﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-1319/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>GEMEENTEBLAD</titel>
    <subtitel>Officiële uitgave van gemeente Goes.</subtitel>
  </kop>
  <gemeenteblad>
    <kop>
      <titel>Gemeente Goes - Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Goes</titel>
    </kop>
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al />
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label />
          </kop>
          <al>De raad van de gemeente Goes;</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Goes van 11 december 2013;</al>
          <al>overwegende dat het wenselijk is de Algemene Plaatselijke Verordening te wijzigen in verband met de inwerkingtreding van de gewijzigde Drank- en Horecawet op 1 januari 2013;</al>
          <al>gelet op artikel 147 lid 1 van de Gemeentewet;</al>
          <al>gelet op de artikelen 4, eerste tot en met derde lid, 25a t/m 25d van de Drank- en Horecawet;</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">b e s l u i t :</nadruk>
          </al>
          <al>vast te stellen de: </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">“</nadruk>
            <nadruk type="vet">VERORDENING </nadruk>
            <nadruk type="vet">TER WIJZIGING VAN DE ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING VAN GOES, DOOR IN TE VOEGEN </nadruk>
            <nadruk type="vet">AFDELING 8A </nadruk>
            <nadruk type="vet">‘</nadruk>
            <nadruk type="vet">BIJZONDERE BEPALINGEN OVER</nadruk>
            <nadruk type="vet">HORECAB</nadruk>
            <nadruk type="vet">E</nadruk>
            <nadruk type="vet">DRIJVEN ALS BEDOELD IN DE DRANK- EN HORECAWET</nadruk>
            <nadruk type="vet">’”</nadruk>
          </al>
          <al>ARTIKEL I</al>
          <al>Na afdeling 8 van Hoofdstuk 2 van APV wordt een afdeling ingevoegd, luidend:</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">AFDELING 8A BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE</nadruk>
          </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">DRANK- EN HORECAWET</nadruk>
          </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34a Begripsbepaling</nadruk>
          </al>
          <al>De begripsbepalingen uit artikel 1 van de Drank- en Horecawet zijn op deze afdeling van toepassing.</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen</nadruk>
          </al>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>1.</li.nr>
              <al>Een paracommercieel rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het organiseren van activiteiten van sportieve aard mag zwak-alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op:</al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>maandag tot en met vrijdag vanaf 2 uur voor de aanvang tot 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, doch niet eerder dan 17.00 uur en tot uiterlijk 24.00 uur;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>zaterdag vanaf 2 uur voor de aanvang tot 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, doch niet eerder dan 12.00 uur en tot uiterlijk 24.00 uur;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>zon- en feestdag vanaf 2 uur voor de aanvang tot 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, doch niet eerder dan 12.00 uur en tot uiterlijk 24.00 uur.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li>
              <li.nr>2.</li.nr>
              <al>Paracommerciële rechtspersonen die zich als poppodium manifesteren (podium voor een breed aanbod van muziek, theater, film en literatuur), mogen alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf anderhalf uur voor de aanvang tot uiterlijk anderhalf uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, doch met uiterlijke schenktijden per activiteit, zoals hierna aangegeven:</al>
              <lijst>
                <li>
                  <li.nr>A.</li.nr>
                  <al>Concerten: tot 01.00 uur;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>B.</li.nr>
                  <al>Clubavonden: tot 02.00 met een maximum van 12 clubavonden per jaar;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>C.</li.nr>
                  <al>Overige activiteiten, zoals jeugdtheaterschool, literaire (film)avond, activiteiten die in het verlengde liggen van theater en film welke tevens worden genoemd in het bedrijfsplan: tot 24.00 uur.</al>
                </li>
              </lijst>
            </li>
            <li>
              <li.nr>3.</li.nr>
              <al>Overige paracommerciële rechtspersonen mogen alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 2 uur voor de aanvang tot uiterlijk 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, doch tot uiterlijk 24.00 uur.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>4.</li.nr>
              <al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet, of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>5.</li.nr>
              <al>Het is verboden voor een paracommercieel rechtspersoon om sterke drank te verstrekken.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>6.</li.nr>
              <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in lid 5 en hieraan zo nodig voorschriften of beperkingen verbinden.</al>
            </li>
          </lijst>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</nadruk>
          </al>
          <al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34d (gereserveerd)</nadruk>
          </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34e</nadruk>
            <nadruk type="vet">(gereserveerd)</nadruk>
          </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34f (gereserveerd)</nadruk>
          </al>
          <al>ARTIKEL II</al>
          <al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie. </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">ALGEMENE TOELICHTING </nadruk>
          </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">
              <nadruk type="cur">Inleiding</nadruk>
            </nadruk>
          </al>
          <al>Deze verordening bevat medebewindbepalingen die zijn gebaseerd op de artikelen 4, 25a en 25d van de Drank- en Horecawet (DHW). Door middel van een wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening van Goes (APV) worden de bepalingen ingevoegd in hoofdstuk 2, Openbare orde, als afdeling 8A. Hoewel de model-APV voor het overgrote deel uit autonome bepalingen bestaat is er voor gekozen om deze medebewindbepalingen daarin op te nemen omdat dit vanuit praktisch oogpunt een logische stap is. Immers, de model-APV regelt al aanverwante zaken zoals de horeca-exploitatievergunning, sluitingstijden en dergelijke. Een en ander is primair gebaseerd op de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG-Model).</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">
              <nadruk type="cur">Wijze van tot</nadruk>
            </nadruk>
            <nadruk type="vet">
              <nadruk type="cur">stand</nadruk>
            </nadruk>
            <nadruk type="vet">
              <nadruk type="cur">komen</nadruk>
            </nadruk>
          </al>
          <al>Op 1 januari 2013 is de Drank- en Horecawet gewijzigd. Vanuit de al langer bestaande Zeeuwse projectgroep ‘Jeugd en Alcohol’ is samengewerkt ten behoeve van de implementatie van de gewijzigde DHW. Een van de producten die is voortgekomen uit deze samenwerking is een Zeeuws model voor de verordening ter nadere invulling van een aantal regels uit de DHW. Op 27 maart 2013 is een informele informatie- en inspreekavond gehouden voor alcoholverstrekkers in de gemeente Goes. Zowel de paracommerciële instellingen als de horecabedrijven en andere alcoholverkooppunten zijn uitgenodigd. Iedere categorie was op deze avond vertegenwoordigd. Het Zeeuwse model is op haar beurt gebaseerd op het model van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het model van de VNG laat de daadwerkelijke invulling van de lokale beleidsvrijheid over aan de gemeenten zelf. Bij de invulling van de lokale beleidsvrijheid is gebruik gemaakt van allerhande onderzoek (zie bronvermeldingen), de modellen van andere instanties en de input van de stakeholders.</al>
          <al>
            <nadruk type="cur">Inspraak</nadruk>
            <nadruk type="cur">procedure</nadruk>
          </al>
          <al>Het ontwerp van de verordening is ter inspraak voorgelegd conform de inspraakverordening van Goes. Ingezetenen en belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om in te spreken. Ter afronding van de inspraak is een antwoordnotitie opgemaakt. De antwoordnotitie bevat in elk geval:</al>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>a.</li.nr>
              <al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>b.</li.nr>
              <al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>c.</li.nr>
              <al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al>
            </li>
          </lijst>
          <al>Tijdens de formele inspraakprocedure zijn 10 zienswijzen ingebracht. Naar aanleiding van de zienswijzen is de definitieve verordening op een aantal punten aangepast ten opzichte van de ontwerpverordening (zie antwoordnotitie).</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">
              <nadruk type="cur">Oneerlijke mededinging</nadruk>
            </nadruk>
          </al>
          <al>De op basis van artikel 4 van de DHW door gemeenten te stellen regels met betrekking tot de paracommerciële horecabedrijven, dienen ter voorkoming van oneerlijke mededinging. Uit de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2008/09, 32 022, nr. 3, blz. 10) blijkt dat de regering ervan uitgaat dat de gemeenten de belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële instellingen in acht zullen nemen en geen onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren.</al>
          <al>Concreet komt het er op neer dat de gemeentelijke uitwerking moet leiden tot regels die op z’n minst in enige mate bijdragen aan het voorkomen van oneerlijke mededinging. Of in bepaalde gevallen sprake zal zijn van oneerlijke mededinging is sterk afhankelijk van de lokale situatie. Bij de aanzienlijke ruimte die dit uitgangspunt biedt zal de gemeentelijke uitwerking verder overeenkomstig de algemene beginselen van behoorlijk bestuur plaats moeten vinden. Er is dus aanzienlijke ruimte voor een afweging van belangen, die enerzijds niet tot het volledig uitbannen van oneerlijke mededinging hoeft te leiden en anderzijds niet tot het volledig ongemoeid laten van oneerlijke mededinging mag leiden.</al>
          <al>De verordening is voor een groot gedeelte beleidsneutraal. Voorschriften en beperkingen die thans voor paracommerciële inrichtingen middels vergunningen worden geregeld, worden nu uit de vergunningen geschrapt en in de verordening opgenomen. De wetswijziging van de Drank- en Horecawet brengt dit met zich mee. Dit levert wel op dat nu een natuurlijk moment is ontstaan om de voorschriften en beperkingen, daar waar dit niet het geval was, nu gelijk te trekken. </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">
              <nadruk type="cur">Verplichte en niet verplichte bepalingen</nadruk>
            </nadruk>
          </al>
          <al>Een regeling op grond van artikel 4 van de DHW, in deze modelverordening uitgewerkt in artikel 2:34b, is verplicht. Dat geldt niet voor de artikelen 2:34c t/m e, die gebaseerd zijn op de artikelen 25a en 25d van de DHW. Daarnaast hebben deze laatstgenoemde bepalingen niet als doel het tegengaan van oneerlijke mededinging, maar het tegengaan van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren. </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">
              <nadruk type="cur">Bestuurlijke boete, strafbaarstelling en bestuursdwang</nadruk>
            </nadruk>
          </al>
          <al>Uit de eerder aangehaalde memorie van toelichting van de wet (blz. 51) blijkt dat aan de bestaande arrangementen niets verandert als het gaat om de afbakening tussen bestuursrechtelijke handhaving via bestuurlijke boeten en strafrechtelijke handhaving op grond van de Wet op de economische delicten (WED). “Uitgangspunt is en blijft dat de handhaving van de DHW zal geschieden door het opleggen van bestuurlijke boeten. Alleen indien de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft of het door de wetsovertreder genoten economisch voordeel groter is dan de bestuurlijke boetes zal er behoefte kunnen zijn om de zaak voor te leggen aan het Openbaar Ministerie om via de WED af te doen: de WED voorziet namelijk in een breder arsenaal aan sancties, zoals hogere maxima voor boetes en de mogelijkheid tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Zolang dit duale stelsel bestaat heeft deze situatie zich nog geen enkele keer voorgedaan. We mogen constateren dat tot op heden het duale stelsel in het kader van de DHW probleemloos functioneert.”</al>
          <al>De grondslag voor het opleggen door de burgemeester van een bestuurlijke boete voor overtreding van onder meer de op basis van deze modelverordening vastgestelde bepalingen is artikel 44a van de DHW. Op grond van datzelfde artikel 44a kan de burgemeester ook voor overtreding van een aantalandere bepalingen uit de DHW een bestuurlijke boete opleggen. </al>
          <al>Overtredingen van de op basis van deze verordening aan de APV toegevoegde bepalingen zijn straf baar als overtredingen op grond van artikel 2, vierde lid, juncto artikel 1, onder 4º, van de WED.</al>
          <al>De desbetreffende artikelen zijn daarom niet in de opsomming van overtredingen in hoofdstuk 6 van de APV opgenomen.</al>
          <al>In artikel 44 van de DHW is voorts bepaald dat de Minister en de burgemeester bestuursdwang kunnen toepassen ter handhaving van de verplichting om een toezichthouder alle medewerking te verlenen bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden (artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">
              <nadruk type="cur">Toezichthouders</nadruk>
            </nadruk>
          </al>
          <al>De toezichthouders worden benoemd door de burgemeester. Op grond van artikel 42 van de DHW hebben zij de bevoegdheid om woningen binnen te treden zonder toestemming van de bewoners, als de toezichthouder vermoedt dat daar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank aan particulieren wordt verstrekt of als dat daadwerkelijk gebeurt.</al>
          <al>Tot 1 januari 2014 kan de burgemeester ook ambtenaren van de NVWA inzetten, naast de eigen gemeentelijke toezichthouders, voor het toezicht op de naleving van de artikelen 20 en 45 van de DHW. Zie artikel V van de wijzigingswet (Stb. 2012, 237).</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</nadruk>
          </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34a Begripsbepaling</nadruk>
          </al>
          <al>De begripsbepalingen uit de DHW werken door in de op de DHW gebaseerde regelgeving. Ter verduidelijking is een uitdrukkelijke verwijzing opgenomen, waaruit tevens blijkt dat deze begripsomschrijvingen enkel voor afdeling 8A gelden. Het gaat om de volgende begripsomschrijvingen.</al>
          <lijst>
            <li>
              <li.nr>-</li.nr>
              <al>alcoholhoudende drank: de drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor meer dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>-</li.nr>
              <al>horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>-</li.nr>
              <al>paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>-</li.nr>
              <al>sterke drank: de drank, die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer volumenprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn.</al>
            </li>
            <li>
              <li.nr>-</li.nr>
              <al>zwak-alcoholhoudende drank: alcoholhoudende drank, met uitzondering van sterke drank.</al>
            </li>
          </lijst>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen</nadruk>
          </al>
          <al>Artikel 4 van de DHW verplicht gemeenten, ter voorkoming van oneerlijke mededinging, regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben wanneer zij alcoholhoudende drank verstrekken. Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder a, van de DHW moet geregeld worden gedurende welke tijden in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt. Met andere woorden, de schenktijden voor alcoholhoudende dranken moeten geregeld worden. Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder b en c, van de DHW moeten regels gesteld worden met betrekking tot door paracommerciële rechtspersonen in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Uiteraard alleen voor zover er tijdens deze bijeenkomsten alcoholhoudende drank wordt verstrekt door de paracommerciële rechtspersoon. Zoals in het algemeen deel van deze toelichting reeds is aangegeven betekent dit dat de gemeentelijke uitwerking moet leiden tot regels die op z’n minst in enige mate bijdragen aan het voorkomen van oneerlijke mededinging. </al>
          <al>Het is toegestaan om onderscheid te maken naar de aard van de rechtspersoon. In onderhavige verordening is gekozen voor een onderscheid tussen paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard, paracommerciële rechtspersonen die zich als poppodium manifesteren (activiteiten zijn gericht op een breed aanbod van muziek, theater, film en literatuur), en overige paracommerciële rechtspersonen. De keuze voor sportverenigingen als aparte categorie is ingegeven door het specifieke karakter van sportverenigingen en het gegeven dat sportverenigingen meestal veel jeugdleden hebben. Bij de aanvangstijden voor sportverenigingen is rekening gehouden met het feit dat bij vrijwel alle sportverenigingen de jeugdwedstrijden in de ochtend worden gespeeld. Verder is gekozen voor een combinatie van vaste tijdstippen en een tijdsperiode voor en na verenigingsactiviteiten. De reden hiervoor is dat vaste tijdstippen beter controleerbaar zijn en duidelijk voor vereniging en publiek, terwijl een tijdsperiode voor en na verenigingsactiviteiten, voorkomt dat sportkantines worden gebruikt voor de verkoop van alcohol, terwijl er feitelijk geen verenigingsactiviteiten zijn. In de eerder genoemde informele informatie- en inspreekbijeenkomst van 27 maart 2013, is eveneens uitgesproken dat een combinatie van beide opties om bovengenoemde redenen aanbevelenswaardig is. </al>
          <al>De tijdsvensters zijn zo gekozen dat in beginsel alle verenigingen (ook de verenigingen die vaak te maken hebben met avondwedstrijden) hiermee uit de voeten zouden moeten kunnen, terwijl de concurrentie, die uit kan gaan van de paracommercie, wordt beperkt. De keuze om poppodia als aparte categorie in de verordening op te nemen, is vanwege de specifieke activiteiten die door het poppodium worden ontplooid en vooral in de wat latere uren plaatsvinden. De regels spitsen zich thans specifiek toe op poppodium ’t Beest. De alcoholverstrekking moet ook voor deze categorie wel gerelateerd zijn aan de activiteiten van het poppodium. Omdat de activiteiten van het poppodium deels plaatsvinden tijdens de piekuren van de reguliere horeca en omdat de belangen van beide partijen uiteen lagen, is door de raadscommissie van 14 november 2013 verzocht aan partijen om in onderling overleg naar een werkbare formule te zoeken. Partijen zijn in gesprek gegaan en hebben een aantal afspraken gemaakt. De afspraken ten aanzien van schenkregels zijn door de raad overgenomen en opgenomen in deze verordening. De Raad is van mening dat met deze schenkregels recht wordt gedaan aan het belang van het poppodium om activiteiten te kunnen ontplooien in de latere uren enerzijds en anderzijds het voorkomen of beperken van oneerlijke mededinging. Aangezien de regels van artikel 2:34 lid 2 zich specifiek toespitsen op poppodium ’t Beest, dient voor de betekenis van de omschreven activiteiten aansluiting te worden gezocht bij de omschrijvingen zoals die zijn opgenomen in het goedgekeurde bedrijfsplan van poppodium ’t Beest.</al>
          <al>Op grond van artikel 4, vierde lid, van de DHW heeft de burgemeester de bevoegdheid om voor ten hoogste twaalf aaneengesloten dagen ontheffing te verlenen van de hier door de raad gestelde regels voor schenktijden en voor de verschillende soorten bijeenkomsten. Het gaat om bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard. Uit deze bewoordingen van de wet blijkt dat hier zeer terughoudend mee moet worden omgegaan. Te denken valt aan kampioenschappen en dergelijke grotendeels onvoorziene gebeurtenissen, maar het kan ook gaan om feestelijkheden die wel te voorzien zijn, zoals carnaval en Koningsdag. Omdat de burgemeester de ontheffingsbevoegdheid rechtstreeks aan de wet ontleent, kan de raad hier verder geen beperkingen aan stellen. De burgemeester kan hiervoor zelf uiteraard wel beleidsregels opstellen (artikel 4:81 van de Awb).</al>
          <al>Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op bijeenkomsten die geen direct verband houden met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële instelling, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke. Het organiseren van privébijeenkomsten door paracommerciële rechtspersonen is, vanwege oneerlijke concurrentie, ongewenst. Voor zover die bijeenkomsten ook een zakelijk karakter hebben dat direct verband houdt met de activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van de voorzitter van de vereniging, vallen deze niet onder het bereik van de bepaling. </al>
          <al>Bij bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn kan worden gedacht aan activiteiten die niet verenigingsgebonden zijn. Dit doet zich voor als een paracommerciële rechtspersoon zijn kantine of een andere ruimte verhuurt aan derden om bijvoorbeeld een feest te geven (voor niet-leden van de vereniging of niet-betrokkenen bij de stichting). Ook komt het nogal eens voor dat theaters en schouwburgen hun accommodatie verhuren voor congressen. Als het een theater of schouwburg betreft met een paracommerciële status, dan gelden de beperkingen ook in deze gevallen. </al>
          <al>Op dit moment is het in verreweg de meeste gevallen ook al niet toegestaan voor paracommerciële inrichtingen om alcohol te verstrekken bij bijeenkomsten van persoonlijke aard bijeenkomsten van derden. Dit is via de vergunningvoorschriften van die inrichtingen geregeld. De enkele uitzonderingsgevallen waarin dit nog niet geregeld is, vindt zijn oorzaak erin dat die vergunningen zijn gedateerd. </al>
          <al>De DHW valt onder de Dienstenwet en ingevolge artikel 28, eerste lid, van die wet is de lex silencio positivo (LSP) van toepassing op vergunningen (daar zijn ontheffingen ook onder begrepen), tenzij bijwettelijk voorschrift anders is bepaald. Op het moment van schrijven is de LSP wel van toepassing op ontheffingen op grond van artikel 4, vierde lid, van de DHW. Op het moment van schrijven is echter ook een wetsvoorstel (Veegwet SZW 2012, Kamerstukken II, 2012-23, 33 507) bij de Tweede Kamer aanhangig dat hier verandering in zal brengen. Wanneer het wetsvoorstel in werking zal treden is nog onduidelijk.</al>
          <al>Lid 5 verbiedt het schenken van sterke drank in paracommerciële inrichtingen. In deze verordening is daarvoor als basisbepaling gekozen omdat paracommerciële inrichtingen veel door jongeren worden bezocht. Bovendien is het wenselijk een duidelijk onderscheid te maken tussen paracommerciële inrichtingen en commerciële inrichtingen waaraan zwaardere eisen worden gesteld, die geen subsidies ontvangen, geen fiscale voordelen genieten en geen gebruik kunnen maken van barvrijwilligers.</al>
          <al>Wel kan ingevolge lid 6 door de burgemeester tijdelijk of permanent een ontheffing van het verbod tot het schenken van sterke drank in paracommerciële inrichtingen worden verleend, eventueel met voorschriften en beperkingen. Dit maakt maatwerk mogelijk. Het ‘nee, tenzij’ principe geniet dan uit preventief oogpunt de voorkeur. Bovendien wordt daarmee oneerlijke concurrentie zoveel mogelijk tegengegaan. Bij de gebruikmaking van de ontheffingsbevoegdheid moet worden gedacht aan die paracommerciële inrichtingen die kleinschalig van aard zijn (weinig concurrentie) en waarbij het risico dat met het schenken van sterke drank de volksgezondheid in het geding is, niet opgaat omdat er feitelijk niet of nauwelijks jongeren aanwezig zijn. Als voorbeeld kan gedacht worden aan de biljartvereniging waar de leden die allemaal ‘op leeftijd’ zijn graag een borreltje nuttigen. </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</nadruk>
          </al>
          <al>Overeenkomstig artikel 25a, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de DHW wordt aan de burgemeester de bevoegdheid verleend om voorschriften aan de vergunning te verbinden of deze te beperken tot zwak-alcoholhoudende drank, als dit vanwege de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid en de volksgezondheid nodig is.</al>
          <al>Artikel 25a van de Drank- en Horecawet biedt gemeenten de mogelijkheid in een verordening op te nemen dat de burgemeester, volgens bij die verordening te stellen regels, vooraf - dat wil zeggen bij de afgifte van de vergunning - voorschriften aan een vergunning kan verbinden of de vergunning kan beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit kan worden bepaald voor horeca vergunningen en voor slijterijvergunningen. Deze gemeentelijke bevoegdheid was voorheen opgenomen in artikel 23 van de Drank- en Horecawet, zij het dat toen aan het College van Burgemeester en Wethouders dat mandaat gegeven kon worden.</al>
          <al>Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de vergunning voor een horecabedrijf zijn:</al>
          <al>-Ter bescherming van de volksgezondheid:</al>
          <al>Een gevarieerde drankenkaart verplicht stellen. </al>
          <al>Dit houdt in dat er – naast alcoholhoudende dranken – voldoende betaalbare niet-alcoholhoudende alternatieven moeten worden aangeboden (fris, water, thee, koffie).</al>
          <al>-In het belang van de openbare orde:</al>
          <al>Eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal bezoekers.</al>
          <al>Voor de veiligheid kan het aantal bezoekers dat tegelijkertijd in de inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd. Het aantal bezoekers maximeren is bovendien ter bescherming van de volksgezondheid. Uit onderzoek blijkt dat hoe meer mensen er in een zaak zijn en hoe minder makkelijk men even kan zitten, des te meer er wordt gedronken (Hughes, 2009).</al>
          <al>-Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet:</al>
          <al>Verlangen dat polsbandjes-systemen worden toegepast.</al>
          <al>Eisen stellen aan het aantal entrees en het aantal portiers.</al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34d (gereserveerd)</nadruk>
          </al>
          <al>Dit artikel is gereserveerd conform de nummering van het VNG-model. Vooralsnog kiezen we er voor om geen gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 25b van de DHW biedt. </al>
          <al>Op grond van dat artikel kan bij verordening de toegang tot horecalokaliteiten gekoppeld worden aan leeftijd. Een dergelijk leeftijdsgrens kan worden gedifferentieerd voor horecalokaliteiten en terrassen van een bepaalde aard, voor aangewezen delen van de gemeente of voor een aangewezen tijdsruimte. </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34e (gereserveerd)</nadruk>
          </al>
          <al>Dit artikel is gereserveerd conform de nummering van het VNG-model. Vooralsnog kiezen we er voor om geen gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 25c van de DHW biedt.</al>
          <al>Op grond van artikel 25c DHW is het mogelijk een verbod in het leven te roepen om zwak alcoholhoudende drank te verkopen in bedrijven en winkels zoals warenhuizen, snackbars, supermarkten of andere levensmiddelenwinkels en/of vanuit bestelruimten. Een dergelijk verbod kan alleen betrekking hebben op een bij verordening vast te stellen beperkte tijdsruimte. Een eventuele beperking van het verbod tot nader bepaalde delen van de gemeente is optioneel. </al>
          <al>Het doel van een dergelijke bepaling is voorkomen dat er tijdens bepaalde feestelijkheden en evenementen vanuit de detailhandel alcohol wordt verkocht wat vervolgens op straat zou worden opgedronken. Een en ander moet bij verordening worden gereguleerd en kan dus niet worden gedelegeerd (via de verordening) aan de burgemeester. </al>
          <al>
            <nadruk type="vet">Artikel 2:34f</nadruk>
            <nadruk type="vet"> (gereserveerd)</nadruk>
          </al>
          <al>Dit artikel is gereserveerd conform de nummering van het VNG-model. Vooralsnog kiezen we er voor om geen gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 25d van de DHW biedt.</al>
          <al>Op grond van artikel 25d DHW is het mogelijk een verbod in het leven te roepen voor het houden van prijsacties. Het gaat dan enerzijds om prijsacties in de horeca (verbod op prijsactie van meer dan 40 %) en anderzijds om prijsacties in de detailhandel / supermarkten / slijterijen (verbod op prijsacties van meer dan 30 %).</al>
          <al>Aldus vastgesteld door de raad van de</al>
          <al>gemeente Goes in zijn openbare</al>
          <al>vergadering van 19 december 2013.</al>
          <al>de griffier, de voorzitter,</al>
          <al>drs. J.W. Scherpenzeel. mr. L.J. Verhulst.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </gemeenteblad>
</officiele-publicatie>