Gemeente Goeree-Overflakkee – Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2015
 
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
De raad van de gemeente Goeree-Overflakkee;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 december 2014;
gelet op artikel 147 jo. artikel 149 Gemeentewet;
besluit vast te stellen de navolgende verordening: Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2015.
Artikel 1:1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
  • a.
    badseizoen: de periode van 1 mei tot 1 oktober;
  • b.
    bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet;
  • c.
    bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
  • d.
    bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening Goeree-Overflakkee;
  • e.
    duinen: het gehele terrein tussen de Noordzee, Grevelingen, Haringvliet en strand Sluispad enerzijds en het achterliggende polderland anderzijds in zijn geheel vormende de natuurlijke kering tegen het water langs de kust van Goeree-Overflakkee, bestaande uit aaneengesloten zandruggen en tussengelegen duinvalleien met de zich daarin bevindende kunstwerken en met de daarin gelegen en daartoe behorende wegen, dijken, voet- en fietspaden, afritten en toegangstrappen;
  • f.
    gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;
  • g.
    handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
  • h.
    openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
  • i.
    overige wateren: de Grevelingen, het Volkerak en het Haringvliet, voor zover deel uitmakend van het grondgebied van de gemeente Goeree-Overflakkee.
  • j.
    openbare plaats: plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
  • k.
    rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
  • l.
    strand: het Noordzee-, Grevelingen- en Haringvlietstrand, met de daaraan grenzende hellingen of duinen, voor zover met het strand een geheel uitmakende en liggende buiten duidelijk afgescheiden particuliere terreinen;
  • m.
    vaartuig: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, glijboten, ponten en waterscooters;
  • n.
    verkeer: verkeer als bedoel in artikel 1 onder aj van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
  • o.
    woonschip: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd;
  • p.
    weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
  • q.
    zee: de Noordzee.
Artikel 1:2 Beslistermijn
  • 1.
    Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
  • 2.
    Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verlengen.
  • 3.
    In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2.11 of artikel 4.11.
Artikel 1:3 Indiening aanvraag
  • 1.
    Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.
  • 2.
    Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de termijn worden verlengd tot ten hoogste twaalf weken.
  • 3.
    Het bepaalde in het eerste en tweede lid, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
  • 1.
    Aan een verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
  • 2.
    Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
  • a.
    indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
  • a.
    indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
  • b.
    indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
  • c.
    indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;
  • d.
    indien de houder dit verzoekt.
Artikel 1:7 Termijnen
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Artikel 1:8 Weigeringsgronden
De vergunning of de ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van:
  • a.
    de openbare orde;
  • a.
    de openbare veiligheid;
  • b.
    de volksgezondheid;
  • c.
    de bescherming van het milieu.
Hoofdstuk 2 Openbare orde
Afdeling 1: Bestrijding van ongeregeldheden
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
  • 1.
    Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
  • 2.
    Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141 en 142 Wet boek van Strafvordering zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
  • 3.
    Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
  • 4.
    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
  • 5.
    Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
  • 6.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:1a Messen en andere voorwerpen als wapen
    • 1.
      Het is verboden op de weg, met inbegrip van daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te hebben.
    • 1.
      Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
    • a.
      wapens, behorend tot de categorieën I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie;
    • b.
      voorwerpen die zodanig zijn verpakt dat deze niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend.
Afdeling 2: Betoging
Artikel 2:2 Optochten
(Gereserveerd)
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
  • 1.
    Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
  • 2.
    De kennisgeving bevat:
  • a.
    naam en adres van degene die de betoging houdt;
  • b.
    het doel van de betoging;
  • c.
    de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
  • d.
    de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
  • e.
    voor van toepassing, de wijze van samenstelling; en
  • f.
    maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
  • 1.
    Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
  • 2.
    Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
  • 3.
    De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:4 Afwijking termijn
(Vervallen)
Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens
(Vervallen)
Afdeling 3: Verspreiden van gedrukte stukken
Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
afbeeldingen
(Vervallen)
Afdeling 4: Vertoningen e.d. op de weg
Artikel 2:7 Feest, muziek, wedstrijd e.d.
(Gereserveerd)
Artikel 2:8 Dienstverlening
(Vervallen)
Artikel 2:9 Straatartiest e.d.
  • 1.
    Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen.
  • 2.
    De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
  • 3.
    Het is verboden als straatartiest langer dan een uur op dezelfde plaats te verblijven.
  • 4.
    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
  • 5.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 5: bruikbaarheid en aanzien van de weg
Artikel 2:10 Het plaatsen of geplaatst houden van voorwerpen en/of beplanting op, aan of boven de weg in strijd met de publieke functie ervan
  • 1.
    Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:
    • a.
      het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
    • b.
      het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
  • 2.
    Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen.
  • 3.
    Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden.
  • 4.
    Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
  • 5.
    Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
  • 6.
    Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:
    • a.
      evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
    • b.
      standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19.
  • 7.
    Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening.
  • 8.
    Het eerste lid is niet van toepassing indien in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 2.2, eerste lid, onder j en k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
  • 9.
    Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:10a Winkeluitstallingen
(Vervallen)
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
  • 1.
    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
  • 2.
    De vergunning wordt verleend:
    • a.
      als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of
    • b.
      door burgemeester en wethouders in de overige gevallen.
  • 3.
    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.
  • 4.
    Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht , de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de wegenverordening of het provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
  • 5.
    Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
  • 1.
    Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg indien:
    • a.
      degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan burgemeester en wethouders , onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of
    • b.
      burgemeester en wethouders het maken of veranderen van de uitweg hebben verboden.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders verbieden het maken of veranderen van de uitweg indien:
  • a.
    daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;
  • b.
    dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
  • c.
    het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
  • d.
    er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
  • 1.
    De uitweg door de gemeente kan worden aangelegd indien burgemeester en wethouders niet binnen zes weken na ontvangst van de melding hebben beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.
  • 2.
    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Zuid-Holland of de Waterschapskeur.
Afdeling 6: Veiligheid op de weg
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid
Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.
Artikel 2:14 Winkelwagentjes
  • 1.
    Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze
  • a.
    te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en;
  • b.
    terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
  • 1.
    Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf als bedoeld in het eerste lid of, indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving van dat winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het bedrijf of winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het weggedeelte, grenzende aan dat bedrijf of dat winkelcomplex en tevens een aan die weg of dat weggedeelte aansluitende parkeerplaats.
  • 2.
    Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg, onbeheerd daarop achter te laten.
  • 3.
    Het in het eerste lid, onder b, bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2:14a Verbod rijden met skateboards, skelters, stepjes etc.
Het is verboden te rijden met skateboards, skelters, stepjes en andere soortgelijke voertuigen, indien men hierbij hinder of mogelijke schade kan veroorzaken voor de omgeving.
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op
zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op
andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:17Kelderingangen e.d.
(Gereserveerd)
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
  • 1.
    Het is verboden te roken in bossen, op heidegronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de door burgemeester en wethouders aangewezen periode.
  • 2.
    Het is verboden in bossen, op heidegronden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
  • 3.
    Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
  • 4.
    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:19Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
(Vervallen)
Artikel 2:20 Vallende voorwerpen
(Vervallen)
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
  • 1.
    De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
  • 2.
    Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
(Vervallen)
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
  • 1.
    Het is verboden:
    • a.
      voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;
    • a.
      bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
  • 2.
    Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening.
Afdeling 6a: Verboden slaapverblijf
Artikel 2:23a Slaapverblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen
  • 1.
    Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te slapen, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel de gelegenheid daartoe te bieden.
  • 1.
    Het verbod geldt niet voor zover daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Huisvestingswet, de Wet ruimtelijke ordening of het Arbeidstijdenbesluit vervoer.
  • 2.
    Het bepaalde in het tweede lid geldt niet indien er sprake is van hinder of overlast.
Afdeling 6b: Veiligheid op het strand
Artikel 2:23b Aanleggen van vuur en barbecue op het strand
  • 1.
    Het is verboden op het strand of in de duinen een vuur aan te leggen, te voeden of te onderhouden.
  • 2.
    De burgemeester kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen, voor zover het betreft het aanleggen, voeden of onderhouden van een vuur op door burgemeester en wethouders aangewezen en als zodanig herkenbare plaatsen.
  • 3.
    Het is verboden te barbecueën in de duinen.
  • 4.
    Het is verboden op het strand tussen 00.00 en 19.00 uur te barbecueën.
  • 5.
    De burgemeester kan van het verbod in het derde en vierde lid ontheffing verlenen.
  • 6.
    Op de ontheffing als bedoeld in het tweede en vierde lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2:23c Skivliegen en dergelijke
  • 1.
    Het is de bestuurder van een motorboot, waaronder begrepen een jetski, dan wel motorvoertuig verboden zijn boot dan wel motorvoertuig te gebruiken voor het voorttrekken van één of meer personen die zich, direct of indirect verbonden met de boot dan wel het motorvoertuig, voortbewegen door de lucht aan een parachute, een vlieger of een soortgelijk voorwerp.
  • 2.
    Het is verboden zich door een motorboot dan wel het motorvoertuig door de lucht te laten voortbewegen aan een parachute, een vlieger of een soortgelijk voorwerp.
Artikel 2:23d Veiligheid zwemmen en baden
  • 1.
    Het is verboden te zwemmen of te baden op die plaatsen waar dat door burgemeester en wethouders op of vanaf het strand is kenbaar gemaakt. Dit kenbaar maken geschiedt door middel van plaatsing van borden of op andere, door burgemeester en wethouders te bepalen, wijze.
  • 2.
    Bij afgaand water en aflandige wind, zomede ter plaatse waar en wanneer dat op de wijze als bedoeld in het eerste lid is kenbaar gemaakt, is het verboden zich met een luchtbed, luchtband of enig ander voorwerp, waarmee men zich drijvende kan houden, vanaf het strand in zee te gaan of zich daarmee in zee te bevinden.
Artikel 2:23e Kite-, wind- en golfsurfen
  • 1.
    Het is verboden de surfsport te beoefenen:
    • a.
      tussen zonsondergang en zonsopgang;
    • b.
      binnen de uitsluitend voor snelle motorboten bestemde en daartoe bebakende en/of betonde gebieden;
    • c.
      binnen de betonde of bebakende vaargeul indien er beroepsvaart nadert;
    • d.
      in de havens, de sluizen en in de aanloopgebieden naar de havens en de sluizen;
    • e.
      op zee of een kite-, wind- of golfsurfplank op het strand te brengen of te hebben, daar waar burgemeester en wethouders dit blijkens een openbaar te maken besluit en door middel van borden of op een andere door hen te bepalen wijze, gevaarlijk achten voor de veiligheid van de strandgasten of de zwemmers.
  • 2.
    Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Vaarwegenverordening Zuid-Holland, de Verordening Watergebieden en Pleziervaart Zuid-Holland of een verordening van het daartoe bevoegde recreatieschap.
Artikel 2:23f Vaartuigen op zee
Het is verboden zich met een vaartuig te bevinden in die gedeelten van de zee of op die gedeelten van het strand, waar burgemeester en wethouders dit volgens een openbaar bekend te maken besluit, en door middel van borden of op een andere door hen te bepalen wijze, gevaarlijk achten voor de veiligheid van de strandgasten of zwemmers.
Artikel 2:23g Motorvoertuigen, bespannen en onbespannen wagens en
(brom-)fietsen
  • 1.
    Het is verboden het strand te berijden met motorvoertuigen, bespannen- en onbespannen wagens en (brom-)fietsen of deze daar achter te laten. Dit verbod geldt niet voor kinderwagens, wandelwagentjes, invalidenwagens en andere soortgelijke voertuigen, welke met de hand worden voortgetrokken of voortgeduwd.
  • 1.
    Burgemeester en wethouders kan van het verbod ontheffing verlenen.
  • 1.
    Het verbod is niet van toepassing op:
    • a.
      motorvoertuigen in gebruik bij politie, waterschap, rijksdiensten, gemeenten hulpverleningsinstanties en reddingsbrigades;
    • a.
      motorvoertuigen, toebehorende aan of uitsluitend gebezigd voor de in opdracht van de onder sub a genoemde instellingen uit te voeren openbare werken;
    • b.
      het zich in een karretje of wagen door een meerlijnsvlieger of een zeil laten voorttrekken op de door burgemeester en wethouders bij een openbaar bekend te maken besluit aan te wijzen strandgedeelte.
Artikel 2:23h Overnachten op het strand
Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang op het strand, in de duinen of de onmiddellijk daaraan grenzende wegen of andere voor publiek toegankelijke plaatsen slapende te overnachten.
Artikel 2:23i Overlast op het strand
Het is verboden gedurende het badseizoen:
  • a.
    op het strand, in de duinen of in zee enig spel te beoefenen, te vissen, dan wel een of meerdere lijnen te spannen of afsluitingen of andere werken te maken of te hebben, indien daardoor overlast of gevaar voor personen dan wel beschadiging van goederen wordt veroorzaakt of is te duchten;
  • b.
    op de voor het publiek toegankelijke wegen, voetpaden of trappen naar het strand te blijven staan, te zitten of te liggen, dan wel daarop of daarvoor voorwerpen te plaatsen of mede te voeren, waardoor de vrije doortocht over die wegen, voetpaden of trappen wordt of kan worden belemmerd;
  • c.
    het onder letter a gestelde verbod voor wat betreft het vliegeren met meerlijns bestuurbare vliegers geldt zowel gedurende als buiten het badseizoen niet voor het door burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken besluit aan te wijzen strandgedeelte.
Artikel 2:23j Paarden, pony’s, honden op het strand
  • 1.
    Het is verboden een paard of pony tussen 09.00 en 19.00 uur gedurende het badseizoen op het strand te laten lopen of op het strand te berijden.
  • 2.
    Het is verboden een hond gedurende het badseizoen tussen 09.00 en 19.00 uur op het strand te laten verblijven, anders dan vastgebonden aan ketting, riem of koord of enig ander middel tot vasthouden niet langer dan drie meter.
  • 3.
    Het is verboden een hond gedurende het badseizoen tussen 09.00 en 19.00 uur op het strand aanwezig te hebben, daar waar het college dit blijkens een openbaar bekend te maken besluit en door middel van borden of op een andere door hen te bepalen wijze, hinderlijk acht voor de strandgasten.
  • 4.
    Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod in het eerste en derde lid ontheffing verlenen.
  • 5.
    Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op paarden in gebruik bij de politie.
  • 6.
    Op de ontheffing genoemd in het vierde lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2:23k Sportactiviteiten op het strand
  • 1.
    Onder sportactiviteiten op het strand worden verstaan: balsporten, daaronder begrepen voetbal en volleybal, of daaraan gerelateerde sporten, zeskamp, vliegersport en overige sporten waaronder ook ondermeer golf-, kitesurfen, buggykiten of vliegeren met een meerlijnsvlieger, die op het strand of het gedeelte van de Noordzee dat direct langs het strand en tussen de kilometerpalen 6.00 en 23.00 ligt en over de gehele lengte een breedte heeft van 100 meter, gemeten vanaf de laagwaterlijn plegen te worden beoefend.
  • 1.
    Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders in de uitoefening van een beroep of bedrijf sportactiviteiten op het strand of het gedeelte van de Noordzee dat direct langs het strand en tussen de kilometerpalen 6.00 en 23.00 ligt en over de gehele lengte een breedte heeft van 100 meter, gemeten vanaf de laagwaterlijn te organiseren.
Afdeling 7. Evenementen
Artikel 2:24 Begripsbepaling
  • 1.
    In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
  • a.
    bioscoopvoorstellingen;
  • b.
    markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;
  • c.
    kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
  • d.
    het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
  • e.
    betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
  • f.
    activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening.
  • 1.
    Onder een evenement wordt mede verstaan:
  • a.
    een herdenkingsplechtigheid;
  • b.
    een braderie;
  • c.
    een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;
  • d.
    een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg.
Artikel 2:25 Evenement
  • 1.
    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
  • 2.
    De burgemeester kan categorieën evenementen aanwijzen, waarvoor vrijstelling van de vergunningsplicht of een meldingsplicht geldt, dan wel een meerjarige vergunning voor drie jaar verleend kan worden.
  • 3.
    Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:
    • a.
      het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;
    • b.
      het evenement tussen 09.00 en 23.00 uur plaats vindt van maandag tot en met zaterdag;
    • c.
      het evenement tussen 13:00 en 23:00 uur plaats vindt op een zon- of feestdag;
    • d.
      er geen ander evenement in de nabijheid plaatsvindt;
    • e.
      geen muziek ten gehore wordt gebracht en geen overlast gevende op- en afbouwwerkzaamheden plaatsvinden voor 07.00 uur of na 23.00 uur en het equivalente geluidsniveau op een afstand van vijf meter van de geluidsbron niet meer bedraagt dan 65 dB(A);
    • f.
      het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
    • g.
      slechts kleine objecten worden geplaatst op een oppervlakte van maximaal 10 m2 per object. De afzonderlijke objecten mogen qua oppervlakte bij elkaar opgeteld niet meer dan 75 m2 bedragen;
    • h.
      er een organisator is en de organisator uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester, door middel van een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier;
    • i.
      er geen alcoholhoudende dranken bedrijfsmatig worden verstrekt.
  • 4.
    De burgemeester kan binnen twee werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het derde lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
  • 5.
    Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.
  • 6.
    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:26 Ordeverstoring
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Afdeling 8. toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:27 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
  • a.
    openbare inrichting:
  • -
    een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, strandpaviljoen, buurthuis of clubhuis;
  • -
    elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid;
  • -
    een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
  • a.
    terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
  • b.
    exploitant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een openbare inrichting exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2:28 en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon;
  • c.
    leidinggevende: de natuurlijke persoon die al dan niet samen met de exploitant onmiddellijk en feitelijk leiding geeft aan de exploitatie van de openbare inrichting;
  • d.
    bezoeker: degene die aanwezig is in een openbare inrichting, met uitzondering van:
  • -
    de exploitant;
  • -
    de leidinggevende;
  • -
    het personeel dat in de openbare inrichting werkzaam is;
  • -
    toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening;
  • -
    andere personen wier aanwezigheid in de openbare inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting
  • 1.
    Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
  • 2.
    De burgemeester weigert de vergunning indien:
  • a.
    de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
  • b.
    de exploitant of leidinggevende niet voldoet aan de eisen die zijn gesteld in artikel 8, eerste lid, onder b en c, of tweede lid, van de Drank- en Horecawet.
  • 1.
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
  • 2.
    Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in:
  • a.
    een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
  • b.
    een zorginstelling;
  • c.
    een museum; of
  • d.
    een bedrijfskantine of -restaurant.
  • 1.
    Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2:28a Bijschrijving of doorhaling van een leidinggevende op de vergunning
  • 1.
    De burgemeester vermeldt in een aanhangsel dat deel uitmaakt van de vergunning, de leidinggevenden.
  • 2.
    De exploitant meldt aan de burgemeester zijn wens:
  • a.
    een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven;
  • b.
    de aantekening door te laten halen dat een leidinggevende geen bemoeienis heeft met de exploitatie van de openbare inrichting;
  • 1.
    Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.
  • 2.
    De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel indien de persoon bedoeld in het tweede lid, niet voldoet aan de eisen die zijn gesteld in artikel 8, eerste lid, onder b. en c, of tweede lid van de Drank- en Horecawet.
Artikel 2:29 Sluitingstijden
  • 1.
    Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 02.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd).
  • 2.
    Terrassen zijn gesloten tussen 23.45 uur en 09.00 uur.
  • 3.
    Het is verboden een openbare inrichting of een terras voor het publiek geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting of op het terras te laten verblijven na sluitingstijd.
  • 4.
    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste of tweede lid.
  • 5.
    Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
  • 6.
    Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of door op die wet gebaseerde voorschriften.
  • 7.
    Op de ontheffing als bedoeld in het vierde lid, is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing
Artikel 2:30 Afwijken sluitingstijd; tijdelijke sluiting
  • 1.
    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid, gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen en voor de daarbij behorende terrassen andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
  • 2.
    Het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.
Artikel 2:30a Aanwezigheid exploitant of leidinggevende
Het is verboden de openbare inrichting voor het publiek geopend te hebben indien in dit bedrijf geen exploitant of leidinggevende aanwezig is die vermeld staat op de vergunning met betrekking tot deze openbare inrichting.
Artikel 2:31 Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
  • a.
    de orde te verstoren;
  • b.
    zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;
  • c.
    op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras;
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
  • 1.
    In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
  • 2.
    De exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:34
(Vervallen)
Afdeling 8a Bepalingen drank- en horecawet
Artikel 2:34a Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder:
  • a.
    alcoholhoudende drank,
  • b.
    horecabedrijf,
  • c.
    horecalokaliteit,
  • d.
    inrichting,
  • e.
    paracommerciële rechtspersoon,
  • f.
    sterke drank,
  • g.
    slijtersbedrijf,
  • h.
    zwak-alcoholhoudende drank,
Dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.
Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen
  • 1.
    Een paracommercieel rechtspersoon dat zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten van sportieve, creatieve, religieuze aard kan, onverminderd artikel 2:29, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf twee uur voor de aanvang en tot uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon;
  • 2.
    Overige paracommerciële rechtspersonen kunnen, onverminderd artikel 2:29, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 12.00 uur tot uiterlijk 2.00 uur ten tijde van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon;
  • 3.
    Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, als dit zou leiden tot oneerlijke mededinging.
Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven
  • 1.
    Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een inrichting:
  • a.
    waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in de hoofdzaak geringe etenswaren, zoals belegde broodjes, patates frites en snacks, worden verkocht;
  • b.
    waarin onderwijs wordt gegeven, de burgemeester kan van deze bepaling afwijken indien het gaat om een horeca of horeca-gerelateerde opleiding;
  • c.
    die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of instellingen;
  • d.
    die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of instellingen;
  • e.
    die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte voorpassagiers van een openbaar vervoerbedrijf.
  • 1.
    De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank;
  • 2.
    De burgemeester kan voor bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag ontheffing verlenen van het in lid 1 gestelde verbod;
  • 3.
    De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Artikel 2:34d Koppeling toegang aan leeftijden
(Gereserveerd)
Artikel 2:34e Beperking voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven
(Gereserveerd)
Artikel 2:34f Verbod happy hours
Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.
Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel 2:35 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel 2:37 Nachtregister
(Gereserveerd)
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Afdeling 10: Toezicht op speelgelegenheden
Artikel 2:39 Speelgelegenheden
  • 1.
    Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
  • 2.
    Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:
  • a.
    speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;
  • b.
    speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;
  • c.
    speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine
kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.
  • 1.
    De burgemeester weigert de vergunning:
  • a.
    indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;
  • b.
    indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
  • 1.
    Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:40 Kansspelautomaten
  • 1.
    In dit artikel wordt verstaan onder:
    • a.
      wet: de Wet op de kansspelen ;
    • b.
      kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c. van de wet;
    • c.
      hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet;
    • d.
      laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de wet.
  • 2.
    In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.
  • 3.
    In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan, er zijn maximaal twee speelautomaten toegestaan.
Afdeling 11: Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
  • 1.
    Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
  • 2.
    Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
  • 3.
    Deze verboden gelden niet voor personen van wie aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
  • 4.
    De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.
Artikel 2:42 Plakken en kladden
  • 1.
    Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
  • 2.
    Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
    • a.
      een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
    • b.
      met kalk, krijt, teer, kleurstof of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen;
    • c.
      door het verwijderen van vuilaanslag een afbeelding, letter, cijfer of teken tot uitdrukking te laten komen.
  • 3.
    Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
  • 4.
    Burgemeester en wethouders kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
  • 5.
    Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor bet aanbrengen van handelsreclame.
  • 6.
    Burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
  • 7.
    De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering direct ter inzage af te geven.
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.
  • 1.
    Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleurstof, verfstof of verfgereedschap.
  • 2.
    Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42 van deze verordening.
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
  • 1.
    Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang op de weg te vervoeren of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
  • 2.
    Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.
  • 3.
    Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels, gedurende de openingstijden daarvan, te vervoeren of aanwezig te hebben een tas die er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.
  • 1.
    Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden.
  • 1.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.
(Vervallen)
Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
  • 1.
    Het is verboden:
    • a.
      op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
    • b.
      zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.
  • 2.
    Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48 Hinderlijk drankgebruik
  • 1.
    Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken;
  • 2.
    Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben;
  • 3.
    Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor:
    • a.
      een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
    • b.
      de plaats niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet;
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen
  • 1.
    Het is verboden:
    • a.
      zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;
    • b.
      zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
  • 2.
    Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een dergelijk gebouw.
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:
  • a.
    dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van het gebouw of de portiek;
  • b.
    daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt e.d.
Het is verboden op de door burgemeester en wethouders of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door burgemeester en wethouders of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel 2:53 Bespieden van personen
(Vervallen)
Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur
(Gereserveerd)
Artikel 2:55 Nodeloos Alarmeren
(Gereserveerd)
Artikel 2:56 Alarminstallaties
(Gereserveerd)
Artikel 2:57 Loslopende honden
  • 1.
    Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
    • a.
      binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;
    • b.
      op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen plaats;
    • c.
      op de weg binnen de bebouwde kom, zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt.
  • 3.
    De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
  • 1.
    De eigenaar of houder van een hond of hij die een hond onder zich heeft, is verplicht de uitwerpselen van de hond terstond te verwijderden indien hij zich met de hond binnen de bebouwde kom op de weg, op een voor het publiek toegankelijke plaats of op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen plaats begeeft.
  • 2.
    De in het eerste lid genoemde verplichting geldt niet op de door burgemeester en wethouders aangewezen uitlaatplaatsen.
  • 3.
    Het is de eigenaar of houder van een hond of hij die een hond onder zich heeft verboden zich binnen de bebouwde kom met de hond op de weg, op een voor het publiek toegankelijke plaats of op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen plaats te begeven zonder een deugdelijk hulpmiddel voor het opruimen van de uitwerpselen van de hond bij zich te hebben.
  • 4.
    Het in het derde lid bedoelde hulpmiddel dient op eerste verzoek van de toezichthoudende ambtenaar direct te worden getoond.
  • 5.
    Het is verboden uitwerpselen al dan niet rechtstreeks te verwijderen via het riool.
  • 6.
    Onder een deugdelijk hulpmiddel zoals omschreven in het derde lid, wordt verstaan, een hulpmiddel dat gezien de vorm en constructie dient tot het opruimen van hondenuitwerpselen. Onder een deugdelijk hulpmiddel wordt in ieder geval verstaan: een plastic of papieren zakje;
  • 7.
    Burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid gestelde gebod en van het in het derde lid gestelde verbod in zeer bijzondere gevallen ontheffing verlenen.
  • 8.
    Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid is niet van toepassing op visueel gehandicapten, die geleid worden door een geleidehond of de houder van een hond welke is opgeleid door de Stichting Sociale Honden voor Gehandicapten Nederland of door de Stichting Servicehonden voor Auditief of Motorisch Gehandicapten en aan de houder ter beschikking is gesteld in verband met een motorisch gebrek.
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden
  • 1.
    Indien burgemeester en wethouders een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
  • 2.
    Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
  • 3.
    Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
  • a.
    vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
  • b.
    door middel van een stevige hondenriem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
  • c.
    zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
  • d.
    het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander:
  • e.
    anders dan kort aangelijnd nadat burgemeester en wethouders aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;
  • 1.
    Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
  • 1.
    Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer dieren te houden op een wijze die voor omwonenden (stank)overlast of (geluid)hinder geeft of toe te laten dat deze handelingen worden verricht.
  • 2.
    Het is verboden op door burgemeester en wethouders ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
    • a.
      aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door burgemeester en wethouders in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
    • b.
      aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven;
    • c.
      te voeren.
  • 3.
    Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen op een plaats die krachtens het tweede lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het tweede lid.
  • 4.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:61 Wilde dieren
(Gereserveerd)
Artikel 2:61a Verontreiniging door paarden
  • 1.
    De eigenaar of houder van een paard is verplicht ervoor te zorgen dat dit paard zich niet van uitwerpselen ontdoet op de openbare weg, het fietspad, paden bestemd voor wandelaars, of andere wegen binnen de bebouwde kom.
  • 2.
    De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van het paard er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.
  • 3.
    De eigenaar of houder van een paard dient op eerste verzoek van de opsporingsambtenaar de uitwerpselen te ontdoen van de openbare weg, het fietspad, paden bestemd voor wandelaars, of andere wegen gelegen binnen de bebouwde kom, dit op straffe van bestuursdwang als bedoeld in 5:21 Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2:62 Loslopend vee
De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel 2:63 Duiven
  • 1.
    De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in een door burgemeester en wethouders te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1 juni.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van dit gebod.
  • 3.
    Het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale verordening.
  • 4.
    Op de ontheffing genoemd in het tweede lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2:64 Bijen
  • 1.
    Het is verboden bijen te houden:
    • a.
      binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;
    • b.
      binnen een afstand van dertig meter van de weg.
  • 2.
    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen.
  • 3.
    Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.
  • 4.
    Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door Provinciaal wegenreglement
  • 5.
    Burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
  • 6.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:65 Bedelarij
  • 1.
    Het is verboden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
  • 2.
    Het verbod in dit artikel heeft betrekking op bedelen om geld of andere zaken. De hinder en overlast die daarmee gepaard gaat kan bijvoorbeeld bestaan uit:
  • a.
    het zich opdringen aan passanten;
  • b.
    het aanklampen van passanten;
  • c.
    het versperren van de doorgang van passanten
  • d.
    het volgen van passanten;
  • e.
    het intimideren van passanten.
  • 1.
    Het verbod heeft specifiek betrekking op het bedelen om geld of andere zaken. Dit verbod heeft nadrukkelijk geen betrekking op het voortbrengen van straatmuziek en de verkoop van de Straatkrant.
Afdeling 12: Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Artikel 2:66 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder:
  • 1.
    Handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht
  • 1.
    Verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde zaken door de handelaar.
Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
  • 1.
    De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
    • a.
      het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
    • b.
      de datum van verkoop of overdracht van het goed;
    • c.
      een omschrijving van het goed, daaronder begrepen voor zover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;
    • d.
      de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en
    • e.
      de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
  • 2.
    De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
  • 3.
    Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
  • 1.
    De burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
    • a.
      dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
    • b.
      van een verandering van de onder a bedoelde adressen;
    • c.
      dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
    • d.
      dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;
  • 2.
    De burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven.
  • 3.
    Aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn.
  • 4.
    Een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te
houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
(Gereserveerd)
Artikel 2:70
(Gereserveerd)
Afdeling 13. Vuurwerk
Artikel 2:71 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.
Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen.
  • 1.
    Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van burgemeester en wethouders.
  • 2.
    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
  • 1.
    Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door burgemeester en wethouders in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
  • 2.
    Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
  • 3.
    De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:73a Carbid schieten
  • 1.
    Het is verboden in de openlucht carbid te schieten.
  • 2.
    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet in de volgende gevallen:
  • a.
    voor zover carbidschieten plaatsvindt op 31 december en 1 januari, conform de tijden zoals opgenomen in het vuurwerkbesluit, als daarbij gebruik wordt gemaakt van bussen met een maximale inhoud van 1 liter en mits daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;
  • b.
    voor zover carbidschieten plaatsvindt op 31 december en 1 januari, conform de tijden zoals opgenomen in het vuurwerkbesluit, buiten de bebouwde kom waarbij: gebruik gemaakt wordt van melkbussen of een bus met een maximale inhoud van 30 liter;
  • c.
    geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving; binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt in totaal niet meer dan zes bussen worden gebruikt dan wel gebruiksklaar aanwezig worden gehouden voor carbidschieten;
  • i.
    de plaats vanwaar wordt geschoten is gelegen op een afstand:
  • -
    van ten minste 50 meter van openbare paden of wegen;
  • -
    van ten minste 75 meter van woonbebouwing;
  • -
    van ten minste 150 meter van inrichtingen van intramurale zorg;
  • -
    van ten minste 150 meter van bebouwing mede bedoeld en in gebruik voor het houden van dieren.
  • i.
    het vrijeschootsveld ten minste 75 meter bedraagt en daarin geen openbare paden en/of wegen zijn gelegen;
  • ii.
    binnen het vrijeschootsveld van 75 meter zich geen publiek mag bevinden;
  • iii.
    er wordt geschoten in een richting die tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde bebouwing is gelegen;
  • iv.
    het terrein zodanig dient te zijn afgezet dat toeschouwers niet in de schietrichting kunnen komen;
  • v.
    het schietterrein na zonsondergang goed verlicht wordt;
  • vi.
    op het terrein waar met carbid wordt geschoten tenminste één persoon van 21 jaar of ouder aanwezig is, niet onder invloed zijnde van alcohol of drugs, die verantwoordelijk is voor de naleving van deze bepalingen en door het dragen van een oranjekleurig hesje duidelijk herkenbaar is.
  • 1.
    Het bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het tweede lid niet van toepassing is.
  • 2.
    Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
  • 3.
    Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Afdeling 14. Drugsoverlast
Artikel 2:74 Drugshandel op de openbare weg
  • 1.
    Het is verboden op of aan de weg, aan een verzameling van personen deel te nemen indien deze verzameling van personen verband houdt met het openlijk gebruik van of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet.
  • 2.
    Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen.
  • 3.
    Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik
Het is verboden, op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 2:74b Weggooien van spuiten e.d.
Het is verboden om injectiespuiten of onderdelen daarvan zoals naalden, reservoirs, zuigers e.d. of daarop gelijkende voorwerpen op of aan de openbare weg dan wel in afvalbakken achter te laten met het kennelijke doel om afstand van het voorwerp te doen.
Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, Veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in de volgende artikelen overtreden;
  • artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden);
  • artikel 2:1a (messen en andere voorwerpen)
  • artikel 2:10 (het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie daarvan);
  • artikel 2:11 (aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg);
  • artikel 2:16 (openen straatkolken en dergelijke);
  • artikel 2:23b (aanleggen van vuur en barbecue op het strand);
  • artikel 2:23i (overlast op het strand);
  • artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen);
  • artikel 2:48 (hinderlijk drankgebruik);
  • artikel 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen);
  • artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten);
  • artikel 2:73 (bezigen van vuurwerk tijdens de jaarwisseling);
  • artikel 5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken).
Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
  • 1.
    De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
  • 2.
    De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen. Deze plaatsen dienen te worden aangewezen door de raad.
Artikel 2:78 Gebiedsontzegging
  • 1.
    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een verbod opleggen om zich gedurende drie aaneengesloten dagen te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de gedragingen hebben plaatsgehad.
  • 2.
    Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de gedragingen hebben plaatsgehad.
  • 3.
    Een verbod krachtens het tweede lid kan slechts worden opgelegd indien de strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen binnen zes maanden na het opleggen van een eerder verbod, opgelegd op grond van het eerste of tweede lid, zijn geconstateerd.
  • 4.
    De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede gestelde verboden, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
  • 5.
    Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd
verbod.
Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie en
dergelijke
Afdeling 1 Begripsbepalingen
Artikel 3:1 Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  • a.
    prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
  • b.
    prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
  • c.
    seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
  • d.
    escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
  • e.
    sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;
  • f.
    exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;
  • g.
    beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;
  • h.
    bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:
  • -
    de exploitant;
  • -
    de beheerder;
  • -
    de prostituee;
  • -
    het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;
  • -
    toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 van deze verordening;
  • -
    andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: burgemeester en wethouders, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij
behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Artikel 3:3 Nadere regels
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, kan burgemeester en wethouders nadere regels stellen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk.
Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
Artikel 3:4 Seksinrichtingen
  • 1.
    Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
  • 2.
    In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:
    • a.
      de persoonsgegevens van de exploitant;
    • b.
      de persoonsgegevens van de beheerder; en
    • c.
      de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.
  • 3.
    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder
  • 1.
    De exploitant en de beheerder:
    • a.
      staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;
    • b.
      zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
    • c.
      hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
  • 2.
    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant en de beheerder niet:
    • d.
      met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;
    • e.
      binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie gemeenten Bonaire, Saba en Sint-Eustatius en de voormalige Nederlandse Antillen, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
    • f.
      binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
      • -
        bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
      • -
        de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
      • -
        de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
      • -
        de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
      • -
        kansspelen;
      • -
        de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
      • -
        de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
  • 3.
    Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:
    • a.
      vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;
    • b.
      een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
  • 4.
    De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:
    • a.
      bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;
    • b.
      bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
  • 5.
    De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.
Artikel 3:6 Sluitingstijden
  • 1.
    Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02.00 uur en 07.00 uur .
  • 2.
    Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
  • 3.
    Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.
  • 4.
    Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.
Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
  • 1.
    Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:
    • a.
      tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;
    • b.
      van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
  • 2.
    Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42, tweede lid.
Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
    • 1.
      Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel 3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is.
    • 1.
      De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:
  • a.
    geen strafbare feiten plaats vinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie en;
  • b.
    geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
Artikel 3:9 Straatprostitutie
  • 1.
    Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken:
    • a.
      op of aan andere dan door burgemeester en wethouders aangewezen wegen of gebieden;
    • b.
      gedurende andere dan door burgemeester en wethouders vastgestelde tijden.
  • 2.
    Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
  • 3.
    Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
  • 4.
    De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder b.
  • 5.
    De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Artikel 3:10 Sekswinkels
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te
exploiteren in door burgemeester en wethouders in het belang van de openbare orde of
de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch- pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
  • 1.
    Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:
    • a.
      indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
    • b.
      anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
  • 2.
    Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Afdeling 3 Beslistermijn, weigeringsgronden
Artikel 3:12 Beslistermijn
  • 1.
    In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
  • 2.
    Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.
Artikel 3:13 Weigeringsgronden
  • 1.
    De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:
    • a.
      de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;
    • b.
      de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; of
    • c.
      er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
  • 2.
    Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van:
    • d.
      het voorkomen of beperken van overlast;
    • e.
      het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
    • f.
      de veiligheid van personen of goederen;
    • g.
      de verkeersvrijheid of -veiligheid;
    • h.
      de gezondheid of zedelijkheid; of
    • i.
      de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
Afdeling 4 Beëindiging exploitatie, wijziging beheer
Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie
  • 1.
    De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
  • 2.
    Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 3:15 Wijziging beheer
  • 1.
    Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
  • 2.
    Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.
  • 3.
    In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.
Afdeling 5 Overgangsbepaling
Artikel 3:16 Overgangsbepaling
(Gereserveerd)
Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1 Geluid- en lichthinder
Artikel 4:1 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
  • a.
    besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;
  • b.
    inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;
  • c.
    houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;
  • d.
    collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;
  • e.
    incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;
  • f.
    geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;
  • g.
    geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;
  • h.
    onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
  • 1.
    De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door burgemeester en wethouders per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
  • 2.
    De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van het besluit gelden niet voor door burgemeester en wethouders per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
  • 3.
    In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan burgemeester en wethouders bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de volgende delen van de gemeente.
  • 4.
    Burgemeester en wethouders maken de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
  • 5.
    Burgemeester en wethouders kunnen wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit direct als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.
  • 6.
    Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
  • 7.
    De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.
  • 8.
    Op de dagen als bedoeld in het eerste lid, dient het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het besluit en artikel 4:5 van deze verordening uiterlijk om 00.00 uur te worden beëindigd.
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
  • 1.
    Het is een inrichting toegestaan maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld.
  • 2.
    Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, eerste lid, van het besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis hebben gesteld.
  • 3.
    Burgemeester en wethouders stellen een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.
  • 4.
    De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer burgemeester en wethouders op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
  • 1.
    Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
  • 2.
    De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwen gelaten.
  • 3.
    Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het besluit en artikel 4:5 van deze verordening uiterlijk om 01:00 uur beëindigd.
  • 4.
    De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.
  • 5.
    Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Artikel 4:4 Verboden incidentele feesten
(Gereserveerd)
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste lid 1 onder f en vijfde lid van het besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:
  • a.
    de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;
  • a.
    de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
  • b.
    de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;
  • c.
    bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
Tabel
 
7.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-7.00 uur
LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
Artikel 4.5aTraditioneel schieten
(Gereserveerd)
Artikel 4:6 Overige geluidhinder
  • 1.
    Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
  • 1.
    Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen.
  • 1.
    Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale milieuverordening.
  • 1.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht
  • 1.
    Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.
  • 3.
    Burgemeester en wethouders kunnen terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van (geluid)hinder.
  • 4.
    De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen:
    • a.
      het maximale geluidsniveau;
    • b.
      de situering van geluidsbronnen;
    • c.
      de frequentie en tijden van gebruik.
  • 5.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren
Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor
een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving
(geluid)hinder veroorzaakt.
Artikel 4:6c Geluidhinder door bromfietsen en dergelijke
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat.
Artikel 4:6d (Geluid)hinder door vrachtauto’s
  • 1.
    Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens voor 07.00 uur en na 22.00 uur op zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.
  • 3.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4:6e Routering
  • 1.
    Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer met een vrachtauto, als bedoeld in artikel 4:6f, waarvan het ledig gewicht vermeerderd met het laadvermogen meer bedraagt dan 3.500 kg of die met inbegrip van de lading een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2 meter, tussen 23.00 en 07.00 uur op een andere dan door burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken besluit aangewezen weg te rijden.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.
  • 3.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 4:6f Mosquito
  • 1.
    In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.
  • 2.
    In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats.
  • 3.
    De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.
  • 4.
    Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten.
  • 5.
    Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste zes maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste zes maanden verlengen.
Afdeling 2 Bodem, weg en milieuverontreiniging
Artikel 4:7 Straatvegen
Het is verboden op een door burgemeester en wethouders ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats de natuurlijke behoefte te doen buiten de daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
(Vervallen)
Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4:10 Begripsbepalingen
  • 1.
    In deze afdeling wordt verstaan onder:
    • a.
      achtererfgebied: het achtererfgebied als bedoeld in artikel 1 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;
    • b.
      dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
    • c.
      hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
    • d.
      houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen.
  • 2.
    In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
  • 1.
    Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de lijst vermeld op bijlage 1 (Bomenlijst).
  • 2.
    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
    • a.
      houtopstand in het achtererfgebied van een woning die op 130 centimeter boven het maaiveld een diameter heeft van 20 centimeter of minder.
    • b.
      wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit niet geknotte populieren of wilgen;
    • c.
      vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
    • d.
      fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
    • e.
      kweekgoed;
    • f.
      houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
    • g.
      houtopstand die deel uitmaakt van een als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwonderneming en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
    • h.
      houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders.
  • 3.
    De vergunning kan worden geweigerd op grond van:
  • a.
    de natuurwaarde van de houtopstand;
  • b.
    de landschappelijke waarde van de houtopstand;
  • c.
    de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
  • d.
    de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
  • e.
    de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
  • f.
    de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
  • 1.
    bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
Artikel 4:12 Bescherming groenvoorzieningen
Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem-, gras- of heesterperk dan wel aldaar bloemen te plukken of te plaatsen.
Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
  • 1.
    Het is verboden op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
    • a.
      onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
    • b.
      bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
    • c.
      kampeermiddelen als bedoeld in artikel 5:6 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;
    • d.
      mest, compost, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. Het is verboden op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kunnen bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid nadere regels stellen.
  • 3.
    Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer, het Besluit landbouw milieubeheer of de provinciale verordeningen.
Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
(Gereserveerd)
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
  • 1.
    Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
  • 2.
    Het eerste lid geldt in voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.
Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame
(Gereserveerd)
Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen
Artikel 4:17 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen, vaartuigof
voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1,
eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat
bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
nachtverblijf.
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
  • 1.
    Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.
  • 2.
    Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
  • 3.
    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
  • 4.
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:
    • a.
      de bescherming van natuur en landschap; of
    • b.
      de bescherming van een stadsgezicht.
  • 5.
    Op de ontheffing genoemd in het derde lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen
  • 1.
    Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.
Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Afdeling 1. Parkeerexcessen
Artikel 5:1 Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
  • a.
    voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
  • a.
    parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
  • 1.
    Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
    • a.
      het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
    • b.
      het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
  • 2.
    Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:
    • c.
      voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;
    • d.
      voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.
  • 3.
    Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
    • e.
      drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;
    • f.
      de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
  • 4.
    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het derde lid.
  • 5.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
  • 1.
    Het is verboden op een door burgemeester en wethouders aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 5:4 Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5:5 Voertuigwrakken
  • 1.
    Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
  • 2.
    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 5:6 Kampeermiddelen, aanhangwagens, en dergelijke.
  • 1.
    Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
    • a.
      langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door burgemeester en wethouders aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;
    • b.
      op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a.
  • 3.
    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de provinciale landschapsverordening.
  • 4.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen
  • 1.
    Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen.
  • 3.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen
  • 1.
    Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats, waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
  • 2.
    Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door burgemeester en wethouders aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.
  • 3.
    Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
  • 4.
    Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
  • 5.
    Burgemeester en wethouders kunnen van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.
  • 6.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
  • 1.
    Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
  • 2.
    Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stank verspreidende stoffen
(Gereserveerd)
Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
  • 1.
    Het is verboden met een voertuig de groenstroken, plantsoenen, parken en van gemeentewege aangelegde beplanting of de bermen aan te tasten.
  • 2.
    Dit verbod is niet van toepassing:
    • a.
      op de weg;
    • b.
      op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; en
    • c.
      op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
  • 3.
    Burgemeester en wethouders kan van het verbod ontheffing verlenen.
  • 4.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
Het is verboden op door burgemeester en wethouders in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
Afdeling 2 Collecteren
Artikel 5:13 Inzameling van geld
  • 1.
    Het is verboden zonder vergunning van burgemeester wethouders een openbare inzameling van geld te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.
  • 2.
    Onder een inzameling van geld wordt mede verstaan: bij het aanbieden van geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
  • 3.
    Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt of voor een inzameling van geld door landelijk collecterende fondsen, die zijn aangesloten bij het Centraal Bureau Fondsenwerving of zijn aangemerkt als een ANBI-instelling.
  • 4.
    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 3 Venten
Artikel 5:14 Begripsbepaling
  • 1.
    In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.
  • 2.
    Onder venten wordt niet verstaan:
    • a.
      het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet  ;
    • b.
      het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet  of artikel 5:22;
    • c.
      het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
Artikel 5:15 Ventverbod
  • 1.
    Het is verboden te venten, indien degene die voornemens is om te venten daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.
  • 2.
    Degene die voornemens is om te venten doet de melding hiervan binnen vijf werkdagen voorafgaand aan deze activiteit, met vermelding van:
    • a.
      naam en adres van de venter;
    • b.
      de dagen en tijdstippen waarop de ventactiviteiten worden gehouden;
    • c.
      het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld.
  • 3.
    De activiteit om de venten kan worden gehouden indien burgemeester en wethouders niet binnen twee werkdagen na ontvangst van de melding heeft beslist dat deze activiteit wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu.
  • 4.
    Burgemeester wethouders geven daarvan binnen twee werkdagen na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht.
  • 5.
    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
  • 6.
    Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.
Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting
(Gereserveerd)
Afdeling 4 Standplaatsen
Artikel 5:17 Begripsbepaling
  • 1.
    In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
  • 2.
    Onder standplaats wordt niet verstaan:
    • a.
      een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
    • b.
      een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:25.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
  • 1.
    Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een standplaats in te nemen of te hebben.
  • 2.
    Burgemeester en wethouders kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
  • 3.
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
    • a.
      indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
    • b.
      indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
  • 4.
    Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement.
  • 5.
    De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.
  • 6.
    Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders standplaats wordt of is ingenomen.
  • 7.
    Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende
(Vervallen)
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen
(Vervallen)
Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht
(Gereserveerd)
Afdeling 5 Snuffelmarkten
Artikel 5:22 Begripsbepaling
  • 1.
    In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.
  • 2.
    Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:
    • a.
      een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
    • b.
      een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:23 Snuffelmarkt
  • 1.
    Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren:
    • a.
      indien de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu;
    • b.
      indien degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.
  • 2.
    De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder b binnen vijf werkdagen voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van:
    • c.
      naam en adres van de organisator;
    • d.
      adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt;
    • e.
      de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden;
    • f.
      de frequentie van het houden van de snuffelmarkt;
    • g.
      het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld;
    • h.
      het aantal standplaatsen; en
    • i.
      het te verwachten aantal bezoekers.
  • 3.
    De snuffelmarkt kan worden gehouden indien de burgemeester niet binnen twee werkdagen na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen twee werkdagen na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht.
  • 4.
    Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.
Afdeling 6 Openbaar water
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
(Vervallen)
Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
(Vervallen)
Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats
(Vervallen)
Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats
(Vervallen)
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
  • 1.
    Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens, reddingsmiddelen of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
  • 2.
    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet  of de provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5:29 Reddingsmiddelen
(Vervallen)
Artikel 5:30 Veiligheid op het water
(Vervallen)
Artikel 5:31 Overlast aan of van vaartuigen
(Vervallen)
Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 5:31a Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
  • a.
    motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
  • a.
    bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 5:32 Crossterreinen
  • 1.
    Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
  • 2.
    Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen terreinen. Burgemeester en wethouders kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:
    • a.
      in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
    • b.
      in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
    • c.
      in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
  • 3.
    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer  of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden
  • 1.
    Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
  • 2.
    Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen terreinen. Burgemeester en wethouders kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:
    • a.
      het voorkomen van overlast;
    • b.
      de bescherming van natuur- of milieuwaarden;
    • c.
      de veiligheid van het publiek.
  • 3.
    Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:
    • d.
      ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990  door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
    • e.
      die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
    • f.
      die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
    • g.
      van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
    • h.
      voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
  • 4.
    Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing:
    • i.
      op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;
    • j.
      binnen de bij of krachtens de provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.
  • 5.
    Burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
  • 6.
    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht  (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 8 Verbod vuur te stoken
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
  • 1.
    Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
  • 2.
    Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
    • a.
      verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
    • b.
      sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;
    • c.
      vuur voor koken, bakken en braden.
  • 3.
    Burgemeester en wethouders kan van het verbod bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen.
  • 4.
    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
  • 5.
    Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht  of de provinciale milieuverordening.
  • 6.
    Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 9 Verstrooiing van as
Artikel 5:35 Begripsbepaling
(Vervallen)
Artikel 5:36 Verboden plaatsen
(Vervallen)
Artikel 5:37 Hinder of overlast
(Vervallen)
Afdeling 10 Gemeentewapen
Artikel 5:38 Bescherming gemeentewapen, -vlag en gemeentelijk logo
  • 1.
    Het is aan anderen dan daartoe bevoegde personen verboden het gemeentewapen / gemeentelijk logo te voeren en de gemeentevlag / gemeentelijk logo te gebruiken.
  • 1.
    Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Hoofdstuk 6 Straf- en slotbepalingen
Artikel 6:1 Strafbepaling
  • 1.
    Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: de artikelen: 2:1, 2:1a, 2:18, 2:21, 2:28, 2:29, 2:30, 2:30a, 2:30b, 2:30c, 2:30d, 2:32, 2,33, 2:39, 2:40, 2:41, 2:44, 2:72, 2:73, 2:74, 2:74a, 2:74b, 2:74, 2:74a, 2:74b, 2:76, 2:77, 2:78, 3:4, 3:6, 3:7, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11, 3:14, 3:15, 4:3, 4:5, 4:6, 4:6a, 4:6b, 4:6c, 4:6d, 4:6e, 4:6f, 4:13 en 4:18.
  • 2.
    Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: de artikelen: 2:6, 2:9, 2:10, 2:12, 2:14, 2:14a, 2:16, 2:23, 2:23a, 2:23b, 2:23c, 2:23d, 2:23e, 2:23f, 2:23g, 2:23h, 2:23i, 2:23j, 2:23k, 2:25, 2:26, 2:31, 2:32, 2:36, 2:38, 2:42, 2:43, 2:45, 2:46, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:51, 2:52, 2:57, 2:58, 2:59, 2:60, 2:61, 2:61a, 2:61b, 2:62, 2:64, 2:65, 2:67, 2:68, 4:7, 4:8, 4:9, 4:11, 4:13, 4:15, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11, 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:18, 5:19, 5:23, 5:31b, 5:31c, 5:33, 5:32, 5:34, 5:36, 5:37 en 5:38.
Artikel 6:2 Toezichthouders
  • 1.
    Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze Verordening zijn belast:
    • a.
      de opsporingsambtenaren als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering;
    • b.
      de buitengewoon opsporingsambtenaren, in dienst van de gemeente Goeree-Overflakkee;
    • c.
      de toezichthouders van Stichting het Zuid Hollands Landschap, domein 2 Milieu en Welzijn voor zover aangesteld voor werkzaamheden binnen de gemeente Goeree-Overflakkee.
    • d.
      De buitengewoon opsporingsambtenaren, in dienst van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond, de afdeling gemeenten en MKB die gespecialiseerd zijn op het gebied van geluid;
    • e.
      de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen ambtenaren;
    • f.
      de Korpschef van de regiopolitie Rotterdam Rijnmond;
    • g.
      de toezichthouders van de vereniging Natuurmonumenten, domein 2 Milieu en Welzijn voor zover aangesteld voor werkzaamheden binnen de gemeente Goeree-Overflakkee.
    • h.
      de toezichthouders van de Provincie Zuid-Holland voor zover aangesteld voor werkzaamheden binnen de gemeente Goeree-Overflakkee.
    • i.
      de toezichthouders van Rijkswaterstaat voor zover aangesteld voor werkzaamheden binnen de gemeente Goeree-Overflakkee.
    • j.
      de toezichthouders van Staatsbosbeheer voor zover aangesteld voor werkzaamheden binnen de gemeente Goeree-Overflakkee.
    • k.
      de toezichthouders van het Waterschap Hollandse Delta voor zover aangesteld voor werkzaamheden binnen de gemeente Goeree-Overflakkee.
  • 2.
    Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
Artikel 6:3 Binnentreden woning
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekken oude verordening
De Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2013 wordt ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling
Besluiten genomen krachtens de in artikel 6:4 genoemde verordening, die gelden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:6 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking.
Artikel 6:7 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2015.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee op 23 april 2015.
de griffier, de voorzitter,
drs. J. Mimpen drs. J.P.J. Lokker
 
 
 
 
 
 
Bomenlijst gemeente Goeree-Overflakkee
Achthuizen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Locatie
Nr.
Boomsoort
Ned. Naam
Aantal
Bijzonderheden
Achthuizensedijk
1
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Achthuizensedijk
1
Fraxinus excelsior
es
3
 
Achthuizensedijk
1
Juglans regia
walnoot
2
 
Achthuizensedijk
3/5
Acer pseudoplatanus
esdoorn
alle
 
Achthuizensedijk
3/5
Tilia europaea
linde
2
 
Achthuizensedijk
24
Acer pseudoplatanus
esdoorn
alle
laan met esdoorn
Achthuizensedijk
28
Acer pseudoplatanus
esdoorn
6
 
Bloksedijk
6
Fraxinus excelsior
es
1
 
Blokseweg
1
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Blokseweg
6
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Bommelsedijk
19b
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
3
 
Bommelsedijk
23
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
2
 
Bommelsedijk
23
Fraxinus excelsior
es
3
 
Bommelsedijk
25
Fraxinus excelsior
es
6
 
Bommelsedijk
25
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
5
 
Galatheseweg
2
Acer pseudoplatanus
esdoorn
3
 
Galatheseweg
2
Juglans regia
walnoot
2
 
Galatheseweg
2
Tilia europaea
linde
6
 
Galatheseweg
6
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Galatheseweg
6a
Robinia pseudoacacia
acacia
1
 
Galatheseweg
10a
Ulmus
Iep
3
 
Galatheseweg
22
Salix alba
wilg
10
knotwilg
Galatheseweg
26
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Grote Bloksedijk
4
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Grote Bloksedijk
4
Fagus sylvatica
beuk
1
 
Grote Bloksedijk
4
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Grote Bloksedijk
4
Quercus robur
eik
2
 
Heintjesweg
1
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
3
 
Kerkstraat
1
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Kerkstraat
3
Quercus robur
eik
2
 
Kerkstraat
3
Acer pseudoplatanus
esdoorn
2
 
Kerkstraat
3
Fraxinus excelsior
es
1
 
Krammerdijk
5
Sorbus aria
meelbes
2
 
Krammerdijk
5
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Kruisweg
1
Juglans regia
walnoot
1
 
Kruisweg
3
Juglans regia
walnoot
1
 
Langstraat
1
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Langstraat
5
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Langstraat
44
Quercus robur
eik
1
 
Langstraat
46
Acer
esdoorn
3
 
Nieuwe Bloksedijk
2
Platanus acerifolia
plataan
2
 
Nieuwe Bloksedijk
2
Ulmus
iep
alle
 
Nieuwe Bloksedijk
5
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
5
 
Nieuwe Bloksedijk
11
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Nieuwe Bloksedijk
13
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Vroonweg
1
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Vroonweg
3
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
alle
 
 
 
 
 
 
 
Bomen waarvan de gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar of onderhoudsplichtige is, met een stamdiameter van meer dan 20 centimeter*,
maken eveneens deel uit van deze lijst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
*gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld
 
 
 
Bomenlijst Gemeente Goeree-Overflakkee
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Den Bommel
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Locatie
Nr.
Boomsoort
Ned. Naam
Aantal
Bijzonderheden
Beneden Oostdijk
14
Cedrus libani 'Glauca'
blauwe atlasaceder
1
 
Beneden Oostdijk
14
Fraxinus excelsior
es
2
 
Beneden Oostdijk
84
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Beneden Oostdijk
84
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Bommelsedijk
5
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Bommelsedijk
15
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
2
 
Bommelsedijk
17
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
5
 
Boutweg
1
Populus
populier
11
knotvorm
Boutweg
1
Quercus robur
eik
1
 
Geerweg
4
Fraxinus excelsior
es
1
 
Geerweg
6
Acer
esdoorn
1
 
Hogeweg
3
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Hogeweg
3
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Joh. Frisolaan
58
Betula pendula
berk
1
 
Kranendijk
4
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Kranendijk
12
Fagus sylvatica
beuk
2
 
Kranendijk
12
Betula pendula
berk
2
 
Kranendijk
14
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Kranendijk
24
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Kranendijk
24
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Kranendijk
34
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Molendijk
2
Acer pseudoplatanus
esdoorn
2
 
Molendijk
29
Quercus robur
eik
1
 
Molendijk
35
Fraxinus excelsior
es
1
 
Molendijk
36
Tilia europaea
linde
3
leivorm
Molendijk
55
Fraxinus excelsior
es
1
 
Molendijk
63
Fraxinus excelsior
es
11
 
Molendijk
76
Fraxinus excelsior
es
3
 
Oudelandseweg
2
Tilia europaea
linde
alle
langs oprijlaan
Schaapsweg
14
Betula pendula
berk
1
 
Schaapsweg
16
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Schaapsweg
124
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
11
 
Schaapsweg
124
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
2
 
Schoolstraat
10
Betula pendula
berk
1
 
Schoolstraat
10
Carpinus betulus 'Frans Fontaine'
haagbeuk
1
 
Tilsedijk
6
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Tilsedijk
6
Cedrus libani 'Glauca'
blauwe atlasaceder
1
 
Tilsedijk
7
Fagus sylvatica
beuk
1
 
Tilsedijk
8
Quercus robur
eik
1
 
Tilsedijk
14
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Tilsedijk
20
Platanus acerifolia
plataan
4
 
Tilsedijk
39
Fraxinus excelsior
es
2
 
Tilsedijk
39
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Voorstraat
38
Betula pendula
berk
1
 
Zandweg
2
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Zandweg
4
Salix alba
wilg
4
knotwilgen
Zandweg
5
Tilia europaea
linde
2
 
 
 
 
 
 
 
Bomen waarvan de gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar of onderhoudsplichtige is, met een stamdiameter van meer dan 20 centimeter*,
maken eveneens deel uit van deze lijst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
*gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld
 
 
 
Bomenlijst Gemeente Goeree-Overflakkee
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Dirksland
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Locatie
Nr.
Boomsoort
Ned. Naam
Aantal
Bijzonderheden
Beatrixlaan
8
Quercus robur
eik
1
 
Boezemweg
24
Acer platanoides
esdoorn
1
 
Boezemweg
26
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
1
 
Boezemweg
30
Platanus acerifolia
plataan
1
 
Boezemweg
62
Tilia europaea
linde
5
grensbeplanting
Burg. C. Zaaijerlaan
6
Cedrus atlantica 'Glauca'
blauwe atlasceder
1
 
Korteweegje
40
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Korteweegje
42
Quercus robur
eik
1
 
Margrietlaan
4 t/m 36
diverse soorten
 
alle
 
Oosthavendijk
2a/4
Tilia europaea
linde
6
leivorm
Philipshoofjesweg
9
Platanus acerifolia
plataan
10
 
Philipshoofjesweg
59
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
2
 
Poldersweegje
2
Pterocarya fraxinifolia
Japanse notenboom
1
Geldershof
Ring
2
Acer pseudoplatanus
esdoorn
6
 
Ring
2
Acer saccharinum
zilveresdoorn
2
 
Ring
2
Aesculus hipp. 'Baumanii'
paardenkastanje
1
 
Ring
2
Fagus sylvatica 'Pendula'
rode treurbeuk
1
 
Ring
2
Fraxinus excelsior 'Diversifolia'
es
1
 
Ring
2
Fraxinus excelsior 'Pendula'
treures
1
 
Ring
2
Fraxinus excelsior
es
1
 
Ring
2
Paulownia tomentosa
anna paulownaboom
1
 
Ring
2
Platanus acerifolia
plataan
2
 
Ring
2
Pterocarya fraxinifolia
vleugelnoot
1
 
Ring
2
Quercus petraea
eik
1
3 stammig
Ring
2
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
3
 
Ring
2
Taxus baccata
venijnboom
2
 
Ring
2
Tilia europaea
linde
1
 
Schelpenpad
26
Quercus robur
eik
2
 
Staakweg
1
Fagus sylvatica 'Purpurea Pendula'
rode treurbeuk
1
 
Staakweg
1
Pterocarya fraxinifolia
vleugelnoot
1
 
Stationsweg
22
Acer platanoides
esdoorn
1
 
Stationsweg
22
Acer saccharinum
zilveresdoorn
4
 
Stationsweg
22
Ginkgo biloba
Japanse notenboom
1
 
Stationsweg
22
Platanus acerifolia
plataan
3
 
Stationsweg
22
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Stationsweg
23
Aesculus hipp. 'Baumanii'
paardenkastanje
1
 
Stationsweg
23
Betula pendula 'Tristis'
treurberk
1
 
Stationsweg
23
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
1
 
Vroonweg
8a
Alnus spaethii 'Spaeth'
els
1
 
Vroonweg
10
Alnus cordata
els
2
 
Vroonweg
12c
Fraxinus excelsior
es
6
 
Vroonweg
12c
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Vroonweg
14b
Alnus cordata
els
8
 
Vroonweg
25
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Vroonweg
29
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
3
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Acer
esdoorn
4
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Aesculus carnea
rode paardenkastanje
1
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Alnus cordata/glutinosa
els
8
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Betula pendula 'Fastigiata'
berk
3
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Carpinus betulus
haagbeuk
8
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Corylus colurna
boomhazelaar
1
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Fraxinus excelsior 'Jaspidea'
goudes
1
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Fraxinus excelsior 'Pendula'
treures
1
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Paulownia tomentosa
anna paulownaboom
2
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Quercus robur
eik
5
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Robinia pseudoacacia 'Bessoniana'
acacia
1
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Salix alba 'Chermesina'
wilg
4
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Sorbus intermedia
meelbes
1
 
Wernerlaan
4 t/m 70
Tilia europaea
linde
4
 
Westhavendijk
ongenum.
Fraxinus excelsior
es
1
 
 
 
 
 
 
 
Bomen waarvan de gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar of onderhoudsplichtige is, met een stamdiameter van meer dan 20 centimeter*,
maken eveneens deel uit van deze lijst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
*gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld
 
 
 
Bomenlijst Gemeente Goeree-Overflakkee
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Goedereede
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Locatie
Nr.
Boomsoort
Ned. Naam
Aantal
Bijzonderheden
Hondsweg
19
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Oostdijkseweg
15
Fraxinus excelsior 'Westhof's Glorie'
es
3
 
Oostdijkseweg
17
Fraxinus excelsior 'Westhof's Glorie'
es
4
 
Oostdijkseweg
20
Fraxinus excelsior 'Westhof's Glorie'
es
2
 
Oostdijkseweg
21
Platanus acerifolia
plataan
1
 
Oostdijkseweg
23
Tilia cordata
linde
2
 
Oostdijkseweg
41
Quercus robur
eik
1
 
Oostdijkseweg
51
Tilia europaea
linde
1
 
Oostdijkseweg
55
Quercus robur
eik
5
 
Oostdijkseweg
57
Fraxinus excelsior 'Westhof's Glorie'
es
4
 
Oostdijkseweg
61
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Oostdijkseweg
61
Quercus robur
eik
1
 
Oostdijkseweg
61
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Oostdijkseweg
65
Fagus sylvatica
beuk
1
 
Oostdijkseweg
87
Fraxinus excelsior 'Westhof's Glorie'
es
1
 
Oostdijkseweg
87
Tilia europaea
linde
3
 
Oostdijkseweg
93
Tilia europaea
linde
1
 
 
 
 
 
 
 
Bomen waarvan de gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar of onderhoudsplichtige is, met een stamdiameter van meer dan 20 centimeter*,
maken eveneens deel uit van deze lijst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
*gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld
 
 
 
Bomenlijst Gemeente Goeree-Overflakkee
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Herkingen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Locatie
Nr.
Boomsoort
Ned. Naam
Aantal
Bijzonderheden
Klinkerlandsestraat
12 t/m 52
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
2
 
Klinkerlandsestraat
12 t/m 52
Fraxinus excelsior
es
4
 
Krammerstraat
7
Betula pendula
berk
1
 
Krammerstraat
11
Betula pendula
berk
1
3 stammig
Molendijk
36
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Peuterdijk
10
Fraxinus excelsior
es
6
 
 
 
 
 
 
 
Bomen waarvan de gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar of onderhoudsplichtige is, met een stamdiameter van meer dan 20 centimeter*,
maken eveneens deel uit van deze lijst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
*gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld
 
 
 
Bomenlijst Gemeente Goeree-Overflakkee
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Melissant
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Locatie
Nr.
Boomsoort
Ned. Naam
Aantal
Bijzonderheden
Fabiusstraat
22
Sorbus aria
meelbes
3
 
Julianaweg
2
Acer platanoides
esdoorn
6
kerk
Julianaweg
2
Fraxinus excelsior
es
1
kerk
Molendijk
39/39a
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
4
 
Molendijk
40
Betula pendula 'Tristis'
berk
1
 
Nolleweg, wei naast nr.4
ongenum.
Juglans regia
walnoot
1
 
Nolleweg
6
Platanus acerifolia
plataan
1
 
Pieterstraat
20 t/m 34
Carpinus betulus 'Frans Fontaine'
haagbeuk
6
 
Prins Bernhardstraat
43
Betula pendula
berk
1
3 stammig
Voorstraat
2
Quercus robur
eik
1
 
Voorstraat
2
Betula pendula
berk
1
 
 
 
 
 
 
 
Bomen waarvan de gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar of onderhoudsplichtige is, met een stamdiameter van meer dan 20 centimeter*,
maken eveneens deel uit van deze lijst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
*gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld
 
 
 
Bomenlijst Gemeente Goeree-Overflakkee
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Middelharnis
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Locatie
Nr.
Boomsoort
Ned. Naam
Aantal
Bijzonderheden
Berkenhof
12
Betula utilis
berk
1
 
Berkenhof
16
Prunus cerasifera 'Nigra'
sierkers
1
 
Berkenhof
18-20
Betula utilis
berk
3
 
Berkenlaan
17
Prunus
sierkers
1
 
Berkenlaan
19
Alnus incana 'Aurea'
els
1
 
Burg. Mijslaan
2
Magnolia
beverboom
1
 
Burg. Mijslaan
16
diverse soorten
 
alle
 
Burg. Mijslaan
22
Betula pendula
berk
1
 
Burg. Mijslaan
51-89
diverse soorten
 
alle
 
Christiaan de Vrieslaan
3-5
Metasequoia glyptostroboides
watercipres
1
 
Christiaan de Vrieslaan
13
Fagus sylvatica
beuk
1
 
Christiaan de Vrieslaan
27
Betula utilis
berk
1
 
Christiaan de Vrieslaan
32
diverse soorten
 
alle
 
Christiaan de Vrieslaan
51
Betula pendula
berk
1
 
Christiaan de Vrieslaan
51
Alnus glutinosa
els
1
 
Doetinchemsestraat
1
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Doetinchemsestraat
1
Pinus sylvestris
den
1
 
Doetinchemsestraat
1
Betula pendula
berk
1
 
Doetinchemsestraat
4
Carpinus betulus 'Fastigiata'
haagbeuk
1
 
Doetinchemsestraat
8
Betula pendula
berk
1
 
Doetinchemsestraat
10
Betula utilis
berk
1
 
Doetinchemsestraat
16
Betula pendula
berk
1
 
Doetinchemsestraat
43
Pinus nigra
den
1
 
Emmalaan
26
Prunus serrulata
sierkers
1
school
Essenlaan
27
Betula pendula
berk
1
 
Frans Halslaan
1
diverse soorten
 
alle
 
Frans Halslaan
2
Cedrus libani 'Glauca'
blauwe atlasceder
1
 
Frans Halslaan
2
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Frans Halslaan
6
Betula pendula
berk
2
 
Frans Halslaan
9
Ginkgo bilata
Japanse notenboom
1
 
Frans Halslaan
9
Betula pendula 'Youngii'
berk
1
 
Frans Halslaan
10
Acer platanoides 'Faassen's Black'
esdoorn
1
 
Frans Halslaan
15
Fraxinus excelsior 'Jaspidea'
esdoorn
1
 
Frans Halslaan
15
Liquidambar styraciflua
amberboom
1
 
Frans Halslaan
16
Fagus sylvatica
beuk
1
 
Frans Halslaan
17
Juglans regia
walnoot
1
 
Frans Halslaan
19
Betula pendula
berk
3
groep van 3
Frans Halslaan
20
Araucaria araucana
slangenden
1
 
Frans Halslaan
22
Betula pendula
berk
1
 
Hobbemastraat
2
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
1
 
Hobbemastraat
18
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Hobbemastraat
24
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Hobbemastraat
36
Taxus baccata
venijnboom
1
 
Hoflaan
38
diverse soorten
 
allemaal
 
Hoflaan
40
Betula pendula
berk
3
groep van 3
Hoflaan
49
Ulmus
iep
1
 
Iepenlaan
1
Betula pendula
berk
1
 
Iepenlaan
4
Quercus robur
eik
1
 
Iepenlaan
4
Betula pendula
berk
1
meerstammig
Iepenlaan
8
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
1
 
Iepenlaan
8-10
Betula pendula
berk
1
 
Iepenlaan
10
Betula pendula
berk
1
 
J.W. Frisostraat
17a
Betula utilis
berk
1
 
Jan Steenlaan
3
Betula pendula
berk
1
 
Jan Steenlaan
7
diverse soorten
 
alle
 
Jan Steenlaan
8
Betula pendula
berk
2
 
Juliana van Stolberglaan
15
Tilia cordata
linde
2
 
Kastanjelaan
24
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
meerstammig
Kon. Julianaweg
2
diverse soorten
 
alle
 
Kon. Julianaweg
4
Acer platanoides 'Faassen's Black'
esdoorn
2
 
Kon. Julianaweg
4
Acer pseudoplatanus 'Atropurpureum'
esdoorn
1
 
Kon. Julianaweg
4
Fraxinus excelsior
es
1
 
Kon. Julianaweg
6
Betula pendula 'Purpurea'
berk
1
 
Kon. Julianaweg
12
Fraxinus excelsior
es
2
 
Kon. Julianaweg
18
diverse soorten
 
alle
 
Kon. Julianaweg
19
Betula utilis
berk
1
 
Kon. Julianaweg
22 t/m 36
diverse soorten
 
alle
 
Langeweg
50-52
diverse soorten
 
alle
R.K. kerk
Langeweg
70
Betula pendula
berk
1
 
Langeweg
86
Fraxinus excelsior
es
1
 
Langeweg
104
diverse soorten
 
alle
 
Louis Bouwmeesterplein
9
Acer pseudoplatanus
esdoorn
2
 
Marietjespad
14
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Marietjespad
20
Cedrus libani 'Glauca'
blauwe atlasceder
1
 
Marietjespad
naast 28
Fagus sylvatica
beuk
1
 
Marietjespad
37
Magnolia 'Galaxy'
beverboom
1
 
Molenweg
8a
Betula pendula
berk
3
groep van 3
Molenweg
12
Metasequoia glyptostroboides
watercipres
3
groep van 3
Oost Voorgors
17
Acer campestre
veldesdoorn
1
 
Oost Voorgors
27
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
achterzijde
Oost Voorgors
31
Betula pendula
berk
1
 
Oost Voorgors
60
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Oost Voorgors
62
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
1
 
Oost Voorgors
64
Carpinus betulus 'Fastigiata'
haagbeuk
1
 
Oost Voorgors
64
Tilia europaea
linde
1
 
Oost Voorgors
69
Betula utilis
berk
3
groep van 3
Oost Voorgors
69
Acer platanoides 'Faassen's Black'
esdoorn
1
 
Oost Voorgors
73
Magnolia soulangeana
beverboom
1
 
Oost Voorgors
83
Betula pendula
berk
1
 
Oost Voorgors
103
Betula pendula 'Purpurea'
berk
1
 
Oost Voorgors
105
Fraxinus excelsior
es
1
 
Oost Voorgors
127
Fraxinus excelsior
es
2
geknot
Oostelijke Achterweg
17
Tilia europaea
linde
3
leivorm
Oostelijke Achterweg
80t/m86
diverse soorten
 
alle
 
Oostelijke Achterweg
88
Juglans regia
walnoot
1
 
Oranje Nassaustraat
17
Acer campestre
veldesdoorn
1
 
Oranje Nassaustraat
29
Platanus acerifolia
plataan
1
leivorm
Oranje Nassaustraat
31
Platanus acerifolia
plataan
1
leivorm
Oranje Nassaustraat
33
Platanus acerifolia
plataan
2
leivorm
Prins Bernhardlaan
42
Quercus robur
eik
2
 
Prins Bernhardlaan
72
Betula utilis
berk
1
 
Prins Bernhardlaan
74
Betula utilis
berk
1
 
Prins Bernhardlaan
97
Betula pendula 'Youngii'
berk
1
 
Prins Bernhardlaan
103
Betula utilis
berk
1
 
Prins Bernhardlaan
125
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Prins Bernhardlaan
137
Tilia europaea
linde
5
leivorm
Prins Bernhardlaan
145
Tilia europaea
linde
4
leivorm
Prins Clausstraat
5
Acer platanoides 'Globosum'
bolesdoorn
2
 
Prins Constantijnstraat
2
Acer platanoides 'Globosum'
bolesdoorn
2
 
Prins Hendrikstraat
2
Betula pendula
berk
1
 
Prins Hendrikstraat
5
Betula pendula
berk
1
 
Prins Willem Alexanderstraat
8
Betula pendula 'Youngii'
berk
1
 
Prins Willem Alexanderstraat
29
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Prinses Irenestraat
13
Magnolia 'Galaxy'
beverboom
1
 
Prinses Irenestraat
23
Magnolia 'Galaxy'
beverboom
1
 
Prinses Margrietstraat
58
Fraxinus excelsior
es
2
 
Prinses Marijkestraat
28a
Betula pendula
berk
1
 
Rembrandtlaan
12
Sorbus aria
meelbes
1
 
Rembrandtlaan
26
Betula pendula
berk
1
 
Rembrandtlaan
52
Betula pendula
berk
1
 
Schoolstraat
2
Betula pendula
berk
1
 
Schoolstraat
9
diverse soorten
 
alle
 
Schoolstraat
11
diverse soorten
 
alle
 
Schoolstraat
22
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Secr. Nijghstraat
19
diverse soorten
 
alle
 
Sommelsdijke Havendijk
2
Fraxinus excelsior
es
1
 
Steneweg
54
Amelanchier arborea 'Robin Hill'
krenteboompje
1
 
Steneweg
89
diverse soorten
 
alle
 
Vermeerstraat
1
Betula pendula
berk
1
 
Vermeerstraat
1
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Vermeerstraat
5
Betula pendula
berk
1
 
Vissersdijk
57
Tilia europaea
linde
3
leivorm
Vissersdijk
69
Salix alba
wilg
4
langs water
Voorstraat
8
Betula pendula
berk
1
achterzijde
Voorstraat
9/11
Alnus incana
els
1
achterzijde
Voorstraat
9/11
Fragus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
1
achterzijde
Westelijke Achterweg
21
Quercus robur
eik
1
 
Westerschelde
14
diverse soorten
 
alle
terrein Hernesseroord
Wilgenlaan
25
Crytomeria japonica
Japanse ceder
1
 
 
 
 
 
 
 
Bomen waarvan de gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar of onderhoudsplichtige is, met een stamdiameter van meer dan 20 centimeter*,
maken eveneens deel uit van deze lijst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
*gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld
 
 
 
Bomenlijst Gemeente Goeree-Overflakkee
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Nieuwe-Tonge
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Locatie
Nr.
Boomsoort
Ned. Naam
Aantal
Bijzonderheden
Aelbrechtstraat
1
Betula utilis
berk
3
groep van 3
Burg. Overdorpstraat
22
Betula utilis
berk
1
 
Burg. Overdorpstraat
32
Betula pendula
berk
4
 
Burg. Overdorpstraat
42
Betula pendula 'Purpurea'
berk
1
 
Burg. Overdorpstraat
51
Liquidambar styraciflua
amberboom
1
 
Burg. Sterkplein
4
Acer campestre
veldesdoorn
1
op erfscheiding
Burg. Sterkplein
10
Acer campestre
veldesdoorn
1
 
Burg. Sterkplein
17
Betula pendula
berk
1
 
Burg. Sterkplein
29
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Ds. Wentinkstraat
1
Betula pendula
berk
1
 
Ds. Wentinkstraat
6
Juglans regia
walnoot
1
 
Duivenwaardsedijk
1
diverse soorten
 
alle
 
Duivenwaardsedijk
2/4
diverse soorten
 
alle
 
Duivenwaardsedijk
14
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Gen. Snijdersstraat
28
Betula pendula
berk
1
 
Gen. Snijdersstraat
28
Liquidambar styraciflua
amberboom
1
 
Hertog Jan van Beierenlaan
60
diverse soorten
 
alle
 
Klinkerlandseweg
2
Betula pendula
berk
1
 
Klinkerlandseweg
2
Salix alba
wilg
1
 
Klinkerlandseweg
2/4
diverse soorten
 
alle
 
Klinkerlandseweg
7b
Betula pendula
berk
1
 
Klinkerlandseweg
7b
Robinia pseudoacacia 'Frisia'
acacia
1
 
Klinkerlandseweg
17
fruitbomen
 
3
oude fruitbomen
Klinkerlandseweg
21
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Klinkerlandseweg
23
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Klinkerlandseweg
24
diverse soorten
 
alle
 
Klinkerlandseweg
31
Betula pendula
berk
1
 
Klinkerlandseweg
31
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Klinkerlandseweg
33
diverse soorten
 
alle
 
Koninginnelaan
17
Betula pendula
berk
1
 
Korteweegje
3
Acer pseudoplatanus
esdoorn
4
 
Korteweegje
3
Betula pendula
berk
1
 
Korteweegje
7
Acer pseudoplatanus
esdoorn
2
 
Korteweegje
9
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Korteweegje
12
Prunus avium
kers
1
 
Korteweegje
21
Juglans regia
walnoot
2
 
Langeweg
16/18
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Langeweg
16/18
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Lauwerijnstraat
9
Betula pendula
berk
1
 
Lauwerijnstraat
9
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Molendijk
24
Ulmus hollandica
iep
1
2 stammig
Molendijk
58
Fraxinus excelsior
es
1
 
Molendijk
60
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Molendijk
70
Tilia europaea
linde
1
leivorm
Molendijk
84
Betula pendula
berk
1
 
Molendijk
89
Tilia europaea
linde
1
leivorm
Molendijk
141
Quercus robur
eik
1
 
Molendijk
141
Betula pendula
berk
1
 
Molendijk
145
diverse soorten
 
alle
 
Oudelandsedijk
50
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Westdijk
21
Betula pendula
berk
9
 
Zuiddijk
21
diverse soorten
 
alle
 
Zuiddijk
46a
diverse soorten
 
alle
 
Zuiddijk
48/48a
diverse soorten
 
alle
 
 
 
 
 
 
 
Bomen waarvan de gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar of onderhoudsplichtige is, met een stamdiameter van meer dan 20 centimeter*,
maken eveneens deel uit van deze lijst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
*gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld
 
 
 
Bomenlijst Gemeente Goeree-Overflakkee
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ooltgensplaat
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Locatie
Nr.
Boomsoort
Ned. Naam
Aantal
Bijzonderheden
Berkenlaan
2
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Dorpsweg
29
Robinia pseudoacacia
acacia
3
 
Dorpsweg
29
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Dorpsweg
30
Fraxinus excelsior
es
1
 
Dorpsweg
30
Salix alba
wilg
17
knotwilgen
Dorpsweg
30
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Dwarsweg
9
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Dwarsweg
15
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Dwarsweg
15
Quercus robur
eik
1
 
Dwarsweg
15
Juglans regia
walnoot
1
 
Fittersweg
1
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
2
 
Fittersweg
1
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Fittersweg
3
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Galatheesedijk
2
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Galatheesedijk
2
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Galatheesedijk
7
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
5
 
Galatheesedijk
7
Fraxinus excelsior
es
5
 
Galatheesedijk
7
Juglans regia
walnoot
2
 
Galatheesedijk
8
Acer pseudoplatanus
esdoorn
4
 
Galatheesedijk
10
Fraxinus excelsior
esdoorn
1
 
Galatheesedijk
10
Juglans regia
walnoot
1
 
Galatheesedijk
12
Sorbus intermedia
meelbes
3
 
Galatheesedijk
12
Tilia europaea
linde
3
 
Galatheesedijk
22
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
alle
 
Galatheesedijk
22
Fraxinus excelsior
es
1
 
Galatheesedijk
22
Juglans regia
walnoot
1
 
Galatheesedijk
22
Tilia europaea
linde
2
 
Grote Anna Theodorapolder
1
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Hooipolder
3
Fraxinus excelsior
es
10
 
Kaai
8
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
1
 
Kerkdreef
6
Betula pendula
berk
1
 
Kruispoldersedijk
1
Fraxinus excelsior
es
1
 
Langeweg
12
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Langeweg
16
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Langeweg
61b
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Langeweg
65
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Langeweg
70
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
2
 
Lindenlaan
2
Betula pendula
berk
1
 
Lindenlaan
4
Tilia europaea
linde
3
 
Margrietstraat
6
Corylus colurna
boomhazelaar
1
 
Molendijk
63
Robinia pseudoacacia
acacia
1
 
Molendijk
83
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Molendijk
97
Juglans regia
walnoot
1
 
Molendijk
97
Tilia europaea
linde
2
leivorm
Oudedijk
1
diverse soorten
 
alle
 
Oudedijk
5
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Oudedijk
8
Fagus sylvatica
beuk
4
 
Oudedijk
9
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Oudelandsedijk
8
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Oudelandsedijk
8
Fraxinus excelsior
es
1
 
Oudelandsedijk
8
Juglans regia
walnoot
2
 
Oudelandsedijk
8
Salix sepulcralis 'Chrysocoma'
treurwilg
1
 
Oudelandsedijk
10
Fraxinus excelsior
esdoorn
1
 
Oudelandsedijk
10
Tilia europaea
linde
4
leivorm
Oudelandsedijk
10
Juglans regia
walnoot
2
 
Prins Bernhardstraat
1
Quercus robur
eik
1
 
Sluisweg
4
Fagus sylvatica 'Pendula'
treurbeuk
1
 
Sluisweg
4
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
rode beuk
1
 
Sluisweg
4
Juglans regia
walnoot
2
 
Veerweg
1
Betula pendula
berk
1
 
Waardersweg
5
Acer pseudoplatanus
esdoorn
1
 
Waardersweg
5
Fraxinus excelsior
es
6
 
Weespad
32
Tilia europaea
linde
4
leivorm
Weespad
32
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Weipolderseweg
2
Aesculus hippocastanum
paardenkastanje
1
 
Weipolderseweg
2
Juglans regia
walnoot
2
 
 
 
 
 
 
 
Bomen waarvan de gemeente Goeree-Overflakkee eigenaar of onderhoudsplichtige is, met een stamdiameter van meer dan 20 centimeter*,
maken eveneens deel uit van deze lijst.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
*gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld
 
 
 
Bomenlijst Gemeente Goeree-Overflakkee