Gemeenteblad van Eemnes

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
EemnesGemeenteblad 2014, 13133Verordeningen

BEHEERSVERORDENING BEGRAAFPLAATS GEMEENTE EEMNES 2014

De raad van de gemeente Eemnes

gelezen het voorstel van het college d.d. 17 december 2013

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

b e s l u i t

  • 1.in te trekken de Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats 2006;

  • 2.vast te stellen de Beheersverordening begraafplaats gemeente Eemnes 2014;

Hoofdstuk 1.
Inleidende bepalingen

Artikel 1.
Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats in Eemnes;

  • b.graf: een zandgraf of keldergraf;

  • c.grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;

  • d.asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • e.urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

  • f.particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • 1.het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • 2.het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • 3.het doen verstrooien van as.

  • g.algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;

  • h.particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • 1.het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • 2.het doen verstrooien van as.

  • i.particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • j.verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

  • k.grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf of een verstrooiingsplaats;

  • l.beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt;

  • m.rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • n.gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden.

Artikel 2.
Uitbreiding begrippen particulier graf

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf en particuliere urnennis.

Hoofdstuk 2.
Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 3.
Openstelling begraafplaats

De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang.

Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kan de toegang tijdelijk worden gesloten.

Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 4.
Ordemaatregelen

Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden:

  • a.elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen; motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen slechts toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van materialen;

  • b.sneller dan 10 km per uur.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het derde lid.

Artikel 5.
Plechtigheden

Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden, worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld.

De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 6.
Opgravingen en ruimen

Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk 3.
Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 7.
Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Artikel 8.
Gebouwen en muziekinstallatie

Het gebruik van de ontvangstruimten, van de aula alsmede van de muziekinstallatie moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop van de ruimte of de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de beheerder.

De ruimten en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid gedurende een, per keer, vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.

Artikel 9.
Over te leggen stukken

Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.

Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een periode van 10 jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 10.
Tijden van begraven en asbezorging

De tijd van begraven en het bezorgen van as is van maandag tot en met zaterdag van 9.00 tot 16.00 uur.

Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Hoofdstuk 4.
Indeling en uitgifte van de graven

Artikel 11.
Indeling graven en asbezorging

  • 1.Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:

    • a.particuliere graven en particuliere urnengraven;

    • b.particuliere urnennissen;

    • c.algemene graven.

  • 2.Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen

met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 12.
Volgorde van uitgifte

De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven.

Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit vanwege de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

Artikel 13.
Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de algemene en particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 14.
Termijnen particuliere graven

Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig, jaar recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.

Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

Artikel 15.
Grafkelder

Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.

Artikel 16.
Overschrijving van verleende rechten

Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgeno(o)t(e) of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf op verzoek van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad worden overgeschreven, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen 6 maanden na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk indien daarvoor

gewichtige redenen bestaan.

Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat intussen is geruimd.

Artikel 17.
Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf of de urnennis. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Hoofdstuk 5.
Grafbedekkingen

Artikel 18.
Vergunning grafbedekking

Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.

De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.

Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

Het college kan de vergunning weigeren indien:

  • a.niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;

  • b.de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

  • c.de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

  • d.de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Artikel 19.
Onderhoud door de gemeente

Het college voorziet in het algemene onderhoud van de begraafplaats tot behoud en verbetering van het aanzien van de begraafplaats.

Artikel 20.
Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker.

De rechthebbende of de gebruiker is verplicht het grafmonument behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat het grafmonument behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college dit doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is, maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.

Artikel 21.
Niet-blijvende grafbeplanting

Niet-blijvende beplanting op een graf dat in verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende dertien weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.

Artikel 22.
Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het college worden verwijderd.

Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats bekend.

Indien de grafbedekking niet binnen dertien weken na de verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

Hoofdstuk 6.
Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 23.
Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Het voornemen van het college om een graf te ruimen, wordt tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

De beheerder draagt ervoor zorg dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op één van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats.

Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.

De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Hoofdstuk 7.
In stand houden historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 24.
Lijst

Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan, onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

HOOFDSTUK 8.
INRICHTING REGISTER

Artikel 25.
Voorschriften

Het college stelt voorschriften vast voor het register van de begraven lijken.

Het register wordt bijgehouden door de beheerder.

Hoofdstuk 9.
Slotbepalingen

Artikel 26.
Intrekking oude regeling

De verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats 2006, vastgesteld op 19 december 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 27.
Overgangsbepaling

Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2006 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2006 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

Artikel 28.
Strafbepaling

1.Hij die handelt in strijd met enig artikel van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie of kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

2.Overtreding van enig artikel van deze verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 29.
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na publicatie.

Artikel 30.
Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Eemnes 2014.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 januari 2014

De griffier, De voorzitter,