Gemeenteblad van Geldermalsen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
GeldermalsenGemeenteblad 2017, 231104Verordeningen



Verordening rioolheffing gemeente Geldermalsen 2018

De raad van de gemeente Geldermalsen;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2017, nummer 009;

 

gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;

 

besluit:

vast te stellen de:

 

VERORDENING op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Geldermalsen 2018.

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a.

Perceel

:

een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan

b.

Gemeentelijke

riolering

:

een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente

c.

Verbruiksperiode

:

de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft

d.

Water

:

huishoudelijk afvalwater, bedrijfswater, hemelwater of grondwater.

Artikel 2 Aard van de belasting

Onder de naam "rioolheffing" wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

  • a.

    de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

  • b.

    de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.

  • 2.

    Met betrekking tot de belasting als bedoeld in artikel 2, wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel als dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een perceel -niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4- voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

Artikel 4 Zelfstandige gedeelten

Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven terzake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande, dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt deze als één perceel worden aangemerkt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.

  • 2.

    Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.

  • 3.

    Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:

    • a.

      watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of

    • b.

      een bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.

    De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.

  • 4.

    De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.

Artikel 6 Tarief

  • 1.

    De belasting als bedoeld in artikel 2, bedraagt:

    • a.

      Bij 0 tot en met 500 kubieke meter water € 324,00;

    • b.

      Bij 501 tot en met 750 kubieke meter water € 486,00;

    • c.

      Bij 751 tot en met 3.000 kubieke meter water € 486,00, vermeerderd met € 73,68 voor elke volle eenheid van 100 m3 boven 750 m3;

    • d.

      Bij 3.001 tot en met 6.000 kubieke meter water € 2.106,00, vermeerderd met € 36,85 voor elke volle eenheid van 100 m3 boven 3.000 m3;

    • e.

      Bij 6.001 tot en met 12.000 kubieke meter water € 3.211,00, vermeerderd met € 18,42 voor elke volle eenheid van 100 m3 boven 6.000 m3;

    • f.

      Bij 12.001 tot en met 24.000 kubieke meter water € 4.316,00, vermeerderd met € 9,21 voor elke volle eenheid van 100 m3 boven 12.000 m3;

    • g.

      Indien meer dan 24.000 kubieke meter water € 5.421,00, vermeerderd met € 4,61 voor elke eenheid van 100 m3 boven 24.000 m3.

  • 2.

    Aanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting als bedoeld in artikel 2, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaaldin twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt dat betaling via automatische incasso in acht termijnen mogelijk is, mits wordt voldaan aan de daaraan verbonden, en in het Incasso Reglement van Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) opgenomen, voorwaarden.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.

  • 2.

    Indien installaties van de gemeentelijke riolering zijn aangesloten op nutsvoorzieningen van particuliere percelen, ontvangt de gebruiker van het betreffende perceel een vergoeding voor elke aansluiting.

  • 3.

    De vergoeding voor aansluiting van installaties van de gemeentelijke riolering of IBA’s op nutsvoorzieningen van particuliere percelen wordt jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld, deze bedraagt in 2018 voor een installatie € 73,40 en voor een IBA € 51,40.

Artikel 12 Overgangsrecht

De “Verordening rioolheffing gemeente Geldermalsen 2017” van 20 december 2016, nummer 08C, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening rioolheffing gemeente Geldermalsen 2018".

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering

van 19 december 2017, nummer 11C,

de griffier, de voorzitter,