Gemeenteblad van Rotterdam

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RotterdamGemeenteblad 2020, 252124Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van de concerndirecteur van het cluster maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente Rotterdam houdende regels omtrent het ondermandateren, ondervolmachten en ondermachtigen aan ondergeschikte ambtenaren en anderen (Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging cluster Maatschappelijke Ontwikkeling 2020)

De concerndirecteur van het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling,

 

gelet op:

  • -

    afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    de paragrafen 1, 3 en 5 van het MVMR 2016;

  • -

    artikel 11.16 van het MVMR 2016;

  • -

    het BOOO AD 2016;

  • -

    artikel 6 van de Regeling organisatie 2016;

  • -

    de bevoegdheden die hem verder zijn verleend bij aparte besluiten van de raad of het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, de concerndirecteur van een ander cluster of een andere gemeente;

overwegende, dat het om redenen van doelmatigheid wenselijk is de aan hem in het BOOO AD 2016 opgedragen en daarvoor in aanmerking komende bevoegdheden te ondermandateren, ondervolmachten en ondermachtigen aan ondergeschikte ambtenaren en anderen;

 

besluit:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    individuele voorziening: individuele voorziening als bedoeld in artikel 2.9 van de Jeugdwet;

  • b.

    maatwerkvoorziening: maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • c.

    overeenkomst: de publiekrechtelijke overeenkomst, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid, van het MVMR 2016 en de obligatoire overeenkomst, bedoeld in artikel 3.4, derde lid, van het MVMR 2016.

Artikel 1.2 Managementlagen

De managementlagen van het cluster zijn onderverdeeld in:

  • a.

    1e laag: de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling;

  • b.

    2e laag: de directeuren die hiërarchisch onder de concerndirecteur vallen, alsmede de programmadirecteuren;

  • c.

    3e laag: de afdelingshoofden die hiërarchisch onder een directeur vallen, het hoofd Clusterbureau, het hoofd Programma- en projectmanagementbureau en het hoofd van het Bureau Frontlijn, alsmede de programmamanagers;

  • d.

    4e laag: de teammanagers die hiërarchisch onder een afdelingshoofd vallen, alsmede de projectmanagers of projectleiders;

  • e.

    5e laag: de managers die hiërarchisch onder een teammanager vallen.

Artikel 1.3 Reikwijdte

  • 1.

    De ondergemandateerde, ondergevolmachtigde of ondergemachtigde functionaris is in het kader van de uitoefening van de aan hem verleende ondervolmachten, ondermachtigingen en ondermandaten bevoegd om die feitelijke handelingen en rechtshandelingen te verrichten die voor de uitoefening van deze bevoegdheden noodzakelijk zijn.

  • 2.

    De ondergemandateerde, ondergevolmachtigde of ondergemachtigde functionaris is bevoegd gebruik te maken van de hem ter beschikking gestelde automatiseringssystemen, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak en past binnen het functieprofiel en aanstellingsbesluit dat op hem van toepassing is.

  • 3.

    De aan een functionaris verleende bevoegdheden worden, tenzij anders vermeld, door de ondergemandateerde, ondergevolmachtigde of ondergemachtigde niet verder ondergemandateerd, ondergevolmacht of ondergemachtigd.

  • 4.

    De in dit besluit ondergemandateerde, ondergevolmachte en ondergemachtigde bevoegdheden zijn tevens opgedragen aan de hiërarchisch bovengeschikte van de ondergemandateerde, ondergevolmachtigde of ondergemachtigde functionaris.

Artikel 1.4 Plaatsvervanging

  • 1.

    De in dit besluit genoemde ondermandaten, ondervolmachten en ondermachtigingen zijn bij afwezigheid van de functiehouder verleend aan diens plaatsvervanger.

  • 2.

    Plaatsvervanging geschiedt met de financiële begrenzing, genoemd in artikel 1.5.

  • 3.

    De aan de concerndirecteur opgedragen bevoegdheden kunnen bij diens afwezigheid worden uitgeoefend door één van de directeuren.

  • 4.

    De aan een directeur opgedragen bevoegdheden kunnen bij diens afwezigheid worden uitgeoefend door een andere directeur.

  • 5.

    De aan een afdelingshoofd opgedragen bevoegdheden kunnen bij diens afwezigheid worden uitgeoefend door een ander afdelingshoofd of door een teammanager van de betreffende afdeling.

  • 6.

    De aan een teammanager opgedragen bevoegdheden kunnen bij diens afwezigheid worden uitgeoefend door een andere teammanager of een teamleider van dezelfde afdeling.

  • 7.

    De aan een teamleider opgedragen bevoegdheden kunnen bij diens afwezigheid worden uitgeoefend door een andere teamleider van dezelfde afdeling.

Artikel 1.5 Financiële begrenzingen bevoegdheden

De bevoegdheden van de ondergemandateerden en ondergevolmachtigden, zijn gemaximeerd tot de volgende bedragen, tenzij de bevoegdheden in dit besluit tot een lager bedrag zijn beperkt:

  • a.

    tot en met € 249.999 voor het 3e laags management;

  • b.

    tot en met € 49.999 voor het 4e laags management;

  • c.

    tot en met € 14.999 voor het 5e laags management.

Artikel 1.6 Overige begrenzingen bevoegdheden

  • 1.

    De bevoegdheden van de ondergemandateerden en ondergevolmachtigden strekken zich, tenzij in dit besluit anders is bepaald, niet uit tot:

    • a.

      het opstellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels;

    • b.

      het indienen van een bezwaar- of beroepschrift;

    • c.

      het aanvragen van subsidies of het doen van een beroep op andere financieringsbronnen;

    • d.

      het besluiten tot het afzien van terugvordering van een ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende subsidie, als het gaat om een bedrag van € 5.000 of meer.

  • 2.

    De bevoegdheden beperken zich tot het werkveld van de directie, de afdeling of het team waarin de functionaris werkzaam is.

Artikel 1.7 Algemene bevoegdheden 3e laags manager

Tenzij in dit besluit anders is bepaald, is een 3e laags manager binnen het beleidsterrein waarvoor hij verantwoordelijk is, bevoegd tot:

  • a.

    het besluiten tot het aangaan van een overeenkomst in het kader van de interne bedrijfsvoering en in het kader van de opgedragen bevoegdheden en het ondertekenen ervan, het verrichten van rechtshandelingen ter uitvoering ervan en het vertegenwoordigen van de gemeente in en buiten rechte met betrekking tot genoemde overeenkomsten;

  • b.

    het nemen van besluiten met betrekking tot bestuursrechtelijke geldschulden;

  • c.

    het invorderen, het in der minne schikken en het nemen van een procesbesluit met betrekking tot bestuursrechtelijke geldvorderingen tot en met een bedrag van € 49.99.000 per debiteur;

  • d.

    het kwijtschelden van schulden van debiteuren tot een bedrag van ten hoogste € 5.000;

  • e.

    het uitoefenen van de bevoegdheden in het kader van de bestuurs- en dwangsomregeling, genoemd in de afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 alsmede de artikelen 4:17, 4:18 en 4:20 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • f.

    het geven van een bestuurlijke waarschuwing;

  • g.

    het verstrekken van legitimatiebewijzen aan medewerkers ten behoeve van de door hen uit te voeren taken;

  • h.

    het vaststellen van formulieren ten behoeve van de uitvoering van de taken en bevoegdheden, genoemd in dit besluit, op zijn afdeling;

  • i.

    het besluiten op verzoeken van betrokkenen in het kader van hoofdstuk III van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel 1.8 Algemene bevoegdheden 4e laags manager

  • 1.

    Voor zover elders in dit besluit is geregeld dat de 3e laags manager bevoegd is tot het verstrekken van een subsidie op grond van de SVR 2014, is deze bevoegdheid tevens opgedragen aan de 4e laags manager, voor zover dit tot het beleidsterrein behoort waarvoor hij verantwoordelijk is.

  • 2.

    De bevoegdheden, genoemd in artikel 1.7, onder b tot en met f, en i, zijn tevens opgedragen aan de 4e laags manager.

Artikel 1.9 Vertegenwoordiging bij bezwaarschriftenprocedures

  • 1.

    De functionaris die belast is geweest met de voorbereiding van een besluit waartegen bezwaar is aangetekend, kan het college vertegenwoordigen bij ambtelijk horen of tijdens de behandeling van het bezwaarschrift in de Algemene Bezwaarschriftencommissie.

  • 2.

    De kwaliteitsmedewerker, stafadviseur, wijkteammedewerker of wijkteamleider binnen de directie waar een besluit is genomen waartegen bezwaar is aangetekend, kan het college vertegenwoordigen bij ambtelijk horen of tijdens de behandeling van het bezwaarschrift in de Algemene Bezwaarschriftencommissie.

  • 3.

    De bevoegdheden, genoemd in de vorige leden, komen tevens toe aan de beleidsadviseur binnen het cluster die belast is met de beleidsadvisering over de grondslag van het besluit, alsmede de juridisch adviseur die werkzaam is ten behoeve van het cluster, of een andere, daartoe door de 3e laags manager aangewezen persoon.

Hoofdstuk 2 Overeenkomsten

Artikel 2.1 Overeenkomsten met financiële waarde

  • 1.

    Bevoegd tot het aangaan en ondertekenen van een overeenkomst met een waarde:

    • a.

      tot en met € 249.999 is de manager die budgetverantwoordelijk is voor de inkoop van het product of de dienst, alsmede de manager van de 3e laag, voor zover dit tot het beleidsterrein behoort waarvoor hij verantwoordelijk is;

    • b.

      tot en met € 49.999 is de manager van de 4e laag, voor zover dit tot het beleidsterrein behoort waarvoor hij verantwoordelijk is;

    • c.

      tot en met € 14.999 is de manager van de 5e laag, voor zover dit tot het beleidsterrein behoort waarvoor hij verantwoordelijk is.

  • 2.

    Bevoegd tot het aangaan en ondertekenen van een overeenkomst met een waarde van € 250.000 of meer is:

    • a.

      een directeur samen met een 3e laags manager van de directie onder wiens verantwoordelijkheid de overeenkomst valt;

    • b.

      de concerndirecteur samen met een directeur die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein waaronder de overeenkomst valt;

    • c.

      de concerndirecteur samen met een plaatsvervanger.

Artikel 2.2 Overeenkomsten zonder financiële waarde

  • 1.

    Een manager tot en met de 3e laag is ten aanzien van beleidsterreinen die onder zijn verantwoordelijkheid vallen, bevoegd overeenkomsten zonder financiële verplichtingen voor de gemeente aan te gaan en te ondertekenen, zoals overeenkomsten die betrekking hebben op:

    • a.

      de uitvoering van taken van andere bestuursorganen;

    • b.

      de uitvoering van taken van andere clusters, organisaties of gebieden van de gemeente Rotterdam; of

    • c.

      de uitvoering van taken in samenwerking met partners in en buiten de gemeente Rotterdam.

  • 2.

    Deze bevoegdheden zijn tevens opgedragen aan het hoofd Rotterdampas.

  • 3.

    Op de financiële verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn niet de inzet van personeel of faciliteiten door het cluster van toepassing.

Hoofdstuk 3 Directie en clusterbureau

Artikel 3.1 Directieleden

  • 1.

    De bevoegdheden van de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling zijn tevens opgedragen aan de directeuren van de directies binnen het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling, tenzij het gaat om de bevoegdheden die in dit besluit zijn voorbehouden aan de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling.

  • 2.

    Artikel 1.6, eerste lid, is niet van toepassing op de ondermandatering, de ondervolmachtiging en de ondermachtiging aan directieleden.

  • 3.

    De directeur Welzijn, Zorg en Jeugdhulp is bevoegd tot het uitoefenen van de taken:

    • a.

      van de directie Publieke Gezondheid, Welzijn en Zorg, met uitzondering van de taken op het gebied van publieke gezondheid;

    • b.

      in opdracht van het bestuur van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond, met inachtneming van het uitvoeringsmandaat van de door het bestuur van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond benoemde secretaris;

    • c.

      op grond van de Wet op de Jeugdverblijven, met uitzondering van het houden van toezicht, en het sluiten van een jeugdverblijf, bedoeld in de artikelen 7 en 10 van deze wet.

  • 4.

    De directeur Publieke Gezondheid is bevoegdheid tot het uitoefenen van de taken:

    • a.

      van de directie Publieke Gezondheid, Welzijn en Zorg, voor zover deze bevoegdheden betrekking hebben op publieke gezondheid, inclusief de bevoegdheden, genoemd in artikel 11.16 van het MVMR 2016;

    • b.

      van de afdeling Participatie en Stedelijke zorg.

  • 5.

    De directeur Maatschappelijke Ondersteuning in de Wijk is bevoegd tot het uitoefenen van taken:

    • a.

      van de directie Maatschappelijke ondersteuning, met uitzondering van de taakuitoefening die valt onder de directeur Maatschappelijke Ondersteuning;

    • b.

      op het beleidsterrein informele zorg.

  • 6.

    De directeur Maatschappelijke Ondersteuning is bevoegd tot het uitoefenen van taken:

    • a.

      van het Jongerenloket;

    • b.

      op grond van de Leerplichtwet 1969;

    • c.

      van de afdeling Prestatie010;

    • d.

      van de afdeling Administratie, Bedrijfsvoering en Vakontwikkeling;

    • e.

      op de beleidsterreinen van armoedebestrijding en schuldenaanpak.

  • 7.

    De directeur Sport, Onderwijs en Cultuur is bevoegd tot het uitoefenen van taken van de directie Sport, Onderwijs en Cultuur.

  • 8.

    De directeur Sport, Onderwijs en Cultuur is bevoegd tot:

    • a.

      het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten met betrekking tot het verhuren of anderszins in gebruik geven van onroerende en roerende zaken alsmede het beheren en exploiteren daarvan, voor zover deze behoren tot de beleidsterreinen binnen de directie Sport en Cultuur;

    • b.

      het kwijtschelden van schulden van debiteuren tot een bedrag van ten hoogste € 50.000 per debiteur, met betrekking tot huurovereenkomsten inzake het Recreatieoord Hoek van Holland;

    • c.

      het invorderen, waaronder het nemen van een procesbesluit, en in der minne regelen van geldvorderingen op debiteuren tot een bedrag van € 50.000 per debiteur, met betrekking tot huurovereenkomsten inzake het Recreatieoord Hoek van Holland.

Artikel 3.2 Clusterbureau

Het hoofd van het Clusterbureau is bevoegd om ten behoeve van de clusters Maatschappelijke Ontwikkeling en Werk en Inkomen en het gemeentebestuur:

  • a.

    Europese subsidies aan te vragen, waaronder subsidies in het kader van het Europees Sociaal Fonds;

  • b.

    een besluit te nemen over de verlening van deze Europese subsidies;

  • c.

    een besluit te nemen over cofinanciering van een Europese subsidieaanvraag.

Artikel 3.3 Hoofd Programma- en projectmanagementbureau, programmamanagers

Het hoofd van het Programma- en projectmanagementbureau en de programmanagers zijn bevoegd tot:

  • a.

    het verstrekken van een subsidie op grond van de SVR 2014 en daarop gebaseerde regelgeving;

  • b.

    het uitoefenen van taken en bevoegdheden die aan een andere 3e laags manager toekomen, voor zover die expliciet zijn opgenomen in het vastgestelde programma- of projectvoorstel en in het kader van het programma of het project dat wordt uitgevoerd noodzakelijk is.

Artikel 3.4 Hoofd Rotterdampas

Hoofd Rotterdampas is als 4e laags manager, vallende onder het hoofd Clusterbureau bevoegd tot het verrichten van die rechtshandelingen die noodzakelijk zijn voor het verstrekken van de Rotterdampas.

Hoofdstuk 4 Directie Sport, Onderwijs en Cultuur

Artikel 4.1 Afdelingshoofd Beleid Sport, Natuur en Recreatie

Het hoofd van de afdeling Beleid Sport, Natuur en Recreatie is bevoegd tot:

  • a.

    het verstrekken van een subsidie op grond van de SVR 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsveld Sport, Natuur en Recreatie;

  • b.

    het aanvragen, in ontvangst nemen, beheren, besteden en verantwoorden van:

    • 1°.

      subsidies, met uitzondering van Europese subsidies;

    • 2°.

      financiële bijdragen, rijksmiddelen en bijdragen uit fondsen;

  • c.

    het aanvragen van een vergunning, toestemming of ontheffing alsmede het aanvaarden van een vergunning, toestemming of ontheffing.

Artikel 4.2 Afdelingshoofd Beleid Cultuur

Het hoofd van de afdeling Beleid Cultuur is bevoegd tot:

  • a.

    het verstrekken van een subsidie op grond van de SVR 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsveld Cultuur;

  • b.

    het aanvragen, in ontvangst nemen, beheren, besteden en verantwoorden van:

    • 1°.

      subsidies, met uitzondering van Europese subsidies;

    • 2°.

      financiële bijdragen, rijksmiddelen en bijdragen uit fondsen;

  • c.

    het aanvragen van een vergunning, toestemming, ontheffing alsmede het aanvaarden van een vergunning, toestemming of ontheffing.

Artikel 4.3 Aanvullingen en financiële begrenzing

  • 1.

    In afwijking van artikel 2.1, eerste lid, onder b, juncto artikel 1.2, onder d, zijn bij Sport en Cultuur ten aanzien van het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten de projectmanagers of projectleiders bevoegd tot het bedrag, genoemd in artikel 1.5, eerste lid, onder c.

  • 2.

    In afwijking van de artikelen uit hoofdstuk 2 zijn ten aanzien van het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten met betrekking tot het verhuren of anderszins in gebruik geven van onroerende en roerende zaken alsmede het beheren en exploiteren daarvan, voor zover deze behoren tot het beleidsterrein Sport en Cultuur, de volgende functionarissen bevoegd:

    • a.

      afdelingshoofd Uitvoering Recreatie tot het bedrag waarvoor het 3e laags management bevoegd is;

    • b.

      teammanager van Recreatieoord en Camping van Hoek van Holland tot het bedrag waarvoor het 4e laags management bevoegd is.

  • 3.

    De bevoegdheden, genoemd in artikel 3.1, achtste lid, onder b en c, worden tevens opgedragen aan het afdelingshoofd Uitvoering Recreatie en de teammanager Recreatieoord en Camping Hoek van Holland.

Artikel 4.4 Afdelingshoofd Onderwijs

Het hoofd van de afdeling Onderwijs is bevoegd tot:

  • a.

    het verstrekken van subsidie op grond van de SVR 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsveld Onderwijs;

  • b.

    het aanvragen van een vergunning, toestemming of ontheffing, alsmede het aanvaarden van een vergunning, toestemming of ontheffing;

  • c.

    het uitoefenen van taken en bevoegdheden, bedoeld in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2019;

  • d.

    het vertegenwoordigen van het college, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de Procedure Overleg lokaal onderwijsbeleid van de gemeente Rotterdam;

  • e.

    het uitoefenen van bevoegdheden op grond van de Wet kinderopvang, met uitzondering van het verstrekken van een tegemoetkoming, genoemd in artikel 1.13 van deze wet en het houden van toezicht, genoemd in artikel 1.61 van deze wet.

Artikel 4.5 Teammanager afdeling Onderwijs

De teammanager van de afdeling Onderwijs is bevoegd tot:

  • a.

    het verstrekken van subsidie op grond van de SVR 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsveld Onderwijs;

  • b.

    het vaststellen en wijzigen van roosters met betrekking tot het schoolzwemmen en het organiseren van het vervoer met betrekking tot schoolzwemmen;

  • c.

    het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten inzake het vervoer voor schoolzwemmen en het gebruik van zwemaccommodaties;

  • d.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, genoemd in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2019

  • e.

    het uitoefenen van de bevoegdheden in verband met aanvraag en registratie, genoemd in paragraaf 1 van afdeling 3 van de Wet kinderopvang;

  • f.

    het opleggen van de bestuurlijke boeten, genoemd in artikel 1.72 van de Wet kinderopvang.

Hoofdstuk 5 Directie Jeugd

Artikel 5.1 Algemene bevoegdheden

De afdelingshoofden binnen de directie Jeugd zijn bevoegd tot het verstrekken van subsidie op grond van de SVR 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsveld Jeugd.

Artikel 5.5 Afdelingshoofd Jeugd

Het hoofd van de afdeling Jeugd is bevoegd tot:

  • a.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, genoemd in de Jeugdwet;

  • b.

    het verstrekken van tegemoetkomingen voor kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie, bedoeld in de Verordening Tegemoetkoming Kosten SMI-Kinderopvang Rotterdam 2018;

  • c.

    het uitoefenen van taken op grond van de Wet op de Jeugdverblijven, met uitzondering van het houden van toezicht, en het sluiten van een jeugdverblijf, genoemd in de artikelen 7 en 10 van deze wet;

  • d.

    het uitoefenen van taken in opdracht van het bestuur van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond, met inachtneming van het uitvoeringsmandaat van de door het bestuur van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond benoemde secretaris.

Artikel 5.6 Afdelingshoofd Toezicht en Handhaving

Het hoofd van de afdeling Toezicht en Handhaving is bevoegd tot het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, genoemd in de Leerplichtwet 1969.

 

Hoofdstuk 6 Directie Publieke Gezondheid, Welzijn en Zorg

Artikel 6.1 Afdelingshoofd Publieke Gezondheid

Het hoofd van de afdeling Publieke Gezondheid is bevoegd tot:

  • a.

    het verstrekken van subsidie op grond van de SVR 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsveld Publieke Gezondheid;

  • b.

    het uitoefenen van taken en bevoegdheden, bedoeld in de Wet publieke gezondheid.

Artikel 6.2 Afdelingshoofd Beleid en Opdrachtgeverschap

Het hoofd van de afdeling Beleid en Opdrachtgeverschap is bevoegd tot:

  • a.

    het verstrekken van subsidie op grond van de SVR 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, voor zover dit betrekking heeft op het beleidsveld Publieke Gezondheid;

  • b.

    het uitoefenen van taken en bevoegdheden ter voorbereiding van besluitvorming in het kader van de Wet tijdelijk huisverbod.

Artikel 6.3 Afdelingshoofd Participatie en Stedelijke Zorg

  • 1.

    Het hoofd afdeling Participatie en Stedelijke Zorg is bevoegd tot:

    • a.

      het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, genoemd in de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

    • b.

      het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, genoemd in de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

    • c.

      het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, genoemd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018;

    • d.

      het uitoefenen van de gemeentelijke taken en bevoegdheden, genoemd in de Wet op de lijkbezorging;

    • e.

      het uitoefenen van de coördinatie in verband met re-integratie van gedetineerden of ex-gedetineerden;

    • f.

      het uitoefenen van de gemeentelijke liaison-functie in het Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond;

    • g.

      het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, genoemd in de Wet inburgering;

    • h.

      het uitoefenen van de taken en bevoegdheden in verband met de maatschappelijke opvang voor vreemdelingen zonder recht op verblijf of rijksopvang, of de maatschappelijke opvang voor niet-rechthebbende EU-arbeidsmigranten;

    • i.

      het organiseren van beheer en verhuur van woningen voor voormalige dak- en thuislozen en gezinnen waarvan een of meer leden geen verblijfstitel hebben;

    • j.

      het uitoefenen van de taken en bevoegdheden die nodig zijn ter voorbereiding van besluitvorming in het kader van de Wet tijdelijk huisverbod.

  • 2.

    In het kader van de bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst Beschermd Wonen is het hoofd Participatie en Stedelijke Zorg tevens bevoegd tot het uitoefenen van de in het eerste lid genoemde taken en bevoegdheden voor regiogemeenten, voor zover deze taken en bevoegdheden betrekking hebben op het uitvoeren van de functie beschermd wonen, bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Artikel 6.4 Teammanager Participatie en Stedelijke Zorg

De bevoegdheden, genoemd in artikel 6.3, worden tevens opgedragen aan de teammanagers van de afdeling Participatie en Stedelijke Zorg.

Artikel 6.5 Medewerker Wet op de lijkbezorging

De medewerker Wet op de lijkbezorging is bevoegd tot het uitvoeren van de gemeentelijke taken en bevoegdheden, genoemd in artikel 6.3, eerste lid, onder d.

Artikel 6.6 Teammanager Detentie & Re-integratie

De manager van het team Detentie & Re-integratie is bevoegd tot het aanvragen van autorisatie voor de Injus berichtenbox re-integratie ex-gedetineerden en het machtigen tot het gebruik maken van de autorisatie, genoemd in van artikel 51c Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Hoofdstuk 7 Directie Maatschappelijke Ondersteuning

Artikel 7.1. Afdelingshoofd Administratie, Bedrijfsvoering en Vakontwikkeling

Het hoofd van de afdeling Administratie, Bedrijfsvoering en Vakontwikkeling is bevoegd:

  • a.

    tot het behandelen van klachten die betrekking hebben op het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling, met uitzondering van de klachten over de GGD-taakuitoefening in het kader van de Wet publieke gezondheid, waaronder het ondertekenen van brieven ter afhandeling van klaagschriften als bedoeld in artikel 9:12 van de Algemene Wet Bestuursrecht;

  • b.

    het vaststellen van wijzigingen in het indicatieprotocol op grond van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • c.

    het verstrekken van een AOW- of jeugdtegoed op basis van de daarvoor vastgestelde gemeentelijke verordening.

Artikel 7.2 Teammanager Unit Advies en Implementatie

De manager van de Unit Advies en Implementatie is bevoegd tot het vaststellen van wijzigingen in het indicatieprotocol op grond van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Artikel 7.3 Teammanager Unit bedrijfsvoering

De manager van de Unit bedrijfsvoering is bevoegd tot het behandelen van klachten als genoemd in artikel 7.1, eerste lid.

Artikel 7.4 Teammanager armoedevoorziening

De manager van het team armoedevoorziening is bevoegd tot het verstrekken van een AOW- of jeugdtegoed op basis van de daarvoor vastgestelde gemeentelijke verordening.

Artikel 7.5 Coördinator cliëntenreacties

De bevoegdheid, genoemd in artikel 7.3, wordt tevens opgedragen aan de coördinator cliëntenreacties.

 

Artikel 7.6 Medewerkers klachten

De medewerkers klachten zijn bevoegd tot het behandelen van klachten als genoemd in artikel 7.1, eerste lid, inclusief het ondertekenen van brieven in de informele fase van de klachtbehandeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Verordening klachtbehandeling Rotterdam 2013. Zij zijn niet bevoegd tot het ondertekenen van brieven ter afhandeling van klaagschriften als genoemd in artikel 7.1, eerste lid.

Artikel 7.7 Hoofd Kredietbank Rotterdam

Het hoofd Kredietbank Rotterdam is als 3e laags manager bevoegd om op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening een besluit te nemen over schulddienstverlening, en in het kader hiervan:

  • a.

    verklaringen af te geven als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f, van de Faillissementswet;

  • b.

    overeenkomsten aan te gaan met burgers voor de verlening van sociale kredieten;

  • c.

    in afwijking van artikel 1.5, onder a, overeenkomsten aan te gaan met burgers over de verlening van saneringskredieten tot een bedrag van € 30.000 per geval;

  • d.

    zakelijke zekerheid te vestigen ten gunste van de gemeente ten behoeve van de onder b genoemde kredieten;

  • e.

    in afwijking van het bedrag, genoemd in artikel 1.7, sub d, nog niet verschenen termijnen van kredieten kwijt te schelden tot een bedrag van € 15.000 per debiteur;

  • f.

    de taken en bevoegdheden uit te oefenen, genoemd in het Bankreglement Kredietbank Rotterdam;

  • g.

    te bepalen of een schuld, inclusief een fraudeschuld, die een belanghebbende heeft, wordt meegenomen in de schuldregeling.

Artikel 7.8 Hoofd Bedrijfsvoering Kredietbank Rotterdam

De bevoegdheid en bijbehorende taken, genoemd in artikel 7.7, komen tevens toe aan het hoofd Bedrijfsvoering Kredietbank Rotterdam.

Artikel 7.9 Bewindvoering

De medewerkers, aangesteld ten behoeve van de uitvoering van bewindvoeringstaken bij de Kredietbank Rotterdam, zijn bevoegd tot het aanvaarden van de benoeming tot bewindvoerder ter bescherming van meerderjarigen, bedoeld in artikel 431 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, door de Rechtbank Rotterdam.

Artikel 7.10 Schuldbemiddelaars

De schuldbemiddelaars bij de Kredietbank Rotterdam zijn bevoegd om in het kader van de uitoefening van de taken, genoemd in artikel 2 van het Bankreglement Kredietbank Rotterdam:

  • a.

    verklaringen af te geven als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f, van de Faillisementswet;

  • b.

    tot het opstellen van een verzoek om een dwangakkoord, bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet;

  • c.

    tot het opstellen en indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening, bedoeld in artikel 287b van de Faillissementswet;

  • d.

    tot het indienen van een verzoek om een moratorium, bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

  • e.

    tot het opstellen en indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening, bedoeld in artikel 287, vierde lid, van de Faillissementswet.

Artikel 7.11 Rayonmanagers

De rayonmanager is als 3e laags manager bevoegd:

  • a.

    tot het bieden van basishulp en kortdurende zorg en ondersteuning in het kader van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018;

  • b.

    tot schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, waaronder in ieder geval het toeleiden naar de Kredietbank Rotterdam voor de uitvoering van schuldhulpververlening;

  • c.

    te besluiten over een verstrekking uit het budget dat het wijkteam ter beschikking heeft voor acute situaties;

  • d.

    tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening;

  • e.

    tot het verstrekken van een individuele voorziening;

  • f.

    tot het aangaan en ondertekenen van een bruikleenovereenkomst met een gebruiker van een maatwerkvoorziening;

  • g.

    tot het geven van de opdracht tot het bestellen of huren van een maatwerkvoorziening bij een leverancier waarmee de gemeente voor dit doel een raamovereenkomst heeft afgesloten;

  • h.

    tot het bieden van schulddienstverlening;

  • i.

    tot het toeleiden naar informele wijknetwerken, algemene voorzieningen, bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, overige voorzieningen in het kader van de Jeugdwet, vrijwilligersprojecten en burgerinitiatieven;

  • j.

    tot het bieden van informatie en advies;

  • k.

    de samenwerking met partijen uit het netwerk te bevorderen.

Artikel 7.12 4e en 5e laags managers

  • 1.

    De teammanagers van vraagwijzers en wijkteams, de teammanager van Children’s Zone, alsmede de 5e laags teamleiders van de wijkteams zijn bevoegd tot het uitoefenen van de bevoegdheden, genoemd in artikel 7.11, onder a tot en met k, alsmede de bevoegdheid in artikel 1.7, onder i.

  • 2.

    De teammanager van de afdeling V&P Sociaal Medische Advisering is bevoegd tot het uitoefenen van de taken en bevoegdheden uit de Verordening leerlingenvervoer 2015 Rotterdam, voor zover deze taken en bevoegdheden betrekking hebben op:

    • a.

      het besluiten op een aanvraag in het kader van deze verordening;

    • b.

      het besluiten tot terugvordering van ten onrechte verstrekte vervoersvoorzieningen;

    • c.

      het vaststellen van formulieren met betrekking tot de uitvoering van deze verordening.

Artikel 7.13 Medewerkers wijkteams

  • 1.

    De medewerkers van het wijkteam zijn bevoegd:

    • a.

      tot het bieden van basishulp en kortdurende zorg en ondersteuning in het kader van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018;

    • b.

      tot het verlenen van casusregie bij complexe ondersteuning in het kader van de Jeugdwet of Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

    • c.

      tot het vaststellen van het ondersteuningsplan of het goedkeuren van het pgb-plan en het ondertekenen van het ondersteuningsverslag in het kader van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018;

    • d.

      tot het monitoren van geboden ondersteuning in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of Jeugdwet;

    • e.

      tot schulddienstverlening en het bieden van kortdurende ondersteuning in de vorm van budgetbegeleiding, coaching, voorlichting en preventie om de zelfredzaamheid van de burger te vergroten.

  • 2.

    Deze bevoegdheden worden tevens opgedragen aan de medewerkers die niet in dienst zijn van de gemeente maar wel onder feitelijk toezicht en onder aansturing van de gemeente werkzaam zijn binnen de wijkteams.

Artikel 7.14 Medewerkers Vraagwijzer

De medewerkers van Vraagwijzer zijn bevoegd:

  • a.

    tot het bieden van basishulp en kortdurende zorg en ondersteuning in het kader van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018;

  • b.

    tot het vaststellen van het ondersteuningsplan of het goedkeuren van het pgb-plan in het kader van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018;

  • c.

    tot het stellen van een indicatie voor een maatwerkvoorziening, voor zover de professional daartoe is gebrevetteerd;

  • d.

    tot schuldhulpverlening en kortdurende ondersteuning in de vorm van budgetbegeleiding, coaching, voorlichting en preventie om de zelfredzaamheid van de burger te vergroten.

Artikel 7.15 Afdeling Prestatie010

  • 1.

    Het hoofd van de Afdeling Prestatie010 is bevoegd te beslissen in het kader van de Verordening tegenprestatie Participatiewet Rotterdam 2015.

  • 2.

    Deze bevoegdheid wordt tevens opgedragen aan de 4e laags teammanagers van zijn afdeling.

Artikel 7.16 Sociaal Raadslieden

Sociaal Raadslieden zijn bevoegd om juridische ondersteuning te verlenen in het kader van de doelen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Artikel 7.17 Afdelingshoofd Jongerenloket

Het hoofd van het Jongerenloket is, voor zover het tot zijn beleidsterrein behoort, bevoegd tot:

  • a.

    het uitoefenen van taken en bevoegdheden, bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2018;

  • b.

    het uitoefenen van taken en bevoegdheden, bedoeld in de Participatiewet;

  • c.

    het uitoefenen van de taken en bevoegdheden, bedoeld in de Leerplichtwet 1969;

  • d.

    het aanvragen van autorisatie voor Suwinet-Inkijk voor het Jongerenloket en het machtigen tot het gebruik maken van de autorisatie op grond van artikel 5.9, eerste lid, sub f, van het Besluit SUWI.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 8.1 Intrekking besluiten

De volgende besluiten worden ingetrokken:

  • a.

    BOOO MO 2019;

  • b.

    Vervangingsregeling MO 2015;

  • c.

    Besluit ondermandaat, -volmacht en -machtiging toezicht en klachtafhandeling kinderopvang Rotterdam 2014;

  • d.

    Besluit ondermandaat, -volmacht en machtiging toezicht en klachtafhandeling Jeugdverblijven Rotterdam 2016.

Artikel 8.2 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 8.3 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging cluster Maatschappelijke Ontwikkeling 2020.

Aldus vastgesteld 15 september 2020.

W.A.J.J. Houtman

Concerndirecteur cluster Maatschappelijke Ontwikkeling

 

Dit gemeenteblad is uitgegeven op 29 september 2020 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halvemaanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)