﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-51513/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>GEMEENTEBLAD</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van gemeente Borger-Odoorn.</subtitel>
  </kop>
  <gemeenteblad>
    <kop>
      <titel>Gemeente Borger-Odoorn, Sociaal Statuut 2014-2016 vastgesteld.</titel>
    </kop>
    <zakelijke-mededeling>
      <zakelijke-mededeling-tekst>
        <tekst>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn maken bekend dat door het College op 28 april 2015 het Sociaal Statuut gemeente Borger-Odoorn 2014-2016 is vastgesteld. Deze verordening treedt in werking op 11 juni 2015 en heeft betrekking op de rechtspositieregeling voor werknemers van de gemeente bij organisatiewijzigingen.</nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">U kunt de verordening vinden op www.overheid.nl of opvragen bij het Klantcontactcentrum.</nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Sociaal Statuut gemeente Borger-Odoorn 201</nadruk>
            <nadruk type="vet">5 - 2016</nadruk>
            <nadruk type="vet" />
          </tussenkop>
          <al>Burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn; </al>
          <al>overwegende, dat als gevolg van het Cao-akkoord 2011-2012 hoofdstuk 10d van de CAR-UWO is gewijzigd in verband met de invoering van het Van werk naar werk-traject in het kader van reorganisatie;</al>
          <al>gelet op:</al>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>-</li.nr>
              <al>de Organisatieverordening van de gemeente Borger-Odoorn;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>-</li.nr>
              <al>de Wet op de ondernemingsraden (WOR), met name artikel 25;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>-</li.nr>
              <al>de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst</al>
            </li>
          </lijst>
          <al> (UWO) met name de artikelen 8:3, 8:3:1, 12:1:5, 12:2 en 15:1:10);</al>
          <al>gezien de bereikte overeenstemming in de commissie voor Georganiseerd overleg van </al>
          <al>6 maart 2015</al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">besluit</nadruk>
            <nadruk type="vet">:</nadruk>
            <nadruk type="vet" />
          </tussenkop>
          <al>vast te stellen de volgende regeling: </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Sociaal Statuut</nadruk>
            <nadruk type="vet"> gemeente </nadruk>
            <nadruk type="vet">Borger-Odoorn </nadruk>
            <nadruk type="vet">201</nadruk>
            <nadruk type="vet">5 - 2016</nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 1:1 Definities </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>In dit Sociaal Statuut wordt verstaan onder: </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">a. </nadruk>
            <nadruk type="vet">ambtenaar:</nadruk> de ambtenaar in de zin van de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling </al>
          <al> en uitwerkingsovereenkomst, alsmede de werknemer met wie de werkgever een</al>
          <al> arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft afgesloten; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">b</nadruk>
            <nadruk type="vet">. werkgever: </nadruk>de gemeente Borger-Odoorn; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">c. </nadruk>
            <nadruk type="vet">organisatiewijziging:</nadruk>
            <nadruk type="vet" />een belangrijke inkrimping of wijziging van de </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel daarvan) of een belangrijke </al>
          <al> wijziging van de laatst vastgestelde organisatiestructuur van de gemeente (of een </al>
          <al> onderdeel daarvan), die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met zich </al>
          <al> meebrengt; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">d. </nadruk>
            <nadruk type="vet">privatisering:</nadruk> organisatiewijziging die het gevolg is van de verzelfstandiging van een </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />deel van de organisatie tot een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de </al>
          <al> overdracht van een deel van de organisatie aan een derde (privaatrechtelijke) partij;</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">e. </nadruk>
            <nadruk type="vet">publiekrechtelijke</nadruk>
            <nadruk type="vet">taakoverheveling</nadruk>
            <nadruk type="vet">:</nadruk> organisatiewijziging die het gevolg is van de</al>
          <al>
            <nadruk type="vet" /> overheveling van een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk orgaan;</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">f. </nadruk>
            <nadruk type="vet">personele gevolgen</nadruk>: gevolgen voor de functie of de rechtspositie van de betrokken</al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />ambtenaren; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">g. salaris: </nadruk>het voor de ambtenaar geldende bedrag van de aan de ambtenaar toegekende </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />schaal als bedoeld in artikel 3:1 van de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en</al>
          <al> uitwerkingsovereenkomst; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">h. salarisperspectief:</nadruk> de opeenvolgende salarisperiodieken tot en met het hoogste </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />bedrag van de functieschaal van de ambtenaar en eventueel schriftelijk vastgelegde </al>
          <al> extra individuele salarisafspraken; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">i. bezoldiging:</nadruk> het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de ambtenaar </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />toegekende emolumenten en toelagen, met inbegrip van de functioneringstoelage en </al>
          <al> de waarnemingstoelage - niet zijnde onkosten vergoedingen; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">j. toelage:</nadruk> de toelage waarmee het salaris wordt vermeerderd ingevolge de </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />Bezoldigingsverordening; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">k. </nadruk>
            <nadruk type="vet">functie:</nadruk> het takenpakket dat bestaat uit het geheel van de opgedragen </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" /> werkzaamheden, dat de ambtenaar volgens zijn functiebeschrijving en op grond van </al>
          <al> tussen werkgever en de ambtenaar gemaakte afspraken verricht; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">l. </nadruk>
            <nadruk type="vet">ongewijzigde functie:</nadruk>
            <nadruk type="vet" />een functie die gelijk of nagenoeg gelijk is aan de functie die </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" /> de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">m. passende functie: </nadruk>een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en de</al>
          <al> voor hem bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen. Onder persoonlijke </al>
          <al> omstandigheden en vooruitzichten wordt onder meer worden verstaan interesse, </al>
          <al> capaciteiten, ervaring, leeftijd, opleiding, en salaris. Een passende functie is doorgaans </al>
          <al> van hetzelfde functieniveau als de oude functie, maar kan ook van een hoger niveau </al>
          <al> of maximaal één niveau lager zijn dan de oude functie;</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">n. geschikte functie:</nadruk> een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />die de ambtenaar bereid is te vervullen; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">o. georganiseerd overleg:</nadruk> de commissie voor georganiseerd overleg zoals bedoeld in </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />artikel 12:1 van de CAR-UWO;</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">p. ondernemingsraad: </nadruk>de ondernemingsraad zoals bedoeld in artikel 2 van de Wet op</al>
          <al>
            <nadruk type="vet" /> de ondernemingsraden; </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">q. remplaçant:</nadruk> de geplaatste of (potentieel) te plaatsen ambtenaar, die op basis van </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />vrijwilligheid de status van boventallig verklaarde ambtenaar krijgt, met het doel om</al>
          <al> een (potentieel) boventallig verklaarde ambtenaar alsnog te kunnen plaatsen;</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">r. sociaal plan:</nadruk> nadere afspraken, gebaseerd op en aanvullend op dit sociaal statuut, met </al>
          <al>
            <nadruk type="vet" />betrekking tot de personele gevolgen van een organisatiewijziging;</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">s. VWNW-traject:</nadruk> het traject zoals bedoeld in hoofdstuk 10d van de CAR-UWO. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 1:2 Werkingssfeer </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Dit Sociaal Statuut is van toepassing op alle organisatiewijzigingen in de gemeentelijke organisatie, niet zijnde een organisatiewijziging als gevolg van een gemeentelijke herindeling.</al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 1:3 Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot organisatiewijziging </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over de wijziging van de ambtelijke organisatie. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 1:4 Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende individuele </nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet" />
            <nadruk type="vet">ambtenaren </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van besluiten over wijziging van de aanstelling, overplaatsing en ontslag van ambtenaren, tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is bepaald. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Hoofdstuk 2 Procedurele bepalingen </nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 2: 1 Onderzoek naar organisatiewijziging </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Als de werkgever voornemens is de mogelijkheid van een organisatiewijziging te</al>
          <al> onderzoeken, worden de ondernemingsraad, het georganiseerd overleg en de </al>
          <al> betrokken ambtenaren hierover op zorgvuldige wijze en in een vroeg stadium op de </al>
          <al> hoogte gesteld en in het proces betrokken. </al>
          <al>2.Het tijdstip van kennisgeving is dusdanig, dat de ondernemingsraad zijn mening over</al>
          <al> het onderzoek kenbaar kan maken. </al>
          <al>3.De ambtenaren en de ondernemingsraad worden zo veel mogelijk betrokken bij de</al>
          <al> uitvoering van het onderzoek. Bovendien worden zij, indien mogelijk, tussentijds op</al>
          <al> de hoogte gehouden van de vorderingen van het onderzoek. </al>
          <al>4.De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter kennisneming</al>
          <al> toegezonden aan de ondernemingsraad en het georganiseerd overleg. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:2 Extern advies </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Indien de werkgever voornemens is om over de wenselijkheid van de organisatiewijziging </al>
          <al>extern advies te vragen, wordt de ondernemingsraad om advies gevraagd over het verstrekken en formuleren van de adviesopdracht, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:3 Overleg over de personele gevolgen en maatregelen </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging,</al>
          <al> wordt overleg in het georganiseerd overleg gevoerd over de regels als bedoeld in </al>
          <al> artikel 12:1:5 2<sup>e</sup> lid onder a en b van de UWO (het zgn. stappenplan), alsmede over </al>
          <al> de personele gevolgen het besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen </al>
          <al> maatregelen. </al>
          <al>2.Als het georganiseerd overleg van mening is dat de organisatiewijziging zodanig</al>
          <al> ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende </al>
          <al> afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan </al>
          <al> opgesteld. Over dit sociaal plan moet in het georganiseerd overleg overeenstemming </al>
          <al> worden bereikt. </al>
          <al>3.De leden van het georganiseerd overleg kunnen tussentijds bijeen worden geroepen</al>
          <al> dan wel schriftelijk worden geraadpleegd, wanneer de omstandigheden een versnelde </al>
          <al> procedure vereisen. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:4 Advies ondernemingsraad over organisatiewijziging </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de organisatiewijziging,</al>
          <al> wordt de ondernemingsraad schriftelijk om advies gevraagd, conform artikel 25 van </al>
          <al> de Wet op de ondernemingsraden. </al>
          <al>2.De adviesaanvraag bevat een heldere omschrijving van het voorgenomen besluit, de</al>
          <al> beweegredenen van het besluit, de personele gevolgen van het besluit en de naar </al>
          <al> aanleiding daarvan te nemen personele maatregelen. </al>
          <al>3.Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het nog van wezenlijke invloed</al>
          <al> kan zijn op het te nemen besluit. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:5 Taakverdeling tussen ondernemingsraad en georganiseerd overleg </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Ten aanzien van de medezeggenschap van ambtenaren en vakcentrales geldt het</al>
          <al> algemene uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het proces van </al>
          <al> organisatiewijziging aan bod komen, primair door één orgaan worden behandeld, </al>
          <al> conform het convenant tussen het bestuur van de gemeente Borger-Odoorn en de </al>
          <al> vakorganisaties. (zie bijlage) </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:6 Kennisgeving en uitvoering besluit </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Als er een definitief besluit is genomen tot wijziging van de organisatie, wordt dit</al>
          <al> besluit zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het georganiseerd overleg, de </al>
          <al> ondernemingsraad en de betrokken ambtenaren. Daarbij wordt tevens ingegaan op de </al>
          <al> personele gevolgen van het besluit. </al>
          <al>2.Als in het besluit wordt afgeweken van het advies van de ondernemingsraad, zal deze</al>
          <al> afwijking duidelijk worden gemotiveerd. De uitvoering van het besluit tot </al>
          <al> organisatiewijziging wordt in dit geval uitgesteld tot op zijn vroegst een maand nadat </al>
          <al> de ondernemingsraad van het besluit in kennis is gesteld, conform artikel 25, zesde lid </al>
          <al> van de Wet op de ondernemingsraden. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Hoofdstuk 3 Algemene uitgangspunten voor sociaal beleid </nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet" />
            <nadruk type="vet">bij interne</nadruk>
            <nadruk type="vet" />
            <nadruk type="vet">organisatiewijziging</nadruk>
            <nadruk type="vet" />
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:1 Werkingssfeer hoofdstuk </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op interne organisatiewijzigingen, niet zijnde privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:2 Werkgelegenheid bij interne organisatiewijziging </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Er zullen geen gedwongen ontslagen plaatsvinden als gevolg van organisatieveranderingen tenzij er sprake is van situaties als verwoord in de artikelen 3:7 en 3:8 lid 2 van dit Sociaal Statuut. De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om te voorkomen dat de bij de organisatiewijziging betrokken ambtenaren onvrijwillig werkloos raken.</al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:3 Voorkeursvolgorde bij herplaatsing </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.De werkgever hanteert, bij het nemen van besluiten ten aanzien van de ambtenaren die</al>
          <al> betrokken zijn bij de organisatiewijziging, de volgende voorkeursvolgorde: </al>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>1.</li.nr>
              <al>de ambtenaar blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een passende functie binnen de</al>
              <al> gemeentelijke organisatie; </al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>3.</li.nr>
              <al>de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een geschikte functie binnen de</al>
              <al> gemeentelijke organisatie. </al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>Ambtenaren die in het kader van de plaatsingsprocedure niet in een functie binnen</al>
            </li>
          </lijst>
          <al> de formatie van de nieuwe organisatie zijn herplaatst, worden boventallig verklaard. </al>
          <al>3.Herplaatsingsbesluiten als bedoeld in het eerste lid onder 2 en 3 en besluiten tot</al>
          <al> verklaring boventalligheid als bedoeld in lid 2 worden genomen met inachtneming van </al>
          <al> de herplaatsingsprocedure, zoals beschreven in hoofdstuk 4. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:4 Uitgangspunten herplaatsing </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Bij het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, wordt met de</al>
          <al> volgende gegevens rekening gehouden:</al>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>a.</li.nr>
              <al>de geschiktheid van de ambtenaar voor een functie, zoals blijkt uit opleidings- en</al>
              <al> ervaringsgegevens, beoordelings- en ontwikkelgesprekken en eventuele </al>
              <al> geschiktheidstesten;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>b.</li.nr>
              <al>de voorkeur van de ambtenaar voor bepaalde functies;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>c.</li.nr>
              <al>het type dienstverband van de ambtenaar;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>d.</li.nr>
              <al>de diensttijd van de ambtenaar bij de gemeente Borger-Odoorn of een</al>
              <al> rechtsvoorganger.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>e.</li.nr>
              <al>de leeftijd van de ambtenaar.</al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>De ambtenaar is verplicht om mee te werken aan gesprekken en testen die nodig zijn</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
          </lijst>
          <al> voor het verzamelen van gegevens als genoemd in het eerste lid onder a. De kosten </al>
          <al> van eventuele tests zijn voor rekening van de werkgever. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3: 5 Belangstellingsregistratie </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Voordat herplaatsingsbesluiten als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid onder 2 en 3 en artikel 3:3 tweede lid, worden genomen, wordt de betrokken ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn voorkeur voor maximaal drie functies kenbaar te maken. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:6 Maatregelen ter voorkoming</nadruk>
            <nadruk type="vet">/</nadruk>
            <nadruk type="vet">vermindering van boventalligheid </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.<nadruk type="vet" /><nadruk type="vet">Remplaçantenregeling</nadruk>: Ambtenaren die geplaatst zijn - of zullen gaan worden - in</al>
          <al> de formatie van de nieuwe organisatie, kunnen die plaats opgeven en zich beschikbaar </al>
          <al> stellen voor de status van boventallig verklaarde ambtenaar. Het gevolg daarvan is </al>
          <al> dat in diens plaats een boventallig verklaarde ambtenaar in de nieuwe organisatie kan </al>
          <al> worden geplaatst. Voor zover een verantwoorde bedrijfsvoering dat toelaat, wordt een </al>
          <al> dergelijk aanbod gehonoreerd. </al>
          <al>2.<nadruk type="vet">Reductie aanstellingsomvang</nadruk>: Ambtenaren kunnen een verzoek indienen om hun</al>
          <al> aanstellingsomvang terug te brengen, om zodoende formatie beschikbaar te stellen </al>
          <al> voor het plaatsen van boventallig verklaarde collega’s. Voor zover een verantwoorde </al>
          <al> bedrijfsvoering dat toelaat, worden dergelijke verzoeken gehonoreerd. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:7 Geen passende of geschikte functie </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Indien de ambtenaar na de plaatsingsprocedure boventallig wordt verklaard is hoofdstuk 6 van dit Sociaal Statuut van toepassing. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:8 Verplichting ambtenaar </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.De ambtenaar is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep, een</al>
          <al> passende functie die hem met inachtneming van de herplaatsingsprocedure is </al>
          <al> toegewezen, te aanvaarden. </al>
          <al>2.Wanneer de ambtenaar, na herhaald en zorgvuldig overleg, weigert een aangeboden</al>
          <al> passende functie te aanvaarden, niet meewerkt aan zijn/haar re-integratie, kan het </al>
          <al> college van burgemeester en wethouders overgaan tot ontslag. Daarbij kan het college </al>
          <al> van burgemeester en wethouders besluiten tot verval van het wachtgeld of de </al>
          <al> aanvullende en na-wettelijke uitkering.</al>
          <al>3.De ambtenaar die, als gevolg van de organisatieontwikkeling, boventallig is verklaard is</al>
          <al> verplicht gedurende de periode van boventalligheid andere werkzaamheden te </al>
          <al> verrichten. De vervangende werkzaamheden kunnen van een ander en dus ook van </al>
          <al> een lager functieniveau zijn. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:9 Salarisgarantie </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke </al>
          <al>organisatie, behoudt in deze functie het salarisperspectief, zoals die voor hem golden in </al>
          <al>de oorspronkelijke functie. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:10 Functie</nadruk>
            <nadruk type="vet" />
            <nadruk type="vet">gebonden toelagen </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de</al>
          <al> gemeentelijke organisatie vervallen de functie gebonden toelagen. </al>
          <al>2.Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen van de</al>
          <al> functie gebonden toelagen een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende </al>
          <al> compensatie toegekend indien: </al>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>a.</li.nr>
              <al>de blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de bezoldiging;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>b.</li.nr>
              <al>de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste twee jaren zonder wezenlijke</al>
              <al> onderbreking (een periode van langer dan twee maanden) heeft genoten. </al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>De afbouw van deze compensatie kent het volgende verloop:</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li>
              <li.nr>a.</li.nr>
              <al>het eerste jaar na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 100% van de daling van</al>
              <al> de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; </al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>b.</li.nr>
              <al>het tweede jaar na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 75% van de daling van</al>
              <al> de bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; </al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>c.</li.nr>
              <al>het derde jaar na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 50% van de daling van de</al>
              <al> bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen; </al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>d.</li.nr>
              <al>het vierde jaar na de overplaatsing ontvangt de ambtenaar 25% van de daling van de</al>
              <al> bezoldiging, die het gevolg is van het vervallen van de toelagen;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>e.</li.nr>
              <al>In afwijking van het gestelde in de vorige leden behouden ambtenaren van 60 jaar</al>
              <al> en ouder, die herplaatst worden, het recht op hun functie gebonden toelage </al>
              <al> gedurende de verdere diensttijd bij de gemeente Borger-Odoorn, voor zover zij </al>
              <al> deze toelage op het moment van herplaatsing tenminste gedurende 10 </al>
              <al> aaneensluitende jaren voorafgaand hebben genoten. </al>
            </li>
          </lijst>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:11 Persoonsgebonden toelagen </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn persoonsgebonden toelagen tenzij aan deze andere functie een hogere functieschaal is verbonden. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3: 12 Opleidingsfaciliteiten</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke</al>
          <al> organisatie, behoudt de rechten die hem op grond van de regeling opleiding en </al>
          <al> ontwikkeling zijn toegekend, indien hij de studie voortzet. </al>
          <al>2.De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de gemeentelijke</al>
          <al> organisatie en die in overleg met zijn nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met zijn </al>
          <al> studie, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de </al>
          <al> regeling opleiding en ontwikkeling. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 3:13 Aanvullende opleidingsfaciliteiten</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>De werkgever onderzoekt of het nodig is de ambtenaar, die is overgeplaatst naar een passende of geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie, bij of om te scholen voor het vervullen van zijn nieuwe functie. De kosten van de scholing zijn voor rekening van de gemeente. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Hoofdstuk 4 Herplaatsingsprocedure </nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 4:1 Herplaatsingscommissie </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Het college van burgemeester en wethouders stelt een herplaatsingscommissie in, die</al>
          <al> het college adviseert over de te nemen herplaatsingsbesluiten, tenzij na overleg en met </al>
          <al> instemming van het georganiseerd overleg wordt besloten hiervan af te zien. </al>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>De herplaatsingscommissie bestaat uit:</al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>een lid aan te wijzen door het georganiseerd overleg;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>een lid aan te wijzen door het college van burgemeester en wethouders;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>een onafhankelijke voorzitter in overleg aangewezen door de hiervoor genoemde</al>
                  <al> leden.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li>
              <li.nr>3.</li.nr>
              <al>De herplaatsingscommissie wordt ondersteund door een ambtelijke secretaris. De</al>
            </li>
          </lijst>
          <al> secretaris is geen lid van de commissie en heeft geen stemrecht.</al>
          <al>4.De vergaderingen van de commissie zijn besloten.</al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 4:2 </nadruk>
            <nadruk type="vet">Voorbereiding a</nadruk>
            <nadruk type="vet">dvies over herplaatsing </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.De herplaatsingscommissie ontvangt alle benodigde gegevens en stelt op basis van</al>
          <al> deze gegevens een voorgenomen advies op over de herplaatsing van de betrokken </al>
          <al> ambtenaren. </al>
          <al>2.De herplaatsingscommissie informeert de betrokken ambtenaar schriftelijk over het</al>
          <al> voorgenomen advies aan het college van burgemeester en wethouders.</al>
          <al>3.Indien geen herplaatsingscommissie is ingesteld verricht de gemeentesecretaris de</al>
          <al> taken, als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 4:3 Bedenkingen tegen het </nadruk>
            <nadruk type="vet">advies</nadruk>
            <nadruk type="vet" />
          </tussenkop>
          <al>1.Indien de ambtenaar bedenkingen heeft tegen het voorgenomen advies van de</al>
          <al> herplaatsingscommissie, respectievelijk gemeentesecretaris kan hij deze binnen </al>
          <al> 14 dagen schriftelijk en gemotiveerd indienen bij de herplaatsingscommissie, </al>
          <al> respectievelijk gemeentesecretaris. </al>
          <al>2.De ambtenaar kan verzoeken om mondeling te worden gehoord door de</al>
          <al> herplaatsingscommissie, respectievelijk gemeentesecretaris. De ambtenaar die hiertoe </al>
          <al> een verzoek indient, zal binnen 14 dagen worden gehoord. Van de hoorzitting wordt </al>
          <al> schriftelijk verslag opgemaakt. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 4:4 Advies over he</nadruk>
            <nadruk type="vet">r</nadruk>
            <nadruk type="vet">plaatsing</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Na afronding van de procedure, als bedoeld in artikel 4:3, adviseert de</al>
          <al> Herplaatsingscommissie, respectievelijk de gemeentesecretaris vervolgens het college </al>
          <al> van burgemeester en wethouders over de herplaatsing van de betrokken ambtenaren. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 4:4 Herplaatsingsbesluiten </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Het college van burgemeester en wethouders neemt het besluit tot herplaatsing van de</al>
          <al> betrokken ambtenaar. De ambtenaar wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk </al>
          <al> geïnformeerd over dit besluit. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op </al>
          <al> eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn ingediend. </al>
          <al>2.De ambtenaar voor wie in de herplaatsingsprocedure geen passende of geschikt functie</al>
          <al> is gevonden wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk geïnformeerd over dit besluit. In de </al>
          <al> motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de </al>
          <al> ambtenaar zijn ingediend. </al>
          <al>3.De ambtenaar kan bezwaar en beroep aantekenen tegen de besluiten, zoals bedoeld in</al>
          <al> het eerste en tweede lid, conform de Algemene Wet Bestuursrecht. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Hoofdstuk 5 Privatisering en taakoverheveling </nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 5: 1 Werkingssfeer hoofdstuk </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverhevelingen. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 5.2: Werkgelegenheid </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Er zullen geen gedwongen ontslagen plaatsvinden als gevolg van</al>
          <al> organisatieveranderingen tenzij er sprake is van situaties als verwoord in de artikel 5:3 </al>
          <al> van dit Sociaal Statuut. De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om te </al>
          <al> voorkomen dat de bij de organisatiewijziging betrokken ambtenaren onvrijwillig </al>
          <al> werkloos raken. </al>
          <al>2.De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie</al>
          <al> in overleg over de overname van de ambtenaren van het desbetreffende </al>
          <al> organisatieonderdeel. Gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd. </al>
          <al>3.Voordat de werkgever een besluit neemt over de overgang van een ambtenaar naar de</al>
          <al> betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke instantie, biedt hij de betrokkene de </al>
          <al> gelegenheid om zijn belangstelling kenbaar te maken voor passende en/of geschikte</al>
          <al> functies die op dat moment vacant zijn of op korte termijn vacant worden in de </al>
          <al> gemeentelijke organisatie. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 5:3 Geen passende of geschikte functie</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Indien de werkgever er niet in slaagt de ambtenaar onder te brengen bij de nieuwe werkgever dan wel te plaatsen in een passende of geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie, wordt de ambtenaar door het college boventallig verklaard en is hoofdstuk 6 van dit sociaal statuut van toepassing. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 5:4 Sociaal plan </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Als het georganiseerd overleg van mening is dat de privatisering of taakoverheveling</al>
          <al>zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich meebrengt dat hierover aanvullende </al>
          <al>afspraken moeten worden gemaakt, wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. </al>
          <al>Dit plan regelt de overplaatsingsprocedure (inclusief de ontslag- en aanstellingsprocedure </al>
          <al>van het over te plaatsen personeel) en bevat rechtspositionele bepalingen. Over dit</al>
          <al>sociaal plan moet overeenstemming worden bereikt in het georganiseerd overleg. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 5:5 Rechtspositievergelijking </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Indien de betrokken ambtenaren overgaan naar een privaatrechtelijke of een andere</al>
          <al> publiekrechtelijke werkgever waarvoor een afwijkende rechtspositieregeling of CAO</al>
          <al> geldt, maakt de werkgever een vergelijking tussen de arbeidsvoorwaardenpakketten die </al>
          <al> van toepassing zijn op de gemeentelijke werkgever en de nieuwe werkgever. </al>
          <al>2.Indien uit de vergelijking blijkt dat het totaalpakket van arbeidsvoorwaarden</al>
          <al> (bestaande uit in ieder geval salaris, uitkeringen en toelagen, (pre) pensioen, </al>
          <al> vakantierechten, ziektekostenregeling en werkloosheidsuitkering) bij de nieuwe </al>
          <al> werkgever minder is dan het totaalpakket bij de gemeentelijke werkgever, worden in </al>
          <al> het sociaal plan nadere afspraken gemaakt over afbouw, behoud of compensatie van </al>
          <al> aanspraken. </al>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>3.</li.nr>
              <al>Het sociaal plan bevat in ieder geval de volgende garanties:</al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>netto - netto garantie van het salaris en het salarisperspectief;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>ambtenaren die een vaste aanstelling hebben, krijgen bij de nieuwe werkgever een</al>
                  <al> vaste aanstelling dan wel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zonder</al>
                  <al> proeftijd. </al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
          </lijst>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Hoofdstuk 6 Van werk naar werk </nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 6.1 Doorlopen vwnw-traject</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>
            <nadruk type="vet" />1.Op boventallig verklaarde ambtenaren zijn de artikelen in paragraaf 5 van hoofdstuk </al>
          <al> 10d van de CAR-UWO van toepassing. Vanaf het moment waarop het besluit tot </al>
          <al> boventalligverklaring in werking is getreden, hebben boventallig verklaarde </al>
          <al> ambtenaren recht op het doorlopen van het daarin geregelde vwnw-traject. </al>
          <al>2.Ambtenaren met een aanstelling voor bepaalde tijd - langer dan 2 jaar - die niet tot de</al>
          <al> vastgestelde einddatum in hun eigen functie kunnen blijven, hebben in beginsel recht </al>
          <al> op het doorlopen van het vwnw-traject voor de resterende duur van hun aanstelling. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 6.2 Herplaatsing</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Het vwnw-traject is gericht op het zo spoedig mogelijk herplaatsen van de ambtenaar in</al>
          <al> een passende of geschikte functie primair binnen of zo nodig buiten de organisatie, of </al>
          <al> op het realiseren van een andere maatwerkoplossing. Herplaatsing geschiedt op basis </al>
          <al> van geschiktheid van de ambtenaar voor de functie.</al>
          <al>2.Boventallig verklaarde ambtenaren genieten voorrang bij de vervulling van vacant</al>
          <al> geworden passende of geschikte functies binnen de organisatie. Bij gelijke geschiktheid </al>
          <al> gaat de ambtenaar met het langste dienstverband voor.</al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 6.3 Onderbreken vwnw-traject </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Wanneer een boventallig verklaarde ambtenaar voor bepaalde tijd kan worden geplaatst in een passende of geschikte functie, maar het gebruikmaken van die mogelijkheid met zich meebrengt dat er geen of onvoldoende uitvoering kan worden gegeven aan de vwnw-overeenkomst, kan in goed overleg met de ambtenaar worden besloten om het (resterende deel van het) vwnw-traject op te schorten. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 6.4 Lager gewaardeerde functie</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Ambtenaren kunnen worden herplaatst in een lager gewaardeerde passende of</al>
          <al> geschikte functie. In het geval van een passende functie is dat maximaal één </al>
          <al> salarisschaal lager.</al>
          <al>2.De ambtenaar behoudt in deze functie de salarisperspectief vanuit de oorspronkelijke</al>
          <al> functie. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 6.5 Paritaire commissie</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Het college van burgemeester en wethouders stelt een paritaire commissie in, als</al>
          <al> bedoeld in artikel 10d:24 van de CAR-UWO, die belast is met de toezicht op de </al>
          <al> uitvoering van de Van werk naar werk aanpak. </al>
          <al>2.De samenstelling en werkwijze van de paritaire commissie is geregeld in het reglement</al>
          <al> commissie Van werk naar werk. Dit reglement is als bijlage bijgevoegd. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Hoofdstuk 7 Mobiliteit bevorderende maatregelen </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die niet (direct) herplaatsbaar is en boventallig is verklaard door het college. Met deze ambtenaar wordt een Van werk naar werk-contract opgesteld.</al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 7.1 Flankerend beleid</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Naast de voorzieningen die worden genoemd in artikel 10d:16 van de gemeentelijke rechtspositieregeling stelt de werkgever op grond van artikel 17:7 van die regeling een pakket van maatregelen en faciliteiten ter beschikking die de werking en het realiseren van de doelstelling van dit Sociaal Statuut ondersteunen.</al>
          <al>a.de ambtenaar komt bij voorrang in aanmerking bij interne passende en geschikte</al>
          <al> vacatures;</al>
          <al>b.ontheffing terugbetalingsverplichting inzake verhuizing, ouderschapsverlof en</al>
          <al> opleidingsfaciliteiten;</al>
          <al>c.uitbetaling van het op de dag voorafgaande aan het ontslag resterende aantal</al>
          <al> verlofuren inclusief vakantietoelage;</al>
          <al>d.inzet instrumenten in het kader van mobiliteit en loopbaanontwikkeling zoals deze</al>
          <al> beleidsmatig zijn vastgelegd.</al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 7.2 Faciliteiten voor de opbouw van een eigen zaak</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>De boventallige ambtenaar, die een eigen zaak of bedrijf wil opzetten, kan bij ontslag op eigen verzoek in aanmerking komen voor toekenning van één jaar extra bezoldiging. De aanvraag hiervoor dient vergezeld te gaan van een ondernemingsplan. Dit plan kan ter toetsing worden voorgelegd aan externe deskundigen. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 7.3 Faciliteiten bij (gedeeltelijk) ontslag op eigen verzoek, zoals: </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>a.bij een ontslag op eigen verzoek is het mogelijk een afkoopsom toe te kennen. Deze</al>
          <al> uitkering bedraagt maximaal een half jaarsalaris. Bij een verzoek om deeltijdontslag </al>
          <al> kan deze regeling naar rato van de urenvermindering worden toegekend; </al>
          <al>b.uitbetalen van de eerstkomende gratificatie ambtsjubileum naar rato van het aantal</al>
          <al> reeds opgebouwde overheidsdienst jaren indien deze binnen 5 jaar bereikt zou</al>
          <al> worden, behalve wanneer een betrekking elders wordt aanvaard, waarin deze </al>
          <al> aanspraken op een gratificatie doorlopen; </al>
          <al>c.ontheffing terugbetalingsverplichting van de eerder toegekende tegemoetkoming in</al>
          <al> verhuiskosten, als bedoeld in artikel 18:1:2 van de UWO; </al>
          <al>d.ontheffing terugbetalingsverplichting studiekosten, als bedoeld in regeling opleiding en</al>
          <al> ontwikkeling</al>
          <al>e.ontheffing terugbetalingsverplichting ouderschapsverlof, als bedoeld in artikel 6:5:5</al>
          <al> van de UWO; </al>
          <al>f.uitbetaling van het op de dag voorafgaande aan het ontslag resterende aantal verlofuren</al>
          <al> inclusief vakantietoelage. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 7.4 Maatwerk</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Voorzieningen en faciliteiten worden in de vorm van een individuele maatwerkregeling aan de ambtenaar toegekend en vastgelegd in een vwnw-contract. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 7.5 Voorfase</nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Om vrijwillige mobiliteit te stimuleren, kunnen de in artikel 7.1 genoemde voorzieningen en faciliteiten ook al in de periode voorafgaand aan de reorganisatie aan ambtenaren beschikbaar worden gesteld, zonder dat zij op dat moment boventallig zijn verklaard.</al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Hoofdstuk 8: Slotbepalingen </nadruk>
          </tussenkop>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 8: 1 Hardheidsclausule </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.<nadruk type="vet" />In gevallen waarin toepassing van het Sociaal Statuut zou leiden tot een onbillijke</al>
          <al> situatie voor een ambtenaar, kan het college van burgemeester en wethouders van het</al>
          <al> statuut afwijken in een voor de ambtenaar gunstige zin. </al>
          <al>2.In gevallen waarin het Sociaal Statuut niet voorziet beslist, gehoord het georganiseerd</al>
          <al> overleg, het college van burgemeester en wethouders. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 8:2 Citeertitel </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>Deze regeling wordt aangehaald als Sociaal Statuut gemeente Borger-Odoorn 2015 -2016. </al>
          <tussenkop>
            <nadruk type="vet">Artikel 8:3 Inwerkingtreding </nadruk>
          </tussenkop>
          <al>1.Dit Sociaal Statuut treedt in werking met ingang van heden en treedt in de plaats van</al>
          <al> het Sociaal Statuut gemeente Borger-Odoorn 2009. </al>
          <al>2.Na 31 december 2016 wordt dit Sociaal Statuut telkens met een jaar verlengd, tenzij</al>
          <al> tenminste het één maand van te voren wordt opgezegd, hetzij door de werkgever, </al>
          <al> hetzij door werknemersdelegatie van het georganiseerd overleg. In dit geval blijft het </al>
          <al> oude Sociaal Statuut van kracht tot inwerkingtreding van het nieuw Sociaal Statuut. </al>
          <al>Borger-Odoorn, </al>
          <al>Burgemeester en wethouders voornoemd, </al>
          <al>de gemeentesecretaris, de burgemeester,</al>
          <al>Mr. P. Post P. Adema</al>
          <al>Bestuurder FNV Sector Overheid, Bestuurder CNV Publieke Zaak,</al>
          <al>G.F. Gerritsen A. Reijgersberg</al>
        </tekst>
      </zakelijke-mededeling-tekst>
    </zakelijke-mededeling>
  </gemeenteblad>
</officiele-publicatie>