<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-262492/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Noordwijk</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Participatieverordening Noordwijk 2025</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad van de gemeente Noordwijk;</al><al /><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 april 2025;</al><al /><al>gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit</al><al /><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al /><al><nadruk type="vet">Participatieverordening Noordwijk 2025</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Inwonersparticipatie en overheidsparticipatie</nadruk></al><al /></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">beleid:</nadruk> gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">bestuursorgaan: </nadruk>het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">college: </nadruk>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">inspraak:</nadruk> de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">inwoners:</nadruk> ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">inwonersparticipatie:</nadruk> op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers, en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">maatschappelijke partijen:</nadruk> verenigingen, stichtingen, buurtcomités ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties die een collectief vormen en die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">ondernemers:</nadruk> bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">overheidsparticipatie:</nadruk> op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">participatie: </nadruk>de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonersparticipatie en overheidsparticipatie begrepen;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al><nadruk type="vet">uitdaagrecht: </nadruk>het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>- Kaders en uitgangspunten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><al>Het doel van deze verordening is:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>duidelijkheid te geven over het proces van participatie; en de samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken.</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten; en</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de samenleving binnen de gemeente te versterken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er vindt geen participatie plaats als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat; of</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Zorgplicht bestuursorgaan </titel></kop><al>Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>inwoners en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken en als alle opties nog open staan;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar zijn;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>het proces van participatie zorgvuldig verloopt;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>duidelijk is waar inwoners en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Overzicht van participatieprojecten</titel></kop><al>Het college levert twee keer per jaar een overzicht van alle participatieprojecten aan de gemeenteraad.</al><al /></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- Inwonersparticipatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Plan voor inwonersparticipatie</titel></kop><al>Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid een plan met het proces en de planning van de inwonersparticipatie op en maakt dit openbaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inspraak</titel></kop><al>Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>– Aanvullende bepalingen inwonersparticipatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Ondersteuning inwonersparticipatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor ondersteuning van degene die aan het proces van inwonersparticipatie wil deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Eindverslag inwonersparticipatie</titel></kop><al>Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag op en maakt dit openbaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>– Overheidsparticipatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verzoek om overheidsparticipatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om overheidsparticipatie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek bevat ten minste:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een omschrijving van de overheidsparticipatie die de indiener voor ogen heeft;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de reden dat de indiener het verzoek indient; en</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het resultaat dat de indiener beoogt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn; en</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>bij een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college behandelt aanvragen voor overheidsparticipatie conform de Nota Overheidsparticipatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om overheidsparticipatie wil indienen of heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Beoordeling verzoek overheidsparticipatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een ander bestuursorgaan bevoegd is om op het verzoek te reageren, zendt het college een ingediend verzoek door aan het betreffende bestuursorgaan en informeert het de indiener hierover.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 3, tweede lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; of</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het verzoek niet voldoet aan de in artikel 10, derde lid gestelde eisen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan een verzoek om overheidsparticipatie afwijzen als:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de overheidsparticipatie niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Uitvoering overheidsparticipatie</titel></kop><al>Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces van de overheidsparticipatie;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie; en</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de evaluatie van de overheidsparticipatie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>- Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘<nadruk type="cur">Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent inspraak bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid’</nadruk> (Inspraakverordening Noordwijk) wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De <nadruk type="cur">‘Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent inspraak bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid’</nadruk> (Inspraakverordening Noordwijk) blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Gemeente Noordwijk 2025 </al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 juni 2025.</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>De voorzitter,</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>De griffier </functie></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label /><nr /><titel>Toelichting</titel></kop><al><nadruk type="vet">Algemeen deel</nadruk></al><al><nadruk type="vet">Aanleiding: Wet versterking participatie op decentraal niveau</nadruk></al><al>Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden (Stb. 2024, 203, hierna: de wet). Deze wet beoogt het draagvlak voor het beleid van gemeenten, en de uitvoering en evaluatie daarvan, te vergroten door inwoners hier een grotere rol in te geven. Volgens de memorie van toelichting is het, gezien de grote maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor staan, van belang dat gemeenten inwoners vroegtijdig en zorgvuldig betrekken bij vraagstukken.</al><al /><al>Tegen die achtergrond voorziet de wet in de eerste plaats in een verbreding van de verplichtingen voor gemeenten. Gemeenten moeten inwoners op grond van de wet niet meer alleen bij de voorbereiding van beleid betrekken, maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan (artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet). In de memorie van toelichting is bovendien opgemerkt dat inspraak lang niet het enige middel voor gemeenten is om inwoners bij het maken van beleid en de uiteindelijke besluitvorming te betrekken. De wet beoogt in de tweede plaats dus dat gemeenten hun inspraakverordening vervangen door een participatieverordening en dat zij daarin meer recht doen aan alle verschillende middelen die er voor participatie zijn.</al><al /><al>Tot slot bevat de wet een bepaling over het uitdaagrecht. Uit artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet volgt dat gemeenten in de nieuwe participatieverordening niet alleen moeten voorzien in de wijze waarop gemeenten inwoners bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van gemeentelijk beleid betrekken, maar aan inwoners en maatschappelijke partijen ook de mogelijkheid moeten bieden zelf het initiatief te nemen. Geregeld is dat gemeenten in de participatieverordening de voorwaarden moeten bepalen waaronder inwoners en maatschappelijke partijen taken van de gemeente kunnen uitvoeren. Dit betreft zowel het uitvoeren van de eigen taken van de gemeenten (artikel 150, derde lid, onder a), als het uitvoeren van de taken die aan de gemeenten in medebewind zijn gegeven (artikel 150, derde lid, onder b). Dit laatste voor zover dat niet in strijd is met de wet.</al><al /><al><nadruk type="vet">Aansprakelijkheid en aanbesteding</nadruk></al><al>Benadrukt wordt dat het bij de toepassing van overheidsparticipatie van belang is om rekening te houden met bepaalde juridische aspecten. Dat betreft in elk geval het aanbestedings- en aansprakelijkheidsrecht.</al><al /><al><nadruk type="vet">Participatie op grond van andere wetten, zoals de Omgevingswet</nadruk></al><al>In bepaalde gevallen geeft een andere wet dan de Wet versterking participatie op decentraal niveau nadere handvaten voor participatie. In die gevallen is deze verordening niet van toepassing. Een relevant voorbeeld van een geval waar de participatieverordening zich niet voor leent is de omgevingsvergunning in de Omgevingswet. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning is namelijk niet het bevoegd gezag, maar de aanvrager aan zet en daarnaast is participatie op grond van de Omgevingswet in beginsel niet verplicht voor de aanvrager.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikelsgewijs</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen</nadruk></al><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al><al /><al><nadruk type="vet">Hoofdstuk 2 – Kaders en uitgangspunten</nadruk></al><al>Dit hoofdstuk bevat de kaders en uitgangspunten die in het algemeen voor alle vormen van participatie gelden. Dit omvat zowel inwonersparticipatie, waaronder ook inspraak, als overheidsparticipatie.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2. Doelstelling</nadruk></al><al>Deze verordening biedt kaders en voorwaarden voor samenwerking tussen inwoners, maatschappelijke partijen, bestuursorganen en gemeenteambtenaren. Een belangrijke voorwaarde voor een goede samenwerking is dat duidelijk is wat partijen over en weer van elkaar mogen verwachten en dat dus bewuste keuzes worden gemaakt in het doel en de vorm van participatie. Het doel van de verordening zoals dat in dit artikel is omschreven, biedt een kader bij het maken van die keuzes.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3. Reikwijdte</nadruk></al><al>Uitgangspunt in de verordening is dat de bestuursorganen binnen de gemeente, elk ten aanzien van hun eigen taken en bevoegdheden, bepalen of participatie plaatsvindt. Dit vanzelfsprekend behoudens die gevallen waarin de wet tot participatie verplicht. </al><al /><al>Vervolgens is hier een aantal uitzonderingen op geformuleerd. (Dit is bijvoorbeeld aan de orde als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten, maar ook als er voor het bestuursorgaan heel weinig ruimte is gelaten om (beleids)keuzes te maken of als het interne en bestuurlijke aangelegenheden van de gemeente betreft. In die gevallen heeft participatie geen toegevoegde waarde.) Opmerking verdient dat terughoudend met de uitzonderingsgronden moet worden omgegaan en dat er steeds aandacht moet zijn voor het feit dat participatie zich niet alleen over de voorbereiding, maar ook over de uitvoering en evaluatie uitstrekt. Als participatie bij de voorbereiding geen toegevoegde waarde heeft, geldt dat niet noodzakelijkerwijs ook voor de uitvoering of evaluatie. Als er een beroep op een uitzonderingsgrond wordt gedaan en er van participatie wordt afgezien, dan moet dat worden toegelicht.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4. Zorgplicht bestuursorgaan</nadruk></al><al>Op bestuursorganen rust de taak om participatie zoveel mogelijk te faciliteren en ook de juiste verwachtingen over het doel en de vorm van de participatie te scheppen. Daarom is in de verordening expliciet een zorgplicht voor bestuursorganen opgenomen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 5. Overzicht van participatieprojecten</nadruk></al><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al><al /><al><nadruk type="vet">Hoofdstuk 3 – Inwonersparticipatie</nadruk></al><al>Dit hoofdstuk gaat specifiek over toepassing van inwonersparticipatie. Het college volgt voor inwonersparticipatie het beleid zoals in 2022 vastgesteld in de Nota Inwonersparticipatie.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6. Plan voor Inwonersparticipatie</nadruk></al><al>In dit artikel is geregeld dat het bestuursorgaan een plan voor de inwonersparticipatie moet opstellen. Dit zorgt dat er duidelijkheid is over het proces, het doel en de vorm van de participatie. Het plan kan in overleg met inwoners en maatschappelijke partijen worden opgesteld.</al><al /><al>De vorm van een participatieplan is vrij. Het plan kan onderdeel zijn van een voordracht, projectplan of beleidsstuk, maar ook een losstaand document is mogelijk. Van belang is vooral dat inzichtelijk is waar het participatieplan te vinden is en het duidelijkheid biedt.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7. Inspraak</nadruk></al><al>Een bestuursorgaan kan op grond van de verordening inspraak verlenen, ook als de wet daartoe niet verplicht. Inspraak kan eventueel naast een andere vorm van participatie plaatsvinden. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Deze afdeling is in beginsel van toepassing als inspraak wordt verleend. Het bestuursorgaan kan hier echter van afwijken en een andere inspraakprocedure vaststellen.</al><al /><al>Voor de uniforme openbare voorbereidingsprocedure geldt dat het doel is om zorgvuldige besluitvorming te waarborgen, de uitkomsten hiervan te legitimeren, de rechten en belangen van burgers te beschermen en beleid met andere overheden te coördineren. De procedure voorziet daartoe in de wijze waarop een bestuursorgaan ontwerpbesluiten ter inzage moet leggen, hoe belanghebbenden hierop kunnen reageren en hoe bestuursorganen met deze reacties moeten omgaan. Zo moeten belanghebbenden zowel schriftelijk als mondeling kunnen reageren en moet de termijn voor de reactie minimaal zes weken bedragen. Dit geldt dus ook als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op inspraak wordt toegepast.</al><al /><al><nadruk type="vet">Hoofdstuk 4 – Aanvullende bepalingen inwonersparticipatie</nadruk></al><al>Dit hoofdstuk bevat aanvullende bepalingen specifiek voor inwonersparticipatie.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 8. Ondersteuning participatie</nadruk></al><al>Het college biedt laagdrempelige ondersteuning aan de degenen die aan de participatie willen deelnemen of een verzoek om participatie hebben ingediend. Dit om ervoor te zorgen dat dit voor alle inwoners mogelijk is. De ondersteuning kan bijvoorbeeld plaatsvinden door middel van een (buurt)loket.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 9. Eindverslag inwonersparticipatie</nadruk></al><al>Het bestuursorgaan moet een eindverslag van de inwonersparticipatie opstellen dat een compleet overzicht geeft van het inwonersparticipatieproces. De vorm van het eindverslag is vrij.</al><al /><al><nadruk type="vet">Hoofdstuk 5 – Overheidsparticipatie</nadruk></al><al>Dit hoofdstuk bevat specifieke bepalingen met betrekking tot overheidsparticipatie. Daarnaast heeft de raad de Nota Overheidsparticipatie vastgesteld.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 10. Verzoek om overheidsparticipatie</nadruk></al><al>Overheidsparticipatie begint, ongeacht het bestuursorgaan dat bevoegd is, met een verzoek aan het college. Hiervoor is gekozen zodat het indienen van een verzoek laagdrempelig is en ook centraal ontvangen wordt. In het verzoek moet in ieder geval de overheidsparticipatie beschreven worden die de indiener voor ogen heeft, de reden waarom de indiener dit voor ogen heeft en het resultaat dat de indiener wil bereiken. Daarbij levert de indiener ook specifieke informatie aan met betrekking tot de uitvoering van de over te nemen taak. (Denk aan informatie over de kosten of andere middelen die daarmee gemoeid zijn). Als aanvullende informatie nodig is om op het verzoek te reageren of het verzoek niet compleet is, kan het college deze informatie opvragen. Het ligt voor de hand dat het college dan met de indiener in gesprek gaat.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 11. Ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie</nadruk></al><al>Het college biedt laagdrempelige ondersteuning aan indieners van een overheidsparticipatieverzoek. Dit om ervoor te zorgen dat het indienen van een dergelijk verzoek voor alle inwoners mogelijk is. De ondersteuning kan bijvoorbeeld plaatsvinden door middel van een (buurt)loket.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 12. Beoordeling verzoek overheidsparticipatie</nadruk></al><al>Het college neemt alle verzoeken om overheidsparticipatie in ontvangst en zendt deze door aan het bevoegde bestuursorgaan. Het bevoegde bestuursorgaan moet het verzoek onder bepaalde omstandigheden afwijzen. In dat verband is een aantal uitzonderingsgronden opgesomd. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid. Verder is er een aantal omstandigheden genoemd waaronder het bestuursorgaan het verzoek kan afwijzen. Het is dan aan het bestuursorgaan om een afweging te maken welke belangen zwaarder wegen. In het artikel is ook een termijn opgenomen waarbinnen op het verzoek moet worden gereageerd. Het bestuursorgaan moet de reactie onderbouwen en ook openbaar maken.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 13. Uitvoering overheidsparticipatie</nadruk></al><al>Als het verzoek om overheidsparticipatie wordt toegewezen, maakt het bestuursorgaan met de indiener afspraken over de overheidsparticipatie en ook over de stappen die volgen als de afspraken niet worden nagekomen. Het ligt voor de hand deze afspraken vast te leggen in een overeenkomst.</al><al /><al><nadruk type="vet">Hoofdstuk 6 – Slotbepalingen</nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 14. Hardheidsclausule</nadruk></al><al>Om maatwerk te garanderen en onevenredig bezwarende uitkomsten van de toepassing van deze verordening te voorkomen, heeft het bestuursorgaan de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan moet wel onderbouwen waarom het afwijkt.</al></nota-toelichting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>