<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-349704/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Utrechtse Heuvelrug</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2026</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al><nadruk type="vet">Managementsamenvatting</nadruk></al><al>Het Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) 2026 van de gemeente Utrechtse Heuvelrug vormt de jaarlijkse uitwerking van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025–2028. Dit programma geeft concreet invulling aan de wijze waarop de gemeente haar wettelijke taken uitvoert op het gebied van de fysieke leefomgeving, waaronder bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, openbare ruimte en veiligheid.</al><al /><al>Het uitvoeringsprogramma vertaalt de strategische doelen naar concrete activiteiten, prioriteiten en inzet van capaciteit voor het jaar 2026. Daarbij wordt gewerkt volgens een sluitende beleidscyclus (de BIG-8), waarin beleid, uitvoering, monitoring en evaluatie met elkaar zijn verbonden en gericht zijn op continue verbetering.</al><al /><al><nadruk type="vet">Context en ontwikkeling</nadruk></al><al>De afgelopen jaren stonden in het teken van belangrijke veranderingen, zoals de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). In 2024 en 2025 heeft de gemeente hiermee ervaring opgedaan. De inzichten die dit heeft opgeleverd, zijn verwerkt in zowel de meerjarige strategie als in dit uitvoeringsprogramma.</al><al /><al>Een andere (terugkerende) ontwikkeling is dat het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) van de provincie Utrecht in 2025 aangegeven heeft dat de gemeente deels voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Dat kwam onder andere omdat de inmiddels vastgestelde U&amp;H-strategie ten tijde van de beoordeling nog niet vastgesteld was. De aandachtspunten uit deze beoordeling zijn meegenomen in de verdere ontwikkeling van de VTH-organisatie en vormen mede de basis voor de verbeteringen in 2026.</al><al /><al><nadruk type="vet">Missie en uitgangspunten</nadruk></al><al>De gemeente Utrechtse Heuvelrug streeft naar een veilige, groene en leefbare omgeving, met behoud en versterking van het unieke karakter van de regio. Hierbij wordt samengewerkt met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners.</al><al>Belangrijke uitgangspunten in de uitvoering zijn:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>preventie en vroegtijdige betrokkenheid; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>transparantie en duidelijkheid richting inwoners en bedrijven; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>een klantgerichte en rechtvaardige benadering (de menselijke maat); </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>risicogericht en prioriteitgestuurd werken; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>samenwerking met ketenpartners. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Hoofddoelen</nadruk></al><al>De uitvoering in 2026 richt zich op drie centrale hoofddoelen:</al><al /><al><nadruk type="vet">1.</nadruk><nadruk type="vet">Dienstverlening</nadruk></al><al>De gemeente zet in op een toegankelijke, tijdige en kwalitatief goede dienstverlening. Vergunningaanvragen, meldingen en handhavingsverzoeken worden zorgvuldig en binnen de wettelijke termijnen behandeld, met oog voor de menselijke maat. De focus ligt op:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>het verbeteren van het initiatievenproces (zoals de Omgevingstafel); </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het verhogen van het percentage tijdig afgehandelde aanvragen; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het stimuleren van duurzame ontwikkelingen door vroegtijdige advisering; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het versterken van communicatie en samenwerking met initiatiefnemers. </al></li></lijst><al>Daarnaast wordt extra aandacht besteed aan toezicht op specifieke thema’s zoals illegale bewoning van recreatieparken, illegale kap en naleving van regelgeving bij evenementen.</al><al /><al><nadruk type="vet">2.</nadruk><nadruk type="vet">Uitvoeringskwaliteit</nadruk></al><al>De gemeente werkt aan verdere professionalisering van de VTH-organisatie en het voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria 3.0.</al><al>In 2026 betekent dit onder andere:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>het borgen en doorontwikkelen van werkprocessen en werkwijzen; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het verbeteren van de aansluiting tussen beleid en uitvoering; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het versterken van samenwerking tussen teams; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het toepassen en verdiepen van kennis en ervaring met het stelsel Omgevingswet, met de focus op Wkb en de specifieke AMvB’s; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het waarborgen van kwaliteit via instrumenten zoals het vier-ogen-principe. </al></li></lijst><al>Ook wordt gewerkt aan het verbeteren van monitoring en datagestuurd werken, zodat beter inzicht ontstaat in prestaties en effecten. Dit zal onder andere de vorm aannemen van een dashboard, dat momenteel nog in ontwikkeling is.</al><al /><al><nadruk type="vet">3.</nadruk><nadruk type="vet">Efficiënte inzet van middelen</nadruk></al><al>De uitvoering van VTH-taken vindt plaats binnen de beschikbare personele en financiële kaders. De capaciteit is voor 2026 structureel geborgd binnen de gemeentelijke begroting.</al><al /><al>De inzet bestaat onder andere uit:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Casemanagers (vergunningverlening); </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>toezichthouders op de fysieke leefomgeving (bouw); </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>boa’s voor toezicht en handhaving in de openbare ruimte; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>juridische ondersteuning (voor toezicht &amp; handhaving). </al></li></lijst><al>Er wordt gestuurd op doelmatigheid en effectiviteit, waarbij prioriteiten bepalend zijn voor de inzet van capaciteit. Tegelijkertijd blijft er flexibiliteit om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of piekbelasting.</al><al /><al><nadruk type="vet">Prioriteiten en uitvoering</nadruk></al><al>De gemeente werkt risicogericht en richt haar inzet op thema’s met de grootste maatschappelijke impact. Belangrijke prioriteiten in 2026 zijn onder andere:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>toezicht op illegale bewoning en gebruik van recreatieparken; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>duurzaamheid en naleving van milieuregels; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>toezicht op evenementen en openbare orde; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>aanpak van ondermijning en woonoverlast; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>naleving van herplantplicht en bescherming van het groene karakter van de gemeente. </al></li></lijst><al>Binnen vergunningverlening ligt de nadruk op het tijdig signaleren van niet complete aanvragen van aanvragen, het correct toepassen van toetsingskaders en het tijdig nemen van besluiten.</al><al>Bij toezicht en handhaving wordt ingezet op zichtbaarheid, preventie en effectieve interventies. Handhavingsbeschikkingen moeten er in de regel toe leiden dat overtredingen worden beëindigd.</al><al /><al><nadruk type="vet">Samenwerking</nadruk></al><al>De uitvoering van VTH-taken vindt plaats in nauwe samenwerking met diverse partners, zoals de Omgevingsdienst Utrecht, Veiligheidsregio Utrecht, politie, Openbaar Ministerie, GGD en andere organisaties. Deze samenwerking is essentieel voor:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>een integrale aanpak van complexe vraagstukken; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het delen van kennis en capaciteit; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het versterken van toezicht en handhaving; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het waarborgen van veiligheid en leefbaarheid. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Organisatie en werkwijze</nadruk></al><al>De VTH-taken zijn binnen de gemeente belegd bij verschillende teams, met een duidelijke scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving. Dit draagt bij aan objectiviteit en kwaliteit. Dat neemt uiteraard niet weg dat er actief samengewerkt wordt.</al><al>De uitvoering wordt ondersteund door digitale systemen en gestandaardiseerde werkprocessen. Monitoring vindt plaats via een workflowapplicatie, waarmee voortgang, termijnen en resultaten worden vastgelegd en gemonitord.</al><al /><al><nadruk type="vet">Conclusie</nadruk></al><al>Met dit uitvoeringsprogramma geeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug concreet invulling aan haar ambities op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door te werken volgens een samenhangende beleidscyclus, met aandacht voor kwaliteit, samenwerking en efficiëntie, wordt bijgedragen aan een veilige, duurzame en leefbare omgeving.</al><al>Het programma markeert daarmee een belangrijke stap in de verdere professionalisering van de VTH-organisatie en het versterken van de uitvoering in lijn met de Omgevingswet en de gemeentelijke ambities.</al><al /><al><nadruk type="vet">1. Inleiding</nadruk></al><al>Het uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de taken die de gemeente op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) in 2026 gaat uitvoeren. Dit programma is een jaarlijkse uitwerking van de U&amp;H-strategie VTH 2025-2028 (hierna: U&amp;H-strategie), die op 11 november 2025 door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld. In dit beleidsplan is de basis gelegd en de richting bepaald voor hoe de gemeente haar rol ziet, evenals de rol van haar inwoners, als het gaat om naleving van regels en het toezicht en de handhaving daarop.</al><al /><al>De gemeente streeft ernaar om hiermee te bereiken dat het voor iedereen helder en duidelijk is hoe de gemeente jaarlijks uitvoering geeft aan de U&amp;H-strategie. Duidelijkheid en transparantie over het beleid en de uitvoering dragen namelijk bij aan meer begrip bij degenen die hiermee te maken krijgen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Procescriteria</nadruk></al><al>In het omgevingsrecht staan regels waar overheden zich aan moeten houden bij het uitvoeren van VTH-taken. Deze regels zijn er om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur binnen de fysieke leefomgeving te beschermen. De provincie beoordeelt als interbestuurlijk toezichthouder of gemeenten het uitvoeren van de VTH-taken zodanig hebben ingericht, dat deze adequaat uitgevoerd kunnen worden.</al><al>In het omgevingsrecht worden daarom eisen (procescriteria) gesteld aan de inrichting van een sluitende beleidscyclus (beleids- en uitvoeringsprocessen) binnen de gemeenten. Het doel van een sluitende beleidscyclus is het continu verbeteren van de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. </al><al>De procescriteria bevatten de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus: de zogenaamde ´BIG-8´-cyclus:</al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-1.png" type="foto" breedte="7cm" id="i2de5a9c1-fc6c-494d-856c-35697ab6bd37" hoogte="10.49cm" /></plaatje></al><al /><al>De beleidscyclus bestaat uit een strategische cyclus en een operationele cyclus.</al><al>In de strategische cyclus vormen de beleidsevaluatie, de jaarverslagen en de actuele risicoanalyse de basis voor het strategisch meerjarenbeleid. Op basis van deze risicoanalyse worden prioriteiten en doelstellingen vastgesteld, die zijn opgenomen in de U&amp;H-strategie (het meerjarenbeleid).</al><al>Het uitvoeringsprogramma vormt de jaarlijkse vertaalslag van dit meerjarenbeleid naar de praktijk. Het uitvoeringsprogramma bevat de jaarlijkse planning (‘programma en organisatie’) en legt expliciet de verbinding met de in de U&amp;H‑strategie vastgestelde prioriteiten en doelstellingen. </al><al>Daarnaast wordt inzicht gegeven in de beschikbare capaciteit en middelen die nodig zijn om deze doelen te realiseren.</al><al /><al>Binnen de operationele cyclus werkt de organisatie op basis van vastgestelde procedures, processen en protocollen (de ‘werkwijze’). Met behulp van een geautomatiseerd systeem worden de voortgang en resultaten van de uitvoering van zowel de U&amp;H‑strategie als het uitvoeringsprogramma gemonitord (‘monitoring’ en ‘uitvoering’).</al><al>De uitkomsten van deze monitoring worden gebruikt voor bijsturing gedurende het jaar en voor de jaarlijkse beleidsevaluatie (lees: jaarverslag). Waar nodig worden processen, werkwijzen of beleidsdoelstellingen aangepast of geactualiseerd, zodat de beleidscyclus sluitend blijft en continu wordt verbeterd.</al><al /><al><nadruk type="cur">Wettelijke verplichting tot vaststellen uitvoeringsprogramma en jaarverslag</nadruk></al><al>De verplichting tot het vaststellen van een uitvoeringsprogramma en een jaarverslag door het college van burgemeester en wethouders is neergelegd in het Omgevingsbesluit (artikelen 13.8 en 13.11). De door het college vast te stellen stukken worden ter kennisneming aangeboden aan de raad. In het kader van het tweedelijnstoezicht (interbestuurlijk toezicht) wordt een afschrift van alle stukken verzonden aan de interbestuurlijk toezichthouders van de provincie Utrecht.</al><al /><al><nadruk type="cur">Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en overige wetten </nadruk></al><al>Het jaarlijks opstellen van een uitvoeringsprogramma voor de taken op het gebied van APV en overige wetten, waaronder de Alcoholwet, valt niet onder de wettelijke verplichting. Echter, de uit deze wetgeving voortvloeiende taken worden niettemin in dit uitvoeringsprogramma opgenomen om een compleet beeld te krijgen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Nieuw strategisch meerjarenbeleid 2025-2028</nadruk></al><al>Sinds de vaststelling van de nieuwe U&amp;H-strategie op 11 november 2025 heeft de gemeente de eerste stappen gezet in de verdere doorontwikkeling van de uitvoering. </al><al>In 2024 en 2025 hebben de teams waardevolle praktijkervaring opgedaan met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Deze ervaringen hebben geleid tot nieuwe inzichten over werkwijzen, samenwerking met ketenpartners en de benodigde aanpassingen in processen.</al><al>De belangrijkste lessen uit deze periode zijn inmiddels verwerkt in de U&amp;H-strategie én nu dus ook in dit uitvoeringsprogramma. Hierdoor sluit het uitvoeringsprogramma aan bij de actuele praktijk en vormt het een vervolgstap in het versterken van een goed functionerende en samenhangende VTH-cyclus.</al><al /><al><nadruk type="vet">Leeswijzer</nadruk></al><al>Dit uitvoeringsprogramma bestaat uit twee onderdelen. Enerzijds bevat het een algemene beschrijving van de voorgenomen uitvoering van de VTH-taken in 2026. Anderzijds bestaat het uit productbladen, waarin per activiteit wordt toegelicht wat wordt gedaan, waarom dit gebeurt, welke aspecten daarbij van belang zijn en welke prognoses worden gehanteerd.</al><al /><al>In hoofdstuk 1 wordt uiteengezet welke VTH-taken binnen de reikwijdte van de beleids- en uitvoeringscyclus vallen, wie deze taken uitvoert, welke ontwikkelingen zich voordoen binnen het VTH-vakgebied en op welke wijze deze taken financieel zijn geborgd. Daarnaast worden de samenwerkingspartners benoemd en wordt hun rol in 2026 nader toegelicht.</al><al /><al>In hoofdstuk 2 wordt inzicht gegeven in wat de gemeente belangrijk vindt bij het uitvoeren van de VTH-taken. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op de prioriteiten en (hoofd/sub)doelstellingen en geeft aan welke accenten binnen het VTH-taakveld voor 2026 zijn vastgesteld.</al><al /><al>In hoofdstuk 3 wordt toegelicht welke werkzaamheden de gemeente in 2026 gaat uitvoeren en waarin er ten opzichte van het jaar ervoor bijgestuurd wordt.</al><al /><al>In hoofdstuk 4 zijn deze werkzaamheden verder uitgewerkt in zogenoemde ‘productbladen’. In deze productbladen staat per activiteit een omschrijving van de taak, de relatie met de U&amp;H-strategie, de bijbehorende risicoanalyse, de doelstellingen, een urenraming en de monitoringsindicatoren. Waar mogelijk wordt verwezen naar werkprocessen en protocollen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Afstemming samenwerkingspartners</nadruk></al><al>In het Omgevingsbesluit is bepaald dat het uitvoeringsprogramma, indien nodig, wordt afgestemd met de betrokken bestuursorganen en strafrechtelijke ketenpartners. In de recent vastgestelde U&amp;H-strategie is de afstemming al uitgebreid behandeld; daarom wordt hier in het uitvoeringsprogramma beknopter op ingegaan. Na vaststelling wordt het uitvoeringsprogramma toegezonden aan de relevante handhavingspartners. In hoofdstuk 1.4 worden de samenwerkingspartners en -structuren beschreven. Wij verwijzen voor toelichting naar hoofdstuk 6 van de U&amp;H-strategie, waarin wordt verder ingegaan op de (wijze van) afstemming en coördinatie tussen de verschillende partijen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Interbestuurlijk Toezicht provincie</nadruk></al><al>De provincie Utrecht ziet erop toe in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder meer op het gebied van het omgevingsrecht. Het interbestuurlijk toezicht (IBT) richt zich op de taken vergunningverlening, toezicht en handhaving, evenals op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed en monumenten.</al><al /><al>In de Verordening systematische toezichtinformatie provincie Utrecht is vastgelegd welke informatie de provincie jaarlijks van gemeenten ontvangt over de verschillende onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van deze informatie vindt de beoordeling plaats.</al><al>Naar aanleiding van de beoordeling van het vorige meerjarenbeleid (ten tijde van beoordeling VTH-beleidsplan 2019-2024), het uitvoeringsprogramma 2025 en het jaarverslag 2024 heeft het IBT op 15 juli 2025 een brief gestuurd, met daarbij een beoordelingsformulier. Uit deze beoordeling blijkt dat de er deels voldaan wordt aan de gestelde kwaliteitseisen. Dit oordeel valt in de middencategorie van het provinciale toetsingskader: het niveau tussen ‘voldoet’ en ‘structurele verbetering nodig’. Dit kwam onder andere doordat de gemeente ten tijde van de beoordeling nog geen nieuwe U&amp;H-strategie had vastgesteld. Inmiddels is daar verandering in gekomen door de vaststelling ervan op 11 november 2025. </al><al /><al>De in het beoordelingsformulier opgenomen aandachtspunten zijn meegenomen bij het opstellen van de recent vastgestelde U&amp;H-strategie en bij de totstandkoming van dit uitvoeringsprogramma.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 13.5 Omgevingsbesluit</nadruk></al><al>Artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat de bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen voor de werkzaamheden.</al><al>In de provincie Utrecht is een brede regionale VTH-samenwerking opgezet. Alle gemeenten zijn hierbij aangesloten, evenals de Omgevingsdienst Utrecht (ODU), die sinds 1 januari 2026 is ontstaan uit een fusie van de voormalige Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Daarnaast nemen de provincie Utrecht, de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) en het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) deel aan deze samenwerking.</al><al>Met deze samenwerking wordt invulling gegeven aan artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit. De uniforme uitvoering- en handhavingsstrategie voor VTH is door alle 26 Utrechtse gemeenten, de provincie en de omgevingsdiensten vastgesteld<noot><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757721"><nadruk type="ondlijn">https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757721</nadruk></extref></noot.al></noot>. Deze strategie vormt het gezamenlijke beleidskader voor de uitvoering van de aan de diensten opgedragen VTH-taken.</al><al>In het kader van uniformering wordt gestreefd naar beleidsdocumenten die in de basis gelijk zijn, met voldoende ruimte voor lokale accenten (‘la couleur locale’).</al><al /></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label /><nr>1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>1.1.</nr><titel>Welke taken voeren wij uit</titel></kop><structuurtekst><al>De uitvoering van de VTH-taken komen voort uit de bevoegdheid, dan wel de verplichting die de gemeente heeft op basis van bepaalde wetten en regelgeving. De verplichting om uitvoering te geven aan de beleids- en uitvoeringscyclus ligt vast in de Omgevingswet. Dit betekent dat in ieder geval de VTH-taken die voortkomen uit de Omgevingswet voor alle gemeenten binnen het kader vallen. Onder de Omgevingswet wordt VTH aangeduid als Uitvoering en Handhaving. Om die reden worden recente gemeentelijke VTH-beleidsplannen veelal aangeduid als uitvoerings- en handhavingsstrategieën; ook bij de Utrechtse Heuvelrug is dat het geval.</al><al>De nieuwe U&amp;H-strategie van de gemeente Utrechtse Heuvelrug is vastgesteld op 11 november 2025. Het uitvoeringsprogramma 2025 heeft daarbij gefungeerd als overbruggingsuitvoeringsprogramma. Met de vaststelling van de (nieuwe) U&amp;H-strategie kan met het uitvoeringsprogramma 2026 een vernieuwde en goed afgestemde beleidscyclus worden gestart.</al><al>Daarnaast is het voor bepaalde taken, voortvloeiende uit andere (bijzondere) wet- en regelgeving, praktisch en efficiënt om deze mee te nemen in deze beleids- en uitvoeringscyclus. Er zijn namelijk meer VTH-taken die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan de APV waarin de evenementenvergunningplicht is geregeld, of de Alcoholwet. Iedere gemeente is vrij om te bepalen of zij deze VTH-taken ook meeneemt in de beleids- en uitvoeringscyclus. </al><al /><al>De uitvoering van de VTH-taken, voor zover niet extern belegd, en de handhaving in de openbare ruimte zijn ondergebracht binnen het thema (lees: afdeling) Omgeving van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De wettelijke basistaken wat betreft milieu worden uitgevoerd door de ODU. De VRU verzorgt de advisering over brandveiligheidsaspecten bij vergunningaanvragen, meldingen en evenementen alsmede het toezicht op deze brandveiligheidsaspecten. </al><al /><al>Het is vermeldenswaardig dat in hoofdstuk 4 (productbladen) wordt uiteengezet welke VTH-taken de gemeente uitvoert, hoe hieraan concreet invulling wordt gegeven en welke relevante cijfers daarbij horen.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>1.2.</nr><titel>Wie voeren de VTH-taken uit?</titel></kop><structuurtekst><al>Als uitgangspunt geldt dat de VTH-taken in beginsel door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Daarnaast wordt voor de uitvoering samengewerkt met VTH-samenwerkingspartners.</al><al /><al><nadruk type="cur">Uitvoeringsorganisatie gemeente Utrechtse Heuvelrug</nadruk></al><al>De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft de uitvoering van haar VTH‑taken georganiseerd binnen het thema Omgeving. De werkzaamheden worden uitgevoerd door meerdere teams binnen dat thema met ieder een duidelijk afgebakende verantwoordelijkheid.</al><al>Binnen de teams Omgevingsverzoeken en -toezicht worden de reguliere VTH‑taken uitgevoerd. Daarnaast vallen de taken op het gebied van de APV en Bijzondere Wetten onder de verantwoordelijkheid van het team 2e lijn binnen het thema (afdeling) Publiek.</al><al /><al>Zoals eerder beschreven is een deel van de VTH-taken ondergebracht bij externe partners. De ODU en de VRU voeren de wettelijke basistaken uit op het gebied van milieu, asbest (sinds 2019) en brandveilig gebruik. Voor een nadere uitwerking van de samenwerking wordt verwezen naar hoofdstuk 1.4 ‘Samenwerkingspartners’.</al><al /><al>Hoewel de VTH‑taken zijn verdeeld over verschillende teams en organisaties, wordt er nauw samengewerkt. Deze samenwerking is gebaseerd op heldere taakafbakening, uniforme werkprocessen en naleving van geldende wet- en regelgeving. Hierdoor wordt de kwaliteit en consistentie van de uitvoering geborgd. Hieronder worden de teams en de bijbehorende taakbeschrijvingen weergegeven.</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="ondlijn">Team Omgevingsverzoeken</nadruk> is verantwoordelijk voor de behandeling van omgevingsvergunningen, meldingen en conceptverzoeken gerelateerd aan de fysieke leefomgeving.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA" /><tbody><row><entry><al>De APV-verzoeken worden behandeld door <nadruk type="ondlijn">het team 2<sup>e</sup> lijn binnen het Thema (afdeling) Publiek</nadruk>. Zij zijn verantwoordelijk voor de afhandeling van vergunningen en meldingen uit de APV en Bijzondere Wetten. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="ondlijn">Team Omgevingstoezicht</nadruk> houdt toezicht en treedt handhavend op, op de naleving van de Omgevingswet en bijbehorende Algemene maatregelen van bestuur, binnen het kader van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al /><al>Ook het toezicht en de handhaving op de naleving van o.a. de APV, afvalstoffenverordening en parkeerregelgeving (de Boa’s) is onderdeel van team Omgevingstoezicht. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="cur">Scheiding vergunningverlening en toezicht &amp; handhaving</nadruk></al><al>Zoals hierboven omschreven zijn binnen het thema Omgeving de vergunningstaken ondergebracht bij het team Omgevingsverzoeken en de toezicht- en handhavingstaken bij het team Omgevingstoezicht. Deze inrichting voorkomt dat een normadressaat zowel een vergunning ontvangt als wordt gecontroleerd door dezelfde medewerker. Ook wordt hiermee voorkomen dat een toezichthouder handhaaft op een object waarop hij eerder vanuit zijn rol in de vergunningverlening betrokken was. Er is daarmee een duidelijke functiescheiding op personeelsniveau aangebracht tussen vergunningverlening enerzijds en toezicht en handhaving anderzijds. Deze scheiding is tevens bestuurlijk doorgevoerd bij de samenwerkingspartners. </al><al /><al><nadruk type="cur">Bevoegdheden en verantwoordelijkheden</nadruk></al><al>Alle toezichthouders binnen het team Omgevingstoezicht, alsmede die van de ODU en de VRU zijn als zodanig aangewezen door het bevoegde bestuursorgaan (college van burgemeester en wethouders dan wel burgemeester), al dan niet onder mandaat. Bij de aanwijzingsbesluiten is vastgelegd ten aanzien van welke regelgeving zij de toezichthoudende bevoegdheden hebben. </al><al /><al><nadruk type="cur">Kwaliteitscriteria 3.0 </nadruk></al><al>Bij de uitvoering van de VTH-taken gelden kwaliteitscriteria. De Kwaliteitscriteria 3.0 vormen op dit moment de landelijk vastgestelde normen voor VTH binnen het stelsel van de Omgevingswet. Deze criteria zijn per 1 januari 2025 in werking getreden en vervangen de eerdere kwaliteitscriteria 2.2/2.3.</al><al>De Kwaliteitscriteria 3.0 stellen eisen aan zowel de organisatie als aan de medewerkers die VTH-taken uitvoeren. De criteria hebben onder meer betrekking op:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>de kritieke massa van de organisatie, gericht op voldoende capaciteit en continuïteit;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>procescriteria die borgen dat werkzaamheden structureel, eenduidig en controleerbaar worden uitgevoerd;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>competentieprofielen waarin is vastgelegd over welke kennis, vaardigheden en ervaring medewerkers moeten beschikken voor een adequate uitvoering van specifieke VTH-taken.</al></li></lijst><al>Op grond van het wettelijke stelsel van de Omgevingswet zijn gemeenten gehouden bij verordening regels te stellen over de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft hieraan invulling gegeven door op 14 december 2023 de <nadruk type="cur">Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Utrechtse Heuvelrug</nadruk> vast te stellen.</al><al>In deze verordening is gekozen voor een dynamische verwijzing naar de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria. Dit betekent dat niet wordt verwezen naar een specifieke versie, maar naar de op dat moment geldende criteria zoals vastgesteld in interbestuurlijk verband. Als gevolg hiervan zijn sinds 1 januari 2025 de Kwaliteitscriteria 3.0 automatisch van toepassing op de VTH-organisatie van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.</al><al /><al>De gemeente Utrechtse Heuvelrug borgt de naleving van deze kwaliteitscriteria door haar medewerkers periodiek te laten toetsen door een extern, onafhankelijk advies- en toetsingsbureau. Daarbij worden medewerkers beoordeeld aan de hand van de voor hun functie relevante competentieprofielen. Indien uit de toetsing blijkt dat niet volledig wordt voldaan aan de gestelde eisen, worden gerichte ontwikkelmaatregelen getroffen en vastgelegd. Hiermee wordt geborgd dat de uitvoering van de VTH-taken duurzaam plaatsvindt op het kwaliteitsniveau zoals beoogd in de landelijke kwaliteitscriteria en dat waar nodig tijdig wordt bijgestuurd.</al><al>Ook in 2026 wordt de naleving van en de ontwikkeling ten opzichte van de Kwaliteitscriteria 3.0 door de teamleiders van de VTH-teams in samenwerking met het advies- en toetsingsbureau nadrukkelijk gemonitord. Hierbij wordt structureel gevolgd of medewerkers voldoen aan de gestelde eisen en of ingezette ontwikkelmaatregelen het beoogde effect hebben. Op basis van deze monitoring vindt, waar nodig, tijdig en doelgericht bijsturing plaats, zodat verbeteringen op een juiste, efficiënte en voortvarende wijze worden gerealiseerd en geborgd.</al><al>Ten tijde van het opstellen van dit uitvoeringsprogramma wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een dashboard dat inzicht biedt in de prestaties van de VTH-organisatie, waaronder de mate waarin wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria.</al><al>De uitkomsten van de toetsing en monitoring worden periodiek geanalyseerd en, waar relevant, betrokken bij de sturing op team- en organisatieniveau. Hiermee wordt invulling gegeven aan een continue verbetercyclus, waarbij inzichten uit de praktijk leiden tot gerichte bijstelling van werkwijzen, capaciteit en ontwikkeling, zodat blijvend wordt voldaan aan de eisen uit de Kwaliteitscriteria 3.0 e.v.</al><al /><al><nadruk type="cur">Workflowapplicatie Rx.Mission en werkprocessen</nadruk></al><al>Werkprocessen en een goed ingericht workflowsysteem (zaaksysteem) borgen de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Sinds 2024 wordt gewerkt met de workflowapplicaties <nadruk type="cur">Rx.Mission, Signalen en Tezza</nadruk>. </al><al>Rx.Mission is begin 2023 geïntroduceerd en begeleidt medewerkers bij de uitvoering van hun taken door middel van verplichte processtappen, checklists en standaardbrieven. Het systeem voorziet tevens in termijnbewaking en het monitoren van de werkvoorraad. Rx.Mission wordt continu doorontwikkeld en uitgebreid met nieuwe functionaliteiten.</al><al>Door de invoering van de Omgevingswet was een revisie van de workflowapplicatie noodzakelijk. Voorafgaand aan de inwerkingtreding zijn de werkprocessen opnieuw ingericht, zodat de uitvoering van de VTH-taken volledig in lijn is met de eisen van de Omgevingswet.</al><al>In 2026 zal voortdurende monitoring plaatsvinden om te beoordelen of Rx.Mission voldoet aan de behoeften van de medewerkers en aansluit bij de vereisten voor toezicht en handhaving onder de Omgevingswet. Indien nodig worden de inrichting en functionaliteiten van het programma aangepast om de uitvoering van de VTH-taken verder te optimaliseren.</al><al /><al><nadruk type="cur">Toezichtrayons </nadruk></al><al>De bouwtoezichttaken worden uitgevoerd door bouwtoezichthouders. Deze taken zijn verdeeld in rayons, waarbij iedere toezichthouder verantwoordelijk is voor een vast geografisch werkgebied. Deze werkwijze draagt bij aan gebiedskennis, continuïteit in het toezicht en een herkenbaar aanspreekpunt voor inwoners en initiatiefnemers.</al><al>Al een geruime tijd geleden zijn de toezichttaken herverdeeld en is een nieuwe rayonindeling vastgesteld. Begin 2024 hebben gesprekken plaatsgevonden tussen de teamleider Omgevingstoezicht en de toezichthouders om te bezien of een herverdeling van de rayons wenselijk was. Op basis van deze afweging is besloten de bestaande rayonindeling te handhaven, aangezien deze in de praktijk naar behoren functioneert en voldoende evenwichtig is in termen van werkdruk en taakverdeling.</al><al>In 2026 zal geen (nieuwe) herverdeling van de rayons plaatsvinden. De huidige indeling wordt als passend en effectief beschouwd. Eventuele knelpunten in de uitvoering worden binnen de bestaande structuur opgelost, bijvoorbeeld door onderlinge afstemming, tijdelijke herverdeling van werkzaamheden of gerichte inzet van capaciteit. Hiermee blijft flexibiliteit in de uitvoering geborgd, zonder dat dit ten koste gaat van de voordelen van vaste rayons.</al><al /><al><nadruk type="cur">Bereikbaarheidsregeling buiten kantooruren </nadruk></al><al>Volgens het Omgevingsbesluit moet de gemeentelijke organisatie ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn voor de milieuhandhavingstaken. Denk daarbij aan het melden van acute klachten en beschikbaar zijn voor het behandelen van incidenten. Voor het melden van milieuklachten buiten kantooruren is een consignatiedienst ingesteld binnen de ODU die 24/7 klachten en incidenten in behandeling kan nemen. Het telefoonnummer kan worden geraadpleegd via de website <extref doc="https://www.odu.nl/milieuklacht/"><nadruk type="ondlijn">https://www.odu.nl/milieuklacht/</nadruk></extref>. Voor spoedeisende zaken zijn de hulpdiensten bereikbaar.</al><al /><al>De gemeente is buiten kantooruren beperkt bereikbaar. In geval van uiterste spoed op het gebied van openbare orde en veiligheid, bouwtoezicht of beheer van de openbare ruimte wordt geadviseerd contact op te nemen met de hulpdiensten via 112.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>1.3.</nr><titel>Beschikbare capaciteit en financiële borging</titel></kop><structuurtekst><al><nadruk type="cur">Capaciteit toezicht en handhaving (boa’s en openbare ruimte)</nadruk></al><al>In 2026 beschikt de Utrechtse Heuvelrug over 7,5 fte (circa 10.125 uur) voor toezicht en handhaving in de openbare ruimte. Deze capaciteit is als volgt opgebouwd:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>6 fte vaste boa’s (circa 8.100 uur), 1 fte boa-inhuur (circa 1.350 uur);</al><lijst><li><li.nr>o</li.nr><al>Van bovengenoemde capaciteit wordt 1 fte (circa 1.350 uur) ingezet ten behoeve van de Bunnik, op basis van een samenwerkingsafspraak.</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al>0,5 fte (circa 675 uur) is gereserveerd voor de toezichthouder Openbare Ruimte/Bomen.</al></li></lijst><al>De beschikbare capaciteit wordt risicogericht, flexibel en gebiedsgericht ingezet. Hierbij wordt aangesloten bij de prioriteiten uit het integrale veiligheidsbeleid en signalen uit de dorpen en wijken. De inzet richt zich met name op thema’s die direct van invloed zijn op de leefbaarheid, zoals naleving van de APV, afvalproblematiek, parkeren, ondermijning en marktverordeningen.</al><al /><al>De boa’s zijn zichtbaar en benaderbaar in de publieke ruimte. De inzet is primair gericht op preventie en het versterken van naleefgedrag. Waar nodig wordt handhavend opgetreden. Door samenwerking met interne en externe partners, waaronder de politie en samenwerkingspartners, wordt de effectiviteit van toezicht en handhaving vergroot.</al><al /><al><nadruk type="cur">Capaciteit toezicht en handhaving (bouwtoezicht)</nadruk></al><al>Ook in 2026 wordt het bouwtoezicht uitgevoerd door een team van ervaren professionals. In totaal is 4,89 fte (circa 6.600 uur) beschikbaar in de vorm van vaste senior bouwtoezichthouders/-inspecteurs. Zij beschikken over ruime kennis en expertise in de relevante (bouw)wet- en regelgeving en vormen de kern van de toezichtcapaciteit.</al><al>De capaciteit is aangevuld met 1 fte (circa 1.350 uur) aan externe inhuur. Deze flexibele inzet maakt het mogelijk om pieken in de werkdruk op te vangen en, waar nodig, tijdelijk aanvullende specialistische expertise in te zetten. Hiermee wordt voorzien in een robuuste en wendbare uitvoering van het bouwtoezicht, die in staat is om het toezicht effectief uit te voeren en handhavingstaken zorgvuldig te vervullen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Juridische ondersteuning en Wet open overheid</nadruk></al><al>Voor de juridische ondersteuning van toezicht en handhaving is in 2026 5 fte (circa 6.750 uur) beschikbaar. Deze capaciteit wordt ingezet voor het opleggen van bestuurlijke maatregelen, het behandelen van bezwaar- en beroepsprocedures en het juridisch begeleiden van handhavingstrajecten. Hiermee wordt geborgd dat toezicht en handhaving zorgvuldig, rechtmatig en consistent plaatsvinden.</al><al /><al>Daarnaast is voor 2026 1,54 fte (circa 2.083 uur) beschikbaar gesteld voor de afhandeling van Wet open overheid(Woo)-zaken. Vanwege de toegenomen complexiteit en omvang van Woo-/informatieverzoeken blijft dit een belangrijk aandachtspunt binnen de organisatie. </al><al>De inzet is gericht op verdere professionalisering van processen, het vergroten van de voorspelbaarheid en het verkorten van doorlooptijden. Hiermee wordt beoogd de kwaliteit en tijdigheid van de afhandeling van Woo-/informatieverzoeken structureel te verbeteren.</al><al /><al><nadruk type="cur">Capaciteit Omgevingsverzoeken</nadruk></al><al>Binnen het team Omgevingsverzoeken vervullen casemanagers en vergunningverleners een centrale rol in de uitvoering van de wettelijke taken binnen het VTH-domein. Zij zijn verantwoordelijk voor het beoordelen van en besluiten op vergunningaanvragen, meldingen en overige verzoeken, evenals het beantwoorden van klantvragen.</al><al>In 2026 is hiervoor 8,95 fte (circa 12.083 uur) beschikbaar. Deze formatie is volledig ingevuld. Ter ondersteuning en het opvangen van piekbelasting wordt aanvullend 1,6 fte (circa 2.160 uur) ingehuurd.</al><al /><al>De totale beschikbare capaciteit komt daarmee uit op 10,55 fte (circa 14.243 uur). Deze capaciteit wordt ingezet voor een tijdige en zorgvuldige afhandeling van aanvragen en verzoeken, waarbij wordt gestuurd op kwaliteit, rechtszekerheid en het behalen van wettelijke termijnen. Gezien de aanhoudende druk op het aantal aanvragen en de toenemende complexiteit blijft flexibiliteit in de inzet van capaciteit noodzakelijk.</al><al /><al><nadruk type="cur">Financiële middelen</nadruk></al><al>De financiële middelen voor de uitvoering van VTH-taken zijn structureel opgenomen in de gemeentelijke begroting 2026–2029. De planning- en controlcyclus van de gemeente vormt hierbij het kader, waarbij gebruik wordt gemaakt van het systeem LIAS Enterprise voor begroting, rapportages en verantwoording. Voor 2026 is sprake van een financieel solide uitgangspositie. De beschikbare middelen zijn toereikend voor de uitvoering van de wettelijke taken en bieden, waar mogelijk, ruimte voor aanvullende ambities binnen het VTH-domein.</al><al /><al><nadruk type="cur"> Scenario’s en financiële wendbaarheid</nadruk></al><al>Conform de U&amp;H-strategie wordt gewerkt met twee uitvoeringsniveaus:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>basisniveau: uitvoering van wettelijke taken; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>plusniveau: aanvullende inzet op prioritaire thema’s. </al></li></lijst><al>Voor 2026 wordt uitgegaan van het basisniveau, met gerichte inzet op vastgestelde prioriteiten. Binnen de begroting is ruimte aanwezig om in te spelen op onvoorziene ontwikkelingen of tijdelijke piekbelasting. Hiermee wordt bestuurlijke flexibiliteit geborgd, zonder dat de continuïteit van de uitvoering van wettelijke taken in het geding komt.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>1.4.</nr><titel>Samenwerkingspartners</titel></kop><structuurtekst><al>De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende aanpak van de fysieke leefomgeving. Voor de uitvoering van de gemeentelijke VTH-taken werkt de gemeente Utrechtse Heuvelrug samen met diverse samenwerkingspartners. De intensiteit en mate van structurele samenwerking verschillen per taak. Voor bepaalde taken, zoals milieutaken, is de gemeente bovendien verplicht deze uit te besteden. </al><al /><al>Dit Uitvoeringsprogramma richt zich op de VTH-taken die de gemeente in 2026 zelf uitvoert (lees: niet uitbesteedt). Deze uitvoering vindt echter niet op zichzelf plaats, maar in nauwe samenhang met verschillende partners. </al><al /><al>De recent vastgestelde U&amp;H-strategie (11 november 2025) beschrijft reeds uitgebreid op welke wijze en op welke onderwerpen afstemming plaatsvindt met samenwerkings- en ketenpartners. Om herhaling te voorkomen, en gezien het feit dat deze afstemming recent heeft plaatsgevonden en is uitgewerkt en vastgelegd in de U&amp;H-strategie (hoofdstuk 6), wordt dit in het voorliggende uitvoeringsprogramma niet opnieuw uitvoerig toegelicht.</al><al>In dit hoofdstuk wordt daarom volstaan met een beknopt overzicht van de belangrijkste samenwerkingspartners en de terreinen waarop wordt samengewerkt. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de U&amp;H-strategie. Beide documenten dienen in samenhang te worden gelezen.</al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-2.png" type="foto" breedte="4.5cm" id="i323b84f5-0a9d-4f91-b46e-f450982eb60d" hoogte="1.07cm" /></plaatje></al><al>Een van onze belangrijkste samenwerkingspartners is de <nadruk type="vet">Omgevingsdienst Utrecht (ODU)</nadruk>. De ODU is een fusie van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Deze fusie (per 1 januari 2026) beoogt een robuustere en efficiëntere organisatie op het gebied van milieu-gerelateerde zaken zoals archeologie, ecologie, bodem, geluid en luchtkwaliteit. In samenwerking met de ODU worden de prioriteringen op het gebied van milieu bepaald. Voor meerdere gemeenten blijkt dat het met name gaat om illegale bewoning, kap en sloop. Op basis hiervan wordt een risicogerichte werkwijze gehanteerd, waarbij in 2026 de focus op deze thema’s ligt.</al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-3.png" type="foto" breedte="4.5cm" id="ib83b273b-0c98-4eba-84bf-0fc341250f1b" hoogte="2.17cm" /></plaatje></al><al>Gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt samen met <nadruk type="vet">Stichting MooiSticht</nadruk> op het gebied van integrale benadering van ruimtelijke kwaliteit. Denk hieraan bijvoorbeeld aan advies over nieuwbouwplannen, of monumentenplannen. Deze onafhankelijke commissie speelt een belangrijke rol in ons vergunningverleningproces en de handhaving op overtredingen met betrekking tot panden met monumentale waarden (gemeentelijke monumenten). Voor 2026 zijn afspraken gemaakt om de afstemming verder aan te scherpen en het contact tussen de casemanager en de adviseur van MooiSticht voldoende tijd en ruimte te bieden voor het opstellen van een weloverwogen advies.</al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-4.png" type="foto" breedte="4.5cm" id="ic91c4932-3db8-41dc-8701-2986dc273063" hoogte="1.81cm" /></plaatje></al><al>Met betrekking tot cultureel erfgoed, heeft gemeente Utrechtse Heuvelrug een samenwerkingsovereenkomst getroffen met <nadruk type="vet">de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)</nadruk>. De RCE wordt door de gemeente gevraagd om advies uit te brengen wanneer er sprake is van een rijksmonumentactiviteit en/of ingrijpende ingrepen aan rijksmonumenten. De verantwoordelijkheid en handhaving rijksmonumenten ligt (net als gemeentelijke monumenten) bij de gemeente. De RCE heeft enkel een adviserende rol. Team Omgevingstoezicht van de gemeente is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk handhavend optreden, indien noodzakelijk.</al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-5.png" type="foto" breedte="4.5cm" id="ib3f93d1f-262f-45fb-9d01-b366c0682129" hoogte="1.68cm" /></plaatje></al><al>Op het gebied van (brand)veiligheid werkt de gemeente intensief samen met de <nadruk type="vet">Veiligheidsregio Utrecht (VRU)</nadruk>. De VRU adviseert over brandveiligheid en houdt toezicht op dit gebied. De VRU rapporteert jaarlijks aan de gemeente en aan de hand daarvan stellen wij in samenwerking een jaarplan op. Er zijn concrete verbeterdoelen vastgesteld waaraan in 2026 aan zal worden gewerkt. De verbeterdoelen hebben betrekking op risicogericht werken als uitgangspunt, gebiedsgericht samenwerken via de UVP-cyclus, versterkte samenwerking en communicatie, en digitale ondersteuning. Deze verbeterpunten zullen in 2026 leiden tot een efficiëntere samenwerking en waarborging van hoog geprioriteerde brandveiligheid. Voor nadere inhoudelijke toelichting van deze verbeterpunten verwijzen wij naar hoofdstuk 6 van de U&amp;H-strategie 2025-2028.</al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-6.png" type="foto" breedte="4.5cm" id="i8d68d036-3209-46b9-a687-812a60f47265" hoogte="0.85cm" /></plaatje></al><al>De Provincie Utrecht is tevens een van onze belangrijke samenwerkingspartners. Provincie Utrecht is belast met de wettelijke taak om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van U&amp;H te coördineren. Het Interbestuurlijk toezicht houdt toezicht op onze taken met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving, ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. </al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-7.png" type="foto" breedte="4.5cm" id="i816b6415-176c-444c-be9d-dab21285d80b" hoogte="3.40cm" /></plaatje></al><al><nadruk type="vet">Waterschap Vallei en Veluwe en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijlanden (HDSR)</nadruk> De samenwerking tussen de waterschappen en de gemeente heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en - kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen. </al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-8.png" type="foto" breedte="4.5cm" id="i7dcc18fe-4f23-47c0-9906-cabb7ee5cfee" hoogte="1.90cm" /></plaatje></al><al>Een andere ketenpartner waarmee wij samenwerken is de <nadruk type="vet">GGD Regio Utrecht</nadruk>, de gemeentelijke gezondheidsdienst gericht op preventie en gezondheid. Er is een intentieovereenkomst getekend om te komen tot regionale samenwerkingsafspraken binnen de provincie Utrecht. Waar nodig ondersteunt de GGD Regio Utrecht ons werk in vergunningsverleningstrajecten. GGD Regio Utrecht ziet met name toe op het controleren en voldoen aan de Wet kinderopvang. In 2026 zullen wij, indien noodzakelijk, ook hiervoor de expertise van de GGD Regio Utrecht opvragen.</al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-9.png" type="foto" breedte="5cm" id="i01a3b574-8510-4b39-a4eb-0db08d1a2d15" hoogte="0.46cm" /></plaatje></al><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-10.png" type="foto" breedte="4.5cm" id="ic1533a07-cd64-45c0-bb29-cf36159639c5" hoogte="1.43cm" /></plaatje></al><al>Met name onze teams Omgevingstoezicht en Openbare Orde en Veiligheid werken nauw samen met de <nadruk type="vet">Politie en Openbaar Ministerie</nadruk>. De politie richt zich op de openbare orde en de zwaardere veiligheidsproblemen. De boa’s werken samen met de politie. De focus van de boa is op leefbaarheid en lichte veiligheidsproblematiek. Het Openbaar Ministerie (OM) is belast met de strafrechtelijke handhaving. De gemeente werkt samen met de politie en het Openbaar Ministerie in het kader van het Integraal Veiligheidsplan (IVP) Heuvelrug 2023-2026, samen met de gemeenten Renswoude, Rhenen, Veenendaal en Wijk bij Duurstede. </al><al /><al>De politie werkt onder twee gezagslijnen. De Politiewet 2022 bepaalt dat de politie bij de handhaving van de openbare orde en hulpverlening onder gezag van de burgemeester handelt; en bij de opsporing van strafbare feiten onder gezag van de officier van justitie. De Politie waarborgt daarbij zowel bestuurlijke als strafrechtelijke belangen. De politie richt zich primair op de zwaardere veiligheidsproblematiek en de openbare orde. De boa's van de gemeente vullen dit aan met toezicht op leefbaarheid, naleving van de APV en lichte handhavingstaken. Boa's en politie voeren regelmatig gezamenlijke controles uit, onder meer gericht op horeca, ondermijning, verkeersveiligheid en buitengebiedstoezicht. Het OM is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Omdat overtredingen vaak zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kunnen worden aangepakt, is afstemming tussen gemeente, politie en OM essentieel. Structureel overleg voorkomt doublures en zorgt voor een integrale inzet van bevoegdheden. Waar nodig wordt het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) Midden-Nederland geraadpleegd voor extra expertise en slagkracht. </al><al>Door middel van het tweesporenbeleid werkt de gemeente Utrechtse Heuvelrug ook in 2026 aan een veilige leefomgeving, waarin partners krachten en instrumenten bundelen. Zo nemen zij gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een effectieve en duurzame aanpak van criminaliteit en overlast in de regio.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>2.</nr><titel>Prioriteiten en doelstellingen 2026</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>In dit hoofdstuk werken we de in de U&amp;H-strategie opgenomen hoofd- en subdoelen en prioriteiten verder uit. Daarbij richten we ons nadrukkelijk op de specifieke context, ambities en uitdagingen van de gemeente Utrechtse Heuvelrug in 2026. Door deze strategische elementen te vertalen naar concrete en toepasbare richtlijnen, willen we komen tot een praktisch handelingskader dat houvast biedt voor beleidsontwikkeling én uitvoering. Op deze manier creëren we een duidelijk en samenhangend fundament dat aansluit bij de lokale opgaven en dat voor alle betrokkenen werkbaar en realiseerbaar is in 2026.</al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>2.1.</nr><titel>Missie en visie </titel></kop><structuurtekst><al>Voordat wordt ingegaan op de nadere uitwerking en concretisering van de hoofd- en subdoelen en prioritering, worden eerst de missie en visie van de gemeente Utrechtse Heuvelrug herhaald. Deze zijn reeds opgenomen in de U&amp;H-strategie (hoofdstuk 3.1) en geven richting aan waar de gemeente voor staat en welke koers zij nastreeft. De missie en visie vormen het fundament voor het handelen binnen toezicht en handhaving en zijn gebaseerd op bestaande strategische kaders, waaronder de Toekomstvisie en de Omgevingsvisie. Hiermee wordt de samenhang met het uitvoeringsprogramma verduidelijkt en richting gegeven aan de uitvoering in de praktijk.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Missie</nadruk></nadruk></al><al /><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA" /><tbody><row><entry><al>Wij staan voor een veilige, groene en leefbare gemeente met behoud en het versterken van het unieke karakter van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Door samen te werken met onze partners en inwoners zorgen we voor een toekomstbestendige gemeente waarin wonen, werken en recreëren in balans zijn. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="ondlijn">Visie</nadruk></nadruk></al><al /><table frame="all"><tgroup cols="1"><colspec colname="colA" /><tbody><row><entry><al>De gemeente Utrechtse Heuvelrug streeft ernaar het unieke karakter van de regio te behouden en te versterken, met haar rijke cultuurhistorie en groene, schone en veilige dorpen. Er wordt samengewerkt met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties aan een schone en veilige woon-, werk- en leefomgeving. </al><al /><al>Preventie is een belangrijke pijler binnen de VTH-aanpak van de Utrechtse Heuvelrug. Door tijdig in te grijpen en effectief toezicht te houden, worden grotere problemen in de toekomst voorkomen.</al><al /><al>Er wordt op een klantvriendelijke en rechtvaardige wijze gewerkt. Of het nu gaat om vergunningaanvragen, toezicht door boa’s tijdens evenementen of inspecties bij bouwprojecten door gemeentelijke toezichthouder, wij streven naar transparantie, toegankelijkheid en eerlijke behandeling van alle betrokkenen. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>2.2.</nr><titel>Hoofddoelen</titel></kop><structuurtekst><al>Dit hoofdstuk beschrijft de hoofddoelen van de gemeente Utrechtse Heuvelrug voor de huidige beleidscyclus. Deze doelen zijn ontleend aan de U&amp;H strategie (zie hoofdstuk 3.4), waar zij per strategie worden toegelicht en in de bijlagen verder zijn uitgewerkt. In dit hoofdstuk worden de hoofddoelen nader geduid en wordt beschreven hoe zij in 2026 concreet vorm zullen krijgen.</al><al /><al><nadruk type="ondlijn">Dienstverlening: </nadruk></al><al>Aan het einde van de beleidsperiode (2025-2028):</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="vet">werkt de gemeente Utrechtse Heuvelrug volledig op basis van haar dienstverleningsprincipes samen met inwoners, ondernemers en ketenpartners aan de uitvoering en handhaving. Daarbij horen ook tijdigheid (het binnen een redelijke termijn in behandeling nemen en afhandelen van zaken) en het hanteren van de menselijke maat. </nadruk></al><al>De gemeente ziet in 2026 scherp toe op de naleving van de dienstverleningsprincipes en evalueert deze intern. In de subdoelen wordt dit nader toegelicht. Met enkele ketenpartners (waaronder de VRU en ODU) zijn dienstverleningsovereenkomsten (dvo’s) vastgesteld ter ondersteuning van de samenwerking. In 2026 wordt gewerkt conform deze dvo’s en worden de ervaringen hiermee gemonitord en geëvalueerd. Net als in voorgaande jaren wordt het verloop van termijnen nauwlettend gevolgd, waarbij waar mogelijk de menselijke maat wordt toegepast.</al><al /></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="vet">levert de uitvoering van U&amp;H-taken een bijdrage aan het tegengaan van onrechtmatige bewoning in recreatieparken. </nadruk></al><al>In 2026 zullen wij, voor zover de capaciteit het toelaat, voldoende inzetten op toezicht op recreatieparken in onze gemeente.</al><al /></li><li><li.nr>3.</li.nr><al><nadruk type="vet">streeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug duurzaamheid na in al onze U&amp;H-taken. </nadruk></al><al>Ook in 2026 richt de gemeente zich op duurzaam contact door een meer preventieve en samenwerkende aanpak. Ondernemers en inwoners worden vroegtijdig betrokken bij initiatieven en ontwikkelingen, met duidelijke uitleg over duurzame eisen en mogelijkheden, zodat naleving vanaf de start wordt gestimuleerd. Toezicht verschuift deels van controlerend naar coachend. Daarnaast wordt communicatie vereenvoudigd via digitale loketten en vaste contactpersonen, zodat vragen snel worden beantwoord en vertrouwen tussen gemeente, ondernemers en burgers wordt versterkt.</al></li></lijst><al><nadruk type="ondlijn">Uitvoeringskwaliteit: </nadruk></al><al>Aan het einde van de beleidsperiode (2025-2028):</al><lijst><li><li.nr>4.</li.nr><al><nadruk type="vet">heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug de uitvoeringsorganisatie dusdanig verder geprofessionaliseerd dat voldaan wordt aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de U&amp;H-taken. </nadruk></al><al>De gemeente ondersteunt dit onder meer door het aanbieden van trainingen en cursussen, zodat medewerkers beschikken over de juiste expertise om te voldoen aan de wettelijk gestelde kwaliteitseisen (zie hoofdstuk 1.2 Uitvoeringsprogramma). Nieuwe collega’s worden zorgvuldig ingewerkt, volgen de benodigde opleidingen/cursussen en (interne) werkafspraken worden helder vastgelegd. Daarnaast worden besluiten die zijn opgesteld door ingehuurde of minder ervaren collega’s standaard gecontroleerd volgens het vier ogenprincipe. Ook in 2026 blijft de gemeente deze werkwijze hanteren en waar nodig verder professionaliseren.</al><al /></li><li><li.nr>5.</li.nr><al><nadruk type="vet">is ruime ervaring opgedaan met de Omgevingswet en de Wkb en zijn processen, werkinstructies e.d. aangepast naar aanleiding van de opgedane ervaringen. </nadruk></al><al>Inmiddels hebben onze toezichthouders en vergunningverleners de nieuwe wetgeving en werkwijzen goed onder de knie, al blijven er in de praktijk altijd situaties die om nadere duiding vragen. In 2026 zal deze expertise structureel worden toegepast, verder worden verdiept en waar nodig worden bijgestuurd op basis van nieuwe inzichten, ontwikkelingen en ervaringen.</al><al /></li><li><li.nr>6.</li.nr><al><nadruk type="vet">heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug haar processen en kwaliteit van de uitvoering van de U&amp;H-taken nog beter op elkaar afgestemd. </nadruk></al><al>Om te voldoen aan dit doel zal er in 2026 verdere afstemming nodig zijn tussen de VTH-teams om te zien waar verbetering nodig is. Waar nodig kunnen processen/werkafspraken verder worden vastgelegd, bijvoorbeeld door de ervaringen met de Wkb. Een actiepunt is bijvoorbeeld het overleg tussen het team Omgevingsverzoeken en team Omgevingstoezicht over de Omgevingswet/Wkb meer structureel te laten plaatsvinden. </al><al /></li><li><li.nr>7.</li.nr><al><nadruk type="vet">heeft team Omgevingsverzoeken en team Omgevingstoezicht de aansluiting met de beleidsteams verbeterd, zodat de gevolgen voor de uitvoeringsorganisatie beter in kaart wordt gebracht. </nadruk></al><al>Per 1 januari 2026 is de Bomenverordening opnieuw vastgesteld, waarbij een aantal medewerkers van de teams van Omgevingsverzoeken, Omgevingstoezicht en de beleidsteams nauw met elkaar moesten samenwerken in een projectgroep om vaststelling van de VTH beleidsstukken mogelijk te maken. </al><al>De teams Omgevingsontwikkeling en Omgevingsverzoeken werken samen bij de ontwikkeling van het nieuwe Omgevingsplan voor Amerongen. Ook is er een samenwerking met team Wonen. De samenwerking met andere teams is waardevol, gelet op de uit te voeren VTH-taken, maar kan op punten aangescherpt worden. In 2026 is de gemeente voornemens de werkvoorraad die voortvloeit uit de beleidsteams te evalueren en te beoordelen welke taken daadwerkelijk VTH-taken zijn, welke bij andere afdelingen ondergebracht kunnen worden, of waar er extra capaciteit nodig is. </al></li></lijst><al><nadruk type="ondlijn">Financiën: </nadruk></al><al>Aan het einde van de beleidsperiode (2025-2028):</al><lijst><li><li.nr>8.</li.nr><al><nadruk type="vet">verloopt het proces m.b.t. de VTH-kwaliteitscriteria in lijn met het begrotingsproces van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. </nadruk></al><al>In hoofdstuk 1.3 van dit Uitvoeringsprogramma en hoofdstuk 5 van de U&amp;H-strategie wordt de begroting voor VTH-taken voor 2026 verder toegelicht.</al><al /></li><li><li.nr>9.</li.nr><al><nadruk type="vet">werkt de gemeente Utrechtse Heuvelrug met efficiënte inzet van personele en financiële middelen aan de uitvoering van de U&amp;H-taken. </nadruk></al><al>Dit doel vraagt om een systematische evaluatie van de toegewezen taken en de huidige verdeling onder medewerkers. Waar nodig en binnen de beschikbare budgettaire kaders, kan ook in 2026 extra personeel worden ingezet of ingehuurd om te waarborgen dat alle taken en gestelde eisen tijdig en kwalitatief goed worden uitgevoerd.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>2.3.</nr><titel>Subdoelen</titel></kop><structuurtekst><al>In het vorige hoofdstuk zijn de hoofddoelen van de gemeente voor 2026 uiteengezet. Voor een effectieve uitvoering is het echter noodzakelijk deze strategische doelen verder te vertalen naar concrete, uitvoerbare onderdelen: de subdoelen. Deze subdoelen, opgenomen in hoofdstuk 3.4 van de U&amp;H‑strategie, vormen een praktische uitwerking van de eerder geformuleerde hoofddoelen.</al><al /><al>In dit hoofdstuk worden de subdoelen toegelicht en geconcretiseerd voor het jaar 2026. Hiermee wordt inzichtelijk welke VTH‑taken dit jaar prioriteit krijgen en op welke wijze de voortgang en resultaten worden gevolgd en beoordeeld. Zo bieden de subdoelen een helder en toetsbaar kader voor uitvoering, monitoring en sturing gedurende 2026.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoelen Vergunningen</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 1: In 80-100% van de gevallen leidt de Omgevingstafel tot een volledige en juiste aanvraag.</nadruk></al><al>Het huidige initiatievenproces, waar de Omgevingstafel en referentievergunning onderdeel van zijn, is in het kader van de Omgevingswet in 2024 ingevoerd. Daarvoor werd er al wel met een Intaketafel gewerkt in het kader van integraal onderzoeken of een initiatief haalbaar is. Het idee achter de referentievergunning is dat het formele vergunningenproces sneller doorlopen kan worden omdat alle stukken al eerder getoetst zijn. </al><al>In 2025 is er tussen de 5 en 10 keer met een referentievergunning gewerkt. Dit is nog niet zo veel omdat veel initiatieven al langere tijd lopen. Wat ook vaak gebeurt is dat initiatiefnemers het initiatievenproces eerder afbreken om de formele vergunningaanvraag al in te dienen zodra zij een positieve reactie op de ruimtelijke haalbaarheid hebben. Hier wordt door de projectleiders geprobeerd om beter op te sturen in de communicatie/brieven, en in de Legesverordening is het initiatievenproces interessanter gemaakt dan het direct indienen van een vergunningaanvraag.</al><al>Het subdoel (80-100% een volledige en juiste aanvraag) wordt nog niet niet gehaald. In de praktijk blijkt dat initiatiefnemers vaak de technische stukken nog niet gereed hebben of willen uitwerken en dat de referentievergunning dus alleen het ruimtelijk deel betreft. De behandeling van het ruimtelijk deel van de aanvraag kan dan wel binnen de wettelijke 8 weken, ook een doel van de Omgevingstafel en referentievergunning. De projectleiders en casemanagers zijn vooralsnog positief over het proces, hoewel inwoners/ondernemers er minder gebruik van maken dan gedacht. In 2026 zullen we opnieuw met de Omgevingstafel werken en zullen we dit doel opnieuw evalueren. </al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-349704-11.png" type="foto" breedte="15.99cm" id="i638f73c1-c5ed-4a54-ab17-d3e0e70f4501" hoogte="11.52cm" /></plaatje></al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 2: 100% van de vergunningen van nieuwe casemanagers en inhuur collega’s worden middels het 4-ogen principe gecontroleerd op inhoudelijke en juridische kwaliteit. </nadruk></al><al>Dit subdoel is gesteld in het kader van het hoofddoel Uitvoeringskwaliteit. Door personeelswisselingen binnen het team Omgevingsverzoeken en de komst van meerdere nieuwe collega’s waarbij de relevante werkervaring nog niet op het gewenste niveau is, is het belangrijk om de kwaliteit van de besluiten te waarborgen. De werkafspraak is dat nieuwe casemanagers en inhuurcollega's al hun besluiten laten controleren door een senior casemanager. Het 4-ogen principe is een verplichte taak in het proces van behandelen van een vergunningaanvraag in het zaaksysteem RX Mission. De behandelaar van de aanvraag moet deze taak actief afvinken om verder te gaan in het proces van vergunningverlening. Deze afspraak wordt goed nageleefd, in 2026 gaan we op dezelfde wijze door met dit principe. </al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 3: 80%-100% van alle omgevingsvergunningaanvragen heeft de Utrechtse Heuvelrug getoetst aan de juiste toetsingskaders.</nadruk></al><al>Om dit subdoel te analyseren, hebben we gekeken naar de uitkomst van bezwaarzaken. Wanneer er een bezwaar tegen een besluit op een vergunningaanvraag wordt ingediend, en dit tot een hoorzitting leidt, zal de Commissie bezwaarschriften beoordelen of het proces op de juiste manier is doorlopen, o.a. wat betreft het proces en de toetsingskaders. Het advies van de commissie kan zijn: besluit in stand laten (met aanvullende motivering), besluit niet in stand laten of bezwaar (kennelijk) niet ontvankelijk verklaren. </al><al>In 2025 zijn er 71 bezwaren tegen besluiten op omgevingsvergunningaanvragen ingediend. Het aantal bezwaarschriften staat niet gelijk aan het aantal bestreden besluiten, tegen sommige besluiten worden meerdere bezwaren ontvangen. We kunnen wel concluderen dat tegen minder dan 20% van de besluiten bezwaar wordt gemaakt, op grond van het aantal genomen besluiten in 2025 (totaal 359). Van de 71 bezwaren is in 2 gevallen door de commissie geadviseerd om het besluit niet in stand te laten. In 18 gevallen is geadviseerd om het besluit in stand te laten met een aanvullende motivatie. Verder zijn 23 bezwaarschriften ingetrokken, en 9 zijn er nog in behandeling. </al><al>Conclusie: in 2025 is voor 625 activiteiten een omgevingsvergunning aangevraagd. In 2025 heeft de commissie van 2 besluiten (0,6%) aangegeven dat deze onjuist waren/op onjuiste grond genomen zijn, en van 18 besluiten (5%) aangegeven dat deze beter gemotiveerd moeten worden. Dit subdoel wordt gehaald, voor 2026 zijn er geen specifieke acties nodig. Er kan dus op dezelfde voet doorgegaan worden.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 4: In 100% van alle aanvragen beoordelen wij de minimale duurzaamheidseisen uit het Bbl en geven wij suggesties hoe het plan nog duurzamer te maken (uitzonderingen zijn bijvoorbeeld: verbouw waarbij geen wijzingen aan de schil plaatsvinden of bouwwerken waarvoor geen duurzaamheidseisen gelden).</nadruk></al><al>Dit subdoel is gesteld in het kader van de duurzaamheidsambities van de gemeente. Vergunningaanvragen moeten voldoen aan de minimale wettelijke duurzaamheidseisen, en daarnaast geven we suggesties aan aanvragers hoe zij het plan nog duurzamer kunnen uitvoeren. </al><al>De aanvragen waarbij wettelijk is vastgesteld dat wij deze moeten toetsen aan het Bbl zijn aanvragen voor de Technische bouwactiviteit. In het Bbl zijn de duurzaamheidseisen te vinden in afdeling 4.4 (nieuwbouw) en afdeling 5.3 (verbouw). Voor sommige bouwwerken of werkzaamheden gelden geen eisen of is het van rechtens verkregen niveau voldoende. </al><al>In 2025 zijn 172 vergunningaanvragen voor de technische bouwactiviteit ingediend. Er is 125 keer advies Duurzaamheid opgevraagd via het zaaksysteem. We kunnen niet exact vaststellen of in alle verplichte gevallen advies Duurzaamheid is aangevraagd (vanwege de uitzonderingen), maar de gemeente zal in 2026 waar mogelijk nauwlettend blijven monitoren en beoordelen of wordt voldaan aan de minimale duurzaamheidseisen uit het Bbl.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 5: 90-100% van alle aanvragen is binnen de wettelijke beslistermijn verleend.</nadruk></al><al>Dit subdoel is in het kader van de dienstverlening gesteld. Sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt er in geval van te laat beslissen geen vergunning van rechtswege meer. </al><al>In 2025 zijn er 359 besluiten genomen op aangevraagde omgevingsvergunningen (11 aanvragen zijn geweigerd, 348 aanvragen zijn verleend). Van deze besluiten zijn er 41 te laat genomen, dat is 11,4%. Dit subdoel hebben we in 2025 dus niet kunnen waarmaken. In de meeste gevallen is er binnen 1 tot 3 weken na de wettelijke beslistermijn alsnog een besluit verzonden. De oorzaak van het te laat beslissen is in de meeste gevallen dat het plan na de eerste advisering is aangepast en nieuwe adviezen niet binnen de wettelijke beslistermijn zijn ontvangen. Vaak wordt dit wel telefonisch of per e-mail met de aanvrager afgestemd, maar in het kader van goede dienstverlening en uitvoeringskwaliteit moeten we de beslistermijn in dergelijke gevallen formeel verlengen of — in overleg en na goedkeuring van de aanvrager — opschorten, en registreren in het zaaksysteem. Dit blijft een aandachtspunt voor 2026. Het subdoel wordt in dat jaar actief opgepakt en besproken met de casemanagers.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoelen Toezicht</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 1: In 90%-100% van alle vergunningen/meldingen heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug hierop aan de hand van de prioritering met de juiste diepgang toezicht gehouden.</nadruk></al><al>Dit houdt in dat toezicht op vergunningen plaatsvindt in nauwe samenwerking met de behandelend vergunningverlener of projectleider van het team Omgevingsverzoeken. Door middel van intern overleg worden verleende vergunningen en zaakgerelateerde relevante feiten uitgewisseld tussen het team Omgevingsverzoeken en het team Omgevingstoezicht. Op basis hiervan wordt een weloverwogen prioritering aangebracht in het toezicht. Dit stelt de organisatie in staat om toezicht doelgericht en met passende diepgang uit te voeren en waar nodig bij te sturen. Deze aanpak wordt voortgezet in 2026.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 2: In 90%-100% van de gevallen heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug toezicht uitgevoerd op de gemelde/bekende situaties van illegale bewoning- en/of huisvesting van arbeidsmigranten, kwetsbare groepen en recreatiewoningen.</nadruk></al><al>In 2026 blijven wij toezicht houden op de recreatieparken om te controleren op illegale bewoning van recreatieverblijven. De daarvoor aangewezen toezichthouder maakt regelmatig ronden op recreatieparken waarvan bekend is dat er sprake is van veel illegale bewoning. Deze ronden over de parken straalt toezicht vanuit de gemeente uit. Het beoogde doel van zichtbaar toezicht is (meer) normconform gedrag (in de zin van het beëindigen van illegale bewoning). Deze toezicht-ronden staan los van periodiek integrale controle met ketenpartners. In 2025 heeft onze toezichthouder 25 toezichtrondes op recreatieparken gedaan, naast de 215 uitgevoerde controles. De capaciteit voor dit project blijft in 2026 gelijk aan 2025. Naar verwachting zal er dus om en nabij hetzelfde aantal controles en toezichtrondes uitgevoerd worden in 2026.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 3: In 90%-100% van de gevallen heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug toezicht uitgevoerd op de herplantplicht en duurzaamheidsmaatregelen. </nadruk></al><al>Het toezicht op de herplantplicht en duurzaamheidmaatregelen voor het behoud van het groene karakter van de gemeente heeft hoge prioriteit. Er wordt ook in 2026 hierin nauw samengewerkt tussen de verschillende clusters van VTH, zodat er adequaat toezicht kan worden gehouden op herplantplichten opgenomen in (bijvoorbeeld) verleende kapvergunningen. Er wordt voor een periode van vijf jaar toezicht gehouden op herplant door onze daarvoor aangewezen toezichthouder.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 4: In 90% tot 100% van de gevallen heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug toezicht gehouden op gemelde of bekende ondermijnende activiteiten en woonoverlast (bv. geluidsoverlast en vervuiling/verloedering) al dan niet samen met onze partners. </nadruk></al><al>Dit gebeurt vaak in de vorm van grootschalige of integrale controles, waarbij ook andere ketenpartners (VRU, ODU en Belastingdienst) aanwezig zijn. In 2026 is de verwachting weer controles uit te voeren op recreatieparken, in samenwerking met onze afdeling Openbare Orde en Veiligheid, onze toezichthouders van Toezicht &amp; Handhaving, en mogelijk de lokale politie.</al><al>In 80-100% van B (500+ bezoekers) en C (1000+ bezoekers) categorie evenementen hebben wij toezicht uitgevoerd voor een veilig verloop van het evenement. Op categorie B en C wordt de aanwezigheid van boa's voor een veilig evenement en ordelijk verloop gewaarborgd. De aanwezigheid van onze handhavers bevordert normconform gedrag, en maakt dat bezoekers een herkenbaar aanspreekpunt hebben. </al><al>In 2025 hebben er 165 (grote) evenementen plaatsgevonden, en 73 kleine evenementen. Het ging om 118 verleende vergunningen voor A-evenementen, 37 verleende vergunningen voor B-evenementen en 10 verleende C-evenementen. Ook voor 2026 is een evenementenkalender opgesteld. Het aantal evenementen zal naar verwachting vergelijkbaar zijn met dat van 2025, waarbij in 2026 wederom actief toezicht wordt gehouden door de boa’s. De evenementenkalender wordt gedurende het jaar aangepast en bijgewerkt op basis van nieuwe aanvragen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoelen Handhaving</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 1: 80%-100% van de klachten handelt de Utrechtse Heuvelrug af op basis van de bestuurlijk vastgestelde prioriteiten.</nadruk></al><al>Dit subdoel is gesteld in het kader van het werken volgens bestuurlijk vastgestelde prioriteiten. Omdat de beschikbare handhavingscapaciteit beperkt is, is het noodzakelijk om keuzes te maken in welke klachten nu worden opgepakt. Handhavingsverzoeken hebben altijd prioriteit omdat het hierbij gaat om formele verzoeken waarop de gemeente binnen een bepaalde termijn een besluit moet nemen<noot><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Artikel 4:13 Algemene wet bestuursrecht</noot.al></noot>. De prioritering zorgt ervoor dat de beschikbare capaciteit wordt ingezet op de onderwerpen die bestuurlijk en maatschappelijk het meest urgent worden geacht. In 2025 hebben we 62 handhavingsverzoeken opgepakt en 102 klachten/meldingen. Dat maakt een totaal van 164. Voorbeelden van klachten/meldingen gingen bijvoorbeeld over strijdig gebruik met het Omgevingsplan of kwesties rondom constructieve veiligheid. Handhavingsverzoeken hebben altijd prioriteit en worden daarom altijd opgepakt, mits de verzoeker als belanghebbende wordt aangemerkt en het handhavingsverzoek volledig is ingediend.</al><al>In 2026 blijven wij inzetten op het tijdig en zorgvuldig oppakken van handhavingsverzoeken en klachten, met prioriteit voor de meest urgente en bestuurlijk relevante onderwerpen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 2: 80%-100% van de handhavingsbeschikkingen leidt tot beëindiging van de overtreding.</nadruk></al><al>Dit subdoel is gesteld in het kader van effectief handhaven en naleving van wet- en regelgeving. Wanneer een handhavingsbeschikking wordt opgesteld (een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang), wordt daarin een termijn gesteld waarbinnen de overtreding moet worden beëindigd. In nagenoeg alle gevallen leidt dit tot beëindiging van de overtreding, hetzij door het staken van de overtreding, hetzij door het legaliseren daarvan. In uitzonderlijke gevallen wordt afgezien van handhavend optreden vanwege bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer handhavend optreden onevenredig zou zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Wanneer een last onder dwangsom niet leidt tot beëindiging van de overtreding, wordt een tweede last onder dwangsom opgelegd, waarbij de dwangsom wordt verdubbeld om de prikkel, die kennelijk onvoldoende was, te vergroten. Indien ook dit niet het gewenste resultaat oplevert, zullen wij in de regel overgaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang.</al><al>In 2026 blijven wij inzetten op het tijdig en effectief beëindigen van overtredingen. Dit doen wij door handhavingsbeschikkingen consequent toe te passen en zorgvuldig te toetsen of de opgelegde last voldoende duidelijk is en of de begunstigingstermijn passend is, zodat de overtreder de overtreding op een juiste en zorgvuldige manier kan beëindigen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 3: als Toezicht overtredingen m.b.t. illegale bewoning van recreatieverblijven, herplantplicht en/of ondermijning constateert, wordt tegen deze overtredingen in 100% van de gevallen handhavend opgetreden, behoudens gedoogbeschikkingen en/of bijzondere omstandigheden.</nadruk></al><al>Dit subdoel is gesteld in het kader van het waarborgen van de veiligheid, leefbaarheid en integriteit van de omgeving. Illegale bewoning op recreatieparken, het niet naleven van herplantplichten of illegale kap, en ondermijnende activiteiten worden als zeer ongewenst beschouwd en hebben daarom een hoge prioriteit binnen onze U&amp;H-strategie.</al><al>In het kader van illegale bewoning van recreatieverblijven hebben wij, rekening houdend met de concept-instructieregel van voormalig minister Keijzer, tijdelijk afgezien van handhavend optreden tegen personen die vóór 16 mei 2024 in hun recreatieverblijf verbleven. Wel wordt, conform onze gebruikelijke werkwijze, handhavend opgetreden tegen personen die ná 16 mei 2024 in hun recreatieverblijf zijn gaan wonen. Omdat nog niet duidelijk is of de instructieregel definitief wordt vastgesteld, kunnen wij momenteel niet met zekerheid zeggen of wij handhavend zullen optreden tegen permanente bewoning op recreatieparken door personen die vóór 16 mei 2024 zijn gaan wonen. De uitvoering hiervan is tijdelijk gepauzeerd. </al><al /><al>Wat betreft herplantplichten treden wij handhavend op wanneer niet wordt voldaan aan een herplantplicht uit een verleende kapvergunning. Ook wordt gehandhaafd bij het kappen van een vergunningsplichtige boom zonder kapvergunning. Bij illegale kap zijn wij minder flexibel ten aanzien van een andere herplantlocatie: bij het niet naleven van de herplantplicht kan worden afgeweken van de oorspronkelijk aangewezen locatie. Gezien onze positie als groene gemeente vinden wij het van groot belang dat deze bomen daadwerkelijk worden herplant.</al><al /><al>Wat betreft ondermijnende activiteiten zijn er afgelopen jaar weinig gevallen geconstateerd. Wanneer een ondermijnende activiteit wordt vastgesteld, handelen wij direct, bijvoorbeeld door het uitvoeren van zeer spoedeisende bestuursdwang. Dit gebeurt altijd in afweging van alle betrokken belangen en in overleg met andere partijen, zoals de Politie en de VRU.</al><al /><al>In 2026 blijven wij actief inzetten op het handhavend optreden tegen illegale bewoning van recreatieverblijven, het niet naleven van herplantplichten en ondermijnende activiteiten, met als doel de veiligheid, leefbaarheid en integriteit van de omgeving te waarborgen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 4: In 80%-100% van de gevallen voldoet de handhavingsbeschikking aan de inhoudelijke en juridische kwaliteit en blijft deze in stand na bezwaar en/of (hoger) beroep.</nadruk></al><al>Dit subdoel is gesteld in het kader van het waarborgen van de kwaliteit en rechtszekerheid van onze handhavingsbesluiten. Hiermee wordt geborgd dat onze besluiten zorgvuldig, consistent en toetsbaar zijn, en dat burgers en bedrijven duidelijkheid krijgen over de toepassing van de wet- en regelgeving.</al><al>In 2025 zijn er 35 bezwaren ingediend tegen een genomen handhavingsbeschikking. Dit aantal is exclusief afwijzingen van een handhavingsverzoek. Van deze 35 bezwaren zijn er:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>16 volledig in stand gebleven (=46%),</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>14 in stand gebleven na aanvulling van de motivering (=40%),</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>5 besluiten zijn niet in stand gebleven (=14%).</al></li></lijst><al>Daarnaast zijn er nog 2 besluiten kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.</al><al /><al>Tot slot zijn er 6 bezwaren ingediend naar aanleiding van de afwijzing van een handhavingsverzoek. Hiervan is het besluit in 4 gevallen niet in stand gebleven.</al><al /><al>Wat betreft beroep en hoger beroep zijn de cijfers niet volledig inzichtelijk, maar in de praktijk worden onze besluiten zelden door de rechter als onjuist beoordeeld.</al><al /><al>In 2026 blijven wij ons inzetten op het waarborgen van de kwaliteit en rechtszekerheid van handhavingsbesluiten, zodat deze zorgvuldig, consistent en toetsbaar zijn en standhouden na bezwaar of (hoger) beroep. Dit doen wij onder andere door ons personeel regelmatig te trainen en te voorzien van cursussen, zodat zij up-to-date blijven inzake de relevante wet- en regelgeving en bijbehorende jurisprudentie.</al><al /><al><nadruk type="vet">Subdoel 5: 90%-100% van de verzoeken om handhaving worden binnen de gestelde beslistermijn afgehandeld</nadruk></al><al>Dit subdoel is gesteld in het kader van het waarborgen van tijdige en efficiënte dienstverlening, het voldoen aan wettelijke termijnen en het versterken van het vertrouwen van burgers en andere belanghebbenden in onze handhaving. Alle handhavingsverzoeken zijn binnen de geldende termijn opgepakt. In sommige gevallen was het niet mogelijk om binnen de standaardtermijn van acht weken een besluit te nemen, bijvoorbeeld omdat het handhavingsverzoek zeer uitgebreid of complex was, of omdat op een specifiek moment een meting of controle moest plaatsvinden. In dergelijke gevallen hebben wij de beslistermijn formeel verdaagd en in een brief toegelicht waarom het niet mogelijk was om binnen de oorspronkelijke termijn een besluit te nemen, inclusief de nieuwe beslistermijn. Indien nodig is deze termijn nogmaals verlengd. Conform deze werkwijze zijn alle handhavingsverzoeken uiteindelijk binnen de geldende termijnen afgehandeld. </al><al /><al>In 2026 blijven wij ons inzetten op het tijdig en zorgvuldig afhandelen van alle handhavingsverzoeken, het naleven van wettelijke termijnen en het versterken van het vertrouwen van burgers en andere belanghebbenden.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>2.4.</nr><titel>Prioriteiten</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk werkt de gemeente de prioriteiten voor 2026 uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Zoals beschreven in de U&amp;H strategie (hoofdstuk 3.3.3 en 3.3.4) richten wij ons daarbij op activiteiten met een groot maatschappelijk belang en een verhoogd risicoprofiel, zoals gezondheidszorgfuncties, bouwwerken in de hogere publieke gevolgklassen, ondermijning en vuurwerk</al><al>De onderwerpen die in dit hoofdstuk worden behandeld vormen een selectie van de hoogst geprioriteerde thema’s binnen het brede VTH takenpakket. Het volledige overzicht is te vinden in bijlagen 1 en 2 van de U&amp;H-strategie. Het betreft dus niet een volledige opsomming van alle werkzaamheden, maar een gerichte uitdieping van de thema’s die in 2026 extra aandacht en inzet vragen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label /><nr>2.4.1.</nr><titel>Prioriteiten Omgevingsrecht</titel></kop><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Top 5 prioriteiten Omgevingsvergunningen Bouwen Omgevingsrecht</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Prioriteit</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Gezondheidszorgfunctie met bedgebied</nadruk></al><al>De gebruiksfunctie ‘gezondheidszorgfunctie met bedgebied’ zijn bedoeld voor het verlenen van zorg aan mensen, met ruimten die zijn bestemd voor het slapen of het verblijven van aan bed gebonden patiënten, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen en psychiatrische inrichtingen. Aanleunwoningen of zelfstandige woningen waar zorg wordt verleend, zijn in de eerste plaats bedoeld voor wonen en vallen niet in deze categorie. In onze gemeente zijn in 2025 twee omgevingsvergunningen in de categorie ‘Gezondheidszorg met bedgebied’ aangevraagd. Deze aanvragen zijn volledig getoetst en er is advies gegeven door o.a. de VRU, ODU en Boorsma. Deze aanpak vraagt geen aanpassingen in 2026.</al></entry><entry><al>Zeer hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">GEVOLGKLASSE 2-3 Publiek &gt; 1.000.000</nadruk></al><al>Binnen deze gevolgklasse vallen gebouwen waar mensen samenkomen voor bijvoorbeeld onderwijs, sport en horeca, met een bouwsom hoger dan €1.000.000 (vaak nieuwbouw). Voor dergelijke bouwprojecten is zowel een Omgevingsplanactiviteit als een Technische Bouwactiviteit benodigd. Deze aanvragen worden daardoor naast het ruimtelijke deel volledig getoetst aan onder andere milieuregels (geluid, lucht, bodem), constructieve- en brandveiligheid (toets Bbl). Daarbij wordt advies van externe partijen zoals de ODU, Boorsma en de VRU gevraagd. In sommige gevallen (bijvoorbeeld als er meer dan 50 personen in het gebouw aanwezig kunnen zijn) is ook een melding brandveilig gebruik verplicht. Deze aanpak vraagt geen aanpassingen in 2026.</al></entry><entry><al>Zeer hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Kinderdagverblijf</nadruk></al><al>In 2025 zijn er geen aanvragen voor omgevingsvergunningen in deze categorie gedaan. </al></entry><entry><al>Zeer hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">GEVOLGKLASSE 2-3 Wonen &gt; 1.000.000</nadruk></al><al>In deze categorie valt verbouw/nieuwbouw van woningen, uitgezonderd nieuwbouw van grondgebonden woningen (deze vallen in gevolgklasse 1). Deze aanvragen worden volledig getoetst, dus ruimtelijk (omgevingsplan en welstand), maar ook aan de technische eisen uit het Bbl (ventilatie, duurzaamheid, constructieve- en brandveiligheid). Hierbij worden ook externe adviezen opgevraagd. Deze werkwijze blijven we in 2026 volgen. We hebben in 2025 ongeveer 10 vergunningaanvragen in deze categorie met bouwsom &gt; 1.000.000 behandeld.</al></entry><entry><al>Zeer hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">GEVOLGKLASSE 2-3 Publiek 100.000 - 1.000.000</nadruk></al><al>Binnen deze gevolgklasse vallen gebouwen waar mensen samenkomen voor bijvoorbeeld onderwijs, sport en horeca, met een bouwsom van €100.000 tot €1.000.000 (meestal verbouw). Wanneer deze bouwwerken hoger zijn dan 5m en/of er wijzigingen in de draagconstructie of brandcompartimentering plaatsvinden, zijn deze ook vergunningplichting voor de Technische bouwactiviteit en wordt de aanvraag ook getoetst aan het Bbl. Hierbij worden ook externe adviezen opgevraagd. Deze werkwijze blijven we in 2026 volgen.</al></entry><entry><al>Zeer hoog</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Top 5 prioriteiten handhaving RO Omgevingsrecht</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Prioriteit</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">(Illegale) gebruik wonen </nadruk></al><al>In 2026 blijven wij controleren of panden worden gebruikt volgens de geldende bestemming. Hierbij wordt gekeken naar illegale onderverhuur, kamerverhuur, of andere activiteiten die niet zijn toegestaan op grond van bijvoorbeeld de Huisvestingsverordening. Eventuele overtredingen kunnen worden geregistreerd en opgevolgd.</al></entry><entry><al>Zeer hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">(Illegale) kap [bebouwde kom]</nadruk></al><al>In 2026 blijven wij handhaven op regels rondom bomen (binnen de bebouwde kom). Dit omvat o.a. het opsporen van illegale kap en het controleren of kapvergunningen correct zijn uitgevoerd.</al></entry><entry><al>Zeer hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">(Illegale) bewoning; permanente bewoning recreatieverblijven </nadruk></al><al>In 2026 blijven wij controleren of recreatiewoningen daadwerkelijk recreatief gebruikt worden en niet permanent worden bewoond, in overeenstemming met de regelgeving en bestemming. Gelet op de onzekerheid rondom de concept-instructieregel treden wij mogelijk niet direct handhavend op, maar houden wij uiteraard wel toezicht op het park om te monitoren wat er speelt.</al></entry><entry><al>Zeer hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">(Illegale) bouw; monumenten </nadruk></al><al>In 2026 blijven wij handhaven op bouwregels voor monumenten en beschermde panden. Dit omvat toezicht op illegale aanbouwen, wijzigingen of sloop zonder vergunning en het signaleren van mogelijke schade aan beschermde erfgoedobjecten. Overtredingen worden gedocumenteerd en mogelijk opgevolgd.</al></entry><entry><al>Zeer hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">(Illegale) bouw; grote bouwwerken [buitengebied]</nadruk></al><al>In 2026 blijven wij ook grote bouwwerken in het buitengebied controleren op naleving van vergunningen en bestemmingsplannen. Hierbij gaat het om grote bouwwerken zoals bedrijfsgebouwen, schuren of stallen die zonder toestemming zijn neergezet of gewijzigd.</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.4.2.</nr><titel>Prioriteiten APV/BW</titel></kop><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Top 5 hoogste prioriteiten handhaving APV/BW</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Score</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Adresonderzoek</nadruk></al><al>In 2026 zullen de boa's controleren op verblijfsadressen en locaties in verband met meldingen, overlast of naleving van wet- en regelgeving. Ook voeren zij BRP-onderzoek uit door te verifiëren wie er daadwerkelijk op een bepaalde locatie woont.</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Alcoholwet (horeca)</nadruk></al><al>In 2026 zullen we controleren op naleving van de Alcoholwet, zoals leeftijdsgrenzen, verkoopbeperkingen en vergunningvoorwaarden in horecagelegenheden.</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">APV - Jeugd - Alcohol – Drugs</nadruk></al><al>In 2026 zullen we handhaving richten op jongeren, bijvoorbeeld door het tegengaan van alcohol- en drugsgebruik op straat en op jeugdlocaties.</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Ondermijning</nadruk></al><al>In 2026 blijven we activiteiten signaleren en aanpakken die de maatschappelijke structuur ondermijnen, zoals illegale handel, fraude en georganiseerde criminaliteit.</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">APV – Vuurwerk</nadruk></al><al>In 2026 blijven we de handhaving van regels rondom vuurwerkgebruik voortzetten, om overlast en gevaarlijke situaties te voorkomen.</al></entry><entry><al>Hoog </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.4.3.</nr><titel>Capaciteit ten opzichte van de doelen</titel></kop><al>De personele capaciteit voor VTH binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug is in 2026 structureel geborgd binnen de gemeentelijke formatie en sluit in samenhang aan op de bestuurlijk vastgestelde prioriteiten en uitvoeringsdoelen. De stabiele inzet waarborgt continuïteit in de uitvoering van wettelijke taken en biedt tegelijkertijd voldoende basis om te sturen op kwaliteit, effectiviteit en maatschappelijke impact.</al><al /><al><nadruk type="vet">Vergunningverlening – Team Omgevingsverzoeken</nadruk></al><al>Binnen het team Omgevingsverzoeken is 8,95 fte structureel beschikbaar, aangevuld met 1,6 fte externe inhuur. Deze capaciteit wordt ingezet voor het behandelen van vergunningaanvragen, meldingen en bezwaarprocedures, het beantwoorden van klantvragen en het begeleiden van initiatiefnemers.</al><al>De inzet van dit team draagt direct bij aan de subdoelen op het gebied van uitvoeringskwaliteit en dienstverlening, waaronder het toepassen van het vier-ogenprincipe, het correct hanteren van toetsingskaders, het beoordelen van duurzaamheidsvereisten en het bevorderen van tijdige besluitvorming.</al><al /><al>De beschikbare capaciteit sluit kennistechnisch nauw aan op de zeer hoge prioriteiten binnen het omgevingsrecht. Het betreft met name complexe en risicovolle vergunningcategorieën zoals gezondheidszorgfuncties met bedgebied, kinderdagverblijven en grootschalige bouwprojecten binnen de hogere gevolgklassen (zie vorige paragraaf). Deze aanvragen vragen een integrale beoordeling van zowel ruimtelijke aanvaardbaarheid als technische bouwkwaliteit op grond van het Bbl. Daarbij vindt intensieve afstemming plaats met ketenpartners zoals de VRU en de ODU.</al><al /><al>De personele inzet maakt het mogelijk deze prioritaire aanvragen zorgvuldig en integraal te behandelen. De complexiteit en adviesafhankelijkheid van deze dossiers verklaart mede de druk op wettelijke beslistermijnen. Optimalisatie wordt daarom primair gezocht in procesverbetering en ketensamenwerking.</al><al /><al><nadruk type="vet">Toezicht en handhaving Omgevingswet en openbare ruimte (toezichthouders en boa’s)</nadruk></al><al /><al><nadruk type="cur">Bouwtoezicht</nadruk></al><al>Voor toezicht op de Omgevingswet en de daaraan gekoppelde wet- en regelgeving is in 2026 in totaal 5,89 fte beschikbaar, bestaande uit 4,89 fte vaste formatie en 1 fte inhuur. Deze capaciteit vormt de kern van de uitvoeringskracht binnen het ruimtelijk domein en bepaalt in belangrijke mate welke toezicht- en handhavingstaken structureel kunnen worden opgepakt.</al><al>De inzet van deze toezichthouders sluit direct aan op de hoogste handhavingsprioriteiten zoals vastgesteld in de U&amp;H strategie (bijlage 1 U&amp;H-strategie) en wederom opgenomen in de vorige paragraaf. Het gaat daarbij om overtredingen met een grote ruimtelijke, maatschappelijke en veiligheidskundige impact, waaronder:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>illegaal gebruik van gronden en gebouwen voor bewoning;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>permanente bewoning van recreatieverblijven;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>illegale kap binnen de bebouwde kom, en</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>illegale bouw, met name bij monumenten en grootschalige bouwwerken in het buitengebied.</al></li></lijst><al><nadruk type="cur">Boa’s/toezichthouder openbare ruimte</nadruk></al><al>Voor het toezicht in de openbare ruimte, inclusief de uitvoering van de bomenverordening, is in 2026 in totaal 7,5 fte beschikbaar, waarvan 7 fte bestaat uit boa’s. Deze capaciteit vormt de basis voor het gemeentelijk toezicht binnen de APV en de Bijzondere Wetten en bepaalt in belangrijke mate welke toezicht- en handhavingstaken structureel kunnen worden uitgevoerd.</al><al>De inzet van de boa’s sluit direct aan op de hoogst geprioriteerde thema’s binnen dit domein (zie vorige paragraaf).</al><al /><al>Het gaat daarbij om onderwerpen met een grote impact op leefbaarheid, veiligheid en naleefgedrag, waaronder:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>het signaleren en aanpakken van ondermijnende activiteiten;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>toezicht op horeca en naleving van de Alcoholwet;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>jeugdgerelateerde overlast en middelengebruik;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>adresonderzoeken en controles op feitelijke bewoning;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>toezicht op vuurwerkgebruik en vuurwerkoverlast, en </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>toezicht en handhaving bij middelgrote en grote evenementen.</al></li></lijst><al>Deze prioritaire thema’s vragen om een combinatie van zichtbare aanwezigheid, gerichte controles, hercontroles en het opbouwen van handhaafbare dossiers. De beschikbare capaciteit maakt het mogelijk om deze taken programmatisch en risicogericht uit te voeren, maar vraagt tegelijkertijd om scherpe keuzes in de inzet gedurende het jaar.</al><al /><al>Door de boa capaciteit te concentreren op deze prioriteiten draagt het toezicht rechtstreeks bij aan de subdoelen op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, naleefgedrag en de zichtbaarheid van gemeentelijk optreden</al><al /><al><nadruk type="vet">Juridische ondersteuning en Woo-capaciteit</nadruk></al><al>Voor juridische ondersteuning binnen toezicht en handhaving is 5 fte beschikbaar. Daarnaast is 1,54 fte specifiek ingezet voor de afhandeling van verzoeken op grond van de Wet open overheid (Woo). Deze functies zijn essentieel voor het borgen van de juridische kwaliteit en rechtszekerheid van gemeentelijk optreden.</al><al>De juridische capaciteit pakt (complexe) handhavingsdossiers op, stelt handhavingsbeschikkingen op, behandelt bezwaar- en beroepsprocedures en adviseert bij dossiers met verhoogde bestuurlijke gevoeligheid, zoals illegale bewoning, monumentenbescherming en ondermijning. Hiermee wordt direct bijgedragen aan subdoelen gericht op het in stand blijven van besluiten na bezwaar en (hoger)beroep en het effectief beëindigen van overtredingen.</al><al>Door de Woo-capaciteit organisatorisch te scheiden van reguliere VTH-taken wordt voorkomen dat informatieverplichtingen druk leggen op toezicht- en handhavingsprocessen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Integrale beoordeling</nadruk></al><al>De personele capaciteit binnen VTH is evenwichtig verdeeld over vergunningverlening, boa's, (bouw)toezichthouders en handhavingsjuristen en sluit logisch aan op de bestuurlijk vastgestelde prioriteiten met het hoogste risicoprofiel. Vergunningverleners richten zich primair op complexe en veiligheidsgevoelige bouwinitiatieven, toezichthouders en boa’s op zichtbare en gebiedsgerichte handhaving, en juristen op rechtszekerheid, procedurele zorgvuldigheid en handhaafbaarheid van besluiten.</al><al>De stabiele formatie biedt daarmee een solide basis voor het realiseren van uitvoeringsdoelen op het gebied van kwaliteit, dienstverlening, veiligheid en leefbaarheid. De belangrijkste ontwikkelopgave ligt niet in uitbreiding van capaciteit, maar in het verder optimaliseren van werkprocessen, het behouden van personeel, prioritering en samenwerking met ketenpartners.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>3.</nr><titel>Wat gaan we in 2026 doen?</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>3.1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al><nadruk type="cur">Inwerkintreding Omgevingswet en Wkb</nadruk></al><al>Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen per 1 januari 2024 is een fundamentele wijziging in het VTH-stelsel gerealiseerd. In 2024 en 2025 lag de nadruk op implementatie en kennisopbouw. In 2026 verschuift het accent naar bestendiging, optimalisatie en structurele borging.</al><al /><al>In 2026 wordt systematisch gemonitord wat de structurele effecten van de Wkb zijn op toezichtcapaciteit. Per kwartaal worden gegevens verzameld over het aantal bouwactiviteiten in gevolgklasse 1, meldingen start bouw, interventies richting kwaliteitsborgers en daaruit voortvloeiende handhavingszaken. Deze monitoring mondt uiterlijk 1 december 2026 uit in een capaciteitsanalyse met een doorkijk naar 2027–2028.</al><al /><al>De samenwerking tussen vergunningverlening en toezicht zal geïntensiveerd worden. Het voornemen om in 2025 vaker overleg te hebben over complexe dossiers en jurisprudentie over bijvoorbeeld de Wkb is niet goed tot stand gekomen; een van de oorzaken is dat de teams niet tegelijk op kantoor aanwezig zijn. Om beter invulling te geven aan een integrale benadering die past bij de bedoeling van de Omgevingswet, is in elk geval een gezamenlijke cursus Bbl/Wkb gepland.</al><al /><al><nadruk type="cur">Wet goed verhuurderschap en Wet betaalbare huur</nadruk></al><al>De uitbreiding van het gemeentelijk takenpakket met toezicht op de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur vraagt in 2026 om verdere professionalisering en structurele inbedding.</al><al>Het meldpunt voor ongewenst verhuurgedrag blijft in 2026 operationeel binnen team Omgevingstoezicht. Meldingen worden binnen vijf werkdagen bevestigd en in 90% van de gevallen binnen acht weken inhoudelijk afgehandeld. </al><al>In 2026 wordt tevens een principiële keuze voorbereid over de structurele inrichting van het meldpunt. Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 wordt een kosten-batenanalyse opgesteld waarin interne uitvoering wordt afgezet tegen mogelijke uitbesteding. Het college neemt hierover uiterlijk in het derde kwartaal een besluit, zodat – indien gekozen wordt voor overdracht – implementatie per 1 januari 2027 kan plaatsvinden. Over het jaar 2026 wordt in het eerste kwartaal van 2027 gerapporteerd aan het college over aantallen, aard van de meldingen en wijze van afdoening.</al><al /><al><nadruk type="cur">Niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven</nadruk></al><al>Het project ‘niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven’ is een meerjarig handhavingstraject dat tot en met 2028 extra juridische capaciteit kent (12 uur per week). In 2026 ligt de nadruk op voortgang en afronding van dossiers.</al><al>Alle lopende dossiers worden vóór 1 april 2026 geactualiseerd/bijgewerkt, zodat duidelijk is in welke fase zij zich bevinden en welke vervolgstap noodzakelijk is. In 2026 wordt gestreefd naar afronding van minimaal 30% van de openstaande dossiers, hetzij via legalisatie, het beëindigen van de overtreding of het verkrijgen van een onherroepelijk besluit. Dit is echter afhankelijk van politieke ontwikkelingen. Vooralsnog is de instructieregel van het Rijk nog niet definitief. Nieuwe handhavingszaken voor personen die vóór 16 mei 2024 in hun recreatiewoning zijn gaan wonen, worden momenteel in principe niet opgepakt vanwege de conceptinstructieregel en zijn tijdelijk ‘on hold’ gezet totdat er meer duidelijkheid is. Voor gevallen die vóór de conceptinstructieregel al een last onder dwangsom hebben ontvangen, blijft deze wel van kracht. Gevallen van permanente bewoning begonnen na 16 mei 2024 worden wel opgepakt. Over de voortgang wordt jaarlijks gerapporteerd aan het college.</al><al /><al><nadruk type="cur">Risicogericht werken</nadruk></al><al>In lijn met de U&amp;H-strategie wordt in 2026 het risicogericht werken verder versterkt. De risicoanalyse wordt periodiek (ten minste eenmaal per vier jaar) geactualiseerd, waarbij maatschappelijke impact, veiligheidsaspecten en bestuurlijke prioriteiten worden meegewogen. </al><al>Het uitgangspunt is dat minimaal 70% van de beschikbare toezichtcapaciteit wordt ingezet op categorieën met een hoog risicoprofiel. De inzet wordt inzichtelijk gemaakt via kwartaalrapportages en verwerkt in het jaarverslag 2026.</al><al /><al><nadruk type="vet">Monitoring, sturing en verantwoording</nadruk></al><al>Transparante sturingsinformatie is essentieel voor bestuurlijke grip en voor het verkrijgen van inzicht in de effectiviteit van de toezicht- en handhavingsinzet. In 2026 wordt per kwartaal gerapporteerd over:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>aantallen verleende vergunningen en bijbehorende doorlooptijden; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>uitgevoerde toezichtcontroles; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>genomen handhavingsbesluiten; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>meldingen binnen het verhuurdomein; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>relevante indicatoren in het kader van de Wkb.</al></li></lijst><al>Deze gegevens vormen de basis voor interne monitoring, evaluatie en bestuurlijke afstemming. Daarnaast wordt een deel van deze informatie aangeleverd aan landelijke gegevensplatforms, zoals de VNG-monitor. Hierdoor kan dezelfde gegevensset zowel worden gebruikt voor interne sturing als voor landelijke verantwoording.</al><al>De landelijke aanlevering stelt gemeenten in staat hun toezicht- en handhavingsprestaties onderling te vergelijken. Dit draagt bij aan sectorbreed inzicht, benchmarking en de verdere professionalisering van het VTH-stelsel. Door periodieke aanlevering worden ontwikkelingen en trends op landelijk niveau zichtbaar, waardoor gemeenten hun eigen prestaties kunnen spiegelen aan die van andere gemeenten en gericht kunnen sturen op verbetering.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.2.</nr><titel>Waarin gaan wij bijsturen?</titel></kop><structuurtekst><al>De geleerde lessen uit de uitvoering van 2025, die te vinden zijn in het jaarverslag, geven aanleiding tot bijsturing in 2026. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de onderdelen waarop deze bijsturing plaats zal vinden en de wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt welke accenten worden verlegd en welke aanpassingen worden doorgevoerd in de uitvoering.</al><al /><al><nadruk type="cur">Samenwerken </nadruk></al><al>Van belang is aandacht te hebben voor dienstverlening, teamgevoel, uniformiteit, tijdigheid en kwaliteit. Daarnaast worden adviseurs aangemoedigd om een tijdig en kwalitatief goed advies af te geven, waarop de vergunningverlener verder kan bouwen. Door op afgesproken dagen op kantoor te werken is het makkelijker om elkaar te helpen, van elkaar te leren en eenheid met je team te voelen. </al><al>Door feedback te geven zal de kwaliteit van de producten en de betrokkenheid van de medewerkers met het doel van ‘goede dienstverlening’ worden vergroot. Op die manier wordt ook in 2026 actief gemonitord en waar nodig tijdig bijgestuurd. </al><al /><al><nadruk type="cur">Het actualiseren van de U&amp;H-strategie, het VTH-uitvoeringsprogramma en het jaarverslag </nadruk></al><al>Het actualiseren van verschillende VTH-beleidsnota’s zijn verdeeld onder een aantal medewerkers van het thema Omgeving. Samen met een projectleider stellen zij bovengenoemde beleidsnota’s op. Dit betekent dat de medewerkers extra werkzaamheden uitvoeren naast de bestaande werkzaamheden. Dit kan tot gevolg hebben dat nieuwe projecten niet of niet naar behoren kunnen worden uitgevoerd.</al><al>Jaarlijks wordt het uitvoeringsprogramma geëvalueerd en kunnen onder andere bepaalde extra taken of projecten komen te vervallen en/of worden (bestuurlijk) gewenste projecten toegevoegd aan de hand van prioritering. Voor projecten waar geen personele capaciteit voor kan worden vrijgemaakt, zal extra capaciteit moeten worden ingehuurd. </al><al>In 2026 dient een strategische keuze te worden gemaakt ten aanzien van de organisatie van de actualisatiecyclus. Daarbij moet worden beoordeeld of de huidige decentrale werkwijze, waarbij meerdere auteurs uit verschillende teams binnen het thema Omgeving bijdragen, wordt voortgezet, of dat wordt overgestapt op een meer gecentraliseerde aanpak. In dat laatste geval zou 1 à 2 fte aan beleidsadviseurs worden ingezet die zich volledig richten op de actualisatie van de beleidsnota’s en de bijbehorende werkzaamheden.</al><al /><al><nadruk type="cur">Kwaliteitsverbetering informatievoorziening </nadruk></al><al>De afgelopen jaren is geïnvesteerd in het verbeteren van de informatievoorziening aan inwoners en bedrijven. Het team Omgevingsverzoeken beschikt over een eigen postbus waar vragen kunnen worden gesteld en waar onder meer archieftekeningen kunnen worden opgevraagd. Eenvoudige vragen worden direct beantwoord; bij complexere inhoudelijke vragen wordt doorverwezen naar de balie of het vooroverleg. Het uitgangspunt is dat vragen binnen vijf werkdagen inhoudelijk worden beantwoord.</al><al /><al>Daarnaast is veel informatie ontsloten via het Omgevingsplein op de website. Hier vinden inwoners en bedrijven informatie over bouw- en vergunningregels, veelgestelde vragen over de Omgevingswet, participatie, vooroverleg, mantelzorg, nieuwbouwprojecten, het kappen van bomen en andere relevante onderwerpen. In 2026 wordt nadrukkelijker gestuurd op het gebruik van deze digitale informatievoorziening. Medewerkers zullen inwoners en bedrijven vaker actief verwijzen naar het Omgevingsplein en andere beschikbare online bronnen. Hiermee wordt beoogd de druk op medewerkers te verlagen, zodat zij meer tijd en aandacht kunnen besteden aan complexere vraagstukken.</al><al /><al><nadruk type="cur">Kennis en ervaring Omgevingswet</nadruk></al><al>In het kader van de Omgevingswet hebben de teams Omgevingsverzoeken en -toezicht van januari tot juli 2024 op maandagochtend een Eerste Hulp Bij Inwerkingtreding (EHBI) overleg gehad, om gezamenlijk alle nieuwe aanvragen en knelpunten door te nemen. Op dinsdagochtend was er een (digitale) dagstart waarbij ook aan de andere teams binnen het thema Omgeving vragen of advies gevraagd kon worden. Vanaf juli 2024 zijn deze overleggen vervangen door een tweewekelijks overleg tussen een afvaardiging van de teams. </al><al>In 2026 is er geen vaste overlegstructuur meer nodig omdat de processen goed lopen. Er vindt op initiatief van de Provincie Utrecht periodiek afstemming plaats over de samenwerkingsafspraken in de regio. Voor het team Omgevingsverzoeken staat in het eerste kwartaal van 2026 de incompany training ‘ETFAL: van norm naar praktijk’ gepland, om beter inzicht te krijgen in de afweging van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ bij het verlenen van een BOPA. Enkele medewerkers van team Omgevingstoezicht sluiten hierbij aan om ook kennis over te brengen naar team Omgevingstoezicht.</al><al /><al><nadruk type="cur">Wijziging Bomenverordening per 1 januari 2026</nadruk></al><al>Op 1 januari 2026 is de eerste wijziging Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022 in werking getreden. De wijziging houdt onder andere in dat de vergunningplicht nu geldt voor alle soorten bomen (eerder waren bijvoorbeeld coniferen en berken uitgezonderd) en voor alle bomen met een stamdoorsnede van minimaal 20 cm (eerder was dat 30 cm). Deze wijziging heeft tot gevolg dat er meer kapaanvragen zullen worden ingediend, de verwachting is een toename van 50%. De formatie bij Omgevingsverzoeken en Omgevingstoezicht zal daarom worden uitgebreid naar in totaal 0,61 fte (circa 823,5 uur per jaar) inzake de casemanagers (zie hiervoor ook hoofdstuk 1.3 van dit Uitvoeringsprogramma) .</al><al /><al><nadruk type="cur">Participatie </nadruk></al><al>Per 16 augustus 2024 is vastgesteld in welke gevallen participatie verplicht is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). Participatie is verplicht bij initiatieven die aanzienlijke invloed hebben op de omgeving. Voor deze verplichte participatie zijn een participatiebeleid en een stappenplan ontwikkeld, zodat initiatiefnemers weten hoe zij participatie kunnen vormgeven en wat de gemeente hiervan verwacht. Dit draagt bij aan een transparant en voorspelbaar proces dat recht doet aan de belangen van inwoners en het vertrouwen in de overheid versterkt. De casemanagers zijn inmiddels goed bekend met in welke gevallen participatie verplicht is en om aanvullingen kunnen vragen wanneer dit ontbreekt bij een vergunningaanvraag. Het participatieverslag wordt inhoudelijk getoetst door de collega's van Communicatie en Participatie, zij hebben het beleid opgesteld. </al><al /><al><nadruk type="cur">Arbeidsmarkt</nadruk></al><al>Gelet op de huidige arbeidsmarkt waarin veel vacatures openstaan, wordt vanuit VTH ook in 2026 naar andere mogelijkheden gekeken om de openstaande vacatures te vervullen. Zo wordt de samenwerking gezocht met detacheringsbureaus om na beëindiging van de overeenkomst een medewerker in dienst te nemen. Verder wordt naast de kennis of achtergrond van de kandidaat ook naar het talent en de motivatie gekeken. </al><al /><al><nadruk type="cur">Boa's</nadruk></al><al>In het verlengde van bovengenoemde uitdaging wordt tevens geconstateerd dat er door grote wisselingen en capaciteitsproblemen in 2025 sprake was van een suboptimale bezetting: niet altijd waren alle begrote fte’s ingevuld en nieuwe teamleden waren destijds nog onvoldoende vertrouwd met onze werkwijze. Door capaciteitsproblemen konden zij bovendien onvoldoende begeleiding ontvangen, waardoor de cijfers van het afgelopen jaar niet volledig in kaart konden worden gebracht. Voor verdere toelichting over de uitvoering in 2025 verwijzen wij naar hoofdstuk 2.2 ‘welke lessen hebben wij geleerd?’ van het jaarverslag.</al><al /><al>Eind 2025 is er een vrijwel volledig nieuw boa-team gevormd, waarmee de gemeente in 2026 opnieuw gaat opbouwen. Boa’s die in 2026 starten, worden gekoppeld aan collega’s die dan al langere tijd in dienst zijn, zodat de goede werkwijze gewaarborgd blijft. Zij worden actief meegenomen in het volledige proces, van het uitvoeren van controles tot het correct vastleggen van de administratieve afhandeling. Daarnaast is het voornemen dat de boa’s korte, gerichte ééndaagse cursussen te laten volgen, bijvoorbeeld over onderwerpen zoals ondermijning op recreatieparken. Hierdoor ontstaat een stevigere basis voor consistente handhavingsactiviteiten en betrouwbare cijfers in de toekomst.</al><al /><al><nadruk type="cur">Verkeersovertredingen &amp; opschoonacties fietsen (APV)</nadruk></al><al>In 2026 wordt het toezicht op verkeersovertredingen door boa’s verder geprofessionaliseerd. Waar in 2025 nog sprake was van incidentele controles, zal handhaving in 2026 gerichter en planmatiger plaatsvinden. Door een efficiëntere inzet van capaciteit en heldere prioritering is de zichtbaarheid en effectiviteit van het verkeerstoezicht toegenomen.</al><al>De aanpak van langdurig en fout gestalde fietsen rondom de stations Station Maarn en Station Driebergen-Zeist zal in 2026 verder verbeterd worden. Het geactualiseerde beleid biedt kaders voor handhaving en communicatie richting inwoners en reizigers. Daarnaast is de opslagcapaciteit uitgebreid, mede dankzij aanvullende voorzieningen die door de afdeling Buitenruimte zijn gerealiseerd. Hierdoor kunnen verwijderde fietsen doelmatiger worden opgeslagen en administratief worden afgehandeld.</al><al>Ook de interne samenwerking zal in 2026 verder worden versterkt. Door het structureel inplannen van overlegmomenten tussen boa’s met het taakaccent Verkeer en medewerkers van team Mobiliteit is de onderlinge informatie-uitwisseling verbeterd. Knelpunten in de openbare ruimte worden hierdoor in een eerder stadium gesignaleerd en voortvarender aangepakt. Deze intensievere samenwerking draagt bij aan een integrale benadering van mobiliteitsvraagstukken en een effectievere inzet van toezicht en beheer.</al><al /><al><nadruk type="cur">Applicatie Rx.Mission op orde</nadruk></al><al>Op 1 januari 2023 is de nieuwe applicatie binnen de teams Omgevingsverzoeken en Omgevingstoezicht geïmplementeerd. In datzelfde jaar werd Squit, de vorige applicatie, uitgefaseerd.</al><al /><al>De applicatie werkt naar behoren, maar nog niet optimaal voor de toezichthouders. Zo is het bijvoorbeeld nog niet mogelijk om op locatie een rapport samen te stellen; dit moet nog altijd op kantoor gebeuren. In 2025 werd dit, in samenwerking met de teamleider en de beheerders van Rx.Mission, opgepakt om aan deze behoefte te voldoen. Begin 2026 is het voornemen om Rx.Mission op locatie te gebruiken in werking gezet, met de eerste locatiebezoeken, in samenwerking met een beheerder van Rx.Mission. Het doel was om samen met de toezichthouders in kaart te brengen wat er nodig zou zijn voor optimale functionering van het systeem om tijdens controles ter plaatse te kunnen werken. Het is namelijk essentieel dat iedereen zijn dagelijkse werkzaamheden via dit systeem naar behoren kan uitvoeren en ter plaatse een rapport kan opstellen via een mobiel device. Door onvoorziene verandering in de capaciteit binnen de medewerkers verantwoordelijk voor het functioneel beheer van Rx.Mission laat de uitvoering van deze aanpassingen op zich wachten. Wij hopen hier in Q2/Q3 van 2026 mee verder te kunnen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Illegale bouwwerken recreatieparken</nadruk></al><al>In 2024 is onderzocht of er voldoende wens en capaciteit is om de handhaving op illegale bouwwerken op recreatieparken aan te pakken. Gezien de omvang van het aantal geconstateerde illegale bouwwerken werd destijds besloten om dit projectmatig aan te pakken. In 2025 heeft de handhaving van illegale bouwwerken op recreatieterreinen een lage prioriteit gehad. Wij hebben enkel handhavend opgetreden bij illegale bouwwerken op recreatieparken als er sprake was van een verzoek tot handhaving. Naar verwachting blijft dit in 2026 onveranderd, aangezien de focus ligt op illegale bewoning van recreatiewoningen, een taak die vrijwel alle beschikbare capaciteit in beslag neemt. Mocht de capaciteit van onze toezichthouders veranderen, evalueren wij of er actiever gehandhaafd kan worden op illegale bouwwerken op recreatieparken.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.3.</nr><titel>Vergunningverlening</titel></kop><structuurtekst><al>De vergunningenstrategie in de U&amp;H-strategie, die te vinden is in bijlage 4 van de strategie, vormt het kader voor de werkwijze en procedurele uitgangspunten van vergunningverlening. In dit hoofdstuk worden een aantal onderdelen nader uitgewerkt en wordt een doorkijk gegeven naar de uitvoering en ontwikkelingen in 2026.</al><al>Vergunningverlening is het integraal beoordelen en toetsen van vergunningsaanvragen aan geldende wet- en regelgeving om uiteindelijk te komen tot een kwalitatief goede vergunning binnen de wettelijke termijn. </al><al /><al><nadruk type="cur">Aanbodgestuurd en risicogericht </nadruk></al><al>Het in behandeling nemen van vergunningen geschiedt aanbodgestuurd. Het beoordelen van de vergunningsaanvragen en meldingen vindt vervolgens risicogericht plaats. Vergunningen moeten worden verleend als aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan, maar bij de beoordeling wordt steeds gekeken naar de aard van de aanvraag en welke aspecten daarbij het meest diepgaand moeten worden getoetst. Belangrijke aandachtspunten in 2026 blijven net als afgelopen jaren constructieve veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid.</al><al /><al><nadruk type="cur">Uitgangspunten</nadruk></al><al>Bij het behandelen van omgevingsvergunningaanvragen wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Ja, mits…: er is een positieve grondhouding ten opzichte van initiatieven. Alle initiatieven worden beoordeeld op mogelijkheden. De beoordeling gaat dan ook uit van ‘Ja, mits….’ in plaats van ‘Nee, tenzij…’. Dit is conform de gedachte van de Omgevingswet. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Snelheid: Wij streven ernaar om alle aanvragen en meldingen binnen de wettelijke beslistermijn te behandelen. Indien nodig maken wij gebruik van de wettelijke mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen. Dit kan aan de orde zijn wanneer er sprake is van een BOPA of een anderszins complexe of omvangrijke aanvraag. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Diepgang: De diepgang van de beoordeling van aanvragen is risico-gestuurd. Afhankelijk van het ‘risico’ van de gevraagde activiteit(en) wordt de diepgang van de toetsing bepaald. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De gemeente Utrechtse Heuvelrug beoordeelt en behandelt gelijke gevallen op gelijke wijze. Om dat te bereiken wordt duidelijk en transparant gecommuniceerd over het beleid en zijn we duidelijk over wat er wordt verwacht van de aanvrager.</al></li></lijst><al>Aan deze uitgangspunten blijven we in 2026 werken, zie ook hoofdstuk 2.3 ‘Subdoelen’. </al><al /><al><nadruk type="cur">Proces vergunningaanvragen</nadruk></al><al>De processen voor het behandelen van vergunningaanvragen, meldingen en vooroverleggen zijn ingericht in de applicatie RX-Mission. Voor alle brieven (ontvangst- en procedurebevestiging, verzoek om aanvullingen, (ontwerp)besluit op aanvraag, eindadvies vooroverleg, besluit verlengen beslistermijn etc.) zijn standaardbrieven opgesteld. Ook de advisering (intern en extern), publicaties en communicatie met de aanvrager verloopt via het zaaksysteem. De processen en standaardbrieven worden continue verbeterd. </al><al /><al><nadruk type="cur">Volledigheid vergunningaanvraag</nadruk></al><al>Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen mogelijk wanneer de vereiste gegevens en bescheiden aanwezig zijn. Elke aanvraag wordt consequent getoetst op volledigheid en ontvankelijkheid. De minimale gegevens en de voorwaarden waaraan deze moeten worden voldoen zijn beschreven in de Omgevingsregeling en het omgevingsplan. Als een aanvraag niet volledig is, dan wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. Deze termijn kan op verzoek van de aanvrager (met een redelijke termijn) worden verlengd. Als de ontbrekende gegevens niet of niet volledig binnen de gestelde termijn worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Tegen het besluit om de aanvraag buiten behandeling te laten kan bezwaar en beroep worden ingesteld.</al><al /><al><nadruk type="cur">Verwachting 2026</nadruk></al><al>In 2025 zijn meer aanvragen voor een omgevingsvergunning ingediend dan in 2024. Waar in 2024 726 activiteiten werden aangevraagd, steeg dit aantal in 2025 naar 865. Er werden met name vaker een Technische bouwactiviteit en Buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd. Er werden minder kapvergunningen aangevraagd, maar met de wijziging van de Bomenverordening wordt hier in 2026 een forse stijging (50%) verwacht. </al><al /><al>Er werden in 2025 minder vooroverleggen aangevraagd, namelijk 131 reguliere principeverzoeken en 50 ruimtelijk initiatieven, ten opzichte van 149 en 53 in 2024. Er is wel een forse toename aan inhoudelijke vragen die via de postbus Omgevingsverzoeken worden gesteld.</al><al /><al>De prognose voor 2026 is uitgewerkt in het hoofdstuk 4 ‘productbladen’ van dit uitvoeringsprogramma.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.4.</nr><titel>Toezicht en handhaving Omgevingswet</titel></kop><structuurtekst><al>In de U&amp;H-strategie is reeds uitgebreid aandacht besteed aan de toezicht- en handhavingsstrategieën die specifiek ingaan op de werkwijzen en procedurele aspecten van toezicht en handhaving op basis van de Omgevingswet, de APV en bijzondere wetten (bijlagen 4 en 5 van U&amp;H-strategie). In dit hoofdstuk worden een aantal onderwerpen verder geconcretiseerd en worden praktijkervaringen, knelpunten en uitdagingen bij de uitvoering van toezicht en handhaving besproken. Daarnaast biedt het hoofdstuk een doorkijk naar de verwachte ontwikkelingen en aandachtspunten in 2026.</al><al /><al>Doelstelling van toezicht is het bevorderen van een veilige, gezonde, duurzame en kwalitatief goede leefomgeving. Dit wordt gedaan door middel van het uitvoeren van controles en het toepassen van handhaving om te voorkomen dat wordt gehandeld zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de verschillende soorten activiteiten (bouwen, monumenten, sloop etc.). Zo wordt ook voorkomen dat wordt gehandeld in strijd met de gebruiksregels van een omgevingsplan of met de voorwaarden die zijn gesteld krachtens een omgevingsvergunning. Toezicht vindt aanbod- én risicogestuurd plaats en wordt bij voorkeur integraal en in een aantal gevallen projectmatig uitgevoerd. </al><al>Het toezicht en de handhaving op de Omgevingswet zullen voorlopig op dezelfde wijze worden uitgevoerd als vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb op 1 januari 2024, totdat er meer duidelijkheid is over de verdere uitrol van de Wkb<noot><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Ten tijde van het opstellen van het uitvoeringsprogramma is de Wkb uitsluitend van toepassing op nieuwbouw in gevolgklasse 1. </noot.al></noot> en er meer gegevens beschikbaar zijn met betrekking tot de Wkb-meldingen. Het gebrek aan gegevens over deze meldingen ontstaat doordat het aantal meldingen relatief laag is, omdat nieuwbouw en verbouw tot nu toe in veel gevallen worden opgelost via gelijkwaardigheid en daar dus geen Wkb-melding voor nodig is. Toezicht kan worden onderverdeeld in vergunning-gebonden taken en niet-vergunning-gebonden taken:</al><al /><al><nadruk type="cur">Vergunninggebonden taken</nadruk></al><al>Het hoofdbestanddeel van het toezicht wordt gevormd door reguliere controles op bouwactiviteiten en aanpassingen aan monumenten. In de verleende vergunning worden soms voorwaarden en aandachtspunten opgenomen met betrekking tot o.a. de uitvoering, constructie, brandveiligheid en de inwerkingtreding van de vergunning. Voor sommige vergunningen (bijvoorbeeld in het geval van een vergunning voor een Rijks- of gemeentelijk monument) geldt een uitgestelde inwerkingtreding van vier weken. De vergunninghouder dient de bouwtoezichthouders van team Toezicht en Handhaving op de hoogte te stellen van (de start van) vergunning-gerelateerde bouwwerkzaamheden. Hierop wordt actief toezicht gehouden. Mochten er bouwwerkzaamheden geconstateerd worden die niet conform de verleende vergunning worden uitgevoerd, wordt er een bouwstop aangekondigd door de (bouw)toezichthouder en schriftelijk geëffectueerd door de handhavingsjurist.</al><al /><al>Voor de vergunninggebonden taken hebben we een prognose gemaakt van de verwachte aantallen aanvragen per toezichtactiviteit in 2026. Daarbij hebben wij het aantal vergunningaanvragen uit de voorgaande jaren als uitgangspunt genomen. Zie de desbetreffende productbladen voor een gedetailleerde uitleg in hoofdstuk 4 ‘productbladen’ van dit Uitvoeringsprogramma. </al><al /><al><nadruk type="cur">Niet-vergunning gebonden taken</nadruk></al><al>Toezicht geschiedt ook naar aanleiding van klachten, meldingen, eigen (ambtelijke) constateringen en vooraf bepaalde activiteiten die een verhoogde aandacht nodig hebben. Er vinden dan zowel geplande als ongeplande controles plaats. Tevens worden schriftelijk ingediende handhavingsverzoeken behandeld. </al><al /><al>Ook voor de niet vergunninggebonden taken hebben we, op basis van de aantallen uit voorgaande jaren, een prognose opgesteld voor de verwachte aantallen in 2026. Zie de desbetreffende productbladen in dit uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 4) voor een nadere toelichting.</al><al /><al><nadruk type="cur">Toezicht</nadruk></al><al>Gezien het aantal controles dat moeten worden uitgevoerd en de huidige personele capaciteit, moeten op het gebied van toezicht en handhaving bestuurlijke keuzes worden gemaakt over de inzet van de medewerkers en de mate van die inzet. Het is dan ook logisch dat het toezicht zich voornamelijk richt op die onderwerpen waar de risico’s het grootst zijn en het naleefgedrag het minst. Om die reden is prioritering bepalend voor de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. </al><al /><al>Daarnaast worden elk jaar enkele toezichthoudende taken projectmatig uitgevoerd waarbij het toezicht zich richt op een specifiek thema, branche of gebied. De basis voor de keuze van een projectmatige aanpak kan liggen in landelijke en/of regionale thema’s, zaken die binnen de gemeentegrenzen in een bepaald gebied of binnen een bepaalde branche spelen. De verwachting is dat de gemeente in aankomende jaren op deze wijze toezicht effectiever kan inzetten en het maatschappelijk effect groter zal zijn.</al><al /><al><nadruk type="cur">Project ‘niet recreatief gebruik van recreatieverblijven’</nadruk></al><al>Zoals reeds aangegeven zal het project ‘niet recreatief gebruik van recreatieverblijven’ wederom veel capaciteit vergen, aangezien dit een grootschalig en langdurig project is dat tot en met 2028 zal duren. Ook in 2026 wordt het project voortgezet met het uitvoeren van controles op de recreatieparken. Tot het einde van het project is de inzet van een toezichthouder, die zich specifiek met deze taak bezighoudt, voor 24 uur per week gegarandeerd. Deze toezichthouder heeft de taakstelling wekelijks toezicht te houden op de recreatieparken. Wij zijn voornemens incidenteel integrale controles te organiseren (op grotere schaal dan het doorgaande toezicht). Deze integrale controles zijn een waardevolle manier om gegevens en informatie te verzamelen over onze recreatieparken en zijn een effectieve methode om aan onze eigen doelstellingen te voldoen. Op 19 december 2024 heeft de voormalige minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Mona Keijzer, een kamerbrief gestuurd waarin gemeenten worden geïnstrueerd om bestaande situaties van permanente bewoning op recreatieparken toe te staan. Deze instructieregel werd eind mei 2025 aangeboden voor online consultatie. De instructieregel heeft betrekking op bewoners die op of voor 16 mei 2024 al in een recreatiewoning woonden, heeft invloed op het toezicht en de handhaving binnen deze parken. Gemeenten wordt gevraagd tijdelijk af te zien van handhaving tegen permanente bewoning totdat het juridische kader is uitgewerkt. Deze beleidswijziging kan gevolgen hebben voor de prioritering en uitvoering van onze controles op recreatieparken binnen onze gemeentegrenzen. </al><al>De vooralsnog conceptinstructieregel vormt volgens jurisprudentie geen grond om af te zien van handhaving tegen permanente bewoning op recreatieparken. Toch hebben wij besloten de handhaving voor personen die vóór 16 mei 2024 op een recreatiepark wonen tijdelijk op ‘on hold’ te zetten. Dit is een tijdelijke maatregel om extra maatwerk te kunnen leveren en betekent niet dat handhaving is stopgezet.</al><al /><al>Wij handhaven op dit moment actief tegen personen die ná 16 mei 2024 op een recreatiepark zijn gaan wonen, en kunnen daarnaast de handhaving tegen bewoners van vóór 16 mei 2024 oppakken indien nodig. Wij achten het belang van het recreatieve gebruik van de recreatieparken groter en beschouwen permanente bewoning op deze parken als ongewenst.</al><al>Gelet op bovenstaande zullen de juristen zich ook in 2026 bezighouden met de bestaande zaken die uit dit project voortvloeien. Vanaf januari 2024 tot het einde van het project 12 uur per week extra juridische capaciteit voor het project wordt ingezet. In 2025 betrof de urenberaming 552 uur voor de juristen en 1104 uren voor de toezichthouder. Voor 2026 blijft de urenraming ten opzichte van 2025 ongewijzigd. </al><al /><al><nadruk type="cur">Brandveiligheid op recreatieparken</nadruk></al><al>Zoals eerder aangegeven is in 2023, in samenwerking met de VRU, de situatie rondom de brandveiligheid op de recreatieparken geïnventariseerd. De conclusie was dat de parkeigenaren nog aanzienlijke stappen moeten zetten om de brandveiligheid – en in het bijzonder de bluswatervoorzieningen – (weer) op orde te krijgen. In januari 2024 volgde een informatiebijeenkomst in samenwerking met de VRU voor de parkmanagers van de vakantieparken. De focus lag hierbij op controles, de adviezen en hoe om te gaan met de adviezen. Parkeigenaren dienen te investeren om te voldoen aan de brandveiligheidseisen. Zij kregen een termijn van twee seizoenen de gelegenheid om de vakantieparken op het gebied van brandveiligheid klaar te maken voor de toekomst. Dit doen zij door een plan in te dienen en dat dan daarna uit te voeren. Concreet betekende dit dat uiterlijk in april 2026 de vakantieparken brandveilig moeten zijn met voldoende bluswatervoorzieningen en een goede bereikbaarheid voor de brandweer. De termijn om de brandveiligheid op orde te krijgen bleek niet haalbaar, en is daarom met een jaar verlengd tot april 2027. </al><al /><al><nadruk type="cur">Warmtepompen en geluidsoverlast</nadruk></al><al>In 2025 hebben we 3 handhavingsverzoeken en enkele klachten/meldingen ontvangen over geluidsoverlast veroorzaakt door buitenunits van warmtepompen en airco's. In samenwerking met de ODU hebben we controles uitgevoerd. De afspraak met de ODU is dat de toezichthouder van de gemeente de situatie in kaart brengt, inclusief foto's, afmetingen van de warmtepomp of airco en de afstand tot de perceelsgrens. Vervolgens controleert de toezichthouder van de ODU het geluidsniveau, waarna de gemeente het geluidsrapport ontvangt en op basis daarvan conclusies trekt.</al><al>Wij blijven ook in 2026, waar nodig, bemiddelen om buren onderling tot een oplossing te laten komen, omdat we erkennen dat er een dilemma bestaat tussen verduurzaming en het feit dat het brongeluid van de huidige buitenunits van warmtepompen en airco's vaak nog niet stil genoeg is. We verwachten dat dit onderwerp de komende jaren alleen maar vaker zal optreden, wat extra werkdruk zal veroorzaken. In 2026 zal er afstemming plaatsvinden met het bestuur over de mogelijke allocatie van middelen om deze specialistische en tijdrovende geluidscontroles uit laten te voeren door een extern gecertificeerd bureau, omdat we niet verwachten dat het aantal klachten zal afnemen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Wet kwaliteitsborging voor het bouwen</nadruk></al><al>In 2026 blijft de gemeente te maken krijgen met de Wkb. Het uitgangspunt van deze wet is dat een aanzienlijk deel van het gemeentelijk toezicht op bouwwerken in gevolgklasse 1 komt te vervallen. De praktijk in 2025 laat echter zien dat, ondanks deze verschuiving, diverse taken bij de gemeente blijven liggen. Deze taken hebben met name betrekking op de praktische uitvoering van de Wkb, waaronder de interne registratie, de samenwerking met ketenpartners en de naleving van procesvereisten. Deze bevindingen zijn uitgebreider beschreven in het jaarverslag 2025.</al><al>Voor 2026 wordt verwacht dat de werkzaamheden voor toezichthouders eerder zullen toenemen dan afnemen. Zij blijven verantwoordelijk voor de toetsing van bouw- en gereedmeldingen op ontvankelijkheid. Daarnaast moet worden beoordeeld in hoeverre kwaliteitsborgers hun rol in de markt adequaat vervullen. Indien bij oplevering geen goedkeuringsverklaring wordt afgegeven, kan handhaving noodzakelijk zijn. In dergelijke gevallen ligt de beslissing over het in gebruik nemen van het bouwwerk bij de gemeente. Aangezien deze werkwijze voor alle betrokken partijen nieuw is, is de impact op de uitvoeringspraktijk nog niet volledig te voorspellen.</al><al /><al>Uit 2025 blijkt dat toezichthouders de naleving van de Omgevingswet en de Wkb in de basis goed beheersen. Tegelijkertijd zijn er inhoudelijke knelpunten zichtbaar geworden. Deze betreffen onder meer verschillen van inzicht met kwaliteitsborgers over onderdelen van het Wkb proces, zoals de vereiste documentatie (waaronder foto’s), gereedmeldingen, de samenstelling van het dossier bevoegd gezag en de beoordeling van gelijkwaardigheid. Ook intern zijn knelpunten geconstateerd, onder andere bij de registratie van informatieplichten en deelprocessen in Rx.Mission. Deze bevindingen duiden op praktische struikelblokken in de uitvoering van deze relatief nieuwe wet. Deze bevindingen laten zien dat de uitvoering van deze relatief nieuwe wetgeving nog volop in ontwikkeling is en dat verdere professionalisering en procesverbetering in 2026 nadrukkelijk onze aandacht zullen vragen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Verbetering uitvoeringspraktijk</nadruk></al><al>In 2026 wordt ingezet op verbetering van deze uitvoeringspraktijk. De interne processen worden opnieuw doorgelicht en waar nodig afgestemd met andere betrokken afdelingen, zoals Omgevingsverzoeken. Binnen team Omgevingstoezicht wordt onderzocht welke opleidingen en deskundigheidsbevorderende maatregelen passend zijn om de gesignaleerde knelpunten te verminderen. Hiermee wordt tevens beter aangesloten bij de VTH kwaliteitseisen. Daarnaast wordt in 2026 aandacht besteed aan het verbeteren van de registratie van Wkb zaken in Rx.Mission.</al><al /><al><nadruk type="cur">Handhaven en sanctioneren</nadruk></al><al>Toezicht moet in eerste instantie een preventieve werking hebben die eruit bestaat dat wettelijke voorschriften worden nageleefd zonder sanctionering. Handhaving is immers niet een doel op zich, maar altijd gericht op het bereiken van de naleving van wet- en regelgeving door inwoners en bedrijven. Door toezicht en handhaving wordt voorkomen dat door overtreding van een wettelijk voorschrift een gevaarlijke en/of ongewenste situatie ontstaat of voortduurt. </al><al /><al>Bij daadwerkelijk handhavend optreden gaat hiervan een repressieve werking uit; de overtreder wordt aangepakt en de onveilige of ongewenste situatie wordt ongedaan gemaakt. Toezicht en handhaving hebben ook een regulerend effect; burgers en bedrijven weten dat de gemeente optreedt tegen degenen die wetten en regels overtreden. Toezichthouders hebben daarbij een belangrijke voorlichtende rol. Daarnaast heeft toezicht houden en slagvaardig handhaven ook preventieve werking; aan de samenleving wordt duidelijk gemaakt dat de overheid de naleving van regels controleert en waar nodig daadkrachtig optreedt.</al><al /><al><nadruk type="cur">Toezicht en handhaving Milieu (ODU)</nadruk></al><al>Het VTH-beleid van de gemeente Utrechtse Heuvelrug stelt als doel de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beschermen door risicogestuurd te werken. Datgene wat de meeste aandacht nodig heeft, moet ook de meeste aandacht ontvangen. Dat vraagt een duidelijke strategie. </al><al>De ODU geeft hier invulling aan door haar uitvoering risicogestuurd en op basis van programmatisch toezicht uit te voeren. De prioriteiten die de gemeente in haar VTH-beleid stelt (o.a. afvalstoffen, autosloperijen, tankstations met LPG etc.) krijgen extra aandacht en worden meegenomen in de brancheplannen. De brancheplannen maken onderscheid in subgroepen en worden geanalyseerd, zodat er inzicht kan worden gegeven in specifieke risico’s, naleefgedrag en de daaronder gelegen motivering om al dan niet na te leven. Doordat in het uitvoeringsprogramma de capaciteit van programmatisch toezicht wordt geborgd, zonder gedetailleerde invulling, kan de ODU haar toezicht dáár inzetten waar nodig is. Zie verder de productbladen die betrekking hebben op de werkzaamheden van de ODU.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.5.</nr><titel>Handhaving openbare ruimte en veiligheid</titel></kop><structuurtekst><al>De prioritering van de APV- en Bijzondere Wetten-onderwerpen is vastgelegd in de U&amp;H-strategie en vormt het uitgangspunt voor de inzet binnen toezicht en handhaving. In dit hoofdstuk worden de voor 2026 hoogst geprioriteerde onderwerpen nader uitgewerkt en geconcretiseerd, waarbij wordt ingegaan op de wijze van uitvoering en de beoogde accenten.</al><al>Ter ondersteuning hiervan is hieronder de prioriteringstabel uit de U&amp;H-strategie opgenomen. Deze tabel is tevens terug te vinden in bijlage 2 van de U&amp;H-strategie en dient als referentiekader voor de gemaakte keuzes in dit uitvoeringsprogramma.</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al>Categorie APV/Bijzondere Wetten</al></entry><entry><al>Prioriteit</al></entry></row><row><entry><al>Toezicht &amp; Handhaving (APV &amp; OOV)</al></entry><entry /></row><row><entry><al>Adresonderzoek Basisregistratie personen</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>Adresonderzoek Webapplicatie LAA</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>Afvalstoffenverordening </al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>Bijplaatsingen</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>Dumping</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>Zwerfafval</al></entry><entry><al>Laag</al></entry></row><row><entry><al>APV - Aanhanger</al></entry><entry><al>Laag</al></entry></row><row><entry><al>APV - Camper</al></entry><entry><al>Laag</al></entry></row><row><entry><al>APV - Fiets</al></entry><entry><al>Laag</al></entry></row><row><entry><al>APV - Station fietsen</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>APV - Voertuigwrak</al></entry><entry><al>Laag</al></entry></row><row><entry><al>APV - Wegsleepregeling</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>APV - Parkeren</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>Blauwe zones</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>APV - Honden</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>APV - Bijtincidenten</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>APV - Dierenwelzijn</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>APV - Evenementen</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>Alcoholwet (horeca)</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>APV - Jeugd - Alcohol - Drugs</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>APV - Overlast geluid</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>APV - Overlast Jeugd</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>APV - Woonoverlast</al></entry><entry><al>Gemiddeld </al></entry></row><row><entry><al>APV - Vuurwerk</al></entry><entry><al>Hoog </al></entry></row><row><entry><al>Leegstandswet</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>Ondermijning</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>Ontruiming</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>Tekstkar</al></entry><entry><al>Laag</al></entry></row><row><entry><al>Verwarde personen</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>WPG/APV</al></entry><entry><al>Hoog</al></entry></row><row><entry><al>APV -Overig</al></entry><entry><al>Laag</al></entry></row><row><entry><al>Overig</al></entry><entry><al>Laag</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>Handhaving bestrijkt diverse onderwerpen die het toezicht in de openbare ruimte en op de veiligheid betreffen. Handhaving vindt aanbod-, risico- en informatiegestuurd plaats en wordt bij voorkeur integraal en in een aantal gevallen projectmatig uitgevoerd.</al><al /><al><nadruk type="vet">Toezicht op grond van APV en Bijzondere Wetten in 2026</nadruk></al><al>Het wettelijk kader van dit taakveld wordt gevormd door gemeentelijke regelgeving, zoals de APV, de Afvalstoffenverordening en de Bomenverordening, en door landelijke wet- en regelgeving, zoals de Alcoholwet en de Wegenverkeerswet 1994. De uitvoering van de taken binnen dit taakveld is gebaseerd op de risico’s en bestuurlijke prioriteiten zoals opgenomen in bijlage 2 van de U&amp;H-strategie (en hierboven).</al><al /><al>Als gevolg van personele wisselingen en capaciteitsdruk in de afgelopen periode is de uitvoering van deze (kern)taken niet in alle gevallen structureel en inzichtelijk geborgd geweest. Dit heeft ertoe geleid dat niet altijd voldoende kan worden vastgesteld in hoeverre deze taken consistent en adequaat zijn opgepakt. De kerntaken bevatten onder andere het toezicht op de naleving van de APV, de aanpak van parkeeroverlast, het uitvoeren van adrescontroles en het toezicht houden op ondermijnende activiteiten. </al><al>In 2026 wordt de inzet op (aanvullende) opleidingen voor boa’s voortgezet, zodat zij beter in staat zijn om ondermijnende activiteiten te signaleren en effectief op te volgen. Tevens wordt verder gebouwd aan een sterk en deskundig boa-team. Gelet op de bevoegdheden, uitrusting en inzetbaarheid van boa’s hebben zij geen zelfstandige rol in de handhaving van de openbare orde, dit is primair een verantwoordelijkheid van de politie. In situaties waarin de openbare orde of veiligheid in het geding is, wordt dan ook altijd de politie betrokken. </al><al /><al>Bij de uitvoering van deze taken werken de boa’s en toezichthouders openbare ruimte zowel opdrachtgestuurd als informatiegestuurd, met inachtneming van de vastgestelde prioriteiten. Opdrachtgestuurd werken houdt in dat zij handelen naar aanleiding van meldingen van inwoners, bedrijven, de eigen organisatie of ketenpartners, evenals op basis van verleende vergunningen (bijvoorbeeld voor evenementen, horeca of standplaatsen).</al><al>Daarnaast wordt informatiegestuurd gewerkt door het analyseren van beschikbare gegevens over specifieke thema’s, locaties en doelgroepen. Op basis van deze analyses, aangevuld met signalen uit meldingen, informatie van partners en eigen waarnemingen, wordt de inzet van toezicht en handhaving gericht bepaald. </al><al /><al><nadruk type="vet">Handhaving en sanctionering op grond van APV en Bijzondere Wetten in 2026 </nadruk></al><al>In deze paragraaf worden de handhaving en sanctionering van de hooggeprioriteerde onderwerpen binnen de reikwijdte van de APV en de Bijzondere Wetten nader toegelicht (zie de tabel op de voorgaande pagina’s). Deze prioritering is gebaseerd op de U&amp;H strategie en vormt de leidraad voor de inzet in 2026.</al><al /><al>Het taakveld toezicht en handhaving omvat uiteenlopende onderwerpen, waardoor geen uniforme sanctiestrategie is vastgesteld. In de productbladen in hoofdstuk 4 van dit uitvoeringsprogramma worden daarom per onderwerp toegelicht hoe wordt omgegaan met geconstateerde overtredingen. In algemene zin ligt de nadruk op het voeren van een goed gesprek of het geven van een duidelijke waarschuwing, gericht op duurzaam naleefgedrag en het oplossen van het probleem. Waarschuwingen worden geregistreerd, zodat bij herhaling kan worden overgegaan tot sanctionering. Bij gevaarlijke of ernstig verwijtbare gedragingen wordt direct verbaliserend opgetreden.</al><al /><al><nadruk type="cur">Toezicht en handhaving in de openbare ruimte en horeca</nadruk></al><al>De boa’s houden onder andere toezicht op en handhaven van het parkeren en de naleving van de regels in de blauwe zones. Daarnaast worden zij ingezet voor adresonderzoek en het verwijderen van verkeerd aangeboden afval. Ook het toezicht op de horeca en de naleving van de Alcoholwet vormt een belangrijk onderdeel van hun werkzaamheden. Daarbij zien zij tevens toe op relevante regelgeving binnen de Wet politiegegevens (Wpg) en de APV. Het streven is om in 2026 weer structureel en proactief toezicht te houden op de horeca, mits hiervoor voldoende capaciteit beschikbaar is.</al><al /><al><nadruk type="cur">Interventies bij incidenten, overlast en kwetsbare personen</nadruk></al><al>Daarnaast spelen thema’s als bijtincidenten, vuurwerkoverlast, leegstand en ondermijning een belangrijke rol binnen het werkveld. Boa’s signaleren en handelen waar nodig en werken hierbij nauw samen met samenwerkingspartners om deze problematiek integraal aan te pakken. Ook worden zij ingezet bij ontruimingen en situaties met verwarde personen, waarbij zorgvuldig en in samenwerking met zorg- en veiligheidsinstanties wordt opgetreden.</al><al /><al><nadruk type="cur">Jeugd</nadruk></al><al>Jeugd vormt eveneens een belangrijk thema binnen het werk van de boa’s. In 2026 wordt ingezet op het versterken van de samenwerking met andere domeinen, zoals het thema Samenleving, zodat signalen rondom jongeren eerder worden herkend en effectiever kunnen worden opgepakt.</al><al /><al><nadruk type="cur">Fietsenstallingsproblematiek stations</nadruk></al><al>In 2025 hebben de boa’s regelmatig verkeerd of langdurig gestalde fietsen verwijderd bij de stations Maarn en Driebergen-Zeist. In Maarn vond tweemaal per jaar een controle plaats, terwijl station Driebergen-Zeist wekelijks werd gecontroleerd. In samenwerking met de afdeling Buitenruimte is daarnaast gekeken naar extra opslagcapaciteit. De wekelijkse fietsenactie in Driebergen-Zeist wordt voortgezet om preventief toezicht te houden en overlast tegen te gaan. </al><al /><al><nadruk type="cur">Integrale controles</nadruk></al><al>In 2025 zijn daarnaast integrale controles uitgevoerd in samenwerking met onder andere de politie, de VRU en de ODU. Deze integrale aanpak wordt in 2026 voortgezet, zodat toezicht en handhaving in samenhang blijven plaatsvinden, met specifieke aandacht voor signalen van ondermijning en leegstand.</al><al /><al><nadruk type="cur">Afvaldumping, zwerfvuil en bijplaatsingen</nadruk></al><al>Binnen het taakveld milieu wordt opgetreden tegen onder andere afvaldumping, zwerfvuil en bijplaatsingen naast afvalcontainers. Dit gebeurt zowel actief, via surveillancerondes, als reactief naar aanleiding van meldingen. Een schone leefomgeving staat hierbij centraal. Sinds de tweede helft van 2023 wordt direct gehandhaafd via een kostenverhaalbeschikking, aangezien eerdere werkwijzen met waarschuwingen in de praktijk onvoldoende effectief bleken.</al><al>Deze aanpak wordt in 2026 voortgezet en waar mogelijk verder geïntensiveerd, met als doel het vergroten van de naleving en het terugdringen van afvalgerelateerde overlast. Daarbij wordt ingezet op gerichte controles op bekende hotspots, een efficiënte opvolging van meldingen en het versterken van de zichtbaarheid van toezicht en handhaving. </al><al /><al><nadruk type="cur">APV-meldingen</nadruk></al><al>Het taakveld APV kent een breed scala aan meldingen, waaronder langdurig gestalde aanhangers. Deze meldingen worden door de boa’s structureel opgepakt en afgehandeld. In 2026 wordt deze werkwijze voortgezet, waarbij wordt ingezet op een tijdige en consistente afhandeling van meldingen. Daarbij is aandacht voor het behouden van overzicht en het waar nodig prioriteren van meldingen op basis van aard, ernst en impact op de leefomgeving. Door een gerichte en zichtbare inzet van toezicht en handhaving wordt beoogd overlast te beperken en de naleving van de APV te bevorderen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Inzet van middelen en borging van capaciteit</nadruk></al><al>Voor de uitvoering van hun werkzaamheden maken boa’s (ook) gebruik van gelabelde middelen uit andere thema’s, zoals Buitenruimte en Samenleving. Deze budgetten worden gedurende het jaar zorgvuldig ingezet om continuïteit in toezicht en handhaving te waarborgen. Om ook in de komende jaren een adequaat niveau te behouden, is het van belang de personele capaciteit op peil te houden. De inzet richt zich daarom op het behouden van medewerkers en het investeren in hun ontwikkeling, zodat de kwaliteit van het werk gewaarborgd blijft. </al><al>In 2026 zetten wij in op het versterken van de professionaliteit en duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers door hen te faciliteren in passende opleidings- en ontwikkelmogelijkheden. Daarnaast onderzoeken wij hoe we boa’s beter kunnen behouden. Hierbij betrekken wij een evaluatie van eerdere uitstroom, waarbij wordt gereflecteerd op vertrekredenen en mogelijke verbeterpunten in de organisatie en werkwijze.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>4.</nr><titel>Productbladen</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>In dit hoofdstuk geeft de gemeente per taakveld een overzicht van de geprognotiseerde cijfers voor 2026. De toelichting sluit aan op de wijze waarop in het jaarverslag per taakveld verantwoording wordt afgelegd.</al><al>Vanaf het jaarverslag 2025 worden prognoses niet langer opgenomen in het gecombineerde Uitvoeringsprogramma/jaarverslag. Het jaarverslag en het Uitvoeringsprogramma worden vanaf dat moment niet meer samengevoegd. De prognoses voor 2026 zijn daarom uitsluitend opgenomen in het Uitvoeringsprogramma. In het jaarverslag 2025 worden de gerealiseerde resultaten vergeleken met de eerder vastgestelde prognoses uit het Uitvoeringsprogramma 2025, zodat zichtbaar wordt in hoeverre verwachtingen zijn uitgekomen (zie hoofdstuk 3 van het jaarverslag 2025).</al><al /><al><nadruk type="vet">Productbladen met prognoses 2026</nadruk></al><al>De prognoses zijn vanaf dit jaar volledig verplaatst naar het Uitvoeringsprogramma. De onderstaande productbladen richten zich daarom uitsluitend op 2026. De onderwerpen en nummering sluiten aan op de productbladen in hoofdstuk 3 van het jaarverslag, zodat de samenhang tussen terugblik en vooruitblik behouden blijft. De verwachte aantallen en uren voor 2026 worden in dezelfde vorm en volgorde weergegeven als in het jaarverslag. Hierdoor ontstaat een volledig, consistent en goed vergelijkbaar overzicht van alle activiteiten.</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="6"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><colspec colname="colD" /><colspec colname="colE" /><colspec colname="colF" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Taakveld Bouwen en RO </nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Evaluatie 2025 – Wat hebben we in 2025 gedaan?</nadruk></al></entry><entry namest="colC" nameend="colF"><al><nadruk type="vet">Prognose 2026</nadruk></al></entry></row><row><entry morerows="3"><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Vooroverleg</al></li></lijst></entry><entry morerows="3"><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Onderhavige taak is een aanbod gestuurde activiteit. De omvang van de taak wordt uiteindelijk bepaald door het aantal feitelijk ingediende verzoeken tot vooroverleg.</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Prognose 2026 </nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>Ruimtelijk initiatief </al></entry><entry><al>51</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>Principeverzoek regulier </al></entry><entry><al>140</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry morerows="9"><lijst><li><li.nr>2.</li.nr><al>Omgevingsvergunning bouw, RO, aanleg, kap en monument </al></li></lijst></entry><entry morerows="9"><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Onderhavige taak is een aanbod gestuurde activiteit. De omvang van de taak wordt bepaald door het aantal aanvragen dat in 2026 wordt ingediend. </al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Prognose 2026 aantal aanvragen per activiteit:</nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>Technische bouwactiviteit </al></entry><entry><al>130</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>Omgevingsplanactiviteit </al></entry><entry><al>336</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>Buitenplanse omgevingsplanactiviteit </al></entry><entry><al>81</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>Werk of werkzaamheid uitvoeren (aanleg) </al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>Monumenten </al></entry><entry><al>51</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>Kapvergunning* </al></entry><entry><al>218</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>Informatieplicht kap** </al></entry><entry><al>75</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>* Voor het aantal kapvergunningen is een stijging van 50% verwacht vanwege de wijziging in de Bomenverordening per 1 januari 2026.</al><al>** De informatieplicht kap is per 1 januari 2026 de nieuwe procedure voor het melden van het kappen van een dode boom (voorheen de kapmelding) </al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>7930 uur Vergunningverlener</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>410 uur Jurist (beroep/hoger beroep))</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>1656 uur VRU (advies/inhoudelijke toets brandveiligheid) </al></li></lijst></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry morerows="3"><lijst><li><li.nr>3.</li.nr><al>Melding brandveilig gebruik</al></li></lijst></entry><entry morerows="3"><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Onderhavige taak is een aanbod gestuurde activiteit. De omvang van de taak wordt bepaald door het aantal meldingen dat in 2026 wordt gedaan in combinatie met de geraamde uren per melding.</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Prognose 2026 </nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>Melding brandveilig gebruik </al></entry><entry><al>52</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>* De meldingen brandveilig gebruik worden vanaf 1 januari 2024 door de VRU afgehandeld. </al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>4.</li.nr><al>Sloopmelding</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgelegd dat de ODU het bevoegd gezag wordt voor bedrijfsmatig slopen. Omdat het merendeel van de sloopmeldingen betrekking heeft op bedrijfsmatig slopen, is ervoor gekozen om alle sloopmeldingen door de ODU te laten behandelen.</al><al /><al>Sinds 1 januari 2024 is de taak 'sloopmeldingen' volledig overgedragen aan de ODU (zowel het behandelen van de sloopmelding als het toezicht). </al><al /><al>Voor 2026 heeft de ODU 570 uur voor de sloopmeldingen geraamd. </al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry morerows="11"><lijst><li><li.nr>5.</li.nr><al>Toezicht omgevingsvergunning bouw, RO, aanleg en monument</al></li></lijst></entry><entry morerows="11"><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>De omvang van de taak wordt bepaald door een combinatie van het aantal in 2024 en 2025 aangevraagde omgevingsvergunningen per activiteit en/of bouwsom. Prognose 2026 van aantal te controleren activiteiten:</al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Technische bouwactiviteit</nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al><nadruk type="vet">Controlepercentage</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Aantal te controleren activiteiten</nadruk></al></entry></row><row><entry><al>Cat. I &lt; 100.000 </al></entry><entry><al>76</al></entry><entry><al>33%</al></entry><entry><al>25</al></entry></row><row><entry><al>Cat. II 100.000-1.000.000</al></entry><entry><al>44</al></entry><entry><al>100%</al></entry><entry><al>44</al></entry></row><row><entry><al>Cat. III 1.000.000</al></entry><entry><al>10</al></entry><entry><al>100%</al></entry><entry><al>10</al></entry></row><row><entry><al>Bouwwerk geen gebouw zijnde</al></entry><entry><al>0</al></entry><entry><al>33%</al></entry><entry><al>0</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Omgevingsplanactiviteit</nadruk></al></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><al>OPA Bouwen</al></entry><entry><al>255</al></entry><entry><al>33%</al></entry><entry><al>84</al></entry></row><row><entry><al>BOPA Bouwen</al></entry><entry><al>81</al></entry><entry><al>100%</al></entry><entry><al>81</al></entry></row><row><entry><al>Aanleg</al></entry><entry><al>50</al></entry><entry><al>100%</al></entry><entry><al>50</al></entry></row><row><entry><al>Monument</al></entry><entry><al>51</al></entry><entry><al>100%</al></entry><entry><al>51</al></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>3845 uur (bouw)toezichthouder Omgevingswet</al></li></lijst></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>6.</li.nr><al>Toezicht en handhaving brandveilig gebruik</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Het uitvoeren (door de VRU) van controles bij 245 objecten waarvan 49 hercontroles. Het behandelen (door de VRU) van klachten over brandonveilige situaties. </al><al /><al><nadruk type="vet">Prognose: </nadruk></al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>10 klachten;</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>1.700 uur VRU </al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>50 uur VRU (behandelen klachten)</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>300 uur Jurist</al></li></lijst></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>7.</li.nr><al>Handhavingsverzoeken</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Deze taak is een aanbod gestuurde activiteit. De urenraming is gebaseerd op een prognose. De omvang van de taak wordt uiteindelijk bepaald door het feitelijk aantal ingediende handhavingsverzoeken en de omvang van de handhavingsverzoeken. Aangezien het aantal handhavingsverzoeken in 2025 en de prognose voor 2026 nagenoeg gelijk zijn, blijven de verwachte uren voor het uitvoeren van deze taak ongewijzigd: </al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>675 uur Toezichthouder</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>1150 uur Jurist</al></li></lijst></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>8.</li.nr><al>Meldingen, klachten &amp; ambtshalve handhaving</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Prognose 2026</nadruk></al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>Behandelen van ca. 12 handhavingszaken naar aanleiding van a);</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>Behandelen van ca. 9 handhavingszaken naar aanleiding van b);</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>Behandelen van ca. 13 handhavingszaken naar aanleiding van c);</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>Behandelen van ca. 145 handhavingszaken naar aanleiding van d);</al><al /></li><li><li.nr>–</li.nr><al>179 handhavingszaken in totaal</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>1865 uur Jurist </al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>675 uur Toezichthouder Omgevingswet</al></li></lijst></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>9.</li.nr><al>Project: Oneigenlijk grondgebruik (Snippergroen)</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Net als voorgaande jaren is deze taak is een aanbod gestuurde activiteit. De urenraming is gebaseerd op een prognose. De omvang van de taak wordt uiteindelijk bepaald door het feitelijk aantal aangedragen zaken vanuit team Omgevingsontwikkeling. Ten opzichte van de prognose van de uren voor 2024 is de urenberaming voor 2025 gehalveerd. </al><al>Voor 2026 worden er geen uren beraamd voor het project Snippergroen. Mocht er ondanks de verwachtingen toch gekozen worden voor een bestuursrechtelijke aanpak waarbij team Toezicht &amp; Handhaving betrokken wordt, dan zal er sprake zijn van een niet-projectmatige aanpak, gelet op onze huidige capaciteit. </al><al>Prognose 2026</al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>0 uur Jurist</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>0 uur Toezichthouder Omgevingswet</al></li></lijst></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>10.</li.nr><al>Project: niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>In 2026 wordt het project voortgezet door het uitvoeren van de controles op de recreatieparken. De handhaving op recreatieparken is afhankelijk van de ontwikkeling van de plannen van demissionair minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Tot op heden zijn de juridische kaders van het mogelijk gedogen van permanente bewoning nog niet duidelijk. In samenspraak met de burgemeester van gemeente Utrechtse Heuvelrug is een aantal afspraken gemaakt omtrent onze handhaving op recreatieparken: </al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>We blijven controleren om zicht en grip te houden op wat er gebeurt op de parken (denk bijvoorbeeld aan mogelijk ondermijnende activiteiten)</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Opnieuw gecontroleerde adressen gaan we vooralsnog niet handhaven vanwege de conceptinstructieregel.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Bij bestaande situaties/dossiers zetten we de handhaving door, echter vorderen we (nog) niet in.</al></li></lijst><al>De toezichthouder aangewezen voor permanente bewoning op recreatieparken zal verder controles uitvoeren om de handhaving voort te zetten en om grip te houden op de situatie. Ook in 2026 verwachten wij de verbeuring van meerdere dwangsommen aangezien er meerdere dwangsomtermijnen aflopen. </al><al /><al /><al>Bovendien houden de juristen zich in 2025 bezig met de bestaande en nieuwe zaken die uit dit project voortvloeien. Tot het eind van het project is de inzet van een toezichthouder die zich specifiek met deze taak bezighoudt voor 24 uur per week geborgd. Het aanschrijven van bewoners van de grootschalige controle op recreatiepark De Ossenberg is in april 2025 van start gegaan. </al><al /><al>Er werd voor dit project in 2025 per week 24 uur gerekend voor de toezichthouder, en 12 uur per week voor de handhavingsjuristen. Dit zal ongewijzigd blijven in 2026. Op basis van 46 werkweken, en opgenomen in de begroting, geldt er voor dit project de volgende urenberaming: </al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>552 uur Jurist</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>1104 uur Toezichthouder</al></li></lijst></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry><entry><al /></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Taakveld Openbare Ruimte &amp; Veiligheid</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Evaluatie 2025 – Wat hebben we in 2025 gedaan?</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Prognose 2026</nadruk></al></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>11.</li.nr><al>Alcoholwet en horeca</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>In 2026 willen wij op eigen initiatief horeca te controleren, inclusief de Alcoholwet. </al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>500 uur reguliere controle boa's</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>200 uur boa updaten vergunningenbestand en controles</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>200 uur jurist</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>100 uur jurist updaten vergunningenbestand </al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>200 uur toezichthouder Omgevingswet</al></li></lijst></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>12.</li.nr><al>Evenementen</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Doelstelling is om in 2025 als volgt in te zetten op toezicht:</al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>100% toezicht bij C-evenementen (prognose: 2 vergunningen); </al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>10% toezicht bij B-evenementen (prognose: 10 vergunningen); </al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>15% toezicht bij A-evenementen (prognose: 30 vergunningen).</al></li></lijst><al>550 uur boa</al><al>25 uur toezichthouder Omgevingswet</al></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>13.</li.nr><al>Afval</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>1300 uur boa voor bijplaatsingen</al><al>300 uur boa voor afvaldump</al><al>200 uur boa voor zwerfvuil</al><al>200 uur jurist</al></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>14.</li.nr><al>Parkeren</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>400 uur blauwe zone</al><al>200 uur parkeerexcessen</al><al>550 uur parkeeroverlast meldingen/klachten</al><al>56 uur fietsopruimactie (APV)</al><al>480 uur fietsopruimactie (station)</al><al>75 uur jurist</al></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>15.</li.nr><al>Jeugd</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Wij willen in 2026 op eigen initiatief de hotspots regelmatig controleren. </al><al>Daarnaast zijn we ook gestart met een jongerenoverleg om de jeugd beter in kaart te brengen en te kunnen koppelen aan de juiste organisatie, bijvoorbeeld Politie of Jongerenwerk die begeleiding kunnen bieden. Daarnaast moeten jongeren actief worden benaderd. Met deze actieve benadering willen we jongeren bewust maken van de mogelijke gevolgen van hun gedrag. </al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>500 uur boa (jeugdoverlast klachten en meldingen)</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>100 uur boa (preventie alcohol en drug in relatie met jeugd)</al></li></lijst></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>16.</li.nr><al>Ondermijning, openbare orde &amp; adresonderzoek BRP</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Doorgaan met de reguliere adrescontroles BRP (doorgezet vanuit thema Publiek of ministerie van BZK);</al><al>Integrale controles van verdachte panden (regie vanuit thema Koers, adviseur Openbare orde en veiligheid);</al><al>Behandelen klachten en meldingen over openbare orde-aangelegenheden (in afstemming met adviseur Openbare orde en veiligheid/wijkagent).</al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>200 uur reguliere restonderzoek BRP</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>400 uur LAA</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>840 uur boa capaciteit (controle verdachte panden en personen)</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>100 uur toezichthouder Omgevingswet</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>30 uur jurist</al></li></lijst></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>17.</li.nr><al>Markt</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Toezicht houden op en handhaven van voertuigen die de weekmarkt blokkeren. Indien het telefoonnummer van de eigenaar achterhaald kan worden, wordt hij of zij eerst gebeld. Woont de eigenaar in de omgeving, dan wordt er aangebeld, zodat hij of zij de gelegenheid krijgt het voertuig zelf te verwijderen. Als de eigenaar niet (tijdig) reageert, wordt het voertuig verwijderd door middel van spoedeisende bestuursdwang. </al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>675 uur Toezichthouder Openbare Ruimte (marktmeester) </al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>150 uur boa RDW check en handhavingsactie </al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>20 uur Jurist</al></li></lijst></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>18.</li.nr><al>Bomen</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>In 2026 worden de werkzaamheden met betrekking tot bomen voortgezet en uitgebreid (zoals eerder omschreven in dit programma). Het gaat hierbij onder meer om controles op vergunningen met herplant- en instandhoudingsplicht en op mogelijke illegale kap. Indien nodig wordt een handhavingstraject gestart.</al><al /><al>Sinds 1 januari 2026 is nieuw, strenger bomenbeleid van kracht, waardoor meer bomen onder de vergunningsplicht vallen. Hierdoor zal vaker gecontroleerd moeten worden en zullen mogelijk meer handhavingsbeschikkingen moeten worden genomen dan in voorgaande jaren. De verwachting is dat er in 2026 circa 50% meer aanvragen voor kapvergunningen zullen zijn ten opzichte van 2025.</al><al /><al>Omdat het aantal extra benodigde uren voor 2026 nog niet is vastgesteld en gedurende het jaar verder wordt bepaald, is vooralsnog uitgegaan van het aantal uren van het voorgaande jaar. Het is echter goed mogelijk dat circa 25 à 50% meer uren nodig zullen zijn dan hieronder nu staat vermeld:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>1.350 uur: Toezichthouder Openbare Ruimte</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>150 uur: Jurist</al></li></lijst><al>De uren voor de vergunningverlener zijn opgenomen onder productblad 2.</al></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>19.</li.nr><al>APV overig (leefbaarheid)</al></li></lijst></entry><entry /><entry><al>Alle binnengekomen meldingen en klachten onderzoeken en afhandelen. </al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>1200 uur boa APV gerelateerde zaken</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>110 uur woonoverlast</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>300 uur overig</al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Taakveld Overig</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Evaluatie 2025</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Prognose 2026</nadruk></al></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>20.</li.nr><al>Informatieverstrekking (intern/extern)</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Ongewijzigd ten opzichte van 2025:</al><al>1710 uur Vergunningverlener</al><al>160 uur Toezichthouder Omgevingswet</al><al>500 uur Jurist</al><al>150 uur Boa</al></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>21.</li.nr><al>Project Omgevingswet</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>1200 uur Vergunningverlener </al><al>300 uur Toezichthouder bouw</al></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>22.</li.nr><al>Onvoorziene projecten</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>72 uur Vergunningverlener</al><al>315 uur Toezichthouder Omgevingswet</al><al>125 uur Boa</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">x</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Evaluatie 2025</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Prognose 2026</nadruk></al></entry></row><row><entry><lijst><li><li.nr>23.</li.nr><al>Beleidsmatige, organisatorische en ondersteunende taken</al></li></lijst></entry><entry><al>Zie hoofdstuk 3 Jaarverslag </al></entry><entry><al>Ongewijzigd ten opzichte van 2025:</al><lijst><li><li.nr>A.</li.nr><al>Geraamde uren: 100 uur Vergunningverlener</al><lijst><li><li.nr /><al>200 uur Boa</al></li><li><li.nr /><al> 625 uur Beleidsmedewerker</al></li></lijst></li><li><li.nr>B.</li.nr><al>Geraamde uren: 75 uur Vergunningverlener</al><lijst><li><li.nr /><al> 170 uur Boa</al></li><li><li.nr /><al> 150 uur Jurist</al></li></lijst></li><li><li.nr>C.</li.nr><al>Geraamde uren: 1350 uur Vergunningverlener</al><lijst><li><li.nr /><al>50 uur Toezichthouder Wabo</al></li><li><li.nr /><al> 50 uur Boa</al></li></lijst></li><li><li.nr>D.</li.nr><al>Geraamde uren: 360 uur Vergunningverlener</al></li><li><li.nr>E.</li.nr><al>Geraamde uren: 200 uur Jurist</al><lijst><li><li.nr /><al> 328 uur Vergunningverlener</al></li><li><li.nr /><al> 100 uur Toezichthouder Wabo</al></li></lijst></li><li><li.nr>F.</li.nr><al>Geraamde uren: 50 uur Beleidsmedewerker/jurist</al></li></lijst></entry></row></tbody></tgroup></table><al /></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>