Gemeenteblad van Amsterdam

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
AmsterdamGemeenteblad 2016, 43795Overige besluiten van algemene strekking



Vaststellen reglement groengelden 2016-2018(3B, 2016, 72)

 

Afdeling 3B

Nummer 72

Publicatiedatum 6 april 2016

Onderwerp

Vaststellen reglement groengelden 2016-2018

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 15 maart 2016 hebben besloten:

Het reglement Groengelden 2016-2018 vast te stellen:

Reglement Groengelden 2016-2018

Gemeente Amsterdam, vastgesteld in het college van B&W op 15 maart 2016

Inleiding en doel Groengelden

Groengelden zijn bedoeld voor groene uitvoeringsprojecten. In het coalitieakkoord “Amsterdam is van iedereen” heeft het college van B&W voor deze bestuursperiode € 20 miljoen vrijgemaakt aan Groengelden. Deze €20 miljoen Groengelden worden gefinancierd uit het Mobiliteitsfonds en zijn, aangevuld met financiering uit andere bronnen, het middel dat moet zorgen voor een vliegwieleffect om de ambities uit de Agenda Groen te realiseren. In de Agenda Groen 2015-2018 “Investeren in de tuin van de Amsterdammer” zijn de focus, acties en maatregelen geformuleerd ten aanzien van het groen in Amsterdam voor de periode tot en met 2018 . De Agenda Groen is vastgesteld door het college van B&W op 30 september 2015 en geeft richting aan de Groengeld investeringen.

De Groengelden zijn aan te vragen door overheidsorganisaties en in specifieke gevallen (zoals voor subsidie voor groene daken en muren en subsidie voor school(pleinen)) door niet-overheidsorganisaties.

Voor projecten gericht op groen in de buurt (o.a. bewonersinitiatieven en projecten gericht op stadslandbouw en voedsel) wordt een specifieke aanvraagprocedure uitgewerkt voor initiatieven van niet-overheidsorganisaties, bedrijven en particulieren.

Algemene eisen

De aanvrager van Groengelden voor een groen uitvoeringsproject dient rekening te houden met een aantal eisen waaraan de aanvraag voor projectgeld moet voldoen. Dit zijn algemene eisen waaraan ieder project moet voldoen (uitgezonderd projecten gericht op stadslandbouw en voedsel):

• Het betreft een investering die leidt tot een grotere kwantiteit of kwaliteit (verhoging gebruikswaarde, belevingswaarde en/of toekomstwaarde) van het groen.

• De investering draagt bij aan een regenbestendige stad. Het waterbergend vermogen (de sponswerking) van een locatie wordt vergroot door vergroening van bij voorkeur locaties die kwetsbaar zijn bij hevige regenval.

• De biodiversiteit in en rondom de stad wordt gewaarborgd of vergroot door de investering.

• De eigenaar van de grond of het gebouw is akkoord met het project.

• Het project past in bestaand beleid en is volgens het bestemmingsplan mogelijk.

• Het project is gericht op uitvoering en betreft een nieuwe incidentele investering en is geen regulier onderhoud en beheer.

• Het beheer van een project in de openbare ruimte is aantoonbaar geregeld voor de lange termijn met een beheerplan.

• Het project wordt mede gefinancierd uit andere gelden dan de Groengelden. Het percentage cofinanciering dat gevraagd wordt is afhankelijk van de categorie waarin het project valt (zie financiering).

Voor projecten gericht op stadslandbouw en voedsel geldt als eis:

• Draagt bij aan verduurzaming van de voedselketen

Algemene selectieprocedure

Voor de projectaanvragen geldt een algemene selectieprocedure. Uitzonderingen hierop zijn de aanvragen van particulieren, bedrijven en organisaties buiten de gemeente Amsterdam:

• Aanvragen voor de aanleg van groene daken en muren. Hiervoor is een subsidieregeling vastgesteld. Voor deze subsidieregeling geldt een specifieke aanvraagprocedure en regeling die vastgesteld is in het college van B&W op 12 januari 2016 en is na te lezen op www.amsterdam.nl/groen.

• Aanvragen voor projecten gericht op Groen in de buurt. Voor initiatieven van niet-overheidsorganisaties, bedrijven en particulieren (o.a. bewonersinitiatieven en projecten gericht op stadslandbouw en voedsel) wordt een specifieke aanvraagprocedure uitgewerkt

• Aanvragen voor groene schoolpleinen. De specifieke aanvraagprocedure daarvoor is gemaakt in een subsidieregeling schoolpleinen.

Algemene selectieprocedure en verantwoordelijkheden:

• Overheidsorganisaties kunnen projecten aanmelden voor de Groengelden, gebruik makend van een hiervoor opgesteld format dat beschikbaar is via www.amsterdam.nl/groen.

• Jaarlijks zijn er 4 momenten voor het aanmelden van nieuwe projecten voor een bijdrage Groengelden. Uitzonderingen hier op zijn subsidieaanvragen Groene daken en muren en aanvragen voor groene bewonersinitiatieven.

• De aanmelding moet bestaan uit: beschrijving van het resultaat van het project, ontwerp, begroting en financiering, beheerplan en (voorlopige) projectplanning. De aanmelding gebeurt digitaal via de website www.amsterdam.nl/groen

• Na aanmelding volgt de eerste toetsing onder verantwoordelijkheid van de afdeling Ruimte en Duurzaamheid (R&D) van de gemeente Amsterdam. Daarbij wordt gekeken in hoeverre het project een bijdrage levert aan de doelstellingen van de Agenda Groen en voldoet aan de eisen van in dit reglement. Hoe hoger de score, hoe groter de kans op een bijdrage uit de Groengelden. Van alle aanmeldingen wordt een voorstel voor toekenning gemaakt bestaande uit de hoogst scorende projecten.

• R&D als beheerder en toetser van de Groengelden 2016-2018 legt het voorstel voor toekenning Groengelden voor aan de wethouder Groen. De wethouder Groen besluit over de toekenning van de Groengelden aan projecten en informeert B&W en de Raadscommissie ID hierover.

• Na besluit door de wethouder Groen wordt door R&D aan de aanvragers van de projecten die Groengelden krijgen toegekend gevraagd een definitieve aanvraag in te dienen. Ook voor de definitieve aanvraag is een format opgesteld dat beschikbaar is via www.amsterdam.nl/groen . Belangrijke onderdelen van de definitieve aanvraag zijn: beschrijving van het project en groenresultaat, ontwerp, begrotingsspecificatie inclusief financiering, beheerplan en projectplanning. Het indienen van een definitieve aanvraag gebeurt op verzoek van R&D en digitaal via een e-mail aan R&D.

• De aanvragers van projecten die geen Groengelden krijgen toegekend worden hiervan door R&D op de hoogte gebracht.

• De definitieve aanvraag wordt door R&D getoetst op: doelstellingen Agenda Groen, groenkwaliteit, duurzaamheid van gebruikte materialen, (co)financiering, beheer(budget) en planning. Indien de aanvraag akkoord is bevonden ontvangt de aanvrager een inkooporder (opdrachtbevestiging) voor de betreffende bijdrage. Indien de aanvraag onvoldoende duidelijk is wordt hierover contact opgenomen met de aanvrager voor een toelichting. Zo nodig dient de aanvraag aangepast te worden. Als de definitieve aanvraag de toetsing niet doorstaat wordt er geen inkooporder voor een bijdrage Groengelden verstrekt. De vrijval aan middelen kan dan meteen aan een ander ingediend project uit dezelfde categorie worden toegekend dat voldoet aan de eisen en doelstellingen van de Agenda Groen of wordt toegevoegd aan het restantbudget van de Groengelden.

Uitvoering en communicatie

• De aanvrager zorgt voor de uitvoering van het project conform de planning in de aanvraag.

• Aanvragers van projecten die een bijdrage Groengelden ontvangen dienen halfjaarlijks te rapporteren over de voortgang van het project. Indien het project vertraging oploopt, niet door gaat of als niet wordt voldaan aan

de afgesproken doelstellingen en eisen meldt de aanvrager dit direct. De bijdrage uit de Groengelden kan dan aangepast worden.

• Voltooide projecten worden door aanvragers gereed gemeld bij R&D conform de planning op de inkooporder.

• R&D toetst of de afspraken uit de definitieve aanvraag zijn nagekomen. Aanvragers kunnen door R&D benaderd worden voor een toelichting op het gerealiseerde project. Aanvragers dienen alle voor R&D noodzakelijk informatie te verstrekken voor de inhoudelijke toetsing.

• Projectleiders van projecten die een bijdrage Groengelden ontvangen dienen R&D op de hoogte te houden van de voortgang van het project zodat door R&D een goede inschatting kan worden gemaakt of er een communicatiemoment ontstaat waarbij de wethouder Groen een rol kan spelen.

Financiering

• De bijdrage uit de Groengelden is maximaal 50 tot 75 % van de dekking van de projectkosten. Er is dus altijd cofinanciering nodig, bijvoorbeeld uit andere gemeentelijke middelen, stichtingen, nationale en internationale fondsen, marktpartijen of particulieren. Het gevraagde percentage cofinanciering per categorie (gekoppeld aan thema’s Agenda Groen en specifieke projecten genoemd in Agenda Groen) is:

o Stadsparken, Klimaat en Biodiversiteit, Verbindingen en Toegankelijkheid (waaronder Groene

Lopers): 50 % o Projecten gericht op stadslandbouw en voedsel: 50 %

o Groenprojecten gericht op het faciliteren van buurtinitiatieven, educatie, communicatie en bewustwording: 25 %

o Groen in de buurt (waaronder buurtinitiatieven en groene schoolpleinen): 25 %

• In principe mag maximaal 16% van de groengeldbijdrage bestaan uit Voorbereiding, Administratie en Toezicht (VAT) kosten of projectbegeleidingskosten. Uitzondering zijn de groenprojecten gericht op het faciliteren van buurtinitiatieven, educatie, communicatie en bewustwording, omdat het hier geen uitvoeringsprojecten betreft maar het ondersteunende projecten betreft die leiden tot een investering in een grotere kwantiteit of kwaliteit van het groen.

• De bijdrage uit de Groengelden is exclusief BTW voor hen die de omzetbelasting (BTW) kunnen verrekenen, bijvoorbeeld met de Belastingdienst of het BTW compensatiefonds van de gemeente. Het op de Inkooporder vermelde bedrag is de maximale bijdrage.

Looptijd

In 2015 is een eerste tranche Groengelden verstrekt. Dit reglement is van toepassing op aanvragen die daarna, vanaf januari 2016 t/m december 2018 worden ingediend. Uitgangspunt is dat alle projecten in principe binnen 1 jaar na definitieve toekenning afgerekend moet worden. Voor uitzonderlijke projecten die een langere looptijd hebben worden specifieke afspraken m.b.t. de afrekening gemaakt. De maximale termijn van afrekening wordt op 3 jaar gesteld (gerekend vanaf het moment van goedgekeurde definitieve aanvraag/verplichting R&D). Aanvrager dient de eventuele vertraging in het project, inhoudelijke projectwijzigingen en wijzigingen in planning- / declaratietermijn(en) tijdig te melden.

Declaratie

Gemeentelijke organisaties kunnen de BTW zelf declareren bij het BTW compensatiefonds, facturen worden ingediend zonder BTW. Voor organisaties en bedrijven die geen BTW kunnen verrekenen of compenseren geldt dat de eindfactuur inclusief BTW wordt ingediend, aangezien voor hen de bijdrage Groengelden ook inclusief BTW is. Eindfacturen van hen die de omzetbelasting (BTW) kunnen verrekenen (buitengemeentelijk), worden ingediend met BTW specificatie. Indien een project ook financiering vanuit het Rijk of de Provincie ontvangt, dan dient dit al bij de aanvraag kenbaar gemaakt te worden, t.b.v. aparte afspraken over het declareren van de BTW die op de Inkooporder moeten worden vastgelegd.

Tussentijdse declaratie is mogelijk voor zowel gemeentelijke organisaties als anderen op basis van gemaakte kosten (betaalde facturen) tot een bedrag van maximaal 75% van de toegekende bijdrage Groengelden.

Alle bijbehorende afschriften van betaling(en) en kopieën van betaalde facturen moeten bij de ingediende factuur geleverd worden.

Gemeente: het volledige bedrag wordt pas overgemaakt/geboekt indien het project volledig is uitgevoerd en is verantwoord en goedgekeurd via de SISA bijlage in de jaarrekening (binnengemeentelijk). Voor bedragen t/m € 50.000, - is dit voor gemeentelijke organisaties niet noodzakelijk. Daarvoor kan een eindfactuur, op basis van betaalde facturen, ingediend worden bij R&D. Een overzicht van de betaalde facturen dient als bijlage meegestuurd te worden.

Buiten de gemeente: voor projectbijdragen > € 50.000,- van niet gemeentelijke organisaties wordt het totaalbedrag betaald indien het project volledig is uitgevoerd. De factuur moet met goedkeurende accountantsverklaring worden ingediend. Voor bijdragen t/m € 50.000, - van personen of organisaties die geen onderdeel zijn van de gemeente Amsterdam, is geen accountantsverklaring nodig. Hier geldt dat een eindfactuur, op basis van betaalde facturen, ingediend kan worden bij R&D. Afschriften van betaling(en) en kopieën van betaalde facturen dienen als bijlage meegestuurd te worden.

Alle financiële risico’s zijn voor rekening van aanvrager. Financiële meevallers worden verrekend in de bijdrage Groengelden op basis van de verdeling zoals die in de goedgekeurde definitieve aanvraag is aangegeven.

Procedure projecten gericht op Groen in de buurt

Voor groen in de buurt wordt een specifieke aanvraagprocedure uitgewerkt voor initiatieven van nietoverheidsorganisaties, bedrijven en particulieren.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

A.H.P. Van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester