Gemeenteblad van Ede

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
EdeGemeenteblad 2018, 251224Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent de heffing en invordering van toeristenbelasting Verordening toeristenbelasting 2019

De raad van de gemeente Ede:

gelezen het voorstel "Gemeentelijke Belastingverordeningen 2019" van burgemeester en wethouders d.d. 16-10-2018, met zaaknummer 102392;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

besluit

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2019

ARTIKEL 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Mobiel kampeeronderkomen: tent, vouwwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

  • b.

    kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen;

  • c.

    seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of jaar;

  • d.

    toeristische standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen;

  • e.

    woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen;

  • f.

    particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf;

  • g.

    particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook;

  • h.

    groepsaccommodatie: accommodatie, uitsluitend bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden voor groepen van ten minste tien personen;

  • i.

    voorjaarsarrangement: een boeking voor een kampeermiddel op een vaste- of toeristische standplaats, met een looptijd van iets meer dan drie maanden, die in het algemeen start bij het begin van het kampeerseizoen en eindigt rond de laatste week van juni, afhankelijk van de vakantiespreiding;

  • j.

    verlengd voorjaarsarrangement: een boeking voor een kampeermiddel op een vaste- of toeristische standplaats, met een looptijd van iets meer dan drie maanden, die in het algemeen start bij het begin van het kampeerseizoen en eindigt voor de start van het hoogseizoen, afhankelijk van de vakantiespreiding;

  • k.

    naseizoensarrangement: een boeking voor een kampeermiddel op een vaste- of toeristische standplaats, met een looptijd van ongeveer twee maanden, die in het algemeen eind augustus start en eindigt bij de afloop van het kampeerseizoen, afhankelijk van het vakantieseizoen en de vakantiespreiding;

  • l.

    maandarrangement: een boeking voor een kampeermiddel op een vaste- of toeristische standplaats, met een looptijd van één maand in de maanden juni of september.

ARTIKEL 2 BELASTBAAR FEIT

Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente Ede in de basisregistratie persoonsgegevens zijn ingeschreven.

ARTIKEL 3 BELASTINGPLICHT

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

  • 3.

    Als er geen (rechts)persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

ARTIKEL 4 VRIJSTELLINGEN

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf van:

  • 1.

    degene die verblijft in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen alsmede in zorgboerderijen e.d. waarbij het verblijf wordt vergoed uit de AWBZ of een PGB;

  • 2.

    een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;

  • 3.

    degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien voor dit verblijf forensenbelasting is verschuldigd;

  • 4.

     

    • a.

      een minderjarige die tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan een zogenaamde schoolwerkweek of een scoutingkamp;

    • b.

      begeleiders van minderjarigen als bedoeld in lid 4.4.onderdeel a.

ARTIKEL 5 MAATSTAF VAN HEFFING

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.

ARTIKEL 6 FORFAITAIRE BEREKENINGSWIJZE VAN DE MAATSTAF VAN HEFFING

  • 1.

    Bij de forfaitaire berekening voor arrangementen voor kampeermiddelen op seizoens- of toeristische plaatsen wordt per standplaats:

    • a.

      het aantal overnachtende personen gesteld op: voor een:

       

       

      het aantal overnachtende personen gesteld op:

      voor een:

      1.

      2,4

      seizoenplaats

      2

      2,4

      voorjaarsarrangement

      3.

      2,4

      verlengd voorjaarsarrangement

      4.

      2,3

      najaarsarrangement

      5.

      2,3

      maandarrangement

    • b.

      het aantal nachten gesteld op: voor een:

       

       

      het aantal nachten gesteld op:

      voor een:

      1.

      50

      seizoenplaats

      2.

      32

      voorjaarsarrangement

      3.

      42

      verlengd voorjaarsarrangement

      4.

      22

      najaarsarrangement

      5.

      14

      maandarrangement

ARTIKEL 7 BELASTINGTARIEF

  • 1.

    Het tarief bedraagt per overnachting € 1,13.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt het tarief per overnachting in een hotel € 1,50.

ARTIKEL 8 BELASTINGJAAR

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

ARTIKEL 9 WIJZE VAN HEFFING

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

ARTIKEL 10 AANSLAGGRENS

Belastingaanslagen van minder dan € 9,00 worden niet opgelegd.

ARTIKEL 11 TERMIJNEN VAN BETALING

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

ARTIKEL 12 KWIJTSCHELDING

Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

ARTIKEL 13 NADERE REGELS DOOR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

ARTIKEL 14 OVERGANGSBEPALING, INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL

  • 1.

    De 'Verordening toeristenbelasting 2018' van 9 november 2017, bekendgemaakt op 13 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening toeristenbelasting 2019'.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 15 november 2018, zaaknummer 102392,

De raad voornoemd,

dr. G.H. Hagelstein

de griffier,

mr. L.J. Verhulst

de voorzitter,