Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2018-2019
Kamerstuk 35035 nr. 1

Gepubliceerd op 4 oktober 2018 15:04

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



35 035 Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven

Nr. 1 VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT1 VAN DE HEER J.F.B. DE G. TE O.2 INZAKE KWIJTSCHELDING VAN EEN NAHEFFINGSAANSLAG

Vastgesteld 4 oktober 2018

Klacht

Verzoeker, handelaar in wijnen, beklaagt zich over de afwijzing van zijn verzoek tot kwijtschelding van de aan hem opgelegde naheffingsaanslag wijnaccijns en een door de Officier van Justitie uitgevaardige strafbeschikking. Hij verzoekt om met toepassing van de hardheidsclause ex artikel 65 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen hem alsnog kwijtschelding te verlenen.

Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Staatssecretaris van Financiën inlichtingen verstrekt aan de commissie.

Feiten

Naar aanleiding van een boekenonderzoek door de Belastingdienst/Douane krijgt verzoeker als zelfstandig ondernemer een naheffingsaanslag wijnaccijns over de jaren 2011 tot medio 2014 alsmede een sanctie. In een door verzoeker tegen de naheffingsaanslag ingestelde bezwaar- en beroepsprocedure wordt hij door de inspecteur cq. de rechter in het ongelijk gesteld. Hiermee zijn de rechtmatigheid en de door verzoeker niet bestreden hoogte van de aanslag bevestigd. Vervolgens heeft verzoeker verzocht om kwijtschelding van zowel de naheffingsaanslag als de sanctie. Het verzoek om kwijtschelding is medio 2017 door de ontvanger afgewezen. In het tegen dit besluit ingestelde administratieve beroep heeft de directeur van de Belastingdienst onder andere overwogen dat kwijting voor ondernemers alleen mogelijk is als sprake is van een saneringsakkoord tussen schuldenaar en alle schuldeisers. Dat is in de onderhavige casus niet het geval. Ook overwoog de directeur dat verzoeker over voldoende eigen vermogen beschikt(e) om zijn belastingschuld te kunnen voldoen.

Tenslotte vraagt verzoeker, door tussenkomst van de Kamer, om hem met toepassing van de hardheidsclausule alsnog kwijtschelding te verlenen. Hij beroept zich daarbij op schulduitsluiting door psychische overmacht.

Overwegingen

Volgens de Staatssecretaris is toepassing van de hardheidsclausule niet mogelijk omdat deze bepaling alleen van toepassing is op de vaststelling van de verschuldigde belasting en niet op de invordering. Om schending van het gelijkheidsbeginsel te voorkomen kan alleen bij hoge uitzondering wegens bijzondere omstandigheden worden afgeweken van het invorderingsbeleid.

Verzoeker geeft aan dat hij door privéomstandigheden niet in staat was de accijnsadministratie goed bij te houden en dat de gevolgen van de economische crisis, waarbij klanten rekeningen onbetaald lieten, hem een burn-out brachten. Ook vermeldt verzoeker dat zijn financiële situatie sindsdien is verslechterd en dat een door deze naheffingsaanslag veroorzaakt persoonlijk faillissement zal leiden tot een maatschappelijke kostenpost die aanzienlijk hoger is dan wat met invordering door de Belastingdienst «verdiend» zou worden.

De Staatssecretaris merkt op dat met de uitspraak van de rechtbank de rechtmatigheid van de aanslag is bevestigd en dat de inspecteur voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de aanslagoplegging. Verzoeker heeft geen hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Daarnaast heeft de ontvanger conform de Leidraad Invordering 2008 de aanslag marginaal getoetst, dat wil zeggen beoordeeld of de aanslag onmiskenbaar onjuist is. Verzoeker heeft echter niet aannemelijk kunnen maken dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van de aanslag.

Volgens de Staatssecretaris is de hardheidsclausule hier niet van toepassing omdat er geen sprake is van een «onbillijkheid van overwegende aard», dat wil zeggen een gevolg dat de wetgever had voorkomen als hij dat gevolg bij het maken van de wet had voorzien. Hij ziet geen aanleiding de Belastingdienst te verzoeken om de beslissingen te herzien. De Belastingdient is niet bevoegd kwijtschelding te verlenen van de opgelegde sanctie

Oordeel van de commissie3

De commissie is van oordeel dat het standpunt van de Staatssecretaris kan worden gedeeld.

Voorstel aan de Kamer

Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.

De voorzitter van de commissie, Koopmans

De griffier van de commissie, Roovers


X Noot
1

Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.

X Noot
2

Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.

X Noot
3

De commissie bestaat uit de leden: Koopmans (voorzitter VVD), Beertema (PVV), Bruins Slot (CDA), Bruins (CU), Ozutok (GL), Sazias (50PLUS), Raemakers (D66), en de plaatsvervangend leden: Futselaar (SP), Van Rooijen (50PLUS) Van Oosten (VVD).


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl