Gemeenteblad van Leiderdorp

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
LeiderdorpGemeenteblad 2017, 66185Beleidsregels



Beleidsregels openbare oplaadpalen in de publieke ruimte gemeente Leiderdorp 2017

Inhoud:

a. Bij intrekking op korte termijn, eindigt de Toestemming drie maanden na de éénzijdige intrekking.

b. Bij intrekking lange termijn, eindigt de Toestemming pas ná het verstrijken van de door de Gemeente (in de intrekking) aangegeven bepaalde termijn. Deze bepaalde termijn is altijd langer dan 3 maanden

  • 1.

    Doel van de Beleidsregels

  • 2.

    Beleidsregels

  • 3.

    Toelichting op de beleidsregels

1. Doel van de Beleidsregels

 

Het doel van de Beleidsregels is om:

  • particulieren, bedrijven, netwerkbeheerders en aanbieders van oplaadpalen duidelijkheid te geven over de criteria en voorwaarden waaronder de gemeente Leiderdorp medewerking verleent aan het plaatsen van oplaadpalen in de openbare ruimte en het aanwijzen van parkeerplaatsen voor het opladen van auto’s die geheel of gedeeltelijk elektrisch rijden;

  • particulieren, bedrijven, netwerkbeheerders en aanbieders van oplaadpalen te informeren over de te volgen procedure;

  • verzoeken voor het plaatsen van oplaadpalen en het aanwijzen van parkeerplaatsen voor het opladen van auto’s die geheel of gedeeltelijk elektrisch rijden op een zelfde en gelijkwaardige manier te kunnen beoordelen en af te handelen.

 

Deze Beleidsregels zijn alleen van toepassing op publieke oplaadpalen in de openbare ruimte op of aan de openbare weg.

 

2. Beleidsregels

1. Begripsbepaling

In de Beleidsregels wordt verstaan onder:

 

APV:

Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Leiderdorp

 

College:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiderdorp.

 

Elektrische voertuigen:

alle personenauto’s die op de openbare weg mogen rijden, geheel of gedeeltelijk op elektriciteit kunnen rijden en voorzien zijn van een stekker om op te laden.

 

Gebruiker:

  • 1.

    een bedrijf en/of organisatie dat/die gevestigd is in de gemeente Leiderdorp en eigenaar en/of bezitter is van één of meerdere elektrische voertuigen of één of meerdere werknemers in dienst heeft die beschikt/beschikken over een elektrisch voertuig;

  • 2.

    een particulier die eigenaar en/of bezitter is van een elektrisch voertuig.

 

Gemeente:

de gemeente Leiderdorp

 

Laadkabel:

een kabel, in eigendom van de Gebruiker, benodigd om het elektrische voertuig op te laden door deze aan te sluiten op een oplaadpaal.

 

Marktpartij:

een bedrijf dat ingeschreven is in het handelsregister en als dit zich bedrijfsmatig bezighoudt met het aanbieden van publieke oplaadlocaties.

 

( publieke ) oplaadlocatie:

gronden van de Gemeente in de openbare ruimte met een publieke oplaadpaal en één of meerdere parkeergelegenheden, uitsluitend ten behoeve van elektrische voertuigen.

 

( publieke ) oplaadpaal:

voor het publiek toegankelijke oplaadobject in de vorm van een paal/zuil of een hiermee gelijk te stellen voorziening voor het gelijktijdig opladen van één of meerdere elektrische voertuigen in de openbare ruimte op of aan de weg. Inclusief alle daarbij behorende en achterliggende installaties, exclusief de laadkabel.

 

Parkeercluster:

een set van aaneengesloten parkeerplaatsen.

 

Verzoek:

een verzoek van een Verzoeker voor een publieke oplaadlocatie ten behoeven van de realisatie, exploitatie, beheer en onderhoud van een publieke oplaadpaal. Dit verzoek kan worden geïnitieerd door een gebruiker of door de Verzoeker zelf.

 

Verzoeker:

het bedrijf dat een Overeenkomst heeft met gemeente Leiderdorp voor het realiseren, exploiteren, beheren en onderhouden van één of meerdere publieke oplaadpalen op/in gronden van de gemeente of een verzoek daartoe heeft ingediend.

 

 

2. Toepassing beleidsregels

lid 1. Bevoegdheden College

Deze Beleidsregels zijn van toepassing op de bevoegdheden van het College om te besluiten op aanvragen en ambtshalve verkeersbesluiten te nemen alsook op haar bevoegdheid ex artikel 160 van de Gemeentewet tot besluiten van privaatrechtelijke handelingen in het kader van publieke oplaadlocaties op gronden waarvan de Gemeente eigenaar is.

 

lid 2. Ontwikkelingen

Het College beseft dat de ontwikkelingen op het gebied van elektrisch rijden en oplaadinfrastructuur nieuw en nog volop in ontwikkeling zijn. Met deze Beleidsregels wil het College duidelijkheid verschaffen over de voorwaarden, criteria en condities die van toepassing zijn op het realiseren van publieke oplaadlocaties op gemeentegronden van Leiderdorp.

 

lid 3. Afwijking van beleidsregels

In geval van bijzondere of onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld ten gevolge van voortschrijdend inzicht) kan het College besluiten van deze Beleidsregels af te wijken.

 

 

3. Juridisch kader – APV en Wegenverkeerswet

lid 1. Vergunning APV, artikel 2:10

Voor het plaatsen van een publieke oplaadpaal kan een ontheffing op grond van artikel 2:10 van de APV benodigd zijn. Dit artikel gaat over het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie daarvan.

 

lid 2. Vergunning APV, artikel 2:11

Ook kan voor het plaatsen van een publieke oplaadpaal een vergunning op grond van artikel 2:11 APV benodigd zijn. Dit artikel gaat over het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.

 

lid 3. Verkeersbesluit

Om te voorkomen dat niet elektrische voertuigen parkeren op parkeerplaatsen bestemd voor elektrische voertuigen, dienen deze parkeerplaatsen met een verkeersbesluit aangewezen te worden voor uitsluitend elektrische voertuigen.

 

lid 4. Aanvragen vergunning en verkeersbesluit

Een verzoeker vraagt de benodigde publiekrechtelijke besluiten bij het College aan. Het gaat dan om een vergunning in artikel 3 lid 1.

Voor de aansluiting van de oplaadinfrastructuur wendt de verzoeker zich tot de netbeheerder die de benodigde publiekrechtelijke besluiten bij het College aanvraagt. Het gaat dan om een vergunning in de zin van artikel 3 lid 2.

Het te nemen verkeersbesluit (in de zin van artikel 3 lid 3) wordt ambtshalve door het College genomen, echter alleen bij een positieve beoordeling van het verzoek.

De benodigde besluiten, zowel ambtshalve als op aanvraag, worden beoordeeld op basis van de betreffende wet- en regelgeving.

 

 

4. Verzoek en aangaan Overeenkomst

lid 1. Overeenkomst met verzoeker

Het realiseren, exploiteren, beheren en onderhouden van één of meerdere publieke oplaadlocatie(s) op of in de gronden van de gemeente is pas mogelijk nadat de desbetreffende marktpartij met de gemeente een Overeenkomst heeft gesloten hierover. Het College besluit over het aangaan van die Overeenkomst.

 

lid 2. Verzoek tot aangaan Overeenkomst

Een marktpartij kan een verzoek indienen tot het aangaan van een Overeenkomst bij het College. Het College kan alleen een Overeenkomst met een bedrijf sluiten dat:

  • 1.

    is ingeschreven in het handelsregister en

  • 2.

    zich bedrijfsmatig bezighoudt met het aanbieden van publieke oplaadlocaties.

 

lid 3. Modelovereenkomst

Als het college bereid is om een Overeenkomst met een marktpartij aan te gaan, biedt het College de marktpartij een Modelovereenkomst aan, zoals opgenomen in bijlage I. In deze Overeenkomst worden onder meer afspraken gemaakt over:

  • 1.

    de realisatie, de exploitatie, het beheer en het onderhoud van de publieke oplaadlocatie;

  • 2.

    de veiligheid, de bruikbaarheid en de aansprakelijkheid.

 

lid 4. Afwijkingen Modelovereenkomst

Het uitgangspunt is dat de Modelovereenkomst ongewijzigd en integraal door de marktpartij wordt aanvaard. Indien partijen het noodzakelijk achten, kan van de Modelovereenkomst worden afgeweken, echter geldt dit alleen voor ondergeschikte delen van de Modelovereenkomst.

 

lid 5. Verzoek indienen oplaadlocaties na sluiten Overeenkomst

Na het sluiten van de Overeenkomst kan verzoeker een verzoek indienen voor het realiseren, exploiteren, beheren en onderhouden van publieke oplaadlocatie(s) in de gemeente Leiderdorp. Het College beoordeelt het verzoek op basis van voorliggende Beleidsregels. Bij een positief oordeel zal medewerking worden verleend enerzijds door het verlenen van Toestemming om de gemeentegronden te gebruiken en anderzijds door het verlenen van de benodigde publiekrechtelijke besluiten.

 

lid 6. Publiekrechtelijke besluiten

Het sluiten van een Overeenkomst laat de publieksrechtelijke bevoegdheden van de bestuursorganen onverlet. Onder meer kan dit betekenen dat de publiekrechtelijke besluiten voor het realiseren van de aangevraagde publieke oplaadlocatie(s) niet tot stand komen, herroepen, vernietigd of ingetrokken worden.

 

5. Inhoud verzoek voor publieke oplaadlocatie

lid 1. Verzoek tot realiseren en exploiteren oplaadlocatie

De verzoeker vraagt per oplaadlocatie, middels een verzoek, toestemming aan het college om de gemeentegronden te gebruiken voor het realiseren en exploiteren van de desbetreffende oplaadlocatie. Het verzoek kan gestoeld zijn op een aanvraag van een gebruiker hetzij op een eigen initiatief.

 

Een verzoek als omschreven onder 5 lid 1 bestaat in ieder geval uit:

  • a.

    een foto en plattegrond van de betreffende publieke oplaadlocatie(s) waarop de exacte plek van de gewenste publieke oplaadpaal is aangegeven met tevens de aan te wijzen parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen;

  • b.

    een foto of tekening van het type, uiterlijk en maten van de oplaadpaal;

  • c.

    een onderbouwing van de behoefte bij gebruikers aan een publieke oplaadlocatie op of aan de openbare weg binnen een straal van 200 m van de beoogde locatie.

 

lid 2. Nadere gegevens

Het College kan bij verzoeker die nadere gegevens opvragen die nodig zijn voor de beoordeling van het verzoek.

 

lid 3. Wijziging bestaande locatie

Wanneer een verzoeker reeds een Toestemming voor een oplaadlocatie heeft en deze vanwege een gezonde business case wil verplaatsen, dan dient de verzoeker hiervoor een verzoek in. Daarbij wordt het verplaatsen in behandeling genomen als zijnde een verzoek voor een nieuwe oplaadlocatie. Daarbij dient de verzoeker aan te geven dat de bestaande oplaadlocatie wordt opgezegd.

 

 

6. Beoordeling van verzoek voor publieke oplaadlocatie

lid 1. Beoordeling verzoek publieke oplaadlocatie

Het College beoordeelt het verzoek voor plaatsing van een openbare oplaadpaal op publieke oplaadlocatie(s). Voor de plaatsing van de oplaadpaal gelden de volgende criteria:

  • a.

    de aangevraagde oplaadlocatie;

i. staat niet direct voor een woning;

ii. is voldoende zichtbaar en vindbaar;

iii. staat op ondergrond dat in eigendom is van de gemeente;

iv. bevindt zich op een bestaande openbare parkeerplaats;

v. hiervan is aannemelijk dat de oplaadlocatie door meerdere gebruikers gedeeld kan worden (dit om te voorkomen dat er ‘privé-parkeergelegenheid’ gecreëerd word).

  • b.

    de publieke oplaadpaal dient aangesloten te worden op het hoofdstroomnetwerk;

  • c.

    fundering bevestiging van de oplaadpaal is niet zichtbaar boven het straatwerk;

  • d.

    het grondvlak van de oplaadpaal is maximaal 40 cm x 40 cm (lxb). De hoogte van een oplaadpaal, inclusief eventueel toebehoren, is maximaal 150 cm en heeft bij voorkeur de afmeting van een stoeptegel 30 cm x 30 cm (lxb);

  • e.

    de oplaadpaal heeft een ingetogen kleurgebruik. De laadpaal is donker grijs, antraciet of zwart;

  • f.

    de oplaadpaal is sober vorm gegeven, geen uitgesproken holtes, welvingen of scherpe punten;

  • g.

    de oplaadpaalpaal mag niet worden gebruikt voor reclamedoeleinden;

  • h.

    bij plaatsing van de oplaadpaal op/in een trottoir blijft minimaal 90 cm over aan breedte van het trottoir, bij voorkeur wordt 120 cm aangehouden;

  • i.

    bij plaatsing oplaadpaal zijn er geen belemmeringen ten aanzien van ander straatmeubilair of (openbaar) groen. De oplaadpaal dient minimaal 3 meter uit het hart van de stam van een boom te staan vanwege de stabiliteit van de boom. Tevens mag alleen aan 1 zijde van de boom een oplaadpaal komen;

  • j.

    de doorgang voor ander verkeer (auto, fiets, voetganger, rolstoel etc.) dient gewaarborgd te blijven.

 

De onder a sub i t/m v, en b t/m j gestelde criteria zijn cumulatief van aard, met dien verstande dat aan alle criteria moeten worden voldaan wil het verzoek positief worden beoordeeld.

 

De criteria k t/m r gelden als richtinggevende voorwaarden.

 

  • k.

    in beginsel worden de te markeren parkeerplaatsen exclusief voor elektrische voertuigen voor de oplaadlocatie geplaatst op hoeken van parkeerclusters;

  • l.

    het aantal te markeren parkeerplaatsen exclusief voor elektrische voertuigen komt overeen met het aantal aansluitingen van de te plaatsen oplaadpaal, zie ook artikel 8;

  • m.

    de oplaadpaal heeft standaard twee of meer aansluitingen voor het gelijktijdig opladen van elektrische voertuigen;

  • n.

    de oplaadpaal wordt op de grens van parkeerplaatsen geplaatst zodat eenvoudig twee (of meer) elektrische auto’s tegelijk kunnen opladen;

  • o.

    er moet rekening gehouden worden met de toekomstige ontwikkelingen, zoals geplande reconstructies of andere (infrastructurele en ruimtelijke) ontwikkelingen;

  • p.

    geen extra objecten aan de oplaadpaal ten behoeve van aanrijbeveiliging;

  • q.

    wanneer mogelijk, verkeersbord E4 en onderbord met de tekst ‘opladen elektrische voertuigen’ monteren op de oplaadpaal. Hiermee voorkomen dat er twee objecten in de openbare ruimte komen. Als dit verkeersbord wordt geplaatst op de oplaadpaal, dan mag worden afgeweken van de maximale hoogte van 150 cm zoals opgenomen onder lid 1 sub d;

  • r.

    in beginsel wordt een oplaadpaal niet in een blauwe zone toegestaan of op een locatie waar een andere vorm van parkeerregime geldt.

 

lid 2. Recht om af te wijken van beoordelingscriteria verzoek publieke oplaadlocatie

Het College kan afwijken van de beoordelingscriteria bedoeld onder lid 1 k t/m r, indien publieke of gemeentelijke belangen een rol spelen. Afwijken van de criteria als bedoeld onder lid 1 a t/m j, is enkel mogelijk indien sprake is van zwaarwichtige publieke of gemeentelijke belangen.

 

 

7. Verlenen Toestemming van verzoek oplaadlocatie

lid 1. Positieve beoordeling verzoek oplaadlocatie

Bij een positieve beoordeling van het verzoek wordt Toestemming verleend door de gemeente voor de oplaadlocatie. De Toestemming wordt dan onderdeel van de tussen de gemeente en verzoeker gesloten Overeenkomst. De Toestemming heeft in beginsel een looptijd van tien jaar, gerekend vanaf de dag waarop het verkeersbesluit onherroepelijk is geworden. De looptijd, voorwaarden en eventuele afwijkende looptijd, worden op de Toestemming vermeld. Indien van toepassing wordt ook melding gemaakt van eventuele omstandigheden die aan een looptijd van tien jaar in de weg staan, zoals bijvoorbeeld voorgenomen wegreconstructies ter plaatse.

 

lid 2. Realiseren en aansluiten oplaadpaal

Een oplaadpaal mag pas worden gerealiseerd en aangesloten als het verkeersbesluit onherroepelijk is geworden en de benodigde APV vergunningen zijn verleend.

 

Lid 3. Moment van exclusief aanwijzen parkeerplaatsen

Het markeren van een parkeerplaats exclusief voor elektrische voertuigen gebeurt pas als het verkeersbesluit onherroepelijk is en de oplaadpaal gerealiseerd is. De gemeente voorziet dan het parkeervak van een verkeersbord, E4 met onderbord ‘opladen elektrische voertuigen’. Tevens wordt op de parkeervakken kruismarkering aangebracht in de bestrating.

 

 

8. Parkeerplaatsen exclusief voor elektrische voertuigen

lid 1. Parkeerplaatsen exclusief voor elektrische voertuigen

Voor een nieuw te realiseren publieke oplaadlocatie is het nodig om parkeergelegenheid exclusief voor elektrische voertuigen aan te wijzen door middel van een verkeersbesluit. Op deze plekken mag dan alleen een elektrisch voertuig staan die met een kabel verbonden is met de oplaadpaal.

 

lid 2. Aantal parkeerplaatsen exclusief voor elektrische voertuigen

Het aantal bij verkeersbesluit aan te wijzen parkeerplaatsen exclusief voor elektrische voertuigen komt overeen met het aantal aansluitingen van de te plaatsen publieke oplaadpaal. Daarbij wordt een oplaadpaal standaard uitgevoerd met minimaal twee aansluitingen, zodat er standaard ook minimaal twee parkeerplaatsen bij een oplaadpaal worden aangewezen voor elektrische voertuigen. Bij uitzondering wordt bij een oplaadpaal één parkeerplaats voor elektrische voertuigen toegestaan.

 

lid 3. Aanwenden van bestaande parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen

Afhankelijk van de parkeerdruk in de directe omgeving (zoals gemeten in de meest recente parkeerdrukmeting van de gemeente Leiderdorp, zie parkeerbeleid) worden van het huidige parkeeraanbod het benodigde aantal parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen aangewezen of er worden extra parkeerplaatsen aangelegd. Hierbij geldt de volgende afweging:

  • a.

    als de parkeerdruk van openbare publieke parkeerplaatsen in de directe omgeving lager of gelijk is aan 85%, dan is er restcapaciteit aanwezig. Van de aanwezige parkeerplaatsen wordt het benodigd aantal parkeerplaatsen, conform lid 2, aangewezen voor elektrische voertuigen.

  • b.

    als de parkeerdruk van openbare publieke parkeerplaatsen in de directe omgeving hoger is dan 85%, dan is er geen restcapaciteit aanwezig. Van de aanwezige parkeerplaatsen wordt het benodigd aantal parkeerplaatsen, conform lid 2, aangewezen voor elektrische voertuigen. Daarnaast onderzoekt de gemeente de mogelijkheid om extra parkeerplaatsen aan te leggen die het benodigde aantal parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen compenseert. Of de extra parkeerplaatsen daadwerkelijk aangelegd worden is afhankelijk van de monitoring van de parkeerdruk en meldingen vanuit de omgeving. Wanneer besloten wordt tot aanleg van extra parkeerplaatsen dan draagt de gemeente hier zorg voor.

 

 

9. Handhaving

lid 1 Gebruik oplaadpaal

Het College ziet toe op het juiste gebruik van de aangewezen parkeerplaats(en) en kan indien nodig handhavend optreden. Het juiste gebruik is: als een elektrisch voertuig met de kabel aangesloten is op de oplaadpaal.

 

lid 2 Handhaving op verdere restricties

Conform artikel 6 lid r wordt een oplaadpaal in beginsel niet in een blauwe zone geplaatst of op een locaties waar een andere vorm van parkeerregime is. Wanneer een oplaadpaal toch in een gebied wordt geplaatst waar enige restrictie geldt voor parkeren, dan gelden deze restricties onverminderd ook voor de bestuurders van elektrische voertuigen.

 

 

10. Termijn

De Beleidsregels publieke oplaadpalen elektrische voertuigen gemeente Leiderdorp treden in werking de dag na bekendmaking daarvan. Deze worden jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. Als de Beleidsregels bijgesteld worden dan worden de samenwerkende marktpartijen hiervan op de hoogte gesteld.

 

 

3. Toelichting op de Beleidsregels

 

Artikelsgewijze toelichting

 

1. Begripsbepaling

Verduidelijking van enkele begrippen:

 

Elektrische voertuigen: het gaat hierbij om personenauto’s die op de openbare weg mogen rijden, geheel of gedeeltelijk op elektriciteit kunnen rijden en voorzien zijn van een stekker om op te laden. Het gaat dan om volledig elektrische auto’s of plug-in hybride elektrische auto’s. Onder het begrip elektrische voertuigen vallen geen andere vormen van elektrische voertuigen, zoals elektrische fietsen, snor-/bromfietsen, scootmobielen, gehandicaptenvoertuigen, vrachtauto’s, etc.

Aangezien het uitgangspunt van het parkeerbeleid is dat bedrijfsvoertuigen op eigen terrein parkeren en vrachtauto’s doorgaans bedrijfsvoertuigen zijn dient het opladen van elektrische vrachtauto’s plaats te vinden op eigen terrein en niet in de openbare publieke ruimte.

 

Verzoeker: Een verzoeker is een professioneel bedrijf dat een Overeenkomst heeft gesloten met de gemeente Leiderdorp om publieke oplaadlocaties te mogen plaatsen op gronden van de gemeente. De Overeenkomst dient gezien te worden als een parapluovereenkomst waarmee het bedrijf een aanvraag kan indienen voor het realiseren, exploiteren, beheren en onderhouden van één of meerdere publieke oplaadlocaties. De gemeente verleent per oplaadlocatie toestemming indien wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze Beleidsregels zijn gesteld. Wanneer toestemming wordt verleent dan wordt de verkregen Toestemming per oplaadlocatie gehangen aan de (paraplu)overeenkomst. De Toestemming wordt dan onderdeel van die overeenkomst.

 

Parkeercluster: Op de kaart (die bovendien aan verandering onderhevig is) in bijlage II zijn ter inspiratie potentiële locaties voor oplaadpalen gemarkeerd. De locaties dienen gezien te worden als indicatie en geven niet exact de parkeerplaatsen aan waar een oplaadpaal toegestaan is, maar dienen gezien te worden als een markering van een cluster van aaneengesloten parkeerplaatsen waar een oplaadpaal mogelijk is.

 

2. Toepassing beleidsregels

Lid 1 en 2

Bij de gemeente komen regelmatig verzoeken binnen voor het plaatsen van publieke oplaadpalen in de openbare ruimte. Deze verzoeken hebben een publiekrechtelijke kant (bijvoorbeeld APV/Wegenverkeerswet) en een privaatrechtelijke kant (de gemeente is eigenaar van de gronden).

 

In deze Beleidsregels wordt ingegaan op de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden die de gemeente heeft in het kader van een publieke oplaadlocatie op gronden waarvan de gemeente eigenaar is. Hiermee wil het College duidelijkheid verschaffen over de voorwaarden, criteria en condities die van toepassing zijn op het realiseren van publieke oplaadlocaties op gemeentegronden van Leiderdorp.

 

Lid 3

Hier is sprake van een zogenaamde ‘hardheidsclausule’ op grond waarvan het College in bepaalde bijzondere en/of onvoorziene situaties kan afwijken van de Beleidsregels.

 

 

3. Juridisch kader – APV en Wegenverkeerswet

lid 1

Als een oplaadpaal “overeenkomstig de publieke functie van de weg” geplaatst wordt, zal een ontheffing van artikel 2:10 APV niet nodig zijn. Dat artikel gaat namelijk over het plaatsen van voorwerpen in strijd met de publieke functie ervan. Daar is een ontheffing voor nodig als aan de in dit artikel genoemde voorwaarden is voldaan (lid 1a: schade, bruikbaarheid e.d. & lid 1b: welstand). Of een oplaadpaal overeenkomstig de functie van de weg geplaatst wordt hangt af van de functie van de weg en of de oplaadpaal in de functie past. Ter nadere invulling kunnen o.a. gelden: de bestemming van de grond in het bestemmingsplan en de functie van de oplaadpaal (publiek of privaat). Vaak zal dat er inderdaad op neer komen dat voor een publieke oplaadpaal geen ontheffing nodig is.

 

lid 2

In het kader van artikel 2:11 APV geldt dat bij een publieke oplaadlocatie doorgaans een vergunning nodig is omdat bij het plaatsen van een oplaadpaal in de weg wordt gespit, gegraven en dergelijke. Dan is er sprake van een vergunningplicht, tenzij de oplaadpaal door of in opdracht van de gemeente wordt geplaatst (een overheid die handelt in het kader van de uitvoering van een publieke taak, zie artikel 2:11 lid 3 APV).

De publieke oplaadpaal wordt in casu niet in opdracht van de gemeente, maar in opdracht van verzoeker aangelegd. De gemeente stelt daartoe haar grond ter beschikking. Daarom zal doorgaans een vergunning nodig zijn.

 

lid 3

Om te voorkomen dat niet elektrische voertuigen parkeren bij oplaadlocaties dienen de parkeerplaatsen bij oplaadlocaties met een verkeersbesluit toegewezen te worden voor uitsluitend elektrische voertuigen.

Hiervoor geldt reguliere wetgeving, op grond van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) en Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW). In zo’n verkeersbesluit wijst het College de betreffende parkeerplaatsen dan exclusief aan voor elektrische voertuigen. Dit gebeurt door middel van het plaatsen van het bord E4 met onderbord “opladen elektrische voertuigen” en tevens wordt in de bestrating van het parkeervak een kruis aangebracht.

Wat de gemeente Leiderdorp onder ‘opladen’ verstaat is opgenomen onder de toelichting bij artikel 9 (Handhaving) lid 1.

 

lid 2 en 3

Het proces van de besluitvorming over de APV vergunning artikel 2:11 en het verkeersbesluit kan gelijktijdig in gang worden gezet. Tegen beide besluiten staan echter de bezwaar- en beroepsmogelijkheden uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) open. Belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen het verkeersbesluit.

 

lid 4

Om de publieke oplaadlocatie te kunnen realiseren, dient verzoeker een (publiekrechtelijke) verzoek bij de gemeente te doen. Of het verzoek kan worden gehonoreerd en welke toetsingsgronden gelden, volgt uit de betreffende wet- en regelgeving (bijvoorbeeld APV en Wegenverkeerswet) zelf. Verzoeker is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van de publiekrechtelijke besluiten, met uitzondering van het verkeersbesluit dit gebeurt ambtshalve als gevolg van een verzoek tot het realiseren, exploiteren, beheren en onderhouden van een oplaadlocatie.

 

 

4. Verzoek en aangaan Overeenkomst

lid 1

Omdat de gemeente eigenaar is van de grond, is voor het realiseren en exploiteren van publieke oplaadlocaties het sluiten van een Overeenkomst nodig. Het College kan besluiten tot het aangaan van die Overeenkomst.

 

lid 2

Bij het College kan door een professionele partij een verzoek worden ingediend tot het sluiten van deze overeenkomst. In bijlage I is een Modelovereenkomst opgenomen die het College aan de verzoeker zal voorleggen.

 

lid 3 en 5

Spreken voor zich

 

lid 6

Let op: de (publieksrechtelijke) aanvraag van de mogelijke besluiten die nodig zijn op basis van de APV en de Wegenverkeerswet staat los van het (privaatrechtelijke) verzoek tot het aangaan van de Overeenkomst.

 

 

5. Inhoud verzoek voor publieke oplaadlocatie

lid 1 en 2

Een verzoek voor het realiseren, exploiteren, beheren en onderhouden van een oplaadlocatie kan alleen worden ingediend door een marktpartij, waarmee het College een Overeenkomst heeft gesloten. Particulieren, organisaties en/of bedrijven kunnen niet zelf een verzoek indienen tot het plaatsen van een publieke oplaadlocatie op gronden van de gemeente. Dit ter voorkoming dat particulieren, organisaties en/of bedrijven denken exclusief recht te krijgen op het gebruik van de betreffende oplaadlocatie en de bijbehorende parkeerplaats(en).

Wanneer een particulier, organisatie en/of bedrijf bij de gemeente aanklopt voor het plaatsen van een oplaadlocatie op of aan de openbare weg, zal de gemeente hen doorverwijzen naar de marktpartijen waarmee de gemeente Leiderdorp een Overeenkomst heeft voor publieke oplaadlocaties.

 

In deze leden wordt tevens geregeld welke informatie de verzoeker bij een verzoek voor een oplaadlocatie moet indienen. Het gaat onder andere om een plattegrond van de locatie, een tekening of foto van de publieke oplaadpaal en de afmetingen.

 

lid 1 c

De verzoeker dient aan te tonen dat er behoefte bestaat aan een oplaadlocatie op de verzochte locatie. Dit kan gedaan worden door middel van een afschrift van één of meerdere aanvragen van potentiële gebruikers (naam en adresgegevens van de gebruiker en kenteken van elektrische voertuig(en)).

De marktpartij kan ook op eigen initiatief een verzoek indienen zonder dat daar een aanvraag van een gebruiker aan ten grondslag ligt. De marktpartij dient de behoefte aan de oplaadlocatie dan op een andere manier te onderbouwen.

 

Bij het bepalen van de behoefte van potentiële gebruikers kan het College meewegen of zij de beschikking hebben of kunnen hebben over een eigen parkeergelegenheid bij de woning of het bedrijf.

 

lid 3

Voor een gezonde business case kan het wenselijk zijn om een oplaadpaal te verplaatsen binnen de toestemmingstermijn. In dat geval dient de verzoeker een nieuw verzoek voor een oplaadpaal in te dienen en daarbij aan te geven dat de bestaande oplaadlocatie op te willen zeggen. Het nieuwe verzoek wordt volgens de reguliere wijze verwerkt.

 

 

6. Beoordeling van verzoek voor publieke oplaadlocatie

lid 1

Dit artikel bepaalt hoe het College beoordeelt of met de publieke oplaadlocatie ingestemd kan worden. Enkele voorwaarden worden hieronder toegelicht:

 

lid 1 a

Bij beoordeling van het verzoek toetst het College aan de overwegingen zoals opgenomen in lid 1 die ten grondslag liggen aan de opgenomen potentiële locaties. De aangevraagde oplaadlocatie voldoet in het bijzonder aan de eisen als neergelegd onder i t/m v. Toelichting hiervan:

 

  • i.

    staat niet direct voor een woning;

  • ii.

    is voldoende zichtbaar en vindbaar;

  • iii.

    staat op ondergrond dat in eigendom is van de gemeente;

  • iv.

    bevindt zich op een bestaande openbare parkeerplaats;

  • v.

    het is aannemelijk dat de oplaadlocatie door meerdere gebruikers gedeeld kan worden (dit om te voorkomen dat er ‘privé-parkeergelegenheid’ gecreëerd word).

 

  • i.

    staat niet direct voor een woning: oplaadpalen worden gerealiseerd op parkeerterreinen, pleintjes en bij koppen van woonstraten en niet gerealiseerd direct voor een woning. Wanneer aan een woonstraat slechts aan één zijde woningen staan is het mogelijk om aan de andere zijde van de woonstraat (de zijde waar geen woningen staan) een oplaadpaal te plaatsen. Op deze manier wordt ook voldoende afstand aangehouden tot de woning zodat de oplaadpaal niet als privébezit wordt gezien.

 

  • ii.

    is voldoende zichtbaar en vindbaar: de oplaadpalen worden bij voorkeur geplaatst op strategische zichtlocaties in de nabijheid van functies (woningen, bedrijven, sportverenigingen, etc.) van potentiële gebruikers. Hemelsbreed wordt een maximale afstand van 200 m aangehouden. Openbare publieke oplaadpalen hebben dus een verzorgingsgebied van een hemelsbrede afstand van maximaal 200 m. Er wordt uitgegaan van maximaal, omdat bij hoge concentraties van functies, waarbij tevens geschikte parkeerplaatsen aanwezig zijn in de publieke ruimte voor het plaatsen van openbare oplaadpalen een dichter netwerk van openbare oplaadpalen wenselijk is. Dit is wenselijk aangezien er op deze locaties meer potentiële bezitters van elektrische voertuigen zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij appartement complexen. Verdichting van het oplaadpalen netwerk is daarom mogelijk. De voorkeur voor locaties van oplaadpalen gaat uit naar centrale, goed bereikbare plekken in de wijken, zoals langs ontsluitingswegen of doorgaande wegen. Hiermee wordt voorkomen dat er grote verkeersstromen ontstaan binnen woonwijken wanneer elektrisch rijden zijn vlucht neemt.

 

  • iii.

    staat op ondergrond dat in eigendom is van de gemeente: Het uitgangspunt is dat het opladen van elektrische voertuigen plaatsvindt op eigen terrein. Wanneer een particulier geen mogelijkheid heeft om op eigen terrein op te laden, dan kan deze een aanvraag indienen bij een aanbieder voor het plaatsen van een openbare publieke oplaadpaal. Dit heeft tot gevolg dat in gebieden waar op eigen terrein opgeladen kan worden er geen publieke oplaadpalen in de openbare publieke ruimte nodig zijn of dat geaccepteerd wordt dat verder gelopen dient te worden naar een openbare oplaadpaal. Een openbare publieke oplaadpaal staat op een parkeerplaats op het grondgebied van de gemeente op de openbare weg, zodat een ieder van de oplaadpaal gebruik kan maken. Oplaadpalen op openbaar eigen terrein (zoals bij supermarkten of woonboulevards) hoeven niet publiekelijk toegankelijk te zijn. Wanneer op deze locaties een oplaadpaal gewenst is dan richt de eigenaar van het terrein zelf zich hiervoor tot een partij die oplaadpalen kan realiseren. De Beleidsregels zijn dan niet van toepassing.

 

  • iv.

    bevindt zich op een bestaande openbare parkeerplaats: De oplaadpaal wordt alleen geplaatst bij parkeervakken en niet langs de kant van de openbare weg waar geen parkeervakken zijn aangeduid.

 

  • v.

    het is aannemelijk dat de oplaadpaal door meerdere gebruikers gedeeld kan worden: De verzoeker toont aan dat de oplaadpaal door meerdere gebruikers gedeeld kan worden en niet als privé-oplaadpaal gebruikt zal worden.

 

Het College is tot deze eisen gekomen omdat ze wil voorkomen dat een particulier een oplaadpaal aanvraagt direct voor zijn eigen woning en vervolgens deze gaat zien als persoonlijk bezit met privéparkeerplaats. Daarnaast dient voorkomen te worden dat een oplaadpaal wordt gerealiseerd op een voorkeurslocatie van de 1e gebruiker die niet de voorkeur heeft voor andere (toekomstige) gebruikers.

 

Verzoekers kunnen bij het zoeken naar geschikte locaties gebruik maken van de kaart richtinggevende potentiële locaties voor oplaadpalen die opgenomen is als bijlage II bij deze Beleidsregels. Deze kaart dient als hulpmiddel te worden gezien bij de verzoeken. Op deze manier wil het College de achterliggende voorwaarden inzichtelijk maken en de aanvraag voor een oplaadlocatie vergemakkelijken.

 

De richtinggevende potentiële locaties op de kaart geven niet exact de parkeerplaatsen aan waar een oplaadpaal is toegestaan, maar dienen gezien te worden als een markering van een cluster van aaneengesloten parkeerplaatsen waar een oplaadpaal mogelijk is.

 

De richtinggevende kaart heeft gedurende 3 weken op de website van de gemeente Leiderdorp gestaan waarbij een ieder reactie kon geven op potentiële locaties voor oplaadpalen. Via gebruikelijke kanalen is gecommuniceerd dat deze kaart op de website stond. Naar aanleiding van de reacties zijn enkele aanpassingen gedaan.

 

! let op: de richtinggevende kaart in bijlage II met potentiële oplaadlocaties is aan verandering onderhevig als gevolg van onder andere ruimtelijke ontwikkelingen en reeds ingevulde oplaadpalen in Leiderdorp. Voor een actuele kaart kunt u de website van Leiderdorp raadplegen of contact opnemen met de gemeente Leiderdorp (info@leiderdorp.nl).

 

lid 1 b

De oplaadpaal dient aangesloten te worden op het hoofdstroomnetwerk en niet op een stoppenkast van een particulier. Voor het aansluiten van de oplaadpaal op het hoofdstroomnetwerk richt de verzoeker zich tot de netwerkbeheerder (in Leiderdorp is dit Liander). De netbeheerder volgt voor een aansluiting de geldende procedures. Eventuele kosten die hieruit voortvloeien zijn voor de verzoeker.

 

lid 1 l

Het aantal te markeren parkeerplaatsen exclusief voor elektrische voertuigen komt overeen met het aantal aansluitingen van de oplaadpaal. Daarbij heeft een oplaadpaal standaard in Leiderdorp minimaal 2 aansluitingen.

 

lid 1 r

In beginsel wordt een oplaadlocatie niet in een blauwe zone toegestaan of op een locatie waar een andere vorm van parkeerregime geldt.

Wanneer parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen toch zijn gelegen in gebieden voor betaald parkeren, vergunninghouders, blauwe zone of een andere parkeer restrictie, dan moeten de bestuurders van deze voertuigen zich aan de betreffende regels houden.

 

lid 3

Het College heeft het recht om af te wijken van de beoordelingscriteria als publieke of gemeentelijke belangen een rol spelen. Op deze wijze kan het College inspelen op onder andere ruimtelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen op het gebied van elektrisch rijden.

 

 

7. Verlenen van toestemming van verzoek oplaadlocatie

lid 1

Bij een positieve beoordeling van het verzoek wordt deze toegevoegd aan de Overeenkomst die de marktpartij aangegaan is met het College van de gemeente Leiderdorp. De Toestemming zal gelden voor een looptijd zoals opgenomen in de Overeenkomst en begint vanaf het moment dat het verkeersbesluit onherroepelijk is. Doorgaans zal de looptijd tien jaar bedragen.

 

In de Overeenkomst is opgenomen dat de Overeenkomst door beide partijen opgezegd kan worden met inachtneming van een opzegtermijn. Na beëindiging van de Overeenkomst kunnen geen nieuwe verzoeken voor een oplaadlocatie meer worden ingediend bij het College van de gemeente Leiderdorp. De al toegekende oplaadlocaties blijven doorgaans van kracht tot het einde van de looptijd, waarvoor de Overeenkomst geldt die vigerend was ten tijde van de toekenning van de oplaadlocatie.

 

lid 2

Spreekt voor zich

 

lid 3

De gemeente zal de parkeerplaatsen exclusief voor elektrische voertuigen pas realiseren, nadat het verkeersbesluit daartoe onherroepelijk is. Het is niet gewenst dat de oplaadpaal al vóór dit tijdstip wordt aangebracht. Dit wordt expliciet in het verkeersbesluit opgenomen.

 

 

8. Parkeerplaatsen exclusief voor elektrische voertuigen

lid 1 en 2

Spreken voor zich

 

 

lid 3

Het College heeft besloten dat er geen extra parkeerplaatsen worden aangelegd als de parkeerdruk van openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving lager of gelijk is aan 85%, omdat in dat geval er nog restcapaciteit is in de omgeving. In het parkeerbeleid is uitgewerkt wat onder directe omgeving wordt verstaan; voor de parkeerdrukmeting is Leiderdorp ingedeeld in secties, de directe omgeving is de sectie waarin de oplaadlocatie ligt en alle aangrenzende secties. Conform lid 2 worden er het benodigd aantal parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen gereserveerd.

 

Bij een parkeerdruk in de directe omgeving van hoger dan 85% is er geen restcapaciteit aanwezig. Conform lid 2 worden het benodigd aantal parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen gereserveerd. Daarnaast onderzoekt het College de mogelijkheid om extra parkeerplaats(en) aan te leggen in de directe omgeving die het benodigde aantal parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen compenseert. Het uitgangspunt is dat de extra parkeerplaatsen in eerste instantie nog niet worden gerealiseerd, maar dat de situatie wordt gemonitord. De extra parkeerplaatsen worden daadwerkelijk aangelegd als uit de monitoring blijkt dat de parkeerdruk significant hoger is en er uit de omgeving meldingen zijn van parkeerproblemen. De reden dat niet direct tot aanleg van extra parkeerplaatsen wordt overgegaan is dat doorgaans één auto met conventionele verbrandingsmotor wordt ingewisseld voor één elektrische auto, zodat de parkeerdruk in de praktijk door de komst van een oplaadpaal niet significant wijzigt. Wanneer besloten wordt tot aanleg van extra parkeerplaatsen in de omgeving dan draagt de gemeente hier zorg voor.

 

Onderstaand beslisboom geeft een samenvatting

 

9. Handhaving

lid 1

Een oplaadlocatie wordt onder andere ingericht met het verkeersbord E4 met het onderbord “opladen elektrische voertuigen”. Onder ‘opladen’ verstaat de gemeente Leiderdorp dat de elektrische auto met een kabel verbonden is met de oplaadpaal. Door (technische) ontwikkelingen, zoals Smart Charging, is het mogelijk dat het opladen daarbij geen continue proces is. Het gevolg is, dat gedurende de tijd dat een elektrische auto aan de oplaadpaal is gekoppeld, er ook periodes zullen zijn dat de accu niet gevuld wordt. Dit vindt de gemeente Leiderdorp acceptabel.

 

Het juiste gebruik van parkeerplaatsen die exclusief voor elektrische voertuigen zijn gereserveerd is dat hier elektrische voertuigen staan. Het juiste gebruik is: als een elektrisch voertuig met de kabel aangesloten is op de oplaadpaal.

 

lid 2

Conform artikel 6 lid r wordt een oplaadpaal in beginsel niet in een blauwe zone toegestaan of op een locatie waar een andere vorm van parkeerregime geldt.

Wanneer een oplaadpaal toch in een gebied wordt geplaatst waar enige restrictie geldt voor parkeren, dan gelden deze restricties onverminderd ook voor de bestuurders van elektrische voertuigen. Als een bestuurder van een elektrisch voertuig niet betaald heeft in een betaald parkeergebied of langer in een blauwe zone staat dan toegestaan, dan kan óók een fiscale naheffingsaanslag worden opgelegd.

 

 

10. Termijn

Bepaling spreekt voor zich

 

 

Bijlagen

 

  • i.

    Modelovereenkomst

  • ii.

    Kaart met richtinggevende potentiële locaties voor openbare oplaadpalen in de publieke ruimte

 

 

Modelovereenkomst voor plaatsing van oplaadpalen voor elektrisch vervoer in de gemeente Leiderdorp

 

 

De ondergetekenden:

 

Partij X, statutair gevestigd te ……., en kantoorhoudende aan de …………, KvK ……………, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …………. , in de hoedanigheid van Chief Executive Officer, hierna te noemen: Partij X”

 

en

 

de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Leiderdorp, rechtsgeldig vertegenwoordigd door O.C. McDaniel, wethouder Duurzaamheid, handelend onder collegebesluit Z/17/042527/81823, hierna te noemen “Gemeente”

 

hierna ieder afzonderlijk te noemen “Partij” en gezamenlijk te noemen “Partijen”;

 

nemen in aanmerking dat:

 

  • -

    elektrisch vervoer een bijdrage levert aan de verbetering van de luchtkwaliteit en stiller en zuiniger is dan de conventionele aandrijftechnieken voor voertuigen;

  • -

    de gemeente het van belang acht elektrisch vervoer binnen haar gemeentelijke grenzen te bevorderen;

  • -

    Partij X openbare oplaadpalen op grond van de Gemeente wil realiseren, exploiteren, beheren en onderhouden;

  • -

    Partij X een verzoek heeft ingediend tot het aangaan van een overeenkomst in de zin van de Beleidsregels van de Gemeente;

  • -

    de markt voor laaddienstverlening voor elektrisch vervoer zich in de ontwikkelingsfase bevindt en aan veranderingen onderhevig is, bijvoorbeeld op het gebied van techniek en marktordening;

  • -

    de gemeente met aanvrager een Overeenkomst wil sluiten;

  • -

    de samenwerking tussen Partijen zoals vastgelegd in de Overeenkomst, de samenwerking met anderen, in welke vorm dan ook, niet uitsluit;

  • -

    partijen middels deze Overeenkomst de samenwerking beschrijven en vastleggen ten behoeve van de oplaadpalen op openbaar publiek terrein dat eigendom is van de gemeente.

en zijn het volgende overeengekomen:

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

 

Aansluiting:

de verbinding tussen het elektriciteitsnet, meer specifiek tussen de hoofdelektriciteitskabel en de oplaadpaal

 

APV:

Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Leiderdorp

 

Beleidsregels:

Beleidsregels openbare oplaadpalen in de publieke ruimte van de gemeente Leiderdorp

 

College:

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiderdorp

 

Elektrische voertuigen:

alle personenauto’s die op de openbare weg mogen rijden, geheel of gedeeltelijk op elektriciteit kunnen rijden en voorzien zijn van een stekker om op te laden

 

Exploiteren:

het tegen een vergoeding voor gebruikers, voor eigen rekening en risico van Infraprovider ter beschikking stellen, beheren en toegang verlenen tot de interoperabele oplaadinfrastructuur. De stroomvoorziening maakt geen deel uit van de exploitatie

 

Gebruiker:

  • 1.

    een bedrijf en/of organisatie dat/die gevestigd is in de gemeente Leiderdorp en eigenaar en/of bezitter is van één of meerdere elektrische voertuigen of één of meerdere werknemers in dienst heeft die beschikt/beschikken over een elektrisch voertuig;

  • 2.

    een particulier die eigenaar en/of bezitter is van een elektrisch voertuig

 

Gemeente:

de gemeente Leiderdorp

 

Infraprovider:

aanbieder van laadinfrastructuur, zoals de oplaadpaal, aan gebruikers

 

Interoperabiliteit:

de mogelijkheid om met een Laadpas van verschillende Service Providers gebruik te maken van een oplaadpaal van verschillende Infraproviders

 

Laadkabel:

een kabel, in eigendom van de Gebruiker, benodigd om het elektrische voertuig op te laden door deze aan te sluiten op een oplaadpaal

 

Laadpas :

een pas, benodigd voor het gebruik van de oplaadpaal, gebaseerd op de landelijke afspraken op het gebied van interoperabiliteit

 

( publieke ) Oplaadlocatie:

gronden van de gemeente in de openbare ruimte met een publieke oplaadpaal en één of meerdere parkeergelegenheden, uitsluitend ten behoeve van elektrische voertuigen

 

( publieke ) Oplaadpaal:

voor het publiek toegankelijke oplaadobject in de vorm van een paal/zuil of een hiermee gelijk te stellen voorziening voor het gelijktijdig opladen van één of meerdere elektrische voertuigen in de openbare ruimte op of aan de weg. Inclusief alle daarbij behorende en achterliggende installaties, exclusief de laadkabel.

 

Oplaadpunt:

een op de oplaadpaal aanwezige voorziening waarmee de gebruiker zijn voertuig van stroom kan voorzien.

 

Toestemming:

het door de Gemeente verleende toestemming als bedoeld in bijlage 1 bij deze overeenkomst

 

Overeenkomst:

deze overeenkomst

 

Service Provider:

aanbieder van laaddiensten aan Gebruiker(s), zoals de uitgifte van Laadpassen en bijbehorende laadabonnementen.

 

 

Artikel 2. Doel en inhoud van de overeenkomst

 

2.1 Doel van deze Overeenkomst is om afspraken te maken onder welke voorwaarden Partij X één of meerdere openbare oplaadpalen op grond in eigendom van Gemeente mag plaatsen en om de rechten en verplichtingen daaromtrent vast te leggen.

 

2.2 Deze Overeenkomst heeft betrekking op het plaatsen, exploiteren, beheren en onderhouden van één of meerdere oplaadpalen door Partij X op één of meerdere oplaadlocaties in de Gemeente. Partijen benadrukken dat Partij X door het aangaan van deze Overeenkomst geen exclusief recht verwerft voor het realiseren, exploiteren, beheren en onderhouden van oplaadpalen in de Gemeente.

 

2.3 De Gemeente is bereid om haar gronden aan Partij X, om niet ter beschikking te stellen voor het realiseren van één of meerdere oplaadpalen overeenkomstig de bepalingen in deze Overeenkomst. Dit gebeurt door het verlenen van een aparte Toestemming (zie bijlage 1) voor de desbetreffende locatie.

 

2.4 Een verzoek voor het plaatsen van één of meerdere oplaadpalen kan alleen worden ingediend wanneer Partij X een Overeenkomst heeft met de Gemeente.

 

2.5 Gedurende de looptijd van deze Overeenkomst kan Partij X een verzoek indienen bij het College voor het plaatsen van oplaadpalen. Het College toetst het verzoek aan de geldende Beleidsregels. Bij een positieve toetsing/beoordeling wordt medewerking verleend aan het verzoek middels het verlenen van een aparte Toestemming (zie bijlage 1) om de gemeentegronden te gebruiken voor het plaatsen van een oplaadpaal.

 

2.6 De Toestemming wordt uitsluitend verleend, nadat het verkeersbesluit onherroepelijk is geworden. De Toestemming voor de desbetreffende locatie wordt dan aan deze Overeenkomst gehecht en maakt als zodanig onderdeel hiervan uit. De bepalingen uit deze Overeenkomst zijn van toepassing op de aan Partij X verleende Toestemming(en).

 

Artikel 3. Looptijd Overeenkomst en opzegging

3.1 De Overeenkomst gaat in, nadat deze door beide partijen ondertekend is en wordt aangegaan voor de duur van 10 jaar. Na ommekomst van deze periode wordt de Overeenkomst stilzwijgend verlengd, telkens voor de duur van één jaar.

 

3.2 De Overeenkomst kan door een partij tegen het einde van iedere looptijd worden opgezegd (reguliere opzegging). Reguliere opzegging geschiedt met inachtneming van 6 maanden. De eerste reguliere opzeggingsmogelijkheid van de Overeenkomst is derhalve tegen 10 jaar en vervolgens bij stilzwijgende verlenging van de Overeenkomst, tegen de opeenvolgend periodes van 1 jaar.

 

3.3 Tussentijdse opzegging van de Overeenkomst door de Gemeente kan alleen als één van de onder artikel 3.6 genoemde opzeggingsgronden zich voordoet. Bij tussentijdse opzegging dient de opzeggende partij aan te geven op welke opzeggingsgrond zij een beroep doet.

 

3.4 Tussentijdse opzegging geschiedt met inachtneming van een opzegtermijn van 6 maanden. Indien sprake is van een groot spoedeisend belang, kunnen partijen een opzegtermijn van 3 maanden hanteren. Het is aan de opzeggende partij om aan te tonen dat sprake is van een groot spoedeisend belang.

 

3.5 Tussentijdse opzegging van deze Overeenkomst is mogelijk indien sprake is van onvoorziene omstandigheden van dien aard dat voortzetting van de Overeenkomst, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd.

 

3.6 De Gemeente kan de Overeenkomst tussentijds opzeggen indien:

  • a.

    sprake is van veranderde inzichten of veranderend gemeentelijk, regionaal, provinciaal of nationaal beleid;

  • b.

    indien Partij X binnen twee jaar na ondertekening van de Overeenkomst, geen oplaadpaal heeft geplaatst.

 

3.7 Opzegging dient te geschieden per aangetekend schrijven.

 

Artikel 4. Looptijd Toestemming, intrekking en beëindiging

4.1 De Toestemming (zie bijlage 1) gaat in na ondertekening door de Gemeente en heeft een looptijd van tien jaar. Indien de Toestemming niet wordt ingetrokken, wordt deze stilzwijgend (éénzijdig door de Gemeente) verlengd, telkens voor de duur van één jaar.

 

4.2 De Toestemming wordt beëindigd door (eenzijdige) intrekking van de Gemeente. Intrekking kan plaatsvinden met inachtneming van een korte of lange termijn.

a. Bij intrekking op korte termijn, eindigt de Toestemming drie maanden na de éénzijdige intrekking.

b. Bij intrekking lange termijn, eindigt de Toestemming pas ná het verstrijken van de door de Gemeente (in de intrekking) aangegeven bepaalde termijn. Deze bepaalde termijn is altijd langer dan 3 maanden

 

4.3 Het regulier (conform artikel 3.2) opzeggen van deze Overeenkomst houdt automatisch de intrekking van de Toestemming(en) in, met dien verstande dat de Toestemming(en) pas eindigt/eindigen ná het verstrijken van de lopende afzonderlijke Toestemmingsperiode(n).

 

4.4 In afwijking van het gestelde onder artikel 4.3 kan de Gemeente bij tussentijdse opzegging van de Overeenkomst de intrekking van de Toestemming(en) eerder in werking laten treden. De Toestemming(en) eindigt / eindigen echter nooit eerder dan de Overeenkomst.

 

4.5 De Gemeente kan de Toestemmingen ook individueel intrekken. De Toestemming eindigt op z’n vroegst drie maanden na de desbetreffende intrekking. De intrekking kan betrekking hebben op één of meerdere Toestemmingen met inachtneming van het volgende.

 

a. De Gemeente kan één of meerdere Toestemmingen intrekken indien Partij X zich niet houdt aan de voorwaarden als benoemd in de Toestemming.

b. Gemeente kan een Toestemming voor een oplaadlocatie intrekken wanneer blijkt dat deze gedurende één jaar, niet of nauwelijks wordt gebruikt (<800 kWh).

c. De Gemeente kan een Toestemming intrekken indien blijkt dat de oplaadpaal en/of de desbetreffende parkeergelegenheid wegens een wegreconstructie of werkzaamheden aan de weg, niet of tijdelijk niet, in stand kan of kunnen blijven.

 

i) De Gemeente onderzoekt bij een wegreconstructie of werkzaamheden aan de weg of de oplaadpaal op de overeengekomen locatie kan terugkeren. Als dat het geval is, kan de oplaadpaal terugkeren op de oorspronkelijke plaats (herplaatsing). In geval van herplaatsing blijft de Toestemming onverminderd van kracht, met dien verstande dat deze tijdelijk niet gebruikt kan worden.

 

ii) Als er geen mogelijkheid is tot herplaatsing van de oplaadpaal, zullen partijen in overleg een alternatieve locatie zoeken in de directe nabijheid (200 meter) van de oorspronkelijke locatie. Hiervoor wordt een gewijzigde Toestemming verleend, met dien verstande dat deze dan betrekking heeft op de nieuwe locatie, voor de resterende duur van de Toestemmingsperiode. Partij X zal in dat geval wél de benodigde vergunningen moeten aanvragen. De gemeente zal dan ambtshalve een verkeersbesluit nemen.

 

iii) Indien partijen géén overeenstemming bereiken over een alternatieve locatie, zal de Toestemming worden ingetrokken. De intrekking treedt onmiddellijk in waardoor de Toestemming in afwijking van artikel 4.2 a direct eindigt.

 

4.6 Partij X ontvangt binnen 1 week na intrekking van de Toestemming, schriftelijke bevestiging daarvan onder vermelding van de termijn waartegen de Toestemming wordt beëindigd.

 

4.7 De bepalingen uit deze Overeenkomst blijven van kracht totdat de Toestemming is beëindigd. Na de beëindiging van de Toestemming blijft Artikel 9 van deze Overeenkomst (eigendom, vrijwaring en aansprakelijkheid) van toepassing, totdat de desbetreffende oplaadpaal/oplaadpalen is/zijn verwijderd.

 

4.8 Partij X heeft als gevolg van het tijdelijk niet kunnen exploiteren van een oplaadpaal nimmer recht op schadevergoeding. Partij X heeft ingeval van het tijdelijk niet kunnen exploiteren van één of meerdere oplaadpa(a)l(en), wél recht op een verruiming van de duur van de looptijd van de Toestemming en wel op de navolgende wijze

a. bij een exploitatie onderbreking van meer dan twee maanden, maar minder dan drie, wordt de Toestemming verlengd met drie maanden;

b. bij een exploitatie onderbreking van meer dan drie maanden, maar minder dan vier, wordt de Toestemming verlengd met vier maanden;

c. bij een exploitatie onderbreking van meer dan vier maanden, maar minder dan vijf, wordt de Toestemming verlengd met vijf maanden, etc.

 

 

4.9 Partij X kan een verzoek indienen voor intrekken van een Toestemming en het verplaatsen van een oplaadpaal wanneer deze onvoldoende gebruikt wordt om een gezonde business case te bewerkstelligen. Een verzoek tot verplaatsen wordt door de gemeente in behandeling genomen als zijnde een nieuw verzoek om Toestemming te verlenen voor het plaatsen van een oplaadpaal. De kosten voor de verwijdering van de oplaadpaal en van herstel van de gronden komen voor rekening van Partij X.

 

Rekenvoorbeeld

  • A.

    De looptijd van de Overeenkomst en die van de Toestemming kunnen uiteenlopen. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van het volgende rekenvoorbeeld. Een Overeenkomst dat wordt aangegaan op 1 juli 2017, duurt (bij een reguliere opzegging) voort tot 1 juli 2027. Wat gebeurt er met Toestemmingen die op 1 juni 2020, 1 juli 2021 en 1 maart 2022, zijn verleend? Opzegging van de Overeenkomst met Partij X houdt automatisch de intrekking in van alle Toestemmingen van Partij X. Deze Toestemmingen eindigen niet eerder dan hun afzonderlijke looptijd van tien jaar, derhalve op respectievelijk 1 juni 2030, 1 juli 2031 en 1 maart 2032.

 

  • B.

    Bij tussentijdse opzegging van de Overeenkomst, worden alle Toestemmingen ook automatisch ingetrokken. De Gemeente kan de Toestemmingen echter eerder laten eindigen dan de looptijd van tien jaar. Uitgaande van een opzegging van de Overeenkomst op 1 juli 2023, en Toestemmingen verleend op 1 juni 2020, 1 juli 2021 en 1 maart 2022, zijn de volgende scenario’s mogelijk.

 

  • I.

    De Gemeente kan gelijk met de opzegging (met inachtneming van een opzegtermijn van 3 maanden wegens spoed) alle Toestemmingen intrekken tegen een termijn van minimaal drie maanden. De Overeenkomst en de Toestemmingen eindigen derhalve allemaal op 1 oktober 2023.

  • II.

    Bij een opzegging met inachtneming van zes maanden kan de Gemeente de Toestemmingen intrekken tegen ene termijn van zes maanden. De Overeenkomst en de Toestemmingen eindigen derhalve op 1 januari 2024.

  • III.

    De Gemeente kan bij tussentijdse opzegging de Toestemmingen ook intrekken tegen een langere termijn dan de opzegtermijn van de Overeenkomst, dus bijvoorbeeld één jaar. Bij de opzegging als bedoeld onder ii (opzegtermijn van 6 maanden) eindigt de Overeenkomst op 1 januari 2024 en de Toestemmingen op 1 juli 2024.

  • IV.

    De Gemeente kan voor alle afzonderlijke Toestemmingen een afzonderlijke termijn bepalen van respectievelijk één, anderhalf en twee jaar, waartegen deze worden beëindigd. Dus bij een opzegging in de zin van ii, eindigt de Overeenkomst op 1 januari 2024 en de Toestemmingen op respectievelijk 1 januari 2025, 1 juli 2025 en 1 januari 2026.

Artikel 5. Verwijdering laadpalen en kostenverdeling

5.1 Na de beëindiging van de Toestemming dient Partij X de oplaadpaal te verwijderen en de gronden te herstellen.

 

5.2 Verwijdering vindt plaats met inachtneming van de volgende termijnen:

  • a.

    binnen één maand na beëindiging van de Toestemming,

  • b.

    binnen twee maanden na beëindiging van de Toestemmingen, indien het meerdere oplaadpalen betreft en de beëindiging het gevolg is van de (tussentijdse)opzegging of ontbinding van de Overeenkomst.

 

5.3 Na verwijdering is de oplaadpaal eigendom van Partij X.

 

5.4 Indien de beëindiging van een Toestemming plaatsvindt ná het verstrijken van tien jaar, draagt Partij X de kosten van het verwijderen van de oplaadpa(a)l(en) en het herstel van de gronden.

 

5.5 Indien de beëindiging van de Toestemming plaatsvindt vóór het verstrijken van tien jaar, draagt de Gemeente de kosten van de verwijdering van de oplaadpa(a)l(en) en herstel van de gronden.

 

5.6 Indien sprake is van een intrekking van een Toestemming in de zin van artikel 4.5 a of b van deze Overeenkomst, dan komen de kosten van de verwijdering, ongeacht de looptijd van de Toestemmingen, voor rekening van Partij X.

 

5.7 In geval van definitieve verwijdering, van herplaatsing of verplaatsing van de oplaadpaal door een wegreconstructie en/of werkzaamheden aan de weg, zijn de kosten van het verwijderen, herplaatsing of verplaatsing van de oplaadpa(a)l(en) en het herstellen van de grond voor de Gemeente, wanneer de wegreconstructie en/of werkzaamheden plaatsvinden binnen vijf jaar na het verlenen van de Toestemming.

 

5.8 Indien Partij X vóór het verlenen van de Toestemming op de hoogte was van de geplande wegwerkzaamheden, komen de kosten van verwijdering en verplaatsing van de oplaadpaal en herstel van de gronden, voor rekening van Partij X. Indien op de desbetreffende locatie werkzaamheden zijn gepland/voorzien, zal het College hiervan expliciet melding maken bij Partij X en op de verleende Toestemming. Partij X stemt er alsdan expliciet mee in dat zij alle kosten voor het eventueel verwijderen en herplaatsen van de oplaadpaal (inclusief eventuele goedgekeurde voorzieningen) vanwege de werkzaamheden, voor haar rekening neemt.

 

5.9 Indien de beëindiging van de Toestemming het gevolg is van de ontbinding van de Overeenkomst wegens een tekortkoming in de nakoming aan de zijde van Partij X, komen de kosten van de verwijdering, ongeacht de looptijd van de Toestemmingen, voor rekening van Partij X.

 

5.10 Partij X heeft als gevolg van opzegging van de Overeenkomst en het intrekken/beëindigen van Toestemming(en) (behoudens de vergoeding als bepaald onder artikel 5.11) nimmer recht op enige schadevergoeding.

 

5.11 Indien de beëindiging van de Toestemming plaatsvindt vóór het verstrijken van tien jaar én dit het gevolg is van een intrekking in de zin artikel 4.4 en 4.5 lid c iii, ontvangt Partij X een vaste vergoeding per Toestemming. Tevens draagt de Gemeente de kosten van de verwijdering van de oplaadpa(a)l(en) en herstel van de gronden. De vergoeding per Toestemming is als volgt:

 

a. bij beëindiging van de Toestemming in jaar één ná het verlenen van de Toestemming bedraagt de vergoeding € 3.000,-;

b. bij beëindiging van de Toestemming in jaar twee ná het verlenen van de Toestemming, bedraagt de vergoeding € 2.500,-;

c. bij beëindiging van de Toestemming in jaar drie ná het verlenen van de Toestemming, bedraagt de vergoeding € 2.000,-

d. bij beëindiging van de Toestemming in jaar vier ná het verlenen van de Toestemming, bedraagt de vergoeding € 1.500,-

e. bij beëindiging van de Toestemming in jaar vijf ná het verlenen van de Toestemming, bedraagt de vergoeding € 1.000,-

f. bij beëindiging van Toestemming na vijf jaar, wordt geen vergoeding gegeven.

 

5.12 Indien de gemeente bij behandeling van het verzoek aan Partij X aangeeft dat de Toestemming mogelijk niet de volledige tien jaar gehandhaafd zal blijven, dan wordt Partij X in de gelegenheid gesteld om het verzoek in te trekken. Indien Partij X het verzoek doorzet, dan komen de kosten van de verwijdering, ongeacht de looptijd van de Toestemmingen, voor rekening van Partij X en komt Partij X niet aanmerking voor enige vergoeding op grond van art 5.11. Partij X heeft evenmin recht op enige andere vorm schadevergoeding. Dit wordt dan apart expliciet vermeld op de verleende Toestemming.

 

Rekenvoorbeeld

Met jaar één als bedoeld in artikel 5.11 onder a wordt bedoeld de termijn voordat één kalenderjaar is verstreken, gerekend vanaf de datum van de verlening van de Toestemming. Bijvoorbeeld; als een Toestemming is verleend op 1 juli 2018, is jaar één de periode tussen 1 juli 2018 en 1 juli 2019. Jaar twee is de periode tussen 1 juli 2019 en 1 juli 2020. Jaar drie is de periode tussen 1 juli 2020 en 1 juli 2021 etc.

Voor een Toestemming, verleend op 1 juli 2018, welke wordt beëindigd op 25 december 2021, derhalve in jaar 4, wordt een vergoeding betaald van € 1.500,-

 

Artikel 6. Tijdige realisatie oplaadpaal op aangewezen oplaadlocatie

6.1 Een oplaadpaal mag pas op de desbetreffende locatie worden gerealiseerd en aangesloten nadat de Toestemming is verleend en de benodigde APV vergunningen zijn verleend.

6.2 Partij X spant zich tot het uiterste in om een oplaadpaal op de desbetreffende locatie te realiseren binnen achttien weken nadat de Toestemming is verleend.

 

6.3 De Gemeente kan de Toestemming intrekken indien de betreffende oplaadpaal niet wordt geplaatst binnen achttien weken na het verlenen van de Toestemming.

 

6.4 De intrekking als bedoeld onder lid 6.3 treedt direct in.

 

6.5 Gemeente kan afzien van haar bevoegdheid om tot intrekking over te gaan indien Partij X aantoont dat er sprake is van overmacht en aantoont dat de oplaadpaal op korte termijn zal worden gerealiseerd.

 

Artikel 7. Taken en verplichtingen van Partij X

 

7.1 Partij X draagt voor eigen rekening en risico zorg voor:

a) het in behandeling nemen van aanvragen van potentiële gebruikers;

b) de realisatie en installatie van de oplaadpalen inclusief het aanvragen van de aansluitingen bij de netbeheerder, waarbij Partij X contractant is van de netbeheerder;

c) het 24 uur per dag en 7 dagen per week beheren, onderhouden (waaronder de software en hardware) en het verhelpen van storingen van de tot dan toe gerealiseerde oplaadpa(a)l(en);

d) dat de oplaadpaal 24 uur per dag en 7 dagen per week openbaar toegankelijk is, in die zin dat deze voor iedereen te gebruiken is voor het opladen van zijn/haar elektrische voertuig;

e) dat zij 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar is voor gebruikers, hulpdiensten en de gemeente in geval van vragen, storingen of calamiteiten. De contactgegevens van de storingsdienst en helpdesk zijn vermeld op de oplaadpaal;

f) zoveel mogelijk actuele informatie naar de gebruikers toe over de aanwezigheid en beschikbaarheid van de tot dan toe gerealiseerde oplaadpa(a)l(en);

g) de exploitatie en laadinfra-dienstverlening met betrekking tot de oplaadpalen;

h) het laten voldoen van de oplaadpalen aan de nationale en internationale standaarden, voorschriften en eisen, onder andere op het gebied van veiligheid;

i) het jaarlijks (in de maand januari) opstellen en gratis verstrekken van rapportages, waarmee inzicht wordt gegeven in het feitelijke gebruik van de tot dan toe gerealiseerde oplaadpa(a)l(en). Daarbij wordt onder andere onderscheid gemaakt tussen het aantal unieke gebruikers en het gebruik van de oplaadpaal in Leiderdorp. Op verzoek van de Gemeente dient Partij X de rapportages toe te lichten. Standaard gebeurt dit in de maand januari. Ook tussendoor geeft de aanvrager op verzoek van de Gemeente gratis inzicht in het feitelijk gebruik van de oplaadpaal;

j) jaarlijks (in de maand januari) inzicht in het totaal aantal unieke ontvangen aanvragen voor een oplaadpaal in de Gemeente en maakt daarbij onderscheid in ingewilligde aanvragen van gebruikers en afgewezen aanvragen;

k) de verwijdering van oplaadpalen die niet meer in gebruik zijn en/of waarvan de Toestemming is ingetrokken;

l) Partij X zich conformeert aan de nationale en internationale afspraken op het gebied van interoperabiliteit. Deze regels betreffen onder andere de uitwisselbaarheid van (op)laadpassen, het gebruik van de standaardstekker en de onderlinge kostenverrekening van geleverde diensten tussen Service Providers en Infraproviders;

m) Partij X verplicht zich om informatie te verschaffen over de door haar gehanteerde, actuele laadtarieven, op een zodanige wijze dat (potentiële) gebruikers op eenvoudige wijze inzicht kunnen krijgen in de kosten. Deze informatie zal Partij X op haar website publiceren. Partij X verleent de Gemeente onherroepelijke toestemming om naar de desbetreffende webpagina te verwijzen.

 

7.2 Partij X zal zich te allen tijde houden aan de vigerende Beleidsregels voor publieke oplaadpalen. De Gemeente zal Partij X tijdig in kennis stellen indien het voornemen bestaat om de Beleidsregels te wijzigen.

 

Artikel 8. Taken en verplichtingen van de Gemeente

8.1 De Gemeente spant zich in om, met inachtneming van de publiekrechtelijke kaders, en voor zover zij hiertoe bevoegd is, de benodigde besluiten te nemen die Partij X in staat zal stellen om de oplaadlocatie te realiseren.

 

8.2 Nadat Partij X de oplaadpaal ter plaatse heeft gerealiseerd, zal de Gemeente overgaan tot het markeren van een parkeerplaats die exclusief is bedoeld voor elektrische voertuigen. De Gemeente voorziet het parkeervak van een verkeersbord, E4 met onderbord ‘opladen elektrische voertuigen’ en brengt een kruis aan op het parkeervak.

 

8.3 Voor de benodigde aangevraagde vergunningen en/of ontheffingen worden legeskosten in rekening gebracht. Als legeskosten in rekening worden gebracht, dan wordt Partij X volledig gecompenseerd door de Gemeente.

a. Indien veranderde marktomstandigheden hiertoe aanleiding geven kan de Gemeente afzien van deze compensatieverplichting. De Gemeente zal Partij X hier tijdig van op de hoogte stellen. De compensatieverplichting vervalt één kalenderjaar na de bekendmaking hiervan aan Partij X.

 

8.4 Op het hebben van oplaadpalen in de openbare ruimte wordt geen precariobelasting geheven. In dit verband verwijst de Gemeente naar artikel 4 lid f, van de Precarioverordening van de Gemeente Leiderdorp van 2017 (de Precarioverordening 2017) op grond waarvan vrijstelling wordt verleend van het heffen van precario voor voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een Overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd. Een eventuele wijziging van de Precarioverordening 2017 met betrekking tot de daarin vervatte vrijstelling ex artikel 4 lid f, zal niet van toepassing zijn op de oplaadpa(a)l(en) die vóór die wijziging is/zijn geplaatst.

 

8.5 De Gemeente draagt zorg voor uitvoering en bekostiging van:

a. een op haar website, bij voorkeur, directe link naar partijen die een Overeenkomst met de Gemeente hebben afgesloten, om daarmee (toekomstige) gebruikers van oplaadpalen te faciliteren;

b. het inrichten van parkeerplaatsen bij een oplaadpaal die met een verkeersbesluit exclusief zijn aangewezen voor elektrische voertuigen. Inrichten kan ook zijn het aanleggen van een nieuwe parkeerplaats;

c. het onderhouden van de grond rondom de oplaadpaal;

d. onderhouden van de parkeergelegenheid die bij de oplaadpaal hoort.

 

8.6 Voor de plaatsing van oplaadpa(a)l(en) op bepaalde locaties kan het zo zijn dat ter bescherming van de oplaadpaal maatregelen getroffen moeten worden zoals hekjes, biggenruggen e.d. Partij X beoordeelt per geval; of deze maatregelen noodzakelijk zijn en zal in dat geval na toestemming van de gemeente voor haar eigen rekening en risico overgaan tot plaatsing daarvan.

 

8.7 De Gemeente zal conform haar publiekrechtelijke taken en bevoegdheden zorg dragen voor het parkeerbeheer, toezicht en handhaving conform de standaard gemeentelijke werkwijze, op de oplaadlocatie, bestaande uit onder meer handhaving in het geval een niet elektrisch voertuig aanwezig is op een oplaadlocatie.

 

Artikel 9. Eigendom, vrijwaring en aansprakelijkheid

9.1 Partijen onderkennen dat de oplaadpalen en de eventuele aangebrachte maatregelen als genoemd onder artikel 8.6 door natrekking mogelijk eigendom van de Gemeente kunnen worden. Partijen zullen in hun onderlinge rechtsverhouding de oplaadpalen echter beschouwen en behandelen als ware deze eigendom van Partij X, als uitgewerkt in artikel 7 en artikel 9 lid 2 en lid 3.

9.2 Partij X vrijwaart de Gemeente van alle aanspraken van derden ten aanzien van schade die door of als gevolg van de oplaadpaal of het gebruik daarvan en de aangebrachte maatregelen in de zin van artikel 8.6 is veroorzaakt. Deze vrijwaring heeft betrekking op alle vormen van schade, waaronder zowel directe als indirecte schade. Deze vrijwaringsverplichting geldt niet indien Partij X kan aantonen dat de schade is veroorzaakt door handelen of nalaten van de Gemeente.

9.3 Partij X verzekert zich voor schade en aansprakelijkheid door of als gevolg van de oplaadpaal of het gebruik daarvan met een minimumbedrag van € 1.000.000,- per gebeurtenis. Partij X dient deze verzekerde hoedanigheid voorafgaand aan het tekenen van deze Overeenkomst aan te tonen.

 

Artikel 10. Ontbinding

10.1 Iedere partij kan de Overeenkomst ontbinden indien sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de wederpartij. Ontbinding vindt pas plaats nadat de partij schriftelijk (middels aangetekend schrijven) in gebreke is gesteld en hem een redelijke termijn is gegund om alsnog na te komen, en deze nakoming uitblijft.

10.2 Indien de Gemeente de Overeenkomst ontbindt, worden automatisch alle aan Partij X verleende Toestemmingen ingetrokken.

10.3 De intrekking dan wel intrekkingen van de verleende Toestemming(en) treedt/treden direct in, het een en ander conform artikel 4.2 (a).

10.4 Het gestelde onder artikel 5.2 (b) en 5.3 zijn onverminderd van toepassing.

10.5 De kosten van de verwijdering van de oplaadpa(a)l(en) en herstel van de gronden komen voor rekening van Partij X, ongeacht de looptijd van de desbetreffende Toestemming(en). Artikel 5.11 is niet van toepassing. Partij X kan evenmin aanspraak maken op enige schadevergoeding als gevolg van het ontbinden van de Overeenkomst en/of de intrekking en beëindiging van de Toestemming(en).

 

Artikel 11. Overige bepalingen

11.1 Deze Overeenkomst laat de publiekrechtelijke bevoegdheden van de bestuursorganen van de Gemeente onverlet. Onder meer kan dit betekenen dat de benodigde publiekrechtelijke besluiten voor het realiseren en het gebruiken van de oplaadlocaties, oplaadpalen en de parkeergelegenheden niet tot stand komen, herroepen, gewijzigd, vernietigd of ingetrokken worden. De Gemeente is niet aansprakelijk voor de schade die Partij X hierdoor lijdt.

11.2 Afwijkingen van deze Overeenkomst zijn slechts bindend voor zover zij tussen Partijen schriftelijk zijn overeengekomen.

11.3 De rechten en plichten uit deze Overeenkomst kunnen niet aan derden worden overgedragen zonder voorafgaande toestemming van de andere Partij. De andere Partij zal haar toestemming niet op onredelijke gronden onthouden.

11.4 Ieder geschil tussen partijen ter zake van de Overeenkomst wordt bij uitsluiting voorgelegd aan de daartoe bevoegde rechter te Den Haag.

11.5 Op de Overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

11.6 De volgende Bijlage maakt deel uit van deze Overeenkomst:

Bijlage 1: Toestemming voor het gebruiken van gemeentegronden voor het plaatsen van een oplaadpaal

 

Artikel 12. Voortdurende bepalingen

12 Bepalingen die naar hun aard bestemd zijn om (ook) na afloop van de Overeenkomst te gelden, behouden nadien hun werking. Tot deze bepalingen behoren in ieder geval: eigendom, vrijwaring en aansprakelijkheid (artikel 9), verwijdering oplaadpalen na opzegtermijn en verwijdering en herstel grond na opzegtermijn (artikel 3 en 4), verwijdering oplaadpalen en kostenverdeling (artikel 5) en het voorleggen van een geschil bij een bevoegde rechter (artikel 11.4).

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te:

Plaats : ... Plaats :

Datum : ... Datum :

Gemeente : Leiderdorp Partij X

Naam : … Naam :

Functie : wethouder Functie : bij Partij X

 

 

Handtekening: _______________ Handtekening: _____________

 

Bijlage 1 – Toestemming voor het gebruiken van gemeentegrond voor het plaatsen van een Oplaadpaal (in te vullen door de gemeente)

 

 

Op [datum] heeft Partij X een verzoek ingediend voor het plaatsen van een openbare oplaadpaal op een publieke oplaadlocatie gelegen aan de ……… (straatnaam) ter hoogte van ………. (huisnummer of ander referentiepunt). Het College heeft het verzoek van Partij X aan de hand van de Beleidsregels openbare oplaadpalen in de publieke ruimte gemeente Leiderdorp 2017 (hierna: ‘de Beleidsregels’), positief beoordeeld en besloten hier medewerking aan te verlenen.

 

 

[aanvinken indien van toepassing]

o Op [datum] is het verkeersbesluit met referenetienummer [ ] voor het aanwijzen van parkeerplaats(en) voor het opladen van elektrische voertuigen aan de ……… (straatnaam) ter hoogte van ………. (huisnummer of ander referentiepunt), onherroepelijk geworden.

 

o Op [datum] is de (omgevings)vergunning met referentienummer [ ] voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg op grond van artikel 2.11 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Leiderdorp van 2014, is verleend.

 

o Op [datum] is de ontheffing met referentienummer [ ] voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg op grond van artikel 2.10 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Leiderdorp van 2014, is verleend.

 

 

In verband met het voorgaande

 

Gemeente Leiderdorp geeft hierbij toestemming aan Partij X voor het plaatsen van een openbare oplaadpaal aan de ……… (straatnaam) ter hoogte van ………. (huisnummer of ander referentiepunt) en zal hiervoor …. (aantal) parkeerplaats(en) aanwijzen voor het opladen van elektrische voertuigen. Tussen Partij X en de Gemeente geldt de inhoud van de Overeenkomst van d.d. …. met het kenmerk ….. onverkort.

 

 

De Gemeente benadrukt dat de Beleidsregels van toepassing zijn en blijven op deze Toestemming.

 

 

[aanvinken indien van toepassing]

  • Bekend is dat op de locatie waarvoor Toestemming wordt gegeven er binnen 5 jaar wegwerkzaamheden of wegreconstructies mogelijk zijn. Partij X is hiervan op de hoogte gesteld en zal de kosten dragen voor verwijderen, herplaatsing of verplaatsing van de oplaadpaal wanneer deze werkzaamheden en of wegreconstructie inderdaad binnen 5 jaar plaats zullen vinden, zie ook artikel 5.8 van de tussen de Gemeente en Partij X gesloten Overeenkomst.

  • Bekend is dat de oplaadpaal op de locatie waar deze Toestemming op is gericht, mogelijk niet de volledige tien jaar gehandhaafd zal kunnen blijven. Partij X heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van de mogelijkheid om het verzoek in te trekken en wenst alsnog afgifte van deze Toestemming, teneinde de oplaadpaal op die locatie te kunnen exploiteren. Nu Partij X het risico op voortijdig afbreken uitdrukkelijk heeft aanvaardt komen de kosten van de verwijdering van de oplaadpaal en het herstel van de gronden ongeacht de looptijd van de Toestemmingen, voor rekening van Partij X. Ook kan Partij X geen beroep doen op de vergoeding als bedoeld in artikel 5.11 van de Overeenkomst. Partij X heeft evenmin recht op enige andere vorm van schadevergoeding.

 

 

Namens Gemeente Leiderdorp, …………… (datum),

 

…………… (naam functionaris)

…………… (functie)

 

 

…………… (handtekening)

Bijlage II. Kaart met richtinggevende potentiële locaties voor openbare oplaadpalen in de publieke ruimte (zie ook: www.leiderdorp.nl/oplaadpalen)