<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-324826/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Goeree-Overflakkee</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Beleidsregel leerlingenvervoer Goeree-Overflakkee 2026</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al /><al>Burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee;</al><al /><al>overwegende dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen ten behoeve van de uitvoering van het leerlingenvervoer; </al><al /><al>gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en het bepaalde in de Verordening leerlingenvervoer Goeree-Overflakkee 2026;</al><al /><al><nadruk type="vet">b e s l u i t e n :</nadruk></al><al /><al>vast te stellen de volgende beleidsregel: <nadruk type="vet">Beleidsregel leerlingenvervoer</nadruk><nadruk type="vet">Goeree-Overflakkee 2026</nadruk>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder verordening: de Verordening leerlingenvervoer Goeree-Overflakkee 2026.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Voor de overige begrippen wordt aangesloten bij de begripsbepalingen van de verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><al>Bij de uitvoering van de verordening hanteert het college de volgende uitgangspunten: </al><lijst><li><li.nr>–</li.nr><al>Zelfredzaamheid, oftewel het vermogen van een leerling om, al dan niet met de gebruikelijke ondersteuning van ouders, op een veilige en verantwoorde wijze van en naar school te reizen of dit vervoer te organiseren. Bij de beoordeling van de zelfredzaamheid onderzoekt het college de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig, dan wel onder begeleiding, gebruik te maken van lopen, fietsen, openbaar vervoer of ander passend vervoer. Daarbij betrekt het college de leeftijd, ontwikkeling, beperkingen en vaardigheden van de leerling, de verkeersveiligheid van de route en de redelijke mogelijkheden van ouders om begeleiding te bieden.</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>Eigen verantwoordelijkheid, hieronder verstaat het college de verantwoordelijkheid van ouders om het schoolbezoek van hun kind mogelijk te maken en, voor zover redelijkerwijs van hen kan worden verwacht, het vervoer naar school zelf te organiseren, te begeleiden of de zelfstandigheid van de leerling daarin te bevorderen.</al></li><li><li.nr>–</li.nr><al>Cliëntgerichtheid, het beoordelen de aanvraag voor leerlingenvervoer vanuit de individuele situatie, behoeften en mogelijkheden van de leerling en zijn ouders, waarbij het college maatwerk levert binnen de kaders van wet- en regelgeving en de verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan</titel></kop><al>Bij het opstellen van het vervoersontwikkelingsplan, zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de verordening kan het college indien nodig of wenselijk de school van de leerling of een deskundige hierbij betrekken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vervoersvoorzieningen</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Op basis van een beoordeling van de situatie van de leerling wordt een passende vervoersvoorziening gezocht. Hierbij spelen de volgende factoren een rol:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de leeftijd van de leerling;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de medische mogelijkheden en beperkingen van de leerling; en</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de vervoersmogelijkheden om de route tussen de woning en de school en weer terug af te leggen.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Uitgangspunten bij de beoordeling van de situatie van de leerling zijn:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>leerlingen van het basisonderwijs van negen jaar of ouder: zelfstandig, of als dat niet mogelijk is met begeleiding, met de fiets of met het openbaar vervoer;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>leerlingen van het speciaal basisonderwijs in het laatste schooljaar: zelfstandig, of als dat niet mogelijk is met begeleiding, met de fiets of met het openbaar vervoer;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>leerlingen in het speciaal onderwijs: aangepast vervoer;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>leerlingen van het voortgezet (speciaal) onderwijs: zelfstandig, of als dat niet mogelijk is met begeleiding, met de fiets of met het openbaar vervoer;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>als op grond van de medische situatie van de leerling fietsen of gebruikmaken van het openbaar vervoer niet tot de mogelijkheden behoort, wordt aangepast vervoer toegekend;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>uit de medische indicatie moet blijken:</al><lijst><li><li.nr>1°</li.nr><al>of er uitzicht is op zelfstandig reizen of onder begeleiding reizen met de fiets of het openbaar vervoer in de toekomst; en</al></li><li><li.nr>2°</li.nr><al>zo ja, op welke termijn; en</al></li><li><li.nr>3°</li.nr><al>of een herindicatie nodig is.</al></li></lijst></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Eventuele kosten voor onafhankelijk advies op verzoek van het college zijn voor rekening van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Individueel vervoer</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Bij de inzet van aangepast vervoer is het uitgangspunt dat de leerling samen met andere leerlingen wordt vervoerd. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling individueel vervoerd wordt. Het college vergoedt de kosten van individueel vervoer alleen in de onderstaande situatie:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>er is een medische noodzaak waardoor de leerling niet met andere leerlingen tezamen vervoerd kan worden, ook niet in kleinschalig gecombineerd taxivervoer;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het individueel vervoer kan niet worden voorkomen door begeleiding mee te laten gaan in het gecombineerde taxivervoer; en</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de leerling volgt individueel onderwijs.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Ouders tonen aan dat hun kind voldoet aan de voorwaarden gesteld onder het eerste lid, sub a en b, door middel van een verklaring van een deskundige. Deze verklaring is bij het indienen van de aanvraag niet ouder dan drie maanden. Ouders tonen het voldoen aan het eerste lid, sub c aan door een verklaring van school.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Als een leerling vanwege redenen die niet gelegen zijn in de situatie van de leerling maar in andere factoren, een periode individueel wordt vervoerd, ontstaat hierop geen recht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Afgeven meerjarenbeschikking</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In het kader van vermindering van de regeldruk en vanuit het oogpunt van lastenverlichting voor de inwoner is het wenselijk om, indien mogelijk, voor een langere periode dan een schooljaar de vervoersvoorziening toe te kennen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>In ieder geval kan in de volgende gevallen een meerjarenbeschikking worden afgegeven:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>voor leerlingen die naar verwachting aangepast vervoer krijgen tot het moment dat ze op de peildatum zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder a van de verordening negen jaar oud zijn. Na afloop van deze periode bepaalt het college, op basis van een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan of er wederom een meerjarenbeschikking wordt afgegeven; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>voor leerlingen waarvan te verwachten is dat er geen verandering zal optreden in hun lichamelijke of geestelijke toestand gedurende de looptijd van de beschikking en deze dus aan de geldende criteria blijft voldoen;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>voor leerlingen die recht hebben op aangepast vervoer op basis van het criterium dat de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school of terug, meer dan een anderhalf uur onderweg is en waarvan de verwachting is dat dit niet zal wijzigen door aanpassingen van het openbaar vervoer; of</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>voor leerlingen die recht hebben op aangepast vervoer omdat de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar kan worden teruggebracht en waarvan de verwachting is dat dit niet zal wijzigen door aanpassingen van het openbaar vervoer.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Een meerjarenbeschikking eindigt voor een leerling die naar het speciaal basisonderwijs gaat in ieder geval eind groep 7. Voor leerlingen in het speciaal onderwijs eindigt een meerjarenbeschikking in ieder geval eind groep 8.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Het college geeft geen meerjarenbeschikking af als ouders gebruikmaken van leerlingenvervoer van buitenschoolse opvang naar school en terug.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Tijdens de looptijd van een meerjarenbeschikking kan het college op eigen initiatief onderzoeken of de beschikking nog steeds past bij de actuele situatie en indien nodig de beschikking aanpassen.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>In de beschikking wordt de verplichting opgenomen, dat de ouders gehouden zijn wijzigingen die van invloed zijn op de toegekende vervoersvoorziening onverwijld schriftelijk bij het college te melden. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele volgende verstrekking van een vervoersvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ernstige benadeling van het gezin</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het college ziet het als ernstige benadeling van het gezin als de ouder of het netwerk niet in staat is om de leerling naar de specifieke schoollocatie te begeleiden als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>met de begeleiding meer dan een uur per enkele reis gemoeid is; of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>in het gezin meerdere kinderen die niet in staat zijn zelfstandig naar school te reizen naar verschillende schoollocaties gaan, ze op dezelfde tijdstippen naar een school moeten worden gebracht en de schoollocatie(s) en de opstapplaats op een grotere afstand dan 500 meter van elkaar zijn gelegen. En er daarnaast geen beroep kan worden gedaan op een ander om de begeleiding van de verschillende kinderen op zich te nemen. Van kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen reizen is in ieder geval sprake als:</al><lijst><li><li.nr>1°</li.nr><al>zij door een handicap niet of niet zonder begeleiding van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken;</al></li><li><li.nr>2°</li.nr><al>zij tussen de vier en negen jaar oud zijn; of</al></li><li><li.nr>3°</li.nr><al>er een structurele medische reden bij de ouders is die langer dan drie maanden duurt en die beide ouders belemmeren hun kind te begeleiden. Ouders moeten ter onderbouwing een medische verklaring meesturen van een deskundige niet zijnde de eigen huisarts.</al></li></lijst></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Er is geen sprake van ernstige benadeling van het gezin als er alleen sprake is van de omstandigheid dat ouders wegens werkzaamheden of andere bezigheden hun kind niet kunnen begeleiden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Berekening van de afstanden</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Bij de berekening van afstanden wordt gebruikgemaakt van de ANWB-routeplanner</al><al> (<extref doc="https://www.anwb.nl/verkeer/routeplanner">https://www.anwb.nl/verkeer/routeplanner</extref>). Er wordt uitgegaan van de kortste route met de auto.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Bij afstanden tot zes km wordt uitgegaan van de kortste route per fiets.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vaststellen van de reistijd</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Voor het vaststellen van de reistijd per openbaar vervoer wordt gebruikgemaakt van de reistijdinformatie die wordt weergegeven op <extref doc="http://www.9292.nl/">www.9292.nl</extref>.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Voor het vaststellen van de reistijd per aangepast vervoer wordt gebruikgemaakt van de ANWB-routeplanner, waarbij wordt gekozen voor de optie snelste route voor de betreffende reis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vaststellen kosten openbaar vervoer</titel></kop><al>Het vaststellen van de kosten van openbaar vervoer en de daaraan gerelateerde vergoeding vindt plaats op basis van de beschikbaar gestelde informatie via <extref doc="http://www.ovshop.nl/">www.ovshop.nl</extref>. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Berekening drempelbedrag</titel></kop><al>Het drempelbedrag zoals bedoeld in artikel 25 van de verordening wordt berekend met behulp van de basisnormbedragen leerlingenvervoer die de VNG jaarlijks voor het aankomende schooljaar bekendmaakt. Bij de berekening wordt uitgegaan van de reguliere OV-tarieven zoals ze gelden op het moment van de berekening van het drempelbedrag. Het drempelbedrag wordt als volgt berekend: </al><al>Zes kilometer x kilometertarief + opstaptarief x 2 = dagtarief</al><al>Dagtarief x 200 schooldagen = drempelbedrag</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Declareren vervoerskosten</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Leerlingen die bij aanvang van het schooljaar een voorziening op basis van openbaar vervoer beschikt krijgen, ontvangen een vergoeding op basis het meest kostenefficiënte OV-product voor het gehele schooljaar. Deze vergoeding wordt bij aanvang van het schooljaar in één keer uitbetaald. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Bij leerlingen die gedurende het schooljaar instromen, wordt naar evenredigheid van het aantal maanden dat zij nog naar school gaan in het betreffende schooljaar het meest kostenefficiënte OV-product in een keer voor het resterende deel van het schooljaar uitbetaald.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De eenmalige kosten voor de aanschaf van een OV-chipkaart of een vergelijkbaar product worden niet vergoed en komen voor rekening van de ouders. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Bij het toekennen van een kilometervergoeding voor de fiets of voor eigen vervoer wordt de vergoeding telkens voor een periode van drie maanden bij voorschot uitbetaald.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De hoogte van de kilometervergoeding voor de fiets en eigen vervoer wordt vermenigvuldigd met het aantal vervoersdagen.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Er hoeft, voor het geregelde in dit artikel, achteraf geen verantwoording plaats te vinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Opstapplaatsen</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Aan de opstapplaats worden de volgende eisen gesteld:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de opstapplaats ligt op maximaal vier kilometer van de woning;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de opstapplaats is bij voorkeur gesitueerd bij een bestaande bushalte of op een locatie die als halte kan worden aangemerkt;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de opstapplaats is goed bereikbaar. Als de leerling toezicht nodig heeft bij de opstapplaats of hulp nodig heeft bij het oversteken, dan zijn de ouders hiervoor verantwoordelijk.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Het college deelt de ouders in de beschikking mee of voor het vervoer van de leerling gebruik wordt gemaakt van een opstapplaats. Als dit het geval is, wordt de locatie van de opstapplaats in de beschikking genoemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Structureel extra opvangadres</titel></kop><al>Als aanspraak bestaat op aangepast vervoer dan kunnen ouders meerdere opvangadressen, naast het woonadres, aanvragen. Het college gaat hierbij uit van de bij dat opvangadres horende andere opstapplaats. Dit is mogelijk als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het vervoer naar de opstapplaats of het opvangadres een structureel karakter heeft, dat wil zeggen voor een periode van tenminste drie maanden en volgens een vast schema; en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de opstapplaats of het opvangadres op een route ligt die al gereden wordt voor het leerlingenvervoer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Maximale afstand bij stagevervoer</titel></kop><al>Het in artikel 17, vierde lid van de verordening genoemde maximaal aantal kilometers waarbinnen het stageadres gelegen dient te zijn is 30 kilometer, gerekend vanaf de woning van de leerling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Vervoer tussen de buitenschoolse opvang en de school</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Op grond van artikel 18, eerste lid, van de verordening kan als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer een verzoek voor vervoer van buitenschoolse opvang naar school en terug worden aangevraagd. Dit is alleen mogelijk als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de leerling aantoonbaar, structureel en op vaste dagen gebruikmaakt van de buitenschoolse opvang, dat wil zeggen voor een periode van tenminste drie maanden en volgens een vast schema; en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de organisatie waar de leerling gebruikmaakt van buitenschoolse opvang de leerling niet naar de opstapplaats brengt of van de opstapplaats ophaalt.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Voor het vervoer van de buitenschoolse opvang naar school en terug worden bij ouders kosten in rekening gebracht. Hierbij geldt:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het gaat om een vaste maandelijkse bijdrage per gezin. Het maakt hierbij niet uit hoeveel kinderen uit het gezin gebruikmaken van dit vervoer of voor hoeveel dagen per week;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de bijdrage wordt gerekend over tien maanden per schooljaar, of voor het aantal resterende maanden in het schooljaar na aanvang van het vervoer, ongeacht vakanties en vrije dagen; en </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de bijdrage wordt een keer per kwartaal gefactureerd.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Structurele handicap</titel></kop><al>Een handicap van ten minste drie maanden waardoor de leerling geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, ook niet onder begeleiding, wordt gezien als structureel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Wachttijden op school</titel></kop><al>De maximale wachttijd op school, zoals genoemd in artikel 14, tweede lid, van de verordening is twee klokuren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Absentie en af- en aanwezigheidsmeldingen</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Ouders moeten de leerling afwezig melden bij de vervoerder conform de termijnen die zij hiervoor hanteren. Dat geldt voor zowel leerlingen die opstappen bij een opstapplaats als voor leerlingen die thuis worden opgehaald.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Als de leerling zonder kennisgeving niet op het overeengekomen tijdstip op de afgesproken opstapplaats aanwezig is of thuis wordt opgehaald en zonder voorafgaande kennisgeving niet instapt, wordt dit geregistreerd als een loosmelding. Er wordt contact gezocht met de ouders van deze leerling om de reden van afwezigheid vast te stellen. De betreffende leerling wordt tot nader order niet vervoerd.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Bij de ouders ligt de verantwoordelijkheid om te melden dat een leerling weer meerijdt.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Als er in een schooljaar meer dan drie loosmeldingen van een leerling worden geregistreerd, kan er met ingang van de vierde loosmelding een bijdrage in de kosten van € 10,00 per nieuwe loosmelding bij ouders in rekening worden gebracht. Hierover wordt vooraf met ouders gecommuniceerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Consequenties van onaanvaardbaar wangedrag</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In geval dat de vervoerder of ouders melden dat een leerling of een ouder zich schuldig maakt aan gedrag dat:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van de chauffeur of medepassagiers in gevaar brengt; of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>in strijd is met de omgangsvormen;</al><al>worden de ouders en de school van dit gedrag door het college op de hoogte gebracht.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Bij herhaling van het gedrag als bedoeld in het eerste lid, binnen een maand na de eerdere gedraging, wordt er een schriftelijke waarschuwing verstuurd en/of worden de ouders van de leerling uitgenodigd voor een gesprek. Indien noodzakelijk wordt hierbij ook een medewerker of docent van de school gevraagd. In dit gesprek worden afspraken gemaakt over de te nemen maatregelen om te komen tot een oplossing. Ieders rol wordt hierin benoemd. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd. Als de ouders niet naar het gesprek komen of van de geboden mogelijkheid geen gebruikmaken, wordt de leerling een besluit tot schorsing van een dag uit het aangepast vervoer opgelegd.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Als het onaanvaardbaar gedrag voortduurt, worden de ouders en indien noodzakelijk een medewerker of docent van de school opnieuw uitgenodigd voor een gesprek. Hierin worden de eerder gemaakte afspraken geëvalueerd en wordt bezien waar aanpassing nodig is. Afspraken over verder te nemen maatregelen en rollen worden wederom op papier gezet. Als de ouders niet naar het gesprek komen of van de geboden mogelijkheid geen gebruikmaken, wordt een besluit tot schorsing van vijf dagen uit het aangepast vervoer opgelegd.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Wanneer er nadien nogmaals onaanvaardbaar gedrag plaatsvindt, worden de ouders en de school wederom uitgenodigd voor een gesprek. Hierin wordt de, mogelijk nieuwe, vorm van leerlingenvervoer besproken en wordt bekeken welke aanpassingen hierop nog mogelijk zijn voor een verbetering van de situatie. Als de ouders van deze mogelijkheid geen gebruikmaken kan de leerling definitief uit het leerlingenvervoer worden geschorst.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Afhankelijk van de ernst van de onaanvaardbare gedraging en de mate van verwijtbaarheid is afwijking van de hiervoor omschreven volgorde en perioden van schorsing gerechtvaardigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 mei 2026.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel leerlingenvervoer Goeree-Overflakkee 2026.</al><al /><al /><al>Aldus vastgesteld op 14 juli 2026 door</al><al>burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee,</al><al /><al /><al /><al /><al>drs. S. van Heeren mr. A. Grootenboer-Dubbelman</al><al>secretaris burgemeester</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>