<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-178669/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Peel en Maas</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Uitvoeringsbeleid Erfgoed, gemeente Peel en Maas, 2026 </titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al><nadruk type="vet">Inleiding</nadruk></al><al /><al>De gemeente Peel en Maas draagt samen met haar inwoners zorg voor het cultuurhistorisch erfgoed. Dit doen wij door erfgoed (onafhankelijk) te laten waarderen en beschermen, bewustwording en samenwerking te stimuleren en waar mogelijk erfgoed zichtbaar en beleefbaar te maken. De gemeente vervult hier als overheid meerdere rollen in. Zo zijn we wettelijk verantwoordelijk voor de selectie en naleving van het behoud van beschermd erfgoed en houden we toezicht op mogelijke overtredingen van de erfgoedverordening. Daar waar het gaat om het zichtbaar en beleefbaar maken van de lokale cultuurhistorie doet de gemeente dat samen met inwoners of is de gemeenschap zelf aan zet. </al><al /><al>In twee opzichten is in dit beleidsplan sprake van een integrale benadering. In de eerste plaats gaat het niet alleen om losstaande ‘gebouwen’ maar ook om hun omgeving. In de tweede plaats ontstaat er steeds vaker kruisbestuiving tussen verschillende programma(onderdelen) zoals cultuur, natuur en milieu, recreatie en toerisme, jeugd en onderwijs en gemeenschapsontwikkeling. Met dit uitvoeringsbeleid willen we de kruisbestuiving tussen erfgoed en andere domeinen stimuleren. Daarnaast is het vanuit de Omgevingswet verplicht om een toereikend beschermingsregime voor erfgoed op te nemen. De inventarisatie en waarderingen van het gemeentelijk erfgoed die door een onafhankelijk erfgoeddeskundige zijn gedaan, bieden hiervoor de basis. </al><al /><al><nadruk type="vet">Focus uitvoeringsbeleid Erfgoed</nadruk></al><al>Het uitvoeringsbeleid Erfgoed richt zich op het onroerend materieel erfgoed, zoals gebouwen, monumenten, archeologische vindplaatsen en cultuurlandschappen. Het roerend erfgoed (fysieke voorwerpen zoals kunst, boeken en archieven) en immaterieel erfgoed (levende tradities, ambachten, rituelen, verhalen en dialecten) is onderdeel van het uitvoeringsbeleid Cultuurstimulering.</al><al /><al>In hoofdstuk 3 tot en met 5 wordt er beschreven op welke wijze er uitvoering wordt gegeven aan de programmadoelen zoals vastgesteld door de gemeenteraad. In de jaarlijkse planning &amp; control cyclus wordt opgenomen hoe er concreet vorm wordt gegeven aan de programmadoelen per jaar.</al><al /><al><nadruk type="vet">Leeswijzer </nadruk></al><al>Het uitvoeringsbeleid begint met een weergave van de programmadoelen zoals opgenomen in de kaderstelling Kunst en Cultuur – onderdeel Erfgoed. In hoofdstuk 1 wordt er beknopt uitgelegd wat cultureel erfgoed is en waarom het van belang is voor onze samenleving. In hoofdstuk 2 zijn de wettelijke kaders die van toepassing zijn op het uitvoeringsbeleid Erfgoed beschreven. Dit betreft het rijksbeleid, provinciaal beleid en de (lokale) omgevingsvisie. In de hoofdstukken 3 tot en met 5 is beschreven hoe er uitvoering wordt gegeven aan de programmadoelen. De bijlage, bestaande uit de dorpsthematieken en duurzaamheid bij erfgoed, is opgenomen in hoofdstuk 6. </al><al /><al><nadruk type="vet">Programmadoelen</nadruk></al><al>Op 17 april 2024 heeft de gemeenteraad van Peel en Maas de kaderstelling Kunst en Cultuur – onderdeel Erfgoed vastgesteld. Deze kaders vormen de basis voor het uitvoeringsbeleid Erfgoed en zijn vormgegeven aan de hand van de onderstaande programmadoelen. Het onderdeel Erfgoed maakt deel uit van de kaderstelling Vitale Gemeenschappen en specifiek het programma Kunst en Cultuur. In het uitvoeringsbeleid Erfgoed zijn de programmadoelen zoals opgenomen in het de kaderstelling Kunst en Cultuur – onderdeel Erfgoed, per thema uitgewerkt. </al><al /><al><nadruk type="vet">Peel en Maas werkt actief samen met inwoners aan het behoud en beleefbaar maken van cultureel erfgoed.</nadruk></al><al>Wij werken, vanuit het concept van de meervoudige overheid, samen met de gemeenschap en ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid, aan de bescherming van het cultureel erfgoed. Voor het erfgoed maken we gebruik van de verhalen, kennis en kunde die aanwezig zijn in de samenleving.</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Wij faciliteren organisaties in het bereiken van hun doelstellingen op het gebied van erfgoed.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Wij stimuleren initiatieven en organisaties, die gericht zijn op het ontsluiten van en de beleving van de cultuurhistorische waarden, zowel bovengronds, ondergronds als digitaal.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Peel en Maas hecht grote waarde aan het beschermen van haar erfgoed.</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Wij voldoen aan de wettelijke verplichtingen voor het beschermen van erfgoed, met de verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en de Erfgoedverordening Peel en Maas, passend in de Omgevingswet en verankeren ons beleid hierin.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Wij zijn een goede huisvader voor de monumenten in gemeentelijk eigendom, waarbij wij ons houden aan onze onderhoudsplicht. Het uitgangspunt hierin is dat wij ons in eerste instantie richten op de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. Pas daarna gaan wij over op het restaureren monumenten. Dit doen wij altijd op basis van een onafhankelijk bouwkundig inspectierapport en een bouwhistorisch onderzoek. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Wij beschermen cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken door deze monumentale status toe te kennen op basis van redengevende omschrijvingen, gemaakt door een externe erfgoeddeskundige, de erfgoedverordening en later ook het omgevingsplan. De erfgoedverordening zal op den duur worden opgenomen in het omgevingsplan. Daarnaast kunnen bouwwerken en/of cultuurlandschappen een 'dubbelbestemming cultuurhistorie' krijgen in het omgevingsplan (bijvoorbeeld een beschermd stads- of dorpsgezicht). Deze manier van beschermen staat in directe relatie tot de Omgevingswet, die vereist dat de gemeentelijke erfgoedwaardes compleet worden opgenomen in het omgevingsplan. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Wij ondersteunen en adviseren eigenaren waar nodig om het behoud en beheer van hun erfgoed te stimuleren. Eigenaren hebben een onderhoudsplicht waardoor zij zelf verantwoordelijk zijn voor het behoud en beheer van hun beschermde erfgoed, maar kunnen wel rekenen op advisering van de gemeente, onder andere door in gesprek te gaan met de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit of de ambtelijke adviseur monumenten, archeologie en erfgoed. Daarnaast verwijzen wij eigenaren op verzoek naar wet- en regelgeving, subsidiemogelijkheden en bruikbare contacten. </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Wij leggen monumentale panden, historische wegen en landschappen en monumentale bomen en lanen systematisch vast op een digitale kaart en in toekomstige omgevingsplannen.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Wij zien toe op de naleving van het behoud van het cultureel erfgoed zoals vastgelegd in de erfgoedverordening. We houden toezicht op mogelijke overtredingen.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Peel en Maas benut kansen op het gebied van erfgoed voor opgaves in diverse programma's.</nadruk></al><al>Door erfgoed integraal te benaderen zorgen we beter voor de toekomst van het erfgoed. In samenspraak met betrokkenen benutten we de kansen die door erfgoed geboden worden. Zo onderzoeken wij de samenhang op het gebied van wonen, duurzaamheid, klimaatadaptie, energietransitie, landschapsbeleid, recreatie en toerisme, jeugd en onderwijs en vitale gemeenschappen.</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Wij herstellen en versterken het erfgoed bij ruimtelijke ontwikkelingen met oog voor kwaliteit en hebben daarbij een gebiedsgerichte benadering om de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving te behouden en te versterken. Dit doen wij onder andere door erfgoed te verankeren in het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Wij grijpen de herinrichting van de openbare ruimte en landschappen aan om erfgoed zichtbaar en beleefbaar te maken. </al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label /><nr>1.</nr><titel>Cultureel erfgoed </titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>1.1</nr><titel>Wat is cultureel erfgoed? </titel></kop><structuurtekst><al>Erfgoed wordt vaak gedefinieerd als ons nalatenschap van het verleden, waarmee we leven in het heden. Dit nalatenschap geven we door aan toekomstige generaties, zodat zij er ook van kunnen leren, het kunnen bewonderen en ervan kunnen genieten. Je zou erfgoed kunnen omschrijven als de plekken en objecten die we graag willen behouden voor de toekomst. We waarderen deze culturele en natuurlijke plekken en objecten, omdat ze van onze voorouders afstammen, mooi zijn, wetenschappelijk belang hebben of onvervangbare voorbeelden en bronnen van leven en inspiratie zijn. Het vormt de basis van onze referentiekaders en onze identiteit. Erfgoed verschaft bewoners sociale binding en een eigen visuele identiteit, een omgeving die je herkent als ‘dit is mijn plek’. Het bestaat vaak alleen nog maar, omdat er moeite is gedaan om het te behouden (UNESCO, 2019). </al><al /><al>Onder het begrip ‘erfgoed’ verstaan we niet alleen materieel erfgoed zoals monumentale gebouwen, archieven, historische landschappen en archeologische terreinen, maar ook het immateriële erfgoed. Dit is ‘levend erfgoed’ en omvat sociale gewoonten, voorstellingen, rituelen, tradities, uitdrukkingen, bijzondere kennis of vaardigheden die gemeenschappen en groepen (en soms zelfs individuen) erkennen als een vorm van cultureel erfgoed. Een bijzonder kenmerk is dat het wordt overgedragen van generatie op generatie en belangrijk is voor een gemeenschappelijke identiteit (UNESCO, unesco, 2023). Het immaterieel erfgoed wordt in dit uitvoeringsbeleid buiten beschouwing gehouden omdat dit onderdeel is van het uitvoeringsbeleid Cultuurstimulering.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>1.2</nr><titel>Belang van cultureel erfgoed</titel></kop><structuurtekst><al>Erfgoed is niet alleen belangrijk voor het bewustzijn van ons verleden, maar geeft ook betekenis aan de samenleving en onze toekomst. Onze manier van samenleven en identiteit worden mede bepaald door de beleving van erfgoed. Door rekening te houden met het behoud en eventueel herbestemming van cultureel erfgoed wordt ook het behoud van de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd, inclusief de leefbaarheid van de individuele kernen. Daarnaast is erfgoed een belangrijke drager voor maatschappelijke thema’s zoals leefbaarheid, jeugd en educatie.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>2.</nr><titel>Wettelijke kaders erfgoed</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>2.1</nr><titel>Rijksbeleid</titel></kop><structuurtekst><al>De eerste Monumentenwet (1961) leidde tot de aanwijzing van een groot aantal rijksmonumenten in Nederland. In 1978 begon het Rijk met de aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten. Sinds 1989 is het voor gemeenten mogelijk om zelf monumenten aan te wijzen. Via het rijksbeleid “Modernisering Monumentenzorg 2009” heeft de monumentenzorg een volwaardige plek gekregen in de ruimtelijke ordening. Sindsdien moeten bij elke ruimtelijke ontwikkeling de cultuurhistorische waarden van het betreffende gebied worden geïnventariseerd en meegewogen. </al><al /><al>In 2016 trad vervolgens de Erfgoedwet in werking. Deze wet bundelde alle bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. De Erfgoedwet zal blijven bestaan naast de Omgevingswet. Beiden vullen elkaar aan. De vuistregel hierbij is dat roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten verankerd blijft in de Erfgoedwet terwijl de aanwijzing van stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen, gemeentelijke monumenten en de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving wordt verankerd in de Omgevingswet. </al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>2.2</nr><titel>Omgevingswet</titel></kop><structuurtekst><al>In de Omgevingswet bundelt het Rijk de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen in één wet, dit met het doel om ruimtelijke projecten eenvoudiger te kunnen starten. Eén van de uitgangspunten van de wet is dat de decentrale overheden zoals een gemeente al hun regels over de leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Voor de gemeente is dit het omgevingsplan. Het omgevingsplan vervangt de oude bestemmingsplannen en de gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan.</al><al /><al>De omgeving van beschermd erfgoed wordt steeds belangrijker in het kader van de Omgevingswet. Het wordt wettelijk verplicht om in het omgevingsplan regels op te nemen die voorkomen dat in de omgeving van rijksmonumenten, en erfgoed dat op grond van het omgevingsplan is beschermd, aantasting plaatsvindt die het beschermd erfgoed ontsiert of beschadigd. </al><al /><al><plaatje><illustratie naam="gmb-2026-178669-1.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" id="i8d978cd3-b6d8-4892-9248-05eefd51bf84" hoogte="9.68cm" /></plaatje></al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>2.3</nr><titel>Provinciaal beleid</titel></kop><structuurtekst><al>De rol van de provincie is relevant voor het gemeentelijke erfgoed omdat deze instelling omgevingsplannen toetst op door haar gegeven instructieregels De Omgevingsvisie Limburg is op 1 oktober 2021 vastgesteld door de Provinciale Staten en in werking getreden als een strategisch beleidsdocument. Het betreft een langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving waarin ook het cultureel erfgoed is geborgd. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden vanaf dat moment is de Omgevingsvisie Limburg ook juridisch bindend. </al><al /><al>Voor de provincie staan de kenmerken en identiteit van een gebied centraal. Wanneer ruimte wordt geboden aan nieuwe ontwikkelingen, dient vertrokken te worden vanuit gebieds- en cultuurkenmerken zoals het historisch perspectief, landschap en erfgoed. Het behoud en (her)gebruik van cultureel erfgoed en monumenten in hun omgeving is een provinciaal belang. Gebiedskenmerken uit het verleden kunnen inspiratie bieden om oude waarden een plek te geven in de leefomgeving van de toekomst. De nieuwe omgevingsverordening verplicht initiatiefnemers te motiveren op welke wijze cultureel erfgoed kan worden (her)gebruikt.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>2.4</nr><titel>Omgevingsvisie </titel></kop><structuurtekst><al>Op 5 juli 2022 is de Omgevingsvisie voor de gemeente Peel en Maas vastgesteld, met daarin drie kernwaarden: Zelfsturing, Diversiteit en Duurzaamheid. Voor erfgoed zijn al deze kernwaarden van belang. Zo is een goed toegankelijke, kwalitatief goede, en duurzaam ingerichte en onderhouden fysieke leefomgeving van grote waarde voor vitale gemeenschappen. Het beleefbaar en zichtbaar maken van erfgoed kan hierin een rol spelen, het verbind mensen en het zorgt voor een omgeving waar de eigen identiteit voelbaar en zichtbaar blijft. De omgevingsvisie biedt kansen om het landschappelijk erfgoed en de cultuurhistorie beter beleefbaar te maken en met trots uit te dragen. Om de geschiedenis levend te houden, zetten we in op de uitvoering van het erfgoedbeleid in samenwerking met de lokale gemeenschap. Daarnaast stimuleert de gemeente initiatieven die gericht zijn op het (digitaal) ontsluiten en de beleving van cultuurhistorische waarden, zowel bovengronds als ondergronds. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>3.</nr><titel>Peel en Maas werkt actief samen met inwoners aan het behoud en beleefbaar maken van erfgoed </titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al><nadruk type="vet">Wij werken, vanuit het concept van de meervoudige overheid, samen met de gemeenschap en ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid, aan de bescherming van het cultureel erfgoed. Voor de cultuurhistorische waarden maken we gebruik van de verhalen, kennis en kunde die aanwezig zijn in de samenleving.</nadruk></al><al>De gemeente vervult op het gebied van erfgoed meerdere rollen. Zo is de gemeente wettelijk verantwoordelijk voor de selectie en het behoud van beschermd erfgoed en houden we toezicht op mogelijke overtredingen van de erfgoedverordening. Daar waar het gaat om het zichtbaar en beleefbaar maken van de lokale cultuurhistorie doet de gemeente dat samen met inwoners of is de gemeenschap zelf aan zet. Daarnaast ziet de gemeente het als haar taak om voldoende informatie beschikbaar te stellen voor eigenaren over het behoud van hun beschermd erfgoed. Niet elk beschermd erfgoedobject heeft hetzelfde onderhoud nodig of vraagt om dezelfde aanpak bij een restauratieopgave. Het betreft altijd maatwerk. Om de cultuurhistorische waarden te behouden is het belangrijk dat het juiste onderhoud en de juiste wijze van restauratie wordt toegepast. Hierover stelt de gemeente informatie beschikbaar voor eigenaren zodat zij zelf al een eerste inschatting kunnen maken van het onderhoud dat het beste past bij hun object. Daarnaast voorziet de gemeente eigenaren ook van onafhankelijk advies middels de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). </al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>3.1</nr><titel>Wij faciliteren organisaties in het bereiken van hun doelstellingen op het gebied van erfgoed. </titel></kop><structuurtekst><al>Wij vinden het belangrijk dat organisaties die zich inzetten voor het behoud en het beleefbaar maken van erfgoed daar waar nodig worden gefaciliteerd. De gemeente is zelf geen initiatiefnemer, maar werkt op basis van vragen en initiatieven die vanuit de samenleving komen. Dit kan gaan om (financiële) ondersteuning of advisering van organisaties die doelstellingen nastreven gericht op het erfgoed in Peel en Maas. Dit zijn bijvoorbeeld organisaties die zich bezighouden met materieel erfgoed zoals molens, kruisen en kapellen en begraafplaatsen. </al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>3.2</nr><titel>Wij stimuleren initiatieven en organisaties, die gericht zijn op het ontsluiten van en de beleving van de cultuurhistorische waarden, zowel bovengronds, ondergronds als digitaal. </titel></kop><structuurtekst><al>Het uitvoeringsbeleid erfgoed is niet alleen van de gemeente. Erfgoed is een collectief goed en wij werken hiervoor nauw samen met (erfgoed) organisaties, inwoners en eigenaren. Wij willen de betrokkenheid van onze inwoners en organisaties op het gebied van erfgoed benutten door hen waar mogelijk te betrekken bij de uitvoering. De gemeente heeft oog voor initiatieven die gericht zijn op het behoud en beleefbaar maken van erfgoed. Ook willen wij goede initiatieven delen om zo andere inwoners en organisaties te kunnen inspireren. Daarnaast is voor eigenaren van een gemeentelijk monument een jaarlijkse onderhoudssubsidie beschikbaar. Deze subsidie is specifiek voor het regulier onderhoud en restauratie van gemeentelijke monumenten.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>4.</nr><titel>Peel en Maas hecht grote waarde aan het beschermen van haar erfgoed</titel></kop><paragraaf><kop><label /><nr>4.1</nr><titel>Wij voldoen aan de wettelijke verplichtingen voor erfgoed, met de verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en de Erfgoedverordening Peel en Maas, passend in de Omgevingswet en verankeren ons beleid hierin.</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) is ingesteld. Hiermee voldoen wij aan de wettelijke eisen die gesteld worden in de Omgevingswet. De minimale wettelijke taak van de gemeentelijke adviescommissie is het uitbrengen van onafhankelijk advies over vergunningaanvragen met betrekking tot rijksmonumenten (uitgezonderd archeologische rijksmonumenten), gemeentelijke monumenten en het in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Naast een monumentenspecialist, neemt er ook een landschapsspecialist en de dorpsbouwmeester plaats in de ARK.</al><al /><al>De Erfgoedverordening Peel en Maas 2025 is in september 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit is noodzakelijk om te voldoen aan de wettelijke eisen van de Omgevingswet en om de uitwerking van het uitvoeringsbeleid Erfgoed juridisch goed te verankeren. </al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.2</nr><titel>Wij zijn een goede huisvader voor de monumenten in gemeentelijk eigendom. Noodzakelijke werkzaamheden richten zich eerst op onderhoud. Pas als het niet anders kan gaan we over op het restaureren of vernieuwen van monumenten. Dit doen wij altijd op basis van een onafhankelijk bouwkundig inspectierapport en/of bouwhistorisch onderzoek. </titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente Peel en Maas hanteert de richtlijn dat behoud bij monumenten altijd voor vernieuwing gaat. De historische bouwmaterialen, kleuren, profileringen, structuren en constructiewijzen vertegenwoordigen een belangrijke historische waarde. Deze waarde dient zo veel mogelijk te worden behouden. Daarom worden onderdelen of elementen niet vervangen wanneer herstel ervan mogelijk is.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.3</nr><titel>We beschermen cultuurhistorisch waardevolle objecten via de erfgoedverordening. Aan deze verordening is een monumentenlijst gekoppeld. Per object zijn door een externe erfgoeddeskundige redengevende beschrijvingen opgesteld waarin de erfgoedwaarden staan beschreven. De erfgoedverordening en de monumentenlijst zijn een onderdeel van het omgevingsplan. Deze manier van beschermen staat in directe relatie tot de Omgevingswet, die vereist dat de gemeentelijke erfgoedwaardes compleet worden opgenomen in het omgevingsplan.</titel></kop><structuurtekst><al>Het gemeentelijk erfgoedbeleid verandert. De bundelingen van wetgeving in één Erfgoedwet en de invoering van de Omgevingswet stimuleren zowel een meer integraal gemeentelijk erfgoedbeleid als de erkenning dat erfgoed een integraal onderdeel is van (de kwaliteit van) de fysieke leefomgeving. Dit wordt geborgd door het erfgoedbeleid op te stellen op basis van het landelijke VNG-modelverordening, met nuances passend bij gemeente Peel en Maas. Daarnaast staan er duidelijke regels in die de uiteindelijke overgang naar het gebiedsdekkende omgevingsplan versoepelen. </al><al /><al>De gemeente Peel en Maas heeft ervoor gekozen om erfgoedbeleid te ontwikkelen waarbij de bescherming plaatsvindt onder de waarderingscategorie gemeentelijk monument, beschermd dorpsgezicht en beeldbepalend dorpsgezicht. Binnen deze categorieën wordt onderscheid gemaakt in de bescherming. De categorieën betreffen altijd maatwerk.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Inventarisatie </nadruk></nadruk></al><al>Een externe onafhankelijke erfgoeddeskundige heeft een inventarisatie en waardering gemaakt van het gebouwde erfgoed in Peel en Maas. Deze inventarisatie en waardering is voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). De ARK adviseert het college over het al dan niet beschermen van bouwwerken zoals voorgesteld door de erfgoeddeskundige. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Selectiecriteria</nadruk></nadruk></al><al>De selectiecriteria die voor de inventarisatie worden gehanteerd, zijn gebaseerd op de criteria van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), specifiek gericht op het gebouwd erfgoed. </al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="colA" /><colspec colname="colB" /><tbody><row><entry><al><nadruk type="vet">Conform RCE</nadruk></al></entry><entry><al><nadruk type="vet">Vertaald naar gemeentelijk niveau</nadruk></al></entry></row><row><entry morerows="1"><al><nadruk type="vet">Cultuurhistorische waarden</nadruk></al></entry><entry><al>Gebruikshistorie, bijzondere bewoners of bouwgeschiedenis</al></entry></row><row><entry><al>Aansluiting bij dorpsthematiek</al></entry></row><row><entry morerows="2"><al><nadruk type="vet">Architectuur- en kunsthistorische waarden</nadruk></al></entry><entry><al>Kenmerken van streekeigen bouwen op basis van o.a. materiaalgebruik, lokale architecten</al></entry></row><row><entry><al>Lokale architectuurstroming</al></entry></row><row><entry><al>Bijzondere detaillering of ornamentiek</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Bouwhistorische waarden</nadruk></al></entry><entry><al>Aanwezigheid originele en/of bijzondere bouwmaterialen of bouwwijze</al></entry></row><row><entry morerows="1"><al><nadruk type="vet">Situationele en ensemble waarden</nadruk></al></entry><entry><al>Betekenis als onderdeel van historische nederzettingsstructuur</al></entry></row><row><entry><al>Relatie met historisch-ruimtelijke ontwikkeling van de omgeving</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Gaafheid en herkenbaarheid</nadruk></al></entry><entry><al>Architectonische gaafheid, is het object herkenbaar gebleven na verbouwingen</al></entry></row><row><entry><al><nadruk type="vet">Zeldzaamheid</nadruk></al></entry><entry><al>Ouderdom, vaak geldt hoe ouder hoe zeldzamer</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.4</nr><titel>We ondersteunen en adviseren eigenaren waar nodig om het behoud en beheer van hun erfgoed te stimuleren. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het behoud en beheer van hun beschermde erfgoed, maar kunnen wel rekenen op advisering van de gemeente, onder andere door in gesprek te gaan met de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Daarnaast verwijzen we eigenaren op verzoek naar wet- en regelgeving, subsidiemogelijkheden en bruikbare contacten. </titel></kop><structuurtekst><al>Inwoners zijn zich niet altijd bewust van de waarde van erfgoed. Het wordt vaak niet herkend en ervaren als ‘gewoon’. In veel gevallen wordt het pas opgemerkt als het erfgoed verdwenen is. Met het uitvoeringsbeleid Erfgoed willen wij eigenaren bewust maken van de bijzondere waarde van hun erfgoed. Op deze manier willen wij het draagvlak voor het cultureel erfgoed vergroten. </al><al /><al>Hoewel cultureel erfgoed een collectief bezit is, heeft het meeste erfgoed een particuliere eigenaar. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor deze eigenaren. Vragen van eigenaren hebben vaak betrekking op verbouwingen, financiële ondersteuning en/of energiemaatregelen. De gemeente stimuleert eigenaren om in een zo vroeg mogelijk stadium de plannen voor veranderingen aan hun beschermd object kenbaar te maken. Zo kunnen wij tijdig met de eigenaren in gesprek over hun plannen. Uiteindelijk is het de eigenaar zelf die de wettelijke instandhoudingsplicht heeft om hun erfgoed goed te onderhouden, de gemeente heeft hier een adviserende (ARK en ambtelijke ondersteuning) en faciliterende (subsidieregeling instandhouding monumenten) rol in. </al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.5</nr><titel>We leggen monumentale en karakteristieke panden, historische wegen en landschappen en monumentale bomen en lanen systematisch vast op een digitale kaart en in het omgevingsplan</titel></kop><structuurtekst><al>Erfgoed wordt tijdelijk beschermd middels de Erfgoedverordening en uiteindelijk opgenomen in het toekomstige omgevingsplan. Daarnaast wordt dit inzichtelijk gemaakt op een digitale kaart. Het beschermde erfgoed wordt digitaal zichtbaar gemaakt middels het landelijke Erfgoed Registratie Systeem. Daarnaast is de Monumentenlijst openbaar.</al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>4.6</nr><titel>Wij zien toe op de naleving van het behoud van het cultureel erfgoed zoals vastgelegd in de Erfgoedverordening. We houden toezicht op mogelijke overtredingen.</titel></kop><structuurtekst><al>Het is verboden om cultuurhistorisch erfgoed met een beschermde status te beschadigen, te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. De gemeente ziet toe op de naleving hiervan en houdt toezicht op mogelijke overtredingen. </al><al /><al>Bij het beschermen van het cultureel erfgoed in het omgevingsplan, hanteert de gemeente een aantal uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels. Deze gaan over: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde erfgoedbouwwerken of archeologische monumenten;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Verplaatsing van beschermde erfgoedbouwwerken;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Gebruik van beschermde erfgoedbouwwerken ter voorkoming van leegstand;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Aantasting van de omgeving van een beschermd erfgoedbouwwerk;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. </al></li></lijst><al>Middels de Erfgoedverordening wordt er toezicht gehouden op de bovenstaande punten. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Archeologie</nadruk></nadruk></al><al>Om toe te kunnen zien op het behoud van het cultureel erfgoed - onderdeel archeologie - zoals vastgelegd in de Erfgoedverordening, is het noodzakelijk om de gemeentelijke archeologische waardenkaart te actualiseren. Daar waar expertise nodig is op het gebied van archeologie wordt er gewerkt met een externe deskundige. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>5.</nr><titel>Peel en Maas benut kansen op het gebied van erfgoed voor opgaves in diverse programma’s</titel></kop><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al><nadruk type="vet">Door erfgoed integraal te benaderen zorgen we beter voor erfgoed voor de toekomst. In samenspraak met betrokkenen benutten we de kansen die door erfgoed geboden worden. Zo onderzoeken wij de samenhang op het gebied van wonen, duurzaamheid, klimaatadaptie, energietransitie, landschapsbeleid, recreatie en toerisme, jeugd en onderwijs en vitale gemeenschappen.</nadruk></al><al /><al>De samenwerking tussen gemeentelijke teams is van groot belang. Erfgoed is een onderwerp dat veel andere beleidsdomeinen raakt; samenwerking is dan ook essentieel. Met het uitvoeringsbeleid Erfgoed leggen we verbindingen met andere gemeentelijke opgaven en werken wij integraal aan de programmadoelen zoals opgenomen in de kaderstellingen.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Vitale gemeenschappen</nadruk></nadruk></al><al>Cultureel erfgoed vervult een belangrijke sociaal-maatschappelijke waarde. Zorgdragen voor het erfgoed in onze omgeving draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit en bevordert de leefbaarheid en vitaliteit van Peel en Maas. De kernen zijn van de gemeenschap zelf. De gemeenschap bepaalt hoe zij samenleven en is zelf verantwoordelijk voor haar directe leefomgeving. </al><al /><al>Erfgoed heeft ook een verbindende waarde. Zo vertellen de dorpsthematieken, opgenomen in de bijlage 1, wat elke kern cultuurhistorisch gezien uniek maakt en dat zorgt voor verbinding en betrokkenheid met de omgeving doordat mensen zichzelf herkennen in de verhalen. Naast het erfgoed dat zichtbaar is in de samenleving, is ook het immaterieel erfgoed van grote waarde. De levende tradities, verhalen, gebruiken en ambachten verbinden mensen van verschillende achtergronden met elkaar. Dit kan ervoor zorgen dat ook nieuwe inwoners zich betrokken en thuis voelen in Peel en Maas. De gemeente stelt de dorpsthematieken beschikbaar op een centrale plek op de website en faciliteert initiatieven die de verbindende waarde van erfgoed in de samenleving bevorderen. Vrijwilligers en initiatieven van inwoners spelen een belangrijke rol bij de instandhouding en waardering van erfgoed. Wij vinden het daarom belangrijk om daar waar dat mogelijk is initiatieven vanuit de samenleving de ruimte te geven en vrijwilligers die zich inzetten voor erfgoed te waarderen. Het huidige subsidiebeleid vanuit Cultuurstimulering voorziet in mogelijkheden om erfgoed gerelateerde activiteiten te ondersteunen.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Jeugd en onderwijs </nadruk></nadruk></al><al>Het stimuleren van historische bewustwording is een belangrijk uitgangspunt voor de instandhouding van ons erfgoed. De historie van onze gemeente geeft betekenis aan de samenleving van nu. Daarom is het belangrijk om de verhalen over het cultuurhistorisch erfgoed te verspreiden. Dit is onder andere belangrijk voor de jongere generatie, omdat zij uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het doorgeven van de instandhouding van het erfgoed, maar ook zeker voor andere doelgroepen. Kennisdeling over erfgoed en het beleefbaar maken hiervan zorgt voor een maatschappelijke invulling en creëert een gevoel van verbondenheid met de omgeving. Erfgoed is dynamisch en beweegt met de tijd mee. Het is belangrijk om het cultuurhistorisch erfgoed te koesteren en inwoners kennis te betrekken bij het verleden van de plek waar ze wonen. Daarnaast maken we, samen met alle inwoners, het erfgoed van de toekomst.</al><al /><al>Door in te zetten op kennisdeling wordt het draagvlak voor behoud vergroot. De gemeente ziet het als haar rol om de juiste partijen en thema’s met elkaar te verbinden zodat kennisdeling over erfgoed kan worden gestimuleerd. Waar nodig kan de gemeente faciliteren om de realisatie van activiteiten in het kader van erfgoededucatie mogelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld door heemkundeverenigingen in contact te brengen met de scholen. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Wonen </nadruk></nadruk></al><al>Om erfgoed te kunnen behouden, is het noodzakelijk om mee te bewegen met de tijd. Een (tijdelijke) herbestemming van een bouwwerk of het mogelijk maken van woningsplitsing kan het gebruik en daarmee de mogelijkheden tot behoud vergroten. Dit kan gaan om de herbestemming van een kerkgebouw, maar bijvoorbeeld ook historisch waardevolle (industrie)panden die vrijkomen of een historische boerderij. Er zal altijd een afweging gemaakt moeten worden tussen behoud en vernieuwing. De gemeente vindt het belangrijk om plannen voor herbestemming en behoud van cultuurhistorisch erfgoed met een positieve grondhouding te benaderen en de belangen goed tegen elkaar af te wegen. </al><al /><al>Waar mogelijk behouden wij de authentieke bebouwing en de referentie naar de historische plek. Dit betekent dat wij hiermee zorgvuldig omgaan. Dit draagt bij aan het behoud van het dorpse karakter en de historische identiteit van de individuele kernen. Vernieuwing is noodzakelijk om de kernen toekomstbestendig te maken. Maar het uitgangspunt is de samenhang van oude en nieuwe bebouwing <nadruk type="ondlijn">met</nadruk> het behoud van de historische identiteit. Aan de hand van goede praktijkvoorbeelden willen wij eigenaren inspireren om de historische identiteit van de kernen te behouden en te versterken. Daarnaast staan wij positief tegenover informatievoorzieningen in de openbare ruimte die de historische identiteit van de kernen zichtbaar en beleefbaar maken. Het uitgangspunt hierbij is wel dat dit op basis van één soort vormgeving wordt gedaan zodat ‘verrommeling’ van de omgeving wordt tegengegaan.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Duurzaamheid/energietransitie</nadruk></nadruk></al><al>Het behoud van cultuurhistorische elementen zorgt voor een duurzaam hergebruik van authentieke materialen. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande materialen. Dit beperkt de hoeveelheid sloopafval dat afgevoerd moet worden en nieuwe grondstoffen die gebruikt moeten worden voor de bouw van een nieuw object wat de circulariteit ervan ten goede komt. Niet alle objecten bieden echter dezelfde mogelijkheden voor duurzaam gebruik. Bijvoorbeeld bij verduurzamingsingrepen die ten koste gaan van het cultuurhistorische waarde behoud van een object. Daarom is er met betrekking tot de vraagstukken op het gebied van verduurzaming van beschermd erfgoed altijd maatwerk nodig. Naast het duurzaam materiaalgebruik van objecten hebben wij ook oog voor de historische ambachten en technieken die worden toegepast. De gemeente stimuleert initiatieven die hieraan bijdragen. Daarnaast kunnen eigenaren van monumenten altijd in gesprek gaan met de ambtelijk adviseur monumenten, archeologie en erfgoed of met de ARK voor verduurzamingsmogelijkheden.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Landschap/klimaat</nadruk></nadruk></al><al>Groen erfgoed heeft een grote maatschappelijke, recreatief-toeristische en cultuurhistorische waarde. Ze vormen vaak het landschappelijk kader van het gebouwde erfgoed. Beiden versterken elkaar en vertellen samen het verhaal over het object en de plek. Groen erfgoed is een verzamelnaam voor historisch aangelegd groen. Dit zijn groenstructuren die in het verleden door mensen zijn aangelegd of door menselijk ingrijpen tot stand zijn gekomen zoals tuinen, parken, woonwijken, verdedigingswerken, begraafplaatsen, buitenplaatsen, singels, langen, brinken, dries en landgoederen. Groen erfgoed kan daarnaast bestaan uit gebouwde structuren, in het bodemoppervlak aangebracht reliëf, waterpartijen, paden en beplantingen. Cultuurlandschappen met door de mens beïnvloed groen, zoals bossen, hakhoutbossen en houtwallen vallen ook onder groen erfgoed, aldus de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, 2023).</al><al /><al>De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed heeft criteria opgesteld om groen erfgoed te waarderen. Om groen erfgoed te kunnen beschermen, is het noodzakelijk dat het eerst getoetst wordt aan deze criteria.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">Recreatie en toerisme</nadruk></nadruk></al><al>Recreatie en toerisme en erfgoed sluiten naadloos op elkaar aan. Wij zoeken waar mogelijk de samenhang op tussen deze beleidsvelden. Een omgeving waar cultureel erfgoed zichtbaar en beleefbaar is heeft een positief effect op zowel inwoners als toeristen. Daarnaast is toerisme een mooie manier om erfgoed breder onder de aandacht te brengen en te versterken. Om erfgoed een toevoeging te laten zijn op de beleving van toeristen is er draagvlak en een samenwerking nodig tussen de betrokken partijen. De gemeente kan deze partijen met elkaar in verbinding brengen. Denk hierbij aan ondernemers en erfgoedorganisaties. De dorpsthematieken die zijn opgesteld, kunnen gemeente breed worden ingezet en dienen als onderlegger voor de te ontwikkelen toeristische opgaves. </al><al /><al>De gemeente stimuleert initiatieven waarbij de samenwerking wordt opgezocht tussen recreatie en toerisme en erfgoed, en verbind waar mogelijk opgaven met de regiovisie Noord-Limburg 2040 voor toerisme en recreatie. </al><al /></artikel><paragraaf><kop><label /><nr>5.1</nr><titel>Wij herstellen en versterken het erfgoed bij ruimtelijke ontwikkelingen met oog voor kwaliteit en hebben daarbij een gebiedsgerichte benadering om de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving te behouden en te versterken. Dit doen wij onder andere door erfgoed te verankeren in het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. </titel></kop><structuurtekst><al>Door erfgoed te verankeren in de Gids Ruimtelijke Kwaliteit zorgen wij ervoor dat erfgoed wordt meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen en kan dienen als inspiratiebron daarvoor. Belangrijk is dat nieuwe ontwikkelingen op een vanzelfsprekende manier aansluiten op het bestaande, zodat de samenhang wordt versterkt en gebieden de historische kwaliteiten kunnen behouden en benutten. Het behouden van historische kwaliteiten betekent niet dat vernieuwing niet meer mogelijk is. Het uitgangspunt is dat we ons bewust zijn van de waarden in een gebied, en ze af kunnen wegen hoe ze bijdragen aan de kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen. </al><al /></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label /><nr>5.2</nr><titel>Wij grijpen de herinrichting van de openbare ruimte en landschappen aan om erfgoed zichtbaar en beleefbaar te maken. </titel></kop><structuurtekst><al>De eigen identiteit van een plek kan dienen als uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte. Factoren zoals de geschiedenis van de plek en de cultuurhistorisch beschermde objecten kunnen een fysieke vertaling krijgen waardoor het verhaal van de plek beleefbaar wordt gemaakt. Daarnaast kan erfgoed beter beleefbaar worden gemaakt in de fysieke omgeving door bij herinrichting van de historische dorpskernen en waardevolle historische plaatsen te kiezen voor passende bestrating, groenaanleg en straatmeubilair. Ter inspiratie kan hiervoor gebruik worden gemaakt van historisch beeldmateriaal dat bijvoorbeeld beschikbaar is bij lokale heemkundeverenigingen en op PeelenMaasNet. </al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label /><nr>6.</nr><titel>Bijlages </titel></kop></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1:</nr><titel>Dorpsthematieken </titel></kop><al /><al><nadruk type="vet">1.1 Baarlo</nadruk></al><al>De geschiedenis van Baarlo gaat terug tot de prehistorie. Bij <nadruk type="cur">De Meeren</nadruk> zijn grafheuvels onderzocht die dateren uit de Brons- en IJzertijd. Ten westen van het dorp liep een Romeinse weg met als gevolg dat bij Baarlo ook vondsten uit die tijd zijn gedaan. </al><al /><al>Vanaf de 10<sup>de</sup> eeuw ontstond er op ongeveer één kilometer van de Maas op een verhoging een dorpje met een aanvankelijk bescheiden kerkje. Baarlo hoorde toen bij het Graafschap Kessel. De eerste vermelding van de naam Baarlo dateert uit 1219. Baarlo was vanaf het einde van de 13<sup>de</sup> eeuw Gelrisch, werd in de 16<sup>de</sup> eeuw Spaans en in 18<sup>de</sup> eeuw Pruisisch, daarna Frans en vanaf 1839 Nederlands.</al><al /><al>Anders dan bijvoorbeeld Maasbree en veel andere laatmiddeleeuwse dorpen in de regio, bezat Baarlo een echt centrum bij een kruispunt van wegen en geen lange kern met lintbebouwing. Dat centrum lag op een duidelijke hoogte (bescherming tegen hoog water), die snel afliep in de richting van de Maas. De grond was in de omgeving van Baarlo vruchtbaar dankzij de aanwezige rivierklei. Er lagen in de middeleeuwen liefst tien grote pachtboerderijen. Voor het overige telde Baarlo veel kleine boeren en dagloners.</al><al /><al>Baarlo heeft vier kastelen, waarvan er drie terug gaan op de middeleeuwen. Het kasteel d’Erp dateert uit de 13<sup>de</sup> eeuw en was oorspronkelijk een echte burcht (<nadruk type="cur">De Borcht</nadruk>). Het huidige complex is in de 17<sup>de</sup> eeuw gebouwd en dankt zijn naam aan de familie d’Erp die het van 1787 tot 1962 in bezit had en er tot 1905 woonde.</al><al>Kasteel de Berckt dateert ook uit de 13<sup>de</sup> eeuw. Het lag vlakbij de voormalige Romeinse heerbaan. Het oude kasteel werd in 1830 gesloopt en vervangen door het huidige pand in Italiaanse stijl. Kasteel de Raay was oorspronkelijk een riddergoed uit de 13<sup>de</sup> eeuw en onderging ook diverse aanpassingen in de loop der eeuwen. Thans herbergt het een luxe hotel. </al><al /><al>Tenslotte kasteel Scheres, dat geen echt kasteel is omdat het in 1860 pas werd gebouwd door de Luikse baron d’Olne. Op dit kasteel woonde tussen 1962 en 2009 de Japans-Amerikaanse beeldhouwer Shinkichi Tajiri, internationaal bekend vanwege het door hem veel gebruikte knoopmotief. Van hem zijn verspreid over het dorp diverse openbare kunstwerken te zien. Ook de wachters op de Venlose Maasbrug zijn van zijn hand.</al><al /><al>Ook los van Tajiri valt het op dat in Baarlo veel openbare kunst aanwezig is. Het dorp kan worden gerelateerd aan diverse andere kunstenaars. De belangrijkste daarvan is ongetwijfeld Mathieu Kessels (1784-1836), die in de jaren 1820 en 1830 in Rome woonde en daar tot Europese roem kwam. Baarlo was verder de tijdelijke verblijfplaats van de kunstenaar Albert Neuhuys terwijl de modernist Jan Stekelenburg er volop heeft geschilderd. </al><al /><al>De artistieke traditie wordt anno 2022 in Baarlo in ere gehouden door de organisatie van een beeldhouwers-symposium om de vijf jaar, waar nieuwe publieke kunstwerken uit voortkomen. </al><al /><al><nadruk type="vet">1.2 Beringe</nadruk></al><al>De eerste vermelding van ‘Beringe’ treffen we aan in 1353. In het gemeentearchief komt in belastingregisters het vaakst de schrijfwijze ‘Bieringen’ voor. Voor het ontstaan van die naam zijn een tweetal verklaringen gegeven: of het ‘huis van Bero’ of de veldnaam ‘Bieringen’. </al><al>In 1364 telde Beringe zes boerderijen. De oude hoven uit genoemd jaar zijn niet exact herleidbaar op één na, de ‘Alde Buick’. Deze lag tegenover de Beuken Hoeve (Kievit 18). Geleidelijk aan groeide het aantal boerderijen in 1602 naar 22. Ook het inwonergetal steeg en bedroeg in 1648 99 en in 1812 311. De bevolking was agrarisch georiënteerd, iets dat zou voortduren tot ver na de Tweede Wereldoorlog.</al><al /><al>Tot het hertschap Bieringen behoorden o.a. de buurtschappen Beringerhoek, Voorste- en Achterste Beuken, de Hoeve, Kaumeshoek en Maris. Ze lagen redelijk ver van elkaar. Ook de heidegebieden Schorf (gelegen onder het huidige Beringe) en bij Maris (later Grashoek) behoorden tot Beringe. In 1808 werd in opdracht van Napoleon het <nadruk type="cur">Canal du Nord</nadruk> gegraven, het kanaal dat Antwerpen met de Rijn moest verbinden. De waterweg zou ook Beringe doorsnijden, maar tijdens het graven stopte men één kilometer vóór Beringe. De Noordervaart was cruciaal voor de verdere geschiedenis van Beringe. In 1854 werd het vanwege de Peelvervening door de overheid op vaardiepte gebracht en in 1863 doorgetrokken tot Beringe. Tevens werd daar een wisselkom aangelegd waar schepen konden keren. Beringe kreeg zo een kleine haven en de handel en welvaart groeiden. Midden in de 19<sup>e</sup> eeuw werden de huidige Kanaalstraat en Meijelseweg voorzien van kiezels en tot provinciale wegen gepromoveerd. Daarvoor waren het onbeduidende wegen. Beringe werd nu makkelijker bereikbaar en handel en nijverheid floreerden. Men kon per schip producten aan- en afvoeren in alle richtingen. </al><al /><al>In 1879 vestigde zich als eerste een pannenfabriek aan het kanaal. Daarna bouwde men er nog diverse pakhuizen voor graan, stro en kunstmest en kwamen er een houthandel en houtzagerij. In 1906 vestigde zich aan het kanaal graanhandelaar Kessels. Het bedrijf werd groot onder de naam Van der Linden. In de decennia erna groeide het bedrijf uit tot een onderneming van formaat. Ook kwam er in de dertiger jaren een vestiging van het Landbouwbelang. Zo ontstond het eerste industrieterrein van de gemeente Helden. De hier geboden werkgelegenheid was een welkome aanvulling voor de Beringse bevolking naast het inkomen van de boerderij. De komst van de tramlijn Beringe-Venlo in 1912 versterkte de handel naar de grotere steden in de regio. Een gedeelte van de tramremise uit 1912 en de tramhuizen uit 1914 bleven bewaard. Vooral de Kanaalstraat maakte vanaf 1900 een gestage groei door met behalve burgerwoningen ook veel ambachtelijke bedrijvigheid. </al><al /><al>In 1928 vond de stichting plaats van de parochie Beringe. De school was al in 1921 gebouwd. Van de voormalige gemeente Helden is Beringe met 30 dodelijke slachtoffers het hardst getroffen in de Tweede Wereldoorlog. Het dorp kreeg daardoor een zwaar litteken. In de ‘vrijwillige ruilverkaveling Egchel’ werd in 1965 ook een groot deel van het buitengebied van Beringe herverkaveld. </al><al /><al>Behalve in Nederland treffen we de plaatsnaam Be(h)ringen zeven keer aan in Europa. De schrijfwijze is nagenoeg overal hetzelfde. Echter na de Tweede Wereldoorlog werd van het Nederlandse Beringen de ‘n’ weggelaten.</al><al /><al><nadruk type="vet">1.3 Egchel</nadruk></al><al>Bij archeologische opgravingen in het uitbreidingsplan Giel Peetershof, trof men enkele jaren geleden de resten aan van een kleine nederzetting uit de (Late) IJzertijd. Tevens vond men de contouren van de landweer uit de 14<sup>e</sup> eeuw, die liep vanaf Kessel-Eik door de Keup en Giel Peetershof en eindigde bij de Jacobusstraat. </al><al /><al>In 1387 komt de naam van ‘Henneke Agell’ voor als schepen (wethouder) van Helden. Als ‘hertschap Achell’ werd het dorp in 1459 voor het eerst genoemd. De naam is een afgeleide van ‘Aicheloo’ (eikenbos). In 1469 betaalden 31 mensen belasting over hun bezit en in 1602 telde de gemeenschap 24 boerderijen en andere woningen. Tot aan de oprichting van de parochie Panningen behoorden de volgende gehuchten tot ‘Achel’: Keup, Egchel, Hub en Zelen. Na de oprichting van de parochie Panningen werden Keup en Egchel bij de parochie Helden en Hub en Zelen bij Panningen ingedeeld. Als grotere boerderijen kunnen wij noemen: Roosenhof, Gielenhof, Klaassenhof en de Catharinahoeve. Tot aan de industrialisatie van Helden was Egchel nagenoeg geheel agrarisch.</al><al /><al>In de jaren dertig van de vorige eeuw ontstonden de eerste plannen voor de oprichting van een eigen parochie met kerk. Nadat de kerktoren van de H. Lambertuskerk in Helden-Dorp in 1944 was opgeblazen, zorgde met name het ruimtegebrek in de noodkerk voor een nieuwe stimulans in Egchel. In 1948 werden de kerk van het rectoraat H. Jacobus de Meerdere en een houten barak als school in gebruik genomen. De gemeenschap telde toen 500 inwoners. De naam van de parochie is een verwijzing naar de in Egchel geboren priester en verzetsstrijder kapelaan Jac Naus. Hij overleed in 1945 te Bergen-Belsen. </al><al /><al>Het grondgebied van de Egchelhei was door zijn natte structuur alleen geschikt voor weidegebied. Hier hebben zich in het begin van de 19<sup>e</sup> eeuw de eerste boeren gevestigd. Na veel ontginningswerk bleef men strijd voeren om de natte akkers te kunnen ontwateren. Toen in 1854 het Afwateringskanaal werd gegraven, was de gemeente Helden in de veronderstelling dat men dan ook de lager gelegen gebieden kon ontwateren. Echter het hoofddoel van dit kanaal was het afvoeren van het zure Peelwater naar de Maas. In 1930 werd de beperkte scheepvaart op het kanaaltje stopgezet en liet men het waterpeil zakken. Echter de akkers bleven nog nat tot aan de ruilverkavelingen van na 1940.</al><al /><al>Egchel onderging twee ruilverkavelingen. De eerste uit 1943 bestreek het woongebied van Egchel, de Molenheg en een deel van Keup. Tussen de boerderijen werden toen voor en na burgerwoningen gebouwd. De tweede was de ruilverkaveling die startte in 1965. Ze bestreek een gebied van liefst 1.671 ha, gelegen onder Egchel en Beringe. In deze uitloper van de Peel lagen veel vennen als overblijfselen van vroegere turfdelvingen. Het was een gebied waarover eeuwenlang was geruzied door de gemeenten Helden, Neer en Meijel. Op de lijn van het Afwateringskanaal lag de omstreden grens tussen Gelre en Horn. Bij de laatste ruilverkaveling werden alle oude oorspronkelijke landschapselementen geruimd voor een nieuw ruilverkavelingslandschap dat in die tijd als modern werd geacht. Tevens kreeg Egchel (onbewust) veel bomen van het soort waar haar naam aan is ontleed. </al><al /><al><nadruk type="vet">1.4 Grashoek</nadruk></al><al>De ‘sierschijf van Helden’ of Keltische schijf, werd in 1844 gevonden in het gebied dat later Grashoek werd genoemd. Het fraaie object dateert uit de eerste eeuw na Christus. Hoewel er al in de prehistorie (o.a. Houwenberg) en vervolgens in de late middeleeuwen sprake was van bewoning rond de leenhoven Groot- en Klein Maris, was er van een gemeenschap op de plek waar nu de kern Grashoek ligt, nog geen sprake. Tot aan de stichting van de parochie Grashoek behoorde het hele grondgebied onder <nadruk type="cur">hertschap Beringe</nadruk>. Pas rond het midden van de 19<sup>de</sup> eeuw stichtten de eerste boeren uit de omgeving eenvoudige boerderijtjes in het gebied tussen Beringe en Helenaveen, dat wil zeggen midden in de wildernis. Vervolgens ontgonnen ze er stukje bij beetje akkers die daarvoor veen, heide of bos waren. Ook werkten ze als turfsteker in het nabijgelegen Helenaveen.</al><al /><al>Op het einde van de 19<sup>de</sup> eeuw lagen wat plukjes boerderijen in de buurtschappen Houwenberg, Vliegert, Grashoek, Maris, Spiesbergen, Belgenhoek en bij de Helenavaart. De kinderen gingen in deze jaren naar Helenaveen en Panningen naar school. Pas nadat er een school (1914) en parochie (1918) waren gesticht, kan men spreken van de <nadruk type="cur">dorpsgemeenschap</nadruk> Grashoek. Grashoek was dus oorspronkelijk een van de gehuchten van het nieuwe dorp. 1918 geldt als de officieuze stichtingsdatum van Grashoek. De ontwikkeling kwam daarna in een stroomversnelling. </al><al /><al>Een belangrijke figuur in de beginjaren van Grashoek was pastoor Kengen. Hij pachtte 60 ha grond en gaf deze weer uit aan ontginningsboeren. Een andere pionier was Hein Gielen die in Grashoek boerderijtjes, een winkel en een café met zaal (ASIOD) bouwde. Gielen trok ook enkele bloembollentelers uit ‘Holland’ aan, die zich rond 1900 in Grashoek vestigden. De bekendste onder hen was Johannes (Jan) Spruijt, waar de latere Johan Spruijtstraat naar genoemd is. De bollenteelt werd in Grashoek echter géén succes. </al><al /><al>Grashoek heeft na de oorlog jaren een periode bekendgestaan om zijn pluimveesector. Op het ogenblik liggen er veel tuinbouwbedrijven en varkenshouderijen. Daarnaast richten steeds meer bedrijven zich op de recreatieve markt, zoals minicampings en een golfbaan. Het van oudsher sterk agrarische karakter van het dorp nam na 1970 versneld af. Een steeds groter deel van de inwoners is forens.</al><al /><al><nadruk type="vet">1.5 Helden</nadruk></al><al>Evenals in de andere kernen van Peel en Maas, verbleven er tijdens de prehistorie jagers en boeren in het dorp Helden. Uit een wat latere periode dateren de vondsten op Schrames (o.a. een fraai, bronzen Marsbeeldje), die duiden op bewoning in de Laat-Romeinse tijd (250-450). De naam ‘Helden’ komen we voor het eerst tegen in een oorkonde uit 1230. Er bestond toen al enige tijd een lokale gemeenschap. Het dorp en <nadruk type="cur">Onder</nadruk> waren twee van de zes <nadruk type="cur">hertschappen</nadruk> van ‘groot-Helden’. Waarschijnlijk is Helden het oudste van de zes en leverde het daarom de latere gemeentenaam. </al><al /><al>Over de weg door Onder (Baarloseweg) richting Baarlo ging niet alleen handelsverkeer maar trokken ook plunderende groepen. Waarschijnlijk is daardoor hier ook de Onderse schans aangelegd. Markant zijn ook de stuifzandgebieden waar men in de 18<sup>e</sup> eeuw dennen zaaiden. Hierdoor ontstonden de Heldense Bossen die tegenwoordig ruimte bieden aan recreanten, wandelaars en fietsers.</al><al /><al>Van oorsprong is Helden een agrarische gemeenschap. Op een splitsing van wegen ontstond er een uniek driehoekig plein waaraan in de loop der eeuwen markante huizen werden gebouwd, het huidige <nadruk type="cur">Mariaplein</nadruk>. In 1734 lag er een boerderij en er omheen 26 andere gebouwen. De Pruisische koning gaf in 1755 de opdracht om er een waterpoel aan te leggen. Een onuitwisbare herinnering hieraan is de naam van dit plein: ‘de Pool’. Hier werden markten gehouden en bij de dorpspomp werd drinkwater gehaald. Hier woonden ook een dokter, een koster, brouwers, caféhouders, bakker, smid, slager en andere ambachtslieden. Kortom de Pool was een plek waar de handel floreerde en mede daardoor werd het ook een mooie plek voor de notabelen van het dorp. In 1876 kwamen de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid naar Helden en vestigden zich ook aan de <nadruk type="cur">Pool</nadruk>. In 1928 bouwden ze vlakbij de Sint Odaschool en een klooster. De eerste is na langjarige leegstand en een grondige aanpassing opnieuw school en het klooster is nu het <nadruk type="cur">Streekmuseum Peel en Maas</nadruk>.</al><al /><al>Het markantste gebouw aan de Pool is de Lambertuskerk, die in 1455 werd gebouwd in opdracht van de kartuizers uit Roermond. Ondanks latere schades en diverse renovaties, telt het gebouw nog diverse, oorspronkelijke onderdelen. In 1572 trokken de Staatse troepen van Willem van Oranje plunderend door onze regio en staken de Lambertuskerk en de windgraanmolen op de Driessen in brand. </al><al /><al>Een ander belangrijk (verdwenen) gebouw aan genoemd plein was het raadhuis uit 1786. Toen het nieuwe raadhuis in Panningen werd gebouwd, werd - ondanks protest - dit historische kleinood in 1964 gesloopt. Ook het herenhuis van de eerste Heldense geschiedschrijver Joannes van Knippenbergh, is verdwenen. Het grote pand werd later nog bewoond door Petrus de Koning en notaris Haffmans. Omdat het huis een obstakel vormde in de weg Helden-Kessel, werd het afgebroken. Ondanks de sloop van diverse, andere historische panden, is het Mariaplein met kiosk nog steeds een aantrekkelijke plek voor het ‘Dörper’ verenigingsleven: schuttersgilde, fanfare, Jong Nederland en sportverenigingen.</al><al /><al>Nadat het dorp in de jaren zestig al fors was gegroeid, groeiden Helden en Panningen na 1970 aan elkaar vast door de ontwikkeling van het omvangrijke woninggebied De Riet.</al><al /><al><nadruk type="vet">1.6 Kessel</nadruk></al><al>Het gebied waar nu Kessel ligt, werd vanwege de nabijheid van de Maas en de aanwezige, vruchtbare kleigrond, al in de prehistorie en Romeinse tijd volop bewoond. Vlakbij het huidige dorp liep een Romeinse weg evenwijdig aan de Maas. Er zijn in en rond Kessel diverse vondsten gedaan uit deze periode, zoals een fraaie driegodensteen, twee Romeinse boerderijen, een pottenbakkersoven, munten en een helm. </al><al /><al>De naam Kessel is afgeleid van het latijnse <nadruk type="cur">castellum</nadruk> (= kasteel). Het dorp ontstond in de volle middeleeuwen bij de kruising van de Romeinse weg en een doorgang door de Maas, waarover de graven van Kessel de controle hadden. Na meerdere eenvoudigere voorgangers (eerst een ringwal met palissade, daarna een stenen toltoren), bouwden de graven van Kessel in de 11<sup>de </sup>en 12<sup>de</sup> eeuw een mergelstenen ringmuur op een motte waarbinnen zich gedurende de volgende eeuwen het huidige kasteel de Keverberg ontwikkelde. Vanwege deze bouwdata en boeiende bouwgeschiedenis is de Keverberg één van de oudste en meest interessante kastelen van Nederland. </al><al /><al>De Graven van Kessel beheersten destijds een gebied dat grofweg het huidige Noord-Limburg tot Venray omvatte en verder enkele Duitse gebieden. Gedwongen door geldgebrek verkocht de Graaf van Kessel in 1279 zijn bezittingen aan de Graaf van Gelre, waarmee Kessel onderdeel werd van dat veel omvangrijkere graafschap. </al><al /><al>Al in 1312 kreeg Kessel marktrechten wat duidt op handel en mobiliteit. De huidige Markt ten noorden van het kasteel is het oudste woongebied van het dorp. De kleine, romaanse parochiekerk werd in 1460 afgebroken en op dezelfde plaats verrees een mergelstenen, gotisch kerkgebouw (dat op zijn beurt in 1870 werd vervangen door de huidige kerk van Pierre Cuijpers). In 1541 kwam het kasteel in handen van de familie Van Merwijck, die een bijna absolute macht bezat over het dorp. In deze periode vonden ook vernielingen en verwoestingen plaats als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog. Onder de huidige kerk bevinden zich nog de grafkelders van de Heren van Kessel en van een aantal pastoors.</al><al /><al>Na 1648 (<nadruk type="cur">Vrede van Münster</nadruk>) behoorde het dorp tot Spaans Gelre om in de 18<sup>de</sup> eeuw over te gaan naar Pruisen. Dit duurde tot aan de Franse tijd, waarna Kessel onderdeel van Nederland werd. Nog onder Frans bewind werd de Napoleonsbaan aangelegd, waardoor Kessel vlakbij een belangrijke verkeers- en handelsader kwam te liggen. </al><al /><al>Bij gevechten aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werden kasteel de Keverberg (op dat moment een klooster), de kerk, de historische kern en de molen zwaar beschadigd. Op het kasteel na, werden deze na de oorlog hersteld.</al><al /><al>Na 1950 ontwikkelden zich rond de historische woonkern enkele nieuwbouwwijken. In 2015 is de kasteelruïne heropgebouwd op een bijzondere manier: de oude delen werden geconsolideerd en vervolgens gecombineerd met moderne toevoegingen in staal en glas. Sindsdien is de Keverberg - en daarmee ook Kessel - een belangrijke, toeristische attractie geworden.</al><al /><al><nadruk type="vet">1.7 Kessel-Eik</nadruk></al><al>Van een hechte <nadruk type="cur">gemeenschap</nadruk> op de plek van het huidige Kessel-Eik was tot in de 19<sup>de</sup> eeuw geen sprake. Er lag daar eeuwenlang een drietal boerengehuchten, o.a. rond de huidige Straterhof en Meeuwissenhof. Die gehuchten hoorden bij Kessel-Dorp, ook in religieus opzicht. De naam <nadruk type="cur">Kessel-Eik</nadruk> wordt voor het eerst in 1571 vermeld. Mogelijk vervulden de boerenfamilies hun religieuze plichten in de omstreeks 1500 gebouwde Onze-Lieve-Vrouwekapel, gelegen op de plek waar de Haagstraat overgaat in de Neerstraat. Helaas is dit pand de afgelopen decennia geleidelijk in verval geraakt en resteert momenteel slechts een ruïne.</al><al /><al>Bijzonder aan deze omgeving is dat hier ooit de landsgrens lag tussen het Hertogdom Gelre en het Prinsbisdom Luik. Deze grens werd in de periode 1400-1600 gemarkeerd door een landweer (de <nadruk type="cur">Lanterd</nadruk>), een verdedigingslinie bedoeld om vreemd gespuis te weren. De wal werd al in de 14<sup>de</sup> eeuw aangelegd op ‘gemene grond’, dat wil zeggen in woest gebied dat werd gebruikt door de hele gemeenschap. De landweer was oorspronkelijk aan beide zijden voorzien van een sloot en was begroeid met vrijwel ondoordringbaar, doornig struikgewas. Georganiseerde legers konden er niet mee worden afgestopt, maar afgedankte, zwervende soldaten wel. Die maakten met plunderingen en diefstal de streek onveilig. De Lanterd was vele kilometers lang en eindigde in noordelijke richting ergens in de Peel bij Egchel. Nadat zijn militaire belang was verdwenen, werd de wal gebruikt als ondergrond voor de aanleg van de gelijknamige weg; in de bossen op de Keup is de linie nog deels aanwezig. In deze afgelegen regio stond ook eeuwenlang de galg van Kessel, bedoeld als waarschuwing voor diegenen die het dorp naderden. </al><al /><al>In 1657 werd iets ten westen van de Lanterd de zogeheten <nadruk type="cur">Gekke Graaf</nadruk> gegraven, een droge en kaarsrechte gracht die voortaan de grens markeerde tussen Gelre en Luik. Van 1853 tot 1861 werd deze gracht deels uitgediept tot het <nadruk type="cur">Afwateringskanaal Meijel-Neer</nadruk>. Dit kanaaltje moest het uit de vervening bij Helenaveen en Griendtsveen afkomstige Peelwater, direct afvoeren naar de Maas. Het mondt fraai uit bij de Mussenberg.</al><al /><al>Om het in de 19<sup>de</sup> eeuw geleidelijk oplopend aantal bewoners van Kessel-Eik in elk geval tijdens de winter de lange weg naar de kerk van Kessel-Dorp te besparen, werd in 1881 een mooie en forse neogotische kapel gebouwd aan de Karrenweg. In die periode moet hier zoiets als een <nadruk type="cur">gemeenschap</nadruk> zijn ontstaan van ‘Eikenaren’, mensen die voelden dat ze bij elkaar hoorden. De kapel werd afgebroken nadat er een nieuwe kerk kwam in het zich na 1945 snel ontwikkelende dorpje. De bouw daarvan vond plaats na 1945. Kessel-Eik was aanvankelijk een rectoraat. Er kwam na de oorlog ook een eigen school en in de jaren zestig een gemeenschapshuis. In 1974 werd Kessel-Eik een aparte parochie. Door deze voorzieningen werd men minder afhankelijk van Kessel-Dorp en kreeg de eigen gemeenschapszin een stevige impuls.</al><al /><al><nadruk type="vet">1.8 Koningslust</nadruk></al><al>Het dorp Koningslust is een van de jongere dorpen van Peel en Maas. Het is genoemd naar de militair, politicus en koopman Petrus de Koning uit Utrecht. Hij kwam uit een vermogende familie en was kapitein van het korps dragonder-lijfwacht in Nederlands-Indië. In 1795 kocht de rentenier - hij woonde toen al aan het Mariaplein in Helden-Dorp - midden in de wildernis zo’n 100 hectaren woeste grond van de gemeenten Helden en Maasbree. De Koning kon daar prima jagen en had daarnaast het plan om de grond te ontginnen en tot bloei te brengen. De Koning stichtte in <nadruk type="cur">Konings-lust</nadruk> enkele boerderijen. Het geheel vormde aanvankelijk een groot vierkant complex met rond de boerderijen groentetuinen en fruitboomgaarden en daaromheen wei- en bouwlanden.</al><al /><al>Na het overlijden van zijn ouders stichtte Leonard de Koning, zoon van Petrus en priester in onder meer Horst, Geijsteren en Haelen, in 1846 op het landgoed Koningslust de <nadruk type="cur">Congregatie van Broeders van de Derde Orde van de Heilige Franciscus</nadruk>. De aangetrokken broeders, vnl. eenvoudige boerenzonen, brachten de heidegrond in cultuur en bouwden er een fraai klooster compleet met kapel in neogotische stijl. Het 88 ha grote landgoed werd door Leonardus de Koning in 1853 aan het bisdom Roermond geschonken. </al><al /><al>Van 1877 tot 1929 was de zielzorg van het klooster in Koningslust in handen van de Norbertijnen van Heeswijk. Zij introduceerden er de Sint Cunera-verering, die tot in de jaren 1950 heeft bestaan. Cunera van Rhenen werd met name aangeroepen door de boeren uit de streek in geval van ziekten onder hun vee. In de huidige kerk staat nog een beeld van Sint Cunera. </al><al /><al>Koningslust was inmiddels ook een kosthuis voor mannen, wat extra inkomsten opleverde. Over de staat van het religieuze leven deden echter veel klachten de ronde; de eenvoudige Franciscus-broeders van Koningslust lieten het gebouw en spirituele plichten wat verslonzen. Mogelijk om die reden werd het klooster in 1936 overgenomen door de Broeders van de Congregatie van Sint Joseph uit Heerlen. In het verlengde van de missie van deze broeders, kwam in Koningslust de nadruk te liggen op de opvang van geestelijk gehandicapte jongens en mannen. Er werd met dat doel een nieuw pand in strak-moderne stijl bijgebouwd: <nadruk type="cur">Huize Savelberg</nadruk>. In het leegkomende, oude klooster werd een reclasseringsinstituut gevestigd, feitelijk een soort open gevangenis. In 1970 werd de reclassering opgeheven en werden de oude gebouwen gesloopt. </al><al /><al>Het nieuwe complex dat nu tot stand kwam, maakt sinds 1968 onderdeel uit van de S<nadruk type="cur">tichting Daelzicht</nadruk>. Vanaf toen kwamen er geen nieuwe broeders meer bij en verdween het religieuze karakter geleidelijk. De overgebleven broeders gingen in een nieuw pand aan de Koningsstraat wonen.</al><al /><al><nadruk type="cur"><nadruk type="vet">Tenslotte: het Vlakbroek</nadruk></nadruk></al><al>Het Vlakbroek is een 35 ha groot natuurgebied van Staatsbosbeheer vlakbij Koningslust, met veel natte en ook enkele hogere delen; ook de onvoltooide Noordervaart en Everlose Beek lopen door dit gebied. Het gebied werd eerst in de jaren 1930 ontgonnen in het kader van de werkverschaffing maar omdat het nauwelijks vruchtbaar bleek en sowieso erg laag ligt, werd het vanaf 2000 weer ‘teruggegeven’ aan de natuur. De inwoners van Koningslust hebben veel bijgedragen aan de herontwikkeling van het fraaie gebied.</al><al /><al><nadruk type="vet">1.9 Maasbree</nadruk></al><al>Het dorp Maasbree heette eeuwenlang <nadruk type="cur">Bree</nadruk>. Om verwarring te voorkomen met het Belgisch-Limburgse Bree, heet het vanaf de Franse Tijd <nadruk type="cur">Maasbree</nadruk>. Het dorp wordt voor de eerste keer genoemd in een akte uit het jaar 1240. Er was toen blijkbaar al sprake van een gemeenschap inclusief kerk en eigen bestuur (schepenbank). Maasbree ontwikkelde zich als lintdorp aan de weg Helden-Venlo en was eerst van de Graaf van Kessel en vanaf de 13<sup>de</sup> eeuw onderdeel van respectievelijk Gelre, Bourgondië, Spanje, Pruisen, Frankrijk, België en tenslotte Nederland. </al><al /><al>Er lagen in vroegere eeuwen op afstand van de woonkern enkele grote maar ook diverse kleine boerderijen, gegroepeerd in de gehuchten Tongerlo, Root, Dubbroek, Rinkesfort, Lange- en Korte Heide en Veldsehuizen. Maasbree telde verder enkele (niet meer bestaande) kastelen, o.a. Huis Bree (<nadruk type="cur">Aarsen</nadruk>) en Huis Westering en de omgrachte ‘oude pastorie’. </al><al /><al>In 1794 werd Maasbree door de Fransen samengevoegd met Baarlo en Blerick. Het laatste dorp was en bleef steeds een ‘vreemde eend in de bijt’ en werd uiteindelijk in 1940 bij Venlo gevoegd. Met Baarlo vormde Maasbree nog tot 2010 een bestuurlijke eenheid.</al><al /><al>Tijdens de Franse tijd werd begonnen met de aanleg van de Noordervaart, die Antwerpen met de Rijn bij Neuss moest verbinden. Het kanaaltracé liep ten zuiden van Maasbree, maar werd hier slechts deels uitgegraven. Bij Maasbree werkten destijds duizenden arbeiders aan het kanaal, wat de kleine gemeenschap behoorlijk ontwrichtte. In 1811 ging het hele plan de ijskast in. Momenteel zijn de beddingen van de Noordervaart nog op diverse plaatsen zichtbaar, met name langs de provinciale weg naar Venlo; deels loopt er de Everlose Beek doorheen. Langs de onvoltooide Noordervaart is in 2002 een bijzonder kunstwerk gerealiseerd: op regelmatige afstand van elkaar zijn oranje-witte ‘markeringsstangen’ geplaatst die het tracé zichtbaar maken voor de fietsende toerist.</al><al /><al>Vanaf de jaren 1960 zijn in Maasbree diverse nieuwbouwwijken verrezen. Bij de realisatie van de nieuwbouwwijk <nadruk type="cur">Dörperfeld</nadruk> (vanaf 2008) werden onder meer een boerderij met waterput (nu in <nadruk type="cur">Streekmuseum Peel en Maas</nadruk>) gevonden uit de Bronstijd. Evenals bijna alle andere dorpen van Peel en Maas, heeft ook Maasbree na 1950 in rap tempo zijn agrarisch karakter verloren en is het vooral een forensendorp geworden. Tegenwoordig telt het dorp wel nog diverse tuinbouwbedrijven.</al><al /><al>Een voor erfgoed en natuur belangrijk gebied is het tussen Maasbree en Baarlo gelegen <nadruk type="cur">Dubbroek</nadruk>. Dubbroek is een van de mooiste natuurgebieden van Peel en Maas en grotendeels eigendom van het Limburgs Landschap. Het geaccidenteerde, gevarieerde en waterrijke gebied is ontstaan rond een grote, deels verlande Maasarm. Dubbroek telt op de hoge buitenoever een aantal historische boerderijen met bolakkers. De aanwezige kuilen zijn een gevolg van lokale veen- en kleiwinning (het laatste ten behoeve van veldovens). Verder ligt er een oude begraafplaats voor niet-katholieken. Door het gebied lopen de Springbeek en de Kwistbeek.</al><al /><al><nadruk type="vet">1.10 Meijel</nadruk></al><al>Het dorp Meijel is ontstaan in de late middeleeuwen als een ‘eiland in de Peel’. Het dorpje bestond uit een eenvoudig, stenen kerkje en telde toen ca. 200 mensen, die in boerderijtjes van hout, leem en stro leefden op en van zanderige akkers. Aan de noordzijde van die kern lag het gehucht ‘luttel Meijel’ (met Willibrordusput) en aan de zuidkant de Donk. Rondom de drie gehuchten was het allemaal hei, moeras en veen. De Meijelsen haalden in de Peel hun brandstof (turf), lieten er hun schapen weiden en hielden er bijen. Hoewel de wegen slecht waren, passeerden er door Meijel op gezette tijden handelaren, die vanaf Den Bosch via Deurne door de Peel trokken in de richting van Roermond, Weert en Venlo. Het dorp werd ook regelmatig bezocht door militaire troepen; immers: wie Meijel bezat, controleerde de doorgang door de Peel. </al><al /><al>Meijel lag relatief ver (&gt;10 km) van de buurdorpen Nederweert, Helden, Roggel en Liessel, maar toch werden de meeste bruiden en bruidegoms daar gevonden. Met die buurdorpen werd regelmatig geruzied over de turfgronden. Door de geïsoleerde ligging en de Brabantse import, ontwikkelde Meijel een eigen dialect dat veel meer ‘Brabants’ was (is) dan de andere Limburgse dialecten. </al><al /><al>Bestuurlijk viel Meijel in de middeleeuwen onder het gezag van de Heer van Ghoor uit Neer, daarna onder dat van allerlei ‘heren’ uit diverse Europese landen. In tegenstelling tot de andere dorpen van Peel en Maas, heeft Meijel nooit behoord tot het Ambt Kessel. In de jaren rond 1800 veranderden de Meijelaren liefst vijfmaal van nationaliteit: Oostenrijker, Fransman, Nederlander, Belg en tenslotte weer Nederlander. Dit geldt overigens ook voor de andere dorpen van Peel en Maas.</al><al /><al>Na 1850 ging het snel met de ontginning van de woeste gronden en verdween geleidelijk het idee van ‘het eiland in de Peel’. Een belangrijke rol was rond 1900 weggelegd voor ‘boerenkoning’ Jan Truijen; hij was parlementslid, burgemeester van Meijel maar vooral belangrijk als lokaal én landelijk voortrekker van samenwerking onder de boeren (coöperatieve gedachte). Truijen geldt als de belangrijkste Meijelnaar aller tijden. Meijel was toen nog steeds een echt boerendorp met wat ondersteunende ambachtslieden, een paar winkeliers bij de kerk en vele tientallen cafés. </al><al /><al>De Tweede Wereldoorlog raakte Meijel op twee manieren: in 1938-1940 was het een belangrijk ‘hoekpunt’ in de Peelraamstelling (met kazematten en allerlei versperringen die de Duitse opmars moesten stoppen) en in 1944 was Meijel frontgebied, wat menselijk en materieel veel slachtoffers maakte. Daarna werd de wederopbouw fors ter hand genomen en werden de laatste grote stukken woeste grond ontgonnen (‘Schepersbergpeel’). Het aandeel boeren in de beroepsbevolking daalde vanaf de jaren vijftig in een rap tempo. Tegelijkertijd steeg het aantal inwoners fors. Meijel breidde aan alle kanten uit en werd een modern, welvarend en naar buiten gericht dorp. </al><al /><al>Na jaren tegenstribbelen gaf Meijel in 2010 uiteindelijk zijn zelfstandigheid op. Als onderdeel van Peel en Maas maakt het dorp sindsdien veel werk van zelfsturing. Het Dorpsoverleg Meijel neemt daarbij het voortouw.</al><al /><al><nadruk type="vet">1.11 Panningen</nadruk></al><al>In de late middeleeuwen omvatte het gebied dat nu onder Panningen valt, een aantal agrarische gehuchten waaronder Heuvelhoek, Stoks, Loo en Straatje. Binnen Everlo lagen de gehuchten Huishoek en Ninnes. Everlo was lang een apart <nadruk type="cur">hertschap</nadruk> evenals Onder, Panningen, Egchel, Beringe en Helden. In Everlo lag ook het adellijk huis Ten Hove, waar vanaf 1675 de Heer van Helden resideerde. Tevens had Everlo een grote schans waarop kleine huisjes stonden. Deze boden plek in tijden van nood aan een beperkt aantal rijke boerenfamilies uit Everlo en omgeving. </al><al /><al>De eerste vermelding van ‘Paningen’ treffen we aan in 1451. Binnen ‘Paningen’ lagen twee grote hoven: het Gelders leengoed <nadruk type="cur">hof ter Braecken</nadruk> en het particulier bezit de <nadruk type="cur">hof tho Paningen</nadruk> in de Heuvelhoek. </al><al /><al>In 1638 wordt een bedevaartkapel gebouwd op grond van het leengoed. Al snel is de kapel van regionaal belang, dat wil zeggen vergelijkbaar met Kevelaer en Roermond (Kapel in het Zand). Panningen trok pelgrims uit de verre omgeving, die hulp kwamen inroepen bij het devotiebeeld van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten. Om die reden werd en wordt Panningen sindsdien gewoonlijk <nadruk type="cur">in</nadruk> <nadruk type="cur">Kepèl</nadruk> genoemd. Toch werd Panningen – tegen de zin van Helden-Dorp – pas in 1830 een zelfstandige parochie en groeide de kapel uit tot een kerk. Vanaf 1879 werden bij de kerk van Panningen nog enkele kloosters gebouwd en in 1929 kwam er een forse, nieuwe kerk in plaats van het bestaande godshuis.</al><al /><al>Anders dan de overige dorpen van Peel en Maas die hun boerenkarakter langer behielden, ontwikkelde Panningen zich in de loop van de 20<sup>e</sup> eeuw tot een centrum van ambacht en industrie. Al sinds 1918 kende Panningen de ‘Limburgse Jaarbeurs’, waar nieuwe ontwikkelingen over industrie, techniek en landbouw aan bod kwamen. Verder waren er diverse vooroorlogse bedrijfsvestigingen (o.a. twee steenfabrieken) en na de oorlog kwam er een ambachtsschool (LTS). De overgang van een agrarisch dorp naar een centrum van industrie en nijverheid versnelde in de jaren vijftig en vooral zestig. Boerenzonen werden in groten getale ‘arbeider’. In de wederopbouwperiode ging het traditionele, kleinschalige landschap compleet op de schop. In plaats van kleine kavels, heggen, houtwallen, kronkelende weggetjes en lage, oude boerderijtjes, kwamen strakke en grote kavels als de basis van het nieuwe ‘productielandschap’. </al><al /><al>De snelle industriële ontwikkeling leidde begin jaren zestig tot de stichting van een fors nieuw industrieterrein aan de noord-oostzijde van het dorp en de bouw van nieuwe wijken vol uniforme, moderne arbeiderswoningen. Hele generaties burgers van Peel en Maas zijn geboren en getogen in die nieuwe rijtjeshuizen. In 1957 werd Panningen door het Rijk aangewezen als ontwikkelingskern, wat de industrialisatie nog versnelde. De industriële omwenteling werd in 1962 artistiek bekroond met Wim Rijvers’ <nadruk type="cur">Industriemonument</nadruk>, dat de ontluikende industrie van Panningen symboliseerde.Vanwege alle bedrijvigheid vestigden zich vanaf eind jaren zestig grote groepen arbeidsmigranten uit zuidelijke landen, in Panningen, met name uit Turkije en Marokko.</al></bijlage></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>