<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-310312/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Aalsmeer</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van het Treasurystatuut gemeente Aalsmeer 2023</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al><nadruk type="vet">Zaaknummer: Z23-052562</nadruk></al><al /><al>De raad van de gemeente Aalsmeer;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 april 2023;</al><al>gelet het bepaalde in de Financiële verordening gemeente Aalsmeer 2017;</al><al>gezien het advies van de auditcommissie van 12 april 2023 en het advies van de commissie Bestuur en Maatschappij van 25 mei 2023;</al><al>besluit vast te stellen het:</al><al><nadruk type="vet">Treasurystatuut gemeente Aalsmeer 2023</nadruk></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label /><nr /><titel>INHOUD</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al>1. Inleiding </al><al>2. Treasurystatuut </al><al>2.1 Definities </al><al>2.2 Doelstellingen </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr /><titel>RISICOBEHEER</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al>2.3 Uitgangspunten risicobeheer treasuryfunctie </al><al>2.4 Renterisicobeheer</al><al>2.5 Koersrisicobeheer </al><al>2.6 Kredietrisicobeheer </al><al>2.7 Intern liquiditeitsrisicobeheer </al><al>2.8 Valutarisicobeheer </al><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr /><titel>GEMEENTEFINANCIERING </titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al>2.9 Financiering </al><al>2.10 Vervroegde aflossing leningen </al><al>2.11 Borgstellingen en garanties </al><al>2.12 Relatiebeheer </al><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr /><titel>KASBEHEER </titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al>2.13 Rekeningbeheer </al><al>2.14 Geldstromenbeheer </al><al>2.15 Saldo- en liquiditeitenbeheer </al><al>2.16 Schatkistbankieren </al><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr /><titel>ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE </titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al>2.17 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle</al><al>2.18 Inflatievergoeding eigen vermogen (bespaarde rente) </al><al>2.19 Informatievoorziening </al><al>2.20 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden </al><al>2.21 Inwerkingtreding </al><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr /><titel>TOELICHTING BIJ HET TREASURYSTATUUT</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al>1 Inleiding </al><al>2.4 Renterisicobeheer </al><al>2.6 Kredietrisicobeheer </al><al>2.11 Borgstellingen en garanties </al><al>2.16 Schatkistbankieren </al><al>2.18 Inflatievergoeding eigen vermogen (bespaarde rente) </al><al /></artikel><artikel><kop><label /><nr>1.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al /><al>Voor u ligt het Treasurystatuut 2023. Dit statuut vervangt het eerder door de gemeenteraad vastgestelde statuut. Aanleiding voor deze gewijzigde versie zijn o.a. door de commissie BBV genomen besluiten, waaronder de notitie rente 2017. Daarnaast is het goed om periodiek de beleidskaders te beoordelen op actualiteit.</al><al /><al><nadruk type="cur">Wettelijk kader</nadruk></al><al>Het treasurystatuut kan beschouwd worden als een nadere uitwerking van de geldende wetgeving. Bij het opstellen van dit statuut is rekening gehouden met het relevante wettelijke kader in:</al><al>1. de Gemeentewet;</al><al>2. de Wet financiering decentrale overheden (FIDO);</al><al>3. Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo);</al><al>4. Besluit Begroting Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV); en</al><al>5. de financiële verordening ex art. 212 Gemeentewet.</al><al /><al>De onderliggende regelingen zijn:</al><al>• Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (Bldo)</al><al>• Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden (Ufdo)</al><al>• Regeling schatkistbankieren decentrale overheden (Skb)</al><al /><al>De uitoefening van de treasuryactiviteiten van de gemeente Aalsmeer staat beschreven in dit</al><al>treasurystatuut en dient minimaal te voldoen aan het wettelijk bindende kader.</al><al /><al><nadruk type="cur">Gemeentewet</nadruk></al><al>In de Financiële verordening gemeente Aalsmeer ex. artikel 212 van de Gemeentewet regelt de gemeente het raamwerk van het bestuursinstrumentarium en de inrichtingseisen van de financiële functie. Artikel 15 stelt de kaders voor de uitoefening van de financieringsfunctie:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het college zorgt voor een actueel treasurystatuut met een uitgewerkt kader voor de uitoefening van de financieringsfunctie.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De raad stelt het treasurystatuut vast.</al></li></lijst><al>Dit document bevat de nadere uitwerking van artikel 15: financieringsfunctie.</al><al /><al>In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) worden de kaders gesteld voor een verantwoorde en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De Wet fido definieert de treasuryfunctie daarbij als:</al><al /><al><nadruk type="vet">het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.</nadruk></al><al /><al>De gemeente Aalsmeer onderkent het belang van een verantwoord en adequaat beheer van haar financiële middelen. Zij wenst haar activiteiten op het gebied van treasury op een zo transparant en beheersbaar mogelijke wijze in te richten.</al><al /><al>De gemeente heeft twee instrumenten op het gebied van treasury: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het voor u liggende treasurystatuut. </al><al>In dit treasurystatuut wordt de “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Naast het treasurystatuut neemt de gemeente jaarlijks de paragraaf financiering op in zowel de begroting als in het jaarverslag van de jaarstukken. Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury toegelicht.</al></li></lijst><al>In het Treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. </al><al>In de toelichting worden de kaders die in dit statuut zijn opgenomen nader toegelicht.</al></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.</nr><titel>Treasurystatuut</titel></kop><al /></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al><nadruk type="vet">Derivaten:</nadruk> Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Die waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al><nadruk type="vet">Financiering:</nadruk> Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al><nadruk type="vet">Geldstromenbeheer:</nadruk> Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al><nadruk type="vet">Intern liquiditeitsrisico:</nadruk> De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al><nadruk type="vet">Kasgeldlimiet:</nadruk> Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al><nadruk type="vet">Koersrisico:</nadruk> Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat de financiële vaste activa (aandelen, verstrekte geldleningen en bijdragen in investeringen van derden) van de organisatie in waarde verminderen door negatieve (koers)ontwikkelingen;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al><nadruk type="vet">Kredietrisico:</nadruk> De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al><nadruk type="vet">Liquiditeitenbeheer: </nadruk>Het beheer van financiële middelen voor een periode tot één jaar;</al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al><nadruk type="vet">Liquiditeitenplanning: </nadruk>Een schematisch overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid met als doel de liquiditeitsontwikkeling in de gaten te houden;</al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al><nadruk type="vet">Medium term note</nadruk>: Een instrument voor de gemeente om financiering met een looptijd van minimaal twee en maximaal dertig jaar aan te trekken. Een MTN is een verhandelbare schuldbekentenis aan toonder met gestandaardiseerde voorwaarden;</al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al><nadruk type="vet">Onderhandse lening</nadruk>: Een geldlening waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld;</al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al><nadruk type="vet">Publieke taak</nadruk>: De taak van de gemeente tot het dienen van het openbaar belang, zoals gedefinieerd in de taakomschrijving van de gemeente in de Gemeentewet;</al></li><li><li.nr>m.</li.nr><al><nadruk type="vet">Rating: </nadruk>De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;</al></li><li><li.nr>n.</li.nr><al><nadruk type="vet">Renterisico: </nadruk>Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;</al></li><li><li.nr>o.</li.nr><al><nadruk type="vet">Renterisiconorm: </nadruk>De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Het doel is om het renterisico bij herfinanciering te beheersen;</al></li><li><li.nr>p.</li.nr><al><nadruk type="vet">Rentetypische</nadruk><nadruk type="vet">looptijd:</nadruk> Looptijd tussen twee renteconversie momenten. Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding;</al></li><li><li.nr>q.</li.nr><al><nadruk type="vet">Saldobeheer: </nadruk>Het beheer van de dagelijkse saldi op de bankrekeningen;</al></li><li><li.nr>r.</li.nr><al><nadruk type="vet">Schatkistbankieren: </nadruk>Het (verplicht) aanhouden van publieke middelen bij het ministerie van financiën;</al></li><li><li.nr>s.</li.nr><al><nadruk type="vet">Rentevisie: </nadruk>Toekomstverwachting over de renteontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende factoren, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd;</al></li><li><li.nr>t.</li.nr><al><nadruk type="vet">Treasuryfunctie</nadruk>: Dit omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. </al><al>De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;</al></li><li><li.nr>u.</li.nr><al><nadruk type="vet">Treasurycommissie:</nadruk> De commissie belast met ontwikkelen van treasurybeleid, het nemen van beslissingen omtrent het aantrekken van extern vermogen en de liquiditeitsprognose;</al></li><li><li.nr>v.</li.nr><al><nadruk type="vet">Uitzetting: </nadruk>Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.</al></li><li><li.nr>w.</li.nr><al><nadruk type="vet">Vaste schuld: </nadruk>Schuld met een rente typische looptijd vanaf één jaar</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.2</nr><titel>Doelstellingen</titel></kop><al>De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden met als doel het uitvoeren van de programma’s binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders van de begroting.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Het beschermen van gemeentelijke vermogens en resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut, waarbij uitsluitend de publieke taak wordt gediend en professioneel en verantwoord wordt geopereerd.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>De waarborg dat de taken en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie duidelijk worden geregeld. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr /><titel>RISICOBEHEER</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al /></artikel><artikel><kop><nr>2.3</nr><titel>Uitgangspunten risicobeheer treasuryfunctie</titel></kop><al /><al>Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten voor de treasuryfunctie:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De gemeente neemt in beginsel een terughoudende opstelling in bij het verstrekken van leningen en garanties. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak verstrekken. </al><al>Per geval is een expliciet besluit hiertoe nodig door de gemeenteraad, waarbij vooraf de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij wordt beoordeeld. In het raadsvoorstel wordt gemotiveerd welk publiek belang wordt gediend en welke zekerheden de gemeente verwerft ter afdekking van de risico’s.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door middel van de richtlijnen van dit treasurystatuut.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Het beleid betreffende de financiering is gericht op spreiding van toekomstige renterisico’s. Hierdoor wordt voorkomen dat een ongewenste budgettaire belasting kan ontstaan in een jaar waarin voor een substantieel deel van de leningenportefeuille hoogrentende leningen c.q. leningconversies moeten worden gesloten c.q. plaatsvinden.</al></li></lijst><al /></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.4</nr><titel>Renterisicobeheer</titel></kop><al>Voor het renterisicobeheer gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Nieuw aan te trekken leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. Daarbij worden de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening zoveel mogelijk afgestemd op de liquiditeitenplanning, de actuele rentestand en rentevisie. De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van aan te trekken geldleningen binnen deze kaders.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De rentevisie van de gemeente is afgestemd op die van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en wordt bij het opstellen van de kadernota en de begroting geactualiseerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.5</nr><titel>Koersrisicobeheer</titel></kop><al>Voor koersrisicobeheer gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Overtollige liquide middelen worden uitsluitend uitgezet bij de Nederlandse Staat (schatkistbankieren) of lagere Nederlandse overheden en overheidsinstanties, zoals bijvoorbeeld gemeenschappelijke regelingen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De looptijd van uitzetting wordt afgestemd met de liquiditeitenplanning.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Aandelen worden alleen gekocht in het kader van de uitoefening van de publieke taak en niet eerder dan dat de procedure als beschreven in artikel 160 lid 2 Gemeentewet is gevolgd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.6</nr><titel>Kredietrisicobeheer</titel></kop><al>Voor kredietrisicobeheer (of debiteurenbeheer) geldt het volgende uitgangspunt:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De gemeente kan leningen verstrekken die een publiek belang dienen (zie 2.3.1). </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak eist de gemeente indien mogelijk, zekerheden of garanties. De voorwaarden die gelden om het kredietrisico te minimaliseren zijn opgenomen in de toelichting horend bij dit statuut.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De gemeente verleent in ieder geval geen lening aan aanvragers die voor hun lening ook bij andere instellingen terechtkunnen. Het gaat hierbij vooral om waarborgfondsen.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Indien de solvabiliteit van de derde gedurende de looptijd van een uitzetting daalt onder de 25% neemt de gemeente, indien mogelijk, maatregelen. </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Nieuwe uitzettingen, bij die derde, blijven in dat geval achterwege.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Leningen die op grond van eerder door de gemeenteraad vastgestelde regelingen zijn verstrekt worden door dit treasurystatuut niet aangetast.</al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>Verzoeken van instellingen om een renteherziening van een eerder verstrekte gemeentelijke lening dienen in beginsel te worden afgewezen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.7</nr><titel>Intern liquiditeitsrisicobeheer</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De gemeente beperkt haar liquiditeitsrisico’s door haar treasury activiteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar) en een meerjarige liquiditeitsplanning. </al><al>De meerjaren liquiditeitsplanning is gebaseerd op de meerjarenbegroting van de gemeente (incl. meerjaren investeringsprogramma (MIP), het meerjarenprogramma Buitenruimte (MPP) en de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG)).</al></li><li><li.nr>1.</li.nr><al>De meerjaren liquiditeitsplanning wordt ten minste één keer per jaar, bij het opstellen van de begroting en de meerjarenraming, geactualiseerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.8</nr><titel>Valutarisicobeheer</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de Nederlandse geldeenheid (de euro).</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Het betalingsverkeer vindt alleen plaats in de Nederlandse geldeenheid (de euro) </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr /><titel>GEMEENTEFINANCIERING</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al /></artikel><artikel><kop><nr>2.9</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen en medium term notes (MTN).</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De geldgevers dienen onder Nederlands of anderszins EU-toezicht te vallen of de Autoriteit Financiële Markten (AFM) of een decentrale overheid, mits er geen sprake is van een toezichtrelatie.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.10</nr><titel>Vervroegde aflossing leningen</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het college besluit over vervroegde aflossing van opgenomen geldleningen indien sprake is van risicoverhoging of lastenstijging.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De treasurycommissie besluit over vervroegde aflossing van opgenomen geldleningen indien geen sprake is van risicoverhoging en lastenstijging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.11</nr><titel>Borgstellingen en garanties</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De gemeente verstrekt alleen garanties aan derden indien er een door de gemeenteraad aangewezen maatschappelijk belang aanwezig is. </al><al>In de toelichting van dit statuut is nader uiteengezet aan welke voorwaarden, om het risico te minimaliseren, dient te worden voldaan. </al><al>De gemeente verleent in ieder geval geen garantie aan aanvragers die voor hun garantie ook bij andere instellingen terechtkunnen. Het gaat hierbij vooral om waarborgfondsen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Borgstellingen en garanties die op grond van eerder door de gemeenteraad vastgestelde regelingen zijn verstrekt worden door dit treasurystatuut niet aangetast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><nr>2.12</nr><titel>Relatiebeheer</titel></kop><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De adviseur concernfinanciën (of diens vervanger) van de kernorganisatie Aalsmeer onderhoudt namens de gemeente de contacten met de huisbankier en andere financiële instellingen en bemiddelaars over hun tarieven, producten en diensten.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste ééns in de vijf jaar beoordeeld;</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid ten minste een A-rating te hebben bij een erkend ratingbureau.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EU-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer. </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markt (AFM) en een vergunning hebben verkregen.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Overeenkomsten met financiële instellingen of kredietverstrekkers moeten worden opgesteld volgens het Nederlands recht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr /><titel>KASBEHEER</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al /></artikel><artikel><kop><nr>2.13</nr><titel>Rekeningbeheer</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het aantal bankrekeningen en het aantal bankrelaties voor rekeningbeheer wordt tot een minimum beperkt.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Daar waar mogelijk zijn de bankrekeningen per bankrelatie ondergebracht in een compensabel stelsel. Hierbij zijn de debet- en creditsaldi van alle rekeningen samengevoegd tot één gecombineerd saldo. De bankrelatie berekent de te betalen/ontvangen rente over dit gecombineerde saldo.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De rekeningvoorwaarden, waaronder de rentetarieven, kredietfaciliteit en indien van toepassing de provisie, zijn tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden schriftelijk overeengekomen met de bankrelaties.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De bankrekeningen die primair gebruikt worden en dagelijks saldi hebben van materieel belang zijn gekoppeld aan een tussenrekening die speciaal is ingericht voor het schatkistbankieren. De tussenrekening is gekoppeld aan een rekening-courant van de gemeente bij de schatkist.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De gemeente houdt geen bankrekening aan voor een juridische entiteit die geen deel uitmaakt van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.14</nr><titel>Geldstromenbeheer</titel></kop><al>Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en op de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.15</nr><titel>Saldo- en liquiditeitenbeheer</titel></kop><al>Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt de kasgeldlimiet conform de daarvoor geldende wettelijke bepalingen niet overschreden.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening-courant.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Kortlopende middelen worden afgesloten bij huisbankier.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Voorafgaand aan het aantrekken van de kortlopende financiering informeert de adviseur concernfinanciën de leden van de treasurycommissie, waarbij de looptijd en het volume wordt gemeld.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De leden van de treasurycommissie bevestigen schriftelijk in te stemmen met het in het vorige lid bedoelde voorstel.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Na afronding van de overeenkomst informeert dezelfde dag de adviseur concernfinanciën de leden van de treasurycommissie over de afloop.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.16</nr><titel>Schatkistbankieren</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Door de invoering van het verplicht schatkistbankieren is het niet meer mogelijk tijdelijke overschotten weg te zetten bij een financiële instelling anders dan bij de schatkist.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Uitzondering op het eerste lid is het onderling lenen. De gemeente mag gelden aantrekken van en uitzetten bij andere decentrale overheden, mits er geen sprake is van een toezichtrelatie. Hierbij worden de richtlijnen en grensbedragen zoals genoemd in de Wet fido in acht genomen (zie ook 2.5.1).</al></li></lijst><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr /><titel>ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al /></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.17</nr><titel>Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle</titel></kop><al>In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van de administratieve organisatie en de interne controle:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>iedere transactie wordt door de leden van de treasurycommissie geautoriseerd (het vier-ogenprincipe).</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen.</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Tegenpartijen wordt de opdracht gegeven de bevestiging van iedere transactie te versturen naar de concerncontroller zonder tussenkomst van de adviseur concernfinanciën die bevoegd is tot het sluiten van de transacties.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de adviseur concernfinanciën die de transactie heeft afgesloten en gecontroleerd door de concerncontroller.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.18</nr><titel>Inflatievergoeding eigen vermogen (bespaarde rente)</titel></kop><al>Vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie van het renteresultaat vindt er geen rentevergoeding (of vergoeding van inflatie) plaats over het eigen vermogen.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.19</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>In de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken vindt verantwoording plaats conform de eisen die in artikel 13 van het BBV aan de paragraaf worden gesteld Artikel 13 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Het renteschema uit de notitie rente 2017(of diens opvolgers) van de commissie BBV is onderdeel van de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Indien de treasurycommissie een nieuwe lening aantrekt informeert het college de raad over de omvang van deze lening, de condities en de financiële effecten voor de begroting en het meerjarenperspectief in het eerstvolgende P&amp;C document.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De portefeuillehouder Financiën rapporteert aan het college in zijn eerstvolgende vergadering als sprake is van aantrekken financieringsmiddelen anders dan kasgeldleningen en het uitzetten van gelden anders dan schatkistbankieren.</al></li></lijst><al /></artikel><artikel><kop><label>2.20</label><titel>Verantwoordelijkheden en bevoegdheden</titel></kop><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het vaststellen van het treasurybeleid en de daarin opgenomen treasurydoelstellingen alsmede het toezicht houden op de uitvoering van het treasurybeleid.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de treasuryactiviteiten ligt bij het college van B&amp;W. De bijbehorende bevoegdheden zijn in een apart collegevoorstel via mandatering (mandaatbesluit kernorganisatie Aalsmeer d.d. 27 juni 2022) overgedragen aan de adviseur concernfinanciën. Deze taken en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd en verdeeld volgens de uitgangspunten zoals hiervoor opgenomen.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>a. De gemeente heeft een treasurycommissie die twee keer per jaar, of zoveel vaker als de marktsituatie daartoe aanleiding geeft, overleg pleegt over het te voeren treasurybeleid.</al><al>b. De treasurycommissie bestaat uit de portefeuillehouder Financiën, de adviseur concernfinanciën en de concerncontroller. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Het treasurystatuut 2023 gemeente Aalsmeer treedt in werking per 1 mei 2023.</al><al>2. Het treasurystatuut gemeente Aalsmeer 2016 d.d. 3 december 2015 wordt ingetrokken.</al><al>3. Dit statuut wordt aangehaald als: “Treasurystatuut gemeente Aalsmeer 2023”. </al><al /><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Aalsmeer in de openbare raadsvergadering van 8 juni 2023.</al><al /><al>De griffier,</al><al /><al>O. van Kolck </al><al /><al>De voorzitter,</al><al /><al>D. van Willegen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TOELICHTING BIJ HET TREASURYSTATUUT</label></kop><artikel><kop><label /></kop><al /></artikel><artikel><kop><label /><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al /><al>In hoofdstuk 1 wordt het wettelijk kader geschetst op grond waarvan gemeenten hun treasuryfunctie uitoefenen.</al><al>De wettelijke grondslag ligt in de Wet financiering decentrale overheden (fido) en de hiermee samenhangende wetgeving: Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Hof) en de Wet Integraal schatkistbankieren decentrale overheden.</al><al>De Wet fido, die op 1 januari 2001 in werking trad, bepaalt aan welke voorwaarden gemeenten moeten voldoen bij het aantrekken en uitzetten van middelen. Deze wet bepaalt dat gemeenten uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen kunnen uitzetten en garanties kunnen verlenen. </al><al>Uitzettingen mogen sinds 1 juni 2012 uitsluitend nog bij de Nederlandse Staat (Wet Integraal schatkistbankieren). Bij derivaten moet er sprake zijn van voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij en een beperkt marktrisico.</al><al>De Wet Hof is een vertaling van het EMU-saldo voor zowel de rijksoverheid als de decentrale overheden (provincies, waterschappen en gemeenten) en de verschillende gemeenschappelijke regelingen waarin zij participeren. De wet Hof moet ervoor zorgen dat de Nederlandse Staat binnen het EMU-saldo van 3% blijft.</al><al>Als algemene norm geldt dus dat openbare lichamen alleen lenen, middelen uitzetten of garant staan voor zover dat direct dient ter behartiging van hun publieke taak. Bankachtige activiteiten, met het oogmerk geld te verdienen (ook al is dat om de publieke taak te bekostigen) zijn niet toegestaan. De invulling van het begrip “publieke taak” is een eigen verantwoordelijkheid van de gemeente.</al><al>2.3 Uitgangspunten risicobeheer treasuryfunctie</al><al><nadruk type="cur">Invulling term “publieke taak”</nadruk></al><al>De publieke taak wordt in ieder geval gediend als er sprake is van een maatschappelijk belang.</al><al>Of er sprake is van een maatschappelijk belang zal mede samenhangen met wettelijke taken die de gemeente moet uitvoeren en met de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft op bepaalde gebieden. Daarnaast zal door de raad vastgesteld beleid ook een belangrijke indicatie zijn voor een publieke taak.</al><al>In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat iets een publieke taak is, wanneer het als prioriteit is benoemd in het vastgestelde beleid en zonder gemeentelijke bemoeienis niet kan worden gerealiseerd.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.4</nr><titel>Renterisicobeheer</titel></kop><al><nadruk type="cur">Lid 1 Kasgeldlimiet</nadruk></al><al>Het doel van de kasgeldlimiet is een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar). Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed kan hebben op de rentelasten.</al><al>De kasgeldlimiet wordt berekend met een vast percentage van 8,5% van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Hierbij geldt een minimumbedrag van € 300.000. In de Wet fido wordt de gemiddelde korte financiering (de netto vlottende schuld) per drie maanden getoetst aan de kasgeldlimiet. Hiertoe wordt het gemiddelde genomen van de korte financiering op de eerste dag van de drie kalendermaanden in een kwartaal.</al><al>De provincie, als toezichthouder, ziet toe op hantering van de normen en kan zo nodig ontheffing verlenen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden opgelegd.</al><al><nadruk type="cur">Lid 2. Renterisiconorm</nadruk></al><al>Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van renterisico’s op de vaste schuld. Dit kan door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille. De renterisiconorm wordt berekend door een het wettelijk bepaalde vaste percentage van 20% te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal.</al><al>Het renterisico heeft betrekking op de vaste schuld en op het bedrag waarover renterisico wordt gelopen. Naast de renteherzieningen zijn hiervoor ook de herfinancieringen van de aflossingen van belang, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Het renterisico wordt getoetst aan het bedrag van de renterisiconorm. </al><al>De provincie, als toezichthouder, ziet toe op hantering van de normen en kan zo nodig ontheffing verlenen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><nr>2.6</nr><titel>Kredietrisicobeheer</titel></kop><al>De Wet fido stelt in artikel 6 lid 2 geen eisen aan de kwaliteit van debiteuren bij het verstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de publieke taak.</al><al>Omdat de gemeenteraad de publieke taak bepaalt worden leningen of garanties uitsluitend verstrekt aan door de gemeenteraad in dit kader geaccepteerde partijen. Teneinde het kredietrisico bij dit soort instellingen te beheersen kunnen zekerheden of garanties worden geëist van die instellingen.</al><al>Daarnaast moet de gemeente de jaarstukken van de instellingen beoordelen, om een actuele risicoanalyse te maken. Hierbij spelen de financiële positie en de kredietwaardigheid van de instelling een rol.</al><al><nadruk type="cur">Gemeentelijke lening</nadruk></al><al>Het is mogelijk om voor de financiering van de publieke taak als gemeente een lening te verstrekken. Hierbij is het mogelijk om aan een lening een zekerheidsstelling te verbinden, zoals het vestigen van een hypotheekrecht.</al><al>Aan de leningverstrekking kunnen ook meer beleidsinhoudelijke eisen worden verbonden. Denk hierbij in termen van openstelling, toegankelijkheid, programmering, werkgelegenheid et cetera. Door de koppeling van de geldverstrekking aan deze afspraken krijgt de gemeente echte zeggenschap en kan bij niet nakomen van de afspraken ook gesanctioneerd worden.</al><al>Het is mogelijk om, door middel van een renteopslag een risicoreserve te vormen voor de risico’s die verbonden zijn aan de leningverstrekking.</al><al><nadruk type="cur">2.6 lid 7 Renteherziening van reeds bestaande door de gemeente verstrekte leningen</nadruk></al><al>Verzoeken van instellingen om een renteherziening (lees: verlaging) van een reeds verstrekte (of nog te verstrekken) gemeentelijke lening dienen in beginsel te worden afgewezen in verband met het nadelige budgettaire effect voor de gemeentelijke begroting.</al><al>Wel kan de gemeente meewerken aan herfinanciering bij een bank, ook als hiervoor geen bepalingen zijn opgenomen in de overeenkomst tot geldlening. Hiermee verlaagt de gemeente het aantal leningen en vermindert daarmee het risico.</al></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.7</nr><titel>Intern liquiditeitsrisicobeheer</titel></kop><al>Om (meerjarig) inzicht te krijgen in de inkomende en uitgaande geldstromen van de gemeente stelt zij een liquiditeitsprognose op. Naast de kasstromen op basis van de exploitatie zijn belangrijke componenten de geldstromen die voortkomen uit grondexploitaties, het meerjarenplan buitenruimte en andere investeringen, zoals bijvoorbeeld scholen en sportaccommodaties. Deze geldstromen volgen uit de begroting (kasstromen uit exploitatie en investeringen meerjaren investeringsprogramma (MIP)), het meerjarenprogramma buitenruimte (MPP) en de meerjarenprognose grondexploitaties (MPG).</al></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.11</nr><titel>Borgstellingen en garanties</titel></kop><al>Gemeentegarantie</al><al>Gemeentegarantie is een zekerheid voor de geldgeefster (veelal een bank) dat de in de overeenkomst van geldlening aangegane verplichtingen worden nagekomen. Indien de geldnemer niet aan zijn/haar verplichtingen op grond van de overeenkomst kan voldoen neemt de gemeente deze verplichtingen van de geldnemer over. Hiermee loopt de gemeente een risico voor de betaling van zowel de rente als de aflossing.</al><al>In het geheel van de gemeentegarantie heeft de bank een bijzondere rol. Een bank stelt een bedrag in de vorm van een lening ter beschikking aan de instelling en brengt een percentage van dit bedrag in rekening in de vorm van rente. In dit rentepercentage is het risico van de bank verrekend. Door middel van een gemeentegarantie wordt het financiële risico naar de gemeente verschoven. De bank geeft een (geringe) korting op het rentepercentage. De gemeente ontvangt niets voor het risico dat ze draagt.</al><al>Het is voor de gemeente niet goed mogelijk om aan een garantstelling eisen te verbinden anders dan een financiële verantwoording. Nadere afspraken kunnen wel in een convenant worden vastgelegd, maar de gemeente kan het niet nakomen van die afspraken moeilijk sanctioneren.</al><al>In de volgende situaties gaat de gemeente in ieder geval niet over tot verstrekking van gemeentegarantie of een gemeentelijke lening: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Er kan een beroep gedaan worden op een waarborgfonds.</al><al>De meerwaarde van een waarborgfonds ten opzichte van eigen garantieverstrekking ligt in drie aspecten.</al></li><li><li.nr /><al /><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Een fonds houdt uit hoofde van zijn doelstelling een risicokas aan. Daarmee kan hij in zijn rol als verzekeraar de door hem te lopen risico’s spreiden in tijd en naar plaats.</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Bij de waarborgfondsen is professionele expertise aanwezig waardoor sprake is van een adequate beoordeling van het solvabiliteitsrisico.</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Waarborgfondsen zullen de door hen verwaarborgde instellingen jaarlijks herbeoordelen. Op deze manier blijven zij op de hoogte van de financiële ontwikkelingen.</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Bij de waarborgfondsen is professionele expertise aanwezig waardoor sprake is van een adequate beoordeling van het solvabiliteitsrisico.</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>Waarborgfondsen zullen de door hen geborgde instellingen jaarlijks beoordelen. Op deze manier blijven zij op de hoogte van de financiële ontwikkelingen.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>In geval van herfinanciering c.q. overname van bestaande leningen wordt geen borgstelling verleend, indien bij de aanvankelijke financiering ook geen borgstelling is verleend.</al><al>Dit om te voorkomen dat risico’s die al door de geldgever werden geaccepteerd zonder borgstelling aan de gemeente worden overgedragen.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De gemeente heeft het recht om geen garantie te verlenen indien zij op grond van de marktsituatie tot de conclusie komt dat het rentepercentage te hoog is of de leningcondities ongunstig zijn.</al><al>De lening dient tegen zo gunstig mogelijk voorwaarden afgesloten te worden zodat het gemeentelijke risico zo veel als mogelijk wordt beperkt.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Indien ten behoeve van de geldgever het recht van eerste hypotheek en/of pandrecht kan worden gevestigd wordt geen borgstelling verleend.</al><al>Indien er onderpand verleend kan worden is het niet nodig dat de gemeente garant staat. Immers, bij het niet nakomen van de verplichtingen kan het pandrecht worden uitgeoefend.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Een gemeentegarantie wordt niet verleend als de omvang van de lening dusdanig hoog is dat de hieraan verbonden risico's in alle redelijkheid voor onze gemeente niet verantwoord zijn.</al><al>Het is volgens de wet Fido niet geoorloofd voor de gemeente om grote financiële risico's te lopen. De redelijkheid van de omvang van de financiële risico’s dient te worden gemotiveerd. </al></li></lijst><al>Ad. 1 (Landelijke) waarborgfondsen</al><al>Er zijn landelijk verschillende waarborgfondsen werkzaam. Bekend zijn:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Waarborgfonds Sociale Woningbouw ten behoeve van de financiering van sociale huurwoningen (WSW). De gemeenten hebben wel een achtervang positie.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ) voor de financiering van tehuizen voor de zorg- en verpleegsector.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Stichting Waarborgfonds voor de Sport (SWS) (maximaal 50% borg; gemeente dient voor overige 50% garant te staan).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Waarborgfonds Kinderopvang ten behoeve van kinderopvangcentra.</al></li></lijst><al>Er is geen landelijk waarborgfonds ten behoeve van sociaal-culturele instellingen (jongerenwerk, musea, dorpshuizen, bibliotheken e.d.).</al><al><nadruk type="cur">Voorwaarden beoordelingsproces lening, borgstelling, garantie</nadruk></al><al>Elke keer dat een instelling een beroep doet op financiële ondersteuning door de gemeente moet per geval worden beoordeeld of een aanvraag valt onder de uitoefening van de publieke taak, waarbij de gemeenteraad uiteindelijk het besluit zal moeten nemen om al dan niet over te gaan tot financiële ondersteuning.</al><al>De stukken die een aanvrager daartoe dient over te leggen zijn onder “Voorwaarden voor indiener aanvraag lening/ garantie” opgenomen.</al><al>Daarnaast mag er geen sprake zijn van de uitsluitingsgronden zoals hiervoor in deze toelichting benoemd.</al><al>Zolang als niet aan de in dit statuut gestelde voorwaarden wordt voldaan legt het college geen voorstel voor aan de gemeenteraad.</al><al>Hiervoor is onder 2.3 al toegelicht dat het lastig is een eenduidige en houdbare definitie te geven van de term “publieke taak”. Daarom is hierna een afwegingsproces geformuleerd. Op deze wijze wordt geborgd dat elke aanvraag op gelijke wijze getoetst wordt volgens een vaste procedure. De uitkomst van de afweging zal telkens beïnvloed worden door de maatschappelijke en politieke realiteit.</al><al>De volgende aspecten worden gewogen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Is er sprake van een maatschappelijk belang?</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>In welke mate wenst de gemeente zeggenschap?</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Welke risico’s zijn aan de garantstelling of lening verbonden en is het mogelijk om deze te verkleinen?</al></li></lijst><al>Ad a. Is er sprake van een maatschappelijk belang?</al><al>Deze vraag moet bij elke aanvraag voor een gemeentegarantie of een gemeentelijke lening als eerste beargumenteerd beantwoord worden. Documenten als de programmabegroting, het coalitieakkoord, een eventueel raads- of collegeprogramma en vastgestelde beleidsnotities dienen als kader bij de beantwoording van deze vraag.</al><al>Vervolgens is het van belang dat vastgesteld wordt welke rol de gemeente wil spelen: regisserend, initiërend, handhavend of faciliterend. Afhankelijk van de rol kan bepaald worden of financiële ondersteuning het geëigende middel is.</al><al>Een maatschappelijk belang wordt pas een publieke taak, als de markt of samenleving die taak zelf niet goed kan organiseren. Is er geen publiek belang, dan kan het maatschappelijk belang aan de private sector worden overgelaten.</al><al>Ad b. In welke mate wenst de gemeente zeggenschap?</al><al>Als de gemeente afdwingbare voorwaarden (over hoogte tarief, bezettingsgraad, doelgroep, programmering, et cetera) wil stellen aan de financiële ondersteuning dan ligt het voor de hand om zelf een lening te verstrekken onder condities die een waarborg vormen voor het nakomen van die voorwaarden.</al><al>De voorwaarden moeten haalbaar en meetbaar zijn en de voorwaarden moeten op grond van de leningsovereenkomst afgedwongen of gesanctioneerd kunnen worden.</al><al>Als de gemeente geen zeggenschap wenst dan kan ook worden gekozen voor het verstrekken van een garantstelling.</al><al>Ad c. Welke risico’s zijn aan de garantstelling of lening verbonden en is het mogelijk om deze te verkleinen?</al><al>Belangrijk bij de risico-inschatting is het besef dat iedere lening of garantstelling budgettaire gevolgen heeft. Risico’s dat leningen niet worden terugbetaald moeten bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit worden betrokken. Dit soort risico’s kunnen gedeeltelijk worden afgedekt door zekerheidsstellingen te vragen. Dit kan door hypotheekrecht te vestigen, maar kan ook bijvoorbeeld door verpanding van huurinkomsten. Per geval moet worden bekeken wat de mogelijkheden zijn. Naast financiële risico’s moeten ook andere risico’s worden afgewogen. Denk hierbij aan termen als politieke geloofwaardigheid, precedentwerking, et cetera.</al><al>Het is niet wenselijk dat de gemeente risico loopt over iets waar haar inwoners geen voordeel van hebben. Dit is vooral van belang voor de verdediging van het besluit tot verlening indien de gemeente op een garantie wordt aangesproken. De gemeente moet in dat geval voor de kosten opdraaien, terwijl haar inwoners, instellingen en/of ondernemers geen baat hebben gehad van het initiatief. De risico’s zullen worden afgewogen tegen het maatschappelijk belang wat gediend is met een lening of garantstelling. De zwaarte van het maatschappelijk belang zal mede bepalen hoeveel risico de gemeente wenst te accepteren.</al><al>Wanneer eenmaal is besloten tot het vertrekken van een gemeentegarantie of gemeentelijke lening zal jaarlijks getoetst moeten worden of de instelling voldoende solvabel is. Op deze wijze wordt het risico niet verkleind, maar wel gevolgd, zodat dit op een juiste manier betrokken kan worden bij de bepaling van de gemeentelijke weerstandscapaciteit.</al><al><nadruk type="cur">Voorwaarden voor indiener aanvraag lening/ garantie</nadruk></al><al>Om aanvragen op alle relevante aspecten te kunnen beoordelen is het van belang dat een aanvraag voor gemeentegarantie of een gemeentelijke lening ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Inhoudelijke toelichting. Uit deze toelichting moet blijken wat het maatschappelijk nut voor de gemeente is of zou kunnen zijn.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Om een goede inschatting te maken van alle aan de mogelijke verstrekking verbonden risico’s overlegt de aanvrager daarnaast de volgende stukken:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Jaarrekeningen (indien van toepassing met accountantsverklaringen) van de afgelopen 3 jaar, inclusief de notulen van de (algemene leden)vergaderingen waarin deze worden vastgesteld .</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>De actuele statuten c.q. conceptstatuten.</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Een tenminste sluitende (meerjaren)begroting waarbij rekening is gehouden met de aan de investering gekoppelde rente en afschrijving en welke voorzien is van een toelichting. In de toelichting moeten tenminste de inkomstenramingen onderbouwd zijn.</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>Minimaal twee offertes c.q. afwijzingen van banken omtrent de lening.</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>In geval van aanvraag gemeentegarantie: de conceptovereenkomst met betrekking tot de geldlening incl. borgstelling</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>Naam en telefoonnummer (tijdens kantooruren) van de contactpersoon van de instelling.</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>Een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.16</nr><titel>Schatkistbankieren</titel></kop><al /><al>Schatkistbankieren houdt in dat gemeenten hun overtollige middelen bij het rijk moeten uitzetten. Hiermee wordt beoogd dat de Staat minder geld leent op de financiële markten en de staatsschuld daalt. Daarnaast wordt beoogd dat financiële risico’s voor gemeenten worden verminderd. Het drempelbedrag is het maximale bedrag dat een decentrale overheid over een heel kwartaal gezien gemiddeld op dagbasis buiten de schatkist mag houden. Het drempelbedrag wordt berekend door een vast percentage (2,0%) te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag € 1.000.000 bedraagt. Zie de regeling schatkistbankieren decentrale overheden https://wetten.overheid.nl/BWBR0034336/2022-01-01</al></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.17</nr><titel>Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle</titel></kop><al>In dit artikel zijn de uitgangspunten op het gebied van de administratieve bepalingen en interne controle vastgelegd. Daarbij is toegelicht hoe het vier-ogenprincipe en de functiescheiding per transactie is georganiseerd. </al><al>De verantwoordelijkheden per functie zijn opgenomen in onderstaande tabel.</al><al><plaatje><illustratie naam="gmb-2026-310312-1.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" id="i1bdeb7dc-e58e-44c5-9667-463d2a42c58d" hoogte="16.65cm" /></plaatje></al><al><plaatje><illustratie naam="gmb-2026-310312-2.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" id="i37d68ea9-10a0-46b4-bdce-9c9c8ad8c6ff" hoogte="17.36cm" /></plaatje></al></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.18</nr><titel>Inflatievergoeding eigen vermogen (bespaarde rente)</titel></kop><al>Het BBV staat toe dat er een rentevergoeding over het eigen vermogen (reserves) mag worden toegerekend – als ware het een rentelast - aan de taakvelden. Hierdoor wordt een “vergoeding” berekend over het eigen vermogen (= een eigen financieringsmiddel) van de gemeente. De gemeente heeft de keuze om deze rente als baten op te nemen in de begroting – ook wel aangeduid als bespaarde rente. Of de gemeente kan ervoor kiezen deze rentevergoeding toe te voegen aan de reserves/het eigen vermogen. Wanneer een bedrag gelijk aan deze vergoeding daadwerkelijk wordt toegevoegd aan het eigen vermogen kan dit ook worden beschouwd als een “inflatievergoeding” om “de waarde” van het eigen vermogen (koopkracht) in stand gehouden. </al><al>Deze systematiek creëert een fictieve rentelast en leidt tot het (onnodig) opblazen van de programmalasten en gaat daarmee ten koste van de eenvoud en transparantie. Om die reden doet de commissie BBV daarom de aanbeveling om geen rente over het eigen vermogen te berekenen. Deze aanbeveling is in dit treasurystatuut overgenomen.</al><al /></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 juni 2023.</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>