Gemeenteblad van Weert

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
WeertGemeenteblad 2017, 22078Overige besluiten van algemene strekking



Herziening subsidiestelsel vrijwilligersorganisaties 2017 gemeente Weert

Samenvatting

 

Aanleiding:

De noodzaak om structureel te bezuinigen was aanleiding om het subsidiestelsel van 2013 te herijken. Opnieuw bekijken wat waarom gesubsidieerd werd. Op basis van inhoud keuzes maken waarop wel bezuinigd kan worden en waarop niet.

 

Om dit op een zorgvuldige manier te kunnen doen is eerst een uitgangspuntennotitie opgesteld, hierin zijn de kerndoelen benoemd en zijn een negental uitgangspunten benoemd waaraan het nieuwe subsidiestelsel moet voldoen.

Subsidie wordt gezien als een instrument voor het realiseren van gemeentelijk beleid. Om een goede afweging te kunnen maken in keuzes welke activiteiten nog wel en welke niet meer gesubsidieerd worden is eerst ingezoomd op wat verstaan wordt onder de versterking van de basisstructuur, het bevorderen van een goed leef- en woonklimaat en op het versterken van de bestaande burgerkracht.

Vervolgens zijn de twee pijlers waarop het nieuwe subsidiestelsel gebaseerd is verder uitgewerkt. Op basis van inhoudelijke argumenten zijn keuzes gemaakt waarop het verantwoord is te bezuinigen en wat vooral ontzien moet worden. Ook wordt de keuze gemaakt om voor de toekomst structureel gelden vrij te maken voor vernieuwing.

Dit staat uitgewerkt in hoofdstuk 5. Om deze nieuwe manier van werken te verankeren is een nieuwe Algemene Subsidieverordening (ASV) nodig, hiermee sluit de nota af.

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1. Aanleiding

De gemeente verstrekt jaarlijks circa 1,3 miljoen euro subsidie aan vrijwilligersorganisaties.

Als gevolg van de noodzaak om structureel te bezuinigen heeft de raad de projectopdracht ‘Herziening subsidiestelsel voor vrijwilligersorganisaties + tarieven sportaccommodaties’ vastgesteld met als beoogd resultaat een nieuwe subsidiestelsel. Een stelsel waarop bezuinigd wordt maar dat desondanks voldoende toekomstgericht is en inspeelt op de veranderende opvattingen met betrekking tot de rolverdeling tussen overheid en burger. Tegelijkertijd moet het stelsel creativiteit en innovatie faciliteren.

De uitgangspunten voor het nieuwe subsidiestelsel staan verwoord in de notitie ‘Verbinding en vernieuwing’ die door de raad is vastgesteld op 16 december 2015.

1.2. Aanpak

De ingangsdatum van het nieuwe subsidiestelsel is 1 januari 2017. Om de vrijwilligersorganisaties en de geïnteresseerde inwoners zoveel mogelijk bij het proces te betrekken is er voor gekozen om voorafgaand aan de vaststelling van de uitgangspuntennotitie een tweetal informatiebijeenkomsten te houden en om begin maart twee interactieve bijeenkomsten te organiseren. Begin juli hebben alle vrijwilligersorganisaties een brief ontvangen waarin ze geïnformeerd zijn over de gevolgen van het voorgenomen beleid. Om tegemoet te komen aan mogelijke behoefte aan een mondelinge toelichting zijn er direct na de commissiebehandeling in juli twee inloopavonden georganiseerd. In de vergadering van 20 juli 2016 heeft uw raad de conceptnota vrijgegeven voor inspraak. Van 21 juli 2016 tot 12 september 2016 heeft de conceptnota en de concept ASV ter inzage gelegen.

22 organisaties hebben gebruik gemaakt van de verleende inspraak.

 

Deze nota herziening subsidiestelsel vrijwilligersorganisaties 2017 stelt maatschappelijke doelen vast voor subsidiebeleid die aansluiten op de huidige maatschappelijke ontwikkelingen. We spreken in dit beleidskader nadrukkelijk niet over ‘effecten’, maar over maatschappelijke doelen. In de praktijk blijkt het sturen op en het meten van maatschappelijke effecten namelijk ingewikkelder dan in theorie. Immers vanuit het algemeen maatschappelijk belang hechten we waarde aan ‘alles’ wat bijdraagt aan een goed sociaal en economisch klimaat in Weert. Er zijn daardoor veel directe en indirecte factoren die bijdragen aan het realiseren van een effect. Doelen, daarentegen, kunnen we nastreven door te sturen op resultaten, activiteiten en prestaties. Dit is concreter, beter meetbaar en draagt al dan niet bij aan het gewenste effect.

1.3. Amendement

In de uitgangspuntennotitie zijn twee kerndoelen genoemd: de versterking van de basisstructuur en het bevorderen van een goed leefklimaat. Bij vaststelling van deze uitgangspuntennotitie heeft de raad een amendement aangenomen om als derde kerndoel toe te voegen: ‘Versterken van bestaande burgerkracht door het stimuleren van ontwikkeling van en deelname aan culturele-, sport- en andere activiteiten’. Dit amendement is uitgewerkt in een afstudeeronderzoek van een student rechten van de juridische hogeschool van Tilburg. In paragraaf 3.4 wordt hier verder op ingegaan.

1.4. Opmerkingen uit het veld

Om tot een goede inzet van subsidies te komen is het cruciaal dat de gemeente de dialoog met de organisaties, verenigingen en inwoners aangaat.

Daarin wordt besproken hoe samenwerking tussen organisaties gestimuleerd kan worden en optimaal gebruik gemaakt kan worden van de kracht van de Weerter gemeenschap. Als eerste stap in deze dialoog zijn er op 6 en 12 oktober 2015 twee informatiebijeenkomsten geweest. Hierbij heeft de wethouder aan afgevaardigden van de vrijwilligersorganisaties en inwoners uit de gemeente uitleg gegeven over de gemeentefinanciën, de noodzaak tot bezuinigen en de manier waarop het College dit aan wil pakken.

Op 1 en 7 maart zijn twee interactieve bijeenkomsten gehouden. Deze avonden werden door ruim 180 personen bezocht. Tijdens deze avonden werd aan de hand van een viertal vragen in groepjes gediscussieerd over het nieuwe subsidiestelsel. Input uit deze bijeenkomsten is mede gebruikt om te komen tot voorliggende conceptnota. Een verslag van beide bijeenkomsten is opgenomen als bijlage 4 in de bijlagenota.

1.5. Leeswijzer

 

Hoofdstuk 2

Uitgangspunten voor beleid

In dit hoofdstuk geven we antwoord op de vraag ‘waarom subsidieert de gemeente deze activiteit(en)’.

 

Hoofdstuk 3

Subsidie als instrument voor beleid

Dit hoofdstuk gaat in op de inzet van het beleidsinstrument subsidies door de uitwerking van de drie kerndoelen:

  • 1.

    Versterking van de basisstructuur,

  • 2.

    Bevorderen van een goed leef- en woonklimaat,

  • 3.

    Versterken van de bestaande burgerkracht.

 

Hoofdstuk 4

Twee pijlers uitgewerkt

Opdracht was naast bezuinigen: behouden en versterken van de basisstructuur én ruimte voor vernieuwing.

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op hoe dit is opgepakt en wordt uitleg gegeven aan hoe via het tendersysteem ruimte komt voor vernieuwing.

 

Hoofdstuk 5

Subsidiebeleid vanaf 2017

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de huidige situatie, worden de grondslagen per categorie benoemd, worden de financiële consequenties die het gevolg zijn van de uitwerking van de 2 pijlers benoemd en wordt kort aangegeven hoe omgegaan wordt met de afbouwregeling.

Afsluitend wordt samengevat wat de wijzigingen zijn ten opzichte van 2013.

 

Hoofdstuk 6

Regelgeving

In dit hoofdstuk wordt het wettelijk kader beschreven. Het procedurele kader wordt vorm gegeven in de Algemene Subsidie Verordening (ASV) en de subsidieregelingen.

 

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten voor beleid

2.1. Inleiding

De gemeente heeft twee redenen om activiteiten te subsidiëren: de activiteiten leveren een bijdrage aan de beleidsdoelstellingen die door de raad zijn vastgesteld en de activiteiten zouden zonder subsidie van de gemeente niet plaatsvinden. De essentie van het actuele beleid met betrekking tot de beleidsdoelstellingen staat beschreven in bijlage 1 van de bijlagenota.

De bezuinigingsopdracht waar de gemeente voor staat maakt het noodzakelijk dat de vraag ‘waarom subsidieert de gemeente deze activiteit(en)’ opnieuw beantwoord moet worden.

2.2. Kerndoelen

Als kader worden drie kerndoelen benoemd:

 

  • 1.

    Versterking van de basisstructuur

  • 2.

    Bevorderen van een goed leef- en woonklimaat

  • 3.

    Versterken van de bestaande burgerkracht (o.a. verenigingen).

 

De kerndoelen komen uit de nota ‘Kiezen met Visie’. De versterking van de basisstructuur sluit aan bij de nieuwe taken in het Sociaal Domein. Met het tweede doel wil de gemeente toe naar een hechte samenleving waarin alle inwoners uit de gemeente zich thuis voelen en zelf een steentje bijdragen aan hun leefomgeving c.q. deze samenleving behouden. Inwoners, organisaties en verenigingen actief in Weert, vinden het vanzelfsprekend dat zij eerst kijken wat zij zelf of samen met anderen kunnen doen, voordat zij zich met verzoeken om ondersteuning tot de gemeente richten. Om dit laatste te accentueren heeft de raad met een amendement het derde kerndoel toegevoegd.

Samengevat: de raad wil niet alleen bezuinigen maar ook behouden, vernieuwen en versterken.

2.3. Uitgangspuntennotitie

Op basis van bovenstaande kerndoelen zijn in de uitgangspuntennotitie negen uitgangspunten beschreven waaraan het nieuwe subsidiestelsel moet voldoen:

 

  • 1.

    Versterking van de basisstructuur:

    • 1.1.

      Subsidies leveren een bijdrage aan activiteiten die gerelateerd zijn aan de doelstellingen in het Sociaal Domein (zelfredzaamheid en participatie).

    • 1.2.

      Goede steun voor minima.

  • 2.

    Bevorderen van een goed leefklimaat:

    • 2.1.

      Stimuleren breed activiteitenaanbod voor kinderen.

    • 2.2.

      Stimuleren van ontwikkeling van en deelname aan culturele-, sport- en andere activiteiten.

    • 2.3.

      Voldoende ruimte voor ondersteunen van innovatie, creativiteit en vernieuwing.

  • 3.

    Versterken van de bestaande burgerkrachten:

    • 3.1.

      Subsidie zoveel mogelijk koppelen aan activiteiten.

    • 3.2.

      Voorkomen van afbreuk sociaal kapitaal.

  • 4.

    Overige uitgangspunten:

    • 4.1.

      Subsidieverstrekking verder vereenvoudigen.

    • 4.2.

      ‘Marktconforme’ maatschappelijke tarieven voor sportaccommodaties.

 

Gelet op bovenstaande uitgangspunten kun je zeggen dat het nieuwe subsidiestelsel vraag- en effect gestuurd zou moeten zijn en er alleen subsidie wordt verleend als activiteiten aantoonbaar bijdragen aan het realiseren van de maatschappelijke doelstellingen in Weert en de activiteit niet of niet volledig door deelnemers bekostigd kan worden.

De gemeente richt zich bij de subsidieverlening primair op het bereiken van effecten voor die groepen die niet of niet voldoende op eigen kracht kunnen participeren in de samenleving. De gemeente stemt de duur en de hoogte van de subsidie af op de te leveren bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen en in aanvulling op de eigen kracht van inwoners en/of organisaties. Verder verleent de gemeente geen subsidie aan commerciële organisaties en kan extra voorwaarden stellen aan subsidieverlening gericht op:

  • -

    Innovatie en het versterken van eigen kracht en ondernemerschap;

  • -

    Samenwerking tussen organisaties;

  • -

    Cofinanciering en eigen vermogen;

  • -

    Het efficiënt gebruiken van accommodaties.

 

De gemeente Weert staat voor de opgave om alle subsidies door te lichten op basis van de maatschappelijke doelstellingen en bovengenoemde subsidie uitgangspunten.

In hoofdstuk 4 en 5 wordt hier nader op ingegaan.

 

Hoofdstuk 3 Subsidie als instrument voor beleid

3.1. Inleiding

Om de in bijlage 1 genoemde beleidsdoelstellingen te bereiken zet de gemeente diverse instrumenten in, één van deze instrumenten is het verstrekken van subsidies. In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt hoe het instrument subsidies wordt ingezet aan de hand van de kerndoelen.

De kerndoelen hangen met elkaar samen: het versterken van de basisstructuur draagt bij aan het bevorderen van een goed leef- en woonklimaat. Ook het versterken van de bestaande burgerkracht leidt tot een goed woon- en leefklimaat.

 

Om de kerndoelen te kunnen realiseren, willen we anders omgaan met het verstrekken van subsidie. Dat is weergegeven in de uitgangspunten en wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 4 en 5. In dit hoofdstuk lichten we de kerndoelen toe.

3.2. Versterking van de basisstructuur

Binnen het nieuwe subsidiestelsel is het van belang om subsidies voor activiteiten die bijdragen aan het versterken van de basisstructuur te behouden. Daarnaast dient via subsidies de ontwikkeling van activiteiten waaraan in dit kader nog behoefte is te worden gestimuleerd. Het gaat er om een zodanig sociale infrastructuur te realiseren dat een ieder die dit wil hierin kan participeren.

  • -

    Zorgdragen voor activiteiten voor de jeugd, als onderdeel van en deelnemer aan de lokale samenleving

  • -

    Ondersteunen en stimuleren van een brede deelname aan sport met specifieke aandacht voor de jeugddeelname

  • -

    Bevorderen van de culturele ontwikkeling en zelfontplooiing door o.a. culturele participatie

  • -

    Ondersteunen van organisaties die zijn gericht op de instandhouding en bevordering van ons cultureel erfgoed

3.3. Bevorderen van een goed leef- en woonklimaat

Het tweede kerndoel is erop gericht dat mensen niet alleen deelnemen aan het maatschappelijke verkeer, maar ook verantwoordelijkheid nemen voor de realisatie ervan voor de eigen woon- en leefomgeving.

  • -

    Bevorderen van sociale cohesie in de wijken en dorpen

  • -

    Ouderen in staat stellen zelf hun positie in de samenleving te verbeteren

  • -

    Jeugdparticipatie en ondersteuning van eigen initiatieven van de jeugd

  • -

    Allochtonen in staat stellen hun positie in de samenleving te verbeteren met en tussen groepen in de samenleving

  • -

    Emancipatie van groepen die een achtergestelde positie in de samenleving hebben

  • -

    Mensen met beperkingen in staat stellen op maatschappelijk acceptabel niveau deel te nemen aan het sociale en maatschappelijke verkeer

3.4. Versterken van de bestaande burgerkracht

In Weert zijn veel verenigingen actief, vele vrijwilligers zetten zich in en voelen zich betrokken bij de Weerter gemeenschap. De verenigingen vinden het vanzelfsprekend dat zij bijdragen aan de ontwikkeling van de Weerter samenleving.

Deze bestaande burgerkracht versterken is het derde kerndoel. Bij de vaststelling van de uitgangspuntennotitie heeft de raad hierover een amendement aangenomen. Om dit amendement uit te werken heeft een student rechten van de juridische hogeschool van Tilburg een afstudeeronderzoek gedaan. Centrale vraag in dit onderzoek is: ‘Op welke manier kan het stimuleren van burgerkrachten worden opgenomen in de toekomstige subsidieregelgeving van de gemeente Weert?’

In deze paragraaf gaan we in op het onderzoek. Het onderzoeksrapport is opgenomen als bijlage 5 in de bijlagenota.

3.4.1. Definitie burgerparticipatie

Voordat gekeken wordt naar hoe het onderwerp burgerkrachten verwerkt kan worden in regelgeving is het van belang vast te stellen wat in de gemeente Weert onder burgerkrachten verstaan wordt. Het begrip is niet eenzijdig te duiden en wordt veelal in verband gebracht met begrippen als participatie, actief burgerschap, maatschappelijk initiatief en zelfsturing. De gemeente Weert sluit aan bij de nationale term: de participatiesamenleving. Er wordt uitgegaan van de alles omvattende situatie waarin een burger participeert.

3.4.2. Invulling burgerparticipatie en subsidies buurgemeenten

Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden heeft de onderzoeker bij twee buurgemeentes gekeken hoe daar het subsidiestelsel er uit ziet wat betreft het uitgangspunt ‘burgerkrachten’.

De keuze is hier gevallen op Valkenswaard en op Peel en Maas. Valkenswaard omdat dat volgens bureau Lauter de gemeente is die het meest lijkt op Weert en Peel en Maas omdat deze gemeente koploper is op het gebied van burgerparticipatie. Burgerkrachten spelen daar al enkele jaren een rol in het subsidiestelsel.

 

Valkenswaard

In de gemeente Valkenswaard worden subsidieontvangers aangezet tot het genereren van eigen inkomsten. Verenigingen en vrijwilligersorganisaties krijgen een resultaatsverplichting opgelegd waarin ze 50% van de te verlenen subsidie aan eigen inkomsten uit andere bronnen moet genereren. Buiten bovenstaande is de gemeente Valkenswaard nog volop in ontwikkeling wat betreft inzet van burgerkracht. Wel zijn enkele andere aspecten in hun subsidiestelsel de moeite waard om nader te bestuderen, dit komt in de volgende paragraaf aan de orde.

 

Peel en Maas

De gemeente Peel en Maas heeft in 2011, in samenspraak met de subsidieontvangers (de verenigingen), een methodiek ontwikkeld die subsidie afhankelijk stelt van de prestaties die een vereniging en haar vrijwilligers levert ten behoeve van de gemeenschap. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de vrijwilligersinzet bij de activiteiten maar ook naar de inzet ten behoeve van jeugd en ouderen. De extra waarde voor de gemeenschap is in dit verband net zo belangrijk. De methodiek vertaalt het gemeentelijk beleid naar een bepaald subsidiebedrag en wordt toegepast op alle structurele subsidies.

3.4.3. Conclusies uit onderzoek

De onderzoeker heeft in haar notitie op een rij gezet wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende mogelijkheden om burgerkrachten te stimuleren met behulp van subsidie, welke elementen wel- en niet bruikbaar zijn voor de gemeente Weert en wat de effecten zijn van de diverse opties. De onderzoeker komt hierbij tot de volgende bruikbare elementen:

  • 1.

    Onderscheid maken tussen structurele- en incidentele subsidies

  • 2.

    Meerjarige subsidieverlening

  • 3.

    Tendersysteem toepassen op vernieuwende activiteiten

  • 4.

    Het ontwikkelen van een waarderingssysteem

 

In het eerste aspect komt met name de vereenvoudiging terug. Bij de vorige herziening is hiermee al een begin gemaakt, met het vaststellen van de uitgangspuntennotitie is besloten om hier verbeteringen in aan te brengen. In hoofdstuk 5 bij de beschrijving van de nieuwe systematiek wordt dit verder uitgewerkt. De tweede vereenvoudiging die leidt tot minder administratieve lasten is de meerjarige subsidieverlening, na vaststelling van het nieuwe beleid wordt gestart met een gefaseerde invoering hiervan.

Het derde aspect, de toepassing van een tendersysteem op vernieuwende activiteiten, wordt overgenomen, hier wordt in hoofdstuk 4 verder op ingegaan.

Het laatste aspect betreft de methodiek die in Peel en Maas wordt toegepast. Burgerkracht wordt hiermee gestimuleerd. Gelet op de tijd die de gemeente Weert nu heeft om het subsidiestelsel te herzien, is het nu niet mogelijk dergelijke methodiek te ontwikkelen, aanbevolen wordt om deze methodiek voor de toekomst te overwegen. 

 

Hoofdstuk 4 Twee pijlers uitgewerkt

4.1. Inleiding

Naast een bezuinigingsopdracht zijn er twee belangrijke kaders meegegeven vanuit de raad: behouden en versterken van de basisstructuur en daarnaast ruimte voor vernieuwing. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op hoe dit is opgepakt. De twee kaders vormen de twee pijlers waarop het nieuwe subsidiestelsel is gebouwd. In eerste instantie werd er van uitgegaan dat naast de

€ 200.000,- die er bezuinigd moest worden er nog een extra bezuiniging nodig zou zijn om gelden voor vernieuwing vrij te spelen. Tijdens de interactieve bijeenkomsten met de verenigingen kwam met name op dit onderdeel veel kritiek. Dit is reden geweest om dit uitgangspunt los te laten en een andere manier te zoeken om tot vernieuwing te komen.

Op basis van inhoudelijke argumenten wordt er een bezuiniging van € 200.000,- gerealiseerd. Daarnaast is er voor enkele posten een andere dekking gezocht waardoor er structureel een bedrag van € 75.000,- is om in te zetten voor nieuwe activiteiten.

De twee pijlers worden hieronder verder uitgewerkt.

 

4.2. Pijler 1: behouden en versterken basisstructuur

In Weert bestaat een goede basisstructuur. Er is een breed aanbod van culturele- en sportverenigingen. Bij deze verenigingen zijn veel vrijwilligers actief. De raad wil dit behouden en voor de toekomst versterken, om die reden is er bij het toepassen van de bezuiniging gekeken waar dit mogelijk én verantwoord is. Er zijn op grond hiervan inhoudelijke keuzes gemaakt om te bezuinigen of juist niet te bezuinigen.

De volgende keuzes zijn hierbij, conform de uitgangspuntennotitie, gemaakt:

  • -

    Jeugdsubsidies blijven bestaan. Wel worden deze geharmoniseerd. Voor ieder jeugdlid tot 18 jaar ontvangt de vereniging een gelijk bedrag;

  • -

    Ouderen, gehandicapten en kwetsbare groepen worden ontzien;

  • -

    Subsidies voor volwassen leden komen te vervallen;

  • -

    Incidentele subsidies (25% investeringssubsidies en subsidies voor kaderopleidingen) komen te vervallen;

  • -

    Voor wat betreft de tarieven sluiten we aan bij gemiddelden uit de regio;

  • -

    De grondslagen voor subsidie worden eenvoudiger en er komt een heldere afbouwregeling.

 

De verhoging van de tarieven kan consequenties hebben voor de contributie. Om te voorkomen dat inwoners uit Weert met een laag inkomen niet kunnen deelnemen aan culturele- en sportieve activiteiten wordt actief informatie gegeven aan verenigingen, scholen e.d. over het jeugdcultuurfonds en het jeugdsportfonds. Het onderzoek naar een goede vervanger voor het Sociaal Cultureel Fonds voor volwassenen loopt nog. Doel is dat het geld daadwerkelijk ingezet wordt om minima actief te laten deelnemen aan sociale, culturele en sportieve activiteiten. Eind 2016 komt hier meer duidelijkheid over.

4.3. Pijler 2: vernieuwen

Naast de subsidie voor het behoud van de basisstructuur welke hierboven genoemd wordt en die er vooral op gericht is de bestaande sociale infrastructuur te faciliteren wordt ook ruimte gecreëerd voor innovatie, creativiteit en vernieuwing. Zoals in de uitgangspuntennotitie gezegd is: in Weert moet ruimte blijven voor vrijdenkers en voor creativiteit in een duurzame samenleving.

 

Vanuit het subsidiebudget voor vrijwilligersorganisaties werden tot nu toe ook de Stichting Tafeltje dek je, de Stichting Dagopvang Weert en de Stichting Pedagogisch Sociaal Werk Midden Limburg gefinancierd. Voor deze posten hebben we een andere dekking gevonden: dit zijn posten die passen binnen het Wmo beleid, daarom is dekking via het Wmo budget reëel. De € 75.000,- die hiermee vrijkomt in het subsidiebudget wordt structureel ingezet voor vernieuwende activiteiten.

 

Bij de inzet van de subsidie voor nieuwe activiteiten wordt gewerkt met tenders. Het tendersysteem zorgt ervoor dat alle subsidieaanvragen voor vernieuwende activiteiten worden verzameld en vergeleken voordat het totale subsidiebudget wordt verdeeld.

 

Een tender is een procedure waarbij door middel van inschrijving getracht wordt een bepaalde dienst of product te verkrijgen, die op basis van factorenbeweging wordt verleend of verstrekt. Factoren zijn vaak prijs en/of kwaliteit. Tenderprincipes worden in verschillende economische processen gebruikt. Tender wordt in het Engels gebruikt voor het Nederlandse begrip ‘aanbesteding’.

 

De subsidie kan via het uitschrijven van tenders gericht worden ingezet als instrument voor het realiseren van de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Ook organisaties die niet in aanmerking komen voor een structurele subsidie kunnen inschrijven op de tenders. Op deze manier kunnen ook nieuwe maatschappelijke initiatieven worden gehonoreerd. Aan deze flexibele subsidies worden wel specifieke en strengere voorwaarden verbonden die aansluiten bij de beleidsdoelstellingen om zo een volwaardig sturingsinstrument te zijn voor het gemeentelijk beleid.

Dit systeem wordt opgenomen in de ASV en uitgewerkt in de nadere regels vast te stellen door het college van B&W.

Hoofdstuk 5 Subsidiebeleid vanaf 2017

 

De raad heeft bij de vaststelling van deze nota een motie aangenomen waarin het college van B&W wordt opgedragen om met ingang van 2017 jaarlijks alle subsidies op te nemen in een openbaar subsidieregister en deze te publiceren op de website van de gemeente Weert.

 

De raad heeft bij de vaststelling van deze nota 3 amendementen aangenomen die een effect hebben op de hoogte van de subsidies voor:

  • -

    Dorpsraad Laar: subsidie voor gebruik van de accommodatie Bee-j Bertje (amendement nr. 2).

  • -

    Schutterijen: subsidie voor seniorleden die een instrument bespelen (amendement nr. 9).

  • -

    Koren: vast subsidiebedrag per vereniging (amendement nr. 10).

 

De gevolgen van de amendementen zijn tekstueel en cijfermatig verwerkt in dit hoofdstuk. Om deze reden wijken de cijfers in dit hoofdstuk af van de cijfers in het bijbehorende raadsvoorstel.

Op grond van amendement nr. 9 is een financiële bijstelling gedaan van € 2.600,- in plaats van € 2.380,-. Dit heeft te maken met een hoger aantal seniorleden.

 

De motie en de amendementen zijn opgenomen in hoofdstuk 7 van deze nota.

5.1. Inleiding

Behouden en versterken van de basisstructuur is een belangrijk uitgangspunt, blijft de noodzaak om te bezuinigen. In hoofdstuk 4 zijn de inhoudelijke keuzes gemaakt, in hoofdstuk 5 worden deze verder uitgewerkt. Eerst wordt ingegaan op de huidige situatie, vervolgens wordt de nieuwe systematiek uitgelegd. Er is gekozen voor een eenvoudiger systeem met minder grondslagen per categorie. In een overzicht worden de financiële consequenties per categorie beschreven. Zo wordt voor organisaties duidelijk wat het nieuwe beleid voor hun vereniging of organisatie betekent.

Ook wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de voor- en nadelen van meerjarig subsidiëren en wordt het tendersysteem voor vernieuwing beschreven. Afgesloten wordt met een overzicht van de wijzigingen van het nieuwe subsidiebeleid ten opzichte van het subsidiebeleid van 2013.

5.2. Huidige situatie

In de nota Subsidiebeleid Welzijn en evenementen 2013 is een onderscheid gemaakt in de verschillende thema’s: sport, cultuur en welzijn. Daarnaast is er gesproken over subsidiëren van evenementen en wijkaccommodaties. Bij de drie thema’s is steeds een beschrijving gemaakt van de:

  • -

    doelgroepen;

  • -

    subsidieverplichtingen en eisen;

  • -

    grondslagen;

  • -

    subsidies buiten de subsidieverordening;

  • -

    subsidies op basis van draagkracht, redelijkheid en billijkheid en

  • -

    financiën.

Deze verdeling wordt in de nieuwe systematiek vastgehouden, er is wel gestreefd naar een vereenvoudiging. De verplichtingen, de eisen en de grondslagen worden in de huidige verordening en deelverordeningen soms wel heel uitvoerig beschreven. Dit betekent extra inspanning voor de verenigingen maar ook extra werk in de uitvoering voor het ambtelijk apparaat.

 

Beleidsdoelstellingen Sport

  • 1.

    Het bevorderen van sportbeoefening in verenigingsverband in kwantitatieve en kwalitatieve zin door:

    • a.

      Het aanbieden van sportactiviteiten voor diverse doelgroepen waarbij in het bijzonder aandacht is voor sportactiviteiten voor de jeugd; die toegankelijk zijn voor iedereen ongeacht zijn of haar achtergrond en die onder deskundige begeleiding staan.

    • b.

      Het bevorderen van een goed functionerend verenigingsleven.

  • 2.

    Het waarderen van topsportbeoefening in teamverband omdat dit een promotionele warde heeft voor de stad en een stimulerende werking heeft op de deelname aan (breedtesport) activiteiten door de jeugd.

 

Beleidsdoelstellingen Cultuur

  • 1.

    Het bevorderen van cultuurbeoefening in verenigingsverband in kwantitatieve en kwalitatieve zin door het aanbieden van activiteiten:

    • a.

      Voor diverse doelgroepen, waarbij bijzondere aandacht is voor de activiteiten van de jeugd;

    • b.

      Die toegankelijk zijn voor iedereen ongeacht zijn of haar achtergrond (economisch, sociaal, cultureel);

    • c.

      Die staan onder een deskundige begeleiding.

  • 2.

    Het bewaren en uitdragen van historische en hedendaagse culturele waarden voor een breed publiek.

 

Beleidsdoelstellingen Welzijn

  • 1.

    Zorg en participatie: Bevorderen dat mensen kunnen blijven meedoen in de maatschappij om de eigen zelfstandigheid te behouden en ter voorkoming van sociaal isolement;

  • 2.

    Jeugd: bijdragen aan het veilig opgroeien van jeugd en jongeren;

  • 3.

    Integratie: terugdringen van vooroordelen, verhoging weerbaarheid, tegengaan van discriminatie en stimuleren van de uitwisseling van kennis over etnisch specifieke vraagstukken tussen groepen personen;

  • 4.

    Leefbaarheid: bevorderen van een leefomgeving waar mensen elkaar ontmoeten en zich verantwoordelijk voelen voor hun leefomgeving.

5.3. Nieuw subsidiestelsel

In hoofdstuk 4 staat beschreven welke inhoudelijke keuzes er gemaakt zijn op grond van de uitgangspunten. Er is gekozen voor een eenvoudiger systeem met een onderscheid tussen incidentele en structurele subsidies. Bij de structurele subsidies is gekozen voor meer harmonisatie in de subsidiegrondslagen waar dit logisch is. Dit alles heeft geleid tot wijzigingen in een deel van de subsidieregelingen. Het kan gaan om wijzigingen in de voorwaarden, wijzigingen in de grondslagen of in beiden. Ook komen er regelingen te vervallen. In deze paragraaf zijn deze wijzigingen beschreven, inclusief de financiële gevolgen.

In deze nota worden de grote lijnen van de wijzigingen beschreven, in bijlage 2 van de bijlagenota wordt ingegaan op de details.

5.3.1. Structurele subsidies

Bij de structurele subsidies hebben we een onderscheid gemaakt tussen:

  • a.

    Subsidies voor verenigingen en stichtingen (organisaties) die gedurende het gehele jaar een breed activiteitenaanbod organiseren voor de leden / vaste deelnemers.

  • b.

    Subsidies die worden verstrekt aan specifieke organisaties voor de uitvoering van specifieke activiteiten.

  • c.

    Subsidies die worden verstrekt aan specifieke organisaties voor de uitvoering van activiteiten die passen binnen het Wmo-beleid.

A. Organisaties met een breed activiteitenaanbod voor leden / deelnemers

 

Deze groep organisaties kan worden gesplitst in:

  • -

    Organisaties die zich met name of mede richten op de jeugd: de sportverenigingen, de scoutinggroepen en de culturele verenigingen (harmonieën en fanfares, zangverenigingen, toneelverenigingen en schutterijen);

  • -

    Organisaties die zich volledig of in hoofdzaak richten op ouderen: de ouderen- en vrouwenorganisaties.

 

Grondslagen en voorwaarden

 

Voor de eerste groep is bij de subsidiering gekozen voor een uniforme basissubsidie voor de jeugdleden. Elke organisatie krijgt een subsidie van € 30,- voor elk jeugdlid tot 18 jaar. Per categorie is vervolgens beoordeeld of er aanvullende subsidies nodig zijn. Dit heeft geleid tot het volgende voorstel:

 

Sportverenigingen

Grondslagen:

  • -

    Behoud van de huidige subsidie voor het gebruik van een niet-gemeentelijke sportaccommodaties, maar dan nog uitsluitend voor gebruik van een aantal zwembaden en turnaccommodaties in de regio.

  • -

    Behoud van de subsidie voor erfpachtkosten voor tennisvereniging De Lichtenberg en de subsidie voor erfpachtkosten en veldonderhoud voor voetbalvereniging Wilhelmina ‘08;

  • -

    Behoud van het recht op gebruik van de gemeentelijke sportaccommodaties tegen het verenigingstarief.

Voorwaarden:

  • -

    Conform huidige voorwaarden.

  • -

    Gymnastiekvereniging De Bottekrakers en de dansverenigingen Cantarella en Jazzdance Release hoeven niet te voldoen aan de eis van lidmaatschap van de sportbond en de verplichting van deelname aan competitiewedstrijden.

     

Scoutinggroepen

Grondslagen:

  • -

    Een aanvullende subsidie van € 33,50 per jeugdlid t.b.v. intensieve begeleiding.

  • -

    Behoud van de huidige subsidie voor BE-groepen.

  • -

    Behoud van de huidige subsidie voor huisvestingskosten.

Voorwaarden:

  • -

    Conform huidige voorwaarden.

  • -

    Er komt een extra eis dat een scoutinggroep minimaal 50 jeugdleden heeft.

     

Culturele verenigingen

Grondslagen:

  • -

    Een aanvullende subsidie van € 20,- per jeugdlid voor de harmonieën en fanfares en de schutterijen t.b.v. instrumentarium.

  • -

    Een aanvullende subsidie van € 20,- per seniorlid voor de harmonieën en fanfares en schutterijen t.b.v. instrumentarium.

  • -

    Behoud van vaste subsidiebedragen per vereniging maar deze harmoniseren.

  • -

    Behoud van de subsidie voor dirigents- en regisseurskosten.

Voorwaarden:

  • -

    Conform huidige voorwaarden.

Voor de tweede groep, de ouderen- en vrouwenorganisaties, is voor de subsidiering gekozen voor uniforme vaste bedragen, aangevuld met een eventuele toeslag voor organisaties die veel leden hebben. Dit ziet er als volgt uit:

 

Ouderen- en vrouwenorganisaties

Grondslagen:

  • -

    Een vast bedrag van € 1.500,- voor een ouderenorganisatie.

  • -

    Een vast bedrag van € 750,- voor een vrouwenorganisatie.

  • -

    Een toeslag op het vaste bedrag voor ouderen- en vrouwenorganisaties die veel leden hebben: € 500,- bij minimaal 100 leden, € 1.000,- bij minimaal 200 leden en € 1.500,- bij minimaal 300 leden (niet cumulatief).

  • -

    Behoud van subsidie voor MBvO-groepen (Meer Bewegen voor Ouderen) voor de ouderenorganisaties. Deze is licht verhoogd.

Voorwaarden:

  • -

    Conform huidige voorwaarden.

  • -

    De eis van minimaal 20 leden voor ouderen én vrouwenorganisaties wijzigt naar minimaal 50 leden.

  • -

    De eis van minimaal 10 activiteiten per jaar wijzigt van minimaal 20 activiteiten per jaar voor een vrouwenorganisatie en minimaal 40 per jaar voor een ouderenorganisatie.

 

Voor de ouderenorganisaties Senioren Computer Club Weert en Perkumpulan Waringin en de vrouwenorganisaties Creatref Groenewoud-Biest en Creatref Leuken gelden afwijkende grondslagen en voorwaarden.

 

Voor een gedetailleerd overzicht van de grondslagen en voorwaarden inclusief een onderbouwing van de wijzigingen wordt verwezen naar bijlage 2 van de bijlagenota.

 

Financieel resultaat

De nieuwe grondslagen leiden tot minder subsidie uitgaven. De gevolgen verschillen per organisatie. Onderstaand is per groep organisaties het totale verschil in subsidie uitgaven weergegeven:

 

Subsidies

Subsidie 2017

Subsidie 2017

Subsidie 2017

Verschil

 

bij huidig beleid

bij huidig beleid

bij nieuw beleid

t.o.v. concept-

 

(concept-

(werkelijk)

 

begroting

 

begroting)

 

 

 

Sportverenigingen

143.100,00

143.300,00

137.800,00

-5.300,00

Scoutinggroepen

37.300,00

40.800,00

36.600,00

-700,00

Scoutinggroepen,

 

 

 

 

huisvesting

62.500,00

61.400,00

61.400,00

-1.100,00

Toneelverenigingen

7.600,00

7.000,00

6.200,00

-1.400,00

Zangverenigingen

58.600,00

59.400,00

48.600,00

-10.000,00

Schutterijen

27.000,00

26.300,00

22.100,00

-4.900,00

Harmonieen en fanfares

44.200,00

43.000,00

45.600,00

1.400,00

Opleidingskosten RICK*

39.300,00

34.300,00

34.300,00

-5.000,00

Ouderenorganisaties

26.700,00

26.400,00

27.000,00

300,00

Meer bewegen voor ouderen**

8.500,00

9.180,00

10.200,00

1.700,00

Vrouwenorganisaties

16.800,00

16.800,00

15.000,00

-1.800,00

 

471.600,00

467.880,00

444.800,00

-26.800,00

* voor zangverenigingen, schutterijen en harmonieën en fanfares

** voor ouderenorganisaties

 

Toelichting bij de tabel:

  • -

    In financieel opzicht voor de gemeente is de gerealiseerde bezuiniging het verschil tussen het bedrag in de conceptbegroting 2017 (eerste cijferkolom) en de subsidie uitgaven bij nieuw beleid (derde cijferkolom). Dit verschil is daarom opgenomen in de vierde cijferkolom.

  • -

    Het daadwerkelijke verschil voor de verenigingen in 2017 is het verschil tussen de subsidie die zij in 2017 werkelijk zouden hebben gekregen op basis van het huidige beleid (tweede cijferkolom) en de subsidie die zij werkelijk krijgen op basis van het nieuwe beleid (derde cijferkolom). De tweede cijferkolom is ingevuld op basis van de subsidie aanvragen voor het jaar 2017. Het verschil tussen deze kolommen wijkt in de meeste gevallen af van het in de vierde cijferkolom opgenomen verschil.

  • -

    De subsidie voor huisvesting van de scoutinggroepen is apart benoemd. Hierover geldt een vaste afspraak tot einddatum van de hypotheek. Bij einde van de hypotheek vervalt de subsidie. In 2017 zijn de kosten lager dan in 2016.

  • -

    Hoewel bezuiniging geen insteek was, leiden de nieuwe grondslagen toch tot een iets lagere subsidie voor de vrouwenorganisaties. Dit heeft te maken met het harmoniseren van de grondslagen.

  • -

    Er heeft geen bezuiniging plaatsgevonden op de opleidingskosten van het Rick. De lagere subsidie in de kolom nieuw beleid is het gevolg van een lager aantal leden dat een opleiding volgt bij het Rick.

 

Afbouwregeling

 

Bij wijziging van een subsidiestelsel dient te worden beoordeeld of er noodzaak is tot afbouw van de subsidies en wat hierbij redelijk is. Hierbij dient de situatie van zowel de subsidieverstrekker als de subsidieontvanger in meegewogen alsmede de lengte van de subsidierelatie. Gezien de langdurige subsidierelatie en de recente wijziging van het stelsel in 2013 stellen wij voor te kiezen voor een korte uniforme afbouwregeling voor alle verenigingen:

 

  • -

    Geen afbouw als de daling van de subsidie maximaal€ 500,- bedraagt.

  • -

    Bij een daling hoger dan € 500,- een eenmalige afbouw van 50% van de hogere subsidiedaling in 2017.

 

De te verstrekken afbouw die op grond van bovenstaande regeling wordt verwacht is weergegeven in onderstaande tabel:

 

Subsidies

Afbouw 2017

 

(afgerond)

Sportverenigingen

€ 1.750,00

Scoutinggroepen

€ 1.000,00

Toneelverenigingen

€ 0,00

Zangverenigingen

€ 1.800,00

Schutterijen

€ 500,00

Harmonieën en fanfares

€ 0,00

Ouderenorganisaties

€ 550,00

Vrouwenorganisaties

€ 100,00

Totaal

 5.700,00 

 

B. Structurele subsidies voor specifieke activiteiten

 

Veel organisaties ontvangen een structurele subsidie voor specifieke activiteiten. Het betreft geen regeling waar een groep organisaties een aanspraak op kan maken. Ze zijn specifiek gekoppeld aan de betreffende organisaties en de betreffende activiteiten.

Op grond van de inhoudelijke keuzes die zijn gemaakt op basis van de uitgangspunten wordt voorgesteld het grootste deel van deze subsidies te handhaven. Slechts in een beperkt aantal van deze subsidies worden wijzigingen voorgesteld. Onderstaand is dit weergegeven:

 

Ongewijzigde subsidies

 

Organisatie

Activiteit

Hoogte subsidie

 

 

(ongewijzigd)*

Sport

 

 

Weerter Sportraad

Belangenbehartiging sportverenigingen

€ 2.500,00

Zwemvereniging De IJsberen

Subsidie voor EHBO-opleiding

€ 400,00

Hengelsportvereniging St. Petrus

Begeleiding jeugdige vissers

€ 2.500,00

Topsport

 

 

St. TOP BSW/Business

Topsportasketbal heren

€ 22.000,00

St. Weerter Topvolleybal

Topsport volleybal dames

€ 11.000,00

St. Stadstriathlon Weert

Organisatie Stadstriathlon

€ 15.000,00

St. Promotie en Ontwikkeling

Organisatie toernooi Kings of Archery

€ 2.500,00

Handboogsport

 

 

Weerter Sportraad

Waardering topsporters en talenten

€ 2.500,00

Cultuur

 

 

Weerter Operette Koor

2-jaarlijkse operaproductie

€ 6.000,00

Dorpsraad Stramproy

Herdenking 4 mei en viering 5 mei

€ 500,00

Beiaardcomité

Onderhoud beiaard St. Martinuskerk

€ 6.000,00

Samenwerkende

Organisatie Jeugdpreensetreffe

€ 900,00

Carnavalsverenigingen

 

 

Carnavalsvereniging

Opvoeren 10 Bonte Avonden en de

€ 25.000,00

De Rogstaekers

stadsoptocht en kinderoptocht

 

St. St. Nicolaas Weert

Verzorgen intocht St. Nicolaas

€ 850,00

Welzijn: zorg en participatie

 

 

Stichting Slachtofferhulp Nederland

Begeleiding van slachtoffers

€ 12.800,00

Werkgroep 8 maart

Internationale vrouwendag

€ 450,00

Seniorenkoepel Weert

Belangenbehartiging ouderen, o.a.

€ 2.500,00

Lokaal Zorgvragersoverleg (LZO)

binnen WMO-beleid

€ 2.500,00

Platform Gehandicapten Weert

 

€ 2.500,00

Platform Gehandicapten Weert

Diverse activiteiten ter behartiging van

€ 10.000,00

 

belangen en ondersteuning van

 

 

Gehandicapten

 

Stichting DSO

Paardrijden voor mensen met een

€ 650,00

 

fysieke en/of mentale beperking

 

Zonnebloemvereniging Weert

Ondersteuning van mensen met een

€ 500,00

Zonnebloemver. Stramproy-Tungelroy

ziekte of handicap en bun begeleiders

€ 500,00

Welzijn: jeugd

 

 

Scouting Regio Weert

Belangenbehartiging scoutinggroepen

€ 600,00

Stichting Megadance

Jeugddisco in Stramproy

€ 600,00

Punt Welzijn

Open- jeugd en jongerenwerk Moesel

€ 4.500,00

Organisaties Kindervakantiewerk

Organisatie kindervakantiewerk

€ 11.200,00

Welzijn: leefbaarheid

 

 

Wijk- en dorpsraden

Bevorderen leefbaarheid in wijken / dorpen

€ 95.300,00

Beheer wijkaccommodaties

 

 

Stichting Gemeenschapscentrum

Onderhoud wijkaccommodatie

€ 11.964,00

Stramproy

 

 

 

Totaal

 € 254.214,00

*De subsidies voor de wijk- en dorpsraden en Kindervakantiewerk vallen op basis van de huidige ongewijzigde grondslagen samen € 1.300,- hoger uit dat in 2016. Er is dus wel sprake van een kleine toename van het benodigde budget van € 252.914,- naar € 254.214,00.

 

Gewijzigde subsidies

 

Organisatie en activiteit

Subsidie 2017

Subsidie 2017

 

bij huidig beleid

bij nieuw beleid

Sport

 

 

Comité Weerter Scholentoernooi,

€ 680,00

€ 700,00

Organisatie sporttoernooi

 

 

Cultuur

 

 

Filmhuis Weert, tweewekelijks filmprogramma

€ 1.800,00

€ 1.000,00

St. Bospop, organisatie Bospopfestival

€ 8.815,00

€ 8.500,00

Welzijn: zorg en participatie

 

 

Parkinsonvereniging Weert, MBvO

€ 340,00

€ 375,00

EHBO-vereniging Weert,

€ 460,00

€ 500,00

opleiding en inzet EHBO-ers

 

 

EHBO-ver. Stramproy-Tungelroy,

€ 350,00

€ 500,00

opleiding en inzet EHBO-ers

 

 

Welzijn: leefbaarheid

 

 

Mijn Straat Jouw Straat

€ 56.000,00

€ 16.000,00

Activiteiten in wijken/dorpen

 

 

Beheer wijkaccommodaties

 

 

Beheerstichtingen*

€ 86.040,00

€ 75.000,00

beheer wijkaccommodaties

 

 

Zaal Beej Bertje (Laar)

€ 14.685,00

€ 12.500,00

inzet zaal als wijkaccommodatie

 

 

€ 169.170,00

€ 115.075,00

 

Toelichting bij de tabel:

  • -

    Bij Comité Weerter Scholentoernooi, St. Bospop en de EHBO-verenigingen is gekozen voor afronding van de subsidiebedragen. Bij de EHBO-verenigingen is gekozen voor gelijke subsidie als de Zonnebloemverenigingen (harmonisatie).

  • -

    Bij het Filmhuis is gekozen voor een vaste subsidie van € 1.000,- per jaar. Het Filmhuis is uniek in Weert en dat wil het college behouden.

  • -

    De daling van de subsidie voor Mijn Straat Jouw Straat (MSJS) komt voort uit de evaluatie van het beleid voor de wijk- en dorpsraden. Op 20 juli 2016 heeft de raad besloten de subsidie voor MSJS te laten vervallen en in plaats hiervan een bedrag van € 16.000,- (€ 1.000,- per wijk-/dorpsraad) toe te voegen aan de jaarlijkse subsidie voor de wijk- en dorpsraden.

  • -

    Bij de beheerstichtingen is gekozen voor een verlaging van het vaste bedrag van € 14.340,- naar € 12.500,-.

  • -

    De subsidie voor het gebruik van de accommodatie Bee-j Bertje wordt voor het jaar 2017 gelijk getrokken met de subsidie van de beheerstichtingen beheer wijkaccommodaties. Dit is een bedrag van € 12.500,-. De voorwaarden van het convenant uit 2007 blijven van toepassing. Verder wordt de subsidie betrokken bij de voorzieningenplannen Weert Noord en kerkdorp Laar c.q. de herziening van het accommodatiebeleid.

 

Weggevallen subsidies

In de conceptnota stonden nog subsidies voor de Algemene Nederlandse Bond voor ouderen (€ 2.500,-) en Stichting Disco Just For You (€ 750,-). Beide organisaties vragen in 2017 geen subsidie meer aan. Totaal is dit een bedrag van € 3.250,-.

 

Nieuwe subsidies

Op grond van de aanpassing van de subsidieregeling voor culturele activiteiten en evenementen wordt subsidie voor eenzelfde activiteit of evenement maximaal drie jaar achtereen verstrekt. Indien na 3 jaar blijkt dat subsidie van de betreffende activiteit structureel gewenst is, wordt voorgesteld om aan deze activiteiten een vaste subsidie toe te kennen. Periodiek (bijvoorbeeld per 4 jaar) kan worden beoordeeld of deze vaste subsidies worden voortgezet. Momenteel zijn er 3 organisaties die al langer dan 3 jaar subsidie krijgen uit het budget voor evenementen: Bantopa Party (€ 2.500,-), Kinderfestival (€ 2.500,-) en de Truckrun (€ 750,-). Voortzetting van deze activiteiten wordt van belang geacht vanwege hun positieve functie in het kader van diversiteit en kwetsbaarheid. Daarom ontvangen de betreffende organisaties vanaf 2017 een vaste subsidie.

Totaal bedrag voor 3 organisaties: € 5.750,-.

 

Financieel resultaat

 

Subsidies

Subsidie 2017

Subsidie 2017

Verschil

 

bij huidig beleid

bij nieuw beleid

 

Ongewijzigde subsidies

€ 252.914,00

€ 254.214,00

€ 1.300,00

Gewijzigde subsidies*

€ 169.170,00

€ 115.075,00

€ - 54.095,00

Weggevallen subsidies

€ 3.250,00

€ 0,00

€ - 3.250,00

Nieuwe subsidies

€ 0,00

€ 5.750,00

€ 5.750,00

Totaal

€ 425.334,00

€ 375.039,00

€ -50.295,00

*Inclusief voormalige subsidie MSJS.

 

 

 

Afbouwregeling

 

  • -

    Voor de beheerstichtingen en zaal Bee-j Bertje wordt voorgesteld eenzelfde afbouwregeling te hanteren als voor de organisaties met een structurele subsidie benoemd onder A . De totale afbouw in 2017 is € 4.900,00 (afgerond).

 

C. Structurele subsidies voor specifieke activiteiten binnen het Wmo-beleid

 

Momenteel ontvangen op grond van het subsidiebeleid voor vrijwilligersorganisaties nog drie organisaties een subsidie voor de uitvoering van taken die passen binnen het huidige Wmo-beleid.

Het is logisch de subsidie voor deze activiteiten te dekken uit het budget voor Wmo-activiteiten.

Het gaat om de volgende subsidies:

 

Organisatie

Activiteit

Hoogte subsidie

 

 

(ongewijzigd)

St. Dagopvang Weert

Huiskamerprojecten

€ 26.720,00

St.Tafeltje dek je

Maaltijdverzorging aan huis

€ 37.500,00

St. Pedagogisch Sociaal Werk ML

Activiteiten voor mensen met een

€ 12.000,00

 

verstandelijke beperking

 

 

Totaal

 € 76.220,00

 

Financiële gevolgen

 

Door de dekking van deze gelden uit het budget voor Wmo-activiteiten komt er dus een bedrag van € 76.220,- vrij binnen het subsidiebudget voor vrijwilligersorganisaties op het beleidsterrein Welzijn. Voorgesteld wordt hiervan een bedrag van € 75.000,- in te zetten om invulling te kunnen geven aan de vernieuwing van het subsidiebeleid. Er resteert dan een bedrag van € 1.220,- dat kan worden ingezet binnen de bezuinigingstaakstelling van € 200.0000,-

5.3.2. Incidentele subsidies

Naast de structurele subsidies worden er ook incidentele subsidies verleend. Dit zijn subsidies voor specifieke doelstellingen waar organisaties, behorend tot de geformuleerde doelgroep, aanspraak op kunnen maken. Voorgesteld wordt een deel van deze subsidies te behouden en een deel van deze subsidies te laten vervallen. Onderstaand is dit weergegeven:

 

Ongewijzigde subsidies

 

Subsidies

Subsidie 2017

Subsidie 2017

Verschil

 

bij huidig beleid

bij nieuw beleid

 

Fonds voor culturele

 

 

 

activiteiten

€ 24.000,00

€ 25.000,00

€ 1.000,00

Evenementen

€ 25.000,00

€ 25.000,00

€ -

 Totaal

 € 49.000,00

 € 50.000,00

 € 1.000,00

Voorgesteld wordt de budgetten voor Het Fonds Culturele Activiteiten en Evenementen gelijk te trekken en vervolgens samen te voegen. Uitvoering vindt plaats op basis van nieuwe definities en kaders:

 

Definities:

Bij de bepaling of een subsidieaanvraag een culturele activiteit of een evenement is wordt gebruik gemaakt van de definities zoals deze staan in de Cultuurnota 2009 - 2013 van de gemeente Weert en de nota evenementenbeleid 2011 – 2015. Deze definities zijn als volgt:

 

Culturele activiteiten:

Culturele activiteiten betreffen verschillende kunstzinnige, artistieke uitingen aan de hand waarvan mensen, beelden, opvattingen en gedachten aan anderen overdragen.

Deze overdracht kan door:

  • a.

    Podiumkunsten: theater, muziek, dans

  • b.

    Visuele kunsten: beeldende kunst, fotografie, film, bouwkunst, vormgeving en nieuwe (audio)media.

Doel is een breed publiek de mogelijkheid bieden om kennis te maken met en/of deelnemen aan culturele activiteiten.

 

Evenement:

Een (professioneel) georganiseerde, bijzondere publieke gebeurtenis, die plaats vindt in de gemeente Weert.

 

Kaders:

  • -

    Bepaling of iets een subsidiabele culturele activiteit of evenement is gebeurt aan de hand van een scorekaart. De scorekaart uit de nota Subsidiebeleid Welzijn en Evenementen uit 2012 wordt geactualiseerd.

  • -

    Scoort een evenement te weinig punten om in aanmerking te komen voor een subsidie maar draagt het op een opvallende en positieve wijze bij aan de gemeentelijke beleidsdoelen dan kan dit evenement in aanmerking komen voor een waarderingssubsidie tot € 500,-.

  • -

    Subsidiëren gebeurt op volgorde van binnenkomst tot het totale budget van € 50.000.- op is

  • -

    Verlenen subsidie is vaststellen .

  • -

    Subsidie voor eenzelfde activiteit of evenement kan maximaal 3 jaar achter elkaar worden verstrekt. Indien na 3 jaar blijkt dat de activiteit of het evenement niet zonder subsidie uitgevoerd kan worden maar volgens de beleidsuitgangspunten wel belangrijk is, wordt op basis van argumenten besloten of de subsidie structureel wordt.Verdere kaders volgen uit de ASV.

 

Weggevallen subsidies

 

Subsidies

Subsidie 2017

Subsidie 2017

Verschil

 

bij huidig beleid

bij nieuw beleid

 

Investeringssubsidies*

€ 26.252,00

€ -

€ -26.252,00

Kaderopleidingen**

€ 7.000,00

€ -

€ -7.000,00

Ouderen en gehandicapten

€ 1.500,00

€ -

€ -1.500,00

Integraal jeugdbeleid

€ 250,00

€ -

€ -250,00

 Totaal

 € 35.002,00

€ -

 € -35.002,00

* voor sportverenigingen en scoutinggroepen, ** voor sportverenigingen

 

Toelichting bij de tabel:

  • -

    De regeling voor investeringssubsidies biedt een subsidie van 25% van de kosten van grote investeringen in de eigen accommodaties. Dit speelt met name bij accommodaties van sportverenigingen. Voorgesteld wordt deze subsidieregeling te laten vervallen. In maart 2015 is door de raad besloten aan sportverenigingen een garantstelling te bieden gekoppeld aan een garantstelling door Stichting Waarborgfonds voor de Sport. Dit biedt de sportverenigingen betere mogelijkheden om een geldlening aan te gaan bij grote investeringen.

  • -

    De subsidieregeling voor kaderopleidingen biedt sportverenigingen een subsidie van 50% van de kosten van kaderopleidingen. De verhouding tussen aanspraak op het budget en de uitvoeringskosten is hoog, voorgesteld wordt hiermee te stoppen.

 

Financieel resultaat

De totale uitgaven voor incidentele subsidies bij huidig beleid zijn: € 84.002,-. Op grond van het voorstel wijzigt dit naar € 50.000,-. Dit is een daling van € 34.002,-.

 

Afbouwregeling

 

Een afbouwregeling is niet van toepassing.

5.3.3. Nieuwe tarieven

In de uitgangspuntennotitie is gekozen voor behoud van maatschappelijke tarieven voor de gemeentelijke sportaccommodaties, waarbij geldt dat er aansluiting dient te zijn met tarieven in de regio. Om dit te beoordelen zijn de tarieven bij diverse gemeenten in de regio opgevraagd. Dit heeft geleid tot het volgende voorstel:

 

Binnensportaccommodaties

De meeste gemeenten hanteren verschillende tarieven voor verenigingen en recreatieve gebruikers. Verenigingen kunnen veelal huren tegen een lager tarief. Conclusie van de vergelijking met de tarieven in de regio is dat in Weert het verenigingstarief lager is dan gemiddeld. Het tarief voor de recreatieve gebruikers ligt rond het gemiddelde (ietsje daarboven). Op grond hiervan wordt voorgesteld om alleen het verenigingstarief voor de binnensportaccommodaties vanaf 2017 te verhogen. De gekozen verhoging is een verhoging met ruim 11%. Hiermee blijven we nog steeds iets beneden het gemiddelde in de regio.

 

Buitensportaccommodaties

De buitensportaccommodaties bestaan uit: voetbalvelden, hockeyvelden, een atletiekcomplex, een honkbalveld, het verharde sportveld (achter Het College) en de beachvolleybalvelden (achter Het College). Geconstateerd is dat de tarieven voor de sportvelden, ondanks de relatief grote stijging in 2013 (procentueel gezien) een stuk lager liggen dan in de regio. Daarom wordt voor de voetbalvelden, de hockeyvelden en het honkbalveld een tariefstijging van 50% voorgesteld (jaartarieven en uurtarieven). Voor de voetbalvelden in Altweerterheide, Tungelroy en Swartbroek wordt een stijging van 12,5% i.p.v. 50% gehanteerd wegens een beperkt gebruik van de velden.

Voor de atletiekaccommodatie wordt voorgesteld de stijging te beperken tot 20%. De tarieven voor het verharde sportveld en de beachvolleybalvelden zijn nu erg laag. Verhoging met 70% is daarom redelijk. De buitensportaccommodaties worden maar in beperkte mate gehuurd door recreatieve gebruikers (op uurbasis). De tarieven voor deze gebruikers zijn nu gelijk aan de tarieven voor de verenigingen. Dit blijft ongewijzigd.

 

Zwembad

Net als bij de binnensportaccommodaties geldt ook hier dat het tarief voor de sportverenigingen lager is dan het gemiddelde in de regio. Hier liggen wel grotere verschillen. In Roermond en Cranendonck zijn de tarieven lager dan in Weert. In Nederweert en Venlo betalen de verenigingen fors meer. Voorgesteld wordt de tarieven te verhogen naar het gemiddelde, wat neerkomt op een stijging van circa 15%.

 

In de bijlagenota wordt hier verder op ingegaan en is een totaaloverzicht van de tarieven opgenomen.

 

Financiële gevolgen

 

De voorgestelde tariefverhogingen betekenen dat de inkomsten toenemen.

 

Tarieven sportaccommodaties

Hogere inkomsten

 

2017

Binnen- en buitensportaccommodaties

€ 49.700,00

Zwembad*

€ 23.000,00

 Totaal

 € 72.700,00

*Lager te betalen subsidie

 

Voor de berekening van de hogere inkomsten zijn de daadwerkelijk gehuurde uren in 2015 als basis genomen gecombineerd met de tarieven van 2017 op basis van huidige beleid (prijsindexatie van 1% in 2016 en 0,9% in 2017). De hogere inkomsten zijn dus meerinkomsten boven op de geïndexeerde tarieven in 2017. De uiteindelijke meerinkomsten kunnen in positieve of negatieve zin afwijken als de uren die in 2017 door de sportverenigingen worden gehuurd hoger of lager zijn dan in 2015.

 

Afbouw

 

Het verhogen van de tarieven betekent feitelijk een bezuiniging op de subsidie. De gemeente brengt immers voor de verhuur van de sportaccommodaties geen kostendekkend tarief in rekening, maar een maatschappelijk tarief. Dit is een indirecte vorm van subsidie. In dit kader is het redelijk dat ook een afbouwregeling wordt toegepast met betrekking tot de tariefverhoging.

Dit is alleen praktisch uitvoerbaar door de verhoging gefaseerd door te voeren. Voorgesteld wordt de verhoging in 2017 toe te passen voor 50% en in 2018 pas voor 100%. Dit betekent dat er in 2017 éénmalig een lager voordeel van € 35.650,- wordt gerealiseerd.

5.4. Wijzigingen ten opzichte van het subsidiebeleid 2013

Totaal structureel financieel resultaat wijzigingen subsidies en tarieven

In paragraaf 5.3. zijn de wijzigingen op de subsidies en tarieven in beeld gebracht. De hier genoemde bezuinigde bedragen voor de subsidies zijn gebaseerd op de conceptbegroting 2017. Hierin konden ten opzichte van de begroting 2016 een aantal budgetten neerwaarts worden gecorrigeerd. Dit leidt tot een voordeel van € 32.958,00 ten opzichte van de begroting 2016. Het totale resultaat is onderstaand weergegeven:

 

Financieel resultaat

Subsidie 2017

Subsidie 2017

Bezuiniging /

wijziging subsidies

bij huidig beleid

bij nieuw beleid

hogere inkomsten

en tarieven

 

 

 

Structurele subsidies A

€ 471.600,00

€ 444.800,00

€ 26.800,00

Structurele subsidies B

€ 425.334,00

€ 375.039,00

€ 50.295,00

Structurele subsidies C

€ 76.220,00

€ -

€ 76.220,00

Nieuwe subsidies (zie C)

€ -

€ 75.000,00

€ -75.000,00

Incidentele subsidies D

€ 84.002,00

€ 50.000,00

€ 34.002,00

Tarieven sport

 

 

€ 72.700,00

Voordeel

 

 

€ 32.958,00

conceptbegroting 2017

 

 

 

 

 

Totaal

€ 217.975,00

Toename subsidiebudget vanaf 2018

Het subsidiebudget is voor een groot deel gebaseerd op vaste grondslagen. Er kunnen fluctuaties optreden, bijvoorbeeld door stijging of daling van het aantal jeugdleden, of door stijging van specifieke kosten waarvoor subsidie wordt verleend zoals de kosten voor een dirigent en regisseur en de muziekopleidingen bij het Rick. De verwachting is dat dit de komende jaren zal leiden tot een maximale toename van de subsidie uitgaven met € 10.000,-.

Bedrag voor eventuele knelpunten

Sommige organisaties maken zich zorgen over het effect van de bezuinigingen. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de bezuinigingen niet leiden tot grote knelpunten. Bij de meeste organisaties is sprake van een kleine daling van de subsidie. Ook hebben organisaties mogelijkheden om kosten te drukken, bijvoorbeeld door middel van meer samenwerking. Daarnaast ontvangen organisaties waarbij de daling van de subsidie meer is dan € 500,- in 2017 nog een afbouwbedrag. Dit biedt meer tijd om maatregelen te nemen. Organisaties die wel knelpunten ervaren, kunnen zich melden. Mocht blijken dat er toch onredelijke effecten optreden, dan kan worden beoordeeld of compensatie gewenst is. Hiervoor is in 2018 en 2019 een bedrag van € 15.000,- opgenomen. (in 2017 niet i.v.m. de dan geldende afbouwregeling).

 

Financieel eindresultaat

 

Het totale resultaat bestaat uit:

  • -

    Een structureel gerealiseerde besparing op de subsidie uitgaven en tarieven*

  • -

    Een structurele verhoging van het budget voor subsidie uitgaven vanaf 2018

  • -

    Een tijdelijk benodigd budget voor afbouw (2017)

  • -

    Een tijdelijk benodigde budget voor het opvangen van eventuele knelpunten (2018 en 2019)

    *Inclusief een voordeel in de conceptbegroting 2017

 

Door de componenten van tijdelijke aard is er tevens sprake van een verschillend totaal financieel resultaat in 2017, 2018 en 2019. In 2020 wordt het structurele eindresultaat gerealiseerd. In onderstaande tabel is het verloop in de periode 2017 t/m 2020 weergegeven:

 

Eindresultaat

2017

2018

2019

2020

Wijzigingen subsidies en tarieven

217.975,00

217.975,00

217.975,00

217.975,00

Afbouw structurele subsidies A

-5.700,00

0,00

0,00

0,00

Afbouw structurele subsidies B

-4.900,00

0,00

00,00

0,00

Afbouw tarieven sport

-35.650,00

0,00

 

0,00

Stelpost toename subsidies

0,00

-10.000,00

-10.000,00

-10.000,00

Bedrag voor eventuele knelpunten

0,00

-15.000,00

-15.000,00

0,00

Totaal

171.725,00

192.975,00

192.975,00

207.975,00

 

Samengevat zijn er de volgende wijzigingen ten opzichte van het subsidiebeleid 2013:

  • -

    Op grond van de uitgangspuntennotitie zijn inhoudelijke keuzes gemaakt waarop niet bezuinigd wordt : jeugdsubsidies en kwetsbare groepen;

  • -

    Op grond van de uitgangspuntennotitie zijn inhoudelijke keuzes gemaakt waarop wel bezuinigd wordt: subsidies voor volwassen leden komt te vervallen en incidentele subsidies komen te vervallen;

  • -

    Voor wat betreft de tarieven sluiten we aan bij gemiddelden in de regio;

  • -

    Het systeem is eenvoudiger geworden: er zijn minder grondslagen per categorie, er heeft een harmonisatie van grondslagen plaatsgevonden;

  • -

    Er is in het nieuwe systeem structurele ruimte voor ondersteuning van nieuwe activiteiten;

  • -

    Er is één ASV die geldt voor alle subsidies die verstrekt worden door de gemeente Weert. Samen met de uitgangspuntennotitie stelt de raad hiermee de kaders vast. Kern hiervan: het college is belast met de uitvoering van deze verordening en mag hiervoor –binnen de kaders van de raad - nadere regels vaststellen. Subsidies tot € 5.000,- worden in principe direct vastgesteld en voor bepaalde categorieën activiteiten kan het college incidentele subsidies toekennen op grond van een tender.

Hoofdstuk 6 Regelgeving

6.1. Inleiding

In het subsidiebeleid spelen de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het dualisme een belangrijke rol. De gemeente heeft een kaderstellende rol en het college geeft hier uitvoering aan. Concreet betekent dat voor een subsidieproces dat de gemeenteraad vaststelt welke onderwerpen voor subsidie in aanmerking komen en wat voor soort subsidies aan die onderwerpen gekoppeld zijn. Het college bepaalt vervolgens voor welk bedrag (binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders en subsidieplafonds) subsidie wordt verleend, aan wie en onder welke voorwaarden. In voorliggend hoofdstuk wordt ingegaan op dit wettelijk kader.

6.2. Wettelijk kader

De juridische basis van subsidieverlening wordt gelegd in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze titel moet in samenhang worden gelezen met de algemene bepalingen uit de Awb (hoofdstuk 1 t/m 3). In titel 4.2 worden de twee fases in het proces van subsidieverstrekking beschreven, namelijk de subsidieverlening en de subsidievaststelling. Afsluiting van deze fasen geschiedt in de vorm van een beschikking. Daarnaast kan de betaling nog als een aparte fase worden onderscheiden. Ook deze verplichting tot betaling wordt in beginsel op schrift gesteld in de vorm van een beschikking.

 

Opvallend is dat veel bepalingen een discretionaire bevoegdheid (een kan-bepaling) bevatten of afwijkingsmogelijkheden bieden. Dit geeft lagere overheden (waaronder de gemeente) de mogelijkheid om zelf aanvullende regelgeving op te stellen. De gemeente beoogt zelf te bepalen aan welke verenigingen en vrijwilligersorganisaties subsidie wordt verstrekt. De uitwerking hiervan dient te worden vastgelegd in een wettelijk voorschrift, in het geval van subsidies uitgewerkt in een verordening. Hierbij moeten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen, waaronder bijvoorbeeld het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het objectiveringsbeginsel, het transparantiebeginsel en het verbod van willekeur.

6.3. Algemene Subsidie Verordening

De raad heeft bij de vaststelling van deze nota door een amendement een wijzigingen aangebracht in de Algemene Subsidieverordening Weert 2017. Het betreft een wijzigingen in:

 

Artikel 3: Bevoegdheden college (amendement nr. 12).

 

De wijzigingen zijn doorgevoerd in de Algemene Subsidieverordening Weert 2017.

 

Het amendement is opgenomen in hoofdstuk 7 van deze nota.

 

De algemene subsidieverordening bevat de essentiële elementen van het subsidieproces. Deze ASV beschrijft alle procedurele bepalingen omtrent subsidieverstrekking. Er worden twee subsidievormen onderscheiden: incidentele- en structurele subsidies. Incidentele subsidies zijn subsidies ten behoeve van activiteiten van de aanvrager waarvoor het college slechts voor een bepaalde tijd subsidie wil verstrekken. Structurele subsidies zijn subsidies die per boekjaar aan een aanvrager wordt verstrekt of voor een aantal boekjaren met een maximum van vier jaar.

 

Deze opbouw zorgt ervoor dat de ASV 2017 gemakkelijk lees- en werkbaar is, niet alleen voor het ambtelijk apparaat, maar ook voor de subsidieontvangers. De gemeente Weert zet middels deze herziening in op transparantie en vermindering van de administratieve lasten. De administratieve lasten zijn op dit moment te hoog, mede gelet op de hoeveelheid subsidiegrondslagen en specifieke bepalingen binnen de huidige regelgeving. De ASV 2017 vormt de basis van de vernieuwde, wenselijke situatie.

 

De ASV 2017 dient te allen tijde in samenhang te worden gelezen met de subsidieregelingen.

6.4. Subsidieregelingen

In art. 3 van de ASV 2017 krijgt het college de bevoegdheid gedelegeerd om nadere regels/uitvoeringsregels vast te stellen waarin de activiteiten en doelgroepen worden vastgelegd. Deze nadere regels noemen we ook wel subsidieregelingen. Deze subsidieregelingen worden onder andere vastgesteld op het gebied van:

  • -

    Grondslagen en specifieke bepalingen voor subsidieverstrekking aan verenigingen en vrijwilligersorganisaties;

  • -

    Professionele instellingen;

  • -

    Tenderprocedure; en

  • -

    Accommodaties.

 

In art. 6 van de ASV 2017 worden eisen gesteld aan de inhoud van de betreffende subsidieregelingen.

 

Hoofdstuk 7 Moties en amendementen

 

In dit hoofdstuk zijn de motie en de amendementen opgenomen die op 23 november 2016 door de raad zijn aangenomen:

 

  • -

    Motie a: Openbaar subsidieregister

  • -

    Amendement 2: Nota herziening subsidiebeleid (subsidie gebruik accommodatie Bee-j Bertje)

  • -

    Amendement 9: Herziening subsidiestelsel vrijwilligersorganisaties 2017 schutterijen

  • -

    Amendement 10: Herziening subsidiestelsel vrijwilligersorganisaties 2017 koren

  • -

    Amendement 12: Herziening subsidiestelsel – bevoegdheden tot vaststellen subsidieregelingen en tot afwijken van de verordening