<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-166417/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Ede</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Wijzigingsregeling stimulering opwek en opslag hernieuwbare energie EnergieWEB gemeenten</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede; </al><al>gelezen het voorstel van 31 maart 2026, zaaknummer 514311;</al><al>gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017;</al><al>besluit:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr><titel /></kop><al>De Subsidieregeling stimulering opwek en opslag hernieuwbare energie EnergieWEB gemeenten wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><al>A</al><al>Artikel 1 sub c) komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">Artikel 1. Begripsbepalingen</nadruk></al><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>c)</li.nr><al><nadruk type="cur">EnergieWEB gemeenten:</nadruk> de gemeenten Wageningen, Ede, Barneveld, Scherpenzeel, Nijkerk en Veenendaal;</al></li></lijst><al>B</al><al>Artikel 4 komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">Artikel 4. Hoogte van de subsidie</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie bedraagt 35% voor de totale investering.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidie bedraagt maximaal, met inachtneming van het eerste lid, de daadwerkelijk gemaakte kosten tot een maximum van € 100.000 per project.</al></li></lijst><al>C</al><al><nadruk type="vet">Artikel 5 komt te luiden:</nadruk></al><al>Artikel 5. Subsidievoorwaarden </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Subsidie wordt slechts verleend indien:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>inwoners van de Foodvalley gedurende ten minste twaalf maanden in de gelegenheid worden gesteld om gezamenlijk minimaal 51% van de eigendom van de energie-installatie te verwerven tegen een niet meer dan marktconforme prijs;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de hernieuwbare energie die wordt opgewekt wordt aangeboden aan de EnergieWEB gemeenten gedurende ten minste 15 jaar;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de te realiseren energie installatie past binnen de Regionale Energie Strategie en het lokale beleid van de gemeente waar deze wordt gebouwd.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger meewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid, onder b, hieronder valt onder meer de inschrijving op een aanbesteding. </al></li></lijst><al>D</al><al>Artikel 7 komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">Artikel 7. Aanvraag </nadruk></al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de Asv overlegt de aanvrager:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een business case met daarbij een dekkingsplan voor de investeringskosten voor de activiteiten en overzicht van de verwachte opbrengsten en kosten per jaar gedurende de exploitatieperiode van ten minste 15 jaar;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een plan van aanpak op welke wijze inwoners uit de Foodvalley in de gelegenheid worden gesteld om minimaal 51% eigenaarschap van de energie-installatie of uitbreiding daarvan te verwerven;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een verklaring als bedoeld in die verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring).</al></li></lijst><al>E</al><al>Artikel 8 komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">Artikel 8. Verantwoording</nadruk></al><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 14 en 15 van de Asv legt de subsidieontvanger in het inhoudelijk verslag verantwoording af over de wijze waarop inwoners de mogelijkheid is geboden om voor minimaal 51% eigendom van de energie-installatie of uitbreiding daarvan te verwerven.</al><al /><al>F</al><al>Artikel 10 komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">Artikel 10. Hoogte van de subsidie</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie bedraagt maximaal: 35% van de totale investering. Hierbij geldt dat eerder verleende subsidies voor de realisatie van opwek en/of opslagfaciliteiten van dit bedrag worden afgetrokken.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidie bedraagt maximaal, met inachtneming van het eerste lid, de hoogte van de onrendabele top tot een maximum van € 100.000 per project.</al></li></lijst><al>G</al><al>Artikel 13 komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">Artikel 13. Aanvraag </nadruk></al><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de Asv overlegt de aanvrager:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een business case met daarbij een dekkingsplan voor de investeringskosten voor de activiteiten en overzicht van de verwachte opbrengsten en kosten per jaar gedurende de exploitatieperiode van ten minste 10 jaar;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een verklaring als bedoeld in die verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring).</al></li></lijst><al>H</al><al>Artikel 15 komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">Artikel 15. Subsidieplafond</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast. Voor 2026 geldt er een subsidieplafond van € 550.000.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Het beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Als op dezelfde dag meerdere aanvragen zijn ontvangen en de volgorde van binnenkomst niet kan worden bepaald dan vindt zo nodig loting plaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II</nr><titel /></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit besluit treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 31 maart 2026 zaaknummer 514311.</functie><functie /></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Het college voornoemd,</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>drs. M. Schlebusch </functie><functie>de secretaris, </functie><functie /></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>mr. L.J. Verhulst</functie><functie>de burgemeester. </functie><functie /></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr /><titel /></kop><al><nadruk type="vet">Algemeen</nadruk></al><al>De gemeenten Wageningen, Ede, Barneveld, Scherpenzeel, Nijkerk en Veenendaal (hierna: de EnergieWEB gemeenten) vinden het belangrijk dat een overgang tot stand komt naar het gebruik van (lokaal opgewekte) hernieuwbare energie. In bredere zin wordt hiervoor verwezen naar de Regionale Energiestrategie. De gemeenten vinden het daarnaast belangrijk dat zij zelf het goede voorbeeld geven door ook hun eigen energiebehoefte af te nemen uit hernieuwbare bronnen. Om dit te stimuleren vormen zij jaarlijks een reservering op elektriciteit die zij zelf inkopen via bronnen die niet duurzaam zijn (de stroommarkt). Deze reservering wordt ingezet om projecten te stimuleren waarmee projecten gerealiseerd kunnen worden binnen de deelnemende gemeenten waarmee ‘groene stroom’ wordt opgewekt. Omdat de opwek van energie niet altijd synchroon loopt met het gebruik van die energie is de mogelijkheid gecreëerd om subsidie te ontvangen voor de tijdelijke opslag van energie. Om ervoor te zorgen dat de projecten (ook) bijdragen aan de ‘vergroening’ van het energiegebruik van de gemeente zelf is een voorwaarde dat in ieder geval een gedeelte van de opgewekte elektriciteit wordt verkocht aan de gemeente. Daarnaast is - conform Regionale Energiestrategie - een voorwaarde dat gelegenheid wordt geboden voor minimaal 51% lokaal eigenaarschap voor de inwoners van de acht Foodvalley gemeenten. Dit heeft enkel betrekking op de subsidie voor niet toe te voegen hernieuwbare opwek.</al><al /><al><nadruk type="vet">De artikelsgewijze toelichting wijzigt als volgt</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3. en 9. Subsidiabele activiteiten en kosten</nadruk></al><al>In dit artikel is opgenomen voor welk type activiteiten burgemeester en wethouders subsidie kunnen verlenen. Omdat sprake is van een regionale aanpak (afgestemd met de deelnemende gemeenten) is het ook mogelijk om voor activiteiten die plaatsvinden in één van deze gemeenten subsidie te verlenen. Er is voor gekozen om voor twee typen kostencategorieën subsidie te verlenen: enerzijds voor het werven van deelnemers door coöperaties (binnen de samenwerkende gemeenten) en anderzijds voor financiering van een onrendabele top. Voor de daadwerkelijke realisatie van energie-installaties door coöperaties is het belangrijk dat zij voldoende leden weten aan te trekken om zo toegang te krijgen tot de benodigde financiering. De samenwerkende gemeenten vinden daarnaast lokale eigendom van zonneparken en windmolens belangrijk: verwezen wordt naar de doelstelling uit de Regionale Energiestrategie om te streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. De Edese gemeenteraad heeft op 3 juni 2021 naar aanleiding van de motie Obbink-Hazeleger-Bakker uitgesproken zelfs te streven naar minimaal 51% lokaal eigenaarschap. Vergelijkbare besluiten zijn genomen in de gemeenten Barneveld en Wageningen. Ook dit is een reden om subsidie te verlenen voor dit type kosten. Financiering voor een onrendabele top kan ernaast ook aan bijdragen dat projecten mogelijk worden die anders niet zouden worden gerealiseerd. Dit is belangrijk voor de duurzame ambities van de gemeenten zoals die onder meer zijn opgenomen in de Regionale Energiestrategie. Subsidieverlening is nooit verplicht: per geval maken burgemeester en wethouders een afweging gebaseerd op onder meer de financiële risico’s, de haalbaarheid van de business case, de bijdrage van de activiteiten aan de ‘vergroening’ van het eigen energie gebruik en de mate waarin ruimte wordt geboden voor minimaal 51% lokaal eigenaarschap voor bewoners. Burgemeester en wethouders beoordelen zelf de business case / begroting en verlenen alleen subsidie voor kosten die zij redelijk en noodzakelijk achten. Daarnaast zijn alleen daadwerkelijk gemaakte kosten subsidiabel. Voor de subsidie van opslagvoorzieningen geldt dat deze subsidiabel zijn ook als deze niet gekoppeld zijn aan een coöperatieve opweklocatie. De reden is dat alle lokale opwek door de deelnemende gemeenten afgenomen zou moeten kunnen worden. Dan is het altijd zinvol om gelijktijdigheid te stimuleren, zolang dat maar leidt tot aanbod van lokaal opgewekte energie.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4. en 10. Hoogte van de subsidie</nadruk></al><al>Het doel van deze subsidieregeling is om een extra stimulans te bieden op het vergroenen van de duurzame energieproductie en het eigen energie verbruik van de EnergieWEB gemeenten. De hoogte van de subsidie is een percentage van de totale investering, waarbij er een maximum geldt van € 100.000 per project. Een simpel rekenvoorbeeld kan dit illustreren. Een subsidieaanvrager wil een accu plaatsen met een investering van € 500.000. De subsidie op basis van het percentage zou bedragen, 35% maal € 500.000 = € 175.000. Vanwege het maximum van € 100.000 per project wordt de maximaal te verlenen subsidie voor het initiatief begrensd op dit bedrag. De subsidie kan daarbij nooit hoger zijn dan de daadwerkelijk gemaakte kosten of de onrendabele top. Zijn de daadwerkelijk kosten of is de hoogte van de onrendabele top slechts € 80.000,- dan is dit de maximale subsidie die wij verlenen. De onrendabele top zal worden beoordeeld op basis van de meegeleverde businesscase.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 5. en 11. Subsidievoorwaarden</nadruk></al><al>In het eerste lid van artikel 5 is de voorwaarde opgenomen over lokaal eigendom van de energie-installatie. Om te borgen dat inwoners voldoende kansen krijgen moeten zij de kans krijgen om eigendom te verwerven tegen een niet meer dan marktconforme prijs. Ook kan uiteraard op projectniveau gebruik worden gemaakt van een postcoderoosmodel zodat tevens subsidie kan worden gevraagd op basis van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (van de Rijksoverheid). Bij de aanvraag moet een plan van aanpak worden gevoegd op welke wijze de aanvrager mogelijkheden biedt voor inwoners om mede-eigenaar te worden. In het tweede lid van artikel 5 en het tweede lid van artikel 11 is de voorwaarde opgenomen over het aanbieden voor verkoop van energie aan de EnergieWEB gemeenten. De subsidieontvanger mag pas een overeenkomst sluiten voor energieafname met een derde indien de EnergieWEB gemeenten niet op het aanbod zijn ingegaan. Voor de EnergieWEB gemeenten samen is energie afname een overheidsopdracht waarvoor tevens de wet- en regelgeving geldt op het gebied van aanbesteden.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6. en 12. Weigeringsgronden</nadruk></al><al>Burgemeester en wethouders verlenen alleen subsidie als aannemelijk is dat gedurende de exploitatieperiode sprake is van een positief resultaat. Anders is de kans immers groot dat de activiteiten niet uitgevoerd worden of voortijdig worden beëindigd. Als burgemeester en wethouders verwachten dat de benodigde vergunningen niet verleend zullen worden kan ook worden besloten om geen subsidie te verlenen. Daarnaast kan ook het ontbreken van dekking in de business case reden zijn om af te zien van subsidieverlening. Hierbij wordt rekening gehouden met hoe aannemelijk het is dat wel op korte termijn in de benodigde dekking kan worden voorzien. Tot slot kunnen burgemeester en wethouders een subsidie weigeren als sprake is van een geval bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Uiteraard is het onwenselijk als overheidsfinanciering wordt aangewend om strafbare feiten te plegen of daaruit verkregen voordelen te benutten. Op het moment van vaststellen van deze regeling hebben Burgemeester en wethouders geen beleidsregels opgesteld over de toepassing van de Wet Bibob bij subsidieverlening. Dit wil zeggen dat in een concreet geval gemotiveerd zal moeten worden waarom tot Bibob-toetsing wordt overgegaan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3706).</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 14. Subsidieverplichtingen</nadruk></al><al>Het is niet de bedoeling dat projecten na subsidieverlening nog jarenlang wachten op uitvoering. Daarom kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de activiteiten alleen subsidiabel zijn als ze plaatsvinden binnen een bepaalde periode (looptijd). Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast ook andere verplichtingen verbinden aan de subsidieverlening op grond van de Algemene wet bestuursrecht / Asv Ede 2017. Een voorbeeld kan zijn de verplichting om de mogelijkheden voor participatie / lokaal eigendom voor inwoners vorm te geven conform het plan van aanpak dat deel uitmaakt van de aanvraag.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 15. Subsidieplafond</nadruk></al><al>Voor de uitvoering van deze subsidieregeling geldt een voorlopig totaalbudget van € 550.000. Dit is voor activiteiten in de EnergieWEB gemeenten tezamen. Alleen bij burgemeester en wethouders van Ede kunnen subsidies worden aangevraagd: deze handelt als kassier op basis van een tussen partijen gesloten samenwerkingsovereenkomst. Afhankelijk van de ervaringen die het komend jaar wordt opgedaan met nieuwe activiteiten wordt besloten over eventuele verlenging of verhoging van het budget. Voor deze subsidieregeling gelden dezelfde verdeelregels als voor de beleidsregel over kapitaaldeelname die elk van de samenwerkende gemeenten vaststelt. Als er slechts voldoende budget is om een gedeelte van het voorstel te honoreren dan burgemeester en wethouders in overleg met de initiatiefnemer. Doel van dit overleg is om na te gaan of de initiatiefnemer interesse heeft in een gedeeltelijke bijdrage en wat de gevolgen zijn van een lagere bijdrage voor de haalbaarheid van de business case en de financiële risico’s voor de gemeente.</al></nota-toelichting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>