<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-334794/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Reusel-De Mierden</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Verordening jeugdhulp gemeente Reusel-De Mierden 2026</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Reusel-De Mierden gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 mei 2026, gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, lid 3 van de Jeugdwet en artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al /><al /><al>overwegende dat:</al><al>• de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd;</al><al>• de verordening de visie en uitgangspunten van het Kempisch Meerjarenbeleidskader Jeugd 2026-2029 vertaalt naar concrete, toetsbare regels voor toegang, toekenning en uitvoering van jeugdhulp. De uitgangspunten vanuit het MJBK (voluit) als volgt zijn:</al><al>- kinderen en ouders worden zoveel mogelijk laagdrempelig en vanuit preventief oogpunt ondersteund vanuit lokale voorzieningen binnen de sociale basis;</al><al>- bij een hulpvraag wordt er samen met kind en ouders gekeken naar mogelijkheden vanuit eigen kracht, binnen het netwerk en voorliggende (collectieve) ondersteuning. Scholen en verenigingen zijn voorbeelden van vind- en werkplaatsen van collectief preventief aanbod;</al><al>- jeugdhulp is niet per definitie het antwoord op een hulpvraag;</al><al>- benodigde hulp en ondersteuning wordt gezinsgericht en domeinoverstijgend </al><al>geboden vanuit Stevige Lokale Teams, waarbij maatwerk mogelijk is;</al><al>- kinderen worden thuis of zo dicht mogelijk bij huis, geholpen en als dat niet kan, is ‘thuis’ onderdeel van de hulp of ondersteuning die gezinsgericht is vormgegeven en waarbij maatwerk mogelijk is;</al><al>- professionele ondersteuning is begrensd om deze beschikbaar te houden voor inwoners die deze het hardst nodig hebben;</al><al>- voor jongeren met zorg die door moet lopen na hun 18e verjaardag, is de continuïteit van de hulpverlening geborgd en is er tijdig en voldoende afstemming tussen professionals 18- en 18+;</al><al>- we werken cultuursensitief om passende ondersteuning te bieden die toegankelijk, begrijpelijk en effectief is voor álle jeugdigen en gezinnen.</al><al>• de reikwijdte van de jeugdhulpplicht bewust wordt afgebakend zodat de beschikbare middelen worden ingezet voor jeugdigen in de meest kwetsbare situaties, in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028.</al><al /><al>besluit vast te stellen:</al><al /><al>Verordening jeugdhulp gemeente Reusel-De Mierden 2026,</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Actieplan: een document waarin de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of zijn ouder(s) is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken, evenals de bijdragen die zowel het college als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren en het moment en de wijze waarop de resultaten van de ontvangen jeugdhulpvoorziening met de jeugdige of zijn ouder(s) worden besproken;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, die valt onder een wettelijk kader op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk &amp; inkomen;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Budgetbeheerder: wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde van de budgethouder;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Budgethouder: de persoon die een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangt op grond van de Jeugdwet;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>CJG+ de Kempen: uitvoeringsorganisatie welke namens de colleges van de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden de (toegang naar) jeugdhulp uitvoert.</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>Collectief aanbod: professionele ondersteuning waarbij meerdere jeugdigen en/of hun ouder(s) met een vergelijkbare individuele hulpvraag gezamenlijk worden ondersteund;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-De Mierden;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>Domeinoverstijgend werken: een integrale werkwijze waarbij professionals, organisaties en instanties uit verschillende beleidsdomeinen (zoals zorg, welzijn, wonen, werk, inkomen en veiligheid) samenwerken rondom de hulpvraag van een inwoner;</al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>Eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van jeugdigen, hun ouder(s) en hun sociale netwerk om, al dan niet met hulp uit hun directe omgeving (zoals familie, vrienden of buurtgenoten), zelfstandig de opgroei- en opvoedingsproblemen aan te pakken of te verminderen;</al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>Familiegroepsplan: een schriftelijk plan waarin ouder(s), samen met hun familie, vrienden en andere personen die tot hun sociale omgeving behoren, aangeven hoe zij zelf de opvoed- en opgroeisituatie van hun kind(eren) willen verbeteren en welke ondersteuning daarbij nodig is;</al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al>Gebruikelijke zorg: de zorg en ondersteuning die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid van ouder(s) en huisgenoten mag worden verwacht, gelet op leeftijd en ontwikkelingsfase van de jeugdige, de gezinsomstandigheden en de gebruikelijke taken in een huishouden;</al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al>Huisgenoot: iedere persoon met wie de jeugdige of de ouder(s) gemeenschappelijk een woning bewoont met uitzondering van de persoon die de woning bewoont op basis van een commerciële relatie;</al></li><li><li.nr>m.</li.nr><al>Hulpvraag: behoefte van een jeugdige of ouder(s) in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; </al></li><li><li.nr>n.</li.nr><al>Individuele voorziening: een op de jeugdige of zijn ouder(s) toegesneden jeugdhulpvoorziening die wordt uitgevoerd door een professionele of niet-professionele jeugdhulpverlener en door het college in natura of in de vorm van een pgb wordt verstrekt, zoals bedoeld in artikel 3;</al></li><li><li.nr>o.</li.nr><al>Jeugdhulpaanbieder: natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroepsmatig jeugdhulp verleent en daartoe met de gemeente een financiële relatie heeft, in de zin van een contract, subsidie of via een pgb van de inwoner;</al></li><li><li.nr>p.</li.nr><al>MJBK: Kempisch meerjarenbeleidskader jeugd;</al></li><li><li.nr>q.</li.nr><al>NGZ: niet-gecontracteerde zorg;</al></li><li><li.nr>r.</li.nr><al>Onafhankelijke cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;    </al></li><li><li.nr>s.</li.nr><al>Overige voorziening: vorm van jeugdhulp of ondersteuning die het college aanbiedt waarvoor géén individuele indicatie of beschikking vereist is, zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid;</al></li><li><li.nr>t.</li.nr><al>Persoonsgebonden budget (pgb): het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of ouder, dat hem in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; </al></li><li><li.nr>u.</li.nr><al>Sociaal netwerk: een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen met wie de jeugdige of ouder een sociale relatie onderhoudt;</al></li><li><li.nr>v.</li.nr><al>Sociale basis: geheel van voorzieningen, netwerken en activiteiten in de buurt of wijk die bijdragen aan het welzijn van inwoners. Laagdrempelig, dichtbij en voor iedereen toegankelijk;</al></li><li><li.nr>w.</li.nr><al>Stevige Lokale Teams: Stevige Lokale Teams zijn wijkgerichte, laagdrempelige teams die integraal en domeinoverstijgend werken en die als herkenbaar en centraal aanspreekpunt fungeren voor inwoners met vragen over opgroeien, opvoeden en veiligheid, en die integraal en domeinoverstijgend werken aan vroege signalering, normaliseren en het voorkomen van zwaardere jeugdhulp en gedwongen kaders. Deze zijn nog in ontwikkeling. </al></li><li><li.nr>x.</li.nr><al>Systeemgericht werken: niet alleen naar het kind kijken maar naar het hele gezin en hun netwerk, en hoe die met elkaar omgaan.</al></li><li><li.nr>y.</li.nr><al>Veilig Thuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;</al></li><li><li.nr>z.</li.nr><al>Voorliggende voorziening: alle andere mogelijkheden, waaronder andere en overige voorzieningen, die de hulpvraag (deels) kunnen oplossen voordat een beroep gedaan kan worden op een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, het Besluit Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht. </al></lid><al /><al /><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>VORMEN VAN JEUGDHULP</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al>Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Overige voorzieningen worden zó ingericht dat zij laagdrempelig, herkenbaar en vroegtijdig toegankelijk zijn.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De mix van overige en individuele voorzieningen ondersteunt de Kempische lijn “zoveel mogelijk thuis en dichtbij huis”, met zo licht mogelijke, effectieve hulp en zo min mogelijk residentiële en langdurige trajecten.</al></li></lijst><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Overige voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgende vormen van overige voorzieningen zijn beschikbaar: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Advies en informatie, mede ten behoeve van de mogelijke toegang tot individuele voorzieningen.</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Alle vormen van individuele of collectieve ambulante ondersteuning bij opgroeien en opvoeding, ontwikkelingsvragen, gedragsproblematiek en casusregie welke wordt verleend door het CJG+ de Kempen, anders dan een individuele voorziening zoals bedoeld in artikel 3 eerste lid.</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Zorg en begeleiding in het reguliere of speciaal onderwijs (speciaal basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs cluster 3 en 4) in Zuidoost-Brabant, in het geval dat de voorziening door het college is georganiseerd binnen de school.</al></li></lijst></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Individuele voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>ambulante spoedhulp;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>begeleiding;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>behandeling;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>verblijf en crisis verblijf; </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>dagbehandeling;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>gezinshuis;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>jeugdbescherming;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>jeugdreclassering;</al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>jeugdzorgplus;</al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>landelijk ingekochte zorg;</al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al>logeren;</al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al>pleegzorg;</al></li><li><li.nr>m.</li.nr><al>vervoer.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt in het kader van de inkoop- of subsidierelatie met aanbieders afspraken over in ieder geval de volgende aspecten van de individuele voorzieningen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>doelgroepen;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>activiteiten;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>doorlooptijd;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>intensiteit;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>kwaliteit;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>beoogd resultaat; en</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>vermelding productcode informatiemodel Jeugdwet (iJw).</al></li></lijst></lid><al /><al /><al /><al> </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>TOEGANG TOT JEUGDHULPVOORZIENINGEN</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al>Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd: </al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen en bieden in beginsel zelf hulp, ook als er sprake is van problemen. Ondersteuning wordt voor jeugdigen in een kwetsbare positie alleen waar nodig ingezet.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Ouders en jeugdigen kunnen hun vraag eenvoudig, tijdig en zonder drempels stellen bij Stevige Lokale Teams of andere toegangen, die helder zijn over wie wat doet en welke ondersteuning verwacht mag worden. De teams worden ingericht in overeenstemming met de landelijke kaders en afspraken over Stevige Lokale Teams. Het huidige CJG+ de Kempen maakt deel uit van de Stevige Lokale Teams.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Specialistische jeugdhulp is niet automatisch het antwoord op een hulpvraag maar volgt pas als lichtere vormen, zoals ondersteuning vanuit het netwerk, de sociale basis, Stevige Lokale Teams en collectief/groepsaanbod, aantoonbaar tekortschieten en andere onderliggende problemen in het gezin zijn aangepakt. Toeleiding naar hulp is gezinsgericht, domeinoverstijgend en gericht op normaliseren en het beperken van instroom in specialistische zorg.</al></li></lijst><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Toegang tot overige voorzieningen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een inwoner die gebruik wil maken van een overige voorziening zoals bedoeld in artikel 2 eerste lid onder a of b, meldt zich bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beoordeelt of de inwoner in aanmerking komt voor deze voorziening. De overige voorziening zoals bedoeld in artikel 2 eerste lid onder a of b wordt alleen ingezet als uit deze beoordeling blijkt dat geen enkele andere voorziening passend is bij de benodigde ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een overige voorziening zoals bedoeld in artikel 2 eerste lid onder a of b gaat voor op een individuele voorziening. Dat betekent dat iemand die gebruik kan maken van ondersteuning vanuit het CJG+ de Kempen geen aanspraak kan maken op een individuele voorziening voor dezelfde ondersteuning. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer een inwoner gebruik wil maken van een overige voorziening zoals bedoeld in artikel 2 lid 1a en 1b, legt het college samen met de jeugdige of zijn ouder(s)) de gemaakte afspraken vast in een actieplan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een inwoner die gebruik wil maken van een overige voorziening zoals bedoeld in artikel 2 lid 1c, meldt zich bij de betreffende school.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een overige voorziening zoals bedoeld in artikel 2 lid 1c gaat voor op een individuele voorziening. Dit betekent dat een inwoner die gebruik kan maken van door het college georganiseerde collectieve zorg of begeleiding binnen het onderwijs, geen aanspraak kan maken op een individuele voorziening binnen het onderwijs voor dezelfde zorg of begeleiding. </al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Toegang tot individuele voorzieningen via de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jeugdigen en ouders kunnen met hun hulpvraag terecht bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beschouwt een ondertekend verslag van het gesprek als bedoeld in artikel 11, het actieplan, als een aanvraag voor een individuele voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een jeugdige of zijn ouder(s) jeugdhulp zelf wil inkopen met een pgb, dient hij daarvoor een pgb-plan in als bedoeld in artikel 19. Een ondertekend pgb-plan, gecombineerd met een ondertekend verslag, geldt als aanvraag voor een pgb.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college beslist binnen tien weken na de intake bij het toegangsteam van het CJG+ de Kempen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college legt het besluit vast in een beschikking.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende individuele voorziening. De beslissing over de inzet van hulp wordt zo snel mogelijk, in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vastgelegd in een beschikking.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Toegang tot individuele voorzieningen via de huisarts, medische specialist of jeugdarts</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt, overeenkomstig artikel 2.6, eerst lid, aanhef en onder e, van de Jeugdwet, voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, mits deze aanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De huisarts, medisch specialist of jeugdarts stelt het college op de hoogte van iedere verwijzing naar jeugdhulp.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Jeugdhulp die is verleend na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een aanbieder van jeugdhulp die daarvoor geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6a.</nr><titel>Doorverwijzing naar gecontracteerde jeugdhulpaanbieder door huisarts, medische specialist of jeugdarts</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De huisarts, medisch specialist of jeugdarts verwijst, wanneer hij dat noodzakelijk acht, na een melding van een hulpvraag van een jeugdige of zijn ouder(s) door naar een jeugdhulpaanbieder die door de gemeente is gecontracteerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Om te zorgen voor een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling en inzet van de individuele voorziening, houdt de jeugdhulpaanbieder zich bij de beoordeling van de hulpvraag na een verwijzing aan de regels van deze verordening en de afspraken met de gemeente binnen de contract- of subsidierelatie, waaronder het regionale protocol ‘Toegang tot jeugdhulp via de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts’.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het protocol schrijft voor dat de jeugdhulpaanbieder bij de beoordeling van de hulpvraag het onderzoek uitvoert zoals bedoeld in artikel 8 en de toekenningscriteria toepast zoals bedoeld in artikel 13.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het bepalen van aard, omvang en duur van de individuele voorziening, zoals bedoeld in het derde lid, onder c, hanteert de jeugdhulpaanbieder het principe van de goedkoopst adequate individuele voorziening. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het protocol wordt opgenomen in de overeenkomst tussen gemeente en jeugdhulpaanbieder, om een zorgvuldige en deskundige uitvoering te waarborgen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In deze overeenkomst is vastgelegd dat de gemeente bevoegd is om te controleren of de jeugdhulpaanbieder het protocol correct toepast. De gemeente kan daarbij toetsen of de voorgestelde individuele voorziening juist, passend en conform het principe van de goedkoopst adequate voorziening is vastgesteld, inclusief de omvang en duur daarvan.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Toegang tot niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieder </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanbieder moet onverwijld, in ieder geval voor de start van de zorg, contact opnemen met de gemeente om hiervoor goedkeuring te krijgen.  </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst alleen toe aan een niet-gecontracteerde aanbieder als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het gecontracteerde zorgaanbod aantoonbaar niet passend is of onvoldoende aansluit bij de benodigde zorg; én </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>er geen mogelijkheid is de benodigde zorg via een pgb in te kopen; én </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>er overeenstemming is over een overeenkomst zorg in natura die gelijkwaardig is aan de afspraken met de al gecontracteerde aanbieders voor vergelijkbaar zorgaanbod.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regels uit artikel 6a, lid 2 en verder zijn ook van toepassing wanneer wordt doorverwezen naar een niet-gecontracteerde aanbieder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De niet-gecontracteerde aanbieder en de in te zetten zorg voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als gelden voor het betreffende product binnen het gecontracteerde aanbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als er geen overeenkomst tot stand komt zoals bedoeld in lid 2, ontstaat er geen opdracht om zorg te verlenen en accepteert de gemeente geen declaraties van de betreffende aanbieder.</al></lid><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BEHANDELING VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN INDIVIDUELE VOORZIENING; ONDERZOEK EN BESLUITVORMING VIA DE GEMEENTE</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al>Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Ouders en jeugdigen krijgen voldoende passende, effectieve en veilige hulp, die niet langer duurt dan noodzakelijk en bij voorkeur in zorg in natura wordt geleverd.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en gezin is leidend, individuele voorzieningen zijn aanvullend en volgen pas na inzet van eigen kracht, netwerk, sociale basis en passend collectief aanbod, in lijn met de beweging van individuele zorg naar collectieve ondersteuning.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De hulpvraag is de start voor onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte. Dit onderzoek gebeurt integraal en systeemgericht, waarbij breed wordt gekeken met open informatie-uitwisseling en medewerking tussen gemeente, ouders en jeugdige.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het belang, de stem en het perspectief van de jeugdige staan centraal, met waar mogelijk aansluiting bij familiegroepsplan, JIM of eigen plannen van het gezin.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Hulp wordt vastgelegd in tijdelijke, doelgerichte beschikkingen op basis van bij voorkeur bewezen effectieve interventies, met expliciete aandacht voor evaluatie, afschaling en continuïteit rond 18 jaar.</al></li></lijst><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Onderzoek naar behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een jeugdige of zijn ouder(s) zich meldt met een vraag over jeugdhulp, voert het college, in samenspraak met de jeugdige of zijn ouder(s), een onderzoek uit volgens het zesde en zevende lid, en maakt zo snel mogelijk een afspraak voor één of meerdere gesprekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst op de mogelijkheid om gebruik te maken van:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5 van de Jeugdwet; en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>gratis onafhankelijke cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het onderzoek start, kan de jeugdige of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de jeugdige of zijn ouder(s) een familiegroepsplan heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. De jeugdige wordt zoveel mogelijk betrokken en gehoord tijdens het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouder(s) afzien van een gesprek als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college onderzoekt samen met de jeugdige of zijn ouder(s) vanuit een systeemgerichte en domeinoverstijgende brede blik:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>wat de hulpvraag is en wat deze heeft doen ontstaan;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige of zijn ouder(s), de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>of er sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen, en zo ja dan onderzoekt het college achtereenvolgens:</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>welke problemen of stoornissen dat zijn;</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>welke hulp (naar aard en omvang) nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren;</al></li><li><li.nr>iii.</li.nr><al>of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te bieden; en</al></li><li><li.nr>iv.</li.nr><al>voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn: de mogelijkheden om met inzet van een andere, overige of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp;</al></li></lijst></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, levensovertuiging en culturele achtergrond van de jeugdige of zijn ouder(s);</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>indien van toepassing: hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De jeugdige of ouder is verplicht mee te werken aan het onderzoek zoals bedoeld in artikel 12.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wint, met inachtneming van artikel 2.1 van het Besluit Jeugdwet, een specifiek    deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het advies bedoeld in het eerste lid wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college zorgt voor maatregelen die waarborgen dat het onderzoek en de voorbereiding van besluiten door de gemeente zorgvuldig plaatsvinden. Daarbij wordt er specifiek op gelet dat de organisatie die de jeugdhulp verleent of mogelijk gaat verlenen (of haar medewerkers) niet zelf adviseert over het toekennen van jeugdhulp en ook niet betrokken is bij het nemen van dat besluit. </al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Identificatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 8, controleert het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het controleren van de identiteit gebeurt in ieder geval aan de hand van een identiteitsbewijs als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk en evenredig is:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>gelet op de zwaarte van de te bieden jeugdhulp;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>ter voorkoming van fraude; of</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>ter controle van het wettelijk gezag van de ouder(s) of de wettelijk vertegenwoordiger over de       jeugdige.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder identiteitsbewijs wordt verstaan: een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de     identificatieplicht of, ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een verblijfskaart van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen);</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een buitenlands paspoort; of</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>een vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers).</al></li></lijst></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Verslag en aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het onderzoek krijgt de jeugdige of zijn ouder(s) van het college het actieplan. Eventuele opmerkingen of latere aanvullingen van jeugdige of zijn ouder(s) worden door hen aan dit verslag toegevoegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat de jeugdige of zijn ouder(s) de uitleg over de uitkomsten van het onderzoek goed hebben begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Blijkt uit het verslag dat de gezamenlijke conclusie is dat de hulpvraag kan worden opgelost met eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, of met inzet van een andere of overige voorziening, dan wordt het verslag ondertekend door de jeugdige of zijn ouder(s) teruggestuurd. In dat geval is er geen sprake van een aanvraag voor een individuele voorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Blijkt uit het verslag of uit de opmerkingen of latere aanvullingen dat een individuele voorziening aangewezen of gewenst is, dan wordt het verslag ook door de jeugdige of zijn ouder(s) ondertekend teruggestuurd. Dit ondertekende verslag geldt als een aanvraag voor een individuele voorziening. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij een aanvraag voor een individuele voorziening informeert het college de jeugdige of zijn ouder(s) over de mogelijkheid te kiezen voor een pgb. Daarbij wordt in begrijpelijke bewoordingen uitgelegd wat de gevolgen van die keuze zijn.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Medewerkingsverplichting van de jeugdige, ouders en huisgenoten </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De medewerkingsverplichting uit artikel 8.1.2 derde lid van de Jeugdwet heeft betrekking op alle vormen van medewerking die nodig zijn om te kunnen toezien op een rechtmatige verstrekking van een individuele voorziening, zowel bij een pgb als in natura. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanvraag voor een individuele voorziening:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de jeugdige, de ouder(s) en huisgenoten op te roepen om in persoon te verschijnen en hen bevragen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de jeugdige, de ouder(s) en huisgenoten te bevragen en/of onderzoeken door één of meer aangewezen deskundigen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De jeugdige, de ouder(s) en de relevante huisgenoten zijn in het kader van de beoordeling van de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen verplicht medewerking te verlenen aan de oproep zoals bedoeld in het tweede lid onder a en de bevraging en/of onderzoek zoals bedoeld in het tweede lid onder b.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De medewerkingsplicht houdt ook in dat zij het college, zowel op verzoek als uit eigen beweging, informeren over feiten en omstandigheden waarvan zij redelijkerwijs kunnen weten dat die van invloed zijn op het recht op de voorziening. Daarnaast kunnen zij worden gevraagd mee te werken aan een bezichtiging van de woon- en leefsituatie of aan een controle van een verstrekte of te verstrekken voorziening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de jeugdige of zijn ouder(s) naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerkt, kan de omvang van de benodigde jeugdhulp niet worden vastgesteld of is de jeugdhulp niet effectief. In dat geval kan het college besluiten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Criteria voor toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jeugdige of ouder komt, naast de mogelijkheid van verwijzing door huisarts, medisch specialist of jeugdarts, in aanmerking voor een individuele voorziening van het college als het college van oordeel is dat jeugdhulp nodig is vanwege opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen én de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en een andere of overige voorziening de noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een individuele voorziening wordt alleen verstrekt voor zover sprake is van zorg die het normale niveau van gebruikelijke zorg aantoonbaar overstijgt. Of er sprake is van gebruikelijke zorg wordt vastgesteld aan de hand van:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>leeftijd en ontwikkelingsfase van de jeugdige;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>normale opvoeduitdagingen;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de gebruikelijke rol- en taakverdeling in het gezin;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>frequentie en duur van de handelingen; </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>of de handelingen meelopen in het normale patroon van het gezin;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de belastbaarheid van ouders/huisgenoten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr /><al>In bijlage 3 zijn voorbeelden opgenomen van wat wordt verstaan onder gebruikelijke zorg per leeftijdscategorie, inclusief normale opvoeduitdagingen per leeftijdscategorie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een andere of overige voorziening kan de noodzaak voor een individuele voorziening verminderen of wegnemen als deze:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>daadwerkelijk beschikbaar is; en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>passend en toereikend is voor de hulpvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Is een individuele voorziening noodzakelijk, dan verstrekt het college de goedkoopst adequate, tijdig beschikbare voorziening. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een individuele voorziening wordt alleen toegekend als de inzet doeltreffend wordt geacht: de voorziening moet wezenlijk doelgericht en passend zijn en bijdragen aan het oplossen van de hulpvraag. Bij voorkeur wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van bewezen effectieve voorzieningen is sprake als de effectiviteit in wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld en de interventie is opgenomen als erkend in:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de zorgstandaarden van de GGZ-standaarden;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies   </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>gehandicaptenzorg).</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Heeft de aanvraag betrekking op kosten die al vóór de aanvraag zijn gemaakt, dan kan het college alleen een voorziening verstrekken voor zover het college de noodzaak, passendheid en gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorziening kan dan in beginsel alleen zien op kosten over een periode van maximaal drie maanden vóór de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Verlenging van een voorziening is alleen mogelijk als uit evaluatie blijkt dat:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de beoogde resultaten nog niet zijn bereikt;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>voortzetting aantoonbaar bijdraagt aan deze resultaten; en</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>afschalen naar een lichtere (overige) voorziening nog niet mogelijk is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Het college biedt geen individuele jeugdhulpvoorziening voor diensten die volgens de landelijke zorgvormenlijst uitdrukkelijk zijn uitgesloten van jeugdhulp in het kader van een inperking van de reikwijdte van de Jeugdwet.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Beoordeling eigen vermogen en probleemoplossend vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als uit het onderzoek van het college blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om, binnen de eigen mogelijkheden en zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere hulpverlenende instellingen, de nodige hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot het sociale netwerk behoren personen uit de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige of zijn ouder(s). </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in elk geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering, als die is afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen neemt het college, gelet op de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hiervoor benodigde hulp in beginsel ook door hen kan worden geleverd. Van beide ouders mag worden verwacht dat zij verregaande aanpassingen doen en maximaal naar oplossingen zoeken, ook als zij werken, studeren of gescheiden zijn. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Uit het onderzoek kan echter blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekortschieten, bijvoorbeeld omdat sprake is van: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>geobjectiveerde beperkingen<noot type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Geobjectiveerde beperkingen zijn feitelijk vastgestelde, objectief onderbouwde beperkingen in het functioneren van een persoon, die noodzakelijk zijn voor een zorgvuldige en transparante besluitvorming volgens de eisen van de Algemene wet bestuursrecht.</noot.al></noot>  om noodzakelijke hulp te bieden; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; of</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>(dreigende) overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting is opgeheven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de beoordeling van de in het voorgaande lid bedoelde overbelasting wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om die overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren. Daarbij houdt het college rekening met:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de aard, frequentie en omvang van de benodigde ondersteuning;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet van niet langer dan drie maanden in een jaar niet tot overbelasting leidt; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de planbaarheid van de hulp;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de benodigde ondersteuningsintensiteit;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; en</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien.</al></li></lijst></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vervoer </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt voor vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ouders zorgen in beginsel op eigen kracht voor dit vervoer van en naar de jeugdhulpaanbieder. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kent een vervoersvoorziening alleen toe als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de jeugdige is aangewezen op een individuele voorziening voor jeugdhulp én er sprake is van    een medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige waardoor zelfstandig reizen met het openbaar vervoer niet mogelijk is; én</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>bij de ouders en het netwerk sprake is van een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid waardoor zij de jeugdige niet kunnen vervoeren of met de jeugdige kunnen meereizen; én</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>er is geen andere manier om de jeugdige jeugdhulp te bieden, bijvoorbeeld bij een andere aanbieder dichter bij het woonadres. Daarbij hanteert het college het principe van de goedkoopst adequate individuele voorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het beoordelen van de zelfredzaamheid onderzoekt het college de eigen mogelijkheden en eigen kracht van ouders en netwerk. Daarbij vindt geen toets op financiële draagkracht of vermogen van ouders plaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vervoersvoorziening is altijd tijdelijk en wordt beëindigd zodra de medische noodzaak of de beperking in de zelfredzaamheid van jeugdige of ouder(s) is opgeheven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Vervoerskosten worden niet met terugwerkende kracht toegekend. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij de toekenning van de vervoersvoorziening bepaalt het college de wijze en het tijdstip van</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>verstrekking of uitbetaling van de vergoeding, evenals de duur van de voorziening of vergoeding, waarbij opnieuw het principe van de goedkoopst adequate individuele voorziening geldt.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Dyslexie</titel></kop><al>De diagnose en behandeling van ernstige dyslexie (ED) voor kinderen van 7 tot 13 jaar in het </al><al>basisonderwijs valt onder de Jeugdwet. </al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Kinderopvang en buitenschoolse opvang </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Reguliere kinderopvang en reguliere buitenschoolse opvang is geen vorm van jeugdhulp. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In uitzonderlijke situaties waarin een kind extra of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan vanuit de Jeugdwet begeleiding worden ingezet in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse opvang.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Besluit college en inhoud beschikking </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een besluit over het al dan niet verlenen van een individuele jeugdhulpvoorziening neemt het college op basis van de aanvraag en het onderzoek als bedoeld in de artikelen 8 en 11 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de beschikking waarin een individuele jeugdhulpvoorziening wordt verstrekt, wordt in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>welke individuele voorziening wordt verstrekt;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de omvang, ingangsdatum en geldigheidsduur van het besluit;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>wie de jeugdhulp gaat bieden;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>wat het beoogde resultaat is;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de betrokken jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp in de vorm van zorg in natura beëindigt vóór afloop van de geldigheidsduur van de beschikking, stelt deze zorgaanbieder het college hiervan op de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking, naast het bovengenoemde, in ieder geval vastgelegd:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>voor welk resultaat het pgb moet worden gebruikt;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de hoogte van het pgb en hoe dit bedrag is vastgesteld;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de voorwaarden die aan het pgb verbonden zijn; </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de duur van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; </al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de wijze waarop de besteding van het pgb moet worden verantwoord.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een voorziening informeert het college de jeugdige of zijn ouder(s) in begrijpelijke bewoordingen over:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de rechten en plichten die horen bij een individuele voorziening in natura of in de vorm van een    pgb; en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet. </al></li></lijst></lid><al /><al> </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>AANVULLENDE REGELS VOOR EEN INDIVIDUELE JEUGDHULPVOORZIENING IN DE VORM VAN EEN PGB </titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al>Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:</al><al /><al>• Het pgb is bedoeld om maatwerk en regie van jeugdige/ouders te versterken, niet om niet‑gecontracteerde zorg structureel te faciliteren of professionele kaders te omzeilen. </al><al>• Pgb wordt alleen toegekend als de kwaliteit en resultaten minimaal gelijkwaardig zijn aan zorg in natura én als de budgethouder pgb‑vaardig is of een geschikte beheerder heeft. </al><al>• Pgb wordt zo min mogelijk ingezet voor informele hulp; informele inzet is alleen mogelijk als dit verantwoord is, geen overbelasting geeft en past binnen begrensde professionele ondersteuning. </al><al>• Het ontbreken van pgb‑vaardigheid is geen grond om niet‑gecontracteerde zorg (NGZ) in te zetten.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jeugdige of ouder(s) die in aanmerking komt voor een individuele voorziening en de ondersteuning zelf wil inkopen met een pgb, dient een pgb-plan in volgens een door het college ter beschikking gesteld format. In dit pgb-plan staat in ieder geval:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens de jeugdige of zijn ouder(s) niet passend is en waarom een pgb gewenst is;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>welke individuele jeugdhulpvoorziening de jeugdige of zijn ouder(s) met het pgb wil inkopen, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>wie de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening is; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp wordt gewaarborgd;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>indien van toepassing, welke jeugdhulp vanuit het sociale netwerk wordt betrokken;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de kosten van de voorziening, uitgesplitst naar aantal eenheden en uurtarief;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>een motivatie aan de hand van de punten van artikel 20 lid 1 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de pgb-taken op verantwoorde wijze uit te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verstrekt een pgb als aan de volgende voorwaarden is voldaan: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de jeugdige of zijn ouder(s) gemotiveerd stelt dat de door het college gecontracteerde voorziening niet passend is; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid (artikel 20) blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder het pgb adequaat kan beheren; en </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>naar het oordeel van het college, met inachtneming van artikel 22, is gewaarborgd dat de met het pgb in te kopen jeugdhulp van goede kwaliteit is en in voldoende mate bijdraagt aan het beoogde resultaat uit het pgb‑plan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>3.   Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen   uitvoerder van de jeugdhulp. Daarvan is in ieder geval sprake wanneer deze uitvoerder in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>fraude heeft gepleegd (opzettelijke misleiding voor financieel voordeel);</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen die de veiligheid of kwaliteit van hulp in gevaar brengen;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>is veroordeeld tot een gevangenisstraf;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>op grond van een Bibob‑toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Daarnaast weigert het college een pgb als een wettelijke weigeringsgrond van artikel 8.1.1,  vierde lid, Jeugdwet van toepassing is. Er is ook geen recht op een pgb als de jeugdige of zijn ouder(s) zich bij een eerdere pgb‑verstrekking niet aan opgelegde verplichtingen heeft gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>5.   Een pgb voor informele hulp wordt alleen toegekend als dit niet leidt tot overbelasting van de zorgverlener. Het college gaat hierbij uit van een maximale werkweek van gemiddeld 40 uur per   persoon. Het totaal aantal uren arbeid, inclusief de uren vanuit het pgb, mag die 40 uur per week niet overschrijden. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De jeugdige of zijn ouder(s) kan niet kiezen voor een vast totaalbedrag per maand, kwartaal of jaar in plaats van een uurtarief om de jeugdhulp mee in te kopen.</al></lid><al /><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Pgb-vaardigheid </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gaat ervan uit dat de budgethouder op een zorgvuldige wijze invulling geeft aan zijn of haar verantwoordelijkheden. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen, moet de beoogd budgethouder, eventueel met hulp uit het sociale netwerk of van een budgetbeheerder, in elk geval: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een duidelijk beeld hebben van de hulpvraag; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>op de hoogte zijn van de regels en verplichtingen bij een pgb, of deze zelf (online) kunnen   opzoeken; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een overzichtelijke pgb-administratie kunnen bijhouden; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>voldoende vaardig zijn in de Nederlandse taal om te communiceren met gemeente, de Sociale Verzekeringsbank en zorgverleners; </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>zelfstandig kunnen handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener kunnen kiezen; </al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>afspraken kunnen maken en vastleggen en dit kunnen verantwoorden aan het college; </al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>kunnen beoordelen en onderbouwen of de geleverde zorg passend en van voldoende kwaliteit is; </al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>de inzet van zorgverleners kunnen coördineren zodat zorg continu doorgaat, ook bij verlof of ziekte; </al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>als werk- of opdrachtgever zorgverleners kunnen aansturen en aanspreken op hun functioneren;</al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>voldoende kennis hebben van werk-/opdrachtgeverschap of weten waar die kennis te vinden is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet pgb-vaardig geacht als één of meer van de volgende omstandigheden gelden: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het beheer wordt gedaan door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert, tenzij deze persoon een eerstegraads bloed- of aanverwant van de jeugdige is; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>er is sprake van één of meer van de volgende situaties: </al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>schuldenproblematiek; </al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>ernstige verslavingsproblematiek; </al></li><li><li.nr>iii.</li.nr><al>aangetoonde fraude in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; </al></li><li><li.nr>iv.</li.nr><al>een aanmerkelijke verstandelijke beperking; </al></li><li><li.nr>v.</li.nr><al>een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; </al></li><li><li.nr>vi.</li.nr><al>een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; </al></li><li><li.nr>vii.</li.nr><al>het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal in woord en geschrift; </al></li><li><li.nr>viii.</li.nr><al>het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag.</al></li></lijst></li></lijst></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Onderscheid formele en informele hulp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van formele hulp is sprake als jeugdhulp wordt verleend door één van de volgende personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>personen die werkzaam zijn bij een instelling die voor de pgb-taken in het Handelsregister staat ingeschreven en beschikken over de relevante diploma’s;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>personen die als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) staan ingeschreven in het handelsregister voor de betreffende pgb-taken en beschikken over de relevante diploma’s;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>personen die staan ingeschreven in het BIG-register (artikel 3 Wet BIG) en/of het SKJ-register (artikel 5.2.1 Besluit Jeugdwet) (S) voor beroepen in de jeugdhulp.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als jeugdhulp wordt verleend door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de jeugdhulp wordt verleend door een andere persoon dan genoemd in lid 1 onder a, b of c, is er ook sprake van informele hulp.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de kwaliteit van een met pgb ingekochte individuele voorziening (formeel of informeel), geldt dat de uitvoerder van de jeugdhulp in elk geval:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag die bij de start van de zorgovereenkomst niet ouder is dan drie maanden en gedurende de hulpverlening niet ouder dan drie jaar. Ouders zijn uitgesloten van deze eis;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de juiste vaardigheden en deskundigheid heeft om verantwoorde hulp te bieden;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een deugdelijke administratie bijhoudt met registratie van de geleverde hulp;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>voldoende vaardig is in de Nederlandse taal om te communiceren;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de hulp uitvoert conform de beschikking van het college;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>de hulp afstemt op de persoonlijke situatie van de jeugdige of zijn ouder(s);</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>de hulp afstemt op andere voorzieningen, overige voorzieningen en individuele voorzieningen waarvan de jeugdige of zijn ouder(s) gebruikmaakt; </al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>de privacy respecteert en vertrouwelijk omgaat om met informatie over de persoonlijke situatie;</al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling contact opneemt met Veilig Thuis voor advies of voor het doen van een melding;</al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al>calamiteiten en geweldsincidenten bij de verlening van jeugdhulp meldt aan het college;</al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al>meewerkt aan toezicht en (on)aangekondigd onderzoek door het college of aangewezen derden, zowel op inhoudelijke kwaliteit als op rechtmatigheid; </al></li><li><li.nr>m.</li.nr><al>naar het oordeel van het college door de verlening van de jeugdhulp niet overbelast is of raakt;</al></li><li><li.nr>n.</li.nr><al>instemt met de in het actieplan gemaakte afspraken over verslaglegging en evaluatie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor formele jeugdhulp gelden daarnaast de volgende aanvullende eisen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de uitvoerder voldoet aan wat is bepaald in artikel 21, eerste en tweede lid;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>handelt in overeenstemming met de professionele standaard;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>werkt op basis van een hulpverleningsplan;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>hanteert de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp; </al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>stelt een vertrouwenspersoon in staat zijn taak uit te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er wordt geen pgb verstrekt voor informele jeugdhulp als uit het afwegingskader verantwoorde   werktoedeling (op basis van het Kwaliteitskader Jeugd) blijkt dat formele jeugdhulp noodzakelijk is.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Hoogte pgb </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van het pgb-tarief voor formele hulp wordt bepaald op basis van de in het lopende jaar geldende pgb-tarieven van de gemeente Amsterdam voor de volgende ondersteuningsvormen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Begeleiding individueel</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>praktische begeleiding en ondersteuning, inclusief persoonlijke verzorging</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>specialistische begeleiding</al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Begeleiding in groepsverband</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>praktische begeleiding en ondersteuning</al></li></lijst></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Behandeling individueel </al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>specialistische behandeling</al></li></lijst></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Behandeling in groepsverband</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>specialistische behandeling</al></li></lijst></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>Verblijf binnen een jeugdhulpinstelling</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>met lichte begeleiding</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>met specialistische begeleiding</al></li><li><li.nr>iii.</li.nr><al>met specialistische behandeling</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van het pgb-tarief voor de ondersteuningsvorm verblijf/logeervoorziening in de vorm van informele hulp wordt bepaald op basis van:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de in het lopende jaar geldende pgb-tarieven van de gemeente Amsterdam; of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de regeling hulp uit sociaal netwerk (artikel 8ab regeling Jeugdwet).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van het pgb-tarief voor de ondersteuningsvorm begeleiding als informele hulp wordt bepaald op basis van:</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>a. de in het lopende jaar geldende tarieven van de Wet minimumloon (wettelijk minimum bruto   uurloon bij een fulltime werkweek en leeftijd 23 jaar of ouder); of</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de regeling hulp uit sociaal netwerk (artikel 8ab regeling Jeugdwet).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor vervoer formeel wordt de hoogte van het pgb bepaald op basis van de in het lopende jaar geldende pgb-tarieven van de gemeente Eindhoven.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De hoogte van het pgb bedraagt niet meer dan de kostprijs van de goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare individuele voorziening in natura.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Als het op basis van bovenstaande regels berekende pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen jeugdhulp te kunnen inkopen bij tenminste één jeugdhulpaanbieder, wordt het tarief zodanig aangepast dat dit wel mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Als het zo berekende pgb in een individueel geval hoger is dan nodig is volgens het pgb-plan van de jeugdige of zijn ouder(s), wordt het pgb-tarief aangepast aan het in het pgb-plan vermelde lagere tarief. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Voor het bepalen van de benodigde omvang (uren/volume) van een pgb voor informele hulp baseert het college zich op de normtijden in bijlage 1 en 2 van de verordening. </al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Bestedingsmogelijkheden pgb</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het pgb worden ingezet voor:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>salariskosten van de zorgaanbieder;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>vervangingskosten bij ziekte van de zorgaanbieder.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Het pgb-tarief van de gemeente omvat zowel direct als indirect cliëntgebonden tijd. Naast de directe interactie met de cliënt of diens netwerk, zijn ook werkzaamheden zoals de voorbereiding van gesprekken of activiteiten, verslaglegging, casusoverleg met betrokken professionals en het opstellen van brieven of e-mails in het uurtarief opgenomen.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Een pgb voor informele hulp mag alleen worden gebruikt voor:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>informele ‘begeleiding individueel’ (inclusief persoonlijke verzorging); </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>informeel ‘verblijf/logeren’;</al></li></lijst></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>én alleen in die gevallen waarin het college deze informele jeugdhulpvoorziening heeft toegekend omdat er sprake is van zorg die niet op eigen kracht kan worden ingevuld.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De volgende kosten zijn uitgesloten van vergoeding vanuit een pgb:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>kosten voor bemiddeling;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>kosten voor het voeren van een pgb-administratie;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>kosten voor feestdagenuitkering en eenmalige uitkeringen;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>reiskosten van de zorgverlener;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>bijkomende kosten zoals cursussen, entreegelden en maaltijden bij overwerk;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>kosten die worden gemaakt voor besteding van het pgb in het buitenland, tenzij het college hiervoor expliciet toestemming heeft gegeven; </al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>vervoerskosten als de jeugdige op grond van artikel 15 niet in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening; </al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>kosten voor hulp die direct ingezet moet worden (crisishulp);</al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al>kosten voor een Verklaring Omtrent het Gedrag; </al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al>kosten voor begeleiding tijdens zwemles.</al></li></lijst></li></lijst><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK </titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al>Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:</al><al /><al>• Toezicht en heroverweging zijn niet alleen gericht op rechtmatigheid, maar ook op doelmatigheid en effectiviteit: wordt de hulp nog gebruikt, is deze passend en kan worden afgeschaald of beëindigd?</al><al>• Misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik worden actief tegengegaan door heldere communicatie over rechten en plichten, vroegtijdige signalering en gerichte controles, met oog voor de positie van jeugdige en ouders.</al><al>• Herziening en terugvordering worden ingezet met het doel de beschikbare middelen te richten op de meest kwetsbare jeugdigen, in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd en het uitgangspunt van begrensde professionele ondersteuning.</al><al /><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Herziening, intrekking, opschorting en terugvordering </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bekijkt regelmatig of er aanleiding is een besluit over een verstrekking van een individuele voorziening in natura of pgb te heroverwegen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, naast artikel 8.1.4 Jeugdwet, een besluit over een individuele voorziening in natura of pgb herzien of intrekken als wordt vastgestelt dat de jeugdige of zijn ouder(s): </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt terwijl juiste gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>niet langer is aangewezen op de individuele voorziening of het pgb;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>niet voldoet aan de voorwaarden die aan de voorziening in natura of het pgb zijn verbonden;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor deze bestemd is;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>met het pgb jeugdhulp wordt betrokken van een aanbieder tegen wie bezwaren zijn ontstaan, als bedoeld in artikel 19, derde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is gebruikt voor de voorziening waarvoor het is toegekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een besluit tot toekenning van een voorziening in natura kan worden ingetrokken als de jeugdige of zijn ouder(s) zich niet binnen zes maanden na de besluitdatum meldt bij een jeugdhulpaanbieder.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een besluit is herzien of ingetrokken op grond van het tweede lid onder a (onjuiste/onvolledige gegevens), kan het college de geldschade vorderen van de te veel of ten onrechte genoten voorziening in natura of het pgb. In dat geval kan het college het ten onrechte genoten pgb bij dwangbevel invorderen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij een gegrond vermoeden van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onder a, d, e of f, kan het college de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om de betalingen uit het pgb geheel of gedeeltelijk te onderbreken voor maximaal dertien weken.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.   Het college kan een toezichthouder aanwijzen die belast is met het toezicht op de naleving van     de rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college onderzoekt, met inachtneming van de paragrafen 6a en 6b van de Regeling Jeugdwet, de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college onderzoekt bij signalen, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van pgb’s met het oog op de recht- en doelmatigheid daarvan. </al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik </titel></kop><al>Het college maakt met gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen overeenkomen met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de daadwerkelijk geleverde prestaties. </al><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>AFSTEMMING EN AFBAKENING </titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al>Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:</al><al /><al>• De gemeente werkt nauw samen met onderwijs en andere wettelijke domeinen als volwaardige partners; </al><al>• Afstemming is gericht op één gezin, één plan en één regisseur, met zo min mogelijk ‘schuiven’ tussen wetten en maximale continuïteit en duidelijkheid voor het gezin. </al><al>• Er wordt tijdig vooruitgekeken naar de overgang naar 18 jaar en de overgang naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet langdurige zorg (Wlz), zodat ondersteuning na 18 jaar voldoende passend en goed georganiseerd is.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Afbakening andere voorzieningen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt geen voorziening voor jeugdhulp in de volgende gevallen: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>er bestaat voor de (kern van de) problematiek een recht op grond van de Wlz,de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of de Zvw; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>naar het oordeel van het college bestaat er voor de problematiek aanspraak op een voorziening op grond van een andere wet, met uitzondering van een maatwerkvoorziening begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>er zijn gegronde redenen om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wlz, maar de jeugdige of zijn ouder(s) weigert mee te werken aan het verkrijgen van een Wlz-besluit. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er meerdere oorzaken aan de problematiek ten grondslag liggen en daardoor zowel een vorm van zorg op de grond van Wlz en Zvw als een soortgelijke voorziening op grond van de Jeugdwet mogelijk is, is het college gehouden de jeugdhulpvoorziening op grond van de Jeugdwet te treffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De jeugdige of zijn ouder(s) die een aanvraag voor jeugdhulp doet, wordt, als een andere wet voorliggend is, verwezen naar de instantie waar een aanvraag voor een voorziening kan worden behandeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij een verwijzing richting de Wlz wordt, indien gewenst, onafhankelijke cliëntondersteuning   ingeschakeld.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de jeugdhulp waar een jeugdige of een ouder behoefte aan heeft, ten minste af op voorzieningen en activiteiten op grond van:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de Leerplichtwet; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de Participatiewet; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de Wet Inburgering 2021; </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de Wet kinderopvang; </al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de Wet langdurige zorg; </al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; </al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>de Wet passend onderwijs; </al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>de Wet publieke gezondheid; </al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>de Wet tijdelijk huisverbod; </al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al>de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit gebeurt zodanig dat voorzieningen zo goed mogelijk op elkaar aansluiten en het college de    jeugdige of zijn ouder(s) actief ondersteunt bij het verkrijgen van toegang tot andere voorzieningen en bij het behoud van continuïteit van zorg. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De afgestemde jeugdhulp wordt zo ingezet dat deze leidt tot:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het opheffen van levensbedreigende situaties of situaties die met grote waarschijnlijkheid tot ernstige gezondheidsschade leiden;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>stabilisatie van een crisissituatie (anders dan onder a);</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een voldoende mate van duurzame zelfredzaamheid van de jeugdige of ouder, voor zover dat haalbaar is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de afstemming van jeugdhulp weegt het college onder meer: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de behoefte aan hulp en ondersteuning van een jeugdige of ouder; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (artikel 14); </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>welke volgorde van inzet van hulp en ondersteuning naar verwachting het meeste effect heeft en in hoeverre hulp gelijktijdig kan of moet worden ingezet; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>welke combinatie van hulp en ondersteuning op de langere termijn de minste maatschappelijke kosten met zich meebrengt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een jeugdige van 16 jaar of ouder jeugdhulp ontvangt en naar verwachting na zijn achttiende levensjaar nog hulp of ondersteuning nodig heeft op grond van een ander wettelijke kader zoals Wmo, Wlz of Zvw, is het college gehouden om: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>voor het 18e jaar zodanige hulp en ondersteuning te bieden dat de hulp vanaf 18 jaar zo beperkt mogelijk kan zijn; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de continuïteit van hulp en ondersteuning te waarborgen voor zover nodig. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ter uitvoering hiervan onderzoekt het college tijdig welke andere voorziening nodig is vanaf de 18e verjaardag en op welke wijze en vanuit welke wet deze ondersteuning na het 18e jaar wordt ingezet. </al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Afbakening voorliggende voorzieningen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt geen jeugdhulpvoorziening voor vormen van ondersteuning die niet onder de Jeugdwet vallen maar onder voorliggende voorzieningen. Het gaat in elk geval om:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>huiswerkbegeleiding en studiecoaching (structuur, plannen, inhoudelijke uitleg bij leerstof);</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>(motorische) remedial teaching, bijles en examentraining;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>extra didactische en pedagogische ondersteuning die nodig is om onderwijsdoelen te halen;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>dyscalculie;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>begeleiding bij taal- en spraakmoeilijkheden in het onderwijs;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>intelligentietests ten behoeve van onderwijs;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>reguliere kinderopvang en reguliere buitenschoolse opvang;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>oppas, gastouderopvang, vakantie- en vrijetijdsactiviteiten, sportclubs, muziekles en andere hobby’s;</al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>relatietherapie of individuele hulp voor ouders als de kern van de problematiek bij de ouder(s) zit;</al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>schuldhulpverlening, budgetcoaching en inkomensondersteuning;</al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al>hulp bij het vinden van werk of dagbesteding voor ouders of jongvolwassenen;</al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al>reguliere woonproblemen (huisvesting, verhuizing, krapte op de woningmarkt);</al></li><li><li.nr>m.</li.nr><al>medische diagnostiek en behandeling van lichamelijke aandoeningen;</al></li><li><li.nr>n.</li.nr><al>behandeling van obesitas, eetstoornissen zonder verwijzing van een kinderarts;</al></li><li><li.nr>o.</li.nr><al>algemene leefstijlinterventies (gezond eten, bewegen) zonder specifieke jeugdproblematiek;</al></li><li><li.nr>p.</li.nr><al>langdurige, levensbrede zorg bij een blijvende, zware beperking die onder de Wlz hoort zodra aan de toegangscriteria is voldaan;</al></li><li><li.nr>q.</li.nr><al>begeleiding van ouders met een verstandelijke beperking bij hun eigen functioneren, waarbij het niet gaat om opvoedondersteuning;</al></li><li><li.nr>r.</li.nr><al>structurele taxikosten voor school, sport of hobby’s zonder directe relatie met een jeugdhulptraject;</al></li><li><li.nr>s.</li.nr><al>algemeen maatschappelijk werk en laagdrempelige ondersteuning die al in de sociale basis of Wmo beschikbaar is, zolang die passend en toereikend is; en</al></li><li><li.nr>t.</li.nr><al>familiebezoek als er geen omgangbegeleiding is uitgesproken door een rechter.</al></li></lijst></lid><al /><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>WAARBORGEN VERHOUDING PRIJS EN KWALITEIT</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al>Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:</al><al /><al>• Tarieven en contracten zijn zó ingericht binnen de inkoopregio Samen voor Jeugd dat aanbieders verantwoorde kwaliteit, continuïteit en voldoende deskundige professionals kunnen leveren, in lijn met de doelen uit de Hervormingsagenda Jeugd en het MJBK.</al><al>• Inkoop stimuleert effectieve, kortdurende, gezinsgerichte en domeinoverstijgende hulp, met ruimte voor consultatie en mogelijkheden voor afschaling naar lichtere vormen.</al><al>• De gemeente stuurt op data over volume, duur, wachttijden, uitkomsten en cliënttevredenheid en gebruikt deze gegevens om met aanbieders te werken aan verbetering, normalisering en beheersing van kosten.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college hanteert tarieven voor door derden te leveren jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering die een goede prijs‑kwaliteitverhouding waarborgen. De tarieven zijn in elk geval gebaseerd op de volgende kostprijselementen: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>overheadkosten;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>kosten voor indexering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt bij gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulp en gecertificeerde instellingen vast dat zij deze prestaties alleen aan derden mogen uitbesteden als zij die derden een reële prijs betalen, die is opgebouwd uit dezelfde kostprijselementen als hierboven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bovenstaande geldt voor subsidies alleen voor zover deze worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouder(s), en de omvang van de subsidie direct of indirect is gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten. </al></lid><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9.</nr><titel>KLACHTEN EN ZEGGENSCHAP</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al>Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:</al><al /><al>• De ervaringen en meningen van jeugdigen en ouders zijn een volwaardig vertrekpunt voor verbetering van beleid en uitvoering.</al><al>• Gemeente en CJG+ werken transparant, uitnodigend en responsief: klachten worden laagdrempelig ontvangen, zorgvuldig behandeld en benut om het systeem toegankelijker, eenvoudiger en menselijker te maken.</al><al>• Adviesraden worden betrokken bij besluitvorming over verordeningen.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><al>Het college behandelt klachten van de jeugdige of zijn ouder(s) over de afhandeling van aanvragen op grond van deze verordening en over de uitvoering van jeugdhulp door het CJG+ de Kempen overeenkomstig de Klachtenregeling Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt jeugdigen, hun ouder(s) en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid om voorstellen voor het jeugdhulpbeleid te doen en advies uit te brengen over verordeningen en beleidsvoorstellen op het gebied van jeugdhulp, en zorgt voor ondersteuning zodat zij hun rol effectief te kunnen vervullen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. </al></lid><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al>Voor dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten uit het MJBK als volgt nader gespecificeerd:</al><al /><al>• Overgangsrecht wordt zo toegepast dat de continuïteit en veiligheid van lopende hulp voorop staan, met waar mogelijk afschaling en normalisering conform de bewegingen van het MJBK.</al><al>• Evaluatie van de verordening sluit aan op de MJBK-cyclus en de Kempische datamonitoring, zodat bijstelling van regels plaatsvindt op basis van effecten, ervaringen en financiële houdbaarheid.</al><al>• Bij toekomstige aanpassing van landelijke en regionale kaders (Jeugdwet, Hervormingsagenda, Toekomstscenario, Meerjarenplan Samen voor Jeugd) wordt de verordening tijdig herijkt, met behoud van het Kempisch fundament: preventie, normaliseren, veiligheid en regievoeren.</al><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Evaluatie </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt ten minste één keer per vier jaar geëvalueerd.</al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jeugdige of ouder behoudt recht op een lopende voorziening die is verstrekt op grond van de     ‘Verordening jeugdhulp 2022’, totdat het college hierover een nieuw besluit heeft genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ en waarop tijdens inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden afgehandeld op basis van deze verordening.</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ die voor die zaken zijn rechtskracht behoudt. Hiervan kan in het voordeel van de jeugdige of zijn ouder(s) worden afgeweken als heroverweging op basis van de huidige Verordening jeugdhulp gemeente Reusel-De Mierden 2026 tot een gunstiger uitkomst leidt. </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Het college is bevoegd een besluit, dat is genomen op grond van de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ te herzien: </al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>op de gronden die in de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ zelf zijn vermeld;</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>als uit een door het college uitgevoerd heronderzoek blijkt dat op basis van de op dat moment geldende verordening een ander besluit zou zijn genomen; </al></li><li><li.nr>iii.</li.nr><al>als de jeugdige of ouder wenst te veranderen van aanbieder of van verstrekkingsvorm. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een pgb dat is verstrekt onder de ‘Verordening jeugdhulp 2022’, terugvorderen op de gronden die in deze verordening zijn genoemd. </al></lid><al /></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Inwerkingtreding, intrekking oude verordening en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ‘Verordening jeugdhulp 2022’ wordt met ingang van dezelfde datum ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Reusel-De Mierden 2026.</al></lid><lid><lidnr /><al /></lid><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al> </al></artikel></hoofdstuk><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al /></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>De raad voornoemd,      </functie><functie /><functie>de griffier,       </functie><functie /><functie>mw. I.A.C. de Groot       </functie><functie /><functie>de voorzitter,</functie><functie /><functie>Mevrouw A.J.M.H. van de Ven</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label /><nr /><titel>Bijlagen die integraal onderdeel uitmaken van deze verordening:</titel></kop><al /></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1:</nr><titel>Normtijden persoonlijke verzorging</titel></kop><al /><table><tgroup cols="4"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="34*" /><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="21*" /><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="18*" /><colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="18*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al>Activiteiten persoonlijke verzorging</al></entry><entry colname="col2"><al>Overzicht handelingen</al></entry><entry colname="col3"><al>Gemiddelde tijd per keer in minuten</al></entry><entry colname="col4"><al>Maximale frequentie p/dag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1 Zich wassen</al></entry><entry colname="col2"><al>Delen van het lichaam</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>1x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Gehele lichaam</al></entry><entry colname="col3"><al>20</al></entry><entry colname="col4"><al>1x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2 Zich aankleden</al></entry><entry colname="col2"><al>Volledig aan-/uitkleden</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry><entry colname="col4"><al>2x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Gedeeltelijk uitkleden</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>1x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3 In en uit bed gaan</al></entry><entry colname="col2"><al>Hulp bij uit bed komen</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>1x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Hulp bij in bed gaan</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>1x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Hulp bij middagrust</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>2x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4 Zich verplaatsen in zit- of lighouding (hulp bij beweging, houding)</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al>20</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5 Naar toilet gaan en zich reinigen c.q. incontinentiemateriaal verwisselen</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6 Eten en drinken</al></entry><entry colname="col2"><al>Hulp bij broodmaaltijd</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>2x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Hulp bij warme maaltijd</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry><entry colname="col4"><al>1x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Hulp bij drinken</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>6x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7 Toiletgang</al></entry><entry colname="col2"><al>Stomaverzorging bij lokaal intacte huid</al></entry><entry colname="col3"><al>20</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Stomazakje wisselen</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Katheterzak legen/wisselen</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Uritip aanbrengen</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Klysma microlax</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1 Persoonlijke zorg voor tanden, haren, nagels, huid</al></entry><entry colname="col2"><al>Zorg voor tanden</al></entry><entry colname="col3"><al>5</al></entry><entry colname="col4"><al>2x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Zorg voor haren</al></entry><entry colname="col3"><al>5</al></entry><entry colname="col4"><al>1x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Zorg voor nagels</al></entry><entry colname="col3"><al>5</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per week</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Scheren</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>1x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Inspectie van de intacte huid op (dreigende) vervormingen, ontstekingen en/of infecties</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Zalven van de intacte huid</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Verzorging van smetplekken (roodheid en irritaties huid)</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Verzorging van intacte huid rondom natuurlijk en onnatuurlijke lichaamsopeningen</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry><entry colname="col4"><al>Maatwerk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2 Aanbrengen/verwijderen prothese</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanbrengen prothese/hulpmiddel</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry><entry colname="col4"><al>1x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Verwijderen prothese/hulpmiddel</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry><entry colname="col4"><al>1x</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3 Aanleren en begeleiden van PV-activiteiten</al><al /><al /><al /></entry><entry colname="col2"><al>Aanleren van kind, ouders en/of sociaal netwerk gekoppeld aan activiteiten 1.1 tot en met 2.2</al></entry><entry colname="col3"><al>Gelijk aan een of meer van de aan te leren activiteiten 1.1. tot en met 2.2 plus maximaal in totaal 30 minuten per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Gelijk aan een of meer van de aan te leren activiteiten 1.1 tot en met 2.2</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al /><al /><al> </al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2:</nr><titel>Normtijden begeleiding</titel></kop><al /><table><tgroup cols="4"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="36*" /><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="18*" /><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="18*" /><colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="18*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al>Begeleidingsactiviteit</al></entry><entry colname="col2"><al>Frequentie</al></entry><entry colname="col3"><al>Gemiddelde duur per keer</al></entry><entry colname="col4"><al>Maximale omvang per week in uren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur c.q. het voeren van <nadruk type="ondlijn">regie</nadruk> en/of</al><al>Het ondersteunen bij <nadruk type="ondlijn">praktische vaardigheden/handelingen</nadruk> ten behoeve van zelfredzaamheid</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per week</al></entry><entry colname="col3"><al>60 - 180 min.</al></entry><entry colname="col4"><al>1 - 3 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>2x per week</al></entry><entry colname="col3"><al>60 - 180 min.</al></entry><entry colname="col4"><al>2 - 6 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>3x per week</al></entry><entry colname="col3"><al>30 - 90 min.</al></entry><entry colname="col4"><al>1,5 - 4,5 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>4x per week</al></entry><entry colname="col3"><al>30 - 90 min.</al></entry><entry colname="col4"><al>2 - 6 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>5x per week</al></entry><entry colname="col3"><al>15 - 90 min.</al></entry><entry colname="col4"><al>1 - 7,5 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>6x per week</al></entry><entry colname="col3"><al>15 - 90 min.</al></entry><entry colname="col4"><al>1,5 - 9 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>1x per dag</al></entry><entry colname="col3"><al>15 - 90 min.</al></entry><entry colname="col4"><al>1,5 - 10 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>2x per dag</al></entry><entry colname="col3"><al>15 - 45 min.</al></entry><entry colname="col4"><al>3,5 - 10 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>3x per dag</al></entry><entry colname="col3"><al>15 - 30 min.</al></entry><entry colname="col4"><al>5 - 10 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>4x per dag</al></entry><entry colname="col3"><al>15 - 20 min.</al></entry><entry colname="col4"><al>7 - 9 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het bieden van toezicht</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al>13 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1 Het bieden van toezicht tijdens onderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al>4 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1 Het bieden van toezicht tijdens onderwijs + zeer ernstige gedragsproblematiek: gemotiveerd toekennen</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al>7 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Oefenen</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al>1-3 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al /></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Combinaties</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al /></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 en/of 2 + oefenen</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al>13 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 en/of 2 + 3</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al>13 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 en/of 2 + 3 + oefenen</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al>16 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 en/of 2 + 3 + 3.1 + oefenen</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al>20 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 en/of 2 + 3 + zeer ernstige gedragsproblematiek: gemotiveerd toekennen (wel of niet incl. oefenen)</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al>20 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1 en/of 2. + 3 + 3.1 + oefenen + zeer ernstige gedragsproblematiek: gemotiveerd toekennen (wel of niet incl. oefenen)</al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al>25 uur</al><al /><al /><al /><al /><al /><al /></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al /><al /><al /><al /><al> </al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3:</nr><titel>Gebruikelijke zorg en normale opvoeduitdagingen per leeftijdscategorie</titel></kop><al /><al><nadruk type="vet">0 - 2 jaar</nadruk></al><al>Hebben voortdurend begeleiding, toezicht en volledige overname van zelfzorg nodig.  </al><al>Normale opvoeduitdagingen: voedingsproblemen, slaapproblemen, scheidingsangst,  </al><al>angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties en incidenteel huilen.</al><al /><al><nadruk type="vet">2 - 4 jaar</nadruk></al><al>Hebben overdag voortdurend begeleiding, toezicht en overname van zelfzorg nodig en ’s nachts soms nog begeleiding en overname van zelfzorg. Vanaf ongeveer 3 jaar is geen sprake meer van normale opvoeduitdagingen als is vastgesteld dat er sprake is van ernstige meervoudige beperkingen (EMB). Deze kinderen hebben een ernstige verstandelijke beperking met een blijvend zeer laag ontwikkelingsperspectief en een ernstige motorische beperking. Meestal is ook sprake van zintuiglijke problemen (waaronder prikkelverwerkingsstoornissen) en/of somatische aandoeningen (zoals epilepsie, reflux, slikproblemen, luchtweginfecties et cetera).</al><al>Normale opvoeduitdagingen: angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties, koppigheid, driftbuien, agressie, ongehoorzaamheid, druk gedrag, niet zindelijk zijn, zeuren/ driftbuien om beeldschermgebruik.</al><al /><al><nadruk type="vet">4 - 6 jaar </nadruk></al><al>Hebben overdag nog voortdurend begeleiding en aansturing nodig, maar zijn steeds meer zelfstandig in zelfzorg en motoriek; overdag vaak op geplande momenten hulp of enige overname van zelfzorg. Er is geen sprake meer van normale opvoeduitdagingen bij kinderen met een matige, ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking als daarnaast: </al><al>1. intensief toezicht (maar geen actieve observatie) nodig is in verband met ernstige gedragsproblemen; of</al><al>2. blijvende noodzaak bestaat voor (volledige) overname van de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL39); of </al><al>3. sprake is van beperkingen op meerdere terreinen, zoals bewegen en verplaatsen, ADL, gedrag.</al><al>Normale opvoeduitdagingen: niet gegronde angsten, ruzies met leeftijdgenoten, zindelijkheid, schoolweigering, gebrek aan zelfsturing.</al><al /><al><nadruk type="vet">6 - 12 jaar</nadruk></al><al>Hebben nog toezicht van volwassenen nodig, soms op enige afstand, zoals bij buitenspelen in de buurt. Ze worden geleidelijk zelfstandiger, maar hebben nog hulp bij persoonlijke verzorging en medicatie. Meestal overdag en vaak ook ’s nachts zindelijk, zo nodig met ondersteuning van ouder(s). Voor psychomotorische ontwikkeling, zelfredzaamheid, deelname aan het verkeer en begeleiding van/naar school is begeleiding en stimulans nodig. </al><al>Normale opvoeduitdagingen: ruzies, pesten, concentratieproblemen, laag prestatieniveau, niet naar school willen, incidenteel stelen of vandalisme, overmatig gamen/ televisie/streaming, cyberpesten.</al><al /><al><nadruk type="vet">12 - 18 jaar</nadruk></al><al>Hebben geen voortdurend toezicht meer nodig; vanaf twaalf jaar kunnen zij enkele uren alleen thuisblijven, vanaf zestien jaar een dag of nachten en rond achttienjarige leeftijd zelfstandig wonen. Zij redden zich grotendeels zelf op het gebied van persoonlijke verzorging maar tot 18 jaar is nog toezicht, stimulans en controle nodig bij medicatie en is een reguliere dagbesteding passend. Begeleiding blijft belangrijk voor hun ontwikkeling, bijvoorbeeld bij huiswerk, het ontwikkelen richting zelfstandigheid en het vergroten van hun zelfredzaamheid.</al><al>Normale opvoeduitdagingen: onzekerheid (o.a. uiterlijk), onder- of overschatting van zichzelf, wisselend humeur; incidenteel spijbelen, incidenteel gebruik van alcohol en drugs, twijfels over identiteit of toekomst, problemen met autoriteiten, overmatig gamen/mediagebruik, cyberpesten, sexting (dader en slachtoffer).</al><al /><al><nadruk type="vet">18 - 23 jaar</nadruk></al><al>Hebben nog emotionele, financiële en praktische ondersteuning nodig maar maken eigen keuzes en beslissingen.</al><al>Normale opvoeduitdagingen: stemmingswisselingen, incidenteel gebruik van alcohol en drugs, twijfels over identiteit of toekomst, problemen met autoriteiten.</al><al /></bijlage></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>