﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-126751/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>GEMEENTEBLAD</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van gemeente 's-Hertogenbosch.</subtitel>
  </kop>
  <gemeenteblad>
    <kop>
      <titel>Algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch 2016</titel>
    </kop>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De gemeenteraad heeft op 15 december 2015 de Algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch 2016 vastgesteld. In de verordening zijn o.a. bepalingen opgenomen met betrekking tot staatssteun, social return en de Verklaring omtrent gedrag (VOG). De verordening treedt in werking op 1 januari 2016 en is terug te vinden op www.s-hertogenbosch.nl onder “Stad en bestuur”, “bestuur” , “verordeningen en beleid”.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel />
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al />
            <al>De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch in zijn openbare vergadering van 15 december 2015;</al>
            <al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2015 2015, </al>
            <al>regnr. 5239823;</al>
            <al>gelet op artikel 149 Gemeentewet;</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Besluit</nadruk>
            </al>
            <al>De Algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch 2016 vast te stellen. </al>
            <al />
            <al>'s-Hertogenbosch,</al>
            <al>De gemeenteraad voornoemd,</al>
            <al>De griffier, De voorzitter,</al>
            <al>drs. W.G. Amesz mr. dr. A.G.J.M. Rombouts</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>Raad: raad van de gemeente ‘s-Hertogenbosch</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door het gemeentebestuur verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan betaling voor aan het gemeentebestuur geleverde goederen of diensten. De gemeente ’s-Hertogenbosch onderscheidt twee typen subsidies:</al>
                <lijst>
                  <li>
                    <li.nr>-</li.nr>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Eenmalige subsidie:</nadruk> subsidie ten behoeve van eenmalige projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken.</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>-</li.nr>
                    <al>
                      <nadruk type="cur">Jaarlijkse subsidie:</nadruk> subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>Subsidiebeschikking: het besluit waarmee een subsidie wordt verleend, gewijzigd, ingetrokken, geweigerd of vastgesteld;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 1992, 315, zoals nadien gewijzigd)</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>f.</li.nr>
                <al>Aanvrager: een (rechts-)persoon die een schriftelijk verzoek indient om subsidie te verkrijgen;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>g.</li.nr>
                <al>Boekjaar: het kalenderjaar, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij subsidieverlening anders is bepaald.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>h.</li.nr>
                <al>Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een boekjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>g.</li.nr>
                <al>Jaarverslag: een verslag dan wel een jaarverslag dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de activiteiten en resultaten en een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en ene toelichting op de verschillen.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>i.</li.nr>
                <al>Jaarrekening: een financiële verantwoording van de verrichte activiteiten. Deze financiële verantwoording bestaat uit een balans met toelichting en een exploitatierekening met toelichting. De financiële verantwoording moet voldoen aan het gestelde in het Burgerlijk Wetboek boek 2 Titel 9.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>j.</li.nr>
                <al>Social return: het opnemen van sociale voorwaarden bij subsidieverlening zodat de subsidieontvanger een bijdrage levert aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van het bevorderen van werkgelegenheid van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>k.</li.nr>
                <al>algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>l.</li.nr>
                <al>de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>m.</li.nr>
                <al>Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>n.</li.nr>
                <al>onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>o.</li.nr>
                <al>VOG: Verklaring omtrent gedrag.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Reikwijdte verordening</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Op basis van de volgende beleidsprogramma’s kan subsidie worden verstrekt:</al>
                </li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>Bestuursorganen en –ondersteuning</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>Dienstverlening</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>Sociale verbanden</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>Gezondheid</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>Veiligheid</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>Leren en opgroeien</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g.</li.nr>
                  <al>Cultureel klimaat</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>h.</li.nr>
                  <al>Wonen en werkomgeving</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>i.</li.nr>
                  <al>Bereikbare stad</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>j.</li.nr>
                  <al>Sport en recreatie</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>k.</li.nr>
                  <al>Milieurespecterende ontwikkelingen</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>l.</li.nr>
                  <al>Cultuurhistorische kwaliteit</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>m.</li.nr>
                  <al>Ruimte voor bedrijvigheid</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>n.</li.nr>
                  <al>Werk en inkomen</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsprogramma, zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Bevoegdheid college</titel>
            </kop>
            <al>Het college is met inachtneming van hetgeen in deze verordening is bepaald bevoegd tot het verstrekken van subsidie. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Europees steunkader</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>5.</li.nr>
                  <al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>De raad kan, jaarlijks bij de vaststelling van de begroting, besluiten tot het instellen van subsidieplafond(s). Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag. </al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Het college kan daar een formulier voor beschikbaar stellen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Bij de aanvraag om subsidie legt de aanvrager de volgende gegevens over:</al>
                </li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op de door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>als de aanvrager een onderneming is:</al>
                  <lijst>
                    <li>
                      <li.nr>i.</li.nr>
                      <al>een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm dan ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>ii.</li.nr>
                      <al>Een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring).</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>Indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>Onverminderd hetgeen daartoe in de Awb is bepaald is het college bevoegd ook meer of minder gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag nodig zijn.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>5.</li.nr>
                  <al>Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. </al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Aanvraagtermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>In afwijking van het eerste lid dienen nieuwe of hogere subsidieaanvragen dan het vorige boekjaar uiterlijk 1 februari voorafgaand aan dat boekjaar te worden ingediend.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt uiterlijk twee maanden voor de aanvang van de activiteit, waarvoor de subsidie is aangevraagd, ingediend.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningstermijn voor het aanvragen van de subsidie.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Het college beslist in beginsel op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie, wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het college de subsidie in ieder geval:</al>
                </li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:</al>
                </li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente ’s-Hertogenbosch of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g.</li.nr>
                  <al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. </al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Verklaring omtrent gedrag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Het college kan aan een aanvrager van een subsidie die tot doel heeft activiteiten met, voor of door personen in de leeftijd tot 18 jaar te organiseren, vragen een VOG te overleggen. Deze VOG kan bij de gemeente ’s-Hertogenbosch aangevraagd worden. De gemeente neemt de kosten van de VOG voor haar rekening indien de subsidie wordt toegekend<nadruk type="cur">. </nadruk>Indien een VOG niet wordt overlegd of negatief uitvalt wordt geen subsidie toegekend.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Een te overleggen VOG mag niet ouder dan 2 jaar zijn. </al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>De VOG dient overlegd te worden door alle bestuursleden en uitvoerenden van de organisatie die met de in lid 1 genoemde personen werken.  </al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>Verlening subsidie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording plaats vindt.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Betaling en bevoorschotting</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, kan de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaatsvinden.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, kan 100% bevoorschot worden.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat onverwijld aan het college. </al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Een subsidie-ontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:</al>
                </li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>Beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>Relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; </al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>De mededeling als bedoeld in het eerste lid bevat tevens een omschrijving van de reden. </al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Bij subsidies hoger dan € 50.000,- verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Bij subsidies van meer dan € 50.000 behoeft de subsidieontvanger de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Awb.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>Het niet of niet tijdig voldoen aan de mededelingsplicht als neergelegd in artikel 13 en/of de overige verplichtingen als neergelegd in dit artikel kunnen leiden tot het lager vaststellen van subsidie, het intrekken, het terugvorderen, het stopzetten van bevoorschotting, dan wel het verrekenen van subsidie.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>5.</li.nr>
                  <al>Bij subsidies van meer dan € 50.000,= is de subsidieontvanger verplicht in de jaarrekening beloningen van medewerkers, inclusief directie en externe inhuur, op te nemen indien deze hoger zijn dan de wettelijke salarisnorm, zoals geregeld in de Wet normering topinkomens. Bij overschrijding van deze landelijke salarisnorm kan het in de verleningsbeschikking genoemde subsidiebedrag bij de subsidievaststelling worden verminderd. </al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Niet doelgebonden verplichtingen ex artikel 4:39 Awb</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Het college kan een verplichting tot social return opleggen bij subsidies hoger dan € 50.000,- maar lager dan de geldende Europese drempelwaarde voor overheidsopdrachten op het gebied van Leveringen en Diensten.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Het college legt een verplichting tot social return op bij subsidies vanaf de grens van de geldende Europese drempelwaarde voor overheidsopdrachten op het gebied van Leveringen en Diensten.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Het niet of niet tijdig voldoen aan de in dit artikel genoemde verplichting tot social return kan leiden tot het lager vaststellen van subsidie, het intrekken, het terugvorderen, het stopzetten van de bevoorschotting, dan wel het verrekenen van subsidie.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>Op de invulling van de social return verplichting zijn de Beleids- en Uitvoeringsregels Social Return gemeente ’s-Hertogenbosch van toepassing.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16.</nr>
              <titel>Subsidies tot en met € 5.000,-</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Subsidies tot en met € 5.000,- worden door het college:</al>
                </li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>Direct vastgesteld of</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>Ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. </al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17.</nr>
              <titel>Subsidies van meer dan € 5.000,- tot en met € 50.000,-</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000, maar minder dan € 50.001, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18.</nr>
              <titel>Subsidies van meer dan € 50.000</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Indien de subsidieverlening hoger is dan € 50.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>a.</lidnr>
              <al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>b.</lidnr>
              <al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>c.</lidnr>
              <al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>d.</lidnr>
              <al>een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19.</nr>
              <titel>Subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste <nadruk type="vet">vier</nadruk> weken worden verdaagd.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie ene langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>4.</li.nr>
                  <al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>5.</li.nr>
                  <al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemde tijdstip is ontvangen, kan het college de subsidie-ontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend, dan kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20.</nr>
              <titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>1.</li.nr>
                  <al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>2.</li.nr>
                  <al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr />
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>3.</li.nr>
                  <al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21.</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22.</nr>
              <titel>Slotbepalingen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>1.</li.nr>
                <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>2.</li.nr>
                <al>Op de dag van de inwerkingtreding wordt de Algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch die op 4 september 2012 is vastgesteld, ingetrokken.</al>
              </li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>3.</li.nr>
                <al>Aanvragen die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden afgedaan volgens de bepalingen van de in lid 2 genoemde verordening.</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>4.</li.nr>
                <al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch 2016.</al>
              </li>
            </lijst>
            <al />
            <al>De gemeenteraad voornoemd,</al>
            <al>De griffier,</al>
            <al>drs. W. Amesz</al>
            <al>De voorzitter,</al>
            <al>mr.drs. A.G.J.M. Rombouts</al>
            <al>
              <nadruk type="vet" />
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Artikelsgewijze toelichting behorend bij de Algemene subsidieverordening </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">’s-Hertogenbosch 2016</nadruk>
            </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>Aan dit artikel zijn definities toegevoegd met betrekking tot social return, staatssteun en verklaring omtrent gedrag. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Europees steunkader</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel is ingevoegd in verband met het “staatssteunproof” maken van onze subsidieprocedure. Dit artikel moet sturing geven aan het toesnijden van subsidies op de toepasselijke Europese steunkaders. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
            </kop>
            <al>In verband met het staatssteunproof maken zijn twee extra vereisten opgenomen voor ondernemingen: een overzicht van verkregen steun, een de-minimisverklaring. Daarmee kan getoetst worden of verlening van de subsidie leidt tot (on)toelaatbare cumulatie of tot steun voor een bedrag dat hoger is dan toegestaan volgens de de-minimisverordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <al>Lid 3 is toegevoegd in verband met het staatssteunproof maken van onze subsidieprocedure.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel>
            </kop>
            <al>Er zijn verschillende weigeringsgronden toegevoegd, omdat daar in de praktijk behoefte aan beleek te zijn of omdat dit in het kader van het staatssteunproof maken nodig was. Ook is er onderscheid gemaakt tussen verplichte en facultatieve weigeringsgronden. In verband met het staatssteunproof maken is tevens een terugvorderingsgrond opgenomen. </al>
            <al>De weigerings- en intrekkingsgrond met betrekking tot de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen (Bibob) is in dit artikel opgenomen. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Verklaring omtrent gedrag</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan aan een organisatie die gesubsidieerd wordt en met kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar werkt, een verklaring omtrent gedrag vragen van de personen die met deze doelgroep werken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Niet-doelgebonden verplichtingen ex artikel 4:39 Awb</titel>
            </kop>
            <al>Met deze wijziging van de Algemene subsidieverordening wordt volledige aansluiting gezocht bij het gemeentelijk beleid inzake aanbestedingen en social return.</al>
            <al>Bij “social return” gaat het erom, dat een subsidie die de gemeente verleent, naast het “gewone” rendement ook een concrete sociale winst (return) oplevert. ’s-Hertogenbosch is een economisch sterke en bedrijvige stad, waar iedereen die kan werken ook een kans moet krijgen om aan de slag te gaan. Met social return levert de subsidieontvanger daar een bijdrage aan.</al>
            <al>Bij aanbestedingen en subsidieverlening moet social return als eis worden meegenomen bij alle opdrachten met een waarde groter dan (thans) € 207.000,- exclusief BTW. De drempel voor social return is gekoppeld aan de drempel voor Europees aanbesteden van leveringen en diensten. De “coördinator social return”, gepositioneerd bij Weener XL, ondersteunt de opdrachtgever bij het vormgeven van een passende opgave van de social return verplichting en toetst ook of aan de verplichting wordt voldaan.</al>
            <al>Bij repeterende opdrachten en subsidies tussen de € 50.000,- en de geldende Europese drempelwaarde voor overheidsopdrachten op het gebied van Leveringen en Diensten wordt door middel van spend-analyses de mogelijkheid voor een verplichting tot social return onderzocht.</al>
            <al>Bij het niet voldoen aan de social return verplichting bij aanbestedingen en subsidieverlening wordt een boete opgelegd.</al>
            <al>De invulling van de social return verplichting hoeft niet meer gekoppeld te worden aan de soort opdracht en de duur van het contract/de opdracht. Social return hoeft dus ook niet meteen het in dienst nemen van een persoon met een afstand tot de arbeidsmarkt te zijn: elke prestatie die ten goede komt aan de ontwikkeling van deze doelgroep en die de kansen op werk vergroot, telt. Creatieve invulling van social return door een opdrachtnemer wordt daardoor mogelijk.</al>
            <al>Door de Beleids- en Uitvoeringsregels Social Return van toepassing te verklaren ontstaat er een eenduidige werkwijze voor wat betreft de doelgroep, opdrachtwaarde (het percentage van de opdracht/subsidie dat moet worden ingezet voor social return), invulmogelijkheden, monitoring en uitvoering.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19.</nr>
              <titel>Subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <al>In lid 2 wordt de mogelijkheid gecreëerd om de termijn voor het vaststellen van de subsidie met een periode van vier weken te verdagen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20.</nr>
              <titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel is opgenomen in verband met het staatssteunproof maken van onze subsidieprocedure.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </gemeenteblad>
</officiele-publicatie>