Gemeenteblad van Goirle

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
GoirleGemeenteblad 2017, 226475Verordeningen



Verordening participatieraad 2017

Artikel 1. Begrippen

  • a.

    Wmo of Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • b.

    Participatieraad: een onafhankelijke adviesraad voor het college en de raad, bestaande uit leden benoemd op basis van deskundigheid en affiniteit met de beleidsterreinen van de Wmo 2015, de Participatiewet en de Jeugdwet;

  • c.

    Formeel overleg: overleg tussen de gemeente en de participatieraad waarin in ieder geval de (jaar)planning van de gemeente wordt besproken;

  • d.

    Gemeente: de gemeente Goirle, bestaande uit de kernen Goirle en Riel;

  • e.

    Raad: de raad van de gemeente Goirle;

  • f.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle;

  • g.

    Onder embargo: conceptnota's en andere (nog) niet openbare stukken moeten met vertrouwelijkheid behandeld worden.

Artikel 2.Taken en bevoegdheden van de participatieraad

  • 1.

    De participatieraad voorziet het college en de raad gevraagd en ongevraagd van advies over ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk Wmo-, participatie- en jeugdbeleid.

  • 2.

    Conceptvoorstellen aan het college en/of van het college aan de raad worden onder embargo met een verzoek om advies voorgelegd aan de participatieraad op een dusdanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

  • 3.

    De participatieraad adviseert schriftelijk binnen vier weken. Het advies wordt met een reactie daarop van het college meegestuurd met het raadsvoorstel aan de raad.

  • 4.

    Van een tijdstip als bedoeld in het tweede lid is sprake als de adviesaanvraag aan de participatieraad , indien mogelijk, wordt toegezonden uiterlijk vier weken voorafgaand aan de datum waarop het college of de gemeenteraad voornemens is beleid vast te stellen.

  • 5.

    Ieder lid van de participatieraad is bevoegd agendapunten aan te dragen voor het formeel overleg. Dit dient te geschieden uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan de vergadering door toezending van het agendapunt aan de voorzitter van de participatieraad.

  • 6.

    De participatieraad:

    • a.

      verzamelt informatie over maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van de Wmo 2015, de Participatiewet en de Jeugdwet om zijn adviesfunctie zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren;

    • b.

      signaleert actief leemten en aandachtspunten in het Wmo-, participatie- en jeugdbeleid en brengt de signalen van inwoners van de gemeente, alsmede van belangenorganisaties in de gemeente over het Wmo-, participatie- en jeugdbeleid over aan het college;

    • c.

      verricht zijn werkzaamheden onafhankelijk, gericht op het integrale maatschappelijke belang vanuit het cliëntperspectief;

    • d.

      draagt actief ideeën en voorstellen aan voor verbetering van ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk Wmo-, participatie- en jeugdbeleid;

    • e.

      onthoudt zich van advies naar aanleiding van klachten, bezwaarschriften en andere zaken van individuele inwoners;

    • f.

      voert tijdig en regelmatig overleg met cliënten of hun vertegenwoordigers die in het werkveld actief zijn en betrekt de resultaten van dit overleg gemotiveerd in zijn advisering.

Artikel 3. Taken en bevoegdheden van het college

  • 1.

    Het college stelt ingezetenen, waaronder mede begrepen cliënten of hun vertegenwoordigers, vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, participatiebeleid en jeugdhulp te doen.

  • 2.

    Het college vraagt in ieder geval advies van de participatieraad over:

    • a.

      het integraal welzijnsbeleid en het participatiebeleid;

    • b.

      de uit de algemene Beleidsnota over het sociaal domein voortvloeiende beleidsstukken;

    • c.

      de verordeningen en beleidsregels op het terrein van de Wmo 2015, de Participatiewet en de Jeugdwet;

    • d.

      de voorbereiding en uitkomsten van onderzoeken naar de kwaliteit van beleid en uitvoering en cliënt ervaringsonderzoeken op de verschillende beleidsterreinen;

    • e.

      evaluaties op verschillende beleidsterreinen van het Wmo- en/of participatie- en/of jeugdbeleid.

  • 3.

    Bij redenen om af te zien van een adviesaanvraag is artikel 2 van de Inspraakverordening Goirle van overeenkomstige toepassing.

  • 4.

    Het college betrekt de participatieraad in een zo vroeg mogelijk stadium van de planning rondom de totstandkoming van Wmo-, participatie- en jeugdbeleid.

  • 5.

    Het college verstrekt de participatieraad tijdig, in samenhang met artikel 3, tweede en derde lid, alle noodzakelijke informatie over het gemeentelijk beleid om goed te kunnen adviseren.

  • 6.

    Van een tijdstip als bedoeld in het vijfde lid is sprake als de adviesaanvraag en de daarbij behorende noodzakelijke informatie aan de participatieraad wordt toegezonden uiterlijk vier weken voorafgaand aan de datum waarop het college of de gemeenteraad voornemens is beleid vast te stellen.

  • 7.

    In overleg met de participatieraad kan door het college worden afgeweken van deze termijn als deze termijn niet haalbaar is.

  • 8.

    De portefeuillehouder Wmo en/of Participatiewet en/of Jeugdwet of zijn vervanger organiseert tenminste twee maal per jaar een formele overlegvergadering met de participatieraad.

  • 9.

    Het college behoudt zich het recht voor om inhoudelijk beargumenteerd af te wijken van het advies van de participatieraad.

Artikel 4. Samenstelling en positionering van de participatieraad

  • 1.

    De participatieraad bestaat uit minimaal 7 en maximaal 10 leden.

  • 2.

    De personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet en cliënten zoals bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid Wmo 2015 en artikel 2.10 Jeugdwet worden bij de uitvoering van deze wet betrokken door de participatieraad en de gemeente gezamenlijk.

  • 3.

    De leden van de participatieraad worden benoemd en ontslagen door het college op voordracht van de participatieraad en na een gesprek met de verantwoordelijke portefeuillehouder.

  • 4.

    Leden moeten beschikken over:

    • a.

      kennis van de Goirlese en Rielse samenleving als inwoner of als professional;

    • b.

      maatschappelijke betrokkenheid en deskundigheid op een van de aandachtsgebieden, doelgroepen of klantprofielen van de Wmo 2015, de Participatiewet en de Jeugdwet;

    • c.

      vaardigheden om integraal te kunnen adviseren over het Wmo-, en/of participatie-, en/of jeugdbeleid;

    • d.

      een onafhankelijke houding waarbij het algemeen belang vanuit het cliëntperspectief voorop staat.

  • 5.

     

    • a.

      De participatieraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling is van de bij de uitvoering van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet betrokken personen, waaronder mede begrepen cliënten of hun vertegenwoordigers;

    • b.

      Het college ziet er op toe dat belangenorganisaties zoals bedoeld onder a, in voldoende mate, tot maximaal de helft van het totaal aantal leden, vertegenwoordigd zijn;

    • c.

      De voorzitter, door de participatieraad uit zijn leden te kiezen, is geen vertegenwoordiger van een belangenorganisatie zoals genoemd in a;

    • d.

      De leden handelen zonder last en ruggenspraak.

      • 6.

        Een lid van de participatieraad wordt voor maximaal drie jaar benoemd en kan nog eenmaal voor maximaal drie jaar worden herbenoemd.

      • 7.

        Redenen voor het beëindigen van het lidmaatschap zijn:

        • a.

          op eigen verzoek;

        • b.

          de maximale zittingstermijn plus een eventuele verlenging is verstreken;

        • c.

          indien sprake is van disfunctioneren zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement;

        • d.

          aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de participatieraad, te weten:

          • bestuurslid van een politieke partij in de gemeente Goirle;

          • lid van een raadscommissie in de gemeente Goirle;

          • een vertegenwoordigende functie namens een politieke partij in de gemeente Goirle;

          • lid van het college, de raad of ambtenaar bij de gemeente Goirle of een gemeente waarmee op het gebied van de Wmo 2015, de Jeugdwet en/of de Participatiewet wordt samengewerkt;

          • een zakelijke binding met, een zakelijk belang of dienstverband bij een onderneming of organisatie binnen de gemeente Goirle, voor zover een dergelijke binding van invloed kan zijn op de onafhankelijke positie van het lid.

Artikel 5. Faciliteiten

  • 1.

    Het college zorgt voor een adequate ondersteuning van de participatieraad. Hiertoe:

    • a.

      stelt het vanaf 1 januari 2018 jaarlijks een budget ter beschikking waarmee de participatieraad activiteiten, scholing en inhoudelijke ondersteuning naar eigen inzicht kan bekostigen;

    • b.

      stelt het een vergaderruimte ter beschikking;

    • c.

      geeft het de leden van de participatieraad toegang tot kantoormiddelen zoals een kopieermachine en een printer;

    • d.

      stelt het, als daarom door de participatieraad is verzocht, ambtenaren in de gemeente in de gelegenheid een vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of uitleg.

  • 2.

    Het college wijst een ambtelijk contactpersoon aan die zorgt voor:

    • a.

      in overleg met de voorzitter van de participatieraad plannen van tenminste twee formele jaarlijkse overlegmomenten;

    • b.

      in overleg met de voorzitter van de participatieraad opstellen van de agenda voor het formeel overleg;

    • c.

      het notuleren van het formeel overleg tussen de gemeente en de participatieraad;

    • d.

      het opstellen van een (jaar)planning van de gemeente van te verwachten beleidsvoorstellen in het sociaal domein.

Artikel 6. Huishoudelijk Reglement

De participatieraad stelt een reglement vast waarin de onderwerpen worden geregeld die aan de participatieraad zijn opgedragen en overgelaten. Daarin wordt een rooster van aftreden opgenomen en in ieder geval geregeld de wijze waarop:

  • a.

    periodiek overleg wordt gevoerd;

  • b.

    onderwerpen voor de agenda worden aangemeld;

  • c.

    een advies tot stand komt;

  • d.

    het secretariaat wordt ingericht;

  • e.

    jaarlijks het jaarplan, de begroting en de (financiële) verantwoording worden opgesteld;

  • f.

    de doelgroepen worden geïnformeerd en geraadpleegd en sleutelfiguren en/of werkgroepen bij activiteiten of overleg worden betrokken;

  • g.

    de bekendheid van de participatieraad wordt vergroot;

  • h.

    de werving, de selectie en de benoeming van de voorzitter en de leden plaatsvindt;

  • i.

    de participatieraad handelt bij het disfunctioneren van een lid;

  • j.

    de participatieraad handelt bij klachten over zijn eigen functioneren.

Artikel 7. Nadere regels

  • 1.

    Het college is bevoegd nadere regels te stellen als dit wenselijk wordt geacht.

  • 2.

    Het college is bevoegd om voor de werkzaamheden van de leden van de participatieraad een (vrijwilligers)vergoeding toe te kennen en stelt hiertoe de hoogte van de vergoeding en nadere regels vast.

Artikel 8. Hardheidsclausule

Het college kan met betrekking tot de uitvoering van deze verordening in overleg met de participatieraad afwijken van bovengenoemde bepalingen.

Artikel 9. Slotbepalingen

  • 1.

    De participatieraad evalueert jaarlijks zijn functioneren. De participatieraad brengt hierover verslag uit aan het college en de raad. Indien het college dit noodzakelijk acht wijst het een organisatie aan die het functioneren van de participatieraad evalueert.

  • 2.

    De participatieraad stelt jaarlijks een activiteitenplan en een begroting op voor de activiteiten die hij in het daaropvolgende jaar wil ondernemen.

  • 3.

    De participatieraad levert jaarlijks een financiële verantwoording over het voorgaande kalenderjaar.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening participatieraad 2017' en treedt in werking vanaf de datum van publicatie, met uitzondering van de bepalingen omtrent de samenstelling van de participatieraad. Hiervoor geldt een overgangsregeling conform dit artikel, lid 5.

  • 5.

    De samenstelling van de participatieraad blijft ongewijzigd en volgt het geldende rooster van aftreden. Invulling van vacatures na inwerkingtreding van deze verordening geschiedt conform deze verordening. De inhoudelijke ondersteuning van de participatieraad wordt tot en met 31 december 2017 uitgevoerd door een door het college aangewezen externe partij.

  • 6.

    De Verordening participatieraad gemeente Goirle 2015, zoals deze is vastgesteld op 7 april 2015, wordt ingetrokken.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 12-12-2017.

, de voorzitter

, de griffier

TOELICHTING

Algemeen

In april 2015 is de participatieraad begonnen als onafhankelijke adviesraad voor het sociaal domein voor het college en de gemeenteraad. De participatieraad bestaat uit onafhankelijke deskundigen die de gemeente zonder last of ruggenspraak gevraagd en ongevraagd kunnen adviseren over beleidsvoorstellen of signalen binnen het sociaal domein. Het is een getrapte vorm van inspraak, waarbij het de opzet van de gemeente was dat de participatieraad signalen en ervaringen van cliënten of hun vertegenwoordigers in het sociaal domein zou verzamelen en die informatie zou verwerken in hun adviezen aan de gemeente. Na verloop van tijd werd duidelijk dat de visie van de gemeente en van de participatieraad op de taken en verantwoordelijkheden in deze verschilde. Met de gekozen opzet was het in de praktijk moeilijk voor de participatieraad om signalen van cliënten met een voorziening van de Participatiewet te verzamelen, omdat een aanspreekpunt van deze cliënten of hun vertegenwoordigers ontbrak. De praktische uitvoerbaarheid van de cliënteninspraak was hierdoor niet altijd op de juiste manier gewaarborgd. De participatieraad, het Platform Minima en het Platform gehandicapten hebben hierover gezamenlijk een signaal afgegeven aan het college.

De inspraak moet meer een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de participatieraad worden. Ook bleek de juridische vormgeving van de Verordening participatieraad volgens de actuele inzichten niet helemaal in overeenstemming te zijn met de wettelijke eisen van cliënteninspraak volgens de Participatiewet, de Wmo en de Jeugdwet.

Om hierover meer duidelijkheid te verkrijgen is juridisch advies gevraagd bij Schulinck en bij de VNG en heeft het college samen met de participatieraad een aantal gesprekken gevoerd onder leiding van een externe deskundige, om gezamenlijk te komen tot een aanpassing van de werkwijze. Hierdoor ontstaat een meer gestructureerde werkwijze voor de inspraak en worden de verwachtingen over en weer, alsmede de rol van de participatieraad en cliënten of hun vertegenwoordigers verbeterd.

Het doel dat zowel de gemeente als de participatieraad nastreven is om een goede inspraak te waarborgen voor cliënten of hun vertegenwoordigers, waarbij tevens het integrale en algemene belang binnen het sociaal domein gewaarborgd wordt.

De Verordening participatieraad is vernieuwd, waardoor het mogelijk is dat ook leden en/of vertegenwoordigers van bepaalde belangengroepen lid kunnen worden van de participatieraad, mits zij onafhankelijk advies geven. Daarnaast is de verordening op een aantal onderdelen redactioneel verduidelijkt en is een toelichting toegevoegd.

De rol van de gemeente en de rol van de participatieraad in het inspraakproces zijn verduidelijkt en er zijn procesafspraken gemaakt om de onderscheidenlijke rollen beter op elkaar af te stemmen.

Artikelsgewijs

Artikel 1. Begrippen

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 2. Taken en bevoegdheden van de participatieraad

Eerste lid: De participatieraad heeft ten doel om via overleg en advisering meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van de inspraak van cliënten of hun vertegenwoordigers die gebruik maken van voorzieningen op het gebied van de Wmo en/of de Jeugdwet en/of de Participatiewet, bij de voorbereiding en uitvoering van nieuw of aangepast beleid, de vaststelling van nieuw of aangepast beleid en de uitvoering en evaluatie van het beleid.

Tweede lid: Het tijdig vragen en uitbrengen van advies vergt van zowel van het college als van de participatieraad een zekere mate van flexibiliteit en regelmatig contact. In deze verordening zijn termijnen opgenomen waarbinnen een advies moet worden aangevraagd en gegeven. Vroegtijdige bespreking van onderwerpen en conceptvoorstellen met de participatieraad kan helpen voorkomen dat op het laatste moment tijdsdruk ontstaat voor een adviesaanvraag. Om die reden is het belangrijk om bij de halfjaarlijkse planning per onderwerp te bespreken wat het college en de participatieraad ermee wil en om bij de start van elk beleidsvoorstel een werkformat in te vullen. Conceptnota's en raadsvoorstellen worden onder embargo aan de participatieraad ter beschikking gesteld voordat het college hierover een besluit genomen heeft. Het spreekt voor zich dat deze stukken of onderdelen daarvan niet onder derden verspreid mogen worden en dat het college nog wijzigingen kan aanbrengen in het voorstel.

Het derde lid correspondeert met artikel 3, derde en vierde lid.

Vierde lid: Met deze toevoeging wordt tegemoet gekomen aan artikel 47 onderdeel d Participatiewet en artikel 2.1.3 lid 3 onderdeel e Wmo 2015. Dit lid versterkt de mogelijkheid van de individuele leden om onderwerpen aan te dragen.

Het vijfde lid: Hiermee is de positie van de afzonderlijke leden van de participatieraad in het overleg met de gemeente versterkt.

Het zesde lid bevat een opsomming van de kernactiviteiten van de participatieraad. Met de bepaling onder f wordt bedoeld dat de participatieraad altijd zijn eigen afweging maakt om tot een advies te komen, met inachtneming van de inbreng van cliënten of hun vertegenwoordigers. De inbreng van cliënten of hun vertegenwoordigers beperkt zich niet tot degenen die lid zijn van de participatieraad. Aangezien de leden die namens een belangengroep in de participatieraad zitting hebben dit doen zonder last en ruggenspraak, delen deze leden niet noodzakelijkerwijs dezelfde mening als hun achterban. Het ontslaat de participatieraad en/of de gemeente dus niet van het raadplegen van derden. De participatieraad maakt een afgewogen advies waarin een eventueel verschil van mening of inzicht wordt toegelicht.

Artikel 3. Taken en bevoegdheden van het college

Eerste lid: Dit is vereist op grond van artikel 2.1.3 lid 3 onderdeel a Wmo 2015 in combinatie met artikel 2.10 Jeugdwet. Het instellen van de participatieraad ontslaat het college niet van de verantwoordelijkheid om de inspraak van ingezetenen te waarborgen, maar het is een gezamenlijke taak geworden. De participatieraad stelt in overleg met de gemeente vast hoe cliëntenparticipatie per thema wordt ingevuld. Het initiatief ligt bij de gemeente, het geheel vindt in samenspraak plaats.

Daarnaast staat het burgers altijd vrij om de gemeente en/of de participatieraad te benaderen om een onderwerp te bespreken wat hen aangaat.

Tweede lid: In dit artikel wordt opgesomd waar het college in ieder geval advies over vraagt. Het college kan besluiten ook over andere onderwerpen advies vragen. De op dit moment geldende algemene beleidsnota sociaal domein 2018-2021 is 'Back to Basics 2.0'. Er kunnen ook redenen zijn om af te zien van een adviesaanvraag. Hetgeen is vermeld in de Inspraakverordening Goirle is hierbij van overeenkomstige toepassing.

Derde lid: In de Inspraakverordening Goirle (vastgesteld op 20-12-2005), artikel 2 staat 'Geen inspraak wordt verleend:

  • 1.

    ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;

  • 2.

    indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

  • 3.

    indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

  • 4.

    inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

  • 5.

    indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;

  • 6.

    indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.'

Vierde lid: In de formele overlegvergaderingen wordt aandacht besteed aan de jaarplanning van het college. Afhankelijk van het onderwerp en van de wensen van de participatieraad, zal de participatieraad in een vroeg stadium betrokken worden, of pas aan het eind van het proces. Bij elk onderwerp wordt door het college een werkformat voor de participatieraad ingevuld. Hiermee kan zowel het college als de participatieraad bepalen op welke manier of, en zo ja en in welke fase inspraak gevraagd en gegeven wordt.

Vijfde en zesde lid: deze artikelen zijn opgenomen om een goede voortgang van het adviesproces te waarborgen, ook tussen vergaderingen door.

Zevende lid: Het kan voorkomen dat de vereiste uitvoering door het college van bepaalde wet- of regelgeving door tijdsdruk niet kan wachten op de afgesproken termijnen. In voorkomende gevallen zal hiervoor in overleg een oplossing gezocht worden.

Achtste lid: Er worden jaarlijks 2 of 3 formele overlegvergaderingen gepland waarbij de portefeuillehouder Wmo en/of Participatiewet en/of Jeugdwet of zijn vervanger, een of meerdere ambtenaren, en de participatieraad aanwezig zijn. De agenda wordt vooraf in overleg met de voorzitter van de participatieraad opgesteld door de ambtelijke contactpersoon. Van deze vergaderingen wordt een verslag gemaakt door de ambtelijke contactpersoon. Daarnaast worden enkele informele overlegmomenten ingepland, die naar behoefte kunnen worden ingevuld met een onderwerp of thema en waarbij alleen bij de zaak betrokken personen aanwezig hoeven te zijn. Van deze overleggen wordt geen formele agenda en geen formeel verslag opgesteld.

Negende lid: Indien van toepassing, ziet het college er op toe dat de participatieraad wordt geïnformeerd over de redenen van afwijking van het door de participatieraad gevraagd gegeven advies.

Artikel 4. Samenstelling en positionering van de participatieraad

Eerste lid: De participatieraad bestaat uit minimaal 7 tot maximaal 10 leden inclusief de voorzitter. Bij de samenstelling van deze raad is diversiteit een voorwaarde. Van kandidaten wordt verwacht dat zij een onafhankelijke positie hebben ten opzichte van de overheid en aanbieders van voorzieningen.

Tweede lid: Het regelen van cliëntinspraak is een wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeente heeft de participatieraad benoemd om hierin te adviseren. De gemeente en de participatieraad werken samen vanuit hun eigen rol.

Derde lid: De werving en selectie van de opvolgende leden geschiedt door de participatieraad zelf. Hiertoe organiseert de participatieraad een sollicitatieronde. Selectie vindt plaats op basis van een door de participatieraad opgestelde profielschets, en rekening houdend met hetgeen in het eerste en derde lid van dit artikel is beschreven. De selectiegesprekken worden gehouden door een selectiecommissie van de participatieraad. Het college benoemt opvolgende leden op advies van de participatieraad en na een gesprek met de verantwoordelijke portefeuillehouder. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd door de ambtelijk contactpersoon.

Vierde en vijfde lid: Iedereen kan kandidaten voorstellen voor selectie door de participatieraad. Zo ook de participatieraad zelf, belangenorganisaties van cliënten binnen het sociaal domein en het college. Deze bepaling als zodanig garandeert niet dat sommige cliënten- of belangengroepen of hun vertegenwoordigers in de participatieraad vertegenwoordigd zijn. Of dat het geval is of zal zijn, is ter beoordeling aan het college bij elke voordracht van de participatieraad. Dat is expliciet geregeld in deze nieuwe verordening. Om te voorkomen dat een voorgedragen kandidaat niet wordt benoemd omdat daarmee bepaalde groepen niet in de participatieraad vertegenwoordigd zijn, doet de participatieraad er goed aan om bij de werving van kandidaten suggesties te vragen bij de betreffende doelgroepen.

Kandidaten van belangenorganisaties van cliënten hebben een kortere lijn naar een bepaalde achterban en kunnen als zodanig een meer rechtstreekse inbreng verzorgen over wat er leeft in die achterban. De participatieraad krijgt hiermee dus een meer gemengde samenstelling, van onafhankelijke leden en maximaal de helft van de leden die een rechtstreekse binding hebben met bepaalde cliëntgroepen. Om de onafhankelijkheid van de participatieraad te waarborgen blijft het een vereiste dat personen die vanuit belangenorganisaties lid worden van de participatieraad, een onafhankelijke houding hebben met oog voor het algemeen belang. Mede om die reden blijft de voorzitter in ieder geval onafhankelijk.

Een vacature wordt door de participatieraad voorzien van een profielschets kenbaar gemaakt in de lokale media en bij belangenorganisaties in het sociaal domein.

Zesde lid: De zittingstermijn van de leden van de participatieraad is in beginsel beperkt tot maximaal zes jaar. De gedachte hier achter is dat het niet wenselijk is als dezelfde mensen te lang deze functie vervullen om te voorkomen dat er 'koninkrijkjes' ontstaan. Het is beter als er af en toe een wisseling is en er 'nieuw bloed' binnen komt. Als omstandigheden hiertoe aanleiding geven kan het college besluiten een zittingstermijn met toepassing van de hardheidsclausule verder te verlengen.

Zevende lid: Hierin worden verschillende redenen genoemd waardoor het lidmaatschap van de participatieraad beëindigd wordt of kan worden. Onder d worden een aantal maatschappelijke of zakelijke functies benoemd die niet verenigbaar zijn met lidmaatschap van de participatieraad. Hiermee wordt de onafhankelijkheid van de participatieraad gewaarborgd. Uiteraard geldt dit zowel bij aanvang als tijdens het lidmaatschap van de participatieraad.

Artikel 5. Faciliteiten

Eerste lid. In dit lid zijn materiële en immateriële faciliteiten genoemd die het college ter beschikking stelt aan de participatieraad om zijn taken te kunnen vervullen.

Tweede lid. In dit artikel zijn de taken beschreven van de ambtelijke contactpersoon. Naast tenminste tweemaal per jaar een formele overlegvergadering worden nog enkele informele overlegmomenten vastgelegd. Verder worden overlegmomenten over specifieke onderwerpen of thema's vanuit de participatieraad of vanuit de ambtelijke organisatie naar behoefte rechtstreeks onderling afgesproken.

De ambtelijke contactpersoon verzamelt de planning van beleidsvoorstellen en maakt hiervan een overzicht voor de participatieraad. Verder verzorgt de contactpersoon de procedure en communicatie rondom benoeming en ontslag van leden. De taak van de ambtelijke contactpersoon strekt zich niet uit tot de interne secretariële werkzaamheden van de participatieraad. Dit behoort tot de taak van de secretaris van de participatieraad.

Artikel 6. Huishoudelijk reglement

In het huishoudelijk reglement regelt de participatieraad de wijze waarop zij de haar opgedragen taken organiseert. Voor wat genoemd is onder f geldt dezelfde redenering als in de toelichting bij artikel 2, lid 6 onder f.

Artikel 7. Nadere regels

Eerste lid: Het college kan nadere regels stellen als dit wenselijk wordt geacht. Zo is vanaf 1 januari 2018 geregeld dat de participatieraad kan beschikken over een werkbudget dat naar eigen inzicht kan worden besteed aan inhoudelijke ondersteuning en deskundigheidsbevordering

Tweede lid: De leden van de participatieraad ontvangen een vaste maandelijkse vrijwilligersvergoeding conform de regeling voor leden van commissies.

Artikel 8. Hardheidsclausule

Bij situaties waarin deze verordening niet voorziet of waarin het bepaalde in deze verordening zou leiden tot een onbillijke of onwenselijke situatie, kan het college met toepassing van dit artikel hiervan afwijken.

Artikel 9. Slotbepalingen

Eerste lid: Dit artikel voorziet in een jaarverslag van de participatieraad.

Tweede lid: In het laatste kwartaal van elk jaar, levert de participatieraad een activiteitenplan en een begroting in voor het daarop volgende jaar.

Derde lid: De besteding van het budget moet na afloop van het kalenderjaar in het eerste daaropvolgende kwartaal worden verantwoord aan het college in een jaarrekening.

Vierde tot en met zesde lid: Om de voortgang van de participatieraad te garanderen en een soepele overgang naar een nieuwe participatieraad mogelijk te maken, is bepaald dat de huidige participatieraad functioneel in stand blijft en via natuurlijk verloop wordt aangevuld met nieuwe leden. Werving en selectie van nieuwe leden vindt plaats volgens de nieuwe verordening.

Vanaf 1 januari 2018 is voorzien in een jaarlijks budget voor de participatieraad, dat naar eigen inzicht kan worden besteed aan begeleiding, deskundigheidsbevordering, communicatie en wat verder nodig is voor het goed kunnen uitoefenen van de taken. De participatieraad kan in ieder geval gebruik blijven maken van bureaufaciliteiten bij de door de gemeente gecontracteerde welzijnsorganisatie en van vergaderruimtes bij de gemeente. Tot eind 2017 is inhoudelijke ondersteuning van de participatieraad nog geregeld bij een door het college aangewezen externe begeleider van de welzijnsorganisatie.