<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-139316/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Gouda</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Regeling Erfgoed en Duurzaamheid </titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al><nadruk type="vet">Het college van burgemeester en wethouders van Gouda;</nadruk></al><al /><al>gelezen het voorstel van 17 maart 2026,</al><al /><al>gelet op de artikel 3.5 en artikel 3.7 lid 1 van de Verordening fysieke leefomgeving Gouda;</al><al /><al><nadruk type="vet">besluit:</nadruk></al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De Regeling Erfgoed en Duurzaamheid vast te stellen, met dien verstande dat het werkdocument glas- en vensterisolatie een werkdocument in de zin van artikel 3.7 eerste lid van de Verordening fysieke leefomgeving is.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda houdende regels omtrent het verduurzamen van monumenten en panden in de beschermde binnenstad en haar randen (Regeling Erfgoed en Duurzaamheid)</nadruk></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label /></kop><al><nadruk type="vet">1. Vergunningsvrije activiteiten in het kader van duurzaamheid voor beschermde monumenten en in het beschermde stadsgezicht</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>aanpassingen die het monument niet wijzigen en van buitenaf niet zichtbaar zijn, zoals het isoleren van CV-leidingen of het intern plaatsen van een warmtepomp zonder dat hiervoor historische onderdelen hoeven worden aangepast.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>maatregelen die een vervanging betekenen van bestaande voorzieningen zonder dat er een wijziging in de situatie plaatsvindt, zoals het vervangen van enkel glas voor enkel glas in dezelfde vorm en detaillering. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>plaatsing van voorzieningen voor het opwekken van zonne-energie op het dak van een niet beschermd bouwwerk op het erf bij een monument waarbij de waarden van het monument niet in het geding zijn.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen aan een onderdeel van een monument dat uit oog punt van monumentenzorg geen waarde heeft, is vrijgesteld van vergunningplicht.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van onderdelen die uit oogpunt van monumentenzorg waarde hebben, niet wijzigen en het geen bijzondere of zeldzame interieurafwerking, zoals behang, wandbespanning, goudleer of muurschilderingen, betreft.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>ventilatiedoorvoeren in het dakvlak van beperkte omvang (uitwendige maat maximaal 160mm) en niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte, mits dit geen schade toebrengt aan monumentale onderdelen zoals constructieonderdelen of historische binnenafwerking en mits hiervoor geen nieuwe interne doorvoeren voor leidingen of kanalen hoeven te worden gemaakt door of waarbij monumentale onderdelen gewijzigd of beschadigd raken.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het aanbrengen van raamfolies, mits deze de kleur en uitstraling van het pand niet wijzigen. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">2. Meldingplichtige activiteiten in het kader van duurzaamheid voor gemeentelijke monumenten en in het beschermde stadsgezicht</nadruk></al><al><nadruk type="ondlijn">Glas- en vensterisolatie </nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Het vervangen van historisch niet waardevolle ramen en/of glas, zoals het vervangen van dubbel glas dat in de jaren ’00 is geplaatst een geen historische waarde heeft.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het plaatsen van achterzetbeglazing mits</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>de bestaande ramen behouden blijven;</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>de detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen;</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>geen frees- of andere werkzaamheden aan het bestaande raam, kozijn en/of binnenaftimmeringen uitgevoerd hoeven te worden;</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>er geen sprake is van een bijzondere binnenafwerking, zoals binnenluiken, wandbespanning, aftimmering of decoratief schilderwerk die door plaatsing gewijzigd of beschadigd worden;</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>de raamindeling van de achterzetbeglazing uit één ononderbroken ruit bestaat óf gelijk is aan de indeling van het bestaande raam.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="ondlijn">Zonnepanelen aan en op beschermde monumenten en op panden in het beschermde stadsgezicht</nadruk></al><al>Zonnepanelen aan en op beschermde monumenten en op panden in het beschermde stadsgezicht zijn meldingplichtig mits</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Ze voldoen aan een goed legplan <nadruk type="vet">uit het zicht</nadruk> zijn én ze voldoen aan de gebiedscriteria voor zone A (zie bijlage 2 voor geldende criteria zonnepanelen)</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Ze voldoen aan een goed legplan <nadruk type="vet">uit het zicht</nadruk> én ze voldoen aan de gebiedscriteria voor zone B (zie bijlage 2 voor geldende criteria zonnepanelen)</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">3. Vergunningplichtige activiteiten in het kader van duurzaamheid voor beschermde monumenten en in het beschermde stadsgezicht</nadruk></al><al><nadruk type="ondlijn">Glas- en vensterisolatie </nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Voor glas- en vensterisolatie geldt een werkdocument met uitvoeringsrichtlijnen als toetsingskader die ambtelijk getoetst kan worden (zie bijlage 1 voor dit werkdocument).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Wanneer een aanvraag niet voldoet aan het werkdocument met uitvoeringsrichtlijnen, wordt deze voorgelegd aan Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK). </al></li></lijst><al><nadruk type="ondlijn">Zonnepanelen aan en op beschermde monumenten en op panden in het beschermde stadsgezicht</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Voor zonnepanelen gelden de criteria zoals genoemd in bijlage 2 van deze regeling. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Wanneer een aanvraag niet voldoet aan de genoemde criteria in bijlage 2, wordt deze voorgelegd aan de AOK. Zij past beoordelingscriteria toe zoals genoemd in bijlage 2 onder beoordelingscriteria AOK en bekijkt of een maatwerkoplossing mogelijk is. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">4. Algemene regels</nadruk></al><al>(deze criteria zijn altijd geldig bij beschermde monumenten en in de beschermde binnenstad)</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Elke aanpassing van een monument dient goed onderbouwd te worden. Dit is onderdeel van eisen voor vergunning en conform de richtlijnen van de gemeente (de zogenaamde 10 geboden, A05. Richtlijn en uitgangspunten gemeentelijk erfgoedbeleid, Gemeente Gouda, versie 2017).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Behoud gaat voor vernieuwing. Herstel gaat voor vervanging.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Op alle uitvoeringswerken zijn de Uitvoeringsrichtlijnen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (de URL van ERM) van toepassing en de gemeentelijke beleidsregels A05. Richtlijn en uitgangspunten gemeentelijk erfgoedbeleid, Gemeente Gouda (versie 2017) (bijlage 12)</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het college kan (conform Erfgoedverordening Gouda 2017) voorschrijven dat voor een goede afweging om te toetsen of aan de criteria voor vrijstelling op de vergunningplicht of de vergunningplicht kan worden voldaan een bouwhistorische waardering nodig is.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zonnecellen op aluminium en/of in dakbedekking, zonnecellen in glas, zonnepaneelfolie (aSi-materiaal) die volledig zijn geïntegreerd met de bestaande architectuur van het pand en het betreffende dakvlak zijn niet vrijgesteld van vergunningsplicht. Het te verwijderen glas mag geen bijzondere monumentale waarden hebben, zoals getrokken of geblazen, gekleurd of gebrandschilderd glas.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>indien er een mogelijkheid bestaat dat het toepassen van de uitvoeringsrichtlijnen en/of de vrijstellingscriteria toch schade toe kan brengen aan het monument, indien er twijfel over de interpretatie van de uitvoeringsrichtlijnen en/of de criteria bestaat, en/of indien er juridische procedures lopen en/of als naar aanleiding van de (voorgenomen)werkzaamheden zienswijzen of bezwaren zijn ingediend, kan het College van B en W alsnog besluiten de vrijstelling niet te verlenen en een omgevingsvergunning voor de betreffende werkzaamheden van de aanvrager verlangen.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">5. Indieningsvereisten</nadruk></al><al>Uit de aanvraag moet duidelijk blijken wat de verduurzamingsmaatregel inhoudt, hoe de situatie er nu uitziet en hoe die er straks uit komt te zien. Dit vraagt om duidelijke informatie over de installatie, het gebouw en zijn omgeving. Uit de informatie dient duidelijk te blijken of wel of niet aan de criteria wordt voldaan.</al><al /><al><nadruk type="cur">Indieningsvereisten bij meldplichtige activiteiten </nadruk></al><al>Voor de beoordeling of een voorgenomen activiteit in, bij, op of aan een monument onder de sneltoetscriteria vallen, gelden ten minste de volgende indieningsvereisten:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>foto’s van het monument en zijn directe omgeving met detailfoto’s van de plek waar de activiteit plaats zal vinden</al></li></lijst><al>Uit deze foto’s moet ten minste duidelijk worden:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>wat het visuele effect van de voorgenomen wijziging is</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>welke materialen, kleuren en constructies aanwezig zijn</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>wat de bouwtechnische staat is</al></li></lijst><al>Schets of tekening op schaal en/of toelichting waaruit ten minste duidelijk wordt:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>maten, aantallen en locatie van de gewijzigde situatie</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>materialen en kleuren in de nieuwe situatie</al></li></lijst><al>De gemeente kan bepalen dat er meer gegevens nodig zijn voor een goede beoordeling.</al><al /><al>De gemeente kan de melding goedkeuren voor onderdelen van deze vereisten of juist nadere gegevens verlangen die nodig zijn voor een goede beoordeling van de plannen.</al><al /><al><nadruk type="cur">Aanvullende indieningsvereisten voor zonnepanelen:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Zie bijlage 2 onder indieningsvereisten zonnepanelen</al></li></lijst><al><nadruk type="cur">Aanvullende indieningsvereisten voor glas- en vensterisolatie:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Zie bijlage 1 onder aanvraag vergunning. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">6. Intrekking oude regeling</nadruk></al><al>De Regeling Erfgoed en Duurzaamheid 2020 wordt ingetrokken. </al><al /><al><nadruk type="vet">7. Dit besluit treedt in werking een dag na bekendmaking. </nadruk></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus besloten in de vergadering van 17 maart 2026.</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>Burgemeester en wethouders van Gouda,</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de secretaris,</functie><functie>drs. R.C. Bakker</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>de burgemeester,</functie><functie>mr. drs. P. Verhoeve</functie></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><titel> op de ‘Regeling Erfgoed en Duurzaamheid’</titel></kop><al><nadruk type="vet">Toelichting vergunningsvrije en meldplichtige activiteiten bij beschermde monumenten</nadruk></al><al>De meeste activiteiten in, aan, bij en op beschermde monumenten zijn vergunningplichtig, met uitzondering van onderhoud en een aantal activiteiten in de omgeving van het monument. De uitzonderingen zijn opgenomen in deze regeling als vergunningsvrije en meldplichtige activiteiten. De aard van vergunningsvrije activiteiten is dat deze uitgevoerd kunnen worden zonder dat hier een (ambtelijke) toets voor nodig is omdat ze geen (blijvende) schade aan een monument aanbrengen. De aard van meldplichtige activiteiten is dat deze activiteiten waarschijnlijk geen (blijvende) schade aan een monument aanbrengen, maar dat dit in theorie wel mogelijk is. Om deze reden moet de activiteit worden gemeld, waarna een simpele (ambtelijke) toetsing wordt beoordeeld of de activiteit niet alsnog vergunningplichtig is.</al><al /><al><nadruk type="vet">Rijksregels</nadruk></al><al>Voor de meeste activiteiten voor het wijzigen van een beschermd monument is een omgevingsvergunning vereist. De wettelijke uitzonderingen hierop zijn vastgelegd in Bor bijlage II artikel 4a. Dit artikel geldt voor alle beschermde monumenten (rijks-, provinciaal en gemeentelijke monumenten) en het beschermde stadsgezicht (binnenstad en haarranden). Dit artikel 4a verwijst naar artikelen uit Bor bijlage II met vergunningsvrije activiteiten die ook voor monumentengelden.</al><al /><al><nadruk type="vet">Vergunningsvrij in, aan, op of bij een pand in de beschermde binnenstad</nadruk></al><al>In de beschermde binnenstad zijn de regels ruimer voor panden die zelf geen beschermd monument zijn. De landelijke vergunningsvrije regels voor niet-beschermde panden gelden onder voorwaarden ook voor panden in de binnenstad. De vuistregel is dat dit geldt voor vergunningsvrije activiteiten (volgens Bor bijlage II, artikelen 2 en 3) die inpandige veranderingen betreffen, plaatsvinden op het achterdakvlak en/of in het achtererfgebied. De vergunningsvrije regels gelden overigens niet als de achterkant en/of het achtererf grenst aan openbaar toegankelijk gebied (zogenaamd publiek domein).</al><al /><al><nadruk type="vet">Vergunningsplicht bij gemeentelijke monumenten</nadruk></al><al>Als de plannen niet onder vergunningsvrije activiteiten, noch onder een meldplicht vallen, zijn de activiteiten vergunningplichtig. Alle constructieve ingrepen zijn vergunningplichtig (dit geldt ook voor niet-monumenten), net als na-isolatie van het monument, zowel aan de buitenzijde, als aan de binnenzijde. Er dient een regulier vergunningentraject voor een omgevingsvergunning gevolgd te worden.</al><al /><al>Eigenaren wordt aangeraden vooraf advies over hun plannen in te winnen. De medewerkers van ODMH adviseren over het vergunningentraject en de haalbaarheid van de plannen vanuit het oogpunt van monumentenzorg.</al><al /><al><nadruk type="vet">Innovaties</nadruk></al><al>Bij innovaties of andere voorkomende gevallen waarin de criteria voor vrijstellingen of sneltoetscriteria niet voorzien, is sprake van maatwerk. De aanvrager dient een omgevingsvergunning aan te vragen. Het plan doorloopt de reguliere procedure, waarbij de AOK advies geeft over het plan. </al><al /><al><nadruk type="vet">Vergunningplicht archeologie</nadruk></al><al>Bij beschermde archeologische monumenten is een vergunning nodig voor alle werkzaamheden in, aan en op het monument.</al><al>Bij terreinen met archeologische verwachting is de vergunningplicht afhankelijk van regels in het bestemmingsplan ten aanzien van grootte en diepte van de werkzaamheden.</al><al>Er mag zonder omgevingsvergunning geen archeologisch bodemarchief worden verstoord noch mogen archeologische waarden verloren gaan.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1:</nr><titel>Werkdocument glas- en vensterisolatie in monumenten </titel></kop><al /><al>Dit is een werkdocument met een richtlijn voor het plaatsen van isolerende beglazing in monumenten op basis van bestendige bestuurspraktijk. Deze richtlijn is een werkafspraak die richting geeft aan de mogelijkheden voor het plaatsen van isolatieglas bij monumenten. Voldoet een aanvraag aan de onderstaande richtlijnen, dan is een positief advies voor vergunning te verwachten. Wijkt een aanvraag af van de onderstaande richtlijnen, dan zal de aanvraag worden besproken met de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. </al><al /><al>Dit werkdocument met richtlijnen is in overeenstemming met het standpunt van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en is besproken in de vergadering van 27-03-2025. </al><al /><al>Opgesteld door: Vakgroep Erfgoed, gemeente Gouda en de Omgevingsdienst Midden-Holland</al><al>Vastgesteld door: college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 17-03-2026</al><al>Laatste wijziging: 17-03-2026</al><al /><al><nadruk type="vet">Algemeen </nadruk></al><al>In veel monumenten is nog enkel glas aanwezig. Dit komt omdat de gemeente bij monumenten ernaar streeft om zoveel mogelijk historisch materiaal te behouden en het historische gevelbeeld zo min mogelijk aan te tasten.</al><al /><al>Met de energietransitie heeft de wens om ook monumenten te isoleren een vlucht genomen. Het plaatsen van isolatieglas, beter bekend als dubbel glas, en het isoleren van het venster waar dit glas in zit, is een van de eenvoudigste manieren om het warmteverlies te beperken. In dit document staan de uitgangspunten voor het plaatsen van glas- en vensterisolatie, de eventuele risico’s en de documenten die nodig zijn voor het aanvragen van een vergunning. Het plaatsen van isolatieglas bij een monument is altijd vergunningplichtig. </al><al /><al><nadruk type="vet">Uitgangspunten </nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>De bestaande detaillering en constructie van het raam bepaalt de maximale dikte van het toe te passen isolerend glas. </al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>Als er weinig ruimte in de sponning is, kan mogelijk gelaagd glas of vacuümglas worden toegepast. Bij veel ruimte is vaak (dun) dubbelglas mogelijk. </al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het bestaande materiaal blijft in de basis behouden, tenzij vervanging technisch noodzakelijk is of wanneer het venster en/of het raamhout geen historische waarde heeft.</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>Het toepassen van isolerende beglazing mag niet tot gevolg hebben dat roeden vervangen worden vervangen door bijvoorbeeld plakroeden met onderbrekers in het glas.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Historische scharnieren en gehengen blijven behouden.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Raamgewichten van schuiframen worden verzwaard of vervangen door een systeem met balansveren, katrollen en touwen. </al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Als het raamhout vervangen moet worden, mag dit in principe niet zwaarder worden uitgevoerd om dikker isolatieglas te plaatsen </al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De bestaande historische manier waarop het glas geplaatst wordt, blijft behouden of wordt hersteld. </al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>Het aanzicht vanuit binnen en buiten wijzigt nauwelijks. Buitenbeglazing blijft buitenbeglazing en binnenbeglazing blijft binnenbeglazing. </al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Het glas wordt op een historisch passende wijze geplaatst. Als er sprake is van stopverf, mogen er geen glaslatten worden toegepast. Glaslatten mogen vervangen worden voor stopverf-vervangende kit indien dit historisch verantwoord is en het aangezicht ten goede komt. </al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Bij het plaatsen van binnenvoorzetramen moet de naar buiten wijzende zijde donker kleur gemaakt worden zodat deze vanaf de straat minder opvallen. </al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De bestaande historisch waardevolle en/of zeldzame beglazing, blijft behouden. </al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>Glas-in-lood wordt niet in dubbelglas geplaatst. Het plaatsen van een binnenvoorzetraam is een alternatief.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Bijzondere glassoorten, zoals cilinderglas, blijven behouden en eventueel voorzien van een binnenvoorzetraam </al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Als er sprake is van historisch waardevol glas in de hele gevel, bijvoorbeeld getrokken glas, moet dit behouden blijven. Binnenvoorzetramen zijn hier mogelijk. Indien er slechts enkele ruiten bestaan uit historisch waardevol glas, moet er contact worden opgenomen met de monumentadviseur van de Omgevingsdienst om de mogelijkheden te bespreken. </al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het aanbrengen van tochtwering is een goede toevoeging bij het plaatsen van isolatieglas. </al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>Bij de combinatie van tochtwering en isolatieglas moeten extra ventilatiemogelijkheden worden gerealiseerd. Het is daarom sterk aan te raden om een integraal ventilatieplan voor op te stellen.</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>Het plaatsen van binnenvoorzetramen kan negatief effect hebben op de ventilatie van het venster. Bij het plaatsen van binnenvoorzetramen is het daarom aan te raden om een ventilatieplan te maken.</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het verbeteren van de isolatiewaarde van het raam mag geen schadelijke gevolgen hebben voor de rest van het monument. </al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>Bij sterk isolerende beglazing, zoals vacuümglas, kan het glas warmer worden dan andere delen van de constructie. Dit leidt ertoe dat vocht niet meer op de ruit condenseert, maar op minder zichtbare plekken. Dit kan zijn in de muur, in kozijnen of in balkkoppen. Hier kan schimmelvorming en houtaantasting ontstaan. Omdat dit slecht te bereiken plaatsen zijn, is de schade vaak pas te zien als het te laat is. Het is daarom sterk aan te raden om een integraal ventilatieplan voor op te stellen.</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het toepassen van folies op het glas is toegestaan, mits deze kleurloos, doorzichtig en niet spiegelend zijn. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Technische uitvoering </nadruk></al><al>Voor de technische uitvoering van de isolerende beglazing hanteren we de volgende uitgangspunten: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Bij het uitfrezen van de sponning blijft de profilering aan de binnenzijde volledig intact en er blijft een vlak gedeelte over van ten minste 5 mm tussen glas en profiel. Zie afbeeldingen 2 en 3 voor een aantal voorbeelden. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Mocht het bestaande raam geen profilering hebben, mag de sponning zodanig worden uitgefreesd dat aan de binnenzijde een dikte van minimaal 14 mm overblijft. Het gebruik van stopverf- vervangende kit is mogelijk. Stopverf mag niet vervangen worden door glaslatten. Stopverf moet mee worden geschilderd wanneer het nieuwe glas is geplaatst. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De hoek van de stopverf moet de historische hoek zo veel mogelijk benaderen. Deze hoek moet minimaal 38 graden (of steiler) zijn. Zie afbeeldingen 2 en 3 voor een aantal voorbeelden. Bij dubbelglas dienen de afstandshouders uitgevoerd te worden in een doffe en donkere kleur. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Afstandhouders bij dun dubbel glas hebben meestal een aanzichtbreedte en -hoogte van 10 mm. In de praktijk is gebleken dat de afstandhouders dan vaak zichtbaar worden vanaf de binnen- en buitenzijde van het raam. </al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>Om een visuele aantasting te voorkomen, mag de aanzichtbreedte van de afstandhouder maximaal 2 mm groter zijn dan de aanzichtbreedte van het stopverf. Om zicht op de afstandhouder te voorkomen, kan het schilderwerk maximaal 2 mm op de binnen- en buitenzijde van de ruit worden gezet. Zie afbeelding 4 voor een uitwerking van dit principe. </al></li></lijst></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De verwerkingsvoorschriften van de leverancier dienen te worden opgevolgd. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een bepaalde beglazingskit niet compatibel is met een specifieke glassoort of een bepaalde glasdikte mogelijk niet leverbaar is in grote afmetingen. Daarom is tijdig contact met de leverancier aan te bevelen. </al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Het vervangende glas moet een minimale lichttoetredingsfactor (LTA-waarde) van 80 hebben.</al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>Mocht er om technische redenen houtwerk moeten worden vervangen (bijvoorbeeld door houtaantasting) dan is het uitgangspunt dat het zelfde type houtsoort wordt toegepast. </al></li></lijst><al>De afbeeldingen in de bijlagen van dit document tonen voorbeelden van juist en onjuist geplaatst isolatieglas, en van het principe van het opzetten van de verfrand op het raam. </al><al /><al><nadruk type="vet">Voorwaarden voor de glazenier</nadruk></al><al>Eigenaren worden gestimuleerd om de verschillende waardevolle onderdelen te behouden en geïnformeerd over de wijze waarop ze dit het beste kunnen doen. Daarbij worden de landelijke Kwaliteitsrichtlijnen van de Stichting Erkenningsregelingen Restauratie en Monumentenbehoud (ERM) als toetssteen bij de restauratie van monumenten gehanteerd. </al><al /><al><nadruk type="vet">Aanvraag vergunning </nadruk></al><al>Voor het plaatsen van isolatieglas bij monumenten geldt een vergunningplicht. Een vergunning kan worden aangevraagd op de landelijke website www.omgevingswet.overheid.nl. Bij een aanvraag zijn ten minste de volgende documenten nodig: </al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Foto van de gevel of een geveltekening waaruit duidelijk blijkt welke vensters en deuren wijzigen. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Overzichtsfoto’s van de vensters en de deuren en detailfoto’s van de binnen- en de buitenkant van de te wijzigen vensters en deuren. Bij de detailfoto’s dient de profilering van het raamhout en/ of roedes goed zichtbaar te zijn. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Detailtekeningen van de vensters en deuren in de bestaande en gewenste situatie met uitvoerige maatvoering van onder andere de profilering en de stopverfrand. Als er verschillende soorten vensters en deuren worden aangepast zijn van elk type detailtekeningen nodig. En per type vensters en deuren moeten de kritische details getekend worden, zodat zichtbaar wordt hoe het glas wordt geplaatst. Zo zijn detailtekeningen van bijvoorbeeld de wisseldorpels van schuiframen, het stopstel van draaiende ramen, en van roeden nodig. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Een beknopte werkomschrijving waarin staat welke ingrepen worden uitgevoerd en met welke materialen, technieken en afwerkingen (zoals kleur afstandshouders en type glas). </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Bij het aanbrengen van beglazing met een hoge isolatiewaarde zoals vacuümglas wordt aanvullend een bouwfysische analyse gevraagd. Omdat dit type glas erg goed isoleert, zal vocht niet condenseren op de ruiten, maar op kwetsbare onderdelen van het monument, zoals muren, vensters en balkoppen. Dit kan leiden tot schimmelvorming en houtaantasting. Onderbouwd dient te worden hoe deze aantasting wordt voorkomen. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Afbeeldingen</nadruk></al><al><nadruk type="cur">Afbeelding 1</nadruk></al><al>Beslisboom op basis van waardestelling glas</al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-139316-1.png" type="foto" breedte="15cm" id="ia4e60a51-ce83-4323-81c6-8318a7ea2c2b" hoogte="9.38cm" /></plaatje></al><al /><al><nadruk type="cur">Afbeelding 2</nadruk></al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-139316-2.png" type="foto" breedte="13cm" id="i6851582e-5302-4cb7-be51-f8e339760e52" hoogte="16.87cm" /></plaatje></al><al /><al><nadruk type="cur">Afbeelding 3</nadruk></al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-139316-3.png" type="foto" breedte="13cm" id="i66530643-2829-4c87-af84-eec1e8dc584f" hoogte="17.48cm" /></plaatje></al><al /><al><nadruk type="cur">Afbeelding 4</nadruk></al><al /><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-139316-4.png" type="foto" breedte="13cm" id="i77fb574f-7e9c-4797-99d8-e17ebd363619" hoogte="10.09cm" /></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2:</nr><titel>Criteria zonnepanelen in het beschermde stadsgezicht en bij gemeentelijke monumenten</titel></kop><al /><al>Voor het plaatsen van zonnepanelen aan en op beschermde monumenten en op panden in het beschermde stadsgezicht gelden gebiedscriteria in twee zones (zie onderstaande kaart voor afbakening van deze zones)</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Zone A: In dit gebied mogen zonnepanelen op daken <nadruk type="cur">niet zichtbaar</nadruk> zijn vanaf de openbare ruimte. Zonnepanelen <nadruk type="vet">uit het zicht</nadruk> worden toegestaan als er sprake is van een goed legplan. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zone B: In dit gebied mogen zonnepanelen op het dak niet <nadruk type="cur">storend</nadruk> zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Met niet storend zichtbaar wordt bedoeld dat zonnepanelen op <nadruk type="vet">zijdakvlakken in het zicht</nadruk> worden toegestaan als er sprake is van een goed legplan.Criteria voor een goed legplan uit het zicht in zone A en B</al></li></lijst><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="gmb-2026-139316-5.png" type="foto" breedte="15cm" id="ib1220390-151c-48f3-9e60-5c1c63e8a826" hoogte="10.45cm" /></plaatje></al><al /><al><nadruk type="cur">Criteria voor een goed legplan <nadruk type="vet">uit het zicht</nadruk> in zone A en B</nadruk></al><al>Een goed legplan <nadruk type="vet">uit het zicht</nadruk> in zone A en B voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Zonnepanelen steken niet voorbij de nok, de dakvoet of de dakranden;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zonnepanelen liggen op de dakpannen</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De hellingshoek van de zonnepanelen is gelijk aan die van het schuine dak;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zonnepanelen komen niet in plaats van of over bijzondere historische dakbedekkingen. (Onder bijzondere historische dakbedekking vallen onder andere: koperen dakbedekking, zinken roevendak en historisch leiendaken). Indien over de monumentale waarden van de betrokken onderdelen twijfel bestaat, adviseert de AOK.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zonnepanelen worden gerangschikt op een horizontale lijn en bij voorkeur in een aaneengesloten patroon;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Een vertand patroon is niet toegestaan, uitvulling met maatwerkzonnepanelen tot een aaneengesloten patroon wel;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De zonnepanelen passen in kleur bij bestaande dakbedekking en/of zijn volledig zwart;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Alle zonepanelen op/bij een pand hebben dezelfde kleur;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De afstand tot de nok verticaal gemeten is minimaal 2 dakpannen of 50 cm;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De afstand tot de goot of dakvoet verticaal gemeten is minimaal 2 pannen of 50 cm; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De afstand tot zijkant achterdakvlak (midden bouwmuur of eindgevel) en hoek- en kilkepers is minimaal 2 pannen; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De afstand tot zijkant achterdakvlak (midden bouwmuur of eindgevel) en hoek- en kilkepers is minimaal 2 pannen; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Als het gehele dakvlak benut wordt, is de afstand rondom minimaal 2 pannen of 50 cm</al></li></lijst><al><nadruk type="cur">Criteria voor een goed legplan <nadruk type="vet">in het zicht op zijdakvlakken</nadruk> in zone B</nadruk></al><al>Een goed legplan <nadruk type="vet">in het zicht</nadruk><nadruk type="vet">op</nadruk><nadruk type="vet">zijdakvlakken </nadruk>in zone B voldoet aan de volgende criteria:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Zonnepanelen steken niet voorbij de nok, de dakvoet of de dakranden;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zonnepanelen liggen op de dakpannen;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De hellingshoek van de zonnepanelen is gelijk aan die van het schuine dak;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zonnepanelen komen niet in plaats van of over bijzondere historische dakbedekkingen. (Onder bijzondere historische dakbedekking vallen onder andere: koperen dakbedekking, zinken roevendak en historisch leiendaken). Indien over de monumentale waarden van de betrokken onderdelen twijfel bestaat, adviseert de AOK;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zonnepanelen worden gerangschikt op een horizontale lijn en bij voorkeur in een aaneengesloten patroon;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Een vertand patroon is niet toegestaan, uitvulling met maatwerkzonnepanelen tot een aaneengesloten patroon wel;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De zonnepanelen passen in kleur bij bestaande dakbedekking en/of zijn volledig zwart;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Alle zonepanelen op/bij een pand hebben dezelfde kleur;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De afstand tot de nok verticaal gemeten is minimaal 2 dakpannen of 50 cm;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De afstand tot de goot of dakvoet verticaal gemeten is minimaal 2 pannen of 50 cm; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De afstand tot zijkant achterdakvlak (midden bouwmuur of eindgevel) en hoek- en kilkepers is minimaal 2 pannen; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De afstand tot zijkant achterdakvlak (midden bouwmuur of eindgevel) en hoek- en kilkepers is minimaal 2 pannen; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Als het gehele dakvlak benut wordt, is de afstand rondom minimaal 2 pannen of 50 cm;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De zonnepanelen passen in kleur bij bestaande dakbedekking;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Regelmatig gerangschikt op een horizontale lijn en in een aaneengesloten patroon;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het maken van uitsparingen in het legpatroon ten behoeve van schoorstenen en ventilatiepijpen en andere elementen is niet toegestaan;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het maken van uitsparingen in het legpatroon ten behoeve van dakramen is niet toegestaan, het volledig integreren van dakramen in het legpatroon is altijd vergunningplichtig.</al></li></lijst><al><nadruk type="cur">Criteria voor zonnepanelen op <nadruk type="vet">platte daken</nadruk> in zone A en B</nadruk></al><al>Voor zonnepanelen op <nadruk type="vet">platte daken</nadruk> in zone A en B gelden de volgende criteria:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Op platte daken is de afstand tot de dakrand gelijk of groter dan de hoogte van het hoogste punt van de collectoren of zonnepanelen, uitgangspunt hierbij is dat de zonnepanelen niet zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebied</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Plaatsing van zonnepanelen op platte daken van dakkapellen en dakopbouwen kan nooit vergunningsvrij of met een vrijstelling, tenzij er voor een type gekozen wordt dat geheel vlak en binnen de dakrand ligt (bijv. geïntegreerde toepassing met dakbedekking) waardoor er geen sprake is van zichtbaarheid.</al></li></lijst><al><nadruk type="cur">Algemene regels zonnepanelen</nadruk></al><al>Voor het plaatsen van zonnepanelen in het beschermde stadgezicht en op monumenten gelden de volgende algemene regels:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>De zichtbaarheid van zonnepanelen wordt bepaald vanuit het menselijke perspectief van 1,8 meter oftewel ‘ooghoogte’.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Beplanting (zoals bomen) en roerende zaken (zoals woonboten) die het dakvlak geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrekken spelen geen rol voor het bepalen van de zichtbaarheid (ze moeten worden weggedacht bij de beoordeling).</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Indien voor het plaatsen van de zonnepanelen aanpassingen aan het monument verricht moeten worden, gelden voor het aanbrengen de volgende criteria:</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>er mag geen schade ontstaan aan het beschermde monument;</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>er mogen geen materialen verloren gaan die bijzondere erfgoedwaarden hebben;</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>de historische waarden van het monument mogen niet in het geding zijn. Bij twijfel hierover geeft de AOK hierover advies.</al></li></lijst></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De zonnepanelen moeten reversibel worden aangebracht, dat wil zeggen dat de plaatsing zonder schade of wijzigingen aan het monument uitgevoerd kan worden en de voorzieningen te zijner tijd zonder schade te verwijderen zijn zodat er geen sprake is van schade aan of verlies van historische materialen en (inwendige) constructies.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De oorspronkelijke dakbedekking mag bij gemeentelijke monumenten niet worden verwijderd. Indien het verwijderen van historisch materiaal toch aan de orde is, wordt dit materiaal opgeslagen om bij het verwijderen of wijzigen van de installatie in de toekomst weer opnieuw toegepast te kunnen worden.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De constructie van het bestaande dak moet aantoonbaar de verhoogde belasting door gewicht en/of wind als gevolg van de zonnepanelen kunnen dragen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Bij het plaatsen van de zonnepanelen is de inpassing van de zonnepanelen aan de bestaande vormgeving en aan de cultuurhistorische waarden van het pand belangrijker dan de optimale stand of opbrengst ervan. Een oplossing samen met buurpanden (hetzelfde plaatsingspatroon en dezelfde zonnepanelen) strekt tot aanbeveling. Anderzijds moet de effectiviteit van de zonnepanelen ook niet uit het oog verloren worden. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De energieopwekking op een monument is voor eigen gebruik. Toepassing van zonnepanelen op, aan en bijwoonhuismonumenten uit winstoogmerk is niet toegestaan, omdat op en bij monumenten alleen noodzakelijke zonnepanelen voor een doelmatig gebruik van het monument toegestaan zijn. De esthetiek heeft het primaat: als het voor het beeld beter is om een paneel extra te plaatsen, bijvoorbeeld om een legpatroon af te maken, kan met dit doel van het noodzakelijkheidscriterium afgeweken worden.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Het plaatsen van de installatie mag geen onevenredig verlies van cultuurhistorische waarden betekenen, maar ook niet van groene waarden, zoals monumentale bomen, betekenen. Gouda is een groene gemeente en bomen leveren een bijdrage aan onze klimaatneutrale doelstelling en aan de kwaliteit van de leefomgeving. Bij het plaatsen van voorzieningen dient rekening gehouden te worden met de groene waarden. Als er voor het plaatsen van de zonnepanelen bomen moeten verdwijnen of daaraan ingrijpend snoeiwerk moet worden verricht dat de bomenblijvende schade kan doen, geldt nooit een vrijstelling. Voor het plaatsen van zonnepanelen in het zicht geldt dat geen vergunning wordt verleend als daarvoor groen moet wijken.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De plaatsing van voorzieningen voor het opwekken van zonne-energie binnen de contouren van een groenmonument, zoals een park of een tuin van bijvoorbeeld een villa of buitenplaats of begraafplaats, valt niet onder vergunningsvrije activiteiten. Het gaat hier immers om een activiteit in, aan of op een onderdeel van een beschermd monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg waarde heeft. Er kan een vrijstelling aangevraagd worden indien aan alle algemene uitgangspunten voldaan is. Hierbij wint het college advies in van de AOK.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Voor het plaatsen van zonnepanelen op de grond is altijd een omgevingsvergunning nodig, ook als het erf zelf niet beschermd is c.q. niet in het monumentenregister genoemd wordt.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>De eisen voor het maken van een totaalplan gelden ook bij het plaatsen van zonnepanelen in, aan, op of bij zogenaamde topmonumenten, ongeacht of de panelen in het zicht komen.</al></li></lijst><al><nadruk type="cur">Algemene uitgangspunten zonnepanelen</nadruk></al><al>Voor het plaatsen van zonnepanelen in het beschermde stadgezicht en op monumenten gelden de volgende algemene uitgangspunten:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Onderzoek naar alternatieve locaties voor het plaatsen van de zonnepanelen, zoals omringende, nabije daken en ruimten of een dak geheel buiten de invloedssfeer van het monument wordt aanbevolen. Als er alternatievenvoorhanden zijn voor het plaatsen van zonnepanelen op gebouwen en locaties die uit oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben, genieten die de voorkeur boven het plaatsen van zonnepanelen op het dak van een beschermd monument. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Plaatsing van zonnepanelen op een plat dak heeft de voorkeur boven plaatsing op een schuin dak als dit mogelijk is. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Een natuurlijk moment in de onderhoudscyclus van een monument geniet de voorkeur, bijvoorbeeld als de dakbedekking vervangen moet worden kan dit gecombineerd worden met dakisolatie en het aanbrengen van zonnepanelen.</al></li></lijst><al><nadruk type="cur">Beoordelingscriteria AOK</nadruk></al><al>De AOK toetst of de plaatsing van zonnepanelen de waarden van het monument niet onevenredig aantast en beoordeelt daarbij in aanvulling op de criteria uit bijlage 2 de ingreep ten opzichte van:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>de cultuurhistorische waarde van het dak, inbegrepen de dakconstructie</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>de cultuurhistorische waarde van het monument</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>de cultuurhistorische waarde van de plaats van het monument in zijn aanwezige zone omgeving</al></li></lijst><al>De AOK betrekt de fysieke, inhoudelijke en beleefde kwaliteiten van het beschermde monument bij het advies.</al><al /><al>De AOK beoordeelt onder meer</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>locatie, grootte, vorm, kleur, reflectie en de ligging op of in de dakbedekking;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>de rangschikking, mede in relatie tot bestaande dakkapellen, dakopbouwen, dakvensters en/of schoorstenen;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>de plaatsing van het systeem (constructie en wijze van bevestigen);</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>de zichtbaarheid en het effect op de omgeving;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>de bijzonderheid van ligging, dakvorm of dakbedekking;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het al dan niet verloren gaan van cultuurhistorisch of historisch-ruimtelijke waarden waarbij de basisuitgangspuntenzijn:</al><lijst><li><li.nr>○</li.nr><al>de installatie blijft zoveel mogelijk uit zicht in zone A</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>de zonnepanelen worden op de minst kwetsbare locatie op of bij het monument geplaatst</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>bij plaatsing op het erf en/of binnen de contouren van een beschermd groen monument of beschermde structuur heeft de installatie geen gevolgen voor zichtlijnen en waardevolle onderdelen</al></li><li><li.nr>○</li.nr><al>het monument wordt als gevolg van het uiterlijk van de installatie in grootte, vorm, kleur en reflectie niet onevenredig aangetast</al></li></lijst></li></lijst><al>De beoordelingscriteria bij vergunningplichtige activiteiten in de beschermde binnenstad zijn overeenkomstig de criteria voor rijksmonumenten, waarbij het accent ligt op de het visuele effect en het al dan niet verloren gaan van historisch-ruimtelijke waarden, dan wel andere, voor de binnenstad specifieke karakteristieken.</al><al /><al><nadruk type="cur">Indieningsvereisten voor zonnepanelen:</nadruk></al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>foto’s van de plek waar de aanvrager de installatie wil plaatsen </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>foto’s van de omgeving waaruit blijkt dat de installatie niet zichtbaar is vanuit openbaar gebied in zone A met een situatietekening en/of luchtfoto met zichtlijnen</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>bij een beschermd groen monument foto’s en situatieschets die inzicht geeft in het visuele effect van de installatie</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>het type bestaande dakbedekking, de kleur en technische informatie over de bestaande dakconstructie waaruit blijkt dat het dak geschikt is</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>technische gegevens over het type systeem, waaronder het gewicht per m2</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>foto’s of productdocumentatie waarop de kleur en reflectie van het systeem goed te zien zijn, en eventueel aanvullende productdocumentatie</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>dakplattegrond / tekeningen op schaal van het dakvlak met daarop maten en aantallen van de afzonderlijke collectoren en/of zonnepanelen en de rangschikking. Ook alle bestaande dakkapellen, daklichten, schoorstenen en dergelijke dienen op tekening te zien zijn.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>informatie over de bevestiging of fundering, openingen voor en routes van kabels en leidingen, de plaats van alle aanvullende apparatuur, eventuele veranderingen aan de bestaande dakbedekking of dakconstructie.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>(bouwhistorische en/of tuinhistorische) gegevens waaruit blijkt waar en op welke wijze de installatie effect heeft op de cultuurhistorische en historisch-ruimtelijke waarden, inbegrepen de visuele effecten vanuit de omgeving van het monument en/of binnen de contouren van het groene monument.</al></li></lijst></bijlage></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>