Gemeenteblad van Purmerend

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
PurmerendGemeenteblad 2017, 52631Verordeningen



Gedragscode raad Purmerend 2017

De raad van de gemeente Purmerend,

 

gelezen het voorstel van het presidium d.d. 15 december 2016, nr.1334365,

 

gelet op art. 15 lid 3 van de Gemeentewet,

 

 

B E S L U I T:

 

 

de volgende verordening vast te stellen:

 

Inleiding

Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode.

Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede)verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen. Vertrekpunt voor de politieke ambtsdrager is dan ook de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang. De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de twee groepen van politieke ambtsdragers (volksvertegenwoordigers en dagelijkse bestuurders) is er een afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de volksvertegenwoordigers: raadsleden]. Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke ( integriteits )regels. [De gemeenteraad is een politiek orgaan. In de volksvertegenwoordigingen worden specifieke of (partij-)politieke belangen ingebracht voor het algemeen belang van de gemeente]. Deze politieke ambtsdragers krijgen het mandaat van hun kiezers en de gedragscode dient de vervulling van het kiezersmandaat te ondersteunen. Het handelen van het dagelijks bestuur en van de bestuurders staat ten dienste van de gemeente. De ambtsdragers aan wie en de organen waaraan het dagelijks bestuur is opgedragen, zijn over hun bestuurlijke handelen en over hun functioneren verantwoording schuldig aan de volksvertegenwoordigende organen. Aan het dagelijks bestuur en de bestuurders worden ook in de gedragscode bijzondere eisen gesteld om optimale openheid en controleerbaarheid mogelijk te maken. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Sprake is van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en politieke gevolgen hebben. Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘ doing the right thing , even when no one is watching ’. Integer handelen kan alleen in een cultuur en organisatie waar ook de andere waarden van goed bestuur worden nagestreefd. De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur benoemt een aantal kernwaarden van goed openbaar bestuur. Integriteit wordt hierin in één adem genoemd met openheid. ‘Openheid en integriteit’: “het bestuur is open en integer en maakt duidelijk wat het daaronder verstaat.“ De wetgeving (en de gedragscode in aanvulling hierop) bevat diverse voorschriften inzake openheid met het oog op de integriteit. Die voorschriften hebben betrekking op openbaarmaking van nevenfuncties en/of neveninkomsten, van geschenken, buitenlandse reizen, excursies en evenementen. De registraties in de codes zijn bedoeld om de transparantie te bevorderen die belangenverstrengeling en onverantwoord en/of onjuist gebruik van publieke middelen door politieke ambtsdragers moeten tegengaan. De politieke ambtsdrager is primair zelf verantwoordelijk voor zijn integriteit en hij zal zich daar in alle openheid over moeten verantwoorden. De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur verbindt openheid en integriteit met de kernwaarden participatie, behoorlijke contacten met burgers, doelgerichtheid en doelmatigheid, legitimiteit, lerend en zelfreinigend vermogen en verantwoording. Al deze kernwaarden klinken in verschillende mate door in de hierna volgende gedragscode .

 

 

Hoofdstuk 1 Kernbegrippen van integriteit

Artikel 1 Uitgangspunten

Raadsleden van de gemeente Purmerend staan ten dienste van alle inwoners, bedrijven, instellingen en bezoekers van de gemeente. Dit vraagt, los van de wettelijke bepalingen op dat gebied, een duidelijke en transparante opstelling van het bestuur waar het gaat om belangenbehartiging, besluitvorming, klantgerichtheid dienstverlening. Daarbij horen de volgende uitgangspunten:

  • a.

    dienstverlenend: het handelen van een raadslid is vanuit zijn eigen politieke opvatting altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de bewoners en bedrijven die daar deel van uit maken;

  • b.

    functionaliteit: het handelen van een raadslid is herkenbaar en herleidbaar naar de functie die hij binnen het bestuur van de gemeente vervult;

  • c.

    onafhankelijkheid: bij het handelen van een raadslid treedt geen vermenging op met persoonlijke of oneigenlijke belangen of met belangen van relaties en iedere schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden;

  • d.

    transparantie: het handelen van een raadslid is open en transparant, ook ten aanzien van zijn zakelijke relaties, zodat altijd optimale verantwoording mogelijk is;

  • e.

    betrouwbaarheid: een raadslid houdt zich aan zijn afspraken: burgers, collega-raadsleden en collegeleden kunnen op hem rekenen. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor deze zijn gegeven;

  • f.

    zorgvuldigheid: het handelen van een raadslid is zodanig dat burgers, bedrijven, collega-raadsleden, collegeleden en medewerkers van de gemeentelijke organisatie altijd op gelijke wijze en met respect tegemoet worden getreden en de belangen altijd op een correcte manier worden afgewogen;

  • g.

    vertrouwelijkheid en geheimhouding: Het handelen van een raadslid is zodanig dat burgers, collega-raadsleden en collegeleden er op kunnen rekenen dat kennis en gevoelige of vertrouwelijke informatie waarover een raadslid beschikt alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor deze bestemd zijn. Een raadslid voorkomt (mogelijk) misbruik.

 

Hoofdstuk 2 Gedragscode en afspraken bij integriteit

Artikel 2 Algemene bepalingen

  • 1.

    Overal waar in deze gedragscode wordt gesproken over raadsleden, worden ook commissieleden bedoeld (zie het reglement van orde voor de raadscommissies).

  • 2.

    De code is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 3.

    Raadsleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code.

  • 4.

    In onvoorziene gevallen of bij twijfel wendt het raadslid zich tot de voorzitter van de raad en de griffier; zo nodig wordt overlegd met het presidium.

  • 5.

    Het is vooral de verantwoordelijkheid van ieder raadslid zelf om mogelijke belangenconflicten te signaleren en zijn handelen daarop af te stemmen.

  • 6.

    Raadsleden zijn aanspreekbaar op de naleving van deze code.

 

Artikel 3 Belangenverstrengeling en aanbesteding

  • 1.

    Een raadslid doet bij de voorzitter van de raad en de griffier opgave van zijn (financiële) belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar. Openbaarmaking vindt plaats door terinzagelegging op het stadhuis en publicatie op internet.

  • 2.

    Een raadslid maakt tijdig aan de voorzitter van de raad en de griffier bekend dat hij (financiële) belangen heeft bij aangelegenheden waarover besluitvorming in de raad plaatsvindt.

  • 3.

    Een raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie t.o.v. de aanbieder kan beïnvloeden.

  • 4.

    Bij juridische geschillen fungeert een raadslid niet als adviseur van de tegenpartij.

 

Artikel 4 Nevenfuncties

  • 1.

    Een raadslid vervult geen nevenfuncties en verricht geen nevenwerkzaamheden of werk in een eigen bedrijf waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente.

  • 2.

    Een raadslid maakt bij de voorzitter van de raad en de griffier melding van al zijn nevenfuncties. Als gaande het lidmaatschap nieuwe (neven)functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de griffier.

    De informatie betreft in ieder geval: a de omschrijving van de (neven)functie; b de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht; c of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en d. of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.

  • 3.

    Deze gegevens worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking vindt plaats door publicatie op internet.

  • 4.

    De kosten die een raadslid maakt i.v.m. een nevenfunctie uit hoofde van het ambt, worden vergoed door de instantie waarvoor de nevenfunctie wordt uitgeoefend

 

Artikel 5 Informatie

  • 1.

    Een raadslid gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Het raadslid zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.

  • 2.

    Een raadslid houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie overeenkomt met wat daarover in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur is opgenomen.

  • 3.

    Een raadslid maakt niet ten eigen bate of voor zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van de in de uitoefening van het ambt verkregen niet-openbare informatie.

  • 4.

    Raadsleden zijn zich ervan bewust dat op social media allerlei grenzen, zoals tussen publiek en privé, vervagen en houden rekening met de risico’s die het gebruik van social media meebrengt voor de uitoefening van hun functie als raadslid.

Artikel 6 Omgang met geschenken en uitnodigingen

  • 1.

    Een raadslid neemt geen geschenken of attenties aan, m.u.v. het gestelde in lid 2.

  • 2.

    In de sfeer van representatie, public relations of acquisitie kunnen kleine attenties worden uitgewisseld, waarbij als kader geldt dat:

    • a.

      het om kleine attenties gaat met een maximale waarde van € 50;

    • b.

      de uitwisseling in alle openbaarheid plaatsvindt;

    • c.

      er geen relatie is met geleverde of te leveren (tegen)prestaties.

  • 3.

    Attenties die het kader van lid 2 te buiten gaan, worden door een raadslid geweigerd of teruggegeven, waarna melding wordt gedaan bij de griffier. De griffier maakt hiervan melding in het presidium.

  • 4.

    Een raadslid neemt geen diensten of uitnodigingen aan van mogelijke opdrachtgevers of leveranciers die zijn onafhankelijke positie kunnen beïnvloeden.

  • 5.

    Aanbiedingen voor privéwerkzaamheden of kortingen op privégoederen worden niet geaccepteerd.

  • 6.

    Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt het raadslid binnen één week na delname openbaar. Daarbij wordt ook openbaar gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen

Artikel 7 Gebruik van gemeentelijke voorzieningen

  • 1.

    Gebruik van gemeentelijke eigendommen, materialen en voorzieningen (waaronder het gebruik van vergaderruimte, kopieerfaciliteiten en telefoonverbindingen) voor persoonlijke of partijdoeleinden is niet toegestaan.

  • 2.

    Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • 3.

    In overleg met de griffier kunnen hierop uitzonderingen gemaakt worden.

Artikel 8 Reizen buitenland

Een raadslid dat het voornemen heeft een buitenlandse dienstreis te maken, heeft toestemming nodig van het presidium.

Artikel 9 Meningsuitingen

  • 1.

    Een raadslid stelt de persoonlijke integriteit van leden van college en raad niet zonder bewijs ter discussie.

  • 2.

    De privacy van raadsleden en collegeleden wordt in het debat gerespecteerd.

Artikel 10 Sancties

  • 1.

    De gedragscode vormt de basis voor de voorzitter van de raad bij de beoordeling van gedragingen van raadsleden. De voorzitter kan een vertrouwelijke en/of openbare berisping geven.

  • 2.

    De raad kan wegens schending van de gedragscode besluiten tot een sanctie. Het raadslid in kwestie onthoudt zich daarbij van stemming.

  • 3.

    Indien een fractie of raadslid zich in strijd met de gedragscode gedraagt, kan de raad de volgende sancties toepassen:

    • a.

      een openbaar oordeel uitspreken;

    • b.

      het ontslaan uit een bijkomende functie die hij als raadslid vervult en waarin hij door de raad is benoemd;

    • c.

      niet deelnemen aan voor de raad georganiseerde activiteiten;

    • d.

      het afnemen van faciliteiten die aan de fractie of het raadslid door de gemeente ter beschikking zijn gesteld;

    • e.

      het in rekening brengen van kosten van misbruik van faciliteiten.

 

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 11 Onvoorzien

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, besluit het presidium.

 

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na vaststelling.

Op dat tijdstip vervalt de tot dan geldende gedragscode raad Purmerend.

 

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als:

Gedragscode raad Purmerend 2017.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van, 26 januari 2017

de griffier,

J.F. Kamminga

de voorzitter,

D. Bijl

Artikelsgewijze toelichting

De inleiding vormt een onderdeel van de gedragscode. Deze is overgenomen van de modelgedragscode en spitst zich toe op het aspect integriteit.

 

Artikel 1 Uitgangspunten

Elke gemeente dient een integriteitbeleid op te stellen. De gemeente Purmerend doet dit in de vorm van gedragscodes. De gedragscode is openbaar en wordt gepubliceerd. In deze gedragscode voor raads- en commissieleden worden in hoofdstuk 1 de leidende of kernbegrippen beschreven. Deze leidende begrippen worden in hoofdstuk 2 verder uitgewerkt naar een concrete gedragscode en concrete afspraken rondom integriteit. Om het wenselijke gedrag te benadrukken is gekozen voor een concrete, transparante en actieve formulering van zowel kernbegrippen als gedragscode.

 

Artikel 2 Algemene bepalingen

De algemene bepalingen zijn de verantwoordelijkheid van ieder raadslid zelf. In Purmerend wordt dit ondersteund door training in o.a. morele oordeelsvorming. Tevens is toegelicht dat de gedragscode geldt voor zowel raads- als commissieleden (in het vervolg wordt alleen naar raadsleden verwezen). Toegevoegd is dat de raadsleden ook aanspreekbaar zijn op de naleving van de code.

 

Artikel 3 Belangenverstrengeling en aanbesteding

Om de verhouding tussen raadslid en bestuursorgaan zuiver te houden, zijn bepaalde handelingen, vooral in de economische sfeer, verboden. Deze staan in de Gemeentewet (artikel 15). Het gaat bijvoorbeeld om werkzaamheden als advocaat of adviseur voor het gemeentebestuur of voor een tegenpartij van het bestuur. Ook is het verboden een derde te vertegenwoordigen of te adviseren die met de gemeente een bepaalde overeenkomst sluit, bijvoorbeeld voor de verkoop of verhuur van onroerend goed of het aannemen van werk. Van belangenverstrengeling is sprake als het publiek belang wordt vermengd met het persoonlijk belang van een raadslid of dat van bepaalde derden, zoals familieleden of vrienden. Hierdoor is zuivere besluitvorming of handelen in het publiek belang niet langer gewaarborgd. Niet alleen feitelijke belangenverstrengeling, maar ook de schijn ervan moet worden vermeden. Bij privaatrechtelijke samenwerkingsrelaties voorkomt een raadslid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. Een raadslid dat familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. Een raadslid neemt van een aanbieder of potentiële aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie kan beïnvloeden. Een raadslid dat een functie bekleedt bij een organisatie die een belang heeft bij een door de raad te nemen besluit, neemt niet deel aan de beraadslagingen en stemming over dat besluit. De verantwoordelijkheid voor het al dan niet meestemmen legt de wet allereerst bij betrokkene zelf. Als hij concludeert dat hij beter niet mee kan stemmen, dan moet hij zich daar ook aan houden. De gevolgen van verboden handelingen zijn vastgelegd in artikel X8 van de Kieswet. Deze gevolgen zijn bijvoorbeeld schorsing en vervallen verklaring van het raadslidmaatschap.

 

Artikel 4 Nevenfuncties

Ook het uitoefenen van andere functies naast het politieke ambt kan leiden tot belangenverstrengeling. Dat kan het raadslid bij zijn onafhankelijk oordeel in de weg staan. In de Gemeentewet (artikel 13) is vastgelegd welke functies hoe dan ook onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap, bijv. betrekkingen als minister, als lid van de Raad van State of de Algemene Rekenkamer en als ambtenaar aangesteld of ondergeschikt aan de gemeente waar men raadslid is. Een raadslid is wettelijk verplicht (artikel 12 Gemeentewet) om alle nevenfuncties openbaar te maken (en actueel te houden). Een nevenfunctie in de zin van de wet is elke andere functie dan die van raadslid. Opgenomen is welke informatie verstrekt moet worden. Primair wordt de onverenigbaarheid van functies getoetst bij het onderzoek van de geloofsbrieven bij de toetreding als raadslid, maar raadsleden moeten ook tussentijdse wijzigingen doorgeven. Zodra een raadslid een met het lidmaatschap van de raad onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op raadslid te zijn. Het raadslid stelt de voorzitter van de raad hiervan in kennis.

 

Artikel 5 Informatie

De basisregels voor het omgaan met informatie zijn:

  • a.

    ga zorgvuldig en correct om met informatie waarover uit hoofde van het raadslidmaatschap wordt beschikt;

  • b.

    verstrek geen onjuiste informatie;

  • c.

    gebruik informatie die is verkregen bij de uitoefening van het raadslidmaatschap niet ten eigen bate of ten bate van derden.

  • d.

    verstrek geen geheime informatie.

 

Toegevoegd is het verantwoord omgaan met sociale media .

Ook is hierbij ingegaan op het advies van Governance & Integrity (n.a.v. behandeling van een klacht ingediend tegen een raadslid) om de gedragscode een update te geven en bijvoorbeeld een artikel toe te voegen waarin raadsleden zichzelf en elkaar opdragen om anderen (collega-raadsleden, bestuurders, ambtenaren, burgers) te allen tijde respectvol te bejegenen, in woord, gebaar en geschrift (zie toegevoegd artikel 9) . Ook werd in het advies geadviseerd stil te staan bij de vraag of aan het gebruik van social media apart aandacht moet worden besteed.

 

Artikel 6 Omgang met geschenken en uitnodigingen

Bij het afleggen van de eed of verklaring en belofte bij het aantreden als raadslid is verklaard dat geen giften of gunsten zijn gegeven of beloofd om te worden benoemd. Ook wordt dan beloofd dat geen geschenken worden aangenomen of beloften zullen worden gedaan in ruil voor een tegenprestatie. Het gaat daarbij niet alleen om persoonlijke bevoordeling, zoals een goedkope verbouwing of tuinaanleg. Het kan ook gaan om bijvoorbeeld donaties van derden aan de partij met het oog op een gunstig overheidsbesluit. De begrippen “geschenken” en “diensten” moeten ruim worden geïnterpreteerd. Ook uitnodigingen voor een diner, excursie of werkbezoeken of een (gezamenlijk) bezoek aan een evenement kunnen er onder vallen. Voorwaarde om hier wel op in te gaan is, dat het functioneel is, in het belang van de raad en dat meerdere personen of instanties waarmee de raad contacten onderhoudt de uitnodiging hebben ontvangen. Bij fractieleden wordt ervan uitgegaan dat zoiets vooraf binnen de fractie wordt besproken, en dat de reis- en verblijfskosten door de fractie worden gedragen.

Dit artikel is aangescherpt op basis van de nieuwe model-gedragscode.

 

Artikel 7 Gebruik gemeentelijke voorzieningen

Hierbij wordt gedoeld op gemeentelijke eigendommen en voorzieningen waarvan een raadslid uit hoofde van zijn functie gebruik maakt/kan maken (bijvoorbeeld vergaderruimten, telefoon en computer- en kopieerapparatuur in het stadhuis). Gebruik voor persoonlijke of partijdoeleinden is niet toegestaan. Uitzonderingen, bijvoorbeeld bij het gebruik van vergaderruimten, zijn slechts mogelijk in overleg met de griffier.

 

Artikel 8 Reizen buitenland

Een buitenlandse reis moet een functioneel karakter hebben en er moet een besluit over zijn genomen door het presidium. Indien het presidium toestemming verleent, bepaalt het daarbij ook op welke wijze en tot welke hoogte de kosten kunnen worden gedeclareerd.

 

Artikel 9 Meningsuitingen

Toegevoegd is artikel 9 dat gaat over persoonlijke integriteit en het respecteren van privacy. Zie ook toelichting bij artikel 5.

 

Artikel 10 Sancties

Sancties zijn deels wettelijke sancties en deels zijn het sancties die zelf kunnen worden bepaald. De sancties kunnen bijv. betrekking hebben op de in de verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning opgenomen faciliteiten. De raad kan wegens schending van de gedragscode besluiten tot een sanctie. Algemeen uitgangspunt daarbij is dat er pas sancties zullen worden voorgesteld als herhaaldelijk aanspreken niet heeft geholpen.

De burgemeester treedt vanuit zijn functie als voorzitter van de raad op als bewaker van de bestuurlijke integriteit van de raad.

 

In relatie tot de sanctie van het uitspreken van een openbaar oordeel wordt verwezen naar het op 22 november 2011 door de nationale ombudsman uitgebrachte rapport over toepassing van de Larense gedragscode voor raadsleden in verband met een klacht van een burger. De ombudsman vindt dat raden aan onethisch gedrag van raadsleden aandacht moeten besteden in een openbare raadsvergadering. Alleen zo kunnen kiezers zich een oordeel vormen of raadsleden over de schreef gaan. De ombudsman vindt dat raadsleden zich bewust moeten zijn van de verplichtingen die voortvloeien uit het raadslidmaatschap. Zij moeten daarom opletten wat zij buiten de raadsvergadering in de media bijv. over bepaalde inwoners zeggen. Door in een openbare raadsvergadering onethisch gedrag te bespreken, brengen de raadsleden de voor hen geldende gedragscode tot leven. De ombudsman meent dat het geven van een moreel oordeel in de openbaarheid voorkomt dat onterechte beschuldigingen in de lucht blijven hangen. De ombudsman onderzocht een klacht van een burger van de gemeente Laren over beschuldigingen aan haar adres van een raadslid van diezelfde gemeente. Het raadslid deed dat in de lokale media en zette de gemeente zo onder druk om handhavend tegen die burger op te treden. Vraag was daarbij of er echt wel iets aan de hand was, of dat slechts de indruk werd gewekt dat de betrokken burger in strijd met de regels handelde.

 

Ook kan worden gewezen op het besluit van de raad van Purmerend van 30 juni 2016, waarbij de raad een moreel oordeel uitgesproken in verband met schending van de gedragscode door een raadslid. Op basis van het in deze casus gevraagde juridische advies is de zinsnede geschrapt dat het betrokken raadslid zich daarbij onthoudt van stemming.

 

Declaraties

Er is in de code geen specifiek artikel opgenomen over declaraties omdat dit in de praktijk ook niet voorkomt. In principe is geen sprake van te declareren kosten, omdat raadsleden voor de kosten die ze maken bij de uitoefening van het raadslidmaatschap een wettelijke vergoeding krijgen. Daarnaast is aanvullend in de verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden Purmerend vastgelegd in welke andere gevallen kosten kunnen worden gedeclareerd (computer, deelname aan cursussen e.d., en bepaalde reis- en verblijfskosten).

Het enige wat wel is opgenomen (zie artikel 7, lid 2) , is dat een raadslid geen kosten declareert die reeds op andere wijze worden vergoed. Dat past binnen de algemene uitgangspunten van integer handelen.