34 843 Seksuele intimidatie en geweld

Nr. 17 BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan het presidium

Den Haag, 9 mei 2018

Per brief van 19 april 2017 heeft het presidium de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (VenJ, thans JenV) en de vaste commissie voor Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) verzocht nader invulling te geven aan de door de Tweede Kamer aangenomen motie-Gesthuizen/Volp (Kamerstuk 34 550 VI, nr. 102). In reactie op deze brief informeer ik u hierbij over het besluit van de commissie JenV, als voortouwcommissie, ten aanzien van dit verzoek.

Naar aanleiding van het verzoek van het presidium heeft de commissie JenV besloten een verkennende werkgroep in te stellen bestaande uit leden van de commissies JenV en VWS om onderzoek te doen naar de genoemde motie. De verkennende werkgroep beveelt de commissies JenV en VWS aan om op dit moment geen (aanvullend) onderzoek te laten doen in opdracht van de Tweede Kamer, maar komt wel met een aantal bevindingen en overwegingen. Op 25 april 2018 is tijdens een procedurevergadering van de commissie JenV besloten het advies van de ingestelde verkennende werkgroep extern onderzoek seksueel misbruik en mishandeling (Kamerstuk 34 843, nr. 16) over te nemen en het presidium hiervan op de hoogte te stellen. Voor meer informatie ten aanzien van het overgenomen advies, de bevindingen en overwegingen van de verkennende werkgroep en de achtergrond van haar activiteiten verwijs ik naar de brief met het advies van de werkgroep (Kamerstuk 34 843, nr. 16). De commissie VWS is over het besluit geïnformeerd.

De commissie JenV heeft verder gevraagd om een reactie van de Minister voor Rechtsbescherming op de overwegingen van de verkennende werkgroep.

Bij dezen breng ik u het besluit van de commissie over. Ik vertrouw erop u voldoende te hebben geïnformeerd.

De voorzitter van de commissie, Van Meenen

De griffier van de commissie, Hessing-Puts

Naar boven