Gemeenteblad van Beemster

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BeemsterGemeenteblad 2020, 314815Verordeningen



Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing 2021

De raad van de gemeente Beemster,

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 oktober 2020,

 

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer,

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing 2021

 

Artikel 1 Aard van de belasting en belastbaar feit

1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.11 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

 

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.11 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

 

Artikel 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

 

Artikel 4 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 5 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

 

Artikel 7 Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere gemeentelijke heffingen minder bedraagt dan € 75,00 dan wel meer bedraagt dan € 4.000,00 dit bedrag moet worden betaald in één termijn welke vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere gemeentelijke heffingen minimaal € 75,00 of maximaal € 4.000,00 bedraagt, de aanslagen moeten worden betaald in 10 gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien bovengenoemde aanslag(en) in maart of later in het belastingjaar word(t) en opgelegd, is het aantal betaaltermijnen gelijk aan de nog in het desbetreffende belastingjaar overblijvende volle kalendermaanden.

4. In geval van automatische incasso wordt een gehele of gedeeltelijke vermindering van aanslagen verrekend met de nog openstaande betaaltermijnen, te beginnen met de laatste termijn.

5. De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien drie van de van toepassing zijnde termijnen, niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd. In dat geval gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.

 

Artikel 8 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

 

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel

1. De 'Verordening afvalstoffenheffing 2020” vastgesteld op 5 november 2019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

4. Deze verordening wordt aangehaald als de Verordening afvalstoffenheffing 2021.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare

vergadering van de raad d.d. 10 november 2020

H.C. Heerschop

voorzitter

M. Timmerman

griffier

Tarieventabel 2021 behorende bij de verordening afvalstoffenheffing 2021

Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing.

 

Onderdeel

Omschrijving

Tarief 2021

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

 

1.1.1

indien het perceel wordt gebruikt door één persoon

€ 240,84

1.1.2

indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen

€ 339,24

1.2

De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in eigendom of in bruikleen hebben van een extra (= boven het aantal van één):

 

1.2.1

container bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per extra container

met

€ 157,20

1.2.2

container bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container met

 

€ 157,20

 

Behoort bij het raadsbesluit van 10 november 2020

 

De griffier,

M. Timmerman