Gemeenteblad van 's-Gravenhage

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
's-GravenhageGemeenteblad 2016, 168254Verordeningen



Verordening straathandel Den Haag 2017

 

 

De raad van de gemeente Den Haag,

 

Gezien het voorstel van het college van 27 september 2016,

 

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

Besluit:

I.Vast te stellen de

Verordening straathandel Den Haag 2017

 

HOOFDSTUK 1. Algemene bepaling

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    ambulante standplaatsen: standplaatsen die door een vergunninghouder of door verschillende vergunninghouders voor een beperkte periode worden ingenomen, op vooraf bepaalde tijden (een of meer dagdelen per week);

  • -

    burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;

  • -

    incidentele standplaatsen: standplaatsen waarvoor de vergunning per aanvraag wordt verleend en die worden ingenomen op maximaal drie aaneengesloten vastgestelde dagen, zonder een regelmaat;

  • -

    seizoensplaatsen: standplaatsen waar vergunninghouders op aan te wijzen vaste locaties handel drijven gedurende het verkoopseizoen van hun product;

  • -

    standplaats: een plaats op de weg in de zin van artikel 1:1 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel leveren van diensten, gebruikmakend van een verkoopinrichting, waarbij tenminste de kopende of de afnemende partij zich op of aan de weg bevindt. Onder standplaats wordt niet verstaan:

    • a.

      een plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

    • b.

      een plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag;

  • -

    standplaatshouder: houder van een standplaatsvergunning op basis van deze verordening;

  • -

    venten: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel diensten aan huis of op de weg in de zin van artikel 1:1 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag waarbij niet langer wordt stilgestaan dan voor het bedienen van klanten nodig is. Onder venten wordt niet verstaan:

    • a.

      het aan huis afleveren van zaken in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

    • b.

      het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet;

    • c.

      het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats;

  • -

    verkoopinrichting: een verrijdbare kraam, wagen of een ander fysiek middel ten behoeve van de verkoop op een standplaats, met een maximale omvang van 12 m2 en met een bijbehorende ruimte voor uitstallingen, tafels en stoelen van maximaal 8 m2. Deze maximale afmetingen gelden niet seizoensplaatsen.

     

HOOFDSTUK 2. Venten

 

Artikel 2. Ventverbod

Het is verboden te venten:

  • a.

    op door burgemeester en wethouders in het belang van de openbare orde aangewezen weg of weggedeelten; of

  • b.

    op door burgemeester en wethouders in het belang van de openbare orde aangewezen dagen en uren.

  • 1.

    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

  • 2.

    Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.

Artikel 3. Geluidshinder bij venten

Het is de venter verboden gebruik te maken van middelen die geluidshinder veroorzaken.

Artikel 4. Op dezelfde plaats blijven staan

  • 1.

    Het is de venter verboden langer op dezelfde plaats te blijven staan dan noodzakelijk is voor de bediening van klanten.

  • 2.

    Onder dezelfde plaats wordt verstaan elke plaats die op minder dan 25 meter van de laatst ingenomen plaats is gelegen.

     

HOOFDSTUK 3. Standplaatsen

 

Artikel 5. Standplaatsvergunning

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een standplaats in te nemen of te hebben.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders wijzen wegen en/of weggedeelten, en per weg of weggedeelte het aldaar toegestane maximaal aantal en categorie standplaatsen voor zover de standplaatsen vallen binnen de categorieën ambulante standplaatsen of seizoensplaatsen, aan waar het met vergunning is toegestaan een standplaats in te nemen of te hebben.

  • 3.

    Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij burgemeester en wethouders.

  • 4.

    De vergunning kan worden geweigerd:

    • a.

      in het belang van de openbare orde;

    • b.

      in het belang van de openbare veiligheid;

    • c.

      in het belang van de volksgezondheid;

    • d.

      in het belang van de bescherming van het milieu;

    • e.

      indien de verkoopinrichting hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

  • 5.

    De vergunning wordt voor maximaal vijf jaar verleend.

  • 6.

    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  • 7.

    De vergunning is niet overdraagbaar.

  • 8.

    In de vergunning kan een maximale tijdsperiode per vergunde verkoopdag worden opgenomen, een zogenaamd dagdeel. Een kalenderdag kent, met uitzondering van zon- en feestdagen drie dagdelen:

    • a.

      een dagdeel van 06.00 uur tot 13.00 uur, en;

    • b.

      een dagdeel van 13.00 uur tot 19.00 uur, en;

    • c.

      een dagdeel van 19.00 uur tot 23.00 uur.

  • 9.

    Indien toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheid in het achtste lid, worden per aanvrager maximaal zes dagdelen per week vergund.

Artikel 6. Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel dat tevens deel uitmaakt van de weg in de zin van artikel 1:1 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 7. Gebruik van de standplaats

  • 1.

    De standplaatshouder mag de aan hem vergunde standplaats enkel in gebruik nemen gedurende de reguliere winkelopeningstijden. Onder reguliere winkelopeningstijden wordt verstaan:

    • a.

      van maandag tot en met zaterdag tussen 06.00 uur en 23.00 uur;

    • b.

      op zon- en feestdagen van 10.00 uur tot 18.00 uur.

  • 2.

    Indien in de aan de standplaatshouder verleende vergunning in afwijking van het eerste lid beperkende tijden zijn opgenomen, gelden deze beperkende tijden als maximum.

  • 3.

    De standplaatshouder van een ambulante standplaats is onverkort verplicht de standplaats direct na beëindiging van de vergunde tijdsperiode volledig ontruimd te hebben van alle voorwerpen.

  • 4.

    De standplaatshouder is verplicht de standplaats in goede orde achter te laten.

Artikel 8. Aanwezigheid vergunninghouder

Het is verboden een standplaats voor klanten geopend te hebben zonder dat de vergunninghouder in de verkoopinrichting aanwezig is.

Artikel 9. Gronden voor het intrekken of wijzigen vergunning

De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:

  • 1.

    in het belang van de openbare orde;

  • 2.

    in het belang van de openbare veiligheid;

  • 3.

    in het belang van de volksgezondheid;

  • 4.

    in het belang van de bescherming van het milieu;

  • 5.

    in het belang van het doelmatig beheer en onderhoud van de weg, daaronder mede begrepen de bescherming van de belangen van het rij- en voetgangersverkeer en de verdeling van gebruiksmogelijkheden van de weg;

  • 6.

    indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

  • 7.

    indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;

  • 8.

    indien de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

  • 9.

    indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;

  • 10.

    indien de vergunninghouder dit verzoekt.

Artikel 10. Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning kunnen burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist.

  • 2.

    Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 11. Afbakeningsbepalingen

  • 1.

    Het verbod van artikel 5, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.

  • 2.

    De weigeringsgrond van artikel 5, vierde lid, onder e., is niet van toepassing op bouwwerken.

     

HOOFDSTUK 4. Overgangs- en slotbepalingen

 

Artikel 12. Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 10 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie: artikel 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8.

Artikel 13. Toezicht op de naleving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen.

Artikel 14. Overgangsbepaling vergunningen

  • 1.

    Op een aanvraag om een vergunning krachtens de Straathandelsverordening Den Haag, die is gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, wordt, totdat de beslissing daarop onherroepelijk is geworden, beslist overeenkomstig het ten tijde van de indiening van de aanvraag geldende recht.

  • 2.

    Vergunningen voor standplaatsen, die zijn verleend ingevolge de Straathandelsverordening Den Haag en die van kracht zijn op het moment van en na inwerkingtreding van de onderhavige verordening, gelden als een vergunning krachtens onderhavige verordening. Deze vergunningen vervallen van rechtswege na vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, waarbij de houders van deze vergunningen voor de toekomst een eerste recht hebben op een direct opvolgende nieuwe standplaatsvergunning voor de vergunde locatie.

Artikel 15. Intrekking Straathandelsverordening

De Straathandelsverordening Den Haag wordtingetrokken.

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.

Artikel 17. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening straathandel Den Haag 2017.

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 17 november 2016.

De griffier, mr. H.L.G. Seuren en de plv. voorzitter, mr. R. Guernaoui