Gemeenteblad van Heerlen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HeerlenGemeenteblad 2015, 67662Overige besluiten van algemene strekking
Gemeente Heerlen - Samenwerkingsconvenant Verwijsindex Jongeren Maastricht-Heuvelland-Parkstad Limburg
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en doel van de verwijsindex.
Artikel 1. Begripsbepalingen
Betrokkene: de jeugdige op wie een persoonsgegeven betrekking heeft en/of zijn of haar wettelijk vertegenwoordiger.
College van B&W: het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente dat verantwoordelijk is voor de Regionale verwijsindex voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de Regionale verwijsindex, zijnde het college van de gemeente van de woonplaats van de jeugdige.
Convenantpartij: de instelling of de zelfstandig gevestigde beroepskracht, die dit convenant heeft ondertekend en daardoor bevoegd is om te signaleren in het signaleringssysteem en informatie over meldingen van anderen uit het systeem te ontvangen.
Functioneel Beheerder: de functionaris die de persoonsgegevens die ten behoeve van het signaleringssysteem worden verwerkt, onder zijn hoede heeft.
Gezamenlijke aanpak: samenhangend geheel van interventies in reactie op een match ontworpen en uitgevoerd door de bij de match betrokken signa-leringsbevoegden.
Historisch signalerings-archief: opslag van signalen, die niet langer worden geactiveerd en niet meer leiden tot een match indien een nieuwe melding met betrekking tot dezelfde jeugdige wordt gedaan.
Instantie beheerder: de persoon die werkzaam is bij een convenantpartij en die tot taak heeft om de signalen die vanuit de eigen instelling of praktijk zijn gedaan te beheren en zo nodig contactgegevens van de instelling en signaleringsbevoegden aan te passen. De aanwijzing van deze persoon wordt gemeld aan de functioneel beheerder.
Interventie: iedere professionele actie van een signaleringsbevoegde, die er op is gericht de jeugdige hulp, zorg of bijsturing te verlenen of anderszins de bedreigingen van de noodzakelijke condities voor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid te voorkomen, te beperken of weg te nemen.
Inverhuisbericht: bericht van de landelijke verwijsindex (VIR) aan het functioneel beheer dat een jeugdige, over wie in de VIR een of meer actieve signalen zijn afgegeven, naar een van de gemeenten in de regio Maastricht-Heuvelland of de regio Parkstad Limburg is verhuisd. Is de jeugdige nieuw in de regio Parkstad Limburg, dan zal de functioneel beheerder naar aanleiding hiervan een bericht sturen aan de betreffende signaleringsbevoegde met hierin, optioneel aangeboden, de mogelijkheid tot het overdragen van zorgen aan een zorgverlenende partij in die nieuwe regio.
Isverhuisdsignaal: bericht van de VIR naar signaleringsbevoegden dat een jeugdige, over wie zij een actief signaal hebben afgegeven, is verhuisd binnen een gemeente, naar een andere gemeente in de regio Maastricht-Heuvelland of de regio Parkstad Limburg, dan wel naar een gemeente daarbuiten.
Jeugdige: kind of jongere tot 23 jaar.
Landelijke verwijsindex: de verwijsindex risicojongeren die signalen van signaleringsbevoegden, zowel binnen gemeenten als over gemeente c.q. regionale grenzen heen, bij elkaar brengt en signaleringsbevoegden onderling informeert over hun betrokkenheid bij jongeren.
Match:1. Bericht vanuit het signaleringssysteem naar aanleiding van twee of meer signalen van een jeugdige aan de convenantpartijen, die een signaal hebben afgegeven.
2. De gezinsfunctionaliteit laat tevens een match ontstaan tussen een jeugdige en andere jeugdige indien beide jeugdigen aan de landelijke verwijsindex zijn gemeld én:
  • a.
    één van de ouders voor beide jeugdigen dezelfde is, óf
  • b.
    beide jeugdigen op hetzelfde adres wonen1).
Meldcode: meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is een wettelijk verplicht protocol, dat instanties moeten hanteren. De verwijsindex is een verplicht onderdeel van deze meldcode.
Melding: zie Signaal.
Meldingsbevoegde: zie Signaleringsbevoegde.
Ontvanger inverhuisberichten: de functionaris belast met het in ontvangst nemen van inverhuisberichten.
Overleg: contact na een match over een jeugdige tussen signaleringsbevoegden die een signalering met betrekking tot dezelfde jeugdige hebben gedaan.
Persoonsgegeven: ieder gegeven dat direct of indirect is te herleiden tot een identificeerbaar of te identificeren persoon.
Procesmanager / procescoördinator: functionaris belast met de coördinatie van het proces, namelijk:
de bewaking van de samenwerking en afstemming van de convenantpartijen indien er stagnatie of vertraging ontstaat in de samenwerking rondom het plan van aanpak.
1) Dit geldt niet voor adressen van penitentiaire instellingen en instellingen inzake gezondheidszorg, kinderbescherming en maatschappelijke opvang.
Risico: het redelijk vermoeden van een risico (vermeld in artikel 7.1.4.1., Hoofdstuk 7, Jeugdwet) dat een jeugdige door welke oorzaak dan ook wordt belemmerd in zijn lichamelijke, psychische, sociale of cognitieve ontwikkeling naar volwassenheid.
 
Regionale verwijsindex: signaleringssysteem waarin de convenantpartijen een jeugdige signaleren, waarin bij twee of meer signalen een matchbericht naar de signaleringsbevoegden (in systeem genaamd: contactpersonen en de zorgcoördinator gaat. Zie onderstaande noot!
N.B.
Signalering aan de Verwijsindex is een onderdeel van een eigen vastgestelde Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling bij iedere convenantpartij zélf. Iedere convenantpartij dient immers te voldoen aan de Meldcode, die per 1 juli 2013 in werking is getreden. Om te bevorderen dat een signaal aan de Verwijsindex expliciet wordt overwogen, is dit een stap binnen de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Uiteraard moet ook altijd een signaal in de Verwijsindex geplaatst worden indien er géén sprake is van een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling, maar wél voldaan wordt aan de criteria van de eigen organisatie.
 
Signaal: bericht in het signaleringssysteem over een individuele jeugdige door een signaleringsbevoegde.
Signaleren: het afgeven van een signaal in de regionale verwijsindex.
Signaleringsbevoegde: medewerker van een convenantpartij die bevoegd is over een jeugdige een signaal af te geven in de regionale verwijsindex.
(Signalerings-)Criteria: criteria die per convenantpartij worden vastgesteld aan de hand waarvan signaleringsbevoegden de afweging maken om een jeugdige al dan niet te signaleren in het signaleringssysteem.
Toestemming: iedere vrije en specifieke en op informatie berustende wilsuiting waarmee de betrokkene aanvaardt dat op hem betrekking hebbende persoonsgegevens worden verwerkt.
Verantwoordelijke: verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens; voor dit convenant het college van B&W van de gemeente waarin de jeugdige zijn woonplaats heeft.
Verwerken van persoonsgegevens: iedere handeling, of ieder geheel van handelingen met betrekking
tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, evenals het afschermen, uitwisselen of vernietigen van gegevens.
Wettelijk vertegenwoordiger: de ouder of de voogd die het gezag over een minderjarige uitoefent, dan wel degene die op grond van de wet of op grond van een rechterlijke uitspraak als vertegenwoordiger van een minderjarige optreedt.
Woonplaats: woonplaats als bedoeld in de Jeugdwet.
Zorgcoördinator/regisseur: verantwoordelijk voor de totstandkoming en uitvoering van een gezamenlijk plan van aanpak 2).
2) Niet te verwarren met de casemanager in het kader van de Jeugdwet.
 
Artikel 2. Doel van de samenwerking en van de verwerking van persoonsgegevens
 
1. De Regionale verwijsindex heeft tot doel vroegtijdige en onderlinge afstemming tussen signaleringsbevoegden te bewerkstelligen, opdat zij jeugdigen tijdig passende hulp, zorg of bijsturing kunnen verlenen om daadwerkelijke bedreigingen van de noodzakelijke condities voor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid te voorkomen, te beperken of weg te nemen.
2. Verwerking van persoonsgegevens in de regionale verwijsindex is nodig in relatie tot de volgende doelen:
  • bevorderen van de lichamelijke, psychische, sociale en cognitieve ontwikkeling van de jeugdige;
  • het vroegtijdig signaleren van risico’s die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid belemmeren en het mede daardoor adequaat bieden van hulp;
  • afstemming en samenwerking bevorderen tussen bij de jeugdige betrokken convenantpartijen;
  • maatschappelijke uitval voorkomen en beperken;
  • instroom in het criminele circuit voorkomen en beperken.
3. De regionale verwijsindex sluit aan op de landelijke verwijsindex risicojongeren (kortweg VIR).
 
Hoofdstuk 2: Taken, functies en verantwoordelijkheden.
Artikel 3. Colleges van B&W, procesmanagers / procescoördinatoren, zorgcoördinator en ontvanger inverhuisberichten
 
  • 1.
    De colleges van B&W bevorderen vanuit de wettelijke regietaken in het jeugdbeleid, ieder in de eigen gemeente, het gebruik van de Regionale verwijsindex door de convenantpartijen en houden vanuit deze zelfde rol toezicht op de naleving van het convenant.
  • 2.
    Verantwoordelijk voor de wettelijke regietaken, het gebruik van het signaleringssysteem en het toezicht op de naleving van het convenant in een concrete casus, is het college van B&W van de woonplaats van de jeugdige.
  • 3.
    Het college van B&W van de woonplaats van de jeugdige treedt op als verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens van de betreffende jeugdige en draagt in deze hoedanigheid zorg voor een veilige en zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens, conform de wet en dit convenant. Betrokkenen kunnen zich voor het uitoefenen van hun wettelijke rechten, zoals omschreven in de artikelen 18, 19 en 20 van dit convenant, wenden tot dit college.
  • 4.
    Procesmanagers / procescoördinatoren hebben als taak het proces rondom risicosignalering te coördineren.
  • 5.
    De functioneel beheerder heeft als taak het toegang verschaffen tot de Regionale verwijsindex van (nieuwe) convenantpartijen en in verband daarmee het toekennen van autorisaties en hij is ontvanger inverhuisberichten die tot taak heeft de inverhuisberichten te ontvangen en de verhuisgegevens op te nemen in het signaleringssysteem.
  • 6.
    De zorgcoördinator heeft als taak om na een signaal te bewaken dat de rechtstreeks betrokken signaleringsbevoegden overleg voeren, tot een gezamenlijke aanpak komen, hierover duidelijke afspraken maken en conform deze afspraken de interventies die deel uit maken van de gezamenlijke aanpak uitvoeren.
  • 7.
    De procesmanagers / procescoördinatoren dragen er zorg voor dat wordt nagegaan of de signaleringsbevoegden die een jeugdige aan de Regionale verwijsindex hebben geregistreerd en vervolgens daaruit een signaal hebben ontvangen, met elkaar contact hebben opgenomen.
  • 8.
    Degene die belast is met de taken, bedoeld in het eerste lid, heeft uitsluitend ten behoeve daar van toegang tot het signaleringssysteem.
  • 9.
    De taken genoemd in artikel 3, lid 4. t/m 8. kunnen per regio apart worden ingevuld (zie de procedures in de bijlagen).
 
Artikel 4 . Verantwoordelijkheden van het college van B&W als verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens
 
  • 1.
    Het college van B&W is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen in dit convenant met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en voor alle wettelijke verplichtingen met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van jeugdigen van wie persoonsgegevens worden opgenomen in het signaleringssysteem.
  • 2.
    Het college van B&W treft voorzieningen ter bevordering van de juistheid en volledigheid van de opgenomen persoonsgegevens.
  • 3.
    Het college van B&W ziet erop toe dat ten aanzien van de beveiliging van de persoonsgegevens afdoende maatregelen worden genomen.
  • 4.
    Het college van B&W ziet er tevens op toe dat uitsluitend de voor het doel noodzakelijke persoonsgegevens worden verwerkt en dat zij niet langer worden verwerkt of bewaard dan voor dit doel noodzakelijk is.
  • 5.
    Het college van B&W draagt er zorg voor dat de verwerking van persoonsgegevens op grond van deze convenant wordt aangemeld bij het College Bescherming Persoonsgegevens conform de Wet bescherming persoonsgegevens.
  • 6.
    Het college van B&W draagt zorg voor een zorgvuldige en veilige aansluiting van de Regionale verwijsindex op de Landelijke verwijsindex.
 
Artikel 5. Verantwoordelijkheden convenantpartijen
 
1. De convenantpartijen bevorderen binnen de eigen instelling of praktijk het doelmatig gebruik van de Regionale verwijsindex en een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens van jeugdigen en leven daartoe de bepalingen van de wet en van dit convenant na.
 
2.De convenantpartijen rusten zichzelf of hun medewerkers zodanig toe dat zij:
- op de hoogte zijn van het doel en de werkwijze van de Regionale verwijsindex;
- in staat zijn tot een zodanige risicotaxatie dat zij een verantwoord besluit kunnen nemen over het doen van een signalering;
- in geval van een signaal met andere convenantpartij tot een gezamenlijke aanpak kunnen komen en de eigen interventies binnen deze aanpak in goed overleg kunnen uitvoeren.
3. De convenantpartijen bezien of het voor een ordentelijk gebruik van de Regionale verwijsindex zinvol is om binnen de eigen instelling of praktijk een (of meer) coördinator(en ), genaamd Instantie beheerder, aan te wijzen.
4. De convenantpartijen geven middels hun cliëntenfolders bekendheid aan hun deelname aan de Regionale verwijsindex aan het doel hiervan en aan de verwerking van persoonsgegevens in verband met de Regionale verwijsindex.
5. De convenantpartij draagt zorg voor een veilig en zorgvuldig gebruik van de Regionale verwijsindex.
6. De convenantpartijen stellen een eigen Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling op, waarbij de Verwijsindex een vast onderdeel is. Daarnaast moet er ook altijd een signalering plaatvinden in de Verwijsindex als er géén sprake is van een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling, maar voldaan wordt aan de criteria van de eigen organisatie.
 
Hoofdstuk 3. Het gebruik van de Regionale verwijsindex en de daarmee verband houdende verwerking van persoonsgegevens.
Artikel 6. Signaleringsbevoegd
 
1. Signaleringsbevoegde is een functionaris die werkzaam is voor een instantie die:
a. behoort tot een bij het uitvoeringsbesluit Jeugdwet aangewezen categorie van instanties die werkzaam is in een of meer van de domeinen jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, gezondheidszorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen of politie en justitie;
b. dit convenant heeft ondertekend;
en
c. de functionaris als zodanig heeft aangewezen.
2. Signaleringsbevoegde is voorts een functionaris die niet werkzaam is voor een instantie en die:
a. behoort tot een bij het uitvoeringsbesluit Jeugdwet aangewezen categorie van functionarissen die werkzaam is in een of meer van de in het eerste lid, onder a, genoemde domeinen, en
b. dit convenant heeft ondertekend.
 
3. Een signaleringsbevoegde, zoals omschreven in lid 1 en lid 2 van dit artikel, is, met uitsluiting van anderen, bevoegd om een signaal af te geven in de Regionale verwijsindex en om op de hoogte te worden gesteld van signalen van andere signaleringsbevoegden.
4. Een signaal kan alleen betrekking hebben op een jeugdige met wie een signaleringsbevoegde, of zijn instelling, zelf directe contacten onderhoudt.
 
Artikel 7. Het afgeven van een signaal
 
1. Een signaleringsbevoegde kan zonder toestemming van de jeugdige of zijn wettelijk vertegenwoordiger en zo nodig met doorbreking van de op grond van zijn ambt of beroep geldende plicht tot geheimhouding, een jeugdige signaleren in de Regionale verwijsindex indien hij een redelijk vermoeden heeft dat de jeugdige door een of meer van de hierna genoemde risico’s in de noodzakelijke condities voor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid daadwerkelijk wordt bedreigd:
a. de jeugdige staat bloot aan geestelijk, lichamelijk of seksueel geweld, enige andere vernederende behandeling of verwaarlozing;
b. de jeugdige heeft meer of andere dan bij zijn leeftijd normaliter voorkomende psychische problemen, waaronder verslaving aan alcohol, drugs of kansspelen;
c. de jeugdige heeft meer dan bij zijn leeftijd normaliter voorkomende ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen;
d. de jeugdige is minderjarig en moeder of zwanger;
e. de jeugdige verzuimt veelvuldig van school of andere onderwijsinstelling, dan wel verlaat die voortijdig of dreigt die voortijdig te verlaten;
f. de jeugdige is niet gemotiveerd om door legale arbeid in zijn levensonderhoud te voorzien;
g. de jeugdige heeft meer of andere dan bij zijn leeftijd normaliter voorkomende financiële problemen;
h. de jeugdige heeft geen vaste woon- of verblijfplaats;
i. de jeugdige is een gevaar voor anderen door lichamelijk of geestelijk geweld of ander intimiderend gedrag;
j. de jeugdige laat zich in met activiteiten die strafbaar zijn gesteld;
k. de ouders of andere verzorgers van de jeugdige schieten ernstig tekort in de verzorging of opvoeding van de jeugdige;
l. de jeugdige staat bloot aan risico’s die in bepaalde etnische groepen onevenredig vaak voorkomen.
2. Bij het interpreteren van de in het vorige lid genoemde wettelijke risico’s maakt de signaleringsbevoegde zo nodig gebruik van de nadere uitwerking van deze risico’s zoals te vinden op www.meldcriteria.nl.
3. Iedere convenantpartij geeft binnen het kader van artikel 7,lid 1 nadere invulling aan de hierin genoemde signaleringscriteria. Deze nadere invulling van de signaleringscriteria staat vermeld in bijlage 3.
4. De signaleringsbevoegde geeft een signaal af in de Regionale verwijsindex op grond van een zorgvuldige en professionele afweging. Deze belangenafweging vindt plaats aan de hand van de omstandigheden van het concrete geval. Bij een signalering in de verwijsindex wordt het belang van de betrokkene afgewogen tegen het belang van vroegtijdige signalering van risico’s die jeugdigen in hun ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren.
5. De signaleringsbevoegde maakt een aantekening in het dossier van de jeugdige van een signalering in de verwijsindex zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, met daarbij een beschrijving van de feiten en omstandigheden waardoor het redelijk vermoeden van het risico ontstond.
6. Procedures, afspraken en rolverdeling van de instantiebeheerder en de functioneel beheerder staan voor de regio Maastricht-Heuvelland en de regio Parkstad Limburg vermeld in respectievelijk bijlage1 en bijlage 2.
 
Artikel 8. Inhoud van het signaal
 
1. De signalering in het signaleringssysteem bevat uitsluitend de identiteitsgegevens van de jeugdige die noodzakelijk zijn voor de convenantpartij om te kunnen vaststellen op welke jeugdige het signaal betrekking heeft. Het signaal bevat geen gegevens over de aard van de contacten tussen de jeugdige en de signaleringsbevoegde en/of over de aard van de risico’s die worden vermoed.
2. Aan het signaal, voegt de signaleringsbevoegde tevens toe: zijn eigen identificatie- en con-tactgegevens, de datum en tijdstip van signalering en indien van toepassing de gegevens van de coördinator.
3. Een signaal wordt in de Regionale verwijsindex gekoppeld aan het burgerservicenummer van de jeugdige, met als doel te waarborgen dat de signalering betrekking heeft op die jeugdige.
4. Indien het signaal in de verwijsindex afkomstig is van een signaleringsbevoegde die op grond van een wettelijke bepaling reeds bevoegd is het burgerservicenummer van de jeugdige te gebruiken, biedt hij de signalering met dat nummer aan de verwijsindex aan.
5. Indien het signaal in de verwijsindex afkomstig is van een signaleringsbevoegde die niet bevoegd is het burgerservicenummer van de jeugdige te gebruiken, biedt de signaleringsbevoegde de volgende gegevens van de jeugdige aan in de verwijsindex:
  • a.
    de familienaam;
  • b.
    de geboortedatum;
  • c.
    het geslacht.
6. Indien een signaleringsbevoegde een jeugdige die niet beschikt over een burgerservicenummer signaleert in de verwijsindex, biedt hij daartoe de volgende gegevens van de jeugdige aan in de verwijsindex:
  • a.
    de gemeente en/of de postcode en het huisnummer;
  • b.
    de familienaam;
  • c.
    de geboortedatum;
  • d.
    het geslacht.
7. De gegevens, bedoeld in het 5e en 6e lid, worden in de Regionale verwijsindex omgezet in een verwijsindexnummer, dat vervolgens gebruikt wordt voor de signalering in de verwijsindex.
 
Artikel 9. Recht op informatie over de signalering in de verwijsindex aan de jeugdige en of zijn wettelijk vertegenwoordigers
 
1. De signaleringsbevoegde informeert de wettelijk vertegenwoordiger van de jeugdige tot 16 jaar en de jeugdige zelf vanaf 12 jaar over de signalering in de verwijsindex. Hij licht de omstandigheden die aanleiding vormen tot het doen van een signalering in de verwijsindex mondeling toe en informeert over het doel en de werkwijze van het signaleringssysteem, de identiteit van de verantwoordelijke en een beschrijving van de rechten die de jeugdige en zijn wettelijk vertegenwoordiger uit kunnen oefenen.
2. De mededeling, zoals bedoeld in lid 1, kan worden uitgesteld tot kortere of langere tijd na het doen van de signalering in de verwijsindex doch uiterlijk tot het moment dat een match ontstaat, indien en voor zover dit noodzakelijk is in verband met:
a. de bescherming van de belangen van de jeugdige of van de rechten en vrijheden van anderen;
b. de veiligheid van de staat;
c. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten;
d. gewichtige economische en financiële belangen van de staat en van andere openbare lichamen;
c. het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften.
3. De mededeling, zoals bedoeld in lid 1, kan tevens worden uitgesteld tot kortere of langere tijd na het doen van het signaal doch uiterlijk tot het moment dat een match ontstaat, indien de mededeling onmogelijk blijkt.
4. In geval van uitstel op grond van lid 2, draagt de signaleringsbevoegde er zorg voor dat de jeugdige en of zijn wettelijk vertegenwoordiger zo spoedig als de situatie toelaat alsnog over de signalering in de verwijsindex wordt of worden geïnformeerd.
5. Over het informeren van de jeugdige en of zijn wettelijk vertegenwoordiger maakt de signaleringsbevoegde een aantekening in het dossier van de jeugdige. Indien hij heeft besloten om het informeren uit te stellen, bevat deze aantekening ook de redenen die tot dit besluit hebben geleid alsmede de datum waarop de jeugdige en of zijn wettelijk vertegenwoordiger alsnog zijn geïnformeerd, uiterlijk tot de eerste match.
 
Artikel 10. Overleg na een ‘match’
 
1. Een signaleringsbevoegde die een signaal ontvangt, heeft binnen tien werkdagen overleg met de andere signaleringsbevoegde(n) die dezelfde jeugdige heeft of hebben gesignaleerd, met als doel:
  • de risico’s gezamenlijk te taxeren;
  • op basis van de risicotaxatie te bezien welk geheel van interventies, in een gezamenlijke aanpak, nodig zijn om de mogelijke risico’s en de daarmee verbonden belemmeringen in de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid weg te nemen of zoveel mogelijk terug te brengen;
  • het maken van afspraken over de gezamenlijke aanpak en over de wijze waarop de signaleringsbevoegden elkaar zullen informeren over de voortgang van hun interventies;
  • bepaling van zorgcoördinator.
2. Nadere procedures met betrekking tot een match staan voor de regio Maastricht-Heuvelland en de regio Parkstad Limburg vermeld in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2.
 
Artikel 11.Verantwoordelijkheid na het overleg
 
Iedere signaleringsbevoegde blijft, onverminderd de afspraken die tijdens het overleg worden gemaakt over een gezamenlijke aanpak, zelf verantwoordelijk voor een zorgvuldige uitvoering van zijn eigen interventies ten opzichte van de jeugdige, voor het volgen van de resultaten daarvan en voor het tijdig initiatief nemen voor nieuw overleg indien blijkt dat zijn interventies of het geheel van interventies, de jeugdige niet voldoende blijken te beschermen tegen de gesignaleerde risico’s.
 
Artikel 12. Uitwisselen van persoonsgegevens bij een ‘match’ door beroepskrachten met een beroepsgeheim t.o.v. de jeugdige of zijn ouder
 
1. Ten behoeve van het overleg, zoals bedoeld in artikel 10, vraagt de signaleringsbevoegde die ten opzichte van de jeugdige een geheimhoudingsplicht in acht heeft te nemen toestemming aan de jeugdige vanaf 12 jaar en aan zijn wettelijk vertegenwoordiger indien hij nog geen 16 jaar oud is, voor het verstrekken van persoonsgegevens over hem aan de andere signaleringsbevoegden.
2. Voordat de signaleringsbevoegde toestemming vraagt, wijst hij de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordiger op het doel van de gegevensverstrekking en op het belang dat de jeugdige heeft bij het uitwisselen van informatie tussen de betrokken signaleringsbevoegden.
3. Weigert de jeugdige of de wettelijk vertegenwoordiger toestemming te geven voor de verstrekking van informatie ten behoeve van het overleg of kan deze toestemming, in verband met de bescherming van de belangen van de jeugdige, niet worden gevraagd, dan kan de signaleringsbevoegde toch informatie aan andere signaleringsbevoegden in het overleg verstrekken indien:
- de risico’s naar zijn inschatting ernstig zijn, en
- verstrekking van persoonsgegevens van de jeugdige in het overleg naar zijn oordeel noodzakelijk is voor een tijdige en effectieve aanpak gericht op het wegnemen of terugbrengen van de ernstige risico’s en de daarmee verband houdende ernstige belemmeringen.
4. Indien een signaleringsbevoegde meent dat hij zonder toestemming van de jeugdige en of zijn wettelijk vertegenwoordiger informatie in het overleg dient te verstrekken, pleegt hij, alvorens hierover een besluit te nemen, overleg met een leidinggevende.
5. Besluit de signaleringsbevoegde om op grond van lid 3 de noodzakelijke informatie over de jeugdige te verstrekken zonder toestemming, dan draagt de signaleringsbevoegde er zorg voor dat de jeugdige en/of zijn wettelijk vertegenwoordiger(s) hierover zo spoedig als de situatie toelaat, wordt geïnformeerd.
6. De signaleringsbevoegde tekent in zijn dossier aan op welke datum hij toestemming heeft gevraagd en van wie hij deze al dan niet heeft verkregen. Besluit hij om zonder toestemming gegevens te verstrekken, dan tekent hij aan welke feiten en omstandigheden tot zijn besluit hebben geleid en welke functionaris hij hierover heeft geraadpleegd.
 
Artikel 13. Uitwisselen van persoonsgegevens bij een ‘match’ door overige beroepskrachten
 
1. Heeft een signaleringsbevoegde geen beroepsgeheim ten opzichte van de jeugdige en of zijn wettelijk vertegenwoordiger, dan verstrekt hij in het overleg na het signaal de persoonsgegevens van de jeugdige, voor zover noodzakelijk voor de doelen van het overleg, en voor zover verstrekking van deze gegevens mogelijk is op grond van de wettelijke bepalingen en overige regelingen die op het handelen van de beroepskracht of zijn instelling van toepassing zijn.
2. Voor zover de bepalingen en regelingen zoals bedoeld in lid 1 dit toestaan, wordt de jeugdige en of zijn wettelijk vertegenwoordiger over de verstrekking van persoonsgegevens geïnformeerd, zo mogelijk voordat het overleg plaatsvindt.
 
Artikel 14 . Regievoering na een ‘match’
 
1. Iedere signaleringsbevoegde is verantwoordelijk na een match dat het overleg zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 daadwerkelijk en tijdig tot stand komt. Er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden over een gezamenlijke aanpak en of alle interventies, die deel uit maken van deze aanpak, daadwerkelijk worden uitgevoerd. In dit overleg wordt overeengekomen wie zorgcoördinator van het gezin is.
2. Indien de zorgcoördinator vaststelt dat er geen overleg tot stand komt, dat er geen afspraken worden gemaakt of dat interventies die deel uitmaken van de gezamenlijke aanpak niet worden uitgevoerd, overlegt hij met de betrokken signaleringsbevoegde met het doel alsnog op korte termijn te komen tot afspraken, of tot uitvoering van de gezamenlijke aanpak.
3. Stelt de zorgcoördinator vast dat ook na het overleg zoals bedoeld in lid 2 de gezamenlijke aanpak niet, of in onvoldoende mate tot stand komt, of wordt uitgevoerd, dan meldt hij zijn bevindingen aan de procesmanager die de maatregelen treft die noodzakelijk zijn om de jeugdige de interventies te bieden die hij nodig heeft en die daartoe zo nodig een of meer convenantpartijen aanwijst om een plan van aanpak op te stellen en dit uit te voeren.
4. Indien de registraties die aanleiding gaven tot het signaal ook afkomstig zijn van gemeenten die niet aan dit convenant deelnemen, treedt de melder van de regio waar de jeugdige woonachtig is, op als zorgcoördinator.
5. Nadere procedures en afspraken rondom de regievoering staan voor de regio Maastricht-HeuvelLand en de regio Parkstad Limburg vermeld in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2.
 
Artikel 15. Verhuizing van een jeugdige
 
1. De ontvanger inverhuisberichten verwerkt het verhuisbericht met betrekking tot een jeugdige in het signaleringssysteem, conform de instructie voor de regio Maastricht-Heuvelland en de regio Parkstad Limburg vermeld in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2.
2. In geval er met betrekking tot een jeugdige een isverhuisdsignaal wordt ontvangen, dragen de signaleringsbevoegden, die betrokken zijn bij het overleg na het signaal en bij het maken van afspraken over een gezamenlijke aanpak, er zorg voor dat de voor de aanpak van de risico’s en belemmeringen noodzakelijke informatie hierover wordt overgedragen aan de signalerings-bevoegde collega beroepskrachten in de nieuwe woonplaats van de jeugdige.
3. De signaleringsbevoegde informeert de jeugdige vanaf 12 jaar en zijn wettelijk vertegenwoordiger indien de jeugdige nog geen 16 jaar oud is over de overdracht zoals bedoeld in lid 2. Artikel 9 lid 2, 3 en 4 zijn daarbij van toepassing.
4. Overdracht van het achterliggende dossier, of de achterliggende dossiers, geschiedt op basis van de wettelijke regels die voor de overdracht van het betreffende dossier of de betreffende dossiers gelden.
 
Artikel 16. Geheimhouding
 
Ieder die op grond van dit convenant kennis neemt van persoonsgegevens van een jeugdige is verplicht tot geheimhouding hiervan, tenzij de wet of dit convenant hem noodzaakt tot bekendmaking van deze gegevens.
 
Artikel 17. Verwijderen van gegevens uit het signaleringssysteem
 
1. Een signaleringsbevoegde verwijdert een door hem gedane signaal uit de verwijsindex indien naar zijn oordeel:
a. dat signaal niet terecht is gedaan;
b. het eerder gesignaleerde risico niet meer aanwezig is.
2. Een signaal wordt voorts in elk geval uit de verwijsindex verwijderd:
a. ten hoogste twee jaar nadat zij is gedaan;
b. met ingang van de dag dat de jeugdige 23 jaar wordt;
c. zo spoedig mogelijk na het overlijden van de jeugdige.
3. Een signaal dat om welke reden dan ook uit de regionale verwijsindex is verwijderd, wordt als niet-actief signaal opgeslagen in het historisch signalenarchief, met uitzondering van de signalen die niet terecht zijn afgegeven.
4. Een niet-actief signaal wordt gedurende vijf jaren opgenomen in een historisch signalenarchief, met dien verstande dat die opname wordt vernietigd:
- met ingang van de dag dat de jeugdige 23 jaar wordt;
- zo spoedig mogelijk na het overlijden van de jeugdige;
- verzet zoals bedoeld in artikel 20 leidt tot het besluit van de verantwoordelijke om het signaal te verwijderen.
5. Desgevraagd kan aan door de Minister aangewezen partijen, indien deze partijen direct contact hebben met een jeugdige, een overzicht worden verstrekt van in het historisch signalenarchief opgenomen signalen met betrekking tot deze jeugdige, voor zover dit overzicht noodzakelijk is voor een effectieve aanpak van de actuele risico’s en de daarmee verbonden belemmeringen voor een ontwikkeling naar volwassenheid van de jeugdige.
6. Nadere procedures met betrekking tot verwijdering van gegevens staan voor de regio Maastricht-Heuvelland en de regio Parkstad Limburg vermeld in respectievelijk bijlage1 en bijlage 2.
 
Hoofdstuk 4. Rechten van betrokkenen.
 
Artikel 18. Recht op inzage
1. Iedere betrokkene heeft het recht zich schriftelijk te wenden tot de verantwoordelijke met het verzoek:
- hem informatie te verschaffen over de verwerking van zijn persoonsgegevens in het kader van het signaleringssysteem;
- hem inzage te verlenen in zijn persoonsgegevens die in het kader van het signaleringssysteem door of vanwege de verantwoordelijke zijn verwerkt.
2. De verantwoordelijke reageert binnen vier weken1) op dit verzoek, door de gevraagde informatie te verschaffen dan wel inzage te verlenen. De reactie omvat in ieder geval:
- het doel van het signaleringssysteem;
- de gegevens die m.b.t. de jeugdige zijn verwerkt;
- de namen van de convenantpartijen of van anderen aan wie deze gegevens zijn verstrekt;
- de herkomst van de gegevens;
- indien de verzoeker dit wenst, informatie over het elektronische systeem van de geautomatiseerde gegevensverwerking.
3. Informatie en inzage kunnen alleen worden geweigerd, indien en voor zover dit noodzakelijk is in verband met:
a. de bescherming van de belangen van de jeugdige of van de rechten en vrijheden van anderen;
b. de veiligheid van de staat;
c. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten;
d. gewichtige economische en financiële belangen van de staat en van andere openbare
lichamen;
e. het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften.
4. Een signaleringsbevoegde die een jeugdige in de verwijsindex heef gesignaleerd , brengt aan het college van burgemeester en wethouders een advies uit over een door die jeugdige aan hen gedaan verzoek als bedoeld in dit artikel en de toepasselijkheid van lid 3 van dit artikel.
5. Nadere procedures, afspraken en taken rondom de inzage van gegevens staan voor de regio Maastricht-Heuvelland en de regio Parkstad Limburg vermeld in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2.
 
Artikel 19. Recht op correctie
 
1. Nadat een betrokkene of een wettelijk vertegenwoordiger op grond van artikel 18 inzage in het dossier heeft gehad, kan hij de verantwoordelijke verzoeken de gegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen voor zover deze gegevens onjuist, onvolledig of niet ter zake dienend zijn voor het doel van de verwerking in het signaleringssysteem, of indien deze naar zijn oordeel zijn verwerkt op een wijze die in strijd is met de wet of dit convenant.
2. De verantwoordelijke reageert binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk en gemotiveerd op een verzoek zoals bedoeld in lid 1.
3. Een signaleringsbevoegde die een jeugdige in de verwijsindex heeft gesignaleerd brengt aan het college van B&W een advies uit over een door die jeugdige aan hen gedaan verzoek als bedoeld in dit artikel.
1) de verantwoordelijke kan de betrokkene mededelen dat de termijn wordt opgeschort wegens langdurig onderzoek.
4. Nadere procedures, afspraken en taken rondom de correctie van gegevens staan voor de regio Maastricht-Heuvelland en de regio Parkstad Limburg vermeld in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2.
 
Artikel 20. Verzet
 
1. De betrokkene kan bij de verantwoordelijke te allen tijde verzet aantekenen tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens in het signaleringssysteem in verband met zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden.
2. Het college van B&W geeft binnen vier weken een gemotiveerd oordeel of het verzet gerechtvaardigd is.
3. Een signaleringsbevoegde die een jeugdige in de verwijsindex heeft gesignaleerd, brengt aan het college van B&W een advies uit over een door die jeugdige aan hen gedaan verzoek als bedoeld in dit artikel.
4. Nadere procedures, afspraken en taken rondom de verwijdering van gegevens staan voor de regio Maastricht-Heuvelland en de regio Parkstad Limburg vermeld in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2.
 
Artikel 21. Uitoefening van de rechten door de jeugdige en zijn wettelijk vertegenwoordiger
 
De rechten zoals beschreven in artikel 18, 19 en 20 worden uitgeoefend:
  • indien de jeugdige nog geen 12 jaar oud is, door zijn wettelijk vertegenwoordiger;
  • indien de jeugdige al wel 12 maar nog geen 16 jaar oud is, door de jeugdige en de wettelijk vertegenwoordiger gezamenlijk;
  • door de jeugdige zelf indien hij 16 jaar of ouder is.
 
Artikel 22. Vertegenwoordiging van wilsonbekwame jeugdigen
 
1. Indien een jeugdige naar het oordeel van de signaleringsbevoegde of van de verantwoordelijke, niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, worden de rechten die hem op grond van dit convenant toekomen, uitgeoefend door zijn wettelijk vertegenwoordiger.
2. Heeft een meerderjarige wilsonbekwame jeugdige geen wettelijk vertegenwoordiger, dan zijn de ouders van de jeugdige bevoegd om de rechten die hem op grond van dit convenant toekomen namens hem uit te oefenen.
 
Hoofdstuk 5. Overige bepalingen.
Artikel 23. Samenwerkingsgebied en bijlagen
 
1. Dit samenwerkingsconvenant geldt voor de regio Maastricht-Heuvelland en de regio Parkstad Limburg.
2. De volgende bijlagen maken deel uit van dit convenant:
  • Procedure aansluiten instellingen op de Regionale verwijsindex, regio Maastricht-Heuvelland (bijlage 1);
  • Procedure aansluiten instellingen op de Regionale verwijsindex, regio Parkstad Limburg (bijlage 2);
  • De door iedere convenantpartij opgestelde nadere invulling van de signaleringscriteria als bedoeld in artikel 7, lid 3 van deze overeenkomst (bijlage 3);
  • Dienstverleningsovereenkomst Regionale verwijsindex inclusief bewerkersovereenkomst, regio Maastricht-Heuvelland (bijlage 4, alleen van toepassing voor de betrokken gemeenten);
  • Dienstverleningsovereenkomst Regionale verwijsindex inclusief bewerkersovereenkomst, regio Parkstad Limburg (bijlage 5, alleen van toepassing voor de betrokken gemeenten).
  • Partijen hebben kennis genomen van de voor hun relevante bijlagen en zullen dienovereenkomstig handelen.
3. De bijlagen 1 t/m 3 mogen worden geactualiseerd zonder dat dit leidt tot aanpassing van dit convenant, mits deze actualisering/bijstelling strookt met de afspraken vastgelegd in dit convenant. De verantwoordelijke draagt er zorg voor dat elke convenantpartij beschikt over de meest actuele versie van elke bijlage.
 
Artikel 24. Toetreding van nieuwe convenantpartijen tot het convenant
 
  • 1.
    Treedt een andere instantie of instelling toe tot dit convenant, dan moet deze voldoen aan de wettelijke verplichtingen zoals die zijn gesteld in de Wet Bescherming Persoonsgegevens of andere wet- en regelgeving die op de toetredende partij van toepassing is. Overige partners worden hierover geïnformeerd.
  • 2.
    De toetreding geschiedt conform de procedures voor de regio Maastricht-Heuvelland en de regio Parkstad Limburg vermeld in respectievelijk bijlage 1 en bijlage 2.
  • 3.
    De convenantpartij wordt pas geacht te zijn toegetreden na ondertekening van dit convenant.
 
Artikel 25. Looptijd van het convenant
 
  • 1.
    Dit convenant treedt in werking op 1 januari 2015 voor de partijen die vóór deze datum het convenant hebben ondertekend. Voor de overige partijen treedt het convenant in werking op de datum van ondertekening.
  • 2.
    Dit convenant wordt aangegaan voor bepaalde tijd en wel tot 31 december 2018. Het wordt eenmalig verlengd voor de periode van één jaar.
  • 3.
    Gedurende de looptijd van dit convenant vindt in ieder geval medio 2017 een evaluatie plaats.
 
Artikel 26. Wijziging en aanvulling van het convenant
 
  • 1.
    Wijziging en aanvulling van dit convenant vindt schriftelijk plaats en is slechts mogelijk met instemming van alle convenantpartijen.
  • 2.
    Indien een wijziging dan wel aanvulling van dit convenant leidt tot een wijziging in de gegevensverwerking dragen de colleges van B&W zorg voor melding aan het College Bescherming Persoonsgegevens conform de Wet bescherming persoonsgegevens.
 
Artikel 27. Beëindiging overeenkomst
 
Een instantie of instelling die deze overeenkomst wil beëindigen is gerechtigd dit per aangetekend schrijven kenbaar te maken aan de colleges van B&W met een opzegtermijn van één maand. Signalen in de verwijsindex, afkomstig van deze instantie of instelling zullen niet worden verwijderd.
 
Artikel 28. Geschillen, toepasselijk recht en jurisdictie
 
Op deze overeenkomst en op alle geschillen die daaruit mochten voortvloeien of daarmee mochten samenhangen, is Nederlands recht van toepassing.
 
Artikel 29. Vervallen oude samenwerkingsovereenkomst(en)
 
Op het moment dat dit samenwerkingsconvenant in werking treedt, komt de volgende overeenkomst te vervallen:
Samenwerkingsconvenant verwijsindex Maastricht-Heuvelland en Parkstad Limburg van kracht sedert 1-1-2012.