<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-352120/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Scherpenzeel</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Verordening Ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2026</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Scherpenzeel,</al><al>gelezen het voorstel van het presidium van 21 april 2026;</al><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al /><al><nadruk type="vet">besluit</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De Verordening Ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Scherpenzeel 2026 vaststellen onder gelijktijdige intrekking van de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2020.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>In de Kadernota 2027 het budget voor fractieondersteuning met ingang van 2026 te verhogen van € 6.000 naar € 8.500 per jaar.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop></paragraaf><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al /><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>ambtelijke bijstand: bijstand, verleend door onder het gezag van het college werkzame ambtenaren;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning niet zijnde een verzoek om informatie;</al></li></lijst></artikel><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>VERZOEKEN OM INFORMATIE OF BIJSTAND</titel></kop></paragraaf><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid kan de griffier verzoeken om feitelijke informatie van geringe omvang of om inzage in of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, verzoekt de griffier de secretaris één of meer ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk de resterende informatie zo spoedig mogelijk verstrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verzoek om bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt hij de secretaris om een of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Geschil over verleende ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, kan de griffier verzoeken hierover in overleg te treden met de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als overleg met de secretaris niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand</titel></kop><al>Als het college of een of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al><al /></artikel><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>FRACTIEONDERSTEUNING</titel></kop></paragraaf><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Recht op financiële bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad verstrekt een in de raad vertegenwoordigde fractie voor de duur van de zittingsperiode een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De financiële bijdrage bestaat uit een basisbedrag van € 1.000,00 per fractie en een variabel deel van € 100,00 per raadszetel van de fractie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Besteding financiële bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De financiële bijdrage wordt besteed aan ondersteuning die ertoe strekt de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de fractie te versterken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De financiële bijdrage wordt in ieder geval niet gebruikt ter bekostiging van:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>giften , leningen , beleggingen en voorschotten;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege, inclusief uitgaven in verband met verkiezingsactiviteiten;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>algemene opleidingen voor raads- en commissieleden tenzij deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de deelnemers.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel> Financiële bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt vòòr 31 januari van het betreffende kalenderjaar op dat kalenderjaar verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt in een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden het bedrag vóór 31 januari verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuwgekozen raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De fractievergoeding wordt jaarlijks als voorschot uitgekeerd en verantwoord door de fracties. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is de fracties toegestaan om uitgekeerd voorschot over te hevelen naar een volgend jaar in de raadsperiode. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, toebedeeld aan de nieuw gevormde fractie of aan de fractie waarbij aangesloten wordt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als zich een situatie als bedoeld in het eerste lid voordoet, worden de verleende voorschotten naar evenredigheid van het nog resterende aantal maanden van het jaar waarvoor het voorschot is verleend onverwijld bijgesteld overeenkomstig de uit het eerste lid voortvloeiende verdeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Administratieve verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De financiële administratie wordt gevoerd op basis van het stelsel van baten en lasten. Deze administratie wordt op een zodanige wijze gevoerd dat deze steeds een volledig en juist inzicht geeft in alle bezittingen en schulden, verplichtingen, reserves, baten en lasten, alsmede overige gegevens die voor de financiële verantwoording van belang zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Andere inkomensbronnen dan de financiële bijdrage worden afzonderlijk geadministreerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De administratie wordt zodanig ingericht dat op eerste aanvraag van de accountant nadere informatie kan worden gegeven en bescheiden of bewijsstukken met betrekking tot de uitgaven kunnen worden overlegd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij uitgaven worden de onderliggende bescheiden door ten minste twee personen geautoriseerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fractie legt uiterlijk drie maanden na het einde van een kalenderjaar aan de raad verantwoording af over de besteding van de financiële bijdrage gedurende het vorige kalenderjaar, onder overlegging van een financieel verslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een verkiezingsjaar leggen fracties in het eerste kwartaal aan de raad verantwoording af over de besteding van het fractiebudget over de gehele raadsperiode en betalen het ongebruikte deel van het fractiebudget terug aan de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De accountant die belast is met de controle van de jaarrekening van de raad controleert het financieel verslag en brengt advies uit aan de raad. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten behoeve van de verantwoording maken fracties gebruik van het daartoe bestemde verantwoordingsformulier. </al><al /></lid></artikel><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop></paragraaf><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2020 vastgesteld bij besluit van 17-12-2020 wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Scherpenzeel 2026.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 18 juni 2026.</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>B.S. van Ginkel-Schuur </functie><functie>Griffier </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>M.C. Teunissen</functie><functie>voorzitter </functie></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><titel> artikelsgewijs</titel></kop><al><nadruk type="vet">Artikel 1. Definities </nadruk></al><al>Bijstand in de vorm van ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties kan verleend worden door ambtenaren die onder het gezag van de raad vallen (artikel 107e van de wet) of door de reguliere ambtelijke organisatie die onder het gezag van het college valt (artikel 160 van de wet). Hoewel medewerkers van de griffie wel degelijk ambtenaren zijn in de zin van de Ambtenarenwet, is de term ‘ambtelijke bijstand’ in deze verordening voorbehouden aan het verlenen van bijstand door medewerkers van de reguliere ambtelijke organisatie. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2. Verzoek om informatie </nadruk></al><al>Raadsleden die feitelijke informatie van geringe omvang nodig hebben of inzage of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken, hoeven zich niet via de formele weg van artikel 169, tweede en volgende lid, van de wet tot het college te richten. In dit artikel is bepaald dat zij hun verzoek aan de griffier kunnen richten. Verzoeken die betrekking hebben op documenten waarop al dan niet geheimhouding rust, worden eveneens aan de griffier gericht. Daarbij zij er volledigheidshalve op gewezen dat de griffier een opgelegde geheimhouding in acht moet nemen. Als een raadslid geheime stukken opvraagt die alleen mogen worden ingezien, moet de griffier het verzoek van het raadslid doorgeleiden naar het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd. De griffier (of één van de griffiemedewerkers) verstrekt de informatie zo spoedig mogelijk (tweede lid). Als de griffier niet in staat is om volledig tegemoet te komen aan het verzoek, kan hij de secretaris vragen of de reguliere ambtelijke organisatie de informatie kan leveren. Het is in lijn met de onderlinge taakverdeling dat de griffier het aanspreekpunt en de aangewezen persoon is om de voortgang in het proces te bewaken. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3. Verzoek om bijstand </nadruk></al><al>Ook verzoeken om bijstand moeten aan de griffier gericht worden. Als de griffier of de griffiemedewerkers de verzochte ondersteuning niet kunnen leveren, verzoekt de griffier de secretaris om inzet van ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie. Het is aan de secretaris om te beoordelen of een van de in het derde lid genoemde ‘weigeringsgronden’ voor het door ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie verlenen van ambtelijke bijstand zich voordoet. Overigens ligt het bij een conflict over het al dan niet verlenen van ambtelijke bijstand in de rede dat de burgemeester, als voorzitter van de raad en het college, hierover overleg voert met de secretaris, de griffier en indien nodig ook het betrokken raadslid (vierde lid). </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4. Geschil over verleende ambtelijke bijstand </nadruk></al><al>Net als bij de weigering om ambtelijke bijstand door ambtenaren vanuit de reguliere ambtelijke organisatie te verlenen, kan de burgemeester ook een rol vervullen als een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie verleende ambtelijke bijstand. Als er een conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan zal de burgemeester ook hier een bemiddelende rol kunnen spelen (tweede lid). De positie van de burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 5. Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand </nadruk></al><al>Dit artikel voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen raad en college terecht komt. Als een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid, is bepaald dat collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand. De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak. Als hij dit gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent, behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6. Recht op financiële bijdrage </nadruk></al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte van het totale budget voor fractieondersteuning wordt door de raad in de gemeentebegroting opgenomen. De fractieondersteuning bestaat uit een basisbedrag per in de raad vertegenwoordigde fractie en een variabel deel per raadszetel van die fractie (tweede lid). Het basisbedrag garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op een gelijkwaardig basisniveau te laten ondersteunen. Naar rato van fractiegrootte wordt daarnaast een variabel deel toegekend, zodat ook ieder fractielid op gelijkwaardig niveau ondersteund kan worden. De bijdrage wordt verstrekt voor de duur van de zittingsperiode van de raad (eerste lid). Ook na een gemeentelijke herindeling waarbij de nieuwe raad vanaf 1 januari aantreedt, zal de bijdrage voor de duur van de zittingsperiode van die raad verstrekt worden (op basis van een door de nieuwe raad vastgestelde verordening). De herindelingsverkiezingen zijn dan in november van het jaar daarvóór geweest. De financiële bijdrage voor fractieondersteuning voldoet aan de definitie van subsidie van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Omdat het verlenen van subsidies in de Algemene subsidieverordening ((hierna: ASV) indien van kracht) in de gemeente doorgaans aan het college gedelegeerd is, zal voornoemde verordening uitdrukkelijk niet van toepassing verklaard moeten worden op de bijdrage voor fractieondersteuning. Niet alleen vanwege het dualisme tussen de raad en het college, maar ook omdat het regime in de ASV wezenlijk anders is dan het regime voor het verlenen, vaststellen en verantwoorden van de bijdrage voor fractieondersteuning. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7. Besteding financiële bijdrage </nadruk></al><al>Voor wat betreft de besteding van de fractieondersteuning worden de fracties grotendeels vrijgelaten. Minimumvoorwaarde is wel de financiële bijdrage besteed wordt aan ondersteuning om de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de fractie te versterken. Daarnaast is in het tweede lid een aantal doelen genoemd waarvoor de financiële bijdrage voor fractieondersteuning in ieder geval niet gebruikt mag worden. Deze opsomming is niet limitatief. Het is uiteraard niet de bedoeling dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk aanvullen met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning en dat ook contributies aan politieke partijen of met politieke partijen gelieerde organisaties via de fractieondersteuning kunnen worden gefinancierd (onder a). Een lidmaatschap van een dergelijk orgaan is immers een individuele aangelegenheid van een raadslid en niet van de betreffende gemeenteraadsfractie. Bij (andere) uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege (onder d) kan onder andere gedacht worden aan bepaalde reis- en verblijfkosten, kosten voor een buitenlandse excursie of reis, kosten voor scholing, kosten voor een computer en internetverbinding en de contributie van bepaalde beroepsverenigingen. Deze komen voor vergoeding in aanmerking op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de wet. In het bijzonder wordt benadrukt dat het dus ook niet is toegestaan om met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning verkiezingscampagnes te financieren</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 8. Voorschot financiële bijdrage </nadruk></al><al>Dit artikel regelt de jaarlijkse, ambtshalve verlening van voorschotten ter hoogte van de overeenkomstig artikel 6 berekende voorwaardelijke aanspraak op de financiële bijdrage. In een jaar waarin de raadsleden naar aanleiding van verkiezingen tegelijkertijd aftreden, wordt het voorschot in twee gedeelten gesplitst.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 9. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie </nadruk></al><al>Als er mutaties plaatsvinden in zittende fracties is het wenselijk dat de financiële bijdrage aangepast wordt aan veranderde verhoudingen in de raad. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het vaste basisbedrag dat ten behoeve van iedere fractie wordt verleend en het variabel deel per raadszetel. Het vaste deel is ook daadwerkelijk ‘vast’; dit deel van de bijdrage blijft bestemd voor de betreffende fractie, ook al vindt er tussentijds een splitsing of afscheiding plaats. Alleen het variabele deel van de fractievergoeding wordt overgeheveld ten behoeve van de nieuwe fractie (eerste lid). Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verleende voorschot voor wat betreft het variabele deel direct bijgesteld moeten worden naar evenredigheid van het resterende aantal maanden van het jaar waarvoor het voorschot is verleend (tweede lid). Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de oorspronkelijke fractie over een te groot variabel voorschot beschikken. Na het kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is handiger dit direct recht te trekken.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 10. Administratieve verplichtingen </nadruk></al><al>Om te zorgen dat aan het verslag waarmee de besteding van de financiële bijdrage wordt verantwoord (zie artikel 11) een deugdelijke administratie ten grondslag ligt, worden in dit artikel enkele eisen gesteld aan het voeren van deze administratie.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 11. Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage </nadruk></al><al>Na controle van het verslag waarmee de besteding van de financiële bijdrage wordt verantwoord, stelt de raad de hoogte van de financiële bijdrage ten behoeve van het functioneren van de betreffende fractie vast. Daarmee ontstaat een onvoorwaardelijke aanspraak op het vastgestelde bedrag. [Omdat dit bedrag kan afwijken van het verstrekte voorschot – en dus mogelijk een verrekening dient plaats te vinden – wordt tevens de hoogte van het te verrekenen verschil tussen de vastgestelde financiële bijdrage en het ontvangen voorschot vastgesteld. Als het verleende voorschot hoger is dan de vastgestelde financiële bijdrage, dan kan het onverschuldigde bedrag overeenkomstig artikel 4:57, eerste lid, van de Awb teruggevorderd worden. De beslissing tot terugvordering is – evenals het besluit waarmee de financiële bijdrage wordt vastgesteld – een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit. </al></nota-toelichting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>