Gemeenteblad van Veere

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
VeereGemeenteblad 2016, 103716Beleidsregels



Nadere regels Leefbaarheidsbijdrage

Het College van B&W van de gemeente Veere

Gelet op artikel 3 lid 4 en artikel 2 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Veere 2013.

Overwegende dat:

 

  • 1.

    -op 26 maart 2015 de gemeenteraad de nota Reserve Leefbaarheid heeft goedgekeurd;

  • 2.

    -de gemeente Veere streeft naar een samenleving waarin burgers kunnen participeren en een positieve bijdrage leveren;

  • 3.

    -de gemeente invulling wil geven aan de haar visie “meer samenleving, minder; overheid”;

  • 4.

    -de gemeente maatschappelijke initiatieven wil ondersteunen die bijdragen aan de doelen in het coalitieprogramma 2014-2018;

  • 5.

    -de gemeente maatschappelijke initiatieven wil ondersteunen die bijdragen aan de doelen in de dorpsplannen.

Besluit de volgende nadere regels vast te stellen:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

 

Artikel 1

. Begripsomschrijvingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • a.

    Algemene Subsidieverordening gemeente Veere 2013 (verder: ASV); zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 4 december 2012;

  • b.

    College: het College van burgemeester en wethouders van de Gemeente Veere;

  • c.

    Coalitieprogramma 2014-2018: Het Coalitieprogramma “Doorzetten in Veere en voeren van regie”;

  • d.

    (Dorps)kern: de steden en dorpen: Aagtekerke, Biggekerke,Domburg, Gapinge, Grijpskerke, Koudekerke, Meliskerke, Oostkapelle, Serooskerke, Veere, Vrouwenpolder, Westkapelle, Zoutelande.

  • e.

    Dorpsplan: Het plan dat, conform opdracht gemeenteraad 2013, een gebieds- en uitvoeringsgerichte visie bevat met daarin aandacht voor sociale samenhang, voorzieningen en vestigingsklimaat.

  • f.

    Duurzame versterking: De activiteiten moeten ertoe leiden dat een faciliteit, netwerk of maatschappelijke functie voor langere tijd gevestigd wordt en in stand kan worden gehouden, zonder dat aanvullende bekostiging vanuit de gemeente noodzakelijk is;

  • g.

    Jaarlijkse publieksactiviteit ter bevordering van de burgerparticipatie in de gemeente: Gedurende de looptijd van deze nadere regels wordt jaarlijks een activiteit georganiseerd door de gemeente met als doel om de maatschappelijke initiatieven die een bijdrage hebben ontvangen van de gemeente toe te lichten;

  • h.

    Gemeente: de gemeente Veere;

  • i.

    Maatschappelijk initiatief: initiatieven met (als hoofddoel) een maatschappelijk effect voor (groepen) inwoners van de gemeente Veere en een duidelijke publieke waarde. Deze initiatieven worden uitgevoerd door een initiatiefnemer en mede-initiatiefnemers. De gemeente heeft niet het eigenaarschap en zal dit ook niet krijgen;

  • j.

    Initiatiefnemer: (groepen van) inwoners (natuurlijke personen) of een rechtspersoon die een maatschappelijk initiatief trekken.

  • k.

    Mede-initiatiefnemer: inwoner of rechtspersoon zonder winstoogmerk die schriftelijk steun betuigt aan het project en aan de activiteiten medewerking verleent;

  • l.

    Nota: Nota Reserve Leefbaarheid, door de gemeenteraad van Veere vastgesteld op 23 april 2015;

  • m.

    Project: Maatschappelijk initiatief dat voor rekening en risico wordt uitgevoerd door de initiatiefnemers;

Artikel 2 Algemene Subsidieverordening Veere

  • 1.

    De ASV is van toepassing, tenzij daarvan in deze nadere regels uitdrukkelijk wordt afgeweken.

  • 2.

    De verstrekte bijdrage op basis van deze nadere regels zijn aan te merken als:

    • a.

      Incidentele waarderingssubsidies op basis van artikel 6 ASV;

    • b.

      Incidentele budgetsubsidies categorie A op basis van artikel 7 ASV;

    • c.

      Incidentele budgetsubsidies categorie B op basis van artikel 8b ASV

Hoofdstuk 2 Stimuleringsprogramma

Artikel 3. Doel stimuleringsregeling

Het doel van deze nadere regels is het stimuleren van maatschappelijke initiatieven om te komen tot “meer samenleving, minder overheid” en welke zodoende invulling geven aan de speerpunten van het coalitieakkoord 2014-2018 en de Nota reserve Leefbaarheid van de gemeente. In het bijzonder, maar niet uitsluitend, worden maatschappelijke initiatieven bedoeld die een bijdrage leveren aan de realisatie van de dorpsplannen voor de ‘kernen’, voor zover opgesteld en aan de gemeenteraad aangeboden.

Artikel 4.Activiteiten waarvoor de bijdrage bedoeld is

  • 1.

    Het College kan een bijdrage verlenen aan het opstarten en uitvoeren van maatschappelijke initiatieven die een project zijn en:

    • a.

      Invulling geven aan de speerpunten van het coalitie akkoord;

    • b.

      Eén of meer van de volgende resultaten oplevert:

      • i.

        het project realiseert een maatschappelijk doel, wat mede bijdraagt aan duurzame versterking van de (lokale) samenleving. Het gaat om Initiatieven die voortkomen uit de eigen kracht van burgers en ook gedragen worden door burgers en lokale samenleving;

      • ii.

        het resultaat is dat eerder door de gemeente uitgevoerde taken structureel overgedragen worden naar de samenleving;

      • iii.

        het project levert een aantoonbaar maatschappelijk rendement op;

      • iv.

        er is sprake van wederkerigheid waarbij de ontvanger van een bijdrage als tegenprestatie bijdraagt aan het oplossen/verbeteren van een maatschappelijk vraagstuk in de lokale samenleving aan het oplossen van andere maatschappelijke vraagstukken in de (lokale) samenleving.

  • 2.

    Het College kan een bijdrage leveren als een project voldoet aan de volgende criteria:

    • c.

      de activiteiten binnen het project worden uitgevoerd door aanvrager, en worden ondersteund door ten minste één mede-initiatiefnemer;

    • d.

      de activiteiten binnen het project kunnen door meerder initiatiefnemers worden uitgevoerd, waarvan er één aanvrager is;

    • e.

      er is voor de activiteiten binnen het project geen andere bijdrage of subsidie van de gemeente verleend;

    • f.

      de uitvoering van de activiteiten binnen het project starten uiterlijk 2 maanden na verlening van de bijdrage en in elk geval niet later dan 1 februari 2018;

    • g.

      het College kan een bijdrage verlenen voor activiteiten binnen het project die zijn gestart, voor zover de activiteiten niet eerder zijn gestart dan 2 maanden voorafgaand aan de indiendatum van de aanvraag voor een bijdrage;

    • h.

      de activiteiten binnen het project zijn uitgevoerd en betaald voor 1 maart 2018;

    • i.

      voor het project zijn alle benodigde vergunningen afgegeven bij verlening van een bijdrage.

Artikel 5. De aanvrager

  • 1.

    Een aanvraag voor een bijdrage kan worden ingediend door een aanvrager in de zin van artikel 1 ASV.

  • 2.

    Een natuurlijk persoon of een groep natuurlijke personen (minimaal 2) is gelijkgesteld aan een aanvrager in de zin van artikel 1 ASV.

Hoofdstuk 3 Een bijdrage aanvragen

Artikel 6. Aanvraag voor een bijdrage

1.Een aanvraag voor een bijdrage kan worden ingediend tot 31 januari 2018.

Artikel 7 Hoogte van de bijdrage

  • 1.

    De bijdrage per project is:

    • a.

      Voor een Incidentele waarderingsbijdrage, €250,- tot € 2.500,- (artikel 6 ASV);

    • b.

      Voor een incidentele bijdrage categorie A, vanaf € 2.500,- tot € 25.000,- (artikel 7 ASV);

  • 2.

    De bijdrage is maximaal 70% van de in acht genomen kosten van het project.

  • 3.

    De bijdrage per project is een eenmalige bijdrage.

  • 4.

    De hoogte van de bijdrage mag zelfstandig of in combinatie met bijdragen van derden niet de totale projectkosten overschrijden.

  • 5.

    Het College kan een voorschot verlenen tot ten hoogste 80% van de in acht genomen kosten.

Artikel 8. Bij de aanvraag in te dienen gegevens

  • 1.

    Bij een aanvraag voor een waarderingsbijdrage zoals gesteld in artikel 2 lid sub a, dient, conform en in aanvulling op het bepaalde in artikel 12 ASV, het volgende worden verstrekt:

  • -

    een activiteitenplan;

  • -

    inkomsten en uitgaven die met de activiteiten samenhangen: een begroting;

  • -

    datum en plaats van de uitvoering;

  • -

    verwachte deelnemers;

  • -

    steunbetuigingen/handtekeningenlijst van mede initiatiefnemers, buurtbewoners en betrokkenen;

  • -

    een recent uittreksel uit de Kamers van Koophandel indien aanvrager een rechtspersoon betreft, niet ouder dan 6 maanden;

  • -

    het burgerservicenummer (BSN) indien aanvrager een natuurlijk persoon betreft;

  • -

    een afschrift van eventuele noodzakelijke vergunningen.

  • 1.

    Bij een aanvraag voor een incidentele bijdrage A zoals gesteld in artikel 2 lid sub b, dient, in aanvulling op het geen gesteld in artikel 13 ASV, het volgende worden verstrekt:

  • -

    steunbetuigingen/handtekeningenlijst van mede initiatiefnemers, buurtbewoners en betrokkenen;

  • -

    een recent uittreksel uit de Kamers van Koophandel indien aanvrager een rechtspersoon betreft, niet ouder dan 6 maanden;

  • -

    het Burgerservicenummer (BSN) indien aanvrager een natuurlijk persoon betreft;

  • -

    een afschrift van eventuele noodzakelijke vergunningen.

Artikel 9 Kosten die voor een bijdrage in aanmerking komen

Enkel de kosten voor het realiseren van de activiteiten binnen het project komen voor een bijdrage in aanmerking. In elk geval worden de kosten gemaximeerd op de bij de aanvraag ingediende projectbegroting.

Artikel 10.Bijdrageplafond en verdeelsleutel

  • 1.

    Het bijdrageplafond voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 van deze nadere regels bedraagt € 800.000.

  • 2.

    Binnen het bijdrageplafond worden een tweetal deelplafonds onderscheiden:

    • a.

      € 200.000 van het bijdrageplafond is beschikbaar voor incidentele waarderingsbijdrage van € 250,- tot € 2.500,- in de zin van artikel 7 lid 1 sub a;

    • b.

      € 600.000 van het bijdrageplafond is beschikbaar voor incidentele bijdrage categorie A in de zin van artikel 7 lid 1 sub b.

  • 3.

    De verdeling van de beschikbare middelen geschiedt op basis van datum van ontvangst van de aanvraag voor bijdrageverlening zoals bepaald in artikel 6 lid 1 van deze nadere regels, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht eenmalig de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst geldt.

  • 4.

    Indien aanvragen een gelijke ontvangstdatum hebben en gezamenlijk het bijdrageplafond zoals genoemd in het tweede lid overschrijden dan vindt de verdeling van het beschikbare bedrag plaats op basis van een gelijk percentage van gevraagde bijdrage.

Artikel 11 Verplichtingen bijdrageontvanger (verder: ontvanger)

Onverminderd het bepaalde in artikel 20 ASV gelden voor de bijdrage ontvanger de volgende verplichtingen:

  • a.

    de activiteiten waarvoor de bijdrage is verstrekt, worden in afwijking op het bepaalde in artikel 18 ASV uitgevoerd conform de planning in het activiteitenplan. Het College kan deze termijn verlengen;

  • b.

    de ontvanger van de bijdrage meldt onverwijld omstandigheden die de planning of de realisatie van de activiteiten kunnen beperken of beletten aan het College.

  • c.

    De ontvanger van de bijdrage draagt ervoor zorg dat de projectactiviteiten niet, zonder daaraan voorafgaande schriftelijke toestemming van rechthebbende het recht van derden beperken.

  • d.

    De ontvanger van de bijdrage draagt ervoor zorg dat de projectactiviteiten op generlei wijze belangen schaden van derden (materieel en immaterieel), waaronder de gemeente. Indien ontvanger redelijkerwijs kan vermoeden dat belangen van derden geschaad kunnen worden, stelt ontvanger belanghebbende en de gemeente daarvan onverwijld schriftelijk in kennis.

  • e.

    Ontvanger van de bijdrage is gehouden eenmalig actief te participeren in de jaarlijkse publieksactiviteit ter bevordering van de burgerparticipatie in de gemeente.

Artikel 12. Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 17 van de ASV kan het College geheel of gedeeltelijk weigeren een bijdrage te verlenen als:

  • a.

    de projectactiviteiten zijn gericht op het voldoen van wettelijke verplichtingen;

  • b.

    het project de uitvoering van activiteiten betreft, die reeds bekostigd zijn door de gemeente of derden, ongeacht of deze activiteiten bij aanvrager zijn belegd;

  • c.

    het project start na 1 februari 2018;

  • d.

    het bijdrageplafond of het deelplafond in de zin van artikel 10 lid 1 en 2 wordt overschreden;

  • e.

    er onvoldoende objectief is aangetoond is dat er draagvlak is voor het project in de wijk, buurt of omgeving;

  • f.

    er onvoldoende geborgd is dat mogelijke, toekomstige kosten door initiatiefnemer(s) gedragen kunnen worden.

  • g.

    er een gerechtvaardigd vermoeden is dat de activiteiten schade (materieel en immaterieel) kunnen veroorzaken bij derden of het recht van derden kan worden beperkt zonder daaraan voorafgaande toestemming van rechthebbende.

Hoofdstuk 4 Verlening, verantwoording en vaststelling van de bijdrage

Artikel 13.Bijdrageverlening
  • 1.

    Een aanvraag voor een waarderingsbijdrage in de zin van artikel 7 lid 1 sub a wordt conform artikel 25 ASV vastgesteld zonder een daaraan voorafgaand besluit tot verlening van de bijdrage;

  • 2.

    Een aanvraag voor een incidentele bijdrage categorie A wordt, in overeenstemming met artikel 18 lid 1 voorafgegaan door een besluit tot bijdrageverlening.

Artikel 14. Verantwoording en vaststelling van de bijdrage

  • 1.

    Het College kan bij de verlening van een bijdrage aanvullende verplichtingen opleggen aan de ontvanger voor zover het de uitvoering van het de projectactiviteiten of rapportage en verantwoording van het project aangaat, waaronder in elk geval wordt verstaan het aanleveren van een periodieke rapportage door ontvanger aan het College.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 21 ASV wordt de aanvraag voor bijdragevaststelling in de zin van artikel 4:44 Awb ingediend uiterlijk 8 weken na aflopen van de projectactiviteiten als opgenomen in het activiteitenplan.

  • 3.

    Bij de aanvraag tot vaststelling van de bijdrage in de zin van artikel 7 lid 1 sub b, worden in aanvulling op het bepaalde in artikel 22 ASV in elk geval de volgende bijlagen verstrekt:

  • -

    inhoudelijk verslag van de uitgevoerde activiteiten;

  • -

    financiële rapportage van de gemaakte kosten.

  • 1.

    Het College stelt de bijdrage vast met in achtneming van het bepaalde in hoofdstuk 8 ASV.

Artikel 15. Uitbetaling en bevoorschotting

  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 27 lid 2 ASV kan het College, na een verzoek daartoe een voorschot uitkeren voor incidentele bijdragen categorie A. Het voorschot bedraagt maximaal 80% van de maximale bijdrage conform bijdrageverlening.

  • 2.

    Uitbetaling van de bijdrage geschiedt na vaststelling van de bijdrage door het College. Eventueel ontvangen voorschotten worden verrekend met de vastgestelde bijdrage.

Slotbepalingen

Artikel 16 Hardheidsclausule

Het College kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in deze nadere regels afwijken of bepalingen buiten toepassing laten, voor zover toepassing ervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 17. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze nadere regels treden in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

  • 2.

    Deze nadere regels vervallen met ingang van 1 februari 2018.

Artikel 18. Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels Maatschappelijke initiatieven.

Toelichting

Algemeen

De gemeente wil projecten ondersteunen die bijdragen aan de doelen in het coalitieprogramma 2014-2018, haar visie “meer samenleving, minder overheid”, de nota reserve leefbaarheid (goedgekeurd door de Raad op 23 april 2015) en de dorpsplannen voor de ‘kernen’, voor zover opgesteld en aan de gemeenteraad aangeboden. Het doel van deze nadere regels is te streven naar een samenleving waarin burgers kunnen participeren en een positieve bijdrage kunnen leveren aan deze samenleving. Met de middelen die verstrekt worden uit deze nadere regels, kan die maatschappelijke meerwaarde worden vergroot en het effect worden versterkt.

Artikelsgewijs

Artikel 3. Doel nadere regels

Het doel van deze nadere regels is het stimuleren van projecten, die ontstaan en uitgevoerd worden vanuit de samenleving. In dit kader wordt bedoeld met stimuleren dat er voor deze projecten een incidentele bijdrage beschikbaar is voor het opstarten en uitvoeren van projecten die invulling geven aan de doelstelling van deze nadere regels.

Om ervoor te zorgen dat er inderdaad meer samenleving en minder overheid komt, dienen projecten na opstarten zelfstandig te opereren zonder gemeentelijke ondersteuning op langere termijn. Ook is er voor gekozen om de doelstelling ruim te houden om zo min mogelijk maatschappelijke initiatieven uit te sluiten.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten

In dit artikel staan de inhoudelijke speerpunten (welk resultaat moet het opleveren) voor een project (lid 1) en aan welke criteria (lid 2) een project moet voldoen, om voor een bijdrage in aanmerking te komen. Projecten die inhoudelijk één van de genoemde speerpunten nastreeft en voldoet aan alle genoemde criteria dragen effectief bij aan het behalen van de doelstelling van deze nadere regels. Hieronder zijn de criteria nogmaals genoemd en zijn er per speerpunt een aantal uitgangspunten opgesomd waaraan gedacht kan worden.

Een project in elk geval aan onderstaande inhoudelijke criteria voldoen:

  • 1.

    aantoonbaar draagvlak in de omgeving van de activiteit;

  • 2.

    het project wordt uitgevoerd door initiatiefnemers in de eigen (sociale) omgeving, dat kan zijn: de straat, wijk, vereniging, verzorgingshuis, belangengroep;

  • 3.

    het project moet aantoonbaar beantwoorden aan een maatschappelijke vraag. Dat kan worden aangetoond d.m.v. het coalitieakkoord, maar ook door bv. een handtekeningenactie of buurtonderzoek;

  • 4.

    het project moet altijd gericht zijn op het bereiken van meer dan één burger (de buurman koffie schenken is dan niet “voldoende”);

  • 5.

    het project mag geen vervanging zijn voor nu betaalde, professionele hulp of zorg voor mensen. wel mag het een aanvulling daarop zijn.

Onder activiteiten in de zin van speerpunt 2 wordt verstaan:

Als het eindresultaat van het project is, dat eerder door de gemeente uitgevoerde taken structureel overgedragen worden naar de samenleving dan past het project binnen dit speerpunt.

Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een particuliere vuilophaaldienst op het strand met vrijwilligers, voorlichting over toerisme privaat organiseren, De wijk voert het onderhoud uit in een wijkpark, wellicht gecoördineerd door een woningbouwvereniging, Het herontwerp van een speeltuin, waarbij alle consultatie binnen een wijk door burgers uit de wijk wordt opgepakt.

Onder activiteiten in de zin van speerpunt 3 wordt verstaan

Met maatschappelijk rendement wordt bedoeld de toegevoegde maatschappelijke waarde van een project voor de hele gemeente, de kern, voor een buurt of een straat of een groep bewoners. Bijvoorbeeld het oprichten van een zorg- of energiecoöperatie, het verbeteren van het gevoel van veiligheid, het organiseren van een alternatief voor verdwenen openbaar vervoer, projecten ten behoeve van de gezondheid van de inwoners of de opwekking van duurzame energie.

Als er voor duurzame energie andere regelingen zijn voor het nemen van de fysieke maatregelen dan komen deze niet in aanmerkingen voor een bijdrage vanuit deze regeling.

Onder activiteiten in de zin van speerpunt 4 wordt verstaan

Er is sprake van wederkerigheid waarbij de initiatiefnemer als tegenprestatie voor de bijdrage, toegevoegde waarde levert aan het oplossen/verbeteren van een maatschappelijk vraagstuk in de lokale samenleving.

Artikel 5. De aanvrager

Particulieren en rechtspersonen zonder winstoogmerk kunnen aanvragen voor een bijdrage zoals bepaald in artikel 1 van de ASV. Om invulling te geven aan “een positieve bijdrage leveren aan de samenleving”, die de bijdrage beoogt, zal bij elke aanvraag een verklaring van minimaal één andere partner in het project dienen te worden aangeleverd.

Artikel 7 Hoogte van de bijdrage

De bijdrage vanuit deze nadere regels is een incidentele bijdrage. Per project kan er maar één keer aangevraagd worden. Aan een incidentele waarderingsbijdrage (lid 1) worden minder verplichtingen opgelegd dan aan een incidentele budgetsubsidie A. Voor een aanvraag voor een incidentele budgetbijdrage moeten er meer stukken aangeleverd worden bij de aanvraag en moet er een aanvraag tot vaststelling worden ingediend, nadat het project is afgerond.

Verder wordt er nooit een bijdrage verleend die hoger is dan 70% van de subsidiabele kosten van het project. De hoogte van de bijdrage mag in combinatie met bijdragen van derden (andere bijdragen of subsidies niet zijnde leningen en dergelijke) niet de totale projectkosten overschrijden.

Artikel 8. Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens

In dit artikel worden de vereiste gegevens opgesomd welke bij de aanvraag als bijlage meegezonden moeten worden.

In het activiteitenplan moet duidelijk de aansluiting met het doel van deze nadere regels en één van de speerpunten naar voren komen. De inkomsten en uitgaven zijn gecategoriseerd te herleiden naar activiteiten.

Artikel 9 Kosten die voor een bijdrage in aanmerking komen

In dit artikel wordt aangegeven welke kosten er in aanmerking komen voor een bijdrage. Enkel de kosten voor het realiseren van de activiteiten komen voor een bijdrage in aanmerking. Deze kosten zijn de subsidiabele kosten. De bijdrage wordt voor maximaal 70% van de subsidiabele kosten verleend.

Deze nadere regels betreft een stimuleringsmaatregel om maatschappelijke initiatieven op te kunnen starten. Het duwtje in de rug om een project van de grond te krijgen.

Artikel 10. Bijdrageplafond en verdeelsleutel

In dit artikel wordt aangegeven hoeveel middelen er beschikbaar zijn voor deze nadere regels en hoe deze middelen verdeeld zijn over de twee deelplafonds. Het (deel)bijdrageplafond kan nooit overschreden worden.

Het (deel)bijdrageplafond wordt verdeeld volgens het principe ‘wie het eerst komt; wie het eerst maalt'. Dat betekent dat een subsidieaanvrager die als eerste een aanvraag indient waar alle gegevens en bescheiden zijn aangeleverd als eerste voor subsidie in aanmerking komt. Het bijdrageplafond voor deze nadere regels bedraagt in totaal € 800.000. Dit is onderverdeeld in een deelplafond voor incidentele waarderingsbijdrage (€ 200.000) en een deelplafond voor incidentele bijdrage A (€ 600.000).

Artikel 11 Verplichtingen subsidieontvanger

Naast de verplichtingen die zijn opgenomen in artikel 20 van de ASV, twee verplichtingen toegevoegd. Activiteiten dienen uitgevoerd te worden conform de aangeleverde planning en activiteitenplan. Indien er afgeweken wordt van de planning of activiteitenplan dient de gemeente vooraf geïnformeerd te worden.

Artikel 12. Weigeringsgronden

Naast de weigeringsgronden die zijn opgenomen in artikel 17 van de ASV, kan het college een bijdrage weigeren op grond van zes weigeringsgronden die zijn toegevoegd. Dit zijn weigeringsgronden die ervoor zorgen dat projecten die een bijdrage krijgen effectief bijdragen aan het gestelde doel van de nadere regels.

Artikel 13. Bijdrageverlening

In dit artikel wordt aangegeven hoe het proces verloopt nadat er een aanvraag is ontvangen. Er zijn twee verschillende processen om te verlenen. Welk proces er doorlopen wordt, hangt af van de soort bijdrage dat wordt aangevraagd.

  • 1.

    Een incidentele waarderingsbijdrage (tot € 2.500) wordt direct vastgesteld en uitbetaald.

  • 2.

    Een incidentele budgetbijdrage A (van € 2.500 tot € 25.000) wordt eerst verleend. Na de verlening worden de activiteiten uitgevoerd waarna er een aanvraag tot vaststelling wordt ingestuurd. Hierop volgt een vaststelling (artikel 14).

Artikel 14. Verantwoording en vaststelling van de bijdrage

Om een verleende bijdrage van een incidentele budgetsubsidie A te kunnen vaststellen, dient de aanvrager binnen 8 weken na uitvoering van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij de gemeente. Deze aanvraag tot vaststelling geeft inzicht in de uitvoering en financiën van het uitgevoerde project. Uit de ingestuurde documenten blijkt duidelijk welke activiteiten zijn uitgevoerd, de behaalde resultaten met de koppeling naar de doelstelling en speerpunten van deze regeling en de gemaakte kosten.

Artikel 15. Uitbetaling en bevoorschotting

Incidentele waarderingsbijdrage worden na aanvragen meteen vastgesteld en bij een positieve verlening meteen 100% uitbetaald. Bevoorschotting is voor deze bijdrage niet van toepassing.

Op grond van de ASV is bepaald, dat er voor toegewezen, incidentele budgetbijdragen voorschotten betaald mogen worden. Het College kan een voorschot verlenen tot ten hoogste 80% van de subsidiabele kosten. Na vaststelling van de definitieve bijdrage, wordt het voorschot verrekend met deze vastgestelde bijdrage, waarna het verschil wordt uitbetaald.

Artikel 16 Hardheidsclausule

In enkele gevallen leiden de hier opgenomen bepalingen voor de subsidieontvanger onbedoeld en onvoorzien tot buitengewoon onbillijke situaties. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het in deze verordening bepaalde.