<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-344511/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Oisterwijk</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2026</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oisterwijk;</al><al /><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19-05-2026;</al><al /><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al /><al>besluit de Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2026 vast te stellen.</al><al /></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In de verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk.</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>egalisatiereserve: een reserve zoals bedoeld in artikel 4:72 lid 1 van de wet;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37);</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>financieel verslag: een overzicht van de uitgaven en inkomsten van de gesubsidieerde activiteiten;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent.</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47);</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>wet: Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college met uitzondering van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid onder a, b en d van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid onder a, b en d van de wet kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regeling vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Staatssteunregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een subsidieplafond verlagen als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>(i) het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd, en (ii) de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Na afloop van de indieningstermijn voor subsidieaanvragen voor een kalenderjaar blijkt dat het totaal van de ingediende en voor verlening in aanmerking komende aanvragen lager is dan het vastgestelde subsidieplafond. Het college kan in dat geval het subsidieplafond verlagen tot maximaal het bedrag dat noodzakelijk is voor honorering van deze aanvragen. Het college besluit slechts tot verlaging van het subsidieplafond nadat de indieningstermijn is verstreken en alle tijdige ingediende aanvragen zijn beoordeeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid onder a en b, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanvraag en beslistermijn</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie wordt digitaal, middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier via het subsidieportaal, of schriftelijk ingediend bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een begroting van de kosten en de opbrengsten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>als de aanvrager een onderneming is:</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>een de-minimisverklaring zoals bedoeld in de van toepassing zijnde de-minimisverordening; en</al></li></lijst></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Als het een subsidie betreft die per kalenderjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een rechtspersoon die subsidie aanvraagt, legt ook de volgende gegevens over: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een objectief en verifieerbaar stuk waaruit de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de aanvrager om subsidie blijkt, zoals (een kopie van) de oprichtingsakte of de meest recente statuten; en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een afschrift van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar, indien van toepassing door de accountant op juistheid gecontroleerd en ter goedkeuring en vaststelling aangeboden aan bestuur of leden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan van de leden 2 en 3 van dit artikel worden afgeweken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Indieningstermijn aanvraag van subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 november voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een andere aanvraag om subsidie wordt ingediend minimaal 4 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan een afwijkende indieningstermijn geregeld zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie zoals bedoeld in artikel 4:23, derde lid onder c, van de wet wordt ingediend voor 1 april voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien het college van mening is dat de indiener van de aanvraag als enige serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de subsidie en het voornemens is de aanvraag van de indiener toe te kennen, publiceert het college een gemotiveerd voornemen in het elektronisch gemeenteblad waarop gegadigden binnen 8 weken na de datum van de publicatie van het voornemen zienswijzen kunnen indienen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien zienswijzen van gegadigden zoals bedoeld in lid 4 het vorige lid door het college worden gehonoreerd en het voornemens is gegadigden, naast de indiener van de aanvraag, ook een subsidie zoals bedoeld in artikel 4:23, derde lid en onder c, van de wet te verstrekken, krijgen gegadigden een afwijkende redelijke termijn om een aanvraag bij het college in te dienen. Deze termijn wordt door het college tijdig bij schriftelijke kennisgeving aan gegadigden medegedeeld. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aanvragen die na het einde van de indieningstermijn zijn ontvangen, worden afgewezen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Weigering van subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de wet en artikel 2 in samenhang gelezen met artikel 6 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) weigert het college de subsidie in ieder geval:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>als het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader; of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld in de nadere regelingen om voor subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>als de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en/of ontheffingen heeft die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de te subsidiëren activiteiten;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>als toekenning van de subsidie zou leiden tot dubbele financiering van dezelfde kosten of activiteiten;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; </al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>in de bij de betrokken nadere regelingen bepaalde opgenomen weigeringsgronden.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel> Hoofdstuk 5. Besluit op de aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen 4 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, vierde en vijfde lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat direct aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieontvanger informeert het College direct over:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies hoger dan € 100.000,- verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij nadere regeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, waaronder in elk geval met betrekking tot:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de activiteiten voor alle inwoners.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen, die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als een gebeurtenis voordoet als bedoel in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11a.</nr><titel>Egalisatiereserve</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalenderjaar verstrekte subsidie die meer dan €100.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Verantwoording en vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Wijze van verlening en eindverantwoording subsidies tot en met €20.000 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot en met €20.000 worden door het college direct vastgesteld, of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het tweede lid – binnen 12 weken nadat de activiteiten volgens de subsidieverlening uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als bij verleningsbeschikking de subsidieaanvrager wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen 12 weken nadar de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 20.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan €20.000 </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan €20.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk vóór 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>in andere gevallen uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat tenminste:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening)</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een balans van de afgelopen subsidieperiode met een toelichting daarop.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval de subsidie € 100.000,- of meer bedraagt bevat de aanvraag in aanvulling op het tweede lid tevens een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Subsidievaststelling op aanvraag voor subsidies van meer dan €20.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidievaststelling wordt digitaal middels een door het college vastgesteld webformulier via het subsidieportaal of schriftelijk ingediend bij het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt een subsidie van meer dan € 20.000 vast binnen 12 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze termijn kan eenmaal met maximaal 12 weken worden verdaagd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij nadere regeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet vóór het tijdstip, bedoeld in artikel 13, eerste lid en 14, eerste lid, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze nieuwe termijn wordt ingediend, kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij nadere regeling kunnen andere termijnen worden gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij nadere regeling voorgeschreven berekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij nadere regeling voorgeschreven definities of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een bij of krachtens verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de te dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag van bekendmaking door plaatsing in het elektronisch gemeenteblad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gelijktijdig wordt de Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2020 ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde datum en de daaruit voortvloeiende aanvragen tot vaststelling zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2020 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2026.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van (25-06-2026)</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>De voorzitter,</functie><functie>Hans Janssen</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>De griffier,</functie><functie>Aletta van der Veen</functie></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><nadruk type="vet">Artikel 1. Definities </nadruk></al><al>Artikel 1 bevat de begripsbepalingen die in de Algemene subsidieverordening gemeente Oisterwijk 2026 en in de daarop gebaseerde subsidieregelingen worden gehanteerd.</al><al /><al>De opgenomen definities sluiten aan bij:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>de systematiek en terminologie van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>relevante Europese staatssteunregelgeving;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>gangbare begripsbepalingen in gemeentelijke subsidieverordeningen.</al></li></lijst><al>Door deze begrippen centraal te definiëren, wordt voorkomen dat verschillende interpretaties ontstaan bij de uitvoering en beoordeling van subsidieaanvragen. Artikel 1 vormt daarmee een essentieel fundament voor de verdere toepassing van deze verordening.</al><al /><al>Deze definities gelden niet alleen voor deze verordening, maar ook voor de hierop te baseren regelingen. Deze definities zullen dus niet nogmaals in de verschillende subsidieregelingen opgenomen hoeven te worden. Ook kan hier niet van worden afgeweken.</al><al>Er is geen definitie opgenomen van subsidie. Wat onder een subsidie moet worden verstaan, is omschreven in artikel 4:21 van de</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2. Reikwijdte</nadruk></al><al><nadruk type="cur">Eerste lid</nadruk></al><al>Artikel 2 beschrijft op welke subsidies deze Algemene subsidieverordening van toepassing is en hoe hiermee wordt omgegaan in bijzondere situaties. De hoofdregel uit lid 1 is dat de verordening geldt voor subsidies die passen binnen subsidieregelingen zoals vastgesteld door het college. </al><al /><al><nadruk type="cur">Tweede lid</nadruk></al><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld incidentele subsidies) is de ASV in beginsel niet van toepassing. Dit lid geeft het college de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te verklaren als daartoe aanleiding bestaat.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3. Subsidieregelingen</nadruk></al><al>Met dit artikel krijgt het college de bevoegdheid om in nadere regels, hier en verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Voor zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van uitbetalen, dient dit eveneens in de subsidieregeling te gebeuren.</al><al /><al>In andere artikelen van de ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie en de wijze van verdelen van het subsidieplafond.</al><al>Voor zover het college geen gebruik maakt van de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen is het slechts in beperkte mate mogelijk om subsidies te verstrekken. De hoofdregel van de Awb is namelijk dat subsidieverstrekking gebaseerd moet zijn op een wettelijk voorschrift, zoals een subsidieregeling, waarin de te subsidiëren activiteiten staan vermeld. Op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Awb bestaan hierop maar vier uitzonderingen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de spoedeisende subsidieverstrekking (tijdelijk, vooruitlopend op de vaststelling van een wettelijk voorschrift);</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost (de begroting dient de subsidieontvanger en het bedrag dat ten hoogste kan worden vastgesteld te vermelden);</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de incidentele subsidieverstrekking (voor uitzonderlijke gevallen, en als er in beginsel slechts eenmalig subsidie zal worden toegekend);</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de Europese subsidies (is voor gemeenten nauwelijks van belang).</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 4. Staatssteunregels</nadruk></al><al>Artikel 4 borgt dat het college subsidies verstrekt in overeenstemming met de Europese regels voor staatssteun. Deze regels zijn bedoeld om te voorkomen dat ondernemingen door overheidssteun een oneerlijk voordeel krijgen ten opzichte van andere partijen.</al><al /><al>De bepaling maakt duidelijk dat, wanneer een subsidie onder Europese staatssteunregels valt, deze regels leidend zijn. In dat geval kan het nodig zijn om aanvullende of afwijkende voorwaarden te stellen ten opzichte van de ASV. Door dit expliciet mogelijk te maken, wordt voorkomen dat subsidies worden verleend die in strijd zijn met het Europese recht.</al><al /><al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld.</al><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader (vierde lid).</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</nadruk></al><al>Artikel 5 regelt dat het college vooraf kan bepalen hoeveel subsidie maximaal beschikbaar is en onder welke financiële voorwaarden subsidies worden verleend. Hiermee wordt gewaarborgd dat subsidieverstrekking binnen de door de raad vastgestelde begrotingskaders blijft.</al><al /><al><nadruk type="cur">Eerste lid</nadruk></al><al>Het eerste lid geeft het college de bevoegdheid om subsidieplafonds vast te stellen en regelt dat bij subsidieregeling wordt bepaald hoe het beschikbare geld wordt verdeeld. </al><al /><al><nadruk type="cur">Tweede en derde lid</nadruk></al><al>Om te waarborgen dat het college alleen overgaat tot verlaging van subsidieplafonds als die verlaging ook daadwerkelijk kan worden gebruikt zijn het tweede en derde lid opgenomen. Het komt er op neer dat een subsidieplafond alleen kan worden verlaagd als het oorspronkelijke subsidieplafond is vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld én de aanvragen voor de vaststelling van de begroting moesten zijn ingediend</al><al>Het derde lid verplicht het college bij de bekendmaking van een dergelijk subsidieplafond de mogelijkheid tot verlaging en de gevolgen daarvan kenbaar te maken. </al><al /><al><nadruk type="cur">Vierde lid</nadruk></al><al>Lid 4 regelt het begrotingsvoorbehoud: subsidies die worden verleend voordat de begroting is vastgesteld, zijn alleen definitief als de raad de benodigde middelen ter beschikking stelt. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6. Aanvraag</nadruk></al><al>Artikel 6 regelt op welke wijze subsidieaanvragen worden ingediend en welke gegevens daarbij moeten worden verstrekt. Dit artikel zorgt voor een uniforme en zorgvuldige beoordeling van aanvragen, terwijl het artikel het college de mogelijkheid biedt om maatwerk toe te passen waar dat nodig is.</al><al /><al><nadruk type="cur">Eerste lid</nadruk></al><al>Lid 1 bepaalt dat subsidieaanvragen digitaal worden ingediend met gebruikmaking van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Dit bevordert een efficiënte en gestandaardiseerde afhandeling. Hoewel het digitaal indienen de voorkeur heeft, kunnen, bij uitzondering, de aanvragen ook schriftelijk bij het college worden ingediend.</al><al /><al><nadruk type="cur">Tweede lid</nadruk></al><al>Lid 2 geeft aan welke basisgegevens bij een subsidieaanvraag moeten worden overlegd, zodat het college de aanvraag inhoudelijk en financieel kan beoordelen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Derde lid</nadruk></al><al>Het derde lid bepaalt dat een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt aanvullende gegevens moet overleggen. Hiermee krijgt het college inzicht in de organisatie en financiële positie van de aanvrager.</al><al /><al><nadruk type="cur">Vierde lid</nadruk></al><al>Bij subsidieregeling kan het college besluiten te wijken van het gestelde in lid 2 en 3, bijvoorbeeld door voor aanvragen om bepaalde subsidies meer of andere gegevens en bescheiden te verlangen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7. Indieningstermijn aanvraag van subsidie</nadruk></al><al>Artikel 7 regelt binnen welke termijnen subsidieaanvragen moeten worden ingediend, met onderscheid tussen subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt en andersoortige subsidies. Hiermee wordt duidelijkheid geboden aan aanvragers en kan het college aanvragen ordelijk en zorgvuldig beoordelen.</al><al /><al>Expliciet is vastgelegd dat aanvragen die na afloop van de indieningstermijn worden ontvangen, worden afgewezen. Dit versterkt de rechtszekerheid en de gelijke behandeling van aanvragers. Tegelijkertijd bevat het artikel een afwijkingsmogelijkheid voor uitzonderlijke gevallen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 8. Weigeringsgronden</nadruk></al><al>Artikel 8 bepaalt in welke gevallen het college een subsidie moet of kan weigeren, intrekken of terugvorderen. Deze gronden zijn bedoeld om te waarborgen dat subsidies rechtmatig worden verstrekt en niet in stand blijven wanneer dat juridisch of beleidsmatig niet is toegestaan.</al><al /><al><nadruk type="cur">Eerste en tweede lid</nadruk></al><al>De eerste twee leden hebben betrekking op Europese staatssteunregels. In deze situaties is het college verplicht de subsidie te weigeren. Deze staatssteunregels maken onderdeel uit van het Europese recht en laten het college geen beleidsruimte.</al><al /><al><nadruk type="cur">Derde lid</nadruk></al><al>Het derde lid bevat beleidsmatige gronden op basis waarvan het college kan besluiten een subsidie te weigeren. Deze gronden geven invulling aan de gemeentelijke beleidsvrijheid en zijn bedoeld om subsidiegelden doelmatig, rechtmatig en in het gemeentelijk belang in te zetten.</al><al /><al>De onderdeel a ziet op de vraag of de gesubsidieerde activiteiten daadwerkelijk bijdragen aan de gemeente Oisterwijk en haar beleidsdoelstellingen. Subsidie kan worden geweigerd wanneer activiteiten niet of onvoldoende gericht zijn op de gemeente of haar inwoners. Hiermee wordt benadrukt dat subsidie een instrument is om gemeentelijke doelen te realiseren en geen algemeen recht.</al><al /><al>De onderdeel b ziet op de noodzaak van subsidieverstrekking. Subsidie kan worden geweigerd wanneer niet is aangetoond dat de subsidie nodig is voor het uitvoeren van de activiteiten. Deze grond voorkomt dat subsidiegelden worden ingezet waar zij geen toegevoegde waarde hebben en dragen bij aan een doelmatige besteding van publieke middelen.</al><al>De onderdelen c, e en f hebben betrekking op de rechtmatigheid en integriteit van de subsidieverstrekking. Het gaat onder meer om situaties waarin niet wordt voldaan aan gestelde regels, wettelijke voorschriften of vergunningseisen. Deze gronden zijn bedoeld om misbruik van subsidiegelden te voorkomen en de gemeente te beschermen tegen juridische en bestuurlijke risico’s. </al><al /><al>Onderdeel g is toegevoegd om te voorkomen dat dezelfde activiteiten dubbel worden gefinancierd via verschillende subsidievormen.</al><al /><al>Onderdeel h verduidelijkt dat subsidie kan worden geweigerd zolang Europese goedkeuring ontbreekt in gevallen waarin deze op grond van de staatssteunregels is vereist. Door dit expliciet in de verordening op te nemen, wordt voor aanvragers duidelijk waarom subsidieverlening (nog) niet mogelijk is en wordt voorkomen dat onrechtmatige staatssteun wordt verleend. Onderdeel i biedt daarnaast de mogelijkheid om in subsidieregelingen aanvullende weigeringsgronden vast te stellen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 9. Beslistermijn</nadruk></al><al>Artikel 9 regelt binnen welke termijnen het college beslist op subsidieaanvragen. Met deze termijnen wordt aan aanvragers duidelijkheid geboden over het moment waarop zij een besluit kunnen verwachten, terwijl het college voldoende ruimte behoudt om aanvragen zorgvuldig te beoordelen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 10. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger</nadruk></al><al>Dit artikel legt de meldings- en informatieplicht van de subsidieontvanger vast. De subsidieontvanger moet het college direct informeren wanneer zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten of het naleven van subsidievoorwaarden. Dit stelt het college in staat tijdig in te grijpen, de subsidie zo nodig aan te passen of aanvullende voorwaarden te stellen.</al><al /><al>Lid 2 concretiseert deze meldplicht door een aantal belangrijke situaties expliciet te benoemen, zoals beëindiging van activiteiten, relevante financiële of organisatorische wijzigingen en statutenwijzigingen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 11. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen </nadruk></al><al>Dit artikel bevat een bevoegdheidsgrondslag voor het college om aan de subsidie bepaalde bijzondere verplichtingen te verbinden, in aanvulling op wat reeds mogelijk is op grond van de Awb (zie artikel 4:37 van de Awb).</al><al /><al><nadruk type="cur">Eerste lid</nadruk></al><al>Lid 1 maakt het mogelijk verplichtingen op te leggen over het beheer en gebruik van met subsidie gerealiseerde voorzieningen en over de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de gesubsidieerde activiteiten, zodat deze ten goede komen aan alle inwoners of iedereen binnen de gedefinieerde doelgroep van de subsidie.</al><al /><al><nadruk type="cur">Tweede lid</nadruk></al><al>Het tweede lid ziet op de verplichtingen die verband houden met de verwezenlijking van het doel van de subsidie. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eisen inzake de deskundigheid van de personen die de te subsidiëren activiteit uit zullen voeren.</al><al /><al><nadruk type="cur">Derde lid</nadruk></al><al>Het derde lid maakt het mogelijk om verplichtingen op te leggen die niet strekken tot verwezenlijking van het eigenlijke doel van de gesubsidieerde activiteit. Het betreft echter geen vrijbrief, deze verplichtingen moeten wel enig verband houden met de gesubsidieerde activiteit. Het kan bijvoorbeeld gaan om het opleggen van de verplichting om een extra inspanning te leveren om een bepaalde doelgroep te betrekken bij de gesubsidieerde activiteiten of om de activiteiten op de meest milieuvriendelijke manier uit te oefenen. Als het college van deze aanvullende mogelijkheid gebruik maakt moet dat duidelijk gemotiveerd worden.</al><al /><al><nadruk type="cur">Vierde lid</nadruk></al><al>In artikel 4:41 van de Awb is bepaald dat in bepaalde gevallen de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd is aan het bestuursorgaan. Deze vergoedingsplicht echter geldt alleen als hierin is voorzien in de verordening of subsidieregeling, of – als deze ontbreken – in de subsidiebeschikking. Daarbij moet zijn bepaald hoe de hoogte van de vergoeding wordt berekend (dit hoeft geen volledige compensatie te betreffen). Met het vierde lid krijgt het college de bevoegdheid om hier uitvoering en invulling aan te geven.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 11a. Egalisatiereserve </nadruk></al><al>Dit artikel regelt de mogelijkheid tot het vormen van een egalisatiereserve. De figuur van de egalisatiereserve is gebaseerd op artikel 4:72 van de Awb. Een egalisatiereserve is een reserve van de subsidieontvanger waaraan als bestemming het dekken van exploitatierisico’s is verbonden. De reserve wordt gevormd om tot een gelijkmatige verdeling van lasten te komen. Op grond van artikel 4:58 van de Awb is artikel 4:72 van de Awb alleen van toepassing op per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie aan een rechtspersoon en bovendien enkel als dat in de ASV, een subsidieregeling of bij de subsidieverlening is bepaald.</al><al /><al><nadruk type="cur">Eerste lid</nadruk></al><al>Lid 1 maakt het mogelijk om bij hogere, jaarlijks verstrekte subsidies (meer dan € 100.000) te bepalen dat de subsidieontvanger een egalisatiereserve vormt. Hiermee kunnen fluctuaties in inkomsten en uitgaven tussen jaren worden opgevangen en wordt financiële continuïteit bevorderd.</al><al /><al><nadruk type="cur">Tweede lid</nadruk></al><al>Lid 2 biedt ook bij andere subsidies de mogelijkheid om op verzoek van de subsidieontvanger een egalisatiereserve te vormen, zodat maatwerk kan worden geleverd waar dat wenselijk is.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 12. Verantwoording </nadruk></al><al>-</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 13. Wijze van verlening en eindverantwoording subsidies tot en met €20.000</nadruk></al><al>Dit artikel regelt de vereenvoudigde eindverantwoording en vaststelling van subsidies tot en met € 20.000. Het uitgangspunt is dat deze subsidies op basis van vertrouwen worden verstrekt; er wordt dan niet standaard om verantwoording gevraagd. In plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de subsidieontvanger bij niet nakoming van de voorwaarden (zie artikel 11). Achteraf kan een risicogeoriënteerde controle plaatsvinden bij de subsidieontvanger. </al><al>Het bedrag is vastgesteld op € 20.000,- om de administratieve lasten voor subsidieontvangers zoveel mogelijk te beperken. Hiermee is tegemoetgekomen aan de uitgangspunten zoals door de gemeenteraad op 25 juni 2026.</al><al /><al>Verder wordt in het geval van verlening gevolgd door ambtshalve vaststelling, in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen een nader bepaalde termijn, ambtshalve vastgesteld door de subsidieverstrekker. In het tweede lid is een afwijkende termijn opgenomen voor situaties waarin speciale rapportageverplichtingen worden opgelegd.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 14. Eindverantwoording subsidies van meer dan €20.000 </nadruk></al><al>Dit artikel regelt de eindverantwoording en vaststelling van subsidies van meer dan € 20.000.</al><al /><al><nadruk type="cur">Eerste lid</nadruk></al><al>Lid 1 bepaalt de termijnen waarbinnen de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling moet indienen, afhankelijk van de aard van de subsidie.</al><al /><al><nadruk type="cur">Tweede lid</nadruk></al><al>Lid 2 schrijft voor welke stukken moeten worden aangeleverd. Het inhoudelijk verslag geeft inzicht in de mate waarin de activiteiten zijn uitgevoerd en verplichtingen zijn nagekomen. Het financieel verslag en de balans bieden het college voldoende inzicht in de besteding van de middelen en de financiële positie over de subsidieperiode, zonder dat een zware controlelast ontstaat.</al><al /><al><nadruk type="cur">Derde lid</nadruk></al><al>Lid 3 maakt het mogelijk om bij subsidieregeling af te wijken van de standaardvereisten en termijnen, zodat de verantwoording kan worden afgestemd op het karakter van de subsidie.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 15. Subsidievaststelling op aanvraag voor subsidies van meer dan €20.000</nadruk></al><al>Dit artikel regelt de procedure en termijnen voor subsidievaststelling.</al><al /><al><nadruk type="cur">Eerste lid</nadruk></al><al>Lid 1 bepaalt dat aanvragen tot vaststelling digitaal worden ingediend via door het college vastgestelde formulieren, waarmee een uniforme en toegankelijke werkwijze wordt geborgd. Hoewel het digitaal indienen de voorkeur heeft, kunnen, bij uitzondering, de aanvragen ook schriftelijk bij het college worden ingediend.</al><al /><al><nadruk type="cur">Tweede en derde lid</nadruk></al><al>Lid 2 en 3 stellen de beslistermijn voor subsidievaststelling vast en bieden het college de mogelijkheid deze eenmaal te verdagen, zodat zorgvuldige beoordeling mogelijk blijft.</al><al /><al><nadruk type="cur">Vierde lid</nadruk></al><al>Lid 4 maakt het mogelijk om bij subsidieregeling subsidies direct vast te stellen zonder afzonderlijke aanvraag, ter verdere vermindering van administratieve lasten.</al><al /><al><nadruk type="cur">Vijfde lid</nadruk></al><al>Lid 5 regelt de situatie waarin een aanvraag tot vaststelling niet tijdig wordt ingediend. Het college kan dan een hersteltermijn bieden en uiteindelijk overgaan tot ambtshalve vaststelling, waarmee de voortgang wordt gewaarborgd.</al><al /><al><nadruk type="cur">Zesde lid</nadruk></al><al>Lid 6 biedt ruimte om bij subsidieregeling afwijkende termijnen vast te stellen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 16. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</nadruk></al><al><nadruk type="cur">Eerste lid</nadruk></al><al>Lid 1 bepaalt dat, wanneer uurtarieven subsidiabel zijn, deze worden berekend volgens een voorgeschreven methode. Dit bevordert uniformiteit en voorkomt discussies over de hoogte van tarieven.</al><al /><al><nadruk type="cur">Tweede lid</nadruk></al><al>Lid 2 zorgt ervoor dat bij de berekening van uurtarieven vaste definities van kostenbegrippen worden gehanteerd, zodat de onderbouwing van kosten transparant en vergelijkbaar is.</al><al /><al><nadruk type="cur">Derde lid</nadruk></al><al>Lid 3 verduidelijkt dat bij subsidies waarop Europees staatssteunrecht van toepassing is, uitsluitend tarieven en kosten in aanmerking komen die voldoen aan de eisen van het betreffende steunkader, ter waarborging van rechtmatige subsidieverstrekking.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 17. Hardheidsclausule </nadruk></al><al>Deze hardheidsclausule is opgenomen omdat in uitzonderlijke gevallen vasthouden aan een termijn in de ASV of de toepasselijke subsidieregeling wegens bijzondere omstandigheden onevenredig kan zijn tot de daarmee te dienen belangen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Eerste lid</nadruk></al><al>Lid 1 biedt het college de bevoegdheid om een andere termijn vast te stellen wanneer toepassing van een vastgestelde termijn leidt tot onevenredige gevolgen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger.</al><al /><al><nadruk type="cur">Tweede lid</nadruk></al><al>Lid 2 maakt het mogelijk om in subsidieregelingen af te wijken van specifieke artikelen of artikelleden indien vasthouden daaraan in bijzondere omstandigheden onredelijk uitpakt.</al><al /><al><nadruk type="cur">Derde lid</nadruk></al><al>Het derde lid borgt dat toepassing van de hardheidsclausule zorgvuldig en transparant plaatsvindt. Door te eisen dat afwijkingen worden gemotiveerd in het besluit, wordt aangesloten bij het motiveringsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. De periodieke verslaglegging aan de raad versterkt daarnaast de democratische controle op het gebruik van deze afwijkingsbevoegdheid.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 18. Slotbepalingen </nadruk></al><al>Dit artikel bevat de gebruikelijke formele en overgangsbepalingen. Het regelt het moment van inwerkingtreding, de intrekking van de vorige verordening en welk recht van toepassing is op lopende subsidieaanvragen en vaststellingsverzoeken. Hiermee wordt rechtszekerheid geboden aan subsidieaanvragers en -ontvangers en wordt voorkomen dat onduidelijkheid ontstaat over welk normenkader van toepassing is.</al></nota-toelichting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>