Treasurystatuut gemeente Heerde 2017

De raad van de gemeente Heerde;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 31 januari 2017;

 

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

 

gelet op de Wet financiëring decentrale overheden (fido);

 

gelet op de Financiële verordening gemeente Heerde 2017;

 

gezien de adviezen van de commissie Samenleving;

 

besluit vast te stellen het Treasurystatuut gemeente Heerde 2017.

 

Het primaire doel van het treasurystatuut is het inkaderen van de financiërings- en beleggingsactiviteiten van de gemeente Heerde. Het treasurystatuut maakt onderdeel uit van het financiële beleid, en draagt in deze hoedanigheid bij aan de uitvoering van de publieke taken en de waarborging van de continuïteit op korte en lange termijn. Naast dit treasurystatuut wordt er bij de begroting en de jaarrekening een financiëringsparagraaf opgesteld.

Begripsbepaling

In dit statuut wordt verstaan onder:

  • 1.

    Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financiëringskosten te minimaliseren;

  • 2.

    Eurozone: De ‘eurozone’ is de verzamelnaam voor alle landen van de Europese Unie die de euro als wettelijke munt hebben ingevoerd;

  • 3.

    Financiëring: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;

  • 4.

    Financiër ingsfunctie: De financiëringsfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De financiëringsfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciëring, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;

  • 5.

    Geldstromenbeheer: Alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (het zogenaamde betalingsverkeer);

  • 6.

    Intern liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjareninvesteringsplanningen waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

  • 7.

    Kasbeheer: Het beheer van de bankrekeningen en het beheren en afsluiten van leningen met een looptijd tot één jaar;

  • 8.

    Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal (de totale lasten van de programmabegroting) van de gemeente bij aanvang van het jaar;

  • 9.

    Koersrisico: Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

  • 10.

    Kredietrisico: De risico’s op de waardebepaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;

  • 11.

    Liquiditeitenbeheer: Het financiëren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

  • 12.

    Liquiditeitenplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gemeente ingedeeld per tijdseenheid;

  • 13.

    Renterisico: De mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van de gemeente verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rente typische looptijd van één jaar of langer;

  • 14.

    Renterisiconorm: Een bij aanvang van enig (begrotings)jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;

  • 15.

    Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

  • 16.

    Rentevisie: Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;

  • 17.

    Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

  • 18.

    Schatkistbankieren: De verplichting om overtollige liquide middelen aan te houden in ‘s Rijks schatkist (wijziging wet Fido in 2013);

  • 19.

    Treasurer: Medewerker die verantwoordelijk is voor het beheren van de geldstromen binnen de organisatie (gemeente);

  • 20.

    Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen op een periode van één jaar of langer;

  • 21.

    Vermogensbeheer: Het beheren en afsluiten van leningen met een looptijd langer dan één jaar en het beheren en afsluiten van waardepapieren;

  • 22.

    Wet fido: Wet financiëring decentrale overheden.

Artikel 2. Uitgangspunten en algemene doelstellingen

De uitgangspunten en algemene doelstellingen van de financiëringsfunctie zijn:

  • 1.

    Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

  • 2.

    Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;

  • 3.

    Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

  • 4.

    Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut.

Artikel 3. Renterisicobeheer

  • 1.

    De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de richtlijnen die zijn genoemd in de Wet fido;

  • 2.

    De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de richtlijnen die zijn genoemd in de Wet fido;

  • 3.

    Overschrijding van de in leden 1 en/of 2 genoemde grenzen is alleen mogelijk met toestemming van de toezichthouder (Provincie) en wordt via de Voor- of Najaarsnota meegedeeld aan de gemeenteraad;

  • 4.

    Nieuwe leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning;

  • 5.

    De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;

  • 6.

    Binnen de kaders gesteld in de Wet fido wordt naar spreiding in de rente typische looptijden van uitzettingen gestreefd;

  • 7.

    Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

Artikel 4. Valutarisicobeheer

Het verstrekken, aangaan of garanderen van leningen geschiedt uitsluitend in de Nederlandse geldeenheid (euro).

Artikel 5. Intern liquiditeitsrisicobeheer

  • 1.

    De treasurer maakt jaarlijks een prognose op detailniveau van de verwachte in- en uitgaande geldstromen (korte termijn liquiditeitsplanning) met een doorlooptijd van 1 jaar;

  • 2.

    De treasurer maakt jaarlijks bij de begroting een prognose op totaalniveau van de verwachte in- en uitgaande geldstromen (meerjarige liquiditeitsplanning) met een doorlooptijd van 4 jaar.

Artikel 6 Overtollige middelen

Overtollige middelen worden aangehouden in ‘s Rijks schatkist. Uitzonderingen hierop kunnen zijn:

  • 1.

    Het maximale bedrag van 0,75% van het begrotingstotaal (met een minimum van € 250.000,-) dat aan liquide middelen buiten de schatkist mag worden gehouden;

  • 2.

    Uitzettingen in de vorm van leningen bij andere decentrale overheden, mits er geen sprake is van financieel toezicht bij een van de partijen (onderling lenen Wet fido, artikel 2 lid 4);

  • 3.

    Uitzettingen voor de publieke taak rekening houdend met artikel 7 lid 1 t/m 4 van dit treasurystatuut;

  • 4.

    Uitzettingen in waardepapieren (aandelen/obligaties) mits deze een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het generen van inkomen door het lopen van overmatig risico;

  • 5.

    Uitzettingen van liquide middelen die zijn aangegaan voor 4 juni 2012 (bestaande beleggingen/ambtenarenhypotheken) deze mogen worden aangehouden tot het einde van de looptijd.

Artikel 7. Uitzettingen

Uitgangspunten voor het verstrekken van uitzettingen zijn:

  • 1.

    Leningen of garanties voor de ‘publieke taak’ mogen uitsluitend worden verstrekt aan door de Gemeenteraad goedgekeurde partijen waarbij vooraf advies van Financiën wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. Indien mogelijk worden zekerheden of garanties van de desbetreffende partij bedongen;

  • 2.

    Indien een andere voorziening beschikbaar is verstrekt de gemeente uitsluitend aanvullend een lening of garantie;

  • 3.

    Bij nieuw te verstrekken geldleningen voor de publieke taak wordt een opslagpercentage op het rentetarief van 1% toelichting in collegevoorstel heeft ook gevolgen voor schuldpositie gehanteerd voor risico en administratie;

  • 4.

    Indien er enige discussie zou kunnen ontstaan over de vraag of een lening of garantie zou kwalificeren als ongeoorloofde staatssteun, wordt duidelijk aangegeven waarom dat niet het geval is.

Artikel 8. Kasbeheer (< 1 jaar)

Taken en uitgangspunten voor het kasbeheer zijn:

  • 1.

    De treasurer streeft naar een efficiënt en doelmatig rekeningbeheer met zo weinig mogelijk versnippering over de verschillende banken;

  • 2.

    De treasurer mag kortlopende middelen (< 1 jaar) aantrekken wanneer er een liquiditeitsbehoefte is ontstaan, rekening houdend met artikel 3 lid 1 en 3 van dit treasurystatuut;

  • 3.

    De treasurer mag kortlopende middelen aantrekken wanneer dit leidt tot een financieel voordeel voor de gemeente (leningen met een negatieve rente) tot een maximaal bedrag van € 10 miljoen, rekening houdend met artikel 6 van dit treasurystatuut;

  • 4.

    Toegestane instrumenten voor kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant.

Artikel 9. Vermogensbeheer (> 1 jaar)

Taken en uitgangspunten voor het vermogensbeheer zijn:

  • 1.

    De treasurer streeft naar een zo voordelig mogelijke leningenportefeuille en een spreiding in de looptijden waardoor de kans op het overschrijden van de renterisiconorm wordt geminimaliseerd;

  • 2.

    De treasurer mag langlopende leningen (> 1 jaar) aantrekken wanneer niet (meer) kan worden voldaan aan artikel 3 lid 1 en 3 van dit treasurystatuut. De liquiditeitsplanningen dienen ter ondersteuning van dit besluit;

  • 3.

    De treasurer vraagt toestemming van het afdelingshoofd en de wethouder Financiën voordat een langlopende geldlening wordt afgesloten. Deze toestemming is schriftelijk of in de mail vastgelegd;

  • 4.

    De treasurer informeert het college achteraf over de afgesloten langlopende geldlening;

  • 5.

    De treasurer vraagt schriftelijk of per mail offertes bij minimaal 3 aanbieders (incl. de BNG) voordat een langlopende geldlening wordt afgesloten en kiest voor de aanbieder met de gunstigste voorwaarden;

  • 6.

    Een langlopende geldlening mag niet hoger zijn dan € 10 miljoen per geldlening;

  • 7.

    Leningen worden uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak.

Artikel 10. Geldstromenbeheer

Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt:

  • 1.

    Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en op de liquiditeitsplanning af te stemmen (totaalfinanciering). Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;

  • 2.

    Het aantal bankrekeningen zoveel mogelijk te beperken;

  • 3.

    Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.

Artikel 11. Relatiebeheer

  • 1.

    Bankrelaties en hun bancaire condities worden tenminste ééns in de 5 jaar beoordeeld;

  • 2.

    De BNG-bank wordt aangewezen als huisbankier van de gemeente Heerde;

  • 3.

    Financiële instellingen waarmee de gemeente Heerde een relatie onderhoudt moeten onder toezicht van De Nederlandse Bank (DNB) of onder toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB) vallen;

  • 4.

    Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

Artikel 12. Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

In het kader van de financiëringsfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • 1.

    De uitvoering van de financiëringsfunctie is rechtmatig en doelmatig;

  • 2.

    De treasuryactiviteiten worden adequaat uitgevoerd en bijgestuurd;

  • 3.

    De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie is verzekerd;

  • 4.

    Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

    • Iedere transactie wordt door minimaal twee medewerkers geautoriseerd;

    • De uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;

    • De uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.

  • 5.

    Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestiging van iedere transactie te versturen naar de Financiën zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;

  • 6.

    De transacties worden onmiddellijk zichtbaar geregistreerd (incl. archivering brondocumenten) door de medewerker die de transactie heeft afgesloten (veelal de treasurer) en periodiek gecontroleerd door de medewerker die belast is met de interne controle.

Artikel 13. Informatievoorziening gemeenteraad

Met betrekking tot de treasury-activiteiten verstrekt het College van B&W minimaal twee maal per jaar inzicht in de vorm van een financiëringsparagraaf bij de programmabegroting en in de programmarekening. In deze paragraaf worden de beleidsvoornemens en de uitvoering van het beleid op het gebied van de financiëringsfunctie opgenomen.

Artikel 14. Intrekken oud treasurystatuut en overgangsrecht

Het treasurystatuut gemeente Heerde 2007 (vastgesteld door de raad op 16 april 2007) wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar 2016.

Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Dit statuut treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2017;

  • 2.

    Dit statuut vervangt het Treasurystatuut gemeente Heerde 2007;

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Treasurystatuut gemeente Heerde 2017.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 13 maart 2017.

De voorzitter,

De griffier,

Naar boven