<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-313895/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Vught</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen </titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al><nadruk type="vet">Het college van burgemeester en wethouders van Vught; </nadruk></al><al><nadruk type="vet">in de vergadering van 23 juni 2026; </nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>in aanmerking genomen dat het wenselijk is regels vast te stellen voor de verlening van bijzondere bijstand en minimaregelingen; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al> gelet op: artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 7, lid 1 onder b, 11 en 35 van de Participatiewet; </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">besluiten vast te stellen: </nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">BELEIDSREGELS BIJZONDERE BIJSTAND EN MINIMAREGELINGEN</nadruk></al><al /></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet verder worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW) en de Algemene wet bestuursrecht. (Awb). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze regeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Belanghebbende: inwoner van de gemeente Vught en persoon die een rechtstreeks belang heeft bij een besluit van de gemeente en/of diens partner en/of minderjarige kinderen;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 35 van de wet;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Draagkracht: Het gedeelte van het inkomen en het vermogen dat de inwoner zelf moet bijdragen aan de bijzondere noodzakelijke kosten; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Draagkrachtperiode: periode waarvoor de berekende draagkracht geldt; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen zoals beschreven in artikelen 31 tot en met 34 van de wet;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Nibud: Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Tremanormen: de landelijk door rechterlijke instanties gehanteerde normen bij de vaststelling van een onderhoudsbijdrage;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34, eerste lid van de wet;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Voorliggende voorziening: elke voorziening zoals bedoeld in artikel 15 van de wet;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Wet: de Participatiewet;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Woonkosten: de kosten per maand van een huur- of eigen woning, woonwagen of -boot. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Categoriale bijzondere bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Collectieve zorgverzekering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een Collectieve Zorgverzekering voor de minima (CZM) beschikbaar. Het college biedt ook de keuze uit aanvullende verzekeringen aan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deelname aan de CZM is alleen mogelijk voor de belanghebbende wanneer die een inkomen heeft tot maximaal 130% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm is hier niet van toepassing. De vermogensgrens, genoemd in artikel 34, derde lid van de wet is wel van toepassing. Bij deelname geldt dat alleen het totaalpakket kan worden afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze kosten van een zorgverzekering, de premie en het eigen risico, zijn onderdeel van de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan en zijn daarmee geen bijzondere bestaanskosten. Voor deze kosten wordt geen individuele bijzondere bijstand verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deelname aan CZM is alleen mogelijk vanaf 1 januari van ieder kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking op het vierde lid is deelname aan de CZM per de eerste dag van iedere kalendermaand mogelijk als de inwoner al verzekerd is bij een verzekeraar die de CZM in de gemeente Vught uitvoert. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Regeling Meedoen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Regeling Meedoen gemeente Vught</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het doel van de regeling Meedoen is om mensen met een laag inkomen te helpen om mee te doen in de samenleving. Daarom vergoedt de regeling Meedoen de kosten om te kunnen sporten, mee te doen aan sociale of sociaal-culture activiteiten. De belanghebbende is vrij in de keuze voor welke activiteit de regeling Meedoen wordt ingezet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende kosten worden niet vergoed door de regeling Meedoen: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Kosten die het karakter van donatie of sponsoring hebben;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Kosten voor activiteiten die via een andere voorliggende regeling of voorziening al gedekt worden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bijdrage van deze regeling is maximaal €187 per inwoner per jaar. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 januari van dat jaar aangepast aan de consumenten prijsindexcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Deelname aan de regeling Meedoen is alleen mogelijk voor belanghebbende met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm. De kostendelersnorm is hier niet van toepassing. De vermogensgrens, genoemd in artikel 34, derde lid van de wet is wel van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Studenten komen niet in aanmerking voor de regeling Meedoen wanneer zij aanspraak kunnen maken op de Wet studiefinanciering 2000 of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Algemene bepalingen voor de individuele bijzondere bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Geen beroep op andere voorziening mogelijk</titel></kop><al>De belanghebbende kan in aanmerking komen voor individuele bijzondere bijstand als géén beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening. Daarbij gaat het om een voorziening die voldoende passend en toereikend is. Deze voorziening gaat voor op de bijzondere bijstand (artikel 15 van de wet). De belanghebbende moet eerst die voorziening aanvragen. Wanneer de kosten volgens die voorziening niet noodzakelijk zijn, dan kan de belanghebbende voor die kosten ook geen bijzondere bijstand ontvangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Normbedragen Nibud</titel></kop><al>Bij het vaststellen van bedragen van de bijzondere noodzakelijke kosten wordt aangesloten bij de normbedragen, zoals die zijn opgenomen in de prijzengids van het Nibud. Dit betekent dat bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de kosten tot de geldende maximumbedragen zoals deze zijn genoemd in de NIBUD-prijzengids.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Te weinig draagkracht</titel></kop><al>De belanghebbende kan pas in aanmerking komen voor individuele bijzondere bijstand wanneer die de kosten niet zelf kan betalen. Dit wordt verder toegelicht in Hoofdstuk 5. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraag vooraf indienen</titel></kop><al>De belanghebbende moet een aanvraag bij de gemeente indienen voordat de kosten zijn gemaakt. Hiervoor gelden drie uitzonderingen:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Wanneer de kosten elk afzonderlijk niet hoger dan €100 zijn, kan een aanvraag in worden gediend tot 1 april van het kalenderjaar nadat de kosten zijn gemaakt;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Kosten voor bewindvoering, ondercuratelestelling en rechtsbijstand moeten vier maanden na de datum van de uitspraak zijn ingediend. De uitspraak is dan gedaan door de kantonrechter of Raad voor rechtsbijstand, waarbij de bewindvoerder dan wel curator wordt benoemd en de noodzaak voor rechtsbijstand wordt vastgesteld;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>De termijn van vier maanden kan worden verlengd. Dit kan met de termijn die de kantonrechter een bewindvoerder of curator geeft voor het indienen van het dossier van de cliënt en diens boedelbeschrijving.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Draagkracht voor de individuele bijzondere bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Draagkracht</titel></kop><al>De gemeente onderzoekt of de kosten door de belanghebbende zelf kunnen worden betaald uit het inkomen en het vermogen. De regels die daarvoor zijn opgesteld staan in de wet, voornamelijk in artikelen 32 t/m 34. Hieronder staat hoe het college de draagkracht van de belanghebbende bepaalt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Draagkrachtperiode</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De draagkrachtperiode wordt vastgesteld voor 1 jaar gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt toegekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, kan het college de draagkrachtperiode voor een kortere periode vaststellen als daar in het individuele geval of gelet op de kostensoort aanleiding voor is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvraag wordt ingediend binnen een reeds vastgestelde draagkrachtperiode, wordt in beginsel geen nieuwe draagkracht vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een belanghebbende die de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt, voor wie geen draagkracht werd vastgesteld, wordt de draagkrachtperiode vastgesteld op drie jaar. Deze draagkrachtperiode gaat in op hetzelfde moment als genoemd in lid 1. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer de draagkracht van de belanghebbende wordt vastgesteld, kan rekening worden gehouden met gewijzigde omstandigheden die binnen het jaar van de draagkrachtperiode vallen. Gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding geven om de berekende draagkracht tussentijds te herzien. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Draagkrachtberekening </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Draagkracht is:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Het inkomen van de belanghebbende dat meer bedraagt dan 130% van de bijstandsnorm;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Het vermogen van de belanghebbende dat meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen, zoals bedoeld in artikel 34, derde lid, sub a, b of c van de wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bepalen van de bijstandsnorm is de kostendelersnorm, zoals bedoeld in artikel 22a van de wet, niet van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij regelmatige inkomsten wordt de hoogte van het inkomen bepaald door te kijken naar het inkomen in de maand voorafgaand aan de maand van aanvraag. Bij onregelmatige inkomsten wordt de hoogte van het inkomen bepaald door het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaand aan de maand van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de belanghebbende in het jaar van de aanvraag een centrale middelentoets heeft gedaan, dan wordt voor het bepalen van de draagkracht aangesloten bij de uitkomst van deze toets.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de berekening van de draagkracht kan rekening gehouden worden met blijvende bijzondere noodzakelijke kosten. Het college bepaalt of dit verantwoord is vanuit het oogpunt van bijstandsverlening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Kosten individuele bijzondere bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Woonkosten</titel></kop><al><nadruk type="vet">11.1. Als woonkosten worden in aanmerking genomen: </nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Bij bewoning van een woning, woonwagen of -boot in huur, de per maand geldende rekenhuur, zoals omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Bij bewoning van een eigen woning, woonwagen of -boot, de tot een bedrag per maand omgerekende som van:</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>De hypotheekrente;</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>De zakelijke lasten, in verband met het in eigendom hebben van de woning;</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud;</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">11.2. Woonkostentoeslag</nadruk></al><al>De belanghebbende betaalt de woonkosten uit het maandelijkse inkomen. In sommige gevallen is er geen huurtoeslag mogelijk en heeft de belanghebbende moeite om de kosten te betalen. Dan kan de gemeente bijzondere bijstand verstrekken aan de belanghebbende. Dit kan alleen onder bepaalde voorwaarden:</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De woning is een zelfstandige woonruimte waar de belanghebbende huurtoeslag voor zou kunnen krijgen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Het college verstrekt de woonkostentoeslag voor maximaal 12 maanden. In die periode kan de belanghebbende verplicht worden om onder andere:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Een goedkopere woonruimte te zoeken;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Ingeschreven te staan als woningzoekende bij Thuispoort;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Een koopwoning te verkopen;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Inspanningen te leveren om het inkomen te verhogen.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Wanneer de belanghebbende naar vermogen heeft geprobeerd goedkopere woonruimte te vinden, maar daar niet in is geslaagd, kan de woonkostentoeslag verlengd worden met maximaal 1 jaar. Als er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden, dan kan deze periode meermaals verlengd kunnen worden. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De belanghebbende is niet verplicht om te verhuizen als die:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>een beperking heeft waarvoor voorzieningen in de woning zijn aangebracht die tot een hogere huur leiden;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt en een goedkopere en redelijke woning niet beschikbaar is, gelet op medische en sociale omstandigheden.</al></li></lijst></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Voor de berekening wordt uitgegaan van de rekentool van Schulinck, het deel boven de maximale rekenhuurgrens wordt vergoed. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">11.3. Woonkostentoeslag bij huur</nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Indien belanghebbende een woning bewoont, maar hij door zeer bijzondere omstandigheden buiten zijn schuld (nog) geen aanspraak kan maken op huurtoeslag, wordt bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag verstrekt tot de datum waarop belanghebbende wel in aanmerking komt voor huurtoeslag; </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Een belanghebbende kan voor een huurwoning in principe huurtoeslag krijgen. Het is daarom vaak niet mogelijk om bijzondere bijstand te verstrekken. Daar zijn twee uitzonderingen, in gevallen waar de belanghebbende geen of niet volledige huurtoeslag kan krijgen:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Onvoorzienbare daling van het inkomen bij een huur boven de maximum huurprijs</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Onvoorzienbare daling van het inkomen met een te hoog jaarinkomen</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Onvoorzienbare daling van het inkomen bij een huur boven de maximum huurprijs </al><al>Wanneer er sprake is van een onvoorzienbare daling van het inkomen en een huurprijs boven de maximale huurprijs volgens artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, komt een belanghebbende alleen in aanmerking voor woonkostentoeslag voor het bedrag boven de maximale huurprijs bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a. van de Wet op de huurtoeslag tot ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij de kwaliteit van een woonruimte met 186 punten, bedoeld in artikel 2 en bijlage I van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Onvoorzienbare daling van het inkomen met een te hoog jaar inkomen. </al></li></lijst><al>Wanneer het jaarinkomen dan te hoog is voor het ontvangen van huurtoeslag, kan de belanghebbende recht hebben op woonkostentoeslag tot 1 januari van het volgende kalenderjaar. Vanaf dat moment wordt de huurtoeslag weer gezien als voorliggende voorziening. </al><al /><al><nadruk type="vet">11.4. Eigen woning</nadruk></al><al /><al>Indien belanghebbende een woning bewoont, maar hij door omstandigheden buiten zijn schuld de kosten van de rente van de hypotheek niet kan betalen, wordt bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er wordt verwacht dat de belanghebbende de kosten van een (her)inrichting zelf betaalt. Dit kan door te sparen of door een gespreide betaling achteraf. Deze kosten moeten in principe betaald worden uit de maandelijkse inkomsten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een belanghebbende die voor het eerst zelfstandig gaat wonen, wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er kan van het eerste lid worden afgeweken wanneer:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Het afsluiten van een lening bij een commerciële of de Gemeentelijke Kredietbank niet mogelijk is; en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>De belanghebbende aantoonbaar niet heeft kunnen sparen en er geen andere voorziening om de kosten te betalen beschikbaar is; of</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Er sprake is van noodzaak. Deze noodzaak staat in ieder geval vast wanneer:</al><lijst><li><li.nr>i.</li.nr><al>De belanghebbende verplicht moet verhuizen in verband met hoge woonkosten;</al></li><li><li.nr>ii.</li.nr><al>De belanghebbende verhuist op basis van een woonurgentie op basis van sociale of medische gronden, zoals statushouders of belanghebbende die vanuit een instelling zelfstandig gaan wonen. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de noodzaak er is, zoals beschreven in het derde lid, kan de bijzondere bijstand verleend worden op twee manieren:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>“Om niet”, dat wil zeggen zonder verplichting tot terugbetalen. Dit geldt voor niet duurzame gebruiksgoederen, zoals verf, behang, gordijnen, verhuisbus, kosten vloeregalisatie, etc.; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>In de vorm van een lening. Dit geldt voor duurzame gebruiksgoederen, zoals een wasmachine, bankstel etc. Om de hoogte van de bijzondere bijstand te bepalen, wordt uitgegaan van de geldende richtprijzen zoals opgenomen in de NIBUD prijzengids.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van noodzaak is ook sprake als bijvoorbeeld aan een statushouder een woning wordt toegewezen die nog volledig moet worden ingericht. De hoogte van de bijstand wordt afgestemd op de gezinssamenstelling. De bijstand wordt in principe verstrekt als lening. Dit wordt verder toegelicht in artikel 15.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Medische en sociaal medische kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belanghebbende kan voor vergoeding van noodzakelijke medische en paramedische kosten een beroep doen op de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Daarnaast biedt het college CZM aan. Daarom wordt voor medische kosten geen bijzondere bijstand verleend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bijzondere bijstand wordt niet verleend voor het eigen risico of de eigen bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bijzondere bijstand kan, in afwijking van het eerste lid, worden verleend voor onderstaande kosten, zoals:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>De extra kosten voor een dieet wanneer er sprake is van medische noodzaak. Er wordt geen bijzondere bijstand verleend voor dieetpreparaten;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>De extra kosten van verwarming wanneer er sprake is van medische noodzaak;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>De extra kosten in verband met thuiszorg van ouderen en mensen met een beperking. Hier vallen onder andere kosten van sociale alarmering en maaltijdvoorziening onder. De eigen bijdrage valt hier niet onder. De extra kosten van de maaltijdvoorziening zijn maximaal het verschil tussen de maaltijdkosten van het NIBUD en €10 per dag voor een warme maaltijd;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>De extra kosten van de was doen en slijtage van kleding en beddengoed op grond van een medisch advies.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Kosten van maatschappelijke aard</titel></kop><al>Bijzondere bijstand kan worden verleend voor:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Kosten rechtsbijstand en griffierecht</al><al>Wanneer een belanghebbende een advocaat/raadsman krijgt toegewezen op grond van de Wet op de rechtsbijstand, betaalt de belanghebbende een eigen bijdrage. Voor die eigen bijdrage is bijzondere bijstand mogelijk. Het is ook mogelijk om bijzondere bijstand te krijgen voor bijvoorbeeld de griffierechten voor de zitting. Dit is alleen mogelijk als de rechter de tegenpartij niet veroordeelt deze kosten te betalen. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Kosten bewindvoering, curatele en mentorschap</al><al>Wanneer de kantonrechter de belanghebbende onder bewindvoering of curatele stelt en/of mentor aanstelt, kan de belanghebbende in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor de kosten van de bewindvoerder, curator or mentor. De normen voor deze bedragen zijn vastgelegd in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Reiskosten</al><al>De reiskosten voor een bezoek aan een gezinslid dat is opgenomen in een WLZ instelling of in detentie verblijft, kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. De reiskosten worden vergoed voor 1 persoon voor maximaal 1 keer per week. De kosten worden berekend op basis van het kilometertarief dat de belastingdienst hanteert. Hierbij wordt de afstand berekend van “deur tot deur”.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Kosten woonlasten</al><al>De kosten van noodzakelijke doorlopende woonlasten of de kosten van opslag van huisraad wanneer de belanghebbende in een inrichting is opgenomen voor verpleging of verzorging, kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Dit geldt voor kosten waar de zak- en kleedgeldnorm, artikel 23 van de wet, niet in voorziet. De bijzondere bijstand wordt maximaal drie maanden verleend. Dit kan na een verzoek 1 keer verlengd worden met maximaal 3 maanden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Vormen van bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Bijzondere bijstand als geldlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen wordt volgens artikel 12 lid 4 geen bijzondere bijstand verleend. In bijzondere omstandigheden kan voor de aanschaf van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen bijstand worden verleend in de vorm van een geldlening. Dit kan alleen als er geen gebruik kan worden gemaakt van voorliggende voorzieningen, zoals een lening via een commerciële kredietverlenende instelling of de Gemeentelijke Kredietbank. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het aflossen van de geldlening, blijft de inwoner minimaal beschikken over 95% van de geldende bijstandsnorm, inclusief vakantiegeld. Hier wordt het maandelijkse aflosbedrag op afgestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een inwoner een inkomen heeft boven de geldende bijstandsnorm wordt al het inkomen daarboven voor 100% in de aflossing betrokken. Dit is in lijn met artikel 10. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van het bedrag dat maandelijks moet worden afgelost, kan jaarlijks worden herzien. Dit kan alleen als de financiële situatie van de inwoner daar aanleiding voor geeft. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer een inwoner een geldlening aangaat in het kader van de Participatiewet, wordt een aflossingsbedrag vastgesteld in een beschikking. Als de inwoner na 36 maanden van betaling dit bedrag heeft afgelost, wordt het restant van de lening in een bedrag om niet omgezet. Dat wil zeggen dat de inwoner dit verder niet hoeft af te betalen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij een onvoldoende besef van verantwoordelijkheid van de belanghebbende kan de bijzondere bijstand worden verstrekt als lening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Bijzondere bijstand onder verband van krediethypotheek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het vermogen gebonden in de eigen woning en bijbehorend erf boven de grens van de vermogensvrijlating gaat, zoals genoemd in artikel 34 lid 2 sub d van de wet, dan kan de bijzondere bijstand worden verleend in de vorm van een geldlening onder het verband van krediethypotheek. Het college kan kiezen voor deze vorm van zekerheidsstelling. Door het vestigen van een krediethypotheek wordt de overwaarde van de eigen woning gebruikt als onderpand van de geldlening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als sprake is van het gestelde onder lid 1 en indien enkel bijzondere bijstand wordt verstrekt, worden de kosten van taxatie van de eigen woning, het passeren van de hypotheekakte en dergelijke eveneens als geldlening onder verband van hypotheek verleend. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Wijzigingsbevoegdheid</titel></kop><al>Bedragen genoemd in deze beleidsregels kunnen worden gewijzigd of geïndexeerd met een door het college vast te stellen uitvoeringsbesluit, voor zover daar al niet een wettelijke bepaling voor van toepassing is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Regeling Bijzondere Bijstand gemeente Vught, voor het laatst gewijzigd op 8 februari 2022, wordt ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling wordt aangehaald als "Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Vught”.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2024. </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Vught, 23 juni 2026</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>College van burgemeester en wethouders van Vught</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de secretaris </functie><functie>W.F.F. de Keijzers</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de burgemeester, </functie><functie>C.N.A. Nijkerken-de Haan</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>