Gemeenteblad van Roermond

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RoermondGemeenteblad 2016, 47162Beleidsregels



Voorlopige Leidraad regionale mestverwerking

 

De Raad van de gemeente Roermond

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 februari 2016,

raadsvoorstelnummer 2016/015/1;

besluit

dat de 'Voorlopige Leidraad regionale mestverwerking' vanaf 20 april tot en met 31 mei 2016 voor een ieder ter inzage ligt in het Stadskantoor, Kazerneplein 7, 6041 TG Roermond.

De leidraad treedt vanaf 20 april in werking.

Inleiding

In Nederland wordt meer mest geproduceerd dan op het land kan worden uitgereden. Vanaf 1 januari 2014 is in de meststoffenwet bepaald dat veebedrijven die hun mest niet binnen de normen die hiervoor gelden volledig op hun eigen grond kwijt kunnen, mest moeten laten verwerken. Doel van de verwerkingsplicht is dat de mest buiten de Nederlandse landbouw wordt afgezet, zodat er geen sprake meer is van mestoverschot. Onder mestverwerking wordt verstaan:

  • -

    het exporteren van dierlijke meststoffen (afhankelijk van exportland mogelijkheden voor mestproducten via: covergisten, scheiden, hygiëniseren, drogen, korrelen of andere bewerkingsmethodes van dierlijke mest);

  • -

    het verbranden of vergassen van dierlijke meststoffen tot as waarin maximaal 10% organische stof aanwezig is. De verbranding of vergassing vindt onder voldoende hoge temperatuur plaats en/of duurt voldoende lang zodat het organisch materiaal in de dierlijke meststoffen grotendeels is vergaan.

De verplichte verwerking is voor de regio Zuid 30% in 2014 en 50% in 2015. De staatssecretaris van Economische Zaken kan het verwerkingspercentage jaarlijks bijstellen wanneer omstandigheden veranderen, zoals een krimpende nationale mestplaatsingsruimte of groeiende mestproductie.

De gemeenten krijgen en hebben aanvragen gekregen voor de ontwikkeling van mestverwerking en -bewerking op boerderijniveau of op regionaal niveau. De opdracht voor alle gemeenten is dan ook “wat kan waar en onder welke voorwaarden”.

Mestbewerking – Mestverwerking

Wat er wordt bedoeld onder mestverwerking of mestbewerking verschilt tussen de ministeries van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken (meststoffenwet).

I. Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Onder het bewerken van mest wordt verstaan het behandelen van dierlijke mest zonder het product noemenswaardig te veranderen. Bijvoorbeeld: het mengen, roeren of homogeniseren van mest en het mechanisch scheiden van de mest in een dunne en een dikke fractie. Omgekeerde osmose geldt als bewerking. Bij het verwerken van mest worden technieken of combinaties daarvan toegepast waardoor de aard en de hoedanigheid van de dierlijke mest wijzigt. Voorbeelden hiervan zijn: het vergisten of composteren van mest en het produceren van mineralenconcentraten (kunstmestvervangers) uit dierlijke mest.

II. Ministerie van Economische Zaken

Met mestverwerking in de meststoffenwet bedoelt men:

  • -

    Het exporteren van dierlijke meststoffen.

  • -

    Het verbranden of vergassen van dierlijke meststoffen tot as waarin maximaal 10% organische stof (koolstofketens) aanwezig is. De verbranding of vergassing vindt onder voldoende hoge temperatuur plaats en/of duurt zo lang als nodig is om het organisch materiaal in de dierlijke meststoffen grotendeels te vernietigen.

  • -

    Covergisten, scheiden, korrelen zijn bewerkingsmethodes en vallen niet onder mestverwerking

In deze notitie gebruiken we de definities van bewerken en verwerken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Mestverwerkings- en mestbewerkingstechnieken

Er zijn nogal wat technieken voor mestverwerking en mestbewerking. Sommige zijn al volop in praktijk andere nog in ontwikkeling. Maar er komen nog steeds nieuwe technieken bij. Er is een overzicht opgesteld van alle mestverwerkings- en –bewerkingstechnieken die bekend zijn. Hierbij is aangegeven of de techniek op boerderij niveau, regionaal niveau of grootschalig wordt ingezet. De gegevens zijn afkomstig van www.mestverwerken.wur.nl.

Huidige ruimtelijke beleid gemeenten

Onderstaande tabel geeft in het kort weer wat het huidige ruimtelijke beleid is t.a.v. mestverwerking en mestbewerking voor de SML-gemeenten (het milieubeleid is vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving).

 

Boerderij

mobiele installatie

Boerderij

vaste installatie

Boerderij meerderde locaties

Boerderij

mest derden

Industriële verwerking

Leudal

meldingsplicht

Mestscheiding is mogelijk

Niet mogelijk

Niet mogelijk

Zevenellen (in ontwikkeling)

Weert

meldingsplicht

Mogelijk

Mogelijk indien één bedrijf

10% van derden

Lozerweg (mogelijkheid)

Nederweert

meldingsplicht

Mogelijk

Alleen LOG mogelijk

Alleen op LOG mogelijk

Aan Veertien (mogelijkheid)

Roermond

meldingsplicht

Mogelijk als nevenactiviteit

Mogelijk als nevenactiviteit

Niet mogelijk

Niet mogelijk

Roerdalen

meldingsplicht

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk voor bedrijven op LOG

Maasgouw

meldingsplicht

Mogelijk als nevenactiviteit

Mogelijk als nevenactiviteit

Mogelijk als nevenactiviteit

Niet mogelijk

Echt- Susteren

meldingsplicht

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk als nevenactiviteit (LOG)

Niet mogelijk tenzij 1.

1. Op LOG ruimte voor mestverwerking als zelfstandig bedrijf met maximum oppervlakte 500 m2 (artikel 34.lid 2 bestemmingsplan Buitengebied Echt-Susteren).

Visie provincie

In het POL 2014 is in het hoofdstuk land- en tuinbouw onder de paragraaf bevorderen innovaties ook een gedeelte gewijd aan de mestverwerking. Daarin wordt aangegeven dat uitbreiding van bestaande agrarische bedrijven met een mestbewerkingsinstallatie of een biomassa-installatie (in samenwerkingsverband met andere agrarische bedrijven) op bedrijfsniveau onder voorwaarden mogelijk is. In alle gevallen dient er aandacht te zijn voor:

  • -

    de schaal en locaties van de ontwikkeling dient te passen bij gebiedskwaliteiten;

  • -

    bijdrage aan verbetering leefomgeving (emissies, transport, ruimtelijke kwaliteit);

  • -

    indien samenwerkingsverband /meerdere bedrijfslocaties: beste locatiemethode;

  • -

    dialoog met belanghebbenden.

De beste locaties voor regionale en grootschalige mestverwerkingsinstallaties zijn bedrijventerreinen. Deze locaties passen het beste bij het karakter van dergelijke voorzieningen en beschikken over goede ontsluiting. Ook ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij en grootschalige clusters land- en tuinbouwbedrijven lenen zich voor regionale mestverwerking. De koppeling tussen mestverwerking (als producent van energie) en energievragers biedt kansen en speelt mee bij de locatiekeuze.

Uitgangspunten

Vanuit het streven naar evenwicht in de driehoek ecologie-economie-maatschappij zijn de mogelijke toepassingen door de SML – gemeenten en de stakeholders langs de lat gelegd voor wat betreft:

  • People/Leefbaarheid: geur, geluid, transport, volksgezondheid, fijn stof

  • Profit: Verdienmodel (verdienmodel voor omgeving/mens is minder overlast)

  • Planet: Bodem, Water, Lucht

Belangrijkste thema is dat er geen negatieve aspecten mogen zijn voor de volksgezondheid. Met andere woorden leefbaarheid (People) is het belangrijkste uitgangspunten voor het opstellen van de leidraad. Het is echter belangrijk om de samenhang te houden tussen de afzonderlijke trends bij People, Profit en Planet. Om die reden geen sectorale afspraken maken maar juist een integrale leidraad op te stellen. Om die reden wordt in de leidraad ruimte gegeven voor innovaties en nieuwe technieken. Daarom wordt gewerkt met een regionaal deskundigenteam waarin nieuwe regionale initiatieven beoordeeld worden op basis van een aantal vooraf meegekregen randvoorwaarden.

Door de stakeholders en de SML – gemeenten zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  • Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen mestverwerking en mestbewerking

  • Een goed woon- en leefklimaat moet worden gegarandeerd

  • Geen onevenredige toename van geur, geluid, fijn stof en andere overlast

  • Initiatief mag geen gevaar vormen voor de volksgezondheid

  • Nieuwe initiatieven moeten via SML BO_LEN op elkaar worden afgestemd. Hiervoor wordt een adviserende deskundigenpool geformeerd.

  • Samenhang met SML-werkveld Energie en Economie

  • Industriële installaties op daarvoor geschikte locatie zijnde bedrijventerreinen en niet in het buitengebied m.u.v. nog andere te benoemen locaties.

  • Ondernemers wijzen op Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

  • Open communicatie, omgeving betrekken bij initiatieven

  • Dialoog is in alle gevallen onderdeel van het proces

  • Communicatie van gemeenten naar initiatiefnemers moet duidelijk zijn

  • In alle gevallen goede landschappelijk inpassing

  • Geen onderscheid tussen mest afkomstig van derden en mest afkomstig van bedrijf met meerdere locaties;

  • Toepassing nieuwe technieken (innovatie) moet mogelijk zijn. Ruimte om te experimenteren. Voor bedrijf moet daarbij continuïteit gewaarborgd zijn.

  • Transportbewegingen passend bij het wegprofiel en omgeving

  • Mestverwerkingsbedrijven in LOG’s moeten qua karakter (gebouwen en bouwwerken) aansluiten bij bouwmogelijkheden voor agrarische bedrijven.

Samenvattend

  • I.

    Mestbewerking en mestverwerking op eigen bedrijf tot < 15.000 m3 mogelijk;

  • II.

    Grootschalige industriële verwerking op regionale schaal op de daarvoor geschikte locaties.

  • III.

    Mestbewerking en mestverwerking, ongeacht locatie tot 25.000 m3 worden op regionale schaal besproken;

  • IV.

    Ruimte voor innovatie.

  • V.

    Dialoog

Regionale afstemming

Mestbewerking - en mestverwerking initiatieven, ongeacht locatie tot 25.000 m3 en bij initiatieven voor industriële verwerking > 25.000 m3 worden door een regionale deskundigenpool beoordeeld en van een niet bindend advies voorzien aan BO-LEN en het college B&W van de gemeente waarbinnen het initiatief gesitueerd is. Er wordt gewerkt met een deskundigenpool dat nieuwe initiatieven voor mestbewerking en mestbewerking uit de regio beoordeelt op basis van een aantal vooraf opgedane invalshoeken en kwantitatieve waarden. Door het inschakelen van de deskundigenpool krijgen de verschillende initiatiefnemers binnen Midden-Limburg een zelfde benadering van hun initiatieven. Dit komt de integraliteit en uniformiteit ten goede.

De deskundigenpool, welke per casus van samenstelling wisselt, doorloopt de aangedragen initiatieven tezamen met vertegenwoordigers van landbouworganisaties (LLTB), maatschappelijke organisaties (NFM Limburg, dorpsraden) en overheden (provincie, SML-gemeenten, Waterschap) , zodat iedereen in een zo vroeg mogelijk stadium op de hoogte is van de initiatieven. Afhankelijk van het impact en de vraag van het initiatief zal de samenstelling van de deskundigenpool een andere samenstelling of omvang hebben.

Voor elk initiatief wordt gezamenlijk de waarde bepaald en uitgediept, een afweging gemaakt en uiteindelijk een advies gegeven richting de betreffende gemeente. Bij de invulling van de deskundigenpool zal er goed gekeken moeten worden dat de onafhankelijkheid gewaarborgd is en dat die deskundigheid gevraagd wordt welke nodig is voor de ingebrachte casus.

Concreet richt de deskundigenpool zich daarbij op:

Onderdeel

Invalshoeken / kwantitatieve waarden

Installaties

Gesloten installatie; luchtbehandeling; logistiek rond aan en afvoer; beheersing van procesrisico's; behandeling afvalwater; inzicht in ontwikkeltraject; organisatorische aanpak en monitoring.

Locaties

Locatiekeuze passend binnen aan- en afvoerroutes; afvoer waterige fractie(s); voorzieningen voor levering energie aan derden (biogas /elektriciteit /warmte) en nabijheid burgerwoningen.

Omgeving

Landschapsplan en (on)mogelijkheid voor opschaling. Het initiatief moet onder meer beoordeeld worden op de plaatselijke waarden ten aanzien van verkeer, water, natuur, geur, fijn stof, gezondheid en landschap.

Uitvoerbaarheid

Duidelijkheid over beoogde economische uitvoerbaarheid; beoogde kwaliteit en waarborging kwaliteit; voorgenomen ontwikkeltraject met afnemers; restproducten; terugkoppeling naar mestleveranciers en afzet van afvalwater.

Communicatie

Deze mestbeleidsvisie zal goed gecommuniceerd moeten worden met de agrarische bedrijven. Hiertoe kunnen allereerst persberichten worden uitgezet en bijeenkomsten met adviesbureaus, LLTB worden georganiseerd.

Werkwijze

De Gemeente beoordeelt alle plannen waarvoor in het kader van het bestemmingsplan een ruimtelijke toets en beoordeling nodig is. Bij enkele concepten wordt een initiatief ter advisering beoordeeld door een regionale deskundigenpool. Er wordt gewerkt vanuit drie clusters waarbinnen de initiatieven beoordeeld worden:

Cluster 1

Mestbewerking en mestverwerking op eigen bedrijf max. 15.000 m3

Deze initiatieven worden door de SML-gemeenten via de gebruikelijke vergunningsprocedure elk afzonderlijk getoetst en eventueel vastgesteld.

Cluster 2

Mestbewerking en mestverwerking, ongeacht locatie max. 25.000 m3.

Initiatieven welke binnen dit cluster vallen worden door een regionale deskundigenpool beoordeeld en van een niet bindend advies voorzien aan BO-LEN en het college B&W van de gemeente waarbinnen het initiatief gesitueerd is.

De deskundigenpool geeft een maatwerkadvies aan de hand van de waarden die op het initiatief van toepassing zijn. Voor elk afzonderlijk initiatief wordt gezamenlijk de waarden bepaalt en uitgediept, wordt een afweging gemaakt en uiteindelijk advies gegeven aan de betreffende gemeente.

Cluster 3 Industriële verwerking meer dan 25.000 m3

Op daar voor geschikte bedrijventerreinen in Midden-Limburg:

- Zevenellen

- Andere nog te benoemen geschikte locaties

Initiatieven welke binnen dit cluster vallen worden door een regionale deskundigenpool beoordeeld en van een niet bindend advies voorzien aan BO-LEN en het college B&W van de gemeente waarbinnen het initiatief gesitueerd is.

De deskundigenpool geeft een maatwerkadvies aan de hand van de waarden die op het initiatief van toepassing zijn. Voor elk afzonderlijk initiatief wordt gezamenlijk de waarden bepaalt en uitgediept, wordt een afweging gemaakt en uiteindelijk advies gegeven aan de betreffende gemeente

Evaluatie

De leidraad en werkwijze wordt in november 2016 geëvalueerd.

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de raad van de gemeente Roermond in zijn openbare vergadering d.d. 31 maart 2016 (Raadsbesluitnummer 2016/015/2)

De griffier,

J. Vervuurt

De burgemeester,

M.J.D. Donders - de Leest