<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-163229/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Hof van Twente</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Beleidsregel Wmo Verplaatsen en Vervoer Hof van Twente 2026</titel></kop><regeling><aanhef /><regeling-tekst><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente;</al><al>gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening </al><al>maatschappelijke ondersteuning gemeente Hof van Twente 2025;</al><al><nadruk type="vet">besluiten:</nadruk></al><al>1. vast te stellen de <nadruk type="vet">BELEIDSREGEL WMO VERPLAATSEN EN VERVOER HOF VAN </nadruk></al><al><nadruk type="vet">TWENTE 2026</nadruk> voor de beoordeling van meldingen en aanvragen om rolstoelen en </al><al>vervoervoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 </al><al>met inachtneming van het volgende:</al><al>a. Het Handboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Hof van Twente 2015 </al><al>wordt ingetrokken per 1 april 2026; </al><al>b. deze beleidsregel wordt aangehaald als: “Beleidsregel Wmo Verplaatsen en </al><al>vervoer Hof van Twente 2026”; </al><al>c. deze beleidsregel treedt in werking op 1 april 2026.</al><al>2. dat aanvragen voor een rolstoel en/of een vervoervoorziening die voor 1 april 2026 </al><al>zijn ingediend, en waarop op 1 april 2026 nog geen besluit is genomen, worden </al><al>beoordeeld op grond van de dan vigerende Verordening maatschappelijke </al><al>ondersteuning en deze nieuwe beleidsregel. </al><al /></artikel><artikel><kop><label /><nr>1.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>Gemeenten zijn op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 </al><al>verantwoorde-lijk voor het compenseren van beperkingen in zelfredzaamheid en </al><al>participatie. Dit met de bedoeling dat inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving </al><al>kunnen blijven wonen. Met beperking bedoelen we een lichamelijke, verstandelijke, </al><al>zintuiglijke, psychische en/of psychosociale beperking.</al><al>In deze beleidsregel gaat het over zelfredzaamheid en participatie, meedoen in de </al><al>samen-leving. Zelfredzaamheid houdt (ook) in dat iemand zich in en rondom de woning </al><al>moet kunnen verplaatsen. Om te kunnen participeren, moet iemand in staat zijn zich te </al><al>kunnen verplaatsen en vervoeren, in en rondom de woning.  Ook een persoon met </al><al>beperkingen moet in voldoende mate kunnen deelnemen aan activiteiten, winkels </al><al>kunnen bereiken en sociale contacten kunnen onderhouden. </al><al>Er wordt een onderscheid gemaakt tussen verplaatsen en vervoeren. Verplaatsen gaat </al><al>met name over het overbruggen van kleine afstanden in en rondom de woning. </al><al>Hulpmiddelen hierbij zijn met name rolstoelen. </al><al>Vervoer gaat het overbruggen van afstanden buitenshuis, zowel in de directe </al><al>leefomgeving als over grotere afstanden. Het gaat dan om allerlei vormen van </al><al>(taxi)vervoer, al dan niet in combinatie met gebruik van een vervoermiddel. </al><al>Veelvoorkomende vervoermiddelen zijn scootmobielen en driewielfietsen.</al></artikel><artikel><kop><label /><nr>2.</nr><titel>Andere oplossingen</titel></kop><al>Voordat een maatwerkvoorziening wordt ingezet, wordt onderzocht of en in hoeverre </al><al>eigen kracht, gebruikelijke hulp, het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke </al><al>voorzieningen, algemene voorzieningen en welzijnsvoorzieningen een oplossing kunnen </al><al>bieden. Dit staat in artikel 2.3.5 lid 3 van de Wmo2015. De Wmo2015 is een vangnet.</al><al><nadruk type="vet">2.1. Eigen kracht</nadruk></al><al>De Wmo2015 gaat ervan uit dat iedereen zich zo veel mogelijk inspant om zelf de </al><al>ondervonden problemen op te lossen. Dit is de eigen kracht. </al><al>Het kan zijn dat behandeling ertoe leidt dat beperkingen verminderen waardoor geen </al><al>hulpmiddel meer nodig is. Behandeling gaat voor op een Wmo-maatwerkvoorziening. </al><al>Onder eigen kracht valt ook dat aanspraak gemaakt wordt op andere wettelijke </al><al>regelingen. Te denken valt aan de Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet </al><al>(Zvw) en de Participatiewet (Pwet). Maar ook gebruik maken van vervoer voor woon</al><al>werkverkeer (UWV) of leerlingenvervoer (woon-school) hoort bij eigen kracht.</al><al>Als de cliënt recht heeft op zorg op grond van de Wlz, bestaat in principe geen recht op </al><al>ondersteuning op grond van de Wmo2015. Eigen kracht betekent dat de Wlz-aanspraak </al><al>te gelde moet worden gebracht. Dit geldt ook als, naar oordeel van het college, er </al><al>redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt aanspraak kan maken op verblijf op grond </al><al>van de Wlz, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit voor verblijf </al><al>vanuit de Wlz. Het college kan de cliënt niet dwingen dat hij Wlz-zorg aanvraagt; dat is </al><al>uiteindelijk de keuze van de cliënt. Wel geldt dat wanneer de cliënt naar verwachting aan </al><al>de criteria voor de Wlz voldoet, maar geen aanvraag wil doen, hij de gevolgen niet op het </al><al>college kan afwentelen.</al><al><nadruk type="vet">2.2. Uitleen</nadruk></al><al>Op grond van de Zorgverzekeringswet bestaat de mogelijkheid om diverse </al><al>voorzieningen, zoals een rolstoel, te lenen bij een uitleenorganisatie (Medipoint, Vegro). </al></artikel><artikel><kop><label /><nr>3.</nr><titel>Verplaatsen</titel></kop><al>Zichzelf kunnen verplaatsen is essentieel bij zelfredzaamheid en participatie. </al><al>Verplaatsen in en om de woning kan op verschillende wijzen plaatsvinden. Lopend met </al><al>krukken of een rollator, met een trippelstoel, of met een rolstoel. Van deze voorzieningen </al><al>valt alleen de rolstoel onder de Wmo2015. </al><al>Een rolstoelvoorziening is bedoeld om een persoon met beperkingen in staat te stellen </al><al>zich zittend in en om rond de woning te verplaatsen zodat het normale gebruik van de </al><al>woning zoveel mogelijk gewaarborgd is. Het gaat dus om het dagelijks zittend </al><al>verplaatsen. De persoon heeft dan geen of onvoldoende loopcapaciteit en een </al><al>loophulpmiddel is ontoereikend.</al><al>Inwoners die niet dagelijks maar slechts af en toe een rolstoel nodig hebben, komen niet </al><al>in aanmerking voor deze maatwerkvoorziening. Te denken valt aan inwoners die de </al><al>rolstoel alleen nodig hebben tijdens een dagje uit, een middagje winkelen of een </al><al>wekelijkse wandeling met familie of kennissen. In deze situaties kan op grond van de </al><al>Zorgverzekeringswet een rolstoel worden geleend. Ook kan het zijn dat een leenrolstoel </al><al>beschikbaar is op de plek van bestemming, zoals een ziekenhuis of openbare instelling. </al><al>Het college beperkt zich het verstrekken van rolstoelen voor dagelijks en permanent </al><al>gebruik. </al><al>We onderscheiden drie soorten rolstoelen, namelijk handbewogen rolstoelen, elektrische </al><al>rolstoelen en sportrolstoelen.</al><al><nadruk type="vet">3.1. Handbewogen rolstoelen</nadruk></al><al>Handbewogen rolstoelen zijn bedoeld voor gebruikers die voor de verplaatsing vrijwel </al><al>volledig afhankelijk zijn van een rolstoel, dus een zeer beperkte loopafstand hebben. De </al><al>rolstoel is nodig voor nagenoeg elke verplaatsing in huis en buitenshuis.</al><al>Afhankelijk van de individuele situatie wordt de rolstoel aangepast met bijvoorbeeld een </al><al>stokhouder, een taxi-fixatieset of zitorthese. </al><al>Een rolstoel kan worden uitgerust met electrische duwondersteuning. Daarvoor wordt </al><al>ook onderzocht wie de rolstoel gaat duwen, of er een noodzaak is dat deze persoon de </al><al>ondersteuning nodig heeft en of die persoon in staat is om de duwondersteuning aan- en </al><al>af te koppelen. </al><al><nadruk type="vet">3.2. Electrische rolstoel</nadruk></al><al>Een electrische rolstoel is bedoeld voor gebruikers die zich niet of nauwelijks lopend </al><al>kunnen voortbewegen en voor wie een handbewogen rolstoel niet passend en </al><al>toereikend is. Deze voorziening wordt dan veelal zowel binnenshuis als buitenshuis </al><al>gebruikt. </al><al><nadruk type="vet">3.3. Sportrolstoel </nadruk></al><al>Een sportrolstoel is primair bedoeld voor sportbeoefening. Sportrolstoelen kenmerken </al><al>zich door scheefstand van de grote wielen om de stabiliteit te vergroten en te voorkomen </al><al>dat de handen ingeklemd worden wanneer twee sportende rolstoelers langs elkaar heen </al><al>rijden. </al><al>Een sportrolstoel kan worden verstrekt als sporten zonder sportrolstoel onmogelijk is </al><al>door aantoonbare beperkingen. </al><al>Het moet wel gaan om frequent en structureel gebruik. Dit om te voorkomen dat er een </al><al>sportrolstoel wordt aangeschaft die na enkele keren sporten niet meer wordt gebruikt. </al><al>Een criterium hiervoor is lidmaatschap bij een (gehandicaptensport) vereniging. </al><al>Een sportrolstoel wordt alleen in de vorm van een financiële tegemoetkoming verstrekt. </al><al>In het Besluit maatschappelijke ondersteuning worden voorwaarden en hoogte van deze </al><al>tegemoetkoming vastgelegd.</al><al><nadruk type="vet">3.4. Verstrekkingsvormen</nadruk></al><al>Rolstoelen kunnen zowel in natura als in de vorm van een persoonsgebonden budget </al><al>(PGB) worden verstrekt. Uitgangspunt is verstrekking in natura via één van de door het </al><al>college gecontracteerde leveranciers. Indien de cliënt budgetvaardig is en met een PGB </al><al>zelf een rolstoel wil aanschaffen, overlegt de cliënt een offerte van de aan te schaffen </al><al>voorziening. De hoogte van het PGB wordt gebaseerd op die offerte. Er is wel een </al><al>maximum, namelijk de kostprijs van een vergelijkbare voorziening in natura, zoals het </al><al>college die met de gecontracteerde leveranciers heeft afgesproken. </al><al><nadruk type="vet">3.4.1. Instandhoudingskosten</nadruk></al><al>Is een rolstoel verstrekt in de vorm van een PGB, dan kan ook recht bestaan op een </al><al>budget voor kosten van reparatie en onderhoud, en zo nodig verzekering, van de </al><al>rolstoel. Ook hier geldt dat de hoogte van het PGB niet meer bedraagt dan de </al><al>instandhoudingskosten die zijn afgesproken met gecontracteerde leveranciers. In de </al><al>Wmo-verordening en in het Besluit maatschappelijke ondersteuning is dit verder </al><al>uitgewerkt. </al></artikel><artikel><kop><label /><nr>4.</nr><titel>Vervoer</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen te </al><al>verstrekken voorziening kan bestaan uit: </al><al>a. een algemene vervoervoorziening </al><al>b. een collectieve vervoervoorziening (Maatwerkvervoer); </al><al>c. een vervoermiddel in natura of als persoonsgebonden budget</al><al>d. een financiële tegemoetkoming in kosten van individueel gebruik van een taxi of eigen </al><al>auto</al><al>Wanneer een inwoner geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, niet beschikt </al><al>over voldoende eigen kracht en geen algemene vervoervoorziening aanwezig of geschikt </al><al>is, ligt het primaat bij gebruik van het Maatwerkvervoer (Regiotaxi). Het Maatwerkvervoer </al><al>is een vorm van collectief (rolstoel)taxivervoer. Biedt het Maatwerkvervoer geen </al><al>passende oplossing, dan komen andere (dus individuele) voorzieningen in aanmerking. </al><al>Het college onderzoekt de persoonlijke factoren van de persoon met beperkingen en </al><al>stelt vast op welke gebieden de cliënt problemen ondervindt in het vervullen van zijn </al><al>vervoerbehoefte. Zij doet dat conform het stappenplan van de Centrale Raad van </al><al>Beroep. Vervoerproblemen met enkel een financiële achtergrond of het ontbreken van </al><al>het openbaar vervoer, vallen niet onder de Wmo. Het moet immers gaan om </al><al>beperkingen. </al><al><nadruk type="vet">4.1. Andere oplossingen</nadruk></al><al>Eerst wordt onderzocht of de inwoner zelf, met hulp van huisgenoten of het netwerk, met </al><al>algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of op andere wijze zelf </al><al>het vervoerprobleem kan oplossen.</al><al>Eigen kracht</al><al>Ook als het gaat om vervoer, wordt eerst beoordeeld of de cliënt zelf mogelijkheden </al><al>heeft om de ondervonden problemen op te lossen. Zie ook paragraaf 2.1. </al><al>Algemeen gebruikelijke voorzieningen</al><al>Als een algemeen gebruikelijke voorziening een oplossing biedt, is verstrekking van een </al><al>maatwerkvoorziening niet nodig. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>daadwerkelijk beschikbaar is;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt </al></li></lijst><al>tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>deze financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Dat </al></li></lijst><al>wil zeggen als deze naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen </al><al>onder de gehele bevolking gangbaar is te achten.</al><al><nadruk type="vet">Bezit eigen auto</nadruk></al><al>Een auto is algemeen gebruikelijk. Het voldoet aan de vier hiervoor genoemde </al><al>voorwaarden. Als de cliënt bij de melding al in het bezit is van een auto, dan is het niet </al><al>onredelijk om voortzetting van het gebruik van die auto te veronderstellen. Er is dan </al><al>geen reden om een maatwerkvoorziening ter vervanging van die auto of als bekostiging </al><al>van het gebruik van die auto te verstrekken. De situatie van de cliënt is dan immers niet </al><al>anders dan toen nog geen beperkingen in het vervoer werden ondervonden. Dit geldt </al><al>met name voor vervoer over grotere afstanden. Niet uitgesloten is dat voor vervoer over </al><al>kortere afstanden in de eigen leefomgeving een hulpmiddel wordt verstrekt. </al><al>Wel moet altijd onderzoek worden gedaan of ook in de individuele situatie van de cliënt </al><al>het bezit en gebruik van de eigen auto algemeen gebruikelijk is.</al><al><nadruk type="vet">Automaatje</nadruk></al><al>Een andere vervoermogelijkheid waarvan gebruik gemaakt kan worden, is bijvoorbeeld </al><al>ANWB-Automaatje. </al><al><nadruk type="vet">Valys</nadruk></al><al>Voor vervoer over grotere afstanden dan 25 kilometer kan de inwoner gebruik maken </al><al>van de mogelijkheden van het bovenregionale vervoer dat Valys in opdracht van het </al><al>ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) uitvoert.</al><al><nadruk type="vet">4.2. Reikwijdte compensatieplicht</nadruk></al><al>De reikwijdte van gemeente om te compenseren beperkt zich in principe tot de directe </al><al>leefomgeving van de persoon met beperkingen en richt zich op deelname aan het leven </al><al>van alledag in de directe leefomgeving. Het gaat dan om het kunnen bereiken van </al><al>winkels, het onderhouden van sociale contacten en het kunnen deelnemen aan </al><al>recreatieve of maat-schappelijke activiteiten. Deze compensatieplicht is beperkt tot </al><al>maximaal 30 kilometer vanaf het woon- of vertrekadres binnen de gemeente.</al><al>Een andere beperking is het bereik op jaarbasis. Deze is in Hof van Twente beperkt tot </al><al>1850 kilometer per kalenderjaar. Uit constante jurisprudentie blijkt dat een vervoers- </al><al>voorziening of een combinatie van vervoervoorzieningen die neerkomt op een aflegbare </al><al>afstand van ongeveer 1500 tot 2000 kilometer per jaar in beginsel toereikend wordt </al><al>geacht om iemand in staat te stellen sociale contacten te onderhouden en deel te nemen </al><al>aan het leven van alledag.</al><al><nadruk type="vet">4.3. Maatwerkvervoer</nadruk></al><al>Het Maatwerkvervoer per Regiotaxi is een collectief vraagafhankelijk vervoerssysteem </al><al>voor vervoer per taxi (personenauto of bus) van deur tot deur.</al><al>Collectief betekent dat de reiziger samen met andere reizigers vervoerd kan worden. </al><al>Vanaf het woonadres kan over maximaal 25 kilometer worden gereisd tegen een </al><al>aangepast, verlaagd tarief per kilometer. Voor de kilometers 26 t/m 30 geldt een </al><al>commercieel tarief. Het (gereduceerde) tarief voor het Maatwerkvervoer is afgeleid van </al><al>het tarief van het reguliere openbaar vervoer. Het systeem kent geen voorinzitgarantie.</al><al>Voor cliënten die volledig rolstoelgebonden zijn, wordt rolstoelvervoer ingezet. Een </al><al>rolstoel, rollator en/of een blindengeleidehond kunnen worden meegenomen. Een </al><al>scootmobiel kan slechts bij hoge uitzondering mee in het Maatwerkvervoer. De chauffeur </al><al>biedt hulp bij het in- en uitstappen; biedt begeleiding naar de taxi en, op de plaats van </al><al>bestemming, naar de voordeur. Bij wooncomplexen geldt als voordeur de centrale </al><al>toegangsdeur.</al><al>Met het Maatwerkvervoer kan per kalenderjaar tegen een gereduceerd tarief 1850 </al><al>kilometer worden gereisd</al><al>Het aantal kilometers wordt naar rato toegekend, afhankelijk van de maand waarin de </al><al>aanvraag wordt gehonoreerd. Dit is het basisbudget. In individuele situaties wordt dit </al><al>budget bijgesteld.</al><al>Dit budget wordt met 50% verminderd als er voor het verplaatsen en vervoer in de </al><al>directe leefomgeving (veelal de eigen woonkern) een vervoermiddel wordt verstrekt. Dan </al><al>waarborgt de combinatie van het Maatwerkvervoer met het vervoermiddel dat er </al><al>voldoende mogelijkheden zijn om te kunnen participeren en deelnemen aan het leven </al><al>van alledag.</al><al>Er zijn ook situaties dat een inwoner niet voldoende kan participeren met het </al><al>basisbudget van 1850 kilometer. Het gaat dan met name om de situatie waarin de </al><al>inwoner een zorg-plicht voor kinderen tot 14 jaar heeft of de situatie van een echtpaar </al><al>waarbij één van beide partners in een Wlz-instelling verblijft en de thuiswonende partner </al><al>vanwege het bezoek aan de partner in de instelling een grotere vervoersbehoefte heeft. </al><al>In het Besluit maatschappelijke ondersteuning zijn individuele situaties beschreven </al><al>waarin het basisbudget wordt verminderd dan wel verhoogd. </al><al><nadruk type="vet">Criteria Maatwerkvervoer </nadruk></al><al>Maatwerkvervoer is aan de orde als de inwoner geen gebruik kan maken van het </al><al>reguliere openbaar vervoer. In het algemeen geldt hiervoor als criterium dat de inwoner </al><al>niet in staat is zelfstandig lopend een afstand van 800 meter af te leggen. </al><al>Verder kan Maatwerkvervoer passend als zijn als iemand vanwege visuele problemen of </al><al>verstandelijke handicap belemmerd is om zelfstandig gebruik te maken van het </al><al>openbaar vervoer, en waarbij het Maatwerkvervoer de zelfstandigheid van de aanvrager </al><al>vergroot, omdat hiervan gebruik kan worden gemaakt zonder begeleider.</al><al>Inwoners met een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) zijn uitgesloten </al><al>van maatwerkvoorzieningen (artikel 2.3.5. Wmo2025). Deze uitsluiting geldt niet voor het </al><al>Maatwerkvervoer. Inwoners die de Wlz-indicatie ontvangen in natura (dus woonachtig </al><al>zijn in een instelling) zijn voor andere vervoervoorzieningen aangewezen op de Wlz en </al><al>dus het zorgkantoor.</al><al><nadruk type="vet">Geen maatwerkvervoer mogelijk</nadruk></al><al>Als Maatwerkvervoer niet adequaat is of niet aanwezig is, zal een andere voorziening </al><al>gekozen moeten worden. Als eerste wordt dan beoordeeld of individueel gebruik van een </al><al>taxi mogelijk is. Als uit een medisch advies blijkt dat ook individueel gebruik van een taxi </al><al>niet mogelijk is, worden alternatieven onderzocht. Het kan dan gaan om een voorziening </al><al>in natura (een vervoermiddel, een autoaanpassing, een gesloten buitenwagen) of een </al><al>persoonsgebonden budget, als alternatief voor die voorziening in natura of een financiële </al><al>tegemoetkoming in kosten van de eigen auto. Zie hiervoor paragraaf 4.4. en 4.5.</al><al>Uitgangspunt is altijd de goedkoopst compenserende voorziening.</al><al><nadruk type="vet">4.4. Vervoermiddelen</nadruk></al><al>Een vervoermiddel is een individuele voorziening, veelal ter aanvulling op het Maatwerk</al><al>vervoer of individueel taxivervoer. Het gaat vooral om scootmobielen, driewielfietsen, </al><al>aangepaste fietsen en handbikes aan een rolstoel. </al><al>Daar waar het Maatwerkvervoer bedoeld is voor het overbruggen van grotere afstanden, </al><al>zijn vervoermiddelen vooral bedoeld voor het vervoer in de directe leefomgeving, met </al><al>name de eigen woonkern.</al><al>Welk vervoermiddel passend is, is afhankelijk van diverse factoren zoals</al><al>• het vervoermiddel moet passend zijn bij de vervoersbehoefte. Bijvoorbeeld, in een </al><al>winkel boodschappen doen, kan vaak wel met een scootmobiel. Een driewielfiets is </al><al>daarvoor niet of minder passend. </al><al>• het gebruik van een vervoermiddel moet veilig en verantwoord zijn. Hoewel geen </al><al>rijbewijs noodzakelijk is, moet wel worden beoordeeld of de persoon voldoende </al><al>rijvaardig is om te kunnen deelnemen aan het verkeer.</al><al>Indien twijfel bestaat over de rijvaardigheid of de geschiktheid van een vervoermiddel, </al><al>kan advies worden gevraagd bij de gecontracteerde medisch adviseur. Als de contract- </al><al>en werkafspraken met de leverancier daarin voorzien, kan ook een rijles worden </al><al>gegeven of wordt een proefplaatsing georganiseerd. Een proefplaatsing is bedoeld zodat </al><al>de inwoner, voordat besluitvorming plaatsvindt, kan oefenen. Een proefplaatsing maakt </al><al>dus onderdeel uit van het onderzoek. </al><al>Er wordt geen vervoermiddel verstrekt als op een andere manier in de vervoerbehoefte </al><al>is of kan worden voorzien. Er wordt dus niet meer dan één middel verstrekt om de </al><al>inwoner in staat te stellen te participeren. </al><al>Vervoermiddelen kunnen zowel in natura als in de vorm van een persoonsgebonden </al><al>budget (PGB) worden verstrekt. De wijze waarop het PGB wordt berekend, is vastgelegd </al><al>in de Wmo-verordening en in beleidsregels. </al><al><nadruk type="vet">Stallen en opladen</nadruk></al><al>Elk vervoermiddel moet wind- en waterdicht gestald kunnen worden. Dit om de </al><al>levensduur van het hulpmiddel zo goed mogelijk te waarborgen. Allereerst is het de </al><al>verantwoordelijk-heid van de cliënt om te zorgen voor een stallingsmogelijkheid. </al><al>Bijvoorbeeld door de schuur/berging zodanig in te richten dat het hulpmiddel hierin </al><al>gestald kan worden. Ook wordt onderzocht of het stallen en opladen in de woning </al><al>mogelijk is, bijvoorbeeld in de gang of bijkeuken.</al><al>Als de cliënt geen eigen oplossingsmogelijkheden heeft, maakt het toegankelijk maken </al><al>van een bestaande berging (schuur of garage) deel uit van de vervoervoorziening.</al><al>In de situatie dat geen (adequaat te maken) stallingsmogelijkheid aanwezig is, zal </al><al>gezocht worden naar de meest goedkope oplossing. Dit kan zijn: </al><al>• stallen en opladen in de woning.</al><al>• een afdakje op een beschutte en af te sluiten (binnen)plaats. </al><al>• een eenvoudig houten schuurtje (bouwpakket).</al><al>• een andere vorm van een water- en winddichte stallingsmogelijkheid.</al><al>• een mobiele scootersafe</al><al>• een eenvoudige (compacte) elektrische rolstoel die in de woning kan worden gestald </al><al>en opgeladen, als alternatief voor het gevraagde vervoermiddel</al><al><nadruk type="vet">4.5. Individueel taxivervoer</nadruk></al><al>Individueel taxivervoer is aan de orde als het Maatwerkvervoer niet (voldoende) passend </al><al>is. Het komt dan in plaats van het Maatwerkvervoer. Vervoermiddelen kunnen ook </al><al>aanvullend op deze vervoervoorziening worden verstrekt.</al><al>Individueel taxivervoer houdt in dat de inwoner zelf het vervoer met een taxibedrijf regelt. </al><al>De kosten worden dan als financiële tegemoetkoming op declaratiebasis op grond van </al><al>de Wmo2015 vergoed. Wel gelden hiervoor met het Maatwerkvervoer vergelijkbare voor</al><al>waarden, zoals de eigen bijdrage (ritbijdrage), de maximale reisafstand (30 kilometer) en </al><al>het reisbudget (1850 kilometer per kalenderjaar). Dit wordt verder uitgewerkt in de </al><al>beleids-regel Besluit maatschappelijke ondersteuning Hof van Twente.</al><al><nadruk type="vet">4.6. Andere vervoervoorzieningen</nadruk></al><al>In de situatie dat geen enkele vorm van taxivervoer mogelijk is, is vervoer per (eigen) </al><al>auto wellicht mogelijk. Mits gebruik en bezit van de eigen auto in de individuele situatie </al><al>niet algemeen gebruikelijk wordt geacht, kan een financiële tegemoetkoming worden </al><al>toegekend om dat vervoer per (eigen) auto mogelijk te maken. Wel gelden hiervoor met </al><al>het Maatwerk-vervoer vergelijkbare voorwaarden, zoals de eigen bijdrage (ritbijdrage), </al><al>de maximale reisafstand en het reisbudget (maximale reisafstand per kalenderjaar). Dit </al><al>wordt verder uitgewerkt in de beleidsregel Besluit maatschappelijke ondersteuning Hof </al><al>van Twente.</al><al>Overigens, in individuele situaties kan het zijn dat gebruik van de (eigen, niet algemeen </al><al>gebruikelijke) auto prevaleert boven individueel taxivervoer. Als vervoer met de (eigen) </al><al>auto de voorkeur van de inwoner heeft en het is goedkoper voor de gemeente, dan kan </al><al>deze tegemoetkoming worden toegekend. Het betekent echter niet dat individueel </al><al>taxivervoer niet passend zou zijn.</al><al>Als voor dit vervoer ook een aanpassing aan de auto nodig is, kunnen ook die </al><al>aanpassingen, mits individueel taxivervoer niet mogelijk is en voor zover deze niet </al><al>algemeen gebruikelijk zijn, voor een persoonsgebonden budget in aanmerking komen. </al><al>Voorwaarde is wel dat de waarde en technische staat van de auto een aanpassing </al><al>rechtvaardigen, zodat het aannemelijk is dat nog langere tijd gebruik van de </al><al>aanpassingen gemaakt kan worden.</al><al /></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders </functie><functie>van de gemeente Hof van Twente d.d. 24 maart 2026.</functie><functie>Burgemeester en wethouders van Hof van Twente,</functie><functie>de secretaris,</functie><functie>de burgemeester,</functie><functie>ir. H.L. Dijksterhuis</functie><functie>drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>