Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2001-2002
Kamerstuk 24077 nr. 95

Gepubliceerd op 17 december 2001
Toon volledige inhoudsopgave

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



24 077
Drugbeleid

nr. 95
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 december 2001

Mede namens de ministers van Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport doe ik u de brief over houseparty's toekomen, waarom in het ordedebat in 13 november jl. is verzocht. Met betrekking tot de in dat ordedebat gestelde vraag over kwaliteitscontroles verwijs ik naar de beantwoording van vraag 37 door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de Voortgangsrapportage Drugbeleid 2001. De beantwoording wordt u separaat toegezonden.

Schets van de omstandigheden

In het weekeinde van 11 november 2001 raakten tijdens een feest in de discotheek «Fundustry» enkele mensen onwel en werden per ambulance vervoerd naar het ziekenhuis in Zaanstad. Een 28-jarige vrouw overleed, na zonder succes te zijn gereanimeerd. Dit voorval staat helaas niet op zichzelf.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft een overzicht gemaakt van de zes personen die dit jaar zijn overleden na het gebruik van synthetische drugs. De gemiddelde leeftijd is 21 jaar. Bij drie van de zes gevallen was sprake van het gebruik van meerdere drugs en/of alcohol. In de andere drie gevallen lijkt vooralsnog alleen sprake te zijn van het gebruik van MDMA (XTC). Daarbij was de sociaal-medische conditie van de slachtoffers een belangrijke factor. In geen enkel geval was er alleen GHB of PMA gebruikt; er was bij deze stoffen steeds sprake van combinatiegebruik van zowel verschillende drugs of verschillende drugs en alcohol.

De meest gebruikte stoffen in het uitgaanscircuit zijn op de eerste plaats XTC-achtigen (meestal MDMA). Op de tweede plaats wordt cocaïne aangetroffen. Op een aantal «trendy» party's wordt ook GHB gebruikt. Ook cannabis, amfetaminen en GHB en poppers worden gevonden.

Het wettelijk regime voor de meest voorkomende drugs in het uitgaanscircuit is het volgende:

MiddelWettelijke bepaling
CannabisOpiumwet Lijst II
XTCOpiumwet Lijst I
CocaïneOpiumwet Lijst I
Amfetamine (speed)Opiumwet Lijst I
GHBWoG
PoppersWoG
In mindere mate: 
2-CBOpiumwet Lijst I
LSDOpiumwet Lijst I
KetamineWoG

WoG: Wet op de Geneesmiddelenvoorziening

Onderzoek Rijksrecherche

Bij het incident in Zaandam waren twee politiemensen betrokken. Het betreft de overledene en een ander slachtoffer. Voor zover het mij nu bekend is maakten zij deel uit van een groepje politiemensen dat in hun vrije tijd aan het feest deelnam. Onder gezag van het Openbaar Ministerie voert de Rijksrecherche een onderzoek uit naar de toedracht van de gebeurtenissen, voor zover het de betrokkenheid van beide politiemensen betreft. Grondig en objectief dient te worden vastgesteld wat er heeft plaatsgevonden en of er sprake was van strafbare feiten. Het is gebruikelijk dat de Rijksrecherche een dergelijk onderzoek uitvoert. Hoewel het gebruik van drugs in sommige maatschappelijke kringen helaas een geaccepteerd verschijnsel lijkt te zijn, neemt dit niet weg dat voor politiemensen andere normen gelden dan voor normale burgers. Gebruik van drugs door politiemensen, ook in de vrije tijd, brengt de politie in diskrediet en acht ik daarom niet tolerabel. Het is in de eerste plaats aan de betreffende korpsbeheerder om hiertegen op te treden. Ik zal het Korpsbeheerdersberaad en de Raad van Hoofdcommissarissen vragen hieromtrent advies uit te brengen.

Registratie van incidenten

De registratie van incidenten rond houseparty's is een verantwoordelijkheid van de afzonderlijke politieregio's en andere te onderscheiden instanties. Landelijk vindt geen centrale registratie plaats van dit soort incidenten. Het Nederlands Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) geeft informatie aan de medische beroepsgroepen bij het optreden van vergiftigingen, waaronder vergiftigingen veroorzaakt door druggebruik, en registreert het aantal verzoeken om informatie. Deze registratie is echter niet representatief omdat men alleen contact opneemt met dit centrum indien er een adviesbehoefte is. Op grootschalige dansevenementen waar een EHBO-post van Educare Groningen aanwezig is, vindt registratie plaats. Sinds de start van Educare worden systematisch alle bezoekers van de EHBO-voorziening geregistreerd. Men registreert (anoniem) klachten, middelengebruik, evt. gezondheidsproblemen van de persoon, de hulp die verleend is en de doorverwijzing naar ziekenhuis of arts. De vraag is of een landelijke registratie zinvol is, aangezien de aantallen klein zijn en er een zeer grote investering nodig is om alle ziekenhuizen en EHBO-posten consequent gegevens te laten leveren. Monitoring van stoffen in het uitgaanscircuit is wel zinvol. Zie hiervoor ook de recent toegezonden beantwoording van vraag 4 bij uw vragen over de voortgangsrapportage drugbeleid.

Tenslotte is bij het Steun- en informatiepunt drugs en veiligheid (SIDV) informatie aanwezig over de wijze waarop gemeenten en politie omgaan met houseparty's en dergelijke fenomenen. Dit steunpunt is opgericht door de ministeries van Justitie, VWS en BZK en de VNG en is ondergebracht bij de VNG. De aanwezige informatie bestaat uit beleidsnota's, voorbeelden van verordeningsbepalingen en jurisprudentie. Ook kan gebruik worden gemaakt van de model-verordeningsbepalingen van de VNG. Aldus is op een centraal punt informatie verzameld zodat bereikt wordt dat een gemeente waar een nieuw probleem opdoemt kan leren van ervaringen van andere gemeenten. Gemeenten, het openbaar ministerie en politiekorpsen kunnen zich met vragen over de aanpak van houseparty's en dergelijke happenings wenden tot dit steunpunt.

Regulering door gemeenten

Om gemeentebesturen en politie behulpzaam te zijn bij het formuleren van beleid ten aanzien van houseparty's en aanverwante gebeurtenissen hebben de drie betrokken ministeries enige jaren geleden de handreiking «Stadhuis en house» opgesteld. Daarin is beschreven in welke situaties een houseparty kan worden verboden en zijn voorbeelden opgenomen van voorschriften die kunnen worden verbonden aan een vergunning voor een dergelijke happening. Eveneens enige jaren geleden is in opdracht van BZK de wetenschappelijke studie «Wapenen tegen drugsoverlast» uitgebracht. Het boekwerk geeft inzicht in het beschikbare juridische instrumentarium.

Recent heeft het Korpsbeheerdersberaad het Nederlands Politie Instituut (NPI) verzocht op korte termijn een quick scan te maken van het bestuurlijk-juridisch instrumentarium van gemeenten op dit terrein. Het NPI zal dit samen met de VNG uitvoeren.

De burgemeester is verantwoordelijk voor de toezicht op openbare vermakelijkheden en samenkomsten. Op basis van artikel 174 van de Gemeentewet en de Algemene plaatselijke verordening beschikt de burgemeester over bevoegdheden om dergelijke gelegenheden in goede banen te leiden. De verantwoordelijkheid van de burgemeester laat onverlet dat organisatoren van dance- en andere evenementen zelf primaire verantwoordelijkheid dragen voor de rust en veiligheid tijdens de happening. Zij dienen daartoe de nodige maatregelen te nemen. De burgemeester kan in de vergunning voor een evenement voorschriften opnemen op basis waarvan de organisator gehouden is bepaalde voorzieningen te treffen. Hierop kom ik verder in deze brief nog terug. Mocht tijdens de party worden geconstateerd dat er drugs worden verhandeld, dan kan de burgemeester de party verbieden op basis van artikel 13b van de Opiumwet («Damocles»: bestuursdwang wegens drugshandel). Indien drugs worden aangetroffen in een reguliere discotheek, kan de burgemeester deze gelegenheid sluiten op basis van artikel 13b van de Opiumwet. Momenteel wordt een evaluatie uitgevoerd van de toepassing van de bevoegdheden tot sluiting van gelegenheden waar sprake is van bezit van drugs (artikel 13b van de Opiumwet en artikel 174a van de Gemeentewet). Het evaluatierapport komt naar verwachting begin 2002 beschikbaar.

Eerder dit jaar in heb ik in antwoord op kamervragen naar aanleiding van de chaos rondom het evenement Dance Valley al aangegeven van mening te zijn dat de lokale overheid uitsluitend vergunning mag verlenen voor een dergelijk evenement als men ervan overtuigd is dat de veiligheid van de bezoekers is gewaarborgd. Ook zal de overheid ervoor moeten zorgdragen dat de uitvoering van de vergunning en de daarin opgenomen voorschriften wordt gecontroleerd.

Een evenement als hier aan de orde kan alleen worden gehouden indien de organisator beschikt over een vergunning die de burgemeester verleent op basis van de Algemene plaatselijke verordening (APV). Een house-, XTC-, hardcore party e.d. kan worden geweigerd als het gevaar bestaat dat de openbare orde wordt verstoord of indien de volksgezondheid op het spel staat. Dit kan ertoe leiden dat het lokale bestuur een dergelijk evenement kan verbieden of afgelasten. Indien er geen duidelijke aanwijzigen bestaan dat er drugs zullen worden verhandeld – maar bijvoorbeeld wel minder concrete vermoedens of indien op basis van algemene ervaringsgegevens bekend is dat tijdens dergelijke gebeurtenissen geregeld drugs worden gebruikt en verhandeld– kan de burgemeester voorschriften aan de vergunning verbinden met als doel de handel in drugs tegen te gaan. Uiteraard gebeurt dit in nauw overleg met de officier van justitie. Zo kan van de organisator een strikte toegangscontrole worden verlangd waarbij de bezoekers aan een fouillering aan de kleding worden onderworpen. Het is in gemeenten ook algemeen gebruikelijk dat de party's waar het hier om gaat aan dergelijk strikte voorwaarden worden verbonden. Een burgemeester kan een happening ook verbieden als uit ervaringsgegevens bekend is dat in de gelegenheid de gezondheid van bezoekers geregeld in gevaar wordt gebracht.

Op basis van het bovenstaande kan de burgemeester van Zaandam het houden van grootschalige dance-manifestaties in de gelegenheid Fundustry verbieden en hij heeft dat ook tijdelijk gedaan. Inmiddels heeft de burgemeester de voorwaarden waaronder dergelijke feesten kunnen plaatsvinden aangescherpt door o.a. het beperken van het aantal bezoekers en het verkorten van de openingstijden.

Handhavingsactiviteiten regiopolitie Zaanstreek-Waterland

De zorg voor de orde en veiligheid tijdens een feest is in beginsel een verantwoordelijkheid van de betreffende organisator. Het is van belang dat organisatoren in overleg met plaatselijke instanties als de GGD, politie en de brandweer de veiligheidsmaatregelen rond een party voorbereiden. Veelal is dat ook een eis voordat een vergunning wordt afgegeven. De politie ziet toe op de handhaving van vergunningvoorwaarden en treedt op wanneer strafbare feiten worden geconstateerd en/of wanneer de openbare orde wordt verstoord. Het betreffende feest in Zaanstad vond plaats met een vergunning van de gemeente. Uit informatie van de politie blijkt dat gebruikelijk is dat de regiopolitie Zaanstreek-Waterland voorafgaand aan het evenement de vergunningvoorwaarden doorspreekt met de organisator. De ervaring van de politie was dat de organisator in kwestie de vergunningvoorwaarden in het verleden serieus heeft genomen. Het toezicht door de politie gedurende het feest vond zoals gebruikelijk plaats als onderdeel van de surveillance. Bij het waarnemen van verkoop van drugs treedt de politie onmiddellijk op. De gemeente Zaanstad heeft in het recente verleden veelvuldig overleg gevoerd met de organisator over aanvullende voorwaarden. Dit overleg heeft onder meer geleid tot het standaard aanwezig zijn van een EHBO-ploeg tijdens de feesten. Ook vinden er van tijd tot tijd sessies plaats met medewerking van de Brijderstichting waarbij de bezoekers de samenstelling van drugs kunnen laten controleren. Het overlijden van een 16-jarige jongen zes weken tevoren werd beschouwd als een noodlottig, op zichzelf staand incident dat geen aanleiding hoefde te zijn voor het aanscherpen van het handhavingsbeleid. Tot nu toe is niet gebleken dat de voorschriften door de organisator zijn overtreden.

Preventie

Het aantal incidenten met partydrugs het afgelopen jaar is groter dan daarvoor. Het is echter niet duidelijk of dit een incidentele uitschieter is. Op dit moment wordt uitgezocht wat precies de factoren zijn die het hogere aantal incidenten veroorzaken. De incidenten lijken niet aan een enkele oorzaak of een enkele stof te wijten te zijn. Vaak is overdosering of het gebruik van meerdere drugs en/of alcohol tegelijk aan de orde. Van belang zijn ook de omstandigheden waarin het druggebruik plaatsvindt.

Door de Stichting Adviesbureau Drugs en de GG& GD te Amsterdam wordt een onderzoek gestart om, mede met de gegevens over de eigen lokale Amsterdamse drugsmarkt, inzicht te krijgen in hoe groot deze groep drugsgebruikers is, welke middelen zij gebruiken, in hoeverre zij op de hoogte zijn van de gevaren van hun gedrag en waarom zij de beschikbare informatie over risico's, al dan niet bewust, niet raadplegen of naast zich neerleggen. Tevens brengt de Inspectie voor de Gezondheidszorg de feiten in kaart over de oorzaak en toedracht van de recente sterfgevallen die met pillengebruik te maken hebben. De uitkomsten van deze onderzoeken zullen gebruikt worden om deze specifieke groep in de zeer nabije toekomst preventief te gaan benaderen, met onder meer de duidelijke boodschap dat dergelijk gedrag onaanvaardbare risico's met zich meebrengt.

Uit recent onderzoek van het EMCDDA (Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving) blijkt dat Nederland voorop loopt in het nemen van beschermende maatregelen rond het druggebruik in het uitgaanscircuit. Niettemin worden er in hoog tempo extra interventies ontwikkeld door onder meer het Trimbos-instituut en de betrokken instellingen voor verslavingszorg. Deze vinden onder meer plaats als onderdeel van de uitwerking van de XTC-notitie. (TK 2000–2001, 23 760, nr. 14)

Tot slot

Er kunnen door partyorganisatoren en eigenaren van discotheken veel maatregelen genomen worden om noodlottige incidenten te voorkomen. Gemeenten kunnen daarover ook eisen stellen voor ze een vergunning afgeven voor een party. Van belang is daarbij een goede voorbereiding in samenwerking tussen organisator, GGD, brandweer en politie.

Het maken van een risicoanalyse, goede voorlichting voor partygangers, aanwezigheid van EHBO-post, frisse lucht en water zijn basale elementen van goede organisatie. Er zijn voorbeelden van evenementen die uitstekend zijn voorbereid door de organisator in samenwerking met lokale instanties en waarbij blijkt, dat veilig feesten mogelijk is.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl