<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-371505/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Goes</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Goes 2022</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Goes:</al><al /><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders:</al><al /><al>De prijsstijgingen in de bouwsector gevolgen hebben voor de normbedragen op het gebied van onderwijshuisvesting.</al><al /><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 100 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76m van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al /><al>besluit:</al><al /><al>vast te stellen de volgende verordening, inclusief bijlagen:</al><al /><al>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Goes 2022</al><al /></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening of om het bekostigen van een voorbereidingskrediet;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 93, negende lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 76f, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>Integraal huisvestingsplan (IHP): door de gemeenteraad vastgesteld beleidsdocument dat de koers uitzet voor de (middel)lange termijn waarin de aard, omvang en financiële vertaling van de huisvestingsbehoefte van één of meerdere scholen en/of onderwijssoorten in onderlinge samenhang wordt beschreven;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het bewegingsonderwijs of een bad voor watergewenning of bewegingstherapie;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>medegebruik: gebruik van een onderwijsgebouw ten behoeve van onderwijs van een andere school of van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel 16, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;</al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 94 van de Wet op de expertisecentra of artikel 76g van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al>permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;</al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al>programma: programma als bedoeld in artikel in artikel 95 Wet op het primair onderwijs, artikel 93 Wet op de expertisecentra en artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li><li.nr>m.</li.nr><al>school:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al> school voor basisonderwijs: basisschool of speciale school voorbasisonderwijs] als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al> school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, of school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;</al></li><li><li.nr>3°.</li.nr><al> school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5 van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li></lijst></li><li><li.nr>n.</li.nr><al>tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;</al></li><li><li.nr>o.</li.nr><al>tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li><li.nr>p.</li.nr><al>verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li><li><li.nr>q.</li.nr><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II minimaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li><li.nr>r.</li.nr><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II tenminste 4 jaar en maximaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li><li.nr>s.</li.nr><al>voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende voorzieningen onderscheiden:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen bestaande uit:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het rijk voor bekostiging in aanmerking is gebracht, of nieuwbouw om een gebouw waarin een school is gehuisvest geheel of gedeeltelijk te vervangen, al dan niet op dezelfde locatie;</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest;</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>het geheel of gedeeltelijk in gebruik neming van een bestaand gebouw voor het huisvesten van een school;</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke gebouwen voor het huisvesten van een school;</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>terrein voor zover nodig voor het realiseren van een voorziening als bedoeld in sub 1 tot en met sub 4;</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd;</al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>inrichting met meubilair voor zover deze nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd;</al></li><li><li.nr>8.</li.nr><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat al bij een andere school in gebruik is of van een lokaal bewegingsonderwijs en een bad voor watergewenning of bewegingstherapie;</al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen of meubilair ingeval van bijzondere omstandigheden;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs voor het onderwijs in lichamelijke oefening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Voorbereidingskrediet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, onder 1,2,3, en 4 kan maximaal 10 % van de totale kosten van de investering kunnen worden aangemerkt als voorbereidingskrediet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Om in aanmerking te komen voor een voorbereidingskrediet dient hiervoor een aanvraag te worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, onder 1, 2, 5, 6, 7 en onderdeel d, wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de normbedragen zoals de zijn genoemd in de bijlagen van deze verordening.</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Wanneer een voorziening is opgenomen in het IHP wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de normbedragen die zijn vastgesteld in het Integraal Huisvestingsplan (IHP).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van het bepaalde in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>PROGRAMMA EN OVERZICHT</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>2.1</nr><titel>Aanvragen programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend en moet uiterlijk 1 februari van het jaar waarin het betreffende programma wordt vastgesteld zijn ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen die na deze datum worden ontvangen neemt het college niet in behandeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college is bevoegd om het bepaalde in het tweede lid buiten toepassing te verklaren dan wel de werking ervan op te schorten tot een nader door hen te bepalen datum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag vermeldt in ieder geval: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de dagtekening;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de naam van de school en, als dit van toepassing is, het gebouw waarvoor de voorziening is bestemd;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de voorziening die wordt aangevraagd;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening, bestaande uit:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al> een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de school voor basisonderwijs, de speciale school voor basisonderwijs, de school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs, als het betreft een aanvraag voor een voorziening als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 6°, 7° en 8°, onder de voorwaarde dat de prognose overeenkomstig bijlage II is vastgesteld, tenzij door het college, al dan niet in samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van een school voor basisonderwijs, een actuele prognose is opgesteld, welke door het bevoegd gezag wordt onderschreven.</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al> als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk bekostigen van vervangende nieuwbouw van een gebouw als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, onder 1°, of herstel van een constructiefout als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, een bouwkundige rapportage die voldoet aan de eisen NEN 2767, zodat de noodzaak van de gevraagde voorziening kan worden vastgesteld;</al></li><li><li.nr>3°.</li.nr><al> als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten voor het bekostigen van de voorziening;</al></li><li><li.nr>4°.</li.nr><al> als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten voor het bekostigen van de voorziening.</al></li><li><li.nr>5°.</li.nr><al> als de aanvraag betrekking heeft op het voorbereidingskrediet, een begroting waarin de geraamde kosten van de investering zijn opgenomen.</al></li></lijst></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de voorziening, en</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>als het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, onder 1° tot en met 5°, de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening moet worden gerealiseerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager voor 15 februari schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De aanvrager heeft tot 15 maart de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een door het college in behandeling genomen aanvraag mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op 1 oktober van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld, is de aanvrager verplicht dat aantal voor 15 oktober te registeren in de Basisregistratie Onderwijs bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Heeft de aanvrager de registratie niet binnen de gestelde termijn gerealiseerd, dan deelt het college dit schriftelijk mede aan de aanvrager en heeft de aanvrager de gelegenheid dit alsnog te doen binnen drie dagen na de datum van ontvangst van de mededeling. Als de registratie niet alsnog binnen drie dagen is verstrekt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al>Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen een opgave van de aanvragen die overeenkomstig artikel 7 zijn ingediend en geeft daarbij aan welke niet in behandeling worden genomen.</al><al /></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Overleg voorafgaand aan vaststellen programma en overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college of een aanvrager kan verzoeken een aanvraag nader toe te lichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager als de aanvraag betrekking heeft op een voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten en het college van oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde kostenbegroting moet worden aangepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college vermeldt in het voorstel tot het vaststellen van het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht, bedoeld in paragraaf 2.3:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de hoogte van het geraamde bedrag, waarvan voor de aangevraagde voorziening wordt uitgegaan, en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>als dit van toepassing is, de redenen waarom in het overleg geen overeenstemming is bereikt over de hoogte van het geraamde bedrag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen worden ten minste 2 weken voor de door het college vastgestelde datum schriftelijk in kennis gesteld van het tijdstip van het overleg en de voorgenomen inhoud van het voorstel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor het overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het overleg van deze zienswijzen in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de reactie van het college hierop worden opgenomen in het verslag. Het verslag wordt na het overleg toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad verzoeken een advies uit te brengen over het conceptprogramma. Het verzoek bevat een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies dient betrekking te hebben op de relatie tussen de voorgenomen inhoud van het programma en de vrijheid van richting en inrichting. Het verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden opgenomen in het verslag, bedoeld in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college is belast met het indienen van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Het college zorgt ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Als het advies zou leiden tot één of meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van het programma worden de bevoegde gezagsorganen door het college bij het toezenden van het afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het toezenden van het afschrift van het advies.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen 2 weken nadat het advies van de Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag, bedoeld in het vierde lid.</al></lid><al /></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Tijdstip vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden naar onderwijssoort of per voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld op uiterlijk 31 december voorafgaande aan het jaar waarop het programma betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Bekendmaken besluiten vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluiten tot het vaststellen van het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht worden door het college binnen 2 weken na de datum waarop het besluit is genomen bekend gemaakt door het toezenden of uitreiken van het besluit aan de aanvragers. Gelijktijdig stelt het college de overige bevoegde gezagsorganen schriftelijk in kennis van de genomen besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluiten worden gelijktijdig met de bekendmaking ter inzage gelegd.</al></lid><al /></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Uitvoeren programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overleg wijze van uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld treedt het college in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de op het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd. In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor het uitvoeren van de voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag bepalen dat het overleg zoals genoemd in lid 1 niet plaatsvindt, indien zij het overleg niet noodzakelijk achten in verband met de aard of de inhoud van de gevraagde voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Instemmen bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsen wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overleggen offertes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag dient het bouwplan en, als de voorziening wordt bekostigd op basis van de feitelijke kosten, de bijbehorende begroting in bij het college. Het bevoegd gezag houdt daarbij rekening met de hierover gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 14, eerste lid. Gelijktijdig vermeldt het bevoegd gezag het tijdstip waarop de bekostiging kan starten. Het college moet instemmen met het bouwplan en de begroting voordat een bouwopdracht wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen 13 weken nadat de stukken zijn ontvangen over de bouwplannen, de desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging start. Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum van de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging start hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het college vast of de feiten en omstandigheden waarin de school verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het programma, al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Ingeval naar het oordeel van het college sprake is van bedoelde wijziging, vervalt hiermee de aanspraak op vergoeding van de onderhavige voorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nadat het college het bouwplan van een voorziening, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, heeft goedgekeurd, dient het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk bij het college de offertes in voor de uitvoering van de voorziening. Het college beslist binnen negen weken na ontvangst van de offertes over het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de voorziening. De laatste volzin van het tweede lid is hierbij van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van lid 4 mag het bevoegd gezag de in lid 4 genoemde offertes ook gelijktijdig met het bouwplan als genoemd in het eerste lid indienen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige inschrijving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aanvang bekostiging</titel></kop><al>Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging start, bepalen dat de gelden in termijnen betaald worden. Het betalen van de gelden vindt telkens plaats op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële verplichtingen die voortkomen uit het realiseren van de op het programma geplaatste voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor 1 oktober van het jaar waarop het programma betrekking heeft geeft de aanvrager een onherroepelijke bouwopdracht of sluit hij een onherroepelijke koop-, huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij voor 15 oktober een afschrift aan het college. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om het bepaalde in het eerste lid buiten toepassing te verklaren dan wel de werking ervan op te schorten tot een ander door hen te bepalen datum.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>AANVRAGEN MET SPOEDEISEND KARAKTER</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag tot het bekostigen van een voorziening die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, wordt ingediend bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inhoud aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 18 vermeldt naast de gegevens genoemd in artikel 8, eerste lid, de omstandigheden waarom de voorziening spoedeisend wordt geacht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum waarop de aanvraag is ingediend schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De aanvrager heeft vervolgens 2 weken om de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling.</al></lid><al /></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Beoordelen aanvraag; uitvoeren besluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Tijdstip beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen 4 weken nadat de aanvraag is ontvangen of, binnen 4 weken nadat de aanvullende gegevens zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een beschikking niet binnen de gestelde termijn kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager schriftelijk mede en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum van de beslissing schriftelijk van de beslissing in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwachting van de beslissing als bedoeld in het eerste lid en voor zover noodzakelijk in het belang van de voortgang van het onderwijs, is het college bevoegd om in overleg met het bevoegd gezag tijdelijke voorzieningen te treffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Uitvoeren beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het bekendmaken van een beslissing als bedoeld in artikel 20, eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de voorziening wordt uitgevoerd. Het bepaalde in de artikelen 14, 15, 16 en 17, is daarbij van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen 3 maanden na bekendmaking van een beslissing als bedoeld in het eerste lid geeft de aanvrager een bouwopdracht of sluit hij een koop-,huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij zo spoedig mogelijk een afschrift aan het college. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt voldaan.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>MEDEGEBRUIK EN VERHUUR</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.1</nr><titel>Medegebruik voor onderwijs of educatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Aanduiden omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte van een voor een school bestemd gebouw of terrein als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien van een school waarbij overeenkomstig bijlage III, deel C, een aanvullende ruimtebehoefte is vastgesteld en het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in de artikelen 7 of 18 heeft ingediend;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die school of instelling gangbare berekeningswijze;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>leegstand is vastgesteld in een lesgebouw van een school;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>leegstand is vastgesteld in een lokaal bewegingsonderwijs van een school.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot vordering, als bedoeld in het eerste lid, voeren zij daarover overleg met het bevoegd gezag waarvan de leegstand wordt gevorderd, alsmede met het bevoegd gezag waarvoor de voorziening is bestemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Omschrijving leegstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is sprake van leegstand in een schoolgebouw als overeenkomstig bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de vastgestelde capaciteit van het gebouw groter is dan de vastgestelde ruimtebehoefte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er is sprake van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, en de som van het aantal klokuren gebruik dat door het college is vastgesteld minder is dan 40 klokuren;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor voortgezet onderwijs en uit de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte blijkt dat het lokaal minder dan 40 lesuren wordt gebruikt, tenzij het bevoegd gezag op basis van het lesrooster of de lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar aantoont dat dit niet het geval is;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs, en de som van de berekeningswijzen, bedoeld onder a en b, minder is dan 40 klokuren.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Nalaten vorderen </titel></kop><al>Het college vordert geen medegebruik als het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet plaatsvinden, in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen voor het onderwijs aan die school of scholen, tenzij dat gebruik kan plaatsvinden in de voor die scholen al beschikbare huisvestingscapaciteit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al>De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn. Als geen overeenstemming wordt bereikt stellen partijen in onderling overleg vast welke handelswijze wordt gevolgd.</al><al /></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.2.</nr><titel>Medegebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college overgaat tot vorderen overlegt het college met het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd wordt;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>of maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school hinder van het medegebruik ondervindt;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>wat naar oordeel van het college en het bevoegd gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik is;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs aanvang kan nemen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen 4 weken na het overleg deelt het college het bevoegd gezag waarvan medegebruik gevorderd wordt schriftelijk mede dat gevorderd wordt. Als het overleg heeft geleid tot afspraken, worden ook deze opgenomen in de schriftelijke mededeling. Als het overleg niet tot volledige overeenstemming heeft geleid, dan bevat de mededeling de beslissing van het college over de punten waarover geen overeenstemming was bereikt. Indien het bevoegd gezag in het overleg te kennen geeft geen bezwaar te hebben tegen de vordering, kan van de schriftelijke mededeling als hier bedoeld worden afgezien.</al></lid><al /></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.3.</nr><titel>Verhuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Verzoek toestemming college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verzoekt het college schriftelijk om toestemming als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 106, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 76s, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voordat een huurovereenkomst wordt gesloten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek bevat een aanduiding van de huurder en van de bestemming van de te verhuren ruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan de toestemming de voorwaarde verbinden dat voor de verhuur een huur is verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval de huur wordt beëindigd, stelt het bevoegd gezag hiervan het college binnen vier weken in kennis.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>EINDE GEBRUIK GEBOUWEN EN TERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Staat van onderhoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een staat van onderhoud opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag opgemaakt in opdracht van het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk deel hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het bevoegd gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de werkzaamheden, of dat het bevoegd gezag een in overleg vast te stellen bedrag aan het college betaalt. Als geen overeenstemming wordt bereikt, stellen partijen vast welke handelwijze verder gevolgd wordt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als dit naar het oordeel van het college niet nodig is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>GEBRUIK GYMNASTIEKRUIMTE VOOR BASISONDERWIJS EN (VOORTGEZET) SPECIAAL ONDERWIJS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt jaarlijks voor 1 mei voorafgaande aan het volgende schooljaar een opgave van de voor dat schooljaar voor de school gewenste onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte. Deze opgave bevat de volgende gegevens:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het verwachte aantal groepen 6-12 jarigen;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of –ruimten waarin het gebruik wordt gewenst;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een schoolweek wordt gewenst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gewenste onderwijsgebruik wordt afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij inroostering wordt het volgende in acht genomen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen in bijlage I, deel B;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in standgehouden school, dat eigenaar is van een gymnastiekruimte wordt voor de desbetreffende school het eerste ingeroosterd voor die gymnastiekruimte;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan verzoeken meer klokuren in te roosteren dan het aantal klokuren dat door het college is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verzoek als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend in behandeling genomen als daarvoor nog capaciteit beschikbaar is. Het aantal klokuren dat extra wordt ingeroosterd komt voor rekening van het bevoegd gezag van de school.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Ontheffingsbepaling</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen van een of meerdere bepalingen uit deze verordening afwijken of buiten beschouwing laten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op basis van de indexering.</al><al>Hierbij hanteren wij de in bijlage IV opgenomen systematiek van prijsbijstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2015, vastgesteld in de raadsvergadering van 18 december 2014, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Goes 2022.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Goes in de openbare vergadering van 1 augustus 2022</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de griffier </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>drs. B.C. van Doornum</functie></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de voorzitter</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>drs. M. Mulder MSc.</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>I</nr><titel> – Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde voorzieningen</titel></kop><al /><al>Deel A – Lesgebouwen</al><al /><al>De voorzieningen genoemd onder A.2 (vervangende bouw), A.3.1 (uitbreiding met één of meer leslokalen) en A.3.2 (uitbreiding met een speellokaal) worden niet noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. Slechts in bijzondere omstandigheden kan dit, na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van het college plaatsvinden.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.1. Nieuwbouw</nadruk></al><al /><al>Noodzaak van nieuwbouw is aanwezig als:</al><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden verwacht en:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al> als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze leerlingen gedurende ten minste 15 jaar kunnen worden verwacht, of</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al> als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze leerlingen gedurende ten minste 4 jaar kunnen worden verwacht, en</al></li></lijst></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.2. Vervangende bouw</nadruk></al><al>De noodzaak van vervangende bouw is aanwezig als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>op grond van een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt vastgesteld dat onderhoud of aanpassen niet zal leiden tot de gewenste levensduurverlenging van ten minste 20 jaar.</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>dit het gevolg is van een herschikkingsoperatie;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>dit het gevolg is van ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening en:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al> als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende ten minste 15 jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, of</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al> als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende ten minste 4 jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, en</al></li></lijst></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.3. Uitbreiding</nadruk></al><al>A.3.1. Uitbreiding schoolgebouw</al><al /><al>De noodzaak van het uitbreiden van een schoolgebouw is aanwezig als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit van een schoolgebouw van een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs kleiner is dan de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte en het verschil tussen de capaciteit en de ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, of een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of een voortgezet onderwijs, gelijk of groter is dan de drempelwaarde, bedoeld in bijlage III, deel C, en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>daarnaast:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al> als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende minstens vijftien jaar kunnen worden verwacht,</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al> als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende minstens vier jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, of</al></li><li><li.nr>3°.</li.nr><al> de prognose op basis van de laatste teldatum voor het indienen van de aanvraag aantoont dat het aantal leerlingen dat aanwezig is niet voor ten hoogste vier jaar binnen het gebouw of de gebouwen kunnen worden gehuisvest, en</al></li></lijst></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren.</al></li></lijst><al>A.3.2. Uitbreiding speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs met een speellokaal</al><al /><al>De noodzaak van het uitbreiden met een speellokaal is aanwezig als:</al><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>tot een school voor speciaal basisonderwijs minstens twaalf kinderen jonger dan zes jaar of tot een school of afdeling van een school voor speciaal onderwijs kinderen jonger dan zes jaar worden toegelaten;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de school volgens een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat de school minstens vijftien jaar zal blijven bestaan;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>in het schoolgebouw geen speellokaal aanwezig is;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>medegebruik van een speellokaal of lokaal bewegingsonderwijs binnen 300 meter hemelsbreed onmogelijk is, en</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>het naar oordeel van het college onmogelijk is om tegen redelijke kosten inpandig een speellokaal te realiseren door gebruik te maken van een bestaand verschil tussen de overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit en de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.4. In gebruik nemen van een bestaand gebouw</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van het in gebruik nemen van een gebouw is aanwezig als:</al><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of als het huidige gebouw moet worden vervangen of uitgebreid;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden verwacht en:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al> als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze leerlingen gedurende minstens vijftien jaar kunnen worden verwacht, of</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al> als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze leerlingen gedurende minstens vier jaar kunnen worden verwacht, en</al></li></lijst></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren, en</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de kosten van het in gebruik nemen en aanpassen naar oordeel van het college in redelijke verhouding staan tot de kosten van vervangende bouw of uitbreiding.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.5. Verplaatsen tijdelijk gebouw</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van het verplaatsen van een tijdelijk gebouw is aanwezig als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>er op basis van een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose een tijdelijke behoefte aan huisvesting voor minstens vier jaar is, waarin een beschikbaar leeg of leegkomend tijdelijk gebouw kan voorzien;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren, en</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de kosten van het verplaatsen naar oordeel van het college in redelijke verhouding staan tot de kosten van een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal leerlingen en voor dezelfde tijdsduur.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.6. Terrein</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van het verwerven of uitbreiden van een terrein of een deel daarvan is aanwezig als het college heeft ingestemd met een voorziening als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°, en de oppervlakte van het bestaande terrein niet voldoende is om deze voorziening te realiseren. De oppervlakte van het terrein moet voldoen aan de minimumnormen, bedoeld in bijlage III, deel D.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.7. Eerste inrichting</nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De noodzaak van de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair of leer- en hulpmiddelen ontstaat wanneer deze niet eerder voor 1 januari 2015 is bekostigd.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De noodzaak van eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair van een speellokaal is aanwezig als een speciale school voor basisonderwijs of een speciale school wordt uitgebreid met een speellokaal.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Bij fusie van scholen wordt uitsluitend uitbreiding van eerste aanschaf van onderwijsleerpakket, meubilair of leer en hulpmiddelen toegekend als het aantal leerlingen na de fusie groter is dan het totaal aantal leerlingen van de afzonderlijk aan de fusie deelnemende scholen.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.8. Medegebruik</nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De noodzaak van medegebruik van een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, of een school voortgezet onderwijs, is aanwezig als het verschil tussen de overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit en de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte gelijk of groter is dan de drempelwaarde, bedoeld in bijlage III, deel C.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Voordat het college besluit tot medegebruik dient inzicht verkregen te worden in:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de periode waarvoor medegebruik noodzakelijk is overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose, en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de periode van medegebruik in het schoolgebouw waar leegstand is vastgesteld.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.9. Herstel van constructiefouten</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van herstel van constructiefouten is aanwezig als een bouwkundige rapportage uitwijst dat het gaat om constructiefouten die hersteld moeten worden.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.10. Vervangen of herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair en leer- en</nadruk><nadruk type="vet">hulpmiddelen in geval van bijzondere omstandigheden</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van vervangen of herstel van een gebouw, onderwijsleerpakket of meubilair en leer- en hulpmiddelen als gevolg van schade daaraan is aanwezig als door de opgetreden bijzondere omstan-digheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt gehinderd.</al><al /><al>Deel B - Voorzieningen voor lokalen bewegingsonderwijs </al><al /><al><nadruk type="vet">B.1. Nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming.</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van:</al><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>nieuwbouw is aanwezig als de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>vervangende nieuwbouw is aanwezig op grond van een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt vastgesteld dat onderhoud of aanpassen niet zal leiden tot de gewenste levensduurverlenging van 20 jaar of dit het gevolg is van een herschikkingsoperatie;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs is aanwezig als de oppervlakte van de zaal kleiner is dan 140 vierkante meters en het effectief gebruik van het lokaal daardoor belemmerd wordt, of</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>het in gebruik nemen van een lokaal bewegingsonderwijs is aanwezig als:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al> de minister de school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt;</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al> het huidige gebouw overeenkomstig onderdeel b voor vervanging in aanmerking komt; of</al></li><li><li.nr>3°.</li.nr><al> de kosten van het in gebruik nemen en aanpassen naar oordeel van het college in redelijke verhouding staan tot de kosten van vervangende bouw, en</al></li></lijst></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>het onmogelijk is gebruik te maken van één of meer lokalen bewegingsonderwijs of van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende lokalen bewegingsonderwijs voor:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al> een school voor basisonderwijs of speciaal basisonderwijs, bij noodzakelijk gebruik van:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>ten minste 20 klokuren binnen 1 km hemelsbreed</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>ten minste 15 klokuren binnen 3,5 km hemelsbreed, of</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>ten minste 5 klokuren binnen 7,5 km hemelsbreed of</al></li></lijst></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al> een school voor speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, bij noodzakelijk gebruik van:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>ten minste 10 groepen speciaal onderwijs binnen 1 km hemelsbreed</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>ten minste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs binnen 2 km hemelsbreed</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>ten minste 6 groepen speciaal onderwijs binnen 3,5 km hemelsbreed, of</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>ten minste 3 groepen speciaal onderwijs binnen 7,5 km hemelsbreed, of</al></li></lijst></li><li><li.nr>3°.</li.nr><al> een school voor voortgezet onderwijs binnen 2 km hemelsbreed , en</al></li></lijst></li></lijst><al>een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaar de groepen leerlingen waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is, aanwezig zijn of verwacht kunnen worden.</al><al /><al><nadruk type="vet">B.2. Terrein</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van het verwerven of uitbreiden van een terrein of een deel daarvan is aanwezig als voor het realiseren van de nieuwbouw of de uitbreiding geen of onvoldoende terrein aanwezig is.</al><al /><al><nadruk type="vet">B.3. Eerste inrichting</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van eerste inrichting bewegingsonderwijs is aanwezig als:</al><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>nieuwbouw, uitbreiding of ingebruikneming bestaand lokaal bewegingsonderwijs voor de school is goedgekeurd, en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>voor de desbetreffende groepen leerlingen van het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs nog niet eerder bekostiging eerste inrichting bewegingsonderwijs is verstrekt of voor de desbetreffende leerlingen van het voortgezet onderwijs nog niet eerder bekostiging eerste inrichting bewegingsonderwijs is verstrekt.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">B.4. Huur van een sportterrein school voor voortgezet onderwijs</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van huur van een sportveld is aanwezig als het lesrooster buitensport vermeldt, het bevoegd gezag niet beschikt over een eigen sportveld en medegebruik van een sportveld van een ander bevoegd gezag onmogelijk is.</al><al /><al><nadruk type="vet">B.5. Medegebruik</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van medegebruik is aanwezig als het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren bewegingsonderwijs op basis van het aantal groepen 6-12 jarigen zodanig is dat daarvoor binnen de op dat moment in gebruik zijnde lokalen bewegingsonderwijs geen plaats is.</al><al /><al><nadruk type="vet">B.6. Herstel constructiefouten</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van herstel van constructiefouten is aanwezig als een bouwkundige rapportage uitwijst dat het gaat om constructiefouten die hersteld moeten worden.</al><al /><al><nadruk type="vet">B.7. Herstel of vervanging van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden</nadruk></al><al /><al>De noodzaak van vervangen of herstel van een gebouw, onderwijsleerpakket of meubilair als gevolg van schade daaraan is aanwezig als door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt gehinderd.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>II</nr><titel> – Prognosecriteria</titel></kop><al /><al><nadruk type="vet">A. Algemeen</nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Een prognose van het aantal te verwachten leerlingen van een school voor basisonderwijs[, <nadruk type="cur">een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voor voortgezet onderwijs</nadruk>] wordt gemaakt voor een periode van minstens vijftien jaar, met als eerste jaar het jaar waarin de start van de bekostiging wordt gewenst (de prognoseperiode).</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De prognose omvat gegevens voor minstens een periode van zes jaar (de analyseperiode) met als laatste jaar het jaar dat voorafgaat aan het indienen van de aanvraag. De prognose is niet meer dan twee jaar oud. Als basis voor de prognose mag gebruik gemaakt worden van de omvang van de basisgeneratie voor het basisonderwijs zoals het meest recent berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek of het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Een prognose wordt schriftelijk aangeleverd en bevat in ieder geval de relevante gegevens en berekeningen over de analyse- en prognoseperiode, een beschrijving van de gebruikte programmatuur en een onderbouwing van de aannames waarop de prognose is gebaseerd.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">B. Voedingsgebied</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het voedingsgebied van een school omvat het gebied waaruit het overgrote deel van de leerlingen afkomstig is of zal zijn. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De prognose voor een basisschool bevat in ieder geval een beschrijving van het voedingsgebied op wijkniveau. [<nadruk type="cur">Bij een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs kan, als het voedingsgebied zich over de gemeentegrens uitstrekt, worden volstaan met een opsomming van de gemeenten die tot het voedingsgebied worden gerekend</nadruk>.]</al></li><li><li.nr>a.</li.nr><al>3.Voor zover het voedingsgebied kleiner is dan de hele gemeente wordt beredeneerd aangegeven welke berekeningen op de basisgeneratie zijn toegepast.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">C. Prognose school voor basisonderwijs</nadruk></al><al>De prognose van een school voor basisonderwijs geeft per jaar inzicht in het te verwachten aantal leerlingen van de school of nevenvestiging waarbij rekening wordt gehouden met:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het voedingsgebied;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de bevolking in het voedingsgebied, verdeeld in relevante leeftijdsgroepen;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de woningvoorraad en wijzigingen daarin, inclusief een eventuele wijziging van het voedingsgebied;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>veranderingen als gevolg van migratie, sterfte en geboorte in de leeftijdsgroepen, bedoeld onder b;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>veranderingen in de bevolking als gevolg van wijzigingen in de woningvoorraad;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de verdeling van de leerlingen als gevolg van de belangstelling voor de basisschool, en</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>het onderwijs dat wordt gegeven.</al></li></lijst><al><nadruk type="cur">[</nadruk><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">D. Prognose speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De prognose van een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs moet inzicht geven in:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="cur">het voedingsgebied;</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">de plaats waar het onderwijs moet worden gegeven;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="cur">de voorgestelde datum van ingang van bekostiging, en</nadruk></al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="cur">als het een school voor meervoudig gehandicapte kinderen betreft, de handicaps van de leerlingen waarvoor de school bestemd is.]</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[E. Prognose school voor voortgezet onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De prognose van een school voor voortgezet onderwijs moet inzicht geven in:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="cur"> de gemeente van herkomst van de leerlingen</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur"> het voedingsgebied;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="cur"> de verdeling van de leerlingen als gevolg van de belangstelling voor de basisschool;</nadruk></al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="cur"> de basisgeneratie 4 tot en met 11 jaar + 30 procent van de 12 jarigen, en</nadruk></al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al><nadruk type="cur"> de plaats waar het onderwijs moet worden gegeven.]</nadruk></al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>III</nr><titel> – Criteria vaststellen capaciteit, ruimtebehoefte en aanvullende ruimtebehoefte</titel></kop><al /><al><nadruk type="vet">Deel A – Vaststellen capaciteit </nadruk></al><al><nadruk type="vet">A.1. Uitgangspunten</nadruk></al><al>De capaciteit van gebouwen wordt op basis van onderstaande methodiek vastgesteld. Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van een school besluiten tot het verminderen van de met onderstaande methodiek vastgestelde capaciteit, als de hiertoe beschikbaar komende ruimten worden ingezet voor onderwijskundige, culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Als een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen en hiervoor geen vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.1.1. School voor basisonderwijs[</nadruk><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs</nadruk></nadruk><nadruk type="vet">]</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De capaciteit van een gebouw voor een school voor basisonderwijs[, <nadruk type="cur">een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, of voortgezet onderwijs</nadruk>] wordt vastgelegd in de bruto vloeroppervlakte van het gebouw en bepaald overeenkomstig bijlage III, deel E. De capaciteit van ieder gebouw wordt afzonderlijk vastgesteld.</al></li><li><li.nr>[2.</li.nr><al><nadruk type="cur">Voor een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs geldt dat een eventueel aanwezig speellokaal niet in de capaciteitsbepaling wordt meegenomen. Als een speellokaal aanwezig is en de noodzaak van het uitbreiden met een speellokaal, bedoeld in bijlage I, onder A.3.2, aanwezig is, wordt op de bruto vloeroppervlakte 90 vierkante meter in mindering gebracht.</nadruk></al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al><nadruk type="cur">De capaciteit van een schoolgebouw wordt verminderd met 90 vierkante meter als een ruimte in het schoolgebouw is verhuurd voor het huisvesten van een peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang of kinderopvang en het college voor deze verhuur vooraf toestemming heeft verleend.</nadruk></al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al><nadruk type="cur">De bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw van het voortgezet onderwijs wordt vermeerderd met de bruto vloeroppervlakte van de lokalen bewegingsonderwijs.</nadruk></al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al><nadruk type="cur">Als sprake is van een schoolgebouw met een bruto-netto-verhouding in de oppervlakte die sterk afwijkt van de sinds 1 januari 1997 gerealiseerde schoolgebouwen, kan het schoolbestuur een verzoek indienen tot vaststelling van een fictieve bruto vloeroppervlakte als grondslag voor de capaciteitsbepaling.]</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.1.2. Dislocaties, gebouwen met een permanente of tijdelijke bouwaard</nadruk></al><al>De capaciteit van dislocaties wordt overeenkomstig bijlage III, deel E, vastgesteld.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.1.3. Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties</nadruk></al><al>Als een schoolbestuur voornemens is een hoofdvestiging, nevenvestiging of dislocatie af te stoten, wordt in overleg met het college vastgesteld welk gebouw wordt afgestoten.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.1.4. Terrein</nadruk></al><al>Het terrein omvat het kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie van het Kadaster. Als de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen van het schoolterrein wordt het met overheidsmiddelen bekostigde deel van de terreinoppervlakte vastgelegd.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.1.5. Inventaris</nadruk></al><al>Voor de inventaris geldt als uitgangspunt dat op [<nadruk type="vet">datum (bijvoorbeeld 1 januari 2015)</nadruk>] alle scholen voor basisonderwijs[<nadruk type="cur">, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs</nadruk>] in de gemeente zijn voorzien van voldoende onderwijsleerpakket en meubilair [<nadruk type="cur">en leer- en hulpmiddelen</nadruk>]. De bruto vloeroppervlakte van de school is de basis voor het vaststellen van de omvang van de aanwezige inventaris.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.1.6. Lokalen bewegingsonderwijs</nadruk></al><al><nadruk type="vet">A.1.6.1. Lokalen bewegingsonderwijs.</nadruk></al><al>De capaciteit van een lokaal bewegingsonderwijs bedraagt 40 klokuren.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.1.6.2. Terrein</nadruk></al><al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande lokalen bewegingsonderwijs gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het lesgebouw, wordt geregistreerd.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.1.6.3. Inventaris</nadruk></al><al>De inventaris aanwezig op [<nadruk type="vet">datum (bijvoorbeeld 1 januari 2015)</nadruk>] wordt geacht voldoende te zijn.</al><al /><al><nadruk type="vet">Deel B – Vaststellen ruimtebehoefte</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">B.1. Lesgebouwen</nadruk></al><al><nadruk type="vet">B.1.1. School voor basisonderwijs</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en omvat een speellokaal. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school. Aan de ruimtebehoefte wordt een toeslag verbonden, indien voor de school aanvullende bekostiging beschikbaar wordt gesteld.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule:</al><lijst><li><li.nr /><al>R = 200 + 5,03 * L, waarbij:</al></li><li><li.nr /><al>R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter.</al></li><li><li.nr /><al>L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Indien een school een vergoeding ontvangt op grond van de achterstandscore als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs wordt een toeslag voor de ruimtebehoefte toegekend. De toeslag wordt berekend met de formule:</al><lijst><li><li.nr /><al>T = 1,40 * G, waarbij:</al></li><li><li.nr /><al>T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter.</al></li><li><li.nr /><al>G = De achterstandsscore, zoals gepubliceerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vermenigvuldigd met 7,17%, rekenkundig afgerond op een geheel getal.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[B.1.2. Speciale school voor basisonderwijs</nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="cur">De ruimtebehoefte voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald aan de hand van het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke school. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule:</nadruk></al><lijst><li><li.nr /><al><nadruk type="cur">R = 250 + 7,35 * L, waarbij</nadruk></al></li><li><li.nr /><al><nadruk type="cur">R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter.</nadruk></al></li><li><li.nr /><al><nadruk type="cur">L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven.</nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="cur">Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van 90 vierkante meter.]</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[B.1.3. School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="cur">De ruimtebehoefte voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van de onderwijssoort, de categorie (speciaal of voortgezet speciaal), het type vestiging en het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule:</nadruk></al><lijst><li><li.nr /><al><nadruk type="cur">R = 370 + [8,8 * Leerling SO] + [12,2 * Leerling VSO] , waarbij</nadruk></al></li><li><li.nr /><al><nadruk type="cur">R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele vierkante meter.</nadruk></al></li><li><li.nr /><al><nadruk type="cur">370 = De vaste voet in vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor de hoofdvestiging van een school.</nadruk></al></li><li><li.nr /><al><nadruk type="cur">Leerling SO = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school voor speciaal onderwijs zijn ingeschreven.</nadruk></al></li><li><li.nr /><al><nadruk type="cur"><nadruk type="cur">Leerling VSO = Aantal leerlingen op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school voor voortgezet speciaal onderwijs zijn ingeschreven.</nadruk></nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="cur">Voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs met lichamelijk gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen vindt een toeslag in de ruimtebehoefte plaats. Voor Leerling SO bedraagt de toeslag 5 vierkante meter per leerling en voor Leerling SO 3,3 vierkante meter per leerling. De aantallen van de lichamelijk gehandicapte kinderen en meervoudig gehandicapte kinderen worden door de Dienst Uitvoering Onderwijs niet geregistreerd in de leerling gegevens. Overleg tussen schoolbestuur en gemeente zal hierover uitsluitsel moeten geven.</nadruk></al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al><nadruk type="cur">Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van 90 vierkante meter.]</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[B.1.4. School voor voortgezet onderwijs</nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="cur">De ruimtebehoefte voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van het ruimtebehoeftemodel. De totale ruimtebehoefte van een instelling voor voortgezet onderwijs is het totaal van twee componenten, te weten:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="cur">een leerlinggebonden component, en</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">een vaste voet.</nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="cur">De leerlinggebonden component wordt berekend door de in tabel 1 opgenomen bruto vloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen dat op de school voor voortgezet onderwijs staat ingeschreven. De leerlinggebonden component is afhankelijk van de soort onderwijs en het profiel die de leerling volgt. Aan de hand van de gegevens van de Dienst Uitvoering Onderwijs kunnen de aantallen worden vastgesteld. Voor leerjaar 1 en 2 wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen de onderwijssoorten. Als aan de school meerdere afdelingen (VWO/HAVO en VMBO) zijn verbonden, wordt de verhouding tussen de leerlingen in het vierde leerjaar als uitgangspunt genomen.</nadruk></al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al><nadruk type="cur">De vaste voet, opgenomen in tabel 1, voor de hoofdvestiging van de instelling is 980 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Voor een nevenvestiging die op grond van een ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak geldt een afzonderlijke vaste voet van 550 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Een tijdelijke nevenvestiging komt niet in aanmerking voor een vaste voet. Naast de vaste voet per instelling wordt per instelling een vaste voet toegekend op de vestiging, waarvan de omvang afhankelijk is van het VMBO-profiel, dat wordt aangeboden. </nadruk></al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al><nadruk type="cur">De ruimtebehoefte van een school voor voortgezet onderwijs is de som van:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="cur">de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per onderwijssoort met de bijbehorende normoppervlakten;</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">de vaste voet per instelling;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="cur">als dit van toepassing is, een vaste voet per VMBO-profiel, uitgedrukt in bruto vierkante meter, en</nadruk></al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="cur">als dit van toepassing is, een vaste voet voor een afdeling praktijkonderwijs.</nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>5.</li.nr><al><nadruk type="cur">De ruimtebehoefte van een school voor praktijkonderwijs is de som van:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="cur">de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen met de bijbehorende normoppervlakten, en</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">de vaste voet voor praktijkonderwijs.</nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>6.</li.nr><al><nadruk type="cur">Als dit noodzakelijk is voor het bepalen van de omvang van de toekenning, kan op basis van deze normering de leegstand in onderwijsruimten binnen een gebouw voor voortgezet onderwijs worden bepaald. Het ruimtebehoeftemodel kent geen afzonderlijke normering voor een orthopedagogisch didactisch centrum.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Tabel 1 Ruimtebehoeftemodel Voortgezet Onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><plaatje><illustratie naam="gmb-2026-371505-1.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" id="id95815e9-c694-4eb1-956b-7e37d0436095" hoogte="10.70cm" /></plaatje></al></li></lijst><al><nadruk type="cur">*) niet van toepassing voor zelfstandige praktijkschool</nadruk></al><al /><al><nadruk type="cur">TLW = Theoretische leerweg</nadruk></al><al><nadruk type="cur">LWOO = Leerwegondersteunend onderwijs</nadruk></al><al><nadruk type="cur">BLW- KLW = Basisberoep of- Kaderberoepsgerichte leerweg</nadruk></al><al><nadruk type="cur">GLW = Gemengde leerweg</nadruk></al><al> ] </al><al /><al><nadruk type="vet">B.2. Lokalen bewegingsonderwijs </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De ruimtebehoefte van een lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>voor een school voor basisonderwijs, op 1,5 klokuren per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder;</al></li><li><li.nr>[b.</li.nr><al><nadruk type="cur"> voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, op 2,25 klokuren per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder</nadruk>], en</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>als het schoolgebouw niet beschikt over een speellokaal, op 3,75 klokuren per week voor de leerlingen 4 en 5 jaar.</al></li></lijst></li><li><li.nr>[2.</li.nr><al><nadruk type="cur"> Bij een school voor voortgezet onderwijs wordt de ruimtebehoefte bepaald op basis van het aantal lestijden bewegingsonderwijs. Hiervoor geldt als maximum het aantal lesuren dat overeenkomstig tabel 1 van het ruimtebehoeftemodel is berekend. Deze berekening is als volgt: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 455. Voor het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 322.]</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Deel C – Vaststellen aanvullende ruimtebehoefte </nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">C.1. Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</nadruk></al><al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als de overeenkomstig deel C vastgestelde ruimtebehoefte gedurende minstens vijftien jaar blijft bestaan.</al><al /><al><nadruk type="vet">C.1.1. Nieuwbouw, of vervangende nieuwbouw</nadruk></al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening nieuwbouw of vervangende nieuwbouw wordt overeenkomstig deel B vastgesteld.</al><al /><al><nadruk type="vet">C.1.2. Overige voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Uitbreiding, uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, ingebruikneming of medegebruik wordt voor een: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>school voor basisonderwijs<nadruk type="cur">[, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs</nadruk>] vastgesteld als het verschil tussen de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit en de overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte gelijk of groter is dan de drempelwaarde van:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al> 55 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening basisonderwijs;</al></li><li><li.nr>[2°.</li.nr><al><nadruk type="cur">50 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening speciaal basisonderwijs;</nadruk></al></li><li><li.nr>3°.</li.nr><al><nadruk type="cur">50 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs</nadruk>];</al></li></lijst></li><li><li.nr>[b.</li.nr><al><nadruk type="cur">school voor voortgezet onderwijs wordt vastgesteld als het verschil tussen de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit en de overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte gelijk of groter is dan tien procent van de bestaande capaciteit met een minimum van 100 vierkante meter. Medegebruik wordt vastgesteld op het verschil tussen de overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte en de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit verhoogd met 10%.]</nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>[2.</li.nr><al><nadruk type="cur">Voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bedraagt de bruto vloeroppervlakte van een speellokaal, in aanvulling op het aantal meters bruto vloeroppervlakte bedoeld in het eerste lid, 90 vierkante meter</nadruk>.]</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">C.2. Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen </nadruk></al><al>De ruimtebehoefte van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening wordt op dezelfde wijze vastgesteld als de ruimtebehoefte voor een voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen. Een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening is voor minstens vier jaar en maximaal vijftien jaar noodzakelijk. Voor het vaststellen van de omvang van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening moet het verschil:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>bij een school voor basisonderwijs, [<nadruk type="cur">speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs</nadruk>] ten minste 40 vierkante meter bruto vloeroppervlakte bedragen<nadruk type="cur">[, en</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">bij een school voor voortgezet onderwijs voldoen aan het gestelde onder C.1.2, eerste lid, onder b</nadruk>].</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">C.3. Overige voor blijvend gebruik of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</nadruk></al><al>De omvang van een goedgekeurde voorziening:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en de minimumnormen, bedoeld in deel D;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>eerste aanschaf van:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al> onderwijsleerpakket en meubilair, of uitbreiding van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair voor een school basisonderwijs[<nadruk type="cur">, een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, en</nadruk></al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al><nadruk type="cur"> leer- en hulpmiddelen en meubilair, of uitbreiding van de eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair voor een school voor voortgezet onderwijs,</nadruk>]</al></li></lijst></li><li><li.nr /><al>is gekoppeld aan de omvang van de toegekende voorziening. </al><lijst><li><li.nr>[c.</li.nr><al><nadruk type="cur"> tegemoetkoming in eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair voor een school voor voortgezet onderwijs als gevolg van een inpandige aanpassing waarbij algemene of specifieke ruimte wordt omgezet in specifieke of werkplaatsruimte bedraagt het verschil tussen de vergoeding voor eerste inrichting van de bestaande ruimte en de vergoeding voor eerste inrichting van de te creëren ruimte.</nadruk>]</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het gebouw, onderwijsleerpakket, [<nadruk type="cur">leer- en hulpmiddelen</nadruk>] en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">C.4. Lokalen bewegingsonderwijs</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening nieuwbouw, vervangende nieuwbouw en uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs wordt:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>voor een school voor basisonderwijs<nadruk type="cur">[, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs</nadruk>] vastgesteld op het verschil tussen de overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit en het overeenkomstig B.2, eerste lid, vastgestelde ruimtebehoefte[,<nadruk type="cur"> en </nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">voor een school voor voortgezet onderwijs vastgesteld op de overeenkomstig B.2, tweede lid, vastgestelde ruimtebehoefte als de uitbreiding groter of gelijk is dan tien procent van de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit</nadruk>].</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening uitbreiden<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Deze wijziging is al op 20 mei 2016 gecommuniceerd, maar nooit verwerkt in KDER. Mogelijk is deze aanpassing daarom ook nog niet doorgevoerd in de gemeentelijke verordening.</noot.al></noot> van een lokaal bewegingsonderwijs van een school voor basisonderwijs[, <nadruk type="cur">speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs</nadruk>] wordt vastgesteld op de minimaal noodzakelijke aanvullende vloeroppervlakte om te kunnen voldoen aan de minimumnormen, bedoeld in deel D, onder D.3. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening terrein, of uitbreiding van het terrein, voor een lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld op de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het lokaal, of de uitbreiding van het lokaal te realiseren. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening aanvulling op de eerste aanschaf van het meubilair wordt overeenkomstig bijlage IV bepaald als een lokaal bewegingsonderwijs in gebruik wordt genomen door andere leerlingen dan waarvoor het lokaal oorspronkelijk is bedoeld of wordt uitgebreid.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening herstel van constructiefouten en het herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden, wordt bepaald door de feitelijke kosten voor de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Deel D – Minimumnormen bij het realiseren van nieuwe voorzieningen </nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">D.1. Terreinoppervlakte </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Bij [<nadruk type="cur">vervangende</nadruk>] nieuwbouw voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs geldt voor de speelplaats het vloeroppervlak in vierkante meters uit de volgende tabel:</al><lijst><li><li.nr /><al /><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al>Aantal leerlingen van de school</al></entry><entry><al>Omvang buitenruimte</al></entry></row><row><entry><al>1-100 leerlingen</al></entry><entry><al>300 </al></entry></row><row><entry><al>101-200 leerlingen</al></entry><entry><al>300 + 3 * (L - 100)</al></entry></row><row><entry><al>201-400 leerlingen</al></entry><entry><al>600 </al></entry></row><row><entry><al>401-600 leerlingen</al></entry><entry><al>600 + 3 * (L - 400)</al></entry></row><row><entry><al>601-800 leerlingen</al></entry><entry><al>1200 </al></entry></row><row><entry><al>801-1000 leerlingen</al></entry><entry><al>1200 + 3 * (L - 800)</al></entry></row><row><entry><al>1001 leerlingen of meer</al></entry><entry><al>1800 </al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li><li.nr /><al /></li><li><li.nr /><al>L = Aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Bij [<nadruk type="cur">vervangende</nadruk>] nieuwbouw voor een school voor voortgezet onderwijs geldt voor de speelplaats het vloeroppervlak in vierkante meters uit de volgende tabel:</al><lijst><li><li.nr /><al opmaak="default" align="default" /><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al>Aantal leerlingen van de school</al></entry><entry><al>Omvang buitenruimte</al></entry></row><row><entry><al>1-300 leerlingen</al></entry><entry><al>300</al></entry></row><row><entry><al>301 leerlingen of meer</al></entry><entry><al>300 + 0,75 * (L - 300)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li><li.nr /><al opmaak="default" align="default" /></li><li><li.nr /><al opmaak="default" align="default">L = Aantal leerlingen dat op de teldatum voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde normen betreffen de exclusieve speel- en beweegruimte voor de leerlingen van de school. De terrein voor voorzieningen dient te worden opgeteld bij de norm.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Voor parkeervoorzieningen wordt de voor de locatie van het terrein geldende gemeentelijke parkeernorm gehanteerd. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">D.2. Speellokaal </nadruk></al><al>Een speellokaal heeft een minimum van 90 bruto vierkante meter.</al><al /><al><nadruk type="vet">D.3. Lokaal bewegingsonderwijs </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 252 vierkante meter en de hoogte minstens 5 meter.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Een lokaal bewegingsonderwijs bevat minstens twee kleedruimten met een was- of douchegelegenheid.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Deel E – Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van schoolgebouwen</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">E.1. Meetinstructie voor schoolgebouwen</nadruk></al><al>De bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw wordt vastgesteld volgens NEN 2580.</al><al /><al><nadruk type="vet">E.2. Aanvulling op de meetinstructie voor de schoolgebouwen</nadruk></al><al><nadruk type="vet">E.2.1 [<nadruk type="cur">(Speciaal)] basisonderwijs [en speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs</nadruk>]</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De in- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De oppervlakte van verbindende ruimten tussen in- of aanpandige lokalen bewegingsonderwijs wordt toegekend aan het lesgebouw.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Bij scheidingswanden tussen lesgebouwen en in- of aanpandige lokalen bewegingsonderwijs wordt de bruto vloeroppervlakte gerekend tot het hart van de scheidingsconstructie.</al></li></lijst><al /><al><nadruk type="vet">[</nadruk><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">E.2.2. Voortgezet onderwijs </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De bruto oppervlakte van een gebouw is de som van de bruto vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende beloopbare binnenruimten. De bruto vloeroppervlakte wordt gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande buitenconstructies die de ruimten omhullen. Tot de bruto oppervlakte behoren eveneens: </nadruk></al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="cur">de oppervlakte van trapgaten, liftschachten, en leidingschachten op elk vloerniveau, en </nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">de oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen, voor zover groter dan 0,5 vierkante meter.] </nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">E.2.3. Uitzonderingen</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De oppervlakten van overdekte niet door vaste buitenbegrenzingen omsloten ruimten worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend, ongeacht de vloerconstructie of wijze van verharding. Dit betreft in ieder geval luifels, dakoverstekken, de ruimte onder op kolommen staande verdiepingen, fietsenstallingen. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Open brand-of vluchttrappen aan de buitenzijde van een gebouw worden bij de bepaling van de bruto oppervlakte niet meegerekend. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Niet beloopbare kelders en zolders worden niet meegerekend.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>IV </nr><titel> – Normbedragen voor vergoeding en indexering</titel></kop><al /><al><nadruk type="vet">Deel A – Indexering </nadruk></al><al>De normbedragen in deel B worden jaarlijks aangepast in overeenstemming met de onderstaande systematiek van prijsbijstelling:</al><al /><al><nadruk type="vet">A.1. Nieuwbouw en uitbreiding</nadruk></al><al><plaatje><illustratie naam="gmb-2026-371505-2.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" id="ia36cf1bb-f6dc-4e09-8691-e3793287d88c" hoogte="7.26cm" /></plaatje></al><al><nadruk type="vet">A.2. Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</nadruk></al><al><plaatje><illustratie naam="gmb-2026-371505-3.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" id="i57e2d734-2172-4bc8-ab09-1acce1ee996c" hoogte="6.71cm" /></plaatje></al><al><nadruk type="vet">Deel B – Normbedragen</nadruk><noot><noot.nr>2 </noot.nr><noot.al>Weergegeven zijn de normbedragen voor 2021.</noot.al></noot></al><al>Alle in dit deel genoemde bedragen zijn inclusief BTW.</al><al /><al><nadruk type="vet">A. Nieuwbouw met permanente bouwaard </nadruk></al><al><nadruk type="vet">A.1. Kostencomponenten nieuwbouw</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in de volgende kostencomponenten:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>kosten voor terrein;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>bouwkosten;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>toeslag voor verhuiskosten bij vervangende bouw;</al></li><li><li.nr>[d.</li.nr><al><nadruk type="cur">als het een school voor voortgezet onderwijs betreft, toeslag paalfundering;</nadruk></al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al><nadruk type="cur">als het een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs betreft een toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk speellokaal, en</nadruk></al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al><nadruk type="cur">als het een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs betreft, toeslag voor het aanbrengen van een liftinstallatie</nadruk>].</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Als vervangende nieuwbouw wordt gecombineerd met het uitbreiden van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen bedoeld in paragraaf B.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.2. Kosten voor terreinen</nadruk></al><al>Het benodigde bouwrijpe terrein wordt door de gemeente, eventueel na aankoop, om niet aan het schoolbestuur beschikbaar gesteld en het juridisch eigendom wordt aan hen overgedragen. De kosten van een terrein worden opgenomen op het programma, zowel bij aankoop van een terrein als in de situatie dat de gemeente een terrein beschikbaar stelt. De kosten voor het terrein worden bepaald op de in de gemeente gangbare wijze van waarde vaststelling van terreinen. Bij vervangende nieuwbouw behoren de kosten voor het slopen van het oude gebouw tot de kosten voor terreinen.</al><al /><al><nadruk type="vet">A.3.1. Bouwkosten</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Tot de bouwkosten behoren:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering, en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de kosten van de aanleg en inrichting van het schoolterrein.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Met deze vergoedingsbedragen moet de in overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs</nadruk></al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: </al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al>Startbedrag voor de realisatie van de eerste 350 m<sup>2 </sup>bvo<noot><noot.nr>3 </noot.nr><noot.al>Onder m<sup>2 </sup>bvo wordt hier en verder verstaan: vierkante meter bruto vloeroppervlakte.</noot.al></noot></al></entry><entry><al>€ 1.338.114</al></entry></row><row><entry><al>Voor elke volgende m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry><al>€ 2.290</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[A.3.3. Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: </nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="cur">Startbedrag voor de realisatie van de eerste 670 m<sup>2 </sup>bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ </nadruk><nadruk type="cur">2.168.147</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Voor elke volgende m<sup>2 </sup>bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ </nadruk><nadruk type="cur">2.398</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Toeslag voor elk speellokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ </nadruk><nadruk type="cur">205.718</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><nadruk type="cur">] </nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[A.3.4. Bouwkosten school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="cur">Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 670 m<sup>2 </sup>bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ </nadruk><nadruk type="cur">2.086.491</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Voor elke volgende m<sup>2 </sup>bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ </nadruk><nadruk type="cur">2.384</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Toeslag voor elk speellokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ </nadruk><nadruk type="cur">205.718</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Toeslag liftinstallatie als bij nieuwbouw een liftinstallatie inclusief een schacht wordt aangebracht</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ </nadruk><nadruk type="cur">202.199</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><nadruk type="cur">]</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[A.3.5. Bouwkosten school voor voortgezet onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">1. Er is geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en uitbreiding. </nadruk></al><al><nadruk type="cur">2. De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs bestaat uit:</nadruk></al><al><nadruk type="cur">a. een startbedrag, afhankelijk van de omvang van de voorziening; </nadruk></al><al><nadruk type="cur">b. een werkplaatstoeslag, afhankelijk van het profiel in het VMBO;</nadruk></al><al><nadruk type="cur">c. een bedrag afhankelijk van het aantal vierkante meters, vastgesteld op basis van de toegekende ruimtebehoefte per onderwijssoort, overeenkomstig bijlage III, deel C.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="cur">Startbedrag =</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="cur">&lt; 455 m2</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 0</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">&gt;= 455 m2 &lt; 2500 m2</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 669.771</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">&gt;2500 m2</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 845.586</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><nadruk type="cur" /></al><al><nadruk type="cur">Werkplaatstoeslag VMBO = Voor de onderwijssoort VMBO met de profielen: bwi, pie, mot, mat, hbr en g een bedrag van € 82.045. </nadruk></al><al><nadruk type="cur">Ruimteafhankelijke vergoeding = Een bedrag per vierkante meter, dat afhankelijk is van de omvang van de voorziening en van de onderwijssoort en bijbehorende profiel</nadruk></al><al /><al /><table frame="all"><tgroup cols="5"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><colspec colname="colD" /><colspec colname="colE" /><tbody><row><entry morerows="1" namest="colA" nameend="colB" /><entry namest="colB" nameend="colD"><al><nadruk type="cur">bvo totaal exclusief gymnastiek</nadruk></al></entry></row><row><entry morerows="1"><al><nadruk type="cur"><nadruk type="vet">&lt;=455 m2</nadruk></nadruk></al></entry><entry morerows="1"><al><nadruk type="cur"><nadruk type="vet">&gt;455 m<sup>2</sup></nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur"><nadruk type="vet">&lt;2.500 m<sup>2</sup></nadruk></nadruk></al></entry><entry morerows="1"><al><nadruk type="cur"><nadruk type="vet"> &gt;=2.500 m<sup>2</sup></nadruk></nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Onderwijssoort</nadruk></nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Profielen</nadruk></nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur"> PRO, HAVO, VWO, VMBO-TL, VMBO TL-IW</nadruk></al></entry><entry /><entry><al><nadruk type="cur">€ 3.583</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.126</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.075</nadruk></al></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colE"><al /></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colE"><al><nadruk type="cur"> VMBO Gemengde leerweg</nadruk></al></entry></row><row><entry morerows="4" /><entry><al><nadruk type="cur">bwi, pie, mot, mat</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 4.115</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.442</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.384</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">mvi, eo, hbr</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 4.195</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ </nadruk><nadruk type="cur">2.490</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.430</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">zw</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 3.583</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ </nadruk><nadruk type="cur">2.126</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.075</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">g </nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 4.671</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.772</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.706</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">d&amp;p </nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 3.858</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.290</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.235</nadruk></al></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colE"><al /></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colE"><al><nadruk type="cur"> VMBO Basisberoepsgerichte/ Kaderberoepsgerichte leerweg</nadruk></al></entry></row><row><entry morerows="4" /><entry><al><nadruk type="cur">bwi, pie, mot, mat</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 4.302</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.553</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.492</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">mvi, eo, hbr</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 4.387</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.603</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.541</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">zw </nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 3.583</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.126</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.075</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">g</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 4.631</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.748</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.682</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">d&amp;p </nadruk></al></entry><entry><al>€<nadruk type="cur"> 3.205</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 1.902</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 1.857</nadruk></al></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colE"><al /></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colE"><al><nadruk type="cur">VMBO Leerwegondersteunend onderwijs</nadruk></al></entry></row><row><entry morerows="4" /><entry><al><nadruk type="cur">bwi, pie, mot, mat</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 4.391</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.606</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.543</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">m</nadruk><nadruk type="cur">vi, eo, hbr</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 4.558</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.705</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.640</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">zw</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 3.583</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.126</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.075</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">g</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 4.143</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.459</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.400</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">d&amp;p </nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 4.021</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.387</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.329</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="cur">bwi = bouwen, wonen en interieur</nadruk></al><al><nadruk type="cur">pie produceren, installeren en energie</nadruk></al><al><nadruk type="cur">mot = mobiliteit en transport </nadruk></al><al><nadruk type="cur">mat = maritiem en techniek </nadruk></al><al><nadruk type="cur">mvi = media, vormgeving en ict</nadruk></al><al><nadruk type="cur">eo = economie en ondernemen </nadruk></al><al><nadruk type="cur">hbr = horeca, bakkerij en recreatie </nadruk></al><al><nadruk type="cur">zw = zorg en welzijn</nadruk></al><al><nadruk type="cur">g = groen </nadruk></al><al><nadruk type="cur">d&amp;p = dienstverlening en producten]</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[A.3.6. Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs</nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="cur">Voor de school voor voortgezet onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie. Voor de volgende aanvullende investeringskosten wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="cur">paalfundering, en</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">bemaling.</nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="cur">De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules:</nadruk></al><al /><table frame="none"><tgroup cols="4"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><colspec colname="colD" /><tbody><row><entry namest="colA" nameend="colB"><al><nadruk type="cur">Nieuwbouw en uitbreiding &lt; 1000 m<sup>2</sup></nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Paallengte 1 tot 15 meter</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 6.590 </nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al><nadruk type="cur">+ (€ 35 * A)</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Paallengte 15 tot 20 meter</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 7.016</nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al><nadruk type="cur">+ (€ 58 * A)</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Paallengte 20 meter of langer</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 7.833 </nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al><nadruk type="cur">+ (€ 105 * A)</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><table frame="none"><tgroup cols="4"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><colspec colname="colD" /><tbody><row><entry namest="colA" nameend="colB"><al><nadruk type="cur">Uitbreiding &gt;= 1000 m<sup>2</sup></nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Paallengte 1 tot 15 meter</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 8.047 </nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al><nadruk type="cur">+ (€ 12 * A)</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Paallengte 15 tot 20 meter</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 10.496</nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al><nadruk type="cur">+ (€ 31 * A)</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Paallengte 20 meter of langer</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 15.939</nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al><nadruk type="cur">+ (€ 64 * A)</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li><li.nr>3.</li.nr><al><nadruk type="cur">Als de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een aanvullend bedrag per vierkante meter goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De vergoeding bedraagt € 22 per vierkante meter terrein.]</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">A.3.7. Toeslag voor verhuiskosten bij vervangende nieuwbouw.</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al> Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw gebruik kan blijven maken van het bestaande schoolgebouw, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor één verhuizing.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al> Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw tijdelijk op een andere locatie moet worden gehuisvest, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor twee verhuizingen.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al> De vergoeding wordt vastgesteld op feitelijke kosten.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">B. Uitbreiding met permanente bouwaard</nadruk></al><al><nadruk type="vet">B.1. Reikwijdte</nadruk></al><al>Deze paragraaf is van toepassing op de uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard van een school voor basisonderwijs [<nadruk type="cur">of een speciale school voor basisonderwijs</nadruk>] tot 1035 vierkante meter bruto vloeroppervlakte [<nadruk type="cur">en van een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs tot 1000 vierkante meter bruto vloeroppervlakte</nadruk>]. Op overige uitbreidingen is paragraaf A overeenkomstig van toepassing.</al><al /><al><nadruk type="vet">B.2. Kosten terrein</nadruk></al><al>Als uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, is het bepaalde in A.2 overeenkomstig van toepassing op het vaststellen van de kosten voor het voor uitbreiding benodigde terrein.</al><al /><al><nadruk type="vet">B.3.1. Bouwkosten</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Tot de bouwkosten behoren:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de bouwkosten van het gebouw, en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>kosten voor extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter. Met deze vergoedingsbedragen moet de overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd.</al></li></lijst><al /><al><nadruk type="vet">B.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs</nadruk></al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al>Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m<sup>2</sup> bvo of groter</al></entry><entry><al>€ 195.953 </al></entry></row><row><entry><al>Startbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115 m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry><al>€ 130.636 </al></entry></row><row><entry><al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry><al>€ 2.610</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[B.3.3. Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="cur">Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m<sup>2</sup> bvo of groter</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 201.511</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105 m<sup>2 </sup>bvo</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 134.341</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Naast het startbedrag voor elke m<sup>2</sup> bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.662</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m<sup>2</sup> bvo) in combinatie met uitbreiding van de school</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 234.928</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder gelijktijdige uitbreiding van de school</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 431.929</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>]</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[B.3.4. Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of speciaal of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="cur">Startbedrag bij uitbreidingen van 96 m<sup>2</sup> bvo of groter</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 182.510</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96 m<sup>2</sup> bvo</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 121.673 </nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Naast het startbedrag voor elke m<sup>2 </sup>bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 2.668</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m<sup>2</sup> bvo) in combinatie met uitbreiding van de school</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 205.718</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m<sup>2</sup> bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding van de school</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 431.929 </nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Toeslag liftinstallatie als bij uitbreiding een liftinstallatie inclusief een schacht wordt aangebracht</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 243.040</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al> ] </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[B.3.5. Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">Het bepaalde in A.3.6 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de omvang van de vergoeding voor paalfundering en bemaling bij uitbreiding.]</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">C. Tijdelijke voorziening</nadruk></al><al><nadruk type="vet">C.1. Vergoedingsbedragen tijdelijke voorzieningen</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De vergoedingsbedragen voor tijdelijke voorzieningen zijn afgestemd op de investeringslasten van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>nieuwbouw van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw als hoofdlocatie;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>uitbreiding van een permanente hoofdlocatie met een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw, en</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>uitbreiding van bestaande voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>In aanvulling op het eerste lid wordt rekening gehouden met het bekostigen van een tijdelijke voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">C.2. Kosten voor terreinen</nadruk></al><al>Als een tijdelijke voorziening niet gerealiseerd kan worden op het aanwezige terrein, worden de kosten voor het benodigde terrein bepaald overeenkomstig A.2.</al><al /><al><nadruk type="vet">C.3.1. Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente hoofdlocatie</nadruk></al><al>De vergoeding voor een tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de kosten van herstel en inrichting van terreinen, de kosten van paalfundering en de eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen. </al><al /><al><nadruk type="vet">C.3.2. Vergoeding basisschool [en speciale school voor basisonderwijs]</nadruk></al><al>De vergoeding voor een basisschool [en een speciale school voor basisonderwijs] wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: </al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al>Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m<sup>2 </sup>bvo of groter</al></entry><entry><al>€ 76.203</al></entry></row><row><entry><al>Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry><al>€ 50.802</al></entry></row><row><entry><al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry><al>€ 1.873</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[C.3.3. Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs </nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al>Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m<sup>2 </sup>bvo of groter</al></entry><entry><al>€ 79.869</al></entry></row><row><entry><al>Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry><al>€ 53.972</al></entry></row><row><entry><al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry><al>€ 1.835</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="cur">Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen en voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen.]</nadruk></al></li></lijst><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[C.3.4. Vergoeding school voor voortgezet onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de vergoedingsformule € 1.140 * A + € 78.377, waarbij A het overeenkomstig bijlage III, deel C, bepaalde aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke huisvesting is.]</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">C.4.1. Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen primair en speciaal of voortgezet speciaal</nadruk><nadruk type="vet">onderwijs</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De vergoeding voor uitbreiding bestaande tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering en de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen en voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">C.4.2. Vergoeding basisschool [en speciale school voor basisonderwijs]</nadruk></al><al>De vergoeding voor een basisschool [en een speciale school voor basisonderwijs] wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:</al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al>Startbedrag bij uitbreiding van 80 m<sup>2 </sup>bvo of groter</al></entry><entry><al>€ 42.835</al></entry></row><row><entry><al>Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m<sup>2 </sup>bvo</al></entry><entry><al>€ 28.556</al></entry></row><row><entry><al>Naast het startbedrag voor elke m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry><al>€ 1.962</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[C.4.3. Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="cur">Startbedrag bij uitbreiding van 80 m<sup>2 </sup>bvo of groter</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 43.432</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m<sup>2</sup> bvo</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 28.955</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Naast het startbedrag voor elke m<sup>2 </sup>bvo</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 1.940</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><nadruk type="cur">]</nadruk></al><al><nadruk type="vet">C.5. Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen</nadruk></al><al>Huur van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening en huur van een bestaand gebouw worden vergoed op basis van de werkelijke kosten.</al><al /><al><nadruk type="vet">D. Eerste inrichting</nadruk></al><al><nadruk type="vet">D.1.1. Vergoeding onderwijsleerpakket en meubilair</nadruk></al><al>Het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende investeringsbedragen en de nieuw berekende vergoeding.</al><al /><al><nadruk type="vet">D.1.2. Vergoeding basisschool </nadruk></al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:</al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al>Startbedrag, incl. 200 m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry><al>€ 42.563</al></entry></row><row><entry><al>Voor elke volgende m<sup>2 </sup>bvo</al></entry><entry><al>€ 149 </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[D.1.3. Vergoeding speciale school voor basisonderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="cur">Startbedrag, incl. 250 m2 bvo</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 90.303</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Voor elke volgende m<sup>2</sup> bvo</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 154</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>]</al><al /><al><nadruk type="vet">[</nadruk><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">D.1.4. Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="cur">Startbedrag </nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 319.462</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Naast het startbedrag voor elke m<sup>2</sup> bvo</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 219</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>]</al><al /><al><nadruk type="vet">[</nadruk><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">D.1.5. Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 8.241.</nadruk>]</al><al /><al><nadruk type="vet">[</nadruk><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">D.2. School voor voortgezet onderwijs</nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming, niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw. Aanspraak op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door vast te stellen het verschil tussen de al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per onderwijssoort. De vergoeding per onderwijssoort wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</nadruk></al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="cur">Onderwijssoort </nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur"> per m2 bvo</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Praktijkonderwijs </nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 337</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO Theoretische leerweg (TLW)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 176</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO Theoretische leerwegondersteunend onderwijs (TLW-LWOO)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 176</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO- Profiel Bouwen, Wonen en Interieur (BWI)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 431</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO- Profiel Produceren, Installeren en Energie (PIE)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 431</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO- Profiel Mobiliteit en Transport (M&amp;T)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 431</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO- Profiel Maritiem en Techniek (MaT)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 431</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO- Profiel Media, Vormgeving en ICT (MVI)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 251</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO- Profiel Economie en Ondernemen (E&amp;O)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 251</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO- Profiel Horeca, Bakkerij en Recreatie (HBR)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 834</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO- Profiel Zorg-Welzijn (Z&amp;W)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 411</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO- Profiel Groen</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 431</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VMBO- Profiel Dienstverlening en Producten (D&amp;P)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 176</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">HAVO</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 176</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">VWO</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 176</nadruk></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="cur">Als in plaats van uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik van een voor een school bestemd gebouw wordt gevorderd, wordt inventaris slechts toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt of niet geschikt is.</nadruk>]</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">E. Lokalen bewegingsonderwijs</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">E.1. Bouwkosten nieuwbouw</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 252 vierkante meter bedraagt € 1.406.696 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 1.435.147 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein.</al></li><li><li.nr>[2.</li.nr><al><nadruk type="cur">Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter. Het normbedrag van deze toeslag is € 141.112.</nadruk>]</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen:</al><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><tbody><row><entry><al>Paallengte</al></entry><entry><al>Vergoeding</al></entry><entry><al>Vergoeding bij ruimten LG en MG</al></entry></row><row><entry><al>1&lt;15m</al></entry><entry><al>€ 28.294</al></entry><entry><al>€ 35.675</al></entry></row><row><entry><al>15&lt;20m</al></entry><entry><al>€ 39.005</al></entry><entry><al>€ 49.407</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="ondlijn">&gt;</nadruk>20m</al></entry><entry><al>€ 54.781</al></entry><entry><al>€ 71.105</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al><nadruk type="vet">E.2. Uitbreiding</nadruk></al><al>Het bepaalde in E.1, eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table frame="all"><tgroup cols="5"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><colspec colname="colD" /><colspec colname="colE" /><tbody><row><entry morerows="1"><al>Uitbreiding</al></entry><entry morerows="1"><al>Normbedrag</al></entry><entry namest="colC" nameend="colE"><al>Paallengte</al></entry></row><row><entry><al>1 &lt; 15 meter</al></entry><entry><al>15 &lt; 20 meter</al></entry><entry><al><nadruk type="ondlijn">&gt;</nadruk> 20 meter</al></entry></row><row><entry><al>112 t/m 120 m<sup>2</sup></al></entry><entry><al>€ 326.828</al></entry><entry><al>€ 12.667</al></entry><entry><al>€ 21.940</al></entry><entry><al>€ 35.869</al></entry></row><row><entry><al>121 t/m 150 m<sup>2</sup></al></entry><entry><al>€ 397.304</al></entry><entry><al>€ 15.839</al></entry><entry><al>€ 27.417</al></entry><entry><al>€ 44.836</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><nadruk type="vet">E.3.1. OLP/meubilair school voor basisonderwijs [en speciaal basisonderwijs]</nadruk></al><al>De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool [of een speciale school voor basisonderwijs] bedraagt € 57.021.</al><al /><al><nadruk type="vet">[</nadruk><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">E.3.2. OLP/meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs bedraagt € 57.021</nadruk>.]</al><al /><al><nadruk type="vet">[</nadruk><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">E.3.3. Meubilair/leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet onderwijs</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="cur">De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="4"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><colspec colname="colD" /><tbody><row><entry /><entry><al><nadruk type="cur">Meubilair</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">Leer- en hulpmiddelen</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">Totaal</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Eerste lokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 1.204</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 71.813</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 73.017</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Tweede lokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 1.204</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 56.020</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 57.224</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Derde lokaal</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 1.204</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 24.355</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 25.559</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Oefenplaats 1</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 0,00</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 15.860</nadruk></al></entry><entry /></row><row><entry><al><nadruk type="cur">Oefenplaats 2</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 0,00</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="cur">€ 1.831</nadruk></al></entry><entry /></row></tbody></tgroup></table><al>]</al><al /><al><nadruk type="vet">E.4. Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening</nadruk></al><al>Naast bewegingsonderwijs in een eigen lokaal van de school is ook bewegingsonderwijs mogelijk in een bestaand lokaal bewegingsonderwijs door middel van:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>medegebruik van een gebouw van een andere school of de gemeente, of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>huur van een gebouw van een commerciële exploitant.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">F. Verhoging vergoedingen</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">F.1. Verhoging normbedragen</nadruk></al><al>De normbedragen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, kunnen door burgemeester en wethouders worden verhoogd met een toeslag van ten hoogste [<nadruk type="vet">percentage tussen 5 en 10%</nadruk>] als de voorziening zonder deze verhoging door bijzondere lokale omstandigheden in redelijkheid niet kan worden gerealiseerd.</al><al /><al><nadruk type="vet">F.2. Verhoging feitelijke kosten</nadruk></al><al>De vergoeding van de feitelijke kosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt gebaseerd op de door burgemeester en wethouders goedgekeurde offerte en verhoogd met [<nadruk type="vet">vast bedrag of percentage (bijvoorbeeld 8 procent)</nadruk>] voor de kosten van technische advisering, voor zover het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder b en c.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">[G.1. Huur sportvelden</nadruk></nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="cur">Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van de huur van een sportveld voor maximaal 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 23 per klokuur.</nadruk></al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="cur">Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd.] </nadruk></al></li></lijst></bijlage></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>