<OfficielePublicatie schemaversie="1.2.0" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <ExpressionIdentificatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <FRBRWork>/akn/nl/officialGazette/gmb/2026/121813</FRBRWork>
    <FRBRExpression>/akn/nl/officialGazette/gmb/2026/121813/nld@2026-03-13</FRBRExpression>
    <soortWork>/join/id/stop/work_015</soortWork>
  </ExpressionIdentificatie>
  <OfficielePublicatieVersieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <gepubliceerdOp>2026-03-13</gepubliceerdOp>
  </OfficielePublicatieVersieMetadata>
  <OfficielePublicatieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <heeftCiteertitelInformatie>
      <CiteertitelInformatie>
	<citeertitel>Omgevingsplan gemeente De Bilt</citeertitel>
	<isOfficieel>false</isOfficieel>
      </CiteertitelInformatie>
    </heeftCiteertitelInformatie>
    <eindverantwoordelijke>/tooi/id/gemeente/gm0310</eindverantwoordelijke>
    <informatieobjectRefs>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/Nieuwe_Hollandse_Waterlinie/nld@2026-02-18</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/Beschermingszone_waardevol_landelement/nld@2026-02-25</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_natuur_voedselbos/nld@2026-02-25</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_natuur_extensief_agrarisch/nld@2026-01-26</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_natuur/nld@2026-02-25</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_detailhandel/nld@2026-02-18</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_dienstverlening/nld@2026-02-18</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_horeca/nld@2026-02-18</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/maatschappelijk_en_cultuur/nld@2026-02-18</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_agrarisch_bedrijf_intensieve_veehouderij/nld@2026-01-26</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_agrarisch_bedrijf/nld@2026-01-26</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/Water/nld@2026-02-25</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/Archeologie/nld@2026-02-25</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/Voedselbos_hoogstam/nld@2026-02-25</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/Voedselbos_laagstam/nld@2026-02-25</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/ontwikkeling_Julianalaan_1/nld@2026-02-18</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2026/ontwikkeling_Nieuwe_Weteringseweg_139/nld@2026-03-04</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2025/ontwikkeling_voorveldse_polder/nld@2026-02-25</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2026/sloopverplichting/nld@2026-03-04</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_5_Stikstofrapportage_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_4_Situatietekening_wijziging_bedrijf_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_9_Akoestisch_onderzoek_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_9_Mer_beoordeling_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_6_Advies_Stichting_ABC_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_7_Afspraken_grondverzet_Odru_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/Renvooi_Besluit/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_3_Etfal_onderbouwing_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_10_QuickScan_flora_en_fauna_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_11_Verslag_omgevingsdialoog_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_6_Bodemonderzoek_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_8_Toelichting_klimaatregeling_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_8_Archeologisch_onderzoek_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_5_Overzicht_vergunde_en_beoogde_situatie_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/2_2_Julianalaan_1_Etfal_onderbouwing/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_3_Etfal_onderbouwing_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_10_Participatiesverslag_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_4_Quickscan_Flora_en_Fauna_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2026/Inrichtingsplan_Nieuwe_Weteringseweg_139/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
      <informatieobjectRef>/join/id/regdata/gm0310/2026/Activiteitenkaart_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</informatieobjectRef>
    </informatieobjectRefs>
    <jaargang>2026</jaargang>
    <maker>/tooi/id/gemeente/gm0310</maker>
    <officieleTitel>Ontwerpwijziging Omgevingsplan gemeente De Bilt - Julianalaan 1, Nieuwe Weteringseweg 139 en Voorveldse Polder</officieleTitel>
    <onderwerpen>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_9af4b880</onderwerp>
    </onderwerpen>
    <publicatieIdentifier>gmb-2026-121813</publicatieIdentifier>
    <publicatienaam>Gemeenteblad 2026, 121813</publicatienaam>
    <publicatieblad>/tooi/def/concept/c_81cc2eb5</publicatieblad>
    <publicatienummer>121813</publicatienummer>
    <publiceert>/akn/nl/bill/gm0310/2026/000053/nld@2026-03-13</publiceert>
    <soortProcedure>/join/id/stop/proceduretype_ontwerp</soortProcedure>
    <rechtsgebieden>
      <rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</rechtsgebied>
    </rechtsgebieden>
    <uitgever>/tooi/id/gemeente/gm0310</uitgever>
    <soortPublicatie>/join/id/stop/soortpublicatie_001</soortPublicatie>
  </OfficielePublicatieMetadata>
  <OfficielePublicatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
    <Gemeenteblad>
      <Bladaanduiding>
	<Titelregel>Gemeenteblad</Titelregel>
	<Titelregel>Officiële uitgave van de gemeente De Bilt</Titelregel>
      </Bladaanduiding>
      <BesluitCompact>
	<RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	  <Al>Ontwerpwijziging Omgevingsplan gemeente De Bilt - Julianalaan 1, Nieuwe
                    Weteringseweg 139 en Voorveldse Polder</Al>
	</RegelingOpschrift>
	<Aanhef eId="formula_1" wId="formula_1">
	  <Al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt geeft kennis
                    van de terinzagelegging van het ontwerp wijziging Omgevingsplan gemeente De Bilt
                    - Julianalaan 1, Nieuwe Weteringseweg 139 en natuurontwikkeling Voorveldse
                    Polder</Al>
	  <Al><strong>Julianalaan 1 in Bilthoven</strong></Al>
	  <Al>In lijn met de vastgestelde gebiedsvisie voor de ontwikkeling Spoorzone wordt
                    voor het perceel Julianalaan 1 een functie ‘maatschappelijk en cultuur’
                    toegevoegd. Daarnaast worden de bebouwingsmogelijkheden op het perceel in lijn
                    gebracht met de maatvoering van de bestaande bebouwing.</Al>
	  <Al><strong>Nieuwe Weteringsweg 139 te Groenekan</strong></Al>
	  <Al>De initiatiefnemer is voornemens de bestaande stallen van het agrarische
                    pluimveebedrijf aan de zijkanten te voorzien van overdekte uitloopgebieden.
                    Omdat deze uitbreiding buiten het bouwvlak plaatsvindt, wordt het bestaande
                    bouwvlak gewijzigd. Hierbij wordt ter compensatie een landschappelijk
                    inrichtingsplan vastgesteld en de functie natuur aan omliggende percelen
                    toegevoegd.</Al>
	  <Al><strong>Voorveldse Polder in De Bilt</strong></Al>
	  <Al>De provincie Utrecht is in afstemming met de gemeente De Bilt en het waterschap
                    voornemens om in lijn met het in 2020 vastgestelde Gebiedsplan Voorveldse Polder
                    de natuur in de Voorveldse Polder te ontwikkelen. Ten behoeve hiervan wordt op
                    een aantal agrarische percelen de functie ‘natuur’ gelegd,waarna een
                    natuurontwikkelingsplan zal worden uitgevoerd.</Al>
	  <Al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt besluit:</Al>
	</Aanhef>
	<Lichaam eId="body" wId="body">
	  <WijzigArtikel eId="art_I" wId="gm0310_1-1__art_I">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>I</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>"Omgevingsplan gemeente De Bilt" als ontwerp ter inzage te leggen, zoals
                        opgenomen in <IntRef ref="cmp_A" scope="WijzigBijlage">Bijlage
                        A</IntRef></Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <Artikel eId="art_II" wId="gm0310_1-1__art_II">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>II</Nummer>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Het ontwerp is tevens te zien in de Bijlage bij Besluit als
                            Renvooi_Besluit met de exacte wijzigingen</Al>
	    </Inhoud>
	  </Artikel>
	  <Artikel eId="art_III" wId="gm0310_1-1__art_III">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>III</Nummer>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Het ontwerp voor de wijziging gedurende zes weken ter inzage te leggen
                            vanaf de dag na publicatie van de kennisgeving van het ontwerp.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Artikel>
	</Lichaam>
	<Sluiting eId="formula_2" wId="formula_2">
	  <Al>Aldus uitgevoerd door Gemeente De Bilt op:</Al>
	  <Al>10 maart 2026</Al>
	</Sluiting>
	<WijzigBijlage eId="cmp_A" wId="gm0310_1-1__cmp_A">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>A</Nummer>
	    <Opschrift> Artikel I</Opschrift>
	  </Kop>
	  <RegelingMutatie componentnaam="vervangregeling" was="/akn/nl/act/gm0310/2020/omgevingsplan/nld@2026-02-20;V4" wordt="/akn/nl/act/gm0310/2020/omgevingsplan/nld@2026-03-13">
	    <VervangRegeling>
	      <RegelingCompact>
		<RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
		  <Al>Ontwerpwijziging Omgevingsplan gemeente De Bilt - Julianalaan 1,
                                    Nieuwe Weteringseweg 139 en Voorveldse Polder</Al>
		</RegelingOpschrift>
		<Lichaam eId="body" wId="body">
		  <Hoofdstuk eId="chp_1" wId="gm0310_1-1__chp_1">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>1</Nummer>
		      <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel eId="chp_1__art_1.1" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.1</Nummer>
			<Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid eId="chp_1__art_1.1__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.1__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de
                                                  bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij
                                                  het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I
                                                  bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I
                                                  bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I
                                                  bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de
                                                  Omgevingsregeling, zijn van toepassing op
                                                  hoofdstuk 1 tot en met 23 van dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_1__art_1.1__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.1__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat
                                                  begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk
                                                  1 tot en met 23 van dit omgevingsplan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_1__art_1.2" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.2">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.2</Nummer>
			<Opschrift>Geografische informatieobjecten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Lid eId="chp_1__art_1.2__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.2__para_1">
			<LidNummer>1.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>De regels van dit omgevingsplan gelden voor het
                                                  hele grondgebied van de gemeente tenzij dit anders
                                                  is bepaald.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		      <Lid eId="chp_1__art_1.2__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.2__para_2">
			<LidNummer>2.</LidNummer>
			<Inhoud>
			  <Al>Bijlage II van dit omgevingsplan bevat een
                                                  overzicht van de geografische
                                                  informatieobjecten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Lid>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_1__art_1.3" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.3">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.3</Nummer>
			<Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Voor zover aangewezen functies en regels voor
                                                activiteiten in hoofdstuk 1 tot en met 11 van dit
                                                omgevingsplan in strijd zijn met regels in het
                                                tijdelijk deel van dit omgevingsplan, zijn de regels
                                                uit hoofdstuk 1 t/m 11 uit dit omgevingsplan van
                                                toepassing.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_1__art_1.4" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.4">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.4</Nummer>
			<Opschrift>Algemene zorgplicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Degene die een activiteit verricht en weet of
                                                redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit
                                                nadelige gevolgen kan hebben is verplicht:</Al>
			<Lijst eId="chp_1__art_1.4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.4__list_o_1" type="expliciet">
			  <Li eId="chp_1__art_1.4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.4__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs
                                                  van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen
                                                  te voorkomen;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_1__art_1.4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.4__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>voor zover die gevolgen niet kunnen worden
                                                  voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te
                                                  beperken of ongedaan te maken; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_1__art_1.4__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.4__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>als die gevolgen onvoldoende kunnen worden
                                                  beperkt: die activiteit achterwege te laten voor
                                                  zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden
                                                  gevraagd.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		    <Artikel eId="chp_1__art_1.5" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.5">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>1.5</Nummer>
			<Opschrift>Algemene indieningsvereisten voor
                                                vergunningplicht, meldingsplicht en
                                                informatieplicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het
                                                college van burgemeester en wethouders, worden die
                                                voorzien van:</Al>
			<Lijst eId="chp_1__art_1.5__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.5__list_o_1" type="expliciet">
			  <Li eId="chp_1__art_1.5__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.5__list_o_1__item_a">
			    <LiNummer>a.</LiNummer>
			    <Al>een beschrijving van de activiteit waarvoor de
                                                  omgevingsvergunning wordt aangevraagd;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_1__art_1.5__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.5__list_o_1__item_b">
			    <LiNummer>b.</LiNummer>
			    <Al>het telefoonnummer van de aanvrager;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_1__art_1.5__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.5__list_o_1__item_c">
			    <LiNummer>c.</LiNummer>
			    <Al>het adres, de kadastrale aanduiding of
                                                  coördinaten van de locatie waarop de activiteit
                                                  wordt verricht;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_1__art_1.5__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.5__list_o_1__item_d">
			    <LiNummer>d.</LiNummer>
			    <Al>een aanduiding van de begrenzing van de
                                                  locatie waarop de activiteit wordt verricht;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_1__art_1.5__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.5__list_o_1__item_e">
			    <LiNummer>e.</LiNummer>
			    <Al>als de aanvraag wordt ingediend door een
                                                  gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en
                                                  woonplaats van de gemachtigde;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_1__art_1.5__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.5__list_o_1__item_f">
			    <LiNummer>f.</LiNummer>
			    <Al>als de aanvraag elektronisch wordt ingediend:
                                                  het e-mailadres van de aanvrager of de
                                                  gemachtigde;</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_1__art_1.5__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.5__list_o_1__item_g">
			    <LiNummer>g.</LiNummer>
			    <Al>als wordt gevraagd een voorschrift aan de
                                                  omgevingsvergunning te verbinden over regels als
                                                  bedoeld in paragraaf 4.1.1 van de wet: een
                                                  beschrijving van het onderwerp van dat
                                                  voorschrift; en</Al>
			  </Li>
			  <Li eId="chp_1__art_1.5__list_o_1__item_h" wId="gm0310_1-1__chp_1__art_1.5__list_o_1__item_h">
			    <LiNummer>h.</LiNummer>
			    <Al>als wordt gevraagd om toestemming om een
                                                  gelijkwaardige maatregel te treffen: gegevens
                                                  waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel
                                                  ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als
                                                  met de voorgeschreven maatregel is beoogd.</Al>
			  </Li>
			</Lijst>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_2" wId="gm0310_1-1__chp_2">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>2</Nummer>
		      <Opschrift>Bepalingen voor het hele ambtsgebied</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Afdeling eId="chp_2__subchp_2.1" wId="gm0310_1-1__chp_2__subchp_2.1">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>2.1</Nummer>
			<Opschrift>Algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Gereserveerd/>
		    </Afdeling>
		    <Afdeling eId="chp_2__subchp_2.2" wId="gm0310_1-1__chp_2__subchp_2.2">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>2.2</Nummer>
			<Opschrift>Forensische zorg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.1" wId="gm0310_1-1__chp_2__subchp_2.2__art_2.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Waar deze regels over gaan</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het aanbieden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9" scope="Begrip">forensische zorg</IntRef> binnen
                                                  gemeente De Bilt, waarbij sprake is van een
                                                  beveiligingsniveau van 2 of hoger.</Al>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.2" wId="gm0310_1-1__chp_2__subchp_2.2__art_2.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Waarom hebben we deze regels over
                                                  forensische zorg?</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het aanbieden van deze vorm van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9" scope="Begrip">forensische zorg</IntRef> kan
                                                  leiden tot aanzienlijke belasting en aantasting
                                                  van de veiligheidssituatie en ongewenste invloed
                                                  op de ruimtelijke kwaliteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_2__subchp_2.2__art_2.3" wId="gm0310_1-1__chp_2__subchp_2.2__art_2.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Verbod op het verlenen van forensische
                                                  zorg</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Het aanbieden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9" scope="Begrip">forensische zorg</IntRef>, waarbij
                                                  er sprake is van beveiligingsniveau 2 of hoger, is
                                                  verboden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		    </Afdeling>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_3" wId="gm0310_1-1__chp_3">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>3</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_4" wId="gm0310_1-1__chp_4">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>4</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_5" wId="gm0310_1-1__chp_5">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>5</Nummer>
		      <Opschrift>Beschermen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Afdeling eId="chp_5__subchp_5.1" wId="gm0310_1-1__chp_5__subchp_5.1">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>5.1</Nummer>
			<Opschrift>Algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.1__art_5.1" wId="gm0310_1-1__chp_5__subchp_5.1__art_5.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Algemeen</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>In dit hoofdstuk zijn de locaties aangewezen
                                                  waarbij er een bescherming van de locatie van
                                                  toepassing is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		    </Afdeling>
		    <Afdeling eId="chp_5__subchp_5.2" wId="gm0310_1-1__chp_5__subchp_5.2">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>5.2</Nummer>
			<Opschrift>Natuur en landschap</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Artikel eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.2" wId="gm0310_1-1__chp_5__subchp_5.2__art_5.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>5.2</Nummer>
			  <Opschrift>Beschermingszone Nieuwe Hollandse
                                                  Waterlinie</Opschrift>
			</Kop>
			<Lid eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.2__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_5__subchp_5.2__art_5.2__para_1">
			  <LidNummer>1.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Het is verboden in het UNESCO Werelderfgoed
                                                  <IntIoRef eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.2__para_1__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_5__subchp_5.2__art_5.2__para_1__ref_o_1" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">Hollandse Waterlinies</IntIoRef> de
                                                  uitzonderlijke universele waarde aan te
                                                  tasten.</Al>
			  </Inhoud>
			</Lid>
			<Lid eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.2__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_5__subchp_5.2__art_5.2__para_2">
			  <LidNummer>2.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Als uitzonderlijke universele waarde van de
                                                  <IntIoRef eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.2__para_2__ref_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_5__subchp_5.2__art_5.2__para_2__ref_o_2" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">Hollandse Waterlinies</IntIoRef> gelden de
                                                  kernkwaliteiten, bedoeld in de <u>Bijlage XV
                                                  Cultuurhistorie</u> bij de Omgevingsverordening
                                                  provincie Utrecht en de Gebiedsanalyses
                                                  Kernkwaliteiten <IntIoRef eId="chp_5__subchp_5.2__art_5.2__para_2__ref_o_3" wId="gm0310_1-1__chp_5__subchp_5.2__art_5.2__para_2__ref_o_3" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">Hollandse Waterlinies</IntIoRef>.</Al>
			  </Inhoud>
			</Lid>
		      </Artikel>
		    </Afdeling>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_6" wId="gm0310_1-1__chp_6">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>6</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_7" wId="gm0310_1-1__chp_7">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>7</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_8" wId="gm0310_1-1__chp_8">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>8</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_9" wId="gm0310_1-1__chp_9">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>9</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_10" wId="gm0310_1-1__chp_10">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>10</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_11" wId="gm0310_1-1__chp_11">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>11</Nummer>
		      <Opschrift>Ontwikkelingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Afdeling eId="chp_11__subchp_11.1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>11.1</Nummer>
			<Opschrift>Functies</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.1.1</Nummer>
			  <Opschrift>Functie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.1</Nummer>
			    <Opschrift>Functie agrarisch bedrijf</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Als <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1__ref_o_4" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.1__ref_o_4" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt
                                                  aangewezen de gronden en bouwwerken bedoeld voor
                                                  ondernemingen die zich richten op de productie van
                                                  voedsel of grondstoffen door het telen van
                                                  gewassen (akkerbouw/tuinbouw) of het houden van
                                                  dieren (veeteelt).</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.2</Nummer>
			    <Opschrift>Functie agrarisch bedrijf - intensieve
                                                  veehouderij</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1__list_o_1__ref_o_5" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1__list_o_1__ref_o_5" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf - intensieve
                                                  veehouderij</IntIoRef> wordt aangewezen de gronden
                                                  en bouwwerken bedoeld voor de uitoefening van een
                                                  intensieve veehouderij, met eventueel een deel van
                                                  de gronden en gebouwen voor grondgebonden
                                                  veehouderij met daaraan ondergeschikt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de functie wonen ten behoeve van de bestaande
                                                  bedrijfswoning(en); en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1__list_o_1__item_b__ref_o_6" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_1__list_o_1__item_b__ref_o_6" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1">functie detailhandel</IntIoRef> ten behoeve van
                                                  de bestaande agrarische nevenactiviteiten zoals
                                                  landwinkel.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_2__ref_o_7" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.1__art_11.2__para_2__ref_o_7" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1">ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139</IntIoRef>
                                                  is maximaal 7710m2 aan gezamenlijke oppervlakte
                                                  aan gebouwen toegestaan ten behoeve van de
                                                  intensieve veehouderij.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.1.2</Nummer>
			  <Opschrift>Functie detailhandel</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.3" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.3">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.3</Nummer>
			    <Opschrift>Functie detailhandel</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Als <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.3__ref_o_8" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.2__art_11.3__ref_o_8" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1">functie detailhandel</IntIoRef> wordt aangewezen
                                                  de gronden en bouwwerken bedoeld voor rechtstreeks
                                                  fysieke goederen bedrijfsmatig verkopen of
                                                  verhuren aan de eindconsument voor persoonlijk
                                                  gebruik.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.1.3</Nummer>
			  <Opschrift>Functie dienstverlening</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.4" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.4">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.4</Nummer>
			    <Opschrift>Functie dienstverlening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.4__ref_o_9" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.3__art_11.4__ref_o_9" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1">functie dienstverlening</IntIoRef> wordt
                                                  aangewezen aan de gronden en bouwwerken bedoeld
                                                  voor het bedrijfsmatig verlenen van zakelijke en
                                                  persoonlijke diensten zoals reis- en
                                                  uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes,
                                                  makelaarskantoren en bankfilialen waarbij het
                                                  publiek rechtstreeks wordt te woord gestaan en
                                                  geholpen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.1.4</Nummer>
			  <Opschrift>Functie horeca</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.5" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.5">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.5</Nummer>
			    <Opschrift>Functie horeca</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Als <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.5__ref_o_10" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.4__art_11.5__ref_o_10" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1">functie horeca</IntIoRef> wordt aangewezen de
                                                  gronden en bouwwerken bedoeld voor de uitoefening
                                                  van horecabedrijven met als hoofddoel het
                                                  bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of
                                                  etenswaren voor gebruik ter plaatse, niet zijnde
                                                  dancings, nachtclubs, discotheken en/of het
                                                  verstrekken van logies, een en ander al dan niet
                                                  in combinatie met een vermaaksfunctie.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.1.5</Nummer>
			  <Opschrift>Functie maatschappelijk en
                                                  cultuur</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__art_11.6" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__art_11.6">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.6</Nummer>
			    <Opschrift>Functie maatschappelijk en
                                                  cultuur</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Als <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__art_11.6__ref_o_11" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.5__art_11.6__ref_o_11" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1">functie maatschappelijk en cultuur</IntIoRef>
                                                  wordt aangewezen de gronden en bouwwerken bedoeld
                                                  voor maatschappelijke, culturele en educatieve
                                                  activiteiten zoals een jongeren-, cultuur- en
                                                  ontmoetingscentrum waarin verschillende
                                                  activiteiten plaatsvinden zoals workshops,
                                                  exposities, coaching, (muziek)voorstellingen,
                                                  waarbij een commercieel oogmerk ontbreekt.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.1.6</Nummer>
			  <Opschrift>Functie natuur</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.7</Nummer>
			    <Opschrift>Functie natuur</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_1__ref_o_12" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_1__ref_o_12" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> wordt aangewezen aan
                                                  gronden voor het beschermen, herstellen en
                                                  ontwikkelen van biodiversiteit en ecosystemen,
                                                  door een veilige leefomgeving te bieden aan
                                                  planten en dieren.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__ref_o_13" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__ref_o_13" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> is ook bedoeld
                                                  voor:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>behoud en bescherming van landschappelijke en
                                                  natuurwetenschappelijke waarden;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>natuurontwikkeling;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>behoud en herstel van de cultuurhistorische
                                                  waarden; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>extensieve dagrecreatie op de gronden die
                                                  hiervoor open gesteld zijn; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.7__para_2__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>bermen en (natuur)water.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.8</Nummer>
			    <Opschrift>Functie natuur - extensief
                                                  agrarisch</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8__list_o_1__ref_o_14" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8__list_o_1__ref_o_14" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1">functie natuur - extensief agrarisch</IntIoRef>
                                                  wordt aangewezen aan de gronden en bouwwerken
                                                  bedoeld voor:</Al>
			    <Lijst eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>extensieve agrarische activiteiten;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>behoud en bescherming van de openheid; en</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.8__list_o_1__item_c">
				<LiNummer>c.</LiNummer>
				<Al>gras- en weilanden; </Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.9" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.9">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.9</Nummer>
			    <Opschrift>Functie natuur - voedselbos</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.9__ref_o_15" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.6__art_11.9__ref_o_15" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">functie natuur - voedselbos</IntIoRef> wordt
                                                  aangewezen aan de gronden en bouwwerken bedoeld
                                                  voor een vitaal ecosysteem met het doel voedsel te
                                                  produceren onder andere in de vorm van meerjarige,
                                                  houtige soorten, waarvan delen (vruchten, zaden,
                                                  bladeren, stengels, etc.) als voedsel dienen, niet
                                                  alleen voor de mens als aanvulling op de
                                                  dagelijkse voeding, het is ook voeding voor de
                                                  natuur en aanjager voor hogere
                                                  biodiversiteit.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.1.7</Nummer>
			  <Opschrift>Functie water</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.10" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.10">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.10</Nummer>
			    <Opschrift>Functie water</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.10__list_o_1__ref_o_16" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.10__list_o_1__ref_o_16" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1">functie water</IntIoRef> wordt aangewezen aan
                                                  gronden met als doel:</Al>
			    <Lijst eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.10__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.10__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.10__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.10__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>het integraal beheren, beschermen en benutten
                                                  van waterlichamen en watersystemen inclusief
                                                  taluds, oeverbeschoeing en bermen en
                                                  waterhuishoudkundige werken zoals bruggen en
                                                  duikers; en</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.10__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.1__subsec_11.1.7__art_11.10__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>het beschermen van ecologische,
                                                  landschappelijke en cultuurhistorische
                                                  waarden.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		    </Afdeling>
		    <Afdeling eId="chp_11__subchp_11.2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.2">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>11.2</Nummer>
			<Opschrift>Beschermen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.11" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.2__art_11.11">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.11</Nummer>
			  <Opschrift>Archeologische
                                                  verwachtingswaarde</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De gronden met <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.11__ref_o_17" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.2__art_11.11__ref_o_17" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1">archeologische verwachtingswaarden</IntIoRef>
                                                  zijn bedoeld om archeologische resten in de bodem
                                                  te beschermen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.12" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.2__art_11.12">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.12</Nummer>
			  <Opschrift>Beschermingszone - spuitvrije
                                                  zone</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Gereserveerd artikel</Al>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.13" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.2__art_11.13">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.13</Nummer>
			  <Opschrift>Beschermingszone waardevol
                                                  landschappelijk element</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.13__ref_o_18" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.2__art_11.13__ref_o_18" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1">Beschermingszone waardevol landschappelijk
                                                  element</IntIoRef> heeft als doel om bijzondere
                                                  structuren in de leefomgeving die bijdragen aan
                                                  biodiversiteit, cultuurhistorie, esthetische
                                                  schoonheid en klimaatadaptatie te behouden en
                                                  herstellen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.14" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.2__art_11.14">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>11.14</Nummer>
			  <Opschrift>Zorgplicht waardevol landschappelijk
                                                  element</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De zorgplicht voor de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.2__art_11.14__ref_o_19" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.2__art_11.14__ref_o_19" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1">Beschermingszone waardevol landschappelijk
                                                  element</IntIoRef> houdt in dat eigenaren en
                                                  gebruikers verplicht zijn deze te onderhouden en
                                                  beschadiging of vernieling te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		    </Afdeling>
		    <Afdeling eId="chp_11__subchp_11.3" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>11.3</Nummer>
			<Opschrift>Activiteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.1">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.1__art_11.15" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.1__art_11.15">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.15</Nummer>
			    <Opschrift>Maatwerkvoorschriften
                                                  activiteiten</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.1__art_11.15__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.1__art_11.15__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld
                                                  over deze afdeling, met uitzondering van
                                                  bepalingen over meet- en rekenmethoden.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.1__art_11.15__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.1__art_11.15__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met een maatwerkvoorschrift kan worden
                                                  afgeweken van de artikelen in deze afdeling.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Bouwactiviteiten</Opschrift>
			</Kop>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.2.1</Nummer>
			    <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.16</Nummer>
			      <Opschrift>Binnenplanse vergunning
                                                  omgevingsplanactiviteit bouwen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een
                                                  bouwactiviteit uit te voeren.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor een bouwactiviteit die wordt
                                                  uitgevoerd in het kader van normaal onderhoud,
                                                  gebruik en beheer.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor werkzaamheden die op het moment
                                                  van het van kracht worden van het plan in
                                                  uitvoering waren of konden worden uitgevoerd
                                                  krachtens een vóór dat tijdstip geldende of
                                                  aangevraagde vergunning.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor een werkzaamheid die volgens de
                                                  regels van die betreffende activiteit
                                                  toestemmingsvrij is en volgens deze regels wordt
                                                  uitgevoerd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_5">
			      <LidNummer>5.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor een bouwactiviteit die volgens de
                                                  regels van die betreffende activiteit
                                                  meldingsplichtig is en er voldaan is aan de
                                                  meldplicht en volgens deze regels wordt
                                                  uitgevoerd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_6" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.1__art_11.16__para_6">
			      <LidNummer>6.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor een bouwactiviteit die volgens de
                                                  regels van die activiteit informatieplichtig is en
                                                  er voldaan is aan de informatieplicht en volgens
                                                  deze regels wordt uitgevoerd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.2.2</Nummer>
			    <Opschrift>Het realiseren van een
                                                  gebouw</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.17" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.17">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.17</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de
                                                  bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen ten behoeve
                                                  van de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.17__ref_o_20" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.17__ref_o_20" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1">ontwikkeling Julianalaan 1</IntIoRef>, <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.17__ref_o_21" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.17__ref_o_21" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1">ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139</IntIoRef>
                                                  en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.17__ref_o_22" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.17__ref_o_22" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1">ontwikkeling Voorveldse Polder</IntIoRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.18" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.18">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.18</Nummer>
			      <Opschrift>Ander bouwwerk bouwen en in standhouden
                                                  (gebouw bouwen)</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen voor
                                                  het realiseren van een gebouw is
                                                  vergunningplichtig voor de ontwikkeling de
                                                  <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.18__ref_o_23" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.18__ref_o_23" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1">ontwikkeling Julianalaan 1</IntIoRef>, <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.18__ref_o_24" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.18__ref_o_24" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1">ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139</IntIoRef>
                                                  en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.18__ref_o_25" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.18__ref_o_25" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1">ontwikkeling Voorveldse Polder</IntIoRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.19</Nummer>
			      <Opschrift>Beoordelingsregels bouwen van een
                                                  gebouw</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De omgevingsvergunning voor de activiteit
                                                  ander bouwwerk bouwen binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__ref_o_26" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__ref_o_26" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__ref_o_27" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__ref_o_27" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef>, voor de
                                                  locaties zoals aangewezen in <u>afdeling 11.1
                                                  Functies</u>, wordt alleen verleend indien:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>bij de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_a__ref_o_28" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_a__ref_o_28" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1">ontwikkeling Julianalaan 1</IntIoRef> er sprake
                                                  is van deels of geheel vervangende nieuwbouw is
                                                  waarbij de omvang en situering van het nieuw te
                                                  bouwen gebouw hetzelfde of minder is dan de
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">bestaande situatie</IntRef>;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>bij de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__ref_o_29" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__ref_o_29" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1">ontwikkeling Voorveldse Polder</IntIoRef>
                                                  wanneer:</Al>
				  <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>het gebouw wordt gerealiseerd binnen de zone
                                                  <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1__ref_o_30" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1__ref_o_30" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1">hoogstam bomen</IntIoRef>;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de afmeting niet groter is dan 15 m2;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>de hoogte niet meer is dan 2,5 meter;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>plaatsing in de lengterichting van het
                                                  perceel;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>donkere kleurstelling; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_6" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_b__list_o_1__item_6">
				      <LiNummer>6°.</LiNummer>
				      <Al>van natuurlijk materiaal zoals hout.</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>bij de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_c__ref_o_31" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.19__list_o_1__item_c__ref_o_31" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1">ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139</IntIoRef>
                                                  blijven de bouwregels uit het tijdelijk deel
                                                  Omgevingsplan van toepassing, met dien verstande
                                                  dat in aanvulling op artikel 4.2.a.2 (van het
                                                  bestemmingsplan Buitengebied Maartensdijk 2012) er
                                                  7710 m2 aan bebouwing is toegestaan ten behoeve
                                                  van de intensieve veehouderij op deze
                                                  locatie.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.20</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke
                                                  aanvraagvereisten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning
                                                  voor de activiteit ander bouwwerk bouwen bij
                                                  <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__ref_o_32" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__ref_o_32" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1">ontwikkeling Julianalaan 1</IntIoRef>, <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__ref_o_33" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__ref_o_33" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1">ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139</IntIoRef>
                                                  en <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__ref_o_34" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__ref_o_34" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1">ontwikkeling Voorveldse Polder</IntIoRef> wordt
                                                  in aanvulling op de algemene indieningsvereisten,
                                                  de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>situatietekening schaal 1:500, waarop de
                                                  locatie waar de aanvraag betrekking op heeft,
                                                  wordt aangegeven. De tekening moet zijn voorzien
                                                  van een noordpijl;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>beschrijving van de activiteiten en
                                                  werkzaamheden;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>kleurstelling (RAL nummer) en
                                                  materiaalgebruik;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>bouwkundige geveltekeningen schaal 1:100, van
                                                  bestaande en nieuwe toestand, waaruit blijkt hoe
                                                  het gebouw in de directe omgeving past;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>bouwkundige plattegrondtekening schaal 1:100,
                                                  van de bestaande en nieuwe toestand;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_f">
				  <LiNummer>f.</LiNummer>
				  <Al>verticale doorsnedetekening schaal 1:100, van
                                                  de bestaande en nieuwe toestand met
                                                  hoogtemaatvoering;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_g">
				  <LiNummer>g.</LiNummer>
				  <Al>details van gezichtsbepalende delen van het
                                                  bouwwerk op schaal 1:5 of 1:10; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_h" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.2__art_11.20__list_o_1__item_h">
				  <LiNummer>h.</LiNummer>
				  <Al>kleurenfoto van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">bestaande situatie</IntRef> en
                                                  omliggende bebouwing.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.2.3</Nummer>
			    <Opschrift>Ander bouwwerk bouwen (geen gebouw
                                                  zijnde)</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.21" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.21">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.21</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de
                                                  bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen ten behoeve
                                                  van het bouwen van informatiebord binnen <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.21__ref_o_35" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.21__ref_o_35" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">functie natuur - voedselbos</IntIoRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.22" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.22">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.22</Nummer>
			      <Opschrift>Ander bouwwerk bouwen en in standhouden
                                                  (geen gebouw zijnde)</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De bouwactiviteit ander bouwwerk bouwen voor
                                                  het realiseren van een informatiebord is
                                                  vergunningplichtig binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.22__ref_o_36" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.22__ref_o_36" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">functie natuur - voedselbos</IntIoRef></Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.23</Nummer>
			      <Opschrift>Beoordelingsregels ander bouwwerk
                                                  bouwen (geen gebouw zijnde)</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor het beoordelen van de omgevingsvergunning
                                                  voor de activiteit anders bouwwerk bouwen wordt
                                                  alleen verleend indien:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het bouwwerk gerealiseerd wordt binnen de
                                                  <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23__list_o_1__item_a__ref_o_37" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23__list_o_1__item_a__ref_o_37" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">functie natuur - voedselbos</IntIoRef>;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de hoogte is niet meer dan 2 meter; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.23__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>de breedte is niet meer dan 2 meter.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.24</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke
                                                  aanvraagvereisten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning
                                                  voor de activiteit ander bouwwerk bouwen binnen de
                                                  <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__ref_o_38" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__ref_o_38" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1">functie natuur - voedselbos</IntIoRef> wordt in
                                                  aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>situatietekening schaal 1:500, waarop de
                                                  locatie waar de aanvraag betrekking op heeft,
                                                  wordt aangegeven. De tekening moet zijn voorzien
                                                  van een noordpijl;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>beschrijving van de activiteiten en
                                                  werkzaamheden;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>kleurstelling (RAL nummer) en
                                                  materiaalgebruik;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>details van gezichtsbepalende delen van het
                                                  bouwwerk op schaal 1:5 of 1:10; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.2__subsec_11.3.2.3__art_11.24__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>kleurenfoto van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">bestaande situatie</IntRef> en
                                                  omliggende bebouwing.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Werk, niet zijnde bouwwerk, of
                                                  werkzaamheid uitvoeren</Opschrift>
			</Kop>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.3.1</Nummer>
			    <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.25</Nummer>
			      <Opschrift>Binnenplanse vergunning
                                                  omgevingsplanactiviteit werk, niet zijnde
                                                  bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een
                                                  werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid
                                                  uitvoeren.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor een werkzaamheid die wordt
                                                  uitgevoerd in het kader van normaal onderhoud,
                                                  gebruik en beheer.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor werkzaamheden die op het moment
                                                  van het van kracht worden van het plan in
                                                  uitvoering waren of konden worden uitgevoerd
                                                  krachtens een vóór dat tijdstip geldende of
                                                  aangevraagde vergunning.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor werkzaamheden die uitgevoerd
                                                  worden op basis van de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_4__ref_o_40" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_4__ref_o_40" ref="gm0310_1-1__cmp_III__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1">Activiteitenkaart_Voorveldse_Polder</IntIoRef> en
                                                  <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_4__ref_o_39" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_4__ref_o_39" ref="gm0310_1-1__cmp_III__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1">Inrichtingsplan_Nieuwe_Weteringseweg_139</IntIoRef>.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_5">
			      <LidNummer>5.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor een werkzaamheid die volgens de
                                                  regels van die betreffende activiteit
                                                  toestemmingsvrij is en volgens deze regels wordt
                                                  uitgevoerd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_6" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_6">
			      <LidNummer>6.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor een werkzaamheid die volgens de
                                                  regels van die betreffende activiteit
                                                  meldingsplichtig is en er voldaan is aan de
                                                  meldplicht en volgens deze regels wordt
                                                  uitgevoerd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_7" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.25__para_7">
			      <LidNummer>7.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid,
                                                  geldt niet voor een werkzaamheid die volgens de
                                                  regels van die activiteit informatieplichtig is en
                                                  er voldaan is aan de informatieplicht en volgens
                                                  deze regels wordt uitgevoerd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.26" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.26">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.26</Nummer>
			      <Opschrift>Voorwaardelijke
                                                  verplichting</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De landschappelijke inpassing zoals opgenomen
                                                  in het Inrichtingsplan_Nieuwe_Weteringseweg 139
                                                  voor de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.26__ref_o_41" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.1__art_11.26__ref_o_41" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1">ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139</IntIoRef>
                                                  moet uitgevoerd zijn voor 1 januari 2028 en na
                                                  uitvoering in stand worden gehouden.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.3.2</Nummer>
			    <Opschrift>Boom of houtopstand
                                                  aanbrengen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.27" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.27">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.27</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze subparagraaf gaat over het aanbrengen van
                                                  bomen of houtopstanden, waaronder hoogopgaande
                                                  beplating, binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.27__ref_o_42" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.27__ref_o_42" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.27__ref_o_43" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.27__ref_o_43" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> voor de
                                                  locaties zoals aangewezen in hoofdstuk 11.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.28" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.28">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.28</Nummer>
			      <Opschrift>Boom of houtopstand
                                                  aanbrengen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het bebossen of anderszins beplanten met
                                                  hoogopgaande beplanting, waaronder het kweken en
                                                  telen van bomen, struiken en heesters is
                                                  vergunningsplichtig binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.28__ref_o_44" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.28__ref_o_44" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.28__ref_o_45" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.28__ref_o_45" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> voor de
                                                  locaties zoals aangewezen in hoofdstuk 11.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.29</Nummer>
			      <Opschrift>Beoordelingsregels boom of houtopstand
                                                  aanbrengen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De omgevingsvergunning voor boom of
                                                  houtopstand aanbrengen binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__ref_o_46" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__ref_o_46" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__ref_o_47" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__ref_o_47" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> voor de
                                                  locaties zoals aangewezen in hoofdstuk 11 wordt
                                                  alleen geweigerd indien:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de werkzaamheden blijvende onevenredige
                                                  afbreuk doen aan de natuur- en/of
                                                  landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het
                                                  gebied, tenzij hieraan door het stellen van
                                                  voorwaarden voldoende tegemoet kan worden
                                                  gekomen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>ter plaatse van <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_b__ref_o_48" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_b__ref_o_48" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1">laagstam bomen</IntIoRef> de te verwachten
                                                  maximale boomhoogte is dan 3 meter;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>ter plaatse van <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_c__ref_o_49" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_c__ref_o_49" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1">hoogstam bomen</IntIoRef> de te verwachten
                                                  maximale boomhoogte hoger is dan 5 meter; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.29__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>er voor de locatie een inrichtingsplan van
                                                  toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden
                                                  niet bijdragen aan de doelstellingen van het
                                                  inrichtingsplan.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.30</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke
                                                  aanvraagvereisten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning
                                                  voor boom of houtopstand aanbrengen binnen de
                                                  <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__ref_o_50" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__ref_o_50" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__ref_o_51" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__ref_o_51" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> voor de
                                                  locaties zoals aangewezen in hoofdstuk 11 wordt,
                                                  in aanvulling op de algemene indieningsvereisten,
                                                  de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening, kaart, foto of een ander
                                                  geschikt middel met daarop de locatie van de
                                                  activiteit;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>beschrijving van de werkzaamheden;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>maatvoering per boom of houtopstand; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.2__art_11.30__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>boomsoort; </Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.3.3</Nummer>
			    <Opschrift>Grasland scheuren</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.31" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.31">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.31</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze subparagraaf gaat over <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grasland scheuren</IntRef> binnen
                                                  de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.31__ref_o_52" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.31__ref_o_52" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.32" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.32">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.32</Nummer>
			      <Opschrift>Grasland scheuren</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Grasland scheuren of vernietigen binnen de
                                                  <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.32__ref_o_53" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.32__ref_o_53" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> is
                                                  vergunningsplichtig.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.33" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.33">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.33</Nummer>
			      <Opschrift>Beoordelingsregels grasland
                                                  scheuren</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De omgevingsvergunning voor de activiteit
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grasland scheuren</IntRef> binnen
                                                  de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.33__list_o_1__ref_o_54" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.33__list_o_1__ref_o_54" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> wordt alleen geweigerd
                                                  indien:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.33__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.33__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.33__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.33__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de werkzaamheden blijvende onevenredige
                                                  afbreuk doen aan de natuur- en/of
                                                  landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het
                                                  gebied, tenzij hieraan door het stellen van
                                                  voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.33__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.33__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>er voor de locatie een inrichtingsplan van
                                                  toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden
                                                  niet bijdragen aan de doelstellingen van het
                                                  inrichtingsplan. </Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.34" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.34">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.34</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke
                                                  aanvraagvereisten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning
                                                  voor <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" scope="Begrip">grasland scheuren</IntRef> binnen
                                                  de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.34__list_o_1__ref_o_55" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.34__list_o_1__ref_o_55" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> wordt, in aanvulling op
                                                  de algemene indieningsvereisten, de volgende
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.34__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.34__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.34__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.34__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening, kaart, foto of een ander
                                                  geschikt middel met daarop de locatie van de
                                                  activiteit; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.34__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.3__art_11.34__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>beschrijving van de werkzaamheden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.3.4</Nummer>
			    <Opschrift>Graven in de bodem</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.35" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.35">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.35</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze subparagraaf gaat over het graven in de
                                                  bodem binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.35__ref_o_56" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.35__ref_o_56" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.35__ref_o_57" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.35__ref_o_57" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.36</Nummer>
			      <Opschrift>Graven in de bodem</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Graven in de bodem binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1__list_o_1__ref_o_58" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1__list_o_1__ref_o_58" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1__list_o_1__ref_o_59" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1__list_o_1__ref_o_59" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> is
                                                  toestemmingsvrij, mits:</Al>
				<Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het betreft bewerken van en graven, boren of
                                                  roeren in de bodem niet dieper dan 0,3 m; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het betreft het afgraven van gronden waarvoor
                                                  een vergunning is verleend door een ander bevoegd
                                                  gezag;</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.36__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In alle overige gevallen geldt er een
                                                  vergunningplicht. </Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.37</Nummer>
			      <Opschrift>Beoordelingsregels graven in de
                                                  bodem</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De omgevingsvergunning voor graven in de bodem
                                                  binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37__list_o_1__ref_o_60" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37__list_o_1__ref_o_60" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37__list_o_1__ref_o_61" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37__list_o_1__ref_o_61" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt alleen
                                                  geweigerd indien:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de werkzaamheden blijvende onevenredige
                                                  afbreuk doen aan de natuur- en/of
                                                  landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het
                                                  gebied, tenzij hieraan door het stellen van
                                                  voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.37__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>er voor de locatie een inrichtingsplan van
                                                  toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden
                                                  niet bijdragen aan de doelstellingen van het
                                                  inrichtingsplan. </Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.38" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.38">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.38</Nummer>
			      <Opschrift>Maatwerkvoorschrift
                                                  archeologie</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in
                                                  <u>artikel 11.5 Maatwerkvoorschriften</u> kan voor
                                                  de activiteit graven in de bodem binnen <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.38__list_o_1__ref_o_62" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.38__list_o_1__ref_o_62" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1">archeologische verwachtingswaarden</IntIoRef> in
                                                  ieder geval worden bepaald:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.38__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.38__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.38__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.38__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>dat met het oog op <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.38__list_o_1__item_a__ref_o_63" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.38__list_o_1__item_a__ref_o_63" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1">archeologische verwachtingswaarden</IntIoRef> een
                                                  archeoloog toeziet op de uitvoering van de
                                                  werkzaamheden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.39</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke
                                                  aanvraagvereisten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning
                                                  voor graven in de bodem binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1__ref_o_64" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1__ref_o_64" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1__ref_o_65" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1__ref_o_65" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt, in
                                                  aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening, kaart, foto of een ander
                                                  geschikt middel met daarop de locatie van de
                                                  activiteit;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>beschrijving van de werkzaamheden; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.4__art_11.39__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een archeologische rapport wanneer de
                                                  werkzaamheden plaatsvinden binnen Archeologische
                                                  verwachtingswaarde.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.3.5</Nummer>
			    <Opschrift>Gronden ophogen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.40" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.40">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.40</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze subparagraaf gaat over het ophogen van
                                                  gronden binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.40__ref_o_66" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.40__ref_o_66" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.40__ref_o_67" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.40__ref_o_67" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.41" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.41">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.41</Nummer>
			      <Opschrift>Gronden ophogen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Gronden ophogen binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.41__ref_o_68" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.41__ref_o_68" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.41__ref_o_69" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.41__ref_o_69" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> is
                                                  vergunningplichtig.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.42</Nummer>
			      <Opschrift>Beoordelingsregels gronden
                                                  ophogen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De omgevingsvergunning voor het ophogen van
                                                  gronden binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42__list_o_1__ref_o_70" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42__list_o_1__ref_o_70" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42__list_o_1__ref_o_71" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42__list_o_1__ref_o_71" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt alleen
                                                  geweigerd indien:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de werkzaamheden blijvende onevenredige
                                                  afbreuk doen aan de natuur- en/of
                                                  landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het
                                                  gebied, tenzij hieraan door het stellen van
                                                  voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.42__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>er voor de locatie een inrichtingsplan van
                                                  toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden
                                                  niet bijdragen aan de doelstellingen van het
                                                  inrichtingsplan. </Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.43</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke
                                                  aanvraagvereisten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning
                                                  voor het ophogen van gronden binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43__list_o_1__ref_o_72" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43__list_o_1__ref_o_72" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43__list_o_1__ref_o_73" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43__list_o_1__ref_o_73" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt, in
                                                  aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening, kaart, foto of een ander
                                                  geschikt middel met daarop de locatie van de
                                                  activiteit; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.5__art_11.43__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>beschrijving van de werkzaamheden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.3.6</Nummer>
			    <Opschrift>Sloten dempen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.44" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.44">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.44</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze subparagraaf gaat over het dempen van
                                                  sloten binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.44__ref_o_74" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.44__ref_o_74" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.44__ref_o_75" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.44__ref_o_75" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.45" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.45">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.45</Nummer>
			      <Opschrift>Sloten dempen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het dempen van sloten binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.45__ref_o_76" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.45__ref_o_76" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.45__ref_o_77" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.45__ref_o_77" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> is
                                                  vergunningplichtig.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.46</Nummer>
			      <Opschrift>Beoordelingsregels sloten
                                                  dempen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De omgevingsvergunning voor het dempen van
                                                  sloten binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1__ref_o_78" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1__ref_o_78" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1__ref_o_79" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1__ref_o_79" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt alleen
                                                  geweigerd indien:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de werkzaamheden blijvende onevenredige
                                                  afbreuk doen aan de natuur- en/of
                                                  landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het
                                                  gebied, tenzij hieraan door het stellen van
                                                  voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
                                                  </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>er onvoldoende evenredige compensatie
                                                  plaatsvindt van het verlies aan waterareaal. De
                                                  vergunning wordt niet verleend, indien de breedte
                                                  van het perceel dat ontstaat na demping van de
                                                  sloot of watergang, die parallel aan de
                                                  verkavelingsrichting (opstrek) loopt, meer dan 70
                                                  m zal bedragen; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.46__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>er voor de locatie een inrichtingsplan van
                                                  toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden
                                                  niet bijdragen aan de doelstellingen van het
                                                  inrichtingsplan.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.47</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke
                                                  aanvraagvereisten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning
                                                  voor het dempen van sloten binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1__ref_o_80" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1__ref_o_80" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1__ref_o_81" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1__ref_o_81" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt, in
                                                  aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening, kaart, foto of een ander
                                                  geschikt middel met daarop de locatie van de
                                                  activiteit;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>beschrijving van de werkzaamheden; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.6__art_11.47__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>beschrijving van de compensatie van het
                                                  verlies aan waterareaal. </Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.3.7</Nummer>
			    <Opschrift>Verharding aanbrengen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.48" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.48">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.48</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze subparagraaf gaat over het aanbrengen van
                                                  verharding binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.48__ref_o_82" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.48__ref_o_82" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.49" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.49">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.49</Nummer>
			      <Opschrift>Verharding aanbrengen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Verharding aanbrengen binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.49__ref_o_83" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.49__ref_o_83" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> is
                                                  vergunningplichtig.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.50" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.50">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.50</Nummer>
			      <Opschrift>Beoordelingsregels verharding
                                                  aanbrengen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De omgevingsvergunning voor het aanbrengen van
                                                  verharding binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.50__list_o_1__ref_o_84" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.50__list_o_1__ref_o_84" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> wordt alleen geweigerd
                                                  indien:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.50__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.50__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.50__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.50__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de werkzaamheden blijvende onevenredige
                                                  afbreuk doen aan de natuur- en/of
                                                  landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het
                                                  gebied, tenzij hieraan door het stellen van
                                                  voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.50__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.50__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>er voor de locatie een inrichtingsplan van
                                                  toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden
                                                  niet bijdragen aan de doelstellingen van het
                                                  inrichtingsplan. </Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.51</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke
                                                  aanvraagvereisten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning
                                                  voor het aanbrengen van verharding binnen de
                                                  <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1__ref_o_85" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1__ref_o_85" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> wordt, in aanvulling op
                                                  de algemene indieningsvereisten, de volgende
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening, kaart, foto of een ander
                                                  geschikt middel met daarop de locatie van de
                                                  activiteit;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>beschrijving van de werkzaamheden;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>maatvoering; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.7__art_11.51__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>type verharding.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>11.3.3.8</Nummer>
			    <Opschrift>Overige grondroeringen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.52" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.52">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.52</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze subparagraaf gaat over overige
                                                  grondroeringen binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.52__ref_o_86" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.52__ref_o_86" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.52__ref_o_87" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.52__ref_o_87" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.53" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.53">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.53</Nummer>
			      <Opschrift>Overige grondroeringen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Overige grondroeringen binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.53__ref_o_88" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.53__ref_o_88" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.53__ref_o_89" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.53__ref_o_89" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> zijn
                                                  vergunningplichtig.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.54</Nummer>
			      <Opschrift>Beoordelingsregels overige
                                                  grondroeringen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De omgevingsvergunning voor overige
                                                  grondroeringen binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54__list_o_1__ref_o_90" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54__list_o_1__ref_o_90" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54__list_o_1__ref_o_91" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54__list_o_1__ref_o_91" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt alleen
                                                  geweigerd indien:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de werkzaamheden blijvende onevenredige
                                                  afbreuk doen aan de natuur- en/of
                                                  landschapswaarden die kenmerkend zijn voor het
                                                  gebied, tenzij hieraan door het stellen van
                                                  voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.54__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>er voor de locatie een inrichtingsplan van
                                                  toepassing is, waarbij de aangegeven werkzaamheden
                                                  niet bijdragen aan de doelstellingen van het
                                                  inrichtingsplan. </Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>11.55</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke
                                                  aanvraagvereisten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning
                                                  voor overige grondroeringen binnen de <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55__list_o_1__ref_o_92" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55__list_o_1__ref_o_92" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1">functie natuur</IntIoRef> en <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55__list_o_1__ref_o_93" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55__list_o_1__ref_o_93" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1">functie agrarisch bedrijf</IntIoRef> wordt, in
                                                  aanvulling op de algemene indieningsvereisten, de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening, kaart, foto of een ander
                                                  geschikt middel met daarop de locatie van de
                                                  activiteit; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.3__subsec_11.3.3.8__art_11.55__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>beschrijving van de werkzaamheden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.4" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.4">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>11.3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Overige activiteiten</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.4__art_11.56" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.4__art_11.56">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>11.56</Nummer>
			    <Opschrift>Bouwwerk slopen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In aanvulling op afdeling 22.5 dient het
                                                  gebouw binnen de locatie <IntIoRef eId="chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.4__art_11.56__ref_o_94" wId="gm0310_1-1__chp_11__subchp_11.3__subsec_11.3.4__art_11.56__ref_o_94" ref="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_1">sloopverplichting</IntIoRef> verwijderd te worden
                                                  voor 1 januari 2028.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		    </Afdeling>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_12" wId="gm0310_1-1__chp_12">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>12</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_13" wId="gm0310_1-1__chp_13">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>13</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_14" wId="gm0310_1-1__chp_14">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>14</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_15" wId="gm0310_1-1__chp_15">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>15</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_16" wId="gm0310_1-1__chp_16">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>16</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_17" wId="gm0310_1-1__chp_17">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>17</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_18" wId="gm0310_1-1__chp_18">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>18</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_19" wId="gm0310_1-1__chp_19">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>19</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_20" wId="gm0310_1-1__chp_20">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>20</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_21" wId="gm0310_1-1__chp_21">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>21</Nummer>
		      <Opschrift>Gereserveerd</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Gereserveerd/>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_22" wId="gm0310_1-1__chp_22">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>22</Nummer>
		      <Opschrift>Activiteiten tijdelijk deel</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Afdeling eId="chp_22__subchp_22.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>22.1</Nummer>
			<Opschrift>Algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Artikel eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.1">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.1</Nummer>
			  <Opschrift>Voorrangsbepaling</Opschrift>
			</Kop>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1">
			  <LidNummer>1.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>De regels in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2" scope="Afdeling">afdeling 22.2</IntRef>, met
                                                  uitzondering van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf
                                                  22.2.7.3</IntRef>-, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> zijn niet van toepassing
                                                  voor zover die regels in strijd zijn met regels in
                                                  het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet.</Al>
			  </Inhoud>
			</Lid>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2">
			  <LidNummer>2.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>De regels in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> zijn niet
                                                  van toepassing op een milieubelastende activiteit
                                                  die als vergunningplichtig is aangewezen in
                                                  hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving, voor zover voorschriften zijn
                                                  verbonden aan:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al> een voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning
                                                  voor een milieubelastende activiteit; </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al> een omgevingsvergunning voor een
                                                  milieubelastende activiteit die is aangevraagd
                                                  voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na
                                                  de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk
                                                  wordt.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Lid>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.2">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.2</Nummer>
			  <Opschrift>Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten
                                                  en voorbeschermde gemeentelijke
                                                  monumenten</Opschrift>
			</Kop>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_1">
			  <LidNummer>1.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Voor de toepassing van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">22.288</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">22.290</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.293" scope="Artikel">22.293</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">22.295</IntRef> wordt onder
                                                  gemeentelijk monument respectievelijk
                                                  voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan
                                                  een monument of archeologisch monument dat op
                                                  grond van een gemeentelijke verordening is
                                                  aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is
                                                  aangewezen, die verordening van overeenkomstige
                                                  toepassing is.</Al>
			  </Inhoud>
			</Lid>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2">
			  <LidNummer>2.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is van
                                                  toepassing:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>als het gaat om een aangewezen monument of
                                                  archeologisch monument: zolang in dit
                                                  omgevingsplan daaraan nog niet de
                                                  functie-aanduiding gemeentelijk monument is
                                                  gegeven; en</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>als het gaat om een monument of archeologisch
                                                  monument waarop voordat het is aangewezen de
                                                  verordening van overeenkomstige toepassing is:
                                                  zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de
                                                  functie-aanduiding gemeentelijk monument is
                                                  gegeven of dit omgevingsplan geen
                                                  voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen
                                                  om die functie-aanduiding te geven.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Lid>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.1__art_22.3">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.3</Nummer>
			  <Opschrift>Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en
                                                  dorpsgezichten</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef>, aanhef en onder b,
                                                  zijn van overeenkomstige toepassing op een
                                                  activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen
                                                  die wordt verricht op een locatie waarvoor een op
                                                  grond van artikel 4.35, eerste lid, van de
                                                  Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende
                                                  aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht
                                                  als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de
                                                  Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de
                                                  inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is,
                                                  zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog
                                                  niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads-
                                                  of dorpsgezicht is gegeven.</Al>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		    </Afdeling>
		    <Afdeling eId="chp_22__subchp_22.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>22.2</Nummer>
			<Opschrift>Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
                                                open, erven en terreinen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.1</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.4</Nummer>
			    <Opschrift>Maatwerkvoorschriften</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld
                                                  over deze afdeling, met uitzondering van
                                                  bepalingen over meet- en rekenmethoden.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met een maatwerkvoorschrift kan worden
                                                  afgeweken van de artikelen in deze afdeling.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.2</Nummer>
			  <Opschrift>Verrichten van bouw- en
                                                  sloopwerkzaamheden</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2__art_22.5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2__art_22.5">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.5</Nummer>
			    <Opschrift>Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen
                                                  en straatpeil</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een
                                                  omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een
                                                  omgevingsplanactiviteit is verleend wordt,
                                                  onverminderd de aan de vergunning verbonden
                                                  voorschriften, niet begonnen voordat voor zover
                                                  nodig:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2__art_22.5__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2__art_22.5__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2__art_22.5__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2__art_22.5__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al> de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het
                                                  bouwterrein zijn uitgezet; en </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2__art_22.5__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2__art_22.5__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al> het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">straatpeil</IntRef> is
                                                  uitgezet.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2__art_22.6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.2__art_22.6">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.6</Nummer>
			    <Opschrift>[vervallen]</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Vervallen/>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.3</Nummer>
			  <Opschrift>Bouwen en in stand houden van
                                                  bouwwerken</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.7</Nummer>
			    <Opschrift>Repressief welstand</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag
                                                  niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke
                                                  eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria
                                                  van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a,
                                                  eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel
                                                  tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet
                                                  gold:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een bestaand bouwwerk, met uitzondering van
                                                  een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden
                                                  bouwwerk is; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een te bouwen bouwwerk waarvoor geen
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit is vereist.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing als het gaat om een in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of
                                                  bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van
                                                  welstand van toepassing zijn.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.8" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.8">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.8</Nummer>
			    <Opschrift>Aansluiting op distributienet voor
                                                  elektriciteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.8__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.8__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het waarborgen van de
                                                  veiligheid is een voorziening voor het afnemen en
                                                  gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk
                                                  aangesloten op het distributienet voor
                                                  elektriciteit als de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> niet
                                                  groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de
                                                  aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> van 100
                                                  m.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.8__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.8__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.8__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor
                                                  particulier eigendom of een drijvend
                                                  bouwwerk.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.9</Nummer>
			    <Opschrift>Aansluiting op distributienet voor
                                                  gas</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het waarborgen van de
                                                  veiligheid is een voorziening voor het afnemen en
                                                  gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op
                                                  het distributienet voor gas als:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de
                                                  Gaswet op de aansluiting van toepassing is;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> niet
                                                  groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de
                                                  aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> van 40
                                                  m.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.9__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor
                                                  particulier eigendom of een drijvend
                                                  bouwwerk.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.10</Nummer>
			    <Opschrift>Aansluiting op distributienet voor
                                                  warmte</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het waarborgen van de
                                                  veiligheid en de energiezuinigheid en de
                                                  bescherming van het milieu is een te bouwen
                                                  bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden
                                                  aangesloten op het in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">warmteplan</IntRef> bedoelde
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">distributienet voor warmte</IntRef>
                                                  als: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> het in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">warmteplan</IntRef> geplande aantal
                                                  aansluitingen op het distributienet op het moment
                                                  van de indiening van de aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een
                                                  bouwwerk nog niet is bereikt; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> niet
                                                  groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de
                                                  aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> van 40
                                                  m.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Een gelijkwaardige maatregel voor een
                                                  aansluiting op het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">distributienet voor warmte</IntRef>
                                                  heeft ten minste dezelfde mate van
                                                  energiezuinigheid en bescherming van het milieu
                                                  als wordt bereikt met de in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" scope="Begrip">warmteplan</IntRef> voor die
                                                  aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid
                                                  en bescherming van het milieu.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Onverminderd het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef>, zijn het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> niet van
                                                  toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor
                                                  particulier eigendom of een drijvend
                                                  bouwwerk.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid,
                                                  van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een
                                                  aansluitplicht op het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" scope="Begrip">distributienet voor warmte</IntRef>
                                                  geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied
                                                  van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.11" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.11">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.11</Nummer>
			    <Opschrift>Aansluiting op distributienet voor
                                                  drinkwater</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Met het oog op het beschermen van de
                                                  gezondheid is een voorziening voor het afnemen en
                                                  gebruiken van drinkwater in een bouwwerk
                                                  aangesloten op het distributienet voor drinkwater
                                                  als de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> niet
                                                  groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de
                                                  aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" scope="Begrip">aansluitafstand</IntRef> van 40
                                                  m.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.12</Nummer>
			    <Opschrift>Aansluiting van afvoer huishoudelijk
                                                  afvalwater en hemelwater</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het beschermen van de
                                                  gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een
                                                  voorziening voor de afvoer van huishoudelijk
                                                  afvalwater en hemelwater door een uitwendige
                                                  scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel
                                                  mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De gebouwaansluiting van een voorziening voor
                                                  de afvoer van huishoudelijk afvalwater en
                                                  hemelwater op de op het eigen erf of terrein
                                                  gelegen riolering of een andere voorziening voor
                                                  afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting
                                                  de dichtheid van de aansluiting en de afvoer
                                                  gehandhaafd blijft.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Een terreinleiding waardoor huishoudelijk
                                                  afvalwater wordt geleid: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> heeft geen vernauwing in de stroomrichting;
                                                  </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> heeft een vloeiend beloop; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al> is waterdicht; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al> heeft een voldoende inwendige middellijn; en
                                                  </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_3__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al> bevat geen beer- of rottingput.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" scope="Artikel">artikel 22.4</IntRef> kan in ieder
                                                  geval worden bepaald:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_4__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>als voor de afvoer van huishoudelijk
                                                  afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een
                                                  ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16,
                                                  derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop
                                                  kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke
                                                  hoogte en met welke inwendige middellijn de voor
                                                  aansluiting van een voorziening voor de afvoer van
                                                  huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem
                                                  noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel
                                                  van het bouwwerk of de grens van het erf of
                                                  terrein wordt aangelegd;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_4__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>als voor de afvoer van hemelwater een openbaar
                                                  hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool
                                                  aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en
                                                  hemelwater op dat stelsel of riool mag worden
                                                  gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met
                                                  welke inwendige middellijn de voor aansluiting van
                                                  een voorziening voor de afvoer van hemelwater op
                                                  dat stelsel of riool noodzakelijke
                                                  perceelaansluitleiding bij de gevel van het
                                                  bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt
                                                  aangelegd; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_4__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_4__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>of, en zo ja welke voorzieningen in de
                                                  afvoervoorziening of de op het erf of terrein
                                                  gelegen riolering moeten worden aangebracht om het
                                                  functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige
                                                  aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de
                                                  inzameling en het transport van afvalwater te
                                                  waarborgen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.13</Nummer>
			    <Opschrift>Bluswatervoorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het waarborgen van de
                                                  veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende
                                                  bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging
                                                  of het gebruik van het bouwwerk dat niet
                                                  vereist.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De afstand tussen de bluswatervoorziening en
                                                  een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129
                                                  of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving
                                                  of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het
                                                  bouwwerk is ten hoogste 40 m.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De bluswatervoorziening is onbeperkt
                                                  toegankelijk voor bluswerkzaamheden.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.14</Nummer>
			    <Opschrift>Bereikbaarheid bouwwerk voor
                                                  hulpverleningsdiensten</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het waarborgen van de
                                                  veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten
                                                  minste een toegang van een gebouw of ander
                                                  bouwwerk voor het verblijven van personen een
                                                  verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van
                                                  de brandweer en andere
                                                  hulpverleningsdiensten.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>op een gebruiksfunctie met een
                                                  gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000
                                                  m<sup>2</sup> en een vuurbelasting van ten hoogste
                                                  500 MJ/m<sup>2</sup>, bepaald volgens NEN
                                                  6090;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte
                                                  van niet meer dan 50 m<sup>2</sup>;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>op een lichte industriefunctie alleen voor het
                                                  bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van
                                                  gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met
                                                  een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150
                                                  MJ/m<sup>2</sup>, bepaald volgens NEN 6090;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste
                                                  10 m van een openbare weg ligt; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>als de aard, de ligging of het gebruik van het
                                                  bouwwerk geen verbindingsweg vereist.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Tenzij elders in dit omgevingsplan of een
                                                  gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft
                                                  een verbindingsweg: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> een breedte van ten minste 4,5 m; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> een verharding over een breedte van ten
                                                  minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen
                                                  met een massa van ten minste 14.600 kilogram;
                                                  </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al> een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de
                                                  weg van ten minste 4,2 m; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al> een doeltreffende afwatering.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Een verbindingsweg is over de voorgeschreven
                                                  hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid,
                                                  vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en
                                                  andere hulpverleningsdiensten.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_5">
			    <LidNummer>5.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten,
                                                  kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk
                                                  worden geopend of worden ontsloten met een systeem
                                                  dat in overleg met het bevoegd gezag is
                                                  bepaald.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.15</Nummer>
			    <Opschrift>Opstelplaatsen voor
                                                  brandweervoertuigen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het waarborgen van de
                                                  veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het
                                                  verblijven van personen zodanige opstelplaatsen
                                                  voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende
                                                  verbinding tussen die voertuigen en de
                                                  bluswatervoorziening kan worden gelegd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>op een gebruiksfunctie met een
                                                  gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000
                                                  m<sup>2 </sup>en een vuurbelasting van ten hoogste
                                                  500 MJ/m<sup>2</sup>, bepaald volgens NEN
                                                  6090;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte
                                                  van niet meer dan 50 m<sup>2</sup>;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>op een lichte industriefunctie alleen voor het
                                                  bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van
                                                  gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met
                                                  een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150
                                                  MJ/m<sup>2</sup>, bepaald volgens NEN 6090;
                                                  of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>als de aard, de ligging of het gebruik van het
                                                  bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De afstand tussen een opstelplaats en een
                                                  brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of
                                                  4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of,
                                                  als deze niet aanwezig is, een toegang van het
                                                  bouwwerk is ten hoogste 40 m.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is
                                                  over de hoogte en breedte, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14" scope="Artikel">artikel 22.14</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, vrijgehouden voor
                                                  brandweervoertuigen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_5">
			    <LidNummer>5.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Hekwerken die een opstelplaats afsluiten,
                                                  kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk
                                                  worden geopend of worden ontsloten met een systeem
                                                  dat in overleg met het bevoegd gezag is
                                                  bepaald.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.4</Nummer>
			  <Opschrift>Gebruik van bouwwerken</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.16</Nummer>
			    <Opschrift>Overbewoning woonruimte</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het beschermen van de
                                                  gezondheid van de bewoners: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>wordt een woning niet bewoond door meer dan
                                                  een persoon per 12 m<sup>2</sup>
                                                  gebruiksoppervlakte; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan
                                                  een persoon per 6 m<sup>2</sup>
                                                  gebruiksoppervlakte.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op woonruimte waarin door het Centraal
                                                  Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers
                                                  wordt geboden.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.17" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.17">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.17</Nummer>
			    <Opschrift>Bouwvalligheid nabijgelegen
                                                  bouwwerk</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Met het oog op het waarborgen van de
                                                  veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als
                                                  door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld
                                                  dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van
                                                  een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk
                                                  is.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.18</Nummer>
			    <Opschrift>Specifieke zorgplicht gebruik
                                                  bouwwerk</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of
                                                  redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot
                                                  gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan
                                                  leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen
                                                  die redelijkerwijs van diegene kunnen worden
                                                  gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te
                                                  laten voortduren.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Degene die weet of redelijkerwijs kan
                                                  vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of
                                                  aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of
                                                  kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht
                                                  alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van
                                                  diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of
                                                  hinder te voorkomen of niet te laten voortduren.
                                                  Het gaat daarbij in elk geval om overlast of
                                                  hinder door:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het op hinderlijke wijze verspreiden van rook,
                                                  roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend
                                                  materiaal;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het veroorzaken van overlast door geluid,
                                                  trilling, dieren of verontreiniging; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>het nalaten van het normale onderhoud waardoor
                                                  het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat
                                                  bevindt.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het eerste lid is niet van toepassing op het
                                                  gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2
                                                  van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.5</Nummer>
			  <Opschrift>In stand houden en gebruiken van open
                                                  erven en terreinen</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.19</Nummer>
			    <Opschrift>Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen
                                                  nabij bouwwerken</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk
                                                  is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel
                                                  22.2.1 aanwezig.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing als:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane
                                                  hoeveelheid per stof niet wordt overschreden,
                                                  waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen
                                                  100 kilogram of liter is;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: </Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de verpakking tegen normale behandeling
                                                  bestand is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de verpakking is voorzien van een adequate
                                                  gevaarsaanduiding; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan
                                                  ontsnappen; en</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>de stof wordt gebruikt met inachtneming van de
                                                  op de verpakking aangegeven
                                                  gevaarsaanduidingen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> brandstof in het reservoir van een
                                                  verbrandingsmotor; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> brandstof in een verlichtings-, verwarmings-
                                                  of ander warmteontwikkelend toestel; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al> voor consumptie bestemde alcoholhoudende
                                                  dranken; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al> gasflessen tot een totale waterinhoud van 115
                                                  liter; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al> dieselolie, gasolie of lichte stookolie met
                                                  een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een
                                                  totale hoeveelheid van 1.000 liter; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3__list_o_1__item_f">
				  <LiNummer>f.</LiNummer>
				  <Al> brandgevaarlijke stoffen voor zover de
                                                  aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving of een
                                                  omgevingsvergunning voor een milieubelastende
                                                  activiteit is toegestaan.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het berekenen van de toegestane
                                                  hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a,
                                                  wordt een aangebroken verpakking als een volle
                                                  meegerekend.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5">
			    <LidNummer>5.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, aanhef en onder e,
                                                  is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van
                                                  een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel
                                                  toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze
                                                  wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van
                                                  een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling
                                                  van brand voldoende worden voorkomen.</Al>
			      <table eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5__table_o_1">
				<title>Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke
                                                  stoffen</title>
				<tgroup align="left" cols="4">
				  <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				  <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				  <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				  <colspec colname="col4" colnum="4"/>
				  <thead valign="top">
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al><strong>ADR-klasse</strong>
                                                  <Noot id="t1" type="tabel">
					    <NootNummer>1</NootNummer>
					    <Al>Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).</Al>
					  </Noot>
                                                  </Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al><strong>Omschrijving</strong></Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al>Verpakkingsgroep</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col4">
					<Al>Toegestane maximum hoeveelheid</Al>
				      </entry>
				    </row>
				  </thead>
				  <tbody valign="top">
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>2 UN 1950 spuitbussen &amp; UN 2037 houders,
                                                  klein, gas</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen,
                                                  aerosolen (spuitbussen)</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al>n.v.t.</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col4">
					<Al>50 kg</Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>3</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde
                                                  oplosmiddelen en aceton</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al>II</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col4">
					<Al>25 liter</Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>3 excl. dieselolie, gasolie of lichte
                                                  stookolie met een vlampunt tussen 61°C en
                                                  100°C</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en
                                                  bepaalde inkten</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al>III</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col4">
					<Al>50 liter</Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>4.1, 4.2, 4.3</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende
                                                          vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in
                                                          niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers,
                                                          zwavel en metaalpoeders</Al>
					<Al>4.2: voor zelfontbranding
                                                          vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en
                                                          diethylzink</Al>
					<Al>4.3: stoffen die in contact met water
                                                          brandbare gassen ontwikkelen zoals
                                                          magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al>II en III</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col4">
					<Al>50 kg</Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>5.1</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>Brandbevorderende stoffen zoals
                                                  waterstofperoxide</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al>II en III</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col4">
					<Al>50 liter</Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>5.2</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en
                                                  di-propionyl peroxide</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al>n.v.t.</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col4">
					<Al>1 liter</Al>
				      </entry>
				    </row>
				  </tbody>
				</tgroup>
			      </table>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.20</Nummer>
			    <Opschrift>Specifieke zorgplicht staat en gebruik
                                                  open erven en terreinen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De eigenaar of degene die uit anderen hoofde
                                                  bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan
                                                  het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs
                                                  kan vermoeden dat de staat van het open erf of
                                                  terrein tot gevaar voor de gezondheid of de
                                                  veiligheid kan leiden, is verplicht alle
                                                  maatregelen te treffen die redelijkerwijs van
                                                  diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te
                                                  voorkomen of niet te laten voortduren.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Degene die een open erf of terrein gebruikt en
                                                  weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit
                                                  gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de
                                                  veiligheid kan leiden, is verplicht alle
                                                  maatregelen te treffen die redelijkerwijs van
                                                  diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te
                                                  voorkomen of niet te laten voortduren.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Degene die weet of redelijkerwijs kan
                                                  vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open
                                                  erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of
                                                  kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht
                                                  alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van
                                                  diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of
                                                  hinder te voorkomen of niet te laten voortduren.
                                                  Het gaat daarbij in elk geval om overlast of
                                                  hinder door: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> het op hinderlijke wijze verspreiden van
                                                  rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend
                                                  materiaal; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> het veroorzaken van overlast door geluid,
                                                  trilling, dieren of verontreiniging; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al> het nalaten van het normale onderhoud
                                                  waardoor het open erf of terrein zich niet in een
                                                  zindelijke staat bevindt.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.21" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.21">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.21</Nummer>
			    <Opschrift>Bouwvalligheid nabijgelegen
                                                  bouwwerk</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Met het oog op het waarborgen van de
                                                  veiligheid wordt een open erf of terrein niet
                                                  gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is
                                                  medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid
                                                  van een in de nabijheid gelegen bouwwerk
                                                  gevaarlijk is.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.6</Nummer>
			  <Opschrift>Cultureel erfgoed</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.22</Nummer>
			    <Opschrift>Vrijstelling van archeologisch
                                                  onderzoek</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als er in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, regels worden
                                                  gesteld over het verrichten van archeologisch
                                                  onderzoek in het kader van een aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het
                                                  uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of
                                                  een werkzaamheid, zijn die regels niet van
                                                  toepassing als die activiteit betrekking heeft op
                                                  een oppervlakte van minder dan 100
                                                  m<sup>2</sup>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is van
                                                  overeenkomstige toepassing voor zover er met
                                                  betrekking tot die regels in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, een andere
                                                  oppervlakte dan 100 m<sup>2</sup> geldt. In dat
                                                  geval geldt die afwijkende andere
                                                  oppervlakte.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.7</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningplichten met betrekking tot het
                                                  bouwen, in stand houden en gebruiken van
                                                  bouwwerken</Opschrift>
			</Kop>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.2.7.1</Nummer>
			    <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.23</Nummer>
			      <Opschrift>Algemene afbakeningseisen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">22.27</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef> zijn niet van
                                                  toepassing op een activiteit die wordt verricht
                                                  in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of
                                                  in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder
                                                  de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.23__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij de toepassing van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">22.27</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef> blijft het aantal
                                                  woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend
                                                  bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, onder a,
                                                  of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef>, onder a, of een
                                                  bestaand bouwwerk als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef>, onder c,
                                                  gaat om huisvesting in verband met
                                                  mantelzorg.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.24</Nummer>
			      <Opschrift>Meetbepalingen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor de toepassing van de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2" scope="Subparagraaf">22.2.7.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">22.2.7.3</IntRef> worden de
                                                  waarden die daarin in m of m<sup>2</sup> zijn
                                                  uitgedrukt op de volgende wijze gemeten:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al> afstanden loodrecht; </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al> hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt
                                                  terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het
                                                  verdere verloop van het terrein passende,
                                                  ophogingen of verdiepingen aan de voet van het
                                                  bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw
                                                  daarvan, buiten beschouwing blijven; en </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al> maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen
                                                  van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m
                                                  buiten beschouwing blijven.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor de toepassing van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.24__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, aanhef en onder
                                                  b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt
                                                  op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant
                                                  waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst
                                                  is.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.25" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.1__art_22.25">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.25</Nummer>
			      <Opschrift>Mantelzorg</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor de toepassing van de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2" scope="Subparagraaf">22.2.7.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">22.2.7.3</IntRef> wordt
                                                  huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt
                                                  als functioneel verbonden met het
                                                  hoofdgebouw.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.2.7.2</Nummer>
			    <Opschrift>Binnenplanse vergunningplicht voor
                                                  omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.26</Nummer>
			      <Opschrift>Binnenplanse vergunning
                                                  omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een
                                                  bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen
                                                  bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.27</Nummer>
			      <Opschrift>Uitzonderingen op vergunningplicht
                                                  artikel 22.26 – omgevingsplan onverminderd van
                                                  toepassing</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het verbod, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef>, geldt niet
                                                  voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als
                                                  die betrekking hebben op een van de volgende
                                                  bouwwerken:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding
                                                  daarvan, als wordt voldaan aan de volgende
                                                  eisen:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>op de grond staand;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>gelegen in achtererfgebied;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar
                                                  toegankelijk gebied;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>niet hoger dan 5 m;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging van een verblijfsgebied, bij meer
                                                  dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag;
                                                  en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_a__list_o_1__item_6">
				      <LiNummer>6°.</LiNummer>
				      <Al>niet voorzien van een dakterras, balkon of
                                                  andere niet op de grond gelegen buitenruimte;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf,
                                                  als wordt voldaan aan de volgende eisen:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>op de grond staand;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>niet hoger dan 5 m; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>de oppervlakte niet meer dan 70
                                                  m<sup>2</sup>;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een dakkapel in het voordakvlak of een naar
                                                  openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak,
                                                  als wordt voldaan aan de volgende eisen:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat
                                                  in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als
                                                  gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen
                                                  van welstand van toepassing zijn;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>voorzien van een plat dak;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet
                                                  hoger dan 1,75 m;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m
                                                  boven de dakvoet;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok;
                                                  en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_c__list_o_3__item_6">
				      <LiNummer>6°.</LiNummer>
				      <Al>zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van
                                                  het dakvlak;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>een sport- of speeltoestel anders dan voor
                                                  alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan
                                                  de volgende eisen:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_4" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_4__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_4__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>niet hoger dan 4 m; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_4__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_d__list_o_4__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>alleen functionerend met behulp van de
                                                  zwaartekracht of de fysieke kracht van de
                                                  mens;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>een zwembad, bubbelbad of soortgelijke
                                                  voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een
                                                  woning of woongebouw, als deze niet van een
                                                  overkapping is voorzien;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f">
				  <LiNummer>f.</LiNummer>
				  <Al>een erf- of perceelafscheiding, als wordt
                                                  voldaan aan de volgende eisen:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>op een erf of perceel waarop al een
                                                  hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in
                                                  functionele relatie staat; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_f__list_o_5__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>achter de lijn die loopt langs de voorkant van
                                                  dat hoofdgebouw en vanaf daar evenwijdig loopt met
                                                  het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied
                                                  zonder het hoofdgebouw te doorkruisen of in het
                                                  gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g">
				  <LiNummer>g.</LiNummer>
				  <Al>een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in
                                                  achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering,
                                                  voor zover het gaat om:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_6" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_6__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_6__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>een silo; of</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_6__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_g__list_o_6__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_h" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_h">
				  <LiNummer>h.</LiNummer>
				  <Al>een buisleiding anders dan een buisleiding
                                                  waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°,
                                                  van het Besluit bouwwerken leefomgeving van
                                                  toepassing is; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i">
				  <LiNummer>i.</LiNummer>
				  <Al>een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan
                                                  aan de volgende eisen:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>geen uitbreiding van de bebouwde
                                                  oppervlakte;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>geen uitbreiding van het bouwvolume; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27__list_o_1__item_i__list_o_7__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29,
                                                  onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken
                                                  leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat
                                                  bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.28</Nummer>
			      <Opschrift>Inperkingen artikel 22.27 vanwege
                                                  cultureel erfgoed</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op een activiteit die wordt verricht in, aan
                                                  of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd
                                                  gemeentelijk monument, provinciaal monument,
                                                  voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument
                                                  of voorbeschermd rijksmonument is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> niet van
                                                  toepassing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op een activiteit die wordt verricht bij een
                                                  gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk
                                                  monument, provinciaal monument, voorbeschermd
                                                  provinciaal monument, rijksmonument of
                                                  voorbeschermd rijksmonument is alleen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, aanhef en
                                                  onder d tot en met i, van toepassing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op een activiteit die wordt verricht op een
                                                  locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-
                                                  aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht
                                                  is gegeven, is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> alleen van
                                                  toepassing voor zover het gaat om:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al> inpandige wijzigingen; </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al> een wijziging van een achtergevel of
                                                  achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet
                                                  naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd;
                                                  </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al> een bouwwerk op een gebouwerf aan de
                                                  achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf
                                                  niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de
                                                  zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar
                                                  toegankelijk gebied is gekeerd; of </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al> een bouwwerk op een locatie die onderdeel is
                                                  van openbaar toegankelijk gebied.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">Artikel 22.27</IntRef>, aanhef en
                                                  onder a en b, is ook niet van toepassing als in
                                                  het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie
                                                  waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels
                                                  zijn gesteld als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" scope="Artikel">artikel 22.22</IntRef> over het
                                                  verrichten van archeologisch onderzoek in het
                                                  kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor een bouwactiviteit, tenzij:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het bouwwerk waarop de activiteit betrekking
                                                  heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50
                                                  m<sup>2</sup>; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om
                                                  grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het
                                                  verrichten van de bouwactiviteit zonder
                                                  omgevingsvergunning te verrichten waarop regels
                                                  als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" scope="Artikel">artikel 22.22</IntRef> over het
                                                  verrichten van archeologisch onderzoek in het
                                                  kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
                                                  zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing
                                                  zijn.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.29</Nummer>
			      <Opschrift>Beoordelingsregels aanvraag
                                                  binnenplanse omgevingsvergunning
                                                  omgevingsplanactiviteit bouwwerken
                                                  algemeen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor zover een aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning betrekking heeft op een
                                                  bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken
                                                  van het te bouwen bouwwerk, wordt de
                                                  omgevingsvergunning alleen verleend als: </Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de activiteit niet in strijd is met de in dit
                                                  omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in
                                                  stand houden en gebruiken van bouwwerken, met
                                                  uitzondering van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4" scope="Paragraaf">paragraaf 22.2.4</IntRef>;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het uiterlijk of de plaatsing van het
                                                  bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk
                                                  bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is,
                                                  zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de
                                                  omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan,
                                                  niet in strijd is met redelijke eisen van
                                                  welstand, beoordeeld volgens de criteria van de
                                                  welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid,
                                                  van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>de activiteit betrekking heeft op een
                                                  bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie
                                                  en:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet
                                                  wordt overschreden; of</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>bij overschrijding van de toelaatbare
                                                  kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een
                                                  sanerende of andere beschermende maatregelen wordt
                                                  getroffen. Een sanerende of andere beschermende
                                                  maatregel is in ieder geval een sanering
                                                  overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving.</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, aanhef en onder
                                                  b, is niet van toepassing als:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al> het gaat om een in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of
                                                  bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van
                                                  welstand van toepassing zijn; of </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al> het bevoegd gezag van oordeel is dat de
                                                  omgevingsvergunning in afwijking van het eerste
                                                  lid, aanhef en onder b, toch moet worden
                                                  verleend.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.30</Nummer>
			      <Opschrift>Nadere invulling beoordelingsregel
                                                  omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig
                                                  gebouw op bodemgevoelige locatie</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld
                                                  in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onder c, is de
                                                  interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in
                                                  bijlage IIA bij het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Er is sprake van overschrijding van de
                                                  toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één
                                                  stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer
                                                  dan 25 m<sup>3</sup> bodemvolume hoger is dan de
                                                  interventiewaarde bodemkwaliteit.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het zinsdeel “in meer dan 25 m<sup>3</sup>
                                                  bodemvolume ” in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van
                                                  asbest.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.31" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.31">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.31</Nummer>
			      <Opschrift>Voorschrift omgevingsvergunning
                                                  omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig
                                                  gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde
                                                  activiteit</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Aan een omgevingsvergunning voor een
                                                  bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie
                                                  die is verleend met toepassing van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, aanhef en onder
                                                  c, onder 2°, wordt in ieder geval het voorschrift
                                                  verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan,
                                                  alleen in gebruik wordt genomen nadat het college
                                                  van burgemeester en wethouders is geïnformeerd
                                                  over de wijze waarop er een of meer sanerende of
                                                  andere beschermende maatregelen zijn getroffen als
                                                  bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.32</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke beoordelingsregel aanvraag
                                                  binnenplanse omgevingsvergunning
                                                  omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over
                                                  een wijzigingsbevoegdheid of
                                                  uitwerkingsplicht</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, aanhef en onder
                                                  a, kan de omgevingsvergunning voor een activiteit
                                                  die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde
                                                  regels toch worden verleend als de activiteit niet
                                                  in strijd is met regels voor de toepassing van een
                                                  wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een
                                                  uitwerkingsplicht in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op de beslissing of een omgevingsvergunning
                                                  met toepassing van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> kan worden
                                                  verleend, zijn van overeenkomstige
                                                  toepassing:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al> artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid,
                                                  aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving; </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al> artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid,
                                                  aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving; en </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al> artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid,
                                                  aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.33</Nummer>
			      <Opschrift>Specifieke beoordelingsregels aanvraag
                                                  binnenplanse omgevingsvergunning
                                                  omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij
                                                  voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd
                                                  stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> wordt de
                                                  omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie
                                                  waarop de aanvraag betrekking heeft:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>van kracht is een voorbereidingsbesluit als
                                                  bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de
                                                  Invoeringswet Omgevingswet, een als
                                                  voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als
                                                  bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet
                                                  Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit
                                                  geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als
                                                  bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet
                                                  Omgevingswet;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>van kracht is een aanwijzing als beschermd
                                                  stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35
                                                  van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het
                                                  omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van
                                                  het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is
                                                  getreden;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>een ontwerp van een bestemmingsplan of van een
                                                  inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn
                                                  voor de vaststelling van het bestemmingsplan of
                                                  inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid,
                                                  onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het
                                                  tijdstip van het nemen van de beslissing op de
                                                  aanvraag niet is overschreden;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>een bestemmingsplan of inpassingsplan is
                                                  vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van
                                                  het bestemmingsplan of inpassingsplan na de
                                                  vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde
                                                  of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op
                                                  het tijdstip van het nemen van de beslissing op de
                                                  aanvraag niet is overschreden; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al>een bestemmingsplan of inpassingsplan na
                                                  vaststelling is bekendgemaakt, en het
                                                  bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip
                                                  van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog
                                                  niet in werking is getreden of in beroep is
                                                  vernietigd.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> kan de
                                                  omgevingsvergunning toch worden verleend als de
                                                  activiteit niet in strijd is met het in
                                                  voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk
                                                  het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat
                                                  voorziet in de bescherming van het stads- of
                                                  dorpsgezicht.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.34</Nummer>
			      <Opschrift>Voorschriften over archeologische
                                                  monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning
                                                  omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Als dat in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen
                                                  aan een omgevingsvergunning voor een
                                                  bouwactiviteit in het belang van de archeologische
                                                  monumentenzorg voorschriften worden
                                                  verbonden.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.34__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">Artikel 22.303</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, is op het
                                                  verbinden van die voorschriften van
                                                  overeenkomstige toepassing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.35</Nummer>
			      <Opschrift>Aanvraagvereisten binnenplanse
                                                  omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
                                                  bouwwerken</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking
                                                  tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit
                                                  omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens
                                                  en bescheiden verstrekt: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een opgave van de bouwkosten;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het beoogde en het huidige gebruik van het
                                                  bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de
                                                  aanvraag betrekking heeft;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een opgave van de bruto inhoud in
                                                  m<sup>3</sup> en de bruto vloeroppervlakte in
                                                  m<sup>2</sup> van het deel van het bouwwerk waarop
                                                  de aanvraag betrekking heeft;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening van de bestaande toestand
                                                  en een situatietekening van de nieuwe toestand met
                                                  daarop:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de afmetingen van het perceel en bebouwd
                                                  oppervlak;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de situering van het bouwwerk ten opzichte van
                                                  de perceelsgrenzen en de wegzijde;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>de wijze waarop de locatie wordt
                                                  ontsloten;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>de aangrenzende locaties en de daarop
                                                  voorkomende bebouwing; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_d__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>het beoogd gebruik van de gronden behorende
                                                  bij het voorgenomen bouwwerk;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van
                                                  het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" scope="Begrip">straatpeil</IntRef> en het aantal
                                                  bouwlagen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_f">
				  <LiNummer>f.</LiNummer>
				  <Al>de inrichting van parkeervoorzieningen op het
                                                  eigen terrein;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_g">
				  <LiNummer>g.</LiNummer>
				  <Al>gegevens en bescheiden die samenhangen met een
                                                  uit te brengen advies van de Agrarische
                                                  Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een
                                                  bouwactiviteit op een locatie waaraan een
                                                  agrarische functie is toegedeeld;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_h" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_h">
				  <LiNummer>h.</LiNummer>
				  <Al>voor zover dat in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een
                                                  rapport waarin de archeologische waarde van de
                                                  locatie in voldoende mate is vastgesteld;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i">
				  <LiNummer>i.</LiNummer>
				  <Al>de volgende gegevens en bescheiden voor de
                                                  toetsing aan de regels over redelijke eisen van
                                                  welstand, beoordeeld volgens de criteria van de
                                                  welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid,
                                                  van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>tekeningen van alle gevels van het bouwwerk,
                                                  inclusief de gevels van belendende bebouwing,
                                                  waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de
                                                  directe omgeving past;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>principedetails van gezichtsbepalende delen
                                                  van het bouwwerk;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>kleurenfoto's van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">bestaande situatie</IntRef> en de
                                                  omliggende bebouwing; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_i__list_o_2__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>een opgave van de toe te passen bouwmaterialen
                                                  in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur
                                                  daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en
                                                  de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen,
                                                  ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen
                                                  en de dakbedekking;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_j" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_j">
				  <LiNummer>j.</LiNummer>
				  <Al>als de aanvraag betrekking heeft op een
                                                  bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige
                                                  locatie:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_j__list_o_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_j__list_o_3" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_j__list_o_3__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_j__list_o_3__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van
                                                  het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het
                                                  gaat om een locatie die is aangewezen in dit
                                                  omgevingsplan waar een overschrijding van de
                                                  toelaatbare kwaliteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30" scope="Artikel">artikel 22.30</IntRef>,
                                                  redelijkerwijs is uit te sluiten; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_j__list_o_3__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_j__list_o_3__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30" scope="Artikel">artikel 22.30</IntRef>, wordt
                                                  overschreden: gegevens en bescheiden die
                                                  aannemelijk maken dat een sanerende of andere
                                                  beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het
                                                  gaat om een locatie die is aangewezen in dit
                                                  omgevingsplan waar een overschrijding van de
                                                  toelaatbare kwaliteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30" scope="Artikel">artikel 22.30</IntRef>,
                                                  redelijkerwijs is uit te sluiten; en</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_k" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35__list_o_1__item_k">
				  <LiNummer>k.</LiNummer>
				  <Al>overige gegevens en bescheiden die samenhangen
                                                  met een eventueel benodigde toetsing aan dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.2.7.3</Nummer>
			    <Opschrift>Activiteiten met betrekking tot
                                                  bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met
                                                  dit omgevingsplan</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.36</Nummer>
			      <Opschrift>Binnenplanse vergunningvrije
                                                  activiteiten van rechtswege in overeenstemming met
                                                  dit omgevingsplan</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Onverminderd de overige bepalingen van deze
                                                  afdeling en de bepalingen van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> zijn in ieder geval in
                                                  overeenstemming met dit omgevingsplan:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het bouwen, in stand houden en gebruiken van
                                                  een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding
                                                  daarvan als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, onder a,
                                                  als in aanvulling op de in dat onderdeel gestelde
                                                  eisen ook wordt voldaan aan de volgende
                                                  eisen:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>voor zover op een afstand van niet meer dan 4
                                                  m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger
                                                  dan:</Al>
				      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1" type="expliciet">
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_i">
					  <LiNummer>i.</LiNummer>
					  <Al>5 m;</Al>
					</Li>
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_ii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_ii">
					  <LiNummer>ii.</LiNummer>
					  <Al>0,3 m boven de bovenkant van de
                                                  scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van
                                                  het hoofdgebouw; en</Al>
					</Li>
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_iii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1__list_o_1__item_iii">
					  <LiNummer>iii.</LiNummer>
					  <Al>het hoofdgebouw;</Al>
					</Li>
				      </Lijst>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>voor zover op een afstand van meer dan 4 m van
                                                  het oorspronkelijk hoofdgebouw:</Al>
				      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_2" type="expliciet">
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_2__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_2__item_i">
					  <LiNummer>i.</LiNummer>
					  <Al>als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding
                                                  daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin
                                                  dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok
                                                  gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met
                                                  een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij
                                                  de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en
                                                  verder wordt begrensd door de volgende formule:
                                                  maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de
                                                  perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; en</Al>
					</Li>
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_2__item_ii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2__list_o_2__item_ii">
					  <LiNummer>ii.</LiNummer>
					  <Al>functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw,
                                                  tenzij het gaat om huisvesting in verband met
                                                  mantelzorg;</Al>
					</Li>
				      </Lijst>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in
                                                  het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">bebouwingsgebied</IntRef> niet meer
                                                  dan:</Al>
				      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_3" type="expliciet">
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_3__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_3__item_i">
					  <LiNummer>i.</LiNummer>
					  <Al>bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">bebouwingsgebied</IntRef> kleiner
                                                  dan of gelijk aan 100 m<sup>2</sup>: 50% van dat
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">bebouwingsgebied</IntRef>;</Al>
					</Li>
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_3__item_ii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_3__item_ii">
					  <LiNummer>ii.</LiNummer>
					  <Al>bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">bebouwingsgebied</IntRef> groter
                                                  dan 100 m<sup>2</sup> en kleiner dan of gelijk aan
                                                  300 m<sup>2</sup>: 50 m<sup>2</sup>, vermeerderd
                                                  met 20% van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">bebouwingsgebied</IntRef> dat
                                                  groter is dan 100 m<sup>2</sup>; en</Al>
					</Li>
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_3__item_iii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3__list_o_3__item_iii">
					  <LiNummer>iii.</LiNummer>
					  <Al>bij een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">bebouwingsgebied</IntRef> groter
                                                  dan 300 m<sup>2</sup>: 90 m<sup>2</sup>,
                                                  vermeerderd met 10% van het deel van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" scope="Begrip">bebouwingsgebied</IntRef> dat
                                                  groter is dan 300 m<sup>2</sup>, tot een maximum
                                                  van in totaal 150 m<sup>2</sup>; en</Al>
					</Li>
				      </Lijst>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>uitbreiding van of gelegen aan of bij een
                                                  hoofdgebouw, anders dan:</Al>
				      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_4" type="expliciet">
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_4__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_4__item_i">
					  <LiNummer>i.</LiNummer>
					  <Al>een woonwagen;</Al>
					</Li>
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_4__item_ii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_4__item_ii">
					  <LiNummer>ii.</LiNummer>
					  <Al>een hoofdgebouw waarvoor in de
                                                  omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de
                                                  omgevingsplanactiviteit bestaande uit een
                                                  bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder
                                                  na het verstrijken van een bij die vergunning
                                                  gestelde termijn verplicht is de voor de verlening
                                                  van de vergunning bestaande toestand te hebben
                                                  hersteld; of</Al>
					</Li>
					<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_4__item_iii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4__list_o_4__item_iii">
					  <LiNummer>iii.</LiNummer>
					  <Al>een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf
                                                  door één huishouden;</Al>
					</Li>
				      </Lijst>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het bouwen, in stand houden en gebruiken van
                                                  een erf- of perceelafscheiding als bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, onder f;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor
                                                  huisvesting in verband met mantelzorg.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.37</Nummer>
			      <Opschrift>Bijbehorend bouwwerk in bijzondere
                                                  gevallen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef>, onder a,
                                                  bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat
                                                  op minder dan 4 m van het oorspronkelijk
                                                  hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige
                                                  scheidingsconstructie tussen beide delen, is op
                                                  het deel dat op minder dan 4 m van het
                                                  oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef>, onder a,
                                                  onder 2°, onder ii, van overeenkomstige
                                                  toepassing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef>, onder a,
                                                  wordt gebruikt voor huisvesting in verband met
                                                  mantelzorg, gelden in plaats van de in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef>, onder a,
                                                  onder 3°, gestelde eisen de volgende eisen:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>in zijn geheel of in delen verplaatsbaar;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de oppervlakte niet meer dan 100
                                                  m<sup>2</sup>; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.37__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>buiten de bebouwde kom.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.38</Nummer>
			      <Opschrift>Inperkingen artikel 22.36 vanwege
                                                  cultureel erfgoed</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">Artikel 22.36</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op een activiteit die wordt
                                                  verricht:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> in, aan, op of bij een gemeentelijk monument,
                                                  voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal
                                                  monument, voorbeschermd provinciaal monument,
                                                  rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of
                                                  </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> op een locatie waaraan in dit omgevingsplan
                                                  de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of
                                                  dorpsgezicht is gegeven.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.39</Nummer>
			      <Opschrift>Inperkingen artikel 22.36 vanwege
                                                  externe veiligheid</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">Artikel 22.36</IntRef>, aanhef en
                                                  onder a en c, is niet van toepassing op een
                                                  activiteit die wordt verricht:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>op een locatie in een in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, opgenomen
                                                  veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone,
                                                  rondom een munitieopslag of een locatie voor
                                                  activiteiten met ontplofbare stoffen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>op een locatie waarop de activiteit op grond
                                                  van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan
                                                  vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden
                                                  risico van 10<sup>-6</sup> per jaar als gevolg van
                                                  de aanwezigheid van een locatie voor een
                                                  vergunningplichtige milieubelastende activiteit,
                                                  transportroute of buisleiding of vanwege de
                                                  ligging in een belemmeringenstrook voor het
                                                  onderhoud van een buisleiding; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>op een locatie binnen een afstand als bedoeld
                                                  in:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede
                                                  lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving,
                                                  voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van
                                                  dat artikel van toepassing is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede
                                                  lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede
                                                  lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het
                                                  derde lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede
                                                  lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_6">
				      <LiNummer>6°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede
                                                  lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_7" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_7">
				      <LiNummer>7°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het
                                                  derde lid van dat artikel van toepassing is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_8" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_8">
				      <LiNummer>8°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde
                                                  lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving,
                                                  voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of
                                                  het tweede lid van dat artikel van toepassing
                                                  is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_9" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_9">
				      <LiNummer>9°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede
                                                  lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving,
                                                  voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of
                                                  het derde lid van dat artikel van toepassing
                                                  is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_10" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_10">
				      <LiNummer>10°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het
                                                  eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid
                                                  van dat artikel van toepassing is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_11" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_11">
				      <LiNummer>11°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het
                                                  eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid
                                                  van dat artikel van toepassing is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_12" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_12">
				      <LiNummer>12°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het
                                                  eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid
                                                  van laatstbedoeld artikel van toepassing is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_13" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_13">
				      <LiNummer>13°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede
                                                  lid, onder b, van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en
                                                  onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het
                                                  derde lid van dat artikel van toepassing is;
                                                  of</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_14" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39__list_o_1__item_c__list_o_1__item_14">
				      <LiNummer>14°.</LiNummer>
				      <Al>artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het
                                                  eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid
                                                  van dat artikel van toepassing is.</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.8" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.8">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.2.8</Nummer>
			  <Opschrift>Overgangsrecht bestaande
                                                  bouwwerken</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.8__art_22.40" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.8__art_22.40">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.40</Nummer>
			    <Opschrift>Overgangsrecht bestaande
                                                  bouwwerken</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Een bouwwerk waarop het overgangsrecht voor
                                                  bestaande bouwwerken in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, van
                                                  toepassing is, mag in stand worden gehouden.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		    </Afdeling>
		    <Afdeling eId="chp_22__subchp_22.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>22.3</Nummer>
			<Opschrift>Milieubelastende activiteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.1</Nummer>
			  <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.41</Nummer>
			    <Opschrift>Algemeen toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling</IntRef> is van
                                                  toepassing op een milieubelastende activiteit als
                                                  bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>wonen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het feitelijk verrichten van bouw- en
                                                  sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk
                                                  verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een
                                                  bouwwerk of van een terrein;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een milieubelastende activiteit die in
                                                  hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt
                                                  verricht;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en
                                                  spoorwegen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>een evenement: </Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>dat ergens anders plaatsvindt dan op een
                                                  locatie voor evenementen;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>dat geen festiviteit als bedoeld in artikel
                                                  5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is;
                                                  of</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_e__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>waarover geluidregels zijn gesteld bij of
                                                  krachtens een gemeentelijke verordening;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_f">
				  <LiNummer>f.</LiNummer>
				  <Al>het verrichten van werkzaamheden met een
                                                  mobiele installatie op een weiland, akker of bos
                                                  die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in
                                                  artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving is; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2__list_o_1__item_g">
				  <LiNummer>g.</LiNummer>
				  <Al>bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere
                                                  ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer
                                                  van personen of goederen en beweegbare
                                                  waterkeringen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> geldt niet voor
                                                  milieubelastende activiteiten die bestaan uit het
                                                  lozen op of in de bodem of op de riolering, voor
                                                  zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor
                                                  de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling
                                                  en het transport van afvalwater of voor het
                                                  zuiveringtechnisch werk.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> geldt niet voor de
                                                  activiteiten, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.7</IntRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.42</Nummer>
			    <Opschrift>Oogmerken</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De regels in deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling</IntRef> zijn gesteld met het oog
                                                  op:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>het waarborgen van de veiligheid;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>het beschermen van de gezondheid; en</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_c">
				<LiNummer>c.</LiNummer>
				<Al>het beschermen van het milieu, waaronder:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_c__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_c__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
				    <LiNummer>1°.</LiNummer>
				    <Al>het beschermen en verbeteren van de kwaliteit
                                                  van lucht, bodem en de chemische en ecologische
                                                  kwaliteit van watersystemen;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
				    <LiNummer>2°.</LiNummer>
				    <Al>het doelmatig gebruik van energie en
                                                  grondstoffen; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3">
				    <LiNummer>3°.</LiNummer>
				    <Al>een doelmatig beheer van afvalstoffen.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.43" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.43">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.43</Nummer>
			    <Opschrift>Normadressaat</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Aan deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling</IntRef> wordt voldaan
                                                  door degene die de activiteit verricht. Diegene
                                                  draagt zorg voor de naleving van de regels over de
                                                  activiteit.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.44</Nummer>
			    <Opschrift>Specifieke zorgplicht</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Degene die een activiteit verricht en weet of
                                                  redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit
                                                  nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen,
                                                  bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">artikel 22.42</IntRef>, is
                                                  verplicht:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> alle maatregelen te treffen die
                                                  redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd
                                                  om die gevolgen te voorkomen; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> voor zover die gevolgen niet kunnen worden
                                                  voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te
                                                  beperken of ongedaan te maken; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al> als die gevolgen onvoldoende kunnen worden
                                                  beperkt: die activiteit achterwege te laten voor
                                                  zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden
                                                  gevraagd.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze plicht houdt in ieder geval in dat: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> alle passende preventieve maatregelen tegen
                                                  milieuverontreiniging worden getroffen; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> alle passende preventieve maatregelen ter
                                                  bescherming van de gezondheid worden getroffen;
                                                  </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al> de beste beschikbare technieken worden
                                                  toegepast; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al> geen significante milieuverontreiniging wordt
                                                  veroorzaakt; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al> alle passende maatregelen worden getroffen
                                                  voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de
                                                  nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel
                                                  19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_f">
				  <LiNummer>f.</LiNummer>
				  <Al> afvalwater dat wordt geloosd en
                                                  gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht
                                                  doelmatig kunnen worden bemonsterd; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_g">
				  <LiNummer>g.</LiNummer>
				  <Al> metingen representatief zijn en monsters niet
                                                  worden verdund; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_h" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_h">
				  <LiNummer>h.</LiNummer>
				  <Al> meetresultaten op geschikte wijze worden
                                                  geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_i">
				  <LiNummer>i.</LiNummer>
				  <Al> voor zover verontreiniging van de bodem
                                                  ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs
                                                  mogelijk blijft; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_j" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2__list_o_1__item_j">
				  <LiNummer>j.</LiNummer>
				  <Al> afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging
                                                  van een activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De plicht, bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, houdt in ieder
                                                  geval ook in dat:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> de nadelige gevolgen voor het milieu van het
                                                  verkeer van personen en goederen van en naar de
                                                  activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of
                                                  beperkt; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> de duisternis en het donkere landschap worden
                                                  beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen
                                                  gebieden.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, voor zover het
                                                  ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn
                                                  niet van toepassing op een milieubelastende
                                                  activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van
                                                  het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.45</Nummer>
			    <Opschrift>Maatwerkvoorschriften</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld
                                                  over de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">22.44</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49" scope="Artikel">22.49</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">22.50</IntRef> en de paragrafen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">22.3.2</IntRef> tot en met
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26" scope="Paragraaf">22.3.26</IntRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met een maatwerkvoorschrift kan worden
                                                  afgeweken van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49" scope="Artikel">22.49</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">22.50</IntRef> en de paragrafen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">22.3.2</IntRef> tot en met
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26" scope="Paragraaf">22.3.26</IntRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Een maatwerkvoorschrift wordt gesteld met het
                                                  oog op de belangen, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">artikel 22.42</IntRef>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het stellen van een maatwerkvoorschrift
                                                  over een milieubelastende activiteit zijn de
                                                  instructieregels in paragraaf 5.1.4 en artikel
                                                  5.165 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van
                                                  overeenkomstige toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.46</Nummer>
			    <Opschrift>Algemene gegevens bij het verstrekken
                                                  van gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Als gegevens en bescheiden worden verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en wethouders,
                                                  worden die ondertekend en voorzien van: </Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al> de aanduiding van de activiteit; </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al> de naam en het adres van degene die de
                                                  activiteit verricht; </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46__list_o_1__item_c">
				<LiNummer>c.</LiNummer>
				<Al> het adres waarop de activiteit wordt
                                                  verricht; en </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46__list_o_1__item_d">
				<LiNummer>d.</LiNummer>
				<Al> de dagtekening. </Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.47</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens bij wijzigen naam, adres of
                                                  normadressaat</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voordat de naam of het adres, bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46" scope="Artikel">artikel 22.46</IntRef>, wijzigen,
                                                  worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  door een ander zal gaan worden verricht, worden de
                                                  daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het
                                                  college van burgemeester en wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.48" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.48">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.48</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden op verzoek van
                                                  het college van burgemeester en
                                                  wethouders</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.48__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.48__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op verzoek van het college van burgemeester en
                                                  wethouders worden de gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt die nodig zijn om te bezien of de
                                                  algemene regels uit dit omgevingsplan en
                                                  maatwerkvoorschriften op grond van dit
                                                  omgevingsplan voor de activiteit toereikend zijn
                                                  gezien de ontwikkelingen van de technische
                                                  mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en
                                                  de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit
                                                  van het milieu.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.48__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.48__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor
                                                  zover degene die de activiteit verricht er
                                                  redelijkerwijs de beschikking over kan
                                                  krijgen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.49</Nummer>
			    <Opschrift>Informeren over een ongewoon
                                                  voorval</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het college van burgemeester en wethouders
                                                  wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon
                                                  voorval.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt niet
                                                  voor:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> milieubelastende activiteiten die zijn
                                                  aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> ongewone voorvallen bij wonen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.50</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden bij een ongewoon
                                                  voorval</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Zodra de volgende gegevens en bescheiden
                                                  bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college
                                                  van burgemeester en wethouders: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> informatie over de oorzaken van het ongewoon
                                                  voorval en de omstandigheden waaronder het
                                                  ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> informatie over de vrijgekomen stoffen en hun
                                                  eigenschappen; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al> andere gegevens die nodig zijn om de aard en
                                                  de ernst van de gevolgen voor de fysieke
                                                  leefomgeving te kunnen inschatten; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al> informatie over de maatregelen die zijn
                                                  getroffen of worden overwogen om de nadelige
                                                  gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als
                                                  bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de
                                                  Omgevingswet.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt niet
                                                  voor:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> milieubelastende activiteiten die zijn
                                                  aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> ongewone voorvallen bij wonen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.2</Nummer>
			  <Opschrift>Energiebesparing</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.51" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.51">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.51</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">paragraaf</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op een milieubelastende activiteit die
                                                  is aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11
                                                  van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.52</Nummer>
			    <Opschrift>Energie: maatregelen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Alle energiebesparende maatregelen met een
                                                  terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar worden
                                                  getroffen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>als het energieverbruik van de activiteit en
                                                  andere milieubelastende activiteiten die worden
                                                  verricht op dezelfde locatie en die de activiteit
                                                  functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar
                                                  kleiner is dan 50.000 kWh aan elektriciteit en
                                                  25.000 m<sup>3</sup> aardgasequivalenten aan
                                                  brandstoffen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>als artikel 15.51 of 16.5 van de Wet
                                                  milieubeheer van toepassing is; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>op energiebesparende maatregelen aan een
                                                  gebouw of gedeelte daarvan als bedoeld in artikel
                                                  3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Aan het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> wordt in ieder
                                                  geval voldaan door het treffen van de maatregelen
                                                  die zijn opgenomen in bijlage VII, onderdeel 16,
                                                  bij de Omgevingsregeling.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing
                                                  tot 1 december 2023.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.52a</Nummer>
			    <Opschrift>Energie: overgangsrecht maatregelen en
                                                  informatieplicht</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet op grond van artikel 2.15, tweede,
                                                  tiende of elfde lid, van het Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer gegevens en bescheiden zijn verstrekt
                                                  of hadden moeten worden verstrekt, blijven de uit
                                                  artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer, zoals dat artikel luidde voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet, volgende
                                                  verplichtingen en de verplichtingen volgend uit de
                                                  regels die bij of krachtens dat artikel in
                                                  samenhang met artikel 1.7, eerste lid, van het
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat
                                                  artikel luidde voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet, zijn gesteld, tot 1 december 2023
                                                  van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op een activiteit waarop het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van toepassing is,
                                                  is gedurende de periode, bedoeld in dat lid,
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52" scope="Artikel">artikel 22.52</IntRef> niet van
                                                  toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.3">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.3</Nummer>
			  <Opschrift>Zwerfafval</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.3__art_22.53" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.3__art_22.53">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.53</Nummer>
			    <Opschrift>Afval: zwerfvuil</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalstoffen worden binnen een straal van 25 m
                                                  rond de begrenzing van de locatie waarop de
                                                  activiteit wordt verricht, zo vaak als nodig
                                                  etenswaren, verpakkingen, sport- of
                                                  spelmaterialen, of andere materialen verwijderd
                                                  die van de activiteit afkomstig zijn.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.4</Nummer>
			  <Opschrift>Geluid</Opschrift>
			</Kop>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.4.1</Nummer>
			    <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.54</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4" scope="Paragraaf">Paragraaf 22.3.4</IntRef> is van
                                                  toepassing op het geluid door een activiteit op of
                                                  in een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op
                                                  grond van een omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is deze paragraaf
                                                  niet van toepassing op geluid door een
                                                  activiteit:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al> op of in een geluidgevoelig gebouw, dat
                                                  geheel of gedeeltelijk ligt op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef>
                                                  of op een industrieterrein waarvoor
                                                  geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn
                                                  vastgesteld; </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al> op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is
                                                  toegelaten op grond van een omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet
                                                  meer dan tien jaar; en </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al> op een niet-geluidgevoelige gevel.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op het
                                                  geluid van:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk
                                                  aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden,
                                                  repareren en buiten gebruik stellen van een
                                                  boorgat of stimuleren van een voorkomen via een
                                                  boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is alleen van toepassing op het
                                                  geluid door activiteiten bij detailhandel
                                                  als:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>een of meer elektromotoren aanwezig zijn met
                                                  een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met
                                                  uitzondering van elektromotoren met een vermogen
                                                  van 0,25 kW of minder; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>een of meer stookinstallaties aanwezig zijn
                                                  met een nominaal thermisch ingangsvermogen van
                                                  meer dan 130 kW.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.55</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende
                                                  werking</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54" scope="Artikel">artikel 22.54</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onder b, is deze
                                                  paragraaf ook van toepassing op het geluid door
                                                  een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw,
                                                  dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan
                                                  tien jaar:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>in een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54" scope="Artikel">artikel 22.54</IntRef> is deze
                                                  paragraaf niet van toepassing op het geluid door
                                                  een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw
                                                  dat nog niet aanwezig is als:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de activiteit al werd verricht voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een
                                                  locatie is toegelaten op grond van:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet; en</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd
                                                  op grond van:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54" scope="Artikel">artikel 22.54</IntRef> is deze
                                                  paragraaf niet van toepassing op het geluid door
                                                  bovengrondse hoogspanningsverbindingen met een
                                                  spanning van ten minste 110 kV.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.56</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: meerdere activiteiten
                                                  beschouwen als één activiteit</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Onverminderd <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> worden voor
                                                  de toepassing van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.4</IntRef> als
                                                  één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten
                                                  die worden verricht op dezelfde locatie en
                                                  die:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>rechtstreeks met elkaar samenhangen en met
                                                  elkaar in technisch verband staan; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>elkaar functioneel ondersteunen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.57</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: waar waarden gelden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De waarden voor het geluid door een activiteit
                                                  gelden:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op
                                                  de gevel;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>als het gaat om een nieuw te bouwen
                                                  geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een
                                                  gevel mag komen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>in afwijking van onder a en b, als het gaat om
                                                  een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van
                                                  de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of
                                                  die woonwagen; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.57__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in
                                                  een geluidgevoelige ruimte.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.58" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.58">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.58</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: functionele binding</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De waarden voor geluid zijn niet van
                                                  toepassing op het geluid door een activiteit op of
                                                  in een geluidgevoelig gebouw dat een functionele
                                                  binding heeft met die activiteit.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.59" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.59">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.59</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: voormalige functionele
                                                  binding</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een agrarische activiteit zijn de waarden
                                                  voor geluid niet van toepassing op of in een
                                                  geluidgevoelig gebouw dat:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.59__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.59__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.59__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.59__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>op grond van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet of een voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde
                                                  omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot
                                                  die agrarische activiteit en door een derde
                                                  bewoond mag worden; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.59__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.59__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>eerder functioneel verbonden was met die
                                                  agrarische activiteit en waarvoor op grond van
                                                  artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving in dit omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een buitenplanse
                                                  omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden
                                                  voor geluid niet van toepassing zijn.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.60</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: onderzoek</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In de volgende gevallen wordt er een
                                                  geluidonderzoek verricht:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag gemiddeld
                                                  meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met
                                                  motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig
                                                  voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is
                                                  dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de
                                                  begrenzing van de locatie waarop de activiteit
                                                  wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig
                                                  zijn, tenzij het gaat om het bieden van
                                                  gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen
                                                  van derden of een activiteit waarvan
                                                  horeca-activiteiten de kern vormen;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>bij het opwekken van elektriciteit met een
                                                  windturbine met een rotordiameter van meer dan 2
                                                  m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>als in de buitenlucht metalen in bulk worden
                                                  overgeslagen of in de buitenlucht metalen
                                                  mechanisch worden bewerkt;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>bij het reinigen van afvalwater door
                                                  waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een
                                                  capaciteit van 120.000 of meer
                                                  vervuilingseenheden;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al>bij het neutraliseren van airbags of
                                                  gordelspanners door deze te ontsteken;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_f">
				    <LiNummer>f.</LiNummer>
				    <Al>bij het vervaardigen van betonmortel of
                                                  betonwaren;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_g">
				    <LiNummer>g.</LiNummer>
				    <Al>bij een binnenschietbaan als de afstand van de
                                                  binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde
                                                  geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_h" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_h">
				    <LiNummer>h.</LiNummer>
				    <Al>bij een buitenschietbaan als bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79" scope="Artikel">artikel 22.79</IntRef>; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i">
				    <LiNummer>i.</LiNummer>
				    <Al>als het op basis van de aard van de activiteit
                                                  aannemelijk is dat:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>in enige ruimte op de locatie waarop de
                                                  activiteit wordt verricht, het equivalente
                                                  geluidniveau (L<sub>Aeq</sub>) veroorzaakt door de
                                                  ten gehore gebrachte muziek in de representatieve
                                                  bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:</Al>
					<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1" type="expliciet">
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1__item_i">
					    <LiNummer>i.</LiNummer>
					    <Al>70 dB(A), als die ruimte in- of aanpandig is
                                                  gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1__item_ii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_1__list_o_1__item_ii">
					    <LiNummer>ii.</LiNummer>
					    <Al>80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder
                                                  i; of</Al>
					  </Li>
					</Lijst>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_1__list_o_1__item_i__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>in de buitenlucht of op een open terrein
                                                  muziek ten gehore zal worden gebracht.</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het gemiddelde aantal transportbewegingen is
                                                  een gemiddelde gemeten over de periode van een
                                                  jaar.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor een activiteit waarvan agrarische
                                                  activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking
                                                  van het eerste lid, onder a, het aantal
                                                  transportbewegingen tussen 19.00 en 6.00 uur.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Uit het rapport van een geluidonderzoek,
                                                  bedoeld in het eerste lid, blijkt op grond van
                                                  verrichte geluidsmetingen of geluidsberekeningen
                                                  of wordt voldaan aan:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de waarden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2" scope="Subparagraaf">22.3.4.2</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3" scope="Subparagraaf">22.3.4.3</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4" scope="Subparagraaf">22.3.4.4</IntRef>; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60__para_4__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de van toepassing zijnde geluidswaarden van de
                                                  omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. In
                                                  het rapport wordt aangegeven welke voorzieningen
                                                  worden getroffen om te voorkomen dat de waarden,
                                                  bedoeld onder a en b, worden overschreden.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.61</Nummer>
			      <Opschrift>Gegevens en bescheiden: rapport
                                                  geluidonderzoek</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voor het begin van de
                                                  activiteit wordt het rapport van het
                                                  geluidonderzoek, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef>, verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit op
                                                  een andere manier wordt verricht dan op grond van
                                                  de gegevens in het rapport van het
                                                  geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens
                                                  verstrekt aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.61a</Nummer>
			      <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing
                                                  op een activiteit:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">gezoneerd
                                                  industrieterrein</IntRef>.</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>op een industrieterrein waarvoor
                                                  geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn
                                                  vastgesteld.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op een activiteit waar:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld niet meer
                                                  dan vier transportbewegingen per dag plaatsvinden
                                                  met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig
                                                  voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is
                                                  dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de
                                                  begrenzing van de locatie waarop de activiteit
                                                  wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig
                                                  zijn;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het mede op basis van de aard van de
                                                  activiteit, niet aannemelijk is dat in enige
                                                  ruimte op de locatie waarop de activiteit wordt
                                                  verricht het equivalente geluidsniveau
                                                  (LA<sub>eq</sub>) veroorzaakt door de ten gehore
                                                  gebrachte muziek in de representatieve
                                                  bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>70 dB(A), als deze ruimte in- of aanpandig is
                                                  gelegen met geluidgevoelige gebouwen;</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>80 dB(A), in andere gevallen dan bedoeld onder
                                                  1°;</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>in de buitenlucht of op een open terrein geen
                                                  muziek ten gehore wordt gebracht;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>in de buitenlucht geen oefenterrein voor
                                                  motorvoertuigen aanwezig is;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al>geen koelinstallatie aanwezig is die volgens
                                                  de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met
                                                  meer dan 30 kg synthetisch koudemiddel;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_f">
				    <LiNummer>f.</LiNummer>
				    <Al>geen gemotoriseerde modelvliegtuigen,
                                                  modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open
                                                  lucht worden gebruikt;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_g">
				    <LiNummer>g.</LiNummer>
				    <Al>geen parkeergelegenheid wordt geboden in een
                                                  parkeergarage voor meer dan 30
                                                  personenauto's;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_h" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_h">
				    <LiNummer>h.</LiNummer>
				    <Al>geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer
                                                  dan 50 uren per jaar in werking is; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_2__list_o_1__item_i">
				    <LiNummer>i.</LiNummer>
				    <Al>geen transformatoren met een maximaal
                                                  gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen
                                                  van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een
                                                  gesloten gebouw, worden gebruikt;</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit artikel is ook niet van toepassing op een
                                                  activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4
                                                  of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving,
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61" scope="Artikel">artikel 22.61</IntRef> of een
                                                  ander artikel in deze afdeling een verplichting
                                                  geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of
                                                  een omgevingsvergunning aan te vragen voor het
                                                  beginnen of wijzigen van die activiteit.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit worden aan het college van burgemeester
                                                  en wethouders de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_2" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>de grenzen van het terrein; en</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>de ligging van de gebouwen;</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_4__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>gegevens over de verwachte datum van het begin
                                                  van de activiteit.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a__para_5">
			      <LidNummer>5.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.4.2</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid door activiteiten, anders dan
                                                  door windturbines en windparken en civiele
                                                  buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en
                                                  militaire springterreinen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.62</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is van toepassing op het geluid
                                                  door een activiteit op of in een geluidgevoelig
                                                  gebouw, met uitzondering van een activiteit als
                                                  bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3" scope="Subparagraaf">22.3.4.3</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4" scope="Subparagraaf">22.3.4.4</IntRef>.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op het
                                                  geluid waarvoor bij maatwerkvoorschrift of
                                                  maatwerkregel is bepaald dat het niet
                                                  representatief is voor een activiteit.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62a">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.62a</Nummer>
			      <Opschrift>(tijdelijke uitzondering
                                                  windparken)</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op een
                                                  windpark met 3 of meer windturbines.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.63</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: waarden voor geluidgevoelige
                                                  gebouwen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geluidhinder is het geluid door een activiteit
                                                  op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de
                                                  waarde, bedoeld in tabel 22.3.1.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een
                                                  geluidgevoelig gebouw</title>
				  <tgroup align="left" cols="4">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <colspec colname="col4" colnum="4"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1"/>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>07.00 – 19.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al><strong>19.00 - 23.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al><strong>23.00 - 07.00 uur</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
                                                  L<sub>Ar,LT</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>45 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>40 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax </sub>als
                                                  gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>70 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>65 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>60 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geluidhinder is, in afwijking van het eerste
                                                  lid, het geluid van een activiteit die wordt
                                                  verricht op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</IntRef>, op
                                                  een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet
                                                  hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.2.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.2 Waarde voor geluid op een
                                                  geluidgevoelig gebouw gelegen op een
                                                  Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</title>
				  <tgroup align="left" cols="4">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <colspec colname="col4" colnum="4"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1"/>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>07.00 – 19.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al><strong>19.00 - 23.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al><strong>23.00 - 07.00 uur</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
                                                  L<sub>Ar,LT</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>55 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>50 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>45 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax </sub>als
                                                  gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>75 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>70 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>65 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geluidhinder is het geluid door een
                                                  activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen
                                                  een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet
                                                  hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een
                                                  geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig
                                                  geluidgevoelig gebouw</title>
				  <tgroup align="left" cols="4">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <colspec colname="col4" colnum="4"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1"/>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>07.00 – 19.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al><strong>19.00 - 23.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al><strong>23.00 - 07.00 uur</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
                                                  L<sub>Ar,LT</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>35 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>30 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>25 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax </sub>als
                                                  gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>55 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>50 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>45 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> opgenomen maximale
                                                  geluidniveaus L<sub>Amax</sub> zijn niet van
                                                  toepassing op het laden en lossen in de periode
                                                  tussen 07.00 en 19.00 uur.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.64</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: waarden voor geluidgevoelige
                                                  gebouwen: tankstation</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geluidhinder is, in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">derde</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef>, het geluid door
                                                  het bieden van gelegenheid voor het tanken van
                                                  motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig
                                                  gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel
                                                  22.3.4.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.4 Waarde voor geluid op een
                                                  geluidgevoelig gebouw door het bieden van
                                                  gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen
                                                  van derden</title>
				  <tgroup align="left" cols="3">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1"/>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>07.00 – 21.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al><strong>21.00 - 07.00 uur</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
                                                  L<sub>Ar,LT</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>40 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax</sub> als
                                                  gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>70 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>60 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> opgenomen maximale
                                                  geluidniveaus L<sub>Amax</sub> zijn niet van
                                                  toepassing op laden en lossen in de periode tussen
                                                  07.00 en 21.00 uur.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.65</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: waarden voor geluidgevoelige
                                                  gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een
                                                  glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een
                                                  glastuinbouwgebied</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geluidhinder is, in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, het geluid door
                                                  een activiteit waarvan agrarische activiteiten de
                                                  kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is
                                                  dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een
                                                  geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde,
                                                  bedoeld in tabel 22.3.5.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.5 Waarde voor geluid op een
                                                  geluidgevoelig gebouw door een agrarische
                                                  activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf
                                                  dat is gelegen in een glastuinbouwgebied</title>
				  <tgroup align="left" cols="4">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <colspec colname="col4" colnum="4"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1"/>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>06.00 – 19.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al><strong>19.00 - 22.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al><strong>22.00 - 06.00 uur</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
                                                  L<sub>Ar,LT </sub>veroorzaakt door de vast
                                                  opgestelde installaties en toestellen</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>45 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>40 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>35 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax</sub> als
                                                  gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>70 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>65 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>60 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geluidhinder is, in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, het geluid door
                                                  een activiteit waarvan agrarische activiteiten de
                                                  kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is
                                                  dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in
                                                  geluidgevoelige ruimten binnen een in- of
                                                  aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de
                                                  waarde, bedoeld in tabel 22.3.6.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_2__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_2__table_o_1">
				  <title> Tabel 22.3.6 Waarde voor geluid in
                                                  geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandige
                                                  geluidgevoelige gebouwen, door een agrarische
                                                  activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf
                                                  dat is gelegen in een glastuinbouwgebied.</title>
				  <tgroup align="left" cols="4">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <colspec colname="col4" colnum="4"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1"/>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>06.00 – 19.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al><strong>19.00 - 22.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al><strong>22.00 - 06.00 uur</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
                                                  L<sub>Ar,LT</sub> veroorzaakt door de vast
                                                  opgestelde installaties en toestellen</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>35 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>30 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>25 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax</sub> als
                                                  gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>55 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>50 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>45 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau
                                                  (L<sub>Amax</sub>), bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, blijft buiten
                                                  beschouwing het geluid als gevolg van:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>laden en lossen en het in- en uitrijden van
                                                  landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte
                                                  snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00
                                                  uur;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur
                                                  en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één
                                                  keer in die periode plaatsvindt; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_3__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>het wassen van kasdekken in de periode tussen
                                                  19.00 uur en 6.00 uur.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.66</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: waarde voor geluidgevoelige
                                                  gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een
                                                  glastuinbouwgebied</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geluidhinder is, in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, het geluid door
                                                  een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een
                                                  glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw,
                                                  niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel
                                                  22.3.7.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.7 Waarde voor geluid op een
                                                  geluidgevoelig gebouw door een glastuinbouwbedrijf
                                                  binnen een glastuinbouwgebied</title>
				  <tgroup align="left" cols="4">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <colspec colname="col4" colnum="4"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1"/>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>06.00 – 19.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al><strong>19.00 - 22.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al><strong>22.00 - 06.00 uur</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
                                                  L<sub>Ar,LT </sub>als gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>45 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>40 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax</sub> als
                                                  gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>70 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>65 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>60 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geluidhinder is in afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, het geluid door
                                                  een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een
                                                  glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten
                                                  binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw,
                                                  niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel
                                                  22.3.8.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_2__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_2__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.8 Waarde voor geluid in
                                                  geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige
                                                  geluidgevoelige gebouwen, door een
                                                  glastuinbouwbedrijf binnen een
                                                  glastuinbouwgebied</title>
				  <tgroup align="left" cols="4">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <colspec colname="col4" colnum="4"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1"/>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>06.00 – 19.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al><strong>19.00 – 22.00 uur</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al><strong>22.00 - 06.00 uur</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
                                                  L<sub>Ar,LT</sub> als gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>35 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>30 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>25 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Maximaal geluidniveau L<sub>Amax</sub> als
                                                  gevolg van activiteiten</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>55 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>50 dB(A)</Al>
					</entry>
					<entry colname="col4">
					  <Al>45 dB(A)</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau
                                                  (L<sub>Amax</sub>), bedoeld in het eerste en
                                                  tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid
                                                  als gevolg van:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het laden en lossen in de periode tussen 06.00
                                                  uur en 19.00 uur;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het laden en lossen in de periode tussen 19.00
                                                  uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één
                                                  keer in de genoemde periode plaatsvindt; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_3__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>het wassen van kasdekken in de periode tussen
                                                  19.00 uur en 6.00 uur.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.67</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: waarden bij of krachtens een
                                                  voor inwerkingtreding van de Omgevingswet
                                                  vastgestelde gemeentelijke verordening</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Als een activiteit wordt verricht in een
                                                  concentratiegebied voor horecabedrijven of in een
                                                  concentratiegebied voor detailhandel en
                                                  ambachtsbedrijven dat bij of krachtens een voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde
                                                  gemeentelijke verordening als zodanig is
                                                  aangewezen en waarin andere waarden zijn opgenomen
                                                  dan de waarden, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef>, gelden de
                                                  waarden die zijn opgenomen in die
                                                  verordening.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Als een agrarische activiteit wordt verricht
                                                  in een gebied waarvoor bij of krachtens een voor
                                                  de inwerkingtreding van de Omgevingswet
                                                  vastgestelde gemeentelijke verordening andere
                                                  waarden gelden voor het langtijdgemiddelde
                                                  beoordelingsniveau (L<sub>Ar,LT</sub>) op
                                                  geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in de artikelen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65" scope="Artikel">22.65</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66" scope="Artikel">22.66</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, gelden de waarden
                                                  die zijn opgenomen in die verordening.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.68</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: waarden op drijvende
                                                  woonfunctie voor 1 juli 2012</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor een drijvende woonfunctie is de waarde 5
                                                  dB(A) hoger dan de waarden, bedoeld in de
                                                  artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64" scope="Artikel">22.64</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65" scope="Artikel">22.65</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66" scope="Artikel">22.66</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, als de locatie
                                                  van de drijvende woonfunctie voor 1 juli
                                                  2012:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>voor een woonschip was bestemd; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>in een gemeentelijke verordening is aangewezen
                                                  om door een drijvende woonfunctie te worden
                                                  ingenomen en:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>voor 1 juli 2022 voor een woonschip is
                                                  bestemd; of</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.68__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de aanwezigheid van een woonschip voor 1 juli
                                                  2022 in dit omgevingsplan is toegelaten.</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.69</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: eerbiedigende
                                                  werking</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor een activiteit waarop artikel 2.17a,
                                                  derde lid, van het Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet, van
                                                  toepassing was, blijven het eerste en tweede lid
                                                  van dat artikel gelden.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor een activiteit waarop artikel 2.17a,
                                                  zesde lid, van het Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet, van
                                                  toepassing was, blijft dat lid gelden.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.70</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: buiten beschouwing laten van
                                                  geluidbronnen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld
                                                  in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69" scope="Artikel">22.69</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.71" scope="Artikel">22.71</IntRef>, blijft buiten
                                                  beschouwing:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het geluid door de inzet van motorvoertuigen
                                                  of helikopters voor spoedeisende medische
                                                  hulpverlening, ongevallenbestrijding,
                                                  brandbestrijding, gladheidbestrijding en het
                                                  vrijmaken van de weg na een ongeval;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het stemgeluid van personen op een onverwarmd
                                                  en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan
                                                  worden aangemerkt als een binnenterrein;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>het stemgeluid van bezoekers op het open
                                                  terrein bij sport- of recreatieactiviteiten;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd
                                                  of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een
                                                  instelling voor het primair onderwijs, in de
                                                  periode vanaf een uur voor aanvang van het
                                                  onderwijs tot een uur na beëindiging van het
                                                  onderwijs;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al>het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd
                                                  of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een
                                                  instelling voor kinderopvang;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_f">
				    <LiNummer>f.</LiNummer>
				    <Al>het geluid voor het oproepen tot het belijden
                                                  van godsdienst of levensovertuiging of het
                                                  bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke
                                                  bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het
                                                  geluid in verband met het houden van deze
                                                  bijeenkomsten of plechtigheden;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_g">
				    <LiNummer>g.</LiNummer>
				    <Al>het geluid van het traditioneel ten gehore
                                                  brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken
                                                  van de nationale vlag bij zonsopkomst en
                                                  zonsondergang op militaire terreinen;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_h" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_h">
				    <LiNummer>h.</LiNummer>
				    <Al>het ten gehore brengen van muziek wegens het
                                                  oefenen door militaire muziekkorpsen in de
                                                  buitenlucht gedurende de dagperiode met een
                                                  maximum van twee uur per week op militaire
                                                  terreinen;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_i">
				    <LiNummer>i.</LiNummer>
				    <Al>het ten gehore brengen van onversterkte
                                                  muziek, behalve voor zover daarvoor bij
                                                  gemeentelijke verordening regels zijn gesteld;
                                                  en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_j" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1__list_o_1__item_j">
				    <LiNummer>j.</LiNummer>
				    <Al>het traditioneel schieten, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.21</IntRef>,
                                                  behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke
                                                  verordening regels zijn gesteld.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij het bepalen van het maximale geluidniveau
                                                  (L<sub>Amax</sub>), bedoeld in de artikelen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67" scope="Artikel">22.67</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69" scope="Artikel">22.69</IntRef>, blijft buiten
                                                  beschouwing het geluid als gevolg van:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het komen en gaan van bezoekers bij een
                                                  activiteit waarvan horeca-, sport- of
                                                  recreatieactiviteiten de kern vormen; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het verrichten in de open lucht van
                                                  sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in
                                                  nauw verband staan.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De maximale geluidniveaus (L<sub>Amax</sub>),
                                                  bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69" scope="Artikel">22.69</IntRef>, zijn tussen 23.00
                                                  en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid
                                                  van motorvoertuigen bij het laden en lossen
                                                  als:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>voor die activiteit het in die periode
                                                  geldende maximale geluidniveau (L<sub>Amax</sub>)
                                                  niet te bereiken is door het treffen van
                                                  maatregelen; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het niveau van het aandrijfgeluid op een
                                                  afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger
                                                  is dan 65dB(A).</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.71" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.71">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.71</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: waar waarden gelden voor een
                                                  activiteit op een gezoneerd
                                                  industrieterrein</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als de activiteit wordt verricht op een
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef>
                                                  of op een industrieterrein waarvoor
                                                  geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn
                                                  vastgesteld, gelden de waarden van het
                                                  langtijdgemiddelde beoordelingsniveau
                                                  (L<sub>Ar,LT</sub>), bedoeld in de artikelen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64" scope="Artikel">22.64</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> ook op een afstand
                                                  van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop
                                                  de activiteit wordt verricht.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.72</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: maatregelen of voorzieningen
                                                  bij stomen van grond</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld
                                                  in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.69" scope="Artikel">22.69</IntRef>, blijft het geluid
                                                  veroorzaakt door het stomen van grond met een
                                                  installatie van derden, buiten beschouwing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij het stomen van grond met een installatie
                                                  van derden worden maatregelen of voorzieningen
                                                  getroffen die betrekking hebben op:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de periode waarin het stomen van grond
                                                  plaatsvindt;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de locatie waarop de installatie wordt
                                                  opgesteld; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>het aanbrengen van geluidbeperkende
                                                  voorzieningen op de locatie waarop de activiteit
                                                  wordt verricht.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.73</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: festiviteiten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De waarden, bedoeld in de in artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.71" scope="Artikel">22.71</IntRef>, zijn voor zover de
                                                  naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan
                                                  worden gevergd, niet van toepassing op dagen of
                                                  dagdelen in verband met de viering van:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>festiviteiten die bij of krachtens
                                                  gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de
                                                  gebieden in de gemeente waarvoor die verordening
                                                  geldt; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>andere festiviteiten die plaatsvinden op de
                                                  locatie waarop de activiteit wordt verricht,
                                                  waarbij het aantal bij of krachtens die
                                                  verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per
                                                  gebied of categorie van bedrijfssector kan
                                                  verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per
                                                  kalenderjaar.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.73__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Een festiviteit die ten hoogste een etmaal
                                                  duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur
                                                  plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op
                                                  één dag.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.74" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.74">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.74</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: meet- en
                                                  rekenbepalingen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het bepalen van het langtijdgemiddelde
                                                  beoordelingsniveau (L<sub>Ar,LT</sub>) of het
                                                  maximaal geluidniveau (L<sub>Amax</sub>), bedoeld
                                                  in deze paragraaf, zijn de artikelen 6.6 en 6.7
                                                  van de Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.4.3</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid door windturbines</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.75" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.75">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.75</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.75__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.75__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is van toepassing op het geluid
                                                  door het opwekken van elektriciteit met een
                                                  windturbine met een rotordiameter van meer dan 2
                                                  m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, op een geluidgevoelig
                                                  gebouw.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.75__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.75__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is ook niet van toepassing voor
                                                  zover het gaat om een windpark met 3 of meer
                                                  windturbines.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.76" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.76">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.76</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: waarden
                                                  windturbines</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geluidhinder is het geluid door het opwekken
                                                  van elektriciteit met een windturbine of windpark
                                                  op een geluidgevoelig gebouw, ten hoogste 47
                                                  L<sub>den</sub> en 41 L<sub>night</sub>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.77</Nummer>
			      <Opschrift>Registratie gegevens
                                                  windturbines</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De volgende gegevens worden
                                                  geregistreerd:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de emissieterm L<sub>E</sub>, bedoeld in
                                                  onderdeel 3.1 van bijlage XXV bij de
                                                  Omgevingsregeling, gebaseerd op de effectieve
                                                  werking gedurende het afgelopen kalenderjaar;
                                                  en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de voor de duur van een handhavingsmeting
                                                  benodigde gegevens ter bepaling van de
                                                  windsnelheid op ashoogte, bedoeld in paragraaf 1.6
                                                  van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.77__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De gegevens worden gedurende vijf jaar
                                                  bewaard.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.78" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3__art_22.78">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.78</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: meet- en
                                                  rekenbepalingen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het bepalen van het geluid L<sub>den</sub>
                                                  of L<sub>night</sub>, bedoeld in artikel 22.76, is
                                                  artikel 6.8 van de Omgevingsregeling van
                                                  toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.4.4</Nummer>
			    <Opschrift>Geluid door civiele buitenschietbanen,
                                                  militaire buitenschietbanen en militaire
                                                  springterreinen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.79</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is van toepassing op het geluid
                                                  op een geluidgevoelig gebouw door het exploiteren
                                                  van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder
                                                  gesloten afdekking of een gebouw met een open
                                                  zijde gelegen:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>civiele schietbaan waar met vuurwapens wordt
                                                  geschoten; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>militaire schietbaan of militair springterrein
                                                  op een militair terrein.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op het
                                                  traditioneel schieten door schutterijen of
                                                  schuttersgilden.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.80" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.80">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.80</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: waarden
                                                  buitenschietbanen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geluidhinder is het geluid door een activiteit
                                                  als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.79" scope="Artikel">artikel 22.79</IntRef> op een
                                                  geluidgevoelig gebouw ten hoogste 50
                                                  B<sub>s,dan</sub>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.81</Nummer>
			      <Opschrift>Registratie gegevens
                                                  buitenschietbanen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De volgende gegevens worden
                                                  geregistreerd:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>dagelijks het aantal schoten of ontploffingen
                                                  per wapentype, per dag-, avond- en nachtperiode,
                                                  per baan; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>voor de duur van de handhavingsmeting, bedoeld
                                                  in onderdeel 4.4.1 van bijlage XXVII bij de
                                                  Omgevingsregeling, de gebruikte wapens en
                                                  verschoten munitie.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.81__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De gegevens worden gedurende vijf jaar
                                                  bewaard.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.82" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.82">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.82</Nummer>
			      <Opschrift>Geluid: meet- en
                                                  rekenbepalingen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het bepalen van het geluid
                                                  B<sub>s,dan</sub>, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.4__art_22.80" scope="Artikel">artikel 22.80</IntRef>, is artikel
                                                  6.9 van de Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.5</Nummer>
			  <Opschrift>Trillingen</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.83</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5" scope="Paragraaf">paragraaf</IntRef> is van
                                                  toepassing op de trillingen in een frequentie van
                                                  1 tot 80 Hz door een activiteit in een
                                                  trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig
                                                  gebouw dat is toegelaten op grond van een
                                                  omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5" scope="Paragraaf">paragraaf</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op trillingen door een activiteit:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>in een trillinggevoelige ruimte van een
                                                  trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk
                                                  ligt op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">gezoneerd industrieterrein</IntRef>
                                                  of op een industrieterrein waarvoor
                                                  geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn
                                                  vastgesteld; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>in een trillinggevoelige ruimte van een
                                                  trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op
                                                  grond van een omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet
                                                  meer dan tien jaar.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.84</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende
                                                  werking</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83" scope="Artikel">artikel 22.83</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onder b, is deze
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5" scope="Paragraaf">paragraaf</IntRef> ook van
                                                  toepassing op trillingen in een frequentie van 1
                                                  tot 80 Hz door een activiteit in een
                                                  trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig
                                                  gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet
                                                  meer dan tien jaar:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.84__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>in een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.85" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.85">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.85</Nummer>
			    <Opschrift>Trillingen: meerdere activiteiten
                                                  beschouwen als een activiteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Onverminderd <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> worden voor
                                                  de toepassing van deze paragraaf als één
                                                  activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die
                                                  worden verricht op dezelfde locatie en die:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.85__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.85__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.85__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.85__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>rechtstreeks met elkaar samenhangen en met
                                                  elkaar in technisch verband staan; of</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.85__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.85__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>elkaar functioneel ondersteunen.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.86" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.86">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.86</Nummer>
			    <Opschrift>Trillingen: functionele
                                                  binding</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>De waarden voor trillingen zijn niet van
                                                  toepassing op trillingen door een activiteit in
                                                  trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig
                                                  gebouw dat een functionele binding heeft met die
                                                  activiteit.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.87" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.87">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.87</Nummer>
			    <Opschrift>Trillingen: voormalige functionele
                                                  binding</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Bij een agrarische activiteit zijn de waarden
                                                  voor trillingen niet van toepassing in een
                                                  trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig
                                                  gebouw dat:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.87__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.87__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.87__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.87__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>op grond van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, of op grond van een
                                                  voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet
                                                  aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft
                                                  behoord tot die agrarische activiteit en door een
                                                  derde bewoond mag worden; of</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.87__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.87__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>eerder functioneel verbonden was met die
                                                  agrarische activiteit en waarvoor op grond van
                                                  artikel 5.85 van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving in dit omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een buitenplanse
                                                  omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden
                                                  voor trillingen niet van toepassing zijn.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.88</Nummer>
			    <Opschrift>Trillingen: waarden voor continue
                                                  trillingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van trillinghinder zijn de continue trillingen
                                                  door een activiteit in trillinggevoelige ruimten,
                                                  niet hoger dan de waarde
                                                  A<sub>1 </sub>trillingssterkte V<sub>max</sub>,
                                                  bedoeld in tabel 22.3.9.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld
                                                  in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, is de waarde van
                                                  continue trillingen door een activiteit in
                                                  trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de
                                                  waarden onder A<sub>2</sub> trillingssterkte
                                                  V<sub>max</sub> en A<sub>3</sub> trillingssterkte
                                                  V<sub>per</sub>, bedoeld in tabel 22.3.9.</Al>
			      <table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_2__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.88__para_2__table_o_1">
				<title> Tabel 22.3.9 Waarde voor continue
                                                  trillingen in trillinggevoelige ruimten</title>
				<tgroup align="left" cols="3">
				  <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				  <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				  <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				  <thead valign="top">
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al><strong>Soort</strong></Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
					<Al><strong>waarden</strong></Al>
				      </entry>
				    </row>
				  </thead>
				  <tbody valign="top">
				    <row>
				      <entry colname="col1"/>
				      <entry colname="col2">
					<Al><strong>07.00 – 23.00 uur</strong></Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al><strong>23.00 - 07.00 uur</strong></Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>A<sub>1 </sub>trillingssterkte
                                                  V<sub>max</sub></Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>0,1</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al>0,1</Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>A<sub>2</sub> trillingssterkte
                                                  V<sub>max</sub></Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>0,4</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al>0,2</Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>A<sub>3</sub> trillingssterkte
                                                  V<sub>per</sub></Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>0,05</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col3">
					<Al>0,05</Al>
				      </entry>
				    </row>
				  </tbody>
				</tgroup>
			      </table>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.89" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.89">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.89</Nummer>
			    <Opschrift>Trillingen: meet- en
                                                  rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Op het bepalen van de continue trillingen,
                                                  bedoeld in deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5" scope="Paragraaf">paragraaf</IntRef>, is artikel
                                                  6.11 van de Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.6</Nummer>
			  <Opschrift>Geur</Opschrift>
			</Kop>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.6.1</Nummer>
			    <Opschrift>Algemene bepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.90</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is van toepassing op de geur
                                                  door een activiteit op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef>.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> zijn de waarden,
                                                  bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef>, en de
                                                  afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef>, niet van
                                                  toepassing op de geur door een activiteit op een
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat is
                                                  toegelaten op grond van een omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet
                                                  meer dan tien jaar.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.91</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende
                                                  werking</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90" scope="Artikel">artikel 22.90</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, zijn de waarden,
                                                  bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef>, en de
                                                  afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef>, ook van
                                                  toepassing op de geur door een activiteit op een
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat
                                                  voor een duur van niet meer dan tien jaar is
                                                  toegelaten:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>in een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90" scope="Artikel">artikel 22.90</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, zijn de waarden,
                                                  bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef>, en de
                                                  afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef>, niet van
                                                  toepassing op de geur door een activiteit op een
                                                  geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar
                                                  mag worden gebouwd op grond van:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.92</Nummer>
			      <Opschrift>Geur: waar waarden en tot waar
                                                  afstanden gelden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De waarden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef>, en de
                                                  afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef>, voor de
                                                  geur door een activiteit op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef>
                                                  gelden:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>als het gaat om een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef>: op of
                                                  tot de gevel;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>als het gaat om een nieuw te bouwen
                                                  geurgevoelig gebouw: op of tot de locatie waar een
                                                  gevel mag komen; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.92__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>in afwijking van de onderdelen a en b, als het
                                                  gaat om een woonschip of woonwagen: op of tot de
                                                  begrenzing van de locatie voor het plaatsen van
                                                  het woonschip of de woonwagen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.93" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.93">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.93</Nummer>
			      <Opschrift>Geur: functionele binding</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De waarden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef>, en de
                                                  afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef>, zijn niet
                                                  van toepassing als het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> een
                                                  functionele binding heeft met de activiteit.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.94</Nummer>
			      <Opschrift>Geur: voormalige functionele
                                                  binding</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een activiteit zijn de waarden, bedoeld in
                                                  paragraaf <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef>, en de
                                                  afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef>, niet van
                                                  toepassing op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef>
                                                  dat:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>op grond van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, of een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet, behoort of
                                                  heeft behoord tot die activiteit en door een derde
                                                  bewoond mag worden; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.94__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>eerder functioneel verbonden was met die
                                                  activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.96
                                                  van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit
                                                  omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een
                                                  buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald
                                                  dat de waarden en afstanden voor geur niet van
                                                  toepassing zijn.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.95" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.95">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.95</Nummer>
			      <Opschrift>Geur: cumulatie</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij de waarden, bedoeld in de paragrafen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">22.3.6.5</IntRef>, en de
                                                  afstanden, bedoeld in de paragrafen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">22.3.6.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">22.3.6.4</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" scope="Artikel">artikel 22.245</IntRef>, is geen
                                                  rekening gehouden met de cumulatie van geur door
                                                  activiteiten op geurgevoelige gebouwen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.6.2</Nummer>
			    <Opschrift>Geur houden van landbouwhuisdieren en
                                                  paarden en pony's voor het berijden in een
                                                  dierenverblijf</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.96</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  beginnen met of het wijzigen of uitbreiden van het
                                                  in een dierenverblijf houden van:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>landbouwhuisdieren; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>paarden en pony's die gehouden worden voor het
                                                  berijden.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op het
                                                  houden van minder dan 10 schapen, 5 paarden en
                                                  pony's, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen
                                                  en 10 overige landbouwhuisdieren.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.97" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.97">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.97</Nummer>
			      <Opschrift>Geur vanaf waar afstanden
                                                  gelden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Een afstand als bedoeld in deze paragraaf
                                                  geldt vanaf het emissiepunt van een
                                                  dierenverblijf, bedoeld in artikel 4.806, tweede
                                                  lid, van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.98</Nummer>
			      <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor: waarden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder is bij het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</IntRef> de geur op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> door
                                                  de activiteit niet hoger dan de waarde, bedoeld in
                                                  tabel 22.3.10.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.10 Waarde voor geur
                                                  ou<sub>E</sub>/m<sup>3</sup><sub> </sub>als
                                                  98-percentiel op een geurgevoelig object bij geur
                                                  door het houden van landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</title>
				  <tgroup align="left" cols="2">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Geurgevoelig object</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>Waarde</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom en buiten een
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7" scope="Begrip">concentratiegebied geurhinder en
                                                  veehouderij</IntRef></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>2,0 ou<sub>E</sub>/m<sup>3</sup></Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom en binnen een
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7" scope="Begrip">concentratiegebied geurhinder en
                                                  veehouderij</IntRef></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>3,0 ou<sub>E</sub>/m<sup>3</sup></Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Gelegen buiten de bebouwde kom en buiten een
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7" scope="Begrip">concentratiegebied geurhinder en
                                                  veehouderij</IntRef></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>8,0 ou<sub>E</sub>/m<sup>3</sup></Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Gelegen buiten de bebouwde kom en binnen een
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7" scope="Begrip">concentratiegebied geurhinder en
                                                  veehouderij</IntRef></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>14,0 ou<sub>E</sub>/m<sup>3</sup></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op het berekenen van de geur, bedoeld in het
                                                  eerste lid, is artikel 6.14 van de
                                                  Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.99</Nummer>
			      <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij
                                                  waarden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Als onmiddellijk voor de inwerkingtreding van
                                                  de Omgevingswet de geur op een locatie rechtmatig
                                                  meer bedraagt dan de waarde, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">artikel 22.98</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, mag, in afwijking
                                                  van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">artikel 22.98</IntRef>, bij het
                                                  houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</IntRef>:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het aantal <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</IntRef> per diercategorie niet
                                                  toenemen, en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de geur door het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</IntRef> op die locatie niet
                                                  toenemen.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor gevallen als bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> mag het aantal
                                                  landbouwhuisdieren van een of meer
                                                  diercategorieën met geuremissiefactor alleen
                                                  toenemen als:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>een geurbelastingreducerende maatregel wordt
                                                  getroffen; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de totale geur na het uitbreiden niet meer
                                                  bedraagt dan het gemiddelde van de waarde, bedoeld
                                                  in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96" scope="Artikel">artikel 22.96</IntRef>, en de
                                                  waarde van de geur die de activiteit onmiddellijk
                                                  voorafgaand aan het treffen van de maatregel
                                                  rechtmatig mocht veroorzaken.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.100</Nummer>
			      <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor: afstand tot bijzondere
                                                  geurgevoelige objecten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">Artikel 22.98</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, is niet van
                                                  toepassing bij het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</IntRef>, als de afstand op een
                                                  locatie gelijk of groter is dan de afstand,
                                                  bedoeld in tabel 22.3.11, tot de volgende
                                                  geurgevoelige objecten:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat
                                                  een functionele binding heeft met een
                                                  dierenverblijf in de directe omgeving
                                                  daarvan;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat op
                                                  of na 19 maart 2000 heeft opgehouden een
                                                  functionele binding te hebben met een
                                                  dierenverblijf in de directe omgeving
                                                  daarvan;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> met
                                                  een woonfunctie dat op of na 19 maart 2000 is
                                                  gebouwd:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>op een locatie die op dat tijdstip werd
                                                  gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in
                                                  een dierenverblijf;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>in samenhang met het geheel of gedeeltelijk
                                                  buiten werking stellen van het dierenverblijf;
                                                  en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>in samenhang met de sloop van een
                                                  dierenverblijf of bedrijfsgebouw dat onderdeel
                                                  heeft uitgemaakt van een gebouw voor het houden
                                                  van landbouwhuisdieren of voor functioneel
                                                  ondersteunende activiteiten; en</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> dat
                                                  aanwezig is op een locatie waar een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> met
                                                  een woonfunctie als bedoeld onder c is
                                                  gebouwd.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			      <table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100__table_o_1">
				<title>Tabel 22.3.11 Afstand tot een geurgevoelig
                                                  object met functionele binding of geen functionele
                                                  binding meer op of na 19 maart 2000 en
                                                  ruimte-voor-ruimtewoning bij geur door het houden
                                                  van landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</title>
				<tgroup align="left" cols="2">
				  <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				  <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				  <thead valign="top">
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al><strong>Geurgevoelig object met functionele
                                                  binding of functionele binding tot 19 maart
                                                  2000</strong></Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>Afstand</Al>
				      </entry>
				    </row>
				  </thead>
				  <tbody valign="top">
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>Gelegen binnen de bebouwde kom</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>100 m</Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>Gelegen buiten de bebouwde kom</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>50 m</Al>
				      </entry>
				    </row>
				  </tbody>
				</tgroup>
			      </table>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.101</Nummer>
			      <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren zonder
                                                  geuremissiefactor of paarden en pony's voor het
                                                  berijden: afstand</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder is bij het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14" scope="Begrip">landbouwhuisdieren zonder
                                                  geuremissiefactor</IntRef> of paarden en pony's
                                                  die gehouden worden voor het berijden, de afstand
                                                  tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef>, niet
                                                  kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel
                                                  22.3.12.</Al>
			      <table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101__table_o_1">
				<title>Tabel 22.3.12 Afstand tot een geurgevoelig
                                                  object bij geur door het houden van
                                                  landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of
                                                  paarden en pony's die gehouden worden voor het
                                                  berijden</title>
				<tgroup align="left" cols="2">
				  <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				  <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				  <thead valign="top">
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al><strong>Geurgevoelig object</strong></Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al><strong>Afstand</strong></Al>
				      </entry>
				    </row>
				  </thead>
				  <tbody valign="top">
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>Gelegen binnen de bebouwde kom</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>100 m</Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>Gelegen buiten de bebouwde kom</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>50 m</Al>
				      </entry>
				    </row>
				  </tbody>
				</tgroup>
			      </table>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.102</Nummer>
			      <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren zonder
                                                  geuremissiefactor of paarden en pony's voor het
                                                  berijden: eerbiedigende werking voor
                                                  afstand</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101" scope="Artikel">Artikel 22.101</IntRef> is niet
                                                  van toepassing als op een locatie waarop
                                                  onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet rechtmatig niet wordt voldaan aan de
                                                  afstand, bedoeld in dat artikel.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In een geval als bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> mag het aantal
                                                  landbouwhuisdieren per diercategorie zonder
                                                  geuremissiefactor of het aantal paarden en pony's
                                                  die gehouden worden voor het berijden, niet
                                                  toenemen en de afstand tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet
                                                  afnemen.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.103</Nummer>
			      <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren en paarden of
                                                  pony's voor het berijden: afstand vanaf de gevel
                                                  dierenverblijf</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Onverminderd de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">22.98</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.102" scope="Artikel">22.102</IntRef> is bij het houden
                                                  van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</IntRef> of zonder
                                                  geuremissiefactor of paarden en pony's die
                                                  gehouden worden voor het berijden, de afstand niet
                                                  kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel
                                                  22.3.13.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.13 Afstand gevel dierenverblijf
                                                  tot een geurgevoelig object bij geur door het
                                                  houden van landbouwhuisdieren of paarden en pony's
                                                  die gehouden worden voor het berijden</title>
				  <tgroup align="left" cols="2">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Geurgevoelig object</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>Afstand</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Gelegen buiten de bebouwde kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>25 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.97" scope="Artikel">artikel 22.97</IntRef> geldt de
                                                  afstand, bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, vanaf de gevel
                                                  van een dierenverblijf.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.104</Nummer>
			      <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor
                                                  afstand vanaf gevel dierenverblijf</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet voor het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</IntRef> op een locatie
                                                  rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand,
                                                  bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" scope="Artikel">artikel 22.103</IntRef>, mag, in
                                                  afwijking van dat artikel, bij het houden van
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</IntRef>:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>die afstand niet afnemen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de geur door het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</IntRef> op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet
                                                  toenemen; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>het aantal landbouwhuisdieren per
                                                  diercategorie met geuremissiefactor niet
                                                  toenemen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.105</Nummer>
			      <Opschrift>Geur landbouwhuisdieren zonder
                                                  geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het
                                                  berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf
                                                  gevel dierenverblijf</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet voor het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14" scope="Begrip">landbouwhuisdieren zonder
                                                  geuremissiefactor</IntRef> of paarden of pony's
                                                  die gehouden worden voor het berijden, op een
                                                  locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de
                                                  afstand, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" scope="Artikel">artikel 22.103</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, mag, in afwijking
                                                  van dat artikel, bij het houden van <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14" scope="Begrip">landbouwhuisdieren zonder
                                                  geuremissiefactor</IntRef> of paarden en pony's
                                                  die gehouden worden voor het berijden:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>die afstand niet afnemen; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.105__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het aantal <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14" scope="Begrip">landbouwhuisdieren zonder
                                                  geuremissiefactor</IntRef> of het aantal paarden
                                                  en pony's die gehouden worden voor het berijden,
                                                  niet toenemen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.6.3</Nummer>
			    <Opschrift>Vervallen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Vervallen/>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.106" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.106">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.106</Nummer>
			      <Opschrift>Vervallen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Vervallen/>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.107" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.107">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.107</Nummer>
			      <Opschrift>Vervallen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Vervallen/>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.108" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.108">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.108</Nummer>
			      <Opschrift>Vervallen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Vervallen/>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.109" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.109">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.109</Nummer>
			      <Opschrift>Vervallen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Vervallen/>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.110" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.110">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.110</Nummer>
			      <Opschrift>Vervallen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Vervallen/>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.111" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.111">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.111</Nummer>
			      <Opschrift>Vervallen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Vervallen/>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.112" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.112">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.112</Nummer>
			      <Opschrift>Vervallen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Vervallen/>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.113" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.3__art_22.113">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.113</Nummer>
			      <Opschrift>Vervallen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Vervallen/>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.6.4</Nummer>
			    <Opschrift>Geur door andere agrarische
                                                  activiteiten</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.114</Nummer>
			      <Opschrift>Geur opslaan van vaste mest, champost
                                                  of dikke fractie: afstand</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing
                                                  op het opslaan van:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>vaste mest die afkomstig is van
                                                  landbouwhuisdieren of paarden en pony's die
                                                  gehouden worden voor het berijden;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>champost; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>dikke fractie.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel</IntRef>is niet van
                                                  toepassing op:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het opslaan van vaste mest, champost of dikke
                                                  fractie met een totaal volume van 3 m<sup>3</sup>
                                                  of minder;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het opslaan van vaste mest, champost of dikke
                                                  fractie korter dan twee weken op een plek; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>het opslaan van meer dan 600 m<sup>3</sup>
                                                  vaste mest.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder is de afstand voor geur door het
                                                  opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie
                                                  vanaf het dichtstbijzijnde punt van de
                                                  opslagplaats tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet
                                                  kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel
                                                  22.3.17.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.17 Afstand tot een geurgevoelig
                                                  object bij geur door het opslaan van vaste mest,
                                                  champost of dikke fractie</title>
				  <tgroup align="left" cols="2">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Opslaan van vaste mest, champost en
                                                  dikke fractie</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>Afstand</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde
                                                  kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>100 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde
                                                  kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.115</Nummer>
			      <Opschrift>Geur opslaan van gebruikt
                                                  substraatmateriaal van plantaardige oorsprong:
                                                  afstand</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing
                                                  op het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van
                                                  plantaardige oorsprong met een totaal volume van
                                                  meer dan 3 m<sup>3</sup>.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder is de afstand voor geur door het
                                                  opslaan van gebruikt substraatmateriaal van
                                                  plantaardige oorsprong vanaf het dichtstbijzijnde
                                                  punt van de opslagplaats tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet
                                                  kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel
                                                  22.3.18.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.18 Afstand tot een geurgevoelig
                                                  object bij geur door het opslaan van gebruikt
                                                  substraatmateriaal van plantaardige
                                                  oorsprong</title>
				  <tgroup align="left" cols="2">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Opslaan van gebruikt
                                                  substraatmateriaal van plantaardige
                                                  oorsprong</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>Afstand</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde
                                                  kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>100 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde
                                                  kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.116</Nummer>
			      <Opschrift>Geur opslaan kuilvoer of vaste
                                                  bijvoedermiddelen: afstand</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing
                                                  op het opslaan van:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3
                                                  m<sup>3</sup>; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume
                                                  van meer dan 3 m<sup>3</sup>.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op in plasticfolie verpakte
                                                  veevoederbalen.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder is de afstand voor geur door het
                                                  opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen
                                                  vanaf het dichtstbijzijnde punt van de
                                                  opslagplaats tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef>, niet
                                                  kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel
                                                  22.3.19.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3__table_o_1">
				  <title> Tabel 22.3.19 Afstand tot een geurgevoelig
                                                  object bij geur door het opslaan van kuilvoer of
                                                  vaste bijvoedermiddelen</title>
				  <tgroup align="left" cols="2">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Opslaan van kuilvoer of vaste
                                                  bijvoedermiddelen</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>Afstand</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Niet afgedekt opslaan</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Afgedekt opslaan</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>25 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.117</Nummer>
			      <Opschrift>Geur opslaan drijfmest, digestaat en
                                                  dunne fractie: afstand</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing
                                                  op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne
                                                  fractie in een of meer mestbassins met een
                                                  gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 750
                                                  m<sup>2</sup> of een gezamenlijke inhoud van ten
                                                  hoogste 2.500 m<sup>3</sup>.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder is de afstand voor geur door het
                                                  opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie
                                                  in een mestbassin vanaf het dichtstbijzijnde punt
                                                  van het mestbassin tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet
                                                  kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel
                                                  22.3.20.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2__table_o_1">
				  <title> Tabel 22.3.20 Afstand tot een geurgevoelig
                                                  object bij geur door het opslaan van drijfmest,
                                                  digestaat of dunne fractie in een
                                                  mestbassin</title>
				  <tgroup align="left" cols="3">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Opslaan van drijfmest, digestaat of
                                                  dunne fractie in een mestbassin</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
					  <Al><strong>Afstand tot geurgevoelig gevoelig
                                                  object</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1"/>
					<entry colname="col2">
					  <Al>Zonder functionele binding met dierenverblijf
                                                  in directe omgeving</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>Met functionele binding met dierenverblijf in
                                                  directe omgeving</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Gezamenlijke oppervlakte minder dan 350
                                                  m<sup>2</sup></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 m</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>25 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Gezamenlijke oppervlakte 350 m<sup>2</sup> tot
                                                  en met 750 m<sup>2</sup></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>100 m</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>50 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.118</Nummer>
			      <Opschrift>Geur voorziening biologisch behandelen
                                                  dierlijke meststoffen voor of na vergisten:
                                                  afstand</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing
                                                  op het exploiteren van een voorziening voor het
                                                  biologisch behandelen van dierlijke meststoffen
                                                  voor of na het vergisten van dierlijke
                                                  meststoffen, bedoeld in artikel 4.864 van het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op een milieubelastende activiteit die
                                                  als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk
                                                  3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder is de afstand vanaf het
                                                  dichtstbijzijnde punt van de voorziening voor het
                                                  biologisch behandelen van dierlijke meststoffen
                                                  voor of na het vergisten tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet
                                                  kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel
                                                  22.3.21.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_3__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_3__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.21 Afstand tot een geurgevoelig
                                                  object bij geur door een voorziening voor het
                                                  biologisch behandelen van dierlijke meststoffen
                                                  voor of na het vergisten</title>
				  <tgroup align="left" cols="2">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Voorziening voor het biologisch
                                                  behandelen van dierlijke meststoffen voor of na
                                                  het vergisten</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>Afstand</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Geurgevoelig object, gelegen binnen de
                                                  bebouwde kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>100 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Geurgevoelig object, gelegen buiten de
                                                  bebouwde kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.119</Nummer>
			      <Opschrift>Geur composteren of opslaan van
                                                  groenafval: afstand</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing
                                                  op het composteren of opslaan van groenafval met
                                                  een volume van 3 m<sup>3</sup> tot en met 600
                                                  m<sup>3</sup>.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op groenafval dat een gevaarlijke
                                                  afvalstof of gebruikt substraatmateriaal is.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder is de afstand vanaf het
                                                  dichtstbijzijnde punt van de composteringshoop of
                                                  de opslagplaats voor groenafval tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet
                                                  kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel
                                                  22.3.22.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.22 Afstand tot een geurgevoelig
                                                  object bij geur door het composteren of opslaan
                                                  van groenafval</title>
				  <tgroup align="left" cols="2">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Composteren of opslaan van
                                                  groenafval</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>Afstand</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Geurgevoelig object, gelegen binnen de
                                                  bebouwde kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>100 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Geurgevoelig object, gelegen buiten de
                                                  bebouwde kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 m</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.120</Nummer>
			      <Opschrift>Geur overige agrarische activiteiten:
                                                  eerbiedigende werking</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" scope="Artikel">artikel</IntRef> is van toepassing
                                                  op het opslaan van vaste mest, champost of dikke
                                                  fractie, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel 22.114</IntRef>, het
                                                  opslaan van substraatmateriaal van plantaardige
                                                  oorsprong, bedoeld in artikel 22.113, het opslaan
                                                  van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld
                                                  in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel 22.116</IntRef>, en het
                                                  composteren of opslaan van groenafval, bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">artikel 22.119</IntRef>, als:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het opslaan al voor 1 januari 2013
                                                  plaatsvond;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de afstand tussen een activiteit en een
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> op 1
                                                  januari 2013 rechtmatig kleiner was dan de
                                                  afstand, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel 22.114</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115" scope="Artikel">22.115</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">22.116</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">22.119</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>verplaatsing van de opslagplaats of
                                                  composteringshoop redelijkerwijs niet kan worden
                                                  gevergd.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" scope="Artikel">artikel</IntRef> is ook van
                                                  toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat
                                                  of dunne fractie in een of meer mestbassins,
                                                  bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117" scope="Artikel">artikel 22.117</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, als:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de afstand tussen de activiteit, bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117" scope="Artikel">artikel 22.117</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, en een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> op 1
                                                  januari 2013 rechtmatig kleiner was dan de
                                                  afstand, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117" scope="Artikel">artikel 22.117</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het mestbassin voor 1 januari 2013 is
                                                  opgericht; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>verplaatsing van het mestbassin redelijkerwijs
                                                  niet kan worden gevergd.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In een geval als bedoeld in het eerste of
                                                  tweede lid is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel 22.114</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115" scope="Artikel">22.115</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> , <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">22.116</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117" scope="Artikel">22.117</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">22.119</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, niet van
                                                  toepassing en neemt de afstand tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet
                                                  af.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.6.5</Nummer>
			    <Opschrift>Geur door het exploiteren van
                                                  zuiveringtechnische werken</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.121" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.121">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.121</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  exploiteren van een zuiveringtechnisch werk,
                                                  bedoeld in artikel 3.173 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.122</Nummer>
			      <Opschrift>Geur zuiveringtechnisch werk:
                                                  waarde</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder is de geur op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> niet
                                                  hoger dan de waarde, bedoeld in tabel
                                                  22.3.23.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.23 Waarde voor geur ouE/m3als
                                                  98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk op
                                                  een geurgevoelig object</title>
				  <tgroup align="left" cols="3">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Activiteit</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>Geurgevoelig object</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al><strong>Grenswaarde</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1" morerows="1">
					  <Al>Het exploiteren van een zuiveringtechnisch
                                                  werk</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op
                                                  een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">gezoneerd
                                                  industrieterrein</IntRef>, een industrieterrein
                                                  waarvoor geluidproductieplafonds als
                                                  omgevingswaarden zijn vastgesteld of een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</IntRef></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>0,5 ou<sub>E</sub>/m<sup>3</sup></Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col2">
					  <Al>Gelegen:</Al>
					  <Al>- op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">gezoneerd
                                                              industrieterrein</IntRef>;</Al>
					  <Al>- op een industrieterrein waarvoor
                                                          geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn
                                                          vastgesteld;</Al>
					  <Al>- op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</IntRef>,
                                                          of</Al>
					  <Al>- buiten de bebouwde kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>1 ou<sub>E</sub>/m<sup>3</sup></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is de geur op een
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> door
                                                  het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk
                                                  dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor
                                                  op 1 februari 1996 een vergunning op grond van
                                                  artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en
                                                  onherroepelijk was, niet hoger dan de waarde,
                                                  bedoeld in tabel 22.3.24.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.24 Waarde voor geur ouE/m3als
                                                  98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk
                                                  opgericht voor 1 februari 1996 op een geurgevoelig
                                                  object</title>
				  <tgroup align="left" cols="3">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Activiteit</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>Geurgevoelig object</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al><strong>Grenswaarde</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1" morerows="1">
					  <Al>Het exploiteren van een zuiveringtechnisch
                                                  werk, opgericht voor 1 februari 1996</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op
                                                  een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">gezoneerd
                                                  industrieterrein</IntRef>, een industrieterrein
                                                  waarvoor geluidproductieplafonds als
                                                  omgevingswaarden zijn vastgesteld of een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" scope="Begrip">Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</IntRef></Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>1,5 ou<sub>E</sub>/m<sup>3</sup></Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col2">
					  <Al>Gelegen:</Al>
					  <Al>- op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">gezoneerd
                                                              industrieterrein</IntRef>;</Al>
					  <Al>- op een industrieterrein waarvoor
                                                          geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn
                                                          vastgesteld;</Al>
					  <Al>- op een Activiteitenbesluit-
                                                          bedrijventerrein, of</Al>
					  <Al>- buiten de bebouwde kom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>3,5 ou<sub>E</sub>/m<sup>3</sup></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op het berekenen van de geur is artikel 6.13
                                                  van de Omgevingsregeling van toepassing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.123</Nummer>
			      <Opschrift>Geur zuiveringtechnisch werk: geen
                                                  waarde bij specifieke geurgevoelige
                                                  objecten</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De waarden, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122" scope="Artikel">artikel 22.122</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, zijn niet van
                                                  toepassing op de geur door het exploiteren van een
                                                  zuiveringtechnisch werk waarvoor tot 1 januari
                                                  2011 een omgevingsvergunning op grond van artikel
                                                  2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en
                                                  onherroepelijk was, op geurgevoelige objecten
                                                  die:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>op het moment van verlening van de vergunning
                                                  niet aanwezig waren en voor de inwerkingtreding
                                                  van de Omgevingswet zijn gebouwd; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>in de vergunning niet als geurgevoelig werden
                                                  beschouwd.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.124" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.124">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.124</Nummer>
			      <Opschrift>Geur zuiveringtechnisch werk:
                                                  eerbiedigende werking</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het wijzigen van een zuiveringtechnisch
                                                  werk als bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122" scope="Artikel">22.122</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.123" scope="Artikel">22.123</IntRef>, is de waarde van
                                                  de geur op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef> als
                                                  gevolg van dat zuiveringtechnisch werk niet hoger
                                                  dan de waarde voor geur op een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef>,
                                                  voorafgaand aan de verandering, tenzij de waarden,
                                                  bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122" scope="Artikel">artikel 22.122</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, niet worden
                                                  overschreden.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.7</Nummer>
			  <Opschrift>Bodembeheer</Opschrift>
			</Kop>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.7.1</Nummer>
			    <Opschrift>Nazorg na saneren van de
                                                  bodem</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.125" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.125">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.125</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  verrichten van nazorg als saneren van de bodem
                                                  heeft plaatsgevonden op grond van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, dit omgevingsplan, een
                                                  omgevingsvergunning of een
                                                  maatwerkvoorschrift.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.126</Nummer>
			      <Opschrift>Nazorg na afloop van saneren van de
                                                  bodem</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De eigenaar, erfpachter of gebruiker van een
                                                  locatie treft de noodzakelijke maatregelen gericht
                                                  op het voor onbepaalde tijd in stand houden en
                                                  onderhouden of vervangen van een afdeklaag.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is van
                                                  overeenkomstige toepassing voor tijdelijke
                                                  beschermingsmaatregelen die de bron van
                                                  verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling
                                                  aan de verontreiniging voorkomen in verband met
                                                  een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van
                                                  de Omgevingswet.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.7.2</Nummer>
			    <Opschrift>Kleinschalig graven boven de
                                                  interventiewaarde bodemkwaliteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.127</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is van toepassing op het graven
                                                  in de bodem waarbij het bodemvolume waarin wordt
                                                  gegraven kleiner dan of gelijk is aan 25
                                                  m<sup>3</sup> en sprake is van:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>locaties waarvoor voorafgaand aan de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet een
                                                  beschikking is verleend als bedoeld in artikel 29
                                                  in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de
                                                  Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is
                                                  vastgesteld dat bij het huidige dan wel
                                                  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke
                                                  verspreiding van de verontreiniging geen sprake is
                                                  van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat
                                                  spoedige sanering noodzakelijk is; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>locaties of gebieden waar de bodem diffuus is
                                                  verontreinigd tot boven de interventiewaarde
                                                  bodemkwaliteit zoals dat blijkt uit:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in het
                                                  tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in
                                                  artikel 22.1, onder b, van de Omgevingswet;
                                                  of</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>een bodemkwaliteitskaart vastgesteld op grond
                                                  van artikel 25c, derde lid van het Besluit
                                                  bodemkwaliteit.</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Graven in de bodem als bedoeld in het eerste
                                                  lid omvat ook:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het zeven van de uitkomende grond op dezelfde
                                                  locatie;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het tijdelijk opslaan van grond; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>het terugplaatsen van grond na afloop van
                                                  tijdelijk uitnemen.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op het graven in de waterbodem.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.128</Nummer>
			      <Opschrift>Gegevens en bescheiden: voor het begin
                                                  van de activiteit</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste een week voor het begin van de
                                                  activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127" scope="Artikel">artikel 22.127</IntRef>, worden
                                                  aan het college van burgemeester en wethouders
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de begrenzing van de locatie waarop de
                                                  activiteit wordt verricht;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>de verwachte duur ervan.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Onverwijld na het wijzigen van de begrenzing
                                                  of de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>als het alleen gaat om het tijdelijk uitnemen
                                                  van grond; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>op het graven in de bodem in verband met een
                                                  spoedreparatie van vitale ondergrondse
                                                  infrastructuur.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.129" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.129">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.129</Nummer>
			      <Opschrift>Bodem en afval: tijdelijke opslag van
                                                  vrijkomende grond</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het beschermen van de
                                                  gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de
                                                  bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen
                                                  wordt grond die bij het graven is vrijgekomen niet
                                                  langer dan acht weken na beëindiging van het
                                                  graven in de directe nabijheid van de
                                                  ontgravingslocatie opgeslagen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.130" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.130">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.130</Nummer>
			      <Opschrift>Bodem en afval: milieukundige
                                                  begeleiding bij kleinschalig graven</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het beschermen van de
                                                  gezondheid, het beschermen van de kwaliteit van de
                                                  bodem en het doelmatig beheer van afvalstoffen,
                                                  wordt de activiteit milieukundig begeleid volgens
                                                  BRL SIKB 6000 als het graven plaatsvindt op een
                                                  locatie waar een afdeklaag is aangebracht als
                                                  saneringsaanpak en de ontgraving dieper reikt dan
                                                  deze afdeklaag.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.7.3</Nummer>
			    <Opschrift>Activiteiten op een locatie met
                                                  historische bodemverontreiniging zonder
                                                  onaanvaardbaar risico</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3__art_22.131" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3__art_22.131">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.131</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op een
                                                  activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan
                                                  de inwerkingtreding van de Omgevingswet een
                                                  beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in
                                                  samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet
                                                  bodembescherming, zoals die wet luidde voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is
                                                  vastgesteld dat bij het huidige dan wel
                                                  voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke
                                                  verspreiding van de verontreiniging geen sprake is
                                                  van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat
                                                  spoedige sanering noodzakelijk is.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3__art_22.132" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3__art_22.132">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.132</Nummer>
			      <Opschrift>Bodem: mitigerende
                                                  maatregelen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Degene die een activiteit als bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3__art_22.131" scope="Artikel">artikel 22.131</IntRef>, verricht,
                                                  neemt in het belang van bescherming van de bodem
                                                  maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen
                                                  worden verlangd om verdere verontreiniging van de
                                                  bodem te voorkomen of te beperken of, als dat
                                                  redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de
                                                  activiteit die wordt verricht, ongedaan te
                                                  maken.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.7.4</Nummer>
			    <Opschrift>Saneren van de bodem in het gebied De
                                                  Kempen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.133" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.133">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.133</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Vervallen</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.134" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.134">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.134</Nummer>
			      <Opschrift>Voorafgaand bodemonderzoek</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Vervallen</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.135" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.135">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.135</Nummer>
			      <Opschrift>Bodem: saneringsaanpak open ontgraving
                                                  tot niveau terugsaneerwaarde</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Vervallen</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.136" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.136">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.136</Nummer>
			      <Opschrift>Bodem: terugsaneerwaarde</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.136__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.136__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Vervallen</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.136__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.4__art_22.136__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Vervallen</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.8</Nummer>
			  <Opschrift>Afvalwaterbeheer</Opschrift>
			</Kop>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.8.1</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen van grondwater bij sanering of
                                                  ontwatering</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.137</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van grondwater afkomstig van:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een bodemsanering of grondwatersanering;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een onderzoek voorafgaand aan een
                                                  grondwatersanering; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>ontwatering.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.138</Nummer>
			      <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voor het begin van de
                                                  activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.137" scope="Artikel">artikel 22.137</IntRef>, worden
                                                  aan het college van burgemeester en wethouders
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de aard en omvang van de lozing; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> gelden niet voor
                                                  het lozen van grondwater afkomstig van
                                                  ontwatering, als:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het lozen niet langer dan 48 uur duurt;
                                                  of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>het lozen plaatsvindt bij wonen.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> worden de gegevens
                                                  en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het
                                                  begin van het lozen van grondwater afkomstig van
                                                  ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt
                                                  dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.139</Nummer>
			      <Opschrift>Lozen van grondwater bij
                                                  saneringen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan grondwater afkomstig van een
                                                  bodemsanering of grondwatersanering of een
                                                  onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering,
                                                  worden geloosd op of in de bodem of in een
                                                  schoonwaterriool.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor het lozen van dat grondwater op of in de
                                                  bodem zijn de emissiegrenswaarden de waarden,
                                                  bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving, gemeten in een steekmonster.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor het lozen van dat grondwater in een
                                                  schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de
                                                  waarden, bedoeld in tabel 22.3.26, gemeten in een
                                                  steekmonster.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dat grondwater wordt niet geloosd in een
                                                  vuilwaterriool.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139__para_4__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.139__para_4__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.26 Emissiegrenswaarden</title>
				  <tgroup align="left" cols="2">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Stof</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al><strong>Emissiegrenswaarden in μg/l of
                                                  mg/l</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Naftaleen</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>0,2 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>PAK's</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>1 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>BTEX</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Vluchtige organohalogeen-verbindingen
                                                  uitgedrukt als chloor</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>20 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Aromatische organohalogeen-verbindingen</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>20 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Minerale olie</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>500 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Cadmium</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>4 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Kwik</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>1 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Koper</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>11 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Nikkel</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>41 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Lood</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>53 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Zink</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>120 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Chroom</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>24 μg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Onopgeloste stoffen</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>50 mg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.140</Nummer>
			      <Opschrift>Lozen van grondwater bij
                                                  ontwatering</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan grondwater bij ontwatering, dat
                                                  niet afkomstig is van een bodemsanering, een
                                                  grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand
                                                  aan een bodemsanering of grondwatersanering en dat
                                                  geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77
                                                  van het Besluit activiteiten leefomgeving is,
                                                  worden geloosd op of in de bodem of in een
                                                  voorziening voor de inzameling en het transport
                                                  van afvalwater.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor het lozen van dat grondwater in een
                                                  schoonwaterriool is de emissiegrenswaarde voor
                                                  onopgeloste stoffen 50 mg/l en voor ijzer 5 mg/l,
                                                  gemeten in een steekmonster.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor het lozen van dat grondwater in een
                                                  vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor
                                                  onopgeloste stoffen 300 mg/l.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het lozen van dat grondwater in een
                                                  vuilwaterriool duurt niet langer dan 8 weken en de
                                                  geloosde hoeveelheid is ten hoogste 5
                                                  m<sup>3</sup>/u.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_5">
			      <LidNummer>5.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_2" scope="Lid">tweede</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.140__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> zijn niet van
                                                  toepassing op het lozen van grondwater afkomstig
                                                  van ontwatering bij wonen.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.141</Nummer>
			      <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op het bemonsteren van afvalwater is NEN
                                                  6600-1 van toepassing, en een monster is niet
                                                  gefiltreerd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op het conserveren van een monster is
                                                  NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij het analyseren van een monster worden
                                                  onopgeloste stoffen meegenomen, en op het
                                                  analyseren is van toepassing:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>voor polycyclische aromatische
                                                  koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>voor tetrachlooretheen, trichlooretheen,
                                                  1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan,
                                                  vinylchloride, de som van de vijf hiervoor
                                                  genoemde stoffen, monochloorbenzeen,
                                                  dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO
                                                  10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor
                                                  vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan
                                                  worden;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al>voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en
                                                  chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of
                                                  NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden
                                                  ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-
                                                  ISO 15587-2;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_f">
				    <LiNummer>f.</LiNummer>
				    <Al>voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO
                                                  12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt
                                                  ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO
                                                  15587-2;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_g">
				    <LiNummer>g.</LiNummer>
				    <Al>voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_h" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_h">
				    <LiNummer>h.</LiNummer>
				    <Al>voor chloride: NEN-EN-ISO 15682;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_i">
				    <LiNummer>i.</LiNummer>
				    <Al>voor cyaniden totaal: NEN-EN-ISO 14403-1 en
                                                  NEN-EN-ISO 14403-2;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_j" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_j">
				    <LiNummer>j.</LiNummer>
				    <Al>voor ammonium, nitraat, totaal-fosfaat en
                                                  sulfaat: NEN-ISO 15923-1;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_k" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_k">
				    <LiNummer>k.</LiNummer>
				    <Al>voor fluoride: NEN 6589 of NEN 6578;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_l" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_l">
				    <LiNummer>l.</LiNummer>
				    <Al>voor endosulfan, α-HCH, y-HCH (lindaan), DDT
                                                  (incl. DDD en DDE), aldrin, dieldrin, endrin,
                                                  hexachloorbutadieen en hexachloorbenzeen: NEN-EN
                                                  16693;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_m" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_m">
				    <LiNummer>m.</LiNummer>
				    <Al>voor dichloorpropeen: NEN-EN-ISO 15680;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_n" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_n">
				    <LiNummer>n.</LiNummer>
				    <Al>voor mecoprop: NEN-EN-ISO 15913;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_o" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_o">
				    <LiNummer>o.</LiNummer>
				    <Al>voor trichloorfenolen, tetrachloorfenol,
                                                  dichloorfenolen en pentachloorfenol: NEN-EN
                                                  12673;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_p" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_p">
				    <LiNummer>p.</LiNummer>
				    <Al>voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_q" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_q">
				    <LiNummer>q.</LiNummer>
				    <Al>voor anthraceen, fenanthreen, chryseen,
                                                  fluorantheen, benzo(a)anthraceen,
                                                  benzo(k)fluorantheen, benzo(a)pyreen,
                                                  benzo(ghi)peryleen en indeno(l23cd)pyreen:
                                                  NEN-EN-ISO 17993;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_r" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_r">
				    <LiNummer>r.</LiNummer>
				    <Al>voor trihalomethanen (THM): ISO 11423-1;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_s" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_s">
				    <LiNummer>s.</LiNummer>
				    <Al>voor adsorbeerbare organische
                                                  halogeenverbindingen (AOX): NEN-EN-ISO 9562;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_t" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_t">
				    <LiNummer>t.</LiNummer>
				    <Al>voor de zuurgraad (pH): NEN-EN-ISO 10523;
                                                  en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_u" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.141__para_3__list_o_1__item_u">
				    <LiNummer>u.</LiNummer>
				    <Al>voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO
                                                  17294-2.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.8.2</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen van afvloeiend hemelwater dat
                                                  niet afkomstig is van een bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.142" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.142">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.142</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvloeiend hemelwater dat:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.142__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.142__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.142__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.142__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>niet afkomstig is van een bodembeschermende
                                                  voorziening;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.142__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.142__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>geen drainagewater als bedoeld in paragraaf
                                                  4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.142__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.142__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>geen afvalwater van een kas als bedoeld in
                                                  paragraaf 4.78 van dat besluit is.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.143</Nummer>
			      <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste zes maanden voor de voorgenomen
                                                  aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen
                                                  rijkswegen en provinciale wegen en daarbij
                                                  behorende bruggen, viaducten en andere
                                                  kunstwerken, worden aan het college van
                                                  burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt over: </Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de aard en omvang van de lozing van afvloeiend
                                                  hemelwater; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.143__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste zes maanden voor het veranderen van
                                                  het lozen door een reconstructie of ingrijpende
                                                  wijziging van die wegen of daarbij behorende
                                                  bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden
                                                  de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college
                                                  van burgemeester en wethouders.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.144</Nummer>
			      <Opschrift>Lozen van afvloeiend
                                                  hemelwater</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden
                                                  geloosd op of in de bodem of in een
                                                  schoonwaterriool.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Afvloeiend hemelwater wordt alleen in een
                                                  vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de
                                                  bodem, in een schoonwaterriool of op een
                                                  oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet
                                                  mogelijk is.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater
                                                  dat:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>afkomstig is van wonen; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer of het Besluit lozen buiten
                                                  inrichtingen op de lozing van toepassing
                                                  werd.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> wordt afvloeiend
                                                  hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom
                                                  gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen in
                                                  een schoonwaterriool geloosd als lozen op of in de
                                                  bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_5">
			      <LidNummer>5.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij het lozen vanuit een pompkelder van een
                                                  tunnel of een verdiept weggedeelte is, als dat
                                                  redelijkerwijs mogelijk is, een voorziening
                                                  aanwezig om, in afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef>, het meest
                                                  vervuilde hemelwater in een vuilwaterriool te
                                                  lozen.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.8.3</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen van huishoudelijk
                                                  afvalwater</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.145" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.145">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.145</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van huishoudelijk afvalwater.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.146</Nummer>
			      <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voor het begin van de
                                                  activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148" scope="Artikel">artikel 22.148</IntRef>, worden
                                                  aan het college van burgemeester en wethouders
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het aantal inwonerequivalenten dat wordt
                                                  geloosd;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de wijze van behandeling van het afvalwater;
                                                  en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> gelden niet voor
                                                  het lozen van huishoudelijk afvalwater:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in
                                                  artikel 1 van de Spoorwegwet; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.146__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>op militaire oefenterreinen in het kader van
                                                  militaire oefeningen.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.147" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.147">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.147</Nummer>
			      <Opschrift>Geen voedselvermaling</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Huishoudelijk afvalwater afkomstig van het
                                                  bereiden van voedingsmiddelen in een huishouden en
                                                  daarmee samenhangende activiteiten, dat
                                                  afvalstoffen bevat die door versnijdende of
                                                  vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen,
                                                  wordt niet geloosd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.148</Nummer>
			      <Opschrift>Lozen van huishoudelijk
                                                  afvalwater</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen van
                                                  verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk
                                                  afvalwater alleen op of in de bodem geloosd als
                                                  het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of
                                                  binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk
                                                  afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde
                                                  van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de
                                                  afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of
                                                  een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden
                                                  aangesloten meer bedraagt dan:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>40 m bij niet meer dan 10
                                                  inwonerequivalenten;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25
                                                  inwonerequivalenten;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>600 m bij 25 of meer inwonerequivalenten maar
                                                  minder dan 50 inwonerequivalenten;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>1.500 m bij 50 of meer inwonerequivalenten
                                                  maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al>3.000 m bij 100 of meer
                                                  inwonerequivalenten.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt
                                                  berekend:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>vanaf de kadastrale grens van het perceel waar
                                                  het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>langs de kortste lijn waarlangs de
                                                  afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen
                                                  worden aangelegd.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van het tweede lid, aanhef en
                                                  onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde
                                                  vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij
                                                  voortzetting van het lozen van huishoudelijk
                                                  afvalwater op of in de bodem dat voor 1 juli 1990
                                                  al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het
                                                  gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool
                                                  of een zuiveringtechnisch werk bevindt.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>In afwijking van het eerste lid kan
                                                  huishoudelijk afvalwater in de bodem worden
                                                  geloosd:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_4__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in
                                                  artikel 1 van de Spoorwegwet; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_4__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>op militaire oefenterreinen in het kader van
                                                  militaire oefeningen.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.149</Nummer>
			      <Opschrift>Zuiveringsvoorziening huishoudelijk
                                                  afvalwater</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het voorkomen van
                                                  verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk
                                                  afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem,
                                                  geleid via een zuiveringsvoorziening.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor dat afvalwater zijn de
                                                  emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel
                                                  22.3.27.</Al>
				<table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_2__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_2__table_o_1">
				  <title>Tabel 22.3.27 Emissiegrenswaarden</title>
				  <tgroup align="left" cols="3">
				    <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				    <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				    <colspec colname="col3" colnum="3"/>
				    <thead valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al><strong>Stof</strong></Al>
					</entry>
					<entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
					  <Al><strong>Emissiegrenswaarden in
                                                  mg/l</strong></Al>
					</entry>
				      </row>
				    </thead>
				    <tbody valign="top">
				      <row>
					<entry colname="col1"/>
					<entry colname="col2">
					  <Al>Representatief etmaalmonster</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>Steekmonster</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Biochemisch zuurstofverbruik</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>30 mg/l</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>60 mg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Chemisch zuurstofverbruik</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>150 mg/l</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>300 mg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				      <row>
					<entry colname="col1">
					  <Al>Onopgeloste stoffen</Al>
					</entry>
					<entry colname="col2">
					  <Al>30 mg/l</Al>
					</entry>
					<entry colname="col3">
					  <Al>60 mg/l</Al>
					</entry>
				      </row>
				    </tbody>
				  </tgroup>
				</table>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Als het huishoudelijk afvalwater minder dan
                                                  zes inwonerequivalenten bevat kan het, in
                                                  afwijking van het tweede lid, voor vermenging met
                                                  ander afvalwater worden geleid door een
                                                  septictank:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>met een nominale inhoud van 6 m<sup>3</sup> of
                                                  meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een
                                                  hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g,
                                                  volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is
                                                  afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt
                                                  geloosd.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het eerste en tweede lid gelden niet voor het
                                                  lozen van huishoudelijk afvalwater:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in
                                                  artikel 1 van de Spoorwegwet; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_4__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>op militaire oefenterreinen in het kader van
                                                  militaire oefeningen.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.150</Nummer>
			      <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op het bemonsteren van afvalwater is NEN
                                                  6600-1 van toepassing, en een monster is niet
                                                  gefiltreerd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op het conserveren van een monster is
                                                  NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij het analyseren van een monster worden
                                                  onopgeloste stoffen meegenomen, en op het
                                                  analyseren is van toepassing:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO
                                                  5815-1/2; en </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.150__para_3__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO
                                                  15705.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.8.4</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen van koelwater</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.151" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.151">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.151</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van koelwater dat niet afkomstig is van een
                                                  milieubelastende activiteit die is aangewezen in
                                                  hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.152</Nummer>
			      <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voor het begin van de
                                                  activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.151" scope="Artikel">artikel 22.151</IntRef>, worden
                                                  aan het college van burgemeester en wethouders
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de maximale warmtevracht; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.152__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.153" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.153">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.153</Nummer>
			      <Opschrift>Koelwater</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.153__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.153__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan koelwater worden geloosd in
                                                  schoonwaterriool.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.153__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.153__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Koelwater wordt alleen in een vuilwaterriool
                                                  geloosd als het lozen in een schoonwaterriool of
                                                  op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet
                                                  mogelijk is.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.153__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.4__art_22.153__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Aan het te lozen koelwater worden geen
                                                  chemicaliën toegevoegd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.5">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.8.5</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan
                                                  bouwwerken</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.5__art_22.154" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.5__art_22.154">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.154</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater afkomstig van
                                                  reinigingswerkzaamheden,
                                                  conserveringswerkzaamheden of andere
                                                  onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.5__art_22.155" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.5__art_22.155">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.155</Nummer>
			      <Opschrift>Periodiek reinigen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater wordt afvalwater afkomstig van
                                                  reinigingswerkzaamheden,
                                                  conserveringswerkzaamheden of andere
                                                  onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken niet in een
                                                  voorziening voor de inzameling en het transport
                                                  van afvalwater of op of in de bodem geloosd,
                                                  tenzij het gaat om afvalwater afkomstig van
                                                  reinigingswerkzaamheden die periodiek worden
                                                  uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt
                                                  verwijderd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.8.6</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen bij opslaan en overslaan van
                                                  goederen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.156" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.156">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.156</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater afkomstig van het opslaan en
                                                  overslaan van goederen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.157</Nummer>
			      <Opschrift>Inerte goederen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor de toepassing van deze paragraaf worden
                                                  in ieder geval de volgende goederen als inerte
                                                  goederen beschouwd, voor zover deze niet
                                                  verontreinigd zijn:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>bouwstoffen als bedoeld in paragraaf 4.123 van
                                                  het Besluit activiteiten leefomgeving;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>grond en baggerspecie als bedoeld in paragraaf
                                                  4.124 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al> A-hout en ongeshredderd B-hout;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>snoeihout;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>banden van voertuigen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_f">
				  <LiNummer>f.</LiNummer>
				  <Al>autowrakken bij een autodemontagebedrijf
                                                  waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt en wrakken
                                                  van tweewielige motorvoertuigen bij een
                                                  demontagebedrijf voor tweewielige motorvoertuigen
                                                  waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_g">
				  <LiNummer>g.</LiNummer>
				  <Al>straatmeubilair;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_h" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_h">
				  <LiNummer>h.</LiNummer>
				  <Al>tuinmeubilair;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_i">
				  <LiNummer>i.</LiNummer>
				  <Al>aluminium, ijzer en roestvrij staal;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_j" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_j">
				  <LiNummer>j.</LiNummer>
				  <Al>kunststof anders dan lege, ongereinigde
                                                  verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie,
                                                  verf, lak of drukinkt, gewasbeschermingsmiddelen,
                                                  biociden of gevaarlijke stoffen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_k" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_k">
				  <LiNummer>k.</LiNummer>
				  <Al>kunststofgeïsoleerde kabels anders dan
                                                  oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en
                                                  papiergeïsoleerde grondkabels;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_l" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_l">
				  <LiNummer>l.</LiNummer>
				  <Al>papier en karton;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_m" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_m">
				  <LiNummer>m.</LiNummer>
				  <Al>textiel en tapijt; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_n" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.157__list_o_1__item_n">
				  <LiNummer>n.</LiNummer>
				  <Al>vlakglas.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.158</Nummer>
			      <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voor het begin van de
                                                  activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.156" scope="Artikel">artikel 22.156</IntRef>, worden
                                                  aan het college van burgemeester en wethouders
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de opgeslagen goederen; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.158" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig
                                                  van wonen.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.159</Nummer>
			      <Opschrift>Lozen bij opslaan van inerte
                                                  goederen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan afvalwater dat in contact is
                                                  geweest met opgeslagen inerte goederen, worden
                                                  geloosd op of in de bodem of in een voorziening
                                                  voor de inzameling en het transport van
                                                  afvalwater.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dat afvalwater wordt alleen in een
                                                  vuilwaterriool geloosd, als het lozen op of in de
                                                  bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een
                                                  schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk
                                                  is.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor het lozen van dat afvalwater in een
                                                  voorziening voor de inzameling en het transport
                                                  van afvalwater is de emissiegrenswaarde voor
                                                  onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een
                                                  steekmonster.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Als de opgeslagen inerte goederen worden
                                                  bevochtigd, wordt afvalwater dat met opgeslagen
                                                  goederen in contact is geweest, zoveel mogelijk
                                                  voor dit bevochtigen gebruikt.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_5">
			      <LidNummer>5.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_2" scope="Lid">tweede</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.159__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> zijn niet van
                                                  toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig
                                                  van wonen.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.160" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.160">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.160</Nummer>
			      <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.160__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.160__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op het bemonsteren van afvalwater is NEN
                                                  6600-1 van toepassing, en een monster is niet
                                                  gefiltreerd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.160__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.160__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op het conserveren van een monster is
                                                  NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.160__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.160__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Op het analyseren van onopgeloste stoffen is
                                                  NEN-EN 872 van toepassing.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.161" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.6__art_22.161">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.161</Nummer>
			      <Opschrift>Uitzondering voorgeschreven
                                                  lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende
                                                  en vermestende goederen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als in de waterschapsverordening een andere
                                                  lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking
                                                  van artikel 4.1057, eerste lid, van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, het te lozen
                                                  afvalwater, bedoeld in dat artikel, geloosd in een
                                                  vuilwaterriool of via die andere route.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.8.7</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen vanuit gemeentelijke
                                                  voorzieningen voor inzameling en transport van
                                                  afvalwater</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.162" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.162">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.162</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater afkomstig uit:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.162__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.162__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.162__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.162__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> een openbaar ontwateringsstelsel of een
                                                  openbaar hemelwaterstelsel; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.162__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.162__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> een systeem als bedoeld in artikel 2.16,
                                                  derde lid, van de Omgevingswet.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.163" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.163">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.163</Nummer>
			      <Opschrift>Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel
                                                  en openbaar ontwateringsstelsel</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een
                                                  openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar
                                                  ontwateringsstelsel worden geloosd op of in de
                                                  bodem, als dat stelsel voorkomt op het in het
                                                  gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk
                                                  rioleringsprogramma opgenomen overzicht van
                                                  voorzieningen en maatregelen als bedoeld in
                                                  artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1° en 2°,
                                                  van de Omgevingswet, en dat stelsel volgens dat
                                                  plan of programma is uitgevoerd en wordt
                                                  beheerd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.164" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.164">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.164</Nummer>
			      <Opschrift>Lozen van huishoudelijk afvalwater
                                                  vanuit andere systemen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig
                                                  uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde
                                                  lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op of in
                                                  de bodem, als dat systeem voorkomt op het in het
                                                  gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk
                                                  rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die
                                                  systemen en volgens dat plan of programma is
                                                  uitgevoerd en wordt beheerd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.8.8</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen bij schoonmaken
                                                  drinkwaterleidingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.165" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.165">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.165</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater afkomstig van het schoonmaken en in
                                                  gebruik nemen van middelen voor het opslaan,
                                                  transporteren en distribueren van drinkwater of
                                                  warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de
                                                  Drinkwaterwet of van huishoudwater als bedoeld in
                                                  artikel 1 van het Drinkwaterbesluit.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.166</Nummer>
			      <Opschrift>Schoonmaken
                                                  drinkwaterleidingen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het
                                                  schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen
                                                  voor opslag, transport en distributie van
                                                  drinkwater of warm tapwater, worden geloosd op of
                                                  in de bodem of in een schoonwaterriool.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Dat afvalwater wordt alleen in een
                                                  vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de
                                                  bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een
                                                  schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk
                                                  is.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij het lozen op of in de bodem ontstaat geen
                                                  wateroverlast.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Aan het water dat wordt gebruikt voor het
                                                  schoonmaken en dat wordt geloosd op of in de bodem
                                                  of in een schoonwaterriool worden geen
                                                  chemicaliën toegevoegd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.3.8.9</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen bij
                                                  calamiteitenoefeningen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.167" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.167">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.167</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.167__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.167__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater dat vrijkomt bij een
                                                  calamiteitenoefening.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.167__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.167__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Het eerste lid geldt niet voor het lozen van
                                                  afvalwater afkomstig van een permanente
                                                  voorziening voor het oefenen van
                                                  brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel
                                                  3.259 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.168</Nummer>
			      <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voor het begin van de
                                                  activiteit, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.167" scope="Artikel">artikel 22.167</IntRef>, worden
                                                  aan het college van burgemeester en wethouders
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de aard en omvang van de activiteit; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.168__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.169" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.9__art_22.169">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.169</Nummer>
			      <Opschrift>Lozen bij
                                                  calamiteitenoefeningen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een
                                                  calamiteitenoefening worden geloosd op of in de
                                                  bodem of in een voorziening voor de inzameling en
                                                  het transport van afvalwater.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.9</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen bij telen, kweken, spoelen of
                                                  sorteren van gewassen</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.170" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.170">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.170</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater afkomstig van het telen, kweken,
                                                  spoelen of sorteren van gewassen, als een
                                                  milieubelastende activiteit die is aangewezen in
                                                  hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving de activiteit omvat.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.171</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van het
                                                  lozen, bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174" scope="Artikel">22.174</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.175" scope="Artikel">22.175</IntRef>, worden aan het
                                                  college van burgemeester en wethouders gegevens en
                                                  bescheiden verstrekt over:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> de aard en omvang van de lozing;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de plaats van de lozingspunten; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.171__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.172" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.172">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.172</Nummer>
			    <Opschrift>Recirculatie bij grondgebonden teelt in
                                                  een kas</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>In afwijking van artikel 4.791l van het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving hoeft bij het
                                                  lozen van drainagewater afkomstig van het telen
                                                  van gewassen in een kas die op materiaal groeien
                                                  dat in verbinding staat met de ondergrond geen
                                                  recirculatiesysteem aanwezig en in gebruik te
                                                  zijn, als hergebruik van drainagewater niet
                                                  doelmatig is en het lozen is aangevangen voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.173</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen bij spoelen van biologisch
                                                  geteelde gewassen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In afwijking van artikel 4.761, eerste lid,
                                                  van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt
                                                  te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van
                                                  biologisch geteelde gewassen, gelijkmatig
                                                  verspreid over landbouwgronden of geloosd in een
                                                  vuilwaterriool.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor het lozen van dat afvalwater in een
                                                  vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor
                                                  onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een
                                                  steekmonster.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als in de waterschapsverordening een andere
                                                  lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen
                                                  afvalwater, bedoeld in het eerste lid, gelijkmatig
                                                  verspreid over landbouwgronden, geloosd in een
                                                  vuilwaterriool of geloosd via die andere
                                                  route.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.174</Nummer>
			    <Opschrift>Lozen bij sorteren van biologisch
                                                  geteeld fruit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In afwijking van artikel 4.773, eerste lid,
                                                  van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt te
                                                  lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van
                                                  biologisch geteeld fruit, gelijkmatig verspreid
                                                  over landbouwgronden of geloosd in een
                                                  vuilwaterriool.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor het lozen van dat afvalwater in een
                                                  vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor
                                                  onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een
                                                  steekmonster.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als in de waterschapsverordening een andere
                                                  lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen
                                                  afvalwater, bedoeld in het eerste lid, gelijkmatig
                                                  verspreid over landbouwgronden, geloosd in een
                                                  vuilwaterriool of geloosd via die andere
                                                  lozingsroute.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.175" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.175">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.175</Nummer>
			    <Opschrift>Uitzondering voorgeschreven
                                                  lozingsroute afvalwater uit een gebouw</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Als in de waterschapsverordening een andere
                                                  lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking
                                                  van artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, het te lozen
                                                  afvalwater, bedoeld in dat artikel, gelijkmatig
                                                  verspreid over landbouwgronden of geloosd in een
                                                  vuilwaterriool of via die andere route.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.176" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.176">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.176</Nummer>
			    <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.176__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.176__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het bemonsteren van afvalwater is NEN
                                                  6600-1 van toepassing, en een monster is niet
                                                  gefiltreerd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.176__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.176__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het conserveren van een monster is
                                                  NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.176__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.176__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het analyseren van onopgeloste stoffen is
                                                  NEN-EN 872 van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.10</Nummer>
			  <Opschrift>Lozen bij maken van
                                                  betonmortel</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.177" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.177">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.177</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater afkomstig van het reinigen van
                                                  installaties en voorzieningen voor het maken van
                                                  betonmortel en het inwendig reinigen van
                                                  voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, als een
                                                  milieubelastende activiteit die is aangewezen in
                                                  hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving de activiteit omvat.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.178</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.177" scope="Artikel">artikel 22.177</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de lozingsroute;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.178__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.179" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.179">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.179</Nummer>
			    <Opschrift>Water</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.179__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.179__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In aanvulling op artikel 4.140, eerste lid,
                                                  van het Besluit activiteiten leefomgeving kan te
                                                  lozen afvalwater afkomstig van het reinigen van
                                                  installaties en voorzieningen voor het maken van
                                                  betonmortel en het inwendig reinigen van
                                                  voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, ook
                                                  worden geloosd in een voorziening voor de
                                                  inzameling en het transport van afvalwater.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.179__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.179__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor het lozen van dat afvalwater in een
                                                  schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de
                                                  waarden, bedoeld in tabel 22.3.28, gemeten in een
                                                  steekmonster.</Al>
			      <table eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.179__para_2__table_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.179__para_2__table_o_1">
				<title>Tabel 22.3.28 Emissiegrenswaarden</title>
				<tgroup align="left" cols="2">
				  <colspec colname="col1" colnum="1"/>
				  <colspec colname="col2" colnum="2"/>
				  <thead valign="top">
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al><strong>Stof</strong></Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al><strong>Emissiegrenswaarden in
                                                  mg/l</strong></Al>
				      </entry>
				    </row>
				  </thead>
				  <tbody valign="top">
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>Onopgeloste stoffen</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>100 mg/l</Al>
				      </entry>
				    </row>
				    <row>
				      <entry colname="col1">
					<Al>Chemisch zuurstofverbruik</Al>
				      </entry>
				      <entry colname="col2">
					<Al>200 mg/l</Al>
				      </entry>
				    </row>
				  </tbody>
				</tgroup>
			      </table>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.179__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.179__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor het lozen van dat afvalwater in een
                                                  vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor
                                                  onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een
                                                  steekmonster.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.180</Nummer>
			    <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het bemonsteren van afvalwater is NEN
                                                  6600-1 van toepassing, en een monster is niet
                                                  gefiltreerd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het conserveren van een monster is
                                                  NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het analyseren van een monster worden
                                                  onopgeloste stoffen meegenomen, en op het
                                                  analyseren is van toepassing:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10__art_22.180__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.11</Nummer>
			  <Opschrift>Uitwassen van beton</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.181" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.181">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.181</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  uitwassen van beton, als een milieubelastende
                                                  activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van
                                                  het Besluit activiteiten leefomgeving de
                                                  activiteit omvat.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.182</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.181" scope="Artikel">artikel 22.181</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt over:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de lozing; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de verwachte datum van het begin van de
                                                  activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.182__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.183" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.183">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.183</Nummer>
			    <Opschrift>Water</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.183__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.183__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In aanvulling op artikel 4.158, eerste lid,
                                                  van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan te
                                                  lozen afvalwater afkomstig van het uitwassen van
                                                  beton ook worden geloosd in een
                                                  vuilwaterriool.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.183__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.183__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor het lozen van dat afvalwater is de
                                                  emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300
                                                  mg/l, gemeten in een steekmonster.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.184" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.184">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.184</Nummer>
			    <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.184__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.184__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het bemonsteren van afvalwater is NEN
                                                  6600-1 van toepassing, en een monster is niet
                                                  gefiltreerd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.184__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.184__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het conserveren van een monster is
                                                  NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.184__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.11__art_22.184__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het analyseren van onopgeloste stoffen is
                                                  NEN-EN 872 van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.12</Nummer>
			  <Opschrift>Recreatieve visvijvers</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.185" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.185">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.185</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  exploiteren van een recreatieve visvijver.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.186</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.185" scope="Artikel">artikel 22.185</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de grenzen van het terrein; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de plaats van de lozingspunten;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de verwachte datum van het begin
                                                  van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.187" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.187">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.187</Nummer>
			    <Opschrift>Water: lozingsroute</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan spuiwater uit recreatieve
                                                  visvijvers worden geloosd op of in de bodem of in
                                                  een schoonwaterriool. Het spuiwater wordt niet
                                                  geloosd in een vuilwaterriool.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.13</Nummer>
			  <Opschrift>Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch
                                                  materiaal</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.188</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  ontwikkelen of afdrukken van fotografisch
                                                  materiaal.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>digitaal afdrukken; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>ontwikkelen of afdrukken van fotografisch
                                                  materiaal bij wonen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.189</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.188" scope="Artikel">artikel 22.188</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de grenzen van het terrein;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging en de indeling van de
                                                  gebouwen;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>het gebruik van de te onderscheiden
                                                  ruimten;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging van de bedrijfsriolering; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>de plaats van de lozingspunten;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al> gegevens over de verwachte datum van het
                                                  begin van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.190</Nummer>
			    <Opschrift>Water</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan afvalwater afkomstig van het
                                                  ontwikkelen of afdrukken van fotografisch
                                                  materiaal worden geloosd in een vuilwaterriool.
                                                  Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de
                                                  bodem of in een schoonwaterriool.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Er worden in goede staat verkerende
                                                  afkwetsrollen gebruikt en er wordt een doelmatige
                                                  zilverterugwininstallatie toegepast.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>hoeft geen
                                                  zilverterugwininstallatie te worden toegepast als
                                                  per jaar minder dan 700 liter aan gebruiksklare
                                                  fixeer wordt gebruikt en er gedragsvoorschriften
                                                  zijn opgesteld en worden nageleefd gericht op het
                                                  beperken van de emissie van zilver.<br/></Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.190__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor het afvalwater is de emissiegrenswaarde
                                                  voor zilver 4 milligram per liter, gemeten in een
                                                  steekmonster.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.191</Nummer>
			    <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het bemonsteren van afvalwater is NEN
                                                  6600-1 van toepassing, en een monster is niet
                                                  gefiltreerd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het conserveren van een monster is
                                                  NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.191__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het analyseren van zilver is NEN 6966,
                                                  NEN-EN-ISO 17294-2, NEN-EN-ISO 11885 of NEN 6965
                                                  van toepassing, waarbij onopgeloste stoffen worden
                                                  meegenomen in de analyse en elementen worden
                                                  ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO
                                                  15587-2.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.14</Nummer>
			  <Opschrift>Wassen van motorvoertuigen</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.192</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  uitwendig wassen van motorvoertuigen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>als een milieubelastende activiteit die is
                                                  aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving de activiteit omvat;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.192__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>op wassen van motorvoertuigen bij wonen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.193" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.193">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.193</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.193__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.193__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen van
                                                  verontreiniging van de bodem met oliën, vetten en
                                                  koelvloeistof wordt gewassen boven een
                                                  vloeistofdichte bodemvoorziening.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.193__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.193__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Motorvoertuigen kunnen ook worden gewassen op
                                                  een mobiele wasinstallatie die zodanig is
                                                  uitgevoerd dat vloeistoffen niet in de bodem
                                                  kunnen geraken, als die mobiele wasinstallatie
                                                  niet langer dan zes maanden aaneengesloten op
                                                  eenzelfde locatie is geplaatst.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.193__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.193__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.193__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing, als per week ten hoogste één
                                                  motorvoertuig waarmee geen
                                                  gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast,
                                                  uitwendig wordt gewassen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.194</Nummer>
			    <Opschrift>Water</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan afvalwater afkomstig van het wassen
                                                  van motorvoertuigen worden geloosd in een
                                                  vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd
                                                  in een schoonwaterriool.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het lozen op of in de bodem is toegestaan, als
                                                  per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee
                                                  geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast,
                                                  uitwendig wordt gewassen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een
                                                  vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor olie
                                                  20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat
                                                  afvalwater wordt voor vermenging met ander
                                                  afvalwater geleid door een slibvangput en
                                                  olieafscheider:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>volgens NEN-EN 858-1 of NEN-EN 858-1/A1 en
                                                  NEN-EN 858-2; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en
                                                  zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat
                                                  wordt geloosd.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.195" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.195">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.195</Nummer>
			    <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.195__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.195__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het bemonsteren van afvalwater is NEN
                                                  6600-1 van toepassing, en een monster is niet
                                                  gefiltreerd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.195__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.195__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het conserveren van een monster is
                                                  NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.195__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.195__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het analyseren van een monster worden
                                                  onopgeloste stoffen meegenomen, en op het
                                                  analyseren is voor olie NEN-EN-ISO 9377-2 van
                                                  toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.15</Nummer>
			  <Opschrift>Niet-industriële
                                                  voedselbereiding</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.196</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  bereiden van voedingsmiddelen met:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> keukenapparatuur;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>grootkeukenapparatuur;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een of meer bakkerijovens die chargegewijs
                                                  worden beladen; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>een of meer bakkerijovens die continu worden
                                                  beladen met een nominaal vermogen of een
                                                  aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing als een
                                                  activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit
                                                  omvat, met uitzondering van het bereiden van
                                                  voedingsmiddelen voor personen die werken op de
                                                  locatie waarop de activiteit wordt verricht.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.197</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.196" scope="Artikel">artikel 22.196</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de grenzen van het terrein;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging en de indeling van de
                                                  gebouwen;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>het gebruik van de te onderscheiden
                                                  ruimten;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging van de bedrijfsriolering; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>de plaats van de lozingspunten;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de verwachte datum van het begin
                                                  van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.197__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13__art_22.189__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> zijn niet van
                                                  toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen
                                                  voor personen die wonen of werken op de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.198</Nummer>
			    <Opschrift>Water</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan afvalwater afkomstig van het
                                                  bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd in
                                                  een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet
                                                  geloosd in een schoonwaterriool.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als niet in een vuilwaterriool kan worden
                                                  geloosd, kan het afvalwater op de bodem worden
                                                  geloosd, als het afvalwater gezamenlijk met
                                                  huishoudelijk afvalwater wordt geloosd en de
                                                  voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk
                                                  afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het
                                                  afvalwater afkomstig van het bereiden van
                                                  voedingsmiddelen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Afvalwater dat afvalstoffen bevat, die door
                                                  versnijdende of vermalende apparatuur zijn
                                                  versneden of vermalen, wordt niet geloosd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt
                                                  voor vermenging met ander afvalwater geleid
                                                  door:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een vetafscheider en slibvangput volgens
                                                  NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_4__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een vetafscheider en slibvangput die zijn
                                                  geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd
                                                  op de hoeveelheid afvalwater die wordt
                                                  geloosd.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.198__para_5">
			    <LidNummer>5.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN
                                                  1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen
                                                  en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als
                                                  dit geen nadelige gevolgen heeft voor het
                                                  doelmatig functioneren van de afscheider.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.199</Nummer>
			    <Opschrift>Geur</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder worden afgezogen dampen en gassen
                                                  die naar de buitenlucht worden geëmitteerd:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de
                                                  binnen 25 m van de uitmonding gelegen bebouwing
                                                  afgevoerd; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>geleid door een ontgeuringsinstallatie.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Dampen die vrijkomen bij het bereiden van
                                                  voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur door
                                                  frituren, bakken in olie of vet of grillen, anders
                                                  dan met houtskool, worden afgezogen en geleid door
                                                  een vetvangend filter.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> zijn niet van
                                                  toepassing:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>op het bereiden van voedingsmiddelen met
                                                  keukenapparatuur; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>als het mogelijke effect van de geuremissie
                                                  van de uittredende lucht van een afzuiginstallatie
                                                  beperkt blijft tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" scope="Begrip">gezoneerd
                                                  industrieterrein</IntRef>, op een industrieterrein
                                                  waarvoor geluidproductieplafonds als
                                                  omgevingswaarden zijn vastgesteld of een
                                                  Activiteitenbesluit- bedrijventerrein met minder
                                                  dan één geurgevoelig gebouw per hectare.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor zover er geen verandering van de
                                                  activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename
                                                  van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw,
                                                  is het eerste lid niet van toepassing als voor 1
                                                  januari 2008 voor die activiteit:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een vergunning is verleend die voor die datum
                                                  onherroepelijk is; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>voorschriften golden op grond van een van de
                                                  besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat
                                                  besluit luidde voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.16</Nummer>
			  <Opschrift>Voedingsmiddelenindustrie</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.200" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.200">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.200</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.200__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.200__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op een
                                                  milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel
                                                  3.128 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.200__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.200__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op een
                                                  milieubelastende activiteit die als
                                                  vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129,
                                                  eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.201" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.201">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.201</Nummer>
			    <Opschrift>Geur: beginnen of uitbreiden
                                                  activiteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.201__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.201__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het beginnen of uitbreiden in capaciteit van
                                                  een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.200" scope="Artikel">artikel 22.200</IntRef> is alleen
                                                  toegestaan als nieuwe geurhinder op een
                                                  geurgevoelig gebouw wordt voorkomen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.201__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.201__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.16__art_22.201__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is ook van
                                                  toepassing op het wijzigen van de activiteit, als
                                                  die wijziging leidt tot een grotere of andere
                                                  geurbelasting ter plaatse van een geurgevoelig
                                                  gebouw.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.17</Nummer>
			  <Opschrift>Slachten van dieren en bewerken van
                                                  dierlijke bijproducten of uitsnijden van vlees,
                                                  vis of organen.</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.202</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het slachten van ten hoogste 10.000 kilogram
                                                  levend gewicht aan dieren per week en het broeien,
                                                  koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke
                                                  bijproducten;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het uitsnijden van vlees van karkassen of
                                                  karkasdelen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>het uitsnijden van vis; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>het uitsnijden en pekelen van organen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing als een
                                                  activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit
                                                  omvat.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.203</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202" scope="Artikel">artikel 22.202</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de grenzen van het terrein;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging en de indeling van de
                                                  gebouwen;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>het gebruik van de te onderscheiden
                                                  ruimten;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging van de bedrijfsriolering;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>de plaats van de lozingspunten; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_6">
				      <LiNummer>6°.</LiNummer>
				      <Al>de plaats waar bodembedreigende stoffen worden
                                                  gebruikt, geproduceerd of uitgestoten;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de verwachte datum van het begin
                                                  van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.203__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.204</Nummer>
			    <Opschrift>Water: lozingsroute en
                                                  zuivering</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater vindt het slachten van dieren en het
                                                  broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende
                                                  dierlijke bijproducten inpandig plaats.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Te lozen afvalwater kan worden geloosd in een
                                                  vuilwaterriool, als dat afvalwater afkomstig is
                                                  van:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het bewerken van dierlijke bijproducten;
                                                  of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het reinigen en desinfecteren van ruimtes waar
                                                  een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202" scope="Artikel">artikel 22.202</IntRef> is
                                                  uitgevoerd.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de
                                                  bodem of in een schoonwaterriool.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4">
			    <LidNummer>4.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt
                                                  voor vermenging met ander afvalwater geleid
                                                  door:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een vetafscheider en slibvangput volgens
                                                  NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een vetafscheider en slibvangput die zijn
                                                  geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd
                                                  op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd;
                                                  of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een flocculatieafscheider die is geplaatst
                                                  voor 1 januari 2013 en is afgestemd op de
                                                  hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_5">
			    <LidNummer>5.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN
                                                  1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen
                                                  en reinigen dan in die normen vermeld worden
                                                  volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor
                                                  het doelmatig functioneren van de afscheider.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_6">
			    <LidNummer>6.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het afvalwater wordt niet door een biologische
                                                  zuivering geleid.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_7" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_7">
			    <LidNummer>7.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Dit artikel is niet van toepassing op
                                                  afvalwater afkomstig van wonen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.205</Nummer>
			    <Opschrift>Geur: voorkomen of beperken
                                                  geurhinder</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>wordt bij het slachten van dieren ten minste
                                                  de vaste dierlijke mest die vrijkomt bij het
                                                  slachten in afgesloten, lekvrije tonnen of bakken
                                                  opgeslagen; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>worden dampen en gassen van het broeien of
                                                  koken van dierlijke bijproducten afgezogen, als
                                                  deze op de buitenlucht worden geëmitteerd:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de
                                                  binnen 25 m van de uitmonding gelegen gebouwen
                                                  afgevoerd; of</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>geleid door een doelmatige
                                                  ontgeuringsinstallatie.</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor zover er geen verandering van de
                                                  activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename
                                                  van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw,
                                                  is het eerste lid, onder b, niet van toepassing
                                                  als voor 1 januari 2008 voor die activiteit:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een vergunning is verleend die voor die datum
                                                  onherroepelijk is; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>voorschriften golden op grond van een van de
                                                  besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat
                                                  besluit luidde voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.206" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.206">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.206</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Met het oog op het voorkomen van
                                                  verontreiniging van de bodem vindt het pekelen van
                                                  dierlijke bijproducten en organen plaats boven een
                                                  aaneengesloten bodemvoorziening.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.207" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.207">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.207</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: logboek bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor
                                                  bodembeschermende voorzieningen gegevens worden
                                                  vastgelegd over controles, beoordelingen,
                                                  onderhoud en reparaties.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.208</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: eindonderzoek bodem</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het beëindigen van het pekelen van
                                                  dierlijke bijproducten of organen wordt een
                                                  eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van
                                                  de bodem vast te stellen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het bodemonderzoek gaat over de
                                                  bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt,
                                                  geproduceerd of uitgestoten op het gedeelte van de
                                                  locatie waar het pekelen van dierlijke
                                                  bijproducten of organen is verricht.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN
                                                  5740 en het veldwerk wordt verricht door een
                                                  onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor
                                                  BRL SIKB 2000 of een certificatie- instantie of
                                                  inspectie-instantie met een erkenning
                                                  bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.209</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: rapport van het eindonderzoek
                                                  bodem</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Het rapport van het eindonderzoek bodem
                                                  bevat:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>de naam en het adres van degene die het
                                                  onderzoek heeft verricht;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>de wijze waarop het onderzoek is
                                                  verricht;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_c">
				<LiNummer>c.</LiNummer>
				<Al>de aard en de mate van de aangetroffen
                                                  verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan;
                                                  </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_d">
				<LiNummer>d.</LiNummer>
				<Al>informatie over het huidige en eerdere gebruik
                                                  van het terrein;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_e">
				<LiNummer>e.</LiNummer>
				<Al>bestaande informatie over bodemmetingen en
                                                  grondwatermetingen die de toestand van de bodem en
                                                  het grondwater weergeven op het tijdstip van
                                                  opstelling van het rapport, of anders nieuwe
                                                  bodemmetingen en grondwatermetingen voor het
                                                  constateren van eventuele verontreiniging van de
                                                  bodem door de bodemverontreinigende stoffen die
                                                  bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd
                                                  of zijn vrijgekomen; en</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.209__list_o_1__item_f">
				<LiNummer>f.</LiNummer>
				<Al>als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld:
                                                  de wijze waarop en de mate waarin dit
                                                  gebeurt.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.210" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.210">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.210</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden: beëindigen
                                                  activiteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van
                                                  het pekelen van dierlijke bijproducten of organen
                                                  wordt een rapport van het eindonderzoek bodem
                                                  verstrekt aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.211</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: herstel van de
                                                  bodemkwaliteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk
                                                  zes maanden na het toezenden van het rapport van
                                                  het eindonderzoek bodem de bodemkwaliteit hersteld
                                                  tot:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die
                                                  is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat
                                                  is opgesteld voor het begin van de het pekelen van
                                                  dierlijke bijproducten of organen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de bodemkwaliteit van de locatie waarop de
                                                  activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op
                                                  een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel
                                                  47, onder a, of 57, tweede lid, van het Besluit
                                                  bodemkwaliteit; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond
                                                  van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het herstel wordt verricht door een
                                                  onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor
                                                  BRL SIKB 7000.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.212" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.212">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.212</Nummer>
			    <Opschrift>Informeren:
                                                  herstelwerkzaamheden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.212__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.212__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het college van burgemeester en wethouders
                                                  wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de
                                                  herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de
                                                  begindatum.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.212__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.212__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het college van burgemeester en wethouders
                                                  wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van
                                                  de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de
                                                  einddatum.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.213" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.213">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.213</Nummer>
			    <Opschrift>Water: opruimen gemorste en gelekte
                                                  stoffen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.213__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.213__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater worden bij het pekelen van dierlijke
                                                  bijproducten en organen de gemorste of gelekte
                                                  stoffen zoveel mogelijk zonder verder toevoegen
                                                  van water opgeruimd en afgevoerd als afvalstof en
                                                  wordt zoveel mogelijk voorkomen dat deze stoffen
                                                  in het afvalwater terecht kunnen komen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.213__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.213__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.213" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.18</Nummer>
			  <Opschrift>Opwekken van elektriciteit met een
                                                  windturbine</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.214</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  opwekken van elektriciteit met een windturbine,
                                                  bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving als:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>die slagschaduw veroorzaakt in een
                                                  verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw
                                                  dat op een locatie is toegelaten op grond van een
                                                  omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>die lichtschittering veroorzaakt.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op
                                                  slagschaduw door een windturbine, in een
                                                  verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw
                                                  dat op een locatie is toegelaten op grond van een
                                                  omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet
                                                  meer dan tien jaar.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is ook niet van toepassing voor
                                                  zover het gaat om een windpark met 3 of meer
                                                  windturbines.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.215</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik: eerbiedigende
                                                  werking</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214" scope="Artikel">artikel 22.214</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, is deze paragraaf
                                                  ook van toepassing op slagschaduw door een
                                                  windturbine in een verblijfsruimte van een
                                                  slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor
                                                  een duur van niet meer dan tien jaar:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>in een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In afwijking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214" scope="Artikel">artikel 22.214</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.214__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, is deze paragraaf
                                                  niet van toepassing op slagschaduw door een
                                                  windturbine in een verblijfsruimte van een
                                                  slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig
                                                  is maar mag worden gebouwd op grond van:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.216</Nummer>
			    <Opschrift>Slagschaduw:
                                                  stilstandvoorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen of beperken van
                                                  slagschaduw is de windturbine voorzien van een
                                                  automatische stilstandvoorziening die de
                                                  windturbine afschakelt als gemiddeld meer dan
                                                  zeventien dagen per jaar gedurende meer dan
                                                  twintig minuten per dag slagschaduw kan optreden
                                                  in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig
                                                  gebouw en voor zover de afstand tussen de
                                                  windturbine en een slagschaduwgevoelig gebouw
                                                  minder dan twaalf maal de rotordiameter
                                                  bedraagt.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De afstand wordt gemeten van een punt op
                                                  ashoogte van de windturbine:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>tot de gevel van een slagschaduwgevoelig
                                                  gebouw; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>tot de begrenzing van de locatie voor het
                                                  plaatsen van een woonschip of woonwagen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.217" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.217">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.217</Nummer>
			    <Opschrift>Slagschaduw: functionele
                                                  binding</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216" scope="Artikel">Artikel 22.216</IntRef> is niet
                                                  van toepassing op slagschaduw door een windturbine
                                                  in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een
                                                  functionele binding heeft met de windturbine.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.218" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.218">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.218</Nummer>
			    <Opschrift>Slagschaduw: voormalige functionele
                                                  binding</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Bij een agrarische activiteit is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216" scope="Artikel">artikel 22.216</IntRef> niet van
                                                  toepassing op slagschaduw door een windturbine in
                                                  een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig
                                                  gebouw dat:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.218__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.218__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.218__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.218__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>op grond van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet of een voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde
                                                  omgevingsvergunning behoort of heeft behoord tot
                                                  die agrarische activiteit en door een derde
                                                  bewoond mag worden; of</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.218__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.218__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>eerder functioneel verbonden was met die
                                                  agrarische activiteit en waarvoor op grond van
                                                  artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving in dit omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit is bepaald dat regels voor
                                                  slagschaduw niet van toepassing zijn.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.219" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.219">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.219</Nummer>
			    <Opschrift>Lichtschittering: beperken van
                                                  reflectie</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Lichtschittering wordt bij het opwekken van
                                                  elektriciteit met een windturbine voorkomen of
                                                  zoveel mogelijk beperkt door toepassing van niet
                                                  reflecterende materialen of coatinglagen op de
                                                  betrokken onderdelen.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.220" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.220">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.220</Nummer>
			    <Opschrift>Lichtschittering: meten
                                                  reflectiewaarden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Op het uitvoeren van een meting van
                                                  reflectiewaarden is NEN-EN-ISO 2813 van
                                                  toepassing.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.19</Nummer>
			  <Opschrift>In werking hebben van een
                                                  acculader</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19__art_22.221" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19__art_22.221">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.221</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het met
                                                  een acculader laden van een natte accu die
                                                  vloeibare bodembedreigende stoffen bevat.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19__art_22.222" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19__art_22.222">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.222</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Met het oog op het voorkomen van
                                                  verontreiniging van de bodem vindt het laden van
                                                  een accu plaats boven een aaneengesloten
                                                  bodemvoorziening.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19__art_22.223" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19__art_22.223">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.223</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: logboek bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor
                                                  bodembeschermende voorzieningen gegevens worden
                                                  vastgelegd over controles, beoordelingen,
                                                  onderhoud en reparaties.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.20</Nummer>
			  <Opschrift>Bieden van parkeergelegenheid in een
                                                  parkeergarage</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.224" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.224">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.224</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het bieden
                                                  van parkeergelegenheid in een parkeergarage met
                                                  meer dan 20 parkeerplaatsen die voorzien is van
                                                  mechanische ventilatie.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.225</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van het
                                                  bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage
                                                  met meer dan 30 parkeerplaatsen worden aan het
                                                  college van burgemeester en wethouders de volgende
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de grenzen van het terrein;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging en de indeling van de
                                                  gebouwen;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>het gebruik van de te onderscheiden ruimten;
                                                  en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging van de bedrijfsriolering;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de verwachte datum van het begin
                                                  van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.225__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.226</Nummer>
			    <Opschrift>Lucht en geur: afvoeren
                                                  emissies</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het beschermen van de kwaliteit
                                                  van de lucht en het voorkomen of beperken van
                                                  geurhinder:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>worden de aanzuigopeningen voor de ventilatie
                                                  van de parkeergarage in een verkeersluwe omgeving,
                                                  of, als dat niet mogelijk is, op ten minste 5 m
                                                  boven het straatniveau en buiten de beïnvloeding
                                                  van de uitblaasopeningen aangebracht;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>wordt de uit de parkeergarage afgezogen lucht
                                                  verticaal uitgeblazen op ten minste 5 m boven het
                                                  straatniveau of, als binnen 25 m van de
                                                  uitblaasopening een gebouw is gelegen met een
                                                  hoogste daklijn die meer dan vijf meter boven het
                                                  straatniveau is gelegen, ten minste één meter
                                                  boven de hoogste daklijn van dat gebouw; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>bedraagt de snelheid van de uitgeblazen lucht,
                                                  gemeten bij de rand van de uitblaasopening, ten
                                                  minste tien meter per seconde.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor zover er geen verandering van de
                                                  activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename
                                                  van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw,
                                                  is het eerste lid niet van toepassing als voor 1
                                                  januari 2008 voor die activiteit:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een vergunning is verleend die voor die datum
                                                  onherroepelijk is; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>voorschriften golden op grond van een van de
                                                  besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat
                                                  besluit luidde voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.21</Nummer>
			  <Opschrift>Traditioneel schieten</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.227" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.227">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.227</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  traditioneel schieten door schutterijen of
                                                  schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een
                                                  vaste standplaats op een stilstaand doel in de
                                                  buitenlucht.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.228</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.227" scope="Artikel">artikel 22.227</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de grenzen van het terrein;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging en de indeling van de gebouwen;
                                                  en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>de plaats waar bodembedreigende stoffen worden
                                                  gebruikt;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de verwachte datum van het begin
                                                  van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.228__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.229" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.229">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.229</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem en externe veiligheid</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Met het oog op het waarborgen van de
                                                  veiligheid en het beperken van verontreiniging van
                                                  de bodem vindt het schieten op zodanige wijze
                                                  plaats dat alle afgeschoten kogels worden
                                                  opgevangen in een voorziening.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.230</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het beperken van
                                                  verontreiniging van de bodem, vindt traditioneel
                                                  schieten plaats boven een bodembeschermende
                                                  voorziening, als bij het schieten hulzen van
                                                  verschoten munitie vrijkomen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De voorziening voor het opvangen van
                                                  afgeschoten kogels, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.229" scope="Artikel">artikel 22.229</IntRef>, is
                                                  opgesteld boven een bodembeschermende
                                                  voorziening.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.231" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.231">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.231</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: logboek bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor
                                                  bodembeschermende voorzieningen gegevens worden
                                                  vastgelegd over controles, beoordelingen,
                                                  onderhoud en reparaties.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.232</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: eindonderzoek bodem</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij het beëindigen van het traditioneel
                                                  schieten wordt een eindonderzoek bodem verricht om
                                                  de kwaliteit van de bodem vast te stellen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het eindonderzoek bodem gaat over de
                                                  bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt op het
                                                  gedeelte van de locatie waar het traditioneel
                                                  schieten heeft plaatsgevonden.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN
                                                  5740 en het veldwerk wordt verricht door een
                                                  onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor
                                                  BRL SIKB 2000 of een certificatie- instantie of
                                                  inspectie-instantie met een erkenning
                                                  bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.233</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: rapport van het eindonderzoek
                                                  bodem</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Het rapport van het eindonderzoek bodem
                                                  bevat:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>de naam en het adres van degene die het
                                                  onderzoek heeft verricht;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>de wijze waarop het onderzoek is
                                                  verricht;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_c">
				<LiNummer>c.</LiNummer>
				<Al>de aard en de mate van de aangetroffen
                                                  verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan;
                                                  </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_d">
				<LiNummer>d.</LiNummer>
				<Al>informatie over het huidige en eerdere gebruik
                                                  van het terrein;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_e">
				<LiNummer>e.</LiNummer>
				<Al>bestaande informatie over bodemmetingen en
                                                  grondwatermetingen die de toestand van de bodem en
                                                  het grondwater weergeven op het tijdstip van
                                                  opstelling van het rapport, of anders nieuwe
                                                  bodemmetingen en grondwatermetingen voor het
                                                  constateren van eventuele verontreiniging van de
                                                  bodem door de bodemverontreinigende stoffen die
                                                  bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd
                                                  of zijn vrijgekomen; en</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.233__list_o_1__item_f">
				<LiNummer>f.</LiNummer>
				<Al>als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld,
                                                  de wijze waarop en de mate waarin dit
                                                  gebeurt.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.234" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.234">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.234</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden: beëindigen
                                                  activiteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van
                                                  het traditioneel schieten wordt een rapport van
                                                  het eindonderzoek bodem verstrekt aan het college
                                                  van burgemeester en wethouders.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.235</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: herstel van de
                                                  bodemkwaliteit</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk
                                                  zes maanden na het toezenden van het rapport van
                                                  het eindonderzoek bodem, de bodemkwaliteit
                                                  hersteld tot:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die
                                                  is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat
                                                  is opgesteld voor het begin van de
                                                  activiteit;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de bodemkwaliteit van de locatie waarop de
                                                  activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op
                                                  een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel
                                                  47, onder a, of artikel 57, tweede lid, van het
                                                  Besluit bodemkwaliteit; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond
                                                  van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het herstel wordt verricht door een
                                                  onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor
                                                  BRL SIKB 7000.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.236" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.236">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.236</Nummer>
			    <Opschrift>Informeren:
                                                  herstelwerkzaamheden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.236__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.236__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het college van burgemeester en wethouders
                                                  wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de
                                                  herstelwerkzaamheden, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235" scope="Artikel">artikel 22.235</IntRef>
                                                  geïnformeerd over de begindatum.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.236__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.236__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het college van burgemeester en wethouders
                                                  wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van
                                                  de herstelwerkzaamheden, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235" scope="Artikel">artikel 22.235</IntRef>
                                                  geïnformeerd over de einddatum.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.22</Nummer>
			  <Opschrift>Bieden van gelegenheid voor het beoefenen
                                                  van sport in de buitenlucht</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.237" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.237">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.237</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het bieden
                                                  van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de
                                                  buitenlucht waarbij terreinverlichting wordt
                                                  toegepast.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.238</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.237" scope="Artikel">artikel 22.237</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de grenzen van het terrein;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging en de indeling van de
                                                  gebouwen;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de verwachte datum van het begin
                                                  van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.238__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.239</Nummer>
			    <Opschrift>Licht</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het beperken van lichthinder is
                                                  de verlichting die hoort bij een gelegenheid voor
                                                  het beoefenen van sport in de buitenlucht
                                                  uitgeschakeld:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>tussen 23.00 uur en 07.00 uur; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>als er geen sport wordt beoefend en geen
                                                  onderhoud plaatsvindt.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op dagen of dagdelen in verband
                                                  met:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de viering van festiviteiten die bij of
                                                  krachtens een gemeentelijke verordening zijn
                                                  aangewezen in de gebieden in de gemeente waarvoor
                                                  de verordening geldt;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de viering van andere festiviteiten die
                                                  plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit
                                                  wordt verricht, waarbij het aantal bij of
                                                  krachtens een gemeentelijke verordening aan te
                                                  wijzen dagen of dagdelen niet meer mag bedragen
                                                  dan twaalf per kalenderjaar; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>door het college van burgemeester en
                                                  wethouders aangewezen activiteiten, anders dan
                                                  festiviteiten als bedoeld onder b, waarbij het
                                                  aantal aan te wijzen dagen of dagdelen gebaseerd
                                                  op dit artikel samen niet meer bedraagt dan twaalf
                                                  dagen per kalenderjaar.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.22__art_22.239__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Een festiviteit of activiteit als bedoeld in
                                                  het tweede lid die ten hoogste een etmaal duurt,
                                                  maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt,
                                                  wordt hierbij beschouwd als plaatshebbende op
                                                  één dag.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.23</Nummer>
			  <Opschrift>Opslaan van vaste mest</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.240</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  opslaan van vaste mest met een totaal volume van
                                                  ten minste 3 m<sup>3</sup> en ten hoogste 600
                                                  m<sup>3</sup>.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>op het opslaan van vaste mest, korter dan twee
                                                  weken op één plek; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>als een milieubelastende activiteit die is
                                                  aangewezen in artikel 3.90, 3.200, 3.208, 3.211,
                                                  3.215 of 3.225 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving de activiteit omvat.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.241</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240" scope="Artikel">artikel 22.240</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de grenzen van het terrein;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging en de indeling van de
                                                  gebouwen;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>het gebruik van de te onderscheiden
                                                  ruimten;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging van de bedrijfsriolering;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>op welke punten welk afvalwater wordt
                                                  geloosd;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_6">
				      <LiNummer>6°.</LiNummer>
				      <Al>of de punten waarop afvalwater wordt geloosd,
                                                  zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of
                                                  een schoonwaterriool; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_7" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_7">
				      <LiNummer>7°.</LiNummer>
				      <Al>op welke lozingsroutes het eigen
                                                  vuilwaterriool en een schoonwaterriool
                                                  uitkomen;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de verwachte datum van het begin
                                                  van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.241__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.242</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: opslag</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen van
                                                  verontreiniging van de bodem wordt vaste mest, met
                                                  uitzondering van gedroogde pluimveemest,
                                                  opgeslagen:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>op een aaneengesloten bodemvoorziening,
                                                  waarbij de vloeistoffen die vrijkomen worden
                                                  opgevangen; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>op een voldoende dikke absorberende laag als
                                                  de opslag niet meer dan zes maanden duurt en tegen
                                                  inregenen is beschermd.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Gedroogde pluimveemest wordt opgeslagen:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>in een gebouw met een aaneengesloten
                                                  bodemvoorziening waar de pluimveemest wordt
                                                  beschermd tegen weersinvloeden en waar voldoende
                                                  ventilatie is om condensvorming te voorkomen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>in een afgedekte container als de pluimveemest
                                                  ten minste elke twee weken wordt afgevoerd;
                                                  of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.242__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>op een voldoende dikke absorberende laag als
                                                  de opslag niet meer dan zes maanden duurt en tegen
                                                  inregenen is beschermd.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.243" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.243">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.243</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: logboek bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor
                                                  bodembeschermende voorzieningen gegevens worden
                                                  vastgelegd over controles, beoordelingen,
                                                  onderhoud en reparaties.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.244" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.244">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.244</Nummer>
			    <Opschrift>Water: lozingsroute</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.244__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.244__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kunnen vrijkomende vloeistoffen
                                                  afkomstig van het opslaan van vaste mest
                                                  gelijkmatig worden verspreid over onverharde
                                                  bodem.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.244__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.244__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De vrijkomende vloeistoffen worden niet
                                                  geloosd in een voorziening voor de inzameling en
                                                  het transport van afvalwater.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.245</Nummer>
			    <Opschrift>Geur</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen of het beperken
                                                  van geurhinder wordt vaste mest opgeslagen:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> in een afgesloten voorziening voor een
                                                  periode van ten hoogste twee weken; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>op ten minste 50 m afstand vanaf de begrenzing
                                                  van de opslag van vaste mest tot een <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" scope="Begrip">geurgevoelig object</IntRef>.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.245__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op het opslaan van vaste mest afkomstig
                                                  van landbouwhuisdieren of van paarden en pony's
                                                  die worden gehouden voor het berijden.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.24</Nummer>
			  <Opschrift>Opslaan van kuilvoer of vaste
                                                  bijvoedermiddelen</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.246</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  opslaan van:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3
                                                  m<sup>3</sup>; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume
                                                  van meer dan 3 m<sup>3</sup>.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing als een
                                                  milieubelastende activiteit die is aangewezen in
                                                  artikel 3.200 of 3.215 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving de activiteit
                                                  omvat.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.247</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.246" scope="Artikel">artikel 22.246</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de grenzen van het terrein;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging en de indeling van de
                                                  gebouwen;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>het gebruik van de te onderscheiden
                                                  ruimten;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging van de bedrijfsriolering;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>op welke punten welk afvalwater wordt
                                                  geloosd;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_6" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_6">
				      <LiNummer>6°.</LiNummer>
				      <Al>of de punten waarop afvalwater wordt geloosd,
                                                  zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of
                                                  een schoonwaterriool; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_7" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_7">
				      <LiNummer>7°.</LiNummer>
				      <Al>op welke lozingsroutes het eigen
                                                  vuilwaterriool en een schoonwaterriool
                                                  uitkomen;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de lozingsroutes; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_1__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de verwachte datum van het begin
                                                  van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.247__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.248" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.248">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.248</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.248__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.248__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen van
                                                  verontreiniging van de bodem worden kuilvoer of
                                                  vaste bijvoedermiddelen opgeslagen op een
                                                  elementenbodemvoorziening, waarbij de vloeistoffen
                                                  die vrijkomen worden opgevangen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.248__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.248__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.248__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing als kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen
                                                  als veevoederbalen in plastic folie zijn
                                                  verpakt.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.249" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.249">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.249</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: logboek bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor
                                                  bodembeschermende voorzieningen gegevens worden
                                                  vastgelegd over controles, beoordelingen,
                                                  onderhoud en reparaties.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.250</Nummer>
			    <Opschrift>Water: lozingsroute vrijkomende
                                                  vloeistoffen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kunnen vrijkomende vloeistoffen
                                                  afkomstig van de opslag van kuilvoer of vaste
                                                  bijvoedermiddelen gelijkmatig worden verspreid
                                                  over onverharde bodem.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De vrijkomende vloeistoffen worden niet
                                                  geloosd in een voorziening voor de inzameling en
                                                  het transport van afvalwater.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.251</Nummer>
			    <Opschrift>Water: lozingsroutes afvalwater
                                                  bodembeschermende voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan afvalwater afkomstig van de
                                                  bodembeschermende voorziening voor opslag van
                                                  kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen worden geloosd
                                                  op of in de bodem als:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het niet in contact is geweest met het
                                                  kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het niet is vermengd met daaruit vloeiende
                                                  vloeistoffen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het afvalwater wordt niet geloosd in een
                                                  voorziening voor de inzameling en het transport
                                                  van afvalwater.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.251" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.25</Nummer>
			  <Opschrift>Het fokken, houden of trainen van
                                                  landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of
                                                  vogels</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.252" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.252">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.252</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.252__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.252__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  fokken, houden of trainen van meer dan 25 vogels
                                                  of meer dan 5 zoogdieren.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.252__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.252__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing als een
                                                  milieubelastende activiteit die is aangewezen in
                                                  artikel 3.200 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving de activiteit omvat.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.253</Nummer>
			    <Opschrift>Gegevens en bescheiden</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voor het begin van een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.252" scope="Artikel">artikel 22.252</IntRef> worden aan
                                                  het college van burgemeester en wethouders de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>informatie over de aard en omvang van de
                                                  activiteit en de aard en omvang van de daarbij
                                                  behorende processen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de indeling van de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het
                                                  volgende wordt aangegeven:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de grenzen van het terrein;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging en de indeling van de
                                                  gebouwen;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>het gebruik van de te onderscheiden
                                                  ruimten;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>de ligging van de bedrijfsriolering; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>de plaats van de lozingspunten;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een situatietekening met een schaal van ten
                                                  minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven
                                                  en die is voorzien van een noordpijl;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>per dierenverblijf voor het houden van
                                                  landbouwhuisdieren:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_d__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_d__list_o_2" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_d__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_d__list_o_2__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>gegevens over het aantal landbouwhuisdieren
                                                  per diercategorie dat ten hoogste zal worden
                                                  gehouden;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_d__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_d__list_o_2__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>een beschrijving van het huisvestingssysteem
                                                  en van de aanvullende techniek; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_d__list_o_2__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_d__list_o_2__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>een beschrijving van het
                                                  ventilatiesysteem;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>per dierenverblijf waar <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" scope="Begrip">landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</IntRef> worden gehouden,:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_e__list_o_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_e__list_o_3" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_e__list_o_3__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_e__list_o_3__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>een plattegrondtekening op schaal met de
                                                  ligging van de dierenverblijven, de emissiepunten
                                                  en een overzicht van ventilatoren met diameter;
                                                  en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_e__list_o_3__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_e__list_o_3__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>een doorsnedetekening per dierenverblijf met
                                                  de goothoogte, de nokhoogte en de hoogte van het
                                                  emissiepunt; en</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_1__list_o_1__item_f">
				  <LiNummer>f.</LiNummer>
				  <Al>gegevens over de verwachte datum van het begin
                                                  van de activiteit.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.253__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Ten minste vier weken voordat de activiteit
                                                  wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt
                                                  aan het college van burgemeester en
                                                  wethouders.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.254" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.254">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.254</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: bodembeschermende
                                                  voorziening</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.254__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.254__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het voorkomen van
                                                  verontreiniging van de bodem vindt het fokken,
                                                  houden of trainen van vogels of zoogdieren plaats
                                                  boven een aaneengesloten bodemvoorziening.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.254__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.254__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.254__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op het fokken, houden of trainen van
                                                  vogels of zoogdieren in de buitenlucht als
                                                  uitwerpselen en voedselresten regelmatig worden
                                                  verwijderd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.255" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.255">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.255</Nummer>
			    <Opschrift>Bodem: logboek</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor
                                                  bodembeschermende voorzieningen gegevens worden
                                                  vastgelegd over controles, beoordelingen,
                                                  onderhoud en reparaties.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.256" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.256">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.256</Nummer>
			    <Opschrift>Water: lozingsroute en
                                                  emissiegrenswaarde</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.256__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.256__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Met het oog op het doelmatig beheer van
                                                  afvalwater kan afvalwater afkomstig van het
                                                  reinigen en ontsmetten van een dierenverblijf
                                                  waarin landbouwhuisdieren of paarden of pony's
                                                  voor het berijden worden gehouden, worden geloosd
                                                  in een vuilwaterriool als meer dan 10 schapen, 5
                                                  paarden of pony's, 10 geiten, 25 stuks pluimvee,
                                                  25 konijnen of 10 overige landbouwhuisdieren
                                                  worden gehouden. Het afvalwater wordt niet geloosd
                                                  in een schoonwaterriool of op of in de bodem.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.256__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.256__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al> Het te lozen afvalwater bevat niet meer dan
                                                  300 milligram onopgeloste stoffen per liter.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.256__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.256__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.256" scope="Artikel">artikel</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.257" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.257">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.257</Nummer>
			    <Opschrift>Meet- en rekenbepalingen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.257__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.257__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het bemonsteren van afvalwater is NEN
                                                  6600-1 van toepassing, en een monster is niet
                                                  gefiltreerd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.257__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.257__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het conserveren van een monster is
                                                  NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.257__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25__art_22.257__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op het analyseren van onopgeloste stoffen is
                                                  NEN-EN 872 van toepassing.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.3.26</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningplichten, aanvraagvereisten en
                                                  beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning
                                                  voor milieubelastende activiteiten</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.258" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.258">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.258</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op een
                                                  milieubelastende activiteit die als
                                                  vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3
                                                  van het Besluit activiteiten leefomgeving.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.259</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsvergunning verwerken
                                                  polyesterhars</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning het
                                                  verwerken van polyesterhars waarbij 1 kg of meer
                                                  organische peroxiden van ADR klasse 5.2 aanwezig
                                                  is, te beginnen of te veranderen.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  wordt een beschrijving verstrekt van de
                                                  maatregelen die worden getroffen om de emissie van
                                                  styreen te beperken.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De omgevingsvergunning wordt alleen verleend
                                                  als geurhinder wordt voorkomen of tot een
                                                  aanvaardbaar niveau wordt beperkt.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.260</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsvergunning installeren
                                                  gesloten bodemenergiesysteem</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een
                                                  gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te
                                                  gebruiken:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>in een interferentiegebied dat is aangewezen
                                                  in dit omgevingsplan of bij gemeentelijke
                                                  verordening of omgevingsverordening; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of
                                                  meer.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  worden de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een plattegrondtekening en situatietekening
                                                  met daarop de ligging van de lussen van het
                                                  gesloten bodemenergiesysteem, het middelpunt van
                                                  het systeem en de einddiepte waarop het systeem
                                                  zal worden aangelegd;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de coördinaten van het middelpunt van het
                                                  gesloten bodemenergiesysteem en de einddiepte van
                                                  het systeem in meters onder het maaiveld;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van
                                                  het gesloten bodemenergiesysteem niet leidt tot
                                                  negatieve interferentie met bodemenergiesystemen
                                                  in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of
                                                  een omgevingsvergunning is verleend;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>een verklaring van degene die het gesloten
                                                  bodemenergiesysteem installeert over het
                                                  energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het
                                                  systeem zal behalen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>informatie over het bodemzijdig vermogen van
                                                  het gesloten bodemenergiesysteem en de omvang van
                                                  de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem
                                                  zal voorzien; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2__list_o_1__item_f">
				  <LiNummer>f.</LiNummer>
				  <Al>de naam en het adres van degene die het
                                                  gesloten bodemenergiesysteem zal ontwerpen,
                                                  installeren en van degene die de boringen zal
                                                  verrichten.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>De omgevingsvergunning wordt alleen verleend
                                                  als:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het bodemenergiesysteem geen interferentie kan
                                                  veroorzaken met een ander bodemenergiesysteem
                                                  waardoor het doelmatig functioneren van een van de
                                                  systemen kan worden geschaad; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>er geen sprake is van een ondoelmatig gebruik
                                                  van bodemenergie.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.261</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsvergunning kweken maden van
                                                  vliegende insecten</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning
                                                  maden van vliegende insecten te kweken.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  worden de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een aanduiding van het soort maden dat wordt
                                                  gekweekt;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het aantal maden dat ten hoogste zal worden
                                                  gehouden;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een beschrijving van de voorziening waarin de
                                                  maden worden gehouden; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261__para_2__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>de maatregelen die worden getroffen om hinder
                                                  voor de omgeving te voorkomen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.262</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsvergunning opslaan propaan of
                                                  propeen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning
                                                  propaan of propeen op te slaan in meer dan twee
                                                  opslagtanks met een inhoud van meer dan 150
                                                  l.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  worden de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het aantal opslagtanks, met voor iedere
                                                  opslagtank:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de hoeveelheid die ten hoogste wordt
                                                  opgeslagen in kubieke meters;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de grootte in kubieke meters; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>een aanduiding of het gaat om een bovengrondse
                                                  of ondergrondse opslagtank;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50
                                                  m<sup>3</sup> propaan of propeen met een
                                                  jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600
                                                  m<sup>3</sup>:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de jaarlijkse doorzet in kubieke meters;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>als het gaat om een bovengrondse opslagtank:
                                                  de coördinaten van het vulpunt en de
                                                  opslagtank;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>als het gaat om een ondergrondse opslagtank:
                                                  de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse
                                                  vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van
                                                  die leiding en pomp; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>een beschrijving van de ongewone voorvallen en
                                                  de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel
                                                  19.1, eerste lid, van de Omgevingswet, die zich
                                                  kunnen voordoen en de passende maatregelen die
                                                  worden getroffen voor het voorkomen daarvan;
                                                  en</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50
                                                  m<sup>3</sup> propaan of propeen met een
                                                  jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m<sup>3</sup>
                                                  of meer dan 50 m<sup>3</sup> propaan of
                                                  propeen:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>de gegevens en bescheiden, genoemd onder
                                                  b;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de berekende afstand in meters tot waar het
                                                  plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de
                                                  1.000.000, 1 op de 10.000.000 en 1 op de
                                                  100.000.000 per jaar is en de aan de berekening
                                                  ten grondslag liggende rekenbestanden; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2__list_o_1__item_c__list_o_3__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>de berekende afstand in meters voor de
                                                  aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het
                                                  Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de
                                                  berekening ten grondslag liggende
                                                  rekenbestanden.</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.263</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsvergunning tanken met
                                                  LPG</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning
                                                  voertuigen of werktuigen te tanken met LPG.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  worden de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het aantal opslagtanks dat aanwezig is;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de coördinaten van:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>het vulpunt;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>de bovengrondse vloeistofvoerende
                                                  leiding;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>de aansluitpunten van die leiding en
                                                  pomp;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
				      <LiNummer>4°.</LiNummer>
				      <Al>de bovengrondse opslagtank; en</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5">
				      <LiNummer>5°.</LiNummer>
				      <Al>de tankzuil;</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>het brandaandachtsgebied en
                                                  explosieaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.12
                                                  van het Besluit kwaliteit leefomgeving;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>de hoeveelheid LPG die ten hoogste wordt
                                                  opgeslagen; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2__list_o_1__item_e">
				  <LiNummer>e.</LiNummer>
				  <Al>een inschatting van de doorzet van LPG in
                                                  m<sup>3</sup> per jaar.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.264</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsvergunning
                                                  antihagelkanonnen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een
                                                  installatie in werking te hebben waarin gassen
                                                  worden gemengd en tot ontbranding worden gebracht
                                                  met als doel het opwekken van een schokgolf.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor het in werking hebben van een installatie
                                                  waarin gassen worden gemengd en tot ontbranding
                                                  gebracht, worden de volgende gegevens
                                                  verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de aard en omvang van de geluidemissies;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de door de activiteit veroorzaakte
                                                  geluidimmissie; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.264__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een beschrijving van de maatregelen die worden
                                                  getroffen om geluidemissies te beperken.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.265</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsvergunning biologische
                                                  agens</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een
                                                  praktijkruimte of laboratorium in werking te
                                                  hebben waar gericht wordt gewerkt met biologische
                                                  agens, met uitzondering van biologische agens die
                                                  ingedeeld zijn of worden in groep 1 of groep 2 als
                                                  gevolg van de indeling van risicogroepen van de
                                                  richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en
                                                  de Raad van 18 september 2000 betreffende de
                                                  bescherming van de werknemers tegen de risico's
                                                  van blootstelling aan biologische agentia op het
                                                  werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van
                                                  artikel 16, lid 1, van Richtlijn 83/391/EEG) (PbEG
                                                  2000, L 262).</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  worden de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>informatie over de groep waarin het biologisch
                                                  agens is of wordt ingedeeld als gevolg van de
                                                  indeling in risicogroepen van de richtlijn
                                                  biologische agentia;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>informatie over de op grond van artikel 2.22,
                                                  tweede lid, van de Wet dieren aangewezen
                                                  ziekteverwekkers; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een aanduiding van de ligging van de ruimten
                                                  waar gewerkt wordt met het biologisch agens.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.266</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsvergunning genetisch
                                                  gemodificeerde organismen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning
                                                  ingeperkt gebruik als bedoeld in het Besluit
                                                  genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer
                                                  2013 te verrichten.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde
                                                  organismen als bedoeld in artikel 2.1 van het
                                                  Besluit genetisch gemodificeerde organismen
                                                  milieubeheer 2013; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde
                                                  organismen die door Onze Minister van
                                                  Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel
                                                  2.2 of 2.8 van het Besluit genetisch
                                                  gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 zijn
                                                  ingeschaald in de categorie van fysische inperking
                                                  S-I.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  worden de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>per type werkruimte als bedoeld in bijlage 4
                                                  bij het Besluit genetisch gemodificeerde
                                                  organismen milieubeheer 2013 het maximale aantal
                                                  werkruimten:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>waarop inperkingsniveau I of II van toepassing
                                                  is;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>waarop inperkingsniveau III van toepassing is;
                                                  en</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een plattegrond van de locatie waarop het
                                                  ggo-gebied is aangegeven.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.267</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsvergunning opslaan dierlijke
                                                  meststoffen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder
                                                  omgevingsvergunning:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>drijfmest, digestaat of dunne fractie op te
                                                  slaan in een of meer mestbassins met een
                                                  gezamenlijke oppervlakte groter dan 750
                                                  m<sup>2 </sup>of een gezamenlijke inhoud groter
                                                  dan 2.500 m<sup>3</sup>; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>meer dan 600 m<sup>3</sup> vaste mest op te
                                                  slaan.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  worden gegevens en bescheiden verstrekt over: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het totaal volume of de totale oppervlakte van
                                                  de mestbassins; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het totaal volume van de opslagcapaciteit
                                                  vaste mest in kubieke meters.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.268</Nummer>
			    <Opschrift>Vangnetvergunning lozen in de
                                                  bodem</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning
                                                  afvalwater op of in de bodem te lozen, tenzij het
                                                  lozen op grond van deze afdeling is
                                                  toegestaan.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>wonen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een milieubelastende activiteit die is
                                                  aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>het lozen op of in de bodem waaraan in een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  wateronttrekkingsactiviteit op grond van artikel
                                                  16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving of
                                                  een omgevingsvergunning voor een
                                                  wateronttrekkingsactiviteit op grond van de
                                                  waterschapsverordening voorschriften zijn
                                                  gesteld.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor het lozen van afvalwater op of in de bodem
                                                  worden de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de maximale hoeveelheid afvalwater per uur;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.268__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het soort afvalwater.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.269</Nummer>
			    <Opschrift>Vangnetvergunning lozen in
                                                  schoonwaterriool</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning
                                                  afvalwater of andere afvalstoffen te lozen in een
                                                  schoonwaterriool, tenzij het lozen op grond van
                                                  deze afdeling is toegestaan.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>wonen; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een milieubelastende activiteit die is
                                                  aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_3">
			    <LidNummer>3.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor het lozen van afvalwater in die voorziening
                                                  worden de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_3__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_3__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>de maximale hoeveelheid afvalwater per uur;
                                                  en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269__para_3__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het soort afvalwater.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.270" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.270">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.270</Nummer>
			    <Opschrift>Beoordelingsregels omgevingsvergunning
                                                  milieubelastende activiteiten</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Op het verlenen van een omgevingsvergunning
                                                  voor de activiteiten, bedoeld in de artikelen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.261" scope="Artikel">22.261</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.269" scope="Artikel">22.269</IntRef>, zijn de
                                                  beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9
                                                  tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		    </Afdeling>
		    <Afdeling eId="chp_22__subchp_22.4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>22.4</Nummer>
			<Opschrift>Aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen
                                                zonder geluidproductieplafonds</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Artikel eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.271" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.271">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.271</Nummer>
			  <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Deze <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4" scope="Afdeling">afdeling</IntRef> is van
                                                  toepassing op het aanleggen of wijzigen van een
                                                  weg of spoorweg, tenzij:</Al>
			  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.271__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.271__list_o_1" type="expliciet">
			    <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.271__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.271__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>aan de aanleg of wijziging een besluit tot
                                                  vaststelling van dit omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een buitenplanse
                                                  omgevingsplanactiviteit ten grondslag ligt;
                                                  of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.271__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.271__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>het een rijksweg, provinciale weg of bij
                                                  omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg
                                                  betreft.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.272</Nummer>
			  <Opschrift>Binnenplanse vergunning
                                                  omgevingsplanactiviteit geluid weg of
                                                  spoorweg</Opschrift>
			</Kop>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1">
			  <LidNummer>1.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning een
                                                  weg of spoorweg aan te leggen of te wijzigen als
                                                  op grond van een omgevingsplan of bij
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw
                                                  is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die
                                                  weg of spoorweg.</Al>
			  </Inhoud>
			</Lid>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2">
			  <LidNummer>2.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op een weg als:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>deze is gelegen binnen een als woonerf
                                                  aangeduid gebied;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>een maximumsnelheid van 30 km per uur
                                                  geldt;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_c">
				<LiNummer>c.</LiNummer>
				<Al>de snelheid wordt verlaagd;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_d">
				<LiNummer>d.</LiNummer>
				<Al>een wegdeklaag wordt vervangen door een
                                                  wegdeklaag met dezelfde of een grotere
                                                  geluidsreducerende werking;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_e">
				<LiNummer>e.</LiNummer>
				<Al>de snelheid wordt verhoogd tot ten hoogste de
                                                  maximumsnelheid, zoals die gold voor een
                                                  tijdelijke snelheidsverlaging die als maatregel is
                                                  opgenomen in een programma als bedoeld in artikel
                                                  5.12 van de Wet milieubeheer, zoals dat luidde
                                                  voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; of</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_f">
				<LiNummer>f.</LiNummer>
				<Al>het wijzigen, gerekend zonder het treffen van
                                                  maatregelen, leidt tot:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_f__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_f__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_f__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_f__list_o_1__item_1">
				    <LiNummer>1°.</LiNummer>
				    <Al>niet meer dan 50 dB op de gevel van een
                                                  geluidgevoelig gebouw; </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_f__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_f__list_o_1__item_2">
				    <LiNummer>2°.</LiNummer>
				    <Al>als een hogere waarde is vastgesteld op grond
                                                  van de Wet geluidhinder, de Experimentenwet Stad
                                                  en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering
                                                  of de Spoedwet wegverbreding: niet meer dan 2 dB
                                                  meer geluid op de gevel van een geluidgevoelig
                                                  gebouw dan die hogere waarde of, als de heersende
                                                  waarde lager is, de heersende waarde; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_f__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2__list_o_1__item_f__list_o_1__item_3">
				    <LiNummer>3°.</LiNummer>
				    <Al>als de weg en het geluidgevoelige gebouw op 1
                                                  januari 2007 waren toegelaten, niet eerder een
                                                  hogere waarde is vastgesteld dan 48 dB en de
                                                  heersende waarde hoger is dan 48 dB: niet meer dan
                                                  2 dB meer dan de heersende waarde.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Lid>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3">
			  <LidNummer>3.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op een spoorweg als:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>de intensiteit, de verkeerssnelheid of een
                                                  combinatie van beide wordt gewijzigd waardoor het
                                                  geluid onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt
                                                  ten opzichte van het geluid gedurende de drie
                                                  jaren voorafgaand aan de wijziging;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>spoorstaven horizontaal worden verplaatst over
                                                  een afstand van minder dan 2 m;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_c">
				<LiNummer>c.</LiNummer>
				<Al>spoorstaven verticaal worden verplaatst over
                                                  een afstand van minder dan 1 m;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_d">
				<LiNummer>d.</LiNummer>
				<Al>de baanconstructie wordt vervangen door een
                                                  baanconstructie die niet meer geluid emitteert dan
                                                  de te vervangen constructie; of</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_e">
				<LiNummer>e.</LiNummer>
				<Al>het wijzigen, gerekend zonder het treffen van
                                                  maatregelen, leidt tot: </Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_e__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_e__list_o_2" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_e__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_e__list_o_2__item_1">
				    <LiNummer>1°.</LiNummer>
				    <Al>niet meer dan 3 dB meer geluid op de gevel van
                                                  een geluidgevoelig gebouw dan de heersende waarde;
                                                  en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_e__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3__list_o_1__item_e__list_o_2__item_2">
				    <LiNummer>2°.</LiNummer>
				    <Al> niet meer dan 63 dB op de gevel van een
                                                  geluidgevoelig gebouw.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Lid>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.273</Nummer>
			  <Opschrift>Aandachtsgebied</Opschrift>
			</Kop>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1">
			  <LidNummer>1.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Het aandachtsgebied van een weg, met inbegrip
                                                  van een spoorweg die is verweven of gebundeld met
                                                  delen van die weg, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" scope="Artikel">artikel 22.272</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, strekt zich aan
                                                  weerszijden van de as van de weg uit tot de
                                                  volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste
                                                  rijstrook of spoorstaaf:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>binnen een krachtens de Wegenverkeerswet 1994
                                                  vastgestelde bebouwde kom, tenzij het een autoweg
                                                  of autosnelweg betreft:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				    <LiNummer>1°.</LiNummer>
				    <Al>voor een weg, bestaande uit een of twee
                                                  rijstroken of een of twee sporen: 200 m; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				    <LiNummer>2°.</LiNummer>
				    <Al>voor een weg, bestaande uit drie of meer
                                                  rijstroken of drie of meer sporen: 350 m; en</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>buiten die bebouwde kom of voor een autoweg of
                                                  autosnelweg:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1">
				    <LiNummer>1°.</LiNummer>
				    <Al>voor een weg, bestaande uit een of twee
                                                  rijstroken of een of twee sporen: 250 m;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2">
				    <LiNummer>2°.</LiNummer>
				    <Al>voor een weg, bestaande uit drie of vier
                                                  rijstroken of drie of meer sporen: 400 m; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3">
				    <LiNummer>3°.</LiNummer>
				    <Al>voor een weg, bestaande uit vijf of meer
                                                  rijstroken: 600 m.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Lid>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2">
			  <LidNummer>2.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Het aandachtsgebied van een spoorweg die niet
                                                  is verweven of gebundeld met delen van een weg,
                                                  bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" scope="Artikel">artikel 22.272</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, strekt zich aan
                                                  weerszijden van de as van de spoorweg uit tot de
                                                  volgende afstand, gemeten vanaf de buitenste
                                                  spoorstaaf:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>voor een spoorweg in een tunnel: 25 m; en</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al> voor een andere spoorweg: 100 m.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Lid>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_3">
			  <LidNummer>3.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Als zich langs een weg of spoorweg een
                                                  aandachtsgebied bevindt dat bestaat uit delen met
                                                  een onderling verschillende breedte, geldt voor de
                                                  aansluiting van de verschillende delen dat het
                                                  breedste deel over een afstand gelijk aan een
                                                  derde van de breedte van dat deel, gemeten vanaf
                                                  het punt van versmalling van de breedte, nog langs
                                                  de as van de weg of spoorweg doorloopt en met een
                                                  loodlijn aansluit op het smalste
                                                  aandachtsgebied.</Al>
			  </Inhoud>
			</Lid>
			<Lid eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_4">
			  <LidNummer>4.</LidNummer>
			  <Inhoud>
			    <Al>Aan de uiteinden van een weg of spoorweg loopt
                                                  het aandachtsgebied door over een afstand gelijk
                                                  aan de breedte van dat gebied ter hoogte van dat
                                                  uiteinde. Het aandachtsgebied loopt door langs een
                                                  lijn die is gelegen in het verlengde van de as van
                                                  de weg of spoorweg en behoudt de breedte die het
                                                  had ter hoogte van het uiteinde.</Al>
			  </Inhoud>
			</Lid>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.274">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.274</Nummer>
			  <Opschrift>Aanvraagvereisten binnenplanse
                                                  omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid
                                                  weg of spoorweg</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor
                                                  een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" scope="Artikel">artikel 22.272</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, worden de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
			  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1" type="expliciet">
			    <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een akoestisch onderzoek naar:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
				  <LiNummer>1°.</LiNummer>
				  <Al>het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen
                                                  het aandachtsgebied onmiddellijk voorafgaand aan
                                                  de wijziging of aanleg van de weg of spoorweg
                                                  ondervinden;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
				  <LiNummer>2°.</LiNummer>
				  <Al>het geluid dat geluidgevoelige gebouwen binnen
                                                  het aandachtsgebied in de toekomst door de weg of
                                                  spoorweg zouden ondervinden zonder de invloed van
                                                  maatregelen die de geluidsbelasting beperken;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_3">
				  <LiNummer>3°.</LiNummer>
				  <Al>het geluid door andere wegen of niet te
                                                  wijzigen delen van de weg, als redelijkerwijs kan
                                                  worden aangenomen dat de wijziging van een weg zal
                                                  leiden tot een toename van meer dan 2 dB van het
                                                  geluid op geluidgevoelige gebouwen door die wegen
                                                  of delen;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_a__list_o_1__item_4">
				  <LiNummer>4°.</LiNummer>
				  <Al>de doeltreffendheid van de in aanmerking
                                                  komende verkeersmaatregelen en andere maatregelen
                                                  om te voorkomen dat het in de toekomst door de weg
                                                  optredende geluid op de gebouwen, bedoeld onder
                                                  1°, de standaardwaarde, zijnde 53 L<sub>den</sub>
                                                  voor een weg en 55 L<sub>den</sub> voor een
                                                  spoorweg, te boven zou gaan of om te voorkomen dat
                                                  het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt
                                                  ten opzichte van het geluid onmiddellijk
                                                  voorafgaand aan de wijziging;</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een beschrijving van de voorgenomen
                                                  maatregelen, bedoeld onder a, onder 4°; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.274__list_o_1__item_c">
			      <LiNummer>c.</LiNummer>
			      <Al>een beschrijving van te treffen geluidwerende
                                                  maatregelen aan gevels van gebouwen waarvoor het
                                                  toekomstige geluid hoger wordt dan de
                                                  standaardwaarde en toeneemt ten opzichte van de
                                                  situatie voor de wijziging of aanleg, voor zover
                                                  nodig om te voldoen aan de grenswaarde, bedoeld in
                                                  tabel 3.53 van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.275" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.275">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.275</Nummer>
			  <Opschrift>Beoordelingsregel aanvraag binnenplanse
                                                  omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid
                                                  weg of spoorweg</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Een omgevingsvergunning als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" scope="Artikel">artikel 22.272</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, wordt alleen
                                                  verleend als de activiteit er niet toe leidt dat
                                                  de grenswaarde 70 L<sub>den</sub> wordt
                                                  overschreden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		      <Artikel eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.276" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.276">
			<Kop>
			  <Label>Artikel</Label>
			  <Nummer>22.276</Nummer>
			  <Opschrift>Voorschriften binnenplanse
                                                  omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid
                                                  weg of spoorweg</Opschrift>
			</Kop>
			<Inhoud>
			  <Al>Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272" scope="Artikel">artikel 22.272</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, worden
                                                  voorschriften verbonden die ertoe strekken
                                                  dat:</Al>
			  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1" type="expliciet">
			    <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>maatregelen als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.274" scope="Artikel">artikel 22.274</IntRef>, onder a,
                                                  onder 4°, worden getroffen, als deze doelmatig
                                                  zijn; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.4__art_22.276__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>maatregelen als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.274" scope="Artikel">artikel 22.274</IntRef>, onder c,
                                                  worden getroffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Artikel>
		    </Afdeling>
		    <Afdeling eId="chp_22__subchp_22.5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5">
		      <Kop>
			<Label>Afdeling</Label>
			<Nummer>22.5</Nummer>
			<Opschrift>Overige activiteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.5.1</Nummer>
			  <Opschrift>Vergunningplichten en beoordelingsregels
                                                  voor activiteiten in het tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste
                                                  lid, onder a, van de Omgevingswet</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.277" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.277">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.277</Nummer>
			    <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Deze paragraaf is van toepassing op een regel
                                                  in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, op grond
                                                  waarvan:</Al>
			    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.277__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.277__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.277__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.277__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al> het is verboden zonder omgevingsvergunning
                                                  werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden
                                                  uit te voeren; </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.277__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.277__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al> het is verboden zonder omgevingsvergunning
                                                  een sloopactiviteit te verrichten; of </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.277__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.277__list_o_1__item_c">
				<LiNummer>c.</LiNummer>
				<Al> bij een omgevingsvergunning kan worden
                                                  afgeweken van daarbij aangegeven regels in dat
                                                  <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.278</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: specifieke
                                                  beoordelingsregel omgevingsvergunning uitvoeren
                                                  van een werk, niet zijnde bouwwerk, of
                                                  werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of
                                                  aanwijzing als beschermd stads- of
                                                  dorpsgezicht</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor zover een aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning betrekking heeft op het
                                                  uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk,
                                                  of werkzaamheid waarvoor op grond van het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, een
                                                  omgevingsvergunning is vereist, wordt, als die
                                                  activiteit niet in strijd is met de in dat
                                                  tijdelijke deel gestelde regels over het verlenen
                                                  van de vergunning voor die activiteit, in
                                                  afwijking van die regels de omgevingsvergunning
                                                  voor die activiteit geweigerd, als voor de locatie
                                                  waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht
                                                  is:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>een voorbereidingsbesluit als bedoeld in
                                                  artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet
                                                  Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit
                                                  geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49
                                                  van de Invoeringswet Omgevingswet of een als
                                                  voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de
                                                  Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van
                                                  de Invoeringswet Omgevingswet;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>een aanwijzing als beschermd stads- of
                                                  dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de
                                                  Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het
                                                  omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van
                                                  het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is
                                                  getreden; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>als voor de locatie waarop de aanvraag
                                                  betrekking heeft voor de dag van ontvangst van de
                                                  aanvraag:</Al>
				  <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1" type="expliciet">
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_1">
				      <LiNummer>1°.</LiNummer>
				      <Al>een ontwerp van een bestemmingsplan of van een
                                                  inpassingsplan ter inzage is gelegd en de termijn
                                                  voor de vaststelling van het bestemmingsplan of
                                                  inpassingsplan ingevolge artikel 3.8, eerste lid,
                                                  onder d, van de Wet ruimtelijke ordening op het
                                                  tijdstip van het nemen van de beslissing op de
                                                  aanvraag niet is overschreden;</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_2">
				      <LiNummer>2°.</LiNummer>
				      <Al>een bestemmingsplan of inpassingsplan is
                                                  vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van
                                                  het bestemmingsplan of inpassingsplan na de
                                                  vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde
                                                  of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op
                                                  het tijdstip van het nemen van de beslissing op de
                                                  aanvraag niet is overschreden; of</Al>
				    </Li>
				    <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1__list_o_1__item_c__list_o_1__item_3">
				      <LiNummer>3°.</LiNummer>
				      <Al>een bestemmingsplan of inpassingsplan na
                                                  vaststelling is bekendgemaakt, en het
                                                  bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip
                                                  van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog
                                                  niet in werking is getreden of in beroep is
                                                  vernietigd.</Al>
				    </Li>
				  </Lijst>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>In afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> kan de
                                                  omgevingsvergunning toch worden verleend als de
                                                  activiteit niet in strijd is met het in
                                                  voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk
                                                  het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat
                                                  voorziet in de bescherming van het stads- of
                                                  dorpsgezicht.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.279</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit:
                                                  beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van
                                                  een bouwwerk</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Voor zover in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, is bepaald dat het
                                                  is verboden zonder omgevingsvergunning een
                                                  sloopactiviteit te verrichten, kan de
                                                  omgevingsvergunning in ieder geval worden verleend
                                                  als het naar het oordeel van het bevoegd gezag
                                                  aannemelijk is dat op de locatie van het te slopen
                                                  bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden
                                                  gebouwd.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.280</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit:
                                                  omgevingsvergunning afwijking van regels van het
                                                  tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in
                                                  artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de
                                                  Omgevingswet</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Voor zover voor een activiteit in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, is bepaald dat bij
                                                  omgevingsvergunning kan worden afgeweken van
                                                  daarbij aangegeven regels, geldt deze bepaling als
                                                  verbod om de activiteit zonder omgevingsvergunning
                                                  te verrichten.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.281" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.281">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.281</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: nadere
                                                  invulling beoordelingsregels omgevingsvergunning
                                                  afwijking van regels van het tijdelijke deel van
                                                  dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste
                                                  lid, onder a, van de Omgevingswet
                                                  algemeen</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Inhoud>
			    <Al>Voor zover de in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  eerste lid, onder a, van de Omgevingswet gestelde
                                                  regels over het voor een activiteit als bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> bij
                                                  omgevingsvergunning afwijken van regels in dat
                                                  tijdelijke deel de verplichting bevatten om als de
                                                  activiteit niet in strijd is met die regels de
                                                  omgevingsvergunning te verlenen, wordt deze
                                                  verplichting gelezen als een bevoegdheid.</Al>
			  </Inhoud>
			</Artikel>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.282</Nummer>
			    <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: specifieke
                                                  beoordelingsregel omgevingsvergunning afwijking
                                                  van regels van het tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste
                                                  lid, onder a, van de Omgevingswet, bij regels over
                                                  een wijzigingsbevoegdheid of
                                                  uitwerkingsplicht</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Voor zover een aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning betrekking heeft op een
                                                  activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> die in
                                                  strijd is met de in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, gestelde
                                                  regels over afwijking, kan de omgevingsvergunning
                                                  toch worden verleend als de activiteit niet in
                                                  strijd is met regels voor de toepassing van een
                                                  wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een
                                                  uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Op de beslissing of een omgevingsvergunning
                                                  met toepassing van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> kan worden
                                                  verleend, zijn van overeenkomstige
                                                  toepassing:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_2__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid,
                                                  aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_2__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid,
                                                  aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282__para_2__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid,
                                                  aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.5.2</Nummer>
			  <Opschrift>Aanvraagvereisten</Opschrift>
			</Kop>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.5.2.1</Nummer>
			    <Opschrift>Algemene bepalingen.</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.283</Nummer>
			      <Opschrift>Toepassingsbereik</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  verstrekken van gegevens en bescheiden bij een
                                                  aanvraag om een omgevingsvergunning die is vereist
                                                  op grond van:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>een andere gemeentelijke regeling dan dit
                                                  omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de
                                                  Omgevingswet; of</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet
                                                  Omgevingswet.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.5.2.2</Nummer>
			    <Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen
                                                  vereist op grond van het tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a,
                                                  van de Omgevingswet</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.284</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van
                                                  een werk, niet zijnde bouwwerk, of
                                                  werkzaamheid</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een
                                                  bouwwerk, of een werkzaamheid worden gegevens en
                                                  bescheiden verstrekt over:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de te gebruiken materialen;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de mate waarin sprake is van afvoer van grond
                                                  naar een andere locatie; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>de aanwezigheid van obstakels die in de weg
                                                  staan aan het verrichten van de activiteit.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Voor zover dat in het <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" scope="Begrip">tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan</IntRef>, bedoeld in artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een
                                                  rapport waarin de archeologische waarde van de
                                                  locatie in voldoende mate is vastgesteld</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.285" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.285">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.285</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: slopen van een
                                                  bouwwerk</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor een sloopactiviteit wordt aannemelijk gemaakt
                                                  dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een
                                                  ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.5.2.3</Nummer>
			    <Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen
                                                  vereist op grond van artikel 22.280 van dit
                                                  omgevingsplan</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.286</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: afwijking van
                                                  regels van het tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid
                                                  ,onder a, van de Omgevingswet</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor een activiteit als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> worden de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het beoogde en het huidige gebruik van de
                                                  locaties en bouwwerken waarop de aanvraag
                                                  betrekking heeft;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>een situatietekening van de bestaande toestand
                                                  en een situatietekening van de nieuwe toestand met
                                                  daarop:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>de afmetingen van het perceel en bebouwd
                                                  oppervlak;</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>de situering van bouwwerken ten opzichte van
                                                  de perceelsgrenzen en de wegzijde;</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
					<LiNummer>3°.</LiNummer>
					<Al>de wijze waarop de locatie wordt
                                                  ontsloten;</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_4">
					<LiNummer>4°.</LiNummer>
					<Al>de aangrenzende locaties en de daarop
                                                  voorkomende bebouwing; en</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_5">
					<LiNummer>5°.</LiNummer>
					<Al>het beoogd gebruik van de locatie behorende
                                                  bij het voorgenomen bouwwerk.</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de
                                                  archeologische waarde van de locatie in voldoende
                                                  mate is vastgesteld.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.5.2.4</Nummer>
			    <Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen
                                                  vereist op grond van een andere gemeentelijke
                                                  regeling dan dit omgevingsplan in samenhang met
                                                  artikel 22.8 van de Omgevingswet</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.287</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk
                                                  monument: algemeen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor een activiteit die betrekking heeft op een
                                                  gemeentelijk monument worden de volgende gegevens
                                                  en bescheiden verstrekt:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het monumentnummer en, voor zover van
                                                  toepassing, de naam van het monument of de
                                                  plaatselijke aanduiding van het archeologisch
                                                  monument;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>de opgave van het huidige gebruik van het
                                                  gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik,
                                                  als dat afwijkt van het huidige gebruik; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>de motivering voor het verrichten van de
                                                  activiteit en een omschrijving van de gevolgen
                                                  ervan voor het gemeentelijk monument.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.288</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk
                                                  monument voor zover het gaat om een archeologisch
                                                  monument</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij een aanvraag als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">artikel 22.287</IntRef>, worden,
                                                  voor zover het gaat om een archeologisch monument,
                                                  de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>een omschrijving van de aard van de
                                                  activiteit, met vermelding van:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al> de omvang in vierkante meters; en</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al> de diepte, in centimeters ten opzichte van
                                                  het maaiveld;</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>een topografische kaart voorzien van een
                                                  noordpijl en minimaal twee coördinatieparen, met
                                                  de exacte locatie en omvang van de
                                                  activiteit;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>doorsnedetekeningen met de exacte locatie,
                                                  omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten
                                                  opzichte van het maaiveld;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>als sprake is van een opgraving, ook als deze
                                                  alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of
                                                  een proefputtenonderzoek: een programma van eisen
                                                  voor de opgraving;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al>als sprake is van een booronderzoek met boren
                                                  met een diameter groter dan 10 cm: een plan van
                                                  aanpak voor een booronderzoek;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_f">
				    <LiNummer>f.</LiNummer>
				    <Al>als sprake is van een zichtbaar archeologisch
                                                  monument: overzichtsfoto's van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">bestaande situatie</IntRef> en
                                                  plantekeningen van de nieuwe toestand; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1__list_o_1__item_g">
				    <LiNummer>g.</LiNummer>
				    <Al>voor zover de activiteit bestaat uit een
                                                  bouwactiviteit: funderingstekeningen.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Zo nodig worden de volgende gegevens en
                                                  bescheiden verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>een rapport waarin de archeologische waarde
                                                  van dat deel van het archeologisch monument waarop
                                                  de activiteit van invloed is, in voldoende mate
                                                  nader is vastgesteld;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>een rapport waarin de gevolgen van de
                                                  activiteit op de archeologische waarden in
                                                  voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>detailtekeningen met van de afzonderlijke
                                                  ingrepen:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>de exacte locatie;</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>de omvang; en</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3">
					<LiNummer>3°.</LiNummer>
					<Al>de diepte ten opzichte van het maaiveld;</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>voor zover de activiteit bestaat uit
                                                  aanlegwerkzaamheden of een
                                                  ontgrondingsactiviteit:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_3" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_3__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_3__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>een bestek met bijbehorende tekeningen;
                                                  of</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_3__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_d__list_o_3__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>een werkomschrijving met bijbehorende
                                                  tekeningen;</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al>als sprake is van een sloopactiviteit:
                                                  bestaande funderingstekeningen; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2__list_o_1__item_f">
				    <LiNummer>f.</LiNummer>
				    <Al>als sprake is van een archeologisch monument
                                                  onder water: een vlakdekkende hoge resolutie
                                                  sonaropname van de waterbodem en ultrahoge
                                                  resolutie sonaropnamen van details.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.289" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.289">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.289</Nummer>
			      <Opschrift>Eisen aan tekeningen als bedoeld in
                                                  artikel 22.288</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Tekeningen als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">artikel 22.288</IntRef> hebben een
                                                  schaal die niet kleiner is dan:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.289__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.289__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.289__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.289__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>1:2000, als het gaat om een topografische
                                                  kaart;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.289__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.289__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>1:100, als het gaat om een funderingstekening
                                                  of doorsnedetekening; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.289__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.289__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>1:50, als het gaat om een detailtekening.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.290</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: slopen van een
                                                  gemeentelijk monument voor zover het gaat om een
                                                  monument</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij de aanvraag, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">artikel 22.287</IntRef>, worden,
                                                  voor zover het gaat om het slopen van een
                                                  monument, de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de volgende kleurenfoto's die een duidelijke
                                                  indruk geven van het monument in relatie tot de
                                                  voorgenomen sloop:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al> overzichtsfoto's van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">bestaande situatie</IntRef>;
                                                  en</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al> foto's van de bestaande toestand;</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de volgende tekeningen:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>als sprake is van het slopen van een deel van
                                                  het monument waarbij de omvang van het monument
                                                  wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de
                                                  nieuwe situatie;</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>opnametekeningen van de bestaande toestand
                                                  met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling
                                                  van de aanvraag:</Al>
					<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1" type="expliciet">
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_i">
					    <LiNummer>i.</LiNummer>
					    <Al>plattegronden;</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_ii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_ii">
					    <LiNummer>ii.</LiNummer>
					    <Al> doorsneden;</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iii">
					    <LiNummer>iii.</LiNummer>
					    <Al> gevelaanzichten; of</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iv" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iv">
					    <LiNummer>iv.</LiNummer>
					    <Al> een dakaanzicht; en</Al>
					  </Li>
					</Lijst>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3">
					<LiNummer>3°.</LiNummer>
					<Al> slooptekeningen; en</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>een omschrijving van de sloopmethode en de
                                                  aard van en bestemming voor het vrijkomend
                                                  materiaal.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Zo nodig worden de volgende gegevens en
                                                  bescheiden verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>een nadere bepaling van de monumentale waarde
                                                  van het monument aan de hand van
                                                  cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van
                                                  rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie,
                                                  interieurhistorie, kleurhistorie of
                                                  tuinhistorie;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>als sprake is van verstoring van de bodem: een
                                                  rapport waarin de archeologische waarde van de
                                                  bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende
                                                  mate is vastgesteld;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>een beschrijving van de technische staat van
                                                  het monument of het onderdeel van het monument
                                                  waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;
                                                  of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>een onderbouwing van de beschrijving van de
                                                  technische staat aan de hand van technische
                                                  rapporten, met inbegrip van rapporten over
                                                  bouwfysische en constructieve aspecten.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.291</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: verplaatsen
                                                  van een gemeentelijk monument voor zover het gaat
                                                  om een monument</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij de aanvraag, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">artikel 22.287</IntRef>, worden,
                                                  voor zover het gaat om het gedeeltelijk of
                                                  volledig verplaatsen van een monument, de volgende
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>een beschrijving van de technische staat van
                                                  het monument of het onderdeel van het monument
                                                  waarop de voorgenomen activiteit betrekking
                                                  heeft;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de volgende kleurenfoto's die een duidelijke
                                                  indruk geven van het monument in relatie tot de
                                                  voorgenomen verplaatsing:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>overzichtsfoto's van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">bestaande situatie</IntRef>;</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>foto's van de bestaande toestand; en</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_b__list_o_1__item_3">
					<LiNummer>3°.</LiNummer>
					<Al>overzichtsfoto's van de nieuwe locatie;</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>de volgende tekeningen:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>situatietekeningen van de bestaande en nieuwe
                                                  situatie;</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>opnametekeningen van de bestaande toestand
                                                  met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling
                                                  van de aanvraag:</Al>
					<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2__list_o_1" type="expliciet">
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2__list_o_1__item_i">
					    <LiNummer>i.</LiNummer>
					    <Al>plattegronden;</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2__list_o_1__item_ii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2__list_o_1__item_ii">
					    <LiNummer>ii.</LiNummer>
					    <Al>doorsneden;</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iii">
					    <LiNummer>iii.</LiNummer>
					    <Al>gevelaanzichten; of</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iv" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iv">
					    <LiNummer>iv.</LiNummer>
					    <Al>een dakaanzicht; en</Al>
					  </Li>
					</Lijst>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3">
					<LiNummer>3°.</LiNummer>
					<Al>plantekeningen van de nieuwe toestand met,
                                                  voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de
                                                  aanvraag:</Al>
					<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3__list_o_2" type="expliciet">
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3__list_o_2__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3__list_o_2__item_i">
					    <LiNummer>i.</LiNummer>
					    <Al>plattegronden;</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3__list_o_2__item_ii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3__list_o_2__item_ii">
					    <LiNummer>ii.</LiNummer>
					    <Al>doorsneden;</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3__list_o_2__item_iii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3__list_o_2__item_iii">
					    <LiNummer>iii.</LiNummer>
					    <Al>gevelaanzichten; of</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3__list_o_2__item_iv" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_c__list_o_2__item_3__list_o_2__item_iv">
					    <LiNummer>iv.</LiNummer>
					    <Al>een dakaanzicht;</Al>
					  </Li>
					</Lijst>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>een bestek of werkomschrijving van de wijze
                                                  van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe
                                                  locatie en de herbouw; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al>als de activiteit bestaat uit het verplaatsen
                                                  van een molen; een rapport over de molenbiotoop
                                                  van de bestaande en de nieuwe situatie.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Zo nodig worden de volgende gegevens en
                                                  bescheiden verstrekt: </Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>een nadere bepaling van de monumentale waarde
                                                  van het monument aan de hand van
                                                  cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van
                                                  rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie,
                                                  interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of
                                                  over de relatie van het monument tot zijn
                                                  historische omgeving;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>als op de bestaande of op de nieuwe locatie
                                                  sprake is van verstoring van de bodem: een rapport
                                                  waarin de archeologische waarde van het terrein
                                                  dat volgens de aanvraag door de activiteit zal
                                                  worden verstoord in voldoende mate is
                                                  vastgesteld;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>een onderbouwing van de beschrijving van de
                                                  technische staat aan de hand van technische
                                                  rapporten, met inbegrip van rapporten over
                                                  bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische
                                                  of preventieve aspecten;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>aanvullende tekeningen van de bestaande en
                                                  nieuwe toestand, met inbegrip van
                                                  detailtekeningen; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al> een opgave van de bij de voorbereiding en het
                                                  verrichten van de activiteit te hanteren
                                                  uitvoeringsrichtlijnen.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.292</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk
                                                  monument: wijzigen van een monument of monument
                                                  door herstel ontsieren of in gevaar
                                                  brengen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij de aanvraag, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">artikel 22.287</IntRef>, worden,
                                                  voor zover het gaat om het wijzigen van een
                                                  monument of het herstellen daarvan waardoor het
                                                  kan worden ontsierd of in gevaar kan worden
                                                  gebracht, de volgende gegevens en bescheiden
                                                  verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de volgende kleurenfoto's die een duidelijke
                                                  indruk geven van het monument in relatie tot de
                                                  voorgenomen activiteit:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>overzichtsfoto's van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">bestaande situatie</IntRef>;
                                                  en</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>detailfoto's van de bestaande toestand, die
                                                  een duidelijke indruk geven van het onderdeel van
                                                  het monument waar de voorgenomen activiteit zal
                                                  worden verricht;</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de volgende tekeningen:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>een situatietekening van de <IntRef ref="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" scope="Begrip">bestaande situatie</IntRef>, en als
                                                  de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een
                                                  situatietekening van de nieuwe situatie;</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>opnametekeningen van de bestaande toestand met
                                                  voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de
                                                  aanvraag:</Al>
					<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1" type="expliciet">
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_i">
					    <LiNummer>i.</LiNummer>
					    <Al>plattegronden;</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_ii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_ii">
					    <LiNummer>ii.</LiNummer>
					    <Al>doorsneden;</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iii">
					    <LiNummer>iii.</LiNummer>
					    <Al>gevelaanzichten; of</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iv" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_2__list_o_1__item_iv">
					    <LiNummer>iv.</LiNummer>
					    <Al>een dakaanzicht;</Al>
					  </Li>
					</Lijst>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_3">
					<LiNummer>3°.</LiNummer>
					<Al>als er gebreken worden hersteld:
                                                  gebrekentekeningen;</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4">
					<LiNummer>4°.</LiNummer>
					<Al>plantekeningen van de nieuwe toestand en van
                                                  de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de
                                                  te vervangen of te veranderen onderdelen en de te
                                                  verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk
                                                  voor de beoordeling van de aanvraag:</Al>
					<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4__list_o_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4__list_o_2" type="expliciet">
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4__list_o_2__item_i" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4__list_o_2__item_i">
					    <LiNummer>i.</LiNummer>
					    <Al>plattegronden;</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4__list_o_2__item_ii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4__list_o_2__item_ii">
					    <LiNummer>ii.</LiNummer>
					    <Al>doorsneden;</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4__list_o_2__item_iii" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4__list_o_2__item_iii">
					    <LiNummer>iii.</LiNummer>
					    <Al>gevelaanzichten; of</Al>
					  </Li>
					  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4__list_o_2__item_iv" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_4__list_o_2__item_iv">
					    <LiNummer>iv.</LiNummer>
					    <Al>een dakaanzicht; en</Al>
					  </Li>
					</Lijst>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_b__list_o_2__item_5">
					<LiNummer>5°.</LiNummer>
					<Al>als sprake is van verwijdering van materiaal:
                                                  slooptekeningen; en</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>een omschrijving van de aard en omvang van de
                                                  activiteit in de vorm van een bestek of
                                                  werkomschrijving, met:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_3" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_3__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_3__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>de te gebruiken en de te vervangen materialen,
                                                  de toe te passen constructies, afwerkingen en
                                                  kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking;
                                                  en</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_3__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1__list_o_1__item_c__list_o_3__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>als sprake is van verwijdering van materiaal:
                                                  de sloopmethode en de aard van en bestemming voor
                                                  het vrijkomend materiaal.</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Zo nodig worden de volgende gegevens en
                                                  bescheiden verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>een nadere bepaling van de monumentale waarde
                                                  van het monument aan de hand van
                                                  cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van
                                                  rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie,
                                                  interieurhistorie, kleurhistorie of
                                                  tuinhistorie;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>als sprake is van verstoring van de bodem: een
                                                  rapport waarin de archeologische waarde van de
                                                  locatie in voldoende mate is vastgesteld;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>een beschrijving van de technische staat van
                                                  het monument of het onderdeel van het monument
                                                  waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;
                                                  </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>een onderbouwing van de beschrijving van de
                                                  technische staat aan de hand van technische
                                                  rapporten, met inbegrip van rapporten over
                                                  bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische
                                                  of preventieve aspecten;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_e">
				    <LiNummer>e.</LiNummer>
				    <Al>aanvullende tekeningen van de bestaande en
                                                  nieuwe toestand, met inbegrip van
                                                  detailtekeningen;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_f">
				    <LiNummer>f.</LiNummer>
				    <Al>voor zover er algemene kwaliteitsnormen of
                                                  uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van
                                                  monumenten op de activiteit van toepassing zijn:
                                                  een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is
                                                  afgestemd; of</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_g" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2__list_o_1__item_g">
				    <LiNummer>g.</LiNummer>
				    <Al>als de activiteit een monument betreft dat een
                                                  tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is:
                                                  een beheervisie.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.293" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.293">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.293</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk
                                                  monument: monument door gebruik ontsieren of in
                                                  gevaar brengen</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">artikel 22.287</IntRef> wordt,
                                                  voor zover het gaat om het gebruiken van een
                                                  monument waardoor het kan worden ontsierd of in
                                                  gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de
                                                  maatregelen die worden getroffen om deze nadelige
                                                  gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te
                                                  beperken.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.294</Nummer>
			      <Opschrift>Eisen aan tekeningen als bedoeld in de
                                                  artikelen 22.290 tot en met 22.292</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij een aanvraag als bedoeld in de artikelen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">22.290</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292" scope="Artikel">22.292</IntRef> hebben tekeningen
                                                  een schaal die niet kleiner is dan:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>1:1000, als het gaat om een
                                                  situatietekening;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>1:100, als het gaat om een algemene
                                                  geveltekening;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>1:20 of 1:50, als het gaat om een
                                                  geveltekening voor een ingrijpende wijziging;
                                                  en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_1__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>1:100, als het gaat om een
                                                  plattegrondtekening, doorsnedetekening of een
                                                  tekening van het dakaanzicht.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Een detailtekening heeft een schaal van 1:1,
                                                  1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van
                                                  de materiaaltoepassing en de maatvoering.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_3">
			      <LidNummer>3.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Uit een situatietekening die is voorzien van
                                                  een noordpijl blijkt de oriëntatie van het
                                                  monument op het perceel en ten opzichte van
                                                  omliggende bebouwing en wegen.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4">
			      <LidNummer>4.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Een plattegrondtekening en een
                                                  doorsnedetekening bevatten de volgende historische
                                                  gegevens:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>balklagen:</Al>
				    <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_a__list_o_1__item_1">
					<LiNummer>1°.</LiNummer>
					<Al>gestippeld aangegeven in plattegronden van
                                                  ruimten onder de balklagen; en</Al>
				      </Li>
				      <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_a__list_o_1__item_2">
					<LiNummer>2°.</LiNummer>
					<Al>getekend aangegeven in doorsneden met
                                                  aanduiding van de afmetingen;</Al>
				      </Li>
				    </Lijst>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>geornamenteerde plafonds, gestippeld
                                                  aangegeven in plattegronden van de ruimten waar
                                                  deze zich bevinden;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>houtafmeting, balklagen en kapconstructie,
                                                  aangegeven in doorsneden van de bestaande en van
                                                  de nieuwe toestand; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294__para_4__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of
                                                  indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven
                                                  in plattegronden en doorsneden.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.295</Nummer>
			      <Opschrift>Overeenkomstige toepassing
                                                  voorbeschermd gemeentelijk monument</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294" scope="Artikel">22.294</IntRef> zijn van
                                                  overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning die betrekking heeft op een
                                                  voorbeschermd gemeentelijk monument.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.296</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: slopen van een
                                                  bouwwerk in een gemeentelijk beschermd stads- of
                                                  dorpsgezicht</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor een sloopactiviteit in een gemeentelijk
                                                  beschermd stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk
                                                  gemaakt dat op de locatie van het te slopen
                                                  bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden
                                                  gebouwd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de
                                                  archeologische waarde van de bodem onder het te
                                                  slopen bouwwerk in voldoende mate is
                                                  vastgesteld.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.297</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit:
                                                  uitweg</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor het maken, hebben of veranderen van een
                                                  uitweg of het gebruik daarvan worden de volgende
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> de locatie van de uitweg aan het voor-, zij-
                                                  of achtererf; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> de afmeting van de nieuwe uitweg of de te
                                                  veranderen bestaande uitweg en de beoogde
                                                  verandering daarvan; </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al> de te gebruiken materialen; en </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.297__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al> de aanwezigheid van obstakels die in de weg
                                                  staan voor het aanleggen of het gebruik van de
                                                  uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en
                                                  nutsvoorzieningen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.298" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.298">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.298</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit:
                                                  alarminstallatie</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Inhoud>
			      <Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor het hebben van een alarminstallatie in, op of
                                                  aan een onroerende zaak die een voor de omgeving
                                                  opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren,
                                                  bedoeld in een gemeentelijke verordening, worden
                                                  de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: </Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.298__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.298__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.298__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.298__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al> de aard en de werking van de signalering; en
                                                  </Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.298__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.298__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al> twee waarschuwingsadressen, inclusief
                                                  telefoonnummers en namen van contactpersonen.</Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.299</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: vellen van
                                                  houtopstand</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor het vellen van een houtopstand, identificeert
                                                  de aanvrager op de aanduiding, bedoeld in artikel
                                                  7.3, onder d, van de Omgevingsregeling, iedere
                                                  houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft
                                                  met een nummer.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Per genummerde houtopstand worden de volgende
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al> de soort houtopstand; </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al> de locatie van de houtopstand op het voor-,
                                                  zij-, of achtererf; </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al> de diameter in centimeters, gemeten op 1,30
                                                  meter vanaf het maaiveld; en </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.299__para_2__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al> de mogelijkheid tot herbeplanten of het
                                                  voornemen om op een daarbij te vermelden locatie
                                                  tot herbeplanten van een daarbij te vermelden
                                                  aantal soorten over te gaan.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.300</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit:
                                                  handelsreclame</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor het maken of voeren van handelsreclame op of
                                                  aan een onroerende zaak met behulp van een
                                                  opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                                  vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het
                                                  publiek toegankelijke plaats, worden de volgende
                                                  gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>het aantal en de afmetingen van de
                                                  reclame;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de hoogte van de reclame, gemeten vanaf het
                                                  maaiveld tot de onderkant;</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1__list_o_1__item_c">
				    <LiNummer>c.</LiNummer>
				    <Al>de te gebruiken materialen, kleuren en
                                                  verlichting; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_1__list_o_1__item_d">
				    <LiNummer>d.</LiNummer>
				    <Al>de tekst van de reclame. </Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.300__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Als een andere dan de eigenaar, beperkt
                                                  zakelijk gerechtigde of gebruiker van de
                                                  onroerende zaak met diens toestemming
                                                  handelsreclame maakt of voert, vermeldt de
                                                  aanvrager in de aanvraag de naam, het adres en de
                                                  woonplaats van die ander.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.301</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: opslaan
                                                  roerende zaken</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor het opslaan van roerende zaken in een daarbij
                                                  aangewezen gedeelte van de gemeente worden de
                                                  volgende gegevens en bescheiden verstrekt:</Al>
				<Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301__para_1__list_o_1__item_a">
				    <LiNummer>a.</LiNummer>
				    <Al>de aard van de roerende zaken; en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301__para_1__list_o_1__item_b">
				    <LiNummer>b.</LiNummer>
				    <Al>de omvang van de opslag van de roerende zaken.
                                                  </Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.301__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Als een ander dan de eigenaar, beperkt
                                                  zakelijk gerechtigde of gebruiker van de
                                                  onroerende zaak met diens toestemming roerende
                                                  zaken opslaat, vermeldt de aanvrager in de
                                                  aanvraag de naam, het adres, en de woonplaats van
                                                  die ander.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
			<Subparagraaf eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.5" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.5">
			  <Kop>
			    <Label>Subparagraaf</Label>
			    <Nummer>22.5.2.5</Nummer>
			    <Opschrift>Aanvraagvereisten omgevingsvergunningen
                                                  vereist op grond van artikel 4.35, tweede lid, van
                                                  de Invoeringswet Omgevingswet</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.5__art_22.302" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.5__art_22.302">
			    <Kop>
			      <Label>Artikel</Label>
			      <Nummer>22.302</Nummer>
			      <Opschrift>Omgevingsplanactiviteit: slopen van een
                                                  bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of
                                                  dorpsgezicht</Opschrift>
			    </Kop>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.5__art_22.302__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.5__art_22.302__para_1">
			      <LidNummer>1.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor een sloopactiviteit in een rijksbeschermd
                                                  stads- of dorpsgezicht wordt aannemelijk gemaakt
                                                  dat op de locatie van het te slopen bouwwerk een
                                                  ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			    <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.5__art_22.302__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.5__art_22.302__para_2">
			      <LidNummer>2.</LidNummer>
			      <Inhoud>
				<Al>Zo nodig wordt een rapport verstrekt waarin de
                                                  archeologische waarde van de bodem onder het te
                                                  slopen bouwwerk in voldoende mate is
                                                  vastgesteld.</Al>
			      </Inhoud>
			    </Lid>
			  </Artikel>
			</Subparagraaf>
		      </Paragraaf>
		      <Paragraaf eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3">
			<Kop>
			  <Label>Paragraaf</Label>
			  <Nummer>22.5.3</Nummer>
			  <Opschrift>Voorschriften</Opschrift>
			</Kop>
			<Artikel eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303">
			  <Kop>
			    <Label>Artikel</Label>
			    <Nummer>22.303</Nummer>
			    <Opschrift>Voorschriften over archeologische
                                                  monumentenzorg</Opschrift>
			  </Kop>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1">
			    <LidNummer>1.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren
                                                  van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of een
                                                  werkzaamheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284" scope="Artikel">artikel 22.284</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, die van invloed
                                                  is op een archeologisch monument kunnen in het
                                                  belang van de archeologische monumentenzorg in
                                                  ieder geval voorschriften worden verbonden, die
                                                  inhouden een plicht tot:</Al>
			      <Lijst eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1" type="expliciet">
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_a">
				  <LiNummer>a.</LiNummer>
				  <Al>het treffen van technische maatregelen
                                                  waardoor archeologische monumenten in situ kunnen
                                                  worden behouden;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_b">
				  <LiNummer>b.</LiNummer>
				  <Al>het verrichten van opgravingen als bedoeld in
                                                  artikel 1.1 van de Erfgoedwet;</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_c">
				  <LiNummer>c.</LiNummer>
				  <Al>het laten begeleiden van een activiteit die
                                                  tot bodemverstoring leidt door een deskundige op
                                                  het terrein van de archeologische monumentenzorg
                                                  die voldoet aan bij die voorschriften te stellen
                                                  kwalificaties; en</Al>
				</Li>
				<Li eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1__list_o_1__item_d">
				  <LiNummer>d.</LiNummer>
				  <Al>het verrichten van een opgraving of een
                                                  archeologische begeleiding op een bepaalde wijze,
                                                  als die wijze in overeenstemming is met artikel
                                                  5.4, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet.
                                                  </Al>
				</Li>
			      </Lijst>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			  <Lid eId="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_2" wId="gm0310_1-1__chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_2">
			    <LidNummer>2.</LidNummer>
			    <Inhoud>
			      <Al>Aan een omgevingsvergunning voor een
                                                  sloopactiviteit op of in een archeologisch
                                                  monument in een beschermd stads- of dorpsgezicht
                                                  kunnen in het belang van de archeologische
                                                  monumentenzorg voorschriften over de wijze van
                                                  slopen worden verbonden.</Al>
			    </Inhoud>
			  </Lid>
			</Artikel>
		      </Paragraaf>
		    </Afdeling>
		  </Hoofdstuk>
		  <Hoofdstuk eId="chp_23" wId="gm0310_1-1__chp_23">
		    <Kop>
		      <Label>Hoofdstuk</Label>
		      <Nummer>23</Nummer>
		      <Opschrift>Slotbepalingen</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Artikel eId="chp_23__art_23.1" wId="gm0310_1-1__chp_23__art_23.1">
		      <Kop>
			<Label>Artikel</Label>
			<Nummer>23.1</Nummer>
			<Opschrift>(citeertitel)</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Inhoud>
			<Al>Dit omgevingsplan wordt aangehaald als:
                                                Omgevingsplan gemeente De Bilt.</Al>
		      </Inhoud>
		    </Artikel>
		  </Hoofdstuk>
		</Lichaam>
		<Bijlage eId="cmp_I" wId="gm0310_1-1__cmp_I">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>I</Nummer>
		    <Opschrift>Begripsbepalingen</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst eId="cmp_I__content_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>aansluitafstand</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>afstand tussen een leiding van het
                                                  distributienet en het deel van het bouwwerk dat
                                                  zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten
                                                  langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting
                                                  zonder bezwaren kan worden gemaakt.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Activiteitenbesluit-bedrijventerrein</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>cluster aaneengesloten percelen met overwegend
                                                  bedrijfsbestemmingen, binnen een in het
                                                  omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen
                                                  gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd
                                                  industrieterrein of een industrieterrein waarvoor
                                                  geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn
                                                  vastgesteld.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>bebouwingsgebied</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>achtererfgebied en de grond onder het
                                                  hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het
                                                  oorspronkelijk hoofdgebouw.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_55">
			  <Term>bestaande situatie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>een bouwwerk, dat ten tijde van het in ontwerp
                                                  ter inzage leggen van dit plan bestaat, dat/die of
                                                  in uitvoering is of dat na dat tijdstip is of mag
                                                  worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning,
                                                  waarvoor de aanvraag voor dat tijdstip is
                                                  ingediend of krachtens een omgevingsvergunning die
                                                  na dit tijdstip, hoewel in strijd met dit plan,
                                                  niet mag worden geweigerd.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>concentratiegebied geurhinder en
                                                  veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I
                                                  bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan
                                                  aangewezen concentratiegebied.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>distributienet voor warmte</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>collectief circulatiesysteem voor het
                                                  transport van warmte door een circulerend medium
                                                  voor verwarming of warmtapwater.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>forensische zorg</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>Onder forensische zorg wordt verstaan zorg,
                                                  die wordt verleend aan een justitiabele met:</Al>
			    <Lijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_1" type="expliciet">
			      <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_1__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>een psychische stoornis, verslaving daaronder
                                                  begrepen</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_1__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>een psychogeriatrische aandoening of;</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			    <Al>een verstandelijke handicap en die al dan
                                                  niet:</Al>
			    <Lijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_2" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_2" type="expliciet">
			      <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_2__item_a" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_2__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>als een voorwaarde onderdeel uitmaakt van een
                                                  straf of een maatregel, of van de ten
                                                  uitvoerlegging van een straf of maatregel of;</Al>
			      </Li>
			      <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_2__item_b" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9__list_o_2__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>als voorwaarde onderdeel uitmaakt van een
                                                  sepot, een schorsing van de voorlopige hechtenis
                                                  of een gratieverlening op grond van de Gratiewet,
                                                  dan wel onderdeel uitmaakt van een
                                                  strafbeschikking waarbij een gedragsmaatregel
                                                  wordt opgelegd.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>geurgevoelig object</Term>
			  <Definitie>
			    <Lijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3" type="expliciet">
			      <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_a" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>gebouw: </Al>
				<Lijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_a__list_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_a__list_o_1" type="expliciet">
				  <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_a__list_o_1__item_i" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_a__list_o_1__item_i">
				    <LiNummer>i.</LiNummer>
				    <Al>dat op grond van het omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor
                                                  menselijk wonen of menselijk verblijf, en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_a__list_o_1__item_ii" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_a__list_o_1__item_ii">
				    <LiNummer>ii.</LiNummer>
				    <Al>dat gezien de aard, indeling en inrichting
                                                  geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk
                                                  wonen of menselijk verblijf, en</Al>
				  </Li>
				  <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_a__list_o_1__item_iii" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_a__list_o_1__item_iii">
				    <LiNummer>iii.</LiNummer>
				    <Al>dat permanent of op een daarmee vergelijkbare
                                                  wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of
                                                  menselijk verblijf, of </Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Li>
			      <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_b" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10__list_o_3__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is,
                                                  maar op grond van het omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>gezoneerd industrieterrein</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van
                                                  de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_56">
			  <Term>grasland scheuren</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>Het scheuren van agrarische grond
                                                  (graslandvernietiging) is een activiteit die met
                                                  name gericht op het beschermen van blijvend
                                                  grasland en het voorkomen van stikstofverliezen
                                                  (nitraatuitspoeling);</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>landbouwhuisdieren waarvoor in de
                                                  Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is
                                                  vastgesteld en die vallen binnen een van de
                                                  volgende diercategorieën: </Al>
			    <Lijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4" type="expliciet">
			      <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_a" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>varkens, kippen, schapen of geiten en </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>als deze worden gehouden voor de
                                                  vleesproductie: </Al>
				<Lijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b__list_o_2" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b__list_o_2" type="expliciet">
				  <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b__list_o_2__item_i" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b__list_o_2__item_i">
				    <LiNummer>i.</LiNummer>
				    <Al>rundvee tot 24 maanden, </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b__list_o_2__item_ii" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b__list_o_2__item_ii">
				    <LiNummer>ii.</LiNummer>
				    <Al>kalkoenen, </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b__list_o_2__item_iii" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b__list_o_2__item_iii">
				    <LiNummer>iii.</LiNummer>
				    <Al>eenden, of </Al>
				  </Li>
				  <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b__list_o_2__item_iv" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13__list_o_4__item_b__list_o_2__item_iv">
				    <LiNummer>iv.</LiNummer>
				    <Al>parelhoenders.</Al>
				  </Li>
				</Lijst>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>landbouwhuisdieren zonder
                                                  geuremissiefactor</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>landbouwhuisdieren waarvoor in de
                                                  Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is
                                                  vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53">
			  <Term>straatpeil</Term>
			  <Definitie>
			    <Lijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53__list_o_5" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53__list_o_5" type="expliciet">
			      <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53__list_o_5__item_a" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53__list_o_5__item_a">
				<LiNummer>a.</LiNummer>
				<Al>voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang
                                                  direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter
                                                  plaatse van die hoofdtoegang; </Al>
			      </Li>
			      <Li eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53__list_o_5__item_b" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_53__list_o_5__item_b">
				<LiNummer>b.</LiNummer>
				<Al>voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet
                                                  direct aan de weg grenst: de hoogte van het
                                                  terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij
                                                  voltooiing van de bouw;</Al>
			      </Li>
			    </Lijst>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_57">
			  <Term>tijdelijke deel van dit omgevingsplan</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>het tijdelijk deel van het omgevingsplan zoals
                                                  bedoeld in artikel 22.1 onder a en b van de
                                                  Omgevingswet;</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_54">
			  <Term>warmteplan</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>besluit over de aanleg van een distributienet
                                                  voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een
                                                  periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het
                                                  voor die periode geplande aantal aansluitingen op
                                                  dat distributienet, de mate van energiezuinigheid
                                                  en bescherming van het milieu, gebaseerd op de
                                                  energiezuinigheid van dat distributienet en het
                                                  opwekkingsrendement van de over dat distributienet
                                                  getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat
                                                  distributienet is opgenomen.</Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage eId="cmp_II" wId="gm0310_1-1__cmp_II">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>II</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht Informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst eId="cmp_II__content_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Beschermingszone Hollandse Waterlinie</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/Nieuwe_Hollandse_Waterlinie/nld@2026-02-18" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/Nieuwe_Hollandse_Waterlinie/nld@2026-02-18</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Beschermingszone waardevol landschappelijk
                                                  element</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/Beschermingszone_waardevol_landelement/nld@2026-02-25" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/Beschermingszone_waardevol_landelement/nld@2026-02-25</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3">
			  <Term>functie natuur - voedselbos</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_3__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_natuur_voedselbos/nld@2026-02-25" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_natuur_voedselbos/nld@2026-02-25</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4">
			  <Term>functie natuur - extensief agrarisch</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_4__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_natuur_extensief_agrarisch/nld@2026-01-26" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_natuur_extensief_agrarisch/nld@2026-01-26</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5">
			  <Term>functie natuur</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_5__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_natuur/nld@2026-02-25" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_natuur/nld@2026-02-25</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6">
			  <Term>functie detailhandel</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_6__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_detailhandel/nld@2026-02-18" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_detailhandel/nld@2026-02-18</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_7" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_7">
			  <Term>functie dienstverlening</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_7__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_dienstverlening/nld@2026-02-18" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_dienstverlening/nld@2026-02-18</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_8" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_8">
			  <Term>functie horeca</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_8__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_horeca/nld@2026-02-18" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/functie_horeca/nld@2026-02-18</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_9" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_9">
			  <Term>functie maatschappelijk en cultuur</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_9__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/maatschappelijk_en_cultuur/nld@2026-02-18" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/maatschappelijk_en_cultuur/nld@2026-02-18</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_10" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_10">
			  <Term>functie agrarisch bedrijf - intensieve
                                                  veehouderij</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_10__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_agrarisch_bedrijf_intensieve_veehouderij/nld@2026-01-26" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_agrarisch_bedrijf_intensieve_veehouderij/nld@2026-01-26</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11">
			  <Term>functie agrarisch bedrijf</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_11__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_agrarisch_bedrijf/nld@2026-01-26" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2026/functie_agrarisch_bedrijf/nld@2026-01-26</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12">
			  <Term>functie water</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_12__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/Water/nld@2026-02-25" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/Water/nld@2026-02-25</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13">
			  <Term>archeologische verwachtingswaarden</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_13__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/Archeologie/nld@2026-02-25" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/Archeologie/nld@2026-02-25</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14">
			  <Term>hoogstam bomen</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_14__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/Voedselbos_hoogstam/nld@2026-02-25" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/Voedselbos_hoogstam/nld@2026-02-25</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_15" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_15">
			  <Term>laagstam bomen</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_15__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/Voedselbos_laagstam/nld@2026-02-25" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/Voedselbos_laagstam/nld@2026-02-25</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16">
			  <Term>ontwikkeling Julianalaan 1</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_16__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/ontwikkeling_Julianalaan_1/nld@2026-02-18" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/ontwikkeling_Julianalaan_1/nld@2026-02-18</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17">
			  <Term>ontwikkeling Nieuwe Weteringseweg 139</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_17__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2026/ontwikkeling_Nieuwe_Weteringseweg_139/nld@2026-03-04" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2026/ontwikkeling_Nieuwe_Weteringseweg_139/nld@2026-03-04</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18">
			  <Term>ontwikkeling Voorveldse Polder</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_18__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2025/ontwikkeling_voorveldse_polder/nld@2026-02-25" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2025/ontwikkeling_voorveldse_polder/nld@2026-02-25</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_19" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_19">
			  <Term>sloopverplichting</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_II__content_o_1__list_o_1__item_o_19__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2026/sloopverplichting/nld@2026-03-04" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2026/sloopverplichting/nld@2026-03-04</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Bijlage eId="cmp_III" wId="gm0310_1-1__cmp_III">
		  <Kop>
		    <Label>Bijlage</Label>
		    <Nummer>III</Nummer>
		    <Opschrift>Overzicht PDF Informatieobjecten</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Divisietekst eId="cmp_III__content_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_III__content_o_1">
		    <Inhoud>
		      <Begrippenlijst eId="cmp_III__content_o_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_III__content_o_1__list_o_1">
			<Begrip eId="cmp_III__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_III__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
			  <Term>Inrichtingsplan_Nieuwe_Weteringseweg_139</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_III__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_III__content_o_1__list_o_1__item_o_1__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2026/Inrichtingsplan_Nieuwe_Weteringseweg_139/nld@2026-03-12;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2026/Inrichtingsplan_Nieuwe_Weteringseweg_139/nld@2026-03-12;1</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
			<Begrip eId="cmp_III__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="gm0310_1-1__cmp_III__content_o_1__list_o_1__item_o_2">
			  <Term>Activiteitenkaart_Voorveldse_Polder</Term>
			  <Definitie>
			    <Al>
                                                  <ExtIoRef eId="cmp_III__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_III__content_o_1__list_o_1__item_o_2__ref_o_1" ref="/join/id/regdata/gm0310/2026/Activiteitenkaart_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1" xmlns:opera="http://koop.overheid.nl/apps/opera/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">/join/id/regdata/gm0310/2026/Activiteitenkaart_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</ExtIoRef>
                                                  </Al>
			  </Definitie>
			</Begrip>
		      </Begrippenlijst>
		    </Inhoud>
		  </Divisietekst>
		</Bijlage>
		<Toelichting eId="recital" wId="recital">
		  <Kop>
		    <Opschrift>Toelichting</Opschrift>
		  </Kop>
		  <AlgemeneToelichting eId="genrecital" wId="genrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Algemene toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie eId="genrecital__div_o_1" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_1">
		      <Kop>
			<Opschrift>Paragraaf 22.2.3 Bouwen en in stand houden
                                                van bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="genrecital__div_o_1__content_1" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_1__content_1">
			<Inhoud>
			  <Al>De regels in deze paragraaf gaan over
                                                  bouwwerken. Zij hebben een relatie met de omgeving
                                                  waarin dit bouwwerk zich bevindt. De regels over
                                                  aansluitingen op de diverse distributienetten en
                                                  waterafvoervoorzieningen en over voorzieningen in
                                                  het kader van hulpverlening kunnen gezien deze
                                                  relatie met de omgeving waarin het bouwwerk zich
                                                  bevindt goed in het omgevingsplan geregeld worden.
                                                  Als er bijvoorbeeld geen distributienet binnen een
                                                  bepaalde afstand aanwezig is, kan een bouwwerk
                                                  daar niet op worden aangesloten. Ook de invulling
                                                  van de manier waarop in bluswater kan worden
                                                  voorzien en waar een opstelplaats voor een
                                                  brandweerwagen het beste kan worden gerealiseerd,
                                                  is sterk afhankelijk van lokale omstandigheden om
                                                  het bouwwerk heen. Vanwege deze relatie met de
                                                  omgeving, het feit dat de inhoud van de regels
                                                  verder strekt dan alleen het bouwwerk zelf en om
                                                  geen gat te laten vallen in de verplichtingen
                                                  zoals die voorheen in het Bouwbesluit 2012 waren
                                                  opgenomen, zijn deze regels voortaan opgenomen in
                                                  dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Opgemerkt wordt dat het afsluiten van gebouwen
                                                  van het distributienet voor gas en aansluiten op
                                                  een alternatieve warmtevoorziening één van de
                                                  onderdelen is van de energietransitie in de
                                                  gebouwde omgeving, en als zodanig is benoemd in
                                                  het Klimaatakkoord gebouwde omgeving. Het
                                                  Klimaatakkoord zal in de komende periode worden
                                                  uitgewerkt, waarbij wordt bezien welke rol wet- en
                                                  regelgeving kan spelen om te komen tot het
                                                  afsluiten van gebouwen van het aardgas en het
                                                  aansluiten op duurzame energiebronnen. Deze nieuwe
                                                  regels zouden worden gesteld met als doel het
                                                  fossielvrij maken van de energievoorziening in de
                                                  gebouwde omgeving, en hebben daarmee dus een ander
                                                  oogmerk dan de in dit omgevingsplan opgenomen
                                                  aansluitplichten die met het oog op veiligheid en
                                                  in gevallen gezondheid zijn gesteld. Regels over
                                                  de aansluiting op aardgas met het oog op
                                                  bescherming van het milieu en klimaat zullen in de
                                                  toekomst mogelijk in het Bbl opgenomen gaan worden
                                                  en waar nodig voorzien van gemeentelijke
                                                  maatwerkmogelijkheden. Daarnaast zullen er in
                                                  hetzelfde kader mogelijk regels gesteld gaan
                                                  worden over de aansluiting van bestaande
                                                  bouwwerken op warmtenetten, deze regels strekken
                                                  verder dan de aansluitplicht voor nieuwe gebouwen
                                                  zoals deze in Artikel 22.10 Aansluiting op
                                                  distributienet voor warmte is opgenomen. Het is
                                                  goed mogelijk dat gemeenten na aanpassing van deze
                                                  algemene rijksregels, al dan niet met
                                                  maatwerkmogelijkheden voor gemeenten, de regels in
                                                  het omgevingsplan daar op moeten afstemmen of de
                                                  geboden maatwerkmogelijkheden zullen gaan
                                                  benutten. De regels in deze afdeling zullen dus
                                                  naar verwachting de komende jaren ook lokaal
                                                  ingezet kunnen gaan worden om de energietransitie
                                                  op onderdelen te instrumenteren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="genrecital__div_o_2" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_2">
		      <Kop>
			<Opschrift>Paragraaf 22.2.4 Gebruik van
                                                bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="genrecital__div_o_2__content_2" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_2__content_2">
			<Inhoud>
			  <Al>De regels in het Bbl beperken zich voor zover
                                                  het gaat om het gebruik van bouwwerken tot
                                                  brandveilig gebruik en enkele kleine en
                                                  afgebakende aspecten van gezondheid (concentraties
                                                  asbest en formaldehyde) en energiebesparing. Die
                                                  onderwerpen zijn daarin uitputtend geregeld, zodat
                                                  de gemeente daarover in het omgevingsplan geen
                                                  regels kan stellen. Overige aspecten van gebruik
                                                  kunnen wel in het omgevingsplan worden geregeld.
                                                  De artikelen over overbewoning en gebruik van een
                                                  bouwwerk in de buurt van een bouwvallig pand die
                                                  voorheen in het Bouwbesluit 2012 waren opgenomen,
                                                  zijn voorbeelden van zulke andere aspecten van
                                                  gebruik die voortaan in dit omgevingsplan kunnen
                                                  worden geregeld.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="genrecital__div_o_3" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_3">
		      <Kop>
			<Opschrift>Subparagraaf 22.2.7.1 Algemene
                                                bepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="genrecital__div_o_3__content_3" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_3__content_3">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie voor de systeembeschrijving van de
                                                  vergunningplichten voor het bouwen ook afdeling
                                                  3.2 van de nota van toelichting bij het
                                                  Invoeringsbesluit Omgevingswet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="genrecital__div_o_4" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_4">
		      <Kop>
			<Opschrift>Paragraaf 22.3.3 Zwerfafval</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="genrecital__div_o_4__content_4" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_4__content_4">
			<Inhoud>
			  <Al>Het Bal regelt een groot aantal handelingen met
                                                  afvalstoffen. Zie onder andere paragraaf 3.2.13
                                                  (Opslaan, mengen, scheiden en verdichten van
                                                  bedrijfsafval of gevaarlijk afval voorafgaand aan
                                                  inzameling of afgifte) en paragraaf 3.5.11
                                                  (Verwerken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke
                                                  afvalstoffen).</Al>
			  <Al>De voorschriften van afdeling 2.3 van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de
                                                  daarbij behorende onderdelen van de
                                                  Activiteitenregeling milieubeheer, die niet zijn
                                                  opgegaan in het Bal zijn terecht gekomen in deze
                                                  paragraaf van het omgevingsplan. Dit is alleen de
                                                  bepaling over zwerfafval.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="genrecital__div_o_5" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_5">
		      <Kop>
			<Opschrift>Paragraaf 22.3.4 Geluid</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="genrecital__div_o_5__content_5" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_5__content_5">
			<Inhoud>
			  <Al><i>Immissiewaarden versus emissiebeperkende
                                                  maatregelen</i></Al>
			  <Al>Deze paragraaf bevat regels die zien op de
                                                  immissie van het geluid, veroorzaakt door
                                                  activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Voor
                                                  enkele milieubelastende activiteiten zoals
                                                  aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal, bevat dat
                                                  besluit regels om geluidemissie te voorkomen.
                                                  Bijvoorbeeld een verplichting om de werkzaamheden
                                                  binnen uit te voeren. Voor de milieubelastende
                                                  activiteiten die niet zijn aangewezen in het Bal,
                                                  zijn in dit omgevingsplan geen emissiebeperkende
                                                  maatregelen opgenomen. Als het opleggen van
                                                  (extra) maatregelen ter voorkoming van
                                                  geluidemissie nodig is, dan kan dit met een
                                                  maatwerkvoorschrift.</Al>
			  <Al><i>Vergunningplichtige activiteiten en de
                                                  Handreiking Industrielawaai en
                                                  vergunningverlening</i></Al>
			  <Al>De geluidparagraaf geldt in beginsel voor alle
                                                  milieubelastende activiteiten die onder het
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling vallen. Wel is
                                                  er in Artikel 22.1 Voorrangsbepaling, Artikel 22.1
                                                  Voorrangsbepaling, 2 van dit omgevingsplan een
                                                  voorrangsbepaling opgenomen voor
                                                  vergunningvoorschriften in een omgevingsvergunning
                                                  voor een milieubelastende activiteit die op grond
                                                  van het oude recht is verleend. De geluidparagraaf
                                                  uit het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer was niet van toepassing op
                                                  vergunningplichtige inrichtingen. Voor
                                                  vergunningplichtige milieubelastende activiteiten
                                                  werden voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet, geluidnormen en andere
                                                  geluidvoorschriften opgenomen in de
                                                  omgevingsvergunning voor milieubelastende
                                                  activiteiten.</Al>
			  <Al>Voor het vaststellen van geluidvoorschriften in
                                                  de omgevingsvergunning werd meestal de Handreiking
                                                  industrielawaai en vergunningverlening gebruikt.
                                                  Voor zowel vergunningverlening als het stellen van
                                                  maatwerkvoorschriften bevat deze handreiking
                                                  informatie. De handreiking bevat (onder meer in
                                                  hoofdstuk 4) ook nu nog informatie die kan helpen
                                                  bij het stellen van regels in het omgevingsplan of
                                                  voorschriften voor activiteiten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="genrecital__div_o_6" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_6">
		      <Kop>
			<Opschrift>Paragraaf 22.3.6 Geur</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="genrecital__div_o_6__content_6" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_6__content_6">
			<Inhoud>
			  <Al>In Paragraaf 22.3.6 Geur wordt qua vorm zoveel
                                                  mogelijk aangesloten bij die van de
                                                  instructieregels in paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl.
                                                  Materieel zijn de artikelen uit deze paragraaf
                                                  gelijkwaardig aan die in het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="genrecital__div_o_7" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_7">
		      <Kop>
			<Opschrift>Subparagraaf 22.3.7.1 Nazorg na saneren van
                                                de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="genrecital__div_o_7__content_7" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_7__content_7">
			<Inhoud>
			  <Al>Artikelen 22.125 Toepassingsbereik en artikel
                                                  22.126 Nazorg na afloop van saneren van de bodem </Al>
			  <Al>Deze artikelen regelen dat de eigenaar,
                                                  erfpachter of gebruiker van een locatie, waarvoor
                                                  op grond van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving, het omgevingsplan, een
                                                  omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift een
                                                  deklaag of isolatielaag is aangebracht alle
                                                  maatregelen moet nemen om deze deklaag of
                                                  isolatielaag in stand te houden, te onderhouden of
                                                  te vervangen. Dit is een voortzetting van artikel
                                                  39e Wet bodembescherming. </Al>
			  <Al>Door een bedoelde of onbedoelde handeling kan
                                                  hetresultaat van deze bodemsanering ongedaan
                                                  gemaakt worden, waardoor bij het dagelijkse
                                                  gebruik van de locatie blootstelling en
                                                  contactmogelijkheden met de verontreinigde bodem
                                                  kunnen ontstaan. De maatregelen kunnen bestaan uit
                                                  het herstellen van de afdeklaag als deze
                                                  bijvoorbeeld door werkzaamheden op de locatie
                                                  beschadigd is geraakt of een te geringe dikte
                                                  heeft gekregen. Daarom geldt artikel 22.126 zowel
                                                  voor eigenaar, erfpachter als gebruiker (zoals een
                                                  huurder). </Al>
			  <Al>Ook onder de Omgevingswet is het gewenst dat
                                                  leeflagen in stand worden gehouden of dat
                                                  gebruiksbeperkingen in acht worden genomen. </Al>
			  <Al>Als een bodemsanering is uitgevoerd door het
                                                  aanbrengen van een afdeklaag (een leeflaag van
                                                  schone grond of een duurzaam aaneengesloten
                                                  verhardingslaag) om blootstelling te voorkomen,
                                                  dan is het voor de bescherming van de gezondheid
                                                  van belang dat die afdeklaag in stand blijft. Het
                                                  gaat in dit artikel om een afdeklaag, die is
                                                  aangebracht als onderdeel van een sanering zoals
                                                  bedoeld in paragraaf 4.121 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, een omgevingsplan, een
                                                  omgevingsvergunning of op basis van een
                                                  maatwerkvoorschrift. </Al>
			  <Al>De regels voor saneren komen in verschillende
                                                  instrumenten en besluiten terug. Het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving regelt de
                                                  milieubelastende activiteit saneren van de bodem
                                                  waarbij saneren met een leeflaag/isolatielaag is
                                                  toegestaan. Ook is het mogelijk dat gemeenten in
                                                  hun omgevingsplan maatwerkregels stellen of een
                                                  omgevingsvergunning verplicht stellen voor het
                                                  saneren van de bodem. </Al>
			  <Al>Tweede lid </Al>
			  <Al>Tijdelijke beschermingsmaatregelen die zijn
                                                  genomen als gevolg van een toevalsvondst moeten
                                                  eveneens in stand worden gehouden. Het zijn
                                                  maatregelen die de bron van verontreiniging niet
                                                  wegnemen, maar de blootstellingsroute (blijven)
                                                  blokkeren. Hiervoor geldt hetzelfde als bij het
                                                  eerste lid. Deze regel is gelijkwaardig aan de
                                                  tijdelijke beveiligingsmaatregelen bij zeer
                                                  ernstige verontreiniging (artikel 37, vierde lid,
                                                  van de Wet bodembescherming).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="genrecital__div_o_8" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_8">
		      <Kop>
			<Opschrift>Subparagraaf 22.3.7.2 Kleinschalig graven
                                                boven de interventiewaarde
                                                bodemkwaliteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="genrecital__div_o_8__content_8" wId="gm0310_1-1__genrecital__div_o_8__content_8">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze subparagraaf 22.3.7.2 Kleinschalig graven
                                                  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit heeft
                                                  betrekking op graven in de bodem in een omvang die
                                                  kleiner is dan of gelijk aan 25 m3 (ook wel
                                                  aangeduid als kleinschalig grondverzet) en richt
                                                  zich op locaties waarbij al via besluitvorming
                                                  onder de Wet bodembescherming of via het Besluit
                                                  bodemkwaliteit is vastgesteld dat de bodem
                                                  verontreinigd is met één of meerdere stoffen tot
                                                  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit in een
                                                  omvang groter dan 25 m<sup>3</sup>. Het idee is
                                                  dat de gemeente de algemene verwijzing naar
                                                  locaties in het tijdelijke deel van het
                                                  omgevingsplan via artikel 22.127 Toepassingsbereik
                                                  op een gegeven moment vervangt door de regels via
                                                  coördinaten aan specifieke locaties te koppelen
                                                  in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Daarbij
                                                  kunnen gemeenten uiteraard de regels voor minder
                                                  locaties laten gelden (de locaties die niet meer
                                                  ernstig-geen spoed zijn eraf halen) of juist voor
                                                  meer locaties laten gelden (wel ernstig en geen
                                                  spoed, maar eerder geen beschikking afgegeven). En
                                                  uiteraard kunnen gemeenten daarbij de regel die
                                                  voor die locaties geldt aanpassen, voor alle
                                                  locaties, of alleen voor sommige, of elke locatie
                                                  een eigen op die locatie toegesneden regel.</Al>
			  <Al>In het Besluit activiteiten leefomgeving is
                                                  voorzien in algemene regels voor de
                                                  milieubelastende activiteiten graven in de bodem
                                                  met een kwaliteit beneden de interventiewaarde
                                                  bodemkwaliteit (paragraaf 4.119) en graven in de
                                                  bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit
                                                  (paragraaf 4.120). In het toepassingsbereik van
                                                  beide milieubelastende activiteiten is aangegeven
                                                  dat deze alleen van toepassing zijn als het
                                                  bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25
                                                  m<sup>3</sup>. De achtergrond hiervan is dat het
                                                  Rijk geen regels wil stellen over kleinschalig
                                                  grondverzet.</Al>
			  <Al>Onder de Wet bodembescherming voorzag artikel 28
                                                  van de Wet bodembescherming in een meldingsplicht
                                                  als sprake was van voorgenomen handelingen in een
                                                  geval van ernstige bodemverontreiniging. Een geval
                                                  van ernstige bodemverontreiniging was onder de Wet
                                                  bodembescherming gedefinieerd als geval van
                                                  verontreiniging waarbij de bodem zodanig is of
                                                  dreigt te worden verontreinigd, dat de functionele
                                                  eigenschappen die de bodem voor mens, plant of
                                                  dier heeft, ernstig zijn of dreigen te worden
                                                  verminderd. In de Circulaire bodemsanering is deze
                                                  definitie verder uitgewerkt en aangegeven dat
                                                  sprake is van een geval van ernstige
                                                  bodemverontreiniging als voor ten minste één
                                                  stof de gemiddelde gemeten concentratie van
                                                  minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van
                                                  bodemverontreiniging, of 100 m<sup>3</sup>
                                                  poriënverzadigde bodemvolume in het geval van een
                                                  grondwaterverontreiniging, hoger is dan de
                                                  interventiewaarde. De Wet bodembescherming kende –
                                                  in tegenstelling tot de milieubelastende
                                                  activiteiten voor graven in een kwaliteit boven de
                                                  interventiewaarde bodemkwaliteit – geen ondergrens
                                                  voor de omvang van het grondverzet.</Al>
			  <Al>Deze subparagraaf 22.3.7.2 Kleinschalig graven
                                                  boven de interventiewaarde bodemkwaliteit stelt
                                                  een beperkt aantal bepalingen voor kleinschalig
                                                  grondverzet (omvang bodemvolume kleiner dan 25
                                                  m<sup>3</sup>) die plaatsvindt op locaties die
                                                  onder de Wet bodembescherming werden beschouwd als
                                                  handelingen in een geval van ernstige
                                                  bodemverontreiniging. Deze bepalingen komen dus in
                                                  de plaats van de bepalingen die volgen uit artikel
                                                  28 van de Wet bodembescherming.</Al>
			  <Al>Deze bepalingen zien op een informatieplicht,
                                                  enkele inhoudelijke regels aan tijdelijke opslag
                                                  en afvoer van de grond en verplichte milieukundige
                                                  begeleiding als een in het kader van een eerder
                                                  uitgevoerde bodemsanering aangebrachte afdeklaag
                                                  wordt doorgraven. Deze bepalingen zijn over het
                                                  algemeen eenvoudig na te leven en leiden met
                                                  uitzondering van de milieukundige begeleiding bij
                                                  het doorgraven van een afdeklaag niet of
                                                  nauwelijks tot extra kosten. Besloten is om geen
                                                  onderzoeksverplichtingen op te leggen zoals
                                                  opgenomen in paragraaf 5.2.2 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </AlgemeneToelichting>
		  <ArtikelgewijzeToelichting eId="artrecital" wId="artrecital">
		    <Kop>
		      <Opschrift>Artikelsgewijze toelichting</Opschrift>
		    </Kop>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_290" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_290">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 1.1 Begripsbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_290__content_290" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_290__content_290">
			<Inhoud>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_1__art_1.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dit artikel
                                                  zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en
                                                  het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken
                                                  leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van
                                                  toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit
                                                  omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde
                                                  statische verwijzing. Dat betekent dat latere
                                                  wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of
                                                  de AMvB's geen invloed hebben op de betekenis van
                                                  de begrippen in hoofdstuk 22.<br/>Bijlage I
                                                  Begripsbepalingen, bij dit omgevingsplan bevat de
                                                  overige begripsbepalingen die voor <IntRef ref="chp_22" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk
                                                  22</IntRef> nog nodig zijn in aanvulling op de
                                                  begrippen van de wet, de AMvB's en de
                                                  Omgevingsregeling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_583" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_583">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 2.2 Waarom hebben we deze regels over
                                                forensische zorg?</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_583__content_583" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_583__content_583">
			<Inhoud>
			  <Al>De vestiging van een instelling die bijzondere
                                                  en zware vormen van zorg aanbiedt, is een
                                                  aanzienlijke belasting en een aantasting van de
                                                  veiligheidssituatie; in het geval van forensische
                                                  zorg in onacceptabele maten. Het aanbieden van
                                                  forensische zorg heeft tevens een ongewenste
                                                  invloed op de ruimtelijke kwaliteit door de aard
                                                  van de bebouwing en van constructies die nodig
                                                  zijn in verband met het beveiligingsniveau dat
                                                  vereist is in relatie tot de specifieke cliënten
                                                  van de instelling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_584" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_584">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 11.29 Beoordelingsregels boom of
                                                houtopstand aanbrengen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_584__content_584" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_584__content_584">
			<Inhoud>
			  <Al>We toetsen aan de bekende natuur- en
                                                  landschapswaarden zoals opgenomen in dit
                                                  omgevingsplan en het tijdelijk deel omgevingsplan. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_292" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.1 Voorrangsbepaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_292__content_292" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>In het tijdelijke deel van dit omgevingsplan
                                                  worden zowel ruimtelijke besluiten (artikel 22.1,
                                                  onder a, van de Omgevingswet) als de
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege (artikel 22.1,
                                                  onder c, van de Omgevingswet) opgenomen. Deze
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege wordt ook wel de
                                                  bruidsschat genoemd. Onder het tijdelijke deel van
                                                  het omgevingsplan vallen bijvoorbeeld
                                                  bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte op
                                                  grond van de voormalige Crisis- en herstelwet. In
                                                  deze bestemmingsplannen is er afgeweken van
                                                  bepalingen bij of krachtens de voormalige Wet
                                                  ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Dat
                                                  betekent dat de omgevingsplanregels uit die
                                                  bestemmingsplannen op onderdelen in strijd zijn
                                                  met de omgevingsplanregels van rijkswege. Ook kan
                                                  in een bestemmingsplan toepassing zijn gegeven aan
                                                  artikel 2, onder a, van de voormalige Interimwet
                                                  stad-en-milieubenadering waarin is bepaald dat de
                                                  gemeenteraad in een bestemmingsplan kan afwijken
                                                  van een milieukwaliteitsnorm voor bodem, geluid en
                                                  lucht. Omdat ook deze bestemmingsplannen samen met
                                                  de omgevingsplanregels van rijkswege in het
                                                  tijdelijke deel van het omgevingsplan worden
                                                  opgenomen moet er een voorrangsregel worden
                                                  opgenomen. Deze voorrangsregel geldt ook bij
                                                  strijdigheid tussen de omgevingsplanregels van
                                                  rijkswege en de:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_1__item_a">
			      <Al>voorwaarden aan het lozen van afvloeiend
                                                  hemelwater of van grondwater op of in de bodem of
                                                  in een riool in een gemeentelijke verordening op
                                                  grond van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer;
                                                  en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_1__item_b">
			      <Al>de aanwijzing van concentratiegebieden en
                                                  waardsen of afstanden voor geur bij het houden van
                                                  landbouwhuisdieren in een geurverordening op grond
                                                  van artikel 6 van de voormalige Wet geurhinder en
                                                  veehouderij.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Om die reden is in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dit artikel
                                                  bepaald dat de regels van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2" scope="Afdeling">afdeling 22.2</IntRef>, met uitzondering van
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf
                                                  22.2.7.3</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit omgevingsplan niet
                                                  van toepassing zijn voor zover die regels in
                                                  strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van
                                                  het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder
                                                  a, van de Omgevingswet. De toets of er sprake is
                                                  van 'strijd' omvat ook een toets of wel of niet
                                                  sprake is van regels met hetzelfde oogmerk. Als de
                                                  regels een ander oogmerk hebben, doet 'strijd' in
                                                  de zin van de bepaling zich niet voor. Dit is
                                                  vergelijkbaar met de wijze waarop bij de
                                                  toepassing van artikel 121 van de Gemeentewet
                                                  wordt getoetst of er sprake is van 'strijd' met
                                                  een hogere regeling. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">Subparagraaf
                                                  22.2.7.3</IntRef> van dit omgevingsplan is van de
                                                  werking van het eerste lid van de
                                                  voorrangsbepaling uitgezonderd. Deze paragraaf
                                                  regelt dat bepaalde bouw- en gebruiksactiviteiten
                                                  van rechtswege in overeenstemming zijn met het
                                                  omgevingsplan, ongeacht wat er in het
                                                  omgevingsplan concreet is bepaald. Daarmee zijn
                                                  deze activiteiten, voor zover die in strijd zouden
                                                  zijn met het omgevingsplan, aangewezen als
                                                  vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten. Als
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf
                                                  22.2.7.3</IntRef> niet van de werking van het
                                                  eerste lid van de voorrangsbepaling zou worden
                                                  uitgezonderd, waardoor die paragraaf toch opzij
                                                  gezet zou kunnen worden door andersluidende
                                                  bepalingen in het tijdelijke deel van het
                                                  omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a,
                                                  van de Omgevingswet, zou als gevolg daarvan de
                                                  werking van die paragraaf worden ontkracht. Dat is
                                                  onwenselijk.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat een
                                                  voorrangbepaling voor vergunningvoorschriften in
                                                  een omgevingsvergunning voor een milieubelastende
                                                  activiteit, die met toepassing van het recht zoals
                                                  dat gold voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet, is verleend. Het gaat hierbij om een
                                                  vergunningplichtige milieubelastende activiteit
                                                  die in hoofdstuk 3 van het Bal is aangewezen en
                                                  waarbij deze vergunningvoorschriften bevat voor
                                                  een onderwerp dat naar het omgevingsplan is
                                                  verschoven. Op grond van het overgangsrecht van
                                                  artikel 4.13, tweede lid, van de Invoeringswet
                                                  Omgevingswet blijven deze vergunningvoorschriften
                                                  gelden. De vergunningvoorschriften gelden naast
                                                  het omgevingsplan. De strengste regel is dan
                                                  bepalend. Ten tijde van de vergunningverlening
                                                  zijn juist bewust strengere of soepeler
                                                  voorschriften gesteld, afgestemd op de locatie. De
                                                  regels in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan zijn niet van toepassing, voor zover
                                                  zo'n vergunningvoorschrift geldt. De uitdrukking
                                                  'voor zover' betekent 'in de mate dat'. Dat houdt
                                                  in dat alleen die voorschriften van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit omgevingsplan
                                                  buiten toepassing blijven waarvoor voorschriften
                                                  in de omgevingsvergunning zijn gesteld. Als
                                                  bijvoorbeeld de omgevingsvergunning voor de
                                                  milieubelastende activiteit voor geluid alleen
                                                  voorschriften met waarden bevat, dan blijft
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan met geluidwaarden voor
                                                  geluidgevoelige gebouwen buiten toepassing. Maar
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan, dat bepaalt wanneer een akoestisch
                                                  onderzoek gedaan moet worden, is wel van
                                                  toepassing. Deze voorrangsbepaling kan relevant
                                                  zijn voor de volgende onderdelen van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_a">
			      <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.2
                                                  Energiebesparing</IntRef></Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_b">
			      <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.3" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.3
                                                  Zwerfafval</IntRef></Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_c">
			      <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.4
                                                  Geluid</IntRef></Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_d" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_d">
			      <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.5
                                                  Trillingen</IntRef></Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_e" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_e">
			      <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.10" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.10 Lozen bij
                                                  maken van betonmortel</IntRef>paragraaf 22.3.11
                                                  Uitwassen van beton</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_f" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_f">
			      <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.13" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.13 Ontwikkelen of
                                                  afdrukken van fotografisch materiaal</IntRef></Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_g" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_292__content_292__list_o_2__item_g">
			      <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.19" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.19 In werking
                                                  hebben van een acculader</IntRef></Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Dit omgevingsplan voorziet niet in een
                                                  voorrangsbepaling voor bestaande
                                                  vergunningvoorschriften of maatwerkvoorschriften
                                                  op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer
                                                  die op grond van het algemene overgangsrecht
                                                  maatwerkvoorschriften zijn geworden en die
                                                  afwijken van of een nadere invulling geven aan de
                                                  omgevingsplanregels in dit omgevingsplan. Uit de
                                                  wetssystematiek volgt al dat een
                                                  maatwerkvoorschrift voorrang heeft op een algemene
                                                  bepaling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_293" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_293">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke
                                                monumenten en voorbeschermde gemeentelijke
                                                monumenten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_293__content_293" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_293__content_293">
			<Inhoud>
			  <Al>Bijlage I bij het Bbl bevat de begrippen
                                                  'gemeentelijk monument' en 'voorbeschermd
                                                  gemeentelijk monument'. Deze begrippen gelden op
                                                  grond van <IntRef ref="chp_1__art_1.1" scope="Artikel">artikel 1.1</IntRef>, <IntRef ref="chp_1__art_1.1__para_1" scope="Lid">eerste
                                                  lid</IntRef>, van dit omgevingsplan ook voor dit
                                                  plan. Deze begrippen worden gebruikt in de
                                                  artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">22.288</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">22.290</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.293" scope="Artikel">22.293</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">Artikel 22.295</IntRef>.</Al>
			  <Al>De begripsomschrijvingen van bovengenoemde
                                                  begrippen zijn toegesneden op de wijze waarop de
                                                  bescherming van monumenten en archeologische
                                                  monumenten op gemeentelijk niveau via het
                                                  toekennen van een beschermde status en daardoor
                                                  het van toepassing worden van bepaalde regels
                                                  onder het nieuwe recht van de Omgevingswet vorm
                                                  krijgt. Dit gebeurt door aan het monument of
                                                  archeologisch monument in dit omgevingsplan de
                                                  functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven
                                                  en, als het gaat om een voorbeschermd monument of
                                                  archeologisch monument, door het voor de locatie
                                                  van het monument of archeologisch monument
                                                  toevoegen van een voorbeschermingsregel aan dit
                                                  omgevingsplan via een voorbereidingsbesluit
                                                  vanwege het voornemen om aan dat monument of
                                                  archeologisch monument in dit omgevingsplan de
                                                  functie- aanduiding gemeentelijk monument te
                                                  geven.</Al>
			  <Al>Daarmee zouden buiten de reikwijdte van
                                                  bovengenoemde begrippen vallen monumenten en
                                                  archeologische monumenten op gemeentelijk niveau
                                                  die onder het voor de Omgevingswet geldende recht
                                                  als gemeentelijk monument of archeologisch
                                                  monument zijn aangewezen op grond van een
                                                  gemeentelijke verordening of een voorbeschermde
                                                  status hebben verkregen op grond van een zodanige
                                                  verordening, en waaraan nog niet direct bij de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet in dit
                                                  omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk
                                                  monument is gegeven of waarvoor op dat moment in
                                                  het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel
                                                  is opgenomen. In de praktijk werden onder het
                                                  voormalige recht onder de begrippen 'gemeentelijk
                                                  monument' en 'voorbeschermd gemeentelijk monument'
                                                  dergelijke monumenten en archeologische monumenten
                                                  verstaan (hierna samen te noemen: gemeentelijke
                                                  monumenten 'oude stijl').</Al>
			  <Al>Dit gevolg, dat niet is beoogd, kan zich
                                                  voordoen tot het bij koninklijk besluit te bepalen
                                                  tijdstip waarop gemeenten over een omgevingsplan
                                                  moeten beschikken dat voldoet aan alle eisen van
                                                  de Omgevingswet. Uiteraard moeten de hier bedoelde
                                                  gemeentelijke monumenten 'oude stijl' gedurende
                                                  deze overgangsfase wel adequaat worden beschermd.
                                                  Dit is het geval zolang deze in dit omgevingsplan
                                                  nog niet zijn voorzien van de functie-aanduiding
                                                  gemeentelijk monument in het omgevingsplan of,
                                                  voor zover het gaat om voorbeschermde monumenten
                                                  of archeologische monumenten, ter zake een
                                                  voorbeschermingsregel in dit omgevingsplan is
                                                  opgenomen. Daarbij wordt er voor zover het gaat om
                                                  voorbeschermde monumenten en archeologische
                                                  monumenten op gewezen dat die onder de
                                                  Omgevingswet niet per se eerst via een door een
                                                  voorbereidingsbesluit toe te voegen
                                                  voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan hoeven
                                                  te worden omgezet naar een voorbeschermd
                                                  gemeentelijk monument in de zin van de
                                                  begripsomschrijving uit bijlage I bij het Bbl.
                                                  Afhankelijk van het tijdsverloop van de procedure
                                                  tot aanwijzing op grond van de gemeentelijke
                                                  verordening en van de procedure om tot
                                                  vaststelling van een nieuw omgevingsplan te komen,
                                                  kan er voor deze voorbeschermde monumenten en
                                                  archeologische monumenten ook voor worden gekozen
                                                  om deze direct, dus zonder hiervoor eerst een
                                                  voorbeschermingsregel aan het omgevingsplan toe te
                                                  voegen, in het nieuwe deel van het omgevingsplan
                                                  de functie-aanduiding gemeentelijk monument te
                                                  geven. Dit zal zich met name voordoen als de
                                                  procedure tot aanwijzing op grond van de
                                                  gemeentelijke verordening gedurende hetzelfde
                                                  tijdvak gaande is als de procedure tot
                                                  vaststelling van het omgevingsplan. In dat geval
                                                  kan het zo zijn dat die procedure tot aanwijzing
                                                  voldoende voorziet in de benodigde voorbescherming
                                                  en hoeft die voorbescherming niet afzonderlijk met
                                                  voorbeschermingsregels in het omgevingsplan te
                                                  worden gecreëerd.</Al>
			  <Al>Voor zover het gaat om de continuering van de
                                                  gelding van de gemeentelijke verordeningen zelf en
                                                  een eventueel daarin opgenomen vergunningplicht
                                                  wordt in de bescherming van de hier bedoelde
                                                  gemeentelijke monumenten 'oude stijl' al voorzien
                                                  door de artikelen 22.4 en 22.8 van de
                                                  Omgevingswet, zoals die artikelen bij de
                                                  Invoeringswet Omgevingswet worden toegevoegd. Maar
                                                  voor een adequate bescherming van deze
                                                  gemeentelijke monumenten 'oude stijl' is ook
                                                  vereist dat de onderdelen van de artikelen 22.28,
                                                  22.38, 22.276,22.277, 22.279 tot en met 22.282 en
                                                  22.284 die betrekking hebben op gemeentelijke
                                                  monumenten en voorbeschermde gemeentelijke
                                                  monumenten in overeenstemming met de daarvoor
                                                  geldende begripsomschrijvingen, ook op deze
                                                  gemeentelijke monumenten 'oude stijl' van
                                                  toepassing zijn. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">Artikel 22.2</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan voorziet hierin. Daarbij is het
                                                  uiteraard zo dat als bij voorbeschermde monumenten
                                                  en archeologische monumenten de uitkomst van de
                                                  procedure tot aanwijzing op grond van de
                                                  gemeentelijke verordening is dat wordt afgezien
                                                  van de aanwijzing, op dat moment de
                                                  voorbescherming vervalt en niet langer sprake is
                                                  van een 'monument of archeologisch monument waarop
                                                  die verordening van overeenkomstige toepassing is'
                                                  als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>. Het van
                                                  toepassing zijn van dit artikel op de hier
                                                  bedoelde gemeentelijke monumenten 'oude stijl' kan
                                                  dus niet alleen worden beëindigd doordat
                                                  gedurende de overgangsfase daaraan in het
                                                  omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk
                                                  monument wordt gegeven of ter zake in het
                                                  omgevingsplan een voorbeschermingsregel wordt
                                                  opgenomen (de situaties beschreven in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>), waardoor de
                                                  desbetreffende monumenten en archeologische
                                                  monumenten rechtstreeks onder de begrippen
                                                  gemeentelijk monument en voorbeschermd
                                                  gemeentelijk monument komen te vallen, maar ook
                                                  doordat de procedure tot aanwijzing op grond van
                                                  de gemeentelijke verordening uiteindelijk niet tot
                                                  een aanwijzing leidt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_294" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_294">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde
                                                stads- en dorpsgezichten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_294__content_294" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_294__content_294">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat voor rijksbeschermde stads- en
                                                  dorpgezichten vergelijkbaar overgangsrecht als
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef> voor
                                                  gemeentelijke monumenten en voorbeschermde
                                                  gemeentelijke monumenten. Bij onder het oud recht
                                                  aangewezen rijksbeschermde stads- en
                                                  dorpsgezichten doet zich in relatie tot de
                                                  toepassing van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef>, aanhef en onder b,
                                                  van dit omgevingsplan de situatie voor dat deze
                                                  bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet buiten
                                                  de bescherming vallen die deze artikelonderdelen
                                                  bieden aan rijksbeschermde stads- en
                                                  dorpsgezichten. Deze artikelonderdelen koppelen de
                                                  bescherming namelijk aan de in het omgevingsplan
                                                  aan een locatie gegeven functie-aanduiding
                                                  rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht maar deze
                                                  functie-aanduiding zal er op het moment van de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet veelal niet
                                                  zijn. Dit omdat de systematiek van bescherming van
                                                  rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten naar oud
                                                  recht, anders dan onder de Omgevingswet, niet
                                                  alleen via het bestemmingsplan en welstandseisen
                                                  in de gemeentelijke welstandsnota verliep, maar
                                                  ook via het rechtstreeks werkend
                                                  sloopvergunningenstelsel in artikel 2.1, eerste
                                                  lid, aanhef en onder h, van de voormalige Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht. Onder de
                                                  Omgevingswet is het sloopvergunningenregime voor
                                                  rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten een
                                                  onderwerp dat als onderdeel van het omgevingsplan
                                                  wordt geregeld. Direct bij de inwerkingtreding van
                                                  de Omgevingswet is in het algemeen nog niet in een
                                                  adequaat sloopvergunningenregime in het
                                                  omgevingsplan voorzien, omdat in
                                                  bestemmingsplannen nog is uitgegaan van het
                                                  bestaan van de wettelijke vergunningplicht uit
                                                  artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                                  Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Om te
                                                  voorkomen dat door het wegvallen van die
                                                  rechtstreeks uit de wet voortvloeiende
                                                  vergunningplicht een hiaat in de bescherming van
                                                  een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht
                                                  ontstaat, is in artikel 4.35, tweede lid, van de
                                                  Invoeringswet Omgevingswet bepaald dat totdat het
                                                  omgevingsplan voorziet in een adequaat
                                                  beschermingsregime dat voldoet aan de in dat
                                                  artikellid gestelde eisen, voor het slopen in een
                                                  rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit is vereist. Artikel 4.35,
                                                  tweede lid, van die wet verklaart op deze
                                                  vergunningplicht de op de vergunningplicht uit
                                                  artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                                  Wet algemene bepalingen omgevingsrecht betrekking
                                                  hebbende weigeringsgrond uit artikel 2.16 van die
                                                  wet van overeenkomstige toepassing.</Al>
			  <Al>Voor de toepassing van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">artikel 22.38</IntRef>, aanhef en
                                                  onder b, van dit omgevingsplan, zou het ontbreken
                                                  in het omgevingsplan van de functie-aanduiding
                                                  rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht met zich
                                                  brengen dat - zolang in dit omgevingsplan aan een
                                                  locatie waarvoor een op grond van het oude recht
                                                  gegeven aanwijzing als rijksbeschermd stads- of
                                                  dorpsgezicht geldt - die functie-aanduiding nog
                                                  niet is gegeven, op die locatie zonder beperking
                                                  op grond van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">22.27</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan, vergunningvrij mag worden gebouwd.
                                                  Dit is uiteraard onwenselijk. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">Artikel 22.3</IntRef> zorgt dat
                                                  dit gevolg zich niet voordoet door te bepalen dat
                                                  de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef>, aanhef en onder b,
                                                  van dit omgevingsplan van overeenkomstige
                                                  toepassing zijn op deze locaties tot aan het
                                                  moment waarop daaraan in dit omgevingsplan wel de
                                                  functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of
                                                  dorpsgezicht is gegeven.</Al>
			  <Al>Hoewel de achtergrond van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">22.2</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">22.3</IntRef> vergelijkbaar is,
                                                  heeft <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">artikel 22.3</IntRef> een iets
                                                  andere opzet dan <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef>. Dit komt
                                                  door het feit dat voor de begrippen 'gemeentelijk
                                                  monument' en 'voorbeschermd gemeentelijk monument'
                                                  in bijlage I bij het Bbl in begripsomschrijvingen
                                                  is voorzien. Maar er is binnen het stelsel van de
                                                  Omgevingswet geenbegripsomschrijving voor
                                                  'rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht'. Om die
                                                  reden is er in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.3" scope="Artikel">artikel 22.3</IntRef> voor gekozen
                                                  om de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef>, aanhef en onder b,
                                                  van dit omgevingsplan van overeenkomstige
                                                  toepassing te verklaren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_295" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_295">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.4
                                                Maatwerkvoorschriften</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_295__content_295" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_295__content_295">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt de mogelijkheid tot het
                                                  stellen van maatwerkvoorschriften breed
                                                  opengesteld voor alle artikelen in deze afdeling.
                                                  Aangezien alle onderwerpen in deze afdeling van
                                                  landelijke regelgeving zijn overgeheveld naar de
                                                  gemeente is het onnodig om de maatwerkmogelijkheid
                                                  te clausuleren. Voorheen bevatten verschillende
                                                  artikelen van het Bouwbesluit 2012 een
                                                  uitdrukkelijke mogelijkheid voor het bevoegd gezag
                                                  om anders te besluiten dan opgenomen in de in het
                                                  betrokken artikel opgenomen eis. In deze afdeling
                                                  wordt die mogelijkheid niet voor afzonderlijke
                                                  artikelen opgenomen, aangezien maatwerk met dit
                                                  artikel breed openstaat. Het bevoegd gezag kan dus
                                                  altijd bepalen of in het concrete geval met een
                                                  gemotiveerd maatwerkvoorschrift kan worden
                                                  gewerkt. Een uitzondering op het niet meer
                                                  specifiek benoemen van afwijkmogelijkheden in het
                                                  artikel zelf is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12" scope="Artikel">artikel 22.12</IntRef> over de
                                                  aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en
                                                  hemelwater. De voorheen in het Bouwbesluit
                                                  opgenomen mogelijkheid voor het bevoegd gezag om
                                                  aanwijzingen te geven is voor de duidelijkheid van
                                                  bevoegd gezag en de gebruiker wel in dit artikel
                                                  overgenomen. Het is op basis van de brede
                                                  bevoegdheid om maatwerk te stellen op grond van
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" scope="Artikel">artikel 22.4</IntRef> echter ook
                                                  mogelijk dat het maatwerkvoorschrift in een
                                                  concreet geval anders moet komen te luiden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_296" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_296">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.5 Uitzetten rooilijnen,
                                                bebouwingsgrenzen en straatpeil</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_296__content_296" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_296__content_296">
			<Inhoud>
			  <Al>In door het bevoegd gezag te bepalen situaties
                                                  kan het nodig zijn dat, voorafgaande aan het
                                                  bouwen, door of namens het bevoegd gezag
                                                  rooilijnen, bebouwingsgrenzen of het meetniveau
                                                  van het te bouwen bouwwerk op het bouwterrein
                                                  worden vastgesteld en gemarkeerd (uitgezet). In
                                                  dit artikel is geregeld dat vergunningplichtige
                                                  bouwwerkzaamheden pas mogen beginnen als door of
                                                  namens het bevoegd gezag de rooilijnen of
                                                  bebouwingsgrenzen of het straatpeil zijn uitgezet.
                                                  Het kan hierbij gaan om activiteiten die op grond
                                                  van artikel 5.1, tweede lid onder a, van de
                                                  Omgevingswet vergunningplichtig zijn (de
                                                  technische bouwactiviteit) of activiteiten die op
                                                  grond van dit omgevingsplan vergunningplichtig
                                                  zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_297" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_297">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.7 Repressief welstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_297__content_297" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_297__content_297">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op het repressief
                                                  welstandstoezicht en was voorheen opgenomen in
                                                  artikel 12 van de Woningwet. Het uiterlijk van
                                                  bestaande bouwwerken of te bouwen bouwwerken waar
                                                  op grond van dit plan geen omgevingsvergunning
                                                  voor nodig is, mogen niet in ernstige mate in
                                                  strijd zijn met redelijke eisen van welstand,
                                                  beoordeeld volgens de criteria van de
                                                  welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid,
                                                  van de Woningwet, zoals dat artikel tot de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet gold. Op
                                                  grond van artikel 4.114 van de Invoeringswet
                                                  Omgevingswet geldt die welstandsnota als een
                                                  beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de
                                                  Omgevingswet. In het voormalige artikel 13a van de
                                                  Woningwet was opgenomen dat bij een overtreding
                                                  van artikel 12, eerste lid, het bevoegd gezag de
                                                  eigenaar kon verplichten zodanige door het bevoegd
                                                  gezag aan te geven voorzieningen te treffen, dat
                                                  daarmee werd voldaan aan artikel 12 van die wet.
                                                  In de systematiek van de Omgevingswet is dit een
                                                  maatwerkvoorschrift. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" scope="Artikel">artikel 22.4</IntRef> kan het
                                                  bevoegd gezag zo'n maatwerkvoorschrift ook stellen
                                                  voor het onderwerp welstand. Omdat de vraag of
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7" scope="Artikel">artikel 22.7</IntRef> overtreden
                                                  is, beantwoord moet worden door de criteria van de
                                                  welstandsnota te beoordelen, ligt het voor de hand
                                                  dat het bevoegd gezag door middel van een
                                                  maatwerkvoorschrift aan de eigenaar van een gebouw
                                                  duidelijk maakt op welke punten aanpassing nodig
                                                  is om de ernstige strijd met redelijke eisen van
                                                  welstand op te heffen.</Al>
			  <Al>Als de gemeente geen welstandsnota heeft
                                                  vastgesteld, gelden er voor de gehele gemeente
                                                  geen welstandsregels waaraan het uiterlijk van
                                                  bestaande bouwwerken moet voldoen. Optreden tegen
                                                  welstandsexcessen is dan niet mogelijk. Op grond
                                                  van het tweede lid is welstandstoezicht evenmin
                                                  aan de orde voor door de gemeenteraad aangewezen
                                                  bouwwerken in daarbij aangewezen (zogenoemde
                                                  welstandsvrije) gebieden. Op grond artikel 12,
                                                  tweede lid, van de Woningwet, kon de gemeenteraad
                                                  die welstandsvrije bouwwerken en gebieden
                                                  aanwijzen. Deze besluiten zijn in artikel 4.6 van
                                                  de Invoeringswet Omgevingswet, toegevoegd aan het
                                                  tijdelijke deel van het omgevingsplan waar zowel
                                                  voor het repressieve welstandstoezicht (in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7" scope="Artikel">artikel 22.7</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.7__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>) als voor de
                                                  beoordeling van een nieuw te bouwen
                                                  vergunningplichtig bouwwerk aan redelijke eisen
                                                  van welstand (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onderdeel a.),
                                                  een uitzondering is gemaakt. Het repressieve
                                                  welstandsvereiste is niet van toepassing op
                                                  tijdelijke bouwwerken, met uitzondering van
                                                  seizoensgebonden bouwwerken zoals
                                                  strandtenten.</Al>
			  <Al>De vraag of het uiterlijk van nieuw te bouwen
                                                  bouwwerken waarvoor wel een omgevingsvergunning op
                                                  grond van het omgevingsplan nodig is aan daarop
                                                  van toepassing zijnde welstandseisen voldoet,
                                                  wordt tijdens het proces van vergunningverlening
                                                  getoetst. Zie hiervoor <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_298" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_298">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.8 Aansluiting op distributienet
                                                voor elektriciteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_298__content_298" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_298__content_298">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel schrijft voor in welke gevallen de
                                                  elektriciteitsvoorziening van een bouwwerk moet
                                                  zijn aangesloten op het distributienet voor
                                                  elektriciteit. Een aansluiting is voorgeschreven
                                                  wanneer de aansluitafstand niet groter is dan 100
                                                  m. Bij een afstand van meer dan 100 m is de
                                                  aansluiting voorgeschreven wanneer de
                                                  aansluitkosten niet hoger zijn dan ze zouden zijn
                                                  bij een afstand van 100 m. In gevallen dat de
                                                  afstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten
                                                  hoger, kan worden gekozen voor een vrijwillige
                                                  aansluiting op het distributienet of voor een
                                                  individuele voorziening zoals bijvoorbeeld een
                                                  generator. De wijze waarop de in dit artikellid
                                                  genoemde afstanden moeten worden gemeten, vloeit
                                                  voort uit de in dit omgevingsplan opgenomen
                                                  begripsbepaling 'aansluitafstand'.</Al>
			  <Al>De aansluitplicht houdt alleen de plicht in tot
                                                  het aanbrengen van de technische voorzieningen die
                                                  het betrekken van elektriciteit mogelijk maken. Of
                                                  elektriciteit daadwerkelijk wordt geleverd, is
                                                  afhankelijk van een met het energiebedrijf te
                                                  sluiten contract.</Al>
			  <Al>Overigens is een aansluiting op het
                                                  distributienet niet verplicht wanneer op grond van
                                                  het gelijkwaardigheidsbeginsel een alternatieve
                                                  voorziening voor het betrekken van elektriciteit
                                                  is toegestaan.</Al>
			  <Al>De in dit artikel opgenomen aansluitplicht op
                                                  het distributienet voor elektriciteit geldt niet
                                                  voor het bouwen van drijvende bouwwerken of voor
                                                  woonfuncties die gebouwd worden in particulier
                                                  opdrachtgeverschap. Dit sluit aan bij de
                                                  gelijkluidende uitzonderingen uit het Bouwbesluit
                                                  2012. Uiteraard staat het een initiatiefnemer wel
                                                  vrij om vrijwillig op het distributienet aan te
                                                  sluiten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_299" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_299">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.9 Aansluiting op distributienet
                                                voor gas</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_299__content_299" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_299__content_299">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel schrijft voor in welke gevallen de
                                                  gasvoorziening van een bouwwerk moet zijn
                                                  aangesloten op het distributienet voor gas. De
                                                  aansluitplicht geldt voor een aansluitafstand die
                                                  niet groter is dan 40 m of wanneer de
                                                  aansluitkosten niet hoger zijn dan ze zouden zijn
                                                  bij een aansluitafstand van 40 m. Opgemerkt wordt
                                                  dat het sinds de wijzigingen in de Gaswet van 1
                                                  juli 2018 en de daarop aansluitende wijziging van
                                                  het Bouwbesluit 2012 in veel gevallen niet meer
                                                  mogelijk is nieuw te bouwen gebouwen te voorzien
                                                  van een gasaansluiting voor zogenoemde
                                                  kleinverbruikers. In dit artikel is net zoals
                                                  voorheen in het Bouwbesluit 2012 de relatie met
                                                  artikel 10, zesde lid, onderdeel a of b, van de
                                                  Gaswet gelegd om duidelijk te maken dat dit
                                                  artikel van de Gaswet van invloed is op de vraag
                                                  of er bij nieuwbouw wel een aansluiting op het
                                                  gasnet gerealiseerd kan worden door de
                                                  netbeheerder. Het artikel in de Gaswet gaat niet
                                                  over bestaande aansluitingen die al gerealiseerd
                                                  zijn. Daarnaast geldt de aansluitplicht in dit
                                                  artikel alleen als de aansluitafstand 40 m of
                                                  kleiner is, of als de aansluitkosten niet hoger
                                                  liggen dan bij een aansluitafstand van 40 m.</Al>
			  <Al>De in dit artikel opgenomen aansluitplicht op
                                                  het distributienet voor gas geldt niet voor het
                                                  bouwen van drijvende bouwwerken of voor
                                                  woonfuncties die gebouwd worden in particulier
                                                  opdrachtgeverschap. Dit sluit aan bij de
                                                  gelijkluidende uitzonderingen uit het Bouwbesluit
                                                  2012. Deze bouwwerken hoeven dus al sinds enkele
                                                  jaren niet meer aan te sluiten op het
                                                  distributienet voor gas. Daarnaast is het sinds de
                                                  bovengenoemde aanpassing van de Gaswet in 2018 in
                                                  slechts enkele gevallen nog mogelijk is om nieuwe
                                                  bouwwerken aan te sluiten op het distributienet
                                                  voor gas. Het tweede lid van dit artikel
                                                  bewerkstelligt dat er in drijvende bouwwerken en
                                                  woning gebouwd in particulier opdrachtgeverschap
                                                  nooit een aansluitplicht geldt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_300" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_300">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.10 Aansluiting op distributienet
                                                voor warmte</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_300__content_300" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_300__content_300">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt een eis voor nieuw te bouwen
                                                  bouwwerken met een verblijfsgebied. Een dergelijk
                                                  bouwwerk moet zijn aangesloten op het
                                                  distributienet voor warmte als de aansluitafstand
                                                  niet groter is dan 40 m of de aansluitkosten niet
                                                  hoger zijn dan ze zouden zijn bij een
                                                  aansluitafstand van 40 m. Die plicht is niet
                                                  alleen afhankelijk van de aansluitafstand maar ook
                                                  van de vraag of het in het warmteplan geplande
                                                  aantal aansluitingen op het distributienet op het
                                                  moment van het indienen van de aanvraag om
                                                  vergunning voor het bouwen nog niet is bereikt.
                                                  Bij een distributienet voor warmte kan
                                                  bijvoorbeeld worden gedacht aan een netwerk voor
                                                  stadsverwarming. Op grond van het tweede lid zal
                                                  bij een beroep op een daaraan gelijkwaardige
                                                  oplossing niet alleen rekening moeten worden
                                                  gehouden met veiligheid maar ook met
                                                  energiezuinigheid en milieu. Met het tweede lid
                                                  wordt de toepassing van het
                                                  gelijkwaardigheidsbeginsel op de aansluiting op
                                                  het distributienet ingekaderd. In dat tweede lid
                                                  is aangegeven aan welke energiezuinigheids- en
                                                  milieucriteria een andere oplossing dan een
                                                  aansluiting op het warmtenet moet voldoen om in
                                                  een voorkomend geval als gelijkwaardig aan die
                                                  aansluiting te kunnen worden aangemerkt. Bij de
                                                  beoordeling van die gelijkwaardigheid moeten de
                                                  energiezuinigheids- en milieuprestaties van de
                                                  aangedragen andere oplossing vergeleken worden met
                                                  de prestaties bij aansluiting op het warmtenet.
                                                  Referentiekader daarbij is de mate van
                                                  energiezuinigheid en bescherming van het milieu
                                                  zoals deze in het warmteplan is opgenomen. De
                                                  prestaties van het warmtenet moeten daarom
                                                  voldoende concreet in het warmteplan, als
                                                  onderdeel van het omgevingsplan, zijn opgenomen.
                                                  Als, bijvoorbeeld, in het warmteplan alleen
                                                  gegevens over de CO2-uitstoot van het warmtenet
                                                  zijn opgenomen en niet over NOx-effecten, dan
                                                  moeten de milieuprestaties van de te beoordelen
                                                  andere oplossing alleen voor de CO2-uitstoot
                                                  worden bepaald en mag NOx niet als factor in
                                                  beschouwing worden genomen. Als een gemeente voor
                                                  energiezuinigheid de wettelijk vastgestelde
                                                  energieprestatiecoëfficiënt (EPC) wil
                                                  realiseren, dan kan de gemeente in het warmteplan
                                                  volstaan met de vermelding dat de wettelijke EPC
                                                  wordt nagestreefd. Aanleg van nieuwe warmtenetten
                                                  geschiedt veelal in gebieden met een grote
                                                  bouwopgave (bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk met
                                                  meerdere duizenden woningen). De uitvoering van
                                                  zo'n bouwopgave en – in samenhang daarmee – van de
                                                  aanleg van het distributienet voor warmte
                                                  geschiedt niet in één keer, maar gefaseerd. De
                                                  uiteindelijke prestatie van het distributienet
                                                  voor energiezuinigheid en bescherming van het
                                                  milieu treedt pas op vanaf het moment dat het in
                                                  het warmteplan aangegeven aantal aansluitingen is
                                                  bereikt. De beoordeling van de gelijkwaardigheid
                                                  van een aangedragen andere oplossing moet daarom
                                                  plaatsvinden op basis van die uiteindelijke
                                                  energiezuinigheids- en milieuprestaties van het
                                                  warmtenet, zoals die in het warmteplan zijn
                                                  aangegeven. Zie verder ook de toelichting op de
                                                  omschrijvingen van de begrippen distributienet
                                                  voor warmte en warmteplan.</Al>
			  <Al>De in dit artikel opgenomen aansluitplicht op
                                                  het distributienet voor warmte geldt niet voor het
                                                  bouwen van drijvende bouwwerken of voor
                                                  woonfuncties die gebouwd worden in particulier
                                                  opdrachtgeverschap. Dit sluit aan bij de
                                                  gelijkluidende uitzonderingen uit het Bouwbesluit
                                                  2012. Wanneer er een lokale aansluitplicht gold
                                                  als bedoeld in het vierde lid van dit artikel,
                                                  blijft deze aansluitplicht wel van kracht.
                                                  Uiteraard staat het een initiatiefnemer daarnaast
                                                  ook vrij om vrijwillig op het distributienet aan
                                                  te sluiten.</Al>
			  <Al>Het overgangsrecht uit artikel 9.2, tiende lid,
                                                  van het Bouwbesluit 2012 dat behoort bij artikel
                                                  6.10, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 is
                                                  inhoudelijk ongewijzigd opgenomen in het vierde
                                                  lid van dit artikel. Dit lid zet de bestaande
                                                  overgangsbepaling voort, voor die gebieden waar
                                                  voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel
                                                  6.10, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 op basis
                                                  van de gemeentelijke bouwverordening en eventuele
                                                  daarop gebaseerde nadere afspraken een
                                                  aansluitplicht op een distributienet voor warmte
                                                  (stadsverwarming) gold. In die gebieden blijft die
                                                  aansluitplicht ook met inwerkingtreding van dit
                                                  omgevingsplan bestaan. Als er na de
                                                  inwerkingtreding van dit omgevingsplan in een
                                                  dergelijk gebied wordt bijgebouwd dan geldt de
                                                  aansluitplicht ook voor deze nieuwe gebouwen. Met
                                                  dit overgangsrecht wordt rekening gehouden met de
                                                  bijzondere eigenschappen van een warmtenet. Alleen
                                                  wanneer in een bepaald gebied de aansluitplicht op
                                                  een warmtenet over een langere periode is
                                                  gewaarborgd, is een dergelijk systeem uit het
                                                  oogpunt van energiezuinigheid en milieu haalbaar.
                                                  Met gebied wordt bedoeld het gebied waarvoor een
                                                  gemeente daadwerkelijk een concessie voor de
                                                  aanleg en exploitatie van een warmtenet aan een
                                                  netbeheerder heeft gegund. Dit kan ook de hele
                                                  gemeente zijn. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10" scope="Artikel">Artikel 22.10</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.10__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, is, als het
                                                  overgangsrecht nog geldt, dus niet van toepassing.
                                                  Genoemd eerste lid is wel van toepassing op nieuwe
                                                  bouwwerken in gebieden waar op het moment van
                                                  inwerkingtreding van dit omgevingsplan nog geen
                                                  stadsverwarming is aangelegd en ook geen concessie
                                                  volgens bovenstaande is verleend.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_301" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_301">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.11 Aansluiting op distributienet
                                                voor drinkwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_301__content_301" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_301__content_301">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel regelt in welke gevallen de
                                                  drinkwatervoorziening moet zijn aangesloten op het
                                                  openbare distributienet voor drinkwater. De wijze
                                                  waarop de in dit artikel bedoelde afstanden moeten
                                                  worden gemeten volgt uit de begripsbepaling van
                                                  aansluitafstand opgenomen in dit omgevingsplan.
                                                  Overigens houdt de aansluitplicht niet in dat het
                                                  drinkwaterbedrijf tot de levering van drinkwater
                                                  verplicht is of dat de aangeslotene tot het
                                                  afnemen van drinkwater verplicht is. De
                                                  aansluitplicht houdt slechts de plicht in tot het
                                                  aanbrengen van de technische voorzieningen die het
                                                  betrekken van drinkwater mogelijk maken. Of
                                                  drinkwater wordt geleverd, is afhankelijk van een
                                                  met het drinkwaterbedrijf te sluiten contract. Een
                                                  aansluiting op het distributienet is niet
                                                  verplicht wanneer door toepassing van het
                                                  gelijkwaardigheidsbeginsel een alternatieve
                                                  voorziening voor het betrekken van drinkwater is
                                                  toegestaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_302" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_302">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.12 Aansluiting van afvoer
                                                huishoudelijk afvalwater en hemelwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_302__content_302" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_302__content_302">
			<Inhoud>
			  <Al>In het<i>
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef>
                                                  </i>en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.12__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> zijn technische
                                                  eisen over de aansluiting van de gebouwriolering
                                                  op de buitenriolering opgenomen. Het <i>derde
                                                  </i>lid bevat technische eisen aan de uitvoering
                                                  van een eventueel aanwezige buitenriolering. De
                                                  eerste drie leden gelden ongeacht de vraag of het
                                                  bouwwerk aangesloten is op een openbare
                                                  voorziening voor het beheer van afvalwater. Het
                                                  <i>vierde </i>lid is alleen van toepassing als er
                                                  een openbare voorziening voor de afvoer van
                                                  afvalwater (huishoudelijk afvalwater of
                                                  hemelwater) aanwezig is waarop kan worden
                                                  aangesloten. Onderdeel a heeft betrekking op het
                                                  geval dat er voor de afvoer van huishoudelijk
                                                  afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een
                                                  systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid,
                                                  van de Omgevingswet aanwezig is. Onderdeel b heeft
                                                  betrekking op het geval dat er een openbaar
                                                  hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool
                                                  aanwezig is. In die gevallen bepaalt het bevoegd
                                                  gezag op welke plaats, op welke hoogte en met
                                                  welke middellijn de voor de aansluiting van de
                                                  afvoervoorziening noodzakelijke aansluiting bij de
                                                  gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of
                                                  terrein wordt aangelegd. Op grond van onderdeel c
                                                  kan het bevoegd gezag voorzieningen eisen om het
                                                  functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige
                                                  aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de
                                                  inzameling en het transport van afvalwater te
                                                  waarborgen. Dit kan met een maatwerkvoorschrift op
                                                  grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.1__art_22.4" scope="Artikel">artikel 22.4</IntRef>. Voor de
                                                  duidelijkheid is de formulering die voorheen in
                                                  het Bouwbesluit 2012 was opgenomen over deze
                                                  aanwijzing overgenomen in dit artikel, omdat een
                                                  maatwerkvoorschrift over dit onderwerp naar
                                                  verwachting in de meeste gevallen deze inhoud zal
                                                  krijgen. Het is echter op grond van artikel 22.4
                                                  ook mogelijk dat er in gevallen door het bevoegd
                                                  gezag op een andere manier invulling zal worden
                                                  gegeven aan het maatwerk.</Al>
			  <Al>In paragraaf 2.4.1 van de Omgevingswet zijn de
                                                  overheidszorgplichten voor stedelijk afvalwater,
                                                  hemelwater en grondwater beschreven. Onder
                                                  stedelijk afvalwater wordt verstaan huishoudelijk
                                                  afvalwater of een mengsel daarvan met
                                                  bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater,
                                                  grondwater of ander afvalwater. De regels over het
                                                  lozen van huishoudelijk afvalwater, afstromend
                                                  hemelwater en overtollig grondwater in de openbare
                                                  riolering staan elders in dit omgevingsplan (en
                                                  eventueel in het deel van dit omgevingsplan dat is
                                                  voortgekomen uit de voormalige verordening over
                                                  afvoer van hemel- en grondwater op grond van
                                                  artikel 10.32a van de Wet milieubeheer). In dit
                                                  artikel zijn vervolgens de bouw- en
                                                  installatietechnische eisen opgenomen die gelden
                                                  voor de afvoer vanuit of vanaf bouwwerken die
                                                  aangesloten worden op de perceelaansluiting en in
                                                  het verlengde daarvan op de openbare voorzieningen
                                                  voor het beheer van afvalwater.</Al>
			  <Al>Die overheidszorgplicht voor afvalwater is zowel
                                                  bij huishoudelijk afvalwater als bij hemelwater
                                                  niet absoluut. Wanneer de aanleg van voorzieningen
                                                  voor huishoudelijk afvalwater in het buitengebied
                                                  niet doelmatig is, moeten burgers en bedrijven
                                                  zelf in de afvoer of zuivering van huishoudelijk
                                                  afvalwater voorzien.</Al>
			  <Al>De zorgplicht voor hemelwater gaat ervan uit dat
                                                  gemeenten ook in stedelijk gebied niet hoeven in
                                                  te zamelen als burgers en bedrijven zelf in afvoer
                                                  van hemelwater kunnen voorzien.<br/>Waar wel wordt
                                                  ingezameld, kan de gemeente bij de invulling van
                                                  haar zorgplicht kiezen tussen de gemengde of
                                                  afzonderlijke inzameling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_303" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_303">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.13
                                                Bluswatervoorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_303__content_303" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_303__content_303">
			<Inhoud>
			  <Al>Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moeten gebouwen en
                                                  andere bouwwerken een toereikende
                                                  bluswatervoorziening hebben. Doel van dit
                                                  voorschrift is te waarborgen dat voor de brandweer
                                                  een adequate openbare of niet-openbare
                                                  bluswatervoorziening in of bij een bouwwerk
                                                  beschikbaar is. Wanneer geen toereikende openbare
                                                  bluswatervoorziening aanwezig is, moet worden zorg
                                                  gedragen voor een toereikende niet-openbare
                                                  bluswatervoorziening. Voorbeelden van
                                                  bluswatervoorzieningen zijn een brandkraan of
                                                  andere aansluiting op het drinkwater- of ander
                                                  leidingnet voor bluswater, een watervoorraad,
                                                  zoals een reservoir, een bassin, een blusvijver,
                                                  een waterput of een bron (grondwater) of
                                                  oppervlaktewater zoals een meer, de zee, een
                                                  sloot, of een kanaal. Een bluswatervoorziening
                                                  moet bereikbaar en betrouwbaar zijn, dus ook bij
                                                  droogte of vorst. Daarom is in het artikel
                                                  opgenomen dat een bluswatervoorziening niet nodig
                                                  is als dit naar oordeel van het bevoegd gezag
                                                  gezien de aard, de ligging of het gebruik van het
                                                  bouwwerk niet nodig is.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> regelt de maximaal
                                                  toegestane afstand tussen een bluswatervoorziening
                                                  en een ingang van een bouwwerk (gebouw of bouwwerk
                                                  geen gebouw zijnde). Als het bouwwerk op grond van
                                                  het Bbl over een brandweeringang moet beschikken,
                                                  wordt de maximale afstand tussen de
                                                  bluswatervoorziening en die specifieke ingang
                                                  geregeld.<br/>De afstand mag niet meer dan 40 m
                                                  bedragen. Wanneer in de straat of de weg een
                                                  fysieke scheiding aanwezig is, zoals een gracht of
                                                  beschermde trambaan, dan moet rekening worden
                                                  gehouden met de omweg die daar het gevolg van
                                                  is.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.13__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> regelt dat de
                                                  bluswatervoorziening altijd direct bereikbaar moet
                                                  zijn. Zo kan het bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om
                                                  maatregelen te treffen om te voorkomen dat een
                                                  bluswatervoorziening wordt geblokkeerd door
                                                  geparkeerde auto's of andere objecten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_304" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_304">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor
                                                hulpverleningsdiensten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_304__content_304" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_304__content_304">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat regels bestemd voor de
                                                  bereikbaarheid van gebouwen en bouwwerken die geen
                                                  gebouw zijn waarin personen kunnen verblijven,
                                                  voor brandweervoertuigen en voertuigen van andere
                                                  hulpverleningsdiensten. Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moet tussen de
                                                  openbare weg en de toegang van een bouwwerk voor
                                                  het verblijven van personen een verbindingsweg
                                                  aanwezig zijn die geschikt is voor het te
                                                  verwachten verkeer, zoals brandweervoertuigen en
                                                  voertuigen van andere hulpverleningsdiensten. Niet
                                                  elk gebouw of elk bouwwerk geen gebouw zijnde
                                                  waarin personen kunnen verblijven hoeft over zo'n
                                                  verbindingsweg te beschikken. Zo'n weg is niet
                                                  vereist in de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> aangegeven
                                                  gevallen, zoals bij een bouwwerk met een
                                                  gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50
                                                  m<sup>2</sup> of als de toegang tot het bouwwerk
                                                  op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt of
                                                  wanneer het bevoegd gezag van oordeel is dat de
                                                  aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk
                                                  de aanwezigheid van die voorziening niet nodig
                                                  maakt.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> is aangegeven aan
                                                  welke eisen een verbindingsweg als bedoeld in het
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moet voldoen. De
                                                  voorgeschreven minimumbreedte van de
                                                  verbindingsweg en het voorgeschreven minimum
                                                  draagvermogen van die weg zijn afgestemd op het
                                                  gebruik door gangbare voertuigen zonder dat deze
                                                  elkaar hoeven te kunnen passeren. Aan de in het
                                                  derde lid gestelde eisen hoeft niet te worden
                                                  voldaan wanneer in dit omgevingsplan of een
                                                  gemeentelijke verordening een afwijkende regel is
                                                  opgenomen.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> is bepaald dat op
                                                  een voorgeschreven verbindingsweg (de in het
                                                  eerste lid bedoelde weg) geen obstakels aanwezig
                                                  mogen zijn die de voor de doorgang van
                                                  brandweervoertuigen benodigde vrije hoogte en
                                                  breedte blokkeren. Zo mag die weg niet worden
                                                  geblokkeerd door geparkeerde auto's of
                                                  overhangende takken.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.14__para_5" scope="Lid">vijfde lid</IntRef> bepaalt dat een
                                                  verbindingsweg niet zodanig mag zijn afgesloten
                                                  dat dit de brandweer of andere hulpdiensten
                                                  onnodig hindert.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_305" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_305">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor
                                                brandweervoertuigen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_305__content_305" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_305__content_305">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op opstelplaatsen
                                                  voor brandweervoertuigen bij bouwwerken die voor
                                                  het verblijf van personen zijn bestemd. Op grond
                                                  van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moeten bij een
                                                  gebouw en bij een bouwwerk geen gebouw zijnde
                                                  waarin personen kunnen verblijven opstelplaatsen
                                                  voor brandweervoertuigen aanwezig zijn, zodat die
                                                  voertuigen op doeltreffende wijze kunnen worden
                                                  aangesloten op de bluswatervoorziening. Die
                                                  opstelplaatsen moeten in voldoende aantal aanwezig
                                                  zijn, al naar gelang de grootte van het bouwwerk.
                                                  Zulke opstelplaatsen zijn niet vereist in de in
                                                  het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> aangegeven
                                                  gevallen, zoals bij een bouwwerk met een
                                                  gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50
                                                  m<sup>2</sup> of als de aard, de ligging of het
                                                  gebruik van het gebouw respectievelijk het
                                                  bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd
                                                  gezag niet vereist. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> regelt de maximaal
                                                  toegestane afstand tussen een opstelplaats en een
                                                  ingang van het gebouw/bouwwerk. Als het bouwwerk
                                                  op grond van het Bbl over een brandweeringang moet
                                                  beschikken, wordt de maximale afstand tussen de
                                                  bluswatervoorziening en die specifieke ingang
                                                  geregeld. De afstand mag niet meer dan 40 m
                                                  bedragen. In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> is bepaald dat een
                                                  opstelplaats over de voorgeschreven hoogte en
                                                  breedte moet worden vrijgehouden voor
                                                  brandweervoertuigen. Zo mag een opstelplaats niet
                                                  worden geblokkeerd door geparkeerde auto's of
                                                  overhangende takken. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.3__art_22.15__para_5" scope="Lid">vijfde lid</IntRef> bepaalt dat een
                                                  opstelplaats niet zodanig door hekwerken mag zijn
                                                  afgesloten dat dit de brandweer of andere
                                                  hulpdiensten (onnodig) hindert. Een eventueel
                                                  ontsluitingssysteem moet in overleg met het
                                                  bevoegd gezag worden gekozen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_306" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_306">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.16 Overbewoning
                                                woonruimte</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_306__content_306" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_306__content_306">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is bedoeld om te voorkomen dat de
                                                  gezondheid van de bewoners door overbewoning in
                                                  het geding komt. Dit voorschrift is nadrukkelijk
                                                  niet bedoeld als normstelling in het kader van de
                                                  verdeling van woonruimte. Op basis van dit
                                                  voorschrift kan het bevoegd gezag alleen optreden
                                                  in het uitzonderlijke geval dat er zoveel mensen
                                                  in een woning of woonwagen wonen dat dit problemen
                                                  voor de gezondheid kan opleveren.</Al>
			  <Al>Voor de normering in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is aangesloten bij
                                                  wat hierover in het Bouwbesluit 2012 was
                                                  opgenomen. Voor dat besluit werd het onderwerp
                                                  lokaal in de bouwverordening geregeld en werden
                                                  verschillende afmetingen gehanteerd. Door opname
                                                  van dit onderdeel in de omgevingsplanregels van
                                                  rijkswege kunnen gemeenten bezien of lokaal een
                                                  eis op het vlak van overbewoning nodig is en zo
                                                  ja, met welke maatvoering.</Al>
			  <Al>Uit het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.16__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> blijkt dat de eis
                                                  over overbewoning niet van toepassing is op een
                                                  woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang
                                                  asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt
                                                  geboden. Zo'n opvang moet voldoen aan de normen
                                                  zoals vastgelegd in de Richtlijn van de Raad van
                                                  de Europese Unie van 27 januari 2003 tot
                                                  vaststelling van minimumnormen voor de opvang van
                                                  asielzoekers in de lidstaten (2003/9/EG).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_307" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_307">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.17 Bouwvalligheid nabijgelegen
                                                bouwwerk</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_307__content_307" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_307__content_307">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op het staken van
                                                  het gebruik van een bouwwerk als dat gebruik
                                                  gevaarlijk is in verband met de bouwvalligheid van
                                                  een nabij gelegen bouwwerk. Voordat sprake kan
                                                  zijn van een overtreding waartegen handhavend kan
                                                  worden opgetreden is het nodig dat het bevoegd
                                                  gezag eerst een mededeling heeft gedaan dat het
                                                  gebruik vanwege de technische kwaliteit van dat
                                                  andere bouwwerk gevaarlijk is. Die mededeling is
                                                  een mededeling van feitelijke aard en geen
                                                  beschikking. Als het gebruik na ontvangst van de
                                                  bedoelde mededeling toch wordt voortgezet, kan op
                                                  grond van artikel 125 van de Gemeentewet en
                                                  artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet
                                                  bestuursrecht handhavend worden opgetreden door
                                                  oplegging van een last onder bestuursdwang of een
                                                  last onder de dwangsom. In spoedeisende gevallen
                                                  kan bestuursdwang zo nodig zonder voorafgaande
                                                  last worden toegepast (artikel 5:31 van de
                                                  Algemene wet bestuursrecht).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_308" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_308">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.18 Specifieke zorgplicht gebruik
                                                bouwwerk</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_308__content_308" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_308__content_308">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel zijn onderdelen terug te vinden
                                                  die voorheen waren opgenomen in artikel 1a, tweede
                                                  lid, van de Woningwet, en de artikelen 7.21 en
                                                  7.22 van het Bouwbesluit 2012. Deze zorgplicht
                                                  ('kapstokartikel') heeft betrekking op gebruik van
                                                  bouwwerken waarin niet is voorzien door de andere
                                                  voorschriften van dit omgevingsplan en het Bbl.
                                                  Hiermee heeft het bevoegd gezag een 'kapstok' om
                                                  in een specifiek geval in te grijpen wanneer het
                                                  gebruik van een bouwwerk leidt tot hinder,
                                                  overlast, gezondheidsrisico's en
                                                  veiligheidsrisico's anders dan de
                                                  brandveiligheidsrisico's die al in het Bbl zijn
                                                  geregeld.</Al>
			  <Al>De zorgplicht opgenomen in het<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt voor
                                                  eenieder die een bouwwerk gebruikt. De term
                                                  gebruiken moet ruim worden uitgelegd en omvat
                                                  zowel het zelf gebruiken als het door een ander
                                                  laten gebruiken. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> regardeert dus
                                                  enerzijds degene die (als eigenaar, beheerder,
                                                  verhuurder of anders) het gebouw laat gebruiken
                                                  door een ander, evenals degene die (zelf) gebruik
                                                  maakt van een bouwwerk. Al deze personen zijn
                                                  gehouden het noodzakelijke te doen, voor zover dat
                                                  in hun vermogen ligt, om het ontstaan of
                                                  voortduren van gevaar voor de gezondheid of
                                                  veiligheid te voorkomen of te beëindigen. Dit
                                                  vereist adequaat en tijdig optreden waarbij zowel
                                                  (tijdelijke) beheersmaatregelen als (permanente)
                                                  eindmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn,
                                                  afhankelijk van de aard en omvang van een bepaald
                                                  gevaar.</Al>
			  <Al>De zorgplicht is steeds van toepassing, ook in
                                                  het kader van vergund of op een andere manier
                                                  toegestaan handelen, al zal in de regel het
                                                  naleven van de reguliere veiligheids- en
                                                  gezondheidsbepalingen ertoe leiden dat geen gevaar
                                                  voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat of
                                                  voortduurt. De geëiste maatregelen op grond van
                                                  dit artikel moeten altijd in verhouding staan tot
                                                  het te bestrijden risico. De gemeente zal de
                                                  noodzaak hiervan in het concrete geval moeten
                                                  kunnen onderbouwen.</Al>
			  <Al>Enkele voorbeelden van situaties waarin een
                                                  beroep op dit zorgplichtartikel gerechtvaardigd
                                                  kan zijn:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_a">
			      <Al>als sprake is van geluidhinder;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_b">
			      <Al>als sprake is van ernstige rookhinder door het
                                                  stoken van hout of andere stoffen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_c">
			      <Al>als stankverwekkende stoffen zijn
                                                  opgeslagen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_d">
			      <Al>als sprake is van een illegale
                                                  hennepkwekerij;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_e">
			      <Al>als op gevaarlijke wijze materiaal is
                                                  gestapeld (bijvoorbeeld voor kinderen bereikbare
                                                  vaten die kunnen gaan rollen);</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_308__content_308__list_o_1__item_f">
			      <Al>als asbestbevattende materialen of restanten
                                                  hiervan zich in een zodanige staat bevinden dat
                                                  het risico van verspreiding van asbestvezels te
                                                  vrezen valt. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005
                                                  ziet op de situatie van sloop en is niet
                                                  toepasbaar op de situatie van verweren of
                                                  slijtage.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Met het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onderdeel c, is
                                                  beoogd dat een bouwwerk in een dusdanig nette
                                                  staat is dat daardoor geen hinder voor personen
                                                  ontstaat en dat er geen gevaar voor de veiligheid
                                                  of gezondheid ontstaat. Op grond van dit artikel
                                                  kan bijvoorbeeld worden opgetreden wanneer in een
                                                  woning overmatig veel last is van schadelijk of
                                                  hinderlijk gedierte of wanneer de algemene
                                                  reinheid (gezondheid) dat betaamt. Het moet gaan
                                                  om ernstige gevallen.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> geeft aan dat dit
                                                  artikel niet gaat over gebruik van bouwwerken dat
                                                  al geregeld is in afdeling 6.2 van het Bbl (zie
                                                  ook hierboven). Die regels zijn namelijk
                                                  uitputtend en er bestaat geen ruimte dat gebruik
                                                  daarnaast onderwerp van dit omgevingsplan te laten
                                                  zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_309" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_309">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke
                                                stoffen nabij bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_309__content_309" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_309__content_309">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op de aanwezigheid
                                                  van relatief beperkte hoeveelheden
                                                  brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken, de
                                                  zogenoemde huishoudelijke opslag. De regels over
                                                  opslag van brandgevaarlijke stoffen waren voorheen
                                                  opgenomen in het Bouwbesluit 2012 (voor opslag in,
                                                  op of nabij een bouwwerk) en het Besluit
                                                  brandveilig gebruik en basishulpverlening overige
                                                  plaatsen (voor opslag in, op of nabij een
                                                  bouwsel). De inwerkingtreding van de Omgevingswet
                                                  brengt geen verandering in de regeling van de
                                                  opslag in, op of nabij een bouwsel, wel in de
                                                  regeling van de opslag in, op of nabij een
                                                  bouwwerk. De opslag in of op een bouwwerk is
                                                  voortaan geregeld in het Bbl. Dat besluit bevat
                                                  geen regels over de opslag nabij een bouwwerk
                                                  omdat het geen regels bevat over zaken buiten een
                                                  bouwwerk. Om te voorkomen dat er op dit punt een
                                                  hiaat in de regelgeving ontstaat, wordt de opslag
                                                  van brandgevaarlijke stoffen nabij een bouwwerk
                                                  voortaan geregeld in dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Onder brandgevaarlijke stoffen wordt in dit
                                                  verband verstaan: vaste stoffen, vloeistoffen en
                                                  gassen die brandbaar of brandbevorderend zijn of
                                                  bij brand gevaar opleveren. Voor zover die stoffen
                                                  aanwezig zijn in of op een bouwwerk is die
                                                  aanwezigheid voortaan landelijk geregeld met de
                                                  specifieke zorgplicht voor het brandveilig gebruik
                                                  van bouwwerken (artikel 6.4 van het Besluit
                                                  brandveilig gebruik bouwwerken). Het stellen van
                                                  regels over bedrijfsmatige opslag van stoffen die
                                                  zowel brand- als milieugevaarlijk zijn, geschiedt
                                                  in het Bal en in omgevingsvergunningen voor
                                                  milieubelastende activiteiten. Dit artikel beperkt
                                                  zich tot huishoudelijke opslag, dat wil zeggen
                                                  kleinere hoeveelheden die – rekening houdend met
                                                  de gevaarsaspecten van die stoffen – voor de goede
                                                  bedrijfsvoering als werkvoorraad mogen worden
                                                  beschouwd. Dit is in dit artikel uitgewerkt in een
                                                  verbod op het aanwezig hebben van brandgevaarlijke
                                                  stoffen in combinatie met expliciete
                                                  uitzonderingen op dat verbod. In de bij dit
                                                  artikel opgenomen tabel 22.2.1 is per soort stof
                                                  en verpakkingsgroep aangegeven welke hoeveelheid
                                                  van een brandgevaarlijke stof is toegestaan.</Al>
			  <Al>In de eerste kolom van de tabel zijn die stoffen
                                                  geordend in overeenstemming met de deelverzameling
                                                  'stoffen die zowel milieu- als brandgevaarlijk
                                                  zijn' van de ADR (Europese overeenkomst van 30
                                                  september 1957 betreffende het internationaal
                                                  vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg; Trb.
                                                  1959, 171). Conform de ADR-terminologie wordt
                                                  daarbij de netto massa in kilo's gehanteerd als
                                                  eenheid voor het vaststellen van hoeveelheden
                                                  vaste stoffen, vloeibaar gemaakte gassen en onder
                                                  druk opgeloste gassen en wordt de nominale inhoud
                                                  in liters als eenheid gehanteerd wanneer het gaat
                                                  om vloeistoffen en samengeperste gassen.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is het verbod op
                                                  het aanwezig hebben van een brandgevaarlijke stof
                                                  opgenomen. Of iets een brandgevaarlijke stof is,
                                                  is te lezen in tabel 22.2.1. Uit deze tabel blijkt
                                                  dat ook medicinale zuurstof een gas is dat onder
                                                  het voorschrift van dit artikel valt.</Al>
			  <Al>Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is het in het
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> gestelde verbod
                                                  niet van toepassing wanneer de toegestane maximum
                                                  hoeveelheid van een bepaalde stof niet wordt
                                                  overschreden (onderdeel a), de stof deugdelijk is
                                                  verpakt (onderdeel b) en die stof met inachtneming
                                                  van de op de verpakking aangegeven
                                                  gevaarsaanduidingen wordt gebruikt (onderdeel c).
                                                  Hierbij geldt dat de totale hoeveelheid stoffen
                                                  niet meer mag zijn dan 100 kilogram of liter. De
                                                  stof moet zodanig verpakt zijn dat de verpakking
                                                  tegen een normale behandeling bestand is (wat bij
                                                  de originele verpakking in de regel al het geval
                                                  zal zijn) en van de inhoud niets onvoorzien uit de
                                                  verpakking kan ontsnappen (wat bij deugdelijke
                                                  sluiting van een geopende originele verpakking in
                                                  de regel het geval zal zijn). Bij gebruik in
                                                  overeenstemming met de gevaarsaanduiding moeten de
                                                  zogenoemde R- en S-zinnen in acht worden genomen.
                                                  Die zinnen, die in de regel op de originele
                                                  verpakking zijn aangegeven, geven de
                                                  producteigenschappen aan (R = risc: bijvoorbeeld
                                                  'ontvlambaar') en bevatten gebruiksinstructies (S
                                                  = safety: bijvoorbeeld 'niet roken tijdens het
                                                  gebruik').</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> wordt een aantal
                                                  zelfstandig te lezen afwijkingen van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> gegeven. Bij de
                                                  bepaling van de totale hoeveelheid toegestane
                                                  stoffen hoeft geen rekening te worden gehouden met
                                                  de in het derde lid opgenomen stoffen. Er hoeft
                                                  bijvoorbeeld geen rekening te worden gehouden met
                                                  de in een auto of scooter aanwezige
                                                  motorbrandstoffen (onder a) of met voor consumptie
                                                  bestemde alcoholhoudende dranken (onder c).</Al>
			  <Al>Onderdeel f van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> bepaalt dat het
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> niet van
                                                  toepassing is op brandgevaarlijke stoffen voor
                                                  zover de aanwezigheid daarvan bij of krachtens de
                                                  Omgevingswet is toegestaan. Hiermee wordt zeker
                                                  gesteld dat voor die stoffen alleen eventuele
                                                  algemene regels en een omgevingsvergunning voor
                                                  een milieubelastende activiteit gelden en zodoende
                                                  strijdige voorschriften worden uitgesloten.</Al>
			  <Al>Op grond van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> moet de
                                                  inhoudsmaat van een aangebroken verpakking
                                                  volledig worden meegerekend. Als bijvoorbeeld in
                                                  een vat nog vier liter zit van de oorspronkelijke
                                                  tien liter dan moet gerekend worden met tien
                                                  liter.</Al>
			  <Al>Enkele rekenvoorbeelden op basis van dit
                                                  artikel. Ongeacht de aanwezigheid van andere
                                                  stoffen mogen altijd gasflessen met een maximum
                                                  inhoud van in totaal 115 liter en maximaal 1.000
                                                  liter diesel-, gas- of lichte stookolie (vlampunt
                                                  tussen 61°C en 100°C) aanwezig zijn. Bij de
                                                  overige stoffen gaat het niet alleen om een
                                                  maximum hoeveelheid voor stoffen per ADR-klasse
                                                  (bijvoorbeeld: geen grotere hoeveelheid van
                                                  stoffen van ADR-klasse 3 uit verpakkingsgroep II
                                                  dan totaal 25 liter) maar mag ook de hoeveelheid
                                                  van stoffen uit alle genoemde ADR-klassen samen
                                                  niet meer dan 100 kilogram of liter bedragen.
                                                  Wanneer bijvoorbeeld in een bouwwerk 50 liter
                                                  vloeistof van ADR-klasse 3 uit verpakkingsgroep
                                                  III en 50 kilogram stoffen van ADR-klasse 5.1
                                                  aanwezig zijn, is die grens van de toegestane
                                                  maximum hoeveelheid van 100 kilogram of liter
                                                  bereikt. In dat geval mogen daarnaast nog wel de
                                                  eerdergenoemde gasflessen en oliesoorten tot
                                                  maximaal de daarvoor aangegeven maximum
                                                  hoeveelheid aanwezig zijn maar geen van de overige
                                                  in de tabel aangegeven stoffen.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_5" scope="Lid">vijfde lid</IntRef> is geregeld dat in
                                                  afwijking van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.19__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, onder e, meer dan
                                                  1.000 liter van een in dat artikelonderdeel
                                                  bedoelde oliesoort aanwezig mag zijn als de wijze
                                                  van opslag en gebruik daarvan zodanig is dat het
                                                  ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de
                                                  ontwikkeling van brand naar het oordeel van het
                                                  bevoegd gezag voldoende worden voorkomen. Op grond
                                                  daarvan kan het bevoegd gezag dus instemmen met de
                                                  aanwezigheid van een grotere hoeveelheid. De
                                                  reikwijdte van die bevoegdheid is beperkt tot
                                                  gevallen die buiten de werkingssfeer van de het
                                                  Bal of een omgevingsvergunning voor een
                                                  milieubelastende activiteit vallen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_310" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_310">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.20 Specifieke zorgplicht staat en
                                                gebruik open erven en terreinen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_310__content_310" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_310__content_310">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel zijn onderdelen terug te vinden
                                                  die voorheen waren opgenomen in artikel 1a, tweede
                                                  lid, van de Woningwet, en de artikelen 7.21 en
                                                  7.22 van het Bouwbesluit.<br/>Deze zorgplicht
                                                  ('kapstokartikel') heeft betrekking op de staat en
                                                  het gebruik van open erven en terreinen waarin
                                                  niet is voorzien door de andere voorschriften van
                                                  dit omgevingsplan. Hiermee heeft het bevoegd gezag
                                                  een 'kapstok' om in een specifiek geval in te
                                                  grijpen wanneer de staat of het gebruik van een
                                                  open erf of terrein leidt tot hinder,
                                                  gezondheidsrisico's en veiligheidsrisico's. Ook
                                                  als de staat of het gebruik op zich voldoet aan de
                                                  voorschriften van dit omgevingsplan kan er reden
                                                  zijn voor een beroep op dit artikel.</Al>
			  <Al>De zorgplicht opgenomen in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geldt voor
                                                  eenieder die een open erf of terrein gebruikt. De
                                                  term gebruiken moet ruim worden uitgelegd en omvat
                                                  zowel het zelf gebruiken als het door een ander
                                                  laten gebruiken. Al deze personen zijn gehouden
                                                  het noodzakelijke te doen, voor zover dat in hun
                                                  vermogen ligt, om het ontstaan of voortduren van
                                                  gevaar voor de gezondheid of veiligheid te
                                                  voorkomen of te beëindigen. Dit vereist adequaat
                                                  en tijdig optreden waarbij zowel (tijdelijke)
                                                  beheersmaatregelen als (permanente)
                                                  eindmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn,
                                                  afhankelijk van de aard en omvang van een bepaald
                                                  gevaar.</Al>
			  <Al>De zorgplicht is steeds van toepassing, ook in
                                                  het kader van vergund of op een andere manier
                                                  toegestaan handelen, al zal in de regel het
                                                  naleven van de reguliere veiligheidsbepalingen
                                                  ertoe leiden dat geen gevaar voor de gezondheid of
                                                  de veiligheid ontstaat of voortduurt.</Al>
			  <Al>De geëiste maatregelen op grond van dit artikel
                                                  moeten altijd in verhouding staan tot het te
                                                  bestrijden risico. De gemeente zal de noodzaak
                                                  hiervan in het concrete geval moeten kunnen
                                                  aantonen.</Al>
			  <Al>Enkele voorbeelden van situaties waarin een
                                                  beroep op dit kapstokartikel gerechtvaardigd kan
                                                  zijn:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_a">
			      <Al>als sprake is van lawaaihinder;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_b">
			      <Al>als sprake is van ernstige rookhinder door het
                                                  stoken van hout of andere stoffen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_c">
			      <Al>als stankverwekkende stoffen zijn
                                                  opgeslagen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_d">
			      <Al>als sprake is van een illegale
                                                  hennepkwekerij;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_e">
			      <Al>op gevaarlijke wijze materiaal is gestapeld
                                                  (bijvoorbeeld voor kinderen bereikbare vaten die
                                                  kunnen gaan rollen);</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_310__content_310__list_o_1__item_f">
			      <Al>als asbestbevattende materialen of restanten
                                                  hiervan zich in een zodanige staat bevinden dat
                                                  het risico van verspreiding van asbestvezels te
                                                  vrezen valt. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005
                                                  ziet op de situatie van sloop en is niet
                                                  toepasbaar op de situatie van verweren of
                                                  slijtage.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Met het<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.5__art_22.20__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> onderdeel c is
                                                  beoogd dat een open erf of terrein in een dusdanig
                                                  nette staat verkeert dat daardoor geen hinder voor
                                                  personen ontstaat en dat er geen gevaar voor de
                                                  veiligheid of gezondheid ontstaat. Op grond van
                                                  dit artikel kan bijvoorbeeld worden opgetreden
                                                  wanneer op een erf overmatig veel last is van
                                                  schadelijk of hinderlijk gedierte of wanneer de
                                                  algemene reinheid (gezondheid) dat betaamt. Een
                                                  open erf en terrein behoort geen gevaar voor de
                                                  veiligheid of gezondheid op te leveren door
                                                  drassigheid, stank, verontreiniging, (on)gedierte,
                                                  begroeiing of voorwerpen. Het moet gaan om
                                                  ernstige gevallen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_311" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_311">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.21 Bouwvalligheid nabijgelegen
                                                bouwwerk</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_311__content_311" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_311__content_311">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op het staken van
                                                  het gebruik van een open erf of terrein als dat
                                                  gebruik gevaarlijk is in verband met de
                                                  bouwvalligheid van een nabij gelegen bouwwerk.
                                                  Voordat sprake kan zijn van een overtreding
                                                  waartegen het handhavend kan worden opgetreden is
                                                  het nodig dat het bevoegd gezag eerst een
                                                  mededeling heeft gedaan dat het gebruik vanwege de
                                                  technische kwaliteit van dat andere bouwwerk
                                                  gevaarlijk is. Die mededeling is een mededeling
                                                  van feitelijke aard en geen beschikking. Als het
                                                  gebruik na ontvangst van de bedoelde mededeling
                                                  toch wordt voortgezet kan op grond van artikel 125
                                                  van de Gemeentewet en artikel 5:32, eerste lid,
                                                  van de Algemene wet bestuursrecht handhavend
                                                  worden opgetreden door oplegging van een last
                                                  onder bestuursdwang of een last onder de dwangsom.
                                                  In spoedeisende gevallen kan bestuursdwang zo
                                                  nodig zonder voorafgaande last worden toegepast
                                                  (artikel 5:31 van de Algemene wet
                                                  bestuursrecht).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_312" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_312">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch
                                                onderzoek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_312__content_312" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_312__content_312">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 41a
                                                  van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde
                                                  voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, dat
                                                  een vrijstelling van de archeologische
                                                  onderzoeksplicht bevatte. Dit artikel voorkomt dat
                                                  er in dit omgevingsplan een lacune zou ontstaan
                                                  door het wegvallen van artikel 41a. Het gaat
                                                  hierbij om bodemverstoringen op huis-tuin-en-
                                                  keukenniveau. Er worden geen grootschalige
                                                  projecten mee vrijgesteld. Zie ook de toelichting
                                                  bij artikel 5.130 van het Bkl<Noot id="v1" type="voet">
			      <NootNummer>1</NootNummer>
			      <Al>Stb. 2018, nr. 292, p. 384 e.v.</Al>
			    </Noot>.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> bepaalt dat als er
                                                  in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan,
                                                  bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de
                                                  Omgevingswet, regels zijn gesteld over het
                                                  verrichten van archeologisch onderzoek in het
                                                  kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een
                                                  werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid
                                                  (ook wel: aanlegactiviteit), deze regels niet
                                                  gelden als de activiteit betrekking heeft op een
                                                  oppervlakte van minder dan 100 m<sup>2</sup>. Deze
                                                  activiteiten zijn vrijgesteld van het vereiste om
                                                  bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een
                                                  archeologisch rapport aan te leveren en van
                                                  eventuele vergunningvoorschriften in het belang
                                                  van de archeologische monumentenzorg.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is bepaald dat als
                                                  er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan,
                                                  bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de
                                                  Omgevingswet, (voor een locatie) voor
                                                  bodemverstorende activiteiten een grotere of
                                                  kleinere oppervlakte dan 100 m2 is vastgesteld
                                                  voor de vrijstelling van de archeologische
                                                  onderzoeksplicht, die afwijkende andere
                                                  oppervlakte geldt. In dat verband wordt erop
                                                  gewezen dat aan een vastgestelde afwijkende andere
                                                  oppervlakte, voor zover die minder dan 50
                                                  m<sup>2 </sup>bedraagt, geen praktische betekenis
                                                  toekomt als het gaat om het vergunningvrij bouwen
                                                  van een bijbehorend bouwwerk of een bouwwerk voor
                                                  recreatief nachtverblijf dat voldoet aan de in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, onder a en
                                                  b, van dit omgevingsplan gestelde eisen. De
                                                  vergunningplicht voor een bouwactiviteit op grond
                                                  van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan geldt dan immers niet. Een
                                                  archeologische onderzoeksplicht zal voor die
                                                  gevallen overigens wel kunnen worden opgelegd via
                                                  andere omgevingsvergunningen die op grond van dit
                                                  omgevingsplan kunnen zijn vereist, bijvoorbeeld
                                                  voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden ter
                                                  voorbereiding van de bouwactiviteit. Hiervoor
                                                  wordt nader verwezen naar <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">artikel 22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan en de toelichting daarop.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_313" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_313">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.23 Algemene
                                                afbakeningseisen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_313__content_313" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_313__content_313">
			<Inhoud>
			  <Al>De in dit artikel opgenomen afbakeningseisen
                                                  zijn ongewijzigd overgenomen uit artikel 5, eerste
                                                  en tweede lid, van bijlage II bij het voormalige
                                                  Besluit omgevingsrecht. In het eerste lid is
                                                  opgenomen dat vergunningvrij bouwen niet is
                                                  toegestaan als het oorspronkelijke bouwwerk
                                                  waarin, waaraan, waarop of waarbij gebouwd wordt,
                                                  zonder de daarvoor vereiste vergunning is gebouwd
                                                  of wordt gebruikt. Dit kan zowel gaan om een
                                                  omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als
                                                  bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder a, van
                                                  de Omgevingswet als een omgevingsvergunning voor
                                                  een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in
                                                  artikel 5.1, eerste lid, onder a, van die wet. In
                                                  het geval het bouwwerk (geheel of gedeeltelijk)
                                                  illegaal is gebouwd of wordt gebruikt, is het
                                                  onwenselijk dat eventuele latere aanpassingen van
                                                  of uitbreidingen aan of bij dit gebouw
                                                  vergunningvrij en daarmee legaal zouden kunnen
                                                  zijn. De mogelijkheid tot vergunningvrij bouwen is
                                                  daarom zowel hier, als in het Bbl
                                                  uitgesloten.</Al>
			  <Al>In het tweede lid wordt geregeld dat het aantal
                                                  woningen niet mag toenemen door de vergunningvrije
                                                  mogelijkheden, tenzij voor huisvesting in verband
                                                  met mantelzorg.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_314" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_314">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.24 Meetbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_314__content_314" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_314__content_314">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel zijn de bepalingen over de wijze
                                                  van meten uit het tweede en derde lid van artikel
                                                  1 van bijlage II bij het voormalige Besluit
                                                  omgevingsrecht ongewijzigd overgenomen. De in deze
                                                  afdeling genoemde waarden worden gemeten conform
                                                  dit artikel.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_315" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_315">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.25 Mantelzorg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_315__content_315" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_315__content_315">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is ongewijzigd overgenomen uit
                                                  artikel 1, vierde lid, van bijlage II bij het
                                                  voormalige Besluit omgevingsrecht. Voor de
                                                  toepassing van de genoemde paragrafen wordt
                                                  huisvesting in verband met mantelzorg altijd als
                                                  functioneel verbonden met het hoofdgebouw
                                                  aangemerkt. Daarmee wordt bewerkstelligd dat een
                                                  bijgebouw dat of een aan- of uitbouw die wordt
                                                  gebruikt voor huisvesting in verband met
                                                  mantelzorg vanwege de expliciet bepaalde
                                                  functionele verbondenheid met het hoofdgebouw, ook
                                                  moet worden aangemerkt als een functioneel
                                                  verbonden bouwwerk en daarmee als bijbehorend
                                                  bouwwerk als bedoeld in dit omgevingsplan. Daarmee
                                                  wordt het mogelijk het bijgebouw of de aan- of
                                                  uitbouw op de grondslag van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, aanhef en
                                                  onder a, of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">22.36</IntRef>, aanhef en onder a,
                                                  van dit omgevingsplan vergunningvrij te bouwen. In
                                                  de praktijk blijkt de vraag wel eens te ontstaan
                                                  of er bij de toewijzing van een eigen huisnummer
                                                  aan een bij een woning aanwezige
                                                  mantelzorgvoorziening, nog sprake kan zijn van een
                                                  bijbehorend bouwwerk. Het al dan niet toekennen
                                                  van een afzonderlijk huisnummer is echter niet van
                                                  belang voor de uitleg van deze bepaling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_316" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_316">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.26 Binnenplanse vergunning
                                                omgevingsplanactiviteit bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_316__content_316" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_316__content_316">
			<Inhoud>
			  <Al>Op grond van dit artikel is het verboden zonder
                                                  omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit
                                                  bestaande uit een bouwactiviteit te verrichten en
                                                  het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te
                                                  gebruiken. Als onderdeel van de
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege wordt hiermee de
                                                  vergunningplicht voortgezet, bedoeld in artikel
                                                  2.1, eerste lid, onder a, van de voormalige Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover die
                                                  betrekking heeft op artikel 2.10, eerste lid,
                                                  onder c en d, van die wet. In afdeling 3.2 van het
                                                  algemeen deel van de nota van toelichting bij het
                                                  Invoeringsbesluit Omgevingswet, is uitvoerig
                                                  ingegaan op het expliciet maken dat deze
                                                  vergunningplicht voor een bouwactiviteit ook
                                                  betrekking heeft op het in stand houden en
                                                  gebruiken van het te bouwen bouwwerk.</Al>
			  <Al>Het verbod behoudens vergunning geldt overigens
                                                  niet als het gaat om een bij algemene maatregel
                                                  van bestuur als bedoeld in artikel 5.1, eerste
                                                  lid, van de Omgevingswet aangewezen geval. Die
                                                  vergunningvrije gevallen zijn aangewezen in
                                                  artikel 2.15f van het Bbl. Bij die aanwijzing gaat
                                                  het om een landelijk uniforme categorie gevallen
                                                  waarin geen omgevingsvergunning is vereist voor
                                                  het verrichten van een omgevingsplanactiviteit die
                                                  betrekking heeft op een bouwwerk (zoals bouwen,
                                                  verbouwen, vervangen of uitbreiden). In zo'n geval
                                                  is geen omgevingsvergunning vereist, ook niet als
                                                  de bouw in strijd zou zijn met een in het
                                                  omgevingsplan gestelde regel. Voldoet een
                                                  omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op
                                                  een bouwwerk niet aan de in het besluit gestelde
                                                  voorwaarden, dan mag die activiteit niet zonder
                                                  omgevingsvergunning worden verricht. In aanvulling
                                                  op de landelijke categorie vergunningvrije
                                                  gevallen kunnen in het omgevingsplan meer
                                                  categorieën bouwactiviteiten worden aangewezen
                                                  waarvoor geen omgevingsvergunning voor de
                                                  omgevingsplanactiviteit is vereist. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan is van die bevoegdheid gebruik
                                                  gemaakt om bouwactiviteiten die voorheen waren
                                                  opgenomen in artikel 3 van bijlage II bij het
                                                  Besluit omgevingsrecht, onder gelijkwaardige
                                                  voorwaarden, als vergunningvrije
                                                  omgevingsplanactiviteit mogelijk te maken. In
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef> is geregeld
                                                  dat de onderdelen van artikel 2, bijlage II bij
                                                  het voormalige Besluit omgevingsrecht, die niet
                                                  langer landelijk uniform vergunningvrij zijn op
                                                  grond van het Bbl, op grond van het omgevingsplan
                                                  onder dezelfde voorwaarden vergunningvrij zijn.
                                                  Het betreft hier de bijbehorende bouwwerken, erf-
                                                  en perceelafscheidingen hoger dan een meter en
                                                  gebruik van bestaande bouwwerken voor mantelzorg.
                                                  De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.38" scope="Artikel">22.38</IntRef> bevatten
                                                  uitzonderingen op dat vergunningvrije bouwen als
                                                  dat bouwen betrekking heeft op monumenten,
                                                  beschermde stads- en dorpsgezichten en
                                                  archeologisch erfgoed.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_317" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_317">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.27 Uitzonderingen op
                                                vergunningplicht artikel 22.26 – omgevingsplan
                                                onverminderd van toepassing</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_317__content_317" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_317__content_317">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel zijn de bouwwerken aangewezen
                                                  waarvoor de vergunningplicht, bedoeld in<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef>, niet van
                                                  toepassing is. Met deze categorie van bouwwerken
                                                  wordt artikel 3 van bijlage II bij het voormalige
                                                  Besluit omgevingsrecht, met enkele ondergeschikte
                                                  aanpassingen en een aanvulling van erf- en
                                                  perceelafscheiding (hoger dan een meter maar niet
                                                  hoger dan twee meter), voortgezet. Zoals ook in
                                                  afdeling 3.2 van het algemeen deel van de nota van
                                                  toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet
                                                  toegelicht, geldt voor deze bouwwerken weliswaar
                                                  niet de vergunningplicht uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef>, maar de
                                                  overige regels uit het omgevingsplan blijven
                                                  onverminderd van kracht. Dat betekent dat een
                                                  bouwwerk onverminderd aan de materiële regels
                                                  over het bouwen, in stand houden en gebruiken van
                                                  het bouwwerk moet voldoen. Onderdeel van die
                                                  regels kan ook een bepaling zijn dat daarvan bij
                                                  omgevingsvergunning van kan worden afgeweken. Deze
                                                  binnenplanse vergunningplichten kunnen
                                                  bijvoorbeeld op grond van artikel 3.6, eerste lid,
                                                  onder c, van de voormalige Wet ruimtelijke
                                                  ordening, in een van het tijdelijk deel uitmakend
                                                  bestemmingsplan zijn opgenomen. Ook deze
                                                  binnenplanse vergunningplichten blijven
                                                  onverminderd van kracht, met als gevolg dat er
                                                  toch een binnenplanse vergunning nodig kan zijn
                                                  voor de betrokken bouwwerken. Als zo'n
                                                  binnenplanse vergunning niet kan worden verleend
                                                  of als het bouwwerk of het voorgenomen gebruik
                                                  daarvan, niet voldoet aan andere in het
                                                  omgevingsplan gestelde materiële regels, is
                                                  sprake van een buitenplanse
                                                  omgevingsplanactiviteit. In dat geval is er voor
                                                  het bouwwerk een buitenplanse vergunning nodig op
                                                  grond artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de
                                                  Omgevingswet. Net als bij de werking van artikel 3
                                                  van bijlage II bij het voormalige Besluit
                                                  omgevingsrecht, zijn de betrokken bouwwerken dus
                                                  alleen maar vergunningvrij als aan alle overige
                                                  regels over het bouwen, in stand houden en
                                                  gebruiken uit dit omgevingsplan wordt voldaan. Als
                                                  op grond van die andere regels een vergunning
                                                  nodig is, of als het bouwwerk of het voorgenomen
                                                  gebruik in strijd is met andere regels uit dit
                                                  omgevingsplan, moet toch een vergunning worden
                                                  aangevraagd.</Al>
			  <Al>Zoals al beschreven betreft het hier een
                                                  voortzetting van de bouwwerken die in artikel 3
                                                  van bijlage II bij het voormalige Besluit
                                                  omgevingsrecht waren opgenomen. Op enkele
                                                  onderdelen zijn daarin wijzigingen aangebracht. Zo
                                                  is de eis in onderdeel a, onder 3°, dat een
                                                  bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan op
                                                  meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied
                                                  moet zijn gelegen, niet langer afhankelijk van de
                                                  gelding van redelijke eisen van welstand voor het
                                                  betrokken gebied of bouwwerk. Hiermee wordt de
                                                  praktische toepassing van de regeling
                                                  verbeterd.</Al>
			  <Al>Onderdeel h zondert van de binnenplanse
                                                  vergunningplicht uit buisleidingen anders dan
                                                  buisleidingen waarop artikel 2.29, onder p, aanhef
                                                  en onder 4°, van het Bbl (bij het
                                                  Invoeringsbesluit Omgevingswet oorspronkelijk
                                                  genummerd als artikel 2.15f, onder p, aanhef en
                                                  onder 4°) van toepassing is. Hierdoor ontstaat een
                                                  vergelijkbare samenhang tussen dit
                                                  artikelonderdeel van de bruidsschat en het
                                                  genoemde artikelonderdeel uit het Bbl als de
                                                  samenhang tussen de onderdelen in de artikelen 2
                                                  en 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit
                                                  omgevingsrecht.</Al>
			  <Al>In onderdeel i zijn enkele voorwaarden geschrapt
                                                  (geen verandering van de draagconstructie of
                                                  (sub)brandcompartimentering), aangezien die om
                                                  bouwtechnische redenen gesteld werden en geen
                                                  invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van het
                                                  bouwen zoals die door een omgevingsplan wordt
                                                  gereguleerd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_318" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_318">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27
                                                vanwege cultureel erfgoed</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_318__content_318" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_318__content_318">
			<Inhoud>
			  <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">Artikel 22.28</IntRef> bevat
                                                  uitzonderingen en aanvullende randvoorwaarden voor
                                                  de in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> aangewezen
                                                  gevallen. Gevolg is dat, als uitzondering op de
                                                  uitzondering, de vergunningplicht uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> toch blijft
                                                  gelden voor die gevallen (als niet aan de
                                                  aanvullende randvoorwaarden wordt voldaan). Deze
                                                  systematiek is overgenomen uit de artikelen 4a en
                                                  5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige
                                                  Besluit omgevingsrecht. De vergunningvrije
                                                  mogelijkheden zijn in het kader van de bescherming
                                                  van cultureel erfgoed beperkt in geval van
                                                  (voor)beschermde monumenten en archeologische
                                                  monumenten en rijksbeschermde stads- en
                                                  dorpsgezichten. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">Artikel 22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef>, is een
                                                  voortzetting van artikel 5, vierde lid, van
                                                  bijlage II bij het voormalige Besluit
                                                  omgevingsrecht, waarbij op basis van de
                                                  jurisprudentie één wijziging is aangebracht.
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">Artikel 22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef>, aanhef, verklaart
                                                  als hoofdregel de op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, aanhef en
                                                  onder a en b, van dit omgevingsplan bestaande
                                                  mogelijkheden om een bijbehorend bouwwerk of een
                                                  bouwwerk voor recreatief nachtverblijf te bouwen
                                                  zonder de op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan vereiste omgevingsvergunning voor
                                                  een bouwactiviteit buiten toepassing, als er op de
                                                  locatie van het bouwwerk regels gelden als bedoeld
                                                  in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" scope="Artikel">artikel 22.22</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan over het verrichten van
                                                  archeologisch onderzoek in het kader van een
                                                  aanvraag om een omgevingsvergunning voor een
                                                  bouwactiviteit. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">artikel 22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef>, onder a, is de al
                                                  onder het Besluit omgevingsrecht bestaande
                                                  uitzondering op deze hoofdregel opgenomen dat deze
                                                  niet geldt als de oppervlakte van het bouwwerk
                                                  minder dan 50 m<sup>2</sup> bedraagt. Op basis van
                                                  de jurisprudentie is aan de regeling in dit
                                                  omgevingsplan een subonderdeel toegevoegd (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">artikel 22.28</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef>, onder b). Per
                                                  saldo leidt dit nieuwe subonderdeel ertoe dat de
                                                  vergunningvrije bouwmogelijkheden voor een
                                                  bijbehorend bouwwerk en een bouwwerk voor
                                                  recreatief nachtverblijf op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, aanhef en
                                                  onder a en b, van dit omgevingsplan in een groter
                                                  aantal gevallen van toepassing blijven, ook al
                                                  gelden er op de locatie van het bouwwerk regels
                                                  als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" scope="Artikel">artikel 22.22</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan over het verrichten van
                                                  archeologisch onderzoek in het kader van een
                                                  aanvraag om een omgevingsvergunning voor een
                                                  bouwactiviteit. Het nieuwe subonderdeel regelt
                                                  namelijk dat die vergunningvrije bouwmogelijkheden
                                                  in dat geval ook van toepassing blijven als het
                                                  tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in
                                                  artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een
                                                  verbod bevat om zonder omgevingsvergunning
                                                  grondwerkzaamheden te verrichten die nodig zijn
                                                  voor het verrichten van de bouwactiviteit en
                                                  daarop regels als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.6__art_22.22" scope="Artikel">artikel 22.22</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan over het verrichten van
                                                  archeologisch onderzoek in het kader van een
                                                  aanvraag om een omgevingsvergunning voor het
                                                  uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of
                                                  een werkzaamheid, van toepassing zijn. Op het
                                                  moment dat sprake is van een dergelijk verbod met
                                                  daarop betrekking hebbende regels over het
                                                  verrichten van archeologisch onderzoek, is er geen
                                                  reden om de desbetreffende vergunningvrije
                                                  gevallen uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef> te
                                                  beperken. In dat geval is de bescherming van de
                                                  archeologische waarden op de locatie voldoende
                                                  verzekerd. De uitzondering op de vergunningplicht
                                                  uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> kan dan
                                                  blijven gelden. De toevoeging van dit nieuwe
                                                  subonderdeel is een uitvloeisel van de uitspraak
                                                  van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
                                                  van State met nummer ECLI:NL:RVS:2014:2066. Bij
                                                  deze uitspraak heeft de Afdeling kort samengevat
                                                  geoordeeld dat het bestaan van een
                                                  vergunningplicht voor een bouwactiviteit een
                                                  eventuele vergunningplicht voor het uitvoeren van
                                                  grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het
                                                  verrichten van de bouwactiviteit onverlet laat. Om
                                                  die reden is het niet langer meer nodig om de
                                                  bescherming van archeologische waarden die
                                                  gevolgen kunnen ondervinden van grondwerkzaamheden
                                                  in het kader van een bouwactiviteit, te laten
                                                  plaatsvinden via regels die betrekking hebben op
                                                  die bouwactiviteit. Het zijn twee zelfstandige
                                                  kaders. In de voormalige planologische regelingen
                                                  die onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van
                                                  het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder
                                                  a, van de Omgevingswet, is dit uiteraard nog niet
                                                  tot uitdrukking gebracht. Om die reden gebeurt dit
                                                  nu in het nieuwe subonderdeel. Het is aan
                                                  gemeenten om dit bij het vaststellen van het
                                                  omgevingsplan verder te regelen en de regels die
                                                  met het oog op de bescherming van archeologische
                                                  waarden op een locatie worden gesteld aan het
                                                  bouwen en het uitvoeren van grondwerkzaamheden in
                                                  onderlinge samenhang te bezien en desgewenst aan
                                                  te passen.</Al>
			  <Al>In aanvulling op de toelichting op artikel 2.30
                                                  van het Bbl (bij het Invoeringsbesluit
                                                  Omgevingswet oorspronkelijk genummerd als artikel
                                                  2.15g) wordt hieronder ingegaan op de
                                                  instructieregels en instructies die in ieder geval
                                                  in acht genomen moeten worden bij het in het
                                                  omgevingsplan aanpassen van de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">22.26</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">22.27</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan en de in dit artikel (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.28" scope="Artikel">22.28</IntRef>) opgenomen
                                                  uitzonderingen daarop voor cultureel erfgoed. Bij
                                                  aanpassing van het omgevingsplan moet de gemeente
                                                  de instructieregels en instructies van de
                                                  provincie en het Rijk in acht nemen. Bij dit
                                                  onderwerp gaat het dan in ieder geval om de
                                                  instructieregels uit het Bkl over het behoud van
                                                  cultureel erfgoed (artikel 5.130) en werelderfgoed
                                                  (artikel 5.131), de provinciale instructieregels
                                                  over werelderfgoed (op grond van artikel 7.4,
                                                  derde lid, van het Bkl) en de instructies ter
                                                  bescherming van rijksbeschermde stads- en
                                                  dorpsgezichten, bedoeld in artikel 2.34, vierde
                                                  lid, van de Omgevingswet (in samenhang met artikel
                                                  4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet). Voor
                                                  omgevingsplanactiviteiten <i>in, aan </i>of <i>op
                                                  </i>via het omgevingsplan (voor)beschermde
                                                  monumenten of archeologische monumenten zal het
                                                  daarbij vooral draaien om de vraag of de
                                                  activiteit van invloed kan zijn op de monumentale
                                                  waarden. De omgevingsplanactiviteit met betrekking
                                                  tot een bouwwerk valt hier immers één op één
                                                  samen met de omgevingsplanactiviteit met
                                                  betrekking tot een (gemeentelijk of provinciaal)
                                                  beschermd monument of archeologisch monument. Als
                                                  een gemeente niet tot een vergunningvrijregime per
                                                  locatie wil overgaan, ligt een vergelijkbaar
                                                  regime als opgenomen in artikel 13.11 van het Bal,
                                                  waarin de vergunningvrije gevallen voor de
                                                  rijksmonumentenactiviteit zijn aangewezen, voor de
                                                  hand. In de omgeving van – <i>bij </i>–
                                                  (voor)beschermde monumenten is in ieder geval
                                                  relevant de instructieregel in artikel 5.130,
                                                  tweede lid, onder d, onder 1°, van het Bkl, dat de
                                                  aantasting van de omgeving van deze monumenten
                                                  moet worden voorkomen voor zover deze daardoor
                                                  zouden worden ontsierd of beschadigd. De
                                                  mogelijkheden om binnen een rijksbeschermd stads-
                                                  of dorpsgezicht meer omgevingsplanactiviteiten
                                                  vergunningvrij te maken, worden enerzijds
                                                  specifiek begrensd door het niveau van bescherming
                                                  dat ten tijde van de aanwijzing als beschermd
                                                  gezicht op grond van de Monumentenwet 1988 of de
                                                  instructie op grond van artikel 2.34, vierde lid,
                                                  van de Omgevingswet voldoende beschermend werd
                                                  geacht. Anderzijds vormt de generieke
                                                  instructieregel in artikel 5.130, tweede lid,
                                                  onder d, onder 2°, van het Bkl in algemene zin een
                                                  ondergrens. Deze instructieregel bepaalt dat
                                                  aantasting van het karakter van beschermde stads-
                                                  en dorpsgezichten (ongeacht op welk
                                                  overheidsniveau deze zijn beschermd) moet worden
                                                  voorkomen. Hoewel in de artikelsgewijze
                                                  toelichting bij artikel 5.130 van het Bkl is
                                                  opgemerkt dat het tweede lid, onder d, onder 2°,
                                                  zich in eerste instantie richt op stads- en
                                                  dorpsgezichten (en cultuurlandschappen) die op
                                                  initiatief van de gemeente zelf worden beschermd,
                                                  is de bepaling uitdrukkelijk ook van toepassing op
                                                  rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Dit is
                                                  ook nodig, omdat veel aanwijzingen als
                                                  rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht inmiddels
                                                  zo'n vijftig jaar oud zijn en de meeste nog op het
                                                  oude stelsel zijn geënt, waarin van rechtswege
                                                  een bouwvergunningplicht gold. Daardoor zijn die
                                                  als instructie aangemerkte oude aanwijzingen in de
                                                  praktijk niet altijd leesbaar als een actuele en
                                                  gedetailleerde instructie als bedoeld in artikel
                                                  2.34 van de Omgevingswet. De instructieregel in
                                                  artikel 5.130, eerste lid, van het Bkl verplicht
                                                  de gemeente in zo'n geval de karakteristieken van
                                                  het beschermde gezicht aanvullend te analyseren en
                                                  te betrekken bij de vraag of er ruimte is voor
                                                  aanvullende vergunningvrije
                                                  omgevingsplanactiviteiten. Het ligt niet voor de
                                                  hand dat er op gemeentelijk niveau generiek veel
                                                  meer vergunningvrij zal kunnen worden verklaard.
                                                  Voornoemde instructieregel voor beschermde stads-
                                                  en dorpsgezichten geldt overigens ook voor
                                                  eventuele via het omgevingsplan beschermde
                                                  cultuurlandschappen, iets wat met name in het
                                                  buitengebied aan de orde zou kunnen zijn.</Al>
			  <Al>In het licht van het voorgaande wordt ook nog
                                                  gewezen op het – ook rechtstreeks de gemeenten
                                                  bindende – verdrag van Granada. Op basis van
                                                  artikel 4 van dat verdrag moet het
                                                  beschermingsregime zo ingericht worden dat het
                                                  bevoegd gezag ter voorkoming van ontsiering,
                                                  vernieling of afbraak van beschermd cultureel
                                                  erfgoed in een passende controle en
                                                  goedkeuringsprocedure in kennis wordt gesteld van
                                                  alle plannen tot het slopen of wijzigen (“afbraak
                                                  of verandering”) van een (voor)beschermd monument
                                                  of aantasting van de omgeving van zo'n monument,
                                                  of waardoor een beschermd gezicht of
                                                  cultuurlandschap geheel dan wel gedeeltelijk wordt
                                                  aangetast als gevolg van de sloop van bestaande
                                                  gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen, of
                                                  belangrijke veranderingen waardoor het karakter
                                                  van het gezicht of cultuurlandschap zou worden
                                                  aangetast. Artikel 14, eerste lid, van dit verdrag
                                                  vraagt verder in de verschillende stadia van
                                                  besluitvorming te zorgen voor passende structuren
                                                  voor informatie, overleg en samenwerking tussen de
                                                  centrale overheid, de regionale en lokale
                                                  overheden, culturele instellingen en verenigingen
                                                  en het publiek (participatie). In de meeste
                                                  gevallen zal een preventieve toets aan het
                                                  omgevingsplan in de vorm van een vergunningplicht
                                                  met het oog op bovenstaande overwegingen wenselijk
                                                  blijven. De hoeveelheid activiteiten in, aan, op
                                                  en bij beschermde monumenten en archeologische
                                                  monumenten en in beschermde stads- en
                                                  dorpsgezichten die in een gebied vergunningvrij
                                                  zullen kunnen worden na aanpassing van het
                                                  omgevingsplan zal naar verwachting dus ook niet
                                                  veel afwijken van de mogelijkheden die voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet landelijk in
                                                  het voormalige Besluit omgevingsrecht waren
                                                  opgenomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_319" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_319">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag
                                                binnenplanse omgevingsvergunning
                                                omgevingsplanactiviteit bouwwerken
                                                algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_319__content_319" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_319__content_319">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel regelt wanneer een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op
                                                  een bouwwerk wordt verleend. Het artikel is een
                                                  voortzetting van artikel 2.10, eerste lid, onder c
                                                  en d, van de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, wordt de
                                                  vergunning alleen verleend als het bouwplan niet
                                                  in strijd is met de regels die in dit
                                                  omgevingsplan zijn gesteld over het bouwen, in
                                                  stand houden en gebruiken van bouwwerken
                                                  (onderdeel a) en dat het uiterlijk en de plaatsing
                                                  van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als
                                                  in verband met de omgeving of de te verwachten
                                                  ontwikkeling daarvan, niet in strijd zijn met
                                                  redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens
                                                  de criteria van de welstandsnota (onderdeel b). In
                                                  onderdeel a is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4" scope="Paragraaf">paragraaf 22.2.4</IntRef>
                                                  expliciet uitgezonderd omdat het hier om
                                                  voormalige rijksregels gaat waar op grond van de
                                                  voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                                  ook niet aan getoetst werd bij de
                                                  vergunningverlening. Daarnaast zijn er in dit
                                                  omgevingsplan (als onderdeel van de
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege) tal van regels
                                                  opgenomen die niet over bouwwerken gaan, maar
                                                  bijvoorbeeld over open erven en terreinen. Deze
                                                  regels vallen alle buiten het beoordelingskader
                                                  voor de omgevingsplanactiviteit die betrekking
                                                  heeft op bouwwerken. Het tweede lid bevat een
                                                  aantal uitzonderingen op de eis dat het bouwwerk
                                                  niet in strijd mag zijn met redelijke eisen van
                                                  welstand. Ook deze uitzonderingen zijn een
                                                  voortzetting van het recht zoals dat gold onder de
                                                  voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                                  en de Woningwet.</Al>
			  <Al>De redactie van het eerste lid sluit aan bij
                                                  artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl. Het
                                                  imperatieve karakter ('wordt verleend') houdt in
                                                  dat de vergunning moet worden verleend als het
                                                  bouwplan niet in strijd is met de daarvoor
                                                  gestelde regels in het omgevingsplan. Er kunnen
                                                  buiten het omgevingsplan om dus geen aanvullende
                                                  redenen worden gehanteerd om een vergunning toch
                                                  te weigeren. Het limitatieve karakter komt tot
                                                  uiting doordat 'alleen' op grondslag van de in het
                                                  omgevingsplan gestelde regels het 'binnenplans'
                                                  verlenen van een vergunning mogelijk is. Als het
                                                  bevoegd gezag op basis van de regels in het
                                                  omgevingsplan tot het oordeel komt dat
                                                  vergunningverlening niet mogelijk of (bij
                                                  beslissingsruimte) niet wenselijk is, moet de
                                                  activiteit als strijdig met het omgevingsplan
                                                  worden aangemerkt. In dat geval is sprake van een
                                                  buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor een
                                                  buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt dat op
                                                  grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl,
                                                  de vergunning alleen wordt verleend met het oog op
                                                  een evenwichtige toedeling van functies aan
                                                  locaties. Voor een verdere toelichting hierover
                                                  wordt verwezen naar de nota van toelichting bij
                                                  artikel 8.0a van het Bkl.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel c</i></Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef> is het
                                                  verboden om zonder vergunning een bouwactiviteit
                                                  te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand
                                                  te houden en te gebruiken.</Al>
			  <Al>Dit onderdeel bevat de aanvullende
                                                  beoordelingsregels waaraan een aanvraag om een
                                                  binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt
                                                  getoetst.</Al>
			  <Al>Wanneer de bodemkwaliteit de waarde voor de
                                                  toelaatbare kwaliteit overschrijdt, is bouwen
                                                  alleen mogelijk na het uitvoeren van sanerende of
                                                  andere beschermende maatregelen, mits die
                                                  technisch mogelijk zijn. De vraag is louter of het
                                                  technisch mogelijk is om het geschikt te maken.
                                                  Het antwoord op die vraag is niet afhankelijk van
                                                  de goede wil van de initiatiefnemer maar alleen of
                                                  het objectief, technisch, milieuhygiënisch
                                                  mogelijk is.</Al>
			  <Al>Saneringsmaatregelen worden uitgevoerd in
                                                  overeenstemming met de milieubelastende activiteit
                                                  saneren van de bodem, zoals opgenomen in het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin staan
                                                  twee standaardaanpakken beschreven. Indien deze
                                                  aanpakken niet voldoen, kan degene die saneert een
                                                  maatwerkvoorschrift aanvragen bij het bevoegd
                                                  gezag. In het omgevingsplan van de gemeenten die
                                                  vallen in het zinkassengebied De Kempen staan
                                                  maatwerkregels ten opzichte van de voorschriften
                                                  in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_320" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_320">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.30 Nadere invulling
                                                beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken
                                                bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige
                                                locatie</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_320__content_320" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_320__content_320">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef><br/></i>In het
                                                  omgevingsplan wordt als lokale waarde de
                                                  interventiewaarde bodemkwaliteit vastgelegd in
                                                  bijlage IIA bij het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving. Voorheen was dit ook de waarde
                                                  waaraan de bodemkwaliteit getoetst werd.</Al>
			  <Al>Een verbod om te bouwen op verontreinigde bodem
                                                  (boven de lokale waarde) zonder
                                                  omgevingsvergunning als er geen maatregelen worden
                                                  getroffen, volgt uit het samenstel van de
                                                  vergunningplicht voor bouwen die al elders in de
                                                  bruidsschat is geregeld met de beoordelingsregel
                                                  in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> (het toegevoegde
                                                  onderdeel c), dat die vergunning alleen wordt
                                                  verleend in de situatie die is gedefinieerd in de
                                                  specifieke beoordelingsregel.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Gelijkwaardig met de regels van de voormalige
                                                  Wet bodembescherming is hierbij opgenomen dat
                                                  sprake is van een overschrijding van deze
                                                  interventiewaarde als voor ten minste één stof
                                                  de gemiddelde gemeten concentratie is overschreden
                                                  in meer dan 25 m<sup>3</sup> bodemvolume. Voorheen
                                                  werd dit 'het geval van verontreiniging' genoemd.
                                                  Hierbij kan sprake zijn van onaanvaardbare
                                                  risico's en moet, afhankelijk van de functie en
                                                  het gebruik, wellicht worden gesaneerd of een
                                                  andere beschermende maatregel worden getroffen.
                                                  Anders dan bij een saneringsgeval onder de Wet
                                                  bodembescherming is het niet noodzakelijk om de
                                                  exacte hoeveelheid verontreiniging of de contour
                                                  voor een bepaalde concentratie stoffen in beeld te
                                                  brengen; de grens van 25 m<sup>3</sup> is alleen
                                                  bedoeld om te voorkomen dat de beoordelingsregel
                                                  elke emmer verontreiniging vangt. De regel is niet
                                                  gericht op het opsporen en aanpakken van hele
                                                  kleine verontreinigingen en vereist daarom alleen
                                                  maatregelen als het om meer dan 25 m<sup>3</sup>
                                                  verontreiniging binnen een perceel gaat.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De grens van 25 m<sup>3</sup> uit het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> geldt niet voor
                                                  asbest, omdat asbest ook in kleine hoeveelheden
                                                  gevaar voor de gezondheid kan opleveren. Ook bij
                                                  een kleinere hoeveelheid dan 25 m<sup>3</sup>
                                                  moeten de in het omgevingsplan omschreven
                                                  maatregelen worden getroffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_321" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_321">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.31 Voorschrift omgevingsvergunning
                                                omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig
                                                gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde
                                                activiteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_321__content_321" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_321__content_321">
			<Inhoud>
			  <Al>Voordat een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte
                                                  van een bodemgevoelig gebouw in gebruik genomen
                                                  wordt, wordt die informatie verstrekt waaruit
                                                  blijkt hoe de sanerende of andere beschermende
                                                  maatregelen, bedoeld in artikel paragraaf 4.121
                                                  van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn
                                                  uitgevoerd.</Al>
			  <Al>Ter bescherming van de gezondheid van de
                                                  gebruikers van een bodemgevoelig gebouw is het van
                                                  belang om te waarborgen dat de voorgeschreven
                                                  maatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Daartoe
                                                  dient het voldoen aan deze informatieplicht als
                                                  voorwaarde voor ingebruikname. Het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving kent ook een
                                                  vergelijkbare informatieplicht na beëindiging van
                                                  de activiteit bodemsanering. De initiatiefnemer
                                                  kan in één keer aan beide informatieplichten
                                                  voldoen.</Al>
			  <Al>De strekking is dat de initiatiefnemer na afloop
                                                  van de sanering het bevoegd gezag informeert dat
                                                  en hoe hij de sanering heeft uitgevoerd. Dit geeft
                                                  het bevoegd gezag de gelegenheid om adequaat en
                                                  tijdig toezicht te houden voordat het gebouw in
                                                  gebruik wordt genomen om te beoordelen of de
                                                  sanering is afgerond en inderdaad heeft opgeleverd
                                                  dat het bodemgevoelige gebouw geschikt is voor
                                                  gebruik.</Al>
			  <Al>Dit artikel is gericht op een
                                                  vergunningvoorschrift met een verbod op
                                                  ingebruikname als niet is voldaan aan de
                                                  voorwaarde (voldoen aan de informatieplicht). Het
                                                  voldoen aan deze informatieplicht heft dat verbod
                                                  op. Ingeval van het verzuimen om te informeren of
                                                  het ontbreken van de benodigde informatie kan het
                                                  bevoegd gezag dus handhaven op overtreding van
                                                  deze informatieplicht. Toezicht en handhaving op
                                                  de wijze van saneren en of die in overeenstemming
                                                  is met de voorschriften over saneren in het
                                                  Besluit activiteiten leefomgeving vindt plaats op
                                                  basis van dat besluit.</Al>
			  <Al>Een bodemgevoelig gebouw is omschreven
                                                  als:<br/>a. gebouw of gedeelte van een gebouw dat
                                                  de bodem raakt, voor zover aannemelijk is dat
                                                  personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten
                                                  aanwezig zullen zijn; of<br/>b. woonschip of
                                                  woonwagen.</Al>
			  <Al>Deze begripsomschrijving is afkomstig uit het
                                                  Besluit kwaliteit leefomgeving en geldt via een
                                                  schakelbepaling in dit omgevingsplan (artikel
                                                  1.1).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_322" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_322">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.32 Specifieke beoordelingsregel
                                                aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning
                                                omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over
                                                een wijzigingsbevoegdheid of
                                                uitwerkingsplicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_322__content_322" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_322__content_322">
			<Inhoud>
			  <Al>In het<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dit artikel
                                                  wordt, in aanvulling op de beoordelingsregels uit
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, de
                                                  mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning
                                                  toch te verlenen als de activiteit waarop de
                                                  aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in
                                                  dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen,
                                                  in stand houden en gebruiken van bouwwerken, maar
                                                  niet in strijd is met de regels die zijn gesteld
                                                  voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid
                                                  of uitwerkingsplicht. Dit betreft regels die in
                                                  (van het tijdelijke deel van het omgevingsplan
                                                  deel uitmakende) bestemmingsplannen of
                                                  inpassingsplannen kunnen zijn opgenomen op grond
                                                  van artikel 3.6, eerste lid, onder a en b, van de
                                                  voormalige Wet ruimtelijke ordening. Voor het
                                                  voortzetten van de figuren van wijzigingsplannen
                                                  en uitwerkingsplannen is niet in overgangsrecht
                                                  voorzien. Het college van burgemeester en
                                                  wethouders kan na inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet dan ook geen toepassing meer geven
                                                  aan deze bepalingen. In plaats van deze specifieke
                                                  wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten, kan
                                                  toepassing worden gegeven aan de generieke
                                                  delegatiemogelijkheid op grond van artikel 2.8 van
                                                  de Omgevingswet. Als vergunningverlening op grond
                                                  van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, aanhef en onder
                                                  a, niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in
                                                  strijd is met de regels die zijn gegeven voor de
                                                  toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of
                                                  uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch
                                                  binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat
                                                  overigens beslissingsruimte. Onder de werking van
                                                  de voormalige Wet ruimtelijke ordening moest bij
                                                  de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een
                                                  uitwerkingsplicht (voor zover de bij een
                                                  uitwerkingsplicht in acht te nemen regels daarvoor
                                                  de ruimte laten) ook nog zelfstandig beoordeeld
                                                  worden of het wijzigings- of uitwerkingsplan, los
                                                  van de daarbij in acht te nemen regels, in
                                                  overeenstemming was met een goede ruimtelijke
                                                  ordening. Om die reden is geen imperatief karakter
                                                  gegeven aan deze aanvullende mogelijkheid om een
                                                  vergunning voor een bouwplan, dat niet in strijd
                                                  is met die voor een wijziging- of uitwerking
                                                  gegeven regels, toch te kunnen verlenen. Het
                                                  gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met
                                                  de regels voor de toepassing van een
                                                  wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in
                                                  strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet
                                                  plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van
                                                  een evenwichtige toedeling van functies aan
                                                  locaties aanvaardbaar kan worden geacht.</Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit artikel
                                                  worden alle instructieregels en instructies
                                                  waaraan moet worden getoetst bij de beslissing op
                                                  een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een
                                                  buitenplanse omgevingsplanactiviteit van
                                                  overeenkomstige toepassing verklaard op de
                                                  beslissing of een omgevingsvergunning met
                                                  toepassing van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> kan worden
                                                  verleend. Ook dit vindt zijn oorsprong in de
                                                  voormalige Wet ruimtelijke ordening. Bij de
                                                  toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of een
                                                  uitwerkingsplicht moesten, los van de daarbij in
                                                  acht te nemen regels uit het moederplan, ook de
                                                  regels uit het voormalige Besluit algemene regels
                                                  ruimtelijke ordening en de provinciale ruimtelijke
                                                  verordening in acht worden genomen. Met het
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> wordt verzekerd
                                                  dat ook bij de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> geïntroduceerde
                                                  mogelijkheid om binnenplans een vergunning te
                                                  verlenen met toepassing van de regels die zijn
                                                  gesteld voor een wijzigingsbevoegdheid of
                                                  uitwerkingsplicht, geen situatie ontstaat die niet
                                                  is toegelaten op grond van een onder nieuw recht
                                                  gestelde instructieregel of gegeven
                                                  instructie.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_323" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_323">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.33 Specifieke beoordelingsregels
                                                aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning
                                                omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij
                                                voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd
                                                stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_323__content_323" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_323__content_323">
			<Inhoud>
			  <Al>Ook in dit artikel zijn aanvullende
                                                  beoordelingsregels gegeven. Deze aanvullende
                                                  beoordelingsregels zien op twee specifieke
                                                  overgangsrechtelijke situaties die verband houden
                                                  met het feit dat de Omgevingswet niet langer een
                                                  aanhoudingsplicht kent zoals die was geregeld in
                                                  artikel 3.3 van de voormalige Wet algemene
                                                  bepalingen omgevingsrecht. Die aanhoudingsplicht
                                                  kon gelden vanwege een voorbereidingsbesluit dat
                                                  was genomen ter voorbereiding van een nieuw
                                                  bestemmingsplan of vanwege een aanwijzing als
                                                  beschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor nog geen
                                                  tot bescherming daarvan strekkend bestemmingsplan
                                                  gold.</Al>
			  <Al>Toepassing van deze beoordelingsregels leidt
                                                  ertoe dat, ondanks dat aan de beoordelingsregels
                                                  uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef> wordt
                                                  voldaan, de vergunning toch moet worden geweigerd
                                                  als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking
                                                  heeft op grond van de in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, genoemde
                                                  bepalingen van de Invoeringswet Omgevingswet een
                                                  nog onder oud recht genomen voorbereidingsbesluit
                                                  van kracht is, of een tracébesluit of een besluit
                                                  krachtens de Wet luchtvaart dat op grond van het
                                                  oude recht gold als een zodanig
                                                  voorbereidingsbesluit, of een onder oud recht
                                                  gedane aanwijzing als beschermd stads- of
                                                  dorpsgezicht waarvoor nog geen tot bescherming
                                                  daarvan strekkend omgevingsplan geldt. Op de
                                                  plicht om in zo'n geval de vergunning te weigeren
                                                  bestaat een uitzondering in het geval het bouwplan
                                                  niet in strijd is met het omgevingsplan dat in
                                                  voorbereiding is. Dit is vergelijkbaar met de
                                                  situatie onder oud recht, waarin artikel 3.3,
                                                  derde en zesde lid, van de voormalige Wet algemene
                                                  bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid bood de
                                                  onder oud recht toepasselijke aanhoudingsplicht te
                                                  doorbreken.</Al>
			  <Al>In praktische zin betekent de regeling dat onder
                                                  nieuw recht aangevraagde omgevingsvergunningen
                                                  voor het verrichten van een bouwactiviteit en het
                                                  in stand houden en gebruiken van het te bouwen
                                                  bouwwerk in een gebied waar een nog onder oud
                                                  recht tot stand gekomen regime van
                                                  voorbereidingsbescherming van toepassing is,
                                                  respectievelijk dat onder oud recht als beschermd
                                                  stads- of dorpsgezicht is aangewezen maar waarop
                                                  nog geen voldragen beschermingsregime van
                                                  toepassing is, in beginsel moeten worden
                                                  geweigerd. Zo kan de vergunning dus worden
                                                  geweigerd voor activiteiten die in de toekomst
                                                  niet meer wenselijk worden geacht en onmogelijk
                                                  zullen worden gemaakt met het in voorbereiding
                                                  zijnde omgevingsplan. De vergunning kan ook worden
                                                  geweigerd voor activiteiten waarvan het nog
                                                  onvoldoende zeker is om te kunnen vaststellen of
                                                  deze met het toekomstige omgevingsplan
                                                  aanvaardbaar zullen blijven. Ten tijde van de te
                                                  nemen beslissing op de aanvraag is het besluit tot
                                                  wijziging van het omgevingsplan immers nog in
                                                  voorbereiding en is het mogelijk nog onvoldoende
                                                  vastomlijnd om te kunnen vaststellen of bepaalde
                                                  activiteiten daarin uiteindelijk zullen worden
                                                  toegestaan. Een andere mogelijkheid in zo'n geval
                                                  kan overigens ook zijn om met instemming van de
                                                  aanvrager, met toepassing van artikel 4:15, tweede
                                                  lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht,
                                                  de beslistermijn op te schorten tot een moment
                                                  waarop de voorbereiding zich in een zodanig
                                                  stadium bevindt dat wel kan worden vastgesteld hoe
                                                  het bouwplan zich verhoudt tot het in
                                                  voorbereiding zijnde omgevingsplan. Gewezen wordt
                                                  in dat verband op het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, dat de
                                                  mogelijkheid biedt om de vergunning toch te
                                                  verlenen als kan worden vastgesteld dat de
                                                  betrokken activiteit niet in strijd is met het in
                                                  voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk
                                                  het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat
                                                  voorziet in de bescherming van het stads- of
                                                  dorpsgezicht. In het laatste geval zal een
                                                  dergelijk omgevingsplan onder meer moeten voorzien
                                                  in op de karakteristieken van het beschermde
                                                  stads- of dorpsgezicht afgestemde
                                                  beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning
                                                  voor een omgevingsplanactiviteit. Zie ook artikel
                                                  4.35, tweede lid, van de Invoeringswet
                                                  Omgevingswet. Met dit tweede lid wordt een
                                                  vergelijkbare voorziening getroffen als in het al
                                                  eerder genoemde artikel 3.3, derde en zesde lid,
                                                  van de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht. Verschil is echter dat met het
                                                  tweede lid niet de toepasselijke aanhoudingsplicht
                                                  wordt doorbroken maar dat in plaats van de
                                                  vergunning te moeten weigeren, de mogelijkheid is
                                                  gegeven om de vergunning, onder de vergelijkbare
                                                  condities dat de activiteit niet in strijd is met
                                                  het in voorbereiding zijnde omgevingsplan, toch te
                                                  verlenen. Voor een meer uitgebreide toelichting op
                                                  de gevolgen van het vervallen van de
                                                  aanhoudingsplicht op grond van de Wet algemene
                                                  bepalingen omgevingsrecht wordt verwezen naar de
                                                  toelichting bij de tweede nota van wijziging van
                                                  het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet
                                                  (Kamerstukken II 2018/19, 34986, nr. 9, p.
                                                  35-42).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_324" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_324">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.34 Voorschriften over
                                                archeologische monumentenzorg binnenplanse
                                                omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
                                                bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_324__content_324" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_324__content_324">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is voor de omgevingsvergunning voor
                                                  een bouwactiviteit de voortzetting van de regeling
                                                  in artikel 2.22, tweede lid, van de voormalige Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2,
                                                  eerste lid, van het voormalige Besluit
                                                  omgevingsrecht. Het gaat hier om de gevallen,
                                                  bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef>. Deze
                                                  bepaling vloeit voort uit artikel 5.2, eerste lid,
                                                  van het voormalige Besluit omgevingsrecht, waarin
                                                  de mogelijkheid tot het verbinden van
                                                  voorschriften aan de omgevingsvergunning voor een
                                                  bouwactiviteit in het belang van de archeologische
                                                  monumentenzorg afhankelijk was gesteld van een
                                                  expliciete regeling in het bestemmingsplan.</Al>
			  <Al>Op het verbinden van deze voorschriften is
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">artikel 22.303</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, van
                                                  overeenkomstige toepassing. Dat artikellid
                                                  omschrijft nader welke voorschriften in het belang
                                                  van de archeologische monumentenzorg in ieder
                                                  geval kunnen worden verbonden aan een
                                                  omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een
                                                  werk, niet zijnde een bouwwerk, of een
                                                  werkzaamheid als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284" scope="Artikel">artikel 22.284</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, die van invloed
                                                  is op een archeologisch monument. Gelet op deze
                                                  van overeenkomstige toepassing verklaring wordt
                                                  hier verder volstaan met een verwijzing naar
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">artikel 22.303</IntRef> en de
                                                  toelichting daarop.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_325" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_325">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse
                                                omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
                                                bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_325__content_325" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_325__content_325">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor de
                                                  aanvraag van een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op
                                                  een bouwwerk. De aanvraagvereisten zijn
                                                  grotendeels ontleend aan de artikelen uit de
                                                  voormalige Regeling omgevingsrecht met
                                                  aanvraagvereisten vanwege planologische
                                                  voorschriften en stedenbouwkundige voorschriften
                                                  van de bouwverordening en vanwege redelijke eisen
                                                  van welstand, voor zover deze eisen onder de
                                                  Omgevingswet nog relevant zijn voor in het
                                                  omgevingsplan geregelde bouwactiviteiten. Anders
                                                  dan in de Regeling omgevingsrecht zijn deze
                                                  aanvraagvereisten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.35" scope="Artikel">artikel 22.35</IntRef> geregeld in
                                                  één artikel, omdat alle genoemde aspecten,
                                                  inclusief de redelijke eisen van welstand, onder
                                                  de Omgevingswet worden geregeld in het
                                                  omgevingsplan. Voor de redelijke eisen van
                                                  welstand wordt in dit verband verwezen naar de
                                                  beoordelingsregel in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, aanhef en onder
                                                  b, van dit omgevingsplan. Aan de aanvraagvereisten
                                                  is verder toegevoegd de eis dat een opgave van de
                                                  bouwkosten wordt gedaan. De bouwkosten vormen
                                                  doorgaans de grondslag voor de legesberekening
                                                  voor het in behandeling nemen van een aanvraag om
                                                  een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.
                                                  In de voormalige Regeling omgevingsrecht was in de
                                                  algemene aanvraagvereisten geregeld dat van de
                                                  kosten van de werkzaamheden van de te verrichten
                                                  activiteiten opgave wordt gedaan. In de
                                                  Omgevingsregeling komt dit als algemeen
                                                  aanvraagvereiste niet meer voor. Daarom moet dit
                                                  bij een activiteit waarvoor dit van belang is,
                                                  zoals de in dit artikel bedoelde
                                                  omgevingsplanactiviteit, bij de specifieke
                                                  aanvraagvereisten voor die activiteit worden
                                                  geregeld.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel j</i></Al>
			  <Al>Bij een aanvraag om een vergunning voor het
                                                  bouwen wordt een bodemonderzoek overgelegd. Dit
                                                  bodemonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of de
                                                  waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem
                                                  is overschreden. In dat geval zijn sanerende of
                                                  andere beschermende maatregelen een voorwaarde
                                                  voor het bouwen (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.29" scope="Artikel">artikel 22.29</IntRef>, derde lid,
                                                  en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.30" scope="Artikel">22.30</IntRef>).</Al>
			  <Al>Dit is een voortzetting van artikel 8 van de
                                                  Woningwet in samenhang met de lokale
                                                  bouwverordening.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_326" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_326">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.36 Binnenplanse vergunningvrije
                                                activiteiten van rechtswege in overeenstemming met
                                                dit omgevingsplan</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_326__content_326" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_326__content_326">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is geregeld dat de onderdelen van
                                                  artikel 2 van bijlage II bij het voormalige
                                                  Besluit omgevingsrecht, die niet langer landelijk
                                                  uniform vergunningvrij zijn op grond van het Bbl,
                                                  op grond van het omgevingsplan onder dezelfde
                                                  voorwaarden vergunningvrij zijn. Het betreft hier
                                                  de bijbehorende bouwwerken en erf- en
                                                  perceelafscheidingen hoger dan een meter maar niet
                                                  hoger dan twee meter. Met dit artikel wordt
                                                  geregeld dat het bouwen, in stand houden en
                                                  gebruiken van deze bouwwerken, mits voldaan wordt
                                                  aan de hierbij gegeven randvoorwaarden, van
                                                  rechtswege in overeenstemming is met het
                                                  omgevingsplan. In combinatie met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>, waarin
                                                  deze bouwwerken eveneens zijn aangewezen, leidt
                                                  dit ertoe dat deze bouwwerken zonder vergunning
                                                  zijn toegelaten op grond van het omgevingsplan. Er
                                                  is geen binnenplanse vergunning en ook geen
                                                  buitenplanse vergunning voor deze bouwwerken
                                                  nodig. De vergunningplicht, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.26" scope="Artikel">artikel 22.26</IntRef>, is immers
                                                  niet van toepassing omdat de bouwwerken zijn
                                                  aangewezen in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.27" scope="Artikel">artikel 22.27</IntRef>. Evenmin is
                                                  een andere binnenplanse vergunningplicht of een
                                                  buitenplanse vergunningplicht aan de orde, omdat
                                                  hier wordt bepaald dat de aangewezen bouwwerken
                                                  van rechtswege in overeenstemming zijn met het
                                                  omgevingsplan. Dit betekent ook dat een
                                                  omgevingsvergunning die is vereist op grond van
                                                  een eventuele in het tijdelijke deel van het
                                                  omgevingsplan opgenomen bepaling dat voor een
                                                  activiteit van een bepaalde regel (zoals
                                                  bijvoorbeeld een toegelaten bouwhoogte) bij
                                                  omgevingsvergunning kan worden afgeweken, niet
                                                  nodig is.</Al>
			  <Al>Een uitzondering geldt voor de in de aanhef van
                                                  het artikel opgenomen regels van het tijdelijke
                                                  deel van dit omgevingsplan. Dit betreft de
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege, afkomstig uit
                                                  onder meer het Bouwbesluit 2012, de Woningwet en
                                                  het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze regels,
                                                  die ook betrekking kunnen hebben op het bouwen, in
                                                  stand houden en gebruiken van bouwwerken, zijn
                                                  onverminderd van toepassing. Zo geldt voor deze
                                                  bouwwerken bijvoorbeeld onverminderd het
                                                  repressieve welstandsvereiste uit artikel 22.7.
                                                  Als een bouwwerk in strijd zou zijn met één of
                                                  meer van deze regels, is sprake van een
                                                  buitenplanse omgevingsplanactiviteit en dus een
                                                  omgevingsvergunning vereist.</Al>
			  <Al>Bijzondere vermelding verdient nog het in dit
                                                  artikel in onderdeel c aangewezen gebruik van een
                                                  bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met
                                                  mantelzorg. Omdat het hier slechts gaat om gebruik
                                                  van een bestaand bouwwerk en niet om het bouwen,
                                                  in stand houden en gebruiken van een te bouwen
                                                  bouwwerk, is de vergunningplicht uit artikel 22.26
                                                  op deze activiteit niet van toepassing en hoeft
                                                  deze activiteit dus ook niet te worden aangewezen
                                                  in artikel 22.27. De aanwijzing in artikel 22.36
                                                  leidt ertoe dat een binnenplanse noch buitenplanse
                                                  vergunning nodig is voor gebruik van een bestaand
                                                  bouwwerk voor huisvesting in verband met
                                                  mantelzorg.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_327" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_327">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.37 Bijbehorend bouwwerk in
                                                bijzondere gevallen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_327__content_327" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_327__content_327">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat de specifieke bepalingen voor
                                                  bijbehorende bouwwerken, zoals die waren opgenomen
                                                  in artikel 7 van bijlage II bij het voormalige
                                                  Besluit omgevingsrecht. Inhoudelijk zijn deze
                                                  bepalingen ongewijzigd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_328" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_328">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.38 Inperkingen artikel 22.36
                                                vanwege cultureel erfgoed</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_328__content_328" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_328__content_328">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat uitzonderingen en
                                                  randvoorwaarden voor het vergunningvrij bouwen als
                                                  bedoeld in 6<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef>. Deze
                                                  uitzonderingen waren in artikel 4a van bijlage II
                                                  bij het voormalige Besluit omgevingsrecht
                                                  opgenomen. Het gaat om uitzonderingen voor
                                                  (voor)beschermde monumenten en archeologische
                                                  monumenten en rijksbeschermde stads- en
                                                  dorpsgezichten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_329" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_329">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.39 Inperkingen artikel 22.36
                                                vanwege externe veiligheid</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_329__content_329" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_329__content_329">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat uitzonderingen op de
                                                  mogelijkheden om vergunningvrije activiteiten als
                                                  bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef> te
                                                  verrichten vanwege het belang van de externe
                                                  veiligheid. Deze uitzonderingen waren opgenomen in
                                                  artikel 5, derde lid, van bijlage II bij het
                                                  voormalige Besluit omgevingsrecht. Hieraan ligt
                                                  ten grondslag de grenswaarde voor het
                                                  plaatsgebonden risico van ten hoogste een op de
                                                  miljoen per jaar voor kwetsbare en zeer kwetsbare
                                                  gebouwen en kwetsbare locaties die op grond van
                                                  artikel 5.7 van het Bkl in een omgevingsplan in
                                                  acht moet worden genomen. Voor zover <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef> betrekking
                                                  heeft op die gebouwen - de onderdelen a en c - is
                                                  het niet wenselijk dat op locaties waar door de in
                                                  die onderdelen bedoelde activiteiten
                                                  overschrijding van de norm voor het plaatsgebonden
                                                  risico aan de orde zou kunnen zijn, vergunningvrij
                                                  de in die onderdelen bedoelde activiteiten zouden
                                                  kunnen worden verricht.</Al>
			  <Al>De locaties waar deze activiteiten niet mogelijk
                                                  zijn, zijn in de eerste plaats de locaties
                                                  waarvoor het tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a,
                                                  van de Omgevingswet, zelf al vanwege de
                                                  overschrijding van het plaatsgebonden risico
                                                  bouwmogelijkheden die kunnen leiden tot kwetsbare
                                                  of zeer kwetsbare gebouwen niet toelaat. Het gaat
                                                  hier om <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef>, onder a en
                                                  b, dat een omzetting is van artikel 5, derde lid,
                                                  onder a en b, van bijlage II bij het voormalige
                                                  Besluit omgevingsrecht. De verwijzing naar dit
                                                  omgevingsplan is hier uitdrukkelijk beperkt tot
                                                  het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld
                                                  in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, dat
                                                  kort samengevat bestaat uit de onder het
                                                  voormalige recht geldende planologische
                                                  regelingen. Dit omdat die regelingen uitgaan van
                                                  de in de desbetreffende onderdelen van artikel 5,
                                                  derde lid, gehanteerde begrippen en systematiek,
                                                  die onder de Omgevingswet anders zijn. Het is aan
                                                  gemeenten om daar bij het vaststellen van het
                                                  omgevingsplan toepassing aan te geven. Hierop kan
                                                  niet in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan,
                                                  bedoeld in artikel 22.1, onder c, van de
                                                  Omgevingswet worden vooruitgelopen.</Al>
			  <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">Artikel 22.39</IntRef>, onder c,
                                                  zondert daarnaast ook vergunningvrije activiteiten
                                                  als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.36" scope="Artikel">artikel 22.36</IntRef>, onder a en
                                                  c, uit, als de beoogde locatie voor die
                                                  activiteiten is gelegen binnen afstanden die
                                                  degene die een vergunningvrije milieubelastende
                                                  activiteit verricht op grond van het Bal in
                                                  verband met het plaatsgebonden risico in acht moet
                                                  nemen. Het gaat dan om de afstanden tussen
                                                  bepaalde installaties of opslagvoorzieningen waar
                                                  met stoffen wordt gewerkt die een
                                                  veiligheidsrisico voor de omgeving met zich kunnen
                                                  brengen en te beschermen gebouwen en locaties. Op
                                                  grond van het Bal geldt als hoofdregel dat
                                                  veiligheidsafstanden zoals hier bedoeld gelden tot
                                                  de begrenzing van de locatie waarop de
                                                  milieubelastende activiteit wordt verricht.
                                                  Hierdoor zijn er ook geen beperkingen aan de
                                                  gebruiksruimte buiten die begrenzing. Maar het Bal
                                                  staat in een aantal situaties afwijking van deze
                                                  regel toe. Onderdeel c is alleen voor die gevallen
                                                  van praktisch belang. De zinsnede 'voor zover ...
                                                  van toepassing is' in de verschillende
                                                  subonderdelen van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef>, onder c,
                                                  brengt dat tot uitdrukking. Degene die een
                                                  milieubelastende activiteit als hier bedoeld
                                                  verricht, moet op grond van het Bal op het moment
                                                  dat de veiligheidsafstanden van toepassing worden
                                                  buiten de locatie waar hij zijn activiteit
                                                  verricht, het bevoegd gezag daarover informeren.
                                                  Het bevoegd gezag moet ervoor zorgen dat deze
                                                  gegevens terecht komen in het landelijk register
                                                  externe veiligheidsrisico's en aldus voor eenieder
                                                  kenbaar zijn.</Al>
			  <Al>Bij de opsomming van activiteiten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef>, onder c,
                                                  is aangesloten bij de opsomming van activiteiten
                                                  in bijlage VII, onder A, bij het Bkl. Dat
                                                  onderdeel van die bijlage geeft voor de daarin
                                                  genoemde vergunningvrije milieubelastende
                                                  activiteiten uit het Bal vastgestelde afstanden
                                                  waarbij wordt voldaan aan de norm voor het
                                                  plaatsgebonden risico. De opgesomde activiteiten,
                                                  zoals die in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef>, onder c,
                                                  onder verwijzing naar de desbetreffende artikelen
                                                  uit het Bal zijn overgenomen, omvatten zes
                                                  activiteiten die niet worden genoemd in artikel 5,
                                                  derde lid, onder c, van bijlage II bij het
                                                  voormalige Besluit omgevingsrecht. Het gaat hier
                                                  om de subonderdelen 2°, 5°, 6°, 7°, 12° en 13°.
                                                  Voor de activiteit, bedoeld in subonderdeel 2°
                                                  (het tanken van voertuigen of werktuigen met LPG),
                                                  heeft dat als achtergrond dat deze activiteit
                                                  onder het recht voor de Omgevingswet nog
                                                  vergunningplichtig was. Door de verschuiving van
                                                  vergunningplichtig naar vergunningvrij moet de
                                                  activiteit nu aan de opsomming in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef>, onder c,
                                                  worden toegevoegd. Voor de overige toegevoegde
                                                  activiteiten is gelet op het belang van de externe
                                                  veiligheid evenmin aanleiding om deze voor de
                                                  toepassing van<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.3__art_22.39" scope="Artikel">artikel 22.39</IntRef>, onder c,
                                                  buiten beschouwing te laten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_330" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_330">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.40 Overgangsrecht bestaande
                                                bouwwerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_330__content_330" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_330__content_330">
			<Inhoud>
			  <Al>Met dit artikel wordt gecodificeerd dat het
                                                  overgangsrecht voor bouwwerken, zoals dat in
                                                  bestemmingsplannen moest zijn opgenomen op grond
                                                  van artikel 3.2.1 van het voormalige Besluit
                                                  ruimtelijke ordening en dat betrekking had op de
                                                  voorwaarden waaronder de in dat artikel bedoelde
                                                  bouwwerken mogen worden vernieuwd of veranderd,
                                                  ook voorziet in het in stand mogen houden van die
                                                  bouwwerken. Het uitdrukkelijk regelen van het in
                                                  stand mogen houden van die bouwwerken, is een
                                                  logisch gevolg van het codificeren dat de
                                                  vergunningplicht in de bruidsschat voor de
                                                  bouwactiviteit ook ziet op het in stand houden van
                                                  het te bouwen bouwwerk. In paragraaf 3.2.2 van het
                                                  algemeen deel van de nota van toelichting bij het
                                                  Invoeringsbesluit Omgevingswet is hierop ingegaan.
                                                  Het in stand mogen houden van een bouwwerk wordt
                                                  hiermee onder het nieuwe recht uitdrukkelijk
                                                  geregeld. Voor de bouwwerken die onder het
                                                  planologisch overgangsrecht vielen zoals opgenomen
                                                  in voormalige bestemmingsplannen, welk
                                                  overgangsrecht met de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet onderdeel is geworden van het
                                                  tijdelijke deel van dit omgevingsplan, treden
                                                  hiermee geen veranderingen op. Ook bij het
                                                  vaststellen van nieuwe regels over bouwwerken in
                                                  het omgevingsplan ligt het, zoals al toegelicht in
                                                  paragraaf 3.2.2, in de rede dat wordt gekozen voor
                                                  eerbiedigende overgangsbepalingen. In het nieuwe
                                                  stelsel wordt het echter mogelijk om onder
                                                  omstandigheden ook minder eerbiedigende vormen van
                                                  overgangsrecht te kiezen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_331" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_331">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.41 Algemeen
                                                toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_331__content_331" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_331__content_331">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel staat het algemeen
                                                  toepassingsbereik dat geldt voor de hele <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3" scope="Afdeling">afdeling 22.3</IntRef>.<br/>Alle paragrafen in
                                                  deze afdeling zijn ook voorzien van een
                                                  toepassingsbereik. Dat betekent dat voor
                                                  beantwoording van de vraag of een regel uit deze
                                                  afdeling wel of niet geldt, getoetst moet worden
                                                  of een activiteit valt binnen het algemene
                                                  toepassingsbereik zoals staat in dit artikel. Als
                                                  dat niet het geval is, is de gehele afdeling niet
                                                  van toepassing. Ook niet als de activiteit past
                                                  binnen de omschrijving van het toepassingsbereik
                                                  in een van de paragrafen van deze afdeling.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> zijn
                                                  milieubelastende activiteiten als bedoeld in de
                                                  Omgevingswet onder het toepassingsbereik van deze
                                                  afdeling gebracht. Dit zijn dus alle activiteiten
                                                  die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen
                                                  veroorzaken, anders dan lozingsactiviteiten op een
                                                  oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteiten op
                                                  een zuiveringtechnisch werk en
                                                  wateronttrekkingsactiviteiten.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De onderdelen a tot en met f van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> sluiten bepaalde
                                                  milieubelastende activiteiten uit van het algemene
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling.</Al>
			  <Al>Op grond van artikel 22.2, eerste lid, van de
                                                  Omgevingswet mogen de omgevingsplanregels van
                                                  rijkswege alleen gaan over regels die voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet bij of
                                                  krachtens de wet waren gesteld of daaraan
                                                  gelijkwaardige regels. Het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer en de voormalige
                                                  Wet geurhinder en veehouderij waren alleen van
                                                  toepassing op inrichtingen als bedoeld in artikel
                                                  1, derde lid, van de Wet milieubeheer. Omdat het
                                                  begrip milieubelastende activiteit in de
                                                  Omgevingswet breder is dan dat begrip inrichting,
                                                  is in dit lid een afbakening van het
                                                  toepassingsbereik opgenomen.</Al>
			  <Al>Bij de overgang naar een nieuwe wetsystematiek
                                                  en begrippenkader is het niet te voorkomen dat er
                                                  enkele verschuivingen in de uitvoering van de
                                                  regelgeving optreden. Aanmerkelijke verschuivingen
                                                  in het toepassingsbereik zijn niet beoogd.
                                                  Desondanks zullen er op kleine schaal wel enige
                                                  verschuivingen optreden, omdat de oude criteria
                                                  van het begrip inrichting niet één op één zijn
                                                  overgenomen. De omschrijving van het
                                                  toepassingsbereik in dit artikel vraagt enige mate
                                                  van interpretatie. Ook de criteria van het begrip
                                                  inrichting uit de Wet milieubeheer vroegen om
                                                  interpretatie, en werden door verschillende
                                                  bevoegde instanties enigszins verschillend
                                                  geïnterpreteerd.</Al>
			  <Al>Bij de interpretatie van het algemene
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling, is het
                                                  raadzaam om aan te sluiten bij de praktijk van de
                                                  voormalige regelgeving. Als een activiteit als Wet
                                                  milieubeheer-inrichting werd beschouwd, kan deze
                                                  ook onder de regels voor milieubelastende
                                                  activiteiten van deze afdeling vallen.</Al>
			  <Al>Een beperkte verschuiving is op zich niet
                                                  bezwaarlijk, als dit er niet toe leidt dat:<br/>a)
                                                  activiteiten die eerst niet onder rijksregels
                                                  vielen door de regels van deze afdeling van dit
                                                  omgevingsplan worden beperkt;<br/>b) activiteiten
                                                  die wel onder de regels vielen en reële risico's
                                                  voor de fysieke leefomgeving inhouden ongeregeld
                                                  blijven.</Al>
			  <Al>Situaties als bedoeld onder a zullen niet snel
                                                  voorkomen. Juist aan de 'onderkant' van het
                                                  inrichtingenbegrip golden er naast de regels van
                                                  het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer
                                                  ook andere regels die ervoor zorgen dat ook
                                                  activiteiten die geen inrichting waren toch aan
                                                  regels ter bescherming van de leefomgeving waren
                                                  gebonden. Denk bijvoorbeeld aan de regels van de
                                                  Algemene Plaatselijke Verordening, maar ook het
                                                  restrisico-artikel van het Bouwbesluit 2012
                                                  (artikel 7.22). Deze regels van de Algemene
                                                  Plaatselijke Verordening blijven op het moment van
                                                  de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond
                                                  van het algemeen overgangsrecht (artikel 22.4 van
                                                  de Omgevingswet bepaalt namelijk dat artikel 122
                                                  van de Gemeentewet tijdelijk niet van toepassing
                                                  is) gelden. Het restrisico-artikel van het
                                                  Bouwbesluit 2012 is ook opgenomen als regel van
                                                  rijkswege in het omgevingsplan. Bovendien zijn de
                                                  regels van deze afdeling voor activiteiten waarop
                                                  ze van toepassing zouden worden zelden feitelijk
                                                  beperkend, omdat bij het op gebruikelijke wijze
                                                  uitvoeren van de activiteit aan de regels wordt
                                                  voldaan.</Al>
			  <Al>Ook voor situaties als bedoeld onder b hoeft in
                                                  zijn algemeenheid niet te worden gevreesd. Veelal
                                                  gold voor de activiteiten aan de onderkant van het
                                                  inrichtingenbegrip naast de zorgplicht van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer
                                                  (artikel 2.1) alleen een beperkt aantal regels,
                                                  zoals de geluidregels. Een eventuele overtreding
                                                  van de zorgplicht van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer zal in veel
                                                  gevallen ook als overtreding van de algemene
                                                  zorgplicht van de Omgevingswet kunnen worden
                                                  aangemerkt. En omdat de rijksregels niet gelden,
                                                  zal ook de Algemene Plaatselijke Verordening
                                                  veelal een deel van de bescherming overnemen.</Al>
			  <Al>Het algemene overgangsrecht in artikel 22.4 van
                                                  de Omgevingswet en de mogelijkheden voor maatwerk
                                                  op grond van deze afdeling zullen eventuele
                                                  nadelige gevolgen van de beperkte verschuivingen
                                                  voldoende ondervangen.</Al>
			  <Al>Bij het voorbereiden van deze afdeling zijn al
                                                  verschillende mogelijke verschuivingen in het
                                                  toepassingsbereik geïdentificeerd. Belangrijke
                                                  aandachtspunten worden hieronder benoemd. De
                                                  onderdelen in dit tweede lid beogen de criteria
                                                  'een omvang alsof zij bedrijfsmatig is', 'binnen
                                                  een zekere begrenzing' en 'pleegt te worden
                                                  verricht' binnen de omschrijving van het begrip
                                                  inrichting in de Wet milieubeheer te vervangen. De
                                                  categorieën uit bijlage I bij het Besluit
                                                  omgevingsrecht zijn niet overgenomen. Sommige
                                                  ondergrenzen in die categorieën kunnen eventueel
                                                  terugkomen in het toepassingsbereik van de
                                                  paragrafen in deze afdeling.</Al>
			  <Al>Kleine winkels waar geen installaties met meer
                                                  dan 1,5 kW elektromotorisch vermogen aanwezig
                                                  zijn, waren bijvoorbeeld meestal geen Wet
                                                  milieubeheer-inrichting, maar vallen nu wel onder
                                                  het algemene toepassingsbereik van deze afdeling
                                                  in het omgevingsplan. Alhoewel er geen specifieke
                                                  voorschriften voor gelden, moeten deze
                                                  activiteiten wel voldoen aan de specifieke
                                                  zorgplicht.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel a</i></Al>
			  <Al>De omgevingsplanregels van rijkswege voor de
                                                  milieubelastende activiteit zijn alleen van
                                                  toepassing op milieubelastende activiteiten,
                                                  anders dan wonen. Hiermee wordt aangesloten op het
                                                  toepassingsbereik voor de instructieregels voor
                                                  geluid, trillingen en geur in het Bkl.</Al>
			  <Al>Als een hobby een bepaalde omvang overstijgt kan
                                                  dit ertoe leiden dat het verrichten van een
                                                  activiteit niet meer onder wonen valt. Denk
                                                  hierbij aan het in een bepaalde omvang houden van
                                                  dieren, sleutelen aan auto's, meubels maken of
                                                  bereiden van voedingsmiddelen. Waar de grens ligt,
                                                  is een grijs gebied. Hetzelfde geldt voor
                                                  bedrijven aan huis. De gemeente mag hier ook zelf
                                                  invulling aan geven in het omgevingsplan.
                                                  Overigens was bij de toetsing of er sprake was van
                                                  een Wet milieubeheer-inrichting het criterium 'een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig is' ook altijd een
                                                  grijs gebied.</Al>
			  <Al>Een ander bekend voorbeeld van onduidelijkheid
                                                  over de vraag of een activiteit een Wet
                                                  milieubeheer-inrichting was, is het opslaan van
                                                  huisbrandolie of propaan in tanks bij
                                                  particulieren. Onder het regime van de
                                                  Omgevingswet wordt dit afgedekt door het Bal.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel b</i></Al>
			  <Al>Het feitelijk verrichten van bouw- en
                                                  sloopactiviteiten of het feitelijk verrichten van
                                                  onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van
                                                  een terrein, vallen niet onder deze afdeling. Ook
                                                  in het Bbl zijn eisen opgenomen voor zowel geluid
                                                  als trillingen bij bouw- en sloopactiviteiten. Het
                                                  Bbl bevat voor het verrichten van die activiteiten
                                                  ook een specifieke zorgplicht. Verder bevat de
                                                  Algemene Plaatselijke Verordening vaak regels ter
                                                  voorkoming van hinder door bouw- en
                                                  sloopgerelateerde activiteiten. Het algemene
                                                  overgangsrecht van de Omgevingswet in artikel 22.4
                                                  van de Omgevingswet zorgt ervoor dat deze regels
                                                  van de Algemene Plaatselijke Verordening bij de
                                                  inwerkingtreding van de wet blijven gelden. Naast
                                                  deze regels bevat <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2" scope="Afdeling">afdeling 22.2</IntRef> van dit omgevingsplan een
                                                  specifieke zorgplicht voor het gebruik van een
                                                  bouwwerk (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.4__art_22.18" scope="Artikel">artikel 22.18</IntRef>). Het is
                                                  dus niet zo dat er, door de uitzondering in dit
                                                  onderdeel, voor deze activiteiten geen regels
                                                  gelden.</Al>
			  <Al>Onder het regime van de Wet milieubeheer
                                                  gebeurde het in bijzondere gevallen wel dat
                                                  bouwwerkzaamheden die langer duurden dan zes
                                                  maanden, als een Wet milieubeheer-inrichting
                                                  werden gezien. Deze activiteiten vallen buiten het
                                                  algemene toepassingsbereik van deze afdeling, maar
                                                  ook daarvoor geldt dat de hiervoor genoemde regels
                                                  van toepassing zijn.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel c</i></Al>
			  <Al>Deze uitzondering beoogt de activiteiten die in
                                                  de openbare buitenruimte plaatsvinden uit te
                                                  sluiten. Voorbeelden zijn kermissen en andere
                                                  evenementen, weekmarkten, mobiele
                                                  installaties/activiteiten zoals draaiorgels,
                                                  ophalen van vuilnis en gevelreiniging (met
                                                  uitzondering van lozen). Het voor korte periode
                                                  bezetten van een stukje openbaar toegankelijk
                                                  terrein, maakt het daarmee niet ontoegankelijk.
                                                  Activiteiten in een openbaar toegankelijk gebouw,
                                                  zoals een publieke parkeergarage of het stadhuis,
                                                  vallen wel onder het toepassingsbereik. Ook het
                                                  laden en lossen op de openbare weg in de
                                                  onmiddellijke nabijheid van een winkel, of het
                                                  verkeer van en naar het bedrijf valt wel onder het
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling.</Al>
			  <Al>Voor enkele activiteiten zoals het exploiteren
                                                  van een mobiele vis-, friet-, oliebollen- of
                                                  marktkraam of het exploiteren van een terras, was
                                                  het afhankelijk van de situatie en de
                                                  interpretatie van het bevoegd gezag of ze gezien
                                                  werden als een Wet milieubeheer-inrichting. Deze
                                                  interpretatieverschillen kunnen zich ook nu weer
                                                  voordoen. Zoals al aangegeven in de inleiding van
                                                  de toelichting op dit artikel is er in principe
                                                  geen verschuiving in het toepassingsbereik van
                                                  deze afdeling in het omgevingsplan ten opzichte
                                                  van het oude begrip Wet milieubeheer-inrichting
                                                  beoogd.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel d</i></Al>
			  <Al>Doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en
                                                  spoorwegen valt niet onder deze afdeling van dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel e</i></Al>
			  <Al>Dit onderdeel sluit evenementen, waarover
                                                  geluidregels zijn gesteld in bijvoorbeeld de
                                                  Algemene Plaatselijke Verordening of een
                                                  evenementenverordening uit van het
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling over
                                                  milieubelastende activiteiten. Deels gebeurt dit
                                                  al met onderdeel c, omdat evenementen vaak
                                                  plaatsvinden in de openbare buitenruimte. Maar
                                                  regelmatig zijn evenementen ook besloten of vinden
                                                  ze plaats in een tijdelijk leegstaand gebouw. Deze
                                                  uitzondering geldt niet voor activiteiten waarvoor
                                                  geen geluidregels gelden bij of krachtens een
                                                  gemeentelijke verordening, maar waarvoor
                                                  geluidregels waren opgenomen in een
                                                  omgevingsvergunning voor een inrichting op grond
                                                  van de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht of in het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer. Voorbeelden
                                                  hiervan kunnen zijn permanente
                                                  evenemententerreinen of evenementenhallen.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel f</i></Al>
			  <Al>Deze uitzondering beoogt vooral het gebruik van
                                                  landbouwvoertuigen op weilanden en akkers uit te
                                                  sluiten van het algemene toepassingsbereik voor
                                                  deze afdeling. De opslag van vaste mest op een
                                                  weiland of akker valt wel onder dit algemene
                                                  toepassingsbereik. Een installatie die
                                                  verplaatsbaar is maar gedurende een langere
                                                  periode achtereen op een weiland of akkers wordt
                                                  gebruikt, wordt niet gezien als mobiele
                                                  installatie en valt ook onder de regels voor de
                                                  milieubelastende activiteiten in dit
                                                  omgevingsplan. Bijvoorbeeld een antihagelkanon.
                                                  Ook verplaatsbare mijnbouwwerken vallen onder het
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel g</i></Al>
			  <Al>Vaste objecten zoals bruggen, sluizen en tunnels
                                                  kunnen door de aanwezigheid van elektromotorisch
                                                  vermogen gezien worden als milieubelastende
                                                  activiteiten. Bruggen, viaducten, verkeerstunnels
                                                  en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het
                                                  vervoer van personen of goederen en beweegbare
                                                  waterkeringen vallen niet onder het
                                                  toepassingsbereik van afdeling 22.3 van dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet
                                                  bleven elektromotoren van bruggen, viaducten,
                                                  verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen
                                                  bouwwerken voor vervoer van personen of goederen
                                                  en beweegbare waterkeringen buiten beschouwing bij
                                                  het bepalen of sprake was van een inrichting in de
                                                  zin van de Wet milieubeheer. Dit was bepaald in
                                                  categorie 1, 1.2, onder c, van bijlage I,
                                                  onderdeel C, bij het Besluit omgevingsrecht, zoals
                                                  dat gold voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Lozingen in de bodem en in de riolering die
                                                  vielen onder het Besluit lozing afvalwater
                                                  huishoudens of het Besluit lozen buiten
                                                  inrichtingen (en de daarmee corresponderende
                                                  artikelen van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer) worden ook gedecentraliseerd en
                                                  vallen daarom onder het toepassingsbereik van deze
                                                  afdeling. Het gaat alleen om de gevolgen van die
                                                  lozingen voor de bodem, de riolering of het
                                                  zuiveringtechnisch werk. Zo valt bijvoorbeeld de
                                                  hoeveelheid en kwantiteit van het lozen van water
                                                  afkomstig van het ontwateren van een bouwput in de
                                                  riolering, wel onder de regels van deze afdeling,
                                                  maar de geluidhinder of geurhinder veroorzaakt
                                                  door het ontwateren niet.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De regels voor bodembeheer, zoals opgenomen in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.7</IntRef> gelden
                                                  voor alle milieubelastende activiteiten zoals
                                                  bedoeld in de Omgevingswet. De voorschriften
                                                  gelden dus ook voor milieubelastende activiteiten
                                                  buiten voormalige wet
                                                  milieubeheer-inrichtingen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_332" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_332">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.42 Oogmerken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_332__content_332" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_332__content_332">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel somt op met welke oogmerken de
                                                  algemene regels voor de milieubelastende
                                                  activiteiten in dit (tijdelijke) omgevingsplan
                                                  zijn gesteld. De wet kent een aantal
                                                  maatschappelijke doelen. De algemene regels over
                                                  milieubelastende activiteiten in dit omgevingsplan
                                                  zijn gesteld vanwege een concretisering van deze
                                                  doelen. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">Artikel 22.42</IntRef> somt deze
                                                  oogmerken limitatief op. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">Artikel 22.42</IntRef> werkt ook
                                                  door in de bevoegdheden van bestuursorganen tot
                                                  het stellen van maatwerkvoorschriften. Meer uitleg
                                                  hierover staat bij de toelichting op <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef>.</Al>
			  <Al>Het artikel sluit aan bij de oogmerken van
                                                  artikel 4.22 van de Omgevingswet, voor het stellen
                                                  van rijksregels. Het artikel bouwt voort op de te
                                                  beschermen belangen die in artikel 1.1, tweede
                                                  lid, van de Wet milieubeheer zijn genoemd.
                                                  Onderdeel c van dit artikel benoemt enkele
                                                  milieuthema's, maar ook andere milieuaspecten
                                                  zoals geluid, trillingen en geur vallen onder de
                                                  oogmerken van deze afdeling.</Al>
			  <Al>Bij de activiteiten in deze afdeling zullen niet
                                                  steeds alle oogmerken of milieuthema's een rol
                                                  spelen, en zullen zeker niet alle milieuaspecten
                                                  bij een activiteit terugkomen in meer uitgewerkte
                                                  regels. Als voor een bepaald oogmerk geen nader
                                                  uitgewerkte regels in dit omgevingsplan zijn
                                                  opgenomen, geldt wel de specifieke
                                                  zorgplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_333" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_333">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.43 Normadressaat</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_333__content_333" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_333__content_333">
			<Inhoud>
			  <Al>De regels van deze afdeling zijn gericht tot
                                                  degene die de activiteit verricht waarop die
                                                  regels betrekking hebben. Diegene moet zorg dragen
                                                  voor de naleving van de regels die voor de
                                                  activiteit gelden. Kortheidshalve wordt verwezen
                                                  naar paragraaf 2.3.2 over de normadressaat van het
                                                  algemeen deel van de nota van toelichting bij het
                                                  Bal.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_334" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_334">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.44 Specifieke
                                                zorgplicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_334__content_334" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_334__content_334">
			<Inhoud>
			  <Al>De specifieke zorgplicht zorgt ervoor dat degene
                                                  die een activiteit verricht, alles moet doen en
                                                  laten om negatieve gevolgen voor de veiligheid,
                                                  het milieu en de gezondheid te voorkomen. Soms
                                                  lukt voorkomen niet. Dan moet hij ervoor zorgen
                                                  dat er zo min mogelijk negatieve gevolgen voor het
                                                  milieu en de gezondheid zijn.</Al>
			  <Al>Deze specifieke zorgplichtbepaling komt
                                                  grotendeels overeen met de specifieke
                                                  zorgplichtbepaling in het Bal. Dit artikel geldt
                                                  daarom niet voor milieubelastende activiteiten die
                                                  zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Dit is
                                                  bepaald in het vierde lid. Voor meer informatie
                                                  over de inhoud en werking van de specifieke
                                                  zorgplicht wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van
                                                  het algemeen deel van de nota van toelichting bij
                                                  het Bal.</Al>
			  <Al>De specifieke zorgplichten die in dit artikel
                                                  zijn opgenomen, blijven gelden naast de algemene
                                                  regels van deze afdeling in dit omgevingsplan,
                                                  eventuele maatwerkvoorschriften en de
                                                  vergunningplichten die in deze afdeling zijn
                                                  opgenomen.</Al>
			  <Al>Tegen een overtreding van de specifieke
                                                  zorgplicht kan handhavend worden opgetreden.
                                                  Handhavend optreden ligt voor de hand bij evidente
                                                  overtredingen van de specifieke zorgplicht.
                                                  Daarvan is sprake in situaties waarin het handelen
                                                  of nalaten van degene die de activiteit verricht,
                                                  onmiskenbaar in strijd is met de specifieke
                                                  zorgplicht. Er kunnen ook situaties aan de orde
                                                  zijn waarin niet direct duidelijk is of van
                                                  onmiskenbare strijd sprake is. Het bevoegd gezag
                                                  zal dan een keuze moeten maken tussen een
                                                  handhavingstraject of het eerst verduidelijken wat
                                                  de specifieke zorgplicht inhoudt. Die
                                                  verduidelijking kan in de vorm van het stellen van
                                                  een maatwerkvoorschrift (zie het navolgende
                                                  artikel) maar dat hoeft niet. Ook wanneer het
                                                  bevoegd gezag degene die de activiteit verricht
                                                  mondeling of schriftelijk informeert over wat er
                                                  in een concreet geval onder de specifieke
                                                  zorgplicht moet worden verstaan, is het voor
                                                  diegene na ontvangst van die informatie duidelijk
                                                  wat er verwacht wordt. Als daar geen gevolg aan
                                                  wordt gegeven, is er sprake van onmiskenbare
                                                  strijd met de specifieke zorgplicht. Een
                                                  uitgebreidere uiteenzetting van de mogelijkheden
                                                  om handhavend op te treden tegen overtredingen van
                                                  de specifieke zorgplicht is opgenomen in de nota
                                                  van toelichting bij het Bal<Noot id="v2" type="voet">
			      <NootNummer>2</NootNummer>
			      <Al>Stb. 2018, 293, p. 526–527.</Al>
			    </Noot>.</Al>
			  <Al>Deze specifieke zorgplicht vervangt onder meer
                                                  artikel 2.7a van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer dat ging over
                                                  geurhinder. Dit houdt in dat als bij een
                                                  activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden,
                                                  daarbij de geurhinder bij het geurgevoelige gebouw
                                                  tot een aanvaardbaar niveau moet worden beperkt.
                                                  Wat aanvaardbaar is, hangt af van de situatie.
                                                  Hierbij kan rekening gehouden worden met onder
                                                  meer de volgende aspecten:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_a">
			      <Al>de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal
                                                  geurbeleid;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_b">
			      <Al>de geurbelasting ter plaatse van het
                                                  geurgevoelige gebouw;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_c">
			      <Al>de aard, omvang en waardering van de geur die
                                                  vrijkomt bij de activiteit;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_d">
			      <Al>de historie van degene die de activiteit
                                                  verricht en het klachtenpatroon over
                                                  geurhinder;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_e">
			      <Al>de bestaande en verwachte geurhinder van de
                                                  activiteit; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_f" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_334__content_334__list_o_1__item_f">
			      <Al>de kosten en baten van technische
                                                  voorzieningen en gedragsregels op de locatie
                                                  waarop de activiteit wordt verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Deze specifieke zorgplicht geldt naast de
                                                  verplichtingen die in de paragrafen en
                                                  subparagrafen van deze afdeling zijn gesteld voor
                                                  het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau
                                                  beperken van geurhinder.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Nadelige gevolgen voor het milieu van het
                                                  verkeer van en naar de activiteit betreffen hinder
                                                  door bezoekersverkeer en indirecte
                                                  geluidhinder.</Al>
			  <Al>Bezoekersverkeer is het bezoek van klanten of
                                                  bezoekers aan een activiteit. De Handreiking
                                                  Vervoermanagement (november 2017) geeft inzicht in
                                                  de wijze waarop invulling gegeven kan worden aan
                                                  dit aspect van de specifieke zorgplicht. Daarnaast
                                                  legt de handreiking de relatie met de EED, the
                                                  European Energy Efficiency Directive en hoe daar
                                                  mee om te gaan. De verschillende doelgroepen
                                                  krijgen met deze handreiking meer inzicht in de
                                                  mogelijkheden voor een 'integrale' aanpak van
                                                  duurzame mobiliteit.</Al>
			  <Al>Onder indirecte geluidhinder wordt geluidhinder
                                                  verstaan die niet wordt veroorzaakt door
                                                  activiteiten of installaties binnen de begrenzing
                                                  van de locatie waarop de activiteit plaatsvindt,
                                                  maar die wel aan die activiteit zijn toe te
                                                  rekenen. In de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56" scope="Artikel">artikel 22.56</IntRef>(geluid:
                                                  meerdere activiteiten beschouwen als een
                                                  activiteit) wordt nader ingegaan op het verschil
                                                  tussen directe geluidhinder en indirecte
                                                  geluidhinder.</Al>
			  <Al>Het bevoegd gezag heeft op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> de
                                                  bevoegdheid maatwerkvoorschriften te stellen.
                                                  Maatwerkvoorschriften kunnen ook inhouden dat de
                                                  activiteiten worden beschreven en dat metingen,
                                                  berekeningen of tellingen moeten worden verricht
                                                  om de mate waarin nadelige gevolgen voor het
                                                  milieu worden veroorzaakt, te bepalen. De
                                                  resultaten van een dergelijk onderzoek kunnen
                                                  aanleiding zijn aanvullende maatwerkvoorschriften
                                                  te stellen ter voorkoming of beperking van
                                                  nadelige gevolgen voor het milieu, zoals het
                                                  voorschrijven van maatregelen en
                                                  gedragsvoorschriften. Bij het stellen van
                                                  maatwerkvoorschriften ter voorkoming van indirecte
                                                  geluidhinder vanwege wegverkeer kan de circulaire
                                                  van 29 februari 1996 van de Minister van VROM,
                                                  getiteld 'Geluidhinder veroorzaakt door het
                                                  wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling
                                                  in het kader van de vergunningverlening op basis
                                                  van de Wet milieubeheer' als hulpmiddel dienen.
                                                  Dit is niet veranderd ten opzichte van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  <Al>Voor een verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld
                                                  in artikel 4.1116 van het Bal, stonden in artikel
                                                  21 van het voormalige Besluit algemene regels
                                                  milieu mijnbouw en artikel 4 van de voormalige
                                                  Regeling algemene regels milieu mijnbouw, regels
                                                  over geluid door verkeersbewegingen. Deze regels
                                                  hielden in dat de etmaalwaarde van de
                                                  verkeersbewegingen van en naar de mobiele
                                                  installatie niet hoger was dan 50 dB(A),
                                                  beoordeeld volgens de hierboven genoemde
                                                  circulaire van 29 februari 1996. Deze regels komen
                                                  niet expliciet terug in deze afdeling, maar vallen
                                                  wel onder de specifieke zorgplicht van dit
                                                  omgevingsplan, bedoeld in dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>.</Al>
			  <Al>Anders dan bij de plichten uit het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit artikel,
                                                  geldt de zorgplicht uit dit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> ook voor
                                                  milieubelastende activiteiten als bedoeld in
                                                  hoofdstuk 3 van het Bal. Niet voor alle nadelige
                                                  gevolgen van milieubelastende activiteiten voor de
                                                  fysieke leefomgeving zijn rijksregels gesteld in
                                                  het Bal. Anders dan in het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 2.1,
                                                  eerste lid, in samenhang met het tweede lid,
                                                  onderdeel k en q) maken de nadelige gevolgen van
                                                  het verkeer van personen of goederen van en naar
                                                  een activiteit en de bescherming van het donkere
                                                  landschap geen onderdeel uit van de belangen die
                                                  met het Bal worden behartigd. Voor de belangen die
                                                  buiten het Bal vallen, kunnen voor het waarborgen
                                                  van deze belangen op decentraal niveau regels
                                                  worden gesteld. In dit artikel is dit gedaan, door
                                                  in het derde lid <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>het voorkomen of
                                                  beperken van hinder, veroorzaakt door verkeer van
                                                  en naar de activiteit en het beschermen van de
                                                  duisternis en het donkere landschap op te
                                                  nemen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Voor milieubelastende activiteiten die zijn
                                                  aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal geldt de
                                                  specifieke zorgplicht uit artikel 2.11 van het
                                                  Bal. Daarom is in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> bepaald dat het
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_1" scope="Lid">eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit artikel
                                                  niet gelden voor dergelijke milieubelastende
                                                  activiteiten. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> geldt wel voor
                                                  milieubelastende activiteiten die onder het Bal
                                                  vallen. In het derde lid zijn immers aspecten
                                                  genoemd die niet behoren tot het oogmerk van de
                                                  regels in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het
                                                  Bal.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_335" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_335">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.45
                                                Maatwerkvoorschriften</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_335__content_335" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_335__content_335">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is de bevoegdheid opgenomen om
                                                  maatwerkvoorschriften te stellen. De beperkingen
                                                  die het Activiteitenbesluit milieubeheer stelde
                                                  aan de mogelijkheden voor maatwerkvoorschriften,
                                                  zijn daarbij niet overgenomen. Dit sluit aan bij
                                                  de systematiek van het Bal. Het is niet logisch om
                                                  beperkingen op te leggen aan het stellen van
                                                  maatwerkvoorschriften, omdat die beperkingen
                                                  altijd omzeild kunnen worden via een buitenplanse
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit. Met een
                                                  maatwerkvoorschrift mag niet worden afgeweken van
                                                  de specifieke zorgplicht, zoals opgenomen in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef>. Daarmee
                                                  zou namelijk buiten de oogmerken van deze afdeling
                                                  worden getreden. Wel mag er met
                                                  maatwerkvoorschriften invulling gegeven worden aan
                                                  de specifieke zorgplichten van deze afdeling.
                                                  Maatwerk houdt altijd rekening met de oogmerken
                                                  uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.42" scope="Artikel">artikel 22.42</IntRef> en mag daar
                                                  niet mee in strijd zijn.</Al>
			  <Al>Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift
                                                  volgt het bevoegd gezag de instructieregels van
                                                  het Bkl. Voorbeeld: Dit omgevingsplan bepaalt voor
                                                  verschillende situaties dat onversterkt stemgeluid
                                                  niet meegenomen wordt in de beoordeling van de
                                                  toelaatbare geluidwaarde. Een gemeente kan niet
                                                  zomaar voorschrijven dat onversterkt stemgeluid
                                                  toch meegenomen wordt bij de beoordeling van de
                                                  geluidwaarde. Het Bkl stelt namelijk in artikel
                                                  5.73 (uitzonderingen geluidbronnen) dat dit in de
                                                  meeste gevallen niet kan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_336" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_336">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.46 Algemene gegevens bij het
                                                verstrekken van gegevens en bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_336__content_336" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_336__content_336">
			<Inhoud>
			  <Al>Als op grond van een paragraaf in deze afdeling
                                                  van dit omgevingsplan, gegevens en bescheiden aan
                                                  het bevoegd gezag worden verstrekt, worden die
                                                  gegevens begeleid door een aantal algemene
                                                  gegevens. De plicht om gegevens te verstrekken
                                                  vloeit niet voort uit dit artikel. Die plicht is
                                                  namelijk per activiteit opgenomen in de paragrafen
                                                  van deze afdeling. Als in een paragraaf van deze
                                                  afdeling het verstrekken van gegevens en
                                                  bescheiden is voorgeschreven, bijvoorbeeld
                                                  vóórdat wordt begonnen met die activiteit, wordt
                                                  daarbij om specifieke gegevens gevraagd. Die
                                                  gegevens worden dan verstrekt in aanvulling op de
                                                  algemene gegevens uit dit artikel.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_337" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_337">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.47 Gegevens bij wijzigen naam,
                                                adres of normadressaat</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_337__content_337" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_337__content_337">
			<Inhoud>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47" scope="Artikel">artikel 22.47</IntRef> regelt dat
                                                  een naamswijziging of adreswijziging wordt
                                                  doorgegeven aan het bevoegd gezag vóórdat de
                                                  wijziging een feit is. Dat is vooral voor de
                                                  initiatiefnemer zelf van belang: diegene wil
                                                  immers dat correspondentie van het bevoegd gezag
                                                  op het juiste adres aankomt. Het tweede lid regelt
                                                  dat bij overdracht van de activiteit naar iemand
                                                  anders, de daardoor gewijzigde gegevens aan het
                                                  bevoegd gezag worden verstrekt. Bijvoorbeeld omdat
                                                  een bedrijf onder dezelfde bedrijfsnaam en op
                                                  hetzelfde adres wordt voorgezet, maar wisselt van
                                                  eigenaar. Dit sluit aan op artikel 5.37 van de
                                                  Omgevingswet, waar hetzelfde over
                                                  vergunninghouders is geregeld.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_338" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_338">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.48 Gegevens en bescheiden op
                                                verzoek van het college van burgemeester en
                                                wethouders</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_338__content_338" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_338__content_338">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel regelt dat gegevens en bescheiden
                                                  moeten worden verstrekt aan het bevoegd gezag, als
                                                  dat bevoegd gezag die gegevens en bescheiden nodig
                                                  heeft om voor een specifieke activiteit of een
                                                  specifieke locatie te beoordelen of de algemene
                                                  regels en eventuele maatwerkvoorschriften die voor
                                                  die activiteit of die locatie gelden, nog
                                                  volstaan. Het gaat om gegevens en bescheiden waar
                                                  het bevoegd gezag om vraagt. Degene die de
                                                  activiteit verricht hoeft dus niet uit eigen
                                                  beweging gegevens of bescheiden op te sturen; al
                                                  staat dat natuurlijk vrij.</Al>
			  <Al>Het gaat in dit artikel alleen om de situatie
                                                  dat het bevoegd gezag wil bekijken of de algemene
                                                  regels en maatwerkvoorschriften voor de activiteit
                                                  nog toereikend zijn gezien ontwikkelingen van de
                                                  technische mogelijkheden tot het beschermen van
                                                  het milieu en de gezondheid en de ontwikkelingen
                                                  van de kwaliteit van het milieu. Bij
                                                  ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot
                                                  het beschermen van het milieu kan gedacht worden
                                                  aan het beschikbaar komen van nieuwe passende
                                                  preventieve maatregelen of de actualisatie van de
                                                  beste beschikbare technieken. De ontwikkelingen
                                                  met betrekking tot de kwaliteit van het milieu
                                                  kunnen bijvoorbeeld aan de orde zijn als er door
                                                  cumulatie van activiteiten een verslechtering van
                                                  de kwaliteit van lucht, veiligheid, geluid,
                                                  oppervlaktewater of grondwater optreedt. Met deze
                                                  formulering is aangesloten op dezelfde regeling
                                                  voor vergunningplichtige gevallen, zoals opgenomen
                                                  in artikel 16.56 in combinatie met artikel 5.38
                                                  van de Omgevingswet. Zie de artikelsgewijze
                                                  toelichting op die artikelen voor verdere uitleg
                                                  over 'ontwikkelingen van de technische
                                                  mogelijkheden tot het beschermen van het milieu'
                                                  en 'ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit
                                                  van het milieu'. Gegevens waarover degene die de
                                                  activiteit uitvoert niet redelijkerwijs de
                                                  beschikking kan krijgen, hoeven uiteraard niet te
                                                  worden verstrekt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_339" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_339">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.49 Informeren over een ongewoon
                                                voorval</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_339__content_339" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_339__content_339">
			<Inhoud>
			  <Al>Zodra vastgesteld is dat er sprake is van een
                                                  ongewoon voorval moet het bevoegd gezag direct
                                                  worden geïnformeerd; vertraging is gezien de
                                                  gevolgen voor de gezondheid en het milieu niet
                                                  wenselijk. Het gaat hier om voorvallen met een
                                                  duidelijk negatief gevolg voor het milieu. Voor
                                                  deze ongewone voorvallen bevat de Omgevingswet in
                                                  hoofdstuk 19 regels gericht tot
                                                  bestuursorganen.</Al>
			  <Al>De definitie in de Omgevingswet beperkt ongewone
                                                  voorvallen tot afwijkende gebeurtenissen die
                                                  significante nadelige gevolgen voor de fysieke
                                                  leefomgeving kunnen hebben. In navolging daarvan
                                                  verplicht de regeling in dit omgevingsplan er niet
                                                  toe om het bevoegd gezag te informeren over
                                                  gebeurtenissen die afwijken van het normale
                                                  verloop van een activiteit maar die geen
                                                  significante nadelige gevolgen voor de fysieke
                                                  leefomgeving hebben. Zie voor verdere uitleg over
                                                  ongewone voorvallen afdeling 3.6 van het algemeen
                                                  deel van de nota van toelichting bij het Bal.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.49__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bepaalt dat de
                                                  informatieplicht niet geldt bij milieubelastende
                                                  activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3
                                                  van het Bal en bij wonen. Het Bal bevat zelf al
                                                  een informatieplicht voor ongewone voorvallen.
                                                  Ongewone voorvallen bij de activiteit wonen komen
                                                  zelden voor, en ook in het oude recht gold
                                                  daarvoor geen informatieplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_340" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_340">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.50 Gegevens en bescheiden bij een
                                                ongewoon voorval</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_340__content_340" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_340__content_340">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is omschreven welke gegevens en
                                                  bescheiden over het ongewoon voorval aan het
                                                  bevoegd gezag moeten worden verstrekt, zodra deze
                                                  informatie beschikbaar is. Dat hoeft dus niet met
                                                  dezelfde spoed als het informeren over het
                                                  ongewone voorval zelf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_341" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_341">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.51 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_341__content_341" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_341__content_341">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op
                                                  activiteiten die in afdelingen 3.3 tot en met 3.11
                                                  van het Bal aangewezen zijn als milieubelastende
                                                  activiteiten. Voor die activiteiten gelden de
                                                  artikelen van paragraaf 5.4.1 van het Bal.</Al>
			  <Al>De milieubelastende activiteiten die zijn
                                                  aangewezen in afdeling 3.2 van het Bal, de
                                                  bedrijfstakoverstijgende activiteiten, vallen wel
                                                  onder deze paragraaf van dit omgevingsplan. De
                                                  activiteiten van afdeling 3.2 van het Bal waren
                                                  onder het oude recht zelden een zelfstandige
                                                  inrichting, maar meestal onderdeel van een grotere
                                                  inrichting. Onder het stelsel van de Omgevingswet
                                                  zijn ze meestal onderdeel van een grotere
                                                  milieubelastende activiteit. Activiteiten, anders
                                                  dan de activiteiten uit afdeling 3.2 van het Bal,
                                                  zijn ofwel geregeld in het Bal in de afdelingen
                                                  3.3 en verder, ofwel in het omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Als een richtingaanwijzer in het Bal de
                                                  energiemodule aanwijst voor een bepaalde
                                                  activiteit en daarbij ook een activiteit uit
                                                  afdeling 3.2 van het Bal plaatsvindt, dan is de
                                                  energiemodule ook van toepassing op de activiteit
                                                  uit afdeling 3.2, die dan immers een functioneel
                                                  ondersteunende activiteit is.</Al>
			  <Al>De regels van deze paragraaf gelden voor
                                                  milieubelastende activiteiten waarbij het
                                                  energieverbruik van alle milieubelastende
                                                  activiteiten die worden verricht op dezelfde
                                                  locatie en die de milieubelastende activiteit
                                                  functioneel ondersteunen, in het voorafgaande
                                                  jaar, gezamenlijk gelijk is aan of groter dan
                                                  50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000
                                                  m<sup>3</sup> aardgasequivalenten aan
                                                  brandstoffen. Hierbij moeten de activiteiten die
                                                  in afdeling 3.2 van het Bal zijn geregeld ook
                                                  worden meegenomen. Dus als bijvoorbeeld een
                                                  supermarkt of horecagelegenheid een activiteit uit
                                                  afdeling 3.2 van het Bal verricht, dan gelden ook
                                                  daarvoor de energiebesparingsregels van dit
                                                  omgevingsplan, tenzij het energieverbruik van de
                                                  activiteiten op de locatie, gezamenlijk niet boven
                                                  de drempel uitkomt.</Al>
			  <Al>Activiteiten uit afdeling 3.2 van het Bal die
                                                  zelfstandig boven de drempel kunnen uitkomen,
                                                  zoals de zuiveringsvoorziening uit paragraaf
                                                  3.2.17 van het Bal, waren in de regel onder het
                                                  oude recht een inrichting, zodat het logisch is
                                                  dat daarvoor de energiebesparingsregels uit dit
                                                  omgevingsplan gelden.</Al>
			  <Al>Overigens is de gelding van deze paragraaf
                                                  beperkt tot 1 december 2023. Dit hangt samen met
                                                  het beleidsvoornemen om in het kader van de
                                                  voorziene regelgeving over de actualisatie van de
                                                  energiebesparingsplicht alsnog op rijksniveau ook
                                                  voor bepaalde milieubelastende activiteiten die
                                                  niet zijn aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en
                                                  met 3.11 van het Bal regels over energiebesparing
                                                  te stellen. Met het opnemen van de datum van 1
                                                  december 2023 in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52" scope="Artikel">artikel 22.52</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef>, dat betrekking
                                                  heeft op de verplichting energiebesparende
                                                  maatregelen te treffen, is aansluiting gezocht bij
                                                  de datum van het van toepassing worden van de
                                                  geactualiseerde regels over energiebesparing zoals
                                                  deze is opgenomen in de hiervoor genoemde
                                                  voorziene regelgeving. Ook de gelding van artikel
                                                  22.52a, dat betrekking heeft op het overgangsrecht
                                                  voor de regels over energiebesparing zoals deze
                                                  golden onder het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer, is gekoppeld aan deze datum. Als een
                                                  gemeente voor 1 december 2023 is overgegaan tot
                                                  aanpassing van artikel 22.52 of 22.52a van dit
                                                  omgevingsplan, zal na die datum op grond van de
                                                  geactualiseerde regels over energiebesparing in
                                                  het Bal moeten worden bezien of deze regels in het
                                                  omgevingsplan kunnen blijven voortbestaan als
                                                  maatwerkregel.</Al>
			  <Al>De regels in deze paragraaf, die betrekking
                                                  hebben op zogeheten procesgebonden
                                                  energiebesparende maatregelen, laten onverlet de
                                                  regels over de zogeheten gebouwgebonden
                                                  energiebesparende maatregelen, zoals deze zijn
                                                  gesteld in de artikelen 3.84, 3.84a en 3.84b van
                                                  het Bbl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_342" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_342">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.52 Energie:
                                                maatregelen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_342__content_342" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_342__content_342">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel vervangt artikel 2.15 van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze
                                                  paragraaf is overgenomen uit paragraaf 5.4.1 van
                                                  het Bal. Zie de bij die paragraaf horende
                                                  toelichting voor een uitleg van deze
                                                  artikelen.</Al>
			  <Al>Het bevoegd gezag kan, als aannemelijk is dat
                                                  niet wordt voldaan aan dit artikel, met een
                                                  maatwerkvoorschrift op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan een onderzoek verlangen waaruit
                                                  blijkt of aan dit artikel wordt voldaan.</Al>
			  <Al>Bijlage VII, onderdeel 16, bij de
                                                  Omgevingsregeling bevat energiebesparende
                                                  maatregelen die kunnen worden getroffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_343" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_343">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.52a Energie: overgangsrecht
                                                maatregelen en informatieplicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_343__content_343" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_343__content_343">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat overgangsrecht voor
                                                  milieubelastende activiteiten die onder het
                                                  toepassingsbereik van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.2</IntRef> van
                                                  dit omgevingsplan vallen en waarvoor al op grond
                                                  van het recht voor de Omgevingswet – in concreto
                                                  artikel 2.15, tweede, tiende of elfde lid, van het
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer – door het
                                                  betrokken bedrijf of de betrokken instelling een
                                                  rapportage informatieplicht aan het bevoegd gezag
                                                  is verstrekt of had moeten worden verstrekt.</Al>
			  <Al>Dit overgangsrecht heeft in de eerste plaats tot
                                                  gevolg dat tot 1 december 2023 kan worden volstaan
                                                  met het treffen van de energiebesparende
                                                  maatregelen, bedoeld in artikel 2.15 van het
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde
                                                  voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit
                                                  is inclusief de bijbehorende regels en bijlagen
                                                  uit afdeling 2.5 van de Activiteitenregeling
                                                  milieubeheer, zoals de lijst met erkende
                                                  energiebesparende maatregelen, de rekenmethode
                                                  voor de terugverdientijd en de rekenmethode voor
                                                  de hoeveelheid aardgasequivalent. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a" scope="Artikel">artikel 22.52a</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52a__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, is in dat licht
                                                  gedurende de periode, bedoeld in het eerste lid
                                                  van het artikel, artikel 22.52 op de betreffende
                                                  milieubelastende activiteiten niet van toepassing
                                                  verklaard.</Al>
			  <Al>Daarnaast volgt uit dit overgangsrecht dat als
                                                  voor een onder het toepassingsbereik vallende
                                                  milieubelastende activiteit die is gestart voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet door het
                                                  betrokken bedrijf of de betrokken instelling een
                                                  rapportage informatieplicht had moeten worden
                                                  verstrekt, maar dat nog niet is gebeurd, tot 1
                                                  december 2023 nog steeds in overeenstemming met de
                                                  daaraan in artikel 2.15 van het
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer gestelde eisen
                                                  aan de informatieplicht moet worden voldaan.</Al>
			  <Al>Met het opnemen van de datum van 1 december 2023
                                                  als einddatum voor het overgangsrecht is
                                                  aansluiting gezocht bij de datum van het van
                                                  toepassing worden van de geactualiseerde regels
                                                  over energiebesparing zoals deze is opgenomen in
                                                  de hiervoor in de toelichting bij artikel 22.51
                                                  genoemde voorziene regelgeving.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_344" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_344">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.53 Afval: zwerfvuil</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_344__content_344" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_344__content_344">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een nadere invulling van de
                                                  specifieke zorgplicht uit dit omgevingsplan of uit
                                                  artikel 2.11 van het Bal. Anders dan onder het
                                                  oude recht, geldt dit artikel ook voor
                                                  vergunningplichtige milieubelastende
                                                  activiteiten.<br/>De voorrangsbepaling van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan is ook relevant voor deze
                                                  vergunningplichtige milieubelastende activiteiten.
                                                  Als het aspect zwerfafval bij de inwerkingtreding
                                                  van de Omgevingswet al in een voorschrift van een
                                                  omgevingsvergunning voor een milieubelastende
                                                  activiteit is geregeld, is deze omgevingsplanregel
                                                  niet van toepassing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_345" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_345">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.54 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_345__content_345" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_345__content_345">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het geluid
                                                  door een activiteit op of in een geluidgevoelig
                                                  gebouw. Alleen geluidgevoelige gebouwen die op een
                                                  locatie toegelaten zijn op grond van het
                                                  omgevingsplan of via een omgevingsvergunning voor
                                                  een omgevingsplanactiviteit, worden beschermd
                                                  tegen het geluid veroorzaakt door een
                                                  activiteit.</Al>
			  <Al><i>Activiteiten</i></Al>
			  <Al>Dit artikel geldt in beginsel voor alle
                                                  milieubelastende activiteiten die onder het
                                                  algemene toepassingsbereik van deze afdeling,
                                                  bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> vallen. Dat
                                                  algemene toepassingsbereik probeert het oude Wet
                                                  milieubeheer begrip inrichting te vangen. Zie
                                                  daarover meer in de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>. De
                                                  geluidvoorschriften van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer waren alleen van
                                                  toepassing op deze Wet milieubeheer-
                                                  inrichtingen.</Al>
			  <Al>Dat betekent dat het geluid door activiteiten
                                                  die buiten het algemene toepassingsbereik van deze
                                                  afdeling vallen, niet hoeft te voldoen aan de
                                                  bepalingen van deze geluidparagraaf. Voor die
                                                  activiteiten blijven op grond van artikel 22.4 van
                                                  de Omgevingswet onder meer de regels gelden over
                                                  geluidhinder uit de Algemene Plaatselijke
                                                  Verordening.</Al>
			  <Al>Ook is er in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan een algemene voorrangsbepaling
                                                  opgenomen. Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> van dat artikel
                                                  bevat een voorrangsregel voor geluidregels in het
                                                  tijdelijke deel van het omgevingsplan, op grond
                                                  van artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet,
                                                  voor zover die regels afwijken van de geluidregels
                                                  in deze paragraaf van dit omgevingsplan. Een
                                                  voorbeeld hiervan zijn afwijkende geluidwaarden in
                                                  een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op
                                                  grond van de voormalige Crisis- en
                                                  herstelwet.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan bevat een voorrangbepaling voor
                                                  vergunningvoorschriften in een omgevingsvergunning
                                                  voor een milieubelastende activiteit die op grond
                                                  van het oude recht is verleend. De
                                                  geluidvoorschriften uit die vergunningen krijgen
                                                  voorrang op de geluidregels in dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al><i>Geluidgevoelig gebouw en geluidgevoelige
                                                  ruimte</i></Al>
			  <Al>Onder de Omgevingswet zijn begrippen
                                                  geüniformeerd. Dat betekent dat voor sommige
                                                  begrippen een nieuwe definitie geldt. Meestal is
                                                  daar geen beleidsmatige verandering in bedoeld,
                                                  maar soms kan de nieuwe definitie wel een iets
                                                  andere uitwerking hebben. Zo wordt niet meer
                                                  gesproken over een gevoelig gebouw of een gevoelig
                                                  object. In plaats daarvan wordt gesproken over een
                                                  geluidgevoelig gebouw.</Al>
			  <Al>Of een gebouw geluidgevoelig is, is afhankelijk
                                                  van de gebruiksfuncties van dat gebouw. Zo wordt
                                                  onder de Omgevingswet gesproken van een gebouw met
                                                  een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan,
                                                  in plaats van over een woning.</Al>
			  <Al>In bestemmingsplannen werden specifieke ruimtes
                                                  vaak niet bestemd. Het hele gebouw heeft dan
                                                  dezelfde bestemming. Hierdoor kan in bestaande
                                                  situaties een verandering ontstaan in de plaats
                                                  waar de geluidwaarde geldt. Denk aan een aan- of
                                                  inpandige garage, die wel een nevengebruiksfunctie
                                                  van wonen heeft, maar geen verblijfsruimte is. De
                                                  geluidwaarde geldt dan op de gevel van die
                                                  garage.</Al>
			  <Al>Overigens is het begrip geluidgevoelige ruimte
                                                  in het Bkl ook anders gedefinieerd dan in de
                                                  voormalige Wet geluidhinder en het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer. Zo heeft de oude
                                                  regelgeving het over een keuken van ten minste 11
                                                  m<sup>2</sup>. Die ondergrens van 11
                                                  m<sup>2 </sup>vervalt. Een geluidgevoelige ruimte
                                                  wordt gedefinieerd als een verblijfsruimte of
                                                  verblijfsgebied van de aangewezen
                                                  gebruiksfuncties.</Al>
			  <Al>In de praktijk kunnen zodoende kleine
                                                  verschillen optreden. Als dit bij toepassing van
                                                  de omgevingsplanregels van rijkswege in een
                                                  concreet geval een probleem oplevert, dan kan dit
                                                  opgelost worden met maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Met dit artikel wordt bepaald dat het geluid van
                                                  een activiteit niet geldt op een geluidgevoelig
                                                  gebouw dat tijdelijk is toegelaten.<br/>De
                                                  aanwezigheid van een tijdelijk geluidgevoelig
                                                  gebouw kan wel aanleiding zijn voor het (met
                                                  maatwerk) opleggen van een andere waarde dan de
                                                  standaardwaarde of voor het opleggen van
                                                  maatregelen of gedragsvoorschriften. De specifieke
                                                  zorgplicht voor een milieubelastende activiteit is
                                                  ook van toepassing op geluid door een activiteit
                                                  op deze tijdelijke geluidgevoelige gebouwen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  c</i></Al>
			  <Al>Een gevel kan bij het toelaten van nieuwe
                                                  geluidgevoelige gebouwen met toepassing van de
                                                  artikelen 5.78y of 5.78aa van het Bkl, als
                                                  niet-geluidgevoelige gevel in het omgevingsplan
                                                  worden aangemerkt. Voor een nadere toelichting
                                                  wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting
                                                  op de artikelen 5.78y en 5.78aa in het
                                                  (voorgenomen) Aanvullingsbesluit geluid
                                                  Omgevingswet. Deze niet-geluidgevoelige gevels
                                                  vervangen in het nieuwe stelsel de gevels die
                                                  onder de voormalige Wet geluidhinder als 'doof'
                                                  werden aangemerkt of waarvoor met toepassing van
                                                  de Interimwet stad-en- milieubenadering werd
                                                  afgeweken van de wettelijke norm.</Al>
			  <Al>In het overgangsrecht van het (voorgenomen)
                                                  Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet is in
                                                  artikel 12.17 bepaald dat onder
                                                  'niet-geluidgevoelige gevel' ook wordt verstaan
                                                  een gevel die voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet is aangemerkt als zogenoemde 'dove
                                                  gevel', evenals een gevel waarvoor de Interimwet
                                                  stad-en-milieubenadering is toegepast. Ook die
                                                  gevels blijven na inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet niet geluidgevoelig.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>Voor activiteiten met verplaatsbare
                                                  mijnbouwwerken als bedoeld in artikel 4.1116 van
                                                  het Bal worden geluidwaarden gesteld in paragraaf
                                                  4.109 'Werkzaamheden met verplaatsbaar
                                                  mijnbouwwerk' van het Bal.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Geluid door spoorvoertuigen op
                                                  spoorwegemplacementen valt niet onder de regels
                                                  van deze paragraaf. Andere geluiden door een
                                                  spoorwegemplacement, zoals geluid door het wassen
                                                  van de treinwagons, vallen wel onder deze
                                                  paragraaf.<br/>Voor het geluid door
                                                  wegverkeersbewegingen van en naar een
                                                  spoorwegemplacement geldt de specifieke zorgplicht
                                                  uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>, onder a, van dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Een winkel was onder het oude recht vaak geen
                                                  Wet milieubeheer-inrichting. De regels van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer golden
                                                  daarom niet voor activiteiten bij detailhandel.
                                                  Winkels vielen wel onder het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer als de volgende
                                                  installaties aanwezig waren:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_345__content_345__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_345__content_345__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_345__content_345__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_345__content_345__list_o_1__item_a">
			      <Al>elektromotoren met een opgeteld vermogen
                                                  groter dan 1,5 kW (bijvoorbeeld in automatische
                                                  rolluiken of airco's); of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_345__content_345__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_345__content_345__list_o_1__item_b">
			      <Al>stookinstallaties met een opgeteld thermisch
                                                  vermogen van meer dan 130 kW.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Met dit artikel wordt voorkomen dat de
                                                  geluidwaarden uit deze paragraaf gaan gelden voor
                                                  die winkels waarvoor de geluidnormen uit het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer niet
                                                  golden. Wel geldt voor deze winkels de specifieke
                                                  zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_346" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_346">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.55 Toepassingsbereik:
                                                eerbiedigende werking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_346__content_346" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_346__content_346">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De uitzondering in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54" scope="Artikel">artikel 22.54</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.54__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onder b, voor een
                                                  tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw, geldt
                                                  alleen voor een geluidgevoelig gebouw dat na de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten
                                                  voor een duur van niet meer dan 10 jaar, waarbij
                                                  getoetst is aan de kwalitatieve norm
                                                  'aanvaardbaar' uit artikel 5.59, tweede lid van
                                                  het Bkl.</Al>
			  <Al>Voor een geluidgevoelig gebouw dat al voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten
                                                  geldt de uitzondering niet. Zo'n gebouw valt wel
                                                  binnen het toepassingsbereik van deze paragraaf en
                                                  hiervoor blijft wel een waarde gelden voor het
                                                  geluid door een activiteit op de gevel van een
                                                  tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw.<br/>De
                                                  reden voor het uitzonderen is dat onder het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer de
                                                  geluidnormen wel golden voor gebouwen waarvoor het
                                                  tijdelijk toegelaten is om ze te gebruiken als
                                                  geluidgevoelig gebouw.</Al>
			  <Al>Zie het schema in de volgende alinea voor een
                                                  overzicht van de gevallen waarin een waarde voor
                                                  geluid geldt bij verschillende situaties van
                                                  geluidgevoelige gebouwen die tijdelijk toegelaten
                                                  zijn versus activiteiten.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.55__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer kregen geprojecteerde en in aanbouw
                                                  zijnde geluidgevoelige gebouwen geen bescherming
                                                  tegen geluid van milieubelastende activiteiten.
                                                  Dit is wel zo bij de instructieregels van het Bkl.
                                                  De geluidwaarde geldt dan op de locatie waar
                                                  volgens het omgevingsplan of de
                                                  omgevingsvergunning de gevel van het gebouw
                                                  gebouwd mag worden. Omdat de voormalige
                                                  bestemmingsplannen van rechtswege zijn overgegaan
                                                  in omgevingsplannen, zou toetsing op een
                                                  geprojecteerd gebouw ertoe kunnen leiden dat een
                                                  bestaande activiteit opeens niet meer voldoet aan
                                                  de geluideisen. In de transitieperiode is dit
                                                  ongewenst: voor rechtmatige bestaande situaties
                                                  moeten niet ineens strengere waarden voor geluid
                                                  gaan gelden. Daarom is in de omgevingsplanregels
                                                  van rijkswege, voor situaties die al toegestaan
                                                  zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet,
                                                  de uitzondering opgenomen dat onder een
                                                  geluidgevoelig gebouw niet wordt verstaan een
                                                  geprojecteerd gebouw of een geluidgevoelig gebouw
                                                  in aanbouw. Het uitgangspunt voor het
                                                  overgangsrecht is dat de initiatiefnemer onder
                                                  dezelfde condities zijn activiteit moet kunnen
                                                  blijven voortzetten. Als na de inwerkingtreding
                                                  van de Omgevingswet een nieuw geluidgevoelig
                                                  gebouw wordt toegelaten bij een bestaande
                                                  activiteit, of een nieuwe activiteit begint bij
                                                  een bestaand geluidgevoelig gebouw, gelden al wel
                                                  de nieuwe regels. Dit verschil werkt ook door naar
                                                  de omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
			  <table eId="artrecital__div_o_346__content_346__table_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_346__content_346__table_o_1">
			    <title/>
			    <tgroup align="left" cols="3">
			      <colspec colname="col1" colnum="1"/>
			      <colspec colname="col2" colnum="2"/>
			      <colspec colname="col3" colnum="3"/>
			      <tbody valign="top">
				<row>
				  <entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1">
				    <Al><strong>Schema: of waarden voor geluid gelden
                                                  bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde
                                                  geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke
                                                  geluidgevoelig gebouwen versus situatie
                                                  activiteiten</strong></Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1"/>
				  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
				    <Al><strong>Activiteiten</strong></Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al><strong>Geluidgevoelig gebouw</strong></Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>al rechtmatig verricht voor inwerkingtreding
                                                  van de Omgevingswet</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col3">
				    <Al>nog niet rechtmatig verricht voor
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke
                                                  deel van het omgevingsplan) toegelaten maar nog
                                                  niet gebouwd</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4
                                                  zijn niet van toepassing</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col3">
				    <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4
                                                  zijn wel van toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>in het nieuwe deel van hetomgevingsplan
                                                  toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4
                                                  zijn wel van toepassing</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col3">
				    <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4
                                                  zijn wel van toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke
                                                  deel van het omgevingsplan) toegelaten voor een
                                                  duur van niet meer dan tien jaar</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4
                                                  zijn wel van toepassing</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col3">
				    <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4
                                                  zijn wel van toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>in het nieuwe deel van het omgevingsplan
                                                  toegelaten voor een duur van niet meer dan tien
                                                  jaar</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4
                                                  zijn wel van toepassing</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col3">
				    <Al>de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4
                                                  zijn wel van toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
			      </tbody>
			    </tgroup>
			  </table>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_347" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_347">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.56 Geluid: meerdere activiteiten
                                                beschouwen als één activiteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_347__content_347" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_347__content_347">
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer golden de geluidnormen voor de gehele
                                                  inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Dus
                                                  voor het samenstel van activiteiten die binnen de
                                                  inrichting plaatsvinden. Deze bepaling beoogt
                                                  hetzelfde. Wanneer op een locatie meerdere,
                                                  onderling samenhangende activiteiten worden
                                                  verricht, gelden de geluidregels voor dit
                                                  samenstel van activiteiten. Dit is bijvoorbeeld
                                                  aan de orde als de activiteiten behoren tot een
                                                  bedrijf. Dit artikel geeft aan welke clustering
                                                  van activiteiten als één activiteit beschouwd
                                                  moet worden. Dit kunnen twee milieubelastende
                                                  activiteiten zijn die elkaar functioneel
                                                  ondersteunen. Uit de systematiek van het Bal volgt
                                                  al dat een milieubelastende activiteit die is
                                                  aangewezen in de paragrafen 3.3 tot en met 3.11,
                                                  bestaat uit de kernactiviteit, inclusief
                                                  functioneel ondersteunende activiteiten. Dit is
                                                  ook zo als die functioneel ondersteunende
                                                  activiteiten zelf ook als milieubelastende
                                                  activiteit in hoofdstuk 3 aangewezen zijn. Ook
                                                  twee of meer milieubelastende activiteiten op
                                                  één locatie die rechtstreeks met elkaar
                                                  samenhangen en met elkaar in technisch verband
                                                  staan worden op grond van dit artikel beschouwd
                                                  als één activiteit.</Al>
			  <Al>De inhoud van dit artikel wijkt af van artikel
                                                  5.58 in het Bkl. Dit is gedaan om de
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege beter aan te
                                                  laten sluiten bij de situatie zoals die was onder
                                                  het oude recht.</Al>
			  <Al>Deze bepaling beoogt niet het algemene
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling over de
                                                  milieubelastende activiteit uit te breiden.
                                                  Bijvoorbeeld met het geluid van een
                                                  landbouwvoertuig op een akker. Deze bepaling trekt
                                                  die activiteit niet alsnog 'binnen' de
                                                  activiteit.</Al>
			  <Al><i>Directe hinder, laden en lossen versus
                                                  indirecte hinder</i></Al>
			  <Al>Ook activiteiten die niet hoofzakelijk op de
                                                  locatie van het terrein van een bedrijf
                                                  plaatsvinden, maar in de onmiddellijke nabijheid
                                                  daarvan, kunnen onderdeel zijn van een activiteit
                                                  in de zin van dit artikel. Dit wordt beschouwd als
                                                  'directe hinder'. Een voorbeeld hiervan zijn laad-
                                                  en losactiviteiten die op de openbare weg worden
                                                  uitgevoerd. Het geluid van dit laden en lossen
                                                  moet dus ook voldoen aan de waarde voor geluid van
                                                  een activiteit, zoals opgenomen in deze paragraaf.
                                                  In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer
                                                  golden de geluidnormen ook voor deze activiteiten
                                                  in de onmiddellijke nabijheid van de
                                                  inrichting.</Al>
			  <Al>De geluidvoorschriften in deze paragraaf gelden
                                                  dus voor het geluid dat beschouwd wordt als
                                                  'directe hinder'. Geluid, veroorzaakt door het
                                                  verkeer van personen en goederen van en naar de
                                                  activiteit (totdat het is opgenomen in het
                                                  heersende verkeersbeeld) wordt beschouwd als
                                                  'indirecte hinder'. Voor indirecte hinder geldt
                                                  alleen de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan. Zie ook de toelichting bij a<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef>.</Al>
			  <Al>Overigens was het onder het oude recht ook
                                                  afhankelijk van de omstandigheden van het geval
                                                  wanneer laden en lossen overgaat in het verkeer
                                                  van personen en goederen van en naar de
                                                  activiteit. Deze omgevingsplanregels van rijkswege
                                                  brengen hier geen verandering in.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_348" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_348">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.57 Geluid: waar waarden
                                                gelden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_348__content_348" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_348__content_348">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is gebaseerd op artikel 5.60 van het
                                                  Bkl. Kortheidshalve wordt verwezen naar de
                                                  artikelsgewijze toelichting bij dat besluit.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel c</i></Al>
			  <Al>Net als voorheen worden de ligplaatsen van
                                                  woonschepen en de standplaatsen van woonwagens
                                                  beschermd tegen geluidhinder. Anders dan onder het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer worden
                                                  woonschepen en woonwagens wel als geluidgevoelig
                                                  gebouw aangemerkt en wordt daarvoor niet de aparte
                                                  benaming 'gevoelige terreinen' gehanteerd. Dit
                                                  artikel bepaalt vervolgens dat de waarden voor
                                                  geluid voor woonschepen en woonwagens geldt op de
                                                  grens van de locatie. Langs andere weg wordt
                                                  daarmee hetzelfde bereikt.</Al>
			  <Al>In bijlage I bij het Bkl is een woonschip
                                                  gedefinieerd als 'drijvende woonfunctie op een
                                                  locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als
                                                  een ligplaats voor een woonschip'.</Al>
			  <Al>In bijlage I bij het Bbl wordt onder een
                                                  woonwagen verstaan: woonfunctie op een locatie
                                                  bestemd voor het plaatsen van een woonwagen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_349" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_349">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.58 Geluid: functionele
                                                binding</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_349__content_349" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_349__content_349">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor geluid
                                                  niet van toepassing zijn op geluid door een
                                                  activiteit, op of in een geluidgevoelig gebouw dat
                                                  een functionele binding heeft met die activiteit.
                                                  Dit artikel sluit aan bij artikel 5.61 van het
                                                  Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_350" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_350">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.59 Geluid: voormalige functionele
                                                binding</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_350__content_350" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_350__content_350">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor geluid
                                                  op of in een geluidgevoelig gebouw, dat voorheen
                                                  onderdeel was van de Wet milieubeheer-inrichting
                                                  of functioneel verbonden was met een agrarische
                                                  activiteit, niet gelden voor het geluid door die
                                                  agrarische activiteit op dat geluidgevoelige
                                                  gebouw.</Al>
			  <Al>Het gebouw blijft wel beschermd tegen geluid,
                                                  veroorzaakt door andere omliggende
                                                  activiteiten.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel a</i></Al>
			  <Al>Onderdeel a regelt dit voor zogenaamde
                                                  'plattelandswoningen' die als plattelandswoning
                                                  zijn aangewezen in het tijdelijke deel van het
                                                  omgevingsplan. Dit was onder het oude recht
                                                  bepaald in de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht (artikel 1.1a) en het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel
                                                  1.3c).</Al>
			  <Al><i>Onderdeel b</i></Al>
			  <Al>Onderdeel b regelt dit in het geval van een
                                                  agrarische activiteit, voor een gebouw met een
                                                  voormalige functionele binding in het nieuwe deel
                                                  van het omgevingsplan.</Al>
			  <Al>In een situatie als bedoeld onder b wordt in het
                                                  omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor
                                                  een omgevingsplanactiviteit voor de woning waar
                                                  het om gaat (of een ander geluidgevoelig gebouw)
                                                  bepaald dat deze woning geen bescherming geniet in
                                                  de vorm van geluidwaarden, tegen geluidhinder door
                                                  de agrarische activiteit waarmee de woning
                                                  voorheen was verbonden.</Al>
			  <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet erin dat
                                                  de waarden voor geluid uit dit tijdelijke deel van
                                                  het omgevingsplan, die gelden voor de agrarische
                                                  activiteit, ook daadwerkelijk niet gaan gelden op
                                                  de gevel van de naastgelegen woning, die nu geen
                                                  functionele binding meer heeft.</Al>
			  <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van
                                                  artikel 5.62 van het Bkl. Dat artikel biedt
                                                  ruimere mogelijkheden bij geluidgevoelige gebouwen
                                                  met een voormalige functionele binding. Deze
                                                  ruimere mogelijkheden zijn niet opgenomen in de
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
			  <Al>Voor een uitgebreidere toelichting wordt
                                                  verwezen naar de toelichting bij artikel 5.62 van
                                                  het Bkl en paragraaf 2.3.8, onder 'Voormalige
                                                  bedrijfswoningen', en paragraaf 8.1.3 onder
                                                  'Functioneel verbonden en functioneel
                                                  ondersteunende gebouwen en locaties', van het
                                                  algemeen deel van de nota van toelichting bij het
                                                  Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_351" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_351">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.60 Geluid: onderzoek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_351__content_351" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_351__content_351">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 1.11
                                                  van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer. In dit artikel wordt bij een aantal
                                                  activiteiten bepaald dat een rapport van een
                                                  geluidonderzoek moet worden ingediend. Het gaat
                                                  daarbij onder meer om het onder bepaalde
                                                  omstandigheden ten gehore brengen van muziekgeluid
                                                  en om transportactiviteiten in de avond- en
                                                  nachtperiode (tussen 19.00 en 7.00 uur). In de
                                                  gevallen waarvoor bij de specifieke bepalingen een
                                                  plicht is opgenomen tot het indienen van een
                                                  akoestisch rapport, leert de ervaring dat
                                                  doorgaans problemen te verwachten zijn bij
                                                  toetsing aan de geluidwaarden.</Al>
			  <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer stond ook een specifieke mogelijkheid
                                                  voor het bevoegd gezag om bij besluit ook voor
                                                  andere activiteiten een geluidonderzoek te eisen.
                                                  Deze mogelijkheid heeft het bevoegd gezag nog
                                                  steeds, via de maatwerkmogelijkheid in artikel
                                                  22.45 van dit omgevingsplan. Hiervoor moet het
                                                  bevoegd gezag aannemelijk maken dat het
                                                  geluidsniveau of het maximale geluidsniveau meer
                                                  bedraagt dan de waarden die gelden voor de
                                                  activiteit op grond van dit omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning. Het gaat om gevallen waarin
                                                  gelet op de te verwachten bronvermogens en
                                                  afstanden tot gevoelige gebouwen het aannemelijk
                                                  is dat de normen zullen worden overschreden.</Al>
			  <Al>De maatwerkmogelijkheid kan ook gebruikt worden
                                                  om in voorkomende gevallen van de plicht tot het
                                                  verstrekken van een geluidonderzoek af te
                                                  zien.<br/>In sommige gevallen kan het voor
                                                  zonebeheer noodzakelijk zijn de geluidsproductie
                                                  van activiteiten gelegen op een gezoneerd
                                                  industrieterrein te weten. Dit kan bijvoorbeeld
                                                  het geval zijn als een activiteit aan de rand van
                                                  het industrieterrein is gelegen of als een
                                                  activiteit met de waarden, genoemd in dit
                                                  omgevingsplan, een onevenredig groot beslag zou
                                                  leggen op de nog beschikbare geluidsruimte, zonder
                                                  dat die activiteit de bij deze waarden behorende
                                                  geluidsruimte daadwerkelijk nodig heeft. Op grond
                                                  van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan kan dan een rapport van een
                                                  geluidonderzoek verlangd worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_352" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_352">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport
                                                geluidonderzoek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_352__content_352" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_352__content_352">
			<Inhoud>
			  <Al>Ten minste vier weken voor het begin of
                                                  wijziging van de activiteit moet het
                                                  geluidonderzoek aan het bevoegd gezag versterkt
                                                  worden. Behalve het geluidonderzoek moeten ook de
                                                  gegevens zoals vermeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46" scope="Artikel">artikel 22.46</IntRef> worden
                                                  verstrekt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_353" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_353">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.61a Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_353__content_353" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_353__content_353">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel heeft als doel om gemeenten op de
                                                  hoogte te stellen van nieuwe of gewijzigde
                                                  activiteiten op een gezoneerd
                                                  industrieterrein.</Al>
			  <Al>Deze informatieplicht geldt niet als de gemeente
                                                  al via een aanvraag om een omgevingsvergunning,
                                                  via het overleggen van een geluidonderzoek op
                                                  grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61" scope="Artikel">22.61</IntRef> of via een
                                                  informatieplicht ergens anders in deze afdeling
                                                  van dit omgevingsplan of in het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, op de hoogte wordt
                                                  gesteld van het begin of de wijziging van de
                                                  activiteit. In artikel 16.55, vijfde lid, van de
                                                  Omgevingswet is daarnaast nog bepaald dat gegevens
                                                  en bescheiden niet behoeven te worden verstrekt
                                                  voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens
                                                  of bescheiden beschikt.</Al>
			  <Al>Naar aanleiding van de ontvangen gegevens en
                                                  bescheiden kan de gemeente vervolgens beoordelen
                                                  of het noodzakelijk is om een geluidonderzoek te
                                                  laten verrichten voor het zonebeheer. Op grond van
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan kan dan een rapport van een
                                                  geluidonderzoek verlangd worden van de
                                                  initiatiefnemer.</Al>
			  <Al>Deze verplichting geldt niet voor activiteiten
                                                  op een gezoneerd industrieterrein waar geen
                                                  activiteiten verricht worden of installaties
                                                  gebruikt worden zoals bedoeld in het tweede lid.
                                                  Deze activiteiten en grenzen zijn overgenomen uit
                                                  de begripsbepaling inrichting Type A in artikel
                                                  1.2 van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer. Onder het oude recht hoefde voor een
                                                  inrichting Type A geen melding te worden gedaan.
                                                  Voor de informatieplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.61a" scope="Artikel">artikel 22.61a</IntRef> van het
                                                  omgevingsplan is alleen gekeken naar die grenzen
                                                  uit het oude begrip inrichting Type A die mede
                                                  gesteld waren met het oogmerk om geluidhinder te
                                                  voorkomen of beperken.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_354" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_354">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.62 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_354__content_354" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_354__content_354">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze paragraaf geldt voor activiteiten waarvoor
                                                  waarden voor langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
                                                  (LAR,LT) of het maximaal geluidsniveau (LAmax)
                                                  gesteld worden. Voor windturbines en
                                                  buitenschietbanen worden voor geluid andere
                                                  waarden gesteld, namelijk voor Lden en Lnight en
                                                  geluid Bs,dan.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.62__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op geluid
                                                  dat niet representatief is voor een activiteit.
                                                  Uitgangspunt is dat elke activiteit onderdeel is
                                                  van de representatieve bedrijfssituatie en het
                                                  geluid van elke activiteit representatief geluid
                                                  is. Niet representatief geluid is alleen het
                                                  geluid door een uitzonderlijke bedrijfssituatie,
                                                  dat in een maatwerkbesluit als zodanig is
                                                  aangemerkt.<br/>Het is aan het oordeel van het
                                                  bevoegd gezag wat een uitzonderlijke
                                                  bedrijfssituatie is. In paragraaf 4.2 van bijlage
                                                  IVh van de Omgevingsregeling zijn richtlijnen
                                                  gegeven die daarbij kunnen worden toegepast.
                                                  Hiermee wordt – grofweg – de situatie uit het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de
                                                  Handleiding meten en rekenen industrielawaai
                                                  voortgezet dat incidentele bedrijfssituaties niet
                                                  worden meegenomen bij het bepalen van het geluid.
                                                  In het voormalige Activiteitenbesluit is een
                                                  incidentele bedrijfssituatie een bedrijfssituatie
                                                  waarvoor op grond van artikel 2.20, zesde lid,
                                                  andere waarden zijn vastgesteld.</Al>
			  <Al>Voor het geluid dat niet representatief is voor
                                                  een activiteit kan het bevoegd gezag als dat nodig
                                                  is, wel regels stellen, bijvoorbeeld waarden,
                                                  tijdstippen of werkwijzen voor de gebeurtenissen
                                                  die het niet-representatieve geluid veroorzaken.
                                                  Artikel 5.59 van het Bkl bepaalt namelijk dat het
                                                  omgevingsplan erin moet voorzien dat ook het
                                                  niet-representatieve geluid aanvaardbaar is.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.2__art_22.52__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>In het toepassingsbereik worden windparken met 3
                                                  of meer windturbines expliciet uitgesloten, omdat
                                                  zij ook niet vallen onder <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.3" scope="Subparagraaf">subparagraaf
                                                  22.3.4.3</IntRef>over het geluid door
                                                  windturbines.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_355" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_355">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.63 Geluid: waarden voor
                                                geluidgevoelige gebouwen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_355__content_355" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_355__content_355">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> bepaalt hoeveel
                                                  geluid toelaatbaar is op de gevel van een
                                                  geluidgevoelig gebouw en komt overeen met de
                                                  geluidnormen die in het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer stonden. In de
                                                  instructieregels van het Bkl zijn geen normen meer
                                                  opgenomen voor het LAmax in de dagperiode.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer
                                                  kende in artikel 2.17, derde lid, de regeling dat
                                                  voor geluidgevoelige gebouwen op
                                                  Activiteitenbesluit-bedrijventerreinen (geen
                                                  gezoneerde industrieterreinen zijnde) het
                                                  beschermingsniveau op de gevel 5 dB(A) lager ligt.
                                                  Om te voorkomen dat activiteiten opeens niet meer
                                                  aan de geluidwaarden voldoen, is deze regeling in
                                                  het tweede lid van dit artikel overgenomen. In
                                                  bijlage I bij de omgevingsplanregels van
                                                  rechtswege is een begrip
                                                  Activiteitenbesluit-bedrijventerrein opgenomen.
                                                  Het Bkl biedt in artikel 5.65, tweede lid, voor
                                                  zulke bedrijventerreinen de mogelijkheid om een 5
                                                  dB(A) hogere waarde te stellen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>In de instructieregels (artikel 5.65) van het
                                                  Bkl zijn de geldende binnenwaarden opgenomen voor
                                                  in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. Deze
                                                  komen, voor wat betreft het langtijdgemiddelde
                                                  beoordelingsniveau, overeen met de waarden zoals
                                                  deze op grond van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer golden. In de
                                                  instructieregels van het Bkl zijn geen waarden
                                                  meer opgenomen voor het LAmax in de dagperiode, en
                                                  de waarden in de avondperiode zijn strenger dan
                                                  onder het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer. Om te voorkomen dat in de
                                                  transitieperiode andere waarden voor de
                                                  activiteiten gaan gelden, zijn in dit artikel de
                                                  waarden uit het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer overgenomen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">Vierde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> gaat in op de
                                                  piekgeluiden die veroorzaakt worden door het laden
                                                  en lossen in de dagperiode. Laden en lossen valt
                                                  via <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> (algemeen
                                                  toepassingsbereik) en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.56" scope="Artikel">artikel 22.56</IntRef> (meerdere
                                                  activiteiten beschouwen als één activiteit)
                                                  onder de activiteit, en daarmee onder de
                                                  geluidwaarden die in de tabellen zijn gesteld. Dat
                                                  geldt dus ook voor laden en lossen dat op de
                                                  openbare weg ('in de onmiddellijke nabijheid van')
                                                  plaatsvindt. Om te voorkomen dat in de periode
                                                  waarin de gemeenten hun omgevingsplannen nog niet
                                                  hebben aangepast aan de Omgevingswet, het overdag
                                                  laden en lossen onder de norm voor het piekgeluid
                                                  gaat vallen, is het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> toegevoegd. Dit
                                                  lid bepaalt uitdrukkelijk dat – net als onder het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer– voor
                                                  het laden en lossen in de dagperiode geen
                                                  geluidwaarden voor het piekgeluidniveau gelden.
                                                  Ook het Bkl geeft geen afzonderlijke waarden voor
                                                  de piekniveaus in de dagperiode, en dus ook niet
                                                  voor de piekniveaus van het laden en lossen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_356" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_356">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.64 Geluid: waarden voor
                                                geluidgevoelige gebouwen: tankstation</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_356__content_356" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_356__content_356">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  2.17, vierde lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit artikel
                                                  geldt alleen voor bedrijven die uitsluitend of in
                                                  hoofdzaak een inrichting voor verkoop van
                                                  brandstoffen aan derden zijn. Door het vervangen
                                                  van het begrip Wet milieubeheer- inrichting door
                                                  activiteiten is het niet meer mogelijk gebruik te
                                                  maken van dit zogenoemde hoofdzaakcriterium.
                                                  Daarvoor is het tankstation nu omschreven als het
                                                  bieden van gelegenheid voor het tanken van
                                                  motorvoertuigen van derden. Hiermee is geen
                                                  inhoudelijke wijziging beoogd.</Al>
			  <Al>Het Bkl gaat in de instructieregels niet meer
                                                  uit van een apart geluidregime met afwijkende
                                                  dagperioden voor tankstations. Wel zijn er op
                                                  grond van de flexibiliteitsbepalingen van deze
                                                  instructieregels mogelijkheden om in het
                                                  omgevingsplan rekening te houden met de bijzondere
                                                  kenmerken van het geluid bij een tankstation,
                                                  zoals de pieken bij dichtslaan van autoportieren,
                                                  als het geluid door een activiteit op
                                                  geluidgevoelige gebouwen maar aanvaardbaar is en
                                                  er voldaan wordt aan de grenswaarden in het Bkl.
                                                  In dit artikel wordt het onder het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer geldende
                                                  geluidregime overgenomen, zodat de geluidsituatie
                                                  niet verandert zolang de gemeente nog geen nieuw
                                                  omgevingsplan heeft vastgesteld.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_357" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_357">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.65 Geluid: waarden voor
                                                geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit,
                                                niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen
                                                in een glastuinbouwgebied</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_357__content_357" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_357__content_357">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  2.17, vijfde lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  <Al>Het begrip agrarische activiteiten wordt in dit
                                                  omgevingsplan niet meer specifiek gedefinieerd.
                                                  Het gaat om activiteiten die betrekking hebben op
                                                  gewassen of landbouwhuisdieren voor zover deze
                                                  geteeld of gekweekt respectievelijk gefokt,
                                                  gemest, gehouden of verhandeld worden. Daaronder
                                                  wordt ook verstaan agrarisch gemechaniseerd
                                                  loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische
                                                  werken, mestdistributie, grondverzet of
                                                  soortgelijke dienstverlening. Dit artikel geldt
                                                  alleen voor bedrijven of andere locaties waar
                                                  uitsluitend of in hoofdzaak agrarische
                                                  activiteiten of activiteiten die daarmee verband
                                                  houden worden verricht. Door het vervangen van het
                                                  Wet milieubeheer begrip inrichting door
                                                  activiteiten is het niet meer mogelijk gebruik te
                                                  maken van dit zogenoemde hoofdzaakcriterium.
                                                  Daarvoor in de plaats wordt gesteld dat het moet
                                                  gaan om een activiteit waarvan agrarische
                                                  activiteiten de kern vormen. Hiermee is geen
                                                  inhoudelijke wijziging beoogd.</Al>
			  <Al>In navolging van het voormalige Besluit landbouw
                                                  milieubeheer en het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer worden voor de in het eerste lid
                                                  genoemde activiteiten mobiele bronnen niet
                                                  meegewogen bij het bepalen van het
                                                  langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Daarom zijn
                                                  de waarden in tabel 22.3.5, die zien op het
                                                  langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, alleen van
                                                  toepassing op de vast opgestelde installaties en
                                                  toestellen. De waarden voor maximale
                                                  geluidsniveaus zijn van toepassing op alle
                                                  bronnen: vast en mobiel.</Al>
			  <Al>Voor het geluid van deze mobiele installaties
                                                  geldt alleen de specifieke zorgplicht. Voor
                                                  agrarische bedrijven die bij inwerkingtreding van
                                                  de Omgevingswet een omgevingsvergunning voor
                                                  milieuactiviteiten hebben, blijven op grond van
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef>, de
                                                  voorschriften van de omgevingsvergunning
                                                  gelden.</Al>
			  <Al>Belangrijke verschillen tussen dit artikel en de
                                                  instructieregels voor geluid van het Bkl
                                                  zijn:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_357__content_357__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_357__content_357__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_357__content_357__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_357__content_357__list_o_1__item_a">
			      <Al>Dit artikel geeft standaard 5 dB(A) lagere
                                                  geluidwaarden en afwijkende tijdsperioden voor
                                                  agrarische activiteiten. De instructieregels van
                                                  het Bkl kennen voor agrarische activiteiten niet
                                                  standaard 5 dB(A) lagere geluidwaarden en ook geen
                                                  afwijkende tijdsperioden. Het Bkl biedt wel de
                                                  mogelijkheid om een agrarisch gebied aan te wijzen
                                                  waar de toelaatbare waarde 5 dB(A) lager is.</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_357__content_357__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_357__content_357__list_o_1__item_b">
			      <Al>In dit artikel gelden de standaardwaarden niet
                                                  voor mobiele installaties. De standaardwaarden van
                                                  het Bkl gelden ook voor de mobiele installaties
                                                  bij een agrarisch bedrijf als die vallen onder de
                                                  representatieve bedrijfsituatie.</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_357__content_357__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_357__content_357__list_o_1__item_c">
			      <Al>Akkers en weilanden zijn voor de toepassing
                                                  van dit artikel geen onderdeel van de activiteit.
                                                  De instructieregels van het Bkl gaan over al het
                                                  geluid van locatiegebonden activiteiten, als dat
                                                  geluid representatief is voor die activiteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>In dit artikel wordt het onder het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer geldende
                                                  geluidregime overgenomen, zodat de geluidsituatie
                                                  niet verandert zolang de gemeente nog geen nieuw
                                                  deel van het omgevingsplan heeft vastgesteld</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_358" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_358">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.66 Geluid: waarde voor
                                                geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen
                                                een glastuinbouwgebied</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_358__content_358" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_358__content_358">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  2.17, zesde lid van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  <Al>De begrippen glastuinbouwbedrijf en
                                                  glastuinbouwgebied worden in dit omgevingsplan
                                                  niet meer specifiek gedefinieerd. Het gaat dan
                                                  respectievelijk om een activiteit die in de kern
                                                  bestaat uit het in een kas telen van gewassen en
                                                  een cluster aaneengesloten percelen voor
                                                  glastuinbouwbedrijven.</Al>
			  <Al>De instructieregels van het Bkl kennen voor
                                                  geluid door glastuinbouwbedrijven niet standaard 5
                                                  dB(A) lagere geluidwaarden en ook geen afwijkende
                                                  tijdsperioden. Het Bkl biedt wel de mogelijkheid
                                                  om een agrarisch gebied aan te wijzen waar de
                                                  toelaatbare waarde 5 dB(A) lager is. In dit
                                                  artikel wordt het onder het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer geldende
                                                  geluidregime overgenomen, zodat de geluidsituatie
                                                  niet verandert zolang de gemeente nog geen nieuw
                                                  omgevingsplan heeft vastgesteld.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_359" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_359">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.67 Geluid: waarden bij of
                                                krachtens een voor inwerkingtreding van de
                                                Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke
                                                verordening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_359__content_359" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_359__content_359">
			<Inhoud>
			  <Al>In artikel 2.17, zevende lid, juncto 2.17a,
                                                  vijfde lid, en de artikelen 2.18, vijfde lid, en
                                                  2.19a, tweede lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer stond een
                                                  mogelijkheid om bij of krachtens een gemeentelijke
                                                  verordening hogere of lagere normen te laten
                                                  gelden, dan de standaardnormen. Op grond van
                                                  artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit
                                                  Omgevingswet blijven die regels zoals opgenomen in
                                                  een gemeentelijke verordening (in veel gevallen in
                                                  de Algemene Plaatselijke Verordening) nog gelden.
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.67" scope="Artikel">Artikel 22.67</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan zorgt ervoor dat de waarden uit die
                                                  verordening, voorrang hebben op de waarden zoals
                                                  opgenomen in dit (tijdelijk deel) van het
                                                  Omgevingsplan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_360" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_360">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.68 Geluid: waarden op drijvende
                                                woonfunctie voor 1 juli 2012</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_360__content_360" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_360__content_360">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van het
                                                  overgangsrecht voor ligplaatsen, zoals was
                                                  opgenomen in artikel 2.17, vierde lid, onder d,
                                                  vijfde lid, onder f, en het zesde lid, onder d,
                                                  van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer.<br/>Het in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">22.63</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64" scope="Artikel">22.64</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.64__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65" scope="Artikel">22.65</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.65__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66" scope="Artikel">22.66</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.66__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> opgenomen
                                                  langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het
                                                  maximaal geluidsniveau wordt verhoogd met 5 dB(A).
                                                  Deze verhoging geldt voor drijvende woonschepen
                                                  die als zodanig voor 1 juli 2012 in dit
                                                  omgevingssplan zijn toegelaten èn voor drijvende
                                                  woonfuncties die voor 1 juli 2012 waren opgenomen
                                                  in een gemeentelijke verordening en nadien, maar
                                                  voor 1 juli 2022, alsnog zijn opgenomen in een
                                                  omgevingsplan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_361" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_361">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.69 Geluid: eerbiedigende
                                                werking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_361__content_361" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_361__content_361">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze bepaling geldt ter vervanging van artikel
                                                  2.17a van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer. In de meeste algemene maatregelen
                                                  van bestuur op grond van het vervallen artikel
                                                  8.40 Wet milieubeheer, zoals het Besluit horeca-,
                                                  sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, was
                                                  een overgangsbepaling opgenomen die teruggreep op
                                                  zogenaamde '8.40-AMvB's' die daarvóór in werking
                                                  waren. Dit lid is van toepassing op activiteiten
                                                  die worden verricht op de locatie van inrichtingen
                                                  die onder de werking van die oudere besluiten
                                                  vielen. Voor deze activiteiten worden de waarden
                                                  in tabel 22.3.1 (standaard) en tabel 22.3.7
                                                  (glastuinbouwbedrijf binnen een
                                                  glastuinbouwgebied) met 5 dB(A) verhoogd, tenzij
                                                  voordien volgens een milieuvergunning lagere
                                                  waarden golden. Overigens wordt in artikel 2.17a,
                                                  eerste tot en met derde lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer abusievelijk
                                                  verwezen naar artikel 2.17, in plaats van artikel
                                                  2.17a.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_362" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_362">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing
                                                laten van geluidbronnen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_362__content_362" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_362__content_362">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  2.18, eerste tot en met vierde lid, van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>Net als in artikel 5.73, eerste lid, onder a,
                                                  van het Bkl is bepaald dat de geluidwaarden die in
                                                  het omgevingsplan zijn opgenomen geen betrekking
                                                  hebben op het geluid van de spoedeisende inzet van
                                                  hulpvoertuigen. Dat geldt voor het gemiddelde
                                                  geluidniveau en voor het maximale geluidniveau.
                                                  Deze uitzondering geldt alleen voor de
                                                  spoedeisende inzet en dus niet voor het geluid als
                                                  gevolg van niet-spoedeisende inzet van
                                                  hulpvoertuigen of bijvoorbeeld het onderhouden en
                                                  testen van die voertuigen.</Al>
			  <Al>Anders dan in artikel 2.22 van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer, gaat deze
                                                  omgevingsplanregel ook over geluid van
                                                  traumahelikopters en over het Langtijdgemiddelde
                                                  beoordelingsniveau LAr,LT.</Al>
			  <Al>De mogelijkheid om met maatwerkvoorschriften
                                                  gebruiksregels op te nemen geldt niet voor de
                                                  inzet van motorvoertuigen of helikopters voor
                                                  spoedeisende medische hulpverlening,
                                                  ongevallenbestrijding, brandbestrijding,
                                                  gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na
                                                  een ongeval. Zie de toelichting bij de artikelen
                                                  5.71 en 5.72 van het Bkl voor een
                                                  verduidelijking.</Al>
			  <Al>Op grond van artikel 2.22, tweede lid van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was
                                                  het mogelijk om maatwerkvoorschriften te stellen
                                                  over te treffen technische en organisatorische
                                                  maatregelen bij het uitrukken van motorvoertuigen
                                                  voor ongevallenbestrijding, spoedeisende medische
                                                  hulpverlening, brandbestrijding of
                                                  gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na
                                                  een ongeval. Dit is dus veranderd in de
                                                  instructieregels van het Bkl en deze
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege.</Al>
			  <Al>Bij het toedelen van functies aan locaties
                                                  betrekt de gemeenteraad wel al het geluid vanwege
                                                  de toegelaten activiteiten bij de vraag of het
                                                  geluidniveau op een bepaalde locatie aanvaardbaar
                                                  is. Het feit dat er in het omgevingsplan,
                                                  maatwerkvoorschrift of omgevingsvergunning geen
                                                  waarden of maatregelen mogen worden opgenomen voor
                                                  het geluid van de spoedeisende inzet van
                                                  hulpvoertuigen, betekent dus niet dat die
                                                  geluidbronnen bij de toepassing van artikel 5.59,
                                                  eerste lid, van het Bkl buiten beschouwing mogen
                                                  blijven.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdelen b tot
                                                  en met e</i></Al>
			  <Al>Voor onversterkt stemgeluid geldt dat de
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege geen verandering
                                                  teweegbrengen ten opzichte van de situatie onder
                                                  het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.
                                                  Dit betekent dat het stemgeluid afkomstig van
                                                  bijvoorbeeld onverwarmde of onoverdekte terrassen,
                                                  schoolpleinen en sportvelden, buiten beschouwing
                                                  wordt gelaten bij het beoordelen van de
                                                  geluidwaarden veroorzaakt door een
                                                  activiteit.</Al>
			  <Al>Op grond van de instructieregel in artikel 5.73
                                                  van het Bkl, moet onversterkt stemgeluid vaker
                                                  buiten beschouwing worden gelaten dan onder het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en in
                                                  deze omgevingsplanregels van rijkswege. Op grond
                                                  van de instructieregel wordt onversterkt menselijk
                                                  stemgeluid buiten beschouwing gelaten, tenzij het
                                                  muziekgeluid is of daarmee vermengd is.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  f</i></Al>
			  <Al>Voor geluid voor het oproepen tot het belijden
                                                  van godsdienst of levensovertuiging geldt dat de
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege geen verandering
                                                  teweegbrengen ten opzichte van de situatie onder
                                                  het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer.<br/>In de Grondwet is bepaald dat
                                                  iedereen het recht heeft zijn godsdienst of
                                                  levensovertuiging individueel of in gemeenschap
                                                  met anderen vrij te belijden. Wel kunnen volgens
                                                  de Grondwet regels worden gesteld ter bescherming
                                                  van de gezondheid, in het belang van het verkeer
                                                  en ter bestrijding of voorkoming van
                                                  wanordelijkheden.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdelen g en
                                                  h</i></Al>
			  <Al>Bij het traditioneel ten gehore brengen van
                                                  muziek tijdens het hijsen en strijken van de
                                                  nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang
                                                  bij militaire inrichtingen en het ten gehore
                                                  brengen van muziek vanwege het oefenen door
                                                  militaire muziekkorpsen in de buitenlucht kan soms
                                                  niet worden voldaan aan de waarden uit de
                                                  artikelen in deze paragraaf. Bij het ten gehore
                                                  brengen van muziekgeluid in de buitenlucht is het
                                                  doorgaans niet mogelijk om maatregelen te treffen
                                                  ter beperking van de geluidsemissie. Omdat het
                                                  onwenselijk is deze activiteiten onmogelijk te
                                                  maken, worden ze bij het bepalen van de
                                                  geluidsniveaus buiten beschouwing gelaten.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.70__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdelen i en
                                                  j</i></Al>
			  <Al>Voor onversterkte muziek en traditioneel
                                                  schieten geldt dat de omgevingsplanregels van
                                                  rijkswege geen verandering teweegbrengen ten
                                                  opzichte van de situatie onder het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit betekent dat
                                                  onversterkte muziek en traditioneel schieten
                                                  buiten beschouwing wordt gelaten, tenzij anders is
                                                  bepaald in een Algemene Plaatselijke
                                                  Verordening.</Al>
			  <Al>In de instructieregels van het Bkl wordt geen
                                                  onderscheid meer gemaakt tussen versterkte en
                                                  onversterkte muziek, wat betekent dat onder het
                                                  Bkl, anders dan onder het oude recht, onversterkte
                                                  muziek wél onder de standaardwaarden voor geluid
                                                  valt. Het Bkl biedt wel de flexibiliteit om
                                                  bijvoorbeeld alsnog een splitsing aan te brengen
                                                  tussen versterkte en onversterkte muziek. Deze
                                                  flexibiliteit geldt ook voor traditioneel
                                                  schieten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_363" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_363">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.71 Geluid: waar waarden gelden
                                                voor een activiteit op een gezoneerd
                                                industrieterrein</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_363__content_363" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_363__content_363">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  2.17, tweede lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer. De aanvullende
                                                  eis van 50 dB(A) op 50 m geldt altijd, ongeacht of
                                                  er een geluidgevoelig gebouw (buiten het gezoneerd
                                                  industrieterrein) op minder dan 50 m vanaf de
                                                  begrenzing van de locatie waarop de activiteit
                                                  wordt verricht, is gelegen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_364" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_364">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.72 Geluid: maatregelen of
                                                voorzieningen bij stomen van grond</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_364__content_364" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_364__content_364">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  2.18, zesde tot en met achtste lid, van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  <Al>Het geluid dat wordt veroorzaakt door het stomen
                                                  van grond met een installatie van derden wordt
                                                  buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van het
                                                  langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. In
                                                  bedrijven waar het systeem van substraatteelt niet
                                                  wordt toegepast, maar waar in de grond wordt
                                                  geteeld, moet op gezette tijden ontsmetting van de
                                                  grond plaatsvinden. Dit geschiedt door de grond te
                                                  stomen. Grondstomen vindt niet vaker dan enkele
                                                  keren per jaar plaats. De frequentie hangt af van
                                                  het te telen gewas. Gelet op de frequentie van het
                                                  grondstomen en het feit dat het een activiteit is
                                                  die door derden wordt uitgevoerd, kan deze
                                                  activiteit niet worden beschouwd als een
                                                  representatieve bedrijfssituatie zoals bedoeld in
                                                  de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai'.
                                                  Daarom blijft bij het bepalen van de
                                                  langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.63" scope="Artikel">artikel 22.63</IntRef>, het door
                                                  deze activiteit veroorzaakte geluid buiten
                                                  beschouwing. Het grondstomen wordt in de regel
                                                  uitgevoerd door gespecialiseerde bedrijven. Deze
                                                  bedrijven plaatsen tijdelijk een mobiele
                                                  installatie bij het tuinbouwbedrijf. Als het
                                                  grondstomen met een eigen ketelinstallatie
                                                  plaatsvindt, wordt het wel meegeteld bij het
                                                  bepalen van de langtijdgemiddelde
                                                  beoordelingsniveaus omdat die installatie een vast
                                                  onderdeel is van de activiteit, vaker kan worden
                                                  gebruikt en door degene die de activiteit verricht
                                                  zodanig kan worden aangepast dat het geluid
                                                  gereduceerd wordt.</Al>
			  <Al>Omdat het grondstomen dat plaatsvindt met een
                                                  installatie van derden buiten beschouwing blijft
                                                  bij het bepalen van de langtijdgemiddelde
                                                  beoordelingsniveaus, moeten maatregelen of
                                                  voorzieningen getroffen worden om de geluidhinder
                                                  zo veel mogelijk te reduceren. De maatregelen of
                                                  voorzieningen zijn in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.2__art_22.72__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> omschreven. Op
                                                  grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> kan het
                                                  bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen,
                                                  waarmee de maatregelen of voorzieningen meer
                                                  specifiek kunnen worden ingevuld.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_365" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_365">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.73 Geluid:
                                                festiviteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_365__content_365" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_365__content_365">
			<Inhoud>
			  <Al>In artikel 2.21, tweede lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer stond ook een
                                                  bevoegdheid voor gemeenten om bij of krachtens een
                                                  gemeentelijke verordening voorwaarden te verbinden
                                                  aan festiviteiten om geluidhinder te beperken of
                                                  te voorkomen. Deze regels in een gemeentelijke
                                                  verordening blijven na inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet gelden op grond van artikel 8.2.2 van
                                                  het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Ook na de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet mag de
                                                  gemeente voorwaarden verbinden aan festiviteiten
                                                  in dit omgevingsplan of een gemeentelijke
                                                  verordening.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_366" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_366">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.74 Geluid: meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_366__content_366" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_366__content_366">
			<Inhoud>
			  <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer werd voor de manier van meten van -
                                                  en rekenen met industrielawaai, verwezen naar de
                                                  Handreiking meten en rekenen industrielawaai. Deze
                                                  Handreiking meten en rekenen industrielawaai is nu
                                                  verwerkt in de Omgevingsregeling. Deze meet- en
                                                  rekenvoorschriften voor geluid blijven landelijk
                                                  geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van
                                                  de Omgevingswet. In dit omgevingsplan hoeven dus
                                                  in principe geen verwijzingen opgenomen te worden
                                                  naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is hier
                                                  wel gedaan voor de leesbaarheid van de
                                                  regelgeving. In de Omgevingsregeling zijn deze
                                                  meet- en rekenbepalingen voor geluid opgenomen in
                                                  paragraaf 6.2.1.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_367" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_367">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.75 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_367__content_367" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_367__content_367">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is een voorzetting van de
                                                  regeling voor geluid veroorzaakt door windturbines
                                                  uit paragraaf 3.2.3 van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op nieuwe
                                                  windparken met 3 of meer windturbines.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_368" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_368">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.76 Geluid: waarden
                                                windturbines</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_368__content_368" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_368__content_368">
			<Inhoud>
			  <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer stonden hele concrete
                                                  maatwerkmogelijkheden voor geluid van
                                                  windturbines. Die mogelijkheden zijn er nu op
                                                  grond van de maatwerkmogelijkheid van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan. Die mogelijkheden worden begrensd
                                                  door onder andere de instructieregels van het
                                                  Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_369" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_369">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.77 Registratie gegevens
                                                windturbines</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_369__content_369" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_369__content_369">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  3.14e van de voormalige Activiteitenregeling
                                                  milieubeheer.<br/>Die ministeriële regeling
                                                  bevatte in de artikelen 3.14a tot en met 3.14d ook
                                                  veel gedetailleerde regels over de wijze van meten
                                                  en rekenen van het geluid door windturbines. Deze
                                                  regels staan niet in dit omgevingsplan maar zijn
                                                  opgenomen in de Omgevingsregeling. Een
                                                  geluidonderzoek voor windturbines wordt wel in dit
                                                  omgevingsplan voorgeschreven in artikel
                                                  22.60.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_370" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_370">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.78 Geluid: meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_370__content_370" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_370__content_370">
			<Inhoud>
			  <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer werd voor de manier van meten van -
                                                  en rekenen met industrielawaai, verwezen naar de
                                                  Handreiking meten en rekenen industrielawaai. Deze
                                                  Handreiking meten en rekenen industrielawaai is nu
                                                  verwerkt in de Omgevingsregeling. Deze meet- en
                                                  rekenvoorschriften voor geluid blijven landelijk
                                                  geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van
                                                  de Omgevingswet. In dit omgevingsplan hoeven dus
                                                  in principe geen verwijzingen opgenomen te worden
                                                  naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is hier
                                                  wel gedaan voor de leesbaarheid van de
                                                  regelgeving. In de Omgevingsregeling zijn deze
                                                  meet- en rekenbepalingen voor geluid opgenomen in
                                                  paragraaf 6.2.1.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_371" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_371">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.79 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_371__content_371" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_371__content_371">
			<Inhoud>
			  <Al>De regeling voor buitenschietbanen in het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer is
                                                  overgenomen in de omgevingsplanregels van
                                                  rijkswege. Hierdoor ontstaat bij de invoering van
                                                  de Omgevingswet geen rechtsvacuüm voor
                                                  buitenschietbanen. Hoewel het toepassingsbereik in
                                                  dit artikel iets anders wordt verwoord dan onder
                                                  het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer
                                                  het geval was, is geen beleidswijziging beoogd.
                                                  Hieronder vallen dus nog steeds de civiele en
                                                  militaire schietbanen, en het kleiduivenschieten,
                                                  dat ook een civiele buitenschietbaan is waar met
                                                  vuurwapens wordt geschoten. Daarnaast is het
                                                  toepassingsbereik uitgebreid met militaire
                                                  springterreinen. Geluid door militaire
                                                  springterreinen werd onder het oude recht geregeld
                                                  in de omgevingsvergunning voor milieu. In de
                                                  Beleidsregel schietlawaai defensieterreinen staat
                                                  een beoordelingswijze die overeenkomt met de
                                                  beoordelingswijze voor buitenschietbanen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_372" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_372">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.80 Geluid: waarden
                                                buitenschietbanen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_372__content_372" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_372__content_372">
			<Inhoud>
			  <Al>In bijlage I bij het Bkl wordt het geluid Bs,dan
                                                  gedefinieerd als: geluid op een plaats over alle
                                                  dag-, avond- en nachtperioden van een jaar,
                                                  berekend in overeenstemming met de bij
                                                  ministeriële regeling aangewezen
                                                  berekeningsmethode voor schietgeluid.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_373" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_373">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.81 Registratie gegevens
                                                buitenschietbanen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_373__content_373" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_373__content_373">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  3.118a van de voormalige Activiteitenregeling
                                                  milieubeheer.<br/>Die ministeriële regeling
                                                  bevatte in artikel 3.118 ook gedetailleerde regels
                                                  over de wijze van meten en rekenen van het geluid
                                                  bij buitenschietbanen. Deze regels staan niet in
                                                  dit omgevingsplan maar zijn opgenomen in de
                                                  Omgevingsregeling.</Al>
			  <Al>In dit artikel is een registratieverplichting
                                                  opgenomen. Aangezien het door de vele
                                                  overdrachtsgegevens die deel uitmaken van de
                                                  rekenmethodiek nauwelijks mogelijk is
                                                  controlemetingen uit te voeren, wordt door de
                                                  handhavende instanties gebruik gemaakt van het
                                                  geregistreerde aantal schoten, het kaliber van de
                                                  verschoten munitie en de dagdelen waarin deze
                                                  verschoten is. Deze parameters komen overeen met
                                                  die van het geluidonderzoek dat is voorgeschreven
                                                  op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.4__subsec_22.3.4.1__art_22.60" scope="Artikel">artikel 22.60</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan. Op deze wijze is bestuursrechtelijk
                                                  toezicht mogelijk van de akoestische belasting op
                                                  de omgeving.</Al>
			  <Al>In de Omgevingsregeling zijn deze meet- en
                                                  rekenbepalingen voor geluid voor buitenschietbanen
                                                  opgenomen in artikel 6.9.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_374" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_374">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.82 Geluid: meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_374__content_374" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_374__content_374">
			<Inhoud>
			  <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer werd voor de manier van meten van -
                                                  en rekenen met industrielawaai verwezen naar de
                                                  Handreiking meten en rekenen industrielawaai. Deze
                                                  Handreiking meten en rekenen industrielawaai is nu
                                                  verwerkt in de Omgevingsregeling. Deze meet- en
                                                  rekenvoorschriften voor geluid blijven landelijk
                                                  geregeld op grond van artikel 4.1, tweede lid, van
                                                  de Omgevingswet. In dit omgevingsplan hoeven dus
                                                  in principe geen verwijzingen opgenomen te worden
                                                  naar deze meet- en rekenvoorschriften. Dit is hier
                                                  wel gedaan voor de leesbaarheid van de
                                                  regelgeving. In de Omgevingsregeling staan deze
                                                  meet- en rekenbepalingen voor geluid in paragraaf
                                                  6.2.1.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_375" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_375">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.83 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_375__content_375" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_375__content_375">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de
                                                  trillingen door een activiteit, in een
                                                  trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig
                                                  gebouw. Dit artikel geldt alleen voor activiteiten
                                                  die ook onder het algemene toepassingsbereik van
                                                  deze afdeling voor milieubelastende activiteiten,
                                                  bedoeld in 1<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef> vallen. Dat
                                                  algemene toepassingsbereik probeert het oude
                                                  begrip Wet milieubeheer- inrichting grotendeels te
                                                  dekken. Zie daarover meer in de toelichting bij
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>. De
                                                  trillingvoorschriften van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer waren alleen van
                                                  toepassing op deze Wet milieubeheer-inrichtingen.
                                                  Deze paragraaf is alleen van toepassing op
                                                  activiteiten die trillingen in een frequentie van
                                                  1 tot 80 Hz veroorzaken. Dat bleek onder het
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer impliciet door de
                                                  verwijzing naar normwaarden in de Meet- en
                                                  beoordelingsrichtlijn B 'Hinder voor personen' van
                                                  de Stichting Bouwresearch.</Al>
			  <Al>De trillingparagraaf uit het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer was niet van
                                                  toepassing op vergunningplichtige inrichtingen.
                                                  Deze paragraaf van dit omgevingsplan is wel van
                                                  toepassing op vergunningplichtige milieubelastende
                                                  activiteiten. Voor vergunningplichtige
                                                  milieubelastende activiteiten werden voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet, soms
                                                  trillingnormen of andere voorschriften ter
                                                  beperking van trillinghinder opgenomen in de
                                                  omgevingsvergunning voor milieubelastende
                                                  activiteiten. Deze bestaande
                                                  vergunningvoorschriften blijven op grond van
                                                  artikel 4.13 van de Invoeringswet Omgevingswet
                                                  gelden en hebben op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan voorrang op de regels voor
                                                  trillingen in deze paragraaf van dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer werd bij de bescherming tegen
                                                  trillinghinder verwezen naar de begrippen
                                                  'geluidgevoelige ruimten' en 'verblijfsruimten',
                                                  bedoeld in de voormalige Wet geluidhinder. Het Bkl
                                                  bevat eigen begrippen 'trillinggevoelige gebouwen'
                                                  en 'trillinggevoelige ruimten'. Deze gelden op
                                                  grond van <IntRef ref="chp_1__art_1.1" scope="Artikel">artikel 1.1</IntRef>, <IntRef ref="chp_1__art_1.1__para_1" scope="Lid">eerste
                                                  lid</IntRef>, van dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Overigens is het begrip trillinggevoelige ruimte
                                                  in het Bkl wel anders gedefinieerd dan een
                                                  geluidgevoelige ruimte in de voormalige Wet
                                                  geluidhinder en het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer. Zo heeft de oude regelgeving het
                                                  over een keuken van ten minste 11 m<sup>2</sup>.
                                                  Die ondergrens van 11 m<sup>2</sup> vervalt. Een
                                                  trillinggevoelige ruimte wordt gedefinieerd als
                                                  een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een
                                                  aangewezen gebruiksfunctie. In de praktijk kunnen
                                                  dus kleine verschillen optreden. Als dit bij
                                                  toepassing van de omgevingsplanregels van
                                                  rijkswege in een concreet geval een probleem
                                                  oplevert, dan kan dit opgelost worden met
                                                  maatwerkvoorschriften.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Met dit artikel wordt bepaald dat deze paragraaf
                                                  niet geldt voor trillingen in een trillinggevoelig
                                                  gebouw dat tijdelijk is toegelaten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_376" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_376">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.84 Toepassingsbereik:
                                                eerbiedigende werking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_376__content_376" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_376__content_376">
			<Inhoud>
			  <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83" scope="Artikel">artikel 22.83</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.5__art_22.83__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onder b is de
                                                  uitzondering opgenomen dat deze paragraaf niet
                                                  geldt voor trillingen in een trillinggevoelig
                                                  gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet
                                                  meer dan 10 jaar .<br/>Op grond van dit artikel,
                                                  geldt die uitzondering alleen voor een
                                                  trillinggevoelig gebouw dat na de inwerkingtreding
                                                  van de Omgevingswet is toegelaten voor een duur
                                                  van niet meer dan 10 jaar, waarbij getoetst is aan
                                                  de kwalitatieve norm 'aanvaardbaar' uit artikel
                                                  5.83, tweede lid, van het Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_377" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_377">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.85 Trillingen: meerdere
                                                activiteiten beschouwen als een
                                                activiteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_377__content_377" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_377__content_377">
			<Inhoud>
			  <Al>Onder het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer golden de trillingnormen voor de
                                                  gehele inrichting in de zin van de Wet
                                                  milieubeheer. Dus voor het samenstel van
                                                  activiteiten die binnen de inrichting
                                                  plaatsvonden. Deze bepaling beoogt hetzelfde.
                                                  Wanneer op een locatie meerdere, onderling
                                                  samenhangende activiteiten worden verricht, gelden
                                                  de waarden voor trillingen voor dit samenstel van
                                                  activiteiten. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als
                                                  de activiteiten behoren tot een bedrijf. Dit
                                                  artikel geeft aan welke clustering van
                                                  activiteiten als één activiteit beschouwd moet
                                                  worden. Dit kunnen twee milieubelastende
                                                  activiteiten zijn die elkaar functioneel
                                                  ondersteunen. Uit de systematiek van het Bal volgt
                                                  al dat een milieubelastende activiteit die is
                                                  aangewezen in de paragrafen 3.3 tot en met 3.11,
                                                  bestaat uit de kernactiviteit, inclusief
                                                  functioneel ondersteunende activiteiten. Dit is
                                                  ook zo als die functioneel ondersteunende
                                                  activiteiten zelf ook als milieubelastende
                                                  activiteit in hoofdstuk 3 aangewezen zijn. Ook
                                                  twee of meer milieubelastende activiteiten op
                                                  één locatie die rechtstreeks met elkaar
                                                  samenhangen en met elkaar in technisch verband
                                                  staan worden op grond van dit artikel beschouwd
                                                  als één activiteit.</Al>
			  <Al>De inhoud van dit artikel wijkt af van artikel
                                                  5.82 in het Bkl. Dit is gedaan om de
                                                  omgevingsplanregels van rijkswege beter aan te
                                                  laten sluiten bij de situatie zoals die was onder
                                                  het oude recht.</Al>
			  <Al>Deze bepaling beoogt niet het algemene
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>, uit te
                                                  breiden. Deze bepaling trekt een activiteit, zoals
                                                  bijvoorbeeld landbouwvoertuigen op de weg, niet
                                                  alsnog 'binnen' de activiteit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_378" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_378">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.86 Trillingen: functionele
                                                binding</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_378__content_378" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_378__content_378">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor
                                                  trillingen niet van toepassing zijn op trillingen
                                                  door een activiteit in een trillinggevoelige
                                                  ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat
                                                  functioneel verbonden is met de
                                                  activiteit.<br/>Dit artikel sluit aan bij artikel
                                                  5.84 van het Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_379" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_379">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.87 Trillingen: voormalige
                                                functionele binding</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_379__content_379" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_379__content_379">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor
                                                  trillingen in een trillinggevoelige ruimte van een
                                                  trillinggevoelig gebouw dat voorheen onderdeel was
                                                  van een Wet milieubeheer-inrichting of functioneel
                                                  verbonden was met een agrarische activiteit, niet
                                                  gelden voor trillingen door die agrarische
                                                  activiteit in dat trillinggevoelige gebouw.</Al>
			  <Al>Het gebouw blijft wel beschermd tegen
                                                  trillingen, veroorzaakt door andere omliggende
                                                  activiteiten.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel a</i></Al>
			  <Al>Onderdeel a regelt dit voor zogenaamde
                                                  'plattelandswoningen' die in het tijdelijke deel
                                                  van het omgevingsplan als zodanig zijn aangewezen.
                                                  Dit was onder het oude recht bepaald in de
                                                  voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                                  (artikel 1.1a) en het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel
                                                  1.3c).</Al>
			  <Al><i>Onderdeel b</i></Al>
			  <Al>Onderdeel b regelt dit voor trillingen door een
                                                  agrarische activiteit, voor een gebouw met een
                                                  voormalige functionele binding in het nieuwe deel
                                                  van het omgevingsplan.</Al>
			  <Al>In een situatie als bedoeld onder b wordt in het
                                                  omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor
                                                  een omgevingsplanactiviteit, voor de woning waar
                                                  het om gaat (of ander trillinggevoelig gebouw),
                                                  bepaald dat deze woning geen bescherming geniet
                                                  via waarden tegen trillinghinder door de
                                                  agrarische activiteit waarmee de woning voorheen
                                                  was verbonden.</Al>
			  <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet erin dat
                                                  de waarden voor trillingen uit dit omgevingsplan,
                                                  die gelden voor de agrarische activiteit, ook
                                                  daadwerkelijk niet gaan gelden in de
                                                  trillinggevoelige ruimten van de naastgelegen
                                                  woning die nu geen functionele binding meer
                                                  heeft.</Al>
			  <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van
                                                  artikel 5.85 van het Bkl.<br/>Voor een
                                                  uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de
                                                  toelichting bij artikel 5.85 van het Bkl en
                                                  paragraaf 2.3.8, onder 'Voormalige
                                                  bedrijfswoningen', en paragraaf 8.1.3 onder
                                                  'Functioneel verbonden en functioneel
                                                  ondersteunende gebouwen en locaties', van het
                                                  algemeen deel van de nota van toelichting bij het
                                                  Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_380" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_380">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.88 Trillingen: waarden voor
                                                continue trillingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_380__content_380" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_380__content_380">
			<Inhoud>
			  <Al>Over de verhouding tussen de standaardwaarde A1
                                                  enerzijds en standaardwaarden A2 en A3 anderzijds
                                                  wordt het volgende opgemerkt. Bij de continue
                                                  trillingen moet in eerste instantie worden voldaan
                                                  aan waarde A1 wat betreft het maximaal optredende
                                                  trillingniveau (uitgedrukt als trillingssterkte
                                                  Vmax). Als daar niet aan kan worden voldaan, mag
                                                  het maximaal optredende trillingniveau weliswaar
                                                  hoger zijn dan waarde A1, namelijk A2, maar dan
                                                  moet het gemiddelde trillingniveau (uitgedrukt als
                                                  trillingssterkte V<sub>per</sub>) wel onder een
                                                  bepaalde waarde (A3) blijven. Met andere woorden:
                                                  er wordt voldaan aan de waarden als:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_380__content_380__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_380__content_380__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_380__content_380__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_380__content_380__list_o_1__item_a">
			      <Al>de waarde van de maximale trillingssterkte in
                                                  een ruimte (V<sub>max</sub>) kleiner is dan A1, of
                                                  als</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_380__content_380__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_380__content_380__list_o_1__item_b">
			      <Al>de waarde van de maximale trillingssterkte in
                                                  een ruimte (V<sub>max</sub>) kleiner is dan A2
                                                  waarbij de trillingssterkte over de
                                                  beoordelingsperiode voor deze ruimte
                                                  (V<sub>per</sub>) kleiner is dan A3.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Deze systematiek is een voortzetting van die
                                                  onder het voorheen geldende recht. In artikel 2.23
                                                  van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer werd verwezen naar tabel 2 van de
                                                  Meet- en beoordelingsrichtlijn voor trillingen,
                                                  deel B. Dat is de richtlijn Meet- en
                                                  beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B
                                                  'Hinder voor personen in gebouwen' van de
                                                  Stichting Bouwresearch Rotterdam. De waarden voor
                                                  continue trillingen zijn ontleend aan tabel 2 van
                                                  deze richtlijn.</Al>
			  <Al>Degene die de activiteit verricht waardoor
                                                  continue trillingen worden veroorzaakt, heeft dus
                                                  de keuze tussen voldoen aan de waarden onder A1,
                                                  of aan de waarden onder A2 én A3 zoals opgenomen
                                                  in dit omgevingsplan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_381" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_381">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.89 Trillingen: meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_381__content_381" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_381__content_381">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze meet- en rekenvoorschriften voor trillingen
                                                  worden landelijk geregeld op grond van artikel
                                                  4.1, tweede lid, van de Omgevingswet. In dit
                                                  omgevingsplan zijn dus in principe geen
                                                  verwijzingen nodig naar deze meet- en
                                                  rekenvoorschriften. Dit is in dit geval wel gedaan
                                                  voor de leesbaarheid van de regelgeving. In
                                                  artikel 6.11 van de Omgevingsregeling staan deze
                                                  meet- en rekenbepalingen voor trillingen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_382" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_382">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.90 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_382__content_382" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_382__content_382">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_1" scope="Lid">Eerste
                                                  lid</IntRef><br/>Activiteiten<br/></i>Deze
                                                  paragraaf is van toepassing op geur door alle
                                                  milieubelastende activiteiten die onder het
                                                  algemeen toepassingsbereik, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>, van dit
                                                  omgevingsplan vallen.</Al>
			  <Al><i>Geurgevoelige objecten</i></Al>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op de geur door
                                                  een activiteit op een geurgevoelig object.<br/>Uit
                                                  de begripsomschrijving in bijlage I bij dit
                                                  omgevingsplan volgt dat een geurgevoelig object
                                                  is:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_382__content_382__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_382__content_382__list_o_1" type="expliciet">
			    <Li eId="artrecital__div_o_382__content_382__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_382__content_382__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>een geurgevoelig object zoals bedoeld in het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de
                                                  voormalige Wet geurhinder en veehouderij; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_382__content_382__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_382__content_382__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig
                                                  is maar op grond van dit omgevingsplan of een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteiten mag worden gebouwd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Het begrip geurgevoelig gebouw is omschreven in
                                                  artikel 5.91 van het Bkl.</Al>
			  <Al>Het begrip geurgevoelig object is anders dan het
                                                  begrip geurgevoelig gebouw in het Bkl. Meer uitleg
                                                  over het verschil tussen de twee begrippen staat
                                                  in de toelichting op het begrip geurgevoelig
                                                  object zoals opgenomen in bijlage I bij dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Het Bkl biedt wel de flexibiliteit om het begrip
                                                  geurgevoelig gebouw uit te breiden naar gebouwen
                                                  die nu ook vallen onder het begrip geurgevoelig
                                                  object. Het gaat hierbij om gebouwen waar
                                                  hoofdzakelijk sprake is van verblijf van
                                                  mensen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.90__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Dit artikel sluit aan bij artikel 5.90 van het
                                                  Bkl. Daarin zijn geurgevoelige gebouwen die zijn
                                                  toegelaten voor de duur van niet meer dan tien
                                                  jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de
                                                  bepalingen over geur in dat besluit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_383" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_383">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.91 Toepassingsbereik:
                                                eerbiedigende werking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_383__content_383" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_383__content_383">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>In artikel 5.90 van het Bkl zijn geurgevoelige
                                                  gebouwen die zijn toegelaten voor de duur van niet
                                                  meer dan tien jaar, uitgesloten van het
                                                  toepassingsbereik van de bepalingen over geur in
                                                  dat besluit. In het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer kregen deze gebouwen dezelfde
                                                  bescherming tegen geurhinder als alle andere
                                                  geurgevoelige objecten.</Al>
			  <Al>Dit artikellid zorgt ervoor dat de tijdelijke
                                                  geurgevoelige objecten die toegelaten zijn op
                                                  grond van het recht zoals dat gold vóór de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel
                                                  bescherming in de vorm van geurwaarden en
                                                  afstandseisen blijven houden. Dit tot het moment
                                                  dat bij:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_383__content_383__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_383__content_383__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_383__content_383__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_383__content_383__list_o_1__item_a">
			      <Al>het vaststellen van het nieuwe deel van dit
                                                  omgevingsplan; of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_383__content_383__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_383__content_383__list_o_1__item_b">
			      <Al>het verlenen van een omgevingsvergunning voor
                                                  een buitenplanse omgevingsplanactiviteit
                                                  beoordeeld is dat de situatie ook zonder geldende
                                                  waarde of afstanden voor geur op het tijdelijke
                                                  geurgevoelige gebouw aanvaardbaar is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Onderdeel b van het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.1__art_22.91__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> gaat over
                                                  geprojecteerde en in aanbouw zijnde geurgevoelige
                                                  gebouwen die op grond van het recht zoals dat gold
                                                  vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet
                                                  toegelaten zijn. Deze gebouwen krijgen op grond
                                                  van dit onderdeel geen bescherming voor geur. Het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer bood
                                                  namelijk geen bescherming voor geur aan geplande,
                                                  maar nog te bouwen gebouwen.</Al>
			  <Al><strong>Schema: of waarden of afstanden voor
                                                  geur gelden bij geprojecteerde of in aanbouw
                                                  zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke
                                                  geurgevoelig gebouwen of objecten</strong></Al>
			  <table eId="artrecital__div_o_383__content_383__table_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_383__content_383__table_o_1">
			    <title/>
			    <tgroup align="left" cols="2">
			      <colspec colname="col1" colnum="1"/>
			      <colspec colname="col2" colnum="2"/>
			      <tbody valign="top">
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al><strong>Geurgevoelig gebouw of
                                                  object</strong></Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al><strong>Activiteit</strong></Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke
                                                  deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog
                                                  niet gebouwd</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de waarden en afstanden voor geur zijn niet
                                                  van toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>in het nieuwe deel van het omgevingsplan,
                                                  toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de waarden en afstanden voor geur zijn wel van
                                                  toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>geurgevoelig object dat op grond van het oude
                                                  recht (in het tijdelijke deel van het
                                                  omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van
                                                  niet meer dan tien jaar .</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de waarden en afstanden voor geur zijn wel van
                                                  toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>geurgevoelig gebouw dat in het nieuwe deel van
                                                  het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van
                                                  niet meer dan tien jaar.</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de waarden en afstanden voor geur zijn niet
                                                  van toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
			      </tbody>
			    </tgroup>
			  </table>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_384" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_384">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.92 Geur: waar waarden en tot waar
                                                afstanden gelden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_384__content_384" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_384__content_384">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel regelt waar de waarden of afstanden
                                                  gelden die voor geur door een activiteit op een
                                                  geurgevoelig object gelden. Als het geurgevoelige
                                                  gebouw al gerealiseerd is, gelden de waarden of
                                                  afstanden op of tot de gevel van het geurgevoelige
                                                  gebouw (onderdeel a). Als het geurgevoelige gebouw
                                                  nog niet gerealiseerd is, gelden de waarden of
                                                  afstanden op of tot de plaats waar de gevel van
                                                  het geurgevoelige gebouw mag worden gerealiseerd
                                                  (onderdeel b).</Al>
			  <Al>Voor woonwagens en woonschepen geldt dat, anders
                                                  dan bij andere geurgevoelige objecten, de waarden
                                                  gelden op een begrenzing van de locatie. De
                                                  woonwagen en het woonschip wordt dus niet zelf
                                                  beschermd, maar de locatie waarop de woonwagen of
                                                  het woonschip geplaatst kan worden. Dit heeft te
                                                  maken met de verplaatsbaarheid van de woonwagen en
                                                  het woonschip binnen de locatie en de lagere eisen
                                                  aan de gevels van zulke gebouwen. Dit artikel
                                                  sluit aan bij de artikelen 5.93 en 5.94 van het
                                                  Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_385" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_385">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.93 Geur: functionele
                                                binding</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_385__content_385" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_385__content_385">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de waarden voor geur
                                                  niet van toepassing zijn op de geur door een
                                                  activiteit op een geurgevoelig object dat een
                                                  functionele binding heeft met die activiteit. Dit
                                                  artikel sluit aan bij artikel 5.95 van het
                                                  Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_386" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_386">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.94 Geur: voormalige functionele
                                                binding</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_386__content_386" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_386__content_386">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat voor een geurgevoelig
                                                  object dat voorheen onderdeel was van de Wet
                                                  milieubeheer-inrichting of functioneel verbonden
                                                  was met een agrarische activiteit, de afstanden en
                                                  waarden voor geur door die agrarische activiteit
                                                  niet gelden. Het gebouw blijft wel beschermd tegen
                                                  geur, veroorzaakt door andere omliggende
                                                  bedrijven.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel a</i></Al>
			  <Al>Onderdeel a regelt dat de afstanden en waarden
                                                  voor geur door een activiteit niet gelden voor de
                                                  zogenaamde 'plattelandswoningen' die in het
                                                  tijdelijke deel van het omgevingsplan als zodanig
                                                  zijn aangewezen. Dit was onder het oude recht
                                                  bepaald in de bepalingen van de voormalige Wet
                                                  geurhinder en veehouderij (artikel 2, derde lid)
                                                  en het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer
                                                  (artikel 1.3c).</Al>
			  <Al><i>Onderdeel b</i></Al>
			  <Al>Onderdeel b regelt dat de afstanden en waarden
                                                  voor geur voor een agrarische activiteit niet
                                                  gelden voor een gebouw met een voormalige
                                                  functionele binding in het nieuwe deel van het
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Dit betekent dat in dit omgevingsplan of in de
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit, voor de woning waar het
                                                  om gaat (of ander geurgevoelig gebouw), wordt
                                                  bepaald dat deze woning geen bescherming krijgt
                                                  tegen geurhinder door de agrarische activiteit
                                                  waarmee de woning voorheen was verbonden, via
                                                  waarden of afstanden.</Al>
			  <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet er
                                                  vervolgens in dat de waarden en afstanden voor
                                                  geur uit dit omgevingsplan die gelden voor de
                                                  agrarische activiteit, niet gaan gelden op de
                                                  gevel van de naastgelegen woning die nu geen
                                                  functionele binding meer heeft.</Al>
			  <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van
                                                  artikel 5.96 Bkl.<br/>Voor een uitgebreidere
                                                  toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij
                                                  artikel 5.96 Bkl en paragraaf 2.3.8, onder
                                                  'Voormalige bedrijfswoningen', en paragraaf 8.1.3
                                                  onder 'Functioneel verbonden en functioneel
                                                  ondersteunende gebouwen en locaties', van het
                                                  algemeen deel van de nota van toelichting bij het
                                                  Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_387" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_387">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.95 Geur: cumulatie</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_387__content_387" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_387__content_387">
			<Inhoud>
			  <Al>De bepalingen in deze paragraaf van het
                                                  tijdelijke deel van het omgevingsplan stellen
                                                  waarden of minimumafstanden voor geur voor een
                                                  individuele activiteit. In de paragrafen voor het
                                                  houden van landbouwhuisdieren gaat het om een
                                                  waarde of minimumafstanden voor een individuele
                                                  veehouderij en alleen vanwege dierenverblijven.
                                                  Hierbij is geen rekening gehouden met cumulatie
                                                  van geur, veroorzaakt door meerdere veehouderijen
                                                  in een gebied of cumulatie door meerdere bronnen
                                                  binnen de veehouderij. Cumulatie kan een reden
                                                  zijn om strengere eisen te stellen dan de waarden
                                                  of afstanden die afgeleid zij van een individuele
                                                  activiteit. Op grond van het Bal is het houden van
                                                  landbouwhuisdieren in veel gevallen
                                                  vergunningplichtig. Bij een aanvraag voor een
                                                  omgevingsvergunning voor een milieubelastende
                                                  activiteit moet bij het beoordelen van de
                                                  significante milieuverontreiniging, bedoeld in
                                                  artikel 8.9 van het Bkl, rekening worden gehouden
                                                  met cumulatie van geur. Dat kan leiden tot
                                                  strengere vergunningvoorschriften dan de regels in
                                                  het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Bij
                                                  niet-vergunningplichtige veehouderijen kunnen
                                                  strengere eisen zo nodig in een
                                                  maatwerkvoorschrift worden vastgelegd.</Al>
			  <Al>Bij het opnemen van omgevingsplanregels in het
                                                  nieuwe deel van het omgevingsplan moet op grond
                                                  van artikel 5.92, eerste lid, van het Bkl,
                                                  cumulatie betrokken worden. Dat kan leiden tot
                                                  strengere regels in het nieuwe deel dan de regels
                                                  van het tijdlijke deel. Als in het nieuwe deel van
                                                  het omgevingsplan waarden worden opgenomen waarbij
                                                  cumulatie al is meegewogen, zal bij het verlenen
                                                  van de omgevingsvergunningen in beginsel geen
                                                  noodzaak bestaan om in de vergunning strengere
                                                  eisen op te nemen. Een andere mogelijkheid is dat
                                                  in situaties waarin er een vergunningplicht voor
                                                  een veehouderijen op grond van het Bal geldt, ook
                                                  het nieuwe deel van het omgevingsplan expliciet
                                                  uit zal gaan van geurhinder als gevolg van de
                                                  geurbelasting door de individuele activiteit, en
                                                  de beoordeling van cumulatieve geurbelasting
                                                  overlaat aan het traject van vergunningverlening.
                                                  In dat geval zullen omgevingsvergunningen in
                                                  cumulatieve situaties strengere eisen kunnen
                                                  bevatten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_388" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_388">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.96 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_388__content_388" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_388__content_388">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze paragraaf gaat over beginnen, wijzigen of
                                                  uitbreiden van het houden in een dierenverblijf
                                                  van landbouwhuisdieren en paarden en pony's die
                                                  gehouden worden voor het berijden.<br/>Paarden en
                                                  pony's die gehouden worden voor het berijden zijn
                                                  specifiek benoemd omdat deze niet vallen onder het
                                                  begrip landbouwhuisdieren in het Bal. Het begrip
                                                  landbouwhuisdieren in het Bal is op grond van
                                                  <IntRef ref="chp_1__art_1.1" scope="Artikel">artikel 1.1</IntRef> van dit omgevingsplan van
                                                  toepassing op dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Het gaat in deze paragraaf dus
                                                  om:<br/>landbouwhuisdieren zoals bedoeld in
                                                  Bijlage I bij het Bal, zijnde:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_388__content_388__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_388__content_388__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_388__content_388__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_388__content_388__list_o_1__item_a">
			      <Al>zoogdieren of vogels voor de productie van
                                                  vlees, eieren, melk, wol, pels of veren of paarden
                                                  of pony's voor het fokken; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_388__content_388__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_388__content_388__list_o_1__item_b">
			      <Al>paarden en pony's die gehouden worden voor het
                                                  berijden.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Bovenstaande komt overeen met het begrip
                                                  landbouwhuisdier uit het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor
                                                  bijvoorbeeld kinderboerderijen, dierentuinen,
                                                  hondenkennels en volières gelden deze
                                                  voorschriften niet. Het gaat bij deze bedrijven
                                                  namelijk niet om het houden van
                                                  landbouwhuisdieren, omdat deze dieren niet voor de
                                                  productie worden gehouden. Deze activiteiten
                                                  vallen wel onder <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.25" scope="Paragraaf">paragraaf 22.3.25</IntRef>. Het
                                                  fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren
                                                  of andere vogels of zoogdieren.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.96__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Als ondergrens voor het van toepassing zijn van
                                                  deze paragraaf is aangesloten bij de ondergrenzen
                                                  zoals die ook golden in het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer, namelijk: minder
                                                  dan 10 schapen, 5 paarden en pony's, 10 geiten, 25
                                                  stuks pluimvee, 25 konijnen en 10 overige
                                                  landbouwhuisdieren.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_389" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_389">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.97 Geur vanaf waar afstanden
                                                gelden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_389__content_389" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_389__content_389">
			<Inhoud>
			  <Al>De afstanden zoals opgenomen in deze paragraaf
                                                  worden gemeten tussen het emissiepunt van het
                                                  dierenverblijf en het dichtstbijzijnde
                                                  geurgevoelige object.</Al>
			  <Al>Het gaat om het emissiepunt als bedoeld in
                                                  artikel 4.806, tweede lid, van het Bal. Op grond
                                                  van dat artikel wordt onder emissiepunt
                                                  verstaan:<br/>a. het punt waarop een relevante
                                                  hoeveelheid emissie buiten het dierenverblijf
                                                  treedt of wordt gebracht; of</Al>
			  <Al>b. bij een gedeeltelijk overdekt dierenverblijf:
                                                  het punt waarop een relevante hoeveelheid emissie
                                                  buiten het overdekte gedeelte van het
                                                  dierenverblijf treedt of wordt gebracht.</Al>
			  <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" scope="Artikel">artikel 22.103</IntRef> wordt hier
                                                  een uitzondering op gemaakt voor de zogenaamde
                                                  gevel- gevelafstanden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_390" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_390">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.98 Geur landbouwhuisdieren met
                                                geuremissiefactor: waarden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_390__content_390" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_390__content_390">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Dit lid is een voorzetting van artikel 3.115,
                                                  eerste lid, van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer en artikel 3 van de voormalige Wet
                                                  geurhinder en veehouderij. In dit artikel worden
                                                  de standaardwaarden voor geurbelasting in odour
                                                  units gegeven voor dierenverblijven met dieren
                                                  waarvoor een emissiefactor is vastgesteld.</Al>
			  <Al>De waarden gelden alleen voor beginnen, wijzigen
                                                  of uitbreiden. Dit staat in het toepassingsbereik
                                                  van deze paragraaf. Of de situatie overbelast is,
                                                  maakt niet uit zolang niet wordt uitgebreid of
                                                  gewijzigd.</Al>
			  <Al>Op grond van bijlage I bij dit omgevingsplan
                                                  wordt onder landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor verstaan: landbouwhuisdieren
                                                  waarvoor een emissiefactor voor geur is
                                                  vastgesteld en die vallen binnen een van de
                                                  volgende diercategorieën:<br/>a. varkens, kippen,
                                                  schapen of geiten; of</Al>
			  <Al>b. als deze worden gehouden voor de
                                                  vleesproductie:</Al>
			  <Al>1°. rundvee tot 24 maanden;</Al>
			  <Al>2°. kalkoenen;</Al>
			  <Al>3°. eenden; of</Al>
			  <Al>4°. parelhoenders.</Al>
			  <Al>Er wordt net zoals in de voormalige Wet
                                                  geurhinder en veehouderij en het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer onderscheid
                                                  gemaakt tussen geurgevoelige objecten binnen en
                                                  buiten de bebouwde kom. Het begrip 'bebouwde kom'
                                                  was en is niet gedefinieerd. De grens van de
                                                  bebouwde kom wordt niet alleen bepaald door de
                                                  wegenverkeerswetgeving, maar ook door de aard van
                                                  de omgeving. Binnen een bebouwde kom is de op
                                                  korte afstand van elkaar gelegen bebouwing
                                                  geconcentreerd tot een samenhangende structuur. In
                                                  het Bkl wordt de bebouwde kom vervangen door de
                                                  bebouwingscontour die in het omgevingsplan moet
                                                  worden opgenomen, zodat vooraf hierover altijd
                                                  duidelijkheid is. Gemeenten wijzen dan
                                                  bebouwingscontouren aan in het omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Voor dit artikel geldt dat als in een
                                                  geurverordening op grond van artikel 6 van de
                                                  voormalige Wet geurhinder en veehouderij een
                                                  andere waarde is vastgesteld dan de waarde in dit
                                                  lid, die andere waarde voorrang heeft op de waarde
                                                  zoals opgenomen in dit artikel. Dit is geregeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef>, eerste lid,
                                                  van dit omgevingsplan. Deze voorrang werkt ook
                                                  door in de volgende artikelen van deze paragraaf,
                                                  bijvoorbeeld voor het berekenen van de geur in het
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> of de
                                                  eerbiedigende werking in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99" scope="Artikel">artikel 22.99</IntRef>.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer werd voor de manier van berekenen van
                                                  de geur door het houden van landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor verwezen naar de ministeriële
                                                  regeling die op grond van artikel 10 van de
                                                  voormalige Wet geurhinder en veehouderij was
                                                  vastgesteld. In de Omgevingsregeling is deze
                                                  methode voor het berekenen van de geurwaarden
                                                  verwerkt in artikel 6.14.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_391" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_391">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.99 Geur landbouwhuisdieren met
                                                geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij
                                                waarden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_391__content_391" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_391__content_391">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor
                                                  situaties waar op de dag van inwerkingtreding van
                                                  de Omgevingswet niet voldaan wordt aan de
                                                  immissiewaarden die gelden op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.97" scope="Artikel">artikel 22.97</IntRef>. De
                                                  standaardwaarden uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">artikel 22.98</IntRef> gelden niet
                                                  voor het op een locatie wijzigen of uitbreiden van
                                                  het aantal of soort landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor in dierenverblijven, als sprake
                                                  is van een rechtmatig voor geur overbelaste
                                                  situatie op het moment van inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet.</Al>
			  <Al>Er hoeft in dat geval dus niet aan de
                                                  standaardwaarden te worden voldaan, maar
                                                  uitbreiden en wijzigen is alleen mogelijk in de
                                                  volgende gevallen:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_391__content_391__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_391__content_391__list_o_1" type="expliciet">
			    <Li eId="artrecital__div_o_391__content_391__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_391__content_391__list_o_1__item_a">
			      <LiNummer>a.</LiNummer>
			      <Al>Zolang de geur op een geurgevoelig gebouw door
                                                  het houden van landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor op een geurgevoelig object niet
                                                  toeneemt en het aantal landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor per diercategorie niet toeneemt.
                                                  Dit is de voortzetting van de artikelen 3, derde
                                                  lid, van de voormalige Wet geurhinder en
                                                  veehouderij en 3.115, tweede lid, onder c, van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_391__content_391__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_391__content_391__list_o_1__item_b">
			      <LiNummer>b.</LiNummer>
			      <Al>Als aan de 50%-regeling wordt voldaan.<br/>In
                                                  rechtmatig toegestane overschrijdingssituaties mag
                                                  het aantal landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor per diercategorie niet toenemen,
                                                  tenzij er een geurbelastingreducerende maatregel
                                                  getroffen is en de toegestane overschrijding van
                                                  de geur gehalveerd wordt. Bij het toepassen van de
                                                  50%-regeling moet gerekend worden met de waarden
                                                  zoals opgenomen in het omgevingsplan of in de
                                                  geurverordening.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Voor wat betreft de geur die rechtmatig
                                                  veroorzaakt mocht worden, gaat het om de geur die
                                                  onmiddellijk voorafgaand aan het toepassen van de
                                                  maatregel rechtmatig mocht worden
                                                  veroorzaakt.<br/>Daarmee is voorzien in de
                                                  eerbiedigende regeling voor het houden van
                                                  landbouwhuisdieren in bestaande dierenverblijven
                                                  waarbij sprake is van een toegestane
                                                  overschrijdingssituatie.</Al>
			  <Al>Dit lid vormt de voortzetting van artikel 3,
                                                  vierde lid, van de voormalige Wet geurhinder en
                                                  veehouderij en artikel 3.115, tweede lid, onder b
                                                  en c, van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer. Voor de 50%-regeling is aangesloten
                                                  bij de formulering zoals die in artikel 3.115,
                                                  tweede lid, onder b, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer is opgenomen in
                                                  plaats van de formulering in artikel 3, vierde
                                                  lid, van de voormalige Wet geurhinder veehouderij.
                                                  Hierdoor hoeft niet berekend te worden wat de
                                                  reductie als gevolg van de
                                                  geurbelastingreducerende maatregelen zou zijn,
                                                  gelet op de bestaande (oude) situatie. Dit is
                                                  eenvoudiger voor de praktijk.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_392" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_392">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.100 Geur landbouwhuisdieren met
                                                geuremissiefactor: afstand tot bijzondere
                                                geurgevoelige objecten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_392__content_392" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_392__content_392">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel staan de minimumafstanden tussen
                                                  een dierenverblijf met landbouwhuisdieren waarvoor
                                                  een geuremissiefactor is vastgesteld en een
                                                  geurgevoelig object dat hoort of heeft gehoord bij
                                                  een andere veehouderij of een
                                                  ruimte-voor-ruimtewoning. Het gaat hier om
                                                  woningen bij omliggende veehouderijen, woningen
                                                  bij omliggende veehouderijen die na 19 maart 2000
                                                  zijn gestopt of woningen die zijn gebouwd na 19
                                                  maart 2000 tegelijk met het (deels) beëindigen
                                                  van een omliggende veehouderij. De genoemde
                                                  geurgevoelige objecten krijgen minder bescherming
                                                  dan andere geurgevoelige objecten, maar er moet
                                                  wel sprake zijn van een minimaal
                                                  beschermingsniveau. Dit minimale
                                                  beschermingsniveau wordt bereikt door een afstand
                                                  aan te houden van 100 meter tot een object binnen
                                                  de bebouwde kom en 50 meter tot een object buiten
                                                  de bebouwde kom. Als niet voldaan wordt aan de
                                                  minimumafstand, dan moet wel aan artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">22.98</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.99" scope="Artikel">22.99</IntRef> voldaan
                                                  worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_393" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_393">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.101 Geur landbouwhuisdieren zonder
                                                geuremissiefactor of paarden en pony's voor het
                                                berijden: afstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_393__content_393" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_393__content_393">
			<Inhoud>
			  <Al>Voor landbouwhuisdieren waarvoor geen
                                                  geuremissiefactor is vastgesteld gelden geen
                                                  waarden, maar is het uitgangspunt dat afstanden
                                                  worden aangehouden. Deze afstanden zijn in dit
                                                  artikel opgenomen. Het gaat hierbij om vaste
                                                  afstanden: de afstand is niet gekoppeld aan het
                                                  aantal landbouwdieren.</Al>
			  <Al>In dit omgevingsplan wordt onder
                                                  landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor
                                                  verstaan: landbouwhuisdieren waarvoor in de
                                                  Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is
                                                  vastgesteld met uitzondering van pelsdieren. Deze
                                                  begripsbepaling staat opgenomen in Bijlage 1 bij
                                                  dit omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel 4,
                                                  eerste lid, van de voormalige Wet geurhinder en
                                                  veehouderij en artikel 3.117, eerste lid, van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  <Al>Voor dit artikel geldt dat als in een
                                                  geurverordening op grond van artikel 6 van de
                                                  voormalige Wet geurhinder en veehouderij een
                                                  andere afstand is vastgesteld dan de afstand in
                                                  dit artikel, die andere afstand uit de
                                                  geurverordening voorrang heeft op de afstand zoals
                                                  opgenomen in dit artikel. Dit is geregeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.1" scope="Artikel">artikel 22.1</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan. Deze voorrang werkt ook door in de
                                                  volgende artikelen van deze paragraaf over de
                                                  eerbiedigende werking.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_394" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_394">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.102 Geur landbouwhuisdieren zonder
                                                geuremissiefactor of paarden en pony's voor het
                                                berijden: eerbiedigende werking voor
                                                afstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_394__content_394" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_394__content_394">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor
                                                  situaties waar op de dag van inwerkingtreding van
                                                  de Omgevingswet niet voldaan wordt aan de vereiste
                                                  afstanden die gelden op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101" scope="Artikel">artikel 22.101</IntRef>.</Al>
			  <Al>In dat geval is uitbreiden toegestaan als het
                                                  aantal landbouwhuisdieren per diercategorie zonder
                                                  geuremissiefactor of het aantal paarden en pony's
                                                  die gehouden worden voor het berijden, niet
                                                  toeneemt en de afstand tot een geurgevoelig object
                                                  niet kleiner wordt.</Al>
			  <Al>Dit lid vormt de voortzetting van de artikelen
                                                  4, derde lid, van de voormalige Wet geurhinder en
                                                  veehouderij en 3.117, tweede lid, van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_395" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_395">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.103 Geur landbouwhuisdieren en
                                                paarden of pony's voor het berijden: afstand vanaf
                                                de gevel dierenverblijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_395__content_395" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_395__content_395">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat afstanden gemeten vanaf (de
                                                  buitenzijde van) de gevel van het dierenverblijf
                                                  tot de gevel van een geurgevoelig object, de
                                                  zogenaamde gevel tot gevelafstanden.</Al>
			  <Al>De afstanden, bedoeld in dit artikel, gelden
                                                  naast de waarden die op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.98" scope="Artikel">artikel 22.98</IntRef> gelden en
                                                  naast de afstanden die op grond van de artikelen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.100" scope="Artikel">22.100</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.101" scope="Artikel">22.101</IntRef> gelden.</Al>
			  <Al>Dit artikel geldt voor het houden van
                                                  landbouwhuisdieren met geuremissiefactor en voor
                                                  landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en
                                                  voor het houden van paarden en pony's die gehouden
                                                  worden voor het berijden. Door dit artikel wordt
                                                  geborgd dat er altijd een zekere afstand is tussen
                                                  een geurgevoelig object en een dierenverblijf. Dit
                                                  onderdeel is een voortzetting van artikel 5,
                                                  eerste lid, van de voormalige Wet geurhinder en
                                                  veehouderij en artikel 3.119, eerste lid, van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_396" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_396">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.104 Geur landbouwhuisdieren met
                                                geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor
                                                afstand vanaf gevel dierenverblijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_396__content_396" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_396__content_396">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor
                                                  het wijzigen of uitbreiden van het in een
                                                  dierenverblijf houden van landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor, voor locaties waar de afstand
                                                  tussen de gevel van een dierenverblijf voor het
                                                  houden van landbouwhuisdieren met
                                                  geuremissiefactor en een geurgevoelig object
                                                  rechtmatig kleiner is dan de afstand, bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.103" scope="Artikel">artikel 22.103</IntRef>. Dat houdt
                                                  in dat bij wijzigen of uitbreiden op die locatie,
                                                  de gevel tot gevelafstand niet mag afnemen, het
                                                  aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor
                                                  per diercategorie niet mag toenemen én de geur op
                                                  een geurgevoelig gebouw door het houden van</Al>
			  <Al>landbouwhuisdieren met geuremissiefactor niet
                                                  mag toenemen. De eisen zoals gesteld onder a, b en
                                                  c zijn cumulatief.</Al>
			  <Al>Dit artikel is de voortzetting van artikel 5,
                                                  tweede lid, onder a, van de voormalige Wet
                                                  geurhinder en veehouderij en artikel 3.119, tweede
                                                  lid, onder a en b, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_397" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_397">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.105 Geur landbouwhuisdieren zonder
                                                geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het
                                                berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf
                                                gevel dierenverblijf</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_397__content_397" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_397__content_397">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is een regeling opgenomen voor
                                                  een soortgelijke situatie als in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2__art_22.104" scope="Artikel">artikel 22.104</IntRef>, maar dan
                                                  voor landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor
                                                  en paarden en pony's die gehouden worden voor het
                                                  berijden. Dat houdt in dat bij wijzigen of
                                                  uitbreiden op die locatie, de gevel tot
                                                  gevelafstand niet mag afnemen en het aantal het
                                                  aantal landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor
                                                  of het aantal paarden en pony's die gehouden
                                                  worden voor het berijden niet mag toenemen. De
                                                  eisen gesteld onder a en b zijn cumulatief.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_398" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_398">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.114 Geur opslaan van vaste mest,
                                                champost of dikke fractie: afstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_398__content_398" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_398__content_398">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel vormt een voortzetting van de
                                                  artikelen 1.1, eerste lid, 3.45, eerste lid, en
                                                  3.46, eerste lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer. Die artikelen
                                                  zagen op het opslaan van agrarische
                                                  bedrijfsstoffen. Dit artikel ziet niet op alle
                                                  agrarische bedrijfsstoffen, maar enkel op een deel
                                                  ervan. De regels voor de andere agrarische
                                                  bedrijfsstoffen zijn elders in paragraaf 22.3.6.4
                                                  geregeld.</Al>
			  <Al>Dit artikel geldt voor alle milieubelastende
                                                  activiteiten die vallen onder het algemene
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in
                                                  1<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>, waaronder
                                                  opslag van vaste mest op een weiland of
                                                  akker.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>Dit artikel geldt niet voor de opslag van vaste
                                                  mest afkomstig van andere dieren dan
                                                  landbouwhuisdieren of paarden en pony's die
                                                  gehouden worden in verband met het berijden, zoals
                                                  honden, dieren op de kinderboerderij of dieren in
                                                  dierentuinen. Voor de geurhinder, veroorzaakt door
                                                  die mestopslagen geldt artikel 22.240.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>Bij het opslaan van minder dan 3 m<sup>3</sup>
                                                  vaste mest, champost of dikke fractie gelden geen
                                                  eisen, anders dan de specifieke zorgplicht.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Als vaste mest, champost of dikke fractie korter
                                                  dan twee weken op één plek opgeslagen ligt, dan
                                                  is dit artikel niet van toepassing. Wel geldt de
                                                  specifieke zorgplicht.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  c</i></Al>
			  <Al>Een opslag van meer dan 600 m<sup>3</sup> vaste
                                                  mest valt niet onder het toepassingsbereik van dit
                                                  artikel. In artikel 22.262 is aanvullend op deze
                                                  bovengrens een vergunningplicht opgenomen voor de
                                                  opslag van meer dan 600 m<sup>3</sup> vaste
                                                  mest.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De afstanden in dit lid komen overeen met de
                                                  afstanden in artikel 3.46, eerste lid, van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer.<br/>De maatwerkmogelijkheid in
                                                  artikel 3.46, achtste lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer is niet specifiek
                                                  overgenomen. Dit valt nu onder de generieke
                                                  maatwerkbevoegdheid van deze afdeling van dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_399" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_399">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.115 Geur opslaan van gebruikt
                                                substraatmateriaal van plantaardige oorsprong:
                                                afstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_399__content_399" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_399__content_399">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel vormt een voortzetting van de
                                                  artikelen 1.1, eerste lid, 3.45, eerste lid, en
                                                  3.46, eerste lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer. Die artikelen
                                                  zagen op het opslaan van agrarische
                                                  bedrijfsstoffen. Dit artikel ziet niet op alle
                                                  agrarische bedrijfsstoffen, maar enkel op
                                                  substraatmateriaal van plantaardige oorsprong. De
                                                  regels voor de andere agrarische bedrijfsstoffen
                                                  zijn elders in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4" scope="Subparagraaf">subparagraaf
                                                  22.3.6.4</IntRef>geregeld.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Bij het opslaan van minder dan 3 m<sup>3</sup>
                                                  gebruikt substraatmateriaal van plantaardige
                                                  oorsprong gelden geen eisen, anders dan de
                                                  specifieke zorgplicht.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.115__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De afstanden in dit lid komen overeen met de
                                                  afstanden in artikel 3.46, eerste lid van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_400" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_400">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.116 Geur opslaan kuilvoer of vaste
                                                bijvoedermiddelen: afstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_400__content_400" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_400__content_400">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel regelt het opslaan van kuilvoer of
                                                  vaste bijvoedermiddelen. Kuilvoer is veevoer dat
                                                  door inkuilen als wintervoorraad opgeslagen wordt.
                                                  Kuilgras en snijmaïs kunnen onder meer als
                                                  kuilvoer gebruikt worden. In bijlage I bij het Bal
                                                  worden vaste bijvoedermiddelen omschreven als
                                                  plantaardige restproducten uit de landbouw en
                                                  tuinbouw. Ook de plantaardige restproducten
                                                  afkomstig van voedselbereiding en
                                                  voedselverwerking vallen onder vaste
                                                  bijvoedermiddelen. Dat geldt niet voor
                                                  voedselresten afkomstig van restaurants,
                                                  cateringfaciliteiten en keukens.</Al>
			  <Al>Dit artikel vormt een voortzetting van de
                                                  artikelen 1.1, eerste lid, 3.45, eerste lid, en
                                                  3.46, eerste, vijfde en negende lid, van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Die
                                                  artikelen van dat besluit zagen op het opslaan van
                                                  agrarische bedrijfsstoffen. Dit artikel ziet niet
                                                  op alle agrarische bedrijfsstoffen, maar enkel op
                                                  kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen. De
                                                  afstandseisen voor het opslaan van vaste
                                                  bijvoedermiddelen en kuilvoer gelden niet als er
                                                  sprake is van een totaal volume van minder dan 3
                                                  m<sup>3</sup>. Dit is in lijn met de regels uit
                                                  het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.
                                                  In de instructieregels van het Bkl en in het Bal
                                                  is deze grens van 3 m3 vervallen.</Al>
			  <Al>Dit artikel geldt voor alle milieubelastende
                                                  activiteiten die vallen onder het algemene
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>. Zo gelden
                                                  deze regels voor het opslaan van kuilvoer of vaste
                                                  bijvoedermiddelen bij bijvoorbeeld een
                                                  veehouderij, een manege of dierentuin.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_401" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_401">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.117 Geur opslaan drijfmest,
                                                digestaat en dunne fractie: afstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_401__content_401" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_401__content_401">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Met dit artikellid en de begripsomschrijvingen
                                                  in het Bal zijn de artikelen 3.50, derde lid, en
                                                  3.51, elfde lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer omgezet.<br/>Het
                                                  mestbassin is bovengronds gelegen en kan ook uit
                                                  een mestzak of foliebassin bestaan. Voor de
                                                  berekening van de gezamenlijke oppervlakte en de
                                                  gezamenlijke inhoud worden de oppervlakte en
                                                  inhoud van mestkelders en ondergrondse mestbassins
                                                  die zijn voorzien van een afdekking die als vloer
                                                  fungeert niet meegerekend. Is sprake van meerdere
                                                  bassins, dan worden deze voor de oppervlakte- of
                                                  inhoudsbepaling dus bij elkaar opgeteld. Een
                                                  uitgebreide toelichting over het opslaan van
                                                  drijfmest, digestaat of dunne fractie is te lezen
                                                  in de artikelsgewijze toelichting bij artikel
                                                  4.855 van het Bal.</Al>
			  <Al>In het Bal staat geen vergunningplicht voor het
                                                  opslaan van dierlijke meststoffen die verpompbaar
                                                  zijn in een of meer mestbassins met een
                                                  gezamenlijke oppervlakte groter dan 750
                                                  m<sup>2</sup> of een gezamenlijke inhoud groter
                                                  dan 2.500 m<sup>3</sup>. Deze vergunningplicht
                                                  komt wel terug in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262" scope="Artikel">artikel 22.262</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.117__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De afstand die ten minste in acht moet worden
                                                  genomen, is kleiner voor bassins met een
                                                  (gezamenlijke) oppervlakte kleiner dan 350
                                                  m<sup>2</sup> dan voor bassins met een
                                                  (gezamenlijke) oppervlakte van 350 m<sup>2</sup>
                                                  of meer. Verder geldt een kleinere afstand van het
                                                  bassin tot een geurgevoelig object of een
                                                  geprojecteerd geurgevoelig gebouw dat een
                                                  functionele binding heeft met een veehouderij in
                                                  de directe omgeving dan een te beschermen object
                                                  zonder die functionele binding met een
                                                  veehouderij.</Al>
			  <Al>Ondanks dat de afstanden in acht worden genomen,
                                                  kan toch geuroverlast optreden. Het bevoegd gezag
                                                  heeft dan de mogelijkheid om aanvullende eisen te
                                                  stellen met maatwerkvoorschriften. Dit kan
                                                  bijvoorbeeld voor de situering van het mestbassin,
                                                  het afdekken ervan en de frequentie en tijdstip
                                                  van de aan- en afvoer. Dit geldt ook voor
                                                  mestkelders. Met name het leegpompen van
                                                  mestkelders kan leiden tot geuroverlast.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_402" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_402">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.118 Geur voorziening biologisch
                                                behandelen dierlijke meststoffen voor of na
                                                vergisten: afstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_402__content_402" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_402__content_402">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef><br/></i>Dit
                                                  artikel is van toepassing op een voorziening voor
                                                  het biologisch behandelen van dierlijke
                                                  meststoffen voor of na het vergisten van dierlijke
                                                  meststoffen.</Al>
			  <Al>Dit artikel geldt bij alle milieubelastende
                                                  activiteiten, die vallen onder het algemene
                                                  toepassingsbereik van deze afdeling, bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.41" scope="Artikel">artikel 22.41</IntRef>. Zo is dit
                                                  artikel niet alleen van toepassing bij een bedrijf
                                                  voor mestbehandeling, als bedoeld in artikel 3.225
                                                  van het Bal, maar op alle
                                                  mestvergistingsinstallaties die voldoen aan de
                                                  omschrijving in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Dit artikel is niet van toepassing op een
                                                  milieubelastende activiteit die als
                                                  vergunningplichtig is aangewezen in het
                                                  Bal.<br/>Een vergunningplicht kan onder meer
                                                  gelden bij mestverwerking van meer dan 25.000
                                                  m<sup>3</sup> mest van derden (grootschalige
                                                  mestverwerking, artikel 3.91 Bal) of als de
                                                  vergistingsinstallatie onderdeel is van een
                                                  IPPC-installatie.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.118__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Dit lid is een voortzetting van de artikelen
                                                  3.129c en 3.129g, eerste en tweede lid, van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Het
                                                  bepaalde in artikel 3.129g, derde lid, van dat
                                                  besluit, dat regelde dat bepaalde gebruikseisen
                                                  bij maatwerkvoorschrift kon worden vastgelegd,
                                                  valt nu onder de generieke maatwerkbevoegdheid van
                                                  deze afdeling van dit omgevingsplan. Het stellen
                                                  van gebruiksregels, ofwel maatwerkvoorschriften,
                                                  aanvullend op de afstandseis kan nodig zijn om te
                                                  voldoen aan artikel 5.92 van het Bkl, dat vereist
                                                  dat de geur door een activiteit op geurgevoelige
                                                  gebouwen aanvaardbaar is. Hierbij kan gedacht
                                                  worden aan maatwerkvoorschriften over:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_402__content_402__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_402__content_402__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_402__content_402__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_402__content_402__list_o_1__item_a">
			      <Al>de situering van de voorziening;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_402__content_402__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_402__content_402__list_o_1__item_b">
			      <Al>het gesloten uitvoeren van de
                                                  voorziening;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_402__content_402__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_402__content_402__list_o_1__item_c">
			      <Al>de ligging en afvoerhoogte van het
                                                  emissiepunt, wanneer emissies worden
                                                  afgezogen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_402__content_402__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_402__content_402__list_o_1__item_d">
			      <Al>de toepassing van een doelmatige
                                                  ontgeuringsinstallatie.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_403" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_403">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.119 Geur composteren of opslaan
                                                van groenafval: afstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_403__content_403" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_403__content_403">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van de artikelen
                                                  1.1, eerste lid, 3.45 en 3.46, eerste lid, van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, voor
                                                  zover het gaat om het opslaan van groenafval
                                                  inclusief afgedragen gewas (restmateriaal
                                                  afkomstig van de teelt van gewassen), en de
                                                  artikelen 3.106 en 3.108, eerste en tweede lid,
                                                  van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer, voor zover het gaat om composteren
                                                  van groenafval.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Dit artikel ziet op de geur door het composteren
                                                  of opslaan van groenafval, bedoeld in artikel
                                                  4.879 van het Bal.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het bepaalde in de artikelen 3.46, achtste lid,
                                                  en 3.108, derde lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer, dat regelde dat
                                                  bepaalde gebruikseisen bij maatwerkvoorschrift
                                                  konden worden vastgelegd, valt nu onder de
                                                  generieke maatwerkbevoegdheid van deze afdeling
                                                  van dit omgevingsplan. Het stellen van
                                                  gebruiksregels aanvullend op de afstandseis kan
                                                  nodig zijn om te voldoen aan artikel 5.92 van het
                                                  Bkl. Dat artikel vereist dat de geur door een
                                                  activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar
                                                  is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_404" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_404">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.120 Geur overige agrarische
                                                activiteiten: eerbiedigende werking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_404__content_404" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_404__content_404">
			<Inhoud>
			  <Al>In beginsel geldt bij geur die veroorzaakt wordt
                                                  door de activiteiten, bedoeld in de artikelen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">22.114</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.119" scope="Artikel">22.119</IntRef>, de afstanden die
                                                  in die artikelen zijn genoemd. Deze afstandseisen
                                                  gelden niet bij 'overbelaste situaties'. Dit
                                                  artikel bevat een regeling met 'eerbiedigende
                                                  werking' voor zulke bestaande situaties. Zie voor
                                                  een nadere toelichting hierover de artikelsgewijze
                                                  toelichting bij artikel 5.126 van het Bkl.</Al>
			  <Al>Als dit artikel van toepassing is, heeft degene
                                                  die de activiteit verricht op grond van de
                                                  specifieke zorgplichtbepaling de plicht om
                                                  maatregelen of voorzieningen te treffen die
                                                  geurhinder voorkomen of tot een aanvaardbaar
                                                  niveau beperken. Hierbij kan gedacht worden aan
                                                  maatregelen over:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_404__content_404__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_404__content_404__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_404__content_404__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_404__content_404__list_o_1__item_a">
			      <Al>de situering van de plaats van de opgeslagen
                                                  bedrijfsstoffen;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_404__content_404__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_404__content_404__list_o_1__item_b">
			      <Al>het afdekken van de opgeslagen agrarische
                                                  bedrijfsstoffen; of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_404__content_404__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_404__content_404__list_o_1__item_c">
			      <Al>de frequentie van de afvoer van de opgeslagen
                                                  agrarische bedrijfsstoffen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer stond ook dat degene die de
                                                  inrichting drijft op verzoek van het bevoegd gezag
                                                  aangeeft welke maatregelen of voorzieningen hij
                                                  daarvoor heeft getroffen of zal treffen. Deze
                                                  gegevens kan het bevoegd gezag ook vragen op grond
                                                  van de toezichtsbevoegdheden van de Algemene wet
                                                  bestuursrecht. Deze plicht komt dus niet expliciet
                                                  terug in de omgevingsplanregels van
                                                  rijkswege.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_405" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_405">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.121 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_405__content_405" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_405__content_405">
			<Inhoud>
			  <Al>Kortheidshalve wordt voor een uitleg over het
                                                  exploiteren van een zuiveringstechnisch werk
                                                  verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij
                                                  artikel 3.173 van het Bal. De verwijzing naar
                                                  artikel 3.173 van het Bal brengt met zich mee dat
                                                  het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk
                                                  ook andere milieubelastende activiteiten omvat die
                                                  worden verricht op dezelfde locatie die de
                                                  activiteit functioneel ondersteunen. De
                                                  activiteiten worden gezien als één activiteit. Er
                                                  is dan dus geen sprake van cumulatie van geur door
                                                  verschillende activiteiten.</Al>
			  <Al>Dit artikel betreft een voortzetting van artikel
                                                  3.5a van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer. De regels van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5" scope="Subparagraaf">subparagraaf
                                                  22.3.6.5</IntRef> kent als gevolg van aansluiting
                                                  bij het Bal een breder toepassingsbereik ten
                                                  opzichte van artikel 3.5a van het
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 3.5a van
                                                  het Activiteitenbesluit milieubeheer bepaalde
                                                  namelijk dat de regels alleen van toepassing waren
                                                  op zuiveringtechnische werken voor zover het de
                                                  waterlijn betrof met inbegrip van slibindikking en
                                                  mechanische slibontwatering.</Al>
			  <Al>Deze paragraaf stelt alleen regels voor het
                                                  voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau
                                                  beperken van geurhinder. De regels die zien op
                                                  andere belangen zijn opgenomen in paragraaf 4.49
                                                  van het Bal.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_406" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_406">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.122 Geur zuiveringtechnisch werk:
                                                waarde</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_406__content_406" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_406__content_406">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  3.5b, eerste en tweede lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.5__art_22.122__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat hogere
                                                  waarden voor het exploiteren van een
                                                  zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1
                                                  februari 1996, en waarvoor op 1 februari 1996 een
                                                  vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet
                                                  milieubeheer was verleend en onherroepelijk
                                                  was.</Al>
			  <Al>De geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige
                                                  objecten wordt bepaald met behulp van een
                                                  rekenmethode. In de Omgevingsregeling is deze
                                                  methode voor het berekenen van de geurwaarden
                                                  verwerkt in artikel 6.13.</Al>
			  <Al>In de Omgevingsregeling is bepaald dat als voor
                                                  een procesonderdeel in bijlage XXIX bij die
                                                  Omgevingsregeling geen geuremissiefactor is
                                                  vastgesteld, de emissie van geur door dat
                                                  onderdeel wordt bepaald met een geuronderzoek
                                                  volgens NTA 9065 'Luchtkwaliteit - Geurmetingen -
                                                  Meten en rekenen geur'. Op grond van de algemene
                                                  maatwerkmogelijkheid in deze afdeling van dit
                                                  omgevingsplan kan het bevoegd gezag ook een
                                                  geuronderzoek vragen voor het begin van de
                                                  activiteit. Het bevoegd gezag kan op grond van
                                                  deze informatie beoordelen of extra maatregelen
                                                  moeten worden getroffen om geurhinder zoveel
                                                  mogelijk te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_407" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_407">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.123 Geur zuiveringtechnisch werk:
                                                geen waarde bij specifieke geurgevoelige
                                                objecten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_407__content_407" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_407__content_407">
			<Inhoud>
			  <Al>De waarden die in dit omgevingsplan zijn
                                                  opgenomen, gelden niet voor de geur door een
                                                  zuiveringtechnisch werk op bepaalde geurgevoelige
                                                  objecten als voor het zuiveringtechnisch werk tot
                                                  1 januari 2011 een omgevingsvergunning voor een
                                                  inrichting op grond van de Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht was verleend en onherroepelijk was.
                                                  Het gaat daarbij in de eerste plaats om
                                                  geurgevoelige objecten die op het moment van
                                                  verlening van de omgevingsvergunning milieu niet
                                                  aanwezig waren en voor de inwerkingtreding van dit
                                                  besluit zijn gebouwd (onderdeel a). In de tweede
                                                  plaats gaat het om geurgevoelige objecten die in
                                                  de omgevingsvergunning op grond van de Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht niet als
                                                  geurgevoelig object werden beschouwd (onderdeel
                                                  b).</Al>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  3.5b, zevende lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_408" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_408">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.124 Geur zuiveringtechnisch werk:
                                                eerbiedigende werking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_408__content_408" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_408__content_408">
			<Inhoud>
			  <Al>Bij wijziging van een zuiveringtechnisch werk
                                                  mag de geur niet toenemen als voor dat
                                                  zuiveringtechnisch werk rechtmatig een hogere
                                                  waarde geldt, dan de waarde, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" scope="Artikel">artikel 22.120</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>. De geur mag wel
                                                  toenemen als die binnen de waarden bedoeld in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120" scope="Artikel">artikel 22.120</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.120__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> blijft.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_409" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_409">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.125 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_409__content_409" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_409__content_409">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze artikelen regelen dat de eigenaar,
                                                  erfpachter of gebruiker van een locatie, waarvoor
                                                  op grond van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving, het omgevingsplan, een
                                                  omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift een
                                                  deklaag of isolatielaag is aangebracht alle
                                                  maatregelen moet nemen om deze deklaag of
                                                  isolatielaag in stand te houden, te onderhouden of
                                                  te vervangen. Dit is een voortzetting van artikel
                                                  39e Wet bodembescherming.</Al>
			  <Al>Door een bedoelde of onbedoelde handeling kan
                                                  het resultaat van deze bodemsanering ongedaan
                                                  gemaakt worden, waardoor bij het dagelijkse
                                                  gebruik van de locatie blootstelling en
                                                  contactmogelijkheden met de verontreinigde bodem
                                                  kunnen ontstaan. De maatregelen kunnen bestaan uit
                                                  het herstellen van de afdeklaag als deze
                                                  bijvoorbeeld door werkzaamheden op de locatie
                                                  beschadigd is geraakt of een te geringe dikte
                                                  heeft gekregen. Daarom geldt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126" scope="Artikel">artikel 22.126</IntRef> zowel voor
                                                  eigenaar, erfpachter als gebruiker (zoals een
                                                  huurder).</Al>
			  <Al>Ook onder de Omgevingswet is het gewenst dat
                                                  leeflagen in stand worden gehouden of dat
                                                  gebruiksbeperkingen in acht worden genomen.</Al>
			  <Al>Als een bodemsanering is uitgevoerd door het
                                                  aanbrengen van een afdeklaag (een leeflaag van
                                                  schone grond of een duurzaam aaneengesloten
                                                  verhardingslaag) om blootstelling te voorkomen,
                                                  dan is het voor de bescherming van de gezondheid
                                                  van belang dat die afdeklaag in stand blijft. Het
                                                  gaat in dit artikel om een afdeklaag, die is
                                                  aangebracht als onderdeel van een sanering zoals
                                                  bedoeld in paragraaf 4.121 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, een omgevingsplan, een
                                                  omgevingsvergunning of op basis van een
                                                  maatwerkvoorschrift.</Al>
			  <Al>De regels voor saneren komen in verschillende
                                                  instrumenten en besluiten terug. Het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving regelt de
                                                  milieubelastende activiteit saneren van de bodem
                                                  waarbij saneren met een leeflaag/isolatielaag is
                                                  toegestaan. Ook is het mogelijk dat gemeenten in
                                                  hun omgevingsplan maatwerkregels stellen of een
                                                  omgevingsvergunning verplicht stellen voor het
                                                  saneren van de bodem.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Tijdelijke beschermingsmaatregelen die zijn
                                                  genomen als gevolg van een toevalsvondst moeten
                                                  eveneens in stand worden gehouden. Het zijn
                                                  maatregelen die de bron van verontreiniging niet
                                                  wegnemen, maar de blootstellingsroute (blijven)
                                                  blokkeren. Hiervoor geldt hetzelfde als bij het
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>. Deze regel is
                                                  gelijkwaardig aan de tijdelijke
                                                  beveiligingsmaatregelen bij zeer ernstige
                                                  verontreiniging (artikel 37, vierde lid, van de
                                                  Wet bodembescherming).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_410" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_410">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.126 Nazorg na afloop van saneren
                                                van de bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_410__content_410" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_410__content_410">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze artikelen regelen dat de eigenaar,
                                                  erfpachter of gebruiker van een locatie, waarvoor
                                                  op grond van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving, het omgevingsplan, een
                                                  omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift een
                                                  deklaag of isolatielaag is aangebracht alle
                                                  maatregelen moet nemen om deze deklaag of
                                                  isolatielaag in stand te houden, te onderhouden of
                                                  te vervangen. Dit is een voortzetting van artikel
                                                  39e Wet bodembescherming.</Al>
			  <Al>Door een bedoelde of onbedoelde handeling kan
                                                  het resultaat van deze bodemsanering ongedaan
                                                  gemaakt worden, waardoor bij het dagelijkse
                                                  gebruik van de locatie blootstelling en
                                                  contactmogelijkheden met de verontreinigde bodem
                                                  kunnen ontstaan. De maatregelen kunnen bestaan uit
                                                  het herstellen van de afdeklaag als deze
                                                  bijvoorbeeld door werkzaamheden op de locatie
                                                  beschadigd is geraakt of een te geringe dikte
                                                  heeft gekregen. Daarom geldt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126" scope="Artikel">artikel 22.126</IntRef> zowel voor
                                                  eigenaar, erfpachter als gebruiker (zoals een
                                                  huurder).</Al>
			  <Al>Ook onder de Omgevingswet is het gewenst dat
                                                  leeflagen in stand worden gehouden of dat
                                                  gebruiksbeperkingen in acht worden genomen.</Al>
			  <Al>Als een bodemsanering is uitgevoerd door het
                                                  aanbrengen van een afdeklaag (een leeflaag van
                                                  schone grond of een duurzaam aaneengesloten
                                                  verhardingslaag) om blootstelling te voorkomen,
                                                  dan is het voor de bescherming van de gezondheid
                                                  van belang dat die afdeklaag in stand blijft. Het
                                                  gaat in dit artikel om een afdeklaag, die is
                                                  aangebracht als onderdeel van een sanering zoals
                                                  bedoeld in paragraaf 4.121 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving, een omgevingsplan, een
                                                  omgevingsvergunning of op basis van een
                                                  maatwerkvoorschrift.</Al>
			  <Al>De regels voor saneren komen in verschillende
                                                  instrumenten en besluiten terug. Het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving regelt de
                                                  milieubelastende activiteit saneren van de bodem
                                                  waarbij saneren met een leeflaag/isolatielaag is
                                                  toegestaan. Ook is het mogelijk dat gemeenten in
                                                  hun omgevingsplan maatwerkregels stellen of een
                                                  omgevingsvergunning verplicht stellen voor het
                                                  saneren van de bodem.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Tijdelijke beschermingsmaatregelen die zijn
                                                  genomen als gevolg van een toevalsvondst moeten
                                                  eveneens in stand worden gehouden. Het zijn
                                                  maatregelen die de bron van verontreiniging niet
                                                  wegnemen, maar de blootstellingsroute (blijven)
                                                  blokkeren. Hiervoor geldt hetzelfde als bij het
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.1__art_22.126__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>. Deze regel is
                                                  gelijkwaardig aan de tijdelijke
                                                  beveiligingsmaatregelen bij zeer ernstige
                                                  verontreiniging (artikel 37, vierde lid, van de
                                                  Wet bodembescherming).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_411" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_411">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.127 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_411__content_411" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_411__content_411">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel staat het toepassingsbereik van
                                                  deze paragraaf.</Al>
			  <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></Al>
			  <Al>Deze paragraaf heeft in de eerste plaats
                                                  betrekking op het graven in de bodem in een omvang
                                                  die kleiner is dan of gelijk is aan 25 m3 en wordt
                                                  ook wel aangeduid als kleinschalig grondverzet en
                                                  richt zich op locaties waarbij al via
                                                  besluitvorming onder de Wet bodembescherming of
                                                  via het Besluit bodemkwaliteit is vastgesteld dat
                                                  de bodem verontreinigd is met één of meerdere
                                                  stoffen tot boven de interventiewaarde
                                                  bodemkwaliteit in een omvang groter dan 25 m3 . In
                                                  het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is ook aangegeven
                                                  op welke locaties de paragraaf daarnaast van
                                                  toepassing is.</Al>
			  <Al>a. In onderdeel a staat vermeld dat het gaat om
                                                  locaties waarvoor voorafgaand aan de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet een
                                                  beschikking als bedoeld in artikel 29 van de Wet
                                                  bodembescherming is verleend, waarin is
                                                  vastgesteld dat sprake is van een geval van
                                                  ernstige bodemverontreiniging zonder dat sprake is
                                                  van actuele risico's voor mens, plant of dier of
                                                  verspreiding van het grondwater (zogenaamde
                                                  beschikking ernst en geen spoed). Hiervoor is
                                                  gekozen omdat voor deze locaties via eerder
                                                  onderzoek is vastgesteld dat de bodem
                                                  verontreinigd is tot boven de interventiewaarde en
                                                  hierover besluitvorming heeft plaatsgevonden.
                                                  Locaties die op grond van de artikelen 29 en 37
                                                  van de Wet bodembescherming zijn beschikt als
                                                  ernstig waarbij de sanering spoedeisend is (ernst
                                                  en spoed) vallen niet onder het toepassingsbereik
                                                  omdat deze locaties onder het overgangsrecht voor
                                                  de Wet bodembescherming blijven vallen.</Al>
			  <Al>b. In onderdeel b staat vermeld dat het gaat om
                                                  locaties of gebieden waar de bodem op grond van
                                                  een bodemkwaliteitskaart, vastgesteld op grond van
                                                  artikel 25d, derde lid, van het Besluit
                                                  bodemkwaliteit (voorheen artikel 57 van het oude
                                                  Besluit bodemkwaliteit), diffuus is verontreinigd
                                                  tot boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.
                                                  Voorbeelden hiervan zijn delen van de binnenstad
                                                  van (grote) steden waarbij de bodem verontreinigd
                                                  is met enkele metalen (bijvoorbeeld lood, koper of
                                                  zink). Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet,
                                                  worden bestaande bodemkwaliteitskaarten op grond
                                                  van artikel 22.1, onder b, van de Omgevingswet,
                                                  onderdeel van het tijdelijke deel van het
                                                  omgevingsplan. Gemeenten moeten deze
                                                  bodemkwaliteitskaarten omzetten naar regels in het
                                                  nieuwe deel van het omgevingsplan.</Al>
			  <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></Al>
			  <Al>De aangewezen activiteit omvat ook het zeven van
                                                  de uitkomende grond op dezelfde locatie, of het
                                                  tijdelijk opslaan en het terugplaatsen na afloop
                                                  van het tijdelijk uitnemen bij het tijdelijk
                                                  uitnemen en terugplaatsen. Met zeven wordt veelal
                                                  puin uit de grond gehaald waardoor de
                                                  verdichtbaarheid en de civieltechnische
                                                  toepassingsmogelijkheden worden verbeterd voordat
                                                  de grond wordt teruggeplaatst of elders wordt
                                                  toegepast. Dit zeven is niet gericht op
                                                  kwaliteitsverbetering en wordt bij deze activiteit
                                                  niet beschouwd als bewerking. Andere bewerkingen
                                                  van grond vallen onder de milieubelastende
                                                  activiteit grondbank of grondreinigingsbedrijf,
                                                  aangewezen in artikel 3.178, eerste lid, onder
                                                  b.</Al>
			  <Al>Met het tijdelijk opslaan van de grond wordt
                                                  bedoeld het opslaan van de bij het graven
                                                  vrijkomende grond tijdens de activiteit,
                                                  voorafgaand aan het terugplaatsen of afvoeren van
                                                  de grond. Bemalen dat nodig is voor het graven
                                                  valt niet onder de milieubelastende activiteit,
                                                  maar is een wateractiviteit.</Al>
			  <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.127__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef> is aangegeven dat
                                                  de milieubelastende activiteit zich niet uitstrekt
                                                  tot graven in de waterbodem. Hiermee komt tot
                                                  uiting dat deze activiteit zich beperkt tot de
                                                  landbodem. Onder waterbodem wordt verstaan de
                                                  bodem van een oppervlaktewaterlichaam waarvan het
                                                  beheer van de waterkwaliteit bij het Rijk of het
                                                  waterschap berust. Het graven in de bodem of oever
                                                  van een oppervlaktewaterlichaam waarvan het beheer
                                                  van de waterkwaliteit bij het Rijk of het
                                                  waterschap berust, valt niet onder de reikwijdte
                                                  van de activiteit graven in de waterbodem. Dit
                                                  betekent dat de regels voor de milieubelastende
                                                  activiteit graven in bodem met een kwaliteit onder
                                                  of gelijk aan de interventiewaarde wel gelden voor
                                                  voormalige droge oevergebieden, die als
                                                  term/aanduiding niet meer terugkomen onder de
                                                  Omgevingswet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_412" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_412">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.128 Gegevens en bescheiden: voor
                                                het begin van de activiteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_412__content_412" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_412__content_412">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat een informatieplicht. Voordat
                                                  met het graven wordt begonnen, moet het bevoegd
                                                  gezag worden geïnformeerd over de activiteit. De
                                                  informatieplicht uit dit artikel in het
                                                  omgevingsplan zorgt ervoor dat het bevoegd gezag
                                                  over kleinschalige grondverzet geïnformeerd
                                                  wordt. Deze bepaling komt in de plaats van het
                                                  voormalige artikel 28 uit de Wet bodembescherming
                                                  dat stelde dat alle handelingen (dus ook
                                                  kleinschalig grondverzet) die plaatsvinden in een
                                                  geval van ernstige verontreiniging moeten worden
                                                  gemeld. Voor grondverzet in een omvang groter dan
                                                  25 m<sup>3</sup> geldt via de algemene regels uit
                                                  paragraaf 4.120 (graven in de bodem met kwaliteit
                                                  boven de interventiewaarde) een meldingsplicht.
                                                  Voor grondverzet in een omvang kleiner dan of
                                                  gelijk aan 25 m<sup>3 </sup>(ook wel aangeduid als
                                                  kleinschalig grondverzet) geldt op grond van de
                                                  algemene regels uit deze paragraaf van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving geen informatie of
                                                  meldingsplicht.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De gegevens en bescheiden worden ten minste een
                                                  week voor het begin van de activiteit graven
                                                  aangeleverd. Met deze informatie wordt het bevoegd
                                                  gezag in kennis gesteld van een aantal praktische
                                                  gegevens, zodat het voor het bevoegd gezag
                                                  mogelijk is om toezicht te houden. Uit de
                                                  verstrekte gegevens en bescheiden moet blijken wat
                                                  de begrenzing is van de locatie waar de activiteit
                                                  plaats vindt, de verwachte datum van het begin van
                                                  de activiteit en de duur van de activiteit.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Als de verstrekte informatie over begrenzing of
                                                  de verwachte datum van het begin van de activiteit
                                                  wijzigt, geeft de initiatiefnemer de wijziging
                                                  onverwijld door. Dit betekent dat ook als er een
                                                  wijziging in die gegevens optreedt tijdens de
                                                  uitvoering van de activiteit, de initiatiefnemer
                                                  het bevoegd gezag opnieuw moet informeren.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.2__art_22.128__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De informatieplicht van dit artikel geldt niet
                                                  als de activiteit alleen bestaat uit het tijdelijk
                                                  uitnemen en weer terugplaatsen van de grond.</Al>
			  <Al><i>Vierde lid</i></Al>
			  <Al>De informatieplicht is niet van toepassing als
                                                  het graven in bodem plaatsvindt in verband met een
                                                  spoedreparatie van vitale ondergrondse
                                                  infrastructuur. Hierbij moet gedacht worden aan
                                                  het herstellen van gasleidingen en
                                                  (drink)waterleidingen in geval van lekkages of het
                                                  herstellen van een kabelbreuk (elektriciteit,
                                                  glasvezels et cetera). Bij een dergelijke
                                                  spoedreparatie is het niet redelijk en ook niet
                                                  mogelijk om vooraf een bodemonderzoek uit te
                                                  voeren en te voldoen aan de termijn van de
                                                  informatieplicht (een week). Daarom komt in die
                                                  situatie een beperkte informatieplicht achteraf in
                                                  plaats van een meldingsplicht en onderzoek vooraf.
                                                  De hoeveelheid te ontgraven grond moet
                                                  proportioneel zijn voor het uitvoeren van een
                                                  spoedreparatie. Op het uitvoeren van
                                                  spoedreparaties is uiteraard wel de specifieke
                                                  zorgplicht van artikel 2.11 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving van toepassing. Van de
                                                  initiatiefnemer wordt verwacht dat hij zich
                                                  inspant om zelf te beoordelen of zijn handelen
                                                  nadelige gevolgen heeft en hoe hij de gevolgen
                                                  redelijkerwijs kan voorkomen of beperken. Als
                                                  bijvoorbeeld bekend is – of visueel eenvoudig is
                                                  vast te stellen – dat er verschil is in de
                                                  kwaliteit van de grond, worden de verschillende
                                                  lagen voorzichtigheidshalve gescheiden
                                                  gehouden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_413" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_413">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.129 Bodem en afval: tijdelijke
                                                opslag van vrijkomende grond</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_413__content_413" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_413__content_413">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel staat de tijdelijke opslag van
                                                  vrijkomende grond toe gedurende de looptijd van de
                                                  werkzaamheden en gedurende maximaal acht weken na
                                                  het beëindigen van de werkzaamheden, mits de
                                                  partijen van verschillende kwaliteitsklassen
                                                  gescheiden worden opgeslagen.</Al>
			  <Al>Tijdens of na afloop van graven kan het
                                                  noodzakelijk zijn om de grond tijdelijk op te
                                                  slaan, bijvoorbeeld omdat de grond tijdelijk
                                                  uitgenomen wordt en na afloop van de werkzaamheden
                                                  weer wordt teruggebracht in het oorspronkelijk
                                                  ontgravingsprofiel of omdat de grond naar elders
                                                  moet worden afgevoerd. De periode van acht weken
                                                  is bedoeld om een afvoerbestemming te vinden voor
                                                  de partij grond. Het is niet toegestaan om de
                                                  grond langer dan acht weken na het dichten van de
                                                  ontgravingsput of cunet op te slaan. Als het
                                                  voornemen bestaat om de grond langer dan de
                                                  toegestane periode op te slaan of de vrijgekomen
                                                  grond op een andere locatie dan de
                                                  ontgravingslocatie op te slaan, gelden de regels
                                                  voor het opslaan van grond en baggerspecie van
                                                  paragraaf 3.2.24 van het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving.</Al>
			  <Al>Dit artikel bevat geen regels die verplichten
                                                  tot maatregelen om te voorkomen dat de bodem ter
                                                  plaatse van de tijdelijke opslag verontreinigd
                                                  raakt, of dat emissies zich verspreiden naar de
                                                  omgeving. De achtergrond hiervan is dat de opslag
                                                  doorgaans een kortdurend karakter kent en
                                                  plaatsvindt op de locatie van ontgraving, waardoor
                                                  meestal de uitkomende grond een vergelijkbare
                                                  kwaliteit heeft als de onderliggende bodem. Het
                                                  nemen van bodembeschermende maatregelen als het
                                                  aanbrengen van een folie is in principe niet
                                                  nodig. Dit kan anders zijn als de uitgegraven
                                                  grond een slechtere kwaliteit heeft, bijvoorbeeld
                                                  bij de ontgraving van een spot met minerale olie
                                                  verontreinigde grond. In dat geval kan van de
                                                  initiatiefnemer op basis van de specifieke
                                                  zorgplicht van artikel 2.11 van het Besluit
                                                  activiteiten leefomgeving verwacht worden dat
                                                  maatregelen worden genomen ter bescherming van de
                                                  onderliggende bodem, zoals het aanbrengen van een
                                                  folie. Een ander voorbeeld is dat als sprake is
                                                  van droge condities het noodzakelijk is dat
                                                  voorkomen moet worden dat verwaaiing of
                                                  verstuiving van het opgeslagen materiaal kan
                                                  plaatsvinden. Dit kan gerealiseerd worden door het
                                                  vochtig houden van de grond, het afdekken van het
                                                  depot of door het opslaan van grond in dichte
                                                  containers.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_414" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_414">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.130 Bodem en afval: milieukundige
                                                begeleiding bij kleinschalig graven</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_414__content_414" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_414__content_414">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel regelt in welke situaties de
                                                  activiteit onder milieukundige begeleiding moet
                                                  plaatsvinden. Milieukundige begeleiding is
                                                  noodzakelijk als de graafwerkzaamheden dieper
                                                  reiken dan een eerder in het kader van een
                                                  bodemsanering aangebrachte afdeklaag zoals
                                                  bijvoorbeeld een leeflaag of andere duurzame
                                                  afdeklaag. De milieukundige begeleiding moet
                                                  uitgevoerd worden volgens de BRL SIKB 6000.
                                                  Tijdens de milieukundige begeleiding houdt de
                                                  milieukundige begeleider een logboek bij. Na
                                                  afloop van de activiteit rapporteert de
                                                  milieukundige begeleider in het evaluatieverslag
                                                  milieukundige processturing volgens de BRL SIKB
                                                  6000.</Al>
			  <Al>Volgens de BRL SIKB 6000 is een continue
                                                  aanwezigheid van de milieukundige doorgaans niet
                                                  noodzakelijk. De milieukundige moet aanwezig zijn
                                                  bij kritische werkzaamheden, dus bij die
                                                  werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de
                                                  kwaliteit van de leefomgeving. In dit geval is het
                                                  moment van doorgraven en weer herstellen van de
                                                  afdeklaag het kritische moment.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_415" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_415">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.131 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_415__content_415" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_415__content_415">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op locaties
                                                  waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van
                                                  de Omgevingswet een beschikking als bedoeld in
                                                  artikel 29 van de Wet bodembescherming is
                                                  verleend, waarin is vastgesteld dat het huidige
                                                  dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de
                                                  mogelijke verspreiding van de verontreiniging niet
                                                  leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of
                                                  dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_416" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_416">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.132 Bodem: mitigerende
                                                maatregelen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_416__content_416" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_416__content_416">
			<Inhoud>
			  <Al>Degene die op de locatie, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3__art_22.131" scope="Artikel">artikel 22.131</IntRef>, een
                                                  activiteit verricht, neemt in het belang van
                                                  bescherming van de bodem maatregelen die
                                                  redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om
                                                  verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen
                                                  of te beperken, of – als en voor zover dat
                                                  redelijkerwijs mogelijk is als onderdeel van een
                                                  activiteit die wordt verricht – ongedaan te maken.
                                                  Zie verder hierna over de mogelijkheden en
                                                  beperkingen van dit artikel. Er geldt een licht
                                                  beschermingsregime voor deze bekende
                                                  verontreinigde locaties in afwachting van
                                                  sanering, net als onder de Wet
                                                  bodembescherming.</Al>
			  <Al>Dit artikel heeft betrekking op zogenoemde
                                                  niet-spoed locaties, zoals deze waren beschikt als
                                                  saneringsgeval op grond van de Wet
                                                  bodembescherming. In de toelichting bij de
                                                  Aanvullingswet bodem is aangegeven dat de
                                                  beschikking niet-spoed als zodanig bij
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt. Er
                                                  is overgangsrecht geregeld voor onder meer
                                                  gebruiksbeperkingen op grond van artikel 37,
                                                  vierde lid, van de Wet bodembescherming (artikelen
                                                  3.1 en 3.2 Aanvullingswet bodem).</Al>
			  <Al>Voor de spoedlocaties is overgangsrecht
                                                  opgenomen in de Aanvullingswet bodem (artikel
                                                  3.1), zodat daarvoor de bestaande regels bij of
                                                  krachtens de Wet bodembescherming blijven gelden.
                                                  Locaties met een verontreiniging boven de
                                                  interventiewaarde die onder de Wet
                                                  bodembescherming waren aangemerkt als niet-spoed
                                                  worden in het nieuwe stelsel, net als onder de Wet
                                                  bodembescherming, gesaneerd op een natuurlijk
                                                  moment, meestal bouwen. Het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving, het Besluit activiteiten
                                                  leefomgeving en dit omgevingsplan regelen dat
                                                  saneren een voorwaarde is voor het bouwen en de
                                                  saneringsaanpak. De milieubelastende activiteit
                                                  graven regelt hoe om te gaan met graven in
                                                  verontreiniging boven de interventiewaarde. Bij
                                                  deze activiteiten is een maatwerkregel of
                                                  maatwerkvoorschrift mogelijk bijvoorbeeld als een
                                                  bronaanpak aan de orde is die om een specifieke
                                                  saneringsaanpak vraagt.</Al>
			  <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.7__subsec_22.3.7.3__art_22.132" scope="Artikel">Artikel 22.132</IntRef> geschikte
                                                  locaties, die niet onder overgangsrecht vallen,
                                                  kenbaar te houden onder de Omgevingswet en het
                                                  instrumentarium van de Omgevingswet te kunnen
                                                  toepassen. Ten tweede om een (licht)
                                                  beschermingsregime van toepassing te laten zijn op
                                                  deze locaties, aangezien het gaat om niet eerder
                                                  gesaneerde locaties waar nog bodemverontreiniging
                                                  aanwezig is.</Al>
			  <Al>Ten behoeve van het eerste doel (kenbaarheid) is
                                                  het mogelijk om met een maatwerkvoorschrift een
                                                  individuele locatie te koppelen aan deze algemene
                                                  regel in dit omgevingsplan, wat het voor de
                                                  huidige of toekomstige eigenaar beter inzichtelijk
                                                  maakt. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet
                                                  zijn maatwerkvoorschriften namelijk (nog) niet
                                                  zichtbaar in DSO met de zogenoemde 'klik op de
                                                  kaart'. Het inzien van de (voormalige) registratie
                                                  van de niet-spoed beschikkingen in het Kadaster
                                                  blijft nodig om het volledige beeld te hebben van
                                                  de exacte locaties (gekoppeld aan kadastrale
                                                  percelen) waar dit artikel op van toepassing
                                                  is.</Al>
			  <Al>Voor wat betreft het tweede doel (beschermen in
                                                  afwachting van sanering) geldt dat het mogelijk is
                                                  om het lichte basisregime dat geldt op deze
                                                  locaties te concretiseren, verder aan te vullen of
                                                  toe te spitsen op de individuele locatie. Dat kan
                                                  door middel van een maatwerkvoorschrift, dat voor
                                                  een initiatiefnemer voldoende concreet maakt welke
                                                  actie het bevoegd gezag verwacht. Bij de
                                                  activiteiten bouwen, saneren of graven voorziet de
                                                  Omgevingswet al in die mogelijkheid, daarom heeft
                                                  dit artikel vooral betekenis als sprake is van een
                                                  andere activiteit dan bouwen, saneren of graven.
                                                  Ook kan dit basisregime een aangrijpingspunt
                                                  bieden voor een individueel maatwerkvoorschrift om
                                                  in sommige situaties van een initiatiefnemer te
                                                  verlangen dat die als onderdeel van een
                                                  voorgenomen activiteit van de gelegenheid gebruik
                                                  maakt om aanwezige verontreiniging van de bodem te
                                                  verwijderen of mitigerende maatregelen te treffen.
                                                  Gelet op die inkadering is voornamelijk gedoeld op
                                                  situaties waarin de extra moeite en kosten van het
                                                  beperken of verwijderen van verontreiniging niet
                                                  onevenredig belastend zijn voor de
                                                  initiatiefnemer. Dit basisregime is zodanig
                                                  ingekaderd dat er geen sprake is van een
                                                  zelfstandige saneringsplicht.</Al>
			  <Al>Onder verontreiniging van de bodem wordt ook
                                                  verstaan de verontreiniging van het grondwater,
                                                  maar aangezien grondwaterkwaliteit primair tot de
                                                  taken en bevoegdheden van de provincie ligt het
                                                  voor de hand dat het vooral gaat om de vaste bodem
                                                  en eventuele bronnen van verontreiniging die zich
                                                  verspreiden naar het grondwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_417" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_417">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.137 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_417__content_417" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_417__content_417">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van grondwater afkomstig van een bodemsanering of
                                                  grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand
                                                  aan een grondwatersanering, en op het lozen van
                                                  grondwater afkomstig van ontwatering. Bij dat
                                                  laatste kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een
                                                  bouwputbemaling. </Al>
			  <Al>Lozingen afkomstig van onderzoeken voorafgaand
                                                  aan bodemsaneringen zijn geregeld in het Bal. In
                                                  paragraaf 6.2 van de nota van toelichting bij het
                                                  (voorgenomen) Aanvullingsbesluit bodem
                                                  Omgevingswet is ingegaan op de keuze om voor
                                                  grondwatersaneringen geen algemene rijksregels
                                                  meer te stellen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_418" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_418">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.138 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_418__content_418" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_418__content_418">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de
                                                  start van de lozing het bevoegd gezag te
                                                  informeren. Daarbij worden de aard en omvang van
                                                  de lozing aangegeven, zoals de te lozen
                                                  hoeveelheid afvalwater en de concentraties van
                                                  stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het
                                                  bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd
                                                  als er wijzigingen optreden in de lozing,
                                                  bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water
                                                  wordt aangepast. </Al>
			  <Al>De plicht om het bevoegd gezag te informeren
                                                  geldt niet voor lozingen bij ontwatering
                                                  (bijvoorbeeld bronbemalingen) van minder dan 48
                                                  uur, of bij lozingen vanuit huishoudens. Voor
                                                  lozingen bij ontwatering met een duur tussen 48
                                                  uur en 8 weken geldt een afwijkende termijn voor
                                                  het verstrekken van gegevens en bescheiden: 5
                                                  werkdagen in plaats van 4 weken.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_419" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_419">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.139 Lozen van grondwater bij
                                                saneringen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_419__content_419" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_419__content_419">
			<Inhoud>
			  <Al>Afvalwater afkomstig van het saneren van de
                                                  bodem of het grondwater (of een aan een
                                                  grondwatersanering voorafgaand onderzoek) is qua
                                                  biologische afbreekbaarheid niet vergelijkbaar met
                                                  huishoudelijk afvalwater. In lijn met de
                                                  voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater,
                                                  opgenomen in artikel 10.29a van de Wet
                                                  milieubeheer, heeft het de voorkeur om dit
                                                  afvalwater na zuivering lokaal terug te brengen in
                                                  het milieu en niet af te voeren naar de RWZI
                                                  (rioolwaterzuiveringsinstallatie) via het openbare
                                                  vuilwaterriool. Daarom is in dit artikel het lozen
                                                  op of in de bodem of in een schoonwaterriool
                                                  (ieder riool dat geen vuilwaterriool is)
                                                  toegestaan. Deze paragraaf geldt ook voor lozingen
                                                  afkomstig van milieubelastende activiteiten als
                                                  bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal. In dat geval
                                                  zijn de regels van deze paragraaf maatwerkregels
                                                  op grond van artikel 2.12 van dat besluit.</Al>
			  <Al>Bij het saneren kunnen, naast het positieve
                                                  milieueffect dat de sanering heeft, ook nadelige
                                                  gevolgen optreden. Om de nadelige gevolgen voor de
                                                  bodem of de oppervlaktewaterkwaliteit van bij het
                                                  saneren vrijkomend afvalwater te beperken, zijn in
                                                  dit artikel emissiegrenswaarden opgenomen voor het
                                                  lozen daarvan. Vaak wordt dit water ter plaatse
                                                  gezuiverd. Het afvalwater wordt vervolgens in de
                                                  bodem of een schoonwaterriool geloosd.</Al>
			  <Al>In het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer en het voormalige Besluit lozen
                                                  buiten inrichtingen was ook bepaald dat het
                                                  afvalwater doelmatig moest kunnen worden
                                                  bemonsterd. Die regel is nu opgenomen in de
                                                  specifieke zorgplicht in deze afdeling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_420" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_420">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.140 Lozen van grondwater bij
                                                ontwatering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_420__content_420" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_420__content_420">
			<Inhoud>
			  <Al>Grondwater bij ontwatering is de algemene term
                                                  voor grondwater dat vrijkomt bij bijvoorbeeld
                                                  bronneringen en water uit drainagebuizen. Dit
                                                  kunnen kleinschalige activiteiten betreffen die na
                                                  een paar uur zijn afgerond, maar ook grootschalige
                                                  projecten (vooral in de bouw) die jaren duren en
                                                  waar zeer grote hoeveelheden grondwater worden
                                                  weggepompt.</Al>
			  <Al>De regeling voor het lozen van grondwater heeft
                                                  de voorkeursvolgorde voor het beheer van afwater
                                                  (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) als
                                                  uitgangspunt. Over het algemeen kan het grondwater
                                                  dat lokaal bij ontwatering vrijkomt zonder
                                                  problemen lokaal in het milieu teruggebracht
                                                  worden. Maar het is niet uitgesloten dat
                                                  afhankelijk van de locatie waar het vrijkomt
                                                  grondwater in enige mate verontreinigd kan zijn of
                                                  van nature stoffen bevat, waarvan de lozing
                                                  bezwaarlijk kan zijn. Veelal is dit lokaal bekend
                                                  uit gegevens bij het bedrijf zelf of bij de
                                                  overheid. Het behoort tot de verantwoordelijkheid
                                                  van degene die loost om de gemeente te informeren
                                                  over de bekende gegevens over de samenstelling en
                                                  eventuele verontreiniging van het grondwater. Dit
                                                  is met name van belang daar waar de samenstelling
                                                  van het grondwater afwijkt van de in het gebied
                                                  voorkomende grondwaterkwaliteit. Bij twijfel over
                                                  de vraag of hiervan sprake zou kunnen zijn, is het
                                                  raadzaam om contact op te nemen met de gemeente om
                                                  na te gaan of er in dit gebied nog stoffen in de
                                                  bodem aanwezig zijn, waarvan lozing tot problemen
                                                  zou kunnen leiden. Dit artikel is niet van
                                                  toepassing op lozingen van grondwater bij de
                                                  activiteit wonen, omdat het voormalige Besluit
                                                  lozing afvalwater huishoudens geen inhoudelijke
                                                  regels over deze lozingen kende. Voor wonen wordt
                                                  daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van
                                                  deze afdeling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_421" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_421">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.141 Meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_421__content_421" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_421__content_421">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen
                                                  gehanteerd worden voor het meten van
                                                  emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor
                                                  het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor
                                                  dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar
                                                  wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.
                                                  Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren,
                                                  conserveren en ontsluiten. Ook zijn de
                                                  analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de
                                                  stoffen waaraan in deze paragraaf
                                                  emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven.
                                                  De versies van de NEN-EN- normen zijn opgenomen in
                                                  de begripsbepalingen van bijlage I.</Al>
			  <Al>Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters
                                                  volgens NEN 6600-1 worden geconserveerd om te
                                                  voorkomen dat in de monsters verandering optreedt
                                                  voor de te analyseren parameter tussen het moment
                                                  van bemonstering en het moment van analyse. Omdat
                                                  de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking
                                                  hebben op het totaal van opgeloste en niet
                                                  opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van
                                                  belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat
                                                  de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater
                                                  bevinden meegenomen worden in de analyse.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_422" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_422">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.142 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_422__content_422" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_422__content_422">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf heeft betrekking op het lozen van
                                                  afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van
                                                  een verplichte bodembeschermende voorziening. Het
                                                  gaat met name om afvloeiend hemelwater van daken
                                                  en van verhardingen, waar geen bodembedreigende
                                                  activiteiten plaatsvinden. Dit artikel is wel van
                                                  toepassing op afvloeiend hemelwater afkomstig van
                                                  bodembeschermende voorzieningen die vrijwillig
                                                  zijn aangebracht. Onder afvloeiend hemelwater
                                                  wordt niet verstaan het hemelwater van een kas als
                                                  bedoeld in paragraaf 4.78 van het Bal of
                                                  drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van
                                                  dat besluit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_423" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_423">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.143 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_423__content_423" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_423__content_423">
			<Inhoud>
			  <Al>Lozingen van afstromend hemelwater vormen in het
                                                  algemeen geen risico voor de bodem of de
                                                  riolering. Het is daarom niet nodig om voorafgaand
                                                  aan de start of wijziging van de lozing het
                                                  bevoegd gezag te informeren. Alleen wanneer er een
                                                  rijksweg of provinciale weg wordt aangelegd of
                                                  gewijzigd, moet het bevoegd gezag tijdig op de
                                                  hoogte worden gesteld. Het bevoegd gezag kan dan
                                                  samen met de wegbeheerder bekijken wat de gewenste
                                                  wijze van verwerking van het afstromende
                                                  regenwater is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_424" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_424">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.144 Lozen van afvloeiend
                                                hemelwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_424__content_424" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_424__content_424">
			<Inhoud>
			  <Al>De regeling voor het lozen van hemelwater heeft
                                                  de voorkeursvolgorde voor het beheer van afwater
                                                  (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) als
                                                  uitgangspunt. Over het algemeen kan afvloeiend
                                                  hemelwater zonder problemen lokaal in het milieu
                                                  teruggebracht worden. De beheerder van het terrein
                                                  of oppervlak waar het hemelwater is neergekomen,
                                                  is verantwoordelijk voor het nemen van deze
                                                  preventieve maatregelen en kan vervolgens op grond
                                                  van de specifieke zorgplicht worden aangesproken
                                                  op het nemen daarvan. De maatregelen kunnen
                                                  bijvoorbeeld inhouden: het schoonhouden van het
                                                  terrein, het dusdanig omgaan met milieugevaarlijke
                                                  stoffen dat verontreiniging van het hemelwater
                                                  wordt voorkomen, het bij de keuze van materialen
                                                  die aan hemelwater zijn blootgesteld rekening
                                                  houden met het feit dat bij contact van hemelwater
                                                  met deze materialen verontreinigende stoffen in
                                                  het hemelwater kunnen geraken (uitloging), of een
                                                  zodanige wijze van onkruidbestrijding dat onnodige
                                                  verontreiniging van het hemelwater wordt
                                                  voorkomen. In dit omgevingsplan is ervoor gekozen
                                                  deze preventieve maatregelen niet in concrete
                                                  voorschriften te vertalen. </Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is het lozen van
                                                  afvloeiend hemelwater vanaf rijkswegen en
                                                  provinciale wegen buiten de bebouwde kom geregeld.
                                                  Tot die wegen behoren eveneens de daarbij
                                                  behorende bruggen, viaducten en andere
                                                  kunstwerken, en overig openbaar gebied. In het
                                                  verleden is veel onderzoek verricht naar
                                                  verontreinigingen in afvloeiend hemelwater van
                                                  wegen en overige openbare ruimte. Afhankelijk van
                                                  de intensiteit van het verkeer kan het in meer of
                                                  mindere mate verontreinigd zijn met straatvuil,
                                                  waarin PAK's, zware metalen of minerale olie
                                                  voorkomen. Buiten de bebouwde kom is het lozen van
                                                  afstromend wegwater in een gemeentelijk
                                                  rioolstelsel veelal niet mogelijk, omdat daar geen
                                                  rioolstelsels zijn aangelegd, of alleen
                                                  rioolstelsels, die niet bestemd zijn voor afvoer
                                                  van regenwater. Het wegwater vloeit buiten de
                                                  bebouwde kom meestal af naar de bodem of een
                                                  eventueel aanwezig oppervlaktewaterlichaam.
                                                  Hemelwater afkomstig van rijkswegen en provinciale
                                                  wegen wordt buiten de bebouwde kom bij voorkeur
                                                  geloosd op de bodem. Als lozen in de bodem niet
                                                  (of niet volledig) mogelijk is, kan lozing (deels)
                                                  plaatsvinden in een oppervlaktewaterlichaam. De
                                                  regels hierover staan in de
                                                  waterschapsverordening. </Al>
			  <Al>De voorkeursvolgorde in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.2__art_22.144__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is niet van
                                                  toepassing op lozingen van hemelwater bij de
                                                  activiteit wonen, omdat het voormalige Besluit
                                                  lozing afvalwater huishoudens geen inhoudelijke
                                                  regels over deze lozingen kende. Voor wonen wordt
                                                  daarom volstaan met de specifieke zorgplicht van
                                                  deze afdeling. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_425" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_425">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.145 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_425__content_425" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_425__content_425">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van huishoudelijk afvalwater. Voor zover deze
                                                  lozing plaatsvindt bij een milieubelastende
                                                  activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van
                                                  het Bal, bevat deze paragraaf maatwerkregels als
                                                  bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit.<br/>De
                                                  eisen aan lozingen van huishoudelijk afvalwater
                                                  gelden niet voor spoorvoertuigen en voor militaire
                                                  oefeningen op militaire terreinen. De
                                                  voorzieningen voor de opvang van huishoudelijk
                                                  afvalwater bij spoorvoertuigen kunnen via de
                                                  spoorwegwetgeving worden geregeld. Bij militaire
                                                  oefeningen is de plaatsing van IBA's
                                                  redelijkerwijs niet mogelijk.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_426" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_426">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.146 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_426__content_426" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_426__content_426">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.1__art_22.138" scope="Artikel">artikel 22.138</IntRef> voor een
                                                  uitleg van de plicht om deze gegevens en
                                                  bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_427" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_427">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.147 Geen
                                                voedselvermaling</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_427__content_427" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_427__content_427">
			<Inhoud>
			  <Al>Het is niet toegestaan om afvalwater via een
                                                  voedselrestvermaler te lozen op het
                                                  vuilwaterriool. Een voedselrestvermaler vermaalt
                                                  verteerbare etensresten met toevoeging van water
                                                  tot een vloeibare afvalstof. Deze vloeibare
                                                  afvalstof wordt vervolgens met het afvalwater
                                                  geloosd. De vermalen stoffen kunnen leiden tot
                                                  verstopping, maar zorgen ook voor een ongewenste
                                                  toename van organische afvalstoffen in het
                                                  afvalwater.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_428" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_428">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.148 Lozen van huishoudelijk
                                                afvalwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_428__content_428" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_428__content_428">
			<Inhoud>
			  <Al>In de praktijk vinden de meeste lozingen van
                                                  huishoudelijk afvalwater plaats in het
                                                  vuilwaterriool. Voor een beperkt aantal situaties
                                                  waar geen aansluiting op het vuilwaterriool of een
                                                  zuiveringtechnisch werk mogelijk is, is lozen op
                                                  of in de bodem toegestaan. Dit is toegestaan
                                                  buiten de bebouwde kom of binnen de bebouwde kom
                                                  van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met
                                                  een vervuilingswaarde van minder dan 2000
                                                  inwonerequivalenten.</Al>
			  <Al>Binnen de in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.148__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> aangegeven
                                                  afstanden tot de riolering in combinatie met het
                                                  aantal inwonerequivalenten dat geloosd wordt, is
                                                  het verboden direct op of in de bodem te lozen. Er
                                                  moet dan worden geloosd op het vuilwaterriool.
                                                  Buiten deze afstandsgrenzen moet het huishoudelijk
                                                  afvalwater gezuiverd worden voordat het geloosd
                                                  mag worden op of in de bodem.</Al>
			  <Al>De afstanden in dit artikel zijn de afstanden
                                                  van het vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk
                                                  tot de kadastrale grens van het perceel waar het
                                                  huishoudelijk afvalwater vrijkomt. Voor een aantal
                                                  lozingen van huishoudelijk afvalwater die al voor
                                                  1 maart 1997 plaatsvonden werd op grond van de
                                                  toen geldende wetgeving de afstand bepaald tot het
                                                  gedeelte van het gebouw dat het dichtst bij het
                                                  vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk was
                                                  gelegen. Voor deze lozingen geldt overgangsrecht.
                                                  Dit overgangsrecht is ongewijzigd overgenomen uit
                                                  het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer,
                                                  het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen
                                                  en de daaraan voorafgaande besluiten: het
                                                  voormalige Lozingenbesluit bodembescherming en het
                                                  voormalige Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk
                                                  afvalwater.</Al>
			  <Al>In sommige gevallen is hemelsbreed de afstand
                                                  tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool minder dan
                                                  genoemd in het eerste lid, maar is het in de
                                                  praktijk niet mogelijk daar een afvoerleiding aan
                                                  te leggen. Bijvoorbeeld omdat dan een watergang
                                                  gekruist of een dijk doorboord moet worden.
                                                  Daarvoor is in het tweede lid, onderdeel b,
                                                  opgenomen dat de afstand berekend moet worden
                                                  langs de lijn waar in de praktijk een
                                                  afvoerleiding aangelegd kan worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_429" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_429">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.149 Zuiveringsvoorziening
                                                huishoudelijk afvalwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_429__content_429" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_429__content_429">
			<Inhoud>
			  <Al>In de situaties dat niet wordt aangesloten op de
                                                  riolering maar direct wordt geloosd op of in de
                                                  bodem worden met dit artikel lozingseisen in de
                                                  vorm van emissiegrenswaarden gesteld. Aan de hier
                                                  gestelde lozingseisen ligt het CIW-rapport
                                                  'Individuele Behandeling van Afvalwater, IBA-
                                                  systemen' van januari 1999 ten grondslag.</Al>
			  <Al>De voorwaarden die aan de beperkte directe
                                                  lozingen in de bodem van huishoudelijk afvalwater
                                                  worden gesteld, komen in grote lijnen overeen met
                                                  de hieraan voorafgaande voorwaarden op grond van
                                                  het voormalige Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk
                                                  afvalwater.</Al>
			  <Al>Voor beperkte lozingen van huishoudelijk
                                                  afvalwater kan de lozer er, in afwijking van de
                                                  emissiegrenswaarden, voor kiezen te lozen via een
                                                  septic tank. Deze voorziening is geschikt voor
                                                  lozingen tot en met 5 inwonerequivalenten. Vandaar
                                                  dat in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.3__art_22.149__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit artikel is
                                                  aangegeven dat lozingen van huishoudelijk
                                                  afvalwater van minder dan 6 inwonerequivalenten
                                                  via die voorziening geloosd mogen worden.</Al>
			  <Al>Deze voorwaarden komen overeen met de
                                                  voorwaarden die voorafgaand aan de
                                                  inwerkingtreding van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer en het voormalige
                                                  Besluit lozen afvalwater huishoudens golden op
                                                  grond van de Regeling Wvo septic tank en de
                                                  Uitvoeringsregeling lozingenbesluit
                                                  bodembescherming. Oudere voorzieningen die nog
                                                  steeds zijn afgestemd op de hoeveelheid te lozen
                                                  afvalwater, mogen ook worden gebruikt. De voor
                                                  2009 geplaatste voorzieningen kunnen namelijk niet
                                                  worden getoetst aan de norm voor het hydraulisch
                                                  rendement, omdat de in de NEN-EN 12566-1
                                                  beschreven beproevingsprocedure niet in het veld
                                                  toepasbaar is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_430" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_430">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.150 Meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_430__content_430" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_430__content_430">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen
                                                  gehanteerd worden voor het meten van
                                                  emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor
                                                  het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor
                                                  dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar
                                                  wel wat er moet gebeuren áls er wordt bemonsterd.
                                                  Er zijn normen opgenomen voor het bemonsteren,
                                                  conserveren en ontsluiten. Ook zijn de
                                                  analysemethoden die moeten worden gebruikt voor de
                                                  stoffen waaraan in deze paragraaf
                                                  emissiegrenswaarden worden gesteld voorgeschreven.
                                                  De versies van de NEN-EN- normen zijn opgenomen in
                                                  de begripsbepalingen van bijlage I.</Al>
			  <Al>Als er wordt bemonsterd, moeten de monsters
                                                  volgens NEN 6600-1 worden geconserveerd om te
                                                  voorkomen dat in de monsters verandering optreedt
                                                  voor de te analyseren parameter tussen het moment
                                                  van bemonstering en het moment van analyse. Omdat
                                                  de emissiegrenswaarden die zijn gesteld betrekking
                                                  hebben op het totaal van opgeloste en niet
                                                  opgeloste stoffen in het afvalwater, is het van
                                                  belang dat het monster niet gefilterd wordt en dat
                                                  de stoffen die zich onopgelost in het afvalwater
                                                  bevinden meegenomen worden in de analyse.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_431" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_431">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.151 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_431__content_431" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_431__content_431">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van koelwater, dat niet afkomstig is van een
                                                  milieubelastende activiteit die is aangewezen in
                                                  hoofdstuk 3 van het Bal. Voor het lozen van
                                                  koelwater dat afkomstig is van een
                                                  milieubelastende activiteit, zoals aangewezen in
                                                  hoofdstuk 3 van het Bal, staan de regels in dat
                                                  besluit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_432" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_432">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.152 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_432__content_432" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_432__content_432">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de
                                                  start van de lozing het bevoegd gezag te
                                                  informeren. Daarbij worden de aard en omvang van
                                                  de lozing aangegeven, zoals de te lozen
                                                  hoeveelheid afvalwater en de concentraties van
                                                  stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het
                                                  bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd
                                                  als er wijzigingen optreden in de lozing,
                                                  bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water
                                                  wordt aangepast.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_433" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_433">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.153 Koelwater</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_433__content_433" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_433__content_433">
			<Inhoud>
			  <Al>Voor veel bedrijfstakken waarbij koelwater wordt
                                                  geloosd, gelden de regels in het Bal. Maar het
                                                  lozen van koelwater kan ook plaatsvinden bij
                                                  bedrijven die niet onder het toepassingsbereik van
                                                  het Bal vallen. Daarom is in dit artikel het lozen
                                                  van koelwater in de riolering geregeld. Koelwater
                                                  kan ook worden geloosd in een
                                                  oppervlaktewaterlichaam. De regels daarover staan
                                                  in de waterschapsverordening.</Al>
			  <Al>Het lozen van koelwater in een schoonwaterriool
                                                  is toegestaan. Lozen in een vuilwaterriool is
                                                  alleen toegestaan als het lozen in een
                                                  schoonwaterriool of in een oppervlaktewaterlichaam
                                                  redelijkerwijs niet mogelijk is. Koelwater is
                                                  relatief schoon water, zodat het lozen daarvan in
                                                  het vuilwaterriool bij voorkeur vermeden moet
                                                  worden.</Al>
			  <Al>Er mogen aan het koelwater geen chemicaliën
                                                  (zoals aangroeiwerende middelen of
                                                  antikalkmiddelen) worden toegevoegd.</Al>
			  <Al>De maximale warmtevracht is 1.000 kiloJoule per
                                                  seconde. De warmtevracht van een koelwaterlozing
                                                  wordt berekend als het product van het
                                                  lozingsdebiet en het verschil tussen de
                                                  lozingstemperatuur en de temperatuur van het
                                                  ontvangende oppervlaktewaterlichaam (waarop het
                                                  schoonwaterriool uitkomt). De warmtecapaciteit van
                                                  het koelwater is gelijk aan 4.190 Kilojoule per
                                                  m<sup>3</sup> per graad temperatuursverhoging.
                                                  Anders geformuleerd:<br/>De warmtevracht = L x ∆T
                                                  x W, waarbij<br/>L = lozingsdebiet
                                                  (m<sup>3</sup>/s).<br/>∆T = verschil temperatuur
                                                  koelwater en temperatuur ontvangend
                                                  oppervlaktewater in graden Celsius.<br/>W =
                                                  warmtecapaciteit van het koelwater = 4.190
                                                  kJ/m<sup>3</sup> per graad
                                                  temperatuurstijging.</Al>
			  <Al>Voor het lozen van koelwater met een hogere
                                                  warmtevracht, of voor het toedienen van
                                                  chemicaliën, is een maatwerkvoorschrift
                                                  vereist.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_434" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_434">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.154 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_434__content_434" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_434__content_434">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater afkomstig van
                                                  reinigingswerkzaamheden,
                                                  conserveringswerkzaamheden of andere
                                                  onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken. Dit
                                                  betreft zowel weinig milieubelastende
                                                  activiteiten, zoals activiteiten als ramenlappen,
                                                  als activiteiten die een hogere milieubelasting
                                                  kunnen veroorzaken, zoals verwijderen van
                                                  hardnekkige aanslag bij gevelreiniging.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_435" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_435">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.155 Periodiek reinigen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_435__content_435" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_435__content_435">
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het periodiek reinigen van bouwwerken,
                                                  waarbij slechts vuilafzetting wordt verwijderd,
                                                  komt afvalwater vrij. Deze werkzaamheden zijn wat
                                                  verontreiniging van het afvalwater betreft
                                                  vergelijkbaar met ramenlappen. Naast ramen worden
                                                  op deze wijze bijvoorbeeld ook gladde gevels
                                                  periodiek gereinigd. Dit afvalwater kan zonder
                                                  problemen in de bodem of de riolering worden
                                                  geloosd. Het is niet nodig om het bevoegd gezag
                                                  hierover te informeren.</Al>
			  <Al>Bij andere reinigingsactiviteiten dan periodiek
                                                  reinigen is het uitgangspunt dat geen afvalwater
                                                  wordt geloosd. Dit geldt voor bijvoorbeeld
                                                  werkzaamheden, waarbij na verloop van een lange
                                                  periode (vaak meer dan enkele jaren) hardnekkige
                                                  aanslag wordt verwijderd (gevelreiniging). Ook
                                                  vallen hieronder werkzaamheden, waarbij
                                                  bijvoorbeeld graffiti of andere verflagen worden
                                                  verwijderd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_436" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_436">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.156 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_436__content_436" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_436__content_436">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater, afkomstig van het opslaan en
                                                  overslaan van goederen. Deze activiteit is ook
                                                  geregeld in paragraaf 4.104 van het Bal. Deze
                                                  paragraaf bevat daarom maatwerkregels op grond van
                                                  artikel 2.12 van dat besluit. Die paragraaf bevat
                                                  de regels over het opslaan van lekkende,
                                                  uitlogende en vermestende goederen. In deze
                                                  paragraaf zijn, in aanvulling daarop, regels
                                                  gesteld over het lozen van inerte goederen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_437" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_437">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.157 Inerte goederen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_437__content_437" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_437__content_437">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke goederen in ieder
                                                  geval inerte goederen zijn. De opsomming is dus
                                                  niet uitputtend. Voor alle genoemde goederen geldt
                                                  wel dat deze niet verontreinigd mogen zijn,
                                                  bijvoorbeeld met stoffen die het oppervlaktewater
                                                  kunnen verontreinigen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_438" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_438">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.158 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_438__content_438" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_438__content_438">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de
                                                  start van de lozing het bevoegd gezag te
                                                  informeren. Daarbij worden de aard en omvang van
                                                  de lozing aangegeven, zoals de te lozen
                                                  hoeveelheid afvalwater en de concentraties van
                                                  stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het
                                                  bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd
                                                  als er wijzigingen optreden in de lozing,
                                                  bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water
                                                  wordt aangepast.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_439" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_439">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.159 Lozen bij opslaan van inerte
                                                goederen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_439__content_439" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_439__content_439">
			<Inhoud>
			  <Al>In lijn met de voorkeursvolgorde voor de
                                                  verwijdering van afvalwater (artikel 10.29a van de
                                                  Wet milieubeheer) wordt het afvalwater bij
                                                  voorkeur hergebruikt en eventueel overtollig
                                                  afvalwater wordt geloosd onder de voorwaarden die
                                                  in dit artikel worden gesteld. In het algemeen zal
                                                  dit (verzameld) afstromend hemelwater, schrob- en
                                                  spoelwater of water van een nevelgordijn zijn. Op
                                                  grond van het vierde lid moet dit afvalwater bij
                                                  voorkeur (her)gebruikt te worden voor bevochtiging
                                                  van de goederen, ter voorkoming van
                                                  stofverspreiding.</Al>
			  <Al>Afvalwater dat slechts met inerte goederen in
                                                  aanraking is geweest moet bij voorkeur direct
                                                  geloosd worden (op oppervlaktewater, bodem of
                                                  schoonwaterriool), waarbij de hoeveelheid
                                                  onopgeloste bestanddelen beperkt moet worden tot
                                                  minder dan 300 milligram per liter. Dit kan
                                                  bijvoorbeeld gerealiseerd worden met preventieve
                                                  maatregelen en eventueel een slibvangput
                                                  voorafgaande aan de lozing. Als een directe lozing
                                                  redelijkerwijs niet mogelijk is, bijvoorbeeld door
                                                  afwezigheid in de nabijheid van oppervlaktewater
                                                  of een schoonwaterriool en een bodem die
                                                  ongeschikt is voor lozingen, kan het afvalwater
                                                  geloosd worden op het vuilwaterriool, waarbij ook
                                                  gezorgd moet worden dat het niet meer dan 300
                                                  milligram per liter onopgeloste bestanddelen
                                                  bevat. Dit ter voorkoming van dichtslibben van het
                                                  vuilwaterriool.</Al>
			  <Al>De eis voor onopgeloste stoffen geldt voor enig
                                                  steekmonster. Dat wil zeggen dat alleen in extreme
                                                  situaties deze concentratie mag worden
                                                  aangetroffen, bijvoorbeeld bij extreme regenval.
                                                  Concentraties van ongeveer 100–150 mg/l zijn
                                                  normaal en daaronder bestaat in principe geen
                                                  probleem. Als concentraties worden aangetroffen
                                                  tussen de 100–150 en 300 kan de handhaver vragen
                                                  gaan stellen. Overschrijding van de norm van 300
                                                  betekent optreden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_440" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_440">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.160 Meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_440__content_440" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_440__content_440">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen
                                                  gehanteerd worden voor het meten van
                                                  emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor
                                                  het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor
                                                  dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar
                                                  wel wat er moet gebeuren áls er wordt
                                                  bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_441" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_441">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.161 Uitzondering voorgeschreven
                                                lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en
                                                vermestende goederen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_441__content_441" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_441__content_441">
			<Inhoud>
			  <Al>In artikel 4.1058 van het Bal is voor afvalwater
                                                  afkomstig van het opslaan van uitlogende goederen
                                                  een verplichte lozingsroute opgenomen naar het
                                                  vuilwaterriool. Het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer maakte het ook mogelijk om dit
                                                  afvalwater te lozen op oppervlaktewater. Deze
                                                  alternatieve lozingsroute is als maatwerkregel
                                                  opgenomen in de waterschapsverordening. Maar het
                                                  waterschap is niet bevoegd om de verplichte
                                                  lozingsroute naar het vuilwaterriool 'uit te
                                                  zetten'. Vandaar dat dit artikel de verplichte
                                                  lozingsroute naar het vuilwaterriool omzet in een
                                                  facultatieve lozingsroute, voor zover de
                                                  lozingsroute naar het oppervlaktewater in de
                                                  waterschapsverordening is toegestaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_442" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_442">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.162 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_442__content_442" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_442__content_442">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater dat afkomstig is uit een openbaar
                                                  ontwateringsstelsel of een openbaar
                                                  hemelwaterstelsel en uit de zogeheten
                                                  overheids-IBA's. Dat zijn voorzieningen voor de
                                                  verwerking van huishoudelijk afvalwater, anders
                                                  dan een openbaar vuilwaterriool.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_443" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_443">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.163 Lozen vanuit openbaar
                                                hemelwaterstelsel en openbaar
                                                ontwateringsstelsel</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_443__content_443" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_443__content_443">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt het lozen van afvalwater
                                                  vanuit openbare ontwateringsstelsels en openbare
                                                  hemelwaterstelsels op of in de bodem toegestaan.
                                                  Voorwaarde daarbij is dat deze stelsels voorkomen
                                                  op het overzicht van voorzieningen en maatregelen
                                                  dat is opgenomen in het gemeentelijke
                                                  rioleringsplan (GRP) als bedoeld in het voormalige
                                                  artikel 4.22 van de Wet milieubeheer. Volgens het
                                                  overgangsrecht van artikel 4.93 van de
                                                  Invoeringswet Omgevingswet blijven GRP's van
                                                  kracht tot het tijdstip waarop de periode
                                                  verstrijkt waarvoor het plan is vastgesteld, of
                                                  tot het tijdstip waarop het gemeentebestuur
                                                  besluit dat het plan vervalt.<br/>De Omgevingswet
                                                  biedt in artikel 3.14 de mogelijkheid dat het
                                                  college van burgemeester en wethouders een
                                                  (facultatief) gemeentelijk rioleringsprogramma
                                                  vaststelt. Als het college een rioleringsprogramma
                                                  heeft vastgesteld, is het lozen vanuit de in dat
                                                  programma opgenomen voorzieningen eveneens
                                                  toegestaan. De naam 'rioleringsprogramma' is
                                                  overigens niet limitatief, de gemeente kan dit
                                                  programma bijvoorbeeld ook een waterprogramma
                                                  noemen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_444" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_444">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.164 Lozen van huishoudelijk
                                                afvalwater vanuit andere systemen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_444__content_444" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_444__content_444">
			<Inhoud>
			  <Al>Voor lozingen vanuit 'overheids-IBA's' geldt
                                                  dezelfde regeling als voor de lozingen vanuit
                                                  gemeentelijke rioolstelsels. Kortheidshalve wordt
                                                  verwezen naar de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.7__art_22.163" scope="Artikel">artikel 22.163</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_445" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_445">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.165 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_445__content_445" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_445__content_445">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van water dat wordt gebruikt bij het spoelen van
                                                  distributieleidingen voor drinkwater, tapwater en
                                                  huishoudwater, om die leidingen voor het eerst in
                                                  gebruik te nemen of bij het onderhoud aan die
                                                  leidingen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_446" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_446">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.166 Schoonmaken
                                                drinkwaterleidingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_446__content_446" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_446__content_446">
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het schoonmaken van leidingen kan
                                                  onderscheid gemaakt worden tussen afvalwater
                                                  afkomstig van leidingen uit het transportnet en
                                                  afvalwater afkomstig van leidingen uit het
                                                  distributienet. Vanuit de productiestations wordt
                                                  het drinkwater via transportleidingen naar het
                                                  distributienet gepompt. Het transportnet kenmerkt
                                                  zich door een grotere leidingdiameter en het
                                                  geringe aantal vertakkingen en aansluitingen. Het
                                                  distributienet verdeelt de hoofdstroom naar de
                                                  vele eindgebruikers en kenmerkt zich door de vele
                                                  vertakkingen en het verloop van grotere naar
                                                  kleinere diameters. In grote lijnen zal het
                                                  schoonmaken van leidingen uit het transportnet
                                                  lozingen opleveren van 100 m<sup>3</sup> of meer,
                                                  terwijl lozingen van afvalwater afkomstig van
                                                  distributieleidingen daaronder blijven. Ook op het
                                                  schoonmaken van de aanvoerleiding heeft dit
                                                  artikel betrekking.</Al>
			  <Al>Tegen lozingen van dit afvalwater bestaat, voor
                                                  zover het geen desinfecteermiddelen of andere
                                                  chemicaliën bevat, geen bezwaar, anders dan dat
                                                  het geen overlast mag veroorzaken. In dit geval
                                                  heeft het direct terugvoeren van dit water in het
                                                  milieu de voorkeur. Het lozen op of in de bodem of
                                                  in schoonwaterstelsels wordt daarom zonder
                                                  beperkingen toegestaan (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>). Bij het
                                                  schoonmaken van leidingen van het distributienet
                                                  kan het water veelal direct ter plaatse in de
                                                  bodem worden geloosd zonder overlast te
                                                  veroorzaken. Bij het schoonmaken van leidingen van
                                                  het transportnet zal gezocht moeten worden naar
                                                  een geschikte locatie. Het lozen van dit
                                                  afvalwater in het oppervlaktewater is ook
                                                  toegestaan. Dat is geregeld in de
                                                  waterschapsverordening.</Al>
			  <Al>Het lozen op het vuilwaterriool is minder
                                                  gewenst vanwege de verminderde werking van de
                                                  zuivering bij de toevoeging van een relatief grote
                                                  hoeveelheid schoon water. Dit is alleen een optie
                                                  als anders lozen niet in redelijkheid mogelijk is
                                                  (<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.8__subsec_22.3.8.8__art_22.166__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>).</Al>
			  <Al>Als er desinfecteermiddelen zijn gebruikt is
                                                  overleg met het bevoegd gezag noodzakelijk om de
                                                  meest geschikte oplossing voor het lozen te
                                                  vinden. Het bevoegd gezag kan het lozen met een
                                                  maatwerkvoorschrift toestaan, als het belang van
                                                  de bescherming van het milieu zich daartegen niet
                                                  verzet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_447" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_447">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.167 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_447__content_447" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_447__content_447">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater dat afkomstig is van een
                                                  calamiteitenoefening, met uitzondering van de
                                                  permanente voorzieningen voor het oefenen van
                                                  brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel
                                                  3.259 van het Bal.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_448" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_448">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.168 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_448__content_448" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_448__content_448">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de
                                                  start van de lozing het bevoegd gezag te
                                                  informeren. Daarbij worden de aard en omvang van
                                                  de lozing aangegeven, zoals de te lozen
                                                  hoeveelheid afvalwater en de concentraties van
                                                  stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het
                                                  bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd
                                                  als er wijzigingen optreden in de lozing,
                                                  bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water
                                                  wordt aangepast.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_449" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_449">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.169 Lozen bij
                                                calamiteitenoefeningen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_449__content_449" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_449__content_449">
			<Inhoud>
			  <Al>Bij calamiteitoefeningen kan soms afvalwater
                                                  vrijkomen. Zo zal een oefening om een brand te
                                                  bestrijden gepaard kunnen gaan met het gebruik van
                                                  grote hoeveelheden bluswater, dat tijdens de
                                                  oefening in de bodem of een rioolstelsel stroomt.
                                                  Wanneer daarbij zorgvuldig wordt gehandeld zodat
                                                  het water niet onnodig verontreinigd raakt, kan
                                                  het zonder problemen worden geloosd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_450" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_450">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.170 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_450__content_450" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_450__content_450">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater afkomstig van het telen, kweken,
                                                  spoelen of sorteren van gewassen, voor zover dit
                                                  plaatsvindt bij een milieubelastende activiteit
                                                  die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_451" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_451">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.171 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_451__content_451" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_451__content_451">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de
                                                  start van de lozing het bevoegd gezag te
                                                  informeren. Daarbij worden de aard en omvang van
                                                  de lozing aangegeven, zoals de te lozen
                                                  hoeveelheid afvalwater en de concentraties van
                                                  stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het
                                                  bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd
                                                  als er wijzigingen optreden in de lozing,
                                                  bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water
                                                  wordt aangepast.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_452" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_452">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.172 Recirculatie bij grondgebonden
                                                teelt in een kas</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_452__content_452" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_452__content_452">
			<Inhoud>
			  <Al>Artikel 4.791l van het Bal schrijft voor dat bij
                                                  grondgebonden teelt in een kas een
                                                  recirculatiesysteem voor drainagewater aanwezig is
                                                  en in gebruik is. Op grond van artikel 3.71,
                                                  zevende lid, van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer hoefde geen
                                                  recirculatiesysteem aanwezig te zijn, als
                                                  hergebruik van het drainagewater niet doelmatig
                                                  is. Voor lozingen van drainagewater die al voor de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet bestonden,
                                                  wordt deze uitzondering in dit artikel
                                                  voortgezet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_453" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_453">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.173 Lozen bij spoelen van
                                                biologisch geteelde gewassen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_453__content_453" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_453__content_453">
			<Inhoud>
			  <Al>In artikel 7.761 van het Bal is voorgeschreven
                                                  dat afvalwater afkomstig van het spoelen van
                                                  biologisch geteelde gewassen gelijkmatig moet
                                                  worden verspreid over landbouwgronden. Op grond
                                                  van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer was het ook mogelijk om dit
                                                  afvalwater te lozen in het vuilwaterriool of in
                                                  het oppervlaktewater. In dit artikel worden die
                                                  alternatieve lozingsroutes voortgezet.<br/>De
                                                  mogelijkheid om dit afvalwater te lozen in het
                                                  oppervlaktewater is opgenomen in de
                                                  waterschapsverordening. In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.173__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit artikel is
                                                  bepaald dat, als de waterschapsverordening die
                                                  lozingsroute mogelijk maakt, het verplichte
                                                  verspreiden over landbouwgronden niet geldt. Het
                                                  waterschap is immers niet bevoegd om die plicht
                                                  via een maatwerkregel aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_454" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_454">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.174 Lozen bij sorteren van
                                                biologisch geteeld fruit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_454__content_454" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_454__content_454">
			<Inhoud>
			  <Al>In artikel 7.773 van het Bal is voorgeschreven
                                                  dat afvalwater afkomstig van het sorteren van
                                                  biologisch geteeld fruit gelijkmatig moet worden
                                                  verspreid over landbouwgronden. Op grond van het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was
                                                  het ook mogelijk om dit afvalwater te lozen in het
                                                  vuilwaterriool of in het oppervlaktewater. In dit
                                                  artikel worden die alternatieve lozingsroutes
                                                  voortgezet.<br/>De mogelijkheid om dit afvalwater
                                                  te lozen in het oppervlaktewater is opgenomen in
                                                  de waterschapsverordening. In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.9__art_22.174__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> van dit artikel is
                                                  bepaald dat, als de waterschapsverordening die
                                                  lozingsroute mogelijk maakt, het verplichte
                                                  verspreiden over landbouwgronden niet geldt. Het
                                                  waterschap is immers niet bevoegd om die plicht
                                                  via een maatwerkregel aan te passen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_455" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_455">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.175 Uitzondering voorgeschreven
                                                lozingsroute afvalwater uit een gebouw</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_455__content_455" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_455__content_455">
			<Inhoud>
			  <Al>Op grond van artikel 4.795 van het Bal geldt
                                                  voor het lozen van afvalwater bij het telen van
                                                  gewassen de plicht om te lozen in het
                                                  vuilwaterriool, of het afvalwater gelijkmatig te
                                                  verspreiden over landbouwgronden. In het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer was
                                                  geregeld dat dat afvalwater ook in
                                                  oppervlaktewater mag worden geloosd. In de
                                                  waterschapsverordening is geregeld dat die
                                                  lozingsroute mogelijk blijft. Het waterschap is
                                                  echter niet bevoegd om de verplichte lozingsroute
                                                  van artikel 4.795 'uit te zetten'. Daarom is in
                                                  dit artikel bepaald dat, als de
                                                  waterschapsverordening het lozen op
                                                  oppervlaktewater mogelijk maakt, de verplichte
                                                  lozingsroute een facultatieve lozingsroute
                                                  wordt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_456" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_456">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.176 Meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_456__content_456" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_456__content_456">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen
                                                  gehanteerd worden voor het meten van
                                                  emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor
                                                  het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor
                                                  dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar
                                                  wel wat er moet gebeuren áls er wordt
                                                  bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_457" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_457">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.177 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_457__content_457" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_457__content_457">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het lozen
                                                  van afvalwater afkomstig van het reinigen van
                                                  installaties en voorzieningen voor het maken van
                                                  betonmortel en het inwendig reinigen van
                                                  voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, voor
                                                  zover dit plaatsvindt bij een milieubelastende
                                                  activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van
                                                  het Bal. Deze paragraaf bevat maatwerkregels als
                                                  bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_458" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_458">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.178 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_458__content_458" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_458__content_458">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de
                                                  start van de lozing het bevoegd gezag te
                                                  informeren. Daarbij worden de aard en omvang van
                                                  de lozing aangegeven, zoals de te lozen
                                                  hoeveelheid afvalwater en de concentraties van
                                                  stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het
                                                  bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd
                                                  als er wijzigingen optreden in de lozing,
                                                  bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water
                                                  wordt aangepast.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_459" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_459">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.179 Water</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_459__content_459" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_459__content_459">
			<Inhoud>
			  <Al>Volgens artikel 4.140, eerste lid, van het Bal
                                                  moet afvalwater afkomstig van het maken van
                                                  betonmortel worden geloosd op een
                                                  oppervlaktewaterlichaam. In sommige gevallen is
                                                  dat niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat er geen
                                                  geschikt oppervlaktewaterlichaam in de directe
                                                  omgeving van de betoncentrale (of ander bedrijf)
                                                  ligt. Voor die gevallen is in dit artikel geregeld
                                                  dat het afvalwater onder voorwaarden ook in de
                                                  riolering kan worden geloosd. De gemeente is niet
                                                  bevoegd om de verplichte lozingsroute naar
                                                  oppervlaktewater, die in het Bal is opgenomen, op
                                                  te heffen. Daarom is in de waterschapsverordening
                                                  bepaald dat die verplichte lozingsroute niet geldt
                                                  als er een andere lozingsroute in het
                                                  omgevingsplan is toegestaan. De initiatiefnemer
                                                  heeft in dat geval de keuze tussen lozen in
                                                  oppervlaktewater of lozen in de riolering.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_460" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_460">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.180 Meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_460__content_460" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_460__content_460">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen
                                                  gehanteerd worden voor het meten van
                                                  emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor
                                                  het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor
                                                  dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar
                                                  wel wat er moet gebeuren áls er wordt
                                                  bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_461" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_461">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.181 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_461__content_461" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_461__content_461">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  uitwassen van beton, voor zover dit plaatsvindt
                                                  bij een milieubelastende activiteit die is
                                                  aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. Deze
                                                  paragraaf bevat maatwerkregels als bedoeld in
                                                  artikel 2.12 van dat besluit.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_462" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_462">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.182 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_462__content_462" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_462__content_462">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel verplicht om vier weken voor de
                                                  start van de lozing het bevoegd gezag te
                                                  informeren. Daarbij worden de aard en omvang van
                                                  de lozing aangegeven, zoals de te lozen
                                                  hoeveelheid afvalwater en de concentraties van
                                                  stoffen die in het afvalwater worden verwacht. Het
                                                  bevoegd gezag moet eveneens worden geïnformeerd
                                                  als er wijzigingen optreden in de lozing,
                                                  bijvoorbeeld omdat de te lozen hoeveelheid water
                                                  wordt aangepast.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_463" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_463">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.183 Water</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_463__content_463" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_463__content_463">
			<Inhoud>
			  <Al>Volgens artikel 4.158, eerste lid, van het Bal
                                                  moet afvalwater afkomstig van het uitwassen van
                                                  beton worden geloosd op een
                                                  oppervlaktewaterlichaam. In sommige gevallen is
                                                  dat niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat er geen
                                                  geschikt oppervlaktewaterlichaam in de directe
                                                  omgeving van de betoncentrale (of ander bedrijf)
                                                  ligt. Voor die gevallen is in dit artikel geregeld
                                                  dat het afvalwater onder voorwaarden ook in de
                                                  riolering kan worden geloosd. De gemeente is niet
                                                  bevoegd om de verplichte lozingsroute naar
                                                  oppervlaktewater, die in het Bal is opgenomen, op
                                                  te heffen. Daarom is in de waterschapsverordening
                                                  bepaald dat die verplichte lozingsroute niet geldt
                                                  als er een andere lozingsroute in het
                                                  omgevingsplan is toegestaan. De initiatiefnemer
                                                  heeft in dat geval de keuze tussen lozen in
                                                  oppervlaktewater of lozen in de riolering.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_464" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_464">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.184 Meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_464__content_464" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_464__content_464">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel wordt aangegeven welke normen
                                                  gehanteerd worden voor het meten van
                                                  emissiegrenswaarden. Artikelen met normbladen voor
                                                  het bemonsteren van afvalwater schrijven niet voor
                                                  dat het afvalwater moet worden bemonsterd, maar
                                                  wel wat er moet gebeuren áls er wordt
                                                  bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_465" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_465">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.185 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_465__content_465" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_465__content_465">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  exploiteren van een recreatieve visvijver.
                                                  Recreatieve visvijvers vallen onder de recreatieve
                                                  sector. Anders dan in kwekerijen van vis voor
                                                  menselijke consumptie of voor siervissen worden in
                                                  recreatieve visvijvers geen vissen gekweekt. Het
                                                  kweken van vissen wordt als een agrarische
                                                  activiteit beschouwd.</Al>
			  <Al>Het vissen vindt plaats in aparte vijvers. Deze
                                                  vijvers maken in het algemeen geen deel uit van
                                                  een oppervlaktewaterlichaam. Gemiddeld eens per
                                                  twee weken wordt een aantal consumptievissen
                                                  aangevoerd van een kwekerij. Deze vissen worden
                                                  tijdelijk in voorraadbakken bewaard. Vervolgens
                                                  worden ze - afhankelijk van de vraag - uit de
                                                  voorraadbakken gehaald en uitgezet in één of
                                                  meerdere grotere vijvers om te worden gevangen
                                                  door recreatieve vissers.</Al>
			  <Al>De vissen worden in de tijd dat ze in de bakken
                                                  en visvijvers aanwezig zijn in principe niet
                                                  (bij)gevoerd. Een forel kan gemakkelijk een half
                                                  jaar zonder voedsel. Ook worden geen antibiotica
                                                  toegepast. Dat is sowieso bij vissen, die voor
                                                  consumptiedoeleinden worden gebruikt, niet
                                                  toegestaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_466" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_466">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.186 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_466__content_466" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_466__content_466">
			<Inhoud>
			  <Al>De te verstrekken gegevens en bescheiden dienen
                                                  om een beeld te verschaffen van:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_466__content_466__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_466__content_466__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_466__content_466__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_466__content_466__list_o_1__item_a">
			      <Al>de activiteit zelf en wat daarbij hoort;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_466__content_466__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_466__content_466__list_o_1__item_b">
			      <Al>de precieze plek en indeling van de
                                                  activiteit; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_466__content_466__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_466__content_466__list_o_1__item_c">
			      <Al>wanneer deze begint of wordt gewijzigd.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Er hoeft geen inschatting van de door te
                                                  activiteit veroorzaakte milieubelasting te worden
                                                  verstrekt. Wel kan het college van B&amp;W op
                                                  grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.48" scope="Artikel">artikel 22.48 Gegevens en
                                                  bescheiden op verzoek van het college van
                                                  burgemeester en wethouders</IntRef> verzoeken om
                                                  gegevens en bescheiden die nodig zijn om te bezien
                                                  of de algemene regels uit dit omgevingsplan en
                                                  maatwerkvoorschriften voor de activiteit
                                                  toereikend zijn gezien ontwikkelingen van de
                                                  technische mogelijkheden tot het beschermen van
                                                  het milieu en de ontwikkelingen van de kwaliteit
                                                  van het milieu.</Al>
			  <Al>Wanneer gegevens en bescheiden moeten worden
                                                  verstrekt, zijn ook altijd <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.46" scope="Artikel">artikel 22.46</IntRef> (algemene
                                                  gegevens bij het verstrekken van gegevens en
                                                  bescheiden) en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.47" scope="Artikel">artikel 22.47</IntRef> (gegevens
                                                  bij wijzigen naam, adres of normadressaat) van
                                                  toepassing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_467" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_467">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.187 Water:
                                                lozingsroute</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_467__content_467" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_467__content_467">
			<Inhoud>
			  <Al>Het water in de visvijvers wordt in beweging
                                                  gehouden om vorming van onder andere blauwalgen te
                                                  voorkomen. Daarvoor wordt een aantal m<sup>3</sup>
                                                  grondwater per dag opgepompt en toegevoegd aan de
                                                  voorraadbakken, die weer in open verbinding staan
                                                  met de visvijvers. Uiteindelijk wordt het
                                                  spuiwater geloosd. Het spuiwater bestaat uit
                                                  schoon (grond)water zonder toevoegingen. Het lozen
                                                  van dit afvalwater in de bodem of in een
                                                  schoonwaterriool is zonder nadere voorschriften
                                                  toegestaan. Lozen in het vuilwaterriool is niet
                                                  toegestaan.</Al>
			  <Al>Meestal wordt het afvalwater overigens in het
                                                  oppervlaktewater geloosd. De regels daarvoor staan
                                                  in de waterschapsverordening.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_468" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_468">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.188 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_468__content_468" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_468__content_468">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  ontwikkelen of afdrukken van fotografisch
                                                  materiaal. Dit is de 'ouderwetse', chemische
                                                  manier van ontwikkelen en afdrukken van
                                                  lichtgevoelige film.<br/><br/>Digitaal afdrukken,
                                                  het met onder andere inkjet- en laserprinters
                                                  afdrukken van digitale foto's, is specifiek
                                                  uitgezonderd. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_469" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_469">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.189 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_469__content_469" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_469__content_469">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij artikel voor een uitleg
                                                  van de plicht om deze gegevens en bescheiden te
                                                  verschaffen. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_470" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_470">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.190 Water</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_470__content_470" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_470__content_470">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is het in het vergelijkbare
                                                  artikel van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer voorkomende voorschrift dat het te
                                                  lozen afvalwater op een doelmatige wijze kan
                                                  worden bemonsterd geschrapt. Dit volgt namelijk al
                                                  uit de specifieke zorgplicht. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_471" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_471">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.191 Meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_471__content_471" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_471__content_471">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke normen worden
                                                  gehanteerd bij bemonstering van afvalwater.
                                                  Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van
                                                  afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater
                                                  moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet
                                                  gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_472" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_472">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.192 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_472__content_472" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_472__content_472">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op het
                                                  uitwendig wassen van motorvoertuigen, met
                                                  uitzondering van het wassen van motorvoertuigen
                                                  dat onderdeel uitmaakt van een milieubelastende
                                                  activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van
                                                  het Bal en bij de activiteit wonen. In het Bal
                                                  zijn, waar nodig, al regels gesteld over het
                                                  reinigen van voertuigen. De reden dat deze
                                                  paragraaf ook niet van toepassing is bij wonen, is
                                                  dat er in het voormalige Besluit lozing afvalwater
                                                  huishoudens ook geen regels aan deze lozingen
                                                  waren gesteld, anders dan de zorgplicht. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_473" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_473">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.193 Bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_473__content_473" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_473__content_473">
			<Inhoud>
			  <Al>Het wassen van motorvoertuigen moet in principe
                                                  plaatsvinden boven een vloeistofdichte
                                                  bodemvoorziening. Vanwege de aard van de
                                                  activiteit, waarbij continue bodembedreigende
                                                  vloeistoffen over de voorziening stromen, zijn
                                                  niet-vloeistofdichte voorzieningen niet
                                                  toereikend.</Al>
			  <Al>Op de plicht om het wassen van motorvoertuigen
                                                  plaats te laten vinden boven een vloeistofdichte
                                                  bodemvoorziening is een uitzondering gemaakt voor
                                                  het wassen van motorvoertuigen op een mobiele
                                                  wasinstallatie. Dit soort installaties worden
                                                  tegenwoordig steeds meer toegepast bij
                                                  initiatiefnemers die zelf niet beschikken over de
                                                  vereiste voorzieningen. Mobiele installaties
                                                  moeten wel voldoende bodembeschermende werking
                                                  hebben. Daarom is bepaald dat er geen vloeistoffen
                                                  in de bodem terecht mogen komen.</Al>
			  <Al>Ook geldt, in navolging van de artikelen 3.23b,
                                                  tweede lid, aanhef en onder a, en 3.24, aanhef en
                                                  onder a, van het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer, een uitzondering voor het per week
                                                  uitwendig wassen van ten hoogste één
                                                  motorvoertuig waarmee geen
                                                  gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast. <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194" scope="Artikel">Artikel 22.194</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.14__art_22.194__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, van dit
                                                  omgevingsplan regelt in samenhang hiermee dat het
                                                  water bij het wassen in de bodem mag komen. Dit
                                                  zal in beperkte mate het geval zijn, als de
                                                  verharding waarop wordt gewassen niet
                                                  vloeistofdicht is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_474" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_474">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.194 Water</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_474__content_474" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_474__content_474">
			<Inhoud>
			  <Al>Uitgangspunt bij het lozen van oliehoudend
                                                  afvalwater is een norm van 20 milligram olie per
                                                  liter in enig steekmonster. Aan deze norm kan
                                                  worden voldaan door ofwel het toepassen van
                                                  zuiveringstechnieken volgens BBT, ofwel het
                                                  zodanig inrichten van de werkwijze, dat het
                                                  gehalte van 20 milligram per liter ook zonder
                                                  behandeling in zuiveringsvoorzieningen niet wordt
                                                  overschreden.</Al>
			  <Al>Op de norm van 20 milligram per liter wordt een
                                                  uitzondering gemaakt als het afvalwater geleid
                                                  wordt door een olie-afscheider en slibvangput die
                                                  voldoen aan NEN-EN 858-1 en 2. Vanzelfsprekend
                                                  moeten de olie-afscheider en slibvangput adequaat
                                                  functioneren. Dit kan worden beoordeeld aan de
                                                  hand van het oliegehalte van het geloosde water.
                                                  Daarbij is het wel van belang, dat de werkwijze
                                                  (waaronder de keuze van het reinigingsmiddel en de
                                                  wijze van toepassing van een eventuele
                                                  hogedrukreiniger) zodanig is dat een goede werking
                                                  van de afscheider niet onmogelijk wordt gemaakt
                                                  door vorming van emulsies. Ook moeten de
                                                  slibvangput en olieafscheider goed worden
                                                  onderhouden. Dit omvat het tijdig ledigen en
                                                  reinigen en het zo spoedig mogelijk verhelpen van
                                                  geconstateerde gebreken. Wanneer het verwijderen
                                                  van afgescheiden olie en slib exact aan de orde is
                                                  afhankelijk van het type afscheider en kan
                                                  verschillen. Over het algemeen moet de slibvangput
                                                  of slibvangruimte worden geleegd wanneer deze voor
                                                  meer dan 50% gevuld is met slib/zand. Dit valt
                                                  onder de specifieke zorgplicht.</Al>
			  <Al>Om de goede werking van een slibvangput en
                                                  olieafscheider te waarborgen moet bij alle
                                                  afscheiders, naast het zo nodig verwijderen van
                                                  olie en slib, de afscheider met enige regelmaat
                                                  volledig geleegd en gereinigd worden en onderzocht
                                                  worden op aantasting en andere gebreken. Gebleken
                                                  gebreken moeten zo spoedig mogelijk verholpen
                                                  worden. Ook dit valt onder de specifieke
                                                  zorgplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_475" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_475">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.195 Meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_475__content_475" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_475__content_475">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke normen gehanteerd
                                                  worden bij bemonstering van afvalwater. Artikelen
                                                  met normbladen voor het bemonsteren van afvalwater
                                                  schrijven niet voor dat het afvalwater moet worden
                                                  bemonsterd, maar wel wat er moet gebeuren áls er
                                                  wordt bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_476" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_476">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.196 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_476__content_476" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_476__content_476">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op
                                                  (kleinschalige) voedselbereiding. Het betreft
                                                  bijvoorbeeld bedrijfskantines of de horeca.</Al>
			  <Al>Deze paragraaf is niet van toepassing op de
                                                  voedingsmiddelenindustrie als bedoeld in artikel
                                                  3.128 van het Bal, met uitzondering van de kantine
                                                  van die bedrijven.</Al>
			  <Al>Het toepassingsbereik van artikel 3.128 van het
                                                  Bal verschilt enigszins van het toepassingsbereik
                                                  van paragraaf 3.6.3 (industrieel vervaardigen of
                                                  bewerken van voedingsmiddelen of dranken) uit het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.
                                                  Daardoor ontstaan mogelijk wat verschuivingen in
                                                  het werkingsgebied van de voorschriften ten
                                                  opzichte van de oude situatie. Zo is de ondergrens
                                                  voor het nominaal vermogen van een bakkerijoven
                                                  van 400 kW uit het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer veranderd in een aansluitwaarde van
                                                  meer dan 100 kW omdat die ondergrens in artikel
                                                  3.128 van het Bal wordt gehanteerd. In gevallen
                                                  waarin dit een probleem oplevert kan dit worden
                                                  opgelost met maatwerk.</Al>
			  <Al>Grootkeukenapparatuur is apparatuur die wordt
                                                  gebruikt voor professionele keukens in de horeca
                                                  en bij andere bedrijven. De apparatuur die in
                                                  professionele keukens wordt gebruikt, is een slag
                                                  groter dan huishoudelijke apparatuur en wordt
                                                  gekocht bij gespecialiseerde leveranciers.</Al>
			  <Al>Grootkeukenapparatuur komt zowel in elektrische
                                                  als gasgestookte varianten voor. Het maximale
                                                  vermogen van grootkeukenapparatuur is ongeveer 80
                                                  kW. Zware grootkeukenapparaten zijn bijvoorbeeld
                                                  pastakokers voor een mensa of instelling of de
                                                  bakwand van een snackbar.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_477" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_477">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.197 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_477__content_477" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_477__content_477">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij artikel voor een uitleg
                                                  van de plicht om deze gegevens en bescheiden te
                                                  verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_478" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_478">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.198 Water</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_478__content_478" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_478__content_478">
			<Inhoud>
			  <Al>Vethoudend afvalwater wordt in beginsel altijd
                                                  op het vuilwaterriool geloosd.</Al>
			  <Al>Het is niet toegestaan om afvalwater via een
                                                  voedselrestvermaler te lozen op het
                                                  vuilwaterriool. Een voedselrestvermaler vermaalt
                                                  verteerbare etensresten met toevoeging van water
                                                  tot een vloeibare afvalstof. Deze vloeibare
                                                  afvalstof wordt vervolgens met het afvalwater
                                                  geloosd. De vermalen stoffen kunnen leiden tot
                                                  verstopping, maar zorgen ook voor een ongewenste
                                                  toename van organisch afval in het
                                                  afvalwater.</Al>
			  <Al>Bij het lozen van vethoudend afvalwater is het
                                                  toepassen van een vetafscheider en slibvangput
                                                  verplicht. Deze moeten voldoen aan en worden
                                                  gebruikt conform NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2.
                                                  Op grond van het vijfde lid kan in afwijking van
                                                  NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2, met een lagere
                                                  frequentie van het legen en reinigen dan daar
                                                  vermeld worden volstaan als dit geen nadelige
                                                  gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van
                                                  de afscheider.</Al>
			  <Al>Een slibvangput en vetafscheider die vóór 14
                                                  september 2004 zijn geplaatst, hoeven niet te
                                                  voldoen aan de NEN-EN-normen. In plaats daarvan is
                                                  volstaan met de voorwaarde 'afgestemd op de
                                                  hoeveelheid water'.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_479" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_479">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.199 Geur</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_479__content_479" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_479__content_479">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Een ontgeuringsinstallatie zoals voorgeschreven
                                                  in dit artikel moet uiteraard doelmatig zijn. Op
                                                  grond van de specifieke zorgplichten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal moet
                                                  bijvoorbeeld de capaciteit van de
                                                  ontgeuringsinstallatie groot genoeg zijn en moet
                                                  de installatie voldoende vaak worden
                                                  gereinigd.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Grootkeukens die grillen, frituren of bakken in
                                                  olie of vet, moeten de hierbij vrijkomende dampen
                                                  afzuigen. Bovendien moeten de afgezogen dampen via
                                                  een doelmatig verwisselbaar of reinigbaar
                                                  vetvangend filter worden afgevoerd naar de
                                                  buitenlucht. Dit geldt niet voor het grillen met
                                                  houtskool.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>Net als in de voormalige Activiteitenregeling
                                                  milieubeheer, gelden de regels voor het voorkomen
                                                  van geurhinder niet voor het koken met
                                                  keukenapparatuur. De specifieke zorgplicht is
                                                  voldoende.</Al>
			  <Al><i>Vierde lid<IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.15__art_22.199__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> betreft
                                                  overgangsrecht dat overgenomen is uit het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij
                                                  het stellen van regels in het nieuwe deel van het
                                                  omgevingsplan kan worden beoordeeld of dit
                                                  overgangsrecht voor een specifieke locatie nog
                                                  noodzakelijk of gewenst is.g noodzakelijk of
                                                  gewenst is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_480" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_480">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.200 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_480__content_480" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_480__content_480">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op
                                                  milieubelastende activiteiten zoals die voorkomen
                                                  bij de voedingsmiddelenindustrie. De activiteiten
                                                  zijn benoemd in artikel 3.128 van het Bal, Het
                                                  gaat onder meer om het op grote schaal bewerken of
                                                  verwerken van dierlijke of plantaardige
                                                  grondstoffen voor het maken van levensmiddelen,
                                                  slachten van dieren of maken van veevoer. Het
                                                  aspect geurimmissie is voor deze activiteiten niet
                                                  specifiek geregeld in het Bal. Wel valt dit aspect
                                                  onder de specifieke zorgplicht van artikel 2.11
                                                  van het Bal. Deze paragraaf is een maatwerkregel
                                                  op grond van die specifieke zorgplicht.</Al>
			  <Al>Voor vergunningplichtige milieubelastende
                                                  activiteiten als bedoeld in de artikelen 3.129,
                                                  eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Bal wordt het
                                                  toestaan van (meer) geur door het beginnen met of
                                                  uitbreiden in capaciteit van de activiteit,
                                                  geregeld via een vergunningaanvraag voor een
                                                  omgevingsvergunning voor een milieubelastende
                                                  activiteit. Bij de vergunningaanvraag kan een
                                                  geuronderzoek geëist worden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_481" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_481">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.201 Geur: beginnen of uitbreiden
                                                activiteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_481__content_481" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_481__content_481">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van artikel
                                                  3.140, eerste lid van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer. Het bevoegd
                                                  gezag kan in afwijking van dit artikel bij
                                                  maatwerkvoorschrift op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.45" scope="Artikel">artikel 22.45</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan een bepaalde mate van nieuwe
                                                  geurhinder ter plaatse van geurgevoelige gebouwen
                                                  toestaan.</Al>
			  <Al>Ook kan het bevoegd gezag bij
                                                  maatwerkvoorschrift bepalen dat een bepaalde
                                                  geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige
                                                  objecten niet wordt overschreden, of dat
                                                  technische voorzieningen worden aangebracht of
                                                  gedragsregels in acht worden genomen om de
                                                  geurhinder tot een aanvaardbaar niveau te
                                                  beperken.</Al>
			  <Al>Bij het industrieel vervaardigen of bewerken van
                                                  levensmiddelen of voeder is de kans op geurhinder
                                                  reëel. Daarom kan het bevoegd gezag via een
                                                  maatwerkvoorschrift om een geuronderzoek vragen.
                                                  In dat geuronderzoek wordt onder meer aangegeven
                                                  welke maatregelen worden getroffen ter voorkoming
                                                  of beperking van geurhinder ter plaatse van
                                                  geurgevoelige gebouwen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_482" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_482">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.202 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_482__content_482" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_482__content_482">
			<Inhoud>
			  <Al>Op het slachten van meer dan 10.000 kilogram
                                                  levend gewicht aan dieren per week is paragraaf
                                                  3.4.8 (Voedingsmiddelenindustrie) van het Bal van
                                                  toepassing. Bij de andere drie activiteiten
                                                  genoemd in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202" scope="Artikel">artikel 22.202</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.202__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdelen c tot
                                                  en met d, staat geen ondergrens. Paragraaf 3.4.8
                                                  van het Bal is van toepassing op alle
                                                  IPPC-installaties in de voedingsmiddelenindustrie.
                                                  Wanneer dus de andere drie activiteiten onderdeel
                                                  zijn van een IPPC-installatie, dan is deze
                                                  paragraaf niet van toepassing.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_483" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_483">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.203 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_483__content_483" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_483__content_483">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een
                                                  uitleg van de plicht om deze gegevens en
                                                  bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_484" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_484">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.204 Water: lozingsroute en
                                                zuivering</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_484__content_484" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_484__content_484">
			<Inhoud>
			  <Al>Door het inpandig uitvoeren van het slachten van
                                                  dieren en het broeien, koken of pekelen van
                                                  daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten wordt
                                                  voorkomen dat afvalwater onbedoeld in de bodem of
                                                  het oppervlaktewater terecht komt.</Al>
			  <Al>Bij het lozen van vethoudend afvalwater is het
                                                  toepassen van een vetafscheider en slibvangput
                                                  verplicht. Deze moeten voldoen aan en worden
                                                  gebruikt conform NEN-EN 1825-1 en -2. Op grond van
                                                  het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.204__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef> kan in afwijking
                                                  van NEN-EN 1825-1 en -2, met een lagere frequentie
                                                  van het legen en reinigen dan daar vermeld worden
                                                  volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor
                                                  het doelmatig functioneren van de afscheider. In
                                                  plaats van een vetafscheider kan ook een
                                                  flocculatie- afscheider als alternatieve maatregel
                                                  worden toegepast.</Al>
			  <Al>Een slibvangput en vetafscheider, die vóór 14
                                                  september 2004 zijn geplaatst, hoeven niet te
                                                  voldoen aan de NEN-EN-normen. In plaats daarvan
                                                  kan worden volstaan met de voorwaarde 'afgestemd
                                                  op de hoeveelheid water'. Hetzelfde geldt voor een
                                                  flocculatie-afscheider geplaatst voor 1 januari
                                                  2013.</Al>
			  <Al>Voor meer uitleg over de zuivering bij het lozen
                                                  van vethoudend afvalwater in een vuilwaterriool
                                                  wordt kortheidshalve verwezen naar de
                                                  artikelsgewijze toelichting bij artikel 4.407 van
                                                  het Bal.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_485" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_485">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.205 Geur: voorkomen of beperken
                                                geurhinder</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_485__content_485" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_485__content_485">
			<Inhoud>
			  <Al>Een ontgeuringsinstallatie zoals voorgeschreven
                                                  in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onder b, van dit
                                                  artikel moet uiteraard doelmatig zijn. Op grond
                                                  van de specifieke zorgplichten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal moet
                                                  bijvoorbeeld de capaciteit van de
                                                  ontgeuringsinstallatie groot genoeg zijn en moet
                                                  de ontgeuringsinstallatie voldoende vaak worden
                                                  gereinigd.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.205__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat oud
                                                  overgangsrecht van het Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer dat is overgenomen. Bij het stellen
                                                  van regels in het nieuwe deel van het
                                                  omgevingsplan kan worden beoordeeld of dit
                                                  overgangsrecht voor een specifieke locatie nog
                                                  noodzakelijk of gewenst is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_486" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_486">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.206 Bodem: bodembeschermende
                                                voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_486__content_486" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_486__content_486">
			<Inhoud>
			  <Al>Een aaneengesloten bodemvoorziening is een
                                                  vloer, verharding of constructie die stoffen
                                                  tijdelijk keert en waarvan eventuele
                                                  onderbrekingen of naden zijn gedicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_487" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_487">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.207 Bodem: logboek
                                                bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_487__content_487" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_487__content_487">
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene
                                                  die een activiteit als bedoeld in artikel 22.202,
                                                  eerste lid verricht houdt in een logboek bij
                                                  waarin voor bodembeschermende voorzieningen
                                                  gegevens worden vastgelegd over controles,
                                                  beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een
                                                  logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd
                                                  gezag volgt uit de Algemene wet bestuursrecht. Dit
                                                  mag ook in digitale vorm zijn.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef>, onder d,
                                                  moet aan het bevoegd gezag informatie worden
                                                  verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen
                                                  of worden overwogen om nadelige gevolgen van een
                                                  ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_488" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_488">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.208 Bodem: eindonderzoek
                                                bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_488__content_488" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_488__content_488">
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.3 van het Bal.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Een eindonderzoek bodem heeft tot doel te
                                                  bepalen of de bodem na het beëindigen van het
                                                  pekelen van dierlijke bijproducten of organen is
                                                  verontreinigd of aangetast.<br/>Een bodemonderzoek
                                                  voorafgaand aan de activiteit, zoals op grond van
                                                  het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer
                                                  werd voorgeschreven, is niet langer verplicht voor
                                                  deze activiteit. Degene die het pekelen van
                                                  dierlijke bijproducten of organen beëindigd kan
                                                  er nog altijd wel zelf voor kiezen op eigen
                                                  initiatief een bodemonderzoek te verrichten
                                                  voorafgaand aan het beëindigen van de activiteit.
                                                  Als voorafgaand aan de activiteit geen nulsituatie
                                                  wordt vastgesteld, kan het wel zo zijn dat de
                                                  initiatiefnemer meer moet herstellen dan alleen
                                                  door zijn activiteit veroorzaakte
                                                  bodemverontreiniging. De initiatiefnemer heeft dus
                                                  een keuze.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Dit lid schrijft voor dat het bodemonderzoek
                                                  alleen is gericht:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_488__content_488__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_488__content_488__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_488__content_488__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_488__content_488__list_o_1__item_a">
			      <Al>op de bodembedreigende stoffen die als gevolg
                                                  van de activiteit in de bodem kunnen geraken of
                                                  daarin terecht kunnen zijn gekomen; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_488__content_488__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_488__content_488__list_o_1__item_b">
			      <Al>op de plaatsen waar de bodembedreigende
                                                  activiteit is verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.208__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> bepaalt dat het
                                                  bodemonderzoek moet voldoen aan NEN 5725 en NEN
                                                  5740 en dat het veldwerk moet worden verricht door
                                                  een instelling met een erkenning bodemkwaliteit
                                                  voor BRL SIKB 2000 of een certificatie- of
                                                  inspectie-instantie met een erkenning
                                                  bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000. Het veldwerk
                                                  bestaat onder andere uit het nemen van
                                                  grond(water)monsters en het plaatsen van
                                                  handboringen en peilbuizen. Een 'erkenning
                                                  bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal
                                                  omschreven als een erkenning als bedoeld in het
                                                  Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit
                                                  omschrijft een erkenning als beschikking van de
                                                  Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij
                                                  wordt vastgesteld dat een instelling voor een
                                                  werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens het
                                                  Besluit bodemkwaliteit geldende voorwaarden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_489" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_489">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.209 Bodem: rapport van het
                                                eindonderzoek bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_489__content_489" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_489__content_489">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.4 van het Bal. In het
                                                  rapport van het eindonderzoek bodem moeten een
                                                  aantal gegevens worden opgenomen. Bij de naam van
                                                  degene die het onderzoek heeft uitgevoerd zal het
                                                  in de regel gaan om de bedrijfsnaam. De wijze
                                                  waarop het onderzoek is verricht zal over het
                                                  algemeen een weergave bevatten van de
                                                  normdocumenten die zijn gevolgd en de gegevens die
                                                  op grond daarvan moeten worden vastgelegd. Het
                                                  rapport moet informatie bevatten over de soort en
                                                  concentratie van de aangetroffen verontreinigende
                                                  stoffen, van welke bronnen deze stoffen afkomstig
                                                  zijn en informatie over de geschiedenis van het
                                                  terrein. Als er bestaande informatie is over
                                                  bodem- en grondwatermonsters van de
                                                  verontreinigende stoffen die bij de activiteit
                                                  gebruikt zijn, geproduceerd zijn of zijn
                                                  vrijgekomen ten tijde van het opstellen van het
                                                  rapport kunnen deze gegevens in de rapportage
                                                  verwerkt worden, anders moeten nieuwe monsters
                                                  worden genomen. Wanneer is gebleken dat de bodem
                                                  is verontreinigd of aangetast, zal in het rapport
                                                  ook moeten worden vastgelegd op welke wijze de
                                                  bodemkwaliteit wordt hersteld en de mate waarin
                                                  dat plaatsvindt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_490" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_490">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.210 Gegevens en bescheiden:
                                                beëindigen activiteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_490__content_490" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_490__content_490">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.5 van het Bal. De
                                                  resultaten van het eindonderzoek bodem moeten
                                                  uiterlijk binnen zes maanden na beëindiging van
                                                  de activiteit zijn gerapporteerd aan het bevoegd
                                                  gezag.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_491" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_491">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.211 Bodem: herstel van de
                                                bodemkwaliteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_491__content_491" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_491__content_491">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.6 van het Bal.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Als uit het rapport van het eindonderzoek bodem
                                                  blijkt dat de bodem is verontreinigd dan moet op
                                                  grond van het eerste lid uiterlijk binnen zes
                                                  maanden na het toezenden van het rapport de
                                                  bodemkwaliteit zijn hersteld.<br/>Voor het
                                                  herstellen van de bodemkwaliteit kan uit drie
                                                  opties worden gekozen. Deze keuze wordt gemaakt
                                                  door degene die de activiteit verricht. De
                                                  bodemkwaliteit wordt hersteld tot:</Al>
			  <Al>– De waarden van een bodemrapport volgens NEN
                                                  5740 waarin de bodem- en grondwaterkwaliteit voor
                                                  aanvang van de activiteit zijn vastgelegd.<br/>–
                                                  De bodemkwaliteit van de zone waarin de activiteit
                                                  is verricht zoals vastgelegd op een geldende
                                                  bodemkwaliteitskaart.</Al>
			  <Al>– De achtergrondwaarden, vastgesteld op grond
                                                  van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.
                                                  Wanneer de bodemkwaliteit voor aanvang van de
                                                  activiteit niet is vastgelegd of wanneer er geen
                                                  geldende bodemkwaliteitskaart voor dat gebied voor
                                                  handen is, dan moet herstel plaatsvinden tot de
                                                  achtergrondwaarden als vastgesteld op grond van
                                                  artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>Dit artikel regelt dat de bodemkwaliteit
                                                  hersteld moet worden na beëindiging van de
                                                  activiteit. Dit doet er niks aan af dat eventuele
                                                  morsingen of lekkages op een bodembeschermende
                                                  voorziening direct opgeruimd moeten worden. Het
                                                  opruimen van gelekte of gemorste (vloei)stoffen is
                                                  onderdeel van de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan of artikel 2.11 van het Bal. Deze
                                                  verplichtingen bestaan naast elkaar.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.17__art_22.211__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bepaalt dat het
                                                  herstel van de bodemkwaliteit moet worden verricht
                                                  door een persoon of onderneming met een erkenning
                                                  bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. Een 'erkenning
                                                  bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal
                                                  omschreven als een erkenning als bedoeld in het
                                                  Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit
                                                  omschrijft een erkenning als beschikking van de
                                                  Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij
                                                  wordt vastgesteld dat een persoon of een
                                                  instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de
                                                  bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit
                                                  geldende voorwaarden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_492" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_492">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.212 Informeren:
                                                herstelwerkzaamheden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_492__content_492" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_492__content_492">
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.7 van het Bal. Zowel ten
                                                  minste vijf dagen voor de aanvang van de
                                                  herstelwerkzaamheden als ten hoogste vijf dagen na
                                                  de afronding van de herstelwerkzaamheden wordt het
                                                  bevoegd gezag door degene die de activiteit heeft
                                                  verricht geïnformeerd over deze
                                                  herstelwerkzaamheden, zodat het bevoegd gezag
                                                  daarop haar toezichtsactiviteiten kan
                                                  afstemmen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_493" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_493">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.213 Water: opruimen gemorste en
                                                gelekte stoffen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_493__content_493" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_493__content_493">
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het pekelen van dierlijke bijproducten en
                                                  organen kunnen bepaalde stoffen lekken en worden
                                                  gemorst, die bij voorkeur niet in het afvalwater
                                                  terecht mogen komen. Daarom is in dit artikel
                                                  voorgeschreven dat ze zoveel mogelijk, zonder
                                                  verder toevoegen van water worden opgeruimd en
                                                  afgevoerd als afvalstof en dat zoveel mogelijk
                                                  wordt voorkomen dat deze stoffen in het afvalwater
                                                  terecht kunnen komen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_494" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_494">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.214 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_494__content_494" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_494__content_494">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf ziet op windturbines die
                                                  lichtschitteringveroorzaken of slagschaduw in
                                                  verblijfsruimten van slagschaduwgevoelige
                                                  gebouwen.<br/>Onder deze paragraaf vallen alleen
                                                  windturbines met een rotordiameter van meer dan 2
                                                  m.</Al>
			  <Al>Een windturbine die deel uitmaakt van een
                                                  windpark in de Noordzee valt niet onder deze
                                                  paragraaf.<br/>Een windturbine die deel uitmaakt
                                                  van een nieuw windpark valt niet onder deze
                                                  paragraaf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_495" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_495">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.215 Toepassingsbereik:
                                                eerbiedigende werking</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_495__content_495" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_495__content_495">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>In artikel 5.89a van het Bkl zijn
                                                  slagschaduwgevoelige gebouwen, die zijn toegelaten
                                                  voor de duur van niet meer dan tien jaar,
                                                  uitgesloten van het toepassingsbereik van de
                                                  bepalingen over slagschaduw in dat besluit. In het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen
                                                  deze tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige
                                                  gebouwen wel bescherming. Dit artikellid zorgt
                                                  ervoor dat de tijdelijke slagschaduwgevoelige
                                                  gebouwen, die toegelaten zijn op grond van het
                                                  recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van
                                                  de Omgevingswet, wel bescherming tegen slagschaduw
                                                  blijven houden. Dit tot het moment dat bij:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_495__content_495__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_495__content_495__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_495__content_495__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_495__content_495__list_o_1__item_a">
			      <Al>het vaststellen van het nieuwe deel van het
                                                  omgevingsplan; of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_495__content_495__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_495__content_495__list_o_1__item_b">
			      <Al>het verlenen van een omgevingsvergunning voor
                                                  een buitenplanse omgevingsplanactiviteit;
                                                  beoordeeld is dat de situatie ook zonder deze
                                                  regel voor slagschaduw op het tijdelijke
                                                  slagschaduwgevoelige gebouw, aanvaardbaar is.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.215__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> gaat over
                                                  geprojecteerde en in aanbouw zijnde
                                                  slagschaduwgevoelige gebouwen, die op grond van
                                                  het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding
                                                  van de Omgevingswet toegelaten zijn. Deze gebouwen
                                                  krijgen op grond van dit onderdeel geen
                                                  bescherming voor slagschaduw. Het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer bood namelijk
                                                  geen bescherming tegen slagschaduw aan geplande,
                                                  maar nog te bouwen gebouwen.agschaduw aan
                                                  geplande, maar nog te bouwen gebouwen.</Al>
			  <table eId="artrecital__div_o_495__content_495__table_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_495__content_495__table_o_1">
			    <title/>
			    <tgroup align="left" cols="2">
			      <colspec colname="col1" colnum="1"/>
			      <colspec colname="col2" colnum="2"/>
			      <tbody valign="top">
				<row>
				  <entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1">
				    <Al><strong>Schema: of regels voor slagschaduw
                                                  gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde
                                                  slagschaduwgevoelige gebouwen of tijdelijk
                                                  toegelaten slagschaduwgevoelige
                                                  gebouwen</strong></Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al><strong>Slagschaduwgevoelig
                                                  gebouw</strong></Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al><strong>Activiteit</strong></Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>op grond van het oude recht (in het tijdelijke
                                                  deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog
                                                  niet gebouwd</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de regel voor slagschaduw is niet van
                                                  toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>in het nieuwe deel van het omgevingsplan,
                                                  toegelaten maar nog niet gebouwd</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de regel voor slagschaduw is wel van
                                                  toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>slagschaduwgevoelig gebouw dat op grond van
                                                  het oude recht (in het tijdelijke deel van het
                                                  omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van
                                                  niet meer dan tien jaar</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de regel voor slagschaduw is wel van
                                                  toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
				<row>
				  <entry colname="col1">
				    <Al>slagschaduwgevoelig gebouw dat in het
                                                  nieuwedeel van het omgevingsplan is toegelaten
                                                  voor een duur van niet meer dan tien jaar</Al>
				  </entry>
				  <entry colname="col2">
				    <Al>de regel voor slagschaduw is niet van
                                                  toepassing</Al>
				  </entry>
				</row>
			      </tbody>
			    </tgroup>
			  </table>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_496" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_496">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.216 Slagschaduw:
                                                stilstandvoorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_496__content_496" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_496__content_496">
			<Inhoud>
			  <Al>De passerende schaduw van draaiende wieken van
                                                  een windturbine kan op bepaalde plaatsen en onder
                                                  bepaalde omstandigheden een hinderlijk
                                                  schaduweffect, dat wil zeggen wisseling van
                                                  lichtsterkte, veroorzaken. Dit kan vooral
                                                  hinderlijk zijn als de schaduw over ramen valt en
                                                  zich bijvoorbeeld over een werkplek beweegt waar
                                                  gestudeerd of gelezen wordt. De mate van hinder
                                                  wordt onder meer bepaald door de frequentie van
                                                  het passeren (rotortoerental), door de
                                                  blootstellingsduur en door de intensiteit van de
                                                  wisselingen in lichtsterkte. Passeerfrequenties
                                                  tussen 2,5 en 14 Hz (aantal passeringen per
                                                  seconde) veroorzaken hinder. Bij grotere turbines
                                                  is het toerental lager zodat de passeerfrequenties
                                                  doorgaans beneden 2,5 Hz liggen. Naast de
                                                  passeerfrequentie is een aantal andere factoren
                                                  ook bepalend voor eventuele hinder in de omgeving.
                                                  Deze factoren zijn dermate locatie specifiek dat
                                                  het ondoenlijk is een eenduidige alomvattende norm
                                                  te stellen. Doorgaans is het noodzakelijk deze
                                                  factoren in samenhang te analyseren en te
                                                  projecteren op de specifieke situatie. Zo nodig
                                                  kan hiervoor een maatwerkvoorschrift worden
                                                  gesteld. Een hinderduur van maximaal 64 (en
                                                  gemiddeld 17) dagen per jaar met een maximum van
                                                  20 minuten per dag is op grond van artikel 5.89f
                                                  van het Bkl als aanvaardbaar te beschouwen.
                                                  Bovendien zijn in veel gevallen eenvoudige
                                                  voorzieningen aan te brengen aan een turbine. Dat
                                                  kan bijvoorbeeld in de vorm van een
                                                  stilstandregeling. De eis uit dit artikel geldt in
                                                  slagschaduwgevoelige ruimten. Een blinde gevel of
                                                  tuinen bij woningen worden niet beschermd tegen
                                                  slagschaduw. Het bevoegd gezag kan aanvullend
                                                  maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen
                                                  of beperken van hinder door slagschaduw als de
                                                  maatregel in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.216" scope="Artikel">artikel 22.216</IntRef> in een
                                                  specifiek geval niet toereikend is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_497" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_497">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.217 Slagschaduw: functionele
                                                binding</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_497__content_497" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_497__content_497">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de regel voor het
                                                  beperken van slagschaduw niet van toepassing is op
                                                  de slagschaduw door een windturbine in een
                                                  slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele
                                                  binding heeft met de windturbine. Dit artikel
                                                  sluit aan bij artikel 5.89d van het Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_498" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_498">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.218 Slagschaduw: voormalige
                                                functionele binding</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_498__content_498" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_498__content_498">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bepaalt dat de regels voor
                                                  slagschaduw in een verblijfsruimte van een
                                                  slagschaduwgevoelig gebouw, dat voorheen onderdeel
                                                  was van een Wet milieubeheer-inrichting of
                                                  functioneel verbonden was met een agrarische
                                                  activiteit, niet gelden voor slagschaduw door een
                                                  windturbine, behorende bij die agrarische
                                                  activiteit in dat slagschaduwgevoelige
                                                  gebouw.<br/>Het gebouw blijft wel beschermd tegen
                                                  slagschaduw, veroorzaakt door andere omliggende
                                                  windturbines.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel a</i></Al>
			  <Al>Onderdeel a is een regeling voor zogenaamde
                                                  'plattelandswoningen' die als plattelandswoning
                                                  zijn aangewezen in het tijdelijke deel van het
                                                  omgevingsplan. Dit was onder het oude recht
                                                  bepaald in de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht (artikel 1.1a) en het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel
                                                  1.3c).</Al>
			  <Al><i>Onderdeel b</i></Al>
			  <Al>Onderdeel b is een regeling voor slagschaduw
                                                  door een windturbine bij een agrarische
                                                  activiteit, voor een gebouw met een voormalige
                                                  functionele binding in het nieuwe deel van het
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>In een situatie als bedoeld onder b, wordt in
                                                  het nieuwe deel van het omgevingsplan of in de
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit, voor de woning waar het
                                                  om gaat (of ander slagschaduwgevoelig gebouw)
                                                  bepaald dat deze woning geen bescherming geniet
                                                  tegen slagschaduw door een windturbine bij de
                                                  agrarische activiteit waarmee de woning voorheen
                                                  was verbonden, door regels in het
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Onderdeel b van deze bepaling voorziet erin dat
                                                  de regel voor slagschaduw uit dit omgevingsplan
                                                  ook daadwerkelijk niet gaat gelden voor de
                                                  naastgelegen woning, die nu geen functionele
                                                  binding meer heeft.</Al>
			  <Al>Dit artikel past binnen de mogelijkheden van
                                                  artikel 5.89e van het Bkl.<br/>Voor een
                                                  uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de
                                                  toelichting bij dat artikel en paragrafen 2.3.8,
                                                  onder 'Voormalige bedrijfswoningen', en 8.1.3,
                                                  onder 'Functioneel verbonden en functioneel
                                                  ondersteunende gebouwen en locaties', van het
                                                  algemeen deel van de nota van toelichting bij het
                                                  Bkl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_499" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_499">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.219 Lichtschittering: beperken van
                                                reflectie</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_499__content_499" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_499__content_499">
			<Inhoud>
			  <Al>Lichthinder door lichtschittering kan voorkomen
                                                  worden door het gebruik van niet-reflecterende
                                                  materialen of door coating op de rotorbladen aan
                                                  te brengen. Daarnaast blijkt dat door
                                                  weersinvloeden de rotorbladen mat kunnen worden
                                                  (glansgraad maximaal 30%) waardoor
                                                  reflectiewaarden in de tijd afnemen. De methode
                                                  van meten van reflectiewaarden is opgenomen in
                                                  NEN-EN-ISO 2813, 'Verven en vernissen - Metingen
                                                  van de glans (spiegelende reflectie) van niet-
                                                  metallieke verflagen onder 20°, 60° en 85°. Hoewel
                                                  de voorkeur uitgaat naar de meetmethode uit dit
                                                  voorschrift, kan ook van een gelijkwaardige
                                                  meetmethode gebruik worden gemaakt. Gelijkwaardige
                                                  meetmethoden zijn bijvoorbeeld opgenomen in DIN
                                                  (Deutsche Industrie Norm) 67530 en NEN
                                                  3632.<br/>Het bevoegd gezag kan aanvullend
                                                  maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen
                                                  of beperken van hinder door lichtschittering als
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.219" scope="Artikel">artikel 22.219</IntRef> of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.220" scope="Artikel">artikel 22.220</IntRef> in een
                                                  specifiek geval niet toereikend is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_500" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_500">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.220 Lichtschittering: meten
                                                reflectiewaarden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_500__content_500" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_500__content_500">
			<Inhoud>
			  <Al>Lichthinder door lichtschittering kan voorkomen
                                                  worden door het gebruik van niet-reflecterende
                                                  materialen of door coating op de rotorbladen aan
                                                  te brengen. Daarnaast blijkt dat door
                                                  weersinvloeden de rotorbladen mat kunnen worden
                                                  (glansgraad maximaal 30%) waardoor
                                                  reflectiewaarden in de tijd afnemen. De methode
                                                  van meten van reflectiewaarden is opgenomen in
                                                  NEN-EN-ISO 2813, 'Verven en vernissen - Metingen
                                                  van de glans (spiegelende reflectie) van niet-
                                                  metallieke verflagen onder 20°, 60° en 85°. Hoewel
                                                  de voorkeur uitgaat naar de meetmethode uit dit
                                                  voorschrift, kan ook van een gelijkwaardige
                                                  meetmethode gebruik worden gemaakt. Gelijkwaardige
                                                  meetmethoden zijn bijvoorbeeld opgenomen in DIN
                                                  (Deutsche Industrie Norm) 67530 en NEN 3632.</Al>
			  <Al>Het bevoegd gezag kan aanvullend
                                                  maatwerkvoorschriften stellen voor het voorkomen
                                                  of beperken van hinder door lichtschittering als
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.219" scope="Artikel">artikel 22.219</IntRef> of <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.18__art_22.220" scope="Artikel">artikel 22.220</IntRef> in een
                                                  specifiek geval niet toereikend is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_501" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_501">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.221 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_501__content_501" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_501__content_501">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf heeft enkel betrekking op het
                                                  opladen van 'natte' accu's. Deze accu's bevatten
                                                  (zwavel)zuur en zijn niet volledig gesloten
                                                  waardoor er lekkage kan optreden.</Al>
			  <Al>Deze activiteit was onder het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer niet
                                                  meldingsplichtig. Vandaar dat er geen plicht om
                                                  gegevens en bescheiden aan te leveren is opgenomen
                                                  in deze paragraaf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_502" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_502">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.222 Bodem: bodembeschermende
                                                voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_502__content_502" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_502__content_502">
			<Inhoud>
			  <Al>Uit een natte accu kan zuur lekken, dat de bodem
                                                  kan verontreinigen. Daarom moet een aaneengesloten
                                                  bodemvoorziening aanwezig zijn. Een aaneengesloten
                                                  bodemvoorziening is een vloer, verharding of
                                                  constructie die stoffen tijdelijk keert en waarvan
                                                  eventuele onderbrekingen of naden zijn
                                                  gedicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_503" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_503">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.223 Bodem: logboek
                                                bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_503__content_503" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_503__content_503">
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.20 van het
                                                  Bal.<br/>Degene die de activiteit verricht houdt
                                                  een logboek bij waarin voor bodembeschermende
                                                  voorzieningen gegevens worden vastgelegd over
                                                  controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.
                                                  Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het
                                                  bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet
                                                  bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm
                                                  zijn.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef>, onder d,
                                                  moet aan het bevoegd gezag informatie worden
                                                  verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen
                                                  of worden overwogen om nadelige gevolgen van een
                                                  ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_504" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_504">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.224 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_504__content_504" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_504__content_504">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf geldt voor parkeergarages met
                                                  mechanische ventilatie. Er vindt dan ook emissie
                                                  uit een puntbron van uitlaatgassen van auto's
                                                  plaats. Hierdoor kan er lokaal geurhinder of een
                                                  te hoge concentratie van stoffen die gevaarlijk
                                                  zijn voor de gezondheid ontstaan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_505" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_505">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.225 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_505__content_505" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_505__content_505">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een
                                                  uitleg van de plicht om deze gegevens en
                                                  bescheiden te verschaffen.</Al>
			  <Al>Deze paragraaf treedt in werking bij een
                                                  parkeergarage met meer dan 20 parkeerplaatsen. De
                                                  plicht gegevens en bescheiden te verstrekken
                                                  treedt in werking bij een parkeergarage met meer
                                                  dan 30 parkeerplaatsen. Dit verschil is afkomstig
                                                  uit het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer, waarbij een parkeergarage pas vanaf
                                                  30 parkeerplaatsen meldingsplichtig was.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_506" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_506">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.226 Lucht en geur: afvoeren
                                                emissies</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_506__content_506" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_506__content_506">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De voorschriften in het eerste lid dienen om te
                                                  voorkomen dat er op een bepaald punt geurhinder of
                                                  een te hoge concentratie ontstaat van stoffen die
                                                  gevaarlijk zijn voor de gezondheid.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.20__art_22.226__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> betreft
                                                  overgangsrecht dat overgenomen is uit het
                                                  voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij
                                                  het stellen van regels in het nieuwe deel van het
                                                  omgevingsplan kan worden beoordeeld of dit
                                                  overgangsrecht voor een specifieke locatie nog
                                                  noodzakelijk of gewenst is.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_507" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_507">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.227 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_507__content_507" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_507__content_507">
			<Inhoud>
			  <Al>Traditioneel schieten is het schieten door
                                                  schutterijen of schuttersgilden met buksen of
                                                  geweren vanaf een vaste standplaats op een
                                                  stilstaand doel in de buitenlucht.</Al>
			  <Al>Het traditioneel schieten vindt voornamelijk
                                                  plaats bij schutterijen en schuttersgilden in de
                                                  provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg.
                                                  Afhankelijk van de streek worden andere
                                                  schietdisciplines beoefend. De meest gebruikelijke
                                                  disciplines van het traditioneel schieten
                                                  zijn:</Al>
			  <Al>Oud-Limburgs schieten: het harkschieten en het
                                                  vogelschieten.<br/>Brabants schieten: het schieten
                                                  op de wip en het gaai- of
                                                  vogelschieten.<br/>Gelders schieten: het lepel- of
                                                  fladderschieten, het vogelschieten en het schieten
                                                  op de schijf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_508" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_508">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.228 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_508__content_508" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_508__content_508">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een
                                                  uitleg van de plicht om deze gegevens en
                                                  bescheiden te verschaffen.</Al>
			  <Al>Met de plaats waar bodembedreigende stoffen
                                                  worden gebruikt, wordt bedoeld het hele gebied,
                                                  van de plaats waar wordt geschoten tot de plaats
                                                  waar de munitie terecht kan komen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_509" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_509">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.229 Bodem en externe
                                                veiligheid</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_509__content_509" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_509__content_509">
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het traditioneel schieten moet een
                                                  kogelvanger worden toegepast. Een kogelvanger is
                                                  een voorziening, waarmee alle afgeschoten kogels
                                                  worden opgevangen. Het schieten moet zodanig
                                                  plaatsvinden dat alle afgeschoten kogels in de
                                                  kogelvanger terecht komen. Voor bepaalde
                                                  schietdisciplines kan dat betekenen dat het
                                                  schieten met een oplegsteun of affuit nodig is. Om
                                                  ervoor zorg te dragen dat alle afgeschoten kogels
                                                  in de kogelvanger terecht komen, mogen ongeoefende
                                                  schutters alleen met toepassing van een affuit
                                                  schieten. De baancommandant beoordeelt of sprake
                                                  is van een geoefende of een ongeoefende
                                                  schutter.</Al>
			  <Al>Het toepassen van een kogelvanger is
                                                  noodzakelijk in het kader van externe veiligheid
                                                  en voor het voorkomen, of als dat niet mogelijk
                                                  is, het zoveel mogelijk beperken van de belasting
                                                  van de bodem.</Al>
			  <Al>Door het toepassen van een kogelvanger worden de
                                                  externe veiligheidsrisico's van het traditioneel
                                                  schieten zoveel mogelijk beperkt, doordat geen
                                                  kogels achter het doel – waarop geschoten wordt –
                                                  terecht komen. Het gebruik van de kogelvanger
                                                  beperkt derhalve de 'onveilige zone'.</Al>
			  <Al>Daarnaast is het toepassen van een kogelvanger
                                                  noodzakelijk voor het voorkomen, of als dat niet
                                                  mogelijk is, het zoveel mogelijk beperken van de
                                                  belasting van de bodem. Bij het traditioneel
                                                  schieten wordt onder meer gebruik gemaakt van
                                                  kogels die uit lood bestaan. Lood is schadelijk
                                                  voor het milieu en derhalve een zwarte lijst-stof.
                                                  Door het toepassen van een kogelvanger wordt
                                                  voorkomen dat kogels in de bodem terecht kunnen
                                                  komen. Afgeschoten kogels worden opgevangen in een
                                                  verzamelbak (of wattenbak). Deze verzamelbak maakt
                                                  onderdeel uit van de kogelvanger.</Al>
			  <Al>In de paragraaf van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer over traditioneel
                                                  schieten stonden ook bepalingen over het zich bij
                                                  de kogelvanger bevinden van personen of
                                                  veediersoorten. Dit gedragsvoorschrift valt nu
                                                  onder de specifieke zorgplicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_510" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_510">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.230 Bodem: bodembeschermende
                                                voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_510__content_510" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_510__content_510">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Er moet worden voorkomen dat de hulzen van
                                                  verschoten munitie in of op de bodem terecht
                                                  komen. Om deze reden wordt in het eerste lid van
                                                  dit artikel voorgeschreven dat het schieten plaats
                                                  moet vinden boven een bodembeschermende
                                                  voorziening. Dit betekent dat de zone rond de
                                                  standplaats van de schutter dusdanig
                                                  geconditioneerd moet zijn, dat het verzamelen van
                                                  de hulzen makkelijk uitvoerbaar is.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.230__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De kogelvanger, bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.229" scope="Artikel">artikel 22.229</IntRef>, moet
                                                  opgesteld worden boven een bodembeschermende
                                                  voorziening. Dit om te voorkomen dat de kogels die
                                                  opgevangen worden door de kogelvanger, maar
                                                  onverhoopt niet in de verzamelbak terecht komen,
                                                  op of in de bodem terecht kunnen komen. De
                                                  exploitant van de schietbaan kan een keuze maken
                                                  voor de toe te passen bodembeschermende
                                                  voorzieningen (en daarbij horende
                                                  maatregelen).<br/>Doorgaans gaat het om een
                                                  verharding, kleed of voldoende dik plasticfolie
                                                  met voldoende oppervlakte onder de kogelvanger. De
                                                  kogels die niet worden opgevangen in de
                                                  verzamelbak komen op deze voorziening terecht.
                                                  Deze kogels, maar ook de kogels die worden
                                                  opgevangen in de verzamelbak, moeten na afloop van
                                                  een schietdag worden verwijderd om uitloging naar
                                                  de bodem te voorkomen.<br/>Een andere optie is het
                                                  treffen van voorzieningen waardoor verzekerd wordt
                                                  dat alle kogels die worden opgevangen door de
                                                  kogelvanger terecht komen in de verzamelbak. Dit
                                                  kan gerealiseerd worden door de kogels, die worden
                                                  opgevangen door de kogelvanger, met een gesloten
                                                  buis af te voeren naar een afgesloten
                                                  verzamelbak.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_511" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_511">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.231 Bodem: logboek
                                                bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_511__content_511" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_511__content_511">
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.20 van het
                                                  Bal.<br/>Degene die de activiteit verricht houdt
                                                  een logboek bij waarin voor bodembeschermende
                                                  voorzieningen gegevens worden vastgelegd over
                                                  controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.
                                                  Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het
                                                  bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet
                                                  bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm
                                                  zijn.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef>, onder d,
                                                  moet aan het bevoegd gezag informatie worden
                                                  verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen
                                                  of worden overwogen om nadelige gevolgen van een
                                                  ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_512" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_512">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.232 Bodem: eindonderzoek
                                                bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_512__content_512" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_512__content_512">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.3 van het Bal.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Een eindonderzoek bodem heeft tot doel te
                                                  bepalen of de bodem na het beëindigen van de
                                                  activiteit is verontreinigd of aangetast.<br/>Een
                                                  bodemonderzoek voorafgaand aan de activiteit,
                                                  zoals in het voormalige Activiteitenbesluit
                                                  milieubeheer het geval was, is niet langer
                                                  verplicht voor deze activiteit.</Al>
			  <Al>Degene die een activiteit verricht kan er nog
                                                  altijd wel zelf voor kiezen op eigen initiatief
                                                  een bodemonderzoek te verrichten voorafgaand aan
                                                  de activiteit. Als voorafgaand aan de activiteit
                                                  geen nulsituatie wordt vastgesteld, kan het wel zo
                                                  zijn dat de initiatiefnemer meer moet herstellen
                                                  dan alleen door zijn activiteit veroorzaakte
                                                  bodemverontreiniging. De initiatiefnemer heeft dus
                                                  een keuze.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Dit lid schrijft voor dat het bodemonderzoek
                                                  alleen is gericht:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_512__content_512__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_512__content_512__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_512__content_512__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_512__content_512__list_o_1__item_a">
			      <Al>op de bodembedreigende stoffen die als gevolg
                                                  van de activiteit in de bodem kunnen geraken of
                                                  daarin terecht kunnen zijn gekomen; en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_512__content_512__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_512__content_512__list_o_1__item_b">
			      <Al>op de plaatsen waar de bodembedreigende
                                                  activiteit is verricht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Met het gedeelte van de locatie waar het
                                                  traditioneel schieten heeft plaatsgevonden, wordt
                                                  het gehele gebied bedoeld, van de standplaats van
                                                  de schutters tot de plek waar munitie terecht kan
                                                  komen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.232__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef> bepaalt dat het
                                                  bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en
                                                  dat het veldwerk moet worden verricht door een
                                                  onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor
                                                  BRL SIKB 2000 of een certificatie- of
                                                  inspectie-instantie met een erkenning
                                                  bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000. Het veldwerk
                                                  bestaat onder andere uit het nemen van
                                                  grond(water)monsters en het plaatsen van
                                                  handboringen en peilbuizen. Een 'erkenning
                                                  bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal
                                                  omschreven als een erkenning als bedoeld in het
                                                  Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit
                                                  omschrijft een erkenning als beschikking van de
                                                  Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij
                                                  wordt vastgesteld dat een persoon of instelling
                                                  voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of
                                                  krachtens het Besluit bodemkwaliteit geldende
                                                  voorwaarden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_513" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_513">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.233 Bodem: rapport van het
                                                eindonderzoek bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_513__content_513" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_513__content_513">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.4 van het Bal. In het
                                                  rapport van het bodemonderzoek moeten een aantal
                                                  gegevens worden opgenomen. Bij de naam van degene
                                                  die het onderzoek heeft uitgevoerd zal het in de
                                                  regel gaan om de bedrijfsnaam. De wijze waarop het
                                                  onderzoek is verricht zal over het algemeen een
                                                  weergave bevatten van de normdocumenten die zijn
                                                  gevolgd en de gegevens die op grond daarvan moeten
                                                  worden vastgelegd. Het rapport moet informatie
                                                  bevatten over de soort en concentratie van de
                                                  aangetroffen verontreinigende stoffen en van welke
                                                  bronnen deze afkomstig zijn en informatie over de
                                                  geschiedenis van het terrein. Als er bestaande
                                                  informatie is over bodem- en grondwatermonsters
                                                  van de verontreinigende stoffen die bij de
                                                  activiteit gebruikt zijn, geproduceerd zijn of
                                                  zijn vrijgekomen ten tijde van het opstellen van
                                                  het bodemrapport kunnen deze gegevens in de
                                                  rapportage verwerkt worden. Als er geen bestaande
                                                  informatie over bestaat, moeten nieuwe monsters
                                                  worden genomen. Wanneer is gebleken dat de bodem
                                                  is verontreinigd of aangetast, zal in het rapport
                                                  ook moeten worden vastgelegd op welke wijze de
                                                  bodemkwaliteit wordt hersteld en de mate waarin
                                                  dat plaatsvindt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_514" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_514">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.234 Gegevens en bescheiden:
                                                beëindigen activiteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_514__content_514" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_514__content_514">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.5 van het Bal.<br/>De
                                                  resultaten van het bodemonderzoek moeten uiterlijk
                                                  binnen zes maanden na beëindiging van de
                                                  activiteit zijn gerapporteerd aan het bevoegd
                                                  gezag.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_515" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_515">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.235 Bodem: herstel van de
                                                bodemkwaliteit</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_515__content_515" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_515__content_515">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.6 van het Bal.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Als uit het rapport van het eindonderzoek bodem,
                                                  blijkt dat de bodem is verontreinigd dan moet op
                                                  grond van het eerste lid uiterlijk binnen zes
                                                  maanden na het toezenden van het rapport de
                                                  bodemkwaliteit zijn hersteld.<br/>Voor het
                                                  herstellen van de bodemkwaliteit kan uit drie
                                                  opties worden gekozen. Deze keuze wordt gemaakt
                                                  door degene die de activiteit verricht. De
                                                  bodemkwaliteit wordt hersteld tot:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_515__content_515__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_515__content_515__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_515__content_515__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_515__content_515__list_o_1__item_a">
			      <Al>de waarden van een bodemrapport volgens NEN
                                                  5740 waarin de bodem- en grondwaterkwaliteit voor
                                                  aanvang van de activiteit zijn vastgelegd;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_515__content_515__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_515__content_515__list_o_1__item_b">
			      <Al>de bodemkwaliteit van de zone waarin de
                                                  activiteit is verricht zoals vastgelegd op een
                                                  geldende bodemkwaliteitskaart; of</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_515__content_515__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_515__content_515__list_o_1__item_c">
			      <Al>de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond
                                                  van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Wanneer de bodemkwaliteit voor aanvang van de
                                                  activiteit niet is vastgelegd of wanneer er geen
                                                  geldende bodemkwaliteitskaart voor dat gebied voor
                                                  handen is, dan moet herstel plaatsvinden tot de
                                                  achtergrondwaarden als vastgesteld op grond van
                                                  artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</Al>
			  <Al>Dit artikel regelt dat de bodemkwaliteit
                                                  hersteld moet worden na beëindiging van de
                                                  activiteit. Dit doet er niks aan af dat eventuele
                                                  morsingen of lekkages op een bodembeschermende
                                                  voorziening direct opgeruimd moeten worden. Het
                                                  opruimen van gelekte of gemorste (vloei)stoffen is
                                                  onderdeel van de specifieke zorgplicht in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.44" scope="Artikel">artikel 22.44</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan of 2.11 van het Bal. Deze
                                                  verplichtingen bestaan naast elkaar.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.21__art_22.235__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bepaalt dat het
                                                  herstel van de bodemkwaliteit moet worden verricht
                                                  door een onderneming met een erkenning
                                                  bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000. Een 'erkenning
                                                  bodemkwaliteit' is in bijlage I bij het Bal
                                                  omschreven als een erkenning als bedoeld in het
                                                  Besluit bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit
                                                  omschrijft een erkenning als beschikking van de
                                                  Minister van Infrastructuur en Waterstaat waarbij
                                                  wordt vastgesteld dat een persoon of een
                                                  instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de
                                                  bij of krachtens het Besluit bodemkwaliteit
                                                  geldende voorwaarden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_516" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_516">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.236 Informeren:
                                                herstelwerkzaamheden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_516__content_516" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_516__content_516">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.7 van het Bal. Zowel ten
                                                  minste vijf dagen voor de aanvang van de
                                                  herstelwerkzaamheden als ten hoogste vijf dagen na
                                                  de afronding van de herstelwerkzaamheden wordt het
                                                  bevoegd gezag door degene die de activiteit heeft
                                                  verricht geïnformeerd over deze
                                                  herstelwerkzaamheden, zodat het bevoegd gezag
                                                  daarop haar toezichtsactiviteiten kan
                                                  afstemmen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_517" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_517">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.237 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_517__content_517" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_517__content_517">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf is van toepassing op buiten
                                                  sporten met terreinverlichting. Wanneer een
                                                  sportveld terreinverlichting heeft, kan dit
                                                  lichthinder veroorzaken voor omwonenden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_518" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_518">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.238 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_518__content_518" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_518__content_518">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een
                                                  uitleg van de plicht om deze gegevens en
                                                  bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_519" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_519">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.239 Licht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_519__content_519" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_519__content_519">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel beperkt het gebruik van de
                                                  terreinverlichting tot specifiek aangewezen
                                                  gevallen. Op grond van het tweede lid wordt een
                                                  uitzondering gemaakt voor bepaalde festiviteiten
                                                  en speciaal aangewezen andere activiteiten. Deze
                                                  festiviteiten en activiteiten zijn op het moment
                                                  dat de Omgevingswet in werking treedt aangewezen
                                                  in de Algemeen Plaatselijke Verordening van de
                                                  gemeente.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_520" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_520">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.240 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_520__content_520" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_520__content_520">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Bij het opslaan van minder dan 3 m<sup>3</sup>
                                                  vaste mest gelden geen eisen, anders dan de
                                                  specifieke zorgplicht. Een opslag van meer dan 600
                                                  m<sup>3</sup> valt niet onder het
                                                  toepassingsbereik van deze paragraaf. In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267" scope="Artikel">artikel 22.267</IntRef> is een
                                                  vergunningplicht opgenomen voor de opslag van meer
                                                  dan 600 m<sup>3</sup> vaste mest.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>Als mest korter dan twee weken op één plek
                                                  opgeslagen ligt, dan is deze paragraaf niet van
                                                  toepassing. Wel geldt de specifieke
                                                  zorgplicht.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.23__art_22.240__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Het opslaan van vaste mest maakt vaak deel uit
                                                  van bijvoorbeeld een veehouderij, een
                                                  akkerbouwbedrijf of een agrarisch loonwerkbedrijf
                                                  die aangewezen zijn als milieubelastende
                                                  activiteit in het Bal. In dat geval gelden niet de
                                                  regels uit deze paragraaf, maar de regels voor de
                                                  opslag van vaste mest uit het Bal. De regels uit
                                                  deze paragraaf gelden voor opslagen die behoren
                                                  bij bijvoorbeeld veehouderijen die minder
                                                  landbouwhuisdieren houden dan de ondergrenzen,
                                                  opgenomen in artikel 3.200 van het Bal,
                                                  kinderboerderijen, dierentuinen of bij
                                                  maneges.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_521" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_521">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.241 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_521__content_521" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_521__content_521">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een
                                                  uitleg van de plicht om deze gegevens en
                                                  bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_522" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_522">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.242 Bodem: opslag</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_522__content_522" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_522__content_522">
			<Inhoud>
			  <Al>Een aaneengesloten bodemvoorziening is een
                                                  vloer, verharding of constructie die stoffen
                                                  tijdelijk keert en waarvan eventuele
                                                  onderbrekingen of naden zijn gedicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_523" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_523">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.243 Bodem: logboek
                                                bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_523__content_523" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_523__content_523">
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.20 van het
                                                  Bal.<br/>Degene die de activiteit verricht houdt
                                                  een logboek bij waarin voor bodembeschermende
                                                  voorzieningen gegevens worden vastgelegd over
                                                  controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.
                                                  Dat een logboek beschikbaar moet zijn voor het
                                                  bevoegd gezag, volgt uit de Algemene wet
                                                  bestuursrecht. Dit mag ook in digitale vorm
                                                  zijn.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef>, onder d,
                                                  moet aan het bevoegd gezag informatie worden
                                                  verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen
                                                  of worden overwogen om nadelige gevolgen van een
                                                  ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_524" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_524">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.244 Water:
                                                lozingsroute</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_524__content_524" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_524__content_524">
			<Inhoud>
			  <Al>Het gelijkmatig verspreiden over onverharde
                                                  bodem van vrijkomende vloeistoffen afkomstig van
                                                  het opslaan van vaste mest is voorgeschreven omdat
                                                  het lozen van deze vloeistoffen in het riool of in
                                                  oppervlaktewater niet de voorkeur heeft.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_525" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_525">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.245 Geur</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_525__content_525" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_525__content_525">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is niet van toepassing op het
                                                  opslaan van vaste mest, afkomstig van
                                                  landbouwhuisdieren of van paarden die gehouden
                                                  worden in verband met het berijden. Hiervoor geldt
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.114" scope="Artikel">artikel 22.114</IntRef> en
                                                  verder.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_526" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_526">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.246 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_526__content_526" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_526__content_526">
			<Inhoud>
			  <Al>Het opslaan van kuilvoer of vaste
                                                  bijvoermiddelen maakt vaak deel uit van een
                                                  veehouderij, die aangewezen is als
                                                  milieubelastende activiteit in artikel 3.200 van
                                                  het Bal of een agrarisch loonwerkbedrijf dat
                                                  aangewezen is als milieubelastende activiteit in
                                                  artikel 3.215 van het Bal. In dat geval gelden
                                                  niet de regels uit deze paragraaf, maar de regels
                                                  voor de opslag van kuilvoer of vaste
                                                  bijvoermiddelen uit het Bal. De regels uit deze
                                                  paragraaf gelden voor opslagen die behoren bij
                                                  bijvoorbeeld veehouderijen die minder
                                                  landbouwhuisdieren houden dan de ondergrenzen,
                                                  opgenomen in art 3.200 van het Bal,
                                                  kinderboerderijen, dierentuinen of bij
                                                  maneges.</Al>
			  <Al>Het opslaan van kuilvoer of vaste
                                                  bijvoedermiddelen kan ook geurhinder veroorzaken.
                                                  Hiervoor geldt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.4__art_22.116" scope="Artikel">artikel 22.116</IntRef> (geur
                                                  opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen:
                                                  afstand).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_527" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_527">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.247 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_527__content_527" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_527__content_527">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een
                                                  uitleg van de plicht om deze gegevens en
                                                  bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_528" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_528">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.248 Bodem: bodembeschermende
                                                voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_528__content_528" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_528__content_528">
			<Inhoud>
			  <Al>Een elementenbodemvoorziening is een vloer,
                                                  verharding of constructie die stoffen tijdelijk
                                                  keert, waarvan eventuele onderbrekingen of naden
                                                  niet zijn gedicht.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_529" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_529">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.249 Bodem: logboek
                                                bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_529__content_529" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_529__content_529">
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene
                                                  die de activiteit verricht houdt een logboek bij
                                                  waarin voor bodembeschermende voorzieningen
                                                  gegevens worden vastgelegd over controles,
                                                  beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een
                                                  logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd
                                                  gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht.
                                                  Dit mag ook in digitale vorm zijn.<br/>Op grond
                                                  van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef>, onder d,
                                                  moet aan het bevoegd gezag informatie worden
                                                  verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen
                                                  of worden overwogen om nadelige gevolgen van een
                                                  ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_530" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_530">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.250 Water: lozingsroute
                                                vrijkomende vloeistoffen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_530__content_530" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_530__content_530">
			<Inhoud>
			  <Al>Door het gelijkmatig verspreiden over onverharde
                                                  bodem van vrijkomende vloeistoffen wordt
                                                  grotendeels voorkomen dat deze in het
                                                  oppervlaktewater terecht komen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_531" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_531">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.251 Water: lozingsroutes
                                                afvalwater bodembeschermende voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_531__content_531" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_531__content_531">
			<Inhoud>
			  <Al>Onder de genoemde voorwaarden is het lozen op of
                                                  in de bodem niet bezwaarlijk en is daarom mogelijk
                                                  gemaakt. Als aan de voorwaarden niet kan worden
                                                  voldaan moet afvalwater van de bodembeschermende
                                                  voorziening samen met de vrijkomende vloeistoffen
                                                  worden opgevangen en kan dit over onverharde bodem
                                                  worden verspreid in lijn met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.24__art_22.250" scope="Artikel">artikel 22.250</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_532" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_532">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.252 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_532__content_532" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_532__content_532">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf bevat voorschriften voor het
                                                  houden van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren
                                                  of vogels. Hieronder vallen dus bijvoorbeeld het
                                                  op kleine schaal houden van landbouwhuisdieren,
                                                  kinderboerderijen, dierentuinen, maneges,
                                                  hondenkennels of dierenasiels. Het grootschalig
                                                  houden van landbouwhuisdieren wordt geregeld door
                                                  het Bal.</Al>
			  <Al>Het houden van landbouwhuisdieren of paarden of
                                                  pony's kan ook geurhinder veroorzaken. Hiervoor
                                                  gelden de artikelen uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.6__subsec_22.3.6.2" scope="Subparagraaf">subparagraaf
                                                  22.3.6.2</IntRef>(Geur door het in een
                                                  dierenverblijf houden van landbouwhuisdieren en
                                                  paarden en pony's die gehouden worden voor het
                                                  berijden).</Al>
			  <Al>Deze paragraaf bevat geen aanvullende
                                                  geurvoorschriften voor het houden van andere
                                                  zoogdieren of vogels. Wanneer er toch maatregelen
                                                  tegen geuroverlast noodzakelijk zijn, kan het
                                                  bevoegd gezag deze bij maatwerkvoorschrift
                                                  stellen. Te denken valt aan maatwerkvoorschriften
                                                  waarbij wordt voorgeschreven dat uitwerpselen met
                                                  een bepaalde frequentie worden verwijderd of
                                                  maatwerkvoorschriften die gaan over de uitvoering
                                                  en ligging van een dierenverblijf.</Al>
			  <Al>Het voorschrift uit het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer 'Het te lozen
                                                  afvalwater als gevolg van het reinigen en
                                                  ontsmetten van dierenverblijven kan op een
                                                  doelmatige wijze worden bemonsterd' is niet meer
                                                  expliciet uitgeschreven, omdat dit onder de
                                                  specifieke zorgplicht valt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_533" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_533">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.253 Gegevens en
                                                bescheiden</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_533__content_533" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_533__content_533">
			<Inhoud>
			  <Al>Zie de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.12__art_22.186" scope="Artikel">artikel 22.186</IntRef> voor een
                                                  uitleg van de plicht om deze gegevens en
                                                  bescheiden te verschaffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_534" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_534">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.254 Bodem: bodembeschermende
                                                voorziening</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_534__content_534" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_534__content_534">
			<Inhoud>
			  <Al>Uitwerpselen van dieren kunnen de bodem
                                                  verontreinigen. Een aaneengesloten
                                                  bodemvoorziening is in principe voldoende om het
                                                  bodemrisico tot verwaarloosbaar te beperken. Bij
                                                  een dierenverblijf in de open lucht zoals een
                                                  dierenweide ontbreekt de vloer. Over het algemeen
                                                  zal dit geen problemen geven, mits de uitwerpselen
                                                  en andere bederfelijke waren regelmatig worden
                                                  verwijderd. Hiervoor is geen frequentie
                                                  vastgesteld. Het bevoegd gezag kan de frequentie
                                                  nader invullen met een maatwerkvoorschrift als dat
                                                  nodig is om geurhinder te beperken of de bodem te
                                                  beschermen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_535" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_535">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.255 Bodem: logboek</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_535__content_535" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_535__content_535">
			<Inhoud>
			  <Al>De formulering van dit artikel is gelijk aan de
                                                  formulering van artikel 5.20 van het Bal. Degene
                                                  die de activiteit verricht houdt een logboek bij
                                                  waarin voor bodembeschermende voorzieningen
                                                  gegevens worden vastgelegd over controles,
                                                  beoordelingen, onderhoud en reparaties. Dat een
                                                  logboek beschikbaar moet zijn voor het bevoegd
                                                  gezag, volgt uit de Algemene wet bestuursrecht.
                                                  Dit mag ook in digitale vorm zijn. Op grond van
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.1__art_22.50" scope="Artikel">artikel 22.50</IntRef> onder d,
                                                  moet aan het bevoegd gezag informatie worden
                                                  verstrekt over de maatregelen die zijn getroffen
                                                  of worden overwogen om nadelige gevolgen van een
                                                  ongewoon voorval te voorkomen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_536" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_536">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.256 Water: lozingsroute en
                                                emissiegrenswaarde</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_536__content_536" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_536__content_536">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel stelt eisen aan het afvalwater
                                                  afkomstig van dierenverblijven waarin
                                                  landbouwhuisdieren of paarden of pony's voor het
                                                  berijden worden gehouden.<br/>Het gaat dan om
                                                  aantallen landbouwhuisdieren die niet vallen onder
                                                  de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel
                                                  3.200 van het Bal. Dieren bij kinderboerderijen of
                                                  dierentuinen zijn geen landbouwhuisdieren.
                                                  Daarvoor gelden de eisen uit dit artikel ook
                                                  niet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_537" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_537">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.257 Meet- en
                                                rekenbepalingen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_537__content_537" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_537__content_537">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel geeft aan welke normen worden
                                                  gehanteerd bij bemonstering van afvalwater.
                                                  Artikelen met normbladen voor het bemonsteren van
                                                  afvalwater schrijven niet voor dat het afvalwater
                                                  moet worden bemonsterd, maar wel wat er moet
                                                  gebeuren áls er wordt bemonsterd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_538" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_538">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.258 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_538__content_538" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_538__content_538">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel zijn de milieubelastende
                                                  activiteiten die al vergunningplichtig zijn op
                                                  grond van hoofdstuk 3 van het Bal uitgezonderd van
                                                  de vergunningplicht op grond van deze paragraaf.
                                                  Het gaat dan bijvoorbeeld om de vergunningplichten
                                                  voor complexe bedrijven en vergunningplichtige
                                                  gevallen alleen vanwege mer-beoordeling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_539" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_539">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.259 Omgevingsvergunning verwerken
                                                polyesterhars</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_539__content_539" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_539__content_539">
			<Inhoud>
			  <Al><i>
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_1" scope="Lid">Eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_3" scope="Lid">derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze vergunningplicht betreft de voortzetting
                                                  van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets
                                                  voor handelingen met polyesterhars en de
                                                  bijbehorende toetsingsgrond voor geurhinder. Bij
                                                  het verwerken van polyesterhars worden producten
                                                  van polyesterhars gemaakt in een mal of op een
                                                  ondergrond die deel uitmaakt van het product. Een
                                                  mal wordt elke keer weer opnieuw gebruikt. Voor
                                                  het "loslaten" uit de mal wordt vaak een was
                                                  gebruikt. Voor het ontvetten van de mal een
                                                  organisch oplosmiddel, zoals aceton of
                                                  dichloormethaan.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.258" scope="Artikel">artikel 22.258</IntRef> geldt deze
                                                  vergunningplicht niet voor milieubelastende
                                                  activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal
                                                  aangewezen zijn als vergunningplichtig. Op grond
                                                  van artikel 3.135 van het Bal geldt voor deze
                                                  activiteit een vergunningplicht als de activiteit
                                                  onderdeel is van een ippc- installatie.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.259__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De te verstrekken gegevens en bescheiden moeten
                                                  ook op grond van paragraaf 4.110 van het Bal
                                                  worden aangeleverd. Artikel 16.55, vijfde lid, van
                                                  de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en
                                                  bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor
                                                  zover het bevoegd gezag al over die gegevens of
                                                  bescheiden beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_540" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_540">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.260 Omgevingsvergunning
                                                installeren gesloten bodemenergiesysteem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_540__content_540" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_540__content_540">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze vergunningplicht betreft de voortzetting
                                                  van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets
                                                  voor gesloten bodemenergiesystemen. </Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.260__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de
                                                  gegevens en bescheiden die aan het bevoegd gezag
                                                  moeten worden verstrekt op grond van artikel
                                                  4.1137 van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van
                                                  de Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en
                                                  bescheiden niet behoeven te worden verstrekt voor
                                                  zover het bevoegd gezag al over die gegevens of
                                                  bescheiden beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_541" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_541">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.261 Omgevingsvergunning kweken
                                                maden van vliegende insecten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_541__content_541" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_541__content_541">
			<Inhoud>
			  <Al>Bij het kweken van maden van vliegende insecten
                                                  moeten in ieder geval maatregelen ter voorkoming
                                                  van geurhinder worden getroffen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_542" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_542">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.262 Omgevingsvergunning opslaan
                                                propaan of propeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_542__content_542" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_542__content_542">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Opslagtanks voor gassen die in elkaars
                                                  onmiddellijke nabijheid staan, kunnen elkaar
                                                  beïnvloeden bij incidenten. Het risico op een
                                                  incident van twee opslagtanks in elkaars nabijheid
                                                  is meer dan twee keer zo groot als het risico van
                                                  de twee opslagtanks apart. De PGS-richtlijnen
                                                  schrijven om die reden voor dat opslagtanks
                                                  onderling bepaalde afstanden aan moeten houden, en
                                                  ook een bepaalde afstand tot de erfgrens aan
                                                  moeten houden. Bij het toelaten van een opslag van
                                                  gassen op een locatie in meer dan twee opslagtanks
                                                  moet de veiligheid beoordeeld worden. Dit vergt
                                                  maatwerk.</Al>
			  <Al>Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.258" scope="Artikel">artikel 22.258</IntRef> geldt deze
                                                  vergunningplicht niet voor milieubelastende
                                                  activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Bal
                                                  aangewezen zijn als vergunningplichtig. Op grond
                                                  van artikel 3.22 van het Bal geldt er een
                                                  vergunningplicht voor opslagtanks met een inhoud
                                                  van meer dan 13 m<sup>3</sup>.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.262__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met
                                                  een deel van de gegevens en bescheiden die
                                                  verstrekt moeten worden bij de melding op grond
                                                  van artikel 4.897 van het Bal.<br/>Artikel 16.55,
                                                  vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat geen
                                                  gegevens en bescheiden hoeven te worden verstrekt
                                                  voor zover het bevoegd gezag al over die gegevens
                                                  of bescheiden beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_543" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_543">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.263 Omgevingsvergunning tanken met
                                                LPG</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_543__content_543" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_543__content_543">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De belangrijkste reden voor het opnemen van een
                                                  vergunningplicht voor deze activiteit is de
                                                  ruimtelijke inpassing van de activiteit op een
                                                  locatie vanuit het oogpunt van de veiligheid.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.263__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de
                                                  gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden
                                                  bij de melding op grond van artikel 4.472a van het
                                                  Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de
                                                  Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden
                                                  niet behoeven te worden verstrekt voor zover het
                                                  bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden
                                                  beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_544" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_544">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.264 Omgevingsvergunning
                                                antihagelkanonnen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_544__content_544" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_544__content_544">
			<Inhoud>
			  <Al>De belangrijkste beoordelingsgrond voor deze
                                                  activiteit is geluidhinder.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_545" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_545">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.265 Omgevingsvergunning
                                                biologische agens</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_545__content_545" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_545__content_545">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Een vergunningplicht geldt voor laboratoria die
                                                  werken met biologische agentia vanaf categorie 3
                                                  volgens de indeling van risicogroepen van de
                                                  richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en
                                                  de Raad van 18 september 2000 betreffende de
                                                  bescherming van de werknemers tegen de risico's
                                                  van blootstelling aan biologische agentia op het
                                                  werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van
                                                  artikel 16, lid 1, van Richtlijn 83/391/EEG) (PbEG
                                                  2000, L 262).</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.265__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de
                                                  gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden
                                                  bij de melding op grond van artikel 4.648 van het
                                                  Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de
                                                  Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden
                                                  niet behoeven te worden verstrekt voor zover het
                                                  bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden
                                                  beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_546" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_546">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.266 Omgevingsvergunning genetisch
                                                gemodificeerde organismen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_546__content_546" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_546__content_546">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_1" scope="Lid">Eerste</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze vergunningplicht is niet van toepassing als
                                                  het gaat om ingeperkt gebruik als bedoeld in het
                                                  Besluit genetisch gemodificeerde organismen
                                                  milieubeheer 2013 waarop inperkingsniveau IV van
                                                  toepassing is. In dat geval geldt de
                                                  vergunningplicht op grond van artikel 3.247 van
                                                  het Bal.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.266__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen overeen met de
                                                  gegevens en bescheiden die verstrekt moeten worden
                                                  bij de melding op grond van artikel 4.630 van het
                                                  Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de
                                                  Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden
                                                  niet behoeven te worden verstrekt voor zover het
                                                  bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden
                                                  beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_547" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_547">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.267 Omgevingsvergunning opslaan
                                                dierlijke meststoffen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_547__content_547" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_547__content_547">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De vergunningplicht voor het opslaan van
                                                  drijfmest, digestaat of dunne fractie gelden voor
                                                  mestbassins met een gezamenlijk oppervlak van meer
                                                  dan 750 m<sup>2</sup> of meer dan 2.500
                                                  m<sup>3</sup>. Deze activiteiten waren onder het
                                                  oude recht als vergunningplichtig aangewezen in
                                                  Bijlage I, onderdeel C, onderdeel 7.5, onder i en
                                                  j, bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. Ook
                                                  voor het opslaan van meer dan 600 m<sup>3</sup>
                                                  vaste mest moeten een vergunning voor een
                                                  binnenplanse omgevingsplanactiviteit worden
                                                  aangevraagd. De vergunningplicht stond onder het
                                                  oude recht in Bijlage I, onderdeel C, onderdeel
                                                  7.5, onder d, bij het voormalige Besluit
                                                  omgevingsrecht.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.3__subsec_22.3.26__art_22.267__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze gegevens en bescheiden komen deels overeen
                                                  met de gegevens en bescheiden die verstrekt moeten
                                                  worden bij de melding op grond van artikel 4.836
                                                  van het Bal. Artikel 16.55, vijfde lid, van de
                                                  Omgevingswet bepaalt dat de gegevens en bescheiden
                                                  niet behoeven te worden verstrekt voor zover het
                                                  bevoegd gezag al over die gegevens of bescheiden
                                                  beschikt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_548" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_548">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.268 Vangnetvergunning lozen in de
                                                bodem</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_548__content_548" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_548__content_548">
			<Inhoud>
			  <Al>In de voorgaande paragrafen van deze afdeling
                                                  zijn verschillende lozingen in de bodem
                                                  toegestaan. Voor alle andere lozingen is een
                                                  voorafgaande toestemming vereist, vanwege de
                                                  nadelige gevolgen die deze lozingen kunnen hebben
                                                  voor de bodemkwaliteit. De voorafgaande
                                                  toestemming heeft de vorm van een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit. Voorheen was hiervoor een
                                                  maatwerkvoorschrift op grond van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer, het voormalige
                                                  Besluit lozen buiten inrichtingen of het
                                                  voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens
                                                  vereist. Maar een omgevingsvergunning ligt meer
                                                  voor de hand, omdat de activiteit zonder
                                                  toestemming geheel verboden is.<br/>De
                                                  vergunningplicht geldt niet voor lozingen die
                                                  afkomstig zijn van milieubelastende activiteiten
                                                  als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal. Dat
                                                  besluit bevat immers al de regels die ter
                                                  bescherming van de bodem nodig zijn.<br/>Bij de
                                                  aanvraag van de vergunning moet het maximale
                                                  debiet van de lozing en het soort afvalwater
                                                  worden vermeld. Dit gebruikt de gemeente om het
                                                  risico op wateroverlast en de effecten van de
                                                  lozing op de bodemkwaliteit te beoordelen.<br/>Dit
                                                  artikel is niet van toepassing op lozingen bij
                                                  wonen, omdat het voormalige Besluit lozing
                                                  afvalwater huishoudens alle lozingen bij wonen
                                                  toestond. Voor wonen wordt daarom volstaan met de
                                                  specifieke zorgplicht van deze afdeling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_549" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_549">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.269 Vangnetvergunning lozen in
                                                schoonwaterriool</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_549__content_549" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_549__content_549">
			<Inhoud>
			  <Al>In de voorgaande paragrafen van deze afdeling
                                                  zijn verschillende lozingen in de
                                                  schoonwaterriolering toegestaan. Voor alle
                                                  lozingen die niet door deze afdeling worden
                                                  toegestaan is een voorafgaande toestemming
                                                  vereist, vanwege de nadelige gevolgen die deze
                                                  lozingen kunnen hebben voor de doelmatige werking
                                                  van die riolering en voor de
                                                  oppervlaktewaterkwaliteit. De voorafgaande
                                                  toestemming heeft de vorm van een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit. Voorheen was hiervoor een
                                                  maatwerkvoorschrift op grond van het voormalige
                                                  Activiteitenbesluit milieubeheer, het voormalige
                                                  Besluit lozen buiten inrichtingen of het
                                                  voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens
                                                  vereist. Maar een omgevingsvergunning ligt meer
                                                  voor de hand, omdat de activiteit zonder
                                                  toestemming geheel verboden is.<br/>Bij de
                                                  aanvraag van de vergunning moet het maximale
                                                  debiet van de lozing en het soort afvalwater
                                                  worden vermeld. Dit gebruikt de gemeente om het
                                                  risico op wateroverlast en de effecten van de
                                                  lozing op de riolering en de
                                                  oppervlaktewaterkwaliteit te beoordelen.</Al>
			  <Al>Dit artikel is niet van toepassing op lozingen
                                                  bij wonen, omdat het voormalige Besluit lozing
                                                  afvalwater huishoudens alle lozingen bij wonen
                                                  toestond. Voor wonen wordt daarom volstaan met de
                                                  specifieke zorgplicht van deze afdeling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_550" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_550">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.270 Beoordelingsregels
                                                omgevingsvergunning milieubelastende
                                                activiteiten</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_550__content_550" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_550__content_550">
			<Inhoud>
			  <Al>Voor de beoordeling van een aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning voor een milieubelastende
                                                  activiteit op grond van dit omgevingsplan, zijn de
                                                  beoordelingsregels van het Bkl van overeenkomstige
                                                  toepassing. Dat sluit aan op de situatie die gold
                                                  voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_551" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_551">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.271 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_551__content_551" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_551__content_551">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze afdeling gaat over aanleg of reconstructie
                                                  van een weg of spoorweg die weliswaar niet in
                                                  strijd is met dit omgevingsplan, maar waarover
                                                  geen afweging heeft plaatsgevonden bij de
                                                  totstandkoming van de constituerende onderdelen
                                                  van dit plan, zoals bestemmingsplannen. De
                                                  afdeling ziet niet op rijkswegen en provinciale
                                                  wegen omdat daarvoor geluidproductieplafonds als
                                                  omgevingswaarden zijn of worden vastgesteld. Die
                                                  geluidproductieplafonds beschermen de omliggende
                                                  geluidgevoelige gebouwen tegen een eventuele
                                                  toename van het geluid en dus hoeft een
                                                  omgevingsplan daar niet in te voorzien. De
                                                  bepaling is een omzetting van artikel 73, onder a
                                                  (toepassingsbereik), artikel 79 (aanleg) en
                                                  artikel 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder
                                                  en artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder. Het
                                                  tijdelijk deel van dit omgevingsplan heeft geen
                                                  betrekking op provinciale wegen waarvoor nog geen
                                                  geluidproductieplafonds zijn vastgesteld, omdat
                                                  daarvoor nog de Wet geluidhinder van toepassing is
                                                  (zoals bepaald in artikel 3.5 van de
                                                  Aanvullingswet geluid Omgevingswet).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_552" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_552">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.272 Binnenplanse vergunning
                                                omgevingsplanactiviteit geluid weg of
                                                spoorweg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_552__content_552" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_552__content_552">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef><br/></i>Onder de
                                                  Wet geluidhinder was voor aanleg of wijziging een
                                                  besluit op aanvraag van het college van
                                                  burgemeester en wethouders vereist. In dit
                                                  omgevingsplan is dit besluit omgezet in een
                                                  omgevingsvergunning voor een binnenplanse
                                                  omgevingsplanactiviteit. Ook dit lid vormt een
                                                  omzetting van de artikelen 79 (aanleg) en 99
                                                  (reconstructie) van de Wet geluidhinder en artikel
                                                  4.4 van het Besluit geluidhinder. In de praktijk
                                                  zal het bij toepassing van deze artikelen vrijwel
                                                  altijd gaan om situaties waar nog onder de Wet
                                                  geluidhinder over is besloten, bijvoorbeeld bij
                                                  het vaststellen van een bestemmingsplan. In de
                                                  formulering is echter de terminologie van het
                                                  stelsel van de Omgevingswet gebruikt, omdat
                                                  bestemmingsplannen en inpassingsplannen op grond
                                                  van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel zijn
                                                  geworden van het tijdelijk deel van dit
                                                  omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a,
                                                  van de Omgevingswet, en omgevingsvergunningen voor
                                                  het afwijken van het bestemmingsplan en
                                                  tracébesluiten gelden als omgevingsvergunning voor
                                                  een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef><br/></i>Hier zijn
                                                  uitzonderingen op het eerste lid uit de oude
                                                  regelgeving opgenomen, voor zover ze zien op
                                                  wegen. Deze uitzonderingen zijn afkomstig uit de
                                                  Wet geluidhinder: de begripsbepaling
                                                  'reconstructie van een weg' in artikel 1, artikel
                                                  1b, vijfde lid, en artikel 74. Opgemerkt wordt dat
                                                  deze uitzonderingen niet allemaal gehandhaafd
                                                  kunnen worden bij de ombouw van het tijdelijk deel
                                                  van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit
                                                  omgevingsplan. De instructieregels voor het geluid
                                                  door gemeentewegen, die zijn opgenomen in
                                                  paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving, kennen bijvoorbeeld niet de
                                                  uitzondering voor 30-km-wegen en de uitzondering
                                                  vanwege het Nationaal Samenwerkingsprogramma
                                                  Luchtkwaliteit.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.272__para_3" scope="Lid">Derde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Hier zijn uitzonderingen op het eerste lid uit
                                                  de oude regelgeving opgenomen, voor zover ze zien
                                                  op spoorwegen. Deze uitzonderingen zijn afkomstig
                                                  uit artikel 1.1 van het Besluit geluidhinder: de
                                                  begripsbepaling 'wijziging van een spoorweg' in
                                                  het eerste lid van dat artikel en de
                                                  uitzonderingen daarop in het tweede lid. Opgemerkt
                                                  wordt dat deze uitzonderingen niet allemaal
                                                  gehandhaafd kunnen worden bij de ombouw van het
                                                  tijdelijk deel van dit omgevingsplan naar het
                                                  nieuwe deel van dit omgevingsplan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_553" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_553">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.273 Aandachtsgebied</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_553__content_553" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_553__content_553">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Dit bepaalt de ligging van het aandachtsgebied
                                                  voor wegen en spoorwegen die zijn verweven of
                                                  gebundeld met wegen. De aanwijzing is gelijk aan
                                                  de geluidzone zoals die gedefinieerd werd in de
                                                  artikelen 74, eerste lid, en 75, eerste lid, van
                                                  de Wet geluidhinder, waarbij de begripsbepalingen
                                                  'bebouwde kom', 'buitenstedelijk gebied' en
                                                  'stedelijk gebied' uit artikel 1 van die wet zijn
                                                  uitgeschreven in de artikeltekst. Deze bepaling
                                                  kan bij de omzetting van het tijdelijk deel van
                                                  dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit
                                                  omgevingsplan worden geschrapt omdat in de
                                                  Omgevingsregeling zal worden voorzien in regels
                                                  over de bepaling van het
                                                  geluidaandachtsgebied.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Dit lid bepaalt de ligging van het
                                                  aandachtsgebied voor vrijliggende spoorwegen. De
                                                  aanwijzing is afgeleid uit de Regeling zonekaart
                                                  spoorwegen geluidhinder. Daar was een tabel van
                                                  lokale spoorwegen opgenomen met voor alle
                                                  spoorwegen een geluidzone van 100 meter aan
                                                  weerszijden van het spoor, met uitzondering van
                                                  drie in tunnels gelegen metro's waar de geluidzone
                                                  25 meter bedroeg. Hier is de afstand niet in een
                                                  tabel opgenomen, maar in tekst uitgewerkt, omdat
                                                  het tijdelijke deel van dit omgevingsplan immers,
                                                  anders dan een ministeriële regeling, niet kan
                                                  worden aangepast als er nieuwe spoorwegen worden
                                                  aangelegd. Deze bepaling kan bij de omzetting van
                                                  het tijdelijke deel van dit omgevingsplan naar het
                                                  nieuwe deel van dit omgevingsplan worden geschrapt
                                                  omdat in de Omgevingsregeling zal worden voorzien
                                                  in regels over de bepaling van het
                                                  geluidaandachtsgebied.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_3" scope="Lid">Derde</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.273__para_4" scope="Lid">vierde lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Deze leden vormen een omzetting van artikel 75,
                                                  tweede en derde lid, van de Wet geluidhinder en
                                                  artikel 1.4a, tweede en derde lid, van het Besluit
                                                  geluidhinder.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_554" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_554">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.274 Aanvraagvereisten binnenplanse
                                                omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit geluid
                                                weg of spoorweg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_554__content_554" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_554__content_554">
			<Inhoud>
			  <Al>Net als onder de Wet geluidhinder moet de
                                                  initiatiefnemer een akoestisch onderzoek
                                                  overleggen. Dit artikel is een omzetting van
                                                  bepalingen in artikel 80 van de Wet geluidhinder
                                                  in samenhang met de artikelen 77 en 99, tweede
                                                  lid, van die wet en artikel 4.5 in samenhang met
                                                  artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder.
                                                  Opgemerkt wordt dat de gehanteerde standaardwaarde
                                                  en de binnenwaarde waarnaar verwezen wordt niet
                                                  zijn ontleend aan de normwaarden van de Wet
                                                  geluidhinder en het Besluit geluidhinder, maar aan
                                                  het Besluit kwaliteit leefomgeving zoals dat is
                                                  gewijzigd door het Aanvullingsbesluit geluid
                                                  Omgevingswet. Dat was nodig omdat opnemen van oude
                                                  normwaarden zou hebben betekend dat de bij die
                                                  normwaarden behorende meet- en rekenvoorschriften
                                                  hier opgenomen hadden moeten worden. Dat had de
                                                  regeling te zeer gecompliceerd. De nieuwe
                                                  normwaarden zijn, zoals beschreven in het algemeen
                                                  deel van de toelichting bij het Aanvullingsbesluit
                                                  geluid Omgevingswet, gelijkwaardig aan de
                                                  oude.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_555" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_555">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.275 Beoordelingsregel aanvraag
                                                binnenplanse omgevingsvergunning
                                                omgevingsplanactiviteit geluid weg of
                                                spoorweg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_555__content_555" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_555__content_555">
			<Inhoud>
			  <Al>De Wet geluidhinder bepaalde dat het college van
                                                  burgemeester en wethouders in zijn besluit
                                                  bepaalde welke maatregelen nodig zijn om te
                                                  voorkomen dat de geluidbelasting binnen de zone de
                                                  hoogst toelaatbare waarden te boven zou gaan. Dat
                                                  is te lezen als een regel over voorschriften.</Al>
			  <Al>Omdat een binnenplans vergunningstelsel altijd
                                                  een beoordelingsregel vereist, is deze regel hier
                                                  uitgesplitst in een beoordelingsregel, inhoudende
                                                  dat het bevoegd gezag de omgevingsvergunning
                                                  alleen verleent als binnenplanse
                                                  omgevingsvergunning als de grenswaarde niet wordt
                                                  overschreden, en in een regel over voorschriften,
                                                  die inhoudt dat het bevoegd gezag de maatregelen
                                                  voorschrijft die nodig zijn om te voorkomen dat
                                                  niet aan de standaardwaarden wordt voldaan of dat
                                                  het geluid op geluidgevoelige gebouwen toeneemt
                                                  ten opzichte van het geluid direct voorafgaand aan
                                                  de wijziging. Als de omgevingsvergunning niet kan
                                                  worden verleend als binnenplanse
                                                  omgevingsplanactiviteit, kan de aanvraag worden
                                                  beoordeeld als een aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning voor een buitenplanse
                                                  omgevingsplanactiviteit. Op die beoordeling zijn
                                                  de regels van paragraaf 5.1.4.2a.3 van het Besluit
                                                  kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige
                                                  toepassing.</Al>
			  <Al>De gehanteerde grenswaarde is niet ontleend aan
                                                  de normwaarden van de Wet geluidhinder en het
                                                  Besluit geluidhinder, maar aan het Besluit
                                                  kwaliteit leefomgeving zoals dat is gewijzigd door
                                                  het</Al>
			  <Al>Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. In de
                                                  toelichting op <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.274" scope="Artikel">artikel 22.274</IntRef> is
                                                  ingegaan op de achtergrond hiervan.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_556" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_556">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.277 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_556__content_556" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_556__content_556">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze paragraaf bevat een aantal bepalingen die
                                                  verband houden met vergunningplichten en daarop
                                                  betrekking hebbende beoordelingsregels voor
                                                  activiteiten die onderdeel kunnen zijn van op
                                                  grond van de voormalige Wet ruimtelijke ordening
                                                  geldende planologische regelingen. Deze regelingen
                                                  behoren onder het stelsel van de Omgevingswet tot
                                                  het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld
                                                  in artikel 22.1, onder a, van die wet. Het betreft
                                                  de vergunningenstelsels voor het slopen van
                                                  bouwwerken (sloopactiviteiten) en het uitvoeren
                                                  van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of
                                                  werkzaamheden (aanlegwerkzaamheden). Ook bevat
                                                  deze paragraaf bepalingen met betrekking tot in
                                                  het tijdelijke deel opgenomen mogelijkheden om bij
                                                  omgevingsvergunning van bepaalde regels af te
                                                  wijken.</Al>
			  <Al>De bepalingen in deze paragraaf gelden als
                                                  aanvullend op wat in het tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a,
                                                  van de Omgevingswet, al voor die activiteiten kan
                                                  zijn geregeld en zijn nodig om een goede overgang
                                                  van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en
                                                  de Wet ruimtelijke ordening naar de Omgevingswet
                                                  te bewerkstelligen.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_557" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_557">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.278 Omgevingsplanactiviteit:
                                                specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning
                                                uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of
                                                werkzaamheid, bij voorbereidingsbesluit of
                                                aanwijzing als beschermd stads- of
                                                dorpsgezicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_557__content_557" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_557__content_557">
			<Inhoud>
			  <Al>Wat in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan is geregeld voor de aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit bestaande uit een
                                                  bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken
                                                  van het te bouwen bouwwerk, is in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278" scope="Artikel">artikel 22.278</IntRef> op
                                                  vergelijkbare wijze geregeld voor de
                                                  omgevingsplanactiviteit bestaande uit het
                                                  uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk,
                                                  of werkzaamheid (ook wel de aanlegvergunning of
                                                  aanlegactiviteit genoemd). Net als voor
                                                  bouwactiviteiten regelde de voormalige Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht in artikel 3.3
                                                  een voorbeschermingsregime in de vorm van een
                                                  aanhoudingsplicht voor de beslissing op aanvragen
                                                  om een omgevingsvergunning voor de hier bedoelde
                                                  aanlegactiviteiten. Voor aanvragen om een
                                                  omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten
                                                  bestaande uit dergelijke aanlegactiviteiten komt
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278" scope="Artikel">artikel 22.278</IntRef> voor de
                                                  regeling uit artikel 3.3 van de voormalige Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht in de plaats.
                                                  Voor zijn verdere werking is <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.278" scope="Artikel">artikel 22.278</IntRef> identiek
                                                  aan de werking van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef>. Voor de
                                                  toelichting op die werking wordt dan ook verwezen
                                                  naar de toelichting op <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.33" scope="Artikel">artikel 22.33</IntRef>. </Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_558" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_558">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.279 Omgevingsplanactiviteit:
                                                beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen van een
                                                bouwwerk</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_558__content_558" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_558__content_558">
			<Inhoud>
			  <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> is een
                                                  beoordelingsregel opgenomen voor in het tijdelijke
                                                  deel van dit omgevingsplan opgenomen
                                                  verbodsbepalingen om zonder omgevingsvergunning
                                                  een sloopactiviteit te verrichten. Onder
                                                  'sloopactiviteit' moet op grond van de bijlage bij
                                                  de Omgevingswet 'het slopen van een bouwwerk'
                                                  worden verstaan. Deze begripsbepaling is op grond
                                                  van artikel 1.1 van dit omgevingsplan ook van
                                                  toepassing op hoofdstuk 22 van dit plan. De
                                                  vergunningenstelsels voor de hier bedoelde
                                                  sloopactiviteiten konden op grond van artikel 3.3,
                                                  aanhef en onder b, van de voormalige Wet
                                                  ruimtelijke ordening in onder meer
                                                  bestemmingsplannen, beheersverordeningen en andere
                                                  ruimtelijke regelingen zijn opgenomen. In het
                                                  nieuwe stelsel zijn deze regelingen onderdeel
                                                  geworden van het tijdelijke deel van het
                                                  omgevingsplan. De beoordelingsregel voor deze in
                                                  ruimtelijke regelingen opgenomen
                                                  sloopvergunningenstelsels was opgenomen in artikel
                                                  2.16 van de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht. Ter vervanging van deze bepaling
                                                  is in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> in een
                                                  gelijkluidende beoordelingsregel voorzien. In de
                                                  nieuwe redactie is er echter rekening mee gehouden
                                                  dat naast deze (vanuit artikel 2.16 van de Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht overgehevelde)
                                                  beoordelingsregel ook nog andere specifieke
                                                  beoordelingsregels kunnen zijn gesteld in de
                                                  vergunningenstelsels voor sloopactiviteiten in het
                                                  tijdelijke deel van het omgevingsplan. In de
                                                  jurisprudentie is de mogelijkheid om in
                                                  bijvoorbeeld een bestemmingsplan ook nog
                                                  specifieke beoordelingsregels voor het slopen te
                                                  stellen bevestigd (verwezen wordt naar ABRvS 12
                                                  maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:898, TBR 2014/61).
                                                  Als dergelijke beoordelingsregels zijn gesteld,
                                                  blijven deze onverminderd van toepassing en werkt
                                                  de beoordelingsregel in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> hierop
                                                  aanvullend.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_559" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_559">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.280 Omgevingsplanactiviteit:
                                                omgevingsvergunning afwijking van regels van het
                                                tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in
                                                artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de
                                                Omgevingswet</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_559__content_559" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_559__content_559">
			<Inhoud>
			  <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">Artikel 22.280</IntRef> heeft
                                                  betrekking op regels uit het tijdelijke deel van
                                                  het omgevingsplan waarin is bepaald dat bij
                                                  omgevingsvergunning kan worden afgeweken van
                                                  daarbij aangegeven regels. Dergelijke
                                                  afwijkingsmogelijkheden konden op grond van
                                                  artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c, van de
                                                  voormalige Wet ruimtelijke ordening worden gesteld
                                                  in bestemmingsplannen, beheersverordeningen en
                                                  andere ruimtelijke regelingen. Voor de
                                                  inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht hadden deze bepalingen de vorm van
                                                  een bevoegdheid om een (binnenplanse) ontheffing
                                                  te verlenen. Onder de (oude) Wet op de Ruimtelijke
                                                  Ordening werd nog gesproken van een (binnenplanse)
                                                  vrijstelling. In de redactie van de ruimtelijke
                                                  regelingen die onder de voormalige Wet ruimtelijke
                                                  ordening en de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht zijn vastgesteld, hebben de
                                                  bepalingen, zoals al vermeld, een vorm waarin
                                                  wordt bepaald dat bij omgevingsvergunning van een
                                                  gestelde regel kan worden afgeweken. Uit de
                                                  letterlijke redactie van dergelijke bepalingen
                                                  vloeit niet een zelfstandig verbod voort om een
                                                  activiteit te verrichten zonder
                                                  omgevingsvergunning. Onder de werking van de Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht werden al deze
                                                  bepalingen dan ook in juridische vorm 'gevangen'
                                                  onder de werking van het verbod behoudens
                                                  omgevingsvergunning uit artikel 2.1, eerste lid,
                                                  onder c. Deze wet is echter bij de inwerkintreding
                                                  van de Omgevingswet ingetrokken, zodat de
                                                  explicitering van de vergunningplicht voor deze
                                                  afwijkingsmogelijkheden niet langer is geregeld.
                                                  In plaats daarvan wordt deze explicitering van de
                                                  vergunningplicht nu in a<IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan geregeld. Met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> wordt
                                                  daarmee buiten twijfel gesteld dat de bepalingen
                                                  uit het tijdelijke deel waarin de mogelijkheid
                                                  wordt geboden om bij omgevingsvergunning van
                                                  regels af te wijken, gelden als binnenplans verbod
                                                  om de betrokken activiteit zonder
                                                  omgevingsvergunning te verrichten. Ook de nog
                                                  voorkomende redacties in oude ruimtelijke
                                                  regelingen die deel uitmaken van het tijdelijke
                                                  deel van het omgevingsplan, met termen als
                                                  ontheffing en vrijstelling, worden door dit
                                                  binnenplanse verbod om de betrokken activiteit
                                                  zonder omgevingsvergunning te verrichten
                                                  aangestuurd.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_560" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_560">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.281 Omgevingsplanactiviteit:
                                                nadere invulling beoordelingsregels
                                                omgevingsvergunning afwijking van regels van het
                                                tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in
                                                artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de
                                                Omgevingswet algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_560__content_560" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_560__content_560">
			<Inhoud>
			  <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.281" scope="Artikel">Artikel 22.281</IntRef> moet
                                                  worden gelezen in samenhang met artikel 22.280 en
                                                  heeft ook betrekking op de in het tijdelijke deel
                                                  van dit omgevingsplan opgenomen mogelijkheden om
                                                  bij omgevingsvergunning van gestelde regels te
                                                  kunnen afwijken. Zoals al toegelicht bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> vielen
                                                  dergelijke afwijkingsmogelijkheden onder de
                                                  juridische werking van de vergunningplicht van
                                                  artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de
                                                  voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
                                                  Met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder
                                                  a, onder 1o, van de voormalige Wet algemene
                                                  bepalingen omgevingsrecht, konden deze
                                                  omgevingsvergunningen worden verleend. De Afdeling
                                                  advisering van de Raad van State heeft er in haar
                                                  advies over het ontwerp Invoeringsbesluit
                                                  Omgevingswet terecht op gewezen dat uit de werking
                                                  van de beoordelingsregel in artikel 8.0a, eerste
                                                  lid, van het Bkl een imperatieve werking
                                                  voortvloeit, die ertoe leidt dat een
                                                  omgevingsvergunning voor activiteiten als hier
                                                  bedoeld moet worden verleend als de activiteit
                                                  niet in strijd is met de regels die in het
                                                  omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van
                                                  de omgevingsvergunning. Hierdoor zou de
                                                  mogelijkheid uit artikel 2.12 van de voormalige
                                                  Wet algemene bepalingen omgevingsrecht om de
                                                  vergunning, ook als werd voldaan aan de in de
                                                  betrokken planologische regeling gestelde regels
                                                  over afwijking, toch te kunnen weigeren, komen te
                                                  vervallen. Voor zover de regels voor het kunnen
                                                  verlenen van een omgevingsvergunning voor deze
                                                  afwijkingsmogelijkheden geen zelfstandige
                                                  beslissingsruimte bieden (maar een imperatieve
                                                  redactie kennen die kan dwingen tot
                                                  vergunningverlening), zou dit onder de werking van
                                                  het nieuwe stelsel tot het probleem kunnen leiden
                                                  dat het bevoegd gezag wordt gedwongen een
                                                  vergunning te verlenen terwijl onder oud recht
                                                  artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht nog de afwegingsruimte bood de
                                                  vergunning in die omstandigheid toch te kunnen
                                                  weigeren. Om een neutrale overgang naar het nieuwe
                                                  stelsel te borgen, wordt met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.281" scope="Artikel">artikel 22.281</IntRef>
                                                  beslissingsruimte toegevoegd aan de imperatief
                                                  geformuleerde regels voor het verlenen van deze
                                                  vergunningen. Daarmee blijft het net als onder de
                                                  werking van het oude stelsel mogelijk een afweging
                                                  te maken en de vergunning voor een geboden
                                                  afwijkingsmogelijkheid in voorkomende
                                                  omstandigheden toch te weigeren, in het geval de
                                                  regels voor het verlenen van de afwijking zouden
                                                  dwingen om de vergunning te verlenen. Het zal
                                                  overigens in de praktijk geregeld voorkomen dat
                                                  een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit bestaande uit een
                                                  dergelijke afwijking van een regel gezamenlijk
                                                  wordt verleend met een omgevingsvergunning voor
                                                  een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een
                                                  bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken
                                                  van het te bouwen bouwwerk.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_561" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_561">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.282 Omgevingsplanactiviteit:
                                                specifieke beoordelingsregel omgevingsvergunning
                                                afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit
                                                omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid,
                                                onder a, van de Omgevingswet, bij regels over een
                                                wijzigingsbevoegdheid of
                                                uitwerkingsplicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_561__content_561" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_561__content_561">
			<Inhoud>
			  <Al><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.282" scope="Artikel">Artikel 22.282</IntRef> biedt voor
                                                  aanvragen om een omgevingsvergunning voor
                                                  activiteiten als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> een
                                                  aanvullende mogelijkheid de omgevingsvergunning te
                                                  verlenen als de activiteit waarop de aanvraag
                                                  betrekking heeft in strijd is met de in het
                                                  tijdelijke deel van dit omgevingsplan gestelde
                                                  regels over afwijking, waardoor
                                                  vergunningverlening op grond van die regels niet
                                                  mogelijk is, maar niet in strijd is met regels
                                                  voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid
                                                  of uitwerkingsplicht in dat tijdelijke deel.
                                                  Hiermee wordt een vergelijkbare mogelijkheid
                                                  geboden zoals <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32" scope="Artikel">artikel 22.32</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan biedt voor aanvragen om een
                                                  omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteiten
                                                  bestaande uit bouwactiviteiten en het in stand
                                                  houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.
                                                  Omdat de werking identiek is wordt voor de
                                                  toepassing van deze bepaling verder verwezen naar
                                                  de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.2__subsec_22.2.7__subsec_22.2.7.2__art_22.32" scope="Artikel">artikel 22.32</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_562" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_562">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.283 Toepassingsbereik</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_562__content_562" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_562__content_562">
			<Inhoud>
			  <Al>Onder de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht waren de indieningsvereisten voor
                                                  omgevingsvergunningen op rijksniveau geregeld, ook
                                                  als de vergunningplicht was ingesteld in een
                                                  bestemmingsplan of gemeentelijke verordening. Deze
                                                  indieningsvereisten waren opgenomen in de
                                                  voormalige Regeling omgevingsrecht en komen, voor
                                                  zover het gaat om die laatste vergunningen, niet
                                                  meer terug op rijksniveau. Daarom worden deze
                                                  opgenomen in deze paragraaf. Voor zover het gaat
                                                  om vergunningplichten die onder de voormalige Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht waren ingesteld
                                                  in een bestemmingsplan, maken die vanaf de
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel uit
                                                  van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan,
                                                  bedoeld in artikel 22.1, onder a, van die wet.
                                                  Voor zover het gaat om vergunningplichten die
                                                  onder de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht waren ingesteld in gemeentelijke
                                                  verordeningen (artikel 2.2 van die wet) houden de
                                                  aanvraagvereisten verband met artikel 22.8 van de
                                                  Omgevingswet. Artikel 22.8 van de Omgevingswet
                                                  brengt met zich dat zolang deze
                                                  vergunningenstelsels nog niet zijn overgeheveld
                                                  naar het omgevingsplan, de regeling van artikel
                                                  2.2 van de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht feitelijk wordt gecontinueerd. Een
                                                  in een autonome verordening opgenomen
                                                  vergunningplicht, die krachtens artikel 2.2 van de
                                                  voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                                  werd aangemerkt als een
                                                  Wabo-omgevingsvergunningplicht, wordt na
                                                  inwerkingtreding van de Omgevingswet aangemerkt
                                                  als een omgevingsvergunningplicht op grond van
                                                  artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de
                                                  Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In deze afdeling zijn daarnaast nog de
                                                  aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning
                                                  voor twee andere activiteiten opgenomen. In de
                                                  eerste plaats de activiteit die strekt tot het
                                                  afwijken van regels in het tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a,
                                                  van de Omgevingswet, waarvoor in dat tijdelijke
                                                  deel is bepaald dat daarvan bij
                                                  omgevingsvergunning kan worden afgeweken. De
                                                  hiermee samenhangende vergunningplicht die onder
                                                  de gelding van de Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht volgde uit artikel 2.1, eerste lid,
                                                  aanhef en onder c, van die wet, is opgenomen in
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan. Voor een nadere toelichting hierop
                                                  wordt verwezen naar de hiervoor gegeven
                                                  toelichting op dat artikel.</Al>
			  <Al>De tweede activiteit waarvoor deze afdeling nog
                                                  aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning
                                                  bevat, is het slopen van een bouwwerk in een
                                                  rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor op
                                                  grond van artikel 4.35, tweede lid, van de
                                                  Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning
                                                  voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Ook
                                                  dat artikel is een overgangsrechtelijke bepaling.
                                                  In artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de
                                                  voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                                  was een vergunningplicht opgenomen voor het slopen
                                                  van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads- of
                                                  dorpsgezicht. Onder de Omgevingswet is dit geen
                                                  afzonderlijke, in artikel 5.1 van die wet
                                                  geregelde vergunningplicht meer, maar wordt het
                                                  sloopvergunningenregime voor rijksbeschermde
                                                  stads- en dorpsgezichten onderdeel van het
                                                  omgevingsplan. Direct bij de inwerkingtreding van
                                                  de Omgevingswet is in het algemeen nog niet in een
                                                  adequaat sloopvergunningenregime in het
                                                  omgevingsplan voorzien, omdat bestemmingsplannen
                                                  nog uitgingen van het bestaan van de wettelijke
                                                  vergunningplicht uit artikel 2.1, eerste lid,
                                                  onder h, van de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht. Om te voorkomen dat door het
                                                  wegvallen van die rechtstreeks uit de wet
                                                  voortvloeiende vergunningplicht een hiaat in de
                                                  bescherming van een rijksbeschermd stads- of
                                                  dorpsgezicht ontstaat, is in artikel 4.35, tweede
                                                  lid, van de Invoeringswet Omgevingswet bepaald dat
                                                  totdat het omgevingsplan voorziet in een adequaat
                                                  beschermingsregime dat voldoet aan de in dat
                                                  artikellid gestelde eisen, voor het slopen in een
                                                  rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht een
                                                  omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit is vereist. Artikel 4.35,
                                                  tweede lid, van die wet verklaart op deze
                                                  vergunningplicht de op de vergunningplicht uit
                                                  artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de
                                                  voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                                  betrekking hebbende weigeringsgrond uit artikel
                                                  2.16 van die wet van overeenkomstige toepassing.
                                                  Vanwege dit beschermingsregime zijn ook de
                                                  indieningsvereisten voor de aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning voor een activiteit als
                                                  bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van
                                                  de voormalige Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht zoals die waren opgenomen in
                                                  artikel 6.2 van de voormalige Regeling
                                                  omgevingsrecht naar deze afdeling
                                                  overgeheveld.</Al>
			  <Al>De vier categorieën activiteiten waarop de
                                                  aanvraagvereisten in deze afdeling betrekking
                                                  hebben, komen terug in de nadere onderverdeling
                                                  van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2" scope="Paragraaf">paragraaf 22.5.2</IntRef> van
                                                  deze afdeling in een viertal subparagrafen.</Al>
			  <Al>De indieningsvereisten uit de voormalige Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht komen niet
                                                  allemaal in identieke bewoordingen als
                                                  aanvraagvereisten terug. Dat kan alleen al niet
                                                  vanwege de begrippen uit het oude recht die in die
                                                  regels voorkomen. In de artikelen 22.2 en 22.14
                                                  van de Omgevingswet is bepaald dat de bruidsschat
                                                  bestaat uit rijksregels of daaraan gelijkwaardige
                                                  regels. Door aan te sluiten op de terminologie van
                                                  het nieuwe stelsel wordt invulling gegeven aan het
                                                  opstellen van gelijkwaardige regels. Dat betekent
                                                  bijvoorbeeld dat het begrip locatie wordt
                                                  gehanteerd en niet het begrip grond. Wat betreft
                                                  de aanvraagvereisten voor een aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning voor een gemeentelijk monument
                                                  is aangesloten bij de formulering van de
                                                  aanvraagvereisten voor een
                                                  rijksmonumentenactiviteit die in de
                                                  Omgevingsregeling zijn opgenomen.</Al>
			  <Al>De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">22.295</IntRef> voorzien in
                                                  specifieke aanvraagvereisten voor
                                                  omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op
                                                  een gemeentelijk monument. Bij een gemeentelijk
                                                  monument gaat het op grond van bijlage I bij het
                                                  Bbl om een monument of archeologisch monument als
                                                  bedoeld in de Erfgoedwet waaraan in dit
                                                  omgevingsplan de functie- aanduiding gemeentelijk
                                                  monument is gegeven. Op grond van <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">artikel 22.295</IntRef> zijn deze
                                                  aanvraagvereisten van overeenkomstige toepassing
                                                  op eventuele voorbeschermde gemeentelijke
                                                  monumenten in dit omgevingsplan. Bijlage I bij het
                                                  Bbl definieert een voorbeschermd gemeentelijk
                                                  monument voor zover in het kader van het
                                                  omgevingsplan van belang als een monument of
                                                  archeologisch monument waarvoor het omgevingsplan
                                                  een voorbeschermingsregel bevat vanwege het
                                                  voornemen om aan dat monument of archeologisch
                                                  monument in het omgevingsplan de
                                                  functie-aanduiding van gemeentelijk monument te
                                                  geven. De artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.295" scope="Artikel">22.295</IntRef> zijn ook van
                                                  toepassing op monumenten en archeologische
                                                  momenten die een (voor)beschermde status hebben op
                                                  grond van een gemeentelijke verordening en nog
                                                  niet via een voorbeschermingsregel of
                                                  functie-aanduiding in het omgevingsplan zijn
                                                  overgezet. Dit volgt uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.1__art_22.2" scope="Artikel">artikel 22.2</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan.</Al>
			  <Al>Voor de leesbaarheid wordt hierna alleen van
                                                  gemeentelijk monument gesproken, maar kan steeds
                                                  ook voorbeschermd gemeentelijk monument worden
                                                  gelezen.</Al>
			  <Al>Omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben
                                                  op een gemeentelijk monument komen overeen met de
                                                  activiteiten die op grond van de bijlage bij
                                                  artikel 1.1 van de Omgevingswet onder de
                                                  'rijksmonumentenactiviteit' vallen: het slopen,
                                                  verstoren, verplaatsen of wijzigen van een
                                                  monument of een archeologisch monument of het
                                                  herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt
                                                  ontsierd of in gevaar gebracht. Waar in deze
                                                  begripsomschrijving gesproken wordt van 'monument'
                                                  wordt alleen op gebouwde en aangelegde (groene)
                                                  monumenten gedoeld. Waar gesproken wordt van
                                                  'archeologisch monument' wordt gedoeld op een
                                                  terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed
                                                  vanwege de daar aanwezige overblijfselen,
                                                  voorwerpen of andere sporen van menselijke
                                                  aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die
                                                  overblijfselen, voorwerpen en sporen (zie de
                                                  bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet en
                                                  artikel 1.1 van de Erfgoedwet).</Al>
			  <Al>Voor deze aanvraagvereisten hebben, zoals
                                                  hierboven al aangegeven, de indieningsvereisten in
                                                  de voormalige Regeling omgevingsrecht onder de
                                                  voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                                  als basis gediend, aangevuld met
                                                  indieningsvereisten voor archeologische
                                                  rijksmonumenten op grond van de Monumentenwet
                                                  1988. De redactie is daarbij wel aangepast aan
                                                  voortschrijdend inzicht en aan de stelselkeuzes
                                                  van de Omgevingswet.</Al>
			  <Al>In <IntRef ref="chp_22__subchp_22.4__art_22.276" scope="Artikel">artikel 22.276</IntRef> zijn de
                                                  algemene aanvraagvereisten voor
                                                  omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op
                                                  een gemeentelijk monument opgenomen, die bij
                                                  iedere aanvraag van toepassing zijn. Voor het
                                                  overige zijn de aanvraagvereisten in verschillende
                                                  artikelen gespecificeerd voor de volgende
                                                  activiteiten:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1__item_a">
			      <Al>activiteiten die betrekking hebben op
                                                  archeologische monumenten;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1__item_b">
			      <Al>het slopen (= geheel of gedeeltelijk afbreken
                                                  of uit elkaar nemen) van monumenten;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1__item_c">
			      <Al>het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van
                                                  monumenten;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1__item_d" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1__item_d">
			      <Al>het wijzigen van een monument (restauratie,
                                                  verbouw, reconstructie of op een andere manier
                                                  wijzigen) of het door herstel ontsieren of in
                                                  gevaar brengen van een monument;</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1__item_e" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_562__content_562__list_o_1__item_e">
			      <Al>het gebruiken van een monument waardoor het
                                                  wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Ook zijn er twee artikelen opgenomen met eisen
                                                  aan tekeningen, een voor monumenten en een voor
                                                  archeologische monumenten.</Al>
			  <Al>Met deze uitsplitsing in activiteiten wordt
                                                  voorkomen dat initiatiefnemers
                                                  (vergunningaanvragers) worden geconfronteerd met
                                                  aanvraagvereisten die niet relevant voor hen zijn.
                                                  Deze insteek bestond al in de voormalige Regeling
                                                  omgevingsrecht, maar is nu verder vereenvoudigd.
                                                  Bij een aantal artikelen is ook een splitsing
                                                  aangebracht in aanvraagvereisten die in beginsel
                                                  altijd noodzakelijk zijn voor de beoordeling van
                                                  de voorgenomen activiteit in relatie tot het
                                                  monument of archeologisch monument en zijn
                                                  monumentale waarde (eerste lid), en
                                                  aanvraagvereisten die niet in alle gevallen nodig
                                                  zijn of die alleen voor bepaalde soorten
                                                  gemeentelijke monumenten van toepassing zijn
                                                  (tweede lid).</Al>
			  <Al>De aard en de omvang van de activiteit en het
                                                  soort gemeentelijk monument bepalen welke
                                                  aanvraagvereisten in een concreet geval van
                                                  toepassing zijn. Zo zijn voor de beoordeling van
                                                  een vergunningaanvraag voor uitvoering van een
                                                  restauratie- of (ver)bouwplan meer gegevens en
                                                  bescheiden noodzakelijk dan voor het beoordelen
                                                  van een vergunningaanvraag voor het aanbrengen van
                                                  gevelreclame. Voorafgaand aan ingrijpende
                                                  restauraties is het uitvoeren van een
                                                  bouwhistorisch onderzoek vaak wenselijk, terwijl
                                                  dit voor kleinere herstelwerkzaamheden meestal
                                                  niet aan de orde zal zijn. Ook de locatie van de
                                                  activiteiten is voor de aanvraagvereisten van
                                                  belang. Als er werkzaamheden in het interieur
                                                  worden uitgevoerd, zijn interieurfoto's nodig,
                                                  maar deze zijn doorgaans niet relevant als de
                                                  ingrepen alleen de buitenkant van het monument
                                                  betreffen.</Al>
			  <Al>Door de grote verscheidenheid aan activiteiten
                                                  die van invloed kunnen zijn op de monumentale
                                                  waarde van een monument of archeologisch monument
                                                  is geen volledig dekkend beeld te geven van alle
                                                  mogelijke aanvraagvereisten. Het bevoegd gezag kan
                                                  in specifieke gevallen, naast de genoemde
                                                  aanvraagvereisten, op grond van artikel 4:2,
                                                  tweede lid, in samenhang met artikel 4:5 van de
                                                  Algemene wet bestuursrecht ook nog andere
                                                  aanvraagvereisten formuleren. De gevraagde
                                                  informatie moet uiteraard wel noodzakelijk zijn
                                                  voor, en in directe relatie te staan tot, de
                                                  beoordeling van de aanvraag. Het is dan ook in het
                                                  algemeen bij voorgenomen omgevingsplanactiviteiten
                                                  die betrekking hebben op een gemeentelijk monument
                                                  raadzaam voor een aanvrager om eerst in
                                                  vooroverleg te treden met het bevoegd gezag en
                                                  daarna pas over te gaan tot het maken van
                                                  definitieve plannen. Zo krijgt hij vroegtijdig
                                                  inzicht in welke aanvullende aanvraagvereisten in
                                                  het concrete geval nodig worden geacht en kan
                                                  rekening worden gehouden met eventuele
                                                  toepasselijke kwaliteitsnormen of
                                                  uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van
                                                  monumenten.</Al>
			  <Al>Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag zal
                                                  het belang van de (archeologische) monumentenzorg
                                                  bij het behoud van het monument of archeologisch
                                                  monument in redelijkheid moeten worden afgewogen
                                                  tegen de belangen van de aanvrager
                                                  (eigenaar/gebruiker) en die van derde
                                                  belanghebbenden. Bij die belangenafweging staat
                                                  het voorkomen van nadelige gevolgen van de
                                                  aangevraagde activiteiten voor het monument of
                                                  archeologisch monument en de monumentale waarden
                                                  ervan voorop. Ook zal er bij de beoordeling van
                                                  een aanvraag voor een omgevingsvergunning rekening
                                                  moeten worden gehouden met de volgende beginselen
                                                  uit het verdrag van Granada (de op 3 oktober 1985
                                                  te Granada tot stand gekomen Overeenkomst inzake
                                                  het behoud van het architectonische erfgoed van
                                                  Europa; Trb. 1985, 163) en het verdrag van
                                                  Valletta (het op 16 januari 1992 te Valletta tot
                                                  stand gekomen herziene Europees Verdrag inzake de
                                                  bescherming van het archeologisch erfgoed; Trb.
                                                  1992, 32):</Al>
			  <Al>a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of
                                                  sloop van monumenten en archeologische
                                                  monumenten,</Al>
			  <Al>b. het voorkomen van verplaatsing van monumenten
                                                  of een deel daarvan, tenzij dit dringend vereist
                                                  is voor het behoud van die monumenten,</Al>
			  <Al>c. het bevorderen van het gebruik van
                                                  monumenten, zo nodig door wijziging van die
                                                  monumenten, rekening houdend met de monumentale
                                                  waarden, en</Al>
			  <Al>d. het conserveren en in stand houden van
                                                  archeologische monumenten, bij voorkeur in
                                                  situ.</Al>
			  <Al>Een aanvraag moet dus voldoende inzicht geven in
                                                  de reden, aard en omvang van de activiteit, de
                                                  impact op het monument of archeologisch monument
                                                  en de monumentale waarde ervan, en het
                                                  (voorgenomen) gebruik van het monument of
                                                  archeologisch monument.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_563" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_563">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.284 Omgevingsplanactiviteit:
                                                uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of
                                                werkzaamheid</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_563__content_563" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_563__content_563">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat een aantal specifieke
                                                  aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit
                                                  die betrekking heeft op een werk dat geen bouwwerk
                                                  is, of het uitvoeren van een
                                                  werkzaamheid.<br/>Deze aanvraagvereisten gelden
                                                  naast de algemene aanvraagvereisten in artikel
                                                  4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
                                                  (ondertekening, naam en adres van de aanvrager,
                                                  dagtekening en aanduiding van de gevraagde
                                                  beschikking) en de aanvraagvereisten in artikel
                                                  7.2 van de Omgevingsregeling (aanduiding van de
                                                  activiteit, elektronisch adres en telefoonnummer
                                                  van de aanvrager, aanduiding en begrenzing van de
                                                  locatie van de activiteit en eventuele gegevens
                                                  van een gemachtigde).</Al>
			  <Al>Met het vereiste om aan te geven welke obstakels
                                                  aanwezig zijn, bedoeld in het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onder c, wordt
                                                  bijvoorbeeld bedoeld een boom, lantaarnpaal of
                                                  nutsvoorziening die in de weg staat aan het
                                                  realiseren van het werk of het uitvoeren van de
                                                  werkzaamheid.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.2__art_22.284__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> betreft een
                                                  rapport van een archeologisch vooronderzoek,
                                                  waarin de archeologische waarde van het
                                                  archeologisch monument op de locatie(s) van de
                                                  voorgenomen activiteit nader is vastgesteld. Het
                                                  bevoegd gezag moet op basis hiervan voldoende
                                                  inzicht krijgen in de exacte impact van de
                                                  activiteit op de archeologische waarde van het
                                                  archeologisch monument. In die gevallen dat de
                                                  archeologische waarde eerder al voldoende is
                                                  vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste niet nodig
                                                  zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_564" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_564">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.285 Omgevingsplanactiviteit:
                                                slopen van een bouwwerk</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_564__content_564" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_564__content_564">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat een aanvraagvereiste voor een
                                                  sloopactiviteit. In verband met de
                                                  beoordelingsregel uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> moeten
                                                  gegevens worden overgelegd waarmee aannemelijk
                                                  moet worden gemaakt dat op de plaats van het te
                                                  slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal
                                                  worden gebouwd. Met 'kan' worden gebouwd wordt
                                                  gedoeld op de situatie waarin het bouwen van een
                                                  vervangend bouwwerk juridisch mogelijk is. Om dit
                                                  aannemelijk te maken is in beginsel een
                                                  omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit voor
                                                  het bouwen van het vervangende bouwwerk voldoende.
                                                  Om aannemelijk te maken dat er, als de hiervoor
                                                  bedoelde omgevingsvergunning (nog) niet is
                                                  verleend, 'zal' worden gebouwd, moet de intentie
                                                  om het vervangende bouwwerk te bouwen op andere
                                                  wijze worden onderbouwd, bijvoorbeeld door inzicht
                                                  te geven in vergevorderde bouwplannen. Dat laatste
                                                  geldt ook als voor het bouwen van een vervangend
                                                  bouwwerk op de locatie geen omgevingsvergunning
                                                  voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Als
                                                  het naar het oordeel van het bevoegd gezag
                                                  onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake
                                                  zal zijn van vervangende nieuwbouw, biedt <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> de
                                                  mogelijkheid om de vergunning te weigeren. Het is
                                                  mogelijk dat naast <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.279" scope="Artikel">artikel 22.279</IntRef> nog andere
                                                  specifieke beoordelingsregels zijn opgenomen in
                                                  het tijdelijke deel van het omgevingsplan bij de
                                                  daar opgenomen vergunningplicht om een bouwwerk te
                                                  slopen zonder omgevingsvergunning. Op grondslag
                                                  van artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet
                                                  bestuursrecht kan het bevoegd gezag zo nodig nog
                                                  aanvullende gegevens en bescheiden opvragen die
                                                  gelet op die beoordelingsregels nodig zijn voor de
                                                  beslissing op de aanvraag.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_565" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_565">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.286 Omgevingsplanactiviteit:
                                                afwijking van regels van het tijdelijke deel van dit
                                                omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid
                                                ,onder a, van de Omgevingswet</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_565__content_565" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_565__content_565">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat aanvraagvereisten voor een
                                                  aanvraag om een omgevingsvergunning om af te
                                                  wijken van regels in het tijdelijke deel van dit
                                                  omgevingsplan als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.1__art_22.280" scope="Artikel">artikel 22.280</IntRef>. Voor een
                                                  nadere toelichting op deze vergunningplicht wordt
                                                  verwezen naar de toelichting op dat artikel. De
                                                  aanvraagvereisten in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286" scope="Artikel">artikel 22.286</IntRef> zijn
                                                  ontleend aan artikel 3.2 van de voormalige
                                                  Regeling omgevingsrecht.</Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.3__art_22.286__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> betreft een
                                                  rapport van een archeologisch vooronderzoek,
                                                  waarin de archeologische waarde van het
                                                  archeologisch monument op de locatie(s) van de
                                                  voorgenomen activiteit nader is vastgesteld. Het
                                                  bevoegd gezag moet op basis hiervan voldoende
                                                  inzicht krijgen in de exacte impact van de
                                                  activiteit op de archeologische waarde van het
                                                  archeologisch monument. In die gevallen dat de
                                                  archeologische waarde eerder al voldoende is
                                                  vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste niet nodig
                                                  zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_566" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_566">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.287 Omgevingsplanactiviteit
                                                gemeentelijk monument: algemeen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_566__content_566" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_566__content_566">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat aanvraagvereisten die gelden
                                                  voor iedere activiteit die betrekking heeft op een
                                                  gemeentelijk monument.</Al>
			  <Al>Deze aanvraagvereisten gelden naast de algemene
                                                  aanvraagvereisten in artikel 4:2, eerste lid, van
                                                  de Algemene wet bestuursrecht (ondertekening, naam
                                                  en adres van de aanvrager, dagtekening en
                                                  aanduiding van de gevraagde beschikking) en de
                                                  aanvraagvereisten in artikel 7.2 van de
                                                  Omgevingsregeling (aanduiding van de activiteit,
                                                  elektronisch adres en telefoonnummer van de
                                                  aanvrager, aanduiding en begrenzing van de locatie
                                                  van de activiteit en eventuele gegevens van een
                                                  gemachtigde).</Al>
			  <Al><i>Onderdeel a</i></Al>
			  <Al>Onderdeel a van dit artikel betreft de
                                                  identificatie van het gemeentelijk monument waarop
                                                  de aanvraag betrekking heeft.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel b</i></Al>
			  <Al>Onderdeel b betreft informatie over het huidige
                                                  en het beoogde gebruik na verlening van de
                                                  omgevingsvergunning. Deze gegevens zijn nodig om
                                                  nut en noodzaak van de activiteit en de gevolgen
                                                  daarvan voor het gemeentelijk monument te kunnen
                                                  beoordelen.</Al>
			  <Al><i>Onderdeel c</i></Al>
			  <Al>Onderdeel c is nieuw ten opzichte van de
                                                  voormalige Regeling omgevingsrecht. Dit
                                                  aanvraagvereiste werd in de praktijk gemist, en
                                                  dient enerzijds om inzicht te krijgen in de
                                                  belangen van de aanvrager en de keuzes die ten
                                                  grondslag liggen aan de aanvraag en anderzijds in
                                                  de gevolgen voor (de monumentale waarde van) het
                                                  gemeentelijk monument. Het aanvraagvereiste sluit
                                                  ook aan op de algemene zorgplicht in de artikelen
                                                  1.6 en 1.7 van de Omgevingswet. Die brengt met
                                                  zich dat een initiatiefnemer voor zover dit
                                                  redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd
                                                  nadelige gevolgen voor het gemeentelijk monument
                                                  zoveel mogelijk moet voorkomen of beperken, of,
                                                  als dit niet mogelijk is, de activiteit (in die
                                                  vorm) achterwege laat. Overigens hoeft niet elk
                                                  verlies van monumentale waarden tot weigering van
                                                  de omgevingsvergunning te leiden. Bij de
                                                  belangenafweging worden ook de belangen van de
                                                  aanvrager betrokken. Dit volgt onder meer uit
                                                  artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.
                                                  Vooroverleg met het bevoegd gezag is nuttig om te
                                                  komen tot een haalbaar plan. De aanvrager kan in
                                                  het kader van het aanvraagvereiste in dit
                                                  onderdeel refereren aan dit overleg.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_567" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.288 Omgevingsplanactiviteit
                                                gemeentelijk monument voor zover het gaat om een
                                                archeologisch monument</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_567__content_567" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel staan de specifieke
                                                  aanvraagvereisten voor een omgevingsplanactiviteit
                                                  die betrekking heeft op een gemeentelijk monument
                                                  die een archeologisch monument betreft. Een
                                                  archeologisch monument is in de Erfgoedwet
                                                  gedefinieerd als een terrein dat deel uitmaakt van
                                                  cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige
                                                  overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van
                                                  menselijke aanwezigheid in het verleden, met
                                                  inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en
                                                  sporen. Dit artikel is van toepassing als de
                                                  aanvraag een gemeentelijk monument betreft dat een
                                                  archeologisch monument is, en kan in bepaalde
                                                  gevallen van toepassing zijn als deze een
                                                  archeologisch monument betreft dat geen
                                                  zelfstandig gemeentelijk monument is, maar zich
                                                  ter plaatse van een gebouwd of aangelegd
                                                  gemeentelijk monument bevindt. Denk hierbij
                                                  bijvoorbeeld aan de resten van een voorganger van
                                                  een als gemeentelijk monument beschermde kerk die
                                                  zich daar nog onder bevinden, of aan het
                                                  bodemarchief onder een slotgracht of kasteeltuin.
                                                  Als voor die locatie nog geen afweging over de
                                                  archeologische monumentenzorg heeft plaatsgevonden
                                                  in het kader van besluitvorming over het toedelen
                                                  van functies aan locaties, kunnen de
                                                  archeologische belangen worden meegewogen bij de
                                                  besluitvorming over de omgevingsvergunning voor
                                                  een (bodemverstorende) activiteit die een gebouwd
                                                  of aangelegd gemeentelijk monument betreft. Er
                                                  kunnen in dat geval aan de omgevingsvergunning in
                                                  het belang van de archeologische monumentenzorg
                                                  ook vergunningvoorschriften worden verbonden voor
                                                  het in situ- of ex situ- behoud van het zich
                                                  daaronder bevindende archeologisch monument (zie
                                                  verder de toelichting bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303" scope="Artikel">artikel 22.303</IntRef>).</Al>
			  <Al>In de meeste gevallen zal het bij een
                                                  omgevingsplanactiviteit als bedoeld in dit artikel
                                                  gaan om het op een of meer plaatsen verstoren van
                                                  de bodem, maar het kan bij zichtbare
                                                  archeologische monumenten, zoals terpen/wierden,
                                                  kasteelterreinen, hunebedden, grafheuvels en
                                                  scheepswrakken, bijvoorbeeld ook gaan om
                                                  ontsiering of beschadiging van het zichtbare deel
                                                  van het archeologisch monument.</Al>
			  <Al>Veel voorkomende activiteiten die betrekking
                                                  hebben op een archeologisch monument, zijn:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_1" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_1" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_1__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_1__item_a">
			      <Al>bouw-, sloop-, inrichtings- en
                                                  graafwerkzaamheden,</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_1__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_1__item_b">
			      <Al>de aanleg of het onderhoud van
                                                  infrastructurele werken zoals (spoor)wegen,
                                                  rioleringen, kabels en leidingen.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al>Ook kan het gaan om:</Al>
			  <Lijst eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2" type="ongemarkeerd">
			    <Li eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_a" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_a">
			      <Al>het aanbrengen van verhardingen in de openbare
                                                  ruimte,</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_b" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_b">
			      <Al>het aanleggen of dempen van waterlopen en het
                                                  aanleggen van vaargeulen,</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_c" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_c">
			      <Al>het aanplanten en verwijderen van
                                                  (diepwortelende) bomen en struiken,</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_d" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_d">
			      <Al>het ophogen, verlagen of egaliseren van het
                                                  maaiveld,</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_e" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_e">
			      <Al>het wijzigen van het grondwaterpeil,</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_f" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_f">
			      <Al>het winnen van grondstoffen,</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_g" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_g">
			      <Al>agrarische grondwerkzaamheden, en</Al>
			    </Li>
			    <Li eId="artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_h" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_567__content_567__list_o_2__item_h">
			      <Al>activiteiten die tot doel hebben de fysieke
                                                  staat van het archeologisch monument te
                                                  consolideren of te restaureren.</Al>
			    </Li>
			  </Lijst>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is geregeld welke
                                                  gegevens en bescheiden nodig zijn om de exacte
                                                  locatie(s) te bepalen waar en tot welke diepte het
                                                  archeologisch monument door de voorgenomen
                                                  activiteit zal worden verstoord, en op welke
                                                  wijze.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel a en
                                                  c</i></Al>
			  <Al>In onderdeel a moet de aard van de activiteit
                                                  worden omschreven.</Al>
			  <Al>Als het maaiveldniveau, bedoeld in de onderdelen
                                                  a en c en elders in dit artikel, niet of lastig is
                                                  vast te stellen, zoals het geval is binnen een
                                                  bouwwerk, kan hiervoor het niveau van de bovenkant
                                                  van de afgewerkte begane grondvloer worden
                                                  aangehouden.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Voor de topografische kaart, bedoeld in
                                                  onderdeel b, kan gebruik worden gemaakt van de
                                                  Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en
                                                  voor locaties op zee van de officiële zeekaarten
                                                  van de Dienst der Hydrografie. De BGT-kaart is een
                                                  digitale topografische kaart met een schaal
                                                  variërend van 1:500 – 1:5000 en bevat
                                                  topografische objecten, zoals gebouwen, wegen,
                                                  spoorwegen, waterlopen, parken en bossen. Via de
                                                  Landelijke Voorziening BGT-informatie kan eenieder
                                                  vrij de beschikbare BGT-informatie opvragen en
                                                  downloaden.<br/>Met de coördinatenparen in dit
                                                  onderdeel wordt gedoeld op het coördinatensysteem
                                                  van de Rijksdriehoeksmeting en, voor locaties op
                                                  zee, het Europees Terrestrisch Referentiesysteem
                                                  1989 (ETRS89). Er zijn minimaal twee
                                                  coördinatenparen nodig, zodat daaruit de schaal
                                                  van de tekening kan worden herleid.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  d</i></Al>
			  <Al>Met een programma van eisen als bedoeld in
                                                  onderdeel d kan het bevoegd gezag specifieke eisen
                                                  aan een archeologische opgraving stellen, gericht
                                                  op een professionele uitvoering van de
                                                  archeologische opgraving als bedoeld in de
                                                  Erfgoedwet. In een programma van eisen worden de
                                                  onderzoeksvragen en onderzoeksmethoden beschreven
                                                  en beargumenteerd. Die zijn gebaseerd op de
                                                  archeologische verwachting uit het aan het
                                                  veldonderzoek voorafgaande (bureau)onderzoek.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  e</i></Al>
			  <Al>Bij booronderzoek als bedoeld in onderdeel e kan
                                                  in plaats van met een programma van eisen worden
                                                  volstaan met een (minder uitvoerig) plan van
                                                  aanpak. Zie verder de toelichting bij onderdeel
                                                  d.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  f</i></Al>
			  <Al>In onderdeel f is geregeld dat als sprake is van
                                                  een zichtbaar archeologisch monument zoals een
                                                  terp/wierde of een grafheuvel, de aanvrager
                                                  gevraagd kan worden aan de hand van foto's
                                                  inzichtelijk te maken wat de huidige situatie is
                                                  en tekeningen te overleggen waaruit blijkt hoe het
                                                  archeologisch monument eruit zal zien na
                                                  realisatie van het voorgenomen plan. Behalve het
                                                  bouwen van bouwwerken kan het ook andere ingrepen
                                                  betreffen, zoals terreinverhardingen, het graven
                                                  of dempen van sloten of het planten van bomen. Het
                                                  gaat er bij dit aanvraagvereiste om de gevolgen
                                                  van de voorgenomen activiteit voor de
                                                  zichtbaarheid en de belevingswaarde van het
                                                  archeologisch monument inzichtelijk te maken.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  g</i></Al>
			  <Al>Het aanvraagvereiste in onderdeel g –
                                                  funderingstekeningen – betreft dat deel van de
                                                  bouwwerkzaamheden dat in de bodem plaatsvindt. Het
                                                  bovengrondse deel van het bouwplan is voor de
                                                  impact op archeologie in de bodem niet
                                                  relevant.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>bevat
                                                  aanvraagvereisten die niet altijd nodig zijn voor
                                                  de beoordeling van de gevolgen van de voorgenomen
                                                  activiteit voor het archeologisch monument.
                                                  Tijdens het vooroverleg kan het bevoegd gezag
                                                  aangeven welke aanvraagvereisten in het concrete
                                                  geval van toepassing zijn. Ook kan het bevoegd
                                                  gezag die gegevens opvragen naar aanleiding van
                                                  een ingediende aanvraag, voor de beoordeling
                                                  waarvan deze gegevens en bescheiden ook nodig
                                                  blijken.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>Onderdeel a betreft een volgens de normen van de
                                                  archeologische beroepsgroep opgesteld rapport van
                                                  een archeologisch vooronderzoek, waarin de
                                                  archeologische waarde van het archeologisch
                                                  monument op de locatie(s) van de voorgenomen
                                                  activiteit nader is vastgesteld. Het bevoegd gezag
                                                  moet op basis hiervan voldoende inzicht krijgen in
                                                  de exacte impact van de activiteit op de
                                                  archeologische waarde van het archeologisch
                                                  monument. In die gevallen dat de archeologische
                                                  waarde eerder al voldoende is vastgesteld, zal dit
                                                  aanvraagvereiste niet nodig zijn.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Het rapport in onderdeel b verschilt in die zin
                                                  van een rapport als bedoeld in onderdeel a, dat
                                                  uit dit rapport moet blijken wat de gevolgen van
                                                  de activiteit zullen zijn voor het archeologisch
                                                  monument, bijvoorbeeld een zettingsrapport (over
                                                  het samendrukken van de grond door belasting). Een
                                                  rapport als hier bedoeld is niet altijd nodig,
                                                  maar vooral als het om specifieke informatie gaat
                                                  die niet al blijkt uit de overige gegevens en
                                                  bescheiden en het bevoegd gezag deze informatie
                                                  zelf niet al heeft.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onder d</i></Al>
			  <Al>Met aanlegwerkzaamheden als bedoeld in onderdeel
                                                  d worden alle werkzaamheden bedoeld die geen
                                                  bouwactiviteit, sloopactiviteit of
                                                  ontgrondingsactiviteit zijn en waarbij de bodem
                                                  wordt geroerd, een werk wordt aangelegd of het
                                                  terrein anders wordt ingericht. Denk hierbij
                                                  bijvoorbeeld aan het aanbrengen van
                                                  terreinverhardingen, aan het graven of dempen van
                                                  sloten, aan het planten van bomen, struiken of
                                                  andere diepwortelende planten, of aan het (deels)
                                                  ophogen van een terrein. Als deze
                                                  aanvraagvereisten moeten worden aangeleverd in het
                                                  kader van een aanvraag voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit of een
                                                  ontgrondingsactiviteit, kunnen dezelfde bescheiden
                                                  ook in dit kader worden ingediend. Deze
                                                  aanvraagvereisten zijn niet nodig in geval van
                                                  kleinschalige werkzaamheden die door de
                                                  grondgebruiker of eigenaar zelf worden uitgevoerd.
                                                  Het gaat bij deze aanvraagvereisten vooral om
                                                  omvangrijkere werkzaamheden die door een aannemer
                                                  worden uitgevoerd, zoals het verbreden of
                                                  verdiepen van sloten, het uitbaggeren van
                                                  grachten, het beschoeien van vaarwegen, sloten of
                                                  grachten, het (gedeeltelijk) ophogen van het
                                                  maaiveld, het graven van sleuven voor kabels,
                                                  leidingen of riolering, of de aanleg van wegen,
                                                  opritten of verhardingen (bestrating,
                                                  parkeerplaatsen).</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  e</i></Al>
			  <Al>In onderdeel e is geregeld dat als de activiteit
                                                  (ook) bestaat uit het geheel of gedeeltelijk
                                                  afbreken van een bouwwerk het bevoegd gezag
                                                  bestaande funderingstekeningen kan verlangen. Dit
                                                  kan uiteraard niet als deze tekeningen verloren
                                                  zijn gegaan of redelijkerwijs niet meer te
                                                  achterhalen zijn.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  f</i></Al>
			  <Al>Bij de sonaropnamen, bedoeld in onderdeel f,
                                                  gaat het doorgaans om zogenoemde
                                                  'multibeamopnamen'. Deze hebben als doel om de
                                                  topografische hoogte, de bathymetrie, van de
                                                  zeebodem ter plekke te bepalen en dienen als
                                                  nulmeting om de situatie voorafgaand aan de
                                                  ingreep te kunnen vergelijken met die daarna.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_568" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_568">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.289 Eisen aan tekeningen als
                                                bedoeld in artikel 22.288</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_568__content_568" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_568__content_568">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat de eisen aan tekeningen als
                                                  bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">artikel 22.288</IntRef>.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_569" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_569">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.290 Omgevingsplanactiviteit:
                                                slopen van een gemeentelijk monument voor zover het
                                                gaat om een monument</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_569__content_569" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_569__content_569">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor
                                                  zover een omgevingsplanactiviteit die betrekking
                                                  heeft op een gemeentelijk monument bestaat uit het
                                                  slopen van een monument. Onder slopen wordt
                                                  verstaan het geheel of gedeeltelijk afbreken of
                                                  uit elkaar nemen, zie de begripsbepaling van
                                                  slopen in de bijlage bij artikel 1.1 van de
                                                  Omgevingswet. Het gaat hierbij dus niet alleen om
                                                  het slopen van een monument of complete bouwdelen,
                                                  maar ook over het slopen van kleinere onderdelen
                                                  zoals muren, houtwerkconstructies, deuren en
                                                  vensters, of interieurelementen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>De foto's in onderdeel a moeten een duidelijke
                                                  indruk geven van de technische staat en de
                                                  ruimtelijke context van het monument of het te
                                                  slopen onderdeel, zodat de noodzaak van de
                                                  voorgenomen sloop voldoende wordt geïllustreerd.
                                                  Het gaat er hierbij niet om dat het originele
                                                  (digitale) foto's moeten zijn, maar het mogen geen
                                                  onduidelijke kopieën zijn.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Situatietekeningen als bedoeld in onderdeel b,
                                                  onder 1°, zijn nodig in geval van het gedeeltelijk
                                                  afbreken van het monument waarbij de omvang van
                                                  het monument wijzigt. Als de voorgenomen
                                                  activiteit alleen bestaat uit inpandig slopen of
                                                  als het monument geheel wordt gesloopt, geldt dit
                                                  aanvraagvereiste dus niet.</Al>
			  <Al>Opnametekeningen als bedoeld in onderdeel b,
                                                  onder 2°, zijn tekeningen waarop de toestand van
                                                  het monument voorafgaand aan de activiteit is
                                                  weergeven. Afhankelijk van de aard, omvang en
                                                  plaats van de voorgenomen sloop kan het gaan om
                                                  plattegronden, doorsneden, gevelaanzichten en een
                                                  dakaanzicht. Als alleen inpandige
                                                  sloopwerkzaamheden plaatsvinden zullen die laatste
                                                  twee soorten tekeningen niet nodig zijn.</Al>
			  <Al>Uit slooptekeningen als bedoeld in onderdeel b,
                                                  onder 3°, moet blijken welke materialen of
                                                  onderdelen verwijderd worden. Dit moet de omvang
                                                  en de exacte impact van de voorgenomen
                                                  sloopwerkzaamheden op het monument inzichtelijk
                                                  maken. De opnametekeningen kunnen hiervoor als
                                                  basis worden gebruikt.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  c</i></Al>
			  <Al>Een omschrijving van de aard van en de
                                                  bestemming voor het door de sloop vrijkomende
                                                  materiaal als bedoeld in onderdeel c is van belang
                                                  omdat aan de omgevingsvergunning het voorschrift
                                                  kan worden verbonden deze onderdelen te
                                                  hergebruiken of voor hergebruik te bewaren, of ze
                                                  in het belang van de monumentenzorg voor
                                                  hergebruik elders beschikbaar te stellen. Denk
                                                  hierbij bijvoorbeeld aan historische dakpannen,
                                                  een monumentale topgevel, gevelsteen of een
                                                  monumentale schouw.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>De rapporten, bedoeld in onderdeel a, kunnen
                                                  nodig zijn om de monumentale waarde van het
                                                  monument of de te slopen onderdelen (nader) te
                                                  bepalen. Lang niet altijd zullen de actuele
                                                  monumentale waarden al in voldoende mate in beeld
                                                  zijn om de gevolgen van de voorgenomen
                                                  sloopwerkzaamheden voor de aanwezige monumentale
                                                  waarden te kunnen beoordelen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig
                                                  zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het
                                                  gebouwde of aangelegde monument (nog) niet
                                                  voorziet in een adequaat archeologisch regime en
                                                  de activiteit leidt tot verstoring van de bodem.
                                                  Zie verder de toelichting bij artikel 22.288.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  c</i></Al>
			  <Al>Een beschrijving van de technische staat als
                                                  bedoeld in onderdeel c is bijvoorbeeld nodig in
                                                  geval van een voorgenomen sloop op grond van de
                                                  technische staat van een monument of een onderdeel
                                                  daarvan. Als deze beschrijving en de foto's niet
                                                  voor zich spreken, kan een nadere onderbouwing van
                                                  de beschrijving in de vorm van een of meerdere
                                                  technische rapporten nodig zijn (onderdeel
                                                  d).</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_570" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_570">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.291 Omgevingsplanactiviteit:
                                                verplaatsen van een gemeentelijk monument voor zover
                                                het gaat om een monument</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_570__content_570" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_570__content_570">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor
                                                  zover een omgevingsplanactiviteit die betrekking
                                                  heeft op een gemeentelijk monument bestaat uit het
                                                  gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een
                                                  monument. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een
                                                  kerkorgel of een molen. Het bevoegd gezag zal
                                                  rekening moeten houden met het beginsel uit het
                                                  verdrag van Granada dat verplaatsing van
                                                  monumenten of een onderdeel daarvan moet worden
                                                  voorkomen, tenzij dit dringend vereist is voor het
                                                  voortbestaan ervan. Gaat het bevoegd gezag in een
                                                  concreet geval toch over tot het verlenen van een
                                                  omgevingsvergunning voor het verplaatsen van het
                                                  monument, dan zal het gelet op artikel 5 van het
                                                  verdrag van Granada<Noot id="v3" type="voet">
			      <NootNummer>3</NootNummer>
			      <Al>Artikel 5: «Iedere Partij verplicht zich ertoe
                                                  de verplaatsing van een beschermd monument of van
                                                  een deel daarvan te verbieden, behalve indien
                                                  zulks dringend is vereist voor het behoud van dit
                                                  monument. In dat geval neemt de bevoegde
                                                  autoriteit de nodige voorzorgsmaatregelen
                                                  betreffende het demonteren, het overbrengen en het
                                                  herbouwen van het monument op een geschikte
                                                  plaats.»<br/>Voor rijksmonumenten is dit geregeld
                                                  in artikel 8:82 van het Besluit kwaliteit
                                                  leefomgeving.</Al>
			    </Noot> voorschriften aan de vergunning verbinden
                                                  over het treffen van voorzorgsmaatregelen voor het
                                                  demonteren, het overbrengen en de herbouw van het
                                                  monument op de nieuwe locatie. Gelet hierop moeten
                                                  de gegevens en bescheiden voldoende inzicht geven
                                                  in de reden en de noodzaak van de voorgenomen
                                                  verplaatsing, in de huidige en de toekomstige
                                                  ruimtelijke context van het monument, en in de
                                                  beoogde wijze van demonteren, verplaatsen en
                                                  herbouwen. De herbouw op een nieuwe, geschikte
                                                  locatie mag dus niet onzeker zijn.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>De foto's in onderdeel b moeten een duidelijke
                                                  indruk geven van de technische staat van het
                                                  monument (toestand) of het te verplaatsen
                                                  onderdeel en van de ruimtelijke context van het
                                                  monument (situatie) of het onderdeel in de huidige
                                                  en in de nieuwe situatie en mogen daarom geen
                                                  onduidelijke kopieën zijn.</Al>
			  <Al>Opnametekeningen als bedoeld in onderdeel c,
                                                  onder 2°, zijn tekeningen waarop de toestand van
                                                  het monument voorafgaand aan de activiteit is
                                                  weergeven. Bij verplaatsing van een gedeelte van
                                                  een monument (zoals een kerkorgel) zullen minder
                                                  tekeningen nodig zijn dan bij verplaatsing van het
                                                  gehele monument.</Al>
			  <Al>Plantekeningen als bedoeld in onderdeel c, onder
                                                  3°, zijn tekeningen waarop de nieuwe toestand van
                                                  het monument (na de voorgenomen verplaatsing) is
                                                  weergeven. Bij verplaatsing van een gedeelte van
                                                  een monument zijn dit ook tekeningen van de nieuwe
                                                  toestand van het monument waar het verplaatste
                                                  gedeelte dan deel van uitmaakt. Zo zijn bij
                                                  verplaatsing van een orgel van de ene kerk naar de
                                                  andere kerk ook plantekeningen nodig van de
                                                  toestand van die andere kerk nadat het orgel
                                                  daarin is aangebracht.</Al>
			  <Al>Als het te verplaatsen monument een molen is,
                                                  moet op grond van onderdeel e, ook inzicht worden
                                                  gegeven in de molenbiotoop, zowel op de huidige
                                                  als de nieuwe locatie. Met de molenbiotoop wordt
                                                  hier de omgeving van de molen bedoeld, voor zover
                                                  die van belang is voor de werking van de molen.
                                                  Het gaat daarbij met name om de windvang (bij een
                                                  windmolen) of de watertoe- en afvoer (bij een
                                                  watermolen).</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig
                                                  zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het
                                                  gebouwde of aangelegde monument of voor de nieuwe
                                                  locatie (nog) niet voorziet in een adequaat
                                                  archeologisch regime en de activiteit leidt tot
                                                  verstoring van de bodem. Zie verder de toelichting
                                                  bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.288" scope="Artikel">artikel 22.288</IntRef>.</Al>
			  <Al>Aanvullende tekeningen als bedoeld in onderdeel
                                                  d kunnen bijvoorbeeld nodig zijn als er sprake is
                                                  van bijzondere detaillering (detailtekeningen) of
                                                  om een beeld te krijgen van het (functioneren van
                                                  het) monument op de nieuwe plek, bijvoorbeeld met
                                                  impressietekeningen of 3D-visualisaties.</Al>
			  <Al>Het bevoegd gezag kan bij de beoordeling van
                                                  vergunningaanvragen voor een
                                                  rijksmonumentenactiviteit kwaliteitseisen
                                                  hanteren, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de
                                                  uitvoeringsrichtlijnen die in de beroepsgroep(en)
                                                  gelden. Bij de beoordeling van een aanvraag is het
                                                  voor het bevoegd gezag van belang om te weten of
                                                  de aanvrager het plan dat ten grondslag ligt aan
                                                  de aanvraag hierop al heeft afgestemd of niet. Op
                                                  grond van onderdeel e moet hij hier opgave van
                                                  doen. Het gaat hier overigens niet om algemene
                                                  uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in het
                                                  Bbl.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_571" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_571">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.292 Omgevingsplanactiviteit
                                                gemeentelijk monument: wijzigen van een monument of
                                                monument door herstel ontsieren of in gevaar
                                                brengen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_571__content_571" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_571__content_571">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel omvat de meest voorkomende
                                                  activiteiten. Onder het wijzigen van een monument
                                                  vallen bijvoorbeeld het restaureren,
                                                  reconstrueren, renoveren, verbouwen, uitbouwen,
                                                  aanbouwen, of het bijvoorbeeld op een andere
                                                  manier wijzigen van een gebouwd monument of een
                                                  aangelegd (groen) monument. Denk hierbij ook aan
                                                  het in een afwijkende kleur schilderen van een
                                                  gevel of het hanteren van een ander
                                                  verfsysteem.</Al>
			  <Al>Voorbeelden van het herstellen van een monument
                                                  op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in
                                                  gevaar gebracht, zijn het met golfplaten repareren
                                                  van een rieten dak, of het reinigen of herstellen
                                                  van een interieurschildering, of gevel, waarbij
                                                  een onvoldoende deskundige uitvoering in potentie
                                                  grote gevolgen kan hebben voor de technische staat
                                                  en de monumentale waarde van het onderdeel (bij
                                                  een gevel ook het patina).</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>De foto's in onderdeel a moeten een duidelijke
                                                  indruk geven van de technische staat en de
                                                  ruimtelijke context van het monument, zodat de
                                                  noodzaak van de voorgenomen activiteit voldoende
                                                  wordt geïllustreerd. Het mogen daarom geen
                                                  onduidelijke kopieën zijn.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>
                                                  </i>Opnametekeningen als bedoeld in onderdeel b,
                                                  onder 2°, zijn tekeningen waarop de toestand van
                                                  het monument voorafgaand aan de activiteit is
                                                  weergeven. Welke soort tekeningen in een concreet
                                                  geval nodig zijn, hangt af van de aard van de
                                                  activiteit. In de regel zullen plattegronden en
                                                  doorsnedetekeningen nodig zijn. Als de activiteit
                                                  ook impact heeft op het exterieur of het
                                                  aangezicht van het monument, zullen ook
                                                  geveltekeningen en in voorkomend geval een
                                                  dakaanzicht nodig zijn.</Al>
			  <Al>Gebrekentekeningen als bedoeld in onderdeel b,
                                                  onder 3°, zijn nodig als er gebreken worden
                                                  hersteld. Het betreft feitelijk opnametekeningen
                                                  waarop de te verhelpen gebreken adequaat zijn
                                                  weergegeven.</Al>
			  <Al>Plantekeningen als bedoeld in onderdeel b, onder
                                                  4°, zijn tekeningen waarop de nieuwe toestand van
                                                  het monument (na afloop van de voorgenomen
                                                  activiteit) is weergeven.</Al>
			  <Al>Als er in het kader van de activiteit ook
                                                  materiaal wordt verwijderd, moeten er in een
                                                  dergelijk geval ook enkele gegevens en bescheiden
                                                  als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">artikel 22.290</IntRef> (slopen)
                                                  worden overgelegd. Zoals blijkt uit de
                                                  begripsbepaling van slopen in de bijlage bij
                                                  artikel 1.1 van de Omgevingswet wordt onder slopen
                                                  ook verstaan het gedeeltelijk afbreken of uit
                                                  elkaar nemen. In de praktijk van de voormalige Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht bleek dat een
                                                  aanvrager die zijn monument wil restaureren of
                                                  verbouwen zich niet altijd realiseert dat het
                                                  wegnemen van materialen ook onder slopen valt en
                                                  noodzakelijke gegevens en bescheiden daardoor
                                                  geregeld ontbraken. Daarom zijn de
                                                  aanvraagvereisten uit <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">artikel 22.290</IntRef> expliciet
                                                  (en niet met een verwijzing) in dit artikel
                                                  opgenomen. Op grond van onderdeel b, onder 5°,
                                                  moet de aanvrager in een dergelijk geval ook
                                                  slooptekeningen overleggen, waaruit blijkt welke
                                                  materialen of onderdelen verwijderd worden. De
                                                  slooptekeningen moeten de exacte impact van de
                                                  voorgenomen sloopwerkzaamheden op het monument
                                                  inzichtelijk maken.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  c</i></Al>
			  <Al>Op grond van onderdeel c moet in het bestek of
                                                  in de werkomschrijving de sloopmethode en de aard
                                                  van en bestemming voor het vrijkomend materiaal
                                                  worden omschreven. Aan de omgevingsvergunning kan
                                                  namelijk het voorschrift worden verbonden deze
                                                  onderdelen te hergebruiken of voor hergebruik te
                                                  bewaren, of ze in het belang van de monumentenzorg
                                                  voor hergebruik elders beschikbaar te
                                                  stellen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Een rapport als bedoeld in onderdeel b kan nodig
                                                  zijn als dit omgevingsplan voor de locatie van het
                                                  gebouwde of aangelegde monument (nog) niet
                                                  voorziet in een adequaat archeologisch regime en
                                                  de activiteit leidt tot verstoring van de bodem.
                                                  Zie verder de toelichting bij artikel 22.288.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel c en
                                                  d</i></Al>
			  <Al>Een beschrijving van de technische staat als
                                                  bedoeld in onderdeel c kan bijvoorbeeld nodig zijn
                                                  in geval van het herstellen van technische
                                                  gebreken. Als deze beschrijving en de foto's niet
                                                  voor zich spreken, kan een nadere onderbouwing van
                                                  de beschrijving in de vorm van een of meerdere
                                                  technische rapporten nodig zijn (onderdeel d). Dit
                                                  kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een (complexe)
                                                  restauratie.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  e</i></Al>
			  <Al>Aanvullende tekeningen als bedoeld in onderdeel
                                                  e kunnen bijvoorbeeld nodig zijn als er sprake is
                                                  van bijzondere detaillering (detailtekeningen) of
                                                  om een beeld te krijgen van het (functioneren van
                                                  het) monument na verrichting van de activiteit,
                                                  bijvoorbeeld met impressietekeningen of 3D-
                                                  visualisaties.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  f</i></Al>
			  <Al>Het bevoegd gezag kan bij de beoordeling van
                                                  vergunningaanvragen voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op
                                                  een gemeentelijk monument kwaliteitseisen
                                                  hanteren, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de
                                                  uitvoeringsrichtlijnen die in de beroepsgroep(en)
                                                  gelden. Bij de beoordeling van een aanvraag is het
                                                  voor het bevoegd gezag van belang om te weten of
                                                  de aanvrager het plan dat ten grondslag ligt aan
                                                  de aanvraag hierop al heeft afgestemd of niet. Op
                                                  grond van onderdeel f moet hij hier opgave van
                                                  doen. Het gaat hier overigens niet om algemene
                                                  uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in het
                                                  Bbl.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef>, onderdeel
                                                  g</i></Al>
			  <Al>Een beheervisie als bedoeld in onderdeel g is
                                                  een visie op het beheer van een groenaanleg,
                                                  gebaseerd op een analyse en een waardering op
                                                  grond van (cultuur)historisch onderzoek en
                                                  inventarisaties van natuurwaarden, recreatieve en
                                                  belevingswaarden, waterhuishouding en bodem, en
                                                  wensen van belanghebbenden (eigenaar en
                                                  gebruikers). De beheervisie maakt duidelijk welke
                                                  keuzes zijn gemaakt voor het beheer en is
                                                  richtinggevend voor een langere periode,
                                                  bijvoorbeeld 12 tot 18 jaar, of langer. De visie
                                                  kan ook worden weergegeven in streefbeelden.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_572" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_572">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.293 Omgevingsplanactiviteit
                                                gemeentelijk monument: monument door gebruik
                                                ontsieren of in gevaar brengen</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_572__content_572" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_572__content_572">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor
                                                  zover een omgevingsplanactiviteit die betrekking
                                                  heeft op een gemeentelijk monument bestaat uit het
                                                  gebruiken van een monument waardoor het kan worden
                                                  ontsierd of in gevaar gebracht. Bij het eerste kan
                                                  bijvoorbeeld worden gedacht aan het (tijdelijk)
                                                  aanbrengen van reclames of op een andere manier
                                                  aan het zicht onttrekken van een gevel of het dak.
                                                  Bij het laatste bijvoorbeeld aan het gebruiken van
                                                  een monument als vuurwerkopslag of op een wijze
                                                  die slecht verenigbaar is met een kwetsbaar
                                                  interieur, zoals een disco in een zaal met een
                                                  historische wandbespanning en parketvloer.</Al>
			  <Al>Ook als het voorgenomen gebruik niet gepaard
                                                  gaat met een fysieke wijziging van het monument
                                                  moet de aanvrager aangeven welke maatregelen hij
                                                  treft om ontsiering van het monument of de
                                                  nadelige gevolgen van het in gevaar brengen van
                                                  het monument te voorkomen of zoveel mogelijk te
                                                  beperken.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_573" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_573">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.294 Eisen aan tekeningen als
                                                bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met
                                                22.292</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_573__content_573" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_573__content_573">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel bevat de eisen aan tekeningen als
                                                  bedoeld in de artikelen <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.290" scope="Artikel">22.290</IntRef>, <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.291" scope="Artikel">22.291</IntRef> en <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.292" scope="Artikel">22.292</IntRef>. Daar waar er
                                                  meerdere schalen genoemd zijn, moet een schaal
                                                  worden gekozen die het onderdeel van het monument
                                                  adequaat weergeeft. Bij detailtekeningen van
                                                  stucwerk of ornamenteel stuc kan bijvoorbeeld een
                                                  schaal van 1:1 gevraagd worden ter verificatie van
                                                  het profiel. Maar deze schaal zal lang niet altijd
                                                  nodig zijn om details voldoende duidelijk weer te
                                                  geven. Het is aan de aanvrager om zijn aanvraag
                                                  voldoende duidelijk te maken en aan het bevoegd
                                                  gezag om te beoordelen of de ingediende bescheiden
                                                  volstaan voor de beoordeling.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_574" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_574">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.295 Overeenkomstige toepassing
                                                voorbeschermd gemeentelijk monument</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_574__content_574" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_574__content_574">
			<Inhoud>
			  <Al>In dit artikel is bepaald dat de
                                                  aanvraagvereisten die op grond van de artikelen
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.287" scope="Artikel">22.287</IntRef> tot en met <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.294" scope="Artikel">22.294</IntRef> voor gemeentelijke
                                                  monumenten gelden, ook gelden voor voorbeschermde
                                                  gemeentelijke monumenten (als bedoeld in bijlage I
                                                  bij het Bbl). Omwille van de leesbaarheid is voor
                                                  een apart artikel gekozen in plaats van het
                                                  opnemen in voornoemde artikelen zelf.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_575" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_575">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.296 Omgevingsplanactiviteit:
                                                slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk
                                                beschermd stads- of dorpsgezicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_575__content_575" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_575__content_575">
			<Inhoud>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef><br/></i>Dit
                                                  artikel bevat aanvraagvereisten voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op
                                                  het slopen van een bouwwerk in een gemeentelijk
                                                  beschermd stads- of dorpsgezicht. Op grond van het
                                                  <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> moet aannemelijk
                                                  worden gemaakt dat op de locatie van het te slopen
                                                  bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden
                                                  gebouwd. Met 'kan' worden gebouwd wordt gedoeld op
                                                  de situatie waarin het bouwen van een vervangend
                                                  bouwwerk juridisch mogelijk is. Om dit aannemelijk
                                                  te maken is in beginsel een omgevingsvergunning
                                                  voor een bouwactiviteit die op grond van dit
                                                  omgevingsplan is vereist voor het bouwen van dat
                                                  bouwwerk voldoende. Om aannemelijk te maken dat
                                                  er, als de hiervoor bedoelde omgevingsvergunning
                                                  (nog) niet is verleend, 'zal' worden gebouwd, moet
                                                  de intentie om het vervangende bouwwerk te bouwen
                                                  op andere wijze worden onderbouwd, bijvoorbeeld
                                                  door inzicht te geven in vergevorderde
                                                  bouwplannen. Dit aanvraagvereiste is opgenomen ter
                                                  voorkoming van braakliggende terreinen in de
                                                  beschermde historische structuur. Hiermee wordt
                                                  het daadwerkelijk indienen van plannen voor de
                                                  vervangende bebouwing, waarin voldoende rekening
                                                  wordt gehouden met het karakter van het beschermde
                                                  stads- of dorpsgezicht, bevorderd. Dergelijke
                                                  plannen kunnen dan worden getoetst aan het
                                                  omgevingsplan en de beleidsregels voor de
                                                  beoordeling of een bouwwerk voldoet aan de regels
                                                  over het uiterlijk van bouwwerken in het
                                                  omgevingsplan. Direct bij de inwerkingtreding van
                                                  de Omgevingswet geldt de welstandsnota, bedoeld in
                                                  artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals
                                                  dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de
                                                  Omgevingswet, als een dergelijke beleidsregel. Dit
                                                  volgt uit artikel 4.114 van de Invoeringswet
                                                  Omgevingswet. De welstandsnota bevat criteria om
                                                  te beoordelen of een bouwwerk voldoet aan
                                                  redelijke eisen van welstand. Als bij het
                                                  vaststellen van het omgevingsplan de regels over
                                                  het uiterlijk van bouwwerken wijzigen ten opzichte
                                                  van de daarover in <IntRef ref="chp_22" scope="Hoofdstuk">hoofdstuk 22</IntRef> van dit
                                                  omgevingsplan gestelde regels, kunnen gemeenten
                                                  uiteraard ook de daarop betrekking hebbende
                                                  beleidsregels wijzigen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>Het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> bevat een
                                                  omzetting van de landelijke regels die nog
                                                  gebaseerd zijn op het (nog steeds geldende)
                                                  beoordelingskader ter voorkoming van gaten in de
                                                  bebouwingsstructuur. Op basis van de
                                                  archeologische verwachting kan het bevoegd gezag
                                                  bij een vergunningaanvraag een archeologisch
                                                  rapport als aanvraagvereiste nodig achten, om de
                                                  archeologische waarde van het te verstoren terrein
                                                  nader vast te stellen. Het bevoegd gezag moet op
                                                  basis hiervan voldoende inzicht krijgen in de
                                                  exacte impact van de activiteit op de
                                                  archeologische waarde van het archeologisch
                                                  monument. Dat was al zo (via het bestemmingsplan)
                                                  en is terug te voeren op de gemaakte keuzes bij de
                                                  implementatie van het verdrag van Valletta (via de
                                                  Wet op de archeologische monumentenzorg). In die
                                                  gevallen dat de archeologische waarde eerder al
                                                  voldoende is vastgesteld, zal dit aanvraagvereiste
                                                  niet nodig zijn.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_576" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_576">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.297 Omgevingsplanactiviteit:
                                                uitweg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_576__content_576" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_576__content_576">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor
                                                  aanvragen om een omgevingsvergunning voor
                                                  activiteiten die op grond van een gemeentelijke
                                                  verordening in samenhang met artikel 22.8 van de
                                                  Omgevingswet als vergunningplichtig zijn
                                                  aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de
                                                  artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige
                                                  Regeling omgevingsrecht, waarbij de
                                                  indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van
                                                  bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_577" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_577">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.298 Omgevingsplanactiviteit:
                                                alarminstallatie</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_577__content_577" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_577__content_577">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor
                                                  aanvragen om een omgevingsvergunning voor
                                                  activiteiten die op grond van een gemeentelijke
                                                  verordening in samenhang met artikel 22.8 van de
                                                  Omgevingswet als vergunningplichtig zijn
                                                  aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de
                                                  artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige
                                                  Regeling omgevingsrecht, waarbij de
                                                  indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van
                                                  bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_578" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_578">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.299 Omgevingsplanactiviteit:
                                                vellen van houtopstand</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_578__content_578" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_578__content_578">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor
                                                  aanvragen om een omgevingsvergunning voor
                                                  activiteiten die op grond van een gemeentelijke
                                                  verordening in samenhang met artikel 22.8 van de
                                                  Omgevingswet als vergunningplichtig zijn
                                                  aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de
                                                  artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige
                                                  Regeling omgevingsrecht, waarbij de
                                                  indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van
                                                  bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_579" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_579">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.300 Omgevingsplanactiviteit:
                                                handelsreclame</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_579__content_579" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_579__content_579">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor
                                                  aanvragen om een omgevingsvergunning voor
                                                  activiteiten die op grond van een gemeentelijke
                                                  verordening in samenhang met artikel 22.8 van de
                                                  Omgevingswet als vergunningplichtig zijn
                                                  aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de
                                                  artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige
                                                  Regeling omgevingsrecht, waarbij de
                                                  indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van
                                                  bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_580" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_580">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.301 Omgevingsplanactiviteit:
                                                opslaan roerende zaken</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_580__content_580" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_580__content_580">
			<Inhoud>
			  <Al>Deze artikelen bevatten aanvraagvereisten voor
                                                  aanvragen om een omgevingsvergunning voor
                                                  activiteiten die op grond van een gemeentelijke
                                                  verordening in samenhang met artikel 22.8 van de
                                                  Omgevingswet als vergunningplichtig zijn
                                                  aangemerkt. Deze artikelen zijn gebaseerd op de
                                                  artikelen 7.3 tot en met 7.7 van de voormalige
                                                  Regeling omgevingsrecht, waarbij de
                                                  indieningsvereisten destijds zijn overgenomen van
                                                  bestaande formulieren bij gemeenten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_581" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_581">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit:
                                                slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd stads-
                                                of dorpsgezicht</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_581__content_581" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_581__content_581">
			<Inhoud>
			  <Al>Zoals hiervoor al toegelicht bij <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.1__art_22.283" scope="Artikel">artikel 22.283</IntRef> gaat het
                                                  hier om het slopen van een bouwwerk in een
                                                  rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht waarvoor op
                                                  grond van artikel 4.35, tweede lid, van de
                                                  Invoeringswet Omgevingswet een omgevingsvergunning
                                                  voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.
                                                  Hiervoor gelden dezelfde aanvraagvereisten als
                                                  voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor
                                                  een sloopactiviteit in een gemeentelijk beschermd
                                                  stads- of dorpsgezicht als bedoeld in <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.2__subsec_22.5.2.4__art_22.296" scope="Artikel">artikel 22.296</IntRef>. Volstaan
                                                  wordt daarom met een verwijzing naar de
                                                  toelichting op dat artikel. Ook onder de
                                                  voormalige Regeling omgevingsrecht golden voor
                                                  deze activiteiten dezelfde
                                                  indieningsvereisten.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		    <Divisie eId="artrecital__div_o_582" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_582">
		      <Kop>
			<Opschrift>Artikel 22.303 Voorschriften over
                                                archeologische monumentenzorg</Opschrift>
		      </Kop>
		      <Divisietekst eId="artrecital__div_o_582__content_582" wId="gm0310_1-1__artrecital__div_o_582__content_582">
			<Inhoud>
			  <Al>Dit artikel is een voortzetting van de regeling
                                                  in artikel 2.22, tweede lid, van de voormalige Wet
                                                  algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.2
                                                  van het voormalige Besluit omgevingsrecht.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">eerste lid</IntRef> is bepaald dat aan
                                                  een omgevingsvergunning voor een
                                                  omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op
                                                  een werk, dat geen bouwwerk is, of het uitvoeren
                                                  van een werkzaamheid –ook wel een aanlegactiviteit
                                                  genoemd – die van invloed is op een archeologisch
                                                  monument, in het belang van de archeologische
                                                  monumentenzorg in ieder geval de onder a tot en
                                                  met d bedoelde voorschriften kunnen worden
                                                  verbonden.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  a</i></Al>
			  <Al>Dit onderdeel heeft betrekking op voorschriften
                                                  die een plicht inhouden tot het treffen van
                                                  technische maatregelen waardoor archeologische
                                                  monumenten in situ kunnen worden behouden.
                                                  Voorbeelden zijn voorschriften die verplichten tot
                                                  het treffen van technische maatregelen, zoals het
                                                  aanbrengen van een ophogingslaag, het aanpassen
                                                  van de funderingswijze of het beperken van het
                                                  aantal heipalen.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  b</i></Al>
			  <Al>Dit onderdeel heeft betrekking op voorschriften
                                                  over het verrichten van opgravingen als bedoeld in
                                                  artikel 1.1 in samenhang met artikel 5.1, eerste
                                                  lid, van de Erfgoedwet. Dit betreft dus
                                                  voorschriften over handelingen bij het opsporen,
                                                  onderzoeken of verwerven van cultureel erfgoed of
                                                  onderdelen daarvan, waardoor verstoring van de
                                                  bodem, of verstoring of gehele of gedeeltelijke
                                                  verplaatsing of verwijdering van een archeologisch
                                                  monument of cultureel erfgoed onder water
                                                  optreedt, tenzij het een op grond van artikel 5.1,
                                                  tweede lid, van de Erfgoedwet uitgezonderd geval
                                                  betreft.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  c</i></Al>
			  <Al>Onderdeel c heeft betrekking op voorschriften
                                                  over de begeleiding door een archeologisch
                                                  deskundige van uitvoeringswerkzaamheden. Deze
                                                  deskundige is bij de werkzaamheden aanwezig en
                                                  documenteert eventuele overblijfselen, voorwerpen
                                                  of andere sporen van menselijke aanwezigheid in
                                                  het verleden die hierbij aan het licht komen.</Al>
			  <Al>Het instrument van archeologische begeleiding is
                                                  bedoeld voor situaties waarin adequaat
                                                  vooronderzoek niet mogelijk is door fysieke
                                                  belemmeringen, zoals een te slopen bouwwerk,
                                                  waardoor niet tot een betrouwbare waardenstelling
                                                  kan worden gekomen. Ook kan de begeleiding worden
                                                  ingezet voor situaties waarin civieltechnische
                                                  werkzaamheden archeologisch onderzoek niet
                                                  mogelijk maken of op grond van de beschikbare
                                                  archeologische informatie is geconcludeerd dat het
                                                  doen van een opgraving niet (meer) nodig is, maar
                                                  men toch graag het zekere voor het onzekere wil
                                                  nemen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de
                                                  aanleg van een pijpleiding voor aardgas, omdat de
                                                  gegraven sleuf te smal is om een goede
                                                  documentatie mogelijk te maken. Daarnaast kan er
                                                  bij uitvoeringstrajecten sprake zijn van
                                                  bijzondere onderzoeksvragen, die juist door
                                                  archeologische begeleiding kunnen worden
                                                  beantwoord. Het gaat daarbij om gebieden of
                                                  complextypen waar wel een archeologische
                                                  verwachting is, maar waaraan door inventariserend
                                                  veldonderzoek geen specifieke locatie kan worden
                                                  gekoppeld. Archeologische begeleiding is
                                                  nadrukkelijk niet bedoeld als een vervanging voor
                                                  een inventariserend veldonderzoek of een
                                                  opgraving. Aan dit onderdeel kan niet worden
                                                  voldaan met een verwijzing naar een
                                                  gecertificeerde opgravingsdeskundige, omdat niet
                                                  alle handelingen waaruit een archeologische
                                                  begeleiding kan bestaan, handelingen zijn waarvoor
                                                  een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de
                                                  Erfgoedwet vereist is. Dit is bijvoorbeeld het
                                                  geval bij het uitzeven van grond afkomstig uit een
                                                  bouwput of een baggerlocatie om archeologische
                                                  overblijfselen of voorwerpen te verzamelen. Voor
                                                  die gevallen kan het bevoegd gezag op basis van
                                                  dit onderdeel specifieke eisen stellen aan de
                                                  deskundigheid van de bij de archeologische
                                                  begeleiding betrokken personen. Denk bijvoorbeeld
                                                  aan de voorwaarde dat de deskundige kennis moet
                                                  hebben van de archeologie van het rivierengebied
                                                  of van de Romeinse tijd. Veelal zullen deze eisen
                                                  via het programma van eisen worden afgedwongen
                                                  (zie onderdeel d). Maar het bevoegd gezag kan ook
                                                  eisen stellen aan de kwalificaties van de
                                                  deskundige zonder dat het een specifiek programma
                                                  van eisen als voorschrift opneemt. Dit laat
                                                  onverlet dat de uitvoerder van de archeologische
                                                  begeleiding voor zover het handelingen betreft
                                                  waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel
                                                  5.1 van de Erfgoedwet vereist is, in ieder geval
                                                  moet voldoen aan het bepaalde in artikel 5.4,
                                                  eerste en tweede lid, van die wet.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_1" scope="Lid">Eerste lid</IntRef>, onderdeel
                                                  d</i></Al>
			  <Al>Met het voorschrift dat de opgraving of
                                                  begeleiding op een bepaalde wijze, die in
                                                  overeenstemming is met artikel 5.4, eerste en
                                                  tweede lid, van de Erfgoedwet, moet worden
                                                  verricht, wordt beoogd aan te sluiten bij de
                                                  Erfgoedwet en vooral bij het in die wet opgenomen
                                                  certificatiesysteem, waarbij de nadruk meer is
                                                  komen te liggen op de professionele standaarden
                                                  uit het veld zoals tot nu toe neergelegd in de
                                                  Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Met deze
                                                  voorschriften worden die voorschriften bedoeld die
                                                  ook wel als een programma van eisen of een plan
                                                  van aanpak worden aangeduid en voor de
                                                  inwerkingtreding van de Erfgoedwet en de
                                                  Omgevingswet werden gebaseerd op artikel 38,
                                                  eerste lid, onder a, van de Monumentenwet 1988. In
                                                  het programma van eisen en plan van aanpak kunnen
                                                  randvoorwaarden aan het archeologisch onderzoek
                                                  worden meegegeven, in het bijzonder de doel- en
                                                  vraagstelling van het onderzoek, en kunnen eisen
                                                  worden gesteld aan de wijze van uitvoering. Er
                                                  wordt bijvoorbeeld aangegeven welke
                                                  onderzoeksmethodiek moet worden ingezet en over
                                                  welke specifieke kennis en ervaring de actoren
                                                  moeten beschikken om het onderzoek te kunnen
                                                  uitvoeren.</Al>
			  <Al>Voorkomen moet worden dat de inhoud van de
                                                  voorschriften in strijd is met de professionele
                                                  kwaliteitsnorm voor archeologisch onderzoek binnen
                                                  het in de Erfgoedwet opgenomen
                                                  certificatiesysteem. Dit betekent dat de
                                                  voorschriften wel aanvullende eisen mogen
                                                  bevatten, maar geen eisen die onder het niveau van
                                                  deze normen van de beroepsgroep liggen. De
                                                  voorschriften kunnen tenslotte ook betrekking
                                                  hebben op non-destructief archeologisch onderzoek,
                                                  zoals een veldkartering of een sonaropname van de
                                                  zeebodem.</Al>
			  <Al><i><IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_2" scope="Lid">Tweede lid</IntRef></i></Al>
			  <Al>In het <IntRef ref="chp_22__subchp_22.5__subsec_22.5.3__art_22.303__para_2" scope="Lid">tweede lid</IntRef> is bepaald dat aan
                                                  een omgevingsvergunning voor een sloopactiviteit
                                                  op of in een archeologisch monument in een
                                                  beschermd stads- of dorpsgezicht voorschriften
                                                  kunnen worden verbonden over de wijze van slopen.
                                                  Deze bepaling vloeit voort uit artikel 5.2, derde
                                                  lid, van het voormalige Besluit omgevingsrecht.
                                                  Het doel van een dergelijk voorschrift is de
                                                  sloopmethode zo te kiezen dat de nadelige gevolgen
                                                  voor de archeologische waarden ter plaatse zoveel
                                                  mogelijk beperkt blijven. Ook kan zo de inzet van
                                                  het instrument van archeologische begeleiding als
                                                  bedoeld in het eerste lid, onder c, mogelijk
                                                  worden gemaakt.</Al>
			</Inhoud>
		      </Divisietekst>
		    </Divisie>
		  </ArtikelgewijzeToelichting>
		</Toelichting>
	      </RegelingCompact>
	    </VervangRegeling>
	  </RegelingMutatie>
	</WijzigBijlage>
	<Bijlage eId="cmp_I" wId="gm0310_1-1__cmp_I">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>I</Nummer>
	    <Opschrift>Besluit PDF Documenten</Opschrift>
	  </Kop>
	  <Divisietekst eId="cmp_I__content_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1">
	    <Inhoud>
	      <Begrippenlijst eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1">
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1">
		  <Term>2_2_Julianalaan_1_Etfal_onderbouwing</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/2_2_Julianalaan_1_Etfal_onderbouwing/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/2_2_Julianalaan_1_Etfal_onderbouwing/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_2" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2">
		  <Term>3_3_Etfal_onderbouwing_Nieuwe_WW139</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_3_Etfal_onderbouwing_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_3_Etfal_onderbouwing_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_3" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3">
		  <Term>3_4_Situatietekening_wijziging_bedrijf_Nieuwe_WW139</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_4_Situatietekening_wijziging_bedrijf_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_4_Situatietekening_wijziging_bedrijf_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_4" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4">
		  <Term>3_5_Overzicht_vergunde_en_beoogde_situatie_Nieuwe_WW139</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_5_Overzicht_vergunde_en_beoogde_situatie_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_5_Overzicht_vergunde_en_beoogde_situatie_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_5" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5">
		  <Term>3_6_Advies_Stichting_ABC_Nieuwe_WW139</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_6_Advies_Stichting_ABC_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_6_Advies_Stichting_ABC_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_6" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6">
		  <Term>3_8_Toelichting_klimaatregeling_Nieuwe_WW139</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_8_Toelichting_klimaatregeling_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_8_Toelichting_klimaatregeling_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_7" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7">
		  <Term>3_9_Akoestisch_onderzoek_Nieuwe_WW139</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_9_Akoestisch_onderzoek_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_9_Akoestisch_onderzoek_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_8" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8">
		  <Term>3_10_QuickScan_flora_en_fauna_Nieuwe_WW139</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_10_QuickScan_flora_en_fauna_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_10_QuickScan_flora_en_fauna_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_9" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8__item_o_9">
		  <Term>3_11_Verslag_omgevingsdialoog_Nieuwe_WW139</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_11_Verslag_omgevingsdialoog_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/3_11_Verslag_omgevingsdialoog_Nieuwe_WW139/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_10" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8__item_o_9__item_o_10">
		  <Term>4_3_Etfal_onderbouwing_Voorveldse_Polder</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_3_Etfal_onderbouwing_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_3_Etfal_onderbouwing_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_11" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8__item_o_9__item_o_10__item_o_11">
		  <Term>4_4_Quickscan_Flora_en_Fauna_Voorveldse_Polder</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_4_Quickscan_Flora_en_Fauna_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_4_Quickscan_Flora_en_Fauna_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_12" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8__item_o_9__item_o_10__item_o_11__item_o_12">
		  <Term>4_5_Stikstofrapportage_Voorveldse_Polder</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_5_Stikstofrapportage_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_5_Stikstofrapportage_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_13" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8__item_o_9__item_o_10__item_o_11__item_o_12__item_o_13">
		  <Term>4_6_Bodemonderzoek_Voorveldse_Polder</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_6_Bodemonderzoek_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_6_Bodemonderzoek_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_14" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8__item_o_9__item_o_10__item_o_11__item_o_12__item_o_13__item_o_14">
		  <Term>4_7_Afspraken_grondverzet_Odru_Voorveldse_Polder</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_7_Afspraken_grondverzet_Odru_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_7_Afspraken_grondverzet_Odru_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_15" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8__item_o_9__item_o_10__item_o_11__item_o_12__item_o_13__item_o_14__item_o_15">
		  <Term>4_8_Archeologisch_onderzoek_Voorveldse_Polder</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_8_Archeologisch_onderzoek_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_8_Archeologisch_onderzoek_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_16" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8__item_o_9__item_o_10__item_o_11__item_o_12__item_o_13__item_o_14__item_o_15__item_o_16">
		  <Term>4_9_Mer_beoordeling_Voorveldse_Polder</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_9_Mer_beoordeling_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_9_Mer_beoordeling_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_17" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8__item_o_9__item_o_10__item_o_11__item_o_12__item_o_13__item_o_14__item_o_15__item_o_16__item_o_17">
		  <Term>4_10_Participatiesverslag_Voorveldse_Polder</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_10_Participatiesverslag_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/4_10_Participatiesverslag_Voorveldse_Polder/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
		<Begrip eId="cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_18" wId="gm0310_1-1__cmp_I__content_o_1__list_o_1__item_o_1__item_o_2__item_o_3__item_o_4__item_o_5__item_o_6__item_o_7__item_o_8__item_o_9__item_o_10__item_o_11__item_o_12__item_o_13__item_o_14__item_o_15__item_o_16__item_o_17__item_o_18">
		  <Term>Renvooi_Besluit</Term>
		  <Definitie>
		    <Al>
                                        <ExtRef soort="JOIN" ref="/join/id/pubdata/gm0310/2026/Renvooi_Besluit/nld@2026-03-12;1">/join/id/pubdata/gm0310/2026/Renvooi_Besluit/nld@2026-03-12;1</ExtRef>
                                    </Al>
		  </Definitie>
		</Begrip>
	      </Begrippenlijst>
	    </Inhoud>
	  </Divisietekst>
	</Bijlage>
      </BesluitCompact>
    </Gemeenteblad>
  </OfficielePublicatie>
</OfficielePublicatie>
