<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-325480/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Schiedam</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Tweede Wijzigingsbesluit Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Schiedam;</al><al /><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 mei 2026, nr. 26INT00131;</al><al /><al>Gelet op artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet, Hoofdstuk 1, paragraaf 3, en het bepaalde in de hoofdstukken 4, 6 en 7 van de Huisvestingswet 2014</al><al /><al>Gezien het advies van de raadscommissie;</al><al /><al>besluit vast te stellen </al><al /><al>Tweede Wijzigingsbesluit ‘Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024’</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr><titel /></kop><al>De Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024 wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><al>A</al><al>Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="46*" /><colspec colname="col2" colwidth="46*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Huidige tekst</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Voorgestelde tekst</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="cur">eigenaar: de eigenaar in de zin van artikel 1, de erfpachter ingevolge hoofdstuk 7 en de appartementseigenaar ingevolge titel 9 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">flat- of portiekwoning: woonruimte gelegen in een woongebouw waarbij de toegang vanaf de openbare weg gedeeld wordt met andere in dat woongebouw gelegen woonruimten;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="cur">gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;</nadruk></al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="cur">huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meer personen, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders, hebben aangetoond voor onbepaalde tijd en enkel vanuit de wens samen te wonen een duurzame gemeenschappelijke huishouding te voeren;</nadruk></al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al><nadruk type="cur">kamergewijze bewoning: het bewonen van onzelfstandige woonruimte;</nadruk></al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al><nadruk type="cur">kadastraal splitsen: het splitsen van woonruimte als bedoeld in artikel 22 lid 1 van de wet en het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten als bedoeld in artikel 22 lid 3 van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al><nadruk type="cur">kantoor aan huis: het gebruik van een ondergeschikt deel van woonruimte als kantoor door de in de woonruimte woonachtige eigenaar;</nadruk></al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al><nadruk type="cur">onttrekken: het onttrekken van woonruimte als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al><nadruk type="cur">omgevingsplan: het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet;</nadruk></al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al><nadruk type="cur">omzetten van woonruimte: het omzetten van woonruimte als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al><nadruk type="cur">omzettingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al><nadruk type="cur">onttrekkingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>m.</li.nr><al><nadruk type="cur">onzelfstandige woonruimte: bewoonde of kennelijk voor bewoning geschikte of bedoelde ruimte, niet zijnde een woonruimte, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;</nadruk></al></li><li><li.nr>n.</li.nr><al><nadruk type="cur">praktijkruimte aan huis: het gebruik van een ondergeschikt deel van woonruimte als praktijkruimte door de in de woonruimte woonachtige eigenaar;</nadruk></al></li><li><li.nr>o.</li.nr><al><nadruk type="cur">splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 22, eerste lid van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>p.</li.nr><al><nadruk type="cur">verordening: de Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024;</nadruk></al></li><li><li.nr>q.</li.nr><al><nadruk type="cur">voorbereidingsbesluit: het voorbereidingsbesluit als bedoeld in de Omgevingswet;</nadruk></al></li><li><li.nr>r.</li.nr><al><nadruk type="cur">wet: de Huisvestingswet 2014;</nadruk></al></li><li><li.nr>s.</li.nr><al><nadruk type="cur">woningvorming: het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>t.</li.nr><al><nadruk type="cur">woningvormingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>u.</li.nr><al><nadruk type="cur">woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>v.</li.nr><al><nadruk type="cur">WOZ - waarde: de op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde.</nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Van een huishouden als bedoeld in het eerste lid onder <nadruk type="cur">d</nadruk>, is in ieder geval geen sprake, indien:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de ruimte of ruimten waaruit de woonruimte bestaat, niet door alle bewoners worden gedeeld;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>er geen sprake is van wederzijdse zorg tussen de bewoners;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>er geen gezamenlijke huurovereenkomst is, waarin de namen van alle meerderjarige bewoners vermeld staan;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de bewoners uit hoofde van een studie of arbeidsovereenkomst de woonruimte bewonen;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de bewoners niet zelf het initiatief tot samenwoning hebben genomen; of,</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>voor zover van toepassing, de voor het gebruik van de woonruimte door deze bewoners vereiste huisvestingsvergunning niet verleend is.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Met een huishouden als bedoeld in het eerste lid, onder <nadruk type="cur">d</nadruk>, wordt gelijkgesteld: een groep van ten hoogste drie vergunninghouders als bedoeld in artikel 1 lid 1, onder g, van de wet die geen gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren, maar gelet op de in artikel 28 van de wet genoemde taakstelling door burgemeester en wethouders gehuisvest worden of zijn in één woning.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Indien voor woonruimte de in het eerste lid, onder <nadruk type="cur">v</nadruk>, bedoelde waarde niet is vastgesteld, wordt in deze verordening als WOZ-waarde aangemerkt:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de ten tijde van het indienen van de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde; of,</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de ten tijde van de aanvang van het handelen in strijd met een in artikel 21 of 22 van de wet opgenomen verbod geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde.</al></li></lijst></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="vet">betaalbare koopwoningen: woonruimte waarvan de WOZ-waarde niet meer bedraagt dan de betaalbare koopgrens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet en geïndexeerd conform artikel 7, vierde lid, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="vet">eigenaar: de eigenaar in de zin van artikel 1, de erfpachter ingevolge hoofdstuk 7 en de appartementseigenaar ingevolge titel 9 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="vet">flat- of portiekwoning: woonruimte gelegen in een woongebouw waarbij de toegang vanaf de openbare weg gedeeld wordt met andere in dat woongebouw gelegen woonruimten;</nadruk></al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="vet">gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;</nadruk></al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al><nadruk type="vet">gebruiksoppervlakte: gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580, voor zover het de delen van het gebouw betreft die in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.</nadruk></al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al><nadruk type="vet">huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meer personen, die naar het oordeel van burgemeester en wethouders, hebben aangetoond voor onbepaalde tijd en enkel vanuit de wens samen te wonen een duurzame gemeenschappelijke huishouding te voeren;</nadruk></al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al><nadruk type="vet">kadastraal splitsen: het splitsen van woonruimte als bedoeld in artikel 22 lid 1 van de wet en het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten als bedoeld in artikel 22 lid 3 van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al><nadruk type="vet">kamergewijze bewoning: het bewonen van onzelfstandige woonruimte;</nadruk></al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al><nadruk type="vet">kantoor aan huis: het gebruik van een ondergeschikt deel van woonruimte als kantoor door de in de woonruimte woonachtige eigenaar;</nadruk></al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al><nadruk type="vet">omgevingsplan: het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet;</nadruk></al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al><nadruk type="vet">omzetten van woonruimte: het omzetten of omgezet houden van woonruimte als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al><nadruk type="vet">omzettingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>m.</li.nr><al><nadruk type="vet">onttrekken: het onttrekken of onttrokken houden van woonruimte als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>n.</li.nr><al><nadruk type="vet">onttrekkingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>o.</li.nr><al><nadruk type="vet">onzelfstandige woonruimte: bewoonde of kennelijk voor bewoning geschikte of bedoelde ruimte, niet zijnde een woonruimte, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;</nadruk></al></li><li><li.nr>p.</li.nr><al><nadruk type="vet">praktijkruimte aan huis: het gebruik van een ondergeschikt deel van woonruimte als praktijkruimte door de in de woonruimte woonachtige eigenaar;</nadruk></al></li><li><li.nr>q.</li.nr><al><nadruk type="vet">samenvoegen: het samenvoegen en samengevoegd houden van woonruimte als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>r.</li.nr><al><nadruk type="vet">sociale huurwoning: woonruimte van een toegelaten instelling met een huur tot de liberalisatiegrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de huurtoeslag;</nadruk></al></li><li><li.nr>s.</li.nr><al><nadruk type="vet">splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 22, eerste lid van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>t.</li.nr><al><nadruk type="vet">toegelaten instelling: instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.</nadruk></al></li><li><li.nr>u.</li.nr><al><nadruk type="vet">verordening: de Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024;</nadruk></al></li><li><li.nr>v.</li.nr><al><nadruk type="vet">voorbereidingsbesluit: het voorbereidingsbesluit als bedoeld in de Omgevingswet;</nadruk></al></li><li><li.nr>w.</li.nr><al><nadruk type="vet">wet: de Huisvestingswet 2014;</nadruk></al></li><li><li.nr>x.</li.nr><al><nadruk type="vet">woningvorming: het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten of in die verbouwde staat houden zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>y.</li.nr><al><nadruk type="vet">woningvormingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder e, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>z.</li.nr><al><nadruk type="vet">woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l, van de wet;</nadruk></al></li><li><li.nr>aa.</li.nr><al><nadruk type="vet">WOZ - waarde: de op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde.</nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Van een huishouden als bedoeld in het eerste lid onder <nadruk type="vet">f</nadruk>, is in ieder geval geen sprake, indien:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de ruimte of ruimten waaruit de woonruimte bestaat, niet door alle bewoners worden gedeeld;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>er geen sprake is van wederzijdse zorg tussen de bewoners;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>er geen gezamenlijke huurovereenkomst is, waarin de namen van alle meerderjarige bewoners vermeld staan;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de bewoners uit hoofde van een studie of arbeidsovereenkomst de woonruimte bewonen;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de bewoners niet zelf het initiatief tot samenwoning hebben genomen; of,</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>voor zover van toepassing, de voor het gebruik van de woonruimte door deze bewoners vereiste huisvestingsvergunning niet verleend is.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Met een huishouden als bedoeld in het eerste lid, onder <nadruk type="vet">f</nadruk>, wordt gelijkgesteld: een groep van ten hoogste drie vergunninghouders als bedoeld in artikel 1 lid 1, onder g, van de wet die geen gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren, maar gelet op de in artikel 28 van de wet genoemde taakstelling door burgemeester en wethouders gehuisvest worden of zijn in één woning.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Indien voor woonruimte de in het eerste lid, onder <nadruk type="vet">aa</nadruk>, bedoelde waarde niet is vastgesteld, wordt in deze verordening als WOZ-waarde aangemerkt:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de ten tijde van het indienen van de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde; of,</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al> de ten tijde van de aanvang van het handelen in strijd met een in artikel 21 of 22 van de wet opgenomen verbod geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde.</al></li></lijst></li></lijst></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><nadruk type="vet">Toelichting op de wijziging</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>Met deze wijziging worden de begripsbepalingen in artikel 1 geactualiseerd en beter afgestemd op de systematiek van de Huisvestingswet 2014 en de Omgevingswet. Daarbij worden enkele bestaande definities verduidelijkt en aangevuld, onder meer door expliciet op te nemen dat ook het onttrokken, omgezette of verbouwde gebruik onder de reikwijdte van de verordening valt. Daarnaast worden nieuwe begrippen toegevoegd, zoals betaalbare koopwoningen, sociale huurwoningen, toegelaten instelling, samenvoegen en gebruiksoppervlakte. Met de introductie van gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580 ontstaat een objectiever en eenduidiger toetsingskader voor de toepassing van de verordening.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>B</al><al>De titel van paragraaf 2 en artikel 2 worden als volgt gewijzigd:</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="46*" /><colspec colname="col2" colwidth="47*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Huidige tekst</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Voorgestelde tekst</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paragraaf 2. Vergunning voor onttrekken, omzetten en woningvorming</al><al /><al>Artikel 2. Vergunningplicht voor onttrekken, omzetten en woningvorming</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Woonruimte mag niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor aan huis of praktijkruimte aan huis door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken <nadruk type="cur">(onttrekken)</nadruk> of onttrokken worden gehouden;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet (omzetten) of omgezet worden gehouden;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="cur">worden verbouwd tot twee of meer woonruimten (woningvorming) of verbouwd tot twee of meer woonruimten worden gehouden.</nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="cur">De in het eerste lid, onder b, bedoelde vergunningplicht is niet van toepassing indien een woonruimte:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="cur">geheel wordt omgezet naar onzelfstandige woonruimte en bewoond wordt door maximaal drie personen die geen huishouding vormen, niet gelegen is in de in Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen van de gemeente en geen flat- of portiekwoning is;</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="cur">bewoond wordt door de eigenaar terwijl een deel van die woonruimte onzelfstandig in gebruik wordt gegeven aan maximaal twee personen die geen huishouden vormen en al dan niet is gelegen in de in Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="cur">geheel wordt omgezet naar onzelfstandige woonruimte, bewoond wordt door maximaal twee personen die geen huishouden vormen en gelegen is in de in Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen van de gemeente;</nadruk></al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="cur">geheel wordt omgezet naar een onzelfstandige woonruimte en wordt bewoond door maximaal twee personen die geen huishouden vormen, al dan niet gelegen in de Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen van de gemeente en een flat of portiekwoning is.</nadruk></al></li></lijst></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Paragraaf 2. Vergunning voor onttrekken, <nadruk type="vet">samenvoegen</nadruk>, omzetten en woningvorming</al><al /><al>Artikel 2. Vergunningplicht voor onttrekken, <nadruk type="vet">samenvoegen</nadruk>, omzetten en woningvorming</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Woonruimte<nadruk type="vet">,</nadruk><nadruk type="vet">die behoort tot één of meer van de in het tweede lid aangewezen categorieën,</nadruk> mag niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor aan huis of praktijkruimte aan huis door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken of onttrokken worden gehouden;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="vet">anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor aan huis of praktijkruimte aan huis door de eigenaar met andere woonruimte worden samengevoegd of samengevoegd worden gehouden;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="vet">van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet of omgezet worden gehouden;</nadruk></al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="vet">worden verbouwd tot twee of meer woonruimten of verbouwd tot twee of meer woonruimten worden gehouden.</nadruk></al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="vet">Aangewezen zijn de volgende categorieën woonruimte:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="vet">sociale huurwoningen;</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="vet">betaalbare koopwoningen;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="vet">woonruimte met een gebruiksoppervlakte minder dan 140 m<sup>2</sup>;</nadruk></al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="vet">woonruimte met een gebruiksoppervlakte van 140 m<sup>2</sup> en meer gelegen in de op Bijlage 1 aangegeven buurten;</nadruk></al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al><nadruk type="vet">woonruimte met een gebruiksoppervlakte van 140 m<sup>2</sup> en meer voor zover die woonruimte in de 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al><nadruk type="vet">een gebruiksoppervlakte van minder dan 140 m<sup>2</sup> had; of</nadruk></al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al><nadruk type="vet">ontstaan is uit één of meer woonruimten met een gebruiksoppervlakte van minder dan 140 m<sup>2</sup>. </nadruk></al></li></lijst></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al><nadruk type="vet">De in het eerste lid, onder c, bedoelde vergunningplicht is niet van toepassing indien een woonruimte:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="vet">geheel wordt omgezet naar onzelfstandige woonruimte en bewoond wordt door maximaal drie personen die geen huishouding vormen, niet gelegen is in de in Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen van de gemeente en geen flat- of portiekwoning is;</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="vet">bewoond wordt door de eigenaar terwijl een deel van die woonruimte onzelfstandig in gebruik wordt gegeven aan maximaal twee personen die geen huishouden vormen en al dan niet is gelegen in de in Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="vet">geheel wordt omgezet naar onzelfstandige woonruimte, bewoond wordt door maximaal twee personen die geen huishouden vormen en gelegen is in de in Bijlage I bij deze verordening aangegeven delen van de gemeente;</nadruk></al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="vet"> geheel wordt omgezet naar een onzelfstandige woonruimte en wordt bewoond door maximaal twee personen die geen huishouden vormen, al dan niet gelegen in de Bijlage I bij deze verordening</nadruk><nadruk type="vet">aangegeven delen van de gemeente en een flat of portiekwoning is.</nadruk></al></li></lijst></li></lijst></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><nadruk type="vet">Toelichting op de wijziging</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>Artikel 2 wordt aangepast om de vergunningplicht explicieter te koppelen aan aangewezen categorieën woonruimte. Daarmee wordt verduidelijkt op welke delen van de woonruimtevoorraad de vergunningplicht ziet en wordt het instrument gerichter toepasbaar in het licht van schaarste en leefbaarheid. Daarnaast wordt samenvoegen toegevoegd aan de vergunningplicht, waardoor vooraf kan worden beoordeeld of het samenvoegen van woonruimte, gelet op het verlies van (veelal kleinere of betaalbare) woningen, aanvaardbaar is binnen de gewenste samenstelling van de woningvoorraad. De regeling wordt tevens uitgebreid naar woonruimte met een gebruiksoppervlakte tot 140 m<sup>2</sup>, alsmede naar bepaalde grotere woonruimten in specifiek aangewezen situaties. Deze uitbreiding sluit aan bij de beleidsdoelstellingen uit de Woonvisie en maakt het mogelijk om de vergunningplicht in te zetten als onderdeel van een integrale sturingsstrategie gericht op het behoud van een evenwichtige en leefbare woningvoorraad. Hiermee sluit de verordening beter aan op de beleidsdoelstelling om grip te houden op de samenstelling van de woningvoorraad en het behoud van grotere woningen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>C</al><al>Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="46*" /><colspec colname="col2" colwidth="46*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Huidige tekst</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Voorgestelde tekst</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5. Weigeringsgronden ten aanzien van onttrekken, omzetten en woningvorming</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met het onttrekken, omzetten of woningvormen gediende belang;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders vanuit het oogpunt van grootte, indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen onttrekken, omzetten of woningvorming verzet;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het onder a of b genoemde belang naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden of verbinden van voorschriften aan de vergunning;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>het verlenen van de vergunning naar het oordeel van burgemeester en wethouders zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de aanvrager van de vergunning niet de eigenaar is van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft; of,</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de met de vergunning te realiseren situatie in strijd is met het bestemmingsplan, een voorbereidingsbesluit of het omgevingsplan.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Een vergunning voor omzetting of woningvorming als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt geweigerd indien de aanvraag ziet op een woonruimte die gelegen is in Bijlage I <nadruk type="cur">bij deze verordening aangegeven delen van de gemeente</nadruk> en de eigenaar van die woonruimte geen toegelaten instelling is zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd indien de uit woningvorming beoogde woonruimte niet beschikt over een gebruiksoppervlakte van minimaal 70 m<sup>2</sup>.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Een vergunning voor woningomzetting als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt geweigerd indien de uit woningomzetting ontstane woonruimte niet beschikt over een gebruiksoppervlakte van minimaal 18 m<sup>2</sup> per persoon.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Burgemeester en wethouders kunnen categorieën van gevallen aanwijzen waarin in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, voor woonruimte gelegen in de in dat lid bedoelde gebieden een woningvormingsvergunning kan worden verleend.</al></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5. Weigeringsgronden ten aanzien van onttrekken, <nadruk type="vet">samenvoegen</nadruk>, omzetten en woningvorming</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met het onttrekken, <nadruk type="vet">samenvoegen</nadruk>, omzetten of woningvormen gediende belang;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders vanuit het oogpunt van grootte, indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen onttrekken, <nadruk type="vet">samenvoegen</nadruk>, omzetten of woningvorming verzet;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het onder a of b genoemde belang naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden of verbinden van voorschriften aan de vergunning;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>het verlenen van de vergunning naar het oordeel van burgemeester en wethouders zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de aanvrager van de vergunning niet de eigenaar is van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft; of,</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de met de vergunning te realiseren situatie in strijd is met het bestemmingsplan, een voorbereidingsbesluit of het omgevingsplan.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Een vergunning voor omzetting of woningvorming als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt geweigerd indien de aanvraag ziet op een woonruimte die gelegen is in <nadruk type="vet">de op</nadruk> Bijlage 1 <nadruk type="vet">aangegeven buurten</nadruk> en de eigenaar van die woonruimte geen toegelaten instelling is zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Een vergunning voor woningvorming als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd indien de uit woningvorming beoogde woonruimte niet beschikt over een gebruiksoppervlakte van minimaal 70 m<sup>2</sup>.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Een vergunning voor woningomzetting als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt geweigerd indien de uit woningomzetting ontstane woonruimte niet beschikt over een gebruiksoppervlakte van minimaal 18 m<sup>2</sup> per persoon.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Burgemeester en wethouders kunnen categorieën van gevallen aanwijzen waarin in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, voor woonruimte gelegen in de in dat lid bedoelde gebieden een woningvormingsvergunning kan worden verleend.</al></li></lijst></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><nadruk type="vet">Toelichting op de wijziging</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>Met deze wijziging wordt samenvoegen toegevoegd aan de weigeringsgronden van artikel 5, zodat ook op dit onderdeel een expliciete toetsing mogelijk is aan het belang van behoud en samenstelling van de woonruimtevoorraad en de leefbaarheid. Dit maakt het mogelijk een vergunning te weigeren indien samenvoegen leidt tot een ongewenst verlies van woonruimte of een onevenwichtige samenstelling van de woningvoorraad. Daarnaast wordt de bestaande weigeringsgrond voor omzetting en woningvorming gerichter toegepast door deze te koppelen aan specifiek aangewezen wijken. Deze gerichte toepassing is bedoeld voor gebieden waar de leefbaarheid en de samenstelling van de woningvoorraad onder druk staan en vraagt om een zorgvuldige motivering in het licht van het gelijkheidsbeginsel en het eigendomsrecht. Daarmee wordt de bepaling beter afgestemd op de lokale situatie en kan gerichter worden gestuurd op leefbaarheid en woningvoorraad in gebieden waar deze onder druk staan. De bestaande normen voor minimale gebruiksoppervlakte blijven daarbij ongewijzigd in stand.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>D</al><al>Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="46*" /><colspec colname="col2" colwidth="47*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Huidige tekst</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Voorgestelde tekst</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 11. Nadere regels</al><al /><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels vast te stellen<nadruk type="cur">.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 11. Nadere regels</al><al /><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels vast te stellen over<nadruk type="vet">:</nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="vet">het aan een vergunning verbinden van voorwaarden en voorschriften als bedoeld in artikel 4, tweede lid;</nadruk></al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="vet">het voor bepaalde tijd verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 4, derde lid;</nadruk></al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="vet">de toepassing van de weigeringsgronden van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, b en d;</nadruk></al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="vet">de toepassing van de weigeringsgronden van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, b en d.</nadruk></al></li></lijst></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><nadruk type="vet">Toelichting op de wijziging</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>Artikel 11 wordt aangepast om de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot het stellen van nadere regels concreter af te bakenen. In plaats van een algemene bepaling wordt nu expliciet vastgelegd dat nadere regels kunnen worden gesteld over vergunningsvoorwaarden, het voor bepaalde tijd verlenen van vergunningen en de toepassing van specifieke weigeringsgronden uit de verordening. Hiermee wordt verduidelijkt op welke onderdelen nadere uitwerking mogelijk is en wordt de uitvoering van de verordening eenduidiger en beter hanteerbaar gemaakt.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>E</al><al>Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="46*" /><colspec colname="col2" colwidth="46*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Huidige tekst</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Voorgestelde tekst</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bijlage I.</al><al>Aangewezen gebieden in het Aanwijzingsbesluit ‘Aangewezen gebieden Verordening woonruimtevoorraad’</al><al /><al>Op de volgende buurten van de gemeente Schiedam is het bepaalde in artikel 5, lid 2 van de Verordening van toepassing:</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Binnenstad</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Natuurkundigenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Singelkwartier</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Stationsbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Wetenschappersbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Newtonbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Boylebuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Marconibuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Glasbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Schildersbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Schrijversbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Fabribuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Frankenland</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Liduinabuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Haverschmidtkwartier</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Noletbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Eilandenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Piet Sandersbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Spieringshoek</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Staatsliedenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Schiehart</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Nolensbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">De Meesterbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Cartonnagebuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Wibautbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Troelstrabuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Groenoord-Zuid</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Mozartbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Van Beethovenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Van Zantenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Groenoord-Noord</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="cur">Bachplein</nadruk></al></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Bijlage I.</al><al>Aangewezen gebieden in het Aanwijzingsbesluit ‘Aangewezen gebieden Verordening woonruimtevoorraad’</al><al /><al>Op de volgende <nadruk type="vet">wijken</nadruk> buurten van de gemeente Schiedam is het bepaalde in artikel 5, lid 2 van de Verordening van toepassing:</al><al /><al><nadruk type="vet">Groenoord</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Van Beethovenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Goenoord-Zuid</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Van Zantenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Mozartbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Groenoord-Noord</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Bachplein</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Nieuwland</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Toelstrabuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Spieringshoek</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Staatsliedenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Vakbondsliedenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Hollandiabuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Schiehart</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Nolensbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">De Meesterbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Cartonnagebuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Wibautbuurt</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Centrum</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Binnenstad</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Brandersbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Walvisbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">De Plantage</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Oost</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Natuurkundigenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Singelkwartier</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Stationsbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Wetenschappersbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Newtonbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Boylebuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Glasbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Marconibuurt</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Zuid</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Noletbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Eilandenbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Sandersbuurt</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">West</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Schildersbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Schrijversbuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Fabribuurt</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Frankenland</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Liduinabuurt</nadruk></al></li></lijst></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><nadruk type="vet">Toelichting op de wijziging</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>Bijlage I bevat de wijken en buurten waar strengere weigeringsgronden gelden voor omzetting en woningvorming door particuliere eigenaren. De aanwijzing is gebaseerd op het RIGO-rapport (2026), waaruit blijkt dat in deze gebieden de leefbaarheid structureel onder druk staat en de woningvoorraad kwetsbaar is voor verdere verdichting. Door deze gebieden aan te wijzen, kan de gemeente sturen op het behoud van de woonkwaliteit en het voorkomen van extra druk op het woon- en leefmilieu.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II</nr><titel /></kop><al>De toelichting op de ‘Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024’ als volgt gewijzigd:</al><al /><al>A</al><al>2. Artikelsgewijze toelichting wordt als volgt gewijzigd</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="46*" /><colspec colname="col2" colwidth="46*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Huidige tekst</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Voorgestelde tekst</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2. Artikelsgewijze toelichting</al><al /><al>Dit hoofdstuk van de toelichting bevat een artikelsgewijze toelichting op de Verordening. In bepaalde andere gevallen wordt volstaan met een verwijzing naar de algemene toelichting of wordt een gedeelte van algemene toelichting herhaald.</al><al /><al>Toelichting algemene bepalingen</al><al /><al>Huishouden</al><al /><al><nadruk type="cur">Voorgesteld wordt, om het</nadruk> begrip ‘duurzaam gemeenschappelijk huishouden’ <nadruk type="cur">te</nadruk> vervangen <nadruk type="cur">voor</nadruk> het begrip ‘huishouden’. Uit jurisprudentie volgt, dat voor wat betreft de Huisvestingswet 2014 ‘huishouden’ onder meer betekent dat ‘duurzaam’ een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd en dat voor ‘onbepaalde tijd’, dus los van de duur van een studie of arbeidsbetrekking. <nadruk type="cur">Voorgesteld wordt om in</nadruk> lid 2 <nadruk type="cur">aan te geven</nadruk> wanneer in ieder geval geen sprake is van een ‘huishouden’.</al><al /><al>Woonruimte</al><al /><al>De definitie van het begrip ‘woonruimte’ wordt in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014 gegeven. Alhoewel juridisch onnodig, wordt die definitie hier herhaald. Daarbij is aangegeven dat ‘standplaats’ geen deel uitmaakt van het in deze verordening gebruikte begrip ‘woonruimte’.</al><al /><al>Woonruimte versus onzelfstandige woonruimte</al><al /><al>Het begrip ‘woonruimte’ wordt gebruikt voor ‘zelfstandige woonruimte’: een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden.</al><al /><al>Naast ‘woonruimte’ kan ook sprake zijn van ‘onzelfstandige woonruimte’. De wet geeft voor dat laatste begrip geen definitie. Daarom is in artikel 1, lid 1 onder <nadruk type="cur">m</nadruk>, hiervoor een definitie opgenomen.</al><al /><al>WOZ-waarde</al><al /><al>Voor de definitie van WOZ-waarde is destijds – bij het vaststellen van de eerste verordening – aangesloten bij de WOZ-waarde van 2018. Inmiddels zijn vijf jaren verstreken. Wenselijk is om dit artikel te wijzigen en de woz waarde te hanteren van 1 januari van het voorgaande jaar Om te voorkomen dat voor sinds 2018 gerealiseerde OZB-plichtige objecten geen WOZ-waarde van toepassing zou zijn, wordt de regeling van lid 4 voorgesteld.</al></entry><entry colname="col2"><al>2. Artikelsgewijze toelichting</al><al /><al>Dit hoofdstuk van de toelichting bevat een artikelsgewijze toelichting op de Verordening. In bepaalde andere gevallen wordt volstaan met een verwijzing naar de algemene toelichting of wordt een gedeelte van algemene toelichting herhaald.</al><al /><al>Toelichting algemene bepalingen</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Betaalbare koopwoningen</nadruk></nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Het begrip ‘betaalbare koopwoningen’ is opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij de in artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014 genoemde koopprijsgrens. Door deze categorie expliciet te definiëren, kan in de verordening duidelijk worden afgebakend op welke koopwoningen de verordening van toepassing is.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Gebruiksoppervlakte</nadruk></nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Het begrip ‘gebruiksoppervlakte’ sluit aan bij NEN 2580, voor zover het de delen van het gebouw betreft, die in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet. Hiermee ontstaat een objectiever en eenduidiger toetsingskader voor de toepassing van de verordening, in het bijzonder waar oppervlaktegrenzen van belang zijn.</nadruk></al><al /><al>Huishouden</al><al /><al><nadruk type="vet">Het</nadruk> begrip ‘duurzaam gemeenschappelijk huishouden’ <nadruk type="vet">is</nadruk> vervangen <nadruk type="vet">door</nadruk> het begrip ‘huishouden’. Uit jurisprudentie volgt, dat voor wat betreft de Huisvestingswet 2014 ‘huishouden’ onder meer betekent dat ‘duurzaam’ een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd en dat voor ‘onbepaalde tijd’, dus los van de duur van een studie of arbeidsbetrekking. <nadruk type="vet">In</nadruk> lid 2 <nadruk type="vet">wordt</nadruk><nadruk type="vet">aangegeven</nadruk> wanneer in ieder geval geen sprake is van een ‘huishouden’.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Samenvoegen</nadruk></nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Het begrip ‘samenvoegen’ wordt opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingswet 2014. Door dit begrip expliciet te definiëren, wordt verduidelijkt dat niet alleen het samenvoegen zelf, maar ook het samengevoegd </nadruk><nadruk type="vet">houden onder de reikwijdte van de verordening valt.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet"> Sociale huurwoning </nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Het begrip ‘sociale huurwoning’ wordt opgenomen. Daarbij is aangesloten bij woonruimte van een toegelaten instelling met een huur tot de liberalisatiegrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de huurtoeslag. Hiermee wordt duidelijk afgebakend welke huurwoningen binnen deze categorie vallen.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Toegelaten instelling</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Het begrip ‘toegelaten instelling’ wordt opgenomen. Daarbij wordt aangesloten bij artikel 19 van de Woningwet. Deze begripsbepaling is nodig, omdat in de verordening op verschillende plaatsen onderscheid wordt gemaakt tussen toegelaten instellingen en andere eigenaren.</nadruk></al><al /><al>Woonruimte</al><al /><al>De definitie van het begrip ‘woonruimte’ wordt in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014 gegeven. Alhoewel juridisch onnodig, wordt die definitie hier herhaald. Daarbij is aangegeven dat ‘standplaats’ geen deel uitmaakt van het in deze verordening gebruikte begrip ‘woonruimte’.</al><al /><al>Woonruimte versus onzelfstandige woonruimte</al><al /><al>Het begrip ‘woonruimte’ wordt gebruikt voor ‘zelfstandige woonruimte’: een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden.</al><al>Naast ‘woonruimte’ kan ook sprake zijn van ‘onzelfstandige woonruimte’. De wet geeft voor dat laatste begrip geen definitie. Daarom is in artikel 1, lid 1 onder <nadruk type="vet">o</nadruk>, hiervoor een definitie opgenomen.</al><al /><al>WOZ-waarde</al><al /><al>Voor de definitie van WOZ-waarde is destijds – bij het vaststellen van de eerste verordening – aangesloten bij de WOZ-waarde van 2018. Inmiddels zijn vijf jaren verstreken. Wenselijk is om dit artikel te wijzigen en de woz waarde te hanteren van 1 januari van het voorgaande jaar Om te voorkomen dat voor sinds 2018 gerealiseerde OZB-plichtige objecten geen WOZ-waarde van toepassing zou zijn, wordt de regeling van lid 4 voorgesteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><nadruk type="vet">Toelichting op de wijziging</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>De toelichting op artikel 1 is aangevuld om de nieuw toegevoegde begripsbepalingen en de verduidelijkte definities systematisch te duiden. De aanvulling maakt inzichtelijk hoe nieuwe begrippen, zoals betaalbare koopwoningen, sociale huurwoningen, samenvoegen, toegelaten instellingen en gebruiksoppervlakte, in de praktijk moeten worden toegepast.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>B</al><al>Toelichting artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="46*" /><colspec colname="col2" colwidth="46*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Huidige tekst</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Voorgestelde tekst</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toelichting artikel 2</al><al /><al><nadruk type="cur">De voor onttrekken, omzetten en woningvorming vergunningplichtige woonruimten worden aangewezen in artikel 2. Dit artikel bevat zelf geen vergunningplicht, want die is opgenomen in artikel 21 van de wet.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="cur">In het eerste lid wordt beschreven welke van de in artikel 21 van de wet bedoelde vergunningenstelsels van kracht zijn: het betreft de onttrekkingsvergunning (onder a), de omzettingsvergunning (onder b) en de woningvormingsvergunning (onder c). Daarbij is, ook aangegeven in welke delen van de gemeente (via de verwijzing naar Bijlage I) en voor welke categorieën woonruimte (via de verwijzing naar lid 2) deze vergunningenstelsels gelden.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="cur">Op grond van het tweede lid, geldt de vergunningplicht voor omzetting onder bepaalde omstandigheden niet.</nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>●</li.nr><al><nadruk type="cur">Niet in aangewezen gebied en geen flat en portiekwoning: omzetting voor maximaal 3 personen</nadruk></al></li><li><li.nr>●</li.nr><al><nadruk type="cur">In aangewezen gebied alle woningen: omzetting voor maximaal 2 personen</nadruk></al></li><li><li.nr>●</li.nr><al><nadruk type="cur">In flat- en portiekwoningen: omzetting voor maximaal 2 personen</nadruk></al></li><li><li.nr>●</li.nr><al><nadruk type="cur"> In heel Schiedam indien de eigenaar erbij woont: bewoning door maximaal 3 personen</nadruk></al></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Toelichting artikel 2</al><al /><al><nadruk type="vet">In artikel 2 worden de categorieën woonruimte aangewezen waarvoor de vergunningplicht uit artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 geldt. Daarmee wordt bepaald op welke woonruimten het verbod van toepassing is om die zonder vergunning te onttrekken, samen te voegen, om te zetten of te verbouwen. In het eerste lid wordt bepaald welke handelingen vergunningplichtig zijn voor de in het tweede lid aangewezen categorieën woonruimte. Nieuw is de toevoeging van de vergunningplicht voor het samenvoegen van woonruimte (onder b). Hiermee kan vooraf worden getoetst of het verlies van woonruimte aanvaardbaar is in het licht van de gewenste samenstelling van de woningvoorraad en het behoud van grotere gezinswoningen.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Het tweede lid bepaalt de reikwijdte van de vergunningplicht. Deze ziet op sociale huurwoningen, betaalbare koopwoningen en alle woningen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 140 m². Voor woningen met een gebruiksoppervlakte van 140 m² of meer geldt de plicht enkel in aangewezen wijken of indien de woning in de 5 jaar voorafgaand aan de aanvraag is ontstaan uit één of meer woningen kleiner dan 140 m² (onder e). Deze laatste bepaling dient als anti-ontwijkingsmaatregel: het voorkomt dat woningen worden samengevoegd om direct daarna zonder vergunning te kunnen splitsen. Bij de toepassing geldt een vaste volgorde: er wordt eerst getoetst of een woning onder een van de aangewezen categorieën uit lid 2 valt. Daarna wordt bepaald of de handeling uit lid 1 vergunningplichtig is.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Op grond van het derde lid geldt de vergunningplicht voor omzetten (van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte) onder bepaalde omstandigheden niet. Het is van belang dat deze uitzonderingen enkel van toepassing zijn op de omzettingsvergunning (lid 1 onder c) en geen werking hebben voor de overige vergunningstelsels. Indien een woning bijvoorbeeld fysiek wordt verbouwd tot meerdere zelfstandige eenheden (woningvorming), blijft hiervoor op grond van lid 1 onder d altijd een vergunning vereist, ook als het aantal bewoners per eenheid beperkt blijft.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Ter verduidelijking van de gelaagde systematiek worden de regels voor vergunningvrije omzetting door de volgende uitgangspunten uitgelegd. De regels, voor specifieke gebouwen en wijken, zijn noodzakelijk vanwege de grotere impact op het woon- en leefmilieu in die gebieden:</nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">In een woonruimte buiten de aangewezen gebieden en niet zijnde een flat of portiekwoning: omzetting voor maximaal drie personen.</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">In een woonruimte binnen de aangewezen wijken (Bijlage I) of in flat- en portiekwoningen: omzetting voor maximaal twee personen. De beperking in flats en portiekwoningen is ingegeven door de kwetsbaarheid van gedeelde toegangen en gemeenschappelijke ruimten.</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">In heel Schiedam bij 'hospitaverhuur', waarbij de eigenaar feitelijk in de woonruimte woont en een deel in gebruik geeft aan maximaal twee personen. Hierbij geldt als strikte voorwaarde dat de eigenaar de woning daadwerkelijk als hoofdverblijf bewoont; schijnconstructies zijn niet toegestaan en worden gehandhaafd.</nadruk></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">De uitzonderingen uit het derde lid werken enkel binnen de aangewezen categorieën uit het tweede lid. Indien een activiteit onder meerdere vergunningstelsels valt, zoals samenvoegen gevolgd door omzetting naar kamerverhuur, is er sprake van samenloop. In dat geval moet voor elk onderdeel de vergunningplicht afzonderlijk worden getoetst en zijn de plichten cumulatief van aard. Dit kan ertoe leiden dat een activiteit gedeeltelijk vergunningvrije lijkt, terwijl voor een ander onderdeel alsnog een vergunningplicht geldt. Bij twijfel over de toepassing van deze regels wordt geadviseerd vooraf contact op te nemen met de gemeente.</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><nadruk type="vet">Toelichting op de wijziging</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>De toelichting op artikel 2 is geactualiseerd vanwege de nieuwe gelaagde opbouw en de toevoeging van de vergunningplicht voor samenvoegen. De herziening verduidelijkt de koppeling met specifieke woningcategorieën (zoals sociale huur en woningen tot 140 m²) en maakt de toepassing van de vergunningplicht in de praktijk inzichtelijker. Tevens zijn een vijfjaarsregeling en aangescherpte regels voor eigenaar-bewoning opgenomen om ontwijking en schijnconstructies te voorkomen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>C</al><al>Toelichting artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="46*" /><colspec colname="col2" colwidth="46*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Huidige tekst</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Voorgestelde tekst</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toelichting artikel 5</al><al /><al>Relatie met het planologisch regime</al><al>Met de voorgestelde wijziging van 5 lid 1 onder <nadruk type="cur">e</nadruk> wordt het voor burgemeester en wethouders mogelijk om het planologische regime mee te wegen bij de beslissing op een vergunningaanvraag. Hiermee wordt een meer coherent gebruik van gemeentelijke bevoegdheden bevorderd.</al><al /><al>Wet Bibob</al><al /><al>De in lid 5 opgenomen verwijzing naar de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur bevatte een verschrijving. Voorgesteld wordt, die te herstellen.</al><al /><al>Meewerken aan woningvorming in aangewezen gebieden</al><al /><al>Gelet op lid 2 wordt een <nadruk type="cur">woningvormingsvergunning</nadruk> geweigerd indien de aanvraag ziet op een woonruimte die gelegen is in één van de hiervoor door burgemeester en wethouders aangewezen gebieden. In de door burgemeester en wethouders aangewezen gebieden staat de leefbaarheid dermate onder druk, dat de met woningvorming gepaard gaande verdichting op voorhand als onwenselijk wordt beschouwd. Toch is denkbaar dat het wenselijk is, om voor bepaalde categorieën van gevallen toch een woningvormingsvergunning te kunnen verlenen. Het voorgestelde zesde lid maakt het mogelijk, dat burgemeester en wethouders dergelijke categorieën van gevallen aanwijzen.</al><al /><al>Burgemeester en wethouders kunnen in zo’n – overigens te publiceren – aanwijzingsbesluit bijvoorbeeld in het kader van een bredere gebiedsgerichte aanpak categorieën van gevallen aanwijzen.</al></entry><entry colname="col2"><al>Toelichting artikel 5</al><al /><al>Relatie met het planologisch regime</al><al /><al>Met de voorgestelde wijziging van 5 lid 1 onder <nadruk type="vet">f</nadruk> wordt het voor burgemeester en wethouders mogelijk om het planologische regime mee te wegen bij de beslissing op een vergunningaanvraag. Hiermee wordt een meer coherent gebruik van gemeentelijke bevoegdheden bevorderd.</al><al /><al><nadruk type="vet">Samenvoegen</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Met de voorgestelde wijziging wordt samenvoegen toegevoegd aan de weigeringsgronden in artikel 5. Hierdoor kunnen burgemeester en wethouders een vergunning weigeren indien het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad zwaarder weegt dan het belang van de aanvrager bij samenvoegen.</nadruk></al><al /><al>Wet Bibob</al><al /><al>De in lid 5 opgenomen verwijzing naar de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur bevatte een verschrijving. Voorgesteld wordt, die te herstellen.</al><al /><al>Meewerken aan woningvorming in aangewezen gebieden</al><al /><al>Gelet op lid 2 wordt een <nadruk type="vet">vergunning voor omzetting of woningvorming</nadruk> geweigerd indien de aanvraag ziet op een woonruimte die gelegen is in één van de hiervoor door burgemeester en wethouders aangewezen gebieden <nadruk type="vet">zoals nader aangeduid in de bijlage bij deze verordening</nadruk>. In de door burgemeester en wethouders aangewezen gebieden staat de leefbaarheid dermate onder druk, dat de met <nadruk type="vet">omzetting of</nadruk> woningvorming gepaard gaande verdichting op voorhand als onwenselijk wordt beschouwd. Toch is denkbaar dat het wenselijk is, om voor bepaalde categorieën van gevallen toch een woningvormingsvergunning te kunnen verlenen. Het voorgestelde zesde lid maakt het mogelijk, dat burgemeester en wethouders dergelijke categorieën van gevallen aanwijzen.</al><al /><al>Burgemeester en wethouders kunnen in zo’n – overigens te publiceren – aanwijzingsbesluit bijvoorbeeld in het kader van een bredere gebiedsgerichte aanpak categorieën van gevallen aanwijzen.</al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><nadruk type="vet">Toelichting op de wijziging</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>De toelichting op artikel 5 is geactualiseerd om aan te sluiten bij de gewijzigde verordening. Daarbij is samenvoegen toegevoegd als weigeringsgrond en is verduidelijkt dat de gebiedsgerichte weigering naast woningvorming ook ziet op omzetting in aangewezen gebieden. Tevens zijn enkele technische aanpassingen doorgevoerd, waaronder de correctie van de verwijzing naar het planologisch regime en de verduidelijking van de Bibob-bepaling.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>D</al><al>Toelichting artikel 11 wordt als volgt toegevoegd:</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="46*" /><colspec colname="col2" colwidth="46*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Huidige tekst</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Voorgestelde tekst</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Artikel 11 wordt aangepast om de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot het stellen van nadere regels concreter af te bakenen. In plaats van een algemene bepaling wordt nu expliciet vastgelegd dat nadere regels kunnen worden gesteld over vergunningsvoorwaarden, het voor bepaalde tijd verlenen van vergunningen en de toepassing van specifieke weigeringsgronden uit de verordening. Hiermee wordt verduidelijkt op welke onderdelen nadere uitwerking mogelijk is en wordt de uitvoering van de verordening eenduidiger en beter hanteerbaar gemaakt</nadruk>.</al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al><nadruk type="vet">Toelichting op de wijziging</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2"><al>De toelichting op artikel 11 wordt geactualiseerd om de toevoeging in artikel 11 uit te leggen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>III</nr><titel /></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit, blijven van toepassing op:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>aanvragen om een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet, ingediend vóór de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit en waarop nog niet is beslist; en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>bezwaar, beroep en hoger beroep met betrekking tot besluiten op aanvragen om een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet en waarop -vóór de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit- nog geen onherroepelijk besluit is genomen of uitspraak is gedaan.</al></li></lijst></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 30 juni 2026</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>De griffier </functie><functie>mr. A. van der Lugt </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de voorzitter,</functie><functie>mr. H.M. Bergmann</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>