Gemeenteblad van Haarlemmermeer

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HaarlemmermeerGemeenteblad 2018, 76323Beleidsregels



Beleidsregel Vrij besteedbaar vermogen en reserves 2018 gemeente Haarlemmermeer

Betreft: Beleidsregel vrij besteedbaar vermogen en reserves 2018

Vastgesteld: 3 april 2018

Datum bekendmaking: 12 april 2018

Treedt in werking: 1 mei 2018

Wettelijke basis: Algemene subsidieverordening Haarlemmermeer 2017, titel 4.2 en 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 156 van de Gemeentewet

 

Beleidsregel vrij besteedbaar vermogen en reserves

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer stelt de volgende beleidsregel vast:

 

Artikel 1 Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Haarlemmermeer 2017;

  • b.

    Aanvrager: een aanvrager als bedoeld in artikel 1 onder a van de Asv;

  • c.

    Bestemmingsreserve: een reserve zoals bedoeld in artikel 1 onder d van de Asv;

  • d.

    (structurele) subsidie: een één- of meerjarige subsidie als bedoeld in artikel 1 onder h, m, p en q van de Asv;

  • e.

    Voorziening: een voorziening zoals bedoeld in artikel 1 onder s van de Asv;

  • f.

    Vrij besteedbaar vermogen: een reserve die is bedoeld voor het dekken van exploitatierisico’s.

Artikel 2 Reikwijdte

Deze beleidsregel heeft betrekking op het vrij besteedbare vermogen, bestemmingsreserves en voorzieningen van de subsidieaanvrager.

Artikel 3 Hoogte vrij besteedbaar vermogen

  • 1.

    Bij een aanvraag om een prestatiesubsidie mag het vrij besteedbaar vermogen van de aanvrager niet meer bedragen dan 5% van de totale exploitatielasten in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend.

  • 2.

    Bij een aanvraag om een genormeerde subsidie mag het vrij besteedbaar vermogen van de aanvrager niet meer bedragen dan 10% van de totale exploitatielasten in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend.

  • 3.

    Het vrij besteedbaar vermogen van een aanvrager van een genormeerde subsidie wordt niet getoetst als het aangevraagde bedrag lager is dan een door het college in een beleidsregel vastgesteld bedrag.

  • 4.

    Indien het vrij besteedbaar vermogen de in lid 1 en 2 genoemde percentages overschrijdt, wordt het meerdere in mindering gebracht op de te verlenen subsidie.

Artikel 4 Voorwaarden niet weigeren te hoog vrij besteedbaar vermogen

  • 1.

    In afwijking van artikel 19 lid 1 sub h van de Asv en artikel 3 van deze beleidsregel wordt de subsidie niet geweigerd indien:

    • a.

      de aanvrager niet of nauwelijks afhankelijk is van subsidie verstrekt door de gemeente Haarlemmermeer; en

    • b.

      de verleende subsidie volledig wordt ingezet voor activiteiten voor Haarlemmermeerse inwoners.

  • 2.

    Subsidie wordt, in afwijking van artikel 19 lid 1 sub h van de Asv en artikel 3 van deze beleidsregel, niet geweigerd indien er omtrent het te vormen vrij besteedbaar vermogen regels zijn opgenomen in beleid.

  • 3.

    Subsidie wordt, in afwijking van artikel 19 lid 1 sub h van de Asv en artikel 3 van deze beleidsregel, niet geweigerd indien het vrij besteedbaar vermogen maximaal € 2.500,- is.

  • 4.

    Wanneer een aanvrager op basis van een ondernemersplan kan aantonen dat hij maatschappelijk wil of moet ondernemen, kan het onder artikel 3 lid 1 van deze beleidsregel genoemde percentage worden verhoogd tot 10%. Voorwaarde hierbij is dat het gaat om commerciële activiteiten die vallen buiten de gesubsidieerde activiteiten, die gerelateerd zijn aan de doelstellingen van de aanvrager, volgens de statuten of notariële akte van de aanvrager.

Artikel 5 Voorwaarden vormen bestemmingsreserves of voorzieningen

  • 1.

    De bestemming van een reserve of voorziening of de wijziging van een bestemmingsreserve of voorziening moet passen binnen de doelstellingen volgens de statuten of notariële akte van de aanvrager.

  • 2.

    De bestemming van een reserve/voorziening of de wijziging van een bestemmingsreserve of voorziening moet een direct verband of een directe relatie hebben met de afgesproken activiteiten en/of prestaties van de aanvrager.

  • 3.

    Als een aanvrager zonder toestemming bestemmingsreserves of voorzieningen vormt dan wordt deze reserve of voorziening gezien als vrij besteedbaar vermogen.

Artikel 6 Citeertitel/Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze beleidsregel kan worden aangehaald als Beleidsregel vrij besteedbaar vermogen en reserves 2018.

  • 2.

    Deze beleidsregel treedt in werking op 1 mei 2018.