<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-327886/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Waddinxveen</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Waddinxveen</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al /></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label /><nr>1.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>Vanuit het belang van de openbare orde, veiligheid, het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid is het noodzakelijk om effectief en zichtbaar op te treden tegen de handel in en productie van drugs.</al><al>Artikel 13b van de Opiumwet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een pand en/of een daarbij behorend erf te sluiten wanneer daar drugs worden verkocht, afgeleverd, verstrekt of aanwezig zijn. Deze bevoegdheid geldt ook bij voorbereidingshandelingen voor de productie van drugs. Panden waarin dergelijke activiteiten plaatsvinden, maken vaak deel uit van de productieketen van drugs en brengen risico’s met zich mee, ook als nog geen directe overlast is vastgesteld.<noot type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2016-2017, 34763, nr. 3, p.</noot.al></noot> De sluiting is pandgericht en betreft een bestuursrechtelijke herstelsanctie, gericht op het wegnemen van risico’s, het voorkomen van herhaling en het herstellen van de openbare orde.</al><al /><al>Deze bevoegdheid kan worden toegepast ten aanzien van:</al><al /><lijst><li><li.nr>●</li.nr><al> publiek toegankelijke lokalen (zoals horeca-inrichtingen) en bijbehorende erven;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>niet-publiek toegankelijke ruimten (zoals loodsen of bedrijfsruimten);</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>woningen en bijbehorende erven.</al></li></lijst><al>De bestuursrechtelijke aanpak blijft onverminderd noodzakelijk en is in toenemende mate van belang, nu uit rapportages van onder meer de politie, het Openbaar Ministerie en het RIEC blijkt dat productielocaties voor drugs steeds vaker worden aangetroffen in reguliere woonwijken. Daarmee nemen de risico’s voor omwonenden toe. Deze ontwikkelingen vormen aanleiding tot actualisatie van de bestaande beleidsregel op grond van artikel 13b Opiumwet.</al><al /><al><nadruk type="vet">Doelstelling</nadruk></al><al>Sluiting van een pand is erop gericht de volgende doelen te bereiken. Dit betreft geen uitputtende opsomming:</al><al /><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>de bekendheid van het pand als drugspand in het drugscircuit te doorbreken en te verhinderen dat het pand (weer) wordt gebruikt ten behoeve van het drugscircuit en de georganiseerde drugshandel;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>een duidelijk en zichtbaar signaal af te geven dat de handel in en productie van drugs niet wordt getolereerd en dat daartegen wordt opgetreden;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>het woon- en/of leefklimaat in en rondom het pand te beschermen en gevaar voor (nieuwe) bewoners, ondernemers en omwonenden te voorkomen;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>de openbare orde, veiligheid en/of gezondheid te herstellen en rust terug te brengen in de directe omgeving van het pand.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>2.</nr><titel>Juridisch kader en uitgangspunten</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>2.1</nr><titel>Bevoegdheid</titel></kop><structuurtekst><al>De bevoegdheid van de burgemeester om, in geval van aanwezigheid van drugs of middelen of substanties alsmede voorwerpen of stoffen die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs, op te treden, is opgenomen in artikel 13b van de Opiumwet. Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikelen 2 en 2a (verbod op aanwezigheid van harddrugs, Lijst I en IA), artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, Lijst II), artikel 10a (verbod op voorbereidingshandelingen harddrugs) en artikel 11a (verbod op voorbereidingshandelingen softdrugs) Opiumwet, is in die wet artikel 13b opgenomen.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>2.2.</nr><titel>Handelshoeveelheid drugs</titel></kop><structuurtekst><al>Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de zinsnede ‘daartoe aanwezig is’ in artikel 13b lid 1 Opiumwet zo uit te leggen dat de burgemeester al bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, indien in een pand een handelshoeveelheid drugs aanwezig is. Bij overschrijding van de hoeveelheid die bestemd is voor eigen gebruik, wordt aangenomen dat de drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Het is aan de belanghebbende(n) om aannemelijk te maken dat er geen sprake is van handel.</al><al /><al>Bij de beoordeling of sprake is van een handelshoeveelheid drugs gaat de burgemeester uit van de ‘Aanwijzing Opiumwet’ van het Openbaar Ministerie.</al><al /><al><nadruk type="cur">Harddrugs</nadruk></al><al>Onder harddrugs wordt verstaan stoffen, middelen en/of substanties zoals genoemd op lijst I en IA van de Opiumwet. In de ‘Aanwijzing Opiumwet’ wordt met betrekking tot harddrugs onder een gebruikershoeveelheid verstaan: een hoeveelheid/dosis die doorgaans wordt aangehouden als gebruikershoeveelheid. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld één bolletje, één ampul, één wikkel, één pil/tablet. Het gaat in elk geval om een aangetroffen hoeveelheid van maximaal 0,5 gram. Voor wat betreft GHB wordt een consumptie-eenheid aangehouden van 5 ml. Uitzondering geldt voor substanties die zijn afgeleid van de op lijst IA vermelde stofgroep 4-aminopiperidine, oftewel de fentanyl-achtigen. Voor fentanyl-achtigen is het uitgangspunt voor een consumptie-eenheid 2 milligram. Grotere hoeveelheden dan de genoemde hoeveelheden, worden in ieder geval aangemerkt als een handelshoeveelheid.</al><al /><al><nadruk type="cur">Softdrugs</nadruk></al><al>Onder softdrugs wordt verstaan stoffen en middelen zoals genoemd op lijst II van de Opiumwet. Met betrekking tot lachgas wordt in de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, softdrugs (2023R003) onder een handelshoeveelheid verstaan een hoeveelheid van meer dan 1 ampul. Met betrekking tot hennep wordt in de ‘Aanwijzing Opiumwet’ onder een handelshoeveelheid verstaan een hoeveelheid van meer dan 5 gram. Echter, bij hoeveelheden tussen de 5 en 30 gram in een woning, wordt aangenomen dat die niet gebruikt worden om te verkopen of anderszins te verstrekken. Omdat bij een hoeveelheid onder de 30 gram de zogenoemde overdraagbaarheid gering is, wordt in dat geval niet overgegaan tot sluiting van de woning. Indien uit aanvullende omstandigheden blijkt dat er toch sprake is van (bezit ten behoeve van) handel, kan dit aanleiding vormen voor het opleggen van een passende maatregel.</al><al>Zonder dergelijke aanwijzingen wordt in deze gevallen niet overgegaan tot sluiting van de woning. Hoewel in deze gevallen niet wordt overgegaan tot sluiting van de woning, kan de burgemeester wel andere bestuursrechtelijke maatregelen opleggen, zoals het geven van een waarschuwing of het opleggen van een last onder dwangsom, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven.</al><al /><al><nadruk type="cur">Voorbereidingshandelingen</nadruk></al><al>De burgemeester heeft tevens de bevoegdheid een pand te sluiten wanneer in dat pand voorwerpen of stoffen worden aangetroffen die bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan bepaalde apparatuur, chemicaliën en versnijdingsmiddelen. Dit zijn zogenoemde voorbereidingshandelingen.</al><al /><al>De sluitingsbevoegdheid van de burgemeester heeft alleen betrekking op voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a en 11a Opiumwet. Deze bepalingen vereisen dat degene die een voorwerp of stof in een woning of lokaal of daarbij behorend erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige of bedrijfsmatige illegale hennepteelt. Dit kan al blijken uit de aard en hoeveelheid van de aangetroffen stof of uit de aangetroffen voorwerpen en stoffen in onderlinge combinatie. Daarnaast kan dit ook blijken uit andere informatie uit de bestuurlijke rapportage. Daarbij kan gedacht worden aan tapgesprekken, observaties of andere bevindingen uit een opsporingsonderzoek.</al><al /><al>Niet alle op grond van artikel 10a of 11a Opiumwet strafbare voorbereidingshandelingen wegen mee. Alleen het in een woning of lokaal of daarbij behorend erf voorhanden hebben van de zoals hierboven genoemde voorwerpen of stoffen, bieden grondslag aan de bevoegdheid van de burgemeester om over te gaan tot sluiting. Dit is niet het geval bij het aantreffen van (uitsluitend) vervoermiddelen, gelden of andere betaalmiddelen als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3 Opiumwet.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>2.3</nr><titel>Bestuursrechtelijke handhaving</titel></kop><structuurtekst><al><nadruk type="cur">Strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak</nadruk></al><al>De handel in drugs vormt op zichzelf reeds een ernstige verstoring van de openbare orde. Het toepassen van een bestuurlijke last in het kader van de Opiumwet staat los van een eventuele strafrechtelijke aanpak. Nadat een overtreding van de Opiumwet is geconstateerd, kan zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden opgetreden. De verantwoordelijkheden van de burgemeester zijn van een andere aard dan die van een officier van justitie. Aangezien de handel in drugs strafbaar is, zal in voorkomende gevallen zo mogelijk strafvervolging worden ingesteld.</al><al>Strafrechtelijke sancties hebben een punitief karakter, omdat op de overtreding een straf volgt. De bestuurlijke maatregelen die de burgemeester treft hebben een reparatoir karakter. Een maatregel is gericht op het wegnemen van risico’s, het voorkomen van herhaling en het herstellen van de openbare orde. De last onder bestuursdwang is gericht op het pand en niet op de overtreder. Artikel 13b Opiumwet is dan ook een bestuursrechtelijk element in de Opiumwet. Met het Openbaar Ministerie en de politie wordt samengewerkt om naast strafrechtelijke vervolging, bestuursrechtelijke handhaving plaats te laten vinden. Het moment van inbeslagname van drugs en het effectueren van de bestuursdwang kan echter enige tijd uit elkaar liggen, nu de eisen van zorgvuldigheid bij het toepassen van bestuursdwang in acht genomen moeten worden. Dit betekent niet dat na inbeslagname geen reden meer bestaat de sluitingsprocedure te starten. De verstoring van de openbare orde is immers niet hersteld enkel door de inbeslagname van de drugs.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>2.4</nr><titel>Onderscheid lokalen en woningen</titel></kop><structuurtekst><al>Onder pand wordt verstaan een woning of lokaal, alsmede het daarbij behorende erf.</al><al /><al>In artikel 13b Opiumwet wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. Dit onderscheid is van belang, omdat een sluiting van een woning doorgaans dieper ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Het ‘recht op ongestoord woongenot’ (artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het verbod op ‘huisvredebreuk’ rechtvaardigen een terughoudender aanpak ten aanzien van woningen.</al><al /><al>Onder woning wordt verstaan een voor bewoning gebruikte ruimte. Onder woning kan derhalve ook een boot, caravan, woonwagen e.d. worden verstaan. Of een woning gebruikt wordt als woonruimte blijkt uit de Basis Registratie Personen (BRP) en uit de feitelijke situatie. Een persoon die incidenteel overnacht in een woning en niet op dit adres in de BRP staat ingeschreven, wordt niet aangemerkt als bewoner. Een voor bewoning bestemde ruimte die niet gebruikt wordt als woning kan worden aangemerkt als lokaal.<noot type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>ECLI:NL:RVS:2019:2912</noot.al></noot></al><al /><al>Onder lokaal wordt verstaan: een pand niet zijnde een woning, al dan niet voor het publiek toegankelijk.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>3.</nr><titel>Handhaving</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>3.1</nr><titel>Noodzakelijkheid</titel></kop><structuurtekst><al>In de eerste plaats dient aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van een woning of lokaal noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde.</al><al /><al>Om de noodzakelijkheid van een sluiting van een woning of lokaal te bepalen wordt gekeken naar de ernst en omvang van de overtreding en de feitelijke handel in en vanuit het pand. Uitgangspunt is dat als in een woning of lokaal een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen aangenomen mag worden dat de woning of het lokaal een rol vervult binnen de keten van drugshandel, ook als ter plaatse geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd.<noot><noot.nr>3 </noot.nr><noot.al>ECLI:NL:RVS:2025:2922</noot.al></noot></al><al /><al>De noodzaak om tot sluiting over te gaan is in beginsel aanwezig als er een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen, in een recidivesituatie of als het pand in een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk ligt.</al><al /><al>Indicatoren van drugshandel vanuit het pand:</al><al /><lijst><li><li.nr>●</li.nr><al> waarnemingen van handel door de politie;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>meldingen en verklaringen van buurtbewoners;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>aantreffen van attributen die op handel duiden, zoals een grammenweegschaal, versnijdingsmiddelen, gripzakjes en/of ander veel gebruikte verpakkingsmaterialen voor drugs;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>het aantreffen van administratie of gegevensdragers die duiden op drugshandel;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I, IA en lijst II van de Opiumwet;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de betrokkene(n) verkeert (verkeren) in kringen van personen met antecedenten in het kader van de Opiumwet en/of zelf antecedenten in het kader van de Opiumwet heeft;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de aanwezigheid van grote hoeveelheden cash geld, vaak in kleine coupures, en het (vermoeden van) witwassen;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>aannemelijkheid dat behalve het pand en het daarbij behorende erf, nog een of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband. Dit kunnen bijvoorbeeld verklaringen of meldingen zijn van getuigen, omwonenden, gebruikers, handelaren en dergelijke.</al></li></lijst><al>Bij het ontbreken van bovengenoemde indicatoren kan het toch noodzakelijk zijn om bestuursdwang toe te passen, bijvoorbeeld als er een uitzonderlijk grote hoeveelheid drugs wordt aangetroffen. Ook kan dan de noodzaak van een sluiting alsnog liggen in het feit dat het gaat om harddrugs, een recidivesituatie en/of de ligging van een pand in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk.</al><al /><al>Indicatoren van voorbereidingshandelingen ten behoeve van drugshandel:</al><al /><lijst><li><li.nr>●</li.nr><al> de mate waarin de voorwerpen of stoffen erop wijzen bestemd te zijn voor handel in drugs;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de combinatie van aangetroffen voorwerpen of stoffen. Hierbij kan gedacht worden aan het tegelijk verkopen, dan wel aanwezig hebben van voorwerpen of stoffen die voor (grootschalige) verwerking, transport of bereiding van drugs bedoeld zijn (grammenweegschalen, drugsverpakkingen, versnijdingsmiddelen);</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de hoeveelheid aangetroffen stoffen of voorwerpen;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>mate van bekendheid van het pand waar dergelijke producten verkocht, verhandeld;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>of gebruikt kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit informatie van de politie en/of uit meldingen van omwonenden;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden. Hierbij kan gedacht worden aan een buurt die door drugscriminaliteit reeds zwaar onder druk staat of het gevaar dat een drugslaboratorium (en het ontmantelen daarvan) met zich meebrengt.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.2</nr><titel>Ernst en omvang</titel></kop><structuurtekst><al>De burgemeester betrekt bij zijn overwegingen omtrent de ernst van de situatie de volgende indicatoren:</al><al /><lijst><li><li.nr>●</li.nr><al> de hoeveelheid van de aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I, IA en/of lijst II van de Opiumwet;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de mate waarin het pand betrokken is bij, dan wel bekend staat als pand waar drugshandel plaatsvindt of waar drugs aanwezig zijn;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>of er sprake is van gewelds- of andere openbare orde delicten in relatie tot het pand;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>of er sprake is van de aanwezigheid van één of meer (vuur)wapens of munitie als bedoeld in de Wet wapens en munitie;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>of er sprake is van verwijtbaarheid aan de zijde van de bewoners of betrokkenen;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>of er een vermoeden is dat de bewoners of betrokkenen verkeren in kringen van personen met (relevante) strafrechtelijke antecedenten;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>of er sprake is van (relevante) strafrechtelijke antecedenten van bewoners of betrokkenen;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>of er al eerder middelen in het pand zijn aangetroffen;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>of er sprake is van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I, IA en lijst II van de Opiumwet;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de mate van gevaar voor de omgeving, de mate van risico voor omwonenden;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de mate van overlast;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>of het aannemelijk is dat de woning niet overeenkomstig de woonfunctie wordt gebruikt;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>of het aannemelijk is dat behalve het pand of het daarbij behorende erf nog een of meer locaties betrokken zijn bij drugshandel.</al></li></lijst><al>In aanvulling op de indicatoren, wordt in de situatie dat alleen sprake is van voorbereidingshandelingen, rekening gehouden met de volgende indicatoren:</al><lijst><li><li.nr>●</li.nr><al> de aard van de stoffen of voorwerpen, waarbij gedacht kan worden aan het voorhanden hebben van een chemische stof, apparatuur of aanverwante artikelen die kennelijk bestemd zijn voor de productie, handel of het transport van drugs;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de mate waarin de stoffen of voorwerpen erop wijzen bestemd te zijn voor handel in drugs;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de combinatie van aangetroffen stoffen of voorwerpen;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de hoeveelheid aangetroffen stoffen of voorwerpen;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de mate van bekendheid van het pand waar dergelijke producten geproduceerd, verkocht, verhandeld of gebruikt kunnen worden;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving of voor omwonenden.</al></li></lijst><al>Bovenstaande indicatoren zijn niet limitatief en hebben geen cumulatief karakter.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.3</nr><titel>Evenredigheid</titel></kop><structuurtekst><al>De bevoegdheid van de burgemeester tot toepassen van artikel 13b Opiumwet betreft een discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat de burgemeester een zekere mate van vrijheid heeft om deze bevoegdheid naar eigen inzicht te gebruiken. In deze beleidsregel wordt vastgelegd op welke wijze de burgemeester met deze discretionaire bevoegdheid om gaat.</al><al /><al>Zowel gebruikers en bewoners als ook eigenaren hebben er belang bij dat een pand openblijft. De wetgever heeft bewust lokalen en woningen onder het regime van artikel 13b Opiumwet gebracht. Het is inherent aan deze keuze van de wetgever dat dit grote gevolgen kan hebben voor de eigenaren en gebruiker/bewoner. In de belangenafweging worden de belangen van zowel de eigenaar als de gebruiker/bewoner van het pand afgewogen tegen het belang om de verstoring van de openbare orde te herstellen. Het sluiten van een woning is bovendien ingrijpend en raakt de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n) meer dan dat dit het geval is bij het sluiten van een lokaal. Bij zowel het sluiten van een woning als een lokaal, wordt de ernst van de overtreding onderzocht.</al><al /><al>De aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid zijn dermate ernstig dat herstel daarvan zwaarder weegt dan enkel het individuele financiële belang van een eigenaar.</al><al /><al>Een sluiting van een pand dient evenredig te zijn. Bij de besluitvorming wordt niet alleen betrokken wat er in deze beleidsregel staat, maar wordt ook de individuele situatie van de betrokkene in ogenschouw genomen.</al><al /><al>Hierbij kunnen de volgende factoren van belang zijn:</al><al /><lijst><li><li.nr>●</li.nr><al> de mate van verwijtbaarheid van de betrokkene;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>een bijzondere binding van de betrokkene met de woning of het lokaal;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de aanwezigheid van minderjarige kinderen;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>de mate waarin terugkeer naar de woning mogelijk is;</al></li><li><li.nr>●</li.nr><al>een beperking van de mogelijkheden om een andere woning te betrekken.</al></li></lijst><al>Als een of meerdere van deze factoren zich voordoen, betekent dat niet automatisch dat van een sluiting wordt afgezien. Het kan aanleiding vormen voor maatwerk. Soms kan met gematigde maatregelen een deel van het nadeel voor de betrokkene worden weggenomen.</al><al /><al>Als de toepassing van het evenredigheidsbeginsel tot de conclusie leidt dat van een sluiting dient te worden afgezien, maar het gelet op de ernst van de situatie niet wenselijk is om te volstaan met een waarschuwing, dan kan een last onder dwangsom worden opgelegd.</al><al /><al>In uitzonderlijke gevallen kan worden volstaan met een waarschuwing, bijvoorbeeld bij een zeer geringe overschrijding van de in de beleidsregel genoemde gebruikershoeveelheden. Een waarschuwing op grond van deze beleidsregel is geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en geldt voor de duur van maximaal 2 jaar.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.4</nr><titel>Recidive</titel></kop><structuurtekst><al>Bij herhaling van een overtreding zal de bekendheid van de locatie groter zijn en is een langere sluitingstijd noodzakelijk om het gestelde doel te bereiken. Recidive betreft een na een overtreding in dezelfde woning of in hetzelfde lokaal of op het daarbij behorende erf herhaalde overtreding van de Opiumwet binnen vijf jaar na de vorige overtreding. Daarmee is recidive pand/locatiegericht, niet persoonsgericht.</al><al /><al>Wanneer er tussen opeenvolgende constateringen meer dan vijf jaar is verstreken, wordt de nieuwe constatering gezien als een eerste overtreding. Bij een herhaalde overtreding binnen vijf jaar, gaat een nieuwe termijn van vijf jaar in en volgt de maatregel die staat opgenomen in de verschillende handhavingsmatrixen bij een herhaalde overtreding binnen vijf jaar. Wel kan een eerdere overtreding bij een volgende constatering een rol spelen bij de onderbouwing van de aannemelijkheid van drugshandel in of vanuit een pand of bij het beoordelen van de evenredigheid van een maatregel.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.5</nr><titel>Last onder dwangsom</titel></kop><structuurtekst><al>De last onder dwangsom zal alleen in bijzondere gevallen worden toegepast, bijvoorbeeld in gevallen waarin het niet evenredig is om een pand te sluiten, maar een maatregel ter voorkoming van herhaling wel nodig wordt geacht.</al><al /><al>De last onder dwangsom wordt in beginsel opgelegd voor een periode van 2 jaar. Bij het bepalen van de hoogte van de last onder dwangsom wordt aangesloten bij de dwangsombedragen in de onderstaande handhavingsmatrixen. Bij het bepalen van de in de matrix opgenomen dwangsombedragen is rekening gehouden met het te behalen voordeel met de handel in drugs en het afschrikwekkende effect dat van de dwangsom dient uit te gaan. Er wordt in beginsel geen begunstigingstermijn gegeven, omdat met de maatregel beoogd wordt om herhaling van de overtreding te voorkomen.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.6</nr><titel>Handhavingsmatrix</titel></kop><structuurtekst><al>Om de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet proportioneel en subsidiair toe te passen is het van belang dat de handhavingsstappen die genomen worden, zijn vastgelegd in beleid. De onder A tot en met G genoemde, getrapte maatregel wordt toegepast.</al><al /><lijst><li><li.nr>A.</li.nr><al><nadruk type="cur">Handelshoeveelheid drugs in een lokaal of daarbij behorend erf</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><tbody><row><entry /><entry><al><nadruk type="vet">Softdrugs</nadruk> <nadruk type="vet">(inclusief lachgas)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Harddrugs</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">1e overtreding</nadruk></al></entry><entry><al>Sluiting voor periode van 3 maanden *</al></entry><entry><al>Sluiting voor periode van 6 maanden</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">2e overtreding</nadruk></al></entry><entry><al>Sluiting voor een periode van 6 maanden</al></entry><entry><al>Sluiting voor een periode van 12 maanden</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">3e overtreding</nadruk></al></entry><entry><al>Sluiting voor periode van 12 maanden</al></entry><entry><al>Sluiting voor periodevan 24 maanden</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li><li.nr>B.</li.nr><al><nadruk type="cur">Handelshoeveelheid drugs in een woning of op een daarbij behorend erf</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><colspec colname="colC" /><tbody><row><entry /><entry><al><nadruk type="vet">Softdrugs</nadruk> <nadruk type="vet">(inclusief lachgas)</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Harddrugs</nadruk></al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">1e overtreding</nadruk></al></entry><entry><al>Sluiting voor periode van 2 maanden *</al></entry><entry><al>Sluiting voor periode van 3 maanden *</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">2e overtreding</nadruk></al></entry><entry><al>Sluiting voor een periode van 3 maanden *</al></entry><entry><al>Sluiting voor een periode van 6 maanden</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">3e overtreding</nadruk></al></entry><entry><al>Sluiting voor periode van 6 maanden</al></entry><entry><al>Sluiting voor periodevan 9 maanden</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* Indien de ernst en de aard van de feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven kan in de met een * gemarkeerde gevallen worden overgegaan tot een sluiting van maximaal 6 maanden.</al></li><li><li.nr>C.</li.nr><al><nadruk type="cur">Als op grond van de beleidsregel een last onder dwangsom wordt opgelegd, dan wordt bij een aangetroffen hennepkwekerij de hoogte van de last bepaald door het aantal aangetroffen hennepplanten:</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Hoeveelheid</nadruk> <nadruk type="vet">hennepplanten</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Hoogte</nadruk> <nadruk type="vet">dwangsom</nadruk></al></entry></row><row><entry><al>Van 6 tot 50 planten</al></entry><entry><al>€ 12.500</al></entry></row><row><entry><al>Van 50 tot 200 planten</al></entry><entry><al>€ 25.000</al></entry></row><row><entry><al>Van 200 tot 750planten</al></entry><entry><al>€ 50.000</al></entry></row><row><entry><al>Vanaf 750 planten</al></entry><entry><al>€ 75.000</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li><li.nr>D.</li.nr><al><nadruk type="cur">Als op grond van de beleidsregel een last onder dwangsom wordt opgelegd, dan wordt bij een aangetroffen hoeveelheid softdrugs de hoogte van de last bepaald door het aantal aangetroffen grammen softdrugs (voor lachgas, zie tabel G.):</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Hoeveelheid</nadruk> <nadruk type="vet">softdrugs</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Hoogte</nadruk> <nadruk type="vet">dwangsom</nadruk></al></entry></row><row><entry><al>6-30 gram</al></entry><entry><al>€ 1.275</al></entry></row><row><entry><al>30-50 gram</al></entry><entry><al>€ 3.500</al></entry></row><row><entry><al>50-100 gram</al></entry><entry><al>€ 7.000</al></entry></row><row><entry><al>100-150 gram</al></entry><entry><al>€ 10.500</al></entry></row><row><entry><al>150-200 gram</al></entry><entry><al>€ 14.000</al></entry></row><row><entry><al>200 gram – 6 kilogram</al></entry><entry><al>€ 25.000</al></entry></row><row><entry><al>6 kilogram – 22,5 kilogram</al></entry><entry><al>€ 50.000</al></entry></row><row><entry><al>Vanaf 22,5 kilogram</al></entry><entry><al>€ 75.000</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>De bedoeling is dat vanuit een last onder dwangsom een voldoende afschrikwekkend effect uitgaat zodat voorkomen wordt dat wederom een overtreding van de Opiumwet plaatsvindt. Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom onder C en D is de omrekentabel uit de standaardberekening en normen, update 1 juni 2016, in geval van “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” van het Functioneel Parket betrokken. Ook zijn de in dit beleid opgenomen dwangsommen ten aanzien van het aantal aangetroffen planten betrokken.</al></li><li><li.nr>E.</li.nr><al><nadruk type="cur">Er wordt bij het aantreffen van harddrugs (stoffen op lijst I en IA) of het aantreffen van een combinatie van hard- en softdrugs een woning of lokaal in beginsel gesloten.</nadruk></al><al>Indien dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld omdat dat in het concrete geval niet evenredig is, dan kan een last onder dwangsom worden opgelegd. Harddrugs leiden tot grotere risico’s voor de openbare orde, de volksgezondheid en het woon- en leefklimaat dan softdrugs. Bovendien kan met de handel in harddrugs over het algemeen een groter voordeel worden behaald en de handel in harddrugs vindt plaats in het criminele drugscircuit. Met deze factoren is rekening gehouden bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom.</al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Hoeveelheid harddrugs</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Hoogte dwangsom</nadruk></al></entry></row><row><entry><al>&gt; 0,5 - ≤ 5 gram</al><al>&gt; 1 - ≤ 25 pillen/tabletten</al><al>&gt; 5 - ≤ 50 milliliter vloeistof</al></entry><entry><al>€ 5.000</al></entry></row><row><entry><al>&gt; 5 - ≤ 50 gram</al><al>&gt; 25 - ≤ 200 pillen/tabletten</al><al>&gt; 50 - ≤ 250 milliliter vloeistof</al></entry><entry><al>€ 10.000</al></entry></row><row><entry><al>&gt; 50 - ≤ 250 gram</al><al>&gt; 200 -≤ 500 pillen/tabletten</al><al>&gt; 250 - ≤ 1000 milliliter vloeistof</al></entry><entry><al>€ 30.000</al></entry></row><row><entry><al>&gt; 250 gram</al><al>&gt; 500 pillen/tabletten</al><al>&gt; 1000 milliliter vloeistof</al></entry><entry><al>€ 75.000</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li><li.nr>F.</li.nr><al><nadruk type="cur">De hoogte van de last bij aangetroffen voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet (strafbare voorbereidingshandelingen) wordt bepaald op € 25.000.</nadruk></al><al>Bij een dergelijke overtreding is vereist dat degene die voorwerpen of stoffen in een woning of lokaal of daarbij behorend erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat de voorwerpen of de stoffen bestemd zijn voor het bereiden, bewerken of vervaardigen voor grootschalige drugs. Een hoger bedrag kan echter worden opgelegd als verzwarende omstandigheden daar aanleiding toe geven.</al></li><li><li.nr>G.</li.nr><al><nadruk type="cur">Als op grond van de beleidsregel een last onder dwangsom wordt opgelegd in plaats van een sluitingsbevel wordt gegeven, dan wordt de hoogte van de last bij het aantreffen van lachgas als volgt bepaald:</nadruk></al><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Hoeveelheid</nadruk> <nadruk type="vet">lachgas</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Hoogte</nadruk> <nadruk type="vet">dwangsom</nadruk></al></entry></row><row><entry><al>Van 2 tot 11 ampullen</al></entry><entry><al>€ 2.500</al></entry></row><row><entry><al>Van 11 tot 20 ampullen</al></entry><entry><al>€ 5.000</al></entry></row><row><entry><al>Van 20 tot 30 ampullen</al></entry><entry><al>€ 7.500</al></entry></row><row><entry><al>Meer dan 30 ampullen</al></entry><entry><al>Maatwerk</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al>Gasfles: per kilogram volume/inhoud</al><al>De volumes van de gasflessen die aangetroffen worden, kunnen nogal uiteenlopen. De handhavingsmatrix gaat uit van een dwangsom per kilogram volume-inhoud dat in het aantal aangetroffen gasflessen (gasfles) zit (exclusief het gewicht van de gasfles), ongeacht het formaat of de vullingsgraad (leeg-vol).</al><al>Bijvoorbeeld: er wordt een gasfles van 2 kilogram lachgas aangetroffen, dan wordt volgens dit beleid een dwangsom opgelegd van € 10.000.</al></entry><entry><al>€ 5.000</al></entry></row><row><entry><al>Maximum dwangsom bij aantreffen gasflessen (&gt; 15 kilogram)</al><al>Indien er meer dan 15 kilogram wordt aangetroffen, volgt eensluiting voor 3, 6 of 12 maanden (maatwerk). Dit omdat lachgas in potentie een zeer brand bevorderende eigenschap heeft en daarmee direct gevaar oplevert voor personen en de fysieke leefomgeving.</al></entry><entry><al>€ 75.000</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="cur">Afwijkingsbevoegdheid</nadruk></al><al>Op grond van de inherente afwijkingsbevoegdheid, zoals neergelegd in artikel 4:84 Awb, kan van dit beleid worden afgeweken. Hiertoe kan bijvoorbeeld aanleiding bestaan indien toepassing van het beleid voor een of meerdere belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>4.</nr><titel>Sluiting</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>4.1</nr><titel>Feitelijke sluiting</titel></kop><structuurtekst><al>Bij de toepassing van bestuursdwang wordt uitgegaan van het sluiten van het gehele pand inclusief het daarbij behorend erf. Dit is de meest effectieve manier om de met de Opiumwet strijdige situatie te beëindigen en herhaling te voorkomen. Bij de sluiting wordt een begunstigingstermijn gegeven van minimaal twee dagen. Dat betekent dat de betrokkene minimaal twee dagen de tijd krijgt om het pand te ontruimen en af te sluiten. In spoedeisende gevallen kan worden afgezien van het geven van een begunstigingstermijn, bijvoorbeeld in geval van acuut brand- of ontploffingsgevaar. Indien de betrokkene het pand niet of niet tijdig sluit, dan zal de burgemeester overgaan tot het sluiten van het pand. In dat geval kan gebruik worden gemaakt van een slotenmaker. De daarmee gemoeide kosten kunnen worden verhaald op de overtreder.</al><al /><al>De sluiting is feitelijk van aard en brengt met zich mee dat het pand door niemand mag worden betreden gedurende de sluitingstermijn. Als het gesloten pand toch wordt betreden, is sprake van een strafbaar feit. Alleen personen van wie de aanwezigheid om dringende redenen in het pand noodzakelijk is, mogen het pand nog betreden. Van dringende reden kan bijvoorbeeld sprake zijn bij een spoedreparatie waarvoor betreding van het pand noodzakelijk is. Voor het betreden van het pand is te allen tijde toestemming nodig van de burgemeester.</al><al /><al>De sluiting houdt in dat het pand wordt verzegeld en er een schriftelijke bekendmaking op de toegang tot het pand wordt aangebracht. Zo is het voor een ieder kenbaar dat het verboden is het pand te betreden en zo kan de sluiting eenvoudig worden gecontroleerd. Na afloop van de sluitingstermijn is de eigenaar, huurder, gebruiker of bewoner van het pand zelf verantwoordelijk voor het verwijderen van de aangebrachte zegels en bekendmakingen.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.2</nr><titel>Spoedeisende situaties</titel></kop><structuurtekst><al>Indien zich een spoedeisende situatie voordoet, kan op grond van artikel 5:31 Awb een bevel tot sluiting worden gegeven voor een periode van ten hoogste twee weken. Het bevel van de burgemeester kan mondeling worden bekendgemaakt en wordt daarna zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd. Deze maatregel is bedoeld om de situatie te bevriezen, zodat gelegenheid ontstaat om gedegen onderzoek te doen naar de exacte feiten en omstandigheden van de situatie. Tevens kan deze periode benut worden om de definitieve maatregel te bepalen.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.3</nr><titel>Zorgvuldigheid</titel></kop><structuurtekst><al>Voorafgaand aan een besluit van de burgemeester tot het nemen van een eventuele maatregel, worden de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op het voorgenomen bestuursdwangbesluit. Dit in het kader van een zorgvuldige belangenafweging in de zin van artikel 4:8 Awb. Dit kan schriftelijk of in een zienswijzegesprek. De belanghebbenden kunnen zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Na het ontvangen van een zienswijze binnen de zienswijzetermijn worden alle feiten en omstandigheden afgewogen en getoetst aan de wet- en regelgeving en deze beleidsregel. Vervolgens neemt de burgemeester een beslissing. Het besluit wordt bekend gemaakt aan de belanghebbenden en de handhavingspartners. Indien de belanghebbenden zich niet kunnen verenigen met het besluit van de burgemeester, dan kan hiertegen bezwaar worden gemaakt. Bezwaar schorst de werking van het besluit niet. Hiervoor zal de belanghebbende de voorzieningenrechter moeten vragen het besluit te schorsen hangende de behandeling van het bezwaar.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.4</nr><titel>Objectgericht karakter van de maatregel</titel></kop><structuurtekst><al>De sluiting van een woning of lokaal is een maatregel die gerelateerd is aan het pand</al><al>en niet aan de bewoner, huurder, gebruiker of eigenaar. Dit betekent dat een eventuele overdracht van het pand, of de komst van nieuwe huurders, niet van invloed is op het besluit tot sluiting. Het pand blijft gesloten.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.5</nr><titel>Kostenverhaal</titel></kop><structuurtekst><al>De kosten voor toepassing van bestuursdwang kunnen de overtreder redelijkerwijs geheel of gedeeltelijk worden toegerekend (artikel 5:25 Awb).</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.6</nr><titel>Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen</titel></kop><structuurtekst><al>Een besluit tot toepassing van bestuursdwang, is een beperkingsbesluit dat valt onder de ‘Wet</al><al>kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken’. Het besluit wordt dan ook opgenomen in de landelijke voorziening die op deze wet is gebaseerd. Wanneer de sluiting wordt opgeheven of wanneer de sluitingstermijn afloopt, wordt dit aangepast in het WKPB-register.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.7</nr><titel>Einde sluiting</titel></kop><structuurtekst><al>Wanneer de sluitingstermijn is verstreken, zal in overleg met de eigenaar, huurder(s), bewoner(s) en/of andere belanghebbenden een overdracht van de woning of het lokaal plaatsvinden.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.8</nr><titel>Minderjarigen</titel></kop><structuurtekst><al>Indien sprake is van minderjarige bewoners en/of betrokkenen in een woning waarbij sprake is van een overtreding van de Opiumwet, wordt er in beginsel een melding gedaan bij Veilig Thuis.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.9.</nr><titel>Verzoek opheffing sluiting</titel></kop><structuurtekst><al>Belanghebbende(n) kan (kunnen) een schriftelijk, gemotiveerd verzoek om opheffing van de sluiting indienen. Op basis van dit verzoek kan de sluiting worden opgeheven. Uit feiten en omstandigheden moet dan blijken dat er geen sprake (meer) is van (dreiging van) herhaling van de gedragingen die tot de sluiting hebben geleid.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.10</nr><titel>Huisraad en huisdieren</titel></kop><structuurtekst><al>Betrokkenen dienen in beginsel zelf voor hun huisraad, huisdieren en alternatieve huisvesting te zorgen. De last onder bestuursdwang omvat ook het zorgdragen voor eventuele dieren in de woning of het lokaal. Dat betekent dat indien na verloop van de begunstigingstermijn dieren aanwezig zijn in de woning, bij de uitoefening van de bestuursdwang de dieren zullen worden verwijderd en opgevangen. De kosten daarvan zullen worden verhaald op degene tot wie het besluit tot sluiting is gericht.</al><al /><al><nadruk type="vet">Intrekken beleidsregel</nadruk></al><al>De beleidsregel “Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Waddinxveen 2015” wordt op 02-07-2026 ingetrokken.</al><al /><al><nadruk type="vet">Inwerkingtreding</nadruk></al><al>Deze beleidsregel treedt in werking op 02-07-2026.</al><al /><al><nadruk type="vet">Citeertitel</nadruk></al><al>Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel artikel 13b Opiumwet Waddinxveen</al><al /><al><nadruk type="vet">Vaststelling</nadruk></al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld op 2 juli 2026 te Waddinxveen:</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Dhr. E.J. Nieuwenhuis </functie><functie>Burgemeester Waddinxveen</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>