Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2013-2014
Kamerstuk 33750-X nr. 2

Gepubliceerd op 17 september 2013



33 750 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2014

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

   

blz.

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

     

1.

Leeswijzer

7

     

2.

Het beleid

10

     

2.1

De beleidsagenda 2014

10

     

2.2

De beleidsartikelen

25

2.2.1

Beleidsartikel 1 Inzet

25

2.2.2

Beleidsartikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

30

2.2.3

Beleidsartikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

34

2.2.4

Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

39

2.2.5

Beleidsartikel 5 Taakuitvoering marechaussee

43

2.2.6

Beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht

47

2.2.7

Beleidsartikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

59

2.2.8

Beleidsartikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

61

     

2.3

De niet-beleidsartikelen

64

2.3.1

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

64

2.3.2

Niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat

66

2.3.3

Niet-beleidsartikel 11 Geheime uitgaven

70

2.3.4

Niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien

70

     

3.

Baten-lastenagentschappen

71

3.1.

Defensie Telematica Organisatie

71

3.2.

Dienst Vastgoed Defensie

75

3.3.

Paresto

79

     

4.

Bijlagen

83

4.1.

Volumes per rang en schaal defensiebreed

83

4.2.

Verdiepingshoofdstuk

85

4.3.

Overzicht uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

98

4.4.

Overzicht Cyber

102

4.5.

Overzicht Subsidies

104

4.6.

Overzicht Evaluaties

106

4.7.

Toezichtrelaties en ZBO/RWT’s

107

4.8.

Moties en toezeggingen

108

4.9.

Lijst van afkortingen

117

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastenagentschappen)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen Defensie Telematica Organisatie (DTO), Dienst Vastgoed Defensie (DVD) en Paresto voor het onderhavige jaar vastgesteld.

De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

B. BEGROTINGSTOELICHTING

   

blz.

1.

LEESWIJZER

7

     

2.

HET BELEID

10

     

2.1

De beleidsagenda 2014

10

 

Inleiding

10

 

Financiële uitgangspunten

10

 

Personeel

13

 

Gereedstelling en inzet

14

 

Investeren in de toekomst en versterken operationele duurzaamheid

16

 

Internationale defensiesamenwerking

17

 

Bedrijfsvoering

18

 

Financiële gevolgen

19

 

Overzicht beleidsdoorlichtingen

22

     

2.2

De beleidsartikelen

25

     

2.2.1

Beleidsartikel 1: Inzet

25

 

Algemene doelstelling

25

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

25

 

Beleidswijzigingen

25

 

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

26

 

Toelichting op de instrumenten

26

     

2.2.2

Beleidsartikel 2: Taakuitvoering zeestrijdkrachten

30

 

Algemene doelstelling

30

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

30

 

Indicatoren algemene doelstelling

30

 

Beleidswijzigingen

31

 

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

32

 

Toelichting op de instrumenten

32

     

2.2.3

Beleidsartikel 3: Taakuitvoering landstrijdkrachten

34

 

Algemene doelstelling

34

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

34

 

Indicatoren algemene doelstelling

34

 

Beleidswijzigingen

36

 

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

37

 

Toelichting op de instrumenten

37

     

2.2.4

Beleidsartikel 4: Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

39

 

Algemene doelstelling

39

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

39

 

Indicatoren algemene doelstelling

39

 

Beleidswijzigingen

40

 

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

41

 

Toelichting op de instrumenten

41

     

2.2.5

Beleidsartikel 5: Taakuitvoering marechaussee

43

 

Algemene doelstelling

43

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

43

 

Indicatoren algemene doelstelling

43

 

Beleidswijzigingen

44

 

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

45

 

Toelichting op de instrumenten

45

     

2.2.6

Beleidsartikel 6: Investeringen krijgsmacht

47

 

Algemene doelstelling

47

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

47

 

Beleidswijzigingen

47

 

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

48

 

Toelichting op de instrumenten

48

     

2.2.7

Beleidsartikel 7: Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

59

 

Algemene doelstelling

59

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

59

 

Beleidswijzigingen

59

 

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

59

 

Toelichting op de instrumenten

60

     

2.2.8

Beleidsartikel 8: Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

61

 

Algemene doelstelling

61

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

61

 

Beleidswijzigingen

61

 

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

62

 

Toelichting op de instrumenten

62

     

2.3

De niet-beleidsartikelen

64

     

2.3.1

Niet-beleidsartikel 9: Algemeen

64

 

Algemene doelstelling

64

 

Budgettaire gevolgen

64

 

Toelichting op de instrumenten

64

     

2.3.2

Niet-beleidsartikel 10: Centraal apparaat

66

 

Algemene doelstelling

66

 

Budgettaire gevolgen

66

 

Toelichting op de instrumenten

66

 

Bedrijfsvoering bij Defensie

68

     

2.3.3

Niet-beleidsartikel 11: Geheime uitgaven

70

     

2.3.4

Niet-beleidsartikel 12: Nominaal en onvoorzien

70

     

3.

BATEN-LASTENAGENTSCHAPPEN

71

     

3.1

Defensie Telematica Organisatie (DTO)

71

     

3.2

Dienst Vastgoed Defensie (DVD)

75

     

3.3

Paresto

79

     

4.

BIJLAGEN

83

     

4.1

Volumes per rang en schaal defensiebreed

83

     

4.2

Verdiepingshoofdstuk

85

     

4.3

Overzicht uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

98

     

4.4

Overzicht Cyber

102

     

4.5

Overzicht Subsidies

104

     

4.6

Overzicht Evaluaties

106

     

4.7

Toezichtrelaties en ZBO/RWT’s

107

     

4.8

Moties en toezeggingen

108

     

4.9

Lijst van afkortingen

117

1. LEESWIJZER

Op 20 april 2011 is de aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» in de Tweede Kamer behandeld (Kamerstuk II, 31 865, nr. 26). De nieuwe presentatie geeft meer inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de nieuwe voorschriften, inclusief de aanpassing van de tabel Budgettaire gevolgen van beleid. Door de nieuwe indeling kunnen in sommige tabellen geen gegevens worden opgenomen voor de jaren 2011 en 2012. Een aantal financiële gegevens over 2012 is wel opgenomen in de verdiepingsbijlage.

GROEIPARAGRAAF

In de begroting 2014 zijn ten opzichte van de begroting 2013 de volgende wijzigingen doorgevoerd:

Beleidsartikel 6: Investeringen Krijgsmacht

In de begroting 2013 is een centraal investeringsartikel opgenomen. Over dit artikel zijn de volgende aanvullende afspraken gemaakt met het ministerie van Financiën:

  • Een ongelimiteerde eindejaarsmarge op het beleidsartikel 6, met daarin de budgetten voor investeringen en de aan investeringen gerelateerde uitgaven aan materieel (inclusief bijbehorende instandhouding, afstotingskosten en verkoopopbrengsten). Onder materieel wordt verstaan de wapensystemen, infrastructuur en aan de krijgsmacht gerelateerde ICT. Voor de rest van de begroting geldt de gebruikelijke 1 procent van het begrotingstotaal als eindejaarsmarge;

  • De verkoopopbrengsten voor groot materieel worden op de voor Defensie gebruikelijke behoedzame wijze geraamd en komen altijd ten bate van het beleidsartikel voor investeringen, zodat deze ook meerjarig kunnen worden meegenomen. Dit vervangt de huidige middelenafspraken;

  • Naast de ongelimiteerde eindejaarsmarge wordt twee keer per jaar (voorjaar en augustus) beoordeeld of de budgetten een andere fasering behoeven naar enig jaar, danwel kan de minister van Financiën vragen om aanpassen van de fasering ter ontlasting van het kader in enig jaar.

Gereedstelling en inzet

In de begroting 2012 is naar aanleiding van «Verantwoord Begroten» de herdefiniëring van programma- en apparaatsuitgaven grotendeels verwerkt. De oefen- en uitzendtoelagen waren als onderdeel van respectievelijk gereedstelling en inzet opgenomen onder de programma-uitgaven. In de begroting voor 2014 worden de operationele toelagen, conform de rijksbrede definities, in lijn met andere departementen gepresenteerd als apparaatsuitgaven. Dit leidt tot de volgende wijzigingen:

  • Bij de operationele commando’s zijn uit de post «gereedstelling» de operationele toelages overgeheveld van het programma naar het apparaat;

  • Bij het Commando Zeestrijdkrachten is de post «inzet» die betrekking heeft op de Kustwacht in Nederland en het Caribisch gebied samengevoegd bij de post gereedstelling van het programma.

In de definities van «Verantwoord Begroten» zijn de uitgaven van de krijgsmacht grotendeels als apparaatsuitgaven gedefinieerd.

Zoals toegezegd ontvangt u bij de begroting en in het jaarverslag informatie over de mate waarin Defensie voldoet aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. De brief bij de begroting 2014 is de eerste rapportage die wordt opgesteld volgens de nieuwe systematiek, zoals met de Kamer is besproken. U ontvangt ook afzonderlijke informatie over de stand van zaken van de maatregelen als gevolg van de beleidsbrief 2011 en de uitvoering van het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie.

Baten-lastenagentschappen

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations).

Beleidsartikelen

In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht verantwoord. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded Navo- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht voor de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is verantwoord, bijvoorbeeld door de Koninklijke Marechaussee, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en de Kustwachten.

In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering geraamd voor zeestrijdkrachten, landstrijdkrachten, luchtstrijdkrachten, de marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1. In beleidsartikel 6 zijn de investeringen opgenomen voor de krijgsmacht, te weten investeringen voor materieel, infrastructuur, ICT, wetenschappelijk onderzoek en bijdragen aan de Navo-investeringen. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten voor afstoting van materieel en infrastructuur in dit beleidsartikel opgenomen.

In de beleidsartikelen 7 Ondersteuning door Defensie Materieel Organisatie en 8 Ondersteuning door Commando DienstenCentra zijn de uitgaven en verplichtingen geraamd voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties.

Niet-beleidsartikelen

In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen worden de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. In het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie begroot, waaronder voor de Bestuursstaf en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), alsmede de niet aan een specifiek artikel toe te wijzen apparaatsuitgaven voor pensioenen en wachtgelden.

Ten slotte worden in de niet-beleidsartikelen 11 en 12 de Geheime uitgaven opgenomen respectievelijk de ramingen voor Nominaal en onvoorzien.

Overig

In de begroting worden ook weergegeven de ramingen voor de baten-lastenagentschappen Defensie Telematica Organisatie, de Dienst Vastgoed Defensie en Paresto. Daarnaast is in de bijlagen informatie opgenomen over de personele volumes, de mutaties, de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg, cyber, subsidies, evaluaties, de toezichtrelaties en ZBO/RWT’s evenals moties en toezeggingen.

De begroting van het ministerie van Defensie is ook digitaal beschikbaar op de website www.rijksbegroting.nl. Om de toegankelijkheid verder te vergroten zijn in de digitale versie, waar mogelijk, hyperlinks aangebracht naar de achterliggende documenten.

Defensie Materieelprojectenoverzicht

Zoals gebruikelijk ontvangt de Kamer op Prinsjesdag het Materieelprojectenoverzicht (MPO). Hierin wordt per project meer gedetailleerde informatie gegeven dan in de begroting. Zo wordt duidelijk gemaakt wat de relatie is met het defensiebeleid en wat de samenhang is met andere projecten. In het MPO zijn de lopende en de geplande strategische materieelprojecten opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen, evenals de politiek gevoelige projecten. Daarnaast wordt ingegaan op af te stoten materieel. In deze begroting worden daarom alleen de grotere projectwijzigingen verder toegelicht. Defensie werkt momenteel aan een herziening van het Defensie Materieel Proces (DMP).

Defensie Industrie Strategie

In het jaarverslag over 2011 is gemeld dat de Defensie Industrie Strategie (DIS) is uitgevoerd en dat het bijbehorend instrumentarium is ingevoerd in de defensieorganisatie. Defensie werkt samen met het ministerie van Economische Zaken aan een evaluatie en actualisatie van de DIS. De voltooiing daarvan was gepland voor het tweede kwartaal 2013, maar is nog niet voltooid en wordt nu voor eind 2013 voorzien.

2. HET BELEID

2.1 DE BELEIDSAGENDA 2014

Inleiding

De Nederlandse krijgsmacht moet ook in de toekomst zo goed mogelijk kunnen omgaan met uiteenlopende dreigingen en risico’s en voorbereid blijven op een scala aan inzetmogelijkheden. Inzet van de krijgsmacht is mogelijk in alle fasen van een conflict en zo nodig op grote afstand van onze landsgrenzen. Daarnaast moet de krijgsmacht betaalbaar zijn, nu en op de langere termijn. Een krijgsmacht waarin deze beide uitgangspunten zijn verenigd, is in het belang van Nederland.

De nota In het belang van Nederland bevat maatregelen om de krijgsmacht toekomstbestendig te maken. Samenwerking met binnen- en buitenlandse partners is daarbij onmisbaar. De krijgsmacht zal blijven beschikken over veelzijdig bruikbare capaciteiten die kunnen worden aangepast aan veranderende omstandigheden. Met het oog op de structurele betaalbaarheid worden in sommige gevallen keuzes gemaakt om het voortzettingsvermogen van capaciteiten te verminderen of bepaalde nichecapaciteiten af te stoten. Andere capaciteiten worden juist versterkt. Met de genomen maatregelen kan de krijgsmacht, naast kleine missies en nationale taken, nog één grotere operatie op zee, op land en in de lucht uitvoeren.

De defensieorganisatie is al enige tijd flink in beweging. Het merendeel van de reorganisaties die in 2011 in gang zijn gezet, wordt in 2014 voltooid. Daarmee is 2014 het jaar waarin veel defensieonderdelen voor het eerst gaan werken volgens de nieuwe taak- en verantwoordelijkheidsverdeling die voortvloeit uit de reorganisatie. Medewerkers die door de reorganisaties overtollig worden, zullen in 2014 zoveel mogelijk worden bemiddeld naar werk buiten Defensie. Defensie is er echter nog niet. Met de nota In het belang van Nederland lost Defensie problematiek op voor een bedrag van € 219 miljoen in 2014, oplopend tot € 348 miljoen structureel vanaf 2018. Dit is inclusief een taakstelling van € 15 miljoen uit de taakstelling voor het Rijk van € 700 miljoen. De herschikkingen en taakstellingen zijn meerjarig in de begroting verwerkt.

Met het nieuwe Budget Internationale Veiligheid op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking stelt de regering met ingang van 2014 jaarlijks een bedrag van € 250 miljoen ter beschikking voor invulling van het geïntegreerde beleid voor internationale vrede en veiligheid. In samenhang hiermee is het defensiebudget met € 250 miljoen verlaagd. De Kamer is hierover geïnformeerd in de brief van 12 juli jl. (Kamerstuk 33 400 V, nr. 149). De uitgangspunten voor het bredere veiligheidsbeleid zijn uiteengezet in de Internationale Veiligheidsstrategie die 21 juni jl. is verzonden aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 33 694, nr.1). Voor de binnenlandse taken van de krijgsmacht vormt de Strategie Nationale Veiligheid het uitgangspunt.

Financiële uitgangspunten

De financiële problematiek van € 348 miljoen bestaat uit verschillende categorieën. Allereerst betreft dit de apparaatstaakstelling uit het huidige regeerakkoord van € 48 miljoen. Met rijkspartners wordt op tal van gebieden gezocht naar mogelijkheden voor samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van vastgoed, inkoop, personeel en andere facilitaire diensten. Defensie sluit waar mogelijk aan bij de rijksbrede kaders.

Verder is het nodig structurele maatregelen te nemen om knelpunten op te lossen. Eerder is reeds besloten voor de jaren 2015 en 2016 elk € 50 miljoen toe te voegen aan de materiële exploitatie om voldoende onderhoud uit te voeren. Deze maatregel wordt vanaf 2017 structureel. Ook voor vastgoed en energie is extra budget nodig vanwege tegenvallende opbrengsten uit de herbelegging van het vastgoed en hogere exploitatie- en energiekosten. Het betreft in totaal eveneens € 50 miljoen. De komende jaren stijgen voorts de personele lasten ten gevolge van de hogere AOW-leeftijd (hogere UKW-uitgaven) en het niet volledig compenseren van de hogere sociale lasten, in totaal oplopend tot € 56 miljoen. Voor de structurele compensatie van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) is € 50 miljoen extra nodig en het inhouden van de prijsbijstelling vereist een herschikking van € 79 miljoen. Het ministerie van Defensie draagt, zoals gezegd, tevens € 15 miljoen bij aan de taakstelling voor het Rijk van € 700 miljoen.

De onderstaande tabel geeft een financieel overzicht van de knelpunten:

 

2014

2015

2016

2017

2018

Problematiek:

         

Matex en wapensysteemtoevoeging

     

50

50

WUL

50

50

50

50

50

Personele (sociale) lasten

54

19

32

45

56

Vastgoed en energie

36

35

42

50

50

Inhouden prijsbijstelling 2013

79

79

79

79

79

Taakstelling Rijksdienst

0

0

17

39

48

Aanvullende taakstelling

15

15

15

15

15

Totaal problematiek

234

198

235

328

348

In aanloop naar de ontwerpbegroting 2014 zijn al enige taakstellingen en herschikkingen verwerkt. Het betreft allereerst de taakstelling uit het regeerakkoord van € 1 miljoen op het topsectorenbeleid die vanaf 2014 is verwerkt in het budget voor technologieontwikkeling. Daarnaast gaat het om herschikkingen in verband met de CAO-afspraken van december 2011 (€ 40 miljoen), een toevoeging aan de materiële exploitatie van € 50 miljoen in 2015 en 2016 en om diverse kleinere herschikkingen.

Maatregelen uit de nota In het belang van Nederland

Om de financiële problematiek van € 348 miljoen het hoofd te bieden, treft Defensie een aantal maatregelen die gevolgen hebben voor de inzetbaarheidsdoelstellingen. De meest in het oog springende maatregelen zijn:

  • Het Joint Support Ship wordt niet in dienst gesteld, maar afgestoten zodra het is afgebouwd. In plaats daarvan wordt een eenvoudiger en goedkoper bevoorradingsschip verworven.

  • In 2014 worden voorbereidingen getroffen voor de opheffing van de marinierscompagnie op Aruba per 1 januari 2015. De presentie op Aruba wordt vanaf dat moment op roulatiebasis ingevuld met bestaande capaciteiten van het Commando Landstrijdkrachten en het Commando Zeestrijdkrachten.

  • Het 45e pantserinfanteriebataljon wordt per 1 januari 2014 stilgezet – de operationele en gereedstellingsactiviteiten worden dan gestaakt – en vervolgens opgeheven. Het totaal aantal infanteriebataljons van het Commando Landstrijdkrachten neemt daarmee af van zeven naar zes. Defensiebreed blijven, inclusief de twee mariniersbataljons, acht infanterie-eenheden van bataljonsgrootte over. Met dit aantal blijft de inzet gewaarborgd van een brigadetaakgroep voor kortere duur of een bataljonstaakgroep voor langere duur plus een bataljonstaakgroep voor kortere duur. Met de capaciteiten van de overige bataljons kunnen kleinere missies worden uitgevoerd. Bovendien kan invulling worden gegeven aan de eerder genoemde roulatietaak in het Caribisch gebied.

  • De belangrijkste constante in de internationale verhoudingen is onzekerheid, aldus de Internationale Veiligheidsstrategie (IVS) die eerder dit jaar is vastgesteld. De Nederlandse krijgsmacht moet, ook in de toekomst, zo goed mogelijk kunnen omgaan met diffuse dreigingen en risico’s. De F-16 heeft zijn waarde voor de krijgsmacht ondubbelzinnig bewezen in interventie- en stabilisatieoperaties. Ook de komende decennia kunnen we niet zonder jachtvliegtuig. Na de kandidatenvergelijkingen in 2001 en 2008 en een actualisering van de relevante informatie in 2013, heeft het kabinet – op grond van operationele, financiële en economische overwegingen – gekozen voor de F-35 als het nieuwe jachtvliegtuig voor de Nederlandse krijgsmacht.

  • Met de F-35 kiest Defensie weloverwogen voor een technisch hoogwaardige en toekomstgerichte luchtmacht. De F-35 biedt in militair-operationeel perspectief de meeste opties. Ook is de F-35 het meest toekomstbestendig. Het toestel is het beste opgewassen tegen de proliferatie van mobiele luchtverdedigingssystemen en biedt sterk verbeterde waarnemingscapaciteiten die in alle missietypen van grote waarde zijn. Bovendien biedt het toestel een groot potentieel voor doorontwikkeling, vooral op het gebied van genetwerkt optreden. Belangrijk zijn ook de mogelijkheden voor internationale samenwerking op terreinen zoals training, instandhouding en inzet. Analyses van de Navo schragen de Nederlandse keuze.

  • De beschikbare financiële ruimte is volgens de huidige inzichten toereikend voor de aanschaf van 37 toestellen. Op grond van de huidige planning wordt de F-35 met ingang van 2019 ingevoerd.

  • Vooruitlopend op de vervanging van de F-16 door de F-35 wordt het aantal operationele F-16 toestellen per 1 januari 2014 verminderd van 68 naar 61 onder gelijktijdige verlaging van de inzetbaarheidsdoelstellingen voor jachtvliegtuigen. De zeven toestellen worden niet afgestoten, maar gebruikt als logistieke reserve om de inzetbaarheid van de resterende toestellen te vergroten. Met de 61 resterende operationele toestellen wordt een kleiner aantal vlieguren gegenereerd. Dit leidt tot aan de uitfasering van de F-16 tot een lager aantal vlieguren per toestel, waardoor minder slijtage aan motoren en minder scheurvorming in de vleugels optreedt. Op deze wijze worden kostbare reparaties zoveel mogelijk voorkomen en wordt voor het langer doorvliegen van de F-16 € 123 miljoen minder uitgegeven.

  • In samenhang met de reductie van het aantal operationele F-16’s wordt het aantal squadrons verkleind van vier naar drie, één op de vliegbasis Leeuwarden en twee op Volkel. Als gevolg daarvan wordt vliegbasis Leeuwarden omgevormd van een Main Operating Base (MOB) naar een Deployed Operating Base (DOB) die wordt aangestuurd en ondersteund vanaf de vliegbasis Volkel. Dat traject wordt per 1 januari 2014 ter hand genomen en moet op 1 januari 2016 zijn beslag hebben gekregen. Volkel en Leeuwarden blijven de twee Nederlandse jachtvliegbases, onder andere vanwege de benodigde geluidsruimte en de noodzaak voor uitwijkhavens.

  • Per 1 januari 2014 wordt de Gulfstream stilgezet en vervolgens afgestoten. Een groot deel van de transportbehoefte kan worden vervuld door gebruik te maken van lijnvluchten. In een kleiner deel van de benodigde reizen wordt voorzien door inhuur.

Als deeloplossing van de problematiek is het investeringsplan aangepast. Van alle projecten in planning (met uitzondering van de verwerving F-35) is het budget met vijf procent verlaagd. De vervanging van grote wapensystemen is waar mogelijk vertraagd. Diverse projecten zijn geschrapt, dan wel met minder functionaliteit gehandhaafd of in tijd aangepast. De belangrijkste wijzigingen in de investeringsprojecten in realisatie zijn opgenomen en toegelicht in beleidsartikel 6 – Investeringen krijgsmacht en in het Materieelprojectenoverzicht 2013. Het budget voor de verwerving en de exploitatie van de F-35 is gemaximeerd op de reservering voor de vervanging en de jaarlijkse exploitatiekosten van de F-16. Hiermee is het budget vastgesteld dat beschikbaar is voor de F-35 en het budget voor de exploitatie van dat toestel. Binnen zowel het investeringsbudget als het exploitatiebudget van het toestel is een risicoreservering van tien procent opgenomen, zodat onverwachte kostenstijgingen kunnen worden opgevangen.

De onderstaande tabel geeft een financieel overzicht van de maatregelen uit de nota In het belang van Nederland:

 

2014

2015

2016

2017

2018

Totaal problematiek

234

198

235

328

348

Oplossingen:

         

Maatregelen DIP

66

92

98

126

185

Invulling taakstelling Rijksdienst

0

0

17

39

48

Maatregelen CZSK

2

15

24

25

29

Maatregelen CLAS

6

25

38

39

43

Maatregelen CLSK

12

26

32

33

36

Maatregelen KMAR

0

5

6

6

7

Overige maatregelen (inclusief incidentele kasschuif)

98

35

27

71

32

SBK gevolgen maatregelen

0

0

– 5

– 11

– 31

Compensatie WUL 2014

50

       

Totaal oplossingen

234

198

235

328

348

De uitwerking van de nieuwe maatregelen wordt voortvarend ter hand genomen. De nieuwe reorganisatietrajecten volgen veelal gelijk op de reorganisatietrajecten die momenteel al lopen vanwege de maatregelen uit de beleidsbrief 2011. Zoals toegezegd in de brief van 14 februari 2013 over het beheer bij Defensie (Kamerstuk 32 733, nr. 116), wordt de Kamer twee keer per jaar in de personeelsrapportages geïnformeerd over het verloop van de reorganisaties.

Personeel

Personeel is en blijft het belangrijkste kapitaal van de krijgsmacht. Het vermogen van de krijgsmacht om zich aan te passen aan veranderingen hangt in belangrijke mate af van de kennis en deskundigheid van de medewerkers van Defensie, burgers en militairen. Defensie prijst zich daarom gelukkig met betrokken, loyaal en flexibel inzetbaar personeel.

Volgens planning wordt in 2013 zo’n 85 procent van de nieuwe organisaties operationeel. Dat betekent dat 2014 voor veel mensen het eerste jaar is waarin volledig wordt gewerkt volgens de nieuwe taak- en verantwoordelijkheidsverdeling. Dit betekent ook dat een deel van de medewerkers de organisatie onvrijwillig moet verlaten. Tevens is 2014 het jaar dat wordt gestart met de uitvoering van de nieuwe maatregelen zoals opgenomen in de nota In het belang van Nederland. Defensie zal zich tot het uiterste inspannen om de medewerkers die niet kunnen blijven naar passend werk buiten Defensie te bemiddelen. Door de vertraging van de reorganisaties verschuiven kosten van het Sociaal Beleidskader (SBK) van 2013 naar 2014. In overleg met het ministerie van Financiën is € 40 miljoen overgeheveld van de begroting van 2013 naar 2014 om deze kosten te financieren.

Als gevolg van de aanhoudende reorganisaties is het vertrouwen in de plannen voor de toekomst laag. Goede personeelszorg is daarom van cruciaal belang, zowel voor de mensen die moeten worden begeleid naar ander werk als voor de mensen die wel bij Defensie kunnen blijven werken. De reorganisaties bij Defensie zijn tevens van invloed op de werving van nieuw personeel. Hoewel de instroom nog altijd de behoefte niet afdekt, begint de arbeidsmarktcampagne van Defensie inmiddels toch haar vruchten af te werpen. Ook in 2014 blijven de inspanningen gericht op de instroom van nieuw en jong personeel en op de verbetering van het instroomproces om het rendement van sollicitaties te vergroten. Defensie richt zich in het bijzonder op de werving van schaarse medewerkers, zoals technisch personeel, en op leerlingen van de ROC-opleiding Veiligheid en Vakmanschap. Het instroomproces krijgt de komende tijd een sterkere regionale inbedding, met meer mogelijkheden voor regionale commandanten om invloed uit te oefenen op de werving. Daarnaast besteedt Defensie nadrukkelijk aandacht aan het behoud van (schaars) personeel. Vóór de begrotingsbehandeling wordt de Kamer geïnformeerd over een actieplan werving en behoud.

Bij de defensieopleidingen wordt gewerkt aan een traject van waarderen en valideren van verschillende opleidingen. De verwachting is dat een belangrijk deel van de interne defensieopleidingen op MBO-niveau eind 2014 is gecertificeerd.

De bijzondere zorg voor veteranen behoudt ook in 2014 onverminderd de aandacht. Het Veteranenbesluit, dat naar verwachting eind 2013 wordt voltooid, geeft hieraan een impuls. In bijlage 4.3 wordt zichtbaar gemaakt welke uitgaven in het kader van het veteranenbeleid worden gedaan. In 2014 krijgt ook het reservistenbeleid nader vorm, zoals aangekondigd in de Reservistenbrief van 29 mei 2013 (Kamerstuk 33 400-X, nr. 81). Defensie is voornemens meer gebruik te maken van reservisten en hen in te zetten op meer vakgebieden, bijvoorbeeld op operationele functies. Daarmee kan een bijdrage worden geleverd aan het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht en kan piekbelasting worden opgevangen. In 2014 wil Defensie de eerste concrete initiatieven hiertoe ontplooien.

Gereedstelling en inzet

Inzetbaarheid

Ook in 2014 kan een beroep worden gedaan op de krijgsmacht om de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden te verdedigen en bij te dragen aan de internationale rechtsorde. De kans dat veiligheid en vrede met inzet van militaire middelen verdedigd moeten worden, is niet afgenomen. De mogelijkheid dat bondgenoten vragen om een Nederlandse militaire bijdrage, evenmin. Inzet – nationaal, in internationaal verband en voor internationaal gedeelde belangen – is het belangrijkste ijkpunt voor Defensie.

Deze begroting bevat de inzetbaarheidsdoelstellingen zoals gepresenteerd in de nota In het belang van Nederland. De haalbaarheid van deze inzetbaarheidsdoelstellingen staat in 2014 nog onder druk door een tekort aan technisch personeel en het tempo waarin kan worden voorzien in reservedelen en munitie. Dit beïnvloedt onder meer de beschikbaarheid van Apache- en Chinook-helikopters. De beschikbaarheid van de NH-90 helikopter in 2014 is overigens nog beperkt door vertragingen bij de instroom van nieuwe toestellen. De aandacht gaat in 2014 vooral uit naar de verbetering van de personele vulling van operationele eenheden en het normeren en op peil brengen van diverse voorraden, waaronder de hierboven genoemde munitie en reservedelen. Ook het sluiten van meerjarige onderhoudscontracten maakt hiervan deel uit. Samen met de toekenning van extra financiële middelen en, bij de helikopters, de aanpassing van het trainingsniveau van bemanningen (zie 2.2.4) moet dit leiden tot de beoogde beschikbaarheid. Voor zover er uiteindelijk knelpunten ontstaan op deze terreinen, zal dat blijken uit het niet (geheel) behalen van één of meer inzetbaarheidsdoelstellingen. Zoals toegezegd in mijn brief van 14 februari jl. over het beheer ontvangt de Kamer halfjaarlijks een rapportage over de mate waarin Defensie kan voldoen aan de inzetbaarheidsdoelstellingen.

Internationale operaties en crisisbeheersing

In 2013 hebben de Afghaanse autoriteiten steeds meer de verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid overgenomen van ISAF en zijn zij zelf in staat de politie op te leiden. De Nederlandse geïntegreerde politietrainingsmissie in Afghanistan is in juli 2013 beëindigd. Wel blijven de Nederlandse F-16’s en de bijdrage aan de hoofdkwartieren tot en met 2014 gehandhaafd. De bescherming van koopvaardijschepen is een beleidsprioriteit. Een besluit over de Nederlandse bijdrage aan de Navo- en EU-piraterijbestrijdingsoperaties Ocean Shield en Atalanta in het risicogebied nabij Somalië in 2014 wordt voorzien voor de tweede helft van 2013. Defensie blijft ook Vessel Protection Detachements (VPD’s) inzetten ter bescherming van de Koninkrijksgevlagde koopvaardij. Zoals bekend werkt het kabinet onder leiding van het ministerie van Veiligheid en Justitie aan wet- en regelgeving om de inzet van gewapende particuliere beveiliging mogelijk te maken op nader te bepalen categorieën en onder strikte, nog nader te definiëren, voorwaarden.

De krijgsmacht levert in 2014 weer een bijdrage aan de snelle reactiemacht van de Navo, de NATO Response Force (NRF). Voor de Immediate Response Force (IRF) van de NRF betreft het een amfibisch transportschip als varend commandoplatform en acht F-16’s. Daarnaast wordt aan de IRF vanaf maart en vanaf augustus twee keer voor een periode van drie tot vier maanden een mijnenjager beschikbaar gesteld. Ook draagt Nederland in de eerste helft van 2014 met een fregat bij dat zal deelnemen aan een grote Navo-oefening in de Baltische regio. Voor de Response Forces Pool (RFP) heeft Nederland voor de tweede helft van het jaar een onderzeeboot aangeboden.

In de tweede helft van 2014 neemt Nederland samen met Duitsland, Luxemburg en Spanje deel aan een door België geleide EU Battlegroup. Nederland draagt twee infanteriecompagnieën bij, aangevuld met gevechtssteun, logistieke steun en twee transporthelikopters.

Nationale inzet

Ook in 2014 is de nationale inzet van de krijgsmacht van belang. De open Nederlandse samenleving blijft immers kwetsbaar voor ontwrichtende invloeden en veiligheidsrisico’s. Naast incidentele bijstand op verzoek van civiele autoriteiten voert de krijgsmacht een groot aantal reguliere taken uit, zowel in Nederland als in de Caribische delen van het Koninkrijk. Civiele autoriteiten weten Defensie steeds vaker te vinden, waardoor de vraag naar militaire bijstand en steunverlening aanwijsbaar toeneemt. Ook in 2014 zijn daarvoor gegarandeerde militaire capaciteiten beschikbaar. In het kader van de Versterking van de Civiel-Militaire Samenwerking (VCMS) maken Defensie en het ministerie van Veiligheid en Justitie in 2014 concrete afspraken over een meer doelmatige samenwerking op het gebied van nationale veiligheid, ook in het cyberdomein. Het doel is zoveel mogelijk rendement te halen uit de civiele en militaire capaciteiten ten behoeve van onze nationale veiligheid, bijvoorbeeld door te werken aan kennisdeling, innovatie-initiatieven en wederzijdse ondersteuning van opleidingen, training en oefeningen. Daarnaast ontwikkelt Defensie capaciteiten om cyberoperaties uit te voeren. Ook deze capaciteiten kunnen op termijn op verzoek van civiele autoriteiten worden aangewend voor de digitale weerbaarheid van Nederland.

Investeren in de toekomst en versterken operationele duurzaamheid

Defensie heeft nu en in de toekomst behoefte aan modern, kwalitatief hoogwaardig en betaalbaar materieel, dat breed toepasbaar is en een groot aanpassingsvermogen heeft. Technologische ontwikkelingen gaan snel en nieuwe technologieën komen in een hoog tempo beschikbaar – niet alleen voor krijgsmachten, maar ook voor kwaadwillenden. Voor Defensie is het essentieel ontwikkelingen goed te monitoren en met innovatie bedreigingen een stap voor te blijven. Samenwerking met het bedrijfsleven en kennisinstituten vormt hiervoor het fundament. De introductie van het concept development and experimentation proces zorgt ervoor dat nieuwe concepten beter worden gekoppeld aan de operationele gebruikers, waardoor bijvoorbeeld prototypes direct in de praktijk getest en verbeterd kunnen worden. Zo kunnen, net als sinds enkele jaren bij de CODEMO–regeling, innovatieve concepten worden doorontwikkeld tot bruikbare capaciteiten en neemt de mogelijkheid toe om in Nederland ontwikkelde en geproduceerde producten succesvol in het buitenland te verkopen. Ook de noodzaak tot een afnemende afhankelijkheid van kwetsbare aanvoerlijnen, de verdere ontwikkeling van de operationele energiestrategie en het onderhoud op afstand zijn voorbeelden van onderwerpen waaraan Defensie werkt en waarbij samenwerking met het bedrijfsleven en kennisinstituten voorop staat.

Het investeringspercentage komt in 2014 uit op 15,7. Bij de korting op het investeringsbudget als gevolg van de nota In het belang van Nederland is er niettemin voor gezorgd dat de investeringsquote vanaf 2017 voldoet aan het richtsnoer van twintig procent. Met dit budget werkt Defensie aan de toekomstbestendigheid van de krijgsmacht en investeert zij in nieuwe technieken en wapensystemen, zoals informatiegestuurd optreden, de professionalisering van het inlichtingen- en veiligheidsveld (I&V) en de versterking van I&V-netwerken, de ontwikkeling van 3D-capaciteiten, cyber, onbemande (verkennings)systemen en joint optreden. Dergelijke intensiveringen zijn van groot belang voor de nationale veiligheid. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste projecten die in 2014 de aandacht hebben.

  • In het cyberdomein gaan de ontwikkelingen snel. De krijgsmacht speelt daar op in. Zo wordt het Defensie Cyber Commando versneld opgericht. Het eerste onderdeel daarvan is het Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) dat begin 2014 wordt gevormd. Het cyber inlichtingenvermogen wordt verder versterkt. De MIVD en de AIVD intensiveren de samenwerking op het gebied van cyber door de vorming van gezamenlijke teams en de oprichting van een gezamenlijke eenheid voor signals intelligence (SIGINT) en cyber.

  • De verwerving van het onbemande luchtsysteem MALE UAV wordt in 2014 voortgezet, met als doel een eerste inzetbare capaciteit in 2016 beschikbaar te hebben. Defensie krijgt daardoor op termijn de beschikking over operationele en strategische grondwaarneming vanuit de lucht.

  • Nederland wil binnen de Navo zijn sterke positie op het gebied van raketverdediging behouden. Defensie investeert daartoe in de vervanging van het verbindingssysteem COMPATRIOT ten behoeve van de Patriot-raketverdedigingscapaciteit. Dit project wordt in 2014 uitgevoerd. Ook worden op het gebied van raketverdediging de SMART-L radars aan boord van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten gemodificeerd. Met andere landen wordt overlegd over mogelijke samenwerking bij de instandhouding en verbetering van deze capaciteit. De samenwerking met Duitsland is het meest intensief.

  • Ter bescherming van het personeel en het materieel tegen geïmproviseerde explosieven worden in de periode 2012–2014 een permanente Joint Counter-Improvised Explosive Devices (C-IED) organisatie en een joint expertisecentrum voor C-IED opgericht. Defensie vervult op dit vlak internationaal een voortrekkersrol. In samenspraak met de Navo en het Europees Defensie Agentschap formuleert de Joint Task Force C-IED in 2014 een nieuw concept voor het veilig maken van transportroutes (Future Route Clearance operaties) en worden elektronische beschermingsprincipes in zowel Benelux als Navo-verband uitgewerkt. Voorts is Nederland lead nation voor de ontwikkeling van biometrische capaciteiten in Navo-verband en voor de ontwikkeling van forensische kennis en capaciteit in EU-verband.

Internationale defensiesamenwerking

De versterking van de internationale militaire samenwerking blijft in 2014 een speerpunt in het defensiebeleid. Daarbij is de verdere verdieping van militaire samenwerking, met gelijkgezinde landen en in multilateraal verband, nadrukkelijk het streven. Illustratief is de nauwe marinesamenwerking met België en het Verenigd Koninkrijk. Ook de luchtmachtsamenwerking met België neemt toe, waarbij er kansen zijn op het gebied van helikopters en luchttransport. In Benelux-verband wordt gewerkt aan het gecoördineerd optreden en oefenen met helikopters en aan samenwerking bij de invulling van de QRA-taak. Bij de samenwerking met Duitsland staan de landstrijdkrachten centraal. De hechte samenwerking tussen de Duitse en Nederlandse landmacht concentreert zich onder meer op gezamenlijk trainen, oefenen en opleiden, alsmede een gezamenlijk multinationaal hoofdkwartier op basis van het Duits-Nederlandse legerkorpshoofdkwartier. 11 Luchtmobiele Brigade en de Duitse Division Schnelle Kräfte worden in 2014 geïntegreerd. Nederland en Duitsland zoeken daarnaast ook toenadering op het gebied van onderzeebootbouw, vanwege schaalvoordelen en het behoud van schaarse kennis. Naast de Benelux, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk bouwt Defensie in 2014 voort op de goede relaties met landen zoals Denemarken, Frankrijk, Noorwegen en de Verenigde Staten.

Betere internationale coördinatie van reeds beschikbare capaciteiten, samen investeren in nieuwe capaciteiten en het op elkaar afstemmen van investeringen is van groot belang om de beschikking te houden over capaciteiten die ons land alleen niet kan financieren. Samenwerking kan de slagkracht vergroten en tekorten terugdringen. Internationale samenwerking wordt ook steeds belangrijker bij de verwerving, de instandhouding, de afstoting en de inzet van militaire capaciteiten. De EU en de Navo zijn onmisbaar als institutionele kaders en als bronnen van kennis en expertise. Initiatieven op het gebied van Pooling & Sharing (EU) en Smart Defence (Navo) leiden tot nieuwe kaders voor samenwerking op defensiegebied, bijvoorbeeld projecten op het gebied van onderzoek, technologieontwikkeling en materieel. Nederland blijft in 2014 werken aan de projecten waarin het een leidende rol op zich heeft genomen, zoals het Counter-IED Biometrie project van de Navo en het Air-to-Air-Refuelling initiatief voor de versterking van de Europese tankercapaciteit.

Bedrijfsvoering

Verbeteren planningsinzicht op de lange termijn

Voor de financiële onderbouwing van de nota In het belang van Nederland en de begroting 2014 zijn sjablonen opgesteld, die inzicht geven in de financiële aspecten van wapensystemen. Daarbij zijn investeringen en exploitatie in samenhang beschouwd en is de planningshorizon verruimd van 10 naar 15 jaar. Hiermee wordt over een langere periode inzicht gegeven in ontwikkelingen die samenhangen met de levensduur van wapensystemen, zoals technologische aanpassingen en grootschalig onderhoud. Het is de ambitie de eerste contouren van het inzicht per wapensysteem in de begroting 2015 te presenteren.

Dit inzicht in de totale uitgaven (investeringen en exploitatie) per wapensysteem gedurende de hele levenscyclus moet verder worden uitgebouwd. Defensie zal nader onderzoeken hoe en wanneer de systematiek van Life Cycle Costing (LCC) een structurele plaats kan krijgen in het plan- en begrotingsproces en de bedrijfsvoering. Dit is een ingrijpende verandering en vereist daarom zorgvuldige afstemming met de andere grote verandertrajecten, zoals de reorganisaties, de invoering van SAP en de verbetering van het beheer. Al deze trajecten grijpen op elkaar in en hebben tot doel de besturing en de bedrijfsvoering van Defensie te verbeteren. De geïntegreerde financiële en materieel-logistieke administratie in SAP berust op de uitgangspunten die aan de besturing en bedrijfsvoering ten grondslag liggen. De uitvoering van dit gehele programma loopt tot 2016 en is besproken met de Algemene Rekenkamer. Ten behoeve van de infasering van de planhorizon en LCC in de begroting 2015 wordt een plan van aanpak opgesteld.

SAP

Het programma SPEER is in 2013 overgegaan op de lijnorganisatie. De werkzaamheden die de programmaorganisatie SPEER bij haar opheffing aan de lijn overdroeg, worden door Defensie binnen de reguliere processen en procedures voltooid. Na het behalen van de overeengekomen doelstellingen van het programma SPEER ontvangt de Tweede Kamer een evaluatie. Tot die tijd ontvangt de Kamer halfjaarlijks een voortgangsrapportage.

Sourcing

Sourcing kan een bijdrage leveren aan het innovatieve vermogen, een verbetering van de flexibiliteit en de kwaliteit en het verlagen van de kosten. Kerntaken doet Defensie zelf, marktconforme diensten worden in beginsel uitbesteed, mits dat doelmatiger en doeltreffender is dan zelf doen. Het onderzoeken van de kansen voor sourcing is daarnaast een regulier onderdeel van het DMP-proces bij grote investeringsprojecten. In overleg met de Kamer is besloten de omvangrijke sourcingagenda meer in proportie te brengen en te concentreren op vijf prioritaire projecten: Instandhouding operationele wielvoertuigen tot 7,5 kN, Outsourcing IV/ICT, Defensie Vastgoeddiensten, Defensiebrede Vervanging van Bewakings- en Beveiligingssystemen en Uitbesteding Cateringdiensten. Voor het prioritaire project Defensie Vastgoeddiensten zijn inmiddels gesprekken begonnen met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en Defensie verkent de inrichting en de manier waarop wordt deelgenomen aan het RVB. Dit wordt in 2014 verder uitgewerkt. Met de centrales van overheidspersoneel is overeenstemming bereikt over het Sociaal Statuut dat bij sourcingtrajecten geldt. De Kamer ontvangt daarover afzonderlijk informatie.

Vastgoed

In 2014 krijgen ook veel vastgoedmaatregelen hun beslag. De in het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie beoogde besparingen van € 61 miljoen op de exploitatie van het vastgoed zijn nog niet volledig gerealiseerd. Zoals gemeld in de eerste halfjaarrapportage over het herbeleggingsplan van 15 mei jl. (Kamerstuk 32 733, nr. 129) bedraagt de tussenstand € 41,9 miljoen. De komende tijd neemt de besparing mogelijk nog met enige miljoenen toe, als meer duidelijkheid komt over projecten die nog in de studiefase zitten. Het is echter niet de verwachting dat uit deze maatregelen de volledige € 61 miljoen wordt gehaald. Het restant wordt meegenomen in de totale problematiek van € 348 miljoen. Met de nota In het belang van Nederland worden aanvullende besparingen op het vastgoed beoogd. De Johan Willem Frisokazerne in Assen, de Van Ghentkazerne in Rotterdam en het Air Operations Control Station in Nieuw Milligen worden over enkele jaren gesloten. In Nieuw Milligen blijft het terrein gehandhaafd waar de verkeersleidingsradar staat. Voor de gevechtsleidingstaak wordt een alternatieve locatie gezocht. De Joost Dourleinkazerne op Texel wordt omgevormd naar een oefenterrein zonder kazerne. Om deze wijzigingen mogelijk te maken, moet op andere plaatsen worden geïnvesteerd. In 2014 worden aanvullende maatregelen en voorstellen onderzocht om optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte, meer rijksbrede samenwerking aan te gaan en het aantal kleinere locaties te reduceren. In dat kader wordt de komende twee jaar op de grootste locaties bekeken of de vastgoednormering stringenter kan worden toegepast om zodoende te komen tot een betere bezetting.

Financiële gevolgen

In de onderstaande tabel staan de mutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting 2013:

TOTAAL DEFENSIE (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Standen ingediende ontwerpbegroting 2013

8.066,8

7.777,0

7.791,0

7.711,2

7.711,1

7.717,2

7.707,6

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

 

11,5

– 218,6

– 231,6

– 256,5

– 253,4

– 291,9

Stand voorjaarsnota 2013

8.066,8

7.788,5

7.572,4

7.479,6

7.454,6

7.463,8

7.415,7

Belangrijkste mutaties

             

1 Gedeeltelijke compensatie WUL

   

50,0

       

2 Overheveling van/naar departementen

   

– 0,1

– 0,1

– 0,1

– 0,1

– 0,1

3 Doorwerking ontvangsten

   

– 5,3

– 3,0

– 4,4

– 4,7

– 4,7

4 Doorwerking verkoopopbrengsten

       

56,0

44,8

44,8

5 Extrapolatie

           

– 0,7

6 Bijdrage taakstelling voor het rijk van 700 miljoen

   

– 15

– 15

– 15

– 15

– 15

Standen ontwerpbegroting 2014

8.066,8

7.788,5

7.602,0

7.461,6

7.491,1

7.488,8

7.440,0

  • 1. Gedeeltelijke compensatie WUL

    Door het ministerie van Financiën worden de meeruitgaven door de Wet Uniformering Loonbegrip in 2014 incidenteel gecompenseerd. De structurele oplossing voor de jaren vanaf 2015 is in de nota In het belang van Nederland verwerkt.

  • 2. Overhevelingen tussen departementen

    Het betreft een structurele bijdrage van € 0,1 miljoen aan het ministerie van Algemene Zaken voor de exploitatie van het platform rijksoverheid online. Verder gaat het om overhevelingen van geringe omvang aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in verband met de topinkomens in de publieke sector, de Topmanagementgroep en voor de financiering van het ambtelijk professioneel programma voor de Algemene Bestuursdienst. Het ministerie van Financiën (belastingdienst) draagt bij aan de ASL-BISL foundation.

  • 3. Doorwerking ontvangsten

    De doorwerking van ontvangsten heeft onder meer betrekking op bijgestelde ontvangsten van de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht, de uitbreiding en renovatie van het Centraal Militair Hospitaal, het meer declareren bij de zorgverzekeraar van de zelf verleende geneeskundige diensten en de meerontvangsten voor het niet operationele dienstvervoer. Daarnaast betreft het de herschikking van de ontvangsten van de inzet van Vessel Protection Detachments.

  • 4. Doorwerking verkoopopbrengsten

    Als gevolg van de in de nota In het belang van Nederland aangekondigde maatregelen wordt rekening gehouden met een hogere verkoopopbrengst van af te stoten groot materieel.

  • 5. Extrapolatie

    Deze technische mutatie betreft de extrapolatie (doorwerking) voor het kasjaar 2018.

  • 6. Bijdrage taakstelling € 700 miljoen voor het Rijk

    Het ministerie van Defensie draagt € 15 miljoen bij aan de taakstelling voor het Rijk van € 700 miljoen. Defensie dekt dit bedrag in de jaren 2014 tot en met 2016 uit de investeringen en vanaf 2017 wordt het bedrag in mindering gebracht op de risicoreservering uit de beleidsbrief 2011.

Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie

De krijgsmacht is vanaf 2014 inzetbaar voor:

  • 1. De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de NAVO een beroep doen op Nederland.

  • 2. De deelneming aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd, waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:

    • Op land: Eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de presentie in het Caribisch gebied).

    • Op en vanaf zee: Eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.

    • In de lucht: Tot de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.

    • Speciale operaties: Langdurige deelneming van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.

    • Cyberoperaties: defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.

    • Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refuelling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

    Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning (combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

  • 3. Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:

    • De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;

    • Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen (cybercapaciteit);

    • Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in het bijzonder met de in de ICMS-catalogus gegarandeerde capaciteiten;

    • Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises – zo nodig met alle op dat moment beschikbare eenheden.

  • 4. Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1) als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit twee roulerende compagnieën van het CZSK of het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

Overzicht beleidsdoorlichtingen

Op verzoek van de Tweede Kamer is de defensiebegroting ingericht naar organisatieonderdelen in plaats van beleidsartikelen. Beleidsartikelen zijn normaal gesproken het aanknopingspunt voor beleidsdoorlichtingen. Beleid heeft bij Defensie vaak betrekking op meerdere organisatieonderdelen. Een beleidsdoorlichting van een beleidsthema kan daardoor delen van de verschillende begrotingsartikelen bevatten. Zo worden per beleidsdoorlichting alle gerelateerde defensieuitgaven verantwoord. De programmering van de beleidsdoorlichtingen is ondanks de afwijkende ordening van de begroting – conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek – dekkend. Dat wil zeggen dat beleidsdoorlichtingen voor alle beleidsthema’s binnen de gestelde termijn van zeven jaar zijn gepland.

In elke beleidsdoorlichting wordt aandacht besteed aan de behaalde (maatschappelijke) effecten. Verantwoording van verrichte activiteiten en geleverde prestaties staat centraal. Indien hierbij de causale relatie tussen de defensie-inzet en de beoogde effecten niet kan worden aangetoond, wordt zo mogelijk ingegaan op de plausibiliteit van een relatie tussen defensie-inzet en de beoogde effecten. Ten slotte wordt in de beleidsdoorlichting op meerdere jaren teruggekeken, waarbij periodieke en tussentijdse evaluaties als bouwstenen kunnen worden gebruikt.

Beleidsdoorlichtingen

Planning

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Artikel / Operationele doelstelling

             

Artikel 1; Inzet

             

Bescherming kwetsbare schepen nabij Somalië

 

X

         

Budget Internationale Veiligheid1

             

Digitale weerbaarheid en cyber operations

         

X

 

Artikel 2; CZSK

             

Wijziging samenstelling Koninklijke marine (2005)

   

X

       

Artikel 3; CLAS

             

Civiel-militaire samenwerking

         

X

 

Artikel 4; CLSK

             

Strategische luchttransportcapaciteit

V

           

Artikel 5; CKmar

             

Mensenhandel/mensensmokkel

V

           

Artikel 6; Investeringen krijgsmacht

           

X

Investeringsproject nog te bepalen

             

Artikel 7; Ondersteuning krijgsmacht door DMO

             

SPEER

     

X

     

Artikel 8; Ondersteuning krijgsmacht door CDC

             

Actieplan werving en behoud

V

           

Veteranenzorg + ondersteuning defilé Wageningen

     

X

     

Flexibel Personeelssysteem

   

X

       

Integriteit

       

X

   
X Noot
1

Deze evaluatie wordt uitgevoerd door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Defensie zal daarbij betrokken zijn. Het tijdstip van deze beleidsdoorlichting wordt nog bepaald in overleg met Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Toelichting op bovenstaande tabel: In 2013 wordt, zoals gepland, een beleidsdoorlichting uitgevoerd naar de bescherming van kwetsbare schepen nabij Somalië. Deze doorlichting wordt vóór Verantwoordingsdag 2014 aan de Kamer aangeboden.

Vanaf 2014 is de tabel op verschillende punten aangepast. Allereerst is de planning beter in lijn gebracht met de nieuwe organisatie die vanaf eind 2013 van start gaat. Dat betekent dat de organisatie over dertig procent minder stafcapaciteit beschikt en dat op sommige punten andere prioriteiten worden gesteld. Onderwerpen waarvoor Defensie geen beleidsverantwoordelijkheid draagt, zoals de Kustwacht, zijn geschrapt. Toezeggingen aan de Kamer, zoals een evaluatie van het project SPEER, zijn daarvoor in de plaats gekomen. Ook wordt in 2018 aandacht besteed aan het nieuwe, centrale investeringsartikel, dat bestaat sinds de begroting 2013. Daarnaast is de categorie «defensiebreed» komen te vervallen. De onderwerpen die in die categorie waren ondergebracht, zijn in de nieuwe planning zoveel mogelijk verplaatst naar bestaande beleidsartikelen. Defensie presenteert met deze indeling een op de nieuwe organisatie toegesneden, defensiebrede en realistische planning. Tot slot is de programmering van de beleidsdoorlichtingen gericht op de belangrijkste activiteiten, omdat de beleidsartikelen bij Defensie voor een groot deel bestaan uit personele uitgaven, zoals salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer.

V = afgehandeld

X = in uitvoering of in planning

2.2 DE BELEIDSARTIKELEN

2.2.1. Beleidsartikel 1: Inzet

Algemene doelstelling

De Nederlandse krijgsmacht stelt eenheden gereed om invulling te kunnen geven aan zijn drie hoofdtaken:

  • Bescherming van het eigen en het bondgenootschappelijk grondgebied, met inbegrip van de Caribische delen van het Koninkrijk, en van de belangen van het Koninkrijk wereldwijd;

  • Bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit;

  • Ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is verantwoordelijk voor de beschikbaarstelling en inzet van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet ten behoeve van nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Beleidswijzigingen

Sinds de begroting 2013 zijn Nederlandse bijdragen aan de volgende missies in 2013 aangevangen dan wel verlengd:

  • Operatie Active Fence (Patriots-inzet in Turkije);

  • Redeployment Police Training Group (PTG);

  • EUCAP Nestor;

  • EUFOR Althea;

  • EUTM Somalië;

  • MFO (Multinational Forces and Observers);

  • EU NAVFOR ATALANTA;

  • Ocean Shield;

  • EUTM Mali;

  • EUAVSEC (European Union Aviation Security Mission);

  • RAPPICC (Regional Anti-Piracy Prosecution & Intelligence Coordination Centre);

  • UNDOF;

  • EUBAM Rafah.

Voor 2014 worden nog besluiten voorzien over de verlenging van lopende missies.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 1 Inzet (Bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

165.904

240.429

6.250

2.250

2.250

2.250

2.250

waarvan juridisch verplicht

             

Uitgaven

191.231

240.429

6.250

2.250

2.250

2.250

2.250

Programma uitgaven

191.231

240.429

6.250

2.250

2.250

2.250

2.250

Opdracht Inzet

             

– waarvan crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

185.351

228.279

         

– waarvan financiering nationale inzet krijgsmacht

2.366

2.250

2.250

2.250

2.250

2.250

2.250

– waarvan overige inzet

3.514

9.900

4.000

0

0

0

0

               

Ontvangsten

8.384

6.707

1.407

1.407

1.407

1.407

1.407

Programma ontvangsten

             

– waarvan crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

4.286

1.407

1.407

1.407

1.407

1.407

1.407

– waarvan overige inzet

4.098

5.300

         

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Juridische verplichtingen voor crisisbeheersingsoperaties en inzet zijn opgenomen onder het Budget Internationale Veiligheid op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Deze budgetten worden, na overleg met Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, op de geëigende begrotingsmomenten overgeheveld naar de defensiebegroting. De Kamer is hierover nader geïnformeerd met de brief van 12 juli jl. over het Budget Internationale Veiligheid (Kamerstuk 33 400 V, nr. 149).

Toelichting op de instrumenten

Toelichting algemeen

Binnen artikel 1 worden de defensie-uitgaven voor inzet voor internationale veiligheid verantwoord en de uitgaven voor nationale inzet begroot en verantwoord. Voor de toelichting op individuele missies wordt verwezen naar het verdiepingshoofdstuk. Deze toelichting is verplaatst vanwege de oprichting van het Budget Internationale Veiligheid waardoor in de defensiebegroting voor deze missies geen budget meer is opgenomen. Deze budgetten maken deel uit van het Budget Internationale Veiligheid in de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Toelichting op inzet voor internationale veiligheid

De inzet van Defensie voor internationale veiligheid wordt met ingang van 2014 gefinancierd vanuit het nieuwe Budget Internationale Veiligheid op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Uit het budget kunnen zowel ODA als non-ODA activiteiten, militair of civiel, worden gefinancierd. Alle middelen blijven in beginsel deel uitmaken van de HGIS en vallen onder de begrotingsverantwoordelijkheid van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Na gezamenlijke besluitvorming worden de middelen gefaseerd toegekend aan andere begrotingsartikelen binnen de HGIS. Dit wordt gemeld aan de Kamer bij de eerste of tweede suppletoire begroting of in de slotwet.

Voor Defensie betreft dit in 2014 bijvoorbeeld niet alleen crisisbeheersingsoperaties, maar ook de Navo- en EU-contributies ten behoeve van crisisbeheersingsoperaties, internationale criminaliteitsbestrijding, de beveiliging van diplomaten en ambassades in en rond crisisgebieden en de opbouw van regionale vredeshandhavingscapaciteit. Op de geëigende begrotingsmomenten worden de budgetten overgeheveld naar de defensiebegroting.

Overzicht missies

Overzicht missies

Toelichting op nationale inzet

De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie en Defensie hebben bestuursafspraken gemaakt over de gegarandeerde beschikbaarheid van militaire (specialistische) capaciteiten voor nationale veiligheid, crisisbeheersing en de operationele aansturing daarvan onder civiel gezag (Bestuursafspraken inzake intensivering civiel-militaire samenwerking).

Defensie levert de volgende vormen van ondersteuning aan de civiele autoriteiten, zowel in Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk:

  • Structurele nationale taken:

    • Inzet van de Koninklijke Marechaussee voor politietaken zoals beschreven in artikel 4 van de Politiewet 2012:

      • Beveiliging Koninklijk Huis;

      • Politietaak ten behoeve van Defensie;

      • Politietaak op Schiphol en andere aangewezen luchthavens;

      • Beveiliging burgerluchtvaart;

      • Verlening van bijstand aan en samenwerking met de politie alsmede assistentieverlening bij grensoverschrijdende criminaliteit;

      • Politietaak op plaatsen onder beheer van de minister van Defensie, op aangewezen verboden plaatsen en de ambtswoning van de minister-president;

      • Uitvoering van vreemdelingentaken op basis van de Vreemdelingenwet 2000;

      • Bestrijding van mensensmokkel en van fraude met reis- en identiteitsdocumenten;

      • Beveiligingswerkzaamheden voor De Nederlandsche Bank N.V.

    • Kustwacht Nederland, inclusief Search and Rescue (SAR);

    • Kustwacht Caribisch gebied;

    • Explosievenopruiming;

    • Luchtruimbewaking/bestrijding luchtvaartterrorisme, waaronder de Quick Reaction Alert (QRA) van twee bewapende F-16’s;

      • Bijzondere bijstandseenheden, waaronder de Unit Interventie Mariniers (UIM), een Aanhoudings- en Ondersteuningseenheid van de Koninklijke Marechaussee en een personele bijdrage aan de Dienst Speciale Interventies (DSI) van de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie;

    • Calamiteitenhospitaal;

    • Patiëntenvervoer van en naar de Waddeneilanden;

    • Hydrografische opneming van de zeebodem en de verwerking daarvan tot zeekaarten.

  • Militaire bijstand op grond van de Politiewet 2012:

    • Ondersteuning van de handhaving van de openbare orde;

    • Ondersteuning van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.

  • Militaire bijstand op grond van de Wet Veiligheidsregio’s;

  • Militaire steunverlening in het openbaar belang.

Naast de gegarandeerde militaire capaciteiten worden verscheidene incidentele inzetten verwacht die niet vallen onder structurele en reguliere militaire bijstand of militaire steunverlening.

Indicatieve inzet in 2014
 

Betreft

aantal

artikel

Explosieven opruiming

Aantal ruimingen

1.600

CLAS/FNIK

Explosieven opruiming Noordzee

Aantal ruimingen

60

CZSK

Duikassistentie

Aantal aanvragen

10

CZSK/FNIK

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

30

CZSK/FNIK

Patiëntenvervoer

Aantal uitgevoerde transporten

175

CLSK

SAR

Aantal uitgevoerde vluchten

30

CLSK

Onderscheppingen luchtruim

Aantal onderscheppingen

3

CLSK

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

100

KMAR/CLAS/FNIK

Handhaving openbare orde en veiligheid

Aantal aanvragen

45

KMAR/FNIK

Wet veiligheidsregio

Aantal aanvragen

10

KMAR/CLAS/FNIK

Militaire steunverlening in het openbaar belang

Aantal aanvragen

50

Alle krijgsmachtdelen/FNIK

Bijstand Caribisch gebied

Aantal aanvragen

4

CZSK/FNIK

Toelichting: In de rechter kolom staat het artikel dat de uitgaven draagt die worden gemaakt om de taken te kunnen uitvoeren. Indien de inzet voldoet aan de criteria, worden de additionele uitgaven met FNIK verrekend. Soms zijn er meer krijgsmachtdelen die de taken kunnen uitvoeren.

De additionele uitgaven die het gevolg zijn van de uitvoering van militaire bijstand en militaire steunverlening worden gefinancierd uit het budget Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK). Hiervoor hebben het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Veiligheid en Justitie en het Gemeentefonds gezamenlijk structureel € 2,25 miljoen overgeheveld naar de defensiebegroting. Deze bijdrage is bedoeld voor routinematige inzetten. Indien er sprake is van uitzonderlijke inzet die niet binnen de voorziening kan worden opgevangen, worden er met de betrokken partijen afzonderlijke afspraken gemaakt over de verrekening.

Toelichting op overige inzet

  • Frontex

    Nederland heeft 50 grenswachters beschikbaar gesteld voor de Frontex-pool voor snel inzetbare grensinterventieteams. Jaarlijks wordt bij de opstelling van het inzetplan bezien of deze bijdrage aan de pool wordt voortgezet. Het ministerie van Veiligheid en Justitie meldt de Nederlandse bijdrage met het inzetplan aan de Tweede Kamer. In 2014 is het weer mogelijk dat een beroep wordt gedaan op een Nederlandse bijdrage met mijnenjagers en/of een Dornier-vliegtuig. De haalbaarheid van een bijdrage wordt dan bezien. Een Nederlandse bijdrage wordt verrekend met de EU. Deze inzet wordt gemandateerd aan de operationele commando’s.

  • Nuclear Security Summit

    Nederland is in 2014 gastland van de Nuclear Security Summit (NSS) die eerder in Washington (2010) en Seoul (maart 2012) werd georganiseerd. De additionele kosten die hiervoor door Defensie worden gemaakt, worden gedekt binnen de HGIS.

Toelichting op ontvangsten

Ontvangsten crisisbeheersingsoperaties

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de vergoedingen van de EU, de Navo en VN-partners voor de door Nederland in het verleden geleverde diensten of ingezette personele en materiële middelen.

2.2.2. Beleidsartikel 2: Taakuitvoering zeestrijdkrachten

Algemene doelstelling

De zeestrijdkrachten leveren operationeel gerede maritieme capaciteit, zowel vloot als mariniers, voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de zeestrijdkrachten en van de mate van gereedheid van maritieme eenheden. Voor de maritieme capaciteit van de krijgsmacht is het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de maritieme eenheden. De zeestrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In onderstaande tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voortzettingsvermogen van het CZSK voor 2014. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CZSK 2014–2018

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

Vlooteenheden

Staf

NLMARFOR

1

1

Fregatten

LC-fregat

4

2

2

M-fregat

2

1

1

Patrouilleschepen

4

2

2

Bevoorradingsschip

1

1

Landing Platform Docks

2

1

1

Onderzeeboten

4

1

3

Ondersteuningsvaartuig OZD

1

0,21

0,8

Mijnenbestrijdingsvaartuigen

6

3

3

Hydrografische opnemingsvaartuigen

2

1

1

Marinierseenheden2

Marines Combat Group

2

1

1

Surface Assault Group

2

1

1

Sea-based Support Group

1

1

Squadron NLMARSOF

2

1,5

0,5

Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB)

Infanteriecompagnie Curaçao

1

1

Infanteriecompagnie Aruba3

1

1

Infanteriepeloton Sint Maarten

1

1

Bootpeloton Caribisch gebied

1

1

Ondersteuningsvaartuig Caribisch gebied

1

0,74

0,3

Overige eenheden

Defensie Duikgroep

1

1

X Noot
1

Deze waarden betreffen een gemiddelde gereedheid over het jaar, omdat dit unieke, ondeelbare eenheden betreft;

X Noot
2

De operationele eenheden van het Korps Mariniers zijn een geïntegreerd onderdeel van CZSK en bestaan na de reorganisatie uit twee Marine Combat Groups, twee Surface Assault Groups, een Sea Based Support Group en Netherlands Maritime Special Operation Forces (NLMARSOF);

X Noot
3

Deze taak wordt op roulatiebasis uitgevoerd door de CLAS en het Korps Mariniers;

X Noot
4

Deze waarden betreffen een gemiddelde gereedheid over het jaar, omdat dit unieke, ondeelbare eenheden betreft.

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven.

Beleidswijzigingen

Militaire presentie Sint Maarten

Het statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden gaat uit van de gelijkwaardigheid van de tot het Koninkrijk behorende landen. Hieruit vloeit voort de mogelijkheid om een rechtstreeks beroep te doen op de krijgsmacht. In Nederland en op Curaçao en Aruba is sprake van een permanente militaire presentie. Naar aanleiding van de herschikking binnen het Koninkrijk heeft Sint Maarten verzocht lokaal een permanente militaire presentie te realiseren. De Tweede Kamer heeft hiermee ingestemd tijdens het algemeen overleg over de Kustwacht in het Caribisch gebied op 13 juni 2012.

De militaire presentie op Sint Maarten zal bestaan uit een vast en een roulerend element. In 2014 moet het gehele detachement van 26 militairen van het CZSK volledig operationeel inzetbaar zijn. Het detachement staat onder het bevel van CZMCARIB.

De volgende beleidswijzigingen vloeien voort uit de nota In het belang van Nederland.

Militaire presentie Aruba

De 32e Infanteriecompagnie wordt per 1 januari 2015 opgeheven. De huidige taken van deze compagnie worden op roulatiebasis vervuld door eenheden van het CLAS en het CZSK, naar model van de compagnie die het CLAS nu levert op Curaçao. Op Aruba blijft een vaste staf aanwezig die wordt gevuld op basis van een evenredige verdeling van de taken tussen CLAS en CZSK.

Niet in Dienst stellen van het Joint Support Ship (JSS)

Het Joint Support Ship (JSS) wordt niet in dienst gesteld, maar afgestoten zodra het is afgebouwd. De behoefte aan een JSS is vervallen door de uitfasering van de Leopard 2-tanks, die met het JSS getransporteerd hadden kunnen worden. Ook wordt niet langer ingezet op tactisch luchttransport met zware amfibische helikoptercapaciteit. Hierdoor kan de maritieme bevoorradingscapaciteit worden geleverd door een kleiner bevoorradingsschip dan het JSS. Als gevolg hiervan heeft Defensie, in afwijking van de beleidsbrief 2011, het voornemen Zr.Ms. Amsterdam in 2014 niet uit dienst te stellen maar in de vaart te houden tot uiterlijk de indienststelling van het nog te verwerven kleinere bevoorradingsschip.

Flexibeler personeelsbezetting.

De organisatie van onder meer de operationele eenheden wordt verbeterd door de toepassing van een meer flexibele personeelssamenstelling die verband houdt met het missieprofiel van de eenheden. Deze maatregel leidt tot een reductie van vte’n en een structurele besparing.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

679.465

722.227

693.849

674.614

664.103

659.413

651.768

Uitgaven

671.975

722.227

693.849

674.614

664.103

659.413

651.768

Waarvan juridisch verplicht

   

91%

       

Programma uitgaven

60.009

169.704

130.745

122.179

122.111

120.024

115.480

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando ZSK

60.009

169.704

130.745

122.179

122.111

120.024

115.480

– waarvan inzet

8.147

5.940

         

– waarvan inzet en gereedstelling

49.181

66.218

21.674

22.828

22.829

22.829

18.260

– waarvan bijdragen aan SSO's

   

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

– waarvan instandhouding

2.681

97.546

95.571

85.851

85.782

83.695

83.720

               

Apparaatsuitgaven

611.966

552.523

563.104

552.435

541.992

539.389

536.288

Staven

8.865

9.629

9.264

9.097

8.957

8.957

8.957

Operationele eenheden Commando ZSK

598.370

542.894

553.840

543.338

533.035

530.432

527.331

Bijdragen aan SSO's

4.731

           
               

Apparaat per uitgavencategorie

611.966

552.523

563.104

552.435

541.992

539.389

536.288

personele uitgaven

491.975

488.095

502.653

491.378

481.966

479.982

477.509

– waarvan eigen personeel

491.975

488.095

472.659

459.483

450.992

448.849

446.426

– waarvan operationele toelage

   

29.994

31.895

30.974

31.133

31.083

– waarvan externe inhuur

             

materiele uitgaven

119.991

64.428

60.451

61.057

60.026

59.407

58.779

– waarvan bijdragen aan SSO's

   

2.800

2.900

2.800

2.800

2.800

– waarvan huisvesting en infrastructuur

30.689

4.630

4.092

4.092

4.093

4.093

4.098

– waarvan ICT

24.583

2.979

1.553

1.553

1.553

1.553

1.556

– waarvan overige exploitatie

64.719

56.819

52.006

52.512

51.580

50.961

50.325

               

Apparaatsontvangsten

10.418

20.044

20.044

20.044

20.044

20.044

20.044

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2014 gaat het om 91 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de zeewapensystemen, inzet en de verplichtingen voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Inzet en gereedstelling

De geraamde uitgaven voor inzet zijn gerelateerd aan de vlieguren en de vaardagen van de kustwacht in Nederland en de kustwacht in het Caribisch gebied. De overige inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet. De jaarplannen en jaarverslagen van de kustwachten bevatten nadere informatie over hun activiteiten en middelen.

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor oefenactiviteiten. De component «operationele toelagen» is uit de gereedstelling (programma) overgeheveld naar personele uitgaven (apparaat).

Bijdragen aan SSO’s (onder programma-uitgaven)

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s». Het betreft hier de uitgaven aan Rijkswaterstaat corporate dienst, een SSO van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (€ 13,5 miljoen voor 2014).

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek), walinstellingen en procesgebonden installaties en de herbevoorrading van operationele en ondersteunende eenheden (ketenlogistiek).

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

10.137

10.121

9.983

9.571

9.458

9.412

9.348

Opmerking: De maatregelen uit de nota In het belang van Nederland worden in de komende periode concreet uitgewerkt.

De uitgaven voor huisvesting en ICT zijn met ingang van 2013 overgeheveld naar CDC en DMO. De resterende uitgaven worden gedaan voor de kustwacht.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Bijdragen aan SSO’s (onder apparaatsuitgaven)

Het betreft hier de uitgaven aan Paresto (€ 2,8 miljoen voor 2014).

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.3. Beleidsartikel 3: Taakuitvoering landstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De landstrijdkrachten leveren operationeel gerede grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landstrijdkrachten en van de mate van gereedheid van grondgebonden eenheden. Voor de grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht is het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De landstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In de volgende tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voortzettingsvermogen van het CLAS voor 2014. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CLAS 2014–2018

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

High Readiness Forces (Land) Headquarters

NLD deel staf HRF HQ

1

1

NLD deel CIS Battalion

1

1

NLD deel Staff Support Battalion

1

1

Brigade Hoofdkwartier

Staf

3

1

2

Verkenningseskadron

2

1

1

ISTAR Module

5

2

3

CIMIC Support Element

4

2

2

Psyops Support Element

4

2

2

(Re)Deployment Taskforce HQ

Hoofdkwartier OOCL

1

1

Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando

Staf

1

1

Patriot Fire Unit

3

1

2

AMRAAM-Peloton

2

1

1

Stinger-Peloton

3

2

1

Korps Commandotroepen

Commandotroepencompagnie

4

1,5

2,5

Bataljonstaakgroep

Gemechaniseerd bataljon

3

1

2

Luchtmobiel bataljon

3

1

2

Panzer Haubitze/Mortier batterij

3

2

1

Pantsergeniecompagnie

4

1

3

Luchtmobiel Geniepeloton

3

1

2

CIS-Compagnie

3

1

2

ROLE 1 Medical Treatment Facility

22

12

10

Cybercommando

Cybercommando

1

1

Combat Support Elements

Staf Vuursteuncommando

1

1

Staf Geniebataljon

3

1

2

Constructiecompagnie

2

1

1

Brugmodule

2

1

1

CBRN-Compagnie

2

1

1

EODD Ploeg

48

20

28

Combat Service Support Elements

Bataljonsstaf National Support Element

2

1

1

Bataljonsstaf Geneeskundig bataljon

1

0,25

0,75

Compagniestaf NSE

8

3

5

Transportcompagnie

4

2

2

Zware Transportcompagnie

1

0,5

0,5

Clustercompagnie

2

1

1

Dienstencompagnie

1

0,5

0,5

Bevoorradingspeloton

3

1

2

Herstelpeloton

11

5

6

ROLE 2 Medical Treatment Facility

4

2

2

Nationale Reserve

Bataljon

3

3

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven.

De opzet van de doelstellingenmatrix van de landstrijdkrachten is gewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Tot vorig begrotingsjaar kende de matrix alleen de organieke eenheden van het CLAS. Waar van toepassing zijn deze organieke eenheden opgedeeld in kleinere componenten, die afzonderlijk aan een samengestelde eenheid kunnen worden gekoppeld. Het aantal eenheden in de matrix is hierdoor toegenomen. De omvang van de landstrijdkrachten is echter gelijk gebleven (dit komt overeen met het streven dat in het reorganisatieplan is neergelegd).

De eenheden van het CLAS leveren op roulatiebasis infanteriecompagnieën voor Curaçao en Aruba bij CZMCARIB.

Beleidswijzigingen

De volgende beleidswijzigingen vloeien voort uit de nota In het belang van Nederland.

Opheffing 45e Pantserinfanteriebataljon

Het 45e Pantserinfanteriebataljon wordt per 1 januari 2014 stilgezet en vervolgens opgeheven. «Stilzetten» houdt in het staken van operationele en gereedstellingsactiviteiten. Met de resterende infanteriecapaciteit kan Defensie voldoen aan de opgenomen inzetbaarheidsdoelstellingen.

Gereedstelling 11 Luchtmobiele Brigade voor Air Assault

Voortaan worden maximaal twee van de drie luchtmobiele bataljons volledig gereed gesteld voor Air Assault optreden. Het derde bataljon krijgt een basisopleiding Air Assault tot en met compagniesniveau, en kan zo nodig aanvullend worden opgeleid. Tegelijkertijd wordt het derde bataljon uitgerust met onder andere Bushmaster-voertuigen en opgeleid voor gemotoriseerd optreden.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten (bedragen x €1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

1.273.299

1.168.544

1.108.639

1.070.569

1.041.590

1.029.717

1.031.184

Uitgaven

1.277.277

1.168.544

1.108.639

1.070.569

1.041.590

1.029.717

1.031.184

Waarvan juridisch verplicht

   

94%

       

Programma uitgaven

92.598

172.638

136.456

128.981

129.145

125.092

130.406

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LAS

92.598

172.638

136.456

128.981

129.145

125.092

130.406

– waarvan inzet

             

– waarvan gereedstelling

89.325

95.374

52.032

54.926

54.927

54.927

54.932

– waarvan instandhouding

3.273

77.264

84.424

74.055

74.218

70.165

75.474

               

Apparaatsuitgaven

1.184.679

995.906

972.183

941.588

912.445

904.625

900.778

Staven

21.394

18.675

13.835

13.648

13.811

13.839

13.839

Operationele eenheden Commando LAS

1.146.300

977.231

958.348

927.940

898.634

890.786

886.939

Bijdragen aan SSO's

16.985

           
               

Apparaat per uitgavencategorie

1.184.679

995.906

972.183

941.588

912.445

904.625

900.778

personele uitgaven

951.777

907.963

905.795

875.281

849.649

841.594

836.235

– waarvan eigen personeel

951.777

907.963

867.504

833.890

810.588

802.533

797.174

– waarvan operationele toelage

   

38.291

41.391

39.061

39.061

39.061

– waarvan externe inhuur

             

materiele uitgaven

232.902

87.943

66.388

66.307

62.796

63.031

64.543

– waarvan bijdragen aan SSO's

   

8.400

8.500

8.400

8.400

8.400

– waarvan huisvesting en infrastructuur

83.908

           

– waarvan ICT

49.539

           

– waarvan overige exploitatie

99.455

87.943

57.988

57.807

54.396

54.631

56.143

               

Apparaatsontvangsten

18.346

20.523

20.523

20.523

20.523

20.523

20.523

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2014 gaat het om 94 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de landwapensystemen en voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Inzet

De inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor oefenactiviteiten. De component «operationele toelagen» is uit de gereedstelling (programma) overgeheveld naar personele uitgaven (apparaat).

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek) en bevoorrading van operationele en ondersteunende eenheden door het Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen (systeemlogistiek bedrijf).

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

21.133

20.108

19.458

18.669

18.495

18.359

18.261

Opmerking: De maatregelen uit de nota In het belang van Nederland worden in de komende periode concreet uitgewerkt.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s». Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 8,4 miljoen voor 2014).

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.4. Beleidsartikel 4: Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De luchtstrijdkrachten leveren lucht- en grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtstrijdkrachten en van de mate van gereedheid van de luchtstrijdkrachten. Voor de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht is het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De luchtstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In de onderstaande tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voorzettingsvermogen van het CLSK voor 2014. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CLSK 2014–2018

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

Jachtvliegtuigen

F-16

61

11

50

Helikopters

AH-64D Apache

29

101

19

CH-47 Chinook

17

61

11

AS-532 Cougar

8

4

4

AB-412SP

3

2

1

NH-90

11 –> 20

2 –> 52

9 –> 15

Transport-

vliegtuigen

KDC-10

23

1

1

C-130H Hercules

4

2

2

Kustwacht

Nederland

Dornier DO-228

2

1

1

Force Protection

OGRV eenheden

44

2

2

C2 element

2

1

1

Air C4ISR

AOCS

1

1

NDMC

1

1

X Noot
1

Toelichting Apache en Chinook: Voor Apache en Chinook worden bemanningen opgeleid tot Deployable Combat Ready. In geval van een missie kan de training missiespecifiek worden aangevuld;

X Noot
2

Toelichting NH-90: In 2014 moeten twee Vlooteenheden en drie SAR-bemanningen beschikbaar zijn. Vanaf 1-1-2015 moeten drie Vlooteenheden en zeven SAR-bemanningen beschikbaar zijn;

X Noot
3

Toelichting KDC-10: conform de beleidsbrief 2011 wordt met ingang van 2014 één DC-10 afgestoten;

X Noot
4

Toelichting OGRV: het aantal OGRV eenheden is door een herverdeling van personeel met één eenheid toegenomen ten opzichte van 2013.

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven.

In tegenstelling tot vorige begrotingsjaren zijn ook de permanent in de Verenigde Staten gestationeerde toestellen van het CLSK opgenomen in de doelstellingenmatrix. Het betreft tien F-16’s, acht Apaches en drie Chinooks. Deze zijn permanent in gebruik voor opleidingen en training, maar hebben een operationele configuratie. Het (niet-operationele) F-16 testtoestel wordt voortaan meegeteld in het voortzettingsvermogen.

Beleidswijzigingen

De volgende beleidswijzigingen vloeien voort uit de nota In het belang van Nederland.

Reductie aantal operationele F-16’s

Totdat de F-35 instroomt, kan voor de gereedheidsdoelstellingen van de F-16 worden volstaan met een kleiner aantal operationele toestellen. Daarom wordt in 2014 het huidige aantal operationele F-16’s met zeven toestellen verminderd tot 61. Deze zeven toestellen worden niet afgestoten, maar gebruikt als logistieke reserve om de inzetbaarheid van de resterende toestellen te vergroten. Tegelijkertijd wordt het aantal vlieguren gereduceerd met minder slijtage als gevolg. Het aantal operationeel gereed te stellen toestellen is voldoende om invulling te geven aan de inzetbaarheidsdoelstellingen.

Omvorming vliegbasis Leeuwarden tot een DOB

Het aantal F-16’s op de vliegbasis Leeuwarden wordt verlaagd en het totaal aantal jachtvliegtuigsquadrons gaat van vier naar drie, waarvan twee op Volkel. Als gevolg daarvan wordt de vliegbasis Leeuwarden per 1 januari 2016 omgevormd van een Main Operating Base (MOB) naar een Deployed Operating Base (DOB) die wordt aangestuurd en ondersteund vanaf de vliegbasis Volkel.

Afstoten Gulfstream

De Gulfstream, die wordt gebruikt voor niet-operationeel personentransport, wordt per 1 januari 2014 stilgezet en vervolgens afgestoten. «Stilzetten» houdt in het staken van de operationele en gereedstellingsactiviteiten.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

627.070

664.670

637.987

627.025

620.999

617.751

601.694

Uitgaven

661.877

664.670

637.987

627.025

620.999

617.751

601.694

Waarvan juridisch verplicht

   

96%

       

Programma uitgaven

45.001

145.671

132.634

141.967

143.487

140.408

141.000

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LSK

45.001

145.671

132.634

141.967

143.487

140.408

141.000

– waarvan inzet

             

– waarvan gereedstelling

25.971

26.069

12.481

13.252

13.097

13.086

13.052

– waarvan instandhouding

19.031

119.602

120.153

128.715

130.390

127.322

127.948

               

Apparaatsuitgaven

616.876

518.999

505.353

485.058

477.512

477.343

460.694

Staven

25.105

24.177

21.349

21.100

21.102

21.102

21.102

Operationele eenheden Commando LSK

584.512

494.822

484.004

463.958

456.410

456.241

439.592

Bijdragen aan SSO's

7.259

           
               

Apparaat per uitgavencategorie

616.876

518.999

505.353

485.058

477.512

477.343

460.694

personele uitgaven

414.284

401.798

392.226

373.766

366.057

366.349

355.400

– waarvan eigen personeel

414.284

401.798

387.182

368.124

360.416

360.709

349.761

– waarvan operationele toelage

   

5.044

5.642

5.641

5.640

5.639

– waarvan externe inhuur

             

materiele uitgaven

202.592

117.201

113.127

111.292

111.455

110.994

105.294

– waarvan bijdragen aan SSO's

   

1.850

1.959

2.009

2.009

2.009

– waarvan huisvesting en infrastructuur

58.002

           

– waarvan ICT

19.901

           

– waarvan overige exploitatie

124.689

117.201

111.277

109.333

109.446

108.985

103.285

               

Apparaatsontvangsten

13.854

15.227

15.227

15.227

15.227

15.227

15.227

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2014 gaat het om 96 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de luchtwapensystemen en voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Inzet

De inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor oefenactiviteiten. De component «operationele toelagen» is uit de gereedstelling (programma) overgeheveld naar personele uitgaven (apparaat).

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van de wapensystemen. De instandhoudingsuitgaven van het Logistiek Centrum Woensdrecht zijn hierin opgenomen. Naast uitgaven voor de diverse ondersteunende installaties gaat het om uitgaven voor de instandhouding van de wapensystemen die in de doelstellingenmatrix zijn genoemd.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

8.134

7.882

7.758

7.187

7.093

7.053

6.987

Opmerking: De maatregelen uit de nota In het belang van Nederland worden in de komende periode concreet uitgewerkt.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s». Het betreft hier de uitgaven aan Paresto (€ 0,9 miljoen voor 2014) en het KNMI (SSO van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, € 0,9 miljoen voor 2014).

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit (vlieger)opleidingen, werving, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.5. Beleidsartikel 5: Taakuitvoering Marechaussee

Algemene doelstelling

De Koninklijke Marechaussee (KMar) levert militaire politiecapaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de KMar. De uitvoering is opgedragen aan het Commando Koninklijke Marechaussee (CKMar). Het gezag over de KMar berust, naast de minister van Defensie, bij de minister van Veiligheid en Justitie.

Het CKMar heeft een takenpakket in binnen- en buitenland en houdt zich bezig met beveiliging, handhaving van de Vreemdelingenwetgeving waaronder grenstoezicht, politietaken ten behoeve van Defensie en op burgerluchtvaartterreinen, samenwerking met en bijstand aan de politie en uitvoering van politietaken in het kader van internationale vredesoperaties. Naast het reguliere takenpakket fungeert het CKMar als strategische reserve voor de Nederlandse politie. Hiermee levert het CKMar direct of indirect een bijdrage aan de veiligheid van de Staat door optreden in binnen- en buitenland.

Indicatoren algemene doelstelling

In onderstaande tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voortzettingsvermogen van het CKMar voor 2014 voor taken die worden uitgevoerd onder gezagsverantwoordelijkheid van de minister van Defensie. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CKMar 2014–2018

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

DLBE/BBM en districten

vte’n voor expeditionaire inzet

306

153

153

ME/BE

Peloton voor Crowd and Riot Control

1

1

DLBE/BSB

Vte’n voor Close Protection Teams van VIP’s

26

13

13

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven.

Geplande inzet

Het takenpakket van het CKMar is gericht op de veiligheid van de Staat en kent drie operationele speerpunten: bewaken en beveiligen, de grenspolitietaak en internationale en militaire politietaken.

Bewaken en Beveiligen

Het CKMar draagt zorg voor de bewaking en beveiliging van bepaalde vitale objecten en personen. Het CKMar doet dit in samenwerking met nationale en internationale publieke en private partners.

Kengetallen

Prognose 2014

Het percentage uitvoering Toezichtprogramma Beveiliging burgerluchtvaart

100%

Het aantal permanent te bewaken objecten

7

Het servicepercentage beveiligde waardetransporten voor De Nederlandsche Bank

100%

Beschikbare operationele KMar-eenheden voor expeditionaire beveiligingsopdrachten

(zie indicatoren algemene doelstelling)

Grenspolitietaak

Het CKMar richt zich op de bestrijding van illegale migratie, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Deze taak wordt doelmatig en flexibel, en zo mogelijk risicogestuurd, uitgevoerd met gebruikmaking van informatie van zowel het CKMar als van ketenpartners. Als grenspolitie wendt het CKMar bedreigingen af voor Nederland en het Schengengebied bij en voor de grens.

Kengetallen

Prognose 2014

Aantal luchthavens waar grensbewaking wordt uitgevoerd

8

waarvan permanent

6

Aantal prioriteitsmeldingen (op luchthavens waar politietaken worden uitgevoerd)

12.000

Aantal verwijderingen (directe verwijderingen zonder tussenkomst Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en verwijderingen na aanlevering van DT&V)

6.000

waarvan begeleid

2.000

Internationale en militaire politietaken

Het CKMar is als één van de vier operationele commando’s van Defensie mede verantwoordelijk voor de uitvoering van het buitenland- en veiligheidsbeleid van Nederland. Vanwege de specifieke organisatiekenmerken kan het CKMar met zowel de andere krijgsmachtsonderdelen als zelfstandige politieorganisatie in binnen- en buitenland optreden.

Kengetallen

Prognose 2014

Aantal misdrijfdossiers (aangeleverd aan OM Arnhem)

Op basis van criminaliteitsbeeldanalyse

Beschikbare operationele KMar-eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties

(zie indicatoren algemene doelstelling)

Beleidswijzigingen

De volgende beleidswijzigingen vloeien voort uit de nota In het belang van Nederland.

Invoering van een Profiling, Targeting and Tasking Centre (PTTC)

Vanaf 2015 zal met de invoering van het PTTC de manier van werken binnen het CKMar gaan veranderen, waarbij de territoriale indeling niet langer dominant zal zijn. In plaats daarvan zal er sprake zijn van een mobiele en flexibele benadering, die berust op informatie gestuurd optreden met een centrale aansturing.

Herziening politietaken

De maatregel betreft een budgetkorting op de militaire politietaken.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

388.505

333.626

311.529

306.714

301.424

299.928

299.486

Uitgaven

392.326

333.626

311.529

306.714

301.424

299.928

299.486

Waarvan juridisch verplicht

   

99%

       

Programma uitgaven

7.140

2.285

282

97

97

97

97

Opdracht Inzet KMAR

7.140

2.285

       

– waarvan inzet

282

97

97

97

97

– waarvan gereedstelling

7.140

2.285

         

– waarvan instandhouding

             
               

Apparaatsuitgaven

385.186

331.341

311.247

306.617

301.327

299.831

299.389

Staven

11.786

11.622

9.293

8.447

8.438

8.388

8.238

Operationele eenheden KMAR

370.233

319.719

301.954

298.170

292.889

291.443

291.151

Bijdragen aan SSO's

3.167

           
               

Apparaat per uitgavencategorie

385.186

331.341

311.247

306.617

301.327

299.831

299.389

personele uitgaven

280.533

288.385

279.415

274.200

269.227

268.573

268.171

– waarvan eigen personeel

280.533

288.385

277.505

272.190

267.217

266.563

266.161

– waarvan operationele toelage

   

1.910

2.010

2.010

2.010

2.010

– waarvan externe inhuur

             

materiele uitgaven

104.653

42.956

31.832

32.417

32.100

31.258

31.218

– waarvan bijdragen aan SSO's

   

300

350

300

300

300

– waarvan huisvesting en infrastructuur

30.537

           

– waarvan ICT

17.977

           

– waarvan overige exploitatie

56.139

42.956

31.532

32.067

31.800

30.958

30.918

               

Apparaatsontvangsten

8.074

4.590

4.590

4.590

4.590

4.590

4.590

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2014 gaat het om 99 procent. Deze verplichtingen hebben volledig betrekking op de apparaatsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Programma uitgaven

Gereedstelling

De uitgaven voor gereedstelling betreffen vooral de uitgaven voor meerdaagse (oefen) activiteiten (ongeveer 600.000 oefenuren). Voor 2014 zijn hiervan 50.700 oefenuren geraamd voor de bijstandsorganisatie. Dit aantal wijkt af van het aantal oefenuren in de voorgaande jaren omdat de bijstandsorganisatie na de reorganisatie met minder pelotons invulling gaat geven aan haar taken. De component «operationele toelagen» is uit de gereedstelling (programma) overgeheveld naar formatie (apparaat).

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

6.203

6.110

6.054

5.880

5.863

5.845

5.835

Opmerking: De maatregelen uit de nota In het belang van Nederland worden in de komende periode concreet uitgewerkt.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s». Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 0,3 miljoen voor 2014).

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.6. Beleidsartikel 6: Investeringen krijgsmacht

Algemene doelstelling

Defensie voorziet in nieuw materieel, infrastructuur en ICT-middelen en zij verkoopt, indien aan de orde, groot materieel en infrastructuur.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in nieuw materieel, infrastructuur en ICT-middelen en de afstoting van overtollig groot materieel en infrastructuur.

Investeringsquote

De investeringsquote bestaat uit het percentage van de investeringen ten opzichte van het gecorrigeerde defensiebudget (gecorrigeerd met HGIS). De investeringsquote van Defensie is in onderstaande grafiek weergegeven:

Investeringsquote

Investeringsquote

Beleidswijzigingen

Investeringsquote (IQ)

Een investeringsquote van 20 procent wordt al geruime tijd als richtsnoer gehanteerd. Dit zal zo blijven. Een toereikend investeringsvolume is van belang om te kunnen beschikken over een toekomstbestendige en relevante krijgsmacht.

Eén van de gevolgen van de maatregelen genomen in de nota In het belang van Nederland betreft het terugbrengen van de IQ tot een niveau van ongeveer 20 procent.

Voor zover er beleidswijzigingen zijn, betreffen dat wijzigingen in projecten. De belangrijkste wijzigingen worden per project toegelicht.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

 

1.276.290

1.616.175

1.307.816

711.361

1.478.374

1.468.527

Uitgaven

 

1.026.331

1.192.309

1.310.213

1.429.486

1.476.074

1.466.227

Waarvan juridisch verplicht

   

93%

       

Programma uitgaven

 

1.026.331

1.192.309

1.310.213

1.429.486

1.476.074

1.466.227

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

 

694.995

804.289

968.757

1.087.170

1.133.135

1.130.808

Opdracht Voorzien in infrastructuur

 

162.484

202.707

163.259

161.409

157.653

150.129

– waarvan bijdragen SSO (DVD)

 

27.143

20.942

31.681

31.105

28.713

Opdracht Voorzien in ICT

 

70.280

91.110

88.860

94.839

99.439

99.439

– waarvan bijdragen SSO (DTO)

 

51.735

43.835

42.046

42.697

42.707

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

 

63.001

62.800

59.945

57.775

57.554

57.557

Bijdrage aan de NAVO

 

35.571

31.403

29.392

28.293

28.293

28.294

               

Programma ontvangsten

 

136.658

163.788

123.356

147.956

137.656

152.656

– waarvan verkoopopbrengsten groot materieel

 

113.058

146.218

111.386

134.786

122.586

120.586

– waarvan verkoopopbrengsten infrastructuur

 

17.000

15.700

10.100

11.300

13.200

30.200

– waarvan overige ontvangsten

 

6.600

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2014 gaat het om 93 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de investeringen groot materieel (85 procent van de totale juridische verplichtingen), investeringen infrastructuur (tien procent) en overige investeringen (vijf procent).

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s». Het betreft hier de uitgaven voor DVD (€ 27,1 miljoen voor 2014) en DTO (€ 51,7 miljoen voor 2014).

Toelichting op de instrumenten

Voorzien in nieuw materieel

De projecten in realisatie waarvan de financiële omvang met meer dan € 10 miljoen of de planning met meer dan een jaar is gewijzigd, worden onder de tabellen toegelicht. Tevens worden de projecten in planning opgesomd waarvan wordt verwacht dat deze in 2014 tot uitgaven leiden, waarbij wezenlijke veranderingen ten opzichte van de ontwerpbegroting 2013 worden toegelicht.

In het Materieelprojectenoverzicht (MPO) worden alle strategische materieelprojecten met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen uitgebreid toegelicht. Daarbij wordt voor de projecten in planning bovendien de verwachte fasering in het Defensie Materieel Proces (DMP) vermeld.

Projecten Zeestrijdkrachten

Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

t/m 2013

2014

2015

2016

2017

2018

Fast Raiding Interception and Special Forces Craft (FRISC)

28,6

27,8

0,8

       

2014

Instandhouding Goalkeeper

33,2

12,9

9,6

6,0

4,7

   

2016

Instandhouding M-fregatten

58,7

43,1

10,1

5,5

     

2015

Instandhouding Walrus-klasse onderzeeboten

95,3

34,8

14,2

15,2

9,2

7,2

8,0

2019

Luchtverdedigings- en Commandofregatten

1.560,3

1.548,1

7,4

4,8

     

2015

LC-fregatten munitie

308,2

303,8

     

3,1

1,3

2018

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

117,2

40,3

20,3

17,1

12,1

15,1

6,2

2019

Patrouilleschepen

529,6

515,4

10,2

4,0

     

2015

Verbetering MK 48 torpedo

71,6

30,9

13,7

19,2

7,4

0,4

 

2017

Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS)

409,3

315,7

86,5

7,1

     

2015

Bij deze projecten zijn geen significante wijzigingen, behalve de afstoting van de JSS die na afbouw wordt verkocht.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2014

Reeds geplande projecten zijn de Midlife update BV 206D en de vervangende capaciteit Landing Craft Utility; er zijn geen significante wijzigingen ten opzichte van de eerdere jaren.

Nieuw is de verwerving van het vervangende bevoorradingsschip. Voor de geplande aanschaf van een kleiner bevoorradingsschip ter vervanging van het Joint Logistiek Ondersteuningsschip zijn studiekosten voorzien voor 2014.

Projecten Landstrijdkrachten

Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

t/m 2013

2014

2015

2016

2017

2018

 

Battlefield Management System (BMS)

62,8

55,8

7,0

       

2014

Datacommunicatie Mobiel Optreden (DCMO)

43,0

37,8

5,2

       

2014

Groot pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (productie)

792,7

345,3

137,0

130,9

122,7

53,3

3,5

2018

Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV) productie en training

1.118,1

1.111,9

6,2

       

2014

Patriot vervanging COMPATRIOT

29,7

10,6

15,8

3,3

     

2015

Vervanging genie- en doorbraaktank

90,4

88,8

1,6

       

2014

GPW Boxer

Zoals toegelicht in de 14e jaarrapportage (Kamerstuk 26 396, nr. 96) is het financieel projectvolume toegenomen als gevolg van prijsherziening en omzetting van variabele prijzen naar vaste prijzen. Daarnaast speelt ook het gewijzigde BTW-regime een rol. Het kasritme is aangepast naar aanleiding van een herziening van het leverschema.

Patriot vervanging Compatriot

Het projectbudget is herijkt en neerwaarts bijgesteld, omdat de vierde batterij niet van Compatriot wordt voorzien.

De resterende projecten zijn niet significant gewijzigd.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2014

Een nieuw project is de verwerving van 60mm mortieren.

Bij de volgende projecten zijn geen significante wijzigingen opgetreden:

  • Vervanging bergingsvoertuig voor het Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV);

  • Vervanging Mortieropsporingsradar (MOR);

  • CUP Elektronische Oorlogsvoering (EOV);

  • Verwerving CE-pakketten voor het IGV.

Projecten Luchtstrijdkrachten

Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

t/m 2013

2014

2015

2016

2017

2018

AH-64D Block II upgrade

120,0

45,2

42,5

32,3

     

2015

AH-64D verbetering bewapening

25,9

4,0

4,3

8,1

7,6

1,9

 

2017

Chinook uitbreiding en versterking (4+2)

366,2

363,9

2,3

       

2014

F-16 Mode 5 IFF

39,7

24,3

8,0

5,4

2,0

   

2016

F-16 verbetering lucht- grond bewapening fase 1

59,1

39,2

13,5

6,4

     

2015

F-16 verbetering lucht- grond bewapening fase 2

75,3

18,1

 

7,2

     

2027

F-16 Zelfbescherming (ASE)

81,1

8,4

 

24,7

48,0

   

2016

Bij deze projecten zijn geen significante wijziging opgetreden.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2014

Vervanging Medium Power Radars Wier en Nieuw Milligen

De financiële planning is aangepast vanwege vertraging in de DMP B/C fase. De gecombineerde B/C brief is voorzien voor eind 2013.

Langer doorvliegen F-16 Instandhouding

Het project bevindt zich nog in de DMP A-fase. De omvang van het projectbudget is verminderd als gevolg van de nota In het belang van Nederland. Dit wordt veroorzaakt door in 2014 het huidige aantal operationele F-16’s met zeven toestellen te verminderen tot 61. Deze zeven toestellen worden niet afgestoten, maar gebruikt als logistieke reserve om de inzetbaarheid van de resterende toestellen te vergroten. Tegelijkertijd wordt het aantal vlieguren verlaagd, met minder slijtage als gevolg.

Verwerving F-35

Met de nota In het belang van Nederland kiest Defensie ervoor om de F-16 te vervangen door de F-35. Besloten is dat de bestaande projectreservering van € 4,5 miljard tevens het projectbudget wordt. In de huidige planning zullen de eerste toestellen vanaf 2019 aan Nederland worden geleverd en kan Nederland een eerste capaciteit in 2021 operationeel gereed hebben. De twee afgeleverde testtoestellen, die zijn aangeschaft voor deelname aan de operationele testfase van het F-35 programma (IOT&E) waarvoor Nederland in mei 2008 een Memorandum of Understanding heeft getekend, worden tot 2019 ingezet voor deelname aan deze testfase en de voorbereidingen daarop. De deelname aan het Production, Sustainment and Follow-on Development Memorandum of Understanding (PSFD MoU) voor de F-35 blijft eveneens van toepassing.

Raming uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019 en verder

Verwerving F-35

4.520,6

430,1

37,5

47,8

100,0

334,0

503,0

3.068,2

2023

waarvan verwerving testtoestellen inclusief bijkomende middelen

282,0

282,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2013

waarvan verwerving toestellen inclusief bijkomende middelen

3.836,1

148,1

37,5

47,8

100,0

334,0

503,0

2.665,7

2023

waarvan PSFD MoU

177,3

107,5

15,5

8,6

11,1

9,4

8,0

17,2

2023

waarvan OT&E MoU (inclusief exploitatie testtoestellen t/m 2018)

74,2

1,6

17,4

14,0

13,4

14,1

13,7

0

2018

waarvan risicoreservering verwerving

402,5

0

0

0

0

0

0

402,5

2023

De risicoreservering van tien procent op de verwerving maakt onderdeel uit van het totale projectbudget en is in de tabel niet gespecificeerd per jaar. In de begroting 2015 zal naast de risicoreservering op de aanschaf ook de risicoreservering van tien procent op de exploitatiekosten worden opgenomen. Deze post wordt relevant vanaf 2019, omdat dan de eerste toestellen worden geleverd.

Bij het project F-16 Infrarood geleide lucht-lucht raket zijn geen significante wijzigingen opgetreden.

Projecten Marechaussee

Dit betreft de investeringsprojecten – voor zover niet in infrastructuur en informatievoorziening – ten behoeve van het CKmar. Geen van de projecten heeft een investeringsbudget van meer dan € 25 miljoen.

Projecten Defensiebreed

Projecten in realisatie defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

t/m 2013

2014

2015

2016

2017

2018

NH-90

1.193,4

958,7

67,4

82,1

64,9

20,3

 

2017

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn defensiebreed (MILSATCOM)

132,1

111,6

9,4

9,0

1,8

0,3

 

2017

MILSATCAP

31,4

11,0

5,1

5,1

5,3

1,4

3,5

2018

Modernisering navigatiesystemen

39,0

22,6

3,4

2,4

2,3

6,4

1,9

2018

Richtkijker wapen schutter lange afstand

28,7

26,7

2,0

       

2014

Uitbreiding CBRN-capaciteit

(materieel)

47,3

17,3

17,6

12,0

0,4

   

2016

NH-90

Vanwege het later contracteren van verplichtingen dan aanvankelijk was voorzien zijn enkele budgettaire wijzigingen doorgevoerd. Het betreft bijvoorbeeld modificaties om de NH-90 geschikt te maken voor transporttaken. Deze verschuiving heeft geen gevolgen voor de levering van de toestellen.

Bij de overige projecten zijn er geen significante veranderingen.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2014

Defensiebrede vervanging operationele wielvoertuigen (DVOW)

De voertuigen die deel uitmaken van de projecten Counter-Improvised Explosive Devices (C-IED) en Bouwmachines worden aan het project DVOW toegevoegd. Tevens is vanuit die projecten budget ter hoogte van totaal € 9 miljoen toegevoegd. Daarnaast zijn als gevolg van de nota In het belang van Nederland diverse herfaseringen in de verwachte budgetreeks aangebracht.

Vervanging deelsysteem Titaan (exclusief CODEMO)

De Tweede Kamer is op 9 april 2013 geïnformeerd over de voortgang van dit project (Kamerstuk 32 733, nr. 123).

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS).

De nota In het belang van Nederland leidt er toe dat in de meerjarige uitgaven diverse herfaseringen zijn doorgevoerd.

Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS)

Dit nieuwe project omvat de invoering van een nieuw gevechtskledingsysteem voor de gehele krijgsmacht. In de jaren 2014–2016 worden de verschillende bestaande verouderde soorten gevechtskleding vervangen door één nieuw systeem. Daarmee worden de uitrustingspakketten gestroomlijnd en wordt de bevoorrading en instandhouding vereenvoudigd.

Bij de volgende projecten zijn geen significante wijzigingen opgetreden:

  • Counter-IED;

  • Verwerving Helderheid Versterkende brillen (HV-brillen);

  • Vervanging ondersteunende wapens binnen de Klein Kaliber Wapen-familie;

  • Vervanging radio’s.

Voorzien in infrastructuur

Grote infrastructuurprojecten in realisatie (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Defensieonderdeel

Projectvolume

t/m 2013

2014

2015

2016

2017

2018

Fasering

tot

Nieuwbouw Schiphol

CKmar

140,9

133,5

7,4

       

2014

Hoger onderhoud Woensdrecht

DMO

88,9

51,3

2,6

10,4

11,9

12,3

0,4

2018

Nieuwbouw LOKKmar

CKmar

85,6

37,9

25,4

18,2

4,1

   

2016

EPA Maatregelen

Algemeen

65,3

20,2

6,3

0,0

11,4

11,1

8,8

2019

Strategisch vastgoedplan KMar

CKmar

25,7

19,4

6,2

0,1

     

2015

Nieuwbouw Schiphol

In de nabijheid van de luchthaven Schiphol wordt voor het District Schiphol van het CKMar een nieuw complex gerealiseerd ter vervanging van de gehuurde en verspreid liggende accommodaties. Het project wordt later opgeleverd dan oorspronkelijk gepland door een vertraging bij de aanbestedingsprocedure.

Hoger onderhoud Woensdrecht

Het project betreft de totale behoefte aan infrastructuur om het Logistiek Centrum Woensdrecht op Vliegbasis Woensdrecht te kunnen huisvesten. Voor het centraliseren van hoger vliegtuig- en elektrotechnisch onderhoud worden de volgende bedrijfsonderdelen samengevoegd:

  • de Staf Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht;

  • de Divisie Wapensysteemondersteuning;

  • de Logistieke Divisies Woensdrecht en Rhenen;

  • het Centrum voor Technologie en Missieondersteuning.

De realisatie van diverse deelprojecten (nieuwbouw van het hoofdgebouw, werkcentrum Avionica en het logistiek complex) is vertraagd, omdat een integraal vergunningstraject moest worden doorlopen.

Nieuwbouw Landelijk Opleidings- en Kenniscentrum CKmar (LOKKmar)

Het LOKKmar wordt ondergebracht op het complex Koning Willem III/Frank van Bijnenkazerne in Apeldoorn. De realisatieperiode duurt naar verwachting tot en met 2016.

Energie Prestatie Adviezen (EPA) maatregelen

Dit project betreft een verzameling van energie- en daarmee kostenbesparende maatregelen voor de bestaande infrastructuur.

Strategisch Vastgoedplan KMar

Dit project betreft de herindeling van de districten van de KMar, verdeeld in vier projecten. Twee projecten zijn inmiddels gerealiseerd, twee zijn nog in uitvoering. De herindeling van de districten houdt onder andere in dat een aantal districten wordt samengevoegd.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2014

Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid

Met de uitvoering van verbetermaatregelen brengt Defensie de brandveiligheid van de meest risicovolle gebouwen op orde en biedt ze haar personeel een veilige woon- en werkomgeving. Dit betreft onder meer legeringsgebouwen maar ook de kinderdagverblijven. De planning is in lijn met de nalevingsafspraak met de Inspectie Leefomgeving en Transport van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, waarmee wordt voorkomen dat het Bevoegd Gezag over moet gaan tot het opleggen van bestuurlijke dwangmaatregelen.

Deelproject HVD 1.3.6.2. Mariniers naar Zeeland

Met de bouw van een nieuwe kazerne te Vlissingen wordt de verhuizing mogelijk gemaakt van het Mariniers Trainings Commando vanuit de Van Braam Houckgeestkazerne te Doorn en het Logistiek Centrum Maartensdijk.

Deelproject 1.3.7.1. HVD Schuifplan Ermelo

Het schuifplan Ermelo zorgt ervoor dat de verhuizing en sluiting van de KMS uit Weert mogelijk wordt. Daarvoor moet eerst ruimte worden gemaakt door de volgtijdelijke verhuizing van eenheden van Havelte naar Wezep, van Ermelo naar Havelte en tot slot van Weert naar Ermelo.

Deelproject 1.3.7.4. HVD Herbelegging Oranjekazerne Schaarsbergen

In 2014 wordt begonnen met enkele kleine aanpassingen en de sloop van een aantal gebouwen. Daarna worden oude gebouwen vervangen die aan het einde van de levensduur zijn. De realisatie hangt voor een deel nog af van de uitwerking van lopende reorganisaties.

Deelproject 1.3.7.5. HVD Herbelegging De Ruyter van Steveninckkazerne Oirschot

In Oirschot komen gebouwen vrij door de opheffing van de tankbataljons. Oude gebouwen wordt gesloopt en goede bestaande infrastructuur wordt gebruikt door andere eenheden zoals de nieuw opgerichte CBRN-eenheid. Ook komt er aanvullende nieuwbouw.

Deelproject 2.a.5. HVD Realisatie twintig Gezondheidscentra (GZHC) en zeven tandheelkundige centra (THKC)

Dit project behelst de aanpassing van de huisvesting aan de nieuwe organisatie van de bedrijfsgroep Gezondheidszorg, door aanpassing van bestaande infrastructuur en door nieuwbouw op verschillende locaties.

Deelproject 2.a.6. HVD Belegging Breda

Met dit project wordt de verhuizing mogelijk van het Instituut Defensie Leergangen van Rijswijk naar Breda, onder meer door aanvullende nieuwbouw van legeringsruimte en aanpassing van lesaccommodaties en kantoren op de Trip van Zoutlandkazerne (TvZ). Een verdere concentratie op de TvZ, het Kasteel van Breda en de Luchtmachttoren maakt het mogelijk elders in de stad locaties af te stoten.

Deelproject 2.b.2. HVD CLAS Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen (DBGS)

Ten behoeve van het onderbrengen van alle logistiek van het CLAS komt er nieuwbouw van een warehouse (verzamelplaats) ter vervanging van de locaties Steenwijk en een deel van Lettele.

Deelproject 2.b.3. CLAS Reorganisatie materieel-logistieke eenheden

Ten behoeve van de voorgestelde herbelegging worden op zeven locaties aanpassingen uitgevoerd, naast de al geplande investeringen voor de aanpassing van de werkplaatsen op de locaties Havelte, Wezep en Oirschot. Wel worden de geplande aanpassingen op de locaties Oirschot en Wezep verminderd. Verder komen er wijzigingen in de realisatie van de Keuring, Diagnose en Teststations en worden voorzieningen getroffen voor de huisvesting van de voertuigpools. De benodigde extra investeringen worden volledig bekostigd uit de vrijval van lopende projecten.

Voorzien in ICT

Voorzien in ICT

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

t/m 2013

2014

2015

2016

2017

2018

ERP/M & F (Speer)

277,3

268,6

8,7

       

2014

Dit project is niet significant gewijzigd.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2014

Dit betreft alleen het project Cyber. Er zijn geen afwijkingen ten opzichte van de planning.

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Programmafinanciering TNO

40.582

33.533

32.558

32.543

32.528

32.307

32.308

Programmafinanciering NLR

516

517

517

517

517

517

517

Contractonderzoek technologieontwikkeling

28.113

24.206

23.630

20.790

18.635

18.635

18.637

Contractonderzoek kennistoepassing

1.452

4.745

6.095

6.095

6.095

6.095

6.095

Totaal

70.663

63.001

62.800

59.945

57.775

57.554

57.557

Met het centrale kennis- en technologiebudget voor wetenschappelijk onderzoek wordt een defensiespecifieke kennisbasis opgebouwd en in stand gehouden bij TNO en de Grote Technologische Instituten (GTI’n). Op specifieke terreinen wordt voor Defensie relevante technologie ontwikkeld. Ook wetenschappelijk advisering door TNO en de GTI’n wordt uit dit artikel gefinancierd. Met de uitvoering van onderzoekprogramma’s en -projecten wordt tevens invulling gegeven aan de prioriteiten uit de Strategie-, Kennis- en Innovatieagenda (SKIA) van 19 mei 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 3).

Programmafinanciering TNO en NLR

De uit te voeren onderzoeksprogramma’s bouwen een defensiespecifieke kennisbasis op bij TNO (inclusief kennisinstituut MARIN) en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) en houden deze in stand conform de herijking van de kennisportfolio van 28 januari 2010 (Kamerstuk 27 830, nr. 71). Programmatisch onderzoek betreft investeringen in een kennisbasis die niet binnen Defensie aanwezig is en die zonder een gerichte financiële inspanning van Defensie niet beschikbaar komt of toegankelijk is. Met de opgebouwde kennis laat Defensie zich vervolgens adviseren en ondersteunen bij de beleidsvorming, verwerving en onderhoud van materieel, opleiding en training, bedrijfsvoering en operationeel optreden. De advisering richt zich onder meer op noodzakelijke verbeteringen en innovatieve vernieuwingen op deze gebieden. De programmafinanciering bedraagt in 2014 ongeveer € 33 miljoen.

Contractonderzoek technologieontwikkeling

Voor technologieontwikkeling is in 2014 ongeveer € 24 miljoen beschikbaar. Deze projectmatige uitgaven worden ingezet waar technologie een oplossing kan bieden voor (operationele) tekortkomingen, de (operationele) output van Defensie kan verbeteren of tot grote besparingen kan leiden. De uitvoering gebeurt vaak binnen de gouden driehoek van overheid, industrie en kennisinstituten. Het instrument draagt bij aan de versterking van het innovatief vermogen van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie en daarmee aan de doelstelling van de Defensie Industrie Strategie (DIS) en het rijksbrede topsectorenbeleid (topsectoren Hightech Systemen en Materialen (HTSM) en Water). De bijdrage van € 1 miljoen die Defensie levert aan de bezuiniging op subsidies aan het bedrijfsleven (topsectoren) uit het regeerakkoord, is vanaf 2014 dan ook verwerkt in het budget voor technologieontwikkeling. De technologieprojecten worden, waar van toepassing, interdepartementaal (topsectorenbeleid) en internationaal (Navo en European Defence Agency, EDA) afgestemd en ingebed. Interdepartementale R&D-projecten waarvan Defensie de regievoerder is, worden ook via dit instrument uitgevoerd. Het betreft in de periode 2011–2015 het project Sensor Technology Applied in Reconfigurable systems for sustainable Security (STARS) met een totale omvang van ongeveer € 18 miljoen.

Contractonderzoek kennistoepassing

Binnen Defensie dient de concrete toepassing van met centrale middelen opgebouwde kennis primair te worden gefinancierd uit de decentrale budgetten van de defensieonderdelen als behoeftestellers. Op centraal niveau is een beperkt budget beschikbaar voor acute, niet-planbare kennisondersteuning en interdepartementaal afgesproken bijdragen aan de instandhouding van grote experimentele onderzoeksfaciliteiten bij TNO en de GTI’n. In 2014 is hiervoor ongeveer € 6 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan de Navo

De uitgaven hebben betrekking op de Nederlandse bijdrage in gemeenschappelijk gefinancierde Navo-investeringsprogramma’s. Ook de investeringsuitgaven voor de AWACS-vliegtuigen zijn hierin opgenomen.

Verkoopopbrengsten Groot Materieel

Lynx-helikopter

De helikopters worden in onderdelen verkocht. Een aantal contracten is gesloten met gebruikers van dit type helikopter in diverse landen.

Nieuwe afstotingen

Als gevolg van de maatregelen zoals opgenomen in de nota In het belang van Nederland wordt materieel afgestoten. Op hoofdlijnen betreft het:

  • het Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS): de afbouw van het JSS is voorzien voor 2015 en het schip is daarna per direct beschikbaar voor verkoop. Ter vervanging van de nog altijd noodzakelijke bevoorradingscapaciteit wordt een nieuw kleiner bevoorradingsschip verworven;

  • de opheffing van het 45e Pantserinfanteriebataljon: het bijbehorende materieel wordt grotendeels afgestoten. Het betreft CV-90’s, Fenneks en Boxers;

  • de Gulfstream wordt in 2014 afgestoten.

Verkoopopbrengsten Infrastructuur

De verkoopopbrengsten infrastructuur hebben betrekking op opbrengsten van af te stoten objecten, zoals Kranenburg-Noord te Harderwijk, LC Kanaalweg te Utrecht, Binckhorsthof te Den Haag, MC Lopik en MC Weert.

2.2.7. Beleidsartikel 7: Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van ICT-middelen, brandstof, munitie en kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Beleidswijzigingen

Er zijn geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2013.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

1.738.102

865.403

814.171

756.125

763.288

755.694

752.841

Uitgaven

1.701.260

865.403

814.171

756.125

763.288

755.694

752.841

Waarvan juridisch verplicht

   

90%

       

Programma uitgaven

1.364.826

347.640

337.791

319.590

335.185

334.075

332.327

Voorzien in nieuw materieel

829.577

           
               

Opdracht Logistieke ondersteuning

535.249

347.640

337.791

319.590

335.185

334.075

332.327

– waarvan gereedstelling

241.467

229.946

236.322

227.461

226.792

225.707

224.358

– waarvan afstoting

8.787

– waarvan instandhouding

232.614

117.694

101.469

92.129

108.393

108.368

107.969

               

Apparaatsuitgaven

336.434

517.763

476.380

436.535

428.103

421.619

420.514

Staven

8.874

12.158

7.185

6.348

6.342

6.342

6.342

Ondersteuning operationele eenheden

326.127

505.605

469.195

430.187

421.761

415.277

414.172

Bijdragen aan SSO's

1.433

           
               

Apparaat per uitgavencategorie

336.434

517.763

476.380

436.535

428.103

421.619

420.514

personele uitgaven

130.587

186.040

179.845

170.825

160.665

160.671

159.621

– waarvan eigen personeel

130.587

186.040

179.533

170.513

160.353

160.359

159.309

– waarvan operationele toelage

   

312

312

312

312

312

– waarvan externe inhuur

             

materiele uitgaven

205.847

331.723

296.535

265.710

267.438

260.948

260.893

– waarvan bijdragen aan SSO's

   

219.896

195.796

190.585

188.934

188.924

– waarvan huisvesting en infrastructuur

87.242

           

– waarvan ICT

11.407

228.279

         

– waarvan overige exploitatie

107.198

103.444

76.639

69.914

76.853

72.014

71.969

               

Programma ontvangsten

58.451

           

Apparaatsontvangsten

170.575

77.933

42.933

42.933

42.933

43.433

43.433

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2014 gaat het om 90 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de aanschaf van munitie en instandhoudingsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Gereedstelling

De uitgaven voor gereedstelling bestaan vooral uit brandstof voor varend, rijdend en vliegend materieel en munitie. Dit betreft uitgaven voor defensiebrede contracten.

Instandhouding

De uitgaven voor instandhouding betreffen vooral grote wapensystemen en eenheden van de operationele commando's. In de doelstellingenmatrices bij de beleidsartikelen van de operationele commando’s staan de wapensystemen vermeld waarvoor uitgaven worden geraamd.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

1.935

2.261

2.570

2.536

2.487

2.487

2.466

Opmerking: De maatregelen uit de nota In het belang van Nederland worden in de komende periode concreet uitgewerkt.

De uitgaven ICT worden met ingang van 2013 voor alle defensieonderdelen verantwoord op dit artikel. Dit betreffen uitgaven voor de werkplekdiensten en het onderhoud van IV-systemen.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s». Het betreft hier de uitgaven voor IVENT (alle informatievoorziening € 217,3 miljoen voor 2014) Paresto (€ 0,3 miljoen voor 2014) en DVD (afstotingskosten € 2,3 miljoen voor 2014).

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.8 Beleidsartikel 8: Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

Algemene doelstelling

Het Commando DienstenCentra (CDC) voorziet in een doelmatige en doeltreffende ondersteuning van de krijgsmacht. Het CDC draagt zorg voor de levering van ondersteunende diensten aan de krijgsmacht, is wereldwijd actief en voorziet in randvoorwaarden en faciliteiten, zodat de defensieonderdelen zich kunnen concentreren op hun kerntaken. Deze ondersteunende diensten betreffen huisvesting, beveiliging, facilitaire diensten, transport, catering, P&O dienstverlening, gezondheidszorg en opleidingen voor officieren.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het CDC een bijdrage levert.

Beleidswijzigingen

De ondersteunende diensten worden binnen Defensie verder geconcentreerd bij het CDC. Dit is begonnen in 2013 en wordt in 2014 voltooid. Dit betreft onder meer de concentratie van de defensiebrede aspecten van personele uitvoering in de divisie Personeel en Organisatie Defensie, de samenvoeging van de defensiebrede niet-operationele gezondheidszorg in de divisie Defensie Gezondheidsorganisatie (DGO) en de oprichting van het Financieel Administratie- en Beheerkantoor (FABK) in de divisie Facilitair en Logistiek. De opdracht voor de uitvoering van de dienstverlening met de daarbij benodigde middelen wordt gegeven door de CDS.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

1.125.525

1.012.933

972.277

959.317

934.130

923.340

908.187

Uitgaven

1.223.658

1.012.933

972.277

959.317

934.130

923.340

908.187

Waarvan juridisch verplicht

   

99%

       

Programma uitgaven

330.507

12.793

         

Voorzien in infrastructuur

255.481

           

Voorzien in ICT

62.042

           
               

Opdracht Dienstverlenende eenheden

12.984

12.793

         

– waarvan gereedstelling

7.559

12.793

         

– waarvan afstoting

3.000

           

– waarvan instandhouding

941

           
               

Apparaatsuitgaven

893.151

1.000.140

972.277

959.317

934.130

923.340

908.187

Staf CDC

19.302

20.858

15.802

15.803

12.802

12.608

12.608

Ondersteuning operationele eenheden

843.678

917.778

938.077

926.808

905.960

896.702

881.549

Bijdragen aan SSO's

9.926

41.419

         

Attachés

20.245

20.085

18.398

16.706

15.368

14.030

14.030

               

Apparaat per uitgavencategorie

893.151

1.000.140

972.277

959.317

934.130

923.340

908.187

personele uitgaven

475.274

432.478

451.970

453.660

436.415

430.235

426.992

– waarvan eigen personeel

464.167

420.995

441.052

443.523

427.616

422.774

419.531

– waarvan operationele toelage

   

248

448

448

448

448

– waarvan attachés

11.107

11.483

10.670

9.689

8.351

7.013

7.013

– waarvan externe inhuur

             

materiele uitgaven

417.877

567.662

520.307

505.657

497.715

493.105

481.195

– waarvan bijdragen aan SSO's

   

151.901

147.661

141.923

139.077

136.742

– waarvan huisvesting en infrastructuur

135.425

357.422

224.172

216.522

216.636

214.781

206.355

– waarvan ICT

134.198

           

– waarvan overige exploitatie

139.116

201.638

136.506

134.457

132.139

132.230

131.081

– waarvan overige exploitatie attachés

9.138

8.602

7.728

7.017

7.017

7.017

7.017

               

Programma ontvangsten

30.706

           

Apparaatsontvangsten

75.041

60.912

51.377

53.671

52.197

51.473

51.479

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2014 gaat het om 99 procent. Deze verplichtingen hebben volledig betrekking op de apparaatsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

7.365

7.331

7.353

7.158

6.880

6.777

6.702

Opmerking: De maatregelen uit de nota In het belang van Nederland worden in de komende periode concreet uitgewerkt.

Attachés

De post Attachés betreft het in het buitenland geplaatst defensiepersoneel bij ambassades. Het gaat om ongeveer 115 vte’n, van wie ongeveer 100 militairen. Deze functionarissen worden geplaatst onder de zogenoemde DBZV-regeling (Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel). Dit is een regeling van Buitenlandse Zaken over de toekenning van vergoedingen en tegemoetkomingen in de noodzakelijk te maken extra kosten die verband houden met de plaatsing van een medewerker op een post in het buitenland.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s». Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 35,1 miljoen voor 2014) en de DVD (huisvestings- en infrastructurele kosten (€ 116,8 miljoen voor 2014).

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.3. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

2.3.1. Niet-beleidsartikel 9: Algemeen

Algemene doelstelling

In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven begroot. Het betreft onder meer subsidies en bijdragen, bijdragen aan de Navo en internationale samenwerking.

Budgettaire gevolgen

Artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen en uitgaven

202.930

101.835

113.716

102.147

98.434

93.561

94.188

Programma uitgaven

             

Opdracht Milieu-uitgaven

5.133

           

Subsidies en bijdragen

21.904

21.922

21.752

21.727

21.227

21.227

21.207

Bijdrage NAVO en internationale samenwerking

43.950

38.398

44.918

45.652

45.649

40.943

40.943

Internationale samenwerking

2.979

           

Wetenschappelijk onderzoek

70.663

           

Overige uitgaven

33.736

41.515

47.046

34.768

31.558

31.391

32.038

Totaal programma uitgaven

178.365

101.835

113.716

102.147

98.434

93.561

94.188

Totaal ontvangsten

14.960

           

Toelichting op de instrumenten

Opdracht Milieu-uitgaven

De Milieu-uitgaven worden met ingang van 2013 geraamd onder Beleidsartikel 8: Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra onder «Huisvesting en Infrastructuur».

Subsidies en bijdragen

De subsidies en bijdragen worden verleend aan instellingen die voor Defensie een toegevoegde waarde hebben. Een overzicht van de subsidies is opgenomen in bijlage 4.5.

Bijdragen aan de Navo en Internationale samenwerking

De bijdragen aan de Navo hebben betrekking op Navo-exploitatieuitgaven, waaronder uitgaven voor AWACS-vliegtuigen. De bijdragen voor Navo-investeringprogramma’s worden geraamd onder beleidsartikel 6 Investeringen Krijgsmacht.

Internationale Militaire Samenwerking omvat in beginsel alle militaire samenwerkingsactiviteiten die Defensie in internationaal verband uitvoert. Het betreft onder meer militair-operationele samenwerking, defensiematerieelsamenwerking, militaire inlichtingensamenwerking, juridische samenwerking en steun bij de oprichting en versterking van veiligheidsstructuren in het kader van wapenbeheersing.

Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek wordt met ingang van 2013 geraamd onder beleidsartikel 6 Investeringen Krijgsmacht.

Overige uitgaven

Deze defensiebrede uitgaven hebben onder meer betrekking op de voorlichtings- en communicatieactiviteiten, de schadevergoedingen via de landsadvocaat en uitgaven aan de Belastingdienst.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s». Het betreft hier de uitgaven voor het RVOB van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Nationaal Militair Museum; € 0,5 miljoen).

2.3.2. Niet-beleidsartikel 10: Centraal apparaat

Algemene doelstelling

De Bestuursstaf draagt zorg voor een beheerste uitvoering van het beleidsproces en de bedrijfsvoering van het ministerie van Defensie. De Bestuursstaf adviseert en ondersteunt de minister en zet besluiten over de richting, inrichting en inzet van Defensie om in helder, eenduidig en uitvoerbaar beleid. Daarnaast schept zij de voorwaarden voor een optimale taakuitvoering door de defensieonderdelen. Operaties in binnen- en buitenland worden gecoördineerd en aangestuurd vanuit de Defensiestaf, onderdeel van de Bestuursstaf.

Budgettaire gevolgen

Artikel 10 Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen en uitgaven

1.761.039

1.627.371

1.698.315

1.603.521

1.546.784

1.536.465

1.545.999

Apparaatsuitgaven

             

Bestuursstaf

107.015

101.086

86.837

86.658

83.912

83.573

83.770

Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst

70.670

60.916

64.294

63.302

62.267

61.551

61.388

Pensioenen en uitkeringen

1.380.124

1.244.165

1.224.978

1.237.674

1.238.123

1.241.123

1.242.223

Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden

202.876

221.204

322.206

215.887

162.482

150.218

158.618

Ziektekostenvoorziening

2.845

           

Totaal apparaatsuitgaven

1.763.530

1.627.371

1.698.315

1.603.521

1.546.784

1.536.465

1.545.999

Apparaat per uitgavencategorie

1.763.530

1.627.371

1.698.315

1.603.521

1.546.784

1.536.465

1.545.999

personele uitgaven

1.723.733

1.594.128

1.676.536

1.583.271

1.528.236

1.518.819

1.528.365

– waarvan eigen personeel

137.888

128.759

129.352

129.710

127.631

127.478

127.524

– waarvan externe inhuur

             

– waarvan pensioenen, wachtgelden en uitkeringen

1.585.845

1.465.369

1.547.184

1.453.561

1.400.605

1.391.341

1.400.841

materiele uitgaven

39.797

33.243

21.779

20.250

18.548

17.646

17.634

– waarvan bijdragen aan SSO's

   

170

200

600

200

200

– waarvan ICT

20.404

           

– waarvan overige exploitatie

19.393

33.243

21.609

20.050

17.948

17.446

17.434

Totaal ontvangsten

24.839

6.783

6.908

6.908

6.908

6.908

6.908

Toelichting op de instrumenten

Bestuursstaf

De Bestuursstaf draagt zorg voor een beheerste uitvoering van het beleidsproces en de bedrijfsvoering van het ministerie van Defensie. De uitgaven die daarmee gemoeid zijn betreffen vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, bovenformatieve inhuur en overig materieel.

Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Binnen de Bestuursstaf is de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) belast met de ondersteuning van Defensie op het gebied van inlichtingen en veiligheid.

De uitgaven die daarmee gemoeid zijn betreffen vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, informatievoorziening en overig materieel.

Pensioenen en uitkeringen

Deze uitgaven betreffen de betaling van ouderdomspensioen en overige uitkeringen aan voormalig defensiepersoneel.

Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden

Deze post betreft de verstrekking van uitkeringen krachtens het Sociaal Beleidskader en overige regelingen aan voormalig defensiepersoneel.

Personele uitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

1.764

1.678

1.624

1.544

1.525

1.525

1.525

Opmerking: De maatregelen uit de nota In het belang van Nederland worden in de komende periode concreet uitgewerkt.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s». Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 0,17 miljoen voor 2014).

Voor een nadere toelichting op de personele uitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.

Totaal apparaatsuitgaven en apparaatskosten Defensie

Bedragen x € 1.000

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

5.791.822

5.544.043

5.498.859

5.285.071

5.142.292

5.102.612

5.071.849

Kerndepartement

1.763.530

1.627.371

1.698.315

1.603.521

1.546.784

1.536.465

1.545.999

               

Uitvoeringsorganisaties

4.028.292

3.916.672

3.800.544

3.681.550

3.595.508

3.566.147

3.525.850

Inzet

0

0

0

0

0

0

0

Taakuitvoering Zeestrijdkrachten

611.966

552.523

563.104

552.435

541.992

539.389

536.288

Taakuitvoering Landstrijdkrachten

1.184.679

995.906

972.183

941.588

912.445

904.625

900.778

Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten

616.876

518.999

505.353

485.058

477.512

477.343

460.694

Taakuitvoering Koninklijke marechaussee

385.186

331.341

311.247

306.617

301.327

299.831

299.389

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

336.434

517.763

476.380

436.535

428.103

421.619

420.514

Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

893.151

1.000.140

972.277

959.317

934.130

923.340

908.187

Totaal apparaatsuitgaven

5.791.822

5.544.043

5.498.859

5.285.071

5.142.292

5.102.612

5.071.849

De bovenstaande tabel bevat alle apparaatsuitgaven van Defensie. Zie voor een verdere toelichting de relevante beleidsartikelen.

Taakstelling Rijksdienst

In het huidige regeerakkoord is vanaf 2016 een apparaatstaakstelling voor Defensie opgenomen die oploopt tot € 48 miljoen. Binnen Defensie is de taakstelling belegd bij de apparaatsbudgetten van de Defensie Materieel Organisatie (DMO) en het Commando DienstenCentra (CDC):

Extracomptabele tabel invulling taakstelling

(Bedragen x € 1 miljoen)

2016

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling (totaal)

17

39

48

48

CDC (inclusief bijdrage SSO's DVD en Paresto)

10

23

29

29

DMO (inclusief bijdrage SSO DTO)

7

16

19

19

Bedrijfsvoering bij Defensie

Een goede bedrijfsvoering is essentieel voor het bereiken van de operationele doelstellingen van de krijgsmacht. Defensie wil de bedrijfsvoering vereenvoudigen, meer samenhang aanbrengen en samenwerken met andere partijen.

Het beheer vormt een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Defensie heeft voortgang geboekt bij de verbetering van het beheer en in de komende periode wordt gewerkt aan de structurele inbedding van deze verbeteringen in de bedrijfsvoering. Goed beheer moet vanzelfsprekend zijn en dient verankerd te zijn in de organisatie. Beheer is een zaak van de commandanten. Zij hebben zicht op de risico’s en de sturing op verbeteringen. Omdat beheer een integraal onderdeel is van de bedrijfsvoering rapporteren de commandanten van de zeven defensieonderdelen vanaf 1 januari 2014 over de kwaliteit van het beheer conform defensiebrede indicatoren.

Begin 2013 heeft Defensie de verbeterplannen herijkt voor het beheer in samenhang met de reorganisatie, de invoering van SAP en de krijgsmacht op orde (Kamerstuk 32 733, nr. 116 van 14 februari 2013). Deze herijking heeft geleid tot een aangepast tijdschema waarbij ook een prioritering is afgesproken. Ten behoeve van de infasering van de planhorizon en LCC in de begroting 2015 wordt een plan van aanpak opgesteld.

Financieel beheer

Het FABK is in 2014 voor het eerst een volledig verantwoordingsjaar operationeel. Dit leidt tot de structurele inbedding van de kwaliteit van het financieel beheer.

Materieel beheer

Het jaar 2014 staat in het teken van verdere structurele inbedding van het materieelbeheer en de vervolmaking van de sturing in de lijn.

Personeelsbeheer

Nadat in 2013 de nadruk heeft gelegen op het controleren en schonen van de personeelsdossiers, wordt in 2014 de kwaliteit van de personeelsdossiers structureel ingebed in de P&O-processen.

Verklaringen van geen bezwaar

Voorzien is dat vanaf 2014 verklaringen van geen bezwaar (VGB) structureel binnen de geldende norm worden afgegeven.

Verantwoordingsinformatie

De activiteiten uit het meerjarig verbeterprogramma Operationele gereedheid zijn opgenomen in het programma Basisadministraties. Dit programma leidt tot verbetering van de stuur- en verantwoordingsinformatie in 2014.

2.3.3. Niet-beleidsartikel 11: Geheime uitgaven
Artikel 11 Geheime uitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen en uitgaven

5.251

5.264

5.264

5.264

5.264

5.264

5.264

Geheime uitgaven

5.251

5.264

5.264

5.264

5.264

5.264

5.264

Totaal uitgaven en verplichtingen

5.251

5.264

5.264

5.264

5.264

5.264

5.264

2.3.4. Niet-beleidsartikel 12: Nominaal en onvoorzien
Artikel 12 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen en uitgaven

0

19.847

47.727

43.825

83.383

89.391

80.918

Loonbijstelling

             

Prijsbijstelling

             

Nader te verdelen

0

19.847

47.727

43.825

83.383

89.391

80.918

Onvoorzien

             

Totaal uitgaven

0

19.847

47.727

43.825

83.383

89.391

80.918

Toelichting

Op de post Nader te verdelen wordt loon- en prijsbijstelling ondergebracht. De prijsbijstelling tranche 2013 is niet uitgekeerd. Om de stijgende prijzen op te vangen, wordt binnen de defensiebegroting budget vrijgemaakt.

De standen bij de beleidsartikelen sluiten aan op de ramingen voor de nota In het belang van Nederland. In de Voorjaarsnota 2014 zal de loon- en prijsbijstelling van Nader te verdelen, op basis van nieuwe ramingen, worden verdeeld over de beleidsartikelen.

Vanuit het Budget Internationale Veiligheid zullen bij eerste of tweede suppletoire begroting of slotwet middelen worden overgeheveld naar de begroting van Defensie voor de uitvoering van overeengekomen activiteiten van Defensie voor het Budget Internationale Veiligheid. Op basis van de huidige inzichten wordt dit bedrag op € 59,5 miljoen geraamd.

3. BATEN-LASTENAGENTSCHAPPEN

3.1. Defensie Telematica Organisatie

Algemeen

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) maakt als agentschap deel uit van het Joint IV-commando van de DMO. DTO levert geïntegreerde hoogwaardige IV-diensten aan Defensie en ketenpartners binnen de Rijksoverheid op het gebied van de openbare orde en veiligheid. Tevens steunt DTO de operationele informatievoorziening van het CZSK, het CLAS, het CLSK en de KMar bij internationale en nationale inzet.

Begroting van baten en lasten

(Bedragen x € 1.000)

realisatie 2012

begroting 2013

ramingen 2014

2015

2016

2017

2018

Baten

             

Omzet moederdepartement

335.401

273.008

269.000

237.000

230.000

229.000

229.000

Omzet overige departementen