Gemeenteblad van Bergeijk

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
BergeijkGemeenteblad 2018, 277753Verordeningen



Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenhef­fing en reinigingsrechten 2019

De raad der gemeente Bergeijk; 

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders 23 oktober 2018

 

gezien het advies van de commissie ABZ d.d. 29 november 2018.

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

besluit:

 

vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenhef­fing en reinigingsrechten 2019

 

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

  • a.

    een afvalstoffenheffing;

  • b.

    reinigingsrechten.

Artikel 2 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    Voor toepassing van deze verordening wordt verstaan onder bedrijfsaf­val: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijk afval.

  • 2.

    container: een vanwege de gemeente uitgezette container of emmer met een bepaald volume.

  • 3.

    (ondergrondse) verzamelcontainer: een vanwege de gemeente uitgezette (ondergrondse) container met een bepaald volume, die ten behoeve van meer dan één perceel wordt gebruikt.

  • 4.

    gft-afval: groente, fruit- en tuinafval.

  • 5.

    restafval: dat deel van het huishoudelijk afval dat overblijft na gescheiden inzameling van deelstromen.

Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing

Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam "Afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven, als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijke gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigen­dom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat ge­deelte ten gebruike heeft afgestaan.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is een aaneengesloten periode van vier kalendermaanden.

Het eerste belastingtijdvak gaat in op 1 januari 2019.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 onder 1.2.1 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 en 1.2 onder 1.2.1 van de tarieventabel is verschul­digd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. onder 1.1.1. van de tarieventabel verschul­digd voor zoveel volle kalendermaanden als er in het tijdvak, na aanvang van de belasting­plicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van de voor een volledig belastingtijdvak verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 onder 1.1.1. van de tarieventabel, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50. Voor deze berekening geldt dat het totaal van de op één aanslagbiljet verzamelde aanslagen geldt als één belastingbedrag.

  • 4.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 

  • 5.

    Belastingbedragen van minder dan € 4,50 worden niet geheven. Voor deze berekening geldt dat het totaal van de op één aanslagbiljet verzamelde aanslagen geldt als één belastingbedrag. 

  • 6.

    Een gedeelte van een kalendermaand wordt hierbij aangemerkt als een volle kalendermaand.

Artikel 9 Termijn van betaling

  • 1.

    De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslag­biljet is vermeld. 

  • 2.

    De kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid, moet worden betaald ingeval de kennisgeving:

    • a.

      wordt uitgereikt: op het moment van uitreiken

    • b.

      wordt toegezonden: binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt zolang de verschuldig­de bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afge­schreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Hoofdstuk III Reinigingsrechten

Artikel 10 Belastbaar feit

Onder de naam "reinigingsrechten" wordt een recht geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebe­zittin­gen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 11 Belastingplicht

Het recht wordt geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 12 Maatstaf van heffing en belatingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 13 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is een aaneengesloten periode van vier kalendermaanden

Het eerste belastingtijdvak gaat in op 1 januari 2019.

Artikel 14 Wijze van heffing

Het recht bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een aanslag.

Artikel 15 Ontstaan van de blatingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijkse verschuldigde rechten

  • 1.

    Het recht bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht, als bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1. van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden als in het tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel volle kalendermaanden van het voor een volledig tijdvak verschuldigde recht, als bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1. van de tarieventabel, als er in dat belastingtijdvak, na einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

    Een gedeelte van een kalendermaand wordt hierbij aangemerkt als een volle kalendermaand.

  • 4.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.

Artikel 16 Termijn van betaling

  • 1.

    De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslag­biljet is vermeld.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt zolang de verschuldig­de bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afge­schreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen

Artikel 17 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en in­vordering van de reinigingsheffingen.

Artikel 18 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018" vastgesteld bij raadsbe­sluit van de gemeente Bergeijk d.d. 21 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019".

Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Bergeijk van 20 december 2018.

 

De gemeenteraad,

J.M. van Dongen-Hermans

Griffier

A. Callewaert-de Groot

Burgemeester

Tarieventabel behorende bij de "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019"

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting, indien deze verschuldigd is.

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

 

Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

1.1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingtijdvak

€ 33,50

1.1.2

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1 bedraagt de belasting

 

1.1.2.1

per aanbieding voor lediging van een:

 

1.1.2.2

emmer van 25 liter, bestemd voor gft-afval

€ 0,14

1.1.2.3

emmer van 40 liter, bestemd voor restafval

€ 3,52

1.1.2.4

container van 80 liter, bestemd voor gft-afval

€ 0,14

1.1.2.5

container van 80 liter, bestemd voor restafval

€ 7,04

1.1.2.6

container van 140 liter, bestemd voor gft-afval

€ 0,25

1.1.2.7

container van 140 liter, bestemd voor restafval

€ 12,32

1.1.3

In afwijking, in zoverre van, onderdeel 1.1.2 bedraagt

de belasting voor percelen die voor de afvalverwijdering

zijn aangewezen op verzamelcontainers van:

 

1.1.3.1

240 liter, bestemd voor restafval, het quotiënt van en het aantal

percelen dat gebruik maakt van de verzamelcontainer

€ 21,12

1.1.3.2

240 liter, bestemd voor gft-afval, het quotiënt van en het aantal

percelen dat gebruik maakt van de verzamelcontainer

€ 0,42

1.1.3.3

1100 liter, bestemd voor restafval, het quotiënt van en het aantal

percelen dat gebruik maakt van de verzamelcontainer

€ 96,82

1.1.4.1

ondergronds per afvalzak

€ 3,51

Hoofdstuk 1.2 Maatstaf en overige tarieven afvalstoffenheffing

1.2.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1. bedraagt de belasting voor

het achterlaten op een daartoe van gemeentewege ter beschikking

gestelde plaats, per keer:

 

 

Categorie 0: wit- en bruingoed, kadavers van kleine huisdieren, asbest (max 35 m2),  

afgewerkte olie (max 5 ltr.), klein chemisch afval, retour glas, papier/karton, oud ijzer,

bruikbare textiel en kleding, schoeisel en kringloopgoederen

Gratis

 

Categorie I: te voet of per fiets aanbieden van afval

€ 5,00

 

Categorie IIA: blad, gras, snoeihout tot 1/2 m3

Gratis

 

Categorie IIB: blad, gras, snoeihout van 1/2 tot 1 m3

Gratis

 

Categorie IIC: blad, gras, snoeihout vanaf 1 m3 t/m 2m3

Gratis

 

Categorie IIIA: grof restafval en bouw-en sloopafval tot 1/2 m3

€ 7,50

 

Categorie IIIB: grof restafval en bouw-en sloopafval van 1/2 tot 1 m3

€ 15,00

 

Categorie IIIC: grof restafval en bouw-en sloopafval van 1 m3 t/m 2m3

€ 25,00

 

Aparte regeling voor vuilniszakken per zak van maximaal 60 liter

€ 5,00

Hoofdstuk 2 Maatstaven en jaarlijkse tarieven reiningsrechten

2.1

Het recht bedraagt per belastingtijdvak voor het;

 

2.1.1

verwijderen van bedrijfsafval, voor elke per ophaalbeurt

te verwijderen hoeveelheid van maximaal 140 liter restafval

en 140 liter gft-afval

€ 33,50

2.1.2

inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen indien daarvoor

geen belasting wordt geheven bedoeld in artikel 3, van de

verordening, voor elke per ophaalbeurt in te zamelen

hoeveelheid van maximaal 140 liter restafval en 140 liter gft-afval:

€ 33,50

2.2

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.1 bedraagt de

belasting per lediging van een

 

2.2.2.1

emmer van 25 liter, bestemd voor gft-afval

€ 0,04

2.2.2.2

emmer van 40 liter, bestemd voor restafval

€ 3,52

2.2.2.3

container van 80 liter, bestemd voor gft-afval

€ 0,14

2.2.2.4

container van 80 liter, bestemd voor restafval

€ 7,04

2.2.2.5

container van 140 liter, bestemd voor gft-afval

€ 0,25

2.2.2.6

container van 140 liter, bestemd voor restafval

€ 12,32

Behoort bij raadsbesluit van 20 december 2018.

 

Griffier,

 

J.M. van Dongen-Hermans