Gemeenteblad van Veere

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
VeereGemeenteblad 2020, 333151Verordeningen



Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren

De raad van de gemeente Veere;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 september 2020 met registratienummer 20b.06612

gelet op artikel 147, 149, 154 en 156 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;

overwegende dat:

• op 1 oktober 2020 door de gemeenteraad van de Gemeente Veere het Parkeerbeleidsplan is vastgesteld;

• dat het wenselijk is om in de kustkernen ordenend op te treden ten aanzien van het beschikbaar houden van parkeerplaatsen voor bewoners en gerechtigden van onroerende zaken;

• dat het vaststellen van een parkeerverordening die terreinen voor betaald parkeren aanwijst, belanghebbendenzones aanwijst en een vergunningensysteem hieraan koppelt, het meest geëigende ordenend middel is;

B E S L U I T:

vast te stellen de Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren, te noemen of te citeren als “Parkeerverordening Gemeente Veere 2021”, onder gelijktijdige intrekking van vigerende parkeerverordeningen:

* Parkeerverordening voor de kern Veere (geldend per 1 april 2015).

* Parkeerverordening kern Domburg (geldend per 1 april 2015).

AFDELING I. DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

 

 

Artikel 1 - Definities en begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    adres: het adres zoals dat bekend staat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG);

  • b.

    autodeelplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodelen;

  • c.

    autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;

  • d.

    bedrijven: rechtspersonen, ondernemingen of daarmee gelijk te stellen beroepsactiviteiten, waaronder dienstverlening en vrijgevestigde beroepen in het voor belanghebbendenparkeren aangewezen gebied;

  • e.

    belanghebbendenparkeren: verzamelnaam en synoniem voor belanghebbendenplaatsen en parkeren door vergunninghouders;

  • f.

    belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone;

  • g.

    Beleidsnota Parkeren: het op 1 oktober 2020 door het college vastgestelde parkeerbeleidsplan;

  • h.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Veere;

  • i.

    eigen parkeervoorziening: een parkeerplaats op eigen terrein, een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg en/of een parkeerplaats dan wel garage(box) - huur of koop - op/bij het terrein of in de garage van een complex waarvan in de omgevingsvergunning, splitsingsakte, het ter plaatse vigerende bestemmingsplan, de huur- of koopovereenkomst of de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor de bewoner die woonachtig is of het bedrijf dat gevestigd is op het betreffende adres;

  • j.

    garage(box): een eigen parkeervoorziening die onlosmakelijk verbonden is aan een appartementencomplex en waarvan uit de splitsingsakte blijkt dat deze gekoppeld is aan een appartement en aldus niet los verhandelbaar is of die onlosmakelijk verbonden is aan een woning in de vorm van één kadastraal object waardoor deze niet los verhandelbaar is;

  • k.

    houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;

  • l.

    mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt;

  • m.

    mantelzorger: persoon die mantelzorg verleent en bij het Loket Wmo van de gemeente Veere geregistreerd staat als mantelzorger en/of bij de huisarts van de persoon aan wie mantelzorg wordt verleend bekend is als mantelzorger;

  • n.

    motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990, met uitzondering van voertuigen hoger dan 2,40 meter en zwaarder dan 28.000 kilogram;

  • o.

    nulvergunningengebied: de gebieden in de dorps- en stadskernen waarvoor geldt dat de nulvergunningenregeling van kracht is;

  • p.

    nulvergunningenregeling: een parkeerafspraak vastgelegd in het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning die inhoudt dat er geen aanspraak gemaakt kan worden op een parkeervergunning voor straatparkeren;

  • q.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

  • r.

    parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;

  • s.

    parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;

  • t.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • u.

    RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • v.

    Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening: het op basis van deze parkeerverordening gebaseerde “Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening Gemeente Veere 2021”;

  • w.

    vensterperiode: middels een onderbord aangegeven periode van het jaar waarbinnen het parkeerregime (belanghebbendenparkeren of betaald parkeren) van kracht is; buiten de vensterperiode is parkeren vrij voor alle motorvoertuigen;

  • x.

    venstertijd: middels een onderbord aangegeven periode van de dag waarbinnen het parkeerregime (belanghebbendenparkeren of betaald parkeren) van kracht is; buiten de venstertijd is parkeren vrij voor alle motorvoertuigen;

  • y.

    verblijfsaccommodatie: op overnachtende toeristen gerichte rechtspersonen, ondernemingen of daarmee gelijk te stellen, zoals hotels, pensions en bed&breakfasts;

  • z.

    vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend;

  • aa.

    zelfstandige woning: woning die een eigen toegang heeft, voorzien is van een keuken, douche en toilet en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, als bedoeld in art. 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, danwel een woning waarvan met een notariële akte wordt aangetoond dat sprake is van een zelfstandige woning.

 

AFDELING II. PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGBEWIJZEN

 

 

Artikel 2 - Aanwijzing belanghebbendenplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen

  • 1.

    Het college kan weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor belanghebbendenparkeren en/of weggedeelten aanwijzen die niet (langer) bestemd zijn voor belanghebbendenparkeren.

  • 2.

    Het college kan weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor betaald parkeren (parkeerapparatuurplaatsen) en/of weggedeelten aanwijzen die niet (langer) bestemd zijn voor betaald parkeren.

 

Artikel 3 - Maximum parkeerduur, vensterperiode en venstertijd

  • 1.

    Het college kan weggedeelten aanwijzen waarvoor geldt dat aan de parkeerduur een maximum tijd is verbonden.

  • 2.

    Het college kan aan al dan niet specifieke belanghebbendenplaatsen een vensterperiode en/of venstertijd koppelen, of een bestaande vensterperiode en/of venstertijd wijzigen.

  • 3.

    Het college kan aan al dan niet specifieke parkeerapparatuurplaatsen een vensterperiode en/of venstertijd koppelen, of een bestaande vensterperiode en/of venstertijd wijzigen.

  • 4.

    Belanghebbendenplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen hebben géén vensterperiode, tenzij anders aangegeven.

  • 5.

    Belanghebbendenplaatsen hebben géén venstertijd, tenzij anders aangegeven.

  • 6.

    Parkeerapparatuurplaatsen hebben een venstertijd, tenzij anders aangegeven.

  • 7.

    Als venstertijd voor parkeerapparatuurplaatsen geldt 09:00-21:00 uur, tenzij anders aangegeven.

  • 8.

    Parkeerplaatsen die zowel belanghebbendenplaats als parkeerapparatuurplaats zijn, hebben géén venstertijd, tenzij anders aangegeven. Dit zijn de parkeerplaatsen in gefiscaliseerde vergunninghouderzones.

 

Artikel 4 - Verlening van parkeervergunningen

  • 1.

    Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een parkeervergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen.

  • 2.

    Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het aanvragen, verlenen, wijzigen, intrekken en weigeren van parkeervergunningen.

  • 3.

    Het college verstrekt uitsluitend een parkeervergunning voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen indien er voldoende parkeerplaatsen vrij blijven voor parkeerders die niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning, zulks ter beoordeling door het college.

  • 4.

    Het college kan uitsluitend parkeervergunningen verlenen aan:

    a. bewoners met een adres in een straat/zone waar belanghebbendenparkeren geldt, en/of personen die een woning in eigendom hebben in een straat/zone met belanghebbendenparkeren;

    b. bewoners met een adres in een straat/zone waar belanghebbendenparkeren geldt, ten behoeve van hun bezoekers, met dien verstande dat de parkeervergunningen slechts gelden voor een op het vergunningbewijs aan te merken datum;

    c. bedrijven die aantoonbaar gevestigd zijn in een straat/zone waar belanghebbendenparkeren geldt;

    d. marktkooplieden met een toegewezen standplaats op een markt in één of meer van de kustkernen, met dien verstande dat de parkeervergunning slechts geldt voor marktdagen in de op de parkeervergunning genoemde kernen;

    e. werklieden en/of dienstverleners waarvoor ter plaatse het gebruik van een motorvoertuig noodzakelijk is, met dien verstande dat de parkeervergunningen slechts gelden voor een op het vergunningbewijs aan te merken datum/periode;

    f. bedrijven en werkgevers die aantoonbaar gevestigd zijn in een straat/zone ligt waar belanghebbendenparkeren geldt, ten behoeve van hun personeel dat buiten de bebouwde kom woont en per auto naar het werk wil komen;

    g. verblijfsaccommodaties met een adres in een straat/zone waar belanghebbendenparkeren geldt, ten behoeve van hun overnachtingsgasten;

    h. eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodelen;

    i. mantelzorger van een bewoner die mantelzorg behoeft, met een adres in een straat/zone waar belanghebbendenparkeren geldt;

    j. specifieke medische beroepsbeoefenaren ten behoeve van zorgverlening in een straat/zone waar belanghebbendenparkeren geldt;

    k. maatschappelijke organisaties met een adres in een straat/zone waar belanghebbendenparkeren geldt, of met een georganiseerde activiteit in een straat/zone waar belanghebbendenparkeren geldt. Het gaat hierbij om maatschappelijke organisaties in de meest brede zin, zoals kerken, sportverenigingen, MFA’s, etc.;

  • 5.

    Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een parkeervergunning, die strekken tot een goede verdeling van de beschikbare parkeercapaciteit.

  • 6.

    Het college beslist binnen 4 weken na ontvangst van een aanvraag voor een parkeervergunning.

 

Artikel 5 - Nadere bepalingen met betrekking tot het verlenen van parkeervergunningen

  • 1.

    Een parkeervergunning als bedoeld in artikel 4 wordt voor bepaalde tijd verleend en bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    a. de periode waarvoor de parkeervergunning geldt;

    b. de naam van de vergunninghouder en het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de parkeervergunning is verleend;

    c. het gebied waarvoor de parkeervergunning geldt;

    d. het debiteurennummer van de vergunninghouder.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel wordt een parkeervergunning als bedoeld in artikel 4, vierde lid, sub h (autodelen) voor ten hoogste vijf jaar verleend en is uitsluitend geldig voor een specifiek door het college aangewezen parkeerplaats.

 

Artikel 6 - Nadere regels ter verdeling van beschikbare ruimte

Het college kan in het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeercapaciteit nadere regels vaststellen.

 

Artikel 7 - Weigering van parkeervergunningen

  • 1.

    Het college weigert een parkeervergunning indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, zoals gesteld bij of krachtens deze verordening en het hierop gebaseerde Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening.

  • 2.

    Het college weigert een parkeervergunning als bedoeld in artikel 4 indien de aanvrager beschikt, zou kunnen beschikken of had kunnen beschikken over een eigen parkeervoorziening.

  • 3.

    Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel wordt in afwijking van de rest van deze verordening pas van kracht op het moment dat de gemeenteraad hier op een nader moment toe besluit, doch niet eerder dan op 1 januari 2022. Het college stelt de gemeenteraad voor een dergelijk besluit te nemen als het college van oordeel is dat het van kracht verklaren van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel bijdraagt aan het oplossen van parkeerknelpunten.

  • 4.

    Het college weigert een parkeervergunning in het geval van bouwinitiatieven:

    a. die leiden tot een toename van de woningvoorraad en waarvan de omgevingsvergunning na 1 januari 2021 is aangevraagd;

    b. die leiden tot een toename van adressen niet zijnde zelfstandige woningen en waarvan de omgevingsvergunning op of na 1 januari 2021 is aangevraagd;

    c. waarbij de nulvergunningenregeling van kracht is (geregeld in bestemmingsplan en/of omgevingsvergunning).

  • 5.

    Het college weigert een parkeervergunning indien:

    a. bij parkeerapparatuurplaatsen door het verlenen van (extra) parkeervergunningen te weinig parkeerruimte beschikbaar blijft voor eigenaren van motorvoertuigen die geen parkeervergunning hebben en aldus moeten betalen;

    b. bij belanghebbendenplaatsen door het verlenen van (extra) parkeervergunningen te weinig parkeerruimte beschikbaar blijft voor belanghebbenden om te kunnen parkeren.

  • 6.

    Indien de aanvraag wordt geweigerd op een van de gronden genoemd in het vijfde lid van dit artikel, kan de aanvrager op een wachtlijst worden geplaatst.

 

Artikel 8 - Intrekking of wijziging van parkeervergunningen

Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:

  • a.

    op verzoek van de vergunninghouder;

  • b.

    wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de parkeervergunning is verleend;

  • c.

    wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning;

  • d.

    wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van parkeervergunningen komt te vervallen;

  • e.

    wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften;

  • f.

    wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;

  • g.

    om redenen van openbaar belang.

 

Artikel 9 - Mogelijkheid tot afwijken in geval van niet beoogde effecten

Het college kan ten gunste van de aanvrager het bij of krachtens deze verordening bepaalde buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

 

AFDELING III. VERBODSBEPALINGEN

 

 

Artikel 10 - Verbod om zonder parkeervergunning te parkeren en ontheffingsmogelijkheid

  • 1.

    Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats louter aan vergunninghouders is toegestaan, aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

    a. zonder parkeervergunning;

    b. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de parkeervergunning, of de parkeervergunning met kentekenvermelding online is geregistreerd;

    c. in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden.

  • 2.

    Het is verboden op een belanghebbendenplaats een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden in strijd met de bepaling op een onderbord bij bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990.

  • 3.

    Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel.

 

Artikel 11 - Verbod op onjuist gebruik parkeerapparatuur

Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.

 

Artikel 12 - Verbod op het plaatsen van voorwerpen, fietsen en bromfietsen

  • 1.

    Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan:

    a. op een parkeerapparatuurplaats;

    b. op een belanghebbendenplaats;

    c. op een autodeelplaats.

  • 2.

    Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

  • 3.

    Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

 

AFDELING IV. STRAFBEPALING

 

 

Artikel 13 - Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie.

 

AFDELING V. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

 

 

Artikel 14 - Handhaving

  • 1.

    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de coördinator en de handhavers openbare ruimte.

  • 2.

    Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening de door het college aangewezen personen belast.

 

Artikel 15 - Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt inwerking op 1 januari 2021.

  • 2.

    Indien deze verordening niet voor of op 1 januari 2021 gepubliceerd is, treedt deze verordening in werking op de dag na die waarop deze is bekendgemaakt en werkt terug tot 1 januari 2021.

  • 3.

    Op de datum van inwerkingtreding worden alle eerder gepubliceerde parkeerverordeningen van de Gemeente Veere ingetrokken, zoals de Parkeerverordening voor de kern Domburg (2015) en de Parkeerverordening voor de kern Veere (2015).

  • 4.

    Vergunningen die verleend zijn op grond van de Parkeerverordening voor de kern Veere (2015) en die op 31 december 2020 nog geldig waren, worden aangemerkt als vergunningen die geacht worden te zijn verleend op grond van deze verordening, tot op het moment dat zij worden ingetrokken of worden vervangen voor een vergunning die op grond van deze verordening is verleend.

 

Artikel 16 - Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening Gemeente Veere 2021.

 

 

 

PARKEERVERORDENING GEMEENTE VEERE 2021

Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 10 december 2020.

de griffier,

J. Fröling

de voorzitter,

Drs R.J. van der Zwaag