<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-306704/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Rijswijk</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2026 </titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al /></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>– Inleiding</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>1.1</nr><titel>Doel en juridische positie</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Rijswijk wil dat iedere inwoner die dat nodig heeft, passende ondersteuning krijgt. De basis hiervoor is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: de wet). </al><al /><al>De gemeenteraad heeft de kaders voor de uitvoering van deze wet vastgelegd in de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2025 (hierna: de verordening). In deze beleidsregels leggen wij uit hoe wij die verordening in de praktijk gebruiken bij het nemen van besluiten en de dagelijkse uitvoering van de ondersteuning. </al><al /><al> Het doel van deze regels is tweeledig:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="vet">Duidelijkheid:</nadruk> De inwoner weet op welke manier wij tot ons besluit komen en hoe wij de kaders uit de verordening in de praktijk toepassen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="vet">Gelijkheid:</nadruk> Het college behandelt gelijke gevallen op eenzelfde manier. Omdat de persoonlijke situatie en ondersteuningsbehoefte van iedere inwoner anders is, betekent gelijkheid in de Wmo vooral dat iedereen recht heeft op eenzelfde zorgvuldige en eerlijke afweging van zijn of haar omstandigheden. Deze beleidsregels bieden de Wmo-consulent de handvatten om die afweging eenduidig en voorspelbaar te maken.</al></li></lijst><al>Dit zorgt voor een proces waarbij de menselijke maat altijd het uitgangspunt is: we kijken naar wat er in de specifieke situatie van een inwoner nodig is binnen de kaders die voor iedereen gelden.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>1.2</nr><titel>De rolverdeling: Hoe de regels samenwerken</titel></kop><structuurtekst><al>De ondersteuning in Rijswijk rust op verschillende lagen die samen een trechter vormen. Elke stap in de trechter brengt ons dichter bij de dagelijkse praktijk: van de grote landelijke doelen naar de concrete beoordeling van een hulpvraag:</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="vet">De wet:</nadruk> Dit is de landelijke basis. Hierin staat de dwingende opdracht aan de gemeente om zorg te dragen voor de maatschappelijke ondersteuning. Deze opdracht bestaat uit drie pijlers:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Het bevorderen van sociale samenhang, mantelzorg, vrijwilligerswerk en de toegankelijkheid van maatwerkvoorzieningen (preventie).</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of psychische problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving.</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Het bieden van beschermd wonen en opvang.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="vet">De verordening:</nadruk> De gemeenteraad van Rijswijk heeft de grote lijnen van de wet lokaal uitgewerkt. Hierin staan de rechten van de inwoners en de criteria waaraan moet worden voldaan om voor ondersteuning in aanmerking te komen.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al><nadruk type="vet">De beleidsregels:</nadruk> Dit is de meetlat die de Wmo-consulent naast de situatie van een inwoner legt. In dit document legt het college uit hoe we de persoonlijke omstandigheden wegen. Het geeft de nodige onderbouwing om op een eerlijke en eenduidige manier te bepalen waarom we in de ene situatie 'ja' zeggen en in de andere 'nee'.</al></li></lijst><al>Deze beleidsregels zijn altijd ondergeschikt aan de wet en de verordening. De regels dienen als leidraad voor de uitvoering, zodat iedere inwoner kan rekenen op een voorspelbare afweging.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>1.3</nr><titel>Reikwijdte van de beleidsregels</titel></kop><structuurtekst><al>Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle meldingen en aanvragen voor ondersteuning op grond van de wet. In deze beleidsregels legt het college vast op welke wijze zij gebruikmaakt van haar bevoegdheid bij:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">De vaststelling van feiten:</nadruk> Welke informatie en gegevens heeft het college nodig om een situatie zorgvuldig te kunnen beoordelen? Maar ook: hoe wordt deze informatie beoordeeld en geïnterpreteerd?</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">De afweging van belangen:</nadruk> Hoe weegt het college de persoonlijke belangen van de inwoner af tegen de algemene regels en kaders van de wet en de verordening?</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">De uitleg van wettelijke voorschriften:</nadruk> Hoe interpreteert het college begrippen uit de wet en de verordening (zoals ‘eigen kracht’, ‘gebruikelijke hulp’ of ‘algemeen gebruikelijk’) in de praktijk van Rijswijk?</al></li></lijst><al>De beleidsregels richten zich uitsluitend op deze inhoudelijke afwegingen. Procesbeschrijvingen, werkinstructies, formats, voorbeeldsituaties en nadere uitvoeringsafspraken maken geen onderdeel uit van deze beleidsregels. Deze zijn opgenomen in het Handboek maatschappelijke ondersteuning (zie 1.5).</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>1.4</nr><titel>Begrippen</titel></kop><structuurtekst><al>De begrippen in deze beleidsregels hebben dezelfde betekenis als de begrippen in de wet en de verordening.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>1.5</nr><titel>Handboek maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><structuurtekst><al>Ter ondersteuning van een zorgvuldige en consistente uitvoering maken de Wmo-consulenten gebruik van het ‘Handboek maatschappelijke ondersteuning’. In dit handboek is de vaste gedragslijn voor de dagelijkse praktijk uitgewerkt. Het biedt de Wmo-consulenten een professioneel kader om de werkzaamheden eenduidig uit te voeren.</al><al /><al>Dit draagt bij aan de rechtsgelijkheid: door te werken volgens deze vaste gedragslijn, mogen inwoners erop vertrouwen dat hun situatie volgens dezelfde zorgvuldige stappen wordt beoordeeld en dat gelijke gevallen op eenzelfde manier worden behandeld.</al><al /><al>Het handboek dient als praktische ondersteuning voor de uitvoering en is geen formeel juridisch kader. De persoonlijke situatie van de inwoner is altijd doorslaggevend. Wanneer de situatie daar om vraagt, wijkt de Wmo-consulent gemotiveerd af van de vaste gedragslijn om tot een passende oplossing te komen (de menselijke maat).</al><al /><al>Het handboek bevat onder meer:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Procesbeschrijvingen:</nadruk> de stapsgewijze route van melding naar beschikking, inclusief administratieve verwerking en registratie;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Werkinstructies:</nadruk> praktische uitwerking van specifieke situaties zoals mutaties (verhuizing, overlijden) en identiteitsvaststelling;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Formats en richtlijnen:</nadruk> standaarden voor het onderzoeksverslag (ondersteuningsplan) en budgetplannen voor het pgb;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Technische specificaties:</nadruk> detailinformatie over hulpmiddelen en de methodiek voor het bepalen van de omvang van ondersteuning (zoals de berekening van tredes).</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>– Uitgangspunten en leidende principes</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>2.1</nr><titel>Werken vanuit de bedoeling</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Rijswijk wil dat inwoners ondersteuning ervaren als één samenhangend geheel. Om dit te bereiken, werkt het college vanuit de bedoeling van de wet. De volgende drie principes zijn leidend voor elke afweging en besluitvorming binnen het sociaal domein en daarmee ook de wet:</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="vet">De inwoner staat centraal:</nadruk> De behoeften en mogelijkheden van de inwoner in hun eigen context zijn altijd het startpunt. Het college benut de aanwezige beleidsruimte voor creatieve oplossingen die bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="vet">Eigen kracht wordt gestimuleerd en de hand wordt gereikt waar nodig:</nadruk> Ondersteuning is er primair op gericht om de inwoner in hun eigen kracht te versterken. Het college luistert aandachtig en is duidelijk over wat zij wel en niet kan betekenen. Waar nodig neemt het college de regie over of wijst zij de weg naar andere passende oplossingen. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al><nadruk type="vet">Er wordt actief samengewerkt:</nadruk> Hulpvragen stoppen niet bij de grenzen van de wet of van één loket. Het college zoekt actief de samenwerking op met andere domeinen en benut elkaars expertise. Een inwoner wordt pas 'losgelaten' wanneer vaststaat dat de ondersteuningsvraag door een andere partij of domein is overgenomen</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>– De weg naar een besluit</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>In de wet en de verordening staan de spelregels voor het onderzoek en het besluit. In dit hoofdstuk leggen we uit hoe we dat onderzoek in de praktijk uitvoeren en op welke manier we uiteindelijk tot een besluit komen.</al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>3.1</nr><titel>Melding en informatie</titel></kop><structuurtekst><al>Iedere inwoner kan zich melden met een ondersteuningsvraag. Het college ziet de melding als het startpunt van een gezamenlijke verkenning.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Informatieverstrekking:</nadruk> Het college zorgt ervoor dat de inwoner voorafgaand aan het onderzoek weet wat de procedure inhoudt en op welke wijze de eigen inbreng (zoals een persoonlijk plan) een rol speelt.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Informatie- en medewerkingsplicht:</nadruk> Voor een zorgvuldige vaststelling van de feiten is het college afhankelijk van de inbreng van de inwoner. Van de inwoner wordt verwacht dat hij alle gegevens en documenten verstrekt die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag, voor zover hij deze zelf kan opvragen. Dit geldt ook voor informatie over de eigen kracht en het sociale netwerk.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Toegankelijkheid:</nadruk> De melding is vormvrij. De nadruk ligt op een laagdrempelig eerste contact waarin direct wordt gekeken naar eventuele spoedeisende situaties en eventuele voorliggende oplossingen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Regionale toegang en samenwerking:</nadruk> Voor vormen van ondersteuning die regionaal zijn georganiseerd, werkt het college nauw samen met regionale partners, waarbij de mate van lokale betrokkenheid verschilt per ondersteuningsvraag:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">Beschermd wonen:</nadruk> De gemeente Rijswijk voert zelf het meldingsgesprek en het eerste onderzoek uit (zie ook hoofdstuk 9). Zo onderzoeken we eerst of zelfstandig wonen met lokale begeleiding mogelijk is.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">Maatschappelijke opvang:</nadruk> De focus ligt op preventie. Het college zet in op begeleiding om dakloosheid te voorkomen. Is opvang toch nodig? Dan ondersteunt de gemeente bij de aanmelding bij de centrale toegang van de regio.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">Opvang bij huiselijk geweld:</nadruk> Voor deze opvang is de expertise en de uitvoering volledig belegd bij de centrumgemeente. Vanwege deze regionale bundeling van kennis en opvanglocaties, vinden zowel de melding als het onderzoek naar de noodzaak direct plaats bij de (boven)regionale toegangspunten. </al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.2</nr><titel>Onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) </titel></kop><structuurtekst><al>Het college vindt het belangrijk dat inwoners zich gesteund voelen tijdens het proces. Daarom wijst de gemeente de inwoner bij de melding actief op het recht op gratis en onafhankelijke cliëntondersteuning.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Lokaal aanbod:</nadruk> In Rijswijk wordt deze ondersteuning geboden door de onafhankelijke partijen MEE en Welzijn Rijswijk.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Geen drempels:</nadruk> Inwoners kunnen hier zonder indicatie of kosten gebruik van maken, ook al vóórdat de officiële melding is gedaan.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.3</nr><titel>Het onderzoek: In 5 stappen naar een besluit</titel></kop><structuurtekst><al>Om tot een zorgvuldig besluit te komen, doorloopt de Wmo-consulent samen met de inwoner vijf stappen. Dit is de vaste route voor ieder onderzoek:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al><nadruk type="vet">Vaststellen van de hulpvraag:</nadruk> Wat wil de inwoner bereiken?</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al><nadruk type="vet">Vaststellen van de problemen:</nadruk> Wat belemmert de inwoner om zelfredzaam te zijn, mee te doen of zich te handhaven in de samenleving?</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al><nadruk type="vet">Bepalen van de ondersteuningsbehoefte:</nadruk> Wat is er concreet nodig om de beperkingen uit stap 2 te verminderen of op te lossen?</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al><nadruk type="vet">Onderzoek naar eigen mogelijkheden:</nadruk> We kijken eerst wat er mogelijk is via eigen kracht, gebruikelijke hulp (van huisgenoten), mantelzorg, anderen in het netwerk, voorliggende voorzieningen en wetgeving.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al><nadruk type="vet">Maatwerkvoorziening:</nadruk> Voor het deel dat niet via stap 4 kan worden opgelost, kijkt het college naar een maatwerkvoorziening. We kiezen hierbij voor de meest passende en doelmatige oplossing (goedkoopst adequaat).</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.4</nr><titel>Inzet van deskundig advies</titel></kop><structuurtekst><al>Soms is er specifieke expertise nodig om de situatie van een inwoner goed te kunnen wegen. Als de Wmo-consulent de beperkingen of de noodzaak voor ondersteuning niet zelf objectief kan vaststellen (bijvoorbeeld op medisch of ergonomisch vlak), vraagt het college om advies aan een onafhankelijke deskundige.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Medewerking:</nadruk> van de inwoner wordt verwacht dat hij meewerkt aan dit onderzoek.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Beoordeling:</nadruk> het college controleert of het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en begrijpelijk is. Als dit het geval is wordt het advies vervolgens gebruikt om het uiteindelijke besluit te onderbouwen.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.5</nr><titel>Het ondersteuningsplan </titel></kop><structuurtekst><al>Het onderzoek eindigt altijd met een schriftelijk verslag: het ondersteuningsplan. In de wet (artikel 2.3.2 lid 8 de wet) is vastgelegd dat de gemeente dit plan aan de inwoner verstrekt. Zo staat voor zowel de inwoner als de gemeente vast wat de uitkomsten van het onderzoek zijn.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">De inhoud van het plan:</nadruk> In dit plan staat alleen de informatie uit het onderzoek die relevant is voor de specifieke hulpvraag. Het bevat de feiten over de persoonlijke situatie, de manier waarop de Wmo-consulent deze informatie beoordeelt en de uiteindelijke afweging die wordt gemaakt. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Onderbouwing en advies:</nadruk> Het plan vormt de basis voor het uiteindelijke ondersteuningsaanbod. Hierin is precies te volgen welk advies is gegeven en welke keuzes er zijn gemaakt. Indien er een maatwerkvoorziening wordt ingezet, staat hierin beschreven om welke hulp het gaat en in welke omvang deze wordt geboden. Ook wordt duidelijk gemaakt hoe de gekozen oplossing bijdraagt aan het resultaat dat de inwoner wil bereiken.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Inspraak van de inwoner:</nadruk> De inwoner krijgt de gelegenheid om eigen opmerkingen aan het ondersteuningsplan toe te voegen. Deze reactie wordt een officieel onderdeel van het dossier. Hiermee wordt geborgd dat de visie van de inwoner altijd wordt meegenomen in de besluitvorming.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>– Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>Niet elke hulpvraag leidt automatisch tot een maatwerkvoorziening. In dit hoofdstuk beschrijft het college hoe we bepalen of een maatwerkvoorziening noodzakelijk en passend is voor de situatie van de inwoner. Daarnaast wordt beschreven hoe we de meest voordelige oplossing kiezen en hoe we omgaan met de gebruiksduur van hulpmiddelen. </al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>4.1</nr><titel>Noodzaak en passendheid</titel></kop><structuurtekst><al>Een maatwerkvoorziening is het sluitstuk van ons onderzoek. We kijken niet alleen of een beperking 'lang duurt', maar daarnaast ook of de ondersteuning echt de enige en beste oplossing is voor het probleem. Het college toetst dit aan de volgende punten:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Het doel:</nadruk> De ondersteuning moet een concrete bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van de inwoner, het meedoen in de maatschappij of het zichzelf staande kunnen houden in de samenleving.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Echte noodzaak:</nadruk> Er moet een objectieve medische of sociale noodzaak zijn. Een persoonlijke wens of een voorkeur voor een bepaalde levensstijl is op zichzelf geen reden voor een maatwerkvoorziening.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Langdurig (met uitzondering):</nadruk> De ondersteuning is in de basis bedoeld voor problemen die langer dan 6 maanden duren of blijvend zijn.</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Uitzondering:</nadruk> Voor hulp bij het huishouden en begeleiding kan een maatwerkvoorziening ook voor een kortere periode noodzakelijk zijn (volgens artikel 7.4 van de verordening).</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Veilig en herstelgericht:</nadruk> De oplossing moet veilig zijn voor de inwoner en zijn omgeving. Ook mag de maatwerkvoorziening herstel of het aanleren van vaardigheden niet in de weg staan (het mag niet 'anti-revaliderend' werken).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Persoonlijke afweging:</nadruk> We stemmen de maatwerkvoorziening af op de behoeften en persoonskenmerken van de inwoner. Ook worden de persoonlijke voorkeuren van de inwoner meegewogen bij de keuze voor de best passende oplossing.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.2</nr><titel>Goedkoopst adequate maatwerkvoorziening</titel></kop><structuurtekst><al>Als er meerdere maatwerkvoorzieningen zijn die de belemmeringen van de inwoner even goed oplossen, kiest het college voor de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Adequaat:</nadruk> Dit betekent dat de maatwerkvoorziening kwalitatief goed genoeg is om de belemmering op te lossen. Het gaat om het resultaat, niet om de meest luxe uitvoering.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Meerkosten:</nadruk> Indien een inwoner een duurdere maatwerkvoorziening wenst dan de adequate oplossing die de gemeente biedt, komen de meerkosten voor rekening van de inwoner. Bij zorg in natura kan een duurdere maatwerkvoorziening om deze reden worden geweigerd.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.3</nr><titel>Gebruiksduur en technische levensduur </titel></kop><structuurtekst><al>Een aanvraag voor een nieuwe maatwerkvoorziening kan worden afgewezen als de inwoner al beschikt over een materiele maatwerkvoorziening die technisch nog in goede staat is en een adequate oplossing biedt.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Termijn:</nadruk> Voor veel materiële maatwerkvoorzieningen geldt een technische levensduur (doorgaans 7 jaar). Binnen deze periode wordt in beginsel geen nieuwe maatwerkvoorziening verstrekt.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Uitzondering:</nadruk> Alleen bij een onvoorziene en ingrijpende wijziging in de medische situatie, waardoor de huidige maatwerkvoorziening niet meer passend is, kan een nieuwe maatwerkvoorziening binnen de termijn worden overwogen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Beheer:</nadruk> De regels over onderhoud, verzekering en eigen verantwoordelijkheid bij verlies of schade staan beschreven in hoofdstuk 10 van deze beleidsregels.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>– Algemeen gebruikelijke maatwerkvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>Een maatwerkvoorziening is een vangnet. Als een probleem opgelost kan worden met een maatwerkvoorziening die 'algemeen gebruikelijk' is, hoeft de gemeente geen maatwerkvoorziening te verstrekken. Algemeen gebruikelijke maatwerkvoorzieningen zijn maatwerkvoorzieningen die niet speciaal voor mensen met een beperking zijn en die een inwoner gewoon zelf kan kopen.</al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>5.1</nr><titel>Toepassing van de criteria</titel></kop><structuurtekst><al>Om te bepalen of een probleem opgelost kan worden met een maatwerkvoorziening die ‘algemeen gebruikelijk’ is, toetst het college de situatie aan de volgende vier criteria:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Gangbaarheid:</nadruk> Het product wordt als normaal beschouwd in de huidige samenleving en wordt door een groot deel van de bevolking gebruikt, ongeacht of zij een beperking hebben.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Beschikbaarheid:</nadruk> Het product is eenvoudig aan te schaffen via reguliere kanalen, zoals een bouwmarkt, fietsenwinkel of webshop, en is niet uitsluitend verkrijgbaar bij een medische speciaalzaak.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Financiële bereikbaarheid:</nadruk> De kosten van de maatwerkvoorziening kunnen worden gedragen door een inwoner met een inkomen op minimumniveau.</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="cur">Meewegen van tweedehands aanbod:</nadruk> Bij de beoordeling of een voorziening financieel bereikbaar is, betrekt het college uitdrukkelijk ook de beschikbaarheid van de reguliere tweedehandsmarkt. Indien het product via gangbare en betrouwbare kanalen (zoals erkende dealers of speciaalzaken) tweedehands en in goede staat verkrijgbaar is voor een prijs die passend is bij een minimuminkomen, wordt de voorziening als financieel bereikbaar beschouwd.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>5.2</nr><titel>De individuele belangenafweging</titel></kop><structuurtekst><al>Ook als een maatwerkvoorziening volgens de algemene regels 'algemeen gebruikelijk' is, onderzoekt het college of er sprake is van een uitzonderlijke situatie. Hierbij geldt een strikte norm:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">De maatstaf:</nadruk> We kijken in beginsel niet naar het persoonlijke inkomen van de inwoner, maar naar de vraag of de maatwerkvoorziening financieel kan worden gedragen door iemand met een inkomen op minimumniveau (het sociaal minimum). Is dat het geval? Dan wordt de maatwerkvoorziening in principe niet vergoed.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Bewijslast bij de inwoner:</nadruk> Als de inwoner meent dat de maatwerkvoorziening niet betaalbaar is, moet dit met bewijsstukken worden aangetoond.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Uitzonderingen:</nadruk> Een maatwerkvoorziening kan alsnog worden overwogen als sprake is van:</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Schuldsanering:</nadruk> De inwoner bevindt zich in een wettelijk of minnelijk schuldsaneringstraject (WSNP of MSNP) en kan aantonen dat er daardoor geen enkele ruimte is om te sparen of de maatwerkvoorziening te betalen.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Acute noodzaak:</nadruk> De inwoner wordt door een plotseling medisch incident geconfronteerd met kosten die redelijkerwijs niet te voorzien waren en waarvoor niet gespaard kon worden.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>5.3</nr><titel>Richtinggevende voorbeelden</titel></kop><structuurtekst><al>Ter verduidelijking van de norm 'algemeen gebruikelijk, beschouwt het college de volgende zaken in de huidige tijdgeest in ieder geval als algemeen gebruikelijk. Deze lijst is niet uitputtend en dient ter illustratie; ook andere maatwerkvoorzieningen kunnen op basis van de criteria zoals omschreven in 5.1 als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Woning:</nadruk> eenhendel mengkranen, eenvoudige drempelhulpjes (tot 10 cm), verhoogde toiletpotten, douchekoppen op een glijstang, inductiekookplaten, losse douchestoel en beugels.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Vervoer:</nadruk> een reguliere fiets met lage instap, inclusief accessoires zoals een spiegel.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Technologie:</nadruk> standaard smartphones, tablets, eenvoudige slimme deurbellen (met camera/app) en basis-domotica (zoals slimme verlichting).</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>– Gebruikelijke hulp</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>Wanneer een inwoner met anderen in één huis woont, vormen zij samen een leefeenheid. Het uitgangspunt van de wet is dat huisgenoten elkaar helpen bij de normale dagelijkse taken. Dit noemen we ‘gebruikelijke hulp’. Het college onderzoekt op basis van artikel 4 van de verordening altijd eerst of de leefeenheid de belemmeringen zelf kan oplossen voordat er een maatwerkvoorziening wordt ingezet.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Medewerkingsplicht van huisgenoten</nadruk></nadruk></al><al>Om een zorgvuldig onderzoek te kunnen doen, zijn huisgenoten volgens de verordening verplicht om mee te werken. Dit betekent dat zij informatie geven over hun eigen situatie, werk en mogelijkheden, zodat het college kan beoordelen wat zij redelijkerwijs kunnen bijdragen aan het huishouden.</al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>6.1</nr><titel>De norm voor gebruikelijke hulp</titel></kop><structuurtekst><al>Gebruikelijke hulp is een objectieve norm. Dat betekent dat het college onderzoekt of een huisgenoot redelijkerwijs in staat is om de taken uit te voeren. Of iemand de taken wil doen of ze leuk vindt, speelt bij de beoordeling geen rol.</al><al /><al>Bij het bepalen van wat iemand kan bijdragen, kijkt het college naar:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Fysieke en mentale vermogens:</nadruk> Is de huisgenoot lichamelijk en geestelijk gezond genoeg om de taken over te nemen?</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Praktische vaardigheden:</nadruk> Beschikt de huisgenoot over de nodige vaardigheden voor de specifieke taak? We verwachten bijvoorbeeld niet dat iemand de administratie of complexe planning overneemt als diegene daar door een beperking of structurele belemmering niet toe in staat is.</al><al><nadruk type="cur">Let op: het niet gewend zijn om een taak uit te voeren (zoals koken of schoonmaken) is geen reden voor een maatwerkvoorziening; als iemand leerbaar is, wordt verwacht dat diegene deze vaardigheden aanleert.</nadruk></al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">De onderlinge relatie:</nadruk> Hoe nauwer de band (zoals partners of ouders/kinderen), hoe meer hulp als gebruikelijk wordt beschouwd.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Aard van de hulp:</nadruk> We maken onderscheid tussen uitstelbare taken (zoals de was) en niet-uitstelbare taken (zoals medicatie-inname).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Werk en studie:</nadruk> Een drukke baan of studie is in principe geen reden om geen gebruikelijke hulp te bieden. Uitstelbare taken worden geacht naast de eigen daginvulling te kunnen worden gedaan.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>6.2</nr><titel>Wat valt onder gebruikelijke hulp?</titel></kop><structuurtekst><al>Gebruikelijke hulp is breder dan alleen het huishouden. Het gaat om alle taken die mensen in een gezamenlijk huishouden normaal gesproken voor elkaar doen:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Huishouden:</nadruk> Schoonmaken, de was doen, afwassen en de dagelijkse boodschappen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Organisatie en administratie:</nadruk> Het regelen van de post, het betalen van rekeningen en het plannen van afspraken.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Begeleiding:</nadruk> Het ondersteunen bij of begeleiden naar bezoeken aan de huisarts of het ziekenhuis. Ook het bieden van structuur bij lichte psychische klachten valt hieronder.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>6.3</nr><titel>Richtlijnen per leeftijd</titel></kop><structuurtekst><al>Voor kinderen en jongeren gelden specifieke landelijke normen (VNG/CRvB) om te voorkomen dat zij overbelast raken in hun ontwikkeling:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Tot 5 jaar:</nadruk> Geen bijdrage.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">5 tot 12 jaar:</nadruk> Lichte taken die bij de leeftijd passen (bijv. eigen speelgoed opruimen, tafeldekken).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">12 tot 18 jaar:</nadruk> Een substantiële bijdrage (bijv. eigen kamer schoonhouden, vaatwasser inruimen, lichte schoonmaak, kleine boodschappen).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">18 tot 23 jaar:</nadruk> Worden geacht een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren (alle lichte en zware taken voor zichzelf, de was en eigen administratie).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Vanaf 23 jaar:</nadruk> Worden geacht een volledig huishouden te kunnen voeren voor de hele leefeenheid. Zij kunnen alle huishoudelijke taken, de organisatie en de begeleiding van andere gezinsleden volledig overnemen.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>6.4</nr><titel>Ruimte voor individuele omstandigheden (Maatwerk)</titel></kop><structuurtekst><al>Hoewel de norm streng is, kijkt het college volgens artikel 4 lid 3 van de verordening altijd naar de menselijke maat. We wijken af van de standaardnorm in de volgende situaties:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Fysieke of mentale beperkingen:</nadruk> Als een huisgenoot zelf medische of psychische belemmeringen heeft waardoor hulp bieden feitelijk niet mogelijk is.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">(Dreigende) overbelasting:</nadruk> Wanneer de huisgenoot de extra taken fysiek of mentaal niet langer kan dragen. We kunnen dan tijdelijk ondersteuning inzetten (respijtzorg) om de situatie stabiel te houden.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Bijzondere gezinssituaties:</nadruk> Bijvoorbeeld in een terminale fase of bij zeer complexe problematiek waarbij de inzet van de leefeenheid de draagkracht onredelijk zou aantasten.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>– Leveringsvormen</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>Wanneer een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, wordt samen met de inwoner gekeken welke leveringsvorm het beste aansluit bij diens persoonlijke situatie en mogelijkheden. </al><al>In dit hoofdstuk wordt de uitvoering van artikel 8 en 11 van de verordening nader ingevuld.</al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>7.1</nr><titel>Zorg in natura (ZIN)</titel></kop><structuurtekst><al>Zorg in natura is de basisvorm van ondersteuning in Rijswijk. Het college biedt deze vorm aan om de inwoner volledig te ontzorgen bij de organisatie en administratie van de hulp. De gemeente waarborgt de kwaliteit via contracten met geselecteerde aanbieders en leveranciers.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>7.2</nr><titel>Het persoonsgebonden budget (pgb):</titel></kop><structuurtekst><al>Het pgb is bedoeld voor inwoners die zelf de regie willen voeren over hun ondersteuning. Het biedt de vrijheid om de hulp precies zo in te richten als men dat wenst, maar stelt ook eisen aan de zelfredzaamheid.</al></structuurtekst><artikel><kop><label /><nr>7.2.1</nr><titel>De visie achter het pgb </titel></kop><al>Het pgb is een bewuste keuze voor eigen regie. Het is met name geschikt voor inwoners met een specifieke hulpvraag die niet goed binnen het aanbod in natura past, of voor inwoners die vanuit een eigen overtuiging zelf hun hulpverleners willen selecteren.</al></artikel><artikel><kop><label /><nr>7.2.2</nr><titel>Onderscheid immateriële en materiële maatwerkvoorzieningen</titel></kop><al>Bij de verstrekking van een pgb maakt de wet onderscheid tussen twee vormen van ondersteuning:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Immateriële maatwerkvoorzieningen (Begeleiding en Huishoudelijke hulp):</nadruk> Dit pgb wordt ingezet voor het inkopen van ondersteuning bij professionals of het sociale netwerk. De hoogte van het budget is gekoppeld aan de resultaatgebieden en tredes zoals beschreven in hoofdstuk 8 en de tarieven in hoofdstuk 11. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Materiële maatwerkvoorzieningen (Hulpmiddelen en woningaanpassingen):</nadruk> Dit pgb wordt gebruikt voor de aanschaf van een tastbaar middel. De hoogte van het budget wordt bepaald op basis van offertes of de prijs van een vergelijkbare maatwerkvoorziening in natura, inclusief een vergoeding voor onderhoud en verzekering (zie hoofdstuk 10).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>7.2.3</nr><titel>Het budgetplan</titel></kop><al>Bij een pgb voor een immateriële maatwerkvoorziening stelt de inwoner een budgetplan op. Dit plan is voor het college hét middel om te beoordelen of het pgb veilig, rechtmatig en doelmatig wordt ingezet. De inwoner legt hierin uit waarom de keuze op een pgb valt en hoe de kwaliteit van de ondersteuning wordt bewaakt.</al></artikel><artikel><kop><label /><nr>7.2.4</nr><titel>Beoordeling van pgb-vaardigheid</titel></kop><al>Het college beoordeelt de bekwaamheid van de inwoner (of diens vertegenwoordiger) op basis van de landelijke '10 punten voor pgb-vaardigheid' van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De inwoner of de gekozen pgb-vertegenwoordiger moet ten minste over deze kennis en vaardigheden beschikken om zelfstandig de zorg te kunnen inkopen, aansturen en verantwoorden. </al><al /><al>Het college weigert de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb als er sprake is van gegronde twijfel over deze bekwaamheid, of wanneer sprake is van de volgende lokale uitsluitingsgronden:</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Financieel risico:</nadruk> De aanwezigheid van problematische schulden of eerdere fraude, omdat dit een direct risico vormt voor de rechtmatige besteding van het budget.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Gebrek aan betrokkenheid:</nadruk> Het niet actief betrokken zijn van de budgethouder (of vertegenwoordiger) bij het gehele proces, zoals het onderzoek, de evaluaties en het contact met de gemeente.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Onafhankelijke vertegenwoordiging:</nadruk> Om de objectiviteit te bewaken, moeten het beheer van het pgb (de vertegenwoordiging) en de uitvoering van de zorg in de basis gescheiden zijn. De pgb-vertegenwoordiger mag daarom niet tegelijkertijd de uitvoerende zorgverlener zijn, noch een financiële relatie met de zorgaanbieder hebben.</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="cur">Uitzondering (Maatwerk bij een smal netwerk):</nadruk> Enkel in zeer uitzonderlijke situaties kan het college gemotiveerd afwijken van deze scheiding tussen geld en zorg. Dit kan uitsluitend als de inwoner - de budgethouder een heel smal sociaal netwerk heeft, er aantoonbaar niemand anders beschikbaar is, én de beoogde pgb-vertegenwoordiger/zorgverlener een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is van de inwoner. De Wmo-consulent toetst hierbij op drie punten:</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Veiligheid en regie:</nadruk> Is het veilig en blijft de inwoner zelf de baas over de zorg? (Er mag geen financiële of mentale afhankelijkheid ontstaan).</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Volhoudbaarheid:</nadruk> Kan het familielid de dubbelrol (zowel de administratie regelen als de zorg uitvoeren) fysiek en mentaal aan zonder overbelast te raken? </al></li><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Noodzaak:</nadruk> Blijft de inwoner zonder zorg achter als we dit pgb weigeren, omdat er bijvoorbeeld ook geen passend Zorg in Natura-aanbod is?</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>7.2.5</nr><titel>Inzet van het sociale netwerk</titel></kop><al>Rijswijk waardeert de inzet van naasten, maar is terughoudend met betaling uit een pgb voor hulp die normaal gesproken 'gebruikelijk' is (zie Hoofdstuk 6). De focus ligt op de continuïteit van de zorg en het voorkomen van overbelasting van de naaste.</al></artikel><artikel><kop><label /><nr>7.2.6</nr><titel>SVB en Trekkingsrecht</titel></kop><al>In de gemeente Rijswijk werken we met het systeem van trekkingsrecht via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Dit betekent dat het pgb-bedrag niet op de rekening van de inwoner wordt gestort, maar bij de SVB klaarstaat voor de betaling van ingediende declaraties. Door te werken met declaraties op basis van feitelijk geleverde ondersteuning, behoudt de inwoner de regie en wordt voorkomen dat er budget wordt uitgekeerd wanneer er door bijvoorbeeld vakantie of ziekte geen hulp is verleend.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Regels rondom het maandloonmodel </nadruk></nadruk></al><al>Het is in de basis niet toegestaan om een vast maandsalaris af te spreken met een zorgverlener. Betaling vindt uitsluitend plaats op basis van de feitelijk gewerkte uren of dagdelen. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Uitzonderingen </nadruk></nadruk></al><al>Alleen in zeer uitzonderlijke situaties kan het college toestemming geven voor een maandloonmodel. Hierbij moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Stabiliteit:</nadruk> De zorgsituatie is al minimaal één jaar ongewijzigd en de verwachting is dat dit zo blijft. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Administratieve last:</nadruk> De inwoner kan aantonen dat de wekelijkse urenverantwoording leidt tot een administratieve belasting die niet in verhouding staat tot het toezicht. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Geen betaling bij afwezigheid:</nadruk> Ook bij een maandloonmodel mag er niet worden doorbetaald tijdens vakantie of ziekte van de hulpverlener.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>7.3</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><structuurtekst><al>Voor specifieke maatwerkvoorzieningen verstrekt het college een financiële tegemoetkoming. Dit zijn forfaitaire (vaste) bedragen waarmee de inwoner zelf de oplossing realiseert. Door te werken met vaste bedragen blijven de administratieve lasten voor de inwoner zo laag mogelijk; er hoeven geen bewijsstukken of facturen ingeleverd te worden. Het college vertrouwt erop dat de inwoner de tegemoetkoming besteedt aan het doel waarvoor deze is verstrekt.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Verhuizen en stoffering:</nadruk> Als verhuizen naar een geschikte woning de 'goedkoopst compenserende' oplossing is, ontvangt de inwoner een vast bedrag (forfaitair). Dit bedrag is een tegemoetkoming in de kosten voor de verhuizing en de nieuwe inrichting (vloer, gordijnen, behang).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Eigen vervoer (auto/taxi):</nadruk> Wanneer collectief vervoer niet mogelijk is, vergoedt de gemeente de variabele kosten voor het gebruik van een eigen auto of (rolstoel)taxi. Dit bedrag is gebaseerd op een jaarlijks gemiddelde van 1500 kilometer.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Bedragen:</nadruk> De actuele hoogte van deze vergoedingen zijn vastgelegd in Bijlage 1. Het college past deze bedragen periodiek aan op basis van marktontwikkelingen en Nibud-normen. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>– Immateriële maatwerkvoorzieningen (diensten)</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>Dit hoofdstuk beschrijft de maatwerkvoorzieningen waarbij zorgverleners worden ingezet om de inwoner te ondersteunen. In de regio H5 (Rijswijk, Delft, Midden-Delfland, Westland en Pijnacker-Nootdorp) werken we met een specifieke systematiek om dit te organiseren.</al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>8.1</nr><titel>Resultaatgericht indiceren</titel></kop><structuurtekst><al>Alle ondersteuning in dit hoofdstuk wordt resultaatgericht geïndiceerd volgens de regionale H5-systematiek. Dit betekent dat niet de tijd (uren), maar het te behalen resultaat centraal staat. </al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">De Tredes:</nadruk> Om de zwaarte van de ondersteuning te bepalen, wordt gebruikgemaakt van vijf niveaus ('tredes'). Hoe complexer de situatie of hoe groter de overname van taken, hoe zwaarder de trede. Rijswijk hanteert een schaal waarbij trede 1 de zwaarste en trede 5 de lichtste ondersteuning betreft. Aan elke trede is een vast maandtarief gekoppeld. Dit tarief stelt de aanbieder in staat om het resultaat binnen de betreffende trede te behalen, ongeacht het aantal uren dat hiervoor feitelijk wordt ingezet.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Het WAT en het HOE:</nadruk> Het college stelt vast <nadruk type="cur">wat</nadruk> het te bereiken resultaat is en welke <nadruk type="cur">trede</nadruk> daarbij past. De zorgaanbieder bepaalt in overleg met de inwoner <nadruk type="cur">hoe</nadruk> dit resultaat wordt behaald.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Geen uren:</nadruk> In de beschikking staat het resultaatgebied en de bijbehorende trede. Er wordt geen vast aantal uren genoemd, zodat de aanbieder flexibel kan inspelen op de actuele behoefte.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>8.2</nr><titel>Ondersteuning en regie bij het huishouden (ORH)</titel></kop><structuurtekst><al>Wat we in de volksmond 'huishoudelijke hulp' noemen, noemen we officieel Ondersteuning en Regie bij het Huishouden. Het doel is een schoon en leefbaar huis.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Schoon en leefbaar:</nadruk> Dit betekent dat de ruimtes die dagelijks in gebruik zijn (zoals de woonkamer, slaapkamer, keuken en badkamer) hygiënisch schoon zijn.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Objectieve norm (de Schouw):</nadruk> Of een huis schoon en leefbaar is, meten we niet op gevoel, maar met een objectieve meetlat: de 'Schouw'. Dit zijn professionele richtlijnen voor hygiëne.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Regie:</nadruk> De Wmo- consulent bepaalt of de inwoner zelf de regie kan voeren (alleen hulp bij het poetsen) of dat de aanbieder de regie moet overnemen (ook het organiseren en plannen van het huishouden).</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>8.3</nr><titel>Begeleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Deze maatwerkvoorziening richt zich op het behoud of het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie. De Wmo-consulent stelt per resultaatgebied de benodigde trede vast. Volgens de regionale systematiek onderscheidt het college de volgende gebieden:</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Sociaal persoonlijk functioneren:</nadruk> Ondersteuning bij het organiseren van het dagelijks leven en sociaal contact.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Financiën:</nadruk> Ondersteuning bij het op orde krijgen en houden van de administratie en financiële stabiliteit.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Huisvesting:</nadruk> Ondersteuning bij het aanleren van vaardigheden om zelfstandig te kunnen (blijven) wonen of het kunnen beschikken en behouden van een passende toereikende woning.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Dagbesteding:</nadruk> Ondersteuning bij het op zinvolle wijze invullen van de dag wanneer de inwoner hierbij regie of structuur mist.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Gezondheid:</nadruk> Ondersteuning bij het omgaan met ziekte of beperking en een gezonde leefstijl.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>8.4</nr><titel>Aanvullende resultaten</titel></kop><structuurtekst><al>Soms is er naast de ondersteuning uit 8.2 en 8.3 een aanvullend resultaat nodig. Het college volgt hierbij de regionale H5-systematiek. De belangrijkste kaders zijn:</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Wasverzorging:</nadruk> Inwoners maken in principe gebruik van de algemene wasservice. Maatwerk is alleen mogelijk indien de algemene wasservice in een specifiek geval niet passend is. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij:</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Regieverlies:</nadruk> De inwoner kan de wasservice niet zelfstandig of met ondersteuning vanuit zijn netwerk organiseren.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Medische noodzaak:</nadruk> Noodzaak voor een specifiek hygiëneprotocol.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Bijzondere persoonlijke omstandigheden:</nadruk> Zwaarwegende redenen, zoals een traject voor schuldsanering in combinatie met bewindvoering.</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Maaltijdmaatwerkvoorziening</nadruk> Het aanschaffen en/of het thuisbezorgen van maaltijden (zoals een maaltijdservice of kant-en-klaarmaaltijden) is in de basis algemeen gebruikelijk. Een aanvullend maatwerkresultaat is alleen mogelijk wanneer de inwoner hulp nodig heeft bij:</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Bereiding:</nadruk> Het klaarmaken van een broodmaaltijd of het opwarmen van een maaltijd. Onder 'bereiden' wordt in de basis uitdrukkelijk niet het uitgebreid koken van een warme maaltijd verstaan.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Toezicht en activatie:</nadruk> Het bieden van toezicht, stimulans of sturing tijdens het nuttigen van de maaltijd, wanneer de inwoner dit door regieverlies (bijvoorbeeld door dementie of cognitieve beperkingen) niet meer zelfstandig kan structureren.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Uitzondering (Koken bij medische noodzaak):</nadruk> Alleen in zeer uitzonderlijke situaties, waarin objectief is vastgesteld dat een kant-en-klaarmaaltijd of reguliere maaltijdservice aantoonbaar géén oplossing biedt, kan ondersteuning bij het koken van een warme maaltijd worden ingezet. Dit is uitsluitend aan de orde als er sprake is van een dwingende, medische noodzaak (zoals een complex medisch dieet of ernstige allergie) waardoor de maaltijd uitsluitend vers en op maat bereid kan worden.</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Ondersteuning buiten kantoortijden:</nadruk> Inzet buiten reguliere tijden als de inwoner bijvoorbeeld overdag werkt of een opleiding volgt.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Toeleiding naar dagbesteding:</nadruk> Kortdurende inzet om de drempel naar participatie te verlagen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Kindzorg:</nadruk> Tijdelijke ondersteuning bij de verzorging en opvang van gezonde kinderen (tot 12 jaar) bij plotselinge, acute uitval van de ouder(s) of verzorger(s).</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Tijdelijk karakter (in beginsel 3 maanden):</nadruk> Deze maatwerkvoorziening is nadrukkelijk bedoeld als kortdurende overbrugging. Van de ouders/verzorgers wordt verwacht dat zij deze periode actief benutten om te zoeken naar een structurele, eigen oplossing (zoals de inzet van het sociale netwerk, kinderopvang of buitenschoolse opvang).</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Toetsing bij uitstroom:</nadruk> Voordat de voorziening na de indicatieperiode wordt beëindigd, toets de Wmo-consulent actief of de situatie stabiel is en of er daadwerkelijk een passend en veilig alternatief is gevonden. Indien dit door aantoonbare overmacht nog niet is gelukt, kan de voorziening gemotiveerd en kortstondig worden verlengd om het gat naar de structurele oplossing te overbruggen.</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Vervoer naar dagbesteding:</nadruk> Wanneer de inwoner niet zelfstandig naar de dagbesteding kan reizen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Waakvlam:</nadruk> Periodiek contact om terugval bij stabiele inwoners te voorkomen.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>8.5</nr><titel>Ontmoetingscentra en Kortdurend verblijf</titel></kop><structuurtekst><al>Om mantelzorgers te ondersteunen en te voorkomen dat zij overbelast raken, biedt de gemeente verschillende mogelijkheden. We vinden het belangrijk dat mantelzorgers de zorg voor hun naaste volhouden. In Rijswijk zetten we daarom in op de volgende twee vormen van respijtzorg: </al><al /><al><nadruk type="vet">Ontmoetingscentra (Algemene voorziening)</nadruk></al><al>De ontmoetingscentra zijn specifiek bedoeld voor inwoners met (beginnende) dementie en hun mantelzorgers. </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Toegang:</nadruk> Inwoners kunnen hier zonder onderzoek van de gemeente rechtstreeks terecht. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Omvang:</nadruk> Het ondersteunende dagprogramma bedraagt maximaal 6 dagdelen per week.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Doel:</nadruk> Het doel is tweeledig: de inwoner krijgt structuur en een zinvolle dag, waardoor de mantelzorger de zorg even kan loslaten. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Wlz-grens:</nadruk> Wanneer de ondersteuningsbehoefte zo groot wordt dat het ontmoetingscentrum niet meer voldoende of veilig is, wordt de inwoner doorverwezen naar de Wet langdurige zorg (Wlz)</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Kortdurend verblijf (Maatwerkvoorziening)</nadruk></al><al>Kortdurend verblijf (logeren) is een tijdelijke of periodieke overname van de volledige zorg om de mantelzorger te ontlasten. Dit is alleen aan de orde als de inwoner permanent toezicht/ aansturing nodig heeft dat niet op een andere manier kan worden opgelost. </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Toegang:</nadruk> Dit is alleen aan de orde als de inwoner permanent toezicht nodig heeft dat niet op een andere manier kan worden opgelost. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Omvang:</nadruk> De omvang bedraagt maximaal 3 etmalen per week met een absoluut maximum van 78 etmalen per kalenderjaar. Om een vakantie of langere afwezigheid van de mantelzorger mogelijk te maken, kunnen etmalen worden opgespaard tot een aaneengesloten periode van maximaal vier weken per kalenderjaar.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Doel:</nadruk> Het doel is het tijdelijk of periodiek ontlasten van de mantelzorger (respijtzorg), zodat deze de zorg thuis kan blijven volhouden. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Wlz-grens:</nadruk> Indien er structureel meer ondersteuning of permanent toezicht nodig is, is kortdurend verblijf niet meer de passende oplossing en wordt de inwoner doorverwezen naar de Wet langdurige zorg (Wlz).</al></li></lijst><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">De grens tussen Wmo en Wlz</nadruk></nadruk></al><al>Wanneer de ondersteuningsbehoefte zo groot wordt dat de algemene maatwerkvoorziening (zoals het ontmoetingscentrum) niet meer voldoende is, onderzoekt de Wmo-consulent of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Hierbij wordt getoetst aan de Wet langdurige zorg (Wlz). </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Weigering bij Wlz-aanspraak:</nadruk> Het college kan een maatwerkvoorziening weigeren als de inwoner al recht heeft op zorg vanuit de Wlz. Het college ondersteunt de inwoner bij de overgang naar de Wlz, zodat de ondersteuning ononderbroken doorgaat. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Meewerkverplichting:</nadruk> Als er sterke aanwijzingen zijn dat de inwoner recht heeft op Wlz-zorg, maar weigert mee te werken aan de aanvraag daarvoor, kan het college de maatwerkvoorziening weigeren. De wet is immers een vangnet en geen vervanging voor de langdurige zorg</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>8.6</nr><titel>Leveringsvorm pgb bij immateriële voorzienigen </titel></kop><structuurtekst><al>De resultaten en tredes zoals beschreven in dit hoofdstuk kunnen zowel in natura als via een pgb worden behaald. Wanneer de inwoner kiest voor een pgb, gelden de algemene voorwaarden en bekwaamheidseisen uit hoofdstuk 7.2. </al><al /><al>De hoogte van het budget wordt voor de verschillende resultaatgebieden en tredes vastgesteld op basis van de tarieven voor formele of informele hulp, zoals vastgelegd in de financiële bepalingen (zie hoofdstuk 11.2).</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>– Beschermd wonen en opvang</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>De maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en opvang worden in regionaal verband uitgevoerd. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de toegang tot deze maatwerkvoorzieningen voor inwoners van Rijswijk is geregeld.</al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>9.1</nr><titel>Beschermd Wonen (BW)</titel></kop><structuurtekst><al>Beschermd wonen is bedoeld voor inwoners met psychische of psychosociale problemen die (tijdelijk) niet volledig zelfstandig kunnen wonen. Zij hebben behoefte aan een veilige woonomgeving met 24 uur per dag toezicht.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Vormen van toezicht:</nadruk> Afhankelijk van de situatie kan dit toezicht op twee manieren worden ingevuld:</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Nabijheid:</nadruk> De begeleiding is 24/7 fysiek in de directe nabijheid aanwezig.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Bereikbaarheid:</nadruk> De begeleiding is 24/7 direct oproepbaar en beschikbaar (de mildere variant).</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Het onderzoek:</nadruk> De gemeente Rijswijk voert zelf het onderzoek uit na de melding. Wij kijken of beschermd wonen noodzakelijk is of dat de inwoner met extra hulp (zie Hoofdstuk 8) toch zelfstandig kan blijven wonen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Besluitvorming door Den Haag:</nadruk> Rijswijk werkt nauw samen met de centrumgemeente Den Haag. Op basis van ons onderzoek neemt Den Haag, namens het college van rijswijk, het definitieve besluit over de toekenning en de plaatsing. Wij volgen hierbij de regels en het beleid van de gemeente Den Haag.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Wachttijd en overbrugging:</nadruk> Als er een wachttijd is voor een plek, organiseert Rijswijk waar nodig passende overbruggingszorg in de huidige woonsituatie van de inwoner.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Casusregie en monitoring:</nadruk> Gedurende de wachttijd blijft de gemeente Rijswijk verantwoordelijk voor de casusregie. De Wmo-consulent van de gemeente Rijswijk blijft het vaste aanspreekpunt voor de inwoner tot aan plaatsing.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Wachttijdevaluatie:</nadruk> De Wmo-consulent voert periodiek overleg met de inwoner om te evalueren of de situatie stabiel is. Als de zorgvraag wijzigt of de situatie verslechtert, beoordeelt de Wmo-consulent of de overbruggingszorg moet worden aangepast of dat er (bij de centrumgemeente Den Haag) een heroverweging van de urgentie noodzakelijk is.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>9.2</nr><titel>Maatschappelijke Opvang (MO)</titel></kop><structuurtekst><al>De maatschappelijke opvang is er voor inwoners die feitelijk dakloos zijn (of dreigen te worden) en zichzelf niet op eigen kracht staande kunnen houden.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Centrale toegang:</nadruk> De toegang tot de opvang verloopt via het Daklozenloket van de gemeente Den Haag. Zij beoordelen of de inwoner recht heeft op een plek in de opvang.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Preventie in Rijswijk:</nadruk> De focus van Rijswijk ligt op het voorkomen van dakloosheid. Wij zetten vroegtijdig lokale ondersteuning in om bijvoorbeeld huisuitzettingen door schulden te voorkomen.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>9.3</nr><titel>Opvang bij huiselijk geweld</titel></kop><structuurtekst><al>Voor inwoners die hun huis moeten ontvluchten vanwege onveiligheid of (dreiging met) geweld, is er de vrouwen- en mannenopvang.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Regionale toeleiding:</nadruk> De intake en plaatsing worden verzorgd door de organisatie Arosa. Zij kijken welke plek in Nederland op dat moment het meest veilig en passend is.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>– Materiële maatwerkvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>Dit hoofdstuk bevat de regels voor tastbare maatwerkvoorzieningen (hulpmiddelen, vervoersmiddelen en woonmaatwerkvoorzieningen).</al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>10.1</nr><titel>Leveringsvormen en beheer</titel></kop><structuurtekst><al>Een inwoner heeft de keuze tussen een verstrekking in ZIN of pgb, mits wordt voldaan aan de criteria zoals beschreven in Hoofdstuk 7 van deze beleidsregels. Wie verantwoordelijk is voor het onderhoud, de reparaties en de verzekering, hangt af van de gekozen leveringsvorm.</al></structuurtekst><artikel><kop><label /><nr>10.1.1</nr><titel>Zorg in natura (ZIN)</titel></kop><al>Bij de keuze voor een maatwerkvoorziening in natura bepaalt het college op basis van doelmatigheid de verstrekkingsvorm. We maken hierbij onderscheid tussen losse hulpmiddelen en bouwkundige (nagelvaste) aanpassingen: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Losse hulpmiddelen (&lt; € 500,-):</nadruk> Worden doorgaans in <nadruk type="vet">eigendom</nadruk> verstrekt. De inwoner wordt eigenaar en is zelf verantwoordelijk voor onderhoud, reparatie en verzekering. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Losse hulpmiddelen (≥ € 500,-):</nadruk> Worden in <nadruk type="vet">bruikleen</nadruk> verstrekt. De gemeente blijft eigenaar van het hulpmiddel. Het college draagt via de gecontracteerde leverancier zorg voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Bouwkundige en nagelvaste aanpassingen:</nadruk> Aanpassingen die vastzitten aan de woning (behalve trapliften, zoals een badkamer- of keukenaanpassing), worden nooit in bruikleen verstrekt. Deze worden na oplevering direct eigendom van de huiseigenaar. De gemeente is daarna niet verantwoordelijk voor het onderhoud of de reparatie hiervan.</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="cur">Uitzondering (altijd bruikleen):</nadruk> Ongeacht de prijs worden trapliften, tilliften, deurdrangers, scootmobielstallingen (scootsafes) and specifieke drempelhulpen altijd in bruikleen verstrekt. Voor deze specifieke hulpmiddelen vergoedt de gemeente wel het onderhoud en de reparaties.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>10.1.2</nr><titel>Persoonsgebonden budget (pgb)</titel></kop><al>Als de inwoner kiest voor een pgb om zelf een hulpmiddel of woningaanpassing aan te schaffen, gelden de volgende regels voor de vaststelling van de hoogte van het budget: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Toereikend en vergelijkbaar:</nadruk> Het pgb is in beginsel gelijk aan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura. We baseren ons hierbij op de prijsafspraken met onze gecontracteerde leveranciers of op minimaal twee door de Wmo-consulent goedgekeurde offertes. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Eigendom en verantwoordelijkheid:</nadruk> In tegenstelling tot ZIN (bruikleen) wordt een via pgb aangeschaft hulpmiddel of woningaanpassing altijd eigendom van de inwoner. De inwoner is daarmee zelf verantwoordelijk voor de aanschaf, het beheer en het tijdig organiseren van onderhoud en reparaties.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Onderhoud, reparatie en verzekering hulpmiddelen:</nadruk> Het college neemt in de beschikking een jaarlijks budget op voor deze kosten; dit bedrag is gemaximeerd op 10% van het door de gemeente beschikbaar gestelde pgb-aanschafbudget (de tegenwaarde van de natura-voorziening). Eventuele extra onderhouds- of reparatiekosten door een luxere, eigen bijbetaalde voorziening komen volledig voor rekening van de inwoner.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>10.2</nr><titel>Zorgvuldig gebruik en verzekering</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente stelt kostbare hulpmiddelen en aanpassingen ter beschikking om de zelfredzaamheid van inwoners te ondersteunen. Wij gaan er daarom vanuit dat de inwoner hier zorgvuldig mee omgaat.</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Zorgvuldig gebruik: </nadruk>De inwoner is verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud en een veilig gebruik van de maatwerkvoorziening.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Schade en verwijtbaarheid:</nadruk> Gaat een maatwerkvoorziening verloren of raakt deze beschadigd door roekeloosheid of aantoonbare onoplettendheid? Dan kan het college het recht op gebruik van de maatwerkvoorziening (de indicatie) beëindigen.</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="cur">Voorbeeld:</nadruk> Schade doordat een scootmobiel, zonder bescherming, buiten in de regen is blijven staan, of diefstal omdat de sleutel in het contactslot zat. In dergelijke gevallen moet de inwoner zelf voor herstel of vervanging zorgen.</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Verzekering van woningaanpassingen:</nadruk> Bij nagelvaste aanpassingen (zoals een traplift, een aanbouw of een aangepaste keuken) kan de waarde van de woning stijgen.</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>De inwoner is verplicht deze waardestijging door te geven aan de eigen opstalverzekeraar.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Schade door bijvoorbeeld brand of lekkage die niet gedekt is omdat de verzekering niet is aangepast, komt niet voor rekening van de Wmo.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>10.3</nr><titel>Inleveren en verwijderen van maatwerkvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Wanneer een maatwerkvoorziening niet meer wordt gebruikt, bijvoorbeeld door verhuizing of overlijden, gelden de volgende regels voor het verwijderen van het hulpmiddel of de aanpassing:</al></structuurtekst><artikel><kop><label /><nr>10.3.1</nr><titel>Maatwerkvoorzieningen in bruikleen (ZIN) </titel></kop><al>Omdat de gemeente de eigenaar blijft van deze hulpmiddelen, moeten deze bij beëindiging worden ingeleverd.</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Ophalen:</nadruk> De gecontracteerde leverancier haalt het hulpmiddel (zoals een scootmobiel of losse unit) op.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Woningaanpassingen (nagelvast):</nadruk> Gaat het om een hulpmiddel dat aan de woning vastzit (zoals een traplift)? Dan haalt de leverancier alleen het hulpmiddel zelf weg en neemt dit mee.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Herstel van de woning:</nadruk> De kosten voor het volledig in de oude staat terugbrengen van de woning (zoals het dichtmaken van gaten, herstellen van vloerbedekking of schilderwerk) komen niet voor rekening van de gemeente. Dit is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de woning (de inwoner of de verhuurder).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>10.3.2</nr><titel>Maatwerkvoorzieningen in eigendom (pgb en zin &lt; € 500,-) </titel></kop><al>Wanneer een maatwerkvoorziening in eigendom is verstrekt, is de inwoner (of zijn erfgenaam) de eigenaar van het product.</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Verwijdering en afvoer:</nadruk> De inwoner is zelf verantwoordelijk voor het verwijderen of afvoeren van de maatwerkvoorziening. De gemeente haalt deze goederen niet op en vergoedt de kosten voor verwijdering niet.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Geen restwaarde:</nadruk> Er vindt geen verrekening plaats van de restwaarde van de maatwerkvoorziening met de gemeente.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>10.4</nr><titel>Woonmaatwerkvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Het doel van een woonmaatwerkvoorziening is dat de inwoner normaal kan functioneren in en om de woning. Dit betreft de basisfuncties: o.a. slapen, lichaamsreiniging, het bereiden en nuttigen van maaltijden en het veilig betreden van en het verplaatsen binnen de woning.</al></structuurtekst><artikel><kop><label /><nr>10.4.1</nr><titel>Het primaat van verhuizen</titel></kop><al>Wanneer een woning door beperkingen niet meer geschikt is voor de inwoner, onderzoekt het college wat de meest passende en duurzame oplossing is. Er wordt een afweging gemaakt tussen het aanpassen van de huidige woning en een verhuizing naar een woning die al geschikt is. Wanneer de kosten voor de noodzakelijke woningaanpassing hoger zijn dan € 10.000, -, is verhuizing in de basis de voorliggende oplossing.</al><al /><al>Bij deze afweging houdt het college altijd rekening met:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Medische noodzaak:</nadruk> De snelheid waarmee het woonprobleem moet worden opgelost (richtlijn maximaal 6 maanden).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Sociale en financiële factoren:</nadruk> De haalbaarheid van een verhuizing en de sociale gevolgen voor de inwoner.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Marktsituatie:</nadruk> De feitelijke beschikbaarheid van passende woningen.</al></li></lijst><al>Indien verhuizen op basis van dit primaat de gekozen oplossing is, ontvangt de inwoner een vaste (forfaitaire) tegemoetkoming van € 3.000, - voor de verhuizing en herinrichting.</al></artikel><artikel><kop><label /><nr>10.4.2</nr><titel>Preventief verhuizen</titel></kop><al>Rijswijk stimuleert inwoners met een beginnende ondersteuningsbehoefte of een progressieve aandoening om tijdig naar een passende woning te verhuizen. Door te verhuizen nog vóórdat een situatie acuut wordt, behoudt de inwoner de regie en worden ingrijpende aanpassingen op een later moment voorkomen. Een besluit voor preventief verhuizen is 36 maanden geldig.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">De Wmo-check </nadruk></nadruk></al><al>Om voor een tegemoetkoming bij preventief verhuizen in aanmerking te komen, voert de Wmo-consulent een check uit op de volgende punten:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Verwachte beperking:</nadruk> Er is een medische onderbouwing of een duidelijke constatering dat de huidige woning door de fysieke situatie van de inwoner binnen afzienbare tijd (richtlijn 24 tot maximaal 36 maanden) ontoegankelijk wordt. Als er sprake is van een progressief ziektebeeld, kan de Wmo-consulent gemotiveerd afwijken van deze maximale termijn als nu al vaststaat dat de woning in de toekomst ongeschikt wordt.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Geschiktheid nieuwe woning:</nadruk> De nieuwe woning moet 'leeftijdsadequaat' of levensloopbestendig zijn. Dit betekent dat de woning drempelloos is en dat essentiële functies (wassen, slapen, koken) op de begane grond of per lift bereikbaar zijn en dat er—indien van toepassing—een geschikte en bereikbare stallingsmogelijkheid is voor hulpmiddelen (zoals een scootmobiel of rolstoel).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Resultaat:</nadruk> De verhuizing moet een duurzame oplossing bieden die toekomstige aanvragen voor zware woningaanpassingen (zoals een traplift) voorkomt.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Bij een positieve Wmo-check heeft de inwoner bij verhuizing recht op de forfaitaire vergoeding van € 3.000, -.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>10.4.3</nr><titel>Eigen verantwoordelijkheid bij verhuizing</titel></kop><al>Van inwoners die verhuizen, wordt verwacht dat zij zelf zoeken naar een woning die zo geschikt mogelijk is voor hun (toekomstige) situatie. Het college weigert een woningaanpassing in de nieuwe woning in de volgende situaties:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Verhuizing zonder medische noodzaak:</nadruk> Als er in de verlaten woning geen problemen werden ervaren, is de verhuizing zelf de oorzaak van het woonprobleem. Een aanpassing wordt dan geweigerd, tenzij er een belangrijke reden voor de verhuizing was (zoals huwelijk, samenwoning of werk elders).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Keuze voor een ongeschikte woning:</nadruk> Als een inwoner met een bekende ondersteuningsbehoefte verhuist naar een woning die niet geschikt of eenvoudig aan te passen is, worden achteraf geen zware aanpassingen vergoed.</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Omkering van de bewijslast:</nadruk> Verhuist een inwoner met een ondersteuningsbehoefte zonder vooraf afstemming te zoeken of toestemming te vragen aan het college? Dan ligt de bewijslast bij de inwoner. De inwoner moet in dat geval met controleerbare gegevens zelf aannemelijk maken dat er op dat moment geen andere, geschikte woning beschikbaar was in de markt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>10.4.4</nr><titel>Bezoekbaar maken en dubbel hoofdverblijf</titel></kop><al>In Rijswijk vinden we het belangrijk dat inwoners met een beperking deel kunnen blijven uitmaken van hun sociale omgeving. Afhankelijk van de situatie maken we onderscheid tussen het 'bezoekbaar' maken van een woning en het ondersteunen van kinderen in een co-ouderschapssituatie.</al><al /><al><nadruk type="vet">Bezoekbaar maken (Wlz)</nadruk></al><al>Wanneer een inwoner permanent in een instelling verblijft (Wlz), kan het college ondersteuning bieden om één woning in Rijswijk bezoekbaar te maken. Dit is doorgaans de woning van ouders of naaste familieleden.</al><al /><al><nadruk type="vet">Reikwijdte van de aanpassing </nadruk></al><al>Het bezoekbaar maken is beperkt tot de essentie die nodig is om deel te kunnen nemen aan het gezinsleven. Dit betekent dat de inwoner:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>De woning kan betreden (entree);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De woonkamer kan bereiken;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het toilet kan gebruiken.</al></li></lijst><al>Er worden via deze regeling geen aanpassingen gedaan voor het slapen of het douchen in de betreffende woning. De maximale tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken is € 5.000, -.</al><al /><al><nadruk type="vet">Co-ouderschap (Dubbel hoofdverblijf)</nadruk></al><al>Voor minderjarige inwoners met een beperking die na een echtscheiding bij beide ouders wonen, kan er sprake zijn van een dubbel hoofdverblijf. In deze situatie moet de tweede woning niet alleen bezoekbaar, maar ook bewoonbaar zijn. Dit houdt in dat de inwoner er ook moet kunnen slapen en zichzelf moet kunnen wassen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Criteria voor toekenning </nadruk></al><al>Om in aanmerking te komen voor ondersteuning bij een tweede hoofdverblijf, gelden de volgende voorwaarden:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Juridische basis:</nadruk> De zorgregeling is officieel vastgelegd, bijvoorbeeld in een door de rechter bekrachtigd ouderschapsplan. De gemeente waar de minderjarige in de BRP staat ingeschreven is verantwoordelijk voor de noodzakelijke aanpassingen, ook als de woning van de andere ouder in een andere gemeente ligt.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Substantieel verblijf:</nadruk> De inwoner verblijft een aanzienlijk en nagenoeg gelijkwaardig deel van de tijd bij beide ouders. Een incidentele bezoekregeling valt hier niet onder.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Maatwerk en omvang (Wonen en Vervoer)</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Woning:</nadruk> Bij een dubbel hoofdverblijf is de grens van € 5.000, - voor bezoekbaar maken niet van toepassing. De Wmo-consulent onderzoekt welke aanpassingen medisch noodzakelijk zijn om het verblijf in beide woningen mogelijk te maken. Hierbij wordt altijd eerst gekeken naar de goedkoopst adequate oplossing, zoals de inzet van losse (verplaatsbare) hulpmiddelen in plaats van vaste bouwkundige aanpassingen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Vervoer (o.a. autoaanpassingen):</nadruk> Indien er voor het vervoer bij de andere ouder een aanpassing noodzakelijk is, onderzoekt het college altijd eerst of de reeds aanwezige maatwerkvoorziening (bijvoorbeeld de aangepaste auto van de hoofdhuisvesting) gedeeld of logistiek ingezet kan worden. Een tweede individuele (auto)aanpassing wordt enkel overwogen als delen aantoonbaar onmogelijk is én dit de goedkoopst adequate oplossing blijkt te zijn in vergelijking met alternatieven (zoals taxivervoer).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>10.4.5</nr><titel>Woonsanering (Allergie)</titel></kop><al>In uitzonderlijke situaties kan woonsanering worden ingezet als maatwerkvoorziening. Dit is aan de orde wanneer er een objectief vastgestelde medische noodzaak is (zoals een ernstige allergie of longaandoening), waarbij sanering de enige adequate oplossing is om de woning normaal te kunnen gebruiken.</al><al /><al><nadruk type="vet">Criteria voor toekenning </nadruk></al><al>Om te bepalen of een maatwerkvoorziening voor woonsanering noodzakelijk is, toetst het college de aanvraag aan de volgende kaders: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Medische onderbouwing:</nadruk> De noodzaak moet blijken uit een onafhankelijk medisch advies. Hieruit moet naar voren komen dat vervanging van materialen de enige doeltreffende manier is om de medische belemmeringen weg te nemen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Reikwijdte:</nadruk> De ondersteuning richt zich uitsluitend op de ruimten die noodzakelijk zijn voor de basisfuncties van het wonen. In de basis betreft dit de woonkamer en de slaapkamer van de inwoner.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Effectiviteit en omgevingsfactoren:</nadruk> Sanering wordt alleen ingezet als omgevingsfactoren het resultaat niet tenietdoen. Een aanvraag wordt afgewezen als de effectiviteit van de sanering vooraf al wordt verhinderd door factoren zoals roken in de woning, of door de aanwezigheid van harige of gevederde huisdieren die een dusdanige impact hebben op de luchtkwaliteit dat de sanering aantoonbaar niet doelmatig is.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">De financiële afweging </nadruk></al><al>Bij het vaststellen van de hoogte van de tegemoetkoming hanteert het college de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Algemeen gebruikelijk:</nadruk> De beoordeling of de vervanging van materialen (zoals vloerbedekking of gordijnen) als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd, vindt plaats op basis van de criteria in hoofdstuk 5. Indien de materialen naar algemeen maatschappelijke opvattingen gangbaar zijn en de kosten hiervoor gedragen kunnen worden door een inwoner met een inkomen op minimumniveau, wordt er geen maatwerkvoorziening verstrekt.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Gebruiksduur en afschrijving:</nadruk> Bij de vergoeding wordt rekening gehouden met de resterende levensduur van de te vervangen materialen. Voor stoffering wordt uitgegaan van een gemiddelde levensduur van 8 jaar.</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>Indien de materialen jonger zijn dan 8 jaar, wordt de tegemoetkoming naar rato van de resterende levensduur berekend.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Indien de materialen 8 jaar of ouder zijn, wordt in beginsel geen vergoeding verstrekt. Vervanging na deze periode wordt beschouwd als regulier onderhoud waarvoor de inwoner zelf verantwoordelijk is.</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Individuele uitzondering:</nadruk> Indien de inwoner aantoont dat hij door aantoonbare onvoorziene omstandigheden niet heeft kunnen reserveren voor vervanging, én de kosten voor vervanging op minimumniveau niet zelf gedragen kunnen worden, kan het college besluiten om alsnog een (gedeeltelijke) maatwerkvoorziening te verstrekken. Dit is enkel aan de orde wanneer het uitblijven van ondersteuning ertoe leidt dat de inwoner niet meer op een gezonde wijze gebruik kan maken van de woning.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Uitvoering en resultaat </nadruk></al><al>Het college is verantwoordelijk voor een passende oplossing die de belemmeringen daadwerkelijk wegneemt.</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Eigen organisatie:</nadruk> Van de inwoner wordt verwacht dat deze de uitvoering van de sanering (zoals het verwijderen van oude materialen en het aanbrengen van de nieuwe maatwerkvoorzieningen) zelf organiseert. Dit kan door eigen inzet of door hulp uit het sociaal netwerk.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Ondersteuning bij uitvoering:</nadruk> Wanneer de inwoner aantoont de uitvoering niet zelf te kunnen organiseren of financieren, en er geen hulp vanuit het sociaal netwerk beschikbaar is, kan het college ondersteuning bieden bij de noodzakelijke uitvoeringskosten. Dit is noodzakelijk om te waarborgen dat het beoogde resultaat (een gezonde woonomgeving) daadwerkelijk wordt behaald.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>10.5</nr><titel>Mobiliteit en vervoer</titel></kop><structuurtekst><al>Het college biedt ondersteuning bij het lokaal verplaatsen wanneer de inwoner hierin beperkingen ervaart. Het doel is dat de inwoner zelfstandig of met hulp van de sociale omgeving de dagelijkse levensverrichtingen kan uitvoeren en medemensen kan ontmoeten.</al></structuurtekst><artikel><kop><label /><nr>10.5.1</nr><titel>Collectief vervoer (De Regiotaxi)</titel></kop><al>In Rijswijk is de Regiotaxi de eerste oplossing waar we naar kijken als de inwoner zich niet meer zelfstandig kan verplaatsen. Dit noemen we 'het primaat van collectief vervoer'. </al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">De norm:</nadruk> Indien een inwoner aantoonbare beperkingen ervaart bij het gebruik van het reguliere openbaar vervoer, wordt een Wmo-vervoerspas voor de Regiotaxi verstrekt.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Kilometerbudget:</nadruk> De ondersteuning is gericht op een lokale vervoersbehoefte van in beginsel maximaal 1.500 kilometer per jaar. Hiermee wordt de inwoner in staat geacht om sociale contacten te onderhouden en de dagelijkse boodschappen te doen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Inkomen:</nadruk> Een laag inkomen is op zichzelf geen reden voor toekenning van een vervoersmaatwerkvoorziening; de noodzaak moet altijd medisch of ergonomisch onderbouwd zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>10.5.2</nr><titel>Individuele maatwerkvoorzieningen en combinaties</titel></kop><al>Wanneer het collectief vervoer niet passend of niet toereikend is voor de vervoersbehoefte, kan een individuele vervoersmaatwerkvoorziening worden verstrekt. Bij de beoordeling hiervan geldt het uitgangspunt van eigen kracht: indien de inwoner beschikt over een eigen auto (of wanneer deze structureel beschikbaar is binnen het netwerk), wordt gewogen in hoeverre dit al voorziet in de (bovenlokale) vervoersbehoefte.</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Scootmobiel of driewielfiets:</nadruk> Deze maatwerkvoorzieningen zijn bedoeld voor de korte en middellange afstanden en het behoud van zelfstandige mobiliteit in de directe omgeving.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Combinatieregeling:</nadruk> Wanneer een inwoner naast een vervoerspas ook een andere individuele maatwerkvoorziening heeft (zoals een scootmobiel of driewielfiets) of in het bezit is van een eigen auto, wordt het kilometerbudget voor de Regiotaxi in beginsel beperkt tot 50% (750 kilometer per jaar). Het college gaat ervan uit dat een aanzienlijk deel van de vervoersbehoefte hiermee wordt ingevuld.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Financiële tegemoetkoming eigen auto:</nadruk> Als de inwoner door medische belemmeringen aantoonbaar geen gebruik kan maken van de Regiotaxi, maar wel over een eigen auto beschikt, kan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt voor de variabele kosten (op basis van de Nibud Prijzengids 2026, tot max. 1500 km per jaar).</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al><nadruk type="vet">Geen volledige kostendekking:</nadruk> Aangezien autobezit en de vaste lasten hiervan (verzekering, wegenbelasting) als algemeen gebruikelijk worden beschouwd, betreft dit een tegemoetkoming in de variabele vervoerskosten en geen volledige dekking van alle autokosten.</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Individueel (rolstoel)taxivervoer:</nadruk> In uitzonderlijke medische situaties waarbij reizen met een collectief systeem (met medereizigers) aantoonbaar onmogelijk is, kan een financiële tegemoetkoming voor individueel taxivervoer worden verstrekt. Als de inwoner voor zijn vervoer afhankelijk is van een rolstoel, wordt dit budget gebaseerd op de tarieven voor een rolstoeltaxi.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>10.5.3</nr><titel>Scootmobiel: Aanvullende criteria</titel></kop><al>Voor de verstrekking van een scootmobiel als maatwerkvoorziening gelden, naast de algemene criteria voor mobiliteit, de volgende specifieke voorwaarden:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Vervoersbehoefte en loopafstand:</nadruk> De inwoner heeft een substantiële en frequente vervoersbehoefte in de directe nabijheid van de woning (tot circa 5 kilometer). Er is sprake van een dusdanig beperkte loopafstand dat de inwoner niet zelfstandig de dagelijkse bestemmingen kan bereiken. Voor incidenteel vervoer of vervoer over langere afstanden wordt in beginsel verwezen naar de Regiotaxi.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Stallingsmogelijkheid:</nadruk> Er dient een veilige, overdekte stallingsplek met oplaadmogelijkheid aanwezig te zijn die voldoet aan de geldende brandveiligheidseisen. Indien een geschikte stalling ontbreekt, onderzoekt de gemeente of deze met redelijke aanpassingen gerealiseerd kan worden. Als er feitelijk geen veilige stallingsmogelijkheid gecreëerd kan worden, kan de maatwerkvoorziening worden geweigerd om veiligheidsrisico’s (zoals brandgevaar in vluchtwegen) te voorkomen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Verkeersveiligheid:</nadruk> De inwoner moet fysiek en cognitief in staat zijn om het hulpmiddel veilig te bedienen in het verkeer. Om dit objectief vast te stellen, kan het college een rijvaardigheidstest of een medisch advies verplicht stellen. Indien nodig kan een training worden ingezet als onderdeel van de maatwerkvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label /><nr>10.5.4</nr><titel>Auto-aanpassingen</titel></kop><al>Een tegemoetkoming voor de aanpassing van een eigen auto is een uitzondering binnen de Wmo. In de basis wordt voor de vervoersbehoefte verwezen naar het collectief vervoer (Regiotaxi). Een auto-aanpassing kan echter worden overwogen wanneer collectief vervoer of andere individuele maatwerkvoorzieningen (zoals een scootmobiel) niet leiden tot een passend resultaat. </al><al /><al><nadruk type="vet">Criteria voor toekenning</nadruk></al><al>Bij de beoordeling van een aanvraag voor een auto-aanpassing hanteert het college de volgende criteria:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Noodzaak en passendheid:</nadruk> De aanpassing wordt overwogen als de inwoner door medische beperkingen geen gebruik kan maken van de Regiotaxi, óf wanneer de specifieke vervoersbehoefte (bijvoorbeeld in een gezinssituatie met een minderjarig kind met een beperking) door het collectief vervoer niet op een passende wijze kan worden ingevuld. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Goedkoopst adequaat:</nadruk> Een aanpassing kan worden verstrekt als dit op de lange termijn de meest doelmatige (goedkoopst adequate) oplossing is voor het vervoersprobleem vergeleken met andere maatwerkvoorzieningen. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Substantiële vervoersbehoefte:</nadruk> Er moet sprake zijn van een frequente en substantiële vervoersbehoefte die noodzakelijk is voor de participatie en die niet op een andere wijze kan worden opgelost. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Voorwaarden aan de auto</nadruk></al><al>Omdat een auto-aanpassing een kapitaalintensieve investering is, stelt de gemeente eisen aan het voertuig om de duurzaamheid van de oplossing te waarborgen:</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Staat en leeftijd:</nadruk> De auto mag als richtlijn niet ouder zijn dan 5 tot 7 jaar en moet technisch in goede staat verkeren. Het college kan een onafhankelijke technische keuring verlangen om vast te stellen of de resterende levensduur van de auto de investering in de aanpassing rechtvaardigt. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Eigendom:</nadruk> De auto moet op naam staan van de inwoner of een gezinslid uit de leefeenheid. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Hoogte van de vergoeding </nadruk></al><al>De tegemoetkoming is beperkt tot de noodzakelijke meerkosten van de aanpassing die direct gerelateerd is aan de beperking. Regulier onderhoud of algemeen gebruikelijke kosten van het autobezit komen niet voor vergoeding in aanmerking.</al></artikel><artikel><kop><label /><nr>10.5.5</nr><titel>Bovenregionaal vervoer (Valys)</titel></kop><al>Verplaatsingen buiten de regio (meer dan 5 zones van het openbaar vervoer of verder dan 25 km vanaf de woning) vallen buiten de reikwijdte van de Wmo. Hiervoor kan de inwoner een beroep doen op de landelijke regeling Valys.</al><al /></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>10.6</nr><titel>Rolstoelen</titel></kop><structuurtekst><al>Een rolstoel is bedoeld voor inwoners die zich door een beperking niet meer te voet kunnen verplaatsen in en om de woning.</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Dagelijks gebruik:</nadruk> Een rolstoel wordt verstrekt wanneer een inwoner voor het dagelijks verplaatsen in en om de woning structureel afhankelijk is van een rolstoel. De maatwerkvoorziening is bedoeld voor dagelijks zittend gebruik.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Tijdelijk of incidenteel gebruik:</nadruk> Voor incidenteel gebruik (zoals een dagje uit of een ziekenhuisbezoek) wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt. Inwoners kunnen hiervoor gebruikmaken van algemene maatwerkvoorzieningen, zoals de leenservice van de thuiszorgwinkel of rolstoelpools bij publieke locaties.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Soorten rolstoelen:</nadruk> Afhankelijk van de medische noodzaak kan het gaan om een handbewogen rolstoel of een elektrische rolstoel. </al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label /><nr>10.7.1</nr><titel>De meest passende oplossing</titel></kop><al>Bij de verstrekking van een rolstoel kijken we eerst naar de meest eenvoudige en doeltreffende oplossing.</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Standaard gaat voor:</nadruk> Als een standaard rolstoel uit het depot van de leverancier voldoet aan de ergonomische eisen, is dat de voorliggende oplossing.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Individueel maatwerk:</nadruk> Alleen als een standaardmaatwerkvoorziening medisch aantoonbaar niet volstaat, wordt een rolstoel individueel aangepast of speciaal besteld.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>10.7</nr><titel>Sportmaatwerkvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Rijswijk stimuleert participatie. Een sportmaatwerkvoorziening kan als maatwerkvoorziening worden verstrekt wanneer een inwoner zonder specifiek hulpmiddel niet kan deelnemen aan sportieve activiteiten en daardoor beperkt wordt in de maatschappelijke participatie. </al><al /><al><nadruk type="vet">Criteria voor toekenning</nadruk></al><al>Bij de beoordeling van een aanvraag toetst het college of de maatwerkvoorziening noodzakelijk is om een aanvaardbaar niveau van participatie te bereiken:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Participatiebehoefte:</nadruk> De maatwerkvoorziening wordt alleen overwogen als de inwoner zonder deze sportbeoefening niet in redelijke mate kan deelnemen aan maatschappelijke activiteiten of sociale contacten kan onderhouden. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Aanvaardbaar niveau:</nadruk> Het doel van de Wmo is het bereiken van een basisniveau van participatie (medemensen ontmoeten en deelnemen aan de samenleving), niet het voldoen aan alle persoonlijke wensen. Het college toetst hierbij of de inwoner zonder het sporten in een sociaal isolement dreigt te raken. Indien de inwoner al via andere wegen (zoals dagbesteding, werk, vrijwilligerswerk of andere hulpmiddelen) voldoende sociale contacten heeft en buitenshuis participeert, kan de sportmaatwerkvoorziening worden geweigerd.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Geen topsport:</nadruk> De ondersteuning is gericht op recreatieve sportbeoefening of sporten in verenigingsverband binnen de eigen leefomgeving. Hulpmiddelen voor topsport vallen buiten de reikwijdte van de wet. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Algemeen gebruikelijk:</nadruk> Kosten voor lidmaatschappen, sportkleding en reguliere attributen (zoals ballen of rackets) worden als algemeen gebruikelijk beschouwd en niet vergoed. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Leveringsvormen en beheer </nadruk></al><al>De inwoner heeft de keuze tussen een verstrekking in natura (ZIN) of een persoonsgebonden budget (pgb): </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Zorg in natura (ZIN):</nadruk> Het sporthulpmiddel wordt door de gemeente aangeschaft en in bruikleen verstrekt via de gecontracteerde leverancier.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Financiële tegemoetkoming:</nadruk> Om de inwoner de ruimte te geven voor specifieke maatvoering en technische eisen, kan het college een financiële tegemoetkoming verstrekken. De hoogte hiervan wordt vastgesteld op basis van minimaal twee door de Wmo-consulent goedgekeurde offertes. Na toekenning wordt het bedrag rechtstreeks aan de inwoner uitgekeerd. De inwoner wordt zelf eigenaar en is volledig verantwoordelijk voor de aanschaf, het onderhoud en eventuele reparaties binnen de vastgestelde levensduur.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Termijn en technische levensduur </nadruk></al><al>Het college hanteert de volgende richtlijnen voor de gebruiksduur van sportmaatwerkvoorzieningen: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Sportrolstoelen:</nadruk> Vanwege de hoge fysieke belasting en intensief gebruik bij sportwedstrijden en trainingen, wordt voor sportrolstoelen in beginsel een technische levensduur van 3 jaar gehanteerd. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Overige sportmaatwerkvoorzieningen:</nadruk> Voor overige middelen of bij verstrekking via een pgb kan een langere termijn worden vastgesteld, afhankelijk van de verwachte technische levensduur van het specifieke middel.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Tussentijdse vervanging:</nadruk> Binnen de vastgestelde termijn wordt alleen een nieuwe maatwerkvoorziening overwogen als de medische situatie van de inwoner ingrijpend is veranderd, waardoor het huidige middel niet meer adequaat is.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11</nr><titel>– Financiële bepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>11.1</nr><titel>De eigen bijdrage (CAK)</titel></kop><structuurtekst><al>Een inwoner is voor de meeste maatwerkvoorzieningen een eigen bijdrage in de kosten verschuldigd. Deze wordt vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Uitzonderingen:</nadruk> Voor wettelijk vrijgestelde doelgroepen (zoals minderjarigen) en specifieke voorzieningen wordt conform de landelijke wetgeving en artikel 14 van de verordening geen eigen bijdrage geheven.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Algemene voorzieningen:</nadruk> Voor algemene voorzieningen met een duurzame hulpverleningsrelatie loopt de eigen bijdrage via het wettelijke abonnementstarief van het CAK. Voor overige algemene voorzieningen (zonder duurzame relatie) betaalt de inwoner een rechtstreekse bijdrage aan de aanbieder (conform artikel 15 van de verordening).</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>11.2</nr><titel>Hoogte pgb voor immateriële maatwerkvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Voor het inkopen van ondersteuning via een pgb maakt het college onderscheid tussen de inzet van professionals en het sociale netwerk:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Formele hulp (Professionals):</nadruk> Voor hulpverleners die voldoen aan de eisen in artikel 12 van de verordening (zoals KVK-inschrijving en relevante diploma's). Het tarief is gelijk aan de tarieven voor ZIN.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Informele hulp (Sociaal netwerk):</nadruk> Voor hulp vanuit het sociale netwerk (zoals familie, vrienden of buren) geldt een lager tarief. De hoogte van dit pgb-tarief is vastgesteld op 80% van het tarief voor hulp in natura.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>11.3</nr><titel>Hoogte pgb voor materiele maatwerkvoorzienigen</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de regels rondom het pgb voor hulpmiddelen en woningaanpassingen wordt verwezen naar artikel 10.1.2 van deze beleidsregels.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>11.4</nr><titel>Tarieventabel (Bijlage 1) </titel></kop><structuurtekst><al>Alle actuele bedragen en tarieven zijn opgenomen in de Tarieventabel Wmo Rijswijk. Het college indexeert deze bedragen jaarlijks. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>12</nr><titel>– Kwaliteit, Toezicht en Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label /></kop><al>Het college ziet toe op een veilige en passende uitvoering van de ondersteuning.</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Kwaliteit:</nadruk> Aanbieders moeten voldoen aan de eisen in de verordening en de Kwaliteitsstandaard Wmo van de GGD Haaglanden.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Toezicht:</nadruk> De GGD Haaglanden voert namens het college de controles uit op de kwaliteit en rechtmatigheid.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">Handhaving:</nadruk> Bij misbruik of onjuiste gegevens kan het college de maatwerkvoorziening herzien, intrekken en de waarde ervan terugvorderen of verrekenen (in overeenstemming met artikel 16 en 17 van de verordening).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>13</nr><titel>– Slotbepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>13.1</nr><titel>Overgangsrecht </titel></kop><structuurtekst><al>Besluiten die zijn genomen vóór inwerkingtreding van deze beleidsregels blijven gelden tot aan het moment dat zij van rechtswege vervallen, worden ingetrokken of beëindigd.</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Dit recht blijft bestaan tot de einddatum van de huidige beschikking, of tot het moment dat er een nieuwe indicatie (herbeoordeling) plaatsvindt.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Aanvragen waarop niet is beslist op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregels, worden afgehandeld met toepassing van deze beleidsregels.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>13.2</nr><titel>Intrekking oude regeling </titel></kop><structuurtekst><al>De 'Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2025' (en alle voorgaande versies) worden met de inwerkingtreding van dit besluit ingetrokken.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>13.3</nr><titel>Inwerkingtreding </titel></kop><structuurtekst><al>Deze beleidsregels treden in werking op 01/ 07/ 2026.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>13.4</nr><titel>Citeertitel </titel></kop><structuurtekst><al>Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2026.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>– Tarieventabel Wmo Rijswijk 2026</titel></kop><al /><al>Deze tarieven gelden vanaf 01/07/2026. Alle pgb-tarieven voor diensten zijn gebaseerd op een percentage van het natura-tarief (100% voor formeel, 80% voor informeel).</al><al /><al><nadruk type="vet">Maatwerkvoorzieningen: Diensten (Begeleiding &amp; ORH)</nadruk></al><al>De tarieven worden per maand verstrekt, tenzij anders aangegeven.</al><al /><table frame="all"><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="41*" /><colspec colname="col2" colwidth="18*" /><colspec colname="col3" colwidth="18*" /><colspec colname="col4" colwidth="14*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Resultaatgebied &amp; Trede</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Formeel (100%)</nadruk></al></entry><entry colname="col3"><al><nadruk type="vet">Informeel (80%)</nadruk></al></entry><entry colname="col4"><al><nadruk type="vet">Periode</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Sociaal Persoonlijk Functioneren</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al /></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 1</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 795,47</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 636,37</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 2</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 618,70</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 494,96</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 3</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 530,31</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 424,25</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 4</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 265,16</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 212,13</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Waakvlam</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 132,58</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 106,06</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Financiën/ Huisvesting/ Gezondheid</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al /></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 1</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 530,31</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 424,25</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 2</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 353,54</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 282,83</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 3</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 265,16</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 212,13</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 4</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 176,76</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 141,41</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Waakvlam</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 88,38</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 70,71</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Daginvulling</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al /></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 1</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.503,16</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.202,53</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 2</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.033,41</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 826,73</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 3</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 657,63</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 526,10</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 4</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 289,35</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 231,48</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Toeleiding naar passende dagbesteding</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 289,35</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 231,48</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Ondersteuning en Regie bij het Huishouden (ORH)</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al /></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 1</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 724,75</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 579,80</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 2</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 481,26</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 385,01</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 3</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 401,06</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 320,85</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 4</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 358,08</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 286,46</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Trede 5</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 272,14</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 217,71</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Aanvullend product wasverzorging</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 100,26</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 80,21</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Maaltijdmaatwerkvoorziening</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 21,46</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 17,17</al></entry><entry colname="col4"><al>Per maaltijd</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Opslag werkgeverslasten (SVB)</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al /></entry><entry colname="col3"><al /></entry><entry colname="col4"><al /></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col4"><al>Als de budgethouder op basis van de SVB-richtlijnen verplicht is een reguliere arbeidsovereenkomst aan te gaan, worden de hierboven genoemde pgb-tarieven verhoogd met de wettelijke SVB-opslag van <nadruk type="vet">22,71%</nadruk> voor de verschuldigde werkgeverslasten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="vet">Overige pgb-tarieven</nadruk></al><al /><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="40*" /><colspec colname="col2" colwidth="18*" /><colspec colname="col3" colwidth="27*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Type</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Tarief</nadruk></al></entry><entry colname="col3"><al><nadruk type="vet">Eenheid</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Kortdurend Verblijf</nadruk> (formeel)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 230,88</al></entry><entry colname="col3"><al>Per etmaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Kortdurend Verblijf</nadruk> (informeel)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 184,70</al></entry><entry colname="col3"><al>Per etmaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Vervoer naar dagbesteding</nadruk> (f)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 19,39</al></entry><entry colname="col3"><al>Per dag (2x)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Vervoer naar dagbesteding</nadruk> (i)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 15,51</al></entry><entry colname="col3"><al>Per dag (2x)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="vet">Algemene maatwerkvoorzieningen (Eigen bijdragen &amp; Tarieven)</nadruk></al><al /><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="30*" /><colspec colname="col2" colwidth="29*" /><colspec colname="col3" colwidth="30*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Maatwerkvoorziening</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Bijdrage inwoner</nadruk></al></entry><entry colname="col3"><al><nadruk type="vet">Facturatie via</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Basismaatwerkvoorziening HbH</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 21,80*</al></entry><entry colname="col3"><al>CAK (Abonnementstarief)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Ontmoetingscentrum</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 21,80*</al></entry><entry colname="col3"><al>CAK (Abonnementstarief)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Wasservice</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5,00 per waszak van 8 kilo</al></entry><entry colname="col3"><al>Rechtstreeks aan aanbieder</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Regiotaxi (Wmo-tarief)</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Opstap € 1,16 / Km € 0,201</al></entry><entry colname="col3"><al>Rechtstreeks aan vervoerder</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><nadruk type="cur">* Of het op dat moment geldende wettelijke landelijke abonnementstarief.</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Financiële tegemoetkomingen &amp; Forfaitaire bedragen</nadruk></al><al /><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="30*" /><colspec colname="col2" colwidth="22*" /><colspec colname="col3" colwidth="34*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Type vergoeding</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Bedrag</nadruk></al></entry><entry colname="col3"><al><nadruk type="vet">Toelichting</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Eigen vervoer</nadruk> (auto/taxi)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 465,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar (€ 35,84 p.m.)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Verhuiskostenvergoeding</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.000,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Eenmalig forfaitair bedrag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Bezoekbaar maken woning</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5.000,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Maximaal bedrag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Taxikosten *</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.417,32</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar (€ 118,10 p.m.)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Rolstoeltaxi *</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.632,92</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar (€ 219,41)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Sportmaatwerkvoorziening</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Op basis van offerte</al></entry><entry colname="col3"><al>Maximaal eens per 3 jaar. Voor aanschaf en onderhoud. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>*De financiële tegemoetkomingen voor (rolstoel)taxikosten zijn voor het kalenderjaar 2026 geïndexeerd op basis van de landelijke NEA-index van oktober 2025 (3,9%).</al><al /><al><nadruk type="vet">Sanering vloerbedekking</nadruk></al><al /><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*" /><colspec colname="col2" colwidth="22*" /><colspec colname="col3" colwidth="44*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Leeftijd van het materiaal</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Vergoeding (naar rato)</nadruk></al></entry><entry colname="col3"><al><nadruk type="vet">Opmerking/ Voorwaarde</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Korter dan 2 jaar</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>100% van de kosten</al></entry><entry colname="col3"><al>Volledige vergoeding (tot maximumtarief)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">2 tot 4 jaar</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>75% van de kosten</al></entry><entry colname="col3"><al /></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">4 tot 6 jaar</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>50% van de kosten</al></entry><entry colname="col3"><al /></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">6 tot 8 jaar</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>25% van de kosten</al></entry><entry colname="col3"><al /></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">8 jaar of ouder</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>0% (geen vergoeding)</al></entry><entry colname="col3"><al>Beschouwd als regulier onderhoud</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="vet">Maximale vergoeding: Vloerbedekking </nadruk>(bijv. vinyl/linoleum): Maximaal € 45,- per m2 (dit is inclusief de kosten voor het egaliseren en leggen). ** </al><al /><al>** Dit bedrag is gebaseerd op de landelijke normen uit de Nibud Prijzengids (Handboek Inrichting en Inventaris, editie 2026) voor een woninginrichting.</al></bijlage></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>