Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2015
Nr. 127075

Gepubliceerd op 23 december 2015 09:00



Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2016

De raad van de gemeente Zuidplas;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 september 2015;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invorderin g van lijkbezorgingsrechten 2016

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

a. begraafplaats:

Gemeentelijke begraafplaats Essehof te Nieuwerkerk a/d IJssel;

Gemeentelijke oude begraafplaats aan de Prinses Beatrixstraat te Nieuwerkerk a/d IJssel;

Gemeentelijke begraafplaats Zevenhuizen aan de Zuidplasweg te Zevenhuizen;

Gemeentelijke begraafplaats Middelweg te Moordrecht;

Gemeentelijke oude begraafplaats Koningin Julianastraat te Moordrecht;

Gemeentelijke begraafplaats Westhage te Moerkapelle;

Gemeentelijke oude begraafplaats Moerhage te Moerkapelle.

  • b.

    graf: een zandgraf of keldergraf;

  • c.

    grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • d.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • e.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

  • f.

    eigen graf: een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • 1.

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • 2.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • 3.

      het doen verstrooien van as.

  • g.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; een algemeen graf wordt aangeboden voor een periode van tien jaar of vijftien jaar en verlenging is niet mogelijk;

  • h.

    kindergraf: een eigen graf speciaal bestemd voor doodgeborenen en kinderen tot en met 11 jaar;

  • i.

    eigen urnengraf: een particulier urnengraf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • 1.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen, boven- en ondergronds;

    • 2.

      het doen verstrooien van as.

  • j.

    urnennis: een nis in beheer bij de houder van de begraafplaats, waarvoor het gebruiksrecht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van een asbus met of zonder urnen, een urnennis maakt onderdeel uit van een urnenmuur of een urnenzuil;

  • k.

    urnentuin: een op de begraafplaats door het college aangewezen gedeelte grond waarop urnen bovengronds kunnen worden geplaatst waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend;

  • l.

    particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;

  • m.

    verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

  • n.

    grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats;

  • o.

    gedenkteken: voorwerp op een graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;

  • p.

    beheerder: degene die is belast met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;

  • q.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • r.

    gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; belanghebbenden maken deel uit van de categorie ‘gebruikers’;

Artikel 2 Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Belastingjaar

  • 1.

    Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

Artikel 6 Wijze van heffing

De rechten worden geheven bij wege van aanslag.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4.2. en 4.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de aanslag.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten.

Artikel 12 Overgangsrecht

De Verordening Lijkbezorgingsrechten 2015 vastgesteld op 4 november 2014 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2016 hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016. De datum van ingang van de heffing is eveneens 1 januari 2016

Artikel 14 Citeerartikel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening lijkbezorgingsrechten 2016.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 3 november 2015.

De raad voornoemd,

De griffier,                                           De voorzitter,

P.van Vugt                                         K.J.G. Kats

 

Tarieventabel behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2016

Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten

1.1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf, waarin gedurende een periode van 20 jaar één overledene wordt begraven en begraven wordt gehouden, wordt geheven:

2015

201 6

1769

1804

1.2 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf, waarin gedurende een periode van 20 jaar twee overledenen worden begraven en begraven worden gehouden, wordt geheven:

2015

201 6

3329

3395

1.3 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een kindergraf, waarin gedurende onderstaande periodes een overledene (tot en met de leeftijd van 11 jaar) wordt begraven en begraven wordt gehouden, wordt geheven:

1.3.1 voor een periode van 10 jaar

201 5

2016

437

445

1.3.2 voor een periode van 20 jaar

2015

201 6

884

€ 901

1.3.3 Bij een doodgeborene of overleden kind tot 1 jaar (en plaatsing in een graf tot 1 m2) wordt 50% van het tarief zoals bedoeld in 1.3.1 en 1.3.2 berekend.

  • 1.

    4 Vervallen

  • 1.

    5 Voor het verlenen van het recht op een urnengraf, waarin gedurende onderstaande periode maximaal twee asbussen worden geplaatst, wordt geheven:

1.5.1 voor elke periode van 5 jaar

201 5

2016

463

€ 472

1.5.2 Het in 1.5.1 bedoelde kan een veelvoud zijn van 5 jaar met een maximum van 20 jaar waarbij het tarief dan een veelvoud is naar rato.

1.5.3 Voor de verlenging van het recht met minimaal 5 jaar wordt geheven volgens 1.5.1.

1.6 Voor het verlenen van het recht op een plek in de urnentuin, waarop gedurende onderstaande periode maximaal twee urnen worden geplaatst, wordt geheven:

1.6.1 voor elke periode van 5 jaar

2015

2016

463

472

1.6.2 Het in 1.6.1 bedoelde kan een veelvoud zijn van 5 jaar met een maximum van 20 jaar waarbij het tarief dan een veelvoud is naar rato.

1.6.3 Voor de verlenging van het recht met minimaal 5 jaar wordt geheven volgens 1.6.1.

1.7 Voor het gebruiksrecht op een urnennis voor de plaatsing van één asbus of urn wordt geheven

1.7.1 voor een periode van 5 jaar

201 5

2016

312

€ 318

1.7.2 Het in 1.7.1 bedoelde kan een veelvoud zijn van 5 jaar met een maximum van 20 jaar waarbij het tarief dan een veelvoud is naar rato.

1.7.3 Voor de verlenging van het gebruiksrecht met minimaal 5 jaar wordt geheven volgens 1.7.1.

1.8 Voor het gebruiksrecht op een urnennis in een kinderurnenmuur wordt geheven

1.8.1 voor een periode van 5 jaar

2015

2016

182

185

1.8.2 Het in 1.8.1 bedoelde kan een veelvoud zijn van 5 jaar met een maximum van 20 jaar waarbij het tarief dan een veelvoud is naar rato.

1.8.3 Voor de verlenging van het gebruiksrecht met minimaal 5 jaar wordt geheven volgens 1.8.1.

1.9 Voor het verlenen van het (uitsluitend) recht op een gedenkplaats wordt geheven

1.9.1 voor een periode van 5 jaar

2015

2016

463

472

1.9.2 Het in 1.9.1 bedoelde kan een veelvoud zijn van 5 jaar met een maximum van 20 jaar waarbij het tarief dan een veelvoud is naar rato.

1.9.3 Voor de verlenging van het recht met minimaal 5 jaar wordt geheven volgens 1.9.1.

  • 1.

    10 Het verlengen van het (uitsluitend) recht

  • 1.

    10.1 Bij verlenging van het recht genoemd in 1.1 met 10 jaar wordt geheven:

2015

201 6

916

934

1.10.2 Bij verlenging van het recht genoemd in 1.2 met 10 jaar wordt geheven:

201 5

2016

1717

1751

1.10.3 Bij verlenging van het recht genoemd in 1.3 met 10 jaar wordt geheven:

2015

2016

468

€ 477

1.11 Voor het bedoelde in 1.1 t/m 1.10 geldt dat de uitgifte plaatsvindt op basis van beschikbaarheid per gekozen locatie.

Hoofdstuk 2 Begraven

2.1 Voor het begraven op maandag tot en met zaterdag, tussen 09.00 – 15.00 uur: van een overledene, zijnde een persoon van 12 jaar of ouder, wordt geheven:

2015

2016

1301

1327

2.2. Voor het begraven van een overledene, zijnde een doodgeboren kind of een kind beneden 12 jaar

wordt geheven:

2015

2016

447

455

2.3.1 Voor het begraven van overleden kinderen van meervoudige geboorten en het begraven in één kist, van overleden kinderen van meervoudige geboorten, kort na de geboorte overleden, wordt het recht geheven dat is vermeld in 2.2

2.3.2 Geen recht is verschuldigd voor kinderen die kort na de geboorte zijn overleden en

in een kist met hun overleden moeder worden begraven.  

  • 2.

    4 In het tarief zoals bedoeld in 2.1 en 2.2 is het aanbrengen van een tijdelijke grafmarkering, bestaande uit een plaatje met belettering van de overledene inbegrepen. Na een jaar of zodra een eigen gedenkteken wordt geplaatst, wordt het naambordje verwijderd.

  • 2.

    5 Voor het begraven op buitengewone uren wordt het tarief zoals bedoeld in 2.1 en 2.2 verhoogd met:

2.5.1 Begraven op maandag tot en met zaterdag vóór 9 uur ’s ochtends en ‘s middags na 15 uur betreft buitengewone uren en het recht wordt verhoogd met:

2015

2016

364

371

2.5.2 voor het begraven op zondag of algemeen erkende feestdagen, wordt het recht verhoogd

2015

2016

468

477

2.6 Voor het verhuur van de geluidsinstallatie voor gebruik op de begraafplaats (buiten) wordt geheven:

2015

2016

€ 62

€ 63

2.7 Bij de annulering van een begrafenis, de wijziging van het type graf of een wijziging van de begraafplaats en uitgaand van reeds verrichte werkzaamheden door de gemeente worden de volgende annuleringskosten in rekening gebracht:

2015

2016

437

445

2.8 Bij het niet tijdig verwijderen van grafbedekking op een eigen graf in geval van een bijzetting, zoals bedoeld in artikel 7 van de beheersverordening begraafplaatsen gemeente Zuidplas 2012 wordt geheven:

20 15

2016

€ 182

185

2.9 Voor het lichten van de deksel van een grafkelder ten behoeve van een begrafenis wordt geheven:

2015

2016

€ 489

498

Hoofdstuk 3 Asverstrooiingen en b ijzetten van asbussen en urnen

3.1 Voor het bijzetten van een asbus of urn wordt geheven:

3.1.1 in een urnennis:

2015

2016

€ 1 76

€ 179

3.1.2 in een eigen (urnen)graf:

2015

2016

€ 379

386

3.1.3 op een eigen (urnen)graf of in de urnentuin:

2015

2016

€ 182

€ 185

3.2 Voor het verstrooien van as in een eigen graf of een urnengraf zonder grafbedekking wordt een recht geheven van:

2015

2016

€ 228

232

3.3 Voor het verstrooien van as in een eigen graf met grafbedekking wordt een recht geheven van:

2 015

2016

€ 333

339

3.4 Voor het verstrooien van as op het daartoe aangewezen asverstrooiingsveld/ -plaats

wordt een recht geheven van

2015

2016

€ 224

€ 228

  • 3.

    5 Voor Asverstrooiing, het bijzetten van een asbus of urn geldt artikel 2.5.

  • 3.

    6 Voor het graveren en het plaatsen van een gedenkplaatje op een herdenkingszuil of het leveren van een gedenkplaatje met een aantal letters voor een urnengraf ondergronds in het grind wordt een recht geheven van:

2015

2016

240

244

Hoofdstuk 4 Onderhoud en grafbedekking

4.1 Voor het afgegeven van een vergunning ter zake van het plaatsen of vernieuwen van voorwerpen, bedoeld in artikel 16 van de beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Zuidplas 2012, wordt geheven per vergunning:

2015

2016

€ 104

€ 106

4.2 De verplichte onderhoudsbijdrage wordt als volgt geheven:

4.2.1 voor een eigen graf voor een periode van 20 jaar

2015

2016

1040

€ 1060

4.2.2 voor een algemeen graf voor een periode van 10 jaar

2015

2016

520

€ 530

4.2.3 voor een algemeen graf voor een periode van 15 jaar

2015

2016

€ 780

795

4.2.4 voor een kindergraf voor een periode van 10 jaar

2015

2016

€ 260

265

4.2.5 voor een kindergraf voor een periode van 20 jaar

2015

2016

520

€ 530

4.2.6 voor een urnengraf of een plek in de urnentuin voor een periode van 5 jaar

2015

2016

€ 182

€ 185

4.2.7 voor een urnennis voor een periode van 5 jaar

2015

2016

€ 156

€ 159

4.2.8 voor een urnennis in een kinderurnenmuur voor een periode van 5 jaar

2013

2016

€ 83

€ 84

4.2.9.voor een gedenkplaats voor een periode van 5 jaar

2015

2016

€ 182

185

4.2.10 Het verschuldigde bedrag aan onderhoudsbijdrage zoals bedoeld in 4.2.1 t/m 4.2.9 wordt bij de verlenging van een uitsluitend of gebruiksrecht bepaald naar rato.

  • 4.

    3 Bij afkoop van de onderhoudsbijdrage van graven die zijn uitgegeven voor 1 januari 2012 in een keer voor de resterende graftermijn wordt een korting van 50% toegepast.

  • 4.

    4 Het jaarlijks verschuldigde recht voor het onderhouden van een grafruimte betreffende de graven uitgeven vóór 1 januari 2012 bedraagt:

2015

2016

€ 47

€ 48

4.5 Het jaarlijks verschuldigde recht voor het onderhouden van een urnennis betreffende de urnennissen uitgeven vóór 1 januari 2012 bedraagt 75% van het bedoelde in 4.4

Hoofdstuk 5 Lijkschouwing

5.1 Voor het schouwen van een lijk door een gemeentelijk lijkschouwer

wordt geheven:

5.1.2 voor een lijkschouw op werkdagen tussen 06.00 en 22.00 uur

201 5

2016

€ 333

€ 339

5.1.3 voor een lijkschouw op werkdagen tussen 22.00 en 06.00 uur

2015

2016

€ 499

508

5.1.4 voor een lijkschouw op zaterdag en zondag en algemeen erkende

feestdagen of daarmee gelijk gestelde dagen

2015

2016

€ 499

€ 508

Hoofdstuk 6

Vervallen.

Hoofdstuk 7 Opgraven, ruimen, verstrooien

7.1 Voor het opgraven van een lijk wordt geheven:

2015

201 6

€ 624

€ 636

7.2 Voor het opgraven en weer opnieuw begraven in hetzelfde eigen graf (schudden van het graf op verzoek van de rechthebbende) wordt geheven:

2015

2016

€ 1306

€ 1332

7.3 Voor het na opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven:

2015

201 6

€ 1144

€ 1166

7.4 Voor het opgraven of verwijderen van een asbus wordt geheven

7.4.1 uit een urnengraf

2015

2016

€ 312

€ 318

7.4.2 uit een eigen urnennis

2015

2016

€ 94

€ 95

7.4.3 bij het weer terugplaatsen van de asbus wordt geheven

2015

2016

€ 67

68

7.5 Voor het na ruiming van een graf afzonderen van de overblijfselen van een lijk ten behoeve van crematie wordt geheven

2015

2016

€ 2 75

280

7.6 Voor het ruimen van een kompleet graf op verzoek van de rechthebbende wordt geheven:

2015

2016

€ 1 353

€ 1380

Hoofdstuk 8 Overige heffingen

8.1 Voor het luiden van de klok wordt geheven:

2015

2016

€ 32

€ 32

8.2 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een zogeheten Laissez-passer voor lijken, als bedoeld in de Overeenkomst inzake het vervoer van lijken, wordt geheven:

2015

2016

€ 32

€ 32

8.3 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot uitstel tot verlof om te begraven, als bedoeld in artikel 11 van de Wet op de lijkbezorging, wordt geheven:

2015

2016

€ 13

€ 13

Behorende bij raadsbesluit van 3 november 2015.

De griffier van de gemeente Zuidplas,

P.van Vugt

Toelichting

A Algemeen

1 Wettelijke basis

De lijkbezorgingsrechten worden geheven op basis van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet.

De verschillende rechten dragen zowel kenmerken van gebruik- als genotsretributies in zich en op sommige punten hebben de rechten kenmerken van leges (overigens een begrip dat vanaf de inwerkingtreding van de Wet materiële belastingbepalingen niet meer in de Gemeentewet voorkomt). Gebruiksretributies worden geheven voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, -inrichtingen of -werken. Enkele voorbeelden zijn: het gebruik van de aula, de rouwkamer etc. Genotsretributies zijn rechten ter zake van het genot van door of vanwege de gemeente verleende diensten. Op grond van de bij de verordening lijkbezorgingsrechten behorende tarieventabel kan bijvoorbeeld voor de volgende diensten worden geheven: lijkschouwing, begraven, cremeren, bespelen van het orgel etcetera.

Sommige rechten, zoals het recht voor het inschrijven of overboeken van graven, hebben het karakter van leges. Ondanks dat karakter zijn uit een oogpunt van overzichtelijkheid, die rechten opgenomen in de verordening lijkbezorgingsrechten. Daardoor worden alle heffingen voor het gebruik van de begraafplaats en/of het crematorium en voor de daarmee samenhangende diensten in één verordening geregeld.

B. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de verordening voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1. De begripsomschrijvingen zijn identiek aan de omschrijving van gelijkluidende begrippen in de beheersverordening begraafplaatsen. Dat is van belang voor een eenduidige uitleg van beide verordeningen. Als de verordening op meer dan één begraafplaats of crematorium van toepassing is, dienen alle begraafplaatsen of crematoria in de verordening te worden genoemd.

Artikel 2 Belastbaar feit

De verordening kent zeer uiteenlopende diensten waarvoor rechten worden geheven. Er is voor gekozen om in artikel 2 een zeer algemene omschrijving van het belastbaar feit op te nemen. Naast deze algemene omschrijving is voor iedere dienst afzonderlijk een verdere omschrijving van het belastbare feit opgenomen in de tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Vanwege het uiteenlopende karakter van de verschillende diensten is gekozen voor een ruime omschrijving van de belastingplicht om te voorkomen dat in bepaalde situaties geen belastingplichtige aangewezen zou kunnen worden.

Aannemelijk is dat de aanvrager van het gebruik van de begraafplaats en van de diensten, verleend bij het begraven, belastingplichtig is. De kring van belastingplichtigen omvat onder meer de erfgenamen en andere nabestaanden, uitvaartondernemers en instellingen van weldadigheid welke zich, behoudens vrijstelling ter zake, belasten met lijkbezorging.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

Tarieventabel

Voor de maatstaf van heffing en de belastingtarieven is verwezen naar de tarieventabel.

Lijkbezorging op kosten van de gemeente

In artikel 21 van de Wet op de lijkbezorging is bepaald dat indien niemand voorziet in de lijkschouwing en lijkbezorging, de burgemeester daarvoor zorg draagt. De kosten daarvan komen als gevolg van artikel 22 van de Wet op de lijkbezorging ten laste van de gemeente. De gemeente heeft verschillende mogelijkheden om deze kosten te dekken. Zij kan de opbrengst van de goederen die bij een lijk worden aangetroffen hiervoor aanwenden. Zij heeft ook de mogelijkheid om de kosten te verhalen op de nalatenschap en, bij ongenoegzaamheid van deze, op de bloed- en aanverwanten die op grond van de artikelen 392-396 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest. Soms kan op grond van artikel 416 van het Wetboek van Koophandel bij uit zee opgehaalde of aangespoelde lijken verhaal op een reder plaatsvinden. Paragraaf 6.5 van de Participatiewet is voor zover mogelijk met betrekking tot het kostenverhaal van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Belastingjaar

Eerste lid

Voor zover in de verordening tarieven zijn opgenomen die per jaar worden geheven is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. Het betreft hier de rechten voor onderhoud van een particulier graf, van een particulier urnengraf, van een particuliere urnennis of van een particuliere gedenk- of verstrooiingsplaats en van grafbedekking.

Tweede lid

Het tweede lid bepaalt dat als onderhoudsrechten worden afgekocht het belastingtijdvak gelijk is aan de periode waarvoor wordt afgekocht. De regeling heeft daarmee een fiscaal gelegitimeerd karakter. Men kan hier immers niet spreken van een vooruitbetaling van onderhoudsrechten, omdat in het fiscale geen betaling mogelijk is voor belastbare feiten die zich kunnen voordoen in belastingtijdvakken die nog niet zijn aangevangen. Daarom was een regeling noodzakelijk waarin het belastingtijdvak wordt afgestemd op de periode waarvoor wordt afgekocht.

Artikel 6 Wijze van heffing

Gekozen is voor een heffing bij wege van aanslag.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld

Blijkens de redactie van het eerste lid zijn de rechten verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of bij het begin van de belastingplicht, zo dit later is.

Daarmee ontstaat bij tijdvakheffingen de materiële belastingschuld niet pas aan het einde van het belastingjaar, maar al bij het begin ervan. De belastingschuld kan dan in de loop van het belastingjaar worden geformaliseerd. Aangezien de materiële belastingschuld in beginsel ontstaat bij het begin van het belastingjaar, zijn tariefverhogingen in de loop van het belastingjaar niet mogelijk.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

De overige rechten van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening dan wel bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Dit betekent dat op dat moment tot heffing kan worden overgegaan.

Artikel 9 Termijnen van betaling

Artikel 9 van de Invorderingswet 1990 geeft een wettelijke regeling over de betaaltermijnen. Op grond van artikel 250 van de Gemeentewet is hiervan in de verordening afgeweken.

Artikel 10 Kwijtschelding

Kwijtschelding van lijkbezorgingsrechten vindt niet plaats, maar is juridisch wel mogelijk. De betaling zal in de meeste gevallen geen problemen geven omdat veel mensen een begrafenis-/overlijdensrisicoverzekering hebben. Ook is terugval op de Wet werk en bijstand (WWB) mogelijk.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Met betrekking tot de lijkbezorgingsrechten heeft het college van burgemeester en wethouders geen nadere regels als bedoeld in dit artikel vastgesteld.

Artikel 12 Overgangsrecht

Als een verordening wordt gewijzigd of een vervangende verordening wordt vastgesteld, verdient het aanbeveling eerbiedigende werking aan de oude verordening te geven. Dit houdt in dat de verordening die wordt ingetrokken, van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór de datum van ingang van de heffing van de nieuwe verordening hebben voorgedaan. Voor die belastbare feiten blijft heffing dus mogelijk op basis van de oude verordening, ook al is die verordening ingetrokken

Artikel 13 Inwerkingtreding

Het inwerkingtredingartikel in de gemeentelijke belastingverordeningen bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel regelt de inwerkingtreding, het tweede onderdeel bepaalt de datum van ingang van de heffing.

Artikel 14 Citeertitel

Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening.

Inhoudsopgave


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl