Gemeenteblad van Ede

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
EdeGemeenteblad 2018, 251198Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent de heffing en invordering van parkeerbelastingen Verordening parkeerbelastingen 2019

De raad van de gemeente Ede:

gelezen het voorstel "Gemeentelijke Belastingverordeningen 2019" van burgemeester en wethouders d.d. 16-10-2018, met zaaknummer 102392;

 

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;

besluit

 

vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van een rioolheffing 2019

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

  • b.

    houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;

  • c.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

  • d.

    centrale computer: een computer van de gemeente dan wel een computer van het bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a., wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

      • 1.

        indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

      • 2.

        indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven. Om een ononderbroken parkeervergunning te garanderen wordt de mogelijkheid geboden voorafgaande aan het heffingstijdvak al een aanvraag te doen.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet:

    • a.

      de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

    • b.

      de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

  • 2.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 62,70.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelastingen.

Artikel 12 Inwerkingtreding van citeertitel

  • 1.

    De "Verordening Parkeerbelastingen 2018" van 16 november 2017, bekendgemaakt op 13 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening parkeerbelastingen 2019'.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 15 november 2018, zaaknummer 102392,

De raad voornoemd,

dr. G.H. Hagelstein

de griffier,

mr. L.J. Verhulst

de voorzitter,

Bijlage 1: Tarieventabel behorende bij de “Verordening parkeerbelastingen 2019“

 

1. Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Verordening parkeerbelastingen 2019 bedraagt:

 

in het gebied:

bij parkeerapparatuur geschikt voor een parkeertijd van:

per tijdseenheid van:

 

 

 

 

Molenstraat (Marktstraat)

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Molenstraat (Driehoek)

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Grotestraat (noord)

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Maanderweg

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Notaris Fischerstraat

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Posthoornstraat

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Raadhuisplein

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Bergstraat

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Bunschoterweg

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Kuiperplein

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Bunschoterplein

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

Van Dijkeplein

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

BTA 12

onbeperkt

3,4 minuten

€ 0,10

 

 

Het tarief per parkeerhandeling bedraagt voor alle locaties voor de eerste tien minuten:

€ 0,20

Het tarief voor een dagkaart bedraagt:

€ 4,00

2. Het tarief voor een parkeervergunning bedraagt:

 

 

 

voor een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel a van de geldende parkeerverordening per kalendermaand:

€ 6,95

voor een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel a van de geldende parkeerverordening voor het Kuiperplein per kalendermaand:

€ 16,35

voor een zakelijke parkeervergunning als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel b van de geldende parkeerverordening, geldend voor de parkeerzone Ede Centrum per kalendermaand:

voor maandag tot en met zaterdag:

€ 52,15

 

 

voor een zakelijke parkeervergunning als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel b van de geldende parkeerverordening, geldend buiten de parkeerzone Ede Centrum per kalendermaand:

voor maandag tot en met zaterdag:

€ 52,15

 

 

voor een vergunning als bedoeld in artikel C, lid 2 onderdeel c van de geldende parkeerverordening geldend in alle parkeerzones per kalendermaand:

€ 23,05

voor een vergunning als bedoeld in artikel C, lid 2 onderdeel d van de geldende parkeerverordening geldend in alle parkeerzones per kalendermaand:

€ 0,00

voor een vergunning als bedoeld in artikel C, lid 3 van de geldende parkeerverordening geldend voor:

1. het Bunschoterplein

2. het Kuiperplein

3. het Van Dijkeplein

per kalendermaand:

     

€ 6,95

voor een bezoekerskaart als bedoeld in artikel C, lid 4 van de geldende parkeerverordening per bezoekerskaart per jaar:

€ 33,40

voor een vergunning als bedoeld in artikel C, lid 2, onderdeel b van de geldende parkeerverordening, geldend voor alle betaalde parkeerterreinen (uitgezonderd de particuliere parkeerterreinen) met uitzondering van de losse parkeermeters, per kalendermaand:

€ 108,30

voor het verkrijgen en wijzigen van een tijdelijke parkeervergunning als bedoeld in de geldende parkeerverordening, artikel C, lid 7a:

1. voor één dag

€ 1,80

2. voor één week

€ 11,45

3. voor één maand

€ 49,25

voor het verkrijgen en wijzigen van een tijdelijke parkeervergunning als bedoeld in de geldende parkeerverordening, artikel C, lid 7b:

1. voor één dag

€ 1,35

2. voor één week

€ 8,30

3. voor één maand

€ 36,00