﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-79126/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>GEMEENTEBLAD</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van gemeente Pijnacker-Nootdorp.</subtitel>
  </kop>
  <gemeenteblad>
    <kop>
      <titel>Pijnacker-Nootdorp - Algemene subsidieverordening Pijnacker-Nootdorp 2015    </titel>
    </kop>
    <regeling>
      <aanhef>
        <wie>De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;</wie>
        <preambule>
          <al>gezien het voorstel van het college van 18 november 2014; </al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;</al>
        </preambule>
        <afkondiging>
          <al>
            <nadruk type="vet">besluit</nadruk>: vast te stellen de Algemene subsidieverordening Pijnacker-Nootdorp 2015:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>a.</li.nr>
              <al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>b.</li.nr>
              <al>algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L 214/3), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>c.</li.nr>
              <al>bestemmingsreserve: een reserve waaraan een concrete bestemming is verbonden;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>d.</li.nr>
              <al>duurzame roerende goederen: roerende goederen die bestemd zijn om gedurende meerdere jaren te worden gebruikt voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>e.</li.nr>
              <al>de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>f.</li.nr>
              <al>egalisatiereserve: een reserve bedoeld voor het dekken van exploitatierisico’s;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>g.</li.nr>
              <al>Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>h.</li.nr>
              <al>instelling: elke organisatie, niet zijnde een publiekrechtelijke instantie, die zich ten doel stelt zonder winstoogmerk activiteiten of prestaties te verrichten of producten te leveren waarvan het gemeentebestuur de ideële of materiële waarde voor de inwoners van Pijnacker-Nootdorp erkent;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>i.</li.nr>
              <al>onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>j.</li.nr>
              <al>subsidiejaar: het kalender- of boekjaar waarover subsidie wordt verstrekt;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>k.</li.nr>
              <al>subsidieontvanger: instelling met rechtspersoonlijkheid waaraan door het bestuursorgaan subsidie wordt verstrekt;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>l.</li.nr>
              <al>vervangingsreserve: een reserve gevormd uit afschrijvingen en bedoeld voor de vervanging van onroerende en duurzame roerende goederen;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>m.</li.nr>
              <al>stimuleringsfonds particulier initiatief: het fonds waaruit activiteiten in het particulier initiatief door de gemeente worden ondersteund op basis van criteria;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>n.</li.nr>
              <al>Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Reikwijdte</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Indien de subsidieregeling subsidies betreft aan particulieren niet-ondernemingen worden die regelingen benoemd in artikel 3.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In afwijking van het derde lid, stelt de raad het subsidiebeleidskader maatschappelijke voorzieningen als mede het Stimuleringsfonds particulier initiatief vast.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Indien burgemeester en wethouders subsidie verstrekken waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van extern door de gemeente ontvangen subsidiegelden, is deze verordening niet van toepassing maar de regelgeving van de externe subsidieverstrekker. In gevallen waarin de regelgeving van de externe subsidieverstrekker niet voorziet, is deze verordening van toepassing.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Subsidies aan particulieren niet-ondernemingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De raad stelt in het subsidiebeleidskader vast welke activiteiten op het terrein van maatschappelijke voorzieningen in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De raad stelt bij nadere regeling algemene criteria, doelgroepen, uitgangspunten, toetsingscriteria, indieningstermijn en wegingsfactoren vast ten behoeve van het stimuleringsfonds particulier initiatief.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders stellen in de Subsidieverordening oud papier en karton vast wie in aanmerking kunnen komen voor subsidie voor de inzameling van oud-papier en karton.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Europees steunkader</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Voor zover dat voor het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De raad stelt subsidieplafonds vast.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De raad kan een subsidieplafond verlagen:</al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Aanvraag</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>1.</li.nr>
              <al>Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:</al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de doelen en resultaten die met deze activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>als de aanvrager een onderneming is:</al>
                  <lijst>
                    <li>
                      <li.nr>1°</li.nr>
                      <al>een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>2°</li.nr>
                      <al>een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring);</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li>
              <li.nr>3.</li.nr>
              <al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>4.</li.nr>
              <al>Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Aanvraagtermijn</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft ingediend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, dient uiterlijk acht weken voorafgaand aan dat boekjaar te worden ingediend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Andere aanvragen om subsidie dienen minimaal acht weken voordat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd aanvangen, te worden ingediend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien een aanvraag na de in dit artikel genoemde datum of termijnen wordt ingediend, besluiten burgemeester en wethouders de aanvraag niet te behandelen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Beslistermijn</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen acht weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De termijn als genoemd in het tweede lid kan eenmaal voor ten hoogste vijf weken worden verdaagd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9.</nr>
            <titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval:</al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren:</al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>als de te subsidiëren activiteiten niet gericht zijn op of onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>f.</li.nr>
                <al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>g.</li.nr>
                <al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10.</nr>
            <titel>Verantwoording</titel>
          </kop>
          <al>Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11.</nr>
            <titel>Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen wordt voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan burgemeester en wethouders.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over:</al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel kunnen worden nagekomen;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12.</nr>
            <titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13.</nr>
            <titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Subsidies tot en met € 10.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen twaalf weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen twaalf weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 10.000 wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14.</nr>
            <titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 10.000 en € 50.000</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Bij subsidies van meer dan € 10.000 maar ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk twaalf weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De aanvraag bevat:</al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15.</nr>
            <titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: </al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 17 weken na afloop van het betrokken boekjaar;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>in andere gevallen uiterlijk 17 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De aanvraag bevat:</al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16.</nr>
            <titel>Subsidievaststelling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen dertien weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste vijf weken worden verdaagd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17.</nr>
            <titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18.</nr>
            <titel>Egalisatiereserve</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Indien een instelling in enig jaar meer inkomsten dan uitgaven heeft, dienen de overschotten gestort te worden in een egalisatiereserve.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De hoogte van de egalisatiereserve mag niet meer bedragen dan 20% van de totale inkomsten van de instelling in het subsidiejaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien de hoogte van de egalisatiereserve de in het tweede lid genoemde 20% overschrijdt, zal de subsidie bij de vaststelling als bedoeld in artikel 16 naar evenredigheid worden verlaagd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het in het tweede lid genoemde percentage indien het bedrijfsrisico naar hun oordeel hiertoe aanleiding geeft.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19.</nr>
            <titel>Bestemmingsreserves</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een instelling die een bestemmingsreserve wil vormen dient hiervoor vooraf schriftelijk toestemming te vragen aan burgemeester en wethouders.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een verzoek tot het vormen van een bestemmingsreserve gaat vergezeld van:</al>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>een omschrijving van het doel van de reserve;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>een meerjarig investeringsplan of onderhoudsplan.</al>
              </li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20.</nr>
            <titel>Liquidatiesaldo</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De bestemming van een eventueel batig liquidatiesaldo bij ontbinding van een subsidieontvanger behoeft de voorafgaande goedkeuring van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders houden daarbij rekening met de herkomst en samenstelling van het liquidatiesaldo.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders nemen een besluit binnen acht weken na ontvangst van het voorstel van de instelling.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Indien burgemeester en wethouders het voorstel van de instelling afwijzen, geven zij tevens een aanwijzing met betrekking tot de gewenste bestemming.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de instelling binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn geen gevolg geeft aan de aanwijzing, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat gehele of gedeeltelijke storting in de gemeentekas plaatsvindt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Voor het bepalen van het aan de gemeente terug te betalen deel van het liquidatiesaldo, wordt uitgegaan van de verhouding tussen de jaarlijks verstrekte subsidie en de totale inkomsten gedurende de drie jaar voorafgaand aan de liquidatie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr> 6. </lidnr>
            <al>Bij het vaststellen of wijzigen van de statuten van de instelling wordt rekening gehouden met het bepaalde in het eerste lid.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>21.</nr>
            <titel>Hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>22.</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>1.</li.nr>
              <al>De Algemene Subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2004, vastgesteld op 22 mei 2003 en nadien tweemaal gewijzigd, wordt ingetrokken.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>3.</li.nr>
              <al>Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2004 van toepassing.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>4.</li.nr>
              <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2015.</al>
            </li>
          </lijst>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <datum isodatum="">Vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2014 </datum>
          </dagtekening>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>de griffier,</functie>
          <naam>
            <voornaam>drs. S.G.W.M.<?start?></voornaam>
            <achternaam>Heerdink </achternaam>
          </naam>
          <functie>de voorzitter,</functie>
          <naam>
            <voornaam>mw. F. </voornaam>
            <achternaam>Ravestein</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </gemeenteblad>
</officiele-publicatie>