<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-354492/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Stichtse Vecht</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Subsidieregeling Preventieve Opvoedversterking Gemeente Stichtse Vecht 2027-2031</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al>Gelet op het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 (ASV),</al><al /><al>Overwegende dat:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>de gemeente op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk is voor het bevorderen van een gezonde en veilige ontwikkeling van jeugdigen; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het van belang is om opvoed- en opgroeivragen tijdig te signaleren en preventief te ondersteunen; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>preventieve opvoedversterking bijdraagt aan het versterken van opvoedvaardigheden en de pedagogische basis; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>laagdrempelige ondersteuning kan voorkomen dat zwaardere vormen van jeugdhulp nodig zijn; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het wenselijk is om activiteiten op het gebied van preventieve opvoedversterking te subsidiëren.</al></li></lijst><al>Voor alles waar deze subsidieregeling niet in voorziet geldt onverkort de Verordening Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026.</al><al /><al>Besluit de volgende regeling vast te stellen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al><nadruk type="ondlijn">Aanvrager</nadruk>: persoon of organisatie die een subsidie aanvraagt bij de gemeente. Subsidies worden verstrekt aan instellingen. Het verstrekken van subsidie aan natuurlijke personen kan alleen geschieden door het college, indien de doelmatigheid en doeltreffendheid van de verstrekking zich hiertegen niet verzetten </al><al><nadruk type="ondlijn">Aanbieder</nadruk>: Een rechtspersoon zonder winstoogmerk die in de gemeente Stichtse Vecht activiteiten uitvoert op het gebied van preventieve opvoedversterking. </al><al><nadruk type="ondlijn">Activiteiten</nadruk>: Alle diensten, programma’s of initiatieven die gericht zijn op het ondersteunen van ouders en gezinnen, waaronder laagdrempelige opvoedversterking, pedagogisch advies, groepsgerichte activiteiten, en netwerkversterking. </al><al><nadruk type="ondlijn">College</nadruk>: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht</al><al><nadruk type="ondlijn">Doelgroep</nadruk>: Ouders en verzorgers van kinderen van 0 tot 18 jaar die wonen in de gemeente Stichtse Vecht en die lichte tot matige opvoedvragen hebben, of behoefte aan ondersteuning en netwerkversterking.</al><al><nadruk type="ondlijn">IBK</nadruk>: Integraal Beleidskader Sociaal Domein Stichtse Vecht; de beleidsnota voor het sociaal domein waarop deze regeling aansluit.</al><al><nadruk type="ondlijn">Preventieve Opvoedversterking</nadruk>: Activiteiten die gericht zijn op het versterken van de pedagogische basis, het ondersteunen van ouders en verzorgers bij opvoedvraagstukken, en het bevorderen van een veilige en kansrijke opgroeiomgeving voor kinderen en jongeren. </al><al><nadruk type="ondlijn">Pedagogische basis</nadruk>: De groep van mensen en factoren die samen de gezonde ontwikkeling van een kind mogelijk maken. Dit omvat ouders, verzorgers, en andere opvoeders (zoals familieleden, scholen, en buurtgenoten) die zorgen voor een veilige, stabiele en liefdevolle omgeving. Zij stellen grenzen, bieden emotionele steun en stimuleren de ontwikkeling van het kind, zodat het zich goed kan ontwikkelen op sociaal, emotioneel en cognitief gebied.</al><al><nadruk type="ondlijn">Subsidieplafond</nadruk>: Het subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. </al><al><nadruk type="ondlijn">Subsidiabele activiteiten</nadruk>: activiteiten die naar het oordeel van het college bijdragen aan de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelstellingen en die op grond van deze regeling voor subsidie in aanmerking komen. </al><al><nadruk type="ondlijn">Verordening</nadruk>: Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aansluiting gemeentelijke doelen</titel></kop><al>De Hervormingsagenda Jeugd en de Jeugdwet (2015) vormen het fundament voor het huidige jeugdstelsel in Nederland. Ze richten zich onder andere op vroegtijdige en preventieve ondersteuning van kinderen, jongeren en gezinnen. Het doel is om problemen in een vroeg stadium te signaleren en aan te pakken, zodat zwaardere zorg en problemen op latere leeftijd worden voorkomen. Gemeenten spelen hierbij een centrale rol, waarbij preventieve opvoedversterking een belangrijke pijler vormt. Dit omvat onder andere hulp bij lichte opvoedvragen, versterking van opvoedvaardigheden en het normaliseren van opvragen. Dit zorgt voor een sterke pedagogische basis, en draagt bij aan een gezonde, veilige en kansrijke ontwikkeling van kinderen.</al><al /><al>Deze regeling draagt bij aan de ambities en doelen uit het Integraal Beleidskader Sociaal Domein, in het bijzonder:</al><al /><al><nadruk type="ondlijn">Ambitie 1: Voorkomen is beter</nadruk></al><al>Deze regeling draagt bij aan het vroegtijdig signaleren van (opvoed)problemen zodat erger wordt voorkomen. Preventie vraagt om het versterken van de sociale en pedagogische basis en om het ontwikkelen van een gezonde, veilige en kansrijke leefomgeving. Dit betekent dat wij waar mogelijk eerder inzetten op lichte, laagdrempelige en collectieve vormen van ondersteuning en minder snel opschalen naar individuele en specialistische zorg wanneer dat niet noodzakelijk is. Daarbij staat het normaliseren van opvoedvragen centraal: opvoeden en opgroeien brengen uitdagingen met zich mee die in veel gevallen horen bij het dagelijks leven en niet direct vragen om professionele hulpverlening.</al><al /><al><nadruk type="ondlijn">Ambitie 2: Samenredzaam en verdraagzaam</nadruk></al><al>Deze regeling draagt bij aan dat inwoners worden versterkt in eigen regie en netwerk, doordat we inzetten op de eigen kracht van ouders, groepsbijeenkomsten met ouders, samenwerking met scholen en buurtinitiatieven in de gemeente, de inzet van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen ter ondersteuning van (eenouder)gezinnen en het versterken van sociale netwerken rondom gezinnen. Dit sluit aan bij het doel om meer inwoners informele steun te laten bieden en ontvangen en daarmee sociale verbinding en onderlinge betrokkenheid te versterken. Gelijktijdig staat ontmoeting, herkenning en steun tussen ouders onderling centraal. Door opvoedvragen bespreekbaar en herkenbaar te maken, draagt de regeling tevens bij aan het normaliseren van opvoeden en opgroeien als gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doel van de regeling</titel></kop><al>Deze regeling heeft tot doel het verstrekken van subsidies voor activiteiten die gericht zijn op het versterken van de opvoedvaardigheden van ouders en verzorgers, het vergroten van hun sociale netwerk zodat ouders steun bij elkaar vinden, en het vroegtijdig signaleren en voorkomen van opvoed- en opgroeiproblemen bij gezinnen met kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar in de gemeente Stichtse Vecht. Het uiteindelijke doel van de inzet op preventieve opvoedversterking is het bevorderen van een gezonde, kansrijke en veilige ontwikkeling van kinderen en jongeren. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Doelgroep en reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie kan worden aangevraagd door de volgende aanbieders:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Een aanbieder is een rechtspersoon zonder winstoogmerk die activiteiten uitvoert op het gebied van preventieve opvoedversterking binnen de gemeente Stichtse Vecht. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>De aanbieder dient in het bezit te zijn van de benodigde kwalificaties en ervaring in het bieden van opvoedversterking en dient te werken volgens de in deze regeling vastgestelde richtlijnen. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>De aanbieder dient aantoonbaar samen te werken met opvoeders en partners uit het sociaal domein.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De activiteiten richten zich primair op:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Ouders en verzorgers van kinderen van 0 tot 18 jaar. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Gezinnen woonachtig in de gemeente Stichtse Vecht. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Gezinnen met lichte tot matige opvoedvragen of behoefte aan ondersteuning en netwerkversterking.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het doel van deze regeling. Hierin is onderscheid te maken tussen activiteiten die zich richten op primaire, secudaire en tertiaire preventie:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Primaire preventie: universeel en laagdrempelig; voor alle ouders/opvoeders. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Secundaire preventie: selectief en gericht; voor ouders/opvoeders met beginnende opvoedvragen of verhoogde risico’s, vaak nog in groeps- of collectieve vorm. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Tertiaire preventie: gericht op gezinnen waar al sprake is van complexe of langdurige opvoedproblemen; meestal intensiever en individueel gericht.</al></li></lijst><al>De subsidie kan verstrekt worden voor de volgende activiteiten: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Laagdrempelige opvoedversterking voor ouders en verzorgers, zoals pedagogisch advies, telefonische ondersteuning en opvoedspreekuren. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Groepsgerichte activiteiten zoals ouderbijeenkomsten, workshops, trainingen en cursussen. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Inzet van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Versterken van sociale netwerken rondom gezinnen, bijvoorbeeld door het organiseren van netwerkbijeenkomsten, peer support groepen, en buddy-systemen. </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Preventieve ondersteuning van gezinnen met lichte opvoedvragen. </al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Activiteiten gericht op het versterken van de pedagogische basis in de wijk of gemeente, bijvoorbeeld door buurtinitiatieven of samenwerkingsprojecten met scholen en lokale welzijnsinstanties. </al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>Intensievere en veelal individueel gerichte preventieve ondersteuning voor gezinnen met meer complexe of langdurige opvoed- en opgroeiproblemen, gericht op stabilisatie, herstel, het voorkomen van terugval en het versterken van de opvoedsituatie.</al></li><li><li.nr>8.</li.nr><al>Activiteiten gericht op het normaliseren van opvoedvragen en het versterken van de eigen kracht van ouders, zonder onnodige problematisering. De activiteiten zijn daarmee gericht op algemene preventieve ondersteuning en vormen geen individuele jeugdhulpvoorziening als bedoeld in de Jeugdwet. </al></li></lijst><al>Niet subsidiabel:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Activiteiten die op grond van de Zorgverzekeringswet, de Jeugdwet of andere voorliggende voorzieningen worden bekostigd;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Specialistische behandeling of langdurige begeleiding;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Activiteiten die behoren tot reguliere taken van onderwijs, kinderopvang of jeugdhulpaanbieders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Indicatoren</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verantwoordelijk voor de uitvoering, monitoring en rapportage van de gesubsidieerde activiteiten. Deze worden vastgelegd aan de hand van de volgende geanonimiseerde indicatoren:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Het aantal gezinnen dat wordt ondersteund via preventieve opvoedversterking; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De ervaren versterking van opvoedvaardigheden, vermindering van opvoedstress en vergroting van de sociale steun door ouders/verzorgers.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De tevredenheid van het gezin over de geboden ondersteuning (bijvoorbeeld gemeten via een evaluatieformulier); </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De mate van samenwerking met opvoeders, scholen, het lokale toegangsteam en andere relevante professionals. </al></li></lijst><al>Daarnaast vindt er minimaal eenmaal per halfjaar een evaluatiegesprek plaats tussen de aanbieder en de gemeente, gericht op het monitoren van de voortgang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een subsidieplafond vastgesteld voor de activiteiten die binnen de regeling vallen. Het college stelt jaarlijks vóór aanvang van het subsidiejaar het subsidieplafond vast en maakt dit bekend overeenkomstig artikel 4:27 Awb.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidieverlening vindt plaats onder voorbehoud van vaststelling van de gemeentebegroting en voldoende beschikbaarheid van middelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien het subsidieplafond is bereikt of indien de aanvraag onvoldoende bijdraagt aan het doel van deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beoordelingscriteria </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt uitsluitend verleend indien:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>de aanvrager voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>de activiteiten passen binnen de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 5;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>de aanvrager beschikt over voldoende deskundigheid binnen het sociaal domein;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>de aanvraag past binnen het doel van deze regeling;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Volledige aanvragen die voldoen aan het eerste lid, worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per criterium kent het college punten toe. Het maximaal aantal te behalen punten bedraagt 100. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Subsidieaanvragen worden gerangschikt op basis van het totaal aantal behaalde punten. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvraag minimaal 70 punten te behalen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien meerdere aanvragen voor subsidie in aanmerking komen en het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen volledig te honoreren, worden aanvragen gerangschikt op basis van het behaalde aantal punten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien meerdere aanvragen een gelijk aantal punten behalen en honorering van alle aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, geeft het college voorrang aan:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de aanvraag die het sterkst bijdraagt aan preventie en versterking van de pedagogische basis;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de aanvraag met de grootste mate van samenwerking binnen het lokale netwerk;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de aanvraag die het meest aanvullend is op het bestaande aanbod binnen de gemeente. </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de aanvraag die de meeste samenhang tussen meerdere subsidiabele activiteiten organiseerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Zie bijlage voor het afwegingskader.</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Criterium</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Toelichting</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Max. punten</nadruk></al></entry></row><row><entry><al>1. Bijdrage aan preventie en versterking pedagogische basis</al></entry><entry><al>De mate waarin activiteiten bijdragen aan vroegsignalering, preventie en het versterken van opvoedvaardigheden en de pedagogische basis. Hierbij is samenwerking met opvoeders en (lokale) partners essentieel</al></entry><entry><al>20</al></entry></row><row><entry><al>2. Laagdrempeligheid en toegankelijkheid</al></entry><entry><al>Bereikbaarheid voor verschillende doelgroepen, toegankelijkheid zonder indicatie, vindbaarheid en inclusiviteit</al></entry><entry><al>5</al></entry></row><row><entry><al>3. Normaliseren en versterken eigen kracht</al></entry><entry><al>De mate waarin activiteiten bijdragen aan normalisering van opvoedvragen, zelfredzaamheid en onderlinge steun tussen ouders</al></entry><entry><al>20</al></entry></row><row><entry><al>4. Kwaliteit van aanpak en deskundigheid</al></entry><entry><al>Deskundigheid van medewerkers/vrijwilligers, methodische werkwijze, kwaliteit van uitvoering. Bij meer complexere/individuele opvoedvragen (tertiaire preventie) is casuïstiek-overleg vereist.</al></entry><entry><al>15</al></entry></row><row><entry><al>5. Samenwerking en netwerkvorming</al></entry><entry><al>Samenwerking met scholen, welzijn, jeugdgezondheidszorg, sociaal domein, informele netwerken en andere relevante partijen</al></entry><entry><al>15</al></entry></row><row><entry><al>6. Inzet vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen</al></entry><entry><al>Betrokkenheid van vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen bij uitvoering en ondersteuning</al></entry><entry><al>5</al></entry></row><row><entry><al>7. Aanvullend op bestaand aanbod</al></entry><entry><al>De mate waarin activiteiten aanvullend zijn op het huidige aanbod binnen de gemeente</al></entry><entry><al>10</al></entry></row><row><entry><al>8. Financiële kwaliteit en cofinanciering</al></entry><entry><al>Realistische begroting, doelmatige inzet van middelen en eventuele cofinanciering</al></entry><entry><al>10</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><al>| <nadruk type="vet">Totaal</nadruk> | | <nadruk type="vet">100</nadruk> |</al><al /><al>De gemeente Stichtse Vecht behoudt zich het recht voor om, indien nodig voor een zorgvuldige beoordeling, aanvullende informatie op te vragen en hierover in gesprek te gaan met de aanvrager. De kwaliteit en volledigheid van deze nadere toelichting, zowel schriftelijk als mondeling, worden betrokken bij de beoordeling van de aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Aanvraagvereisten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragers kunnen een aanvraag voor subsidie indienen bij de gemeente Stichtse Vecht, via het aanvraagformulier dat beschikbaar wordt gesteld door de gemeente op haar website. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag dient vergezeld te gaan van een projectplan waarin de te realiseren activiteiten, doelstellingen, begrote kosten en planning worden beschreven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag over de toekenning van de subsidie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de gevallen waarin een aanvraag om subsidie betrekking heeft op het kalenderjaar of kalenderjaren volgend op dat waarin de aanvraag is ingediend, wordt op de aanvraag beslist binnen uiterlijk acht weken na de dag waarop de gemeentebegroting voor het eerstvolgende kalenderjaar door de gemeenteraad is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het recht op subsidie kan worden ingetrokken of lager vastgesteld worden als de activiteiten niet volgens het besluit tot subsidieverlening worden uitgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verantwoording en controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager is verplicht om na afloop van het project een verantwoording af te leggen over de besteding van de subsidie en de behaalde resultaten. De aanvrager dient hiervoor een eindverantwoording in via een vaststellingsverzoek zoals aangegeven bij het besluit tot subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan tussentijdse controles uitvoeren op de voortgang van de activiteiten en de besteding van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie kan worden geweigerd op grond van de weigeringsgronden uit de verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvraag niet past binnen de genoemde subsidiabele activiteiten in artikel 5 en/of de beoordelingscriteria in artikel 8.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt verleend aan aanvragen die, gelet op de puntenscore en rangschikking als bedoeld in artikel 8, het best voldoen aan de criteria van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag moet uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd schriftelijk zijn ingediend. Het college neemt een besluit binnen acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente Stichtse Vecht gaat een subsidierelatie aan voor de duur van één jaar Voor ieder subsidiejaar wordt jaarlijks afzonderlijk beoordeeld of voldoende budget beschikbaar is (subsidieplafond). Voortzetting in een volgend jaar is afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen. Eventuele indexering van subsidiebedragen vindt plaats conform de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>– Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking na publicatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De looptijd van deze regeling is tot en met 31 december 2031.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze regeling wordt aangehaald als:</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>“Subsidieregeling Preventieve Opvoedversterking Stichtse Vecht 2027–2031”.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor zover deze regeling niet voorziet, gelden de bepalingen uit de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026 onverkort.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr /><titel>Afwegingskader</titel></kop><table frame="all"><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="21*" /><colspec colname="col2" colwidth="21*" /><colspec colname="col3" colwidth="24*" /><colspec colname="col4" colwidth="26*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Criterium</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Lage score (0 punten)</nadruk></al></entry><entry colname="col3"><al><nadruk type="vet">Midden</nadruk></al></entry><entry colname="col4"><al><nadruk type="vet">Hoog</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1. Bijdrage aan preventie en versterking pedagogische basis</al></entry><entry colname="col2"><al>De activiteiten dragen beperkt/ onvoldoende bij aan preventie, vroegsignalering of het versterken van opvoedvaardigheden. Samenwerking met opvoeders en partners ontbreekt of is beperkt uitgewerkt.</al></entry><entry colname="col3"><al>De activiteiten dragen aannemelijk bij aan preventie, vroegsignalering en versterking van opvoedvaardigheden. Samenwerking met opvoeders en relevante partners is aanwezig, maar beperkt concreet of structureel uitgewerkt.</al></entry><entry colname="col4"><al>De activiteiten dragen aantoonbaar en doelgericht bij aan preventie, vroegsignalering en het versterken van opvoedvaardigheden en de pedagogische basis. Er is sprake van actieve en structurele samenwerking met opvoeders en relevante lokale partners.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2. Laagdrempeligheid en toegankelijkheid</al></entry><entry colname="col2"><al>De activiteiten zijn beperkt toegankelijk of onvoldoende vindbaar voor de doelgroep. Er zijn drempels in deelname, bereik of inclusiviteit.</al></entry><entry colname="col3"><al>De activiteiten zijn in beginsel toegankelijk en bereikbaar voor de doelgroep. Vindbaarheid en inclusiviteit zijn redelijk uitgewerkt, maar kunnen concreter worden onderbouwd.</al></entry><entry colname="col4"><al>De activiteiten zijn aantoonbaar laagdrempelig, toegankelijk en inclusief voor diverse doelgroepen. De aanvrager beschrijft concreet hoe bereikbaarheid, toegankelijkheid en deelname zonder indicatie worden gewaarborgd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3. Normaliseren en versterken eigen kracht</al></entry><entry colname="col2"><al>De activiteiten besteden beperkt aandacht aan normalisering van opvoedvragen, zelfredzaamheid of onderlinge steun tussen ouders.</al></entry><entry colname="col3"><al>De activiteiten dragen bij aan het versterken van eigen kracht en normalisering van opvoedvragen. Onderlinge steun tussen ouders wordt gestimuleerd, maar beperkt concreet uitgewerkt.</al></entry><entry colname="col4"><al>De activiteiten zetten aantoonbaar in op normalisering van opvoedvragen, versterking van zelfredzaamheid en duurzame onderlinge steun tussen ouders en opvoeders.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4. Kwaliteit van aanpak en deskundigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanpak is onvoldoende uitgewerkt of niet passend bij de doelgroep. Deskundigheid en ervaring van medewerkers of vrijwilligers zijn beperkt onderbouwd.</al></entry><entry colname="col3"><al>De aanpak is passend beschreven en betrokken medewerkers/vrijwilligers beschikken aantoonbaar over relevante deskundigheid. Methodisch werken en kwaliteitsborging zijn beperkt uitgewerkt. Casuïstiekoverleg is mogelijk.</al></entry><entry colname="col4"><al>De aanpak is duidelijk, methodisch en passend bij de doelgroep. Medewerkers en vrijwilligers beschikken over relevante expertise en ervaring, en de organisatie borgt structureel kwaliteit en deskundigheidsbevordering. Casuïstiekoverleg is hier onderdeel van.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5. Samenwerking en netwerkvorming</al></entry><entry colname="col2"><al>Samenwerking met relevante partners en opvoeders is beperkt beschreven of ontbreekt.</al></entry><entry colname="col3"><al>Samenwerking met relevante partners en opvoeders is aanwezig, maar beperkt structureel of concreet uitgewerkt.</al></entry><entry colname="col4"><al>Er is sprake van actieve, structurele en aantoonbare samenwerking met opvoeders en relevante partners binnen onderwijs, welzijn, jeugdgezondheidszorg, sociaal domein en informele netwerken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6. Inzet vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen</al></entry><entry colname="col2"><al>Vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen worden niet of nauwelijks betrokken bij de activiteiten.</al></entry><entry colname="col3"><al>Vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen worden betrokken bij onderdelen van de uitvoering of ondersteuning.</al></entry><entry colname="col4"><al>Vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen hebben een duidelijke en betekenisvolle rol binnen de uitvoering, ondersteuning en aansluiting bij de doelgroep.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7. Aanvullend op bestaand aanbod</al></entry><entry colname="col2"><al>De activiteiten overlappen grotendeels met bestaand aanbod of de aanvullende waarde is onvoldoende aangetoond.</al></entry><entry colname="col3"><al>De activiteiten vormen gedeeltelijk een aanvulling op bestaand aanbod, maar de meerwaarde is beperkt concreet uitgewerkt.</al></entry><entry colname="col4"><al>De activiteiten zijn aantoonbaar aanvullend op het bestaande aanbod en voorzien in een duidelijke behoefte of gemis binnen de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8. Financiële kwaliteit en cofinanciering</al></entry><entry colname="col2"><al>De begroting is onvoldoende onderbouwd, niet realistisch of doelmatigheid ontbreekt. Cofinanciering ontbreekt of is onvoldoende inzichtelijk gemaakt.</al></entry><entry colname="col3"><al>De begroting is grotendeels onderbouwd en realistisch. Inzet van middelen is aannemelijk doelmatig. Eventuele cofinanciering is beperkt uitgewerkt.</al></entry><entry colname="col4"><al>De begroting is realistisch, transparant en doelmatig opgebouwd. De aanvrager toont zorgvuldig financieel beheer aan en maakt eventuele cofinanciering of aanvullende bijdragen inzichtelijk.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /></bijlage></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>