﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-16223/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>GEMEENTEBLAD</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van gemeente De Friese Meren.</subtitel>
  </kop>
  <gemeenteblad>
    <kop>
      <titel>Algemene subsidieverordening De Friese Meren 2014</titel>
    </kop>
    <regeling>
      <aanhef />
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel />
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>De raad van de gemeente De Friese Meren;</al>
            <al />
            <tussenkop />
            <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 februari 2014, nummer 2014/038;</al>
            <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al>
            <al>gezien het advies van de commissie samenleving;</al>
            <al />
            <tussenkop />
            <al>besluit vast te stellen:</al>
            <al />
            <tussenkop />
            <al>de Algemene subsidieverordening De Friese Meren 2014</al>
            <tussenkop />
            <tussenkop />
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <table>
              <tgroup cols="2">
                <colspec colname="col1" colwidth="48*" align="left" />
                <colspec colname="col2" colwidth="52*" />
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1" namest="col1" nameend="col2">
                      <al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1" valign="top" align="left">
                      <al>-algemene groepsvrijstellingsverordening:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>-de-minimisverordening:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>-Europees steunkader:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>-onderneming:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>-Verdrag:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie;</al>
                      <al />
                      <tussenkop />
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>- Social Return:</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>heeft als doel een bijdrage te leveren aan het vergroten van de arbeidsparticipatie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.</al>
                      <al />
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Reikwijdte</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Subsidieregelingen</titel>
            </kop>
            <al>Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. </al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Europees steunkader</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De raad stelt subsidieplafonds vast.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>De raad kan een subsidieplafond verlagen:</al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: </al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>als de aanvrager een onderneming is:</al>
                  <lijst>
                    <li>
                      <li.nr>i.</li.nr>
                      <al>een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>ii</li.nr>
                      <al>een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring);</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Aanvraagtermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval:</al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren:</al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g.</li.nr>
                  <al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>Verantwoording</titel>
            </kop>
            <al>Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidie-ontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat onverwijld aan burgemeester en wethouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Een subsidie-ontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: </al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.</al>
                  <al />
                  <tussenkop />
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12a.</nr>
              <titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
            </kop>
            <al>
              <nadruk type="vet">Social</nadruk>
              <nadruk type="vet"> ret</nadruk>
              <nadruk type="vet">urn</nadruk>
            </al>
            <al>Voor subsidies hoger dan € 50.000 is het de subsidieontvanger verplicht in het beleidsplan op te nemen op welke wijze de organisatie invulling geeft aan social return. </al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Subsidies tot en met € 10.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 10.000 wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 10.001 en € 50.000</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij subsidies tussen € 10.001 en € 50.000 dient de subsidie-ontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De aanvraag bevat een financieel en inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidie-ontvanger een aanvraag tot vaststelling in: </al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De aanvraag bevat: </al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>een samenstellingsverklaring voor subsidies tussen € 50.000 en € 200.000, opgesteld door een onafhankelijk accountant.</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>een accountantsverklaring (controleverklaring) voor subsidies hoger dan € 200.000. De accountantsverklaring geeft een oordeel van de jaarrekening van de grootte en de samenstelling van het vermogen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16.</nr>
              <titel>Subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 13 weken worden verdaagd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidie-ontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidie-ontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17.</nr>
              <titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. </al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18.</nr>
              <titel>Overschotten en reservevorming</titel>
            </kop>
            <al>De subsidieontvanger en het college maken in het geval van overschotten afspraken over de hoogte en de besteding van de reserveringen. </al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19.</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al>
              <al />
              <tussenkop />
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20.</nr>
              <titel>Vervallen verklaren oude regelingen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>De Algemene subsidieverordening Boarnsterhim 2012, vastgesteld door de raad van de gemeente Boarnsterhim op 20 december 2011, voor het gebied dat tot de gemeente De Friese Meren behoort;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>de Algemene subsidieverordening Gaasterlân-Sleat, vastgesteld door de raad van de gemeente Gaasterlân-Sleat, vastgesteld door de raad van de gemeente Gaasterlân-Sleat op 15 februari 2011;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>de Algemene subsidieverordening Lemsterland, vastgesteld door de raad van de gemeente Lemsterland op 18 februari 2010;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>de Algemene subsidieverordening Skarsterlân, vastgesteld door de raad van de gemeente Skarsterlân op 30 juni 2010, voor het gebied dat tot de gemeente De Friese Meren behoort,</al>
              </li>
            </lijst>
            <al>worden vervallen verklaard.</al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21.</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Boarnsterhim, Algemene Subsidieverordening Lemsterland, Algemene Subsidieverordening Gaasterlân-Sleat en Algemene Subsidieverordening Skarsterlân van toepassing.</al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>22.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2014. </al>
            <al />
            <tussenkop />
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>23.</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening De Friese Meren 2014.</al>
            <al />
            <tussenkop />
            <tussenkop />
            <al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 maart 2014.</al>
            <al />
            <tussenkop />
            <table>
              <tgroup cols="2">
                <colspec colname="col1" colwidth="50*" />
                <colspec colname="col2" colwidth="50*" />
                <tbody>
                  <row>
                    <entry colname="col1">
                      <al>de griffier</al>
                    </entry>
                    <entry colname="col2">
                      <al>de voorzitter</al>
                      <al />
                      <tussenkop />
                      <tussenkop />
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting</titel>
        </kop>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Inleiding</titel>
          </kop>
          <al>Het doel van de Toelichting Algemene Subsidieverordening De Friese Meren 2014 (hierna: ASV) is, na een korte algemene inleiding een artikelsgewijze uitleg te geven.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <al>Bij het opstellen van de ASV is uitgegaan van het wettelijk systeem in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het wettelijk systeem gaat uit van de drie rechtsmomenten: subsidieverlening, subsidievaststelling en betaling. </al>
          <al>De verordening is overwegend van procedurele aard. De bevoegdheid tot subsidieregelgeving op detailniveau wordt aan het college toegedeeld. De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de middelen en geeft sturing via programmabegroting. </al>
          <al>Het college gaat uit van regeldrukvermindering. In de verordening is uitgegaan van de gedachte dat de aanvrager, afhankelijk van het te verlenen bedrag, een vereenvoudigde procedure volgt. Hiermee wordt beoogd de regeldruk te verminderen. Daarbij is ‘vertrouwen’ het uitgangspunt. </al>
        </divisie>
        <tussenkop />
        <al />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 1. Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>Ten opzichte van de oude subsidieverordeningen zijn de begripsbepalingen ingekort.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 2. Reikwijdte</titel>
          </kop>
          <al>Dit betreft in beginsel alle subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies waar overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen wettelijke grondslag nodig is.</al>
          <al>Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld incidentele subsidies) is de ASV in beginsel niet van toepassing. Dit lid geeft het college de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te verklaren als daartoe aanleiding bestaat. </al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 3. Subsidieregelingen</titel>
          </kop>
          <al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, hier en verder subsidieregeling genoemd, de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Voor zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van uitbetalen, dient dit eveneens in de subsidieregeling te gebeuren. </al>
          <al>In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de wijze van verdelen van het subsidieplafond. </al>
        </divisie>
        <tussenkop />
        <al />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 4. Europees steunkader</titel>
          </kop>
          <al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd.</al>
          <al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld.</al>
          <al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader (lid 4). Net goed als dat bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, ondernemingen alleen in aanmerking komen voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening (lid 5). </al>
        </divisie>
        <tussenkop />
        <al />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel>
          </kop>
          <al>De raad stelt de subsidieplafonds vast (lid 1). Vervolgens bepaalt het college bij subsidieregeling de wijze van verdelen (tweede lid in combinatie met artikel 4:26, tweede lid, van de Awb). Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds door de raad wordt er, indien van toepassing, gewezen om de mogelijkheid het subsidieplafond te verlagen (derde en vierde lid). </al>
          <al>Het college, dat via artikel 2 de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen om te besluiten over het verstrekken van subsidies, is verder verplicht – in lijn met de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid, van de Awb – (in bepaalde gevallen) om bij het gebruik maken van deze gedelegeerde bevoegdheid een begrotingsvoorbehoud te maken (vijfde lid).</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 6. Aanvraag </titel>
          </kop>
          <al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’. Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits het college het door hem vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar heeft gesteld. In het tweede en derde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag overlegd dienen te worden.</al>
          <al>Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna VWEU). Daarom zijn een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor ondernemingen gelden. Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te voorkomen wordt een overzicht gevraagd van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (tweede lid, onderdeel d, onder 1). Het gaat naast subsidie bijvoorbeeld om garanties, leningen, korting op de grondprijs, etc. Ten tweede, om subsidie onder de de-minimisverordening te kunnen verlenen moet de onderneming een de-minimisverordening gevraagd worden (tweede lid, onderdeel d, onder 2). Op basis van een ingeleverde de-minimisverklaring dient het college te controleren of verlenen van de subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening.</al>
          <al>Bij subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken (vierde lid).</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 7. Aanvraagtermijn</titel>
          </kop>
          <al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar de worden verstrekt, en andersoortige subsidies. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid (derde lid).</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 8. Beslistermijn</titel>
          </kop>
          <al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar of boekjaar, en andere. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid (derde lid). Met name voor de aanvragen onder de € 10.000,- wordt gestreefd naar een korte doorlooptijd.</al>
          <al>De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een eindebeslissing heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en vervolgens teruggevorderd dient te worden. </al>
        </divisie>
        <tussenkop />
        <al />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 9. Weigerings- en intrekkingsgronden</titel>
          </kop>
          <al>In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte gronden aangevuld.</al>
          <al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding. Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het college overgaan tot weigering (vandaar de verplichte weigeringsgrond onder a). In aanvulling daarop wordt met onderdeel b bepaald dat ondernemingen waartegen een terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.</al>
          <al>In het tweede lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden opgenomen. Het college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet verplicht.</al>
          <al>Onderdelen a, d en e spreken voor zichzelf. Onderdeel b geeft de mogelijkheid de subsidie te weigeren als de aanvrager over voldoende eigen middelen beschikt.</al>
          <al>Onderdeel c betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond is niet van belang of de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd op zichzelf beoordeeld subsidiabel zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van de persoon dan wel rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in dergelijke gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidies intrekken (derde lid).</al>
          <al>Onder f is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een aanvraag kan weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan nadat deze overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de meldingsprocedure) is goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat hier om subsidieverstrekking die in beginsel niet ongeoorloofd is vanwege strijdigheid met de toepasselijke cumulatieregels of overschrijding van het toegestane bedrag aan de-minimissteun. In deze gevallen kan het college óf weigeren de subsidie te verstrekken óf de subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg goedkeuring te verkrijgen. Een subsidie die is of kan worden goedgekeurd kan uiteraard ook op een andere grond worden geweigerd.</al>
          <al>Onderdeel g ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een subsidieregeling nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld weigeringsgronden die specifiek met de te subsidiëren activiteiten samenhangen. </al>
          <al>Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende subsidie ingetrokken en teruggevorderd worden (inclusief rente). Het vierde lid geeft het college de bevoegdheid om hier uitvoering aan te geven.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede lid) die voor alle subsidie-ontvangers geldt.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag voor het college om aan de subsidie bepaalde ’bijzondere‘ verplichtingen te verbinden, in aanvulling op wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie artikel 4:37 van de Awb). </al>
          <al>De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog andere verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening daarvoor een grondslag biedt. Die grondslag is in artikel 10 gegeven met betrekking tot verplichtingen in het kader van het beheer en gebruik van datgene wat met de subsidie tot stand is gebracht.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 12a. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Social return</titel>
          </kop>
          <al>Deze verplichtingen betreffen ‘niet-doelgebonden verplichtingen’ (art. 4:39 Awb) waarvoor een grondslag in de verordening moet bestaan. Door middel van dit artikel dienen grote organisaties aan te geven wat hun beleid is op het gebied van social return.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 13. Eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000</titel>
          </kop>
          <al>Kenmerkend voor subsidies tot en met € 10.000 is dat deze op basis van vertrouwen worden verleend; er wordt niet meer standaard om verantwoording gevraagd. In plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de subsidie-ontvanger bij niet nakoming van de voorwaarden (zie artikel 9). Achteraf kan een risicogeoriënteerde controle plaatsvinden bij de subsidie-ontvanger.</al>
          <al>Verder wordt het voorschot in één termijn (lump sum) verstrekt en hoeft de subsidie-ontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling (verantwoording) in te dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden bespaard.</al>
          <al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste lid), wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen een nader bepaalde termijn ambtshalve vastgesteld door de subsidieverstrekker. In het tweede lid is een afwijkende termijn opgenomen voor situaties waarin speciale rapportageverplichtingen worden opgelegd. </al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 10.001 en € 50.000</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidie-ontvangers subsidie tussen € 10.001 en € 50.000 aan het college dienen te verantwoorden; er dient een aanvraag tot vaststelling ingediend te worden (eerste lid), deze bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht (tweede lid). Ingevolge artikel 8 wordt de wijze van verantwoording al bij het besluit tot verlening van de subsidie aan de subsidie-ontvanger bekend gemaakt.</al>
          <al>Met betrekking tot het inhoudelijk verslag kan vooraf bij de subsidieverlening al zijn aangegeven op welke manieren het aantonen kan plaatsvinden. Er kunnen daarbij verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals bestuurs- en activiteitenverslagen, een managementverklaring, een deskundigenverklaring of andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een publicatie), enz. Het verslag kan ook bestaan uit een algemeen jaarverslag van een rechtspersoon. Het gaat er om dat duidelijk is dat de verkregen subsidie is aangewend voor het doel waarvoor de subsidie werd verstrekt. Voorts kan het college, overeenkomstig het derde lid, in een subsidieregeling aangeven andere bewijsmiddelen te verlangen dan een inhoudelijk verslag.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</titel>
          </kop>
          <al>Bij subsidies vanaf € 50.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van subsidies; op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Voor subsidies tussen de € 50.000 en € 200.000 is een samenstellingsverklaring voldoende. Voor subsidies hoger dan € 200.000 is een controleverklaring verplicht. Vanwege het grote financiële belang dat achter deze subsidies zit, wordt hiervoor een uitgebreidere verantwoording opgevraagd. De accountantsverklaring moet de doelmatigheid en de rechtmatigheid van de besteding aantonen. Het derde lid biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat er ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 16. Subsidievaststelling</titel>
          </kop>
          <al>Het eerste lid bevat – overeenkomstig artikel 4:13 van de Awb – de termijn waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het merendeel van de aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De verdaging van de beslistermijn – voor de duur van ten hoogste de in het tweede lid nader bepaalde termijn – biedt dan uitkomst. Een besluit tot verdaging is appellabel.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel>
          </kop>
          <al>Dit artikel schrijft voor dat als het college bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik maakt van uurtarieven, de berekeningswijze hiervan en de voorgeschreven definities in een subsidieregeling of bij de subsidieverlening vastgelegd dienen te worden. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, is het college hierin beperkt tot tarieven en kostenbegrippen die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 18. Overschotten</titel>
          </kop>
          <al>Indien er sprake is van een overschot, dan worden afspraken gemaakt over de reserveringen. Lastig is dit wanneer een aanvrager afhankelijk is van meerdere inkomstenbronnen. Uitgangspunt bij de bepaling van het overschot is dat het geconstateerde overschot wordt toegerekend naar rato van de verschillende opbrengsten. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken. Een regeling voor het ontstaan van tekorten bij andere soorten gesubsidieerde activiteiten dan subsidies wordt in dit artikel of deze verordening niet beoogd. </al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 19. Hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie te passen.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 20. Intrekking oude regelingen</titel>
          </kop>
          <al>Geen opmerkingen noodzakelijk.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 21. Overgangsbepaling</titel>
          </kop>
          <al>Geen opmerkingen noodzakelijk.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 22. Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Geen opmerkingen noodzakelijk.</al>
        </divisie>
        <al />
        <tussenkop />
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Artikel 23. Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Geen opmerkingen noodzakelijk.</al>
        </divisie>
        <al />
        <divisie>
          <kop>
            <label />
          </kop>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </gemeenteblad>
</officiele-publicatie>