheerder bekijken wat de gewenste wijze van verwerking van het afstromende regenwater is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_498" eId="artrecital__div_o_498_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.144 Lozen van afvloeiend hemelwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_498__content_498" eId="artrecital__div_o_498_inst2__content_498">
		    <Inhoud>
		      <Al>De regeling voor het lozen van hemelwater heeft de voorkeursvolgorde voor het beheer van afwater (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) als uitgangspunt. Over het algemeen kan afvloeiend hemelwater zonder problemen lokaal in het milieu teruggebracht worden. De beheerder van het terrein of oppervlak waar het hemelwater is neergekomen, is verantwoordelijk voor het nemen van deze preventieve maatregelen en kan vervolgens op grond van de specifieke zorgplicht worden aangesproken op het nemen daarvan. De maatregelen kunnen bijvoorbeeld inhouden: het schoonhouden van het terrein, het dusdanig omgaan met milieugevaarlijke stoffen dat verontreiniging van het hemelwater wordt voorkomen, het bij de keuze van materialen die aan hemelwater zijn blootgesteld rekening houden met het feit dat bij contact van hemelwater met deze materialen verontreinigende stoffen in het hemelwater kunnen geraken (uitloging), of een zodanige wijze van onkruidbestrijding dat onnodige verontreiniging van het hemelwater wordt voorkomen. In dit omgevingsplan is ervoor gekozen deze preventieve maatregelen niet in concrete voorschriften te vertalen.</Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is het lozen van afvloeiend hemelwater vanaf rijkswegen en provinciale wegen buiten de bebouwde kom geregeld. Tot die wegen behoren eveneens de daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, en overig openbaar gebied. In het verleden is veel onderzoek verricht naar verontreinigingen in afvloeiend hemelwater van wegen en overige openbare ruimte. Afhankelijk van de intensiteit van het verkeer kan het in meer of mindere mate verontreinigd zijn met straatvuil, waarin PAK's, zware metalen of minerale olie voorkomen. Buiten de bebouwde kom is het lozen van afstromend wegwater in een gemeentelijk rioolstelsel veelal niet mogelijk, omdat daar geen rioolstelsels zijn aangelegd, of alleen rioolstelsels, die niet bestemd zijn voor afvoer van regenwater. Het wegwater vloeit buiten de bebouwde kom meestal af naar de bodem of een eventueel aanwezig oppervlaktewaterlichaam. Hemelwater afkomstig van rijkswegen en provinciale wegen wordt buiten de bebouwde kom bij voorkeur geloosd op de bodem. Als lozen in de bodem niet (of niet volledig) mogelijk is, kan lozing (deels) plaatsvinden in een oppervlaktewaterlichaam. De regels hierover staan in de waterschapsverordening.</Al>
		      <Al>De voorkeursvolgorde in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is niet van toepassing op lozingen van hemelwater bij de activiteit wonen, omdat het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens geen inhoudelijke regels over deze lozingen kende. Voor wonen wordt daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van deze afdeling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_499" eId="artrecital__div_o_499_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.145 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_499__content_499" eId="artrecital__div_o_499_inst2__content_499">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van huishoudelijk afvalwater. Voor zover deze lozing plaatsvindt bij een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal, bevat deze paragraaf maatwerkregels als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit. <br/> De eisen aan lozingen van huishoudelijk afvalwater gelden niet voor spoorvoertuigen en voor militaire oefeningen op militaire terreinen. De voorzieningen voor de opvang van huishoudelijk afvalwater bij spoorvoertuigen kunnen via de spoorwegwetgeving worden geregeld. Bij militaire oefeningen is de plaatsing van IBA's redelijkerwijs niet mogelijk.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_500" eId="artrecital__div_o_500_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.146 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_500__content_500" eId="artrecital__div_o_500_inst2__content_500">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138" scope="Artikel">artikel 22.138</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_501" eId="artrecital__div_o_501_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.147 Geen voedselvermaling</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_501__content_501" eId="artrecital__div_o_501_inst2__content_501">
		    <Inhoud>
		      <Al>Het is niet toegestaan om afvalwater via een voedselrestvermaler te lozen op het vuilwaterriool. Een voedselrestvermaler vermaalt verteerbare etensresten met toevoeging van water tot een vloeibare afvalstof. Deze vloeibare afvalstof wordt vervolgens met het afvalwater geloosd. De vermalen stoffen kunnen leiden tot verstopping, maar zorgen ook voor een ongewenste toename van organische afvalstoffen in het afvalwater.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_502" eId="artrecital__div_o_502_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.148 Lozen van huishoudelijk afvalwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_502__content_502" eId="artrecital__div_o_502_inst2__content_502">
		    <Inhoud>
		      <Al>In de praktijk vinden de meeste lozingen van huishoudelijk afvalwater plaats in het vuilwaterriool. Voor een beperkt aantal situaties waar geen aansluiting op het vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk mogelijk is, is lozen op of in de bodem toegestaan. Dit is toegestaan buiten de bebouwde kom of binnen de bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten.</Al>
		      <Al>Binnen de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> aangegeven afstanden tot de riolering in combinatie met het aantal inwonerequivalenten dat geloosd wordt, is het verboden direct op of in de bodem te lozen. Er moet dan worden geloosd op het vuilwaterriool. Buiten deze afstandsgrenzen moet het huishoudelijk afvalwater gezuiverd worden voordat het geloosd mag worden op of in de bodem.</Al>
		      <Al>De afstanden in dit artikel zijn de afstanden van het vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk tot de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt. Voor een aantal lozingen van huishoudelijk afvalwater die al voor 1 maart 1997 plaatsvonden werd op grond van de toen geldende wetgeving de afstand bepaald tot het gedeelte van het gebouw dat het dichtst bij het vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk was gelegen. Voor deze lozingen geldt overgangsrecht. Dit overgangsrecht is ongewijzigd overgenomen uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen en de daaraan voorafgaande besluiten: het voormalige Lozingenbesluit bodembescherming en het voormalige Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater.</Al>
		      <Al>In sommige gevallen is hemelsbreed de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool minder dan genoemd in het eerste lid, maar is het in de praktijk niet mogelijk daar een afvoerleiding aan te leggen. Bijvoorbeeld omdat dan een watergang gekruist of een dijk doorboord moet worden. Daarvoor is in het tweede lid, onderdeel b, opgenomen dat de afstand berekend moet worden langs de lijn waar in de praktijk een afvoerleiding aangelegd kan worden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_503" eId="artrecital__div_o_503_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.149 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_503__content_503" eId="artrecital__div_o_503_inst2__content_503">
		    <Inhoud>
		      <Al>In de situaties dat niet wordt aangesloten op de riolering maar direct wordt geloosd op of in de bodem worden met dit artikel lozingseisen in de vorm van emissiegrenswaarden gesteld. Aan de hier gestelde lozingseisen ligt het CIW-rapport 'Individuele Behandeling van Afvalwater, IBA- systemen' van januari 1999 ten grondslag.</Al>
		      <Al>De voorwaarden die aan de beperkte directe lozingen in de bodem van huishoudelijk afvalwater worden gesteld, komen in grote lijnen overeen met de hieraan voorafgaande voorwaarden op grond van het voormalige Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater.</Al>
		      <Al>Voor beperkte lozingen van huishoudelijk afvalwater kan de lozer er, in afwijking van de emissiegrenswaarden, voor kiezen te lozen via een septic tank. Deze voorziening is geschikt voor lozingen tot en met 5 inwonerequivalenten. Vandaar dat in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit artikel is aangegeven dat lozingen van huishoudelijk afvalwater van minder dan 6 inwonerequivalenten via die voorziening geloosd mogen worden.</Al>
		      <Al>Deze voorwaarden komen overeen met de voorwaarden die voorafgaand aan de inwerkingtreding van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en het voormalige Besluit lozen afvalwater huishoudens golden op grond van de Regeling Wvo septic tank en de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming. Oudere voorzieningen die nog steeds zijn afgestemd op de hoeveelheid te lozen afvalwater, mogen ook worden gebruikt. De voor 2009 geplaatste voorzieningen kunnen namelijk niet worden getoetst aan de norm voor het hydraulisch rendement, omdat de in de NEN-EN 12566-1 beschreven beproevingsprocedure niet in het veld toepasbaar is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_504" eId="artrecital__div_o_504_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.150 Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_504__content_504" eId="artrecital__div_o_504_inst2__content_504">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren, conserveren en ontsluiten. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in deze paragraaf emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN- normen zijn opgenomen in de begripsbepalingen van bijlage I.</Al>
		      <Al>Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN 6600-1 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse. Omdat de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_505" eId="artrecital__div_o_505_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.151 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_505__content_505" eId="artrecital__div_o_505_inst2__content_505">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van koelwater, dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Voor het lozen van koelwater dat afkomstig is van een milieubelastende activiteit, zoals aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal, staan de regels in dat besluit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_506" eId="artrecital__div_o_506_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.152 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_506__content_506" eId="artrecital__div_o_506_inst2__content_506">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_507" eId="artrecital__div_o_507_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.153 Koelwater</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_507__content_507" eId="artrecital__div_o_507_inst2__content_507">
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor veel bedrijfstakken waarbij koelwater wordt geloosd, gelden de regels in het Bal. Maar het lozen van koelwater kan ook plaatsvinden bij bedrijven die niet onder het toepassingsbereik van het Bal vallen. Daarom is in dit artikel het lozen van koelwater in de riolering geregeld. Koelwater kan ook worden geloosd in een oppervlaktewaterlichaam. De regels daarover staan in de waterschapsverordening.</Al>
		      <Al>Het lozen van koelwater in een schoonwaterriool is toegestaan. Lozen in een vuilwaterriool is alleen toegestaan als het lozen in een schoonwaterriool of in een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is. Koelwater is relatief schoon water, zodat het lozen daarvan in het vuilwaterriool bij voorkeur vermeden moet worden.</Al>
		      <Al>Er mogen aan het koelwater geen chemicaliën (zoals aangroeiwerende middelen of antikalkmiddelen) worden toegevoegd.</Al>
		      <Al>De maximale warmtevracht is 1.000 kiloJoule per seconde. De warmtevracht van een koelwaterlozing wordt berekend als het product van het lozingsdebiet en het verschil tussen de lozingstemperatuur en de temperatuur van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam (waarop het schoonwaterriool uitkomt). De warmtecapaciteit van het koelwater is gelijk aan 4.190 Kilojoule per m <sup>3</sup> per graad temperatuursverhoging. Anders geformuleerd: <br/> De warmtevracht = L x ∆T x W, waarbij <br/> L = lozingsdebiet (m <sup>3</sup> /s). <br/> ∆T = verschil temperatuur koelwater en temperatuur ontvangend oppervlaktewater in graden Celsius. <br/> W = warmtecapaciteit van het koelwater = 4.190 kJ/m <sup>3</sup> per graad temperatuurstijging.</Al>
		      <Al>Voor het lozen van koelwater met een hogere warmtevracht, of voor het toedienen van chemicaliën, is een maatwerkvoorschrift vereist.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_508" eId="artrecital__div_o_508_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.154 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_508__content_508" eId="artrecital__div_o_508_inst2__content_508">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken. Dit betreft zowel weinig milieubelastende activiteiten, zoals activiteiten als ramenlappen, als activiteiten die een hogere milieubelasting kunnen veroorzaken, zoals verwijderen van hardnekkige aanslag bij gevelreiniging.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_509" eId="artrecital__div_o_509_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.155 Periodiek reinigen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_509__content_509" eId="artrecital__div_o_509_inst2__content_509">
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het periodiek reinigen van bouwwerken, waarbij slechts vuilafzetting wordt verwijderd, komt afvalwater vrij. Deze werkzaamheden zijn wat verontreiniging van het afvalwater betreft vergelijkbaar met ramenlappen. Naast ramen worden op deze wijze bijvoorbeeld ook gladde gevels periodiek gereinigd. Dit afvalwater kan zonder problemen in de bodem of de riolering worden geloosd. Het is niet nodig om het bevoegd gezag hierover te informeren.</Al>
		      <Al>Bij andere reinigingsactiviteiten dan periodiek reinigen is het uitgangspunt dat geen afvalwater wordt geloosd. Dit geldt voor bijvoorbeeld werkzaamheden, waarbij na verloop van een lange periode (vaak meer dan enkele jaren) hardnekkige aanslag wordt verwijderd (gevelreiniging). Ook vallen hieronder werkzaamheden, waarbij bijvoorbeeld graffiti of andere verflagen worden verwijderd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_510" eId="artrecital__div_o_510_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.156 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_510__content_510" eId="artrecital__div_o_510_inst2__content_510">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater, afkomstig van het opslaan en overslaan van goederen. Deze activiteit is ook geregeld in paragraaf 4.104 van het Bal. Deze paragraaf bevat daarom maatwerkregels op grond van artikel 2.12 van dat besluit. Die paragraaf bevat de regels over het opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen. In deze paragraaf zijn, in aanvulling daarop, regels gesteld over het lozen van inerte goederen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_511" eId="artrecital__div_o_511_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.157 Inerte goederen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_511__content_511" eId="artrecital__div_o_511_inst2__content_511">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan welke goederen in ieder geval inerte goederen zijn. De opsomming is dus niet uitputtend. Voor alle genoemde goederen geldt wel dat deze niet verontreinigd mogen zijn, bijvoorbeeld met stoffen die het oppervlaktewater kunnen verontreinigen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_512" eId="artrecital__div_o_512_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.158 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_512__content_512" eId="artrecital__div_o_512_inst2__content_512">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_513" eId="artrecital__div_o_513_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.159 Lozen bij opslaan van inerte goederen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_513__content_513" eId="artrecital__div_o_513_inst2__content_513">
		    <Inhoud>
		      <Al>In lijn met de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) wordt het afvalwater bij voorkeur hergebruikt en eventueel overtollig afvalwater wordt geloosd onder de voorwaarden die in dit artikel worden gesteld. In het algemeen zal dit (verzameld) afstromend hemelwater, schrob- en spoelwater of water van een nevelgordijn zijn. Op grond van het vierde lid moet dit afvalwater bij voorkeur (her)gebruikt te worden voor bevochtiging van de goederen, ter voorkoming van stofverspreiding.</Al>
		      <Al>Afvalwater dat slechts met inerte goederen in aanraking is geweest moet bij voorkeur direct geloosd worden (op oppervlaktewater, bodem of schoonwaterriool), waarbij de hoeveelheid onopgeloste bestanddelen beperkt moet worden tot minder dan 300 milligram per liter. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden met preventieve maatregelen en eventueel een slibvangput voorafgaande aan de lozing. Als een directe lozing redelijkerwijs niet mogelijk is, bijvoorbeeld door afwezigheid in de nabijheid van oppervlaktewater of een schoonwaterriool en een bodem die ongeschikt is voor lozingen, kan het afvalwater geloosd worden op het vuilwaterriool, waarbij ook gezorgd moet worden dat het niet meer dan 300 milligram per liter onopgeloste bestanddelen bevat. Dit ter voorkoming van dichtslibben van het vuilwaterriool.</Al>
		      <Al>De eis voor onopgeloste stoffen geldt voor enig steekmonster. Dat wil zeggen dat alleen in extreme situaties deze concentratie mag worden aangetroffen, bijvoorbeeld bij extreme regenval. Concentraties van ongeveer 100–150 mg/l zijn normaal en daaronder bestaat in principe geen probleem. Als concentraties worden aangetroffen tussen de 100–150 en 300 kan de handhaver vragen gaan stellen. Overschrijding van de norm van 300 betekent optreden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_514" eId="artrecital__div_o_514_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.160 Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_514__content_514" eId="artrecital__div_o_514_inst2__content_514">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_515" eId="artrecital__div_o_515_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.161 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_515__content_515" eId="artrecital__div_o_515_inst2__content_515">
		    <Inhoud>
		      <Al>In artikel 4.1058 van het Bal is voor afvalwater afkomstig van het opslaan van uitlogende goederen een verplichte lozingsroute opgenomen naar het vuilwaterriool. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer maakte het ook mogelijk om dit afvalwater te lozen op oppervlaktewater. Deze alternatieve lozingsroute is als maatwerkregel opgenomen in de waterschapsverordening. Maar het waterschap is niet bevoegd om de verplichte lozingsroute naar het vuilwaterriool 'uit te zetten'. Vandaar dat dit artikel de verplichte lozingsroute naar het vuilwaterriool omzet in een facultatieve lozingsroute, voor zover de lozingsroute naar het oppervlaktewater in de waterschapsverordening is toegestaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_516" eId="artrecital__div_o_516_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.162 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_516__content_516" eId="artrecital__div_o_516_inst2__content_516">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater dat afkomstig is uit een openbaar ontwateringsstelsel of een openbaar hemelwaterstelsel en uit de zogeheten overheids-IBA's. Dat zijn voorzieningen voor de verwerking van huishoudelijk afvalwater, anders dan een openbaar vuilwaterriool.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_517" eId="artrecital__div_o_517_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.163 Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelsel</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_517__content_517" eId="artrecital__div_o_517_inst2__content_517">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel wordt het lozen van afvalwater vanuit openbare ontwateringsstelsels en openbare hemelwaterstelsels op of in de bodem toegestaan. Voorwaarde daarbij is dat deze stelsels voorkomen op het overzicht van voorzieningen en maatregelen dat is opgenomen in het gemeentelijke rioleringsplan (GRP) als bedoeld in het voormalige artikel 4.22 van de Wet milieubeheer. Volgens het overgangsrecht van artikel 4.93 van de Invoeringswet Omgevingswet blijven GRP's van kracht tot het tijdstip waarop de periode verstrijkt waarvoor het plan is vastgesteld, of tot het tijdstip waarop het gemeentebestuur besluit dat het plan vervalt. <br/> De Omgevingswet biedt in artikel 3.14 de mogelijkheid dat het college van burgemeester en wethouders een (facultatief) gemeentelijk rioleringsprogramma vaststelt. Als het college een rioleringsprogramma heeft vastgesteld, is het lozen vanuit de in dat programma opgenomen voorzieningen eveneens toegestaan. De naam 'rioleringsprogramma' is overigens niet limitatief, de gemeente kan dit programma bijvoorbeeld ook een waterprogramma noemen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_518" eId="artrecital__div_o_518_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.164 Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_518__content_518" eId="artrecital__div_o_518_inst2__content_518">
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor lozingen vanuit 'overheids-IBA's' geldt dezelfde regeling als voor de lozingen vanuit gemeentelijke rioolstelsels. Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.163" scope="Artikel">artikel 22.163</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_519" eId="artrecital__div_o_519_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.165 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_519__content_519" eId="artrecital__div_o_519_inst2__content_519">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van water dat wordt gebruikt bij het spoelen van distributieleidingen voor drinkwater, tapwater en huishoudwater, om die leidingen voor het eerst in gebruik te nemen of bij het onderhoud aan die leidingen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_520" eId="artrecital__div_o_520_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.166 Schoonmaken drinkwaterleidingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_520__content_520" eId="artrecital__div_o_520_inst2__content_520">
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het schoonmaken van leidingen kan onderscheid gemaakt worden tussen afvalwater afkomstig van leidingen uit het transportnet en afvalwater afkomstig van leidingen uit het distributienet. Vanuit de productiestations wordt het drinkwater via transportleidingen naar het distributienet gepompt. Het transportnet kenmerkt zich door een grotere leidingdiameter en het geringe aantal vertakkingen en aansluitingen. Het distributienet verdeelt de hoofdstroom naar de vele eindgebruikers en kenmerkt zich door de vele vertakkingen en het verloop van grotere naar kleinere diameters. In grote lijnen zal het schoonmaken van leidingen uit het transportnet lozingen opleveren van 100 m <sup>3</sup> of meer, terwijl lozingen van afvalwater afkomstig van distributieleidingen daaronder blijven. Ook op het schoonmaken van de aanvoerleiding heeft dit artikel betrekking.</Al>
		      <Al>Tegen lozingen van dit afvalwater bestaat, voor zover het geen desinfecteermiddelen of andere chemicaliën bevat, geen bezwaar, anders dan dat het geen overlast mag veroorzaken. In dit geval heeft het direct terugvoeren van dit water in het milieu de voorkeur. Het lozen op of in de bodem of in schoonwaterstelsels wordt daarom zonder beperkingen toegestaan ( <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> ). Bij het schoonmaken van leidingen van het distributienet kan het water veelal direct ter plaatse in de bodem worden geloosd zonder overlast te veroorzaken. Bij het schoonmaken van leidingen van het transportnet zal gezocht moeten worden naar een geschikte locatie. Het lozen van dit afvalwater in het oppervlaktewater is ook toegestaan. Dat is geregeld in de waterschapsverordening.</Al>
		      <Al>Het lozen op het vuilwaterriool is minder gewenst vanwege de verminderde werking van de zuivering bij de toevoeging van een relatief grote hoeveelheid schoon water. Dit is alleen een optie als anders lozen niet in redelijkheid mogelijk is ( <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> ).</Al>
		      <Al>Als er desinfecteermiddelen zijn gebruikt is overleg met het bevoegd gezag noodzakelijk om de meest geschikte oplossing voor het lozen te vinden. Het bevoegd gezag kan het lozen met een maatwerkvoorschrift toestaan, als het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_521" eId="artrecital__div_o_521_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.167 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_521__content_521" eId="artrecital__div_o_521_inst2__content_521">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater dat afkomstig is van een calamiteitenoefening, met uitzondering van de permanente voorzieningen voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel 3.259 van het Bal.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_522" eId="artrecital__div_o_522_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.168 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_522__content_522" eId="artrecital__div_o_522_inst2__content_522">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_523" eId="artrecital__div_o_523_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.169 Lozen bij calamiteitenoefeningen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_523__content_523" eId="artrecital__div_o_523_inst2__content_523">
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij calamiteitoefeningen kan soms afvalwater vrijkomen. Zo zal een oefening om een brand te bestrijden gepaard kunnen gaan met het gebruik van grote hoeveelheden bluswater, dat tijdens de oefening in de bodem of een rioolstelsel stroomt. Wanneer daarbij zorgvuldig wordt gehandeld zodat het water niet onnodig verontreinigd raakt, kan het zonder problemen worden geloosd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_524" eId="artrecital__div_o_524_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.170 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_524__content_524" eId="artrecital__div_o_524_inst2__content_524">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen, voor zover dit plaatsvindt bij een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_525" eId="artrecital__div_o_525_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.171 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_525__content_525" eId="artrecital__div_o_525_inst2__content_525">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_526" eId="artrecital__div_o_526_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.172 Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_526__content_526" eId="artrecital__div_o_526_inst2__content_526">
		    <Inhoud>
		      <Al>Artikel 4.791l van het Bal schrijft voor dat bij grondgebonden teelt in een kas een recirculatiesysteem voor drainagewater aanwezig is en in gebruik is. Op grond van artikel 3.71, zevende lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer hoefde geen recirculatiesysteem aanwezig te zijn, als hergebruik van het drainagewater niet doelmatig is. Voor lozingen van drainagewater die al voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bestonden, wordt deze uitzondering in dit artikel voortgezet.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_527" eId="artrecital__div_o_527_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.173 Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_527__content_527" eId="artrecital__div_o_527_inst2__content_527">
		    <Inhoud>
		      <Al>In artikel 7.761 van het Bal is voorgeschreven dat afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen gelijkmatig moet worden verspreid over landbouwgronden. Op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was het ook mogelijk om dit afvalwater te lozen in het vuilwaterriool of in het oppervlaktewater. In dit artikel worden die alternatieve lozingsroutes voortgezet. <br/> De mogelijkheid om dit afvalwater te lozen in het oppervlaktewater is opgenomen in de waterschapsverordening. In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit artikel is bepaald dat, als de waterschapsverordening die lozingsroute mogelijk maakt, het verplichte verspreiden over landbouwgronden niet geldt. Het waterschap is immers niet bevoegd om die plicht via een maatwerkregel aan te passen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_528" eId="artrecital__div_o_528_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.174 Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_528__content_528" eId="artrecital__div_o_528_inst2__content_528">
		    <Inhoud>
		      <Al>In artikel 7.773 van het Bal is voorgeschreven dat afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteeld fruit gelijkmatig moet worden verspreid over landbouwgronden. Op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was het ook mogelijk om dit afvalwater te lozen in het vuilwaterriool of in het oppervlaktewater. In dit artikel worden die alternatieve lozingsroutes voortgezet. <br/> De mogelijkheid om dit afvalwater te lozen in het oppervlaktewater is opgenomen in de waterschapsverordening. In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit artikel is bepaald dat, als de waterschapsverordening die lozingsroute mogelijk maakt, het verplichte verspreiden over landbouwgronden niet geldt. Het waterschap is immers niet bevoegd om die plicht via een maatwerkregel aan te passen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_529" eId="artrecital__div_o_529_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.175 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_529__content_529" eId="artrecital__div_o_529_inst2__content_529">
		    <Inhoud>
		      <Al>Op grond van artikel 4.795 van het Bal geldt voor het lozen van afvalwater bij het telen van gewassen de plicht om te lozen in het vuilwaterriool, of het afvalwater gelijkmatig te verspreiden over landbouwgronden. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was geregeld dat dat afvalwater ook in oppervlaktewater mag worden geloosd. In de waterschapsverordening is geregeld dat die lozingsroute mogelijk blijft. Het waterschap is echter niet bevoegd om de verplichte lozingsroute van artikel 4.795 'uit te zetten'. Daarom is in dit artikel bepaald dat, als de waterschapsverordening het lozen op oppervlaktewater mogelijk maakt, de verplichte lozingsroute een facultatieve lozingsroute wordt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_530" eId="artrecital__div_o_530_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.176 Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_530__content_530" eId="artrecital__div_o_530_inst2__content_530">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_531" eId="artrecital__div_o_531_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.177 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_531__content_531" eId="artrecital__div_o_531_inst2__content_531">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, voor zover dit plaatsvindt bij een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Deze paragraaf bevat maatwerkregels als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_532" eId="artrecital__div_o_532_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.178 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_532__content_532" eId="artrecital__div_o_532_inst2__content_532">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_533" eId="artrecital__div_o_533_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.179 Water</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_533__content_533" eId="artrecital__div_o_533_inst2__content_533">
		    <Inhoud>
		      <Al>Volgens artikel 4.140, eerste lid, van het Bal moet afvalwater afkomstig van het maken van betonmortel worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam. In sommige gevallen is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat er geen geschikt oppervlaktewaterlichaam in de directe omgeving van de betoncentrale (of ander bedrijf) ligt. Voor die gevallen is in dit artikel geregeld dat het afvalwater onder voorwaarden ook in de riolering kan worden geloosd. De gemeente is niet bevoegd om de verplichte lozingsroute naar oppervlaktewater, die in het Bal is opgenomen, op te heffen. Daarom is in de waterschapsverordening bepaald dat die verplichte lozingsroute niet geldt als er een andere lozingsroute in het omgevingsplan is toegestaan. De initiatiefnemer heeft in dat geval de keuze tussen lozen in oppervlaktewater of lozen in de riolering.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_534" eId="artrecital__div_o_534_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.180 Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_534__content_534" eId="artrecital__div_o_534_inst2__content_534">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_535" eId="artrecital__div_o_535_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.181 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_535__content_535" eId="artrecital__div_o_535_inst2__content_535">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het uitwassen van beton, voor zover dit plaatsvindt bij een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Deze paragraaf bevat maatwerkregels als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_536" eId="artrecital__div_o_536_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.182 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_536__content_536" eId="artrecital__div_o_536_inst2__content_536">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_537" eId="artrecital__div_o_537_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.183 Water</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_537__content_537" eId="artrecital__div_o_537_inst2__content_537">
		    <Inhoud>
		      <Al>Volgens artikel 4.158, eerste lid, van het Bal moet afvalwater afkomstig van het uitwassen van beton worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam. In sommige gevallen is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat er geen geschikt oppervlaktewaterlichaam in de directe omgeving van de betoncentrale (of ander bedrijf) ligt. Voor die gevallen is in dit artikel geregeld dat het afvalwater onder voorwaarden ook in de riolering kan worden geloosd. De gemeente is niet bevoegd om de verplichte lozingsroute naar oppervlaktewater, die in het Bal is opgenomen, op te heffen. Daarom is in de waterschapsverordening bepaald dat die verplichte lozingsroute niet geldt als er een andere lozingsroute in het omgevingsplan is toegestaan. De initiatiefnemer heeft in dat geval de keuze tussen lozen in oppervlaktewater of lozen in de riolering.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_538" eId="artrecital__div_o_538_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.184 Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_538__content_538" eId="artrecital__div_o_538_inst2__content_538">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_539" eId="artrecital__div_o_539_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.185 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_539__content_539" eId="artrecital__div_o_539_inst2__content_539">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een recreatieve visvijver. Recreatieve visvijvers vallen onder de recreatieve sector. Anders dan in kwekerijen van vis voor menselijke consumptie of voor siervissen worden in recreatieve visvijvers geen vissen gekweekt. Het kweken van vissen wordt als een agrarische activiteit beschouwd.</Al>
		      <Al>Het vissen vindt plaats in aparte vijvers. Deze vijvers maken in het algemeen geen deel uit van een oppervlaktewaterlichaam. Gemiddeld eens per twee weken wordt een aantal consumptievissen aangevoerd van een kwekerij. Deze vissen worden tijdelijk in voorraadbakken bewaard. Vervolgens worden ze - afhankelijk van de vraag - uit de voorraadbakken gehaald en uitgezet in één of meerdere grotere vijvers om te worden gevangen door recreatieve vissers.</Al>
		      <Al>De vissen worden in de tijd dat ze in de bakken en visvijvers aanwezig zijn in principe niet (bij)gevoerd. Een forel kan gemakkelijk een half jaar zonder voedsel. Ook worden geen antibiotica toegepast. Dat is sowieso bij vissen, die voor consumptiedoeleinden worden gebruikt, niet toegestaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_540" eId="artrecital__div_o_540_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.186 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_540__content_540" eId="artrecital__div_o_540_inst2__content_540">
		    <Inhoud>
		      <Al>De te verstrekken gegevens en bescheiden dienen om een beeld te verschaffen van:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_540_inst2__content_540__list_o_1" eId="artrecital__div_o_540_inst2__content_540__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_540_inst2__content_540__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_540_inst2__content_540__list_o_1__item_a">
			  <Al>de activiteit zelf en wat daarbij hoort;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_540_inst2__content_540__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_540_inst2__content_540__list_o_1__item_b">
			  <Al>de precieze plek en indeling van de activiteit; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_540_inst2__content_540__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_o_540_inst2__content_540__list_o_1__item_c">
			  <Al>wanneer deze begint of wordt gewijzigd.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Er hoeft geen inschatting van de door te activiteit veroorzaakte milieubelasting te worden verstrekt. Wel kan het college van B&amp;W op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.48" scope="Artikel">artikel 22.48 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders</IntRef> verzoeken om gegevens en bescheiden die nodig zijn om te bezien of de algemene regels uit dit omgevingsplan en maatwerkvoorschriften voor de activiteit toereikend zijn gezien ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen van de kwaliteit van het milieu.</Al>
		      <Al>Wanneer gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt, zijn ook altijd <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46" scope="Artikel">artikel 22.46</IntRef> (algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden) en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47" scope="Artikel">artikel 22.47</IntRef> (gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat) van toepassing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_541" eId="artrecital__div_o_541_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.187 Water: lozingsroute</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_541__content_541" eId="artrecital__div_o_541_inst2__content_541">
		    <Inhoud>
		      <Al>Het water in de visvijvers wordt in beweging gehouden om vorming van onder andere blauwalgen te voorkomen. Daarvoor wordt een aantal m <sup>3</sup> grondwater per dag opgepompt en toegevoegd aan de voorraadbakken, die weer in open verbinding staan met de visvijvers. Uiteindelijk wordt het spuiwater geloosd. Het spuiwater bestaat uit schoon (grond)water zonder toevoegingen. Het lozen van dit afvalwater in de bodem of in een schoonwaterriool is zonder nadere voorschriften toegestaan. Lozen in het vuilwaterriool is niet toegestaan.</Al>
		      <Al>Meestal wordt het afvalwater overigens in het oppervlaktewater geloosd. De regels daarvoor staan in de waterschapsverordening.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_542" eId="artrecital__div_o_542_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.188 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_542__content_542" eId="artrecital__div_o_542_inst2__content_542">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal. Dit is de 'ouderwetse', chemische manier van ontwikkelen en afdrukken van lichtgevoelige film. <br/><br/> Digitaal afdrukken, het met onder andere inkjet- en laserprinters afdrukken van digitale foto's, is specifiek uitgezonderd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_543" eId="artrecital__div_o_543_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.189 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_543__content_543" eId="artrecital__div_o_543_inst2__content_543">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij artikel voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_544" eId="artrecital__div_o_544_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.190 Water</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_544__content_544" eId="artrecital__div_o_544_inst2__content_544">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel is het in het vergelijkbare artikel van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer voorkomende voorschrift dat het te lozen afvalwater op een doelmatige wijze kan worden bemonsterd geschrapt. Dit volgt namelijk al uit de specifieke zorgplicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_545" eId="artrecital__div_o_545_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.191 Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_545__content_545" eId="artrecital__div_o_545_inst2__content_545">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan welke normen worden gehanteerd bij bemonstering van afvalwater. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_546" eId="artrecital__div_o_546_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.192 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_546__content_546" eId="artrecital__div_o_546_inst2__content_546">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het uitwendig wassen van motorvoertuigen, met uitzondering van het wassen van motorvoertuigen dat onderdeel uitmaakt van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal en bij de activiteit wonen. In het Bal zijn, waar nodig, al regels gesteld over het reinigen van voertuigen. De reden dat deze paragraaf ook niet van toepassing is bij wonen, is dat er in het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens ook geen regels aan deze lozingen waren gesteld, anders dan de zorgplicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_547" eId="artrecital__div_o_547_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.193 Bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_547__content_547" eId="artrecital__div_o_547_inst2__content_547">
		    <Inhoud>
		      <Al>Het wassen van motorvoertuigen moet in principe plaatsvinden boven een vloeistofdichte bodemvoorziening. Vanwege de aard van de activiteit, waarbij continue bodembedreigende vloeistoffen over de voorziening stromen, zijn niet-vloeistofdichte voorzieningen niet toereikend.</Al>
		      <Al>Op de plicht om het wassen van motorvoertuigen plaats te laten vinden boven een vloeistofdichte bodemvoorziening is een uitzondering gemaakt voor het wassen van motorvoertuigen op een mobiele wasinstallatie. Dit soort installaties worden tegenwoordig steeds meer toegepast bij initiatiefnemers die zelf niet beschikken over de vereiste voorzieningen. Mobiele installaties moeten wel voldoende bodembeschermende werking hebben. Daarom is bepaald dat er geen vloeistoffen in de bodem terecht mogen komen.</Al>
		      <Al>Ook geldt, in navolging van de artikelen 3.23b, tweede lid, aanhef en onder a, en 3.24, aanhef en onder a, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, een uitzondering voor het per week uitwendig wassen van ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194" scope="Artikel">Artikel 22.194</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> , van dit omgevingsplan regelt in samenhang hiermee dat het water bij het wassen in de bodem mag komen. Dit zal in beperkte mate het geval zijn, als de verharding waarop wordt gewassen niet vloeistofdicht is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_548" eId="artrecital__div_o_548_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.194 Water</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_548__content_548" eId="artrecital__div_o_548_inst2__content_548">
		    <Inhoud>
		      <Al>Uitgangspunt bij het lozen van oliehoudend afvalwater is een norm van 20 milligram olie per liter in enig steekmonster. Aan deze norm kan worden voldaan door ofwel het toepassen van zuiveringstechnieken volgens BBT, ofwel het zodanig inrichten van de werkwijze, dat het gehalte van 20 milligram per liter ook zonder behandeling in zuiveringsvoorzieningen niet wordt overschreden.</Al>
		      <Al>Op de norm van 20 milligram per liter wordt een uitzondering gemaakt als het afvalwater geleid wordt door een olie-afscheider en slibvangput die voldoen aan NEN-EN 858-1 en 2. Vanzelfsprekend moeten de olie-afscheider en slibvangput adequaat functioneren. Dit kan worden beoordeeld aan de hand van het oliegehalte van het geloosde water. Daarbij is het wel van belang, dat de werkwijze (waaronder de keuze van het reinigingsmiddel en de wijze van toepassing van een eventuele hogedrukreiniger) zodanig is dat een goede werking van de afscheider niet onmogelijk wordt gemaakt door vorming van emulsies. Ook moeten de slibvangput en olieafscheider goed worden onderhouden. Dit omvat het tijdig ledigen en reinigen en het zo spoedig mogelijk verhelpen van geconstateerde gebreken. Wanneer het verwijderen van afgescheiden olie en slib exact aan de orde is afhankelijk van het type afscheider en kan verschillen. Over het algemeen moet de slibvangput of slibvangruimte worden geleegd wanneer deze voor meer dan 50% gevuld is met slib/zand. Dit valt onder de specifieke zorgplicht.</Al>
		      <Al>Om de goede werking van een slibvangput en olieafscheider te waarborgen moet bij alle afscheiders, naast het zo nodig verwijderen van olie en slib, de afscheider met enige regelmaat volledig geleegd en gereinigd worden en onderzocht worden op aantasting en andere gebreken. Gebleken gebreken moeten zo spoedig mogelijk verholpen worden. Ook dit valt onder de specifieke zorgplicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_549" eId="artrecital__div_o_549_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.195 Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_549__content_549" eId="artrecital__div_o_549_inst2__content_549">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan welke normen gehanteerd worden bij bemonstering van afvalwater. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_550" eId="artrecital__div_o_550_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.196 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_550__content_550" eId="artrecital__div_o_550_inst2__content_550">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op (kleinschalige) voedselbereiding. Het betreft bijvoorbeeld bedrijfskantines of de horeca.</Al>
		      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op de voedingsmiddelenindustrie als bedoeld in artikel 3.128 van het Bal, met uitzondering van de kantine van die bedrijven.</Al>
		      <Al>Het toepassingsbereik van artikel 3.128 van het Bal verschilt enigszins van het toepassingsbereik van paragraaf 3.6.3 (industrieel vervaardigen of bewerken van voedingsmiddelen of dranken) uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Daardoor ontstaan mogelijk wat verschuivingen in het werkingsgebied van de voorschriften ten opzichte van de oude situatie. Zo is de ondergrens voor het nominaal vermogen van een bakkerijoven van 400 kW uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer veranderd in een aansluitwaarde van meer dan 100 kW omdat die ondergrens in artikel 3.128 van het Bal wordt gehanteerd. In gevallen waarin dit een probleem oplevert kan dit worden opgelost met maatwerk.</Al>
		      <Al>Grootkeukenapparatuur is apparatuur die wordt gebruikt voor professionele keukens in de horeca en bij andere bedrijven. De apparatuur die in professionele keukens wordt gebruikt, is een slag groter dan huishoudelijke apparatuur en wordt gekocht bij gespecialiseerde leveranciers.</Al>
		      <Al>Grootkeukenapparatuur komt zowel in elektrische als gasgestookte varianten voor. Het maximale vermogen van grootkeukenapparatuur is ongeveer 80 kW. Zware grootkeukenapparaten zijn bijvoorbeeld pastakokers voor een mensa of instelling of de bakwand van een snackbar.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_551" eId="artrecital__div_o_551_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.197 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_551__content_551" eId="artrecital__div_o_551_inst2__content_551">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij artikel voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552" eId="artrecital__div_o_552_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.198 Water</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552" eId="artrecital__div_o_552_inst2__content_552">
		    <Inhoud>
		      <Al>Vethoudend afvalwater wordt in beginsel altijd op het vuilwaterriool geloosd.</Al>
		      <Al>Het is niet toegestaan om afvalwater via een voedselrestvermaler te lozen op het vuilwaterriool. Een voedselrestvermaler vermaalt verteerbare etensresten met toevoeging van water tot een vloeibare afvalstof. Deze vloeibare afvalstof wordt vervolgens met het afvalwater geloosd. De vermalen stoffen kunnen leiden tot verstopping, maar zorgen ook voor een ongewenste toename van organisch afval in het afvalwater.</Al>
		      <Al>Bij het lozen van vethoudend afvalwater is het toepassen van een vetafscheider en slibvangput verplicht. Deze moeten voldoen aan en worden gebruikt conform NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2. Op grond van het vijfde lid kan in afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2, met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.</Al>
		      <Al>Een slibvangput en vetafscheider die vóór 14 september 2004 zijn geplaatst, hoeven niet te voldoen aan de NEN-EN-normen. In plaats daarvan is volstaan met de voorwaarde 'afgestemd op de hoeveelheid water'.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_553" eId="artrecital__div_o_553_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.199 Geur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_553__content_553" eId="artrecital__div_o_553_inst2__content_553">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Een ontgeuringsinstallatie zoals voorgeschreven in dit artikel moet uiteraard doelmatig zijn. Op grond van de specifieke zorgplichten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal moet bijvoorbeeld de capaciteit van de ontgeuringsinstallatie groot genoeg zijn en moet de installatie voldoende vaak worden gereinigd.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Grootkeukens die grillen, frituren of bakken in olie of vet, moeten de hierbij vrijkomende dampen afzuigen. Bovendien moeten de afgezogen dampen via een doelmatig verwisselbaar of reinigbaar vetvangend filter worden afgevoerd naar de buitenlucht. Dit geldt niet voor het grillen met houtskool.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Net als in de voormalige Activiteitenregeling milieubeheer, gelden de regels voor het voorkomen van geurhinder niet voor het koken met keukenapparatuur. De specifieke zorgplicht is voldoende.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Vierde lid <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef></i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> betreft overgangsrecht dat overgenomen is uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij het stellen van regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan kan worden beoordeeld of dit overgangsrecht voor een specifieke locatie nog noodzakelijk of gewenst is.g noodzakelijk of gewenst is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_554" eId="artrecital__div_o_554_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.200 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_554__content_554" eId="artrecital__div_o_554_inst2__content_554">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op milieubelastende activiteiten zoals die voorkomen bij de voedingsmiddelenindustrie. De activiteiten zijn benoemd in artikel 3.128 van het Bal, Het gaat onder meer om het op grote schaal bewerken of verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen, slachten van dieren of maken van veevoer. Het aspect geurimmissie is voor deze activiteiten niet specifiek geregeld in het Bal. Wel valt dit aspect onder de specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Bal. Deze paragraaf is een maatwerkregel op grond van die specifieke zorgplicht.</Al>
		      <Al>Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten als bedoeld in de artikelen 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Bal wordt het toestaan van (meer) geur door het beginnen met of uitbreiden in capaciteit van de activiteit, geregeld via een vergunningaanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Bij de vergunningaanvraag kan een geuronderzoek geëist worden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_555" eId="artrecital__div_o_555_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.201 Geur: beginnen of uitbreiden activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_555__content_555" eId="artrecital__div_o_555_inst2__content_555">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 3.140, eerste lid van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Het bevoegd gezag kan in afwijking van dit artikel bij maatwerkvoorschrift op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan een bepaalde mate van nieuwe geurhinder ter plaatse van geurgevoelige gebouwen toestaan.</Al>
		      <Al>Ook kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift bepalen dat een bepaalde geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten niet wordt overschreden, of dat technische voorzieningen worden aangebracht of gedragsregels in acht worden genomen om de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken.</Al>
		      <Al>Bij het industrieel vervaardigen of bewerken van levensmiddelen of voeder is de kans op geurhinder reëel. Daarom kan het bevoegd gezag via een maatwerkvoorschrift om een geuronderzoek vragen. In dat geuronderzoek wordt onder meer aangegeven welke maatregelen worden getroffen ter voorkoming of beperking van geurhinder ter plaatse van geurgevoelige gebouwen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_556" eId="artrecital__div_o_556_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.202 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_556__content_556" eId="artrecital__div_o_556_inst2__content_556">
		    <Inhoud>
		      <Al>Op het slachten van meer dan 10.000 kilogram levend gewicht aan dieren per week is paragraaf 3.4.8 (Voedingsmiddelenindustrie) van het Bal van toepassing. Bij de andere drie activiteiten genoemd in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202" scope="Artikel">artikel 22.202</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , onderdelen c tot en met d, staat geen ondergrens. Paragraaf 3.4.8 van het Bal is van toepassing op alle IPPC-installaties in de voedingsmiddelenindustrie. Wanneer dus de andere drie activiteiten onderdeel zijn van een IPPC-installatie, dan is deze paragraaf niet van toepassing.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_557" eId="artrecital__div_o_557_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.203 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_557__content_557" eId="artrecital__div_o_557_inst2__content_557">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_558" eId="artrecital__div_o_558_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.204 Water: lozingsroute en zuivering</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_558__content_558" eId="artrecital__div_o_558_inst2__content_558">
		    <Inhoud>
		      <Al>Door het inpandig uitvoeren van het slachten van dieren en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten wordt voorkomen dat afvalwater onbedoeld in de bodem of het oppervlaktewater terecht komt.</Al>
		      <Al>Bij het lozen van vethoudend afvalwater is het toepassen van een vetafscheider en slibvangput verplicht. Deze moeten voldoen aan en worden gebruikt conform NEN-EN 1825-1 en -2. Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> kan in afwijking van NEN-EN 1825-1 en -2, met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider. In plaats van een vetafscheider kan ook een flocculatie- afscheider als alternatieve maatregel worden toegepast.</Al>
		      <Al>Een slibvangput en vetafscheider, die vóór 14 september 2004 zijn geplaatst, hoeven niet te voldoen aan de NEN-EN-normen. In plaats daarvan kan worden volstaan met de voorwaarde 'afgestemd op de hoeveelheid water'. Hetzelfde geldt voor een flocculatie-afscheider geplaatst voor 1 januari 2013.</Al>
		      <Al>Voor meer uitleg over de zuivering bij het lozen van vethoudend afvalwater in een vuilwaterriool wordt kortheidshalve verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 4.407 van het Bal.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_559" eId="artrecital__div_o_559_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.205 Geur: voorkomen of beperken geurhinder</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_559__content_559" eId="artrecital__div_o_559_inst2__content_559">
		    <Inhoud>
		      <Al>Een ontgeuringsinstallatie zoals voorgeschreven in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , onder b, van dit artikel moet uiteraard doelmatig zijn. Op grond van de specifieke zorgplichten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal moet bijvoorbeeld de capaciteit van de ontgeuringsinstallatie groot genoeg zijn en moet de ontgeuringsinstallatie voldoende vaak worden gereinigd.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat oud overgangsrecht van het Activiteitenbesluit milieubeheer dat is overgenomen. Bij het stellen van regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan kan worden beoordeeld of dit overgangsrecht voor een specifieke locatie nog noodzakelijk of gewenst is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_560" eId="artrecital__div_o_560_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.206 Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_560__content_560" eId="artrecital__div_o_560_inst2__content_560">
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aaneengesloten bodemvoorziening is een vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert en waarvan eventuele onderbrekingen of naden zijn gedicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_561" eId="artrecital__div_o_561_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.207 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_561__content_561" eId="artrecital__div_o_561_inst2__content_561">
		    <Inhoud>
		      <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 22.202, eerste lid verricht houdt in een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn.</Al>
		      <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef> , onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_562" eId="artrecital__div_o_562_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.208 Bodem: eindonderzoek bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_562__content_562" eId="artrecital__div_o_562_inst2__content_562">
		    <Inhoud>
		      <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.3 van het Bal.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Een eindonderzoek bodem heeft tot doel te bepalen of de bodem na het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen is verontreinigd of aangetast. <br/> Een bodemonderzoek voorafgaand aan de activiteit, zoals op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd voorgeschreven, is niet langer verplicht voor deze activiteit. Degene die het pekelen van dierlijke bijproducten of organen beëindigd kan er nog altijd wel zelf voor kiezen op eigen initiatief een bodemonderzoek te verrichten voorafgaand aan het beëindigen van de activiteit. Als voorafgaand aan de activiteit geen nulsituatie wordt vastgesteld, kan het wel zo zijn dat de initiatiefnemer meer moet herstellen dan alleen door zijn activiteit veroorzaakte bodemverontreiniging. De initiatiefnemer heeft dus een keuze.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Dit lid schrijft voor dat het bodemonderzoek alleen is gericht:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_562_inst2__content_562__list_o_1" eId="artrecital__div_o_562_inst2__content_562__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_562_inst2__content_562__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_562_inst2__content_562__list_o_1__item_a">
			  <Al>op de bodembedreigende stoffen die als gevolg van de activiteit in de bodem kunnen geraken of daarin terecht kunnen zijn gekomen; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_562_inst2__content_562__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_562_inst2__content_562__list_o_1__item_b">
			  <Al>op de plaatsen waar de bodembedreigende activiteit is verricht.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> bepaalt dat het bodemonderzoek moet voldoen aan NEN 5725 en NEN 5740 en dat het veldwerk moet worden verricht door een instelling met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie- of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000. Het veldwerk bestaat onder andere uit het nemen van grond(water)monsters en het plaatsen van handboringen en peilbuizen. Een 'erkenning bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij wordt vastgesteld dat een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_563" eId="artrecital__div_o_563_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.209 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_563__content_563" eId="artrecital__div_o_563_inst2__content_563">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.4 van het Bal. In het rapport van het eindonderzoek bodem moeten een aantal gegevens worden opgenomen. Bij de naam van degene die het onderzoek heeft uitgevoerd zal het in de regel gaan om de bedrijfsnaam. De wijze waarop het onderzoek is verricht zal over het algemeen een weergave bevatten van de normdocumenten die zijn gevolgd en de gegevens die op grond daarvan moeten worden vastgelegd. Het rapport moet informatie bevatten over de soort en concentratie van de aangetroffen verontreinigende stoffen, van welke bronnen deze stoffen afkomstig zijn en informatie over de geschiedenis van het terrein. Als er bestaande informatie is over bodem- en grondwatermonsters van de verontreinigende stoffen die bij de activiteit gebruikt zijn, geproduceerd zijn of zijn vrijgekomen ten tijde van het opstellen van het rapport kunnen deze gegevens in de rapportage verwerkt worden, anders moeten nieuwe monsters worden genomen. Wanneer is gebleken dat de bodem is verontreinigd of aangetast, zal in het rapport ook moeten worden vastgelegd op welke wijze de bodemkwaliteit wordt hersteld en de mate waarin dat plaatsvindt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_564" eId="artrecital__div_o_564_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.210 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_564__content_564" eId="artrecital__div_o_564_inst2__content_564">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.5 van het Bal. De resultaten van het eindonderzoek bodem moeten uiterlijk binnen zes maanden na beëindiging van de activiteit zijn gerapporteerd aan het bevoegd gezag.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_565" eId="artrecital__div_o_565_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.211 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_565__content_565" eId="artrecital__div_o_565_inst2__content_565">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.6 van het Bal.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Als uit het rapport van het eindonderzoek bodem blijkt dat de bodem is verontreinigd dan moet op grond van het eerste lid uiterlijk binnen zes maanden na het toezenden van het rapport de bodemkwaliteit zijn hersteld. <br/> Voor het herstellen van de bodemkwaliteit kan uit drie opties worden gekozen. Deze keuze wordt gemaakt door degene die de activiteit verricht. De bodemkwaliteit wordt hersteld tot:</Al>
		      <Al>– De waarden van een bodemrapport volgens NEN 5740 waarin de bodem- en grondwaterkwaliteit voor aanvang van de activiteit zijn vastgelegd. <br/> – De bodemkwaliteit van de zone waarin de activiteit is verricht zoals vastgelegd op een geldende bodemkwaliteitskaart.</Al>
		      <Al>– De achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit. Wanneer de bodemkwaliteit voor aanvang van de activiteit niet is vastgelegd of wanneer er geen geldende bodemkwaliteitskaart voor dat gebied voor handen is, dan moet herstel plaatsvinden tot de achtergrondwaarden als vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
		      <Al>Dit artikel regelt dat de bodemkwaliteit hersteld moet worden na beëindiging van de activiteit. Dit doet er niks aan af dat eventuele morsingen of lekkages op een bodembeschermende voorziening direct opgeruimd moeten worden. Het opruimen van gelekte of gemorste (vloei)stoffen is onderdeel van de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal. Deze verplichtingen bestaan naast elkaar.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bepaalt dat het herstel van de bodemkwaliteit moet worden verricht door een persoon of onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. Een 'erkenning bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_566" eId="artrecital__div_o_566_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.212 Informeren: herstelwerkzaamheden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_566__content_566" eId="artrecital__div_o_566_inst2__content_566">
		    <Inhoud>
		      <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.7 van het Bal. Zowel ten minste vijf dagen voor de aanvang van de herstelwerkzaamheden als ten hoogste vijf dagen na de afronding van de herstelwerkzaamheden wordt het bevoegd gezag door degene die de activiteit heeft verricht geïnformeerd over deze herstelwerkzaamheden, zodat het bevoegd gezag daarop haar toezichtsactiviteiten kan afstemmen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_567" eId="artrecital__div_o_567_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.213 Water: opruimen gemorste en gelekte stoffen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_567__content_567" eId="artrecital__div_o_567_inst2__content_567">
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het pekelen van dierlijke bijproducten en organen kunnen bepaalde stoffen lekken en worden gemorst, die bij voorkeur niet in het afvalwater terecht mogen komen. Daarom is in dit artikel voorgeschreven dat ze zoveel mogelijk, zonder verder toevoegen van water worden opgeruimd en afgevoerd als afvalstof en dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat deze stoffen in het afvalwater terecht kunnen komen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_568" eId="artrecital__div_o_568_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.214 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_568__content_568" eId="artrecital__div_o_568_inst2__content_568">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf ziet op windturbines die lichtschitteringveroorzaken of slagschaduw in verblijfsruimten van slagschaduwgevoelige gebouwen.Onder deze paragraaf vallen alleen windturbines met een rotordiameter van meer dan 2 m.</Al>
		      <Al>Een windturbine die deel uitmaakt van een windpark in de Noordzee valt niet onder deze paragraaf.Een windturbine die deel uitmaakt van een nieuw windpark valt niet onder deze paragraaf.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_569" eId="artrecital__div_o_569_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.215 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_569__content_569" eId="artrecital__div_o_569_inst2__content_569">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>In artikel 5.89a van het Bkl zijn slagschaduwgevoelige gebouwen, die zijn toegelaten voor de duur van niet meer dan tien jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de bepalingen over slagschaduw in dat besluit. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen deze tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige gebouwen wel bescherming. Dit artikellid zorgt ervoor dat de tijdelijke slagschaduwgevoelige gebouwen, die toegelaten zijn op grond van het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel bescherming tegen slagschaduw blijven houden. Dit tot het moment dat bij:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_569_inst2__content_569__list_o_1" eId="artrecital__div_o_569_inst2__content_569__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_569_inst2__content_569__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_569_inst2__content_569__list_o_1__item_a">
			  <Al>het vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_569_inst2__content_569__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_569_inst2__content_569__list_o_1__item_b">
			  <Al>het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; beoordeeld is dat de situatie ook zonder deze regel voor slagschaduw op het tijdelijke slagschaduwgevoelige gebouw, aanvaardbaar is.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> gaat over geprojecteerde en in aanbouw zijnde slagschaduwgevoelige gebouwen, die op grond van het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet toegelaten zijn. Deze gebouwen krijgen op grond van dit onderdeel geen bescherming voor slagschaduw. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer bood namelijk geen bescherming tegen slagschaduw aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.agschaduw aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.</Al>
		      <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_569_inst2__content_569__table_o_1" eId="artrecital__div_o_569_inst2__content_569__table_o_1">
			<title/>
			<tgroup cols="2" align="left">
			  <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			  <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			  <tbody valign="top">
			    <row>
			      <entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>Schema: of regels voor slagschaduw gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde slagschaduwgevoelige gebouwen of tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige gebouwen</strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>Slagschaduwgevoelig gebouw</strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>
                                                <strong>Activiteit</strong>
                                             </Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de regel voor slagschaduw is niet van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de regel voor slagschaduw is wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>slagschaduwgevoelig gebouw dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de regel voor slagschaduw is wel van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			    <row>
			      <entry colname="col1" valign="top">
				<Al>slagschaduwgevoelig gebouw dat in het nieuwedeel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar</Al>
			      </entry>
			      <entry colname="col2" valign="top">
				<Al>de regel voor slagschaduw is niet van toepassing</Al>
			      </entry>
			    </row>
			  </tbody>
			</tgroup>
		      </table>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_570" eId="artrecital__div_o_570_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.216 Slagschaduw: stilstandvoorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_570__content_570" eId="artrecital__div_o_570_inst2__content_570">
		    <Inhoud>
		      <Al>De passerende schaduw van draaiende wieken van een windturbine kan op bepaalde plaatsen en onder bepaalde omstandigheden een hinderlijk schaduweffect, dat wil zeggen wisseling van lichtsterkte, veroorzaken. Dit kan vooral hinderlijk zijn als de schaduw over ramen valt en zich bijvoorbeeld over een werkplek beweegt waar gestudeerd of gelezen wordt. De mate van hinder wordt onder meer bepaald door de frequentie van het passeren (rotortoerental), door de blootstellingsduur en door de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte. Passeerfrequenties tussen 2,5 en 14 Hz (aantal passeringen per seconde) veroorzaken hinder. Bij grotere turbines is het toerental lager zodat de passeerfrequenties doorgaans beneden 2,5 Hz liggen. Naast de passeerfrequentie is een aantal andere factoren ook bepalend voor eventuele hinder in de omgeving. Deze factoren zijn dermate locatie specifiek dat het ondoenlijk is een eenduidige alomvattende norm te stellen. Doorgaans is het noodzakelijk deze factoren in samenhang te analyseren en te projecteren op de specifieke situatie. Zo nodig kan hiervoor een maatwerkvoorschrift worden gesteld. Een hinderduur van maximaal 64 (en gemiddeld 17) dagen per jaar met een maximum van 20 minuten per dag is op grond van artikel 5.89f van het Bkl als aanvaardbaar te beschouwen. Bovendien zijn in veel gevallen eenvoudige voorzieningen aan te brengen aan een turbine. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een stilstandregeling. De eis uit dit artikel geldt in slagschaduwgevoelige ruimten. Een blinde gevel of tuinen bij woningen worden niet beschermd tegen slagschaduw. Het bevoegd gezag kan aanvullend maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen of beperken van hinder door slagschaduw als de maatregel in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216" scope="Artikel">artikel 22.216</IntRef> in een specifiek geval niet toereikend is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_571" eId="artrecital__div_o_571_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.217 Slagschaduw: functionele binding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_571__content_571" eId="artrecital__div_o_571_inst2__content_571">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bepaalt dat de regel voor het beperken van slagschaduw niet van toepassing is op de slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine. Dit artikel sluit aan bij artikel 5.89d van het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_572" eId="artrecital__div_o_572_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.218 Slagschaduw: voormalige functionele binding</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_572__content_572" eId="artrecital__div_o_572_inst2__content_572">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bepaalt dat de regels voor slagschaduw in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat voorheen onderdeel was van een Wet milieubeheer-inrichting of functioneel verbonden was met een agrarische activiteit, niet gelden voor slagschaduw door een windturbine, behorende bij die agrarische activiteit in dat slagschaduwgevoelige gebouw. <br/> Het gebouw blijft wel beschermd tegen slagschaduw, veroorzaakt door andere omliggende windturbines.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel a is een regeling voor zogenaamde 'plattelandswoningen' die als plattelandswoning zijn aangewezen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit was onder het oude recht bepaald in de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 1.1a) en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 1.3c).</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel b is een regeling voor slagschaduw door een windturbine bij een agrarische activiteit, voor een gebouw met een voormalige functionele binding in het nieuwe deel van het omgevingsplan.</Al>
		      <Al>In een situatie als bedoeld onder b, wordt in het nieuwe deel van het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, voor de woning waar het om gaat (of ander slagschaduwgevoelig gebouw) bepaald dat deze woning geen bescherming geniet tegen slagschaduw door een windturbine bij de agrarische activiteit waarmee de woning voorheen was verbonden, door regels in het omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet erin dat de regel voor slagschaduw uit dit omgevingsplan ook daadwerkelijk niet gaat gelden voor de naastgelegen woning, die nu geen functionele binding meer heeft.</Al>
		      <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van artikel 5.89e van het Bkl. <br/> Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij dat artikel en paragrafen 2.3.8, onder 'Voormalige bedrijfswoningen', en 8.1.3, onder 'Functioneel verbonden en functioneel ondersteunende gebouwen en locaties', van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bkl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_573" eId="artrecital__div_o_573_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.219 Lichtschittering: beperken van reflectie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_573__content_573" eId="artrecital__div_o_573_inst2__content_573">
		    <Inhoud>
		      <Al>Lichthinder door lichtschittering kan voorkomen worden door het gebruik van niet-reflecterende materialen of door coating op de rotorbladen aan te brengen. Daarnaast blijkt dat door weersinvloeden de rotorbladen mat kunnen worden (glansgraad maximaal 30%) waardoor reflectiewaarden in de tijd afnemen. De methode van meten van reflectiewaarden is opgenomen in NEN-EN-ISO 2813, 'Verven en vernissen - Metingen van de glans (spiegelende reflectie) van niet- metallieke verflagen onder 20°, 60° en 85°. Hoewel de voorkeur uitgaat naar de meetmethode uit dit voorschrift, kan ook van een gelijkwaardige meetmethode gebruik worden gemaakt. Gelijkwaardige meetmethoden zijn bijvoorbeeld opgenomen in DIN (Deutsche Industrie Norm) 67530 en NEN 3632. <br/> Het bevoegd gezag kan aanvullend maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen of beperken van hinder door lichtschittering als <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.219" scope="Artikel">artikel 22.219</IntRef> of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.220" scope="Artikel">artikel 22.220</IntRef> in een specifiek geval niet toereikend is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_574" eId="artrecital__div_o_574_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.220 Lichtschittering: meten reflectiewaarden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_574__content_574" eId="artrecital__div_o_574_inst2__content_574">
		    <Inhoud>
		      <Al>Lichthinder door lichtschittering kan voorkomen worden door het gebruik van niet-reflecterende materialen of door coating op de rotorbladen aan te brengen. Daarnaast blijkt dat door weersinvloeden de rotorbladen mat kunnen worden (glansgraad maximaal 30%) waardoor reflectiewaarden in de tijd afnemen. De methode van meten van reflectiewaarden is opgenomen in NEN-EN-ISO 2813, 'Verven en vernissen - Metingen van de glans (spiegelende reflectie) van niet- metallieke verflagen onder 20°, 60° en 85°. Hoewel de voorkeur uitgaat naar de meetmethode uit dit voorschrift, kan ook van een gelijkwaardige meetmethode gebruik worden gemaakt. Gelijkwaardige meetmethoden zijn bijvoorbeeld opgenomen in DIN (Deutsche Industrie Norm) 67530 en NEN 3632.</Al>
		      <Al>Het bevoegd gezag kan aanvullend maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen of beperken van hinder door lichtschittering als <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.219" scope="Artikel">artikel 22.219</IntRef> of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.220" scope="Artikel">artikel 22.220</IntRef> in een specifiek geval niet toereikend is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_575" eId="artrecital__div_o_575_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.221 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_575__content_575" eId="artrecital__div_o_575_inst2__content_575">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf heeft enkel betrekking op het opladen van 'natte' accu's. Deze accu's bevatten (zwavel)zuur en zijn niet volledig gesloten waardoor er lekkage kan optreden.</Al>
		      <Al>Deze activiteit was onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer niet meldingsplichtig. Vandaar dat er geen plicht om gegevens en bescheiden aan te leveren is opgenomen in deze paragraaf.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_576" eId="artrecital__div_o_576_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.222 Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_576__content_576" eId="artrecital__div_o_576_inst2__content_576">
		    <Inhoud>
		      <Al>Uit een natte accu kan zuur lekken, dat de bodem kan verontreinigen. Daarom moet een aaneengesloten bodemvoorziening aanwezig zijn. Een aaneengesloten bodemvoorziening is een vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert en waarvan eventuele onderbrekingen of naden zijn gedicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_577" eId="artrecital__div_o_577_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.223 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_577__content_577" eId="artrecital__div_o_577_inst2__content_577">
		    <Inhoud>
		      <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. <br/> Degene die de activiteit verricht houdt een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn.</Al>
		      <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef> , onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_578" eId="artrecital__div_o_578_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.224 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_578__content_578" eId="artrecital__div_o_578_inst2__content_578">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf geldt voor parkeergarages met mechanische ventilatie. Er vindt dan ook emissie uit een puntbron van uitlaatgassen van auto's plaats. Hierdoor kan er lokaal geurhinder of een te hoge concentratie van stoffen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid ontstaan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_579" eId="artrecital__div_o_579_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.225 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_579__content_579" eId="artrecital__div_o_579_inst2__content_579">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
		      <Al>Deze paragraaf treedt in werking bij een parkeergarage met meer dan 20 parkeerplaatsen. De plicht gegevens en bescheiden te verstrekken treedt in werking bij een parkeergarage met meer dan 30 parkeerplaatsen. Dit verschil is afkomstig uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij een parkeergarage pas vanaf 30 parkeerplaatsen meldingsplichtig was.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_580" eId="artrecital__div_o_580_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.226 Lucht en geur: afvoeren emissies</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_580__content_580" eId="artrecital__div_o_580_inst2__content_580">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De voorschriften in het eerste lid dienen om te voorkomen dat er op een bepaald punt geurhinder of een te hoge concentratie ontstaat van stoffen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> betreft overgangsrecht dat overgenomen is uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij het stellen van regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan kan worden beoordeeld of dit overgangsrecht voor een specifieke locatie nog noodzakelijk of gewenst is.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_581" eId="artrecital__div_o_581_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.227 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_581__content_581" eId="artrecital__div_o_581_inst2__content_581">
		    <Inhoud>
		      <Al>Traditioneel schieten is het schieten door schutterijen of schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht.</Al>
		      <Al>Het traditioneel schieten vindt voornamelijk plaats bij schutterijen en schuttersgilden in de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Afhankelijk van de streek worden andere schietdisciplines beoefend. De meest gebruikelijke disciplines van het traditioneel schieten zijn:</Al>
		      <Al>Oud-Limburgs schieten: het harkschieten en het vogelschieten. <br/> Brabants schieten: het schieten op de wip en het gaai- of vogelschieten. <br/> Gelders schieten: het lepel- of fladderschieten, het vogelschieten en het schieten op de schijf.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_582" eId="artrecital__div_o_582_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.228 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_582__content_582" eId="artrecital__div_o_582_inst2__content_582">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
		      <Al>Met de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt, wordt bedoeld het hele gebied, van de plaats waar wordt geschoten tot de plaats waar de munitie terecht kan komen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_583" eId="artrecital__div_o_583_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.229 Bodem en externe veiligheid</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_583__content_583" eId="artrecital__div_o_583_inst2__content_583">
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het traditioneel schieten moet een kogelvanger worden toegepast. Een kogelvanger is een voorziening, waarmee alle afgeschoten kogels worden opgevangen. Het schieten moet zodanig plaatsvinden dat alle afgeschoten kogels in de kogelvanger terecht komen. Voor bepaalde schietdisciplines kan dat betekenen dat het schieten met een oplegsteun of affuit nodig is. Om ervoor zorg te dragen dat alle afgeschoten kogels in de kogelvanger terecht komen, mogen ongeoefende schutters alleen met toepassing van een affuit schieten. De baancommandant beoordeelt of sprake is van een geoefende of een ongeoefende schutter.</Al>
		      <Al>Het toepassen van een kogelvanger is noodzakelijk in het kader van externe veiligheid en voor het voorkomen, of als dat niet mogelijk is, het zoveel mogelijk beperken van de belasting van de bodem.</Al>
		      <Al>Door het toepassen van een kogelvanger worden de externe veiligheidsrisico's van het traditioneel schieten zoveel mogelijk beperkt, doordat geen kogels achter het doel – waarop geschoten wordt – terecht komen. Het gebruik van de kogelvanger beperkt derhalve de 'onveilige zone'.</Al>
		      <Al>Daarnaast is het toepassen van een kogelvanger noodzakelijk voor het voorkomen, of als dat niet mogelijk is, het zoveel mogelijk beperken van de belasting van de bodem. Bij het traditioneel schieten wordt onder meer gebruik gemaakt van kogels die uit lood bestaan. Lood is schadelijk voor het milieu en derhalve een zwarte lijst-stof. Door het toepassen van een kogelvanger wordt voorkomen dat kogels in de bodem terecht kunnen komen. Afgeschoten kogels worden opgevangen in een verzamelbak (of wattenbak). Deze verzamelbak maakt onderdeel uit van de kogelvanger.</Al>
		      <Al>In de paragraaf van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer over traditioneel schieten stonden ook bepalingen over het zich bij de kogelvanger bevinden van personen of veediersoorten. Dit gedragsvoorschrift valt nu onder de specifieke zorgplicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_584" eId="artrecital__div_o_584_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.230 Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_584__content_584" eId="artrecital__div_o_584_inst2__content_584">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Er moet worden voorkomen dat de hulzen van verschoten munitie in of op de bodem terecht komen. Om deze reden wordt in het eerste lid van dit artikel voorgeschreven dat het schieten plaats moet vinden boven een bodembeschermende voorziening. Dit betekent dat de zone rond de standplaats van de schutter dusdanig geconditioneerd moet zijn, dat het verzamelen van de hulzen makkelijk uitvoerbaar is.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De kogelvanger, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.229" scope="Artikel">artikel 22.229</IntRef> , moet opgesteld worden boven een bodembeschermende voorziening. Dit om te voorkomen dat de kogels die opgevangen worden door de kogelvanger, maar onverhoopt niet in de verzamelbak terecht komen, op of in de bodem terecht kunnen komen. De exploitant van de schietbaan kan een keuze maken voor de toe te passen bodembeschermende voorzieningen (en daarbij horende maatregelen). <br/> Doorgaans gaat het om een verharding, kleed of voldoende dik plasticfolie met voldoende oppervlakte onder de kogelvanger. De kogels die niet worden opgevangen in de verzamelbak komen op deze voorziening terecht. Deze kogels, maar ook de kogels die worden opgevangen in de verzamelbak, moeten na afloop van een schietdag worden verwijderd om uitloging naar de bodem te voorkomen. <br/> Een andere optie is het treffen van voorzieningen waardoor verzekerd wordt dat alle kogels die worden opgevangen door de kogelvanger terecht komen in de verzamelbak. Dit kan gerealiseerd worden door de kogels, die worden opgevangen door de kogelvanger, met een gesloten buis af te voeren naar een afgesloten verzamelbak.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_585" eId="artrecital__div_o_585_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.231 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_585__content_585" eId="artrecital__div_o_585_inst2__content_585">
		    <Inhoud>
		      <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. <br/> Degene die de activiteit verricht houdt een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn.</Al>
		      <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef> , onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_586" eId="artrecital__div_o_586_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.232 Bodem: eindonderzoek bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_586__content_586" eId="artrecital__div_o_586_inst2__content_586">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.3 van het Bal.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Een eindonderzoek bodem heeft tot doel te bepalen of de bodem na het beëindigen van de activiteit is verontreinigd of aangetast. <br/> Een bodemonderzoek voorafgaand aan de activiteit, zoals in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer het geval was, is niet langer verplicht voor deze activiteit.</Al>
		      <Al>Degene die een activiteit verricht kan er nog altijd wel zelf voor kiezen op eigen initiatief een bodemonderzoek te verrichten voorafgaand aan de activiteit. Als voorafgaand aan de activiteit geen nulsituatie wordt vastgesteld, kan het wel zo zijn dat de initiatiefnemer meer moet herstellen dan alleen door zijn activiteit veroorzaakte bodemverontreiniging. De initiatiefnemer heeft dus een keuze.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Dit lid schrijft voor dat het bodemonderzoek alleen is gericht:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_586_inst2__content_586__list_o_1" eId="artrecital__div_o_586_inst2__content_586__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_586_inst2__content_586__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_586_inst2__content_586__list_o_1__item_a">
			  <Al>op de bodembedreigende stoffen die als gevolg van de activiteit in de bodem kunnen geraken of daarin terecht kunnen zijn gekomen; en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_586_inst2__content_586__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_586_inst2__content_586__list_o_1__item_b">
			  <Al>op de plaatsen waar de bodembedreigende activiteit is verricht.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Met het gedeelte van de locatie waar het traditioneel schieten heeft plaatsgevonden, wordt het gehele gebied bedoeld, van de standplaats van de schutters tot de plek waar munitie terecht kan komen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> bepaalt dat het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en dat het veldwerk moet worden verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie- of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000. Het veldwerk bestaat onder andere uit het nemen van grond(water)monsters en het plaatsen van handboringen en peilbuizen. Een 'erkenning bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_587" eId="artrecital__div_o_587_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.233 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_587__content_587" eId="artrecital__div_o_587_inst2__content_587">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.4 van het Bal. In het rapport van het bodemonderzoek moeten een aantal gegevens worden opgenomen. Bij de naam van degene die het onderzoek heeft uitgevoerd zal het in de regel gaan om de bedrijfsnaam. De wijze waarop het onderzoek is verricht zal over het algemeen een weergave bevatten van de normdocumenten die zijn gevolgd en de gegevens die op grond daarvan moeten worden vastgelegd. Het rapport moet informatie bevatten over de soort en concentratie van de aangetroffen verontreinigende stoffen en van welke bronnen deze afkomstig zijn en informatie over de geschiedenis van het terrein. Als er bestaande informatie is over bodem- en grondwatermonsters van de verontreinigende stoffen die bij de activiteit gebruikt zijn, geproduceerd zijn of zijn vrijgekomen ten tijde van het opstellen van het bodemrapport kunnen deze gegevens in de rapportage verwerkt worden. Als er geen bestaande informatie over bestaat, moeten nieuwe monsters worden genomen. Wanneer is gebleken dat de bodem is verontreinigd of aangetast, zal in het rapport ook moeten worden vastgelegd op welke wijze de bodemkwaliteit wordt hersteld en de mate waarin dat plaatsvindt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_588" eId="artrecital__div_o_588_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.234 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_588__content_588" eId="artrecital__div_o_588_inst2__content_588">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.5 van het Bal. <br/> De resultaten van het bodemonderzoek moeten uiterlijk binnen zes maanden na beëindiging van de activiteit zijn gerapporteerd aan het bevoegd gezag.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_589" eId="artrecital__div_o_589_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.235 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_589__content_589" eId="artrecital__div_o_589_inst2__content_589">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.6 van het Bal.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Als uit het rapport van het eindonderzoek bodem, blijkt dat de bodem is verontreinigd dan moet op grond van het eerste lid uiterlijk binnen zes maanden na het toezenden van het rapport de bodemkwaliteit zijn hersteld. <br/> Voor het herstellen van de bodemkwaliteit kan uit drie opties worden gekozen. Deze keuze wordt gemaakt door degene die de activiteit verricht. De bodemkwaliteit wordt hersteld tot:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_589_inst2__content_589__list_o_1" eId="artrecital__div_o_589_inst2__content_589__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_589_inst2__content_589__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_589_inst2__content_589__list_o_1__item_a">
			  <Al>de waarden van een bodemrapport volgens NEN 5740 waarin de bodem- en grondwaterkwaliteit voor aanvang van de activiteit zijn vastgelegd;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_589_inst2__content_589__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_589_inst2__content_589__list_o_1__item_b">
			  <Al>de bodemkwaliteit van de zone waarin de activiteit is verricht zoals vastgelegd op een geldende bodemkwaliteitskaart; of</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_589_inst2__content_589__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_o_589_inst2__content_589__list_o_1__item_c">
			  <Al>de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Wanneer de bodemkwaliteit voor aanvang van de activiteit niet is vastgelegd of wanneer er geen geldende bodemkwaliteitskaart voor dat gebied voor handen is, dan moet herstel plaatsvinden tot de achtergrondwaarden als vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
		      <Al>Dit artikel regelt dat de bodemkwaliteit hersteld moet worden na beëindiging van de activiteit. Dit doet er niks aan af dat eventuele morsingen of lekkages op een bodembeschermende voorziening direct opgeruimd moeten worden. Het opruimen van gelekte of gemorste (vloei)stoffen is onderdeel van de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit omgevingsplan of 2.11 van het Bal. Deze verplichtingen bestaan naast elkaar.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bepaalt dat het herstel van de bodemkwaliteit moet worden verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. Een 'erkenning bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_590" eId="artrecital__div_o_590_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.236 Informeren: herstelwerkzaamheden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_590__content_590" eId="artrecital__div_o_590_inst2__content_590">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.7 van het Bal. Zowel ten minste vijf dagen voor de aanvang van de herstelwerkzaamheden als ten hoogste vijf dagen na de afronding van de herstelwerkzaamheden wordt het bevoegd gezag door degene die de activiteit heeft verricht geïnformeerd over deze herstelwerkzaamheden, zodat het bevoegd gezag daarop haar toezichtsactiviteiten kan afstemmen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_591" eId="artrecital__div_o_591_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.237 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_591__content_591" eId="artrecital__div_o_591_inst2__content_591">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op buiten sporten met terreinverlichting. Wanneer een sportveld terreinverlichting heeft, kan dit lichthinder veroorzaken voor omwonenden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_592" eId="artrecital__div_o_592_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.238 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_592__content_592" eId="artrecital__div_o_592_inst2__content_592">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_593" eId="artrecital__div_o_593_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.239 Licht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_593__content_593" eId="artrecital__div_o_593_inst2__content_593">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel beperkt het gebruik van de terreinverlichting tot specifiek aangewezen gevallen. Op grond van het tweede lid wordt een uitzondering gemaakt voor bepaalde festiviteiten en speciaal aangewezen andere activiteiten. Deze festiviteiten en activiteiten zijn op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt aangewezen in de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_594" eId="artrecital__div_o_594_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.240 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_594__content_594" eId="artrecital__div_o_594_inst2__content_594">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Bij het opslaan van minder dan 3 m <sup>3</sup> vaste mest gelden geen eisen, anders dan de specifieke zorgplicht. Een opslag van meer dan 600 m <sup>3</sup> valt niet onder het toepassingsbereik van deze paragraaf. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267" scope="Artikel">artikel 22.267</IntRef> is een vergunningplicht opgenomen voor de opslag van meer dan 600 m <sup>3</sup> vaste mest.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Als mest korter dan twee weken op één plek opgeslagen ligt, dan is deze paragraaf niet van toepassing. Wel geldt de specifieke zorgplicht.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Het opslaan van vaste mest maakt vaak deel uit van bijvoorbeeld een veehouderij, een akkerbouwbedrijf of een agrarisch loonwerkbedrijf die aangewezen zijn als milieubelastende activiteit in het Bal. In dat geval gelden niet de regels uit deze paragraaf, maar de regels voor de opslag van vaste mest uit het Bal. De regels uit deze paragraaf gelden voor opslagen die behoren bij bijvoorbeeld veehouderijen die minder landbouwhuisdieren houden dan de ondergrenzen, opgenomen in artikel 3.200 van het Bal, kinderboerderijen, dierentuinen of bij maneges.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_595" eId="artrecital__div_o_595_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.241 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_595__content_595" eId="artrecital__div_o_595_inst2__content_595">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_596" eId="artrecital__div_o_596_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.242 Bodem: opslag</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_596__content_596" eId="artrecital__div_o_596_inst2__content_596">
		    <Inhoud>
		      <Al>Een aaneengesloten bodemvoorziening is een vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert en waarvan eventuele onderbrekingen of naden zijn gedicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_597" eId="artrecital__div_o_597_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.243 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_597__content_597" eId="artrecital__div_o_597_inst2__content_597">
		    <Inhoud>
		      <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. <br/> Degene die de activiteit verricht houdt een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn.</Al>
		      <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef> , onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_598" eId="artrecital__div_o_598_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.244 Water: lozingsroute</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_598__content_598" eId="artrecital__div_o_598_inst2__content_598">
		    <Inhoud>
		      <Al>Het gelijkmatig verspreiden over onverharde bodem van vrijkomende vloeistoffen afkomstig van het opslaan van vaste mest is voorgeschreven omdat het lozen van deze vloeistoffen in het riool of in oppervlaktewater niet de voorkeur heeft.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_599" eId="artrecital__div_o_599_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.245 Geur</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_599__content_599" eId="artrecital__div_o_599_inst2__content_599">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is niet van toepassing op het opslaan van vaste mest, afkomstig van landbouwhuisdieren of van paarden die gehouden worden in verband met het berijden. Hiervoor geldt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel 22.114</IntRef> en verder.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_600" eId="artrecital__div_o_600_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.246 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_600__content_600" eId="artrecital__div_o_600_inst2__content_600">
		    <Inhoud>
		      <Al>Het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoermiddelen maakt vaak deel uit van een veehouderij, die aangewezen is als milieubelastende activiteit in artikel 3.200 van het Bal of een agrarisch loonwerkbedrijf dat aangewezen is als milieubelastende activiteit in artikel 3.215 van het Bal. In dat geval gelden niet de regels uit deze paragraaf, maar de regels voor de opslag van kuilvoer of vaste bijvoermiddelen uit het Bal. De regels uit deze paragraaf gelden voor opslagen die behoren bij bijvoorbeeld veehouderijen die minder landbouwhuisdieren houden dan de ondergrenzen, opgenomen in art 3.200 van het Bal, kinderboerderijen, dierentuinen of bij maneges.</Al>
		      <Al>Het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen kan ook geurhinder veroorzaken. Hiervoor geldt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel 22.116</IntRef> (geur opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_601" eId="artrecital__div_o_601_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.247 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_601__content_601" eId="artrecital__div_o_601_inst2__content_601">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_602" eId="artrecital__div_o_602_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.248 Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_602__content_602" eId="artrecital__div_o_602_inst2__content_602">
		    <Inhoud>
		      <Al>Een elementenbodemvoorziening is een vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert, waarvan eventuele onderbrekingen of naden niet zijn gedicht.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_603" eId="artrecital__div_o_603_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.249 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_603__content_603" eId="artrecital__div_o_603_inst2__content_603">
		    <Inhoud>
		      <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene die de activiteit verricht houdt een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn. <br/> Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef> , onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_604" eId="artrecital__div_o_604_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.250 Water: lozingsroute vrijkomende vloeistoffen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_604__content_604" eId="artrecital__div_o_604_inst2__content_604">
		    <Inhoud>
		      <Al>Door het gelijkmatig verspreiden over onverharde bodem van vrijkomende vloeistoffen wordt grotendeels voorkomen dat deze in het oppervlaktewater terecht komen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_605" eId="artrecital__div_o_605_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.251 Water: lozingsroutes afvalwater bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_605__content_605" eId="artrecital__div_o_605_inst2__content_605">
		    <Inhoud>
		      <Al>Onder de genoemde voorwaarden is het lozen op of in de bodem niet bezwaarlijk en is daarom mogelijk gemaakt. Als aan de voorwaarden niet kan worden voldaan moet afvalwater van de bodembeschermende voorziening samen met de vrijkomende vloeistoffen worden opgevangen en kan dit over onverharde bodem worden verspreid in lijn met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250" scope="Artikel">artikel 22.250</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_606" eId="artrecital__div_o_606_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.252 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_606__content_606" eId="artrecital__div_o_606_inst2__content_606">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf bevat voorschriften voor het houden van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels. Hieronder vallen dus bijvoorbeeld het op kleine schaal houden van landbouwhuisdieren, kinderboerderijen, dierentuinen, maneges, hondenkennels of dierenasiels. Het grootschalig houden van landbouwhuisdieren wordt geregeld door het Bal.</Al>
		      <Al>Het houden van landbouwhuisdieren of paarden of pony's kan ook geurhinder veroorzaken. Hiervoor gelden de artikelen uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.3.6.2</IntRef> (Geur door het in een dierenverblijf houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden).</Al>
		      <Al>Deze paragraaf bevat geen aanvullende geurvoorschriften voor het houden van andere zoogdieren of vogels. Wanneer er toch maatregelen tegen geuroverlast noodzakelijk zijn, kan het bevoegd gezag deze bij maatwerkvoorschrift stellen. Te denken valt aan maatwerkvoorschriften waarbij wordt voorgeschreven dat uitwerpselen met een bepaalde frequentie worden verwijderd of maatwerkvoorschriften die gaan over de uitvoering en ligging van een dierenverblijf.</Al>
		      <Al>Het voorschrift uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer 'Het te lozen afvalwater als gevolg van het reinigen en ontsmetten van dierenverblijven kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd' is niet meer expliciet uitgeschreven, omdat dit onder de specifieke zorgplicht valt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_607" eId="artrecital__div_o_607_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.253 Gegevens en bescheiden</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_607__content_607" eId="artrecital__div_o_607_inst2__content_607">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_608" eId="artrecital__div_o_608_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.254 Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_608__content_608" eId="artrecital__div_o_608_inst2__content_608">
		    <Inhoud>
		      <Al>Uitwerpselen van dieren kunnen de bodem verontreinigen. Een aaneengesloten bodemvoorziening is in principe voldoende om het bodemrisico tot verwaarloosbaar te beperken. Bij een dierenverblijf in de open lucht zoals een dierenweide ontbreekt de vloer. Over het algemeen zal dit geen problemen geven, mits de uitwerpselen en andere bederfelijke waren regelmatig worden verwijderd. Hiervoor is geen frequentie vastgesteld. Het bevoegd gezag kan de frequentie nader invullen met een maatwerkvoorschrift als dat nodig is om geurhinder te beperken of de bodem te beschermen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_609" eId="artrecital__div_o_609_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.255 Bodem: logboek</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_609__content_609" eId="artrecital__div_o_609_inst2__content_609">
		    <Inhoud>
		      <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene die de activiteit verricht houdt een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef> onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_610" eId="artrecital__div_o_610_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.256 Water: lozingsroute en emissiegrenswaarde</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_610__content_610" eId="artrecital__div_o_610_inst2__content_610">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel stelt eisen aan het afvalwater afkomstig van dierenverblijven waarin landbouwhuisdieren of paarden of pony's voor het berijden worden gehouden. <br/> Het gaat dan om aantallen landbouwhuisdieren die niet vallen onder de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.200 van het Bal. Dieren bij kinderboerderijen of dierentuinen zijn geen landbouwhuisdieren. Daarvoor gelden de eisen uit dit artikel ook niet.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_611" eId="artrecital__div_o_611_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.257 Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_611__content_611" eId="artrecital__div_o_611_inst2__content_611">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel geeft aan welke normen worden gehanteerd bij bemonstering van afvalwater. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_612" eId="artrecital__div_o_612_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.258 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_612__content_612" eId="artrecital__div_o_612_inst2__content_612">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel zijn de milieubelastende activiteiten die al vergunningplichtig zijn op grond van hoofdstuk 3 van het Bal uitgezonderd van de vergunningplicht op grond van deze paragraaf. Het gaat dan bijvoorbeeld om de vergunningplichten voor complexe bedrijven en vergunningplichtige gevallen alleen vanwege mer-beoordeling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_613" eId="artrecital__div_o_613_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.259 Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_613__content_613" eId="artrecital__div_o_613_inst2__content_613">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_1" scope="Lid">Eerste</IntRef>en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef></i>
                              </Al>
		      <Al>Deze vergunningplicht betreft de voortzetting van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor handelingen met polyesterhars en de bijbehorende toetsingsgrond voor geurhinder. Bij het verwerken van polyesterhars worden producten van polyesterhars gemaakt in een mal of op een ondergrond die deel uitmaakt van het product. Een mal wordt elke keer weer opnieuw gebruikt. Voor het "loslaten" uit de mal wordt vaak een was gebruikt. Voor het ontvetten van de mal een organisch oplosmiddel, zoals aceton of dichloormethaan.</Al>
		      <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.258" scope="Artikel">artikel 22.258</IntRef> geldt deze vergunningplicht niet voor milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal aangewezen zijn als vergunningplichtig. Op grond van artikel 3.135 van het Bal geldt voor deze activiteit een vergunningplicht als de activiteit onderdeel is van een ippc- installatie.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De te verstrekken gegevens en bescheiden moeten ook op grond van paragraaf 4.110 van het Bal worden aangeleverd. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_614" eId="artrecital__div_o_614_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.260 Omgevingsvergunning installeren gesloten bodemenergiesysteem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_614__content_614" eId="artrecital__div_o_614_inst2__content_614">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze vergunningplicht betreft de voortzetting van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor gesloten bodemenergiesystemen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de gegevens en bescheiden die aan het bevoegd gezag moeten worden verstrekt op grond van artikel 4.1137 van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_615" eId="artrecital__div_o_615_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.261 Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_615__content_615" eId="artrecital__div_o_615_inst2__content_615">
		    <Inhoud>
		      <Al>Bij het kweken van maden van vliegende insecten moeten in ieder geval maatregelen ter voorkoming van geurhinder worden getroffen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_616" eId="artrecital__div_o_616_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.262 Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_616__content_616" eId="artrecital__div_o_616_inst2__content_616">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Opslagtanks voor gassen die in elkaars onmiddellijke nabijheid staan, kunnen elkaar beïnvloeden bij incidenten. Het risico op een incident van twee opslagtanks in elkaars nabijheid is meer dan twee keer zo groot als het risico van de twee opslagtanks apart. De PGS-richtlijnen schrijven om die reden voor dat opslagtanks onderling bepaalde afstanden aan moeten houden, en ook een bepaalde afstand tot de erfgrens aan moeten houden. Bij het toelaten van een opslag van gassen op een locatie in meer dan twee opslagtanks moet de veiligheid beoordeeld worden. Dit vergt maatwerk.</Al>
		      <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.258" scope="Artikel">artikel 22.258</IntRef> geldt deze vergunningplicht niet voor milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal aangewezen zijn als vergunningplichtig. Op grond van artikel 3.22 van het Bal geldt er een vergunningplicht voor opslagtanks met een inhoud van meer dan 13 m <sup>3</sup> .</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met een deel van de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden bij de melding op grond van artikel 4.897 van het Bal. <br/> Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat geen gegevens en bescheiden hoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_617" eId="artrecital__div_o_617_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.263 Omgevingsvergunning tanken met LPG</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_617__content_617" eId="artrecital__div_o_617_inst2__content_617">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De belangrijkste reden voor het opnemen van een vergunningplicht voor deze activiteit is de ruimtelijke inpassing van de activiteit op een locatie vanuit het oogpunt van de veiligheid.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden bij de melding op grond van artikel 4.472a van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_618" eId="artrecital__div_o_618_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.264 Omgevingsvergunning antihagelkanonnen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_618__content_618" eId="artrecital__div_o_618_inst2__content_618">
		    <Inhoud>
		      <Al>De belangrijkste beoordelingsgrond voor deze activiteit is geluidhinder.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_619" eId="artrecital__div_o_619_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.265 Omgevingsvergunning biologische agens</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_619__content_619" eId="artrecital__div_o_619_inst2__content_619">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Een vergunningplicht geldt voor laboratoria die werken met biologische agentia vanaf categorie 3 volgens de indeling van risicogroepen van de richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan biologische agentia op het werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 83/391/EEG) (PbEG 2000, L 262).</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden bij de melding op grond van artikel 4.648 van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_620" eId="artrecital__div_o_620_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.266 Omgevingsvergunning genetisch gemodificeerde organismen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_620__content_620" eId="artrecital__div_o_620_inst2__content_620">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_1" scope="Lid">Eerste</IntRef>en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef></i>
                              </Al>
		      <Al>Deze vergunningplicht is niet van toepassing als het gaat om ingeperkt gebruik als bedoeld in het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 waarop inperkingsniveau IV van toepassing is. In dat geval geldt de vergunningplicht op grond van artikel 3.247 van het Bal.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden bij de melding op grond van artikel 4.630 van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_621" eId="artrecital__div_o_621_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.267 Omgevingsvergunning opslaan dierlijke meststoffen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_621__content_621" eId="artrecital__div_o_621_inst2__content_621">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De vergunningplicht voor het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie gelden voor mestbassins met een gezamenlijk oppervlak van meer dan 750 m <sup>2</sup> of meer dan 2.500 m <sup>3</sup> . Deze activiteiten waren onder het oude recht als vergunningplichtig aangewezen in Bijlage I, onderdeel C, onderdeel 7.5, onder i en j, bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Ook voor het opslaan van meer dan 600 m <sup>3</sup> vaste mest moeten een vergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit worden aangevraagd. De vergunningplicht stond onder het oude recht in Bijlage I, onderdeel C, onderdeel 7.5, onder d, bij het voormalige Besluit omgevingsrecht.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Deze gegevens en bescheiden komen deels overeen met de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden bij de melding op grond van artikel 4.836 van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_622" eId="artrecital__div_o_622_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.268 Vangnetvergunning lozen in de bodem</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_622__content_622" eId="artrecital__div_o_622_inst2__content_622">
		    <Inhoud>
		      <Al>In de voorgaande paragrafen van deze afdeling zijn verschillende lozingen in de bodem toegestaan. Voor alle andere lozingen is een voorafgaande toestemming vereist, vanwege de nadelige gevolgen die deze lozingen kunnen hebben voor de bodemkwaliteit. De voorafgaande toestemming heeft de vorm van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Voorheen was hiervoor een maatwerkvoorschrift op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen of het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens vereist. Maar een omgevingsvergunning ligt meer voor de hand, omdat de activiteit zonder toestemming geheel verboden is. <br/> De vergunningplicht geldt niet voor lozingen die afkomstig zijn van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal. Dat besluit bevat immers al de regels die ter bescherming van de bodem nodig zijn. <br/> Bij de aanvraag van de vergunning moet het maximale debiet van de lozing en het soort afvalwater worden vermeld. Dit gebruikt de gemeente om het risico op wateroverlast en de effecten van de lozing op de bodemkwaliteit te beoordelen. <br/> Dit artikel is niet van toepassing op lozingen bij wonen, omdat het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens alle lozingen bij wonen toestond. Voor wonen wordt daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van deze afdeling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_623" eId="artrecital__div_o_623_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.269 Vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_623__content_623" eId="artrecital__div_o_623_inst2__content_623">
		    <Inhoud>
		      <Al>In de voorgaande paragrafen van deze afdeling zijn verschillende lozingen in de schoonwaterriolering toegestaan. Voor alle lozingen die niet door deze afdeling worden toegestaan is een voorafgaande toestemming vereist, vanwege de nadelige gevolgen die deze lozingen kunnen hebben voor de doelmatige werking van die riolering en voor de oppervlaktewaterkwaliteit. De voorafgaande toestemming heeft de vorm van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Voorheen was hiervoor een maatwerkvoorschrift op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen of het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens vereist. Maar een omgevingsvergunning ligt meer voor de hand, omdat de activiteit zonder toestemming geheel verboden is. <br/> Bij de aanvraag van de vergunning moet het maximale debiet van de lozing en het soort afvalwater worden vermeld. Dit gebruikt de gemeente om het risico op wateroverlast en de effecten van de lozing op de riolering en de oppervlaktewaterkwaliteit te beoordelen.</Al>
		      <Al>Dit artikel is niet van toepassing op lozingen bij wonen, omdat het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens alle lozingen bij wonen toestond. Voor wonen wordt daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van deze afdeling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_624" eId="artrecital__div_o_624_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.270 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_624__content_624" eId="artrecital__div_o_624_inst2__content_624">
		    <Inhoud>
		      <Al>Voor de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit op grond van dit omgevingsplan, zijn de beoordelingsregels van het Bkl van overeenkomstige toepassing. Dat sluit aan op de situatie die gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_625" eId="artrecital__div_o_625_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.271 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_625__content_625" eId="artrecital__div_o_625_inst2__content_625">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze afdeling gaat over aanleg of reconstructie van een weg of spoorweg die weliswaar niet in strijd is met dit omgevingsplan, maar waarover geen afweging heeft plaatsgevonden bij de totstandkoming van de constituerende onderdelen van dit plan, zoals bestemmingsplannen. De afdeling ziet niet op rijkswegen en provinciale wegen omdat daarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn of worden vastgesteld. Die geluidproductieplafonds beschermen de omliggende geluidgevoelige gebouwen tegen een eventuele toename van het geluid en dus hoeft een omgevingsplan daar niet in te voorzien. De bepaling is een omzetting van artikel 73, onder a (toepassingsbereik), artikel 79 (aanleg) en artikel 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder en artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder. Het tijdelijk deel van dit omgevingsplan heeft geen betrekking op provinciale wegen waarvoor nog geen geluidproductieplafonds zijn vastgesteld, omdat daarvoor nog de Wet geluidhinder van toepassing is (zoals bepaald in artikel 3.5 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_626" eId="artrecital__div_o_626_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.272 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_626__content_626" eId="artrecital__div_o_626_inst2__content_626">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                    <br/>
                                 </i>Onder de Wet geluidhinder was voor aanleg of wijziging een besluit op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders vereist. In dit omgevingsplan is dit besluit omgezet in een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Ook dit lid vormt een omzetting van de artikelen 79 (aanleg) en 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder en artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder. In de praktijk zal het bij toepassing van deze artikelen vrijwel altijd gaan om situaties waar nog onder de Wet geluidhinder over is besloten, bijvoorbeeld bij het vaststellen van een bestemmingsplan. In de formulering is echter de terminologie van het stelsel van de Omgevingswet gebruikt, omdat bestemmingsplannen en inpassingsplannen op grond van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel zijn geworden van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, en omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan en tracébesluiten gelden als omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                    <br/>
                                 </i>Hier zijn uitzonderingen op het eerste lid uit de oude regelgeving opgenomen, voor zover ze zien op wegen. Deze uitzonderingen zijn afkomstig uit de Wet geluidhinder: de begripsbepaling 'reconstructie van een weg' in artikel 1, artikel 1b, vijfde lid, en artikel 74. Opgemerkt wordt dat deze uitzonderingen niet allemaal gehandhaafd kunnen worden bij de ombouw van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit omgevingsplan. De instructieregels voor het geluid door gemeentewegen, die zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, kennen bijvoorbeeld niet de uitzondering voor 30-km-wegen en de uitzondering vanwege het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Hier zijn uitzonderingen op het eerste lid uit de oude regelgeving opgenomen, voor zover ze zien op spoorwegen. Deze uitzonderingen zijn afkomstig uit artikel 1.1 van het Besluit geluidhinder: de begripsbepaling 'wijziging van een spoorweg' in het eerste lid van dat artikel en de uitzonderingen daarop in het tweede lid. Opgemerkt wordt dat deze uitzonderingen niet allemaal gehandhaafd kunnen worden bij de ombouw van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit omgevingsplan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_627" eId="artrecital__div_o_627_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.273 Aandachtsgebied</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_627__content_627" eId="artrecital__div_o_627_inst2__content_627">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Dit bepaalt de ligging van het aandachtsgebied voor wegen en spoorwegen die zijn verweven of gebundeld met wegen. De aanwijzing is gelijk aan de geluidzone zoals die gedefinieerd werd in de artikelen 74, eerste lid, en 75, eerste lid, van de Wet geluidhinder, waarbij de begripsbepalingen 'bebouwde kom', 'buitenstedelijk gebied' en 'stedelijk gebied' uit artikel 1 van die wet zijn uitgeschreven in de artikeltekst. Deze bepaling kan bij de omzetting van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit omgevingsplan worden geschrapt omdat in de Omgevingsregeling zal worden voorzien in regels over de bepaling van het geluidaandachtsgebied.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Dit lid bepaalt de ligging van het aandachtsgebied voor vrijliggende spoorwegen. De aanwijzing is afgeleid uit de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder. Daar was een tabel van lokale spoorwegen opgenomen met voor alle spoorwegen een geluidzone van 100 meter aan weerszijden van het spoor, met uitzondering van drie in tunnels gelegen metro's waar de geluidzone 25 meter bedroeg. Hier is de afstand niet in een tabel opgenomen, maar in tekst uitgewerkt, omdat het tijdelijke deel van dit omgevingsplan immers, anders dan een ministeriële regeling, niet kan worden aangepast als er nieuwe spoorwegen worden aangelegd. Deze bepaling kan bij de omzetting van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit omgevingsplan worden geschrapt omdat in de Omgevingsregeling zal worden voorzien in regels over de bepaling van het geluidaandachtsgebied.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_3" scope="Lid">Derde</IntRef>en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef></i>
                              </Al>
		      <Al>Deze leden vormen een omzetting van artikel 75, tweede en derde lid, van de Wet geluidhinder en artikel 1.4a, tweede en derde lid, van het Besluit geluidhinder.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_628" eId="artrecital__div_o_628_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.274 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_628__content_628" eId="artrecital__div_o_628_inst2__content_628">
		    <Inhoud>
		      <Al>Net als onder de Wet geluidhinder moet de initiatiefnemer een akoestisch onderzoek overleggen. Dit artikel is een omzetting van bepalingen in artikel 80 van de Wet geluidhinder in samenhang met de artikelen 77 en 99, tweede lid, van die wet en artikel 4.5 in samenhang met artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder. Opgemerkt wordt dat de gehanteerde standaardwaarde en de binnenwaarde waarnaar verwezen wordt niet zijn ontleend aan de normwaarden van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, maar aan het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals dat is gewijzigd door het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. Dat was nodig omdat opnemen van oude normwaarden zou hebben betekend dat de bij die normwaarden behorende meet- en rekenvoorschriften hier opgenomen hadden moeten worden. Dat had de regeling te zeer gecompliceerd. De nieuwe normwaarden zijn, zoals beschreven in het algemeen deel van de toelichting bij het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet, gelijkwaardig aan de oude.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_629" eId="artrecital__div_o_629_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.275 Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_629__content_629" eId="artrecital__div_o_629_inst2__content_629">
		    <Inhoud>
		      <Al>De Wet geluidhinder bepaalde dat het college van burgemeester en wethouders in zijn besluit bepaalde welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidbelasting binnen de zone de hoogst toelaatbare waarden te boven zou gaan. Dat is te lezen als een regel over voorschriften.</Al>
		      <Al>Omdat een binnenplans vergunningstelsel altijd een beoordelingsregel vereist, is deze regel hier uitgesplitst in een beoordelingsregel, inhoudende dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning alleen verleent als binnenplanse omgevingsvergunning als de grenswaarde niet wordt overschreden, en in een regel over voorschriften, die inhoudt dat het bevoegd gezag de maatregelen voorschrijft die nodig zijn om te voorkomen dat niet aan de standaardwaarden wordt voldaan of dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid direct voorafgaand aan de wijziging. Als de omgevingsvergunning niet kan worden verleend als binnenplanse omgevingsplanactiviteit, kan de aanvraag worden beoordeeld als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Op die beoordeling zijn de regels van paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</Al>
		      <Al>De gehanteerde grenswaarde is niet ontleend aan de normwaarden van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, maar aan het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals dat is gewijzigd door het</Al>
		      <Al>Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. In de toelichting op <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.274" scope="Artikel">artikel 22.274</IntRef> is ingegaan op de achtergrond hiervan.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_630" eId="artrecital__div_o_630_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.277 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_630__content_630" eId="artrecital__div_o_630_inst2__content_630">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze paragraaf bevat een aantal bepalingen die verband houden met vergunningplichten en daarop betrekking hebbende beoordelingsregels voor activiteiten die onderdeel kunnen zijn van op grond van de voormalige Wet ruimtelijke ordening geldende planologische regelingen. Deze regelingen behoren onder het stelsel van de Omgevingswet tot het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van die wet. Het betreft de vergunningenstelsels voor het slopen van bouwwerken (sloopactiviteiten) en het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheden (aanlegwerkzaamheden). Ook bevat deze paragraaf bepalingen met betrekking tot in het tijdelijke deel opgenomen mogelijkheden om bij omgevingsvergunning van bepaalde regels af te wijken.</Al>
		      <Al>De bepalingen in deze paragraaf gelden als aanvullend op wat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, al voor die activiteiten kan zijn geregeld en zijn nodig om een goede overgang van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet ruimtelijke ordening naar de Omgevingswet te bewerkstelligen.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_631" eId="artrecital__div_o_631_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_631__content_631" eId="artrecital__div_o_631_inst2__content_631">
		    <Inhoud>
		      <Al>Wat in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef> van dit omgevingsplan is geregeld voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, is in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278" scope="Artikel">artikel 22.278</IntRef> op vergelijkbare wijze geregeld voor de omgevingsplanactiviteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid (ook wel de aanlegvergunning of aanlegactiviteit genoemd). Net als voor bouwactiviteiten regelde de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in artikel 3.3 een voorbeschermingsregime in de vorm van een aanhoudingsplicht voor de beslissing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor de hier bedoelde aanlegactiviteiten. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten bestaande uit dergelijke aanlegactiviteiten komt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278" scope="Artikel">artikel 22.278</IntRef> voor de regeling uit artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in de plaats. Voor zijn verdere werking is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278" scope="Artikel">artikel 22.278</IntRef> identiek aan de werking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef> . Voor de toelichting op die werking wordt dan ook verwezen naar de toelichting op <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_632" eId="artrecital__div_o_632_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.279 Omgevingsplanactiviteit: beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_632__content_632" eId="artrecital__div_o_632_inst2__content_632">
		    <Inhoud>
		      <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> is een beoordelingsregel opgenomen voor in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan opgenomen verbodsbepalingen om zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten. Onder 'sloopactiviteit' moet op grond van de bijlage bij de Omgevingswet 'het slopen van een bouwwerk' worden verstaan. Deze begripsbepaling is op grond van artikel 1.1 van dit omgevingsplan ook van toepassing op hoofdstuk 22 van dit plan. De vergunningenstelsels voor de hier bedoelde sloopactiviteiten konden op grond van artikel 3.3, aanhef en onder b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening in onder meer bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere ruimtelijke regelingen zijn opgenomen. In het nieuwe stelsel zijn deze regelingen onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De beoordelingsregel voor deze in ruimtelijke regelingen opgenomen sloopvergunningenstelsels was opgenomen in artikel 2.16 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ter vervanging van deze bepaling is in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> in een gelijkluidende beoordelingsregel voorzien. In de nieuwe redactie is er echter rekening mee gehouden dat naast deze (vanuit artikel 2.16 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht overgehevelde) beoordelingsregel ook nog andere specifieke beoordelingsregels kunnen zijn gesteld in de vergunningenstelsels voor sloopactiviteiten in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In de jurisprudentie is de mogelijkheid om in bijvoorbeeld een bestemmingsplan ook nog specifieke beoordelingsregels voor het slopen te stellen bevestigd (verwezen wordt naar ABRvS 12 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:898, TBR 2014/61). Als dergelijke beoordelingsregels zijn gesteld, blijven deze onverminderd van toepassing en werkt de beoordelingsregel in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> hierop aanvullend.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_633" eId="artrecital__div_o_633_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.280 Omgevingsplanactiviteit: omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_633__content_633" eId="artrecital__div_o_633_inst2__content_633">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">Artikel 22.280</IntRef>heeft betrekking op regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan waarin is bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels. Dergelijke afwijkingsmogelijkheden konden op grond van artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening worden gesteld in bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere ruimtelijke regelingen. Voor de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht hadden deze bepalingen de vorm van een bevoegdheid om een (binnenplanse) ontheffing te verlenen. Onder de (oude) Wet op de Ruimtelijke Ordening werd nog gesproken van een (binnenplanse) vrijstelling. In de redactie van de ruimtelijke regelingen die onder de voormalige Wet ruimtelijke ordening en de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn vastgesteld, hebben de bepalingen, zoals al vermeld, een vorm waarin wordt bepaald dat bij omgevingsvergunning van een gestelde regel kan worden afgeweken. Uit de letterlijke redactie van dergelijke bepalingen vloeit niet een zelfstandig verbod voort om een activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning. Onder de werking van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht werden al deze bepalingen dan ook in juridische vorm 'gevangen' onder de werking van het verbod behoudens omgevingsvergunning uit artikel 2.1, eerste lid, onder c. Deze wet is echter bij de inwerkintreding van de Omgevingswet ingetrokken, zodat de explicitering van de vergunningplicht voor deze afwijkingsmogelijkheden niet langer is geregeld. In plaats daarvan wordt deze explicitering van de vergunningplicht nu in a <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> van dit omgevingsplan geregeld. Met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> wordt daarmee buiten twijfel gesteld dat de bepalingen uit het tijdelijke deel waarin de mogelijkheid wordt geboden om bij omgevingsvergunning van regels af te wijken, gelden als binnenplans verbod om de betrokken activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten. Ook de nog voorkomende redacties in oude ruimtelijke regelingen die deel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, met termen als ontheffing en vrijstelling, worden door dit binnenplanse verbod om de betrokken activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten aangestuurd.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_634" eId="artrecital__div_o_634_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.281 Omgevingsplanactiviteit: nadere invulling beoordelingsregels omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet algemeen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_634__content_634" eId="artrecital__div_o_634_inst2__content_634">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.281" scope="Artikel">Artikel 22.281</IntRef>moet worden gelezen in samenhang met artikel 22.280 en heeft ook betrekking op de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan opgenomen mogelijkheden om bij omgevingsvergunning van gestelde regels te kunnen afwijken. Zoals al toegelicht bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> vielen dergelijke afwijkingsmogelijkheden onder de juridische werking van de vergunningplicht van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1o, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, konden deze omgevingsvergunningen worden verleend. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft er in haar advies over het ontwerp Invoeringsbesluit Omgevingswet terecht op gewezen dat uit de werking van de beoordelingsregel in artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl een imperatieve werking voortvloeit, die ertoe leidt dat een omgevingsvergunning voor activiteiten als hier bedoeld moet worden verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Hierdoor zou de mogelijkheid uit artikel 2.12 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht om de vergunning, ook als werd voldaan aan de in de betrokken planologische regeling gestelde regels over afwijking, toch te kunnen weigeren, komen te vervallen. Voor zover de regels voor het kunnen verlenen van een omgevingsvergunning voor deze afwijkingsmogelijkheden geen zelfstandige beslissingsruimte bieden (maar een imperatieve redactie kennen die kan dwingen tot vergunningverlening), zou dit onder de werking van het nieuwe stelsel tot het probleem kunnen leiden dat het bevoegd gezag wordt gedwongen een vergunning te verlenen terwijl onder oud recht artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht nog de afwegingsruimte bood de vergunning in die omstandigheid toch te kunnen weigeren. Om een neutrale overgang naar het nieuwe stelsel te borgen, wordt met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.281" scope="Artikel">artikel 22.281</IntRef> beslissingsruimte toegevoegd aan de imperatief geformuleerde regels voor het verlenen van deze vergunningen. Daarmee blijft het net als onder de werking van het oude stelsel mogelijk een afweging te maken en de vergunning voor een geboden afwijkingsmogelijkheid in voorkomende omstandigheden toch te weigeren, in het geval de regels voor het verlenen van de afwijking zouden dwingen om de vergunning te verlenen. Het zal overigens in de praktijk geregeld voorkomen dat een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een dergelijke afwijking van een regel gezamenlijk wordt verleend met een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_635" eId="artrecital__div_o_635_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.282 Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_635__content_635" eId="artrecital__div_o_635_inst2__content_635">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282" scope="Artikel">Artikel 22.282</IntRef>biedt voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> een aanvullende mogelijkheid de omgevingsvergunning te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan gestelde regels over afwijking, waardoor vergunningverlening op grond van die regels niet mogelijk is, maar niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel. Hiermee wordt een vergelijkbare mogelijkheid geboden zoals <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32" scope="Artikel">artikel 22.32</IntRef> van dit omgevingsplan biedt voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten bestaande uit bouwactiviteiten en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk. Omdat de werking identiek is wordt voor de toepassing van deze bepaling verder verwezen naar de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32" scope="Artikel">artikel 22.32</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_636" eId="artrecital__div_o_636_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.283 Toepassingsbereik</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_636__content_636" eId="artrecital__div_o_636_inst2__content_636">
		    <Inhoud>
		      <Al>Onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren de indieningsvereisten voor omgevingsvergunningen op rijksniveau geregeld, ook als de vergunningplicht was ingesteld in een bestemmingsplan of gemeentelijke verordening. Deze indieningsvereisten waren opgenomen in de voormalige Regeling omgevingsrecht en komen, voor zover het gaat om die laatste vergunningen, niet meer terug op rijksniveau. Daarom worden deze opgenomen in deze paragraaf. Voor zover het gaat om vergunningplichten die onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren ingesteld in een bestemmingsplan, maken die vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel uit van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van die wet. Voor zover het gaat om vergunningplichten die onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren ingesteld in gemeentelijke verordeningen (artikel 2.2 van die wet) houden de aanvraagvereisten verband met artikel 22.8 van de Omgevingswet. Artikel 22.8 van de Omgevingswet brengt met zich dat zolang deze vergunningenstelsels nog niet zijn overgeheveld naar het omgevingsplan, de regeling van artikel 2.2 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht feitelijk wordt gecontinueerd. Een in een autonome verordening opgenomen vergunningplicht, die krachtens artikel 2.2 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht werd aangemerkt als een Wabo-omgevingsvergunningplicht, wordt na inwerkingtreding van de Omgevingswet aangemerkt als een omgevingsvergunningplicht op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.</Al>
		      <Al>In deze afdeling zijn daarnaast nog de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor twee andere activiteiten opgenomen. In de eerste plaats de activiteit die strekt tot het afwijken van regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, waarvoor in dat tijdelijke deel is bepaald dat daarvan bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken. De hiermee samenhangende vergunningplicht die onder de gelding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht volgde uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, is opgenomen in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> van dit omgevingsplan. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de hiervoor gegeven toelichting op dat artikel.</Al>
		      <Al>De tweede activiteit waarvoor deze afdeling nog aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning bevat, is het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Ook dat artikel is een overgangsrechtelijke bepaling. In artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was een vergunningplicht opgenomen voor het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht. Onder de Omgevingswet is dit geen afzonderlijke, in artikel 5.1 van die wet geregelde vergunningplicht meer, maar wordt het sloopvergunningenregime voor rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten onderdeel van het omgevingsplan. Direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is in het algemeen nog niet in een adequaat sloopvergunningenregime in het omgevingsplan voorzien, omdat bestemmingsplannen nog uitgingen van het bestaan van de wettelijke vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Om te voorkomen dat door het wegvallen van die rechtstreeks uit de wet voortvloeiende vergunningplicht een hiaat in de bescherming van een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht ontstaat, is in artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet bepaald dat totdat het omgevingsplan voorziet in een adequaat beschermingsregime dat voldoet aan de in dat artikellid gestelde eisen, voor het slopen in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Artikel 4.35, tweede lid, van die wet verklaart op deze vergunningplicht de op de vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht betrekking hebbende weigeringsgrond uit artikel 2.16 van die wet van overeenkomstige toepassing. Vanwege dit beschermingsregime zijn ook de indieningsvereisten voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zoals die waren opgenomen in artikel 6.2 van de voormalige Regeling omgevingsrecht naar deze afdeling overgeheveld.</Al>
		      <Al>De vier categorieën activiteiten waarop de aanvraagvereisten in deze afdeling betrekking hebben, komen terug in de nadere onderverdeling van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2" scope="Paragraaf">paragraaf 22.5.2</IntRef> van deze afdeling in een viertal subparagrafen.</Al>
		      <Al>De indieningsvereisten uit de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht komen niet allemaal in identieke bewoordingen als aanvraagvereisten terug. Dat kan alleen al niet vanwege de begrippen uit het oude recht die in die regels voorkomen. In de artikelen 22.2 en 22.14 van de Omgevingswet is bepaald dat de bruidsschat bestaat uit rijksregels of daaraan gelijkwaardige regels. Door aan te sluiten op de terminologie van het nieuwe stelsel wordt invulling gegeven aan het opstellen van gelijkwaardige regels. Dat betekent bijvoorbeeld dat het begrip locatie wordt gehanteerd en niet het begrip grond. Wat betreft de aanvraagvereisten voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een gemeentelijk monument is aangesloten bij de formulering van de aanvraagvereisten voor een rijksmonumentenactiviteit die in de Omgevingsregeling zijn opgenomen.</Al>
		      <Al>De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">22.295</IntRef> voorzien in specifieke aanvraagvereisten voor omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument. Bij een gemeentelijk monument gaat het op grond van bijlage I bij het Bbl om een monument of archeologisch monument als bedoeld in de Erfgoedwet waaraan in dit omgevingsplan de functie- aanduiding gemeentelijk monument is gegeven. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">artikel 22.295</IntRef> zijn deze aanvraagvereisten van overeenkomstige toepassing op eventuele voorbeschermde gemeentelijke monumenten in dit omgevingsplan. Bijlage I bij het Bbl definieert een voorbeschermd gemeentelijk monument voor zover in het kader van het omgevingsplan van belang als een monument of archeologisch monument waarvoor het omgevingsplan een voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functie-aanduiding van gemeentelijk monument te geven. De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">22.295</IntRef> zijn ook van toepassing op monumenten en archeologische momenten die een (voor)beschermde status hebben op grond van een gemeentelijke verordening en nog niet via een voorbeschermingsregel of functie-aanduiding in het omgevingsplan zijn overgezet. Dit volgt uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef> van dit omgevingsplan.</Al>
		      <Al>Voor de leesbaarheid wordt hierna alleen van gemeentelijk monument gesproken, maar kan steeds ook voorbeschermd gemeentelijk monument worden gelezen.</Al>
		      <Al>Omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument komen overeen met de activiteiten die op grond van de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet onder de 'rijksmonumentenactiviteit' vallen: het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of een archeologisch monument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Waar in deze begripsomschrijving gesproken wordt van 'monument' wordt alleen op gebouwde en aangelegde (groene) monumenten gedoeld. Waar gesproken wordt van 'archeologisch monument' wordt gedoeld op een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen (zie de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet en artikel 1.1 van de Erfgoedwet).</Al>
		      <Al>Voor deze aanvraagvereisten hebben, zoals hierboven al aangegeven, de indieningsvereisten in de voormalige Regeling omgevingsrecht onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht als basis gediend, aangevuld met indieningsvereisten voor archeologische rijksmonumenten op grond van de Monumentenwet 1988. De redactie is daarbij wel aangepast aan voortschrijdend inzicht en aan de stelselkeuzes van de Omgevingswet.</Al>
		      <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.276" scope="Artikel">artikel 22.276</IntRef> zijn de algemene aanvraagvereisten voor omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument opgenomen, die bij iedere aanvraag van toepassing zijn. Voor het overige zijn de aanvraagvereisten in verschillende artikelen gespecificeerd voor de volgende activiteiten:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1" eId="artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1__item_a">
			  <Al>activiteiten die betrekking hebben op archeologische monumenten;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1__item_b">
			  <Al>het slopen (= geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen) van monumenten;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1__item_c">
			  <Al>het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van monumenten;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1__item_d" eId="artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1__item_d">
			  <Al>het wijzigen van een monument (restauratie, verbouw, reconstructie of op een andere manier wijzigen) of het door herstel ontsieren of in gevaar brengen van een monument;</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1__item_e" eId="artrecital__div_o_636_inst2__content_636__list_o_1__item_e">
			  <Al>het gebruiken van een monument waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Ook zijn er twee artikelen opgenomen met eisen aan tekeningen, een voor monumenten en een voor archeologische monumenten.</Al>
		      <Al>Met deze uitsplitsing in activiteiten wordt voorkomen dat initiatiefnemers (vergunningaanvragers) worden geconfronteerd met aanvraagvereisten die niet relevant voor hen zijn. Deze insteek bestond al in de voormalige Regeling omgevingsrecht, maar is nu verder vereenvoudigd. Bij een aantal artikelen is ook een splitsing aangebracht in aanvraagvereisten die in beginsel altijd noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de voorgenomen activiteit in relatie tot het monument of archeologisch monument en zijn monumentale waarde (eerste lid), en aanvraagvereisten die niet in alle gevallen nodig zijn of die alleen voor bepaalde soorten gemeentelijke monumenten van toepassing zijn (tweede lid).</Al>
		      <Al>De aard en de omvang van de activiteit en het soort gemeentelijk monument bepalen welke aanvraagvereisten in een concreet geval van toepassing zijn. Zo zijn voor de beoordeling van een vergunningaanvraag voor uitvoering van een restauratie- of (ver)bouwplan meer gegevens en bescheiden noodzakelijk dan voor het beoordelen van een vergunningaanvraag voor het aanbrengen van gevelreclame. Voorafgaand aan ingrijpende restauraties is het uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek vaak wenselijk, terwijl dit voor kleinere herstelwerkzaamheden meestal niet aan de orde zal zijn. Ook de locatie van de activiteiten is voor de aanvraagvereisten van belang. Als er werkzaamheden in het interieur worden uitgevoerd, zijn interieurfoto's nodig, maar deze zijn doorgaans niet relevant als de ingrepen alleen de buitenkant van het monument betreffen.</Al>
		      <Al>Door de grote verscheidenheid aan activiteiten die van invloed kunnen zijn op de monumentale waarde van een monument of archeologisch monument is geen volledig dekkend beeld te geven van alle mogelijke aanvraagvereisten. Het bevoegd gezag kan in specifieke gevallen, naast de genoemde aanvraagvereisten, op grond van artikel 4:2, tweede lid, in samenhang met artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht ook nog andere aanvraagvereisten formuleren. De gevraagde informatie moet uiteraard wel noodzakelijk zijn voor, en in directe relatie te staan tot, de beoordeling van de aanvraag. Het is dan ook in het algemeen bij voorgenomen omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument raadzaam voor een aanvrager om eerst in vooroverleg te treden met het bevoegd gezag en daarna pas over te gaan tot het maken van definitieve plannen. Zo krijgt hij vroegtijdig inzicht in welke aanvullende aanvraagvereisten in het concrete geval nodig worden geacht en kan rekening worden gehouden met eventuele toepasselijke kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten.</Al>
		      <Al>Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag zal het belang van de (archeologische) monumentenzorg bij het behoud van het monument of archeologisch monument in redelijkheid moeten worden afgewogen tegen de belangen van de aanvrager (eigenaar/gebruiker) en die van derde belanghebbenden. Bij die belangenafweging staat het voorkomen van nadelige gevolgen van de aangevraagde activiteiten voor het monument of archeologisch monument en de monumentale waarden ervan voorop. Ook zal er bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning rekening moeten worden gehouden met de volgende beginselen uit het verdrag van Granada (de op 3 oktober 1985 te Granada tot stand gekomen Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa; Trb. 1985, 163) en het verdrag van Valletta (het op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen herziene Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed; Trb. 1992, 32):</Al>
		      <Al>a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten,</Al>
		      <Al>b. het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend vereist is voor het behoud van die monumenten,</Al>
		      <Al>c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden, en</Al>
		      <Al>d. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.</Al>
		      <Al>Een aanvraag moet dus voldoende inzicht geven in de reden, aard en omvang van de activiteit, de impact op het monument of archeologisch monument en de monumentale waarde ervan, en het (voorgenomen) gebruik van het monument of archeologisch monument.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_637" eId="artrecital__div_o_637_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.284 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_637__content_637" eId="artrecital__div_o_637_inst2__content_637">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat een aantal specifieke aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een werk dat geen bouwwerk is, of het uitvoeren van een werkzaamheid. <br/> Deze aanvraagvereisten gelden naast de algemene aanvraagvereisten in artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (ondertekening, naam en adres van de aanvrager, dagtekening en aanduiding van de gevraagde beschikking) en de aanvraagvereisten in artikel 7.2 van de Omgevingsregeling (aanduiding van de activiteit, elektronisch adres en telefoonnummer van de aanvrager, aanduiding en begrenzing van de locatie van de activiteit en eventuele gegevens van een gemachtigde).</Al>
		      <Al>Met het vereiste om aan te geven welke obstakels aanwezig zijn, bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> , onder c, wordt bijvoorbeeld bedoeld een boom, lantaarnpaal of nutsvoorziening die in de weg staat aan het realiseren van het werk of het uitvoeren van de werkzaamheid.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> betreft een rapport van een archeologisch vooronderzoek, waarin de archeologische waarde van het archeologisch monument op de locatie(s) van de voorgenomen activiteit nader is vastgesteld. Het bevoegd gezag moet op basis hiervan voldoende inzicht krijgen in de exacte impact van de activiteit op de archeologische waarde van het archeologisch monument. In die gevallen dat de archeologische waarde eerder al voldoende is vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste niet nodig zijn.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_638" eId="artrecital__div_o_638_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.285 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_638__content_638" eId="artrecital__div_o_638_inst2__content_638">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat een aanvraagvereiste voor een sloopactiviteit. In verband met de beoordelingsregel uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> moeten gegevens worden overgelegd waarmee aannemelijk moet worden gemaakt dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Met 'kan' worden gebouwd wordt gedoeld op de situatie waarin het bouwen van een vervangend bouwwerk juridisch mogelijk is. Om dit aannemelijk te maken is in beginsel een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit voor het bouwen van het vervangende bouwwerk voldoende. Om aannemelijk te maken dat er, als de hiervoor bedoelde omgevingsvergunning (nog) niet is verleend, 'zal' worden gebouwd, moet de intentie om het vervangende bouwwerk te bouwen op andere wijze worden onderbouwd, bijvoorbeeld door inzicht te geven in vergevorderde bouwplannen. Dat laatste geldt ook als voor het bouwen van een vervangend bouwwerk op de locatie geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Als het naar het oordeel van het bevoegd gezag onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake zal zijn van vervangende nieuwbouw, biedt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> de mogelijkheid om de vergunning te weigeren. Het is mogelijk dat naast <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> nog andere specifieke beoordelingsregels zijn opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bij de daar opgenomen vergunningplicht om een bouwwerk te slopen zonder omgevingsvergunning. Op grondslag van artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het bevoegd gezag zo nodig nog aanvullende gegevens en bescheiden opvragen die gelet op die beoordelingsregels nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_639" eId="artrecital__div_o_639_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.286 Omgevingsplanactiviteit: afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid ,onder a, van de Omgevingswet</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_639__content_639" eId="artrecital__div_o_639_inst2__content_639">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat aanvraagvereisten voor een aanvraag om een omgevingsvergunning om af te wijken van regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> . Voor een nadere toelichting op deze vergunningplicht wordt verwezen naar de toelichting op dat artikel. De aanvraagvereisten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286" scope="Artikel">artikel 22.286</IntRef> zijn ontleend aan artikel 3.2 van de voormalige Regeling omgevingsrecht.</Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> betreft een rapport van een archeologisch vooronderzoek, waarin de archeologische waarde van het archeologisch monument op de locatie(s) van de voorgenomen activiteit nader is vastgesteld. Het bevoegd gezag moet op basis hiervan voldoende inzicht krijgen in de exacte impact van de activiteit op de archeologische waarde van het archeologisch monument. In die gevallen dat de archeologische waarde eerder al voldoende is vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste niet nodig zijn.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_640" eId="artrecital__div_o_640_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.287 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_640__content_640" eId="artrecital__div_o_640_inst2__content_640">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat aanvraagvereisten die gelden voor iedere activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument.</Al>
		      <Al>Deze aanvraagvereisten gelden naast de algemene aanvraagvereisten in artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (ondertekening, naam en adres van de aanvrager, dagtekening en aanduiding van de gevraagde beschikking) en de aanvraagvereisten in artikel 7.2 van de Omgevingsregeling (aanduiding van de activiteit, elektronisch adres en telefoonnummer van de aanvrager, aanduiding en begrenzing van de locatie van de activiteit en eventuele gegevens van een gemachtigde).</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel a van dit artikel betreft de identificatie van het gemeentelijk monument waarop de aanvraag betrekking heeft.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel b betreft informatie over het huidige en het beoogde gebruik na verlening van de omgevingsvergunning. Deze gegevens zijn nodig om nut en noodzaak van de activiteit en de gevolgen daarvan voor het gemeentelijk monument te kunnen beoordelen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Onderdeel c</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel c is nieuw ten opzichte van de voormalige Regeling omgevingsrecht. Dit aanvraagvereiste werd in de praktijk gemist, en dient enerzijds om inzicht te krijgen in de belangen van de aanvrager en de keuzes die ten grondslag liggen aan de aanvraag en anderzijds in de gevolgen voor (de monumentale waarde van) het gemeentelijk monument. Het aanvraagvereiste sluit ook aan op de algemene zorgplicht in de artikelen 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet. Die brengt met zich dat een initiatiefnemer voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd nadelige gevolgen voor het gemeentelijk monument zoveel mogelijk moet voorkomen of beperken, of, als dit niet mogelijk is, de activiteit (in die vorm) achterwege laat. Overigens hoeft niet elk verlies van monumentale waarden tot weigering van de omgevingsvergunning te leiden. Bij de belangenafweging worden ook de belangen van de aanvrager betrokken. Dit volgt onder meer uit artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Vooroverleg met het bevoegd gezag is nuttig om te komen tot een haalbaar plan. De aanvrager kan in het kader van het aanvraagvereiste in dit onderdeel refereren aan dit overleg.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641" eId="artrecital__div_o_641_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641__content_641" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel staan de specifieke aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument die een archeologisch monument betreft. Een archeologisch monument is in de Erfgoedwet gedefinieerd als een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. Dit artikel is van toepassing als de aanvraag een gemeentelijk monument betreft dat een archeologisch monument is, en kan in bepaalde gevallen van toepassing zijn als deze een archeologisch monument betreft dat geen zelfstandig gemeentelijk monument is, maar zich ter plaatse van een gebouwd of aangelegd gemeentelijk monument bevindt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de resten van een voorganger van een als gemeentelijk monument beschermde kerk die zich daar nog onder bevinden, of aan het bodemarchief onder een slotgracht of kasteeltuin. Als voor die locatie nog geen afweging over de archeologische monumentenzorg heeft plaatsgevonden in het kader van besluitvorming over het toedelen van functies aan locaties, kunnen de archeologische belangen worden meegewogen bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning voor een (bodemverstorende) activiteit die een gebouwd of aangelegd gemeentelijk monument betreft. Er kunnen in dat geval aan de omgevingsvergunning in het belang van de archeologische monumentenzorg ook vergunningvoorschriften worden verbonden voor het in situ- of ex situ- behoud van het zich daaronder bevindende archeologisch monument (zie verder de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">artikel 22.303</IntRef> ).</Al>
		      <Al>In de meeste gevallen zal het bij een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in dit artikel gaan om het op een of meer plaatsen verstoren van de bodem, maar het kan bij zichtbare archeologische monumenten, zoals terpen/wierden, kasteelterreinen, hunebedden, grafheuvels en scheepswrakken, bijvoorbeeld ook gaan om ontsiering of beschadiging van het zichtbare deel van het archeologisch monument.</Al>
		      <Al>Veel voorkomende activiteiten die betrekking hebben op een archeologisch monument, zijn:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_1" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_1">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_1__item_a">
			  <Al>bouw-, sloop-, inrichtings- en graafwerkzaamheden,</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_1__item_b">
			  <Al>de aanleg of het onderhoud van infrastructurele werken zoals (spoor)wegen, rioleringen, kabels en leidingen.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>Ook kan het gaan om:</Al>
		      <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2">
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_a" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_a">
			  <Al>het aanbrengen van verhardingen in de openbare ruimte,</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_b" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_b">
			  <Al>het aanleggen of dempen van waterlopen en het aanleggen van vaargeulen,</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_c" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_c">
			  <Al>het aanplanten en verwijderen van (diepwortelende) bomen en struiken,</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_d" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_d">
			  <Al>het ophogen, verlagen of egaliseren van het maaiveld,</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_e" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_e">
			  <Al>het wijzigen van het grondwaterpeil,</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_f" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_f">
			  <Al>het winnen van grondstoffen,</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_g" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_g">
			  <Al>agrarische grondwerkzaamheden, en</Al>
			</Li>
			<Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_h" eId="artrecital__div_o_641_inst2__content_641__list_o_2__item_h">
			  <Al>activiteiten die tot doel hebben de fysieke staat van het archeologisch monument te consolideren of te restaureren.</Al>
			</Li>
		      </Lijst>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is geregeld welke gegevens en bescheiden nodig zijn om de exacte locatie(s) te bepalen waar en tot welke diepte het archeologisch monument door de voorgenomen activiteit zal worden verstoord, en op welke wijze.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a en c</i>
                              </Al>
		      <Al>In onderdeel a moet de aard van de activiteit worden omschreven.</Al>
		      <Al>Als het maaiveldniveau, bedoeld in de onderdelen a en c en elders in dit artikel, niet of lastig is vast te stellen, zoals het geval is binnen een bouwwerk, kan hiervoor het niveau van de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer worden aangehouden.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Voor de topografische kaart, bedoeld in onderdeel b, kan gebruik worden gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en voor locaties op zee van de officiële zeekaarten van de Dienst der Hydrografie. De BGT-kaart is een digitale topografische kaart met een schaal variërend van 1:500 – 1:5000 en bevat topografische objecten, zoals gebouwen, wegen, spoorwegen, waterlopen, parken en bossen. Via de Landelijke Voorziening BGT-informatie kan eenieder vrij de beschikbare BGT-informatie opvragen en downloaden. <br/> Met de coördinatenparen in dit onderdeel wordt gedoeld op het coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting en, voor locaties op zee, het Europees Terrestrisch Referentiesysteem 1989 (ETRS89). Er zijn minimaal twee coördinatenparen nodig, zodat daaruit de schaal van de tekening kan worden herleid.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdeel d</i>
                              </Al>
		      <Al>Met een programma van eisen als bedoeld in onderdeel d kan het bevoegd gezag specifieke eisen aan een archeologische opgraving stellen, gericht op een professionele uitvoering van de archeologische opgraving als bedoeld in de Erfgoedwet. In een programma van eisen worden de onderzoeksvragen en onderzoeksmethoden beschreven en beargumenteerd. Die zijn gebaseerd op de archeologische verwachting uit het aan het veldonderzoek voorafgaande (bureau)onderzoek.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel e</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij booronderzoek als bedoeld in onderdeel e kan in plaats van met een programma van eisen worden volstaan met een (minder uitvoerig) plan van aanpak. Zie verder de toelichting bij onderdeel d.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel f</i>
                              </Al>
		      <Al>In onderdeel f is geregeld dat als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument zoals een terp/wierde of een grafheuvel, de aanvrager gevraagd kan worden aan de hand van foto's inzichtelijk te maken wat de huidige situatie is en tekeningen te overleggen waaruit blijkt hoe het archeologisch monument eruit zal zien na realisatie van het voorgenomen plan. Behalve het bouwen van bouwwerken kan het ook andere ingrepen betreffen, zoals terreinverhardingen, het graven of dempen van sloten of het planten van bomen. Het gaat er bij dit aanvraagvereiste om de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor de zichtbaarheid en de belevingswaarde van het archeologisch monument inzichtelijk te maken.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel g</i>
                              </Al>
		      <Al>Het aanvraagvereiste in onderdeel g – funderingstekeningen – betreft dat deel van de bouwwerkzaamheden dat in de bodem plaatsvindt. Het bovengrondse deel van het bouwplan is voor de impact op archeologie in de bodem niet relevant.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat aanvraagvereisten die niet altijd nodig zijn voor de beoordeling van de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het archeologisch monument. Tijdens het vooroverleg kan het bevoegd gezag aangeven welke aanvraagvereisten in het concrete geval van toepassing zijn. Ook kan het bevoegd gezag die gegevens opvragen naar aanleiding van een ingediende aanvraag, voor de beoordeling waarvan deze gegevens en bescheiden ook nodig blijken.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel a betreft een volgens de normen van de archeologische beroepsgroep opgesteld rapport van een archeologisch vooronderzoek, waarin de archeologische waarde van het archeologisch monument op de locatie(s) van de voorgenomen activiteit nader is vastgesteld. Het bevoegd gezag moet op basis hiervan voldoende inzicht krijgen in de exacte impact van de activiteit op de archeologische waarde van het archeologisch monument. In die gevallen dat de archeologische waarde eerder al voldoende is vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste niet nodig zijn.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Het rapport in onderdeel b verschilt in die zin van een rapport als bedoeld in onderdeel a, dat uit dit rapport moet blijken wat de gevolgen van de activiteit zullen zijn voor het archeologisch monument, bijvoorbeeld een zettingsrapport (over het samendrukken van de grond door belasting). Een rapport als hier bedoeld is niet altijd nodig, maar vooral als het om specifieke informatie gaat die niet al blijkt uit de overige gegevens en bescheiden en het bevoegd gezag deze informatie zelf niet al heeft.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onder d</i>
                              </Al>
		      <Al>Met aanlegwerkzaamheden als bedoeld in onderdeel d worden alle werkzaamheden bedoeld die geen bouwactiviteit, sloopactiviteit of ontgrondingsactiviteit zijn en waarbij de bodem wordt geroerd, een werk wordt aangelegd of het terrein anders wordt ingericht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanbrengen van terreinverhardingen, aan het graven of dempen van sloten, aan het planten van bomen, struiken of andere diepwortelende planten, of aan het (deels) ophogen van een terrein. Als deze aanvraagvereisten moeten worden aangeleverd in het kader van een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit of een ontgrondingsactiviteit, kunnen dezelfde bescheiden ook in dit kader worden ingediend. Deze aanvraagvereisten zijn niet nodig in geval van kleinschalige werkzaamheden die door de grondgebruiker of eigenaar zelf worden uitgevoerd. Het gaat bij deze aanvraagvereisten vooral om omvangrijkere werkzaamheden die door een aannemer worden uitgevoerd, zoals het verbreden of verdiepen van sloten, het uitbaggeren van grachten, het beschoeien van vaarwegen, sloten of grachten, het (gedeeltelijk) ophogen van het maaiveld, het graven van sleuven voor kabels, leidingen of riolering, of de aanleg van wegen, opritten of verhardingen (bestrating, parkeerplaatsen).</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel e</i>
                              </Al>
		      <Al>In onderdeel e is geregeld dat als de activiteit (ook) bestaat uit het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk het bevoegd gezag bestaande funderingstekeningen kan verlangen. Dit kan uiteraard niet als deze tekeningen verloren zijn gegaan of redelijkerwijs niet meer te achterhalen zijn.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel f</i>
                              </Al>
		      <Al>Bij de sonaropnamen, bedoeld in onderdeel f, gaat het doorgaans om zogenoemde 'multibeamopnamen'. Deze hebben als doel om de topografische hoogte, de bathymetrie, van de zeebodem ter plekke te bepalen en dienen als nulmeting om de situatie voorafgaand aan de ingreep te kunnen vergelijken met die daarna.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_642" eId="artrecital__div_o_642_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.289 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.288</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_642__content_642" eId="artrecital__div_o_642_inst2__content_642">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat de eisen aan tekeningen als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">artikel 22.288</IntRef> .</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_643" eId="artrecital__div_o_643_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.290 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_643__content_643" eId="artrecital__div_o_643_inst2__content_643">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor zover een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument bestaat uit het slopen van een monument. Onder slopen wordt verstaan het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen, zie de begripsbepaling van slopen in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet. Het gaat hierbij dus niet alleen om het slopen van een monument of complete bouwdelen, maar ook over het slopen van kleinere onderdelen zoals muren, houtwerkconstructies, deuren en vensters, of interieurelementen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>De foto's in onderdeel a moeten een duidelijke indruk geven van de technische staat en de ruimtelijke context van het monument of het te slopen onderdeel, zodat de noodzaak van de voorgenomen sloop voldoende wordt geïllustreerd. Het gaat er hierbij niet om dat het originele (digitale) foto's moeten zijn, maar het mogen geen onduidelijke kopieën zijn.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Situatietekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 1°, zijn nodig in geval van het gedeeltelijk afbreken van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt. Als de voorgenomen activiteit alleen bestaat uit inpandig slopen of als het monument geheel wordt gesloopt, geldt dit aanvraagvereiste dus niet.</Al>
		      <Al>Opnametekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 2°, zijn tekeningen waarop de toestand van het monument voorafgaand aan de activiteit is weergeven. Afhankelijk van de aard, omvang en plaats van de voorgenomen sloop kan het gaan om plattegronden, doorsneden, gevelaanzichten en een dakaanzicht. Als alleen inpandige sloopwerkzaamheden plaatsvinden zullen die laatste twee soorten tekeningen niet nodig zijn.</Al>
		      <Al>Uit slooptekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 3°, moet blijken welke materialen of onderdelen verwijderd worden. Dit moet de omvang en de exacte impact van de voorgenomen sloopwerkzaamheden op het monument inzichtelijk maken. De opnametekeningen kunnen hiervoor als basis worden gebruikt.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                              </Al>
		      <Al>Een omschrijving van de aard van en de bestemming voor het door de sloop vrijkomende materiaal als bedoeld in onderdeel c is van belang omdat aan de omgevingsvergunning het voorschrift kan worden verbonden deze onderdelen te hergebruiken of voor hergebruik te bewaren, of ze in het belang van de monumentenzorg voor hergebruik elders beschikbaar te stellen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan historische dakpannen, een monumentale topgevel, gevelsteen of een monumentale schouw.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>De rapporten, bedoeld in onderdeel a, kunnen nodig zijn om de monumentale waarde van het monument of de te slopen onderdelen (nader) te bepalen. Lang niet altijd zullen de actuele monumentale waarden al in voldoende mate in beeld zijn om de gevolgen van de voorgenomen sloopwerkzaamheden voor de aanwezige monumentale waarden te kunnen beoordelen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij artikel 22.288.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                              </Al>
		      <Al>Een beschrijving van de technische staat als bedoeld in onderdeel c is bijvoorbeeld nodig in geval van een voorgenomen sloop op grond van de technische staat van een monument of een onderdeel daarvan. Als deze beschrijving en de foto's niet voor zich spreken, kan een nadere onderbouwing van de beschrijving in de vorm van een of meerdere technische rapporten nodig zijn (onderdeel d).</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_644" eId="artrecital__div_o_644_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.291 Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_644__content_644" eId="artrecital__div_o_644_inst2__content_644">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor zover een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument bestaat uit het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een kerkorgel of een molen. Het bevoegd gezag zal rekening moeten houden met het beginsel uit het verdrag van Granada dat verplaatsing van monumenten of een onderdeel daarvan moet worden voorkomen, tenzij dit dringend vereist is voor het voortbestaan ervan. Gaat het bevoegd gezag in een concreet geval toch over tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het verplaatsen van het monument, dan zal het gelet op artikel 5 van het verdrag van Granada <Noot type="voet" id="v3_inst2">
			  <NootNummer>[3]</NootNummer>
			  <Al>Artikel 5: «Iedere Partij verplicht zich ertoe de verplaatsing van een beschermd monument of van een deel daarvan te verbieden, behalve indien zulks dringend is vereist voor het behoud van dit monument. In dat geval neemt de bevoegde autoriteit de nodige voorzorgsmaatregelen betreffende het demonteren, het overbrengen en het herbouwen van het monument op een geschikte plaats.» <br/> Voor rijksmonumenten is dit geregeld in artikel 8:82 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
			</Noot>voorschriften aan de vergunning verbinden over het treffen van voorzorgsmaatregelen voor het demonteren, het overbrengen en de herbouw van het monument op de nieuwe locatie. Gelet hierop moeten de gegevens en bescheiden voldoende inzicht geven in de reden en de noodzaak van de voorgenomen verplaatsing, in de huidige en de toekomstige ruimtelijke context van het monument, en in de beoogde wijze van demonteren, verplaatsen en herbouwen. De herbouw op een nieuwe, geschikte locatie mag dus niet onzeker zijn.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>De foto's in onderdeel b moeten een duidelijke indruk geven van de technische staat van het monument (toestand) of het te verplaatsen onderdeel en van de ruimtelijke context van het monument (situatie) of het onderdeel in de huidige en in de nieuwe situatie en mogen daarom geen onduidelijke kopieën zijn.</Al>
		      <Al>Opnametekeningen als bedoeld in onderdeel c, onder 2°, zijn tekeningen waarop de toestand van het monument voorafgaand aan de activiteit is weergeven. Bij verplaatsing van een gedeelte van een monument (zoals een kerkorgel) zullen minder tekeningen nodig zijn dan bij verplaatsing van het gehele monument.</Al>
		      <Al>Plantekeningen als bedoeld in onderdeel c, onder 3°, zijn tekeningen waarop de nieuwe toestand van het monument (na de voorgenomen verplaatsing) is weergeven. Bij verplaatsing van een gedeelte van een monument zijn dit ook tekeningen van de nieuwe toestand van het monument waar het verplaatste gedeelte dan deel van uitmaakt. Zo zijn bij verplaatsing van een orgel van de ene kerk naar de andere kerk ook plantekeningen nodig van de toestand van die andere kerk nadat het orgel daarin is aangebracht.</Al>
		      <Al>Als het te verplaatsen monument een molen is, moet op grond van onderdeel e, ook inzicht worden gegeven in de molenbiotoop, zowel op de huidige als de nieuwe locatie. Met de molenbiotoop wordt hier de omgeving van de molen bedoeld, voor zover die van belang is voor de werking van de molen. Het gaat daarbij met name om de windvang (bij een windmolen) of de watertoe- en afvoer (bij een watermolen).</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument of voor de nieuwe locatie (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">artikel 22.288</IntRef> .</Al>
		      <Al>Aanvullende tekeningen als bedoeld in onderdeel d kunnen bijvoorbeeld nodig zijn als er sprake is van bijzondere detaillering (detailtekeningen) of om een beeld te krijgen van het (functioneren van het) monument op de nieuwe plek, bijvoorbeeld met impressietekeningen of 3D-visualisaties.</Al>
		      <Al>Het bevoegd gezag kan bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor een rijksmonumentenactiviteit kwaliteitseisen hanteren, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de uitvoeringsrichtlijnen die in de beroepsgroep(en) gelden. Bij de beoordeling van een aanvraag is het voor het bevoegd gezag van belang om te weten of de aanvrager het plan dat ten grondslag ligt aan de aanvraag hierop al heeft afgestemd of niet. Op grond van onderdeel e moet hij hier opgave van doen. Het gaat hier overigens niet om algemene uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in het Bbl.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_645" eId="artrecital__div_o_645_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.292 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_645__content_645" eId="artrecital__div_o_645_inst2__content_645">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel omvat de meest voorkomende activiteiten. Onder het wijzigen van een monument vallen bijvoorbeeld het restaureren, reconstrueren, renoveren, verbouwen, uitbouwen, aanbouwen, of het bijvoorbeeld op een andere manier wijzigen van een gebouwd monument of een aangelegd (groen) monument. Denk hierbij ook aan het in een afwijkende kleur schilderen van een gevel of het hanteren van een ander verfsysteem.</Al>
		      <Al>Voorbeelden van het herstellen van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht, zijn het met golfplaten repareren van een rieten dak, of het reinigen of herstellen van een interieurschildering, of gevel, waarbij een onvoldoende deskundige uitvoering in potentie grote gevolgen kan hebben voor de technische staat en de monumentale waarde van het onderdeel (bij een gevel ook het patina).</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>De foto's in onderdeel a moeten een duidelijke indruk geven van de technische staat en de ruimtelijke context van het monument, zodat de noodzaak van de voorgenomen activiteit voldoende wordt geïllustreerd. Het mogen daarom geen onduidelijke kopieën zijn.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>Opnametekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 2°, zijn tekeningen waarop de toestand van het monument voorafgaand aan de activiteit is weergeven. Welke soort tekeningen in een concreet geval nodig zijn, hangt af van de aard van de activiteit. In de regel zullen plattegronden en doorsnedetekeningen nodig zijn. Als de activiteit ook impact heeft op het exterieur of het aangezicht van het monument, zullen ook geveltekeningen en in voorkomend geval een dakaanzicht nodig zijn.</Al>
		      <Al>Gebrekentekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 3°, zijn nodig als er gebreken worden hersteld. Het betreft feitelijk opnametekeningen waarop de te verhelpen gebreken adequaat zijn weergegeven.</Al>
		      <Al>Plantekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 4°, zijn tekeningen waarop de nieuwe toestand van het monument (na afloop van de voorgenomen activiteit) is weergeven.</Al>
		      <Al>Als er in het kader van de activiteit ook materiaal wordt verwijderd, moeten er in een dergelijk geval ook enkele gegevens en bescheiden als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">artikel 22.290</IntRef> (slopen) worden overgelegd. Zoals blijkt uit de begripsbepaling van slopen in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet wordt onder slopen ook verstaan het gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen. In de praktijk van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bleek dat een aanvrager die zijn monument wil restaureren of verbouwen zich niet altijd realiseert dat het wegnemen van materialen ook onder slopen valt en noodzakelijke gegevens en bescheiden daardoor geregeld ontbraken. Daarom zijn de aanvraagvereisten uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">artikel 22.290</IntRef> expliciet (en niet met een verwijzing) in dit artikel opgenomen. Op grond van onderdeel b, onder 5°, moet de aanvrager in een dergelijk geval ook slooptekeningen overleggen, waaruit blijkt welke materialen of onderdelen verwijderd worden. De slooptekeningen moeten de exacte impact van de voorgenomen sloopwerkzaamheden op het monument inzichtelijk maken.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                              </Al>
		      <Al>Op grond van onderdeel c moet in het bestek of in de werkomschrijving de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal worden omschreven. Aan de omgevingsvergunning kan namelijk het voorschrift worden verbonden deze onderdelen te hergebruiken of voor hergebruik te bewaren, of ze in het belang van de monumentenzorg voor hergebruik elders beschikbaar te stellen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij artikel 22.288.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel c en d</i>
                              </Al>
		      <Al>Een beschrijving van de technische staat als bedoeld in onderdeel c kan bijvoorbeeld nodig zijn in geval van het herstellen van technische gebreken. Als deze beschrijving en de foto's niet voor zich spreken, kan een nadere onderbouwing van de beschrijving in de vorm van een of meerdere technische rapporten nodig zijn (onderdeel d). Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een (complexe) restauratie.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onderdeel e</i>
                              </Al>
		      <Al>Aanvullende tekeningen als bedoeld in onderdeel e kunnen bijvoorbeeld nodig zijn als er sprake is van bijzondere detaillering (detailtekeningen) of om een beeld te krijgen van het (functioneren van het) monument na verrichting van de activiteit, bijvoorbeeld met impressietekeningen of 3D- visualisaties.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel f</i>
                              </Al>
		      <Al>Het bevoegd gezag kan bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument kwaliteitseisen hanteren, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de uitvoeringsrichtlijnen die in de beroepsgroep(en) gelden. Bij de beoordeling van een aanvraag is het voor het bevoegd gezag van belang om te weten of de aanvrager het plan dat ten grondslag ligt aan de aanvraag hierop al heeft afgestemd of niet. Op grond van onderdeel f moet hij hier opgave van doen. Het gaat hier overigens niet om algemene uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in het Bbl.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel g</i>
                              </Al>
		      <Al>Een beheervisie als bedoeld in onderdeel g is een visie op het beheer van een groenaanleg, gebaseerd op een analyse en een waardering op grond van (cultuur)historisch onderzoek en inventarisaties van natuurwaarden, recreatieve en belevingswaarden, waterhuishouding en bodem, en wensen van belanghebbenden (eigenaar en gebruikers). De beheervisie maakt duidelijk welke keuzes zijn gemaakt voor het beheer en is richtinggevend voor een langere periode, bijvoorbeeld 12 tot 18 jaar, of langer. De visie kan ook worden weergegeven in streefbeelden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_646" eId="artrecital__div_o_646_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.293 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_646__content_646" eId="artrecital__div_o_646_inst2__content_646">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor zover een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument bestaat uit het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht. Bij het eerste kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het (tijdelijk) aanbrengen van reclames of op een andere manier aan het zicht onttrekken van een gevel of het dak. Bij het laatste bijvoorbeeld aan het gebruiken van een monument als vuurwerkopslag of op een wijze die slecht verenigbaar is met een kwetsbaar interieur, zoals een disco in een zaal met een historische wandbespanning en parketvloer.</Al>
		      <Al>Ook als het voorgenomen gebruik niet gepaard gaat met een fysieke wijziging van het monument moet de aanvrager aangeven welke maatregelen hij treft om ontsiering van het monument of de nadelige gevolgen van het in gevaar brengen van het monument te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_647" eId="artrecital__div_o_647_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.294 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met 22.292</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_647__content_647" eId="artrecital__div_o_647_inst2__content_647">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel bevat de eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">22.290</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291" scope="Artikel">22.291</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292" scope="Artikel">22.292</IntRef> . Daar waar er meerdere schalen genoemd zijn, moet een schaal worden gekozen die het onderdeel van het monument adequaat weergeeft. Bij detailtekeningen van stucwerk of ornamenteel stuc kan bijvoorbeeld een schaal van 1:1 gevraagd worden ter verificatie van het profiel. Maar deze schaal zal lang niet altijd nodig zijn om details voldoende duidelijk weer te geven. Het is aan de aanvrager om zijn aanvraag voldoende duidelijk te maken en aan het bevoegd gezag om te beoordelen of de ingediende bescheiden volstaan voor de beoordeling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_648" eId="artrecital__div_o_648_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.295 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_648__content_648" eId="artrecital__div_o_648_inst2__content_648">
		    <Inhoud>
		      <Al>In dit artikel is bepaald dat de aanvraagvereisten die op grond van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294" scope="Artikel">22.294</IntRef> voor gemeentelijke monumenten gelden, ook gelden voor voorbeschermde gemeentelijke monumenten (als bedoeld in bijlage I bij het Bbl). Omwille van de leesbaarheid is voor een apart artikel gekozen in plaats van het opnemen in voornoemde artikelen zelf.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_649" eId="artrecital__div_o_649_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_649__content_649" eId="artrecital__div_o_649_inst2__content_649">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                    <br/>
                                 </i>Dit artikel bevat aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moet aannemelijk worden gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Met 'kan' worden gebouwd wordt gedoeld op de situatie waarin het bouwen van een vervangend bouwwerk juridisch mogelijk is. Om dit aannemelijk te maken is in beginsel een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit die op grond van dit omgevingsplan is vereist voor het bouwen van dat bouwwerk voldoende. Om aannemelijk te maken dat er, als de hiervoor bedoelde omgevingsvergunning (nog) niet is verleend, 'zal' worden gebouwd, moet de intentie om het vervangende bouwwerk te bouwen op andere wijze worden onderbouwd, bijvoorbeeld door inzicht te geven in vergevorderde bouwplannen. Dit aanvraagvereiste is opgenomen ter voorkoming van braakliggende terreinen in de beschermde historische structuur. Hiermee wordt het daadwerkelijk indienen van plannen voor de vervangende bebouwing, waarin voldoende rekening wordt gehouden met het karakter van het beschermde stads- of dorpsgezicht, bevorderd. Dergelijke plannen kunnen dan worden getoetst aan het omgevingsplan en de beleidsregels voor de beoordeling of een bouwwerk voldoet aan de regels over het uiterlijk van bouwwerken in het omgevingsplan. Direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, als een dergelijke beleidsregel. Dit volgt uit artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet. De welstandsnota bevat criteria om te beoordelen of een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand. Als bij het vaststellen van het omgevingsplan de regels over het uiterlijk van bouwwerken wijzigen ten opzichte van de daarover in <IntRef ref="chp_22" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 22</IntRef> van dit omgevingsplan gestelde regels, kunnen gemeenten uiteraard ook de daarop betrekking hebbende beleidsregels wijzigen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat een omzetting van de landelijke regels die nog gebaseerd zijn op het (nog steeds geldende) beoordelingskader ter voorkoming van gaten in de bebouwingsstructuur. Op basis van de archeologische verwachting kan het bevoegd gezag bij een vergunningaanvraag een archeologisch rapport als aanvraagvereiste nodig achten, om de archeologische waarde van het te verstoren terrein nader vast te stellen. Het bevoegd gezag moet op basis hiervan voldoende inzicht krijgen in de exacte impact van de activiteit op de archeologische waarde van het archeologisch monument. Dat was al zo (via het bestemmingsplan) en is terug te voeren op de gemaakte keuzes bij de implementatie van het verdrag van Valletta (via de Wet op de archeologische monumentenzorg). In die gevallen dat de archeologische waarde eerder al voldoende is vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste niet nodig zijn.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_650" eId="artrecital__div_o_650_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.297 Omgevingsplanactiviteit: uitweg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_650__content_650" eId="artrecital__div_o_650_inst2__content_650">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die op grond van een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet als vergunningplichtig zijn aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige Regeling omgevingsrecht, waarbij de indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_651" eId="artrecital__div_o_651_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.298 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_651__content_651" eId="artrecital__div_o_651_inst2__content_651">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die op grond van een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet als vergunningplichtig zijn aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige Regeling omgevingsrecht, waarbij de indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_652" eId="artrecital__div_o_652_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.299 Omgevingsplanactiviteit: vellen van houtopstand</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_652__content_652" eId="artrecital__div_o_652_inst2__content_652">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die op grond van een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet als vergunningplichtig zijn aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige Regeling omgevingsrecht, waarbij de indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_653" eId="artrecital__div_o_653_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.300 Omgevingsplanactiviteit: handelsreclame</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_653__content_653" eId="artrecital__div_o_653_inst2__content_653">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die op grond van een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet als vergunningplichtig zijn aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige Regeling omgevingsrecht, waarbij de indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_654" eId="artrecital__div_o_654_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.301 Omgevingsplanactiviteit: opslaan roerende zaken</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_654__content_654" eId="artrecital__div_o_654_inst2__content_654">
		    <Inhoud>
		      <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die op grond van een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet als vergunningplichtig zijn aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige Regeling omgevingsrecht, waarbij de indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_655" eId="artrecital__div_o_655_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_655__content_655" eId="artrecital__div_o_655_inst2__content_655">
		    <Inhoud>
		      <Al>Zoals hiervoor al toegelicht bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283" scope="Artikel">artikel 22.283</IntRef> gaat het hier om het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Hiervoor gelden dezelfde aanvraagvereisten als voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296" scope="Artikel">artikel 22.296</IntRef> . Volstaan wordt daarom met een verwijzing naar de toelichting op dat artikel. Ook onder de voormalige Regeling omgevingsrecht golden voor deze activiteiten dezelfde indieningsvereisten.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_656" eId="artrecital__div_o_656_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_656__content_656" eId="artrecital__div_o_656_inst2__content_656">
		    <Inhoud>
		      <Al>Dit artikel is een voortzetting van de regeling in artikel 2.22, tweede lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2 van het voormalige Besluit omgevingsrecht.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is bepaald dat aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een werk, dat geen bouwwerk is, of het uitvoeren van een werkzaamheid –ook wel een aanlegactiviteit genoemd – die van invloed is op een archeologisch monument, in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval de onder a tot en met d bedoelde voorschriften kunnen worden verbonden.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit onderdeel heeft betrekking op voorschriften die een plicht inhouden tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden. Voorbeelden zijn voorschriften die verplichten tot het treffen van technische maatregelen, zoals het aanbrengen van een ophogingslaag, het aanpassen van de funderingswijze of het beperken van het aantal heipalen.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                              </Al>
		      <Al>Dit onderdeel heeft betrekking op voorschriften over het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 in samenhang met artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet. Dit betreft dus voorschriften over handelingen bij het opsporen, onderzoeken of verwerven van cultureel erfgoed of onderdelen daarvan, waardoor verstoring van de bodem, of verstoring of gehele of gedeeltelijke verplaatsing of verwijdering van een archeologisch monument of cultureel erfgoed onder water optreedt, tenzij het een op grond van artikel 5.1, tweede lid, van de Erfgoedwet uitgezonderd geval betreft.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                              </Al>
		      <Al>Onderdeel c heeft betrekking op voorschriften over de begeleiding door een archeologisch deskundige van uitvoeringswerkzaamheden. Deze deskundige is bij de werkzaamheden aanwezig en documenteert eventuele overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden die hierbij aan het licht komen.</Al>
		      <Al>Het instrument van archeologische begeleiding is bedoeld voor situaties waarin adequaat vooronderzoek niet mogelijk is door fysieke belemmeringen, zoals een te slopen bouwwerk, waardoor niet tot een betrouwbare waardenstelling kan worden gekomen. Ook kan de begeleiding worden ingezet voor situaties waarin civieltechnische werkzaamheden archeologisch onderzoek niet mogelijk maken of op grond van de beschikbare archeologische informatie is geconcludeerd dat het doen van een opgraving niet (meer) nodig is, maar men toch graag het zekere voor het onzekere wil nemen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de aanleg van een pijpleiding voor aardgas, omdat de gegraven sleuf te smal is om een goede documentatie mogelijk te maken. Daarnaast kan er bij uitvoeringstrajecten sprake zijn van bijzondere onderzoeksvragen, die juist door archeologische begeleiding kunnen worden beantwoord. Het gaat daarbij om gebieden of complextypen waar wel een archeologische verwachting is, maar waaraan door inventariserend veldonderzoek geen specifieke locatie kan worden gekoppeld. Archeologische begeleiding is nadrukkelijk niet bedoeld als een vervanging voor een inventariserend veldonderzoek of een opgraving. Aan dit onderdeel kan niet worden voldaan met een verwijzing naar een gecertificeerde opgravingsdeskundige, omdat niet alle handelingen waaruit een archeologische begeleiding kan bestaan, handelingen zijn waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet vereist is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het uitzeven van grond afkomstig uit een bouwput of een baggerlocatie om archeologische overblijfselen of voorwerpen te verzamelen. Voor die gevallen kan het bevoegd gezag op basis van dit onderdeel specifieke eisen stellen aan de deskundigheid van de bij de archeologische begeleiding betrokken personen. Denk bijvoorbeeld aan de voorwaarde dat de deskundige kennis moet hebben van de archeologie van het rivierengebied of van de Romeinse tijd. Veelal zullen deze eisen via het programma van eisen worden afgedwongen (zie onderdeel d). Maar het bevoegd gezag kan ook eisen stellen aan de kwalificaties van de deskundige zonder dat het een specifiek programma van eisen als voorschrift opneemt. Dit laat onverlet dat de uitvoerder van de archeologische begeleiding voor zover het handelingen betreft waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet vereist is, in ieder geval moet voldoen aan het bepaalde in artikel 5.4, eerste en tweede lid, van die wet.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel d</i>
                              </Al>
		      <Al>Met het voorschrift dat de opgraving of begeleiding op een bepaalde wijze, die in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet, moet worden verricht, wordt beoogd aan te sluiten bij de Erfgoedwet en vooral bij het in die wet opgenomen certificatiesysteem, waarbij de nadruk meer is komen te liggen op de professionele standaarden uit het veld zoals tot nu toe neergelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Met deze voorschriften worden die voorschriften bedoeld die ook wel als een programma van eisen of een plan van aanpak worden aangeduid en voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet en de Omgevingswet werden gebaseerd op artikel 38, eerste lid, onder a, van de Monumentenwet 1988. In het programma van eisen en plan van aanpak kunnen randvoorwaarden aan het archeologisch onderzoek worden meegegeven, in het bijzonder de doel- en vraagstelling van het onderzoek, en kunnen eisen worden gesteld aan de wijze van uitvoering. Er wordt bijvoorbeeld aangegeven welke onderzoeksmethodiek moet worden ingezet en over welke specifieke kennis en ervaring de actoren moeten beschikken om het onderzoek te kunnen uitvoeren.</Al>
		      <Al>Voorkomen moet worden dat de inhoud van de voorschriften in strijd is met de professionele kwaliteitsnorm voor archeologisch onderzoek binnen het in de Erfgoedwet opgenomen certificatiesysteem. Dit betekent dat de voorschriften wel aanvullende eisen mogen bevatten, maar geen eisen die onder het niveau van deze normen van de beroepsgroep liggen. De voorschriften kunnen tenslotte ook betrekking hebben op non-destructief archeologisch onderzoek, zoals een veldkartering of een sonaropname van de zeebodem.</Al>
		      <Al>
                                 <i>
                                    <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                 </i>
                              </Al>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is bepaald dat aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht voorschriften kunnen worden verbonden over de wijze van slopen. Deze bepaling vloeit voort uit artikel 5.2, derde lid, van het voormalige Besluit omgevingsrecht. Het doel van een dergelijk voorschrift is de sloopmethode zo te kiezen dat de nadelige gevolgen voor de archeologische waarden ter plaatse zoveel mogelijk beperkt blijven. Ook kan zo de inzet van het instrument van archeologische begeleiding als bedoeld in het eerste lid, onder c, mogelijk worden gemaakt.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_657" eId="artrecital__div_o_657_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 29.1 Delegatie afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_657__content_657" eId="artrecital__div_o_657_inst2__content_657">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>In <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15" scope="Artikel">artikel 11.15</IntRef> wordt het reeds sinds 2010 bestaande hergebruiksbeleid overgenomen voor nieuwe industrieterreinen/bedrijventerreinen van groter dan 2 hectare. Op deze terreinen is het mogelijk om grond uit het beheergebied toe te passen die voldoet aan de kwaliteitsklasse industrie. Echter zijn kunnen hier uitzonderingen op zijn. Dit artikel bepaalt dat de aanwijzing van eventuele andere locaties is gedelegeerd aan het college. Dit zijn locaties waar de gemeente andere ambities ten aanzien van de bodemkwaliteit heeft.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_658" eId="artrecital__div_o_658_inst2" wijzigactie="verwijder">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Artikel 29.2 Delegatie locaties nazorg aanwijzen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_658__content_658" eId="artrecital__div_o_658_inst2__content_658">
		    <Inhoud>
		      <Al>
                                 <i>Uitleg artikel</i>
                              </Al>
		      <Al>Op de kaart 'locaties nazorg Omgevingswet' komen nazorglocaties (na saneren en na nemen tijdelijke beschermingsmaatregelen) te staan. Deze moeten worden geregistreerd in het omgevingsplan. Met dit artikel kunnen door het college worden doorgevoerd.</Al>
		      <Al>
                                 <i>Reikwijdte</i>
                              </Al>
		      <Al>Het college kan alleen wijzigingen in de kaarten: 'locaties nazorg Omgevingswet', doorvoeren voor het eigen beheergebied.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_596c2137ac1e41959a66fac6e4d80cde__artrecital__div_1" eId="artrecital__div_1" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>1</Nummer>
		    <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst wId="gm0610_8b880d5b27ed499e9e5eaeef77538ba6__artrecital__content_1.1" eId="artrecital__div_1__content_1.1">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>1.1</Nummer>
		      <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB's geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22.<br/>Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor <IntRef ref="chp_22" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 22</IntRef> nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB's en de Omgevingsregeling.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		  <Divisietekst wId="gm0610_0b3b58be1f1447659fd85fe4c33191da__artrecital__content_1.2" eId="artrecital__div_1__content_1.2">
		    <Kop>
		      <Label>Artikel</Label>
		      <Nummer>1.2</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene indieningsvereisten omgevingsvergunning</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Inhoud>
		      <Al>In meerdere hoofdstukken in het omgevingsplan worden activiteiten vergunningplichtig gemaakt. Een omgevingsvergunning wordt verleend als voldaan wordt aan beoordelingsregels. Om te kunnen bepalen of voldaan wordt aan die beoordelingsregels heeft het bevoegd gezag gegevens en bescheiden (indieningsvereisten) nodig. Dit artikel formuleert algemene indieningsvereisten en bepaalt daarmee welke gegevens en bescheiden bij iedere vergunningaanvraag ingediend moeten worden. Het artikel werkt als aanvulling op de gegevens en bescheiden die op grond van artikel 7.3 van de Omgevingsregeling sowieso ook bij iedere aanvraag van een omgevingsvergunning ingediend moeten worden. De aanvrager van een omgevingsvergunning moet dus altijd de gegevens en bescheiden indienen die door artikel 7.3 van de Omgevingsregeling en dit artikel 1.2 vereist worden.</Al>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_fa3ac14bebb2408080484a375a59246f__artrecital__div_5" eId="artrecital__div_5" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>5</Nummer>
		    <Opschrift>Functies  </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisie wId="gm0610_d0f5b98b067a4f298d40daf8303aa1d7__artrecital__div_5__div_5.3" eId="artrecital__div_5__div_5.3">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.3</Nummer>
		      <Opschrift>Bedrijfsactiviteiten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="gm0610_8d1ba510bfab4e11b24242f30c867531__artrecital__content_5.1" eId="artrecital__div_5__div_5.3__content_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_4ffcd0bef4914e9c90dfe68b4ec60afc__artrecital__content_5.2" eId="artrecital__div_5__div_5.3__content_5.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.2</Nummer>
			<Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt waar bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'bedrijf'. De locatie 'bedrijf' bestaat uit een optelsom van alle locaties waar bedrijven zijn toegestaan. Bedrijfsactiviteiten die passen in dit artikel zijn dus voor het gebruik vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. Ondanks dat bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn binnen de locatie 'bedrijf' betekent dit niet dat elk bedrijf op elke locatie mogelijk is vanwege effecten op de fysieke leefomgeving, zoals geluid of geur. Om te bepalen of een specifieke bedrijfsactiviteit op een locatie is toegestaan, zijn ook de milieuregels bepalend. Deze regels zijn te raadplegen in de hoofstukken 12 (geluid) en 15 (milieu overig).</Al>
			<Al>In het tweede lid is opgenomen dat voor bestaande bedrijven niet geldt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen de locatie 'bedrijf'. Bestaande bedrijven vallen onder de definitie van bestaand gebruik en zijn hierdoor wel toegestaan buiten de locatie 'bedrijf'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_15144d2bc20a47848df64010f3c6b301__artrecital__content_5.3" eId="artrecital__div_5__div_5.3__content_5.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>5.3</Nummer>
			<Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten die niet op grond van de algemene regels van artikel 5.2 (verwijst naar artikel algemene regels binnen deze afdeling) zijn toegestaan. Zonder een omgevingsvergunning mogen er geen nieuwe bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd op een locatie buiten de locatie 'bedrijf'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_d5bf666fa68b45cd910d06e06b146da7__artrecital__div_5__div_5.5" eId="artrecital__div_5__div_5.5">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.5</Nummer>
		      <Opschrift>Detailhandelsactiviteiten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_a884f687644643ffac9dce6a601b0e22__artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.1" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.5.1</Nummer>
			<Opschrift>Detailhandelsactiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c321d9c66e7b4fd1884b0602ce5df3ba__artrecital__content_5.4" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.1__content_5.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.4</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van algemene vormen van detailhandelsactiviteiten. Deze paragraaf gaat niet over de specifieke vormen van detailhandel zoals detailhandelsactiviteiten in de vorm van een supermarkt, in de vorm van handel in volumineuze goederen, in de vorm van ondergeschikte detailhandelsactiviteiten of in de vorm van ambulante handel.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d81ed8f5ebca456cb26f8304de3962cc__artrecital__content_5.5" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.1__content_5.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.5</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'detailhandel'. Binnen de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond' is het toegestaan detailhandelsactiviteiten te verrichten, zonder hiervoor een omgevingsvergunning aan te vragen of een melding te doen. Detailhandelsactiviteiten die passen in dit artikel zijn dus voor het gebruik vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>In het tweede lid is opgenomen dat voor bestaande detailhandelsactiviteiten niet geldt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen de locatie 'detailhandel'. Bestaande detailhandelsactiviteiten vallen onder de definitie van bestaand gebruik en zijn hierdoor wel toegestaan buiten deze locatie.</Al>
			  <Al>In het derde lid is opgenomen dat binnen de locatie 'detailhandel - begane grond' de detailhandelsactiviteiten alleen zijn toegestaan op de begane grond. Detailhandelsactiviteiten op verdiepingen is hier niet toegestaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_8734330abaf0476bb286d588192389d5__artrecital__content_5.6" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.1__content_5.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.6</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid van dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten die niet op grond van de algemene regels van artikel 5.5 (verwijst naar artikel algemene regels binnen deze afdeling) zijn toegestaan. Het gaat hier om detailhandelsactiviteiten die buiten de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond' worden verricht.</Al>
			  <Al>Ook worden detailhandelsactiviteiten binnen de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond' uitgezonderd. Dit houdt in dat de vergunningplicht in het eerste lid niet geldt voor detailhandelsactiviteiten binnen deze locaties. Zonder een omgevingsvergunning mogen geen nieuwe detailhandelsactiviteiten worden uitgevoerd op een locatie buiten de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0c96b2d769ed43019910dfba17030def__artrecital__content_5.7" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.1__content_5.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.7</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten buiten de locatie 'detailhandel'. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de detailhandelsactiviteit plaatsvindt binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied' en wordt voldaan aan de parkeerregels, zoals opgenomen in afdeling 7.6.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_f7398bac0ebd4573b13d6e4369de0e38__artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.2" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.5.2</Nummer>
			<Opschrift>Detailhandelsactiviteiten in de vorm van een supermarkt uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c6143a8de1b54125a9f3396bbcfcf7d8__artrecital__content_5.8" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.2__content_5.8">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.8</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten in de vorm van een supermarkt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_3de6b5c2a6284d7cafd75d567e095d5e__artrecital__content_5.9" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.2__content_5.9">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.9</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar detailhandelsactiviteiten in de vorm van een supermarkt zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'supermarkt'. Supermarkten die passen in dit artikel zijn dus voor het gebruik vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. Dit betreffen de locaties waar nu reeds een supermarkt is gevestigd.</Al>
			  <Al>Dit artikel regelt alleen dat een supermarkt op een bepaalde locatie aanwezig mag zijn. In het omgevingsplan worden de openingstijden van supermarkten en andere vormen van detailhandel niet gereguleerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_e57d16f04be64cc0b62a0af6bf46a266__artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.3" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.3">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.5.3</Nummer>
			<Opschrift>Detailhandelsactiviteiten in de vorm van volumineuze goederen uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f1146e20ec1c43548b1023a5951d9d09__artrecital__content_5.10" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.3__content_5.10">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.10</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten in de vorm van handel in volumineuze goederen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_83e8117b866e49fcbce3b4317298dde6__artrecital__content_5.11" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.3__content_5.11">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.11</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar detailhandelsactiviteiten in de vorm van volumineuze goederen zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'volumineuze detailhandel'. Volumineuze detailhandel die past in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. Dit betreffen de locaties waar nu reeds volumineuze detailhandel is gevestigd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_6113f4ceb23c4af3a208bd898a6d3795__artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.4" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.4">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.5.4</Nummer>
			<Opschrift>Ondergeschikte detailhandelsactiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4157829c83c94c218fdfb6ecb54ed936__artrecital__content_5.12" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.4__content_5.12">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.12</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van ondergeschikte detailhandelsactiviteiten. Het gaat om detailhandelsactiviteiten die als ondergeschikte activiteiten bij een andere gebruiksactiviteit worden uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_69e9b828db254a0996e957232df279fa__artrecital__content_5.13" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.4__content_5.13">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.13</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar ondergeschikte detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan. Het eerste lid bepaalt dat ondergeschikte detailhandel toegestaan is op gronden waar het gebruik als bedrijfsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, horeca-activiteiten, kantooractiviteiten of maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan. Ondergeschikte detailhandel die past in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>Het tweede lid bepaalt dat de ondergeschikte detailhandel naar aard en omvang ondergeschikt moet zijn aan het hoofdgebruik. Het hoofdgebruik kan dus gaan om bedrijfsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, horeca-activiteiten, kantooractiviteiten of maatschappelijke activiteiten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_82f6106266094280afece6ca02e63457__artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.5" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.5">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.5.5</Nummer>
			<Opschrift>Detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5a3c7f9c2111461b9d0b89a45bc1243a__artrecital__content_5.14" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.5__content_5.14">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.14</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel. Ambulante handel is nader beschreven in de begripsbepaling.</Al>
			  <Al>Deze paragraaf gaat niet over:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_863__content_863__list_o_1" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.5__content_5.14__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_863__content_863__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.5__content_5.14__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>Standplaatsen op een jaarmarkt of markt. Dit is overgenomen uit artikel 5:17, lid 2, sub a van de APV Sliedrecht 2022. De bevoegdheid voor het aanwijzen van deze standplaatsen wordt geregeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet. Dit artikel mag niet worden overgenomen in het omgevingsplan van een gemeente omdat de regulering van markten en jaarmarkten expliciet is voorbehouden aan de Gemeentewet. Deze scheiding van bevoegdheden en verantwoordelijkheden blijft bestaan.</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_863__content_863__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.5__content_5.14__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>Een vaste plaats op een evenement. Dit is overgenomen uit artikel 5:17, lid 2, sub b van de APV Sliedrecht 2022.Evenementen wordt gereguleerd door aparte regels. Regels over evenementen zijn op dit moment nog niet opgenomen in het omgevingsplan. Regels over evenementen worden later opgenomen in het omgevingsplan.</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_863__content_863__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.5__content_5.14__list_o_1__item_o_3">
			      <Al>Standplaatsen op wegen in beheer bij het Rijk, de provincie of het waterschap. De bevoegdheid voor de regulering van deze standplaatsen ligt bij de betreffende wegbeheerder (Rijk, provincie of waterschap) en niet bij de gemeente.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_eac0be6fead64681ba52709880aeb1e2__artrecital__content_5.15" eId="artrecital__div_5__div_5.5__div_5.5.5__content_5.15">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.15</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar ambulante handel, zoals beschreven in het toepassingsbereik, binnen de locatie 'standplaats' zijn toegestaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_3dd6c52fed004300945592f6a2878c87__artrecital__div_5__div_5.6" eId="artrecital__div_5__div_5.6">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.6</Nummer>
		      <Opschrift>Dienstverleningsactiviteiten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_a558fd5d900e4caab79ff27eb37b28ad__artrecital__div_5__div_5.6__div_5.6.1" eId="artrecital__div_5__div_5.6__div_5.6.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.6.1</Nummer>
			<Opschrift>Dienstverleningsactiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_ccc13e007f4d443f9f2f638baca772a3__artrecital__content_5.16" eId="artrecital__div_5__div_5.6__div_5.6.1__content_5.16">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.16</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van dienstverleningsactiviteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_2bb66c8cf5b8403ca6eec71eff48d6aa__artrecital__content_5.17" eId="artrecital__div_5__div_5.6__div_5.6.1__content_5.17">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.17</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar dienstverleningsactiviteiten zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'dienstverlening'. De locatie 'dienstverlening' is opgenomen waar (bestaande) dienstverlening aanwezig is of de mogelijkheid bestand voor het uitvoeren van dienstverlening.</Al>
			  <Al>In het tweede lid is opgenomen dat binnen de locatie 'dienstverlening - begane grond' de dienstverleningsactiviteiten alleen zijn toegestaan op de begane grond. Dienstverleningsactiviteiten op verdiepingen is hier niet toegestaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_ac16b993a14f457290f15ac7cff0bc02__artrecital__div_5__div_5.7" eId="artrecital__div_5__div_5.7">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.7</Nummer>
		      <Opschrift>Horeca-activiteiten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_f4d214a06f384446b0fe937cc30792b8__artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.1" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.7.1</Nummer>
			<Opschrift>Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 2</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c93f86a6b36d44cba82b4c5617f3f955__artrecital__content_5.18" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.1__content_5.18">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.18</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 2.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e14f80fb00d24cc384643bba39f614ce__artrecital__content_5.19" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.1__content_5.19">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.19</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 zijn toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 2'. Welke horeca-activiteiten in deze categorie vallen, is uiteengezet in de begripsbepaling. Horeca-activiteiten die passen in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>In het tweede lid is opgenomen dat voor bestaande horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 niet geldt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen de locatie 'horeca-categorie 2'. Bestaande detailhandelsactiviteiten vallen onder de definitie van bestaand gebruik en zijn hierdoor wel toegestaan buiten deze locatie.</Al>
			  <Al>Voor alle horeca-activiteiten geldt dat het omgevingsplan alleen de ruimtelijke aspecten van de horeca-activiteiten reguleert. De toetsing van de effecten van horeca-activiteiten op bijvoorbeeld openbare orde en veiligheid verloopt via de APV of een vergelijkbare verordening.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f0f30f2ac292444791f7a4e441e4b4aa__artrecital__content_5.20" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.1__content_5.20">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.20</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 die niet door middel van de algemene regels van artikel 5.25 zijn toegestaan. Het is zonder omgevingsvergunning niet toegestaan om buiten deze locatie horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 uit te voeren uitgezonderd bestaande horeca-activiteiten in categorie 2.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_aa66ed76019847109f210aa2bc9a1f4f__artrecital__content_5.21" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.1__content_5.21">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.21</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 2 buiten de locatie 'horeca-categorie 2'. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de horeca-activiteit in horeca-categorie 2 plaatsvindt binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied' en wordt voldaan aan de parkeerregels, zoals opgenomen in afdeling 7.6.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_feca59ccb2c742c88eaf05e330e28eea__artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.2" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.7.2</Nummer>
			<Opschrift>Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 3</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_207ac34a2b694e08ad5901596bb184a8__artrecital__content_5.22" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.2__content_5.22">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.22</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 3.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b1dfdb40f7294d8fb7e8648ca1f8a5e5__artrecital__content_5.23" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.2__content_5.23">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.23</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 zijn toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 3'. Welke horeca-activiteiten in deze categorie vallen, is uiteengezet in de begripsbepaling. Horeca-activiteiten die passen in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>In het tweede lid is opgenomen dat voor bestaande horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 niet geldt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen de locatie 'horeca-categorie 3'. Bestaande horeca-activiteiten vallen onder de definitie van bestaand gebruik en zijn hierdoor wel toegestaan buiten deze locatie.</Al>
			  <Al>Voor alle horeca-activiteiten geldt dat het omgevingsplan alleen de ruimtelijke aspecten van de horeca-activiteiten reguleert. De toetsing van de effecten van horeca-activiteiten op bijvoorbeeld openbare orde en veiligheid verloopt via de APV of een vergelijkbare verordening.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_8f4c4f5e8e934382bdfaf3cb2bab621d__artrecital__content_5.24" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.2__content_5.24">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.24</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 die niet door middel van de algemene regels van artikel 5.29 zijn toegestaan. Het is zonder omgevingsvergunning niet toegestaan om buiten deze locatie horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 uit te voeren uitgezonderd bestaande horeca-activiteiten in categorie 3.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c026800b5d544e79ae58428a45228247__artrecital__content_5.25" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.2__content_5.25">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.25</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 3 buiten de locatie 'horeca-categorie 3'. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de horeca-activiteit in horeca-categorie 3 plaatsvindt binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied' en wordt voldaan aan de parkeerregels, zoals opgenomen in afdeling 7.6.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_462b86d384ec4a2c9bec114435a02707__artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.3" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.3">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.7.3</Nummer>
			<Opschrift>Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 4</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c26e656138a249dfb4807c3b33c63b30__artrecital__content_5.26" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.3__content_5.26">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.26</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 4.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5f1dd9b4788043efbe469b67438f96ff__artrecital__content_5.27" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.3__content_5.27">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.27</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar horeca-activiteiten in horeca-categorie 4 zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat horeca-activiteiten in horeca-categorie 4 die niet door middel van de algemene regels van artikel 5.32 zijn toegestaan. Welke horeca-activiteiten in deze categorie vallen, is uiteengezet in de begripsbepaling. Horeca-activiteiten die passen in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>In het tweede lid is opgenomen dat voor bestaande horeca-activiteiten in horeca-categorie 4 niet geldt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen de locatie 'horeca-categorie 4'. Bestaande horeca-activiteiten vallen onder de definitie van bestaand gebruik en zijn hierdoor wel toegestaan buiten deze locatie.</Al>
			  <Al>Voor alle horeca-activiteiten geldt dat het omgevingsplan alleen de ruimtelijke aspecten van de horeca-activiteiten reguleert. De toetsing van de effecten van horeca-activiteiten op bijvoorbeeld openbare orde en veiligheid verloopt via de APV of een vergelijkbare verordening.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_cdd076767e2049b69e2ac5a5f439d3e3__artrecital__content_5.28" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.3__content_5.28">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.28</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 4 die buiten de locatie 'horeca-categorie 4' plaatsvindt. Het is zonder omgevingsvergunning niet toegestaan om buiten deze locatie horeca-activiteiten in horeca-categorie 4 uit te voeren uitgezonderd bestaande horeca-activiteiten in categorie 4.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_82af1f2f5ea04454be0a39e102ab8bb7__artrecital__content_5.29" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.3__content_5.29">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.29</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 4 buiten de locatie 'horeca-categorie 4'. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de horeca-activiteit in horeca-categorie 4 plaatsvindt binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied' en wordt voldaan aan de parkeerregels, zoals opgenomen in afdeling 7.6.</Al>
			  <Al>De regels in dit artikel gelden alleen voor nieuwe horeca-activiteiten. Door middel van de aanwijzing van de locatie 'schil kernwinkelgebied' is duidelijk gemaakt welke horeca-activiteiten al bestonden toen dit artikel in werking trad. Bestaande horeca-activiteiten zijn namelijk voorzien van de locatie 'schil kernwinkelgebied' en worden dus per definitie binnen de locatie uitgevoerd en zijn daarmee vergunningvrij. Nieuwe locaties zijn niet voorzien van de locatie 'schil kernwinkelgebied en daarmee vergunningplichtig.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_6df6a8ef4e81444a8cf3e91edab57776__artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.4" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.4">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.7.4</Nummer>
			<Opschrift>Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 5</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_8e75a295f590492785d3de8664aceb09__artrecital__content_5.30" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.4__content_5.30">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.30</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 5.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_9e2fea4932734c579b209c69ffe4a0b1__artrecital__content_5.31" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.4__content_5.31">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.31</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar horeca-activiteiten in horeca-categorie 5 zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat horeca-activiteiten in horeca-categorie 5 zijn toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 5'. Welke horeca-activiteiten in deze categorie vallen, is uiteengezet in de begripsbepaling. Horeca-activiteiten die passen in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>In het tweede lid is opgenomen dat voor bestaande horeca-activiteiten in horeca-categorie 5 niet geldt dat deze activiteiten worden uitgevoerd binnen de locatie 'horeca-categorie 5'. Bestaande horeca-activiteiten vallen onder de definitie van bestaand gebruik en zijn hierdoor wel toegestaan buiten deze locatie.</Al>
			  <Al>In het derde lid is opgenomen dat binnen de locatie 'horeca-categorie 5 - eerste verdieping' de horeca-activiteit in horeca-categorie 5 alleen is toegestaan op de eerste verdieping.</Al>
			  <Al>Voor alle horeca-activiteiten geldt dat het omgevingsplan alleen de ruimtelijke aspecten van de horeca-activiteiten reguleert. De toetsing van de effecten van horeca-activiteiten op bijvoorbeeld openbare orde en veiligheid verloopt via de APV of een vergelijkbare verordening.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_fdf29b708f47476c89513c647e810c71__artrecital__content_5.32" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.4__content_5.32">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.32</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 5 die niet door middel van de algemene regels van artikel 5.37 zijn toegestaan. Het is zonder omgevingsvergunning niet toegestaan om buiten deze locatie horeca-activiteiten in horeca-categorie 5 uit te voeren, uitgezonderd bestaande horeca-activiteiten in categorie 5.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_9e8ac02ded72476ea05d9ec80546089e__artrecital__content_5.33" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.4__content_5.33">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.33</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het uitvoeren van horeca-activiteiten in horeca-categorie 5 buiten de locatie 'horeca-categorie 5'. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de horeca-activiteit in horeca-categorie 5 plaatsvindt binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied' en wordt voldaan aan de parkeerregels, zoals opgenomen in afdeling 7.6.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_7113c3bff76f470789d78e4948681e96__artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.5" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.5">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.7.5</Nummer>
			<Opschrift>Ondergeschikte horeca-activiteiten uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_ed30a034ed484b5394a82c600167c8a9__artrecital__content_5.34" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.5__content_5.34">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.34</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van ondergeschikte horeca-activiteiten. Het gaat om horeca-activiteiten die als ondergeschikte activiteiten bij een andere gebruiksactiviteit worden uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_defb7e9a85a14276a3f504c4d31f0647__artrecital__content_5.35" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.5__content_5.35">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.35</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar ondergeschikte horeca-activiteiten zijn toegestaan. Het eerste lid bepaalt dat ondergeschikte horeca-activiteiten toegestaan is op gronden waar het gebruik als bedrijfsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, horeca-activiteiten, kantooractiviteiten of maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan. Ondergeschikte horeca-activiteiten die passen in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>Het tweede lid bepaalt dat de ondergeschikte horeca-activiteiten naar aard en omvang ondergeschikt moet zijn aan het hoofdgebruik. Het hoofdgebruik kan dus gaan om bedrijfsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, horeca-activiteiten, kantooractiviteiten of maatschappelijke activiteiten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_4d228af506dc4273b2c0fa4ac963ed15__artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.6" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.6">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.7.6</Nummer>
			<Opschrift>Ondergeschikte zaalhuur uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b0c0eba641834a3a958e1ccd87c58327__artrecital__content_5.36" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.6__content_5.36">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.36</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van horeca-activiteiten in de vorm van ondergeschikte zaalhuur. Zaalhuur is nader beschreven in de begripsbepaling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_48f2a3e5e051464da8940555e43ba1a7__artrecital__content_5.37" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.6__content_5.37">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.37</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar horeca-activiteiten in de vorm van ondergeschikte zaalhuur zijn toegestaan. Ondergeschikte zaalhuur is alleen toegestaan als ondersteunde functie bij maatschappelijke activiteiten. Daarnaast geldt dat de ondergeschikte zaalhuur niet zelfstandig wordt uitgevoerd en dat het uitvoeren van ondergeschikte zaalhuur alleen plaats mag vinden binnen de locatie 'ondergeschikte zaalhuur'. Ondergeschikte zaalhuur-activiteiten die passen in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>Dit artikel stelt alleen regels over de ruimtelijke aspecten van zaalhuur, zoals regels over de omvang van het gebouw en het gebruik van het gebouw. Dat betekent dat bijvoorbeeld alcoholverkoop niet door het omgevingsplan gereguleerd wordt. Alcoholverkoop heeft immers niets met de fysieke leefomgeving of de effecten van een activiteit op de fysieke leefomgeving te maken. Het reguleren van de verkoop van alcohol vindt plaats op basis van de Drank- en Horecawet. De toetsing van de effecten van zaalhuur op bijvoorbeeld openbare orde en veiligheid verloopt via de APV of een vergelijkbare verordening. Toetsing aan bijvoorbeeld artikel 2:28 van de APV van de gemeente Sliedrecht blijft daarmee dus plaatsvinden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_71af5d533a6744e882c6e41cb7d95114__artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.7" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.7">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.7.7</Nummer>
			<Opschrift>Terrasactiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_932a0c2b1749448088dc976cde37e225__artrecital__content_5.38" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.7__content_5.38">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.38</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van terrasactiviteiten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b8ab61414fc046ae9b7f4e86f4a0bcc8__artrecital__content_5.39" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.7__content_5.39">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.39</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar terrasactiviteiten zijn toegestaan. Terrasactiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'terrassen'. De locatie 'terrassen' is opgenomen rondom de pleinen in het kernwinkelgebied en op de bestaande terrassen buiten het kernwinkelgebied. Terrassen die passen in dit artikel zijn voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>Dit artikel stelt alleen regels over de ruimtelijke aspecten van terrassen, zoals regels over de omvang en situering van een terras. De toetsing van de effecten van een terras op bijvoorbeeld openbare orde en veiligheid verloopt via de APV of een vergelijkbare verordening. Toetsing aan bijvoorbeeld artikel 2:28 van de APV van de gemeente Sliedrecht blijft daarmee dus plaatsvinden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_3abf960abf944ace9d84ed841ba74627__artrecital__content_5.40" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.7__content_5.40">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.40</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van terrasactiviteiten die niet door middel van de algemene regels van artikel 5.45 zijn toegestaan. Zonder een omgevingsvergunning mogen er geen terrasactiviteiten worden uitgevoerd op een locatie buiten de locatie 'terrassen'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c633f806532d419f9ce65f3ff90c23a7__artrecital__content_5.41" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.7__content_5.41">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.41</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het uitvoeren van terrasactiviteiten. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de terrasactiviteit plaatsvindt binnen de locatie 'kernwinkelgebied' en wordt voldaan aan de parkeerregels, zoals opgenomen in afdeling 7.6. Daarnaast worden aanvragen getoetst aan de beleidsregel 'Terrasvergunningen Sliedrecht', zoals die ten tijde van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag geldt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e0d1af6cea0e4cd3a6f3bb502ef2198d__artrecital__content_5.42" eId="artrecital__div_5__div_5.7__div_5.7.7__content_5.42">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.42</Nummer>
			  <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van de activiteit 'Terras'. In dit geval moet een aanvrager aantonen hij het terras voldoet aan het actuele beleidskader voor terrassen in de gemeente Sliedrecht. Het indieningsvereiste uit dit artikel is daarmee een aanvulling op de indieningsvereisten die op grond van artikel 7.3 van de Omgevingsregeling en artikel 1.2 van dit omgevingsplan ook moeten worden ingediend.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_9a0826e626934e46a9d95c440fed0425__artrecital__div_5__div_5.8" eId="artrecital__div_5__div_5.8">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.8</Nummer>
		      <Opschrift>Kantooractiviteiten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_e6c150affb0a483188fe3bac58f8989c__artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.8.1</Nummer>
			<Opschrift>Kantooractiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c36d44fe3fee4c658fd38492effa5b3a__artrecital__content_5.43" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1__content_5.43">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.43</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van kantooractiviteiten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_2b70547728354f31a6c5ce5716515566__artrecital__content_5.44" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1__content_5.44">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.44</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het eerste lid van dit artikel bepaalt waar kantooractiviteiten zijn toegestaan. In het eerste lid is bepaald dat kantooractiviteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'kantoor'. Kantoor-activiteiten die passen in dit artikel zijn voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>In het tweede lid is opgenomen dat binnen de locatie 'kantoor - begane grond' de kantooractiviteit alleen is toegestaan op de begane grond.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_cf031846f05a4e61b6f17b3d0b4e9e22__artrecital__content_5.45" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1__content_5.45">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.45</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van kantooractiviteiten die niet door middel van de algemene regels van artikel 5.49 zijn toegestaan. Zonder een omgevingsvergunning mogen er geen kantooractiviteiten worden uitgevoerd op een locatie buiten de locatie 'kantoren'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_790355f157324485b35ca60ac530c827__artrecital__content_5.46" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1__content_5.46">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.46</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het uitvoeren van kantooractiviteiten. Een omgevingsvergunning kan worden verleend als de kantooractiviteit niet in een gebied is gelegen dat primair is aangewezen voor de activiteit wonen (zoals een woonwijk). In aanvulling daarop geldt:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_895__content_895__list_o_1" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1__content_5.46__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_895__content_895__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1__content_5.46__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>Als het gaat om een kleinschalig zelfstandig kantoor mag het brutovloeroppervlak ten hoogste van 1.000 m2 bedragen en moet het een lokaal verzorgingsgebied hebben en aantoonbaar bijdragen aan de lokale economie.</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_895__content_895__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1__content_5.46__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>Als het gaat om een bedrijfsgebonden kantoor mag het brutovloeroppervlak ten hoogste 50% van het totale bruto-vloeroppervlak van het bedrijf bedragen.</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_895__content_895__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1__content_5.46__list_o_1__item_o_3">
			      <Al>Voor kantoren die in overeenstemming zijn met de regionale behoefte en waar gedeputeerde staten mee heeft ingestemd en voor kantoren van de gemeente of hulpdiensten geldt geen maximum oppervlak.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Tot slot geldt voor alle vormen van kantoor zoals hiervoor beschreven dat moet worden voorzien in voldoende parkeren, zoals opgenomen in afdeling 7.6.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e78e663ec0bd4d68858eb265f266b63f__artrecital__content_5.47" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.1__content_5.47">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.47</Nummer>
			  <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van de activiteit 'Kantoor' ingediend moeten worden. De aanvrager van een omgevingsvergunning moet door middel van een plattegrond aantonen dat het kleinschalig zelfstandig kantoor een brutovloeroppervlakte van maximaal 1.000 vierkante meter heeft en de aanvrager moet aantonen dat het kantoor een lokaal verzorgingsgebied heeft en bijdraagt aan de lokale economie. Wat een lokaal verzorgingsgebied is, is bepaald in de begripsbepalingen van het omgevingsplan. Als het gaat om een bedrijfsgebonden kantoor moet eveneens met een plattegrond worden aangetoond dat het kantoorgedeelte niet meer dan 50% van het totale oppervlak van het bedrijf bedraagt. De indieningsvereisten uit dit artikel zijn daarmee een aanvulling op de indieningsvereisten die op grond van artikel 7.3 van de Omgevingsregeling en artikel 1.2 van dit omgevingsplan ook moeten worden ingediend.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_0507015124d1434c8e41efcdfff2b08e__artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.2" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.8.2</Nummer>
			<Opschrift>Ondergeschikte kantooractiviteiten uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f9ef0d56466e42a5958dad1d2809d423__artrecital__content_5.48" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.2__content_5.48">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.48</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van ondergeschikte kantooractiviteiten. Het gaat om kantooractiviteiten die als ondergeschikte activiteiten bij een andere gebruiksactiviteit worden uitgevoerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5ba0f8d9d34e4978a0b78c2a417137c3__artrecital__content_5.49" eId="artrecital__div_5__div_5.8__div_5.8.2__content_5.49">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.49</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar ondergeschikte kantooractiviteiten zijn toegestaan. Het eerste lid bepaalt dat ondergeschikte horeca-activiteiten toegestaan is op gronden waar het gebruik als bedrijfsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, horeca-activiteiten, kantooractiviteiten of maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan. Ondergeschikte kantoor-activiteiten die passen in dit artikel is voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>Het tweede lid bepaalt dat de ondergeschikte kantoor-activiteiten naar aard en omvang ondergeschikt moet zijn aan het hoofdgebruik. Het hoofdgebruik kan dus gaan om bedrijfsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, horeca-activiteiten, kantooractiviteiten of maatschappelijke activiteiten.</Al>
			  <Al>In het derde lid zijn regels opgenomen waaraan het brutovloeroppervlakte van ondergeschikte kantoren aan moet voldoen. Het brutovloeroppervlakte mag maximaal 50% van de totale vloeroppervlakte van het hoofdgebruik bedragen. Er geldt tevens een maximum van 1.000 m2.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_331e907a63234bbc9176213e9b39a57e__artrecital__div_5__div_5.9" eId="artrecital__div_5__div_5.9">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.9</Nummer>
		      <Opschrift>Maatschappelijke activiteiten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_c12de7894ab7447aa27ce131b1b49f2a__artrecital__div_5__div_5.9__div_5.9.1" eId="artrecital__div_5__div_5.9__div_5.9.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.9.1</Nummer>
			<Opschrift>Maatschappelijke activiteiten uitvoeren</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_2a2247c5eac1402092e8ffdc1e8b35f8__artrecital__content_5.50" eId="artrecital__div_5__div_5.9__div_5.9.1__content_5.50">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.50</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten. In het tweede lid wordt verduidelijkt om welke vormen van maatschappelijke activiteiten in deze paragraaf onder maatschappelijke activiteiten vallen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5111eef97f97472997a0abd1df7fbc84__artrecital__content_5.51" eId="artrecital__div_5__div_5.9__div_5.9.1__content_5.51">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.51</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan. Het eerste lid bepaalt dat maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan binnen de locatie 'maatschappelijk'. Maatschappelijke activiteiten die passen in dit artikel zijn voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>In het tweede lid is opgenomen dat voor bestaande maatschappelijke activiteiten niet geldt dat deze worden uitgevoerd binnen de locatie 'maatschappelijk'. Bestaande maatschappelijke activiteiten vallen onder de definitie van bestaand gebruik en zijn hierdoor wel toegestaan buiten deze locatie.</Al>
			  <Al>Vervolgens worden in de leden 3 tot en met 8 specifieke locaties voor specifieke vormen van maatschappelijke activiteiten opgenomen. Binnen deze locaties zijn maatschappelijke activiteiten alleen toegestaan als het om de betreffende specifieke vorm van maatschappelijke activiteiten gaat. Het gaat om maatschappelijke activiteiten in de vorm van onderwijs, brandweerkazerne, sportzaal, dansschool en zorg. Op de locatie 'maatschappelijk - onderwijs' is alleen een maatschappelijke activiteit in de vorm van onderwijs toegestaan, op de locatie 'maatschappelijk - brandweerkazerne' is alleen een maatschappelijke activiteit in de vorm van een brandweerkazerne toegestaan en op de locatie 'maatschappelijk - sportzaal' is alleen een maatschappelijke activiteit in de vorm van een sportzaal toegestaan enzovoort.</Al>
			  <Al>Dit artikel stelt alleen regels over de ruimtelijke aspecten van maatschappelijke activiteiten, zoals regels over de omvang van een gebouw (in hoofdstuk 6 van het omgevingsplan) of het gebruik van een gebouw (in dit hoofdstuk 5 van het omgevingsplan). De toetsing van de effecten van een maatschappelijke activiteit op bijvoorbeeld openbare orde en veiligheid verloopt via de APV of een vergelijkbare verordening. Toetsing aan bijvoorbeeld artikel 2:28 van de APV van de gemeente Sliedrecht blijft daarmee dus plaatsvinden als er bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor de vestiging van een sportschool in een gebouw met een maatschappelijke functie wordt gedaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_607e2d26f007431bbab3149328e3b997__artrecital__content_5.52" eId="artrecital__div_5__div_5.9__div_5.9.1__content_5.52">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.52</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten die niet door middel van de algemene regels van artikel 5.51 zijn toegestaan. Zonder een omgevingsvergunning mogen er geen maatschappelijke activiteiten worden uitgevoerd op een locatie buiten de locatie 'maatschappelijk'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_bdcc3e5ba93b43b7898f6c3e086d2413__artrecital__div_5__div_5.10" eId="artrecital__div_5__div_5.10">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.10</Nummer>
		      <Opschrift>Nutsvoorzieningen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_63addda031e7488393c21b7c2d71d673__artrecital__div_5__div_5.10__div_5.10.1" eId="artrecital__div_5__div_5.10__div_5.10.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.10.1</Nummer>
			<Opschrift>Nutsvoorzieningen oprichten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_07e1046a113847efbc7ba6979ce037cb__artrecital__content_5.53" eId="artrecital__div_5__div_5.10__div_5.10.1__content_5.53">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.53</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het oprichten van nutsvoorzieningen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4ea21726b66a44a198c3a57cdbcf0e01__artrecital__content_5.54" eId="artrecital__div_5__div_5.10__div_5.10.1__content_5.54">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.54</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar het oprichten van nutsvoorzieningen is toegestaan. Het oprichten van nutsvoorzieningen is overal toegestaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_c468039fa05948e9828181fa60af87b4__artrecital__div_5__div_5.13" eId="artrecital__div_5__div_5.13">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.13</Nummer>
		      <Opschrift>Verkeer</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_c5002f60e00e46c587c9e57e3e7167f6__artrecital__div_5__div_5.13__div_5.13.1" eId="artrecital__div_5__div_5.13__div_5.13.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.13.1</Nummer>
			<Opschrift>Gebruik van gronden voor verkeer</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_ae6aa984dcc74e8dbbb72169e9405664__artrecital__content_5.55" eId="artrecital__div_5__div_5.13__div_5.13.1__content_5.55">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.55</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het gebruik van gronden voor verkeer en verblijf in de openbare ruimte.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5447758f37d84876911b72f7f80b3d8c__artrecital__content_5.56" eId="artrecital__div_5__div_5.13__div_5.13.1__content_5.56">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.56</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar het gebruik van gronden voor verkeer en verblijf in de openbare ruimte is toegestaan. Het gebruik van gronden voor verkeer en verblijf in de openbare ruimte is toegestaan binnen de locatie 'verkeer'.</Al>
			  <Al>In het tweede lid worden voorzieningen genoemd die onder het gebruik van gronden voor verkeer en verblijf in de openbare ruimte vallen. Met dit lid worden voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van verkeer en verblijf toegelaten op gronden waar het gebruik van gronden voor verkeer en verblijf is toegestaan. Het is geen uitputtende opsomming, maar het gaat in ieder geval om wegen, woonstraten, paden voor langzaam verkeer, pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_bc0af00a26e04615abb6756f357aa817__artrecital__div_5__div_5.14" eId="artrecital__div_5__div_5.14">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.14</Nummer>
		      <Opschrift>Wonen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_2cc4ab6014414f51b12d39b8c519d134__artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.1" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.14.1</Nummer>
			<Opschrift>Woonruimte gebruiken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7dfe83f75c3e4f83ac82a64cf8dda15e__artrecital__content_5.57" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.1__content_5.57">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.57</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het gebruiken van gronden en bouwwerken als woonruimte.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_3cbb00bff8ad487e8bd29f43815182ba__artrecital__content_5.58" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.1__content_5.58">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.58</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar het is toegestaan om gronden en bouwwerken te gebruiken als woonruimte. Het eerste lid bepaalt dat de activiteit woonruimte gebruiken is toegestaan binnen de locatie 'wonen'. Het gebruiken van woonruimte dat past in dit artikel zijn voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>Het tweede lid bepaalt dat wonen alleen op de verdieping is toegestaan binnen de locatie 'wonen op verdieping'.</Al>
			  <Al>Het derde lidgeeft aan dat in een zelfstandige woning maximaal één huishouden mag wonen, behalve waar dit in dit omgevingsplan anders is bepaald. Het aantal personen/huishoudens in een woning heeft namelijk invloed op het wooncomfort binnen de woning zelf en op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Wat onder een zelfstandige wonen wordt verstaan is vastgelegd in de begripsbepaling.</Al>
			  <Al>Het vierde lid verbiedt het om te wonen in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk. Wat onder bijbehorend bouwwerk wordt verstaan, is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_cc7a34444e644f608d772d000b68d620__artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.2" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.14.2</Nummer>
			<Opschrift>Woonruimte toevoegen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5f95cb2512814e72bb3729a19e611534__artrecital__content_5.59" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.2__content_5.59">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.59</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het toevoegen van woonruimte.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f64e3f8996844dd983e2c3202743c47b__artrecital__content_5.60" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.2__content_5.60">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.60</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het toevoegen van woonruimte. Het eerste lid bepaalt dat het zonder omgevingsvergunning niet toegestaan is om woonruimte toe te voegen door nieuwbouw, verbouw of woningsplitsing.</Al>
			  <Al>In het tweede lid worden uitzondering op de vergunningplicht uit het eerste lid genoemd. Als er woningen worden toegevoegd door vervangende nieuwbouw is geen omgevingsvergunning voor de activiteit woonruimte toevoegen nodig als het aantal woningen niet meer is dat het aantal woningen dat wordt vervangen. Daarnaast geldt dat als er al een omgevingsvergunning voor het toevoegen voor woningen is verleend of een omgevingsvergunning in procedure is, voordat deze regels op de betreffende locatie zijn gaan gelden, dat er geen nieuwe omgevingsvergunning nodig is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0cf1149d0fb74cf3905920632155616d__artrecital__content_5.61" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.2__content_5.61">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.61</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het toevoegen van woonruimte. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanvaardbaar is uit onder andere stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig oogpunt, de te realiseren moeten passen binnen de regionale afspraken en er wordt voldaan aan de parkeerregels, zoals opgenomen in afdeling 7.6.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c71edd6d125e4c3e8d52e76f2f75866e__artrecital__content_5.62" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.2__content_5.62">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.62</Nummer>
			  <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van de activiteit 'Woning toevoegen. In dit geval moet een aanvrager door middel van een onderbouwing aantonen dat een toe te voegen woning stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig inpasbaar is. Dit indieningsvereiste geldt specifiek voor het uitvoeren van detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel. Het indieningsvereiste uit dit artikel is daarmee een aanvulling op de indieningsvereisten die op grond van artikel 7.3 van de Omgevingsregeling en artikel 1.2 van dit omgevingsplan ook moeten worden ingediend.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_30e286c17dce481d823473b1b8670e9c__artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.3" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.3">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.14.3</Nummer>
			<Opschrift>Beroep of bedrijf aan huis</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d2561ba3aae746a182ed83626d6b195e__artrecital__content_5.63" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.3__content_5.63">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.63</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitoefenen van beroep- en bedrijfsactiviteiten aan huis.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d3e3f1eed0524de0938a02d78caa582c__artrecital__content_5.64" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.3__content_5.64">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.64</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar het is toegestaan om gronden en bouwwerken te gebruiken als beroep of bedrijfsactiviteiten aan huis. Het eerste lid bepaalt dat het uitoefenen van beroep of bedrijfsactiviteiten aan huis is toegestaan daar waar de activiteit woonruimte gebruiken is toegestaan. Overal waar gewoond wordt, mag beroep of bedrijfsactiviteiten aan huis worden uitgeoefend. Het gebruiken van woonruimte voor een beroep of bedrijf aan huid dat past in dit artikel zijn voor het gebruik dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels.</Al>
			  <Al>In het tweede lid zijn de regels opgenomen waaraan voldaan moet worden bij het uitoefenen van beroep of bedrijfsactiviteiten aan huis. Onder sub a wordt gesteld dat het uitoefenen van beroep of bedrijfsactiviteiten aan huis plaats mag vinden in een woning of een bijbehorend bouwwerk. Sub b en c stelt een maximum oppervlakte voor het uitoefenen van beroep of bedrijfsactiviteiten aan huis, namelijk maximaal 30% van de woning of daarbij bijbehorend bouwwerk en maximaal 40 m<sup>2</sup>. Sub d stelt dat het uitoefenen van beroep en bedrijfsactiviteiten niet tot onevenredige milieu hygiënische hinder voor omwonenden mag veroorzaken. Sub e stelt dat het uitoefenen van beroep en bedrijfsactiviteiten geen nadelige invloed heeft op de normale verkeersafwikkeling. Tot slot stelt sub f dat er in voldoende mate ruimte moet worden aangebracht voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen. Hierbij dient het op dat moment geldende gemeentelijke parkeernormennota te worden geraadpleegd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_4fab7794a25d4c08afa05dcca3e1ee78__artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.4" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.4">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.14.4</Nummer>
			<Opschrift>Uitvoeren van mantelzorg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0fd751117e9d4dea9a478583b3200a67__artrecital__content_5.65" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.4__content_5.65">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.65</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het uitvoeren van mantelzorg bij wonen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d8131a7bda2447e39e7c4cd6d3671652__artrecital__content_5.66" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.4__content_5.66">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.66</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan in welke gevallen het uitvoeren van de activiteit mantelzorg uitvoeren vergunningvrij is. Dat is het geval als deze activiteit gecombineerd wordt met een woonactiviteit op hetzelfde perceel, het gebouw waarbinnen de activiteit plaatsvindt rechtmatig is gebouwd en het perceel niet grenst aan percelen met diverse activiteiten die mogelijk hinder kunnen veroorzaken of hinder van het uitvoeren van de activiteit kunnen ondervinden. Als sprake is van een dergelijke activiteit op een naastgelegen geval moet worden beoordeeld of de activiteiten samengaan. Tot slot is bepaald dat er geen omgevingsvergunning voor het bouwen en gebruiken van een mantelzorgwoning nodig is als de mantelzorgwoning niet in een aandachts- of beperkingengebied van een milieubelastende activiteit ligt. Een ligging buiten deze gebieden voorkomt immers ook de aantasting van de mogelijkheden van een bedrijf. Een voorbeeld van een dergelijk aandachtsgebied is een geluidaandachtsgebied rondom een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds zijn vastgesteld.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_2e3d70668cd84a57a8c8741b023116ab__artrecital__content_5.67" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.4__content_5.67">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.67</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting van mantelzorg. Wat onder mantelzorg wordt verstaan, is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_849c2736ccc64acf81575a26d474ff23__artrecital__content_5.68" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.4__content_5.68">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.68</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft de beoordelingsregels weer die worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag voor het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor het uitvoeren van mantelzorg. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het bestaande bouwwerk rechtmatig is gebouwd, het geluid op het gebouw, veroorzaakt door geluidbronnen in de omgeving, met oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is en dat het gebruik van het bestaande bouwwerk voor de huisvesting van mantelzorg niet leidt tot beperkingen bij de bestaande uitoefening van milieubelastende activiteiten in de omgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_672a34c47483406682b98cfe4fb2ad1c__artrecital__content_5.69" eId="artrecital__div_5__div_5.14__div_5.14.4__content_5.69">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.69</Nummer>
			  <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van de activiteit 'Mantelzorg' ingediend moeten worden. De aanvrager van een omgevingsvergunning moet door middel van een geluidberekening aantonen dat voldaan worden aan de normen voor de geluidbelasting die dit omgevingsplan aan mantelzorgwoningen stelt. Tevens moet een aanvrager aantonen dat het gebruik van de mantelzorgwoning niet leidt tot beperkingen voor de bestaande uitoefening van milieubelastende activiteiten in de omgeving van de mantelzorgwoning. De indieningsvereisten uit dit artikel zijn daarmee een aanvulling op de indieningsvereisten die op grond van artikel 7.3 van de Omgevingsregeling en artikel 1.2 van dit omgevingsplan ook moeten worden ingediend.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_5c3f2b3300654be4be6833e5b6c19c96__artrecital__div_5__div_5.15" eId="artrecital__div_5__div_5.15">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.15</Nummer>
		      <Opschrift>Water</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_812e085400a84f5da4de9e006b7bfa0b__artrecital__div_5__div_5.15__div_5.15.1" eId="artrecital__div_5__div_5.15__div_5.15.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.15.1</Nummer>
			<Opschrift>Gebruik van gronden voor water</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_47fdc9d4357945e28cc87fbcaba716e7__artrecital__content_5.70" eId="artrecital__div_5__div_5.15__div_5.15.1__content_5.70">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.70</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het gebruik van gronden voor water in de openbare ruimte.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c4e9c8930d8844459a657c28b07fe61d__artrecital__content_5.71" eId="artrecital__div_5__div_5.15__div_5.15.1__content_5.71">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.71</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar het gebruik van gronden voor water in de openbare ruimte is toegestaan. Het gebruik van gronden voor water in de openbare ruimte is toegestaan binnen de locatie 'water'.</Al>
			  <Al>In het tweede lid worden voorzieningen genoemd die onder het gebruik van gronden voor water in de openbare ruimte vallen. Met dit lid worden voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van water toegelaten op gronden waar het gebruik van gronden voor verkeer en verblijf is toegestaan. Het is geen uitputtende opsomming, maar het gaat in ieder geval om waterlopen, waterpartijen, voorzieningen voor waterberging, wateraanvoer en waterafvoer, waaronder duikers, groenvoorzieningen en oevers, voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder bruggen en steigers en nutsvoorzieningen. In hoofdstuk 6 van het omgevingsplan is bepaald welke regels voor het bouwen van dergelijke voorzieningen gelden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_b9e8a9f1ef8b4216b65b95c3cfe5ef75__artrecital__div_5__div_5.16" eId="artrecital__div_5__div_5.16">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>5.16</Nummer>
		      <Opschrift>Groen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_bf83bb8a8d324143901d81216fc4e153__artrecital__div_5__div_5.16__div_5.16.1" eId="artrecital__div_5__div_5.16__div_5.16.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>5.16.1</Nummer>
			<Opschrift>Gebruik van gronden voor groenvoorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_9ad2b96d6d8540e4a7ef6d2942f5a719__artrecital__content_5.72" eId="artrecital__div_5__div_5.16__div_5.16.1__content_5.72">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.72</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt over welke activiteiten deze paragraaf gaat. Deze paragraaf gaat over het gebruik van gronden voor groen in de openbare ruimte.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_6f0c474c5f5d44a181355fc9454ddf7d__artrecital__content_5.73" eId="artrecital__div_5__div_5.16__div_5.16.1__content_5.73">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.73</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar het gebruik van gronden voor groen in de openbare ruimte is toegestaan. Het gebruik van gronden voor groen in de openbare ruimte is toegestaan binnen de locatie 'groen'.</Al>
			  <Al>In het tweede lid worden voorzieningen genoemd die onder het gebruik van gronden voor groen in de openbare ruimte vallen. Met dit lid worden voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van groen toegelaten op gronden waar het gebruik van gronden voor verkeer en verblijf is toegestaan. Het is geen uitputtende opsomming, maar het gaat in ieder geval om plantsoenen, parken, bermen, groenstroken, beplanting, paden voor langzaam verkeer, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_de9091eed30b48f684c8ed7a4ad47d1e__artrecital__div_6" eId="artrecital__div_6" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>6</Nummer>
		    <Opschrift>Bouwwerken  </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisie wId="gm0610_bf3ed16d4c634a409fa28c70599b94dc__artrecital__div_6__div_6.1" eId="artrecital__div_6__div_6.1">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>6.1</Nummer>
		      <Opschrift>Bouwwerken algemeen  </Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="gm0610_2f225a2e618c436dbb2e480f24b307c0__artrecital__content_6.1" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.1</Nummer>
			<Opschrift>Normadressaat</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt voor wie de regels uit dit hoofdstuk bedoeld zijn. De regels van deze afdeling zijn bedoeld voor de persoon die de activiteit 'bouwen en in stand houden van een bouwwerk' uitvoert. Deze persoon moet zich aan de regels in dit hoofdstuk houden.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_5815d6dba02e42a49d1762ba10bf2a98__artrecital__content_6.2" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.2</Nummer>
			<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt waar de afdeling over gaat. Deze afdeling gaat over het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden van een bouwwerk.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_ed9fe52abc6f4d33972af1f4c8de3261__artrecital__content_6.3" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.3</Nummer>
			<Opschrift>Verboden bouwactiviteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaaltin het eerste lid dat het bouwen van een bouwwerk, of het in stand houden van een bouwwerk verboden is als dat niet in het hoofdstuk is toegestaan. Aanvullend regelt lid 2 dat het bouwen van nieuwe gebouwen binnen de locatie 'beperkingengebied - dijk - 1' verboden is.</Al>
			<Al>De bepalingen in lid 1 en 2 zijn niet van toepassing op bestaande bouwwerken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_fb58af66bd2d4aba8ea06ab48a81e016__artrecital__content_6.4" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.4</Nummer>
			<Opschrift>Uitzondering verbod</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders af kan wijken van het verbod op het bouwen van een gebouw in het 'beperkingengebied - dijk - 1'. Dat kan alleen onder de voorwaarden dat de waterkerende functie van de dijk niet wordt aangetast én na een schriftelijk advies van de waterbeheerder.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_de0370ccd6f3430c9a622ea45db8d2b0__artrecital__content_6.5" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.5</Nummer>
			<Opschrift>Anti-dubbeltelbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel voorkomt dat grond waarop eerder een bouwplan is goedgekeurd niet opnieuw wordt betrokken bij de overweging over een nieuw bouwplan.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_d43d4da9f4be4ddfa1a8722c472ee29e__artrecital__content_6.6" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.6</Nummer>
			<Opschrift>Geldende vergunning</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat als er meerdere vergunningen voor een perceel zijn verleend, de laatst verleende vergunning geldt.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_d99d02de017c401a9a2c24d439f4a704__artrecital__content_6.7" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.7</Nummer>
			<Opschrift>Specifieke zorgplicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel regelt dat schade of belemmeringen aan de in dit artikel genoemde zaken worden voorkomen of beëindigd. Als sprake is van een vermoeden van beschadiging of belemmeringen, moeten maatregelen worden getroffen om die beschadiging of belemmering te voorkomen of beëindigen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_18a880195a124945bd9a0160c1f1e59e__artrecital__content_6.8" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.8">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.8</Nummer>
			<Opschrift>Overschrijding bouwgrenzen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat enkele ondergeschikte bouwdelen de grenzen van bouwvlakken mogen overschrijden, binnen de in dit artikel genoemde voorwaarden.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_57fcca0481e4405cb561d3ec3bd6a77c__artrecital__content_6.9" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.9">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.9</Nummer>
			<Opschrift>Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat als een bestaand bouwwerk afwijkende maten heeft dan op grond van het omgevingsplan is toegestaan (zowel als het gaat om maximale als om minimale maten) die maten in stand gehouden kunnen blijven. Het gaat om afstanden, goot- en bouwhoogte, inhoudsmaten en oppervlaktematen. De verschillen mogen echter niet groter worden. Dus bij een overschrijding van de maximale maten mogen de maten niet verder toenemen en bij een overschrijding van de minimale maten mogen de maten niet verder afnemen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_33e6f393b70f4366b0440f378a824007__artrecital__content_6.10" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.10">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.10</Nummer>
			<Opschrift>Uitzetten rooilijnen en bebouwingsgrenzen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In door het bevoegd gezag te bepalen situaties kan het nodig zijn dat, voorafgaande aan het bouwen, door of namens het bevoegd gezag rooilijnen, bebouwingsgrenzen of het meetniveau van het te bouwen bouwwerk op het bouwterrein worden vastgesteld en gemarkeerd (uitgezet). In dit artikel regelt lid 1 dat vergunningplichtige bouwwerkzaamheden pas mogen beginnen als door of namens het bevoegd gezag de rooilijnen of bebouwingsgrenzen of het straatpeil zijn uitgezet. Het gaat hierbij om de omgevingsgunning voor activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.</Al>
			<Al>Lid 2 stelt dat naast de regels die in lid 1 worden genoemd, ook de overige regels die aan omgevingsvergunning worden gesteld, nageleefd moeten worden.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_db34b42bdb8c46d88117e2d80243f247__artrecital__content_6.11" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.11">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.11</Nummer>
			<Opschrift>Maatwerkvoorschrift controle rooilijnen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Artikel 6.10 bepaalt dat er niet begonnen mag worden met de bouw van een bouwwerk tot de rooilijnen, bebouwingsgrenzen en het straatpeil uitgezet zijn. Dit betekent dat een initiatiefnemer met het uitvoeren van bouwactiviteiten kan beginnen zodra deze drie zaken door of in opdracht van de initiatiefnemer in het veld zijn afgebakend.</Al>
			<Al>Omdat er in Sliedrecht sprake kan zijn van bijzondere situaties op het gebied van de ligging van een bouwperceel, bijvoorbeeld op of tegen een dijk dan wel in een gebied met cultuurhistorische waarden, kan het nodig zijn om rooilijnen, bebouwingsgrenzen en het straatpeil na het uitzetten te laten controleren door het bevoegd gezag. Met een controle na het uitzetten hiervan wordt immers voorkomen dat de bouwactiviteiten op een verkeerde basis plaatsvinden. Met deze controle wordt dus schade aan/nadeel voor de omgeving voorkomen. Op basis van een controle weet de initiatiefnemer ook zeker dat hij een goede basis heeft voor zijn bouwwerkzaamheden.</Al>
			<Al>Dit artikel geeft het bevoegd gezag daarom de mogelijkheid om te bepalen dat rooilijnen, bebouwingsgrenzen en het straatpeil niet alleen uitgezet moeten zijn maar ook gecontroleerd moet zijn voordat de bouwactiviteiten mogen beginnen. Deze eis kan het bevoegd gezag op basis van dit artikel per bouwactiviteit opleggen als het bevoegd gezag dat nodig acht.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_f10b1ea4d58147f5b8356ac560439b72__artrecital__content_6.12" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.12">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.12</Nummer>
			<Opschrift>Aansluiting distributienet voor elektriciteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel schrijft voor in welke gevallen de elektriciteitsvoorziening van een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor elektriciteit. Een aansluiting is voorgeschreven wanneer de aansluitafstand niet groter is dan 100 m. Bij een afstand van meer dan 100 m is de aansluiting voorgeschreven wanneer de aansluitkosten niet hoger zijn dan ze zouden zijn bij een afstand van 100 m.</Al>
			<Al>Lid 2 stelt dat de in dit artikel opgenomen aansluitplicht op het distributienet voor elektriciteit niet geldt voor het bouwen van drijvende bouwwerken of voor woonfuncties die gebouwd worden in particulier opdrachtgeverschap.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_e1b8f6d6af2042b2b81660cf9b7e9da2__artrecital__content_6.13" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.13">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.13</Nummer>
			<Opschrift>Aansluiting distributienet voor gas</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel schrijft voor in welke gevallen de gasvoorziening van een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor gas.</Al>
			<Al>Sub a schrijft voor dat er sprake is van een aansluiting als artikel 10, lid 6 onderdeel a of b van toepassing is. Dit artikel van de Gaswet is van invloed op de vraag of er bij nieuwbouw wel een aansluiting op het gasnet gerealiseerd kan worden door de netbeheerder. Het artikel in de Gaswet gaat niet over bestaande aansluitingen die al gerealiseerd zijn.</Al>
			<Al>Sub b schrijft voor dat de aansluitafstand niet groter mag zijn dan 40 meter of dat de afstand wel meer is dan 40 meter maar de aansluitkosten van het bouwwerk op het gasnetwerk niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.</Al>
			<Al>Sub c regelt dat de aansluitplicht op het distributienet voor gas niet geldt voor het bouwen van drijvende bouwwerken of voor woonfuncties die gebouwd worden in particulier opdrachtgeverschap.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_2597d7d25b6347078c0da168c26d1613__artrecital__content_6.14" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.14">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.14</Nummer>
			<Opschrift>Aansluiting distributienet voor drinkwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel regelt in welke gevallen de drinkwatervoorziening moet zijn aangesloten op het openbare distributienet voor drinkwater.</Al>
			<Al>Sub a schrijft voor dat de aansluitafstand niet groter mag zijn dan 40 meter.</Al>
			<Al>Sub b schrijft voor dat als de afstand wel meer is dan 40 meter, het bouwwerk wordt aangesloten als de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_2878d6aaded84f109a48c40f8d64c200__artrecital__content_6.15" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.15">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.15</Nummer>
			<Opschrift>Aansluiting voor afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel gaat over het afvoeren van huishoudelijk afvalwater, bijvoorbeeld het water uit de wastafels, het toilet, de douche en het bad, en het afvoeren van hemelwater, bijvoorbeeld regen of smeltende sneeuw. Het eerste lid geeft aan hoe de ondergrondse gebouwriolering ten opzichte van scheidingsconstructies dient te liggen.</Al>
			<Al>In het tweede lid wordt bepaald dat de ligging van de aansluiting voldoende moet zijn om zetting van de grond op te kunnen vangen. Het derde lid geeft regels voor de uitvoering van de leiding. Het vierde lid bepaalt dat een maatwerkvoorschrift kan worden opgesteld voor een aantal situaties. Sub a gaat in op de mogelijkheid om huishoudelijk afvalwater aan te sluiten op een openbaar vuilwaterriool of ander passend systeem zoals bedoeld onder artikel 2.16, lid 3 van de Omgevingswet. Sub b gaat in op de mogelijkheid om hemelwater afvoer aan te sluiten op een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool. Sub c geeft aan dat het maatwerkvoorschrift ook moet uitwerken of en hoe de huidige riolering moet worden aangepast om het functioneren ervan te behouden, ook voor omliggende aansluitingen en openbare voorzieningen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_76e96d79b2f34df7b42fb3e4a6d17cbf__artrecital__content_6.16" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.16">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.16</Nummer>
			<Opschrift>Bluswatervoorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Op grond van het eerste lid moeten gebouwen en andere bouwwerken een toereikende bluswatervoorziening hebben. Doel van deze regel is te waarborgen dat voor de brandweer een adequate openbare of niet-openbare bluswatervoorziening in of bij een bouwwerk beschikbaar is. Wanneer geen toereikende openbare bluswatervoorziening aanwezig is, moet worden zorg gedragen voor een toereikende niet-openbare bluswatervoorziening. Voorbeelden van bluswatervoorzieningen zijn een brandkraan of andere aansluiting op het drinkwater- of ander leidingnet voor bluswater, een watervoorraad, zoals een reservoir, een bassin, een blusvijver, een waterput of een bron (grondwater) of oppervlaktewater zoals een meer, de zee, een sloot, of een kanaal. Een bluswatervoorziening moet bereikbaar en betrouwbaar zijn, dus ook bij droogte of vorst. Daarom is in het artikel opgenomen dat een bluswatervoorziening niet nodig is als dit naar oordeel van het bevoegd gezag gezien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk niet nodig is.</Al>
			<Al>Het tweede lid regelt de maximaal toegestane afstand tussen een bluswatervoorziening en een brandweeringang, zoals bedoeld in artikel 2.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Of, als een brandweeringang niet aanwezig is, de toegang van een bouwwerk (gebouw of bouwwerk geen gebouw zijnde). De afstand mag niet meer dan 40 m bedragen.</Al>
			<Al>Het derde lid regelt dat de bluswatervoorziening altijd direct bereikbaar moet zijn. Zo kan het bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om maatregelen te treffen om te voorkomen dat een bluswatervoorziening wordt geblokkeerd door geparkeerde auto's of andere objecten.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_c1c62eaf34ea4c3cafe699f4c9f315dd__artrecital__content_6.17" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.17">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.17</Nummer>
			<Opschrift>Bereikbaarheid voor hulpverleningsvoertuigen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bevat regels bestemd voor de bereikbaarheid van gebouwen en bouwwerken die geen gebouw zijn waarin personen kunnen verblijven, voor brandweervoertuigen en voertuigen van andere hulpverleningsdiensten. Op grond van het eerste lid moet tussen de openbare weg en de toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg aanwezig zijn die geschikt is voor het te verwachten verkeer, zoals brandweervoertuigen en voertuigen van andere hulpverleningsdiensten. Niet elk gebouw of elk bouwwerk geen gebouw zijnde waarin personen kunnen verblijven hoeft over zo'n verbindingsweg te beschikken.</Al>
			<Al>Zo'n weg is niet vereist in de in het tweede lid aangegeven gevallen, zoals voor gebruiksfuncties met een bepaald gebruiksoppervlakte en vuurbelasting (maximaal 1.000 m2 en met een vuurbelasting van maximaal 500 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN6090), bij een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2, voor lichte industriefuncties alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten (met een permanente vuurbelasting van maximaal 150MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN6090) of als de toegang tot het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt of wanneer het bevoegd gezag van oordeel is dat de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk de aanwezigheid van die voorziening niet nodig maakt.</Al>
			<Al>In het derde lid is aangegeven aan welke eisen een verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid moet voldoen. De voorgeschreven minimumbreedte van de verbindingsweg en het voorgeschreven minimum draagvermogen van die weg zijn afgestemd op het gebruik door gangbare voertuigen zonder dat deze elkaar hoeven te kunnen passeren. Aan de in het derde lid gestelde eisen hoeft niet te worden voldaan wanneer in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening een afwijkende regel is opgenomen.</Al>
			<Al>In het vierde lid is bepaald dat op een voorgeschreven verbindingsweg (de in het eerste lid bedoelde weg) geen obstakels aanwezig mogen zijn die de voor de doorgang van brandweervoertuigen benodigde vrije hoogte en breedte blokkeren. Zo mag die weg niet worden geblokkeerd door geparkeerde auto's of overhangende takken.</Al>
			<Al>Het vijfde lid bepaalt dat een verbindingsweg niet zodanig mag zijn afgesloten dat dit de brandweer of andere hulpdiensten onnodig hindert.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_6c196e15da3a4d789e9192e5a117f8ef__artrecital__content_6.18" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.18">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.18</Nummer>
			<Opschrift>Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel heeft betrekking op opstelplaatsen voor brandweervoertuigen bij bouwwerken die voor het verblijf van personen zijn bestemd. Op grond van het eerste lid moeten bij een gebouw en bij een bouwwerk geen gebouw zijnde waarin personen kunnen verblijven opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig zijn, zodat die voertuigen op doeltreffende wijze kunnen worden aangesloten op de bluswatervoorziening. Die opstelplaatsen moeten in voldoende aantal aanwezig zijn, al naar gelang de grootte van het bouwwerk.</Al>
			<Al>Zulke opstelplaatsen zijn niet vereist in de in het tweede lid aangegeven gevallen, zoals bij een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2 of als de aard, de ligging of het gebruik van het gebouw respectievelijk het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist.</Al>
			<Al>Het derde lid regelt de maximaal toegestane afstand tussen een opstelplaats en een ingang van het gebouw/bouwwerk. Als het bouwwerk op grond van het Bbl over een brandweeringang moet beschikken, wordt de maximale afstand tussen de bluswatervoorziening en die specifieke ingang geregeld. De afstand mag niet meer dan 40 m bedragen.</Al>
			<Al>In het vierde lid is bepaald dat een opstelplaats over de voorgeschreven hoogte en breedte moet worden vrijgehouden voor brandweervoertuigen. Zo mag een opstelplaats niet worden geblokkeerd door geparkeerde auto's of overhangende takken. Het vijfde lid bepaalt dat een opstelplaats niet zodanig door hekwerken mag zijn afgesloten dat dit de brandweer of andere hulpdiensten (onnodig) hindert. Een eventueel ontsluitingssysteem moet in overleg met het bevoegd gezag worden gekozen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_06ace0fe611947ee8b34b5c6e053455e__artrecital__content_6.19" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.19">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.19</Nummer>
			<Opschrift>Meetbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In dit artikel zijn de bepalingen over de wijze van meten uit het tweede en derde lid van artikel 1 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht ongewijzigd overgenomen. De in deze afdeling genoemde waarden worden gemeten conform dit artikel.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_acbe914095914371aab764ad54273e30__artrecital__content_6.20" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.20">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.20</Nummer>
			<Opschrift>Vergunningsvrij veranderen bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel omvat alle gevallen waarbij er zonder omgevingsvergunning kan worden gebouwd en onder welke voorwaarden.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_1d8b6f89e98144759d615b183828d223__artrecital__content_6.21" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.21">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.21</Nummer>
			<Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel vraagt om alle gegevens en bescheiden die bij de aanvraag van een omgevingsvergunning horen. Ieder afzonderlijk sublid maakt duidelijk welke gegevens en bescheiden ten behoeve van een specifiek onderdeel van de beoordeling van de aanvraag van de omgevingsvergunning aan het bevoegd gezag ter beschikking moeten worden gesteld. Sub g vraagt om informatie die het bevoegd gezag nodig heeft voor de beoordeling van de welstandsaspecten van het bouwwerk. De beoordeling van de welstandsaspecten vindt plaats op basis van de regels van dit omgevingsplan en met behulp van de gegevens en bescheiden die op grond van sub g overgelegd worden. De beoordeling vindt, namens het bevoegd gezag, plaats door de Commissie ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Sliedrecht. De term 'beoordeling' in sub g heeft daarmee betrekking op de beoordeling van de regels over welstand in dit omgevingsplan om te bepalen welke gegevens en bescheiden aangeleverd moeten worden en niet op de partij die de beoordeling uitvoert.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_04fa5f27dda7497ba42280af8f04b380__artrecital__content_6.22" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.22">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.22</Nummer>
			<Opschrift>Redelijke eisen van welstand voor bouwen van een bouwwerk - [gereserveerd]</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt wanneer er aan de redelijke eisen van welstand voldaan is binnen de locatie 'welstandsgebied'. Dit artikel geldt alleen voor het bouwen van een bouwwerk. Dus niet voor het in stand houden van een bouwwerk.</Al>
			<Al>Het tweede lid bepaalt dat deze eisen niet gelden als er sprake is van een tijdelijk bouwwerk, met uitzondering van seizoensgebonden tijdelijke bouwwerken.</Al>
			<Al>Lid 3 stelt dat het uiterlijk van een bouwwerk niet in strijd mag zijn met voornoemde criteria: de redelijke eisen van welstand.</Al>
			<Al>Het vierde lid bepaalt dat de redelijke eisen van welstand worden beoordeeld aan de hand van welstandscriteria, zoals beschreven in het welstandsbeleid op het moment dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Het gaat hier niet om de criteria voor excessen, maar om de overige criteria voor welstand in het welstandsbeleid.</Al>
			<Al>Lid 5 omschrijft dat er een maatwerkvoorschrift gemaakt kan worden voor de uitwerking van lid 3.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_dddce449f10e4c438b15a86d83368719__artrecital__content_6.23" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.23">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.23</Nummer>
			<Opschrift>Redelijke eisen van welstand voor in stand houden van een bouwwerk [gereserveerd]</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt wanneer er aan de redelijke eisen van welstand voldaan is binnen de locatie 'welstandsgebied'. Het eerste lid bepaalt dat deze eisen gelden bij de activiteit 'in stand houden van een bouwwerk'.</Al>
			<Al>Dit artikel geldt alleen voor het in stand houden van een bouwwerk. Dus niet voor het bouwen van een bouwwerk. Bij het in stand houden van een bouwwerk hoeft alleen voldaan te worden aan de welstandseisen die gelden voor excessen.</Al>
			<Al>Het tweede lid bepaalt dat deze eisen niet gelden als er sprake is van een tijdelijk bouwwerk, met uitzondering van seizoensgebonden tijdelijke bouwwerken.</Al>
			<Al>Lid 3 stelt dat het uiterlijk van een bouwwerk niet in ernstige mate in strijd mag zijn met voornoemde criteria: de redelijke eisen van welstand die gelden bij excessen.</Al>
			<Al>Het vierde lid bepaalt dat de redelijke eisen van welstand worden beoordeeld aan de hand van beeldkwaliteitswelstandscriteria, zoals beschreven in het welstandsbeleid op het moment dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Het gaat hier alleen niet om de criteria voor excessen. Bestaande bouwwerken en vergunningvrije bouwwerken worden namelijk alleen aan de criteria voor excessen getoetst en mogen dan niet in ernstige mate in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. Nieuwe bouwwerken worden aan de andere welstandscriteria getoetst en mogen niet in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand.</Al>
			<Al>Lid 5 omschrijft dat er een maatwerkvoorschrift gemaakt kan worden voor de uitwerking van lid 3.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_c6d5b60933564d01af5889901d243da3__artrecital__content_6.24" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.24">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.24</Nummer>
			<Opschrift>Vergunningplicht binnen locatie welstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel stelt dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning binnen locatie 'welstandsgebied' een bouwwerk te bouwen zonder dat voldaan wordt aan de redelijke eisen van welstand zoals beschreven in artikel 6.22. Dit artikel gaat alleen over het bouwen van een bouwwerk en niet over het in stand houden van een bouwwerk.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_8ee4969477134602bb21ae2240ae0ed0__artrecital__content_6.25" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.25">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.25</Nummer>
			<Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning binnen de locatie welstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat een omgevingsvergunning voor een locatie 'welstandsgebied' zoals genoemd in artikel 6.22 alleen kan worden gegeven als aan de redelijke eisen van welstand voldaan wordt, met betrekking tot hoe het bouwwerk eruitziet en waar het neergezet wordt. Sub a noemt dat dit dan niet alleen gaat om het gebouw zelf maar ook om de relatie met andere bebouwing in de omgeving of te verwachten (andere) ontwikkelingen. Sub b bepaalt dat het college kan oordelen om in afwijking van sub a toch de omgevingsvergunning te verlenen. Dit artikel gaat alleen over het bouwen van een bouwwerk en niet over het in stand houden van een bouwwerk.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_4cb7d8eb798d4bf68aaa89a7ea8040e7__artrecital__content_6.26" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.26">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.26</Nummer>
			<Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel noemt de extra documenten die nodig zijn voor een omgevingsvergunning aanvraag in 'welstandsgebied', boven op de vereisten genoemd in artikel 6.25. Dit artikel gaat alleen over het bouwen van een bouwwerk en niet over het in stand houden van een bouwwerk.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_b9b5d7dd591c4f739aa7d41d74ce18c4__artrecital__content_6.27" eId="artrecital__div_6__div_6.1__content_6.27">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.27</Nummer>
			<Opschrift>Hemelwaterafvoer bij bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel stelt regels aan de hemelwaterafvoer die gelden als een gebouw op grond van dit omgevingsplan nieuw wordt gebouwd. De regels gelden ook als het bebouwd oppervlak van een gebouw door een verbouwing na 1 januari 2024 vergroot wordt. De regels gelden niet voor een (ver)bouwactiviteit ten behoeve waarvan voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning aangevraagd is. De regels gelden ook niet voor dergelijke activiteiten als er voor 1 januari 2024 afspraken over (mogelijke) herontwikkeling zijn gemaakt tussen gemeente en initiatiefnemer. Deze uitzonderingen zijn gesteld om te voorkomen dat lopende initiatieven geconfronteerd worden met deze regels en initiatiefnemers hun voornemen aan moeten passen. De regels gelden ook niet voor activiteiten die op grond van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving vergunningvrij zijn gemaakt want die activiteiten mogen overal in Nederland zonder nadere toetsing door een bevoegd gezag plaatsvinden. Bij de uitbreiding van een hoofdgebouw die op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving vergunningvrij plaatsvindt hoeft op grond van dit artikel dus niet te worden voorzien in extra berging van hemelwater.</Al>
			<Al>De regels van het derde lid in dit artikel bepalen dat hemelwater dat afstroomt van een nieuw gebouw of een gebouw dat uitgebreid is geborgd moet worden op het perceel waar dat gebouw op staat. Het water moet ook op dat perceel verwerkt worden en dat betekent bijvoorbeeld dat het water op dat perceel moet infiltreren in de bodem. Het opgevangen hemelwater mag niet geloosd worden naar andere percelen of de openbare ruimte. Als niet aan deze eis voldaan kan worden moet het water geloosd worden conform de regels die dit omgevingsplan stelt aan het lozen van afvloeiend hemelwater. Het vierde lid van dit artikel bepaalt daarbij in welke volgorde een lozing plaats moet vinden. Als eerste moet bovengronds geloosd worden in oppervlaktewater of een groenvoorziening. Pas als dat niet mogelijk is mag een lozing naar oppervlaktewater of groenvoorziening ondergronds plaatsvinden, enzovoorts.</Al>
			<Al>Het vijfde lid van dit artikel biedt het bevoegd gezag de mogelijkheid om een maatwerkvoorschrift te stellen. Daarmee wordt het voor het bevoegd gezag mogelijk om te bepalen hoe afvloeiend hemelwater geloosd moet worden. De bevoegdheid tot het stellen van een maatwerkvoorschrift geeft het bevoegd gezag in dit geval tevens de mogelijkheid om eisen te stellen aan die lozing om daarmee schade aan de eigendommen en belangen van derden te voorkomen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen wanneer het stellen van een maatwerkvoorschrift noodzakelijk is.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_681c0032d774465b9ba1b238b30346bc__artrecital__div_6__div_6.2" eId="artrecital__div_6__div_6.2">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>6.2</Nummer>
		      <Opschrift>Hoofdgebouw bouwen  </Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_dfef499fa9b9489295cbe27f9dd619f6__artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.1" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.2.1</Nummer>
			<Opschrift>Algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_1f1d3e9ab293418fbfcdf294431f695f__artrecital__content_6.28" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.1__content_6.28">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.28</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt dat de regels in deze paragraaf gaan over het bouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken voor wonen. Voorbeelden van een bijbehorend bouwwerk zijn in dit geval een aan- of uitbouw bij een woning. Bijbehorende bouwwerken bij andere gebouwen dan woningen vallen niet onder deze paragraaf en zijn daarom uitgesloten in het toepassingsbereik. Deze paragraaf gaat dus ook niet over het bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw dat gebruikt wordt voor de combinatie van een woon- en niet-woonactiviteit. Elders in dit omgevingsplan worden regels gesteld aan bijbehorende bouwwerken bij hoofdgebouwen voor dit soort combinatie.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_08207bafc69d4477a26a8bbc20034173__artrecital__content_6.29" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.1__content_6.29">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.29</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningplicht bouwen en in stand houden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een vergunningplicht in voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw. Zonder een omgevingsvergunning mag er geen hoofdgebouw gebouwd worden en in stand worden gehouden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d179997796de453ebea60c8ba3608882__artrecital__content_6.30" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.1__content_6.30">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.30</Nummer>
			  <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel wordt duidelijk gemaakt aan welke vereisten een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw moet voldoen. Een aanvraag om een omgevingsvergunning is pas compleet als aan alle aanvraagvereisten voldaan wordt. Zolang niet aan al die aanvraagvereisten voldaan wordt kan er geen omgevingsvergunning worden verleend.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_977c35d53a754c8899b6f509557ba487__artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.2.2</Nummer>
			<Opschrift>Hoofdgebouw anders dan wonen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_6416ea8087154fbfaf2151bfdede5257__artrecital__content_6.31" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2__content_6.31">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.31</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zoals de naam van deze paragraaf al zegt gaan de regels in deze paragraaf over het bouwen van een hoofdgebouw waar in principe niet in gewoond wordt. Deze paragraaf gaat dus niet over het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor het wonen, maar bijvoorbeeld over het bouwen en in stand houden van een bedrijfspand, supermarkt of sporthal. Dit artikel maakt dat duidelijk door de activiteiten op te sommen waar een hoofdgebouw voor een niet-woonactiviteit voor gebouwd en in stand kan worden gehouden.</Al>
			  <Al>De regels in deze paragraaf gelden wel voor woonactiviteiten als de woonactiviteiten in combinatie met een niet-woonactiviteit uit dit artikel plaatsvinden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_88ef4c22001f4751a2c8f54b1a1813ed__artrecital__content_6.32" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2__content_6.32">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.32</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels - algemeen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat algemene beoordelingsregels. Algemene beoordelingsregels zijn beoordelingsregels die voor iedere aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw gelden. Dat betekent dat er altijd aan de beoordelingsregels uit dit artikel getoetst wordt. De beoordelingsregels zijn gekoppeld aan een vergunningplicht die zowel voor het bouwen en in stand houden van hoofdgebouwen voor niet-woonfuncties als voor hoofdgebouwen voor woonfuncties geldt.</Al>
			  <Al>Een hoofdgebouw moet op grond van dit artikel in het bouwvlak gebouwd worden. Tevens mag het hoofdgebouw niet zo groot zijn dat de maximale norm voor het bebouwd oppervlak op een perceel overschreden wordt.</Al>
			  <Al>Op het gebied van de hoogte van een hoofdgebouw geldt dat deze hoogte uitgedrukt wordt in een bouw- en goothoogte. De goothoogte en bouwhoogte zijn beide gerelateerd aan het aantal bouwlagen van het hoofdgebouw. In uitzonderingen is de bouw- en goothoogte niet gerelateerd aan het aantal bouwlagen. Voor die uitzonderingen zijn in dit omgevingsplan gebieden aangewezen waaraan een maximale goot- en bouwhoogte gekoppeld is, waaraan voldaan moet worden. Tot slot mogen garageboxen op grond van dit omgevingsplan een bouwhoogte van maximaal drie meter hebben. Omdat garageboxen een plat dak hebben is het niet nodig om een goothoogte voor garageboxen vast te stellen.</Al>
			  <Al>Voor in de gevallen waarbij een woonactiviteit in combinatie met een niet-woonactiviteit plaatsvindt bepaalt dit artikel tenslotte dat het hoofdgebouw voor de gecombineerde activiteiten ook aan bovenstaande eisen moet voldoen. Dit maakt duidelijke welke regels gelden en zorgt voor een gelijkwaardige behandeling van hoofdgebouwen voor diverse functies.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a953659cf9ae45b2bc3bf197737e7691__artrecital__content_6.33" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2__content_6.33">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.33</Nummer>
			  <Opschrift>Specifieke beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Specifieke beoordelingsregels zijn beoordelingsregels die in aanvulling op de algemene beoordelingsregels gelden. Zoals de naam al zegt gelden de specifieke beoordelingsregels voor bepaalde activiteiten. In dit geval gelden de specifieke beoordelingsregels voor het bouwen van een hoofdgebouw voor een niet-woonfunctie.</Al>
			  <Al>Het eerste lid bepaalt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van hoofdgebouw met een plat dak dat aangeduid is als een hoofdgebouw dat een plat dak moet hebben, alleen verleend wordt als aangetoond is dat het hoofdgebouw aan de bovenzijde een platte afdekking heeft. Hiermee wordt afgedwongen dat een dergelijk hoofdgebouw daadwerkelijk een plat dak krijgt.</Al>
			  <Al>Het tweede lid bepaalt dat voor hoofdgebouwen die op een locatie staan die aangeduid is als 'groen' alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden kan worden verleend als de diepte van het hoofdgebouw niet toeneemt ten opzichte van de bestaande diepte.</Al>
			  <Al>Het derde lid stelt eisen aan de situering van hoofdgebouwen voor de niet-woonfuncties die in het lid genoemd zijn. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw wordt alleen verleend als de voorgevel in of maximaal vijf meter achter de bouwgrens staat die het dichtst bij de weg ligt. In aanvulling daarop geldt dat een hoofdgebouw niet dichter bij de zijdelingse perceelsgrens mag komen staan dan de afstand tussen een eventueel bestaand hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens. Als niet aan die eis voldaan wordt kan de omgevingsvergunning niet verleend worden. In situaties waarin geen sprake is van een bestaand hoofdgebouw geldt deze bepaling niet.</Al>
			  <Al>Het vierde lid in het artikel stelt eisen aan de vrije hoogte van onderdoorgangen die aangeduid zijn in het omgevingsplan. De bepaling geldt alleen voor de aangeduide onderdoorgangen. Met het stellen van deze eisen wordt geborgd dat onderdoorgangen voldoende toegankelijk worden gehouden. Als de onderdoorgang lager wordt dan de voorgeschreven hoogte kan er geen omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een niet-woonfunctie verleend worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_70b1b45b63294e6c9e248239608a3b79__artrecital__content_6.34" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2__content_6.34">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.34</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering nutsvoorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt het bouwen van een nutsvoorziening vergunningvrij gemaakt. De verplichting om een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een niet-woonfunctie aan te vragen geldt dus niet voor het bouwen en in stand houden van een nutsvoorziening. De uitzondering is alleen van toepassing als wordt voldaan aan de maatvoerings- en situeringseisen die in dit artikel worden genoemd. Als niet aan die eisen wordt voldaan vereist het bouwen en in stand houden van de nutsvoorziening alsnog een omgevingsvergunning.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b5edb45a84ee4a2d81c9614524075962__artrecital__content_6.35" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2__content_6.35">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.35</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering bouwen binnen bouwvlak</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In principe wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een niet-woonfunctie alleen verleend als het gebouw voldoet aan alle beoordelingsregels. Dit artikel bevat een uitzondering die geldt voor hoofdgebouwen van de niet-woonfuncties die in het artikel genoemd zijn. De uitzondering geldt ook voor combinaties van niet-woonfuncties en woonfuncties. In uitzondering op de beoordelingsregel mag een deel van het bouwwerk dat niet groter is dan 10 vierkante meter en uit één bouwlaag bestaat buiten het bouwvlak liggen. Niet het gehele hoofdgebouw hoeft uit één bouwlaag te bestaan, alleen het deel van het hoofdgebouw dat buiten het bouwvlak staat, mag maximaal 1 bouwlaag hoog zijn.</Al>
			  <Al>Als er sprake is van een hoofdgebouw dat het bouwvlak overschrijdt en waarbij het deel buiten het bouwvlak groter is dan 10 vierkante meter en/of uit meer dan één bouwlaag bestaat mag op grond van het tweede lid van dit artikel de bestaande dimensionering van het hoofdgebouw als maximum gehanteerd worden.</Al>
			  <Al>Met deze uitzondering kan een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van en hoofdgebouw verleend worden als niet voldaan wordt aan de beoordelingsregels maar wel voldaan wordt aan de bepalingen uit deze uitzondering.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_1422b389a0f44afbbfd66c481030fdfc__artrecital__content_6.36" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2__content_6.36">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.36</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering bebouwingspercentage</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In principe wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een niet-woonfunctie alleen verleend als het gebouw voldoet aan alle beoordelingsregels. Dit artikel bevat een uitzondering die geldt voor hoofdgebouwen van de niet-woonfuncties die in het artikel genoemd zijn. De uitzondering geldt ook voor combinaties van niet-woonfuncties en woonfuncties. De bouw van de hoofdgebouwen voor de genoemde niet-woonfuncties mag in uitzondering op de beoordelingsregels namelijk leiden tot het volledig bebouwen van het bouwvlak. In dat geval hoeft er geen deel van het bouwvlak onbebouwd te blijven. Als voldaan wordt aan deze uitzondering kan een omgevingsvergunning voor de bouw van een hoofdgebouw verleend worden als dat, in afwijking van de beoordelingsregels, leidt tot het volledig bebouwen van het bouwvlak.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_884ddc732272457ca0fb914ebf7db26b__artrecital__content_6.37" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2__content_6.37">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.37</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering goothoogte</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In principe wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een niet-woonfunctie alleen verleend als het gebouw voldoet aan alle beoordelingsregels. Dit artikel bevat een uitzondering die geldt voor hoofdgebouwen van de niet-woonfuncties die in het artikel genoemd zijn. De uitzondering geldt ook voor combinaties van niet-woonfuncties en woonfuncties. De uitzondering bepaalt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van hoofdgebouwen ook verleend kan worden als de goothoogte van de genoemde hoofdgebouwen niet meer is dan zeven meter of niet meer is dan de bestaande goothoogte bij het bestaande aantal bouwlagen. Deze laatste uitzondering geldt alleen als er sprake is van een omgevingsvergunning voor een hoofdgebouw waarbij de bestaande goothoogte en het bestaande aantal bouwlagen legaal meer bedragen dan toegelaten door de beoordelingsregels.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b0a41f0f031d4b169f7271358db40723__artrecital__content_6.38" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2__content_6.38">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.38</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering bouwhoogte</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In principe wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een niet-woonfunctie alleen verleend als het gebouw voldoet aan alle beoordelingsregels. Dit artikel bevat een uitzondering die geldt voor hoofdgebouwen van de niet-woonfuncties die in het artikel genoemd zijn. De uitzondering geldt ook voor combinaties van niet-woonfuncties en woonfuncties. De uitzondering bepaalt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van hoofdgebouwen ook verleend kan worden als de bouwhoogte van de genoemde hoofdgebouwen niet meer is dan tien meter op grond van sub a. Op grond van sub b mag de afwijkende bouwhoogte niet meer bedragen dan 4 meter. Deze hoogte van 4 meter wordt gemeten vanaf de bovenkant van de straat Kerkbuurt. Op grond van sub c mag binnen de locatie 'garage' de bouwhoogte maximaal 3 meter bedragen. Op grond van sub d mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de bestaande goothoogte bij het bestaande aantal bouwlagen. Deze uitzondering in sub c geldt alleen als er sprake is van een omgevingsvergunning voor een hoofdgebouw waarbij de bestaande goothoogte en het bestaande aantal bouwlagen legaal meer bedragen dan toegelaten door de beoordelingsregels.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_175443ddd6b347478453c54d401840ce__artrecital__content_6.39" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.2__content_6.39">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.39</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering diepte gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In principe wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een niet-woonfunctie alleen verleend als het gebouw voldoet aan alle beoordelingsregels. Dit artikel bevat een uitzondering die geldt voor hoofdgebouwen van de niet-woonfuncties die in het artikel genoemd zijn. De uitzondering geldt ook voor combinaties van niet-woonfuncties en woonfuncties. Deze uitzondering bepaalt dat hoofdgebouwen voor de genoemde functies die op een locatie staan die voorgeschreven is in dit omgevingsplan een diepte mogen hebben die groter is dan de diepte die voorgeschreven wordt in de beoordelingsregels. Dit mag alleen op de aangeduide locaties en alleen als er sprake is van een hoofdgebouw:</Al>
			  <Al>1. Waarbij de bestaande diepte groter is dan de diepte die voorgeschreven wordt door de beoordelingsregels.</Al>
			  <Al>2. Als deze grotere diepte geen afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden en in aangrenzende bouwwerken.</Al>
			  <Al>3. De grotere diepte noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering. en:</Al>
			  <Al>4. Er voorzien is in voldoende parkeerruimte.</Al>
			  <Al>Aan alle 1 tot en met 4 genoemde voorwaarden moet voldaan zijn. Het is aan de aanvrager van een omgevingsvergunning om aan te tonen dat er aan al deze voorwaarden voldaan wordt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_46a7a1493dfe493aac0af4b4d655dad7__artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.3" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.3">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.2.3</Nummer>
			<Opschrift>Hoofdgebouw wonen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7c6e37d22f0b4768be19b537877c5be0__artrecital__content_6.40" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.3__content_6.40">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.40</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De regels in deze paragraaf gaan over het bouwen van een woning. In dit geval is de woning het hoofdgebouw waarin gewoond mag worden. Deze paragraaf gaat dus niet over het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een niet-woonfunctie zoals een bedrijfspand. In lid 1 wordt dit duidelijk gemaakt door te bepalen dat de regels in deze paragraaf alleen gaan over het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor de activiteit 'Wonen'.</Al>
			  <Al>Het tweede lid van dit artikel maakt duidelijk dat de regels niet gelden voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor de combinatie van een woonfunctie met een niet-woonfunctie. Voor die combinatie gelden immers de regels uit paragraaf 6.2.2.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_64d111fabf044ff290037ab0b3ad70c4__artrecital__content_6.41" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.3__content_6.41">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.41</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat beoordelingsregels. Op basis van beoordelingsregels wordt bepaald of een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor het wonen verleend kan worden. De beoordelingsregels zijn gekoppeld aan een vergunningplicht die zowel voor het bouwen en in stand houden van hoofdgebouwen voor niet-woonfuncties als voor hoofdgebouwen voor woonfuncties geldt.</Al>
			  <Al>Een hoofdgebouw moet op grond van dit artikel in het bouwvlak gebouwd worden. Er kan geen omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw verleend worden als dat gebouw niet in een bouwvlak staat.</Al>
			  <Al>Een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw wordt in aanvulling op het voorgaande alleen verleend als de inhoud van een bestaand hoofdgebouw niet wordt vergroot. Met deze bepaling wordt voorkomen dat woningen steeds verder uitgebreid worden. De ongebreidelde uitbouw van woningen kan bijvoorbeeld negatieve gevolgen hebben voor de bezonning van naburige percelen en die gevolgen worden met dergelijke regels voorkomen.</Al>
			  <Al>Om te borgen dat er in Sliedrecht sprake is van straatbeelden met voorspelbare afstanden tussen de openbare weg en de voorgevel van een woning is bepaald dat een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een woning alleen verleend wordt als de voorgevel van die woning in de bouwgrens staat die het dichtste bij de openbare weg ligt of als de voorgevel maximaal vijf meter achter die bouwgrens ligt.</Al>
			  <Al>In aanvulling op de voorgaande bepaling geldt dat een hoofdgebouw voor het wonen niet dichter bij de zijdelingse perceelsgrens mag komen staan dan de afstand tussen een eventueel bestaand hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens. Als niet aan die eis voldaan wordt kan de omgevingsvergunning niet verleend worden.</Al>
			  <Al>Tevens is de diepte van woningen beperkt tot de maximale diepte van de bestaande woning. Als een woning dieper moet worden dan de bestaande diepte kan daar op grond van dit omgevingsplan in beginsel geen omgevingsvergunning voor verleend worden.</Al>
			  <Al>Op het gebied van de hoogte van een hoofdgebouw geldt dat deze hoogte uitgedrukt wordt in een bouw- en goothoogte. De goothoogte en bouwhoogte zijn beide gerelateerd aan het aantal bouwlagen van het hoofdgebouw. Voor hoofdgebouwen met meer bouwlagen dan voorgeschreven in dit artikel geldt dat de goot- en bouwhoogte steeds met drie meter per extra bouwlaag toenemen. Tot slot mogen parkeergarages bij woonfuncties op grond van dit omgevingsplan een bouwhoogte van maximaal twee meter hebben. Omdat deze parkeergarages een plat dak hebben is het niet nodig om er een goothoogte voor te bepalen.</Al>
			  <Al>In Sliedrecht liggen onderdoorgangen onder hoofdgebouwen. Onderdoorgangen die aangeduid zijn in dit omgevingsplan moeten op grond van sub k van dit artikel over een vrije hoogte van 2,5 meter beschikken om hen geschikt te maken voor sociaal veilige en gemakkelijke verplaatsingen. Als deze doorgangen een hoogte hebben van minder dan 2,5 meter wordt niet aan deze beoordelingsregel voldaan en kan er geen omgevingsvergunning verleend worden.</Al>
			  <Al>Sommige hoofdgebouwen hebben geen kap maar een plat dak. Een dergelijke platte afdekking van het hoofdgebouw wordt toegestaan door het omgevingsplan. Hoofdgebouwen met een platte afdekking zijn alleen toegestaan op de locaties die aangeduid zijn in dit omgevingsplan. Voor een gebouw met een platte afdekking buiten deze locaties kan geen omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden verleend worden.</Al>
			  <Al>Hoofdgebouwen in gebieden waar sprake is van een grote geluidbelasting moeten over een gevel zonder te openen delen beschikken als akoestisch onderzoek dit uitwijst. Een gevel zonder te openen delen werd onder de Wet geluidhinder een dove gevel genoemd. Dergelijke gebouwen zijn ook aangeduid in dit omgevingsplan. Als een aangeduid gebouw een gevel met te openen delen heeft wordt niet voldaan aan dit onderdeel van de beoordelingsregels en kan er geen omgevingsvergunning verleend worden. Deze specifieke beoordelingsregel bepaalt dat dove gevels op een hoogte van 3,5 meter (gerekend vanaf peil) aanwezig moeten zijn omdat op die hoogte de grootste geluidbelasting ontstaat. Delen van het gebouw beneden deze hoogte mogen dus wel over te openen delen beschikken.</Al>
			  <Al>Sub m bepaalt dat een hoofdgebouw boven een goothoogte van 12 meter (gerekend vanaf peil) geen uitspringende geveldelen mag hebben. Deze bepaling geldt alleen voor de locatie die aangeduid is in dit omgevingsplan. Op die locatie kan een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw alleen verleend worden als aan die eis voldaan is. Op andere locaties dan de aangeduide locatie geldt deze eis niet.</Al>
			  <Al>Sub n bepaalt dat een hoofdgebouw op een aangeduide locatie zo gebouwd en in stand gehouden moet worden dat het de bovenkant van de vloer minimaal een halve meter hoger ligt dan de bovenzijde van de weg naast het hoofdgebouw. Hiermee wordt afstroming van water vanaf de weg naar het hoofdgebouw voorkomen. Als niet aan deze eis voldaan wordt, kan er geen omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van het hoofdgebouw op de aangeduide locatie verleend worden. Op andere locaties dan de aangeduide locatie geldt deze eis niet.</Al>
			  <Al>Dit artikel sluit af met een beoordelingsregel die ook betrekking heeft op geluid. In het geluidaandachtsgebied 'Molendijk - Industrieweg' dat aangeduid is in dit omgevingsplan mag de geluidbelasting niet meer zijn dan de waarde in dit artikel. Deze regel is gesteld om een goed woon- en leefklimaat in dit geluidaandachtsgebied te borgen. Als blijkt dat de geluidbelasting op een woning in het geluidaandachtsgebied groter is dan de waarde die bepaald is in dit artikel mag er geen omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van die woning verleend worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_31afeb9dffb24b97a7319d31a69923d6__artrecital__content_6.42" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.3__content_6.42">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.42</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering nutsvoorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt het bouwen van een nutsvoorziening vergunningvrij gemaakt. De verplichting om een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een woonfunctie aan te vragen geldt dus niet voor het bouwen en in stand houden van een nutsvoorziening. De uitzondering is alleen van toepassing als wordt voldaan aan de maatvoerings- en situeringseisen die in dit artikel worden genoemd. Als niet aan die eisen wordt voldaan vereist het bouwen en in stand houden van de nutsvoorziening alsnog een omgevingsvergunning.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d6c635dcddd84eb6b94dfc57c1e2529e__artrecital__content_6.43" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.3__content_6.43">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.43</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering vergroting hoofdgebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In principe wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een woonfunctie alleen verleend als het gebouw voldoet aan alle beoordelingsregels. Dit artikel bevat een uitzondering die het mogelijk maakt om een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw te verlenen als dat hoofdgebouw in afwijking van de beoordelingsregels vergroot wordt. Het gaat op grond van sub a dan alleen om vergrotingen van de inhoud door een dakkapel, dakopbouw, gevelopbouw, aanbouwen en vervangende nieuwbouw. Sub a is beperkt tot deze elementen omdat die op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving vergunningvrij mogen worden geplaatst of op grond van dit omgevingsplan al toegestaan zijn. Vergrotingen van het hoofdgebouw door andere elementen dan genoemd in sub a vallen buiten dit artikel en zijn daarmee niet toegestaan.</Al>
			  <Al>Sub b van dit artikel bepaalt dat in een bijzonder geval de inhoud van een hoofdgebouw vergroot mag worden door het hoofdgebouw aan de achterzijde met maximaal 1,10 meter uit te breiden. Deze uitzondering geldt alleen op de locatie die aangeduid is in dit omgevingsplan. Vergrotingen van het hoofdgebouw door de achtergevel met meer dan 1,10 meter te verplaatsen, het dak te verhogen of anderszins zijn niet toegestaan door dit artikel.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7b758bb2e4df4875a7f7f31c7cb1ec50__artrecital__content_6.44" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.3__content_6.44">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.44</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering diepte hoofdgebouw - [gereserveerd]</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In principe wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een woonfunctie alleen verleend als het gebouw voldoet aan alle beoordelingsregels. Dit artikel bevat een uitzondering die het mogelijk maakt om een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw te verlenen als dat hoofdgebouw in afwijking van de beoordelingsregels minder dan tien meter diep is en in een aangeduid dijklint staat. Woningen die aan deze twee eisen voldoen mogen uitgebreid worden tot een diepte van maximaal tien meter. Deze uitzondering is opgenomen om de vaak relatief kleine woningen in een dijklint zo uit te breiden dat zij een bebouwd oppervlak bieden dat past bij de huidige tijd. Door de ligging van de woningen aan de dijk is uitbreiding van de woningen onder peil niet mogelijk. Het toevoegen van een bouwlaag is bij deze woningen doorgaans niet gemakkelijk of toegestaan en daarom is voor uitbreiding van de diepte van de woning gekozen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d0cb2d23627a4b2689b7fd2a57a3866a__artrecital__content_6.45" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.3__content_6.45">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.45</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering goothoogte</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In principe wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een woonfunctie alleen verleend als het gebouw voldoet aan alle beoordelingsregels. Dit artikel bevat uitzonderingen die het mogelijk maken om een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw te verlenen terwijl er sprake is van een goothoogte die niet past in de beoordelingsregels.</Al>
			  <Al>De uitzondering maakt het mogelijk om omgevingsvergunningen te verlenen voor het bouwen en in stand houden van bestaande hoofdgebouwen als die hoofdgebouwen een goothoogte hebben die meer bedraagt dan de goothoogte die toegelaten is in de beoordelingsregels. De bestaande goothoogte bij het bestaande aantal bouwlagen geldt dan als maximale goothoogte om verdere verhoging van de goothoogte te voorkomen.</Al>
			  <Al>Woningen die in Sliedrecht een gevelopbouw of dakopbouw hebben zijn aangeduid in dit omgevingsplan. Voor die woningen geldt dat dit artikel aan die aanduiding de mogelijkheid koppelt om de bestaande goothoogte vermeerderd met maximaal drie meter als maximale goothoogte toe te staan. Het terugbrengen van de goothoogte naar de hoogte die op grond van de beoordelingsregels direct toegestaan is zou voor deze woningen leiden tot het moeten afbreken van de dak- of gevelopbouw en dat heeft te grote consequenties op het gebied van rechtszekerheid en de bruikbaarheid van de woning. Om die reden is voor de aangeduide woningen deze uitzondering gemaakt.</Al>
			  <Al>Woningen met een plat dak hebben geen goot. In die gevallen moet de goothoogte gelijk zijn aan de bouwhoogte en dat wordt geregeld door de laatste bepaling van dit artikel. Als een woning voorzien is van de omgevingsnorm 'plat dak' kan de omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden dus ook verleend worden als de goothoogte gelijk is aan de bouwhoogte.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_742443195bbf475d8ea027c37e10d1d9__artrecital__content_6.46" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.3__content_6.46">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.46</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering bouwhoogte</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In principe wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een woonfunctie alleen verleend als het gebouw voldoet aan alle beoordelingsregels. Dit artikel bevat uitzonderingen die het mogelijk maken om een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw te verlenen terwijl er sprake is van een bouwhoogte die niet past in de beoordelingsregels.</Al>
			  <Al>De uitzondering maakt het mogelijk om omgevingsvergunningen te verlenen voor het bouwen en in stand houden van bestaande hoofdgebouwen als die hoofdgebouwen een bouwhoogte hebben die meer bedraagt dan de bouwhoogte die toegelaten is in de beoordelingsregels. De bestaande bouwhoogte bij het bestaande aantal bouwlagen geldt dan als maximale bouwhoogte om verdere verhoging van de bouwhoogte te voorkomen.</Al>
			  <Al>Woningen die in Sliedrecht een dakopbouw hebben zijn aangeduid in dit omgevingsplan. Voor die woningen geldt dat dit artikel aan die aanduiding de mogelijkheid koppelt om de bestaande bouwhoogte vermeerderd met maximaal drie meter als maximale bouwhoogte toe te staan. Het terugbrengen van de bouwhoogte naar de hoogte die op grond van de beoordelingsregels direct toegestaan is zou voor deze woningen leiden tot het moeten afbreken van de gevelopbouw en dat heeft te grote consequenties op het gebied van rechtszekerheid en de bruikbaarheid van de woning. Om die reden is voor de aangeduide woningen deze uitzondering gemaakt.</Al>
			  <Al>Woningen met een plat dak hebben geen goot. Deze woningen moeten een bouw- en goothoogte krijgen die gelijk zijn. Deze laatste bepaling in dit artikel zorgt voor die gelijkstelling. Als een woning voorzien is van de omgevingsnorm 'plat dak' kan de omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden dus ook verleend worden als de goothoogte gelijk is aan de bouwhoogte.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_e483875a62c344f1ad53dc10e68a4527__artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.4" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.4">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.2.4</Nummer>
			<Opschrift>Hoofdgebouw voor een nutsvoorziening in de openbare ruimte</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_64daf5d3bc654ddb9f26d867e986c762__artrecital__content_6.47" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.4__content_6.47">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.47</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Bijzondere vormen van op de grond staande bijbehorende bouwwerken zijn erkers en serres. Deze bouwwerken onderscheiden zich van andere bijbehorende bouwwerken door hun positie (erkers, staande aan de voor- en/of zijgevel van een hoofdgebouw) en materiaalgebruik (serres, uitgevoerd in glas). Dit artikel is een toepassingsbereik dat allereerst duidelijk maakt dat de regels in deze paragraaf gaan over het bouwen van erkers of serres bij hoofdgebouwen voor woonactiviteiten (woningen) en de opgesomde niet-woonactiviteiten. Voor de niet-woonactiviteiten geldt dat het gaat om panden die niet worden gebruikt voor het wonen maar waar op grond van dit omgevingsplan en diens voorgangers zoals bestemmingsplannen wel een erker en serre aan gebouwd mag worden en in stand mag worden gehouden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_bbcf4b8f72304aa9865a34c24f5ee7a6__artrecital__content_6.48" eId="artrecital__div_6__div_6.2__div_6.2.4__content_6.48">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.48</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt het bouwen van een nutsvoorziening vergunningvrij gemaakt. Deze uitzondering geldt ook voor de nutsvoorzieningen in paragrafen 6.2.2 en 6.2.3 van dit omgevingsplan. Nutsvoorzieningen in de openbare ruimte die gelijke afmetingen hebben als de nutsvoorzieningen in die paragrafen worden dan ook vergunningvrij gemaakt om gelijke gevallen gelijk te behandelen.</Al>
			  <Al>De verplichting om een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw voor een nutsvoorziening aan te vragen geldt niet als wordt voldaan aan de maatvoerings- en situeringseisen die in dit artikel worden genoemd. Als niet aan die eisen wordt voldaan vereist het bouwen en in stand houden van de nutsvoorziening alsnog een omgevingsvergunning.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_795abcddf707416f8bf9930a0dbea05e__artrecital__div_6__div_6.3" eId="artrecital__div_6__div_6.3">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>6.3</Nummer>
		      <Opschrift>Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen, in stand houden of gebruiken  </Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_e4a04d38e85c48afac290283b5ae86d6__artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.1" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.3.1</Nummer>
			<Opschrift>Bouwen van een bijbehorend bouwwerk voor wonen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_789e2871f1fa42d6a0a1b53b9cf38a80__artrecital__content_6.49" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.1__content_6.49">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.49</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat duidelijk maakt dat de regels in deze paragraaf gaan over het bouwen en in stand houden van andere bouwwerken in de openbare ruimte. Met andere bouwwerken wordt verwezen naar de regels in de voorgaande paragrafen. Die regels gaan namelijk over het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken. Een hoofdgebouw en bijbehorend bouwwerk zijn bouwwerken die voor mensen toegankelijk, overdekt en geheel dan wel gedeeltelijk met wanden omsloten zijn. Het zijn daarmee gebouwen. Bouwwerken zijn bouwkundige constructies die duurzaam met de aarde verbonden zijn, maar die niet voor mensen toegankelijk, overdekt en geheel dan wel gedeeltelijk met wanden omsloten zijn. Als er in Sliedrecht dus iets in de openbare ruimte gebouwd wordt dat geen gebouw is, valt het onder de werking van deze paragraaf. Voorbeelden van dit soort andere bouwwerken in de openbare ruimte zijn lantaarnpalen, vlaggenmasten en geluidschermen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_1ee753eab9e249c79828cbfbe02f22b8__artrecital__content_6.50" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.1__content_6.50">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.50</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel gaat over het bouwen en in stand houden van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk bij een woning, dat is bijvoorbeeld de eerdergenoemde aan- of uitbouw. De regels gaan niet over een dakkapel, dat is wel een bijbehorend bouwwerk maar staat niet op de grond.</Al>
			  <Al>In dit artikel is bepaald dat een op de grond staand bijbehorend bouwwerk bij een woning zonder omgevingsvergunning gebouwd en in stand mag worden gehouden als voldaan wordt aan de bepalingen in dit artikel. Bijbehorende bouwwerken die passen in dit artikel zijn dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan en mogen direct gebouwd worden en in stand worden gehouden. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. Voor het bouwen en in stand houden bijbehorende bouwwerken die niet passen in de regels van dit artikel is wel een omgevingsvergunning vereist.</Al>
			  <Al>Het bijbehorend bouwwerk moet in het achtererfgebied zoals bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1. van het Besluit bouwwerken leefomgeving staan. Daarmee wordt een wildgroei van bijbehorende bouwwerken op ruimtelijk ongeschikte locaties voorkomen. Het achtererfgebied als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving is grofweg het gedeelte van het perceel dat achter een denkbeeldige lijn die het hoofdgebouw op één meter achter de gevel doorkruist en de zijdelingse perceelsgrenzen met elkaar verbindt.</Al>
			  <Al>Om de verhouding tussen het hoofdgebouw van de woning en het bijbehorend bouwwerk te borgen gaan de bepalingen in dit artikel ook over de situering van het bijbehorend bouwwerk. Het bijbehorend bouwwerk moet daarom minimaal één meter achter (het verlengde) van de voorgevel staan en minimaal één meter afstand houden tot de erfgrens. De eis om één meter afstand te houden van de zijerfgrens geldt alleen als de zijerfgrens aan de openbare weg ligt. Als de zijerfgrens niet aan de openbare weg ligt, geldt deze bepaling niet. De diepte van het bijbehorend bouwwerk mag gemeten vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw niet meer dan vier meter bedragen. Met deze laatste bepaling wordt voorkomen dat bijvoorbeeld achtertuinen volledig bebouwd worden.</Al>
			  <Al>De verhouding tussen het bijbehorend bouwwerk en het hoofdgebouw wordt ook bepaald door de afmetingen van het bijbehorend bouwwerk. Daarom zijn de goothoogte en bouwhoogte beperkt. De goothoogte mag niet meer zijn dan drie meter. De bouwhoogte mag niet meer zijn dan vijf meter. Beide hoogtes worden gemeten vanaf het peil.</Al>
			  <Al>Het volledig bebouwen van achtertuinen of gehele percelen wordt ook voorkomen door de bepalingen in dit artikel die een maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken vastleggen. De maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is gekoppeld aan de oppervlakte van het perceel waar de woning op staat. Hoe groter het perceel, hoe groter de toegestane maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken. Om te voorkomen dat op zeer grote percelen een zeer groot oppervlak met bijbehorende bouwwerken gebouwd wordt is een maximale oppervlakte van 150 vierkante meter aan bijbehorende bouwwerken vastgelegd in dit artikel. Bijbehorende bouwwerken mogen dus nooit een groter oppervlak dan 150 vierkante meter beslaan.</Al>
			  <Al>Om de toegankelijkheid van percelen (bijvoorbeeld voor de brandweer bij brand) of bouwwerken (bijvoorbeeld voor onderhoud) zeker te stellen is tot slot bepaald dat er minimaal twee meter afstand moet zijn tussen bijvoorbeeld een aanbouw van een woning en een vrijstaand bijgebouw. Een voorbeeld van een vrijstaand bijgebouw is een schuur of overkapping. Deze bepaling geldt alleen voor bouwwerken op het achtererf, de regels gelden dus niet voor eventuele bouwwerken in een voortuin.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_372ce5e4aa624a1a9f5fd6adadbbb731__artrecital__content_6.51" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.1__content_6.51">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.51</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod bouwen van een op de grond staand bouwwerk - [gereserveerd]</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Artikel 6.50 staat in principe bijbehorende bouwwerken overal toe als voldaan wordt aan de eisen uit dat artikel. Maar er zijn in de gemeente Sliedrecht ook gebieden waar de bouw van bijbehorende bouwwerken ruimtelijk gezien ongewenst is. Het verbod in dit artikel verbiedt het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op de locaties die aangeduid zijn als 'bijbehorende bouwwerken uitgesloten' want op die plekken is een bijbehorend bouwwerk ongewenst. Dat betekent dat ook als een bijbehorend bouwwerk voldoet aan de bepalingen uit artikel 6.50 het niet gebouwd mag worden op de locatie met de aanduiding 'bijbehorende bouwwerken uitgesloten'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_962fb149f17b49009b2edfbe81e70da6__artrecital__content_6.52" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.1__content_6.52">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.52</Nummer>
			  <Opschrift>Bouwen van een bijbehorend bouwwerk binnen locatie bijgebouw - [gereserveerd]</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het centrum van Sliedrecht en omgeving zijn bijbehorende bouwwerken gebouwd die niet voldoen aan de eisen uit artikel 6.50. Deze bijbehorende bouwwerken hadden op grond van artikel 6.51 niet gebouwd mogen worden, maar zijn gebouwd voor dit omgevingsplan in werking trad. Het toestaan van deze bouwwerken is daarom op zijn plaats, daarmee wordt namelijk voorkomen dan een bouwwerk dat eerst legaal was illegaal wordt. De bijbehorende bouwwerken die niet passen in artikel 6.50 maar die wel gebouwd en in stand gehouden mochten worden op grond van regels die eerder van toepassing waren staan op locaties met de aanduiding 'bijgebouw', aangevuld met een nummer van de aanduiding. De regels die bij iedere aanduiding horen zijn opgenomen in een separaat lid in dit artikel. Ieder lid regelt bijbehorende bouwwerken die bestonden voor inwerkingtreding van dit omgevingsplan. Bepalingen over die bouwwerken uit voorheen geldende bestemmingsplannen zijn overgenomen in dit artikel in het omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Dit artikel bepaalt in het eerste lid dat bijbehorende bouwwerken op de locatie 'bijgebouw 1' zonder omgevingsvergunning gebouwd en in stand gehouden mogen worden als wordt voldaan aan de eisen die in dit artikel gesteld worden. De belangrijkste eis is dat het bijbehorend bouwwerk op de locatie 'bijgebouw 1' staat. Tevens zijn de oppervlakte en de bouwhoogte beperkt. Omdat het gaat om bijbehorend bouwwerken die ooit gebouwd zijn als berging is ook bepaald dat het bijbehorend bouwwerk alleen als berging in stand gehouden moest worden.</Al>
			  <Al>Voor bijbehorende bouwwerken die niet als berging gebouwd zijn stelt het tweede lid van dit artikel eisen. Ook hier geldt de eis dat het bijbehorend bouwwerk op een specifiek aangeduide locatie moet staan. Dat is de locatie 'bijgebouw 2'. Omdat het gaat om bouwwerken die op grond van regels die golden voor dit omgevingsplan in werking trad, gebouwd mochten worden is ook bepaald dat de bouwwerken voor een specifieke datum gebouwd moeten zijn om onder de werking van dit lid te vallen. Het gaat hier om bijbehorende bouwwerken in het voorerf en om te voorkomen dat het gehele voorerf volgebouwd wordt is een maximale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bepaald. Deze maximale oppervlakte wordt uitgedrukt in een percentage van het voorerf en een maximale oppervlakte. De norm die het eerste bereikt wordt bepaalt de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk. De situering van het bouwwerk is begrensd door bepalingen die de positie ten opzichte van het bouwwerk en de voorgevellijn, zijerfgrens alsmede de voorerfgrens bepalen. Bouwwerken die achter de achtergevel staan zijn begrensd in hun maximale diepte om het volledig bebouwen van achtertuinen te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_aeed09917fa44859a29306851e9d98b7__artrecital__content_6.53" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.1__content_6.53">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.53</Nummer>
			  <Opschrift>Afwijkende oppervlakte bijbehorende bouwwerken achter voorgevelrooilijn</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In artikel 6.50 sub g wordt de maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken gerelateerd aan de oppervlakte van het perceel waar de woning op staat. De bijbehorende bouwwerken horen bij die woning. In het bestemmingsplan 'Woongebied 2e herziening' was in de bestemmingen 'Wonen - 1' en 'Wonen - 2' echter bepaald dat minimaal 50% van de gronden die grofweg achter de voorgevels van woningen in die bestemmingen liggen onbebouwd moet worden. Die eis is overgenomen in dit artikel. Dat houdt in dat bij woningen nooit meer dan 50% van het perceel dat achter de voorgevellijn ligt bebouwd mag worden. In combinatie met artikel 6.50 kan dat leiden tot een beperking van de maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken als de 50% van het gedeelte van het perceel dat bebouwd mag worden eerder bereikt wordt dan de normen uit artikel 6.50, sub g.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4d79f5e19fda4593bc1bb9ce9bd72920__artrecital__content_6.54" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.1__content_6.54">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.54</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Een bijbehorend bouwwerk dat niet voldoet aan de regels uit deze paragraaf mag niet zonder omgevingsvergunning gebouwd en in stand gehouden worden. Dit artikel bevat de vergunningplicht voor het bouwen van deze bijbehorende bouwwerken. Dit artikel maakt duidelijk dat een omgevingsvergunning verkregen moet zijn voor deze bijbehorende bouwwerken gebouwd en in stand gehouden mogen worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a66e11011db7449ab25f713a883c31c7__artrecital__content_6.55" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.1__content_6.55">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.55</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning uit artikel 6.54 kan worden verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit dit artikel. De eerste bepaling waaraan voldaan moet worden is dat het bijbehorend bouwwerk (net als de vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken) in het achtererfgebied gebouwd moet worden. Daarmee wordt een ruimtelijk ongewenste wildgroei van bijbehorende bouwwerken voorkomen.</Al>
			  <Al>De tweede beoordelingsregel waaraan voldaan moet worden richt zich op de bescherming van de belangen van derden zoals buren. Het bijbehorend bouwwerk mag alleen gebouwd worden als het niet leidt tot een onevenredig nadelige aantasting van de bezonningssituatie op aangrenzende erven. Om de belangen van derden verder te beschermen is ook bepaald dat het bijbehorend bouwwerk alleen gebouwd mag worden als het niet leidt tot een onevenredig nadelige aantasting van de licht- en luchttoetreding op die aangrenzende erven.</Al>
			  <Al>Verder moet het bijbehorend bouwwerk het woon- en leefklimaat zo min mogelijk aantasten. Hiermee wordt gedoeld op nadelige veranderingen van de bezonning, de lichttoetreding en de luchttoetreding (die dus op grond van de voorgaande lid getoetst worden). Om dit erf zijn gebruikswaarde zoveel mogelijk te laten behouden en om het volledig bebouwen van percelen te voorkomen is bepaald dat het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden mag worden en is een maximale oppervlakte voor het bijbehorend bouwwerk gesteld.</Al>
			  <Al>Omdat het verlenen van omgevingsvergunningen voor deze niet-vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken maatwerkafwegingen vergt, bevatten de beoordelingsregels afwegingsruimte voor het bevoegd gezag. Hiermee kan het bevoegd gezag van geval tot geval een afweging maken.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_bc78781aca65415f83169c8a96e0a528__artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.2" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.3.2</Nummer>
			<Opschrift>Dakkapel op een woning</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f6aef7c9f32143e29539cc27390fc075__artrecital__content_6.56" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.2__content_6.56">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.56</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is een toepassingsbereik dat bepaalt dat de regels in deze paragraaf gaan over het bouwen van dakkapellen die niet passen in de regels uit artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7c471b06d8684cf8984905ff79f95c9c__artrecital__content_6.57" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.2__content_6.57">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.57</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving bepaalt dat dakkapellen in het achterdakvlak of in zijdakvlakken die niet naar de openbare weg gekeerd zijn zonder omgevingsvergunning gebouwd mogen worden. Dakkapellen in het voordakvlak of zijdakvlakken die naar de openbare weg gekeerd zijn mogen op grond van dit artikel alleen gebouwd worden nadat daar een omgevingsvergunning voor verleend is. Iedere dakkapel die niet voldoet aan artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, worden genoemd, is dus vergunningplichtig.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_3e9456b538fb44afa8c47c6e8c91fcc9__artrecital__content_6.58" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.2__content_6.58">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.58</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning uit artikel 6.57 wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de welstandscriteria voor dakkapellen. Juridisch is deze eis vormgegeven als een verwijzing naar het artikel in het omgevingsplan dat naleving van de welstandscriteria borgt.</Al>
			  <Al>De meeste dakkapellen die in Sliedrecht gebouwd zijn of worden zullen passen in de relatief ruime bepalingen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Bij uitzondering zullen dakkapellen die niet in die regels passend vergund moeten worden. Omdat het verlenen van dit soort omgevingsvergunningen maatwerkafwegingen vergt, bevatten de beoordelingsregels afwegingsruimte voor het bevoegd gezag. Hiermee kan het bevoegd gezag van geval tot geval een afweging maken.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_651810157a5641f9b76ba879974050b2__artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.3" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.3">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.3.3</Nummer>
			<Opschrift>Bouwen van een bijbehorend bouwwerk behorend bij een bedrijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_378168c01c39410a945a823502e587e4__artrecital__content_6.59" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.3__content_6.59">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.59</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat bepaalt dat de regels in deze paragraaf gaan over het bouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijf. Voorbeelden van een bijbehorend bouwwerk zijn in dit geval een aan- of uitbouw bij een bedrijfsloods. Bijbehorende bouwwerken bij bijvoorbeeld woningen vallen niet onder deze paragraaf en zijn daarom uitgesloten in het toepassingsbereik.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_ba0f5f1a2bed45a8bfcebcec70527a68__artrecital__content_6.60" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.3__content_6.60">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.60</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel gaat over het bouwen en in stand houden van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk bij een bedrijf, dat is bijvoorbeeld de eerdergenoemde aan- of uitbouw aan een loods. Het gaat in dit artikel steeds om bijbehorende bouwwerken die op de grond staan.</Al>
			  <Al>In dit artikel is bepaald dat een bijbehorend bouwwerk bij een woning zonder omgevingsvergunning gebouwd en in stand mag worden gehouden als voldaan wordt aan de bepalingen in dit artikel. Bijbehorende bouwwerken die passen in dit artikel zijn dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan en mogen direct gebouwd worden en in stand gehouden worden. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. Voor het bouwen en in stand houden bijbehorende bouwwerken die niet passen in de regels van dit artikel is wel een omgevingsvergunning vereist.</Al>
			  <Al>Om een ruimtelijk ongewenste wildgroei aan bijbehorende bouwwerken te voorkomen bepaalt dit artikel dat bijbehorende bouwwerken bij bedrijven in het bouwvlak moeten staan.</Al>
			  <Al>Om de verhouding tussen het hoofdgebouw van de woning en het bijbehorend bouwwerk te borgen gaan de bepalingen in dit artikel ook over de hoogte en situering van het bijbehorend bouwwerk. De bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk is begrensd tot drie meter zodat het bouwwerk lager blijft dan het hoofdgebouw. Daarmee blijft het bijbehorend bouwwerk ruimtelijk ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De situering is geregeld door te bepalen dat het bijbehorend bouwwerk in de zij- of achtererfgrens gebouwd moet worden. Als dat niet gebeurt, moet het bijbehorend bouwwerk minimaal één meter uit één van die grenzen gebouwd worden.</Al>
			  <Al>Het volledig bebouwen van percelen van bedrijven, met negatieve gevolgen voor waterbergingsruimte, brandveiligheid en de bruikbaarheid van percelen, wordt voorkomen door de bepalingen in dit artikel die een maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken vastleggen. De maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is gekoppeld aan de oppervlakte van het perceel waar het bedrijf op staat. Hoe groter het perceel, hoe groter de toegestane maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken. Om te voorkomen dat op zeer grote percelen een zeer groot oppervlak met bijbehorende bouwwerken gebouwd wordt is een maximale oppervlakte van 150 vierkante meter aan bijbehorende bouwwerken vastgelegd in dit artikel. Bijbehorende bouwwerken mogen dus nooit een groter oppervlak dan 150 vierkante meter beslaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_916fa7cdafaa40dfa0c924be736fd89a__artrecital__content_6.61" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.3__content_6.61">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.61</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Een bijbehorend bouwwerk bij een bedrijf dat niet voldoet aan de regels uit artikel 6.60 mag niet zonder omgevingsvergunning gebouwd en in stand gehouden worden. Dit artikel bevat de vergunningplicht voor het bouwen van deze bijbehorende bouwwerken. Dit artikel maakt duidelijk dat een omgevingsvergunning verkregen moet zijn voor deze bijbehorende bouwwerken gebouwd en in stand gehouden mogen worden.</Al>
			  <Al>Achter artikel 6.60 zit een algemeen principe dat in het hele omgevingsplan doorwerkt: voor bepaalde bouwwerken gelden algemene regels. Bouwwerken waar die algemene regels voor gelden, mogen zonder omgevingsvergunning gebouwd worden. Als niet aan de algemene regels voldaan wordt of kan worden, mag een bouwwerk niet zonder omgevingsvergunning gebouwd worden. In dat geval moet er een omgevingsvergunning aangevraagd worden en mag het bouwwerk gebouwd worden nadat er een omgevingsvergunning voor verleend is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e724eebd20194174ad8f32dcf1d80b08__artrecital__content_6.62" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.3__content_6.62">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.62</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning uit artikel 6.61 kan worden verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit dit artikel. De eerste bepaling waaraan voldaan moet worden is dat het bijbehorend bouwwerk bij een bedrijf (net als de vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken) in het bouwvlak gebouwd moet worden. Met die bepaling wordt een ruimtelijk ongewenste wildgroei van bijbehorende bouwwerken voorkomen.</Al>
			  <Al>De tweede beoordelingsregel waaraan voldaan moet worden richt zich op de bescherming van de belangen van derden zoals buren. Het bijbehorend bouwwerk mag alleen gebouwd worden als het niet leidt tot een onevenredig nadelige aantasting van de bezonningssituatie op aangrenzende erven. Om de belangen van derden verder te beschermen is ook bepaald dat het bijbehorend bouwwerk alleen gebouwd mag worden als het niet leidt tot een onevenredig nadelige aantasting van de licht- en luchttoetreding op die aangrenzende erven.</Al>
			  <Al>Verder moet het bijbehorend bouwwerk het woon- en leefklimaat zo min mogelijk aantasten. Hiermee wordt gedoeld op nadelige veranderingen van de bezonning, de lichttoetreding en de luchttoetreding (die dus op grond van de voorgaande lid getoetst worden). Om dit erf zijn gebruikswaarde zoveel mogelijk te laten behouden en om het volledig bebouwen van percelen te voorkomen is bepaald dat het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden mag worden en is een maximale oppervlakte voor het bijbehorend bouwwerk gesteld.</Al>
			  <Al>Omdat het verlenen van omgevingsvergunningen voor deze niet-vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken maatwerkafwegingen vergt, bevatten de beoordelingsregels afwegingsruimte voor het bevoegd gezag. Hiermee kan het bevoegd gezag van geval tot geval een afweging maken.</Al>
			  <Al>Het bijbehorend bouwwerk kan welstandsplichtig zijn. Artikel 6.21 van het omgevingsplan bepaalt voor alle welstandsplichtige bouwwerken dat voldaan moet worden aan de regels over welstand. Om die reden is er in dit artikel geen koppeling gelegd met de welstandsregels want die koppeling is elders in dit omgevingsplan voor alle bouwwerken gemaakt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_884a5368f7cd4a979515fcfb859de6a3__artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.4" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.4">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.3.4</Nummer>
			<Opschrift>Bouwen van een bijbehorend bouwwerk anders dan bij bedrijf en wonen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b3fe784b5d18499a9b0d116bbe4bcb60__artrecital__content_6.63" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.4__content_6.63">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.63</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Bijbehorende bouwwerken komen niet alleen voor bij woningen of bedrijven, maar kunnen ook bij aanwezig zijn bij hoofdgebouwen waar andere activiteiten dan het wonen of het uitoefenen van een bedrijf plaatsvinden. Deze paragraaf gaat over de op de grond staande bijbehorende bouwwerken bij gebouwen voor andere activiteiten dan wonen of bedrijf. In het toepassingsbereik wordt duidelijk gemaakt dat de regels in deze paragraaf gaan over het bouwen en in stand houden van op de grond staande bijbehorende bouwwerken bij gebouwen voor de opgesomde activiteiten.</Al>
			  <Al>De activiteiten die dit artikel opsomt kunnen wel gecombineerd worden met het wonen. Denk bijvoorbeeld aan een pand dat door dezelfde persoon als winkel en als woning gebruikt wordt. De regels in deze paragraaf hebben daarom wel betrekking op de gebouwen die in gebruik zijn voor combinaties van woonactiviteiten en één of meer van de andere die in dit artikel genoemd zijn.</Al>
			  <Al>Bijbehorende bouwwerken bij bijvoorbeeld woningen waar geen sprake is van een combinatie van activiteiten of bij bedrijven vallen niet onder deze paragraaf en zijn daarom uitgesloten in het toepassingsbereik.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_cae55276848146ccb4e00f90aa3aeb54__artrecital__content_6.64" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.4__content_6.64">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.64</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel gaat over het bouwen en in stand houden van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw voor één van de activiteiten die door het toepassingsbereik in artikel 6.63 toegelaten is. Een aan- of uitbouw van een hoofdgebouw voor detailhandel is een voorbeeld van een dergelijk bijbehorend bouwwerk. De regels gaan niet over een dakkapel, dat is wel een bijbehorend bouwwerk maar staat niet op de grond.</Al>
			  <Al>In dit artikel is bepaald dat een op de grond staand bijbehorend bouwwerk zonder omgevingsvergunning gebouwd en in stand mag worden gehouden als voldaan wordt aan de bepalingen in dit artikel. Bijbehorende bouwwerken die passen in dit artikel zijn dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan en mogen direct gebouwd worden en in stand worden gehouden. Om die reden is sprake van een artikel met algemene regels. Voor het bouwen en in stand houden bijbehorende bouwwerken die niet passen in de regels van dit artikel is wel een omgevingsvergunning vereist.</Al>
			  <Al>Het bijbehorend bouwwerk moet in het achtererfgebied zoals bedoeld in bijlage I bij artikel 1.1. van het Besluit bouwwerken leefomgeving staan. Daarmee wordt een wildgroei van bijbehorende bouwwerken op ruimtelijk ongeschikte locaties voorkomen. Het achtererfgebied als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving is grofweg het gedeelte van het perceel dat achter een denkbeeldige lijn die het hoofdgebouw op één meter achter de gevel doorkruist en de zijdelingse perceelsgrenzen met elkaar verbindt.</Al>
			  <Al>Om de verhouding tussen het hoofdgebouw en het bijbehorend bouwwerk te borgen gaan de bepalingen in dit artikel ook over de situering van het bijbehorend bouwwerk. Het bijbehorend bouwwerk moet daarom minimaal één meter achter (het verlengde) van de voorgevel staan en minimaal één meter afstand houden tot de zijerfgrens. De eis om één meter afstand te houden van de zijerfgrens geldt alleen als de zijerfgrens aan de openbare weg ligt. Als de zijerfgrens niet aan de openbare weg ligt, geldt deze bepaling niet. De diepte van het bijbehorend bouwwerk mag gemeten vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw niet meer dan vier meter bedragen. Met deze laatste bepaling wordt voorkomen dat bijvoorbeeld achtertuinen volledig bebouwd worden.</Al>
			  <Al>Het volledig bebouwen van gehele percelen heeft negatieve gevolgen voor bijvoorbeeld waterbergingsruimte, de bruikbaarheid van die percelen en omliggende percelen alsmede de brandveiligheid. Om die reden zijn regels gesteld die het volledig bebouwen van percelen met bijbehorende bouwwerken voorkomen. In dit artikel krijgt dit vorm door een maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken vast te leggen. De maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken is gekoppeld aan de oppervlakte van het perceel waar het hoofdgebouw op staat. Hoe groter het perceel, hoe groter de toegestane maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken. Om te voorkomen dat op zeer grote percelen een zeer groot oppervlak met bijbehorende bouwwerken gebouwd wordt is een maximale oppervlakte van 150 vierkante meter aan bijbehorende bouwwerken vastgelegd in dit artikel. Bijbehorende bouwwerken mogen dus nooit een groter oppervlak dan 150 vierkante meter beslaan.</Al>
			  <Al>De verhouding tussen het bijbehorend bouwwerk en het hoofdgebouw wordt ook bepaald door de afmetingen van het bijbehorend bouwwerk. Daarom zijn de goothoogte en bouwhoogte beperkt. De goothoogte mag niet meer zijn dan drie meter. De bouwhoogte mag niet meer zijn dan vijf meter. Hiermee blijft het bijbehorend bouwwerk ruimtelijk ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Beide hoogtes worden gemeten vanaf het peil.</Al>
			  <Al>Om de toegankelijkheid van percelen (bijvoorbeeld voor de brandweer bij brand) of bouwwerken (bijvoorbeeld voor onderhoud) zeker te stellen is tot slot bepaald dat er minimaal twee meter afstand moet zijn tussen bijvoorbeeld een aanbouw van een woning en een vrijstaand bijgebouw. Een voorbeeld van een vrijstaand bijgebouw is een schuur of overkapping. Deze bepaling geldt alleen voor bouwwerken op het achtererf, de regels gelden dus niet voor eventuele bouwwerken in een voortuin.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d3f3a4a91fdf46eea2212a6edcb94668__artrecital__content_6.65" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.4__content_6.65">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.65</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Een bijbehorend bouwwerk dat niet voldoet aan de regels uit artikel 6.64 mag niet zonder omgevingsvergunning gebouwd en in stand gehouden worden. Dit artikel bevat de vergunningplicht voor het bouwen van deze bijbehorende bouwwerken. Dit artikel maakt duidelijk dat een omgevingsvergunning verkregen moet zijn voor deze bijbehorende bouwwerken gebouwd en in stand gehouden mogen worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_bc49d7b0a84f4ed0919789637a17a593__artrecital__content_6.66" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.4__content_6.66">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.66</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De omgevingsvergunning uit artikel 6.65 kan worden verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels uit dit artikel. De eerste bepaling waaraan voldaan moet worden is dat het bijbehorend bouwwerk bij een bedrijf (net als de vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken) in het achtererfgebied gebouwd moet worden. Met die bepaling wordt een ruimtelijk ongewenste wildgroei van bijbehorende bouwwerken voorkomen.</Al>
			  <Al>De tweede beoordelingsregel waaraan voldaan moet worden richt zich op de bescherming van de belangen van derden zoals buren. Het bijbehorend bouwwerk mag alleen gebouwd worden als het niet leidt tot een onevenredig nadelige aantasting van de bezonningssituatie op aangrenzende erven. Om de belangen van derden verder te beschermen is ook bepaald dat het bijbehorend bouwwerk alleen gebouwd mag worden als het niet leidt tot een onevenredig nadelige aantasting van de licht- en luchttoetreding op die aangrenzende erven.</Al>
			  <Al>Verder moet het bijbehorend bouwwerk het woon- en leefklimaat zo min mogelijk aantasten. Hiermee wordt gedoeld op nadelige veranderingen van de bezonning, de lichttoetreding en de luchttoetreding (die dus op grond van de voorgaande lid getoetst worden). Om dit erf zijn gebruikswaarde zoveel mogelijk te laten behouden en om het volledig bebouwen van percelen te voorkomen is bepaald dat het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden mag worden en is een maximale oppervlakte voor het bijbehorend bouwwerk gesteld.</Al>
			  <Al>Omdat het verlenen van omgevingsvergunningen voor deze niet-vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken maatwerkafwegingen vergt, bevatten de beoordelingsregels afwegingsruimte voor het bevoegd gezag. Hiermee kan het bevoegd gezag van geval tot geval een afweging maken.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_a28b1c77dca3461a8e8fc16beb77d760__artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.5" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.5">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.3.5</Nummer>
			<Opschrift>Bouwen van erkers en serres</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4a13c0179c96448f96e9e0a9afd8394a__artrecital__content_6.67" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.5__content_6.67">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.67</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Bijzondere vormen van op de grond staande bijbehorende bouwwerken zijn erkers en serres. Deze bouwwerken onderscheiden zich van andere bijbehorende bouwwerken door hun positie (erkers, staande aan de voor- en/of zijgevel van een hoofdgebouw) en materiaalgebruik (serres, uitgevoerd in glas). Dit artikel is een toepassingsbereik dat allereerst duidelijk maakt dat de regels in deze paragraaf gaan over het bouwen van erkers of serres bij hoofdgebouwen voor woonactiviteiten (woningen) en de opgesomde niet-woonactiviteiten. Voor de niet-woonactiviteiten geldt dat het gaat om panden die niet worden gebruikt voor het wonen maar waar op grond van dit omgevingsplan en diens voorgangers zoals bestemmingsplannen wel een erker en serre aan gebouwd mag worden en in stand mag worden gehouden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f79a29975189447ab6d9f44d260a4582__artrecital__content_6.68" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.5__content_6.68">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.68</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Een erker of serre aan de voorgevel mag niet zonder omgevingsvergunning gebouwd en in stand gehouden worden. Dit artikel bevat de vergunningplicht voor het bouwen en in stand houden van erkers of serres aan de voorgevel. Dit artikel maakt duidelijk dat een omgevingsvergunning verkregen moet zijn voor deze bijbehorende bouwwerken gebouwd en in stand gehouden mogen worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_cfc6ab5c91d74a62919e692704afad4d__artrecital__content_6.69" eId="artrecital__div_6__div_6.3__div_6.3.5__content_6.69">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.69</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat de regels op basis waarvan bepaald wordt of een omgevingsvergunning voor het bouwen en in stand houden van een erker of serre aan de voorgevel verleend kan worden. Het gaat hier om de erkers of serres bij hoofdgebouwen voor de activiteiten die in artikel 6.68 genoemd worden.</Al>
			  <Al>Op grond van dit artikel mag een erker of serre die voor de voorgevel van een hoofdgebouw staat niet meer dan twee meter uit die voorgevel steken. Hiermee wordt voorkomen dat erkers of serres te groot worden ten opzichte van het hoofdgebouw of te dicht bij het openbaar toegankelijk gebied kunnen komen te staan (wat weer nadelig kan zijn voor het onderhoud van of de sociale veiligheid in dat gebied). Mede om afstand tussen de gevel van de erker of serre voor een voorgevel en het openbaar gebied te borgen, is bepaald dat een erker en serre twee meter afstand moeten houden tot de voorste perceelsgrens. Daarmee blijft er altijd sprake van minimaal twee meter voortuin voor de erker of serre.</Al>
			  <Al>Ruimtelijk gezien moet een erker of serre zich zo tot het hoofdgebouw verhouden dat duidelijk is dat de erker of serre een ondergeschikte uitbouw is. Daarom bepaalt dit artikel dat een erker of serre maximaal twee-derde van de breedte van het hoofdgebouw mag hebben.</Al>
			  <Al>Het uitbouwen van hoofdgebouwen met een erker die meer dan één bouwlaag hoog is levert een ruimtelijk ongewenst beeld op dat niet past bij de typische verschijningsvorm van een erker en serre. Om die reden bepaalt dit artikel tot slot dat een erker en serre alleen mogen dienen als uitbouw van de eerste bouwlaag. De eerste bouwlaag is de bouwlaag van een woning waar sprake is van de begane grond.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_f8823bc581394f6c8d5e23d31d4f62bc__artrecital__div_6__div_6.4" eId="artrecital__div_6__div_6.4">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>6.4</Nummer>
		      <Opschrift>Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken  </Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_2a0ec2d36bce48af85b2a13fdac41c62__artrecital__div_6__div_6.4__div_6.4.1" eId="artrecital__div_6__div_6.4__div_6.4.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.4.1</Nummer>
			<Opschrift>Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken in de openbare ruimte  </Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f3c0e79c18554c0db381b5eb93c1226f__artrecital__content_6.70" eId="artrecital__div_6__div_6.4__div_6.4.1__content_6.70">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.70</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een toepassingsbereik dat duidelijk maakt dat de regels in deze paragraaf gaan over het bouwen en in stand houden van andere bouwwerken in de openbare ruimte. Met andere bouwwerken wordt verwezen naar de regels in de voorgaande paragrafen. Die regels gaan namelijk over het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken. Een hoofdgebouw en bijbehorend bouwwerk zijn bouwwerken die voor mensen toegankelijk, overdekt en geheel dan wel gedeeltelijk met wanden omsloten zijn. Het zijn daarmee gebouwen. Bouwwerken zijn bouwkundige constructies die duurzaam met de aarde verbonden zijn, maar die niet voor mensen toegankelijk, overdekt en geheel dan wel gedeeltelijk met wanden omsloten zijn. Als er in Sliedrecht dus iets in de openbare ruimte gebouwd wordt dat geen gebouw is, valt het onder de werking van deze paragraaf. Voorbeelden van dit soort andere bouwwerken in de openbare ruimte zijn lantaarnpalen, vlaggenmasten en geluidschermen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5972259f21d140c9aa97a84547158c59__artrecital__content_6.71" eId="artrecital__div_6__div_6.4__div_6.4.1__content_6.71">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.71</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat algemene regels voor het bouwen en in stand houden van andere bouwwerken in de openbare ruimte. Deze andere bouwwerken zijn altijd bouwwerken en geen gebouwen. Daarom is in het artikel steeds de term 'andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde' gebruikt want die term maakt duidelijk dat de regels geen betrekking hebben op gebouwen. De regels in dit artikel zijn grotendeels overgenomen uit bestemmingsplannen die golden voor de inwerkingtreding van dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Het artikel heeft betrekking op de bouwwerken die in sub a tot en met sub g genoemd worden. Als de opgesomde andere bouwwerken voldoen aan de bepalingen in dit artikel met algemene regels mogen zij zonder omgevingsvergunning gebouwd worden. Andere bouwwerken in de openbare ruimte die passen in dit artikel zijn dus vergunningsvrij gemaakt in het omgevingsplan en mogen direct gebouwd worden. Voor het bouwen en in stand houden van andere bouwwerken die niet passen in de regels van dit artikel of van andere bouwwerken die niet genoemd worden in dit artikel is wel een omgevingsvergunning vereist.</Al>
			  <Al>De ruimtelijke uitstraling van andere bouwwerken in de openbare ruimte wordt vooral bepaald door de bouwhoogte . Om die reden zijn voor andere bouwwerken die veel in de openbare ruimte van Sliedrecht aangetroffen kunnen worden maximale hoogtes bepaald in dit artikel. Een bouwwerk moet aan die gestelde maximale hoogte voldoen om zonder omgevingsvergunning gebouwd te kunnen worden. Waar er concrete bouwwerken benoemd zijn in dit artikel is het niet nodig om toe te lichten om wat voor bouwwerk het gaat want de beschrijving van het bouwwerk is op zichzelf voldoende duidelijk.</Al>
			  <Al>De bouwwerken voor de activiteit 'Verkeer', en de activiteit 'Water' zijn bouwwerken voor bijvoorbeeld de geleiding van het verkeer over de weg of het water. Het gaat dan bijvoorbeeld om verkeerslichten en verkeersborden, of borden en steigers aan een waterweg.</Al>
			  <Al>Voor nutsvoorzieningen geldt dat zij vaak in de vorm van transformatorhuisjes of grotere schakelkasten in de openbare ruimte gevonden worden. Deze nutsvoorzieningen zijn niet altijd een gebouw. Omdat nutsvoorzieningen een wat grotere verschijningsvorm hebben dan andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is ook hun oppervlakte begrensd tot een maximum van 25 vierkante meter. Hiermee wordt voorkomen dat te grote nutsvoorzieningen zonder nadere afweging (in de vorm van een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen van die nutsvoorziening) direct gebouwd kunnen worden. Het verbieden van de bouw van te grote nutsvoorzieningen zonder die nadere afweging voorkomt het ontstaan van een rommelig beeld van de openbare ruimte. De hoogte en oppervlakte van de nutsvoorzieningen zijn in dit artikel gelijk gehouden aan de hoogte en oppervlakte van de nutsvoorzieningen die op grond van dit omgevingsplan als vergunningsvrij gebouw mogen worden gebouwd.</Al>
			  <Al>Vooral in groenvoorzieningen in de gemeente komen veel verschillende soorten andere bouwwerken voor. Het type bouwwerken hangt samen met veranderlijke maatschappelijke en technische behoeften en om die reden worden hier geen concrete bouwwerken genoemd. Als dat wel zou gebeuren, vereist het wijzigen van de opsomming van toegelaten bouwwerken een omgevingsplanwijziging. Veelal is de tijd die een omgevingsplanwijziging kost in strijd met de gewenste snelheid om een bouwwerk in de groenvoorziening te plaatsen. Daarbij moet opgemerkt worden dat de gemeente Sliedrecht doorgaans de beheerder is van deze groenvoorzieningen en zorgvuldig en terughoudend omgaat met het plaatsen van bouwwerken in groenvoorzieningen. Alleen wanneer het echt nodig is, wordt er een bouwwerk in een groenvoorziening geplaatst. Om het opsommen van allerlei bouwwerken te voorkomen is bepaald dat andere bouwwerken dan bedoeld in sub a tot en met g ook in groenvoorzieningen die aangeduid zijn als 'groen' geplaatst mogen worden. Deze bouwwerken mogen maximaal zes meter hoog worden.De speeltoestellen als bedoeld in sub g zijn hier een uitzondering op en mogen maximaal vier meter hoog worden.</Al>
			  <Al>Om dezelfde reden als bij de andere bouwwerken in groenvoorzieningen wordt in sub h een open restcategorie van bouwwerken geïntroduceerd. De hoogte van deze overige bouwwerken is begrensd tot drie meter om te voorkomen dat zij te grote ruimtelijke effecten hebben.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0e098320504f45f68b38791078ba1f3a__artrecital__content_6.72" eId="artrecital__div_6__div_6.4__div_6.4.1__content_6.72">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.72</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering bouwwerken halte waterbus</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij de kruising van de Oosterbrugstraat en Middeldiepstraat ligt de halte 'Sliedrecht, Middeldiep' van de waterbus. Op de halte staan lichtmasten met een hoogte van maximaal tien meter. Deze lichtmasten zijn andere masten dan de masten die bedoeld worden in artikel 6.71, sub a en b want daar gaat het niet expliciet om lichtmasten. Omdat de lichtmasten ook niet passen in één van de andere bepalingen uit artikel 6.71 is dit artikel opgenomen in het omgevingsplan. Dit artikel bepaalt dat in uitzondering op het bepaalde in artikel 6.71 de lichtmasten op de locatie die in het omgevingsplan aangeduid is als 'halte waterbus' maximaal tien meter hoog mogen zijn. Voor het bouwen en in stand houden van hogere lichtmasten op deze locatie is een omgevingsvergunning nodig. Door de lichtmasten van tien meter ten behoeve van de halte van de waterbus in het omgevingsplan op te nemen als uitzondering die gekoppeld is aan een specifieke locatie mogen deze masten alleen op de aangeduide locatie 'halte waterbus' aanwezig zijn. Het bouwen en in stand houden van hoge lichtmasten in Sliedrecht wordt met deze uitzondering voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_648d363a4e5f4a94bf72224a852c0c18__artrecital__div_6__div_6.4__div_6.4.2" eId="artrecital__div_6__div_6.4__div_6.4.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>6.4.2</Nummer>
			<Opschrift>Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken anders dan in de openbare ruimte  </Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e8bfee8d4c694d50b849abe474d14b2f__artrecital__content_6.73" eId="artrecital__div_6__div_6.4__div_6.4.2__content_6.73">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.73</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar de paragraaf over gaat. Deze paragraaf gaat over het buiten de openbare ruimte uitvoeren van de activiteit 'bouwen en in stand houden van andere bouwwerken'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4111c86b24ac447791847e64aa3af497__artrecital__content_6.74" eId="artrecital__div_6__div_6.4__div_6.4.2__content_6.74">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.74</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels ander bouwwerk</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt welke andere bouwwerken gebouwd kunnen worden zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning voor nodig is. Daarvoor moet voldaan worden aan de in het artikel genoemde voorwaarden. In de artikelen 6.75 gelden nog wel uitzonderingen op deze regels.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_cb3143cbc51d4433a75d66c1f84a8b02__artrecital__content_6.75" eId="artrecital__div_6__div_6.4__div_6.4.2__content_6.75">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>6.75</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering erf- en terreinafscheiding bij bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat, in uitzondering op het bepaalde in artikel 6.74 (algemene regels ander bouwwerk) en het bepaalde in artikel 6.74, geen omgevingsvergunning nodig is voor een erf- of terreinafscheiding bij de activiteit 'bedrijf' als de hoogte niet meer is dan 3 meter. Ongeacht of de erf- en terreinafscheiding binnen of buiten het bouwvlak wordt gebouwd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_4ea16b6f460144f88a921de10594dab3__artrecital__div_6__div_6.5" eId="artrecital__div_6__div_6.5">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>6.5</Nummer>
		      <Opschrift>Bouwwerk slopen  </Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="gm0610_20429b7b20fb466baa90ec29dd6436d7__artrecital__content_6.76" eId="artrecital__div_6__div_6.5__content_6.76">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.76</Nummer>
			<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt waar de afdeling over gaat. Deze afdeling gaat over het slopen van een bouwwerk binnen de locatie 'karakteristiek'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_f7c10d47ec01434dba494949588bd7d1__artrecital__content_6.77" eId="artrecital__div_6__div_6.5__content_6.77">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.77</Nummer>
			<Opschrift>Verbod veranderen bouwwerk</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat het verboden is om op de locatie 'karakteristiek' de grondoppervlakte, de goothoogte, de bouwhoogte en de dakhelling van gebouwen te wijzigen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_3ae3be82aa2642d098057cbdedd911f1__artrecital__content_6.78" eId="artrecital__div_6__div_6.5__content_6.78">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.78</Nummer>
			<Opschrift>Vergunningplicht slopen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning op de locatie 'karakteristiek' een bouwwerk geheel of gedeeltelijk te slopen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_9297ad1728d44bcb83f426fde90b0139__artrecital__content_6.79" eId="artrecital__div_6__div_6.5__content_6.79">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.79</Nummer>
			<Opschrift>Uitzondering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel geeft aan onder welke omstandigheden het verbod uit artikel 6.78 (vergunningplicht slopen) niet geldt en een omgevingsvergunning dus niet benodigd is.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_3b397a87c34d42fbbc9debd76c1e88c8__artrecital__content_6.80" eId="artrecital__div_6__div_6.5__content_6.80">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.80</Nummer>
			<Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel geeft aan onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning, zoals deze is bedoeld in artikel 6.78 (vergunningplicht slopen) wordt verleend.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_96856de71202478eb468d08601a6f1df__artrecital__content_6.81" eId="artrecital__div_6__div_6.5__content_6.81">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>6.81</Nummer>
			<Opschrift>Vergunningvoorschriften</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel geeft aan in welk geval het bevoegd gezag voorschriften kan verbinden aan de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 6.78 (vergunningplicht slopen) om de aantasting van de karakteristieke waarde van een bouwwerk of locatie te voorkomen of te beperken.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </Divisie>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_4bf1474924de42c3846cda3dd06d54fd__artrecital__div_7" eId="artrecital__div_7" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>7</Nummer>
		    <Opschrift>Overige activiteiten met een direct effect op het openbaar toegankelijk gebied  </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisie wId="gm0610_d4c75e6f20ea4cc6acce2de5de14e0c8__artrecital__div_7__div_7.6" eId="artrecital__div_7__div_7.6">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>7.6</Nummer>
		      <Opschrift>Parkeeractiviteit verrichten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_177471a91544467f962375184a0def93__artrecital__div_7__div_7.6__div_7.6.1" eId="artrecital__div_7__div_7.6__div_7.6.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>7.6.1</Nummer>
			<Opschrift>Parkeren motorvoertuigen bij wijziging functies</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a1abc0b6971c456dbe351ed311bb1fc2__artrecital__content_7.1" eId="artrecital__div_7__div_7.6__div_7.6.1__content_7.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>7.1</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar de paragraaf over gaat. Deze paragraaf gaat over het parkeren of stallen van motorvoertuigen bij functies, zoals bedoeld in hoofdstuk 5, of de activiteit 'bouwen van een bouwwerk', zoals bedoeld in artikel 6.2 onder a.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7aec1e2303ec45638f31c7ecb11be0ee__artrecital__content_7.2" eId="artrecital__div_7__div_7.6__div_7.6.1__content_7.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>7.2</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning, zoals deze is bedoeld in hoofdstuk 5 (functies) of hoofdstuk 6 (bouwwerken) wordt verleend. Er moet voldoende ruimte zijn voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen. Om te beoordelen of er in voldoende mate ruimte is bepaald het bevoegd gezag aan de gemeentelijke parkeernota zoals die geldt op het moment van de vergunningaanvraag.</Al>
			  <Al>Lid 3 van dit artikel bepaalt dat afgeweken kan worden van de gemeentelijke parkeernota als deze vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig bezwarend zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_86552d3698f841639711612bbebb83a7__artrecital__div_7__div_7.6__div_7.6.2" eId="artrecital__div_7__div_7.6__div_7.6.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>7.6.2</Nummer>
			<Opschrift>Fietsparkeren bij wijziging functies</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_56e5f245d05c4df6a9a46474f8eab8f0__artrecital__content_7.3" eId="artrecital__div_7__div_7.6__div_7.6.2__content_7.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>7.3</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar de paragraaf over gaat. Deze paragraaf gaat over het parkeren of stallen van fietsen bij functies, zoals bedoeld in hoofdstuk 6, of de activiteit 'bouwen van een bouwwerk', zoals bedoeld in artikel 6.2 onder a.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_73818e3e02f34721a6ed9a937bd02b78__artrecital__content_7.4" eId="artrecital__div_7__div_7.6__div_7.6.2__content_7.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>7.4</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning, zoals deze is bedoeld in hoofdstuk 5 (functies) of hoofdstuk 6 (bouwwerken) wordt verleend. Er moet voldoende ruimte zijn voor het parkeren of stallen van fietsen. Om te beoordelen of er in voldoende mate ruimte is, gebruikt het bevoegd gezag het gemeentelijk parkeerbeleid dat rechtskracht heeft op het moment dat de aanvraag van de omgevingsvergunning ontvankelijk is. In het derde en vierde lid wordt aangegeven hoe bepaald moet worden of er in voldoende mate ruimte gecreëerd is voor het parkeren van motorvoertuigen en/of het stallen van fietsen. Of er voldoende ruimte gecreëerd is wordt bepaald op basis van de normen die gelden voor de gebiedstypes die in dat derde of vierde lid genoemd worden. Het vijfde lid bepaalt dat afwijking mogelijk is bij bijzondere omstandigheden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_5a528c7ca78c4137b7a19b5f3838ce51__artrecital__div_8" eId="artrecital__div_8" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>8</Nummer>
		    <Opschrift>Cultureel erfgoed  </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisie wId="gm0610_104826e139274a85bda5d0fb9015dd9c__artrecital__div_8__div_8.1" eId="artrecital__div_8__div_8.1">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>8.1</Nummer>
		      <Opschrift>Archeologisch waardevolle gebieden</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_851ebafb56e046a5829f5206ccada372__artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.1" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>8.1.1</Nummer>
			<Opschrift>Bouwactiviteiten in beperkingengebied Archeologie</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b38ae12d3b79496a99a07cb9eb0a56dc__artrecital__content_8.1" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.1__content_8.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.1</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar de paragraaf over gaat. Deze paragraaf gaat over de activiteit 'bouwen van een bouwwerk binnen het beperkingengebied archeologie'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_03bbb3195b9f490583b9b1f4ce14ae87__artrecital__content_8.2" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.1__content_8.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.2</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan dat een omgevingsvergunning verplicht is voor het bouwen van een bouwwerk binnen het beperkingengebied archeologie.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7605dcc08d5c44c48ab4d699db422064__artrecital__content_8.3" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.1__content_8.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.3</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering op de vergunningplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan onder welke omstandigheden het verbod uit artikel 8.2 (aanwijzing vergunningplicht) niet geldt en een omgevingsvergunning dus niet benodigd is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_fe385c800e7847a181f16678e8e0fbc6__artrecital__content_8.4" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.1__content_8.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.4</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning, zoals deze is bedoeld in artikel 8.2 (aanwijzing vergunningplicht), wordt verleend. Dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat archeologische waarden worden verstoord.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b38b0115cad241348d1320de74337422__artrecital__content_8.5" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.1__content_8.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.5</Nummer>
			  <Opschrift>Specifieke indieningsvereisten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt bij het aanvragen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.2 (aanwijzing vergunningplicht).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b9db716870704cf6988a68147f0eec95__artrecital__content_8.6" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.1__content_8.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.6</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningvoorschriften</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan in welk geval het bevoegd gezag voorschriften kan verbinden aan de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 8.8 (aanwijzing vergunningplicht) om de verstoring van archeologische waarden te voorkomen of te beperken.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_a8ad63d271b845b29ec47cecf9483df6__artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.2" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>8.1.2</Nummer>
			<Opschrift>Aanlegactiviteiten in beperkingengebied Archeologie</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_db9643d07003452c8ace989d82ec4c13__artrecital__content_8.7" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.2__content_8.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.7</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar de paragraaf over gaat. Deze paragraaf gaat over de activiteit 'aanlegactiviteiten binnen het beperkingengebied archeologie'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5c411cf936974064ac1a952621baea01__artrecital__content_8.8" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.2__content_8.8">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.8</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan dat een omgevingsvergunning verplicht is voor het verrichten van aangewezen activiteiten binnen het beperkingengebied archeologie.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_54ddecd9672d4ddfa300f136b3ace8e9__artrecital__content_8.9" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.2__content_8.9">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.9</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering op de vergunningplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan onder welke omstandigheden het verbod uit artikel 8.7 (aanwijzing vergunningplicht) niet geldt en een omgevingsvergunning dus niet benodigd is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a287e8a7b7084170991adabf61d36177__artrecital__content_8.10" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.2__content_8.10">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.10</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning, zoals deze is bedoeld in artikel 8.8 (aanwijzing vergunningplicht), wordt verleend. Dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat archeologische waarden worden verstoord.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_1abd6d1557624551a732ef0fbff70c85__artrecital__content_8.11" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.2__content_8.11">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.11</Nummer>
			  <Opschrift>Aanvraagvereisten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt bij het aanvragen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.8 (aanwijzing vergunningplicht).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_401035eb4543404d805563d511e2a588__artrecital__content_8.12" eId="artrecital__div_8__div_8.1__div_8.1.2__content_8.12">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>8.12</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningvoorschriften</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan in welk geval het bevoegd gezag voorschriften kan verbinden aan de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 8.8 (aanwijzing vergunningplicht) om de verstoring van archeologische waarden te voorkomen of te beperken.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_e1f37be368b94e02afb2e1e2f2434f4c__artrecital__div_11" eId="artrecital__div_11" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>11</Nummer>
		    <Opschrift>Milieu  </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisie wId="gm0610_8b6b0543fc894621942a29fdc3ef29a4__artrecital__div_11__div_11.1" eId="artrecital__div_11__div_11.1">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>11.1</Nummer>
		      <Opschrift>Bodem</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_f43dc5b1c96c4a87a39448a68d92cf0c__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.1" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>11.1.1</Nummer>
			<Opschrift>Algemene bepalingen bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_ccc6f88aec5d480e9827b2e1290f9635__artrecital__content_11.1" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.1__content_11.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.1</Nummer>
			  <Opschrift>Oogmerken bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welk oogmerk, oftewel aan welk(e) doel(en) de regels voor de activiteit toepassen van grond of baggerspecie moeten bijdragen. Achter het oogmerk zit een afweging tussen het zoveel mogelijk hergebruiken van primaire grondstoffen en het beschermen van de bodemkwaliteit op gebiedsniveau. Bij duurzaam bodembeheer wordt gestreefd naar een balans tussen de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én ruimte voor maatschappelijke ontwikkelingen. Doel is het mogelijk maken van ontwikkelingen zonder de bodem (onevenredig) te schaden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_6e7c1ea9f33d4cd8b1b56af6a1a22a1d__artrecital__content_11.2" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.1__content_11.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.2</Nummer>
			  <Opschrift>Maatwerkvoorschriften bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan dat maatwerk mogelijk is op de regels in dit hoofdstuk.</Al>
			  <Al>In dit artikel is vastgelegd dat het bevoegd gezag een maatwerkvoorschrift kan opstellen of een verzoek tot maatwerkvoorschrift door een initiatiefnemer gedaan kan worden. Een maatwerkvoorschrift is vergelijkbaar met een vergunningvoorschrift. Het is een apart besluit waarin in specifieke gevallen specifieke regels worden gesteld (vaak voor onvoorziene lokale omstandigheden) in aanvulling of afwijking van de algemene regel.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f8938b41183e43ec9766ac2539730c2b__artrecital__content_11.3" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.1__content_11.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.3</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing bodembeheergebied met bijbehorende bodemkwaliteitskaarten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het omgevingsplan moet de geometrische begrenzing van het aangewezen bodembeheergebied worden vastgesteld. Deze regel vervangt de regel in het voormalige Besluit Bodemkwaliteit (art. 44 om specifiek te zijn). Het bodembeheergebied betreft hier de 10 gemeenten van Zuid-Holland Zuid. De bodemkwaliteitskaarten en toepassingskaarten zijn te raadplegen op: https://geo.ozhz.nl/?@Bodemkwaliteitskaart</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7f8be8391ef346478200127f51452c7d__artrecital__content_11.4" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.1__content_11.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.4</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing bodemfunctieklassen binnen bodembeheergebied</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het omgevingsplan moet de gemeente de landbodem van het grondgebied indelen in bodemfunctieklassen. De landbodem wordt ingedeeld in de bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie. Bij de indeling in bodemfunctieklassen wordt rekening gehouden met de functie die in het omgevingsplan aan de locatie is toegedeeld. Deze regel vervangt de regel in het voormalige Besluit Bodemkwaliteit (art. 55 om specifiek te zijn). De bodemfunctiekaart is te raadplegen op: https://geo.ozhz.nl/?@Bodemkwaliteitskaart</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_1cfc156a78d3408390d8e3efddeaad2b__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>11.1.2</Nummer>
			<Opschrift>Toepassen van grond of baggerspecie</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_55697353584b4591bc98e322fef1c34b__artrecital__content_11.5" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.5</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik toepassen van grond of baggerspecie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan over welke activiteit de regels in deze paragraaf gaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d9268ab3945d4a2e93844db960b67d7c__artrecital__content_11.6" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.6</Nummer>
			  <Opschrift>Oogmerken toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" scope="Artikel">artikel 11.1</IntRef></Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_ff2535158a384285b4702e20dd6a92f2__artrecital__content_11.8" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.8">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.8</Nummer>
			  <Opschrift>Aanvraagvereisten vergunning thermisch gereinigde grond</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De aanvraagvereisten zijn nodig bij het beoordelen, opstellen en afgeven van een omgevingsvergunning. De gegevens zijn ook nodig voor het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken door het bevoegd gezag.</Al>
			  <Al>In lid a en b wordt gevraagd om de verwachte begintijd van de activiteit en een planning hiervan. De planning wordt mede gevraagd om te beoordelen of aan de zorgplicht wordt voldaan. Bijvoorbeeld een lange tussentijdse opslag van de thermisch gereinigde grond voordat deze wordt toegepast/verwerkt in het werk (als gevolg van bijvoorbeeld een zomervakantie) kan onnodige risico's voor het milieu opleveren.</Al>
			  <Al>Met de gegevens gevraagd in lid c kan mede gecontroleerd worden of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			  <Al>In lid d wordt gevraagd om de ligging, omvang en locatietekeningen van het toe te passen materiaal. Op basis hiervan bijvoorbeeld worden beoordeeld of de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte. Daarnaast kan de ligging op basis hiervan ook worden geregistreerd.</Al>
			  <Al>Aan de hand van de leden e, f en g kan beoordeeld worden of het materiaal in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Uit de gevraagde beschrijving moet blijken dat vooraf nagedacht is over de invulling van de zorgplicht tijdens het werk. Voor bijvoorbeeld de kritische aspecten, zoals stofvorming, contact materiaal met water en beïnvloedding oppervlaktewater, dient aangegeven te worden hoe hier in de aanlegfase mee omgegaan wordt.</Al>
			  <Al>Op basis van de in lid h en i opgegeven toepassingshoogte kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de eis dat de toepassing vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) liggen en niet in contact komen met het grond- en oppervlaktewater.</Al>
			  <Al>De leden j, k en l geven inzicht in wie verantwoordelijk is tijdens de aanlegfase, gebruiksfase en buiten gebruik stelling van het werk. Deze gegevens zijn nodig voor vergunningverlening, toezicht en eventuele handhaving.</Al>
			  <Al>Met de gegevens uit de leden kunnen verder ook de nog niet benoemde aspecten uit de beoordelingsregels worden beoordeeld.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_356710673b2743ebb22c8245a3498b73__artrecital__content_11.9" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.9">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.9</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels thermisch gereinigde grond</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Een omgevingsvergunning wordt verleend als de toepassing past bij de functie van een locatie en omgeving en als in voldoende mate rekening wordt gehouden met de zorgplicht.</Al>
			  <Al>Allereerst (lid a) wordt gecontroleerd of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In deze paragraaf staan algemeen geldende regels voor het toepassen van thermisch gereinigde grond. Zo wordt bijvoorbeeld getoetst of sprake is van een nuttige en functionele toepassing in een werk; bijvoorbeeld als fundatie onder infrastructuur of bouwwerk en wordt de kwaliteit van de toe te passen grond gecontroleerd.</Al>
			  <Al>Daarnaast (lid b) wordt ook beoordeeld of de zorgplicht tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd. Bij de aanvraagvereisten worden gegevens gevraagd over specifieke aspecten die vaak voorkomen bij het werk. Deze gegevens worden in ieder geval beoordeeld in dit kader.</Al>
			  <Al>Het belang zoals in lid c en d wordt omschreven is afkomstig uit de instructieregel in de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 7.39g) voor milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen. Dit belang is overgenomen aangezien de toepassing van thermisch gereinigde grond gevolgen kan hebben voor watersystemen.</Al>
			  <Al>In lid e, f en i wordt overwogen of de toepassing bij de gebruiksfunctie van de locatie en omgeving past. De toepassing past bijvoorbeeld bij locaties gelegen op bedrijfs- of industrieterreinen of grootschalige infrastructuur. Toepassing in woon-, grondwaterbeschermings-, landbouw- of natuur- gebieden past minder goed bij de functie van het gebied. Indien sprake is van hergebruik op plaats van vrijkomen is dit wel weer te overwegen. Toepassing in grootschalige werken (lid g) zoals een (snel)weg of viaduct is passend, maar in een kleinschalig werk zoals een fietspad of een kleine brug is toepassing minder voor de hand liggend. Het is van belang dat als na toepassing graafwerkzaamheden plaatsvinden dat dan de aanwezigheid van de grond herkend wordt.</Al>
			  <Al>In lid g en h staan maatregelen om uitspoeling van stoffen naar de bodem en oppervlaktewater te voorkomen. Het doel van de afdekking en hoge ligging is het voorkomen van contact van de toepassing met water. Op die manier wordt uitspoeling voorkomen.</Al>
			  <Al>Getoetst wordt of de grond boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand wordt aangelegd en deze ook na zetting tijdens de gebruiksfase blijft liggen. Daarnaast wordt getoetst of de toepassing wordt afgedekt met een gesloten verharding. Een gesloten verharding betreft bijvoorbeeld een asfaltverharding en een vergelijkbare afdekking kan bijvoorbeeld een kleilaag in combinatie met folie zijn.</Al>
			  <Al>Indien afgeweken wordt van de criteria in dit omgevingsplan, dan is het is mogelijk om een buitenplanse omgevingsvergunning voor afwijking op het omgevingsplan (BOPA) aan te vragen.</Al>
			  <Al>Buiten de scope van de beoordeling van de omgevingsvergunning vallen mogelijk andere van toepassing zijnde regelgeving, zoals bijvoorbeeld regels, zoals artikel 3.41 ZHOV ten aanzien van grondwaterbeschermingsgebieden (Zuid-Hollandse Omgevingsverordening). Op basis van deze regelgeving kan het verplicht zijn om een omgevingsvergunning bij (Omgevingsdienst Haaglanden namens) de provincie aan te vragen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_11233ee7b7e24cbe9f75163df5ccb5dd__artrecital__content_11.10" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.10">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.10</Nummer>
			  <Opschrift>Bodemvreemd materiaal in toe te passen grond of baggerspecie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>In dit artikel staat dat in gebieden die volgens de bodemfunctiekaart de functieklasse Landbouw/natuur of Wonen hebben, geen grond of baggerspecie mag worden toegepast met meer dan 5 gewichtsprocent steenachtig materiaal of hout. Dit in tegenstelling tot de in het Besluit activiteiten leefomgeving genoemde 20 gewichtsprocent in artikel 4.1271 lid 1 onder a.</Al>
			  <Al>Alleen bij een partijkeuring wordt het percentage bodemvreemd materiaal daadwerkelijk aangegeven bij de keuring door de veldwerker. Dit is niet zo bij (water)bodemonderzoeken. Dit is ook niet in het protocol hiervoor vastgelegd (protocol 2001). Hier wordt praktisch mee omgegaan. Matig, sterk of uiterst steenachtig of houtachtig materiaal houdend wordt ingeschat als meer dan 5%. Sporen en licht steenachtig of houtachtig materiaal houdend wordt ingeschat als minder dan 5%.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel is van toepassing op grond en baggerspecie die wordt toegepast in gebieden met de functie landbouw/natuur of wonen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_dfccf6f296a940c9a18ee417d78e976c__artrecital__content_11.11" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.11">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.11</Nummer>
			  <Opschrift>Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>
                                       <u>Lid 1</u>
                                       <br/>In dit artikel wordt bij lid 1 aangegeven welke kwaliteitseisen strenger zijn in dit beheergebied dan de landelijke regels (artikel 4.1272 uit het Besluit activiteiten leefomgeving). Dit geldt voor het toepassen van grond of baggerspecie op landbodem die zowel uit het beheergebied afkomstig is als van elders komt.</Al>
			  <Al>PH (zuurgraad): Bij toepassing van grond of baggerspecie in het beheergebied moet de pH-waarde van de toe te passen grond of bagger tussen de 5 en 9 liggen. Grond met andere pH-waarden zijn niet toegestaan. In ons beheergebied komt over het algemeen een pH van tussen de 5 en 9 voor, dit sluit aan bij het natuurlijke ecologische systeem. Vreemde gronden (zure gronden of antropogene gronden) worden weleens aangeboden, maar zijn vanuit ecologisch oogpunt niet wenselijk, de toepassing van deze gronden wordt hiermee uitgesloten.</Al>
			  <Al>Chloride: Bij toepassing van grond of baggerspecie in het beheergebied mag de grond of bagger niet zilt of zout zijn. Van zilte of zoute grond is sprake bij een chloridegehalte van 200 mg/kg of hoger. Deze norm is ontleend aan de eisen die gesteld worden aan ontzilt zeezand. Het toepassen van zilte of zoute gronden is niet wenselijk, omdat dit negatief effect heeft op de flora en fauna in ons gebied. De toepassing van deze gronden wordt hiermee uitgesloten. Er is wel maatwerk (maatwerkbesluit) mogelijk voor bijzondere situaties.</Al>
			  <Al>Barium: Bij toepassing van grond of baggerspecie in het beheergebied geldt een maximale waarde van 920 mg/kg droge stof (standaard bodem). Voor barium is geen toetsingswaarde opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit bij indeling van grond en baggerspecie in een kwaliteitsklasse. In ons beheergebied komen van nature gehalten tot de voormalige interventiewaarde van 920 mg/kg droge stof voor. Barium wordt standaard meegenomen in de analyse van de grond of baggerspecie en kan ook een antropogene verontreiniging zijn. Het gehalte barium boven de voormalige interventiewaarde kan duiden op een sterke antropogene verontreiniging. Hergebruik van grond met een sterke verontreiniging wordt hiermee uitgesloten.</Al>
			  <Al>Lood: In gebieden met de functie wonen geldt voor lood een maximale waarde van 90 mg/kg droge stof (standaard bodem) en voor volks- en moestuinen (loodgevoelige locatie) een maximale waarde van 50 mg/kg droge stof (standaard bodem). Deze ten opzichte van het landelijke beleid (Regeling bodemkwaliteit) strengere waarden vloeien voort uit het provinciale handelingskader voor lood (2020) dat is opgesteld naar aanleiding van advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016). De waarden sluiten gezondheidsrisico's uit en bij deze waarden is de bodem duurzaam geschikt voor de beoogde bodemfunctie.</Al>
			  <Al>Asbest: Op asbestgevoelige locaties geldt voor asbest een maximale waarde van 10 mg/kg droge stof (gewogen gehalte). Dit verkleint de kans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal in opgebrachte grond. Asbestgevoelige locaties zijn openbare kinderspeelplaatsen, achtertuinen bij woningen, volks- en moestuinen, tuinen en verhardingen die horen bij een school en openbare plantsoenen in woonwijken.</Al>
			  <Al>
                                       <u>Lid 2</u>
                                       <br/>In dit artikel wordt in lid 2 aangegeven welke kwaliteitseisen soepeler zijn in dit beheergebied dan de landelijke eisen (artikel 4.1272 uit het Besluit activiteiten leefomgeving). Met het versoepelen van de kwaliteitseisen zorgen we ervoor dat meer grond en baggerspecie kan worden hergebruikt, zonder dat de risico's voor de gezondheid of de bodemkwaliteit toenemen. Dit geldt voor het toepassen van grond of baggerspecie op landbodem afkomstig uit ons beheergebied. Grond die van elders komt dient aan de landelijke eisen te voldoen.</Al>
			  <Al>Nikkel: Voor toepassen van grond of baggerspecie in een gebied met gebruiksfunctie landbouw/natuur en wonen geldt een maximaal gehalte nikkel van 56 mg/kg droge stof (standaard bodem). In ons beheergebied komen gehalten voor tot 56 mg/kg droge stof. Dit is de P95 (95ste percentiel) van ons beheergebied. Deze waarden leiden niet tot gezondheidsrisico's.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>De kwaliteitseisen ten aanzien van pH, barium, chloride, lood en asbest gelden voor alle grond of baggerspecie die in het beheergebied wordt toegepast. De soepele kwaliteitseisen ten aanzien van nikkel geldt voor grond die vrijkomt en wordt toegepast binnen het beheergebied.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_314dbaba12d3417d8362d886a67c3284__artrecital__content_11.12" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.12">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.12</Nummer>
			  <Opschrift>Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van baggerspecie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij verspreiden van baggerspecie in het beheergebied mag de bagger niet zilt of zout zijn. Van zilte of zoute grond is sprake bij een chloridegehalte van 200 mg/kg of hoger. Deze norm is ontleend aan de eisen die gesteld worden aan ontzilt zeezand. Het verspreiden van zilte of zoute bagger in zoetwatersystemen is niet wenselijk, omdat dit negatief effect heeft op de flora en fauna. Omdat bagger ook van nature (door kwel) zilt of zout kan zijn, wordt wel toegestaan dat de bagger nabij de locatie van vrijkomen op de kant wordt gezet of op locaties wordt verspreid waar tevens sprake is van nature zilte/zoute omstandigheden. Op deze manier wordt invulling gegeven aan de zorgplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_6a8db7ed2a1b4dc0b9724ead28b8866b__artrecital__content_11.14" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.14">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.14</Nummer>
			  <Opschrift>Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor wegbermen buiten bebouwde kom</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>De kwaliteit van wegbermen is de laatste decennia beter geworden, vanwege schonere voertuigen, kwaliteit van het wegdek en wegonderhoud. Wegbermen vormen een steeds belangrijker groenvoorziening en bron voor biodiversiteit. Dat blijkt o.a. uit beleid van de provincie Zuid-Holland en een veranderend groenbeheer in gemeenten. Er zijn aantoonbaar negatieve effecten van enkele zware metalen en bestrijdingsmiddelen op planten, insecten en bodemfauna. Deze hopen zich op in de voedselketen. Wegbermen betreffen 'Groen met natuurwaarden' met 'gemiddelde generieke bescherming'. Dit komt overeen met de bodemkwaliteitsklasse "wonen". Om het milieu te beschermen is in dit artikel opgenomen dat alleen grond van de kwaliteitsklasse wonen of schoner (landbouw/natuur) mag worden toegepast in wegbermen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het betreft het toepassen van grond en baggerspecie van uit de regio en van buiten de regio in wegbermen. Het is niet van toepassing op grootschalige toepassingen. Bij tijdelijke uitname van grond gelden de regels uit paragraaf 3.2.21 (Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit) van het Besluit activiteit leefomgeving.  </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_3639fadaff0f46ee9ddd1c9cbff1e36f__artrecital__content_11.15" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.15">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.15</Nummer>
			  <Opschrift>Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor bedrijventerreinen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De grond die op een industrie- of bedrijventerrein van groter dan 2 hectare mag worden toegepast mag van de kwaliteit industrie (en schoner) zijn. Met deze regel wordt niet gekeken naar de bestaande bodemkwaliteit, maar alleen naar de gebruiksfunctie van de locatie. Dit is een verruiming van de mogelijkheden voor hergebruik van de grond, zonder dat hierdoor risico's voor de gezondheid of de bodemkwaliteit ontstaan. Dit beleid is overgenomen uit de bodembeheernota van 2010. Dit zijn locaties waar de gemeente andere ambities ten aanzien van de bodemkwaliteit heeft.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit betreft alleen grond uit het beheergebied die wordt toegepast in het beheergebied op een industrie- of bedrijventerreinen, met uitzondering van terreinen waar de gemeente andere ambities heeft ten aanzien van de bodemkwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_74a6b19044d34f59ab130a9c855b0cb2__artrecital__content_11.16" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.16">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.16</Nummer>
			  <Opschrift>Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie PFAS</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>In de regio Zuid-Holland Zuid komt een omvangrijke diffuse bodemverontreiniging met PFOA voor met concentraties die aanzienlijk hoger zijn dan de landelijke achtergrondwaarde. Om hergebruik mogelijk te maken zijn lokale normen nodig. We willen grond en baggerspecie zo veel mogelijk hergebruiken, omdat dan storten van grond en winning van nieuwe grondstoffen (primair materiaal) minder nodig is. Dit is een invulling van het rijksbeleid voor duurzaam bodembeheer (Besluit bodemkwaliteit en Handelingskader PFAS 2021).</Al>
			  <Al>Ten behoeve van het lokale hergebruiksbeleid is een zone A en B gedefinieerd. In zone A worden over het algemeen gehalten PFAS (P95) verwacht die liggen onder de landelijke achtergrondwaarden. Daarom gelden hier geen afwijkende kwaliteitseisen. In zone B komen gehalten voor die hoger zijn dan de landelijke achtergrondwaarden voor PFOA en in mindere mate ook PFOS. Zie figuur 1.</Al>
			  <Figuur wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_473__content_473__img_o_1" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.16__img_o_1">
			    <Titel>Figuur 1 Zonekaart PFAS Zuid-Holland Zuid</Titel>
			    <Illustratie naam="gmb-2026-38258-1.jpeg" breedte="840" hoogte="572" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="150"/>
			    <Bron>Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid</Bron>
			  </Figuur>
			  <Al>In onderdeel a van dit artikel staat aangegeven dat de grond voor de andere stoffen dan PFOA en PFOS aan de kwaliteitseisen moet voldoen. In onderdeel b staat dat het gaat om grond afkomstig uit zone B en toegepast wordt in zone B van de PFAS-zonekaart. Voor de gebruiksfunctie landbouw/natuur en voor moestuinen en volkstuinen zijn afwijkende (soepelere) eisen gesteld voor de stof PFOA en PFOS. Voor de gebruiksfunctie wonen en industrie zijn de landelijke normen wat ruimer. De grond die nu aangeboden wordt in die gebieden voldoet in de meeste gevallen aan de landelijke norm, een regionale norm is hier niet nodig.</Al>
			  <Al>In grondwaterbeschermingsgebieden gelden ook eisen vanuit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Op dit moment voldoen de eisen ook aan de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.</Al>
			  <Al>In onderdeel c van dit artikel staan de lokale normen voor PFOA en PFOS voor de gebruiksfuncties landbouw/natuur en voor moestuinen en volkstuinen. De normen zijn een balans tussen de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én ruimte voor maatschappelijke ontwikkelingen. Gezondheidsrisico's zijn hierbij uitgesloten.</Al>
			  <Al>Dit resulteert samengevat in het volgende overzicht van lokale en landelijke normen (weergegeven in µg/kg in plaats van in het artikel in mg/kg) voor hergebruik van PFAS-houdende grond:</Al>
			  <Figuur wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_473__content_473__img_o_2" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.16__img_o_2">
			    <Titel>Tabel 1: Toepassen grond/baggerspecie Zone A - conform landelijk beleid</Titel>
			    <Illustratie naam="gmb-2026-38258-2.jpeg" breedte="538" hoogte="135" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="300"/>
			  </Figuur>
			  <Figuur wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_473__content_473__img_o_3" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.16__img_o_3">
			    <Titel>Tabel 2: Toepassen grond/baggerspecie Zone B - conform landelijk beleid</Titel>
			    <Illustratie naam="gmb-2026-38258-3.jpeg" breedte="538" hoogte="111" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" alt="" dpi="300"/>
			  </Figuur>
			  <Al>
                                       <i>Kanttekening</i>
                                    </Al>
			  <Al>De kwaliteitseisen in dit artikel bieden voor grond uit zone B onvoldoende hergebruiksruimte. Dit is niet met een algemeen geldend artikel op te lossen. Met maatwerk kan wel ruimte worden geboden waar dit verantwoord is. In zone B kan daarom, onder voorwaarden, ruimte worden geboden voor maatwerk voor grond met hogere hergebruiksnormen. Per locatie kan hiervoor een maatwerkvoorschrift worden aangevraagd. Het beleid is verder uitgewerkt in het beleidsstuk “hergebruik PFAS houdende grond en bagger Zuid-Holland Zuid”. Deze staat op de website van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>De in dit artikel opgenomen Lokale Maximale Waarden gelden alleen voor grond en baggerspecie afkomstig uit de regio Zuid-Holland Zuid, die wordt toegepast in zone B. Het betreft niet het verspreiden van baggerspecie (en weilanddepots voor baggerspecie). Voor de overige PFAS zijn geen Lokale Maximale Waarden opgesteld, maar is het landelijke beleid geldig.</Al>
			  <Al>Ter plaatse van puntbronnen (bijvoorbeeld plaatsen waar met blusschuim is gewerkt) kunnen sterk verhoogde gehalten aan PFAS voorkomen in de bodem. Dit artikel geldt alleen voor grond met verhoogde gehalten als gevolg van de regionale diffuse verontreiniging met PFOA. Ook bij perceelsmatching zijn verhoogde gehalten als gevolg van puntbronnen in zowel de toe te passen grond als de ontvangende bodem uitgesloten van de toets. Puntbronnen vallen onder andere regelgeving, zoals het overgangsrecht van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0891d3fef5aa46b39b2f1f1fd87b998d__artrecital__content_11.17" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.17">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.17</Nummer>
			  <Opschrift>Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven dat een milieuverklaring voor bodemkwaliteit niet enkel mag bestaan uit een verklaring op grond van de de bodemkwaliteitskaart, maar dat de kwaliteit tevens tenminste moet zijn bevestigd met een verkennend bodemonderzoek. Een milieuverklaring voor de bodemkwaliteit kan bestaan uit een verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verklaring op basis van de bodemkwaliteitskaart. Deze kan niet bestaan uit enkel een verklaring op basis van de bodemkwaliteitskaart. In het tweede lid staat aangegeven dat dit alleen kan als sprake is van een onverdachte locatie en dat het verkennend bodemonderzoek moet voldoen aan de NEN5725 en NEN5740. Indien uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit slechter is dan wat de bodemkwaliteitskaart aangeeft, dient een kwaliteitsbewijs voor de bodemkwaliteit te bestaan uit een verklaring op grond van een partijkeuring. Ook als de locatie verdacht is, dient een kwaliteitsbewijs voor de bodemkwaliteit te bestaan uit een verklaring op grond van een partijkeuring.  <br/>Een onderzoek conform NEN5740 betreft ook grondwateronderzoek. Omdat het om toepassen van grond of baggerspecie gaat, hoeft de kwaliteit van het grondwater niet te worden onderzocht. Dit is dan ook uitgesloten in het derde lid van dit artikel.  </Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Door dit artikel wordt het niet toegestaan om enkel op grond van de bodemkwaliteitskaart grondverzet te plegen. De grond moet tenminste zijn onderzocht met een verkennend bodemonderzoek. De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op een gemiddelde bodemkwaliteit, dit betekent dat de kwaliteit van een vrijkomende partij grond slechter kan zijn dan de kaart aangeeft. Daarom is specifiek bodemonderzoek naar de te verplaatsen partij grond nodig. In de praktijk is grond die vrijkomt meestal al onderzocht en vindt grondverzet plaats op basis van een partijkeuring of een representatief verkennend bodemonderzoek in combinatie met de bodemkwaliteitskaart.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_ab401297b2554a419cbe021ce1fd9519__artrecital__content_11.18" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.2__content_11.18">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.18</Nummer>
			  <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit toepassing van grond of baggerspecie staat in lid 1 dat bij het toepassen van grond of baggerspecie van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur tevens een milieuverklaring bodemkwaliteit moet worden verstrekt. In artikel 4.1267, tweede lid, onder c van het Besluit activiteiten leefomgeving staat dat dit niet hoeft. Maar met dit artikel wordt de uitzondering buiten werking gesteld en moet dit dus wel. Zonder dit rapport kan het bevoegd gezag haar VTH-taken niet uitvoeren.</Al>
			  <Al>In lid 2 van dit artikel wordt aangegeven dat het verkennend bodemonderzoek uit het vorige artikel ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit toepassen van grond of baggerspecie moet worden verstrekt.</Al>
			  <Al>Verder staat in het tweede lid dat naast een milieuverklaring bodemkwaliteit ook de hieraan ten grondslag liggende rapporten moeten worden ingediend bij het bevoegd gezag. Zonder deze rapporten kan het bevoegd gezag haar VTH-taken niet uitvoeren.</Al>
			  <Al>In het derde lid wordt aangegeven welke gegevens ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit toepassen van grond of baggerspecie moeten worden verstrekt. De gevraagde gegevens hier betreffen enkele vragen over de milieubelastende activiteit, zoals het percentage bodemvreemd materiaal en of de grond van een saneringslocatie komt. Deze gegevens zijn wel bekend, alleen bij ontvangst van de melding niet digitaal toegankelijk. Het gaat dus om gegevens die bij de aanvrager bekend zijn. De gegevens zijn bedoeld om de risico's van een toepassing inzichtelijk te maken. Dit stelt het bevoegd gezag in staat tot een risico gestuurde uitvoering van de VTH-taken.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt. In aanvulling op de gegevens en bescheiden van artikel 4.1267 van het Besluit activiteiten leefomgeving moeten ook de hierboven vermelde gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover deze van toepassing zijn en moeten ook gegevens en bescheiden worden verstrekt ten aanzien van de risico's van de activiteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_6b15c9330d844c359964377b5ba4f109__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.3" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.3">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>11.1.3</Nummer>
			<Opschrift>Toepassen van bouwstoffen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4b52e6e81fb540289d79dc6c7d8beffa__artrecital__content_11.22" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.3__content_11.22">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.22</Nummer>
			  <Opschrift>Aanvraagvereisten vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De aanvraagvereisten zijn nodig bij het beoordelen, opstellen en afgeven van een omgevingsvergunning. De gegevens zijn ook nodig voor het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken door bevoegd gezag.</Al>
			  <Al>In lid a en b wordt gevraagd om de verwachte begintijd van de activiteit en een planning hiervan. De planning wordt mede gevraagd om te beoordelen of aan de zorgplicht wordt voldaan. Bijvoorbeeld een lange tussentijdse opslag van de bouwstof voordat deze wordt toegepast/verwerkt in het werk (als gevolg van bijvoorbeeld een zomervakantie) kan onnodige risico's voor het milieu opleveren.</Al>
			  <Al>Lid c en d betreffen de locatie van de toepassing. Deze zijn nodig om de locatie te registreren. En te toetsen of de toepassing past bij de functie van de locatie en niet in een waterwingebied ligt.</Al>
			  <Al>Op basis van de in lid e opgegeven toepassingshoogte kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de eis dat de toepassing vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ligt en niet in contact komt met het grond- en oppervlaktewater. Een onderbouwing kan bestaan uit bijvoorbeeld een zettingsberekening.</Al>
			  <Al>In lid f wordt gevraagd om de hoeveelheid van toe te passen materiaal. Eerder in b werd ook al de omvang gevraagd, deze zouden in overeenstemming met elkaar moeten zijn. Daarnaast kan op basis hiervan ook worden beoordeeld of de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte.</Al>
			  <Al>Met de gegevens gevraagd in lid g en h kan mede gecontroleerd worden of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			  <Al>De leden i, j en k geven inzicht in wie verantwoordelijk is tijdens de aanlegfase, gebruiksfase en buiten gebruik stelling van het werk. Deze gegevens zijn nodig voor vergunningverlening, toezicht en eventuele handhaving.</Al>
			  <Al>Aan de hand van de leden l, m, n en o kan beoordeeld worden of de toepassing in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Uit de gevraagde beschrijving moet blijken dat vooraf is nagedacht over de invulling van de zorgplicht tijdens het werk. Voor bijvoorbeeld de kritische aspecten, zoals stofvorming, contact bouwstof met water en beïnvloedding oppervlaktewater, dient aangegeven te worden hoe hier in de aanlegfase mee omgegaan wordt. Indien sprake is van immobilisaat is ook van belang:</Al>
			  <Al>het type materiaal (inclusief de dikte en het moment van aanbrengen) wat gebruikt gaat worden om de uitdroging, slijtage en erosie van het immobilisaat te voorkomen tijdens het uithardingsproces;</Al>
			  <Al>een beschrijving en visualisatie van hoe de randen en taluds van de definitieve toepassing worden afgewerkt;</Al>
			  <Al>een beschrijving van alle uit te voeren metingen en werkwijzen met betrekking tot de vereiste controles van de verdichtingsgraad van de ondergrond en het aan te brengen immobilisaat (verwijzing naar RAW bepalingen is onvoldoende). Daarnaast ook een beschrijving wat de minimale druksterkte (in Mpa) moet zijn van het aangebracht immobilisaat voordat dit immobilisaat wordt betreden met hei/funderingsmachines.</Al>
			  <Al>Met de gegevens uit de leden kunnen verder ook de nog niet benoemde aspecten uit de beoordelingsregels worden beoordeeld.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d56e09a8ea914257bcb4653362343d4e__artrecital__content_11.23" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.3__content_11.23">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.23</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In deze beoordelingsregel is bepaald wanneer het bevoegd gezag de omgevingsvergunning verleent.</Al>
			  <Al>Allereerst (lid a) wordt gecontroleerd of de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In deze paragraaf staan algemeen geldende regels voor het toepassen van bouwstoffen. Zo wordt bijvoorbeeld getoetst of sprake is van een nuttige en functionele toepassing in een werk; bijvoorbeeld als fundatie onder infrastructuur of bouwwerk en wordt de kwaliteit van de bouwstof gecontroleerd.</Al>
			  <Al>Daarnaast (lid b) wordt ook beoordeeld of de zorgplicht tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd. Bij de aanvraagvereisten worden gegevens gevraagd over specifieke aspecten die vaak voorkomen bij het werk. Deze gegevens worden in ieder geval beoordeeld in dit kader.</Al>
			  <Al>Het belang zoals in lid c en d wordt omschreven is afkomstig uit de instructieregel in de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 7.39g) voor milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen. Dit belang is overgenomen aangezien de toepassing van deze bouwstoffen gevolgen kan hebben voor watersystemen.</Al>
			  <Al>Ook lid e is overgenomen uit de Zuid Hollande Omgevingsverordening (artikel 3.103 (aanwijzing verboden gevallen)). Het is volgens de verordening verboden om in een waterwingebied de activiteit toepassen van een bouwstof te verrichten. In artikel 3.18, tweede lid, van de ZHOV is bepaald dat afdeling 3.3 van de ZHOV niet geldt voor de uitvoering van taken door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet. Met waterwingebied wordt bedoeld een waterwingebied zoals blijkt uit de geometrische begrenzing van grondwaterbeschermingsgebieden die is vastgelegd in bijlage II van de ZHOV.</Al>
			  <Al>In lid f wordt overwogen of de toepassing bij de gebruiksfunctie van de locatie en omgeving past. De toepassing past bijvoorbeeld bij locaties gelegen op bedrijfs- of industrieterreinen of grootschalige infrastructuur. Toepassing in woon-, grondwaterbeschermings-, landbouw- of natuur- gebieden past minder goed bij de functie van het gebied. Indien sprake is van hergebruik op plaats van vrijkomen is dit wel weer te overwegen. Toepassing in grootschalige werken (lid g) zoals een (snel)weg of viaduct is passend, maar in een kleinschalig werk zoals een fietspad, parkeerplaats of een kleine brug is toepassing minder voor de hand liggend. Meest gewenste toepassingslocaties zijn in weg- en waterbouwkundige werken als aanvul-, ophoog- en funderingsmateriaal en als steunlaagmateriaal op stortplaatsen.</Al>
			  <Al>Lid g: Herkenbaar en beheersbaar door voldoende schaalgrootte: hiermee wordt bedoeld dat als er in de grond wordt gegraven waar deze bouwstof is toegepast, dat je herkent dat er een bouwstof aanwezig is in de grond.</Al>
			  <Al>Toepassing in grootschalige werken verdient milieuhygiënisch en beheersmatig gezien de voorkeur. De omvang (schaalgrootte) is van belang voor de levensduur van de toepassing, waarbij de bouwstof niet doorgraven mag worden, goed aanwijsbaar/terug vindbaar en goed terug neembaar moet zijn. Het is van belang dat als na toepassing graafwerkzaamheden plaatsvinden, de aanwezigheid van een bouwstof herkent wordt. Bij een grootschalige toepassing kun je denken aan bijvoorbeeld toepassing over een oppervlakte van 1000 m2 of omvang van 5000 m3. In lid g wordt gesproken over voldoende, omdat hier geen exact getal aan te verbinden is. Zo kan bijvoorbeeld een toepassing onder een loods met een oppervlakte van 500-1000 m2 ook herkenbaar en beheersbaar zijn.</Al>
			  <Al>In lid h staan maatregelen om uitspoeling van stoffen naar de bodem en oppervlaktewater te voorkomen. Het doel van de afdekking en hoge ligging is het voorkomen van contact van de toepassing met water. Op die manier wordt uitspoeling voorkomen.</Al>
			  <Al>Getoetst wordt of de bouwstof boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand wordt aangelegd en deze ook na zetting tijdens de gebruiksfase blijft liggen. Daarnaast wordt getoetst of de toepassing wordt afgedekt met een gesloten verharding. Een gesloten verharding betreft bijvoorbeeld een asfaltverharding en een vergelijkbare afdekking kan bijvoorbeeld een kleilaag in combinatie met folie zijn. De gesloten verharding is rekkelijk maar hangt ook af van de functie, locatie en soort toepassing en onder welke condities de bouwstof wordt toegepast.</Al>
			  <Al>Lid i: Ook kunnen voorzieningen of maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de bouwstof in de aanlegfase en gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden. Bij het verlenen van een vergunning wordt afgewogen of voldoende rekening wordt gehouden met de effecten van de toepassing op mens en milieu (nadere invulling van de zorgplicht).</Al>
			  <Al>Lid j: Als randvoorwaarde bij het verlenen van een vergunning geldt altijd dat de veiligheid, gezondheid en milieu niet geschaad mogen worden.</Al>
			  <Al>Indien afgeweken wordt van de criteria in dit omgevingsplan, dan is het is mogelijk om een buitenplanse omgevingsvergunning voor afwijking op het omgevingsplan (BOPA) aan te vragen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_0ccd35e6324e481bb2fddc1b05b61dd9__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.4" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.4">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>11.1.4</Nummer>
			<Opschrift>Opslaan van grond en baggerspecie</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_2a46da574ad541978e912f83ed5ef034__artrecital__content_11.26" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.4__content_11.26">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.26</Nummer>
			  <Opschrift>Afscherming bij opslaan grond</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Niet afgeschermde depots grond vormen een risico voor spelende kinderen (graven van kuilen/grotten). Niet afgeschermde depots grond zijn gevoelig voor illegale bijstort van grond en afval. Depots kunnen makkelijk verstuiven. Dat is zeer ongewenst voor asbesthoudende grond. Daarom worden aanvullende voorzieningen voorgeschreven bij het opslaan van grond die erop gericht zijn dit te voorkomen. Het betreft het afschermen van het depot van de omgeving (bv door een hekwerk) en het afdekken van asbesthoudende grond.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit betreft vooral het eenmalig opslaan van één partij grond buiten een onderneming.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_dd11fd821da1427682ec698ac3701190__artrecital__content_11.27" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.4__content_11.27">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.27</Nummer>
			  <Opschrift>Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Indien bij het beëindigen van de activiteit een eindsituatie bodemonderzoek moet worden ingediend, dan moet deze ook in XML-format worden ingediend. Dit XML-format gebruikt het bevoegd gezag om invulling te geven aan de Wet basisregistratie ondergrond.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Alleen als een eindsituatie bodemonderzoek moet worden verstrekt, wordt aanvullend een XML-format van dit bodemonderzoek gevraagd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_639dad1d2c3f47718dc66318058e65ab__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.5" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.5">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>11.1.5</Nummer>
			<Opschrift>Graven in de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisie wId="gm0610_c9b4242bff114e56b0d5ab0a33ade030__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.5__div_11.1.5.3" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.5__div_11.1.5.3">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>11.1.5.3</Nummer>
			  <Opschrift>Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_8b6156d2e81341da8cdc8643456254bc__artrecital__content_11.34" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.5__div_11.1.5.3__content_11.34">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.34</Nummer>
			    <Opschrift>Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>Uitleg artikel</i>
                                       </Al>
			    <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens ook als onderdeel van de informatieplicht bij de milieubelastende activiteit moet worden verstrekt. Bij de melding is het verplicht om een bodemonderzoek in te dienen. In dit artikel wordt aangegeven dat ook in XML-format van het bodemonderzoek moet worden ingediend. Dit XML-format gebruikt het bevoegd gezag om invulling te geven aan de Wet basisregistratie ondergrond.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Reikwijdte</i>
                                       </Al>
			    <Al>Dit artikel heeft betrekking op de gegevens en bescheiden die voor het begin van een activiteit moeten worden verstrekt.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_011be3ec05ac458ca9093ca9d1e74cbd__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.6" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.6">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>11.1.6</Nummer>
			<Opschrift>Saneren van de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisie wId="gm0610_f9fa1c60229c4017ac086b6290f68bc4__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.6__div_11.1.6.2" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.6__div_11.1.6.2">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>11.1.6.2</Nummer>
			  <Opschrift>Regels voor saneren van de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_b5449b0659504da8b332d2fce7392ffb__artrecital__content_11.40" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.6__div_11.1.6.2__content_11.40">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.40</Nummer>
			    <Opschrift>Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>Uitleg artikel</i>
                                       </Al>
			    <Al>In artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving is te lezen dat, bij verwijdering van een verontreiniging als saneringsaanpak, de verontreiniging moet worden verwijderd tot onder of gelijk aan de waarde die gelijk is aan de waarde voor de bodemfunctieklasse van die locatie. Ten aanzien van lood en PFOA gelden voor een aantal gebruiksfuncties met dit artikel lokale waarden.</Al>
			    <Al>In principe hoeven alleen die stoffen te worden gesaneerd, die in sterk verhoogde gehalten voorkomen (in gehalten die de toelaatbare kwaliteit van de bodem overschrijden). Dit wordt met aanhaling van <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58  </IntRef> expliciet genoemd en zo staat het voor andere stoffen ook in het Besluit activiteiten leefomgeving genoemd waar dit artikel maatwerk op is.</Al>
			    <Al>Lood: De Omgevingswet en bruidsschat sluiten voor lood aan op de oude normen. Maar de normen zijn reeds achterhaald door het onderzoek en advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016). De huidige normen voor lood bieden onvoldoende bescherming voor jonge kinderen. De provincie Zuid-Holland heeft, op basis van de rapporten van het RIVM en de GGD, in 2020 een handelingskader voor lood vastgesteld met advieswaarden. De huidige norm voor de functieklasse landbouw/natuur voldoet aan de advieswaarden. Voor de gevoelige gebruiken van volks- en moestuinen wordt hierbij aangesloten. De norm voor wonen is lager dan de landelijke norm en is gelijkgesteld aan de advieswaarde van de provincie. De gebruiksfunctie industrie is niet gevoelig, daarom wordt hiervoor aangesloten bij de landelijke normen voor de functieklasse industrie. De waarden sluiten aan bij de hergebruiksnormen in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2" scope="Paragraaf">paragraaf 11.1.2</IntRef>.</Al>
			    <Al>PFOA: De terugsaneerwaarden die per gebruiksfunctie behaald moeten worden na sanering zijn in dit artikel gelijk gesteld aan de hergebruiksnormen die gelden bij die gebruiksfunctie. Zoals in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving is aangegeven, is het gebruikelijk en ook logisch om met terugsaneerwaarden aan te sluiten bij de waarde die past bij de bodemfunctieklasse, omdat deze waarden zijn gebaseerd op een duurzaam bodemgebruik en zijn afgestemd op de gebruiksfunctie. Opgemerkt wordt dat maatwerk mogelijk is. Dit zal per situatie moeten worden afgestemd. Per locatie kan hiervoor een maatwerkbesluit worden aangevraagd. Ook bij maatwerk moet de gezondheid van de mens beschermd blijven. Voor maatwerkmogelijkheden is het beleid dat geldt voor maatwerk op hergebruik van grond van toepassing.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Reikwijdte</i>
                                       </Al>
			    <Al>Dit artikel is van toepassing op het saneren van de bodem met de standaardaanpak verwijderen van de verontreiniging en wel bij de sanering van een verontreiniging met lood en/of PFOA.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_418688ac37cb45869a48e99a71608071__artrecital__content_11.41" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.6__div_11.1.6.2__content_11.41">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.41</Nummer>
			    <Opschrift>Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>Uitleg artikel</i>
                                       </Al>
			    <Al>In dit artikel wordt voorgeschreven dat de sanering van vluchtige stoffen alleen mag plaatsvinden met de saneringsaanpak: verwijderen van verontreiniging (zoals bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Hiermee wordt de saneringsaanpak: afdekken (zoals bedoeld in artikel 4.1241 van dat besluit), niet meer mogelijk.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Reikwijdte en werking</i>
                                       </Al>
			    <Al>Van de in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving voorgeschreven saneringsaanpak 'verwijderen van de verontreiniging' is sprake bij sanering van de bodem en als de grond verontreinigd is met vluchtige stoffen. Door het verwijderen van de verontreiniging wordt het risico op uitdamping (wat tot gezondheidsrisico's kan leiden) geminimaliseerd.</Al>
			    <Al>Hierbij een kanttekening:</Al>
			    <Al>Het kan zijn dat het verwijdering, zoals aangegeven in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet volledig technisch of financieel haalbaar is. Het saneren van een bodemverontreiniging met vluchtige stoffen is over het algemeen maatwerk. Dit was het ook onder de voormalige Wet bodembescherming. Een verzoek tot maatwerkvoorschriften kan op dit artikel worden aangevraagd op basis van artikel 2.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			    <Al>Bij aanvraag van maatwerkvoorschriften dienen de voorschriften te voorkomen dat blootstelling kan plaatsvinden aan uitdamping vanuit die verontreinigingen naar een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. De aanvrager dient hierbij rekening te houden met de volgende uitgangspunten:</Al>
			    <Al>a. de verontreiniging dient zoveel als mogelijk te worden verwijderd;</Al>
			    <Al>b. blootstelling aan uitdamping vanuit die verontreiniging naar een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie dient voorkomen te worden;</Al>
			    <Al>c. geurhinder als gevolg van die verontreiniging op een bodemgevoelige locatie dient zoveel als mogelijk te worden voorkomen;</Al>
			    <Al>d. de nazorg dient zoveel als mogelijk te worden voorkomen of beperkt;</Al>
			    <Al>e. bovenstaande dient aannemelijk te worden gemaakt in een saneringsplan.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_e03959792eb64e8abdfc51287e4f4d31__artrecital__content_11.42" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.6__div_11.1.6.2__content_11.42">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.42</Nummer>
			    <Opschrift>Maatwerkregel meldingsplicht saneren</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>Uitleg artikel</i>
                                       </Al>
			    <Al>In dit artikel wordt aangegeven dat bij een melding van de milieubelastende activiteit saneren van de bodem de onderzoeken (bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving) tevens in XML-format moeten worden verstrekt.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Reikwijdte</i>
                                       </Al>
			    <Al>Dit artikel heeft betrekking op de gegevens die bij de melding van deze activiteit moeten worden verstrekt.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_c65b2c0af8134d5aab6032903a33347b__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.7" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.7">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>11.1.7</Nummer>
			<Opschrift>Nazorg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d64adf7542f54622bd12921782cf01ab__artrecital__content_11.49" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.7__content_11.49">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.49</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik nazorg</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze paragraaf gaat over nazorg na een bodemsanering. In onderdeel a staat dat als bij het saneren een afdeklaag is aangebracht boven op de sterke verontreiniging, dat dan nazorg van toepassing is. De afdeklaag kan op grond van meerdere wet- en regelgeving zijn aangebracht. In dit onderdeel staat opgesomd welke. Onderdeel b geldt voor nazorg na tijdelijke beschermingsmaatregelen die genomen zijn in het kader van een toevalsvondst en die blootstelling aan verontreinigingen voorkomen.</Al>
			  <Al>Onder een afdeklaag wordt verstaan een afdeklaag zoals aangegeven in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving met eventueel maatwerk hierop zoals aangegeven in dit omgevingsplan of een maatwerkbesluit. Dit betreft bijvoorbeeld een laag grond of een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag (beton, asfalt en/of bestrating) die blootstelling aan een sterke bodemverontreiniging daaronder voorkomt.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel betreft enkel nazorg op afdeklagen van saneringen en tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondsten na inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_45a33cf0158a4aec86450cacc8e17879__artrecital__content_11.50" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.7__content_11.50">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.50</Nummer>
			  <Opschrift>Nazorg na afloop van saneren van de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het artikel betreft nazorg na sanering van de bodem met een afdeklaag. De afdeklaag dient in stand te worden gehouden, te worden onderhouden of te worden vervangen. De locaties staan op de genoemde kaart.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel betreft enkel nazorg op afdeklagen van bodemsaneringen na inwerkingtreding van de Omgevingswet (1-1-2024).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_07c973d7001548ecbde648f820726bf4__artrecital__content_11.51" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.7__content_11.51">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.51</Nummer>
			  <Opschrift>Nazorg tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondst</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het artikel betreft nazorg na het nemen van tijdelijke beschermingsmaatregelen in het kader van een toevalsvondst om blootstelling hieraan voorkomen. De tijdelijke beschermingsmaatregelen dienen in stand te worden gehouden, te worden onderhouden of te worden vervangen. De locaties staan op de genoemde kaart.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel betreft enkel nazorg op tijdelijke beschermingsmaatregelen genomen naar aanleiding van een toevalsvondst na inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_fbffa81175824813bcaf5866e65610e1__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.8" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.8">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>11.1.8</Nummer>
			<Opschrift>Historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_aef6d9c9b70b4fefb4f9870689e21116__artrecital__content_11.52" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.8__content_11.52">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.52</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg en reikwijdte artikel </i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op locaties waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking als bedoeld in artikel 29 van de Wet bodembescherming is verleend, waarin is vastgesteld dat het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging niet leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			  <Al>En deze paragraaf is van toepassing op activiteiten op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking als bedoeld in artikel 29 van de Wet bodembescherming is verleend, waarin is vastgesteld dat het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging niet leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. Dit zijn de zogenaamde ernst, niet-spoedlocaties. Daarnaast is deze paragraaf ook van toepassing op activiteiten op locaties waar uit nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755 volgt dat er sprake is van een zogenaamde ernst, niet-spoedlocatie. In de provincie Zuid-Holland zijn er immers veel locaties onderzocht waaruit is gebleken dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, maar welke nooit beschikt zijn opdat er geen spoedige sanering noodzakelijk was. De paragraaf is daarmee van toepassing op activiteiten op alle bekende ernst, niet-spoedlocaties, ongeacht of deze beschikt zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_ee98dbea3e214c7ead53e64ed3f6a07d__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>11.1.9</Nummer>
			<Opschrift>Bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_425a31f3c5e5478aab9d8ac879d9432c__artrecital__content_11.55" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9__content_11.55">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.55</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel geeft het toepassingsbereik van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie aan. Daar wordt de instructieregel uit het Bkl opgevolgd. Lid 2 geeft aan wat een bodemgevoelig gebouw is. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt.</Al>
			  <Al>De term gebouw is in het Bkl en het Bbl gedefinieerd als: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. De term bouwwerk is in de Omgevingswet gedefinieerd. Onder een bodemgevoelig gebouw vallen ook een woonschip of een woonwagen (onder b).</Al>
			  <Al>Voor de definitie voor een bodemgevoelig gebouw wordt via maatwerk afgeweken van de definitie in het Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.89g. Anders dan in het Bkl is ook sprake van een bodemgevoelig gebouw als er minder dan twee uur per dag personen aaneengesloten aanwezig zijn (verblijfsfunctie in de Woningwet). Voorbeelden van dit soort gebouwen zijn een transformatorhuisje, een gemaal, een schuur bij een woning of een loods waar alleen kort wordt geladen of gelost en waar de rest van de tijd geen personen of werknemers verblijven. Deze vallen met het derde lid dus ook binnen de definitie van een bodemgevoelig gebouw. De reden hiervan staat bij de reikwijdte van dit artikel aangegeven.</Al>
			  <Al>Voor de definitie van een bodemgevoelige locatie wordt geheel aangesloten bij de definitie zoals gegeven in artikel 5.89h Bkl.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte en reden artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel is van toepassing op het bouwen (toelaten) van een gebouw of een deel van een gebouw dat de grond raakt. De ratio hiervan is dat daar blootstelling kan plaatsvinden en risico's voor de gezondheid kunnen optreden. Het gaat bijvoorbeeld niet om het aanbouwen van een uitbouw op de eerste verdieping of een dakkapel (voor zover daarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist), omdat bij een dergelijke bouwactiviteit de gezondheidsrisico's door de bodemkwaliteit niet toenemen. Daarnaast wordt ook aangesloten bij dit natuurlijke moment dat de bodemverontreiniging kan worden aangepakt (werk met werk maken). Hierbij wordt naast gezondheidsrisico's ook gekeken naar duurzaam bodembeheer (gebruik en functie afstemmen).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0d07dac4b6de4671a7a8f95db3a9ecdf__artrecital__content_11.57" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9__content_11.57">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.57</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel betreft een beleidsneutrale omzetting van artikel <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> (bruidsschat). Het bepaalt dat voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (o.a. gebouw dat de bodem raakt) een vergunning aangevraagd moet worden.</Al>
			  <Al>Met de bouwactiviteit wordt bedoeld:</Al>
			  <Al>- In dit omgevingsplan in Hst. 6 aangewezen vergunningplichtige gebouwen en bouwwerken bouwen</Al>
			  <Al>- In dit omgevingsplan in Hst. 22 aangewezen vergunningplichtige bouwactiviteit (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef>).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_63cb4ef9f332451796c142f28cb378c8__artrecital__content_11.58" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9__content_11.58">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.58</Nummer>
			  <Opschrift>Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>De gemeente heeft op grond van de Omgevingswet onder meer de bevoegdheid om in het omgevingsplan functies evenwichtig toe te delen aan locaties en met het oog hierop algemene regels vast te stellen. Artikel 5.89i van het Bkl bevat de verplichting voor de gemeenten om in het omgevingsplan waarden op te nemen voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor bodemgevoelige locaties waar een bodemgevoelig gebouw is toegelaten. In artikel 5.89j Bkl staat aan welke randvoorwaarden deze waarden moeten voldoen.</Al>
			  <Al>De reikwijdte van de instructieregel is beperkt tot een vaste stoffenlijst, opgenomen in bijlage VC bij het Bkl. Wanneer er een vermoeden bestaat van de aanwezigheid van andere gezondheidsbedreigende stoffen is het aan de gemeente om ook voor die andere stoffen een waarde in het omgevingsplan vast te stellen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Eerste lid</i>
                                       <br/>In het omgevingsplan wordt als lokale waarde de interventiewaarde bodemkwaliteit vastgelegd in bijlage IIA Bal. Voorheen was dit ook de waarde waaraan de bodemkwaliteit getoetst werd.</Al>
			  <Al>Een verbod om te bouwen op verontreinigde bodem (boven de lokale waarde) zonder omgevingsvergunning als er geen maatregelen worden getroffen, volgt uit het samenstel van de vergunningplicht voor bouwen met de beoordelingsregel, dat die vergunning alleen wordt verleend in de situatie die is gedefinieerd in de specifieke beoordelingsregel.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Tweede lid</i>
                                       <br/>Gelijkwaardig met de regels van de voormalige Wet bodembescherming is hierbij opgenomen dat sprake is van een overschrijding van deze interventiewaarde als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie is overschreden in meer dan 25 m3 bodemvolume. Voorheen werd dit 'het geval van verontreiniging' genoemd. Hierbij kan sprake zijn van onaanvaardbare risico's en moet, afhankelijk van de functie en het gebruik, wellicht worden gesaneerd of een andere beschermende maatregel worden getroffen. Anders dan bij een saneringsgeval onder de Wet bodembescherming is het niet noodzakelijk om de exacte hoeveelheid verontreiniging of de contour voor een bepaalde concentratie stoffen in beeld te brengen; de grens van 25 m3 is alleen bedoeld om te voorkomen dat de beoordelingsregel elke emmer verontreiniging vangt. De regel is niet gericht op het opsporen en aanpakken van hele kleine verontreinigingen en vereist daarom alleen maatregelen als het om meer dan 25 m3 verontreiniging binnen een perceel gaat.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Derde lid</i>
                                       <br/>De grens van 25 m3 uit het tweede lid geldt niet voor asbest, omdat asbest ook in kleine hoeveelheden gevaar voor de gezondheid kan opleveren. Ook bij een kleinere hoeveelheid dan 25 m3 moeten de in het omgevingsplan omschreven maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Vierde lid</i>
                                       <br/>In afwijking van het eerste lid zijn voor lood andere waarden opgenomen. Dit omdat de interventiewaarde voor lood achterhaald is door het onderzoek en advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016). De huidige interventiewaarde voor lood bieden onvoldoende bescherming voor jonge kinderen. De provincie Zuid-Holland heeft, op basis van de rapporten van het RIVM en de GGD, in 2020 een handelingskader voor lood vastgesteld met advieswaarden.</Al>
			  <Al>De aangegeven maximale waarde voor toelaatbare kwaliteit voor de gebruiksfunctie landbouw/natuur/wonen is met dit artikel gelijkgesteld aan de advieswaarde van de provincie behorende bij de functie wonen waarboven sprake is van een 'onvoldoende bodemloodkwaliteit'. De gebruiksfunctie industrie is niet gevoelig, daarom wordt hiervoor wel aangesloten bij de interventiewaarde.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Vijfde lid</i>
                                       <br/>Voor PFOA wordt aangesloten bij de maximale advieswaarde voor duurzaam bodemgebruik (RIVM 2021). In dit artikel worden geen waarden voor overige PFAS aangegeven omdat deze in de regio niet zodanig diffuus verhoogd zijn, dat sprake is van gezondheidsrisico's of geen sprake is van duurzaam bodemgebruik. Overige PFAS en andere stoffen worden wel meegenomen in de beoordeling van een omgevingsvergunning bouw of melding bouw, maar dan op een andere manier (bij de beoordelingsregel van de vergunning of melding). De Omgevingswet biedt geen ruimte om op deze plek een onuitputtelijke lijst of omschrijving te geven van 'overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit bodem'.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel betreft het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. Dit geldt voor de in bijlage IIA van het Bal genoemde stoffen en ook voor PFOA.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b8921f1c66514e05885ca7bc2ca3feff__artrecital__content_11.59" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9__content_11.59">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.59</Nummer>
			  <Opschrift>Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. De vraag is louter of het technisch mogelijk is om het geschikt te maken. Het antwoord op die vraag is niet afhankelijk van de goede wil van de initiatiefnemer maar alleen of het objectief, technisch, milieuhygiënisch mogelijk is.</Al>
			  <Al>Saneringsmaatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin staan twee standaardaanpakken beschreven. Indien deze aanpakken niet voldoen, kan degene die saneert een maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd gezag.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel is van toepassing als sprake is van een overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit. In het voorgaande <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58  </IntRef> staat wanneer hier sprake van is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f52653dcecb247b382ef3e04add8ab94__artrecital__content_11.60" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9__content_11.60">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.60</Nummer>
			  <Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Bij een aanvraag om een vergunning voor het bouwen wordt een bodemonderzoek overgelegd. In lid 2 is aangegeven dat de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek ook in digitaal format (XML-format) moet worden verstrekt.</Al>
			  <Al>Dit bodemonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is overschreden. In dat geval zijn sanerende of andere beschermende maatregelen een voorwaarde voor het bouwen <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61" scope="Artikel">artikel 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie</IntRef> en <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</IntRef>. Digitale aanlevering is nodig om te kunnen voldoen aan de Wet basisregistratie ondergrond.</Al>
			  <Al>Dit is een voortzetting van artikel 8 van de Woningwet in samenhang met de lokale bouwverordening.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit betreft aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_93c51f2827dc43f59b48a996e88f8514__artrecital__content_11.61" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9__content_11.61">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.61</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel bevat voorwaarden voor het toelaten van een bouwactiviteit, kortgezegd het bouwen van een bouwwerk of gebouw, op een bodemgevoelige locatie. Deze activiteit mag niet uitgevoerd worden zonder een omgevingsvergunning. Het eerste deel geeft onder a en b criteria waaraan een omgevingsvergunningaanvraag van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt getoetst. Het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie bij overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit is alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen.</Al>
			  <Al>Het tweede deel geeft een criteria aan waaraan tevens een omgevingsvergunningaanvraag van een binnenplanse omgevingsactiviteit wordt getoetst. Het criteria bestaat uit het oordeel van bevoegd gezag of de bodem geschikt is voor het beoogde doel. Als dit naar haar oordeel niet het geval is, kan zij voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning om de bodem geschikt te maken. Dit artikel is bedoeld als vangnet voor overige stoffen die niet in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</IntRef>van dit omgevingsplan staan.</Al>
			  <Al>Het doel van dit artikel is om een gelijk beschermingsniveau (voor mens en milieu) te borgen dat bestond onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en Woningwet. Deze ging uit van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de voormalige Wet bodembescherming en uitgewerkt in de voormalige Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013.</Al>
			  <Al>Bij de beoordeling van bevoegd gezag of de bodemkwaliteit toelaatbaar is, zal aangesloten worden bij dit beschermingsniveau. In deze voormalige wet- en regelgeving staat aangegeven hoe wordt omgegaan met niet-reguliere en/of niet genormeerde stoffen. Het Bevoegd gezag kan hiermee bij overschrijding van de interventiewaarde of vergelijkbare waarde (in een bodemvolume groter dan 25 m3) voor elke stof sanerende of andere beschermende maatregelen voorschrijven, mits die technisch mogelijk zijn.</Al>
			  <Al>Het tweede deel bepaalt dat het college bij ernstige bodemverontreiniging aanvullende maatregelen aan de omgevingsvergunning kan verbinden.</Al>
			  <Al>Bijvoorbeeld bij de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning bouw voor een kantoorpand op een bedrijfsterrein met chemische industrie of de bouw van een woning op een locatie wat voorheen een tankstation was of een voormalige scheepswerf. Op deze locaties kan sprake zijn van een sterke verontreiniging met bijvoorbeeld tributyltin, MTBE, ETBE, detergenten of diethyltriamine. Voor deze verontreinigingen kunnen bij de bouwactiviteit op basis van dit artikel sanerende of andere beschermende maatregelen worden voorgeschreven in de vergunning. Deze kunnen niet worden voorgeschreven op basis van <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</IntRef>, omdat de in het voorbeeld genoemde verontreinigde stoffen niet binnen de reikwijdte van deze artikelen valt. Het Besluit kwaliteit leefomgeving biedt onvoldoende ruimte om dit te regelen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte en werking</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel betreft het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie.</Al>
			  <Al>Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. Dit geldt voor de in <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie</IntRef> genoemde stoffen. Daarnaast kan het bevoegd gezag in een omgevingsvergunning bouwen ook voor andere stoffen, die maken dat de bodem een ontoelaatbare kwaliteit heeft, sanerende of andere beschermende maatregelen voorschrijven.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5fc3c8d9ca324f74a3b641a9675e4042__artrecital__content_11.62" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9__content_11.62">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.62</Nummer>
			  <Opschrift>Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit artikel legt vast dat voor bouwactiviteiten waar geen omgevingsvergunning voor moet worden aangevraagd wel een meldplicht geldt als het bouwen van een bodemgevoelig gebouw betreft. Lid 1 bepaalt dat vooraf aan het bouwen van een bodemgevoelig gebouw (definitie staat in eerder artikel) een melding bij het bevoegd gezag gedaan moet worden. Het is verboden de activiteit te starten zonder de melding te doen. Met een melding wordt het bevoegd gezag op de hoogte gesteld van de te starten activiteit (het bouwen van een bodemgevoelig gebouw).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte en werking</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het artikel geldt als sprake is van een het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, tenzij deze activiteit vergunningplichtig is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7f34c5b57895412aabd4cb28645acbb0__artrecital__content_11.63" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9__content_11.63">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.63</Nummer>
			  <Opschrift>Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>In dit artikel is puntsgewijs aangegeven welke gegevens moeten worden aangeleverd bij de melding. Bij het tweede lid wordt voor overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit verwezen naar <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.58" scope="Artikel">artikel 11.58  </IntRef> in dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>In lid 3 is aangegeven dat de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek uit lid 1 onder a ook in digitaal format (XML-format) moet worden verstrekt.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte en werking</i>
                                    </Al>
			  <Al>Met dit artikel worden voor de bodemkwaliteit bij een melding dezelfde voorwaarden als voor een omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw opgelegd voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Het vangnetartikel (lid 2 van <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.9__art_11.61" scope="Artikel">artikel 11.61  </IntRef>) is van toepassing bij een melding.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_180b5d56837d4fbc93c7aa622aa21e15__artrecital__content_11.65" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.9__content_11.65">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.65</Nummer>
			  <Opschrift>Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>Uitleg artikel</i>
                                    </Al>
			  <Al>Voordat een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte van een bodemgevoelig gebouw in gebruik genomen wordt, wordt die informatie verstrekt waaruit blijkt hoe de sanerende of andere beschermende maatregelen, bedoeld in artikel paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn uitgevoerd.</Al>
			  <Al>Ter bescherming van de gezondheid van de gebruikers van een bodemgevoelig gebouw is het van belang om te waarborgen dat de voorgeschreven maatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Daartoe dient het voldoen aan deze informatieplicht als voorwaarde voor ingebruikname. Het Besluit activiteiten leefomgeving kent ook een vergelijkbare informatieplicht na beëindiging van de activiteit bodemsanering. De initiatiefnemer kan in één keer aan beide informatieplichten voldoen.</Al>
			  <Al>De strekking is dat de initiatiefnemer na afloop van de sanering het bevoegd gezag informeert dat en hoe hij de sanering heeft uitgevoerd. Dit geeft het bevoegd gezag de gelegenheid om adequaat en tijdig toezicht te houden voordat het gebouw in gebruik wordt genomen om te beoordelen of de sanering is afgerond en inderdaad heeft opgeleverd dat het bodemgevoelige gebouw geschikt is voor gebruik.</Al>
			  <Al>Dit artikel is gericht op een vergunningvoorschrift met een verbod op ingebruikname als niet is voldaan aan de voorwaarde (voldoen aan de informatieplicht). Het voldoen aan deze informatieplicht heft dat verbod op. Ingeval van het verzuimen om te informeren of het ontbreken van de benodigde informatie kan het bevoegd gezag dus handhaven op overtreding van deze informatieplicht. Toezicht en handhaving op de wijze van saneren en of die in overeenstemming is met de voorschriften over saneren in het Besluit activiteiten leefomgeving vindt plaats op basis van dat besluit.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Reikwijdte</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit betreft de in gebruik name van een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte van een bodemgevoelig gebouw waar sanerende of andere beschermende maatregelen waren voorgeschreven in een omgevingsvergunning bouw.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_e2d9949765af4258bf69402c3ffbaf26__artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>11.1.10</Nummer>
			<Opschrift>Bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_985222b3f8e849a094d6bdc5abf22e46__artrecital__content_11.66" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10__content_11.66">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.66</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De definitie van een grondwatergevoelig gebouw is van belang omdat bij het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie door middel van onderzoek (paragraaf 7.3.5.1 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening) vastgesteld moet worden of er sprake is van verontreiniging van het grondwater. Bij verontreiniging van het grondwater volgt dat een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in paragraaf 3.4.2 (Module risicobeoordeling grondwaterkwaliteit uit de ZHOV) verplicht is. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging, zijn sanerende maatregelen verplicht.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen wat een grondwatergevoelig gebouw is allereerst aangesloten bij de definitie die het Rijk in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft voor bodemgevoelige gebouwen. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw dat geheel of gedeeltelijk de bodem raakt waar minimaal 2 uur per dag blootstelling plaatsvindt. Ook bijbehorende bouwwerken horen bij een bodemgevoelig gebouw, mits ze groter dan 50 m2 zijn.</Al>
			  <Al>Het toepassingsbereik van een grondwatergevoelig gebouw omvat daarnaast ook niet-bodemgevoelige gebouwen. Of een mobiele verontreiniging in de vaste bodem een risico vormt voor het grondwater staat immers los van of er blootstelling plaatsvindt. Voor gebouwen die geen bodemgevoelig gebouw zijn, vindt de provincie het echter niet proportioneel de regels in deze paragraaf te koppelen aan zeer kleine gebouwen. De provincie heeft daarom niet-bodemgevoelige gebouwen die kleiner zijn dan 50 m2 uitgesloten van het toepassingsbereik. Het gaat hier om het oppervlak van het deel van het gebouw dat de bodem raakt.</Al>
			  <Al>Met de definitie van een grondwatergevoelige locatie stuurt de provincie er op het aangrijpen van dat het natuurlijk moment om een mobiele bron van verontreiniging in de vaste bodem in samenhang met een activiteit aan te pakken.</Al>
			  <Al>Voor het bepalen wat een grondwatergevoelig locatie is, is allereerst aangesloten bij de definitie die het Rijk in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving geeft voor een bodemgevoelige locatie. Een bodemgevoelige locaties, omvat ook het perceel en de tuin.</Al>
			  <Al>Voor niet-bodemgevoelige gebouwen vindt de provincie het niet proportioneel om naar het gehele perceel te kijken of het natuurlijk moment aangegrepen kan worden voor het verbeteren van de grondwaterkwaliteit. De instructieregels richten zich tot het deel van het perceel waar de ontwikkeling of herinrichting daadwerkelijk plaatsvindt in samenhang met de bouw van het grondwatergevoelige gebouw zodat in samenhang met de activiteit, net als onder de Wet bodembescherming, het natuurlijk moment aangegrepen wordt bij dergelijke verontreinigingen. Zodoende is geduid dat het enkel gaat om het aangrenzende tuin of perceel voor zover het samenhang heeft met het te bouwen grondwatergevoelige gebouw.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_6504a4b0e0f2418da465fe678b12b877__artrecital__content_11.67" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10__content_11.67">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.67</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel betreft een beleidsneutrale omzetting van de vergunningplicht opgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Het bepaalt dat er niet zonder een vergunning een grondwatergevoelig gebouw (o.a. gebouw dat de bodem raakt) gebouwd mag worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4ba12770a6a24afe83f6ac78eaa2a168__artrecital__content_11.68" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10__content_11.68">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.68</Nummer>
			  <Opschrift>Voorafgaand grondwateronderzoek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het voorafgaand onderzoek heeft tot doel om vast te stellen of er sprake is van verontreiniging van het grondwater. Hiervoor kan de initiatiefnemer gebruik maken van het voorafgaand bodemonderzoek als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving. In gevallen waar in het verleden de locatie al beschikt is onder de Wet bodembescherming, bevat de beschikking vaak al voldoende informatie om vast te stellen of er al dan niet sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			  <Al>Er is reeds sprake van verontreiniging van het grondwater als voor éen of meer verontreinigende stoffen de waarde als bedoeld in artikel 7.30 overschreden wordt. Vaak biedt het vooronderzoek als bedoeld in artikel 5.7 a van het Besluit activiteiten leefomgeving al voldoende informatie om de verontreiniging al dan niet vast te stellen. Indien het vooronderzoek niet voldoende informatie bevat, zal een verkennend bodemonderzoek, bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving voldoende informatie bevatten. Het verkennend bodemonderzoek dient te voldoen aan NEN5740. Het nemen van grondwatermonsters is, vooralsnog, onderdeel van de NEN-protocollen betreffende bodemonderzoek. Zuid-Holland zal de regels aanpassen indien hier een wijziging in komt om zodoende aan te sluiten bij de laatste versie van de NEN-bodemonderzoeksprotocollen.</Al>
			  <Al>De initiatiefnemer hoeft in deze fase in ieder geval alleen onderzoek uit te voeren, en te overleggen, om vast te stellen of er sprake is van verontreiniging van het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_fd21b70d4adc44159fa86b45973b70dd__artrecital__content_11.69" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10__content_11.69">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.69</Nummer>
			  <Opschrift>Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De risicobeoordeling moet uitgevoerd worden als er sprake is van een verontreiniging van het grondwater, tenzij -in geval van een toetsing aan de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering - de concentraties dermate laag zijn dat onmiddellijk of toekomstig gevaar voor het grondwater, gegeven het gebruik, op voorhand uit te sluiten zijn.</Al>
			  <Al>De risicobeoordeling grondwaterkwaliteit bepaalt in welke mate de verontreiniging leidt tot gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van het watersystemen en het vervullen van aan watersystemen toegekende maatschappelijke functies (lees: KRW-doelen). Bovendien bepaalt de risicobeoordeling of de verontreiniging daadwerkelijk risico's oplevert voor het grondwater en het gebruik daarvan, zoals oppervlaktewater, water dat bestemd is voor menselijke consumptie of grondwaterafhankelijke natuur.</Al>
			  <Al>Als er sprake is van verontreiniging van het grondwater waar op grond van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit van blijkt dat het geen significante grondwaterverontreiniging betreft, zijn er geen voorschriften nodig ter bescherming van het grondwater en kan de bouw direct starten na het verlenen van de omgevingsvergunning of nadat de termijn voor de melding verstreken is.</Al>
			  <Al>Er is een aantal situaties waar sprake is van verontreiniging van het grondwater en er geen risicobeoordeling grondwaterkwaliteit verplicht is.</Al>
			  <Al>Dit is in ieder geval aan de orde indien er geen puntbron of er zich niet langer een (punt)bron van een mobiele verontreiniging in de vaste bodem bevindt. Zodoende kan er nooit sprake zijn van een bouwactiviteit waarbij een grondwatersanering verlangd wordt als dit niet in samenhang met een bronaanpak plaatsvindt. Een grondwatersanering is alleen redelijk te verlangen van een initiatiefnemer indien dit in samenhang met een bronaanpak plaatsvindt. Ditzelfde geldt indien de bron in de vaste bodem afkomstig is van een diffuse bron, zoals bijvoorbeeld atmosferische depositie. Het is in een dergelijk geval niet redelijk - en in strijd met het “vervuiler betaald principe”- en bovendien ook weinig effectief om een bronaanpak te verlangen.</Al>
			  <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt ook niet verlangd indien de verontreiniging van het grondwater het gevolg is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. De provincie volgt hierbij de lijn zoals opgenomen in de Beleidsregel onderzoek sanering van bodemverontreiniging die aangeeft dat in gebieden waar voor arseen, nikkel, zink, lood en barium sprake is van verontreiniging van het grondwater, maar er geen specifieke bron voor deze verontreiniging aanwijsbaar is, geen nader onderzoek nodig is. Dit geldt alleen indien dit samengaat met gehalten in de vaste bodem die lager zijn dan de landelijke achtergrondwaarden of specifieke achtergrondwaarden.</Al>
			  <Al>Een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is ook niet aan de orde indien de aanwezige verontreiniging het resultaat is van een eerder uitgevoerde grondwatersanering. De grondwatersanering kan hebben plaatsgevonden op grond van regels in deze omgevingsverordening of op grond van de Wet bodembescherming.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_2e9e1d7a879746d79cb415ad1581d211__artrecital__content_11.70" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10__content_11.70">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.70</Nummer>
			  <Opschrift>Sanerende maatregelen bij significante grondwaterverontreiniging</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" scope="Artikel">artikel 11.75  </IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d7c9b74904fe4786b71411c52f0f6ba7__artrecital__content_11.71" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10__content_11.71">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.71</Nummer>
			  <Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" scope="Artikel">artikel 11.75  </IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_1c2eeab90b864104a6a0d27a0e569fcc__artrecital__content_11.72" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10__content_11.72">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.72</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" scope="Artikel">artikel 11.75  </IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_aa18a96b7cee4cd7bdb852248c7ecb6b__artrecital__content_11.73" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10__content_11.73">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.73</Nummer>
			  <Opschrift>Meldingsplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" scope="Artikel">artikel 11.75  </IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_679eb4f5121d4e4bacd833aef3b8302c__artrecital__content_11.74" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10__content_11.74">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.74</Nummer>
			  <Opschrift>Indieningsvereisten melding bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.10__art_11.75" scope="Artikel">artikel 11.75  </IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_657fafe44ed24a248a79d025d9f7b152__artrecital__content_11.75" eId="artrecital__div_11__div_11.1__div_11.1.10__content_11.75">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.75</Nummer>
			  <Opschrift>Informatieplicht ingebruikname na maatregelen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitleg artikel</Al>
			  <Al>De risicobeoordeling grondwaterkwaliteit wordt uitgevoerd conform de regels in paragraaf 3.4.2 van deze omgevingsverordening. Het is daarmee aan Gedeputeerde Staten om toe te zien of de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit inhoudelijk goed is uitgevoerd. Om de provincie in staat te stellen de risicobeoordeling te beoordelen, moeten er op grond van artikel 7.33, tweede lid, onder b en artikel 7.34, tweede lid, onder e, ZHOV minstens vier weken zitten tussen het verstrekken van de resultaten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit aan Gedeputeerde Staten en het aanleveren van dezelfde gegevens aan de gemeente ten behoeve van de aanvraag om een omgevingsvergunning dan wel melding voor het bouwen van het grondwatergevoelige gebouw op een grondwatergevoelige locatie. Zodoende kan de gemeente ook vertrouwen dat de aangeleverde gegevens en bescheiden inhoudelijk juist zijn.</Al>
			  <Al>Als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante verontreiniging van het grondwater, volgt uit artikel 7.33, eerste lid, onder a de verplichting dat het omgevingsplan heeft geregeld dat een bronaanpak uitgevoerd moet worden conform de algemene rijksregels van de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, met de gemeente als bevoegd gezag. Er is immers altijd sprake van een (punt)bron in de vaste bodem, want indien er (niet langer) een bron aanwezig is op de grondwatergevoelige locatie is er op grond van artikel 7.31, tweede lid, immers geen noodzaak tot het uitvoeren van een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit. De voorgeschreven saneringsaanpak dient hierbij op grond van paragraaf 7.3.5.1 wel te leiden tot het beperken of voorkomen van een indirecte inbreng van een mobiele verontreinigende stof in de vaste bodem naar het grondwater. Er kan pas gestart worden met bouwen indien op grond van artikel 7.33, tweede lid, onder c uit de gegevens en bescheiden blijkt dat de initiatiefnemer de milieubelastende activiteit bodemsanering gaat verrichten. De melding bij aanvang van het saneren van de bodem, als bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving dient als bewijslast.</Al>
			  <Al>Bij een grondwaterverontreiniging waar op grond van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit sprake is van een significante grondwaterverontreiniging, is een bronaanpak verplicht, ongeacht of de significante grondwaterverontreiniging nu al tot een onaanvaardbaar risico leidt en daarmee de doelen die de kaderrichtlijn water stelt nu al bedreigt. De grondwaterrichtlijn verlangt immers al maatregelen indien er sprake is van een inbreng, tenzij gebruik gemaakt kan worden van een uitzonderingsbepaling.</Al>
			  <Al>Bij een significante verontreiniging kan nu wellicht geen sprake zijn van een onaanvaardbaar risico voor het grondwater of het gebruik dat afhangt van het grondwater, maar kan een risico in de toekomst niet uit te sluiten zijn. In deze situaties vindt de provincie het lonen om, indien dit redelijkerwijs te verlangen is, het natuurlijk moment van een activiteit te benutten om de bron aan te pakken of op z'n minst de inbreng van de mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater te verminderen of beheersen.</Al>
			  <Al>Als er sprake is van een verontreiniging in het grondwater, waarbij op grond van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is vastgesteld dat sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoefte, dan levert de grondwaterverontreiniging op dat moment al een risico op voor het grondwater of het gebruik dat afhangt van het grondwater. Voor aanvang van de bouwactiviteit dient de initiatiefnemer, naast het uitvoeren van een bronaanpak een grondwatersanering uit te voeren. Voor het uitvoeren van de grondwatersanering dient de initiatiefnemer bij de provincie een aanvraag voor een grondwatersanering als bedoeld in artikel 3.130 te doen. Uit artikel 7.33, eerste lid volgt dat pas gestart kan worden met bouwen als aannemelijk gemaakt wordt dat de initiatiefnemer de grondwatersanering gaat treffen. Op grond van artikel 7.33, tweede lid, onder d volgt dat een afschrift van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een grondwatersanering bij de provincie als bevoegd gezag, volstaat als bewijslast.</Al>
			  <Al>Met de in artikel 7.32 verplichte maatregelen volgt de provincie het Europese beginsel de "vervuiler betaalt". In artikel 7.32, tweede lid is de plicht tot het treffen van een grondwatersanering uitgezonderd indien het gaat om diffuse grondwaterverontreinigingen. Van een initiatiefnemer kan redelijkerwijs niet verlangd worden een grondwaterverontreiniging te saneren waar hij niet verantwoordelijk voor is. Mogelijk is een bronaanpak echter wel aan de orde. De aanwezigheid van een diffuse grondwaterverontreiniging sluit de aanwezigheid van een puntbron niet uit. Indien uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een diffuse grondwaterverontreiniging ziet de provincie primair een rol voor zichzelf weggelegd om te komen tot een gebiedsgerichte aanpak.</Al>
			  <Al>Het gebouw kan in gebruik genomen worden als uit gegevens en bescheiden blijkt dat de bronaanpak is uitgevoerd of eventueel ook de grondwatersanering. Een bronaanpak kan bewezen worden door de gegevens en bescheiden, als bedoeld in artikel 4.1246 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aangeleverd moeten worden na het uitvoeren van de milieubelastende activiteiten saneren van de bodem. De gegevens en bescheiden die aan dat aan Gedeputeerde Staten verstrekt moet worden na het uitvoeren van een grondwatersanering bevatten voldoende bewijslast voor de gemeente om te bepalen of de maatregel getroffen is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_e723be9a1c8543339483b07584fba788__artrecital__div_14" eId="artrecital__div_14" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>14</Nummer>
		    <Opschrift>Water  </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisie wId="gm0610_aaf874a9f1ab4ce68337a63564b5e250__artrecital__div_14__div_14.1" eId="artrecital__div_14__div_14.1">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>14.1</Nummer>
		      <Opschrift>Waterberging</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_f26dbf723b264f43b9874fd6f1f6238a__artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.1" eId="artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>14.1.1</Nummer>
			<Opschrift>Bouwactiviteiten in beperkingengebied Waterbergingsgebied</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e7d035e834e74cc9b3c4de826058ece4__artrecital__content_14.1" eId="artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.1__content_14.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>14.1</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik - [gereserveerd]</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar de paragraaf over gaat. Deze paragraaf gaat over de activiteit 'bouwen van bouwwerken binnen het beperkingengebied waterbergingsgebied'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d8a11a7dd5224e6ab98cb275d6df1def__artrecital__content_14.2" eId="artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.1__content_14.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>14.2</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels - [gereserveerd]</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat er binnen het beperkingengebied waterbergingsgebied alleen bouwwerken zijn toegestaan ten dienste van de waterzuivering en waterberging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_3724168d9f3f42a9a521ed3854bd576b__artrecital__content_14.3" eId="artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.1__content_14.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>14.3</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplicht - [gereserveerd]</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat voor het bouwen van andere bouwwerken dan bedoeld in artikel 14.2 (algemene regels) een omgevingsvergunning is benodigd en dat het bouwen van andere bouwwerken zonder omgevingsvergunning verboden is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_56ac7ef22766487999dc5f0b13500578__artrecital__content_14.4" eId="artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.1__content_14.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>14.4</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels - [gereserveerd]</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning, zoals deze is bedoeld in artikel 14.3 (aanwijzing vergunningplicht) voor het bouwen van andere bouwwerken in het beperkingengebied waterbergingsgebied, wordt verleend. Het bouwwerk moet voldoen aan de regels voor bouwactiviteiten in hoofdstuk 6 (Bouwwerken) én mag de werking van de waterberging niet aantasten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_e7637459a2074a2fa06484abcb47c8b8__artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.2" eId="artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>14.1.2</Nummer>
			<Opschrift>Bouwactiviteiten in beperkingengebied waterkering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_db554cbae096443d9ca9fcae978d85dc__artrecital__content_14.5" eId="artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.2__content_14.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>14.5</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt waar de paragraaf over gaat. Deze paragraaf gaat over de activiteit 'bouwen van bouwwerken binnen het beperkingengebied waterkering'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a12efe22ea7c484494d2dd8ab53ef239__artrecital__content_14.6" eId="artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.2__content_14.6">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>14.6</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene regels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat het bouwen van bouwwerken binnen het beperkingengebied waterkering alleen is toegestaan als het bouwwerken zijn voor het in stand houden, het beheer het onderhoud en de verbetering van de waterkering. Daarnaast bepaalt dit artikel dat de bouwhoogte maximaal 10 meter mag zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_36ae4e98db7b4a99ab029e6f8b483ec5__artrecital__content_14.7" eId="artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.2__content_14.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>14.7</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwijzing vergunningplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat voor het bouwen van andere bouwwerken dan bedoeld in artikel 14.6 (algemene regels) een omgevingsvergunning is benodigd en dat het bouwen van andere bouwwerken zonder omgevingsvergunning verboden is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e718393718734effa874540d77f00097__artrecital__content_14.8" eId="artrecital__div_14__div_14.1__div_14.1.2__content_14.8">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>14.8</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning, zoals deze is bedoeld in artikel 14.7 (aanwijzing vergunningplicht) voor het bouwen van andere bouwwerken in het beperkingengebied waterkering, wordt verleend. Het bouwwerk moet voldoen aan de regels voor bouwactiviteiten in hoofdstuk 6 (Bouwwerken) én mag de werking van de waterkering niet aantasten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_cac93484a091446c9e886db58af34975__artrecital__div_15" eId="artrecital__div_15" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>15</Nummer>
		    <Opschrift>Natuur  </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisie wId="gm0610_cb87cc03e435418ab8b196db55f971c5__artrecital__div_15__div_15.2" eId="artrecital__div_15__div_15.2">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>15.2</Nummer>
		      <Opschrift>Bomen kappen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="gm0610_416fd6450bf448ceb092b2f39b7d840d__artrecital__content_15.1" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.1</Nummer>
			<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt waar de afdeling over gaat. Deze afdeling gaat over de activiteit 'kappen van bomen en vellen van houtopstanden'.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_f58c3a7127394208aaecbd71bb844a3e__artrecital__content_15.2" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.2</Nummer>
			<Opschrift>Verbod</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel verbiedt het om bomen te kappen en houtopstanden te vellen of te laten kappen of vellen. Dat geldt in ieder geval voor bomen die staan in de Lijst bijzonder waardevolle bomen (als bedoeld in artikel 15.12 Bijzonder waardevolle bomen) en bomen die geplant zijn vanwege de herplantplicht (als bedoeld in artikel 15.8 Herplant-/instandhoudingsplicht). Daarnaast verbiedt het artikel om bomen die niet in particulier eigendom zijn te bekladden, voorwerpen aan vast te maken of te beschadigen of te snoeien behalve als dat om boomverzorging gaat en dat door de gemeente is opgedragen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_af27e366441e4845bfaded17ad8b8a1b__artrecital__content_15.3" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.3</Nummer>
			<Opschrift>Uitzondering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel geeft uitzonderingen weer wanneer het verbod, als bedoeld in artikel 15.2 niet geldt. Voor dit soort bomen en houtopstanden geldt dus geen verbod om deze te kappen of te vellen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_fa6eb7c058244e3e9dac92d4152d8dc5__artrecital__content_15.4" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.4</Nummer>
			<Opschrift>Beoordelingsregels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel geeft aan onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.2 verbod om zonder te kappen bomen te kappen of houtopstanden te vellen) kan worden geweigerd. De benodigde vergunning wordt dan dus niet verleend en het kappen of vellen is dan niet toegestaan.</Al>
			<Al>Lid 3 van dit artikel bepaalt dat een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom of houtopstand die is opgenomen op de Lijst bijzonder waardevolle bomen (zoals bedoeld in artikel 15.2 onder a, 1<sup>0</sup>(Bijzonder waardevolle bomen) alleen verleend wordt als er sprake is van de genoemde omstandigheden.</Al>
			<Al>Lid 4 van het artikel bepaald dat als er strijdigheid is met de Omgevingswet of andere regelgeving over natuurbescherming de omgevingsvergunning als bedoeld in 15.2 in beginsel niet wordt verleend.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_8a1f20e47f5748d9a5bcb2a393e8a33f__artrecital__content_15.5" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.5</Nummer>
			<Opschrift>Voorschriften</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel geeft aan dat en welke voorschriften aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.2 kunnen worden verbonden. Dit kan gaan om de plicht om te herplanten en binnen welke termijn, maar er kunnen ook andere voorwaarden aan het kappen van bomen of het vellen van een houtopstand worden gesteld. Degene aan wie deze voorwaarden is opgelegd, en zijn rechtsopvolger, moet hieraan voldoen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_afec0cc71d0f40878248938cdc7b377a__artrecital__content_15.6" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.6">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.6</Nummer>
			<Opschrift>Intrekking of wijziging</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat het college een verleende omgevingsvergunning kan wijzigen of intrekken en in welke gevallen het college daartoe bevoegd is.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_d977ec18e40d4eb09010dbdc02595c8f__artrecital__content_15.7" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.7">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.7</Nummer>
			<Opschrift>Beperking geldigheidsduur</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat een de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 15.2 voor het kappen of vellen maar een beperkte geldigheidsduur heeft van 2 jaar. Als de vergunning in deze periode niet gebruikt is, vervalt de omgevingsvergunning van rechtswege (automatisch). Het college van burgemeester en wethouders kunnen schriftelijk een langere termijn toestaan.</Al>
			<Al>Lid 3 in dit artikel bepaalt dat als er een vergunningsvoorschrift geldt (als bedoeld in artikel 15.5 lid 6, sub a en b de termijn van 2 jaar start vanaf de dag waarop de andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk zijn geworden of de feitelijke en financiële voortgang van de werken zijn zeker gesteld. Dat betekent bijvoorbeeld dat als een boom gekapt moet worden vanwege de bouw van een woning en de omgevingsvergunning voor die woning pas 3 jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor het kappen van de boom onherroepelijk is geworden de termijn van 2 jaar pas start als de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning onherroepelijk is.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_ce210bcdb7c84fcb875622eaecbc9065__artrecital__content_15.8" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.8">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.8</Nummer>
			<Opschrift>Herplant-/instandhoudingsplicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel geeft aan dat als er bomen gekapt zijn of houtopstanden geveld in strijd met de bepalingen in artikel 15.2 (dus zonder vergunning) er een herplantplicht geldt volgens de door het college van burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen en binnen de gestelde termijn. Dat geldt ook als de bomen op een andere wijze dan door kappen of vellen verloren zijn gegaan.</Al>
			<Al>Lid 4 van dit artikel geeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om de eigenaar van een bijzonder waardevolle boom die in zijn voortbestaan wordt bedreigd de verplichtingen op te leggen met de bedoeling het voortbestaan van de boom zeker te stellen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_7f15e965cf01405987dbe87300da9c8b__artrecital__content_15.9" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.9">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.9</Nummer>
			<Opschrift>Bestrijding van boomziekten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel gaat over houtopstanden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of kan leiden tot vermeerdering van ziekteverspreiders, zoals insecten. Het college kan de eigenaar van de boom in zo'n situatie aanschrijven om de houtopstanden te vellen binnen een bepaalde termijn en/of de gevelde houtopstanden direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. Hiermee kunnen negatieve effecten op de natuurwaarden en eventueel gevaar voor de volksgezondheid van omwonenden/passanten worden beperkt of voorkomen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_18da67e845a945ed8ea57837e009245d__artrecital__content_15.10" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.10">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.10</Nummer>
			<Opschrift>Strafbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat degene aan die een voorschrift (zoals bedoeld in artikel 15.5) is gegeven of aan wie een verplichting is opgelegd (zoals bedoeld in artikel 15.8 en 15.9 of zijn rechtsopvolger moet handelen volgens het voorschrift of de verplichting.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_56c532f9f21f4dbeba3da547967f5f3b__artrecital__content_15.11" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.11">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.11</Nummer>
			<Opschrift>Toezicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bepaalt dat het college ambtenaren aanwijst om er op toe te zien dat de regels uit afdeling 15.2 worden nageleefd.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_446983727b2f495590c5a818a1b3e975__artrecital__content_15.12" eId="artrecital__div_15__div_15.2__content_15.12">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>15.12</Nummer>
			<Opschrift>Bijzonder waardevolle bomen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>In dit artikel is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders een lijst opstelt met bijzonder waardevolle bomen. Deze lijst kan geactualiseerd worden. Om de gezondheid en veiligheid van de waardevolle bomen te garanderen en de levensverwachting zo groot hoog mogelijk te maken biedt de gemeente de eigenaren van de bijzondere bomen iedere 5 jaar de mogelijkheid om op kosten van de gemeente het onderhoud te laten uitvoeren.</Al>
			<Al>Het laatste lid van het artikel bepaalt onder welke omstandigheden de eigenaren van waardevolle bomen verplicht zijn een schriftelijke melding te doen bij het college over de waardevolle bomen.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </Divisie>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_f34c9505d2944432a94ee9a267b3acf9__artrecital__div_22" eId="artrecital__div_22" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>22</Nummer>
		    <Opschrift>Bruidsschat  </Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisie wId="gm0610_9492276ad0f643489001d1a3f70c0848__artrecital__div_22__div_22.1" eId="artrecital__div_22__div_22.1">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>22.1</Nummer>
		      <Opschrift>Algemeen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="gm0610_3956ccec1cba451c8829366d9eb8e569__artrecital__content_22.1" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>22.1</Nummer>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <i>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                    </i>
                                 </Al>
			<Al>In het tijdelijke deel van dit omgevingsplan worden zowel ruimtelijke besluiten (artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet) als de omgevingsplanregels van rijkswege (artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet) opgenomen. Deze omgevingsplanregels van rijkswege wordt ook wel de bruidsschat genoemd. Onder het tijdelijke deel van het omgevingsplan vallen bijvoorbeeld bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte op grond van de voormalige Crisis- en herstelwet. In deze bestemmingsplannen is er afgeweken van bepalingen bij of krachtens de voormalige Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Dat betekent dat de omgevingsplanregels uit die bestemmingsplannen op onderdelen in strijd zijn met de omgevingsplanregels van rijkswege. Ook kan in een bestemmingsplan toepassing zijn gegeven aan artikel 2, onder a, van de voormalige Interimwet stad-en-milieubenadering waarin is bepaald dat de gemeenteraad in een bestemmingsplan kan afwijken van een milieukwaliteitsnorm voor bodem, geluid en lucht. Omdat ook deze bestemmingsplannen samen met de omgevingsplanregels van rijkswege in het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden opgenomen moet er een voorrangsregel worden opgenomen. Deze voorrangsregel geldt ook bij strijdigheid tussen de omgevingsplanregels van rijkswege en de:</Al>
			<Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_1">
			  <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_1__item_o_1">
			    <Al>voorwaarden aan het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een riool in een gemeentelijke verordening op grond van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer; en</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_1__item_o_2">
			    <Al>de aanwijzing van concentratiegebieden en waardsen of afstanden voor geur bij het houden van landbouwhuisdieren in een geurverordening op grond van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Om die reden is in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dit artikel bepaald dat de regels van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2" scope="Afdeling">afdeling 22.2</IntRef>, met uitzondering van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.2.7.3</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit omgevingsplan niet van toepassing zijn voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. De toets of er sprake is van 'strijd' omvat ook een toets of wel of niet sprake is van regels met hetzelfde oogmerk. Als de regels een ander oogmerk hebben, doet 'strijd' in de zin van de bepaling zich niet voor. Dit is vergelijkbaar met de wijze waarop bij de toepassing van artikel 121 van de Gemeentewet wordt getoetst of er sprake is van 'strijd' met een hogere regeling. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">Subparagraaf 22.2.7.3</IntRef> van dit omgevingsplan is van de werking van het eerste lid van de voorrangsbepaling uitgezonderd. Deze paragraaf regelt dat bepaalde bouw- en gebruiksactiviteiten van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan, ongeacht wat er in het omgevingsplan concreet is bepaald. Daarmee zijn deze activiteiten, voor zover die in strijd zouden zijn met het omgevingsplan, aangewezen als vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten. Als <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.2.7.3</IntRef> niet van de werking van het eerste lid van de voorrangsbepaling zou worden uitgezonderd, waardoor die paragraaf toch opzij gezet zou kunnen worden door andersluidende bepalingen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, zou als gevolg daarvan de werking van die paragraaf worden ontkracht. Dat is onwenselijk.</Al>
			<Al>
                                    <i>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                    </i>
                                 </Al>
			<Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat een voorrangbepaling voor vergunningvoorschriften in een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, die met toepassing van het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is verleend. Het gaat hierbij om een vergunningplichtige milieubelastende activiteit die in hoofdstuk 3 van het Bal is aangewezen en waarbij deze vergunningvoorschriften bevat voor een onderwerp dat naar het omgevingsplan is verschoven. Op grond van het overgangsrecht van artikel 4.13, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijven deze vergunningvoorschriften gelden. De vergunningvoorschriften gelden naast het omgevingsplan. De strengste regel is dan bepalend. Ten tijde van de vergunningverlening zijn juist bewust strengere of soepeler voorschriften gesteld, afgestemd op de locatie. De regels in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing, voor zover zo'n vergunningvoorschrift geldt. De uitdrukking 'voor zover' betekent 'in de mate dat'. Dat houdt in dat alleen die voorschriften van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit omgevingsplan buiten toepassing blijven waarvoor voorschriften in de omgevingsvergunning zijn gesteld. Als bijvoorbeeld de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit voor geluid alleen voorschriften met waarden bevat, dan blijft <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef> van dit omgevingsplan met geluidwaarden voor geluidgevoelige gebouwen buiten toepassing. Maar <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef> van dit omgevingsplan, dat bepaalt wanneer een akoestisch onderzoek gedaan moet worden, is wel van toepassing. Deze voorrangsbepaling kan relevant zijn voor de volgende onderdelen van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit omgevingsplan:</Al>
			<Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_2" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_2">
			  <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_2__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_2__item_o_1">
			    <Al>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.2 Energiebesparing</IntRef>
                                       </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_2__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_2__item_o_2">
			    <Al>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.3" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.3 Zwerfafval</IntRef>
                                       </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_2__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_2__item_o_3">
			    <Al>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.4 Geluid</IntRef>
                                       </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_2__item_d" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_2__item_o_4">
			    <Al>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.5 Trillingen</IntRef>
                                       </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_2__item_e" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_2__item_o_5">
			    <Al>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.10 Lozen bij maken van betonmortel</IntRef>paragraaf 22.3.11 Uitwassen van beton</Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_2__item_f" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_2__item_o_6">
			    <Al>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.13 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal</IntRef>
                                       </Al>
			  </Li>
			  <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_552__content_552__list_o_2__item_g" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.1__list_o_2__item_o_7">
			    <Al>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.19 In werking hebben van een acculader</IntRef>
                                       </Al>
			  </Li>
			</Lijst>
			<Al>Dit omgevingsplan voorziet niet in een voorrangsbepaling voor bestaande vergunningvoorschriften of maatwerkvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer die op grond van het algemene overgangsrecht maatwerkvoorschriften zijn geworden en die afwijken van of een nadere invulling geven aan de omgevingsplanregels in dit omgevingsplan. Uit de wetssystematiek volgt al dat een maatwerkvoorschrift voorrang heeft op een algemene bepaling.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_d858340fe5a340f6b83e6b9d9e95bf17__artrecital__content_22.2" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>22.2</Nummer>
			<Opschrift>Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Bijlage I bij het Bbl bevat de begrippen 'gemeentelijk monument' en 'voorbeschermd gemeentelijk monument'. Deze begrippen gelden op grond van <IntRef ref="chp_1__art_1.1" scope="Artikel">artikel 1.1</IntRef>, <IntRef ref="chp_1__art_1.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, van dit omgevingsplan ook voor dit plan. Deze begrippen worden gebruikt in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">22.288</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">22.290</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.293" scope="Artikel">22.293</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">Artikel 22.295</IntRef>.</Al>
			<Al>De begripsomschrijvingen van bovengenoemde begrippen zijn toegesneden op de wijze waarop de bescherming van monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau via het toekennen van een beschermde status en daardoor het van toepassing worden van bepaalde regels onder het nieuwe recht van de Omgevingswet vorm krijgt. Dit gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven en, als het gaat om een voorbeschermd monument of archeologisch monument, door het voor de locatie van het monument of archeologisch monument toevoegen van een voorbeschermingsregel aan dit omgevingsplan via een voorbereidingsbesluit vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in dit omgevingsplan de functie- aanduiding gemeentelijk monument te geven.</Al>
			<Al>Daarmee zouden buiten de reikwijdte van bovengenoemde begrippen vallen monumenten en archeologische monumenten op gemeentelijk niveau die onder het voor de Omgevingswet geldende recht als gemeentelijk monument of archeologisch monument zijn aangewezen op grond van een gemeentelijke verordening of een voorbeschermde status hebben verkregen op grond van een zodanige verordening, en waaraan nog niet direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in dit omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of waarvoor op dat moment in het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel is opgenomen. In de praktijk werden onder het voormalige recht onder de begrippen 'gemeentelijk monument' en 'voorbeschermd gemeentelijk monument' dergelijke monumenten en archeologische monumenten verstaan (hierna samen te noemen: gemeentelijke monumenten 'oude stijl').</Al>
			<Al>Dit gevolg, dat niet is beoogd, kan zich voordoen tot het bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop gemeenten over een omgevingsplan moeten beschikken dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet. Uiteraard moeten de hier bedoelde gemeentelijke monumenten 'oude stijl' gedurende deze overgangsfase wel adequaat worden beschermd. Dit is het geval zolang deze in dit omgevingsplan nog niet zijn voorzien van de functie-aanduiding gemeentelijk monument in het omgevingsplan of, voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten of archeologische monumenten, ter zake een voorbeschermingsregel in dit omgevingsplan is opgenomen. Daarbij wordt er voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten op gewezen dat die onder de Omgevingswet niet per se eerst via een door een voorbereidingsbesluit toe te voegen voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan hoeven te worden omgezet naar een voorbeschermd gemeentelijk monument in de zin van de begripsomschrijving uit bijlage I bij het Bbl. Afhankelijk van het tijdsverloop van de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening en van de procedure om tot vaststelling van een nieuw omgevingsplan te komen, kan er voor deze voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten ook voor worden gekozen om deze direct, dus zonder hiervoor eerst een voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan toe te voegen, in het nieuwe deel van het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Dit zal zich met name voordoen als de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening gedurende hetzelfde tijdvak gaande is als de procedure tot vaststelling van het omgevingsplan. In dat geval kan het zo zijn dat die procedure tot aanwijzing voldoende voorziet in de benodigde voorbescherming en hoeft die voorbescherming niet afzonderlijk met voorbeschermingsregels in het omgevingsplan te worden gecreëerd.</Al>
			<Al>Voor zover het gaat om de continuering van de gelding van de gemeentelijke verordeningen zelf en een eventueel daarin opgenomen vergunningplicht wordt in de bescherming van de hier bedoelde gemeentelijke monumenten 'oude stijl' al voorzien door de artikelen 22.4 en 22.8 van de Omgevingswet, zoals die artikelen bij de Invoeringswet Omgevingswet worden toegevoegd. Maar voor een adequate bescherming van deze gemeentelijke monumenten 'oude stijl' is ook vereist dat de onderdelen van de artikelen 22.28, 22.38, 22.276,22.277, 22.279 tot en met 22.282 en 22.284 die betrekking hebben op gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten in overeenstemming met de daarvoor geldende begripsomschrijvingen, ook op deze gemeentelijke monumenten 'oude stijl' van toepassing zijn. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">Artikel 22.2</IntRef> van dit omgevingsplan voorziet hierin. Daarbij is het uiteraard zo dat als bij voorbeschermde monumenten en archeologische monumenten de uitkomst van de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening is dat wordt afgezien van de aanwijzing, op dat moment de voorbescherming vervalt en niet langer sprake is van een 'monument of archeologisch monument waarop die verordening van overeenkomstige toepassing is' als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>. Het van toepassing zijn van dit artikel op de hier bedoelde gemeentelijke monumenten 'oude stijl' kan dus niet alleen worden beëindigd doordat gedurende de overgangsfase daaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument wordt gegeven of ter zake in het omgevingsplan een voorbeschermingsregel wordt opgenomen (de situaties beschreven in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>), waardoor de desbetreffende monumenten en archeologische monumenten rechtstreeks onder de begrippen gemeentelijk monument en voorbeschermd gemeentelijk monument komen te vallen, maar ook doordat de procedure tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke verordening uiteindelijk niet tot een aanwijzing leidt.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_59b5d05a4781401b91b24477cfced7a6__artrecital__content_22.3" eId="artrecital__div_22__div_22.1__content_22.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>22.3</Nummer>
			<Opschrift>Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit artikel bevat voor rijksbeschermde stads- en dorpgezichten vergelijkbaar overgangsrecht als <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef> voor gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten. Bij onder het oud recht aangewezen rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten doet zich in relatie tot de toepassing van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef>, aanhef en onder b, van dit omgevingsplan de situatie voor dat deze bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet buiten de bescherming vallen die deze artikelonderdelen bieden aan rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Deze artikelonderdelen koppelen de bescherming namelijk aan de in het omgevingsplan aan een locatie gegeven functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht maar deze functie-aanduiding zal er op het moment van de inwerkingtreding van de Omgevingswet veelal niet zijn. Dit omdat de systematiek van bescherming van rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten naar oud recht, anders dan onder de Omgevingswet, niet alleen via het bestemmingsplan en welstandseisen in de gemeentelijke welstandsnota verliep, maar ook via het rechtstreeks werkend sloopvergunningenstelsel in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Onder de Omgevingswet is het sloopvergunningenregime voor rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten een onderwerp dat als onderdeel van het omgevingsplan wordt geregeld. Direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is in het algemeen nog niet in een adequaat sloopvergunningenregime in het omgevingsplan voorzien, omdat in bestemmingsplannen nog is uitgegaan van het bestaan van de wettelijke vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Om te voorkomen dat door het wegvallen van die rechtstreeks uit de wet voortvloeiende vergunningplicht een hiaat in de bescherming van een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht ontstaat, is in artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet bepaald dat totdat het omgevingsplan voorziet in een adequaat beschermingsregime dat voldoet aan de in dat artikellid gestelde eisen, voor het slopen in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Artikel 4.35, tweede lid, van die wet verklaart op deze vergunningplicht de op de vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder h, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht betrekking hebbende weigeringsgrond uit artikel 2.16 van die wet van overeenkomstige toepassing.</Al>
			<Al>Voor de toepassing van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">artikel 22.38</IntRef>, aanhef en onder b, van dit omgevingsplan, zou het ontbreken in het omgevingsplan van de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht met zich brengen dat - zolang in dit omgevingsplan aan een locatie waarvoor een op grond van het oude recht gegeven aanwijzing als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht geldt - die functie-aanduiding nog niet is gegeven, op die locatie zonder beperking op grond van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">22.27</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef> van dit omgevingsplan, vergunningvrij mag worden gebouwd. Dit is uiteraard onwenselijk. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">Artikel 22.3</IntRef> zorgt dat dit gevolg zich niet voordoet door te bepalen dat de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef>, aanhef en onder b, van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing zijn op deze locaties tot aan het moment waarop daaraan in dit omgevingsplan wel de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.</Al>
			<Al>Hoewel de achtergrond van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">22.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">22.3</IntRef> vergelijkbaar is, heeft <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">artikel 22.3</IntRef> een iets andere opzet dan <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef>. Dit komt door het feit dat voor de begrippen 'gemeentelijk monument' en 'voorbeschermd gemeentelijk monument' in bijlage I bij het Bbl in begripsomschrijvingen is voorzien. Maar er is binnen het stelsel van de Omgevingswet geenbegripsomschrijving voor 'rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht'. Om die reden is er in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">artikel 22.3</IntRef> voor gekozen om de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef>, aanhef en onder b, van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing te verklaren.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_13a2a21072604d68bad390e22854c7be__artrecital__div_22__div_22.2" eId="artrecital__div_22__div_22.2">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>22.2</Nummer>
		      <Opschrift>Activiteiten met betrekking tot bouwwerken open, erven en terreinen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_bf49fe0044e14a93976957e4facf60c9__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.1" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.2.1</Nummer>
			<Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_6c9af2884d954ab8925b77dda4f6a135__artrecital__content_22.4" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.1__content_22.4">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.4</Nummer>
			  <Opschrift>Maatwerkvoorschriften</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften breed opengesteld voor alle artikelen in deze afdeling. Aangezien alle onderwerpen in deze afdeling van landelijke regelgeving zijn overgeheveld naar de gemeente is het onnodig om de maatwerkmogelijkheid te clausuleren. Voorheen bevatten verschillende artikelen van het Bouwbesluit 2012 een uitdrukkelijke mogelijkheid voor het bevoegd gezag om anders te besluiten dan opgenomen in de in het betrokken artikel opgenomen eis. In deze afdeling wordt die mogelijkheid niet voor afzonderlijke artikelen opgenomen, aangezien maatwerk met dit artikel breed openstaat. Het bevoegd gezag kan dus altijd bepalen of in het concrete geval met een gemotiveerd maatwerkvoorschrift kan worden gewerkt. Een uitzondering op het niet meer specifiek benoemen van afwijkmogelijkheden in het artikel zelf is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12" scope="Artikel">artikel 22.12</IntRef> over de aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater. De voorheen in het Bouwbesluit opgenomen mogelijkheid voor het bevoegd gezag om aanwijzingen te geven is voor de duidelijkheid van bevoegd gezag en de gebruiker wel in dit artikel overgenomen. Het is op basis van de brede bevoegdheid om maatwerk te stellen op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" scope="Artikel">artikel 22.4</IntRef> echter ook mogelijk dat het maatwerkvoorschrift in een concreet geval anders moet komen te luiden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_ac07c9b202044d5398c3c90486dd7270__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.2" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.2.2</Nummer>
			<Opschrift>Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_fb458f65075f45c7ad6f25fd287820a6__artrecital__content_22.5" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.2__content_22.5">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.5</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In door het bevoegd gezag te bepalen situaties kan het nodig zijn dat, voorafgaande aan het bouwen, door of namens het bevoegd gezag rooilijnen, bebouwingsgrenzen of het meetniveau van het te bouwen bouwwerk op het bouwterrein worden vastgesteld en gemarkeerd (uitgezet). In dit artikel is geregeld dat vergunningplichtige bouwwerkzaamheden pas mogen beginnen als door of namens het bevoegd gezag de rooilijnen of bebouwingsgrenzen of het straatpeil zijn uitgezet. Het kan hierbij gaan om activiteiten die op grond van artikel 5.1, tweede lid onder a, van de Omgevingswet vergunningplichtig zijn (de technische bouwactiviteit) of activiteiten die op grond van dit omgevingsplan vergunningplichtig zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_6c6f73c37a2a4956887bc0684f49153d__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.2.3</Nummer>
			<Opschrift>Bouwen en in stand houden van bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d3dedc69da65427f8fa507b766eb085e__artrecital__content_22.7" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3__content_22.7">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.7</Nummer>
			  <Opschrift>Repressief welstand</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op het repressief welstandstoezicht en was voorheen opgenomen in artikel 12 van de Woningwet. Het uiterlijk van bestaande bouwwerken of te bouwen bouwwerken waar op grond van dit plan geen omgevingsvergunning voor nodig is, mogen niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold. Op grond van artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet geldt die welstandsnota als een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. In het voormalige artikel 13a van de Woningwet was opgenomen dat bij een overtreding van artikel 12, eerste lid, het bevoegd gezag de eigenaar kon verplichten zodanige door het bevoegd gezag aan te geven voorzieningen te treffen, dat daarmee werd voldaan aan artikel 12 van die wet. In de systematiek van de Omgevingswet is dit een maatwerkvoorschrift. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" scope="Artikel">artikel 22.4</IntRef> kan het bevoegd gezag zo'n maatwerkvoorschrift ook stellen voor het onderwerp welstand. Omdat de vraag of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7" scope="Artikel">artikel 22.7</IntRef> overtreden is, beantwoord moet worden door de criteria van de welstandsnota te beoordelen, ligt het voor de hand dat het bevoegd gezag door middel van een maatwerkvoorschrift aan de eigenaar van een gebouw duidelijk maakt op welke punten aanpassing nodig is om de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand op te heffen.</Al>
			  <Al>Als de gemeente geen welstandsnota heeft vastgesteld, gelden er voor de gehele gemeente geen welstandsregels waaraan het uiterlijk van bestaande bouwwerken moet voldoen. Optreden tegen welstandsexcessen is dan niet mogelijk. Op grond van het tweede lid is welstandstoezicht evenmin aan de orde voor door de gemeenteraad aangewezen bouwwerken in daarbij aangewezen (zogenoemde welstandsvrije) gebieden. Op grond artikel 12, tweede lid, van de Woningwet, kon de gemeenteraad die welstandsvrije bouwwerken en gebieden aanwijzen. Deze besluiten zijn in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, toegevoegd aan het tijdelijke deel van het omgevingsplan waar zowel voor het repressieve welstandstoezicht (in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7" scope="Artikel">artikel 22.7</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>) als voor de beoordeling van een nieuw te bouwen vergunningplichtig bouwwerk aan redelijke eisen van welstand (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onderdeel a.), een uitzondering is gemaakt. Het repressieve welstandsvereiste is niet van toepassing op tijdelijke bouwwerken, met uitzondering van seizoensgebonden bouwwerken zoals strandtenten.</Al>
			  <Al>De vraag of het uiterlijk van nieuw te bouwen bouwwerken waarvoor wel een omgevingsvergunning op grond van het omgevingsplan nodig is aan daarop van toepassing zijnde welstandseisen voldoet, wordt tijdens het proces van vergunningverlening getoetst. Zie hiervoor <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_712de5a5fde24b608914fa276a9b645c__artrecital__content_22.8" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3__content_22.8">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.8</Nummer>
			  <Opschrift>Aansluiting op distributienet voor elektriciteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel schrijft voor in welke gevallen de elektriciteitsvoorziening van een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor elektriciteit. Een aansluiting is voorgeschreven wanneer de aansluitafstand niet groter is dan 100 m. Bij een afstand van meer dan 100 m is de aansluiting voorgeschreven wanneer de aansluitkosten niet hoger zijn dan ze zouden zijn bij een afstand van 100 m. In gevallen dat de afstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten hoger, kan worden gekozen voor een vrijwillige aansluiting op het distributienet of voor een individuele voorziening zoals bijvoorbeeld een generator. De wijze waarop de in dit artikellid genoemde afstanden moeten worden gemeten, vloeit voort uit de in dit omgevingsplan opgenomen begripsbepaling 'aansluitafstand'.</Al>
			  <Al>De aansluitplicht houdt alleen de plicht in tot het aanbrengen van de technische voorzieningen die het betrekken van elektriciteit mogelijk maken. Of elektriciteit daadwerkelijk wordt geleverd, is afhankelijk van een met het energiebedrijf te sluiten contract.</Al>
			  <Al>Overigens is een aansluiting op het distributienet niet verplicht wanneer op grond van het gelijkwaardigheidsbeginsel een alternatieve voorziening voor het betrekken van elektriciteit is toegestaan.</Al>
			  <Al>De in dit artikel opgenomen aansluitplicht op het distributienet voor elektriciteit geldt niet voor het bouwen van drijvende bouwwerken of voor woonfuncties die gebouwd worden in particulier opdrachtgeverschap. Dit sluit aan bij de gelijkluidende uitzonderingen uit het Bouwbesluit 2012. Uiteraard staat het een initiatiefnemer wel vrij om vrijwillig op het distributienet aan te sluiten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_df51168652c74d129608349220ab19d1__artrecital__content_22.9" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3__content_22.9">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.9</Nummer>
			  <Opschrift>Aansluiting op distributienet voor gas</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel schrijft voor in welke gevallen de gasvoorziening van een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor gas. De aansluitplicht geldt voor een aansluitafstand die niet groter is dan 40 m of wanneer de aansluitkosten niet hoger zijn dan ze zouden zijn bij een aansluitafstand van 40 m. Opgemerkt wordt dat het sinds de wijzigingen in de Gaswet van 1 juli 2018 en de daarop aansluitende wijziging van het Bouwbesluit 2012 in veel gevallen niet meer mogelijk is nieuw te bouwen gebouwen te voorzien van een gasaansluiting voor zogenoemde kleinverbruikers. In dit artikel is net zoals voorheen in het Bouwbesluit 2012 de relatie met artikel 10, zesde lid, onderdeel a of b, van de Gaswet gelegd om duidelijk te maken dat dit artikel van de Gaswet van invloed is op de vraag of er bij nieuwbouw wel een aansluiting op het gasnet gerealiseerd kan worden door de netbeheerder. Het artikel in de Gaswet gaat niet over bestaande aansluitingen die al gerealiseerd zijn. Daarnaast geldt de aansluitplicht in dit artikel alleen als de aansluitafstand 40 m of kleiner is, of als de aansluitkosten niet hoger liggen dan bij een aansluitafstand van 40 m.</Al>
			  <Al>De in dit artikel opgenomen aansluitplicht op het distributienet voor gas geldt niet voor het bouwen van drijvende bouwwerken of voor woonfuncties die gebouwd worden in particulier opdrachtgeverschap. Dit sluit aan bij de gelijkluidende uitzonderingen uit het Bouwbesluit 2012. Deze bouwwerken hoeven dus al sinds enkele jaren niet meer aan te sluiten op het distributienet voor gas. Daarnaast is het sinds de bovengenoemde aanpassing van de Gaswet in 2018 in slechts enkele gevallen nog mogelijk is om nieuwe bouwwerken aan te sluiten op het distributienet voor gas. Het tweede lid van dit artikel bewerkstelligt dat er in drijvende bouwwerken en woning gebouwd in particulier opdrachtgeverschap nooit een aansluitplicht geldt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7d030205fe294fd483d42b64c31672c4__artrecital__content_22.10" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3__content_22.10">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.10</Nummer>
			  <Opschrift>Aansluiting op distributienet voor warmte</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een eis voor nieuw te bouwen bouwwerken met een verblijfsgebied. Een dergelijk bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor warmte als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de aansluitkosten niet hoger zijn dan ze zouden zijn bij een aansluitafstand van 40 m. Die plicht is niet alleen afhankelijk van de aansluitafstand maar ook van de vraag of het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om vergunning voor het bouwen nog niet is bereikt. Bij een distributienet voor warmte kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een netwerk voor stadsverwarming. Op grond van het tweede lid zal bij een beroep op een daaraan gelijkwaardige oplossing niet alleen rekening moeten worden gehouden met veiligheid maar ook met energiezuinigheid en milieu. Met het tweede lid wordt de toepassing van het gelijkwaardigheidsbeginsel op de aansluiting op het distributienet ingekaderd. In dat tweede lid is aangegeven aan welke energiezuinigheids- en milieucriteria een andere oplossing dan een aansluiting op het warmtenet moet voldoen om in een voorkomend geval als gelijkwaardig aan die aansluiting te kunnen worden aangemerkt. Bij de beoordeling van die gelijkwaardigheid moeten de energiezuinigheids- en milieuprestaties van de aangedragen andere oplossing vergeleken worden met de prestaties bij aansluiting op het warmtenet. Referentiekader daarbij is de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu zoals deze in het warmteplan is opgenomen. De prestaties van het warmtenet moeten daarom voldoende concreet in het warmteplan, als onderdeel van het omgevingsplan, zijn opgenomen. Als, bijvoorbeeld, in het warmteplan alleen gegevens over de CO2-uitstoot van het warmtenet zijn opgenomen en niet over NOx-effecten, dan moeten de milieuprestaties van de te beoordelen andere oplossing alleen voor de CO2-uitstoot worden bepaald en mag NOx niet als factor in beschouwing worden genomen. Als een gemeente voor energiezuinigheid de wettelijk vastgestelde energieprestatiecoëfficiënt (EPC) wil realiseren, dan kan de gemeente in het warmteplan volstaan met de vermelding dat de wettelijke EPC wordt nagestreefd. Aanleg van nieuwe warmtenetten geschiedt veelal in gebieden met een grote bouwopgave (bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk met meerdere duizenden woningen). De uitvoering van zo'n bouwopgave en – in samenhang daarmee – van de aanleg van het distributienet voor warmte geschiedt niet in één keer, maar gefaseerd. De uiteindelijke prestatie van het distributienet voor energiezuinigheid en bescherming van het milieu treedt pas op vanaf het moment dat het in het warmteplan aangegeven aantal aansluitingen is bereikt. De beoordeling van de gelijkwaardigheid van een aangedragen andere oplossing moet daarom plaatsvinden op basis van die uiteindelijke energiezuinigheids- en milieuprestaties van het warmtenet, zoals die in het warmteplan zijn aangegeven. Zie verder ook de toelichting op de omschrijvingen van de begrippen distributienet voor warmte en warmteplan.</Al>
			  <Al>De in dit artikel opgenomen aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt niet voor het bouwen van drijvende bouwwerken of voor woonfuncties die gebouwd worden in particulier opdrachtgeverschap. Dit sluit aan bij de gelijkluidende uitzonderingen uit het Bouwbesluit 2012. Wanneer er een lokale aansluitplicht gold als bedoeld in het vierde lid van dit artikel, blijft deze aansluitplicht wel van kracht. Uiteraard staat het een initiatiefnemer daarnaast ook vrij om vrijwillig op het distributienet aan te sluiten.</Al>
			  <Al>Het overgangsrecht uit artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 dat behoort bij artikel 6.10, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 is inhoudelijk ongewijzigd opgenomen in het vierde lid van dit artikel. Dit lid zet de bestaande overgangsbepaling voort, voor die gebieden waar voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 6.10, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 op basis van de gemeentelijke bouwverordening en eventuele daarop gebaseerde nadere afspraken een aansluitplicht op een distributienet voor warmte (stadsverwarming) gold. In die gebieden blijft die aansluitplicht ook met inwerkingtreding van dit omgevingsplan bestaan. Als er na de inwerkingtreding van dit omgevingsplan in een dergelijk gebied wordt bijgebouwd dan geldt de aansluitplicht ook voor deze nieuwe gebouwen. Met dit overgangsrecht wordt rekening gehouden met de bijzondere eigenschappen van een warmtenet. Alleen wanneer in een bepaald gebied de aansluitplicht op een warmtenet over een langere periode is gewaarborgd, is een dergelijk systeem uit het oogpunt van energiezuinigheid en milieu haalbaar. Met gebied wordt bedoeld het gebied waarvoor een gemeente daadwerkelijk een concessie voor de aanleg en exploitatie van een warmtenet aan een netbeheerder heeft gegund. Dit kan ook de hele gemeente zijn. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10" scope="Artikel">Artikel 22.10</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, is, als het overgangsrecht nog geldt, dus niet van toepassing. Genoemd eerste lid is wel van toepassing op nieuwe bouwwerken in gebieden waar op het moment van inwerkingtreding van dit omgevingsplan nog geen stadsverwarming is aangelegd en ook geen concessie volgens bovenstaande is verleend.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_dfb9ea3c41624b0e9304df4744c02f49__artrecital__content_22.11" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3__content_22.11">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.11</Nummer>
			  <Opschrift>Aansluiting op distributienet voor drinkwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel regelt in welke gevallen de drinkwatervoorziening moet zijn aangesloten op het openbare distributienet voor drinkwater. De wijze waarop de in dit artikel bedoelde afstanden moeten worden gemeten volgt uit de begripsbepaling van aansluitafstand opgenomen in dit omgevingsplan. Overigens houdt de aansluitplicht niet in dat het drinkwaterbedrijf tot de levering van drinkwater verplicht is of dat de aangeslotene tot het afnemen van drinkwater verplicht is. De aansluitplicht houdt slechts de plicht in tot het aanbrengen van de technische voorzieningen die het betrekken van drinkwater mogelijk maken. Of drinkwater wordt geleverd, is afhankelijk van een met het drinkwaterbedrijf te sluiten contract. Een aansluiting op het distributienet is niet verplicht wanneer door toepassing van het gelijkwaardigheidsbeginsel een alternatieve voorziening voor het betrekken van drinkwater is toegestaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_89f7d910447e42e1a2ee6698be716223__artrecital__content_22.12" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3__content_22.12">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.12</Nummer>
			  <Opschrift>Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In het<i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef></i>en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> zijn technische eisen over de aansluiting van de gebouwriolering op de buitenriolering opgenomen. Het <i>derde </i>lid bevat technische eisen aan de uitvoering van een eventueel aanwezige buitenriolering. De eerste drie leden gelden ongeacht de vraag of het bouwwerk aangesloten is op een openbare voorziening voor het beheer van afvalwater. Het <i>vierde </i>lid is alleen van toepassing als er een openbare voorziening voor de afvoer van afvalwater (huishoudelijk afvalwater of hemelwater) aanwezig is waarop kan worden aangesloten. Onderdeel a heeft betrekking op het geval dat er voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is. Onderdeel b heeft betrekking op het geval dat er een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is. In die gevallen bepaalt het bevoegd gezag op welke plaats, op welke hoogte en met welke middellijn de voor de aansluiting van de afvoervoorziening noodzakelijke aansluiting bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd. Op grond van onderdeel c kan het bevoegd gezag voorzieningen eisen om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. Dit kan met een maatwerkvoorschrift op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" scope="Artikel">artikel 22.4</IntRef>. Voor de duidelijkheid is de formulering die voorheen in het Bouwbesluit 2012 was opgenomen over deze aanwijzing overgenomen in dit artikel, omdat een maatwerkvoorschrift over dit onderwerp naar verwachting in de meeste gevallen deze inhoud zal krijgen. Het is echter op grond van artikel 22.4 ook mogelijk dat er in gevallen door het bevoegd gezag op een andere manier invulling zal worden gegeven aan het maatwerk.</Al>
			  <Al>In paragraaf 2.4.1 van de Omgevingswet zijn de overheidszorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater beschreven. Onder stedelijk afvalwater wordt verstaan huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De regels over het lozen van huishoudelijk afvalwater, afstromend hemelwater en overtollig grondwater in de openbare riolering staan elders in dit omgevingsplan (en eventueel in het deel van dit omgevingsplan dat is voortgekomen uit de voormalige verordening over afvoer van hemel- en grondwater op grond van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer). In dit artikel zijn vervolgens de bouw- en installatietechnische eisen opgenomen die gelden voor de afvoer vanuit of vanaf bouwwerken die aangesloten worden op de perceelaansluiting en in het verlengde daarvan op de openbare voorzieningen voor het beheer van afvalwater.</Al>
			  <Al>Die overheidszorgplicht voor afvalwater is zowel bij huishoudelijk afvalwater als bij hemelwater niet absoluut. Wanneer de aanleg van voorzieningen voor huishoudelijk afvalwater in het buitengebied niet doelmatig is, moeten burgers en bedrijven zelf in de afvoer of zuivering van huishoudelijk afvalwater voorzien.</Al>
			  <Al>De zorgplicht voor hemelwater gaat ervan uit dat gemeenten ook in stedelijk gebied niet hoeven in te zamelen als burgers en bedrijven zelf in afvoer van hemelwater kunnen voorzien.<br/>Waar wel wordt ingezameld, kan de gemeente bij de invulling van haar zorgplicht kiezen tussen de gemengde of afzonderlijke inzameling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_9e80a5d4d183461f8874188cc547e359__artrecital__content_22.13" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3__content_22.13">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.13</Nummer>
			  <Opschrift>Bluswatervoorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moeten gebouwen en andere bouwwerken een toereikende bluswatervoorziening hebben. Doel van dit voorschrift is te waarborgen dat voor de brandweer een adequate openbare of niet-openbare bluswatervoorziening in of bij een bouwwerk beschikbaar is. Wanneer geen toereikende openbare bluswatervoorziening aanwezig is, moet worden zorg gedragen voor een toereikende niet-openbare bluswatervoorziening. Voorbeelden van bluswatervoorzieningen zijn een brandkraan of andere aansluiting op het drinkwater- of ander leidingnet voor bluswater, een watervoorraad, zoals een reservoir, een bassin, een blusvijver, een waterput of een bron (grondwater) of oppervlaktewater zoals een meer, de zee, een sloot, of een kanaal. Een bluswatervoorziening moet bereikbaar en betrouwbaar zijn, dus ook bij droogte of vorst. Daarom is in het artikel opgenomen dat een bluswatervoorziening niet nodig is als dit naar oordeel van het bevoegd gezag gezien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk niet nodig is.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> regelt de maximaal toegestane afstand tussen een bluswatervoorziening en een ingang van een bouwwerk (gebouw of bouwwerk geen gebouw zijnde). Als het bouwwerk op grond van het Bbl over een brandweeringang moet beschikken, wordt de maximale afstand tussen de bluswatervoorziening en die specifieke ingang geregeld.<br/>De afstand mag niet meer dan 40 m bedragen. Wanneer in de straat of de weg een fysieke scheiding aanwezig is, zoals een gracht of beschermde trambaan, dan moet rekening worden gehouden met de omweg die daar het gevolg van is.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> regelt dat de bluswatervoorziening altijd direct bereikbaar moet zijn. Zo kan het bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om maatregelen te treffen om te voorkomen dat een bluswatervoorziening wordt geblokkeerd door geparkeerde auto's of andere objecten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_3c3bcd44b2e241a1941e8aa846573cc9__artrecital__content_22.14" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3__content_22.14">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.14</Nummer>
			  <Opschrift>Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat regels bestemd voor de bereikbaarheid van gebouwen en bouwwerken die geen gebouw zijn waarin personen kunnen verblijven, voor brandweervoertuigen en voertuigen van andere hulpverleningsdiensten. Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moet tussen de openbare weg en de toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg aanwezig zijn die geschikt is voor het te verwachten verkeer, zoals brandweervoertuigen en voertuigen van andere hulpverleningsdiensten. Niet elk gebouw of elk bouwwerk geen gebouw zijnde waarin personen kunnen verblijven hoeft over zo'n verbindingsweg te beschikken. Zo'n weg is niet vereist in de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> aangegeven gevallen, zoals bij een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m<sup>2</sup> of als de toegang tot het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt of wanneer het bevoegd gezag van oordeel is dat de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk de aanwezigheid van die voorziening niet nodig maakt.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> is aangegeven aan welke eisen een verbindingsweg als bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moet voldoen. De voorgeschreven minimumbreedte van de verbindingsweg en het voorgeschreven minimum draagvermogen van die weg zijn afgestemd op het gebruik door gangbare voertuigen zonder dat deze elkaar hoeven te kunnen passeren. Aan de in het derde lid gestelde eisen hoeft niet te worden voldaan wanneer in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening een afwijkende regel is opgenomen.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> is bepaald dat op een voorgeschreven verbindingsweg (de in het eerste lid bedoelde weg) geen obstakels aanwezig mogen zijn die de voor de doorgang van brandweervoertuigen benodigde vrije hoogte en breedte blokkeren. Zo mag die weg niet worden geblokkeerd door geparkeerde auto's of overhangende takken.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_5" scope="Lid">vijfde lid</IntRef> bepaalt dat een verbindingsweg niet zodanig mag zijn afgesloten dat dit de brandweer of andere hulpdiensten onnodig hindert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_25ac4bb92a094c9f8ef26b578fb4bf21__artrecital__content_22.15" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.3__content_22.15">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.15</Nummer>
			  <Opschrift>Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op opstelplaatsen voor brandweervoertuigen bij bouwwerken die voor het verblijf van personen zijn bestemd. Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moeten bij een gebouw en bij een bouwwerk geen gebouw zijnde waarin personen kunnen verblijven opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig zijn, zodat die voertuigen op doeltreffende wijze kunnen worden aangesloten op de bluswatervoorziening. Die opstelplaatsen moeten in voldoende aantal aanwezig zijn, al naar gelang de grootte van het bouwwerk. Zulke opstelplaatsen zijn niet vereist in de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> aangegeven gevallen, zoals bij een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m<sup>2</sup> of als de aard, de ligging of het gebruik van het gebouw respectievelijk het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> regelt de maximaal toegestane afstand tussen een opstelplaats en een ingang van het gebouw/bouwwerk. Als het bouwwerk op grond van het Bbl over een brandweeringang moet beschikken, wordt de maximale afstand tussen de bluswatervoorziening en die specifieke ingang geregeld. De afstand mag niet meer dan 40 m bedragen. In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> is bepaald dat een opstelplaats over de voorgeschreven hoogte en breedte moet worden vrijgehouden voor brandweervoertuigen. Zo mag een opstelplaats niet worden geblokkeerd door geparkeerde auto's of overhangende takken. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_5" scope="Lid">vijfde lid</IntRef> bepaalt dat een opstelplaats niet zodanig door hekwerken mag zijn afgesloten dat dit de brandweer of andere hulpdiensten (onnodig) hindert. Een eventueel ontsluitingssysteem moet in overleg met het bevoegd gezag worden gekozen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_5db87fbc83bc47f2abe12421a40e6cb6__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.2.4</Nummer>
			<Opschrift>Gebruik van bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7595e63482a44b03a60ab4778df3ec41__artrecital__content_22.16" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4__content_22.16">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.16</Nummer>
			  <Opschrift>Overbewoning woonruimte</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is bedoeld om te voorkomen dat de gezondheid van de bewoners door overbewoning in het geding komt. Dit voorschrift is nadrukkelijk niet bedoeld als normstelling in het kader van de verdeling van woonruimte. Op basis van dit voorschrift kan het bevoegd gezag alleen optreden in het uitzonderlijke geval dat er zoveel mensen in een woning of woonwagen wonen dat dit problemen voor de gezondheid kan opleveren.</Al>
			  <Al>Voor de normering in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is aangesloten bij wat hierover in het Bouwbesluit 2012 was opgenomen. Voor dat besluit werd het onderwerp lokaal in de bouwverordening geregeld en werden verschillende afmetingen gehanteerd. Door opname van dit onderdeel in de omgevingsplanregels van rijkswege kunnen gemeenten bezien of lokaal een eis op het vlak van overbewoning nodig is en zo ja, met welke maatvoering.</Al>
			  <Al>Uit het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> blijkt dat de eis over overbewoning niet van toepassing is op een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden. Zo'n opvang moet voldoen aan de normen zoals vastgelegd in de Richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten (2003/9/EG).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_914da5114e9741c9b40469d224988f7c__artrecital__content_22.17" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4__content_22.17">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.17</Nummer>
			  <Opschrift>Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op het staken van het gebruik van een bouwwerk als dat gebruik gevaarlijk is in verband met de bouwvalligheid van een nabij gelegen bouwwerk. Voordat sprake kan zijn van een overtreding waartegen handhavend kan worden opgetreden is het nodig dat het bevoegd gezag eerst een mededeling heeft gedaan dat het gebruik vanwege de technische kwaliteit van dat andere bouwwerk gevaarlijk is. Die mededeling is een mededeling van feitelijke aard en geen beschikking. Als het gebruik na ontvangst van de bedoelde mededeling toch wordt voortgezet, kan op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht handhavend worden opgetreden door oplegging van een last onder bestuursdwang of een last onder de dwangsom. In spoedeisende gevallen kan bestuursdwang zo nodig zonder voorafgaande last worden toegepast (artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_11514168546749e49dd1f935c4d08b33__artrecital__content_22.18" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4__content_22.18">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.18</Nummer>
			  <Opschrift>Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel zijn onderdelen terug te vinden die voorheen waren opgenomen in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, en de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit 2012. Deze zorgplicht ('kapstokartikel') heeft betrekking op gebruik van bouwwerken waarin niet is voorzien door de andere voorschriften van dit omgevingsplan en het Bbl. Hiermee heeft het bevoegd gezag een 'kapstok' om in een specifiek geval in te grijpen wanneer het gebruik van een bouwwerk leidt tot hinder, overlast, gezondheidsrisico's en veiligheidsrisico's anders dan de brandveiligheidsrisico's die al in het Bbl zijn geregeld.</Al>
			  <Al>De zorgplicht opgenomen in het<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt voor eenieder die een bouwwerk gebruikt. De term gebruiken moet ruim worden uitgelegd en omvat zowel het zelf gebruiken als het door een ander laten gebruiken. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> regardeert dus enerzijds degene die (als eigenaar, beheerder, verhuurder of anders) het gebouw laat gebruiken door een ander, evenals degene die (zelf) gebruik maakt van een bouwwerk. Al deze personen zijn gehouden het noodzakelijke te doen, voor zover dat in hun vermogen ligt, om het ontstaan of voortduren van gevaar voor de gezondheid of veiligheid te voorkomen of te beëindigen. Dit vereist adequaat en tijdig optreden waarbij zowel (tijdelijke) beheersmaatregelen als (permanente) eindmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn, afhankelijk van de aard en omvang van een bepaald gevaar.</Al>
			  <Al>De zorgplicht is steeds van toepassing, ook in het kader van vergund of op een andere manier toegestaan handelen, al zal in de regel het naleven van de reguliere veiligheids- en gezondheidsbepalingen ertoe leiden dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat of voortduurt. De geëiste maatregelen op grond van dit artikel moeten altijd in verhouding staan tot het te bestrijden risico. De gemeente zal de noodzaak hiervan in het concrete geval moeten kunnen onderbouwen.</Al>
			  <Al>Enkele voorbeelden van situaties waarin een beroep op dit zorgplichtartikel gerechtvaardigd kan zijn:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_568__content_568__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4__content_22.18__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_568__content_568__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4__content_22.18__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>als sprake is van geluidhinder;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_568__content_568__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4__content_22.18__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>als sprake is van ernstige rookhinder door het stoken van hout of andere stoffen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_568__content_568__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4__content_22.18__list_o_1__item_o_3">
			      <Al>als stankverwekkende stoffen zijn opgeslagen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_568__content_568__list_o_1__item_d" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4__content_22.18__list_o_1__item_o_4">
			      <Al>als sprake is van een illegale hennepkwekerij;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_568__content_568__list_o_1__item_e" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4__content_22.18__list_o_1__item_o_5">
			      <Al>als op gevaarlijke wijze materiaal is gestapeld (bijvoorbeeld voor kinderen bereikbare vaten die kunnen gaan rollen);</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_568__content_568__list_o_1__item_f" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.4__content_22.18__list_o_1__item_o_6">
			      <Al>als asbestbevattende materialen of restanten hiervan zich in een zodanige staat bevinden dat het risico van verspreiding van asbestvezels te vrezen valt. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 ziet op de situatie van sloop en is niet toepasbaar op de situatie van verweren of slijtage.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Met het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onderdeel c, is beoogd dat een bouwwerk in een dusdanig nette staat is dat daardoor geen hinder voor personen ontstaat en dat er geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid ontstaat. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld worden opgetreden wanneer in een woning overmatig veel last is van schadelijk of hinderlijk gedierte of wanneer de algemene reinheid (gezondheid) dat betaamt. Het moet gaan om ernstige gevallen.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> geeft aan dat dit artikel niet gaat over gebruik van bouwwerken dat al geregeld is in afdeling 6.2 van het Bbl (zie ook hierboven). Die regels zijn namelijk uitputtend en er bestaat geen ruimte dat gebruik daarnaast onderwerp van dit omgevingsplan te laten zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_4f3fe19fa496486182f7937b10cbe4b3__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.2.5</Nummer>
			<Opschrift>In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_49f26c30ddac438f9874829ef8749297__artrecital__content_22.19" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5__content_22.19">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.19</Nummer>
			  <Opschrift>Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op de aanwezigheid van relatief beperkte hoeveelheden brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken, de zogenoemde huishoudelijke opslag. De regels over opslag van brandgevaarlijke stoffen waren voorheen opgenomen in het Bouwbesluit 2012 (voor opslag in, op of nabij een bouwwerk) en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (voor opslag in, op of nabij een bouwsel). De inwerkingtreding van de Omgevingswet brengt geen verandering in de regeling van de opslag in, op of nabij een bouwsel, wel in de regeling van de opslag in, op of nabij een bouwwerk. De opslag in of op een bouwwerk is voortaan geregeld in het Bbl. Dat besluit bevat geen regels over de opslag nabij een bouwwerk omdat het geen regels bevat over zaken buiten een bouwwerk. Om te voorkomen dat er op dit punt een hiaat in de regelgeving ontstaat, wordt de opslag van brandgevaarlijke stoffen nabij een bouwwerk voortaan geregeld in dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Onder brandgevaarlijke stoffen wordt in dit verband verstaan: vaste stoffen, vloeistoffen en gassen die brandbaar of brandbevorderend zijn of bij brand gevaar opleveren. Voor zover die stoffen aanwezig zijn in of op een bouwwerk is die aanwezigheid voortaan landelijk geregeld met de specifieke zorgplicht voor het brandveilig gebruik van bouwwerken (artikel 6.4 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken). Het stellen van regels over bedrijfsmatige opslag van stoffen die zowel brand- als milieugevaarlijk zijn, geschiedt in het Bal en in omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten. Dit artikel beperkt zich tot huishoudelijke opslag, dat wil zeggen kleinere hoeveelheden die – rekening houdend met de gevaarsaspecten van die stoffen – voor de goede bedrijfsvoering als werkvoorraad mogen worden beschouwd. Dit is in dit artikel uitgewerkt in een verbod op het aanwezig hebben van brandgevaarlijke stoffen in combinatie met expliciete uitzonderingen op dat verbod. In de bij dit artikel opgenomen tabel 22.2.1 is per soort stof en verpakkingsgroep aangegeven welke hoeveelheid van een brandgevaarlijke stof is toegestaan.</Al>
			  <Al>In de eerste kolom van de tabel zijn die stoffen geordend in overeenstemming met de deelverzameling 'stoffen die zowel milieu- als brandgevaarlijk zijn' van de ADR (Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg; Trb. 1959, 171). Conform de ADR-terminologie wordt daarbij de netto massa in kilo's gehanteerd als eenheid voor het vaststellen van hoeveelheden vaste stoffen, vloeibaar gemaakte gassen en onder druk opgeloste gassen en wordt de nominale inhoud in liters als eenheid gehanteerd wanneer het gaat om vloeistoffen en samengeperste gassen.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is het verbod op het aanwezig hebben van een brandgevaarlijke stof opgenomen. Of iets een brandgevaarlijke stof is, is te lezen in tabel 22.2.1. Uit deze tabel blijkt dat ook medicinale zuurstof een gas is dat onder het voorschrift van dit artikel valt.</Al>
			  <Al>Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is het in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> gestelde verbod niet van toepassing wanneer de toegestane maximum hoeveelheid van een bepaalde stof niet wordt overschreden (onderdeel a), de stof deugdelijk is verpakt (onderdeel b) en die stof met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen wordt gebruikt (onderdeel c). Hierbij geldt dat de totale hoeveelheid stoffen niet meer mag zijn dan 100 kilogram of liter. De stof moet zodanig verpakt zijn dat de verpakking tegen een normale behandeling bestand is (wat bij de originele verpakking in de regel al het geval zal zijn) en van de inhoud niets onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen (wat bij deugdelijke sluiting van een geopende originele verpakking in de regel het geval zal zijn). Bij gebruik in overeenstemming met de gevaarsaanduiding moeten de zogenoemde R- en S-zinnen in acht worden genomen. Die zinnen, die in de regel op de originele verpakking zijn aangegeven, geven de producteigenschappen aan (R = risc: bijvoorbeeld 'ontvlambaar') en bevatten gebruiksinstructies (S = safety: bijvoorbeeld 'niet roken tijdens het gebruik').</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> wordt een aantal zelfstandig te lezen afwijkingen van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> gegeven. Bij de bepaling van de totale hoeveelheid toegestane stoffen hoeft geen rekening te worden gehouden met de in het derde lid opgenomen stoffen. Er hoeft bijvoorbeeld geen rekening te worden gehouden met de in een auto of scooter aanwezige motorbrandstoffen (onder a) of met voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken (onder c).</Al>
			  <Al>Onderdeel f van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> bepaalt dat het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> niet van toepassing is op brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan bij of krachtens de Omgevingswet is toegestaan. Hiermee wordt zeker gesteld dat voor die stoffen alleen eventuele algemene regels en een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit gelden en zodoende strijdige voorschriften worden uitgesloten.</Al>
			  <Al>Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> moet de inhoudsmaat van een aangebroken verpakking volledig worden meegerekend. Als bijvoorbeeld in een vat nog vier liter zit van de oorspronkelijke tien liter dan moet gerekend worden met tien liter.</Al>
			  <Al>Enkele rekenvoorbeelden op basis van dit artikel. Ongeacht de aanwezigheid van andere stoffen mogen altijd gasflessen met een maximum inhoud van in totaal 115 liter en maximaal 1.000 liter diesel-, gas- of lichte stookolie (vlampunt tussen 61°C en 100°C) aanwezig zijn. Bij de overige stoffen gaat het niet alleen om een maximum hoeveelheid voor stoffen per ADR-klasse (bijvoorbeeld: geen grotere hoeveelheid van stoffen van ADR-klasse 3 uit verpakkingsgroep II dan totaal 25 liter) maar mag ook de hoeveelheid van stoffen uit alle genoemde ADR-klassen samen niet meer dan 100 kilogram of liter bedragen. Wanneer bijvoorbeeld in een bouwwerk 50 liter vloeistof van ADR-klasse 3 uit verpakkingsgroep III en 50 kilogram stoffen van ADR-klasse 5.1 aanwezig zijn, is die grens van de toegestane maximum hoeveelheid van 100 kilogram of liter bereikt. In dat geval mogen daarnaast nog wel de eerdergenoemde gasflessen en oliesoorten tot maximaal de daarvoor aangegeven maximum hoeveelheid aanwezig zijn maar geen van de overige in de tabel aangegeven stoffen.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5" scope="Lid">vijfde lid</IntRef> is geregeld dat in afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, onder e, meer dan 1.000 liter van een in dat artikelonderdeel bedoelde oliesoort aanwezig mag zijn als de wijze van opslag en gebruik daarvan zodanig is dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende worden voorkomen. Op grond daarvan kan het bevoegd gezag dus instemmen met de aanwezigheid van een grotere hoeveelheid. De reikwijdte van die bevoegdheid is beperkt tot gevallen die buiten de werkingssfeer van de het Bal of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit vallen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_dc42ebb67e294d9abd1ca2d03fbe3e31__artrecital__content_22.20" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5__content_22.20">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.20</Nummer>
			  <Opschrift>Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel zijn onderdelen terug te vinden die voorheen waren opgenomen in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, en de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit.<br/>Deze zorgplicht ('kapstokartikel') heeft betrekking op de staat en het gebruik van open erven en terreinen waarin niet is voorzien door de andere voorschriften van dit omgevingsplan. Hiermee heeft het bevoegd gezag een 'kapstok' om in een specifiek geval in te grijpen wanneer de staat of het gebruik van een open erf of terrein leidt tot hinder, gezondheidsrisico's en veiligheidsrisico's. Ook als de staat of het gebruik op zich voldoet aan de voorschriften van dit omgevingsplan kan er reden zijn voor een beroep op dit artikel.</Al>
			  <Al>De zorgplicht opgenomen in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt voor eenieder die een open erf of terrein gebruikt. De term gebruiken moet ruim worden uitgelegd en omvat zowel het zelf gebruiken als het door een ander laten gebruiken. Al deze personen zijn gehouden het noodzakelijke te doen, voor zover dat in hun vermogen ligt, om het ontstaan of voortduren van gevaar voor de gezondheid of veiligheid te voorkomen of te beëindigen. Dit vereist adequaat en tijdig optreden waarbij zowel (tijdelijke) beheersmaatregelen als (permanente) eindmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn, afhankelijk van de aard en omvang van een bepaald gevaar.</Al>
			  <Al>De zorgplicht is steeds van toepassing, ook in het kader van vergund of op een andere manier toegestaan handelen, al zal in de regel het naleven van de reguliere veiligheidsbepalingen ertoe leiden dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat of voortduurt.</Al>
			  <Al>De geëiste maatregelen op grond van dit artikel moeten altijd in verhouding staan tot het te bestrijden risico. De gemeente zal de noodzaak hiervan in het concrete geval moeten kunnen aantonen.</Al>
			  <Al>Enkele voorbeelden van situaties waarin een beroep op dit kapstokartikel gerechtvaardigd kan zijn:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_570__content_570__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5__content_22.20__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_570__content_570__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5__content_22.20__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>als sprake is van lawaaihinder;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_570__content_570__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5__content_22.20__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>als sprake is van ernstige rookhinder door het stoken van hout of andere stoffen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_570__content_570__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5__content_22.20__list_o_1__item_o_3">
			      <Al>als stankverwekkende stoffen zijn opgeslagen;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_570__content_570__list_o_1__item_d" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5__content_22.20__list_o_1__item_o_4">
			      <Al>als sprake is van een illegale hennepkwekerij;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_570__content_570__list_o_1__item_e" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5__content_22.20__list_o_1__item_o_5">
			      <Al>op gevaarlijke wijze materiaal is gestapeld (bijvoorbeeld voor kinderen bereikbare vaten die kunnen gaan rollen);</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_570__content_570__list_o_1__item_f" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5__content_22.20__list_o_1__item_o_6">
			      <Al>als asbestbevattende materialen of restanten hiervan zich in een zodanige staat bevinden dat het risico van verspreiding van asbestvezels te vrezen valt. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 ziet op de situatie van sloop en is niet toepasbaar op de situatie van verweren of slijtage.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Met het<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> onderdeel c is beoogd dat een open erf of terrein in een dusdanig nette staat verkeert dat daardoor geen hinder voor personen ontstaat en dat er geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid ontstaat. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld worden opgetreden wanneer op een erf overmatig veel last is van schadelijk of hinderlijk gedierte of wanneer de algemene reinheid (gezondheid) dat betaamt. Een open erf en terrein behoort geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid op te leveren door drassigheid, stank, verontreiniging, (on)gedierte, begroeiing of voorwerpen. Het moet gaan om ernstige gevallen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_82876281acd24790a1e7426383b0ceea__artrecital__content_22.21" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.5__content_22.21">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.21</Nummer>
			  <Opschrift>Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op het staken van het gebruik van een open erf of terrein als dat gebruik gevaarlijk is in verband met de bouwvalligheid van een nabij gelegen bouwwerk. Voordat sprake kan zijn van een overtreding waartegen het handhavend kan worden opgetreden is het nodig dat het bevoegd gezag eerst een mededeling heeft gedaan dat het gebruik vanwege de technische kwaliteit van dat andere bouwwerk gevaarlijk is. Die mededeling is een mededeling van feitelijke aard en geen beschikking. Als het gebruik na ontvangst van de bedoelde mededeling toch wordt voortgezet kan op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht handhavend worden opgetreden door oplegging van een last onder bestuursdwang of een last onder de dwangsom. In spoedeisende gevallen kan bestuursdwang zo nodig zonder voorafgaande last worden toegepast (artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_9790592719f94ac1b6b24792d133c0ec__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.6" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.6">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.2.6</Nummer>
			<Opschrift>Cultureel erfgoed</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b765d2ad17964dd1af8fd402821b93f3__artrecital__content_22.22" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.6__content_22.22">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.22</Nummer>
			  <Opschrift>Vrijstelling van archeologisch onderzoek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 41a van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, dat een vrijstelling van de archeologische onderzoeksplicht bevatte. Dit artikel voorkomt dat er in dit omgevingsplan een lacune zou ontstaan door het wegvallen van artikel 41a. Het gaat hierbij om bodemverstoringen op huis-tuin-en- keukenniveau. Er worden geen grootschalige projecten mee vrijgesteld. Zie ook de toelichting bij artikel 5.130 van het Bkl<Noot type="voet" id="v1">
			      <NootNummer>[1]</NootNummer>
			      <Al>Stb. 2018, nr. 292, p. 384 e.v.</Al>
			    </Noot>.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> bepaalt dat als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels zijn gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (ook wel: aanlegactiviteit), deze regels niet gelden als de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m<sup>2</sup>. Deze activiteiten zijn vrijgesteld van het vereiste om bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een archeologisch rapport aan te leveren en van eventuele vergunningvoorschriften in het belang van de archeologische monumentenzorg.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is bepaald dat als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, (voor een locatie) voor bodemverstorende activiteiten een grotere of kleinere oppervlakte dan 100 m2 is vastgesteld voor de vrijstelling van de archeologische onderzoeksplicht, die afwijkende andere oppervlakte geldt. In dat verband wordt erop gewezen dat aan een vastgestelde afwijkende andere oppervlakte, voor zover die minder dan 50 m<sup>2 </sup>bedraagt, geen praktische betekenis toekomt als het gaat om het vergunningvrij bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf dat voldoet aan de in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, onder a en b, van dit omgevingsplan gestelde eisen. De vergunningplicht voor een bouwactiviteit op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> van dit omgevingsplan geldt dan immers niet. Een archeologische onderzoeksplicht zal voor die gevallen overigens wel kunnen worden opgelegd via andere omgevingsvergunningen die op grond van dit omgevingsplan kunnen zijn vereist, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden ter voorbereiding van de bouwactiviteit. Hiervoor wordt nader verwezen naar <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">artikel 22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> van dit omgevingsplan en de toelichting daarop.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_a0b2dad29117437ab5508191f549d54f__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.2.7</Nummer>
			<Opschrift>Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisie wId="gm0610_7b73237f3061492fb27f0f5e6e6aa5a7__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.1" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.1">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.7.1</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_8cc71cd9c8a04d2289ccfb8ecd3bae80__artrecital__content_22.23" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.1__content_22.23">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.23</Nummer>
			    <Opschrift>Algemene afbakeningseisen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De in dit artikel opgenomen afbakeningseisen zijn ongewijzigd overgenomen uit artikel 5, eerste en tweede lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. In het eerste lid is opgenomen dat vergunningvrij bouwen niet is toegestaan als het oorspronkelijke bouwwerk waarin, waaraan, waarop of waarbij gebouwd wordt, zonder de daarvoor vereiste vergunning is gebouwd of wordt gebruikt. Dit kan zowel gaan om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet als een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van die wet. In het geval het bouwwerk (geheel of gedeeltelijk) illegaal is gebouwd of wordt gebruikt, is het onwenselijk dat eventuele latere aanpassingen van of uitbreidingen aan of bij dit gebouw vergunningvrij en daarmee legaal zouden kunnen zijn. De mogelijkheid tot vergunningvrij bouwen is daarom zowel hier, als in het Bbl uitgesloten.</Al>
			    <Al>In het tweede lid wordt geregeld dat het aantal woningen niet mag toenemen door de vergunningvrije mogelijkheden, tenzij voor huisvesting in verband met mantelzorg.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_850efd0dee244ae68876fe3b11b61032__artrecital__content_22.24" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.1__content_22.24">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.24</Nummer>
			    <Opschrift>Meetbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel zijn de bepalingen over de wijze van meten uit het tweede en derde lid van artikel 1 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht ongewijzigd overgenomen. De in deze afdeling genoemde waarden worden gemeten conform dit artikel.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_cd8683092511451fbaa149934f2925ec__artrecital__content_22.25" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.1__content_22.25">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.25</Nummer>
			    <Opschrift>Mantelzorg</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is ongewijzigd overgenomen uit artikel 1, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Voor de toepassing van de genoemde paragrafen wordt huisvesting in verband met mantelzorg altijd als functioneel verbonden met het hoofdgebouw aangemerkt. Daarmee wordt bewerkstelligd dat een bijgebouw dat of een aan- of uitbouw die wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg vanwege de expliciet bepaalde functionele verbondenheid met het hoofdgebouw, ook moet worden aangemerkt als een functioneel verbonden bouwwerk en daarmee als bijbehorend bouwwerk als bedoeld in dit omgevingsplan. Daarmee wordt het mogelijk het bijgebouw of de aan- of uitbouw op de grondslag van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, aanhef en onder a, of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef>, aanhef en onder a, van dit omgevingsplan vergunningvrij te bouwen. In de praktijk blijkt de vraag wel eens te ontstaan of er bij de toewijzing van een eigen huisnummer aan een bij een woning aanwezige mantelzorgvoorziening, nog sprake kan zijn van een bijbehorend bouwwerk. Het al dan niet toekennen van een afzonderlijk huisnummer is echter niet van belang voor de uitleg van deze bepaling.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_7fd357fa1e4e43a1abc5d02a792ad69d__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.2" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.2">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.7.2</Nummer>
			  <Opschrift>Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_7429a52580bd414f91d50943f73238b4__artrecital__content_22.26" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.2__content_22.26">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.26</Nummer>
			    <Opschrift>Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Op grond van dit artikel is het verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken. Als onderdeel van de omgevingsplanregels van rijkswege wordt hiermee de vergunningplicht voortgezet, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover die betrekking heeft op artikel 2.10, eerste lid, onder c en d, van die wet. In afdeling 3.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet, is uitvoerig ingegaan op het expliciet maken dat deze vergunningplicht voor een bouwactiviteit ook betrekking heeft op het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.</Al>
			    <Al>Het verbod behoudens vergunning geldt overigens niet als het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Omgevingswet aangewezen geval. Die vergunningvrije gevallen zijn aangewezen in artikel 2.15f van het Bbl. Bij die aanwijzing gaat het om een landelijk uniforme categorie gevallen waarin geen omgevingsvergunning is vereist voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk (zoals bouwen, verbouwen, vervangen of uitbreiden). In zo'n geval is geen omgevingsvergunning vereist, ook niet als de bouw in strijd zou zijn met een in het omgevingsplan gestelde regel. Voldoet een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk niet aan de in het besluit gestelde voorwaarden, dan mag die activiteit niet zonder omgevingsvergunning worden verricht. In aanvulling op de landelijke categorie vergunningvrije gevallen kunnen in het omgevingsplan meer categorieën bouwactiviteiten worden aangewezen waarvoor geen omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is vereist. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> van dit omgevingsplan is van die bevoegdheid gebruik gemaakt om bouwactiviteiten die voorheen waren opgenomen in artikel 3 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, onder gelijkwaardige voorwaarden, als vergunningvrije omgevingsplanactiviteit mogelijk te maken. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef> is geregeld dat de onderdelen van artikel 2, bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, die niet langer landelijk uniform vergunningvrij zijn op grond van het Bbl, op grond van het omgevingsplan onder dezelfde voorwaarden vergunningvrij zijn. Het betreft hier de bijbehorende bouwwerken, erf- en perceelafscheidingen hoger dan een meter en gebruik van bestaande bouwwerken voor mantelzorg. De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef> bevatten uitzonderingen op dat vergunningvrije bouwen als dat bouwen betrekking heeft op monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en archeologisch erfgoed.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_92cd70cbfb1243bda3943413f95de44c__artrecital__content_22.29" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.2__content_22.29">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.29</Nummer>
			    <Opschrift>Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel regelt wanneer een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk wordt verleend. Het artikel is een voortzetting van artikel 2.10, eerste lid, onder c en d, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, wordt de vergunning alleen verleend als het bouwplan niet in strijd is met de regels die in dit omgevingsplan zijn gesteld over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken (onderdeel a) en dat het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota (onderdeel b). In onderdeel a is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4" scope="Paragraaf">paragraaf 22.2.4</IntRef> expliciet uitgezonderd omdat het hier om voormalige rijksregels gaat waar op grond van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ook niet aan getoetst werd bij de vergunningverlening. Daarnaast zijn er in dit omgevingsplan (als onderdeel van de omgevingsplanregels van rijkswege) tal van regels opgenomen die niet over bouwwerken gaan, maar bijvoorbeeld over open erven en terreinen. Deze regels vallen alle buiten het beoordelingskader voor de omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op bouwwerken. Het tweede lid bevat een aantal uitzonderingen op de eis dat het bouwwerk niet in strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand. Ook deze uitzonderingen zijn een voortzetting van het recht zoals dat gold onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet.</Al>
			    <Al>De redactie van het eerste lid sluit aan bij artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl. Het imperatieve karakter ('wordt verleend') houdt in dat de vergunning moet worden verleend als het bouwplan niet in strijd is met de daarvoor gestelde regels in het omgevingsplan. Er kunnen buiten het omgevingsplan om dus geen aanvullende redenen worden gehanteerd om een vergunning toch te weigeren. Het limitatieve karakter komt tot uiting doordat 'alleen' op grondslag van de in het omgevingsplan gestelde regels het 'binnenplans' verlenen van een vergunning mogelijk is. Als het bevoegd gezag op basis van de regels in het omgevingsplan tot het oordeel komt dat vergunningverlening niet mogelijk of (bij beslissingsruimte) niet wenselijk is, moet de activiteit als strijdig met het omgevingsplan worden aangemerkt. In dat geval is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt dat op grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl, de vergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een verdere toelichting hierover wordt verwezen naar de nota van toelichting bij artikel 8.0a van het Bkl.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Onderdeel c</i>
                                       </Al>
			    <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> is het verboden om zonder vergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.</Al>
			    <Al>Dit onderdeel bevat de aanvullende beoordelingsregels waaraan een aanvraag om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt getoetst.</Al>
			    <Al>Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of andere beschermende maatregelen, mits die technisch mogelijk zijn. De vraag is louter of het technisch mogelijk is om het geschikt te maken. Het antwoord op die vraag is niet afhankelijk van de goede wil van de initiatiefnemer maar alleen of het objectief, technisch, milieuhygiënisch mogelijk is.</Al>
			    <Al>Saneringsmaatregelen worden uitgevoerd in overeenstemming met de milieubelastende activiteit saneren van de bodem, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin staan twee standaardaanpakken beschreven. Indien deze aanpakken niet voldoen, kan degene die saneert een maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd gezag. In het omgevingsplan van de gemeenten die vallen in het zinkassengebied De Kempen staan maatwerkregels ten opzichte van de voorschriften in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_afbc4108c85f4282a400eabf9a0cd593__artrecital__content_22.30" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.2__content_22.30">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.30</Nummer>
			    <Opschrift>Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>VERVALLEN</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_24d6746ea100443ca8589e2fd27310a8__artrecital__content_22.31" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.2__content_22.31">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.31</Nummer>
			    <Opschrift>Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>VERVALLEN</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_b4adbcee832e4f06ba4a121443bf3efe__artrecital__content_22.32" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.2__content_22.32">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.32</Nummer>
			    <Opschrift>Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In het<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dit artikel wordt, in aanvulling op de beoordelingsregels uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning toch te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, maar niet in strijd is met de regels die zijn gesteld voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Dit betreft regels die in (van het tijdelijke deel van het omgevingsplan deel uitmakende) bestemmingsplannen of inpassingsplannen kunnen zijn opgenomen op grond van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Voor het voortzetten van de figuren van wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen is niet in overgangsrecht voorzien. Het college van burgemeester en wethouders kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook geen toepassing meer geven aan deze bepalingen. In plaats van deze specifieke wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten, kan toepassing worden gegeven aan de generieke delegatiemogelijkheid op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet. Als vergunningverlening op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, aanhef en onder a, niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in strijd is met de regels die zijn gegeven voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat overigens beslissingsruimte. Onder de werking van de voormalige Wet ruimtelijke ordening moest bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht (voor zover de bij een uitwerkingsplicht in acht te nemen regels daarvoor de ruimte laten) ook nog zelfstandig beoordeeld worden of het wijzigings- of uitwerkingsplan, los van de daarbij in acht te nemen regels, in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening. Om die reden is geen imperatief karakter gegeven aan deze aanvullende mogelijkheid om een vergunning voor een bouwplan, dat niet in strijd is met die voor een wijziging- of uitwerking gegeven regels, toch te kunnen verlenen. Het gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar kan worden geacht.</Al>
			    <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit artikel worden alle instructieregels en instructies waaraan moet worden getoetst bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van overeenkomstige toepassing verklaard op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> kan worden verleend. Ook dit vindt zijn oorsprong in de voormalige Wet ruimtelijke ordening. Bij de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een uitwerkingsplicht moesten, los van de daarbij in acht te nemen regels uit het moederplan, ook de regels uit het voormalige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de provinciale ruimtelijke verordening in acht worden genomen. Met het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> wordt verzekerd dat ook bij de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geïntroduceerde mogelijkheid om binnenplans een vergunning te verlenen met toepassing van de regels die zijn gesteld voor een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, geen situatie ontstaat die niet is toegelaten op grond van een onder nieuw recht gestelde instructieregel of gegeven instructie.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_4fa81b7b94d04b83b200a98e52671e0e__artrecital__content_22.33" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.2__content_22.33">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.33</Nummer>
			    <Opschrift>Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Ook in dit artikel zijn aanvullende beoordelingsregels gegeven. Deze aanvullende beoordelingsregels zien op twee specifieke overgangsrechtelijke situaties die verband houden met het feit dat de Omgevingswet niet langer een aanhoudingsplicht kent zoals die was geregeld in artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Die aanhoudingsplicht kon gelden vanwege een voorbereidingsbesluit dat was genomen ter voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan of vanwege een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan gold.</Al>
			    <Al>Toepassing van deze beoordelingsregels leidt ertoe dat, ondanks dat aan de beoordelingsregels uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> wordt voldaan, de vergunning toch moet worden geweigerd als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft op grond van de in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, genoemde bepalingen van de Invoeringswet Omgevingswet een nog onder oud recht genomen voorbereidingsbesluit van kracht is, of een tracébesluit of een besluit krachtens de Wet luchtvaart dat op grond van het oude recht gold als een zodanig voorbereidingsbesluit, of een onder oud recht gedane aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming daarvan strekkend omgevingsplan geldt. Op de plicht om in zo'n geval de vergunning te weigeren bestaat een uitzondering in het geval het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan dat in voorbereiding is. Dit is vergelijkbaar met de situatie onder oud recht, waarin artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid bood de onder oud recht toepasselijke aanhoudingsplicht te doorbreken.</Al>
			    <Al>In praktische zin betekent de regeling dat onder nieuw recht aangevraagde omgevingsvergunningen voor het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk in een gebied waar een nog onder oud recht tot stand gekomen regime van voorbereidingsbescherming van toepassing is, respectievelijk dat onder oud recht als beschermd stads- of dorpsgezicht is aangewezen maar waarop nog geen voldragen beschermingsregime van toepassing is, in beginsel moeten worden geweigerd. Zo kan de vergunning dus worden geweigerd voor activiteiten die in de toekomst niet meer wenselijk worden geacht en onmogelijk zullen worden gemaakt met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. De vergunning kan ook worden geweigerd voor activiteiten waarvan het nog onvoldoende zeker is om te kunnen vaststellen of deze met het toekomstige omgevingsplan aanvaardbaar zullen blijven. Ten tijde van de te nemen beslissing op de aanvraag is het besluit tot wijziging van het omgevingsplan immers nog in voorbereiding en is het mogelijk nog onvoldoende vastomlijnd om te kunnen vaststellen of bepaalde activiteiten daarin uiteindelijk zullen worden toegestaan. Een andere mogelijkheid in zo'n geval kan overigens ook zijn om met instemming van de aanvrager, met toepassing van artikel 4:15, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, de beslistermijn op te schorten tot een moment waarop de voorbereiding zich in een zodanig stadium bevindt dat wel kan worden vastgesteld hoe het bouwplan zich verhoudt tot het in voorbereiding zijnde omgevingsplan. Gewezen wordt in dat verband op het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, dat de mogelijkheid biedt om de vergunning toch te verlenen als kan worden vastgesteld dat de betrokken activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht. In het laatste geval zal een dergelijk omgevingsplan onder meer moeten voorzien in op de karakteristieken van het beschermde stads- of dorpsgezicht afgestemde beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Zie ook artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet. Met dit tweede lid wordt een vergelijkbare voorziening getroffen als in het al eerder genoemde artikel 3.3, derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Verschil is echter dat met het tweede lid niet de toepasselijke aanhoudingsplicht wordt doorbroken maar dat in plaats van de vergunning te moeten weigeren, de mogelijkheid is gegeven om de vergunning, onder de vergelijkbare condities dat de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan, toch te verlenen. Voor een meer uitgebreide toelichting op de gevolgen van het vervallen van de aanhoudingsplicht op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt verwezen naar de toelichting bij de tweede nota van wijziging van het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet (Kamerstukken II 2018/19, 34986, nr. 9, p. 35-42).</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_574e471d223e417eab4cf6f9df5a9659__artrecital__content_22.34" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.2__content_22.34">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.34</Nummer>
			    <Opschrift>Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is voor de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit de voortzetting van de regeling in artikel 2.22, tweede lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2, eerste lid, van het voormalige Besluit omgevingsrecht. Het gaat hier om de gevallen, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef>. Deze bepaling vloeit voort uit artikel 5.2, eerste lid, van het voormalige Besluit omgevingsrecht, waarin de mogelijkheid tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg afhankelijk was gesteld van een expliciete regeling in het bestemmingsplan.</Al>
			    <Al>Op het verbinden van deze voorschriften is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">artikel 22.303</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, van overeenkomstige toepassing. Dat artikellid omschrijft nader welke voorschriften in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval kunnen worden verbonden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een werkzaamheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284" scope="Artikel">artikel 22.284</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, die van invloed is op een archeologisch monument. Gelet op deze van overeenkomstige toepassing verklaring wordt hier verder volstaan met een verwijzing naar <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">artikel 22.303</IntRef> en de toelichting daarop.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_a27b9d153acc4560af33d9a456f29b33__artrecital__content_22.35" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.2__content_22.35">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.35</Nummer>
			    <Opschrift>Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk. De aanvraagvereisten zijn grotendeels ontleend aan de artikelen uit de voormalige Regeling omgevingsrecht met aanvraagvereisten vanwege planologische voorschriften en stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening en vanwege redelijke eisen van welstand, voor zover deze eisen onder de Omgevingswet nog relevant zijn voor in het omgevingsplan geregelde bouwactiviteiten. Anders dan in de Regeling omgevingsrecht zijn deze aanvraagvereisten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35" scope="Artikel">artikel 22.35</IntRef> geregeld in één artikel, omdat alle genoemde aspecten, inclusief de redelijke eisen van welstand, onder de Omgevingswet worden geregeld in het omgevingsplan. Voor de redelijke eisen van welstand wordt in dit verband verwezen naar de beoordelingsregel in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, aanhef en onder b, van dit omgevingsplan. Aan de aanvraagvereisten is verder toegevoegd de eis dat een opgave van de bouwkosten wordt gedaan. De bouwkosten vormen doorgaans de grondslag voor de legesberekening voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In de voormalige Regeling omgevingsrecht was in de algemene aanvraagvereisten geregeld dat van de kosten van de werkzaamheden van de te verrichten activiteiten opgave wordt gedaan. In de Omgevingsregeling komt dit als algemeen aanvraagvereiste niet meer voor. Daarom moet dit bij een activiteit waarvoor dit van belang is, zoals de in dit artikel bedoelde omgevingsplanactiviteit, bij de specifieke aanvraagvereisten voor die activiteit worden geregeld.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Onderdeel j</i>
                                       </Al>
			    <Al>Bij een aanvraag om een vergunning voor het bouwen wordt een bodemonderzoek overgelegd. Dit bodemonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is overschreden. In dat geval zijn sanerende of andere beschermende maatregelen een voorwaarde voor het bouwen (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, derde lid, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30" scope="Artikel">22.30</IntRef>).</Al>
			    <Al>Dit is een voortzetting van artikel 8 van de Woningwet in samenhang met de lokale bouwverordening.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_05af8db431944e37b308d0cfb1a14f72__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.3" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.3">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.7.3</Nummer>
			  <Opschrift>Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_1-0__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.3__content_22.36" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.3__content_22.36">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.36</Nummer>
			    <Opschrift>Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel is geregeld dat de onderdelen van artikel 2 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, die niet langer landelijk uniform vergunningvrij zijn op grond van het Bbl, op grond van het omgevingsplan onder dezelfde voorwaarden vergunningvrij zijn. Het betreft hier de bijbehorende bouwwerken en erf- en perceelafscheidingen hoger dan een meter maar niet hoger dan twee meter. Met dit artikel wordt geregeld dat het bouwen, in stand houden en gebruiken van deze bouwwerken, mits voldaan wordt aan de hierbij gegeven randvoorwaarden, van rechtswege in overeenstemming is met het omgevingsplan. In combinatie met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27">artikel 22.27</IntRef>, waarin deze bouwwerken eveneens zijn aangewezen, leidt dit ertoe dat deze bouwwerken zonder vergunning zijn toegelaten op grond van het omgevingsplan. Er is geen binnenplanse vergunning en ook geen buitenplanse vergunning voor deze bouwwerken nodig. De vergunningplicht, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26">artikel 22.26</IntRef>, is immers niet van toepassing omdat de bouwwerken zijn aangewezen in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27">artikel 22.27</IntRef>. Evenmin is een andere binnenplanse vergunningplicht of een buitenplanse vergunningplicht aan de orde, omdat hier wordt bepaald dat de aangewezen bouwwerken van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan. Dit betekent ook dat een omgevingsvergunning die is vereist op grond van een eventuele in het tijdelijke deel van het omgevingsplan opgenomen bepaling dat voor een activiteit van een bepaalde regel (zoals bijvoorbeeld een toegelaten bouwhoogte) bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken, niet nodig is.</Al>
			    <Al>Een uitzondering geldt voor de in de aanhef van het artikel opgenomen regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan. Dit betreft de omgevingsplanregels van rijkswege, afkomstig uit onder meer het Bouwbesluit 2012, de Woningwet en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze regels, die ook betrekking kunnen hebben op het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, zijn onverminderd van toepassing. Zo geldt voor deze bouwwerken bijvoorbeeld onverminderd het repressieve welstandsvereiste uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7">artikel 22.7</IntRef>. Als een bouwwerk in strijd zou zijn met één of meer van deze regels, is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en dus een omgevingsvergunning vereist.</Al>
			    <Al>Bijzondere vermelding verdient nog het in dit artikel in onderdeel c aangewezen gebruik van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg. Omdat het hier slechts gaat om gebruik van een bestaand bouwwerk en niet om het bouwen, in stand houden en gebruiken van een te bouwen bouwwerk, is de vergunningplicht uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26">artikel 22.26</IntRef> op deze activiteit niet van toepassing en hoeft deze activiteit dus ook niet te worden aangewezen in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27">artikel 22.27</IntRef>. De aanwijzing in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36">artikel 22.36</IntRef> leidt ertoe dat een binnenplanse noch buitenplanse vergunning nodig is voor gebruik van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_14333502fd3a404387c52ec2992acfe2__artrecital__content_22.37" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.7__div_22.2.7.3__content_22.37">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.37</Nummer>
			    <Opschrift>Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bevat de specifieke bepalingen voor bijbehorende bouwwerken, zoals die waren opgenomen in artikel 7 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Inhoudelijk zijn deze bepalingen ongewijzigd.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_05a1f8eb599b4cd384f633d59808f721__artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.8" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.8">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.2.8</Nummer>
			<Opschrift>Overgangsrecht bestaande bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_df1bdf8c48e545dcb5ee21f30f465196__artrecital__content_22.40" eId="artrecital__div_22__div_22.2__div_22.2.8__content_22.40">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.40</Nummer>
			  <Opschrift>Overgangsrecht bestaande bouwwerken</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel wordt gecodificeerd dat het overgangsrecht voor bouwwerken, zoals dat in bestemmingsplannen moest zijn opgenomen op grond van artikel 3.2.1 van het voormalige Besluit ruimtelijke ordening en dat betrekking had op de voorwaarden waaronder de in dat artikel bedoelde bouwwerken mogen worden vernieuwd of veranderd, ook voorziet in het in stand mogen houden van die bouwwerken. Het uitdrukkelijk regelen van het in stand mogen houden van die bouwwerken, is een logisch gevolg van het codificeren dat de vergunningplicht in de bruidsschat voor de bouwactiviteit ook ziet op het in stand houden van het te bouwen bouwwerk. In paragraaf 3.2.2 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet is hierop ingegaan. Het in stand mogen houden van een bouwwerk wordt hiermee onder het nieuwe recht uitdrukkelijk geregeld. Voor de bouwwerken die onder het planologisch overgangsrecht vielen zoals opgenomen in voormalige bestemmingsplannen, welk overgangsrecht met de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel is geworden van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, treden hiermee geen veranderingen op. Ook bij het vaststellen van nieuwe regels over bouwwerken in het omgevingsplan ligt het, zoals al toegelicht in paragraaf 3.2.2, in de rede dat wordt gekozen voor eerbiedigende overgangsbepalingen. In het nieuwe stelsel wordt het echter mogelijk om onder omstandigheden ook minder eerbiedigende vormen van overgangsrecht te kiezen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_0756caf75bf64bb889374f89380816ab__artrecital__div_22__div_22.3" eId="artrecital__div_22__div_22.3">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>22.3</Nummer>
		      <Opschrift>Milieubelastende activiteiten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_4c38f24a51184a1aa520529f685d8ba2__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.1</Nummer>
			<Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5e6c8e69255147e7a9d6ad49c474edaa__artrecital__content_22.41" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.41">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.41</Nummer>
			  <Opschrift>Algemeen toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel staat het algemeen toepassingsbereik dat geldt voor de hele <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef>.<br/>Alle paragrafen in deze afdeling zijn ook voorzien van een toepassingsbereik. Dat betekent dat voor beantwoording van de vraag of een regel uit deze afdeling wel of niet geldt, getoetst moet worden of een activiteit valt binnen het algemene toepassingsbereik zoals staat in dit artikel. Als dat niet het geval is, is de gehele afdeling niet van toepassing. Ook niet als de activiteit past binnen de omschrijving van het toepassingsbereik in een van de paragrafen van deze afdeling.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> zijn milieubelastende activiteiten als bedoeld in de Omgevingswet onder het toepassingsbereik van deze afdeling gebracht. Dit zijn dus alle activiteiten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, anders dan lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk en wateronttrekkingsactiviteiten.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>De onderdelen a tot en met f van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> sluiten bepaalde milieubelastende activiteiten uit van het algemene toepassingsbereik van deze afdeling.</Al>
			  <Al>Op grond van artikel 22.2, eerste lid, van de Omgevingswet mogen de omgevingsplanregels van rijkswege alleen gaan over regels die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij of krachtens de wet waren gesteld of daaraan gelijkwaardige regels. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de voormalige Wet geurhinder en veehouderij waren alleen van toepassing op inrichtingen als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Wet milieubeheer. Omdat het begrip milieubelastende activiteit in de Omgevingswet breder is dan dat begrip inrichting, is in dit lid een afbakening van het toepassingsbereik opgenomen.</Al>
			  <Al>Bij de overgang naar een nieuwe wetsystematiek en begrippenkader is het niet te voorkomen dat er enkele verschuivingen in de uitvoering van de regelgeving optreden. Aanmerkelijke verschuivingen in het toepassingsbereik zijn niet beoogd. Desondanks zullen er op kleine schaal wel enige verschuivingen optreden, omdat de oude criteria van het begrip inrichting niet één op één zijn overgenomen. De omschrijving van het toepassingsbereik in dit artikel vraagt enige mate van interpretatie. Ook de criteria van het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer vroegen om interpretatie, en werden door verschillende bevoegde instanties enigszins verschillend geïnterpreteerd.</Al>
			  <Al>Bij de interpretatie van het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, is het raadzaam om aan te sluiten bij de praktijk van de voormalige regelgeving. Als een activiteit als Wet milieubeheer-inrichting werd beschouwd, kan deze ook onder de regels voor milieubelastende activiteiten van deze afdeling vallen.</Al>
			  <Al>Een beperkte verschuiving is op zich niet bezwaarlijk, als dit er niet toe leidt dat:<br/>a) activiteiten die eerst niet onder rijksregels vielen door de regels van deze afdeling van dit omgevingsplan worden beperkt;<br/>b) activiteiten die wel onder de regels vielen en reële risico's voor de fysieke leefomgeving inhouden ongeregeld blijven.</Al>
			  <Al>Situaties als bedoeld onder a zullen niet snel voorkomen. Juist aan de 'onderkant' van het inrichtingenbegrip golden er naast de regels van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer ook andere regels die ervoor zorgen dat ook activiteiten die geen inrichting waren toch aan regels ter bescherming van de leefomgeving waren gebonden. Denk bijvoorbeeld aan de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening, maar ook het restrisico-artikel van het Bouwbesluit 2012 (artikel 7.22). Deze regels van de Algemene Plaatselijke Verordening blijven op het moment van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van het algemeen overgangsrecht (artikel 22.4 van de Omgevingswet bepaalt namelijk dat artikel 122 van de Gemeentewet tijdelijk niet van toepassing is) gelden. Het restrisico-artikel van het Bouwbesluit 2012 is ook opgenomen als regel van rijkswege in het omgevingsplan. Bovendien zijn de regels van deze afdeling voor activiteiten waarop ze van toepassing zouden worden zelden feitelijk beperkend, omdat bij het op gebruikelijke wijze uitvoeren van de activiteit aan de regels wordt voldaan.</Al>
			  <Al>Ook voor situaties als bedoeld onder b hoeft in zijn algemeenheid niet te worden gevreesd. Veelal gold voor de activiteiten aan de onderkant van het inrichtingenbegrip naast de zorgplicht van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 2.1) alleen een beperkt aantal regels, zoals de geluidregels. Een eventuele overtreding van de zorgplicht van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer zal in veel gevallen ook als overtreding van de algemene zorgplicht van de Omgevingswet kunnen worden aangemerkt. En omdat de rijksregels niet gelden, zal ook de Algemene Plaatselijke Verordening veelal een deel van de bescherming overnemen.</Al>
			  <Al>Het algemene overgangsrecht in artikel 22.4 van de Omgevingswet en de mogelijkheden voor maatwerk op grond van deze afdeling zullen eventuele nadelige gevolgen van de beperkte verschuivingen voldoende ondervangen.</Al>
			  <Al>Bij het voorbereiden van deze afdeling zijn al verschillende mogelijke verschuivingen in het toepassingsbereik geïdentificeerd. Belangrijke aandachtspunten worden hieronder benoemd. De onderdelen in dit tweede lid beogen de criteria 'een omvang alsof zij bedrijfsmatig is', 'binnen een zekere begrenzing' en 'pleegt te worden verricht' binnen de omschrijving van het begrip inrichting in de Wet milieubeheer te vervangen. De categorieën uit bijlage I bij het Besluit omgevingsrecht zijn niet overgenomen. Sommige ondergrenzen in die categorieën kunnen eventueel terugkomen in het toepassingsbereik van de paragrafen in deze afdeling.</Al>
			  <Al>Kleine winkels waar geen installaties met meer dan 1,5 kW elektromotorisch vermogen aanwezig zijn, waren bijvoorbeeld meestal geen Wet milieubeheer-inrichting, maar vallen nu wel onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling in het omgevingsplan. Alhoewel er geen specifieke voorschriften voor gelden, moeten deze activiteiten wel voldoen aan de specifieke zorgplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel a</i>
                                    </Al>
			  <Al>De omgevingsplanregels van rijkswege voor de milieubelastende activiteit zijn alleen van toepassing op milieubelastende activiteiten, anders dan wonen. Hiermee wordt aangesloten op het toepassingsbereik voor de instructieregels voor geluid, trillingen en geur in het Bkl.</Al>
			  <Al>Als een hobby een bepaalde omvang overstijgt kan dit ertoe leiden dat het verrichten van een activiteit niet meer onder wonen valt. Denk hierbij aan het in een bepaalde omvang houden van dieren, sleutelen aan auto's, meubels maken of bereiden van voedingsmiddelen. Waar de grens ligt, is een grijs gebied. Hetzelfde geldt voor bedrijven aan huis. De gemeente mag hier ook zelf invulling aan geven in het omgevingsplan. Overigens was bij de toetsing of er sprake was van een Wet milieubeheer-inrichting het criterium 'een omvang alsof zij bedrijfsmatig is' ook altijd een grijs gebied.</Al>
			  <Al>Een ander bekend voorbeeld van onduidelijkheid over de vraag of een activiteit een Wet milieubeheer-inrichting was, is het opslaan van huisbrandolie of propaan in tanks bij particulieren. Onder het regime van de Omgevingswet wordt dit afgedekt door het Bal.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel b</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het feitelijk verrichten van bouw- en sloopactiviteiten of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein, vallen niet onder deze afdeling. Ook in het Bbl zijn eisen opgenomen voor zowel geluid als trillingen bij bouw- en sloopactiviteiten. Het Bbl bevat voor het verrichten van die activiteiten ook een specifieke zorgplicht. Verder bevat de Algemene Plaatselijke Verordening vaak regels ter voorkoming van hinder door bouw- en sloopgerelateerde activiteiten. Het algemene overgangsrecht van de Omgevingswet in artikel 22.4 van de Omgevingswet zorgt ervoor dat deze regels van de Algemene Plaatselijke Verordening bij de inwerkingtreding van de wet blijven gelden. Naast deze regels bevat <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2" scope="Afdeling">afdeling 22.2</IntRef> van dit omgevingsplan een specifieke zorgplicht voor het gebruik van een bouwwerk (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18" scope="Artikel">artikel 22.18</IntRef>). Het is dus niet zo dat er, door de uitzondering in dit onderdeel, voor deze activiteiten geen regels gelden.</Al>
			  <Al>Onder het regime van de Wet milieubeheer gebeurde het in bijzondere gevallen wel dat bouwwerkzaamheden die langer duurden dan zes maanden, als een Wet milieubeheer-inrichting werden gezien. Deze activiteiten vallen buiten het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, maar ook daarvoor geldt dat de hiervoor genoemde regels van toepassing zijn.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel c</i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze uitzondering beoogt de activiteiten die in de openbare buitenruimte plaatsvinden uit te sluiten. Voorbeelden zijn kermissen en andere evenementen, weekmarkten, mobiele installaties/activiteiten zoals draaiorgels, ophalen van vuilnis en gevelreiniging (met uitzondering van lozen). Het voor korte periode bezetten van een stukje openbaar toegankelijk terrein, maakt het daarmee niet ontoegankelijk. Activiteiten in een openbaar toegankelijk gebouw, zoals een publieke parkeergarage of het stadhuis, vallen wel onder het toepassingsbereik. Ook het laden en lossen op de openbare weg in de onmiddellijke nabijheid van een winkel, of het verkeer van en naar het bedrijf valt wel onder het toepassingsbereik van deze afdeling.</Al>
			  <Al>Voor enkele activiteiten zoals het exploiteren van een mobiele vis-, friet-, oliebollen- of marktkraam of het exploiteren van een terras, was het afhankelijk van de situatie en de interpretatie van het bevoegd gezag of ze gezien werden als een Wet milieubeheer-inrichting. Deze interpretatieverschillen kunnen zich ook nu weer voordoen. Zoals al aangegeven in de inleiding van de toelichting op dit artikel is er in principe geen verschuiving in het toepassingsbereik van deze afdeling in het omgevingsplan ten opzichte van het oude begrip Wet milieubeheer-inrichting beoogd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel d</i>
                                    </Al>
			  <Al>Doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen valt niet onder deze afdeling van dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel e</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit onderdeel sluit evenementen, waarover geluidregels zijn gesteld in bijvoorbeeld de Algemene Plaatselijke Verordening of een evenementenverordening uit van het toepassingsbereik van deze afdeling over milieubelastende activiteiten. Deels gebeurt dit al met onderdeel c, omdat evenementen vaak plaatsvinden in de openbare buitenruimte. Maar regelmatig zijn evenementen ook besloten of vinden ze plaats in een tijdelijk leegstaand gebouw. Deze uitzondering geldt niet voor activiteiten waarvoor geen geluidregels gelden bij of krachtens een gemeentelijke verordening, maar waarvoor geluidregels waren opgenomen in een omgevingsvergunning voor een inrichting op grond van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Voorbeelden hiervan kunnen zijn permanente evenemententerreinen of evenementenhallen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel f</i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze uitzondering beoogt vooral het gebruik van landbouwvoertuigen op weilanden en akkers uit te sluiten van het algemene toepassingsbereik voor deze afdeling. De opslag van vaste mest op een weiland of akker valt wel onder dit algemene toepassingsbereik. Een installatie die verplaatsbaar is maar gedurende een langere periode achtereen op een weiland of akkers wordt gebruikt, wordt niet gezien als mobiele installatie en valt ook onder de regels voor de milieubelastende activiteiten in dit omgevingsplan. Bijvoorbeeld een antihagelkanon. Ook verplaatsbare mijnbouwwerken vallen onder het toepassingsbereik van deze afdeling.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel g</i>
                                    </Al>
			  <Al>Vaste objecten zoals bruggen, sluizen en tunnels kunnen door de aanwezigheid van elektromotorisch vermogen gezien worden als milieubelastende activiteiten. Bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen vallen niet onder het toepassingsbereik van afdeling 22.3 van dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bleven elektromotoren van bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen buiten beschouwing bij het bepalen of sprake was van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Dit was bepaald in categorie 1, 1.2, onder c, van bijlage I, onderdeel C, bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Lozingen in de bodem en in de riolering die vielen onder het Besluit lozing afvalwater huishoudens of het Besluit lozen buiten inrichtingen (en de daarmee corresponderende artikelen van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer) worden ook gedecentraliseerd en vallen daarom onder het toepassingsbereik van deze afdeling. Het gaat alleen om de gevolgen van die lozingen voor de bodem, de riolering of het zuiveringtechnisch werk. Zo valt bijvoorbeeld de hoeveelheid en kwantiteit van het lozen van water afkomstig van het ontwateren van een bouwput in de riolering, wel onder de regels van deze afdeling, maar de geluidhinder of geurhinder veroorzaakt door het ontwateren niet.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>De regels voor bodembeheer, zoals opgenomen in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.7</IntRef> gelden voor alle milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in de Omgevingswet. De voorschriften gelden dus ook voor milieubelastende activiteiten buiten voormalige wet milieubeheer-inrichtingen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a4a58900151f41538a51e97f8607d811__artrecital__content_22.42" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.42">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.42</Nummer>
			  <Opschrift>Oogmerken</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel somt op met welke oogmerken de algemene regels voor de milieubelastende activiteiten in dit (tijdelijke) omgevingsplan zijn gesteld. De wet kent een aantal maatschappelijke doelen. De algemene regels over milieubelastende activiteiten in dit omgevingsplan zijn gesteld vanwege een concretisering van deze doelen. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">Artikel 22.42</IntRef> somt deze oogmerken limitatief op. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">Artikel 22.42</IntRef> werkt ook door in de bevoegdheden van bestuursorganen tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Meer uitleg hierover staat bij de toelichting op <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef>.</Al>
			  <Al>Het artikel sluit aan bij de oogmerken van artikel 4.22 van de Omgevingswet, voor het stellen van rijksregels. Het artikel bouwt voort op de te beschermen belangen die in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer zijn genoemd. Onderdeel c van dit artikel benoemt enkele milieuthema's, maar ook andere milieuaspecten zoals geluid, trillingen en geur vallen onder de oogmerken van deze afdeling.</Al>
			  <Al>Bij de activiteiten in deze afdeling zullen niet steeds alle oogmerken of milieuthema's een rol spelen, en zullen zeker niet alle milieuaspecten bij een activiteit terugkomen in meer uitgewerkte regels. Als voor een bepaald oogmerk geen nader uitgewerkte regels in dit omgevingsplan zijn opgenomen, geldt wel de specifieke zorgplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5fe05c28c1a345899174407d5f9d9db2__artrecital__content_22.43" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.43">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.43</Nummer>
			  <Opschrift>Normadressaat</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De regels van deze afdeling zijn gericht tot degene die de activiteit verricht waarop die regels betrekking hebben. Diegene moet zorg dragen voor de naleving van de regels die voor de activiteit gelden. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2 over de normadressaat van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bal.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_15bb61529cc74ca79c132f4ece6e986a__artrecital__content_22.44" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.44">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.44</Nummer>
			  <Opschrift>Specifieke zorgplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De specifieke zorgplicht zorgt ervoor dat degene die een activiteit verricht, alles moet doen en laten om negatieve gevolgen voor de veiligheid, het milieu en de gezondheid te voorkomen. Soms lukt voorkomen niet. Dan moet hij ervoor zorgen dat er zo min mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid zijn.</Al>
			  <Al>Deze specifieke zorgplichtbepaling komt grotendeels overeen met de specifieke zorgplichtbepaling in het Bal. Dit artikel geldt daarom niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Dit is bepaald in het vierde lid. Voor meer informatie over de inhoud en werking van de specifieke zorgplicht wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bal.</Al>
			  <Al>De specifieke zorgplichten die in dit artikel zijn opgenomen, blijven gelden naast de algemene regels van deze afdeling in dit omgevingsplan, eventuele maatwerkvoorschriften en de vergunningplichten die in deze afdeling zijn opgenomen.</Al>
			  <Al>Tegen een overtreding van de specifieke zorgplicht kan handhavend worden opgetreden. Handhavend optreden ligt voor de hand bij evidente overtredingen van de specifieke zorgplicht. Daarvan is sprake in situaties waarin het handelen of nalaten van degene die de activiteit verricht, onmiskenbaar in strijd is met de specifieke zorgplicht. Er kunnen ook situaties aan de orde zijn waarin niet direct duidelijk is of van onmiskenbare strijd sprake is. Het bevoegd gezag zal dan een keuze moeten maken tussen een handhavingstraject of het eerst verduidelijken wat de specifieke zorgplicht inhoudt. Die verduidelijking kan in de vorm van het stellen van een maatwerkvoorschrift (zie het navolgende artikel) maar dat hoeft niet. Ook wanneer het bevoegd gezag degene die de activiteit verricht mondeling of schriftelijk informeert over wat er in een concreet geval onder de specifieke zorgplicht moet worden verstaan, is het voor diegene na ontvangst van die informatie duidelijk wat er verwacht wordt. Als daar geen gevolg aan wordt gegeven, is er sprake van onmiskenbare strijd met de specifieke zorgplicht. Een uitgebreidere uiteenzetting van de mogelijkheden om handhavend op te treden tegen overtredingen van de specifieke zorgplicht is opgenomen in de nota van toelichting bij het Bal<Noot type="voet" id="v2">
			      <NootNummer>[2]</NootNummer>
			      <Al>Stb. 2018, 293, p. 526–527.</Al>
			    </Noot>.</Al>
			  <Al>Deze specifieke zorgplicht vervangt onder meer artikel 2.7a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer dat ging over geurhinder. Dit houdt in dat als bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, daarbij de geurhinder bij het geurgevoelige gebouw tot een aanvaardbaar niveau moet worden beperkt. Wat aanvaardbaar is, hangt af van de situatie. Hierbij kan rekening gehouden worden met onder meer de volgende aspecten:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_594__content_594__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.44__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_594__content_594__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.44__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_594__content_594__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.44__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>de geurbelasting ter plaatse van het geurgevoelige gebouw;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_594__content_594__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.44__list_o_1__item_o_3">
			      <Al>de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de activiteit;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_594__content_594__list_o_1__item_d" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.44__list_o_1__item_o_4">
			      <Al>de historie van degene die de activiteit verricht en het klachtenpatroon over geurhinder;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_594__content_594__list_o_1__item_e" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.44__list_o_1__item_o_5">
			      <Al>de bestaande en verwachte geurhinder van de activiteit; en</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_594__content_594__list_o_1__item_f" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.44__list_o_1__item_o_6">
			      <Al>de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Deze specifieke zorgplicht geldt naast de verplichtingen die in de paragrafen en subparagrafen van deze afdeling zijn gesteld voor het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van en naar de activiteit betreffen hinder door bezoekersverkeer en indirecte geluidhinder.</Al>
			  <Al>Bezoekersverkeer is het bezoek van klanten of bezoekers aan een activiteit. De Handreiking Vervoermanagement (november 2017) geeft inzicht in de wijze waarop invulling gegeven kan worden aan dit aspect van de specifieke zorgplicht. Daarnaast legt de handreiking de relatie met de EED, the European Energy Efficiency Directive en hoe daar mee om te gaan. De verschillende doelgroepen krijgen met deze handreiking meer inzicht in de mogelijkheden voor een 'integrale' aanpak van duurzame mobiliteit.</Al>
			  <Al>Onder indirecte geluidhinder wordt geluidhinder verstaan die niet wordt veroorzaakt door activiteiten of installaties binnen de begrenzing van de locatie waarop de activiteit plaatsvindt, maar die wel aan die activiteit zijn toe te rekenen. In de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56" scope="Artikel">artikel 22.56</IntRef>(geluid: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit) wordt nader ingegaan op het verschil tussen directe geluidhinder en indirecte geluidhinder.</Al>
			  <Al>Het bevoegd gezag heeft op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> de bevoegdheid maatwerkvoorschriften te stellen. Maatwerkvoorschriften kunnen ook inhouden dat de activiteiten worden beschreven en dat metingen, berekeningen of tellingen moeten worden verricht om de mate waarin nadelige gevolgen voor het milieu worden veroorzaakt, te bepalen. De resultaten van een dergelijk onderzoek kunnen aanleiding zijn aanvullende maatwerkvoorschriften te stellen ter voorkoming of beperking van nadelige gevolgen voor het milieu, zoals het voorschrijven van maatregelen en gedragsvoorschriften. Bij het stellen van maatwerkvoorschriften ter voorkoming van indirecte geluidhinder vanwege wegverkeer kan de circulaire van 29 februari 1996 van de Minister van VROM, getiteld 'Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer' als hulpmiddel dienen. Dit is niet veranderd ten opzichte van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  <Al>Voor een verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Bal, stonden in artikel 21 van het voormalige Besluit algemene regels milieu mijnbouw en artikel 4 van de voormalige Regeling algemene regels milieu mijnbouw, regels over geluid door verkeersbewegingen. Deze regels hielden in dat de etmaalwaarde van de verkeersbewegingen van en naar de mobiele installatie niet hoger was dan 50 dB(A), beoordeeld volgens de hierboven genoemde circulaire van 29 februari 1996. Deze regels komen niet expliciet terug in deze afdeling, maar vallen wel onder de specifieke zorgplicht van dit omgevingsplan, bedoeld in dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>.</Al>
			  <Al>Anders dan bij de plichten uit het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit artikel, geldt de zorgplicht uit dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> ook voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal. Niet voor alle nadelige gevolgen van milieubelastende activiteiten voor de fysieke leefomgeving zijn rijksregels gesteld in het Bal. Anders dan in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 2.1, eerste lid, in samenhang met het tweede lid, onderdeel k en q) maken de nadelige gevolgen van het verkeer van personen of goederen van en naar een activiteit en de bescherming van het donkere landschap geen onderdeel uit van de belangen die met het Bal worden behartigd. Voor de belangen die buiten het Bal vallen, kunnen voor het waarborgen van deze belangen op decentraal niveau regels worden gesteld. In dit artikel is dit gedaan, door in het derde lid <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>het voorkomen of beperken van hinder, veroorzaakt door verkeer van en naar de activiteit en het beschermen van de duisternis en het donkere landschap op te nemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal geldt de specifieke zorgplicht uit artikel 2.11 van het Bal. Daarom is in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> bepaald dat het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit artikel niet gelden voor dergelijke milieubelastende activiteiten. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> geldt wel voor milieubelastende activiteiten die onder het Bal vallen. In het derde lid zijn immers aspecten genoemd die niet behoren tot het oogmerk van de regels in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Bal.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_32127741368746f6a8cd6e55f7a7396b__artrecital__content_22.45" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.45">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.45</Nummer>
			  <Opschrift>Maatwerkvoorschriften</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is de bevoegdheid opgenomen om maatwerkvoorschriften te stellen. De beperkingen die het Activiteitenbesluit milieubeheer stelde aan de mogelijkheden voor maatwerkvoorschriften, zijn daarbij niet overgenomen. Dit sluit aan bij de systematiek van het Bal. Het is niet logisch om beperkingen op te leggen aan het stellen van maatwerkvoorschriften, omdat die beperkingen altijd omzeild kunnen worden via een buitenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Met een maatwerkvoorschrift mag niet worden afgeweken van de specifieke zorgplicht, zoals opgenomen in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef>. Daarmee zou namelijk buiten de oogmerken van deze afdeling worden getreden. Wel mag er met maatwerkvoorschriften invulling gegeven worden aan de specifieke zorgplichten van deze afdeling. Maatwerk houdt altijd rekening met de oogmerken uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">artikel 22.42</IntRef> en mag daar niet mee in strijd zijn.</Al>
			  <Al>Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift volgt het bevoegd gezag de instructieregels van het Bkl. Voorbeeld: Dit omgevingsplan bepaalt voor verschillende situaties dat onversterkt stemgeluid niet meegenomen wordt in de beoordeling van de toelaatbare geluidwaarde. Een gemeente kan niet zomaar voorschrijven dat onversterkt stemgeluid toch meegenomen wordt bij de beoordeling van de geluidwaarde. Het Bkl stelt namelijk in artikel 5.73 (uitzonderingen geluidbronnen) dat dit in de meeste gevallen niet kan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c3761b37915743daa0cf04ef4e914708__artrecital__content_22.46" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.46">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.46</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Als op grond van een paragraaf in deze afdeling van dit omgevingsplan, gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag worden verstrekt, worden die gegevens begeleid door een aantal algemene gegevens. De plicht om gegevens te verstrekken vloeit niet voort uit dit artikel. Die plicht is namelijk per activiteit opgenomen in de paragrafen van deze afdeling. Als in een paragraaf van deze afdeling het verstrekken van gegevens en bescheiden is voorgeschreven, bijvoorbeeld vóórdat wordt begonnen met die activiteit, wordt daarbij om specifieke gegevens gevraagd. Die gegevens worden dan verstrekt in aanvulling op de algemene gegevens uit dit artikel.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_8155b08f57e24ce98041e7d2920ebc6a__artrecital__content_22.47" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.47">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.47</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47" scope="Artikel">artikel 22.47</IntRef> regelt dat een naamswijziging of adreswijziging wordt doorgegeven aan het bevoegd gezag vóórdat de wijziging een feit is. Dat is vooral voor de initiatiefnemer zelf van belang: diegene wil immers dat correspondentie van het bevoegd gezag op het juiste adres aankomt. Het tweede lid regelt dat bij overdracht van de activiteit naar iemand anders, de daardoor gewijzigde gegevens aan het bevoegd gezag worden verstrekt. Bijvoorbeeld omdat een bedrijf onder dezelfde bedrijfsnaam en op hetzelfde adres wordt voorgezet, maar wisselt van eigenaar. Dit sluit aan op artikel 5.37 van de Omgevingswet, waar hetzelfde over vergunninghouders is geregeld.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_05ecfd8241064b25bea338cca4db51ea__artrecital__content_22.48" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.48">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.48</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel regelt dat gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt aan het bevoegd gezag, als dat bevoegd gezag die gegevens en bescheiden nodig heeft om voor een specifieke activiteit of een specifieke locatie te beoordelen of de algemene regels en eventuele maatwerkvoorschriften die voor die activiteit of die locatie gelden, nog volstaan. Het gaat om gegevens en bescheiden waar het bevoegd gezag om vraagt. Degene die de activiteit verricht hoeft dus niet uit eigen beweging gegevens of bescheiden op te sturen; al staat dat natuurlijk vrij.</Al>
			  <Al>Het gaat in dit artikel alleen om de situatie dat het bevoegd gezag wil bekijken of de algemene regels en maatwerkvoorschriften voor de activiteit nog toereikend zijn gezien ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de gezondheid en de ontwikkelingen van de kwaliteit van het milieu. Bij ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu kan gedacht worden aan het beschikbaar komen van nieuwe passende preventieve maatregelen of de actualisatie van de beste beschikbare technieken. De ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu kunnen bijvoorbeeld aan de orde zijn als er door cumulatie van activiteiten een verslechtering van de kwaliteit van lucht, veiligheid, geluid, oppervlaktewater of grondwater optreedt. Met deze formulering is aangesloten op dezelfde regeling voor vergunningplichtige gevallen, zoals opgenomen in artikel 16.56 in combinatie met artikel 5.38 van de Omgevingswet. Zie de artikelsgewijze toelichting op die artikelen voor verdere uitleg over 'ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu' en 'ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu'. Gegevens waarover degene die de activiteit uitvoert niet redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, hoeven uiteraard niet te worden verstrekt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c2149cf467324115b380dafc80b4d45b__artrecital__content_22.49" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.49">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.49</Nummer>
			  <Opschrift>Informeren over een ongewoon voorval</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zodra vastgesteld is dat er sprake is van een ongewoon voorval moet het bevoegd gezag direct worden geïnformeerd; vertraging is gezien de gevolgen voor de gezondheid en het milieu niet wenselijk. Het gaat hier om voorvallen met een duidelijk negatief gevolg voor het milieu. Voor deze ongewone voorvallen bevat de Omgevingswet in hoofdstuk 19 regels gericht tot bestuursorganen.</Al>
			  <Al>De definitie in de Omgevingswet beperkt ongewone voorvallen tot afwijkende gebeurtenissen die significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen hebben. In navolging daarvan verplicht de regeling in dit omgevingsplan er niet toe om het bevoegd gezag te informeren over gebeurtenissen die afwijken van het normale verloop van een activiteit maar die geen significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving hebben. Zie voor verdere uitleg over ongewone voorvallen afdeling 3.6 van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bal.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bepaalt dat de informatieplicht niet geldt bij milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal en bij wonen. Het Bal bevat zelf al een informatieplicht voor ongewone voorvallen. Ongewone voorvallen bij de activiteit wonen komen zelden voor, en ook in het oude recht gold daarvoor geen informatieplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_2bc73166053e4a928d6e3e833a467c7c__artrecital__content_22.50" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.1__content_22.50">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.50</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is omschreven welke gegevens en bescheiden over het ongewoon voorval aan het bevoegd gezag moeten worden verstrekt, zodra deze informatie beschikbaar is. Dat hoeft dus niet met dezelfde spoed als het informeren over het ongewone voorval zelf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_bb73f83aa56b49dc8184ad89c12deea6__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.2" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.2</Nummer>
			<Opschrift>Energiebesparing</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5fa67644e4644ebd8287abb268ca0783__artrecital__content_22.51" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.2__content_22.51">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.51</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op activiteiten die in afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Bal aangewezen zijn als milieubelastende activiteiten. Voor die activiteiten gelden de artikelen van paragraaf 5.4.1 van het Bal.</Al>
			  <Al>De milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in afdeling 3.2 van het Bal, de bedrijfstakoverstijgende activiteiten, vallen wel onder deze paragraaf van dit omgevingsplan. De activiteiten van afdeling 3.2 van het Bal waren onder het oude recht zelden een zelfstandige inrichting, maar meestal onderdeel van een grotere inrichting. Onder het stelsel van de Omgevingswet zijn ze meestal onderdeel van een grotere milieubelastende activiteit. Activiteiten, anders dan de activiteiten uit afdeling 3.2 van het Bal, zijn ofwel geregeld in het Bal in de afdelingen 3.3 en verder, ofwel in het omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Als een richtingaanwijzer in het Bal de energiemodule aanwijst voor een bepaalde activiteit en daarbij ook een activiteit uit afdeling 3.2 van het Bal plaatsvindt, dan is de energiemodule ook van toepassing op de activiteit uit afdeling 3.2, die dan immers een functioneel ondersteunende activiteit is.</Al>
			  <Al>De regels van deze paragraaf gelden voor milieubelastende activiteiten waarbij het energieverbruik van alle milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die de milieubelastende activiteit functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar, gezamenlijk gelijk is aan of groter dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m<sup>3</sup> aardgasequivalenten aan brandstoffen. Hierbij moeten de activiteiten die in afdeling 3.2 van het Bal zijn geregeld ook worden meegenomen. Dus als bijvoorbeeld een supermarkt of horecagelegenheid een activiteit uit afdeling 3.2 van het Bal verricht, dan gelden ook daarvoor de energiebesparingsregels van dit omgevingsplan, tenzij het energieverbruik van de activiteiten op de locatie, gezamenlijk niet boven de drempel uitkomt.</Al>
			  <Al>Activiteiten uit afdeling 3.2 van het Bal die zelfstandig boven de drempel kunnen uitkomen, zoals de zuiveringsvoorziening uit paragraaf 3.2.17 van het Bal, waren in de regel onder het oude recht een inrichting, zodat het logisch is dat daarvoor de energiebesparingsregels uit dit omgevingsplan gelden.</Al>
			  <Al>Overigens is de gelding van deze paragraaf beperkt tot 1 december 2023. Dit hangt samen met het beleidsvoornemen om in het kader van de voorziene regelgeving over de actualisatie van de energiebesparingsplicht alsnog op rijksniveau ook voor bepaalde milieubelastende activiteiten die niet zijn aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van het Bal regels over energiebesparing te stellen. Met het opnemen van de datum van 1 december 2023 in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52" scope="Artikel">artikel 22.52</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef>, dat betrekking heeft op de verplichting energiebesparende maatregelen te treffen, is aansluiting gezocht bij de datum van het van toepassing worden van de geactualiseerde regels over energiebesparing zoals deze is opgenomen in de hiervoor genoemde voorziene regelgeving. Ook de gelding van artikel 22.52a, dat betrekking heeft op het overgangsrecht voor de regels over energiebesparing zoals deze golden onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, is gekoppeld aan deze datum. Als een gemeente voor 1 december 2023 is overgegaan tot aanpassing van artikel 22.52 of 22.52a van dit omgevingsplan, zal na die datum op grond van de geactualiseerde regels over energiebesparing in het Bal moeten worden bezien of deze regels in het omgevingsplan kunnen blijven voortbestaan als maatwerkregel.</Al>
			  <Al>De regels in deze paragraaf, die betrekking hebben op zogeheten procesgebonden energiebesparende maatregelen, laten onverlet de regels over de zogeheten gebouwgebonden energiebesparende maatregelen, zoals deze zijn gesteld in de artikelen 3.84, 3.84a en 3.84b van het Bbl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_fd8f8b57754e45b7863de9a342609e04__artrecital__content_22.52" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.2__content_22.52">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.52</Nummer>
			  <Opschrift>Energie: maatregelen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel vervangt artikel 2.15 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze paragraaf is overgenomen uit paragraaf 5.4.1 van het Bal. Zie de bij die paragraaf horende toelichting voor een uitleg van deze artikelen.</Al>
			  <Al>Het bevoegd gezag kan, als aannemelijk is dat niet wordt voldaan aan dit artikel, met een maatwerkvoorschrift op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan een onderzoek verlangen waaruit blijkt of aan dit artikel wordt voldaan.</Al>
			  <Al>Bijlage VII, onderdeel 16, bij de Omgevingsregeling bevat energiebesparende maatregelen die kunnen worden getroffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_02da1632aaec422ba1c867148c723d99__artrecital__content_22.52a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.2__content_22.52a">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.52a</Nummer>
			  <Opschrift>Energie: overgangsrecht maatregelen en informatieplicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat overgangsrecht voor milieubelastende activiteiten die onder het toepassingsbereik van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.2</IntRef> van dit omgevingsplan vallen en waarvoor al op grond van het recht voor de Omgevingswet – in concreto artikel 2.15, tweede, tiende of elfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer – door het betrokken bedrijf of de betrokken instelling een rapportage informatieplicht aan het bevoegd gezag is verstrekt of had moeten worden verstrekt.</Al>
			  <Al>Dit overgangsrecht heeft in de eerste plaats tot gevolg dat tot 1 december 2023 kan worden volstaan met het treffen van de energiebesparende maatregelen, bedoeld in artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit is inclusief de bijbehorende regels en bijlagen uit afdeling 2.5 van de Activiteitenregeling milieubeheer, zoals de lijst met erkende energiebesparende maatregelen, de rekenmethode voor de terugverdientijd en de rekenmethode voor de hoeveelheid aardgasequivalent. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a" scope="Artikel">artikel 22.52a</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, is in dat licht gedurende de periode, bedoeld in het eerste lid van het artikel, artikel 22.52 op de betreffende milieubelastende activiteiten niet van toepassing verklaard.</Al>
			  <Al>Daarnaast volgt uit dit overgangsrecht dat als voor een onder het toepassingsbereik vallende milieubelastende activiteit die is gestart voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet door het betrokken bedrijf of de betrokken instelling een rapportage informatieplicht had moeten worden verstrekt, maar dat nog niet is gebeurd, tot 1 december 2023 nog steeds in overeenstemming met de daaraan in artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gestelde eisen aan de informatieplicht moet worden voldaan.</Al>
			  <Al>Met het opnemen van de datum van 1 december 2023 als einddatum voor het overgangsrecht is aansluiting gezocht bij de datum van het van toepassing worden van de geactualiseerde regels over energiebesparing zoals deze is opgenomen in de hiervoor in de toelichting bij artikel 22.51 genoemde voorziene regelgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_7451d707582041cfbb1793a3f8d6c8b5__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.3" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.3">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.3</Nummer>
			<Opschrift>Zwerfafval</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_8b5d0796217a4ea880d52a72d3aab9f2__artrecital__content_22.53" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.3__content_22.53">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.53</Nummer>
			  <Opschrift>Afval: zwerfvuil</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een nadere invulling van de specifieke zorgplicht uit dit omgevingsplan of uit artikel 2.11 van het Bal. Anders dan onder het oude recht, geldt dit artikel ook voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten.<br/>De voorrangsbepaling van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit omgevingsplan is ook relevant voor deze vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. Als het aspect zwerfafval bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet al in een voorschrift van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is geregeld, is deze omgevingsplanregel niet van toepassing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_2ff97c078cda48d0b7c14175fe019552__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.4</Nummer>
			<Opschrift>Geluid</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisie wId="gm0610_dff87432607545639b7b1d484a03e5af__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.4.1</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_a35b831b9f0941d69edf244e21c9f0a2__artrecital__content_22.54" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.54">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.54</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw. Alleen geluidgevoelige gebouwen die op een locatie toegelaten zijn op grond van het omgevingsplan of via een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, worden beschermd tegen het geluid veroorzaakt door een activiteit.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Activiteiten</i>
                                       </Al>
			    <Al>Dit artikel geldt in beginsel voor alle milieubelastende activiteiten die onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> vallen. Dat algemene toepassingsbereik probeert het oude Wet milieubeheer begrip inrichting te vangen. Zie daarover meer in de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>. De geluidvoorschriften van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer waren alleen van toepassing op deze Wet milieubeheer- inrichtingen.</Al>
			    <Al>Dat betekent dat het geluid door activiteiten die buiten het algemene toepassingsbereik van deze afdeling vallen, niet hoeft te voldoen aan de bepalingen van deze geluidparagraaf. Voor die activiteiten blijven op grond van artikel 22.4 van de Omgevingswet onder meer de regels gelden over geluidhinder uit de Algemene Plaatselijke Verordening.</Al>
			    <Al>Ook is er in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> van dit omgevingsplan een algemene voorrangsbepaling opgenomen. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dat artikel bevat een voorrangsregel voor geluidregels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, op grond van artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet, voor zover die regels afwijken van de geluidregels in deze paragraaf van dit omgevingsplan. Een voorbeeld hiervan zijn afwijkende geluidwaarden in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op grond van de voormalige Crisis- en herstelwet.</Al>
			    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> van dit omgevingsplan bevat een voorrangbepaling voor vergunningvoorschriften in een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die op grond van het oude recht is verleend. De geluidvoorschriften uit die vergunningen krijgen voorrang op de geluidregels in dit omgevingsplan.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Geluidgevoelig gebouw en geluidgevoelige ruimte</i>
                                       </Al>
			    <Al>Onder de Omgevingswet zijn begrippen geüniformeerd. Dat betekent dat voor sommige begrippen een nieuwe definitie geldt. Meestal is daar geen beleidsmatige verandering in bedoeld, maar soms kan de nieuwe definitie wel een iets andere uitwerking hebben. Zo wordt niet meer gesproken over een gevoelig gebouw of een gevoelig object. In plaats daarvan wordt gesproken over een geluidgevoelig gebouw.</Al>
			    <Al>Of een gebouw geluidgevoelig is, is afhankelijk van de gebruiksfuncties van dat gebouw. Zo wordt onder de Omgevingswet gesproken van een gebouw met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, in plaats van over een woning.</Al>
			    <Al>In bestemmingsplannen werden specifieke ruimtes vaak niet bestemd. Het hele gebouw heeft dan dezelfde bestemming. Hierdoor kan in bestaande situaties een verandering ontstaan in de plaats waar de geluidwaarde geldt. Denk aan een aan- of inpandige garage, die wel een nevengebruiksfunctie van wonen heeft, maar geen verblijfsruimte is. De geluidwaarde geldt dan op de gevel van die garage.</Al>
			    <Al>Overigens is het begrip geluidgevoelige ruimte in het Bkl ook anders gedefinieerd dan in de voormalige Wet geluidhinder en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Zo heeft de oude regelgeving het over een keuken van ten minste 11 m<sup>2</sup>. Die ondergrens van 11 m<sup>2 </sup>vervalt. Een geluidgevoelige ruimte wordt gedefinieerd als een verblijfsruimte of verblijfsgebied van de aangewezen gebruiksfuncties.</Al>
			    <Al>In de praktijk kunnen zodoende kleine verschillen optreden. Als dit bij toepassing van de omgevingsplanregels van rijkswege in een concreet geval een probleem oplevert, dan kan dit opgelost worden met maatwerkvoorschriften.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Met dit artikel wordt bepaald dat het geluid van een activiteit niet geldt op een geluidgevoelig gebouw dat tijdelijk is toegelaten.<br/>De aanwezigheid van een tijdelijk geluidgevoelig gebouw kan wel aanleiding zijn voor het (met maatwerk) opleggen van een andere waarde dan de standaardwaarde of voor het opleggen van maatregelen of gedragsvoorschriften. De specifieke zorgplicht voor een milieubelastende activiteit is ook van toepassing op geluid door een activiteit op deze tijdelijke geluidgevoelige gebouwen.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                                       </Al>
			    <Al>Een gevel kan bij het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen met toepassing van de artikelen 5.78y of 5.78aa van het Bkl, als niet-geluidgevoelige gevel in het omgevingsplan worden aangemerkt. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting op de artikelen 5.78y en 5.78aa in het (voorgenomen) Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. Deze niet-geluidgevoelige gevels vervangen in het nieuwe stelsel de gevels die onder de voormalige Wet geluidhinder als 'doof' werden aangemerkt of waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en- milieubenadering werd afgeweken van de wettelijke norm.</Al>
			    <Al>In het overgangsrecht van het (voorgenomen) Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet is in artikel 12.17 bepaald dat onder 'niet-geluidgevoelige gevel' ook wordt verstaan een gevel die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is aangemerkt als zogenoemde 'dove gevel', evenals een gevel waarvoor de Interimwet stad-en-milieubenadering is toegepast. Ook die gevels blijven na inwerkingtreding van de Omgevingswet niet geluidgevoelig.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>Voor activiteiten met verplaatsbare mijnbouwwerken als bedoeld in artikel 4.1116 van het Bal worden geluidwaarden gesteld in paragraaf 4.109 'Werkzaamheden met verplaatsbaar mijnbouwwerk' van het Bal.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen valt niet onder de regels van deze paragraaf. Andere geluiden door een spoorwegemplacement, zoals geluid door het wassen van de treinwagons, vallen wel onder deze paragraaf.<br/>Voor het geluid door wegverkeersbewegingen van en naar een spoorwegemplacement geldt de specifieke zorgplicht uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, onder a, van dit omgevingsplan.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Een winkel was onder het oude recht vaak geen Wet milieubeheer-inrichting. De regels van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden daarom niet voor activiteiten bij detailhandel. Winkels vielen wel onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer als de volgende installaties aanwezig waren:</Al>
			    <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_605__content_605__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.54__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_605__content_605__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.54__list_o_1__item_o_1">
				<Al>elektromotoren met een opgeteld vermogen groter dan 1,5 kW (bijvoorbeeld in automatische rolluiken of airco's); of</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_605__content_605__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.54__list_o_1__item_o_2">
				<Al>stookinstallaties met een opgeteld thermisch vermogen van meer dan 130 kW.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>Met dit artikel wordt voorkomen dat de geluidwaarden uit deze paragraaf gaan gelden voor die winkels waarvoor de geluidnormen uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer niet golden. Wel geldt voor deze winkels de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit omgevingsplan.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_5155840bc8e346cba2a23d03907ed0c6__artrecital__content_22.55" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.55">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.55</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>De uitzondering in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54" scope="Artikel">artikel 22.54</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onder b, voor een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw, geldt alleen voor een geluidgevoelig gebouw dat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar, waarbij getoetst is aan de kwalitatieve norm 'aanvaardbaar' uit artikel 5.59, tweede lid van het Bkl.</Al>
			    <Al>Voor een geluidgevoelig gebouw dat al voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten geldt de uitzondering niet. Zo'n gebouw valt wel binnen het toepassingsbereik van deze paragraaf en hiervoor blijft wel een waarde gelden voor het geluid door een activiteit op de gevel van een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw.<br/>De reden voor het uitzonderen is dat onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer de geluidnormen wel golden voor gebouwen waarvoor het tijdelijk toegelaten is om ze te gebruiken als geluidgevoelig gebouw.</Al>
			    <Al>Zie het schema in de volgende alinea voor een overzicht van de gevallen waarin een waarde voor geluid geldt bij verschillende situaties van geluidgevoelige gebouwen die tijdelijk toegelaten zijn versus activiteiten.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen geprojecteerde en in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen geen bescherming tegen geluid van milieubelastende activiteiten. Dit is wel zo bij de instructieregels van het Bkl. De geluidwaarde geldt dan op de locatie waar volgens het omgevingsplan of de omgevingsvergunning de gevel van het gebouw gebouwd mag worden. Omdat de voormalige bestemmingsplannen van rechtswege zijn overgegaan in omgevingsplannen, zou toetsing op een geprojecteerd gebouw ertoe kunnen leiden dat een bestaande activiteit opeens niet meer voldoet aan de geluideisen. In de transitieperiode is dit ongewenst: voor rechtmatige bestaande situaties moeten niet ineens strengere waarden voor geluid gaan gelden. Daarom is in de omgevingsplanregels van rijkswege, voor situaties die al toegestaan zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de uitzondering opgenomen dat onder een geluidgevoelig gebouw niet wordt verstaan een geprojecteerd gebouw of een geluidgevoelig gebouw in aanbouw. Het uitgangspunt voor het overgangsrecht is dat de initiatiefnemer onder dezelfde condities zijn activiteit moet kunnen blijven voortzetten. Als na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten bij een bestaande activiteit, of een nieuwe activiteit begint bij een bestaand geluidgevoelig gebouw, gelden al wel de nieuwe regels. Dit verschil werkt ook door naar de omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
			    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_606__content_606__table_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.55__table_o_1">
			      <title/>
			      <tgroup cols="3" align="left">
				<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.333*"/>
				<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.333*"/>
				<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.333*"/>
				<tbody valign="top">
				  <row>
				    <entry colname="col1" namest="col1" nameend="col3" valign="top">
				      <Al>
                                                         <strong>Schema: of waarden voor geluid gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke geluidgevoelig gebouwen versus situatie activiteiten</strong>
                                                      </Al>
				    </entry>
				  </row>
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top"/>
				    <entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3" valign="top">
				      <Al>
                                                         <strong>Activiteiten</strong>
                                                      </Al>
				    </entry>
				  </row>
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top">
				      <Al>
                                                         <strong>Geluidgevoelig gebouw</strong>
                                                      </Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col2" valign="top">
				      <Al>al rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col3" valign="top">
				      <Al>nog niet rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet</Al>
				    </entry>
				  </row>
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top">
				      <Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col2" valign="top">
				      <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn niet van toepassing</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col3" valign="top">
				      <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
				    </entry>
				  </row>
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top">
				      <Al>in het nieuwe deel van hetomgevingsplan toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col2" valign="top">
				      <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col3" valign="top">
				      <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
				    </entry>
				  </row>
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top">
				      <Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col2" valign="top">
				      <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col3" valign="top">
				      <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
				    </entry>
				  </row>
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top">
				      <Al>in het nieuwe deel van het omgevingsplan toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col2" valign="top">
				      <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col3" valign="top">
				      <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing</Al>
				    </entry>
				  </row>
				</tbody>
			      </tgroup>
			    </table>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_86320a730a45417f8addaa8ce2c7d625__artrecital__content_22.56" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.56">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.56</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden de geluidnormen voor de gehele inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Dus voor het samenstel van activiteiten die binnen de inrichting plaatsvinden. Deze bepaling beoogt hetzelfde. Wanneer op een locatie meerdere, onderling samenhangende activiteiten worden verricht, gelden de geluidregels voor dit samenstel van activiteiten. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de activiteiten behoren tot een bedrijf. Dit artikel geeft aan welke clustering van activiteiten als één activiteit beschouwd moet worden. Dit kunnen twee milieubelastende activiteiten zijn die elkaar functioneel ondersteunen. Uit de systematiek van het Bal volgt al dat een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de paragrafen 3.3 tot en met 3.11, bestaat uit de kernactiviteit, inclusief functioneel ondersteunende activiteiten. Dit is ook zo als die functioneel ondersteunende activiteiten zelf ook als milieubelastende activiteit in hoofdstuk 3 aangewezen zijn. Ook twee of meer milieubelastende activiteiten op één locatie die rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan worden op grond van dit artikel beschouwd als één activiteit.</Al>
			    <Al>De inhoud van dit artikel wijkt af van artikel 5.58 in het Bkl. Dit is gedaan om de omgevingsplanregels van rijkswege beter aan te laten sluiten bij de situatie zoals die was onder het oude recht.</Al>
			    <Al>Deze bepaling beoogt niet het algemene toepassingsbereik van deze afdeling over de milieubelastende activiteit uit te breiden. Bijvoorbeeld met het geluid van een landbouwvoertuig op een akker. Deze bepaling trekt die activiteit niet alsnog 'binnen' de activiteit.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Directe hinder, laden en lossen versus indirecte hinder</i>
                                       </Al>
			    <Al>Ook activiteiten die niet hoofzakelijk op de locatie van het terrein van een bedrijf plaatsvinden, maar in de onmiddellijke nabijheid daarvan, kunnen onderdeel zijn van een activiteit in de zin van dit artikel. Dit wordt beschouwd als 'directe hinder'. Een voorbeeld hiervan zijn laad- en losactiviteiten die op de openbare weg worden uitgevoerd. Het geluid van dit laden en lossen moet dus ook voldoen aan de waarde voor geluid van een activiteit, zoals opgenomen in deze paragraaf. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden de geluidnormen ook voor deze activiteiten in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting.</Al>
			    <Al>De geluidvoorschriften in deze paragraaf gelden dus voor het geluid dat beschouwd wordt als 'directe hinder'. Geluid, veroorzaakt door het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit (totdat het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld) wordt beschouwd als 'indirecte hinder'. Voor indirecte hinder geldt alleen de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit omgevingsplan. Zie ook de toelichting bij a<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>.</Al>
			    <Al>Overigens was het onder het oude recht ook afhankelijk van de omstandigheden van het geval wanneer laden en lossen overgaat in het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit. Deze omgevingsplanregels van rijkswege brengen hier geen verandering in.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_e915c4aa23c0485197469ef5455bd59a__artrecital__content_22.57" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.57">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.57</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: waar waarden gelden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is gebaseerd op artikel 5.60 van het Bkl. Kortheidshalve wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij dat besluit.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Onderdeel c</i>
                                       </Al>
			    <Al>Net als voorheen worden de ligplaatsen van woonschepen en de standplaatsen van woonwagens beschermd tegen geluidhinder. Anders dan onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer worden woonschepen en woonwagens wel als geluidgevoelig gebouw aangemerkt en wordt daarvoor niet de aparte benaming 'gevoelige terreinen' gehanteerd. Dit artikel bepaalt vervolgens dat de waarden voor geluid voor woonschepen en woonwagens geldt op de grens van de locatie. Langs andere weg wordt daarmee hetzelfde bereikt.</Al>
			    <Al>In bijlage I bij het Bkl is een woonschip gedefinieerd als 'drijvende woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip'.</Al>
			    <Al>In bijlage I bij het Bbl wordt onder een woonwagen verstaan: woonfunctie op een locatie bestemd voor het plaatsen van een woonwagen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_996505257b0d4d6c90abbbd6932c7fc2__artrecital__content_22.58" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.58">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.58</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: functionele binding</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor geluid niet van toepassing zijn op geluid door een activiteit, op of in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit. Dit artikel sluit aan bij artikel 5.61 van het Bkl.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_e5a0bfa5a18a452e92d130ff8c8901f6__artrecital__content_22.59" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.59">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.59</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: voormalige functionele binding</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor geluid op of in een geluidgevoelig gebouw, dat voorheen onderdeel was van de Wet milieubeheer-inrichting of functioneel verbonden was met een agrarische activiteit, niet gelden voor het geluid door die agrarische activiteit op dat geluidgevoelige gebouw.</Al>
			    <Al>Het gebouw blijft wel beschermd tegen geluid, veroorzaakt door andere omliggende activiteiten.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>Onderdeel a regelt dit voor zogenaamde 'plattelandswoningen' die als plattelandswoning zijn aangewezen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit was onder het oude recht bepaald in de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 1.1a) en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 1.3c).</Al>
			    <Al>
                                          <i>Onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Onderdeel b regelt dit in het geval van een agrarische activiteit, voor een gebouw met een voormalige functionele binding in het nieuwe deel van het omgevingsplan.</Al>
			    <Al>In een situatie als bedoeld onder b wordt in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor de woning waar het om gaat (of een ander geluidgevoelig gebouw) bepaald dat deze woning geen bescherming geniet in de vorm van geluidwaarden, tegen geluidhinder door de agrarische activiteit waarmee de woning voorheen was verbonden.</Al>
			    <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet erin dat de waarden voor geluid uit dit tijdelijke deel van het omgevingsplan, die gelden voor de agrarische activiteit, ook daadwerkelijk niet gaan gelden op de gevel van de naastgelegen woning, die nu geen functionele binding meer heeft.</Al>
			    <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van artikel 5.62 van het Bkl. Dat artikel biedt ruimere mogelijkheden bij geluidgevoelige gebouwen met een voormalige functionele binding. Deze ruimere mogelijkheden zijn niet opgenomen in de omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
			    <Al>Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 5.62 van het Bkl en paragraaf 2.3.8, onder 'Voormalige bedrijfswoningen', en paragraaf 8.1.3 onder 'Functioneel verbonden en functioneel ondersteunende gebouwen en locaties', van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bkl.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_ea5554387243402db212a70a0cfdf432__artrecital__content_22.60" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.60">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.60</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: onderzoek</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 1.11 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit artikel wordt bij een aantal activiteiten bepaald dat een rapport van een geluidonderzoek moet worden ingediend. Het gaat daarbij onder meer om het onder bepaalde omstandigheden ten gehore brengen van muziekgeluid en om transportactiviteiten in de avond- en nachtperiode (tussen 19.00 en 7.00 uur). In de gevallen waarvoor bij de specifieke bepalingen een plicht is opgenomen tot het indienen van een akoestisch rapport, leert de ervaring dat doorgaans problemen te verwachten zijn bij toetsing aan de geluidwaarden.</Al>
			    <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond ook een specifieke mogelijkheid voor het bevoegd gezag om bij besluit ook voor andere activiteiten een geluidonderzoek te eisen. Deze mogelijkheid heeft het bevoegd gezag nog steeds, via de maatwerkmogelijkheid in artikel 22.45 van dit omgevingsplan. Hiervoor moet het bevoegd gezag aannemelijk maken dat het geluidsniveau of het maximale geluidsniveau meer bedraagt dan de waarden die gelden voor de activiteit op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning. Het gaat om gevallen waarin gelet op de te verwachten bronvermogens en afstanden tot gevoelige gebouwen het aannemelijk is dat de normen zullen worden overschreden.</Al>
			    <Al>De maatwerkmogelijkheid kan ook gebruikt worden om in voorkomende gevallen van de plicht tot het verstrekken van een geluidonderzoek af te zien.<br/>In sommige gevallen kan het voor zonebeheer noodzakelijk zijn de geluidsproductie van activiteiten gelegen op een gezoneerd industrieterrein te weten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een activiteit aan de rand van het industrieterrein is gelegen of als een activiteit met de waarden, genoemd in dit omgevingsplan, een onevenredig groot beslag zou leggen op de nog beschikbare geluidsruimte, zonder dat die activiteit de bij deze waarden behorende geluidsruimte daadwerkelijk nodig heeft. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan kan dan een rapport van een geluidonderzoek verlangd worden.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_686ff83de5e34967ab4ff48f04b6f41b__artrecital__content_22.61" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.61">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.61</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Ten minste vier weken voor het begin of wijziging van de activiteit moet het geluidonderzoek aan het bevoegd gezag versterkt worden. Behalve het geluidonderzoek moeten ook de gegevens zoals vermeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46" scope="Artikel">artikel 22.46</IntRef> worden verstrekt.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_e016ce0312974a28b1ef7288db896725__artrecital__content_22.61a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.1__content_22.61a">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.61a</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel heeft als doel om gemeenten op de hoogte te stellen van nieuwe of gewijzigde activiteiten op een gezoneerd industrieterrein.</Al>
			    <Al>Deze informatieplicht geldt niet als de gemeente al via een aanvraag om een omgevingsvergunning, via het overleggen van een geluidonderzoek op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61" scope="Artikel">22.61</IntRef> of via een informatieplicht ergens anders in deze afdeling van dit omgevingsplan of in het Besluit activiteiten leefomgeving, op de hoogte wordt gesteld van het begin of de wijziging van de activiteit. In artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet is daarnaast nog bepaald dat gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
			    <Al>Naar aanleiding van de ontvangen gegevens en bescheiden kan de gemeente vervolgens beoordelen of het noodzakelijk is om een geluidonderzoek te laten verrichten voor het zonebeheer. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan kan dan een rapport van een geluidonderzoek verlangd worden van de initiatiefnemer.</Al>
			    <Al>Deze verplichting geldt niet voor activiteiten op een gezoneerd industrieterrein waar geen activiteiten verricht worden of installaties gebruikt worden zoals bedoeld in het tweede lid. Deze activiteiten en grenzen zijn overgenomen uit de begripsbepaling inrichting Type A in artikel 1.2 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Onder het oude recht hoefde voor een inrichting Type A geen melding te worden gedaan. Voor de informatieplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a" scope="Artikel">artikel 22.61a</IntRef> van het omgevingsplan is alleen gekeken naar die grenzen uit het oude begrip inrichting Type A die mede gesteld waren met het oogmerk om geluidhinder te voorkomen of beperken.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_b83b9afdc42740dd883c23bdf8491d8d__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.4.2</Nummer>
			  <Opschrift>Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_b9717f8d46f344ecb4a0d47325c3982a__artrecital__content_22.62" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.62">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.62</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Deze paragraaf geldt voor activiteiten waarvoor waarden voor langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAR,LT) of het maximaal geluidsniveau (LAmax) gesteld worden. Voor windturbines en buitenschietbanen worden voor geluid andere waarden gesteld, namelijk voor Lden en Lnight en geluid Bs,dan.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op geluid dat niet representatief is voor een activiteit. Uitgangspunt is dat elke activiteit onderdeel is van de representatieve bedrijfssituatie en het geluid van elke activiteit representatief geluid is. Niet representatief geluid is alleen het geluid door een uitzonderlijke bedrijfssituatie, dat in een maatwerkbesluit als zodanig is aangemerkt.<br/>Het is aan het oordeel van het bevoegd gezag wat een uitzonderlijke bedrijfssituatie is. In paragraaf 4.2 van bijlage IVh van de Omgevingsregeling zijn richtlijnen gegeven die daarbij kunnen worden toegepast. Hiermee wordt – grofweg – de situatie uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de Handleiding meten en rekenen industrielawaai voortgezet dat incidentele bedrijfssituaties niet worden meegenomen bij het bepalen van het geluid. In het voormalige Activiteitenbesluit is een incidentele bedrijfssituatie een bedrijfssituatie waarvoor op grond van artikel 2.20, zesde lid, andere waarden zijn vastgesteld.</Al>
			    <Al>Voor het geluid dat niet representatief is voor een activiteit kan het bevoegd gezag als dat nodig is, wel regels stellen, bijvoorbeeld waarden, tijdstippen of werkwijzen voor de gebeurtenissen die het niet-representatieve geluid veroorzaken. Artikel 5.59 van het Bkl bepaalt namelijk dat het omgevingsplan erin moet voorzien dat ook het niet-representatieve geluid aanvaardbaar is.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>In het toepassingsbereik worden windparken met 3 of meer windturbines expliciet uitgesloten, omdat zij ook niet vallen onder <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.3.4.3</IntRef>over het geluid door windturbines.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_d5834d35b6ca4c06b46ca7b41c362f54__artrecital__content_22.63" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.63">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.63</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> bepaalt hoeveel geluid toelaatbaar is op de gevel van een geluidgevoelig gebouw en komt overeen met de geluidnormen die in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stonden. In de instructieregels van het Bkl zijn geen normen meer opgenomen voor het LAmax in de dagperiode.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kende in artikel 2.17, derde lid, de regeling dat voor geluidgevoelige gebouwen op Activiteitenbesluit-bedrijventerreinen (geen gezoneerde industrieterreinen zijnde) het beschermingsniveau op de gevel 5 dB(A) lager ligt. Om te voorkomen dat activiteiten opeens niet meer aan de geluidwaarden voldoen, is deze regeling in het tweede lid van dit artikel overgenomen. In bijlage I bij de omgevingsplanregels van rechtswege is een begrip Activiteitenbesluit-bedrijventerrein opgenomen. Het Bkl biedt in artikel 5.65, tweede lid, voor zulke bedrijventerreinen de mogelijkheid om een 5 dB(A) hogere waarde te stellen.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>In de instructieregels (artikel 5.65) van het Bkl zijn de geldende binnenwaarden opgenomen voor in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. Deze komen, voor wat betreft het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, overeen met de waarden zoals deze op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden. In de instructieregels van het Bkl zijn geen waarden meer opgenomen voor het LAmax in de dagperiode, en de waarden in de avondperiode zijn strenger dan onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Om te voorkomen dat in de transitieperiode andere waarden voor de activiteiten gaan gelden, zijn in dit artikel de waarden uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer overgenomen.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> gaat in op de piekgeluiden die veroorzaakt worden door het laden en lossen in de dagperiode. Laden en lossen valt via <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> (algemeen toepassingsbereik) en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56" scope="Artikel">artikel 22.56</IntRef> (meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit) onder de activiteit, en daarmee onder de geluidwaarden die in de tabellen zijn gesteld. Dat geldt dus ook voor laden en lossen dat op de openbare weg ('in de onmiddellijke nabijheid van') plaatsvindt. Om te voorkomen dat in de periode waarin de gemeenten hun omgevingsplannen nog niet hebben aangepast aan de Omgevingswet, het overdag laden en lossen onder de norm voor het piekgeluid gaat vallen, is het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> toegevoegd. Dit lid bepaalt uitdrukkelijk dat – net als onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer– voor het laden en lossen in de dagperiode geen geluidwaarden voor het piekgeluidniveau gelden. Ook het Bkl geeft geen afzonderlijke waarden voor de piekniveaus in de dagperiode, en dus ook niet voor de piekniveaus van het laden en lossen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_69dddb00a8574fd0b6f5343cbfd350eb__artrecital__content_22.64" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.64">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.64</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.17, vierde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit artikel geldt alleen voor bedrijven die uitsluitend of in hoofdzaak een inrichting voor verkoop van brandstoffen aan derden zijn. Door het vervangen van het begrip Wet milieubeheer- inrichting door activiteiten is het niet meer mogelijk gebruik te maken van dit zogenoemde hoofdzaakcriterium. Daarvoor is het tankstation nu omschreven als het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd.</Al>
			    <Al>Het Bkl gaat in de instructieregels niet meer uit van een apart geluidregime met afwijkende dagperioden voor tankstations. Wel zijn er op grond van de flexibiliteitsbepalingen van deze instructieregels mogelijkheden om in het omgevingsplan rekening te houden met de bijzondere kenmerken van het geluid bij een tankstation, zoals de pieken bij dichtslaan van autoportieren, als het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen maar aanvaardbaar is en er voldaan wordt aan de grenswaarden in het Bkl. In dit artikel wordt het onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geldende geluidregime overgenomen, zodat de geluidsituatie niet verandert zolang de gemeente nog geen nieuw omgevingsplan heeft vastgesteld.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_fd4e6683816c413da9da1609fcf68d86__artrecital__content_22.65" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.65">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.65</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.17, vijfde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			    <Al>Het begrip agrarische activiteiten wordt in dit omgevingsplan niet meer specifiek gedefinieerd. Het gaat om activiteiten die betrekking hebben op gewassen of landbouwhuisdieren voor zover deze geteeld of gekweekt respectievelijk gefokt, gemest, gehouden of verhandeld worden. Daaronder wordt ook verstaan agrarisch gemechaniseerd loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverlening. Dit artikel geldt alleen voor bedrijven of andere locaties waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten of activiteiten die daarmee verband houden worden verricht. Door het vervangen van het Wet milieubeheer begrip inrichting door activiteiten is het niet meer mogelijk gebruik te maken van dit zogenoemde hoofdzaakcriterium. Daarvoor in de plaats wordt gesteld dat het moet gaan om een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd.</Al>
			    <Al>In navolging van het voormalige Besluit landbouw milieubeheer en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer worden voor de in het eerste lid genoemde activiteiten mobiele bronnen niet meegewogen bij het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Daarom zijn de waarden in tabel 22.3.5, die zien op het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, alleen van toepassing op de vast opgestelde installaties en toestellen. De waarden voor maximale geluidsniveaus zijn van toepassing op alle bronnen: vast en mobiel.</Al>
			    <Al>Voor het geluid van deze mobiele installaties geldt alleen de specifieke zorgplicht. Voor agrarische bedrijven die bij inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsvergunning voor milieuactiviteiten hebben, blijven op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef>, de voorschriften van de omgevingsvergunning gelden.</Al>
			    <Al>Belangrijke verschillen tussen dit artikel en de instructieregels voor geluid van het Bkl zijn:</Al>
			    <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_617__content_617__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.65__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_617__content_617__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.65__list_o_1__item_o_1">
				<Al>Dit artikel geeft standaard 5 dB(A) lagere geluidwaarden en afwijkende tijdsperioden voor agrarische activiteiten. De instructieregels van het Bkl kennen voor agrarische activiteiten niet standaard 5 dB(A) lagere geluidwaarden en ook geen afwijkende tijdsperioden. Het Bkl biedt wel de mogelijkheid om een agrarisch gebied aan te wijzen waar de toelaatbare waarde 5 dB(A) lager is.</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_617__content_617__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.65__list_o_1__item_o_2">
				<Al>In dit artikel gelden de standaardwaarden niet voor mobiele installaties. De standaardwaarden van het Bkl gelden ook voor de mobiele installaties bij een agrarisch bedrijf als die vallen onder de representatieve bedrijfsituatie.</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_617__content_617__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.65__list_o_1__item_o_3">
				<Al>Akkers en weilanden zijn voor de toepassing van dit artikel geen onderdeel van de activiteit. De instructieregels van het Bkl gaan over al het geluid van locatiegebonden activiteiten, als dat geluid representatief is voor die activiteit.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>In dit artikel wordt het onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geldende geluidregime overgenomen, zodat de geluidsituatie niet verandert zolang de gemeente nog geen nieuw deel van het omgevingsplan heeft vastgesteld</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_b654bc7d4dd94cde924546c4181ee128__artrecital__content_22.66" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.66">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.66</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.17, zesde lid van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			    <Al>De begrippen glastuinbouwbedrijf en glastuinbouwgebied worden in dit omgevingsplan niet meer specifiek gedefinieerd. Het gaat dan respectievelijk om een activiteit die in de kern bestaat uit het in een kas telen van gewassen en een cluster aaneengesloten percelen voor glastuinbouwbedrijven.</Al>
			    <Al>De instructieregels van het Bkl kennen voor geluid door glastuinbouwbedrijven niet standaard 5 dB(A) lagere geluidwaarden en ook geen afwijkende tijdsperioden. Het Bkl biedt wel de mogelijkheid om een agrarisch gebied aan te wijzen waar de toelaatbare waarde 5 dB(A) lager is. In dit artikel wordt het onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer geldende geluidregime overgenomen, zodat de geluidsituatie niet verandert zolang de gemeente nog geen nieuw omgevingsplan heeft vastgesteld.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_eac7f04f610a49c887bc40bad695f0f3__artrecital__content_22.67" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.67">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.67</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In artikel 2.17, zevende lid, juncto 2.17a, vijfde lid, en de artikelen 2.18, vijfde lid, en 2.19a, tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond een mogelijkheid om bij of krachtens een gemeentelijke verordening hogere of lagere normen te laten gelden, dan de standaardnormen. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet blijven die regels zoals opgenomen in een gemeentelijke verordening (in veel gevallen in de Algemene Plaatselijke Verordening) nog gelden. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67" scope="Artikel">Artikel 22.67</IntRef> van dit omgevingsplan zorgt ervoor dat de waarden uit die verordening, voorrang hebben op de waarden zoals opgenomen in dit (tijdelijk deel) van het Omgevingsplan.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_e277da68bc624362ab69157213633f3e__artrecital__content_22.68" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.68">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.68</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van het overgangsrecht voor ligplaatsen, zoals was opgenomen in artikel 2.17, vierde lid, onder d, vijfde lid, onder f, en het zesde lid, onder d, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.<br/>Het in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64" scope="Artikel">22.64</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65" scope="Artikel">22.65</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66" scope="Artikel">22.66</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> opgenomen langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximaal geluidsniveau wordt verhoogd met 5 dB(A). Deze verhoging geldt voor drijvende woonschepen die als zodanig voor 1 juli 2012 in dit omgevingssplan zijn toegelaten èn voor drijvende woonfuncties die voor 1 juli 2012 waren opgenomen in een gemeentelijke verordening en nadien, maar voor 1 juli 2022, alsnog zijn opgenomen in een omgevingsplan.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_da6afdea412f413bb9170f3ef2c99aba__artrecital__content_22.69" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.69">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.69</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: eerbiedigende werking</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze bepaling geldt ter vervanging van artikel 2.17a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. In de meeste algemene maatregelen van bestuur op grond van het vervallen artikel 8.40 Wet milieubeheer, zoals het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, was een overgangsbepaling opgenomen die teruggreep op zogenaamde '8.40-AMvB's' die daarvóór in werking waren. Dit lid is van toepassing op activiteiten die worden verricht op de locatie van inrichtingen die onder de werking van die oudere besluiten vielen. Voor deze activiteiten worden de waarden in tabel 22.3.1 (standaard) en tabel 22.3.7 (glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied) met 5 dB(A) verhoogd, tenzij voordien volgens een milieuvergunning lagere waarden golden. Overigens wordt in artikel 2.17a, eerste tot en met derde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer abusievelijk verwezen naar artikel 2.17, in plaats van artikel 2.17a.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_9694a4af0f494803b84b121e050fa2bf__artrecital__content_22.70" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.70">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.70</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.18, eerste tot en met vierde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>Net als in artikel 5.73, eerste lid, onder a, van het Bkl is bepaald dat de geluidwaarden die in het omgevingsplan zijn opgenomen geen betrekking hebben op het geluid van de spoedeisende inzet van hulpvoertuigen. Dat geldt voor het gemiddelde geluidniveau en voor het maximale geluidniveau. Deze uitzondering geldt alleen voor de spoedeisende inzet en dus niet voor het geluid als gevolg van niet-spoedeisende inzet van hulpvoertuigen of bijvoorbeeld het onderhouden en testen van die voertuigen.</Al>
			    <Al>Anders dan in artikel 2.22 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, gaat deze omgevingsplanregel ook over geluid van traumahelikopters en over het Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT.</Al>
			    <Al>De mogelijkheid om met maatwerkvoorschriften gebruiksregels op te nemen geldt niet voor de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval. Zie de toelichting bij de artikelen 5.71 en 5.72 van het Bkl voor een verduidelijking.</Al>
			    <Al>Op grond van artikel 2.22, tweede lid van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was het mogelijk om maatwerkvoorschriften te stellen over te treffen technische en organisatorische maatregelen bij het uitrukken van motorvoertuigen voor ongevallenbestrijding, spoedeisende medische hulpverlening, brandbestrijding of gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval. Dit is dus veranderd in de instructieregels van het Bkl en deze omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
			    <Al>Bij het toedelen van functies aan locaties betrekt de gemeenteraad wel al het geluid vanwege de toegelaten activiteiten bij de vraag of het geluidniveau op een bepaalde locatie aanvaardbaar is. Het feit dat er in het omgevingsplan, maatwerkvoorschrift of omgevingsvergunning geen waarden of maatregelen mogen worden opgenomen voor het geluid van de spoedeisende inzet van hulpvoertuigen, betekent dus niet dat die geluidbronnen bij de toepassing van artikel 5.59, eerste lid, van het Bkl buiten beschouwing mogen blijven.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdelen b tot en met e</i>
                                       </Al>
			    <Al>Voor onversterkt stemgeluid geldt dat de omgevingsplanregels van rijkswege geen verandering teweegbrengen ten opzichte van de situatie onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit betekent dat het stemgeluid afkomstig van bijvoorbeeld onverwarmde of onoverdekte terrassen, schoolpleinen en sportvelden, buiten beschouwing wordt gelaten bij het beoordelen van de geluidwaarden veroorzaakt door een activiteit.</Al>
			    <Al>Op grond van de instructieregel in artikel 5.73 van het Bkl, moet onversterkt stemgeluid vaker buiten beschouwing worden gelaten dan onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en in deze omgevingsplanregels van rijkswege. Op grond van de instructieregel wordt onversterkt menselijk stemgeluid buiten beschouwing gelaten, tenzij het muziekgeluid is of daarmee vermengd is.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel f</i>
                                       </Al>
			    <Al>Voor geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging geldt dat de omgevingsplanregels van rijkswege geen verandering teweegbrengen ten opzichte van de situatie onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.<br/>In de Grondwet is bepaald dat iedereen het recht heeft zijn godsdienst of levensovertuiging individueel of in gemeenschap met anderen vrij te belijden. Wel kunnen volgens de Grondwet regels worden gesteld ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdelen g en h</i>
                                       </Al>
			    <Al>Bij het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang bij militaire inrichtingen en het ten gehore brengen van muziek vanwege het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht kan soms niet worden voldaan aan de waarden uit de artikelen in deze paragraaf. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid in de buitenlucht is het doorgaans niet mogelijk om maatregelen te treffen ter beperking van de geluidsemissie. Omdat het onwenselijk is deze activiteiten onmogelijk te maken, worden ze bij het bepalen van de geluidsniveaus buiten beschouwing gelaten.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdelen i en j</i>
                                       </Al>
			    <Al>Voor onversterkte muziek en traditioneel schieten geldt dat de omgevingsplanregels van rijkswege geen verandering teweegbrengen ten opzichte van de situatie onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit betekent dat onversterkte muziek en traditioneel schieten buiten beschouwing wordt gelaten, tenzij anders is bepaald in een Algemene Plaatselijke Verordening.</Al>
			    <Al>In de instructieregels van het Bkl wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen versterkte en onversterkte muziek, wat betekent dat onder het Bkl, anders dan onder het oude recht, onversterkte muziek wél onder de standaardwaarden voor geluid valt. Het Bkl biedt wel de flexibiliteit om bijvoorbeeld alsnog een splitsing aan te brengen tussen versterkte en onversterkte muziek. Deze flexibiliteit geldt ook voor traditioneel schieten.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_da6f5d3443144675bf568fae281ea948__artrecital__content_22.71" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.71">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.71</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.17, tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. De aanvullende eis van 50 dB(A) op 50 m geldt altijd, ongeacht of er een geluidgevoelig gebouw (buiten het gezoneerd industrieterrein) op minder dan 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, is gelegen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_55f2607563d840328a62aedd06842d17__artrecital__content_22.72" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.72">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.72</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 2.18, zesde tot en met achtste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			    <Al>Het geluid dat wordt veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden wordt buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. In bedrijven waar het systeem van substraatteelt niet wordt toegepast, maar waar in de grond wordt geteeld, moet op gezette tijden ontsmetting van de grond plaatsvinden. Dit geschiedt door de grond te stomen. Grondstomen vindt niet vaker dan enkele keren per jaar plaats. De frequentie hangt af van het te telen gewas. Gelet op de frequentie van het grondstomen en het feit dat het een activiteit is die door derden wordt uitgevoerd, kan deze activiteit niet worden beschouwd als een representatieve bedrijfssituatie zoals bedoeld in de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai'. Daarom blijft bij het bepalen van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef>, het door deze activiteit veroorzaakte geluid buiten beschouwing. Het grondstomen wordt in de regel uitgevoerd door gespecialiseerde bedrijven. Deze bedrijven plaatsen tijdelijk een mobiele installatie bij het tuinbouwbedrijf. Als het grondstomen met een eigen ketelinstallatie plaatsvindt, wordt het wel meegeteld bij het bepalen van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus omdat die installatie een vast onderdeel is van de activiteit, vaker kan worden gebruikt en door degene die de activiteit verricht zodanig kan worden aangepast dat het geluid gereduceerd wordt.</Al>
			    <Al>Omdat het grondstomen dat plaatsvindt met een installatie van derden buiten beschouwing blijft bij het bepalen van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, moeten maatregelen of voorzieningen getroffen worden om de geluidhinder zo veel mogelijk te reduceren. De maatregelen of voorzieningen zijn in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> omschreven. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen, waarmee de maatregelen of voorzieningen meer specifiek kunnen worden ingevuld.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_c229fce92cf84b6a8bb188bd4c594669__artrecital__content_22.73" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.73">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.73</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: festiviteiten</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In artikel 2.21, tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond ook een bevoegdheid voor gemeenten om bij of krachtens een gemeentelijke verordening voorwaarden te verbinden aan festiviteiten om geluidhinder te beperken of te voorkomen. Deze regels in een gemeentelijke verordening blijven na inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet mag de gemeente voorwaarden verbinden aan festiviteiten in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_3633c8c11b4e4ea9a280f35863a3d18d__artrecital__content_22.74" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.2__content_22.74">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.74</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd voor de manier van meten van - en rekenen met industrielawaai, verwezen naar de Handreiking meten en rekenen industrielawaai. Deze Handreiking meten en rekenen industrielawaai is nu verwerkt in de Omgevingsregeling. Deze meet- en rekenvoorschriften voor geluid blijven landelijk geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van de Omgevingswet. In dit omgevingsplan hoeven dus in principe geen verwijzingen opgenomen te worden naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is hier wel gedaan voor de leesbaarheid van de regelgeving. In de Omgevingsregeling zijn deze meet- en rekenbepalingen voor geluid opgenomen in paragraaf 6.2.1.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_0fd109939a5649c39b648cf91f1917e9__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.3" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.3">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.4.3</Nummer>
			  <Opschrift>Geluid door windturbines</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_0c099cade682498cadcb4987047de2f7__artrecital__content_22.75" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.3__content_22.75">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.75</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is een voorzetting van de regeling voor geluid veroorzaakt door windturbines uit paragraaf 3.2.3 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			    <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op nieuwe windparken met 3 of meer windturbines.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_0b49188c104841519207fbc1d4d24d0f__artrecital__content_22.76" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.3__content_22.76">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.76</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: waarden windturbines</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stonden hele concrete maatwerkmogelijkheden voor geluid van windturbines. Die mogelijkheden zijn er nu op grond van de maatwerkmogelijkheid van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan. Die mogelijkheden worden begrensd door onder andere de instructieregels van het Bkl.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_73028d5066c3413f8adec2aa108889ce__artrecital__content_22.77" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.3__content_22.77">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.77</Nummer>
			    <Opschrift>Registratie gegevens windturbines</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 3.14e van de voormalige Activiteitenregeling milieubeheer.<br/>Die ministeriële regeling bevatte in de artikelen 3.14a tot en met 3.14d ook veel gedetailleerde regels over de wijze van meten en rekenen van het geluid door windturbines. Deze regels staan niet in dit omgevingsplan maar zijn opgenomen in de Omgevingsregeling. Een geluidonderzoek voor windturbines wordt wel in dit omgevingsplan voorgeschreven in artikel 22.60.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_a45e4391c00345ed966c20e1d7923a9a__artrecital__content_22.78" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.3__content_22.78">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.78</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd voor de manier van meten van - en rekenen met industrielawaai, verwezen naar de Handreiking meten en rekenen industrielawaai. Deze Handreiking meten en rekenen industrielawaai is nu verwerkt in de Omgevingsregeling. Deze meet- en rekenvoorschriften voor geluid blijven landelijk geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van de Omgevingswet. In dit omgevingsplan hoeven dus in principe geen verwijzingen opgenomen te worden naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is hier wel gedaan voor de leesbaarheid van de regelgeving. In de Omgevingsregeling zijn deze meet- en rekenbepalingen voor geluid opgenomen in paragraaf 6.2.1.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_c0058181554a4b17ac5e19063f8f3726__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.4" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.4">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.4.4</Nummer>
			  <Opschrift>Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_11fcb990f12044c59fa24e5249f59d59__artrecital__content_22.79" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.4__content_22.79">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.79</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De regeling voor buitenschietbanen in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer is overgenomen in de omgevingsplanregels van rijkswege. Hierdoor ontstaat bij de invoering van de Omgevingswet geen rechtsvacuüm voor buitenschietbanen. Hoewel het toepassingsbereik in dit artikel iets anders wordt verwoord dan onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer het geval was, is geen beleidswijziging beoogd. Hieronder vallen dus nog steeds de civiele en militaire schietbanen, en het kleiduivenschieten, dat ook een civiele buitenschietbaan is waar met vuurwapens wordt geschoten. Daarnaast is het toepassingsbereik uitgebreid met militaire springterreinen. Geluid door militaire springterreinen werd onder het oude recht geregeld in de omgevingsvergunning voor milieu. In de Beleidsregel schietlawaai defensieterreinen staat een beoordelingswijze die overeenkomt met de beoordelingswijze voor buitenschietbanen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_84a7009c71a641c98b6e15c80b4de448__artrecital__content_22.80" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.4__content_22.80">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.80</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: waarden buitenschietbanen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In bijlage I bij het Bkl wordt het geluid Bs,dan gedefinieerd als: geluid op een plaats over alle dag-, avond- en nachtperioden van een jaar, berekend in overeenstemming met de bij ministeriële regeling aangewezen berekeningsmethode voor schietgeluid.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_fd68afd3f0c3413f8a6dfb42655d54c7__artrecital__content_22.81" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.4__content_22.81">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.81</Nummer>
			    <Opschrift>Registratie gegevens buitenschietbanen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 3.118a van de voormalige Activiteitenregeling milieubeheer.<br/>Die ministeriële regeling bevatte in artikel 3.118 ook gedetailleerde regels over de wijze van meten en rekenen van het geluid bij buitenschietbanen. Deze regels staan niet in dit omgevingsplan maar zijn opgenomen in de Omgevingsregeling.</Al>
			    <Al>In dit artikel is een registratieverplichting opgenomen. Aangezien het door de vele overdrachtsgegevens die deel uitmaken van de rekenmethodiek nauwelijks mogelijk is controlemetingen uit te voeren, wordt door de handhavende instanties gebruik gemaakt van het geregistreerde aantal schoten, het kaliber van de verschoten munitie en de dagdelen waarin deze verschoten is. Deze parameters komen overeen met die van het geluidonderzoek dat is voorgeschreven op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef> van dit omgevingsplan. Op deze wijze is bestuursrechtelijk toezicht mogelijk van de akoestische belasting op de omgeving.</Al>
			    <Al>In de Omgevingsregeling zijn deze meet- en rekenbepalingen voor geluid voor buitenschietbanen opgenomen in artikel 6.9.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_abf381eaaf8744b7a62cb5737b09b88f__artrecital__content_22.82" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.4__div_22.3.4.4__content_22.82">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.82</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd voor de manier van meten van - en rekenen met industrielawaai verwezen naar de Handreiking meten en rekenen industrielawaai. Deze Handreiking meten en rekenen industrielawaai is nu verwerkt in de Omgevingsregeling. Deze meet- en rekenvoorschriften voor geluid blijven landelijk geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van de Omgevingswet. In dit omgevingsplan hoeven dus in principe geen verwijzingen opgenomen te worden naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is hier wel gedaan voor de leesbaarheid van de regelgeving. In de Omgevingsregeling staan deze meet- en rekenbepalingen voor geluid in paragraaf 6.2.1.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_ab2984d5470f4c8f8881ceb838b4db13__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.5</Nummer>
			<Opschrift>Trillingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_2a80ea460d824747b9e67ddc84ce9cee__artrecital__content_22.83" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5__content_22.83">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.83</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen door een activiteit, in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Dit artikel geldt alleen voor activiteiten die ook onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling voor milieubelastende activiteiten, bedoeld in 1<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> vallen. Dat algemene toepassingsbereik probeert het oude begrip Wet milieubeheer- inrichting grotendeels te dekken. Zie daarover meer in de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>. De trillingvoorschriften van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer waren alleen van toepassing op deze Wet milieubeheer-inrichtingen. Deze paragraaf is alleen van toepassing op activiteiten die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaken. Dat bleek onder het Activiteitenbesluit milieubeheer impliciet door de verwijzing naar normwaarden in de Meet- en beoordelingsrichtlijn B 'Hinder voor personen' van de Stichting Bouwresearch.</Al>
			  <Al>De trillingparagraaf uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was niet van toepassing op vergunningplichtige inrichtingen. Deze paragraaf van dit omgevingsplan is wel van toepassing op vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten werden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, soms trillingnormen of andere voorschriften ter beperking van trillinghinder opgenomen in de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten. Deze bestaande vergunningvoorschriften blijven op grond van artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet gelden en hebben op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit omgevingsplan voorrang op de regels voor trillingen in deze paragraaf van dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd bij de bescherming tegen trillinghinder verwezen naar de begrippen 'geluidgevoelige ruimten' en 'verblijfsruimten', bedoeld in de voormalige Wet geluidhinder. Het Bkl bevat eigen begrippen 'trillinggevoelige gebouwen' en 'trillinggevoelige ruimten'. Deze gelden op grond van <IntRef ref="chp_1__art_1.1" scope="Artikel">artikel 1.1</IntRef>, <IntRef ref="chp_1__art_1.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, van dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Overigens is het begrip trillinggevoelige ruimte in het Bkl wel anders gedefinieerd dan een geluidgevoelige ruimte in de voormalige Wet geluidhinder en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Zo heeft de oude regelgeving het over een keuken van ten minste 11 m<sup>2</sup>. Die ondergrens van 11 m<sup>2</sup> vervalt. Een trillinggevoelige ruimte wordt gedefinieerd als een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een aangewezen gebruiksfunctie. In de praktijk kunnen dus kleine verschillen optreden. Als dit bij toepassing van de omgevingsplanregels van rijkswege in een concreet geval een probleem oplevert, dan kan dit opgelost worden met maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                    </Al>
			  <Al>Met dit artikel wordt bepaald dat deze paragraaf niet geldt voor trillingen in een trillinggevoelig gebouw dat tijdelijk is toegelaten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d886bd820d8b44b28cc84b8c08d8c079__artrecital__content_22.84" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5__content_22.84">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.84</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83" scope="Artikel">artikel 22.83</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onder b is de uitzondering opgenomen dat deze paragraaf niet geldt voor trillingen in een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar .<br/>Op grond van dit artikel, geldt die uitzondering alleen voor een trillinggevoelig gebouw dat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar, waarbij getoetst is aan de kwalitatieve norm 'aanvaardbaar' uit artikel 5.83, tweede lid, van het Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_1bb911e1106a44309388fb12e6e759f8__artrecital__content_22.85" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5__content_22.85">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.85</Nummer>
			  <Opschrift>Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden de trillingnormen voor de gehele inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Dus voor het samenstel van activiteiten die binnen de inrichting plaatsvonden. Deze bepaling beoogt hetzelfde. Wanneer op een locatie meerdere, onderling samenhangende activiteiten worden verricht, gelden de waarden voor trillingen voor dit samenstel van activiteiten. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de activiteiten behoren tot een bedrijf. Dit artikel geeft aan welke clustering van activiteiten als één activiteit beschouwd moet worden. Dit kunnen twee milieubelastende activiteiten zijn die elkaar functioneel ondersteunen. Uit de systematiek van het Bal volgt al dat een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de paragrafen 3.3 tot en met 3.11, bestaat uit de kernactiviteit, inclusief functioneel ondersteunende activiteiten. Dit is ook zo als die functioneel ondersteunende activiteiten zelf ook als milieubelastende activiteit in hoofdstuk 3 aangewezen zijn. Ook twee of meer milieubelastende activiteiten op één locatie die rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan worden op grond van dit artikel beschouwd als één activiteit.</Al>
			  <Al>De inhoud van dit artikel wijkt af van artikel 5.82 in het Bkl. Dit is gedaan om de omgevingsplanregels van rijkswege beter aan te laten sluiten bij de situatie zoals die was onder het oude recht.</Al>
			  <Al>Deze bepaling beoogt niet het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>, uit te breiden. Deze bepaling trekt een activiteit, zoals bijvoorbeeld landbouwvoertuigen op de weg, niet alsnog 'binnen' de activiteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a1c4e9e5187e48dfb52febe7ccb141e7__artrecital__content_22.86" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5__content_22.86">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.86</Nummer>
			  <Opschrift>Trillingen: functionele binding</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor trillingen niet van toepassing zijn op trillingen door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat functioneel verbonden is met de activiteit.<br/>Dit artikel sluit aan bij artikel 5.84 van het Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d25f88feeada47e79ac6890ffc3ee315__artrecital__content_22.87" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5__content_22.87">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.87</Nummer>
			  <Opschrift>Trillingen: voormalige functionele binding</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor trillingen in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat voorheen onderdeel was van een Wet milieubeheer-inrichting of functioneel verbonden was met een agrarische activiteit, niet gelden voor trillingen door die agrarische activiteit in dat trillinggevoelige gebouw.</Al>
			  <Al>Het gebouw blijft wel beschermd tegen trillingen, veroorzaakt door andere omliggende activiteiten.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel a</i>
                                    </Al>
			  <Al>Onderdeel a regelt dit voor zogenaamde 'plattelandswoningen' die in het tijdelijke deel van het omgevingsplan als zodanig zijn aangewezen. Dit was onder het oude recht bepaald in de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 1.1a) en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 1.3c).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel b</i>
                                    </Al>
			  <Al>Onderdeel b regelt dit voor trillingen door een agrarische activiteit, voor een gebouw met een voormalige functionele binding in het nieuwe deel van het omgevingsplan.</Al>
			  <Al>In een situatie als bedoeld onder b wordt in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, voor de woning waar het om gaat (of ander trillinggevoelig gebouw), bepaald dat deze woning geen bescherming geniet via waarden tegen trillinghinder door de agrarische activiteit waarmee de woning voorheen was verbonden.</Al>
			  <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet erin dat de waarden voor trillingen uit dit omgevingsplan, die gelden voor de agrarische activiteit, ook daadwerkelijk niet gaan gelden in de trillinggevoelige ruimten van de naastgelegen woning die nu geen functionele binding meer heeft.</Al>
			  <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van artikel 5.85 van het Bkl.<br/>Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 5.85 van het Bkl en paragraaf 2.3.8, onder 'Voormalige bedrijfswoningen', en paragraaf 8.1.3 onder 'Functioneel verbonden en functioneel ondersteunende gebouwen en locaties', van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_dff07d1af6a94c9dab40c335f4e6476a__artrecital__content_22.88" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5__content_22.88">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.88</Nummer>
			  <Opschrift>Trillingen: waarden voor continue trillingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Over de verhouding tussen de standaardwaarde A1 enerzijds en standaardwaarden A2 en A3 anderzijds wordt het volgende opgemerkt. Bij de continue trillingen moet in eerste instantie worden voldaan aan waarde A1 wat betreft het maximaal optredende trillingniveau (uitgedrukt als trillingssterkte Vmax). Als daar niet aan kan worden voldaan, mag het maximaal optredende trillingniveau weliswaar hoger zijn dan waarde A1, namelijk A2, maar dan moet het gemiddelde trillingniveau (uitgedrukt als trillingssterkte V<sub>per</sub>) wel onder een bepaalde waarde (A3) blijven. Met andere woorden: er wordt voldaan aan de waarden als:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_640__content_640__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5__content_22.88__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_640__content_640__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5__content_22.88__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>de waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (V<sub>max</sub>) kleiner is dan A1, of als</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_640__content_640__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5__content_22.88__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>de waarde van de maximale trillingssterkte in een ruimte (V<sub>max</sub>) kleiner is dan A2 waarbij de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor deze ruimte (V<sub>per</sub>) kleiner is dan A3.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Deze systematiek is een voortzetting van die onder het voorheen geldende recht. In artikel 2.23 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd verwezen naar tabel 2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn voor trillingen, deel B. Dat is de richtlijn Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B 'Hinder voor personen in gebouwen' van de Stichting Bouwresearch Rotterdam. De waarden voor continue trillingen zijn ontleend aan tabel 2 van deze richtlijn.</Al>
			  <Al>Degene die de activiteit verricht waardoor continue trillingen worden veroorzaakt, heeft dus de keuze tussen voldoen aan de waarden onder A1, of aan de waarden onder A2 én A3 zoals opgenomen in dit omgevingsplan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_ccad65de83fd4bb98ee8b7b1df082c3b__artrecital__content_22.89" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.5__content_22.89">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.89</Nummer>
			  <Opschrift>Trillingen: meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze meet- en rekenvoorschriften voor trillingen worden landelijk geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van de Omgevingswet. In dit omgevingsplan zijn dus in principe geen verwijzingen nodig naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is in dit geval wel gedaan voor de leesbaarheid van de regelgeving. In artikel 6.11 van de Omgevingsregeling staan deze meet- en rekenbepalingen voor trillingen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_1fc8f6d25f13417e8017427a22943aa1__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.6</Nummer>
			<Opschrift>Geur</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisie wId="gm0610_d6e52448e48842d28cfd6d1b24cff864__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.6.1</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_0fe043ff36914666ac79ed48641bcf3b__artrecital__content_22.90" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.90">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.90</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                             <br/>Activiteiten<br/></i>Deze paragraaf is van toepassing op geur door alle milieubelastende activiteiten die onder het algemeen toepassingsbereik, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>, van dit omgevingsplan vallen.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Geurgevoelige objecten</i>
                                       </Al>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object.<br/>Uit de begripsomschrijving in bijlage I bij dit omgevingsplan volgt dat een geurgevoelig object is:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_642__content_642__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.90__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_642__content_642__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.90__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>een geurgevoelig object zoals bedoeld in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de voormalige Wet geurhinder en veehouderij; en</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_642__content_642__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.90__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteiten mag worden gebouwd.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>Het begrip geurgevoelig gebouw is omschreven in artikel 5.91 van het Bkl.</Al>
			    <Al>Het begrip geurgevoelig object is anders dan het begrip geurgevoelig gebouw in het Bkl. Meer uitleg over het verschil tussen de twee begrippen staat in de toelichting op het begrip geurgevoelig object zoals opgenomen in bijlage I bij dit omgevingsplan.</Al>
			    <Al>Het Bkl biedt wel de flexibiliteit om het begrip geurgevoelig gebouw uit te breiden naar gebouwen die nu ook vallen onder het begrip geurgevoelig object. Het gaat hierbij om gebouwen waar hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Dit artikel sluit aan bij artikel 5.90 van het Bkl. Daarin zijn geurgevoelige gebouwen die zijn toegelaten voor de duur van niet meer dan tien jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de bepalingen over geur in dat besluit.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_768c8c098bc44cee9d327de1fdc26466__artrecital__content_22.91" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.91">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.91</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>In artikel 5.90 van het Bkl zijn geurgevoelige gebouwen die zijn toegelaten voor de duur van niet meer dan tien jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de bepalingen over geur in dat besluit. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen deze gebouwen dezelfde bescherming tegen geurhinder als alle andere geurgevoelige objecten.</Al>
			    <Al>Dit artikellid zorgt ervoor dat de tijdelijke geurgevoelige objecten die toegelaten zijn op grond van het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel bescherming in de vorm van geurwaarden en afstandseisen blijven houden. Dit tot het moment dat bij:</Al>
			    <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_643__content_643__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.91__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_643__content_643__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.91__list_o_1__item_o_1">
				<Al>het vaststellen van het nieuwe deel van dit omgevingsplan; of</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_643__content_643__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.91__list_o_1__item_o_2">
				<Al>het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit beoordeeld is dat de situatie ook zonder geldende waarde of afstanden voor geur op het tijdelijke geurgevoelige gebouw aanvaardbaar is.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Onderdeel b van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> gaat over geprojecteerde en in aanbouw zijnde geurgevoelige gebouwen die op grond van het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet toegelaten zijn. Deze gebouwen krijgen op grond van dit onderdeel geen bescherming voor geur. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer bood namelijk geen bescherming voor geur aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.</Al>
			    <Al>
                                          <strong>Schema: of waarden of afstanden voor geur gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke geurgevoelig gebouwen of objecten</strong>
                                       </Al>
			    <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_643__content_643__table_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.91__table_o_1">
			      <title/>
			      <tgroup cols="2" align="left">
				<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
				<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
				<tbody valign="top">
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top">
				      <Al>
                                                         <strong>Geurgevoelig gebouw of object</strong>
                                                      </Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col2" valign="top">
				      <Al>
                                                         <strong>Activiteit</strong>
                                                      </Al>
				    </entry>
				  </row>
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top">
				      <Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col2" valign="top">
				      <Al>de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing</Al>
				    </entry>
				  </row>
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top">
				      <Al>in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col2" valign="top">
				      <Al>de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing</Al>
				    </entry>
				  </row>
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top">
				      <Al>geurgevoelig object dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar .</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col2" valign="top">
				      <Al>de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing</Al>
				    </entry>
				  </row>
				  <row>
				    <entry colname="col1" valign="top">
				      <Al>geurgevoelig gebouw dat in het nieuwe deel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar.</Al>
				    </entry>
				    <entry colname="col2" valign="top">
				      <Al>de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing</Al>
				    </entry>
				  </row>
				</tbody>
			      </tgroup>
			    </table>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_c05ccbadcb364172903704a64cd3a4f7__artrecital__content_22.92" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.92">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.92</Nummer>
			    <Opschrift>Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel regelt waar de waarden of afstanden gelden die voor geur door een activiteit op een geurgevoelig object gelden. Als het geurgevoelige gebouw al gerealiseerd is, gelden de waarden of afstanden op of tot de gevel van het geurgevoelige gebouw (onderdeel a). Als het geurgevoelige gebouw nog niet gerealiseerd is, gelden de waarden of afstanden op of tot de plaats waar de gevel van het geurgevoelige gebouw mag worden gerealiseerd (onderdeel b).</Al>
			    <Al>Voor woonwagens en woonschepen geldt dat, anders dan bij andere geurgevoelige objecten, de waarden gelden op een begrenzing van de locatie. De woonwagen en het woonschip wordt dus niet zelf beschermd, maar de locatie waarop de woonwagen of het woonschip geplaatst kan worden. Dit heeft te maken met de verplaatsbaarheid van de woonwagen en het woonschip binnen de locatie en de lagere eisen aan de gevels van zulke gebouwen. Dit artikel sluit aan bij de artikelen 5.93 en 5.94 van het Bkl.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_b900242ed65d4f7dac0017142466f3cb__artrecital__content_22.93" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.93">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.93</Nummer>
			    <Opschrift>Geur: functionele binding</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor geur niet van toepassing zijn op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat een functionele binding heeft met die activiteit. Dit artikel sluit aan bij artikel 5.95 van het Bkl.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_bebc22ad8ef44774a2070034c73e8951__artrecital__content_22.94" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.94">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.94</Nummer>
			    <Opschrift>Geur: voormalige functionele binding</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bepaalt dat voor een geurgevoelig object dat voorheen onderdeel was van de Wet milieubeheer-inrichting of functioneel verbonden was met een agrarische activiteit, de afstanden en waarden voor geur door die agrarische activiteit niet gelden. Het gebouw blijft wel beschermd tegen geur, veroorzaakt door andere omliggende bedrijven.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>Onderdeel a regelt dat de afstanden en waarden voor geur door een activiteit niet gelden voor de zogenaamde 'plattelandswoningen' die in het tijdelijke deel van het omgevingsplan als zodanig zijn aangewezen. Dit was onder het oude recht bepaald in de bepalingen van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij (artikel 2, derde lid) en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 1.3c).</Al>
			    <Al>
                                          <i>Onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Onderdeel b regelt dat de afstanden en waarden voor geur voor een agrarische activiteit niet gelden voor een gebouw met een voormalige functionele binding in het nieuwe deel van het omgevingsplan.</Al>
			    <Al>Dit betekent dat in dit omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, voor de woning waar het om gaat (of ander geurgevoelig gebouw), wordt bepaald dat deze woning geen bescherming krijgt tegen geurhinder door de agrarische activiteit waarmee de woning voorheen was verbonden, via waarden of afstanden.</Al>
			    <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet er vervolgens in dat de waarden en afstanden voor geur uit dit omgevingsplan die gelden voor de agrarische activiteit, niet gaan gelden op de gevel van de naastgelegen woning die nu geen functionele binding meer heeft.</Al>
			    <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van artikel 5.96 Bkl.<br/>Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 5.96 Bkl en paragraaf 2.3.8, onder 'Voormalige bedrijfswoningen', en paragraaf 8.1.3 onder 'Functioneel verbonden en functioneel ondersteunende gebouwen en locaties', van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bkl.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_94ca3a04af4c4eeab71a33fb5d9f5d0d__artrecital__content_22.95" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.1__content_22.95">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.95</Nummer>
			    <Opschrift>Geur: cumulatie</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De bepalingen in deze paragraaf van het tijdelijke deel van het omgevingsplan stellen waarden of minimumafstanden voor geur voor een individuele activiteit. In de paragrafen voor het houden van landbouwhuisdieren gaat het om een waarde of minimumafstanden voor een individuele veehouderij en alleen vanwege dierenverblijven. Hierbij is geen rekening gehouden met cumulatie van geur, veroorzaakt door meerdere veehouderijen in een gebied of cumulatie door meerdere bronnen binnen de veehouderij. Cumulatie kan een reden zijn om strengere eisen te stellen dan de waarden of afstanden die afgeleid zij van een individuele activiteit. Op grond van het Bal is het houden van landbouwhuisdieren in veel gevallen vergunningplichtig. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit moet bij het beoordelen van de significante milieuverontreiniging, bedoeld in artikel 8.9 van het Bkl, rekening worden gehouden met cumulatie van geur. Dat kan leiden tot strengere vergunningvoorschriften dan de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Bij niet-vergunningplichtige veehouderijen kunnen strengere eisen zo nodig in een maatwerkvoorschrift worden vastgelegd.</Al>
			    <Al>Bij het opnemen van omgevingsplanregels in het nieuwe deel van het omgevingsplan moet op grond van artikel 5.92, eerste lid, van het Bkl, cumulatie betrokken worden. Dat kan leiden tot strengere regels in het nieuwe deel dan de regels van het tijdlijke deel. Als in het nieuwe deel van het omgevingsplan waarden worden opgenomen waarbij cumulatie al is meegewogen, zal bij het verlenen van de omgevingsvergunningen in beginsel geen noodzaak bestaan om in de vergunning strengere eisen op te nemen. Een andere mogelijkheid is dat in situaties waarin er een vergunningplicht voor een veehouderijen op grond van het Bal geldt, ook het nieuwe deel van het omgevingsplan expliciet uit zal gaan van geurhinder als gevolg van de geurbelasting door de individuele activiteit, en de beoordeling van cumulatieve geurbelasting overlaat aan het traject van vergunningverlening. In dat geval zullen omgevingsvergunningen in cumulatieve situaties strengere eisen kunnen bevatten.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_a4f779344f8a4404b77f45c770d091a8__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.6.2</Nummer>
			  <Opschrift>Geur houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_b9b118561a43454e866805050f62f36d__artrecital__content_22.96" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.96">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.96</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Deze paragraaf gaat over beginnen, wijzigen of uitbreiden van het houden in een dierenverblijf van landbouwhuisdieren en paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden.<br/>Paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden zijn specifiek benoemd omdat deze niet vallen onder het begrip landbouwhuisdieren in het Bal. Het begrip landbouwhuisdieren in het Bal is op grond van <IntRef ref="chp_1__art_1.1" scope="Artikel">artikel 1.1</IntRef> van dit omgevingsplan van toepassing op dit omgevingsplan.</Al>
			    <Al>Het gaat in deze paragraaf dus om:<br/>landbouwhuisdieren zoals bedoeld in Bijlage I bij het Bal, zijnde:</Al>
			    <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_648__content_648__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.96__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_648__content_648__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.96__list_o_1__item_o_1">
				<Al>zoogdieren of vogels voor de productie van vlees, eieren, melk, wol, pels of veren of paarden of pony's voor het fokken; en</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_648__content_648__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.96__list_o_1__item_o_2">
				<Al>paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>Bovenstaande komt overeen met het begrip landbouwhuisdier uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor bijvoorbeeld kinderboerderijen, dierentuinen, hondenkennels en volières gelden deze voorschriften niet. Het gaat bij deze bedrijven namelijk niet om het houden van landbouwhuisdieren, omdat deze dieren niet voor de productie worden gehouden. Deze activiteiten vallen wel onder <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.25</IntRef>. Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren of andere vogels of zoogdieren.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Als ondergrens voor het van toepassing zijn van deze paragraaf is aangesloten bij de ondergrenzen zoals die ook golden in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, namelijk: minder dan 10 schapen, 5 paarden en pony's, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen en 10 overige landbouwhuisdieren.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_782e15d37958423cb55abc20eb0b46bc__artrecital__content_22.97" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.97">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.97</Nummer>
			    <Opschrift>Geur vanaf waar afstanden gelden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De afstanden zoals opgenomen in deze paragraaf worden gemeten tussen het emissiepunt van het dierenverblijf en het dichtstbijzijnde geurgevoelige object.</Al>
			    <Al>Het gaat om het emissiepunt als bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Bal. Op grond van dat artikel wordt onder emissiepunt verstaan:<br/>a. het punt waarop een relevante hoeveelheid emissie buiten het dierenverblijf treedt of wordt gebracht; of</Al>
			    <Al>b. bij een gedeeltelijk overdekt dierenverblijf: het punt waarop een relevante hoeveelheid emissie buiten het overdekte gedeelte van het dierenverblijf treedt of wordt gebracht.</Al>
			    <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" scope="Artikel">artikel 22.103</IntRef> wordt hier een uitzondering op gemaakt voor de zogenaamde gevel- gevelafstanden.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_e823e96f892e4e6bb121b8c7da8a2d87__artrecital__content_22.98" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.98">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.98</Nummer>
			    <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Dit lid is een voorzetting van artikel 3.115, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 3 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij. In dit artikel worden de standaardwaarden voor geurbelasting in odour units gegeven voor dierenverblijven met dieren waarvoor een emissiefactor is vastgesteld.</Al>
			    <Al>De waarden gelden alleen voor beginnen, wijzigen of uitbreiden. Dit staat in het toepassingsbereik van deze paragraaf. Of de situatie overbelast is, maakt niet uit zolang niet wordt uitgebreid of gewijzigd.</Al>
			    <Al>Op grond van bijlage I bij dit omgevingsplan wordt onder landbouwhuisdieren met geuremissiefactor verstaan: landbouwhuisdieren waarvoor een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:<br/>a. varkens, kippen, schapen of geiten; of</Al>
			    <Al>b. als deze worden gehouden voor de vleesproductie:</Al>
			    <Al>1°. rundvee tot 24 maanden;</Al>
			    <Al>2°. kalkoenen;</Al>
			    <Al>3°. eenden; of</Al>
			    <Al>4°. parelhoenders.</Al>
			    <Al>Er wordt net zoals in de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer onderscheid gemaakt tussen geurgevoelige objecten binnen en buiten de bebouwde kom. Het begrip 'bebouwde kom' was en is niet gedefinieerd. De grens van de bebouwde kom wordt niet alleen bepaald door de wegenverkeerswetgeving, maar ook door de aard van de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. In het Bkl wordt de bebouwde kom vervangen door de bebouwingscontour die in het omgevingsplan moet worden opgenomen, zodat vooraf hierover altijd duidelijkheid is. Gemeenten wijzen dan bebouwingscontouren aan in het omgevingsplan.</Al>
			    <Al>Voor dit artikel geldt dat als in een geurverordening op grond van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij een andere waarde is vastgesteld dan de waarde in dit lid, die andere waarde voorrang heeft op de waarde zoals opgenomen in dit artikel. Dit is geregeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef>, eerste lid, van dit omgevingsplan. Deze voorrang werkt ook door in de volgende artikelen van deze paragraaf, bijvoorbeeld voor het berekenen van de geur in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> of de eerbiedigende werking in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99" scope="Artikel">artikel 22.99</IntRef>.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd voor de manier van berekenen van de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor verwezen naar de ministeriële regeling die op grond van artikel 10 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij was vastgesteld. In de Omgevingsregeling is deze methode voor het berekenen van de geurwaarden verwerkt in artikel 6.14.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_a0abcd9884664b60b1b26b1893bf5989__artrecital__content_22.99" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.99">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.99</Nummer>
			    <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij waarden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor situaties waar op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet niet voldaan wordt aan de immissiewaarden die gelden op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.97" scope="Artikel">artikel 22.97</IntRef>. De standaardwaarden uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">artikel 22.98</IntRef> gelden niet voor het op een locatie wijzigen of uitbreiden van het aantal of soort landbouwhuisdieren met geuremissiefactor in dierenverblijven, als sprake is van een rechtmatig voor geur overbelaste situatie op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			    <Al>Er hoeft in dat geval dus niet aan de standaardwaarden te worden voldaan, maar uitbreiden en wijzigen is alleen mogelijk in de volgende gevallen:</Al>
			    <Lijst type="expliciet" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_651__content_651__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.99__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_651__content_651__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.99__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>Zolang de geur op een geurgevoelig gebouw door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig object niet toeneemt en het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet toeneemt. Dit is de voortzetting van de artikelen 3, derde lid, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en 3.115, tweede lid, onder c, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_651__content_651__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.99__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>Als aan de 50%-regeling wordt voldaan.<br/>In rechtmatig toegestane overschrijdingssituaties mag het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet toenemen, tenzij er een geurbelastingreducerende maatregel getroffen is en de toegestane overschrijding van de geur gehalveerd wordt. Bij het toepassen van de 50%-regeling moet gerekend worden met de waarden zoals opgenomen in het omgevingsplan of in de geurverordening.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>Voor wat betreft de geur die rechtmatig veroorzaakt mocht worden, gaat het om de geur die onmiddellijk voorafgaand aan het toepassen van de maatregel rechtmatig mocht worden veroorzaakt.<br/>Daarmee is voorzien in de eerbiedigende regeling voor het houden van landbouwhuisdieren in bestaande dierenverblijven waarbij sprake is van een toegestane overschrijdingssituatie.</Al>
			    <Al>Dit lid vormt de voortzetting van artikel 3, vierde lid, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en artikel 3.115, tweede lid, onder b en c, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de 50%-regeling is aangesloten bij de formulering zoals die in artikel 3.115, tweede lid, onder b, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer is opgenomen in plaats van de formulering in artikel 3, vierde lid, van de voormalige Wet geurhinder veehouderij. Hierdoor hoeft niet berekend te worden wat de reductie als gevolg van de geurbelastingreducerende maatregelen zou zijn, gelet op de bestaande (oude) situatie. Dit is eenvoudiger voor de praktijk.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_5928f7a492e446918d07339b43121013__artrecital__content_22.100" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.100">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.100</Nummer>
			    <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige objecten</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel staan de minimumafstanden tussen een dierenverblijf met landbouwhuisdieren waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld en een geurgevoelig object dat hoort of heeft gehoord bij een andere veehouderij of een ruimte-voor-ruimtewoning. Het gaat hier om woningen bij omliggende veehouderijen, woningen bij omliggende veehouderijen die na 19 maart 2000 zijn gestopt of woningen die zijn gebouwd na 19 maart 2000 tegelijk met het (deels) beëindigen van een omliggende veehouderij. De genoemde geurgevoelige objecten krijgen minder bescherming dan andere geurgevoelige objecten, maar er moet wel sprake zijn van een minimaal beschermingsniveau. Dit minimale beschermingsniveau wordt bereikt door een afstand aan te houden van 100 meter tot een object binnen de bebouwde kom en 50 meter tot een object buiten de bebouwde kom. Als niet voldaan wordt aan de minimumafstand, dan moet wel aan artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">22.98</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99" scope="Artikel">22.99</IntRef> voldaan worden.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_b146cb3af25b471799b1b65b415e08c2__artrecital__content_22.101" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.101">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.101</Nummer>
			    <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's voor het berijden: afstand</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Voor landbouwhuisdieren waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld gelden geen waarden, maar is het uitgangspunt dat afstanden worden aangehouden. Deze afstanden zijn in dit artikel opgenomen. Het gaat hierbij om vaste afstanden: de afstand is niet gekoppeld aan het aantal landbouwdieren.</Al>
			    <Al>In dit omgevingsplan wordt onder landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor verstaan: landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld met uitzondering van pelsdieren. Deze begripsbepaling staat opgenomen in Bijlage 1 bij dit omgevingsplan.</Al>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 4, eerste lid, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en artikel 3.117, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			    <Al>Voor dit artikel geldt dat als in een geurverordening op grond van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij een andere afstand is vastgesteld dan de afstand in dit artikel, die andere afstand uit de geurverordening voorrang heeft op de afstand zoals opgenomen in dit artikel. Dit is geregeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> van dit omgevingsplan. Deze voorrang werkt ook door in de volgende artikelen van deze paragraaf over de eerbiedigende werking.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_456b5388907d491e9b5c14351bcc7eb3__artrecital__content_22.102" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.102">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.102</Nummer>
			    <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor situaties waar op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet niet voldaan wordt aan de vereiste afstanden die gelden op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101" scope="Artikel">artikel 22.101</IntRef>.</Al>
			    <Al>In dat geval is uitbreiden toegestaan als het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden, niet toeneemt en de afstand tot een geurgevoelig object niet kleiner wordt.</Al>
			    <Al>Dit lid vormt de voortzetting van de artikelen 4, derde lid, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en 3.117, tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_537ebc610fed483ea5ed3948f0722671__artrecital__content_22.103" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.103">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.103</Nummer>
			    <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren en paarden of pony's voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenverblijf</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bevat afstanden gemeten vanaf (de buitenzijde van) de gevel van het dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelig object, de zogenaamde gevel tot gevelafstanden.</Al>
			    <Al>De afstanden, bedoeld in dit artikel, gelden naast de waarden die op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">artikel 22.98</IntRef> gelden en naast de afstanden die op grond van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100" scope="Artikel">22.100</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101" scope="Artikel">22.101</IntRef> gelden.</Al>
			    <Al>Dit artikel geldt voor het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor en voor landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en voor het houden van paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden. Door dit artikel wordt geborgd dat er altijd een zekere afstand is tussen een geurgevoelig object en een dierenverblijf. Dit onderdeel is een voortzetting van artikel 5, eerste lid, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en artikel 3.119, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_755c6113abee4cc9b472bd99cf073628__artrecital__content_22.104" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.104">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.104</Nummer>
			    <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor het wijzigen of uitbreiden van het in een dierenverblijf houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, voor locaties waar de afstand tussen de gevel van een dierenverblijf voor het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor en een geurgevoelig object rechtmatig kleiner is dan de afstand, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" scope="Artikel">artikel 22.103</IntRef>. Dat houdt in dat bij wijzigen of uitbreiden op die locatie, de gevel tot gevelafstand niet mag afnemen, het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet mag toenemen én de geur op een geurgevoelig gebouw door het houden van</Al>
			    <Al>landbouwhuisdieren met geuremissiefactor niet mag toenemen. De eisen zoals gesteld onder a, b en c zijn cumulatief.</Al>
			    <Al>Dit artikel is de voortzetting van artikel 5, tweede lid, onder a, van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij en artikel 3.119, tweede lid, onder a en b, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_d3945157d50e4ec09a3e33cc566c5e60__artrecital__content_22.105" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.2__content_22.105">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.105</Nummer>
			    <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor een soortgelijke situatie als in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104" scope="Artikel">artikel 22.104</IntRef>, maar dan voor landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden. Dat houdt in dat bij wijzigen of uitbreiden op die locatie, de gevel tot gevelafstand niet mag afnemen en het aantal het aantal landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden niet mag toenemen. De eisen gesteld onder a en b zijn cumulatief.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_97acd67b4f144949a24a855370330c6c__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.6.4</Nummer>
			  <Opschrift>Geur door andere agrarische activiteiten</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_72718aa936f641a0a60db25ea714edf6__artrecital__content_22.114" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.114">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.114</Nummer>
			    <Opschrift>Geur opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel vormt een voortzetting van de artikelen 1.1, eerste lid, 3.45, eerste lid, en 3.46, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Die artikelen zagen op het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen. Dit artikel ziet niet op alle agrarische bedrijfsstoffen, maar enkel op een deel ervan. De regels voor de andere agrarische bedrijfsstoffen zijn elders in paragraaf 22.3.6.4 geregeld.</Al>
			    <Al>Dit artikel geldt voor alle milieubelastende activiteiten die vallen onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in 1<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>, waaronder opslag van vaste mest op een weiland of akker.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>Dit artikel geldt niet voor de opslag van vaste mest afkomstig van andere dieren dan landbouwhuisdieren of paarden en pony's die gehouden worden in verband met het berijden, zoals honden, dieren op de kinderboerderij of dieren in dierentuinen. Voor de geurhinder, veroorzaakt door die mestopslagen geldt artikel 22.240.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>Bij het opslaan van minder dan 3 m<sup>3</sup> vaste mest, champost of dikke fractie gelden geen eisen, anders dan de specifieke zorgplicht.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Als vaste mest, champost of dikke fractie korter dan twee weken op één plek opgeslagen ligt, dan is dit artikel niet van toepassing. Wel geldt de specifieke zorgplicht.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                                       </Al>
			    <Al>Een opslag van meer dan 600 m<sup>3</sup> vaste mest valt niet onder het toepassingsbereik van dit artikel. In artikel 22.262 is aanvullend op deze bovengrens een vergunningplicht opgenomen voor de opslag van meer dan 600 m<sup>3</sup> vaste mest.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>De afstanden in dit lid komen overeen met de afstanden in artikel 3.46, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.<br/>De maatwerkmogelijkheid in artikel 3.46, achtste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer is niet specifiek overgenomen. Dit valt nu onder de generieke maatwerkbevoegdheid van deze afdeling van dit omgevingsplan.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_a61d0a0a6dd44414b3f9c37d5e2e4815__artrecital__content_22.115" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.115">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.115</Nummer>
			    <Opschrift>Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong: afstand</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel vormt een voortzetting van de artikelen 1.1, eerste lid, 3.45, eerste lid, en 3.46, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Die artikelen zagen op het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen. Dit artikel ziet niet op alle agrarische bedrijfsstoffen, maar enkel op substraatmateriaal van plantaardige oorsprong. De regels voor de andere agrarische bedrijfsstoffen zijn elders in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.3.6.4</IntRef>geregeld.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Bij het opslaan van minder dan 3 m<sup>3</sup> gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong gelden geen eisen, anders dan de specifieke zorgplicht.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>De afstanden in dit lid komen overeen met de afstanden in artikel 3.46, eerste lid van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_7df4f2ac50e44c938db6d0aa8c185737__artrecital__content_22.116" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.116">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.116</Nummer>
			    <Opschrift>Geur opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel regelt het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen. Kuilvoer is veevoer dat door inkuilen als wintervoorraad opgeslagen wordt. Kuilgras en snijmaïs kunnen onder meer als kuilvoer gebruikt worden. In bijlage I bij het Bal worden vaste bijvoedermiddelen omschreven als plantaardige restproducten uit de landbouw en tuinbouw. Ook de plantaardige restproducten afkomstig van voedselbereiding en voedselverwerking vallen onder vaste bijvoedermiddelen. Dat geldt niet voor voedselresten afkomstig van restaurants, cateringfaciliteiten en keukens.</Al>
			    <Al>Dit artikel vormt een voortzetting van de artikelen 1.1, eerste lid, 3.45, eerste lid, en 3.46, eerste, vijfde en negende lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Die artikelen van dat besluit zagen op het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen. Dit artikel ziet niet op alle agrarische bedrijfsstoffen, maar enkel op kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen. De afstandseisen voor het opslaan van vaste bijvoedermiddelen en kuilvoer gelden niet als er sprake is van een totaal volume van minder dan 3 m<sup>3</sup>. Dit is in lijn met de regels uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. In de instructieregels van het Bkl en in het Bal is deze grens van 3 m3 vervallen.</Al>
			    <Al>Dit artikel geldt voor alle milieubelastende activiteiten die vallen onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>. Zo gelden deze regels voor het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen bij bijvoorbeeld een veehouderij, een manege of dierentuin.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_83fbe6dda1634838bf873b77ccb0df09__artrecital__content_22.117" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.117">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.117</Nummer>
			    <Opschrift>Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Met dit artikellid en de begripsomschrijvingen in het Bal zijn de artikelen 3.50, derde lid, en 3.51, elfde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer omgezet.<br/>Het mestbassin is bovengronds gelegen en kan ook uit een mestzak of foliebassin bestaan. Voor de berekening van de gezamenlijke oppervlakte en de gezamenlijke inhoud worden de oppervlakte en inhoud van mestkelders en ondergrondse mestbassins die zijn voorzien van een afdekking die als vloer fungeert niet meegerekend. Is sprake van meerdere bassins, dan worden deze voor de oppervlakte- of inhoudsbepaling dus bij elkaar opgeteld. Een uitgebreide toelichting over het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie is te lezen in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 4.855 van het Bal.</Al>
			    <Al>In het Bal staat geen vergunningplicht voor het opslaan van dierlijke meststoffen die verpompbaar zijn in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 750 m<sup>2</sup> of een gezamenlijke inhoud groter dan 2.500 m<sup>3</sup>. Deze vergunningplicht komt wel terug in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262" scope="Artikel">artikel 22.262</IntRef> van dit omgevingsplan.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>De afstand die ten minste in acht moet worden genomen, is kleiner voor bassins met een (gezamenlijke) oppervlakte kleiner dan 350 m<sup>2</sup> dan voor bassins met een (gezamenlijke) oppervlakte van 350 m<sup>2</sup> of meer. Verder geldt een kleinere afstand van het bassin tot een geurgevoelig object of een geprojecteerd geurgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met een veehouderij in de directe omgeving dan een te beschermen object zonder die functionele binding met een veehouderij.</Al>
			    <Al>Ondanks dat de afstanden in acht worden genomen, kan toch geuroverlast optreden. Het bevoegd gezag heeft dan de mogelijkheid om aanvullende eisen te stellen met maatwerkvoorschriften. Dit kan bijvoorbeeld voor de situering van het mestbassin, het afdekken ervan en de frequentie en tijdstip van de aan- en afvoer. Dit geldt ook voor mestkelders. Met name het leegpompen van mestkelders kan leiden tot geuroverlast.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_529682b563b640adb5aa1f0d1082908e__artrecital__content_22.118" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.118">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.118</Nummer>
			    <Opschrift>Geur voorziening biologisch behandelen dierlijke meststoffen voor of na vergisten: afstand</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                             <br/>
                                          </i>Dit artikel is van toepassing op een voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten van dierlijke meststoffen.</Al>
			    <Al>Dit artikel geldt bij alle milieubelastende activiteiten, die vallen onder het algemene toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>. Zo is dit artikel niet alleen van toepassing bij een bedrijf voor mestbehandeling, als bedoeld in artikel 3.225 van het Bal, maar op alle mestvergistingsinstallaties die voldoen aan de omschrijving in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Dit artikel is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in het Bal.<br/>Een vergunningplicht kan onder meer gelden bij mestverwerking van meer dan 25.000 m<sup>3</sup> mest van derden (grootschalige mestverwerking, artikel 3.91 Bal) of als de vergistingsinstallatie onderdeel is van een IPPC-installatie.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Dit lid is een voortzetting van de artikelen 3.129c en 3.129g, eerste en tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Het bepaalde in artikel 3.129g, derde lid, van dat besluit, dat regelde dat bepaalde gebruikseisen bij maatwerkvoorschrift kon worden vastgelegd, valt nu onder de generieke maatwerkbevoegdheid van deze afdeling van dit omgevingsplan. Het stellen van gebruiksregels, ofwel maatwerkvoorschriften, aanvullend op de afstandseis kan nodig zijn om te voldoen aan artikel 5.92 van het Bkl, dat vereist dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Hierbij kan gedacht worden aan maatwerkvoorschriften over:</Al>
			    <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_662__content_662__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.118__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_662__content_662__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.118__list_o_1__item_o_1">
				<Al>de situering van de voorziening;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_662__content_662__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.118__list_o_1__item_o_2">
				<Al>het gesloten uitvoeren van de voorziening;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_662__content_662__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.118__list_o_1__item_o_3">
				<Al>de ligging en afvoerhoogte van het emissiepunt, wanneer emissies worden afgezogen;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_662__content_662__list_o_1__item_d" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.118__list_o_1__item_o_4">
				<Al>de toepassing van een doelmatige ontgeuringsinstallatie.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_fcdeb68be2d44a08bb37722a13736eab__artrecital__content_22.119" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.119">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.119</Nummer>
			    <Opschrift>Geur composteren of opslaan van groenafval: afstand</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van de artikelen 1.1, eerste lid, 3.45 en 3.46, eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, voor zover het gaat om het opslaan van groenafval inclusief afgedragen gewas (restmateriaal afkomstig van de teelt van gewassen), en de artikelen 3.106 en 3.108, eerste en tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, voor zover het gaat om composteren van groenafval.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef></i>
                                       </Al>
			    <Al>Dit artikel ziet op de geur door het composteren of opslaan van groenafval, bedoeld in artikel 4.879 van het Bal.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Het bepaalde in de artikelen 3.46, achtste lid, en 3.108, derde lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, dat regelde dat bepaalde gebruikseisen bij maatwerkvoorschrift konden worden vastgelegd, valt nu onder de generieke maatwerkbevoegdheid van deze afdeling van dit omgevingsplan. Het stellen van gebruiksregels aanvullend op de afstandseis kan nodig zijn om te voldoen aan artikel 5.92 van het Bkl. Dat artikel vereist dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_69c164f7573b4ddea41a89644d09bea3__artrecital__content_22.120" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.120">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.120</Nummer>
			    <Opschrift>Geur overige agrarische activiteiten: eerbiedigende werking</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In beginsel geldt bij geur die veroorzaakt wordt door de activiteiten, bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">22.114</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">22.119</IntRef>, de afstanden die in die artikelen zijn genoemd. Deze afstandseisen gelden niet bij 'overbelaste situaties'. Dit artikel bevat een regeling met 'eerbiedigende werking' voor zulke bestaande situaties. Zie voor een nadere toelichting hierover de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.126 van het Bkl.</Al>
			    <Al>Als dit artikel van toepassing is, heeft degene die de activiteit verricht op grond van de specifieke zorgplichtbepaling de plicht om maatregelen of voorzieningen te treffen die geurhinder voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau beperken. Hierbij kan gedacht worden aan maatregelen over:</Al>
			    <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_664__content_664__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.120__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_664__content_664__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.120__list_o_1__item_o_1">
				<Al>de situering van de plaats van de opgeslagen bedrijfsstoffen;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_664__content_664__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.120__list_o_1__item_o_2">
				<Al>het afdekken van de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen; of</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_664__content_664__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.4__content_22.120__list_o_1__item_o_3">
				<Al>de frequentie van de afvoer van de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer stond ook dat degene die de inrichting drijft op verzoek van het bevoegd gezag aangeeft welke maatregelen of voorzieningen hij daarvoor heeft getroffen of zal treffen. Deze gegevens kan het bevoegd gezag ook vragen op grond van de toezichtsbevoegdheden van de Algemene wet bestuursrecht. Deze plicht komt dus niet expliciet terug in de omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_7cbf6d3d9ba04976b99b58aeb56187f4__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.5" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.5">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.6.5</Nummer>
			  <Opschrift>Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_384c50b1b3ad4134895d059e05b36635__artrecital__content_22.121" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.5__content_22.121">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.121</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Kortheidshalve wordt voor een uitleg over het exploiteren van een zuiveringstechnisch werk verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3.173 van het Bal. De verwijzing naar artikel 3.173 van het Bal brengt met zich mee dat het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk ook andere milieubelastende activiteiten omvat die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteit functioneel ondersteunen. De activiteiten worden gezien als één activiteit. Er is dan dus geen sprake van cumulatie van geur door verschillende activiteiten.</Al>
			    <Al>Dit artikel betreft een voortzetting van artikel 3.5a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. De regels van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.3.6.5</IntRef> kent als gevolg van aansluiting bij het Bal een breder toepassingsbereik ten opzichte van artikel 3.5a van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 3.5a van het Activiteitenbesluit milieubeheer bepaalde namelijk dat de regels alleen van toepassing waren op zuiveringtechnische werken voor zover het de waterlijn betrof met inbegrip van slibindikking en mechanische slibontwatering.</Al>
			    <Al>Deze paragraaf stelt alleen regels voor het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder. De regels die zien op andere belangen zijn opgenomen in paragraaf 4.49 van het Bal.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_8716096ccd794ac99767d2bebd215f64__artrecital__content_22.122" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.5__content_22.122">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.122</Nummer>
			    <Opschrift>Geur zuiveringtechnisch werk: waarde</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 3.5b, eerste en tweede lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat hogere waarden voor het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996, en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer was verleend en onherroepelijk was.</Al>
			    <Al>De geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten wordt bepaald met behulp van een rekenmethode. In de Omgevingsregeling is deze methode voor het berekenen van de geurwaarden verwerkt in artikel 6.13.</Al>
			    <Al>In de Omgevingsregeling is bepaald dat als voor een procesonderdeel in bijlage XXIX bij die Omgevingsregeling geen geuremissiefactor is vastgesteld, de emissie van geur door dat onderdeel wordt bepaald met een geuronderzoek volgens NTA 9065 'Luchtkwaliteit - Geurmetingen - Meten en rekenen geur'. Op grond van de algemene maatwerkmogelijkheid in deze afdeling van dit omgevingsplan kan het bevoegd gezag ook een geuronderzoek vragen voor het begin van de activiteit. Het bevoegd gezag kan op grond van deze informatie beoordelen of extra maatregelen moeten worden getroffen om geurhinder zoveel mogelijk te voorkomen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_8ed02e12897d4ddc82b075c149175a11__artrecital__content_22.123" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.5__content_22.123">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.123</Nummer>
			    <Opschrift>Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige objecten</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De waarden die in dit omgevingsplan zijn opgenomen, gelden niet voor de geur door een zuiveringtechnisch werk op bepaalde geurgevoelige objecten als voor het zuiveringtechnisch werk tot 1 januari 2011 een omgevingsvergunning voor een inrichting op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was verleend en onherroepelijk was. Het gaat daarbij in de eerste plaats om geurgevoelige objecten die op het moment van verlening van de omgevingsvergunning milieu niet aanwezig waren en voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn gebouwd (onderdeel a). In de tweede plaats gaat het om geurgevoelige objecten die in de omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet als geurgevoelig object werden beschouwd (onderdeel b).</Al>
			    <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 3.5b, zevende lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_161d3132056e44ec9a4eb79b5b3132d7__artrecital__content_22.124" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.6__div_22.3.6.5__content_22.124">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.124</Nummer>
			    <Opschrift>Geur zuiveringtechnisch werk: eerbiedigende werking</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Bij wijziging van een zuiveringtechnisch werk mag de geur niet toenemen als voor dat zuiveringtechnisch werk rechtmatig een hogere waarde geldt, dan de waarde, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" scope="Artikel">artikel 22.120</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>. De geur mag wel toenemen als die binnen de waarden bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" scope="Artikel">artikel 22.120</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> blijft.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_334813f948ea4f3f9d72210d616a647d__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.7</Nummer>
			<Opschrift>Bodembeheer</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisie wId="gm0610_4ff8230c6da84daf966cd6d8ae36a39c__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.1">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.7.1</Nummer>
			  <Opschrift>Nazorg na saneren van de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_853b1741c4684fea8b6c3da0c2ebf1a4__artrecital__content_22.125" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.1__content_22.125">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.125</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>VERVALLEN</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_98c6b97165c4472c8cea69d9e6fb7186__artrecital__content_22.126" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.1__content_22.126">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.126</Nummer>
			    <Opschrift>Nazorg na afloop van saneren van de bodem</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>VERVALLEN</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_a86694b38cd14774b770d8e1b7bdff77__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.2" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.2">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.7.2</Nummer>
			  <Opschrift>Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_17f3beb8a6f4478b956e5052b39ce26b__artrecital__content_22.127" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.2__content_22.127">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.127</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>VERVALLEN</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_80fc89cea4ee4f6caf10be5e5c4f9eae__artrecital__content_22.128" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.2__content_22.128">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.128</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>VERVALLEN</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_41cf4631bf104afa984257719048744a__artrecital__content_22.129" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.2__content_22.129">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.129</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>VERVALLEN</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_daba001bec124f859b8fe1d87a2b7ef1__artrecital__content_22.130" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.2__content_22.130">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.130</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>VERVALLEN</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_3f49e94b7acd49dab7eccb15ea9210a7__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.3" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.3">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.7.3</Nummer>
			  <Opschrift>Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_c581af87f03f4fbab03611ec875f2f4a__artrecital__content_22.131" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.3__content_22.131">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.131</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op locaties waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking als bedoeld in artikel 29 van de Wet bodembescherming is verleend, waarin is vastgesteld dat het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging niet leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_06cf2ba2bcf940128c6b07a02ebe5c70__artrecital__content_22.132" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.7__div_22.3.7.3__content_22.132">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.132</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: mitigerende maatregelen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Degene die op de locatie, bedoeld in artikel 22.131, een activiteit verricht, neemt in het belang van bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken, of – als en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is als onderdeel van een activiteit die wordt verricht – ongedaan te maken. Zie verder hierna over de mogelijkheden en beperkingen van dit artikel. Er geldt een licht beschermingsregime voor deze bekende verontreinigde locaties in afwachting van sanering, net als onder de Wet bodembescherming.</Al>
			    <Al>Dit artikel heeft betrekking op zogenoemde niet-spoed locaties, zoals deze waren beschikt als saneringsgeval op grond van de Wet bodembescherming. In de toelichting bij de Aanvullingswet bodem is aangegeven dat de beschikking niet-spoed als zodanig bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt. Er is overgangsrecht geregeld voor onder meer gebruiksbeperkingen op grond van artikel 37, vierde lid, van de Wet bodembescherming (artikelen 3.1 en 3.2 Aanvullingswet bodem).</Al>
			    <Al>Voor de spoedlocaties is overgangsrecht opgenomen in de Aanvullingswet bodem (artikel 3.1), zodat daarvoor de bestaande regels bij of krachtens de Wet bodembescherming blijven gelden. Locaties met een verontreiniging boven de interventiewaarde die onder de Wet bodembescherming waren aangemerkt als niet-spoed worden in het nieuwe stelsel, net als onder de Wet bodembescherming, gesaneerd op een natuurlijk moment, meestal bouwen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en dit omgevingsplan regelen dat saneren een voorwaarde is voor het bouwen en de saneringsaanpak. De milieubelastende activiteit graven regelt hoe om te gaan met graven in verontreiniging boven de interventiewaarde. Bij deze activiteiten is een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift mogelijk bijvoorbeeld als een bronaanpak aan de orde is die om een specifieke saneringsaanpak vraagt.</Al>
			    <Al>Artikel 22.132 geschikte locaties, die niet onder overgangsrecht vallen, kenbaar te houden onder de Omgevingswet en het instrumentarium van de Omgevingswet te kunnen toepassen. Ten tweede om een (licht) beschermingsregime van toepassing te laten zijn op deze locaties, aangezien het gaat om niet eerder gesaneerde locaties waar nog bodemverontreiniging aanwezig is.</Al>
			    <Al>Ten behoeve van het eerste doel (kenbaarheid) is het mogelijk om met een maatwerkvoorschrift een individuele locatie te koppelen aan deze algemene regel in dit omgevingsplan, wat het voor de huidige of toekomstige eigenaar beter inzichtelijk maakt. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn maatwerkvoorschriften namelijk (nog) niet zichtbaar in DSO met de zogenoemde 'klik op de kaart'. Het inzien van de (voormalige) registratie van de niet-spoed beschikkingen in het Kadaster blijft nodig om het volledige beeld te hebben van de exacte locaties (gekoppeld aan kadastrale percelen) waar dit artikel op van toepassing is.</Al>
			    <Al>Voor wat betreft het tweede doel (beschermen in afwachting van sanering) geldt dat het mogelijk is om het lichte basisregime dat geldt op deze locaties te concretiseren, verder aan te vullen of toe te spitsen op de individuele locatie. Dat kan door middel van een maatwerkvoorschrift, dat voor een initiatiefnemer voldoende concreet maakt welke actie het bevoegd gezag verwacht. Bij de activiteiten bouwen, saneren of graven voorziet de Omgevingswet al in die mogelijkheid, daarom heeft dit artikel vooral betekenis als sprake is van een andere activiteit dan bouwen, saneren of graven. Ook kan dit basisregime een aangrijpingspunt bieden voor een individueel maatwerkvoorschrift om in sommige situaties van een initiatiefnemer te verlangen dat die als onderdeel van een voorgenomen activiteit van de gelegenheid gebruik maakt om aanwezige verontreiniging van de bodem te verwijderen of mitigerende maatregelen te treffen. Gelet op die inkadering is voornamelijk gedoeld op situaties waarin de extra moeite en kosten van het beperken of verwijderen van verontreiniging niet onevenredig belastend zijn voor de initiatiefnemer. Dit basisregime is zodanig ingekaderd dat er geen sprake is van een zelfstandige saneringsplicht.</Al>
			    <Al>Onder verontreiniging van de bodem wordt ook verstaan de verontreiniging van het grondwater, maar aangezien grondwaterkwaliteit primair tot de taken en bevoegdheden van de provincie ligt het voor de hand dat het vooral gaat om de vaste bodem en eventuele bronnen van verontreiniging die zich verspreiden naar het grondwater.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_c87e13718287438abf85ec131a3ea7ca__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.8</Nummer>
			<Opschrift>Afvalwaterbeheer</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisie wId="gm0610_e1d97e53bfc84505b7f27e6cccf3506e__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.1">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.8.1</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_f85f7c0ecf784a17adbac44b58bc36db__artrecital__content_22.137" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.1__content_22.137">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.137</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, en op het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering. Bij dat laatste kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een bouwputbemaling.</Al>
			    <Al>Lozingen afkomstig van onderzoeken voorafgaand aan bodemsaneringen zijn geregeld in het Bal. In paragraaf 6.2 van de nota van toelichting bij het (voorgenomen) Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet is ingegaan op de keuze om voor grondwatersaneringen geen algemene rijksregels meer te stellen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_683d2a413a6a486bb6a7e9baaa2d0357__artrecital__content_22.138" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.1__content_22.138">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.138</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
			    <Al>De plicht om het bevoegd gezag te informeren geldt niet voor lozingen bij ontwatering (bijvoorbeeld bronbemalingen) van minder dan 48 uur, of bij lozingen vanuit huishoudens. Voor lozingen bij ontwatering met een duur tussen 48 uur en 8 weken geldt een afwijkende termijn voor het verstrekken van gegevens en bescheiden: 5 werkdagen in plaats van 4 weken.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_da904317360c4c828093d5b1fcd0f348__artrecital__content_22.139" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.1__content_22.139">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.139</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen van grondwater bij saneringen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Afvalwater afkomstig van het saneren van de bodem of het grondwater (of een aan een grondwatersanering voorafgaand onderzoek) is qua biologische afbreekbaarheid niet vergelijkbaar met huishoudelijk afvalwater. In lijn met de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater, opgenomen in artikel 10.29a van de Wet milieubeheer, heeft het de voorkeur om dit afvalwater na zuivering lokaal terug te brengen in het milieu en niet af te voeren naar de RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie) via het openbare vuilwaterriool. Daarom is in dit artikel het lozen op of in de bodem of in een schoonwaterriool (ieder riool dat geen vuilwaterriool is) toegestaan. Deze paragraaf geldt ook voor lozingen afkomstig van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal. In dat geval zijn de regels van deze paragraaf maatwerkregels op grond van artikel 2.12 van dat besluit.</Al>
			    <Al>Bij het saneren kunnen, naast het positieve milieueffect dat de sanering heeft, ook nadelige gevolgen optreden. Om de nadelige gevolgen voor de bodem of de oppervlaktewaterkwaliteit van bij het saneren vrijkomend afvalwater te beperken, zijn in dit artikel emissiegrenswaarden opgenomen voor het lozen daarvan. Vaak wordt dit water ter plaatse gezuiverd. Het afvalwater wordt vervolgens in de bodem of een schoonwaterriool geloosd.</Al>
			    <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen was ook bepaald dat het afvalwater doelmatig moest kunnen worden bemonsterd. Die regel is nu opgenomen in de specifieke zorgplicht in deze afdeling.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_b73d0b1cccdd4246922276fabdb0fda3__artrecital__content_22.140" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.1__content_22.140">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.140</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen van grondwater bij ontwatering</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Grondwater bij ontwatering is de algemene term voor grondwater dat vrijkomt bij bijvoorbeeld bronneringen en water uit drainagebuizen. Dit kunnen kleinschalige activiteiten betreffen die na een paar uur zijn afgerond, maar ook grootschalige projecten (vooral in de bouw) die jaren duren en waar zeer grote hoeveelheden grondwater worden weggepompt.</Al>
			    <Al>De regeling voor het lozen van grondwater heeft de voorkeursvolgorde voor het beheer van afwater (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) als uitgangspunt. Over het algemeen kan het grondwater dat lokaal bij ontwatering vrijkomt zonder problemen lokaal in het milieu teruggebracht worden. Maar het is niet uitgesloten dat afhankelijk van de locatie waar het vrijkomt grondwater in enige mate verontreinigd kan zijn of van nature stoffen bevat, waarvan de lozing bezwaarlijk kan zijn. Veelal is dit lokaal bekend uit gegevens bij het bedrijf zelf of bij de overheid. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van degene die loost om de gemeente te informeren over de bekende gegevens over de samenstelling en eventuele verontreiniging van het grondwater. Dit is met name van belang daar waar de samenstelling van het grondwater afwijkt van de in het gebied voorkomende grondwaterkwaliteit. Bij twijfel over de vraag of hiervan sprake zou kunnen zijn, is het raadzaam om contact op te nemen met de gemeente om na te gaan of er in dit gebied nog stoffen in de bodem aanwezig zijn, waarvan lozing tot problemen zou kunnen leiden. Dit artikel is niet van toepassing op lozingen van grondwater bij de activiteit wonen, omdat het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens geen inhoudelijke regels over deze lozingen kende. Voor wonen wordt daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van deze afdeling.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_ff0afe9e177d43a586a605bc0a3452a9__artrecital__content_22.141" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.1__content_22.141">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.141</Nummer>
			    <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren, conserveren en ontsluiten. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in deze paragraaf emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN- normen zijn opgenomen in de begripsbepalingen van bijlage I.</Al>
			    <Al>Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN 6600-1 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse. Omdat de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_ffed86a3feeb498ba3bc4b7e2304c29d__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.2" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.2">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.8.2</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_2905c87171e0400eab88c37f882f3c30__artrecital__content_22.142" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.2__content_22.142">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.142</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf heeft betrekking op het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een verplichte bodembeschermende voorziening. Het gaat met name om afvloeiend hemelwater van daken en van verhardingen, waar geen bodembedreigende activiteiten plaatsvinden. Dit artikel is wel van toepassing op afvloeiend hemelwater afkomstig van bodembeschermende voorzieningen die vrijwillig zijn aangebracht. Onder afvloeiend hemelwater wordt niet verstaan het hemelwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van het Bal of drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van dat besluit.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_cdbb512a23ca4dcaa6790913f315d1fa__artrecital__content_22.143" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.2__content_22.143">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.143</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Lozingen van afstromend hemelwater vormen in het algemeen geen risico voor de bodem of de riolering. Het is daarom niet nodig om voorafgaand aan de start of wijziging van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Alleen wanneer er een rijksweg of provinciale weg wordt aangelegd of gewijzigd, moet het bevoegd gezag tijdig op de hoogte worden gesteld. Het bevoegd gezag kan dan samen met de wegbeheerder bekijken wat de gewenste wijze van verwerking van het afstromende regenwater is.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_25e6c842399f4d739fc5900669555038__artrecital__content_22.144" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.2__content_22.144">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.144</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen van afvloeiend hemelwater</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De regeling voor het lozen van hemelwater heeft de voorkeursvolgorde voor het beheer van afwater (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) als uitgangspunt. Over het algemeen kan afvloeiend hemelwater zonder problemen lokaal in het milieu teruggebracht worden. De beheerder van het terrein of oppervlak waar het hemelwater is neergekomen, is verantwoordelijk voor het nemen van deze preventieve maatregelen en kan vervolgens op grond van de specifieke zorgplicht worden aangesproken op het nemen daarvan. De maatregelen kunnen bijvoorbeeld inhouden: het schoonhouden van het terrein, het dusdanig omgaan met milieugevaarlijke stoffen dat verontreiniging van het hemelwater wordt voorkomen, het bij de keuze van materialen die aan hemelwater zijn blootgesteld rekening houden met het feit dat bij contact van hemelwater met deze materialen verontreinigende stoffen in het hemelwater kunnen geraken (uitloging), of een zodanige wijze van onkruidbestrijding dat onnodige verontreiniging van het hemelwater wordt voorkomen. In dit omgevingsplan is ervoor gekozen deze preventieve maatregelen niet in concrete voorschriften te vertalen.</Al>
			    <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is het lozen van afvloeiend hemelwater vanaf rijkswegen en provinciale wegen buiten de bebouwde kom geregeld. Tot die wegen behoren eveneens de daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, en overig openbaar gebied. In het verleden is veel onderzoek verricht naar verontreinigingen in afvloeiend hemelwater van wegen en overige openbare ruimte. Afhankelijk van de intensiteit van het verkeer kan het in meer of mindere mate verontreinigd zijn met straatvuil, waarin PAK's, zware metalen of minerale olie voorkomen. Buiten de bebouwde kom is het lozen van afstromend wegwater in een gemeentelijk rioolstelsel veelal niet mogelijk, omdat daar geen rioolstelsels zijn aangelegd, of alleen rioolstelsels, die niet bestemd zijn voor afvoer van regenwater. Het wegwater vloeit buiten de bebouwde kom meestal af naar de bodem of een eventueel aanwezig oppervlaktewaterlichaam. Hemelwater afkomstig van rijkswegen en provinciale wegen wordt buiten de bebouwde kom bij voorkeur geloosd op de bodem. Als lozen in de bodem niet (of niet volledig) mogelijk is, kan lozing (deels) plaatsvinden in een oppervlaktewaterlichaam. De regels hierover staan in de waterschapsverordening.</Al>
			    <Al>De voorkeursvolgorde in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is niet van toepassing op lozingen van hemelwater bij de activiteit wonen, omdat het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens geen inhoudelijke regels over deze lozingen kende. Voor wonen wordt daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van deze afdeling.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_650c5c3f980a4cd9905117dfc69119b0__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.3" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.3">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.8.3</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen van huishoudelijk afvalwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_0cf688ff59bd4e50ab732ddb442c535e__artrecital__content_22.145" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.3__content_22.145">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.145</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van huishoudelijk afvalwater. Voor zover deze lozing plaatsvindt bij een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal, bevat deze paragraaf maatwerkregels als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit.<br/>De eisen aan lozingen van huishoudelijk afvalwater gelden niet voor spoorvoertuigen en voor militaire oefeningen op militaire terreinen. De voorzieningen voor de opvang van huishoudelijk afvalwater bij spoorvoertuigen kunnen via de spoorwegwetgeving worden geregeld. Bij militaire oefeningen is de plaatsing van IBA's redelijkerwijs niet mogelijk.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_080dbad4b7ff459fab7ba77a08a53551__artrecital__content_22.146" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.3__content_22.146">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.146</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138" scope="Artikel">artikel 22.138</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_5594860681e243508a47510cef1b97b2__artrecital__content_22.147" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.3__content_22.147">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.147</Nummer>
			    <Opschrift>Geen voedselvermaling</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Het is niet toegestaan om afvalwater via een voedselrestvermaler te lozen op het vuilwaterriool. Een voedselrestvermaler vermaalt verteerbare etensresten met toevoeging van water tot een vloeibare afvalstof. Deze vloeibare afvalstof wordt vervolgens met het afvalwater geloosd. De vermalen stoffen kunnen leiden tot verstopping, maar zorgen ook voor een ongewenste toename van organische afvalstoffen in het afvalwater.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_11368d90b97247eda4b63d1b42c473a2__artrecital__content_22.148" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.3__content_22.148">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.148</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen van huishoudelijk afvalwater</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In de praktijk vinden de meeste lozingen van huishoudelijk afvalwater plaats in het vuilwaterriool. Voor een beperkt aantal situaties waar geen aansluiting op het vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk mogelijk is, is lozen op of in de bodem toegestaan. Dit is toegestaan buiten de bebouwde kom of binnen de bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten.</Al>
			    <Al>Binnen de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> aangegeven afstanden tot de riolering in combinatie met het aantal inwonerequivalenten dat geloosd wordt, is het verboden direct op of in de bodem te lozen. Er moet dan worden geloosd op het vuilwaterriool. Buiten deze afstandsgrenzen moet het huishoudelijk afvalwater gezuiverd worden voordat het geloosd mag worden op of in de bodem.</Al>
			    <Al>De afstanden in dit artikel zijn de afstanden van het vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk tot de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt. Voor een aantal lozingen van huishoudelijk afvalwater die al voor 1 maart 1997 plaatsvonden werd op grond van de toen geldende wetgeving de afstand bepaald tot het gedeelte van het gebouw dat het dichtst bij het vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk was gelegen. Voor deze lozingen geldt overgangsrecht. Dit overgangsrecht is ongewijzigd overgenomen uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen en de daaraan voorafgaande besluiten: het voormalige Lozingenbesluit bodembescherming en het voormalige Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater.</Al>
			    <Al>In sommige gevallen is hemelsbreed de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool minder dan genoemd in het eerste lid, maar is het in de praktijk niet mogelijk daar een afvoerleiding aan te leggen. Bijvoorbeeld omdat dan een watergang gekruist of een dijk doorboord moet worden. Daarvoor is in het tweede lid, onderdeel b, opgenomen dat de afstand berekend moet worden langs de lijn waar in de praktijk een afvoerleiding aangelegd kan worden.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_8777939a5a03481e80835a8639005f13__artrecital__content_22.149" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.3__content_22.149">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.149</Nummer>
			    <Opschrift>Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In de situaties dat niet wordt aangesloten op de riolering maar direct wordt geloosd op of in de bodem worden met dit artikel lozingseisen in de vorm van emissiegrenswaarden gesteld. Aan de hier gestelde lozingseisen ligt het CIW-rapport 'Individuele Behandeling van Afvalwater, IBA- systemen' van januari 1999 ten grondslag.</Al>
			    <Al>De voorwaarden die aan de beperkte directe lozingen in de bodem van huishoudelijk afvalwater worden gesteld, komen in grote lijnen overeen met de hieraan voorafgaande voorwaarden op grond van het voormalige Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater.</Al>
			    <Al>Voor beperkte lozingen van huishoudelijk afvalwater kan de lozer er, in afwijking van de emissiegrenswaarden, voor kiezen te lozen via een septic tank. Deze voorziening is geschikt voor lozingen tot en met 5 inwonerequivalenten. Vandaar dat in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit artikel is aangegeven dat lozingen van huishoudelijk afvalwater van minder dan 6 inwonerequivalenten via die voorziening geloosd mogen worden.</Al>
			    <Al>Deze voorwaarden komen overeen met de voorwaarden die voorafgaand aan de inwerkingtreding van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en het voormalige Besluit lozen afvalwater huishoudens golden op grond van de Regeling Wvo septic tank en de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming. Oudere voorzieningen die nog steeds zijn afgestemd op de hoeveelheid te lozen afvalwater, mogen ook worden gebruikt. De voor 2009 geplaatste voorzieningen kunnen namelijk niet worden getoetst aan de norm voor het hydraulisch rendement, omdat de in de NEN-EN 12566-1 beschreven beproevingsprocedure niet in het veld toepasbaar is.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_5ab3f79a79944df8a05bb431305806c9__artrecital__content_22.150" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.3__content_22.150">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.150</Nummer>
			    <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd. Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren, conserveren en ontsluiten. Ook zijn de analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de stoffen waaraan in deze paragraaf emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven. De versies van de NEN-EN- normen zijn opgenomen in de begripsbepalingen van bijlage I.</Al>
			    <Al>Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters volgens NEN 6600-1 worden geconserveerd om te voorkomen dat in de monsters verandering optreedt voor de te analyseren parameter tussen het moment van bemonstering en het moment van analyse. Omdat de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking hebben op het totaal van opgeloste en niet opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater bevinden meegenomen worden in de analyse.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_4be14edc892f451fba007e16d5731ef1__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.4" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.4">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.8.4</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen van koelwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_ff68321dc828404988d15304dc0041f4__artrecital__content_22.151" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.4__content_22.151">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.151</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van koelwater, dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Voor het lozen van koelwater dat afkomstig is van een milieubelastende activiteit, zoals aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal, staan de regels in dat besluit.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_8e2df0691c234545bc37581a4a6f95d2__artrecital__content_22.152" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.4__content_22.152">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.152</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_8f9e5d6df66d4cf886e24096ae33c786__artrecital__content_22.153" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.4__content_22.153">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.153</Nummer>
			    <Opschrift>Koelwater</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Voor veel bedrijfstakken waarbij koelwater wordt geloosd, gelden de regels in het Bal. Maar het lozen van koelwater kan ook plaatsvinden bij bedrijven die niet onder het toepassingsbereik van het Bal vallen. Daarom is in dit artikel het lozen van koelwater in de riolering geregeld. Koelwater kan ook worden geloosd in een oppervlaktewaterlichaam. De regels daarover staan in de waterschapsverordening.</Al>
			    <Al>Het lozen van koelwater in een schoonwaterriool is toegestaan. Lozen in een vuilwaterriool is alleen toegestaan als het lozen in een schoonwaterriool of in een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is. Koelwater is relatief schoon water, zodat het lozen daarvan in het vuilwaterriool bij voorkeur vermeden moet worden.</Al>
			    <Al>Er mogen aan het koelwater geen chemicaliën (zoals aangroeiwerende middelen of antikalkmiddelen) worden toegevoegd.</Al>
			    <Al>De maximale warmtevracht is 1.000 kiloJoule per seconde. De warmtevracht van een koelwaterlozing wordt berekend als het product van het lozingsdebiet en het verschil tussen de lozingstemperatuur en de temperatuur van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam (waarop het schoonwaterriool uitkomt). De warmtecapaciteit van het koelwater is gelijk aan 4.190 Kilojoule per m<sup>3</sup> per graad temperatuursverhoging. Anders geformuleerd:<br/>De warmtevracht = L x ∆T x W, waarbij<br/>L = lozingsdebiet (m<sup>3</sup>/s).<br/>∆T = verschil temperatuur koelwater en temperatuur ontvangend oppervlaktewater in graden Celsius.<br/>W = warmtecapaciteit van het koelwater = 4.190 kJ/m<sup>3</sup> per graad temperatuurstijging.</Al>
			    <Al>Voor het lozen van koelwater met een hogere warmtevracht, of voor het toedienen van chemicaliën, is een maatwerkvoorschrift vereist.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_296e73e1537d4b22b4125aebdf948ed4__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.5" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.5">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.8.5</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_05fc2c77798944e98ea3c6a0aa8b7b83__artrecital__content_22.154" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.5__content_22.154">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.154</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken. Dit betreft zowel weinig milieubelastende activiteiten, zoals activiteiten als ramenlappen, als activiteiten die een hogere milieubelasting kunnen veroorzaken, zoals verwijderen van hardnekkige aanslag bij gevelreiniging.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_0ef110583fb243b9a958c0b22b4b910a__artrecital__content_22.155" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.5__content_22.155">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.155</Nummer>
			    <Opschrift>Periodiek reinigen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Bij het periodiek reinigen van bouwwerken, waarbij slechts vuilafzetting wordt verwijderd, komt afvalwater vrij. Deze werkzaamheden zijn wat verontreiniging van het afvalwater betreft vergelijkbaar met ramenlappen. Naast ramen worden op deze wijze bijvoorbeeld ook gladde gevels periodiek gereinigd. Dit afvalwater kan zonder problemen in de bodem of de riolering worden geloosd. Het is niet nodig om het bevoegd gezag hierover te informeren.</Al>
			    <Al>Bij andere reinigingsactiviteiten dan periodiek reinigen is het uitgangspunt dat geen afvalwater wordt geloosd. Dit geldt voor bijvoorbeeld werkzaamheden, waarbij na verloop van een lange periode (vaak meer dan enkele jaren) hardnekkige aanslag wordt verwijderd (gevelreiniging). Ook vallen hieronder werkzaamheden, waarbij bijvoorbeeld graffiti of andere verflagen worden verwijderd.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_ea35de67268b47829473a1b6ffa51b57__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.6" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.6">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.8.6</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen bij opslaan en overslaan van goederen</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_051b0d2991be418daa7a3225c6963945__artrecital__content_22.156" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.6__content_22.156">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.156</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater, afkomstig van het opslaan en overslaan van goederen. Deze activiteit is ook geregeld in paragraaf 4.104 van het Bal. Deze paragraaf bevat daarom maatwerkregels op grond van artikel 2.12 van dat besluit. Die paragraaf bevat de regels over het opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen. In deze paragraaf zijn, in aanvulling daarop, regels gesteld over het lozen van inerte goederen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_4e3643e6379541b9a518fa550f67265c__artrecital__content_22.157" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.6__content_22.157">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.157</Nummer>
			    <Opschrift>Inerte goederen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel geeft aan welke goederen in ieder geval inerte goederen zijn. De opsomming is dus niet uitputtend. Voor alle genoemde goederen geldt wel dat deze niet verontreinigd mogen zijn, bijvoorbeeld met stoffen die het oppervlaktewater kunnen verontreinigen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_203346e992ee449496d126773670e94a__artrecital__content_22.158" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.6__content_22.158">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.158</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_c6c49855820d4a96a52d28a8508192d5__artrecital__content_22.159" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.6__content_22.159">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.159</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen bij opslaan van inerte goederen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In lijn met de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) wordt het afvalwater bij voorkeur hergebruikt en eventueel overtollig afvalwater wordt geloosd onder de voorwaarden die in dit artikel worden gesteld. In het algemeen zal dit (verzameld) afstromend hemelwater, schrob- en spoelwater of water van een nevelgordijn zijn. Op grond van het vierde lid moet dit afvalwater bij voorkeur (her)gebruikt te worden voor bevochtiging van de goederen, ter voorkoming van stofverspreiding.</Al>
			    <Al>Afvalwater dat slechts met inerte goederen in aanraking is geweest moet bij voorkeur direct geloosd worden (op oppervlaktewater, bodem of schoonwaterriool), waarbij de hoeveelheid onopgeloste bestanddelen beperkt moet worden tot minder dan 300 milligram per liter. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden met preventieve maatregelen en eventueel een slibvangput voorafgaande aan de lozing. Als een directe lozing redelijkerwijs niet mogelijk is, bijvoorbeeld door afwezigheid in de nabijheid van oppervlaktewater of een schoonwaterriool en een bodem die ongeschikt is voor lozingen, kan het afvalwater geloosd worden op het vuilwaterriool, waarbij ook gezorgd moet worden dat het niet meer dan 300 milligram per liter onopgeloste bestanddelen bevat. Dit ter voorkoming van dichtslibben van het vuilwaterriool.</Al>
			    <Al>De eis voor onopgeloste stoffen geldt voor enig steekmonster. Dat wil zeggen dat alleen in extreme situaties deze concentratie mag worden aangetroffen, bijvoorbeeld bij extreme regenval. Concentraties van ongeveer 100–150 mg/l zijn normaal en daaronder bestaat in principe geen probleem. Als concentraties worden aangetroffen tussen de 100–150 en 300 kan de handhaver vragen gaan stellen. Overschrijding van de norm van 300 betekent optreden.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_e9fbb52dc97040fcae5df0338c550de6__artrecital__content_22.160" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.6__content_22.160">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.160</Nummer>
			    <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_7059508c93dc4c6a902c7de93be8820f__artrecital__content_22.161" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.6__content_22.161">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.161</Nummer>
			    <Opschrift>Uitzondering voorgeschreven lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In artikel 4.1058 van het Bal is voor afvalwater afkomstig van het opslaan van uitlogende goederen een verplichte lozingsroute opgenomen naar het vuilwaterriool. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer maakte het ook mogelijk om dit afvalwater te lozen op oppervlaktewater. Deze alternatieve lozingsroute is als maatwerkregel opgenomen in de waterschapsverordening. Maar het waterschap is niet bevoegd om de verplichte lozingsroute naar het vuilwaterriool 'uit te zetten'. Vandaar dat dit artikel de verplichte lozingsroute naar het vuilwaterriool omzet in een facultatieve lozingsroute, voor zover de lozingsroute naar het oppervlaktewater in de waterschapsverordening is toegestaan.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_8040fa3918894452826afbc3b3f85cc3__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.7" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.7">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.8.7</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_021a886eafb745a3a790804eab829468__artrecital__content_22.162" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.7__content_22.162">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.162</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater dat afkomstig is uit een openbaar ontwateringsstelsel of een openbaar hemelwaterstelsel en uit de zogeheten overheids-IBA's. Dat zijn voorzieningen voor de verwerking van huishoudelijk afvalwater, anders dan een openbaar vuilwaterriool.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_27989ad063024a77ac332fe8525f58df__artrecital__content_22.163" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.7__content_22.163">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.163</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelsel</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel wordt het lozen van afvalwater vanuit openbare ontwateringsstelsels en openbare hemelwaterstelsels op of in de bodem toegestaan. Voorwaarde daarbij is dat deze stelsels voorkomen op het overzicht van voorzieningen en maatregelen dat is opgenomen in het gemeentelijke rioleringsplan (GRP) als bedoeld in het voormalige artikel 4.22 van de Wet milieubeheer. Volgens het overgangsrecht van artikel 4.93 van de Invoeringswet Omgevingswet blijven GRP's van kracht tot het tijdstip waarop de periode verstrijkt waarvoor het plan is vastgesteld, of tot het tijdstip waarop het gemeentebestuur besluit dat het plan vervalt.<br/>De Omgevingswet biedt in artikel 3.14 de mogelijkheid dat het college van burgemeester en wethouders een (facultatief) gemeentelijk rioleringsprogramma vaststelt. Als het college een rioleringsprogramma heeft vastgesteld, is het lozen vanuit de in dat programma opgenomen voorzieningen eveneens toegestaan. De naam 'rioleringsprogramma' is overigens niet limitatief, de gemeente kan dit programma bijvoorbeeld ook een waterprogramma noemen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_0f210e756b624733b3906873d6e0622a__artrecital__content_22.164" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.7__content_22.164">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.164</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Voor lozingen vanuit 'overheids-IBA's' geldt dezelfde regeling als voor de lozingen vanuit gemeentelijke rioolstelsels. Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.163" scope="Artikel">artikel 22.163</IntRef>.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_b5e31557f6aa4350b37e0825e6ec8add__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.8" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.8">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.8.8</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_e4902defb0504afc8eb40e76d5b41d8f__artrecital__content_22.165" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.8__content_22.165">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.165</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van water dat wordt gebruikt bij het spoelen van distributieleidingen voor drinkwater, tapwater en huishoudwater, om die leidingen voor het eerst in gebruik te nemen of bij het onderhoud aan die leidingen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_150d9cb76d2845059dafe1adcc2fe5f0__artrecital__content_22.166" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.8__content_22.166">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.166</Nummer>
			    <Opschrift>Schoonmaken drinkwaterleidingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Bij het schoonmaken van leidingen kan onderscheid gemaakt worden tussen afvalwater afkomstig van leidingen uit het transportnet en afvalwater afkomstig van leidingen uit het distributienet. Vanuit de productiestations wordt het drinkwater via transportleidingen naar het distributienet gepompt. Het transportnet kenmerkt zich door een grotere leidingdiameter en het geringe aantal vertakkingen en aansluitingen. Het distributienet verdeelt de hoofdstroom naar de vele eindgebruikers en kenmerkt zich door de vele vertakkingen en het verloop van grotere naar kleinere diameters. In grote lijnen zal het schoonmaken van leidingen uit het transportnet lozingen opleveren van 100 m<sup>3</sup> of meer, terwijl lozingen van afvalwater afkomstig van distributieleidingen daaronder blijven. Ook op het schoonmaken van de aanvoerleiding heeft dit artikel betrekking.</Al>
			    <Al>Tegen lozingen van dit afvalwater bestaat, voor zover het geen desinfecteermiddelen of andere chemicaliën bevat, geen bezwaar, anders dan dat het geen overlast mag veroorzaken. In dit geval heeft het direct terugvoeren van dit water in het milieu de voorkeur. Het lozen op of in de bodem of in schoonwaterstelsels wordt daarom zonder beperkingen toegestaan (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>). Bij het schoonmaken van leidingen van het distributienet kan het water veelal direct ter plaatse in de bodem worden geloosd zonder overlast te veroorzaken. Bij het schoonmaken van leidingen van het transportnet zal gezocht moeten worden naar een geschikte locatie. Het lozen van dit afvalwater in het oppervlaktewater is ook toegestaan. Dat is geregeld in de waterschapsverordening.</Al>
			    <Al>Het lozen op het vuilwaterriool is minder gewenst vanwege de verminderde werking van de zuivering bij de toevoeging van een relatief grote hoeveelheid schoon water. Dit is alleen een optie als anders lozen niet in redelijkheid mogelijk is (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>).</Al>
			    <Al>Als er desinfecteermiddelen zijn gebruikt is overleg met het bevoegd gezag noodzakelijk om de meest geschikte oplossing voor het lozen te vinden. Het bevoegd gezag kan het lozen met een maatwerkvoorschrift toestaan, als het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_c4946f83e78c41f183a53fe62f62f526__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.9" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.9">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.8.9</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen bij calamiteitenoefeningen</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_36273845cf0946f5a6f51b67be0c8e11__artrecital__content_22.167" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.9__content_22.167">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.167</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater dat afkomstig is van een calamiteitenoefening, met uitzondering van de permanente voorzieningen voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel 3.259 van het Bal.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_726193a1e0ca45c89b203a2caeb59da1__artrecital__content_22.168" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.9__content_22.168">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.168</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_223216bae3dd4338acfc322826113c76__artrecital__content_22.169" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.8__div_22.3.8.9__content_22.169">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.169</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen bij calamiteitenoefeningen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Bij calamiteitoefeningen kan soms afvalwater vrijkomen. Zo zal een oefening om een brand te bestrijden gepaard kunnen gaan met het gebruik van grote hoeveelheden bluswater, dat tijdens de oefening in de bodem of een rioolstelsel stroomt. Wanneer daarbij zorgvuldig wordt gehandeld zodat het water niet onnodig verontreinigd raakt, kan het zonder problemen worden geloosd.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_4ccc7dc6214745a4a2457a4627babeb0__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.9" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.9">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.9</Nummer>
			<Opschrift>Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_16851d87b86c452080ed543bb898d9eb__artrecital__content_22.170" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.9__content_22.170">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.170</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen, voor zover dit plaatsvindt bij een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_3dafc15710974c9794acf97b20882d3c__artrecital__content_22.171" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.9__content_22.171">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.171</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b76edd0be3374a4baa78099a2bc79b0c__artrecital__content_22.172" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.9__content_22.172">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.172</Nummer>
			  <Opschrift>Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Artikel 4.791l van het Bal schrijft voor dat bij grondgebonden teelt in een kas een recirculatiesysteem voor drainagewater aanwezig is en in gebruik is. Op grond van artikel 3.71, zevende lid, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer hoefde geen recirculatiesysteem aanwezig te zijn, als hergebruik van het drainagewater niet doelmatig is. Voor lozingen van drainagewater die al voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bestonden, wordt deze uitzondering in dit artikel voortgezet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_265968532a29423d938372c7e684205b__artrecital__content_22.173" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.9__content_22.173">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.173</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In artikel 7.761 van het Bal is voorgeschreven dat afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen gelijkmatig moet worden verspreid over landbouwgronden. Op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was het ook mogelijk om dit afvalwater te lozen in het vuilwaterriool of in het oppervlaktewater. In dit artikel worden die alternatieve lozingsroutes voortgezet.<br/>De mogelijkheid om dit afvalwater te lozen in het oppervlaktewater is opgenomen in de waterschapsverordening. In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit artikel is bepaald dat, als de waterschapsverordening die lozingsroute mogelijk maakt, het verplichte verspreiden over landbouwgronden niet geldt. Het waterschap is immers niet bevoegd om die plicht via een maatwerkregel aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_9fe7da2e360e4610b3a4ce13d4fd1222__artrecital__content_22.174" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.9__content_22.174">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.174</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In artikel 7.773 van het Bal is voorgeschreven dat afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteeld fruit gelijkmatig moet worden verspreid over landbouwgronden. Op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was het ook mogelijk om dit afvalwater te lozen in het vuilwaterriool of in het oppervlaktewater. In dit artikel worden die alternatieve lozingsroutes voortgezet.<br/>De mogelijkheid om dit afvalwater te lozen in het oppervlaktewater is opgenomen in de waterschapsverordening. In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit artikel is bepaald dat, als de waterschapsverordening die lozingsroute mogelijk maakt, het verplichte verspreiden over landbouwgronden niet geldt. Het waterschap is immers niet bevoegd om die plicht via een maatwerkregel aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b676e52acacf4b0b865fc42fa41b7804__artrecital__content_22.175" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.9__content_22.175">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.175</Nummer>
			  <Opschrift>Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Op grond van artikel 4.795 van het Bal geldt voor het lozen van afvalwater bij het telen van gewassen de plicht om te lozen in het vuilwaterriool, of het afvalwater gelijkmatig te verspreiden over landbouwgronden. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was geregeld dat dat afvalwater ook in oppervlaktewater mag worden geloosd. In de waterschapsverordening is geregeld dat die lozingsroute mogelijk blijft. Het waterschap is echter niet bevoegd om de verplichte lozingsroute van artikel 4.795 'uit te zetten'. Daarom is in dit artikel bepaald dat, als de waterschapsverordening het lozen op oppervlaktewater mogelijk maakt, de verplichte lozingsroute een facultatieve lozingsroute wordt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d1758924afc14cca8c8807fb15cac4ae__artrecital__content_22.176" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.9__content_22.176">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.176</Nummer>
			  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_2071d8482c004ac080a14f50e7350ea6__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.10" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.10">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.10</Nummer>
			<Opschrift>Lozen bij maken van betonmortel</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d1fc6629d12b4b7485df2e3d1d8d6f14__artrecital__content_22.177" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.10__content_22.177">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.177</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, voor zover dit plaatsvindt bij een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Deze paragraaf bevat maatwerkregels als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_c8553d8f25c54df88af6c2afbb52de21__artrecital__content_22.178" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.10__content_22.178">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.178</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_8ecec8aad25d42909b5c438500dd4e25__artrecital__content_22.179" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.10__content_22.179">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.179</Nummer>
			  <Opschrift>Water</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Volgens artikel 4.140, eerste lid, van het Bal moet afvalwater afkomstig van het maken van betonmortel worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam. In sommige gevallen is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat er geen geschikt oppervlaktewaterlichaam in de directe omgeving van de betoncentrale (of ander bedrijf) ligt. Voor die gevallen is in dit artikel geregeld dat het afvalwater onder voorwaarden ook in de riolering kan worden geloosd. De gemeente is niet bevoegd om de verplichte lozingsroute naar oppervlaktewater, die in het Bal is opgenomen, op te heffen. Daarom is in de waterschapsverordening bepaald dat die verplichte lozingsroute niet geldt als er een andere lozingsroute in het omgevingsplan is toegestaan. De initiatiefnemer heeft in dat geval de keuze tussen lozen in oppervlaktewater of lozen in de riolering.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b5240ddc0713496795ab96d80ff9de42__artrecital__content_22.180" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.10__content_22.180">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.180</Nummer>
			  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_eb81d6822d634296a1ce30cfc588bc16__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.11" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.11">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.11</Nummer>
			<Opschrift>Uitwassen van beton</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_fc271404a3f04ce6ad78b7ce6a8c3cce__artrecital__content_22.181" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.11__content_22.181">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.181</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het uitwassen van beton, voor zover dit plaatsvindt bij een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Deze paragraaf bevat maatwerkregels als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_55ecc1c75f2e490bb20d30be8411cc7b__artrecital__content_22.182" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.11__content_22.182">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.182</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de start van de lozing het bevoegd gezag te informeren. Daarbij worden de aard en omvang van de lozing aangegeven, zoals de te lozen hoeveelheid afvalwater en de concentraties van stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd als er wijzigingen optreden in de lozing, bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water wordt aangepast.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_19240155e12941c3bc7b2181f586dfdf__artrecital__content_22.183" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.11__content_22.183">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.183</Nummer>
			  <Opschrift>Water</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Volgens artikel 4.158, eerste lid, van het Bal moet afvalwater afkomstig van het uitwassen van beton worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam. In sommige gevallen is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat er geen geschikt oppervlaktewaterlichaam in de directe omgeving van de betoncentrale (of ander bedrijf) ligt. Voor die gevallen is in dit artikel geregeld dat het afvalwater onder voorwaarden ook in de riolering kan worden geloosd. De gemeente is niet bevoegd om de verplichte lozingsroute naar oppervlaktewater, die in het Bal is opgenomen, op te heffen. Daarom is in de waterschapsverordening bepaald dat die verplichte lozingsroute niet geldt als er een andere lozingsroute in het omgevingsplan is toegestaan. De initiatiefnemer heeft in dat geval de keuze tussen lozen in oppervlaktewater of lozen in de riolering.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4f39e9a2454c47f79309a8fee28fbdec__artrecital__content_22.184" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.11__content_22.184">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.184</Nummer>
			  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen gehanteerd worden voor het meten van emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_c817219ecca9499286a5d1914ff554a1__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.12" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.12">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.12</Nummer>
			<Opschrift>Recreatieve visvijvers</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_21e2f3665ded4b7caf0a40abe4644eb1__artrecital__content_22.185" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.12__content_22.185">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.185</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een recreatieve visvijver. Recreatieve visvijvers vallen onder de recreatieve sector. Anders dan in kwekerijen van vis voor menselijke consumptie of voor siervissen worden in recreatieve visvijvers geen vissen gekweekt. Het kweken van vissen wordt als een agrarische activiteit beschouwd.</Al>
			  <Al>Het vissen vindt plaats in aparte vijvers. Deze vijvers maken in het algemeen geen deel uit van een oppervlaktewaterlichaam. Gemiddeld eens per twee weken wordt een aantal consumptievissen aangevoerd van een kwekerij. Deze vissen worden tijdelijk in voorraadbakken bewaard. Vervolgens worden ze - afhankelijk van de vraag - uit de voorraadbakken gehaald en uitgezet in één of meerdere grotere vijvers om te worden gevangen door recreatieve vissers.</Al>
			  <Al>De vissen worden in de tijd dat ze in de bakken en visvijvers aanwezig zijn in principe niet (bij)gevoerd. Een forel kan gemakkelijk een half jaar zonder voedsel. Ook worden geen antibiotica toegepast. Dat is sowieso bij vissen, die voor consumptiedoeleinden worden gebruikt, niet toegestaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0c1bc56ab26f41eda1c242d63b9fe9e5__artrecital__content_22.186" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.12__content_22.186">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.186</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De te verstrekken gegevens en bescheiden dienen om een beeld te verschaffen van:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_726__content_726__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.12__content_22.186__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_726__content_726__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.12__content_22.186__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>de activiteit zelf en wat daarbij hoort;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_726__content_726__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.12__content_22.186__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>de precieze plek en indeling van de activiteit; en</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_726__content_726__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.12__content_22.186__list_o_1__item_o_3">
			      <Al>wanneer deze begint of wordt gewijzigd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Er hoeft geen inschatting van de door te activiteit veroorzaakte milieubelasting te worden verstrekt. Wel kan het college van B&amp;W op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.48" scope="Artikel">artikel 22.48 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders</IntRef> verzoeken om gegevens en bescheiden die nodig zijn om te bezien of de algemene regels uit dit omgevingsplan en maatwerkvoorschriften voor de activiteit toereikend zijn gezien ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen van de kwaliteit van het milieu.</Al>
			  <Al>Wanneer gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt, zijn ook altijd <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46" scope="Artikel">artikel 22.46</IntRef> (algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden) en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47" scope="Artikel">artikel 22.47</IntRef> (gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat) van toepassing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_1ceb21714fc04732be167aa5e697e988__artrecital__content_22.187" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.12__content_22.187">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.187</Nummer>
			  <Opschrift>Water: lozingsroute</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het water in de visvijvers wordt in beweging gehouden om vorming van onder andere blauwalgen te voorkomen. Daarvoor wordt een aantal m<sup>3</sup> grondwater per dag opgepompt en toegevoegd aan de voorraadbakken, die weer in open verbinding staan met de visvijvers. Uiteindelijk wordt het spuiwater geloosd. Het spuiwater bestaat uit schoon (grond)water zonder toevoegingen. Het lozen van dit afvalwater in de bodem of in een schoonwaterriool is zonder nadere voorschriften toegestaan. Lozen in het vuilwaterriool is niet toegestaan.</Al>
			  <Al>Meestal wordt het afvalwater overigens in het oppervlaktewater geloosd. De regels daarvoor staan in de waterschapsverordening.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_dd9ca48543f9445c829e2382ac0be100__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.13" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.13">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.13</Nummer>
			<Opschrift>Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_fd2963dd2a654c49934b7c62f3d21e9c__artrecital__content_22.188" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.13__content_22.188">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.188</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal. Dit is de 'ouderwetse', chemische manier van ontwikkelen en afdrukken van lichtgevoelige film.<br/><br/>Digitaal afdrukken, het met onder andere inkjet- en laserprinters afdrukken van digitale foto's, is specifiek uitgezonderd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_20e198c5ff694c3ca331be2433da4162__artrecital__content_22.189" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.13__content_22.189">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.189</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij artikel voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4890c8422d1443c281db673c6d0f0906__artrecital__content_22.190" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.13__content_22.190">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.190</Nummer>
			  <Opschrift>Water</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is het in het vergelijkbare artikel van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer voorkomende voorschrift dat het te lozen afvalwater op een doelmatige wijze kan worden bemonsterd geschrapt. Dit volgt namelijk al uit de specifieke zorgplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e8b47fc0933641c19cddefa21e5b5393__artrecital__content_22.191" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.13__content_22.191">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.191</Nummer>
			  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke normen worden gehanteerd bij bemonstering van afvalwater. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_fa87d4f4a8124a9c8055a5f8ff3c8fff__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.14" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.14">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.14</Nummer>
			<Opschrift>Wassen van motorvoertuigen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_535f5376aec041f6a7139532d22750f5__artrecital__content_22.192" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.14__content_22.192">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.192</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het uitwendig wassen van motorvoertuigen, met uitzondering van het wassen van motorvoertuigen dat onderdeel uitmaakt van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal en bij de activiteit wonen. In het Bal zijn, waar nodig, al regels gesteld over het reinigen van voertuigen. De reden dat deze paragraaf ook niet van toepassing is bij wonen, is dat er in het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens ook geen regels aan deze lozingen waren gesteld, anders dan de zorgplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_70e33e58e7bd4d71a6b3307eaaad6d95__artrecital__content_22.193" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.14__content_22.193">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.193</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het wassen van motorvoertuigen moet in principe plaatsvinden boven een vloeistofdichte bodemvoorziening. Vanwege de aard van de activiteit, waarbij continue bodembedreigende vloeistoffen over de voorziening stromen, zijn niet-vloeistofdichte voorzieningen niet toereikend.</Al>
			  <Al>Op de plicht om het wassen van motorvoertuigen plaats te laten vinden boven een vloeistofdichte bodemvoorziening is een uitzondering gemaakt voor het wassen van motorvoertuigen op een mobiele wasinstallatie. Dit soort installaties worden tegenwoordig steeds meer toegepast bij initiatiefnemers die zelf niet beschikken over de vereiste voorzieningen. Mobiele installaties moeten wel voldoende bodembeschermende werking hebben. Daarom is bepaald dat er geen vloeistoffen in de bodem terecht mogen komen.</Al>
			  <Al>Ook geldt, in navolging van de artikelen 3.23b, tweede lid, aanhef en onder a, en 3.24, aanhef en onder a, van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, een uitzondering voor het per week uitwendig wassen van ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194" scope="Artikel">Artikel 22.194</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, van dit omgevingsplan regelt in samenhang hiermee dat het water bij het wassen in de bodem mag komen. Dit zal in beperkte mate het geval zijn, als de verharding waarop wordt gewassen niet vloeistofdicht is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d159a9eecefe4587bac1a7b5f31a7738__artrecital__content_22.194" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.14__content_22.194">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.194</Nummer>
			  <Opschrift>Water</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt bij het lozen van oliehoudend afvalwater is een norm van 20 milligram olie per liter in enig steekmonster. Aan deze norm kan worden voldaan door ofwel het toepassen van zuiveringstechnieken volgens BBT, ofwel het zodanig inrichten van de werkwijze, dat het gehalte van 20 milligram per liter ook zonder behandeling in zuiveringsvoorzieningen niet wordt overschreden.</Al>
			  <Al>Op de norm van 20 milligram per liter wordt een uitzondering gemaakt als het afvalwater geleid wordt door een olie-afscheider en slibvangput die voldoen aan NEN-EN 858-1 en 2. Vanzelfsprekend moeten de olie-afscheider en slibvangput adequaat functioneren. Dit kan worden beoordeeld aan de hand van het oliegehalte van het geloosde water. Daarbij is het wel van belang, dat de werkwijze (waaronder de keuze van het reinigingsmiddel en de wijze van toepassing van een eventuele hogedrukreiniger) zodanig is dat een goede werking van de afscheider niet onmogelijk wordt gemaakt door vorming van emulsies. Ook moeten de slibvangput en olieafscheider goed worden onderhouden. Dit omvat het tijdig ledigen en reinigen en het zo spoedig mogelijk verhelpen van geconstateerde gebreken. Wanneer het verwijderen van afgescheiden olie en slib exact aan de orde is afhankelijk van het type afscheider en kan verschillen. Over het algemeen moet de slibvangput of slibvangruimte worden geleegd wanneer deze voor meer dan 50% gevuld is met slib/zand. Dit valt onder de specifieke zorgplicht.</Al>
			  <Al>Om de goede werking van een slibvangput en olieafscheider te waarborgen moet bij alle afscheiders, naast het zo nodig verwijderen van olie en slib, de afscheider met enige regelmaat volledig geleegd en gereinigd worden en onderzocht worden op aantasting en andere gebreken. Gebleken gebreken moeten zo spoedig mogelijk verholpen worden. Ook dit valt onder de specifieke zorgplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4556d9829eff460a86e166e02c079dd0__artrecital__content_22.195" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.14__content_22.195">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.195</Nummer>
			  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke normen gehanteerd worden bij bemonstering van afvalwater. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_3130471689f141b794f972eb6509fb51__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.15" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.15">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.15</Nummer>
			<Opschrift>Niet-industriële voedselbereiding</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_544922d57a6340c7ba0267edf854c579__artrecital__content_22.196" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.15__content_22.196">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.196</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op (kleinschalige) voedselbereiding. Het betreft bijvoorbeeld bedrijfskantines of de horeca.</Al>
			  <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op de voedingsmiddelenindustrie als bedoeld in artikel 3.128 van het Bal, met uitzondering van de kantine van die bedrijven.</Al>
			  <Al>Het toepassingsbereik van artikel 3.128 van het Bal verschilt enigszins van het toepassingsbereik van paragraaf 3.6.3 (industrieel vervaardigen of bewerken van voedingsmiddelen of dranken) uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Daardoor ontstaan mogelijk wat verschuivingen in het werkingsgebied van de voorschriften ten opzichte van de oude situatie. Zo is de ondergrens voor het nominaal vermogen van een bakkerijoven van 400 kW uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer veranderd in een aansluitwaarde van meer dan 100 kW omdat die ondergrens in artikel 3.128 van het Bal wordt gehanteerd. In gevallen waarin dit een probleem oplevert kan dit worden opgelost met maatwerk.</Al>
			  <Al>Grootkeukenapparatuur is apparatuur die wordt gebruikt voor professionele keukens in de horeca en bij andere bedrijven. De apparatuur die in professionele keukens wordt gebruikt, is een slag groter dan huishoudelijke apparatuur en wordt gekocht bij gespecialiseerde leveranciers.</Al>
			  <Al>Grootkeukenapparatuur komt zowel in elektrische als gasgestookte varianten voor. Het maximale vermogen van grootkeukenapparatuur is ongeveer 80 kW. Zware grootkeukenapparaten zijn bijvoorbeeld pastakokers voor een mensa of instelling of de bakwand van een snackbar.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5999b5becca24ba494cf714e3660a64b__artrecital__content_22.197" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.15__content_22.197">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.197</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij artikel voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_df44fe0eab40423d87721309a26623d1__artrecital__content_22.198" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.15__content_22.198">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.198</Nummer>
			  <Opschrift>Water</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Vethoudend afvalwater wordt in beginsel altijd op het vuilwaterriool geloosd.</Al>
			  <Al>Het is niet toegestaan om afvalwater via een voedselrestvermaler te lozen op het vuilwaterriool. Een voedselrestvermaler vermaalt verteerbare etensresten met toevoeging van water tot een vloeibare afvalstof. Deze vloeibare afvalstof wordt vervolgens met het afvalwater geloosd. De vermalen stoffen kunnen leiden tot verstopping, maar zorgen ook voor een ongewenste toename van organisch afval in het afvalwater.</Al>
			  <Al>Bij het lozen van vethoudend afvalwater is het toepassen van een vetafscheider en slibvangput verplicht. Deze moeten voldoen aan en worden gebruikt conform NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2. Op grond van het vijfde lid kan in afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2, met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.</Al>
			  <Al>Een slibvangput en vetafscheider die vóór 14 september 2004 zijn geplaatst, hoeven niet te voldoen aan de NEN-EN-normen. In plaats daarvan is volstaan met de voorwaarde 'afgestemd op de hoeveelheid water'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_555f40bbe75f43f498927113fad4a63a__artrecital__content_22.199" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.15__content_22.199">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.199</Nummer>
			  <Opschrift>Geur</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Een ontgeuringsinstallatie zoals voorgeschreven in dit artikel moet uiteraard doelmatig zijn. Op grond van de specifieke zorgplichten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal moet bijvoorbeeld de capaciteit van de ontgeuringsinstallatie groot genoeg zijn en moet de installatie voldoende vaak worden gereinigd.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Grootkeukens die grillen, frituren of bakken in olie of vet, moeten de hierbij vrijkomende dampen afzuigen. Bovendien moeten de afgezogen dampen via een doelmatig verwisselbaar of reinigbaar vetvangend filter worden afgevoerd naar de buitenlucht. Dit geldt niet voor het grillen met houtskool.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                    </Al>
			  <Al>Net als in de voormalige Activiteitenregeling milieubeheer, gelden de regels voor het voorkomen van geurhinder niet voor het koken met keukenapparatuur. De specifieke zorgplicht is voldoende.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Vierde lid<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef></i>
                                    </Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> betreft overgangsrecht dat overgenomen is uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij het stellen van regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan kan worden beoordeeld of dit overgangsrecht voor een specifieke locatie nog noodzakelijk of gewenst is.g noodzakelijk of gewenst is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_c641e9c0dc68425fb6669002a77d2a71__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.16" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.16">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.16</Nummer>
			<Opschrift>Voedingsmiddelenindustrie</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_44011ed6ae1849e0b600dea92736fb47__artrecital__content_22.200" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.16__content_22.200">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.200</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op milieubelastende activiteiten zoals die voorkomen bij de voedingsmiddelenindustrie. De activiteiten zijn benoemd in artikel 3.128 van het Bal, Het gaat onder meer om het op grote schaal bewerken of verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen, slachten van dieren of maken van veevoer. Het aspect geurimmissie is voor deze activiteiten niet specifiek geregeld in het Bal. Wel valt dit aspect onder de specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Bal. Deze paragraaf is een maatwerkregel op grond van die specifieke zorgplicht.</Al>
			  <Al>Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten als bedoeld in de artikelen 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Bal wordt het toestaan van (meer) geur door het beginnen met of uitbreiden in capaciteit van de activiteit, geregeld via een vergunningaanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Bij de vergunningaanvraag kan een geuronderzoek geëist worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_19a63cd63cfa499181ac917949980297__artrecital__content_22.201" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.16__content_22.201">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.201</Nummer>
			  <Opschrift>Geur: beginnen of uitbreiden activiteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 3.140, eerste lid van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Het bevoegd gezag kan in afwijking van dit artikel bij maatwerkvoorschrift op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit omgevingsplan een bepaalde mate van nieuwe geurhinder ter plaatse van geurgevoelige gebouwen toestaan.</Al>
			  <Al>Ook kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift bepalen dat een bepaalde geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten niet wordt overschreden, of dat technische voorzieningen worden aangebracht of gedragsregels in acht worden genomen om de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken.</Al>
			  <Al>Bij het industrieel vervaardigen of bewerken van levensmiddelen of voeder is de kans op geurhinder reëel. Daarom kan het bevoegd gezag via een maatwerkvoorschrift om een geuronderzoek vragen. In dat geuronderzoek wordt onder meer aangegeven welke maatregelen worden getroffen ter voorkoming of beperking van geurhinder ter plaatse van geurgevoelige gebouwen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_2a22617573f04bdea2c0dfe706e0142b__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.17</Nummer>
			<Opschrift>Slachten van dieren en bewerken van dierlijke bijproducten of uitsnijden van vlees, vis of organen.</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e312f0613d884a9f94067d36174f37c7__artrecital__content_22.202" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.202">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.202</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Op het slachten van meer dan 10.000 kilogram levend gewicht aan dieren per week is paragraaf 3.4.8 (Voedingsmiddelenindustrie) van het Bal van toepassing. Bij de andere drie activiteiten genoemd in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202" scope="Artikel">artikel 22.202</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdelen c tot en met d, staat geen ondergrens. Paragraaf 3.4.8 van het Bal is van toepassing op alle IPPC-installaties in de voedingsmiddelenindustrie. Wanneer dus de andere drie activiteiten onderdeel zijn van een IPPC-installatie, dan is deze paragraaf niet van toepassing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7b2e29dae596497cac7d2a6949c49927__artrecital__content_22.203" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.203">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.203</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0b73f05f6d2145c68c96b5d1ce2f6432__artrecital__content_22.204" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.204">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.204</Nummer>
			  <Opschrift>Water: lozingsroute en zuivering</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Door het inpandig uitvoeren van het slachten van dieren en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten wordt voorkomen dat afvalwater onbedoeld in de bodem of het oppervlaktewater terecht komt.</Al>
			  <Al>Bij het lozen van vethoudend afvalwater is het toepassen van een vetafscheider en slibvangput verplicht. Deze moeten voldoen aan en worden gebruikt conform NEN-EN 1825-1 en -2. Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> kan in afwijking van NEN-EN 1825-1 en -2, met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider. In plaats van een vetafscheider kan ook een flocculatie- afscheider als alternatieve maatregel worden toegepast.</Al>
			  <Al>Een slibvangput en vetafscheider, die vóór 14 september 2004 zijn geplaatst, hoeven niet te voldoen aan de NEN-EN-normen. In plaats daarvan kan worden volstaan met de voorwaarde 'afgestemd op de hoeveelheid water'. Hetzelfde geldt voor een flocculatie-afscheider geplaatst voor 1 januari 2013.</Al>
			  <Al>Voor meer uitleg over de zuivering bij het lozen van vethoudend afvalwater in een vuilwaterriool wordt kortheidshalve verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 4.407 van het Bal.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_90c3168855bd414988bb50d215f4e763__artrecital__content_22.205" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.205">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.205</Nummer>
			  <Opschrift>Geur: voorkomen of beperken geurhinder</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Een ontgeuringsinstallatie zoals voorgeschreven in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onder b, van dit artikel moet uiteraard doelmatig zijn. Op grond van de specifieke zorgplichten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal moet bijvoorbeeld de capaciteit van de ontgeuringsinstallatie groot genoeg zijn en moet de ontgeuringsinstallatie voldoende vaak worden gereinigd.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat oud overgangsrecht van het Activiteitenbesluit milieubeheer dat is overgenomen. Bij het stellen van regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan kan worden beoordeeld of dit overgangsrecht voor een specifieke locatie nog noodzakelijk of gewenst is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_46230dab2cf845669faa010ca6fb8691__artrecital__content_22.206" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.206">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.206</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Een aaneengesloten bodemvoorziening is een vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert en waarvan eventuele onderbrekingen of naden zijn gedicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_61984f264efe4707a4bc34bf8da71ed2__artrecital__content_22.207" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.207">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.207</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 22.202, eerste lid verricht houdt in een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef>, onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b9873269837a47e4b33df37227215934__artrecital__content_22.208" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.208">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.208</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: eindonderzoek bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.3 van het Bal.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Een eindonderzoek bodem heeft tot doel te bepalen of de bodem na het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen is verontreinigd of aangetast.<br/>Een bodemonderzoek voorafgaand aan de activiteit, zoals op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer werd voorgeschreven, is niet langer verplicht voor deze activiteit. Degene die het pekelen van dierlijke bijproducten of organen beëindigd kan er nog altijd wel zelf voor kiezen op eigen initiatief een bodemonderzoek te verrichten voorafgaand aan het beëindigen van de activiteit. Als voorafgaand aan de activiteit geen nulsituatie wordt vastgesteld, kan het wel zo zijn dat de initiatiefnemer meer moet herstellen dan alleen door zijn activiteit veroorzaakte bodemverontreiniging. De initiatiefnemer heeft dus een keuze.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit lid schrijft voor dat het bodemonderzoek alleen is gericht:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_748__content_748__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.208__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_748__content_748__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.208__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>op de bodembedreigende stoffen die als gevolg van de activiteit in de bodem kunnen geraken of daarin terecht kunnen zijn gekomen; en</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_748__content_748__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.208__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>op de plaatsen waar de bodembedreigende activiteit is verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> bepaalt dat het bodemonderzoek moet voldoen aan NEN 5725 en NEN 5740 en dat het veldwerk moet worden verricht door een instelling met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie- of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000. Het veldwerk bestaat onder andere uit het nemen van grond(water)monsters en het plaatsen van handboringen en peilbuizen. Een 'erkenning bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij wordt vastgesteld dat een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_6ceb38569a2a4c6aaf99f6a9549a79af__artrecital__content_22.209" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.209">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.209</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.4 van het Bal. In het rapport van het eindonderzoek bodem moeten een aantal gegevens worden opgenomen. Bij de naam van degene die het onderzoek heeft uitgevoerd zal het in de regel gaan om de bedrijfsnaam. De wijze waarop het onderzoek is verricht zal over het algemeen een weergave bevatten van de normdocumenten die zijn gevolgd en de gegevens die op grond daarvan moeten worden vastgelegd. Het rapport moet informatie bevatten over de soort en concentratie van de aangetroffen verontreinigende stoffen, van welke bronnen deze stoffen afkomstig zijn en informatie over de geschiedenis van het terrein. Als er bestaande informatie is over bodem- en grondwatermonsters van de verontreinigende stoffen die bij de activiteit gebruikt zijn, geproduceerd zijn of zijn vrijgekomen ten tijde van het opstellen van het rapport kunnen deze gegevens in de rapportage verwerkt worden, anders moeten nieuwe monsters worden genomen. Wanneer is gebleken dat de bodem is verontreinigd of aangetast, zal in het rapport ook moeten worden vastgelegd op welke wijze de bodemkwaliteit wordt hersteld en de mate waarin dat plaatsvindt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_dd57001b219e4fa3b392b637fa8e70f5__artrecital__content_22.210" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.210">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.210</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.5 van het Bal. De resultaten van het eindonderzoek bodem moeten uiterlijk binnen zes maanden na beëindiging van de activiteit zijn gerapporteerd aan het bevoegd gezag.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_dcb32340e8374c42b2e83b6923553619__artrecital__content_22.211" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.211">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.211</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: herstel van de bodemkwaliteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.6 van het Bal.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Als uit het rapport van het eindonderzoek bodem blijkt dat de bodem is verontreinigd dan moet op grond van het eerste lid uiterlijk binnen zes maanden na het toezenden van het rapport de bodemkwaliteit zijn hersteld.<br/>Voor het herstellen van de bodemkwaliteit kan uit drie opties worden gekozen. Deze keuze wordt gemaakt door degene die de activiteit verricht. De bodemkwaliteit wordt hersteld tot:</Al>
			  <Al>– De waarden van een bodemrapport volgens NEN 5740 waarin de bodem- en grondwaterkwaliteit voor aanvang van de activiteit zijn vastgelegd.<br/>– De bodemkwaliteit van de zone waarin de activiteit is verricht zoals vastgelegd op een geldende bodemkwaliteitskaart.</Al>
			  <Al>– De achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit. Wanneer de bodemkwaliteit voor aanvang van de activiteit niet is vastgelegd of wanneer er geen geldende bodemkwaliteitskaart voor dat gebied voor handen is, dan moet herstel plaatsvinden tot de achtergrondwaarden als vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>Dit artikel regelt dat de bodemkwaliteit hersteld moet worden na beëindiging van de activiteit. Dit doet er niks aan af dat eventuele morsingen of lekkages op een bodembeschermende voorziening direct opgeruimd moeten worden. Het opruimen van gelekte of gemorste (vloei)stoffen is onderdeel van de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal. Deze verplichtingen bestaan naast elkaar.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bepaalt dat het herstel van de bodemkwaliteit moet worden verricht door een persoon of onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. Een 'erkenning bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_765a0dfd83cc4975b6117a12b07593d5__artrecital__content_22.212" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.212">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.212</Nummer>
			  <Opschrift>Informeren: herstelwerkzaamheden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.7 van het Bal. Zowel ten minste vijf dagen voor de aanvang van de herstelwerkzaamheden als ten hoogste vijf dagen na de afronding van de herstelwerkzaamheden wordt het bevoegd gezag door degene die de activiteit heeft verricht geïnformeerd over deze herstelwerkzaamheden, zodat het bevoegd gezag daarop haar toezichtsactiviteiten kan afstemmen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_fc3d5755286f46e48bb5c13cfc794b1e__artrecital__content_22.213" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.17__content_22.213">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.213</Nummer>
			  <Opschrift>Water: opruimen gemorste en gelekte stoffen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het pekelen van dierlijke bijproducten en organen kunnen bepaalde stoffen lekken en worden gemorst, die bij voorkeur niet in het afvalwater terecht mogen komen. Daarom is in dit artikel voorgeschreven dat ze zoveel mogelijk, zonder verder toevoegen van water worden opgeruimd en afgevoerd als afvalstof en dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat deze stoffen in het afvalwater terecht kunnen komen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_5b1db72203e04d67b21c52e772e12423__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.18</Nummer>
			<Opschrift>Opwekken van elektriciteit met een windturbine</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a8c3238d0e0641deb233fa9af12665db__artrecital__content_22.214" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.214">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.214</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf ziet op windturbines die lichtschitteringveroorzaken of slagschaduw in verblijfsruimten van slagschaduwgevoelige gebouwen.Onder deze paragraaf vallen alleen windturbines met een rotordiameter van meer dan 2 m.</Al>
			  <Al>Een windturbine die deel uitmaakt van een windpark in de Noordzee valt niet onder deze paragraaf.Een windturbine die deel uitmaakt van een nieuw windpark valt niet onder deze paragraaf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b6d79b83fe3a4181befce87a7adad0d6__artrecital__content_22.215" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.215">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.215</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>In artikel 5.89a van het Bkl zijn slagschaduwgevoelige gebouwen, die zijn toegelaten voor de duur van niet meer dan tien jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de bepalingen over slagschaduw in dat besluit. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen deze tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige gebouwen wel bescherming. Dit artikellid zorgt ervoor dat de tijdelijke slagschaduwgevoelige gebouwen, die toegelaten zijn op grond van het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel bescherming tegen slagschaduw blijven houden. Dit tot het moment dat bij:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_755__content_755__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.215__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_755__content_755__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.215__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>het vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_755__content_755__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.215__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; beoordeeld is dat de situatie ook zonder deze regel voor slagschaduw op het tijdelijke slagschaduwgevoelige gebouw, aanvaardbaar is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> gaat over geprojecteerde en in aanbouw zijnde slagschaduwgevoelige gebouwen, die op grond van het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet toegelaten zijn. Deze gebouwen krijgen op grond van dit onderdeel geen bescherming voor slagschaduw. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer bood namelijk geen bescherming tegen slagschaduw aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.agschaduw aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.</Al>
			  <table frame="topbot" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_755__content_755__table_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.215__table_o_1">
			    <title/>
			    <tgroup cols="2" align="left">
			      <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/>
			      <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/>
			      <tbody valign="top">
				<row>
				  <entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2" valign="top">
				    <Al>
                                                      <strong>Schema: of regels voor slagschaduw gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde slagschaduwgevoelige gebouwen of tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige gebouwen</strong>
                                                   </Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1" valign="top">
				    <Al>
                                                      <strong>Slagschaduwgevoelig gebouw</strong>
                                                   </Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2" valign="top">
				    <Al>
                                                      <strong>Activiteit</strong>
                                                   </Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1" valign="top">
				    <Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2" valign="top">
				    <Al>de regel voor slagschaduw is niet van toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1" valign="top">
				    <Al>in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2" valign="top">
				    <Al>de regel voor slagschaduw is wel van toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1" valign="top">
				    <Al>slagschaduwgevoelig gebouw dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2" valign="top">
				    <Al>de regel voor slagschaduw is wel van toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1" valign="top">
				    <Al>slagschaduwgevoelig gebouw dat in het nieuwedeel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2" valign="top">
				    <Al>de regel voor slagschaduw is niet van toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
			      </tbody>
			    </tgroup>
			  </table>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_dc63b2d4b8ca4ab3a3cf38d71c4b9329__artrecital__content_22.216" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.216">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.216</Nummer>
			  <Opschrift>Slagschaduw: stilstandvoorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De passerende schaduw van draaiende wieken van een windturbine kan op bepaalde plaatsen en onder bepaalde omstandigheden een hinderlijk schaduweffect, dat wil zeggen wisseling van lichtsterkte, veroorzaken. Dit kan vooral hinderlijk zijn als de schaduw over ramen valt en zich bijvoorbeeld over een werkplek beweegt waar gestudeerd of gelezen wordt. De mate van hinder wordt onder meer bepaald door de frequentie van het passeren (rotortoerental), door de blootstellingsduur en door de intensiteit van de wisselingen in lichtsterkte. Passeerfrequenties tussen 2,5 en 14 Hz (aantal passeringen per seconde) veroorzaken hinder. Bij grotere turbines is het toerental lager zodat de passeerfrequenties doorgaans beneden 2,5 Hz liggen. Naast de passeerfrequentie is een aantal andere factoren ook bepalend voor eventuele hinder in de omgeving. Deze factoren zijn dermate locatie specifiek dat het ondoenlijk is een eenduidige alomvattende norm te stellen. Doorgaans is het noodzakelijk deze factoren in samenhang te analyseren en te projecteren op de specifieke situatie. Zo nodig kan hiervoor een maatwerkvoorschrift worden gesteld. Een hinderduur van maximaal 64 (en gemiddeld 17) dagen per jaar met een maximum van 20 minuten per dag is op grond van artikel 5.89f van het Bkl als aanvaardbaar te beschouwen. Bovendien zijn in veel gevallen eenvoudige voorzieningen aan te brengen aan een turbine. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een stilstandregeling. De eis uit dit artikel geldt in slagschaduwgevoelige ruimten. Een blinde gevel of tuinen bij woningen worden niet beschermd tegen slagschaduw. Het bevoegd gezag kan aanvullend maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen of beperken van hinder door slagschaduw als de maatregel in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216" scope="Artikel">artikel 22.216</IntRef> in een specifiek geval niet toereikend is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_8992755cf9b14afb96ef2faf36376c05__artrecital__content_22.217" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.217">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.217</Nummer>
			  <Opschrift>Slagschaduw: functionele binding</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de regel voor het beperken van slagschaduw niet van toepassing is op de slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine. Dit artikel sluit aan bij artikel 5.89d van het Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_db11ecdf22d54016b3b2f2d132cc9833__artrecital__content_22.218" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.218">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.218</Nummer>
			  <Opschrift>Slagschaduw: voormalige functionele binding</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de regels voor slagschaduw in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat voorheen onderdeel was van een Wet milieubeheer-inrichting of functioneel verbonden was met een agrarische activiteit, niet gelden voor slagschaduw door een windturbine, behorende bij die agrarische activiteit in dat slagschaduwgevoelige gebouw.<br/>Het gebouw blijft wel beschermd tegen slagschaduw, veroorzaakt door andere omliggende windturbines.</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel a</i>
                                    </Al>
			  <Al>Onderdeel a is een regeling voor zogenaamde 'plattelandswoningen' die als plattelandswoning zijn aangewezen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Dit was onder het oude recht bepaald in de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 1.1a) en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 1.3c).</Al>
			  <Al>
                                       <i>Onderdeel b</i>
                                    </Al>
			  <Al>Onderdeel b is een regeling voor slagschaduw door een windturbine bij een agrarische activiteit, voor een gebouw met een voormalige functionele binding in het nieuwe deel van het omgevingsplan.</Al>
			  <Al>In een situatie als bedoeld onder b, wordt in het nieuwe deel van het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, voor de woning waar het om gaat (of ander slagschaduwgevoelig gebouw) bepaald dat deze woning geen bescherming geniet tegen slagschaduw door een windturbine bij de agrarische activiteit waarmee de woning voorheen was verbonden, door regels in het omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet erin dat de regel voor slagschaduw uit dit omgevingsplan ook daadwerkelijk niet gaat gelden voor de naastgelegen woning, die nu geen functionele binding meer heeft.</Al>
			  <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van artikel 5.89e van het Bkl.<br/>Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij dat artikel en paragrafen 2.3.8, onder 'Voormalige bedrijfswoningen', en 8.1.3, onder 'Functioneel verbonden en functioneel ondersteunende gebouwen en locaties', van het algemeen deel van de nota van toelichting bij het Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_18c1efb1cd984428a4abdf017532eb15__artrecital__content_22.219" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.219">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.219</Nummer>
			  <Opschrift>Lichtschittering: beperken van reflectie</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Lichthinder door lichtschittering kan voorkomen worden door het gebruik van niet-reflecterende materialen of door coating op de rotorbladen aan te brengen. Daarnaast blijkt dat door weersinvloeden de rotorbladen mat kunnen worden (glansgraad maximaal 30%) waardoor reflectiewaarden in de tijd afnemen. De methode van meten van reflectiewaarden is opgenomen in NEN-EN-ISO 2813, 'Verven en vernissen - Metingen van de glans (spiegelende reflectie) van niet- metallieke verflagen onder 20°, 60° en 85°. Hoewel de voorkeur uitgaat naar de meetmethode uit dit voorschrift, kan ook van een gelijkwaardige meetmethode gebruik worden gemaakt. Gelijkwaardige meetmethoden zijn bijvoorbeeld opgenomen in DIN (Deutsche Industrie Norm) 67530 en NEN 3632.<br/>Het bevoegd gezag kan aanvullend maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen of beperken van hinder door lichtschittering als <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.219" scope="Artikel">artikel 22.219</IntRef> of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.220" scope="Artikel">artikel 22.220</IntRef> in een specifiek geval niet toereikend is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_bc18010d3b9f43a08cc491347c13d5b7__artrecital__content_22.220" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.18__content_22.220">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.220</Nummer>
			  <Opschrift>Lichtschittering: meten reflectiewaarden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Lichthinder door lichtschittering kan voorkomen worden door het gebruik van niet-reflecterende materialen of door coating op de rotorbladen aan te brengen. Daarnaast blijkt dat door weersinvloeden de rotorbladen mat kunnen worden (glansgraad maximaal 30%) waardoor reflectiewaarden in de tijd afnemen. De methode van meten van reflectiewaarden is opgenomen in NEN-EN-ISO 2813, 'Verven en vernissen - Metingen van de glans (spiegelende reflectie) van niet- metallieke verflagen onder 20°, 60° en 85°. Hoewel de voorkeur uitgaat naar de meetmethode uit dit voorschrift, kan ook van een gelijkwaardige meetmethode gebruik worden gemaakt. Gelijkwaardige meetmethoden zijn bijvoorbeeld opgenomen in DIN (Deutsche Industrie Norm) 67530 en NEN 3632.</Al>
			  <Al>Het bevoegd gezag kan aanvullend maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen of beperken van hinder door lichtschittering als <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.219" scope="Artikel">artikel 22.219</IntRef> of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.220" scope="Artikel">artikel 22.220</IntRef> in een specifiek geval niet toereikend is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_45627a7b1ab447ab9a5bceeec98c48d8__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.19" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.19">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.19</Nummer>
			<Opschrift>In werking hebben van een acculader</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_436ba4c2bbb54db0b72e0d398dcf724b__artrecital__content_22.221" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.19__content_22.221">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.221</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf heeft enkel betrekking op het opladen van 'natte' accu's. Deze accu's bevatten (zwavel)zuur en zijn niet volledig gesloten waardoor er lekkage kan optreden.</Al>
			  <Al>Deze activiteit was onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer niet meldingsplichtig. Vandaar dat er geen plicht om gegevens en bescheiden aan te leveren is opgenomen in deze paragraaf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a0aa73275a07448d83153b4df8265254__artrecital__content_22.222" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.19__content_22.222">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.222</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uit een natte accu kan zuur lekken, dat de bodem kan verontreinigen. Daarom moet een aaneengesloten bodemvoorziening aanwezig zijn. Een aaneengesloten bodemvoorziening is een vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert en waarvan eventuele onderbrekingen of naden zijn gedicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_065548beb69448638905610b1bf061f7__artrecital__content_22.223" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.19__content_22.223">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.223</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal.<br/>Degene die de activiteit verricht houdt een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef>, onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_b2be7b67eab34872b9da650bff5da892__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.20" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.20">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.20</Nummer>
			<Opschrift>Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d335935728e2400485563692281c9545__artrecital__content_22.224" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.20__content_22.224">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.224</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf geldt voor parkeergarages met mechanische ventilatie. Er vindt dan ook emissie uit een puntbron van uitlaatgassen van auto's plaats. Hierdoor kan er lokaal geurhinder of een te hoge concentratie van stoffen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid ontstaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_718f963d277847ec9c01780ae2042f19__artrecital__content_22.225" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.20__content_22.225">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.225</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
			  <Al>Deze paragraaf treedt in werking bij een parkeergarage met meer dan 20 parkeerplaatsen. De plicht gegevens en bescheiden te verstrekken treedt in werking bij een parkeergarage met meer dan 30 parkeerplaatsen. Dit verschil is afkomstig uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij een parkeergarage pas vanaf 30 parkeerplaatsen meldingsplichtig was.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_2f15b7a89ec84bda88973973362fd3ac__artrecital__content_22.226" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.20__content_22.226">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.226</Nummer>
			  <Opschrift>Lucht en geur: afvoeren emissies</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>De voorschriften in het eerste lid dienen om te voorkomen dat er op een bepaald punt geurhinder of een te hoge concentratie ontstaat van stoffen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> betreft overgangsrecht dat overgenomen is uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij het stellen van regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan kan worden beoordeeld of dit overgangsrecht voor een specifieke locatie nog noodzakelijk of gewenst is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_5ba13cebd4744fb79f533a3b48a0e4dc__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.21</Nummer>
			<Opschrift>Traditioneel schieten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0c2bd380853e42cb918fd0639dc4a771__artrecital__content_22.227" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.227">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.227</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Traditioneel schieten is het schieten door schutterijen of schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht.</Al>
			  <Al>Het traditioneel schieten vindt voornamelijk plaats bij schutterijen en schuttersgilden in de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Afhankelijk van de streek worden andere schietdisciplines beoefend. De meest gebruikelijke disciplines van het traditioneel schieten zijn:</Al>
			  <Al>Oud-Limburgs schieten: het harkschieten en het vogelschieten.<br/>Brabants schieten: het schieten op de wip en het gaai- of vogelschieten.<br/>Gelders schieten: het lepel- of fladderschieten, het vogelschieten en het schieten op de schijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_8a34ca795dff4c4e8ab3a57a7c5c0a7b__artrecital__content_22.228" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.228">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.228</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
			  <Al>Met de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt, wordt bedoeld het hele gebied, van de plaats waar wordt geschoten tot de plaats waar de munitie terecht kan komen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_9f1b07db07d444f298d38178881265cc__artrecital__content_22.229" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.229">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.229</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem en externe veiligheid</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het traditioneel schieten moet een kogelvanger worden toegepast. Een kogelvanger is een voorziening, waarmee alle afgeschoten kogels worden opgevangen. Het schieten moet zodanig plaatsvinden dat alle afgeschoten kogels in de kogelvanger terecht komen. Voor bepaalde schietdisciplines kan dat betekenen dat het schieten met een oplegsteun of affuit nodig is. Om ervoor zorg te dragen dat alle afgeschoten kogels in de kogelvanger terecht komen, mogen ongeoefende schutters alleen met toepassing van een affuit schieten. De baancommandant beoordeelt of sprake is van een geoefende of een ongeoefende schutter.</Al>
			  <Al>Het toepassen van een kogelvanger is noodzakelijk in het kader van externe veiligheid en voor het voorkomen, of als dat niet mogelijk is, het zoveel mogelijk beperken van de belasting van de bodem.</Al>
			  <Al>Door het toepassen van een kogelvanger worden de externe veiligheidsrisico's van het traditioneel schieten zoveel mogelijk beperkt, doordat geen kogels achter het doel – waarop geschoten wordt – terecht komen. Het gebruik van de kogelvanger beperkt derhalve de 'onveilige zone'.</Al>
			  <Al>Daarnaast is het toepassen van een kogelvanger noodzakelijk voor het voorkomen, of als dat niet mogelijk is, het zoveel mogelijk beperken van de belasting van de bodem. Bij het traditioneel schieten wordt onder meer gebruik gemaakt van kogels die uit lood bestaan. Lood is schadelijk voor het milieu en derhalve een zwarte lijst-stof. Door het toepassen van een kogelvanger wordt voorkomen dat kogels in de bodem terecht kunnen komen. Afgeschoten kogels worden opgevangen in een verzamelbak (of wattenbak). Deze verzamelbak maakt onderdeel uit van de kogelvanger.</Al>
			  <Al>In de paragraaf van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer over traditioneel schieten stonden ook bepalingen over het zich bij de kogelvanger bevinden van personen of veediersoorten. Dit gedragsvoorschrift valt nu onder de specifieke zorgplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_d4e518dea3fc402faf5140534a54aae3__artrecital__content_22.230" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.230">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.230</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Er moet worden voorkomen dat de hulzen van verschoten munitie in of op de bodem terecht komen. Om deze reden wordt in het eerste lid van dit artikel voorgeschreven dat het schieten plaats moet vinden boven een bodembeschermende voorziening. Dit betekent dat de zone rond de standplaats van de schutter dusdanig geconditioneerd moet zijn, dat het verzamelen van de hulzen makkelijk uitvoerbaar is.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>De kogelvanger, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.229" scope="Artikel">artikel 22.229</IntRef>, moet opgesteld worden boven een bodembeschermende voorziening. Dit om te voorkomen dat de kogels die opgevangen worden door de kogelvanger, maar onverhoopt niet in de verzamelbak terecht komen, op of in de bodem terecht kunnen komen. De exploitant van de schietbaan kan een keuze maken voor de toe te passen bodembeschermende voorzieningen (en daarbij horende maatregelen).<br/>Doorgaans gaat het om een verharding, kleed of voldoende dik plasticfolie met voldoende oppervlakte onder de kogelvanger. De kogels die niet worden opgevangen in de verzamelbak komen op deze voorziening terecht. Deze kogels, maar ook de kogels die worden opgevangen in de verzamelbak, moeten na afloop van een schietdag worden verwijderd om uitloging naar de bodem te voorkomen.<br/>Een andere optie is het treffen van voorzieningen waardoor verzekerd wordt dat alle kogels die worden opgevangen door de kogelvanger terecht komen in de verzamelbak. Dit kan gerealiseerd worden door de kogels, die worden opgevangen door de kogelvanger, met een gesloten buis af te voeren naar een afgesloten verzamelbak.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a88f56850a014141b71fa4a6da442c8e__artrecital__content_22.231" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.231">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.231</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal.<br/>Degene die de activiteit verricht houdt een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef>, onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_de0c3c512858411cab6df3dfff74a4be__artrecital__content_22.232" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.232">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.232</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: eindonderzoek bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.3 van het Bal.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Een eindonderzoek bodem heeft tot doel te bepalen of de bodem na het beëindigen van de activiteit is verontreinigd of aangetast.<br/>Een bodemonderzoek voorafgaand aan de activiteit, zoals in het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer het geval was, is niet langer verplicht voor deze activiteit.</Al>
			  <Al>Degene die een activiteit verricht kan er nog altijd wel zelf voor kiezen op eigen initiatief een bodemonderzoek te verrichten voorafgaand aan de activiteit. Als voorafgaand aan de activiteit geen nulsituatie wordt vastgesteld, kan het wel zo zijn dat de initiatiefnemer meer moet herstellen dan alleen door zijn activiteit veroorzaakte bodemverontreiniging. De initiatiefnemer heeft dus een keuze.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit lid schrijft voor dat het bodemonderzoek alleen is gericht:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_772__content_772__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.232__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_772__content_772__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.232__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>op de bodembedreigende stoffen die als gevolg van de activiteit in de bodem kunnen geraken of daarin terecht kunnen zijn gekomen; en</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_772__content_772__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.232__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>op de plaatsen waar de bodembedreigende activiteit is verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Met het gedeelte van de locatie waar het traditioneel schieten heeft plaatsgevonden, wordt het gehele gebied bedoeld, van de standplaats van de schutters tot de plek waar munitie terecht kan komen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> bepaalt dat het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en dat het veldwerk moet worden verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie- of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000. Het veldwerk bestaat onder andere uit het nemen van grond(water)monsters en het plaatsen van handboringen en peilbuizen. Een 'erkenning bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_366c2434e99e484d808b9383c1100f0a__artrecital__content_22.233" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.233">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.233</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.4 van het Bal. In het rapport van het bodemonderzoek moeten een aantal gegevens worden opgenomen. Bij de naam van degene die het onderzoek heeft uitgevoerd zal het in de regel gaan om de bedrijfsnaam. De wijze waarop het onderzoek is verricht zal over het algemeen een weergave bevatten van de normdocumenten die zijn gevolgd en de gegevens die op grond daarvan moeten worden vastgelegd. Het rapport moet informatie bevatten over de soort en concentratie van de aangetroffen verontreinigende stoffen en van welke bronnen deze afkomstig zijn en informatie over de geschiedenis van het terrein. Als er bestaande informatie is over bodem- en grondwatermonsters van de verontreinigende stoffen die bij de activiteit gebruikt zijn, geproduceerd zijn of zijn vrijgekomen ten tijde van het opstellen van het bodemrapport kunnen deze gegevens in de rapportage verwerkt worden. Als er geen bestaande informatie over bestaat, moeten nieuwe monsters worden genomen. Wanneer is gebleken dat de bodem is verontreinigd of aangetast, zal in het rapport ook moeten worden vastgelegd op welke wijze de bodemkwaliteit wordt hersteld en de mate waarin dat plaatsvindt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_122a9d0383984a72a415803491bfc9d5__artrecital__content_22.234" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.234">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.234</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.5 van het Bal.<br/>De resultaten van het bodemonderzoek moeten uiterlijk binnen zes maanden na beëindiging van de activiteit zijn gerapporteerd aan het bevoegd gezag.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5d7fccf6373b4bb9bf38c7ac607db1dc__artrecital__content_22.235" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.235">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.235</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: herstel van de bodemkwaliteit</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.6 van het Bal.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Als uit het rapport van het eindonderzoek bodem, blijkt dat de bodem is verontreinigd dan moet op grond van het eerste lid uiterlijk binnen zes maanden na het toezenden van het rapport de bodemkwaliteit zijn hersteld.<br/>Voor het herstellen van de bodemkwaliteit kan uit drie opties worden gekozen. Deze keuze wordt gemaakt door degene die de activiteit verricht. De bodemkwaliteit wordt hersteld tot:</Al>
			  <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_775__content_775__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.235__list_o_1">
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_775__content_775__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.235__list_o_1__item_o_1">
			      <Al>de waarden van een bodemrapport volgens NEN 5740 waarin de bodem- en grondwaterkwaliteit voor aanvang van de activiteit zijn vastgelegd;</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_775__content_775__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.235__list_o_1__item_o_2">
			      <Al>de bodemkwaliteit van de zone waarin de activiteit is verricht zoals vastgelegd op een geldende bodemkwaliteitskaart; of</Al>
			    </Li>
			    <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_775__content_775__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.235__list_o_1__item_o_3">
			      <Al>de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Wanneer de bodemkwaliteit voor aanvang van de activiteit niet is vastgelegd of wanneer er geen geldende bodemkwaliteitskaart voor dat gebied voor handen is, dan moet herstel plaatsvinden tot de achtergrondwaarden als vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>Dit artikel regelt dat de bodemkwaliteit hersteld moet worden na beëindiging van de activiteit. Dit doet er niks aan af dat eventuele morsingen of lekkages op een bodembeschermende voorziening direct opgeruimd moeten worden. Het opruimen van gelekte of gemorste (vloei)stoffen is onderdeel van de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit omgevingsplan of 2.11 van het Bal. Deze verplichtingen bestaan naast elkaar.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bepaalt dat het herstel van de bodemkwaliteit moet worden verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. Een 'erkenning bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal omschreven als een erkenning als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit omschrijft een erkenning als beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_68b5b7a2cb1b4b7299be77769214d1aa__artrecital__content_22.236" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.21__content_22.236">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.236</Nummer>
			  <Opschrift>Informeren: herstelwerkzaamheden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.7 van het Bal. Zowel ten minste vijf dagen voor de aanvang van de herstelwerkzaamheden als ten hoogste vijf dagen na de afronding van de herstelwerkzaamheden wordt het bevoegd gezag door degene die de activiteit heeft verricht geïnformeerd over deze herstelwerkzaamheden, zodat het bevoegd gezag daarop haar toezichtsactiviteiten kan afstemmen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_e6ed59e11bf14761b4ff827fd2917dd8__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.22" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.22">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.22</Nummer>
			<Opschrift>Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_affd5c0ce9644352b3f53677b3c2aea8__artrecital__content_22.237" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.22__content_22.237">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.237</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op buiten sporten met terreinverlichting. Wanneer een sportveld terreinverlichting heeft, kan dit lichthinder veroorzaken voor omwonenden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_9acb4533f0fb4425a8a9db870010384e__artrecital__content_22.238" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.22__content_22.238">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.238</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0f864e2b162a402bb4607c19eb351f38__artrecital__content_22.239" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.22__content_22.239">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.239</Nummer>
			  <Opschrift>Licht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel beperkt het gebruik van de terreinverlichting tot specifiek aangewezen gevallen. Op grond van het tweede lid wordt een uitzondering gemaakt voor bepaalde festiviteiten en speciaal aangewezen andere activiteiten. Deze festiviteiten en activiteiten zijn op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt aangewezen in de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_1d173a6d29c948638b619c11eb69e061__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.23" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.23">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.23</Nummer>
			<Opschrift>Opslaan van vaste mest</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5f55d01526db4136bd115f0cfde6d5ad__artrecital__content_22.240" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.23__content_22.240">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.240</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Bij het opslaan van minder dan 3 m<sup>3</sup> vaste mest gelden geen eisen, anders dan de specifieke zorgplicht. Een opslag van meer dan 600 m<sup>3</sup> valt niet onder het toepassingsbereik van deze paragraaf. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267" scope="Artikel">artikel 22.267</IntRef> is een vergunningplicht opgenomen voor de opslag van meer dan 600 m<sup>3</sup> vaste mest.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                    </Al>
			  <Al>Als mest korter dan twee weken op één plek opgeslagen ligt, dan is deze paragraaf niet van toepassing. Wel geldt de specifieke zorgplicht.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                    </Al>
			  <Al>Het opslaan van vaste mest maakt vaak deel uit van bijvoorbeeld een veehouderij, een akkerbouwbedrijf of een agrarisch loonwerkbedrijf die aangewezen zijn als milieubelastende activiteit in het Bal. In dat geval gelden niet de regels uit deze paragraaf, maar de regels voor de opslag van vaste mest uit het Bal. De regels uit deze paragraaf gelden voor opslagen die behoren bij bijvoorbeeld veehouderijen die minder landbouwhuisdieren houden dan de ondergrenzen, opgenomen in artikel 3.200 van het Bal, kinderboerderijen, dierentuinen of bij maneges.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7c645fc4ef114ca9876a4366abc2a66e__artrecital__content_22.241" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.23__content_22.241">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.241</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e88001914b614a728ec7e9a38b26b0de__artrecital__content_22.242" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.23__content_22.242">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.242</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: opslag</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Een aaneengesloten bodemvoorziening is een vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert en waarvan eventuele onderbrekingen of naden zijn gedicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0d8937b9bf9e466eba8df9674481c148__artrecital__content_22.243" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.23__content_22.243">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.243</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal.<br/>Degene die de activiteit verricht houdt een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef>, onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_1398761da9d345409b6cb81fb2fd6ade__artrecital__content_22.244" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.23__content_22.244">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.244</Nummer>
			  <Opschrift>Water: lozingsroute</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het gelijkmatig verspreiden over onverharde bodem van vrijkomende vloeistoffen afkomstig van het opslaan van vaste mest is voorgeschreven omdat het lozen van deze vloeistoffen in het riool of in oppervlaktewater niet de voorkeur heeft.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7f39aa8402e74b58873a12bf03b0d3da__artrecital__content_22.245" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.23__content_22.245">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.245</Nummer>
			  <Opschrift>Geur</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is niet van toepassing op het opslaan van vaste mest, afkomstig van landbouwhuisdieren of van paarden die gehouden worden in verband met het berijden. Hiervoor geldt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel 22.114</IntRef> en verder.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_d3a25983782a4384b2b7324c84d046f3__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.24" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.24">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.24</Nummer>
			<Opschrift>Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_ec5f5753fc0a4affa36bece96a97257a__artrecital__content_22.246" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.24__content_22.246">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.246</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoermiddelen maakt vaak deel uit van een veehouderij, die aangewezen is als milieubelastende activiteit in artikel 3.200 van het Bal of een agrarisch loonwerkbedrijf dat aangewezen is als milieubelastende activiteit in artikel 3.215 van het Bal. In dat geval gelden niet de regels uit deze paragraaf, maar de regels voor de opslag van kuilvoer of vaste bijvoermiddelen uit het Bal. De regels uit deze paragraaf gelden voor opslagen die behoren bij bijvoorbeeld veehouderijen die minder landbouwhuisdieren houden dan de ondergrenzen, opgenomen in art 3.200 van het Bal, kinderboerderijen, dierentuinen of bij maneges.</Al>
			  <Al>Het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen kan ook geurhinder veroorzaken. Hiervoor geldt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel 22.116</IntRef> (geur opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_af626e0fb3254f3885b95941c52f9f8f__artrecital__content_22.247" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.24__content_22.247">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.247</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f9852cafa9004b5b89b7b73edf551ecd__artrecital__content_22.248" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.24__content_22.248">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.248</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Een elementenbodemvoorziening is een vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert, waarvan eventuele onderbrekingen of naden niet zijn gedicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_6c2b828ec18f42f9bb3d39194fa7e820__artrecital__content_22.249" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.24__content_22.249">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.249</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene die de activiteit verricht houdt een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn.<br/>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef>, onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_aac83b20ef7b48e484c95ffb10f9d70c__artrecital__content_22.250" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.24__content_22.250">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.250</Nummer>
			  <Opschrift>Water: lozingsroute vrijkomende vloeistoffen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Door het gelijkmatig verspreiden over onverharde bodem van vrijkomende vloeistoffen wordt grotendeels voorkomen dat deze in het oppervlaktewater terecht komen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7accac34b8234d9b90d23ec76a2c0670__artrecital__content_22.251" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.24__content_22.251">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.251</Nummer>
			  <Opschrift>Water: lozingsroutes afvalwater bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Onder de genoemde voorwaarden is het lozen op of in de bodem niet bezwaarlijk en is daarom mogelijk gemaakt. Als aan de voorwaarden niet kan worden voldaan moet afvalwater van de bodembeschermende voorziening samen met de vrijkomende vloeistoffen worden opgevangen en kan dit over onverharde bodem worden verspreid in lijn met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250" scope="Artikel">artikel 22.250</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_dda6dc572ada456f98f01341a2cdfaa7__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.25" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.25">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.25</Nummer>
			<Opschrift>Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_0190bceb4c294adea8a1a904c0aac231__artrecital__content_22.252" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.25__content_22.252">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.252</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf bevat voorschriften voor het houden van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels. Hieronder vallen dus bijvoorbeeld het op kleine schaal houden van landbouwhuisdieren, kinderboerderijen, dierentuinen, maneges, hondenkennels of dierenasiels. Het grootschalig houden van landbouwhuisdieren wordt geregeld door het Bal.</Al>
			  <Al>Het houden van landbouwhuisdieren of paarden of pony's kan ook geurhinder veroorzaken. Hiervoor gelden de artikelen uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">subparagraaf 22.3.6.2</IntRef>(Geur door het in een dierenverblijf houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden).</Al>
			  <Al>Deze paragraaf bevat geen aanvullende geurvoorschriften voor het houden van andere zoogdieren of vogels. Wanneer er toch maatregelen tegen geuroverlast noodzakelijk zijn, kan het bevoegd gezag deze bij maatwerkvoorschrift stellen. Te denken valt aan maatwerkvoorschriften waarbij wordt voorgeschreven dat uitwerpselen met een bepaalde frequentie worden verwijderd of maatwerkvoorschriften die gaan over de uitvoering en ligging van een dierenverblijf.</Al>
			  <Al>Het voorschrift uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer 'Het te lozen afvalwater als gevolg van het reinigen en ontsmetten van dierenverblijven kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd' is niet meer expliciet uitgeschreven, omdat dit onder de specifieke zorgplicht valt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_5145c1b2450c43d8987e1c99e1409a8f__artrecital__content_22.253" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.25__content_22.253">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.253</Nummer>
			  <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een uitleg van de plicht om deze gegevens en bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_93bbe2bfecb54e9699080bd69a04d0c6__artrecital__content_22.254" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.25__content_22.254">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.254</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Uitwerpselen van dieren kunnen de bodem verontreinigen. Een aaneengesloten bodemvoorziening is in principe voldoende om het bodemrisico tot verwaarloosbaar te beperken. Bij een dierenverblijf in de open lucht zoals een dierenweide ontbreekt de vloer. Over het algemeen zal dit geen problemen geven, mits de uitwerpselen en andere bederfelijke waren regelmatig worden verwijderd. Hiervoor is geen frequentie vastgesteld. Het bevoegd gezag kan de frequentie nader invullen met een maatwerkvoorschrift als dat nodig is om geurhinder te beperken of de bodem te beschermen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e53256894bcc4d7a84705714672ff5a4__artrecital__content_22.255" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.25__content_22.255">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.255</Nummer>
			  <Opschrift>Bodem: logboek</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene die de activiteit verricht houdt een logboek bij waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm zijn. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef> onder d, moet aan het bevoegd gezag informatie worden verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om nadelige gevolgen van een ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_16db6ae2615342a4b5fc181086da15af__artrecital__content_22.256" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.25__content_22.256">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.256</Nummer>
			  <Opschrift>Water: lozingsroute en emissiegrenswaarde</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt eisen aan het afvalwater afkomstig van dierenverblijven waarin landbouwhuisdieren of paarden of pony's voor het berijden worden gehouden.<br/>Het gaat dan om aantallen landbouwhuisdieren die niet vallen onder de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.200 van het Bal. Dieren bij kinderboerderijen of dierentuinen zijn geen landbouwhuisdieren. Daarvoor gelden de eisen uit dit artikel ook niet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_360d81080e8846fdb54c49099ff98e4f__artrecital__content_22.257" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.25__content_22.257">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.257</Nummer>
			  <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke normen worden gehanteerd bij bemonstering van afvalwater. Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_17cbcec4c2964c9fb9ec467011aec949__artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.3.26</Nummer>
			<Opschrift>Vergunningplichten, aanvraagvereisten en beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_53d6b79556bf48d589d9cd5dbb0fdbab__artrecital__content_22.258" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.258">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.258</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel zijn de milieubelastende activiteiten die al vergunningplichtig zijn op grond van hoofdstuk 3 van het Bal uitgezonderd van de vergunningplicht op grond van deze paragraaf. Het gaat dan bijvoorbeeld om de vergunningplichten voor complexe bedrijven en vergunningplichtige gevallen alleen vanwege mer-beoordeling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_72f231d82d7841d584b144d439bb42cf__artrecital__content_22.259" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.259">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.259</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_1" scope="Lid">Eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef></i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze vergunningplicht betreft de voortzetting van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor handelingen met polyesterhars en de bijbehorende toetsingsgrond voor geurhinder. Bij het verwerken van polyesterhars worden producten van polyesterhars gemaakt in een mal of op een ondergrond die deel uitmaakt van het product. Een mal wordt elke keer weer opnieuw gebruikt. Voor het "loslaten" uit de mal wordt vaak een was gebruikt. Voor het ontvetten van de mal een organisch oplosmiddel, zoals aceton of dichloormethaan.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.258" scope="Artikel">artikel 22.258</IntRef> geldt deze vergunningplicht niet voor milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal aangewezen zijn als vergunningplichtig. Op grond van artikel 3.135 van het Bal geldt voor deze activiteit een vergunningplicht als de activiteit onderdeel is van een ippc- installatie.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>De te verstrekken gegevens en bescheiden moeten ook op grond van paragraaf 4.110 van het Bal worden aangeleverd. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_8a634179426e48d78c2fd96c4b78169f__artrecital__content_22.260" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.260">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.260</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsvergunning installeren gesloten bodemenergiesysteem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze vergunningplicht betreft de voortzetting van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor gesloten bodemenergiesystemen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de gegevens en bescheiden die aan het bevoegd gezag moeten worden verstrekt op grond van artikel 4.1137 van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_2441700a4f454263ab52e207327ab265__artrecital__content_22.261" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.261">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.261</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het kweken van maden van vliegende insecten moeten in ieder geval maatregelen ter voorkoming van geurhinder worden getroffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_b979683e7b51479298eeae8370095593__artrecital__content_22.262" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.262">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.262</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Opslagtanks voor gassen die in elkaars onmiddellijke nabijheid staan, kunnen elkaar beïnvloeden bij incidenten. Het risico op een incident van twee opslagtanks in elkaars nabijheid is meer dan twee keer zo groot als het risico van de twee opslagtanks apart. De PGS-richtlijnen schrijven om die reden voor dat opslagtanks onderling bepaalde afstanden aan moeten houden, en ook een bepaalde afstand tot de erfgrens aan moeten houden. Bij het toelaten van een opslag van gassen op een locatie in meer dan twee opslagtanks moet de veiligheid beoordeeld worden. Dit vergt maatwerk.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.258" scope="Artikel">artikel 22.258</IntRef> geldt deze vergunningplicht niet voor milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal aangewezen zijn als vergunningplichtig. Op grond van artikel 3.22 van het Bal geldt er een vergunningplicht voor opslagtanks met een inhoud van meer dan 13 m<sup>3</sup>.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met een deel van de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden bij de melding op grond van artikel 4.897 van het Bal.<br/>Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat geen gegevens en bescheiden hoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_536724d12587432d8de91bebbba42618__artrecital__content_22.263" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.263">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.263</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsvergunning tanken met LPG</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>De belangrijkste reden voor het opnemen van een vergunningplicht voor deze activiteit is de ruimtelijke inpassing van de activiteit op een locatie vanuit het oogpunt van de veiligheid.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden bij de melding op grond van artikel 4.472a van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_31d53279501b447abbe93f098267dd4e__artrecital__content_22.264" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.264">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.264</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsvergunning antihagelkanonnen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De belangrijkste beoordelingsgrond voor deze activiteit is geluidhinder.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7db4c8e801054d3ba5a718acfb5dab91__artrecital__content_22.265" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.265">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.265</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsvergunning biologisch agens</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Een vergunningplicht geldt voor laboratoria die werken met biologische agentia vanaf categorie 3 volgens de indeling van risicogroepen van de richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan biologische agentia op het werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 83/391/EEG) (PbEG 2000, L 262).</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden bij de melding op grond van artikel 4.648 van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e547a39dfbfb4dfca09be4c180c32530__artrecital__content_22.266" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.266">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.266</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsvergunning genetisch gemodificeerde organismen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_1" scope="Lid">Eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef></i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze vergunningplicht is niet van toepassing als het gaat om ingeperkt gebruik als bedoeld in het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 waarop inperkingsniveau IV van toepassing is. In dat geval geldt de vergunningplicht op grond van artikel 3.247 van het Bal.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden bij de melding op grond van artikel 4.630 van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_488d97a0cfe941fa81fbb73f256a3bda__artrecital__content_22.267" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.267">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.267</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsvergunning opslaan dierlijke meststoffen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>De vergunningplicht voor het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie gelden voor mestbassins met een gezamenlijk oppervlak van meer dan 750 m<sup>2</sup> of meer dan 2.500 m<sup>3</sup>. Deze activiteiten waren onder het oude recht als vergunningplichtig aangewezen in Bijlage I, onderdeel C, onderdeel 7.5, onder i en j, bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Ook voor het opslaan van meer dan 600 m<sup>3</sup> vaste mest moeten een vergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit worden aangevraagd. De vergunningplicht stond onder het oude recht in Bijlage I, onderdeel C, onderdeel 7.5, onder d, bij het voormalige Besluit omgevingsrecht.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen deels overeen met de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden bij de melding op grond van artikel 4.836 van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_7b076ed1fe0b42d685228f630b18f36b__artrecital__content_22.268" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.268">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.268</Nummer>
			  <Opschrift>Vangnetvergunning lozen in de bodem</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In de voorgaande paragrafen van deze afdeling zijn verschillende lozingen in de bodem toegestaan. Voor alle andere lozingen is een voorafgaande toestemming vereist, vanwege de nadelige gevolgen die deze lozingen kunnen hebben voor de bodemkwaliteit. De voorafgaande toestemming heeft de vorm van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Voorheen was hiervoor een maatwerkvoorschrift op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen of het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens vereist. Maar een omgevingsvergunning ligt meer voor de hand, omdat de activiteit zonder toestemming geheel verboden is.<br/>De vergunningplicht geldt niet voor lozingen die afkomstig zijn van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal. Dat besluit bevat immers al de regels die ter bescherming van de bodem nodig zijn.<br/>Bij de aanvraag van de vergunning moet het maximale debiet van de lozing en het soort afvalwater worden vermeld. Dit gebruikt de gemeente om het risico op wateroverlast en de effecten van de lozing op de bodemkwaliteit te beoordelen.<br/>Dit artikel is niet van toepassing op lozingen bij wonen, omdat het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens alle lozingen bij wonen toestond. Voor wonen wordt daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van deze afdeling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4f324fa436d0445694205d8bbde084ee__artrecital__content_22.269" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.269">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.269</Nummer>
			  <Opschrift>Vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In de voorgaande paragrafen van deze afdeling zijn verschillende lozingen in de schoonwaterriolering toegestaan. Voor alle lozingen die niet door deze afdeling worden toegestaan is een voorafgaande toestemming vereist, vanwege de nadelige gevolgen die deze lozingen kunnen hebben voor de doelmatige werking van die riolering en voor de oppervlaktewaterkwaliteit. De voorafgaande toestemming heeft de vorm van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Voorheen was hiervoor een maatwerkvoorschrift op grond van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen of het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens vereist. Maar een omgevingsvergunning ligt meer voor de hand, omdat de activiteit zonder toestemming geheel verboden is.<br/>Bij de aanvraag van de vergunning moet het maximale debiet van de lozing en het soort afvalwater worden vermeld. Dit gebruikt de gemeente om het risico op wateroverlast en de effecten van de lozing op de riolering en de oppervlaktewaterkwaliteit te beoordelen.</Al>
			  <Al>Dit artikel is niet van toepassing op lozingen bij wonen, omdat het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens alle lozingen bij wonen toestond. Voor wonen wordt daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van deze afdeling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_a1c7498d4942496cbf1ae405b95744cf__artrecital__content_22.270" eId="artrecital__div_22__div_22.3__div_22.3.26__content_22.270">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.270</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit op grond van dit omgevingsplan, zijn de beoordelingsregels van het Bkl van overeenkomstige toepassing. Dat sluit aan op de situatie die gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_cb7328f8bedf49e6a1bb73a82b7c0ad2__artrecital__div_22__div_22.4" eId="artrecital__div_22__div_22.4">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>22.4</Nummer>
		      <Opschrift>Aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="gm0610_4b00e3d3b218434ca291377714e27870__artrecital__content_22.271" eId="artrecital__div_22__div_22.4__content_22.271">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>22.271</Nummer>
			<Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Deze afdeling gaat over aanleg of reconstructie van een weg of spoorweg die weliswaar niet in strijd is met dit omgevingsplan, maar waarover geen afweging heeft plaatsgevonden bij de totstandkoming van de constituerende onderdelen van dit plan, zoals bestemmingsplannen. De afdeling ziet niet op rijkswegen en provinciale wegen omdat daarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn of worden vastgesteld. Die geluidproductieplafonds beschermen de omliggende geluidgevoelige gebouwen tegen een eventuele toename van het geluid en dus hoeft een omgevingsplan daar niet in te voorzien. De bepaling is een omzetting van artikel 73, onder a (toepassingsbereik), artikel 79 (aanleg) en artikel 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder en artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder. Het tijdelijk deel van dit omgevingsplan heeft geen betrekking op provinciale wegen waarvoor nog geen geluidproductieplafonds zijn vastgesteld, omdat daarvoor nog de Wet geluidhinder van toepassing is (zoals bepaald in artikel 3.5 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet).</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_60e2c99a72364e7784535a8eee7fc53d__artrecital__content_22.272" eId="artrecital__div_22__div_22.4__content_22.272">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>22.272</Nummer>
			<Opschrift>Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <i>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       <br/>
                                    </i>Onder de Wet geluidhinder was voor aanleg of wijziging een besluit op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders vereist. In dit omgevingsplan is dit besluit omgezet in een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Ook dit lid vormt een omzetting van de artikelen 79 (aanleg) en 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder en artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder. In de praktijk zal het bij toepassing van deze artikelen vrijwel altijd gaan om situaties waar nog onder de Wet geluidhinder over is besloten, bijvoorbeeld bij het vaststellen van een bestemmingsplan. In de formulering is echter de terminologie van het stelsel van de Omgevingswet gebruikt, omdat bestemmingsplannen en inpassingsplannen op grond van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel zijn geworden van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, en omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan en tracébesluiten gelden als omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.</Al>
			<Al>
                                    <i>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       <br/>
                                    </i>Hier zijn uitzonderingen op het eerste lid uit de oude regelgeving opgenomen, voor zover ze zien op wegen. Deze uitzonderingen zijn afkomstig uit de Wet geluidhinder: de begripsbepaling 'reconstructie van een weg' in artikel 1, artikel 1b, vijfde lid, en artikel 74. Opgemerkt wordt dat deze uitzonderingen niet allemaal gehandhaafd kunnen worden bij de ombouw van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit omgevingsplan. De instructieregels voor het geluid door gemeentewegen, die zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, kennen bijvoorbeeld niet de uitzondering voor 30-km-wegen en de uitzondering vanwege het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.</Al>
			<Al>
                                    <i>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>
                                    </i>
                                 </Al>
			<Al>Hier zijn uitzonderingen op het eerste lid uit de oude regelgeving opgenomen, voor zover ze zien op spoorwegen. Deze uitzonderingen zijn afkomstig uit artikel 1.1 van het Besluit geluidhinder: de begripsbepaling 'wijziging van een spoorweg' in het eerste lid van dat artikel en de uitzonderingen daarop in het tweede lid. Opgemerkt wordt dat deze uitzonderingen niet allemaal gehandhaafd kunnen worden bij de ombouw van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit omgevingsplan.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_64c1ac1e94874de9af41ffd04c71bb70__artrecital__content_22.273" eId="artrecital__div_22__div_22.4__content_22.273">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>22.273</Nummer>
			<Opschrift>Aandachtsgebied</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <i>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                    </i>
                                 </Al>
			<Al>Dit bepaalt de ligging van het aandachtsgebied voor wegen en spoorwegen die zijn verweven of gebundeld met wegen. De aanwijzing is gelijk aan de geluidzone zoals die gedefinieerd werd in de artikelen 74, eerste lid, en 75, eerste lid, van de Wet geluidhinder, waarbij de begripsbepalingen 'bebouwde kom', 'buitenstedelijk gebied' en 'stedelijk gebied' uit artikel 1 van die wet zijn uitgeschreven in de artikeltekst. Deze bepaling kan bij de omzetting van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit omgevingsplan worden geschrapt omdat in de Omgevingsregeling zal worden voorzien in regels over de bepaling van het geluidaandachtsgebied.</Al>
			<Al>
                                    <i>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                    </i>
                                 </Al>
			<Al>Dit lid bepaalt de ligging van het aandachtsgebied voor vrijliggende spoorwegen. De aanwijzing is afgeleid uit de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder. Daar was een tabel van lokale spoorwegen opgenomen met voor alle spoorwegen een geluidzone van 100 meter aan weerszijden van het spoor, met uitzondering van drie in tunnels gelegen metro's waar de geluidzone 25 meter bedroeg. Hier is de afstand niet in een tabel opgenomen, maar in tekst uitgewerkt, omdat het tijdelijke deel van dit omgevingsplan immers, anders dan een ministeriële regeling, niet kan worden aangepast als er nieuwe spoorwegen worden aangelegd. Deze bepaling kan bij de omzetting van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit omgevingsplan worden geschrapt omdat in de Omgevingsregeling zal worden voorzien in regels over de bepaling van het geluidaandachtsgebied.</Al>
			<Al>
                                    <i>
                                       <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_3" scope="Lid">Derde</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef></i>
                                 </Al>
			<Al>Deze leden vormen een omzetting van artikel 75, tweede en derde lid, van de Wet geluidhinder en artikel 1.4a, tweede en derde lid, van het Besluit geluidhinder.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_e19e79c94aeb45e7ab1b793a37d3b67b__artrecital__content_22.274" eId="artrecital__div_22__div_22.4__content_22.274">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>22.274</Nummer>
			<Opschrift>Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Net als onder de Wet geluidhinder moet de initiatiefnemer een akoestisch onderzoek overleggen. Dit artikel is een omzetting van bepalingen in artikel 80 van de Wet geluidhinder in samenhang met de artikelen 77 en 99, tweede lid, van die wet en artikel 4.5 in samenhang met artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder. Opgemerkt wordt dat de gehanteerde standaardwaarde en de binnenwaarde waarnaar verwezen wordt niet zijn ontleend aan de normwaarden van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, maar aan het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals dat is gewijzigd door het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. Dat was nodig omdat opnemen van oude normwaarden zou hebben betekend dat de bij die normwaarden behorende meet- en rekenvoorschriften hier opgenomen hadden moeten worden. Dat had de regeling te zeer gecompliceerd. De nieuwe normwaarden zijn, zoals beschreven in het algemeen deel van de toelichting bij het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet, gelijkwaardig aan de oude.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_c1904d4828fa4112ae83cfa3bb2b561e__artrecital__content_22.275" eId="artrecital__div_22__div_22.4__content_22.275">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>22.275</Nummer>
			<Opschrift>Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>De Wet geluidhinder bepaalde dat het college van burgemeester en wethouders in zijn besluit bepaalde welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidbelasting binnen de zone de hoogst toelaatbare waarden te boven zou gaan. Dat is te lezen als een regel over voorschriften.</Al>
			<Al>Omdat een binnenplans vergunningstelsel altijd een beoordelingsregel vereist, is deze regel hier uitgesplitst in een beoordelingsregel, inhoudende dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning alleen verleent als binnenplanse omgevingsvergunning als de grenswaarde niet wordt overschreden, en in een regel over voorschriften, die inhoudt dat het bevoegd gezag de maatregelen voorschrijft die nodig zijn om te voorkomen dat niet aan de standaardwaarden wordt voldaan of dat het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt ten opzichte van het geluid direct voorafgaand aan de wijziging. Als de omgevingsvergunning niet kan worden verleend als binnenplanse omgevingsplanactiviteit, kan de aanvraag worden beoordeeld als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Op die beoordeling zijn de regels van paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</Al>
			<Al>De gehanteerde grenswaarde is niet ontleend aan de normwaarden van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder, maar aan het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals dat is gewijzigd door het</Al>
			<Al>Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. In de toelichting op <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.274" scope="Artikel">artikel 22.274</IntRef> is ingegaan op de achtergrond hiervan.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </Divisie>
		  <Divisie wId="gm0610_986a83df25a142e1bd8bc2b6511319c4__artrecital__div_22__div_22.5" eId="artrecital__div_22__div_22.5">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>22.5</Nummer>
		      <Opschrift>Overige activiteiten</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_441737e68d9e472dbf807a832f131160__artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.1" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.5.1</Nummer>
			<Opschrift>Vergunningplichten en beoordelingsregels voor activiteiten in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_3e5af842b0e0444ea90938a415406cdc__artrecital__content_22.277" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.1__content_22.277">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.277</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf bevat een aantal bepalingen die verband houden met vergunningplichten en daarop betrekking hebbende beoordelingsregels voor activiteiten die onderdeel kunnen zijn van op grond van de voormalige Wet ruimtelijke ordening geldende planologische regelingen. Deze regelingen behoren onder het stelsel van de Omgevingswet tot het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van die wet. Het betreft de vergunningenstelsels voor het slopen van bouwwerken (sloopactiviteiten) en het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheden (aanlegwerkzaamheden). Ook bevat deze paragraaf bepalingen met betrekking tot in het tijdelijke deel opgenomen mogelijkheden om bij omgevingsvergunning van bepaalde regels af te wijken.</Al>
			  <Al>De bepalingen in deze paragraaf gelden als aanvullend op wat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, al voor die activiteiten kan zijn geregeld en zijn nodig om een goede overgang van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet ruimtelijke ordening naar de Omgevingswet te bewerkstelligen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_45e0b0aa35364fc098795affc19bfbe3__artrecital__content_22.278" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.1__content_22.278">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.278</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Wat in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef> van dit omgevingsplan is geregeld voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, is in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278" scope="Artikel">artikel 22.278</IntRef> op vergelijkbare wijze geregeld voor de omgevingsplanactiviteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid (ook wel de aanlegvergunning of aanlegactiviteit genoemd). Net als voor bouwactiviteiten regelde de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in artikel 3.3 een voorbeschermingsregime in de vorm van een aanhoudingsplicht voor de beslissing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor de hier bedoelde aanlegactiviteiten. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten bestaande uit dergelijke aanlegactiviteiten komt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278" scope="Artikel">artikel 22.278</IntRef> voor de regeling uit artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in de plaats. Voor zijn verdere werking is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278" scope="Artikel">artikel 22.278</IntRef> identiek aan de werking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef>. Voor de toelichting op die werking wordt dan ook verwezen naar de toelichting op <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		      <Divisietekst wId="gm0610_1ae609cab0aa45498fa6054f77a2709c__artrecital__content_22.279" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.1__content_22.279">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.279</Nummer>
			  <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> is een beoordelingsregel opgenomen voor in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan opgenomen verbodsbepalingen om zonder omgevingsvergunning een sloopactiviteit te verrichten. Onder 'sloopactiviteit' moet op grond van de bijlage bij de Omgevingswet 'het slopen van een bouwwerk' worden verstaan. Deze begripsbepaling is op grond van artikel 1.1 van dit omgevingsplan ook van toepassing op hoofdstuk 22 van dit plan. De vergunningenstelsels voor de hier bedoelde sloopactiviteiten konden op grond van artikel 3.3, aanhef en onder b, van de voormalige Wet ruimtelijke ordening in onder meer bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere ruimtelijke regelingen zijn opgenomen. In het nieuwe stelsel zijn deze regelingen onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. De beoordelingsregel voor deze in ruimtelijke regelingen opgenomen sloopvergunningenstelsels was opgenomen in artikel 2.16 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ter vervanging van deze bepaling is in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> in een gelijkluidende beoordelingsregel voorzien. In de nieuwe redactie is er echter rekening mee gehouden dat naast deze (vanuit artikel 2.16 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht overgehevelde) beoordelingsregel ook nog andere specifieke beoordelingsregels kunnen zijn gesteld in de vergunningenstelsels voor sloopactiviteiten in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In de jurisprudentie is de mogelijkheid om in bijvoorbeeld een bestemmingsplan ook nog specifieke beoordelingsregels voor het slopen te stellen bevestigd (verwezen wordt naar ABRvS 12 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:898, TBR 2014/61). Als dergelijke beoordelingsregels zijn gesteld, blijven deze onverminderd van toepassing en werkt de beoordelingsregel in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> hierop aanvullend.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_74c65d1a587d40fbb5246e51404b0b0e__artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.5.2</Nummer>
			<Opschrift>Aanvraagvereisten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisie wId="gm0610_4ed5ed09534d47fbb966c4db38d5d95a__artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.1" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.1">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.5.2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene bepalingen.</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_950d17fb90b248d58a4c3557bc10d88b__artrecital__content_22.283" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.1__content_22.283">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.283</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren de indieningsvereisten voor omgevingsvergunningen op rijksniveau geregeld, ook als de vergunningplicht was ingesteld in een bestemmingsplan of gemeentelijke verordening. Deze indieningsvereisten waren opgenomen in de voormalige Regeling omgevingsrecht en komen, voor zover het gaat om die laatste vergunningen, niet meer terug op rijksniveau. Daarom worden deze opgenomen in deze paragraaf. Voor zover het gaat om vergunningplichten die onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren ingesteld in een bestemmingsplan, maken die vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel uit van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van die wet. Voor zover het gaat om vergunningplichten die onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht waren ingesteld in gemeentelijke verordeningen (artikel 2.2 van die wet) houden de aanvraagvereisten verband met artikel 22.8 van de Omgevingswet. Artikel 22.8 van de Omgevingswet brengt met zich dat zolang deze vergunningenstelsels nog niet zijn overgeheveld naar het omgevingsplan, de regeling van artikel 2.2 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht feitelijk wordt gecontinueerd. Een in een autonome verordening opgenomen vergunningplicht, die krachtens artikel 2.2 van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht werd aangemerkt als een Wabo-omgevingsvergunningplicht, wordt na inwerkingtreding van de Omgevingswet aangemerkt als een omgevingsvergunningplicht op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.</Al>
			    <Al>In deze afdeling zijn daarnaast nog de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor twee andere activiteiten opgenomen. In de eerste plaats de activiteit die strekt tot het afwijken van regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, waarvoor in dat tijdelijke deel is bepaald dat daarvan bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken. De hiermee samenhangende vergunningplicht die onder de gelding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht volgde uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van die wet, is opgenomen in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> van dit omgevingsplan. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de hiervoor gegeven toelichting op dat artikel.</Al>
			    <Al>De tweede activiteit waarvoor deze afdeling nog aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning bevat, is het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Ook dat artikel is een overgangsrechtelijke bepaling. In artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht was een vergunningplicht opgenomen voor het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht. Onder de Omgevingswet is dit geen afzonderlijke, in artikel 5.1 van die wet geregelde vergunningplicht meer, maar wordt het sloopvergunningenregime voor rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten onderdeel van het omgevingsplan. Direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is in het algemeen nog niet in een adequaat sloopvergunningenregime in het omgevingsplan voorzien, omdat bestemmingsplannen nog uitgingen van het bestaan van de wettelijke vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Om te voorkomen dat door het wegvallen van die rechtstreeks uit de wet voortvloeiende vergunningplicht een hiaat in de bescherming van een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht ontstaat, is in artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet bepaald dat totdat het omgevingsplan voorziet in een adequaat beschermingsregime dat voldoet aan de in dat artikellid gestelde eisen, voor het slopen in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Artikel 4.35, tweede lid, van die wet verklaart op deze vergunningplicht de op de vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht betrekking hebbende weigeringsgrond uit artikel 2.16 van die wet van overeenkomstige toepassing. Vanwege dit beschermingsregime zijn ook de indieningsvereisten voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zoals die waren opgenomen in artikel 6.2 van de voormalige Regeling omgevingsrecht naar deze afdeling overgeheveld.</Al>
			    <Al>De vier categorieën activiteiten waarop de aanvraagvereisten in deze afdeling betrekking hebben, komen terug in de nadere onderverdeling van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2" scope="Paragraaf">paragraaf 22.5.2</IntRef> van deze afdeling in een viertal subparagrafen.</Al>
			    <Al>De indieningsvereisten uit de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht komen niet allemaal in identieke bewoordingen als aanvraagvereisten terug. Dat kan alleen al niet vanwege de begrippen uit het oude recht die in die regels voorkomen. In de artikelen 22.2 en 22.14 van de Omgevingswet is bepaald dat de bruidsschat bestaat uit rijksregels of daaraan gelijkwaardige regels. Door aan te sluiten op de terminologie van het nieuwe stelsel wordt invulling gegeven aan het opstellen van gelijkwaardige regels. Dat betekent bijvoorbeeld dat het begrip locatie wordt gehanteerd en niet het begrip grond. Wat betreft de aanvraagvereisten voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een gemeentelijk monument is aangesloten bij de formulering van de aanvraagvereisten voor een rijksmonumentenactiviteit die in de Omgevingsregeling zijn opgenomen.</Al>
			    <Al>De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">22.295</IntRef> voorzien in specifieke aanvraagvereisten voor omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument. Bij een gemeentelijk monument gaat het op grond van bijlage I bij het Bbl om een monument of archeologisch monument als bedoeld in de Erfgoedwet waaraan in dit omgevingsplan de functie- aanduiding gemeentelijk monument is gegeven. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">artikel 22.295</IntRef> zijn deze aanvraagvereisten van overeenkomstige toepassing op eventuele voorbeschermde gemeentelijke monumenten in dit omgevingsplan. Bijlage I bij het Bbl definieert een voorbeschermd gemeentelijk monument voor zover in het kader van het omgevingsplan van belang als een monument of archeologisch monument waarvoor het omgevingsplan een voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om aan dat monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functie-aanduiding van gemeentelijk monument te geven. De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">22.295</IntRef> zijn ook van toepassing op monumenten en archeologische momenten die een (voor)beschermde status hebben op grond van een gemeentelijke verordening en nog niet via een voorbeschermingsregel of functie-aanduiding in het omgevingsplan zijn overgezet. Dit volgt uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef> van dit omgevingsplan.</Al>
			    <Al>Voor de leesbaarheid wordt hierna alleen van gemeentelijk monument gesproken, maar kan steeds ook voorbeschermd gemeentelijk monument worden gelezen.</Al>
			    <Al>Omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument komen overeen met de activiteiten die op grond van de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet onder de 'rijksmonumentenactiviteit' vallen: het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of een archeologisch monument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Waar in deze begripsomschrijving gesproken wordt van 'monument' wordt alleen op gebouwde en aangelegde (groene) monumenten gedoeld. Waar gesproken wordt van 'archeologisch monument' wordt gedoeld op een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen (zie de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet en artikel 1.1 van de Erfgoedwet).</Al>
			    <Al>Voor deze aanvraagvereisten hebben, zoals hierboven al aangegeven, de indieningsvereisten in de voormalige Regeling omgevingsrecht onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht als basis gediend, aangevuld met indieningsvereisten voor archeologische rijksmonumenten op grond van de Monumentenwet 1988. De redactie is daarbij wel aangepast aan voortschrijdend inzicht en aan de stelselkeuzes van de Omgevingswet.</Al>
			    <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.276" scope="Artikel">artikel 22.276</IntRef> zijn de algemene aanvraagvereisten voor omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument opgenomen, die bij iedere aanvraag van toepassing zijn. Voor het overige zijn de aanvraagvereisten in verschillende artikelen gespecificeerd voor de volgende activiteiten:</Al>
			    <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_822__content_822__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.1__content_22.283__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_822__content_822__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.1__content_22.283__list_o_1__item_o_1">
				<Al>activiteiten die betrekking hebben op archeologische monumenten;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_822__content_822__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.1__content_22.283__list_o_1__item_o_2">
				<Al>het slopen (= geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen) van monumenten;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_822__content_822__list_o_1__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.1__content_22.283__list_o_1__item_o_3">
				<Al>het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van monumenten;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_822__content_822__list_o_1__item_d" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.1__content_22.283__list_o_1__item_o_4">
				<Al>het wijzigen van een monument (restauratie, verbouw, reconstructie of op een andere manier wijzigen) of het door herstel ontsieren of in gevaar brengen van een monument;</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_822__content_822__list_o_1__item_e" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.1__content_22.283__list_o_1__item_o_5">
				<Al>het gebruiken van een monument waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>Ook zijn er twee artikelen opgenomen met eisen aan tekeningen, een voor monumenten en een voor archeologische monumenten.</Al>
			    <Al>Met deze uitsplitsing in activiteiten wordt voorkomen dat initiatiefnemers (vergunningaanvragers) worden geconfronteerd met aanvraagvereisten die niet relevant voor hen zijn. Deze insteek bestond al in de voormalige Regeling omgevingsrecht, maar is nu verder vereenvoudigd. Bij een aantal artikelen is ook een splitsing aangebracht in aanvraagvereisten die in beginsel altijd noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de voorgenomen activiteit in relatie tot het monument of archeologisch monument en zijn monumentale waarde (eerste lid), en aanvraagvereisten die niet in alle gevallen nodig zijn of die alleen voor bepaalde soorten gemeentelijke monumenten van toepassing zijn (tweede lid).</Al>
			    <Al>De aard en de omvang van de activiteit en het soort gemeentelijk monument bepalen welke aanvraagvereisten in een concreet geval van toepassing zijn. Zo zijn voor de beoordeling van een vergunningaanvraag voor uitvoering van een restauratie- of (ver)bouwplan meer gegevens en bescheiden noodzakelijk dan voor het beoordelen van een vergunningaanvraag voor het aanbrengen van gevelreclame. Voorafgaand aan ingrijpende restauraties is het uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek vaak wenselijk, terwijl dit voor kleinere herstelwerkzaamheden meestal niet aan de orde zal zijn. Ook de locatie van de activiteiten is voor de aanvraagvereisten van belang. Als er werkzaamheden in het interieur worden uitgevoerd, zijn interieurfoto's nodig, maar deze zijn doorgaans niet relevant als de ingrepen alleen de buitenkant van het monument betreffen.</Al>
			    <Al>Door de grote verscheidenheid aan activiteiten die van invloed kunnen zijn op de monumentale waarde van een monument of archeologisch monument is geen volledig dekkend beeld te geven van alle mogelijke aanvraagvereisten. Het bevoegd gezag kan in specifieke gevallen, naast de genoemde aanvraagvereisten, op grond van artikel 4:2, tweede lid, in samenhang met artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht ook nog andere aanvraagvereisten formuleren. De gevraagde informatie moet uiteraard wel noodzakelijk zijn voor, en in directe relatie te staan tot, de beoordeling van de aanvraag. Het is dan ook in het algemeen bij voorgenomen omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op een gemeentelijk monument raadzaam voor een aanvrager om eerst in vooroverleg te treden met het bevoegd gezag en daarna pas over te gaan tot het maken van definitieve plannen. Zo krijgt hij vroegtijdig inzicht in welke aanvullende aanvraagvereisten in het concrete geval nodig worden geacht en kan rekening worden gehouden met eventuele toepasselijke kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten.</Al>
			    <Al>Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag zal het belang van de (archeologische) monumentenzorg bij het behoud van het monument of archeologisch monument in redelijkheid moeten worden afgewogen tegen de belangen van de aanvrager (eigenaar/gebruiker) en die van derde belanghebbenden. Bij die belangenafweging staat het voorkomen van nadelige gevolgen van de aangevraagde activiteiten voor het monument of archeologisch monument en de monumentale waarden ervan voorop. Ook zal er bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning rekening moeten worden gehouden met de volgende beginselen uit het verdrag van Granada (de op 3 oktober 1985 te Granada tot stand gekomen Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa; Trb. 1985, 163) en het verdrag van Valletta (het op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen herziene Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed; Trb. 1992, 32):</Al>
			    <Al>a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten,</Al>
			    <Al>b. het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend vereist is voor het behoud van die monumenten,</Al>
			    <Al>c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden, en</Al>
			    <Al>d. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.</Al>
			    <Al>Een aanvraag moet dus voldoende inzicht geven in de reden, aard en omvang van de activiteit, de impact op het monument of archeologisch monument en de monumentale waarde ervan, en het (voorgenomen) gebruik van het monument of archeologisch monument.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_a7577699c14d44f7af99ae2a97147e3b__artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.2" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.2">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.5.2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_5331c6fac7294b0fb10a532fad9aa6a0__artrecital__content_22.284" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.2__content_22.284">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.284</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bevat een aantal specifieke aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een werk dat geen bouwwerk is, of het uitvoeren van een werkzaamheid.<br/>Deze aanvraagvereisten gelden naast de algemene aanvraagvereisten in artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (ondertekening, naam en adres van de aanvrager, dagtekening en aanduiding van de gevraagde beschikking) en de aanvraagvereisten in artikel 7.2 van de Omgevingsregeling (aanduiding van de activiteit, elektronisch adres en telefoonnummer van de aanvrager, aanduiding en begrenzing van de locatie van de activiteit en eventuele gegevens van een gemachtigde).</Al>
			    <Al>Met het vereiste om aan te geven welke obstakels aanwezig zijn, bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onder c, wordt bijvoorbeeld bedoeld een boom, lantaarnpaal of nutsvoorziening die in de weg staat aan het realiseren van het werk of het uitvoeren van de werkzaamheid.</Al>
			    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> betreft een rapport van een archeologisch vooronderzoek, waarin de archeologische waarde van het archeologisch monument op de locatie(s) van de voorgenomen activiteit nader is vastgesteld. Het bevoegd gezag moet op basis hiervan voldoende inzicht krijgen in de exacte impact van de activiteit op de archeologische waarde van het archeologisch monument. In die gevallen dat de archeologische waarde eerder al voldoende is vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste niet nodig zijn.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_998d21f1596549489d23675d74d7fa80__artrecital__content_22.285" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.2__content_22.285">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.285</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bevat een aanvraagvereiste voor een sloopactiviteit. In verband met de beoordelingsregel uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> moeten gegevens worden overgelegd waarmee aannemelijk moet worden gemaakt dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Met 'kan' worden gebouwd wordt gedoeld op de situatie waarin het bouwen van een vervangend bouwwerk juridisch mogelijk is. Om dit aannemelijk te maken is in beginsel een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit voor het bouwen van het vervangende bouwwerk voldoende. Om aannemelijk te maken dat er, als de hiervoor bedoelde omgevingsvergunning (nog) niet is verleend, 'zal' worden gebouwd, moet de intentie om het vervangende bouwwerk te bouwen op andere wijze worden onderbouwd, bijvoorbeeld door inzicht te geven in vergevorderde bouwplannen. Dat laatste geldt ook als voor het bouwen van een vervangend bouwwerk op de locatie geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Als het naar het oordeel van het bevoegd gezag onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake zal zijn van vervangende nieuwbouw, biedt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> de mogelijkheid om de vergunning te weigeren. Het is mogelijk dat naast <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> nog andere specifieke beoordelingsregels zijn opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bij de daar opgenomen vergunningplicht om een bouwwerk te slopen zonder omgevingsvergunning. Op grondslag van artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan het bevoegd gezag zo nodig nog aanvullende gegevens en bescheiden opvragen die gelet op die beoordelingsregels nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_dca774a49c9f4523a88ed33baaffcf40__artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.5.2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van een andere gemeentelijke regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_e1b6279a407f41a79525da6b2e3a689e__artrecital__content_22.287" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.287">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.287</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bevat aanvraagvereisten die gelden voor iedere activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument.</Al>
			    <Al>Deze aanvraagvereisten gelden naast de algemene aanvraagvereisten in artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (ondertekening, naam en adres van de aanvrager, dagtekening en aanduiding van de gevraagde beschikking) en de aanvraagvereisten in artikel 7.2 van de Omgevingsregeling (aanduiding van de activiteit, elektronisch adres en telefoonnummer van de aanvrager, aanduiding en begrenzing van de locatie van de activiteit en eventuele gegevens van een gemachtigde).</Al>
			    <Al>
                                          <i>Onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>Onderdeel a van dit artikel betreft de identificatie van het gemeentelijk monument waarop de aanvraag betrekking heeft.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Onderdeel b betreft informatie over het huidige en het beoogde gebruik na verlening van de omgevingsvergunning. Deze gegevens zijn nodig om nut en noodzaak van de activiteit en de gevolgen daarvan voor het gemeentelijk monument te kunnen beoordelen.</Al>
			    <Al>
                                          <i>Onderdeel c</i>
                                       </Al>
			    <Al>Onderdeel c is nieuw ten opzichte van de voormalige Regeling omgevingsrecht. Dit aanvraagvereiste werd in de praktijk gemist, en dient enerzijds om inzicht te krijgen in de belangen van de aanvrager en de keuzes die ten grondslag liggen aan de aanvraag en anderzijds in de gevolgen voor (de monumentale waarde van) het gemeentelijk monument. Het aanvraagvereiste sluit ook aan op de algemene zorgplicht in de artikelen 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet. Die brengt met zich dat een initiatiefnemer voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd nadelige gevolgen voor het gemeentelijk monument zoveel mogelijk moet voorkomen of beperken, of, als dit niet mogelijk is, de activiteit (in die vorm) achterwege laat. Overigens hoeft niet elk verlies van monumentale waarden tot weigering van de omgevingsvergunning te leiden. Bij de belangenafweging worden ook de belangen van de aanvrager betrokken. Dit volgt onder meer uit artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Vooroverleg met het bevoegd gezag is nuttig om te komen tot een haalbaar plan. De aanvrager kan in het kader van het aanvraagvereiste in dit onderdeel refereren aan dit overleg.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_c9e215e0778b4de9b3d89c72a11a034a__artrecital__content_22.288" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.288</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om een archeologisch monument</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel staan de specifieke aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument die een archeologisch monument betreft. Een archeologisch monument is in de Erfgoedwet gedefinieerd als een terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. Dit artikel is van toepassing als de aanvraag een gemeentelijk monument betreft dat een archeologisch monument is, en kan in bepaalde gevallen van toepassing zijn als deze een archeologisch monument betreft dat geen zelfstandig gemeentelijk monument is, maar zich ter plaatse van een gebouwd of aangelegd gemeentelijk monument bevindt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de resten van een voorganger van een als gemeentelijk monument beschermde kerk die zich daar nog onder bevinden, of aan het bodemarchief onder een slotgracht of kasteeltuin. Als voor die locatie nog geen afweging over de archeologische monumentenzorg heeft plaatsgevonden in het kader van besluitvorming over het toedelen van functies aan locaties, kunnen de archeologische belangen worden meegewogen bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning voor een (bodemverstorende) activiteit die een gebouwd of aangelegd gemeentelijk monument betreft. Er kunnen in dat geval aan de omgevingsvergunning in het belang van de archeologische monumentenzorg ook vergunningvoorschriften worden verbonden voor het in situ- of ex situ- behoud van het zich daaronder bevindende archeologisch monument (zie verder de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">artikel 22.303</IntRef>).</Al>
			    <Al>In de meeste gevallen zal het bij een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in dit artikel gaan om het op een of meer plaatsen verstoren van de bodem, maar het kan bij zichtbare archeologische monumenten, zoals terpen/wierden, kasteelterreinen, hunebedden, grafheuvels en scheepswrakken, bijvoorbeeld ook gaan om ontsiering of beschadiging van het zichtbare deel van het archeologisch monument.</Al>
			    <Al>Veel voorkomende activiteiten die betrekking hebben op een archeologisch monument, zijn:</Al>
			    <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_1" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_1">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_1__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_1__item_o_1">
				<Al>bouw-, sloop-, inrichtings- en graafwerkzaamheden,</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_1__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_1__item_o_2">
				<Al>de aanleg of het onderhoud van infrastructurele werken zoals (spoor)wegen, rioleringen, kabels en leidingen.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>Ook kan het gaan om:</Al>
			    <Lijst type="ongemarkeerd" wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_2" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_2">
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_2__item_a" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_2__item_o_1">
				<Al>het aanbrengen van verhardingen in de openbare ruimte,</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_2__item_b" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_2__item_o_2">
				<Al>het aanleggen of dempen van waterlopen en het aanleggen van vaargeulen,</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_2__item_c" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_2__item_o_3">
				<Al>het aanplanten en verwijderen van (diepwortelende) bomen en struiken,</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_2__item_d" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_2__item_o_4">
				<Al>het ophogen, verlagen of egaliseren van het maaiveld,</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_2__item_e" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_2__item_o_5">
				<Al>het wijzigen van het grondwaterpeil,</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_2__item_f" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_2__item_o_6">
				<Al>het winnen van grondstoffen,</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_2__item_g" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_2__item_o_7">
				<Al>agrarische grondwerkzaamheden, en</Al>
			      </Li>
			      <Li wId="gm0610_1-0__artrecital__div_o_827__content_827__list_o_2__item_h" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.288__list_o_2__item_o_8">
				<Al>activiteiten die tot doel hebben de fysieke staat van het archeologisch monument te consolideren of te restaureren.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is geregeld welke gegevens en bescheiden nodig zijn om de exacte locatie(s) te bepalen waar en tot welke diepte het archeologisch monument door de voorgenomen activiteit zal worden verstoord, en op welke wijze.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a en c</i>
                                       </Al>
			    <Al>In onderdeel a moet de aard van de activiteit worden omschreven.</Al>
			    <Al>Als het maaiveldniveau, bedoeld in de onderdelen a en c en elders in dit artikel, niet of lastig is vast te stellen, zoals het geval is binnen een bouwwerk, kan hiervoor het niveau van de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer worden aangehouden.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Voor de topografische kaart, bedoeld in onderdeel b, kan gebruik worden gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en voor locaties op zee van de officiële zeekaarten van de Dienst der Hydrografie. De BGT-kaart is een digitale topografische kaart met een schaal variërend van 1:500 – 1:5000 en bevat topografische objecten, zoals gebouwen, wegen, spoorwegen, waterlopen, parken en bossen. Via de Landelijke Voorziening BGT-informatie kan eenieder vrij de beschikbare BGT-informatie opvragen en downloaden.<br/>Met de coördinatenparen in dit onderdeel wordt gedoeld op het coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting en, voor locaties op zee, het Europees Terrestrisch Referentiesysteem 1989 (ETRS89). Er zijn minimaal twee coördinatenparen nodig, zodat daaruit de schaal van de tekening kan worden herleid.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdeel d</i>
                                       </Al>
			    <Al>Met een programma van eisen als bedoeld in onderdeel d kan het bevoegd gezag specifieke eisen aan een archeologische opgraving stellen, gericht op een professionele uitvoering van de archeologische opgraving als bedoeld in de Erfgoedwet. In een programma van eisen worden de onderzoeksvragen en onderzoeksmethoden beschreven en beargumenteerd. Die zijn gebaseerd op de archeologische verwachting uit het aan het veldonderzoek voorafgaande (bureau)onderzoek.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel e</i>
                                       </Al>
			    <Al>Bij booronderzoek als bedoeld in onderdeel e kan in plaats van met een programma van eisen worden volstaan met een (minder uitvoerig) plan van aanpak. Zie verder de toelichting bij onderdeel d.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel f</i>
                                       </Al>
			    <Al>In onderdeel f is geregeld dat als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument zoals een terp/wierde of een grafheuvel, de aanvrager gevraagd kan worden aan de hand van foto's inzichtelijk te maken wat de huidige situatie is en tekeningen te overleggen waaruit blijkt hoe het archeologisch monument eruit zal zien na realisatie van het voorgenomen plan. Behalve het bouwen van bouwwerken kan het ook andere ingrepen betreffen, zoals terreinverhardingen, het graven of dempen van sloten of het planten van bomen. Het gaat er bij dit aanvraagvereiste om de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor de zichtbaarheid en de belevingswaarde van het archeologisch monument inzichtelijk te maken.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel g</i>
                                       </Al>
			    <Al>Het aanvraagvereiste in onderdeel g – funderingstekeningen – betreft dat deel van de bouwwerkzaamheden dat in de bodem plaatsvindt. Het bovengrondse deel van het bouwplan is voor de impact op archeologie in de bodem niet relevant.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>bevat aanvraagvereisten die niet altijd nodig zijn voor de beoordeling van de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het archeologisch monument. Tijdens het vooroverleg kan het bevoegd gezag aangeven welke aanvraagvereisten in het concrete geval van toepassing zijn. Ook kan het bevoegd gezag die gegevens opvragen naar aanleiding van een ingediende aanvraag, voor de beoordeling waarvan deze gegevens en bescheiden ook nodig blijken.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>Onderdeel a betreft een volgens de normen van de archeologische beroepsgroep opgesteld rapport van een archeologisch vooronderzoek, waarin de archeologische waarde van het archeologisch monument op de locatie(s) van de voorgenomen activiteit nader is vastgesteld. Het bevoegd gezag moet op basis hiervan voldoende inzicht krijgen in de exacte impact van de activiteit op de archeologische waarde van het archeologisch monument. In die gevallen dat de archeologische waarde eerder al voldoende is vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste niet nodig zijn.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Het rapport in onderdeel b verschilt in die zin van een rapport als bedoeld in onderdeel a, dat uit dit rapport moet blijken wat de gevolgen van de activiteit zullen zijn voor het archeologisch monument, bijvoorbeeld een zettingsrapport (over het samendrukken van de grond door belasting). Een rapport als hier bedoeld is niet altijd nodig, maar vooral als het om specifieke informatie gaat die niet al blijkt uit de overige gegevens en bescheiden en het bevoegd gezag deze informatie zelf niet al heeft.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onder d</i>
                                       </Al>
			    <Al>Met aanlegwerkzaamheden als bedoeld in onderdeel d worden alle werkzaamheden bedoeld die geen bouwactiviteit, sloopactiviteit of ontgrondingsactiviteit zijn en waarbij de bodem wordt geroerd, een werk wordt aangelegd of het terrein anders wordt ingericht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanbrengen van terreinverhardingen, aan het graven of dempen van sloten, aan het planten van bomen, struiken of andere diepwortelende planten, of aan het (deels) ophogen van een terrein. Als deze aanvraagvereisten moeten worden aangeleverd in het kader van een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit of een ontgrondingsactiviteit, kunnen dezelfde bescheiden ook in dit kader worden ingediend. Deze aanvraagvereisten zijn niet nodig in geval van kleinschalige werkzaamheden die door de grondgebruiker of eigenaar zelf worden uitgevoerd. Het gaat bij deze aanvraagvereisten vooral om omvangrijkere werkzaamheden die door een aannemer worden uitgevoerd, zoals het verbreden of verdiepen van sloten, het uitbaggeren van grachten, het beschoeien van vaarwegen, sloten of grachten, het (gedeeltelijk) ophogen van het maaiveld, het graven van sleuven voor kabels, leidingen of riolering, of de aanleg van wegen, opritten of verhardingen (bestrating, parkeerplaatsen).</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel e</i>
                                       </Al>
			    <Al>In onderdeel e is geregeld dat als de activiteit (ook) bestaat uit het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk het bevoegd gezag bestaande funderingstekeningen kan verlangen. Dit kan uiteraard niet als deze tekeningen verloren zijn gegaan of redelijkerwijs niet meer te achterhalen zijn.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel f</i>
                                       </Al>
			    <Al>Bij de sonaropnamen, bedoeld in onderdeel f, gaat het doorgaans om zogenoemde 'multibeamopnamen'. Deze hebben als doel om de topografische hoogte, de bathymetrie, van de zeebodem ter plekke te bepalen en dienen als nulmeting om de situatie voorafgaand aan de ingreep te kunnen vergelijken met die daarna.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_0e168483eaee4e438d4b8ae3f48e0e5b__artrecital__content_22.290" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.290">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.290</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor zover een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument bestaat uit het slopen van een monument. Onder slopen wordt verstaan het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen, zie de begripsbepaling van slopen in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet. Het gaat hierbij dus niet alleen om het slopen van een monument of complete bouwdelen, maar ook over het slopen van kleinere onderdelen zoals muren, houtwerkconstructies, deuren en vensters, of interieurelementen.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>De foto's in onderdeel a moeten een duidelijke indruk geven van de technische staat en de ruimtelijke context van het monument of het te slopen onderdeel, zodat de noodzaak van de voorgenomen sloop voldoende wordt geïllustreerd. Het gaat er hierbij niet om dat het originele (digitale) foto's moeten zijn, maar het mogen geen onduidelijke kopieën zijn.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Situatietekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 1°, zijn nodig in geval van het gedeeltelijk afbreken van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt. Als de voorgenomen activiteit alleen bestaat uit inpandig slopen of als het monument geheel wordt gesloopt, geldt dit aanvraagvereiste dus niet.</Al>
			    <Al>Opnametekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 2°, zijn tekeningen waarop de toestand van het monument voorafgaand aan de activiteit is weergeven. Afhankelijk van de aard, omvang en plaats van de voorgenomen sloop kan het gaan om plattegronden, doorsneden, gevelaanzichten en een dakaanzicht. Als alleen inpandige sloopwerkzaamheden plaatsvinden zullen die laatste twee soorten tekeningen niet nodig zijn.</Al>
			    <Al>Uit slooptekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 3°, moet blijken welke materialen of onderdelen verwijderd worden. Dit moet de omvang en de exacte impact van de voorgenomen sloopwerkzaamheden op het monument inzichtelijk maken. De opnametekeningen kunnen hiervoor als basis worden gebruikt.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                                       </Al>
			    <Al>Een omschrijving van de aard van en de bestemming voor het door de sloop vrijkomende materiaal als bedoeld in onderdeel c is van belang omdat aan de omgevingsvergunning het voorschrift kan worden verbonden deze onderdelen te hergebruiken of voor hergebruik te bewaren, of ze in het belang van de monumentenzorg voor hergebruik elders beschikbaar te stellen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan historische dakpannen, een monumentale topgevel, gevelsteen of een monumentale schouw.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>De rapporten, bedoeld in onderdeel a, kunnen nodig zijn om de monumentale waarde van het monument of de te slopen onderdelen (nader) te bepalen. Lang niet altijd zullen de actuele monumentale waarden al in voldoende mate in beeld zijn om de gevolgen van de voorgenomen sloopwerkzaamheden voor de aanwezige monumentale waarden te kunnen beoordelen.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij artikel 22.288.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                                       </Al>
			    <Al>Een beschrijving van de technische staat als bedoeld in onderdeel c is bijvoorbeeld nodig in geval van een voorgenomen sloop op grond van de technische staat van een monument of een onderdeel daarvan. Als deze beschrijving en de foto's niet voor zich spreken, kan een nadere onderbouwing van de beschrijving in de vorm van een of meerdere technische rapporten nodig zijn (onderdeel d).</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_57bd8578240e46dcba0ef8c052fcf64b__artrecital__content_22.291" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.291">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.291</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover het gaat om een monument</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor zover een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument bestaat uit het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een kerkorgel of een molen. Het bevoegd gezag zal rekening moeten houden met het beginsel uit het verdrag van Granada dat verplaatsing van monumenten of een onderdeel daarvan moet worden voorkomen, tenzij dit dringend vereist is voor het voortbestaan ervan. Gaat het bevoegd gezag in een concreet geval toch over tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het verplaatsen van het monument, dan zal het gelet op artikel 5 van het verdrag van Granada<Noot type="voet" id="v3">
				<NootNummer>[3]</NootNummer>
				<Al>Artikel 5: «Iedere Partij verplicht zich ertoe de verplaatsing van een beschermd monument of van een deel daarvan te verbieden, behalve indien zulks dringend is vereist voor het behoud van dit monument. In dat geval neemt de bevoegde autoriteit de nodige voorzorgsmaatregelen betreffende het demonteren, het overbrengen en het herbouwen van het monument op een geschikte plaats.»<br/>Voor rijksmonumenten is dit geregeld in artikel 8:82 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</Al>
			      </Noot> voorschriften aan de vergunning verbinden over het treffen van voorzorgsmaatregelen voor het demonteren, het overbrengen en de herbouw van het monument op de nieuwe locatie. Gelet hierop moeten de gegevens en bescheiden voldoende inzicht geven in de reden en de noodzaak van de voorgenomen verplaatsing, in de huidige en de toekomstige ruimtelijke context van het monument, en in de beoogde wijze van demonteren, verplaatsen en herbouwen. De herbouw op een nieuwe, geschikte locatie mag dus niet onzeker zijn.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>De foto's in onderdeel b moeten een duidelijke indruk geven van de technische staat van het monument (toestand) of het te verplaatsen onderdeel en van de ruimtelijke context van het monument (situatie) of het onderdeel in de huidige en in de nieuwe situatie en mogen daarom geen onduidelijke kopieën zijn.</Al>
			    <Al>Opnametekeningen als bedoeld in onderdeel c, onder 2°, zijn tekeningen waarop de toestand van het monument voorafgaand aan de activiteit is weergeven. Bij verplaatsing van een gedeelte van een monument (zoals een kerkorgel) zullen minder tekeningen nodig zijn dan bij verplaatsing van het gehele monument.</Al>
			    <Al>Plantekeningen als bedoeld in onderdeel c, onder 3°, zijn tekeningen waarop de nieuwe toestand van het monument (na de voorgenomen verplaatsing) is weergeven. Bij verplaatsing van een gedeelte van een monument zijn dit ook tekeningen van de nieuwe toestand van het monument waar het verplaatste gedeelte dan deel van uitmaakt. Zo zijn bij verplaatsing van een orgel van de ene kerk naar de andere kerk ook plantekeningen nodig van de toestand van die andere kerk nadat het orgel daarin is aangebracht.</Al>
			    <Al>Als het te verplaatsen monument een molen is, moet op grond van onderdeel e, ook inzicht worden gegeven in de molenbiotoop, zowel op de huidige als de nieuwe locatie. Met de molenbiotoop wordt hier de omgeving van de molen bedoeld, voor zover die van belang is voor de werking van de molen. Het gaat daarbij met name om de windvang (bij een windmolen) of de watertoe- en afvoer (bij een watermolen).</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument of voor de nieuwe locatie (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">artikel 22.288</IntRef>.</Al>
			    <Al>Aanvullende tekeningen als bedoeld in onderdeel d kunnen bijvoorbeeld nodig zijn als er sprake is van bijzondere detaillering (detailtekeningen) of om een beeld te krijgen van het (functioneren van het) monument op de nieuwe plek, bijvoorbeeld met impressietekeningen of 3D-visualisaties.</Al>
			    <Al>Het bevoegd gezag kan bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor een rijksmonumentenactiviteit kwaliteitseisen hanteren, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de uitvoeringsrichtlijnen die in de beroepsgroep(en) gelden. Bij de beoordeling van een aanvraag is het voor het bevoegd gezag van belang om te weten of de aanvrager het plan dat ten grondslag ligt aan de aanvraag hierop al heeft afgestemd of niet. Op grond van onderdeel e moet hij hier opgave van doen. Het gaat hier overigens niet om algemene uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in het Bbl.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_23ee8b0e378e4c2f85b4a13059195e94__artrecital__content_22.292" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.292">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.292</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel omvat de meest voorkomende activiteiten. Onder het wijzigen van een monument vallen bijvoorbeeld het restaureren, reconstrueren, renoveren, verbouwen, uitbouwen, aanbouwen, of het bijvoorbeeld op een andere manier wijzigen van een gebouwd monument of een aangelegd (groen) monument. Denk hierbij ook aan het in een afwijkende kleur schilderen van een gevel of het hanteren van een ander verfsysteem.</Al>
			    <Al>Voorbeelden van het herstellen van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht, zijn het met golfplaten repareren van een rieten dak, of het reinigen of herstellen van een interieurschildering, of gevel, waarbij een onvoldoende deskundige uitvoering in potentie grote gevolgen kan hebben voor de technische staat en de monumentale waarde van het onderdeel (bij een gevel ook het patina).</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                       </Al>
			    <Al>De foto's in onderdeel a moeten een duidelijke indruk geven van de technische staat en de ruimtelijke context van het monument, zodat de noodzaak van de voorgenomen activiteit voldoende wordt geïllustreerd. Het mogen daarom geen onduidelijke kopieën zijn.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                          </i>Opnametekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 2°, zijn tekeningen waarop de toestand van het monument voorafgaand aan de activiteit is weergeven. Welke soort tekeningen in een concreet geval nodig zijn, hangt af van de aard van de activiteit. In de regel zullen plattegronden en doorsnedetekeningen nodig zijn. Als de activiteit ook impact heeft op het exterieur of het aangezicht van het monument, zullen ook geveltekeningen en in voorkomend geval een dakaanzicht nodig zijn.</Al>
			    <Al>Gebrekentekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 3°, zijn nodig als er gebreken worden hersteld. Het betreft feitelijk opnametekeningen waarop de te verhelpen gebreken adequaat zijn weergegeven.</Al>
			    <Al>Plantekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder 4°, zijn tekeningen waarop de nieuwe toestand van het monument (na afloop van de voorgenomen activiteit) is weergeven.</Al>
			    <Al>Als er in het kader van de activiteit ook materiaal wordt verwijderd, moeten er in een dergelijk geval ook enkele gegevens en bescheiden als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">artikel 22.290</IntRef> (slopen) worden overgelegd. Zoals blijkt uit de begripsbepaling van slopen in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet wordt onder slopen ook verstaan het gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen. In de praktijk van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bleek dat een aanvrager die zijn monument wil restaureren of verbouwen zich niet altijd realiseert dat het wegnemen van materialen ook onder slopen valt en noodzakelijke gegevens en bescheiden daardoor geregeld ontbraken. Daarom zijn de aanvraagvereisten uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">artikel 22.290</IntRef> expliciet (en niet met een verwijzing) in dit artikel opgenomen. Op grond van onderdeel b, onder 5°, moet de aanvrager in een dergelijk geval ook slooptekeningen overleggen, waaruit blijkt welke materialen of onderdelen verwijderd worden. De slooptekeningen moeten de exacte impact van de voorgenomen sloopwerkzaamheden op het monument inzichtelijk maken.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                                       </Al>
			    <Al>Op grond van onderdeel c moet in het bestek of in de werkomschrijving de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal worden omschreven. Aan de omgevingsvergunning kan namelijk het voorschrift worden verbonden deze onderdelen te hergebruiken of voor hergebruik te bewaren, of ze in het belang van de monumentenzorg voor hergebruik elders beschikbaar te stellen.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                       </Al>
			    <Al>Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het gebouwde of aangelegde monument (nog) niet voorziet in een adequaat archeologisch regime en de activiteit leidt tot verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting bij artikel 22.288.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel c en d</i>
                                       </Al>
			    <Al>Een beschrijving van de technische staat als bedoeld in onderdeel c kan bijvoorbeeld nodig zijn in geval van het herstellen van technische gebreken. Als deze beschrijving en de foto's niet voor zich spreken, kan een nadere onderbouwing van de beschrijving in de vorm van een of meerdere technische rapporten nodig zijn (onderdeel d). Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een (complexe) restauratie.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onderdeel e</i>
                                       </Al>
			    <Al>Aanvullende tekeningen als bedoeld in onderdeel e kunnen bijvoorbeeld nodig zijn als er sprake is van bijzondere detaillering (detailtekeningen) of om een beeld te krijgen van het (functioneren van het) monument na verrichting van de activiteit, bijvoorbeeld met impressietekeningen of 3D- visualisaties.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel f</i>
                                       </Al>
			    <Al>Het bevoegd gezag kan bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument kwaliteitseisen hanteren, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de uitvoeringsrichtlijnen die in de beroepsgroep(en) gelden. Bij de beoordeling van een aanvraag is het voor het bevoegd gezag van belang om te weten of de aanvrager het plan dat ten grondslag ligt aan de aanvraag hierop al heeft afgestemd of niet. Op grond van onderdeel f moet hij hier opgave van doen. Het gaat hier overigens niet om algemene uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in het Bbl.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel g</i>
                                       </Al>
			    <Al>Een beheervisie als bedoeld in onderdeel g is een visie op het beheer van een groenaanleg, gebaseerd op een analyse en een waardering op grond van (cultuur)historisch onderzoek en inventarisaties van natuurwaarden, recreatieve en belevingswaarden, waterhuishouding en bodem, en wensen van belanghebbenden (eigenaar en gebruikers). De beheervisie maakt duidelijk welke keuzes zijn gemaakt voor het beheer en is richtinggevend voor een langere periode, bijvoorbeeld 12 tot 18 jaar, of langer. De visie kan ook worden weergegeven in streefbeelden.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_6f812525def5448882d0e487f0771497__artrecital__content_22.293" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.293">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.293</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik ontsieren of in gevaar brengen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor zover een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument bestaat uit het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht. Bij het eerste kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het (tijdelijk) aanbrengen van reclames of op een andere manier aan het zicht onttrekken van een gevel of het dak. Bij het laatste bijvoorbeeld aan het gebruiken van een monument als vuurwerkopslag of op een wijze die slecht verenigbaar is met een kwetsbaar interieur, zoals een disco in een zaal met een historische wandbespanning en parketvloer.</Al>
			    <Al>Ook als het voorgenomen gebruik niet gepaard gaat met een fysieke wijziging van het monument moet de aanvrager aangeven welke maatregelen hij treft om ontsiering van het monument of de nadelige gevolgen van het in gevaar brengen van het monument te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_f5784450b2e74acd815788eb34042536__artrecital__content_22.295" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.295">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.295</Nummer>
			    <Opschrift>Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In dit artikel is bepaald dat de aanvraagvereisten die op grond van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294" scope="Artikel">22.294</IntRef> voor gemeentelijke monumenten gelden, ook gelden voor voorbeschermde gemeentelijke monumenten (als bedoeld in bijlage I bij het Bbl). Omwille van de leesbaarheid is voor een apart artikel gekozen in plaats van het opnemen in voornoemde artikelen zelf.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_76f43ed354fa4f54b0a9d91cbb567c2e__artrecital__content_22.296" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.296">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.296</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                             <br/>
                                          </i>Dit artikel bevat aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moet aannemelijk worden gemaakt dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Met 'kan' worden gebouwd wordt gedoeld op de situatie waarin het bouwen van een vervangend bouwwerk juridisch mogelijk is. Om dit aannemelijk te maken is in beginsel een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit die op grond van dit omgevingsplan is vereist voor het bouwen van dat bouwwerk voldoende. Om aannemelijk te maken dat er, als de hiervoor bedoelde omgevingsvergunning (nog) niet is verleend, 'zal' worden gebouwd, moet de intentie om het vervangende bouwwerk te bouwen op andere wijze worden onderbouwd, bijvoorbeeld door inzicht te geven in vergevorderde bouwplannen. Dit aanvraagvereiste is opgenomen ter voorkoming van braakliggende terreinen in de beschermde historische structuur. Hiermee wordt het daadwerkelijk indienen van plannen voor de vervangende bebouwing, waarin voldoende rekening wordt gehouden met het karakter van het beschermde stads- of dorpsgezicht, bevorderd. Dergelijke plannen kunnen dan worden getoetst aan het omgevingsplan en de beleidsregels voor de beoordeling of een bouwwerk voldoet aan de regels over het uiterlijk van bouwwerken in het omgevingsplan. Direct bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, als een dergelijke beleidsregel. Dit volgt uit artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet. De welstandsnota bevat criteria om te beoordelen of een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand. Als bij het vaststellen van het omgevingsplan de regels over het uiterlijk van bouwwerken wijzigen ten opzichte van de daarover in <IntRef ref="chp_22" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 22</IntRef> van dit omgevingsplan gestelde regels, kunnen gemeenten uiteraard ook de daarop betrekking hebbende beleidsregels wijzigen.</Al>
			    <Al>
                                          <i>
                                             <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                          </i>
                                       </Al>
			    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat een omzetting van de landelijke regels die nog gebaseerd zijn op het (nog steeds geldende) beoordelingskader ter voorkoming van gaten in de bebouwingsstructuur. Op basis van de archeologische verwachting kan het bevoegd gezag bij een vergunningaanvraag een archeologisch rapport als aanvraagvereiste nodig achten, om de archeologische waarde van het te verstoren terrein nader vast te stellen. Het bevoegd gezag moet op basis hiervan voldoende inzicht krijgen in de exacte impact van de activiteit op de archeologische waarde van het archeologisch monument. Dat was al zo (via het bestemmingsplan) en is terug te voeren op de gemaakte keuzes bij de implementatie van het verdrag van Valletta (via de Wet op de archeologische monumentenzorg). In die gevallen dat de archeologische waarde eerder al voldoende is vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste niet nodig zijn.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_a02f28ca94514625a0163ced30f76ca6__artrecital__content_22.297" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.297">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.297</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: uitweg</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die op grond van een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet als vergunningplichtig zijn aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige Regeling omgevingsrecht, waarbij de indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_949ec0585e6b4280a3ff0bfe553b1a61__artrecital__content_22.298" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.298">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.298</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die op grond van een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet als vergunningplichtig zijn aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige Regeling omgevingsrecht, waarbij de indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_12804e47744346949dd3d438dcef54c6__artrecital__content_22.299" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.299">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.299</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: vellen van houtopstand</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die op grond van een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet als vergunningplichtig zijn aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige Regeling omgevingsrecht, waarbij de indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_0c5ed4bcfe584f93b67a10d7503803f4__artrecital__content_22.300" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.300">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.300</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: handelsreclame</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die op grond van een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet als vergunningplichtig zijn aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige Regeling omgevingsrecht, waarbij de indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
			<Divisietekst wId="gm0610_49813c3f2fb4473cb2be85bc592ef506__artrecital__content_22.301" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.4__content_22.301">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.301</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: opslaan roerende zaken</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die op grond van een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet als vergunningplichtig zijn aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige Regeling omgevingsrecht, waarbij de indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		      <Divisie wId="gm0610_8bdc6628680c45aeb33daaec8592d40d__artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.5" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.5">
			<Kop>
			  <Label>Subparagraaf</Label>
			  <Nummer>22.5.2.5</Nummer>
			  <Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen vereist op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet</Opschrift>
			</Kop>
			<Divisietekst wId="gm0610_9ab3b89b867d4f87b2ceb7cd14567fc7__artrecital__content_22.302" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.2__div_22.5.2.5__content_22.302">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.302</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Zoals hiervoor al toegelicht bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283" scope="Artikel">artikel 22.283</IntRef> gaat het hier om het slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor op grond van artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Hiervoor gelden dezelfde aanvraagvereisten als voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296" scope="Artikel">artikel 22.296</IntRef>. Volstaan wordt daarom met een verwijzing naar de toelichting op dat artikel. Ook onder de voormalige Regeling omgevingsrecht golden voor deze activiteiten dezelfde indieningsvereisten.</Al>
			  </Inhoud>
			</Divisietekst>
		      </Divisie>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_dc34211d8f5143a48ef2c70472527656__artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.3" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.3">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>22.5.3</Nummer>
			<Opschrift>Voorschriften</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_e656e63cb8b0453da851a1b988eb84be__artrecital__content_22.303" eId="artrecital__div_22__div_22.5__div_22.5.3__content_22.303">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.303</Nummer>
			  <Opschrift>Voorschriften over archeologische monumentenzorg</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van de regeling in artikel 2.22, tweede lid, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2 van het voormalige Besluit omgevingsrecht.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is bepaald dat aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een werk, dat geen bouwwerk is, of het uitvoeren van een werkzaamheid –ook wel een aanlegactiviteit genoemd – die van invloed is op een archeologisch monument, in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval de onder a tot en met d bedoelde voorschriften kunnen worden verbonden.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit onderdeel heeft betrekking op voorschriften die een plicht inhouden tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in situ kunnen worden behouden. Voorbeelden zijn voorschriften die verplichten tot het treffen van technische maatregelen, zoals het aanbrengen van een ophogingslaag, het aanpassen van de funderingswijze of het beperken van het aantal heipalen.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel b</i>
                                    </Al>
			  <Al>Dit onderdeel heeft betrekking op voorschriften over het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 1.1 in samenhang met artikel 5.1, eerste lid, van de Erfgoedwet. Dit betreft dus voorschriften over handelingen bij het opsporen, onderzoeken of verwerven van cultureel erfgoed of onderdelen daarvan, waardoor verstoring van de bodem, of verstoring of gehele of gedeeltelijke verplaatsing of verwijdering van een archeologisch monument of cultureel erfgoed onder water optreedt, tenzij het een op grond van artikel 5.1, tweede lid, van de Erfgoedwet uitgezonderd geval betreft.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel c</i>
                                    </Al>
			  <Al>Onderdeel c heeft betrekking op voorschriften over de begeleiding door een archeologisch deskundige van uitvoeringswerkzaamheden. Deze deskundige is bij de werkzaamheden aanwezig en documenteert eventuele overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden die hierbij aan het licht komen.</Al>
			  <Al>Het instrument van archeologische begeleiding is bedoeld voor situaties waarin adequaat vooronderzoek niet mogelijk is door fysieke belemmeringen, zoals een te slopen bouwwerk, waardoor niet tot een betrouwbare waardenstelling kan worden gekomen. Ook kan de begeleiding worden ingezet voor situaties waarin civieltechnische werkzaamheden archeologisch onderzoek niet mogelijk maken of op grond van de beschikbare archeologische informatie is geconcludeerd dat het doen van een opgraving niet (meer) nodig is, maar men toch graag het zekere voor het onzekere wil nemen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de aanleg van een pijpleiding voor aardgas, omdat de gegraven sleuf te smal is om een goede documentatie mogelijk te maken. Daarnaast kan er bij uitvoeringstrajecten sprake zijn van bijzondere onderzoeksvragen, die juist door archeologische begeleiding kunnen worden beantwoord. Het gaat daarbij om gebieden of complextypen waar wel een archeologische verwachting is, maar waaraan door inventariserend veldonderzoek geen specifieke locatie kan worden gekoppeld. Archeologische begeleiding is nadrukkelijk niet bedoeld als een vervanging voor een inventariserend veldonderzoek of een opgraving. Aan dit onderdeel kan niet worden voldaan met een verwijzing naar een gecertificeerde opgravingsdeskundige, omdat niet alle handelingen waaruit een archeologische begeleiding kan bestaan, handelingen zijn waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet vereist is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het uitzeven van grond afkomstig uit een bouwput of een baggerlocatie om archeologische overblijfselen of voorwerpen te verzamelen. Voor die gevallen kan het bevoegd gezag op basis van dit onderdeel specifieke eisen stellen aan de deskundigheid van de bij de archeologische begeleiding betrokken personen. Denk bijvoorbeeld aan de voorwaarde dat de deskundige kennis moet hebben van de archeologie van het rivierengebied of van de Romeinse tijd. Veelal zullen deze eisen via het programma van eisen worden afgedwongen (zie onderdeel d). Maar het bevoegd gezag kan ook eisen stellen aan de kwalificaties van de deskundige zonder dat het een specifiek programma van eisen als voorschrift opneemt. Dit laat onverlet dat de uitvoerder van de archeologische begeleiding voor zover het handelingen betreft waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet vereist is, in ieder geval moet voldoen aan het bepaalde in artikel 5.4, eerste en tweede lid, van die wet.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel d</i>
                                    </Al>
			  <Al>Met het voorschrift dat de opgraving of begeleiding op een bepaalde wijze, die in overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet, moet worden verricht, wordt beoogd aan te sluiten bij de Erfgoedwet en vooral bij het in die wet opgenomen certificatiesysteem, waarbij de nadruk meer is komen te liggen op de professionele standaarden uit het veld zoals tot nu toe neergelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Met deze voorschriften worden die voorschriften bedoeld die ook wel als een programma van eisen of een plan van aanpak worden aangeduid en voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet en de Omgevingswet werden gebaseerd op artikel 38, eerste lid, onder a, van de Monumentenwet 1988. In het programma van eisen en plan van aanpak kunnen randvoorwaarden aan het archeologisch onderzoek worden meegegeven, in het bijzonder de doel- en vraagstelling van het onderzoek, en kunnen eisen worden gesteld aan de wijze van uitvoering. Er wordt bijvoorbeeld aangegeven welke onderzoeksmethodiek moet worden ingezet en over welke specifieke kennis en ervaring de actoren moeten beschikken om het onderzoek te kunnen uitvoeren.</Al>
			  <Al>Voorkomen moet worden dat de inhoud van de voorschriften in strijd is met de professionele kwaliteitsnorm voor archeologisch onderzoek binnen het in de Erfgoedwet opgenomen certificatiesysteem. Dit betekent dat de voorschriften wel aanvullende eisen mogen bevatten, maar geen eisen die onder het niveau van deze normen van de beroepsgroep liggen. De voorschriften kunnen tenslotte ook betrekking hebben op non-destructief archeologisch onderzoek, zoals een veldkartering of een sonaropname van de zeebodem.</Al>
			  <Al>
                                       <i>
                                          <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>
                                       </i>
                                    </Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is bepaald dat aan een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit op of in een archeologisch monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht voorschriften kunnen worden verbonden over de wijze van slopen. Deze bepaling vloeit voort uit artikel 5.2, derde lid, van het voormalige Besluit omgevingsrecht. Het doel van een dergelijk voorschrift is de sloopmethode zo te kiezen dat de nadelige gevolgen voor de archeologische waarden ter plaatse zoveel mogelijk beperkt blijven. Ook kan zo de inzet van het instrument van archeologische begeleiding als bedoeld in het eerste lid, onder c, mogelijk worden gemaakt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_c6fefc2ad5e1453f86b917571c1f11f4__artrecital__div_28" eId="artrecital__div_28" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>28</Nummer>
		    <Opschrift>Overgangsrecht</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisie wId="gm0610_f27a9db672624168b85d4e1a81269f01__artrecital__div_28__div_28.1" eId="artrecital__div_28__div_28.1">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>28.1</Nummer>
		      <Opschrift>Eerbiedigend overgangsrecht</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie wId="gm0610_e5fcb4c413c24484b1e883b79ec57d08__artrecital__div_28__div_28.1__div_28.1.1" eId="artrecital__div_28__div_28.1__div_28.1.1">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>28.1.1</Nummer>
			<Opschrift>Overgangsrecht gebruik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_4050ffc2a4a1452ab4017d804cd31a7f__artrecital__content_28.1" eId="artrecital__div_28__div_28.1__div_28.1.1__content_28.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>28.1</Nummer>
			  <Opschrift>Overgangsrecht gebruik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is overgangsrecht opgenomen met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken. Het overgangsrecht heeft betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken dat legaal bestond op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, maar waarbij het gebruik als gevolg van die wijziging in strijd is gekomen met de regels over gebruik. Met deze regeling wordt het uitgangspunt van eerbiedigend overgangsrecht zoals dat voorheen in bestemmingsplannen moest worden opgenomen, voortgezet. Het artikel beoogt in de daarop betrekking hebbende rechtspraktijk geen inhoudelijke verandering te brengen. Dit laat onverlet dat er op enig moment voor een bepaald gebied een uitzondering kan worden gemaakt.</Al>
			  <Al>Met deze regeling wordt als uitgangspunt genomen een wijziging van het omgevingsplan, waardoor beperkingen zijn gaan gelden ten opzichte van de situatie voordat het wijzigingsbesluit in werking was getreden. Dat kan bijvoorbeeld zijn de situatie dat een nog onder oud recht vastgesteld bestemmingsplan wordt vervangen, en het omgevingsplan een beperking meebrengt ten opzichte van de mogelijkheden die dat onder oud recht vastgestelde bestemmingsplan bood. Het kan ook betrekking hebben op een wijziging van de regels in het omgevingsplan op een moment later in de tijd.</Al>
			  <Al>In het eerste lid is bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, als dat gebruik als gevolg van die wijziging in strijd is gekomen met de regels over gebruik, gesteld in het omgevingsplan, mag worden voortgezet. Het eerste lid bevat de peildatum voor het vaststellen van het bestaande gebruik: het gebruik dat bestond op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden waardoor het gebruik in strijd is gekomen met de regels over gebruik. Alleen dat gebruik mag, ook al is het in strijd met de regels over gebruik in dit hoofdstuk, worden voortgezet. Dit artikel is ook van toepassing voor het geval dat er door inwerkingtreding van een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe vergunningplicht ontstaat. Die vergunningplicht kan inhouden een in het omgevingsplan opgenomen verbod om zonder omgevingsvergunning de betreffende activiteit te verrichten. De vergunningplicht kan ook bestaan uit de vergunningplicht voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, die is ontstaan door het stellen van bijvoorbeeld nieuwe algemene regels, waardoor de betreffende activiteit in strijd is gekomen met het omgevingsplan. Voor zover er sprake is van voortzetting van dezelfde activiteit geldt van rechtswege een omgevingsvergunning.</Al>
			  <Al>Het tweede lid maakt duidelijk dat het overgangsrecht niet geldt voor gebruik dat voorafgaand aan wijziging van dit omgevingsplan reeds in strijd was met de voorheen geldende regels over gebruik in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan. In dit lid wordt niet gesproken van regels over gebruik in dit hoofdstuk, maar regels over gebruik in dit omgevingsplan. Door in dit derde lid te refereren aan regels over gebruik in dit omgevingsplan, geldt deze uitzondering dus ook wanneer het bestaand gebruik in strijd was met regels over gebruik van gronden en bouwwerken, opgenomen in een ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Het derde lid bepaalt dat het verboden is het strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen in een ander met het omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.</Al>
			  <Al>Het vierde lid bepaalt dat indien het strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, na inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wijziging voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, het verboden is dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie wId="gm0610_c52f67cbb4dc416e9127eba928d189c7__artrecital__div_28__div_28.1__div_28.1.2" eId="artrecital__div_28__div_28.1__div_28.1.2">
		      <Kop>
			<Label>Paragraaf</Label>
			<Nummer>28.1.2</Nummer>
			<Opschrift>Overgangsrecht bouwen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst wId="gm0610_f2d5b8b41fc643a9809d953f470577da__artrecital__content_28.2" eId="artrecital__div_28__div_28.1__div_28.1.2__content_28.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>28.2</Nummer>
			  <Opschrift>Overgangsrecht bouwen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is overgangsrecht met betrekking tot het bouwwerken opgenomen. De regeling zoals opgenomen in het eerste tot en met het derde lid is analoog aan de regeling zoals die voorheen vanwege artikel 3.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening moest worden opgenomen in bestemmingsplannen. Enkel de eenmalige afwijking van 10% is hier niet opgenomen. Met deze regeling wordt het uitgangspunt van eerbiedigend overgangsrecht zoals dat voorheen in bestemmingsplannen moest worden opgenomen, voortgezet. Ten opzichte van die regeling is tevens voorzien in instandhouding van het bouwwerk. Daarop heeft ook het vierde lid betrekking.</Al>
			  <Al>In het tweede lid, aanhef en onder a, wordt bepaald dat een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is en afwijkt van het omgevingsplan na wijziging, in stand mag worden gehouden, gedeeltelijk mag worden vernieuwd of veranderd en in vernieuwde of veranderde staat in stand mag worden gehouden, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot. Hiermee is vastgelegd dat van het gewijzigde omgevingsplan afwijkende bouwwerken in alle gevallen in stand mogen worden gehouden, gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, en dat het bouwwerk ook in de vernieuwde of veranderde toestand in stand mag worden gehouden. Dit alles uiteraard met inachtneming van alle verder toepasselijke wettelijke regels, en met als enige verdere restrictie dat daardoor de afwijking van het omgevingsplan niet naar aard en omvang wordt vergroot. De kern van de bepaling is dat de vernieuwing of verandering er niet toe mag leiden dat het onder de oude regels toegestane gebruik van het bouwwerk verder daarvan gaat afwijken dan reeds het geval was.</Al>
			  <Al>De bedoeling is, met andere woorden, dat het gebruik geen wezenlijke verandering of verzwaring ondergaat. Onder b, wordt bepaald dat een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is en afwijkt van het omgevingsplan na wijziging, na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel mag worden vernieuwd of veranderd en in vernieuwde of veranderde staat in stand mag worden gehouden, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot. Voorwaarde is wel dat de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Hiermee wordt voorkomen dat gedurende langere tijd onzeker blijft of de oude situatie zal worden hersteld. Ook in dit geval geldt uiteraard dat een en ander gebeurt met inachtneming van alle verder toepasselijke wettelijke regels, en met als enige verdere restrictie dat daardoor de afwijking van het omgevingsplan niet naar aard en omvang wordt vergroot. Vernieuwing of verandering bij gedeeltelijke beschadiging is mogelijk met toepassing van het bepaalde onder a. Bij calamiteiten dienen de feiten goed in beeld te zijn gebracht. De feiten kunnen slechts door het verrichten van goed onderzoek worden achterhaald. Dat vergt dus enige inspanning, maar het past binnen de aard van het overgangsrecht om ook bij calamiteiten kritisch te bezien in hoeverre de vernieuwingsbehoefte werkelijk in verband staat met de calamiteit.</Al>
			  <Al>In het tweede lid is bepaald dat onder een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is, in dit artikel tevens wordt verstaan een bouwwerk dat in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen. Ook daarop is dit overgangsrecht van toepassing.</Al>
			  <Al>Het derde lid sluit illegale bouwwerken expliciet uit van het overgangsrecht bouwwerken. Bepaald is dat het eerste lid niet van toepassing is op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de voorheen geldende regels over bouwwerken in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan. In dit lid wordt niet gesproken van regels over bouwwerken in dit hoofdstuk, maar over regels over gebruik in dit omgevingsplan. Door in dit derde lid te refereren aan de voorheen geldende regels over bouwwerken in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan, geldt deze uitzondering dus ook wanneer het bestaand bouwwerk in strijd was met regels over bouwwerken, opgenomen in een ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Het vierde lid komt in de plaats van artikel 22.40, zoals dat bij wijze van Bruidsschat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel was geworden van dit omgevingsplan. De inhoud is ongewijzigd. Met deze bepaling wordt expliciet gemaakt dat het overgangsrecht voor bouwwerken, zoals dat in bestemmingsplannen moest zijn opgenomen op grond van artikel 3.2.1 van het voormalige Besluit ruimtelijke ordening en dat betrekking had op de voorwaarden waaronder de in dat artikel bedoelde bouwwerken mogen worden vernieuwd of veranderd, ook voorziet in het in stand mogen houden van die bouwwerken.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </Divisie>
		</Divisie>
		<Divisie wId="gm0610_de165ee336e84aac94a6219588e8aa1e__artrecital__div_29" eId="artrecital__div_29" wijzigactie="voegtoe">
		  <Kop>
		    <Label>Hoofdstuk</Label>
		    <Nummer>29</Nummer>
		    <Opschrift>Delegatie</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisie wId="gm0610_851ed6e5e38e4ef18436f7454152f25f__artrecital__div_29__div_29.1" eId="artrecital__div_29__div_29.1">
		    <Kop>
		      <Label>Afdeling</Label>
		      <Nummer>29.1</Nummer>
		      <Opschrift>Bodem</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisietekst wId="gm0610_d80f63933f87427aa514bda46bf63d50__artrecital__content_29.1" eId="artrecital__div_29__div_29.1__content_29.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>29.1</Nummer>
			<Opschrift>Delegatie afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <i>Uitleg artikel</i>
                                 </Al>
			<Al>In <IntRef ref="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.15" scope="Artikel">artikel 11.15  </IntRef> wordt het reeds sinds 2010 bestaande hergebruiksbeleid overgenomen voor nieuwe industrieterreinen/bedrijventerreinen van groter dan 2 hectare. Op deze terreinen is het mogelijk om grond uit het beheergebied toe te passen die voldoet aan de kwaliteitsklasse industrie. Echter zijn kunnen hier uitzonderingen op zijn. Dit artikel bepaalt dat de aanwijzing van eventuele andere locaties is gedelegeerd aan het college. Dit zijn locaties waar de gemeente andere ambities ten aanzien van de bodemkwaliteit heeft.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		    <Divisietekst wId="gm0610_97fe3502c17d491f832d614b15bd9d5d__artrecital__content_29.2" eId="artrecital__div_29__div_29.1__content_29.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>29.2</Nummer>
			<Opschrift>Delegatie locaties nazorg aanwijzen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>
                                    <i>Uitleg artikel</i>
                                 </Al>
			<Al>Op de kaart 'locaties nazorg Omgevingswet' komen nazorglocaties (na saneren en na nemen tijdelijke beschermingsmaatregelen) te staan. Deze moeten worden geregistreerd in het omgevingsplan. Met dit artikel kunnen door het college worden doorgevoerd.</Al>
			<Al>
                                    <i>Reikwijdte</i>
                                 </Al>
			<Al>Het college kan alleen wijzigingen in de kaarten: 'locaties nazorg Omgevingswet', doorvoeren voor het eigen beheergebied.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Divisietekst>
		  </Divisie>
		</Divisie>
	      </ArtikelgewijzeToelichting>
	    </Vervang>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
      </BesluitCompact>
    </Gemeenteblad>
  </OfficielePublicatie>
</OfficielePublicatie>
